ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 213

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

66e jaargang
30 augustus 2023


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

BESLUITEN

 

*

Besluit (EU) 2023/1665 van de Commissie van 28 augustus 2023 tot rectificatie van Besluit (EU) 2023/1409 houdende opdracht aan de centrale administrateur van het EU-register het overschot van de Unie aan het einde van de tweede verbintenisperiode van het Protocol van Kyoto terug te geven aan de lidstaten en het Verenigd Koninkrijk

1

 

 

HANDELINGEN VAN BIJ INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN INGESTELDE ORGANEN

 

*

Besluit van het Gemengd Comité EU-ICAO van 25 mei 2023 tot wijzing van de werkregeling tussen de Europese Unie en de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie betreffende de samenwerking op het gebied van de melding van ongevallen en incidenten in de burgerluchtvaart [2023/1666]

4

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

BESLUITEN

30.8.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 213/1


BESLUIT (EU) 2023/1665 VAN DE COMMISSIE

van 28 augustus 2023

tot rectificatie van Besluit (EU) 2023/1409 houdende opdracht aan de centrale administrateur van het EU-register het overschot van de Unie aan het einde van de tweede verbintenisperiode van het Protocol van Kyoto terug te geven aan de lidstaten en het Verenigd Koninkrijk

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Besluit (EU) 2015/1339 van de Raad van 13 juli 2015 betreffende de sluiting, namens de Europese Unie, van de wijziging van Doha van het Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering en de gezamenlijke nakoming van de in dat kader aangegane verplichtingen (1), en met name artikel 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Na de vaststelling van Besluit (EU) 2023/1409 van de Commissie (2) heeft de Commissie in de berekening van het netto-overschot van de Unie een fout vastgesteld.

(2)

Om de rechtszekerheid te waarborgen, moet het bovengenoemde besluit van de Commissie worden gerectificeerd en moet de bijlage bij dat besluit worden vervangen voor wat betreft het totale bedrag van het overschot van de Unie en het aan de lidstaten toegewezen overschot van de Unie.

(3)

Na de overheveling van het deel van de opbrengsten naar het aanpassingsfonds is er een netto-overschot van de Unie in het EU-register van 2 156 103 762 toegewezen eenheden, in tegenstelling tot 2 215 147 885 eenheden zoals vermeld in bovengenoemd besluit van de Commissie van 4 juli 2023. Deze eenheden moeten overeenkomstig de in artikel 4, lid 2, van Besluit (EU) 2015/1339 vastgestelde regels aan de lidstaten en het Verenigd Koninkrijk worden teruggegeven (3).

(4)

Dit besluit moet op de dag van de bekendmaking ervan in werking treden, zodat het overschot van de Unie vóór 9 september 2023, de datum waarop de extra periode voor het nakomen van de verplichtingen uit hoofde van het Protocol van Kyoto afloopt, aan de lidstaten wordt teruggegeven,

BESLUIT:

Artikel 1

De bijlage bij Besluit (EU) 2023/1409 wordt vervangen door de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 28 augustus 2023.

Voor de Commissie

Maroš ŠEFČOVIČ

Uitvoerend vicevoorzitter


(1)  PB L 207 van 4.8.2015, blz. 1.

(2)  Besluit (EU) 2023/1409 van de Commissie van 4 juli 2023 houdende opdracht aan de centrale administrateur van het EU-register het overschot van de Unie aan het einde van de tweede verbintenisperiode van het Protocol van Kyoto terug te geven aan de lidstaten en het Verenigd Koninkrijk (PB L 170 van 5.7.2023, blz. 100).

(3)  PB C 384 I van 12.11.2019, blz. 59.


BIJLAGE

De bijlage bij Besluit (EU) 2023/1409 wordt als volgt gewijzigd:

Lidstaten en Verenigd Koninkrijk

Uit het overschot van de Unie toegewezen eenheden

België

20 450 588

Bulgarije

126 141 099

Tsjechië

133 267 103

Denemarken

13 136 942

Duitsland

195 195 443

Estland

50 771 706

Ierland

11 354 436

Griekenland

15 894 130

Spanje

58 409 926

Frankrijk

99 661 294

Kroatië

7 182 633

Italië

79 680 094

Cyprus

1 568 619

Letland

40 100 861

Litouwen

70 430 898

Luxemburg

2 406 891

Hongarije

107 256 218

Malta

307 434

Nederland

30 412 409

Oostenrijk

13 412 151

Polen

298 687 162

Portugal

13 296 395

Roemenië

490 413 095

Slovenië

3 286 845

Slowakije

75 013 997

Finland

8 658 264

Zweden

13 218 840

Verenigd Koninkrijk

176 488 289

Totaal

2 156 103 762


HANDELINGEN VAN BIJ INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN INGESTELDE ORGANEN

30.8.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 213/4


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ EU-ICAO

van 25 mei 2023

tot wijzing van de werkregeling tussen de Europese Unie en de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie betreffende de samenwerking op het gebied van de melding van ongevallen en incidenten in de burgerluchtvaart [2023/1666]

HET GEMENGD COMITÉ EU-ICAO,

Gezien het memorandum van samenwerking tussen de Europese Unie en de ICAO tot vaststelling van een kader voor versterkte samenwerking, ondertekend in Montreal en Brussel op 28 april en 4 mei 2011 (het memorandum), en met name de artikelen 3.3 en 7.3, punt c);

Gezien de bijlage betreffende de veiligheid van de luchtvaart bij het memorandum, en met name artikel 3.1;

Gezien het Global Aviation Safety Plan (GASP) van de ICAO (ICAO-doc. 10004) en de Global Safety Initiatives (GSI);

Gezien de Global Aviation Safety Roadmap (GASR, 2006) voor de invoering van de internationale uitwisseling van gegevens/het wereldwijde systeem voor de melding van gegevens;

Gezien Verordening (EU) nr. 376/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 inzake het melden, onderzoeken en opvolgen van voorvallen in de burgerluchtvaart en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 996/2010 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2003/42/EG van het Europees Parlement en de Raad en de Verordeningen (EG) nr. 1321/2007 en (EG) nr. 1330/2007 van de Commissie (1);

Gezien Verordening (EU) nr. 996/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 inzake onderzoek en preventie van ongevallen en incidenten in de burgerluchtvaart en houdende intrekking van Richtlijn 94/56/EG (2);

Gezien Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2018 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 2111/2005, (EG) nr. 1008/2008, (EU) nr. 996/2010, (EU) nr. 376/2014 en de Richtlijnen 2014/30/EU en 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 552/2004 en (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad (3);

Overwegende dat de definities van de taxonomie van het ADREP-systeem (Accident/Incident Data Reporting) van de ICAO hoofdzakelijk gebaseerd zijn op de normen en aanbevolen praktijken (SARP’s), handleidingen en richtsnoeren van de ICAO;

Overwegende dat de gebruikers van het ADREP en het Europees Coördinatiecentrum voor rapportagesystemen van vliegtuigongevallen (Eccairs) in ICAO-lidstaten verder gebruik moeten kunnen maken van informatie die verkregen is via het verzamelen, analyseren en delen van gegevens om veiligheidsdreigingen en bijdragende factoren op wereldschaal in kaart te brengen;

Overwegende dat de veiligheid van de luchtvaart en de harmonisatie van de internationale burgerluchtvaart gebaseerd zijn op erkende normen zoals het ADREP-systeem, en het belang erkennende van wederzijdse bijstand en samenwerking op het gebied van veiligheidsbeheer en gegevensbanksystemen;

Overwegende dat het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA) binnen de Europese Unie verplicht is om de Europese Commissie bij te staan bij het beheer van het Europees centraal register waarin alle in de Europese Unie verzamelde voorvalmeldingen worden opgeslagen, en met name als taak heeft om een nieuwe versie van het Eccairs-softwarepakket, Eccairs 2 genaamd, te ontwikkelen en te onderhouden;

Overwegende dat het EASA sinds 1 januari 2021 alle functies heeft overgenomen die het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (JRC) momenteel uitvoert met betrekking tot de Eccairs-software;

Overwegende dat de werkregeling met het EASA de functies vervult die verband houden met de Eccairs-software, zoals op 10 maart 2022 door het Gemengd Comité is besloten;

Gezien de noodzaak om samenwerkingsgebieden tussen de ICAO en het EASA vast te stellen ter ondersteuning van de implementatie van Eccairs 2, in dit geval gebieden die verband houden met opleiding en ondersteunende activiteiten die onder deze werkregeling vallen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De aan dit besluit gehechte wijzigingen van de werkregeling die op 10 maart 2022 te Montréal is opgesteld met betrekking tot de samenwerking op het gebied van de melding van ongevallen en incidenten in de burgerluchtvaart, worden goedgekeurd.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Voor het Gemengd Comité EU-ICAO

De voorzitters [alleen handtekeningen]


(1)  PB L 122 van 24.4.2014, blz. 18.

(2)  PB L 295 van 12.11.2010, blz. 35.

(3)  PB L 212 van 22.8.2018, blz. 1.


BIJLAGE

WERKREGELING TUSSEN DE INTERNATIONALE BURGERLUCHTVAARTORGANISATIE EN DE EUROPESE UNIE

BETREFFENDE DE SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN DE MELDING VAN ONGEVALLEN EN INCIDENTEN IN DE BURGERLUCHTVAART

De werkregeling wordt als volgt gewijzigd:

1)

Punt 2.2, f), wordt als volgt gewijzigd:

(a)

de laatste zin wordt geschrapt en vervangen door:

“Als een ICAO-lidstaat het Eccairs 2-systeem wil gebruiken, zal het EASA dienstverleningsafspraken met die staat maken en vaststellen.”.

2)

Punt 2.3 wordt als volgt gewijzigd:

(a)

Na punt 2.3, f), wordt een nieuwe alinea ingevoegd:

“Specifieke details van de samenwerking tussen het EASA en de ICAO op het gebied van opleiding en ondersteuning zijn opgenomen in aanhangsel 1 bij deze werkregeling.”.

3)

Punt 5.4. wordt als volgt gewijzigd:

(a)

Punt 5.4 wordt geschrapt en vervangen door:

“Elke partij behoudt de eigendom en alle rechten inzake haar auteursrechten, handelsmerken, naam, logo’s en alle andere intellectuele eigendom. Tenzij uitdrukkelijk bepaald in dit besluit, is het gebruik van de intellectuele eigendom van een partij door de andere partij onderworpen aan de voorafgaande schriftelijke toestemming van de partij. Alle werken die zijn gebaseerd op, afgeleid van of anderszins gebruikmaken van intellectuele eigendom van een andere partij, worden beschouwd als eigendom van die partij, met inbegrip van bijvoorbeeld alle output, kopieën, reproducties, verbeteringen, wijzigingen, aanpassingen en vertalingen; niettegenstaande het voorgaande kunnen dergelijke afgeleide werken overeenkomstig punt 5.5 als gezamenlijke intellectuele eigendom worden beschouwd. Tenzij anders bepaald in dit besluit, zal een partij de intellectuele eigendom van een andere partij niet verkopen, noch daarvan afgeleid materiaal voor verkoop produceren, noch de intellectuele eigendom van een andere partij geheel of gedeeltelijk verspreiden onder of bekendmaken aan derden.”.

4)

Het volgende nieuwe punt 5.5 wordt ingevoegd:

“De intellectuele-eigendomsrechten van gezamenlijk ontwikkeld materiaal zijn gezamenlijk eigendom van de partijen. Onder “gezamenlijke intellectuele eigendom” wordt verstaan: intellectuele eigendom met betrekking tot producten, onderzoek, gegevens, analyses, informatie en andere materialen die de partijen gezamenlijk ontwikkelen in het kader van deze samenwerking. Voor alle rechten op gezamenlijke intellectuele eigendom gelden de volgende voorwaarden:

a)

Na afloop of beëindiging van deze werkregeling wordt de portefeuille van de gecreëerde gezamenlijke intellectuele eigendom verdeeld over de partijen op basis van de gevestigde belangen van elke partij, zoals overeengekomen in overleg tussen de partijen. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt, blijven alle rechten op gezamenlijke intellectuele eigendom gezamenlijk eigendom van de partijen.”.

5)

Het volgende nieuwe artikel 6 AANSPRAKELIJKHEID wordt ingevoegd:

“6.

AANSPRAKELIJKHEID”

6)

Het volgende nieuwe punt 6.1 wordt ingevoegd:

“6.1.

De partijen zijn in geen geval jegens de andere partij aansprakelijk voor al dan niet voorzienbare directe, indirecte, incidentele, bijzondere of gevolgschade van welke aard ook, die het resultaat is van of voortvloeit uit de activiteiten waarop deze werkregeling betrekking heeft.”.

7)

Artikel 6 WIJZIGINGEN EN BEËINDIGING wordt als volgt gewijzigd:

(a)

Het artikel wordt hernummerd tot 7

“Artikel 7

WIJZIGINGEN EN BEËINDIGING”

8)

Aan de werkregeling wordt een nieuw aanhangsel toegevoegd:

(a)

Na punt 7.2 wordt een nieuw Aanhangsel 1 ingevoegd:

“AANHANGSEL 1

SAMENWERKING TUSSEN DE ICAO EN HET EASA OP HET GEBIED VAN OPLEIDING EN ONDERSTEUNING

1.   Doel en toepassingsgebied

1.1.

Het doel van dit aanhangsel is de samenwerkingsgebieden tussen de ICAO en het EASA vast te stellen bij de ondersteuning van de implementatie van Eccairs 2. Het toepassingsgebied van dit aanhangsel is beperkt tot opleidings- en ondersteuningsactiviteiten die onder deze werkregeling vallen, met inbegrip van de ontwikkeling en levering van ICAO-uitvoeringspakketten (“iPACK’s”) onder auspiciën van het Bureau voor technische samenwerking van de ICAO, en andere samenwerkingsmogelijkheden zoals beurzen, uitwisseling van thematische deskundigheid en samenwerking bij projecten en programma’s met betrekking tot capaciteitsopbouw voor technische samenwerking voor capaciteitsopbouw (hierna gezamenlijk “de initiatieven” genoemd).

1.2.

De details van elk initiatief worden schriftelijk overeengekomen tussen de ICAO en het EASA en voldoen aan de bepalingen van de werkregeling en dit aanhangsel.

2.   Partnerschapswerkgroep

2.1.

De ICAO en het EASA zullen een partnerschapswerkgroep (de “PWG”) oprichten, die op basis van consensus:

2.1.1.

richtsnoeren verstrekt voor de ontwikkeling en uitvoering van elk afzonderlijk initiatief waarvoor de ICAO en het EASA overeenkomen samen te werken;

2.1.2.

de definitieve versie van een dergelijk initiatief en eventuele latere actualiseringen daarvan goedkeurt;

2.1.3.

de bevordering en verspreiding van informatie over de initiatieven goedkeurt;

2.1.4.

toezicht houdt op de uitvoering van de samenwerking in haar geheel, en

2.1.5.

nagaat of de uitvoering van elk afzonderlijk initiatief financieel haalbaar is.

2.2.

De PWG is geen formele raad van bestuur en heeft noch collectief noch individueel een fiduciaire verplichting jegens of verantwoordelijkheid voor enig initiatief of jegens een partij bij deze werkregeling of het EASA.

2.3.

De ICAO en het EASA benoemen als volgt vertegenwoordigers in de PWG:

2.3.1.

Afhankelijk van de aard van de initiatieven kan de ICAO de directeur van het Bureau voor technische samenwerking of het hoofd mondiale luchtvaartopleiding of hun gemachtigde vertegenwoordiger benoemen.

2.3.2.

Het EASA kan de directeur van het directoraat Strategie en Veiligheidsbeheer of zijn/haar plaatsvervanger, als hun gemachtigde vertegenwoordiger, benoemen.

2.3.3.

De ICAO en het EASA kunnen op voet van gelijkheid extra vertegenwoordigers in de PWG benoemen om de bovengenoemde vertegenwoordigers te ondersteunen.

2.4.

Naast haar in punt 2.1 beschreven verantwoordelijkheden komt de PWG tijdens de gehele looptijd van de initiatieven indien nodig bijeen om dergelijke initiatieven, met inbegrip van prestaties en profielen van afzonderlijke initiatieven, te evalueren, passende oplossingen voor problemen te coördineren en verbeteringen en wijzigingen van de initiatieven voor te stellen.

3.   Taakverdeling tussen de ICAO en het EASA

3.1.

De specifieke taken van de ICAO en het EASA met betrekking tot elk afzonderlijk initiatief worden schriftelijk overeengekomen tussen de ICAO en het EASA overeenkomstig punt 1.2.

3.2.

De ICAO en het EASA zullen het iPACK of een ander initiatief via hun respectieve kanalen promoten en bekendmaken en in dat verband samen een gezamenlijk jaarlijks activiteitenplan opstellen. De inspanningen met betrekking tot gezamenlijke activiteiten worden gecoördineerd door de ICAO en het EASA en goedgekeurd door de PWG.

3.3.

De ICAO en het EASA zullen samenwerken om de initiatieven gezamenlijk op hun websites te promoten. De ICAO en het EASA zullen ook geregeld redelijke inspanningen leveren om het iPACK of een ander initiatief gezamenlijk te promoten via andere middelen en fora, waaronder:

a)

persberichten;

b)

conferenties en workshops georganiseerd door de ICAO of het EASA;

c)

advertenties in ICAO- en EASA-publicaties;

d)

elektronische nieuwsbrieven;

e)

sociale media, en

f)

elke andere noodzakelijk geachte gezamenlijke activiteit.

4.   Financiële aspecten van de samenwerking

4.1.

De iPACK’s en andere initiatieven zullen worden ontwikkeld en aangeboden op basis van volledige kostendekking, waarbij alle financiële uitvoeringsmechanismen geval per geval worden vastgesteld overeenkomstig bepalingen die schriftelijk tussen de ICAO en het EASA moeten worden overeengekomen krachtens punt 1.2.

4.2.

Voor elk iPACK of ander initiatief omvat het financieel uitvoeringsmechanisme bepalingen over de uitvoering, de ontwikkeling en het beheer van de kosten en inkomsten, met inbegrip van de verdeling ervan tussen de ICAO en het EASA. Het financieel uitvoeringsmechanisme zal ook bepalingen bevatten over de duur en het plafond van de financiële verbintenissen en over de beperking van de verantwoordelijkheid, waarbij ook wordt verwezen naar de mogelijkheid tot terugtrekking uit de respectieve verbintenissen.

4.3.

Elk afzonderlijk iPACK of ander initiatief wordt niet uitgevoerd indien de ICAO en het EASA geen schriftelijke overeenstemming bereiken over het in de punten 4.1 en 4.2 bedoelde financiële uitvoeringsmechanisme.
”.