|
g)
|
“MRN”: Masterreferentienummer;
Tabel 1
(als bedoeld in artikel 3, artikel 4 en artikel 9, lid 1)
Voorlopig elektronisch (vereenvoudigd) administratief document en elektronisch (vereenvoudigd) administratief document
|
A
|
B
|
C
|
D
|
E
|
F
|
G
|
|
|
|
KENMERK
|
R
|
|
|
|
|
|
a
|
Indiening soort bericht
|
R
|
|
De volgende waarden zijn mogelijk:
|
1
|
=
|
standaardindiening
|
|
2
|
=
|
(voorbehouden)
|
|
3
|
=
|
indiening voor veraccijnsde goederen (wordt gebruikt voor overbrengingen van goederen die reeds tot verbruik zijn uitgeslagen).
|
De indiening soort bericht mag niet verschijnen in het e-AD/e-VAD waaraan een ARC is toegekend noch op het in artikel 9, lid 1, bedoelde nooddocument.
|
n1
|
|
|
b
|
Indicatie uitgestelde indiening
|
D
|
“R” voor de indiening van een e-AD/e-VAD voor een overbrenging die is aangevangen onder dekking van het in artikel 9, lid 1, bedoelde nooddocument.
|
De volgende waarden zijn mogelijk:
De waarde staat standaard op “onwaar”.
Dit gegevenselement mag niet verschijnen in het e-AD/e-VAD waaraan een ARC is toegekend noch op het in artikel 9, lid 1, bedoelde nooddocument.
|
n1
|
|
1
|
OVERBRENGING ACCIJNSGOEDEREN
|
R
|
|
|
|
|
|
a
|
Code soort bestemming
|
R
|
|
Vermeld de bestemming van de overbrenging met behulp van een van de volgende waarden:
|
1
|
=
|
Belastingentrepot (artikel 16, lid 1, punt a), i), van Richtlijn (EU) 2020/262)
|
|
2
|
=
|
Geregistreerde geadresseerde (artikel 16, lid 1, punt a), ii), van Richtlijn (EU) 2020/262)
|
|
3
|
=
|
Tijdelijk geregistreerde geadresseerde (artikel 16, lid 1, punt a), ii), en artikel 18, lid 3, van Richtlijn (EU) 2020/262)
|
|
4
|
=
|
Rechtstreekse aflevering (artikel 16, lid 4, van Richtlijn (EU) 2020/262)
|
|
5
|
=
|
Vrijgestelde geadresseerde (artikel 16, lid 1, punt a), iv), van Richtlijn (EU) 2020/262)
|
|
6
|
=
|
Uitvoer (artikel 16, lid 1, punt a), iii) en v), van Richtlijn (EU) 2020/262)
|
|
7
|
=
|
(voorbehouden)
|
|
8
|
=
|
Bestemming onbekend (geadresseerde onbekend; artikel 22 van Richtlijn (EU) 2020/262).
|
|
9
|
=
|
Bestemming — gecertificeerde geadresseerde (artikel 33, lid 1, van Richtlijn (EU) 2020/262)
|
|
10
|
=
|
Bestemming — tijdelijk gecertificeerde geadresseerde (artikel 33, lid 1, en artikel 35, lid 8, van Richtlijn (EU) 2020/262)
|
|
11
|
=
|
Bestemming — Retour naar de plaats van verzending van de afzender (artikel 36, lid 5, van Richtlijn (EU) 2020/262).
|
|
n..2
|
|
|
b
|
Reistijd
|
R
|
|
Vermeld, rekening houdende met het vervoermiddel en de afstand, de normale duur van de reis in uren (H) of dagen (D) gevolgd door twee cijfers (bv. H12 of D04). Het getal na “H” mag niet hoger zijn dan 24. Het getal na “D” mag niet hoger zijn dan de mogelijke waarden van de maximale reistijd per code vervoerswijze uit bijlage II, codelijst 12.
|
an3
|
|
|
c
|
Regeling vervoer
|
R
|
|
Identificeer de persoon die verantwoordelijk is voor de organisatie van het eerste vervoer, met behulp van een van de volgende waarden:
|
1
|
=
|
Afzender
|
|
2
|
=
|
Geadresseerde
|
|
3
|
=
|
Eigenaar van de goederen
|
|
4
|
=
|
Andere.
|
|
n1
|
|
|
d
|
ARC
|
R
|
Wordt verstrekt door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van verzending bij geldigmaking van het voorlopige e-AD/e-VAD.
|
Zie bijlage II, codelijst 2.
|
an21
|
|
|
e
|
Datum en tijdstip validatie e-AD/e-VAD
|
R
|
Wordt verstrekt door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van verzending bij geldigmaking van het voorlopige e-AD/e-VAD.
|
Het opgegeven tijdstip is de plaatselijke tijd.
|
datumtijd
|
|
|
f
|
Volgnummer
|
R
|
Wordt verstrekt door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van verzending bij geldigmaking van het voorlopige e-AD/e-VAD en bij iedere wijziging van bestemming.
|
Staat op 1 bij de eerste geldigmaking en wordt vervolgens telkens met 1 verhoogd op elk e-AD/e-VAD dat door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van verzending wordt aangemaakt bij iedere wijziging van bestemming.
|
n..2
|
|
|
g
|
Datum en tijdstip geldigmaking bijwerking
|
C
|
Datum en tijdstip van geldigmaking van het bericht van bestemmingswijziging in tabel 3; wordt verstrekt door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van verzending in geval van wijziging van bestemming.
|
Het opgegeven tijdstip is de plaatselijke tijd.
|
datumtijd
|
|
2
|
HANDELAAR Afzender
|
R
|
|
|
|
|
|
a
|
Accijnsnummer handelaar
|
R
|
|
Vermeld een geldig SEED-registratienummer van de erkende entrepothouder, geregistreerde afzender, gecertificeerde afzender of tijdelijk gecertificeerde afzender.
|
an13
|
|
|
b
|
Naam handelaar
|
R
|
|
|
an..182
|
|
|
c
|
Straatnaam
|
R
|
|
|
an..65
|
|
|
d
|
Nummer
|
O
|
|
|
an..11
|
|
|
e
|
Postcode
|
R
|
|
|
an..10
|
|
|
f
|
Stad
|
R
|
|
|
an..50
|
|
|
g
|
NAD_LNG
|
R
|
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
3
|
HANDELAAR Plaats van verzending
|
C
|
“R” indien de code soort herkomst in vak 9d “1” of “3” is.
|
|
|
|
|
a
|
Referentie belastingentrepot
|
C
|
“R” indien de code soort herkomst in vak 9d “1” is.
|
Vermeld een geldig SEED-registratienummer van het belastingentrepot van verzending.
|
an13
|
|
|
b
|
Naam handelaar
|
C
|
Voor de vakken 3b, 3c, 3e en 3f:
“R” indien de Code soort herkomst in vak 9d “3” is.
|
|
an..182
|
|
|
c
|
Straatnaam
|
C
|
|
an..65
|
|
|
d
|
Nummer
|
O
|
|
an..11
|
|
|
e
|
Postcode
|
C
|
|
an..10
|
|
|
f
|
Stad
|
C
|
|
an..50
|
|
|
g
|
NAD_LNG
|
C
|
“R” indien het overeenkomstige tekstveld wordt gebruikt.
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
4
|
KANTOOR van verzending — invoer
|
C
|
“R” indien de code soort herkomst in vak 9d “2” is.
|
|
|
|
|
a
|
Identificatienummer kantoor
|
R
|
|
Vermeld de code van het douanekantoor dat verantwoordelijk is voor het in het vrije verkeer brengen.
Zie bijlage II, codelijst 4.
|
an8
|
|
5
|
HANDELAAR Geadresseerde
|
C
|
“R”, behalve voor Code soort bestemming 8
(zie vak 1a voor de codes soort bestemming)
|
|
|
|
|
a
|
Identificatie handelaar
|
C
|
|
—
|
“R” voor codes soort bestemming 1, 2, 3, 4, 9, 10 en 11
|
|
—
|
“O” voor code soort bestemming 6
|
|
—
|
Dit gegevenselement is niet van toepassing op code soort bestemming 5
|
(zie vak 1a voor de codes soort bestemming)
|
Voor code soort bestemming:
|
—
|
1, 2, 3, 4, 9 en 10: vermeld een geldig SEED-registratienummer van de erkende entrepothouder, geregistreerde geadresseerde, tijdelijk geregistreerde geadresseerde, gecertificeerde geadresseerde of tijdelijk gecertificeerde geadresseerde;
|
|
—
|
6: vermeld het btw-identificatienummer van de persoon die de afzender bij het kantoor van uitvoer vertegenwoordigt.
|
|
—
|
11: vermeld een geldig SEED-registratienummer van de geadresseerde, die de oorspronkelijke gecertificeerde afzender of tijdelijk gecertificeerde afzender van de overbrenging is.
|
|
an..16
|
|
|
b
|
Naam handelaar
|
R
|
|
|
an..182
|
|
|
c
|
Straatnaam
|
R
|
|
|
an..65
|
|
|
d
|
Nummer
|
O
|
|
|
an..11
|
|
|
e
|
Postcode
|
R
|
|
|
an..10
|
|
|
f
|
Stad
|
R
|
|
|
an..50
|
|
|
g
|
NAD_LNG
|
R
|
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
|
h
|
EORI-nummer
|
C
|
|
—
|
“O” voor code soort bestemming 6
|
|
—
|
Dit gegevenselement is niet van toepassing op codes soort bestemming 1, 2, 3, 4, 5, 8, 9, 10 en 11.
|
(zie vak 1a voor de codes soort bestemming)
|
Vermeld het EORI-nummer van de persoon die verantwoordelijk is voor het indienen van de uitvoeraangifte als beschreven in artikel 21, lid 1, van Richtlijn (EU) 2020/262.
|
an..17
|
|
6
|
AANVULLING HANDELAAR geadresseerde
|
C
|
“R” voor code soort bestemming 5
(zie vak 1a voor de codes soort bestemming)
|
|
|
|
|
a
|
Code lidstaat
|
R
|
|
Vermeld de lidstaat van bestemming met behulp van de landcode uit bijlage II, codelijst 3.
|
a2
|
|
|
b
|
Volgnummer certificaat van vrijstelling
|
O
|
|
Vermeld een volgnummer als dit op het bij Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1637 van de Commissie vastgestelde certificaat van vrijstelling van accijnzen staat (3).
|
an..255
|
|
7
|
HANDELAAR Plaats van levering
|
C
|
|
—
|
“R” voor codes soort bestemming 1, 4, 9 en 10
|
|
—
|
“O” voor Codes soort bestemming 2, 3 en 5
|
|
—
|
Anderszins niet van toepassing.
|
(zie vak 1a voor de codes soort bestemming)
|
Vermeld de werkelijke plaats van levering van de accijnsgoederen.
Voor code soort bestemming 2 is de gegevensgroep:
|
—
|
“O” voor het e-AD aangezien de lidstaat van verzending in dit vak het in SEED opgenomen adres van de geregistreerde geadresseerde kan vermelden;
|
|
—
|
niet van toepassing op het voorlopige e-AD.
|
|
|
|
|
a
|
Identificatie handelaar
|
C
|
|
—
|
“R” voor codes soort bestemming 1, 9 en 10
|
|
—
|
“O” voor codes soort bestemming 2, 3 en 5
|
(zie vak 1 a voor code soort bestemming)
|
Voor code soort bestemming:
|
—
|
1: vermeld een geldig SEED-registratienummer van het belastingentrepot van bestemming;
|
|
—
|
2, 3, 5, 9 en 10: vermeld het btw-identificatienummer of een ander kenmerk.
|
|
an..16
|
|
|
b
|
Naam handelaar
|
C
|
|
—
|
“R” voor codes soort bestemming 1, 2, 3, 5, 9 en 10
|
|
—
|
“O” voor code soort bestemming 4
|
(zie vak 1a voor de codes soort bestemming)
|
|
an..182
|
|
|
c
|
Straatnaam
|
C
|
Voor de vakken 7c, 7e en 7f:
|
—
|
“R” voor codes soort bestemming 2, 3, 4, 5, 9 en 10
|
|
—
|
“O” voor code soort bestemming 1
|
(zie vak 1a voor de codes soort bestemming)
|
|
an..65
|
|
|
d
|
Nummer
|
O
|
|
an..11
|
|
|
e
|
Postcode
|
C
|
|
an..10
|
|
|
f
|
Stad
|
C
|
|
an..50
|
|
|
g
|
NAD_LNG
|
C
|
“R” indien het overeenkomstige tekstveld wordt gebruikt.
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
8
|
KANTOOR plaats van levering — douane
|
C
|
“R” bij uitvoer (code soort bestemming 6)
(zie vak 1a voor de codes soort bestemming)
|
|
|
|
|
a
|
Identificatienummer kantoor
|
R
|
|
Vermeld de code van het kantoor van uitvoer waar de uitvoeraangifte zal worden ingediend.
Zie bijlage II, codelijst 4.
|
an8
|
|
9
|
e-AD/e-VAD
|
R
|
|
|
|
|
|
a
|
Lokaal referentienummer
|
R
|
|
Een uniek volgnummer dat de afzender aan het e-AD/e-VAD toekent en waarmee hij de zending in zijn administratie identificeert.
|
an..22
|
|
|
b
|
Factuurnummer
|
R
|
|
Vermeld het nummer van de factuur die betrekking heeft op de goederen. Als er nog geen factuur is opgesteld, moet het nummer van de leveringsbon of van een ander vervoersdocument worden vermeld.
|
an..35
|
|
|
c
|
Factuurdatum
|
O
|
De lidstaat van verzending kan bepalen dat dit gegeven “R” is.
|
De datum van het in vak 9b vermelde document.
|
Datum
|
|
|
d
|
Code soort herkomst
|
R
|
|
De mogelijke waarden voor de herkomst van de overbrenging zijn:
|
1
|
=
|
Herkomst — belastingentrepot (in de in artikel 16, lid 1, punt a), van Richtlijn (EU) 2020/262 bedoelde situaties)
|
|
2
|
=
|
Herkomst — invoer (in de in artikel 16, lid 1, punt b), van Richtlijn (EU) 2020/262 bedoelde situatie)
|
|
3
|
=
|
Herkomst — accijns betaald (in de in artikel 33, lid 1, van Richtlijn (EU) 2020/262 bedoelde situatie).
|
|
n1
|
|
|
e
|
Datum van verzending
|
R
|
|
De datum waarop de overbrenging aanvangt overeenkomstig artikel 19, lid 1, of artikel 33, lid 3, van Richtlijn (EU) 2020/262. Deze datum kan niet later zijn dan zeven dagen na de datum van indiening van het voorlopige e-AD/e-VAD. De datum van verzending kan een datum in het verleden zijn in het in artikel 26 of artikel 38 van Richtlijn (EU) 2020/262 bedoelde geval.
|
Datum
|
|
|
f
|
Tijdstip van verzending
|
O
|
De lidstaat van verzending kan bepalen dat dit gegeven “R” is.
|
Het tijdstip waarop de overbrenging aanvangt overeenkomstig artikel 19, lid 1, of artikel 33, lid 3, van Richtlijn (EU) 2020/262. Het opgegeven tijdstip is de plaatselijke tijd.
|
Tijdstip
|
|
|
g
|
Voorafgaande ARC
|
D
|
Wordt verstrekt door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van verzending bij geldigmaking van nieuwe e-AD’s volgend op de geldigmaking van het bericht van splitsing (tabel 5).
|
De te vermelden ARC is de ARC van het vervangen e-AD.
Zie bijlage II, codelijst 2.
|
an..21
|
|
9.1
|
DOUANEAANGIFTE TOT INVOER
|
C
|
“R” indien de code soort herkomst in vak 9d “2” (invoer) is.
|
|
9X
|
|
|
a
|
Nummer van de douaneaangifte tot invoer
|
R
|
Het nummer van de douaneaangifte tot invoer wordt verstrekt door de afzender bij indiening van het voorlopige e-AD, dan wel door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van verzending bij geldigmaking van het voorlopige e-AD.
|
Vermeld het (de) nummer(s) van de douaneaangifte(n) tot invoer voor het in het vrije verkeer brengen van de goederen in kwestie.
|
an..21
|
|
10
|
KANTOOR bevoegde autoriteit van verzending
|
R
|
|
|
|
|
|
a
|
Identificatienummer kantoor
|
R
|
|
Vermeld de code van het kantoor van de bevoegde autoriteiten in de lidstaat van verzending, dat met de accijnscontrole is belast op de plaats van verzending. Zie bijlage II, codelijst 4.
|
an8
|
|
11
|
ZEKERHEIDSTELLING OVERBRENGING
|
R
|
|
|
|
|
|
a
|
Code soort zekerheidsteller
|
R
|
|
Identificeer de persoon (personen) die verantwoordelijk is (zijn) voor de zekerheidstelling, met behulp van de code soort zekerheidsteller uit bijlage II, codelijst 5.
|
n..4
|
|
12
|
HANDELAAR zekerheidsteller
|
C
|
“R” indien een van de volgende codes soort zekerheidsteller van toepassing is: 2, 3, 12, 13, 23, 24, 34, 123, 124, 134, 234 of 1234
(zie code soort zekerheidsteller in bijlage II, codelijst 5)
|
Identificeer de vervoerder en/of de eigenaar van de goederen indien deze de zekerheid stelt.
|
2X
|
|
|
a
|
Accijnsnummer handelaar
|
O
|
De lidstaat van verzending kan bepalen dat dit gegeven “R” is.
|
Vermeld een geldig SEED-registratienummer of btw-identificatienummer van de vervoerder of de eigenaar van de accijnsgoederen.
|
an13
|
|
|
b
|
Btw-nummer
|
O
|
an..14
|
|
|
c
|
Naam handelaar
|
C
|
Voor 12c, d, f en g:
“O” indien het accijnsnummer van de handelaar is verstrekt, zo niet “R”.
|
|
an..182
|
|
|
d
|
Straat
|
C
|
|
an..65
|
|
|
e
|
Nummer
|
O
|
|
an..11
|
|
|
f
|
Postcode
|
C
|
|
an..10
|
|
|
g
|
Stad
|
C
|
|
an..50
|
|
|
h
|
NAD_LNG
|
C
|
“R” indien het overeenkomstige tekstveld wordt gebruikt.
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
13
|
VERVOERSWIJZE
|
R
|
|
|
|
|
|
a
|
Code vervoerswijze
|
R
|
|
Vermeld de wijze van vervoer bij de aanvang van de overbrenging met behulp van de codes uit bijlage II, codelijst 6.
Indien de code soort zekerheidsteller “Geen zekerheid gesteld overeenkomstig artikel 17, lid 2, en artikel 17, lid 5, punt b), van Richtlijn (EU) 2020/262” is, moet de code vervoerswijze “Vaste transportinrichting” of “Vervoer over zee” zijn.
|
n..2
|
|
|
b
|
Aanvullende informatie
|
C
|
“R” indien de code vervoerswijze “Overige” is.
Anders “O”.
|
Geef een nadere omschrijving van de vervoerswijze.
|
an..350
|
|
|
c
|
Aanvullende informatie_LNG
|
C
|
“R” indien het overeenkomstige tekstveld wordt gebruikt.
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
14
|
HANDELAAR Organisator van het vervoer
|
C
|
“R” om de persoon te identificeren die verantwoordelijk is voor de organisatie van het eerste vervoer, indien de waarde in vak 1c “3” of “4” is.
|
|
|
|
|
a
|
Btw-nummer
|
O
|
De lidstaat van verzending kan bepalen dat dit gegeven “R” is.
|
|
an..14
|
|
|
b
|
Naam handelaar
|
R
|
|
|
an..182
|
|
|
c
|
Straatnaam
|
R
|
|
|
an..65
|
|
|
d
|
Nummer
|
O
|
|
|
an..11
|
|
|
e
|
Postcode
|
R
|
|
|
an..10
|
|
|
f
|
Stad
|
R
|
|
|
an..50
|
|
|
g
|
NAD_LNG
|
R
|
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
15
|
HANDELAAR Eerste vervoerder
|
O
|
De lidstaat van verzending kan bepalen dat dit gegeven “R” is.
|
Identificeer de persoon die het eerste vervoer verricht.
|
|
|
|
a
|
Btw-nummer
|
O
|
|
|
an..14
|
|
|
b
|
Naam handelaar
|
R
|
|
|
an..182
|
|
|
c
|
Straatnaam
|
R
|
|
|
an..65
|
|
|
d
|
Nummer
|
O
|
|
|
an..11
|
|
|
e
|
Postcode
|
R
|
|
|
an..10
|
|
|
f
|
Stad
|
R
|
|
|
an..50
|
|
|
g
|
NAD_LNG
|
R
|
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
16
|
VERVOERSGEGEVENS
|
R
|
|
|
99X
|
|
|
a
|
Code vervoerseenheid
|
R
|
|
Vermeld de code(s) vervoerseenheid met betrekking tot de in vak 13a opgegeven vervoerswijze.
Zie bijlage II, codelijst 7.
|
n..2
|
|
|
b
|
Identiteit vervoerseenheden
|
C
|
“R” indien de code vervoerseenheid verschilt van 5.
(zie vak 16a)
|
Vermeld het registratienummer van de vervoerseenheid (vervoerseenheden) wanneer de code vervoerseenheid verschilt van 5.
|
an..35
|
|
|
c
|
Identiteit handelszegel
|
O
|
|
Vermeld de identificatie van de handelszegels, indien deze worden gebruikt om de vervoerseenheid te verzegelen.
|
an..35
|
|
|
d
|
Informatie zegels
|
O
|
|
Vermeld aanvullende informatie over deze handelszegels (bv. het soort zegels dat wordt gebruikt).
|
an..350
|
|
|
e
|
Informatie zegels_LNG
|
C
|
“R” indien het overeenkomstige tekstveld wordt gebruikt.
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
|
f
|
Aanvullende informatie
|
O
|
|
Vermeld aanvullende informatie over het vervoer, bv. de identiteit van eventuele volgende vervoerders, informatie over volgende vervoerseenheden.
|
an..350
|
|
|
g
|
Aanvullende informatie_LNG
|
C
|
“R” indien het overeenkomstige tekstveld wordt gebruikt.
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
17
|
Hoofdgedeelte e-AD/e-VAD
|
R
|
|
Voor elk product in de zending moet een aparte gegevensgroep worden gebruikt.
|
999x
|
|
|
a
|
Unieke referentie record
|
R
|
|
Vermeld een uniek volgnummer, te beginnen met 1.
|
n..3
|
|
|
b
|
Code accijnsgoed
|
R
|
|
Vermeld de toepasselijke code accijnsgoed uit bijlage II, codelijst 10.
Indien de code soort zekerheidsteller “Geen zekerheid gesteld overeenkomstig artikel 17, lid 2, en artikel 17, lid 5, punt b), van Richtlijn (EU) 2020/262” is, moet de code accijnsgoed die van een energieproduct zijn.
Code accijnsgoed S600 is alleen van toepassing op e-VAD overeenkomstig artikel 27, lid 1, punt a), van Richtlijn 92/83/EEG van de Raad (4).
|
an4
|
|
|
c
|
GN-code
|
R
|
|
Vermeld de toepasselijke GN-code op de datum van verzending.
De waarde van dit gegevenselement moet groter zijn dan nul.
|
n8
|
|
|
d
|
Hoeveelheid
|
R
|
|
Vermeld de hoeveelheid (in de maateenheid voor de desbetreffende goederencode — zie bijlage II, codelijsten 10 en 11).
Bij een overbrenging naar een in artikel 18, lid 3, van Richtlijn (EU) 2020/262 bedoelde geregistreerde geadresseerde en een in artikel 35, lid 8, van die richtlijn bedoelde gecertificeerde geadresseerde mag de hoeveelheid de aan deze persoon toegestane hoeveelheid niet overschrijden.
Bij een overbrenging naar een in artikel 11 van Richtlijn (EU) 2020/262 bedoelde vrijgestelde organisatie mag de hoeveelheid de in het certificaat van vrijstelling van accijnzen geregistreerde hoeveelheid niet overschrijden.
De waarde van dit gegevenselement moet groter zijn dan nul.
|
n..15,3
|
|
|
e
|
Brutomassa
|
R
|
|
Vermeld de brutomassa van de zending (de accijnsgoederen inclusief verpakking).
De waarde van dit gegevenselement moet groter zijn dan nul.
De brutomassa moet minimaal de nettomassa zijn.
|
n..16,6
|
|
|
f
|
Nettomassa
|
R
|
|
Vermeld de massa van de accijnsgoederen zonder verpakking (alcohol en alcoholhoudende dranken, energieproducten en alle tabaksproducten behalve sigaretten).
De waarde van dit gegevenselement moet groter zijn dan nul.
De brutomassa moet minimaal de nettomassa zijn.
|
n..16,6
|
|
|
g
|
Alcoholvolumegehalte in percentage
|
C
|
— “R” indien van toepassing op het accijnsgoed in kwestie.
|
Vermeld het alcoholgehalte (volumepercentage bij 20 °C) indien van toepassing in overeenstemming met bijlage II, codelijst 10.
De waarde van dit gegevenselement moet groter zijn dan nul.
De waarde van dit gegevenselement moet groter dan 0,5 en kleiner dan of gelijk aan 100 zijn.
|
n..5,2
|
|
|
h
|
Graden Plato
|
D
|
|
—
|
“R” indien het accijnsgoed in kwestie bier is en de lidstaat van verzending en/of de lidstaat van bestemming bier belast naar graden Plato.
|
|
—
|
“O” indien het accijnsgoed in kwestie bier is en de lidstaat van verzending noch de lidstaat van bestemming bier belast naar graden Plato.
|
|
—
|
Is uitsluitend van toepassing op bier.
|
|
Vermeld bij bier de graden Plato indien het op die basis wordt belast in de lidstaat van verzending en/of de lidstaat van bestemming. Zie bijlage II, codelijsten 10 en 13.
In het geval van “O” moet dit alleen worden ingevuld als de mogelijkheid bestaat dat de bestemming wijzigt naar een lidstaat die bier naar graden Plato belast en de waarde ontbreekt.
De waarde van dit gegevenselement moet groter zijn dan nul.
|
n..5,2
|
|
|
i
|
Fiscaal merkteken
|
O
|
|
Vermeld aanvullende informatie over de door de lidstaat van bestemming vereiste fiscale merktekens.
|
an..350
|
|
|
j
|
Fiscaal merkteken_LNG
|
C
|
“R” indien het overeenkomstige tekstveld wordt gebruikt.
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
|
k
|
Indicatie fiscaal merkteken gebruikt
|
D
|
“R” indien fiscale merktekens worden gebruikt
|
Vermeld “1” wanneer de goederen een fiscaal merkteken dragen of bevatten, dan wel “0” wanneer zij geen fiscaal merkteken dragen of bevatten.
|
n1
|
|
|
l
|
Oorsprongsbenaming
|
O
|
|
Dit vak kan worden gebruikt om een verklaring af te geven:
|
1.
|
ten aanzien van bepaalde wijnen, over de beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding (BOB of BGA) en het oogstjaar of het wijndruivenras overeenkomstig de artikelen 24 en 31 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/273 van de Commissie (5), in de bewoordingen die zijn vermeld in vak 9 van deel I van bijlage VII bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/273. Indien het product een BOB of BGA is, wordt de verklaring gevolgd door de naam of namen van de BOB of BGA en het (de) registernummer(s) ervan als bepaald in artikel 119, lid 1, punt b), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad (6);
|
|
2.
|
ten aanzien van bepaalde gedistilleerde dranken, waarvoor het in de handel brengen verband houdt met de categorie of categorieën gedistilleerde drank, de geografische aanduiding (GA) en/of de rijpingsduur/ouderdom van het product, overeenkomstig de desbetreffende Uniewetgeving betreffende gedistilleerde dranken (met name hoofdstuk III, artikel 10 en artikel 13, lid 6, van en bijlage I bij Verordening (EU) 2019/787 van het Europees Parlement en de Raad (7)), in de volgende bewoordingen: “Verklaring: het hierboven vermelde product is in de handel gebracht en geëtiketteerd in overeenstemming met Verordening (EU) 2019/787.”.
|
|
an..350
|
|
|
m
|
Oorsprongsbenaming_LNG
|
C
|
“R” indien het overeenkomstige tekstveld wordt gebruikt.
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
|
n
|
Grootte van de producent
|
O
|
|
Ten aanzien van alcoholhoudende dranken die zijn geproduceerd door zelfgecertificeerde kleine zelfstandige producenten, wordt de jaarlijkse productiehoeveelheid overeenkomstig artikel 5, lid 3, van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/2266 van de Commissie (8) vermeld wanneer het de bedoeling is in de lidstaat van bestemming aanspraak te maken op een verlaagd accijnstarief.
De waarde van dit gegevenselement moet groter zijn dan nul.
|
n..15
|
|
|
o
|
Densiteit
|
C
|
“R” indien van toepassing op het accijnsgoed in kwestie.
|
Vermeld de densiteit bij 15 °C, indien van toepassing in overeenstemming met bijlage II, codelijst 10.
De waarde van dit gegevenselement moet groter zijn dan nul.
|
n..5,2
|
|
|
p
|
Handelsbenaming
|
O
|
De lidstaat van verzending kan bepalen dat dit gegeven verstrekt moet worden.
|
Vermeld de handelsbenaming van de goederen ten behoeve van de identificatie van de vervoerde goederen.
Wanneer wijnen bedoeld in deel II, punten 1 tot en met 9, 15 en 16, van bijlage VII bij Verordening (EU) nr. 1308/2013 onverpakt worden vervoerd, omvat de omschrijving van het product de in artikel 120 van die verordening bedoelde facultatieve aanduidingen voor zover die aanduidingen voorkomen op het etiket of het de bedoeling is ze daarop te vermelden.
Bij elke alcoholhoudende drank omvat de handelsbenaming ook de wettelijke benaming ervan overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EU) 2019/787.
|
an..350
|
|
|
q
|
Handelsbenaming_LNG
|
C
|
“R” indien het overeenkomstige tekstveld wordt gebruikt.
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
|
r
|
Merknaam van het product
|
D
|
“R” indien de accijnsgoederen een merknaam hebben. De lidstaat van verzending kan bepalen dat de merknaam van de vervoerde goederen niet hoeft te worden vermeld wanneer deze op de factuur of een ander handelsdocument als bedoeld in vak 9b is vermeld.
|
Vermeld in voorkomend geval de merknaam van de goederen.
|
an..350
|
|
|
s
|
Merknaam van het product_LNG
|
C
|
“R” indien het overeenkomstige tekstveld wordt gebruikt.
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
|
t
|
Rijpingsduur of ouderdom van producten
|
O
|
|
Bij alcoholhoudende dranken moet de rijpingsduur of ouderdom overeenstemmen met wat is vermeld in de omschrijving, presentatie en etikettering van de drank als bedoeld in artikel 13, lid 6, van Verordening (EU) 2019/787.
|
an..350
|
|
|
u
|
Rijpingsduur of ouderdom van producten_LNG
|
C
|
“R” indien het overeenkomstige tekstveld wordt gebruikt.
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
|
v
|
Verklaring van kleine zelfstandige producenten
|
O
|
|
Bij alcoholhoudende dranken die zijn geproduceerd door gecertificeerde kleine zelfstandige producenten, moet de verklaring betreffende de soort alcoholhoudende drank die is vergund in het certificaat overeenkomstig artikel 2 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/2266, worden toegevoegd wanneer het de bedoeling is in de lidstaat van bestemming aanspraak te maken op een verlaagd accijnstarief.
Bij alcoholhoudende dranken die zijn geproduceerd door zelfgecertificeerde kleine zelfstandige producenten, moet de verklaring betreffende de status van de producent overeenkomstig artikel 4, artikel 5, lid 1, en artikel 5, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/2266 worden toegevoegd wanneer het de bedoeling is in de lidstaat van bestemming aanspraak te maken op een verlaagd accijnstarief.
|
an..350
|
|
|
w
|
Verklaring van kleine zelfstandige producenten_LNG
|
C
|
“R” indien het overeenkomstige tekstveld wordt gebruikt.
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
17.1
|
VERPAKKING
|
R
|
|
|
99x
|
|
|
a
|
Code soort colli
|
R
|
|
Vermeld het soort colli met behulp van de codes in bijlage II, codelijst 8.
|
an2
|
|
|
b
|
Aantal colli
|
C
|
“R” indien als “telbaar” gemarkeerd.
|
Vermeld het aantal colli indien de colli telbaar zijn in overeenstemming met bijlage II, codelijst 8.
Indien het “Aantal colli”“0” is, moet er ten minste één VERPAKKING met dezelfde “Verzendingsmerken” en hetzelfde “Aantal colli” bestaan waarvan de waarde groter is dan “0”.
|
n..15
|
|
|
c
|
Identiteit handelszegel
|
O
|
|
Vermeld de identificatie van de handelszegels, indien deze worden gebruikt om de colli te verzegelen.
|
an..35
|
|
|
d
|
Informatie zegels
|
O
|
|
Vermeld aanvullende informatie over deze handelszegels (bv. het soort zegels dat wordt gebruikt).
|
an..350
|
|
|
e
|
Informatie zegels_LNG
|
C
|
“R” indien het overeenkomstige tekstveld wordt gebruikt.
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
|
f
|
Verzendingsmerken
|
C
|
|
—
|
“R” indien het aantal colli “0” is.
|
|
|
an..999
|
|
17.2
|
WIJNPRODUCT
|
D
|
“R” voor wijnproducten opgenomen in deel XII van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1308/2013.
|
|
|
|
|
a
|
Categorie wijnproduct
|
R
|
|
Vermeld voor wijnproducten opgenomen in deel XII van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1308/2013 een van de volgende waarden:
|
1
|
=
|
Wijn zonder BOB/BGA
|
|
2
|
=
|
Cépagewijn zonder BOB/BGA
|
|
3
|
=
|
Wijn met BOB/BGA
|
|
4
|
=
|
Ingevoerde wijn
|
|
5
|
=
|
Overige.
|
|
n1
|
|
|
b
|
Code wijnbouwzone
|
O
|
“R” voor wijnproducten die onverpakt worden vervoerd (nominaal volume > 60 liter).
|
Vermeld de wijnbouwzone van oorsprong van het vervoerde product in overeenstemming met aanhangsel 1 van bijlage VII bij Verordening (EU) nr. 1308/2013.
|
n..2
|
|
|
c
|
Derde land van oorsprong
|
C
|
“R” indien categorie wijnproduct in vak 17.2a “4” is (ingevoerde wijn).
|
Vermeld een andere “Landcode” als bedoeld in codelijst 3 van bijlage II dan die van een EU-lidstaat of een grondgebied waar Richtlijn (EU) 2020/262 van toepassing is.
|
a2
|
|
|
d
|
Andere informatie
|
O
|
|
|
an..350
|
|
|
e
|
Andere informatie_LNG
|
C
|
“R” indien het overeenkomstige tekstveld wordt gebruikt.
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
17.2.1
|
Code WIJNBEHANDELING
|
D
|
“R” voor wijnproducten die onverpakt worden vervoerd (nominaal volume > 60 liter).
|
|
99x
|
|
|
a
|
Code wijnbehandeling
|
R
|
|
Vermeld een of meer code(s) wijnbehandeling in overeenstemming met de lijst in afdeling B, punt 2.1, e), ii), van bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/273.
|
n..2
|
|
18
|
DOCUMENT certificaat
|
O
|
|
|
9x
|
|
|
a
|
Korte beschrijving document
|
C
|
“R” tenzij gegevensveld 18c of 18e wordt gebruikt.
|
Geef een beschrijving van eventuele certificaten die betrekking hebben op de vervoerde goederen, bv. certificaten met betrekking tot de in vak 17l bedoelde oorsprongsbenaming.
|
an..350
|
|
|
b
|
Korte beschrijving document_LNG
|
C
|
“R” indien het overeenkomstige tekstveld wordt gebruikt.
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
|
c
|
Referentie document
|
C
|
“R” tenzij gegevensveld 18a of 18e wordt gebruikt.
|
Vermeld een referentie naar eventuele certificaten die betrekking hebben op de vervoerde goederen.
|
an..350
|
|
|
d
|
Referentie document_LNG
|
C
|
“R” indien het overeenkomstige tekstveld wordt gebruikt.
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
|
e
|
Documenttype
|
C
|
“R” tenzij gegevensveld 18a of 18c wordt gebruikt.
|
Vermeld de code voor het documenttype uit codelijst 15 van bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/323 van de Commissie (9).
|
an..4
|
|
|
f
|
Referentie document
|
C
|
“R” indien documenttype in vak 18e wordt gebruikt.
|
|
an..35
|
Tabel 2
(als bedoeld in artikel 5)
Annulering van het elektronisch administratief document (niet van toepassing op het e-VAD)
|
A
|
B
|
C
|
D
|
E
|
F
|
G
|
|
1
|
KENMERK
|
R
|
|
|
|
|
|
a
|
Datum en tijdstip geldigmaking annulering
|
C
|
Wordt verstrekt door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van verzending bij geldigmaking van het voorlopige annuleringsbericht
|
Het opgegeven tijdstip is de plaatselijke tijd.
|
datumtijd
|
|
2
|
OVERBRENGING ACCIJNSGOEDEREN e-AD
|
R
|
|
|
|
|
|
a
|
ARC
|
R
|
|
Vermeld de ARC van het e-AD waarvan annulering wordt gevraagd.
|
an21
|
|
3
|
ANNULERING
|
R
|
|
|
|
|
|
a
|
Code reden annulering
|
R
|
|
Geef de reden voor de annulering van het e-AD met behulp van de codes in bijlage II, codelijst 9.
|
n1
|
|
|
b
|
Aanvullende informatie
|
C
|
|
—
|
“R” wanneer de reden van annulering 0 is
|
|
—
|
“O” wanneer de reden van annulering 1, 2, 3 of 4 is
|
(zie vak 3.a)
|
Vermeld aanvullende informatie in verband met de annulering van het e-AD.
|
an..350
|
|
|
c
|
Aanvullende informatie_LNG
|
C
|
“R” indien het overeenkomstige tekstveld wordt gebruikt.
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
Tabel 3
(als bedoeld in artikel 6 en artikel 9, lid 2)
Berichten betreffende wijziging van bestemming
|
A
|
B
|
C
|
D
|
E
|
F
|
G
|
|
1
|
KENMERK
|
R
|
|
|
|
|
|
a
|
Datum en tijdstip geldigmaking bestemmingswijziging
|
C
|
Wordt verstrekt door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van verzending bij geldigmaking van het voorlopige bericht van bestemmingswijziging.
|
Het opgegeven tijdstip is de plaatselijke tijd.
|
datumtijd
|
|
2
|
Bijwerking e-AD/e-VAD
|
R
|
|
|
|
|
|
a
|
Volgnummer
|
C
|
Wordt verstrekt door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van verzending bij geldigmaking van het voorlopige bericht van bestemmingswijziging.
|
Staat op 1 bij de eerste geldigmaking van het e-AD/e-VAD en wordt vervolgens telkens met 1 verhoogd bij iedere wijziging van bestemming.
|
n..2
|
|
|
b
|
ARC
|
R
|
|
Vermeld de ARC van het e-AD/e-VAD waarvan de bestemming wordt gewijzigd.
|
an21
|
|
|
c
|
Reistijd
|
D
|
“R” wanneer de reistijd wijzigt ingevolge de bestemmingswijziging.
|
Vermeld, rekening houdende met het vervoermiddel en de afstand, de normale duur van de reis in uren (H) of dagen (D) gevolgd door twee cijfers (bv. H12 of D04). Het getal na “H” mag niet hoger zijn dan 24. Het getal na “D” mag niet hoger zijn dan de mogelijke waarden van de maximale reistijd per code vervoerswijze uit bijlage II, codelijst 12.
|
an3
|
|
|
d
|
Gewijzigde regeling
|
D
|
“R” wanneer de voor de organisatie van het vervoer verantwoordelijke persoon wijzigt ingevolge de bestemmingswijziging.
|
Identificeer de persoon die verantwoordelijk is voor de organisatie van het vervoer, met behulp van een van de volgende waarden:
|
1
|
=
|
Afzender
|
|
2
|
=
|
Geadresseerde
|
|
3
|
=
|
Eigenaar van de goederen
|
|
4
|
=
|
Andere.
|
|
n1
|
|
|
e
|
Factuurnummer
|
D
|
“R” wanneer de factuur wijzigt ingevolge de bestemmingswijziging.
|
Vermeld het nummer van de factuur die betrekking heeft op de goederen. Als er nog geen factuur is opgesteld, moet het nummer van de leveringsbon of van een ander vervoersdocument worden vermeld.
|
an..35
|
|
|
f
|
Factuurdatum
|
O
|
De lidstaat van verzending kan bepalen dat dit gegeven “R” is wanneer het factuurnummer wijzigt ingevolge de bestemmingswijziging.
|
De datum van het in vak 2e vermelde document.
|
datum
|
|
|
g
|
Code vervoerswijze
|
C
|
“R” wanneer de vervoerswijze wijzigt ingevolge de bestemmingswijziging.
“R” indien de code soort zekerheidsteller is vermeld en “Geen zekerheid gesteld overeenkomstig artikel 17, lid 2, en artikel 17, lid 5, punt b), van Richtlijn (EU) 2020/262” is
Anders “O”
|
Vermeld de vervoerswijze met behulp van de codes in bijlage II, codelijst 6.
Indien de code soort zekerheidsteller in vak 7a (indien vermeld), in het laatste e-AD (vak 11a van tabel 1), of in voorkomend geval in het laatste bericht van bestemmingswijziging (vak 7b) waarin een wijziging van de plaats van levering werd vermeld, “Geen zekerheid gesteld overeenkomstig artikel 17, lid 2, en artikel 17, lid 5, punt b), van Richtlijn (EU) 2020/262” is, moet de code vervoerswijze “Vaste transportinrichting” of “Vervoer over zee” zijn.
|
n..2
|
|
|
h
|
Aanvullende informatie
|
C
|
“R” indien de code vervoerswijze is vermeld en “Overige” is.
|
Geef een nadere omschrijving van de vervoerswijze.
|
an..350
|
|
|
i
|
Aanvullende informatie_LNG
|
C
|
“R” indien het overeenkomstige tekstveld wordt gebruikt.
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
3
|
GEWIJZIGDE bestemming
|
R
|
|
|
|
|
|
a
|
Code soort bestemming
|
R
|
|
Vermeld de nieuwe bestemming van de overbrenging met behulp van een van de volgende waarden:
|
1
|
=
|
Belastingentrepot (artikel 16, lid 1, punt a), i), van Richtlijn (EU) 2020/262)
|
|
2
|
=
|
Geregistreerde geadresseerde (artikel 16, lid 1, punt a), ii), van Richtlijn (EU) 2020/262)
|
|
3
|
=
|
Tijdelijk geregistreerde geadresseerde (artikel 16, lid 1, punt a), ii), en artikel 18, lid 3, van Richtlijn (EU) 2020/262)
|
|
4
|
=
|
Rechtstreekse aflevering (artikel 16, lid 4, van Richtlijn (EU) 2020/262)
|
|
5
|
=
|
(voorbehouden)
|
|
6
|
=
|
Uitvoer (artikel 16, lid 1, punt a), iii) en v), van Richtlijn (EU) 2020/262)
|
|
7
|
=
|
(voorbehouden)
|
|
8
|
=
|
(voorbehouden)
|
|
9
|
=
|
Bestemming — gecertificeerde geadresseerde (artikel 33, lid 1, van Richtlijn (EU) 2020/262)
|
|
10
|
=
|
Bestemming — tijdelijk gecertificeerde geadresseerde (artikel 33, lid 1, en artikel 35, lid 8, van Richtlijn (EU) 2020/262)
|
|
11
|
=
|
Bestemming — Retour naar de plaats van verzending van de afzender.
|
|
n..2
|
|
4
|
HANDELAAR nieuwe geadresseerde
|
D
|
“R” wanneer de geadresseerde wijzigt ingevolge de bestemmingswijziging.
|
|
|
|
|
a
|
Identificatie handelaar
|
C
|
|
—
|
“R” voor codes soort bestemming 1, 2, 3, 4, 9, 10 en 11
|
|
—
|
“O” voor code soort bestemming 6
|
(zie vak 3a voor de codes soort bestemming)
|
Voor code soort bestemming:
|
—
|
1, 2, 3, 4, 9 en 10: vermeld een geldig SEED-registratienummer van de erkende entrepothouder, geregistreerde geadresseerde, gecertificeerde geadresseerde of tijdelijk gecertificeerde geadresseerde;
|
|
—
|
6: vermeld het btw-identificatienummer van de persoon die de afzender bij het kantoor van uitvoer vertegenwoordigt.
|
|
—
|
11: vermeld een geldig SEED-registratienummer van de geadresseerde, die de oorspronkelijke gecertificeerde afzender of tijdelijk gecertificeerde afzender van de overbrenging is.
|
|
an..16
|
|
|
b
|
Naam handelaar
|
R
|
|
|
an..182
|
|
|
c
|
Straatnaam
|
R
|
|
|
an..65
|
|
|
d
|
Nummer
|
O
|
|
|
an..11
|
|
|
e
|
Postcode
|
R
|
|
|
an..10
|
|
|
f
|
Stad
|
R
|
|
|
an..50
|
|
|
g
|
NAD_LNG
|
R
|
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
|
h
|
EORI-nummer
|
C
|
|
—
|
“O” voor code soort bestemming 6
|
|
—
|
Dit gegevenselement is niet van toepassing op codes soort bestemming 1, 2, 3, 4, 9, 10 en 11
|
(zie vak 3a voor de codes soort bestemming)
|
Vermeld het EORI-nummer van de persoon die verantwoordelijk is voor het indienen van de uitvoeraangifte als beschreven in artikel 21, lid 1, van Richtlijn (EU) 2020/262.
|
an..17
|
|
5
|
HANDELAAR Plaats van levering
|
C
|
|
—
|
“R” voor codes soort bestemming 1, 4, 9 en 10
|
|
—
|
“O” voor codes soort bestemming 2 en 3
|
|
—
|
Anderszins niet van toepassing
|
(zie vak 3a voor de codes soort bestemming)
|
Vermeld de werkelijke plaats van levering van de accijnsgoederen.
Voor code soort bestemming 2 is de gegevensgroep:
|
—
|
“O” na geslaagde geldigmaking van de voorlopige bestemmingswijziging, aangezien de lidstaat van verzending in dit vak het in SEED opgenomen adres van de geregistreerde geadresseerde kan vermelden;
|
|
—
|
niet van toepassing voor de voorlopige bestemmingswijziging.
|
|
|
|
|
a
|
Identificatie handelaar
|
C
|
|
—
|
“R” voor codes soort bestemming 1, 9 en 10
|
|
—
|
“O” voor codes soort bestemming 2 en 3
|
(zie vak 3a voor de codes soort bestemming)
|
Voor code soort bestemming:
|
—
|
1: vermeld een geldig SEED-registratienummer van het belastingentrepot van bestemming;
|
|
—
|
2, 3, 9 en 10: vermeld het btw-identificatienummer of een ander kenmerk.
|
|
an..16
|
|
|
b
|
Naam handelaar
|
C
|
|
—
|
“R” voor codes soort bestemming 1, 2, 3, 9 en 10
|
|
—
|
“O” voor code soort bestemming 4
|
(zie vak 3a voor de codes soort bestemming)
|
|
an..182
|
|
|
c
|
Straatnaam
|
C
|
Voor de vakken 5c, 5e en 5f:
|
—
|
“R” voor codes soort bestemming 2, 3, 4, 9 en 10
|
|
—
|
“O” voor code soort bestemming 1
|
(zie vak 3a voor de codes soort bestemming)
|
|
an..65
|
|
|
d
|
Nummer
|
O
|
|
an..11
|
|
|
e
|
Postcode
|
C
|
|
an..10
|
|
|
f
|
Stad
|
C
|
|
an..50
|
|
|
g
|
NAD_LNG
|
C
|
“R” indien het overeenkomstige tekstveld wordt gebruikt.
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
6
|
KANTOOR plaats van levering — douane
|
C
|
“R” bij uitvoer (code soort bestemming 6)
(zie vak 3a voor de codes soort bestemming)
|
|
|
|
|
a
|
Identificatienummer kantoor
|
R
|
|
Vermeld de code van het kantoor van uitvoer waar de uitvoeraangifte zal worden ingediend overeenkomstig artikel 221, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie (10). Zie bijlage II, codelijst 4.
Vermeld een code van een douanekantoor dat is opgenomen in de lijst van douanekantoren die belast zijn met taken op het gebied van uitvoer.
|
an8
|
|
7
|
ZEKERHEIDSTELLING OVERBRENGING
|
D
|
“O” voor overbrengingen onder schorsing van accijns.
Deze gegevensgroep is niet van toepassing op overbrengingen van reeds tot verbruik uitgeslagen goederen.
|
|
|
|
|
a
|
Code soort zekerheidsteller
|
R
|
|
Identificeer de persoon (personen) die verantwoordelijk is (zijn) voor de zekerheidstelling, met behulp van de code soort zekerheidsteller uit bijlage II, codelijst 5.
Indien de code soort zekerheidsteller “Geen zekerheid gesteld overeenkomstig artikel 17, lid 2, en artikel 17, lid 5, punt b), van Richtlijn (EU) 2020/262” is, moet de code accijnsgoed in het laatste e-AD (vak 17b van tabel 1), of in voorkomend geval in het laatste bericht van ontvangst/bericht van uitvoer (vak 7d van tabel 6) waarin een gedeeltelijke weigering werd vermeld, een energieproduct zijn.
|
n..4
|
|
7.1
|
HANDELAAR zekerheidsteller
|
C
|
“R” indien een van de volgende codes soort zekerheidsteller van toepassing is:
2, 3, 12, 13, 23, 24, 34, 123, 124, 134, 234 of 1234
(zie code soort zekerheidsteller in
|
Identificeer de vervoerder en/of de eigenaar van de goederen indien deze de zekerheid stelt.
|
2X
|
|
|
a
|
Accijnsnummer handelaar
|
O
|
De lidstaat van verzending kan bepalen dat dit gegeven “R” is.
|
Vermeld een geldig SEED-registratienummer of btw-identificatienummer van de vervoerder of de eigenaar van de accijnsgoederen.
|
an13
|
|
|
b
|
Btw-nummer
|
O
|
|
|
an..14
|
|
|
c
|
Naam handelaar
|
C
|
Voor 7c, d, f en g:
“O” indien het accijnsnummer van de handelaar is verstrekt, zo niet “R”.
|
|
an..182
|
|
|
d
|
Straat
|
C
|
|
|
an..65
|
|
|
e
|
Nummer
|
O
|
|
|
an..11
|
|
|
f
|
Postcode
|
C
|
|
|
an..10
|
|
|
g
|
Stad
|
C
|
|
|
an..50
|
|
|
h
|
NAD_LNG
|
C
|
“R” indien het overeenkomstige tekstveld wordt gebruikt.
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
8
|
HANDELAAR Nieuwe organisator van het vervoer
|
C
|
“R” om de persoon te identificeren die verantwoordelijk is voor de organisatie van het vervoer, indien de waarde in vak 2d “3” of “4” is.
|
|
|
|
|
a
|
Btw-nummer
|
O
|
De lidstaat van verzending kan bepalen dat dit gegeven “R” is.
|
|
an..14
|
|
|
b
|
Naam handelaar
|
R
|
|
|
an..182
|
|
|
c
|
Straatnaam
|
R
|
|
|
an..65
|
|
|
d
|
Nummer
|
O
|
|
|
an..11
|
|
|
e
|
Postcode
|
R
|
|
|
an..10
|
|
|
f
|
Stad
|
R
|
|
|
an..50
|
|
|
g
|
NAD_LNG
|
R
|
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
9
|
HANDELAAR Nieuwe vervoerder
|
O
|
De lidstaat van verzending kan bepalen dat dit gegeven “R” is wanneer de vervoerder wijzigt ingevolge de bestemmingswijziging.
|
Identificeer de nieuwe persoon die het vervoer verricht.
|
|
|
|
a
|
Btw-nummer
|
O
|
|
|
an..14
|
|
|
b
|
Naam handelaar
|
R
|
|
|
an..182
|
|
|
c
|
Straatnaam
|
R
|
|
|
an..65
|
|
|
d
|
Nummer
|
O
|
|
|
an..11
|
|
|
e
|
Postcode
|
R
|
|
|
an..10
|
|
|
f
|
Stad
|
R
|
|
|
an..50
|
|
|
g
|
NAD_LNG
|
R
|
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
10
|
VERVOERSGEGEVENS
|
D
|
“R” wanneer de vervoersgegevens wijzigen ingevolge de bestemmingswijziging.
|
|
99x
|
|
|
a
|
Code vervoerseenheid
|
R
|
|
Vermeld de code(s) vervoerseenheid met betrekking tot de in vak 2 g opgegeven vervoerswijze; zie bijlage II, codelijst 7.
|
n..2
|
|
|
b
|
Identiteit vervoerseenheden
|
C
|
“R” indien de code vervoerseenheid verschilt van 5.
(zie vak 10a)
|
Vermeld het registratienummer van de vervoerseenheid (vervoerseenheden) wanneer de code vervoerseenheid verschilt van 5.
|
an..35
|
|
|
c
|
Identiteit handelszegel
|
O
|
|
Vermeld de identificatie van de handelszegels, indien deze worden gebruikt om de vervoerseenheid te verzegelen.
|
an..35
|
|
|
d
|
Informatie zegels
|
O
|
|
Vermeld aanvullende informatie over deze handelszegels (bv. het soort zegels dat wordt gebruikt).
|
an..350
|
|
|
e
|
Informatie zegels_LNG
|
C
|
“R” indien het overeenkomstige tekstveld wordt gebruikt.
|
Vermeld de taalcode; zie bijlage II, codelijst 1.
|
a2
|
|
|
f
|
Aanvullende informatie
|
O
|
|
Vermeld aanvullende informatie over het vervoer, bv. de identiteit van eventuele volgende vervoerders, informatie over volgende vervoerseenheden.
|
an..350
|
|
|
g
|
Aanvullende informatie_LNG
|
C
|
“R” indien het overeenkomstige tekstveld wordt gebruikt.
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
Tabel 4
(als bedoeld in de artikelen 6 en 7)
Wijziging van bestemming/splitsing van overbrenging
|
A
|
B
|
C
|
D
|
E
|
F
|
G
|
|
1
|
KENNISGEVING ACCIJNS
|
R
|
|
|
|
|
|
a
|
Soort kennisgeving
|
R
|
Wordt verstrekt door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van bestemming (bij kennisgeving van wijziging van bestemming) of van de lidstaat van verzending (bij kennisgeving van splitsing).
|
Vermeld de reden van de kennisgeving met behulp van een van de volgende waarden:
|
1
|
=
|
Wijziging van bestemming
|
|
2
|
=
|
Splitsing.
|
|
n1
|
|
|
b
|
Datum en tijdstip kennisgeving
|
R
|
Wordt verstrekt door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van bestemming (bij kennisgeving van wijziging van bestemming) of van de lidstaat van verzending (bij kennisgeving van splitsing).
|
Het opgegeven tijdstip is de plaatselijke tijd.
|
datumtijd
|
|
|
c
|
ARC
|
R
|
Wordt verstrekt door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van bestemming (bij kennisgeving van wijziging van bestemming) of van de lidstaat van verzending (bij kennisgeving van splitsing).
|
Vermeld de ARC van het e-AD of e-VAD (in het laatste geval alleen bij wijziging van bestemming) waarvoor de kennisgeving wordt gedaan.
|
an21
|
|
|
d
|
Volgnummer
|
R
|
Wordt verstrekt door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van bestemming (bij kennisgeving van wijziging van bestemming) of van de lidstaat van verzending (bij kennisgeving van splitsing).
|
Vermeld het volgnummer van het e-AD of e-VAD (in het laatste geval alleen bij wijziging van bestemming).
Staat op 1 bij de eerste geldigmaking van het e-AD of e-VAD (in het laatste geval alleen bij wijziging van bestemming) en wordt vervolgens telkens met 1 verhoogd bij iedere wijziging van bestemming.
|
n..2
|
|
2
|
VOLGENDE ARC
|
C
|
“R” indien het soort kennisgeving in vak 1a“2” is.
Wordt verstrekt door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van verzending.
|
|
9x
|
|
|
a
|
ARC
|
R
|
Wordt verstrekt door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van verzending.
|
|
an21
|
Tabel 5
(als bedoeld in artikel 7 en artikel 9, lid 2)
Splitsing van een zending (niet van toepassing op e-VAD)
|
A
|
B
|
C
|
D
|
E
|
F
|
G
|
|
1
|
Splitsing e-AD
|
R
|
|
|
|
|
|
a
|
Voorafgaande ARC
|
R
|
|
Vermeld de ARC van het e-AD dat wordt gesplitst.
Zie bijlage II, codelijst 2.
|
an21
|
|
2
|
Lidstaat van splitsing
|
R
|
|
|
|
|
|
a
|
Code lidstaat
|
R
|
|
Vermeld de lidstaat op het grondgebied waarvan het transport wordt gesplitst, met behulp van de code lidstaat uit bijlage II, codelijst 3.
|
a2
|
|
3
|
Gegevens splitsing e-AD
|
R
|
|
De splitsing gebeurt door het e-AD in kwestie integraal te vervangen door twee of meer nieuwe e-AD’s.
|
9x
|
|
|
a
|
Lokaal referentienummer
|
R
|
|
Een uniek volgnummer dat de afzender aan het e-AD toekent en waarmee hij de zending in zijn administratie identificeert.
|
an..22
|
|
|
b
|
Reistijd
|
D
|
“R” wanneer de reistijd wijzigt ingevolge de splitsing.
|
Vermeld, rekening houdende met het vervoermiddel en de afstand, de normale duur van de reis in uren (H) of dagen (D) gevolgd door twee cijfers (bv. H12 of D04). Het getal na “H” mag niet hoger zijn dan 24. Het getal na “D” mag niet hoger zijn dan de mogelijke waarden van de maximale reistijd per code vervoerswijze uit bijlage II, codelijst 12.
|
an3
|
|
|
c
|
Gewijzigde regeling vervoer
|
D
|
“R” wanneer de voor de organisatie van het vervoer verantwoordelijke persoon wijzigt ingevolge de splitsing.
|
Identificeer de persoon die verantwoordelijk is voor de organisatie van het eerste vervoer, met behulp van een van de volgende waarden:
|
1
|
=
|
Afzender
|
|
2
|
=
|
Geadresseerde
|
|
3
|
=
|
Eigenaar van de goederen
|
|
4
|
=
|
Overige.
|
|
n1
|
|
3.1
|
GEWIJZIGDE bestemming
|
R
|
|
|
|
|
|
a
|
Code soort bestemming
|
R
|
|
Vermeld de bestemming van de overbrenging met behulp van een van de volgende waarden:
|
1
|
=
|
Belastingentrepot (artikel 16, lid 1, punt a), i), van Richtlijn (EU) 2020/262)
|
|
2
|
=
|
Geregistreerde geadresseerde (artikel 16, lid 1, punt a), ii), van Richtlijn (EU) 2020/262)
|
|
3
|
=
|
Tijdelijk geregistreerde geadresseerde (artikel 16, lid 1, punt a), ii), en artikel 18, lid 3, van Richtlijn (EU) 2020/262)
|
|
4
|
=
|
Rechtstreekse aflevering (artikel 16, lid 4, van Richtlijn (EU) 2020/262)
|
|
5
|
=
|
(voorbehouden)
|
|
6
|
=
|
Uitvoer (artikel 16, lid 1, punt a), iii) en v), van Richtlijn (EU) 2020/262)
|
|
7
|
=
|
(voorbehouden)
|
|
8
|
=
|
Bestemming onbekend (geadresseerde onbekend; artikel 22 van Richtlijn (EU) 2020/262).
|
|
n..2
|
|
3.2
|
HANDELAAR nieuwe geadresseerde
|
C
|
“O” indien de code soort bestemming verschilt van 8.
(zie vak 3.1a voor de codes soort bestemming)
|
Voor code soort bestemming:
1, 2, 3, 4 en 6: door de wijziging van de geadresseerde ingevolge de splitsing wordt deze gegevensgroep “R”.
|
|
|
|
a
|
Identificatie handelaar
|
C
|
|
—
|
“R” voor codes soort bestemming 1, 2, 3 en 4
|
|
—
|
“O” voor code soort bestemming 6
|
|
—
|
Dit gegevenselement is niet van toepassing op code soort bestemming 8
|
(zie vak 3.1a voor de codes soort bestemming)
|
Voor code soort bestemming:
|
—
|
1, 2, 3 en 4: vermeld een geldig SEED-registratienummer van de erkende entrepothouder of de geregistreerde geadresseerde;
|
|
—
|
6: vermeld het btw-identificatienummer van de persoon die de afzender bij het kantoor van uitvoer vertegenwoordigt.
|
|
an..16
|
|
|
b
|
Naam handelaar
|
R
|
|
|
an..182
|
|
|
c
|
Straatnaam
|
R
|
|
|
an..65
|
|
|
d
|
Nummer
|
O
|
|
|
an..11
|
|
|
e
|
Postcode
|
R
|
|
|
an..10
|
|
|
f
|
Stad
|
R
|
|
|
an..50
|
|
|
g
|
NAD_LNG
|
R
|
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
|
h
|
EORI-nummer
|
C
|
|
—
|
“O” voor code soort bestemming 6
|
|
—
|
Dit gegevenselement is niet van toepassing op codes soort bestemming 1, 2, 3, 4 en 8
|
(zie vak 3.1a voor de codes soort bestemming)
|
Vermeld het EORI-nummer van de persoon die verantwoordelijk is voor het indienen van de uitvoeraangifte als beschreven in artikel 21, lid 1, van Richtlijn (EU) 2020/262.
|
an..17
|
|
3.3
|
HANDELAAR Plaats van levering
|
C
|
|
—
|
“R” voor codes soort bestemming 1 en 4
|
|
—
|
“O” voor code soort bestemming 3
|
|
—
|
Niet van toepassing op codes soort bestemming 2, 6 en 8
|
(zie vak 3.1a voor de codes soort bestemming)
|
|
|
|
|
a
|
Identificatie handelaar
|
C
|
|
—
|
“R” voor code soort bestemming 1
|
|
—
|
“O” voor codes soort bestemming 2 en 3
|
|
—
|
Anderszins niet van toepassing.
|
(zie vak 3.1a voor de codes soort bestemming)
|
Voor code soort bestemming:
|
—
|
1: vermeld een geldig SEED-registratienummer van het belastingentrepot van bestemming;
|
|
—
|
2 en 3: vermeld het btw-identificatienummer of een ander kenmerk.
|
|
an..16
|
|
|
b
|
Naam handelaar
|
C
|
|
—
|
“R” voor codes soort bestemming 1, 2 en 3
|
|
—
|
“O” voor code soort bestemming 4
|
|
—
|
Anderszins niet van toepassing.
|
(zie vak 3.1a voor de codes soort bestemming)
|
|
an..182
|
|
|
c
|
Straatnaam
|
C
|
Voor de vakken 3.3c, 3.3e en 3.3f:
|
—
|
“R” voor codes soort bestemming 2, 3 en 4
|
|
—
|
“O” voor code soort bestemming 1
|
|
—
|
Anderszins niet van toepassing.
|
(zie vak 3.1a voor de codes soort bestemming)
|
|
an..65
|
|
|
d
|
Nummer
|
O
|
|
an..11
|
|
|
e
|
Postcode
|
C
|
|
an..10
|
|
|
f
|
Stad
|
C
|
|
an..50
|
|
|
g
|
NAD_LNG
|
C
|
“R” indien het overeenkomstige tekstveld wordt gebruikt.
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
3.4
|
KANTOOR plaats van levering — douane
|
C
|
|
—
|
“R” bij uitvoer (code soort gewijzigde bestemming 6).
|
|
—
|
Niet van toepassing op andere codes soort bestemming.
|
(zie vak 3.1a voor de codes soort bestemming)
|
|
|
|
|
a
|
Identificatienummer kantoor
|
R
|
|
Vermeld de code van het kantoor van uitvoer waar de uitvoeraangifte zal worden ingediend overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie (11).
Zie bijlage II, codelijst 4.
|
an8
|
|
3.5
|
HANDELAAR Nieuwe organisator van het vervoer
|
C
|
“R” om de persoon te identificeren die verantwoordelijk is voor de organisatie van het vervoer, indien de waarde in vak 3c“3” of “4” is.
|
|
|
|
|
a
|
Btw-nummer
|
O
|
De lidstaat van verzending kan bepalen dat dit gegeven “R” is.
|
|
an..14
|
|
|
b
|
Naam handelaar
|
R
|
|
|
an..182
|
|
|
c
|
Straatnaam
|
R
|
|
|
an..65
|
|
|
d
|
Nummer
|
O
|
|
|
an..11
|
|
|
e
|
Postcode
|
R
|
|
|
an..10
|
|
|
f
|
Stad
|
R
|
|
|
an..50
|
|
|
g
|
NAD_LNG
|
R
|
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
3.6
|
HANDELAAR Nieuwe vervoerder
|
O
|
De lidstaat van verzending kan bepalen dat dit gegeven “R” is wanneer de vervoerder wijzigt ingevolge de splitsing.
|
Identificeer de persoon die het nieuwe vervoer verricht.
|
|
|
|
a
|
Btw-nummer
|
O
|
|
|
an..14
|
|
|
b
|
Naam handelaar
|
R
|
|
|
an..182
|
|
|
c
|
Straatnaam
|
R
|
|
|
an..65
|
|
|
d
|
Nummer
|
O
|
|
|
an..11
|
|
|
e
|
Postcode
|
R
|
|
|
an..10
|
|
|
f
|
Stad
|
R
|
|
|
an..50
|
|
|
g
|
NAD_LNG
|
R
|
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
3.7
|
VERVOERSGEGEVENS
|
D
|
“R” wanneer de vervoersgegevens wijzigen ingevolge de splitsing.
|
|
99X
|
|
|
a
|
Code vervoerseenheid
|
R
|
|
Vermeld de code(s) vervoerseenheid. Zie bijlage II, codelijst 7.
|
n..2
|
|
|
b
|
Identiteit vervoerseenheden
|
C
|
“R” indien de code vervoerseenheid verschilt van 5.
(zie vak 3.7a)
|
Vermeld het registratienummer van de vervoerseenheid (vervoerseenheden) wanneer de code vervoerseenheid verschilt van 5.
|
an..35
|
|
|
c
|
Identiteit handelszegel
|
O
|
|
Vermeld de identificatie van de handelszegels, indien deze worden gebruikt om de vervoerseenheid te verzegelen.
|
an..35
|
|
|
d
|
Informatie zegels
|
O
|
|
Vermeld aanvullende informatie over deze handelszegels (bv. het soort zegels dat wordt gebruikt).
|
an..350
|
|
|
e
|
Informatie zegels_LNG
|
C
|
“R” indien het overeenkomstige tekstveld wordt gebruikt.
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
|
f
|
Aanvullende informatie
|
O
|
|
Vermeld aanvullende informatie over het vervoer, bv. de identiteit van eventuele volgende vervoerders, informatie over volgende vervoerseenheden.
|
an..350
|
|
|
g
|
Aanvullende informatie_LNG
|
C
|
“R” indien het overeenkomstige tekstveld wordt gebruikt.
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
3.8
|
Hoofdgedeelte e-AD
|
R
|
|
Voor elk product in de zending moet een aparte gegevensgroep worden gebruikt.
|
999x
|
|
|
a
|
Unieke referentie record
|
R
|
|
Vermeld de unieke referentie van de record van het product in het oorspronkelijke gesplitste e-AD. De unieke referentie van de record moet uniek zijn per “Gegevens splitsing e-AD”.
De waarde van dit gegevenselement moet groter zijn dan nul.
|
n..3
|
|
|
b
|
Code accijnsgoed
|
R
|
|
Vermeld de toepasselijke code accijnsgoed uit bijlage II, codelijst 10.
|
an..4
|
|
|
c
|
GN-code
|
R
|
|
Vermeld de GN-code die van toepassing is op de datum van indiening van de splitsing.
De waarde van dit gegevenselement moet groter zijn dan nul.
|
n8
|
|
|
d
|
Hoeveelheid
|
R
|
|
Vermeld de hoeveelheid (in de maateenheid voor de desbetreffende goederencode — zie bijlage II, codelijsten 10 en 11).
Bij een overbrenging naar een in artikel 18, lid 3, van Richtlijn (EU) 2020/262 bedoelde geregistreerde geadresseerde mag de hoeveelheid de aan deze persoon toegestane hoeveelheid niet overschrijden.
Bij een overbrenging naar een in artikel 11 van Richtlijn (EU) 2020/262 bedoelde vrijgestelde organisatie mag de hoeveelheid de in het certificaat van vrijstelling van accijnzen geregistreerde hoeveelheid niet overschrijden.
De waarde van dit gegevenselement moet groter zijn dan nul.
|
n..15,3
|
|
|
e
|
Brutomassa
|
R
|
|
Vermeld de brutomassa van de zending (de accijnsgoederen inclusief verpakking).
De waarde van dit gegevenselement moet groter zijn dan nul.
De brutomassa moet minimaal de nettomassa zijn.
|
n..16,6
|
|
|
f
|
Nettomassa
|
R
|
|
Vermeld de massa van de accijnsgoederen zonder verpakking.
De waarde van dit gegevenselement moet groter zijn dan nul.
De brutomassa moet minimaal de nettomassa zijn.
|
n..16,6
|
|
|
i
|
Fiscaal merkteken
|
O
|
|
Vermeld aanvullende informatie over de door de lidstaat van bestemming vereiste fiscale merktekens.
|
an..350
|
|
|
j
|
Fiscaal merkteken_LNG
|
C
|
“R” indien het overeenkomstige tekstveld wordt gebruikt.
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
|
k
|
Indicatie fiscaal merkteken gebruikt
|
D
|
“R” indien fiscale merktekens worden gebruikt
|
Vermeld “1” wanneer de goederen een fiscaal merkteken dragen of bevatten, dan wel “0” wanneer zij geen fiscaal merkteken dragen of bevatten.
|
n1
|
|
|
o
|
Densiteit
|
C
|
“R” indien van toepassing op het accijnsgoed in kwestie.
|
Vermeld de densiteit bij 15 °C, indien van toepassing in overeenstemming met de tabel in bijlage II, codelijst 10.
De waarde van dit gegevenselement moet groter zijn dan nul.
|
n..5,2
|
|
|
p
|
Handelsbenaming
|
O
|
De lidstaat van verzending kan bepalen dat dit gegeven verstrekt moet worden.
|
Vermeld de handelsbenaming van de goederen ten behoeve van de identificatie van de vervoerde goederen.
|
an..350
|
|
|
q
|
Handelsbenaming_LNG
|
C
|
“R” indien het overeenkomstige tekstveld wordt gebruikt.
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
|
r
|
Merknaam van het product
|
D
|
“R” indien de accijnsgoederen een merknaam hebben.
|
Vermeld in voorkomend geval de merknaam van de goederen.
|
an..350
|
|
|
s
|
Merknaam van het product_LNG
|
C
|
“R” indien het overeenkomstige tekstveld wordt gebruikt.
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
3.8.1
|
VERPAKKING
|
R
|
|
|
99x
|
|
|
a
|
Code soort colli
|
R
|
|
Vermeld het soort colli met behulp van de codes in bijlage II, codelijst 8.
|
an2
|
|
|
b
|
Aantal colli
|
C
|
“R” indien als “telbaar” gemarkeerd.
|
Vermeld het aantal colli indien de colli telbaar zijn in overeenstemming met bijlage II, codelijst 8.
Indien het “Aantal colli”“0” is, moet er ten minste één VERPAKKING met dezelfde “Verzendingsmerken” en hetzelfde “Aantal colli” bestaan waarvan de waarde groter is dan “0”.
|
n..15
|
|
|
c
|
Identiteit handelszegel
|
O
|
|
Vermeld de identificatie van de handelszegels, indien deze worden gebruikt om de colli te verzegelen.
|
an..35
|
|
|
d
|
Informatie zegels
|
O
|
|
Vermeld aanvullende informatie over deze handelszegels (bv. het soort zegels dat wordt gebruikt).
|
an..350
|
|
|
e
|
Informatie zegels_LNG
|
C
|
“R” indien het overeenkomstige tekstveld wordt gebruikt.
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
|
f
|
Verzendingsmerken
|
C
|
|
—
|
“R” indien het aantal colli “0” is.
|
|
|
an..999
|
Tabel 6
(als bedoeld in artikel 8 en artikel 9, lid 3)
Bericht van ontvangst/bericht van uitvoer
|
A
|
B
|
C
|
D
|
E
|
F
|
G
|
|
1
|
KENMERK
|
R
|
|
|
|
|
|
a
|
Datum en tijdstip geldigmaking bericht van ontvangst/uitvoer
|
C
|
Wordt verstrekt door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van bestemming/uitvoer bij geldigmaking van het bericht van ontvangst/bericht van uitvoer.
|
Het opgegeven tijdstip is de plaatselijke tijd.
|
datumtijd
|
|
2
|
OVERBRENGING ACCIJNSGOEDEREN
|
R
|
|
|
|
|
|
a
|
ARC
|
R
|
|
Vermeld de ARC van het e-AD/e-VAD. Zie bijlage II, codelijst 2.
|
an21
|
|
|
b
|
Volgnummer
|
R
|
|
Vermeld het volgnummer van het e-AD/e-VAD.
Staat op 1 bij de eerste geldigmaking van het e-AD/e-VAD en wordt vervolgens telkens met 1 verhoogd bij iedere wijziging van bestemming.
|
n..2
|
|
3
|
HANDELAAR Geadresseerde
|
R
|
|
|
|
|
|
a
|
Identificatie handelaar
|
C
|
|
—
|
“R” voor codes soort bestemming 1, 2, 3, 4, 9, 10 en 11
|
|
—
|
“O” voor code soort bestemming 6
|
|
—
|
Geldt niet voor code soort bestemming 5
|
(zie vak 1a van tabel 1 voor de codes soort bestemming)
|
Voor code soort bestemming:
|
—
|
1, 2, 3, 4, 9 en 10: vermeld een geldig SEED-registratienummer van de erkende entrepothouder, geregistreerde geadresseerde, tijdelijk geregistreerde geadresseerde, gecertificeerde geadresseerde of tijdelijk gecertificeerde geadresseerde;
|
|
—
|
6: vermeld het btw-identificatienummer van de persoon die de afzender bij het kantoor van uitvoer vertegenwoordigt.
|
|
—
|
11: vermeld een geldig SEED-registratienummer van de geadresseerde, die de oorspronkelijke gecertificeerde afzender of tijdelijk gecertificeerde afzender van de overbrenging is.
|
|
an..16
|
|
|
b
|
Naam handelaar
|
R
|
|
|
an..182
|
|
|
c
|
Straatnaam
|
R
|
|
|
an..65
|
|
|
d
|
Nummer
|
O
|
|
|
an..11
|
|
|
e
|
Postcode
|
R
|
|
|
an..10
|
|
|
f
|
Stad
|
R
|
|
|
an..50
|
|
|
g
|
NAD_LNG
|
R
|
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
|
h
|
EORI-nummer
|
C
|
|
—
|
“O” voor code soort bestemming 6
|
|
—
|
Dit gegevenselement is niet van toepassing op codes soort bestemming 1, 2, 3, 4, 5, 8, 9, 10 en 11
|
(zie vak 1a van tabel 1 voor de codes soort bestemming)
|
Vermeld het EORI-nummer van de persoon die verantwoordelijk is voor het indienen van de uitvoeraangifte als beschreven in artikel 21, lid 1, van Richtlijn (EU) 2020/262.
|
an..17
|
|
4
|
HANDELAAR Plaats van levering
|
C
|
|
—
|
“R” voor codes soort bestemming 1 en 4
|
|
—
|
“O” voor codes soort bestemming 2, 3, 5, 9 en 10
|
|
—
|
Anderszins niet van toepassing.
|
(zie vak 1 a van tabel 1 voor de codes soort bestemming)
|
Vermeld de werkelijke plaats van levering van de accijnsgoederen.
|
|
|
|
a
|
Identificatie handelaar
|
C
|
|
—
|
“R” voor codes soort bestemming 1, 9 en 10
|
|
—
|
“O” voor codes soort bestemming 2, 3 en 5
|
|
—
|
Anderszins niet van toepassing,
|
(zie vak 1a van tabel 1 voor de codes soort bestemming)
|
Voor code soort bestemming:
|
—
|
1: vermeld een geldig SEED-registratienummer van het belastingentrepot van bestemming;
|
|
—
|
2, 3, 5, 9 en 10: vermeld het btw-identificatienummer of een ander kenmerk.
|
|
an..16
|
|
|
b
|
Naam handelaar
|
C
|
|
—
|
“R” voor codes soort bestemming 1, 2, 3, 5, 9 en 10
|
|
—
|
“O” voor code soort bestemming 4
|
(zie vak 1a van tabel 1 voor de codes soort bestemming)
|
|
an..182
|
|
|
c
|
Straatnaam
|
C
|
Voor de vakken 4c, 4e en 4f:
|
—
|
“R” voor codes soort bestemming 2, 3, 4, 5, 9 en 10
|
|
—
|
“O” voor code soort bestemming 1
|
(zie vak 1a van tabel 1 voor de codes soort bestemming)
|
|
an..65
|
|
|
d
|
Nummer
|
O
|
|
an..11
|
|
|
e
|
Postcode
|
C
|
|
an..10
|
|
|
f
|
Stad
|
C
|
|
an..50
|
|
|
g
|
NAD_LNG
|
C
|
“R” indien het overeenkomstige tekstveld wordt gebruikt.
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
5
|
KANTOOR van bestemming
|
C
|
“R” voor codes soort bestemming 1, 2, 3, 4, 5, 9, 10 en 11
(zie vak 1a van tabel 1 voor de codes soort bestemming)
|
|
|
|
|
a
|
Identificatienummer kantoor
|
R
|
|
Vermeld de code van het kantoor van de bevoegde autoriteiten in de lidstaat van bestemming die op de plaats van bestemming met de accijnscontrole belast zijn. Zie bijlage II, codelijst 4.
|
n8
|
|
6
|
BERICHT van ontvangst/uitvoer
|
R
|
|
|
|
|
|
a
|
Datum van aankomst van de accijnsgoederen
|
R
|
|
De datum waarop de overbrenging eindigt overeenkomstig artikel 19, lid 2, en artikel 33, lid 4, van Richtlijn (EU) 2020/262.
|
Datum
|
|
|
b
|
Algemene conclusie bij ontvangst
|
R
|
|
De volgende waarden zijn mogelijk:
|
1
|
=
|
Ontvangst aanvaard en conform
|
|
2
|
=
|
Ontvangst aanvaard maar niet-conform
|
|
3
|
=
|
Ontvangst geweigerd
|
|
4
|
=
|
Ontvangst gedeeltelijk geweigerd
|
|
21
|
=
|
Uitgang aanvaard en conform
|
|
22
|
=
|
Uitgang aanvaard met bevinding van kleine afwijkingen
|
|
23
|
=
|
Uitgang geweigerd
|
|
n..2
|
|
|
c
|
Aanvullende informatie
|
O
|
|
Vermeld aanvullende informatie over de ontvangst van de accijnsgoederen.
|
an..350
|
|
|
d
|
Aanvullende informatie_LNG
|
C
|
“R” indien het overeenkomstige tekstveld wordt gebruikt.
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
7
|
HOOFDGEDEELTE BERICHT van ontvangst/uitvoer
|
C
|
“R” wanneer de waarde van de algemene conclusie bij ontvangst niet “1” of “21” is
(zie vak 6b)
|
|
999X
|
|
|
a
|
Unieke referentie record
|
R
|
|
Vermeld de unieke referentie van de record van het overeenkomstige e-AD/e-VAD (vak 17a van tabel 1) dat betrekking heeft op hetzelfde accijnsgoed als in het overeenkomstige e-AD/e-VAD waarop een andere code dan “1” of “21” van toepassing is.
De waarde van dit gegevenselement moet groter zijn dan nul.
|
n..3
|
|
|
b
|
Indicator meer- of minderbevinding
|
D
|
“R” wanneer er voor de desbetreffende record sprake is van een tekort of een teveel.
|
De volgende waarden zijn mogelijk:
S = Tekort
E = Teveel
|
a1
|
|
|
c
|
Geconstateerde meer- of minderbevinding
|
C
|
“R” indien de indicator in vak 7b is vermeld.
|
Vermeld de hoeveelheid (in de maateenheid voor de desbetreffende goederencode — zie codelijsten 10 en 11).
De waarde van dit gegevenselement moet groter zijn dan nul.
|
n..15,3
|
|
|
d
|
Code accijnsgoed
|
R
|
|
Vermeld de toepasselijke code accijnsgoed uit bijlage II, codelijst 10.
|
an4
|
|
|
e
|
Geweigerde hoeveelheid
|
C
|
“R” wanneer de algemene conclusie bij ontvangst code 4 heeft
(zie vak 6b)
|
Vermeld de hoeveelheid voor iedere record waarvoor accijnsgoederen worden geweigerd (in de maateenheid voor de desbetreffende goederencode — zie bijlage II, codelijsten 10 en 11).
De waarde van dit gegevenselement moet groter zijn dan nul.
|
n..15,3
|
|
7.1
|
REDEN NIET-CONFORM
|
D
|
“R” voor iedere record waarvoor de algemene conclusie bij ontvangst code 2, 3, 4, 22 of 23 heeft
(zie vak 6b)
|
|
9X
|
|
|
a
|
Reden niet-conform
|
R
|
|
De volgende waarden zijn mogelijk:
|
0
|
=
|
Overige
|
|
1
|
=
|
Teveel
|
|
2
|
=
|
Tekort
|
|
3
|
=
|
Goederen beschadigd
|
|
4
|
=
|
Verzegeling verbroken
|
|
5
|
=
|
Gemeld door het ECS
|
|
7
|
=
|
Grotere hoeveelheid dan waarvoor tijdelijke machtiging is verleend.
|
|
n1
|
|
|
b
|
Aanvullende informatie
|
C
|
|
—
|
“R” wanneer de reden niet-conform code 0 heeft
|
|
—
|
“O” wanneer de reden niet-conform code 1, 2, 3, 4, 5 of 7 heeft
|
(zie vak 7.1a)
|
Vermeld aanvullende informatie over de ontvangst van de accijnsgoederen.
|
an..350
|
|
|
c
|
Aanvullende informatie_LNG
|
C
|
“R” indien het overeenkomstige tekstveld wordt gebruikt.
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
Tabel 7
(als bedoeld in artikel 6 bis, lid 1)
Kennisgeving van aanvaarde uitvoer (niet van toepassing op e-VAD)
|
A
|
B
|
C
|
D
|
E
|
F
|
G
|
|
1
|
KENMERK
|
R
|
|
|
|
|
|
a
|
Datum en tijdstip van afgifte
|
R
|
|
|
datumtijd
|
|
2
|
HANDELAAR Geadresseerde
|
O
|
|
|
|
|
|
a
|
Identificatie handelaar
|
C
|
– “O” voor code soort bestemming 6
(zie vak 1a van tabel 1 voor de codes soort bestemming)
|
Vermeld het btw-identificatienummer van de persoon die de afzender bij het kantoor van uitvoer vertegenwoordigt.
|
an..16
|
|
|
b
|
Naam handelaar
|
R
|
|
|
an..182
|
|
|
c
|
Straatnaam
|
R
|
|
|
an..65
|
|
|
d
|
Nummer
|
O
|
|
|
an..11
|
|
|
e
|
Postcode
|
R
|
|
|
an..10
|
|
|
f
|
Stad
|
R
|
|
|
an..50
|
|
|
g
|
NAD_LNG
|
R
|
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
|
h
|
EORI-nummer
|
C
|
|
—
|
“O” voor code soort bestemming 6
|
|
—
|
Dit gegevenselement is niet van toepassing op codes soort bestemming 1, 2, 3, 4, 5, 8, 9, 10 en 11
|
(zie vak 1a van tabel 1 voor de codes soort bestemming)
|
Vermeld het EORI-nummer van de persoon die verantwoordelijk is voor het indienen van de uitvoeraangifte als beschreven in artikel 21, lid 1, van Richtlijn (EU) 2020/262.
|
an..17
|
|
3
|
OVERBRENGING ACCIJNSGOEDEREN e-AD
|
R
|
|
|
999X
|
|
|
a
|
Administratieve referentiecode
|
R
|
|
Vermeld de ARC van het e-AD. Zie bijlage II, codelijst 2.
|
an21
|
|
|
b
|
Volgnummer
|
R
|
|
De waarde van dit gegevenselement moet groter zijn dan nul.
|
n..2
|
|
4
|
DOUANEKANTOOR plaats van uitvoer
|
O
|
|
|
|
|
|
a
|
Identificatienummer
|
R
|
|
Vermeld de code van het kantoor van de bevoegde autoriteiten in de lidstaat van uitvoer, dat met de accijnscontrole is belast op de plaats van uitvoer. Zie bijlage II, codelijst 4.
|
an8
|
|
5
|
AANVAARDING UITVOERAANGIFTE/VRIJGAVE
|
R
|
|
|
|
|
|
a
|
Identificatienummer verzendend douanekantoor
|
R
|
|
Vermeld de code van het kantoor van de bevoegde autoriteiten in de lidstaat van uitvoer, dat met de accijnscontrole is belast op de plaats van uitvoer. Zie bijlage II, codelijst 4.
|
an8
|
|
|
b
|
Identificatie verzendende douaneambtenaar
|
O
|
|
|
an..35
|
|
|
c
|
Datum van aanvaarding
|
C
|
|
—
|
“R” voor aanvaarding uitvoeraangifte
|
|
—
|
Niet van toepassing op goederen vrijgegeven voor uitvoer
|
(zie vak 5f)
|
|
Datum
|
|
|
d
|
Datum van vrijgave
|
C
|
|
—
|
“R” voor goederen vrijgegeven voor uitvoer
|
|
—
|
Niet van toepassing op aanvaarding uitvoeraangifte
|
(zie vak 5f)
|
|
Datum
|
|
|
e
|
Referentienummer document
|
R
|
|
Vermeld een geldig MRN of nummer van een douaneaangifte ten uitvoer, bevestigd aan de hand van de douanegegevens.
|
an..21
|
|
|
f
|
Aanvaard uitvoeraangifte of goederen vrijgegeven voor uitvoer
|
R
|
|
De volgende waarden zijn mogelijk:
|
0
|
=
|
Nee of onwaar
|
|
1
|
=
|
Ja of waar
|
0 heeft betrekking op de aanvaarding van de uitvoeraangifte en 1 op de vrijgave van de goederen voor uitvoer.
|
n1
|
Tabel 8
(als bedoeld in artikel 6 bis, lid 1)
Weigering van het elektronisch administratief document door de douane (niet van toepassing op het e-VAD)
|
A
|
B
|
C
|
D
|
E
|
F
|
G
|
|
1
|
KENMERK
|
R
|
|
|
|
|
|
a
|
Datum en tijdstip van afgifte
|
R
|
|
|
datumtijd
|
|
2
|
HANDELAAR Geadresseerde
|
O
|
|
|
|
|
|
a
|
Identificatie handelaar
|
C
|
“O” voor code soort bestemming 6
(zie vak 1a van tabel 1 voor de codes soort bestemming)
|
Vermeld het btw-identificatienummer van de persoon die de afzender bij het kantoor van uitvoer vertegenwoordigt.
|
an..16
|
|
|
b
|
Naam handelaar
|
R
|
|
|
an..182
|
|
|
c
|
Straatnaam
|
R
|
|
|
an..65
|
|
|
d
|
Nummer
|
O
|
|
|
an..11
|
|
|
e
|
Postcode
|
R
|
|
|
an..10
|
|
|
f
|
Stad
|
R
|
|
|
an..50
|
|
|
g
|
NAD_LNG
|
R
|
|
Vermeld de taalcode uit bijlage II, codelijst 1, om de in deze gegevensgroep gebruikte taal te definiëren.
|
a2
|
|
|
h
|
EORI-nummer
|
C
|
|
—
|
“O” voor code soort bestemming 6
|
|
—
|
Dit gegevenselement is niet van toepassing op codes soort bestemming 1, 2, 3, 4, 5, 8, 9, 10 en 11
|
(zie vak 1a van tabel 1 voor de codes soort bestemming)
|
Vermeld het EORI-nummer van de persoon die verantwoordelijk is voor het indienen van de uitvoeraangifte als beschreven in artikel 21, lid 1, van Richtlijn (EU) 2020/262.
|
an..17
|
|
3
|
DOUANEKANTOOR plaats van uitvoer
|
O
|
|
|
|
|
|
a
|
Identificatienummer
|
R
|
|
Vermeld de code van het kantoor van de bevoegde autoriteiten in de lidstaat van uitvoer, dat met de accijnscontrole is belast op de plaats van uitvoer.
Zie bijlage II, codelijst 4.
|
an8
|
|
4
|
AFWIJZING
|
R
|
|
|
|
|
|
a
|
Datum en tijdstip afwijzing
|
R
|
|
|
datumtijd
|
|
|
b
|
Code reden afwijzing
|
R
|
|
De volgende waarden zijn mogelijk:
|
1
|
=
|
Invoergegeven niet gevonden
|
|
2
|
=
|
De inhoud van het e-AD komt niet overeen met de invoergegevens
|
|
3
|
=
|
(voorbehouden)
|
|
4
|
=
|
Negatief resultaat kruiscontrole
|
|
5
|
=
|
Onbevredigend controleresultaat bij kantoor van uitvoer
|
|
6
|
=
|
ARC verwijderd uit bericht Wijziging uitvoeraangifte (IE513)
|
|
7
|
=
|
afwijzing verzoek e-AD
|
|
8
|
=
|
Annulering vooraf ingediende uitvoeraangifte/Timer voor het verstrijken van de termijn voor het aanbrengen van de kennisgeving van uitvoer.
|
|
n1
|
|
5
|
INFORMATIE UITVOERAANGIFTE
|
C
|
|
—
|
“R” voor codes reden weigering 4 of 5
|
|
—
|
Niet van toepassing op codes reden weigering 1 en 2
|
(zie vak 4b)
|
|
|
|
|
a
|
Lokaal referentienummer
|
C
|
|
—
|
“R” voor code reden weigering 4
|
|
—
|
Niet van toepassing op code reden weigering 5
|
(zie vak 4b)
|
|
an..22
|
|
|
b
|
Referentienummer document
|
C
|
|
—
|
“R” voor code reden weigering 5
|
|
—
|
Niet van toepassing op code reden weigering 4
|
(zie vak 4b)
|
|
an..21
|
|
5.1
|
NEGATIEVE VALIDATIERESULTATEN KRUISCONTROLE
|
C
|
|
—
|
“R” voor code reden weigering 4
|
|
—
|
Anderszins niet van toepassing
|
(zie vak 4b)
|
|
999X
|
|
5.1.1
|
RESULTAAT KRUISCONTROLE UBR (UNIEKE REFERENTIE RECORD)
|
R
|
|
|
999X
|
|
|
a
|
Administratieve referentiecode
|
R
|
|
Vermeld de ARC van het e-AD. Zie bijlage II, codelijst 2.
|
an21
|
|
|
b
|
Unieke referentie record
|
R
|
|
|
n..3
|
|
|
c
|
Code diagnose
|
R
|
|
De volgende waarden zijn mogelijk:
|
1
|
=
|
(voorbehouden)
|
|
2
|
=
|
UBR bestaat niet in het e-AD of er is geen overeenkomstig ARTIKEL in de uitvoeraangifte
|
|
3
|
=
|
(voorbehouden)
|
|
4
|
=
|
Gewicht/massa komen niet overeen
|
|
5
|
=
|
(voorbehouden)
|
|
6
|
=
|
GN-codes komen niet overeen
|
|
7
|
=
|
Gewicht/massa komen niet overeen en GN-codes komen niet overeen.
|
|
n1
|
|
|
d
|
Resultaat validatie
|
R
|
|
De volgende waarden zijn mogelijk:
|
0
|
=
|
Nee of onwaar
|
|
1
|
=
|
Ja of waar.
|
|
—
|
De waarde “0” wordt gebruikt bij een ontbrekend UBR;
|
|
—
|
De waarde “1” wordt gebruikt wanneer een afwijking is vastgesteld in RESULTAAT KRUISCONTROLE GN-CODE en/of in RESULTAAT KRUISCONTROLE NETTOMASSA.
|
|
n1
|
|
|
e
|
Reden weigering
|
O
|
|
|
an..512
|
|
5.1.1,1
|
RESULTAAT KRUISCONTROLE GN-CODE
|
C
|
|
—
|
5.1.1.1 en/of 5.1.1.2 zijn “R” indien: de waarde in vak 5.1.1.d “1” is (resultaat validatie = 1)
|
|
—
|
5.1.1.1 en 5.1.1.2 zijn niet van toepassing indien: de waarde in vak 5.1.1.d “0” is (resultaat validatie = 0)
|
|
|
|
|
|
a
|
Resultaat validatie
|
R
|
|
De volgende waarden zijn mogelijk:
|
0
|
=
|
Nee of onwaar
|
|
1
|
=
|
Ja of waar
|
|
—
|
De waarde “0” wordt gebruikt wanneer het validatieresultaat van de kruiscontrole voor 5.1.1.1 negatief is.
|
|
—
|
De waarde “1” wordt gebruikt wanneer het validatieresultaat van de kruiscontrole positief is.
|
|
n1
|
|
|
b
|
Reden weigering
|
O
|
|
|
an..512
|
|
5.1.1,2
|
RESULTAAT KRUISCONTROLE NETTOMASSA
|
C
|
|
—
|
5.1.1.1 en/of 5.1.1.2 zijn “R” indien:
|
—
|
de waarde in vak 5.1.1.d “1” is (resultaat validatie = 1)
|
of;
|
|
—
|
5.1.1.1 en 5.1.1.2 zijn niet van toepassing indien:
|
—
|
de waarde in vak 5.1.1.d “0” is (resultaat validatie = 0)
|
|
|
|
|
|
|
a
|
Resultaat validatie
|
R
|
|
De volgende waarden zijn mogelijk:
|
0
|
=
|
Nee of onwaar
|
|
1
|
=
|
Ja of waar
|
|
—
|
De waarde “0” wordt gebruikt wanneer het validatieresultaat van de kruiscontrole voor 5.1.1.2 negatief is;
|
|
—
|
De waarde “1” wordt gebruikt wanneer het validatieresultaat van de kruiscontrole positief is
|
|
n1
|
|
|
b
|
Reden weigering
|
O
|
|
|
an..512
|
|
5.2
|
NIET-VRIJGAVE VOOR UITVOER
|
C
|
|
—
|
“R” voor code reden weigering 5
|
|
—
|
Anderszins niet van toepassing
|
(zie vak 4b)
|
Niet-vrijgave voor uitvoer, kennisgeving aan lidstaat van uitvoer
|
|
|
|
a
|
Referentienummer document
|
R
|
|
|
an..21
|
|
6
|
OVERBRENGING ACCIJNSGOEDEREN e-AD
|
C
|
|
—
|
“R” voor codes reden weigering 4, 5, 6, 7 of 8
|
|
—
|
Anderszins niet van toepassing
|
(zie vak 4b)
|
|
999X
|
|
|
a
|
Administratieve referentiecode
|
R
|
|
Vermeld de ARC van het e-AD. Zie bijlage II, codelijst 2.
|
an21
|
|
|
b
|
Volgnummer
|
R
|
|
De waarde van dit gegevenselement moet groter zijn dan nul.
|
n..2
|
|
7
|
VOORLOPIG e-AD
|
C
|
|
—
|
“R” voor codes reden weigering 1 of 2
|
|
—
|
Anderszins niet van toepassing
|
(zie vak 4b)
|
|
|
|
|
a
|
Lokaal referentienummer
|
R
|
|
Vermeld het lokale referentienummer van de douaneaangifte tot invoer.
|
an..22
|
Tabel 9
(als bedoeld in artikel 6 bis, lid 2, en artikel 9, lid 3)
Kennisgeving van ongeldigmaking van de uitvoeraangifte aan de lidstaat van verzending/afzender (niet van toepassing op e-VAD)
|
A
|
B
|
C
|
D
|
E
|
F
|
G
|
|
1
|
OVERBRENGING ACCIJNSGOEDEREN
|
R
|
|
|
999X
|
|
|
a
|
Administratieve referentiecode
|
R
|
|
Vermeld de ARC van het e-AD. Zie bijlage II, codelijst 2.
|
an21
|
|
|
b
|
Volgnummer
|
R
|
|
De waarde van dit gegevenselement moet groter zijn dan nul.
|
n..2
|
|
1.1
|
UITVOER
|
R
|
|
|
|
|
|
a
|
MRN
|
R
|
|
|
an18
|
|
|
b
|
Datum ongeldigmaking
|
R
|
|
|
datum
|
|
1.2
|
DOUANEKANTOOR VAN UITVOER
|
R
|
|
|
|
|
|
a
|
Identificatienummer
|
R
|
|
Vermeld de code van het kantoor van de bevoegde autoriteiten in de lidstaat van uitvoer, dat met de accijnscontrole is belast op de plaats van uitvoer. Zie bijlage II, codelijst 4.
|
an8
|
|
1.3
|
LIDSTAAT VAN UITVOER
|
R
|
|
|
|
|
|
a
|
Landcode
|
R
|
|
Vermeld de lidstaat op het grondgebied waarvan de uitvoer van de accijnsgoederen plaatsvindt, met behulp van de landcode uit bijlage II, codelijst 3.
|
a2
|
|