|
ISSN 1977-0758 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 235 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
65e jaargang |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst. |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
II Niet-wetgevingshandelingen
VERORDENINGEN
|
12.9.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 235/1 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2022/1501 VAN DE RAAD
van 9 september 2022
tot uitvoering van Verordening (EU) nr. 208/2014 betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in het licht van de situatie in Oekraïne
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 208/2014 van de Raad van 5 maart 2014 betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in het licht van de situatie in Oekraïne (1), en met name artikel 14, lid 1,
Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 5 maart 2014 heeft de Raad Verordening (EU) nr. 208/2014 vastgesteld. |
|
(2) |
Op basis van een toetsing door de Raad moeten de vermeldingen voor vier personen ten aanzien van wie de beperkende maatregelen op 6 september 2022 verstreken zijn, en de informatie over hun rechten van verdediging en hun recht op effectieve rechtsbescherming, geschrapt worden uit bijlage I bij Verordening (EU) nr. 208/2014. |
|
(3) |
Verordening (EU) nr. 208/2014 moet daarom dienovereenkomstig gewijzigd worden, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage I bij Verordening (EU) nr. 208/2014 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 9 september 2022.
Voor de Raad
De voorzitter
J. SÍKELA
BIJLAGE
Bijlage I bij Verordening (EU) nr. 208/2014 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
In deel A (“Lijst van in artikel 2 bedoelde natuurlijke personen en rechtspersonen, entiteiten en lichamen”) worden de vermeldingen betreffende de volgende personen geschrapt:
|
|
2) |
In deel B (“Rechten van verdediging en recht op effectieve rechtsbescherming”) wordt de informatie met betrekking tot de volgende personen geschrapt:
|
|
12.9.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 235/4 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2022/1502 VAN DE RAAD
van 9 september 2022
tot uitvoering van artikel 21, lid 5, van Verordening (EU) 2016/44 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2016/44 van de Raad van 18 januari 2016 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 204/2011 (1), en met name artikel 21, lid 5,
Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Raad heeft op 18 januari 2016 Verordening (EU) 2016/44 vastgesteld. |
|
(2) |
Het comité van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (“VN-Veiligheidsraad”), ingesteld op grond van Resolutie 1970 (2011) van de VN-Veiligheidsraad, heeft op 18 juli 2022 de gegevens met betrekking tot een persoon die aan beperkende maatregelen onderworpen is, geactualiseerd. |
|
(3) |
Bijlage II bij Verordening (EU) 2016/44 moet bijgevolg dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage II bij Verordening (EU) 2016/44 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 9 september 2022.
Voor de Raad
De voorzitter
J. SÍKELA
BIJLAGE
In bijlage II bij Verordening (EU) 2016/44 wordt vermelding 6 vervangen door:
|
“6. |
Naam: 1: ABU 2: ZAYD 3: UMAR 4: DORDA Titel: n.v.t. Functie: a) Directeur externe veiligheidsorganisatie. b) Hoofd van het bureau externe inlichtingen. Geboortedatum: 4 april 1944 Geboorteplaats: Alrhaybat Zekere alias: a) Dorda Abuzed OE b) Abu Zayd Umar Hmeid Dorda Onzekere alias: nvt Nationaliteit: nvt Paspoortnummer: Libië nummer FK117RK0, afgegeven op 25 november 2018, afgegeven in Tripoli (vervaldatum: 24 november 2026) Nationaal identiteitsnr.: nvt Adres: Libië (vermoedelijke status/verblijfplaats: overleden) Op de lijst geplaatst op: 26 februari 2011 (gewijzigd op 27 juni 2014, 1 april 2016, 25 februari 2020, 18 juli 2022) Overige informatie: op de lijst geplaatst uit hoofde van punt 15 van Resolutie 1970 (reisverbod). Op 17 maart 2011 op de lijst geplaatst uit hoofde van punt 17 van Resolutie 1970 (bevriezing van tegoeden).”. |
|
12.9.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 235/6 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2022/1503 VAN DE RAAD
van 9 september 2022
tot uitvoering van Verordening (EU) 2017/1509 van de Raad betreffende beperkende maatregelen tegen de Democratische Volksrepubliek Korea
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2017/1509 van de Raad van 30 augustus 2017 betreffende beperkende maatregelen tegen de Democratische Volksrepubliek Korea en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 329/2007 (1), en met name artikel 47, lid 5,
Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 30 augustus 2017 heeft de Raad Verordening (EU) 2017/1509 vastgesteld. |
|
(2) |
Op 26 juli 2022 heeft het Comité van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties dat is opgericht op grond van Resolutie 1718 (2006) van de VN-Veiligheidsraad (VNVR) de informatie geactualiseerd over twintig personen en 24 entiteiten die aan beperkende maatregelen onderworpen zijn. |
|
(3) |
Bijlage XIII bij Verordening (EU) 2017/1509 moet bijgevolg dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage XIII bij Verordening (EU) 2017/1509 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 9 september 2022.
Voor de Raad
De voorzitter
J. SÍKELA
BIJLAGE
1)
In bijlage XIII bij Verordening (EU) 2017/1509, onder “a) Natuurlijke personen”, worden de vermeldingen 1, 4, 8, 12, 13, 17, 19, 23, 24, 28, 35, 36, 40, 41, 48, 50, 53, 63, 68 en 78 vervangen door:|
|
Naam |
Alias |
Geboortedatum |
Datum van aanwijzing door de VN |
Motivering |
|
“1. |
Yun Ho-jin |
Yun Ho-chin |
Geboortedatum: 13.10.1944 Nationaliteit: DPRK (Noord-Korea) Adres: Pyongyang, DPRK (Noord-Korea) |
16.7.2009 |
Directeur van Namchongang Trading Corporation; leidt de invoer van materiaal dat nodig is voor het uraniumverrijkingsprogramma. |
|
4. |
Ri Hong-sop |
|
Geboortedatum: 1940 Nationaliteit: DPRK (Noord-Korea) Adres: Pyongyang, DPRK (Noord-Korea) |
16.7.2009 |
Voormalig directeur van het nucleair onderzoekscentrum van Yongbyon, en hoofd van het Nuclear Weapons Institute (instituut voor kernwapens), gaf leiding aan drie essentiële activiteiten ter ondersteuning van de productie van plutonium voor kernwapens: de splijtstofproductie-installatie, de kernreactor en de opwerkingsfabriek. |
|
8. |
Ra Ky'ong-Su |
Ra Kyung-Su; Chang, Myong Ho; Chang Myo'ng-Ho; Chang Myong-Ho |
Geboortedatum: 4.6.1954 Paspoort: 645120196 Nationaliteit: DPRK (Noord-Korea) |
22.1.2013 |
Ra Ky'ong-Su is functionaris bij Tanchon Commercial Bank (TCB). In deze hoedanigheid heeft hij transacties voor TCB gefaciliteerd. Tanchon Commercial Bank is in april 2009 door het Sanctiecomité aangewezen als de voornaamste financiële entiteit van de DVK, die belast is met de verkoop van conventionele wapens, ballistische raketten en goederen voor de assemblage en vervaardiging van dergelijke wapens. |
|
12. |
Mun Cho'ng-Ch'o'l |
|
Nationaliteit: DPRK (Noord-Korea) Adres: C/O Tanchon Commercial Bank, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea), Saemaeul 1-Dong, Pyongchon District |
7.3.2013 |
Mun Cho'ng-Ch'o'l is functionaris bij de Tanchon Commercial Bank (TCB). In deze hoedanigheid heeft hij transacties voor TCB gefaciliteerd. Tanchon Commercial Bank is in april 2009 door het Sanctiecomité aangewezen en is de voornaamste financiële entiteit van de DVK, die belast is met de verkoop van conventionele wapens, ballistische raketten en goederen voor de assemblage en vervaardiging van dergelijke wapens. |
|
13. |
Choe Chun-Sik |
Choe Chun Sik; Ch'oe Ch'un Sik |
Geboortedatum: 12.10.1954 Nationaliteit: DPRK (Noord-Korea) Adres: DPRK (Noord-Korea) |
2.3.2016 |
Choe Chun-Sik was directeur van de Tweede Academie voor Natuurwetenschappen en had de leiding over het programma voor langeafstandsraketten van Noord-Korea. |
|
17. |
Jang Yong Son |
|
Geboortedatum: 20.2.1957 Nationaliteit: DPRK (Noord-Korea) Paspoort: 563110024 (afgegeven door Noord-Korea) |
2.3.2016 |
Vertegenwoordiger voor Korea Mining Development Trading Corporation (KOMID). Vertegenwoordigde KOMID in Iran. |
|
19. |
Kang Mun Kil |
Jiang Wen-ji; Jian Wenji |
Paspoort: PS 472330208 (geldig tot 4.7.2017) Nationaliteit: DPRK (Noord-Korea) Adres: DPRK (Noord-Korea) |
2.3.2016 |
Kang Mun Kil had de leiding over de aankoopactiviteiten op nucleair gebied als vertegenwoordiger van Namchongang, ook bekend als Namhung. |
|
23. |
Kim Tong My'ong |
Kim Chin-So'k; Kim Tong-Myong; Kim Jin-Sok; Kim, Hyok-Chol; Kim Tong-Myo'ng; Kim Tong Myong; Kim Hyok Chol |
Geboortedatum: a) 1964 b) 28.8.1962 Nationaliteit: DPRK (Noord-Korea) Paspoort: 290320764 (afgegeven door Noord-Korea) |
2.3.2016 |
Kim Tong My'ong is president van Tanchon Commercial Bank (TCB) en bekleedde verschillende posities binnen TCB, ten minste vanaf 2002. Hij heeft ook een rol gespeeld bij het beheer van de zaken van Amroggang. |
|
24. |
Kim Yong Chol |
Kim Yong-Chol; Kim Young-Chol; Kim Young-Cheol; Young-Chul |
Geboortedatum: 18.2.1962 Nationaliteit: DPRK (Noord-Korea) Paspoort: 472310168 (afgegeven door Noord-Korea) |
2.3.2016 |
Vertegenwoordiger voor KOMID. Vertegenwoordigde KOMID in Iran. |
|
28. |
Yu Chol U |
|
Geboortedatum: 8.8.1959 Nationaliteit: DPRK (Noord-Korea) Adres: DPRK (Noord-Korea) |
2.3.2016 |
Yu Chol U is directeur van de Nationale Dienst voor ruimtevaartontwikkeling. |
|
35. |
Kim Chol Sam |
Jin Tiesan (金铁三) |
Geboortedatum: 11.3.1971 Nationaliteit: DPRK (Noord-Korea) Paspoort: 645120378 (afgegeven door Noord-Korea) |
30.11.2016 |
Kim Chol Sam is vertegenwoordiger voor Daedong Credit Bank (DCB), die betrokken was bij het beheer van transacties voor rekening van DCB Finance Limited. Vermoed wordt dat Kim Chol Sam, als in het buitenland gevestigde vertegenwoordiger van DCB, medewerking heeft verleend aan transacties ter waarde van honderdduizenden dollars en waarschijnlijk miljoenen dollars heeft beheerd op aan Noord-Korea gerelateerde rekeningen met mogelijke banden met programma's inzake kernwapens en raketten. |
|
36. |
Kim Sok Chol |
|
Paspoort: 472310082 Geboortedatum: 8.5.1955 Nationaliteit: DPRK (Noord-Korea) Adres: Myanmar |
30.11.2016 |
Was ambassadeur van Noord-Korea in Myanmar en werkt als KOMID-facilitator. Werd door KOMID betaald voor zijn hulp en organiseert vergaderingen namens KOMID, waaronder een ontmoeting tussen KOMID en defensiegerelateerde personen uit Myanmar, over financiële aangelegenheden. |
|
40. |
Cho Il U |
Cho Il Woo; Cho Ch'o'l; Jo Chol |
Geboortedatum: 10.5.1945 Geboorteplaats: Musan, North Hamgyo'ng Province, DPRK (Noord-Korea) Nationaliteit: DPRK (Noord-Korea) Paspoort: 736410010 Adres: DPRK (Noord-Korea) |
2.6.2017 |
Directeur van het vijfde bureau van het algemeen verkenningsbureau. Cho zou belast zijn met overzeese spionageactiviteiten en het verzamelen van buitenlandse inlichtingen voor Noord-Korea. |
|
41. |
Cho Yon Chun |
Jo Yon Jun |
Geboortedatum: 28.9.1937 Nationaliteit: DPRK (Noord-Korea) Adres: DPRK (Noord-Korea) |
2.6.2017 |
Vicedirecteur van de afdeling Organisatie en Sturing, die de leiding heeft bij de aanwijzing van belangrijk personeel voor de Koreaanse Arbeiderspartij en het Noord-Koreaanse leger. |
|
48. |
Paek Se Bong |
Paek Se Pong |
Geboortedatum: 21.3.1938 Nationaliteit: DPRK (Noord-Korea) |
2.6.2017 |
Paek Se Bong is een voormalig voorzitter van de Tweede Economische Commissie, een voormalig lid van de Nationale Defensiecommissie en een voormalig vicedirecteur van het Munitions Industry Department (MID). |
|
50. |
Pak To Chun |
Pak Do Chun; Pak To'-Ch'un |
Geboortedatum: 9.3.1944 Nationaliteit: DPRK (Noord-Korea) |
2.6.2017 |
Pak To Chun is een voormalig secretaris van het Munitions Industry Department (MID) en thans raadgever inzake aangelegenheden in verband met nucleaire en rakettenprogramma's. Hij is een voormalig lid van de commissie Staatsaangelegenheden en lid van het politiek bureau van de Koreaanse Arbeiderspartij. |
|
53. |
Ri Yong Mu |
Ri Yong-Mu |
Geboortedatum: 25.1.1925 Nationaliteit: DPRK (Noord-Korea) Adres: DPRK (Noord-Korea) |
2.6.2017 |
Ri Yong Mu is een vicevoorzitter van de commissie Staatsaangelegenheden, die leiding heeft over en sturing geeft aan alle militaire, defensie- en veiligheidsgerelateerde aangelegenheden van de DVK, met inbegrip van verwerving en aankoop. |
|
63. |
Pak Yong Sik |
Pak Yo'ng-sik |
Geboortedatum: 1950 Nationaliteit: DPRK (Noord-Korea) Adres: DPRK (Noord-Korea) |
11.9.2017 |
Lid van het Centraal Militair Comité van de Koreaanse Arbeiderspartij, dat verantwoordelijk is voor de ontwikkeling en uitvoering van het militaire beleid van de Koreaanse Arbeiderspartij, het commando voert over en de controle uitoefent op het Noord-Koreaanse leger, en mede leiding geeft aan de defensie-industrie van het land. |
|
68. |
Kim Tong Chol |
Kim Tong-ch'o'l |
Geboortedatum: 28.1.1966 Nationaliteit: DPRK (Noord-Korea) Geslacht: mannelijk Paspoort: a) 927234267 b) 108120258 (op 14 februari 2018 afgegeven door Noord-Korea; geldig tot 14 februari 2023) |
22.12.2017 |
Kim Tong Chol is een internationaal vertegenwoordiger van Foreign Trade Bank. |
|
78. |
Ri Song Hyok |
Li Cheng He |
Geboortedatum: 19.3.1965 Nationaliteit: DPRK (Noord-Korea) Geslacht: mannelijk Paspoort: 654234735 (afgegeven door Noord-Korea) |
22.12.2017 |
Ri Song Hyok is een internationaal vertegenwoordiger voor Koryo Bank en Koryo Credit Development Bank, en heeft naar verluidt dekmantelbedrijven opgericht om producten aan te kopen en financiële transacties te verrichten voor rekening van Noord-Korea.” |
2)
In bijlage XIII bij Verordening (EU) 2017/1509, onder “b) Rechtspersonen, entiteiten en lichamen”, worden de vermeldingen 4, 8, 20, 22, 23, 30, 36, 42, 44, 45, 47, 50, 56, 57, 58, 61, 62, 63, 64, 65, 67, 68, 70 en 75 vervangen door:|
|
Naam |
Alias |
Locatie |
Datum van aanwijzing door de VN |
Overige informatie |
||
|
“4. |
Namchongang Trading Corporation |
a) NCG; b) NAMCHONGANG TRADING; c) NAM CHON GANG CORPORATION; d) NOMCHONGANG TRADING CO.; e) NAM CHONG GAN TRADING CORPORATION; f) Namhung Trading Corporation; g) Korea Daeryonggang Trading Corporation; h) Korea Tearyonggang Trading Corporation |
a) Chilgol, Pyongyang, Democratic People's Republic of Korea (Democratische Volksrepubliek Korea), b) Sengujadong 11-2/(of Kwangbok-dong), Mangyongdae District, Pyongyang, Democratic People's Republic of Korea (Democratische Volksrepubliek Korea); Telefoonnummers: +850-2-18111, 18222 (ext. 8573); Faxnummer: +850-2-381-4687 |
16.7.2009 |
Namchongang is een Noord-Koreaanse handelsmaatschappij, ondergeschikt aan het General Bureau of Atomic Energy (GBAE). Namchongang was betrokken bij de aankoop van Japanse vacuümpompen die gesignaleerd zijn in een Noord-Koreaanse kerninstallatie, en bij de aankoop van nucleair materiaal via een Duitser. Het bedrijf was ook vanaf eind jaren negentig betrokken bij de aankoop van aluminiumbuizen en andere materialen die speciaal geschikt zijn voor een uraniumverrijkingsprogramma. Het bedrijf wordt vertegenwoordigd door een voormalig diplomaat die de Democratische Volksrepubliek Korea vertegenwoordigde toen de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA) in 2007 de nucleaire installatie van Yongbyon inspecteerde. De activiteiten van Namchongang op het gebied van proliferatie zijn een bron van grote zorg gezien de proliferatieactiviteiten van de DVK in het verleden. |
||
|
8. |
Korean Tangun Trading Corporation |
a) Kuryonggang Trading Corporation b) Ryungseng Trading Corporation c) Ryung Seng Trading Corporation d) Ryungsong Trading Corporation e) Kore Kuryonggang Trading Corporation |
Pyongyang, DPRK (Noord-Korea) |
16.7.2009 |
Korea Tangun Trading Corporation is ondergeschikt aan de Tweede Academie voor natuurwetenschappen van de DVK en is de hoofdverantwoordelijke voor de aankoop van producten en technologieën ten behoeve van onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's op defensiegebied, met inbegrip van (maar niet beperkt tot) de ontwikkeling en aankoop van massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen, ook van goederen die op grond van multilaterale regelingen gecontroleerd worden of verboden zijn. |
||
|
20. |
Ocean Maritime Management Company, Limited |
a) East Sea Shipping Company; b) Korea Mirae Shipping Co. Ltd; c) Haeyang Crew Management Company |
Adres: Donghung Dong, Central District. PO BOX 120. Pyongyang, DPRK (Noord-Korea); Alternatief adres: Dongheung-dong Changwang Street, Chung-Ku, PO BOX 125, Pyongyang; IMO-nummer: 1790183 |
28.7.2014 |
Ocean Maritime Management Company, Limited is de exploitant/beheerder van het schip Chong Chon Gang. Speelde een belangrijke rol in de organisatie van het vervoer in juli 2013 van verborgen ladingen wapens en aanverwant materiaal van Cuba naar de DVK. Ocean Maritime Management Company, Limited, heeft op die wijze bijgedragen aan activiteiten die bij resoluties verboden waren, zoals het bij Resolutie 1718 (2006), als gewijzigd bij Resolutie 1874 (2009), ingestelde wapenembargo en aan het ontwijken van de bij die resoluties ingestelde maatregelen. |
||
|
|
Vaartuigen met IMO-nummer: |
|
|
|
|
||
|
|
8606173 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
8909575 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
8916293 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
9041552 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
8330815 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
8405270 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
8018900 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
8829593 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
8713471 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
9361407 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
8829555 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
8625545 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
9314650 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
8987333 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
8018912 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
8819017 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
8133530 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
8412467 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
7640378 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
9009085 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
7937317 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
8661575 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
22. |
Chongchongang Shipping Company |
a) Chong Chon Gang Shipping Co. Ltd; b) Chongchongang Shipping Co LTD |
Adres: 817 Haeun, Donghung-dong, Central District, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea); Alternatief adres: 817, Haeum, Tonghun-dong, Chung-gu, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea); IMO-nummer: 5342883 |
2.3.2016 |
Chongchongang Shipping Company heeft in juli 2013 getracht, met het schip de Chong Chon Gang, een illegale lading conventionele wapens rechtstreeks in Noord-Korea in te voeren. |
||
|
23. |
Daedong Credit Bank (DCB) |
a) DCB b) Taedong Credit Bank c) Dae-Dong Credit Bank |
Adres: Suite 401, Potonggang Hotel, Ansan-Dong, Pyongchon District, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea); Alternatief adres: Ansan-dong, Botonggang Hotel, Pongchon, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea); SWIFT: DCBKKPPY |
2.3.2016 |
Daedong Credit Bank (DCB) heeft financiële diensten verleend aan de Korea Mining Development Trading Corporation (KOMID) en de TCB. DCB heeft ten minste sinds 2007 honderden financiële transacties met een waarde van miljoenen dollars namens de KOMID en de TCB gefaciliteerd. In sommige gevallen heeft DCB willens en wetens transacties gefaciliteerd door middel van bedrieglijke financiële praktijken. |
||
|
30. |
Office 39 |
Office #39; Office No. 39; Bureau 39; Central Committee Bureau 39; Third Floor; Division 39 |
a) Second KWP Government Building (Korean – Ch'o'ngsa, Urban Town (Korean-Dong), Chung Ward, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea) b) Chung-Guyok (Central District), Sosong Street, Kyongrim-Dong, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea) c) Changwang Street, Pyongyang DPRK (Noord-Korea) |
2.3.2016 |
Overheidsinstantie van de DVK. |
||
|
36. |
Singwang Economics and Trading General Corporation |
|
Adres: DPRK (Noord-Korea); IMO-nummer: 5905801 |
30.11.2016 |
Is een Noord-Koreaanse firma die handelt in steenkool. Noord-Korea genereert een aanzienlijk deel van het geld voor zijn programma's inzake kernwapens en ballistische raketten door de winning van natuurlijke hulpbronnen die in het buitenland worden verkocht. |
||
|
42. |
Korea Daesong General Trading Corporation |
Daesong Trading; Daesong Trading Company; Korea Daesong Trading Company; Korea Daesong Trading Corporation |
Adres: Pulgan Gori Dong 1, Potonggang District, Pyongyang City, DPRK (Noord-Korea); Telefoonnummer: +850-2-18111-8208. Fax: +850-2-381-4432; E-mail: daesong@star-co.net.kp |
30.11.2016 |
Is gelieerd met Bureau 39 via de uitvoer van mineralen (goud), metalen, machines, landbouwproducten, ginseng, juwelen en producten van de lichte industrie. |
||
|
44. |
Korea Kumsan Trading Corporation |
|
Adres: Haeun 2-dong, Pyogchon District, Pyongyang City/Mangyongdae, DPRK (Noord-Korea); Telefoonnummer: +850-2-18111-8550. Fax: +850-2-381-4410/4416; E-mail: mhs-ip@star-co.net.kp |
2.6.2017 |
Korea Kumsan Trading Corporation is eigendom van of staat onder zeggenschap van, of treedt op of zegt op te treden voor of namens, rechtstreeks of onrechtstreeks, het Algemeen Bureau voor kernenergie, dat toeziet op het nucleaire programma van de DVK. |
||
|
45. |
Koryo Bank |
|
Koryo Bank Building, Pulgun Street, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea) |
2.6.2017 |
Koryo Bank is actief in de sector financiële diensten van de Noord-Koreaanse economie en is verbonden aan Bureau 38 en Bureau 39 van de Koreaanse Arbeiderspartij. |
||
|
47. |
Foreign Trade Bank |
a) Mooyokbank; b) Korea Trading Bank |
Adres: FTB Building, Jungsong-dong, Central District, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea); SWIFT/BIC: FTBDKPPY |
4.8.2017 |
Foreign Trade Bank is een staatsbank en treedt op als belangrijkste deviezenbank in de DVK en heeft belangrijke financiële steun verleend aan de Korea Kwangson Banking Corporation. |
||
|
50. |
Het concern Mansudae Overseas Project |
Mansudae Art Studio |
Yanggakdo International Hotel, RYUS, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea) |
4.8.2017 |
Het concern Mansudae Overseas Project was betrokken bij, faciliteerde of was verantwoordelijk voor de uitvoer van arbeiders vanuit de DVK naar andere landen voor aan de bouw gerelateerde activiteiten, onder meer standbeelden en monumenten, die inkomsten moesten genereren voor de regering van Noord-Korea of voor de Arbeiderspartij van Korea. Er is gemeld dat het concern Mansudae Overseas Project zaken heeft gedaan in landen in Afrika en Zuidoost-Azië, zoals Algerije, Angola, Botswana, Benin, Cambodja, Tsjaad, de Democratische Republiek Congo, Equatoriaal-Guinee, Maleisië, Mozambique, Madagaskar, Namibië, Syrië, Togo en Zimbabwe. |
||
|
56. |
CHONMYONG SHIPPING CO |
CHON MYONG SHIPPING COMPANY LIMITED |
Adres: Kalrimgil 2-dong, Mangyongdae-guyok, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea); Saemaul 2-dong, Pyongchon-guyok, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea); IMO-nummer: 5571322 |
30.3.2018 |
Geregistreerde eigenaar van de CHON MYONG 1, een onder Noord-Koreaanse vlag varend schip dat eind december 2017 een schip-tot-schiptransfer van brandstof heeft uitgevoerd. |
||
|
57. |
FIRST OIL JV CO LTD |
|
Adres: Jongbaek 1-dong, Rakrang-guyok, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea); IMO-nummer: 5963351 |
30.3.2018 |
Eigenaar van de Noord-Koreaanse tanker PAEK MA, die medio januari 2018 betrokken was bij schip-tot-schiptransfers van olie. |
||
|
58. |
HAPJANGGANG SHIPPING CORP |
|
Adres: Kumsong 3-dong, Mangyongdae-guyok, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea); IMO-nummer: 5787684 |
30.3.2018 |
Geregistreerde eigenaar van de Noord-Koreaanse tanker NAM SAN 8, die, naar wordt aangenomen, betrokken was bij schip-tot-schiptransfers van olie, en eigenaar van de HAP JANG GANG 6. |
||
|
61. |
KOREA ACHIM SHIPPING CO |
|
Adres: Sochang-dong, Chung-guyok, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea) IMO-nummer: 5936312 |
30.3.2018 |
Geregistreerde eigenaar van de Noord-Koreaanse tanker CHON MA SAN. De onder Noord-Koreaanse vlag varende CHON MA SAN heeft voorbereidingen getroffen voor waarschijnlijke schip-tot-schiptransfers eind januari 2018. De kapitein van de onder Noord-Koreaanse vlag varende tanker YU JONG 2 rapporteerde op 18 november 2017 aan een niet geïdentificeerde controleur in de DVK dat het schip een storm vermeed voorafgaand aan een schip-tot-schiptransfer. De kapitein stelde voor de YU JONG 2 stookolie te laten laden vóór de onder Noord-Koreaanse vlag varende tanker CHON MA SAN, die gezien zijn grotere omvang geschikter was voor schip-tot-schiptransfers in een storm. Nadat de CHON MA SAN stookolie had geladen uit een schip, laadde de YU JONG 2 op 19 november 2017 via een schip-tot-schiptransfer 1 168 kiloliter stookolie. |
||
|
62. |
KOREA ANSAN SHIPPING COMPANY |
a) KOREA ANSAN SHPG COMPANY b) Korea Ansan SHPG CO |
Adres: Pyongchon 1-dong, Pyongchon-guyok, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea); IMO-nummer: 5676084 |
30.3.2018 |
Geregistreerde eigenaar van de Noord-Koreaanse tanker AN SAN 1, die, naar wordt aangenomen, betrokken was bij schip-tot-schiptransfers van olie. |
||
|
63. |
KOREA MYONGDOK SHIPPING CO |
|
Adres: Chilgol 2-dong, Mangyongdae-guyok, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea); IMO-nummer: 5985863 |
30.3.2018 |
Geregistreerde eigenaar van de YU PHYONG 5. Eind november 2017 voerde de YU PHYONG 5 een schip-tot-schiptransfer van 1 721 metrische ton stookolie uit. |
||
|
64. |
KOREA SAMJONG SHIPPING |
|
Adres: Tonghung-dong, Chung-guyok, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea); IMO-nummer: 5954061 |
30.3.2018 |
Geregistreerde eigenaar van de Noord-Koreaanse tankers SAM JONG 1 en SAM JONG 2. Van beide schepen wordt aangenomen dat zij eind januari 2018 geraffineerde aardolie in de DVK hebben ingevoerd in strijd met VN-sancties. |
||
|
65. |
KOREA SAMMA SHIPPING CO |
Korea Samma SHPG CO |
Adres: Rakrang 3-dong, Rakrang-guyok, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea); IMO-nummer: 5145892 |
30.3.2018 |
De onder Noord-Koreaanse vlag varende tanker SAM MA 2, eigendom van Korea Samma Shipping Company, heeft medio oktober 2017 een schip-tot-schiptransfer van olie uitgevoerd en documenten vervalst, waarbij bijna 1 600 metrische ton stookolie in één transactie werd geladen. De kapitein kreeg de opdracht SAMMA SHIPPING en de Koreaanse woorden op het zegel van het schip te wissen en er in plaats daarvan “Hai Xin U 606” op te zetten om de Noord-Koreaanse identiteit van het vaartuig te verbergen. |
||
|
67. |
KOTI CORP |
|
Adres: Panama City, Panama; IMO-nummer: 5982254 |
30.3.2018 |
Scheepsbeheerder en commercieel beheerder van de onder Panamese vlag varende KOTI, die op 9 december 2017 schip-tot-schiptransfers heeft uitgevoerd, waarschijnlijk van aardolie, naar de onder Noord-Koreaanse vlag varende KUM UN SAN 3. |
||
|
68. |
MYOHYANG SHIPPING CO |
|
Adres: Kumsong 3-dong, Mangyondae-guyok, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea); IMO-nummer: 5988369 |
30.3.2018 |
Scheepsbeheerder van de Noord-Koreaanse olieproductentanker YU SON, die, naar wordt aangenomen, betrokken was bij schip-tot-schiptransfers van olie. |
||
|
70. |
PHYONGCHON SHIPPING & MARINE |
PHYONGCHON SHIPPING AND MARINE |
Adres: Otan-dong, Chung-guyok, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea); IMO-nummer: 5878561 |
30.3.2018 |
Geregistreerde eigenaar van de Noord-Koreaanse tanker JI SONG 6, die, naar wordt aangenomen, betrokken was bij schip-tot-schiptransfers van olie eind januari 2018. De onderneming bezit ook de JI SONG 8 en de WOORY STAR. |
||
|
75. |
YUK TUNG ENERGY PTE LTD |
|
Adres: 80 Raffles Place, #17-22 UOB Plaza, Singapore, 048624, Singapore; IMO-nummer: 5987860 |
30.3.2018 |
Scheepsbeheerder en commercieel beheerder van de YUK TUNG, die een schip-tot-schiptransfer van geraffineerde aardolie heeft uitgevoerd.” |
|
12.9.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 235/19 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2022/1504 VAN DE COMMISSIE
van 6 april 2022
tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad met betrekking tot de totstandbrenging van een centraal elektronisch systeem van betalingsinlichtingen (Cesop) ter bestrijding van btw-fraude
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad van 7 oktober 2010 betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (1), en met name artikel 24 sexies,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Richtlijn 2006/112/EG van de Raad (2) zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2020/284 (3), voert met ingang van 1 januari 2024 verplichtingen tot het meedelen van gegevens voor betalingsdienstaanbieders in. Met ingang van die datum moeten betalingsdienstaanbieders die in de Europese Unie zijn gevestigd of daar betalingsdiensten verlenen, bepaalde registers bijhouden van grensoverschrijdende betalingen door betalers die zich binnen de lidstaten bevinden en van bepaalde inlichtingen over de begunstigden, en deze registers doorgeven aan de lidstaten met het oog op het bestrijden van fraude met de belasting over de toegevoegde waarde (btw). |
|
(2) |
Krachtens Verordening (EU) nr. 904/2010, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2020/283 (4), moeten de lidstaten deze registers doorsturen naar een centraal elektronisch systeem van betalingsinlichtingen (“Cesop”) dat door de Commissie moet worden ontwikkeld, onderhouden, gehost en technisch beheerd. |
|
(3) |
Om de goede werking van Cesop te waarborgen en overeenkomstig artikel 24 sexies, punt a), van Verordening (EU) nr. 904/2010 moeten de technische maatregelen voor het opzetten van Cesop worden vastgesteld. Die maatregelen moeten voorzien in de nodige Cesop-functionaliteiten voor de ontwikkeling van de gebruiksmogelijkheden van Cesop zoals beschreven in artikel 24 quater van Verordening (EU) nr. 904/2010. De maatregelen moeten tevens zorgen voor een hoge mate van gebruiksvriendelijkheid door in Cesop zoek- en visualisatie-instrumenten aan te bieden. Daarnaast moet Cesop de uitwisseling van inlichtingen tussen Eurofisc-verbindingsambtenaren vergemakkelijken door hen in staat te stellen snel en veilig informatie over btw-fraude rechtstreeks in Cesop uit te wisselen. De maatregelen die de Commissie moet nemen om Cesop te onderhouden nadat het systeem in werking is getreden, moeten ook worden vastgesteld om de operationele kwaliteitsnormen van de IT-infrastructuur en de functionaliteiten van Cesop te waarborgen, en om ervoor te zorgen dat de vereiste updates worden uitgevoerd wanneer dat nodig is om de incidenten in het systeem tussen de Commissie en de lidstaten te behandelen. |
|
(4) |
Hoewel de lidstaten als verwerkingsverantwoordelijken van Cesop verantwoordelijk zijn voor het beheer ervan, heeft de Commissie overeenkomstig artikel 24 sexies, punt b), van Verordening (EU) nr. 904/2010 als host en verwerker een reeks verantwoordelijkheden die beperkt zijn tot het technisch beheer van Cesop. Daartoe moeten de technische taken behoren die nodig zijn voor het dagelijkse administratieve beheer van Cesop, zoals het bijhouden van een register van de Eurofisc-verbindingsambtenaren die Cesop raadplegen, het bijhouden van een register van de betalingsdienstaanbieders die gegevens aan de lidstaten hebben doorgegeven, het treffen van passende organisatorische beveiligingsmaatregelen voor Cesop, en het voorzien in de nodige opleiding en ondersteuning voor Eurofisc-verbindingsambtenaren om Cesop doeltreffend te kunnen gebruiken. |
|
(5) |
Overeenkomstig artikel 24 ter, lid 1, punt b), van Verordening (EU) nr. 904/2010 moeten de lidstaten de gegevens in een gemeenschappelijk formaat aan Cesop toezenden. De gegevenselementen die betalingsdienstaanbieders in het formaat van een XML-document moeten melden, moeten worden vastgelegd. Om de algehele interoperabiliteit tussen de nationale elektronische systemen en Cesop overeenkomstig artikel 24 ter, lid 3, van Verordening (EU) nr. 904/2010 te waarborgen, moeten de lidstaten controleren of de door de betalingsdienstaanbieders doorgegeven gegevens de verplichte en syntactisch correcte gegevenselementen bevatten overeenkomstig artikel 243 quinquies van Richtlijn 2006/112/EG, aangezien Cesop alleen kan functioneren als de verplichte gegevens correct in Cesop worden ingevoerd. |
|
(6) |
De lidstaten moeten de Eurofisc-verbindingsambtenaren aanwijzen die toegang hebben tot Cesop en de Commissie in kennis stellen van hun beslissing. In dat verband moet de Commissie die ambtenaren een unieke identificatiecode verstrekken om toegang te krijgen tot Cesop en een lijst bijhouden van alle Eurofisc-verbindingsambtenaren die toegang hebben tot Cesop op basis van de van de lidstaten ontvangen informatie. |
|
(7) |
Overeenkomstig artikel 24 sexies, punt g), van Verordening (EU) nr. 904/2010 moet de Commissie procedures vaststellen om te waarborgen dat passende technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen voor het ontwikkelen en functioneren van Cesop zijn ingevoerd. Diverse beveiligingsaspecten van de centrale componenten van Cesop zijn tevens afhankelijk van de uitvoering van nationale beveiligingsmaatregelen, zoals maatregelen om de veiligheid van de doorgegeven gegevens te controleren en maatregelen om ervoor te zorgen dat alleen de Eurofisc-verbindingsambtenaar met een geldige unieke identificatiecode toegang heeft tot Cesop. Daarom moeten de lidstaten de Commissie informatie verstrekken over hun eigen beveiligingsmaatregelen. De lidstaten en de Commissie moeten elkaar op de hoogte houden van de genomen beveiligingsmaatregelen en van de noodzaak van upgrades van deze maatregelen. |
|
(8) |
De verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze verordening en de verantwoordelijkheden van de lidstaten en de Commissie zijn onderworpen aan de regels van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad (5) en Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (6). Overeenkomstig artikel 24 sexies, punt h), van Verordening (EU) nr. 904/2010 moeten de rol en de verantwoordelijkheden van de lidstaten en de Commissie wat betreft de verwerkingsverantwoordelijkheid voor Cesop worden vastgesteld. De lidstaten moeten gezamenlijk worden beschouwd als verwerkingsverantwoordelijken van Cesop, aangezien zij beslissen over de middelen voor de verwerking en het gebruik van de gegevens in Cesop. De Commissie moet worden beschouwd als verwerker, aangezien zij bij de uitvoering van al haar taken namens de lidstaten handelt. |
|
(9) |
Deze verordening wordt pas met ingang van 1 januari 2024 van toepassing om ze in overeenstemming te brengen met de toepassing van Verordening (EU) 2020/283 en Richtlijn (EU) 2020/284. |
|
(10) |
De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd overeenkomstig artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 en heeft op 2 februari 2022 een advies uitgebracht. |
|
(11) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité inzake administratieve samenwerking, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Technische maatregelen om Cesop op te zetten en te onderhouden
1. De Commissie ontwikkelt technische maatregelen voor het opzetten van Cesop met de volgende functionaliteiten:
|
a) |
het ontvangen van door de lidstaten toegezonden betalingsgegevens; |
|
b) |
het veilig opslaan van de betalingsgegevens gedurende een periode van maximaal 5 jaar, te rekenen vanaf het einde van het kalenderjaar waarin de lidstaten de informatie aan het systeem hebben toegezonden; |
|
c) |
het verwijderen van anomalieën en fouten in betalingsgegevens, met inbegrip van duplicaties van dezelfde betaling; |
|
d) |
het verzamelen van betalingsgegevens met betrekking tot elke begunstigde; |
|
e) |
het toestaan van zoekopdrachten en visualisatie van de betalingsgegevens in Cesop; |
|
f) |
het analyseren en verrichten van kruiscontroles van de betalingsgegevens met de gegevens die zijn opgeslagen en uitgewisseld overeenkomstig artikel 17, lid 1, punten a), b), d), e) en f), en artikel 33, lid 2, punt b), van Verordening (EU) nr. 904/2010: |
|
g) |
het verrichten van automatische analyses en het markeren van verdachte begunstigden; |
|
h) |
het in staat stellen van Eurofisc-verbindingsambtenaren om niet-automatische controles en analyses uit te voeren; |
|
i) |
het genereren van verslagen over de resultaten van de analyses en controles verricht door Cesop en de Eurofisc-verbindingsambtenaren; |
|
j) |
het voorzien in infrastructuur voor het beheer van de gebruikerstoegangscontrole voor de Eurofisc-verbindingsambtenaren; |
|
k) |
het in staat stellen van Eurofisc-verbindingsambtenaren om rechtstreeks in Cesop inlichtingen uit te wisselen over onderzoek naar en opsporing van grensoverschrijdende btw-fraude; |
|
l) |
het voorzien in de technische infrastructuur voor de lidstaten om de toegangsrechten voor hun Eurofisc-verbindingsambtenaren te beheren. |
2. De Commissie verricht de volgende taken voor het onderhoud van Cesop:
|
a) |
het waarborgen dat Cesop en zijn functionaliteiten operationeel zijn; |
|
b) |
het verrichten van onderhoud buiten de werkuren; |
|
c) |
het verstrekken van de nodige technische updates voor de goede werking en verbetering van Cesop; |
|
d) |
het behandelen van technische problemen. |
Artikel 2
Taken van de Commissie bij het technisch beheer van Cesop
De Commissie verricht de volgende taken voor het technische beheer van Cesop:
|
a) |
het bijhouden en bijwerken van de lijst van Eurofisc-verbindingsambtenaren die toegang hebben tot Cesop en hun unieke persoonlijke gebruikersidentificatie overeenkomstig artikel 5; |
|
b) |
het uitvoeren van de in artikel 6 bedoelde organisatorische en technische beveiligingsmaatregelen; |
|
c) |
het opstellen, bewaren en bijhouden van een lijst van betalingsdienstaanbieders die gegevens hebben gemeld overeenkomstig artikel 24 ter, lid 1, van Verordening (EU) nr. 904/2010, overeenkomstig de door de lidstaten verstrekte gegevens; |
|
d) |
het verlenen van automatische toegang aan Eurofisc-verbindingsambtenaren die toegang hebben tot Cesop, tot de overeenkomstig de volgens punt c) bijgehouden lijst; |
|
e) |
het verlenen van technische bijstand aan Eurofisc-verbindingsambtenaren bij het gebruik van Cesop; |
|
f) |
het verzorgen van opleidingen voor Eurofisc-verbindingsambtenaren met betrekking tot het gebruik van Cesop. |
Artikel 3
Verbinding en algehele interoperabiliteit tussen Cesop en nationale elektronische systemen
1. De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de overeenkomstig artikel 24 ter, lid 2, van Verordening (EU) nr. 904/2010 opgezette nationale elektronische systemen voor het verzamelen van betalingsinformatie functioneel zijn en in staat zijn betalingsinformatie overeenkomstig artikel 24 ter, lid 1, van die verordening te verzamelen.
2. De lidstaten geven alleen betalingsinformatie door aan Cesop waarvoor alle verplichte velden zijn ingevuld overeenkomstig artikel 243 quinquies van Richtlijn 2006/112/EG en die voldoen aan de vereisten in de bijlage bij deze verordening.
3. De Commissie zorgt voor de interoperabiliteit tussen Cesop en de in lid 1 bedoelde nationale elektronische systemen.
Artikel 4
Elektronisch standaardformulier
Het in artikel 24 ter, lid 1, punt b), van Verordening (EU) nr. 904/2010 bedoelde elektronische standaardformulier wordt ingediend in een gestandaardiseerd XML-formaat overeenkomstig de gegevenstabel in de bijlage bij deze verordening.
Artikel 5
Praktische regelingen voor Eurofisc-verbindingsambtenaren die toegang tot Cesop zullen krijgen
1. De lidstaten wijzen de Eurofisc-verbindingsambtenaren aan die toegang zullen krijgen tot Cesop, en delen hun naam en e-mailadres aan de Commissie mee.
2. De lidstaten stellen de Commissie van elke wijziging in de informatie verstrekt overeenkomstig lid 1, met inbegrip van wijzigingen in de aangewezen Eurofisc-verbindingsambtenaren, tijdig in kennis en uiterlijk 30 kalenderdagen nadat de wijziging plaatsvond.
3. De Commissie verstrekt onmiddellijk aan de in lid 1 bedoelde Eurofisc-verbindingsambtenaren een unieke persoonlijke gebruikersidentificatie om toegang te krijgen tot Cesop.
Artikel 6
Procedures voor de technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen voor het ontwikkelen en functioneren van Cesop
1. De lidstaten verstrekken de Commissie informatie over de toepassing en elke update van hun eigen beveiligingsmaatregelen op nationaal niveau.
Die informatie omvat bijzonderheden over de maatregelen die zijn genomen om ervoor te zorgen dat alleen de in artikel 5 bedoelde Eurofisc-verbindingsambtenaren toegang hebben tot Cesop, evenals bijzonderheden over de maatregelen die zijn genomen om de versleuteling van de door de lidstaten doorgegeven gegevens te waarborgen.
2. De Commissie stelt de lidstaten uiterlijk op 30 april van elk jaar, te rekenen vanaf het jaar na de datum van toepassing van deze verordening, in kennis van de maatregelen die voor de beveiliging van Cesop zijn genomen.
Die informatie bevat ten minste het volgende:
|
a) |
de beveiligingsincidenten die zich in het voorgaande jaar hebben voorgedaan en hoe deze werden opgelost; |
|
b) |
bijzonderheden over de genomen beveiligingsmaatregelen of wijzigingen aan de bestaande beveiligingsmaatregelen; |
|
c) |
een beoordeling van de bestaande beveiligingsmaatregelen en of de Commissie van oordeel is dat enige wijziging van deze maatregelen nodig is. |
Artikel 7
De rol en de verantwoordelijkheden van de verwerkingsverantwoordelijken en de verwerker
1. De lidstaten zijn gezamenlijk verwerkingsverantwoordelijken van Cesop in de zin van artikel 4, punt 7, van Verordening (EU) 2016/679. De verantwoordelijkheden van de verwerkingsverantwoordelijken van Cesop worden vastgesteld in een overeenkomst tussen de verwerkingsverantwoordelijken, waarin de regels worden bepaald voor de uitoefening van de rechten van de betrokkene en hun plichten met betrekking tot het verstrekken van de in artikel 13 en 14 van Verordening (EU) 2016/679 bedoelde informatie.
De lidstaten zijn verantwoordelijk voor:
|
a) |
het opstellen van de technische specificaties van Cesop, en deze zo nodig aanpassen, zodat de Commissie:
|
|
b) |
het vaststellen van de regels en procedures voor de selectie van Eurofisc-verbindingsambtenaren die toegang zullen krijgen tot Cesop; |
|
c) |
het beantwoorden van verzoeken van betrokkenen met betrekking tot de uitoefening van de rechten voorzien in hoofdstuk III van Verordening (EU) 2016/679. |
2. De Commissie is de verwerker van Cesop in de zin van artikel 3, punt 12, van Verordening (EU) 2018/1725.
De Commissie:
|
a) |
verwerkt de persoonsgegevens namens de lidstaten op basis van hun instructies en bewaart de documentatie voor die instructies; |
|
b) |
waarborgt de vertrouwelijkheid van persoonsgegevens wanneer deze in het kader van deze verordening worden verwerkt; |
|
c) |
voorziet in de nodige technische infrastructuur zodat de lidstaten kunnen reageren op de in lid 1, punt c), bedoelde verzoeken; |
|
d) |
staat de lidstaten bij om de in de artikelen 33 tot en met 41 van Verordening (EU) 2016/679 neergelegde verplichtingen na te komen; |
|
e) |
verzekert de verwijdering van alle persoonsgegevens opgeslagen in Cesop overeenkomstig artikel 24 quater, lid 2, van Verordening (EU) nr. 904/2010; |
|
f) |
stelt de lidstaten alle informatie ter beschikking die nodig is om de naleving van de in dit artikel vastgestelde verplichtingen aan te tonen en audits mogelijk te maken en daaraan bij te dragen, met inbegrip van inspecties, verricht door de lidstaten of een andere door de lidstaten gemachtigde auditor, met volledige inachtneming van Protocol (Nr. 7) bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie. |
Artikel 8
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2024.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 6 april 2022.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 268 van 12.10.2010, blz. 1.
(2) Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1).
(3) Richtlijn (EU) 2020/284 van de Raad van 18 februari 2020 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft de invoering van bepaalde voorschriften voor betalingsdienstaanbieders (PB L 62 van 2.3.2020, blz. 7).
(4) Verordening (EU) 2020/283 van de Raad van 18 februari 2020 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 904/2010 wat betreft maatregelen ter versterking van de administratieve samenwerking om btw-fraude te bestrijden (PB L 62 van 2.3.2020, blz. 1).
(5) Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).
(6) Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).
BIJLAGE
Elektronisch formulier voor het doorgeven van gegevens
|
Vak nr.. |
Naam gegevenselement |
Artikel 243 quinquies |
Omschrijving |
Voorbeeld formaat |
Verplicht |
Verrichte controles bij het doorgeven aan Cesop |
||||||
|
1 |
BIC-/ID-rapportage betalingsdienstaanbieder |
lid 1, punt a) |
BIC zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 16, van Verordening (EU) nr. 260/2012 van het Europees Parlement en de Raad (1) of een andere bedrijfsidentificatiecode die de betalingsdienstaanbieder die de gegevens doorgeeft ondubbelzinnig identificeert. |
BIC van de betalingsdienstaanbieder die de gegevens verstrekt. |
Ja |
Aanwezigheid, syntactische controle van de BIC |
||||||
|
2 |
Naam begunstigde |
lid 1, punt b) |
Alle namen van de begunstigde zoals beschikbaar in de registers van de betalingsdienstaanbieders, met inbegrip van de wettelijke naam en de handelsnaam. |
Naam kaartacceptant, naam handelaar, naam crediteur. |
Ja |
Aanwezigheid |
||||||
|
3 |
Btw/FIN begunstigde |
lid 1, punt c) |
Btw-identificatienummer en/of een ander nationaal fiscaal nummer van de begunstigde. |
|
Facultatief Verplicht |
Syntactische controle van de btw-nummers van de EU-lidstaten |
||||||
|
4 |
Rekening-ID van de begunstigde |
lid 1, punt d) |
IBAN zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 15, van Verordening (EU) nr. 260/2012 of, indien niet beschikbaar, een andere identificatiecode die de bij de transactie betrokken begunstigde ondubbelzinnig identificeert en zijn locatie geeft. |
IBAN, ID kaartacceptant, ID handelaar, identificatiecode e-rekening. |
Ja wanneer middelen naar een betaalrekening van de begunstigde worden overgemaakt |
Aanwezigheid, syntactische controle van het IBAN |
||||||
|
5 |
BIC/ID begunstigde betalingsdienstaanbieder |
lid 1, punt e) |
BIC of een andere bedrijfsidentificatiecode die de namens de begunstigde handelende betalingsdienstaanbieder ondubbelzinnig identificeert en diens locatie geeft, indien de begunstigde middelen ontvangt zonder over een betaalrekening te beschikken. |
BIC. |
Alleen wanneer de begunstigde middelen ontvangt zonder dat hij een betaalrekening heeft |
Aanwezigheid, syntactische controle van de BIC |
||||||
|
6 |
Adres begunstigde |
lid 1, punt f) |
Alle adressen van de begunstigde zoals beschikbaar in de registers van de betalingsdienstaanbieders (officieel adres, kantooradres, adres opslagplaats). |
Straat kaartacceptant, adres handelaar, adres rekeninghouder. |
Facultatief Verplicht |
|
||||||
|
7 |
Terugbetaling |
lid 1, punt h) |
Elke verwijzing dat de transactie een terugbetaling is, en link naar de eerdere gemelde transactie. |
|
Indien van toepassing |
Aanwezigheid |
||||||
|
8 |
Datum/tijdstip |
lid 2, punt a) |
De datum en het tijdstip van de verrichting van de betalingstransactie of de terugbetaling. |
Aankoopdatum, uitvoeringsdatum, datum waarop de transactie is aangemaakt. |
Ja |
Aanwezigheid, syntactische controle |
||||||
|
9 |
Bedrag |
lid 2, punt b) |
Bedrag van de betalingstransactie of van de terugbetaling. |
|
Ja |
Aanwezigheid |
||||||
|
10 |
Valuta |
lid 2, punt b) |
Valuta van de betalingstransactie of van de terugbetaling. |
|
Ja |
Aanwezigheid, syntactische controle van de valutacode |
||||||
|
11 |
Lidstaat van oorsprong van de betaling |
lid 2, punt c) |
Lidstaat van oorsprong van de door de begunstigde ontvangen betaling. |
Landcode van de betaler. |
Indien de transactie een betaling is |
Aanwezigheid, syntactische controle van de landcode |
||||||
|
12 |
Lidstaat van bestemming van de terugbetaling |
lid 2, punt c) |
Lidstaat van bestemming van de terugbetaling. |
Landcode van de begunstigde van de terugbetaling. |
Indien de transactie een terugbetaling is als in vak 7 |
Aanwezigheid, syntactische controle van de landcode |
||||||
|
13 |
Informatie over de locatie van de betaler |
lid 2, punt c) |
Vermelding van de informatie die is gebruikt om de oorsprong van de betaling of de bestemming van de terugbetaling te bepalen. De bijzonderheden van de informatie worden niet doorgegeven om identificatie van de betaler te voorkomen. |
Betalingsdienstaanbieders vermelden dat de locatie is afgeleid uit
De ID zelf (IBAN-nummer, BIN-nummer, adres) mag nooit worden doorgegeven. |
Ja |
Aanwezigheid |
||||||
|
14 |
ID transactie |
lid 2, punt d) |
Alle verwijzingen die de betalingstransactie ondubbelzinnig identificeren. |
Verwijzing accepteerder, ID transactie. |
Ja |
Aanwezigheid |
||||||
|
15 |
Fysieke aanwezigheid |
lid 2, punt e) |
Elke verwijzing waaruit de aanwezigheid van de betaler in de fysieke bedrijfsruimten van de handelaar bij het initiëren van de betaling blijkt. |
Invoermodus verkooppunt |
Indien van toepassing |
Aanwezigheid |
(1) Verordening (EU) nr. 260/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot vaststelling van technische en bedrijfsmatige vereisten voor overmakingen en automatische afschrijvingen in euro en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 924/2009 (PB L 94 van 30.3.2012, blz. 22).
BESLUITEN
|
12.9.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 235/28 |
BESLUIT (GBVB) 2022/1505 VAN DE RAAD
van 9 september 2022
tot wijziging van Besluit 2012/392/GBVB betreffende de GVDB-missie van de Europese Unie in Niger (EUCAP Sahel Niger)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 42, lid 4, en artikel 43, lid 2,
Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 16 juli 2012 heeft de Raad Besluit 2012/392/GBVB (1) vastgesteld, waarbij een GVDB-missie van de Europese Unie ingesteld werd in Niger ter ondersteuning van de capaciteitsopbouw van de Nigerese veiligheidsactoren met het oog op de bestrijding van terrorisme en georganiseerde criminaliteit (EUCAP Sahel Niger). |
|
(2) |
Op 7 september 2020 heeft de Raad Besluit (GBVB) 2020/1254 (2) vastgesteld en de missie tot en met 30 september 2022 verlengd. |
|
(3) |
Op 15 juni 2022 heeft het Politiek en Veiligheidscomité (PVC) de strategische evaluatie van de missie besproken en besloten EUCAP Sahel Niger te verlengen tot en met 30 september 2024. Op 28 juni 2022 is het PVC bij de afsluiting van de strategische evaluatie van de missie bovendien onder meer overeengekomen dat de missie in het kader van haar mandaat gerubriceerde EU-informatie moet kunnen uitwisselen met de agentschappen van de Unie op het gebied van justitie en binnenlandse zaken. |
|
(4) |
Besluit 2012/392/GBVB moet dienovereenkomstig gewijzigd worden. |
|
(5) |
EUCAP Sahel Niger zal uitgevoerd worden in een situatie die kan verslechteren en de verwezenlijking van de doelstellingen van het externe optreden van de Unie als uiteengezet in artikel 21 van het Verdrag betreffende de Europese Unie kan hinderen, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Besluit 2012/392/GBVB wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
In artikel 3 wordt lid 4 vervangen en wordt een nieuw lid toegevoegd, als volgt: “4. EUCAP Sahel Niger, in nauwe samenwerking met de delegatie van de Unie in Niamey, ontwikkelt en voert een communicatiestrategie uit om de waarden van de EU en het optreden van de EU in de Sahel, met name in Niger, te bevorderen. 5. EUCAP Sahel Niger verricht geen uitvoerende taken.”. |
|
2) |
Aan artikel 13, lid 1, wordt de volgende alinea toegevoegd: “Het financiële referentiebedrag dat de uitgaven in verband met EUCAP Sahel Niger voor de periode van 1 oktober 2022 tot en met 30 september 2024 moet dekken, bedraagt 72 161 381,16 EUR.”. |
|
3) |
Aan artikel 14 wordt het volgende lid toegevoegd: “4. Het hoofd van de missie werkt samen met andere GVDB-missies, met name met EUCAP Sahel Mali, met inbegrip van de regionale advies- en coördinatiecel, en met EUBAM Libië.”. |
|
4) |
In artikel 15 wordt lid 4 vervangen en wordt een nieuw lid toegevoegd, als volgt: “4. De hoge vertegenwoordiger is gemachtigd om aan de agentschappen van de Unie op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, met name aan Frontex en Europol, gerubriceerde EU-informatie vrij te geven die ten behoeve van EUCAP Sahel Niger is opgesteld, met inachtneming van het respectieve rubriceringsniveau, overeenkomstig Besluit 2013/488/EU. Daartoe worden technische regelingen uitgewerkt. 5. De hoge vertegenwoordiger kan de in de leden 1 tot en met 4 bedoelde bevoegdheden, alsook de bevoegdheid om de in de leden 2 en 4 bedoelde regelingen te sluiten, delegeren aan personen die onder zijn gezag staan, aan de civiele operationele commandant en/of aan het hoofd van de missie.”. |
|
5) |
In artikel 16 wordt de tweede zin vervangen door: “Het is van toepassing tot en met 30 september 2024.”. |
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.
Gedaan te Brussel, 9 september 2022.
Voor de Raad
De voorzitter
J. SÍKELA
(1) Besluit 2012/392/GBVB van de Raad van 16 juli 2012 betreffende de GVDB-missie van de Europese Unie in Niger (EUCAP SAHEL Niger) (PB L 187 van 17.7.2012, blz. 48).
(2) Besluit (GBVB) 2020/1254 van de Raad van 7 september 2020 tot wijziging van Besluit 2012/392/GBVB betreffende de GVDB-missie van de Europese Unie in Niger (EUCAP Sahel Niger) (PB L 294 van 8.9.2020, blz. 3).
|
12.9.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 235/30 |
BESLUIT (GBVB) 2022/1506 VAN DE RAAD
van 9 september 2022
betreffende een optreden van de Europese Unie ter ondersteuning van de ontwikkeling van informatietechnologie-instrumenten voor een betere verspreiding van informatie over beperkende maatregelen van de Unie
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 28, lid 1,
Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Beperkende maatregelen die de Raad vaststelt op basis van artikel 29 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en op basis van artikel 215 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, zijn een essentieel instrument van buitenlands beleid voor het externe optreden van de Unie. |
|
(2) |
Om die maatregelen doeltreffend te maken, is het van essentieel belang dat informatie over in de Unie geldende beperkende maatregelen breed verspreid wordt en gemakkelijk toegankelijk is en dat informatie uitgewisseld wordt tussen de lidstaten, belanghebbenden en de Commissie. |
|
(3) |
De Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne heeft aangetoond dat dringend actie ondernomen moet worden om de lidstaten en de marktdeelnemers beter in staat te stellen de beperkende maatregelen die op 24 februari 2022 aangenomen zijn, uit te voeren. De stijgende vraag naar doeltreffende toepassing van beperkende maatregelen, nieuwe vereisten die voortvloeien uit de ongekende reikwijdte en aard van beperkende maatregelen, en de behoefte aan beveiligde communicatie en nauwe samenwerking tussen de lidstaten, belanghebbenden en de Commissie voor de uitvoering ervan, vereisen nieuwe of betere en meer beveiligde informatietechnologie-instrumenten. |
|
(4) |
Er moet in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid dringend operationeel opgetreden worden om de ontwikkeling van de nodige applicaties en databanken te ondersteunen, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Doelstelling en toepassingsgebied
1. De Unie biedt ondersteuning voor de ontwikkeling van de applicaties en databanken die nodig zijn om informatie te verstrekken over in de Unie geldende beperkende maatregelen en om ervoor te zorgen dat die informatie gemakkelijk toegankelijk is, met name voor marktdeelnemers die betrokken zijn bij de toepassing ervan, alsook voor de ontwikkeling van informatietechnologie-instrumenten waarmee de lidstaten, belanghebbenden en de Commissie op een beveiligde manier informatie kunnen uitwisselen.
2. Die verbeterde informatietechnologie-instrumenten ondersteunen met name de uitvoering van de rapportageverplichtingen van de lidstaten, zonder dat daarbij nieuwe rapportageverplichtingen gecreëerd worden. Waar nodig wordt binnen de Raad overleg gepleegd over rapportageregelingen met aanzienlijke gevolgen voor de nationale overheden.
Artikel 2
Financiële regelingen
1. Het financiële referentiebedrag voor de uitvoering van het in artikel 1 bedoelde optreden bedraagt 450 000 EUR.
2. Alle uitgaven worden door de Commissie beheerd overeenkomstig de voorschriften en procedures die van toepassing zijn op de algemene begroting van de Unie.
Artikel 3
Commercieel gevoelige informatie
Bij de ontwikkeling van de verbeterde informatietechnologie-instrumenten voor sancties zorgt de Commissie ervoor dat commercieel gevoelige informatie door middel van passende technische beveiligingsmaatregelen naar behoren beschermd wordt.
Artikel 4
Inwerkingtreding en duur
Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.
Het is van toepassing tot en met 31 december 2024.
Gedaan te Brussel, 9 september 2022.
Voor de Raad
De voorzitter
J. SÍKELA
|
12.9.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 235/32 |
BESLUIT (GBVB) 2022/1507 VAN DE RAAD
van 9 september 2022
tot wijziging van Besluit 2014/119/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen vanwege de situatie in Oekraïne
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 29,
Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 5 maart 2014 heeft de Raad Besluit 2014/119/GBVB (1) vastgesteld. |
|
(2) |
Op basis van een toetsing door de Raad moeten de vermeldingen voor vier personen ten aanzien van wie de beperkende maatregelen op 6 september 2022 verstreken zijn, en de informatie over hun rechten van verdediging en hun recht op effectieve rechtsbescherming, geschrapt worden uit de bijlage bij Besluit 2014/119/GBVB. |
|
(3) |
Besluit 2014/119/GBVB moet daarom dienovereenkomstig gewijzigd worden, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Besluit 2014/119/GBVB wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
In artikel 5 wordt de tweede alinea vervangen door: “Dit besluit is van toepassing tot en met 6 maart 2023.”. |
|
2) |
De bijlage wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij dit besluit. |
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 9 september 2022.
Voor de Raad
De voorzitter
J. SÍKELA
(1) Besluit 2014/119/GBVB van de Raad van 5 maart 2014 betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in het licht van de situatie in Oekraïne (PB L 66 van 6.3.2014, blz. 26).
BIJLAGE
De bijlage bij Besluit 2014/119/GBVB wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
In deel A (“Lijst van in artikel 1 bedoelde personen, entiteiten en lichamen”) worden de vermeldingen betreffende de volgende personen geschrapt:
|
|
2) |
In deel B (“Rechten van verdediging en recht op effectieve rechtsbescherming”) wordt de informatie met betrekking tot de volgende personen geschrapt:
|
|
12.9.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 235/34 |
BESLUIT (GBVB) 2022/1508 VAN DE RAAD
van 9 september 2022
betreffende de tijdelijke opvang van een aantal Palestijnen door lidstaten van de Europese Unie
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 29 en artikel 31, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Raad heeft op 4 mei 2020 Besluit (GBVB) 2020/610 (1) vastgesteld, op grond waarvan de geldigheid van de nationale vergunningen van een aantal Palestijnen om het grondgebied van de in Gemeenschappelijk Standpunt 2002/400/GBVB van de Raad (2) bedoelde lidstaten te betreden en daar te verblijven, met nog eens 24 maanden werd verlengd. |
|
(2) |
Op basis van een evaluatie van de toepassing van Gemeenschappelijk Standpunt 2002/400/GBVB acht de Raad het gepast de geldigheidsduur van die vergunningen met nog eens 24 maanden te verlengen, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 2 van Gemeenschappelijk Standpunt 2002/400/GBVB bedoelde lidstaten verlengen de geldigheidsduur van de op grond van artikel 3 van dat Gemeenschappelijk Standpunt verleende nationale vergunningen om hun grondgebied te betreden en daar te verblijven met nog eens 24 maanden, met ingang van 31 januari 2022.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.
Gedaan te Brussel, 9 september 2022.
Voor de Raad
De voorzitter
J. SÍKELA
(1) Besluit (GBVB) 2020/610 van de Raad van 4 mei 2020 betreffende de tijdelijke opvang van een aantal Palestijnen door lidstaten van de Europese Unie (PB L 142 van 5.5.2020, blz. 5).
(2) Gemeenschappelijk standpunt 2002/400/GBVB van de Raad van 21 mei 2002 betreffende de tijdelijke opvang van een aantal Palestijnen door lidstaten van de Europese Unie (PB L 138 van 28.5.2002, blz. 33).
|
12.9.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 235/35 |
UITVOERINGSBESLUIT (GBVB) 2022/1509 VAN DE RAAD
van 9 september 2022
tot uitvoering van Besluit (GBVB) 2015/1333 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 31, lid 2,
Gezien Besluit (GBVB) 2015/1333 van de Raad van 31 juli 2015 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië en tot intrekking van Besluit 2011/137/GBVB (1), en met name artikel 12, lid 1,
Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Raad heeft op 31 juli 2015 Besluit (GBVB) 2015/1333 vastgesteld. |
|
(2) |
Het comité van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (“VN-Veiligheidsraad”), ingesteld op grond van Resolutie 1970 (2011) van de VN-Veiligheidsraad, heeft op 18 juli 2022 de gegevens met betrekking tot een persoon die aan beperkende maatregelen onderworpen is, geactualiseerd. |
|
(3) |
De bijlagen I en III bij Besluit (GBVB) 2015/1333 moeten bijgevolg dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlagen I en III bij Besluit (GBVB) 2015/1333 worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 9 september 2022.
Voor de Raad
De voorzitter
J. SÍKELA
BIJLAGE
In bijlage I en bijlage III bij Besluit (GBVB) 2015/1333 wordt vermelding 6 vervangen door:
|
“6. |
Naam: 1: ABU 2: ZAYD 3: UMAR 4: DORDA Titel: nvt Functie: a) Directeur externe veiligheidsorganisatie. b) Hoofd van het bureau externe inlichtingen. Geboortedatum: 4 april 1944 Geboorteplaats: Alrhaybat Zekere alias: a) Dorda Abuzed OE b) Abu Zayd Umar Hmeid Dorda Onzekere alias: nvt Nationaliteit: nvt Paspoortnummer: Libië nummer FK117RK0, afgegeven op 25 november 2018, afgegeven in Tripoli (vervaldatum: 24 november 2026) Nationaal identiteitsnr.: nvt Adres: Libië (vermoedelijke status/verblijfplaats: overleden) Op de lijst geplaatst op: 26 februari 2011 (gewijzigd op 27 juni 2014, 1 april 2016, 25 februari 2020, 18 juli 2022) Overige informatie: op de lijst geplaatst uit hoofde van punt 15 van Resolutie 1970 (reisverbod). Op 17 maart 2011 op de lijst geplaatst uit hoofde van punt 17 van Resolutie 1970 (bevriezing van tegoeden).”. |
|
12.9.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 235/37 |
UITVOERINGSBESLUIT (GBVB) 2022/1510 VAN DE RAAD
van 9 september 2022
tot uitvoering van Besluit (GBVB) 2016/849 betreffende beperkende maatregelen tegen de Democratische Volksrepubliek Korea
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 31, lid 2,
Gezien Besluit (GBVB) 2016/849 van de Raad van 27 mei 2016 betreffende beperkende maatregelen tegen de Democratische Volksrepubliek Korea en tot intrekking van Besluit 2013/183/GBVB (1), en met name artikel 33, lid 1,
Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 27 mei 2016 heeft de Raad Besluit (GBVB) 2016/849 vastgesteld. |
|
(2) |
Op 26 juli 2022 heeft het Comité van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties dat is opgericht op grond van Resolutie 1718 (2006) van de VN-Veiligheidsraad (VNVR) de informatie geactualiseerd over 20 personen en 24 entiteiten die aan beperkende maatregelen onderworpen zijn. |
|
(3) |
Bijlage I bij Besluit (GBVB) 2016/849 moet bijgevolg dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage I bij Besluit (GBVB) 2016/849 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 9 september 2022.
Voor de Raad
De voorzitter
J. SÍKELA
BIJLAGE
1)
In bijlage I bij Besluit (GBVB) 2016/849, onder “A. Personen”, worden de vermeldingen 1, 4, 8, 12, 13, 17, 19, 23, 24, 28, 35, 36, 40, 41, 48, 50, 53, 63, 68 en 78 vervangen door:|
|
Naam |
Alias |
Geboortedatum |
Datum van aanwijzing door de VN |
Motivering |
|
“1. |
Yun Ho-jin |
Yun Ho-chin |
Geboortedatum: 13.10.1944 Nationaliteit: DPRK (Noord-Korea) Adres: Pyongyang, DPRK (Noord-Korea) |
16.7.2009 |
Directeur van Namchongang Trading Corporation; leidt de invoer van materiaal dat nodig is voor het uraniumverrijkingsprogramma. |
|
4. |
Ri Hong-sop |
|
Geboortedatum: 1940 Nationaliteit: DPRK (Noord-Korea) Adres: Pyongyang, DPRK (Noord-Korea) |
16.7.2009 |
Voormalig directeur van het nucleair onderzoekscentrum van Yongbyon, en hoofd van het Nuclear Weapons Institute (instituut voor kernwapens), gaf leiding aan drie essentiële activiteiten ter ondersteuning van de productie van plutonium voor kernwapens: de splijtstofproductie-installatie, de kernreactor en de opwerkingsfabriek. |
|
8. |
Ra Ky'ong-Su |
Ra Kyung-Su; Chang, Myong Ho; Chang Myo'ng-Ho; Chang Myong-Ho |
Geboortedatum: 4.6.1954 Paspoort: 645120196 Nationaliteit: DPRK (Noord-Korea) |
22.1.2013 |
Ra Ky'ong-Su is functionaris bij Tanchon Commercial Bank (TCB). In deze hoedanigheid heeft hij transacties voor TCB gefaciliteerd. Tanchon Commercial Bank is in april 2009 door het Sanctiecomité aangewezen als de voornaamste financiële entiteit van de DVK, die belast is met de verkoop van conventionele wapens, ballistische raketten en goederen voor de assemblage en vervaardiging van dergelijke wapens. |
|
12. |
Mun Cho'ng-Ch'o'l |
|
Nationaliteit: DPRK (Noord-Korea) Adres: C/O Tanchon Commercial Bank, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea), Saemaeul 1-Dong, Pyongchon District |
7.3.2013 |
Mun Cho'ng-Ch'o'l is functionaris bij de Tanchon Commercial Bank (TCB). In deze hoedanigheid heeft hij transacties voor TCB gefaciliteerd. Tanchon Commercial Bank is in april 2009 door het Sanctiecomité aangewezen en is de voornaamste financiële entiteit van de DVK, die belast is met de verkoop van conventionele wapens, ballistische raketten en goederen voor de assemblage en vervaardiging van dergelijke wapens. |
|
13. |
Choe Chun-Sik |
Choe Chun Sik; Ch'oe Ch'un Sik |
Geboortedatum: 12.10.1954 Nationaliteit: DPRK (Noord-Korea) Adres: DPRK (Noord-Korea) |
2.3.2016 |
Choe Chun-Sik was directeur van de Tweede Academie voor Natuurwetenschappen en had de leiding over het programma voor langeafstandsraketten van Noord-Korea. |
|
17. |
Jang Yong Son |
|
Geboortedatum: 20.2.1957 Nationaliteit: DPRK (Noord-Korea) Paspoort: 563110024 (afgegeven door Noord-Korea) |
2.3.2016 |
Vertegenwoordiger voor Korea Mining Development Trading Corporation (KOMID). Vertegenwoordigde KOMID in Iran. |
|
19. |
Kang Mun Kil |
Jiang Wen-ji; Jian Wenji |
Paspoort: PS 472330208 (geldig tot 4.7.2017) Nationaliteit: DPRK (Noord-Korea) Adres: DPRK (Noord-Korea) |
2.3.2016 |
Kang Mun Kil had de leiding over de aankoopactiviteiten op nucleair gebied als vertegenwoordiger van Namchongang, ook bekend als Namhung. |
|
23. |
Kim Tong My'ong |
Kim Chin-So'k; Kim Tong-Myong; Kim Jin-Sok; Kim, Hyok-Chol; Kim Tong-Myo'ng; Kim Tong Myong; Kim Hyok Chol |
Geboortedatum: a) 1964 b) 28.8.1962 Nationaliteit: DPRK (Noord-Korea) Paspoort: 290320764 (afgegeven door Noord-Korea) |
2.3.2016 |
Kim Tong My'ong is president van Tanchon Commercial Bank (TCB) en bekleedde verschillende posities binnen TCB, ten minste vanaf 2002. Hij heeft ook een rol gespeeld bij het beheer van de zaken van Amroggang. |
|
24. |
Kim Yong Chol |
Kim Yong-Chol; Kim Young-Chol; Kim Young-Cheol; Young-Chul |
Geboortedatum: 18.2.1962 Nationaliteit: DPRK (Noord-Korea) Paspoort: 472310168 (afgegeven door Noord-Korea) |
2.3.2016 |
Vertegenwoordiger voor KOMID. Vertegenwoordigde KOMID in Iran. |
|
28. |
Yu Chol U |
|
Geboortedatum: 8.8.1959 Nationaliteit: DPRK (Noord-Korea) Adres: DPRK (Noord-Korea) |
2.3.2016 |
Yu Chol U is directeur van de Nationale Dienst voor ruimtevaartontwikkeling. |
|
35. |
Kim Chol Sam |
Jin Tiesan (金铁三) |
Geboortedatum: 11.3.1971 Nationaliteit: DPRK (Noord-Korea) Paspoort: 645120378 (afgegeven door Noord-Korea) |
30.11.2016 |
Kim Chol Sam is vertegenwoordiger voor Daedong Credit Bank (DCB), die betrokken was bij het beheer van transacties voor rekening van DCB Finance Limited. Vermoed wordt dat Kim Chol Sam, als in het buitenland gevestigde vertegenwoordiger van DCB, medewerking heeft verleend aan transacties ter waarde van honderdduizenden dollars en waarschijnlijk miljoenen dollars heeft beheerd op aan Noord-Korea gerelateerde rekeningen met mogelijke banden met programma's inzake kernwapens en raketten. |
|
36. |
Kim Sok Chol |
|
Paspoort: 472310082 Geboortedatum: 8.5.1955 Nationaliteit: DPRK (Noord-Korea) Adres: Myanmar |
30.11.2016 |
Was ambassadeur van Noord-Korea in Myanmar en werkt als KOMID-facilitator. Werd door KOMID betaald voor zijn hulp en organiseert vergaderingen namens KOMID, waaronder een ontmoeting tussen KOMID en defensiegerelateerde personen uit Myanmar, over financiële aangelegenheden. |
|
40. |
Cho Il U |
Cho Il Woo; Cho Ch'o'l; Jo Chol |
Geboortedatum: 10.5.1945 Geboorteplaats: Musan, North Hamgyo'ng Province, DPRK (Noord-Korea) Nationaliteit: DPRK (Noord-Korea) Paspoort: 736410010 Adres: DPRK (Noord-Korea) |
2.6.2017 |
Directeur van het vijfde bureau van het algemeen verkenningsbureau. Cho zou belast zijn met overzeese spionageactiviteiten en het verzamelen van buitenlandse inlichtingen voor Noord-Korea. |
|
41. |
Cho Yon Chun |
Jo Yon Jun |
Geboortedatum: 28.9.1937 Nationaliteit: DPRK (Noord-Korea) Adres: DPRK (Noord-Korea) |
2.6.2017 |
Vicedirecteur van de afdeling Organisatie en Sturing, die de leiding heeft bij de aanwijzing van belangrijk personeel voor de Koreaanse Arbeiderspartij en het Noord-Koreaanse leger. |
|
48. |
Paek Se Bong |
Paek Se Pong |
Geboortedatum: 21.3.1938 Nationaliteit: DPRK (Noord-Korea) |
2.6.2017 |
Paek Se Bong is een voormalig voorzitter van de Tweede Economische Commissie, een voormalig lid van de Nationale Defensiecommissie en een voormalig vicedirecteur van het Munitions Industry Department (MID). |
|
50. |
Pak To Chun |
Pak Do Chun; Pak To'-Ch'un |
Geboortedatum: 9.3.1944 Nationaliteit: DPRK (Noord-Korea) |
2.6.2017 |
Pak To Chun is een voormalig secretaris van het Munitions Industry Department (MID) en thans raadgever inzake aangelegenheden in verband met nucleaire en rakettenprogramma's. Hij is een voormalig lid van de commissie Staatsaangelegenheden en lid van het politiek bureau van de Koreaanse Arbeiderspartij. |
|
53. |
Ri Yong Mu |
Ri Yong-Mu |
Geboortedatum: 25.1.1925 Nationaliteit: DPRK (Noord-Korea) Adres: DPRK (Noord-Korea) |
2.6.2017 |
Ri Yong Mu is een vicevoorzitter van de commissie Staatsaangelegenheden, die leiding heeft over en sturing geeft aan alle militaire, defensie- en veiligheidsgerelateerde aangelegenheden van de DVK, met inbegrip van verwerving en aankoop. |
|
63. |
Pak Yong Sik |
Pak Yo'ng-sik |
Geboortedatum: 1950 Nationaliteit: DPRK (Noord-Korea) Adres: DPRK (Noord-Korea) |
11.9.2017 |
Lid van het Centraal Militair Comité van de Koreaanse Arbeiderspartij, dat verantwoordelijk is voor de ontwikkeling en uitvoering van het militaire beleid van de Koreaanse Arbeiderspartij, het commando voert over en de controle uitoefent op het Noord-Koreaanse leger, en mede leiding geeft aan de defensie-industrie van het land. |
|
68. |
Kim Tong Chol |
Kim Tong-ch'o'l |
Geboortedatum: 28.1.1966 Nationaliteit: DPRK (Noord-Korea) Geslacht: mannelijk Paspoort: a) 927234267 b) 108120258 (op 14 februari 2018 afgegeven door Noord-Korea; geldig tot 14 februari 2023) |
22.12.2017 |
Kim Tong Chol is een internationaal vertegenwoordiger van Foreign Trade Bank. |
|
78. |
Ri Song Hyok |
Li Cheng He |
Geboortedatum: 19.3.1965 Nationaliteit: DPRK (Noord-Korea) Geslacht: mannelijk Paspoort: 654234735 (afgegeven door Noord-Korea) |
22.12.2017 |
Ri Song Hyok is een internationaal vertegenwoordiger voor Koryo Bank en Koryo Credit Development Bank, en heeft naar verluidt dekmantelbedrijven opgericht om producten aan te kopen en financiële transacties te verrichten voor rekening van Noord-Korea.” |
2)
In bijlage I bij Besluit (GBVB) 2016/849, onder “B. Entiteiten”, worden de vermeldingen 4, 8, 20, 22, 23, 30, 36, 42, 44, 45, 47, 50, 56, 57, 58, 61, 62, 63, 64, 65, 67, 68, 70 en 75 vervangen door:|
|
Naam |
Alias |
Locatie |
Datum van aanwijzing door de VN |
Overige informatie |
||
|
“4. |
Namchongang Trading Corporation |
a) NCG; b) NAMCHONGANG TRADING; c) NAM CHON GANG CORPORATION; d) NOMCHONGANG TRADING CO.; e) NAM CHONG GAN TRADING CORPORATION; f) Namhung Trading Corporation; g) Korea Daeryonggang Trading Corporation; h) Korea Tearyonggang Trading Corporation |
a) Chilgol, Pyongyang, Democratic People's Republic of Korea (Democratische Volksrepubliek Korea), b) Sengujadong 11-2/(of Kwangbok-dong), Mangyongdae District, Pyongyang, Democratic People's Republic of Korea (Democratische Volksrepubliek Korea); Telefoonnummers: +850-2-18111, 18222 (ext. 8573); Faxnummer: +850-2-381-4687 |
16.7.2009 |
Namchongang is een Noord-Koreaanse handelsmaatschappij, ondergeschikt aan het General Bureau of Atomic Energy (GBAE). Namchongang was betrokken bij de aankoop van Japanse vacuümpompen die gesignaleerd zijn in een Noord-Koreaanse kerninstallatie, en bij de aankoop van nucleair materiaal via een Duitser. Het bedrijf was ook vanaf eind jaren negentig betrokken bij de aankoop van aluminiumbuizen en andere materialen die speciaal geschikt zijn voor een uraniumverrijkingsprogramma. Het bedrijf wordt vertegenwoordigd door een voormalig diplomaat die de Democratische Volksrepubliek Korea vertegenwoordigde toen de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA) in 2007 de nucleaire installatie van Yongbyon inspecteerde. De activiteiten van Namchongang op het gebied van proliferatie zijn een bron van grote zorg gezien de proliferatieactiviteiten van de DVK in het verleden. |
||
|
8. |
Korean Tangun Trading Corporation |
a) Kuryonggang Trading Corporation b) Ryungseng Trading Corporation c) Ryung Seng Trading Corporation d) Ryungsong Trading Corporation e) Kore Kuryonggang Trading Corporation |
Pyongyang, DPRK (Noord-Korea) |
16.7.2009 |
Korea Tangun Trading Corporation is ondergeschikt aan de Tweede Academie voor natuurwetenschappen van de DVK en is de hoofdverantwoordelijke voor de aankoop van producten en technologieën ten behoeve van onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's op defensiegebied, met inbegrip van (maar niet beperkt tot) de ontwikkeling en aankoop van massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen, ook van goederen die op grond van multilaterale regelingen gecontroleerd worden of verboden zijn. |
||
|
20. |
Ocean Maritime Management Company, Limited |
a) East Sea Shipping Company; b) Korea Mirae Shipping Co. Ltd; c) Haeyang Crew Management Company |
Adres: Donghung Dong, Central District. PO BOX 120. Pyongyang, DPRK (Noord-Korea); Alternatief adres: Dongheung-dong Changwang Street, Chung-Ku, PO BOX 125, Pyongyang; IMO-nummer: 1790183 |
28.7.2014 |
Ocean Maritime Management Company, Limited is de exploitant/beheerder van het schip Chong Chon Gang. Speelde een belangrijke rol in de organisatie van het vervoer in juli 2013 van verborgen ladingen wapens en aanverwant materiaal van Cuba naar de DVK. Ocean Maritime Management Company, Limited, heeft op die wijze bijgedragen aan activiteiten die bij resoluties verboden waren, zoals het bij Resolutie 1718 (2006), als gewijzigd bij Resolutie 1874 (2009), ingestelde wapenembargo en aan het ontwijken van de bij die resoluties ingestelde maatregelen. |
||
|
|
Vaartuigen met IMO-nummer: |
|
|
|
|
||
|
|
8606173 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
8909575 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
8916293 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
9041552 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
8330815 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
8405270 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
8018900 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
8829593 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
8713471 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
9361407 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
8829555 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
8625545 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
9314650 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
8987333 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
8018912 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
8819017 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
8133530 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
8412467 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
7640378 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
9009085 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
7937317 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
|
8661575 |
|
|
2.3.2016 |
|
||
|
22. |
Chongchongang Shipping Company |
a) Chong Chon Gang Shipping Co. Ltd; b) Chongchongang Shipping Co LTD |
Adres: 817 Haeun, Donghung-dong, Central District, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea); Alternatief adres: 817, Haeum, Tonghun-dong, Chung-gu, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea); IMO-nummer: 5342883 |
2.3.2016 |
Chongchongang Shipping Company heeft in juli 2013 getracht, met het schip de Chong Chon Gang, een illegale lading conventionele wapens rechtstreeks in Noord-Korea in te voeren. |
||
|
23. |
Daedong Credit Bank (DCB) |
a) DCB b) Taedong Credit Bank c) Dae-Dong Credit Bank |
Adres: Suite 401, Potonggang Hotel, Ansan-Dong, Pyongchon District, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea); Alternatief adres: Ansan-dong, Botonggang Hotel, Pongchon, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea); SWIFT: DCBKKPPY |
2.3.2016 |
Daedong Credit Bank (DCB) heeft financiële diensten verleend aan de Korea Mining Development Trading Corporation (KOMID) en de TCB. DCB heeft ten minste sinds 2007 honderden financiële transacties met een waarde van miljoenen dollars namens de KOMID en de TCB gefaciliteerd. In sommige gevallen heeft DCB willens en wetens transacties gefaciliteerd door middel van bedrieglijke financiële praktijken. |
||
|
30. |
Office 39 |
Office #39; Office No. 39; Bureau 39; Central Committee Bureau 39; Third Floor; Division 39 |
a) Second KWP Government Building (Korean – Ch'o'ngsa, Urban Town (Korean-Dong), Chung Ward, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea) b) Chung-Guyok (Central District), Sosong Street, Kyongrim-Dong, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea) c) Changwang Street, Pyongyang DPRK (Noord-Korea) |
2.3.2016 |
Overheidsinstantie van de DVK. |
||
|
36. |
Singwang Economics and Trading General Corporation |
|
Adres: DPRK (Noord-Korea); IMO-nummer: 5905801 |
30.11.2016 |
Is een Noord-Koreaanse firma die handelt in steenkool. Noord-Korea genereert een aanzienlijk deel van het geld voor zijn programma's inzake kernwapens en ballistische raketten door de winning van natuurlijke hulpbronnen die in het buitenland worden verkocht. |
||
|
42. |
Korea Daesong General Trading Corporation |
Daesong Trading; Daesong Trading Company; Korea Daesong Trading Company; Korea Daesong Trading Corporation |
Adres: Pulgan Gori Dong 1, Potonggang District, Pyongyang City, DPRK (Noord-Korea); Telefoonnummer: +850-2-18111-8208. Fax: +850-2-381-4432; E-mail: daesong@star-co.net.kp |
30.11.2016 |
Is gelieerd met Bureau 39 via de uitvoer van mineralen (goud), metalen, machines, landbouwproducten, ginseng, juwelen en producten van de lichte industrie. |
||
|
44. |
Korea Kumsan Trading Corporation |
|
Adres: Haeun 2-dong, Pyogchon District, Pyongyang City/Mangyongdae, DPRK (Noord-Korea); Telefoonnummer: +850-2-18111-8550. Fax: +850-2-381-4410/4416; E-mail: mhs-ip@star-co.net.kp |
2.6.2017 |
Korea Kumsan Trading Corporation is eigendom van of staat onder zeggenschap van, of treedt op of zegt op te treden voor of namens, rechtstreeks of onrechtstreeks, het Algemeen Bureau voor kernenergie, dat toeziet op het nucleaire programma van de DVK. |
||
|
45. |
Koryo Bank |
|
Koryo Bank Building, Pulgun Street, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea) |
2.6.2017 |
Koryo Bank is actief in de sector financiële diensten van de Noord-Koreaanse economie en is verbonden aan Bureau 38 en Bureau 39 van de Koreaanse Arbeiderspartij. |
||
|
47. |
Foreign Trade Bank |
a) Mooyokbank; b) Korea Trading Bank |
Adres: FTB Building, Jungsong-dong, Central District, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea); SWIFT/BIC: FTBDKPPY |
4.8.2017 |
Foreign Trade Bank is een staatsbank en treedt op als belangrijkste deviezenbank in de DVK en heeft belangrijke financiële steun verleend aan de Korea Kwangson Banking Corporation. |
||
|
50. |
Het concern Mansudae Overseas Project |
Mansudae Art Studio |
Yanggakdo International Hotel, RYUS, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea) |
4.8.2017 |
Het concern Mansudae Overseas Project was betrokken bij, faciliteerde of was verantwoordelijk voor de uitvoer van arbeiders vanuit de DVK naar andere landen voor aan de bouw gerelateerde activiteiten, onder meer standbeelden en monumenten, die inkomsten moesten genereren voor de regering van Noord-Korea of voor de Arbeiderspartij van Korea. Er is gemeld dat het concern Mansudae Overseas Project zaken heeft gedaan in landen in Afrika en Zuidoost-Azië, zoals Algerije, Angola, Botswana, Benin, Cambodja, Tsjaad, de Democratische Republiek Congo, Equatoriaal-Guinee, Maleisië, Mozambique, Madagaskar, Namibië, Syrië, Togo en Zimbabwe. |
||
|
56. |
CHONMYONG SHIPPING CO |
CHON MYONG SHIPPING COMPANY LIMITED |
Adres: Kalrimgil 2-dong, Mangyongdae-guyok, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea); Saemaul 2-dong, Pyongchon-guyok, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea); IMO-nummer: 5571322 |
30.3.2018 |
Geregistreerde eigenaar van de CHON MYONG 1, een onder Noord-Koreaanse vlag varend schip dat eind december 2017 een schip-tot-schiptransfer van brandstof heeft uitgevoerd. |
||
|
57. |
FIRST OIL JV CO LTD |
|
Adres: Jongbaek 1-dong, Rakrang-guyok, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea); IMO-nummer: 5963351 |
30.3.2018 |
Eigenaar van de Noord-Koreaanse tanker PAEK MA, die medio januari 2018 betrokken was bij schip-tot-schiptransfers van olie. |
||
|
58. |
HAPJANGGANG SHIPPING CORP |
|
Adres: Kumsong 3-dong, Mangyongdae-guyok, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea); IMO-nummer: 5787684 |
30.3.2018 |
Geregistreerde eigenaar van de Noord-Koreaanse tanker NAM SAN 8, die, naar wordt aangenomen, betrokken was bij schip-tot-schiptransfers van olie, en eigenaar van de HAP JANG GANG 6. |
||
|
61. |
KOREA ACHIM SHIPPING CO |
|
Adres: Sochang-dong, Chung-guyok, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea) IMO-nummer: 5936312 |
30.3.2018 |
Geregistreerde eigenaar van de Noord-Koreaanse tanker CHON MA SAN. De onder Noord-Koreaanse vlag varende CHON MA SAN heeft voorbereidingen getroffen voor waarschijnlijke schip-tot-schiptransfers eind januari 2018. De kapitein van de onder Noord-Koreaanse vlag varende tanker YU JONG 2 rapporteerde op 18 november 2017 aan een niet geïdentificeerde controleur in de DVK dat het schip een storm vermeed voorafgaand aan een schip-tot-schiptransfer. De kapitein stelde voor de YU JONG 2 stookolie te laten laden vóór de onder Noord-Koreaanse vlag varende tanker CHON MA SAN, die gezien zijn grotere omvang geschikter was voor schip-tot-schiptransfers in een storm. Nadat de CHON MA SAN stookolie had geladen uit een schip, laadde de YU JONG 2 op 19 november 2017 via een schip-tot-schiptransfer 1 168 kiloliter stookolie. |
||
|
62. |
KOREA ANSAN SHIPPING COMPANY |
a) KOREA ANSAN SHPG COMPANY b) Korea Ansan SHPG CO |
Adres: Pyongchon 1-dong, Pyongchon-guyok, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea); IMO-nummer: 5676084 |
30.3.2018 |
Geregistreerde eigenaar van de Noord-Koreaanse tanker AN SAN 1, die, naar wordt aangenomen, betrokken was bij schip-tot-schiptransfers van olie. |
||
|
63. |
KOREA MYONGDOK SHIPPING CO |
|
Adres: Chilgol 2-dong, Mangyongdae-guyok, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea); IMO-nummer: 5985863 |
30.3.2018 |
Geregistreerde eigenaar van de YU PHYONG 5. Eind november 2017 voerde de YU PHYONG 5 een schip-tot-schiptransfer van 1 721 metrische ton stookolie uit. |
||
|
64. |
KOREA SAMJONG SHIPPING |
|
Adres: Tonghung-dong, Chung-guyok, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea); IMO-nummer: 5954061 |
30.3.2018 |
Geregistreerde eigenaar van de Noord-Koreaanse tankers SAM JONG 1 en SAM JONG 2. Van beide schepen wordt aangenomen dat zij eind januari 2018 geraffineerde aardolie in de DVK hebben ingevoerd in strijd met VN-sancties. |
||
|
65. |
KOREA SAMMA SHIPPING CO |
Korea Samma SHPG CO |
Adres: Rakrang 3-dong, Rakrang-guyok, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea); IMO-nummer: 5145892 |
30.3.2018 |
De onder Noord-Koreaanse vlag varende tanker SAM MA 2, eigendom van Korea Samma Shipping Company, heeft medio oktober 2017 een schip-tot-schiptransfer van olie uitgevoerd en documenten vervalst, waarbij bijna 1 600 metrische ton stookolie in één transactie werd geladen. De kapitein kreeg de opdracht SAMMA SHIPPING en de Koreaanse woorden op het zegel van het schip te wissen en er in plaats daarvan “Hai Xin U 606” op te zetten om de Noord-Koreaanse identiteit van het vaartuig te verbergen. |
||
|
67. |
KOTI CORP |
|
Adres: Panama City, Panama; IMO-nummer: 5982254 |
30.3.2018 |
Scheepsbeheerder en commercieel beheerder van de onder Panamese vlag varende KOTI, die op 9 december 2017 schip-tot-schiptransfers heeft uitgevoerd, waarschijnlijk van aardolie, naar de onder Noord-Koreaanse vlag varende KUM UN SAN 3. |
||
|
68. |
MYOHYANG SHIPPING CO |
|
Adres: Kumsong 3-dong, Mangyondae-guyok, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea); IMO-nummer: 5988369 |
30.3.2018 |
Scheepsbeheerder van de Noord-Koreaanse olieproductentanker YU SON, die, naar wordt aangenomen, betrokken was bij schip-tot-schiptransfers van olie. |
||
|
70. |
PHYONGCHON SHIPPING & MARINE |
PHYONGCHON SHIPPING AND MARINE |
Adres: Otan-dong, Chung-guyok, Pyongyang, DPRK (Noord-Korea); IMO-nummer: 5878561 |
30.3.2018 |
Geregistreerde eigenaar van de Noord-Koreaanse tanker JI SONG 6, die, naar wordt aangenomen, betrokken was bij schip-tot-schiptransfers van olie eind januari 2018. De onderneming bezit ook de JI SONG 8 en de WOORY STAR. |
||
|
75. |
YUK TUNG ENERGY PTE LTD |
|
Adres: 80 Raffles Place, #17-22 UOB Plaza, Singapore, 048624, Singapore; IMO-nummer: 5987860 |
30.3.2018 |
Scheepsbeheerder en commercieel beheerder van de YUK TUNG, die een schip-tot-schiptransfer van geraffineerde aardolie heeft uitgevoerd.” |
|
12.9.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 235/48 |
BESLUIT (EU) 2022/1511 VAN DE COMMISSIE
van 7 september 2022
waarbij vrijstelling van rechten bij invoer en van btw bij invoer wordt verleend voor goederen die nodig zijn om de gevolgen van de COVID-19-uitbraak in 2022 te bestrijden
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2022)6284)
(Slechts de teksten in de Duitse, de Franse, de Letse, de Nederlandse, de Portugese en de Sloveense taal zijn authentiek)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 2009/132/EG van de Raad van 19 oktober 2009 houdende bepaling van de werkingssfeer van artikel 143, onder b) en c), van Richtlijn 2006/112/EG met betrekking tot de vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde voor de definitieve invoer van bepaalde goederen (1), en met name artikel 53, eerste alinea,
Gezien Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad van 16 november 2009 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen (2), en met name artikel 76, eerste alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Besluit (EU) 2021/2313 (3) van de Commissie is van 1 januari 2022 tot en met 30 juni 2022 aan sommige lidstaten vrijstelling van invoerrechten en van belasting over de toegevoegde waarde (“btw”) bij invoer verleend voor goederen die nodig zijn om de gevolgen van de COVID-19-uitbraak te bestrijden. |
|
(2) |
Op 15 juni 2022 heeft de Commissie de lidstaten geraadpleegd over de noodzaak van een verlenging van de geldigheidsduur van de bij dat besluit vastgestelde maatregelen. België, Letland, Oostenrijk, Portugal en Slovenië (hierna de “verzoekende lidstaten” genoemd) hebben op 21 juni 2022 een daartoe strekkend verzoek ingediend. |
|
(3) |
De goederen die de verzoekende lidstaten in het kader van Besluit (EU) 2021/2313 hebben ingevoerd, hebben er mede voor gezorgd dat overheidsorganisaties of andere organisaties die door de bevoegde nationale autoriteiten zijn erkend, toegang hebben tot de benodigde geneesmiddelen, medische apparatuur en persoonlijke beschermingsmiddelen, waaraan een tekort bestaat. Uit de handelsstatistieken voor die goederen blijkt dat de daarmee samenhangende invoer een dalende trend vertoont, maar kan schommelen als gevolg van een nieuwe vraag naar goederen die nodig zijn om de COVID-19-pandemie te bestrijden. Ondanks de lopende vaccinatiecampagnes in de Unie en een reeks maatregelen om de verspreiding van het virus te voorkomen, vormt het aantal COVID-19-besmettingen in de verzoekende lidstaten nog steeds een risico voor de volksgezondheid. Aangezien er in de verzoekende lidstaten nog altijd melding wordt gemaakt van tekorten aan goederen om de COVID-19-pandemie te bestrijden, is het passend om de goederen die voor de in artikel 74 van Verordening (EG) nr. 1186/2009 genoemde doeleinden worden ingevoerd, vrij te stellen van invoerrechten en de goederen die voor de in artikel 51 van Richtlijn 2009/132/EG genoemde doeleinden worden ingevoerd, vrij te stellen van de btw. |
|
(4) |
De verzoekende lidstaten moeten de Commissie in kennis stellen van het soort en de hoeveelheid goederen die met vrijstelling van invoerrechten en btw zijn ingevoerd om de gevolgen van de COVID-19-uitbraak te bestrijden, van de organisaties die zij hebben erkend om die goederen te verstrekken of ter beschikking te stellen en van de maatregelen die zijn genomen om te voorkomen dat die goederen voor andere doeleinden worden gebruikt dan voor het bestrijden van de gevolgen van deze uitbraak. |
|
(5) |
Rekening houdende met de uitdagingen die de verzoekende lidstaten het hoofd willen bieden, moet de vrijstelling van invoerrechten en van btw worden verleend voor goederen die met ingang van 1 juli 2022 worden ingevoerd. De vrijstelling moet tot en met 31 december 2022 van kracht blijven. |
|
(6) |
Op 22 juli 2022 werden de lidstaten overeenkomstig artikel 76, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1186/2009 en artikel 53, eerste alinea, van Richtlijn 2009/132/EG geraadpleegd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
1) Er wordt vrijstelling van rechten bij invoer in de zin van artikel 2, lid 1, punt a), van Verordening (EG) nr. 1186/2009 verleend en van de belasting over de toegevoegde waarde (btw) voor de invoer in de zin van artikel 2, lid 1, punt a), van Richtlijn 2009/132/EG, wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:
|
a) |
de goederen zijn bestemd om op een van de volgende wijzen te worden gebruikt:
|
|
b) |
de goederen voldoen aan de voorwaarden die zijn vastgesteld in de artikelen 75, 78, 79 en 80 van Verordening (EG) nr. 1186/2009 en de artikelen 52, 55, 56 en 57 van Richtlijn 2009/132/EG; |
|
c) |
de goederen worden in België, Letland, Oostenrijk, Portugal en Slovenië (de verzoekende lidstaten) ingevoerd voor het vrije verkeer door of namens overheidsorganisaties, zoals overheidsorganen, overheidsinstanties en andere publiekrechtelijke organen, of door of namens organisaties die door de bevoegde autoriteiten in die lidstaten zijn erkend. |
2) Er wordt ook vrijstelling van rechten bij invoer in de zin van artikel 2, lid 1, punt a), van Verordening (EG) nr. 1186/2009 en van btw voor de invoer in de zin van artikel 2, lid 1, punt a), van Richtlijn 2009/132/EG verleend wanneer de goederen worden ingevoerd voor het vrije verkeer door of namens hulporganisaties om in hun eigen behoeften te voorzien tijdens het verstrekken van noodhulp aan personen die getroffen zijn door of risico lopen als gevolg van COVID-19 of betrokken zijn bij de bestrijding van de COVID-19-uitbraak.
Artikel 2
1) De verzoekende lidstaten delen de Commissie om de twee maanden, op de vijftiende dag van de maand volgende op de rapportageperiode, gegevens mee over het soort en de hoeveelheid goederen die krachtens artikel 1 met vrijstelling van invoerrechten en btw zijn ingevoerd.
2) Uiterlijk op 31 maart 2023 deelt elke verzoekende lidstaat de Commissie de volgende informatie mee:
|
a) |
een lijst van door de bevoegde autoriteiten in de desbetreffende verzoekende lidstaat erkende organisaties, als bedoeld in artikel 1, lid 1, punt c); |
|
b) |
de volgende geconsolideerde informatie over het soort en de hoeveelheid goederen die krachtens artikel 1 met vrijstelling van invoerrechten en btw zijn ingevoerd:
|
|
c) |
maatregelen die zijn genomen om de naleving van de artikelen 78, 79 en 80 van Verordening (EG) nr. 1186/2009 en van de artikelen 55, 56 en 57 van Richtlijn 2009/132/EG te garanderen; |
|
d) |
in voorkomend geval, de risicobeheer- en controlemaatregelen die de verzoekende lidstaat overeenkomstig artikel 46 van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad (4) heeft genomen met betrekking tot de goederen die onder het toepassingsgebied van dit besluit vallen. |
Artikel 3
Artikel 1 is van toepassing op goederen die van 1 juli 2022 tot en met 31 december 2022 in de verzoekende lidstaten worden ingevoerd.
Artikel 4
Dit besluit is gericht tot het Koninkrijk België, de Republiek Letland, de Republiek Oostenrijk, de Portugese Republiek en de Republiek Slovenië.
Het is van toepassing met ingang van 1 juli 2022.
Gedaan te Brussel, 7 september 2022.
Voor de Commissie
Paolo GENTILONI
Lid van de Commissie
(1) PB L 292 van 10.11.2009, blz. 5.
(2) PB L 324 van 10.12.2009, blz. 23.
(3) Besluit (EU) 2021/2313 van de Commissie van 22 december 2021 waarbij vrijstelling van rechten bij invoer en van btw op invoer wordt verleend voor goederen die nodig zijn om de gevolgen van de COVID-19-uitbraak in 2022 te bestrijden (PB L 464 van 28.12.2021, blz. 11).
(4) Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).
|
12.9.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 235/51 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2022/1512 VAN DE COMMISSIE
van 7 september 2022
betreffende het verzoek tot registratie van het Europees burgerinitiatief “Alle huizen in Europa uitrusten met fotovoltaïsche panelen van 1 kW en windturbines van 0,6 kW met gebruik van uitsluitend via de gemeenten te verstrekken EU-financiering”, overeenkomstig Verordening (EU) 2019/788 van het Europees Parlement en de Raad
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2022) 6108)
(Slechts de tekst in de Roemeense taal is authentiek)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2019/788 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende het Europees burgerinitiatief (1), en met name artikel 6, leden 2 en 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 11 juli 2022 is bij de Commissie een verzoek ingediend tot registratie van een Europees burgerinitiatief met als titel “Alle huizen in Europa uitrusten met fotovoltaïsche panelen van 1 kW en windturbines van 0,6 kW met gebruik van uitsluitend via de gemeenten te verstrekken EU-financiering” (Every European house equipped with 1 kW photovoltaic and 0,6 kW wind turbines using EU funding through the municipalities alone). |
|
(2) |
De doelstellingen van het initiatief zijn door de organisatoren als volgt geformuleerd: “1) vermindering van de CO2-voetafdruk van elk huishouden; 2) verantwoordingsplicht van de gemeenten en van distributeurs en leveranciers van energie, beperking van de migratie tussen leveranciers in de groene zone, beroepsopleiding op het gebied van milieuaangelegenheden voor ten minste één gemeentelijke werknemer, gebruik van enkel EU-apparatuur; 3) ontwikkeling van groene energiebronnen in de meest geïsoleerde dorpen en aan het einde van netwerken, waarvoor anders consolidatie-investeringen door distributeurs, energieleveranciers of territoriale bestuurlijke eenheden nodig zouden zijn; 4) verandering brengen in de perceptie van het publiek dat groene energie duur is en het publiek leren ten minste 1 kW zonne-energie overdag te verbruiken teneinde de energierekeningen te verlagen. We roepen de energieoorlog een halt toe en hebben plannen voor lokale turbinepompsystemen van maximaal 400 kW, druppelirrigatiesystemen en waterstofgeneratoren voor compacte energiezones. Een belangrijke stap voor het concurrentievermogen in de EU.”. |
|
(3) |
Een bijlage bij het initiatief bevat nadere bijzonderheden over het onderwerp, de doelstellingen en de achtergrond van het initiatief en vermeldt waarom het initiatief zou moeten worden gesteund. De organisatoren stellen dat het geld dat niet voor veerkracht, cohesie en regionale ontwikkeling wordt gebruikt, zou kunnen worden aangewend om via territoriale bestuurlijke eenheden 600 miljoen fotovoltaïsche panelen en 197 000 megawatt aan groene energie in ongeveer 197 miljoen huishoudens in de hele Unie te financieren voor naar schatting 750 miljard EUR, teneinde de basis te leggen voor de “groene Europese energie-unie”. |
|
(4) |
Wat betreft de oproep tot het nemen van maatregelen voor de installatie van fotovoltaïsche panelen en windturbines om huishoudens van groene energie te voorzien teneinde hun CO2-voetafdruk te verkleinen, heeft de Commissie op basis van artikel 194, lid 2, van het Verdrag de bevoegdheid om voorstellen in te dienen voor rechtshandelingen die verplichtingen opleggen om nieuwe of bestaande gebouwen uit te rusten met installaties voor hernieuwbare energie en die beogen de vergunningsprocedures voor projecten op het gebied van hernieuwbare energie te versnellen. |
|
(5) |
Voor zover in het initiatief wordt opgeroepen om de doelstellingen ervan te verwezenlijken via bijdragen uit fondsen van de Unie, voorzien de faciliteit voor herstel en veerkracht, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en InvestEU, gebaseerd op artikel 173 en/of artikel 175 van het Verdrag, en het voorgestelde nieuwe sociale klimaatfonds, gebaseerd op artikel 91, lid 1, punt d), artikel 192, lid 1, en artikel 194, lid 1, punt c), elk in aanzienlijke investeringen in de groene transitie. |
|
(6) |
Geen van de onderdelen van het initiatief valt derhalve duidelijk buiten het kader van de bevoegdheden van de Commissie om een voorstel in te dienen voor een rechtshandeling van de Unie ter uitvoering van de Verdragen. |
|
(7) |
Deze conclusie doet geen afbreuk aan de beoordeling of in dit geval voldaan is aan de concrete materiële voorwaarden voor optreden van de Commissie, met inbegrip van naleving van het evenredigheidsbeginsel en het subsidiariteitsbeginsel en de verenigbaarheid met de grondrechten. |
|
(8) |
De groep organisatoren heeft het nodige bewijs verstrekt dat zij aan de vereisten van artikel 5, leden 1 en 2, van Verordening (EU) 2019/788 voldoet en heeft de contactpersonen aangewezen overeenkomstig artikel 5, lid 3, eerste alinea, van die verordening. |
|
(9) |
Het initiatief is niet kennelijk beledigend, lichtzinnig of ergerlijk en druist niet kennelijk in tegen de waarden van de Unie zoals die in artikel 2, VEU zijn vastgelegd, noch tegen de rechten die zijn vervat in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. |
|
(10) |
Het initiatief “Alle huizen in Europa uitrusten met fotovoltaïsche panelen van 1 kW en windturbines van 0,6 kW met gebruik van uitsluitend via de gemeenten te verstrekken EU-financiering” moet daarom worden geregistreerd. |
|
(11) |
De conclusie dat aan de voorwaarden voor registratie krachtens artikel 6, lid 3, van Verordening (EU) 2019/788 is voldaan, impliceert geenszins dat de Commissie de feitelijke juistheid van de inhoud van het initiatief bevestigt; deze is de uitsluitende verantwoordelijkheid van de groep organisatoren van het initiatief. De inhoud van het initiatief geeft alleen de standpunten weer van de groep organisatoren en kan in geen geval worden opgevat als een weergave van de standpunten van de Commissie, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het Europees burgerinitiatief “Alle huizen in Europa uitrusten met fotovoltaïsche panelen van 1 kW en windturbines van 0,6 kW met gebruik van uitsluitend via de gemeenten te verstrekken EU-financiering” wordt geregistreerd.
Artikel 2
Dit besluit is gericht tot de groep organisatoren van het burgerinitiatief “Alle huizen in Europa uitrusten met fotovoltaïsche panelen van 1 kW en windturbines van 0,6 kW met gebruik van uitsluitend via de gemeenten te verstrekken EU-financiering”, vertegenwoordigd door de heren Augustin DANILA en Vlad VASILE, die als contactpersonen optreden.
Gedaan te Brussel, 7 september 2022.
Voor de Commissie
Věra JOUROVÁ
Vicevoorzitter
|
12.9.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 235/53 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2022/1513 VAN DE COMMISSIE
van 7 september 2022
over het verzoek tot registratie van het Europees burgerinitiatief “Bescherm het landelijke erfgoed, de voedselzekerheid en de voedselvoorziening in de EU” overeenkomstig Verordening (EU) 2019/788 van het Europees Parlement en de Raad
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2022) 6193)
(Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2019/788 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende het Europees burgerinitiatief (1), en met name artikel 6, leden 2 en 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 13 juli 2022 is bij de Commissie een verzoek tot registratie van een Europees burgerinitiatief “Bescherm het landelijke erfgoed, de voedselzekerheid en de voedselvoorziening in de EU” ingediend. |
|
(2) |
De doelstellingen van het initiatief zijn door de organisatoren als volgt geformuleerd: “De plattelandsgebieden in Europa verliezen hun erfgoed, industrieën, bevolking en waarden, hetgeen een bedreiging is voor de voedselzekerheid en voedselvoorziening in de hele EU. Om wat deze regio’s uniek maakt voor toekomstige generaties te bewaren en om de levensduur van de voedselproducerende gemeenschappen in de EU te waarborgen, moet de EU zich opnieuw meer gaan inzetten voor de bevordering van regionaal erfgoed, duurzame groei op het platteland en een hogere levensstandaard. In het kader van dit Europees burgerinitiatief wordt de EU opgeroepen haar verbintenissen op het vlak van het plattelandsbeleid te actualiseren om rekening te houden met de behoefte aan meer voedselzekerheid, betere voorziening van landbouwgrondstoffen en grotere bescherming van de manier van leven op het platteland, de bevolking, haar waarden en bestaansmiddelen.”. |
|
(3) |
Een bijlage bij het initiatief bevat nadere bijzonderheden over het onderwerp, de doelstellingen en de achtergrond van het initiatief en vermeldt de precieze redenen waarom het initiatief zou moeten worden gesteund. De organisatoren stellen dat de plattelandssectoren en diegenen die daarin werkzaam zijn, steeds meer onder druk komen te staan en minder stimulansen krijgen om door te gaan, wat, als er geen aandacht aan wordt besteed, zal leiden tot de verdwijning van enkele van de meest fundamentele gemeenschappen en waarden van Europa. Zij verzoeken de Commissie om binnen de door de Verdragen aan de Unie verleende bevoegdheden een voorstel in te dienen om het regionale erfgoed en de regionale industrieën in de hele Unie te versterken en in stand te houden, teneinde de groei van het platteland te stimuleren en arbeidspraktijken en activiteiten op het platteland te bevorderen. Voorts vragen zij om erkenning van het belang van voedselzekerheid en voedselvoorziening, zoals van meststoffen en biogasmaterialen, om een robuuste regionale voedselvoorziening in de Unie in stand te houden. Zij verzoeken de Commissie de bevordering van het landelijke erfgoed en de erkenning van voedselzekerheid en voedselvoorziening op te nemen in de doelstellingen van het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en wijzen op de noodzaak om de langetermijnvisie voor de plattelandsgebieden van de Unie tot 2040, het plattelandspact en het EU-actieplan voor het platteland te verlengen (2). |
|
(4) |
Overeenkomstig de bij artikel 39 van het Verdrag vastgestelde doelstellingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) heeft de verordening strategische GLB-plannen (3) de algemene doelstelling om een slimme, concurrerende, veerkrachtige en gediversifieerde landbouwsector te bevorderen die de voedselzekerheid op de lange termijn waarborgt, de milieubescherming te ondersteunen en te versterken en het sociaal-economische weefsel van plattelandsgebieden te versterken (4). Voor zover Verordening (EU) 2021/2115 niet van toepassing is op de doelstelling van het initiatief om het landelijke erfgoed van de Unie, de voedselzekerheid en de voedselvoorziening te beschermen, is de Commissie bevoegd een voorstel voor een rechtshandeling in te dienen op basis van artikel 42 en artikel 43, lid 2, van het Verdrag. |
|
(5) |
Geen van de onderdelen van het initiatief valt derhalve duidelijk buiten het kader van de bevoegdheden van de Commissie om een voorstel in te dienen voor een rechtshandeling van de Unie ter uitvoering van de Verdragen. |
|
(6) |
Deze conclusie doet geen afbreuk aan de beoordeling of in dit geval voldaan is aan de concrete materiële voorwaarden voor optreden van de Commissie, met inbegrip van naleving van het evenredigheidsbeginsel en het subsidiariteitsbeginsel en de verenigbaarheid met de grondrechten. |
|
(7) |
De groep organisatoren heeft het nodige bewijs verstrekt dat zij aan de vereisten van artikel 5, leden 1 en 2, van Verordening (EU) 2019/788 voldoet en heeft de contactpersonen aangewezen overeenkomstig artikel 5, lid 3, eerste alinea, van die verordening. |
|
(8) |
Het initiatief is niet kennelijk beledigend, lichtzinnig of ergerlijk en druist niet kennelijk in tegen de waarden van de Unie zoals die in artikel 2, VEU zijn vastgelegd, noch tegen de rechten die zijn vervat in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. |
|
(9) |
Het initiatief “Bescherm het landelijke erfgoed, de voedselzekerheid en de voedselvoorziening in de EU” moet daarom worden geregistreerd. |
|
(10) |
De conclusie dat aan de voorwaarden voor registratie krachtens artikel 6, lid 3, van Verordening (EU) 2019/788 is voldaan, impliceert geenszins dat de Commissie de feitelijke juistheid van de inhoud van het initiatief bevestigt; deze is de uitsluitende verantwoordelijkheid van de groep organisatoren van het initiatief. De inhoud van het initiatief geeft alleen de standpunten weer van de groep organisatoren en kan in geen geval worden opgevat als een weergave van de standpunten van de Commissie, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het Europees burgerinitiatief “Bescherm het landelijke erfgoed, de voedselzekerheid en de voedselvoorziening in de EU” wordt geregistreerd.
Artikel 2
Dit besluit is gericht tot de groep organisatoren van het burgerinitiatief “Bescherm het landelijke erfgoed, de voedselzekerheid en de voedselvoorziening in de EU”, vertegenwoordigd door de heer Česlovas TALLAT-KELPŠA en de heer Markus Valdemar SJÖHOLM, die als contactpersonen optreden.
Gedaan te Brussel, 7 september 2022.
Voor de Commissie
Věra JOUROVÁ
Vicevoorzitter
(1) PB L 130 van 17.5.2019, blz. 55.
(2) In haar mededeling “De langetermijnvisie voor de plattelandsgebieden van de EU tot 2040” (COM(2021) 345 final), die op 30 juni 2021 werd gepresenteerd, kondigde de Commissie het plattelandspact en het actieplan voor het platteland aan. Meer informatie over deze acties is beschikbaar online via: https://ec.europa.eu/info/strategy/priorities-2019-2024/new-push-european-democracy/long-term-vision-rural-areas_en.
(3) Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van de Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en (EU) nr. 1307/2013 (PB L 435 van 6.12.2021, blz. 1).
(4) Artikel 5 van Verordening (EU) 2021/2115.
|
12.9.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 235/55 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2022/1514 VAN DE COMMISSIE
van 8 september 2022
om Finland toe te staan biociden die uit in situ gegenereerd stikstof bestaan, toe te laten voor de bescherming van cultureel erfgoed
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2022) 6274)
(Slechts de teksten in de Finse en de Zweedse taal zijn authentiek)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (1), en met name artikel 55, lid 3,
Na raadpleging van het Permanent Comité voor biociden,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012 zijn werkzame stoffen met een gunstiger profiel voor het milieu of voor de gezondheid van mens of dier opgenomen. Producten die deze werkzame stoffen bevatten, mogen daarom volgens een vereenvoudigde procedure worden toegelaten. Stikstof is opgenomen in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012, met als beperking dat het alleen in beperkte hoeveelheden in gebruiksklare patronen mag worden gebruikt. |
|
(2) |
Stikstof is krachtens artikel 86 van Verordening (EU) nr. 528/2012 goedgekeurd als werkzame stof voor gebruik in biociden van productsoort 18 (insecticiden) (2). Biociden die bestaan uit stikstof, zoals goedgekeurd, zijn toegelaten in verschillende lidstaten en worden geleverd in gascilinders (3). |
|
(3) |
Stikstof kan ook in situ uit de lucht worden gegenereerd. In situ gegenereerd stikstof is momenteel niet goedgekeurd voor gebruik in de Unie en is noch opgenomen in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012, noch in de lijst van werkzame stoffen die deel uitmaken van het beoordelingsprogramma van bestaande werkzame stoffen in biociden in bijlage II bij Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1062/2014 van de Commissie (4). |
|
(4) |
Overeenkomstig artikel 55, lid 3, van Verordening (EU) nr. 528/2012 heeft Finland op 5 april 2022 bij de Commissie een aanvraag ingediend om in afwijking van artikel 19, lid 1, onder a), van die verordening een toelating te mogen verlenen voor biociden die bestaan uit in situ uit de lucht gegenereerd stikstof voor de bescherming van het cultureel erfgoed (“de aanvraag”). |
|
(5) |
Cultureel erfgoed kan worden beschadigd door een breed scala aan schadelijke organismen, van insecten tot micro-organismen. De aanwezigheid van deze organismen kan niet alleen leiden tot verval van het cultuurgoed zelf, maar houdt ook het risico in dat deze schadelijke organismen naar andere objecten in de omgeving worden verspreid. Zonder een passende behandeling zouden objecten onherstelbaar beschadigd kunnen worden, waardoor het cultureel erfgoed ernstig in gevaar komt. |
|
(6) |
In situ gegenereerd stikstof wordt gebruikt om een gecontroleerde atmosfeer met een zeer lage concentratie zuurstof (anoxie) te creëren in permanente of tijdelijke verzegelde behandelingstenten of -kamers voor de bestrijding van schadelijke organismen op cultureel erfgoed. Het stikstof wordt gescheiden van de omgevingslucht en in de behandelingstent of -kamer gepompt, waarbij het stikstofgehalte van de atmosfeer wordt opgevoerd tot ongeveer 99 % en de zuurstof dus nagenoeg volledig uitgeput is. De vochtigheid van het stikstof dat in de behandelingsruimte wordt gepompt, wordt aangepast aan de eisen van het te behandelen object. In de aldus geschapen omstandigheden in de behandelingstent of -kamer kunnen schadelijke organismen niet overleven. |
|
(7) |
Volgens de door Finland verstrekte informatie lijkt het gebruik van in situ gegenereerd stikstof de enige doeltreffende techniek voor de bestrijding van schadelijke organismen die zonder risico op beschadiging kan worden gebruikt voor alle soorten materialen en combinaties van materialen in culturele instellingen, en is het doeltreffend in alle ontwikkelingsstadia van plaagorganismen in cultureel erfgoed. |
|
(8) |
De methode van anoxie of gemodificeerde of gecontroleerde atmosfeer is opgenomen in norm EN 16790:2016, “Instandhouding van cultureel erfgoed — Geïntegreerde bestrijding (IPM) voor bescherming van cultureel erfgoed”, en stikstof wordt in deze norm beschreven als “meest gebruikt” voor het creëren van anoxie. |
|
(9) |
Er bestaan andere technieken voor de bestrijding van schadelijke organismen, zoals thermische schoktechnieken (hoge of lage temperaturen). Daarnaast kunnen ook biociden worden gebruikt die andere werkzame stoffen bevatten. Volgens Finland heeft elk van deze technieken echter beperkingen wat betreft schade die zich tijdens de behandeling aan bepaalde materialen kan voordoen. |
|
(10) |
Zoals in de aanvraag is vermeld, worden andere werkzame stoffen vanwege hun risicoprofiel zelden gebruikt in culturele instellingen. Na behandeling met die stoffen kunnen de op de behandelde voorwerpen achtergebleven residuen geleidelijk in het milieu terechtkomen, wat een risico vormt voor de menselijke gezondheid. Daarenboven kunnen die stoffen reageren met de materialen van de erfgoedobjecten en leiden tot onomkeerbare veranderingen, met name van het oppervlak ervan. |
|
(11) |
Volgens de informatie in de aanvraag is het gebruik van stikstof in cilinders vanwege een aantal praktische nadelen geen geschikt alternatief voor culturele instellingen. Gezien de beperkte inhoud van de cilinders moeten zij frequent worden aangevoerd en in een aparte ruimte worden opgeslagen. De behandeling met stikstof in cilinders zou ook hoge kosten voor de culturele instellingen met zich brengen. |
|
(12) |
Als van culturele instellingen zou worden gevraagd om verschillende technieken te gebruiken om schadelijke organismen te bestrijden — elk geschikt voor specifieke materialen en objecten — in plaats van één techniek die zij al eerder hebben gebruikt en die geschikt is voor alle materialen, zou dat hen op kosten jagen en het voor hen moeilijker maken erin te slagen af te stappen van het gebruik van gevaarlijkere werkzame stoffen bij hun IPM. Bovendien zou het niet langer gebruiken van faciliteiten en uitrusting die voor anoxie op basis van in situ gegenereerd stikstof zijn verworven, een verlies van eerdere investeringen vormen. |
|
(13) |
De discussies over een mogelijke afwijking op grond van artikel 55, lid 3, van Verordening (EU) nr. 528/2012 voor in situ gegenereerd stikstof vonden in 2019 plaats in verschillende vergaderingen (5) van de deskundigengroep van de Commissie van de autoriteiten die bevoegd zijn voor biociden. |
|
(14) |
Na een eerste soortgelijke aanvraag van Oostenrijk voor een afwijking voor producten bestaande uit in situ gegenereerd stikstof, heeft het Europees Agentschap voor chemische stoffen op verzoek van de Commissie een openbare raadpleging over die aanvraag gehouden waarin alle belanghebbenden hun standpunt kenbaar konden maken. De overgrote meerderheid van de 1487 ontvangen opmerkingen was positief over de afwijking. Veel respondenten gaven aan welke nadelen aan de beschikbare alternatieve technieken verbonden zijn: thermische behandelingen kunnen bepaalde materialen beschadigen; het gebruik van andere werkzame stoffen laat toxische residuen op kunstvoorwerpen achter die geleidelijk in het milieu terechtkomen; bij gebruik van stikstof in cilinders kan de relatieve vochtigheidsgraad in de behandelingsruimte niet worden gereguleerd, wat nodig is voor de behandeling van bepaalde materialen. |
|
(15) |
De opneming van in situ gegenereerd stikstof in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012 zou de lidstaten in staat stellen producten die bestaan uit in situ gegenereerd stikstof toe te laten zonder dat een afwijking overeenkomstig artikel 55, lid 3, van die verordening nodig is. Een dergelijke aanvraag is in maart 2022 ingediend. Het kost echter tijd om deze aanvraag te beoordelen, de stof in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012 op te nemen en producttoelatingen te verkrijgen. |
|
(16) |
Uit de aanvraag blijkt dat er in Finland geen geschikte alternatieven voorhanden zijn, aangezien alle momenteel beschikbare alternatieve technieken zich niet lenen voor de behandeling van alle materialen of andere praktische nadelen hebben. |
|
(17) |
Op grond van al deze argumenten moet worden geconcludeerd dat in situ gegenereerd stikstof essentieel is voor de bescherming van cultureel erfgoed in Finland en dat er geen geschikte alternatieven voorhanden zijn. Finland moet dan ook toestemming krijgen om het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden die bestaan uit in situ gegenereerd stikstof toe te staan voor de bescherming van cultureel erfgoed. |
|
(18) |
De eventuele opneming van in situ gegenereerd stikstof in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012 en de daaropvolgende toelating door de lidstaten van producten die bestaan uit in situ gegenereerd stikstof, vergen tijd. Het is daarom wenselijk een afwijking toe te staan voor een termijn die zou volstaan voor de afronding van de onderliggende procedures, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Finland mag het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden die bestaan uit in situ gegenereerd stikstof voor de bescherming van cultureel erfgoed tot en met 31 december 2024 toestaan.
Artikel 2
Dit besluit is gericht tot de Republiek Finland.
Gedaan te Brussel, 8 september 2022.
Voor de Commissie
Stella KYRIAKIDES
Lid van de Commissie
(1) PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1.
(2) Richtlijn 2009/89/EG van de Commissie van 30 juli 2009 tot wijziging van Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad teneinde stikstof als werkzame stof in bijlage I bij die richtlijn op te nemen (PB L 199 van 31.7.2009, blz. 19).
(3) Lijst van toegelaten producten, beschikbaar op https://echa.europa.eu/nl/information-on-chemicals/biocidal-products
(4) Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1062/2014 van de Commissie van 4 augustus 2014 over het in Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde werkprogramma voor het systematische onderzoek van alle bestaande werkzame stoffen van biociden (PB L 294 van 10.10.2014, blz. 1).
(5) 83e, 84e, 85e en 86e vergadering van de deskundigengroep van de Commissie van vertegenwoordigers van de autoriteiten van de lidstaten die bevoegd zijn voor de tenuitvoerlegging van Verordening (EU) nr. 528/2012, gehouden in respectievelijk mei 2019, juli 2019, september 2019 en november 2019. De notulen van de vergaderingen zijn te vinden op https://ec.europa.eu/health/biocides/events_en#anchor0
|
12.9.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 235/58 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2022/1515 VAN DE COMMISSIE
van 8 september 2022
betreffende bezwaren waarover geen overeenstemming is bereikt met betrekking tot de voorwaarden voor toelating van het biocide Mouskito Junior Lotion overeenkomstig Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2022) 6279)
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (1), en met name artikel 36, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 19 oktober 2015 heeft de onderneming Laboratoria Qualiphar N.V./S.A. (“de aanvrager”) bij de bevoegde autoriteiten van verscheidene lidstaten, waaronder Frankrijk, overeenkomstig artikel 34 van Verordening (EU) nr. 528/2012 een aanvraag ingediend voor de wederzijdse parallelle erkenning van het biocide Mouskito Junior Lotion (hierna “het biocide” genoemd). Het biocide is een gebruiksklaar product dat is bedoeld om de menselijke huid te beschermen tegen insectenbeten en bevat ethylbutylacetylaminopropionaat (IR 3535) als werkzame stof. België is de referentielidstaat die overeenkomstig artikel 34, lid 1, van Verordening (EU) nr. 528/2012 verantwoordelijk is voor de beoordeling van de aanvraag. |
|
(2) |
De indiener van het verzoek voor het product voerde aan dat het product: in gebieden met een tropisch klimaat beschermt tegen muggen (Aedes aegypti, Culex quinquefasciatus, Anopheles gambiae) en in gebieden met een gematigd klimaat beschermt tegen muggen (Aedes aegypti, Culex quinquefasciatus), vliegen (Stomoxys calcitrans), bijen (Apis mellifera), wespen (Vespula vulgaris) en teken (Ixodes ricinus). |
|
(3) |
Overeenkomstig artikel 35, lid 2, van Verordening (EU) nr. 528/2012 heeft Frankrijk op 19 juni 2019 bezwaren naar de coördinatiegroep doorverwezen en aangegeven dat het biocide niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 19, lid 1, punt b), i), van die verordening wat het gebruik tegen bijen en wespen betreft. De doorverwijzing is op 16 september 2019 besproken in de coördinatiegroep. |
|
(4) |
Aangezien in de coördinatiegroep geen overeenstemming kon worden bereikt, heeft België het bezwaar waarover geen overeenstemming is bereikt overeenkomstig artikel 36, lid 1, van Verordening (EU) nr. 528/2012 op donderdag 7 november 2019 doorverwezen naar de Commissie. België deed de Commissie daarbij een gedetailleerde verklaring toekomen van het punt waarover de lidstaten geen overeenstemming hebben kunnen bereiken en van de motivering ter zake. Die verklaring is doorgestuurd naar de betrokken lidstaten en de aanvrager. |
|
(5) |
Frankrijk is het niet eens met de aanbeveling van de referentielidstaat om het gebruik tegen wespen en bijen toe te staan. Meer in het bijzonder is Frankrijk van mening dat de werkzaamheid voor het specifieke gebruik niet is aangetoond in de door de aanvrager overgelegde test waarin het gebruik ervan werd gesimuleerd, aangezien het door opzet de van die test niet mogelijk was een volledige beschermingsduur vast te stellen (2) en het product niet werd aangebracht op een oppervlak dat vergelijkbaar is met de menselijke huid. |
|
(6) |
België voert aan dat de aanvrager de vereiste tests heeft uitgevoerd volgens de ten tijde van de indiening van de aanvraag bestaande richtsnoeren en merkte op dat er voor wespen en bijen geen gevestigd testprotocol bestaat. België is van mening dat een specifieke claim niet kan worden afgewezen alleen omdat er geen gevestigd beproefd testprotocol bestaat en dat daarom een deskundig oordeel moet worden gebruikt. België erkende dat er tijdens de door de aanvrager overlegde test geen volledige beschermingsduur is vastgesteld, maar concludeerde op basis van deskundig oordeel dat de claim van afweer tegen bijen en wespen onvoldoende was onderbouwd. |
|
(7) |
De Commissie heeft het Europees Agentschap voor chemische stoffen (het Agentschap) op 17 december 2021 overeenkomstig artikel 36, lid 2, van Verordening (EU) nr. 528/2012 om een advies over deze kwestie verzocht. Het Agentschap werd verzocht aan te geven: i) of een bepaling van de volledige beschermingsduur nodig is voor de beoordeling van de werkzaamheid tegen bijen en wespen en of de door de aanvrager uitgevoerde test waarin het gebruik werd gesimuleerd het mogelijk maakt een volledige beschermingsduur vast te stellen; ii) of tests waarin het gebruik wordt gesimuleerd, moeten worden uitgevoerd op een oppervlak dat vergelijkbaar is met de menselijke huid, en iii) of tijdens de uitgevoerde test waarin het gebruik werd gesimuleerd gegevens zijn geproduceerd waaruit blijkt dat het biocide tegen wespen en bijen beschermt door deze organismen bij de aanbevolen dosis af te weren en daarmee de claim “afweer tegen wespen en bijen” ondersteunen. |
|
(8) |
Op 2 maart 2022 heeft het Comité voor biociden van het Agentschap zijn advies vastgesteld (3). |
|
(9) |
Volgens het Agentschap zijn gegevens over de werkzaamheid die relevant zijn voor de feitelijke gebruiksomstandigheden, nodig om de productclaims te onderbouwen. De beschermingsduur is een zeer belangrijke parameter, met name voor producten die bedoeld zijn om te worden gebruikt tegen gevaarlijke insecten, mede gezien het feit dat steken door bijen en wespen een reëel probleem vormen voor kwetsbare personen vanwege allergische reacties op het gif van de insecten. |
|
(10) |
Het Agentschap erkent dat er geen overeengekomen testprotocollen of criteria voor de werkzaamheid zijn voor afweermiddelen voor uitwendig gebruik tegen wespen en bijen en is van mening dat het de verantwoordelijkheid van de aanvrager is om ter onderbouwing van de claim gegevens over de werkzaamheid te verstrekken uit studies die bedoeld zijn om de praktische gebruikssituatie na te bootsen. |
|
(11) |
De door de aanvrager uitgevoerde tests waren veldproeven in boomgaarden. De werkzaamheid van het afweermiddel werd onderzocht door middel van vallen in de vorm van plastic flessen, die waren gevuld met een suikeroplossing en wasmiddel om de doelorganismen te vangen. Het oppervlak van de vallen werd ofwel tweemaal daags met het testproduct behandeld ofwel niet behandeld. Volgens het Agentschap kan het aanvaardbaar zijn om afweermiddelen tegen bijen en wespen te testen met vallen met een lokmiddel in plaats van met proefpersonen, met name vanwege de ethische problemen in verband met blootstelling van mensen aan de onvermijdelijke en pijnlijke bijen- en wespensteken. Het is echter niet mogelijk om op grond van de gegevens die tijdens de door de aanvrager uitgevoerde veldproef zijn verzameld, de volledige beschermingsduur vast te stellen. |
|
(12) |
Het Agentschap wijst er ook op dat het oppervlak van de flessen die als vallen worden gebruikt, een niet-poreus materiaal is en aanzienlijk verschilt van enig materiaal dat de eigenschappen van de menselijke huid simuleert, wat absorptie en geur betreft, hetgeen van invloed kan zijn op de werkzaamheid van het afweermiddel. De testopzet moet de praktische situatie tijdens het gebruik zo goed mogelijk nabootsen; het verdient bijvoorbeeld de voorkeur gebruik te maken van een absorberend(e) oppervlak of textuur dat (die) vergelijkbaar is met de menselijke huid, zoals de huid van dieren, of van een kunstmatig poreus materiaal dat zodanig is gewijzigd dat de menselijke huid wordt gesimuleerd. |
|
(13) |
Volgens het Agentschap zijn de door de aanvrager ingediende gegevens uit de veldproeven in beginsel geldig en kunnen zij de werkzaamheid aantonen van producten die bedoeld zijn om als ruimtelijke of oppervlakteafweermiddelen te worden gebruikt, en kunnen zij worden gebruikt om een claim “afweer tegen wespen en bijen” te onderbouwen. De overlegde test is echter niet relevant voor het beoogde gebruik, dat wil zeggen een afweermiddel voor uitwendig gebruik tegen wespen en bijen dat op de menselijke huid moet worden aangebracht en aldus wordt gebruikt om personen te beschermen tegen insectenbeten of -steken. De door de test geproduceerde gegevens moeten relevant zijn voor dit beoogde gebruik. Het behandelde oppervlak van de vallen in de uitgevoerde test is onvoldoende representatief voor de praktische gebruikssituatie, en de testopzet kan derhalve niet geschikt worden geacht om de werkzaamheid van het product voor het geclaimde gebruik aan te tonen. |
|
(14) |
Rekening houdend met het advies van het Agentschap is de Commissie van oordeel dat het biocide niet voldoet aan de in artikel 19, lid 1, punt b), i), van Verordening (EU) nr. 528/2012 vastgestelde voorwaarde voor het gebruik van het product als afweermiddel tegen wespen en bijen. |
|
(15) |
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor biociden, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het biocide dat onder het nummer BC-YL020104-40 in het biocidenregister is vermeld, voldoet niet aan de in artikel 19, lid 1, punt b), i), van Verordening (EU) nr. 528/2012 vastgestelde voorwaarde voor gebruik als afweermiddel tegen wespen en bijen.
Artikel 2
Dit besluit is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 8 september 2022.
Voor de Commissie
Stella KYRIAKIDES
Lid van de Commissie
(1) PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1.
(2) De volledige beschermingsduur is de tijd tussen de aanbrenging van het afweermiddel en het tijdstip van twee of meer beten op de behandelde huid, of de eerste bevestigde bijt (een beet die binnen 30 minuten wordt gevolgd door een tweede beet).
(3) Advies van het Agenstschap, ECHA/BPC/318/2022, https://echa.europa.eu/documents/10162/3443002/art_38_ethyl_butylacetylaminopropionate_bpc_opinion_en.pdf/1b489ec3-7868-2814-a3aa-a34557f4374d?t=1655449588766
|
12.9.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 235/61 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2022/1516 VAN DE COMMISSIE
van 8 september 2022
tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1073 tot vaststelling van technische specificaties en regels voor de uitvoering van het bij Verordening (EU) 2021/953 van het Europees Parlement en de Raad vastgestelde vertrouwenskader voor het digitaal EU-covidcertificaat
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2021/953 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2021 betreffende een kader voor de afgifte, verificatie en aanvaarding van interoperabele COVID-19-vaccinatie-, test- en herstelcertificaten (digitaal EU-COVID-certificaat) teneinde het vrije verkeer tijdens de COVID-19-pandemie te faciliteren (1), en met name artikel 9, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Het bij Verordening (EU) 2021/953 vastgestelde digitale EU-covidcertificaat moet als bewijs dienen dat een persoon gevaccineerd is tegen COVID-19, negatief is getest of van COVID-19 is hersteld, teneinde de uitoefening van het recht op vrij verkeer door de houders van dergelijke certificaten tijdens de COVID-19-pandemie te faciliteren. |
|
(2) |
Om ervoor te zorgen dat het digitale EU-covidcertificaat in de hele Unie kan worden gebruikt, heeft de Commissie Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1073 (2) vastgesteld waarin technische specificaties en regels zijn opgenomen inzake het invullen, beveiligd afgeven en verifiëren van de digitale EU-covidcertificaten, de beveiliging van de persoonsgegevens, het vaststellen van de gemeenschappelijke structuur van de unieke certificaatidentificatiecode en de afgifte van een geldige, beveiligde en interoperabele barcode. |
|
(3) |
Op 29 juni 2022 hebben het Europees Parlement en de Raad Verordening 2022/1034 (3) vastgesteld, waarbij de geldigheidsduur van Verordening (EU) 2021/953 betreffende het digitale EU-covidcertificaat wordt verlengd tot en met 30 juni 2023. Deze verlenging zorgt ervoor dat het digitale EU-covidcertificaat het vrije verkeer tijdens de COVID-19-pandemie kan blijven faciliteren, waarbij tegelijkertijd een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid wordt nagestreefd. Dit is met name van belang wanneer bepaalde beperkingen van het vrije verkeer om redenen van volksgezondheid worden gehandhaafd of (opnieuw) ingevoerd, bijvoorbeeld in reactie op de opkomst en verspreiding van nieuwe zorgwekkende SARS-CoV-2-varianten. |
|
(4) |
Om het toepassingsgebied van diagnostische COVID-19-tests die kunnen worden gebruikt voor de afgifte van een digitaal EU-covidcertificaat, uit te breiden, is de definitie van snelle antigeentests in artikel 2, punt 5, van Verordening (EU) 2021/953 bij Verordening (EU) 2022/1034 gewijzigd om er in een laboratoriumomgeving uitgevoerde antigeentests in op te nemen. De lidstaten kunnen thans testcertificaten en, na de vaststelling van Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/256 van de Commissie (4), herstelcertificaten afgeven op basis van de antigeentests die zijn opgenomen in de gemeenschappelijke EU-lijst van COVID-19-antigeentests die door het Gezondheidsbeveiligingscomité is goedgekeurd en regelmatig door dat comité wordt bijgewerkt. |
|
(5) |
Artikel 5, lid 5, van Verordening (EU) 2021/953 werd tevens gewijzigd bij Verordening (EU) 2022/1034 om de lidstaten de mogelijkheid te bieden vaccinatiecertificaten af te geven aan personen die deelnemen aan een klinische proef voor een COVID-19-vaccin die is goedgekeurd door de ethische commissies en bevoegde autoriteiten van de lidstaten, ongeacht of aan de deelnemer het kandidaat-COVID-19-vaccin of de aan de controlegroep toegediende dosis is toegediend, om te voorkomen dat de integriteit van de klinische proef wordt ondermijnd. Overeenkomstig artikel 3, lid 11, van Verordening (EU) 2021/953 moet de Commissie, indien nodig, het Gezondheidsbeveiligingscomité, het ECDC of het EMA om advies verzoeken wat betreft de aanvaarding van COVID-19-vaccins die in de lidstaten klinisch worden getest. |
|
(6) |
In het licht van deze wijzigingen van Verordening (EU) 2021/953 moeten, om de interoperabiliteit van het digitale EU-covidcertificaat te waarborgen, de regels voor het invullen van het digitale EU-covidcertificaat worden geactualiseerd om rekening te houden met de mogelijkheid om in een laboratoriumomgeving uitgevoerde antigeentests voor test- en herstelcertificaten te gebruiken en vaccinatiecertificaten voor deelnemers aan klinische proeven af te geven. |
|
(7) |
Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1073 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(8) |
Omdat een snelle invoering van de gewijzigde technische specificaties voor het digitale EU-covidcertificaat noodzakelijk is, moet dit besluit in werking treden op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. |
|
(9) |
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het comité dat is ingesteld bij artikel 14 van Verordening (EU) 2021/953, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1073 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Bijlage II wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij dit besluit. |
|
2) |
Bijlage V wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij dit besluit. |
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 8 september 2022.
Voor de Raad
De voorzitter
J. SÍKELA
(1) PB L 211 van 15.6.2021, blz. 1.
(2) Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1073 van de Commissie van 28 juni 2021 tot vaststelling van technische specificaties en regels voor de uitvoering van het bij Verordening (EU) 2021/953 van het Europees Parlement en de Raad vastgestelde vertrouwenskader voor het digitaal EU-covidcertificaat (PB L 230 van 30.6.2021, blz. 32).
(3) Verordening (EU) 2022/1034 van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 2022 tot wijziging van Verordening (EU) 2021/953 betreffende een kader voor de afgifte, verificatie en aanvaarding van interoperabele COVID-19-vaccinatie-, test- en herstelcertificaten (digitaal EU-COVID-certificaat) teneinde het vrije verkeer tijdens de COVID-19-pandemie te faciliteren (PB L 173 van 30.6.2022, blz. 37).
(4) Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/256 van de Commissie van 22 februari 2022 tot wijziging van Verordening (EU) 2021/953 van het Europees Parlement en de Raad wat de afgifte van herstelcertificaten op basis van snelle antigeentests betreft (PB L 42 van 23.2.2022, blz. 4).
BIJLAGE I
Bijlage II bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1073 wordt als volgt gewijzigd.
|
1) |
In de inleiding wordt de eerste zin van de zesde alinea als volgt vervangen: “Aangezien sommige waardereeksen op basis van de in deze bijlage opgenomen coderingssystemen, zoals die voor de codering van vaccins en antigeentests, vaak veranderen, worden deze bekendgemaakt en regelmatig bijgewerkt door de Commissie met steun van het e-gezondheidsnetwerk en het Gezondheidsbeveiligingscomité.”. |
|
2) |
De volgende alinea’s worden toegevoegd in deel 3: “Als een land dat gebruikmaakt van een digitaal EU-covidcertificaat (EU-DCC) besluit vaccinatiecertificaten af te geven aan deelnemers aan klinische proeven tijdens lopende klinische proeven, wordt het vaccingeneesmiddel gecodeerd volgens het patroon: CT_clinical-trial-identifier Wanneer de klinische proef is geregistreerd in het EU-register van klinische proeven (EUCTR), wordt het identificatienummer van de klinische proef uit dit register gebruikt. In andere gevallen mogen identificatienummers uit andere registers (zoals clinicaltrials.gov of Australian New Zealand Clinical Trials Registry) worden gebruikt. Het identificatienummer van de klinische proef bevat een voorvoegsel waarmee het register van klinische proeven kan worden geïdentificeerd (zoals EUCTR voor het EU-register van klinische proeven, NCT voor clinicaltrials.gov, ACTRN voor het Australische/Nieuw-Zeelandse register van klinische proeven). Wanneer de Commissie advies heeft ontvangen van het Gezondheidsbeveiligingscomité, het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) of het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) wat betreft de aanvaarding van COVID-19-vaccins die klinisch worden getest, wordt dit advies gepubliceerd, hetzij als onderdeel van het document met de waardebepaling, hetzij afzonderlijk.”. |
|
3) |
In deel 4 wordt de volgende alinea toegevoegd: “Indien een land dat gebruikmaakt van het EU-DCC, besluit vaccinatiecertificaten af te geven aan deelnemers aan klinische proeven tijdens lopende klinische proeven, wordt de houder of fabrikant van de vergunning voor het in de handel brengen van het vaccin gecodeerd aan de hand van de waarde die hem is toegekend in de waardebepaling, indien beschikbaar. In andere gevallen wordt de houder of fabrikant van de vergunning voor het in de handel brengen van het vaccin gecodeerd volgens de regel als beschreven in deel 3 COVID-19-vaccin (CT_clinical-trial-identifier).”. |
|
4) |
In deel 7 wordt de volgende alinea toegevoegd: “De code LP217198-3 (immunoassay-sneltest) wordt gebruikt om zowel snelle antigeentests als in een laboratoriumomgeving uitgevoerde antigeentests aan te geven.”. |
|
5) |
In deel 8 wordt de eerste zin van de tweede alinea als volgt vervangen: “De inhoud van de waardereeks omvat de selectie van antigeentests zoals opgenomen in de gemeenschappelijke en geactualiseerde lijst van antigeentests voor COVID-19, vastgesteld op basis van Aanbeveling 2021/C 24/01 van de Raad en goedgekeurd door het Gezondheidsbeveiligingscomité. De lijst wordt door het JRC bijgehouden in de database van middelen voor in-vitrodiagnostiek en testmethoden voor COVID-19 op: https://covid-19-diagnostics.jrc.ec.europa.eu/devices/hsc-common-recognition-rat”. |
BIJLAGE II
Deel 4 van bijlage V bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1073 wordt als volgt gewijzigd.
|
1) |
In punt 4.1 wordt de tabel als volgt gewijzigd:
|
|
2) |
In punt 4.2 wordt de tabel als volgt gewijzigd:
|
|
3) |
In punt 4.3, in de tabel, tweede rij (veld “r/fr”), wordt het woord “NAAT-” geschrapt uit de kolommen “Naam veld” en “Instructies”. |
|
12.9.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 235/65 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2022/1517 VAN DE COMMISSIE
van 9 september 2022
tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/450 wat betreft de bekendmaking van de referenties van Europese beoordelingsdocumenten voor isolatie gemaakt van ongebonden of gebonden geëxpandeerde kurkkorrels of ongebonden korrels van natuurkurk en rubber, en andere bouwproducten
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad (1), en met name artikel 22,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig Verordening (EU) nr. 305/2011 moeten technische beoordelingsinstanties bij de beoordeling van de prestaties van bouwproducten met betrekking tot de essentiële kenmerken daarvan die vallen onder de Europese beoordelingsdocumenten waarvan de referentienummers in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, de methoden en criteria van die beoordelingsdocumenten gebruiken. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) nr. 305/2011 heeft de organisatie van technische beoordelingsinstanties tien Europese beoordelingsdocumenten en één correctie opgesteld en aangenomen op grond van verschillende verzoeken van fabrikanten om Europese technische beoordelingen. |
|
(3) |
De door de organisatie van technische beoordelingsinstanties opgestelde en aangenomen Europese beoordelingsdocumenten hebben betrekking op de volgende bouwproducten:
|
|
(4) |
Het Europees beoordelingsdocument met referentienummer 360001-01-0803 betreffende een ventilatiesysteem gemaakt van steenwol met bekleding aan de buiten- en binnenzijde, waarvan de referentie bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/450 van de Commissie (2) is bekendgemaakt, bevat een fout. Daarom moet worden verduidelijkt dat het Europees beoordelingsdocument met referentienummer 360001-01-0803 de vorige versie van het Europees beoordelingsdocument met referentienummer 360001-00-0803 vervangt. |
|
(5) |
De Europese beoordelingsdocumenten die door de organisatie van technische beoordelingsinstanties zijn opgesteld en aangenomen, voldoen aan de fundamentele eisen voor bouwwerken in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 305/2011. Daarom is het passend de referentienummers van die Europese beoordelingsdocumenten in het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken. |
|
(6) |
De lijst van referentienummers van Europese beoordelingsdocumenten is bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/450 bekendgemaakt. Duidelijkheidshalve moeten de referentienummers van nieuwe Europese beoordelingsdocumenten aan die lijst worden toegevoegd. |
|
(7) |
Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/450 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(8) |
Om de Europese beoordelingsdocumenten zo snel mogelijk voor gebruik beschikbaar te stellen, moet dit besluit op de dag van de bekendmaking ervan in werking treden, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/450 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 9 september 2022.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 88 van 4.4.2011, blz. 5.
(2) Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/450 van de Commissie van 19 maart 2019 inzake de bekendmaking van de Europese beoordelingsdocumenten (EBD’s) voor bouwproducten die zijn opgesteld ter ondersteuning van Verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 77 van 20.3.2019, blz. 78).
BIJLAGE
De bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/450 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
De volgende rijen worden ingevoegd in volgorde van de referentienummers:
|
|
2) |
De rij met referentienummer 360001-01-0803 wordt vervangen door:
|