ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 136

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

66e jaargang
24 mei 2023


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2023/997 van de Commissie van 23 mei 2023 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/17 van de Commissie tot vaststelling van een lijst van wijzigingen waarvoor geen beoordeling vereist is, overeenkomstig Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad ( 1 )

1

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2023/998 van de Commissie van 23 mei 2023 tot verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki ABTS-351 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie ( 1 )

4

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2023/999 van de Commissie van 23 mei 2023 tot verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. israelensis stam AM65-52 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie ( 1 )

11

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1000 van de Commissie van 23 mei 2023 tot verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stam GC-91 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie ( 1 )

16

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1001 van de Commissie van 23 mei 2023 tot verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof Bacillus amyloliquefaciens stam QST 713 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie ( 1 )

23

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1002 van de Commissie van 23 mei 2023 tot verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stam ABTS-1857 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie ( 1 )

28

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1003 van de Commissie van 23 mei 2023 tot verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki EG2348 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie ( 1 )

35

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1004 van de Commissie van 23 mei 2023 tot verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-11 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie ( 1 )

42

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1005 van de Commissie van 23 mei 2023 tot verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-12 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie ( 1 )

49

 

 

BESLUITEN

 

*

Besluit (EU) 2023/1006 van de Raad van 25 april 2023 betreffende het namens de Europese Unie tijdens de elfde vergadering van de Conferentie van de Partijen bij het Verdrag van Stockholm inzake persistente organische verontreinigende stoffen in te nemen standpunt over de voorstellen tot wijziging van bijlage A bij dat verdrag

55

 

*

Besluit (EU) 2023/1007 van de Raad van 25 april 2023 betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt tijdens de zestiende vergadering van de Conferentie van de Partijen bij het Verdrag van Bazel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan, over bepaalde wijzigingen van artikelen van en bijlagen bij dat verdrag

57

 

*

Besluit (EU) 2023/1008 van de Raad van 15 mei 2023 tot machtiging tot het openen van onderhandelingen met de Republiek Ecuador over een overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Ecuador op het gebied van de uitwisseling van persoonsgegevens tussen het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en de Ecuadoraanse autoriteiten die bevoegd zijn voor de bestrijding van zware criminaliteit en terrorisme

59

 

*

Besluit (EU) 2023/1009 van de Raad van 15 mei 2023 tot machtiging tot het openen van onderhandelingen met de Plurinationale Staat Bolivia over een overeenkomst tussen de Europese Unie en de Plurinationale Staat Bolivia op het gebied van de uitwisseling van persoonsgegevens tussen het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en de Boliviaanse autoriteiten die bevoegd zijn voor de bestrijding van zware criminaliteit en terrorisme

61

 

*

Besluit (EU) 2023/1010 van de Raad van 15 mei 2023 tot machtiging tot het openen van onderhandelingen met de Federale Republiek Brazilië over een overeenkomst tussen de Europese Unie en de Federale Republiek Brazilië op het gebied van de uitwisseling van persoonsgegevens tussen het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en de Braziliaanse autoriteiten die bevoegd zijn voor de bestrijding van zware criminaliteit en terrorisme

63

 

*

Besluit (EU) 2023/1011 van de Raad van 15 mei 2023 tot machtiging tot het openen van onderhandelingen met de Verenigde Mexicaanse Staten over een overeenkomst tussen de Europese Unie en de Verenigde Mexicaanse Staten op het gebied van de uitwisseling van persoonsgegevens tussen het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en de Mexicaanse autoriteiten die bevoegd zijn voor de bestrijding van zware criminaliteit en terrorisme

65

 

*

Besluit (EU) 2023/1012 van de Raad van 15 mei 2023 tot machtiging tot het openen van onderhandelingen met de Republiek Peru over een overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Peru op het gebied van de uitwisseling van persoonsgegevens tussen het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en de Peruaanse autoriteiten die bevoegd zijn voor de bestrijding van zware criminaliteit en terrorisme

67

 

*

Besluit (EU) 2023/1013 van de Raad van 16 mei 2023 betreffende een afwijking van Besluit 2013/471/EU betreffende de toekenning van dagvergoedingen en het vergoeden van reiskosten aan de leden van het Europees Economisch en Sociaal Comité, alsmede aan de plaatsvervangers, en tot wijziging van Besluit (EU) 2021/1072

69

 

*

Besluit (EU) 2023/1014 van de Raad van 16 mei 2023 tot benoeming van een plaatsvervanger in het Comité van de Regio’s, voorgedragen door het Koninkrijk Spanje

72

 

*

Besluit (GBVB) 2023/1015 van de Raad van 23 mei 2023 ter bevestiging van de deelname van Denemarken aan de PESCO en tot wijziging van Besluit (GBVB) 2017/2315 tot instelling van de permanente gestructureerde samenwerking (PESCO) en tot opstelling van de lijst van deelnemende lidstaten

73

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2023/1016 van de Commissie van 22 mei 2023 tot wijziging van Beschikking 2002/994/EG betreffende bepaalde beschermende maatregelen ten aanzien van de uit China ingevoerde producten van dierlijke oorsprong ( 1 )

75

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2023/1017 van de Commissie van 23 mei 2023 tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/1729 wat betreft de bewaking van methicilline-resistente Staphylococcus aureus (MRSA) bij mestvarkens (Kennisgeving geschied onder nummer C(2023) 3251)  ( 1 )

78

 

 

AANBEVELINGEN

 

*

Aanbeveling (EU) 2023/1018 van de Commissie van 4 mei 2023 over de bestrijding van onlinepiraterij van sport- en andere live-evenementen

83

 

 

HANDELINGEN VAN BIJ INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN INGESTELDE ORGANEN

 

*

Besluit Nr. 4/2023 van het Handelscomité van 26 april 2023 betreffende zijn reglement van orde [2023/1019]

95

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst.

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

24.5.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 136/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/997 VAN DE COMMISSIE

van 23 mei 2023

tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/17 van de Commissie tot vaststelling van een lijst van wijzigingen waarvoor geen beoordeling vereist is, overeenkomstig Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 betreffende diergeneesmiddelen en tot intrekking van Richtlijn 2001/82/EG (1), en met name artikel 60, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Uitvoeringsverordening (EU) 2021/17 van de Commissie (2) bevat een lijst van wijzigingen waarvoor geen beoordeling vereist is.

(2)

Het Europees Geneesmiddelenbureau (“het Bureau”) en de coördinatiegroep voor geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (“CMDv”) hebben de Commissie op 20 december 2022 geadviseerd de punten B.12 en B.24 van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/17 te wijzigen om rekening te houden met nieuwe ontwikkelingen. Zowel het Bureau als de CMDv hebben verzoeken ontvangen voor de indeling van drie wijzigingen van de voorwaarden van een vergunning voor het in de handel brengen die niet in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/17 zijn opgenomen en die zich niet eerder hadden voorgedaan, als wijzigingen waarvoor geen beoordeling vereist is. Die wijzigingen hebben betrekking op productieapparatuur of processen in verband met productieapparatuur, en wijzigingen met betrekking tot de fabrikant die verantwoordelijk is voor de vrijgave van charges.

(3)

De Commissie heeft rekening gehouden met het advies van het Bureau en de CMDv, de in artikel 60, lid 2, van Verordening (EU) 2019/6 vermelde criteria, alsmede met alle noodzakelijke voorwaarden en de meest actuele documentatievereisten om ervoor te zorgen dat de nieuwe wijzigingen waarvoor geen beoordeling vereist is, geen risico voor de volksgezondheid, de diergezondheid of het milieu inhouden.

(4)

Uitvoeringsverordening (EU) 2021/17 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd om daarin deze nieuwe soorten wijzigingen op te nemen die momenteel niet in de bijlage bij deze uitvoeringsverordening zijn vermeld.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/17 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 mei 2023.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 4 van 7.1.2019, blz. 43.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) 2021/17 van de Commissie van 8 januari 2021 tot vaststelling van een lijst van wijzigingen waarvoor geen beoordeling vereist is, overeenkomstig Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 7 van 11.1.2021, blz. 22).


BIJLAGE

In de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/17 wordt punt B als volgt gewijzigd:

1)

Aan punt 12 wordt het volgende punt toegevoegd:

“h)

van productieapparatuur (wanneer in het dossier beschreven), met inbegrip van processen die verband houden met de apparatuur

De wijziging mag niet leiden tot wijzigingen of aanpassingen van het productieproces of de kwaliteit van het product.

Wijziging van de relevante gedeelten van het dossier.”

2)

Punt 24 wordt vervangen door:

“24

Vervanging of toevoeging van een fabrikant die verantwoordelijk is voor:

De fabrikant of de locatie is al in de IT-systemen van de Unie voor het opslaan en verstrekken van organisatorische gegevens opgenomen.

De locatie is naar behoren erkend en de inspectie ervan was bevredigend.

Wijziging van de relevante gedeelten van het dossier, met inbegrip van herziene productinformatie, indien van toepassing.

Verklaring door de gekwalificeerde persoon.”

a)

vrijgave van charges inclusief chargecontrole of -beproeving van een steriel of niet-steriel eindproduct

De verandering is niet van toepassing op een biologisch of immunologisch geneesmiddel.

De methodeoverdracht van de vorige naar de nieuwe locatie is met succes volbracht.

 

b)

vrijgave van charges zonder chargecontrole of -beproeving van een steriel of niet-steriel eindproduct

Ten minste één locatie voor chargecontrole of -beproeving blijft in de EER of in een land waarmee de EU een operationele overeenkomst met passend toepassingsgebied inzake wederzijdse erkenning van goede fabricagepraktijken heeft gesloten, en die locatie is in staat de producttests te certificeren ten behoeve van de vrijgave van charges in de EER.

 


24.5.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 136/4


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/998 VAN DE COMMISSIE

van 23 mei 2023

tot verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki ABTS-351 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (1), en met name artikel 20, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Richtlijn 2008/113/EG van de Commissie (2) is in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (3) een vermelding van de goedkeuring van Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki ABTS-351 als werkzame stof opgenomen.

(2)

De in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG opgenomen werkzame stoffen worden geacht te zijn goedgekeurd krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009 overeenkomstig artikel 78, lid 3, van die verordening en zijn opgenomen in deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (4).

(3)

De goedkeuring van de in deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 opgenomen werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki ABTS-351 vervalt op 15 augustus 2024.

(4)

Op 30 april 2016 is overeenkomstig artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 van de Commissie (5) bij Denemarken, de lidstaat-rapporteur, en Nederland, de lidstaat-corapporteur, binnen de in dat artikel vastgestelde termijn een aanvraag tot verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki ABTS-351 ingediend.

(5)

De aanvrager heeft ook de overeenkomstig artikel 6 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 vereiste aanvullende dossiers ingediend bij de lidstaat-rapporteur, de lidstaat-corapporteur, de Commissie en de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA). De lidstaat-rapporteur heeft vastgesteld dat de aanvraag ontvankelijk was.

(6)

De lidstaat-rapporteur heeft in overleg met de lidstaat-corapporteur een ontwerpbeoordelingsverslag over de verlenging opgesteld en dit verslag op 20 juni 2019 bij de EFSA en de Commissie ingediend. In het ontwerpbeoordelingsverslag over de verlenging stelt de lidstaat-rapporteur voor de goedkeuring van de werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki ABTS-351 te verlengen.

(7)

De EFSA heeft het ontwerpbeoordelingsverslag over de verlenging voor opmerkingen aan de aanvrager en de lidstaten meegedeeld, een openbare raadpleging gehouden en de ontvangen opmerkingen doorgestuurd naar de Commissie. De EFSA heeft het aanvullende beknopte dossier ook toegankelijk gemaakt voor het publiek.

(8)

Op 27 september 2021 heeft de EFSA de Commissie haar conclusie (6) meegedeeld, waarin staat dat Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki ABTS-351 naar verwachting zal voldoen aan de goedkeuringscriteria van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1107/2009.

(9)

De Commissie heeft op 14 oktober 2022 en op 25 januari 2023 respectievelijk een verslag over de verlenging voor Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki ABTS-351 en een ontwerp van deze verordening bij het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders ingediend.

(10)

De Commissie heeft de aanvrager verzocht zijn opmerkingen in te dienen over de conclusie van de EFSA en, overeenkomstig artikel 14, lid 1, derde alinea, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012, over het verslag over de verlenging. De aanvrager heeft zijn opmerkingen ingediend, die zorgvuldig zijn onderzocht en in aanmerking zijn genomen.

(11)

Er is met betrekking tot een of meer representatieve toepassingen van minstens één gewasbeschermingsmiddel dat de werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki ABTS-351 bevat, vastgesteld dat aan de goedkeuringscriteria van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 is voldaan.

(12)

Het is derhalve passend om de goedkeuring van Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki ABTS-351 te verlengen.

(13)

Er moeten echter bepaalde voorwaarden worden vastgesteld op grond van artikel 14, lid 1, in samenhang met artikel 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009. Bij wijze van voorzorgsbenadering voor de bescherming van de voeding van de consument is het met name passend te voorzien in een minimumperiode tussen de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen die Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki ABTS-351 bevatten en de oogst van eetbare gewassen die voor verse consumptie worden gebruikt, tenzij uit gegevens betreffende residuen blijkt dat het gehalte aan Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki ABTS-351 bij de oogst minder dan 105 kve/g bedraagt.

(14)

Om het vertrouwen in de conclusie dat Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki ABTS-351 geen gevolgen heeft voor de menselijke gezondheid te vergroten, moet de aanvrager bovendien verdere gegevens verstrekken over de afname van de dichtheid van levensvatbare sporen van Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki ABTS-351 op eetbare plantendelen vanaf het moment van toepassing van een gewasbeschermingsmiddel dat die werkzame stof bevat tot het moment van de oogst of totdat de gehalten lager zijn dan 105 kve/g.

(15)

Voorts moet worden geëist dat de lidstaten bij de beoordeling van aanvragen voor toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki ABTS-351 bevatten, bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van toedieners en werknemers.

(16)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(17)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2023/689 van de Commissie (7) is de geldigheidsduur van de goedkeuring van Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki ABTS-351 verlengd tot en met 15 augustus 2024, opdat de verlengingsprocedure vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van de goedkeuring van die werkzame stof kan worden voltooid. Aangezien er echter voor de vervaldatum van de verlengde geldigheidsduur een besluit is genomen over de verlenging, moet deze verordening voor die datum in werking treden.

(18)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof

De goedkeuring van de in bijlage I gespecificeerde werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki ABTS-351 wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden verlengd.

Artikel 2

Wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.

Artikel 3

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 2023.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 mei 2023.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.

(2)  Richtlijn 2008/113/EG van de Commissie van 8 december 2008 tot wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad teneinde verscheidene micro-organismen op te nemen als werkzame stoffen (PB L 330 van 9.12.2008, blz. 6).

(3)  Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de lijst van goedgekeurde werkzame stoffen betreft (PB L 153 van 11.6.2011, blz. 1).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 van de Commissie van 18 september 2012 tot vaststelling van de nodige bepalingen voor de uitvoering van de verlengingsprocedure voor werkzame stoffen, als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 252 van 19.9.2012, blz. 26). Deze verordening is vervangen door Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1740 van de Commissie, maar blijft overeenkomstig artikel 17 van die verordening van toepassing op de procedure voor de verlenging van de goedkeuring van werkzame stoffen waarvan de geldigheidsduur van de goedkeuring voor 27 maart 2024 verstrijkt of waarvan de geldigheidsduur van de goedkeuring bij een op of na 27 maart 2021 overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 vastgestelde verordening wordt verlengd tot en met 27 maart 2024 of een latere datum.

(6)  EFSA Journal. DOI: https://doi.org/10.2903/j.efsa.2021.6879. Online beschikbaar op: www.efsa.europa.eu

(7)  Uitvoeringsverordening (EU) 2023/689 van de Commissie van 20 maart 2023 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de geldigheidsduur van de goedkeuring voor de werkzame stoffen Bacillus subtilis (Cohn 1872) stam QST 713, Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stammen ABTS-1857 en GC-91, Bacillus thuringiensis subsp. israeliensis (serotype H-14) stam AM65-52, Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki stammen ABTS 351, PB 54, SA 11, SA12 en EG 2348, Beauveria bassiana stammen ATCC 74040 en GHA, clodinafop, Cydia pomonella Granulovirus (CpGV), cyprodinil, dichloorprop-P, fenpyroximaat, fosetyl, malathion, mepanipyrim, metconazool, metrafenon, pirimicarb, pyridaben, pyrimethanil, rimsulfuron, spinosad, Trichoderma asperellum (vroeger T. harzianum) stammen ICC012, T25 en TV1, Trichoderma atroviride (vroeger T. harzianum) stam T11, Trichoderma gamsii (vroeger T. viride) stam ICC080, Trichoderma harzianum stammen T-22 en ITEM 908, triclopyr, trinexapac, triticonazool en ziram (PB L 91 van 29.3.2023, blz. 1).


BIJLAGE I

Benaming, Identificatienummers

IUPAC-benaming

Zuiverheid (1)

Datum van goedkeuring

Geldigheidsduur

Specifieke bepalingen

Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki ABTS-351

n.v.t.

Geen relevante onzuiverheden

1 juli 2023

30 juni 2038

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het beoordelingsverslag over Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki ABTS-351, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

de bescherming van de toedieners en werknemers, rekening houdend met het feit dat micro-organismen sowieso als potentieel sensibiliserende stoffen worden beschouwd en ervoor zorgend dat geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen als een gebruiksvoorwaarde worden opgenomen;

de garantie van de producent op de strikte handhaving van de omgevingsomstandigheden en de analyse van de kwaliteitscontrole tijdens het productieproces om ervoor te zorgen dat de grenswaarden inzake microbiologische besmetting als bedoeld in het werkdocument SANCO/12116/2012 (2) niet worden overschreden.

De gebruiksvoorwaarden moeten de volgende risicobeperkende maatregelen omvatten:

tussen de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen die Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki stam ABTS-351 bevatten en de oogst van eetbare gewassen die voor verse consumptie worden gebruikt, wordt een minimumperiode van twee dagen in acht genomen, tenzij uit de beschikbare gemeten of geschatte gegevens betreffende residuen blijkt dat het gehalte aan Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki stam ABTS-351 bij de oogst minder dan 105 kve/g bedraagt.

De aanvrager dient bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA aanvullende informatie in over:

gegevens over ten minste één representatief eetbaar gewas (d.w.z. kool en tomaten) met betrekking tot de afname van de dichtheid van levensvatbare sporen van Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki ABTS-351 op eetbare plantendelen vanaf het moment van toepassing van een gewasbeschermingsmiddel dat die werkzame stof bevat tot het moment van de oogst of totdat de gehalten lager zijn dan 105 kve/g, met inbegrip van gegevens over de stabiliteit bij opslag van de micro-organismen tussen de bemonstering en de analyse van het aantal sporen. De aanvrager en de lidstaat-rapporteur stellen in onderling overleg de desbetreffende te volgen methoden en protocollen vast. De aanvrager dient de gevraagde informatie uiterlijk op 13 december 2025 in.


(1)  Het verslag over de verlenging bevat nadere gegevens over de identiteit en de specificatie van de werkzame stof.

(2)  pesticides_ppp_app-proc_guide_phys-chem-ana_microbial-contaminant-limits.pdf (europa.eu).


BIJLAGE II

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In deel A wordt vermelding 195 geschrapt.

2)

In deel B wordt de volgende vermelding toegevoegd:

Nummer

Benaming, Identificatienummers

IUPAC-benaming

Zuiverheid (1)

Datum van goedkeuring

Geldigheidsduur

Specifieke bepalingen

“162

Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki ABTS-351

n.v.t.

Geen relevante onzuiverheden

1 juli 2023

30 juni 2038

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het beoordelingsverslag over Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki ABTS-351, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

de bescherming van de toedieners en werknemers, rekening houdend met het feit dat micro-organismen sowieso als potentieel sensibiliserende stoffen worden beschouwd en ervoor zorgend dat geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen als een gebruiksvoorwaarde worden opgenomen;

de garantie van de producent op de strikte handhaving van de omgevingsomstandigheden en de analyse van de kwaliteitscontrole tijdens het productieproces om ervoor te zorgen dat de grenswaarden inzake microbiologische besmetting als bedoeld in het werkdocument SANCO/12116/2012 (2) niet worden overschreden.

De gebruiksvoorwaarden moeten de volgende risicobeperkende maatregelen omvatten:

tussen de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen die Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki ABTS-351 bevatten en de oogst van eetbare gewassen die voor verse consumptie worden gebruikt, wordt een minimumperiode van twee dagen in acht genomen, tenzij uit de beschikbare gemeten of geschatte gegevens betreffende residuen blijkt dat het gehalte aan Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki ABTS-351 minder dan 105 kve/g bedraagt, zoals aanbevolen door de EFSA.

De aanvrager dient bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA aanvullende informatie in over:

gegevens over ten minste één representatief eetbaar gewas (d.w.z. kool en tomaten) met betrekking tot de afname van de dichtheid van levensvatbare sporen van Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki ABTS-351 op eetbare plantendelen vanaf het moment van toepassing van een gewasbeschermingsmiddel dat die werkzame stof bevat tot het moment van de oogst of totdat de gehalten lager zijn dan 105 kve/g, met inbegrip van gegevens over de stabiliteit bij opslag van de micro-organismen tussen de bemonstering en de analyse van het aantal sporen. Tegen 13 december 2025 stellen de aanvrager en de lidstaat-rapporteur in onderling overleg de desbetreffende te volgen methoden en protocollen vast.


(1)  Het verslag over de verlenging bevat nadere gegevens over de identiteit en de specificatie van de werkzame stof.

(2)  pesticides_ppp_app-proc_guide_phys-chem-ana_microbial-contaminant-limits.pdf (europa.eu).”


24.5.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 136/11


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/999 VAN DE COMMISSIE

van 23 mei 2023

tot verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. israelensis stam AM65-52 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (1), en met name artikel 20, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Richtlijn 2008/113/EG van de Commissie (2) is in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (3) een verwijzing naar de goedkeuring van Bacillus thuringiensis subsp. israelensis stam AM65-52 als werkzame stof opgenomen.

(2)

De in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG opgenomen werkzame stoffen worden geacht te zijn goedgekeurd krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009 overeenkomstig artikel 78, lid 3, van die verordening en zijn opgenomen in deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (4).

(3)

De goedkeuring van de in deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 opgenomen werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. israelensis stam AM65-52 vervalt op 15 augustus 2024.

(4)

Op 27 april 2016 is er overeenkomstig artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 van de Commissie (5) bij Zweden, de lidstaat-rapporteur, en Spanje, de lidstaat-corapporteur, binnen de in dat artikel vastgestelde termijn een aanvraag tot verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. israelensis stam AM65-52 ingediend.

(5)

De aanvrager heeft ook de overeenkomstig artikel 6 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 vereiste aanvullende dossiers ingediend bij de lidstaat-rapporteur, de lidstaat-corapporteur, de Commissie en de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA). De lidstaat-rapporteur heeft vastgesteld dat de aanvraag ontvankelijk was.

(6)

De lidstaat-rapporteur heeft in overleg met de lidstaat-corapporteur een ontwerpbeoordelingsverslag over de verlenging opgesteld en dit verslag op 27 juli 2018 bij de EFSA en de Commissie ingediend. In het ontwerpbeoordelingsverslag over de verlenging stelt de lidstaat-rapporteur voor de goedkeuring van de werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. israelensis stam AM65-52 te verlengen.

(7)

De EFSA heeft het ontwerpbeoordelingsverslag over de verlenging voor opmerkingen aan de aanvrager en de lidstaten meegedeeld, een openbare raadpleging gehouden en de ontvangen opmerkingen doorgestuurd naar de Commissie. De EFSA heeft het aanvullende beknopte dossier ook toegankelijk gemaakt voor het publiek.

(8)

Op 12 november 2020 heeft de EFSA de Commissie haar conclusie (6) meegedeeld, waarin staat dat Bacillus thuringiensis subsp. israelensis stam AM65-52 naar verwachting zal voldoen aan de goedkeuringscriteria van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1107/2009.

(9)

De Commissie heeft op 19 mei 2021 en op 25 januari 2023 respectievelijk een verslag over de verlenging voor Bacillus thuringiensis subsp. israelensis stam AM65-52 en een ontwerp van deze verordening bij het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders ingediend.

(10)

De Commissie heeft de aanvrager verzocht zijn opmerkingen in te dienen over de conclusie van de EFSA en, overeenkomstig artikel 14, lid 1, derde alinea, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 (7), over het verslag over de verlenging. De aanvrager heeft zijn opmerkingen ingediend en die zijn zorgvuldig onderzocht.

(11)

Er is met betrekking tot een of meer representatieve toepassingen van minstens één gewasbeschermingsmiddel dat de werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. israelensis stam AM65-52 bevat, vastgesteld dat aan de goedkeuringscriteria van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 is voldaan.

(12)

Het is derhalve passend om de goedkeuring van Bacillus thuringiensis subsp. israelensis stam AM65-52 te verlengen.

(13)

Er moeten echter bepaalde voorwaarden worden vastgesteld op grond van artikel 14, lid 1, in samenhang met artikel 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 in geval van aanvragen voor toelating voor gebruik op eetbare gewassen. Bij wijze van voorzorgsbenadering voor de bescherming van de voeding van de consument is het dan met name passend te eisen dat de lidstaten bij de beoordeling van aanvragen voor toelatingen voor producten die Bacillus thuringiensis subsp. israelensis stam AM65-52 bevatten voor gebruik in eetbare gewassen, voorzien in een minimumperiode tussen de toepassing van deze producten en de oogst van eetbare gewassen die voor verse consumptie worden gebruikt.

(14)

Voorts moet worden geëist dat de lidstaten bij de beoordeling van aanvragen voor toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die Bacillus thuringiensis subsp. israelensis stam AM65-52 bevatten, bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van toedieners en werknemers.

(15)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(16)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2023/689 van de Commissie (8) is de geldigheidsduur van de goedkeuring van Bacillus thuringiensis subsp. israelensis stam AM65-52 verlengd tot en met 15 augustus 2024, opdat de verlengingsprocedure vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van de goedkeuring van die werkzame stof kan worden voltooid. Aangezien er echter voor de vervaldatum van de verlengde geldigheidsduur een besluit is genomen over de verlenging, moet deze verordening voor die datum in werking treden.

(17)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof

De goedkeuring van de in bijlage I bij deze verordening gespecificeerde werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. israelensis stam AM65-52 wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden verlengd.

Artikel 2

Wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.

Artikel 3

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 2023.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 mei 2023.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.

(2)  Richtlijn 2008/113/EG van de Commissie van 8 december 2008 tot wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad teneinde verscheidene micro-organismen op te nemen als werkzame stoffen (PB L 330 van 9.12.2008, blz. 6).

(3)  Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de lijst van goedgekeurde werkzame stoffen betreft (PB L 153 van 11.6.2011, blz. 1).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 van de Commissie van 18 september 2012 tot vaststelling van de nodige bepalingen voor de uitvoering van de verlengingsprocedure voor werkzame stoffen, als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 252 van 19.9.2012, blz. 26).

(6)  EFSA (Europese Autoriteit voor voedselveiligheid). Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance B. thuringiensis subsp. israelensis strain AM65-52. EFSA Journal, 2020, DOI: 10.2903/j.efsa.2020.6317.

(7)  Deze verordening is vervangen door Verordening (EU) 2020/1740, maar blijft van toepassing op de procedure voor de verlenging van de goedkeuring van werkzame stoffen waarvan de geldigheidsduur van de goedkeuring voor 27 maart 2024 verstrijkt of waarvan de geldigheidsduur van de goedkeuring bij een op of na 27 maart 2021 overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 vastgestelde verordening wordt verlengd tot en met 27 maart 2024 of een latere datum.

(8)  Uitvoeringsverordening (EU) 2023/689 van de Commissie van 20 maart 2023 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de geldigheidsduur van de goedkeuring voor de werkzame stoffen Bacillus subtilis (Cohn 1872) stam QST 713, Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stammen ABTS-1857 en GC-91, Bacillus thuringiensis subsp. israeliensis (serotype H-14) stam AM65-52, Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki stammen ABTS 351, PB 54, SA 11, SA12 en EG 2348, Beauveria bassiana stammen ATCC 74040 en GHA, clodinafop, Cydia pomonella Granulovirus (CpGV), cyprodinil, dichloorprop-P, fenpyroximaat, fosetyl, malathion, mepanipyrim, metconazool, metrafenon, pirimicarb, pyridaben, pyrimethanil, rimsulfuron, spinosad, Trichoderma asperellum (vroeger T. harzianum) stammen ICC012, T25 en TV1, Trichoderma atroviride (vroeger T. harzianum) stam T11, Trichoderma gamsii (vroeger T. viride) stam ICC080, Trichoderma harzianum stammen T-22 en ITEM 908, triclopyr, trinexapac, triticonazool en ziram (PB L 91 van 29.3.2023, blz. 1).


BIJLAGE I

Benaming, Identificatienummers

IUPAC-benaming

Zuiverheid (1)

Datum van goedkeuring

Geldigheidsduur

Specifieke bepalingen

Bacillus thuringiensis subsp. israelensis stam AM65-52

Kweekverzameling: nr. ATCC-1276

Niet van toepassing

Geen relevante onzuiverheden

1 juli 2023

30 juni 2038

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het beoordelingsverslag over Bacillus thuringiensis subsp. israelensis stam AM65-52, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

de bescherming van toedieners en werknemers, rekening houdend met het feit dat micro-organismen sowieso als potentieel sensibiliserende stoffen worden beschouwd;

de garantie van de producent op de strikte handhaving van de omgevingsomstandigheden en de analyse van de kwaliteitscontrole tijdens het productieproces om ervoor te zorgen dat de grenswaarden inzake microbiologische besmetting als bedoeld in het werkdocument SANCO/12116/2012 (2) niet worden overschreden;

de bescherming van wilde bestuivers en van in het water levende organismen (bv. ongewervelde waterdieren, met name tweevleugeligen) bij gebruik in open veld. De gebruiksvoorwaarden moeten waar nodig specifieke risicobeperkende maatregelen omvatten.

De gebruiksvoorwaarden moeten risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals:

geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voor toedieners die producten gebruiken die Bacillus thuringiensis subsp. israelensis stam AM65-52 bevatten;

in geval van toelating voor gebruik op eetbare gewassen, wordt tussen de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen die Bacillus thuringiensis subsp. israelensis stam AM65-52 bevatten en de oogst van eetbare gewassen die voor verse consumptie worden gebruikt, een minimumperiode van drie dagen in acht genomen, tenzij uit de beschikbare gemeten of geschatte gegevens betreffende residuen blijkt dat het gehalte aan Bacillus thuringiensis subsp. israelensis stam AM65-52 bij de oogst minder dan 105 kve/g bedraagt.


(1)  Het verslag over de verlenging bevat nadere gegevens over de identiteit en de specificatie van de werkzame stof.

(2)  pesticides_ppp_app-proc_guide_phys-chem-ana_microbial-contaminant-limits.pdf (europa.eu)


BIJLAGE II

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie wordt als volgt gewijzigd:

1)

In deel A wordt vermelding 194 over Bacillus thuringiensis subsp. israelensis stam AM65-52 geschrapt.

2)

In deel B wordt de volgende vermelding toegevoegd:

Nummer

Benaming, Identificatienummers

IUPAC-benaming

Zuiverheid (1)

Datum van goedkeuring

Geldigheidsduur

Specifieke bepalingen

“161

Bacillus thuringiensis subsp. israelensis stam AM65-52

Kweekverzameling: nr. ATCC 1276

Niet van toepassing

Geen relevante onzuiverheden

1 juli 2023

30 juni 2038

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het beoordelingsverslag over Bacillus thuringiensis subsp. israelensis stam AM65-52, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

de bescherming van toedieners en werknemers, rekening houdend met het feit dat micro-organismen sowieso als potentieel sensibiliserende stoffen worden beschouwd;

de garantie van de producent op de strikte handhaving van de omgevingsomstandigheden en de analyse van de kwaliteitscontrole tijdens het productieproces om ervoor te zorgen dat de grenswaarden inzake microbiologische besmetting als bedoeld in het werkdocument SANCO/12116/2012 (2) niet worden overschreden.

de bescherming van wilde bestuivers en van in het water levende organismen (bv. ongewervelde waterdieren, met name tweevleugeligen) bij gebruik in open veld. De gebruiksvoorwaarden moeten waar nodig specifieke risicobeperkende maatregelen omvatten.

De gebruiksvoorwaarden moeten risicobeperkende maatregelen omvatten, zoals:

geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voor toedieners die producten gebruiken die Bacillus thuringiensis subsp. israelensis stam AM65-52 bevatten;

in geval van toelating voor gebruik op eetbare gewassen, wordt tussen de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen die Bacillus thuringiensis subsp. israelensis stam AM65-52 bevatten en de oogst van eetbare gewassen die voor verse consumptie worden gebruikt, een minimumperiode van drie dagen in acht genomen, tenzij uit de beschikbare gemeten of geschatte gegevens betreffende residuen blijkt dat het gehalte aan Bacillus thuringiensis subsp. israelensis stam AM65-52 bij de oogst minder dan 105 kve/g bedraagt.”


(1)  Het verslag over de verlenging bevat nadere gegevens over de identiteit en de specificatie van de werkzame stof.

(2)  pesticides_ppp_app-proc_guide_phys-chem-ana_microbial-contaminant-limits.pdf (europa.eu)


24.5.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 136/16


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/1000 VAN DE COMMISSIE

van 23 mei 2023

tot verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stam GC-91 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (1), en met name artikel 20, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Richtlijn 2008/113/EG van de Commissie (2) is in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (3) een verwijzing naar de goedkeuring van Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stam GC-91 als werkzame stof opgenomen.

(2)

De in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG opgenomen werkzame stoffen worden geacht te zijn goedgekeurd krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009 overeenkomstig artikel 78, lid 3, van die verordening en zijn opgenomen in deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (4).

(3)

De goedkeuring van de in deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 opgenomen werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stam GC-91 vervalt op 15 augustus 2024.

(4)

Op 29 april 2016 is overeenkomstig artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 van de Commissie (5) bij Nederland, de lidstaat-rapporteur, en Duitsland, de lidstaat-corapporteur, binnen de in dat artikel vastgestelde termijn een aanvraag tot verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stam GC-91 ingediend.

(5)

De aanvrager heeft ook de overeenkomstig artikel 6 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 vereiste aanvullende dossiers ingediend bij de lidstaat-rapporteur, de lidstaat-corapporteur, de Commissie en de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA). De lidstaat-rapporteur heeft vastgesteld dat de aanvraag ontvankelijk was.

(6)

De lidstaat-rapporteur heeft in overleg met de lidstaat-corapporteur een ontwerpbeoordelingsverslag over de verlenging opgesteld en dit verslag op 31 juli 2018 bij de EFSA en de Commissie ingediend. In het ontwerpbeoordelingsverslag over de verlenging stelt de lidstaat-rapporteur voor de goedkeuring van de werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stam GC-91 te verlengen.

(7)

De EFSA heeft het ontwerpbeoordelingsverslag over de verlenging voor opmerkingen aan de aanvrager en de lidstaten meegedeeld, een openbare raadpleging gehouden en de ontvangen opmerkingen doorgestuurd naar de Commissie. De EFSA heeft het aanvullende beknopte dossier ook toegankelijk gemaakt voor het publiek.

(8)

Op 30 september 2020 heeft de EFSA de Commissie haar conclusie (6) meegedeeld, waarin staat dat Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stam GC-91 naar verwachting zal voldoen aan de goedkeuringscriteria van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1107/2009.

(9)

De Commissie heeft op 19 mei 2021 en op 25 januari 2023 respectievelijk een verslag over de verlenging voor Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stam GC-91 en een ontwerp van deze verordening bij het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders ingediend.

(10)

De Commissie heeft de aanvrager verzocht zijn opmerkingen in te dienen over de conclusie van de EFSA en, overeenkomstig artikel 14, lid 1, derde alinea, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 (7), over het verslag over de verlenging. De aanvrager heeft zijn opmerkingen ingediend en die zijn zorgvuldig onderzocht.

(11)

Er is met betrekking tot een of meer representatieve toepassingen van minstens één gewasbeschermingsmiddel dat de werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stam GC-91 bevat, vastgesteld dat aan de goedkeuringscriteria van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 is voldaan.

(12)

Het is derhalve passend om de goedkeuring van Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stam GC-91 te verlengen.

(13)

Er moeten echter bepaalde voorwaarden worden vastgesteld op grond van artikel 14, lid 1, in samenhang met artikel 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009. Bij wijze van voorzorgsbenadering voor de bescherming van de voeding van de consument is het met name passend te voorzien in een minimumperiode tussen de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen die Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stam GC-91 bevatten en de oogst van eetbare gewassen die voor verse consumptie worden gebruikt, tenzij uit gegevens betreffende residuen blijkt dat het gehalte aan Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stam GC-91 bij de oogst minder dan 105 kve/g bedraagt.

(14)

Om het vertrouwen in de conclusie dat Bacillus thuringiensis subsp aizawai stam GC-91 geen gevolgen heeft voor de menselijke gezondheid te vergroten, moet de aanvrager bovendien verdere gegevens verstrekken over de afname van de dichtheid van levensvatbare sporen van Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stam GC-91 op eetbare plantendelen vanaf het moment van toepassing van een gewasbeschermingsmiddel dat die werkzame stof bevat tot het moment van de oogst of totdat de gehalten lager zijn dan 105 kve/g.

(15)

Voorts moet worden geëist dat de lidstaten bij de beoordeling van aanvragen voor toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stam GC-91 bevatten, bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van toedieners en werknemers en aan de bescherming van wilde bestuivers.

(16)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(17)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2023/689 van de Commissie (8) is de geldigheidsduur van de goedkeuring van Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stam GC-91 verlengd tot en met 15 augustus 2024, opdat de verlengingsprocedure vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van de goedkeuring van die werkzame stof kan worden voltooid. Aangezien er echter voor de vervaldatum van de verlengde geldigheidsduur een besluit is genomen over de verlenging, moet deze verordening voor die datum in werking treden.

(18)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof

De goedkeuring van de in bijlage I bij deze verordening gespecificeerde werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stam GC-91 wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden verlengd.

Artikel 2

Wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.

Artikel 3

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 2023.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 mei 2023.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.

(2)  Richtlijn 2008/113/EG van de Commissie van 8 december 2008 tot wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad teneinde verscheidene micro-organismen op te nemen als werkzame stoffen (PB L 330 van 9.12.2008, blz. 6).

(3)  Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de lijst van goedgekeurde werkzame stoffen betreft (PB L 153 van 11.6.2011, blz. 1).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 van de Commissie van 18 september 2012 tot vaststelling van de nodige bepalingen voor de uitvoering van de verlengingsprocedure voor werkzame stoffen, als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 252 van 19.9.2012, blz. 26).

(6)  EFSA (Europese Autoriteit voor voedselveiligheid). Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance B. thuringiensis subsp. aizawai strain GC-91. EFSA Journal, 2020, doi:10.2903/j.efsa.2020.6293.

(7)  Deze verordening is vervangen door Verordening (EU) 2020/1740, maar blijft van toepassing op de procedure voor de verlenging van de goedkeuring van werkzame stoffen waarvan de geldigheidsduur van de goedkeuring voor 27 maart 2024 verstrijkt of waarvan de geldigheidsduur van de goedkeuring bij een op of na 27 maart 2021 overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 vastgestelde verordening wordt verlengd tot en met 27 maart 2024 of een latere datum.

(8)  Uitvoeringsverordening (EU) 2023/689 van de Commissie van 20 maart 2023 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de geldigheidsduur van de goedkeuring voor de werkzame stoffen Bacillus subtilis (Cohn 1872) stam QST 713, Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stammen ABTS-1857 en GC-91, Bacillus thuringiensis subsp. israeliensis (serotype H-14) stam AM65-52, Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki stammen ABTS 351, PB-54, SA 11, SA12 en EG 2348, Beauveria bassiana stammen ATCC 74040 en GHA, clodinafop, Cydia pomonella Granulovirus (CpGV), cyprodinil, dichloorprop-P, fenpyroximaat, fosetyl, malathion, mepanipyrim, metconazool, metrafenon, pirimicarb, pyridaben, pyrimethanil, rimsulfuron, spinosad, Trichoderma asperellum (vroeger T. harzianum) stammen ICC012, T25 en TV1, Trichoderma atroviride (vroeger T. harzianum) stam T11, Trichoderma gamsii (vroeger T. viride) stam ICC080, Trichoderma harzianum stammen T-22 en ITEM 908, triclopyr, trinexapac, triticonazool en ziram (PB L 91 van 29.3.2023, blz. 1).


BIJLAGE I

Benaming, Identificatienummers

IUPAC-benaming

Zuiverheid (1)

Datum van goedkeuring

Geldigheidsduur

Specifieke bepalingen

Bacillus thuringiensis subsp. aizawai GC-91

n.v.t.

Geen relevante onzuiverheden

1 juli 2023

30 juni 2038

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het beoordelingsverslag over Bacillus thuringiensis subsp. aizawai GC-91, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

de bescherming van de toedieners en werknemers, rekening houdend met het feit dat micro-organismen sowieso als potentieel sensibiliserende stoffen worden beschouwd en ervoor zorgend dat geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen als een gebruiksvoorwaarde worden opgenomen;

de garantie van de producent op de strikte handhaving van de omgevingsomstandigheden en de analyse van de kwaliteitscontrole tijdens het productieproces om ervoor te zorgen dat de grenswaarden inzake microbiologische besmetting als bedoeld in het werkdocument SANCO/12116/2012 (2) niet worden overschreden;

de bescherming van wilde bestuivers (met name larven van honingbijen en hommels). De gebruiksvoorwaarden moeten waar nodig specifieke risicobeperkende maatregelen omvatten.

De gebruiksvoorwaarden moeten de volgende risicobeperkende maatregelen omvatten:

tussen de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen die Bacillus thuringiensis subsp. aizawai GC-91 bevatten en de oogst van eetbare gewassen die voor verse consumptie worden gebruikt, wordt een minimumperiode van twee dagen in acht genomen, tenzij uit de beschikbare gemeten of geschatte gegevens betreffende residuen blijkt dat het gehalte aan Bacillus thuringiensis subsp. aizawai GC-91 bij de oogst minder dan 105 kve/g bedraagt.

De aanvrager dient bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA aanvullende informatie in over:

gegevens over ten minste één representatief eetbaar gewas (d.w.z. pitvruchten, druiven en tomaten) met betrekking tot de afname van de dichtheid van levensvatbare sporen van Bacillus thuringiensis subsp. aizawai GC-91 op eetbare plantendelen vanaf het moment van toepassing van een gewasbeschermingsmiddel dat die werkzame stof bevat tot het moment van de oogst of totdat de gehalten lager zijn dan 105 kve/g, met inbegrip van gegevens over de stabiliteit bij opslag van de micro-organismen tussen de bemonstering en de analyse van het aantal sporen. De aanvrager en de lidstaat-rapporteur stellen in onderling overleg de desbetreffende te volgen methoden en protocollen vast. De aanvrager dient de gevraagde informatie uiterlijk op 13 december 2025 in.


(1)  Het verslag over de verlenging bevat nadere gegevens over de identiteit en de specificatie van de werkzame stof.

(2)  pesticides_ppp_app-proc_guide_phys-chem-ana_microbial-contaminant-limits.pdf (europa.eu).


BIJLAGE II

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In deel A wordt vermelding 193 geschrapt.

2)

In deel B wordt de volgende vermelding toegevoegd:

Nummer

Benaming, Identificatienummers

IUPAC-benaming

Zuiverheid (1)

Datum van goedkeuring

Geldigheidsduur

Specifieke bepalingen

“160

Bacillus thuringiensis subsp. aizawai GC-91

n.v.t.

Geen relevante onzuiverheden

1 juli 2023

30 juni 2038

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het beoordelingsverslag over Bacillus thuringiensis subsp. aizawai GC-91, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

de bescherming van de toedieners en werknemers, rekening houdend met het feit dat micro-organismen sowieso als potentieel sensibiliserende stoffen worden beschouwd en ervoor zorgend dat geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen als een gebruiksvoorwaarde worden opgenomen;

de garantie van de producent op de strikte handhaving van de omgevingsomstandigheden en de analyse van de kwaliteitscontrole tijdens het productieproces om ervoor te zorgen dat de grenswaarden inzake microbiologische besmetting als bedoeld in het werkdocument SANCO/12116/2012 (2) niet worden overschreden;

de bescherming van wilde bestuivers (met name larven van honingbijen en hommels). De gebruiksvoorwaarden moeten waar nodig specifieke risicobeperkende maatregelen omvatten.

De gebruiksvoorwaarden moeten de volgende risicobeperkende maatregelen omvatten:

tussen de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen die Bacillus thuringiensis subsp. aizawai GC-91 bevatten en de oogst van eetbare gewassen die voor verse consumptie worden gebruikt, wordt een minimumperiode van twee dagen in acht genomen, tenzij uit de beschikbare gemeten of geschatte gegevens betreffende residuen blijkt dat het gehalte aan Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stam GC-91 bij de oogst minder dan 105 kve/g bedraagt.

De aanvrager dient bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA aanvullende informatie in over:

gegevens over ten minste één representatief eetbaar gewas (d.w.z. pitvruchten, druiven en tomaten) met betrekking tot de afname van de dichtheid van levensvatbare sporen van Bacillus thuringiensis subsp. aizawai GC-91 op eetbare plantendelen vanaf het moment van toepassing van een gewasbeschermingsmiddel dat die werkzame stof bevat tot het moment van de oogst of totdat de gehalten lager zijn dan 105 kve/g, met inbegrip van gegevens over de stabiliteit bij opslag van de micro-organismen tussen de bemonstering en de analyse van het aantal sporen. De aanvrager en de lidstaat-rapporteur stellen in onderling overleg de desbetreffende te volgen methoden en protocollen vast. De aanvrager dient de gevraagde informatie uiterlijk op 13 december 2025 in.”


(1)  Het verslag over de verlenging bevat nadere gegevens over de identiteit en de specificatie van de werkzame stof.

(2)  pesticides_ppp_app-proc_guide_phys-chem-ana_microbial-contaminant-limits.pdf (europa.eu).


24.5.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 136/23


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/1001 VAN DE COMMISSIE

van 23 mei 2023

tot verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof Bacillus amyloliquefaciens stam QST 713 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (1), en met name artikel 20, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Richtlijn 2007/6/EG van de Commissie (2) is Bacillus amyloliquefaciens stam QST 713 opgenomen in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (3) onder de naam Bacillus subtilis (Cohn 1872) QST 713.

(2)

De in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG opgenomen werkzame stoffen worden geacht te zijn goedgekeurd krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009 en zijn opgenomen in deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (4).

(3)

De goedkeuring van de in deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 opgenomen werkzame stof Bacillus amyloliquefaciens stam QST 713 vervalt op 15 augustus 2024.

(4)

Er is overeenkomstig artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 van de Commissie (5) bij Duitsland, de lidstaat-rapporteur, en Denemarken, de lidstaat-corapporteur, binnen de in dat artikel vastgestelde termijn een aanvraag tot verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof Bacillus amyloliquefaciens stam QST 713 ingediend.

(5)

De aanvrager heeft de overeenkomstig artikel 6 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 vereiste aanvullende dossiers ingediend. De lidstaat-rapporteur heeft vastgesteld dat de aanvraag ontvankelijk was.

(6)

De lidstaat-rapporteur heeft in overleg met de lidstaat-corapporteur een ontwerpbeoordelingsverslag over de verlenging opgesteld en dit verslag op 4 juni 2018 bij de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) en de Commissie ingediend. In het ontwerpbeoordelingsverslag over de verlenging heeft de lidstaat-rapporteur voorgesteld de goedkeuring van de werkzame stof Bacillus amyloliquefaciens stam QST 713 te verlengen.

(7)

De EFSA heeft het ontwerpbeoordelingsverslag over de verlenging overeenkomstig artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 voor opmerkingen aan de aanvrager en de overige lidstaten meegedeeld, een openbare raadpleging gehouden en de ontvangen opmerkingen doorgestuurd naar de Commissie. De EFSA heeft het aanvullende beknopte dossier openbaar gemaakt.

(8)

Op 16 april 2021 heeft de EFSA de Commissie haar conclusie (6) meegedeeld met betrekking tot de vraag of Bacillus amyloliquefaciens stam QST 713 naar verwachting zal voldoen aan de goedkeuringscriteria van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1107/2009. De Commissie heeft op 13 oktober 2022 en op 25 januari 2023 respectievelijk een verslag over de verlenging en een ontwerpverordening inzake Bacillus amyloliquefaciens stam QST 713 bij het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders ingediend.

(9)

De Commissie heeft de aanvrager verzocht zijn opmerkingen in te dienen over de conclusie van de EFSA en, overeenkomstig artikel 14, lid 1, derde alinea, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 (7), over het verslag over de verlenging. De aanvrager heeft zijn opmerkingen ingediend en deze zijn zorgvuldig onderzocht.

(10)

Er is met betrekking tot een of meer representatieve toepassingen van minstens één gewasbeschermingsmiddel dat de werkzame stof Bacillus amyloliquefaciens stam QST 713 bevat, vastgesteld dat aan de goedkeuringscriteria van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 is voldaan.

(11)

Het is derhalve passend om de goedkeuring van Bacillus amyloliquefaciens stam QST 713 te verlengen.

(12)

Overeenkomstig artikel 14, lid 1, in samenhang met artikel 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en in het licht van de huidige wetenschappelijke en technische kennis is het noodzakelijk bepaalde voorwaarden vast te stellen voor de verlenging van de goedkeuring van die werkzame stof. De Commissie is met name van oordeel dat Bacillus amyloliquefaciens stam QST 713 een micro-organisme is in de zin van Verordening (EG) nr. 1107/2009, waarvoor een kritiek punt van zorg ten aanzien van bijen is vastgesteld. Daarom moet worden voorzien in specifieke risicobeperkende maatregelen om bijen naar behoren te beschermen.

(13)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(14)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2023/689 van de Commissie (8) is de geldigheidsduur van de goedkeuring verlengd tot en met 15 augustus 2024, opdat de verlengingsprocedure vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van de goedkeuring van die werkzame stof kan worden voltooid. Aangezien er echter voor de vervaldatum van de verlengde geldigheidsduur een besluit is genomen over de verlenging, moet deze verordening zo snel mogelijk in werking treden.

(15)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof

De goedkeuring van de in bijlage I bij deze verordening gespecificeerde werkzame stof Bacillus amyloliquefaciens stam QST 713 wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden verlengd.

Artikel 2

Wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.

Artikel 3

Inwerkingtreding en datum van toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 2023.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 mei 2023.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.

(2)  Richtlijn 2007/6/EG van de Commissie van 14 februari 2007 tot wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad teneinde metrafenon, Bacillus subtilis, spinosad en thiamethoxam op te nemen als werkzame stoffen (PB L 43 van 15.2.2007, blz. 13).

(3)  Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de lijst van goedgekeurde werkzame stoffen betreft (PB L 153 van 11.6.2011, blz. 1).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 van de Commissie van 18 september 2012 tot vaststelling van de nodige bepalingen voor de uitvoering van de verlengingsprocedure voor werkzame stoffen, als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 252 van 19.9.2012, blz. 26).

(6)  Peer review of the pesticide risk assessment of the active substance Bacillus amyloliquefaciens strain QST 713 (formerly Bacillus subtilis strain QST 713): https://doi.org/10.2903/j.efsa.2021.6381

(7)  Deze verordening is vervangen door Verordening (EU) 2020/1740, maar blijft van toepassing op de procedure voor de verlenging van de goedkeuring van werkzame stoffen waarvan de geldigheidsduur van de goedkeuring voor 27 maart 2024 verstrijkt of waarvan de geldigheidsduur van de goedkeuring bij een op of na 27 maart 2021 overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 vastgestelde verordening wordt verlengd tot en met 27 maart 2024 of een latere datum.

(8)  Uitvoeringsverordening (EU) 2023/689 van de Commissie van 20 maart 2023 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de geldigheidsduur van de goedkeuring voor de werkzame stoffen Bacillus subtilis (Cohn 1872) stam QST 713, Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stammen ABTS-1857 en GC-91, Bacillus thuringiensis subsp. israeliensis (serotype H-14) stam AM65-52, Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki stammen ABTS 351, PB 54, SA 11, SA12 en EG 2348, Beauveria bassiana stammen ATCC 74040 en GHA, clodinafop, Cydia pomonella Granulovirus (CpGV), cyprodinil, dichloorprop-P, fenpyroximaat, fosetyl, malathion, mepanipyrim, metconazool, metrafenon, pirimicarb, pyridaben, pyrimethanil, rimsulfuron, spinosad, Trichoderma asperellum (vroeger T. harzianum) stammen ICC012, T25 en TV1, Trichoderma atroviride (vroeger T. harzianum) stam T11, Trichoderma gamsii (vroeger T. viride) stam ICC080, Trichoderma harzianum stammen T-22 en ITEM 908, triclopyr, trinexapac, triticonazool en ziram (PB L 91 van 29.3.2023, blz. 1).


BIJLAGE I

Benaming, identificatienummers

IUPAC-benaming

Zuiverheid (1)

Datum van goedkeuring

Geldigheidsduur

Specifieke bepalingen

Bacillus amyloliquefaciens stam QST 713

n.v.t.

Het nominale gehalte van Bacillus amyloliquefaciens stam QST 713 in het technische product en de formulering is minimaal: 1 × 1012 kve/kg

maximaal: 3 × 1013 kve/kg

Geen relevante onzuiverheden

1 juli 2023

30 juni 2038

Om de bescherming van niet tot de doelsoorten behorende organismen, met inbegrip van bijen, te waarborgen, moeten de lidstaten bij de toelating van gewasbeschermingsmiddelen die Bacillus amyloliquefaciens stam QST 713 bevatten voor toepassingen als spuitmiddel buitenshuis:

het gebruik ervan op velden met bloeiende gewassen of in aanwezigheid van bloeiend onkruid enkel toelaten buiten de dagelijkse foerageerperiode van bijen;

risicobeperkende maatregelen nemen die gericht zijn op het verminderen van het overwaaien bij het spuiten naar gebieden naast het veld (bv. door de toepassing van bufferzones en driftreductiedoppen).

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging voor Bacillus amyloliquefaciens stam QST 713, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Daarnaast moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

de garantie van de producent op de strikte handhaving van de omgevingsomstandigheden en de analyse van de kwaliteitscontrole tijdens het productieproces om ervoor te zorgen dat de grenswaarden inzake microbiologische besmetting als bedoeld in het werkdocument SANCO/12116/2012 (2) niet worden overschreden;

de specificatie van het commercieel vervaardigde technische materiaal dat in gewasbeschermingsmiddelen wordt gebruikt;

de bescherming van de toedieners en werknemers, rekening houdend met het feit dat micro-organismen sowieso als potentieel sensibiliserende stoffen worden beschouwd en ervoor zorgend dat geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen als een gebruiksvoorwaarde worden opgenomen.


(1)  Het verslag over de verlenging bevat nadere gegevens over de identiteit en de specificatie van de werkzame stof.

(2)  pesticides_ppp_app-proc_guide_phys-chem-ana_microbial-contaminant-limits.pdf (europa.eu)


BIJLAGE II

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie wordt als volgt gewijzigd:

1)

In deel A wordt vermelding 138 over Bacillus subtilis (Cohn 1872) stam QST 713 geschrapt.

2)

In deel B wordt de volgende vermelding toegevoegd:

Nummer

Benaming, identificatienummers

IUPAC-benaming

Zuiverheid (1)

Datum van goedkeuring

Geldigheidsduur

Specifieke bepalingen

“158

Bacillus amyloliquefaciens stam QST 713

n.v.t.

Het nominale gehalte van Bacillus amyloliquefaciens stam QST 713 in het technische product en de formulering is minimaal: 1 × 1012 kve/kg

maximaal: 3 × 1013 kve/kg

Geen relevante onzuiverheden

1 juli 2023

30 juni 2038

Om de bescherming van niet tot de doelsoorten behorende organismen, met inbegrip van bijen, te waarborgen, moeten de lidstaten bij de toelating van gewasbeschermingsmiddelen die Bacillus amyloliquefaciens stam QST 713 bevatten voor toepassingen als spuitmiddel buitenshuis:

het gebruik ervan op velden met bloeiende gewassen of in aanwezigheid van bloeiend onkruid enkel toelaten buiten de dagelijkse foerageerperiode van bijen;

risicobeperkende maatregelen nemen die gericht zijn op het verminderen van het overwaaien bij het spuiten naar gebieden naast het veld (bv. door de toepassing van bufferzones en driftreductiedoppen te overwegen).

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging voor Bacillus amyloliquefaciens stam QST 713, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Daarnaast moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

de garantie van de producent op de strikte handhaving van de omgevingsomstandigheden en de analyse van de kwaliteitscontrole tijdens het productieproces om ervoor te zorgen dat de grenswaarden inzake microbiologische besmetting als bedoeld in het werkdocument SANCO/12116/2012 (2) niet worden overschreden;

de specificatie van het commercieel vervaardigde technische materiaal dat in gewasbeschermingsmiddelen wordt gebruikt;

de bescherming van de toedieners en werknemers, rekening houdend met het feit dat micro-organismen sowieso als potentieel sensibiliserende stoffen worden beschouwd en ervoor zorgend dat geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen als een gebruiksvoorwaarde worden opgenomen.”


(1)  Het verslag over de verlenging bevat nadere gegevens over de identiteit en de specificatie van de werkzame stof.

(2)  pesticides_ppp_app-proc_guide_phys-chem-ana_microbial-contaminant-limits.pdf (europa.eu)


24.5.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 136/28


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/1002 VAN DE COMMISSIE

van 23 mei 2023

tot verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stam ABTS-1857 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (1), en met name artikel 20, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Richtlijn 2008/113/EG van de Commissie (2) is in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (3) een vermelding van de goedkeuring van Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stam ABTS-1857 als werkzame stof opgenomen.

(2)

De in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG opgenomen werkzame stoffen worden geacht te zijn goedgekeurd krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009 overeenkomstig artikel 78, lid 3, van die verordening en zijn opgenomen in deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (4).

(3)

De goedkeuring van de in deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 opgenomen werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stam ABTS-1857 vervalt op 15 augustus 2024.

(4)

Op 29 april 2016 is overeenkomstig artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 van de Commissie (5) bij Nederland, de lidstaat-rapporteur, en Duitsland, de lidstaat-corapporteur, binnen de in dat artikel vastgestelde termijn een aanvraag tot verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stam ABTS-1857 ingediend.

(5)

De aanvrager heeft ook de overeenkomstig artikel 6 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 vereiste aanvullende dossiers ingediend bij de lidstaat-rapporteur, de lidstaat-corapporteur, de Commissie en de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA). De lidstaat-rapporteur heeft vastgesteld dat de aanvraag ontvankelijk was.

(6)

De lidstaat-rapporteur heeft in overleg met de lidstaat-corapporteur een ontwerpbeoordelingsverslag over de verlenging opgesteld en dit verslag op 11 oktober 2018 bij de EFSA en de Commissie ingediend. In het ontwerpbeoordelingsverslag over de verlenging stelt de lidstaat-rapporteur voor de goedkeuring van de werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stam ABTS-1857 te verlengen.

(7)

De EFSA heeft het ontwerpbeoordelingsverslag over de verlenging voor opmerkingen aan de aanvrager en de lidstaten meegedeeld, een openbare raadpleging gehouden en de ontvangen opmerkingen doorgestuurd naar de Commissie. De EFSA heeft het aanvullende beknopte dossier openbaar gemaakt.

(8)

Op 30 september 2020 heeft de EFSA de Commissie haar conclusie (6) meegedeeld, waarin staat dat Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stam ABTS-1857 naar verwachting zal voldoen aan de goedkeuringscriteria van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1107/2009.

(9)

De Commissie heeft op 19 mei 2021 en op 25 januari 2023 respectievelijk een verslag over de verlenging voor Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stam ABTS-1857 en een ontwerp van deze verordening bij het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders ingediend.

(10)

De Commissie heeft de aanvrager verzocht zijn opmerkingen in te dienen over de conclusie van de EFSA en, overeenkomstig artikel 14, lid 1, derde alinea, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 (7), over het verslag over de verlenging. De aanvrager heeft zijn opmerkingen ingediend en deze zijn zorgvuldig onderzocht.

(11)

Er is met betrekking tot een of meer representatieve toepassingen van minstens één gewasbeschermingsmiddel dat de werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stam ABTS-1857 bevat, vastgesteld dat aan de goedkeuringscriteria van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 is voldaan.

(12)

Het is derhalve passend om de goedkeuring van Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stam ABTS-1857 te verlengen.

(13)

Er moeten echter bepaalde voorwaarden worden vastgesteld op grond van artikel 14, lid 1, in samenhang met artikel 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009. Bij wijze van voorzorgsbenadering voor de bescherming van de voeding van de consument is het met name passend te voorzien in een minimumperiode tussen de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen die Bacillus thuringiensis subsp aizawai stam ABTS-1857 bevatten en de oogst van eetbare gewassen die voor verse consumptie worden gebruikt, tenzij uit gegevens betreffende residuen blijkt dat het gehalte aan Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stam ABTS-1857 bij de oogst minder dan 105 kve/g bedraagt.

(14)

Om het vertrouwen in de conclusie dat Bacillus thuringiensis subsp aizawai stam ABTS-1857 geen gevolgen heeft voor de menselijke gezondheid, te vergroten, moet de aanvrager bovendien verdere gegevens verstrekken over de afname van de dichtheid van levensvatbare sporen van Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stam ABTS-1857 op eetbare plantendelen vanaf het moment van toepassing van een gewasbeschermingsmiddel dat die werkzame stof bevat tot het moment van de oogst of totdat de gehalten lager zijn dan 105 kve/g.

(15)

Voorts moet worden geëist dat de lidstaten bij de beoordeling van aanvragen voor toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stam ABTS-1857 bevatten, bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van toedieners en werknemers en aan de bescherming van wilde bestuivers.

(16)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(17)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2023/689 van de Commissie (8) is de geldigheidsduur van de goedkeuring van Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stam ABTS-1857 verlengd tot en met 15 augustus 2024, opdat de verlengingsprocedure voor het verstrijken van de geldigheidsduur van de goedkeuring van die werkzame stof kan worden voltooid. Aangezien er echter voor de vervaldatum van de verlengde geldigheidsduur een besluit is genomen over de verlenging, moet deze verordening voor die datum in werking treden.

(18)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof

De goedkeuring van de in bijlage I gespecificeerde werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stam ABTS-1857 wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden verlengd.

Artikel 2

Wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.

Artikel 3

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 2023.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 mei 2023.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.

(2)  Richtlijn 2008/113/EG van de Commissie van 8 december 2008 tot wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad teneinde verscheidene micro-organismen op te nemen als werkzame stoffen (PB L 330 van 9.12.2008, blz. 6).

(3)  Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de lijst van goedgekeurde werkzame stoffen betreft (PB L 153 van 11.6.2011, blz. 1).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 van de Commissie van 18 september 2012 tot vaststelling van de nodige bepalingen voor de uitvoering van de verlengingsprocedure voor werkzame stoffen, als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 252 van 19.9.2012, blz. 26).

(6)  EFSA (Europese Autoriteit voor voedselveiligheid). Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance B. thuringiensis subsp. aizawai strain ABTS-1857. EFSA Journal, 2020, doi:10.2903/j.efsa.2020.6294.

(7)  Deze verordening is vervangen door Verordening (EU) 2020/1740, maar blijft van toepassing op de procedure voor de verlenging van de goedkeuring van werkzame stoffen waarvan de geldigheidsduur van de goedkeuring voor 27 maart 2024 verstrijkt of waarvan de geldigheidsduur van de goedkeuring bij een op of na 27 maart 2021 overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 vastgestelde verordening wordt verlengd tot en met 27 maart 2024 of een latere datum.

(8)  Uitvoeringsverordening (EU) 2023/689 van de Commissie van 20 maart 2023 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de geldigheidsduur van de goedkeuring voor de werkzame stoffen Bacillus subtilis (Cohn 1872) stam QST 713, Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stammen ABTS-1857 en GC-91, Bacillus thuringiensis subsp. israeliensis (serotype H-14) stam AM65-52, Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki stammen ABTS 351, PB 54, SA 11, SA12 en EG 2348, Beauveria bassiana stammen ATCC 74040 en GHA, clodinafop, Cydia pomonella Granulovirus (CpGV), cyprodinil, dichloorprop-P, fenpyroximaat, fosetyl, malathion, mepanipyrim, metconazool, metrafenon, pirimicarb, pyridaben, pyrimethanil, rimsulfuron, spinosad, Trichoderma asperellum (vroeger T. harzianum) stammen ICC012, T25 en TV1, Trichoderma atroviride (vroeger T. harzianum) stam T11, Trichoderma gamsii (vroeger T. viride) stam ICC080, Trichoderma harzianum stammen T-22 en ITEM 908, triclopyr, trinexapac, triticonazool en ziram (PB L 91 van 29.3.2023, blz. 1).


BIJLAGE I

Benaming, identificatienummers

IUPAC-benaming

Zuiverheid (1)

Datum van goedkeuring

Geldigheidsduur

Specifieke bepalingen

Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stam ABTS-1857

n.v.t.

Geen relevante onzuiverheden

1 juli 2023

30 juni 2038

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het beoordelingsverslag over Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stam ABTS-1857, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

de bescherming van de toedieners en werknemers, rekening houdend met het feit dat micro-organismen sowieso als potentieel sensibiliserende stoffen worden beschouwd en ervoor zorgend dat geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen als een gebruiksvoorwaarde worden opgenomen;

de garantie van de producent op de strikte handhaving van de omgevingsomstandigheden en de analyse van de kwaliteitscontrole tijdens het productieproces om ervoor te zorgen dat de grenswaarden inzake microbiologische besmetting als bedoeld in het werkdocument SANCO/12116/2012 (2) niet worden overschreden;

de bescherming van wilde bestuivers (met name larven van honingbijen en hommels). De gebruiksvoorwaarden moeten waar nodig specifieke risicobeperkende maatregelen omvatten.

De gebruiksvoorwaarden moeten de volgende risicobeperkende maatregelen omvatten:

tussen de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen die Bacillus thuringiensis subsp aizawai stam ABTS-1857 bevatten en de oogst van eetbare gewassen die voor verse consumptie worden gebruikt, wordt een minimumperiode van twee dagen in acht genomen, tenzij uit de beschikbare gemeten of geschatte gegevens betreffende residuen blijkt dat het gehalte aan Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stam ABTS-1857 bij de oogst minder dan 105 kve/g bedraagt.

De aanvrager dient bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA aanvullende informatie in over:

gegevens over ten minste één representatief eetbaar gewas (d.w.z. paprika’s en tomaten) met betrekking tot de afname van de dichtheid van levensvatbare sporen van Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stam ABTS-1857 op eetbare plantendelen vanaf het moment van toepassing van een gewasbeschermingsmiddel dat die werkzame stof bevat tot het moment van de oogst of totdat de gehalten lager zijn dan 105 kve/g, met inbegrip van gegevens over de stabiliteit bij opslag van de micro-organismen tussen de bemonstering en de analyse van het aantal sporen. De aanvrager en de lidstaat-rapporteur stellen in onderling overleg de desbetreffende te volgen methoden en protocollen vast. De aanvrager dient de gevraagde informatie uiterlijk op 13 december 2025.


(1)  Het verslag over de verlenging bevat nadere gegevens over de identiteit en de specificatie van de werkzame stof.

(2)  pesticides_ppp_app-proc_guide_phys-chem-ana_microbial-contaminant-limits.pdf (europa.eu).


BIJLAGE II

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In deel A wordt vermelding 193 geschrapt.

2)

In deel B wordt de volgende vermelding toegevoegd:

Nummer

Benaming, identificatienummers

IUPAC-benaming

Zuiverheid  (1)

Datum van goedkeuring

Geldigheidsduur

Specifieke bepalingen

“159

Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stam ABTS-1857

n.v.t.

Geen relevante onzuiverheden

1 juli 2023

30 juni 2038

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stam ABTS-1857, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

de bescherming van de toedieners en werknemers, rekening houdend met het feit dat micro-organismen sowieso als potentieel sensibiliserende stoffen worden beschouwd en ervoor zorgend dat geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen als een gebruiksvoorwaarde worden opgenomen;

de garantie van de producent op de strikte handhaving van de omgevingsomstandigheden en de analyse van de kwaliteitscontrole tijdens het productieproces om ervoor te zorgen dat de grenswaarden inzake microbiologische besmetting als bedoeld in het werkdocument SANCO/12116/2012  (2) niet worden overschreden;

de bescherming van wilde bestuivers (met name larven van honingbijen en hommels). De gebruiksvoorwaarden moeten waar nodig specifieke risicobeperkende maatregelen omvatten.

De gebruiksvoorwaarden moeten de volgende risicobeperkende maatregelen omvatten:

tussen de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen die Bacillus thuringiensis subsp aizawai stam ABTS-1857 bevatten en de oogst van eetbare gewassen die voor verse consumptie worden gebruikt, wordt een minimumperiode van twee dagen in acht genomen, tenzij uit de beschikbare gemeten of geschatte gegevens betreffende residuen blijkt dat het gehalte aan Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stam ABTS-1857 bij de oogst minder dan 105 kve/g bedraagt.

De aanvrager dient bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA aanvullende informatie in over:

gegevens over ten minste één representatief eetbaar gewas (d.w.z. paprika’s en tomaten) met betrekking tot de afname van de dichtheid van levensvatbare sporen van Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stam ABTS-1857 op eetbare plantendelen vanaf het moment van toepassing van een gewasbeschermingsmiddel dat die werkzame stof bevat tot het moment van de oogst of totdat de gehalten lager zijn dan 105 kve/g, met inbegrip van gegevens over de stabiliteit bij opslag van de micro-organismen tussen de bemonstering en de analyse van het aantal sporen. De aanvrager en de lidstaat-rapporteur stellen in onderling overleg de desbetreffende te volgen methoden en protocollen vast. De aanvrager dient de gevraagde informatie uiterlijk op 13 december 2025.”


(1)  Het verslag over de verlenging bevat nadere gegevens over de identiteit en de specificatie van de werkzame stof.

(2)  pesticides_ppp_app-proc_guide_phys-chem-ana_microbial-contaminant-limits.pdf (europa.eu).


24.5.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 136/35


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/1003 VAN DE COMMISSIE

van 23 mei 2023

tot verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki EG2348 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (1), en met name artikel 20, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Richtlijn 2008/113/EG van de Commissie (2) is in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (3) een vermelding van de goedkeuring van Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki EG2348 als werkzame stof opgenomen.

(2)

De in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG opgenomen werkzame stoffen worden geacht te zijn goedgekeurd krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009 overeenkomstig artikel 78, lid 3, van die verordening en zijn opgenomen in deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (4).

(3)

De goedkeuring van de in deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 opgenomen werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki EG2348 vervalt op 15 augustus 2024.

(4)

Op 28 april 2016 is overeenkomstig artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 van de Commissie (5) bij Denemarken, de lidstaat-rapporteur, en Nederland, de lidstaat-corapporteur, binnen de in dat artikel vastgestelde termijn een aanvraag tot verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki EG2348 ingediend.

(5)

De aanvrager heeft ook de overeenkomstig artikel 6 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 vereiste aanvullende dossiers ingediend bij de lidstaat-rapporteur, de lidstaat-corapporteur, de Commissie en de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA). De lidstaat-rapporteur heeft vastgesteld dat de aanvraag ontvankelijk was.

(6)

De lidstaat-rapporteur heeft in overleg met de lidstaat-corapporteur een ontwerpbeoordelingsverslag over de verlenging opgesteld en dit verslag op 28 juni 2019 bij de EFSA en de Commissie ingediend. In het ontwerpbeoordelingsverslag over de verlenging stelt de lidstaat-rapporteur voor de goedkeuring van de werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki EG2348 te verlengen.

(7)

De EFSA heeft het ontwerpbeoordelingsverslag over de verlenging voor opmerkingen aan de aanvrager en de lidstaten meegedeeld, een openbare raadpleging gehouden en de ontvangen opmerkingen doorgestuurd naar de Commissie. De EFSA heeft het aanvullende beknopte dossier ook toegankelijk gemaakt voor het publiek.

(8)

Op 2 maart 2021 heeft de EFSA de Commissie haar conclusie (6) meegedeeld, waarin staat dat Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki EG2348 naar verwachting zal voldoen aan de goedkeuringscriteria van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1107/2009.

(9)

De Commissie heeft op 5 juli 2021 en op 25 januari 2023 respectievelijk een verslag over de verlenging voor Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki EG2348 en een ontwerp van deze verordening bij het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders ingediend.

(10)

De Commissie heeft de aanvrager verzocht zijn opmerkingen in te dienen over de conclusie van de EFSA en, overeenkomstig artikel 14, lid 1, derde alinea, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012, over het verslag over de verlenging. De aanvrager heeft zijn opmerkingen ingediend, die zorgvuldig zijn onderzocht en in aanmerking zijn genomen.

(11)

Er is met betrekking tot een of meer representatieve toepassingen van minstens één gewasbeschermingsmiddel dat de werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki EG2348 bevat, vastgesteld dat aan de goedkeuringscriteria van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 is voldaan.

(12)

Het is derhalve passend om de goedkeuring van Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki EG2348 te verlengen.

(13)

Er moeten echter bepaalde voorwaarden worden vastgesteld op grond van artikel 14, lid 1, in samenhang met artikel 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009. Bij wijze van voorzorgsbenadering voor de bescherming van de voeding van de consument is het met name passend te voorzien in een minimumperiode tussen de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen die Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki EG2348 bevatten en de oogst van eetbare gewassen die voor verse consumptie worden gebruikt, tenzij uit gegevens betreffende residuen blijkt dat het gehalte aan Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki EG2348 bij de oogst minder dan 105 kve/g bedraagt.

(14)

Om het vertrouwen in de conclusie dat Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki EG2348 geen gevolgen heeft voor de menselijke gezondheid te vergroten, moet de aanvrager bovendien verdere gegevens verstrekken over de afname van de dichtheid van levensvatbare sporen van Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki EG2348 op eetbare plantendelen vanaf het moment van toepassing van een gewasbeschermingsmiddel dat die werkzame stof bevat tot het moment van de oogst of totdat de gehalten lager zijn dan 105 kve/g.

(15)

Voorts moet worden geëist dat de lidstaten bij de beoordeling van aanvragen voor toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki EG2348 bevatten, bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van toedieners en werknemers.

(16)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(17)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2023/689 van de Commissie (7) is de geldigheidsduur van de goedkeuring van Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki EG2348 verlengd tot en met 15 augustus 2024, opdat de verlengingsprocedure vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van de goedkeuring van die werkzame stof kan worden voltooid. Aangezien er echter voor de vervaldatum van de verlengde geldigheidsduur een besluit is genomen over de verlenging, moet deze verordening voor die datum in werking treden.

(18)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof

De goedkeuring van de in bijlage I gespecificeerde werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki EG2348 wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden verlengd.

Artikel 2

Wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.

Artikel 3

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 2023.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 mei 2023.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.

(2)  Richtlijn 2008/113/EG van de Commissie van 8 december 2008 tot wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad teneinde verscheidene micro-organismen op te nemen als werkzame stoffen (PB L 330 van 9.12.2008, blz. 6).

(3)  Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de lijst van goedgekeurde werkzame stoffen betreft (PB L 153 van 11.6.2011, blz. 1).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 van de Commissie van 18 september 2012 tot vaststelling van de nodige bepalingen voor de uitvoering van de verlengingsprocedure voor werkzame stoffen, als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 252 van 19.9.2012, blz. 26). Deze verordening is vervangen door Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1740 van de Commissie (PB L 392 van 23.11.2020, blz. 20), maar blijft overeenkomstig artikel 17 van die verordening van toepassing op de procedure voor de verlenging van de goedkeuring van werkzame stoffen waarvan de geldigheidsduur van de goedkeuring voor 27 maart 2024 verstrijkt of waarvan de geldigheidsduur van de goedkeuring bij een op of na 27 maart 2021 overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 vastgestelde verordening wordt verlengd tot en met 27 maart 2024 of een latere datum.

(6)  EFSA Journal, DOI: https://doi.org/10.2903/j.efsa.2021.6495. Online beschikbaar op: www.efsa.europa.eu

(7)  Uitvoeringsverordening (EU) 2023/689 van de Commissie van 20 maart 2023 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de geldigheidsduur van de goedkeuring voor de werkzame stoffen Bacillus subtilis (Cohn 1872) stam QST 713, Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stammen ABTS-1857 en GC-91, Bacillus thuringiensis subsp. israeliensis (serotype H-14) stam AM65-52, Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki stammen ABTS 351, PB 54, SA 11, SA12 en EG 2348, Beauveria bassiana stammen ATCC 74040 en GHA, clodinafop, Cydia pomonella Granulovirus (CpGV), cyprodinil, dichloorprop-P, fenpyroximaat, fosetyl, malathion, mepanipyrim, metconazool, metrafenon, pirimicarb, pyridaben, pyrimethanil, rimsulfuron, spinosad, Trichoderma asperellum (vroeger T. harzianum) stammen ICC012, T25 en TV1, Trichoderma atroviride (vroeger T. harzianum) stam T11, Trichoderma gamsii (vroeger T. viride) stam ICC080, Trichoderma harzianum stammen T-22 en ITEM 908, triclopyr, trinexapac, triticonazool en ziram (PB L 91 van 29.3.2023, blz. 1).


BIJLAGE I

Benaming, Identificatienummers

IUPAC-benaming

Zuiverheid (1)

Datum van goedkeuring

Geldigheidsduur

Specifieke bepalingen

Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki EG2348

n.v.t.

Geen relevante onzuiverheden

1 juli 2023

30 juni 2038

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het beoordelingsverslag over Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki EG2348, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

de bescherming van de toedieners en werknemers, rekening houdend met het feit dat micro-organismen sowieso als potentieel sensibiliserende stoffen worden beschouwd en ervoor zorgend dat geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen als een gebruiksvoorwaarde worden opgenomen;

de garantie van de producent op de strikte handhaving van de omgevingsomstandigheden en de analyse van de kwaliteitscontrole tijdens het productieproces om ervoor te zorgen dat de grenswaarden inzake microbiologische besmetting als bedoeld in het werkdocument SANCO/12116/2012 (2) niet worden overschreden.

De gebruiksvoorwaarden moeten de volgende risicobeperkende maatregelen omvatten:

tussen de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen die Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki EG2348 bevatten en de oogst van eetbare gewassen die voor verse consumptie worden gebruikt, wordt een minimumperiode van twee dagen in acht genomen, tenzij uit de beschikbare gemeten of geschatte gegevens betreffende residuen blijkt dat het gehalte aan Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki EG2348 bij de oogst minder dan 105 kve/g bedraagt.

De aanvrager dient bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA aanvullende informatie in over:

gegevens over ten minste één representatief eetbaar gewas (d.w.z. pitvruchten en tot de nachtschadefamilie groenten tijdens de vruchtzettende periode) met betrekking tot de afname van de dichtheid van levensvatbare sporen van Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki EG2348 op eetbare plantendelen vanaf het moment van toepassing van een gewasbeschermingsmiddel dat die werkzame stof bevat tot het moment van de oogst of totdat de gehalten lager zijn dan 105 kve/g, met inbegrip van gegevens over de stabiliteit bij opslag van de micro-organismen tussen de bemonstering en de analyse van het aantal sporen. De aanvrager en de lidstaat-rapporteur stellen in onderling overleg de desbetreffende te volgen methoden en protocollen vast. De aanvrager dient de gevraagde informatie uiterlijk op 13 december 2025 in.


(1)  Het verslag over de verlenging bevat nadere gegevens over de identiteit en de specificatie van de werkzame stof.

(2)  pesticides_ppp_app-proc_guide_phys-chem-ana_microbial-contaminant-limits.pdf (europa.eu).


BIJLAGE II

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In deel A wordt vermelding 195 geschrapt.

2)

In deel B wordt de volgende vermelding toegevoegd:

Nummer

Benaming, Identificatienummers

IUPAC-benaming

Zuiverheid (1)

Datum van goedkeuring

Geldigheidsduur

Specifieke bepalingen

“163

Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki EG2348

n.v.t.

Geen relevante onzuiverheden

1 juli 2023

30 juni 2038

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het beoordelingsverslag over Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki EG2348, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

de bescherming van de toedieners en werknemers, rekening houdend met het feit dat micro-organismen sowieso als potentieel sensibiliserende stoffen worden beschouwd en ervoor zorgend dat geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen als een gebruiksvoorwaarde worden opgenomen;

de garantie van de producent op de strikte handhaving van de omgevingsomstandigheden en de analyse van de kwaliteitscontrole tijdens het productieproces om ervoor te zorgen dat de grenswaarden inzake microbiologische besmetting als bedoeld in het werkdocument SANCO/12116/2012  (2) niet worden overschreden.

De gebruiksvoorwaarden moeten de volgende risicobeperkende maatregelen omvatten:

tussen de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen die Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki EG2348 bevatten en de oogst van eetbare gewassen die voor verse consumptie worden gebruikt, wordt een minimumperiode van twee dagen in acht genomen, tenzij uit de beschikbare gemeten of geschatte gegevens betreffende residuen blijkt dat het gehalte aan Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki EG2348 minder dan 105 kve/g bedraagt, zoals aanbevolen door de EFSA.

De aanvrager dient bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA aanvullende informatie in over:

gegevens over ten minste één representatief eetbaar gewas (d.w.z. pitvruchten en tot de nachtschadefamilie behorende groenten tijdens de vruchtzettende periode) met betrekking tot de afname van de dichtheid van levensvatbare sporen van Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki EG2348 op eetbare plantendelen vanaf het moment van toepassing van een gewasbeschermingsmiddel dat die werkzame stof bevat tot het moment van de oogst of totdat de gehalten lager zijn dan 105 kve/g, met inbegrip van gegevens over de stabiliteit bij opslag van de micro-organismen tussen de bemonstering en de analyse van het aantal sporen. De aanvrager en de lidstaat-rapporteur stellen in onderling overleg de desbetreffende te volgen methoden en protocollen vast. De aanvrager dient de gevraagde informatie uiterlijk op 13 december 2025 in.”


(1)  Het verslag over de verlenging bevat nadere gegevens over de identiteit en de specificatie van de werkzame stof.

(2)  pesticides_ppp_app-proc_guide_phys-chem-ana_microbial-contaminant-limits.pdf (europa.eu).


24.5.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 136/42


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/1004 VAN DE COMMISSIE

van 23 mei 2023

tot verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-11 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (1), en met name artikel 20, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Richtlijn 2008/113/EG van de Commissie (2) is in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (3) een vermelding van de goedkeuring van Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-11 als werkzame stof opgenomen.

(2)

De in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG opgenomen werkzame stoffen worden geacht te zijn goedgekeurd krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009 overeenkomstig artikel 78, lid 3, van die verordening en zijn opgenomen in deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (4).

(3)

De goedkeuring van de in deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 opgenomen werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-11 vervalt op 15 augustus 2024.

(4)

Op 30 april 2016 is overeenkomstig artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 van de Commissie (5) bij Denemarken, de lidstaat-rapporteur, en Nederland, de lidstaat-corapporteur, binnen de in dat artikel vastgestelde termijn een aanvraag tot verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA 11 ingediend.

(5)

De aanvrager heeft ook de overeenkomstig artikel 6 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 vereiste aanvullende dossiers ingediend bij de lidstaat-rapporteur, de lidstaat-corapporteur, de Commissie en de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA). De lidstaat-rapporteur heeft vastgesteld dat de aanvraag ontvankelijk was.

(6)

De lidstaat-rapporteur heeft in overleg met de lidstaat-corapporteur een ontwerpbeoordelingsverslag over de verlenging opgesteld en dit verslag op 11 januari 2019 bij de EFSA en de Commissie ingediend. In het ontwerpbeoordelingsverslag over de verlenging stelt de lidstaat-rapporteur voor de goedkeuring van de werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-11 te verlengen.

(7)

De EFSA heeft het ontwerpbeoordelingsverslag over de verlenging voor opmerkingen aan de aanvrager en de lidstaten meegedeeld, een openbare raadpleging gehouden en de ontvangen opmerkingen doorgestuurd naar de Commissie. De EFSA heeft het aanvullende beknopte dossier ook toegankelijk gemaakt voor het publiek.

(8)

Op 16 september 2020 heeft de EFSA de Commissie haar conclusie (6) meegedeeld, waarin staat dat Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-11 naar verwachting zal voldoen aan de goedkeuringscriteria van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1107/2009.

(9)

De Commissie heeft op 19 mei 2021 en op 25 januari 2023 respectievelijk een verslag over de verlenging voor Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-11 en een ontwerp van deze verordening bij het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders ingediend.

(10)

De Commissie heeft de aanvrager verzocht zijn opmerkingen in te dienen over de conclusie van de EFSA en, overeenkomstig artikel 14, lid 1, derde alinea, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012, over het verslag over de verlenging. De aanvrager heeft zijn opmerkingen ingediend, die zorgvuldig zijn onderzocht en in aanmerking zijn genomen.

(11)

Er is met betrekking tot een of meer representatieve toepassingen van minstens één gewasbeschermingsmiddel dat de werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-11 bevat, vastgesteld dat aan de goedkeuringscriteria van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 is voldaan.

(12)

Het is derhalve passend om de goedkeuring van Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-11 te verlengen.

(13)

Er moeten echter bepaalde voorwaarden worden vastgesteld op grond van artikel 14, lid 1, in samenhang met artikel 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009. Bij wijze van voorzorgsbenadering voor de bescherming van de voeding van de consument is het met name passend te voorzien in een minimumperiode tussen de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen die Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-11 bevatten en de oogst van eetbare gewassen die voor verse consumptie worden gebruikt, tenzij uit gegevens betreffende residuen blijkt dat het gehalte aan Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-11 bij de oogst minder dan 105 kve/g bedraagt.

(14)

Om het vertrouwen in de conclusie dat Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-11 geen gevolgen heeft voor de menselijke gezondheid te vergroten, moet de aanvrager bovendien verdere gegevens verstrekken over de afname van de dichtheid van levensvatbare sporen van Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-11 op eetbare plantendelen vanaf het moment van toepassing van een gewasbeschermingsmiddel dat die werkzame stof bevat tot het moment van de oogst of totdat de gehalten lager zijn dan 105 kve/g.

(15)

Voorts moet worden geëist dat de lidstaten bij de beoordeling van aanvragen voor toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-11 bevatten, bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van toedieners en werknemers.

(16)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(17)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2023/689 van de Commissie (7) is de geldigheidsduur van de goedkeuring van Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-11 verlengd tot en met 15 augustus 2024, opdat de verlengingsprocedure vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van de goedkeuring van die werkzame stof kan worden voltooid. Aangezien er echter voor de vervaldatum van de verlengde geldigheidsduur een besluit is genomen over de verlenging, moet deze verordening voor die datum in werking treden.

(18)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof

De goedkeuring van de in bijlage I gespecificeerde werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-11 wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden verlengd.

Artikel 2

Wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.

Artikel 3

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 2023.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 mei 2023.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.

(2)  Richtlijn 2008/113/EG van de Commissie van 8 december 2008 tot wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad teneinde verscheidene micro-organismen op te nemen als werkzame stoffen (PB L 330 van 9.12.2008, blz. 6).

(3)  Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de lijst van goedgekeurde werkzame stoffen betreft (PB L 153 van 11.6.2011, blz. 1).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 van de Commissie van 18 september 2012 tot vaststelling van de nodige bepalingen voor de uitvoering van de verlengingsprocedure voor werkzame stoffen, als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 252 van 19.9.2012, blz. 26). Deze verordening is vervangen door Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1740 van de Commissie, maar blijft overeenkomstig artikel 17 van die verordening van toepassing op de procedure voor de verlenging van de goedkeuring van werkzame stoffen waarvan de geldigheidsduur van de goedkeuring voor 27 maart 2024 verstrijkt of waarvan de geldigheidsduur van de goedkeuring bij een op of na 27 maart 2021 overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 vastgestelde verordening wordt verlengd tot en met 27 maart 2024 of een latere datum.

(6)  EFSA Journal DOI: 10.2903/j.efsa.2020.6261. Online beschikbaar op: www.efsa.europa.eu

(7)  Uitvoeringsverordening (EU) 2023/689 van de Commissie van 20 maart 2023 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de geldigheidsduur van de goedkeuring voor de werkzame stoffen Bacillus subtilis (Cohn 1872) stam QST 713, Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stammen ABTS-1857 en GC-91, Bacillus thuringiensis subsp. israeliensis (serotype H-14) stam AM65-52, Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki stammen ABTS 351, PB 54, SA 11, SA12 en EG 2348, Beauveria bassiana stammen ATCC 74040 en GHA, clodinafop, Cydia pomonella Granulovirus (CpGV), cyprodinil, dichloorprop-P, fenpyroximaat, fosetyl, malathion, mepanipyrim, metconazool, metrafenon, pirimicarb, pyridaben, pyrimethanil, rimsulfuron, spinosad, Trichoderma asperellum (vroeger T. harzianum) stammen ICC012, T25 en TV1, Trichoderma atroviride (vroeger T. harzianum) stam T11, Trichoderma gamsii (vroeger T. viride) stam ICC080, Trichoderma harzianum stammen T-22 en ITEM 908, triclopyr, trinexapac, triticonazool en ziram (PB L 91 van 29.3.2023, blz. 1).


BIJLAGE I

Benaming,

Identificatienummers

IUPAC-benaming

Zuiverheid (1)

Datum van goedkeuring

Geldigheidsduur

Specifieke bepalingen

Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-11

n.v.t.

Geen relevante onzuiverheden

1 juli 2023

30 juni 2038

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het beoordelingsverslag over Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-11, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

de bescherming van de toedieners en werknemers, rekening houdend met het feit dat micro-organismen sowieso als potentieel sensibiliserende stoffen worden beschouwd en ervoor zorgend dat geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen als een gebruiksvoorwaarde worden opgenomen;

de garantie van de producent op de strikte handhaving van de omgevingsomstandigheden en de analyse van de kwaliteitscontrole tijdens het productieproces om ervoor te zorgen dat de grenswaarden inzake microbiologische besmetting als bedoeld in het werkdocument SANCO/12116/2012 (2) niet worden overschreden.

De gebruiksvoorwaarden moeten de volgende risicobeperkende maatregelen omvatten:

tussen de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen die Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-11 bevatten en de oogst van eetbare gewassen die voor verse consumptie worden gebruikt, wordt een minimumperiode van twee dagen in acht genomen, tenzij uit de beschikbare gemeten of geschatte gegevens betreffende residuen blijkt dat het gehalte aan Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-11 bij de oogst minder dan 105 kve/g bedraagt.

De aanvrager dient bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA aanvullende informatie in over:

gegevens over ten minste één representatief eetbaar gewas (d.w.z. pitvruchten en tomaten) met betrekking tot de afname van de dichtheid van levensvatbare sporen van Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-11 op eetbare plantendelen vanaf het moment van toepassing van een gewasbeschermingsmiddel dat die werkzame stof bevat tot het moment van de oogst of totdat de gehalten lager zijn dan 105 kve/g, met inbegrip van gegevens over de stabiliteit bij opslag van de micro-organismen tussen de bemonstering en de analyse van het aantal sporen. Tegen 13 december 2025 stellen de aanvrager en de lidstaat-rapporteur in onderling overleg de desbetreffende te volgen methoden en protocollen vast.


(1)  Het verslag over de verlenging bevat nadere gegevens over de identiteit en de specificatie van de werkzame stof.

(2)  pesticides_ppp_app-proc_guide_phys-chem-ana_microbial-contaminant-limits.pdf (europa.eu).


BIJLAGE II

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In deel A wordt vermelding 195 geschrapt.

2)

In deel B wordt de volgende vermelding toegevoegd:

“165

Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-11

n.v.t.

Geen relevante onzuiverheden

1 juli 2023

30 juni 2038

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het beoordelingsverslag over Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-11, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

de bescherming van de toedieners en werknemers, rekening houdend met het feit dat micro-organismen sowieso als potentieel sensibiliserende stoffen worden beschouwd en ervoor zorgend dat geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen als een gebruiksvoorwaarde worden opgenomen;

de garantie van de producent op de strikte handhaving van de omgevingsomstandigheden en de analyse van de kwaliteitscontrole tijdens het productieproces om ervoor te zorgen dat de grenswaarden inzake microbiologische besmetting als bedoeld in het werkdocument SANCO/12116/2012 (*1) niet worden overschreden.

De gebruiksvoorwaarden moeten de volgende risicobeperkende maatregelen omvatten:

tussen de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen die Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-11 bevatten en de oogst van eetbare gewassen die voor verse consumptie worden gebruikt, wordt een minimumperiode van twee dagen in acht genomen, tenzij uit de beschikbare gemeten of geschatte gegevens betreffende residuen blijkt dat het gehalte aan Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-11 minder dan 105 kve/g bedraagt, zoals aanbevolen door de EFSA.

De aanvrager dient bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA aanvullende informatie in over:

gegevens over ten minste één representatief eetbaar gewas (d.w.z. pitvruchten en tomaten) met betrekking tot de afname van de dichtheid van levensvatbare sporen van Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-11 op eetbare plantendelen vanaf het moment van toepassing van een gewasbeschermingsmiddel dat die werkzame stof bevat tot het moment van de oogst of totdat de gehalten lager zijn dan 105 kve/g, met inbegrip van gegevens over de stabiliteit bij opslag van de micro-organismen tussen de bemonstering en de analyse van het aantal sporen. Tegen 13 december 2025 stellen de aanvrager en de lidstaat-rapporteur in onderling overleg de desbetreffende te volgen methoden en protocollen vast.


(*1)  pesticides_ppp_app-proc_guide_phys-chem-ana_microbial-contaminant-limits.pdf (europa.eu)”.


24.5.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 136/49


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/1005 VAN DE COMMISSIE

van 23 mei 2023

tot verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-12 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (1), en met name artikel 20, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Richtlijn 2008/113/EG van de Commissie (2) is in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (3) een vermelding van de goedkeuring van Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-12 als werkzame stof opgenomen.

(2)

De in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG opgenomen werkzame stoffen worden geacht te zijn goedgekeurd krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009 overeenkomstig artikel 78, lid 3, van die verordening en zijn opgenomen in deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (4).

(3)

De goedkeuring van de in deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 opgenomen werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-12 vervalt op 15 augustus 2024.

(4)

Op 30 april 2016 is overeenkomstig artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 van de Commissie (5) bij Denemarken, de lidstaat-rapporteur, en Nederland, de lidstaat-corapporteur, binnen de in dat artikel vastgestelde termijn een aanvraag tot verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-12 ingediend.

(5)

De aanvrager heeft ook de overeenkomstig artikel 6 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 vereiste aanvullende dossiers ingediend bij de lidstaat-rapporteur, de lidstaat-corapporteur, de Commissie en de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA). De lidstaat-rapporteur heeft vastgesteld dat de aanvraag ontvankelijk was.

(6)

De lidstaat-rapporteur heeft in overleg met de lidstaat-corapporteur een ontwerpbeoordelingsverslag over de verlenging opgesteld en dit verslag op 2 april 2019 bij de EFSA en de Commissie ingediend. In het ontwerpbeoordelingsverslag over de verlenging stelt de lidstaat-rapporteur voor de goedkeuring van de werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-12 te verlengen.

(7)

De EFSA heeft het ontwerpbeoordelingsverslag over de verlenging voor opmerkingen aan de aanvrager en de lidstaten meegedeeld, een openbare raadpleging gehouden en de ontvangen opmerkingen doorgestuurd naar de Commissie. De EFSA heeft het aanvullende beknopte dossier ook toegankelijk gemaakt voor het publiek.

(8)

Op 16 september 2020 heeft de EFSA de Commissie haar conclusie (6) meegedeeld, waarin staat dat Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-12 naar verwachting zal voldoen aan de goedkeuringscriteria van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1107/2009.

(9)

De Commissie heeft op 19 mei 2021 en op 25 januari 2023 respectievelijk een verslag over de verlenging voor Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-12 en een ontwerp van deze verordening bij het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders ingediend.

(10)

De Commissie heeft de aanvrager verzocht zijn opmerkingen in te dienen over de conclusie van de EFSA en, overeenkomstig artikel 14, lid 1, derde alinea, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012, over het verslag over de verlenging. De aanvrager heeft zijn opmerkingen ingediend, die zorgvuldig zijn onderzocht en in aanmerking zijn genomen.

(11)

Er is met betrekking tot een of meer representatieve toepassingen van minstens één gewasbeschermingsmiddel dat de werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-12 bevat, vastgesteld dat aan de goedkeuringscriteria van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 is voldaan.

(12)

Het is derhalve passend om de goedkeuring van Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-12 te verlengen.

(13)

Er moeten echter bepaalde voorwaarden worden vastgesteld op grond van artikel 14, lid 1, in samenhang met artikel 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009. Bij wijze van voorzorgsbenadering voor de bescherming van de voeding van de consument is het met name passend te voorzien in een minimumperiode tussen de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen die Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-12 bevatten en de oogst van eetbare gewassen die voor verse consumptie worden gebruikt, tenzij uit gegevens betreffende residuen blijkt dat het gehalte aan Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-12 bij de oogst minder dan 105 kve/g bedraagt.

(14)

Om het vertrouwen in de conclusie dat Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-12 geen gevolgen heeft voor de menselijke gezondheid te vergroten, moet de aanvrager bovendien verdere gegevens verstrekken over de afname van de dichtheid van levensvatbare sporen van Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-12 op eetbare plantendelen vanaf het moment van toepassing van een gewasbeschermingsmiddel dat die werkzame stof bevat tot het moment van de oogst of totdat de gehalten lager zijn dan 105 kve/g.

(15)

Voorts moet worden geëist dat de lidstaten bij de beoordeling van aanvragen voor toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-12 bevatten, bijzondere aandacht besteden aan de bescherming van toedieners en werknemers.

(16)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(17)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2023/689 van de Commissie (7) is de geldigheidsduur van de goedkeuring van Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-12 verlengd tot en met 15 augustus 2024, opdat de verlengingsprocedure vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van de goedkeuring van die werkzame stof kan worden voltooid. Aangezien er echter voor de vervaldatum van de verlengde geldigheidsduur een besluit is genomen over de verlenging, moet deze verordening voor die datum in werking treden.

(18)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof

De goedkeuring van de in bijlage I gespecificeerde werkzame stof Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-12 wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden verlengd.

Artikel 2

Wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.

Artikel 3

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 2023.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 mei 2023.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.

(2)  Richtlijn 2008/113/EG van de Commissie van 8 december 2008 tot wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad teneinde verscheidene micro-organismen op te nemen als werkzame stoffen (PB L 330 van 9.12.2008, blz. 6).

(3)  Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de lijst van goedgekeurde werkzame stoffen betreft (PB L 153 van 11.6.2011, blz. 1).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 van de Commissie van 18 september 2012 tot vaststelling van de nodige bepalingen voor de uitvoering van de verlengingsprocedure voor werkzame stoffen, als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 252 van 19.9.2012, blz. 26). Deze verordening is vervangen door Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1740 (PB L 392 van 23.11.2020, blz. 20)van de Commissie, maar blijft overeenkomstig artikel 17 van die verordening van toepassing op de procedure voor de verlenging van de goedkeuring van werkzame stoffen waarvan de geldigheidsduur van de goedkeuring voor 27 maart 2024 verstrijkt of waarvan de geldigheidsduur van de goedkeuring bij een op of na 27 maart 2021 overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 vastgestelde verordening wordt verlengd tot en met 27 maart 2024 of een latere datum.

(6)  EFSA Journal DOI: 10.2903/j.efsa.2020,6262. Online beschikbaar op: www.efsa.europa.eu

(7)  Uitvoeringsverordening (EU) 2023/689 van de Commissie van 20 maart 2023 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de geldigheidsduur van de goedkeuring voor de werkzame stoffen Bacillus subtilis (Cohn 1872) stam QST 713, Bacillus thuringiensis subsp. aizawai stammen ABTS-1857 en GC-91, Bacillus thuringiensis subsp. israeliensis (serotype H-14) stam AM65-52, Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki stammen ABTS 351, PB 54, SA 11, SA12 en EG 2348, Beauveria bassiana stammen ATCC 74040 en GHA, clodinafop, Cydia pomonella Granulovirus (CpGV), cyprodinil, dichloorprop-P, fenpyroximaat, fosetyl, malathion, mepanipyrim, metconazool, metrafenon, pirimicarb, pyridaben, pyrimethanil, rimsulfuron, spinosad, Trichoderma asperellum (vroeger T. harzianum) stammen ICC012, T25 en TV1, Trichoderma atroviride (vroeger T. harzianum) stam T11, Trichoderma gamsii (vroeger T. viride) stam ICC080, Trichoderma harzianum stammen T-22 en ITEM 908, triclopyr, trinexapac, triticonazool en ziram (PB L 91 van 29.3.2023, blz. 1).


BIJLAGE I

Benaming, Identificatienummers

IUPAC-benaming

Zuiverheid (1)

Datum van goedkeuring

Geldigheidsduur

Specifieke bepalingen

Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-12

n.v.t.

Geen relevante onzuiverheden

1 juli 2023

30 juni 2038

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het beoordelingsverslag over Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-12, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

de bescherming van de toedieners en werknemers, rekening houdend met het feit dat micro-organismen sowieso als potentieel sensibiliserende stoffen worden beschouwd en ervoor zorgend dat geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen als een gebruiksvoorwaarde worden opgenomen;

de garantie van de producent op de strikte handhaving van de omgevingsomstandigheden en de analyse van de kwaliteitscontrole tijdens het productieproces om ervoor te zorgen dat de grenswaarden inzake microbiologische besmetting als bedoeld in het werkdocument SANCO/12116/2012 (2) niet worden overschreden.

De gebruiksvoorwaarden moeten de volgende risicobeperkende maatregelen omvatten:

tussen de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen die Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-12 bevatten en de oogst van eetbare gewassen die voor verse consumptie worden gebruikt, wordt een minimumperiode van een dag in acht genomen, tenzij uit de beschikbare gemeten of geschatte gegevens betreffende residuen blijkt dat het gehalte aan Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-12 bij de oogst minder dan 105 kve/g bedraagt.

De aanvrager dient bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA aanvullende informatie in over:

gegevens over ten minste één representatief eetbaar gewas (d.w.z. pitvruchten en tomaten) met betrekking tot de afname van de dichtheid van levensvatbare sporen van Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-12 op eetbare plantendelen vanaf het moment van toepassing van een gewasbeschermingsmiddel dat die werkzame stof bevat tot het moment van de oogst of totdat de gehalten lager zijn dan 105 kve/g, met inbegrip van gegevens over de stabiliteit bij opslag van de micro-organismen tussen de bemonstering en de analyse van het aantal sporen. Tegen 13 december 2025 stellen de aanvrager en de lidstaat-rapporteur in onderling overleg de desbetreffende te volgen methoden en protocollen vast.


(1)  Het verslag over de verlenging bevat nadere gegevens over de identiteit en de specificatie van de werkzame stof.

(2)  pesticides_ppp_app-proc_guide_phys-chem-ana_microbial-contaminant-limits.pdf (europa.eu)


BIJLAGE II

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In deel A wordt vermelding 195 geschrapt.

2)

In deel B wordt de volgende vermelding toegevoegd:

Nummer

Benaming, Identificatienummers

IUPAC-benaming

Zuiverheid  (1)

Datum van goedkeuring

Geldigheidsduur

Specifieke bepalingen

“166

Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-12

n.v.t.

Geen relevante onzuiverheden

1 juli 2023

30 juni 2038

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen wordt rekening gehouden met de conclusies van het beoordelingsverslag over Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-12, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

de bescherming van de toedieners en werknemers, rekening houdend met het feit dat micro-organismen sowieso als potentieel sensibiliserende stoffen worden beschouwd en ervoor zorgend dat geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen als een gebruiksvoorwaarde worden opgenomen;

de garantie van de producent op de strikte handhaving van de omgevingsomstandigheden en de analyse van de kwaliteitscontrole tijdens het productieproces om ervoor te zorgen dat de grenswaarden inzake microbiologische besmetting als bedoeld in het werkdocument SANCO/12116/2012  (2) niet worden overschreden.

De gebruiksvoorwaarden moeten de volgende risicobeperkende maatregelen omvatten:

tussen de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen die Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-12 bevatten en de oogst van eetbare gewassen die voor verse consumptie worden gebruikt, wordt een minimumperiode van een dag in acht genomen, tenzij uit de beschikbare gemeten of geschatte gegevens betreffende residuen blijkt dat het gehalte aan Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-12 minder dan 105 kve/g bedraagt, zoals aanbevolen door de EFSA.

De aanvrager dient bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA aanvullende informatie in over:

gegevens over ten minste één representatief eetbaar gewas (d.w.z. pitvruchten en tomaten) met betrekking tot de afname van de dichtheid van levensvatbare sporen van Bacillus thuringiensis subsp. kurstaki SA-12 op eetbare plantendelen vanaf het moment van toepassing van een gewasbeschermingsmiddel dat die werkzame stof bevat tot het moment van de oogst of totdat de gehalten lager zijn dan 105 kve/g, met inbegrip van gegevens over de stabiliteit bij opslag van de micro-organismen tussen de bemonstering en de analyse van het aantal sporen. Tegen 13 december 2025 stellen de aanvrager en de lidstaat-rapporteur in onderling overleg de desbetreffende te volgen methoden en protocollen vast.”


(1)  Het verslag over de verlenging bevat nadere gegevens over de identiteit en de specificatie van de werkzame stof.

(2)  pesticides_ppp_app-proc_guide_phys-chem-ana_microbial-contaminant-limits.pdf (europa.eu)


BESLUITEN

24.5.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 136/55


BESLUIT (EU) 2023/1006 VAN DE RAAD

van 25 april 2023

betreffende het namens de Europese Unie tijdens de elfde vergadering van de Conferentie van de Partijen bij het Verdrag van Stockholm inzake persistente organische verontreinigende stoffen in te nemen standpunt over de voorstellen tot wijziging van bijlage A bij dat verdrag

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 192, lid 1, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het Verdrag van Stockholm inzake persistente organische verontreinigende stoffen (1) (het “verdrag”) is op 17 mei 2004 in werking getreden en werd namens de Unie gesloten bij Besluit 2006/507/EG van de Raad (2).

(2)

Op grond van artikel 8 van het verdrag kan de Conferentie van de Partijen chemische stoffen opnemen in de bijlagen A, B en/of C bij het verdrag en de controlemaatregelen met betrekking tot dergelijke chemische stoffen specificeren.

(3)

Er moet naar behoren rekening gehouden worden met de aanbevelingen van de overeenkomstig het verdrag opgerichte Toetsingscommissie persistente organische verontreinigende stoffen (Persistent Organic Pollutants Review Committee — POPRC).

(4)

Tijdens haar elfde vergadering zal de Conferentie van de Partijen naar verwachting besluiten vaststellen om bijkomende chemische stoffen in bijlage A bij het verdrag op te nemen.

(5)

Ter bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu tegen verdere lozingen van dechlorane plus, methoxychloor en UV-328 is het noodzakelijk de productie en het gebruik van die chemische stoffen wereldwijd te beperken of te beëindigen en hun opname in de desbetreffende bijlagen bij het verdrag te ondersteunen.

(6)

Het is passend het standpunt te bepalen dat namens de Unie op de Conferentie van de Partijen ingenomen moet worden, aangezien de besluiten voor de Unie bindend zullen zijn of een beslissende invloed kunnen hebben op de inhoud van het Unierecht, namelijk op Verordening (EU) 2019/1021 van het Europees Parlement en de Raad (3),

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het namens de Unie in te nemen standpunt tijdens de elfde vergadering van de Conferentie van de Partijen bij het Verdrag van Stockholm inzake persistente organische verontreinigende stoffen, houdt, naar behoren rekening houdend met de desbetreffende aanbevelingen van de Toetsingscommissie persistente organische verontreinigende stoffen (POPRC), het volgende in:

a)

de opname van decholrane plus in bijlage A, met de door de POPRC aanbevolen specifieke uitzonderingen, steunen;

b)

de opname van methoxychloor in bijlage A, zonder specifieke uitzonderingen, steunen;

c)

de opname van UV-328 in bijlage A, met de door de POPRC aanbevolen specifieke uitzonderingen, steunen.

Artikel 2

De vertegenwoordigers van de Unie kunnen, in het licht van de ontwikkelingen tijdens de elfde vergadering van de Conferentie van de Partijen, in overleg met de lidstaten tijdens coördinatievergaderingen ter plaatse, besluiten het in artikel 1 vermelde standpunt te verfijnen, zonder een nader besluit van de Raad.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.

Gedaan te Luxemburg, 25 april 2023.

Voor de Raad

De voorzitter

P. KULLGREN


(1)  PB L 209 van 31.7.2006, blz. 3.

(2)  Besluit 2006/507/EG van de Raad van 14 oktober 2004 betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van het Verdrag van Stockholm inzake persistente organische verontreinigende stoffen (PB L 209 van 31.7.2006, blz. 1).

(3)  Verordening (EU) 2019/1021 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen (PB L 169 van 25.6.2019, blz. 45).


24.5.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 136/57


BESLUIT (EU) 2023/1007 VAN DE RAAD

van 25 april 2023

betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt tijdens de zestiende vergadering van de Conferentie van de Partijen bij het Verdrag van Bazel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan, over bepaalde wijzigingen van artikelen van en bijlagen bij dat verdrag

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 192, lid 1, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het Verdrag van Bazel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan (1) (“het verdrag”) is in 1992 in werking getreden en werd namens de Unie gesloten bij Besluit 93/98/EEG van de Raad (2).

(2)

Overeenkomstig het verdrag dient de Conferentie van de Partijen indien nodig wijzigingen van het verdrag en van de bijlagen bij het verdrag te overwegen en aan te nemen.

(3)

De Conferentie van de Partijen heeft tijdens haar vijftiende vergadering in juni 2022 een door de Russische Federatie ingediend voorstel tot wijziging van artikel 6, lid 2, van het verdrag overwogen. Dat voorstel heeft tot doel een termijn van dertig dagen vast te stellen waarbinnen de staat van invoer de kennisgever van een overbrenging van afvalstoffen een antwoord moet geven, en omvat voorts een redactionele wijziging. De Conferentie van de Partijen heeft besloten de behandeling van dat voorstel uit te stellen tot de volgende vergadering van de Conferentie van de Partijen.

(4)

Daarnaast werd namens de Unie een voorstel tot wijziging van bijlage IV en van bepaalde vermeldingen in de bijlagen II en IX bij het verdrag ingediend, en door de Conferentie van de Partijen besproken tijdens haar vijftiende vergadering. Doel van dat voorstel is onder meer de in bijlage IV bij het verdrag opgenomen beschrijvingen van verwijderingsmethoden te wijzigen en te verduidelijken, en met name een algemene inleiding toe te voegen waarin een duidelijk onderscheid gemaakt wordt tussen “niet-nuttige toepassing” en “nuttige toepassing”; bij- en onderschriften en inleidende teksten toe te voegen waarin uitgelegd wordt wat onder “niet-nuttige toepassingen” (bijlage IV, afdeling A) en “nuttige toepassingen” (bijlage IV, afdeling B) verstaan wordt; te verduidelijken dat alle verwijderingsmethoden die in de praktijk bestaan of kunnen bestaan, ongeacht hun juridische status en ongeacht of zij als milieuhygiënisch verantwoord beschouwd worden, onder het verdrag vallen, en dat handelingen die vóór de verrichting van andere handelingen plaatsvinden, ook onder het verdrag vallen; de beschrijvingen van handelingen bij te werken en te verduidelijken in overeenstemming met wetenschappelijke, technische en andere ontwikkelingen sinds de aanneming van het verdrag in 1989; en er door middel van vangnetbepalingen voor te zorgen dat alle handelingen onder de vereisten van het verdrag vallen, ook als ze niet specifiek vermeld worden. De Conferentie van de Partijen heeft besloten dat voorstel tijdens haar volgende vergadering verder te overwegen.

(5)

De Unie moet het door de Russische Federatie ingediende voorstel tot wijziging van artikel 6, lid 2, van het verdrag niet steunen, aangezien de wijzigingen niet zouden bijdragen tot het aanpakken van de problemen die de Unie als prioritair beschouwt voor de werking van de procedure van “voorafgaande geïnformeerde toestemming” van het verdrag. Daarnaast is er een lange en omslachtige procedure vereist om wijzigingen van de tekst van het verdrag in werking te laten treden en lijkt het onevenredig om een dergelijke procedure te starten voor een wijziging die weinig tot geen toegevoegde waarde heeft.

(6)

De Unie moet de goedkeuring van het voorstel tot wijziging van bijlage IV en bepaalde vermeldingen in de bijlagen II en IX blijven steunen. Om een consensus over dat voorstel te bereiken, kan de Unie flexibel zijn, met name met betrekking tot de voorgestelde maatregelen die waarschijnlijk niet voldoende steun zullen krijgen om tijdens de zestiende vergadering van de Conferentie van de Partijen goedgekeurd te worden. Dat omvat bijvoorbeeld het uitstellen van de bespreking van controversiële onderwerpen (zoals de voorbereiding voor hergebruik en handelingen die onder de vangnetbepaling vallen), het streven naar een akkoord over de resterende aspecten van het voorstel en het steunen van eventuele wijzigingsvoorstellen van andere partijen, op voorwaarde dat daarmee dezelfde doelstellingen bereikt kunnen worden als met de doelstellingen van de voorstellen van de Unie met betrekking tot bijlage IV bij het verdrag.

(7)

Het is passend het namens de Unie tijdens de zestiende vergadering van de Conferentie van de Partijen in te nemen standpunt over die voorstellen te bepalen, aangezien de beoogde besluiten, indien ze goedgekeurd worden, wijzigingen van zowel de tekst van als de bijlagen bij het verdrag zouden inhouden, en dus voor de Unie bindend zouden zijn en een invloed zouden hebben op de inhoud van het Unierecht, namelijk op Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad (3) en Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad (4),

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het standpunt dat namens de Unie ingenomen moet worden tijdens de zestiende vergadering van de Conferentie van de Partijen bij het Verdrag van Bazel houdt het volgende in:

a)

de Unie steunt het door de Russische Federatie ingediende voorstel tot wijziging van artikel 6, lid 2, van het verdrag niet;

b)

de Unie blijft de goedkeuring van wijzigingen van bijlage IV en van bepaalde vermeldingen in de bijlagen II en IX bij het verdrag steunen. De Unie mag, indien dat nodig is om een consensus te bereiken over een wijziging van bijlage IV bij het verdrag, flexibel zijn en ermee instemmen af te wijken van het tijdens de vijftiende vergadering van de Conferentie van de Partijen ter overweging ingediende voorstel, en andere mogelijke wijzigingen steunen waarmee dezelfde doelstellingen bereikt kunnen worden als met de doelstellingen van de voorstellen van de Unie met betrekking tot bijlage IV bij het verdrag, en die de wettelijke regeling van de Unie inzake het beheer en de overbrenging van afvalstoffen niet ondermijnen.

Artikel 2

De vertegenwoordigers van de Unie kunnen, in het licht van de ontwikkelingen tijdens de zestiende vergadering van de Conferentie van de Partijen, in overleg met de lidstaten tijdens coördinatievergaderingen ter plaatse, besluiten het in artikel 1, punt b), vermelde standpunt te verfijnen, zonder een nader besluit van de Raad.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.

Gedaan te Luxemburg, 25 april 2023.

Voor de Raad

De voorzitter

P. KULLGREN


(1)  PB L 39 van 16.2.1993, blz. 3.

(2)  Besluit 93/98/EEG van de Raad van 1 februari 1993 betreffende de sluiting namens de Gemeenschap van het Verdrag inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan (Verdrag van Bazel) (PB L 39 van 16.2.1993, blz. 1).

(3)  Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3).

(4)  Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (PB L 190 van 12.7.2006, blz. 1).


24.5.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 136/59


BESLUIT (EU) 2023/1008 VAN DE RAAD

van 15 mei 2023

tot machtiging tot het openen van onderhandelingen met de Republiek Ecuador over een overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Ecuador op het gebied van de uitwisseling van persoonsgegevens tussen het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en de Ecuadoraanse autoriteiten die bevoegd zijn voor de bestrijding van zware criminaliteit en terrorisme

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 16, lid 2, en artikel 88, in samenhang met artikel 218, leden 3 en 4,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad (1) is op 11 mei 2016 vastgesteld, is sinds 1 mei 2017 van toepassing, en is gewijzigd bij Verordening (EU) 2022/991 van het Europees Parlement en de Raad (2).

(2)

In Verordening (EU) 2016/794, en met name in de bepalingen die betrekking hebben op de overdracht van persoonsgegevens door het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) aan derde landen en internationale organisaties, is bepaald dat Europol persoonsgegevens aan een autoriteit van een derde land mag overdragen op basis van een op grond van artikel 218 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) gesloten internationale overeenkomst tussen de Unie en dat derde land, waarin passende waarborgen zijn opgenomen ter bescherming van de privacy en de grondrechten en fundamentele vrijheden van burgers.

(3)

Er moeten onderhandelingen worden geopend met het oog op de sluiting van een overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Ecuador op het gebied van de uitwisseling van persoonsgegevens tussen Europol en de Ecuadoraanse autoriteiten die bevoegd zijn voor de bestrijding van zware criminaliteit en terrorisme (de “overeenkomst”).

(4)

Zoals vermeld in overweging 35 van Verordening (EU) 2016/794, moet de Commissie tijdens de onderhandelingen over de overeenkomst, en in ieder geval voordat de overeenkomst wordt gesloten, de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming kunnen raadplegen.

(5)

De overeenkomst moet de grondrechten eerbiedigen en de beginselen in acht nemen die in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het “handvest”) zijn neergelegd, in het bijzonder het recht op eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven conform artikel 7 van het handvest, het recht op de bescherming van persoonsgegevens conform artikel 8 van het handvest, en het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht conform artikel 47 van het handvest. De overeenkomst moet worden toegepast overeenkomstig die rechten en beginselen.

(6)

De overeenkomst mag geen invloed hebben op en mag geen afbreuk doen aan de overdracht van persoonsgegevens of andere vormen van samenwerking tussen de autoriteiten die voor de bescherming van de nationale veiligheid verantwoordelijk zijn.

(7)

Ierland is gebonden door Verordening (EU) 2016/794 en neemt dan ook deel aan de vaststelling van dit besluit.

(8)

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het VWEU, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van dit besluit, dat derhalve niet bindend is voor, noch van toepassing is in Denemarken.

(9)

De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is over dit besluit en het bijbehorende addendum geraadpleegd en heeft op 19 april 2023 advies uitgebracht,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De Commissie wordt gemachtigd om onderhandelingen te openen met de Republiek Ecuador over een overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Ecuador op het gebied van de uitwisseling van persoonsgegevens tussen het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en de Ecuadoraanse autoriteiten die bevoegd zijn voor de bestrijding van zware criminaliteit en terrorisme.

2.   De onderhandelingen worden gevoerd overeenkomstig de in het addendum bij dit besluit opgenomen onderhandelingsrichtsnoeren van de Raad.

Artikel 2

De Commissie wordt aangewezen als de onderhandelaar van de Unie.

Artikel 3

1.   De in artikel 1 bedoelde onderhandelingen worden gevoerd in overleg met de Groep rechtshandhaving (politie), onder voorbehoud van eventuele sturing die de Raad later aan de Commissie kan verstrekken.

2.   De Commissie brengt, op gezette tijdstippen en telkens wanneer de Raad daarom verzoekt, verslag uit aan de Raad over het verloop en het resultaat van de onderhandelingen, en zendt hem de relevante documenten zo spoedig mogelijk toe zodat de leden van de Raad voldoende tijd hebben om zich terdege voor te bereiden op de komende onderhandelingen.

Waar passend of op verzoek van de Raad, stelt de Commissie een schriftelijk verslag op.

Artikel 4

Dit besluit is gericht tot de Commissie.

Gedaan te Brussel, 15 mei 2023.

Voor de Raad

De voorzitter

J. FORSSMED


(1)  Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot vervanging en intrekking van de Besluiten 2009/371/JBZ, 2009/934/JBZ, 2009/935/JBZ, 2009/936/JBZ en 2009/968/JBZ van de Raad (PB L 135 van 24.5.2016, blz. 53).

(2)  Verordening (EU) 2022/991 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2022 tot wijziging van Verordening (EU) 2016/794, wat betreft de samenwerking van Europol met particuliere partijen, de verwerking van persoonsgegevens door Europol ter ondersteuning van strafrechtelijke onderzoeken, en de rol van Europol bij onderzoek en innovatie (PB L 169 van 27.6.2022, blz. 1).


24.5.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 136/61


BESLUIT (EU) 2023/1009 VAN DE RAAD

van 15 mei 2023

tot machtiging tot het openen van onderhandelingen met de Plurinationale Staat Bolivia over een overeenkomst tussen de Europese Unie en de Plurinationale Staat Bolivia op het gebied van de uitwisseling van persoonsgegevens tussen het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en de Boliviaanse autoriteiten die bevoegd zijn voor de bestrijding van zware criminaliteit en terrorisme

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 16, lid 2, en artikel 88, in samenhang met artikel 218, leden 3 en 4,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad (1) is op 11 mei 2016 vastgesteld, is sinds 1 mei 2017 van toepassing en is gewijzigd bij Verordening (EU) 2022/991 van het Europees Parlement en de Raad (2).

(2)

In Verordening (EU) 2016/794, en met name in de bepalingen die betrekking hebben op de overdracht van persoonsgegevens door het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) aan derde landen en internationale organisaties, is bepaald dat Europol persoonsgegevens aan een autoriteit van een derde land mag overdragen op basis van een op grond van artikel 218 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) gesloten internationale overeenkomst tussen de Unie en dat derde land, waarin passende waarborgen zijn opgenomen ter bescherming van de privacy en de grondrechten en fundamentele vrijheden van burgers.

(3)

Er moeten onderhandelingen worden geopend met het oog op de sluiting van een overeenkomst tussen de Europese Unie en de Plurinationale Staat Bolivia op het gebied van de uitwisseling van persoonsgegevens tussen Europol en de Boliviaanse autoriteiten die bevoegd zijn voor de bestrijding van zware criminaliteit en terrorisme (de “overeenkomst”).

(4)

Zoals vermeld in overweging 35 van Verordening (EU) 2016/794, moet de Commissie tijdens de onderhandelingen over de overeenkomst, en in ieder geval voordat de overeenkomst wordt gesloten, de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming kunnen raadplegen.

(5)

De overeenkomst moet de grondrechten eerbiedigen en de beginselen in acht nemen die in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het “Handvest”) zijn neergelegd, in het bijzonder het recht op eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven conform artikel 7 van het Handvest, het recht op de bescherming van persoonsgegevens conform artikel 8 van het Handvest, en het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht conform artikel 47 van het Handvest. De overeenkomst moet worden toegepast overeenkomstig die rechten en beginselen.

(6)

De overeenkomst mag geen invloed hebben op en mag geen afbreuk doen aan de overdracht van persoonsgegevens of andere vormen van samenwerking tussen de autoriteiten die voor de bescherming van de nationale veiligheid verantwoordelijk zijn.

(7)

Ierland is gebonden door Verordening (EU) 2016/794 en neemt dan ook deel aan de vaststelling van dit besluit.

(8)

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het VWEU, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van dit besluit, dat derhalve niet bindend is voor, noch van toepassing is in Denemarken.

(9)

De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is over dit besluit en het bijbehorende addendum geraadpleegd en heeft op 3 mei 2023 advies uitgebracht,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De Commissie wordt gemachtigd om onderhandelingen te openen met de Plurinationale Staat Bolivia over een overeenkomst tussen de Europese Unie en de Plurinationale Staat Bolivia op het gebied van de uitwisseling van persoonsgegevens tussen het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en de Boliviaanse autoriteiten die bevoegd zijn voor de bestrijding van zware criminaliteit en terrorisme.

2.   De onderhandelingen worden gevoerd overeenkomstig de in het addendum bij dit besluit opgenomen onderhandelingsrichtsnoeren van de Raad.

Artikel 2

De Commissie wordt aangewezen als de onderhandelaar van de Unie.

Artikel 3

1.   De in artikel 1 bedoelde onderhandelingen worden gevoerd in overleg met de Groep rechtshandhaving (politie), onder voorbehoud van eventuele sturing die de Raad later aan de Commissie kan verstrekken.

2.   De Commissie brengt, op gezette tijdstippen en telkens wanneer de Raad daarom verzoekt, verslag uit aan de Raad over het verloop en het resultaat van de onderhandelingen, en zendt hem de relevante documenten zo spoedig mogelijk toe zodat de leden van de Raad voldoende tijd hebben om zich terdege voor te bereiden op de komende onderhandelingen.

Waar passend of op verzoek van de Raad stelt de Commissie een schriftelijk verslag op.

Artikel 4

Dit besluit is gericht tot de Commissie.

Gedaan te Brussel, 15 mei 2023.

Voor de Raad

De voorzitter

J. FORSSMED


(1)  Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot vervanging en intrekking van de Besluiten 2009/371/JBZ, 2009/934/JBZ, 2009/935/JBZ, 2009/936/JBZ en 2009/968/JBZ van de Raad (PB L 135 van 24.5.2016, blz. 53).

(2)  Verordening (EU) 2022/991 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2022 tot wijziging van Verordening (EU) 2016/794, wat betreft de samenwerking van Europol met particuliere partijen, de verwerking van persoonsgegevens door Europol ter ondersteuning van strafrechtelijke onderzoeken, en de rol van Europol bij onderzoek en innovatie (PB L 169 van 27.6.2022, blz. 1).


24.5.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 136/63


BESLUIT (EU) 2023/1010 VAN DE RAAD

van 15 mei 2023

tot machtiging tot het openen van onderhandelingen met de Federale Republiek Brazilië over een overeenkomst tussen de Europese Unie en de Federale Republiek Brazilië op het gebied van de uitwisseling van persoonsgegevens tussen het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en de Braziliaanse autoriteiten die bevoegd zijn voor de bestrijding van zware criminaliteit en terrorisme

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 16, lid 2, en artikel 88, in samenhang met artikel 218, leden 3 en 4,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad (1) is op 11 mei 2016 vastgesteld, is sinds 1 mei 2017 van toepassing en is gewijzigd bij Verordening (EU) 2022/991 van het Europees Parlement en de Raad (2).

(2)

In Verordening (EU) 2016/794, en met name in de bepalingen die betrekking hebben op de overdracht van persoonsgegevens door het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) aan derde landen en internationale organisaties, is bepaald dat Europol persoonsgegevens aan een autoriteit van een derde land mag overdragen op basis van een op grond van artikel 218 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) gesloten internationale overeenkomst tussen de Unie en dat derde land, waarin passende waarborgen zijn opgenomen ter bescherming van de privacy en de grondrechten en fundamentele vrijheden van burgers.

(3)

Er moeten onderhandelingen worden geopend met het oog op de sluiting van een overeenkomst tussen de Europese Unie en de Federale Republiek Brazilië op het gebied van de uitwisseling van persoonsgegevens tussen Europol en de Braziliaanse autoriteiten die bevoegd zijn voor de bestrijding van zware criminaliteit en terrorisme (de “overeenkomst”).

(4)

Zoals vermeld in overweging 35 van Verordening (EU) 2016/794, moet de Commissie tijdens de onderhandelingen over de overeenkomst, en in ieder geval voordat de overeenkomst wordt gesloten, de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming kunnen raadplegen.

(5)

De overeenkomst moet de grondrechten eerbiedigen en de beginselen in acht nemen die in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het “Handvest”) zijn neergelegd, in het bijzonder het recht op eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven conform artikel 7 van het Handvest, het recht op de bescherming van persoonsgegevens conform artikel 8 van het Handvest, en het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht conform artikel 47 van het Handvest. De overeenkomst moet worden toegepast overeenkomstig die rechten en beginselen.

(6)

De overeenkomst mag geen invloed hebben op en mag geen afbreuk doen aan de overdracht van persoonsgegevens of andere vormen van samenwerking tussen de autoriteiten die voor de bescherming van de nationale veiligheid verantwoordelijk zijn.

(7)

Ierland is gebonden door Verordening (EU) 2016/794 en neemt dan ook deel aan de vaststelling van dit besluit.

(8)

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het VWEU, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van dit besluit, dat derhalve niet bindend is voor, noch van toepassing is in Denemarken.

(9)

De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is over dit besluit en het bijbehorende addendum geraadpleegd en heeft op 3 mei 2023 advies uitgebracht,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De Commissie wordt gemachtigd om onderhandelingen te openen met de Federale Republiek Brazilië over een overeenkomst tussen de Europese Unie en de Federale Republiek Brazilië op het gebied van de uitwisseling van persoonsgegevens tussen het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en de Braziliaanse autoriteiten die bevoegd zijn voor de bestrijding van zware criminaliteit en terrorisme.

2.   De onderhandelingen worden gevoerd overeenkomstig de in het addendum bij dit besluit opgenomen onderhandelingsrichtsnoeren van de Raad.

Artikel 2

De Commissie wordt aangewezen als de onderhandelaar van de Unie.

Artikel 3

1.   De in artikel 1 bedoelde onderhandelingen worden gevoerd in overleg met de Groep rechtshandhaving (politie), onder voorbehoud van eventuele sturing die de Raad later aan de Commissie kan verstrekken.

2.   De Commissie brengt, op gezette tijdstippen en telkens wanneer de Raad daarom verzoekt, verslag uit aan de Raad over het verloop en het resultaat van de onderhandelingen, en zendt hem de relevante documenten zo spoedig mogelijk toe zodat de leden van de Raad voldoende tijd hebben om zich terdege voor te bereiden op de komende onderhandelingen.

Waar passend of op verzoek van de Raad stelt de Commissie een schriftelijk verslag op.

Artikel 4

Dit besluit is gericht tot de Commissie.

Gedaan te Brussel, 15 mei 2023.

Voor de Raad

De voorzitter

J. FORSSMED


(1)  Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot vervanging en intrekking van de Besluiten 2009/371/JBZ, 2009/934/JBZ, 2009/935/JBZ, 2009/936/JBZ en 2009/968/JBZ van de Raad (PB L 135 van 24.5.2016, blz. 53).

(2)  Verordening (EU) 2022/991 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2022 tot wijziging van Verordening (EU) 2016/794, wat betreft de samenwerking van Europol met particuliere partijen, de verwerking van persoonsgegevens door Europol ter ondersteuning van strafrechtelijke onderzoeken, en de rol van Europol bij onderzoek en innovatie (PB L 169 van 27.6.2022, blz. 1).


24.5.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 136/65


BESLUIT (EU) 2023/1011 VAN DE RAAD

van 15 mei 2023

tot machtiging tot het openen van onderhandelingen met de Verenigde Mexicaanse Staten over een overeenkomst tussen de Europese Unie en de Verenigde Mexicaanse Staten op het gebied van de uitwisseling van persoonsgegevens tussen het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en de Mexicaanse autoriteiten die bevoegd zijn voor de bestrijding van zware criminaliteit en terrorisme

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 16, lid 2, en artikel 88, in samenhang met artikel 218, leden 3 en 4,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad (1) is op 11 mei 2016 vastgesteld, is sinds 1 mei 2017 van toepassing en is gewijzigd bij Verordening (EU) 2022/991 van het Europees Parlement en de Raad (2).

(2)

In Verordening (EU) 2016/794, en met name in de bepalingen die betrekking hebben op de overdracht van persoonsgegevens door het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) aan derde landen en internationale organisaties, is bepaald dat Europol persoonsgegevens aan een autoriteit van een derde land mag overdragen op basis van een op grond van artikel 218 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) gesloten internationale overeenkomst tussen de Unie en dat derde land, waarin passende waarborgen zijn opgenomen ter bescherming van de privacy en de grondrechten en fundamentele vrijheden van burgers.

(3)

Er moeten onderhandelingen worden geopend met het oog op de sluiting van een overeenkomst tussen de Europese Unie en de Verenigde Mexicaanse Staten op het gebied van de uitwisseling van persoonsgegevens tussen Europol en de Mexicaanse autoriteiten die bevoegd zijn voor de bestrijding van zware criminaliteit en terrorisme (de “overeenkomst”).

(4)

Zoals vermeld in overweging 35 van Verordening (EU) 2016/794, moet de Commissie tijdens de onderhandelingen over de overeenkomst, en in ieder geval voordat de overeenkomst wordt gesloten, de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming kunnen raadplegen.

(5)

De overeenkomst moet de grondrechten eerbiedigen en de beginselen in acht nemen die in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het “handvest”) zijn neergelegd, in het bijzonder het recht op eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven conform artikel 7 van het handvest, het recht op de bescherming van persoonsgegevens conform artikel 8 van het handvest, en het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht conform artikel 47 van het handvest. De overeenkomst moet worden toegepast overeenkomstig die rechten en beginselen.

(6)

De overeenkomst mag geen invloed hebben op en mag geen afbreuk doen aan de overdracht van persoonsgegevens of andere vormen van samenwerking tussen de autoriteiten die voor de bescherming van de nationale veiligheid verantwoordelijk zijn.

(7)

Ierland is gebonden door Verordening (EU) 2016/794 en neemt dan ook deel aan de vaststelling van dit besluit.

(8)

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het VWEU, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van dit besluit, dat derhalve niet bindend is voor, noch van toepassing is in Denemarken.

(9)

De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is over dit besluit en het bijbehorende addendum geraadpleegd en heeft op 3 mei 2023 advies uitgebracht,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De Commissie wordt gemachtigd om onderhandelingen te openen met de Verenigde Mexicaanse Staten over een overeenkomst tussen de Europese Unie en de Verenigde Mexicaanse Staten op het gebied van de uitwisseling van persoonsgegevens tussen het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en de Mexicaanse autoriteiten die bevoegd zijn voor de bestrijding van zware criminaliteit en terrorisme.

2.   De onderhandelingen worden gevoerd overeenkomstig de in het addendum bij dit besluit opgenomen onderhandelingsrichtsnoeren van de Raad.

Artikel 2

De Commissie wordt aangewezen als de onderhandelaar van de Unie

Artikel 3

1.   De in artikel 1 bedoelde onderhandelingen worden gevoerd in overleg met de Groep rechtshandhaving (politie), onder voorbehoud van eventuele sturing die de Raad later aan de Commissie kan verstrekken.

2.   De Commissie brengt, op gezette tijdstippen en telkens wanneer de Raad daarom verzoekt, verslag uit aan de Raad over het verloop en het resultaat van de onderhandelingen, en zendt hem de relevante documenten zo spoedig mogelijk toe zodat de leden van de Raad voldoende tijd hebben om zich terdege voor te bereiden op de komende onderhandelingen.

Waar passend of op verzoek van de Raad stelt de Commissie een schriftelijk verslag op.

Artikel 4

Dit besluit is gericht tot de Commissie.

Gedaan te Brussel, 15 mei 2023.

Voor de Raad

De voorzitter

J. FORSSMED


(1)  Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot vervanging en intrekking van de Besluiten 2009/371/JBZ, 2009/934/JBZ, 2009/935/JBZ, 2009/936/JBZ en 2009/968/JBZ van de Raad (PB L 135 van 24.5.2016, blz. 53).

(2)  Verordening (EU) 2022/991 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2022 tot wijziging van Verordening (EU) 2016/794, wat betreft de samenwerking van Europol met particuliere partijen, de verwerking van persoonsgegevens door Europol ter ondersteuning van strafrechtelijke onderzoeken, en de rol van Europol bij onderzoek en innovatie (PB L 169 van 27.6.2022, blz. 1).


24.5.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 136/67


BESLUIT (EU) 2023/1012 VAN DE RAAD

van 15 mei 2023

tot machtiging tot het openen van onderhandelingen met de Republiek Peru over een overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Peru op het gebied van de uitwisseling van persoonsgegevens tussen het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en de Peruaanse autoriteiten die bevoegd zijn voor de bestrijding van zware criminaliteit en terrorisme

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 16, lid 2, en artikel 88, in samenhang met artikel 218, leden 3 en 4,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad (1) is op 11 mei 2016 vastgesteld, is sinds 1 mei 2017 van toepassing en is gewijzigd bij Verordening (EU) 2022/991 van het Europees Parlement en de Raad (2).

(2)

In Verordening (EU) 2016/794, en met name in de bepalingen die betrekking hebben op de overdracht van persoonsgegevens door het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) aan derde landen en internationale organisaties, is bepaald dat Europol persoonsgegevens aan een autoriteit van een derde land mag overdragen op basis van een op grond van artikel 218 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) gesloten internationale overeenkomst tussen de Unie en dat derde land, waarin passende waarborgen zijn opgenomen ter bescherming van de privacy en de grondrechten en fundamentele vrijheden van burgers.

(3)

Er moeten onderhandelingen worden geopend met het oog op de sluiting van een overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Peru op het gebied van de uitwisseling van persoonsgegevens tussen Europol en de Peruaanse autoriteiten die bevoegd zijn voor de bestrijding van zware criminaliteit en terrorisme (de “overeenkomst”).

(4)

Zoals vermeld in overweging 35 van Verordening (EU) 2016/794, moet de Commissie tijdens de onderhandelingen over de overeenkomst, en in ieder geval voordat de overeenkomst wordt gesloten, de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming kunnen raadplegen.

(5)

De overeenkomst moet de grondrechten eerbiedigen en de beginselen in acht nemen die in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het “Handvest”) zijn neergelegd, in het bijzonder het recht op eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven conform artikel 7 van het Handvest, het recht op de bescherming van persoonsgegevens conform artikel 8 van het Handvest, en het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht conform artikel 47 van het Handvest. De overeenkomst moet worden toegepast overeenkomstig die rechten en beginselen.

(6)

De overeenkomst mag geen invloed hebben op en mag geen afbreuk doen aan de overdracht van persoonsgegevens of andere vormen van samenwerking tussen de autoriteiten die voor de bescherming van de nationale veiligheid verantwoordelijk zijn.

(7)

Ierland is gebonden door Verordening (EU) 2016/794 en neemt dan ook deel aan de vaststelling van dit besluit.

(8)

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het VWEU, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van dit besluit, dat derhalve niet bindend is voor, noch van toepassing is in Denemarken.

(9)

De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is over dit besluit en het bijbehorende addendum geraadpleegd en heeft op 3 mei 2023 advies uitgebracht,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De Commissie wordt gemachtigd om namens de Unie onderhandelingen te openen met de Republiek Peru over een overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Peru op het gebied van de uitwisseling van persoonsgegevens tussen het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en de Peruaanse autoriteiten die bevoegd zijn voor de bestrijding van zware criminaliteit en terrorisme.

2.   De onderhandelingen worden gevoerd overeenkomstig de in het addendum bij dit besluit opgenomen onderhandelingsrichtsnoeren van de Raad.

Artikel 2

De Commissie wordt aangewezen als de onderhandelaar van de Unie.

Artikel 3

1.   De in artikel 1 bedoelde onderhandelingen worden gevoerd in overleg met de Groep rechtshandhaving (politie), onder voorbehoud van eventuele sturing die de Raad later aan de Commissie kan verstrekken.

2.   De Commissie brengt, op gezette tijdstippen en telkens wanneer de Raad daarom verzoekt, verslag uit aan de Raad over het verloop en het resultaat van de onderhandelingen, en zendt hem de relevante documenten zo spoedig mogelijk toe zodat de leden van de Raad voldoende tijd hebben om zich terdege voor te bereiden op de komende onderhandelingen.

Waar passend of op verzoek van de Raad stelt de Commissie een schriftelijk verslag op.

Artikel 4

Dit besluit is gericht tot de Commissie.

Gedaan te Brussel, 15 mei 2023.

Voor de Raad

De voorzitter

J. FORSSMED


(1)  Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot vervanging en intrekking van de Besluiten 2009/371/JBZ, 2009/934/JBZ, 2009/935/JBZ, 2009/936/JBZ en 2009/968/JBZ van de Raad (PB L 135 van 24.5.2016, blz. 53).

(2)  Verordening (EU) 2022/991 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2022 tot wijziging van Verordening (EU) 2016/794, wat betreft de samenwerking van Europol met particuliere partijen, de verwerking van persoonsgegevens door Europol ter ondersteuning van strafrechtelijke onderzoeken, en de rol van Europol bij onderzoek en innovatie (PB L 169 van 27.6.2022, blz. 1).


24.5.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 136/69


BESLUIT (EU) 2023/1013 VAN DE RAAD

van 16 mei 2023

betreffende een afwijking van Besluit 2013/471/EU betreffende de toekenning van dagvergoedingen en het vergoeden van reiskosten aan de leden van het Europees Economisch en Sociaal Comité, alsmede aan de plaatsvervangers, en tot wijziging van Besluit (EU) 2021/1072

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 301, derde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Besluit (EU) 2021/1072 van de Raad (1) is een tijdelijke afwijking van de artikelen 2, 3 en 4 van Besluit 2013/471/EU van de Raad (2) ingevoerd wat betreft de betaling van dagvergoedingen en de vergoeding van reiskosten aan de leden van het Europees Economisch en Sociaal Comité (het “Comité”) en hun plaatsvervangers (samen de “begunstigden” genoemd), waardoor begunstigden die vergaderingen elektronisch op afstand bijwonen recht krijgen op een dagvergoeding.

(2)

De tijdelijke afwijking werd noodzakelijk geacht om ervoor te zorgen dat de activiteiten van het Comité te allen tijde op passende en houdbare wijze konden plaatsvinden voor het waarborgen van de institutionele continuïteit gedurende de periode van aanhoudende reisproblemen of sanitaire beperkingen ten aanzien van fysieke vergaderingen als gevolg van de COVID-19-pandemie in de Unie.

(3)

Uit de door het Comité ingediende verslagen over de toepassing van de tijdelijke afwijking is gebleken dat een dagvergoeding voor begunstigden die vergaderingen elektronisch op afstand bijwonen zowel voor de begroting als voor het milieu voordelen oplevert, en dat er ook sprake is van voordelen en efficiëntieverbeteringen met betrekking tot de institutionele en bedrijfscontinuïteit van het Comité. Deze voordelen blijven ook relevant als de reisproblemen als gevolg van de COVID-19-pandemie in de Unie zijn opgelost, zoals blijkt uit het verzoek van het Comité aan de Raad om met een structurele oplossing te komen waardoor het mogelijk wordt om een dagvergoeding toe te kennen aan begunstigden die bepaalde soorten vergaderingen van het Comité elektronisch op afstand bijwonen.

(4)

Het is daarom passend dat de bij Besluit (EU) 2021/1072 van de Raad ingevoerde tijdelijke afwijking wordt vervangen door een structurele oplossing die de mogelijkheid biedt om een dagvergoeding toe te kennen aan begunstigden die elektronisch op afstand de voorbereidende vergaderingen bijwonen waarvoor overeenkomstig de interne regels van het Comité naar behoren toestemming is verleend, met uitzondering van bureauvergaderingen, zittingen van de voltallige vergadering of vergaderingen van de afdelingen of van de adviescommissie Industriële Reconversie. Het is ook passend dat, in naar behoren gemotiveerde en uitzonderlijke omstandigheden, wanneer het onmogelijk is om vergaderingen van het Comité volledig in persoon te organiseren, de dagvergoeding voor begunstigden voor het bijwonen op afstand met elektronische middelen wordt toegekend met betrekking tot een andere vergadering van het Comité waarvoor naar behoren toestemming is verleend en die essentieel is om de institutionele en bedrijfscontinuïteit van het Comité te waarborgen.

(5)

De werkelijke administratieve kosten die worden gemaakt door een begunstigde die een vergadering elektronisch op afstand bijwoont, zijn lager dan het tarief van de dagvergoeding dat momenteel geldt voor het fysiek bijwonen van vergaderingen, terwijl de door een begunstigde bestede tijd gelijk blijft. Daarom is het passend dat de dagvergoeding die wordt toegekend aan de begunstigden die vergaderingen elektronisch op afstand bijwonen, dienovereenkomstig wordt aangepast.

(6)

Het Comité moet gedetailleerde regels vaststellen voor de toekenning van de dagvergoeding aan begunstigden die vergaderingen elektronisch op afstand bijwonen, om de voordelen van deelname op afstand te maximaliseren en er tegelijkertijd voor te zorgen dat er geen ongerechtvaardigde toename van het aantal door het Comité georganiseerde vergaderingen ontstaat.

(7)

Het Comité moet regelmatig aan de Raad verslag uitbrengen over de toepassing van de dagvergoeding voor begunstigden die elektronisch op afstand vergaderingen bijwonen, zodat de Raad de gevolgen ervan kan evalueren overeenkomstig de verslagleggingsvereisten die staan beschreven in Besluit 2013/471/EU. In de verslagen moeten met name de evolutie van het aantal Comitévergaderingen die op afstand met elektronische middelen weg worden bijgewoond en de duur ervan worden aangegeven, alsook welke budgettaire en milieubesparingen de desbetreffende vergaderingen hebben opgeleverd.

(8)

Dit besluit moet deel uitmaken van een toekomstige alomvattende herziening van Besluit 2013/471/EU, die vóór het einde van de huidige mandaatsperiode van het Comité moet worden uitgevoerd.

(9)

Besluit (EU) 2021/1072 moet worden ingetrokken,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   In afwijking van de artikelen 2, 3 en 4 van Besluit 2013/471/EU hebben begunstigden die een vergadering van het Comité elektronisch op afstand bijwonen enkel recht op een dagvergoeding die is vastgesteld op 145 EUR.

2.   De in lid 1 bedoelde dagvergoeding wordt alleen toegekend voor vergaderingen waarvoor toestemming is verleend overeenkomstig de interne regels van het Comité, met uitzondering van bureauvergaderingen, zittingen van de voltallige vergadering, vergaderingen van de afdelingen en vergaderingen van de adviescommissie Industriële Reconversie (CCMI).

3.   In naar behoren gemotiveerde en uitzonderlijke omstandigheden wordt de in lid 1 bedoelde dagvergoeding ook toegekend voor een andere vergadering waarvoor naar behoren toestemming is verleend met uitzondering van die waarvoor de dagvergoeding wordt toegekend overeenkomstig lid 2, mits een dergelijke vergadering niet volledig in persoon kan worden georganiseerd en dat zij essentieel is om de institutionele en bedrijfscontinuïteit van het Comité te waarborgen.

Artikel 2

Het Comité stelt uiterlijk op 26 juli 2023 nadere bepalingen ter uitvoering van artikel 1 vast.

Artikel 3

De verslaglegging over de toepassing van de in artikel 1 bedoelde dagvergoeding wordt opgenomen in de verslagleggingsverplichtingen van artikel 9 van Besluit 2013/471/EU.

Artikel 4

Besluit (EU) 2021/1072 wordt ingetrokken.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 16 mei 2023.

Voor de Raad

De voorzitter

E. SVANTESSON


(1)  Besluit (EU) 2021/1072 van de Raad van 28 juni 2021 betreffende een tijdelijke afwijking van Besluit 2013/471/EU betreffende de toekenning van dagvergoedingen en het vergoeden van reiskosten aan de leden van het Europees Economisch en Sociaal Comité, alsmede aan de plaatsvervangers, in het licht van de door de COVID-19-pandemie in de Unie veroorzaakte reisproblemen (PB L 230 van 30.6.2021, blz. 30).

(2)  Besluit 2013/471/EU van de Raad van 23 september 2013 betreffende de toekenning van dagvergoedingen en het vergoeden van reiskosten aan de leden van het Europees Economisch en Sociaal Comité, alsmede aan de plaatsvervangers (PB L 253 van 25.9.2013, blz. 22).


24.5.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 136/72


BESLUIT (EU) 2023/1014 VAN DE RAAD

van 16 mei 2023

tot benoeming van een plaatsvervanger in het Comité van de Regio’s, voorgedragen door het Koninkrijk Spanje

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 305,

Gezien Besluit (EU) 2019/852 van de Raad van 21 mei 2019 ter bepaling van de samenstelling van het Comité van de Regio’s (1),

Gezien de voordracht van de Spaanse regering,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Volgens artikel 300, lid 3, van het Verdrag bestaat het Comité van de Regio’s uit vertegenwoordigers van de regionale en lokale gemeenschappen die in een regionaal of lokaal lichaam gekozen zijn of politiek verantwoording verschuldigd zijn aan een gekozen vergadering.

(2)

Op 10 december 2019 heeft de Raad Besluit (EU) 2019/2157 (2) houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio’s voor de periode van 26 januari 2020 tot en met 25 januari 2025 vastgesteld.

(3)

In het Comité van de Regio’s is een zetel van plaatsvervanger vrijgekomen vanwege het aftreden van de heer Javier VILA FERRERO.

(4)

De Spaanse regering heeft mevrouw Ana Isabel CÁRCABA GARCÍA, vertegenwoordiger van een regionale gemeenschap die in een regionaal lichaam is gekozen, Consejera de Hacienda, Gobierno del Principado de Asturias, (regionaal minister van Financiën van de regering van de autonome regio Asturië), voor de resterende duur van de ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 25 januari 2025, voorgedragen als plaatsvervanger in het Comité van de Regio’s,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Mevrouw Ana Isabel CÁRCABA GARCÍA, vertegenwoordiger van een regionale gemeenschap die in een lichaam is gekozen, Consejera de Hacienda, Gobierno del Principado de Asturias, (regionaal minister van Financiën van de regering van de autonome regio Asturië), wordt hierbij voor de resterende duur van de ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 25 januari 2025, benoemd tot plaatsvervanger in het Comité van de Regio’s.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel, 16 mei 2023.

Voor de Raad

De voorzitter

E. SVANTESSON


(1)  PB L 139 van 27.5.2019, blz. 13.

(2)  Besluit (EU) 2019/2157 van de Raad van 10 december 2019 houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio’s voor de periode van 26 januari 2020 tot en met 25 januari 2025 (PB L 327 van 17.12.2019, blz. 78).


24.5.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 136/73


BESLUIT (GBVB) 2023/1015 VAN DE RAAD

van 23 mei 2023

ter bevestiging van de deelname van Denemarken aan de PESCO en tot wijziging van Besluit (GBVB) 2017/2315 tot instelling van de permanente gestructureerde samenwerking (PESCO) en tot opstelling van de lijst van deelnemende lidstaten

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 46, lid 3,

Gezien Protocol nr. 10 betreffende de permanente gestructureerde samenwerking, ingesteld bij artikel 42 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Gezien het advies van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Artikel 46, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) bepaalt dat iedere lidstaat die aan de permanente gestructureerde samenwerking (PESCO) wenst deel te nemen, de Raad en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (“de hoge vertegenwoordiger”) van zijn voornemen in kennis stelt.

(2)

Op 1 juni 2022 is in Denemarken een referendum gehouden over de intrekking van de uitzondering van de deelname in besluiten en acties van de Unie die gevolgen hebben op defensiegebied zoals opgenomen in artikel 5 van Protocol nr. 22 bij de Verdragen betreffende de positie van Denemarken Bij dat referendum is vóór de intrekking gestemd.

(3)

Overeenkomstig artikel 7 van Protocol nr. 22 heeft Denemarken bij brief van zijn minister van Buitenlandse Zaken van 20 juni 2022 aan de andere lidstaten meegedeeld dat het met ingang van 1 juli 2022 geen beroep meer wenste te doen op artikel 5 van dat Protocol.

(4)

Op 23 maart 2023 hebben de Raad en de hoge vertegenwoordiger overeenkomstig artikel 46, lid 3, VEU, van Denemarken een kennisgeving ontvangen dat het land voornemens is deel te nemen aan de PESCO.

(5)

Denemarken heeft in zijn nationaal uitvoeringsplan aangegeven in staat te zijn de verdergaande verbintenissen, opgenomen in de bijlage bij Besluit (GBVB) 2017/2315 van de Raad (1), die de deelnemende lidstaten jegens elkaar zijn aangegaan, na te komen.

(6)

Aangezien aan de nodige voorwaarden is voldaan, is het passend dat de Raad een besluit vaststelt waarbij de deelname van Denemarken aan de PESCO wordt bevestigd.

(7)

Besluit (GBVB) 2017/2315 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De deelname van Denemarken aan de PESCO wordt hierbij bevestigd.

Artikel 2

In artikel 2 van Besluit (GBVB) 2017/2315 wordt na het derde streepje het volgende streepje ingevoegd:

“—

Denemarken,”.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.

Gedaan te Brussel, 23 mei 2023.

Voor de Raad

De voorzitter

J. BORRELL FONTELLES


(1)  Besluit (GBVB) 2017/2315 van de Raad van 11 december 2017 tot instelling van de permanente gestructureerde samenwerking (PESCO) en tot opstelling van de lijst van deelnemende lidstaten (PB L 331 van 14.12.2017, blz. 57).


24.5.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 136/75


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2023/1016 VAN DE COMMISSIE

van 22 mei 2023

tot wijziging van Beschikking 2002/994/EG betreffende bepaalde beschermende maatregelen ten aanzien van de uit China ingevoerde producten van dierlijke oorsprong

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (1) (verordening officiële controles), en met name artikel 128, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Beschikking 2002/994/EG van de Commissie (2) is van toepassing op alle voor menselijke consumptie of voor diervoeding bestemde producten van dierlijke oorsprong die uit China worden ingevoerd.

(2)

Overeenkomstig artikel 2, lid 1, van die beschikking moeten de lidstaten de invoer van die producten verbieden. Artikel 2, lid 2, voorziet in twee afwijkingen van dat verbod.

(3)

Overeenkomstig de eerste afwijking moeten de lidstaten de invoer toestaan van de in deel I van de bijlage bij Beschikking 2002/994/EG vermelde producten voor zover de voor de betrokken producten geldende veterinairrechtelijke en gezondheidsvoorschriften in acht worden genomen.

(4)

Overeenkomstig de tweede afwijking moeten de lidstaten de invoer toestaan van de in deel II van de bijlage bij Besluit 2002/994/EG genoemde producten, voor zover deze vergezeld gaan van een verklaring van de bevoegde Chinese autoriteit waaruit blijkt dat elke zending chemisch is getest om te waarborgen dat de betrokken producten geen gevaar opleveren voor de volksgezondheid.

(5)

Bij Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad (3), zoals gewijzigd bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/2258 van de Commissie (4), zijn bepaalde vetderivaten, zoals vitamine D3 en precursoren die voor de productie ervan worden gebruikt, als zeer verfijnde producten geïntroduceerd. Die wijziging is ingevoerd omdat alle risico’s voor de dier- en volksgezondheid worden geëlimineerd door de specifieke behandeling van die producten van dierlijke oorsprong zoals vastgesteld in Verordening (EG) nr. 853/2004.

(6)

In Uitvoeringsverordening (EU) 2021/405 van de Commissie (5) is bepaald dat van hoefdieren afkomstige zeer verfijnde producten uit derde landen die zijn opgenomen in de lijst in bijlage XII bij die verordening, de Unie mogen binnenkomen. China behoort tot de derde landen die zijn opgenomen in de lijst in bijlage XII bij die verordening. Bijgevolg moet de binnenkomst in de Unie van vitamine D3 en precursoren die voor de productie ervan worden gebruikt, vanuit China worden toegestaan overeenkomstig artikel 22, punt a), van die verordening.

(7)

Vitamine D3 is een sterk gezuiverd product en wordt ook in diervoeders gebruikt om aan de voedingsbehoeften van dieren te voldoen. Vitamine D3 speelt een essentiële rol bij het reguleren van de fysiologische processen met betrekking tot calcium en fosfor. Om een tekort aan die vitamine te voorkomen, zijn verschillende toevoegingsmiddelen die specifiek zijn aangepast voor gebruik in diervoeders, toegelaten. Vitamine D3 is ook noodzakelijk voor de gezondheid en het welzijn van dieren. De desbetreffende invoer moet voldoen aan de voorschriften inzake diervoeders, volksgezondheid en diergezondheid. Bijgevolg moet de binnenkomst in de Unie van vitamine D3 en precursoren die voor de productie ervan worden gebruikt, vanuit China worden toegestaan overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad (6) en Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad (7).

(8)

Het is daarom passend de afwijking van het verbod op binnenkomst in de Unie uit China overeenkomstig artikel 2, lid 2, van Beschikking 2002/994/EG uit te breiden tot vitamine D3 en precursoren die voor de productie ervan worden gebruikt.

(9)

Beschikking 2002/994/EG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(10)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Beschikking 2002/994/EG wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 22 mei 2023.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 95 van 7.4.2017, blz. 1.

(2)  Beschikking 2002/994/EG van de Commissie van 20 december 2002 betreffende beschermende maatregelen ten aanzien van uit China ingevoerde producten van dierlijke oorsprong (PB L 348 van 21.12.2002, blz. 154).

(3)  Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55).

(4)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/2258 van de Commissie van 9 september 2022 tot wijziging en rectificatie van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad betreffende specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong wat visserijproducten, eieren en bepaalde zeer verfijnde producten betreft, en tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/624 van de Commissie wat bepaalde tweekleppige weekdieren betreft (PB L 299 van 18.11.2022, blz. 5).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) 2021/405 van de Commissie van 24 maart 2021 tot vaststelling van de lijsten van derde landen of regio’s daarvan waaruit de binnenkomst in de Unie van bepaalde voor menselijke consumptie bestemde dieren en goederen is toegestaan overeenkomstig Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 114 van 31.3.2021, blz. 118).

(6)  Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (verordening dierlijke bijproducten) (PB L 300 van 14.11.2009, blz. 1).

(7)  Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29).


BIJLAGE

In de bijlage bij Beschikking 2002/994/EG wordt deel I vervangen door:

“DEEL I

Lijst van voor menselijke consumptie of als diervoeder bedoelde producten van dierlijke oorsprong die in de Unie mogen worden ingevoerd zonder de in artikel 3 bedoelde verklaring:

visserijproducten, met uitzondering van:

aquacultuurproducten,

gepelde en/of verwerkte garnalen,

zoetwaterkreeft van de soort Procambarus clarkii, gevist in natuurlijk zoet water;

gelatine;

levensmiddelenadditieven overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad (*);

als of in voedingssupplementen te gebruiken stoffen overeenkomstig Richtlijn 2002/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (**);

vitamine D3, bestemd voor menselijke consumptie, en precursoren die voor de productie ervan worden gebruikt, wanneer zij voldoen aan de specifieke behandelingen voor deze zeer verfijnde producten (vetderivaten) zoals vastgesteld in sectie XVI van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 853/2004 (***);

voeder voor gezelschapsdieren overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad (****);

chondroïtinesulfaat en glucosamine, beschouwd als voedermiddelen, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 68/2013 van de Commissie (*****);

vitamine D3 voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad (******) en precursoren die voor de productie ervan worden gebruikt, voor voeder voor landbouwhuisdieren en voeder voor gezelschapsdieren, zoals geregeld bij Verordening (EG) nr. 1069/2009;

L-cysteïne en L-cystine voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1831/2003.


(*)  Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake levensmiddelenadditieven (PB L 354 van 31.12.2008, blz. 16).

(**)  Richtlijn 2002/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 10 juni 2002 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake voedingssupplementen (PB L 183 van 12.7.2002, blz. 51).

(***)  Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55).

(****)  Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (verordening dierlijke bijproducten) (PB L 300 van 14.11.2009, blz. 1).

(*****)  Verordening (EU) nr. 68/2013 van de Commissie van 16 januari 2013 betreffende de catalogus van voedermiddelen (PB L 29 van 30.1.2013, blz. 1).

(******)  Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29)””


24.5.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 136/78


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2023/1017 VAN DE COMMISSIE

van 23 mei 2023

tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/1729 wat betreft de bewaking van methicilline-resistente Staphylococcus aureus (MRSA) bij mestvarkens

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2023) 3251)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2003/99/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake de bewaking van zoönoses en zoönoseverwekkers en houdende wijziging van Beschikking 90/424/EEG van de Raad en intrekking van Richtlijn 92/117/EEG van de Raad (1), en met name artikel 4, lid 5, artikel 7, lid 3, en artikel 9, lid 1, vierde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Richtlijn 2003/99/EG verplicht de lidstaten ervoor te zorgen dat de bewaking vergelijkbare gegevens oplevert over het vóórkomen van antimicrobiële resistentie (AMR) bij zoönoseverwekkers en, voor zover deze een gevaar voor de volksgezondheid opleveren, andere agentia.

(2)

Richtlijn 2003/99/EG bepaalt ook dat de lidstaten de tendensen en bronnen van AMR op hun grondgebied moeten evalueren en de Commissie jaarlijks een verslag met de overeenkomstig die richtlijn verzamelde gegevens moeten toezenden.

(3)

Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/1729 van de Commissie (2) bevat gedetailleerde voorschriften voor de geharmoniseerde monitoring en rapportage van AMR bij zoönotische en commensale bacteriën. De in dat uitvoeringsbesluit vastgestelde voorschriften hebben betrekking op de periode 2021-2027 en voorzien in een jaarlijks roulatiesysteem voor de bemonstering van diersoorten. Overeenkomstig dat roulatiesysteem moeten in 2025 mestvarkens worden bemonsterd.

(4)

Methicilline-resistente Staphylococcus aureus (MRSA) is een pathogeen dat veel zorg- en gemeenschapsgerelateerde infecties veroorzaakt die bij mensen moeilijk te behandelen zijn, omdat het resistent is tegen meerdere antibiotica. De afgelopen decennia is de opkomst en toenemende prevalentie van veegerelateerde MRSA (LA-MRSA) bij varkens, met name sequentietype 398, die tot klonaal complex 398 behoort, een wereldwijd probleem geworden, aangezien de verspreiding ervan de doeltreffende behandeling van infectieziekten bij mensen in gevaar kan brengen. Het fokken en slachten van met LA-MRSA besmette varkens zijn ook potentiële risicofactoren voor besmetting bij bepaalde menselijke populaties, zoals veehouders en werknemers in slachthuizen. Monitoring van de prevalentie van LA-MRSA bij mestvarkens zou daarom zeer waardevol zijn voor het verkrijgen van uitgebreide, vergelijkbare en betrouwbare informatie over de ontwikkeling en de verspreiding van MRSA op EU-niveau met het oog op de ontwikkeling, indien nodig, van passende maatregelen om besmettingen met MRSA te voorkomen en te bestrijden.

(5)

Op 17 oktober 2022 heeft de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) een wetenschappelijk verslag (3) gepubliceerd over technische specificaties voor een vergelijkende studie naar de prevalentie van methicilline-resistente Staphylococcus aureus (MRSA) bij varkens (de technische specificaties van de EFSA). In dat verslag wordt gewezen op de wenselijkheid om een eenjarig EU-breed onderzoek uit te voeren bij partijen mestvarkens bij de slacht om een schatting te maken van de MRSA-prevalentie in de Europese populatie van mestvarkens, en wordt een protocol voor dat onderzoek vastgesteld, met inbegrip van de doelpopulatie, de steekproefvereisten, de analysemethoden en de voorschriften voor gegevensrapportage.

(6)

Bij de vaststelling van de voorschriften voor geharmoniseerde monitoring en rapportage van MRSA bij mestvarkens in de Unie moet rekening worden gehouden met de technische specificaties van de EFSA.

(7)

Om gebruik te kunnen maken van de voor 2025 geplande bemonstering van mestvarkens voor andere bacteriën overeenkomstig het reeds bestaande jaarlijkse roulatiesysteem, moeten de voorschriften voor MRSA-monitoring bij mestvarkens worden vastgelegd in Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/1729 en van toepassing zijn met ingang van 1 januari 2025.

(8)

Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/1729 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(9)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/1729

Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/1729 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Aan artikel 1, lid 2, wordt het volgende punt f) toegevoegd:

“f)

methicilline-resistente Staphylococcus aureus (MRSA).”.

2)

In artikel 3 wordt lid 2 vervangen door:

“2.   De nationale referentielaboratoria voor AMR of andere laboratoria die overeenkomstig artikel 37 van Verordening (EU) 2017/625 door de bevoegde autoriteit zijn aangewezen, zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van:

a)

het testen op antimicrobiële gevoeligheid van bacterie-isolaten, zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel, overeenkomstig de technische voorschriften van deel A, punt 4, van de bijlage;

b)

de specifieke monitoring van ESBL-, AmpC- of CP-producerende E. coli overeenkomstig de technische voorschriften van deel A, punt 5, van de bijlage;

c)

de specifieke monitoring van MRSA overeenkomstig de technische voorschriften van deel A, punt 5 bis, van de bijlage;

d)

de alternatieve methode als bedoeld in deel A, punt 6, van de bijlage.”

.

3)

De bijlage wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Toepassing

Dit besluit is van toepassing met ingang van 1 januari 2025.

Artikel 3

Adressaten

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 23 mei 2023.

Voor de Commissie

Stella KYRIAKIDES

Lid van de Commissie


(1)  PB L 325 van 12.12.2003, blz. 31.

(2)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/1729 van de Commissie van 17 november 2020 betreffende de monitoring en rapportage van antimicrobiële resistentie bij zoönotische en commensale bacteriën en tot intrekking van Uitvoeringsbesluit 2013/652/EU (PB L 387 van 19.11.2020, blz. 8).

(3)  https://www.efsa.europa.eu/en/efsajournal/pub/7620


BIJLAGE

Deel A van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/1729 van de Commissie wordt als volgt gewijzigd:

1)

Aan punt 1 wordt het volgende punt f) toegevoegd:

“f)

isolaten van MRSA die zijn verkregen uit tijdens de slacht genomen neusmonsters van mestvarkens.”.

2)

Punt a) van punt 2 wordt vervangen door:

“a)

in de jaren 2021, 2023, 2025 en 2027 wordt AMR-monitoring uitgevoerd bij mestvarkens, runderen jonger dan één jaar, varkensvlees en rundvlees, met uitzondering van de monitoring van MRSA bij mestvarkens, die in de jaren 2023 en 2027 niet wordt uitgevoerd.”.

3)

Punt 3.1 wordt vervangen door:

“3.1

Op slachthuisniveau

a)

Bemonsteringsplan:

Bij het opstellen van hun bemonsteringsplan op slachthuisniveau voor de inhoud van de blindedarm houden de lidstaten rekening met de technische specificaties van de EFSA inzake aselecte bemonstering voor de geharmoniseerde bewaking van antimicrobiële resistentie bij zoönotische en commensale bacteriën (1).

Bij het opstellen van hun bemonsteringsplan op slachthuisniveau voor neusmonsters van mestvarkens houden de lidstaten rekening met de technische specificaties van de EFSA voor een vergelijkende studie naar de prevalentie van methicilline-resistente Staphylococcus aureus (MRSA) bij varkens (2).

De lidstaten zorgen voor een proportionele gestratificeerde bemonstering in slachthuizen die ten minste 60 % van de specifieke binnenlandse dierpopulatie in de lidstaten verwerken, met een gelijkmatige verdeling van de genomen monsters over de monitoringperiode en, voor zover mogelijk, een randomisatie van de bemonsteringsdagen van elke maand. De monsters worden genomen van gezonde dieren die zijn bemonsterd uit aselect bepaalde epidemiologische eenheden. De epidemiologische eenheid voor slachtkuikens en mestkalkoenen is het koppel. De epidemiologische eenheid voor mestvarkens en runderen jonger dan één jaar is de ter slacht aangeboden partij.

Per jaar mag uit dezelfde epidemiologische eenheid slechts één monster van de inhoud van de blindedarm worden genomen. Elk monster van de inhoud van de blindedarm wordt genomen van een aselect uit de epidemiologische eenheid genomen karkas. Voor slachtkuikens moet elk monster van de inhoud van de blindedarm echter worden genomen van tien aselect uit de epidemiologische eenheid genomen karkassen.

Per jaar moeten twintig neusmonsters worden genomen van twintig verschillende varkens die aselect uit dezelfde epidemiologische eenheid worden genomen. Deze monsters worden gebundeld in vier samengestelde groepen van vijf monsters. Indien de epidemiologische eenheid uit minder dan twintig varkens bestaat, worden alle varkens van deze epidemiologische eenheid bemonsterd en worden de resulterende monsters zo gelijkmatig mogelijk gebundeld om de vier samengestelde groepen van monsters te vormen. De monsters worden genomen na bedwelming van de varkens, maar vóór het broeien van de karkassen.

Het aantal te nemen monsters per slachthuis moet worden vastgesteld naar rato van de jaarlijkse doorvoer door elk in het bemonsteringsplan opgenomen slachthuis.

b)

Bemonsteringsgrootte:

Om het in punt 4.1 vereiste minimumaantal bacterie-isolaten op antimicrobiële gevoeligheid te testen, nemen de lidstaten jaarlijks een voldoende aantal monsters als bedoeld in punt 1, a), ii) en iii), punt 1, b), en punt 1, c), i) tot en met iv), door rekening te houden met de geschatte prevalentie van de in de betrokken dierpopulatie gemonitorde bacteriesoorten.

Indien van de gemonitorde bacteriesoorten bekend is dat de prevalentie ervan in de betrokken dierpopulatie minder dan of gelijk aan 30 % is, indien de prevalentie in het eerste jaar van de monitoring niet bekend is of indien het aantal epidemiologische eenheden dat voor bemonstering beschikbaar is, niet voldoende groot is om herhaaldelijke bemonstering van dezelfde eenheden te voorkomen, kunnen de lidstaten bij wijze van afwijking van de eerste alinea van dit punt beslissen om het jaarlijks aantal te nemen monsters tot 300 te beperken. Dit jaarlijkse aantal kan voor elke specifieke combinatie van bacterie-isolaten/dierpopulaties verder worden verlaagd tot 150 indien de lidstaten een jaarlijkse nationale productie hebben van minder dan 100 000 ton vlees van slachtkuikens, minder dan 100 000 ton kalkoenvlees, minder dan 100 000 ton varkensvlees of minder dan 50 000 ton rundvlees. De lidstaten die gebruikmaken van de mogelijkheid om het jaarlijkse aantal monsters te beperken, baseren hun besluit op schriftelijk bewijsmateriaal, zoals de resultaten van onderzoeken, en leggen dit bewijs voor aan de Commissie alvorens voor het eerst een beperkte bemonstering toe te passen.

De lidstaten nemen jaarlijks ten minste 300 monsters van elke in punt 1, d), i) tot en met iv), genoemde dierpopulatie. Lidstaten die een jaarlijkse nationale productie hebben van minder dan 100 000 ton vlees van slachtkuikens, minder dan 100 000 ton kalkoenvlees, minder dan 100 000 ton varkensvlees of minder dan 50 000 ton rundvlees, kunnen bij wijze van afwijking van die vereiste beslissen om ten minste 150 in plaats van 300 monsters te nemen voor elke specifieke betrokken dierpopulatie.

De lidstaten moeten jaarlijks voldoende epidemiologische eenheden van de in punt 1, f), bedoelde dierpopulatie bemonsteren om een nauwkeurige schatting te kunnen maken van de prevalentie van MRSA in hun binnenlandse populatie van mestvarkens. Daartoe gebruiken zij de berekeningsformules voor het aantal te bemonsteren slachtpartijen, zoals vermeld in de technische specificaties van de EFSA voor een vergelijkende studie naar de prevalentie van methicilline-resistente Staphylococcus aureus (MRSA) bij varkens (3).”.

4)

Aan punt 4.1 wordt de volgende alinea toegevoegd:

“Voor MRSA:

maximaal 208 isolaten die zijn verkregen uit de in punt 1, f), bedoelde monsters en die zijn bevestigd overeenkomstig punt 5 bis.”.

5)

Punt 4.2 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de eerste alinea wordt vervangen door:

“De lidstaten gebruiken de epidemiologische cut-offwaarden (Ecoff’s) en concentratiebereiken in de tabellen 2, 3, 4 en 4 bis, om de antimicrobiële gevoeligheid van Salmonella spp., C. coli, C. jejuni en de indicatororganismen commensale E. coli, E. faecalis, E. faecium en MRSA te bepalen.”;

b)

na de derde alinea wordt de volgende alinea ingevoegd:

“Voor de specifieke monitoring van MRSA gebruiken de lidstaten de in punt 5 bis bedoelde methoden.”;

c)

de volgende tabel 4 bis wordt ingevoegd na tabel 4:

Tabel 4 bis

Panel van bij de monitoring op AMR te betrekken antimicrobiële stoffen, Eucast-drempels voor resistentie en te onderzoeken concentratiebereiken bij Staphylococcus aureus

Antimicrobieel

Klasse van antimicrobiële stoffen

Interpretatiedrempels voor AMR (mg/L)

Concentratiebereik (mg/l)

(tussen haakjes het aantal putjes)

Ecoff 2022

Klinisch breekpunt 2022

Cefoxitine

Cefamycine

> 4

> 4 *

0,5 -16 (6 )

Chlooramfenicol

Fenicol

> 16

> 8

4 -64 (5 )

Ciprofloxacine

Fluorchinolon

> 2

> 1

0,25 -8 (6 )

Clindamycine

Lincosamide

> 0,25

> 0,25

0,125 -4 (6 )

Erythromycine

Macrolide

> 1

> 1

0,25 -8 (6 )

Gentamicine

Aminoglycoside

> 2

> 2

0,5 -16 (6 )

Linezolide

Oxazolidinon

> 4

> 4

1 -8 (4 )

Mupirocine

Carbonzuur

> 1

N.B.

0,5 -2 + 256 (4 )

Chinupristin/Dalfopristin

Streptogramine

> 1

> 2

0,5 -4 (4 )

Sulfamethoxazool

Folaatantagonist

> 128

N.B.

64 -512 (4 )

Tetracycline

Tetracycline

> 1

> 2

0,5 -16 (6 )

Tiamuline

Pleuromutiline

> 2

N.B.

0,5 -4 (4 )

Trimetoprim

Folaatantagonist

> 2

> 4

1 -16 (5 )

Vancomycine

Glycopeptide

> 2

> 2

1 -8 (4 )

N.B.: Niet beschikbaar, *: Niet toegediend als klinisch breekpunt door Eucast.”

6)

Na punt 5 wordt het volgende punt 5 bis ingevoegd:

“5 bis.

Specifieke monitoring van MRSA

Om MRSA op te sporen in overeenkomstig punt 1, f), verzamelde neusmonsters, gebruiken de in artikel 3, lid 2, bedoelde laboratoria isolatie- en op PCR gebaseerde (4) bevestigingsmethoden zoals bedoeld in de technische specificaties van de EFSA voor een vergelijkende studie naar de prevalentie van methicilline-resistente Staphylococcus aureus (MRSA) bij varkens (5) en beschreven in de protocollen van het EURL voor AMR (6).

Ter bevestiging van vermoedelijke MRSA-isolaten kunnen de laboratoria besluiten de op PCR gebaseerde bevestigingsmethode te vervangen door een WGS-methode die wordt toegepast overeenkomstig de protocollen van het EURL voor AMR (7).

Alle bevestigde MRSA-isolaten, met een maximum van 208 isolaten, die aan de hand van de op PCR-gebaseerde of WGS-methoden zijn geïdentificeerd, moeten overeenkomstig tabel 4 bis worden getest met het panel van antimicrobiële stoffen. Per epidemiologische eenheid mag niet meer dan één isolaat worden getest. MRSA-isolaten die door de op PCR gebaseerde methode zijn bevestigd en niet tot klonaal complex 398 behoren, worden getest volgens de WGS-methode die wordt toegepast overeenkomstig de protocollen van het EURL voor AMR (8). Twintig procent van de MRSA-isolaten die met behulp van de op PCR gebaseerde methode zijn bevestigd en tot klonaal complex 398 behoren, moeten volgens de WGS-methode worden getest, met een maximum van twintig geteste isolaten.”.


(1)  https://www.efsa.europa.eu/en/efsajournal/pub/6364

(2)  https://www.efsa.europa.eu/en/efsajournal/pub/7620

(3)  https://www.efsa.europa.eu/en/efsajournal/pub/7620

(4)  Methode op basis van polymerasekettingreactie (PCR of polymerase chain reaction)-tests

(5)  https://www.efsa.europa.eu/en/efsajournal/pub/7620

(6)  https://www.eurl-ar.eu/protocols.aspx

(7)  https://www.eurl-ar.eu/protocols.aspx

(8)  https://www.eurl-ar.eu/protocols.aspx


AANBEVELINGEN

24.5.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 136/83


AANBEVELING (EU) 2023/1018 VAN DE COMMISSIE

van 4 mei 2023

over de bestrijding van onlinepiraterij van sport- en andere live-evenementen

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 292,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Sport- en andere live-evenementen zoals concerten dragen bij tot de bevordering van een divers Europees cultureel landschap. Zij spelen ook een belangrijke rol bij het samenbrengen van burgers en het bieden van een gemeenschapsgevoel. De organisatie van dergelijke evenementen en de rechtstreekse uitzending en doorgifte ervan vereisen aanzienlijke investeringen en dragen bij tot de economische groei en het scheppen van banen in de Unie.

(2)

Zoals vermeld in de resolutie van het Europees Parlement van 19 mei 2021 over de uitdagingen voor organisatoren van sportevenementen in de digitale omgeving (1) en zoals blijkt uit recente studies (2), is de waarde van de meeste live-sportevenementen het hoogst op het moment van de live-uitzending en gaat die waarde verloren wanneer het evenement voorbij is. Daarom kan ongeoorloofde doorgifte van live-sportevenementen tot aanzienlijke inkomstenderving leiden voor zowel organisatoren van sportevenementen als omroeporganisaties en zo de levensvatbaarheid van de door hen aangeboden diensten ondermijnen. Het Europees Parlement heeft gewezen op de behoefte aan efficiënte oplossingen voor live-sportevenementen en ook opgemerkt dat organisatoren van sportevenementen tegelijkertijd moeten bijdragen aan een Europees sportmodel dat bijdraagt tot de ontwikkeling van sport en in overeenstemming is met sociale en educatieve doelstellingen. Deze aanbeveling is het vervolg op die resolutie en beveelt maatregelen aan die de lidstaten en de marktdeelnemers worden aangemoedigd te nemen.

(3)

Soortgelijke overwegingen gelden voor live-uitzendingen van andere evenementen die vanwege hun specifieke aard de grootste belangstelling van het publiek trekken en het grootste deel van hun waarde genereren tijdens hun rechtstreekse uitzending. Het gaat hier bijvoorbeeld om live-uitzendingen van culturele evenementen zoals concerten, opera, musicals, theatervoorstellingen of spelshows. Economische schade die wordt veroorzaakt door piraterij van live-evenementen omvat het verlies van inschrijvingsgelden en toegangstickets van gebruikers en reclame-inkomsten, waardoor alle belanghebbenden die betrokken zijn bij de waardeketen van het live-evenement worden getroffen.

(4)

Piraterij gebeurt met steeds geavanceerdere middelen waarbij ongeoorloofde doorgiften van live-evenementen ter beschikking worden gesteld van onlinegebruikers via verschillende diensten, zoals illegale IPTV, apps of websites. In 2019 bedroegen de inkomsten uit onlinepiraterij van sportevenementen naar schatting 522 miljoen EUR, waarbij alleen rekening is gehouden met illegale zakelijke modellen die gebaseerd zijn op inschrijvingsgelden van gebruikers (3). Het is een wereldwijd fenomeen, waarbij piraterijdiensten live-evenementen steeds vaker streamen via “offshore”-hostingbedrijven om gebruikers in de Unie te bereiken en de blootstelling aan auteursrecht of strafrecht tot een minimum te beperken (4). De afgelopen jaren is een nieuw soort dienstverlening ter ondersteuning van piraterij ontwikkeld, de zogenaamde “piracy-as-a-service”, die een reeks kant-en-klare diensten biedt waarmee volledig functionerende piraterij eenvoudig op te zetten, te exploiteren en te gelde te maken is. In sommige gevallen spiegelen die inbreukmakende diensten legitieme streamingdiensten. Bovendien hebben exploitanten die ongeoorloofde doorgiften ter beschikking stellen, weerbaarheidsstrategieën ontwikkeld om handhavingsmaatregelen te omzeilen. Daarom moet zorgvuldig toezicht worden gehouden op de ontwikkeling van nieuwe vormen van piraterij en weerbaarheidsstrategieën, die ook van invloed kunnen zijn op andere soorten inhoud en op het vermogen van rechthebbenden om hun rechten doeltreffend te doen gelden, met name rekening houdend met de technologische veranderingen en nieuwe bedrijfsmodellen.

(5)

Ongeoorloofde onlinedoorgifte van live-evenementen begint met het illegaal onderscheppen en opvangen van het niet-openbare omroepsignaal of van het omroepsignaal dat vervolgens door verschillende aanbieders van tussenhandelsdiensten via verschillende interfaces (websites, apps, IPTV) aan de eindgebruikers wordt doorgegeven. Diensten van aanbieders die hoogwaardige oplossingen aanbieden, zoals specifieke serverproviders, kunnen worden gebruikt voor ongeoorloofde doorgifte. Bovendien kunnen diensten die zich hoger in de transmissieketen bevinden, zoals contentdistributienetwerken of reverse proxy’s, door exploitanten van ongeoorloofde doorgifte worden misbruikt om dergelijke doorgifte te leveren of de bron van ongeoorloofde doorgiften af te schermen. Verder downstream bieden aanbieders van internettoegang internetconnectiviteit aan eindgebruikers aan en fungeren zij als toegangspoort tot alle inhoud die online beschikbaar is.

(6)

Gezien de structuur van het internet, de respectieve rollen van de verschillende soorten tussenhandelsdiensten en de technologische middelen waarover zij beschikken, kunnen aanbieders van dergelijke diensten een cruciale rol spelen bij het bijstaan van houders van rechten en nationale autoriteiten om de toegang tot ongeoorloofde doorgifte van live-evenementen te verwijderen of te blokkeren. Derhalve moeten doeltreffende oplossingen worden gevonden die zijn aangepast aan de respectieve functies van de verschillende soorten aanbieders van tussenhandelsdiensten, in overeenstemming met het Unierecht, met name met de verschillende verplichtingen die van toepassing zijn op aanbieders van tussenhandelsdiensten uit hoofde van Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad (5), om hen in staat te stellen ongeoorloofde doorgifte van live-evenementen prompt te verwijderen of ontoegankelijk te maken.

(7)

Het Unierecht voorziet reeds in diverse instrumenten ter bestrijding van ongeoorloofde doorgifte van door auteursrecht en naburige rechten beschermde content. Overeenkomstig artikel 8, lid 3, van Richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad (6) en de artikelen 9 en 11 van Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad (7) kunnen houders van rechten met name een rechterlijk bevel vorderen tegen inbreukmakers of tussenpersonen wier diensten door een derde worden gebruikt om inbreuk te maken op een auteursrecht of naburige rechten. Daarnaast biedt Verordening (EU) 2022/2065 een algemeen kader om een veilige, voorspelbare en betrouwbare onlineomgeving te waarborgen, waarbij de verspreiding van illegale online-inhoud wordt aangepakt. Met dit kader worden de regels voor de meldings- en actiemechanismen geharmoniseerd en wordt de verwerking van meldingen die aan aanbieders van hostingdiensten worden verzonden, gestroomlijnd. In de praktijk hangt de uitvoering van beschikbare rechtsmiddelen af van de aard van de aanbieders van tussenhandelsdiensten. Bepaalde tussenhandelsdiensten, zoals aanbieders van hostingdiensten, kunnen maatregelen nemen om de door hen gehoste illegale content te verwijderen of ontoegankelijk te maken na ontvangst van een melding, terwijl andere, zoals aanbieders van internettoegang, zonder afbreuk te doen aan verdere vrijwillige maatregelen, alleen verplicht zijn te handelen op basis van een door een gerechtelijke of administratieve autoriteit gegeven bevel om de toegang van eindgebruikers tot inbreukmakende inhoud te verhinderen.

(8)

Sportevenementen worden als zodanig niet beschermd door auteursrechten en naburige rechten. Organisatoren van sportevenementen worden niet erkend als houders van rechten uit hoofde van het auteursrecht van de Unie en kunnen bijgevolg in beginsel geen gebruikmaken van de rechten en rechtsmiddelen die uit hoofde van de wetgeving van de Unie inzake intellectuele eigendom, met name krachtens Richtlijn 2004/48/EG, bestaan, tenzij zij op contractuele basis houder zijn van de rechten van andere rechthebbenden of intellectuele-eigendomsrechten genieten die krachtens intern recht zijn toegekend.

(9)

Organisatoren van sportevenementen kunnen in bepaalde lidstaten specifieke bescherming genieten uit hoofde van de nationale wetgeving. De mogelijkheid voor de lidstaten om sportevenementen op nationaal niveau te beschermen, in voorkomend geval op grond van de bescherming van intellectuele eigendom, is erkend in de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie. In sommige lidstaten hebben organisatoren van sportevenementen, naast omroeporganisaties, toegang tot rechtsmiddelen die hen in staat stellen op te treden tegen ongeoorloofde doorgifte van live-sportevenementen.

(10)

Bovendien genieten omroeporganisaties verschillende rechten uit hoofde van de Uniewetgeving op grond waarvan zij actie kunnen ondernemen tegen ongeoorloofde doorgifte van live-sportevenementen.

(11)

Aangezien er op het niveau van de Unie geen specifieke rechten en rechtsmiddelen bestaan die van toepassing zijn op sportevenementen, is het voor organisatoren van sportevenementen vaak moeilijk om tijdig op te treden tegen ongeoorloofde doorgifte van live-sportevenementen. Om te voorkomen dat de live-uitzending van sportevenementen waarde verliest, moeten de lidstaten worden aangemoedigd om ervoor te zorgen dat organisatoren van sportevenementen toegang hebben tot rechtsmiddelen die hen in staat stellen zeer snel de ongeoorloofde doorgifte ontoegankelijk te maken. In sommige gevallen hebben organisatoren van sportevenementen evenwel ook baat bij de rechten en rechtsmiddelen van Richtlijn 2004/48/EG, aangezien aan hen krachtens intern recht intellectuele-eigendomsrechten zijn toegekend. In die gevallen worden de lidstaten aangemoedigd te overwegen of en in welke mate de aanbevelingen betreffende ongeoorloofde doorgifte van live-sportevenementen ook van toepassing zijn op die organisatoren van sportevenementen.

(12)

Rechtstreekse uitzending van andere evenementen dan sport wordt in het algemeen beschermd door auteursrechten en naburige rechten die krachtens de Uniewetgeving worden toegekend aan auteurs, uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen, filmproducenten en omroeporganisaties. In geval van deze rechten kunnen rechthebbenden zich steeds beroepen op de rechtsmiddelen waarin is voorzien in Richtlijn 2001/29/EG, Richtlijn 2004/48/EG en Verordening (EU) 2022/2065. Dit geldt ook voor organisatoren van sportevenementen aan wie krachtens intern recht intellectuele-eigendomsrechten zijn toegekend. Het is belangrijk ervoor te zorgen dat de rechtsmiddelen waarover rechthebbenden beschikken, snel optreden mogelijk maken, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke aard van de live-uitzending van een evenement, met name het tijdsgevoelige element ervan.

(13)

Het doel van deze aanbeveling is onlinepiraterij van sport- en andere live-evenementen tegen te gaan. Wat live-sportevenementen betreft, is het dan ook noodzakelijk de lidstaten en alle relevante belanghebbenden aan te moedigen doeltreffende maatregelen te nemen tegen ongeoorloofde doorgifte van live-sportevenementen, en tegelijkertijd de nodige waarborgen met betrekking tot de bescherming van de grondrechten te garanderen.

(14)

Wat andere live-evenementen betreft, moeten de lidstaten en belanghebbenden worden aangemoedigd de bestaande rechtsmiddelen tegen inbreuken op het auteursrecht toe te passen op een wijze die rekening houdt met het specifieke karakter van live-uitzendingen.

(15)

De samenwerking tussen organisatoren van sportevenementen, houders van rechten, aanbieders van tussenhandelsdiensten en overheidsinstanties moet worden bevorderd.

(16)

Deze aanbeveling is niet van toepassing op enig legaal gebruik van content. Met name moet de ongeoorloofde doorgifte van live-evenementen worden onderscheiden van elk gebruik van content die door het auteursrecht en naburige rechten is beschermd overeenkomstig eventuele beperkingen of uitzonderingen uit hoofde van Richtlijn 2001/29/EG of Richtlijn (EU) 2019/790 van het Europees Parlement en de Raad (8), zoals audioclips of video’s die worden gedeeld onder en door personen die deel uitmaken van het publiek van een live-evenement of die door journalisten worden gedeeld om het grote publiek, ook in real time, te informeren. Bovendien is deze aanbeveling niet van toepassing op de korte nieuwsverslagen die door omroeporganisaties worden opgesteld overeenkomstig artikel 15 van Richtlijn 2010/13/EU van het Europees Parlement en de Raad (9), bijvoorbeeld door gebruik te maken van korte fragmenten die zijn gekozen uit het signaal van een omroeporganisatie die op basis van exclusiviteit uitzendt.

(17)

Verordening (EU) 2022/2065 bevat regels die van toepassing zijn op tussenhandelsdiensten op de interne markt die relevant zijn in het geval van ongeoorloofde doorgifte van live-evenementen. Met name bij artikel 16 van Verordening (EU) 2022/2065 worden geharmoniseerde regels inzake “melding en actie” ingevoerd voor aanbieders van hostingdiensten om te zorgen voor een tijdige en zorgvuldige verwerking van meldingen in verband met illegale inhoud. In overweging 52 van die verordening staat dat aanbieders van hostingdiensten tijdig moeten reageren op meldingen, met name door rekening te houden met het type illegale inhoud die wordt gemeld en de urgentie om actie te ondernemen.

(18)

Gezien de specifieke aard van live-evenementen zijn dringende maatregelen van aanbieders van hostingdiensten na ontvangst van een melding van essentieel belang om de schade die door ongeoorloofde doorgifte van live-evenementen wordt veroorzaakt, tot een minimum te beperken.

(19)

Verordening (EU) 2022/2065 legt onlineplatforms ook aanvullende verplichtingen op om de nodige technische en organisatorische maatregelen te nemen om te verzekeren dat meldingen die gedaan zijn door betrouwbare flaggers, prioritair en onverwijld worden verwerkt en afgehandeld. Andere aanbieders van hostingdiensten vallen niet onder deze verplichtingen; dit mechanisme is evenwel nuttig om verwerking van meldingen over live-evenementen te versnellen. Daarom is het passend om aan te bevelen dat aanbieders van hostingdiensten die geen onlineplatforms zijn, voorrang geven aan meldingen die door betrouwbare flaggers worden ingediend, zodat tijdens de uitzending van een live-evenement dringend actie kan worden ondernomen. In dit verband moet rekening worden gehouden met de specifieke situatie van micro- of kleine ondernemingen.

(20)

Daarnaast hebben bepaalde aanbieders van hostingdiensten technische oplossingen ontwikkeld waarmee rechthebbenden, via een specifieke applicatieprogrammeerinterface, ook in real time, ongeoorloofd gebruik van hun content kunnen melden en de verwerking van dergelijke meldingen kunnen versnellen. Verordening (EU) 2022/2065 roept de Commissie op de ontwikkeling en toepassing van vrijwillige normen voor de elektronische indiening van meldingen door betrouwbare flaggers te ondersteunen en te bevorderen, onder meer via applicatieprogrammeerinterfaces. De ontwikkeling en het gebruik van dergelijke technische oplossingen door tussenpersonen die geen onlineplatforms zijn, moeten ook worden aangemoedigd, op voorwaarde dat daarin een verhaalmechanisme is opgenomen.

(21)

Er zijn verschillende manier om het omroepsignaal te versleutelen of te markeren, met inbegrip van het forensisch watermerken, om het tegen ongeoorloofd gebruik te beschermen. Houders van rechten moeten optimaal gebruikmaken van deze oplossingen waarmee de bron van ongeoorloofde doorgifte snel en nauwkeurig kan worden geïdentificeerd.

(22)

Aanbieders van tussenhandelsdiensten upstream in de internetinfrastructuur, zoals contentdistributienetwerken of reverse proxy’s, zijn vaak de enige diensten die door houders van rechten worden geïdentificeerd wanneer zij ongeoorloofde doorgifte van live-evenementen opsporen. Voor zover zij geen hostingdiensten aanbieden, zijn de regels inzake meldingen niet op hen van toepassing. Sommige aanbieders staan echter meldingen toe en dragen bij tot de identificatie van de IP-adressen die door malafide exploitanten worden gebruikt, waardoor zij een belangrijke rol spelen bij het bestrijden van de ongeoorloofde doorgifte van live-evenementen. Zij moeten daarom worden aangemoedigd om rechthebbenden en aanbieders van hostingdiensten te ondersteunen en met hen informatie te delen over de identificatie van de bronnen van de ongeoorloofde doorgifte, met inbegrip van, waar dit passend is, het IP-adres van oorsprong van de servers. Zij moeten ook een robuust beleid voeren om misbruik van hun diensten tegen te gaan, bijvoorbeeld door in hun algemene voorwaarden de mogelijkheid op te nemen om hun diensten aan malafide exploitanten die frequent ongeoorloofde doorgifte beschikbaar stellen, op te schorten. Deze praktijken moeten ook gelden voor diensten die hoogwaardige oplossingen aanbieden, met name serverproviders die vaak worden misbruikt om ongeoorloofde doorgifte te leveren.

(23)

Richtlijn 2001/29/EG en Richtlijn 2004/48/EG bieden de houders van rechten de mogelijkheid een bevel te vorderen tegen een aanbieder van tussenhandelsdiensten wiens diensten door een derde worden gebruikt om inbreuk te maken op hun intellectuele-eigendomsrechten. In 2017 publiceerde de Commissie de mededeling “Richtsnoeren inzake bepaalde aspecten van Richtlijn 2004/48/EG” (10), waarin wordt gesteld dat het in bepaalde gevallen passend kan zijn dat een dergelijk bevel de aanbieder van tussenhandelsdiensten verplicht de toegang tot illegale inhoud weg te nemen of onmogelijk te maken. In de richtsnoeren wordt gesteld dat in het geval van grootschalige inbreuken of structurele inbreuken, en op basis van een analyse per geval, de eis om de toegang tot de volledige website te blokkeren evenredig zou kunnen zijn. In overeenstemming met de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie wordt in de richtsnoeren benadrukt dat, behoudens bepaalde waarborgen, de maatregelen die de aanbieders moeten nemen om het beoogde resultaat te bereiken, niet uitdrukkelijk in het bevel moeten worden omschreven. Het Unierecht voorziet echter niet in regels inzake de specifieke kenmerken van een rechterlijk bevel en evenmin in expliciete regels met betrekking tot rechtstreekse uitzendingen.

(24)

Er kunnen verschillende technische maatregelen worden gebruikt om blokkeringsbevelen uit te voeren en de toegang van eindgebruikers tot de ongeoorloofde doorgifte te voorkomen, bijvoorbeeld via het domeinnaamsysteem (DNS) of IP-blokkering.

(25)

Bovendien kunnen dynamische bevelen die betrekking hebben op nieuwe internetlocaties waar de ongeoorloofde doorgifte na uitvaardiging van het bevel beschikbaar komt, overeenkomstig de richtsnoeren een doeltreffend middel zijn om voortzetting van een ongeoorloofde doorgifte te voorkomen, mits in de nodige waarborgen is voorzien. Dergelijke bevelen zijn een nuttig middel om de door de piraterijdiensten ontwikkelde weerbaarheidsstrategieën, zoals het opzetten van spiegelsites onder verschillende domeinnamen of het wisselen naar verschillende IP-adressen om de blokkeringsmaatregelen te omzeilen, aan te pakken.

(26)

Tot dusver worden slechts in enkele lidstaten dynamische bevelen uitgevaardigd (11). Deze bevelen worden uitgevaardigd door de rechtbanken of door bepaalde administratieve autoriteiten die bevoegd zijn om maatregelen tot blokkering of verwijdering ambtshalve of naar aanleiding van klachten te gelasten. Dit soort bevelen is met name geschikt om ongeoorloofde doorgifte van live-evenementen aan te pakken.

(27)

Het is van essentieel belang dat organisatoren van sportevenementen, ook al zijn zij krachtens het Unierecht niet als rechthebbenden erkend, overeenkomstig het intern recht om rechterlijke bevelen kunnen verzoeken teneinde ongeoorloofde doorgifte van een live-sportevenement te voorkomen en de voortzetting van een dergelijke ongeoorloofde doorgifte te verbieden. Het is ook belangrijk dat bevelen inzake live-sportevenementen dynamisch zijn, zodat zij snel genoeg ook van toepassing zijn op de bijkomende piraterijdiensten die op het moment van de procedure nog niet geïdentificeerd zijn en die toegang geven tot de ongeoorloofde doorgifte van hetzelfde live-sportevenement, mits de nodige waarborgen zijn toegepast.

(28)

Aangezien het waardeverlies voor andere soorten live-evenementen vaak groter is tijdens de live-uitzending, is het even belangrijk om een ruimere beschikbaarheid van dynamische bevelen aan te moedigen om ongeoorloofde doorgifte van dergelijke evenementen te voorkomen.

(29)

Om overblokkering te voorkomen, moeten de extra internetlocaties waarop dynamische bevelen van toepassing zijn, correct worden geïdentificeerd. Er kunnen verschillende mogelijkheden worden overwogen om de lijst van internetlocaties die onder een bevel vallen te actualiseren, zoals overeenstemming over een methodologie als onderdeel van het bevel, ook voor de samenwerking tussen houders van rechten en adressaten van de bevelen, onderworpen aan controle door een justitiële autoriteit.

(30)

Een bevel is meestal gericht aan aanbieders van internettoegang, aangezien zij in de positie zijn om te voorkomen dat eindgebruikers toegang hebben tot een specifieke dienst die ongeoorloofde doorgifte van live-evenementen biedt. Andere aanbieders van tussenhandelsdiensten kunnen echter worden misbruikt om ongeoorloofde doorgifte te faciliteren of blokkeringsbevelen te omzeilen. Contentdistributienetwerken en reverse proxy’s kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt om de oorsprong van de ongeoorloofde doorgifte af te schermen, terwijl alternatieve DNS-omzettingsdiensten en proxydiensten zoals virtuele particuliere netwerken (VPN’s) kunnen worden gebruikt om de toegang te faciliteren tot diensten die zijn geblokkeerd. Aanbieders van tussenhandelsdiensten moeten overwegen of zij verdere vrijwillige maatregelen kunnen nemen om misbruik van hun diensten te voorkomen. Dergelijke maatregelen op eigen initiatief kunnen met name worden besproken in het kader van de monitoring van deze aanbeveling die de Commissie zal uitvoeren met de steun van het Europees Waarnemingscentrum voor inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten dat wordt gehost door het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (“EUIPO-waarnemingscentrum”).

(31)

Andere marktspelers, zoals aanbieders van reclame, alsook betalingsdienstaanbieders, kunnen via hun verplichtingen uit hoofde van het EU-antiwitwaskader en vrijwillige maatregelen ook bijdragen tot de bestrijding van online piraterij. Om tegen te gaan dat met piraterijdiensten geld wordt verdiend, faciliteert de Commissie een memorandum van overeenstemming over onlinereclame en intellectuele-eigendomsrechten. De ondertekenaars van dat memorandum verbinden zich er vrijwillig toe om reclame op websites en mobiele applicaties die inbreuk maken op intellectuele-eigendomsrechten, met inbegrip van auteursrechten, tot een minimum te beperken. Deze samenwerking moet verder worden aangemoedigd om ervoor te zorgen dat dergelijke diensten niet faciliterend zijn voor het promoten en de werking van exploitanten die toegang verlenen tot ongeoorloofde doorgifte van live-evenementen.

(32)

Om piraterij op een holistische wijze aan te pakken, is het belangrijk om commerciële aanbiedingen die eindgebruikers toegang geven tot uitzendingen of doorgiften van live-evenementen, ruimer beschikbaar, beter betaalbaar en aantrekkelijker te maken. Wat evenementen van aanzienlijk belang voor de samenleving betreft, zoals de Olympische Spelen, het Wereldkampioenschap voetbal of het Europees kampioenschap voetbal, kunnen de lidstaten zorgen voor brede toegang van het publiek tot televisie-uitzendingen overeenkomstig artikel 14 van Richtlijn 2010/13/EU.

(33)

Bovendien blijkt uit een recent onderzoek dat de toegankelijkheid en beschikbaarheid van een legaal aanbod tegen concurrerende prijzen hebben geleid tot een lichte daling van het aantal gebruikers dat gepirateerde content consumeert (12). Het is dan ook belangrijk om eindgebruikers bewuster te maken van de beschikbaarheid van een legaal aanbod. Sommige lidstaten zorgen er bijvoorbeeld voor dat wanneer een website wordt geblokkeerd op grond van een rechterlijk bevel, gebruikers die proberen er toegang toe te krijgen, op de hoogte worden gesteld van de blokkering en informatie krijgen over de bronnen waar de inhoud legaal toegankelijk is. Dit kan bijvoorbeeld worden gedaan door te verwijzen naar de Europese portaalsite voor online-inhoud, Agorateka, die is ontwikkeld door het EUIPO-waarnemingscentrum en die links bevat naar bestaande nationale portaalsites.

(34)

Grensoverschrijdende samenwerking tussen de lidstaten is belangrijk om het fenomeen van ongeoorloofde doorgifte van live-evenementen, die per definitie over de grenzen heen plaatsvindt, beter aan te pakken. De uitwisseling van informatie over diensten waarvoor in een lidstaat een bevel is uitgevaardigd, zou nuttig kunnen zijn om de handhavingsautoriteiten in andere lidstaten waar dezelfde diensten beschikbaar zijn, te informeren.

(35)

Het EUIPO-waarnemingscentrum is op grond van Verordening (EU) nr. 386/2012 van het Europees Parlement en de Raad (13) belast met het opzetten van mechanismen voor het helpen verbeteren van uitwisseling van informatie over de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten tussen de overheden van de lidstaten en het bevorderen van samenwerking met en tussen deze autoriteiten. De bestaande samenwerking die door het EUIPO-waarnemingscentrum op dit gebied wordt gefaciliteerd, moet zich ontwikkelen tot een specifiek netwerk voor de lidstaten om structureel informatie uit te wisselen over maatregelen, procedures en rechtsmiddelen die worden toegepast op ongeoorloofde doorgifte van sport- en andere live-evenementen, onder meer over het effect en de efficiëntie van die handhavingsinstrumenten, en over de uitdagingen en de goede praktijken op dat gebied. Het netwerk moet de dialoog tussen alle lidstaten mogelijk maken en de in sommige lidstaten bestaande administratieve autoriteiten omvatten die over specifieke bevoegdheden beschikken voor de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten. De in het kader van het netwerk verzamelde informatie moet bijdragen tot de monitoring van de effecten van de aanbeveling.

(36)

Een andere manier om tot een efficiëntere handhaving te komen, is het vergroten van de expertise van personen die betrokken zijn bij de handhaving van rechten tegen ongeoorloofde doorgifte van live-evenementen door middel van passende opleidingsmaatregelen. Het EUIPO-waarnemingscentrum moet worden aangemoedigd om op dit specifieke gebied kennisopbouwactiviteiten te ontwikkelen en te organiseren voor nationale rechters en nationale autoriteiten.

(37)

De Commissie zal de in het licht van deze aanbeveling genomen maatregelen nauwlettend monitoren, met de steun van het EUIPO-waarnemingscentrum, dat technische expertise en organisatorische ondersteuning moet bieden en de ontwikkeling van ongeoorloofde doorgifte van live-evenementen in de lidstaten moet monitoren. Om deze taak uit te voeren, is het van essentieel belang dat de lidstaten en de belanghebbenden relevante informatie uitwisselen over de follow-up van deze aanbeveling en de omvang van ongeoorloofde doorgifte van live-evenementen. Belanghebbenden moeten ook informatie verstrekken over de ontwikkeling van het legale aanbod van de content waarop deze aanbeveling betrekking heeft. Op basis hiervan zal de Commissie de effecten van deze aanbeveling beoordelen en bepalen of aanvullende stappen nodig zijn, onder meer om de illegale verspreiding van andere soorten auteursrechtelijk beschermde inhoud te voorkomen.

(38)

Het gebruik van rechtsmiddelen uit hoofde van deze aanbeveling vereist dat de rechten en belangen van de personen op wie de maatregelen betrekking hebben, naar behoren tegen elkaar worden afgewogen, rekening houdend met de verschillende grondrechten en de evenredigheid van dergelijke maatregelen in elk individueel geval. De toepassing van dergelijke maatregelen moet doelgericht zijn en geen buitensporige verplichtingen opleggen aan tussenpersonen. Dergelijke maatregelen mogen niet leiden tot algemene monitoring.

(39)

Om te waarborgen dat het grondrecht op de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en het vrije verkeer van persoonsgegevens worden gerespecteerd, moet de verwerking van persoonsgegevens bij alle maatregelen ter uitvoering van deze aanbeveling volledig in overeenstemming zijn met de gegevensbeschermingsregels, en met name met Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad (14) en Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad (15), en de bevoegde toezichthoudende autoriteiten moeten daarop toezien.

(40)

Deze aanbeveling eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Deze aanbeveling moet met name waarborgen dat de artikelen 8, 11, 16, 17 en 47 van het Handvest ten volle worden geëerbiedigd.

(41)

Vanwege de complementariteit tussen deze aanbeveling en Verordening (EU) 2022/2065 moeten de effecten van de aanbeveling op ongeoorloofde doorgifte van live-uitzendingen van sportevenementen en andere evenementen worden beoordeeld, rekening houdend met de bevindingen van het EUIPO-waarnemingscentrum, in samenhang met de effecten van die verordening, en wel uiterlijk op 17 november 2025,

HEEFT DE VOLGENDE AANBEVELING VASTGESTELD:

DOELSTELLING

(1)

Deze aanbeveling moedigt de lidstaten, de nationale autoriteiten, de houders van rechten en aanbieders van tussenhandelsdiensten aan doeltreffende, passende en evenredige maatregelen te nemen ter bestrijding van ongeoorloofde doorgifte live-uitzendingen van sportevenementen en andere evenementen in overeenstemming met de in deze aanbeveling uiteengezette beginselen en met volledige inachtneming van het Unierecht, met inbegrip van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

(2)

In deze aanbeveling wordt gewezen op de verplichtingen van de lidstaten, de houders van rechten, de aanbieders van tussenhandelsdiensten en de afnemers van hun diensten overeenkomstig de bindende bepalingen van het Unierecht, met name Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad (16), Richtlijn 2001/29/EG, Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad (17), Verordening (EU) 2022/2065, Richtlijn (EU) 2019/790 en Richtlijn 2004/48/EG. De aanbeveling is niet van toepassing op enig rechtmatig gebruik van inhoud, zoals het gebruik van auteursrechtelijk beschermde inhoud krachtens de beperkingen en uitzonderingen en het gebruik van korte fragmenten overeenkomstig artikel 15 van Richtlijn 2010/13/EU.

DEFINITIES

(3)

Voor de toepassing van deze aanbeveling wordt verstaan onder:

(a)

“organisator van sportevenementen”: elke natuurlijke of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de organisatie van een sportevenement dat toegankelijk is voor het publiek;

(b)

“live-uitzending van een evenement”: een uitzending in real time, op welke wijze dan ook, al dan niet draadloos, van een evenement aan een publiek dat niet aanwezig is op de plaats waar het evenement in real time plaatsvindt;

(c)

“live-uitzending van een sportevenement”: een uitzending in real time, op welke wijze dan ook, al dan niet draadloos, van een sportevenement aan een publiek dat niet aanwezig is op de plaats waar het evenement in real time plaatsvindt;

(d)

“houder van rechten op de live-uitzending van sportevenementen”: elke natuurlijke of rechtspersoon die houder is van rechten op de live-uitzending van een sportevenement, ongeacht of het intellectuele-eigendomsrechten betreft, en die wettelijk gerechtigd is deze rechten af te dwingen;

(e)

“houder van rechten op de live-uitzending van een evenement”: elke natuurlijke of rechtspersoon die houder is van auteurs- of naburige rechten op de live-uitzending van werken en ander materiaal;

(f)

“ongeoorloofde doorgifte”: een gelijktijdige uitzending of heruitzending die bestemd is voor ontvangst door het publiek van een eerste live-uitzending van een evenement of een live-uitzending van een sportevenement, die niet is toegestaan door de houder van de rechten.

ONGEOORLOOFDE DOORGIFTE VAN LIVE-SPORTEVENEMENTEN

Zorgen voor de prompte behandeling van meldingen in verband met ongeoorloofde doorgifte van live-sportevenementen

Prompte behandeling van meldingen

(4)

Bij de verwerking van meldingen over ongeoorloofde doorgifte van live-sportevenementen moeten aanbieders van hostingdiensten rekening houden met de specifieke aard van een live-uitzending van een sportevenement om ernaar te streven dat de schade die tijdens de ongeoorloofde doorgifte van een dergelijk evenement wordt veroorzaakt, tot een minimum wordt beperkt.

(5)

Om ervoor te zorgen dat de melding wordt verwerkt en een besluit wordt genomen tijdens de live-uitzending van een sportevenement, worden aanbieders van hostingdiensten die geen onlineplatforms zijn, aangemoedigd om samen te werken met houders van rechten op de live-uitzending van sportevenementen, met name door:

(a)

daadwerkelijk in gesprek te gaan met betrouwbare flaggers voor de toepassing van deze aanbeveling;

(b)

het ontwikkelen en gebruiken van technische oplossingen om de verwerking van meldingen te vergemakkelijken, zoals applicatieprogrammeerinterfaces.

Samenwerking tussen houders van rechten en aanbieders van tussenhandelsdiensten

(6)

Om de live-uitzending van sportevenementen te beschermen, moeten houders van rechten op live-uitzendingen van sportevenementen worden aangemoedigd om gebruik te maken van de beste beschikbare technische oplossingen teneinde de identificatie van de bron van ongeoorloofde doorgifte te vergemakkelijken.

(7)

Aanbieders van tussenhandelsdiensten, met name aanbieders die in staat zijn de bron van ongeoorloofde doorgifte van live-sportevenementen te identificeren en te lokaliseren, worden aangemoedigd om:

(a)

samen te werken, onder meer met aanbieders van hostingdiensten en houders van rechten op live-sportevenementen, teneinde de identificatie van de bron van ongeoorloofde doorgifte te vergemakkelijken, en

(b)

specifieke maatregelen te nemen tegen herhaald misbruik van hun diensten.

Bevelen tegen ongeoorloofde doorgifte van live-sportevenementen

(8)

De lidstaten worden aangemoedigd om te beoordelen of organisatoren van sportevenementen in hun rechtsgebied het recht hebben gerechtelijke stappen te ondernemen om de ongeoorloofde doorgifte van een live-sportevenement te voorkomen of te verbieden. Wanneer dit niet het geval is, worden de lidstaten aangemoedigd om organisatoren van sportevenementen een rechtspositie te verlenen om een rechterlijk bevel te vorderen teneinde een dreigende ongeoorloofde doorgifte van live-sportevenementen te voorkomen of de voortzetting van de ongeoorloofde doorgifte te verbieden.

Adressaten van de rechterlijke bevelen

(9)

De lidstaten worden aangemoedigd om de mogelijkheid te bieden rechterlijke bevelen uit te vaardigen tegen exploitanten van ongeoorloofde doorgifte van live-sportevenementen, en tegen aanbieders van tussenhandelsdiensten wier diensten door een derde worden misbruikt voor de ongeoorloofde doorgifte van live-sportevenementen, ongeacht het feit dat de tussenpersoon niet verantwoordelijk is, teneinde een dergelijke ongeoorloofde doorgifte van live-sportevenementen te beëindigen of te voorkomen. Een dergelijk bevel kan bestaan uit het blokkeren van de toegang tot ongeoorloofde doorgiften van live-sportevenementen.

(10)

De lidstaten worden aangemoedigd te voorzien in de mogelijkheid om deze bevelen toe te passen op aanbieders van tussenhandelsdiensten die hun activiteiten richten op afnemers van de diensten in de lidstaten.

(11)

De lidstaten worden aangemoedigd om houders van rechten op live-sportevenementen in staat te stellen vóór het begin van het sportevenement een verzoek tot uitvaardiging van een bevel in te dienen, onder meer door bij de bevoegde autoriteit bewijsstukken voor te leggen waaruit blijkt dat de exploitant in kwestie reeds toegang heeft verleend tot ongeoorloofde doorgifte van soortgelijke sportevenementen waarvoor zij de rechten bezitten.

Dynamische aard van de rechterlijke bevelen

(12)

De lidstaten worden aangemoedigd om te voorzien in de mogelijkheid om bevelen te vorderen die aan een bepaalde aanbieder van tussenhandelsdiensten worden opgelegd, die kunnen worden uitgebreid om, in overeenstemming met hun nationale procedurele regels, piraterijdiensten die ongeoorloofde doorgifte van live-sportevenementen uitvoeren, te blokkeren, ook al waren deze diensten op het moment van het verzoek tot uitvaardiging van een rechterlijk bevel niet geïdentificeerd, maar hebben zij wel betrekking op hetzelfde sportevenement.

(13)

Om deze piraterijdiensten na de uitvaardiging van een rechterlijk bevel op passende wijze te identificeren, moeten de lidstaten het gebruik aanmoedigen van een methodologie per geval voor het bijwerken van de lijst van internetlocaties die onder het bevel vallen (bijvoorbeeld geïdentificeerd via een domeinnaam, IP-adres of URL), onder meer door samenwerking tussen de houders van rechten en de adressaten van het bevel, onderworpen aan controle door een justitiële autoriteit. De lidstaten kunnen overwegen of een onafhankelijke nationale autoriteit de lijst van internetlocaties waarvoor een bevel is uitgevaardigd, schriftelijk moet bevestigen.

(14)

Wanneer de lidstaten een onafhankelijke administratieve autoriteit de bevoegdheid geven om rechterlijke bevelen uit te vaardigen of de lijst van internetlocaties die onder het rechterlijke bevel vallen te actualiseren, moeten die beslissingen onderworpen zijn aan het recht om bij de rechter beroep in te stellen.

Waarborgen

(15)

Bij het invoeren of toepassen van regels inzake rechterlijke bevelen in verband met ongeoorloofde doorgifte van live-sportevenementen worden de lidstaten aangemoedigd er rekening mee te houden dat de in het bevel vervatte maatregelen niet onredelijk belastend mogen zijn voor de adressaten. Zij moeten doelgericht zijn en mogen gebruikers niet onnodig de mogelijkheid ontnemen om rechtmatig toegang te krijgen tot de beschikbare informatie.

(16)

Wanneer het rechterlijk bevel de vorm aanneemt van een blokkeringsmaatregel, moet ervoor worden gezorgd dat het gericht is op de via internetlocaties geïdentificeerde piraterijdiensten die voornamelijk gericht zijn op het bieden van toegang tot ongeoorloofde doorgiften of ongeoorloofde inhoud.

(17)

De technische maatregelen die voor de uitvoering van dergelijke bevelen worden toegepast, moeten toereikend zijn om de toegang tot de ongeoorloofde doorgifte van live-sportevenementen te voorkomen of ten minste te bemoeilijken, en eindgebruikers ernstig ontmoedigen om toegang te krijgen tot deze ongeoorloofde doorgiften.

(18)

De lidstaten worden aangemoedigd ervoor te zorgen dat de houders van rechten op de live-uitzending van sportevenementen de informatie over de internetlocaties die niet langer worden gebruikt voor ongeoorloofde doorgifte van sportevenementen regelmatig bijwerken, zodat de restricties voor deze internetlocaties kunnen worden opgeheven.

(19)

De lidstaten worden aangemoedigd te bepalen dat de duur van het bevel niet langer is dan wat nodig is om de houders van rechten op de live-uitzending van sportevenementen effectief te beschermen. De lidstaten worden aangemoedigd ervoor te zorgen dat de in dit verband toegepaste blokkeringsmaatregelen pas van kracht worden wanneer het sportevenement rechtstreeks wordt uitgezonden.

Vrijwillige samenwerking

(20)

Aanbieders van tussenhandelsdiensten moeten worden aangemoedigd om passende en evenredige vrijwillige initiatieven te overwegen om te voorkomen dat hun diensten worden misbruikt voor ongeoorloofde doorgifte van live-sportevenementen.

(21)

Andere marktdeelnemers, zoals reclame- en betalingsdiensten, moeten worden aangemoedigd om ervoor te zorgen dat hun diensten niet faciliterend zijn voor het promoten en de werking van exploitanten die toegang verlenen tot ongeoorloofde doorgifte van live-sportevenementen.

ONGEOORLOOFDE DOORGIFTE VAN ANDERE LIVE-EVENEMENTEN

Zorgen voor de prompte behandeling van meldingen in verband met ongeoorloofde doorgifte van andere live-evenementen

Prompte behandeling van meldingen

(22)

Bij de verwerking van meldingen over ongeoorloofde doorgifte van andere live-evenementen moeten aanbieders van hostingdiensten rekening houden met de specifieke aard van live-uitzendingen om ernaar te streven dat de schade die tijdens de ongeoorloofde doorgifte van een dergelijk evenement wordt veroorzaakt, tot een minimum wordt beperkt.

(23)

Om ervoor te zorgen dat de melding wordt verwerkt en een besluit wordt genomen tijdens de live-uitzending van een evenement, worden aanbieders van hostingdiensten die geen onlineplatforms zijn, aangemoedigd om samen te werken met houders van rechten, met name door:

(a)

daadwerkelijk in gesprek te gaan met betrouwbare flaggers voor de toepassing van deze aanbeveling;

(b)

het ontwikkelen en gebruiken van technische oplossingen om de verwerking van meldingen te vergemakkelijken, zoals applicatieprogrammeerinterfaces.

Samenwerking tussen houders van rechten en aanbieders van tussenhandelsdiensten

(24)

Om de live-uitzending van een evenement te beschermen, moeten houders van rechten op live-uitzendingen van een evenement worden aangemoedigd om gebruik te maken van de beste beschikbare technische oplossingen teneinde de identificatie van de bron van ongeoorloofde doorgifte te vergemakkelijken.

(25)

Aanbieders van tussenhandelsdiensten, met name aanbieders die in staat zijn de bron van ongeoorloofde doorgifte van live-evenementen te identificeren en te lokaliseren, worden aangemoedigd om:

(a)

samen te werken, onder meer met houders van rechten, teneinde de identificatie van de bron van ongeoorloofde doorgifte van live-evenementen te vergemakkelijken;

(b)

specifieke maatregelen te nemen tegen herhaald misbruik van hun diensten.

Rechterlijke bevelen tegen de ongeoorloofde doorgifte van andere live-evenementen

Dynamische aard van de rechterlijke bevelen

(26)

De lidstaten worden aangemoedigd om ervoor te zorgen dat aan een bepaalde aanbieder van tussenhandelsdiensten rechterlijke bevelen kunnen worden opgelegd waarmee ook ongeoorloofde doorgifte van live-sportevenementen door piraterijdiensten kan worden geblokkeerd, ook in gevallen waarin deze diensten op het moment van het verzoek tot uitvaardiging van een rechterlijk bevel niet geïdentificeerd waren, maar het wel hetzelfde live-evenement betrof, zulks overeenkomstig hun nationale procedureregels en in overeenstemming met de toepasselijke bepalingen van Unierecht, waaronder het Handvest, met name het recht op vrijheid van meningsuiting en informatie en het recht op bescherming van persoonsgegevens.

(27)

Om deze piraterijdiensten na de uitvaardiging van een rechterlijk bevel op passende wijze te identificeren, moeten de lidstaten het gebruik aanmoedigen van een methodologie per geval voor het bijwerken van de lijst van internetlocaties die onder het bevel vallen (bijvoorbeeld geïdentificeerd via een domeinnaam, IP-adres of URL), onder meer door samenwerking tussen de houders van rechten en de adressaten van het bevel.

(28)

Wanneer de lidstaten een onafhankelijke administratieve autoriteit de bevoegdheid geven om rechterlijke bevelen uit te vaardigen of de lijst van internetlocaties die onder het rechterlijke bevel vallen te actualiseren, moeten die beslissingen onderworpen zijn aan het recht om bij de rechter beroep in te stellen.

Waarborgen

(29)

Bij het invoeren of toepassen van regels inzake rechterlijke bevelen in verband met ongeoorloofde doorgifte van live-evenementen worden de lidstaten aangemoedigd er rekening mee te houden dat de in het bevel vervatte maatregelen niet onredelijk belastend mogen zijn voor de adressaten. Zij moeten doelgericht zijn en mogen gebruikers niet onnodig de mogelijkheid ontnemen om rechtmatig toegang te krijgen tot de beschikbare informatie.

(30)

De lidstaten worden aangemoedigd ervoor te zorgen dat de houders van rechten op de live-uitzending van een evenement de informatie over de internetlocaties die niet langer worden gebruikt voor ongeoorloofde doorgifte van live-evenementen regelmatig bijwerken, zodat de restricties voor deze internetlocaties kunnen worden opgeheven.

Vrijwillige samenwerking

(31)

Aanbieders van tussenhandelsdiensten moeten worden aangemoedigd om passende en evenredige vrijwillige initiatieven te overwegen om te voorkomen dat hun diensten worden misbruikt voor ongeoorloofde doorgifte van live-evenementen.

(32)

Andere marktdeelnemers, zoals reclame- en betalingsdiensten, moeten worden aangemoedigd om ervoor te zorgen dat hun diensten niet faciliterend zijn voor het promoten en de werking van exploitanten die toegang verlenen tot ongeoorloofde doorgifte van live-evenementen.

BEWUSTMAKING EN VRIJWILLIGE SAMENWERKING TUSSEN OVERHEIDSINSTANTIES

Commerciële aanbiedingen en bewustmaking

(33)

Houders van rechten op live-uitzendingen van sport- en andere evenementen moeten worden aangemoedigd om hun commerciële aanbiedingen ruimer beschikbaar, beter betaalbaar en aantrekkelijker te maken voor de eindgebruikers in de hele Unie.

(34)

De lidstaten worden aangemoedigd om gebruikers bewuster te maken van het legale aanbod van live uitgezonden sport- en andere evenementen. De lidstaten wordt ook verzocht gebruikers die toegang proberen te krijgen tot diensten die ongeoorloofde doorgifte van live uitgezonden sport- en andere evenementen bieden en op grond van een bevel zijn geblokkeerd, te informeren over de redenen voor de blokkering en hen informatie te verstrekken over het legale aanbod dat beschikbaar is om dergelijke evenementen te bekijken.

(35)

De lidstaten worden aangemoedigd om de nationale rechtshandhavingsinstanties bewust te maken van de kwesties die in deze aanbeveling aan bod komen en om capaciteit op te bouwen om onderzoek te faciliteren en passende maatregelen te nemen tegen exploitanten van ongeoorloofde doorgifte van live uitgezonden sport- en andere evenementen op commerciële schaal, onder meer door deel te nemen aan bestaande grensoverschrijdende rechtshandhavingsoperaties.

Samenwerking tussen autoriteiten

(36)

De lidstaten worden aangemoedigd proactief informatie uit te wisselen over de diensten waarvan de toegang op hun grondgebied is geblokkeerd op basis van een bevel van een nationale autoriteit.

(37)

De Commissie verzoekt het EUIPO-waarnemingscentrum een speciaal netwerk van administratieve autoriteiten op te richten om regelmatig informatie uit te wisselen over de toegepaste maatregelen, de uitdagingen en goede praktijken bij het aanpakken van de kwesties die in deze aanbeveling aan bod komen. lidstaten die geen gespecialiseerde administratieve autoriteiten hebben, met inbegrip van lidstaten die andere relevante initiatieven in verband met piraterij hebben ontwikkeld, worden ook aangemoedigd om aan deze uitwisselingen deel te nemen. Het netwerk moet er met name op gericht zijn de mogelijkheden voor verdere grensoverschrijdende samenwerking te beoordelen.

(38)

Het EUIPO-waarnemingscentrum wordt aangemoedigd kennisopbouwende activiteiten met betrekking tot de bestaande regels en praktijken voor de rechtshandhaving op het gebied van ongeoorloofde doorgifte van live uitgezonden sport- en andere evenementen beschikbaar te maken voor nationale rechters en autoriteiten.

FOLLOW-UP EN MONITORING

(39)

De Commissie verzoekt het EUIPO-waarnemingscentrum haar te ondersteunen bij de identificatie van indicatoren, in samenwerking met de belanghebbenden, om de uitvoering en de effecten van deze aanbeveling te monitoren.

(40)

De lidstaten en de belanghebbenden worden aangemoedigd alle relevante informatie over dergelijke maatregelen en acties aan het EUIPO-waarnemingscentrum en de Commissie te verstrekken. Daarnaast wordt de lidstaten en de belanghebbenden verzocht beschikbare informatie en gegevens te verstrekken over de omvang van de ongeoorloofde doorgifte van live uitgezonden sport- en andere evenementen. Belanghebbenden worden ook aangemoedigd informatie te verstrekken over de beschikbaarheid en de vindbaarheid van het legale aanbod van de content waarop deze aanbeveling betrekking heeft.

(41)

Op basis hiervan en op basis van andere relevante bronnen verzoekt de Commissie het EUIPO-waarnemingscentrum haar te ondersteunen bij het monitoren van de effecten van deze aanbeveling over onlinepiraterij van sport- en andere live-evenementen.

(42)

De Commissie zal de effecten van deze aanbeveling over ongeoorloofde doorgifte van live uitgezonden sport- en andere evenementen uiterlijk op 17 november 2025 beoordelen, rekening houdend met de bevindingen van het EUIPO-waarnemingscentrum. Op basis hiervan zal de Commissie beoordelen of aanvullende maatregelen op het niveau van de Unie nodig zijn, onder meer om de illegale verspreiding van andere soorten auteursrechtelijk beschermde inhoud te voorkomen, rekening houdend met de technologische ontwikkeling, de ontwikkeling van distributiekanalen en consumptiepatronen, en met de eventuele gevolgen van de uitvoering van Verordening (EU) 2022/2065 voor de ongeoorloofde doorgifte van live uitgezonden sport- en andere evenementen.

Gedaan te Brussel, 4 mei 2023.

Voor de Commissie

Thierry BRETON

Lid van de Commissie


(1)  P9_TA(2021)0236.

(2)  Challenges facing sports event organisers in the digital environment. European added value assessment, Onderzoeksdienst van het Europees Parlement, december 2020. Illegal IPTV in the European Union. Economic, Legal and Technical analysis Report, EUIPO, juli 2019. Live event piracy. Challenges and best practices from online intermediaries to prevent the use of their services for live event piracy, EUIPO, maart 2023.

(3)  Challenges facing sports event organisers in the digital environment. European added value assessment, Onderzoeksdienst van het Europees Parlement, december 2020.

(4)  Live event piracy. Challenges and best practices from online intermediaries to prevent the use of their services for live event piracy, EUIPO, maart 2023.

(5)  Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten en tot wijziging van Richtlijn 2000/31/EG (digitaledienstenverordening) (PB L 277 van 27.10.2022, blz. 1).

(6)  Richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij (PB L 167 van 22.6.2001, blz. 10).

(7)  Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten (PB L 157 van 30.4.2004, blz. 45).

(8)  Richtlijn (EU) 2019/790 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake auteursrechten en naburige rechten in de digitale eengemaakte markt (PB L 130 van 17.5.2019, blz. 92).

(9)  Richtlijn 2010/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2010 betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten (richtlijn audiovisuele mediadiensten) (PB L 95 van 15.4.2010, blz. 1).

(10)  COM(2017) 708 final (de “richtsnoeren”).

(11)  Study on dynamic blocking injunctions in the European Union, EUIPO, maart 2021; Mapping report on national remedies against online piracy of sports content, Europees Waarnemingscentrum voor de audiovisuele sector, december 2021; Live event piracy. Challenges and best practices from online intermediaries to prevent the use of their services for live event piracy, EUIPO, maart 2023.

(12)  Intellectual Property Crime Threat Assessment, EUIPO en Europol, maart 2022.

(13)  Verordening (EU) nr. 386/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 19 april 2012 tot toewijzing aan het Harmonisatiebureau voor de interne markt (merken, tekeningen en modellen) van taken die verband houden met de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten, met inbegrip van de vergadering van vertegenwoordigers van de publieke en private sector als Europees Waarnemingscentrum voor inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten (PB L 129 van 16.5.2012, blz. 1).

(14)  Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

(15)  Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89).

(16)  Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt (“Richtlijn inzake elektronische handel” (PB L 178 van 17.7.2000, blz. 1).

(17)  Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie) (PB L 201 van 31.7.2002, blz. 37).


HANDELINGEN VAN BIJ INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN INGESTELDE ORGANEN

24.5.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 136/95


BESLUIT Nr. 4/2023 VAN HET HANDELSCOMITÉ

van 26 april 2023

betreffende zijn reglement van orde [2023/1019]

HET HANDELSCOMITÉ,

Gezien de Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Singapore (de “overeenkomst”), en met name artikel 16.1, lid 4, punt f),

Overwegende dat het Handelscomité overeenkomstig artikel 16.1, lid 4, punt f), van de overeenkomst zijn eigen reglement van orde kan vaststellen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

1.

Het in de bijlage bij dit besluit opgenomen reglement van orde van het Handelscomité wordt vastgesteld.

2.

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan op 26 april 2023.

Voor het Handelscomité

De medevoorzitters

Uitvoerend vicevoorzitter en commissaris voor Handel van de Europese Commissie

Valdis DOMBROVSKIS

Minister bevoegd voor Handelsbetrekkingen van de Republiek Singapore

S ISWARAN


BIJLAGE

REGLEMENT VAN ORDE VAN HET HANDELSCOMITÉ DAT IS OPGERICHT BIJ ARTIKEL 16.1 VAN DE VRIJHANDELSOVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE UNIE, ENERZIJDS, EN DE REPUBLIEK SINGAPORE, ANDERZIJDS

ARTIKEL 1

Rol en naam van het Handelscomité

1.   Het Handelscomité dat is opgericht bij artikel 16.1 van de Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Singapore (de “overeenkomst”), is bevoegd ter zake van alle in artikel 16.1 van de overeenkomst bedoelde aangelegenheden.

2.   In de documenten van het in lid 1 bedoelde comité, met inbegrip van besluiten en aanbevelingen, wordt het comité aangeduid als “Handelscomité”.

ARTIKEL 2

Samenstelling en gezamenlijk voorzitterschap

1.   Op grond van artikel 16.1 van de overeenkomst bestaat het Handelscomité uit vertegenwoordigers van de Europese Unie en van de Republiek Singapore, en wordt het voorzitterschap van het Handelscomité gezamenlijk bekleed door het lid van de Europese Commissie dat bevoegd is voor handel en de minister van Handel en Industrie van Singapore, of door hun respectieve vertegenwoordigers.

2.   Elke partij stelt de andere partij in kennis van de naam, de functie en de contactgegevens van de vertegenwoordiger die voor die partij medevoorzitter is van het Handelscomité. Die vertegenwoordiger wordt geacht bevoegd te zijn de partij te vertegenwoordigen tot de datum waarop de partij de andere partij in kennis heeft gesteld van de benoeming van een nieuwe medevoorzitter.

ARTIKEL 3

Secretariaat

1.   Ambtenaren van de voor handel bevoegde dienst van elke partij fungeren als het secretariaat van het Handelscomité.

2.   Elke partij stelt de andere partij in kennis van de naam, de functie en de contactgegevens van de ambtenaar die voor die partij lid is van het secretariaat van het Handelscomité. Die ambtenaar wordt geacht te blijven fungeren als lid van het secretariaat voor de partij tot de datum waarop de partij de andere partij in kennis heeft gesteld van de benoeming van een nieuw lid.

ARTIKEL 4

Vergaderingen

1.   Overeenkomstig artikel 16.1 van de overeenkomst vergadert het Handelscomité om de twee jaar of zo spoedig mogelijk na een verzoek daartoe van een van de partijen.

2.   De vergaderingen vinden op een overeengekomen datum en tijdstip afwisselend in Brussel en Singapore plaats, tenzij de medevoorzitters anders overeenkomen.

3.   De vergaderingen worden bijeengeroepen door de medevoorzitter van de partij die de vergadering organiseert.

4.   Een vergadering kan worden bijgewoond in persoon of worden gehouden per videoconferentie of op enige andere wijze.

ARTIKEL 5

Delegaties

Voorafgaand aan elke vergadering stelt elk lid van het secretariaat van het Handelscomité het andere lid in kennis van de voorgenomen samenstelling van de delegatie van hun respectieve partij. De lijsten vermelden de naam en de functie van elk lid van de delegatie.

ARTIKEL 6

Agenda van de vergaderingen

1.   Het secretariaat van het Handelscomité stelt, op basis van een voorstel van de partij die de vergadering organiseert, ten minste 15 dagen voorafgaand aan elke vergadering een voorlopige agenda daarvoor op. De andere partij wordt in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken.

2.   De agenda wordt aan het begin van elke vergadering door het Handelscomité vastgesteld. Punten die niet op de voorlopige agenda staan, kunnen in onderlinge overeenstemming op de agenda worden geplaatst.

ARTIKEL 7

Uitnodiging van deskundigen

De medevoorzitters van het Handelscomité kunnen in onderlinge overeenstemming onafhankelijke deskundigen uitnodigen de vergaderingen van het Handelscomité bij te wonen teneinde informatie over specifieke onderwerpen te verstrekken; zij worden alleen uitgenodigd voor de delen van de vergadering tijdens welke die specifieke onderwerpen worden besproken.

ARTIKEL 8

Notulen

1.   Het lid van het secretariaat voor de partij die de vergadering organiseert, stelt binnen 21 dagen na het einde van elke vergadering ontwerpnotulen daarvan op, tenzij de medevoorzitters anders besluiten. De ontwerpnotulen worden voor opmerkingen toegezonden aan het lid van het secretariaat van de andere partij.

2.   Wanneer dit reglement van orde van toepassing is op de vergaderingen van gespecialiseerde comités, worden de notulen van de vergaderingen van de gespecialiseerde comités beschikbaar gesteld voor latere vergaderingen van het Handelscomité.

3.   De notulen bevatten in de regel een samenvatting van elk agendapunt, in voorkomend geval met vermelding van:

a)

alle bij het Handelscomité ingediende documenten;

b)

elke verklaring waarvan een van de medevoorzitters van het Handelscomité om opneming in de notulen heeft verzocht, en

c)

de vastgestelde besluiten, aanbevelingen, overeengekomen verklaringen en conclusies over specifieke punten.

4.   De notulen bevatten een lijst van alle besluiten van het Handelscomité, die sinds de laatste vergadering van het comité op grond van artikel 9, lid 2, bij schriftelijke procedure zijn genomen.

5.   Een bijlage bij de notulen bevat tevens een lijst met de namen, titels en hoedanigheden van alle personen die de vergadering van het Handelscomité hebben bijgewoond.

6.   Het secretariaat past de ontwerpnotulen aan op basis van de ontvangen opmerkingen; de herziene ontwerpnotulen worden binnen 30 dagen na de vergadering of uiterlijk op een andere door de medevoorzitters overeengekomen datum door de partijen goedgekeurd. Na de goedkeuring worden door het secretariaat twee originele versies van de notulen opgesteld, waarvan de partijen elk een originele versie ontvangen.

ARTIKEL 9

Besluiten en aanbevelingen

1.   Het Handelscomité kan besluiten nemen en aanbevelingen doen betreffende alle aangelegenheden, waarvoor de overeenkomst daarin voorziet. Het Handelscomité neemt besluiten en doet aanbevelingen bij onderlinge overeenstemming, zoals bepaald in artikel 16.4 van de overeenkomst.

2.   In de periode tussen twee vergaderingen kan het Handelscomité besluiten nemen of aanbevelingen doen volgens de schriftelijke procedure.

3.   Daartoe legt een medevoorzitter de andere medevoorzitter schriftelijk in de werktaal van het Handelscomité de tekst van een ontwerpbesluit of -aanbeveling voor. De andere partij kan binnen één maand of een door de voorstellende partij bepaalde langere termijn met het ontwerpbesluit of de ontwerpaanbeveling instemmen. De ontwerpbesluiten of ontwerpaanbevelingen worden geacht te zijn vastgesteld zodra de andere partij binnen de door de voorstellende partij bepaalde termijn haar instemming heeft betuigd, en van die vaststelling wordt op grond van artikel 8, lid 4, melding gemaakt in de notulen van de vergadering van het Handelscomité. Wanneer de andere partij haar instemming niet betuigt, wordt het voorgestelde besluit of de voorgestelde aanbeveling tijdens de volgende vergadering van het Handelscomité besproken en eventueel vastgesteld.

4.   In de gevallen waarin het Handelscomité uit hoofde van de overeenkomst gemachtigd is besluiten te nemen of aanbevelingen te doen, worden deze van het opschrift “Besluit” dan wel “Aanbeveling” voorzien. Het secretariaat van het Handelscomité voorziet alle besluiten of aanbevelingen van een oplopend volgnummer, vermeldt de datum van vaststelling en geeft een beschrijving van het onderwerp ervan. In elk besluit en in elke aanbeveling wordt de datum van inwerkingtreding of, naargelang het geval, van uitvoering vermeld.

5.   De door het Handelscomité aangenomen besluiten en gedane aanbevelingen worden in tweevoud opgesteld, door de medevoorzitters gewaarmerkt en aan elke partij toegezonden.

ARTIKEL 10

Transparantie

1.   Tenzij in de overeenkomst anders wordt bepaald of door de partijen anders wordt besloten, zijn de vergaderingen van het Handelscomité niet toegankelijk voor het publiek.

2.   Elke partij kan besluiten om de besluiten en aanbevelingen van het Handelscomité in haar officiële publicatieblad of online bekend te maken.

3.   Wanneer een partij aan het Handelscomité informatie voorlegt die uit hoofde van haar wet- en regelgeving als vertrouwelijk wordt aangemerkt, wordt die informatie door de andere partij vertrouwelijk behandeld, tenzij de partij die de informatie voorlegt anders beslist.

4.   Elke partij kan op elk daarvoor geschikt medium de voorafgaand aan de vergadering van het Handelscomité tussen de partijen vastgestelde agenda alsmede de overeenkomstig artikel 8 opgestelde goedgekeurde gezamenlijke notulen bekendmaken.

5.   De bekendmaking van de in de leden 2, 3 en 4 vermelde documenten geschiedt in overeenstemming met de toepasselijke gegevensbeschermingsregels van elke partij.

ARTIKEL 11

Talen

1.   De werktaal van het Handelscomité is het Engels.

2.   Het Handelscomité neemt besluiten tot wijziging of uitlegging van de overeenkomst. Op besluiten van het Handelscomité tot wijziging of uitlegging van de overeenkomst is artikel 16.21 van de overeenkomst van overeenkomstige toepassing. Alle andere besluiten van het Handelscomité, met inbegrip van het besluit waarbij dit reglement van orde wordt vastgesteld, worden genomen in de in lid 1 bedoelde werktaal.

3.   Elke partij is verantwoordelijk voor de vertaling van besluiten en andere documenten in haar eigen officiële taal of talen, indien dit op grond van dit artikel vereist is, en draagt de kosten in verband met die vertalingen.

ARTIKEL 12

Kosten

1.   Elke partij draagt haar eigen kosten in verband met haar deelname aan de vergaderingen van het Handelscomité, en met name haar personeels-, reis- en verblijfskosten alsmede haar eigen kosten voor video- of teleconferenties, post en telecommunicatie.

2.   Uitgaven in verband met de organisatie van vergaderingen en de reproductie van documenten komen ten laste van de partij die de vergadering organiseert.

ARTIKEL 13

Gespecialiseerde comités en andere organen

1.   Overeenkomstig artikel 16.1 van de overeenkomst kunnen gespecialiseerde comités worden opgericht voor de behandeling van alle aangelegenheden die door het Handelscomité aan hen worden gedelegeerd.

2.   Op grond van de artikelen 16.1 en 16.2 van de overeenkomst houdt het Handelscomité toezicht op de werkzaamheden van alle krachtens de overeenkomst opgerichte gespecialiseerde comités en andere organen.

3.   Het Handelscomité wordt schriftelijk in kennis gesteld van de contactpunten die zijn aangewezen door de krachtens de overeenkomst opgerichte gespecialiseerde comités of andere organen. Alle relevante correspondentie, documenten en mededelingen die tussen de contactpunten van elk gespecialiseerd comité worden uitgewisseld in verband met de uitvoering van de overeenkomst, worden tegelijkertijd aan het secretariaat van het Handelscomité toegezonden.

4.   Op grond van artikel 16.2 van de overeenkomst brengen de gespecialiseerde comités aan het Handelscomité verslag uit over de resultaten en conclusies van hun vergaderingen.

5.   Tenzij door elk gespecialiseerd comité anders wordt besloten, is dit reglement van orde van overeenkomstige toepassing op de krachtens de overeenkomst opgerichte gespecialiseerde comités en andere organen.

ARTIKEL 14

Wijzigingen van het reglement van orde

Dit reglement van orde kan schriftelijk worden gewijzigd bij besluit van het Handelscomité overeenkomstig artikel 9.