|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2024/1343 |
21.5.2024 |
AANBEVELING (EU) 2024/1343 VAN DE COMMISSIE
van 13 mei 2024
over het versnellen van de procedures voor de verlening van vergunningen voor projecten op het gebied van hernieuwbare energie en gerelateerde infrastructuurprojecten
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 292,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Hernieuwbare energie vormt de kern van de transitie naar schone energie die vereist is om de doelstellingen van de Europese Green Deal (1) te verwezenlijken, energie betaalbaar te maken en de afhankelijkheid van de Unie van fossiele brandstoffen en energie-invoer te verminderen. Hernieuwbare energie zorgt ook voor groei en banen en draagt bij tot het technologische en industriële leiderschap van de Unie, versterkt de strategische autonomie van de EU en maakt de economie van de Unie veerkrachtiger. Door de versnelde uitrol van hernieuwbare energiebronnen zal de Unie minder afhankelijk worden van — voornamelijk ingevoerde — fossiele brandstoffen. |
|
(2) |
Een snelle toename van het aandeel hernieuwbare energie is ook cruciaal om het probleem van de hoge en volatiele energieprijzen aan te pakken. Dankzij de lagere vaste kosten en de dicht bij nul liggende variabele kosten voor hernieuwbare energie zijn de kosten voor hernieuwbare elektriciteit stabieler en vallen zij lager uit dan de kosten voor fossiele brandstoffen. |
|
(3) |
Tijdens de energiecrisis heeft de versnelde uitrol van hernieuwbare energie de risico’s voor de voorzieningszekerheid van de Unie aantoonbaar kunnen verminderen, met name voor gas en elektriciteit, en bijgedragen tot lagere energieprijzen voor burgers en bedrijven in de Unie. Over het algemeen is de voorzieningszekerheid in de Unie sinds 2022 verbeterd. Er blijven echter nog aanzienlijke risico’s bestaan en de Unie moet de uitrol van hernieuwbare energie verder versnellen om de doelstellingen van het REPowerEU-plan (2) te verwezenlijken. |
|
(4) |
Voor de bouw en exploitatie van projecten op het gebied van hernieuwbare energie zijn in alle lidstaten doorgaans administratieve goedkeuringen en vergunningen vereist. Vergunningsprocedures helpen ervoor te zorgen dat dergelijke projecten duurzaam, veilig en betrouwbaar zijn. De complexiteit, verscheidenheid en vaak buitensporig lange duur van deze procedures vormen echter een ernstige belemmering om te komen tot een snelle — en noodzakelijke — uitrol van hernieuwbare energie en om in de Unie een betaalbaarder, veiliger en duurzamer energiesysteem tot stand te brengen. |
|
(5) |
Vertragingen in de afhandeling van projectvergunningen brengen de tijdige verwezenlijking van de energie- en klimaatdoelstellingen in gevaar en verhogen de kosten van de projecten die daarvoor nodig zijn. Vertragingen belemmeren dynamische innovatie en kunnen er zo toe leiden dat de installaties voor hernieuwbare energie die worden gebouwd, minder efficiënt zijn. |
|
(6) |
Voortbouwend op de ervaring die is opgedaan met de toepassing van Richtlijn 2001/77/EG van het Europees Parlement en de Raad (3) en Richtlijn 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad (4), worden in Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad (5) deze problemen aangepakt door strengere eisen in te voeren voor de organisatie van vergunningsprocedures voor ontwikkelaars van hernieuwbare energie. Richtlijn (EU) 2023/2413 van het Europees Parlement en de Raad (6), waarbij Richtlijn (EU) 2018/2001 is gewijzigd, heeft die vereisten verder aangescherpt. Het is van uiterst prioritair en urgent belang dat Richtlijn (EU) 2023/2413 door alle lidstaten volledig en snel wordt omgezet, want dit draagt in aanzienlijke mate bij tot een verkorting van de administratieve procedures. Naast de structurele wijzigingen die bij Richtlijn (EU) 2023/2413 zijn ingevoerd, heeft Verordening (EU) 2022/2577 van de Raad (7) aanvullende tijdelijke, dringende en gerichte maatregelen ingevoerd die gericht zijn op specifieke technologieën en soorten projecten. Verordening (EU) 2024/223 van de Raad (8) heeft sommige van die maatregelen verlengd en nieuwe maatregelen ingevoerd. De beschikbare gegevens wijzen erop dat sinds de inwerkingtreding van Verordening (EU) 2022/2577 in meerdere lidstaten het volume vergunningen voor onshore-windenergie met meer dan 10 % is toegenomen en ook de ontwikkeling van zonne-energie sterk is gestegen (9). |
|
(7) |
De Commissie ondersteunt de lidstaten via verschillende fora (10) waar goede praktijken worden uitgewisseld voor het versnellen van vergunningsprocedures voor hernieuwbare energie en gerelateerde infrastructuurprojecten, en via het instrument voor technische ondersteuning dat is ingesteld bij Verordening (EU) 2021/240 van het Europees Parlement en de Raad (11), dat op maat gesneden technische expertise biedt om hervormingen uit te werken en uit te voeren, met inbegrip van hervormingen die het kader voor vergunningsprocedures voor projecten op het gebied van hernieuwbare energie stroomlijnen. De technische ondersteuning in het kader van het vlaggenschipinitiatief voor het versnellen van de vergunningverlening voor projecten op het gebied van hernieuwbare energie van 2023 (12) omvat bijvoorbeeld de versterking van de bestuurlijke capaciteit, de harmonisatie van de wetgevingskaders en de uitwisseling van relevante beste praktijken. |
|
(8) |
Ook al ondersteunt het publiek in grote lijnen een doorgedreven uitrol van hernieuwbare energie, is het mogelijk dat er te weinig steun is voor specifieke projecten, wat de uitvoering ervan kan belemmeren. Daarom moet rekening worden gehouden met de behoeften en perspectieven van burgers, lokale overheden en maatschappelijke belanghebbenden in alle stadia van hernieuwbare-energieprojecten, van beleidsontwikkeling tot ruimtelijke ordening en projectontwikkeling, uitrol en exploitatie. Evenzo moeten goede praktijken voor een rechtvaardige verdeling van de verschillende effecten en voordelen van installaties over de lokale bevolking worden aangemoedigd, in overeenstemming met de aanbeveling van de Raad inzake het waarborgen van een rechtvaardige transitie naar klimaatneutraliteit (13). |
|
(9) |
De meeste belemmeringen in verband met het verlenen van vergunningen voor projecten op het gebied van hernieuwbare energie en de bijbehorende infrastructuur, alsook goede praktijken om deze weg te nemen, zijn op het niveau van de lidstaten duidelijk in kaart gebracht. |
|
(10) |
In deze aanbeveling wordt ingegaan op deze punten van zorg en wordt opgeroepen om te zoeken naar oplossingen binnen het bestaande rechtskader. Zij doet geen afbreuk aan het recht van de Unie, met name op het gebied van energie en milieu, en op het gebied van toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden, waarop het Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) (“het Verdrag van Aarhus”) van toepassing is. |
|
(11) |
Aangezien de uitrol van projecten op het gebied van hernieuwbare energie dringend moet worden versneld, moeten de lidstaten zo spoedig mogelijk starten met het aanwijzen van geschikte land- en zeegebieden en met het opstellen van plannen voor bijzonder geschikte gebieden (“gebied voor de versnelde uitrol van hernieuwbare energie”), overeenkomstig de artikelen 15 ter en 15 quater van Richtlijn (EU) 2018/2001. Specifieke richtsnoeren voor de aanwijzing van gebieden voor de versnelde uitrol van hernieuwbare energie zijn samen met deze aanbeveling gepubliceerd in werkdocument van de diensten van de Commissie SWD(2024)333. |
|
(12) |
Maritieme ruimtelijke ordening is een belangrijk instrument om toekomstige gebieden voor de ontwikkeling van hernieuwbare energie in kaart te brengen en om meervoudig gebruik van de maritieme ruimte te faciliteren, met inbegrip van het behoud en de bescherming van het mariene milieu. Richtlijn 2014/89/EU van het Europees Parlement en de Raad (14) verplichtte de lidstaten hun nationale maritieme ruimtelijkeordeningsplannen uiterlijk op 31 maart 2021 vast te stellen. De Commissie moedigt alle lidstaten die in hun nationale energie- en klimaatplan nationale streefcijfers voor offshore-windenergie hebben vastgesteld, aan om in een vroeg stadium de noodzakelijke maritieme ruimte in kaart te brengen en toe te wijzen en te integreren in hun maritieme ruimtelijkeordeningsplan. |
|
(13) |
Belemmeringen als gevolg van vergunningsprocedures kunnen ook van invloed zijn op de toekomstige uitrol van innovatieve decarbonisatietechnologieën die nodig zijn met het oog op klimaatneutraliteit. Door testomgevingen voor regelgeving op te zetten, dat wil zeggen door in een reële omgeving innovatieve technologieën, producten, diensten of methoden te testen die niet volledig in overeenstemming zijn met het bestaande wet- en regelgevingskader, kan innovatie worden ondersteund en kan de daaropvolgende aanpassing van het regelgevingsklimaat worden vergemakkelijkt. Om de ontwikkeling van projecten en de uitrol van hernieuwbare energie te versnellen, is het daarnaast cruciaal om te waarborgen dat er voldoende en geschikt personeel van lokale en regionale overheden betrokken is bij milieubeoordelingen en vergunningsprocedures en dat tekorten aan arbeidskrachten en vaardigheden worden aangepakt (15). |
|
(14) |
Samen met deze aanbeveling stelt de Commissie via het Energy and Industry Geography Lab (EIGL) (16) digitaal geconsolideerde datasets over een breed scala aan relevante energie- en milieufactoren beschikbaar om de lidstaten te helpen gebieden voor de versnelde uitrol van hernieuwbare energie aan te wijzen met het oog op een snelle uitrol van nieuwe projecten op het gebied van hernieuwbare energie. |
|
(15) |
Om de nodige netwerken voor de integratie van hernieuwbare energie in het elektriciteitssysteem versneld te ontwikkelen en zo verdere vertragingen bij de uitrol te voorkomen, heeft de Commissie op 28 november 2023 een actieplan (17) gepresenteerd om ervoor te zorgen dat elektriciteitsnetten efficiënter functioneren en in de Unie verder en sneller worden uitgerold. |
|
(16) |
Verschillende acties van dit plan zijn gericht op het versnellen van de uitvoering van netwerken door middel van snellere vergunningverlening, langetermijnplanning en voorspelbaarheid, en het vergroten van de betrokkenheid van belanghebbenden, ter aanvulling van de bepalingen inzake de versnelling van de uitrol van hernieuwbare energie. |
|
(17) |
In Verordening (EU) 2022/869 van het Europees Parlement en de Raad (18) is bepaald dat projecten van gemeenschappelijk belang en projecten van wederzijds belang de hoogst mogelijke status van nationaal belang krijgen, voor zover het nationale recht een dergelijke status kent, en op passende wijze worden behandeld in de vergunningsprocedures. Alle procedures voor geschillenbeslechting, beroepsprocedures, bezwaarschriften en rechtsmiddelen in verband met projecten op de Unielijst voor een nationale rechterlijke instantie, gerecht of kamer, met inbegrip van bemiddeling of arbitrage, indien het nationale recht daarin voorziet, worden als urgent behandeld, voor zover het nationale recht dat mogelijk maakt. |
|
(18) |
Deze aanbeveling vervangt de aanbeveling van 18 mei 2022 (19) over het versnellen van de procedures voor de verlening van vergunningen voor projecten op het gebied van hernieuwbare energie en het faciliteren van stroomafnameovereenkomsten, |
HEEFT DE VOLGENDE AANBEVELING VASTGESTELD:
DEFINITIES
|
1. |
Voor de toepassing van deze aanbeveling wordt onder projecten op het gebied van hernieuwbare energie verstaan productie-installaties voor de opwekking van hernieuwbare energie (20), onder meer in de vorm van hernieuwbare waterstof, evenals de activa die nodig zijn voor de aansluiting op het net en voor de opslag van de opgewekte energie. Onder gerelateerde infrastructuur als bedoeld in deze aanbeveling wordt verstaan elektriciteits-, gas- en warmtenetten of opslagactiva die nodig zijn om hernieuwbare energie in het energiesysteem te integreren. |
SNELLERE EN KORTERE PROCEDURES
|
2. |
De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de planning, bouw en exploitatie van hernieuwbare-energieprojecten en gerelateerde infrastructuurprojecten in aanmerking komen voor de gunstigste procedure die in hun plannings- en vergunningsprocedures beschikbaar is. Met name wat netwerkontwikkelingsprojecten betreft, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat al deze projecten de hoogst mogelijke status van nationaal belang krijgen, voor zover het nationale recht een dergelijke status kent, met alle daaruit voortvloeiende voordelen in administratieve of gerechtelijke procedures. |
|
3. |
Onverminderd de vergunningtermijnen van Richtlijn (EU) 2018/2001, zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2023/2413, moeten de lidstaten duidelijk gedefinieerde en zo kort mogelijke termijnen vaststellen voor alle stappen die nodig zijn voor het verlenen van vergunningen voor de bouw en exploitatie van projecten op het gebied van hernieuwbare energie en de gerelateerde infrastructuurprojecten, waarbij zij aangeven in welke gevallen dergelijke termijnen kunnen worden verlengd en onder welke omstandigheden. De lidstaten moeten bindende maximumtermijnen vaststellen voor alle relevante fasen van de milieueffectbeoordelingsprocedure om ervoor te zorgen dat de in Richtlijn (EU) 2018/2001 vastgestelde termijnen worden nageleefd. |
|
4. |
De lidstaten moeten termijnen en specifieke procedureregels vaststellen om de efficiëntie van de gerechtelijke procedures te waarborgen wat betreft de toegang tot de rechter voor projecten op het gebied van hernieuwbare energie en gerelateerde infrastructuurprojecten. |
|
5. |
De lidstaten moeten één enkele uniforme aanvraagprocedure invoeren voor het gehele administratieve proces voor het aanvragen en verlenen van vergunningen voor projecten op het gebied van hernieuwbare energie. Gelijktijdige aanvragen moeten prioriteit krijgen boven opeenvolgende aanvragen indien verschillende vergunningen vereist zijn, onder meer voor gerelateerde netwerkaansluitingsprojecten. |
|
6. |
De lidstaten moeten aanvragers toestaan de technologiespecificaties van hun projecten te actualiseren in de periode tussen het indienen van de vergunningsaanvraag en de totstandkoming van de projecten om de invoering van innovatieve technologieën te faciliteren. |
|
7. |
De lidstaten worden aangemoedigd om bij de uitvoering van de aanbevelingen in de punten 2 tot en met 6 rekening te houden met de praktijken die zijn beschreven in deel 2 van het werkdocument van de diensten van de Commissie (21) bij deze aanbeveling. |
PARTICIPATIE VAN DE BURGERS EN DE GEMEENSCHAP FACILITEREN
|
8. |
De lidstaten moeten vereenvoudigde vergunningsprocedures toepassen voor kleinschalige hernieuwbare energie en zelfverbruikers van hernieuwbare energie, met inbegrip van lichtere toestemmingsvereisten, zoals kleinere meerderheden, voor de installatie van hernieuwbare energie in appartementsgebouwen, of deze volledig vermijden. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat consumenten die bereid zijn zelfgeproduceerde hernieuwbare energie te verbruiken, toegang hebben tot informatie over vergunningsprocedures en toestemmingsvereisten. |
|
9. |
De lidstaten moeten de deelname stimuleren van burgers, onder meer uit huishoudens met een laag of gemiddeld inkomen, en energiegemeenschappen aan de planning, ontwikkeling, uitrol en exploitatie van hernieuwbare-energieprojecten en gerelateerde infrastructuurprojecten, en maatregelen nemen om de overdracht van de voordelen van de energietransitie aan lokale gemeenschappen aan te moedigen, onder meer door deelname aan energiegemeenschappen of andere structuren voor mede-eigendom. In dat verband worden de lidstaten aangemoedigd zich te houden aan de pijlers van het “pact voor betrokkenheid om te zorgen voor vroegtijdige, regelmatige en zinvolle betrokkenheid van belanghebbenden bij de netontwikkeling”, zoals aangekondigd in de mededeling van de Commissie over een EU-actieplan voor netwerken, en de huidige praktijken op het gebied van betrokkenheid bij het publiek te versterken om te zorgen voor een regelmatig proces dat het vertrouwen in en de deelname aan de netwerkontwikkeling bevordert en de gevolgen voor gemeenschappen en de natuur aanpakt, onder meer door het delen en verdelen van voordelen. |
|
10. |
De lidstaten moeten ervoor zorgen dat openbare hoorzittingen, of andere mogelijkheden om belanghebbenden te betrekken, in de ontwerp- en planningsprocedure in een vroeg stadium en regelmatig worden georganiseerd als zij de locatie, routering of technologie van netwerkactiva nog kunnen beïnvloeden. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat openbare hoorzittingen en andere initiatieven om belanghebbenden te betrekken inclusief en toegankelijk zijn, zodat het publiek tijdig met de ontwikkelaars van projecten en besluitvormers kan communiceren en actieve deelname aan alle stadia van de ontwikkeling, uitrol en exploitatie van projecten wordt aangemoedigd. |
|
11. |
De lidstaten moeten vereenvoudigde vergunningsprocedures en evenredige vergunningsvoorwaarden voor hernieuwbare-energiegemeenschappen en energiegemeenschappen van burgers invoeren, onder meer voor de aansluiting op het net van installaties die eigendom zijn van de gemeenschap, en de vergunningsprocedures en -voorwaarden voor productie en soortgelijke operationele vergunningen of certificeringen tot een minimum beperken, met inachtneming van het EU-recht. |
|
12. |
De lidstaten worden aangemoedigd om bij de uitvoering van de aanbevelingen in de punten 8 tot en met 11 rekening te houden met de praktijken die zijn beschreven in deel 5, punt c), en deel 6, punt a), van het werkdocument van de diensten van de Commissie (22) bij deze aanbeveling. |
BETERE INTERNE COÖRDINATIE
|
13. |
De lidstaten moeten zorgen voor doeltreffende coördinatie tussen de nationale, regionale en gemeentelijke niveaus wat betreft de taken en verantwoordelijkheden van de bevoegde instanties, alsook voor de stroomlijning van de toepasselijke wet- en regelgeving en procedures voor de vergunningverlening voor projecten op het gebied van hernieuwbare energie en gerelateerde infrastructuur. |
|
14. |
De lidstaten moeten centrale contactpunten opzetten voor het verlenen van vergunningen voor projecten op het gebied van hernieuwbare energie en voor projecten van gemeenschappelijk belang en projecten van wederzijds belang, zoals vereist bij respectievelijk Richtlijn (EU) 2018/2001 en Verordening (EU) 2022/869, op zodanige wijze dat het aantal betrokken instanties tot het noodzakelijke wordt beperkt. De lidstaten moeten de efficiëntie maximaliseren, rekening houdend met de voordelen van het concentreren van technologische, ecologische en juridische deskundigheid. |
|
15. |
De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de centrale contactpunten bemiddelen bij uitwisselingen tussen ontwikkelaars van projecten en andere relevante autoriteiten om te zorgen voor een uniforme interpretatie van de vergunningsregels en capaciteitsopbouw bij alle betrokken autoriteiten. |
|
16. |
De lidstaten moeten de uitwisseling stimuleren tussen de centrale contactpunten en andere relevante autoriteiten over de behoeften en potentiële risico’s bij de vergunningverlening voor de projecten, onmiddellijk na het begin van de vergunningsprocedure. |
|
17. |
De lidstaten moeten, ook buiten gebieden voor de versnelde uitrol van hernieuwbare energie en met de nodige waarborgen, regels invoeren om gevolgen te verbinden aan vertragingen of het uitblijven van maatregelen van administratieve autoriteiten, zoals de invoering van stilzwijgende goedkeuring van tussenstappen na het uitblijven van een uitdrukkelijk antwoord van de bevoegde autoriteit(en) binnen de vastgestelde termijnen. |
|
18. |
De lidstaten worden aangemoedigd om bij de uitvoering van de aanbevelingen in de punten 13 tot en met 17 rekening te houden met de in punt 3 van het werkdocument van de diensten van de Commissie (23) bij deze aanbeveling beschreven praktijken. |
DUIDELIJKE, TRANSPARANTE EN GEDIGITALISEERDE PROCEDURES
|
19. |
De lidstaten moeten de aanvragers bij de aanvang van de vergunningsprocedure voor projecten op het gebied van hernieuwbare energie en gerelateerde infrastructuur duidelijke, volledige en transparante informatie verstrekken over alle vereisten en stadia van de procedure, met inbegrip van klachtenprocedures (24). |
|
20. |
De lidstaten moeten zo spoedig mogelijk en uiterlijk op 21 november 2025 volledig digitale vergunningsverleningsprocedures en e-communicatie invoeren overeenkomstig artikel 16, lid 3, van Richtlijn (EU) 2018/2001. Daarbij moeten de lidstaten gebruikmaken van digitale instrumenten om de vastgestelde termijnen te monitoren en te handhaven en aanvragers te informeren over de status van hun aanvraag. Het procedurehandboek dat overeenkomstig artikel 16, lid 4, van Richtlijn (EU) 2018/2001 online ter beschikking van ontwikkelaars van projecten moet worden gesteld, onder meer via het YourEurope-portaal (25), moet een duidelijke sequentiële beschrijving van de fasen en bindende termijnen voor elke fase van de vergunningsprocedure, met vermelding van de maximale duur van elke verlenging van die termijnen, bevatten, net als templates voor aanvragen, milieustudies en -gegevens, alsook informatie over opties voor inspraak van het publiek en over administratieve kosten. |
|
21. |
De lidstaten moeten ook proberen beter gebruik te maken van nieuwe technologieën, zoals artificiële intelligentie en geospatiale gegevens, om na te gaan op welke punten de verwerking van informatie kan worden versneld en geautomatiseerd en of in plaats van de rapportage door ontwikkelaars van projecten gebruik kan worden gemaakt van gegevens die met andere middelen zijn verkregen, zodat de lasten voor ontwikkelaars worden verminderd en de vergunningsprocedure wordt versneld. |
|
22. |
De lidstaten moeten ervoor zorgen dat projecten van grensoverschrijdend belang op nationaal niveau worden behandeld, waarbij in voorkomend geval de nodige lokale autoriteiten worden betrokken. |
|
23. |
De lidstaten moeten ervoor zorgen dat vergunningverlenende autoriteiten voor hernieuwbare energie en gerelateerde infrastructuurprojecten in een vroeg stadium in het planningsproces bilaterale besprekingen voeren met ontwikkelaars en, waar nodig, lokale autoriteiten, om de behoeften inzake projectvergunningen en openbare raadpleging, alsook de vereiste mitigerende maatregelen om de milieueffecten tot een minimum te beperken, te beoordelen, wat indien mogelijk resulteert in het opstellen van een uitgebreid vergunningenschema. |
|
24. |
De lidstaten worden aangemoedigd om bij de uitvoering van de aanbevelingen in de punten 19 tot en met 23 rekening te houden met de in punt 3 van het werkdocument van de diensten van de Commissie (26) bij deze aanbeveling beschreven praktijken. |
VOLDOENDE PERSONELE MIDDELEN EN VAARDIGHEDEN
|
25. |
De lidstaten moeten ervoor zorgen dat hun instanties voor vergunningverlening en hun autoriteiten voor milieubeoordeling over voldoende en geschikt personeel beschikken met relevante vaardigheden en kwalificaties. Daartoe moeten de lidstaten overwegen om, in nauwe samenwerking met de sociale partners van de betrokken sectoren, nationale expertisecentra voor thematische opleiding en platforms voor uitwisseling tussen vergunningverlenende autoriteiten op te richten. |
|
26. |
De lidstaten moeten zorgen voor voldoende en adequate financiering van vergunningverlenende autoriteiten en gebruikmaken van de financieringsmogelijkheden van de Unie en de lidstaten die beschikbaar zijn voor bij- en omscholing, met name op regionaal en lokaal niveau, en moeten samenwerken met de grootschalige partnerschappen voor vaardigheden die zijn opgericht in het kader van het pact voor vaardigheden in de ecosystemen voor hernieuwbare energie onshore en offshore (27), om de vaardigheidskloof te dichten van personeel dat zich bezighoudt met vergunningsprocedures en milieubeoordelingen. |
|
27. |
De lidstaten worden aangemoedigd om bij de uitvoering van de aanbevelingen in de punten 25 en 26 rekening te houden met de in punt 4 van het werkdocument van de diensten van de Commissie (28) bij deze aanbeveling beschreven praktijken. |
BETERE AANWIJZING EN PLANNING VAN LOCATIES VOOR PROJECTEN
|
28. |
Met het oog op de verplichtingen van artikel 15 ter en 15 quater van Richtlijn (EU) 2018/2001 om gebieden in kaart te brengen, moeten de lidstaten belemmeringen in de regelgeving snel wegnemen, gegevenslacunes opsporen en relevante belanghebbenden vroeg betrekken om het verzamelen van milieugegevens te vergemakkelijken en het draagvlak te verbeteren. De lidstaten worden aangemoedigd gebruik te maken van de geactualiseerde datasets die beschikbaar zijn in het Energy and Industry Geography Lab (29) (“EIGL”) en het fotovoltaïsche geografische informatiesysteem (30) (“PVGIS”) en deze verder aan te vullen met datasets die op nationaal of regionaal niveau beschikbaar zijn. |
|
29. |
De lidstaten moeten zones waar hernieuwbare energie niet kan worden ontwikkeld (“uitsluitingszones”), beperken tot het noodzakelijke minimum. Zij moeten duidelijke en transparante informatie verstrekken met een gemotiveerde rechtvaardiging van de beperkingen in verband met de afstand tot woningen en militaire of burgerluchtvaartzones. De beperkingen moeten empirisch onderbouwd zijn en zodanig zijn ontworpen dat het beoogde doel wordt bereikt en tegelijkertijd de beschikbaarheid van ruimte voor de ontwikkeling van projecten voor hernieuwbare energie wordt gemaximaliseerd, rekening houdend met andere beperkingen op het gebied van ruimtelijke ordening. |
|
30. |
De lidstaten moeten de milieubeoordelingsvereisten voor projecten op het gebied van hernieuwbare energie en gerelateerde infrastructuur stroomlijnen. Zij moeten daarvoor de beschikbare technische richtsnoeren toepassen om de uitrol van hernieuwbare energie en gerelateerde netten te verzoenen met de milieuwetgeving van de Unie. De lidstaten moeten scoping (31) ook voor gerelateerde infrastructuurprojecten verplicht stellen om de kwaliteit van het milieueffectbeoordelingsproces te verbeteren. De lidstaten moeten gezamenlijke of gecoördineerde procedures toepassen voor alle relevante beoordelingen die voortvloeien uit het milieurecht van de Unie. |
|
31. |
De lidstaten moeten het makkelijker maken om gegevens uit eerdere milieubeoordelingen en van de monitoring van de milieueffecten van hernieuwbare energie en gerelateerde infrastructuurprojecten te delen, onder meer door dergelijke gegevens te digitaliseren in een openbaar toegankelijk portaal. De lidstaten moeten hun inspanningen opvoeren om kennishiaten op te vullen met betrekking tot de verspreiding en toestand van beschermde habitats en de verspreidings- en migratieroutes van soorten, met name in het mariene milieu, en moeten ervoor zorgen dat monitoringgegevens snel beschikbaar worden voor het publiek en met name voor projectontwikkelaars. |
|
32. |
De lidstaten moeten bevorderen dat het publiek in een vroeg stadium betrokken wordt bij het opstellen van plannen voor ruimtelijke ordening, het aanmoedigen van meervoudig gebruik van locaties en het zorgen voor transparantie over waar en hoe projecten op het gebied van hernieuwbare energie en gerelateerde infrastructuur kunnen worden gebouwd of geïnstalleerd, met inbegrip van kleinschalige installaties op gemeentelijk niveau. De lidstaten moeten streven naar een gecoördineerde en anticiperende langetermijnplanning van netwerken, opslag en capaciteiten voor de opwekking van hernieuwbare energie op alle niveaus, ook in het kader van regionale samenwerking. |
|
33. |
De lidstaten worden aangemoedigd om bij de uitvoering van de aanbevelingen in de punten 28 tot en met 32 rekening te houden met de in punt 5 van het werkdocument van de diensten van de Commissie (32) bij deze aanbeveling beschreven praktijken. |
GEMAKKELIJKERE NETWERKAANSLUITING EN EFFICIËNT GEBRUIK VAN NETWERKEN
|
34. |
De lidstaten moeten zorgen voor netwerkplanning op lange termijn en anticiperende netwerkinvesteringen in overeenstemming met de geplande uitbreiding van de opwekkingscapaciteit voor hernieuwbare energie, rekening houdend met de toekomstige vraag en de doelstelling van klimaatneutraliteit. |
|
35. |
De lidstaten moeten vereenvoudigde procedures vaststellen voor de repowering van bestaande installaties voor hernieuwbare energie, onder meer door de toepasselijke beperkingen op landgebruik en afstandsvereisten te verduidelijken en richtsnoeren uit te vaardigen over de wijze waarop het verschil tussen repowering en nieuwe projecten in het nationale kader moet worden behandeld. |
|
36. |
De lidstaten moeten ervoor zorgen dat systeembeheerders:
|
|
37. |
De lidstaten moeten de gasmarktrichtlijn (33) na de aanneming ervan snel in nationaal recht omzetten om rechtszekerheid te bieden voor het herbestemmen van aardgaspijpleidingen voor waterstof door duidelijk aan te geven welke nieuwe vergunningen vereist kunnen zijn en door de grandfathering van hun bestaande vergunningen toe te staan. |
|
38. |
De lidstaten worden aangemoedigd om bij de uitvoering van de aanbevelingen in de punten 34 tot en met 37 rekening te houden met de in punt 6 van het werkdocument van de diensten van de Commissie (34) bij deze aanbeveling beschreven praktijken. |
INNOVATIEVE PROJECTEN
|
39. |
De lidstaten worden aangemoedigd om testomgevingen voor regelgeving op te zetten met het oog op de toekenning van gerichte vrijstellingen van het nationale, regionale of lokale wet- of regelgevingskader voor innovatieve technologieën, producten, diensten of methoden, om het verlenen van vergunningen te faciliteren ter ondersteuning van de uitrol en systeemintegratie van hernieuwbare energie, gerelateerde netwerken, opslag en andere decarbonisatietechnologieën, en op het faciliteren van vergunningen voor testsites voor nieuwe technologie. |
MONITORING, RAPPORTAGE EN EVALUATIE
|
40. |
De lidstaten moeten een contactpunt voor ontwikkelaars van projecten en de Commissie opzetten dat tot taak heeft regelmatig toezicht te houden op de belangrijkste knelpunten in het proces van vergunningverlening en de problemen aan te pakken waarmee ontwikkelaars van projecten op het gebied van hernieuwbare energie en gerelateerde infrastructuur worden geconfronteerd. De lidstaten moeten de werkgelegenheids-, sociale en verdelingseffecten van de ontwikkeling en uitrol van hernieuwbare energie blijven monitoren, in overeenstemming met de aanbeveling van de Raad inzake het garanderen van een rechtvaardige transitie naar klimaatneutraliteit (35). |
|
41. |
De lidstaten moeten een audit uitvoeren van hun vergunningsprocedures voor projecten op het gebied van hernieuwbare energie en de bijbehorende infrastructuur, waarbij de processen en autoriteiten in kaart worden gebracht en regelmatig evaluaties worden uitgevoerd om maatregelen vast te stellen en uit te voeren om dergelijke procedures te versnellen. |
|
42. |
De lidstaten worden aangemoedigd om de Commissie, met name als onderdeel van de geïntegreerde nationale voortgangsverslagen over energie en klimaat die in het kader van de krachtens artikel 17 van Verordening (EU) 2018/1999 van het Europees Parlement en de Raad (36) moeten worden ingediend, alle beschikbare gedetailleerde informatie mee te delen over de in het kader van deze aanbeveling getroffen nationale maatregelen. |
|
43. |
Rekening houdend met de door de lidstaten ingediende informatie zal de Commissie de uitvoering van deze aanbeveling evalueren wanneer zij uiterlijk op 21 november 2025 overeenkomstig Richtlijn (EU) 2018/2001 beoordeelt of verdere maatregelen nodig zijn om de lidstaten te ondersteunen bij de uitvoering van de vergunningsprocedures waarin die richtlijn voorziet, onder meer door indicatieve kernprestatie-indicatoren te ontwikkelen. |
Gedaan te Brussel, 13 mei 2024.
Voor de Commissie
Kadri SIMSON
Lid van de Commissie
(1) COM(2019) 640 final.
(2) COM(2022) 230 final.
(3) Richtlijn 2001/77/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 september 2001 betreffende de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen op de interne elektriciteitsmarkt (PB L 283 van 27.10.2001, blz. 33, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2001/77/oj).
(4) Richtlijn 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG (PB L 140 van 5.6.2009, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2009/28/oj).
(5) Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PB L 328 van 21.12.2018, blz. 82, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2018/2001/oj).
(6) Richtlijn (EU) 2023/2413 van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001, Verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn 98/70/EG wat de bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen betreft, en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad (PB L, 2023/2413 van 31.10.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2023/2413/oj).
(7) Verordening (EU) 2022/2577 van de Raad van 22 december 2022 tot vaststelling van een kader om de inzet van hernieuwbare energie te versnellen (PB L 335 van 29.12.2022, blz. 36, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2577/oj).
(8) Verordening (EU) 2024/223 van de Raad van 22 december 2023 tot wijziging van Verordening (EU) 2022/2577 tot vaststelling van een kader om de inzet van hernieuwbare energie te versnellen (PB L, 2024/223, 10.1.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/223/oj).
(9) Verslag van de Commissie aan de Raad over de evaluatie van Verordening (EU) 2022/2577 van de Raad van 22 december 2022 tot vaststelling van een kader om de inzet van hernieuwbare energie te versnellen, COM(2023) 764 final.
(10) Het gaat onder meer om de informele deskundigengroep voor het versnellen van de vergunningverlening voor projecten op het gebied van hernieuwbare energie, de taskforce voor de handhaving van de eengemaakte markt, de gecoördineerde actie inzake de richtlijn hernieuwbare energie (CA-RES), de deskundigengroepen inzake SMEB/MEB en maritieme ruimtelijke ordening, en de regionale groepen op hoog niveau zoals NSEC, BEMIP en Cesec, alsook de praktijkgemeenschap van Cohesion for Transitions (C4T).
(11) Verordening (EU) 2021/240 van het Europees Parlement en de Raad van 10 februari 2021 tot vaststelling van een instrument voor technische ondersteuning (PB L 57 van 18.2.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/240/oj).
(12) https://reform-support.ec.europa.eu/accelerating-permitting-renewable-energy_en
(13) Aanbeveling van de Raad van 16 juni 2022 inzake het garanderen van een rechtvaardige transitie naar klimaatneutraliteit (PB C 243 van 27.6.2022, blz. 35).
(14) Richtlijn 2014/89/EU van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 tot vaststelling van een kader voor maritieme ruimtelijke planning (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 135, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2014/89/oj).
(15) In overeenstemming met het actieplan van de Commissie inzake tekorten aan arbeidskrachten en vaardigheden in de EU, COM(2024) 131 final.
(16) https://energy-industry-geolab.jrc.ec.europa.eu/.
(17) Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, “Netwerken: ontbrekende schakels — EU-actieplan voor netwerken”, COM(2023) 757 final.
(18) Verordening (EU) 2022/869 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2022 betreffende richtsnoeren voor de trans-Europese energie-infrastructuur, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2009, (EU) 2019/942 en (EU) 2019/943, en Richtlijnen 2009/73/EG en (EU) 2019/944, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 347/2013 (PB L 152 van 3.6.2022, blz. 45, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/869/oj).
(19) C(2022) 3219 final.
(20) Zoals gedefinieerd in artikel 2, tweede alinea, punt 1), van Richtlijn (EU) 2018/2001.
(21) Guidance to the Member States on good practices to speed up permit-granting procedures for renewable energy and related infrastructure projects, SWD(2024) 124.
(22) SWD(2024) 124.
(23) SWD(2024) 124.
(24) Zie bijvoorbeeld de samenvatting van alle relevante nationale regels inzake de behandeling van milieuklachten, die op gebruikersvriendelijke wijze wordt gepresenteerd:
https://e-justice.europa.eu/300/NL/access_to_justice_in_environmental_matters?init=true.
(25) Vergunningsprocedures komen aan bod in het punt over het starten, exploiteren en sluiten van een bedrijf in bijlage II bij Verordening (EU) 2018/1724 van het Europees Parlement en de Raad van 2 oktober 2018 tot oprichting van één digitale toegangspoort voor informatie, procedures en diensten voor ondersteuning en probleemoplossing en houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1724/oj).
(26) SWD(2024) 124.
(27) https://pact-for-skills.ec.europa.eu/about/industrial-ecosystems-and-partnerships/renewables_en?prefLang=nl.
(28) SWD(2024) 124.
(29) https://ec.europa.eu/energy-industry-geography-lab.
(30) https://joint-research-centre.ec.europa.eu/photovoltaic-geographical-information-system-pvgis_en.
(31) Scoping betekent dat een advies wordt uitgebracht over de reikwijdte en de mate van gedetailleerdheid van de in de vorm van een milieueffectbeoordelingsverslag in te dienen milieu-informatie.
(32) SWD(2024) 124.
(33) Nog niet aangenomen. De richtlijn is aangenomen door het Europees Parlement (https://www.europarl.europa.eu/doceo/document/TA-9-2024-0283_NL.html), maar nog niet door de Raad.
(34) SWD(2024) 124.
(35) Aanbeveling van de Raad van 16 juni 2022 inzake het garanderen van een rechtvaardige transitie naar klimaatneutraliteit.
(36) Verordening (EU) 2018/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 inzake de governance van de energie-unie en van de klimaatactie, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 663/2009 en (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 94/22/EG, 98/70/EG, 2009/31/EG, 2009/73/EG, 2010/31/EU, 2012/27/EU en 2013/30/EU van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2009/119/EG en (EU) 2015/652 van de Raad, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 525/2013 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 328 van 21.12.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1999/oj).
ELI: http://data.europa.eu/eli/reco/2024/1343/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)