|
VERZOEK OM INPUT VOOR EEN INITIATIEF (zonder effectbeoordeling) |
|
|
Titel van het initiatief |
Visie 2040 voor visserij en aquacultuur |
|
Leidend DG – verantwoordelijke eenheid |
DG MARE, Eenheid D3 GVB en structurele steun — Beleidsontwikkeling en coördinatie |
|
Verwacht soort initiatief |
Mededeling |
|
Indicatieve planning |
Kw. 3/4-2026 (geplande datum van goedkeuring) |
|
Aanvullende informatie |
Opdrachtbrief aan commissaris Kadis Europees Oceaanpact |
|
Dit document dient slechts ter informatie. Het loopt niet vooruit op de eindbeslissing van de Commissie over de vraag of dit initiatief zal worden voortgezet en welke invulling dat uiteindelijk zal krijgen. Alle elementen van het initiatief dat in dit document is beschreven, waaronder de planning, kunnen veranderen. |
|
|
A. Politieke context, probleemomschrijving en subsidiariteitscontrole |
|
Politieke context |
|
In zijn opdrachtbrief van voorzitter Von der Leyen kreeg commissaris Kadis de opdracht een “visie voor de visserij- en aquacultuursector met een perspectief voor 2040” te ontwikkelen. Het doel van deze visie voor visserij en aquacultuur voor 2040 (de visie 2040) is een strategisch kader voor vijftien jaar vast te stellen om richting te geven aan de beleidsontwikkelingen in de hele waardeketen van de visserij-, aquacultuur- en verwerkingssector. De visie 2040 is ook bedoeld om systemische uitdagingen voor de visserij- en aquacultuursector aan te pakken en tegelijk de duurzaamheid en het concurrentievermogen ervan op lange termijn te waarborgen. Het grondbeginsel van de visie 2040 bestaat erin verbanden te liggen tussen verschillende initiatieven van de Commissie, voortbouwend op de prognosestudie “Vissers van de toekomst”, het Europees Oceaanpact en de lopende evaluatie van de verordening inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, om deze op de EU-prioriteiten af te stemmen en geleerde lessen te benutten. Het initiatief zal de routekaart voor de energietransitie voor de visserij en aquacultuur van de EU omvatten, die parallel zal worden opgesteld, en zal het overkoepelende kader bieden voor de EU-strategie voor extern optreden in de visserij, die gelijktijdig met de visie 2040 zal worden vastgesteld. Het zal ook worden afgestemd op de strategie voor veerkrachtige kustgemeenschappen en eilanden. Op die manier zal de visie 2040 aansluiten bij de huidige agenda van de Commissie voor vereenvoudiging, de voorgestelde EU-begroting voor 2028-2034, het kompas voor concurrentievermogen, de visie voor voedsel en landbouw, de vaardigheidsunie, de consumentenagenda 2030, de strategie voor de bio-economie, en de verordening natuurherstel. |
|
Probleem dat met het initiatief wordt aangepakt |
|
Dankzij de voortdurende inspanningen van vissers, aquacultuurproducenten, de wetenschappelijke gemeenschap en EU- en nationale overheden is de visserij- en aquacultuursector in de EU gestaag duurzamer geworden en worden nu veel minder bestanden in de EU overbevist dan twintig jaar geleden. Toch staat de visserij- en aquacultuursector in de EU nog steeds voor aanzienlijke uitdagingen, zowel oude als nieuwe. Verschillende visbestanden worden nog steeds geëxploiteerd buiten biologisch veilige grenzen, onder meer als gevolg van buitensporige visserijdruk. Eutrofiëring, verontreiniging en klimaatverandering vormen extra belemmeringen op de weg naar duurzaamheid. Een ander probleem is de vernietiging van mariene habitats, bijvoorbeeld door visserij en andere maritieme activiteiten, en met name door het gebruik van vistuig dat negatieve gevolgen heeft voor de biodiversiteit of voor mariene ecosystemen. Milieustressoren en de toenemende impact van klimaatverandering, in combinatie met de variabele economische prestaties van de sector, afnemende werkgelegenheid en groter wordende arbeidstekorten, vormen een bedreiging voor de levensvatbaarheid van de visserij- en aquacultuursector van de EU op lange termijn. De moeilijke arbeidsomstandigheden in de sector, waartoe de lonen niet in verhouding staan, en onzekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van bedrijven en investeringen weerhouden jongeren er bovendien van actief te worden in de sector, wat generatievernieuwing belemmert en in veel lokale gemeenschappen bijdraagt tot een existentiële crisis. Dat de visserijsector nog steeds sterk afhankelijk is van fossiele energie en dat bepaalde soorten aquacultuur zeer energie-intensief zijn, maakt de sector bijzonder kwetsbaar voor schommelingen van de fossielebrandstofprijzen en ondermijnt ook de duurzaamheid van visserij- en aquacultuurproducten. Bredere ontwikkelingen, waaronder concurrentie om maritieme ruimte (hernieuwbare offshore-energie, zeekabels, beschermde mariene gebieden) en geopolitieke verschuivingen (de Brexit of de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne), hebben de vooruitzichten voor de sector verder bemoeilijkt. Zonder duidelijke strategische koers is het moeilijk om met coherente beleidsoplossingen te komen, wat op zijn beurt zou leiden tot een dalend concurrentievermogen, grotere milieurisico’s, een tragere energietransitie, toenemende voedselzekerheidsrisico’s en aanhoudende arbeidstekorten. Het aanpakken van deze factoren is daarom cruciaal om tegen 2040 te zorgen voor een duurzame, concurrerende en sociaal levensvatbare en levendige visserij- en aquacultuursector in de EU. |
|
Grondslag van het EU-optreden (rechtsgrondslag en subsidiariteitscontrole) |
|
De EU is exclusief bevoegd voor de instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid. Op gebieden als aquacultuur en marktbeleid, waar de bevoegdheid met de lidstaten wordt gedeeld, is het subsidiariteitsbeginsel van toepassing. Dit beginsel bepaalt onder welke omstandigheden actie moet worden ondernomen door de EU in plaats van door de lidstaten alleen. De visie 2040 zal een overkoepelende strategische richting geven aan alle EU-maatregelen op het gebied van visserij en aquacultuur. Dit essentiële initiatief zal zorgen voor een samenhangend optreden en perspectief en richting geven aan de toekomstige visserij- en aquacultuursector van de EU, zowel voor aangelegenheden die onder de exclusieve bevoegdheid van de EU vallen als voor zaken waarvoor de bevoegdheid met de lidstaten wordt gedeeld. |
|
B. Wat is het beoogde resultaat van het initiatief en hoe wordt dit bereikt? |
|
De visie 2040 zal een samenhangend kader bieden voor beleidsdoelen die verband houden met de behoeften van de visserij- en aquacultuursector in de EU. Ze zal putten uit de lopende besprekingen over het tot stand brengen van een gelijk speelveld, het versterken van de voedselzekerheid, het in stand houden van mariene biologische hulpbronnen en het doorvoeren van hervormingen en innovatie. Door deze besprekingen als uitgangspunt te nemen, wordt beoogd het concurrentievermogen, generatievernieuwing en vaardigheden te verbeteren, de groene, digitale en sociale transitie te stimuleren en de ontwikkeling van kust- en eilandgemeenschappen te bevorderen. Voorts zal in de visie 2040 aandacht worden besteed aan de toegang tot financiering ter verwezenlijking van deze doelstellingen en zal de nadruk worden gelegd op vereenvoudiging, zodat de doelstellingen op kosteneffectieve wijze worden gehaald. In de visie voor 2040 zal een holistische benadering worden gepresenteerd die een coherente toekomstige koers voorstelt voor alle aspecten van visserij- en aquacultuuractiviteiten, met inbegrip van de vraag van de consument, het aanbod van aquatische levensmiddelen, gespecialiseerd personeel en geoptimaliseerde productiemiddelen (vaartuigen, kwekerijen, havens enz.). Bij de ontwikkeling van de visie 2040 zal de Commissie trachten de meest relevante economische, sociale en ecologische trade-offs in kaart te brengen en deze consequent aanpakken, waarbij zij een traject zal uitstippelen om de sector tegen 2040 te transformeren. Bij deze trade-offs zal ook rekening moeten worden gehouden met toekomstige onzekerheden in verband met bijvoorbeeld geopolitieke instabiliteit en de gevolgen van klimaatverandering. Meer in het bijzonder moet de visie 2040 betrekking hebben op aspecten zoals de toekomst van het gemeenschappelijk visserijbeleid, de economische prestaties van de EU-vloot, het waarborgen van een gelijk speelveld, de ontwikkeling van het EU-systeem voor aquatische levensmiddelen, mogelijkheden voor vereenvoudiging om een correcte uitvoering van de wetgevingskaders te waarborgen, energietransitietrajecten voor de sector om tegen 2050 koolstofneutraliteit te bereiken, de groene en digitale transitie van de sector, de aantrekkelijkheid van de sector vanuit werkgelegenheidsoogpunt, generatievernieuwing, kwesties in verband met ruimtelijke ordening en mogelijkheden om te zorgen voor financiering voor veerkrachtige bedrijfsmodellen, met bijzondere aandacht voor regio’s met specifieke behoeften en maatregelen die daarop zijn afgestemd. Zoals is vermeld in het oceaanpact, zal in de visie 2040 een traject worden voorgesteld voor de visserij-, aquacultuur- en verwerkingssector. Bovendien zal ze vergezeld gaan van de EU-strategie voor extern optreden op visserijgebied, die ook in het oceaanpact wordt voorgesteld. De routekaart voor de energietransitie, die zal worden opgenomen in de mededeling over de visie 2040, zal tot doel hebben de energietransitie van de visserij- en aquacultuursector van de EU te bevorderen door de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen en de energie-efficiëntie te verbeteren door koolstofarme en koolstofneutrale energiebronnen te gaan gebruiken. De visie 2040 zal worden gepresenteerd als een mededeling van de Commissie en zal de strategische koers uitzetten voor de visserij- en aquacultuursector in de EU tot 2040. Ze is niet bedoeld als actieplan of routekaart en vereist dus geen uitvoeringsplan. |
|
C. Betere regelgeving |
|
Effectbeoordeling |
|
De visie 2040 zal worden gepresenteerd in de vorm van een mededeling van de Commissie. Aangezien er een beleidskader zal worden vastgesteld in plaats van specifieke instrumenten, is er geen effectbeoordeling nodig. |
|
Raadplegingsstrategie |
|
De Commissie zal trachten informatie te verzamelen van de verschillende belanghebbenden die betrokken zijn bij de visserij- en aquacultuurwaardeketen. Bovendien zal haar raadplegingsstrategie uitdrukkelijk gericht zijn op het bereiken van consensus tussen belangengroepen en overheden over een gedeelde visie op de toekomst van de sector tot 2040. De raadplegingsstrategie zal daarom een verzoek om input combineren met gerichte raadplegingsactiviteiten, maar zal ook rekening houden met de bevindingen van het partnerschap voor energietransitie, met inbegrip van de conclusies van de conferentie op hoog niveau van februari 2026. Het raadplegingsproces is bedoeld om belanghebbenden de kans te geven de visie 2040 voor visserij en aquacultuur op een coöperatieve en inclusieve wijze te ontwikkelen, door naar de standpunten van alle belanghebbenden te luisteren. De raadpleging zamelt standpunten en inzichten in van nationale overheden, regionale en lokale autoriteiten, de visserij-, aquacultuur- en verwerkingssector, beroepsbeoefenaren en andere actoren in de waardeketen, niet-gouvernementele organisaties, de academische wereld, vakbonden, onderzoeksinstellingen en burgers. Groepen belanghebbenden zullen ook worden aangemoedigd om documenten te delen die ze hebben ontwikkeld en waarin hun visie voor de sector wordt uiteengezet. |
|
Waarom deze raadpleging? |
|
Het doel van de raadpleging is inzichten van belanghebbenden te verzamelen om de visie 2040 vorm te geven en, door belanghebbenden te horen, de betrokkenheid bij de resultaten ervan te bevorderen. Voor het welslagen van de visie moeten alle belanghebbenden worden betrokken, met name al degenen die belang hebben bij een levensvatbare visserij- en aquacultuursector van de EU. De Commissie alleen kan dit doel niet bereiken. |
|
Doelgroep |
|
Nationale overheden, regionale en lokale autoriteiten, actoren in de waardeketen (visserij, aquacultuur, verwerkers, invoerders, retailers, havens, infrastructuur, scheepsbouw, consumenten enz.), maatschappelijke organisaties (bedrijven, ngo’s, vakbonden), de academische wereld en onderzoeksinstellingen. |