ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 179

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

65e jaargang
6 juli 2022


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

 

*

Besluit (EU) 2022/1158 van de Raad van 27 juni 2022 inzake de ondertekening, namens de Unie, en de voorlopige toepassing van de Overeenkomst betreffende het goederenvervoer over de weg tussen de Europese Unie en Oekraïne

1

 

*

Overeenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne inzake goederenvervoer over de weg

4

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/1159 van de Commissie van 11 maart 2022 tot aanvulling van Verordening (EU) 2019/2033 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot technische reguleringsnormen voor de openbaarmaking van het beleggingsbeleid door beleggingsondernemingen ( 1 )

11

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1160 van de Commissie van 5 juli 2022 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 wat betreft de gebruiksvoorwaarden voor en specificaties van het nieuwe voedingsmiddel nicotinamideribosidechloride ( 1 )

25

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1161 van de Commissie van 5 juli 2022 tot vaststelling van de begrotingsmaxima voor 2022 voor bepaalde regelingen inzake rechtstreekse steunverlening die zijn ingesteld bij Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad

30

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1162 van de Commissie van 5 juli 2022 tot onderwerping van de invoer van elektrische fietsen van oorsprong uit de Volksrepubliek China aan registratie na de heropening van de onderzoeken ter uitvoering van de arresten van 27 april 2022 in de zaken T-242/19 en T-243/19, met betrekking tot Uitvoeringsverordening (EU) 2019/73 en Uitvoeringsverordening (EU) 2019/72

38

 

 

BESLUITEN

 

*

Besluit (EU) 2022/1163 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juni 2022 betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers naar aanleiding van een aanvraag van Griekenland (EGF/2021/008 EL/Attica Vervaardiging van elektrische apparatuur)

43

 

*

Besluit (EU) 2022/1164 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juni 2022 betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers naar aanleiding van een aanvraag van Frankrijk (EGF/2022/001 FR/Air France)

45

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst.

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

6.7.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 179/1


BESLUIT (EU) 2022/1158 VAN DE RAAD

van 27 juni 2022

inzake de ondertekening, namens de Unie, en de voorlopige toepassing van de Overeenkomst betreffende het goederenvervoer over de weg tussen de Europese Unie en Oekraïne

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 91, in samenhang met artikel 218, lid 5,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 2 juni 2022 heeft de Raad machtiging verleend tot het openen van onderhandelingen met Oekraïne over een Overeenkomst betreffende het goederenvervoer over de weg tussen de Europese Unie en Oekraïne (“de overeenkomst”).

(2)

Op 14 juni 2022 werden de onderhandelingen met succes afgerond.

(3)

Door de belangrijke verstoringen van de vervoerssector in Oekraïne ten gevolge van de Russische aanvalsoorlog, moet Oekraïne alternatieve routes over de weg vinden om zijn voorraden graan, brandstof, levensmiddelen en andere relevante goederen uit te voeren.

(4)

Aangezien vergunningen in het kader van het multilaterale quotasysteem van de Europese Conferentie van ministers van Verkeer binnen het International Transport Forum en de bestaande bilaterale overeenkomsten met Oekraïne niet de nodige flexibiliteit bieden aan de Oekraïense exploitanten van vervoer over de weg om hun vervoersactiviteiten via en met de Europese Unie uit te breiden en te plannen, is het van cruciaal belang het goederenvervoer over de weg te liberaliseren voor bilateraal vervoer en doorvoer.

(5)

Door de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne kunnen veel Oekraïense bestuurders de administratieve procedures met betrekking tot bestuurdersdocumenten niet meer volgen, zoals aanvragen van internationale rijbewijzen of de uitgifte van nieuwe documenten in het geval van verlies of diefstal. In deze uitzonderlijke omstandigheden is het dan ook belangrijk maatregelen te nemen die bestuurders vrijstellen van de verplichting om een internationaal rijbewijs over te leggen en de besluiten te erkennen die Oekraïne heeft genomen om de administratieve geldigheid van bestuurdersdocumenten te verlengen en de uitwisseling van informatie tussen de bevoegde autoriteiten van de twee partijen te faciliteren teneinde fraude met en vervalsing van bestuurdersdocumenten te bestrijden.

(6)

Gezien de buitengewone en unieke omstandigheden die tot de ondertekening en de voorlopige toepassing van de overeenkomst nopen en overeenkomstig de Verdragen, is het passend dat de Unie tijdelijk de relevante gedeelde bevoegdheid uitoefent die haar bij de Verdragen is toebedeeld. Alle gevolgen van dit besluit voor de verdeling van de bevoegdheden tussen de Unie en de lidstaten moeten strikt in de tijd worden beperkt. De Unie mag de bevoegdheid die zij op basis van dit besluit en de overeenkomst uitoefent, derhalve uitsluitend tijdens de toepassingsperiode van de overeenkomst uitoefenen. Dientengevolge zal de uitoefening door de Unie van de aldus uitgeoefende gedeelde bevoegdheid ophouden zodra de overeenkomst ophoudt van toepassing te zijn. Onverminderd andere maatregelen van de Unie en onder voorbehoud van de naleving van die maatregelen van de Unie, zullen de lidstaten overeenkomstig artikel 2, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) die bevoegdheid daarna weer uitoefenen. Voorts zij eraan herinnerd dat, zoals bepaald in het aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het aan het VWEU gehechte Protocol nr. 25 betreffende de uitoefening van de gedeelde bevoegdheden, de uitoefening van de bevoegdheid door de Unie in dit besluit enkel betrekking heeft op de door dit besluit en de overeenkomst geregelde materie en niet op het gehele gebied. De uitoefening van de bevoegdheid door de Unie uit hoofde van dit besluit laat de respectieve bevoegdheden van de Unie en de lidstaten met betrekking tot lopende of toekomstige onderhandelingen over internationale overeenkomsten met andere derde landen op dat gebied, of de ondertekening of sluiting van dergelijke overeenkomsten, onverlet.

(7)

Daarom moet de overeenkomst, die in de tijd beperkt is maar kan worden verlengd, onder voorbehoud van een besluit van het bij de overeenkomst opgerichte Gemengd Comité dat moet volgen op de vaststelling van een besluit van de Raad tot vaststelling van het standpunt van de Unie ter zake, dringend worden ondertekend namens de Europese Unie, onder voorbehoud van de sluiting ervan op een latere datum.

(8)

De overeenkomst betreffende het goederenvervoer moet voorlopig worden toegepast overeenkomstig artikel 13, zodat het gunstige effect ervan op het goederenvervoer zich zo spoedig mogelijk laat voelen en de uitvoer van Oekraïense producten, met name graan, mogelijk wordt,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De ondertekening, namens de Unie, van de Overeenkomst betreffende het goederenvervoer over de weg tussen de Europese Unie en Oekraïne wordt hierbij goedgekeurd, onder voorbehoud van de sluiting ervan (1).

Artikel 2

1.   De uitoefening van de bevoegdheid door de Unie op grond van dit besluit en de overeenkomst is beperkt tot de toepassingsperiode van de overeenkomst. Onverminderd andere maatregelen van de Unie en onder voorbehoud van de naleving van die maatregelen van de Unie, houdt de Unie, nadat die toepassingsperiode is afgelopen, onmiddellijk op die bevoegdheid uit te oefenen en oefenen de lidstaten hun bevoegdheid weer uit overeenkomstig artikel 2, lid 2, VWEU.

2.   De uitoefening van de bevoegdheid door de Unie op grond van dit besluit en de overeenkomst laat de bevoegdheid van de lidstaten inzake eventuele lopende of toekomstige onderhandelingen over internationale overeenkomsten inzake goederenvervoer over de weg met andere derde landen, en met Oekraïne voor de periode nadat de overeenkomst is opgehouden van toepassing te zijn, of de ondertekening of sluiting van dergelijke overeenkomsten, onverlet.

3.   De in lid 1 bedoelde uitoefening van de bevoegdheid door de Unie heeft enkel betrekking op de door dit besluit en de overeenkomst geregelde materie.

4.   Dit besluit en de overeenkomst laten de respectieve bevoegdheden van de Unie en de lidstaten op het gebied van goederenvervoer over de weg met betrekking tot andere materie dan de door dit besluit en de overeenkomst geregelde materie, onverlet.

Artikel 3

De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de persoon (personen) aan te wijzen die bevoegd is (zijn) de overeenkomst namens de Unie te ondertekenen.

Artikel 4

In afwachting van de voltooiing van de voor de inwerkingtreding ervan vereiste procedures wordt de overeenkomst met ingang van de datum van de ondertekening ervan voorlopig toegepast, overeenkomstig artikel 13 van de overeenkomst.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.

Gedaan te Luxemburg, 27 juni 2022.

Voor de Raad

De voorzitter

A. PANNIER-RUNACHER


(1)  Zie bladzijde 4 van dit Publicatieblad.


6.7.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 179/4


OVEREENKOMST tussen de Europese Unie en Oekraïne inzake goederenvervoer over de weg

DE EUROPESE UNIE, hierna “de Unie” genoemd,

enerzijds,

en

OEKRAÏNE,

anderzijds,

hierna afzonderlijk “partij” en gezamenlijk de “partijen” genoemd,

ZICH BEWUST VAN de belangrijke verstoringen waarmee de vervoerssector in Oekraïne wordt geconfronteerd als gevolg van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne.

ZICH BEWUST VAN de onbeschikbaarheid van traditionele vervoersroutes in de regio en de dringende noodzaak om toeleveringsketens en voedselzekerheid veilig te stellen door gebruik te maken van alternatieve routes over de weg, met name voor het vervoer van graan, brandstof, levensmiddelen en andere goederen van Oekraïne naar de Unie.

GELEID DOOR DE WENS de Oekraïense samenleving en economie te ondersteunen door ondernemers van goederenvervoer over de weg uit de Unie en Oekraïne toe te staan vrachtvervoer te verrichten van en over het Oekraïense grondgebied naar de Unie en omgekeerd, indien nodig.

VASTSTELLEND dat het huidige systeem, dat gebaseerd is op een beperkt aantal vergunningen van de lidstaten, de Oekraïense ondernemers van goederenvervoer over de weg niet de nodige flexibiliteit biedt om hun activiteiten naar en met de Unie uit te breiden.

VASTBESLOTEN er in de toekomst voor te zorgen dat de voorwaarden voor markttoegang voor goederenvervoer over de weg tussen de partijen die momenteel beschikbaar zijn voor wegvervoerondernemers die in een van de partijen zijn gevestigd, in geen geval restrictiever zullen zijn dan de huidige situatie.

VASTBESLOTEN de Oekraïense economie te helpen door de doorvoer en het bilaterale internationale vervoer tussen de Unie en Oekraïne te liberaliseren, teneinde het noodzakelijke goederenvervoer mogelijk te maken en beide partijen dezelfde wederzijdse rechten te verlenen om doorvoer en bilateraal internationaal vervoer tussen de Unie en Oekraïne te verrichten.

ER NOTA VAN NEMEND dat artikel 136 van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds (hierna “de Associatieovereenkomst” genoemd) voorziet in een gecoördineerde en geleidelijke liberalisering van het vervoer tussen de partijen en bepaalt dat daartoe bijzondere overeenkomsten inzake wegvervoer moeten worden gesloten.

GELEID DOOR DE WENS de bepalingen van deze overeenkomst te onderwerpen aan het hoofdstuk over geschillenbeslechting van de Associatieovereenkomst.

GELEID DOOR DE WENS de Oekraïense bestuurders te ondersteunen en de toepassing van hun vaardigheden en kennis te vergemakkelijken door de omstandigheden tot stand te brengen die hen in staat stellen hun bestaande Oekraïense rijbewijzen en getuigschriften van vakbekwaamheid te blijven gebruiken.

ERKENNENDE dat het onmogelijk is te anticiperen op de duur van de gevolgen van de Russische aanvalsoorlog voor de vervoerssector en de infrastructuur in Oekraïne, om welke reden de partijen uiterlijk drie maanden voor het verstrijken van deze overeenkomst overleg zullen plegen in het gemengd comité om na te gaan of het nodig is de overeenkomst te verlengen.

ERKENNENDE dat de Europese Overeenkomst nopens de arbeidsvoorwaarden voor de bemanningen van motorrijtuigen in het internationale vervoer over de weg (AETR) ervoor zal zorgen dat het vervoer in het kader van deze overeenkomst de arbeidsomstandigheden van bestuurders en eerlijke concurrentie eerbiedigt en de verkeersveiligheid niet in gevaar brengt,

ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN:

Artikel 1

Doelstellingen

1.   Deze overeenkomst heeft tot doel het goederenvervoer over de weg tussen en over het grondgebied van de Europese Unie en Oekraïne tijdelijk te vergemakkelijken door aanvullende rechten inzake doorvoer en vervoer van goederen tussen de partijen te verlenen aan exploitanten die in een van de partijen zijn gevestigd, naar aanleiding van de ernstige gevolgen van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne voor alle vervoerswijzen in het land.

2.   Deze overeenkomst omvat ook maatregelen om de erkenning van bestuurdersdocumenten te vergemakkelijken.

3.   Deze overeenkomst mag niet zodanig worden uitgelegd dat zij tot gevolg heeft dat de toegang tot de markt van internationale wegvervoersdiensten tussen de partijen wordt beperkt of dat de voorwaarden voor toegang tot die markt anderszins worden verstrengd in vergelijking met de situatie op de dag voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.

Artikel 2

Toepassingsgebied

1.   Deze overeenkomst is van toepassing op doorvoer en internationaal vervoer van goederen over de weg tussen de partijen voor rekening van derden en doet geen afbreuk aan de toepassing van de regels die zijn vastgesteld in het multilaterale quotasysteem van de Europese Conferentie van Ministers van Verkeer in het kader van het International Transport Forum. Goederenvervoer over de weg binnen een lidstaat van de Europese Unie of tussen lidstaten van de Europese Unie valt buiten het toepassingsgebied van deze overeenkomst. Doorvoer over het grondgebied van de andere partij voor goederenvervoer tussen derde landen valt niet onder deze overeenkomst.

2.   Deze overeenkomst bevat ook een aantal specifieke bepalingen met betrekking tot bestuurdersdocumenten.

Artikel 3

Definities

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

1)

“partij van vestiging”: de partij waar een ondernemer van goederenvervoer over de weg is gevestigd;

2)

“ondernemer van goederenvervoer over de weg”: een natuurlijke of rechtspersoon die goederenvervoer met een commercieel oogmerk verricht en die in een partij is gevestigd, in overeenstemming met de wetgeving van die partij, en van diezelfde partij toestemming heeft gekregen om met motorvoertuigen of combinaties van voertuigen internationaal goederenvervoer voor rekening van derden te verrichten;

3)

“voertuig”: een in een van de partijen geregistreerd motorvoertuig of een combinatie van voertuigen waarvan ten minste het trekkende voertuig in een van de partijen is geregistreerd, uitsluitend gebruikt voor vervoer van goederen;

4)

“doorvoer”: bewegingen van voertuigen, zonder goederen te laden of te lossen, op het grondgebied van een partij, door een in de andere partij gevestigde ondernemer van goederenvervoer over de weg;

5)

“bilateraal internationaal vervoer”: beladen ritten met een voertuig van het grondgebied van de partij van vestiging naar het grondgebied van de andere partij en omgekeerd, met of zonder doorvoer over het grondgebied van een derde land;

6)

“bestuurdersdocumenten”: een binnenlandse rijvergunning, zoals een rijbewijs, waaruit blijkt onder welke voorwaarden de bestuurder mag rijden krachtens het recht van de partij die het document afgeeft, of een getuigschrift van vakbekwaamheid, een kwalificatiekaart bestuurder of een ander officieel document waaruit blijkt dat de houder de relevante kwalificaties bezit en opleiding heeft genoten volgens het recht van de partij die het document afgeeft, vereist zijn om de rijactiviteit uit te oefenen, in soortgelijke termen als die welke in artikel 1 van Richtlijn 2003/59/EG (1) zijn vastgesteld.

Artikel 4

Toegang tot wegvervoersdiensten

Ondernemers van goederenvervoer over de weg hebben het recht het volgende goederenvervoer over de weg te verrichten:

a)

beladen ritten met een voertuig waarvan het punt van vertrek en het punt van aankomst zich op het grondgebied van twee verschillende partijen bevinden, met of zonder doorvoer over het grondgebied van een derde land;

b)

beladen ritten met een voertuig van het grondgebied van de partij van vestiging naar het grondgebied van dezelfde partij, met doorvoer via het grondgebied van de andere partij;

c)

beladen ritten met een voertuig van of naar het grondgebied van de partij van vestiging naar een derde land met doorvoer over het grondgebied van de andere partij;

d)

lege ritten met een voertuig, in combinatie met de in de punten a), b) en c) bedoelde ritten.

Artikel 5

Bestuurdersdocumenten

1.   Binnen het toepassingsgebied van deze overeenkomst en voor de gehele duur ervan stelt elke partij de houders van door de andere partij afgegeven bestuurdersdocumenten vrij van de verplichting in het bezit te zijn van een internationaal rijbewijs, zoals omschreven in de verdragen inzake het wegverkeer die in 1949 te Genève en in 1968 te Wenen zijn opgesteld.

2.   Oekraïne stelt de Europese Unie en haar lidstaten in kennis van alle maatregelen die na 23 februari 2022 zijn genomen om de administratieve geldigheid van door Oekraïne afgegeven bestuurdersdocumenten te verlengen.

3.   De partijen werken samen om fraude en vervalsing van bestuurdersdocumenten te voorkomen en te bestrijden. Daartoe en onverminderd de relevante regels inzake de bescherming van persoonsgegevens, verstrekken de bevoegde autoriteiten van Oekraïne de relevante informatie aan de bevoegde autoriteiten van de Europese Unie en haar lidstaten via een door de bevoegde autoriteiten van Oekraïne beheerd webportaal of door opvraging van gegevens uit elektronische rijbewijzen die Oekraïne overeenkomstig zijn wetgeving heeft afgegeven.

Indien de bevoegde autoriteiten van de Europese Unie en haar lidstaten geen toegang hebben tot de relevante informatie via passende elektronische middelen, verstrekken de bevoegde autoriteiten van Oekraïne de relevante informatie via andere passende middelen aan de bevoegde autoriteiten van de Europese Unie en haar lidstaten.

Artikel 6

Duur

1.   Deze overeenkomst is van toepassing tot en met 30 juni 2023.

2.   Uiterlijk drie maanden voor het verstrijken van de overeenkomst plegen de partijen in het kader van het in artikel 7, lid 2, bedoelde gemengd comité overleg om na te gaan of de overeenkomst moet worden verlengd.

Artikel 7

Gemengd comité

1.   Er wordt een gemengd comité opgericht. Het houdt toezicht op en volgt de toepassing en uitvoering van deze overeenkomst en toetst regelmatig de werking van de overeenkomst in het licht van de doelstellingen.

2.   Het gemengd comité wordt bijeengeroepen op verzoek van een van de medevoorzitters. Het wordt eveneens uiterlijk drie maanden voor het verstrijken van de overeenkomst bijeengeroepen om te beoordelen of het nodig is deze overeenkomst voort te zetten overeenkomstig artikel 6, lid 2, en een daartoe strekkend besluit vast te stellen. Het gemengd comité neemt een besluit over deze voortzetting, met inbegrip van de duur ervan, in voorkomend geval, overeenkomstig lid 5 van dit artikel.

3.   Het gemengd comité bestaat uit vertegenwoordigers van de partijen. De vertegenwoordigers van de lidstaten van de Europese Unie mogen de vergaderingen van het gemengd comité als waarnemer bijwonen.

4.   Het gemengd comité wordt om beurt voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Europese Unie en een vertegenwoordiger van Oekraïne.

5.   Het gemengd comité neemt zijn besluiten bij consensus tussen de partijen. De besluiten zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan.

6.   Het gemengd comité stelt zijn reglement van orde vast.

Artikel 8

Geschillenbeslechting (2)

Wanneer tussen de partijen een geschil ontstaat over de interpretatie en toepassing van deze overeenkomst, zijn de bepalingen van titel IV, hoofdstuk 14, van de Associatieovereenkomst op overeenkomstige wijze van toepassing.

Artikel 9

Naleving van verplichtingen

1.   Elke partij draagt de volledige verantwoordelijkheid voor de naleving van alle bepalingen van deze overeenkomst.

2.   Elke partij ziet erop toe dat alle nodige maatregelen worden genomen om uitvoering te geven aan de bepalingen van deze overeenkomst, met inbegrip van de naleving ervan op alle overheidsniveaus en door personen die overheidsgezag uitoefenen. Elke partij handelt te goeder trouw om ervoor te zorgen dat de doelstellingen van deze overeenkomst worden verwezenlijkt.

3.   Deze overeenkomst is een specifieke overeenkomst in de zin van artikel 479, lid 5, van de Associatieovereenkomst. Een partij kan passende maatregelen in verband met deze overeenkomst nemen in geval van een bijzonder ernstige en substantiële schending van een van de in artikel 2 van de Associatieovereenkomst als essentiële elementen omschreven verplichtingen, die een bedreiging vormt voor de internationale vrede en veiligheid en een onmiddellijke reactie vereist. Dergelijke passende maatregelen worden genomen overeenkomstig artikel 478 van de Associatieovereenkomst.

Artikel 10

Vrijwaringsmaatregelen

1.   Elke partij kan passende vrijwaringsmaatregelen nemen indien zij van oordeel is dat vervoersactiviteiten door ondernemers van goederenvervoer over de weg van de andere partij een gevaar vormen voor de verkeersveiligheid. Vrijwaringsmaatregelen worden genomen met volledige inachtneming van het internationaal recht, zijn evenredig en, wat hun reikwijdte en duur betreft, beperkt tot wat strikt noodzakelijk is om de situatie te verhelpen of het evenwicht van deze overeenkomst te handhaven. Voorrang wordt gegeven aan maatregelen die de werking van deze overeenkomst zo weinig mogelijk verstoren.

2.   Alvorens in overleg te treden, stelt de betrokken partij de andere partij in kennis van de genomen maatregelen en verstrekt zij alle relevante informatie.

3.   De partijen plegen onmiddellijk overleg in het gemengd comité teneinde een voor elke partij aanvaardbare oplossing te vinden.

4.   Alle uit hoofde van dit artikel genomen maatregelen worden opgeschort zodra de in gebreke blijvende partij voldoet aan de bepalingen van deze overeenkomst of wanneer het gevaar voor de verkeersveiligheid ophoudt te bestaan.

Artikel 11

Territoriale toepassing

Deze overeenkomst is van toepassing, enerzijds, op het grondgebied waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing zijn, onder de in die verdragen neergelegde voorwaarden, en, anderzijds, op het grondgebied van Oekraïne binnen zijn internationaal erkende grenzen.

De toepassing ervan wordt opgeschort in de gebieden waarover de regering van Oekraïne niet feitelijk het gezag uitoefent.

Artikel 12

Beëindiging

1.   Een partij kan te allen tijde de andere partij langs diplomatieke kanalen schriftelijk meedelen dat zij besloten heeft deze overeenkomst te beëindigen. De overeenkomst wordt twee weken na deze kennisgeving beëindigd, tenzij de kennisgevende partij een latere datum aangeeft waarop deze kennisgeving van kracht wordt. In het laatste geval mag de datum uiterlijk twee maanden na de datum van de kennisgeving vallen.

2.   Ondernemers van goederenvervoer over de weg wier voertuig zich na het verstrijken van deze overeenkomst op het grondgebied van de andere partij bevindt, mogen over het grondgebied van die partij reizen om terug te keren naar het grondgebied van de partij waar zij gevestigd zijn.

3.   Voor alle duidelijkheid: de datum van de in lid 1 bedoelde kennisgeving is de datum waarop de kennisgeving aan de andere partij wordt bezorgd.

4.   Het verstrijken van deze overeenkomst, overeenkomstig artikel 6, of de beëindiging ervan, overeenkomstig lid 1 van het onderhavige artikel, mag niet tot gevolg hebben dat de voorwaarden voor toegang tot de markt voor wegvervoersdiensten tussen de partijen worden verstrengd ten opzichte van de situatie op de dag vóór de inwerkingtreding van deze overeenkomst. Bij gebreke van een latere overeenkomst tussen de partijen zijn de rechten op toegang tot de markt die zijn vastgesteld in de op die dag bestaande bilaterale overeenkomsten tussen lidstaten van de Europese Unie en Oekraïne opnieuw van toepassing vanaf de datum waarop deze overeenkomst verstrijkt of wordt beëindigd.

Artikel 13

Inwerkingtreding en voorlopige toepassing

1.   Deze overeenkomst wordt door de partijen volgens hun eigen procedures geratificeerd of goedgekeurd. Deze overeenkomst treedt in werking op de dag waarop de partijen elkaar ervan in kennis hebben gesteld dat zij hun respectieve interne wettelijk procedures die voor dit doel nodig zijn, hebben voltooid.

2.   Niettegenstaande lid 1 komen de Unie en Oekraïne overeen deze overeenkomst vanaf de datum van ondertekening voorlopig toe te passen.

3.   Voor de toepassing van de relevante bepalingen van deze overeenkomst worden verwijzingen in die bepalingen naar “de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst” begrepen als “de datum van voorlopige toepassing van deze overeenkomst” overeenkomstig lid 1 van dit artikel.

Gedaan in tweevoud in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Ierse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse en de Oekraïense taal, waarbij alle teksten gelijkelijk authentiek zijn.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden, daartoe naar behoren gemachtigd, deze overeenkomst hebben ondertekend.

Съставено в Лион на двадесет и девети юни две хиляди двадесет и втора година.

Hecho en Lyon, el veintinueve de junio de dos mil veintidós.

V Lyonu dne dvacátého devátého června dva tisíce dvacet dva.

Udfærdiget i Lyon, den niogtyvende juni to tusind og toogtyve.

Geschehen zu Lyon am neunundzwanzigsten Juni zweitausendzweiundzwanzig.

Kahe tuhande kahekümne teise aasta juunikuu kahekümne üheksandal päeval Lyonis.

Έγινε στη Λυών, στις είκοσι εννέα Ιουνίου δύο χιλιάδες είκοσι δύο.

Done at Lyon on the twenty-ninth day of June in the year two thousand and twenty two.

Fait à Lyon, le vingt-neuf juin deux mille vingt-deux.

Arna dhéanamh i Lyon, an naoú lá is fiche de Mheitheamh sa bhliain dhá mhíle fiche a dó.

Sastavljeno u Lyonu dvadeset i devetog lipnja godine dvije tisuće dvadeset i druge.

Fatto a Lione, addi ventinove giugno duemilaventidue.

Lionā, divi tūkstoši divdesmit otrā gada divdesmit devītajā jūnijā.

Priimta du tūkstančiai dvidešimt antrų metų birželio dvidešimt devintą dieną Lione.

Kelt Lyonban, a kétezerhuszonkettedik év június havának huszonkilencedik napján.

Magħmul f’Lyon, fid-disgħa u għoxrin jum ta’ Ġunju fis-sena elfejn u tnejn u għoxrin.

Gedaan te Lyon, negenentwintig juni tweeduizend tweeëntwintig.

Sporządzono w Lyonie dnia dwudziestego dziewiątego czerwca roku dwa tysiące dwudziestego drugiego.

Feito em Lião, em vinte e nove de junho de dois mil e vinte e dois.

Întocmit la Lyon, la douăzeci și nouă iunie două mii douăzeci și doi.

V Lyone dvadsiateho deviateho júna dvetisícdvadsaťdva

V Lyonu, devetindvajsetega junija dva tisoč dvaindvajset.

Tehty Lyonissa kahdentenakymmenentenäyhdeksäntenä päivänä kesäkuuta vuonna kaksituhattakaksikymmentäkaksi.

Som skedde i Lyon den tjugonionde juni tjugohundratjugotvå.

Вчинено в м.Лiон двадцять дев’ятого червня двi тисячi двадцять другого року.

Image 1


(1)  Richtlijn 2003/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2003 betreffende de vakbekwaamheid en de opleiding en nascholing van bestuurders van bepaalde voor goederen- en personenvervoer over de weg bestemde voertuigen, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad en Richtlijn 91/439/EEG van de Raad en tot intrekking van Richtlijn 76/914/EEG van de Raad (PB L 226 van 10.9.2003, blz. 4).

(2)  Om twijfel te voorkomen, mogen noch dit artikel, noch deze overeenkomst aldus worden uitgelegd dat daaraan rechten kunnen worden ontleend of dat ze verplichtingen bevatten waarop rechtstreeks een beroep kan worden gedaan bij de rechterlijke instanties van de partijen.


VERORDENINGEN

6.7.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 179/11


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2022/1159 VAN DE COMMISSIE

van 11 maart 2022

tot aanvulling van Verordening (EU) 2019/2033 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot technische reguleringsnormen voor de openbaarmaking van het beleggingsbeleid door beleggingsondernemingen

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2019/2033 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 575/2013, (EU) nr. 600/2014 en (EU) nr. 806/2014 (1), en met name artikel 52, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EU) 2019/2033 schrijft voor dat beleggingsondernemingen die niet als kleine en niet-verweven beleggingsonderneming gekwalificeerd zijn, informatie over hun beleggingsbeleid openbaar moeten maken, teneinde hun beleggers en de marktdeelnemers in ruimere zin transparantie te bieden over hun invloed op de ondernemingen waarin zij direct of indirect aandelen houden waaraan stemrechten verbonden zijn, en over de wijze waarop zij stemmen. De vereiste openbaarmaking omvat informatie over het percentage stemrechten dat verbonden is aan de aandelen die direct of indirect in het bezit zijn van de beleggingsondernemingen, informatie over hun stemgedrag, een toelichting bij de stemming en het aantal ingediende voorstellen dat is goedgekeurd, informatie over het gebruik van volmachtadviseurs en informatie over hun stemrichtsnoeren.

(2)

Deze verordening heeft, zoals voorgeschreven in artikel 52, lid 3, van Verordening (EU) 2019/2033, tot doel templates voor de vereiste openbaarmaking vast te stellen om tegemoet te komen aan de behoefte aan consistente en vergelijkbare openbare informatie over het beleid van beleggingsondernemingen.

(3)

De bepalingen van deze verordening zijn proportioneel, maar hebben ook tot doel ervoor te zorgen dat de templates en tabellen die beleggingsondernemingen gebruiken voor openbaarmakingen van het beleggingsbeleid, voldoende uitgebreide en vergelijkbare informatie bevatten over hun stemgedrag en de wijze waarop dit stemgedrag de ondernemingen waarin wordt belegd, beïnvloedt.

(4)

Meer in het bijzonder voorziet deze verordening in een template voor kwantitatieve openbaarmakingen over het percentage van de stemrechten dat verbonden is aan de aandelen die direct in het bezit zijn van de beleggingsondernemingen, of indirect in het bezit van hun dochterondernemingen of geassocieerde ondernemingen overeenkomstig artikel 2, punt 13, van Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad (2), of enige andere onderneming waarmee de beleggingsonderneming banden heeft overeenkomstig artikel 3, lid 1, punt 4), van Richtlijn (EU) 2019/2034 van het Europees Parlement en de Raad (3), met inbegrip van aandelen onder het beheer van beleggingsondernemingen voor rekening van cliënten, tenzij aandeelhouders stemrechten behouden op grond van een contractuele regeling die de beleggingsonderneming verbiedt namens hen te stemmen. Bij deze verordening worden ook tabellen en templates vastgesteld voor de beschrijving van het stemgedrag van de beleggingsonderneming en van het percentage besluiten van de algemene vergadering die door de onderneming werden goed- of afgekeurd, per onderwerp, met inbegrip van informatie over de afdelingen of functies die betrokken zijn bij het bepalen van het stempositie, het valideringsproces en materiële wijzigingen in het percentage goedgekeurde besluiten. Daarnaast bevat de verordening kwalitatieve tabellen voor de beschrijving van het gebruik van volmachtadviseurs en de banden met deze ondernemingen. Tot slot bevat zij instructies over de informatie die beleggingsondernemingen over hun stemrichtsnoeren openbaar moeten maken.

(5)

Deze verordening is gebaseerd op de ontwerpen van technische reguleringsnormen die de Europese toezichthoudende autoriteit (EBA, Europese Bankautoriteit) aan de Commissie heeft voorgelegd.

(6)

De EBA heeft een open publieke consultatie gehouden over de ontwerpen van technische reguleringsnormen waarop deze verordening is gebaseerd, heeft de mogelijke kosten en baten hiervan geanalyseerd en heeft het advies van de bij artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad (4) opgerichte Stakeholdergroep bankwezen ingewonnen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Openbaarmakingsbeginselen

Voor overeenkomstig deze verordening openbaar te maken informatie gelden de volgende beginselen:

a)

Voor openbaarmakingen geldt dezelfde mate van interne verificatie als voor het in het financieel verslag van de beleggingsonderneming opgenomen managementverslag.

b)

Openbaarmakingen zijn duidelijk. Zij worden gepresenteerd in een voor gebruikers begrijpelijke vorm en worden via een toegankelijk medium gecommuniceerd. Belangrijke berichten worden speciaal gemarkeerd en zijn gemakkelijk te vinden. Complexe kwesties worden in eenvoudige taal uitgelegd. Onderling samenhangende informatie wordt gebundeld gepresenteerd.

c)

Openbaarmakingen zijn betekenisvol en consistent in de tijd, zodat gebruikers van informatie deze kunnen vergelijken voor verschillende openbaarmakingsperiodes.

d)

Kwantitatieve openbaarmakingen gaan vergezeld van kwalitatieve toelichtingen en alle overige aanvullende informatie die noodzakelijk kan zijn om deze openbaarmakingen voor de gebruikers van die informatie begrijpelijk te maken, waarbij met name wordt gewezen op significante wijzigingen in bepaalde openbaarmakingen ten opzichte van de informatie in vorige openbaarmakingen.

Artikel 2

Algemene specificaties

1.   Bij de openbaarmaking van informatie overeenkomstig deze verordening zien beleggingsondernemingen erop toe dat numerieke waarden als feitelijke informatie worden ingediend. Kwantitatieve gegevens die als percentage openbaar worden gemaakt, worden met een nauwkeurigheid van minimaal twee cijfers achter de komma uitgedrukt.

2.   Bij de openbaarmaking van informatie overeenkomstig deze verordening zien beleggingsondernemingen erop toe dat bij de data ook alle volgende informatie wordt verschaft:

a)

openbaarmakingsreferentiedatum en -referentieperiode;

b)

naam en identificatiecode van de beleggingsonderneming die gegevens openbaar maakt (een identificatiecode voor juridische entiteiten (Legal Entity Identifier — LEI), indien beschikbaar);

c)

standaard voor financiële verslaglegging (in voorkomend geval); alsmede

d)

consolidatiekring (in voorkomend geval).

Artikel 3

Openbaarmaking van het percentage stemrechten

Beleggingsondernemingen maken de in artikel 52, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033 bedoelde informatie openbaar door gebruik te maken van template IF IP1 in bijlage I bij deze verordening en door de instructies in bijlage II bij deze verordening te volgen.

Artikel 4

Openbaarmaking van het stemgedrag

Beleggingsondernemingen maken de in de artikel 52, lid 1, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033 bedoelde informatie als volgt openbaar:

a)

de informatie over het stemgedrag door gebruik te maken van tabel IF IP2.01 en template IF IP2.02 in bijlage I bij deze verordening en door de instructies in bijlage II bij deze verordening te volgen;

b)

de informatie over de toelichting bij de stemming door gebruik te maken van tabel IF IP2.03 en template IF IP2.04 in bijlage I bij deze verordening en door de instructies in bijlage II bij deze verordening te volgen;

c)

de informatie over het aantal voorstellen dat door de beleggingsonderneming is goedgekeurd door gebruik te maken van template IF IP2.05 in bijlage I bij deze verordening en door de instructies in bijlage II bij deze verordening te volgen.

Artikel 5

Openbaarmaking van de toelichting bij het gebruik van volmachtadviseurs

Beleggingsondernemingen maken de in de artikel 52, lid 1, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033 bedoelde informatie als volgt openbaar:

a)

de informatie over de lijst van door de beleggingsonderneming gebruikte volmachtadviseurs door gebruik te maken van tabel IF IP3.01 in bijlage I bij deze verordening en door de instructies in bijlage II bij deze verordening te volgen;

b)

de informatie over de banden met volmachtadviseurs door gebruik te maken van tabel IF IP3.02 in bijlage I bij deze verordening en door de instructies in bijlage II bij deze verordening te volgen.

Artikel 6

Openbaarmaking van stemrichtsnoeren

Beleggingsondernemingen maken de in artikel 52, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033 bedoelde informatie openbaar door gebruik te maken van template IF IP4 in bijlage I bij deze verordening en door de instructies in bijlage II bij deze verordening te volgen.

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 11 maart 2022.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 314 van 5.12.2019, blz. 1.

(2)  Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19).

(3)  Richtlijn (EU) 2019/2034 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende het prudentiële toezicht op beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijnen 2002/87/EG, 2009/65/EG, 2011/61/EU, 2013/36/EU, 2014/59/EU en 2014/65/EU (PB L 314 van 5.12.2019, blz. 64).

(4)  Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12).


BIJLAGE I

OPENBAARMAKING VAN BELEGGINGSBELEID DOOR BELEGGINGSONDERNEMINGEN

OPENBAARMAKING DOOR BELEGGINGSONDERNEMINGEN

Templatenummer

Templatecode

Templatenaam

Verwijzing naar wetgeving

 

 

BELEGGINGSBELEID

 

1

IF IP1

PERCENTAGE STEMRECHTEN

Verordening (EU) 2019/2033 artikel 52, lid 1, punt a)

2

IF IP2

STEMGEDRAG

Verordening (EU) 2019/2033 artikel 52, lid 1, punt b)

3

IF IP3

VOLMACHTADVISEURS

Verordening (EU) 2019/2033 artikel 52, lid 1, punt c)

4

IF IP4

STEMRICHTSNOEREN

Verordening (EU) 2019/2033 artikel 52, lid 1, punt d)


IF IP1 — TEMPLATE OVER HET PERCENTAGE VAN DE STEMRECHTEN


Land

Economische sector

Naam van de onderneming

Identificatiecode van de onderneming

Percentage van de stemrechten verbonden aan direct of indirect aangehouden aandelen als bedoeld in artikel 52, lid 2

a

b

c

d

e

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voeg zo nodig extra rijen toe.

IF IP2.03 — TABEL OVER DE TOELICHTING BIJ DE STEMMING


Rij

Post

Waarde

1

Afdelingen of functies in de beleggingsonderneming die betrokken zijn bij het bepalen van het stempositie

 

2

Beschrijving van het valideringsproces voor tegenstemmen

 

3

Aantal voltijdequivalenten dat wordt ingezet om besluiten te analyseren en stemverslagen te onderzoeken, met uitzondering van externe middelen zoals volmachtadviseurs

 

4

Toelichting bij elke wezenlijke wijziging in het goedkeuringspercentage

 

5

Lijst van openbaar beschikbare documenten inzake het beleggingsbeleid waarin de doelstellingen van de beleggingsonderneming worden beschreven

 

6

Indien van toepassing, certificering van het beleggingsbeleid van de onderneming

 


IF IP2.04 — TEMPLATE INZAKE STEMGEDRAG TEN AANZIEN VAN BESLUITEN PER THEMA


Rij

Post

Voorstem

Tegenstem

Onthouding

Totaal

1

Tijdens het afgelopen jaar ter stemming voorgelegde besluiten per thema:

 

 

 

 

2

Bestuursstructuur

 

 

 

 

3

Beloning van het management

 

 

 

 

4

Accountants

 

 

 

 

5

Milieu, sociale zaken, ethiek

 

 

 

 

6

Kapitaalverrichtingen

 

 

 

 

7

Externe besluiten

 

 

 

 

8

Overige

 

 

 

 


IF IP2.05 — TEMPLATE MET PERCENTAGE GOEDGEKEURDE VOORSTELLEN


Rij

Post

Waarde

1

Percentage door het bestuurs- of leidinggevend orgaan ingediende besluiten dat door de onderneming is goedgekeurd

 

2

Percentage door aandeelhouders ingediende besluiten dat door de onderneming is goedgekeurd

 


IF IP3 — VOLMACHTADVISEURS


IF IP3.01 — TABEL MET LIJST VAN VOLMACHTADVISEURS


Naam van de volmachtadviseur

Identificatiecode van de volmachtadviseur

Soort contract

Investeringen die verband houden met de volmachtadviseur

Thema’s van besluiten waarover de volmachtadviseur het afgelopen jaar stemaanbevelingen heeft gedaan

a

b

c

d

e

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voeg zo nodig extra rijen toe.

IF IP3.02 — TABEL MET BANDEN MET VOLMACHTADVISEURS


Naam van de volmachtadviseur

Identificatiecode van de volmachtadviseur

Relevante ondernemingen waarmee de volmachtadviseur banden heeft

Soort band

Indien van toepassing, beleid inzake belangenconflicten met de volmachtadviseur

a

b

c

d

e

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


IF IP4 — TABEL OVER STEMRICHTSNOEREN


Stemrichtsnoeren met betrekking tot de ondernemingen waarvan de aandelen overeenkomstig artikel 52, lid 2, worden aangehouden: beknopte algemene samenvatting en, indien nodig, links naar niet-vertrouwelijke documenten

a

 


BIJLAGE II

INSTRUCTIES OVER DE OPENBAARMAKING VAN HET BELEGGINGSBELEID DOOR BELEGGINGSONDERNEMINGEN

1.1.   DEEL I: ALGEMENE INSTRUCTIES

1.1   Structuur

Deze bijlage bevat instructies voor de openbaarmakingstemplates en -tabellen in bijlage I met betrekking tot:

percentage van de stemrechten;

stemgedrag;

volmachtadviseurs;

stemrichtsnoeren.

1.2   Prudentiële consolidatie

Het consolidatiebereik van een beleggingsondernemingsgroep wordt nader beschreven in de ontwerpen van technische reguleringsnormen betreffende prudentiële consolidatie conform artikel 7, lid 5, van Verordening (EU) 2019/2033 (1). Om te voldoen aan de openbaarmakingsvereisten, maken beleggingsondernemingsgroepen gebruik van dit prudentiële toepassingsgebied en niet van het toepassingsgebied van de boekhoudkundige consolidatie.

1.2.   DEEL II: INSTRUCTIES MET BETREKKING TOT TEMPLATES EN TABELLEN

Aan de vereiste van openbaarmakingen van het beleggingsbeleid wordt voldaan aan de hand van zowel templates als tabellen. Templates bevatten kwantitatieve informatie en tabellen bevatten kwalitatieve informatie.

1.   IF IP1 — PERCENTAGE VAN DE STEMRECHTEN

1.1.   Algemene opmerkingen

Artikel 52, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033 schrijft voor dat het percentage van de stemrechten, verbonden aan aandelen die direct of indirect worden aangehouden, uitgesplitst naar lidstaat en sector, openbaar wordt gemaakt, waarbij alleen de in artikel 52, lid 2, bedoelde relevante vennootschappen in aanmerking worden genomen. In de desbetreffende template is elke onderneming gekoppeld aan een land en een economische sector volgens de in de template opgenomen vervolgkeuzelijst, wanneer het percentage van de stemrechten dat direct of indirect in het bezit is van de beleggingsonderneming de drempel van 5 % van alle stemrechten die verbonden zijn aan de door de onderneming uitgegeven aandelen overschrijdt.

Beleggingsondernemingen maken het percentage van de stemrechten openbaar dat verbonden is aan de aandelen die indirect door hun dochterondernemingen of andere ondernemingen worden aangehouden, indien de beleggingsondernemingen in aanzienlijke mate invloed of zeggenschap uitoefenen over de dochterondernemingen of andere ondernemingen, of indien er nauwe banden bestaan.

1.2.   Instructies voor specifieke posities

Kolom

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

a

Land

Artikel 52, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033

Het percentage van de stemrechten wordt uitgesplitst naar lidstaat, op basis van de vestigingsplaats van de vennootschap waarin wordt belegd.

b

Economische sector

Artikel 52, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033.

Het percentage van de stemrechten wordt uitgesplitst naar sector. Er wordt gebruikgemaakt van de lijst van economische sectoren die is opgenomen in Europese classificatie van vaardigheden, competenties, kwalificaties en beroepen (European Skills, Competences, Qualifications and Occupations — ESCO), die 27 sectoren omvat. Deze sectoren worden aangeduid met NACE-codes, zoals weergegeven in de tabel (2) op de website van de Europese Commissie.

c

Naam van de onderneming

Naam van de onderneming waarin de aandelen worden aangehouden.

d

Identificatiecode van de onderneming

Identificatiecode van de onderneming waarin aandelen worden aangehouden: een identificatiecode voor juridische entiteiten (Legal Entity Identifier — LEI). Beleggingsondernemingen rapporteren in dit veld de LEI-code in alle gevallen waarin deze beschikbaar is.

e

Percentage van de stemrechten verbonden aan direct of indirect aangehouden aandelen als bedoeld in artikel 52, lid 2

Artikel 52, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033.

Percentage tussen 5 % (niet inbegrepen) en 100 %.

De voor deze template relevante ondernemingen zijn die waarvan de aandelen tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten. Alleen aandelen waaraan stemrechten verbonden zijn, worden in aanmerking genomen. Openbaarmaking is vereist wanneer het aandeel van de stemrechten die direct of indirect in het bezit zijn van de beleggingsonderneming, de drempel van 5 % van alle stemrechten die verbonden zijn aan de door de onderneming uitgegeven aandelen overschrijdt. De stemrechten worden berekend op basis van alle aandelen waaraan stemrechten verbonden zijn, ook al is de uitoefening van die stemrechten opgeschort. De aandelen die binnen het toepassingsgebied van deze openbaarmaking vallen, kunnen direct of indirect worden aangehouden. “Rechtstreeks aangehouden aandelen” zijn aandelen die voor eigen rekening van de beleggingsonderneming worden aangehouden en deel uitmaken van haar eigen fondsen. “Indirect aangehouden aandelen” zijn aandelen die worden aangehouden door een dochteronderneming van de beleggingsonderneming of door een andere onderneming waarop de beleggingsonderneming invloed van betekenis uitoefent, hetzij op grond van een formele overeenkomst, hetzij op grond van enige andere zakelijke relatie. Zij omvatten ook aandelen die onder het beheer van de beleggingsonderneming namens cliënten vallen, tenzij aandeelhouders stemrechten behouden op grond van een contractuele regeling die de beleggingsonderneming verbiedt namens hen te stemmen.

2.   IF IP2 — STEMGEDRAG

2.1.   Algemene opmerkingen

Artikel 52, lid 1, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033 vereist de openbaarmaking van drie elementen:

(a)

een volledige beschrijving van het stemgedrag in de algemene vergaderingen van ondernemingen waarvan de aandelen overeenkomstig artikel 52, lid 2, worden aangehouden;

(b)

een stemverklaring;

(c)

het aantal voorstellen dat de beleggingsonderneming heeft goedgekeurd.

2.2.   Instructies voor specifieke posities

IF IP2.01 — TABEL MET DE BESCHRIJVING VAN HET STEMGEDRAG

Rij

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

1

Aantal ondernemingen waarop de openbaarmaking betrekking heeft

Artikel 52, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033.

Positief geheel getal.

Aantal ondernemingen waarin aandelen worden aangehouden (zie kolom d van IF IP1).

2

Aantal algemene vergaderingen in het afgelopen jaar die binnen het toepassingsgebied van de openbaarmaking vallen

Artikel 52, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033.

Positief geheel getal.

Aantal algemene vergaderingen in het afgelopen jaar voor de ondernemingen waarop de openbaarmaking betrekking heeft.

3

Aantal algemene vergaderingen in het afgelopen jaar die binnen het toepassingsgebied van de openbaarmaking vallen, waarop de onderneming een stem heeft uitgebracht

Artikel 52, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033.

Positief geheel getal, kleiner dan of gelijk aan rij 2.

Aantal algemene vergaderingen in het afgelopen jaar voor de ondernemingen die binnen het toepassingsgebied van de openbaarmaking vallen en waarop de onderneming heeft gestemd. Dit omvat vergaderingen waarbij de onderneming zich heeft onthouden en vergaderingen waarin de onderneming bij volmacht heeft gestemd.

4

Brengt de beleggingsonderneming de onderneming vóór de algemene vergadering op de hoogte dat tegenstemmen zullen worden uitgebracht?

Ja/nee-vraag.

Het antwoord luidt “ja” indien volgens het beleid van de beleggingsonderneming een onderneming in kennis wordt gesteld van tegenstemmen vóór de algemene vergadering, of indien de beleggingsonderneming dit in het afgelopen jaar in de meeste gevallen heeft gedaan.

5

Percentage van de door de onderneming fysiek uitgebrachte stemmen

Percentage.

Bij volmacht uitgebrachte stemmen niet inbegrepen.

6

Percentage van de door de onderneming via e-mail of digitaal uitgebrachte stemmen

Percentage.

Bij volmacht uitgebrachte stemmen inbegrepen.

7

Beschikt de beleggingsondernemingsgroep op geconsolideerde basis over een beleid inzake belangenconflicten tussen relevante entiteiten van de groep?

Ja/nee-vraag.

Beleggingsondernemingsgroepen vullen deze rij in, individuele beleggingsondernemingen niet.

Relevante entiteiten van de groep zijn die welke onder het toepassingsgebied van de prudentiële consolidatie conform Verordening (EU) 2019/2033 vallen.

8

Zo ja, geef een samenvatting van dit beleid

Vrije tekst.

Indien het antwoord in rij 7 “ja” is, verstrekt de onderneming een korte samenvatting van het beleid inzake belangenconflicten tussen relevante entiteiten van de groep.

IF IP2.02 — TEMPLATE INZAKE STEMGEDRAG

Rij

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

1

Besluiten van de algemene vergadering:

Titelrij.

2

die de onderneming heeft goedgekeurd

Aantal en percentage van besluiten van de algemene vergadering binnen het toepassingsgebied van de openbaarmaking die de onderneming in het afgelopen jaar heeft goedgekeurd.

3

waartegen de onderneming bezwaar heeft gemaakt

Aantal en percentage van besluiten van de algemene vergadering binnen het toepassingsgebied van de openbaarmaking waartegen de onderneming in het afgelopen jaar bezwaar heeft gemaakt.

4

ten aanzien waarvan de onderneming zich van stemming heeft onthouden

Aantal en percentage van besluiten van de algemene vergadering binnen het toepassingsgebied van de openbaarmaking ten aanzien waarvan de onderneming zich in het afgelopen jaar van stemming heeft onthouden.

5

Algemene vergaderingen waarin de onderneming tegen ten minste één besluit bezwaar heeft gemaakt

Aantal en percentage van algemene vergaderingen binnen het toepassingsgebied van de openbaarmaking waarop de onderneming in het afgelopen jaar tegen ten minste één besluit bezwaar heeft gemaakt.

IF IP2.03 — TABEL MET STEMVERKLARINGEN

Rij

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

1

Afdelingen of functies in de beleggingsonderneming die deelnemen aan het bepalen van een stempositie

Vrije tekst.

Lijst van de afdelingen of functies die deelnemen aan het bepalen van een stempositie.

2

Beschrijving van het valideringsproces voor tegenstemmen

Vrije tekst.

Indien van toepassing, beschrijving van het valideringsproces voor tegenstemmen in de desbetreffende algemene vergaderingen.

3

Aantal personeelsleden gekwantificeerd in voltijdequivalenten dat wordt ingezet om besluiten te analyseren en stemverslagen te onderzoeken, met uitzondering van externe middelen zoals volmachtadviseurs

Positief aantal.

Aantal personeelsleden gekwantificeerd in voltijdequivalenten in de afdelingen of functies dat wordt ingezet om besluiten te analyseren en stemverslagen te onderzoeken. Dit omvat uitsluitend interne middelen bij de beleggingsonderneming.

4

Toelichting bij elke wezenlijke wijziging in het goedkeuringspercentage

Vrije tekst.

Er wordt een korte toelichting gegeven indien het goedkeuringspercentage ten opzichte van de laatste openbaarmaking wezenlijk is gestegen of gedaald, bijvoorbeeld als gevolg van een wijziging in het beleid, de strategie of de vooruitzichten van de beleggingsonderneming als aandeelhouder.

5

Lijst van openbaar beschikbare documenten inzake het beleggingsbeleid waarin de doelstellingen van de beleggingsonderneming worden beschreven

Vrije tekst.

Lijst van documenten, bij voorkeur als hypertekstlinks, waarin de doelstellingen van de beleggingsonderneming als aandeelhouder worden beschreven.

6

Indien van toepassing, certificering van het beleggingsbeleid van de onderneming

Vrije tekst.

Indien de beleggingsonderneming een certificering voor haar beleggingsbeleid heeft verkregen, naam en datum van afgifte van deze certificering. Er kunnen meerdere dergelijke certificeringen zijn.

IF IP2.04 — TEMPLATE INZAKE STEMGEDRAG TEN AANZIEN VAN BESLUITEN, PER THEMA

Rij

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

1

Tijdens het afgelopen jaar ter stemming voorgelegde besluiten per thema:

Positief geheel getal.

Aantal besluiten waarover de onderneming of haar gevolmachtigden in het afgelopen jaar hun stem hebben uitgebracht in de algemene vergaderingen binnen het toepassingsgebied van de openbaarmaking Het totaal wordt uitgesplitst naar goedkeuringsstatus: goedkeuring, bezwaar, onthouding.

2

Bestuursstructuur

Positief geheel getal.

Aantal besluiten over de bestuursstructuur, uitgesplitst naar goedkeuringsstatus.

3

Beloning van het management

Positief geheel getal.

Aantal besluiten over de beloning van het management, uitgesplitst naar goedkeuringsstatus.

4

Accountants

Positief geheel getal.

Aantal besluiten over de accountants (b.v. aanstelling, beloning) uitgesplitst naar goedkeuringsstatus.

5

Milieu, sociale zaken, ethiek

Positief geheel getal.

Aantal besluiten over milieu, sociale zaken en ethiek, uitgesplitst naar goedkeuringsstatus.

6

Kapitaalverrichtingen

Positief geheel getal.

Aantal besluiten over de kapitaalverrichtingen (b.v. fusies, overnames) uitgesplitst naar goedkeuringsstatus.

7

Externe besluiten

Positief geheel getal.

Aantal besluiten over voorstellen voor externe besluiten, uitgesplitst naar goedkeuringsstatus. Deze externe besluiten worden door een aandeelhouder aan de andere aandeelhouders voorgesteld, in het algemeen om hen ervan te overtuigen tegen een voorstel van de raad van bestuur te stemmen.

8

Overige

Positief geheel getal.

Aantal besluiten over andere dan bovenstaande onderwerpen, uitgesplitst naar goedkeuringsstatus.

IF IP2.05 — TABEL MET PERCENTAGES GOEDGEKEURDE VOORSTELLEN

Rij

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

1

Percentage door het bestuurs- of leidinggevend orgaan ingediende besluiten dat door de onderneming is goedgekeurd

Artikel 52, lid 1, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033.

Percentage.

2

Percentage door aandeelhouders ingediende besluiten dat door de onderneming is goedgekeurd

Artikel 52, lid 1, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033.

Percentage.

3.   IF IP3 — VOLMACHTADVISEURS

3.1.   Algemene opmerkingen

Artikel 52, lid 1, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033 schrijft voor dat een toelichting bij het gebruik van volmachtadviseurs openbaar wordt gemaakt. Deze template bevat informatie over volmachtadviseurs in de zin van artikel 2, punt g), van Richtlijn 2007/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende de uitoefening van bepaalde rechten van aandeelhouders in beursgenoteerde ondernemingen (3). Deze volmachtadviseurs kunnen onderzoek, advies of stemadviezen verstrekken, of alleen steminstructies uitvoeren.

3.2.   Instructies voor specifieke posities

IF IP3.01 — TABEL MET LIJST VAN VOLMACHTADVISEURS

Kolom

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

a

Naam van de volmachtadviseur

Volmachtadviseurs in de zin van artikel 2, punt g), van Richtlijn 2007/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende de uitoefening van bepaalde rechten van aandeelhouders in beursgenoteerde vennootschappen.

Vrije tekst.

b

Identificatiecode van de volmachtadviseur

Identificatiecode van de volmachtadviseur: een LEI, indien van toepassing.

c

Soort contract

Dit veld is beperkt tot twee keuzemogelijkheden, tussen volmachtadviseurs die stemadviezen geven en volmachtadviseurs die dat niet doen. In het laatste geval brengen volmachtadviseurs alleen een stem uit namens een beleggingsonderneming.

d

Investeringen die verband houden met de volmachtadviseur

Vrije tekst.

Een lijst van de ondernemingen/investeringen die verband houden met de diensten van elke volmachtadviseur.

e

Thema’s van besluiten waarover de volmachtadviseur het afgelopen jaar stemaanbevelingen heeft gedaan

Vrije tekst, bij voorkeur met gebruikmaking van de in IF IP2.04 vermelde categorieën: bestuursstructuur, beloning van het management, accountants, milieu/sociale zaken/ethiek, kapitaaltransacties, externe besluiten of andere nader te bepalen thema’s.

IF IP3.02 — TABEL MET BANDEN MET VOLMACHTADVISEURS

Kolom

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

a

Naam van de volmachtadviseur

Vrije tekst.

b

Identificatiecode van de volmachtadviseur

Identificatiecode van de volmachtadviseur, bij voorkeur een LEI.

c

Relevante ondernemingen waarmee de volmachtadviseur banden heeft

Relevante ondernemingen waarmee volmachtadviseurs banden hebben, met een beschrijving van deze banden. Relevante ondernemingen zijn beursgenoteerde ondernemingen, beleggingsondernemingen en kredietinstellingen.

d

Soort band

Mogelijke banden zoals vermeld in IAS 24.9. Indien er meerdere van toepassing zijn, wordt de belangrijkste gekozen en gespecificeerd in de begeleidende beschrijving:

dezelfde groep;

geassocieerde deelneming of joint venture van de andere entiteit;

geassocieerde deelneming of joint venture van een derde entiteit;

een gelieerde persoon houdt zeggenschap of gezamenlijke zeggenschap;

een gelieerde persoon heeft aanzienlijke invloed;

managers op sleutelposities.

e

Indien van toepassing, beleid inzake belangenconflicten met de volmachtadviseur

Vrije tekst.

Indien van toepassing, een korte beschrijving van het beleid van de beleggingsonderneming ter voorkoming van belangenconflicten die kunnen voortvloeien uit banden tussen volmachthouders en ondernemingen of groepen waarin beleggingsondernemingen aandelen bezitten.

4.   IF IP4 — STEMRICHTSNOEREN

4.1.   Algemene opmerkingen

Artikel 52, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2019/2033 schrijft voor dat de stemrichtsnoeren met betrekking tot de ondernemingen waarvan de aandelen overeenkomstig lid 2 van hetzelfde artikel worden aangehouden, openbaar worden gemaakt. De desbetreffende tabel wordt gebruikt om alle stemrichtsnoeren in het desbetreffende toepassingsgebied openbaar te maken, niet alleen richtsnoeren voor stemmen bij volmacht. Stemrichtsnoeren kunnen uitgebreid zijn en per geval worden vastgesteld voor bepaalde punten op de agenda van een algemene vergadering. Deze richtsnoeren kunnen variëren per geografische zone, economische sector of thema van de besluiten.

4.2.   Instructies voor specifieke posities

Kolom

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

a

Stemrichtsnoeren met betrekking tot de ondernemingen waarvan de aandelen overeenkomstig artikel 52, lid 2 worden aangehouden.

Artikel 52, lid 1, punt d), en artikel 52, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2033

Vrije tekst.

Korte algemene samenvatting en, indien beschikbaar, links naar niet-vertrouwelijke documenten, bij voorkeur in de vorm van hypertekstlinks.


(1)  https://www.eba.europa.eu/sites/default/documents/files/document_library/Publications/Draft%20Technical%20Standards/2020/RTS/961461/Final%20draft%20RTS%20on%20prudential%20requirements%20for%20Investment%20Firms%20%28EBA-RTS-2020-11%29.pdf

(2)  Verordening (EG) nr. 1893/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot vaststelling van de statistische classificatie van economische activiteiten NACE Rev. 2 en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3037/90 en enkele EG-verordeningen op specifieke statistische gebieden (PB L 393 van 30.12.2006, blz. 1).

(3)  Richtlijn 2007/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende de uitoefening van bepaalde rechten van aandeelhouders in beursgenoteerde vennootschappen (PB L 184 van 14.7.2007, blz. 17).


6.7.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 179/25


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2022/1160 VAN DE COMMISSIE

van 5 juli 2022

tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 wat betreft de gebruiksvoorwaarden voor en specificaties van het nieuwe voedingsmiddel nicotinamideribosidechloride

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende nieuwe voedingsmiddelen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1852/2001 van de Commissie (1), en met name artikel 12,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) 2015/2283 is vastgesteld dat alleen nieuwe voedingsmiddelen die zijn toegelaten en in de Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen zijn opgenomen, in de Unie in de handel mogen worden gebracht.

(2)

Overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU) 2015/2283 is er bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie (2) een Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen vastgesteld.

(3)

Nicotinamideribosidechloride is in de Unielijst in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 opgenomen als toegelaten nieuw voedingsmiddel.

(4)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/16 van de Commissie (3) is het in de handel brengen van nicotinamideribosidechloride als nieuw voedingsmiddel voor gebruik in voedingssupplementen zoals gedefinieerd in Richtlijn 2002/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (4) voor de volwassen bevolking toegelaten.

(5)

Op 2 maart 2020 heeft de onderneming ChromaDex Inc. (“de aanvrager”) overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EU) 2015/2283 bij de Commissie een aanvraag ingediend tot wijziging van de gebruiksvoorwaarden voor het nieuwe voedingsmiddel nicotinamideribosidechloride. De aanvrager heeft verzocht het gebruik van nicotinamideribosidechloride uit te breiden tot: voeding voor medisch gebruik en de dagelijkse voeding volledig vervangende producten voor gewichtsbeheersing, zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 609/2013 van het Europees Parlement en de Raad (5), bij 500 mg per dag, en maaltijdvervangende producten, bij 300 mg per dag; alle categorieën die bestemd zijn voor de volwassen bevolking, met uitzondering van zwangere en borstvoeding gevende vrouwen.

(6)

Daarnaast heeft de aanvrager op 2 maart 2020 een verzoek ingediend bij de Commissie voor de bescherming van door eigendomsrechten beschermde gegevens voor een ter ondersteuning van de aanvraag ingediend onderzoek, namelijk een studie waarin de veiligheid en de dosisafhankelijke effecten van de toevoeging van nicotinamideribosidechloride bij de mens worden beoordeeld (6).

(7)

Overeenkomstig artikel 10, lid 3, van Verordening (EU) 2015/2283 heeft de Commissie de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) op 8 juni 2020 verzocht een wetenschappelijk advies uit te brengen door middel van een beoordeling van een uitbreiding van het gebruik van het nieuwe voedingsmiddel nicotinamideribosidechloride.

(8)

Op 14 september 2021 heeft de EFSA haar wetenschappelijk advies uitgebracht over de uitbreiding van het gebruik van nicotinamideribosidechloride als nieuw voedingsmiddel krachtens Verordening (EU) 2015/2283 (7), overeenkomstig artikel 11 van Verordening (EU) 2015/2283.

(9)

In haar wetenschappelijk advies heeft de EFSA geconcludeerd dat nicotinamideribosidechloride bij gebruik in een concentratie van 500 mg per dag in voeding voor medisch gebruik en in de dagelijkse voeding volledig vervangende producten voor gewichtsbeheersing, bestemd voor de volwassen bevolking, met uitzondering van zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven, veilig is. Daarom moeten de gebruiksvoorwaarden voor nicotinamideribosidechloride worden gewijzigd en moet het gebruik van nicotinamideribosidechloride in die levensmiddelen worden toegestaan.

(10)

Overeenkomstig artikel 5, lid 6, van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2469 van de Commissie (8) heeft de EFSA in hetzelfde advies de veiligheid van maaltijdvervangers voor de algemene bevolking beoordeeld, en niet alleen voor volwassenen, aangezien consumptie van maaltijdvervangende producten die het nieuwe voedingsmiddel bevatten door andere bevolkingsgroepen niet kan worden uitgesloten. In haar advies heeft de EFSA ook aangegeven dat, met uitzondering van zuigelingen, de inname van 300 mg nicotinamideribosidechloride per dag uit maaltijdvervangers voor de volwassen bevolking, met uitzondering van zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven, lager zou zijn dan het vastgestelde maximaal toelaatbare inname aan nicotinamide (9) en dus als veilig zou worden beschouwd. In het licht van de beoordeling door de EFSA van het gebruik van het nieuwe voedingsmiddel in maaltijdvervangers voor alle bevolkingsgroepen met uitzondering van zuigelingen, waaruit blijkt dat de inname van het nieuwe voedingsmiddel uit maaltijdvervangende producten veel lager zal zijn dan het maximaal toelaatbare inname voor nicotinamide, en in het licht van het feit dat maaltijdvervangende producten een categorie levensmiddelen zijn waar in wezen uitsluitend bij volwassenen vraag naar is en uitsluitend door volwassenen gebruik van wordt gemaakt, is de Commissie van mening dat het nieuwe voedingsmiddel alleen mag worden toegelaten voor gebruik in maaltijdvervangende producten voor de volwassen bevolking, met uitzondering van zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven, bij een gebruiksniveau van 300 mg dag, zoals voorgesteld door de aanvrager.

(11)

Dat wetenschappelijk advies bevat voldoende redenen om vast te stellen dat nicotinamideribosidechloride, bij gebruik in een concentratie van 500 mg per dag in voeding voor medisch gebruik en in de dagelijkse voeding volledig vervangende producten voor gewichtsbeheersing bestemd voor de volwassen bevolking, met uitzondering van zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven, voldoet aan de voorwaarden voor het in de handel brengen ervan overeenkomstig artikel 9 en artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) 2015/2283. Bovendien worden in dat wetenschappelijk advies ook voldoende redenen gegeven om vast te stellen dat nicotinamideribosidechloride, bij gebruik in concentraties van 300 mg per dag in maaltijdvervangers die bestemd zijn voor de volwassen bevolking, met uitzondering van zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven, voldoet aan de voorwaarden voor het in de handel brengen ervan overeenkomstig artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) 2015/2283.

(12)

Veiligheidsgegevens en beoordeling van nicotinamideribosidechloride voor gebruik in voeding voor medisch gebruik, in de dagelijkse voeding volledig vervangende producten voor gewichtsbeheersing en in maaltijdvervangende producten hadden alleen betrekking op de volwassen bevolking, met uitzondering van zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven. Daarom moet worden voorzien in een etiketteringsvoorschrift om de consumenten naar behoren te informeren dat nicotinamideribosidechloridebevattende voeding voor medisch gebruik, de dagelijkse voeding volledig vervangende producten voor gewichtsbeheersing en maaltijdvervangende producten, alleen mogen worden geconsumeerd door personen ouder dan 18 jaar, met uitzondering van zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven.

(13)

In haar wetenschappelijk advies heeft de EFSA maximumgehalten voor kwik, cadmium en lood in de specificaties van het nieuwe voedingsmiddel opgenomen. Deze gehalten gelden alleen voor voeding voor medisch gebruik, de dagelijkse voeding volledig vervangende producten voor gewichtsbeheersing en maaltijdvervangers, aangezien voor deze voedingsmiddelen bij Verordening (EG) nr. 1881/2006 van de Commissie (10) geen maximumgehalten voor kwik, cadmium en lood zijn vastgesteld. Daarom moet de specificatie van het nieuwe voedingsmiddel dienovereenkomstig worden gewijzigd door maximumgehalten voor deze zware metalen vast te stellen die alleen voor nieuwe toepassingen gelden. Aangezien in dezelfde verordening geen maximumgehalte voor arseen is vastgesteld, moet het bij deze verordening vastgestelde gehalte van toepassing zijn op alle toegestane toepassingen.

(14)

In haar wetenschappelijk advies heeft de EFSA aangegeven dat zij de studie inzake de veiligheids- en dosisafhankelijke effecten bij de mens van toevoeging van nicotinamideribosidechloride (11) voor de beoordeling noch de conclusies nodig had. Daarom komt die studie niet in aanmerking voor bescherming overeenkomstig artikel 27, lid 1, van Verordening (EU) 2015/2283.

(15)

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(16)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 5 juli 2022.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 327 van 11.12.2015, blz. 1.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie van 20 december 2017 tot vaststelling van de Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen overeenkomstig Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad betreffende nieuwe voedingsmiddelen (PB L 351 van 30.12.2017, blz. 72).

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) 2020/16 van de Commissie van 10 januari 2020 tot toelating van het in de handel brengen van nicotinamideribosidechloride als nieuw voedingsmiddel krachtens Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie (PB L 7 van 13.1.2020, blz. 6).

(4)  Richtlijn 2002/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 10 juni 2002 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake voedingssupplementen (PB L 183 van 12.7.2002, blz. 51).

(5)  Verordening (EU) nr. 609/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 inzake voor zuigelingen en peuters bedoelde levensmiddelen, voeding voor medisch gebruik en de dagelijkse voeding volledig vervangende producten voor gewichtsbeheersing, en tot intrekking van Richtlijn 92/52/EEG van de Raad, Richtlijnen 96/8/EG, 1999/21/EG, 2006/125/EG en 2006/141/EG van de Commissie, Richtlijn 2009/39/EG van het Europees Parlement en de Raad en de Verordeningen (EG) nr. 41/2009 en (EG) nr. 953/2009 van de Commissie (PB L 181 van 29.6.2013, blz. 35).

(6)  Clinical Study Safety Report. Safety and Metabolic Effects of Nicotinamide Riboside in a Randomized, Double-blind, Crossover, Placebo-controlled Trial of Men and Women ≥ 55 Years of Age (Maki et al., 2020). Annex 4 — Study Report Maki.

(7)   EFSA Journal 2021;19(11):6843.

(8)  Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2469 van de Commissie van 20 december 2017 tot vaststelling van administratieve en wetenschappelijke voorschriften voor aanvragen bedoeld in artikel 10 van Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad betreffende nieuwe voedingsmiddelen (PB L 351 van 30.12.2017, blz. 64).

(9)  EFSA (Europese Autoriteit voor voedselveiligheid), 2006. Opinion of the Scientific Committee on Food on the tolerable upper intake level of nicotinic acid and nicotinamide (Niacin), uitgebracht op 17 april 2002. In: SCF (Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding) and EFSA NDA Panel (Panel voor dieetproducten, voeding en allergieën van de EFSA). Tolerable upper intake levels for vitamins and minerals. EFSA, s.l. 121-134 pp.

(10)  Verordening (EG) nr. 1881/2006 van de Commissie van 19 december 2006 tot vaststelling van de maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen (PB L 364 van 20.12.2006, blz. 5).

(11)  Clinical Study Safety Report. Safety and Metabolic Effects of Nicotinamide Riboside in a Randomized, Double-blind, Crossover, Placebo-controlled Trial of Men and Women ≥ 55 Years of Age (Maki et al., 2020). Annex 4 — Study Report Maki.


BIJLAGE

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In tabel 1 (“Toegelaten nieuwe voedingsmiddelen”) wordt de vermelding voor “nicotinamideribosidechloride” vervangen door:

Toegelaten nieuw voedingsmiddel

Voorwaarden waaronder het nieuwe voedingsmiddel mag worden gebruikt

Aanvullende specifieke etiketteringsvoorschriften

Andere voorschriften

Gegevensbescherming

Gespecificeerde levensmiddelencategorie

Maximumgehalten

Nicotinamideribosidechloride

Voedingssupplementen, zoals gedefinieerd in Richtlijn 2002/46/EG

300 mg/dag voor de volwassen bevolking, met uitzondering van zwangere vrouwen en borstvoeding gevende vrouwen

230 mg/dag voor zwangere en borstvoeding gevende vrouwen

Het nieuwe voedingsmiddel wordt op de etikettering van het voedingsmiddel dat het bevat, aangeduid met “nicotinamideribosidechloride”.

 

Toelating verleend op 20 februari 2020. Deze opname in de Unielijst is gebaseerd op door eigendomsrechten beschermde wetenschappelijke bewijzen en wetenschappelijke gegevens die overeenkomstig artikel 26 van Verordening (EU) 2015/2283 zijn beschermd.

Aanvrager: ChromaDex Inc., 10900 Wilshire Boulevard Suite 600, Los Angeles, CA 90024, Verenigde Staten. Tijdens de termijn van gegevensbescherming mag het nieuwe voedingsmiddel uitsluitend door ChromaDex Inc. in de Unie in de handel worden gebracht, tenzij een volgende aanvrager een toelating voor het nieuwe voedingsmiddel verkrijgt zonder naar de overeenkomstig artikel 26 van Verordening (EU) 2015/2283 beschermde wetenschappelijke bewijzen of wetenschappelijke gegevens te verwijzen of met toestemming van ChromaDex Inc.

Einddatum van de gegevensbescherming: 20 februari 2025.”

Voeding voor medisch gebruik zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 609/2013 voor volwassenen met uitzondering van zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven

In overeenstemming met de bijzondere voedingsbehoeften van degenen voor wie de producten bestemd zijn

1.

Het nieuwe voedingsmiddel wordt op de etikettering van het voedingsmiddel dat het bevat, aangeduid met “nicotinamideribosidechloride”.

2.

Op de etikettering van voedingsmiddelen die het nieuwe voedingsmiddel bevatten, wordt vermeld dat die voedingsmiddelen enkel mogen worden geconsumeerd door mensen ouder dan 18 jaar, met uitzondering van zwangere en borstvoeding gevende vrouwen.

 

 

De dagelijkse voeding volledig vervangende producten voor gewichtsbeheersing zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 609/2013 voor volwassenen, met uitzondering van zwangere en borstvoeding gevende vrouwen

500 mg/dag

Maaltijdvervangende producten voor de volwassen bevolking, met uitzondering van zwangere en borstvoeding gevende vrouwen

150 mg/maaltijd (maximaal 2 maaltijden/dag tot maximaal 300 mg/dag)

2)

In tabel 2 (“Specificaties”) wordt de vermelding voor “nicotinamideribosidechloride” vervangen door:

Toegelaten nieuw voedingsmiddel

Specificaties

Nicotinamideribosidechloride

Omschrijving/definitie:

Het nieuwe voedingsmiddel is een synthetische vorm van nicotinamideriboside. Het nieuwe voedingsmiddel bevat ≥ 90 % nicotinamideribosidechloride, voornamelijk in de β-vorm ervan, waarbij de resterende bestanddelen oplosmiddelresten, bijproducten van de reactie en afbraakproducten zijn.

Nicotinamideribosidechloride:

CAS-nummer: 23111-00-4

EG-nummer: 807-820-5

IUPAC-benaming: 1-[(2R,3R,4S,5R)-3,4-dihydroxy-5-(hydroxymethyl)oxolaan-2-yl]pyridine-1-ium-3-carboxamide;chloride

Chemische formule: C11H15N2O5Cl

Molecuulmassa: 290,7 g/mol

Kenmerken/samenstelling:

Kleur: wit tot lichtbruin

Vorm: poeder

Identificatie: bevestigd door NMR (kernmagnetische resonantie)

Nicotinamideribosidechloride: ≥ 90 %

Watergehalte: ≤ 2 %

Oplosmiddelresten:

Aceton: ≤ 5 000 mg/kg

Methanol: ≤ 1 000 mg/kg

Acetonitril: ≤ 50 mg/kg

Methyl-tert-butylether: ≤ 500 mg/kg

Bijproducten van de reactie:

Methylacetaat: ≤ 1 000 mg/kg

Aceetamide ≤ 27 mg/kg

Azijnzuur: ≤ 5 000 mg/kg

Zware metalen:

Arseen: ≤ 1 mg/kg

Kwik (*): ≤ 0,1 mg/kg

Cadmium (*): ≤ 1 mg/kg

Lood (*): ≤ 0,5 mg/kg

Microbiologische criteria:

Totaal kiemgetal: ≤ 1 000 kve/g

Gisten en schimmels: ≤ 100 kve/g

Escherichia coli: Afwezig in 10 g

Kve: kolonievormende eenheden.

(*)

Alleen voor voeding voor medisch gebruik, de dagelijkse voeding volledig vervangende producten voor gewichtsbeheersing en maaltijdvervangende producten.”


6.7.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 179/30


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2022/1161 VAN DE COMMISSIE

van 5 juli 2022

tot vaststelling van de begrotingsmaxima voor 2022 voor bepaalde regelingen inzake rechtstreekse steunverlening die zijn ingesteld bij Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad (1), en met name artikel 22, lid 1, artikel 36, lid 4, artikel 42, lid 2, artikel 47, lid 3, artikel 49, lid 2, artikel 51, lid 4, en artikel 53, lid 7,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Voor elke lidstaat die de bij titel III, hoofdstuk 1, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 ingestelde basisbetalingsregeling toepast, moet de Commissie het in artikel 22, lid 1, van die verordening bedoelde jaarlijkse nationale maximum voor 2022 vaststellen door op het in bijlage II bij die verordening vastgestelde jaarlijkse nationale maximum de overeenkomstig de artikelen 42, 47, 49, 51 en 53 van die verordening vastgestelde maxima in mindering te brengen. Overeenkomstig artikel 22, lid 2, van die verordening moet rekening worden gehouden met de verhogingen die de lidstaten op grond van die bepaling toepassen.

(2)

Voor elke lidstaat die de bij titel III, hoofdstuk 1, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 ingestelde regeling inzake een enkele areaalbetaling toepast, moet de Commissie het in artikel 36, lid 4, van die verordening bedoelde jaarlijkse nationale maximum voor 2022 vaststellen door op het in bijlage II bij die verordening vastgestelde jaarlijkse nationale maximum de overeenkomstig de artikelen 42, 47, 49, 51 en 53 van die verordening vastgestelde maxima in mindering te brengen. Overeenkomstig artikel 36, lid 4, tweede alinea, van die verordening moet de Commissie bij het vaststellen van het jaarlijkse nationale maximum voor de regeling inzake een enkele areaalbetaling rekening houden met de verhogingen die de lidstaten op grond van die bepaling toepassen.

(3)

Voor elke lidstaat die de bij titel III, hoofdstuk 2, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 ingestelde herverdelingsbetaling toekent, moet de Commissie het in artikel 42, lid 2, van die verordening bedoelde jaarlijkse nationale maximum voor 2022 vaststellen op basis van het door die lidstaten op grond van artikel 42, lid 1, van die verordening gemelde percentage.

(4)

Voor de bij titel III, hoofdstuk 3, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 ingestelde betaling voor klimaat- en milieuvriendelijke landbouwpraktijken moeten de in artikel 47, lid 3, van die verordening bedoelde jaarlijkse nationale maxima voor 2022 worden berekend overeenkomstig artikel 47, lid 1, van die verordening; deze bedragen 30 % van het in bijlage II bij die verordening vermelde nationale maximum van de desbetreffende lidstaat.

(5)

Voor lidstaten die de bij titel III, hoofdstuk 4, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 ingestelde betaling voor gebieden met natuurlijke beperkingen toekennen, moet de Commissie de in artikel 49, lid 2, van die verordening bedoelde jaarlijkse nationale maxima voor 2022 vaststellen op basis van het door de desbetreffende lidstaten op grond van artikel 49, lid 1, van die verordening gemelde percentage.

(6)

Voor de bij titel III, hoofdstuk 5, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 ingestelde betaling voor jonge landbouwers moet de Commissie de in artikel 51, lid 4, van die verordening bedoelde jaarlijkse nationale maxima voor 2022 vaststellen op basis van het door de lidstaten op grond van artikel 51, lid 1, van die verordening gemelde percentage; deze maxima mogen niet hoger zijn dan 2 % van het in bijlage II bij die verordening vastgestelde jaarlijkse maximum.

(7)

Wanneer het totaalbedrag van de betaling voor jonge landbouwers dat in 2022 in een lidstaat wordt aangevraagd, hoger is dan het op grond van artikel 51, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 voor die lidstaat vastgestelde maximum, moet de lidstaat het verschil overeenkomstig artikel 51, lid 2, van die verordening financieren met inachtneming van het in artikel 51, lid 1, van die verordening vastgelegde maximum. Duidelijkheidshalve moet dit maximum voor elke lidstaat worden vastgesteld.

(8)

Voor elke lidstaat die in 2022 de bij titel IV, hoofdstuk 1, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 ingestelde vrijwillige gekoppelde steun toekent, moet de Commissie de in artikel 53, lid 7, van die verordening bedoelde jaarlijkse nationale maxima voor 2022 vaststellen op basis van het door de desbetreffende lidstaat op grond van artikel 54, lid 1, van die verordening gemelde percentage.

(9)

Voor het jaar 2022 is de uitvoering van de bij Verordening (EU) nr. 1307/2013 ingestelde regelingen inzake rechtstreekse steunverlening op 1 januari 2022 van start gegaan. Omwille van de samenhang tussen de toepasselijkheid van die verordening voor het aanvraagjaar 2022 en de toepasselijkheid van de overeenkomstige begrotingsmaxima moet de onderhavige verordening met ingang van dezelfde datum van toepassing zijn.

(10)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor rechtstreekse betalingen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De in artikel 22, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 bedoelde jaarlijkse nationale maxima voor 2022 voor de basisbetalingsregeling zijn in punt I van de bijlage bij de onderhavige verordening vermeld.

2.   De in artikel 36, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 bedoelde jaarlijkse nationale maxima voor 2022 voor de regeling inzake een enkele areaalbetaling zijn in punt II van de bijlage bij de onderhavige verordening vermeld.

3.   De in artikel 42, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 bedoelde jaarlijkse nationale maxima voor 2022 voor de herverdelingsbetaling zijn in punt III van de bijlage bij de onderhavige verordening vermeld.

4.   De in artikel 47, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 bedoelde jaarlijkse nationale maxima voor 2022 voor de betaling voor klimaat- en milieuvriendelijke landbouwpraktijken zijn in punt IV van de bijlage bij de onderhavige verordening vermeld.

5.   De in artikel 49, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 bedoelde jaarlijkse nationale maxima voor 2022 voor de betaling voor gebieden met natuurlijke beperkingen zijn in punt V van de bijlage bij de onderhavige verordening vermeld.

6.   De in artikel 51, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 bedoelde jaarlijkse nationale maxima voor 2022 voor de betaling voor jonge landbouwers zijn in punt VI van de bijlage bij de onderhavige verordening vermeld.

7.   De in artikel 51, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 bedoelde maximumbedragen voor 2022 voor de betaling voor jonge landbouwers zijn in punt VII van de bijlage bij de onderhavige verordening vermeld.

8.   De in artikel 53, lid 7, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 bedoelde jaarlijkse nationale maxima voor 2022 voor de vrijwillige gekoppelde steun zijn in punt VIII van de bijlage bij de onderhavige verordening vermeld.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2022.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 5 juli 2022.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 347 van 20.12.2013, blz. 608.


BIJLAGE

I.   Jaarlijkse nationale maxima voor de basisbetalingsregeling als bedoeld in artikel 22, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1307/2013

(in duizend EUR)

Kalenderjaar

2022

België

206 964

Denemarken

496 739

Duitsland

2 819 741

Ierland

814 613

Griekenland

1 068 315

Spanje

2 789 560

Frankrijk

3 025 958

Kroatië

181 856

Italië

2 074 792

Luxemburg

22 741

Malta

650

Nederland

424 101

Oostenrijk

458 384

Portugal

268 021

Slovenië

72 697

Finland

259 284

Zweden

391 651

II.   Jaarlijkse nationale maxima voor de regeling inzake een enkele areaalbetaling als bedoeld in artikel 36, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1307/2013

(in duizend EUR)

Kalenderjaar

2022

Bulgarije

381 002

Tsjechië

464 763

Estland

127 424

Cyprus

29 400

Letland

175 229

Litouwen

224 175

Hongarije

712 920

Polen

1 549 794

Roemenië

947 209

Slowakije

205 513

III.   Jaarlijkse nationale maxima voor de herverdelingsbetaling als bedoeld in artikel 42, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1307/2013

(in duizend EUR)

Kalenderjaar

2022

België

45 157

Bulgarije

55 967

Duitsland

316 571

Frankrijk

672 643

Kroatië

40 323

Litouwen

86 777

Polen

281 472

Portugal

78 100

Roemenië

106 527

Slowakije

10 600

IV.   Jaarlijkse nationale maxima voor de betaling voor klimaat- en milieuvriendelijke landbouwpraktijken als bedoeld in artikel 47, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1307/2013

(in duizend EUR)

Kalenderjaar

2022

België

141 599

Bulgarije

239 177

Tsjechië

254 432

Denemarken

234 909

Duitsland

1 356 732

Estland

58 073

Ierland

355 885

Griekenland

538 858

Spanje

1 439 232

Frankrijk

2 017 928

Kroatië

120 968

Italië

1 088 559

Cyprus

14 294

Letland

95 742

Litouwen

173 555

Luxemburg

10 030

Hongarije

391 715

Malta

1 573

Nederland

182 933

Oostenrijk

203 275

Polen

1 017 370

Portugal

205 658

Roemenië

575 809

Slovenië

39 459

Slowakije

118 810

Finland

155 260

Zweden

205 771

V.   Jaarlijkse nationale maxima voor de betaling voor gebieden met natuurlijke beperkingen als bedoeld in artikel 49, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1307/2013

(in duizend EUR)

Kalenderjaar

2022

Denemarken

2 857

Slovenië

2 078

VI.   Jaarlijkse nationale maxima voor de betaling voor jonge landbouwers als bedoeld in artikel 51, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1307/2013

(in duizend EUR)

Kalenderjaar

2022

België

8 909

Bulgarije

1 521

Tsjechië

1 696

Denemarken

15 661

Duitsland

45 224

Estland

1 258

Ierland

23 726

Griekenland

35 924

Spanje

95 949

Frankrijk

67 264

Kroatië

8 065

Italië

72 571

Cyprus

476

Letland

2 489

Litouwen

7 231

Luxemburg

501

Hongarije

5 223

Malta

21

Nederland

12 196

Oostenrijk

13 552

Polen

33 912

Portugal

13 711

Roemenië

22 766

Slovenië

1 578

Slowakije

1 706

Finland

5 175

Zweden

13 718

VII.   Maximumbedragen voor de betaling voor jonge landbouwers als bedoeld in artikel 51, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1307/2013

(in duizend EUR)

Kalenderjaar

2022

België

9 440

Bulgarije

15 945

Tsjechië

16 962

Denemarken

15 661

Duitsland

90 449

Estland

3 872

Ierland

23 726

Griekenland

35 924

Spanje

95 949

Frankrijk

134 529

Kroatië

8 065

Italië

72 571

Cyprus

953

Letland

6 383

Litouwen

11 570

Luxemburg

669

Hongarije

26 114

Malta

105

Nederland

12 196

Oostenrijk

13 552

Polen

67 825

Portugal

13 711

Roemenië

38 387

Slovenië

2 631

Slowakije

7 921

Finland

10 351

Zweden

13 718

VIII.   Jaarlijkse nationale maxima voor de vrijwillige gekoppelde steun als bedoeld in artikel 53, lid 7, van Verordening (EU) nr. 1307/2013

(in duizend EUR)

Kalenderjaar

2022

België

79 279

Bulgarije

119 588

Tsjechië

127 216

Denemarken

32 863

Estland

6 821

Ierland

3 000

Griekenland

178 243

Spanje

573 444

Frankrijk

1 008 964

Kroatië

60 484

Italië

468 806

Cyprus

3 812

Letland

45 680

Litouwen

86 777

Luxemburg

160

Hongarije

195 857

Malta

3 000

Nederland

3 350

Oostenrijk

14 229

Polen

508 685

Portugal

134 434

Roemenië

276 893

Slovenië

17 099

Slowakije

59 405

Finland

101 436

Zweden

89 168


6.7.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 179/38


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2022/1162 VAN DE COMMISSIE

van 5 juli 2022

tot onderwerping van de invoer van elektrische fietsen van oorsprong uit de Volksrepubliek China aan registratie na de heropening van de onderzoeken ter uitvoering van de arresten van 27 april 2022 in de zaken T-242/19 en T-243/19, met betrekking tot Uitvoeringsverordening (EU) 2019/73 en Uitvoeringsverordening (EU) 2019/72

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1) (“de antidumpingbasisverordening”), en met name artikel 14,

Gezien Verordening (EU) 2016/1037 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (2) (“de antisubsidiebasisverordening”), en met name artikel 24,

Overwegende hetgeen volgt:

1.   PROCEDURE

1.1.   Vaststelling van maatregelen

(1)

Op 17 juli 2018 heeft de Commissie (“de Commissie”) Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1012 (3) vastgesteld, tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op elektrische fietsen van oorsprong uit de Volksrepubliek China (“de voorlopige verordening”).

(2)

Op 17 januari 2019 heeft de Commissie Uitvoeringsverordening (EU) 2019/73 (4) en Uitvoeringsverordening (EU) 2019/72 (5) (“de litigieuze verordeningen”) vastgesteld.

1.2.   Arrest van het Gerecht van de Europese Unie

(3)

Giant Electric Vehicle Kunshan Co. Ltd (Giant) heeft bij het Gerecht een beroep tot nietigverklaring ingesteld waarbij zij de wettigheid van de litigieuze verordeningen betwistte. Giant betwistte de correctie van haar uitvoerprijs bij verkoop via in de Unie gevestigde verbonden handelaren, waarbij voor de berekening van de prijsonderbieding naar analogie gebruikgemaakt was van artikel 2, lid 9, van de antidumpingbasisverordening. Giant stelde met name dat de correctie — de aftrek van de VAA-kosten van de verbonden importeur en een fictieve winst — het handelsstadium van haar uitvoer wijzigde, hetgeen resulteerde in een vergelijking van haar uitvoerprijs op het niveau van een importeur met de prijzen in de Unie op het niveau van de detailhandelaren. Deze gecorrigeerde uitvoerprijs werd voor de berekening van de prijsonderbieding en het prijsbederf vergeleken met de verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Unie aan hun eerste onafhankelijke afnemers bij verkoop via verbonden verkoopentiteiten in de EU. Giant betwistte ook de behandeling van de verkopen van Original Equipment Manufacturers (OEM) bij de berekening van de prijsonderbieding. Volgens Giant moest de verkoop van eigen merkproducten van producenten in de Unie aan detailhandelaren, voordat deze werd vergeleken met haar OEM-verkoop, worden gecorrigeerd om deze op het niveau van de verkoop aan een niet-verbonden OEM-afnemer in de Unie te brengen.

(4)

Op 27 april 2022 wees het Gerecht arrest in de zaken T-242/19 en T-243/19, waarbij het zowel Uitvoeringsverordening (EU) 2019/73 (antidumping) als Uitvoeringsverordening (EU) 2019/72 van de Commissie (antisubsidie) nietig verklaarde voor zover zij Giant betreffen.

(5)

Het Gerecht overwoog dat de Commissie niet verplicht was de prijsonderbiedingsmarges vast te stellen en dat zij haar schadeanalyse en dus het oorzakelijk verband kon baseren op andere in artikel 3, lid 3, van de antidumpingbasisverordening en artikel 8, lid 2, van de antisubsidiebasisverordening genoemde prijsverschijnselen, zoals een aanzienlijke neerwaartse druk op de prijzen van de bedrijfstak van de Unie of het in aanzienlijke mate verhinderen van prijsverhogingen. Aangezien de Commissie zich heeft gebaseerd op de berekening van de prijsonderbieding in het kader van artikel 3, lid 3, en artikel 8, lid 2, was het Gerecht in beide zaken echter van oordeel dat de Commissie bij de berekening van de prijsonderbiedingsmarge van verzoekster geen billijke vergelijking heeft gemaakt door met betrekking tot de prijzen van de producenten in de Unie rekening te houden met bepaalde elementen die zij niettemin had afgetrokken van de prijzen van verzoekster (of die wat de OEM-verkopen betreft, niet aanwezig waren, aangezien de downstreamverkoop van het betrokken product (6) door de onafhankelijke afnemer zelf werd verricht). Het Gerecht merkte op dat ten gevolge van deze methodologische fout onderbieding van die prijzen werd vastgesteld, waarvan de relevantie of het bestaan niet naar behoren was aangetoond.

(6)

Aangezien de Commissie in haar schadeanalyse het bestaan van prijsonderbieding als een indicator van eerste rang had beschouwd, en dit een doorslaggevend element was voor de conclusie inzake het oorzakelijk verband tussen de invoer met dumping of subsidie en die schade, heeft het Gerecht geoordeeld dat de fout bij de berekening van de prijsonderbieding volstond om de analyse van de Commissie van de respectieve oorzakelijke verbanden, waarvan het bestaan een essentieel element is voor de instelling van maatregelen, te ontkrachten.

(7)

Ten slotte merkte het Gerecht op dat ongeacht de analoge toepassing van artikel 2, lid 9, van de antidumpingbasisverordening voor de beoordeling van het bestaan van schade in de zin van artikel 3 van die verordening of artikel 8 van de antisubsidiebasisverordening, het in het kader van het tweede onderdeel van dit middel vastgestelde onbillijke karakter van de vergelijking hoe dan ook de analyse van de Commissie in het kader van die bepalingen heeft aangetast (7) (8).

(8)

Het Gerecht overwoog ook dat de schademarge is vastgesteld op grond van een vergelijking met de gewogen gemiddelde invoerprijs van de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs, naar behoren gecorrigeerd voor invoerkosten en douanerechten, zoals was vastgesteld voor de berekening van de prijsonderbieding (9) (10). Het was dan ook van oordeel dat niet kan worden uitgesloten dat, ware het niet voor de methodologische fout betreffende de onderbieding van verzoeksters prijzen, de schademarge van de bedrijfstak van de Unie zou zijn vastgesteld op een niveau dat nog lager was dan dat in de litigieuze verordeningen en zelfs nog lager dan de daarin vastgestelde dumpingmarge of dan het daarin vastgestelde bedrag van de tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies. In dat geval moet het bedrag van de respectieve rechten overeenkomstig artikel 9, lid 4, van de antidumpingbasisverordening en artikel 15, lid 1, van de antisubsidiebasisverordening worden verlaagd tot een bedrag dat passend is om de schade weg te nemen (11) (12).

(9)

Op basis van die vaststellingen heeft het Gerecht beide litigieuze verordeningen nietig verklaard voor zover zij Giant betroffen.

2.   GROND VOOR REGISTRATIE

(10)

De Commissie heeft onderzocht of het passend is de invoer van het betrokken product te laten registreren. In dat verband hield zij rekening met het volgende.

(11)

Artikel 266 VWEU bepaalt dat de instellingen de maatregelen moeten nemen die nodig zijn ter uitvoering van de arresten. Indien een door de instellingen in het kader van een bestuurlijke procedure, zoals antidumping- of antisubsidieonderzoeken, vastgestelde handeling nietig wordt verklaard, wordt aan een arrest van het Gerecht uitvoering gegeven door de nietig verklaarde handeling te vervangen door een nieuwe waarin de door het Gerecht vastgestelde onwettigheid wordt opgeheven (13).

(12)

Volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie mag de procedure ter vervanging van de nietig verklaarde handeling worden hervat op het precieze punt waarop de onwettigheid is ontstaan (14). Dit houdt met name in dat wanneer een handeling tot afsluiting van een bestuurlijke procedure nietig wordt verklaard, de nietigverklaring niet noodzakelijkerwijs betrekking heeft op de voorbereidende handelingen, zoals die tot inleiding van de antidumpingprocedure. Wanneer bijvoorbeeld een verordening tot instelling van definitieve antidumpingmaatregelen nietig wordt verklaard, betekent dit dat de antidumpingprocedure na de nietigverklaring nog hangende is, aangezien de handeling tot afsluiting van de antidumpingprocedure uit de rechtsorde van de Unie is verdwenen (15), tenzij de onwettigheid al in het stadium van de inleiding heeft plaatsgevonden.

(13)

In het bericht van heropening (16) stelde de Commissie dat zij, nu de onwettigheid niet in het stadium van de inleiding maar tijdens het onderzoek had plaatsgevonden, het antidumpingonderzoek en het antisubsidieonderzoek heropende voor zover zij betrekking hadden op Giant en hervatte op het punt waarop de onregelmatigheid had plaatsgevonden.

(14)

Volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie kunnen de hervatting van de administratieve procedure en het eventueel opnieuw instellen van rechten niet in strijd met het verbod van terugwerkende kracht worden geacht (17). Het bericht van heropening stelde belanghebbenden, met inbegrip van importeurs, ervan in kennis dat eventueel verschuldigde toekomstige rechten zullen voortvloeien uit de bevindingen van dit nieuwe onderzoek.

(15)

Op basis van haar nieuwe bevindingen en de resultaten van de heropende onderzoeken, die in dit stadium nog niet bekend zijn, kan de Commissie desgevallend verordeningen vaststellen tot herziening van de toepasselijke rechten. Die eventuele herziene rechten zullen gelden vanaf de datum waarop de litigieuze antidumpingverordening en de litigieuze antisubsidieverordening in werking zijn getreden.

(16)

Daartoe heeft de Commissie de nationale douaneautoriteiten verzocht de resultaten van dat heronderzoek af te wachten alvorens een besluit te nemen inzake terugbetalingsverzoeken aangaande de antidumping- en/of compenserende rechten met betrekking tot Giant die het Gerecht nietig heeft verklaard. De douaneautoriteiten moeten de behandeling van verzoeken om terugbetaling van de nietig verklaarde rechten dus uitstellen tot het resultaat van het nieuwe onderzoek is bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

(17)

Mocht het heropende onderzoek ertoe leiden dat opnieuw maatregelen worden ingesteld, dan moeten ook rechten worden geïnd voor de periode waarin de heropende onderzoeken liepen.

(18)

Dienaangaande merkt de Commissie op dat artikel 14, lid 5, van de antidumpingbasisverordening en artikel 24, lid 5, van de antisubsidiebasisverordening in registratie voorzien als een middel om ervoor te zorgen dat maatregelen naderhand kunnen worden toegepast op invoer vanaf de datum van registratie. In dit geval acht de Commissie het passend invoer die in verband staat met Giant te registreren teneinde de inning van antidumping- en compenserende rechten na de herziening ervan overeenkomstig het arrest van het Gerecht te vergemakkelijken (18).

(19)

Overeenkomstig de rechtspraak van het Hof van Justitie (19) zijn, anders dan bij registratie gedurende de periode vóór de instelling van voorlopige maatregelen, de voorwaarden van artikel 10, lid 4, van de antidumpingbasisverordening en artikel 16, lid 4, van de antisubsidiebasisverordening niet van toepassing op het onderhavige geval. Registratie in de context van de uitvoering van uitspraken van het Gerecht heeft immers niet tot doel de in die bepalingen geregelde retroactieve inning van handelsbeschermingsrechten mogelijk te maken. Het doel is veeleer de doeltreffendheid van de bestaande maatregelen te waarborgen, zonder onnodige onderbreking vanaf de datum van inwerkingtreding van de litigieuze verordeningen tot de herinstelling van de gecorrigeerde rechten, door ervoor te zorgen dat in de toekomst het juiste bedrag van de rechten kan worden geïnd.

(20)

Op grond van een en ander meent de Commissie dat er redenen zijn voor registratie overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de antidumpingbasisverordening en artikel 24, lid 5, van de antisubsidiebasisverordening.

3.   REGISTRATIE

(21)

Op grond van het bovenstaande moet de invoer van het betrokken product, vervaardigd door Giant Electric Vehicle Kunshan Co. Ltd onder de aanvullende Taric-code C383 worden geregistreerd.

(22)

Zoals in het bericht van heropening is gesteld, zal de uiteindelijke aansprakelijkheid voor de betaling van eventuele antidumping- en compenserende rechten vanaf de datum van inwerkingtreding van de litigieuze antidumpingverordening en de litigieuze antisubsidieverordening voortvloeien uit de bevindingen van het nieuwe onderzoek.

(23)

Voor de periode tussen de bekendmaking van het bericht van heropening en de datum van inwerkingtreding van de resultaten van de heropende onderzoeken mogen echter geen hogere rechten worden geïnd dan die welke zijn vastgesteld in de litigieuze verordeningen.

(24)

De huidige antidumping- en antisubsidierechten die van toepassing zijn op Giant Electric Vehicle Kunshan Co. Ltd bedragen respectievelijk 20,7 % en 3,9 %,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De douaneautoriteiten nemen overeenkomstig artikel 14, lid 5, van Verordening (EU) 2016/1036 en artikel 24, lid 5, van Verordening (EU) 2016/1037 passende maatregelen voor de registratie van de invoer van fietsen met trapondersteuning, met een elektrische hulpmotor, momenteel ingedeeld onder de GN-codes 8711 60 10 en ex 8711 60 90 (Taric-code 8711609010), van oorsprong uit de Volksrepubliek China en vervaardigd door Giant Electric Vehicle Kunshan Co. Ltd (aanvullende Taric-code C383).

2.   De registratie wordt negen maanden na de datum van inwerkingtreding van de onderhavige verordening beëindigd.

3.   De antidumpingrechten en compenserende rechten die kunnen worden geïnd op fietsen met trapondersteuning, met een elektrische hulpmotor, momenteel ingedeeld onder de GN-codes 8711 60 10 en ex 8711 60 90 (Taric-code 8711609010), van oorsprong uit de Volksrepubliek China en vervaardigd door Giant Electric Vehicle Kunshan Co. Ltd (aanvullende Taric-code C383), mogen tussen de heropening van de onderzoeken en de datum van inwerkingtreding van de resultaten van de heropende onderzoeken niet hoger zijn dan de bij Uitvoeringsverordeningen (EU) 2019/73 en (EU) 2019/72 ingestelde rechten.

4.   De nationale douaneautoriteiten wachten de bekendmaking van de uitvoeringsverordening van de Commissie tot het opnieuw instellen van de rechten af alvorens zij een besluit nemen over het verzoek om terugbetaling en kwijtschelding van antidumpingrechten en/of compenserende rechten voor zover dat betrekking heeft op invoer die in verband staat met Giant Electric Vehicle Kunshan Co. Ltd.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 5 juli 2022.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21.

(2)   PB L 176 van 30.6.2016, blz. 55.

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1012 van de Commissie van 17 juli 2018 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op elektrische fietsen van oorsprong uit de Volksrepubliek China en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/671 (PB L 181 van 18.7.2018, blz. 7).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) 2019/73 van de Commissie van 17 januari 2019 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige antidumpingrecht op elektrische fietsen van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 16 van 18.1.2019, blz. 108).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) 2019/72 van de Commissie van 17 januari 2019 tot instelling van een definitief compenserend recht op elektrische fietsen van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 16 van 18.1.2019, blz. 5).

(6)  Zoals omschreven in de litigieuze verordeningen.

(7)  Arrest van 27 april 2022, Giant Electric Vehicle Kunshan Co. Ltd/Commissie, T-242/19, EU:T:2022:259, punt 126.

(8)  Arrest van 27 april 2022, Giant Electric Vehicle Kunshan Co. Ltd/Commissie, T-243/19, EU:T:2022:260, punt 118.

(9)  Arrest van 27 april 2022, Giant Electric Vehicle Kunshan Co. Ltd/Commissie, T-242/19, EU:T:2022:259, punt 122.

(10)  Arrest van 27 april 2022, Giant Electric Vehicle Kunshan Co. Ltd/Commissie, T-243/19, EU:T:2022:260, punt 114.

(11)  Arrest van 27 april 2022, Giant Electric Vehicle Kunshan Co. Ltd/Commissie, T-242/19, EU:T:2022:259, punt 123.

(12)  Arrest van 27 april 2022, Giant Electric Vehicle Kunshan Co. Ltd/Commissie, T-243/19, EU:T:2022:260, punt 115.

(13)  Arresten van het Hof van Justitie van 26 april 1988, Asteris AE e.a. en Helleense Republiek/Commissie, 97, 193, 99 en 215/86, Jurispr. 1988, blz. 2181, punten 27 en 28,

(14)  Arresten van 12 november 1998, Spanje/Commissie, C-415/96, Jurispr. 1998, blz. I-6993, punt 31, en 3 oktober 2000, Industrie des poudres sphériques/Raad, C-458/98 P, Jurispr. 2000, blz. I-8147, punten 80-85; arresten van het Gerecht van 9 juli 2008, Alitalia/Commissie, T-301/01, Jurispr. 2008, blz. II-1753, punten 99 en 142, en 12 mei 2011, Région Nord-Pas de Calais/Commissie, T-267/08 en T-279/08, Jurispr. 2011, blz. II-1999, punt 83.

(15)  Arresten van 12 november 1998, Spanje/Commissie, C-415/96, Jurispr. 1998, blz. I-6993, punt 31, en 3 oktober 2000, Industrie des poudres sphériques/Raad, C-458/98 P, Jurispr. 2000, blz. I-8147, punten 80-85.

(16)   PB C 260 van 6.7.2022, blz. 5.

(17)  Arresten van het Hof van Justitie van 15 maart 2018, Deichmann, C-256/16, punt 79, en 19 juni 2019, C & J Clark International, C-612/16, punt 5.

(18)  Arrest van het Gerecht van 1 juni 2022, Jindal Saw/Commissie, T-440/20 P, ECLI:EU:C:2022:318, punten 154-159.

(19)  Arresten van het Hof van Justitie van 15 maart 2018, Deichmann, C-256/16, punt 79, en 19 juni 2019, C & J Clark International, C-612/16, punt 58.


BESLUITEN

6.7.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 179/43


BESLUIT (EU) 2022/1163 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 23 juni 2022

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers naar aanleiding van een aanvraag van Griekenland (EGF/2021/008 EL/Attica Vervaardiging van elektrische apparatuur)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2021/691 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers (EFG) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1309/2013 (1), en met name artikel 15, lid 1,

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen (2), en met name punt 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers (EFG) heeft tot doel solidariteit te betonen en fatsoenlijke en duurzame werkgelegenheid in de Unie te bevorderen door steun te verlenen aan ontslagen werknemers en zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd als gevolg van grote herstructureringen en hen te helpen zo snel mogelijk weer fatsoenlijk en duurzaam werk te vinden.

(2)

Zoals vastgesteld in artikel 8 van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad (3), mag het EFG een jaarlijks maximumbedrag van 186 000 000 EUR (in prijzen van 2018) niet overschrijden.

(3)

Op 21 december 2021 heeft Griekenland een aanvraag ingediend om middelen uit het EFG ter beschikking te stellen voor ontslagen van werknemers in de economische sector die in de statistische classificatie van economische activiteiten in de Europese Gemeenschap NACE (4) Rev. 2 is ingedeeld in afdeling 27 (Vervaardiging van elektrische apparatuur), in de regio van NUTS-niveau 2 Attica (EL30) in Griekenland (5). Met betrekking tot deze aanvraag zijn overeenkomstig artikel 8, lid 5, van Verordening (EU) 2021/691 aanvullende gegevens verstrekt. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van artikel 13 van Verordening (EU) 2021/691 voor een financiële bijdrage uit het EFG.

(4)

Er moeten dan ook middelen uit het EFG beschikbaar worden gesteld om een financiële bijdrage van 1 495 830 EUR te leveren in het kader van de door Griekenland ingediende aanvraag.

(5)

Teneinde zo snel mogelijk middelen uit het EFG ter beschikking te stellen, moet dit besluit van toepassing zijn vanaf de datum waarop het wordt vastgesteld,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Ten laste van de algemene begroting van de Unie voor het begrotingsjaar 2022 wordt een bedrag van 1 495 830 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten beschikbaar gesteld uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Het is van toepassing vanaf 23 juni 2022.

Gedaan te Brussel, 23 juni 2022.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

R. METSOLA

Voor de Raad

De voorzitter

F. RIESTER


(1)   PB L 153 van 3.5.2021, blz. 48.

(2)   PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 28.

(3)  Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027 (PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 11).

(4)  Verordening (EG) nr. 1893/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot vaststelling van de statistische classificatie van economische activiteiten NACE Rev. 2 en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3037/90 en enkele EG-verordeningen op specifieke statistische gebieden (PB L 393 van 30.12.2006, blz. 1).

(5)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/1755 van de Commissie van 8 augustus 2019 tot wijziging van de bijlagen bij Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (PB L 270 van 24.10.2019, blz. 1).


6.7.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 179/45


BESLUIT (EU) 2022/1164 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 23 juni 2022

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers naar aanleiding van een aanvraag van Frankrijk (EGF/2022/001 FR/Air France)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2021/691 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers (EFG) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1309/2013 (1), en met name artikel 15, lid 1,

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen (2), en met name punt 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers (EFG) heeft tot doel solidariteit te betonen en fatsoenlijke en duurzame werkgelegenheid in de Unie te bevorderen door steun te verlenen aan ontslagen werknemers en zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd als gevolg van grote herstructureringen en hen te helpen zo snel mogelijk weer fatsoenlijk en duurzaam werk te vinden.

(2)

Zoals vastgesteld in artikel 8 van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad (3), mag het EFG een jaarlijks maximumbedrag van 186 000 000 EUR (in prijzen van 2018) niet overschrijden.

(3)

Op 21 januari 2022 heeft Frankrijk een aanvraag ingediend om middelen uit het EFG ter beschikking te stellen voor ontslagen bij Air France in Frankrijk. Het betrokken land heeft overeenkomstig artikel 8, lid 5, van Verordening (EU) 2021/691 aanvullende gegevens verstrekt. Die aanvraag voldoet aan de voorwaarden van artikel 13 van Verordening (EU) 2021/691 voor een financiële bijdrage uit het EFG.

(4)

Er moeten dan ook middelen uit het EFG beschikbaar worden gesteld om een financiële bijdrage van 17 742 607 EUR te leveren in het kader van de door Frankrijk ingediende aanvraag.

(5)

Om zo snel mogelijk middelen uit het EFG ter beschikking te stellen, moet dit besluit van toepassing zijn vanaf de datum waarop het wordt vastgesteld,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Ten laste van de algemene begroting van de Unie voor het begrotingsjaar 2022 wordt een bedrag van 17 742 607 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten beschikbaar gesteld uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Het is van toepassing met ingang van 23 juni 2022.

Gedaan te Brussel, 23 juni 2022.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

R. METSOLA

Voor de Raad

De voorzitter

F. RIESTER


(1)   PB L 153 van 3.5.2021, blz. 48.

(2)   PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 28.

(3)  Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027 (PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 11).