ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 277I

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

64e jaargang
2 augustus 2021


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Verordening (EU) 2021/1275 van de Raad van 30 juli 2021 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libanon

1

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1276 van de Raad van 30 juli 2021 tot uitvoering van Verordening (EU) 2019/1716 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Nicaragua

12

 

 

BESLUITEN

 

*

Besluit (GBVB) 2021/1277 van de Raad van 30 juli 2021 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libanon

16

 

*

Besluit (GBVB) 2021/1278 van de Raad van 30 juli 2021 tot wijziging van Besluit (GBVB) 2019/1720 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Nicaragua

24

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

2.8.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

LI 277/1


VERORDENING (EU) 2021/1275 VAN DE RAAD

van 30 juli 2021

betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libanon

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 215,

Gezien Besluit (GBVB) 2021/1277 van de Raad van 30 juli 2021 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libanon (1),

Gezien het gezamenlijke voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Raad heeft op 30 juli 2021 Besluit (GBVB) 2021/1277 vastgesteld, waarbij een kader wordt vastgesteld voor gerichte beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libanon. De politieke context en de beleidsredenen voor de vaststelling van de beperkende maatregelen worden uiteengezet in de overwegingen bij dat besluit. Het besluit van de Raad voorziet in de bevriezing van tegoeden en economische middelen van, en een verbod op het ter beschikking stellen van tegoeden en economische middelen aan natuurlijke personen die verantwoordelijk zijn voor de ernstige financiële, economische, sociale en politieke crisis in Libanon en natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen die met hen geassocieerd zijn. De personen, entiteiten en lichamen die aan de beperkende maatregelen onderworpen zijn, worden vermeld in de bijlage bij Besluit (GBVB) 2021/1277.

(2)

Deze maatregelen vallen onder het toepassingsgebied van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en derhalve is voor de uitvoering regelgeving op Unieniveau noodzakelijk om te garanderen dat zij in alle lidstaten door de marktdeelnemers uniform worden toegepast.

(3)

Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn erkend, in het bijzonder het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht, de rechten van de verdediging en het recht op de bescherming van persoonsgegevens. Deze verordening moet worden toegepast overeenkomstig die rechten.

(4)

De procedure voor de wijziging van de lijst in bijlage I bij deze verordening dient in te houden dat de aangewezen natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen in kennis worden gesteld van de redenen waarom zij op de lijst zijn geplaatst, zodat zij opmerkingen kunnen indienen.

(5)

Met het oog op de uitvoering van deze verordening en om een zo groot mogelijke rechtszekerheid binnen de Unie te waarborgen, moeten de namen en andere relevante gegevens over de natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen waarvan de tegoeden en economische middelen overeenkomstig deze verordening dienen te worden bevroren, openbaar worden gemaakt. De verwerking van persoonsgegevens moet voldoen aan Verordeningen (EU) 2016/679 (2) en (EU) 2018/1725 (3) van het Europees Parlement en de Raad.

(6)

De lidstaten en de Commissie moeten elkaar in kennis stellen van de maatregelen die op grond van deze verordening worden genomen, alsmede van andere relevante informatie waarover zij in verband met deze verordening beschikken.

(7)

De lidstaten moeten regels vaststellen voor sancties in geval van overtreding van de bepalingen van deze verordening en ervoor zorgen dat die sancties daadwerkelijk worden toegepast. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a)

“vordering”: elke vóór, op of na de datum van inwerkingtreding van deze verordening ingediende eis, ook wanneer deze de vorm van een rechtsvordering heeft, die voortvloeit uit of verband houdt met de uitvoering van een overeenkomst of transactie, en met name:

i)

een vordering tot nakoming van een verplichting die voortvloeit uit of verband houdt met een overeenkomst of transactie;

ii)

een vordering tot verlenging of uitbetaling van een obligatie, financiële garantie of contragarantie, ongeacht de vorm;

iii)

een vordering tot schadeloosstelling in verband met een overeenkomst of een transactie;

iv)

een tegenvordering;

v)

een vordering, ook via een exequatur, waarmee wordt beoogd erkenning of tenuitvoerlegging van een rechterlijke of arbitrale uitspraak of van een gelijkwaardige beslissing te verkrijgen, ongeacht de plaats van uitspraak;

b)

“overeenkomst of transactie”: elke verrichting, ongeacht de vorm en het recht dat erop van toepassing is, die een of meer overeenkomsten of soortgelijke verbintenissen tussen al dan niet dezelfde partijen omvat; in dat verband worden onder “overeenkomst” tevens begrepen alle – al dan niet uit juridisch oogpunt opzichzelfstaande – obligaties, garanties of contragaranties, met name financiële garanties of contragaranties, en kredieten, alsmede alle uit de transactie voortkomende of daarmee verband houdende bepalingen;

c)

“bevoegde autoriteiten”: de op de in bijlage II genoemde websites vermelde bevoegde autoriteiten van de lidstaten;

d)

“economische middelen”: activa van enigerlei aard, materieel of immaterieel, roerend of onroerend, die geen tegoeden zijn, maar kunnen worden gebruikt om tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen;

e)

“bevriezing van economische middelen”: voorkomen dat economische middelen worden gebruikt om op enigerlei wijze tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen, inclusief, maar niet daartoe beperkt, door deze te verkopen, te verhuren of te verhypothekeren;

f)

“bevriezing van tegoeden”: voorkomen van het op enigerlei wijze muteren, overmaken, corrigeren of gebruiken van, toegang verschaffen tot of omgaan met tegoeden met als gevolg wijzigingen van hun omvang, bedrag, locatie, eigenaar, bezit, onderscheidende kenmerken of bestemming of verdere wijzigingen waardoor het gebruik van bedoelde tegoeden, inclusief het beheer van een beleggingsportefeuille, mogelijk zou worden gemaakt;

g)

“tegoeden”: financiële activa en voordelen van enigerlei aard, met inbegrip van, maar niet beperkt tot:

i)

contanten, cheques, geldvorderingen, wissels, postwissels en andere betaalmiddelen;

ii)

deposito’s bij financiële instellingen of andere entiteiten, saldi op rekeningen, schulden en schuldbewijzen;

iii)

in het openbaar en onderhands verhandelde waardepapieren en schuldbewijzen, inclusief aandelen, certificaten van waardepapieren, obligaties, promesses, warrants, schuldbekentenissen en derivatencontracten;

iv)

rente, dividenden of andere inkomsten uit of waarde voortkomende uit of gegenereerd door activa;

v)

krediet, recht op compensatie, garanties, uitvoeringsgaranties of andere financiële verplichtingen;

vi)

kredietbrieven, cognossementen, koopbrieven;

vii)

bewijsstukken van belangen in fondsen of financiële middelen;

h)

“grondgebied van de Unie”: het grondgebied van alle lidstaten waarop het Verdrag van toepassing is, onder de in het Verdrag bepaalde voorwaarden, met inbegrip van hun luchtruim.

Artikel 2

1.   Alle tegoeden en economische middelen die toebehoren aan of eigendom zijn, in het bezit zijn of onder zeggenschap staan van een in bijlage I vermelde natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of een in bijlage I vermeld lichaam, worden bevroren.

2.   Er worden geen tegoeden of economische middelen, direct of indirect, ter beschikking gesteld aan of ten behoeve van in bijlage I vermelde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen.

3.   Bijlage I bevat de namen, zoals vastgesteld door de Raad overeenkomstig artikel 4 van Besluit (GBVB) 2021/1277, van:

a)

natuurlijke personen die verantwoordelijk zijn voor het ondermijnen van de democratie of de rechtsstaat in Libanon door een van de volgende handelingen:

i)

belemmering of ondermijning van het democratische politieke proces door de vorming van een regering aanhoudend te verhinderen of door het houden van verkiezingen te belemmeren of ernstig te ondermijnen;

ii)

belemmering of ondermijning van de uitvoering van door de Libanese autoriteiten goedgekeurde en door relevante internationale actoren, waaronder de Unie, gesteunde plannen ter verbetering van verantwoording en goed bestuur in de overheidssector of van de uitvoering van cruciale economische hervormingen, onder meer in het bankwezen en de financiële sector en met inbegrip van de vaststelling van transparante en niet-discriminerende wetgeving inzake de uitvoer van kapitaal;

iii)

ernstig financieel wangedrag met betrekking tot overheidsmiddelen, voor zover de betrokken handelingen onder het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie vallen, en de ongeoorloofde uitvoer van kapitaal;

b)

natuurlijke personen die geassocieerd zijn met personen die uit hoofde van punt a) zijn aangewezen.

Artikel 3

1.   In afwijking van artikel 2 kunnen de bevoegde autoriteiten, onder zodanige voorwaarden als zij dienstig achten, toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen of voor de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen, nadat zij hebben vastgesteld dat de betrokken tegoeden of economische middelen:

a)

noodzakelijk zijn voor het dekken van uitgaven voor de basisbehoeften van de in de bijlage I genoemde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen, en de gezinsleden die van deze natuurlijke personen afhankelijk zijn, zoals betalingen voor levensmiddelen, huur of hypotheeklasten, geneesmiddelen of medische behandelingen, belastingen, verzekeringspremies en nutsvoorzieningen;

b)

uitsluitend bestemd zijn voor het betalen van redelijke honoraria of het vergoeden van andere kosten van juridische diensten;

c)

uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van honoraria of kosten voor het routinematig houden of beheren van bevroren tegoeden of economische middelen;

d)

noodzakelijk zijn voor de betaling van buitengewone lasten, mits de relevante bevoegde autoriteit de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten en de Commissie ten minste twee weken vóór zij de toestemming verleent, in kennis stelt van de redenen waarom zij meent dat specifieke toestemming moet worden verleend, of

e)

gestort moeten worden op of betaald moeten worden van een rekening van een diplomatieke of consulaire missie of een internationale organisatie die bescherming geniet op grond van het internationaal recht, voor zover die betalingen bestemd zijn voor de officiële doelen van de diplomatieke of consulaire missie of de internationale organisatie.

2.   De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke op grond van lid 1 verleende toestemming, binnen twee weken na het verlenen van die toestemming.

Artikel 4

1.   In afwijking van artikel 2 kunnen de bevoegde autoriteiten, onder zodanige voorwaarden als zij dienstig achten, toestemming verlenen voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, of voor de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen, nadat zij hebben vastgesteld dat het verstrekken van die tegoeden of economische middelen noodzakelijk is voor humanitaire doeleinden, zoals de verlening van hulp of het vergemakkelijken daarvan, met inbegrip van de levering van medische benodigdheden of levensmiddelen, of de overbrenging van humanitaire hulpverleners en daarmee verband houdende hulp, of bijstand voor evacuatie uit Libanon.

2.   De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke op grond van lid 1 verleende toestemming, binnen twee weken na het verlenen van die toestemming.

Artikel 5

1.   In afwijking van artikel 2, lid 1, kunnen de bevoegde autoriteiten toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de tegoeden of economische middelen zijn het voorwerp van een arbitraal vonnis dat is vastgesteld vóór de datum waarop de in artikel 2 bedoelde natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam is opgenomen op de lijst in bijlage I, of van een gerechtelijk of administratief besluit dat in de Unie is uitgesproken of van een rechterlijk vonnis dat voor tenuitvoerlegging vatbaar is in de betrokken lidstaat, en dat van voor of na die datum dateert;

b)

de tegoeden of economische middelen worden uitsluitend gebruikt om te voldoen aan vorderingen die door een dergelijke beslissing zijn gewaarborgd of geldig zijn verklaard, binnen de grenzen gesteld door de toepasselijke wet- en regelgeving betreffende de rechten van titularissen van dergelijke vorderingen;

c)

de beslissing komt niet ten goede aan een in bijlage I vermelde natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam, en

d)

de erkenning van het besluit of vonnis is niet in strijd met de openbare orde van de betrokken lidstaat.

2.   De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke op grond van lid 1 verleende toestemming, binnen twee weken na het verlenen van die toestemming.

Artikel 6

1.   In afwijking van artikel 2, lid 1, en mits een betaling verschuldigd is door in bijlage I vermelde natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen op grond van een contract dat of overeenkomst die is gesloten of een verbintenis die is ontstaan vóór de datum waarop de betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon of entiteit of het betrokken lichaam in bijlage I werd opgenomen, kunnen de bevoegde autoriteiten onder zodanige voorwaarden als zij dienstig achten toestemming verlenen voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, indien de betrokken bevoegde autoriteit heeft vastgesteld dat:

a)

de tegoeden of economische middelen zullen worden gebruikt voor een betaling door een in bijlage I vermelde natuurlijke persoon, rechtspersoon of entiteit of een in bijlage I vermeld lichaam, en

b)

de betaling niet in strijd is met artikel 2, lid 2.

2.   De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke op grond van lid 1 verleende toestemming, binnen twee weken na het verlenen van die toestemming.

Artikel 7

1.   Artikel 2, lid 2, vormt geen belemmering voor de creditering van bevroren rekeningen door financiële instellingen of kredietinstellingen die tegoeden ontvangen die door derden naar de rekening van een in bijlage I vermelde natuurlijke persoon, rechtspersoon of entiteit of een in bijlage I vermeld lichaam zijn overgemaakt, mits de bijgeboekte bedragen eveneens bevroren worden. De financiële instelling of kredietinstelling brengt de relevante bevoegde autoriteit onverwijld op de hoogte van dergelijke verrichtingen.

2.   Artikel 2, lid 2, is niet van toepassing op het overmaken op bevroren rekeningen van:

a)

rente of andere inkomsten op die rekeningen;

b)

betalingen op grond van contracten, overeenkomsten of verbintenissen die zijn gesloten of ontstaan vóór de datum waarop de in artikel 2 bedoelde natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of het in artikel 2 bedoelde lichaam is opgenomen in bijlage I, of

c)

betalingen die verschuldigd zijn uit hoofde van rechterlijke, administratieve of arbitrale beslissingen die in een lidstaat zijn gegeven of in de betrokken lidstaat voor tenuitvoerlegging vatbaar zijn,

mits dergelijke rente, andere inkomsten en betalingen onderworpen blijven aan de maatregelen van artikel 2, lid 1.

Artikel 8

1.   Onverminderd de geldende voorschriften inzake verslaglegging, vertrouwelijkheid en beroepsgeheim zijn natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen verplicht:

a)

alle informatie die de naleving van deze verordening vergemakkelijkt, zoals informatie over rekeningen en bedragen die overeenkomstig artikel 2, lid 1, zijn bevroren, onverwijld te verstrekken aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar zij hun woonplaats hebben of gevestigd zijn, en dergelijke informatie, direct of via de lidstaat, aan de Commissie te doen toekomen, en

b)

samen te werken met de bevoegde autoriteit bij de verificatie van de in punt a) bedoelde informatie.

2.   Alle rechtstreeks door de Commissie ontvangen aanvullende informatie wordt ter beschikking gesteld van de lidstaten.

3.   Overeenkomstig dit artikel verstrekte en ontvangen informatie wordt uitsluitend gebruikt voor de doeleinden waarvoor de informatie is verstrekt of ontvangen.

Artikel 9

Het is verboden bewust en opzettelijk deel te nemen aan activiteiten die ertoe strekken of tot gevolg hebben dat de in artikel 2 opgenomen maatregelen worden omzeild.

Artikel 10

1.   Bevriezing van tegoeden en economische middelen of weigering om tegoeden of economische middelen beschikbaar te stellen, indien die maatregel plaatsvindt in goed vertrouwen en in overeenstemming is met deze verordening, geeft geen aanleiding tot enigerlei aansprakelijkheid van de natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen die die maatregel uitvoeren, of van bestuurders of werknemers daarvan, tenzij het bewijs wordt geleverd dat de tegoeden en economische middelen uit nalatigheid zijn bevroren of ingehouden.

2.   Het optreden van natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen geeft geen aanleiding tot aansprakelijkheid van deze natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen, indien zij niet wisten en niet redelijkerwijs konden vermoeden dat hun optreden een inbreuk zou vormen op de maatregelen waarin deze verordening voorziet.

Artikel 11

1.   Vorderingen in verband met overeenkomsten of andere transacties aan de uitvoering waarvan, direct of indirect, geheel of gedeeltelijk, afbreuk is gedaan door de maatregelen die uit hoofde van onderhavige verordening zijn ingesteld, met inbegrip van vorderingen tot schadeloosstelling of soortgelijke vorderingen, zoals een vordering tot compensatie of een garantievordering, met name een vordering tot verlenging of uitbetaling van een obligatie, garantie of contragarantie, met name een financiële garantie of contragarantie, ongeacht de vorm hiervan, worden niet toegewezen indien deze vorderingen worden ingesteld door:

a)

in bijlage I vermelde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen;

b)

natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen die handelen voor rekening of ten behoeve van een van de in punt a) bedoelde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen.

2.   In procedures waartoe een vordering aanleiding geeft, wordt het bewijs dat de vordering niet op grond van lid 1 hoort te worden afgewezen, geleverd door de eisende natuurlijke persoon of rechtspersoon, de eisende entiteit of het eisende lichaam.

3.   Dit artikel geldt onverminderd het recht van de in lid 1 bedoelde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen op rechterlijke toetsing van de rechtmatigheid van de niet-nakoming van verbintenissen uit overeenkomsten overeenkomstig de onderhavige verordening.

Artikel 12

1.   De Commissie en de lidstaten stellen elkaar in kennis van de maatregelen die uit hoofde van deze verordening worden genomen en verstrekken elkaar alle relevante informatie waarover zij beschikken in verband met deze verordening, in het bijzonder informatie met betrekking tot:

a)

tegoeden die zijn bevroren krachtens artikel 2 en toestemmingen die zijn verleend krachtens de artikelen 3, 4, 5 of 6;

b)

inbreuken, handhavingsproblemen en vonnissen van nationale rechters.

2.   De lidstaten stellen elkaar en de Commissie onverwijld in kennis van alle andere relevante informatie waarover zij beschikken, en die van invloed kan zijn op de doeltreffende uitvoering van deze verordening.

Artikel 13

1.   Indien de Raad besluit een natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam te onderwerpen aan de in artikel 2 bedoelde maatregelen, wijzigt hij bijlage I dienovereenkomstig.

2.   De Raad stelt de betrokken natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of het betrokken lichaam in kennis van het in lid 1 bedoelde besluit en van de motivering voor opname in de lijst, hetzij rechtstreeks, indien het adres bekend is, hetzij door de bekendmaking van een kennisgeving, zodat die natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of dat lichaam daarover opmerkingen kan indienen.

3.   Indien er opmerkingen worden ingediend of substantieel nieuw bewijsmateriaal wordt overgelegd, toetst de Raad de in lid 1 bedoelde besluiten en brengt hij de betrokken natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of het betrokken lichaam daarvan op de hoogte.

4.   De lijst in bijlage I wordt regelmatig, en ten minste om de twaalf maanden, geëvalueerd.

5.   De Commissie is bevoegd om bijlage II te wijzigen op basis van door de lidstaten verstrekte informatie

Artikel 14

1.   In bijlage I worden de redenen vermeld voor het in de lijst opnemen van natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen.

2.   In bijlage I wordt de informatie opgenomen, indien deze beschikbaar is, die nodig is om de betrokken natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen te identificeren. Met betrekking tot natuurlijke personen kan die informatie bestaan uit: namen en aliassen; geboortedatum en geboorteplaats; nationaliteit; paspoort- en identiteitskaartnummers; geslacht; adres indien bekend, en functie of beroep. Met betrekking tot rechtspersonen, entiteiten of lichamen kan deze informatie bestaan uit namen, plaats en datum van registratie, registratienummer en plaats van vestiging.

Artikel 15

1.   De lidstaten stellen de regels vast voor sancties die van toepassing zijn in geval van overtreding van de bepalingen van deze verordening en nemen alle nodige maatregelen om te waarborgen dat die daadwerkelijk worden toegepast. De vastgestelde sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

2.   De lidstaten stellen de Commissie na de inwerkingtreding van deze verordening onverwijld in kennis van de in lid 1 bedoelde regels, en stellen haar in kennis van alle latere wijzigingen.

Artikel 16

1.   De Raad, de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (de “hoge vertegenwoordiger”) verwerken voor de uitoefening van hun taken uit hoofde van deze verordening persoonsgegevens. Deze taken omvatten het volgende:

a)

wat betreft de Raad, het opstellen en wijzigen van bijlage I;

b)

wat betreft de hoge vertegenwoordiger, het opstellen van wijzigingen van bijlage I;

c)

wat betreft de Commissie:

i)

het toevoegen van de inhoud van bijlage I aan de elektronische geconsolideerde lijst van personen, groepen en entiteiten waarop financiële sancties van de Europese Unie van toepassing zijn, en aan de interactieve sanctiekaart, die beide openbaar worden gemaakt;

ii)

het verwerken van informatie over de gevolgen van de maatregelen van deze verordening, zoals de waarde van bevroren tegoeden, alsook informatie over door de bevoegde autoriteiten verleende toestemming.

2.   De Raad, de Commissie en de hoge vertegenwoordiger mogen in voorkomend geval relevante gegevens verwerken die betrekking hebben op strafbare feiten die zijn gepleegd door natuurlijke personen op de lijst, op strafrechtelijke veroordelingen van die personen of veiligheidsmaatregelen betreffende die personen, doch uitsluitend voor zover deze verwerking noodzakelijk is voor het opstellen van bijlage I.

3.   Voor de toepassing van deze verordening gelden de Raad, de in bijlage II bij deze verordening vermelde dienst van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger als “verwerkingsverantwoordelijke” in de zin van artikel 3, punt 8, van Verordening (EU) 2018/1725, teneinde te verzekeren dat de betrokken natuurlijke personen hun rechten uit hoofde van Verordening (EU) 2018/1725 kunnen uitoefenen

Artikel 17

1.   De lidstaten wijzen de in deze verordening bedoelde bevoegde autoriteiten aan en identificeren deze op de in bijlage II vermelde websites. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van elke wijziging van de in bijlage II genoemde websites.

2.   De lidstaten delen de Commissie na de inwerkingtreding van deze verordening onverwijld mee welke hun bevoegde autoriteiten zijn en hoe daarmee contact kan worden opgenomen, en stellen haar in kennis van alle latere wijzigingen.

3.   Wanneer in deze verordening een meldingsplicht is vastgesteld, of een verplichting om de Commissie in kennis te stellen of op een andere wijze met haar te communiceren, wordt daartoe gebruikgemaakt van het adres en de andere contactgegevens die zijn vermeld in bijlage II.

Artikel 18

Deze verordening is van toepassing:

a)

op het grondgebied van de Unie, met inbegrip van haar luchtruim;

b)

aan boord van vlieg- of vaartuigen die onder de rechtsbevoegdheid van een lidstaat vallen;

c)

op alle zich op of buiten het grondgebied van de Unie bevindende natuurlijke personen die onderdaan van een lidstaat zijn;

d)

op alle op grond van het recht van een lidstaat erkende of opgerichte rechtspersonen, entiteiten en lichamen, binnen of buiten het grondgebied van de Unie;

e)

op alle rechtspersonen, entiteiten en lichamen ten aanzien van alle geheel of gedeeltelijk binnen de Unie verrichte zakelijke transacties.

Artikel 19

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 juli 2021.

Voor de Raad

De voorzitter

G. DOVŽAN


(1)  Zie blz. 17 van dit Publicatieblad.

(2)  Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

(3)  Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).


BIJLAGE I

Lijst van natuurlijke personen en rechtspersonen, entiteiten en lichamen als bedoeld in artikel 2

[…]


BIJLAGE II

Websites voor informatie over de bevoegde autoriteiten en adres voor kennisgevingen aan de Commissie

BELGIË

https://diplomatie.belgium.be/en/policy/policy_areas/peace_and_security/sanctions

BULGARIJE

https://www.mfa.bg/en/101

TSJECHIË

www.financnianalytickyurad.cz/mezinarodni-sankce.html

DENEMARKEN

http://um.dk/da/Udenrigspolitik/folkeretten/sanktioner/

DUITSLAND

http://www.bmwi.de/DE/Themen/Aussenwirtschaft/aussenwirtschaftsrecht,did=404888.html

ESTLAND

http://www.vm.ee/est/kat_622/

IERLAND

http://www.dfa.ie/home/index.aspx?id=28519

GRIEKENLAND

http://www.mfa.gr/en/foreign-policy/global-issues/international-sanctions.html

SPANJE

http://www.exteriores.gob.es/Portal/en/PoliticaExteriorCooperacion/GlobalizacionOportunidadesRiesgos/Paginas/SancionesInternacionales.aspx

FRANKRIJK

http://www.diplomatie.gouv.fr/fr/autorites-sanctions/

KROATIË

http://www.mvep.hr/sankcije

ITALIË

https://www.esteri.it/mae/it/politica_estera/politica_europea/misure_deroghe

CYPRUS

http://www.mfa.gov.cy/mfa/mfa2016.nsf/mfa35_en/mfa35_en?OpenDocument

LETLAND

http://www.mfa.gov.lv/en/security/4539

LITOUWEN

http://www.urm.lt/sanctions

LUXEMBURG

https://maee.gouvernement.lu/fr/directions-du-ministere/affaires-europeennes/organisations-economiques-int/mesures-restrictives.html

HONGARIJE

https://kormany.hu/kulgazdasagi-es-kulugyminiszterium/ensz-eu-szankcios-tajekoztato

MALTA

https://foreignaffairs.gov.mt/en/Government/SMB/Pages/Sanctions-Monitoring-Board.aspx

NEDERLAND

https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/internationale-sancties

OOSTENRIJK

http://www.bmeia.gv.at/view.php3?f_id=12750&LNG=en&version=

POLEN

https://www.gov.pl/web/dyplomacja

PORTUGAL

http://www.portugal.gov.pt/pt/ministerios/mne/quero-saber-mais/sobre-o-ministerio/medidas-restritivas/medidas-restritivas.aspx

ROEMENIË

http://www.mae.ro/node/1548

SLOVENIË

http://www.mzz.gov.si/si/omejevalni_ukrepi

SLOWAKIJE

https://www.mzv.sk/europske_zalezitosti/europske_politiky-sankcie_eu

FINLAND

http://formin.finland.fi/kvyhteistyo/pakotteet

ZWEDEN

http://www.ud.se/sanktioner

Adres voor kennisgevingen aan de Europese Commissie:

Europese Commissie

Directoraat-Generaal voor Financiële Stabiliteit, Financiële Diensten en Kapitaalmarkten (DG FISMA)

Spastraat 2

B-1049 Brussel, België

E-mail: relex-sanctions@ec.europa.eu


2.8.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

LI 277/12


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2021/1276 VAN DE RAAD

van 30 juli 2021

tot uitvoering van Verordening (EU) 2019/1716 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Nicaragua

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2019/1716 van de Raad van 14 oktober 2019 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Nicaragua (1), en met name artikel 13, lid 1,

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 14 oktober 2019 heeft de Raad Verordening (GBVB) 2019/1716 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Nicaragua vastgesteld.

(2)

Op 10 juni 2021 heeft de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (de “hoge vertegenwoordiger”) namens de Unie een verklaring afgelegd waarin het optreden van de Nicaraguaanse autoriteiten tegen oppositiepartijen, de media, journalisten en andere personen die bij de media werkzaam zijn, pleitbezorgers van de mensenrechten en het maatschappelijk middenveld, onder meer door de stelselmatige arrestatie en detentie van mogelijke presidentskandidaten en oppositieleiders, werd veroordeeld. De hoge vertegenwoordiger verklaarde dat de Unie bereid is alle instrumenten te gebruiken in het licht van de situatie in Nicaragua, inclusief het opleggen van aanvullende beperkende maatregelen.

(3)

Gelet op de nog steeds zorgwekkende situatie in Nicaragua moeten acht personen worden toegevoegd aan de in bijlage I bij Verordening (EU) 2019/1716 opgenomen lijst van natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen die onderworpen zijn aan beperkende maatregelen.

(4)

Bijlage I bij Verordening (EU) 2019/1716 moet bijgevolg dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I bij Verordening (EU) 2019/1716 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de datum van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 juli 2021.

Voor de Raad

De voorzitter

G. DOVŽAN


(1)  PB L 262 van 15.10.2019, blz. 1.


BIJLAGE

De volgende personen worden toegevoegd aan de lijst van natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen in bijlage I bij Verordening (EU) 2019/1716:

 

Naam

Identificatiegegevens

Motivering

Datum van plaatsing op de lijst

“7.

Rosario María MURILLO ZAMBRANA

Ook bekend als: Rosario María MURILLO DE ORTEGA

Functie(s): Vicepresident van de Republiek Nicaragua (sinds 2017), echtgenote van president Daniel Ortega

Geboortedatum: 22 juni 1951

Geboorteplaats: Managua, Nicaragua

Geslacht: vrouw

Nationaliteit: Nicaraguaans

Paspoortnummer: A00000106 (Nicaragua)

Vicepresident van Nicaragua, echtgenote van de president van Nicaragua en leider van de beweging De Sandinistische Jeugd. Volgens president Daniel Ortega deelt Rosario María Murillo Zambrana de macht met hem. Zij speelde een doorslaggevende rol bij het aanmoedigen en rechtvaardigen van de onderdrukking van betogingen van de oppositie door de Nicaraguaanse nationale politie in 2018. In juni 2021 bedreigde zij openlijk de Nicaraguaanse oppositie en bracht zij onafhankelijke journalisten in diskrediet.

Zij is dus verantwoordelijk voor ernstige schendingen van de mensenrechten, voor de onderdrukking van het maatschappelijk middenveld en de democratische oppositie, en voor het ondermijnen van de democratie in Nicaragua.

2.8.2021

8.

Gustavo Eduardo PORRAS CORTÉS

Functie(s): Voorzitter van de Nationale Vergadering van de Republiek Nicaragua (sinds januari 2017)

Geboortedatum: 11 oktober 1954

Geboorteplaats: Managua, Nicaragua

Geslacht: man

Nationaliteit: Nicaraguaans

Sinds januari 2017 voorzitter van de Nationale Vergadering van Nicaragua en sinds 1996 lid van de nationale leiding van het Sandinistisch Front voor Nationale Bevrijding (Frente Sandinista de Liberación Nacional FSLN). In zijn functie van voorzitter van de Nationale Vergadering van Nicaragua heeft hij de aanneming van verscheidene repressieve wetten in de hand gewerkt, waaronder een amnestiewet die ieder onderzoek naar de plegers van massale schendingen van de mensenrechten in 2018 uitsluit, en wetten die de vrijheid en de democratie in Nicaragua ondermijnen.

Hij is dus verantwoordelijk voor de onderdrukking van het maatschappelijk middenveld en de democratische oppositie en voor het ernstig ondermijnen van de democratie en de rechtsstaat in Nicaragua.

2.8.2021

9.

Juan Antonio VALLE VALLE

Functie(s): Chef bij de Nicaraguaanse nationale politie

Rang: Generaal / hoge commissaris

Geboortedatum: 4 mei 1963

Geboorteplaats: Matagalpa, Nicaragua

Geslacht: man

Nationaliteit: Nicaraguaans

Als chef met de rang van hoge commissaris (de tweede hoogste rang) bij de Nicaraguaanse nationale politie (NNP) en in een vooraanstaande functie bij de politie in Managua is Juan Antonio Valle Valle verantwoordelijk voor herhaald politiegeweld en buitensporig geweld waarbij honderden burgers om het leven zijn gekomen, voor willekeurige arrestaties en detenties, voor schendingen van de vrijheid van meningsuiting en voor het voorkomen van demonstraties tegen de regering.

Hij is dus verantwoordelijk voor ernstige schendingen van de mensenrechten en voor de onderdrukking van het maatschappelijk middenveld en de democratische oppositie in Nicaragua.

2.8.2021

10.

Ana Julia GUIDO OCHOA

Ook bekend als: Ana Julia GUIDO DE ROMERO

Functie(s): Procureur-generaal van de Republiek Nicaragua

Geboortedatum: 16 februari 1959

Geboorteplaats: Matagalpa, Nicaragua

Geslacht: vrouw

Nationaliteit: Nicaraguaans

In haar functie van procureur-generaal, de hoogste ambtenaar van het openbaar ministerie, is Ana Julia Guido Ochoa loyaal aan het regime-Ortega en verantwoordelijk voor de politiek gemotiveerde vervolging van talrijke demonstranten en leden van de politieke oppositie. Zij richtte een gespecialiseerde eenheid op die beschuldigingen tegen demonstranten verzon en hen daarvoor aanklaagde. Bovendien is zij ervoor verantwoordelijk dat de belangrijkste kandidaat van de oppositie voor de algemene verkiezingen werd uitgesloten van uitoefening van een openbaar ambt.

Zij is dus verantwoordelijk voor ernstige schendingen van de mensenrechten, voor de onderdrukking van het maatschappelijk middenveld en de democratische oppositie, en voor het ondermijnen van de democratie en de rechtsstaat in Nicaragua.

2.8.2021

11.

Fidel de Jesús DOMÍNGUEZ ÁLVAREZ

Functie(s): Hoofd van de politie in Leon, algemeen commissaris van de nationale politie

Geboortedatum: 21 maart 1960

Geslacht: man

Nationaliteit: Nicaraguaans

In zijn functie van hoofd van de politie in Leon sinds 23 augustus 2018 is Fidel de Jesús Domínguez Alvarez verantwoordelijk voor talrijke ernstige schendingen van de mensenrechten, met name willekeurige arrestaties en detenties, waaronder de ontvoering van familieleden van een politieke opposant, het buitensporig gebruik van geweld en schendingen van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van de media.

Hij is dus verantwoordelijk voor ernstige schendingen van de mensenrechten en voor de onderdrukking van het maatschappelijk middenveld en de democratische oppositie.

2.8.2021

12.

Alba Luz RAMOS VANEGAS

Functie(s): Voorzitter van het Hooggerechtshof van de Republiek Nicaragua

Geboortedatum: 3 juni 1949

Geslacht: vrouw

Nationaliteit: Nicaraguaans

Paspoortnummer: A0009864 (Nicaragua)

In haar functie van voorzitter van het Hooggerechtshof van Nicaragua is zij ervoor verantwoordelijk dat de rechterlijke macht de belangen van het regime-Ortega dient door middel van de selectieve strafbaarstelling van oppositieactiviteiten, het bestendigen van het patroon van schendingen van het recht op een eerlijk proces, willekeurige arrestaties, en de uitsluiting van politieke partijen en van oppositiekandidaten.

Zij is dus verantwoordelijk voor ernstige schendingen van de mensenrechten, voor de onderdrukking van het maatschappelijk middenveld en de democratische oppositie, en voor het ernstig ondermijnen van de rechtsstaat in Nicaragua.

2.8.2021

13.

Juan Carlos ORTEGA MURILLO

Functie(s): Directeur van Canal 8 en van Difuso Comunicaciones. Leider van de Sandinistische Beweging van 4 Mei, zoon van de president en vicepresident van de Republiek Nicaragua

Geboortedatum: 17 oktober 1982

Nationaliteit: Nicaraguaans

Zoon van president Daniel Ortega en diens echtgenote en vicepresident Rosario Maria Murillo de Ortega. Directeur van een van de belangrijkste propaganda-tv-zenders, Canal 8, en leider van de Sandinistische Beweging van 4 Mei. In zijn functie heeft hij bijgedragen tot het beperken van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van de media. Hij heeft Nicaraguaanse zakenlieden die zich tegen het regime-Ortega verzetten, openlijk bedreigd. Hij is dus verantwoordelijk voor het ondermijnen van de democratie en voor de onderdrukking van het maatschappelijk middenveld in Nicaragua. Omdat hij de zoon is van vicepresident Rosario Maria Murillo de Ortega, heeft hij banden met personen die verantwoordelijk zijn voor ernstige schendingen van de mensenrechten en voor de onderdrukking van het maatschappelijk middenveld in Nicaragua.

2.8.2021

14.

Bayardo ARCE CASTAÑO

Functie(s): Economisch adviseur van de president van de Republiek Nicaragua

Geboortedatum: 21 maart 1950

Geslacht: man

Nationaliteit: Nicaraguaans

In zijn functie van economisch adviseur van president Daniel Ortega oefent Bayardo Arce Castano aanzienlijke invloed uit op het beleid van het regime-Ortega. Hij heeft derhalve banden met personen die verantwoordelijk zijn voor ernstige schendingen van de mensenrechten in Nicaragua.

Hij heeft zijn steun gegeven aan de ontwikkeling van wetgeving die oppositiekandidaten belet deel te nemen aan verkiezingen. Hij is dus verantwoordelijk voor de onderdrukking van het maatschappelijk middenveld en van de democratische oppositie in Nicaragua.

2.8.2021”


BESLUITEN

2.8.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

LI 277/16


BESLUIT (GBVB) 2021/1277 VAN DE RAAD

van 30 juli 2021

betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libanon

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 29,

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Raad heeft op 7 december 2020 conclusies aangenomen waarin hij met toenemende bezorgdheid constateerde dat de ernstige financiële, economische, sociale en politieke crisis in Libanon steeds dieper werd, en dat het in de eerste plaats de Libanese bevolking was die te lijden had onder de alsmaar groter wordende problemen in het land.

(2)

De Raad onderstreepte dat de Libanese autoriteiten dringend hervormingen moesten doorvoeren om de het vertrouwen van de internationale gemeenschap te herstellen. Hij verklaarde dat de Unie bereid was hervormingen te ondersteunen, maar dat het hervormingsproces in handen moest zijn van Libanon. De Raad riep de Libanese autoriteiten op hun eerdere toezeggingen na te komen, ook die welke in april 2018 in het kader van de CEDRE-conferentie zijn gedaan, en die de steun genieten van de Internationale Steungroep (ISG) voor Libanon (die de Verenigde Naties en de regeringen van China, Frankrijk, Duitsland, Italië, de Russische Federatie, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, alsook de Europese Unie en de Arabische Liga samenbrengt) en andere leden van de internationale gemeenschap (waaronder de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds). De Raad riep de Libanese autoriteiten tevens op dringend hervormingen te realiseren, voortbouwend op de akkoorden die alle Libanese politieke leiders na de explosie van 4 augustus 2020 hadden bereikt om politieke verschillen bij de steun voor hervormingen te overbruggen. Die hervormingen vereisen vooral echte en diepgaande economische en bestuurlijke hervormingen om de economische stabiliteit te herstellen, de prestaties van de openbaredienstverlening te verbeteren, de toenemende armoede aan te pakken, ongelijkheden terug te dringen, de overheidsfinanciën houdbaar te maken, de geloofwaardigheid van de financiële sector te herstellen, de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht te waarborgen, de eerbiediging van de mensenrechten en de rechtsstaat te verzekeren, corruptie te bestrijden en tegemoet te komen aan de legitieme en op vreedzame wijze kenbaar gemaakte aspiraties van het Libanese volk. De Raad sprak ook zijn steun uit voor het kader voor hervorming, herstel en wederopbouw (“3RF”) om “een beter Libanon op te bouwen”, op basis van de beginselen van transparantie, inclusie en verantwoordingsplicht.

(3)

Het 3RF, dat in december 2020 door de Unie, de VN en de Wereldbank werd gelanceerd, wordt gezamenlijk beheerd door de Libanese regering. Bovendien werd het financieel herstelplan van april 2020 goedgekeurd door de Libanese Raad van Ministers en werd het door de internationale gemeenschap verwelkomd. Voorts toonde de ISG zich in haar gezamenlijke verklaring van 23 september 2020 ingenomen met het akkoord dat tussen alle Libanese politieke leiders werd bereikt over een alomvattend stappenplan voor hervormingen en over een tijdschema voor de uitvoering ervan, in overeenstemming met hun eerdere toezeggingen, met inbegrip van die welke zijn gedaan in het kader van de CEDRE-conferentie van 2018, en die de steun genieten van de ISG en andere leden van de internationale gemeenschap.

(4)

In zijn conclusies van 7 december 2020 bleef de Raad er bij de sinds augustus 2020 demissionaire regering op aandringen snel en doortastend binnen haar grondwettelijke grenzen op te treden, maar vestigde hij er de aandacht op dat een programma met de volle steun van het Libanese parlement en met nauwkeurige, geloofwaardige en tijdgebonden hervormingstoezeggingen om de problemen van Libanon aan te pakken, alleen volledig kan worden uitgevoerd door een volwaardig functionerende regering. Hij riep daarom alle Libanese belanghebbenden en politieke krachten op steun te verlenen aan de dringende vorming van een missiegedreven, geloofwaardige en verantwoordingsplichtige regering in Libanon, die in staat is de nodige hervormingen door te voeren.

(5)

De Raad heeft sinds 7 december 2020 herhaaldelijk zijn ernstige bezorgdheid geuit over de verslechterende situatie in Libanon. Ondanks herhaalde oproepen van de Unie en andere betrokken internationale actoren aan de Libanese politieke krachten en belanghebbenden om in het nationale belang te handelen en niet langer te wachten met de vorming van een volledig bevoegde regering die in de dringende behoeften van het land kan voorzien en kritieke hervormingen kan doorvoeren, komt er geen schot in het regeringsvormingsproces. Meer dan elf maanden zijn verstreken sinds de vorige regering in augustus 2020 aftrad, en negen maanden sinds het Libanese parlement in oktober 2020 een nieuwe kandidaat-premier aanwees, die zich in juli 2021 heeft teruggetrokken.

(6)

Ondertussen wordt de economische, sociale en humanitaire situatie in Libanon steeds slechter en gaat het lijden van de bevolking door. De Wereldbank geeft in haar Lebanon Economic Monitor van juni 2021 aan dat Libanon een ernstige en langdurige economische depressie doormaakt, waarschijnlijk een van de ergste crisesepisodes wereldwijd sinds het midden van de negentiende eeuw. Volgens de Wereldbank gaat het om een “opzettelijke depressie”, gekenmerkt door ontoereikende beleidsreacties als gevolg van een gebrek aan politieke consensus over effectieve beleidsinitiatieven. De Wereldbank meldt dat meer dan de helft van de bevolking waarschijnlijk onder de nationale armoedegrens leeft, dat de werkloosheid toeneemt en dat steeds meer huishoudens moeilijk toegang krijgen tot basisdiensten, waaronder gezondheidszorg. De Wereldbank wijst erop dat de forse achteruitgang van de basisdiensten langetermijngevolgen zal hebben, waaronder massale migratie, leerachterstanden, slechte gezondheidsresultaten en gebrek aan adequate vangnetten. Volgens de Wereldbank zal de blijvende schade aan menselijk kapitaal zeer moeilijk te herstellen zijn, wat de crisis in Libanon mogelijk uniek maakt in vergelijking met andere mondiale crises. De Wereldbank merkt voorts op dat de steeds nijpender wordende sociaal-economische omstandigheden nationale systeemrisico's met zich meebrengen, dat steeds grotere waakzaamheid vereist is voor mogelijke aanleidingen tot sociale onrust en dat er geen licht aan het einde van de tunnel gloort.

(7)

De Libanese bevolking betaalt een uitzonderlijk hoge tol voor de passieve houding van de Libanese politieke leiders. De huidige economische, sociale, humanitaire en politieke crisis is een grote bedreiging voor de stabiliteit en veiligheid van Libanon, en heeft mogelijke gevolgen voor de stabiliteit en veiligheid van de hele regio.

(8)

De Unie is bereid al haar beleidsinstrumenten aan te wenden om de huidige crisis duurzaam te boven te komen en zich in te zetten tegen een verdere achteruitgang van de democratie, de rechtsstaat en de economische, sociale en humanitaire situatie in Libanon. Gezien de ernst van de situatie moet een kader worden vastgesteld voor gerichte beperkende maatregelen tegen natuurlijke personen die verantwoordelijk zijn voor het ondermijnen van de democratie of de rechtsstaat in Libanon en natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen die met hen geassocieerd zijn.

(9)

Met de hiervoor beschreven gerichte beperkende maatregelen zullen de doelstellingen van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid als omschreven in artikel 21 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) worden nagestreefd. De maatregelen zullen bijdragen aan het optreden van de Unie ter consolidering en ondersteuning van de democratie, de rechtsstaat, de mensenrechten en de beginselen van het internationaal recht overeenkomstig artikel 21, lid 2, punt b), VEU. De toepassing van de maatregelen moet in overeenstemming zijn met artikel 3, lid 5, VEU, met name door bij te dragen tot vrede en veiligheid, solidariteit en wederzijds respect tussen volkeren en de bescherming van de mensenrechten, alsook tot de strikte eerbiediging en ontwikkeling van het internationaal recht, met inbegrip van de eerbiediging van de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties.

(10)

Een bedreiging voor de democratie en de rechtsstaat gaat uit van personen die het democratische politieke proces belemmeren of ondermijnen door de vorming van een regering langdurig tegen te werken of het houden van verkiezingen te belemmeren of ernstig te ondermijnen, met name de komende algemene verkiezingen in Libanon, die gepland zijn in mei 2022. Die personen bevorderen hun gevestigde belangen — hetzij hun persoonlijke belangen, hetzij de specifieke belangen van hun gemeenschap of fractie — ten nadele van het Libanese openbaar belang, met name door misbruik te maken van de regels inzake het verenigen van de politieke krachten voor de regeringsvorming, teneinde de vorming van een nieuwe regering te blokkeren en de status quo in stand te houden. Handelingen die de democratie en de rechtsstaat bedreigen, kunnen onder meer bestaan uit het belemmeren of ondermijnen van de verkiezingen.

(11)

Een bedreiging voor de democratie en de rechtsstaat gaat ook uit van personen die de uitvoering van door betrokken internationale actoren gesteunde plannen ter verbetering van de verantwoordingsplicht en goed bestuur in de overheidssector of van de uitvoering van cruciale economische hervormingen belemmeren, onder meer in het bankwezen en de financiële sector. Dit zijn met name de hervormingen waarmee de Libanese autoriteiten akkoord zijn gegaan en die de steun genieten van de Unie en andere betrokken internationale actoren. Er is voortdurend nagelaten deze hervormingen door te voeren en voldoende geloofwaardige maatregelen te nemen om corruptie en belastingontduiking te bestrijden, een wet inzake kapitaalcontrole vast te stellen en andere maatregelen te nemen om transparantie en volledige verantwoordingsplicht ten aanzien van de Libanese bevolking te waarborgen.

(12)

Een bedreiging voor de democratie en de rechtsstaat gaat tevens uit van personen die zich schuldig maken aan ernstig financieel wangedrag, met inbegrip van corruptie en de ongeoorloofde uitvoer van kapitaal. Financieel wangedrag binnen het politieke en institutionele bestel is een systemisch probleem dat ten grondslag ligt aan de huidige economische, sociale, humanitaire en politieke crisis. Actoren die betrokken zijn bij financieel wangedrag of die er persoonlijk van profiteren, dragen een grote verantwoordelijkheid in de schrijnende sociaal-economische en humanitaire situatie van de Libanese bevolking.

(13)

De Raad herinnert eraan dat Libanon partij is bij het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie van 31 oktober 2003 en dat de Libanese autoriteiten ook toezeggingen hebben gedaan in de strijd tegen corruptie, met name op de CEDRE-conferentie van 2018, in het financieel herstelplan van april 2020 en in het integrale stappenplan voor hervormingen van september 2020.

(14)

Voor de uitvoering van bepaalde maatregelen is verder optreden van de Unie nodig,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De lidstaten nemen de nodige maatregelen om de inreis in of de doorreis door hun grondgebied te voorkomen van:

a)

natuurlijke personen die verantwoordelijk zijn voor het ondermijnen van de democratie of de rechtsstaat in Libanon door een van de volgende handelingen:

i)

belemmering of ondermijning van het democratische politieke proces door de vorming van een regering aanhoudend tegen te werken of door het houden van verkiezingen te belemmeren of ernstig te ondermijnen;

ii)

belemmering of ondermijning van de uitvoering van door de Libanese autoriteiten goedgekeurde en door relevante internationale actoren, waaronder de Unie, gesteunde plannen ter verbetering van de verantwoording en goed bestuur in de overheidssector of van de uitvoering van cruciale economische hervormingen, onder meer in het bankwezen en de financiële sector en met inbegrip van de vaststelling van transparante en niet-discriminerende wetgeving inzake de uitvoer van kapitaal;

iii)

ernstig financieel wangedrag met betrekking tot overheidsmiddelen, voor zover de betrokken handelingen onder het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie vallen, en de ongeoorloofde uitvoer van kapitaal;

b)

natuurlijke personen die geassocieerd zijn met personen die uit hoofde van punt a) zijn aangewezen;

die in de bijlage worden genoemd.

De in punt a) onder ii), bedoelde plannen zijn de hervormingsplannen die zijn gepresenteerd op de CEDRE-conferentie van 2018, in het financieel herstelplan van april 2020, in het integrale stappenplan voor hervormingen van september 2020 en het raamwerk voor hervorming, herstel en wederopbouw van Libanon van december 2020 (3RF).

2.   Lid 1 houdt niet in dat de lidstaten verplicht zijn de inreis van eigen onderdanen in hun grondgebied te weigeren.

3.   Lid 1 laat de gevallen onverlet waarin de lidstaten gebonden zijn aan een verplichting uit hoofde van internationaal recht, en wel:

a)

als gastland van een internationale intergouvernementele organisatie;

b)

als gastland van een internationale conferentie die is bijeengeroepen door of plaatsvindt onder auspiciën van de Verenigde Naties;

c)

krachtens een multilaterale overeenkomst die voorrechten en immuniteiten verleent, of

d)

krachtens het Concordaat (Verdrag van Lateranen) van 1929 dat werd gesloten tussen de Heilige Stoel (Vaticaanstad) en Italië.

4.   Lid 3 is ook van toepassing op de gevallen waarin een lidstaat als gastland van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) optreedt.

5.   De Raad wordt naar behoren geïnformeerd indien een lidstaat een vrijstelling op grond van lid 3 of lid 4 verleent.

6.   De lidstaten kunnen vrijstellingen van de krachtens lid 1 opgelegde maatregelen verlenen voor reizen die gerechtvaardigd zijn om dringende humanitaire redenen of voor het bijwonen van intergouvernementele bijeenkomsten of bijeenkomsten die worden geïnitieerd of georganiseerd door de Unie of waarvoor een lidstaat als voorzitter van de OVSE als gastheer optreedt, indien daar een politieke dialoog wordt gevoerd die rechtstreeks bijdraagt tot de beleidsdoelstellingen van de beperkende maatregelen, zoals de bevordering van de democratie en de rechtsstaat in Libanon.

7.   De lidstaten kunnen ook vrijstellingen van de krachtens lid 1 opgelegde maatregelen verlenen indien inreis of doorreis noodzakelijk is in verband met een gerechtelijke procedure.

8.   Een lidstaat die de in leden 6 of 7 bedoelde vrijstellingen wil verlenen, brengt zulks schriftelijk ter kennis van de Raad. De vrijstelling wordt geacht te zijn verleend, tenzij een of meer lidstaten binnen twee werkdagen na ontvangst van de kennisgeving van de voorgestelde vrijstelling schriftelijk bezwaar maken. In dat geval kan de Raad met gekwalificeerde meerderheid besluiten de voorgestelde vrijstelling te verlenen.

9.   Wanneer een lidstaat krachtens leden 3, 4, 6, of 7 machtiging verleent tot inreis in of doorreis door zijn grondgebied van de in de bijlage vermelde personen, geldt deze machtiging alleen voor het doel waarvoor zij is verleend en alleen voor de rechtstreeks daarbij betrokken personen.

Artikel 2

1.   Alle tegoeden en economische middelen die toebehoren aan, eigendom zijn van, in het bezit zijn van of onder zeggenschap staan van:

a)

natuurlijke personen die verantwoordelijk zijn voor het ondermijnen van de democratie of de rechtsstaat in Libanon door een van de volgende handelingen:

i)

belemmering of ondermijning van het democratische politieke proces door de vorming van een regering aanhoudend tegen te werken of door het houden van verkiezingen te belemmeren of ernstig te ondermijnen;

ii)

belemmering of ondermijning van de uitvoering van door de Libanese autoriteiten goedgekeurde en door betrokken internationale actoren, waaronder de Unie, gesteunde plannen ter verbetering van de verantwoording en goed bestuur in de overheidssector of van de uitvoering van cruciale economische hervormingen, onder meer in het bankwezen en de financiële sector en met inbegrip van de vaststelling van transparante en niet-discriminerende wetgeving inzake de uitvoer van kapitaal;

iii)

ernstig financieel wangedrag met betrekking tot overheidsmiddelen, voor zover de betrokken handelingen onder het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie vallen, en de ongeoorloofde uitvoer van kapitaal;

b)

natuurlijke personen die geassocieerd zijn met personen die uit hoofde van punt a) zijn aangewezen;

die worden genoemd in de bijlage, worden bevroren.

De in punt a), onder ii), bedoelde plannen zijn de hervormingsplannen die zijn gepresenteerd op de CEDRE-conferentie van 2018, in het financieel herstelplan van april 2020, in het integrale stappenplan voor hervormingen van september 2020 en het raamwerk voor hervorming, herstel en wederopbouw van Libanon van december 2020 (3RF).

2.   Er worden geen tegoeden of economische middelen op directe of indirecte wijze ter beschikking gesteld aan of ten behoeve van de in de bijlage genoemde natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen.

3.   In afwijking van de leden 1 en 2 kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, onder door hen passend geachte voorwaarden, toestemming verlenen voor de vrijgave of de beschikbaarstelling van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, nadat zij hebben vastgesteld dat de betrokken tegoeden of economische middelen:

a)

noodzakelijk zijn voor het dekken van uitgaven voor de basisbehoeften van de in de bijlage genoemde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen, en de gezinsleden die van deze natuurlijke personen afhankelijk zijn, zoals betalingen voor levensmiddelen, huur of hypotheeklasten, geneesmiddelen of medische behandelingen, belastingen, verzekeringspremies en nutsvoorzieningen;

b)

uitsluitend bestemd zijn voor het betalen van redelijke honoraria en het vergoeden van andere kosten van juridische diensten;

c)

uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van honoraria of kosten voor het routinematig houden of beheren van bevroren tegoeden of economische middelen;

d)

noodzakelijk zijn voor de betaling van buitengewone lasten, mits de bevoegde autoriteit de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten en de Commissie ten minste twee weken vóór zij de toestemming verleent, in kennis stelt van de redenen waarom zij meent dat specifieke toestemming moet worden verleend, of

e)

gestort worden op of betaald worden van een rekening van een diplomatieke of consulaire missie of een internationale organisatie die bescherming geniet op grond van het internationaal recht, voor zover die betalingen bestemd zijn voor de officiële doelen van de diplomatieke of consulaire missie of de internationale organisatie.

De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke toestemming die overeenkomstig dit lid is verleend, binnen twee weken na de verlening van de toestemming.

4.   In afwijking van lid 1 kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten de vrijgave van bepaalde bevroren geldmiddelen of economische middelen toestaan, of de beschikbaarstelling van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de tegoeden of economische middelen zijn het voorwerp van een arbitraal vonnis die is gegeven voor de datum waarop de in lid 1 bedoelde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen zijn opgenomen in de bijlage, of van een gerechtelijk of administratief besluit dat in de Unie is gegeven, of van een rechterlijk vonnis dat in de betrokken lidstaat voor tenuitvoerlegging vatbaar is, en dat van voor of na die datum dateert;

b)

de tegoeden of economische middelen worden uitsluitend gebruikt om te voldoen aan vorderingen die door een dergelijke beslissing zijn gewaarborgd of geldig zijn verklaard, binnen de grenzen gesteld door de toepasselijke wet- en regelgeving betreffende de rechten van titularissen van dergelijke vorderingen;

c)

de beslissing komt niet ten goede aan een op de lijst in de bijlage geplaatste natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam, en

d)

de erkenning van het besluit of vonnis is niet in strijd met de openbare orde van de betrokken lidstaat.

De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke toestemming die overeenkomstig dit lid is verleend, binnen twee weken na de verlening van de toestemming.

5.   Lid 1 belet niet dat een op de lijst in de bijlage geplaatste natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam betalingen verricht die verschuldigd zijn uit hoofde van een contract of overeenkomst dat is gesloten, of een verplichting die is ontstaan, vóór de datum waarop de natuurlijke persoon of rechtspersoon, de entiteit of het lichaam op de lijst werd geplaatst, mits de betrokken lidstaat heeft vastgesteld dat de betalingen niet direct of indirect worden ontvangen door een natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam als bedoeld in lid 1.

6.   Lid 2 is niet van toepassing op de bijboeking op bevroren rekeningen van:

a)

rente of andere inkomsten op die rekeningen;

b)

betalingen die verschuldigd zijn overeenkomstig contracten, overeenkomsten of verbintenissen die zijn gesloten of ontstaan vóór de datum waarop de in de leden 1 en 2 vervatte maatregelen op deze rekeningen van toepassing werden, of

c)

betalingen die verschuldigd zijn uit hoofde van gerechtelijke, administratieve of arbitrale beslissingen die in de Unie zijn gegeven of in de betrokken lidstaat voor tenuitvoerlegging vatbaar zijn;

mits dergelijke rente, andere inkomsten en betalingen onderworpen blijven aan de maatregelen van lid 1.

Artikel 3

1.   In afwijking van artikel 2, leden 1 en 2, kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, onder door hen passend geachte voorwaarden, toestemming verlenen voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, of voor de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen, nadat zij hebben vastgesteld dat het verstrekken van die tegoeden of economische middelen noodzakelijk is voor humanitaire doeleinden, zoals de verlening van hulp of het vergemakkelijken daarvan, met inbegrip van medische benodigdheden, levensmiddelen, of de overbrenging van humanitaire hulpverleners en daarmee verband houdende hulp, of bijstand voor evacuaties uit Libanon.

2.   De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke toestemming die overeenkomstig dit artikel is verleend, binnen twee weken na de verlening van de toestemming.

Artikel 4

1.   De lijst in de bijlage wordt vastgesteld en gewijzigd door de Raad, die met eenparigheid van stemmen besluit op voorstel van een lidstaat of van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (de “hoge vertegenwoordiger”).

2.   De Raad stelt de betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon, de betrokken entiteit of het betrokken lichaam in kennis van het in lid 1 bedoelde besluit en van de redenen voor de plaatsing op de lijst, hetzij rechtstreeks (indien het adres bekend is), hetzij door de bekendmaking van een kennisgeving, zodat die natuurlijke persoon of rechtspersoon, die entiteit of dat lichaam daarover opmerkingen kan indienen.

3.   Indien er opmerkingen worden ingediend of belangrijk nieuw bewijsmateriaal wordt gepresenteerd, toetst de Raad de in lid 1 bedoelde besluiten en brengt hij de betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon, de betrokken entiteit of het betrokken lichaam op de hoogte van het resultaat van de toetsing.

Artikel 5

1.   In de bijlage wordt de opneming van de in de artikelen 1 en 2 bedoelde natuurlijke personen en rechtspersonen, entiteiten en lichamen in de lijst gemotiveerd.

2.   De bijlage bevat de informatie, indien deze beschikbaar is, die nodig is om de betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen te identificeren. Met betrekking tot natuurlijke personen kan die informatie bestaan uit: namen en aliassen; geboortedatum en geboorteplaats; nationaliteit; paspoort- en identiteitskaartnummers; geslacht; adres indien bekend; en functie of beroep. Met betrekking tot rechtspersonen, entiteiten of lichamen kan dergelijke informatie bestaan uit: namen; plaats en datum van registerinschrijving; registratienummer; en plaats van vestiging.

Artikel 6

1.   De Raad en de hoge vertegenwoordiger verwerken voor de uitoefening van hun taken uit hoofde van dit besluit persoonsgegevens, met name:

a)

wat betreft de Raad, bij het opstellen en wijzigen van de bijlage;

b)

wat betreft de hoge vertegenwoordiger, bij het opstellen van wijzigingen van de bijlage.

2.   De Raad en de hoge vertegenwoordiger mogen in voorkomend geval relevante gegevens verwerken die betrekking hebben op strafbare feiten die zijn gepleegd door natuurlijke personen op de lijst, en op strafrechtelijke veroordelingen of veiligheidsmaatregelen betreffende dergelijke personen, doch uitsluitend voor zover deze verwerking noodzakelijk is voor het opstellen van de bijlage.

3.   Voor de toepassing van dit besluit worden de Raad en de hoge vertegenwoordiger aangewezen als “verwerkingsverantwoordelijken” in de zin van artikel 3, punt 8, van Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (1), om ervoor te zorgen dat de betrokken natuurlijke personen hun rechten uit hoofde van Verordening (EU) 2018/1725 kunnen uitoefenen.

Artikel 7

Vorderingen in verband met contracten of andere transacties aan de uitvoering waarvan, direct of indirect, geheel of gedeeltelijk, afbreuk is gedaan door de maatregelen die uit hoofde van onderhavig besluit zijn ingesteld, met inbegrip van vorderingen tot schadeloosstelling of soortgelijke vorderingen, zoals een vordering tot schuldvergelijking of een garantievordering, met name een vordering tot verlenging of uitbetaling van een obligatie of van een garantie of contragarantie, met name een financiële garantie of contragarantie, ongeacht de vorm hiervan, worden niet toegewezen indien deze vorderingen worden ingesteld door:

a)

in de bijlage genoemde natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen;

b)

natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen die handelen voor rekening of ten behoeve van een van de onder a) bedoelde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen.

Artikel 8

Opdat de in dit besluit opgenomen maatregelen een maximaal effect zouden hebben, moedigt de Unie derde landen aan beperkende maatregelen in de zin van de in dit besluit genoemde maatregelen te treffen.

Artikel 9

Dit besluit is van toepassing tot en met 31 juli 2022 en wordt voortdurend geëvalueerd. Het wordt zo nodig verlengd of gewijzigd, indien de Raad van oordeel is dat de doelstellingen ervan niet zijn bereikt.

Bij de toetsing van op grond van artikel 1, lid 1, punt a), onder iii), en artikel 2, lid 1, punt a), onder iii), vastgestelde beperkende maatregelen, houdt de Raad in voorkomend geval rekening met de vraag of tegen de betrokken personen een gerechtelijke procedure loopt met betrekking tot de gedraging waarvoor zij op de lijst zijn geplaatst.

Artikel 10

Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 30 juli 2021.

Voor de Raad

De voorzitter

G. DOVŽAN


(1)  Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).


BIJLAGE

Lijst van natuurlijke personen en rechtspersonen, entiteiten en lichamen als bedoeld in de artikelen 1 en 2

[…]


2.8.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

LI 277/24


BESLUIT (GBVB) 2021/1278 VAN DE RAAD

van 30 juli 2021

tot wijziging van Besluit (GBVB) 2019/1720 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Nicaragua

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 29,

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 14 oktober 2019 heeft de Raad Besluit (GBVB) 2019/1720 (1) betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Nicaragua vastgesteld.

(2)

Op 10 juni 2021 heeft de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (de “hoge vertegenwoordiger”) namens de Unie een verklaring afgelegd waarin het optreden van de Nicaraguaanse autoriteiten tegen oppositiepartijen, de media, journalisten en andere personen die bij de media werkzaam zijn, pleitbezorgers van de mensenrechten en het maatschappelijk middenveld, onder meer door de stelselmatige arrestatie en detentie van mogelijke presidentskandidaten en oppositieleiders, werd veroordeeld. De hoge vertegenwoordiger verklaarde dat de Unie bereid is alle instrumenten te gebruiken in het licht van de situatie in Nicaragua, inclusief het opleggen van aanvullende beperkende maatregelen.

(3)

Gelet op de nog steeds zorgwekkende situatie in Nicaragua moeten acht personen worden toegevoegd aan de in de bijlage bij Besluit (GBVB) 2019/1720 opgenomen lijst van natuurlijke personen en rechtspersonen, entiteiten en lichamen die onderworpen zijn aan beperkende maatregelen.

(4)

De bijlage bij Besluit (GBVB) 2019/1720 moet bijgevolg dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Besluit (GBVB) 2019/1720 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 30 juli 2021.

Voor de Raad

De voorzitter

G. DOVŽAN


(1)  Besluit (GBVB) 2019/1720 van de Raad van 14 oktober 2019 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Nicaragua (PB L 262 van 15.10.2019, blz. 58).


BIJLAGE

De volgende personen worden toegevoegd aan de lijst van natuurlijke personen en rechtspersonen, entiteiten en lichamen in de bijlage bij Besluit (GBVB) 2019/1720:

 

Naam

Identificatiegegevens

Motivering

Datum van plaatsing op de lijst

“7.

Rosario María MURILLO ZAMBRANA

Ook bekend als: Rosario María MURILLO DE ORTEGA

Functie(s): Vicepresident van de Republiek Nicaragua (sinds 2017), echtgenote van president Daniel Ortega

Geboortedatum: 22 juni 1951

Geboorteplaats: Managua, Nicaragua

Geslacht: vrouw

Nationaliteit: Nicaraguaans

Paspoortnummer: A00000106 (Nicaragua)

Vicepresident van Nicaragua, echtgenote van de president van Nicaragua en leider van de beweging De Sandinistische Jeugd. Volgens president Daniel Ortega deelt Rosario María Murillo Zambrana de macht met hem. Zij speelde een doorslaggevende rol bij het aanmoedigen en rechtvaardigen van de onderdrukking van betogingen van de oppositie door de Nicaraguaanse nationale politie in 2018. In juni 2021 bedreigde zij openlijk de Nicaraguaanse oppositie en bracht zij onafhankelijke journalisten in diskrediet.

Zij is dus verantwoordelijk voor ernstige schendingen van de mensenrechten, voor de onderdrukking van het maatschappelijk middenveld en de democratische oppositie, en voor het ondermijnen van de democratie in Nicaragua.

2.8.2021

8.

Gustavo Eduardo PORRAS CORTÉS

Functie(s): Voorzitter van de Nationale Vergadering van de Republiek Nicaragua (sinds januari 2017)

Geboortedatum: 11 oktober 1954

Geboorteplaats: Managua, Nicaragua

Geslacht: man

Nationaliteit: Nicaraguaans

Sinds januari 2017 voorzitter van de Nationale Vergadering van Nicaragua en sinds 1996 lid van de nationale leiding van het Sandinistisch Front voor Nationale Bevrijding (Frente Sandinista de Liberación Nacional — FSLN). In zijn functie van voorzitter van de Nationale Vergadering van Nicaragua heeft hij de aanneming van verscheidene repressieve wetten in de hand gewerkt, waaronder een amnestiewet die ieder onderzoek naar de plegers van massale schendingen van de mensenrechten in 2018 uitsluit, en wetten die de vrijheid en de democratie in Nicaragua ondermijnen.

Hij is dus verantwoordelijk voor de onderdrukking van het maatschappelijk middenveld en de democratische oppositie en voor het ernstig ondermijnen van de democratie en de rechtsstaat in Nicaragua.

2.8.2021

9.

Juan Antonio VALLE VALLE

Functie(s): Chef bij de Nicaraguaanse nationale politie

Rang: Generaal/hoge commissaris

Geboortedatum: 4 mei 1963

Geboorteplaats: Matagalpa, Nicaragua

Geslacht: man

Nationaliteit: Nicaraguaans

Als chef met de rang van hoge commissaris (de tweede hoogste rang) bij de Nicaraguaanse nationale politie (NNP) en in een vooraanstaande functie bij de politie in Managua is Juan Antonio Valle Valle verantwoordelijk voor herhaald politiegeweld en buitensporig geweld waarbij honderden burgers om het leven zijn gekomen, voor willekeurige arrestaties en detenties, voor schendingen van de vrijheid van meningsuiting en voor het voorkomen van demonstraties tegen de regering.

Hij is dus verantwoordelijk voor ernstige schendingen van de mensenrechten en voor de onderdrukking van het maatschappelijk middenveld en de democratische oppositie in Nicaragua.

2.8.2021

10.

Ana Julia GUIDO OCHOA

Ook bekend als: Ana Julia GUIDO DE ROMERO

Functie(s): Procureur-generaal van de Republiek Nicaragua

Geboortedatum: 16 februari 1959

Geboorteplaats: Matagalpa, Nicaragua

Geslacht: vrouw

Nationaliteit: Nicaraguaans

In haar functie van procureur-generaal, de hoogste ambtenaar van het openbaar ministerie, is Ana Julia Guido Ochoa loyaal aan het regime-Ortega en verantwoordelijk voor de politiek gemotiveerde vervolging van talrijke demonstranten en leden van de politieke oppositie. Zij richtte een gespecialiseerde eenheid op die beschuldigingen tegen demonstranten verzon en hen daarvoor aanklaagde. Bovendien is zij ervoor verantwoordelijk dat de belangrijkste kandidaat van de oppositie voor de algemene verkiezingen werd uitgesloten van uitoefening van een openbaar ambt.

Zij is dus verantwoordelijk voor ernstige schendingen van de mensenrechten, voor de onderdrukking van het maatschappelijk middenveld en de democratische oppositie, en voor het ondermijnen van de democratie en de rechtsstaat in Nicaragua.

2.8.2021

11.

Fidel de Jesús DOMÍNGUEZ ÁLVAREZ

Functie(s): Hoofd van de politie in Leon, algemeen commissaris van de nationale politie

Geboortedatum: 21 maart 1960

Geslacht: man

Nationaliteit: Nicaraguaans

In zijn functie van hoofd van de politie in Leon sinds 23 augustus 2018 is Fidel de Jesús Domínguez Alvarez verantwoordelijk voor talrijke ernstige schendingen van de mensenrechten, met name willekeurige arrestaties en detenties, waaronder de ontvoering van familieleden van een politieke opposant, het buitensporig gebruik van geweld en schendingen van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van de media.

Hij is dus verantwoordelijk voor ernstige schendingen van de mensenrechten en voor de onderdrukking van het maatschappelijk middenveld en de democratische oppositie.

2.8.2021

12.

Alba Luz RAMOS VANEGAS

Functie(s): Voorzitter van het Hooggerechtshof van de Republiek Nicaragua

Geboortedatum: 3 juni 1949

Geslacht: vrouw

Nationaliteit: Nicaraguaans

Paspoortnummer: A0009864 (Nicaragua)

In haar functie van voorzitter van het Hooggerechtshof van Nicaragua is zij ervoor verantwoordelijk dat de rechterlijke macht de belangen van het regime-Ortega dient door middel van de selectieve strafbaarstelling van oppositieactiviteiten, het bestendigen van het patroon van schendingen van het recht op een eerlijk proces, willekeurige arrestaties, en de uitsluiting van politieke partijen en van oppositiekandidaten.

Zij is dus verantwoordelijk voor ernstige schendingen van de mensenrechten, voor de onderdrukking van het maatschappelijk middenveld en de democratische oppositie, en voor het ernstig ondermijnen van de rechtsstaat in Nicaragua.

2.8.2021

13.

Juan Carlos ORTEGA MURILLO

Functie(s): Directeur van Canal 8 en van Difuso Comunicaciones. Leider van de Sandinistische Beweging van 4 Mei, zoon van de president en vicepresident van de Republiek Nicaragua

Geboortedatum: 17 oktober 1982

Nationaliteit: Nicaraguaans

Zoon van president Daniel Ortega en diens echtgenote en vicepresident Rosario Maria Murillo de Ortega. Directeur van een van de belangrijkste propaganda-tv-zenders, Canal 8, en leider van de Sandinistische Beweging van 4 Mei. In zijn functie heeft hij bijgedragen tot het beperken van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van de media. Hij heeft Nicaraguaanse zakenlieden die zich tegen het regime-Ortega verzetten, openlijk bedreigd. Hij is dus verantwoordelijk voor het ondermijnen van de democratie en voor de onderdrukking van het maatschappelijk middenveld in Nicaragua. Omdat hij de zoon is van vicepresident Rosario Maria Murillo de Ortega, heeft hij banden met personen die verantwoordelijk zijn voor ernstige schendingen van de mensenrechten en voor de onderdrukking van het maatschappelijk middenveld in Nicaragua.

2.8.2021

14.

Bayardo ARCE CASTAÑO

Functie(s): Economisch adviseur van de president van de Republiek Nicaragua

Geboortedatum: 21 maart 1950

Geslacht: man

Nationaliteit: Nicaraguaans

In zijn functie van economisch adviseur van president Daniel Ortega oefent Bayardo Arce Castano aanzienlijke invloed uit op het beleid van het regime-Ortega. Hij heeft derhalve banden met personen die verantwoordelijk zijn voor ernstige schendingen van de mensenrechten in Nicaragua.

Hij heeft zijn steun gegeven aan de ontwikkeling van wetgeving die oppositiekandidaten belet deel te nemen aan verkiezingen. Hij is dus verantwoordelijk voor de onderdrukking van het maatschappelijk middenveld en van de democratische oppositie in Nicaragua.

2.8.2021”