TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN DE GEDELEGEERDE HANDELING

Verordening (EU) nr. 648/2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (EMIR) is op 4 juli 2012 vastgesteld en op 16 augustus 2012 in werking getreden.

Europese centrale banken en EU-overheidsorganen die belast zijn met of betrokken zijn bij het beheer van overheidsschuld zijn van de EMIR vrijgesteld.

De Europese Commissie is op grond van artikel 1, lid 6, van de EMIR bevoegd overeenkomstig artikel 82 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de lijst te wijzigen van entiteiten waarop de EMIR niet van toepassing is.

Als vereist op grond van artikel 1, lid 6, van de EMIR heeft de Commissie een beoordeling uitgevoerd van de status van centrale banken en overheidsorganen die de overheidsschuld beheren in een aantal derde landen waar de tenuitvoerlegging van de otc-derivatenhervormingen ver genoeg is gevorderd of die specifiek om een beoordeling hebben verzocht. Deze analyse wordt gepresenteerd in het verslag aan het Europees Parlement en de Raad bij onderhavige gedelegeerde handeling. De conclusie van het verslag luidt dat onder de huidige omstandigheden de centrale banken en overheidsorganen die belast zijn met of betrokken zijn bij het beheer van de overheidsschuld van Australië, Canada, Hongkong, Mexico, Singapore en Zwitserland moeten worden toegevoegd aan de lijst van entiteiten die op grond van de EMIR zijn vrijgesteld.

2.RAADPLEGINGEN VOORAFGAAND AAN DE VASTSTELLING VAN DE HANDELING

Als onderdeel van de beoordeling hebben de Commissiediensten de zes te beoordelen rechtsgebieden geraadpleegd om informatie te verzamelen over hun rechtskaders betreffende otc-derivaten, en met name over de status in die rechtskaders van centrale banken en overheidsorganen die belast zijn met of betrokken zijn bij het beheer van de overheidsschuld.

De deskundigengroep van het Europees Comité voor het effectenbedrijf, die bestaat uit vertegenwoordigers van de lidstaten, is eveneens door de Commissiediensten geraadpleegd.

3.JURIDISCHE ELEMENTEN VAN DE GEDELEGEERDE HANDELING

Artikel 1 bepaalt de in Verordening (EU) nr. 648/2012 aan te brengen wijzigingen.

Artikel 2 bepaalt dat de verordening in werking treedt op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad.

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) …/... VAN DE COMMISSIE

van 2.3.2017

tot wijziging, ten aanzien van de lijst van vrijgestelde entiteiten, van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters 1 , en met name artikel 1, lid 6,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)De uitoefening van monetaire verantwoordelijkheden en het beheer van de staatsschuld hebben een gecombineerde impact op de werking van de rentemarkten en moeten worden gecoördineerd om te waarborgen dat deze beide taken efficiënt worden vervuld. Aangezien Verordening (EU) nr. 648/2012 centrale banken van de Unie en andere EU-overheidsorganen die overheidsschuld beheren van haar toepassingsgebied uitsluit om geen belemmering te vormen voor hun vermogen om taken van gemeenschappelijk belang te verrichten, zou de toepassing van andere regelgeving op die taken wanneer zij door entiteiten uit derde landen worden uitgevoerd, afbreuk doen aan de doelmatigheid ervan. Om te garanderen dat centrale banken en andere met het beheer van de overheidsschuld belaste of daarbij betrokken overheidsorganen van derde landen hun taken op toereikende wijze kunnen blijven verrichten, moeten overheidsorganen uit derde landen die met het beheer van de overheidsschuld zijn belast of daarbij betrokken zijn, eveneens van Verordening (EU) nr. 648/2012 worden vrijgesteld,

(2)De Commissie heeft een beoordeling uitgevoerd van de status van overheidsorganen die belast zijn met of betrokken zijn bij het beheer van de overheidsschuld en van centrale banken volgens het nationale recht van bepaalde derde landen en heeft haar conclusies aan het Europees Parlement en de Raad gepresenteerd. Met name heeft de Commissie een vergelijkende analyse verricht van die status en van de risicobeheernormen die van toepassing zijn op de derivatentransacties die door deze organen en centrale banken in deze rechtsgebieden zijn aangegaan.

(3)De conclusie van de analyse van de Commissie luidt dat centrale banken en overheidsorganen die belast zijn met of betrokken zijn bij het beheer van overheidsschuld van Australië, Canada, Hongkong, Mexico, Singapore en Zwitserland van de clearing- en rapportageverplichting van Verordening (EU) nr. 648/2012 moeten worden vrijgesteld.

(4)De centrale banken en overheidsorganen die belast zijn met of betrokken zijn bij het beheer van de overheidsschuld van Australië, Canada, Hongkong, Mexico, Singapore en Zwitserland moeten daarom aan de lijst van vrijgestelde entiteiten van Verordening (EU) nr. 648/2012 worden toegevoegd.

(5)De Commissie blijft regelmatig de status monitoren van de centrale banken en overheidsorganen die van de clearing- en rapportageverplichting van Verordening (EU) nr. 648/2012 zijn vrijgesteld. De lijst kan worden bijgewerkt in het licht van de ontwikkeling van de reglementeringen in die derde landen en rekening houdend met elke nieuwe informatiebron. Op basis van een dergelijke herbeoordeling kunnen bepaalde derde landen uit de lijst van vrijgestelde entiteiten worden geschrapt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Aan artikel 1, lid 4, onder c), van Verordening (EU) nr. 648/2012 worden de volgende punten toegevoegd:

"iii)    Australië;

iv)Canada;

v)Hongkong;

vi)Mexico;

vii)Singapore;

viii)Zwitserland."

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, op 2.3.2017

   Voor de Commissie

   De Voorzitter
   Jean-Claude JUNCKER

(1) PB L 201 van 27.7.2012, blz. 1.