UITVOERINGSVERORDENING (EU) …/... VAN DE COMMISSIE
van 17.5.2018
betreffende een gemeenschappelijke methode voor het vergelijken van de eenheidsprijzen van alternatieve brandstoffen overeenkomstig Richtlijn 2014/94/EU van het Europees Parlement en de Raad
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 2014/94/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen 1 , en met name artikel 7, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Om overeenkomstig artikel 7, lid 3, van Richtlijn 2014/94/EU, de meest geschikte methode te bepalen, heeft de Commissie het Duitse Energieagentschap (Dena) op basis van een aanbesteding de opdracht gegeven een studie uit te voeren over mogelijke opties voor een gemeenschappelijke methode om de eenheidsprijzen van alternatieve brandstoffen te vergelijken 2 .
(2)In die studie werden vier grote opties bekeken. De Commissie heeft alle onderzochte opties in overweging genomen. Daaruit is de optie waarbij de brandstofprijzen worden uitgedrukt in bedragen in de toepasselijke munteenheid per 100 km, rekening houdend met de prijs van de brandstof per eenheid als bedoeld in Richtlijn 98/6/EG van het Europees Parlement en de Raad 3 en met het in het certificaat van overeenstemming opgegeven brandstofverbruik van de voertuigen, als de meest complete naar voren gekomen en bovendien is die optie gebaseerd op meetbare gegevens. Die optie houdt niet alleen rekening met de energie-inhoud van de brandstof, maar ook met andere factoren die relevant zijn voor de brandstofprijs per afgelegde kilometer, met name de energie-efficiëntie van de respectieve technologieën voor het gebruik van de verschillende brandstoffen in voertuigen.
(3)Uit na een aanbesteding door de Internationale Automobielfederatie uitgevoerd onderzoek over het vergelijken van brandstofprijzen 4 is gebleken dat consumenten de voorkeur geven aan een methode waarbij de brandstofprijzen worden weergegeven in prijzen per 100 km, uitgedrukt in de toepasselijke munteenheid.
(4)De gekozen methode moet gebruikers, ook met oog op toekomstige aankoopbeslissingen, in staat stellen een eenvoudige vergelijking van de prijzen te maken op basis van alle meest relevante factoren. Dit blijkt de beste methode om het consumentenbewustzijn te verhogen en de brandstofprijzen transparanter te maken. Die methode beantwoordt tevens het best aan de algemene doelstellingen van Richtlijn 2014/94/EU, waarbij evenzeer rekening wordt gehouden met de Europese strategie voor emissiearme mobiliteit 5 die in het kader van de energie-Unie is aangenomen en met name met het streven naar een diversifiëring van de energiebronnen in de vervoerssector en naar een vermindering van de uitstoot van CO2 en andere vervuilende stoffen.
(5)De brandstofprijzen moeten worden berekend aan de hand van de in het certificaat van overeenstemming van de voertuigen opgegeven brandstofverbruikswaarde. Voor nieuwe types voertuigen is die waarde sinds september 2017 gebaseerd op de Worldwide harmonised Light vehicles Test Procedure (WLTP – wereldwijd geharmoniseerde testprocedure voor lichte voertuigen) 6 ; vanaf september 2018 is dat het geval voor alle nieuwe voertuigen. Die testprocedure vervangt de op dit moment gebruikte New European Drive Cycle (NEDC – nieuwe Europese rijcyclus). De WLTP voorziet in striktere testomstandigheden en levert meer realistische verbruikscijfers op, hetgeen de consument ten goede komt. De verwijzing naar die waarden is in overeenstemming met de informatie voor de consument uit hoofde van Richtlijn 1999/94/EG van het Europees Parlement en de Raad 7 betreffende de beschikbaarheid van consumenteninformatie over het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot bij het op de markt brengen van nieuwe personenauto's, ook in het licht van Aanbeveling (EU) 2017/948 8 van de Commissie.
(6)Aangezien in een certificaat van overeenstemming van een voertuig geen brandstofverbruikswaarden voor biobrandstofmengsels met benzine of diesel 9 worden vermeld, mogen de lidstaten die waarden bepalen op basis van hun eigen gegevens.
(7)Om ervoor te zorgen dat de methode te allen tijde toepasbaar is, moet de gemiddelde prijs van de betrokken brandstof per meeteenheid tijdens maximaal het laatste kalenderkwartaal voorafgaand aan het tijdstip van de berekening als brandstofprijs worden gehanteerd.
(8)Gezien de beperkingen die inherent zijn aan de weergave van vergelijkingen in tankstations, moet worden gespecificeerd dat voor de toepassing van die methode moet worden gewerkt met voorbeelden van personenwagens die minstens een vergelijkbaar gewicht en vermogen hebben maar die op verschillende brandstoffen rijden.
(9)Om de vergelijking op basis van de in deze verordening vastgestelde methode nog te vergemakkelijken, moeten de lidstaten gebruik kunnen maken van de mogelijkheden die de digitalisering biedt, zoals onlinetools. Dergelijke tools zouden individuele informatie moeten kunnen bieden voor alle of de meeste voertuigmodellen op de markt en zouden ook de mogelijkheid bieden extra informatie toe te voegen.
(10)Het meerjarig werkprogramma van de Commissie voor financiële bijstand op het gebied van de Connecting Europe Facility (CEF) — sector Vervoer voor de periode 2014-2020 10 bevat een actie om de lidstaten bij te staan bij de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2014/94/EU. Overeenkomstig dat werkprogramma is het de bedoeling bij te dragen tot een consequente tenuitvoerlegging van artikel 7, lid 3, van de richtlijn in alle lidstaten en de lidstaten te helpen om consumenteninformatie via digitale instrumenten beschikbaar te stellen.