ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 68

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

64e jaargang
26 februari 2021


Inhoud

 

I   Wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Verordening (EU) 2021/337 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2021 tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1129 wat betreft het EU-herstelprospectus en gerichte aanpassingen voor financiële tussenpersonen en Richtlijn 2004/109/EG wat betreft het gebruik van het uniform elektronisch verslagleggingsformaat voor jaarlijkse financiële overzichten om het herstel van de COVID-19-crisis te ondersteunen ( 1 )

1

 

 

RICHTLIJNEN

 

*

Richtlijn (EU) 2021/338van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2021 tot wijziging van Richtlijn 2014/65/EU wat betreft informatievereisten, productgovernance en positielimieten, en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/878 wat betreft de toepassing daarvan op beleggingsondernemingen, om bij te dragen aan het herstel van de COVID-19-crisis ( 1 )

14

 

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2021/339 van de Raad van 25 februari 2021 tot uitvoering van artikel 8 bis van Verordening (EG) nr. 765/2006 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Belarus

29

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/340 van de Commissie van 17 december 2020 tot wijziging van de Gedelegeerde Verordeningen (EU) 2019/2013, (EU) 2019/2014, (EU) 2019/2015, (EU) 2019/2016, (EU) 2019/2017 en (EU) 2019/2018 wat betreft de eisen inzake energie-etikettering voor elektronische beeldschermen, huishoudelijke wasmachines en huishoudelijke was-droogcombinaties, lichtbronnen, koelapparaten, huishoudelijke afwasmachines, en koelapparaten met een directe-verkoopfunctie ( 1 )

62

 

*

Verordening (EU) 2021/341 van de Commissie van 23 februari 2021 tot wijziging van Verordeningen (EU) 2019/424, (EU) 2019/1781, (EU) 2019/2019, (EU) 2019/2020, (EU) 2019/2021, (EU) 2019/2022, (EU) 2019/2023 en (EU) 2019/2024, wat betreft de eisen inzake ecologisch ontwerp voor servers en gegevensopslagproducten, elektromotoren en snelheidsvariatoren, koelapparaten, lichtbronnen en afzonderlijke voorschakelapparatuur, elektronische beeldschermen, huishoudelijke afwasmachines, huishoudelijke wasmachines en huishoudelijke was-droogcombinaties en koelapparaten met een directe-verkoopfunctie ( 1 )

108

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2021/342 van de Commissie van 25 februari 2021 tot wederinstelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde bereide of verduurzaamde suikermaïs in korrels van oorsprong uit het Koninkrijk Thailand, voor zover het River Kwai International Food Industry Co., Ltd betreft, naar aanleiding van de heropening van het tussentijdse nieuwe onderzoek op grond van artikel 11, lid 3, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad

149

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2021/343 van de Commissie van 25 februari 2021 tot verlening van een vergunning voor een preparaat van Lactobacillus buchneri DSM 29026 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten ( 1 )

157

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2021/344 van de Commissie van 25 februari 2021 tot verlening van een vergunning voor sorbitaanmonolauraat als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten ( 1 )

160

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2021/345 van de Commissie van 25 februari 2021 tot goedkeuring van actief chloor, door middel van elektrolyse verkregen uit natriumchloride, als werkzame stof voor gebruik in biociden van de productsoorten 2, 3, 4 en 5 ( 1 )

163

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2021/346 van de Commissie van 25 februari 2021 tot verlening van een vergunning voor een preparaat van Lactobacillus parafarraginis DSM 32962 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten ( 1 )

167

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2021/347 van de Commissie van 25 februari 2021 tot goedkeuring van uit hypochloorzuur vrijgekomen actief chloor als werkzame stof voor gebruik in biociden van de productsoorten 2, 3, 4 en 5 ( 1 )

170

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2021/348 van de Commissie van 25 februari 2021 tot goedkeuring van carbendazim als bestaande werkzame stof voor gebruik in biociden van de productsoorten 7 en 10 ( 1 )

174

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2021/349 van de Commissie van 25 februari 2021 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1484/95 wat betreft de vaststelling van de representatieve prijzen voor de sectoren slachtpluimvee en eieren, alsmede voor ovalbumine

179

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2021/350 van de Commissie van 25 februari 2021 tot 318e wijziging van Verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad tot vaststelling van bepaalde specifieke beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met de organisaties ISIS (Da’esh) en Al Qaida

182

 

 

BESLUITEN

 

*

Besluit (EU) 2021/351 van de Raad van 22 februari 2021 betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen op de bijeenkomst van de partijen bij de Overeenkomst inzake havenstaatmaatregelen om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen

184

 

*

Besluit (GBVB) 2021/352 van de Raad van 25 februari 2021 tot wijziging van Besluit (GBVB) 2018/905 houdende verlenging van het mandaat van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie voor de Hoorn van Afrika

187

 

*

Besluit (GBVB) 2021/353 van de Raad van 25 februari 2021 tot wijziging van Besluit 2012/642/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Belarus

189

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/354 van de Commissie van 25 februari 2021 tot verlenging van de termijn voor het verstrijken van de goedkeuring van propiconazool voor gebruik in biociden van productsoort 8 ( 1 )

219

 

*

Besluit (EU) 2021/355 van de Commissie van 25 februari 2021 betreffende nationale uitvoeringsmaatregelen voor de voorlopige kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten overeenkomstig artikel 11, lid 3, van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (Kennisgeving geschied onder nummer C(2021) 1215)  ( 1 )

221

 

 

HANDELINGEN VAN BIJ INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN INGESTELDE ORGANEN

 

*

Besluit nr. 1/2021 Van de Partnerschapsraad die is opgericht bij de Handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds, van 23 februari 2021 met betrekking tot de datum waarop de voorlopige toepassing overeenkomstig de Handels- en samenwerkingsovereenkomst wordt beëindigd [2021/356]

227

 

 

Rectificaties

 

*

Rectificatie van Verordening (EU) 2021/250 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2021 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 95/93 van de Raad voor wat betreft de tijdelijke ontheffing van de regels voor slotgebruik op luchthavens in de Unie als gevolg van de COVID-19-crisis ( PB L 58 van 19.2.2021 )

229

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst.

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

26.2.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 68/1


VERORDENING (EU) 2021/337 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 16 februari 2021

tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1129 wat betreft het EU-herstelprospectus en gerichte aanpassingen voor financiële tussenpersonen en Richtlijn 2004/109/EG wat betreft het gebruik van het uniform elektronisch verslagleggingsformaat voor jaarlijkse financiële overzichten om het herstel van de COVID-19-crisis te ondersteunen

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De COVID-19-pandemie heeft zware gevolgen voor mensen en bedrijven en de gezondheidszorgstelsels en economieën van de lidstaten. De Commissie heeft in haar mededeling van 27 mei 2020 met als titel “Het moment van Europa: herstel en voorbereiding voor de volgende generatie”, benadrukt dat liquiditeit en toegang tot financiering knelpunten zullen blijven. Het is daarom van cruciaal belang dat het herstel van de zware economische schok die door de COVID-19-pandemie is veroorzaakt, wordt ondersteund door in de bestaande Uniewetgeving inzake financiële diensten gerichte wijzigingen aan te brengen. Deze wijzigingen vormen een pakket maatregelen, dat wordt goedgekeurd onder het label “Herstelpakket voor de kapitaalmarkten”.

(2)

Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad (3) stelt voorschriften vast voor de opstelling, goedkeuring en verspreiding van het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten worden aangeboden aan het publiek of toegelaten tot de handel op een in een lidstaat gelegen of functionerende gereglementeerde markt. In het kader van het pakket maatregelen om uitgevende instellingen te helpen te herstellen van de economische schok ten gevolge van de COVID-19-pandemie zijn gerichte wijzigingen van de prospectusregeling noodzakelijk. Die wijzigingen moeten het voor uitgevende instellingen en financiële tussenpersonen mogelijk maken de kosten te verminderen en middelen vrij te maken voor de herstelfase in de onmiddellijke nasleep van de COVID-19-pandemie. Die wijzigingen moeten in overeenstemming blijven met de overkoepelende doelstellingen van Verordening (EU) 2017/1129, teneinde het aantrekken van financiering op de kapitaalmarkten te bevorderen, een hoog niveau van consumenten- en beleggersbescherming te waarborgen, tot convergentie van de toezichtspraktijken in de lidstaten bij te dragen, en de goede werking van de interne markt te waarborgen. Die wijzigingen moeten daarnaast in het bijzonder ten volle rekening houden met de mate waarin de COVID-19-pandemie de huidige situatie van uitgevende instellingen en hun vooruitzichten voor de toekomst heeft beïnvloed.

(3)

De COVID-19-crisis maakt ondernemingen in de Unie, met name kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s/mkb-ondernemingen) en start-ups, brozer en kwetsbaarder. Wanneer ongerechtvaardigde belemmeringen en buitensporige administratieve rompslomp, waar passend, worden afgeschaft, kunnen ondernemingen in de Unie, en met name kmo’s, met inbegrip van start-ups en mid-cap-ondernemingen, gemakkelijker beschikken over een ruimer aanbod van financieringsbronnen, en kunnen ondernemingen in de Unie gemakkelijker toegang krijgen tot de aandelenmarkten en kunnen zich voor retailbeleggers en grote beleggers bovendien meer diverse, interessantere beleggingsmogelijkheden op langere termijn openen. In dat verband moet deze verordening ook tot doel hebben het voor potentiële beleggers gemakkelijker te maken om op de hoogte te worden gesteld van de beleggingsmogelijkheden in ondernemingen, aangezien het voor potentiële beleggers doorgaans moeilijk is om start-up-ondernemingen en kleine ondernemingen met een korte bedrijfsgeschiedenis te evalueren, wat een hinderpaal vormt voor innovatieve ideeën, vooral van personen die een bedrijf starten.

(4)

Kredietinstellingen hebben actief aan de inspanningen bijgedragen om ondernemingen te ondersteunen die financiering nodig hadden, en zullen naar verwachting een fundamentele pijler voor het herstel vormen. Verordening (EU) 2017/1129 verleent kredietinstellingen een vrijstelling van de verplichting een prospectus te publiceren in geval van een aanbieding of de toelating tot de handel op een gereglementeerde markt van bepaalde effecten zonder aandelenkarakter die doorlopend of periodiek worden uitgegeven tot een samengeteld bedrag van 75 miljoen EUR over een periode van twaalf maanden. Die vrijstellingsdrempel moet voor een beperkte periode worden verhoogd om het aantrekken van financiële middelen voor kredietinstellingen te bevorderen en hun de ademruimte te geven die zij nodig hebben om hun cliënten in de reële economie te kunnen ondersteunen. Aangezien de toepassing van die vrijstellingsdrempel beperkt is tot de herstelfase, moet deze enkel beschikbaar zijn voor een beperkte periode die eindigt op 31 december 2022.

(5)

Om de ernstige economische gevolgen van de COVID-19-pandemie met spoed aan te pakken, is het van belang dat maatregelen worden ingevoerd om investeringen in de reële economie te vergemakkelijken, een snelle herkapitalisatie van ondernemingen in de Unie mogelijk te maken en uitgevende instellingen in staat te stellen in een vroeg stadium van het herstelproces toegang te krijgen tot publieke markten. Om die doelstellingen te bereiken, is het passend een nieuw verkort prospectus te creëren, dat EU-herstelprospectus zal heten en dat — terwijl ook de specifiek door de COVID-19-pandemie ontstane economische en financiële vraagstukken worden aangepakt — gemakkelijk op te stellen is voor uitgevende instellingen, gemakkelijk te begrijpen is voor beleggers, met name retailbeleggers, die de uitgevende instellingen willen financieren, en gemakkelijk te controleren en goed te keuren is voor de bevoegde autoriteiten. Het EU-herstelprospectus moet in eerste instantie worden gezien als een instrument ter vergemakkelijking van herkapitalisatie, waarbij de bevoegde autoriteiten er nauwlettend op moeten toezien dat de vereisten inzake beleggersinformatie worden nageleefd. Het is belangrijk dat de in deze verordening opgenomen wijzigingen van Verordening (EU) 2017/1129 niet worden gebruikt ter vervanging van de geplande toetsing en eventuele herziening van Verordening (EU) 2017/1129, die een volledige effectbeoordeling behoeven. In dit verband zou het niet passend zijn aanvullende elementen aan de openbaarmakingsregelingen toe te voegen die niet reeds verplicht zijn krachtens die verordening of krachtens Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/980 van de Commissie (4), met uitzondering van specifieke informatie inzake de impact van de COVID-19-pandemie. Dergelijke elementen mogen uitsluitend worden geïntroduceerd in het geval van een wetgevingsvoorstel van de Commissie op basis van een door haar verrichte toetsing van Verordening (EU) 2017/1129, zoals bedoeld in artikel 48 van die verordening.

(6)

Het is belangrijk om de informatie van retailbeleggers en het essentiële-informatiedocument onderling op elkaar af te stemmen wat verschillende financiële producten en wetten betreft, en voor volledige investeringskeuze en -vergelijkbaarheid in de Unie te zorgen. Bovendien moet bij de voorziene toetsing van Verordening (EU) 2017/1129 aandacht worden besteed aan de bescherming van consumenten en retailbeleggers, om te zorgen voor geharmoniseerde, eenvoudige en gemakkelijk te begrijpen informatiedocumenten voor alle retailbeleggers.

(7)

Informatie over ecologische, sociale en governancefactoren (ESG) van bedrijven is steeds relevanter geworden voor beleggers om de duurzaamheidseffecten van hun beleggingen te meten en duurzaamheidsoverwegingen op te nemen in hun besluitvormingsprocessen inzake beleggingen en in hun risicobeheer. Dit heeft erin geresulteerd dat bedrijven nu onder toenemende druk van zowel beleggers als kredietinstellingen staan om antwoord te geven op vragen omtrent ESG, en zich moeten houden aan meerdere, vaak gefragmenteerde en inconsistente normen inzake ESG-openbaarmakingen. Tegen deze achtergrond, met het oog op het verbeteren van de openbaarmaking door bedrijven van aan duurzaamheid gerelateerde informatie en het harmoniseren van de in Verordening (EU) 2017/1129 vastgestelde vereisten betreffende deze openbaarmaking, en rekening houdend met andere Uniewetgeving inzake financiële diensten, moet de Commissie in het kader van de toetsing van Verordening (EU) 2017/1129 beoordelen of het aanbeveling verdient aan duurzaamheid gerelateerde informatie in Verordening (EU) 2017/1129 op te nemen en of het aanbeveling verdient een wetgevingsvoorstel voor te leggen dat tot doel heeft voor samenhang met duurzaamheidsdoelstellingen te zorgen, alsmede voor vergelijkbaarheid van aan duurzaamheid gerelateerde informatie in alle Uniewetgeving inzake financiële diensten.

(8)

Ondernemingen waarvan de aandelen toegelaten waren tot de handel op een gereglementeerde markt of verhandeld werden op een kmo-groeimarkt zonder onderbreking gedurende ten minste de voorbije 18 maanden vóór de aanbieding van aandelen of de toelating tot de handel, moeten hebben voldaan aan de voorschriften inzake periodieke en doorlopende openbaarmaking uit hoofde van Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad (5), Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad (6) of, voor uitgevende instellingen op kmo-groeimarkten, uit hoofde van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/565 van de Commissie (7). Bijgevolg zal veel van de voorgeschreven inhoud van een prospectus al voor het publiek beschikbaar zijn en zullen beleggers op basis van die informatie handelen. Het EU-herstelprospectus mag daarom alleen voor secundaire uitgiften van aandelen worden gebruikt. Het EU-herstelprospectus moet aandelenfinanciering vergemakkelijken en ondernemingen aldus in staat stellen snel te herkapitaliseren. Het EU-herstelprospectus moet uitgevende instellingen niet in staat stellen over te stappen van een kmo-groeimarkt naar een gereglementeerde markt. Het EU-herstelprospectus mag daarnaast alleen focussen op essentiële informatie die beleggers in staat stelt geïnformeerde beleggingsbeslissingen te nemen. Desalniettemin moeten uitgevende instellingen of aanbieders, in voorkomend geval, aangeven hoe de COVID-19-pandemie de bedrijfsactiviteiten van de uitgevende instelling heeft beïnvloed, en wat eventueel de verwachte gevolgen van de pandemie op de bedrijfsactiviteiten van de uitgevende instelling in de toekomst zijn.

(9)

Om een doeltreffend instrument voor uitgevende instellingen te zijn, moet het EU-herstelprospectus bestaan in één enkel document van beperkte omvang waarin opneming van informatie door middel van verwijzing mogelijk is, en moet het in aanmerking komen voor het paspoort voor pan-Europese aanbiedingen van aandelen aan het publiek of toelatingen tot de handel op een gereglementeerde markt.

(10)

Het EU-herstelprospectus moet een korte samenvatting bevatten als een nuttige bron van informatie voor beleggers, met name retailbeleggers. Die samenvatting moet zijn opgenomen aan het begin van het EU-herstelprospectus en moet focussen op essentiële informatie op basis waarvan beleggers kunnen beslissen welke aanbiedingen aan het publiek en toelatingen tot de handel van aandelen zij nader willen onderzoeken, en het EU-herstelprospectus vervolgens in zijn geheel kunnen doornemen teneinde hun beslissing te kunnen nemen. De essentiële informatie moet informatie bevatten die specifiek betrekking heeft op de eventuele bedrijfsmatige en financiële gevolgen van de COVID-19-pandemie, alsook de eventuele verwachte toekomstige gevolgen daarvan. Het EU-herstelprospectus moet bescherming van retailbeleggers garanderen middels naleving van de relevante voorschriften van Verordening (EU) 2017/1129, onder vermijding van buitensporige administratieve lasten. In dit verband is het essentieel dat de samenvatting niet tot minder beleggersbescherming leidt en beleggers geen misleidende indruk geeft. Uitgevende instellingen of aanbieders moeten derhalve een hoge mate van zorgvuldigheid betrachten bij het opstellen van die samenvatting.

(11)

Aangezien het EU-herstelprospectus aanmerkelijk minder informatie zou bieden dan een vereenvoudigd prospectus onder de vereenvoudigde openbaarmakingsregeling voor secundaire uitgiften, mag het voor uitgevende instellingen niet mogelijk zijn om het te gebruiken voor uiterst verwaterende uitgiften van aandelen met een significante impact op de kapitaalstructuur, de vooruitzichten en de financiële situatie van de uitgevende instelling. Het gebruik van het EU-herstelprospectus moet daarom worden beperkt tot aanbiedingen van niet meer dan 150 % van het uitstaand kapitaal. Nauwkeurige criteria voor de berekening van een dergelijke drempel moeten in deze verordening worden vastgesteld.

(12)

Om gegevens te verzamelen ter onderbouwing van de beoordeling van de regeling voor het EU-herstelprospectus, moet het EU-herstelprospectus worden opgenomen in het in artikel 21, lid 6, van Verordening (EU) 2017/1129 bedoelde opslagmechanisme. Om de administratieve lasten voor het wijzigen van dat opslagmechanisme te beperken, moet het EU-herstelprospectus kunnen gebruikmaken van dezelfde gegevens als die welke zijn vastgesteld voor het prospectus voor secundaire uitgiften als bedoeld in artikel 14 van Verordening (EU) 2017/1129, mits de twee soorten prospectussen duidelijk onderscheiden blijven.

(13)

Het EU-herstelprospectus moet een aanvulling zijn op de andere in Verordening (EU) 2017/1129 geregelde vormen van prospectussen, gelet op de specifieke kenmerken van verschillende soorten effecten, uitgevende instellingen, aanbiedingen en toelatingen. Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, moeten daarom alle verwijzingen naar de term “prospectus” in het kader van Verordening (EU) 2017/1129 worden begrepen als verwijzingen naar alle verschillende vormen van prospectussen, met inbegrip van het in deze verordening geregelde EU-herstelprospectus.

(14)

Verordening (EU) 2017/1129 vereist dat financiële tussenpersonen de beleggers meedelen dat de kans bestaat dat een aanvulling wordt gepubliceerd, en, in bepaalde omstandigheden, met de beleggers contact opnemen op de dag dat een aanvulling wordt gepubliceerd. De termijn waarbinnen met beleggers contact moet worden opgenomen en de kring van beleggers waarmee dat moet gebeuren, kunnen problemen opleveren voor financiële tussenpersonen. Om financiële tussenpersonen soelaas te bieden en voor hen middelen vrij te maken, en toch een hoog niveau van beleggersbescherming te behouden, moet een meer evenredige regeling worden vastgesteld. Met name moet worden verduidelijkt dat financiële tussenpersonen uiterlijk op het moment van afsluiting van de oorspronkelijke aanbiedingsperiode contact moeten opnemen met beleggers die effecten kopen of daarop inschrijven. De oorspronkelijke aanbiedingsperiode moet worden begrepen als de periode waarin effecten aan het publiek worden aangeboden door de uitgevende instelling of aanbieder als bedoeld in het prospectus, en sluit daaropvolgende perioden waarin effecten op de markt worden doorverkocht uit. De oorspronkelijke aanbiedingsperiode moet zowel primaire als secundaire uitgiften van effecten omvatten. Die regeling moet specificeren met welke beleggers financiële tussenpersonen contact moeten opnemen wanneer een aanvulling wordt gepubliceerd, en moet de termijn verlengen waarbinnen zij met die beleggers contact moeten opnemen. Ongeacht de nieuwe regeling waarin deze verordening voorziet, moeten de bestaande bepalingen van Verordening (EU) 2017/1129, die waarborgen dat de aanvulling beschikbaar is voor alle beleggers door te verlangen dat deze aanvulling op een voor iedereen toegankelijke website wordt gepubliceerd, van toepassing blijven.

(15)

Aangezien de regeling voor het EU-herstelprospectus beperkt is tot de herstelfase, moet die regeling verstrijken op 31 december 2022. Om de continuïteit van de EU-herstelprospectussen te garanderen, moeten de EU-herstelprospectussen die zijn goedgekeurd vóór het verstrijken van de regeling voor het EU-herstelprospectus, in aanmerking komen voor een grandfatheringbepaling.

(16)

Uiterlijk op 21 juli 2022 dient de Commissie een verslag in te dienen bij het Europees Parlement en de Raad over de toepassing van Verordening (EU) 2017/1129, in voorkomend geval vergezeld van een wetgevingsvoorstel. In dat verslag moet onder meer worden beoordeeld of de openbaarmakingsregeling voor EU-herstelprospectussen passend is om de met deze verordening beoogde doelstellingen te halen. Bij die beoordeling moet worden bepaald of in het EU-herstelprospectus een passend evenwicht gevonden is tussen de bescherming van de belegger en de vermindering van de administratieve lasten.

(17)

Krachtens Richtlijn 2004/109/EG moeten uitgevende instellingen waarvan de effecten toegelaten zijn tot de handel op een in een lidstaat gelegen of functionerende gereglementeerde markt hun jaarlijkse financiële overzichten met ingang van boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2020 in een uniform elektronisch verslagleggingsformaat opstellen en openbaar maken. Dit uniforme elektronische verslagleggingsformaat wordt gespecificeerd in Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/815 van de Commissie (8). Gezien het feit dat het opstellen van jaarlijkse financiële overzichten met gebruikmaking van het uniforme elektronische verslagleggingsformaat de terbeschikkingstelling van aanvullende personele en financiële middelen vereist, met name tijdens het eerste jaar dat op deze manier wordt gewerkt, en het feit dat de middelen van de uitgevende instellingen als gevolg van de COVID-19-pandemie reeds maximaal worden benut, moeten de lidstaten de toepassing van het vereiste om jaarlijkse financiële overzichten in het uniform elektronisch verslagleggingsformaat op te stellen en openbaar te maken met één jaar kunnen uitstellen. Om van deze mogelijkheid gebruik te kunnen maken, moeten een lidstaat de Commissie van zijn desbetreffende voornemen op de hoogte brengen en dit voornemen naar behoren onderbouwen.

(18)

Daar de doelstellingen van deze verordening, namelijk maatregelen invoeren om investeringen in de reële economie te vergemakkelijken, een snelle herkapitalisatie van ondernemingen in de Unie mogelijk te maken en uitgevende instellingen in staat te stellen in een vroeg stadium van het herstelproces toegang te krijgen tot publieke markten, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang en de gevolgen ervan beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(19)

Verordening (EU) 2017/1129 en Richtlijn 2004/109/EG moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingen van Verordening (EU) 2017/1129

Verordening (EU) 2017/1129 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Aan artikel 1, lid 4, wordt het volgende punt toegevoegd:

“l)

van 18 maart 2021 tot en met 31 december 2022, effecten zonder aandelenkarakter, die doorlopend of periodiek door een kredietinstelling worden uitgegeven, waarbij de totale samengetelde tegenwaarde in de Unie voor de aangeboden effecten berekend over een periode van twaalf maanden minder dan 150 000 000 EUR per kredietinstelling bedraagt, op voorwaarde dat die effecten:

i)

niet achtergesteld, converteerbaar of omwisselbaar zijn, en

ii)

geen recht geven tot het inschrijven op of verwerven van andere soorten van effecten en niet aan een derivaat gekoppeld zijn.”.

2)

In artikel 1, lid 5, eerste alinea, wordt het volgende punt toegevoegd:

“k)

van 18 maart 2021 tot en met 31 december 2022, effecten zonder aandelenkarakter, die doorlopend of periodiek door een kredietinstelling worden uitgegeven, waarbij de totale samengetelde tegenwaarde in de Unie voor de aangeboden effecten berekend over een periode van twaalf maanden minder dan 150 000 000 EUR per kredietinstelling bedraagt, op voorwaarde dat die effecten:

i)

niet achtergesteld, converteerbaar of omwisselbaar zijn, en

ii)

geen recht geven tot het inschrijven op of verwerven van andere soorten van effecten en niet aan een derivaat gekoppeld zijn.”.

3)

In artikel 6, lid 1, wordt het inleidend gedeelte van de eerste alinea vervangen door:

“1.   Onverminderd artikel 14, lid 2, artikel 14 bis, lid 2, en artikel 18, lid 1, bevat een prospectus de noodzakelijke informatie die voor beleggers van materieel belang is om een geïnformeerde beoordeling te maken over:”.

4)

In artikel 7 wordt het volgende lid toegevoegd:

“12 bis.   In afwijking van de leden 3 tot en met 12 van dit artikel bevat een overeenkomstig artikel 14 bis opgestelde EU-herstelprospectus een samenvatting die is opgesteld overeenkomstig dit lid.

De samenvatting van een EU-herstelprospectus wordt opgesteld in de vorm van een korte, bondig geformuleerde tekst met een maximumlengte van twee afgedrukte bladzijden van A4-formaat.

De samenvatting van een EU-herstelprospectus bevat geen verwijzingen naar andere delen van het prospectus, neemt geen informatie op door middel van verwijzing en:

a)

wordt op zodanige wijze gepresenteerd en vormgegeven dat zij gemakkelijk leesbaar is, met gebruik van tekens van leesbare grootte;

b)

wordt geschreven in een taal en een stijl die het begrip van de informatie vergemakkelijken, meer bepaald in duidelijk, niet-technisch, bondig en voor beleggers begrijpelijk taalgebruik;

c)

bestaat uit de volgende vier afdelingen:

i)

een inleiding met alle in lid 5 van dit artikel bedoelde informatie, met inbegrip van waarschuwingen en de datum van goedkeuring van het EU-herstelprospectus;

ii)

essentiële informatie over de uitgevende instelling, inclusief, in voorkomend geval, een specifieke verwijzing in ten minste 200 woorden naar de economische en financiële gevolgen van de COVID-19-pandemie voor de uitgevende instelling;

iii)

essentiële informatie over de aandelen, inclusief de aan die aandelen verbonden rechten en alle beperkingen van die rechten;

iv)

essentiële informatie over de aanbieding van aandelen aan het publiek en/of de toelating tot de handel op een gereglementeerde markt.”.

5)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

“Artikel 14 bis

EU-herstelprospectus

1.   De volgende personen kunnen er bij een aanbieding van aandelen aan het publiek of bij een toelating van aandelen tot de handel op een gereglementeerde markt voor kiezen een EU-herstelprospectus op te stellen volgens de in dit artikel vastgestelde vereenvoudigde openbaarmakingsregeling:

a)

uitgevende instellingen waarvan de aandelen reeds gedurende ten minste de laatste 18 maanden zonder onderbreking tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en die aandelen uitgeven die fungibel zijn met bestaande aandelen die eerder zijn uitgegeven;

b)

uitgevende instellingen waarvan aandelen reeds gedurende ten minste de laatste 18 maanden zonder onderbreking op een kmo-groeimarkt worden verhandeld, mits voor de aanbieding van die aandelen een prospectus is gepubliceerd, en die aandelen uitgeven die fungibel zijn met bestaande aandelen die eerder zijn uitgegeven.

c)

aanbieders van aandelen die gedurende ten minste de laatste 18 maanden zonder onderbreking tot de handel op een gereglementeerde markt of een kmo-groeimarkt waren toegelaten.

Uitgevende instellingen mogen alleen een EU-herstelprospectus opstellen mits het aantal aan te bieden aandelen, samen met het aantal aandelen dat eventueel reeds via een EU-herstelprospectus werd aangeboden over een periode van twaalf maanden, niet meer dan 150 % vertegenwoordigt van het aantal aandelen dat op de datum van goedkeuring van het EU-herstelprospectus reeds tot de handel op een gereglementeerde markt of, in voorkomend geval, een kmo-groeimarkt toegelaten is.

De in de tweede alinea bedoelde periode van twaalf maanden vangt aan op de datum van goedkeuring van het EU-herstelprospectus.

2.   In afwijking van artikel 6, lid 1, en onverminderd artikel 18, lid 1, bevat het EU-herstelprospectus de relevante verkorte informatie die noodzakelijk is om beleggers in staat te stellen inzicht te hebben in:

a)

de vooruitzichten en de financiële prestatie van de uitgevende instelling en de veranderingen van betekenis in de financiële en zakelijke positie van de uitgevende instelling die zich sinds het einde van het laatste boekjaar mogelijk hebben voorgedaan, alsook de financiële en niet-financiële bedrijfsstrategie en doelstellingen van de uitgevende instelling voor de lange termijn, inclusief, in voorkomend geval, een specifieke referentie van ten minste 400 woorden naar de zakelijke en financiële gevolgen van de COVID-19-pandemie voor de uitgevende instelling en de verwachte gevolgen van de COVID-19-pandemie in de toekomst;

b)

de essentiële informatie over de aandelen, met inbegrip van de aan die aandelen verbonden rechten en eventuele beperkingen van deze rechten, de redenen voor de uitgifte en de gevolgen ervan voor de uitgevende instelling, met inbegrip van de algehele kapitaalstructuur van de uitgevende instelling, alsook de openbaarmaking van de kapitalisatie en de schuldenlast, een verklaring inzake het werkkapitaal, en het gebruik van de opbrengsten.

3.   De in het EU-herstelprospectus vervatte informatie wordt opgesteld en gepresenteerd in een gemakkelijk te analyseren, bondige en begrijpelijke vorm en stelt beleggers, en met name retailbeleggers, in staat een geïnformeerde beleggingsbeslissing te nemen, rekening houdend met de gereglementeerde informatie die reeds openbaar gemaakt is overeenkomstig Richtlijn 2004/109/EG, indien van toepassing, Verordening (EU) nr. 596/2014 en, in voorkomend geval, de informatie bedoeld in Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/565 van de Commissie (*1).

4.   Het EU-herstelprospectus wordt opgesteld als één enkel document dat de in bijlage V bis vastgestelde minimaal te verstrekken informatie bevat. Het heeft een maximumlengte van 30 afgedrukte bladzijden van A4-formaat en wordt zodanig gepresenteerd en vormgegeven dat het makkelijk leesbaar is, met gebruik van een lettertype van leesbare grootte.

5.   Noch de samenvatting, noch de informatie die overeenkomstig artikel 19 door middel van verwijzing is opgenomen, wordt in aanmerking genomen voor de in lid 4 van dit artikel bedoelde maximumlengte.

6.   Uitgevende instellingen kunnen de volgorde bepalen waarin de in bijlage V bis bedoelde informatie in het EU-herstelprospectus is opgenomen.

(*1)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/565 van de Commissie van 25 april 2016 houdende aanvulling van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de door beleggingsondernemingen in acht te nemen organisatorische eisen en voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening en wat betreft de definitie van begrippen voor de toepassing van genoemde richtlijn (PB L 87 van 31.3.2017, blz. 1).”."

6)

In artikel 20 wordt het volgende lid ingevoegd:

“6 bis.   In afwijking van de leden 2 en 4 worden de in de eerste alinea van lid 2 en in lid 4 vervatte termijnen beperkt tot zeven werkdagen voor een EU-herstelprospectus. De uitgevende instelling stelt de bevoegde autoriteit minstens vijf werkdagen vóór de voorgenomen datum voor de indiening van een aanvraag tot goedkeuring in kennis.”.

7)

In artikel 21 wordt het volgende lid ingevoegd:

“5 bis.   Een EU-herstelprospectus wordt geclassificeerd in het in lid 6 van dit artikel bedoelde opslagmechanisme. De gegevens die voor de classificatie van overeenkomstig artikel 14 opgestelde prospectussen worden gebruikt, kunnen worden gebruikt voor de classificatie van overeenkomstig artikel 14 bis opgestelde EU-herstelprospectussen, mits de twee soorten prospectussen in dat opslagmechanisme worden onderscheiden.”.

8)

Artikel 23 wordt als volgt gewijzigd:

a)

het volgende lid wordt ingevoegd:

“2 bis.   In afwijking van lid 2, van 18 maart 2021 tot en met 31 december 2022, indien het prospectus op een aanbieding van effecten aan het publiek betrekking heeft, hebben beleggers die reeds aanvaard hebben de effecten te kopen of op de effecten in te schrijven voordat de aanvulling van het prospectus is gepubliceerd het recht om binnen drie werkdagen na de publicatie van de aanvulling van het prospectus hun aanvaarding in te trekken, op voorwaarde dat de in lid 1 bedoelde belangrijke nieuwe factor, materiële vergissing of materiële onnauwkeurigheid zich voordeed of geconstateerd werd vóór de afsluiting van de aanbiedingsperiode of de levering van de effecten, naargelang wat het eerst plaatsvindt. Deze termijn kan door de uitgevende instelling of de aanbieder worden verlengd. De uiterste datum voor het recht tot intrekking wordt in de aanvulling vermeld.

De aanvulling bevat een opvallend geplaatste mededeling in verband met het recht tot intrekking, waarin duidelijk wordt vermeld:

a)

dat het recht tot intrekking alleen wordt verleend aan beleggers die reeds aanvaard hadden de effecten te kopen of op de effecten in te schrijven voordat de aanvulling werd gepubliceerd, en mits de effecten op het tijdstip dat de belangrijke nieuwe factor, materiële vergissing of materiële onnauwkeurigheid zich voordeed of werd geconstateerd, nog niet aan de beleggers waren geleverd;

b)

binnen welke periode beleggers hun recht tot intrekking kunnen uitoefenen, en

c)

met wie beleggers contact kunnen opnemen wanneer zij hun recht tot intrekking wensen uit te oefenen.”;

b)

het volgende lid wordt ingevoegd:

“3 bis.   In afwijking van lid 3, van 18 maart 2021 tot en met 31 december 2022, indien beleggers effecten aankopen of daarop inschrijven via een financiële tussenpersoon tussen het tijdstip waarop het prospectus voor die effecten wordt goedgekeurd en het tijdstip van de afsluiting van de oorspronkelijke aanbiedingsperiode, deelt die financiële tussenpersoon die beleggers mee dat de kans bestaat dat een aanvulling wordt gepubliceerd, waar en wanneer die aanvulling zou worden gepubliceerd en dat hij hen in dat geval zal bijstaan bij het uitoefenen van hun recht om de aanvaarding in te trekken.

Indien de in de eerste alinea van dit lid bedoelde beleggers het in lid 2 bis bedoelde recht tot intrekking hebben, neemt de financiële tussenpersoon contact op met die beleggers uiterlijk op het einde van de eerste werkdag na de werkdag waarop de aanvulling werd gepubliceerd.

Indien de effecten rechtstreeks van de uitgevende instelling worden gekocht of er rechtstreeks bij de uitgevende instelling op de effecten wordt ingeschreven, deelt die uitgevende instelling de beleggers mee dat de kans bestaat dat een aanvulling wordt gepubliceerd, waar deze zou worden gepubliceerd en dat zij in dat geval het recht zouden hebben om de aanvaarding in te trekken.”.

9)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

“Artikel 47 bis

Geldigheidsduur van de regeling voor het EU-herstelprospectus

De in artikel 7, lid 12 bis, artikel 14 bis, artikel 20, lid 6 bis, en artikel 21, lid 5 bis, vastgestelde regeling voor het EU-herstelprospectus verstrijkt op 31 december 2022.

EU-herstelprospectussen goedgekeurd tussen 18 maart 2021 en 31 december 2022 blijven aan artikel 14 bis onderworpen tot het einde van hun geldigheid of totdat twaalf maanden zijn verstreken na 31 december 2022, naargelang wat het eerst plaatsvindt.”.

10)

In artikel 48 wordt lid 2 vervangen door:

“2.   In het verslag wordt onder meer beoordeeld of de samenvatting van het prospectus, de in de artikelen 14, 14 bis en 15 beschreven openbaarmakingsregelingen en het in artikel 9 bedoelde universele registratiedocument geschikt blijven in het licht van de beoogde doelstellingen. Dit verslag bevat in het bijzonder:

a)

het aantal EU-groeiprospectussen van personen in elk van de categorieën bedoeld in artikel 15, lid 1, onder a) tot en met d), alsmede een analyse van de evolutie van elk aantal en van de tendensen in de keuze van handelsplatformen door de personen die gerechtigd zijn het EU-groeiprospectus te gebruiken;

b)

een analyse van de vraag of in het EU-groeiprospectus een passend evenwicht is gevonden tussen de bescherming van de belegger en de beperking van de administratieve lasten voor de personen die gerechtigd zijn het te gebruiken;

c)

het aantal goedgekeurde EU-herstelprospectussen en een analyse van de ontwikkeling van dat aantal, evenals een inschatting van de feitelijke aanvullende beurswaarde die op de datum van uitgifte door EU-herstelprospectussen wordt gemobiliseerd, teneinde meer over het EU-herstelprospectus te weten te komen met het oog op evaluatie achteraf;

d)

de kosten van het opstellen en het laten goedkeuren van een EU-herstelprospectus in vergelijking met de huidige kosten voor de voorbereiding en goedkeuring van een standaardprospectus, een prospectus voor een secundaire uitgifte en een EU-groeiprospectus, samen met een indicatie van de totale gerealiseerde financiële besparingen en de mogelijke verdere kostenbesparingen, en de totale kosten van het naleven van deze verordening voor uitgevende instellingen, aanbieders en financiële tussenpersonen, samen met een berekening van deze kosten als een percentage van operationele kosten;

e)

een analyse van de vraag of in het EU-groeiprospectus het passende evenwicht is gevonden tussen de bescherming van de belegger en de beperking van de administratieve lasten voor de personen die gerechtigd zijn het te gebruiken, en van de toegankelijkheid van essentiële informatie voor beleggingen;

f)

een analyse van de vraag of het gepast is de geldigheidsduur van de regeling voor het EU-herstelprospectus te verlengen, en van de vraag of de drempel als bedoeld in de tweede alinea van artikel 14 bis, lid 1, waarna een EU-herstelprospectus niet meer mag worden gebruikt, gepast is;

g)

een analyse van de vraag of de in artikel 23, leden 2 bis en 3 bis, bedoelde maatregelen de doelstelling van de verschaffing van aanvullende duidelijkheid en flexibiliteit voor zowel financiële tussenpersonen als beleggers hebben verwezenlijkt en of het gepast is om die maatregelen permanent te maken.”.

11)

De tekst in de bijlage bij deze verordening wordt ingevoegd als bijlage V bis.

Artikel 2

Wijziging van Richtlijn 2004/109/EG

In artikel 4, lid 7, wordt de eerste alinea vervangen door:

“7.   Voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2020 worden alle jaarlijkse financiële verslagen opgesteld in een uniform elektronisch verslagleggingsformaat, mits de Europese Toezichthoudende Autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten — ESMA), opgericht bij Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad (*2) een kosten-batenanalyse heeft verricht. Een lidstaat mag uitgevende instellingen echter toestaan die verslagleggingsverplichting toe te passen op boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2021, mits die lidstaat de Commissie uiterlijk op 19 maart 2021 van dat voornemen op de hoogte brengt en mits zijn voornemen met redenen is omkleed.

Artikel 3

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 16 februari 2021.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

D.M. SASSOLI

Voor de Raad

De voorzitter

A.P. ZACARIAS


(1)  PB C 10 van 11.1.2021, blz. 30.

(2)  Standpunt van het Europees Parlement van 11 februari 2021 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 15 februari 2021.

(3)  Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG (PB L 168 van 30.6.2017, blz. 12).

(4)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/980 van de Commissie van 14 maart 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de vorm, de inhoud, de controle en de goedkeuring van het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 809/2004 van de Commissie (PB L 166 van 21.6.2019, blz. 26).

(5)  Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik (verordening marktmisbruik) en houdende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad en de Richtlijnen 2003/124/EG, 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 1).

(6)  Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG (PB L 390 van 31.12.2004, blz. 38).

(7)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/565 van de Commissie van 25 april 2016 houdende aanvulling van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de door beleggingsondernemingen in acht te nemen organisatorische eisen en voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening en wat betreft de definitie van begrippen voor de toepassing van genoemde richtlijn (PB L 87 van 31.3.2017, blz. 1).

(8)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/815 van de Commissie van 17 december 2018 tot aanvulling van Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen voor de specificatie van een uniform elektronisch verslagleggingsformaat (PB L 143 van 29.5.2019, blz. 1).


BIJLAGE

“BIJLAGE V bis

MINIMAAL IN HET EU-HERSTELPROSPECTUS OP TE NEMEN INFORMATIE

I.   Samenvatting

Het EU-herstelprospectus moet een samenvatting omvatten die is opgesteld overeenkomstig artikel 7, lid 12 bis.

II.   Naam van de uitgevende instelling, land van oprichting, link naar de website van de uitgevende instelling

De onderneming die aandelen uitgeeft, identificeren aan de hand van haar wettelijke en handelsnaam, onder meer door middel van haar identificatiecode voor juridische entiteiten (legal entity identifier — LEI), haar land van oprichting en de website waar beleggers informatie kunnen vinden over de bedrijfsactiviteiten van de onderneming, de producten die zij vervaardigt of de diensten die zij verleent, de belangrijkste markten waarop zij concurreert, haar belangrijkste aandeelhouders, de samenstelling van haar bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen en van haar hoger management en, in voorkomend geval, de informatie die door middel van verwijzing is opgenomen (met een disclaimer dat de informatie op de website geen deel uitmaakt van het prospectus tenzij die informatie middels een verwijzing is opgenomen in het prospectus).

III.   Verantwoordelijkheidsverklaring en verklaring over de bevoegde autoriteit

1.   Verantwoordelijkheidsverklaring

De voor het opstellen van het EU-herstelprospectus verantwoordelijke personen identificeren, en een door die personen afgelegde verklaring opnemen dat, voor zover hun bekend, de gegevens in het EU-herstelprospectus in overeenstemming zijn met de werkelijkheid en dat geen gegevens zijn weggelaten waarvan de vermelding de strekking van het EU-herstelprospectus zou kunnen wijzigen.

In voorkomend geval moet de verklaring informatie bevatten die van derden afkomstig is, met inbegrip van de bron(nen) van die informatie, en verklaringen of verslagen afkomstig van een persoon handelend in de hoedanigheid van een deskundige en de volgende gegevens van die persoon:

a)

naam;

b)

kantooradres;

c)

beroepskwalificaties, en

d)

zijn eventuele wezenlijke belangen in de uitgevende instelling.

2.   Verklaring over de bevoegde autoriteit

In de verklaring moet worden vermeld welke bevoegde autoriteit het EU-herstelprospectus, in overeenstemming met deze verordening, heeft goedgekeurd, worden gespecificeerd dat deze goedkeuring geen goedkeuring van de uitgevende instelling is, noch van de kwaliteit van de aandelen waarop het EU-herstelprospectus betrekking heeft, en dat de bevoegde autoriteit alleen het EU-herstelprospectus heeft goedgekeurd omdat het voldoet aan de criteria van volledigheid, begrijpelijkheid en consistentie als bedoeld in deze verordening, en worden gespecificeerd dat het EU-herstelprospectus is opgesteld overeenkomstig artikel 14 bis.

IV.   Risicofactoren

Een beschrijving van de materiële risico’s die specifiek zijn voor de uitgevende instelling en een beschrijving van de materiële risico’s die specifiek zijn voor de aandelen die worden aangeboden aan het publiek en/of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten, in een beperkt aantal categorieën, in een afzonderlijk punt met als titel “Risicofactoren”.

In elke categorie worden eerst de belangrijkste materiële risico’s uiteengezet volgens de beoordeling van de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van een toelating tot de handel op een gereglementeerde markt, waarbij rekening wordt gehouden met het negatieve effect op de uitgevende instelling en op de aandelen die worden aangeboden aan het publiek en/of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten, en de waarschijnlijkheid dat ze zich zullen voordoen. De risico’s worden bevestigd door de inhoud van het EU-herstelprospectus.

V.   Financiële overzichten

Het EU-herstelprospectus moet de financiële overzichten bevatten (jaarlijkse en halfjaarlijkse) die zijn gepubliceerd tijdens de periode van twaalf maanden voorafgaand aan de goedkeuring van het EU-herstelprospectus. Wanneer zowel jaarlijkse als halfjaarlijkse financiële overzichten zijn gepubliceerd, moeten enkel jaarrekeningen worden vereist wanneer zij recenter zijn dan de halfjaarlijkse financiële overzichten.

De jaarlijkse financiële overzichten moeten onafhankelijk worden gecontroleerd. De controleverklaring moet worden opgesteld in overeenstemming met Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad (1) en Verordening (EU) nr. 537/2014 van het Europees Parlement en de Raad (2).

Indien Richtlijn 2006/43/EG en Verordening (EU) nr. 537/2014 niet van toepassing zijn, moeten de jaarlijkse financiële overzichten worden onderworpen aan een accountantscontrole of moet in een verslag, ten behoeve van het EU-herstelprospectus, worden aangegeven of deze een getrouw beeld geven overeenkomstig de in een lidstaat toepasselijke standaarden voor accountantscontrole of gelijkwaardige standaarden. Anders moet de volgende informatie in het EU-herstelprospectus worden opgenomen:

a)

een prominente verklaring waarin wordt aangegeven welke standaarden voor accountantscontrole zijn toegepast;

b)

een toelichting bij alle belangrijke afwijkingen van de internationale standaarden voor accountantscontrole.

Indien met de wettelijke controle belaste accountants hebben geweigerd controleverklaringen betreffende de jaarlijkse financiële overzichten af te geven of indien deze verklaringen een oordeel met beperking, een aangepast oordeel, een oordeelonthouding of paragrafen ter benadrukking van aangelegenheden bevatten, moeten die oordelen met beperking, aangepaste oordelen, oordeelonthoudingen of paragrafen ter benadrukking van aangelegenheden integraal worden overgenomen.

Ook een beschrijving van alle wijzigingen van betekenis in de financiële positie van de groep welke zich hebben voorgedaan na het einde van de laatste verslagperiode waarvoor ofwel gecontroleerde jaarrekeningen zijn gepubliceerd, ofwel tussentijdse financiële informatie is gepubliceerd, moet worden opgenomen, dan wel een passende negatieve verklaring.

In voorkomend geval moet ook pro forma informatie worden opgenomen.

VI.   Dividendbeleid

Een beschrijving van het beleid van de uitgevende instelling ten aanzien van dividenduitkeringen, waaronder eventuele daarop geldende beperkingen, en ten aanzien van inkoop van aandelen.

VII.   Tendensen

Een beschrijving van:

a)

de belangrijkste recente tendensen in de ontwikkeling van productie, verkoop en voorraden, alsmede in de ontwikkeling van kosten en verkoopprijzen tussen het einde van het laatste boekjaar en de datum van het EU-herstelprospectus;

b)

informatie over bekende tendensen, onzekerheden, eisen, verplichtingen of gebeurtenissen waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat zij ten minste in het lopende boekjaar wezenlijke gevolgen zullen hebben voor de vooruitzichten van de uitgevende instelling;

c)

informatie over de bedrijfsstrategie en de doelstellingen op de korte en lange termijn, zowel van financiële als niet-financiële aard, met inbegrip van, in voorkomend geval, een specifieke referentie van ten minste 400 woorden naar de zakelijke en financiële gevolgen van de COVID-19-pandemie voor de uitgevende instelling en de verwachte gevolgen van de COVID-19-pandemie in de toekomst.

Als er zich geen significante wijzigingen hebben voorgedaan in de tendensen als bedoeld in de punten a) en b) van dit deel, wordt daarvan melding gemaakt.

VIII.   Voorwaarden van de aanbieding, plaatsingsgaranties en voornemens om in te schrijven en belangrijkste kenmerken van de afsluitings- en plaatsingsovereenkomsten

De aanbiedingsprijs vaststellen, alsook het aantal aangeboden aandelen, de hoogte van de uitgifte/aanbieding, de voorwaarden waaronder het aanbod wordt gedaan, en de procedure voor de uitoefening van een eventueel voorkooprecht.

Voor zover de uitgevende instelling daarvan op de hoogte is, informatie verstrekken over de vraag of belangrijke aandeelhouders of leden van de bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende organen voornemens zijn op de aanbieding in te schrijven, dan wel of iemand voornemens is voor meer dan 5 % van de aanbieding in te schrijven.

Plaatsingsgaranties om voor meer dan 5 % van de aanbieding in te schrijven verstrekken en alle materiële kenmerken van de afsluitings- en plaatsingsovereenkomsten, met inbegrip van de naam en het adres van de entiteiten die overeengekomen zijn om in te schrijven op basis van een plaatsingsgarantie of een regeling om “alles in het werk te stellen” en de quota.

IX.   Essentiële informatie over de aandelen en over de inschrijving

De volgende essentiële informatie over de aan het publiek aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt toegelaten aandelen verstrekken:

a)

de internationale effectenidentificatiecode (ISIN);

b)

de aan de aandelen verbonden rechten, de procedure voor de uitoefening van die rechten en eventuele beperkingen van die rechten;

c)

waar op de aandelen kan worden ingeschreven, alsook over de termijn, met inbegrip van mogelijke wijzigingen, waarbinnen de aanbieding openstaat, en de te volgen procedure om op de aanbieding in te gaan samen met de datum van uitgifte van de nieuwe aandelen.

X.   Redenen voor de aanbieding en aanwending van de opbrengsten

Informatie verstrekken over de redenen voor de aanbieding en, indien van toepassing, de geraamde netto-opbrengsten uitgesplitst naar voornaamste bestemmingen en gepresenteerd in orde van belangrijkheid van deze bestemmingen.

Indien de uitgevende instelling weet dat de verwachte opbrengsten ontoereikend zullen zijn om alle beoogde bestemmingen te financieren, moet zij het bedrag en de bronnen van de andere benodigde financieringsmiddelen vermelden. Tevens moeten nadere bijzonderheden worden verstrekt over de bestemming van de opbrengsten, met name wanneer deze worden aangewend om buiten het kader van de normale bedrijfsuitoefening activa te verwerven, aangekondigde overnames van andere bedrijven te financieren of schulden volledig terug te betalen, te verminderen of vroegtijdig af te lossen.

XI.   Ontvangst van overheidssteun

Een verklaring met informatie verstrekken over de vraag of de uitgevende instelling in de context van het herstel in welke vorm dan ook overheidssteun heeft genoten, alsook het doel, het soort instrument en het bedrag van de ontvangen steun, en eventuele daaraan verbonden voorwaarden.

De verklaring met betrekking tot de vraag of de uitgevende instelling staatssteun heeft ontvangen moet een verklaring bevatten dat de informatie uitsluitend is verstrekt onder de verantwoordelijkheid van de personen die verantwoordelijk zijn voor het prospectus, als bedoeld in artikel 11, lid 1, dat de bevoegde autoriteit bij de goedkeuring van het prospectus als taak heeft nauwgezet de volledigheid, begrijpelijkheid en consistentie van de informatie daarin te onderzoeken, en dat derhalve de bevoegde autoriteit met betrekking tot de verklaring over de staatssteun niet verplicht is die verklaring onafhankelijk te controleren.

XII.   Verklaring inzake het werkkapitaal

Verklaring door de uitgevende instelling dat het werkkapitaal, naar haar oordeel, toereikend is voor haar actuele behoeften of, indien dat niet het geval is, hoe zij in het benodigde extra werkkapitaal denkt te voorzien.

XIII.   Kapitalisatie en schuldenlast

Een overzicht van de kapitalisatie en de schuldenlast (met een uitsplitsing in schulden met en zonder garantie en schulden wel en niet door zekerheden gedekt) van uiterlijk 90 dagen vóór de datum van het EU-herstelprospectus. De term “schuldenlast” omvat ook indirecte en voorwaardelijke schulden.

In geval van belangrijke wijzigingen van de kapitalisatie en de schuldenlast van de uitgevende instelling binnen de periode van 90 dagen moet aanvullende informatie verstrekt worden door een beschrijving van die wijzigingen te geven of door deze cijfers bij te werken.

XIV.   Belangenconflicten

Informatie verstrekken over belangen, met inbegrip van eventuele belangenconflicten, in verband met de uitgifte, met details over de betrokken personen en de aard van de belangen.

XV.   Verwatering en aandelenbezit na de uitgifte

Vergelijkende informatie verstrekken over de deelneming in het aandelenkapitaal en de stemrechten voor bestaande aandeelhouders voor en na de kapitaalverhoging die voortvloeit uit de aanbieding aan het publiek, met aanname waarin bestaande aandeelhouders niet inschrijven op de nieuwe aandelen, en afzonderlijk, met aanname dat bestaande aandeelhouders gebruikmaken van hun recht op inschrijving.

XVI.   Beschikbare documenten

Een verklaring dat tijdens de geldigheidsduur van het EU-herstelprospectus inzage mogelijk is van de volgende documenten, indien toepasselijk:

a)

de geactualiseerde akte van oprichting en statuten van de uitgevende instelling;

b)

alle verslagen, briefwisseling en andere documenten, alsmede door een deskundige op verzoek van de uitgevende instelling opgestelde taxaties en verklaringen wanneer het EU-herstelprospectus gedeelten daarvan bevat of naar gedeelten daarvan verwijst.

Een vermelding van de website waar de documenten kunnen worden geraadpleegd.


(1)  Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad (PB L 157 van 9.6.2006, blz. 87).

(2)  Verordening (EU) nr. 537/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van entiteiten van openbaar belang en tot intrekking van Besluit 2005/909/EG van de Commissie (PB L 158 van 27.5.2014, blz. 77).


RICHTLIJNEN

26.2.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 68/14


RICHTLIJN (EU) 2021/338VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 16 februari 2021

tot wijziging van Richtlijn 2014/65/EU wat betreft informatievereisten, productgovernance en positielimieten, en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/878 wat betreft de toepassing daarvan op beleggingsondernemingen, om bij te dragen aan het herstel van de COVID-19-crisis

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 53, lid 1,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De COVID-19-pandemie heeft zware gevolgen voor mensen en bedrijven en voor de gezondheidszorgstelsels, economieën en financiële stelsels van de lidstaten. De Commissie heeft in haar mededeling van 27 mei 2020 met als titel “Het moment van Europa: herstel en voorbereiding voor de volgende generatie” benadrukt dat liquiditeit en toegang tot financiering knelpunten zullen blijven. Het is daarom van cruciaal belang dat het herstel van de zware economische schok die door de COVID-19-pandemie is veroorzaakt, wordt ondersteund door in de bestaande Uniewetgeving inzake financiële diensten beperkte gerichte wijzigingen aan te brengen. Het algemene doel van die wijzigingen moet daarom zijn onnodige bureaucratie weg te nemen en weloverwogen maatregelen te treffen die effectief worden geacht om de economische onrust te verzachten. Hierbij moeten veranderingen worden voorkomen die de administratieve lasten voor de sector verhogen, terwijl complexe wetgevingskwesties tijdens de geplande evaluatie van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad (3) moeten worden geregeld. Deze wijzigingen vormen een pakket maatregelen, dat wordt goedgekeurd onder het label “Herstelpakket voor de kapitaalmarkten”.

(2)

Richtlijn 2014/65/EU werd in 2014 vastgesteld als reactie op de financiële crisis die zich ontvouwde in 2007 en 2008. Die richtlijn heeft het financiële stelsel van de Unie aanzienlijk versterkt en garandeert een hoog niveau van beleggersbescherming in de gehele Unie. Verdere inspanningen om de complexiteit van de regelgeving en de nalevingskosten van de beleggingsondernemingen te verminderen en concurrentieverstoringen weg te nemen, kunnen in overweging worden genomen, mits tegelijkertijd voldoende rekening wordt gehouden met beleggersbescherming.

(3)

Wat de vereisten betreft die tot doel hadden de beleggers te beschermen, heeft Richtlijn 2014/65/EU zijn doelstelling om maatregelen vast te stellen die voldoende rekening houden met de bijzondere kenmerken van elke categorie beleggers, d.w.z. niet-professionele cliënten, professionele cliënten en in aanmerking komende tegenpartijen, niet volledig verwezenlijkt. Sommige van die vereisten hebben niet altijd de beleggersbescherming verbeterd, maar hebben soms de vlotte uitvoering van beleggingsbeslissingen belemmerd. Daarom moeten bepaalde vereisten van Richtlijn 2014/65/EU worden gewijzigd om de verlening van beleggingsdiensten en het verrichten van beleggingsactiviteiten te faciliteren, en deze wijzigingen moeten plaatsvinden op een evenwichtige manier die de beleggers volledig beschermt.

(4)

De uitgifte van obligaties is van cruciaal belang om kapitaal op te halen en de COVID-19-crisis te boven te komen. De vereisten inzake productgovernance kunnen de verkoop van obligaties beperken. Obligaties zonder andere ingebedde derivaten dan een make-whole-clausule worden doorgaans beschouwd als veilige en eenvoudige producten die geschikt zijn voor niet-professionele cliënten. Indien een obligatie waarin geen ander ingebed derivaat is opgenomen dan een make-whole-clausule, vervroegd wordt afgelost, biedt deze obligatie beleggers bescherming tegen verliezen door ervoor te zorgen dat die beleggers een betaling ontvangen die gelijk is aan de som van de netto contante waarde van de resterende couponbetalingen en de hoofdsom van de obligatie die zij zouden hebben ontvangen indien de obligatie niet vervroegd was afgelost. De vereisten inzake productgovernance moeten daarom niet langer van toepassing zijn op obligaties zonder andere ingebedde derivaten dan een make-whole-clausule. Daarnaast worden in aanmerking komende tegenpartijen geacht voldoende kennis van financiële instrumenten te hebben. Het is dan ook gerechtvaardigd in aanmerking komende tegenpartijen vrij te stellen van de vereisten inzake productgovernance die van toepassing zijn op financiële instrumenten die uitsluitend onder hen worden verhandeld of verspreid.

(5)

In de oproep tot het indienen van feitelijke gegevens over het effect van “inducements” en de vereisten inzake bekendmaking van kosten en lasten uit hoofde van Richtlijn 2014/65/EU, gelanceerd door de bij Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad (4) opgerichte Europese toezichthoudende autoriteit (de Europese Autoriteit voor effecten en markten) (ESMA), en in de door de Commissie gehouden openbare raadpleging is bevestigd dat professionele cliënten en in aanmerking komende tegenpartijen geen gestandaardiseerde en verplichte kosteninformatie nodig hebben omdat zij reeds de nodige informatie ontvangen wanneer zij met hun dienstverlener onderhandelen. De aan professionele cliënten en in aanmerking komende tegenpartijen verstrekte informatie is afgestemd op hun behoeften en is vaak gedetailleerder. Aan professionele cliënten en in aanmerking komende tegenpartijen verleende diensten moeten derhalve worden vrijgesteld van de vereisten inzake de bekendmaking van kosten en lasten, behalve met betrekking tot de diensten van beleggingsadvies en vermogensbeheer, omdat professionele cliënten die beleggingsadvies- of vermogensbeheerrelaties aangaan, niet noodzakelijkerwijs over voldoende deskundigheid of kennis beschikken om dergelijke diensten te kunnen vrijstellen van de bekendmakingen van kosten en lasten.

(6)

Beleggingsondernemingen zijn momenteel verplicht een kosten-batenanalyse te verrichten van bepaalde portefeuilleactiviteiten in het geval van doorlopende relaties met hun cliënten waarin financiële instrumenten worden gewisseld. Dit verplicht beleggingsondernemingen ertoe de nodige informatie bij hun cliënten in te winnen en te kunnen aantonen dat de baten van een dergelijke wissel opwegen tegen de kosten. Aangezien deze procedure te belastend is ten aanzien van professionele cliënten, die de neiging hebben om frequent om te wisselen, moeten de aan hen verleende diensten van die eis worden vrijgesteld. Professionele cliënten moeten echter de mogelijkheid behouden om er toch voor te kiezen. Aangezien niet-professionele cliënten een hoog niveau van bescherming nodig hebben, moet die vrijstelling worden beperkt tot professionele cliënten.

(7)

Cliënten die een doorlopende relatie met een beleggingsonderneming onderhouden, ontvangen periodiek of op basis van triggers verplichte dienstverslagen. Noch beleggingsondernemingen noch hun professionele cliënten of in aanmerking komende tegenpartijen vinden dergelijke dienstverslagen nuttig. Die verslagen zijn met name nutteloos gebleken voor professionele cliënten en in aanmerking komende tegenpartijen op uiterst volatiele markten, aangezien de verslagen zeer frequent en in grote aantallen worden verstrekt. Professionele cliënten en in aanmerking komende tegenpartijen reageren vaak op die verslagen hetzij door ze niet te lezen, hetzij door snelle beleggingsbeslissingen te nemen in plaats van door te gaan met een beleggingsstrategie op lange termijn. In aanmerking komende tegenpartijen zouden daarom niet langer verplichte dienstverslagen moeten ontvangen. Professionele cliënten zouden die dienstverslagen ook niet langer moeten ontvangen, maar zij moeten ervoor kunnen kiezen om ze toch te ontvangen.

(8)

In de onmiddellijke nasleep van de COVID-19-pandemie moeten emittenten, en met name small- en midcapbedrijven, worden ondersteund door sterke kapitaalmarkten. Onderzoek naar small- en midcapemittenten is van essentieel belang om emittenten te helpen contact te leggen met investeerders. Dat onderzoek vergroot de zichtbaarheid van emittenten en zorgt zo voor voldoende investeringen en liquiditeit. Beleggingsondernemingen moeten gezamenlijk kunnen betalen voor de verstrekking van onderzoek en de verstrekking van uitvoerende diensten, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Een van die voorwaarden moet zijn dat het onderzoek wordt verstrekt met betrekking tot emittenten van wie de marktkapitalisatie niet hoger was dan 1 miljard EUR, op basis van de eindejaarskoersen, gedurende de 36 maanden voorafgaand aan het verrichten van het onderzoek. Dat vereiste inzake marktkapitalisatie moet aldus worden opgevat dat het betrekking heeft op zowel beursgenoteerde ondernemingen als niet-beursgenoteerde ondernemingen, met dien verstande dat voor deze laatste de balanspost eigen vermogen niet hoger was dan de drempel van 1 miljard EUR. Er zij ook op gewezen dat recentelijk aan de beurs genoteerde ondernemingen en minder dan 36 maanden voordien opgerichte niet-beursgenoteerde ondernemingen onder het toepassingsgebied vallen zolang zij kunnen aantonen dat hun marktkapitalisatie op basis van de eindejaarskoersen sinds hun notering of uitgedrukt in eigen vermogen voor de boekjaren waarin zij niet genoteerd zijn of waren, niet hoger was dan de drempel van 1 miljard EUR. Om ervoor te zorgen dat pas opgerichte ondernemingen die minder dan twaalf maanden bestaan, evenzeer van de vrijstelling kunnen profiteren, is het voldoende dat zij sinds hun oprichting de drempel van 1 miljard EUR niet hebben overschreden.

(9)

Bij Richtlijn 2014/65/EU zijn voor handelsplatformen, beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling en andere plaatsen van uitvoering rapportagevereisten ingevoerd over de wijze waarop orders onder de voor de cliënt voordeligste voorwaarden werden uitgevoerd. De daaruit voortvloeiende technische rapporten bevatten grote hoeveelheden gedetailleerde kwantitatieve informatie over de plaats van uitvoering, het financiële instrument, de prijs, de kosten en de waarschijnlijkheid van uitvoering. Zoals blijkt uit het zeer lage aantal views op de websites van handelsplatformen, beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling en andere plaatsen van uitvoering, worden die verslagen zelden gelezen. Aangezien zij beleggers en andere gebruikers niet in staat stellen op basis van de informatie die zij bevatten zinvolle vergelijkingen te maken, moet de publicatie van die rapporten tijdelijk worden opgeschort.

(10)

Om communicatie tussen beleggingsondernemingen en hun cliënten te vergemakkelijken en dus het beleggingsproces zelf te vergemakkelijken, hoeft de informatie over beleggingen niet langer op papier te worden verstrekt, maar moet deze, als standaardoptie, elektronisch worden verstrekt. Niet-professionele cliënten moeten echter kunnen verzoeken om die informatie op papier te ontvangen.

(11)

Richtlijn 2014/65/EU voorziet erin dat personen die beroepsmatig handelen in grondstoffenderivaten of emissierechten of derivaten daarvan, kunnen gebruikmaken van een vrijstelling van de verplichting om een vergunning als beleggingsonderneming te verkrijgen wanneer hun handelsactiviteit een nevenactiviteit is van hun hoofdbedrijf. Personen die de vrijstelling voor nevenactiviteit aanvragen, zijn momenteel verplicht de betrokken bevoegde autoriteit jaarlijks in kennis te stellen van het feit dat zij van die vrijstelling gebruikmaken, en de benodigde gegevens te verstrekken om te voldoen aan de twee kwantitatieve toetsen die bepalen of hun handelsactiviteit een nevenactiviteit is van hun hoofdbedrijf. Bij de eerste toets wordt de omvang van de speculatieve handelsactiviteit van een entiteit vergeleken met de totale handelsactiviteit in de Unie op basis van de activaklasse. Bij de tweede toets wordt de omvang van de speculatieve handelsactiviteit, waarbij alle activaklassen in aanmerking worden genomen, vergeleken met de totale handelsactiviteit op het gebied van financiële instrumenten door de entiteit op groepsniveau. Er is een alternatieve vorm van de tweede toets, die erin bestaat het voor de speculatieve handelsactiviteit gebruikte geraamde kapitaal te vergelijken met de werkelijke hoeveelheid kapitaal die op groepsniveau voor de hoofdactiviteit wordt gebruikt. Om vast te stellen wanneer een activiteit als een nevenactiviteit wordt beschouwd, moeten de bevoegde autoriteiten onder duidelijk omschreven voorwaarden op een combinatie van kwantitatieve en kwalitatieve elementen kunnen steunen. De Commissie moet de bevoegdheid krijgen om toelichting te verstrekken over de omstandigheden waarin nationale autoriteiten een aanpak met een combinatie van kwantitatieve en kwalitatieve drempelcriteria kunnen toepassen, en om een gedelegeerde handeling inzake de criteria te ontwikkelen. Personen die voor de vrijstelling voor nevenactiviteit in aanmerking komen, met inbegrip van market makers, zijn zij die handelen voor eigen rekening of andere beleggingsdiensten verlenen dan handelen voor eigen rekening in grondstoffenderivaten of emissierechten of derivaten daarvan voor cliënten of leveranciers van hun hoofdbedrijf. De vrijstelling moet in elk van deze gevallen afzonderlijk en op geaggregeerde basis beschikbaar zijn wanneer de activiteit een nevenactiviteit van hun hoofdbedrijf is, op groepsbasis beschouwd. De vrijstelling voor nevenactiviteit mag niet worden verleend aan personen die een techniek van hoogfrequente algoritmische handel toepassen of behoren tot een groep waarvan het hoofdbedrijf bestaat in het verlenen van beleggingsdiensten of bankactiviteiten, of het optreden als market maker met betrekking tot grondstoffenderivaten.

(12)

De bevoegde autoriteiten moeten momenteel limieten vaststellen en toepassen ten aanzien van de omvang van een nettopositie die een persoon op elk moment kan aanhouden in grondstoffenderivaten die op handelsplatformen worden verhandeld en economisch gelijkwaardige OTC-contracten. Aangezien de regeling inzake positielimieten ongunstig is gebleken voor de ontwikkeling van nieuwe grondstoffenmarkten, moeten opkomende grondstoffenmarkten worden uitgesloten van de regeling inzake positielimieten. In plaats daarvan mogen positielimieten alleen van toepassing zijn op cruciale of significante grondstoffenderivaten die op handelsplatformen worden verhandeld, en op hun economisch gelijkwaardige OTC-contracten. Cruciale of significante derivaten zijn grondstoffenderivaten met een positie in openstaande contracten van gemiddeld ten minste 300 000 eenheden in een periode van één jaar. Vanwege het cruciale belang van landbouwgrondstoffen voor burgers zullen landbouwgrondstoffenderivaten en hun economisch gelijkwaardige OTC-contracten onder de huidige regeling inzake positielimieten blijven vallen.

(13)

Richtlijn 2014/65/EU staat geen vrijstelling voor afdekking voor financiële entiteiten toe. Verschillende overwegend commerciële groepen die een financiële entiteit voor hun handelsactiviteiten oprichtten, bevonden zich in een situatie waarin hun financiële entiteit niet alle transacties voor de groep kon uitvoeren, omdat de financiële entiteit niet in aanmerking kwam voor de vrijstelling voor afdekking. Daarom moet een strikt omschreven vrijstelling voor afdekking voor financiële entiteiten worden ingevoerd. Die vrijstelling voor afdekking moet beschikbaar zijn wanneer, binnen een overwegend commerciële groep, een persoon als beleggingsonderneming is ingeschreven en namens die commerciële groep handelt. Om de vrijstelling voor afdekking te beperken tot die financiële entiteiten die handeldrijven namens de niet-financiële entiteiten in een overwegend commerciële groep, mag die vrijstelling alleen van toepassing zijn op de door een dergelijke financiële entiteit aangehouden posities waarvan objectief kan worden aangetoond dat zij de risico’s verminderen die rechtstreeks verband houden met de commerciële bedrijvigheid van de niet-financiële entiteiten van de groep.

(14)

Zelfs in liquide contracten treedt doorgaans slechts een beperkt aantal marktdeelnemers op als market makers op grondstoffenmarkten. Wanneer die marktdeelnemers positielimieten moeten toepassen, kunnen zij als market makers niet even doeltreffend zijn. Daarom moet een vrijstelling van de regeling inzake positielimieten worden ingevoerd voor financiële en niet-financiële tegenpartijen voor posities die het gevolg zijn van transacties die worden aangegaan om te voldoen aan de verplichting een handelsplatform van liquiditeit te voorzien.

(15)

De wijzigingen met betrekking tot de regeling inzake positielimieten zijn bedoeld om de ontwikkeling van nieuwe energiecontracten te ondersteunen, en strekken er niet toe de regeling voor landbouwgrondstoffenderivaten te versoepelen.

(16)

De huidige regeling inzake positielimieten houdt ook geen rekening met de unieke kenmerken van gesecuritiseerde derivaten. Gesecuritiseerde derivaten zijn effecten in de zin van artikel 4, lid 1, punt 44, onder c), van Richtlijn 2014/65/EU. De markt van gesecuritiseerde derivaten wordt gekenmerkt door een groot aantal verschillende uitgiften, waarvan elke bij de centrale effectenbewaarinstelling is geregistreerd voor een bepaalde omvang, en elke mogelijke toename volgt een specifieke procedure die naar behoren is goedgekeurd door de relevante bevoegde autoriteit. Dit staat in contrast met grondstoffenderivatencontracten, waarvoor het bedrag aan openstaande contracten, en daarmee de omvang van een positie, potentieel onbeperkt is. Op het moment van uitgifte houdt de emittent of de tussenpersoon die verantwoordelijk is voor de distributie van de uitgifte 100 % van de uitgifte onder zich, wat haaks staat op de toepassing van een regeling inzake positielimieten. Bovendien worden de meeste gesecuritiseerde derivaten uiteindelijk aangehouden door een groot aantal niet-professionele beleggers, wat niet hetzelfde risico op misbruik van een dominante positie of met betrekking tot ordelijke koersvormings- en afwikkelingsvoorwaarden oplevert als bij grondstoffenderivatencontracten. Voorts is het begrip spotmaand en andere maanden waarvoor positielimieten moeten worden vastgesteld op grond van artikel 57, lid 3, van Richtlijn 2014/65/EU, niet van toepassing op gesecuritiseerde derivaten. Gesecuritiseerde derivaten moeten daarom worden uitgesloten van de toepassing van de vereisten inzake positielimieten en rapportage.

(17)

Sinds de inwerkingtreding van Richtlijn 2014/65/EU konden geen gelijkwaardige grondstoffenderivatencontracten worden vastgesteld. Door het concept van “hetzelfde grondstoffenderivaat” in die richtlijn is de berekeningsmethode voor het bepalen van de positielimiet van andere maanden nadelig voor het handelsplatform met de minder liquide markt wanneer handelsplatformen concurreren voor grondstoffenderivaten die gebaseerd zijn op dezelfde onderliggende waarde en dezelfde kenmerken hebben. Daarom moet de verwijzing naar “hetzelfde contract” in Richtlijn 2014/65/EU worden geschrapt. De bevoegde autoriteiten moeten kunnen overeenkomen dat de op hun respectieve handelsplatformen verhandelde grondstoffenderivaten gebaseerd zijn op dezelfde onderliggende waarde en dezelfde kenmerken hebben; in dat geval moet de centrale bevoegde autoriteit in de zin van artikel 57, lid 6, eerste alinea, van Richtlijn 2014/65/EU de positielimiet vaststellen.

(18)

Er bestaan aanzienlijke verschillen in de wijze waarop posities door handelsplatformen in de Unie worden beheerd. Daarom moeten de positiebeheerscontroles waar nodig worden versterkt.

(19)

Teneinde de verdere ontwikkeling van in euro luidende grondstoffenmarkten in de Unie te waarborgen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van al het volgende: de procedure waarmee personen een vrijstelling kunnen aanvragen voor posities die het gevolg zijn van transacties die worden aangegaan om te voldoen aan de verplichting een handelsplatform van liquiditeit te voorzien; de procedure waarmee een financiële entiteit die behoort tot een overwegend commerciële groep, een vrijstelling voor afdekking kan aanvragen voor door die financiële entiteit aangehouden posities waarvan objectief kan worden aangetoond dat zij de risico’s verminderen die rechtstreeks verband houden met de commerciële bedrijvigheid van de niet-financiële entiteiten van die overwegend commerciële groep; de verduidelijking van de inhoud van de positiebeheerscontroles, en de ontwikkeling van criteria om uit te maken wanneer een activiteit moet worden aangemerkt als een nevenactiviteit van het hoofdbedrijf op groepsniveau. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven (5). Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(20)

Het EU-emissiehandelssysteem (ETS) is het vlaggenschipbeleid van de Unie om de economie koolstofarm te maken, in overeenstemming met de Europese Green Deal. De handel in emissierechten en derivaten daarvan is onderworpen aan Richtlijn 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad (6) en is een belangrijk onderdeel van de koolstofmarkt van de Unie. Dankzij de vrijstelling voor nevenactiviteit uit hoofde van Richtlijn 2014/65/EU kunnen bepaalde marktdeelnemers actief zijn op de markten voor emissierechten zonder over een vergunning als beleggingsonderneming te moeten beschikken, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Gezien het belang van ordelijke, goed gereguleerde en onder toezicht staande financiële markten, de aanzienlijke rol van het ETS bij de verwezenlijking van de duurzaamheidsdoelstellingen van de Unie en de rol die een goed functionerende secundaire markt voor emissierechten speelt bij de ondersteuning van de werking van het ETS, is het van essentieel belang dat de vrijstelling voor nevenactiviteit passend ontworpen is om bij te dragen aan die doelstellingen. Dat is bijzonder relevant wanneer de handel in emissierechten plaatsvindt op handelsplatformen in derde landen. Om de financiële stabiliteit, de marktintegriteit, de beleggersbescherming en het gelijke speelveld in de Unie te beschermen en ervoor te zorgen dat het ETS op een transparante en robuuste manier blijft functioneren om kosteneffectieve emissiereducties te verzekeren, moet de Commissie toezicht houden op de verdere ontwikkeling van de handel in emissierechten en derivaten daarvan in de Unie en in derde landen, het effect van de vrijstelling voor nevenactiviteit op het ETS beoordelen en, waar nodig, passende wijzigingen voorstellen met betrekking tot het toepassingsgebied en de toepassing van de vrijstelling voor nevenactiviteit.

(21)

Om voor meer juridische duidelijkheid te zorgen, onnodige administratieve lasten voor de lidstaten te vermijden en te zorgen voor een uniform rechtskader voor beleggingsondernemingen, die met ingang van 26 juni 2021 onder het toepassingsgebied van Richtlijn (EU) 2019/2034 van het Europees Parlement en de Raad (7) zullen vallen, is het passend de omzettingsdatum van Richtlijn (EU) 2019/878 van het Europees Parlement en de Raad (8) uit te stellen wat betreft de maatregelen die van toepassing zijn op beleggingsondernemingen. Om te zorgen voor een consistente toepassing van het rechtskader dat van toepassing is op beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 67 van Richtlijn (EU) 2019/2034, moet de omzettingstermijn voor Richtlijn (EU) 2019/878 met betrekking tot beleggingsondernemingen derhalve worden verlengd tot 26 juni 2021.

(22)

Om ervoor te zorgen dat de doelstellingen van de wijzigingen van de Richtlijnen 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad (9) en (EU) 2019/878 worden bereikt, en met name om verstorende effecten voor de lidstaten te voorkomen, is het passend te bepalen dat die wijzigingen van toepassing worden met ingang van 28 december 2020. De toepassing met terugwerkende kracht van de wijzigingen doet echter geen afbreuk aan het gewettigd vertrouwen van de betrokken personen, omdat de wijzigingen geen inbreuk maken op de rechten en verplichtingen van economische actoren of natuurlijke personen.

(23)

Richtlijnen 2013/36/EU, 2014/65/EU en (EU) 2019/878 moeten derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(24)

Deze wijzigingsrichtlijn heeft tot doel bestaand Unierecht aan te vullen en de doelstelling ervan kan dus het best op het niveau van de Unie worden bereikt, in plaats van door uiteenlopende nationale initiatieven. Financiële markten zijn per definitie grensoverschrijdend en worden dat steeds meer. Door deze integratie zou een geïsoleerde nationale interventie veel minder efficiënt zijn en tot versnippering van de markten leiden, met regelgevingsarbitrage en verstoring van de mededinging tot gevolg.

(25)

Daar de doelstelling van deze richtlijn, namelijk het verfijnen van bestaand Unierecht om te komen tot eenvormige en passende vereisten die van toepassing zijn op beleggingsondernemingen in de hele Unie, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang en de gevolgen ervan beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

(26)

Overeenkomstig de gezamenlijke politieke verklaring van 28 september 2011 van de lidstaten en de Commissie over toelichtende stukken (10) hebben de lidstaten zich ertoe verbonden om in gerechtvaardigde gevallen de kennisgeving van hun omzettingsmaatregelen vergezeld te doen gaan van een of meer stukken waarin het verband tussen de onderdelen van een richtlijn en de overeenkomstige delen van de nationale omzettingsinstrumenten wordt toegelicht. Met betrekking tot deze richtlijn acht de wetgever de toezending van die stukken gerechtvaardigd.

(27)

Gezien de noodzaak gerichte maatregelen in te voeren om een zo snel mogelijk economisch herstel van de COVID-19-crisis te ondersteunen, moet deze richtlijn met spoed in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingen van Richtlijn 2014/65/EU

Richtlijn 2014/65/EU wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1 wordt punt j) vervangen door:

“j)

personen die:

i)

voor eigen rekening handelen, met inbegrip van market makers, in grondstoffenderivaten of emissierechten of derivaten daarvan, met uitzondering van personen die voor eigen rekening handelen bij het uitvoeren van orders van cliënten, of

ii)

andere beleggingsdiensten dan handel voor eigen rekening in grondstoffenderivaten of emissierechten of derivaten daarvan verlenen aan de cliënten of leveranciers van hun hoofdbedrijf;

mits:

dit in elk van deze gevallen afzonderlijk en op geaggregeerde basis een nevenactiviteit van hun hoofdbedrijf is op groepsbasis beschouwd;

deze personen niet behoren tot een groep waarvan het hoofdbedrijf bestaat in het verlenen van beleggingsdiensten in de zin van deze richtlijn of het verrichten van activiteiten vermeld in bijlage I bij Richtlijn 2013/36/EU, of het optreden als market maker voor grondstoffenderivaten;

deze personen geen techniek voor hoogfrequente algoritmische handel toepassen, en

deze personen op verzoek de bevoegde autoriteit meedelen op welke basis zij hebben beoordeeld dat hun activiteit overeenkomstig de punten i) en ii) een nevenactiviteit is van hun hoofdbedrijf.”;

b)

lid 4 wordt vervangen door:

“4.   Uiterlijk op 31 juli 2021 stelt de Commissie overeenkomstig artikel 89 een gedelegeerde handeling vast teneinde deze richtlijn aan te vullen door ten behoeve van lid 1, onder j), van dit artikel de criteria te specificeren om uit te maken wanneer een activiteit moet worden aangemerkt als een nevenactiviteit van het hoofdbedrijf op groepsniveau.

In deze criteria wordt met de volgende elementen rekening gehouden:

a)

of de netto uitstaande notionele blootstelling aan grondstoffenderivaten of emissierechten of derivaten daarvan voor afwikkeling in contanten die in de Unie worden verhandeld, met uitzondering van grondstoffenderivaten of emissierechten of derivaten daarvan die op een handelsplatform worden verhandeld, onder een jaarlijkse drempel van 3 miljard EUR ligt, of

b)

of het kapitaal dat wordt gebruikt door de groep waartoe de persoon behoort, overwegend is bestemd voor het hoofdbedrijf van de groep, of

c)

of de omvang van de in lid 1, onder j), bedoelde activiteiten groter is dan de totale omvang van de andere handelsactiviteiten op groepsniveau.

De in dit lid bedoelde activiteiten worden op groepsniveau bekeken.

De in de tweede alinea van dit lid bedoelde elementen omvatten geen:

a)

intragroeptransacties als bedoeld in artikel 3 van Verordening (EU) nr. 648/2012 die liquiditeits- of risicobeheersdoeleinden voor de gehele groep dienen;

b)

transacties in grondstoffenderivaten of emissierechten of derivaten daarvan waarvan objectief kan worden aangetoond dat zij risico’s verminderen die rechtstreeks met de commerciële bedrijvigheid of met de activiteiten betreffende het beheer van de kasmiddelen verband houden;

c)

transacties in grondstoffenderivaten of emissierechten of derivaten daarvan die zijn aangegaan om te voldoen aan de verplichting een handelsplatform van liquiditeit te voorzien, indien deze verplichtingen zijn opgelegd door de regelgevende autoriteiten overeenkomstig het Unierecht of nationaal recht, wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, of door handelsplatforms.”.

2)

Artikel 4, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:

a)

het volgende punt wordt ingevoegd:

“8 bis.

“wissel van financiële instrumenten”: het verkopen van een financieel instrument en het kopen van een ander financieel instrument of het uitoefenen van een recht om een wijziging aan te brengen met betrekking tot een bestaand financieel instrument;”;

b)

het volgende punt wordt ingevoegd:

“44

bis. “make-whole-clausule”: een bepaling die tot doel heeft de belegger te beschermen door ervoor te zorgen dat, in geval van vervroegde aflossing van een obligatie, de emittent aan de houder van de obligatie een bedrag moet betalen dat gelijk is aan de som van de netto contante waarde van de resterende couponbetalingen die tot de vervaldatum worden verwacht en de hoofdsom van de af te lossen obligatie;”;

c)

punt 59 wordt vervangen door:

“59.

“landbouwgrondstoffenderivaten”: derivatencontracten met betrekking tot producten die zijn vermeld in artikel 1 van, en bijlage I, delen I tot XX en XXIV/1, bij Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad (*1), alsook met betrekking tot producten die zijn vermeld in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1379/2013 van het Europees Parlement en de Raad (*2);

(*1)  Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671)."

(*2)  Verordening (EU) nr. 1379/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 houdende een gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en aquacultuurproducten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1184/2006 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 1).”;"

d)

het volgende punt wordt ingevoegd:

“62

bis. “elektronische vorm”: elke andere duurzame drager dan papier;”;

e)

het volgende punt wordt toegevoegd:

“65.

“overwegend commerciële groep”: elke groep waarvan het hoofdbedrijf niet bestaat in het verlenen van beleggingsdiensten in de zin van deze richtlijn of het verrichten van activiteiten vermeld in bijlage I bij Richtlijn 2013/36/EU, of het optreden als market maker met betrekking tot grondstoffenderivaten.”.

3)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

“Artikel 16 bis

Vrijstellingen van de vereisten inzake productgovernance

Een beleggingsonderneming wordt vrijgesteld van de vereisten van artikel 16, lid 3, tweede tot en met vijfde alinea, en artikel 24, lid 2, indien de beleggingsdienst die zij verleent betrekking heeft op obligaties zonder andere ingebedde derivaten dan een bepaling inzake vervroegde aflossing of indien de financiële instrumenten uitsluitend onder in aanmerking komende tegenpartijen worden verhandeld of verspreid.”.

4)

Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:

a)

aan lid 4 worden de volgende alinea’s toegevoegd:

“Indien de overeenkomst tot koop of verkoop van een financieel instrument met behulp van een techniek voor communicatie op afstand wordt gesloten die verhindert dat de informatie over kosten en lasten vooraf wordt verstrekt, mag de beleggingsonderneming de informatie over kosten en lasten zonder onnodige vertraging na het sluiten van de transactie verstrekken in elektronische vorm of op papier, indien een niet-professionele cliënt daarom heeft verzocht, mits aan de twee volgende voorwaarden is voldaan:

i)

de cliënt heeft ermee ingestemd de informatie te ontvangen zonder onnodige vertraging na het sluiten van de transactie;

ii)

de beleggingsonderneming heeft de cliënt de mogelijkheid geboden het sluiten van de transactie uit te stellen totdat de cliënt de informatie heeft ontvangen.

Naast de vereisten van de derde alinea is de beleggingsonderneming verplicht de cliënt de mogelijkheid te bieden de informatie over kosten en lasten vóór het sluiten van de transactie telefonisch te ontvangen.”;

b)

het volgende lid wordt ingevoegd:

“5 bis.   Beleggingsondernemingen verstrekken alle op grond van deze richtlijn te verstrekken informatie aan cliënten of potentiële cliënten in elektronische vorm, behalve wanneer de cliënt of potentiële cliënt een niet-professionele cliënt of potentiële niet-professionele cliënt is die heeft verzocht om de informatie op papier te ontvangen, in welk geval die informatie op papier en kosteloos wordt verstrekt.

Beleggingsondernemingen delen niet-professionele cliënten of potentiële niet-professionele cliënten mee dat zij de mogelijkheid hebben de informatie op papier te ontvangen.

Beleggingsondernemingen delen de bestaande niet-professionele cliënten die de op grond van deze richtlijn te verstrekken informatie op papier ontvangen, mee dat zij die informatie in elektronische vorm zullen ontvangen, ten minste acht weken voordat die informatie in elektronische vorm zal worden verzonden. Beleggingsondernemingen delen die bestaande niet-professionele cliënten mee dat zij de keuze hebben om hetzij de informatie op papier te blijven ontvangen, hetzij over te stappen op informatie in elektronische vorm. Beleggingsondernemingen delen de bestaande niet-professionele cliënten ook mee dat een automatische overstap naar de elektronische vorm zal plaatsvinden indien zij niet binnen die termijn van acht weken hebben verzocht om de informatie op papier te blijven ontvangen. Dit hoeft niet te worden meegedeeld aan de bestaande niet-professionele cliënten die de op grond van deze richtlijn te verstrekken informatie reeds in elektronische vorm ontvangen.”;

c)

het volgende lid wordt ingevoegd:

“9 bis.   De lidstaten dragen er zorg voor dat de verstrekking van onderzoek door derden aan beleggingsondernemingen die vermogensbeheerdiensten of andere beleggings- of nevendiensten aan cliënten verlenen, wordt geacht te voldoen aan de verplichtingen uit hoofde van lid 1 indien:

a)

de beleggingsonderneming en de verstrekker van het onderzoek vóór de verstrekking van de uitvoerende of de onderzoeksdienst een overeenkomst hebben gesloten waarin het deel van de gecombineerde lasten of gezamenlijke betalingen voor uitvoerende diensten en onderzoek wordt vermeld dat betrekking heeft op onderzoek;

b)

de beleggingsonderneming haar cliënten informeert over de gezamenlijke betalingen voor uitvoerende diensten en onderzoek aan derde verstrekkers van onderzoek, en

c)

het onderzoek waarvoor de gecombineerde lasten gelden of de gezamenlijke betaling wordt verricht, betrekking heeft op emittenten van wie de marktkapitalisatie gedurende de periode van 36 maanden voorafgaand aan de verrichting van het onderzoek niet hoger was dan 1 miljard EUR, op basis van de eindejaarskoersen voor de jaren waarin zij genoteerd zijn of waren of uitgedrukt in eigen vermogen voor de boekjaren waarin zij niet genoteerd zijn of waren.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onderzoek begrepen als onderzoeksmateriaal of -diensten met betrekking tot een of meer financiële instrumenten of andere activa, of emittenten of potentiële emittenten van financiële instrumenten, of als onderzoeksmateriaal of -diensten die nauw verband houden met een specifieke bedrijfssector of markt zodat hiermee wordt bijgedragen tot de opinievorming over financiële instrumenten, activa of emittenten binnen die bedrijfssector of markt.

Onderzoek omvat ook materiaal of diensten die een expliciete of impliciete aanbeveling of suggestie inhouden voor een beleggingsstrategie en gefundeerd advies bieden over de huidige of toekomstige waarde of prijs van financiële instrumenten of activa; het kan ook analyses en originele inzichten bevatten en tot conclusies komen op basis van nieuwe of bestaande informatie die bruikbaar is voor de inhoudelijke ondersteuning van de beleggingsstrategie en die van belang is alsook in staat is om waarde toe te voegen aan de beslissingen van de beleggingsonderneming namens de cliënten die dit onderzoek vergoeden.”.

5)

Aan artikel 25, lid 2, wordt de volgende alinea toegevoegd:

“Bij het verstrekken van beleggingsadvies of het verrichten van vermogensbeheer waarbij tussen financiële instrumenten wordt gewisseld, winnen beleggingsondernemingen de nodige informatie in met betrekking tot de investering van de cliënt en analyseren zij de kosten en baten van de wissel van financiële instrumenten. Bij het verstrekken van beleggingsadvies delen beleggingsondernemingen de cliënt mee of de baten van de wissel van financiële instrumenten al dan niet groter zijn dan de kosten daarvan.”.

6)

Aan artikel 27, lid 3, wordt de volgende alinea toegevoegd:

“Het in dit lid vastgestelde vereiste inzake periodieke rapportage aan het publiek is niet van toepassing tot 28 februari 2023. De Commissie evalueert uitvoerig de toereikendheid van de in dit lid vastgestelde rapportagevereisten en dient uiterlijk op 28 februari 2022 een verslag in bij het Europees Parlement en de Raad.”.

7)

Aan artikel 27, lid 6, wordt de volgende alinea toegevoegd:

“De Commissie evalueert uitvoerig de toereikendheid van de in dit lid vastgestelde vereisten inzake periodieke rapportage en dient uiterlijk op 28 februari 2022 een verslag in bij het Europees Parlement en de Raad.”.

8)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

“Artikel 29 bis

Aan professionele cliënten verleende diensten

1.   De vereisten van artikel 24, lid 4, onder c), zijn niet van toepassing op andere aan professionele cliënten verleende diensten dan beleggingsadvies en vermogensbeheer.

2.   De vereisten van artikel 25, lid 2, derde alinea, en artikel 25, lid 6, zijn niet van toepassing op diensten die worden verleend aan professionele cliënten, tenzij die cliënten de beleggingsonderneming in elektronische vorm of op papier meedelen dat zij gebruik wensen te maken van de rechten waarin deze bepalingen voorzien.

3.   De lidstaten zorgen ervoor dat beleggingsondernemingen een register bijhouden van de in lid 2 bedoelde communicatie met cliënten.”.

9)

In artikel 30, lid 1, wordt de eerste alinea vervangen door:

“1.   De lidstaten dragen er zorg voor dat beleggingsondernemingen met een vergunning om orders voor rekening van cliënten uit te voeren, en/of te handelen voor eigen rekening, en/of orders te ontvangen en door te geven, de mogelijkheid hebben transacties met in aanmerking komende tegenpartijen tot stand te brengen of te sluiten zonder dat zij ertoe gehouden zijn met betrekking tot deze transacties of met betrekking tot rechtstreeks met deze transacties verband houdende nevendiensten de verplichtingen van artikel 24, met uitzondering van lid 5 bis, artikel 25, artikel 27 en artikel 28, lid 1, na te komen.”.

10)

Artikel 57 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt vervangen door:

“1.   De lidstaten dragen er zorg voor dat de bevoegde autoriteiten, overeenkomstig de berekeningsmethode die is bepaald in de technische reguleringsnormen die door ESMA overeenkomstig lid 3 zijn vastgesteld, limieten vaststellen en toepassen ten aanzien van de omvang van een nettopositie die een persoon op elk moment kan aanhouden in landbouwgrondstoffenderivaten en cruciale of significante grondstoffenderivaten die op handelsplatformen worden verhandeld, en in economisch gelijkwaardige OTC-contracten. Grondstoffenderivaten worden als cruciaal of significant beschouwd wanneer de som van alle nettoposities van eindpositiehouders de omvang van hun positie in openstaande contracten vertegenwoordigt en gemiddeld ten minste 300 000 eenheden in één jaar bedraagt. De limieten worden vastgesteld op basis van alle posities die door een persoon worden aangehouden en de posities die voor rekening van deze persoon worden aangehouden op geaggregeerd groepsniveau teneinde:

a)

marktmisbruik te voorkomen;

b)

ordelijke koersvormings- en afwikkelingsvoorwaarden te bevorderen, onder meer door marktverstorende posities te voorkomen en in het bijzonder door convergentie te waarborgen tussen de derivatenprijzen in de maand van levering en de prijzen op de spotmarkt voor de onderliggende grondstof, zonder afbreuk te doen aan de koersvorming op de markt voor de onderliggende grondstof.

De in lid 1 bedoelde positielimieten gelden niet voor:

a)

posities die worden aangehouden door of voor rekening van een niet-financiële entiteit en waarvan objectief kan worden vastgesteld dat zij de risico’s verminderen die rechtstreeks verband houden met de commerciële activiteit van die niet-financiële entiteit;

b)

posities die worden aangehouden door of voor rekening van een financiële entiteit die behoort tot een overwegend commerciële groep en die optreedt namens een niet-financiële entiteit van de overwegend commerciële groep, indien objectief kan worden vastgesteld dat die posities risico’s verminderen die rechtstreeks verband houden met de commerciële activiteit van die niet-financiële entiteit;

c)

posities die worden aangehouden door financiële en niet-financiële tegenpartijen voor posities waarvan objectief kan worden aangetoond dat zij voortvloeien uit transacties die zijn aangegaan om te voldoen aan de verplichting een handelsplatform van liquiditeit te voorzien als bedoeld in artikel 2, lid 4, vierde alinea, onder c);

d)

alle andere waardepapieren in de zin van artikel 4, lid 1, punt 44, onder c), die betrekking hebben op een grondstof of een onderliggende waarde bedoeld in deel C, punt 10, van bijlage I.

ESMA ontwikkelt ontwerpen van technische reguleringsnormen om een procedure te bepalen waarmee een financiële entiteit die behoort tot een overwegend commerciële groep een vrijstelling voor afdekking kan aanvragen voor posities die door die financiële entiteit worden aangehouden en waarvan objectief kan worden aangetoond dat zij risico’s verminderen die rechtstreeks verband houden met de commerciële activiteit van de niet-financiële entiteiten van de groep.

ESMA ontwikkelt ontwerpen van technische reguleringsnormen om een procedure te bepalen volgens welke personen een vrijstelling kunnen aanvragen voor posities die het gevolg zijn van transacties die zijn aangegaan om te voldoen aan de verplichting een handelsplatform van liquiditeit te voorzien.

ESMA dient de in de derde en vierde alinea bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 28 november 2021 in bij de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om deze richtlijn aan te vullen door de in de derde en vierde alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.”;

b)

de leden 3 en 4 worden vervangen door:

“3.   ESMA stelt een lijst op van de in lid 1 bedoelde cruciale of significante grondstoffenderivaten en ontwikkelt ontwerpen van technische reguleringsnormen om de berekeningsmethode te bepalen die door de bevoegde autoriteiten wordt toegepast bij de vaststelling van de spotmaandpositielimieten en de positielimieten van andere maanden voor materieel afgewikkelde en door middel van contanten afgewikkelde grondstoffenderivaten op basis van de kenmerken van het derivaat in kwestie.

Bij het opstellen van de lijst van de in lid 1 bedoelde cruciale of significante grondstoffenderivaten houdt ESMA rekening met de volgende factoren:

a)

het aantal marktdeelnemers;

b)

de onderliggende grondstof van het derivaat in kwestie.

Bij het bepalen van de in de eerste alinea bedoelde berekeningsmethode houdt ESMA rekening met de volgende factoren:

a)

de leverbare voorraad van de onderliggende grondstof;

b)

de totale positie in openstaande contracten in dat derivaat en de totale openstaande positie in andere financiële instrumenten met dezelfde onderliggende grondstof;

c)

het aantal en de omvang van de marktdeelnemers;

d)

de kenmerken van de onderliggende grondstoffenmarkt, met inbegrip van productie-, consumptie- en marktvervoerspatronen;

e)

de ontwikkeling van nieuwe grondstoffenderivaten;

f)

de ervaring van beleggingsondernemingen of marktexploitanten die een handelsplatform exploiteren en van andere rechtsgebieden met de positielimieten.

ESMA dient de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 28 november 2021 in bij de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om deze richtlijn aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

4.   Een bevoegde autoriteit stelt positielimieten vast voor op handelsplatformen verhandelde cruciale of significante grondstoffenderivaten en landbouwgrondstoffenderivaten, op basis van de berekeningsmethode die is bepaald in de door de Commissie overeenkomstig lid 3 vastgestelde technische reguleringsnormen. Die positielimieten omvatten economisch gelijkwaardige OTC-contracten.

Een bevoegde autoriteit herziet de in de eerste alinea bedoelde positielimieten in geval van een aanzienlijke verandering op de markt, waaronder een aanzienlijke verandering in de leverbare voorraad of de positie in openstaande contracten, op basis van haar bepaling van de leverbare voorraad en van de positie in openstaande contracten, en stelt die positielimieten opnieuw vast overeenkomstig de berekeningsmethode die is bepaald in de door de Commissie overeenkomstig lid 3 vastgestelde technische reguleringsnormen.”;

c)

de leden 6, 7 en 8 worden vervangen door:

“6.   Ingeval landbouwgrondstoffenderivaten die gebaseerd zijn op dezelfde onderliggende waarde en dezelfde kenmerken hebben, in aanzienlijke hoeveelheden worden verhandeld op handelsplatformen in meer dan één rechtsgebied, of ingeval cruciale of significante grondstoffenderivaten die gebaseerd zijn op dezelfde onderliggende waarde en dezelfde kenmerken hebben, worden verhandeld op handelsplatformen in meer dan één rechtsgebied, stelt de bevoegde autoriteit van het handelsplatform met het grootste handelsvolume (“de centrale bevoegde autoriteit”) de unieke positielimiet vast die wordt toegepast op alle handel in die derivaten. De centrale bevoegde autoriteit raadpleegt de bevoegde autoriteiten van de andere handelsplatformen waar die landbouwgrondstoffenderivaten in aanzienlijke hoeveelheden worden verhandeld of waar die cruciale of significante grondstoffenderivaten worden verhandeld, over de toe te passen unieke positielimiet en eventuele herzieningen van deze unieke positielimiet.

De bevoegde autoriteiten die het niet eens zijn met de vaststelling van de unieke positielimiet door de centrale bevoegde autoriteit, geven schriftelijk de volledige en gedetailleerde redenen aan waarom zij van mening zijn dat niet is voldaan aan de vereisten van lid 1. ESMA beslecht alle geschillen die voortvloeien uit meningsverschillen tussen bevoegde autoriteiten overeenkomstig haar bevoegdheden uit hoofde van artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

De bevoegde autoriteiten van de handelsplatformen waar landbouwgrondstoffenderivaten die gebaseerd zijn op dezelfde onderliggende waarde en dezelfde kenmerken hebben in aanzienlijke hoeveelheden worden verhandeld of cruciale of significante grondstoffenderivaten die gebaseerd zijn op dezelfde onderliggende waarde en dezelfde kenmerken hebben, worden verhandeld, en de bevoegde autoriteiten van positiehouders in die derivaten sluiten samenwerkingsregelingen, die onder meer voorzien in de uitwisseling van relevante gegevens teneinde toezicht op en handhaving van de unieke positielimiet mogelijk te maken.

7.   ESMA controleert ten minste één keer per jaar de wijze waarop de bevoegde autoriteiten de positielimieten vastgesteld op basis van de door ESMA overeenkomstig lid 3 vastgestelde berekeningsmethode hebben geïmplementeerd. Hierbij waarborgt ESMA dat een unieke positielimiet daadwerkelijk van toepassing is op de landbouwgrondstoffenderivaten en cruciale of significante contracten die gebaseerd zijn op hetzelfde onderliggende en dezelfde kenmerken hebben, onafhankelijk van de plaats waar die worden verhandeld overeenkomstig lid 6.

8.   De lidstaten zorgen ervoor dat een beleggingsonderneming of marktexploitant die een handelsplatform exploiteert waarop grondstoffenderivaten worden verhandeld, positiebeheerscontroles toepast, met inbegrip van bevoegdheden voor het handelsplatform om:

a)

de posities in openstaande contracten van personen te bewaken;

b)

informatie te verkrijgen, met inbegrip van alle relevante documentatie, van personen betreffende de omvang en het doel van een ingenomen positie of aangegane blootstelling, en betreffende uiteindelijke of onderliggende eigenaren, gezamenlijke regelingen en enigerlei activa of verplichtingen op de onderliggende markt, met inbegrip van, in voorkomend geval, posities aangehouden in grondstoffenderivaten die gebaseerd zijn op dezelfde onderliggende waarde en dezelfde kenmerken hebben op andere handelsplatformen en in economisch gelijkwaardige OTC-contracten door middel van leden en deelnemers;

c)

te verzoeken dat een persoon een positie, tijdelijk of definitief, beëindigt of vermindert, en eenzijdig actie te ondernemen opdat de positie wordt beëindigd of verminderd indien de persoon nalaat aan een dergelijk verzoek te voldoen, en

d)

te eisen dat een persoon weer tijdelijk voor liquiditeit op de markt zorgt voor een overeengekomen prijs en omvang, met de uitdrukkelijke bedoeling de effecten van een omvangrijke of dominante positie te beperken.

ESMA ontwikkelt ontwerpen van technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van de inhoud van de positiebeheerscontroles en houdt daarbij rekening met de kenmerken van de betrokken handelsplatformen.

ESMA dient die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 28 november 2021 bij de Commissie in.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om deze richtlijn aan te vullen door de in de tweede alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.”;

d)

in lid 12 wordt punt d) vervangen door:

“d)

de definitie van wanneer uit hoofde van lid 6 van dit artikel sprake is van “aanzienlijke hoeveelheden”;”.

11)

Artikel 58 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1 wordt de volgende alinea toegevoegd:

“Positierapportage is niet van toepassing op alle andere waardepapieren in de zin van artikel 4, lid 1, punt 44, onder c), die betrekking hebben op een grondstof of een onderliggende waarde bedoeld in deel C, punt 10, van bijlage I.”;

b)

lid 2 wordt vervangen door:

“2.   De lidstaten zien erop toe dat beleggingsondernemingen die buiten een handelsplatform grondstoffenderivaten of emissierechten of derivaten daarvan verhandelen, de in artikel 57, lid 6, bedoelde centrale bevoegde autoriteit of — indien er geen centrale bevoegde autoriteit is — de bevoegde autoriteit van het handelsplatform waar de grondstoffenderivaten of emissierechten of derivaten daarvan worden verhandeld, ten minste op dagelijkse basis een volledige uitsplitsing verstrekken van hun posities in economisch gelijkwaardige OTC-contracten en, in voorkomend geval, in grondstoffenderivaten of emissierechten of derivaten daarvan die op een handelsplatform worden verhandeld, alsmede die van hun cliënten, en de cliënten van die cliënten tot aan de eindcliënt, in overeenstemming met artikel 26 van Verordening (EU) nr. 600/2014 en indien van toepassing artikel 8 van Verordening (EU) nr. 1227/2011.”.

12)

In artikel 73, wordt lid 2 vervangen door:

“2.   De lidstaten schrijven voor dat beleggingsondernemingen, marktexploitanten, APA’s en ARM’s waaraan overeenkomstig Verordening (EU) nr. 600/2014 een vergunning is verleend en die een vrijstelling genieten overeenkomstig artikel 2, lid 3, van die verordening, kredietinstellingen op het vlak van beleggingsdiensten of beleggingsactiviteiten en nevendiensten, en bijkantoren van ondernemingen in derde landen over passende procedures beschikken opdat hun werknemers in staat zijn potentiële of daadwerkelijke inbreuken intern via een specifiek kanaal te melden.”.

13)

In artikel 89 worden de leden 2 tot en met 5 vervangen door:

“2.   De in artikel 2, leden 3 en 4, artikel 4, lid 1, punt 2, tweede alinea, artikel 4, lid 2, artikel 13, lid 1, artikel 16, lid 12, artikel 23, lid 4, artikel 24, lid 13, artikel 25, lid 8, artikel 27, lid 9, artikel 28, lid 3, artikel 30, lid 5, artikel 31, lid 4, artikel 32, lid 4, artikel 33, lid 8, artikel 52, lid 4, artikel 54, lid 4, artikel 58, lid 6, artikel 64, lid 7, artikel 65, lid 7, en artikel 79, lid 8, bedoelde bevoegdheidsdelegatie wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van 2 juli 2014.

3.   Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 2, leden 3 en 4, artikel 4, lid 1, punt 2, tweede alinea, artikel 4, lid 2, artikel 13, lid 1, artikel 16, lid 12, artikel 23, lid 4, artikel 24, lid 13, artikel 25, lid 8, artikel 27, lid 9, artikel 28, lid 3, artikel 30, lid 5, artikel 31, lid 4, artikel 32, lid 4, artikel 33, lid 8, artikel 52, lid 4, artikel 54, lid 4, artikel 58, lid 6, artikel 64, lid 7, artikel 65, lid 7, en artikel 79, lid 8, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.   Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

5.   Een overeenkomstig artikel 2, leden 3 en 4, artikel 4, lid 1, punt 2, tweede alinea, artikel 4, lid 2, artikel 13, lid 1, artikel 16, lid 12, artikel 23, lid 4, artikel 24, lid 13, artikel 25, lid 8, artikel 27, lid 9, artikel 28, lid 3, artikel 30, lid 5, artikel 31, lid 4, artikel 32, lid 4, artikel 33, lid 8, artikel 52, lid 4, artikel 54, lid 4, artikel 58, lid 6, artikel 64, lid 7, artikel 65, lid 7, of artikel 79, lid 8, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met drie maanden verlengd.”.

(14)

In artikel 90 wordt het volgende lid ingevoegd:

“1   bis. Uiterlijk op 31 december 2021 evalueert de Commissie de gevolgen van de in artikel 2, lid 1, onder j), vastgestelde vrijstelling met betrekking tot emissierechten of derivaten daarvan, en zij doet die evaluatie, zo nodig, vergezeld gaan van een wetgevingsvoorstel tot wijziging van die vrijstelling. In dat verband beoordeelt de Commissie de handel in emissierechten en derivaten daarvan in de Unie en in derde landen, de gevolgen van de in artikel 2, lid 1, onder j), vastgestelde vrijstelling op de beleggersbescherming en de integriteit en transparantie van de markten voor emissierechten en derivaten daarvan, en of er maatregelen moeten worden vastgesteld met betrekking tot de handel die plaatsvindt op handelsplatformen in derde landen.”.

Artikel 2

Wijzigingen van Richtlijn (EU) 2019/878

In artikel 2 wordt lid 1 vervangen door:

“1.   De lidstaten dienen uiterlijk op 28 december 2020 de nodige bepalingen vast te stellen en bekend te maken om te voldoen aan:

a)

de bepalingen van deze richtlijn voor zover deze betrekking hebben op kredietinstellingen;

b)

artikel 1, punten 1 en 9, van deze richtlijn wat betreft artikel 2, leden 5 en 6, en artikel 21 ter van Richtlijn 2013/36/EU, voor zover deze betrekking hebben op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen.

Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Zij passen die bepalingen toe met ingang van 29 december 2020. De bepalingen die nodig zijn om te voldoen aan de wijzigingen bedoeld in punt 21 en in punt 29, onder a), b) en c), van artikel 1 van deze richtlijn, die betrekking hebben op artikel 84 en artikel 98, leden 5 en 5 bis, van Richtlijn 2013/36/EU, zijn echter van toepassing met ingang van 28 juni 2021, en de bepalingen die nodig zijn om te voldoen aan de wijzigingen bedoeld in de punten 52 en 53 van artikel 1 van deze richtlijn, die betrekking hebben op artikel 141 ter, artikel 141 quater en artikel 142, lid 1, van Richtlijn 2013/36/EU, zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2022.

De lidstaten dienen uiterlijk op 26 juni 2021 de nodige bepalingen vast te stellen, bekend te maken en toe te passen om aan de bepalingen van deze richtlijn te voldoen, voor zover deze betrekking hebben op beleggingsondernemingen, met uitzondering van de in de eerste alinea, onder b), bedoelde bepalingen.

Wanneer de lidstaten die bepalingen vaststellen, wordt in de bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.”.

Artikel 3

Wijzigingen van Richtlijn 2013/36/EU

In artikel 94, lid 2, worden de derde, vierde en vijfde alinea vervangen door:

“Voor het identificeren van personeelsleden wier beroepswerkzaamheden het risicoprofiel van de instelling wezenlijk beïnvloeden als bedoeld in artikel 92, lid 3, behalve wat betreft personeelsleden in beleggingsondernemingen, ontwikkelt de EBA ontwerpen van technische reguleringsnormen waarin de criteria worden uiteengezet om het volgende te definiëren:

a)

leidinggevende verantwoordelijkheid en controlefuncties;

b)

essentiële bedrijfseenheid en aanzienlijke impact op het risicoprofiel van de betrokken bedrijfseenheid, en

c)

andere categorieën personeelsleden die niet uitdrukkelijk in artikel 92, lid 3, worden bedoeld, wier beroepswerkzaamheden het risicoprofiel van de instelling even wezenlijk beïnvloeden als die van de in dat lid bedoelde categorieën personeelsleden.

De EBA dient die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 28 december 2019 in bij de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om deze richtlijn aan te vullen door de in dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010. Wat betreft technische reguleringsnormen die van toepassing zijn op beleggingsondernemingen, blijft de bevoegdheid als bedoeld in artikel 94, lid 2, van deze richtlijn, zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2018/843 van het Europees Parlement en de Raad (*3), van toepassing tot 26 juni 2021.

Artikel 4

Omzetting

1.   De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 28 november 2021 aan deze richtlijn te voldoen en maken deze bekend. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onmiddellijk mee.

De lidstaten passen die bepalingen toe met ingang van 28 februari 2022.

2.   De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

3.   In afwijking van lid 1 zijn de wijzigingen van de Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/878 van toepassing met ingang van 28 december 2020.

Artikel 5

Evaluatie

Uiterlijk op 31 juli 2021, en op basis van de resultaten van een door de Commissie gehouden openbare raadpleging, evalueert de Commissie onder meer a) de werking van de structuur van de effectenmarkten, waarbij rekening wordt gehouden met de nieuwe economische realiteit na 2020, kwesties met betrekking tot gegevens en de kwaliteit van gegevens in verband met de marktstructuur, en de transparantieregels, met inbegrip van kwesties in verband met derde landen, b) de regels inzake onderzoek, c) de regels inzake alle vormen van betalingen aan adviseurs en hun beroepskwalificatieniveau, d) de productgovernance, e) de verliesrapportage en f) de categorie-indeling van cliënten. In voorkomend geval dient de Commissie een wetgevingsvoorstel in bij het Europees Parlement en bij de Raad.

Artikel 6

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 7

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 16 februari 2021.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

D.M. SASSOLI

Voor de Raad

De voorzitter

A.P. ZACARIAS


(1)  PB C 10 van 11.1.2021, blz. 30.

(2)  Standpunt van het Europees Parlement van 11 februari 2021 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 15 februari 2021.

(3)  Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349).

(4)  Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84).

(5)  PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

(6)  Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 84).

(7)  Richtlijn (EU) 2019/2034 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende het prudentiële toezicht op beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijnen 2002/87/EG, 2009/65/EG, 2011/61/EU, 2013/36/EU, 2014/59/EU en 2014/65/EU (PB L 314 van 5.12.2019, blz. 64).

(8)  Richtlijn (EU) 2019/878 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot wijziging van Richtlijn 2013/36/EU met betrekking tot vrijgestelde entiteiten, financiële holdings, gemengde financiële holdings, beloning, toezichtsmaatregelen en -bevoegdheden en kapitaalconserveringsmaatregelen (PB L 150 van 7.6.2019, blz. 253).

(9)  Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 338).

(10)  PB C 369 van 17.12.2011, blz. 14.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

26.2.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 68/29


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2021/339 VAN DE RAAD

van 25 februari 2021

tot uitvoering van artikel 8 bis van Verordening (EG) nr. 765/2006 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Belarus

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 765/2006 van de Raad van 18 mei 2006 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Belarus (1), en met name artikel 8 bis, leden 1 en 3,

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 18 mei 2006 heeft de Raad Verordening (EG) nr. 765/2006 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Belarus vastgesteld.

(2)

Op basis van een evaluatie van Besluit 2012/642/GBVB van de Raad (2), heeft de Raad besloten dat de daarin vervatte beperkende maatregelen moeten worden verlengd tot en met 28 februari 2022.

(3)

De motiveringen voor negen natuurlijke personen en drie rechtspersonen op de in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 765/2006 opgenomen lijst van natuurlijke personen en rechtspersonen, entiteiten en lichamen die aan beperkende maatregelen onderworpen zijn, moeten worden gewijzigd. De datum van plaatsing op de lijst moet voor alle natuurlijke personen in die bijlage worden toegevoegd.

(4)

Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 765/2006 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 765/2006 wordt vervangen door de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 25 februari 2021.

Voor de Raad

De voorzitter

A.P. ZACARIAS


(1)  PB L 134 van 20.5.2006, blz. 1.

(2)  Besluit 2012/642/GBVB van de Raad van 15 oktober 2012 betreffende beperkende maatregelen tegen Belarus (PB L 285 van 17.10.2012, blz. 1).


BIJLAGE

“BIJLAGE I

Lijst van in artikel 2, lid 1, bedoelde natuurlijke personen en rechtspersonen, entiteiten en lichamen

A.   In artikel 2, lid 1, bedoelde natuurlijke personen

 

Naam (Engelse transcriptie van Belarussische spelling)

(Engelse transcriptie van Russische spelling)

Naam

(Belarussische spelling)

(Russische spelling)

Informatie ter identificatie

Redenen voor plaatsing op de lijst

Datum van plaatsing op de lijst

1.

Uladzimir Uladzimiravich NAVUMAU

Vladimir Vladimirovich NAUMOV

Уладзiмiр Уладзiмiравiч НАВУМАЎ

Владимир Владимирович НАУМОВ

Functie(s): Voormalig viceminister van Binnenlandse Zaken; voormalig hoofd van de veiligheidsdienst van de president

Geboortedatum: 7.2.1956

Geboorteplaats: Smolensk, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Russische Federatie)

Geslacht: man

Heeft geen actie ondernomen om de onopgeloste verdwijningen van Yuri Zakharenko, Viktor Gonchar, Anatoly Krasovski en Dmitri Zavadski in Belarus in 1999-2000 te onderzoeken. Voormalig minister van Binnenlandse Zaken en ook voormalig hoofd van de veiligheidsdienst van de president. Tot zijn pensionering om gezondheidsredenen op 6 april 2009 was hij als minister van Binnenlandse Zaken verantwoordelijk voor de repressie tegen vreedzame demonstraties. Kreeg van het presidentieel kabinet staf een woning in Drozdy, de nomenklatoerawijk van Minsk. Ontving in oktober 2014 de orde “van verdienste” niveau III van president Lukashenka.

24.9.2004

2.

Dzmitry Valerievich PAULICHENKA

Dmitri Valerievich PAVLICHENKO (Dmitriy Valeriyevich PAVLICHENKO)

Дзмiтрый Валер'евiч ПАЎЛIЧЭНКА

Дмитрий Валериевич ПАВЛИЧЕНКО

Functie(s): Bevelhebber van de speciale snelle interventie-eenheid (SOBR)

Geboortedatum: 1966

Geboorteplaats: regio/oblast Vitebsk/Viciebsk, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Belarus)

Adres: “Eer”, de vereniging van oudgedienden van de speciale interventie-eenheid van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, 111 Mayakovskogo St., Minsk 220028, Belarus

Geslacht: man

Sleutelfiguur in de onopgeloste verdwijningen van Yuri Zakharenko, Viktor Gonchar, Anatoly Krasovski en Dmitri Zavadski in Belarus tussen 1999 en 2000. Voormalig bevelhebber van de speciale snelle interventie-eenheid (SOBR) van het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

Zakenman, hoofd van “Eer”, de vereniging van oudgedienden van de speciale interventie-eenheid van het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

24.9.2004

3.

Viktar Uladzimiravich SHEIMAN (Viktar Uladzimiravich SHEYMAN)

Viktor Vladimirovich SHEIMAN (Viktor Vladimirovich SHEYMAN)

Вiктар Уладзiмiравiч ШЭЙМАН

Виктор Владимирович ШЕЙМАН

Functies(s): Hoofd van het directoraat Vastgoedbeheer van de president van Belarus Voormalig minister van Binnenlandse Zaken

Geboortedatum: 26.5.1958

Geboorteplaats: Soltanishki, regio/oblast Grodno/Hrodna, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Belarus)

Adres: Directoraat Vastgoedbeheer van de president van Belarus, 38 K. Marx St., Minsk 220016, Belarus

Geslacht: man

Hoofd van het directoraat Vastgoedbeheer van de president van Belarus. Is verantwoordelijk voor de onopgeloste verdwijning van Yuri Zakharenko, Viktor Gonchar, Anatoly Krasovski en Dmitri Zavadski in Belarus in 1999-2000. Voormalig secretaris van de veiligheidsraad. Sheiman is nog steeds bijzonder assistent/adviseur van de president.

24.9.2004

4.

Iury Leanidavich SIVAKAU (Yuri Leanidavich SIVAKAU, SIVAKOU)

Iury (Yuri) Leonidovich SIVAKOV

Юрый Леанiдавiч СIВАКАЎ, СIВАКОЎ

Юрий Леонидович СИВАКОВ

Functie(s): Voormalig minister van Binnenlandse Zaken, voormalig adjunct-kabinetschef van de president

Geboortedatum: 5.8.1946

Geboorteplaats: Onor, regio/oblast Sakhalin, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Russische Federatie)

Adres: “Eer”, de vereniging van oudgedienden van de speciale interventie-eenheid van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, 111 Mayakovskogo St., Minsk 220028, Belarus

Geslacht: man

Is het brein achter de onopgeloste verdwijningen van Yuri Zakharenko, Viktor Gonchar, Anatoly Krasovski en Dmitri Zavadski in Belarus tussen 1999 en 2000. Voormalig minister van Toerisme en Sport, voormalig minister van Binnenlandse Zaken en voormalig adjunct-kabinetschef van de president.

24.9.2004

5.

Yuri Khadzimuratavich KARAEU

Yuri Khadzimuratovich KARAEV

Юрый Хаджымуратавiч КАРАЕЎ

Юрий Хаджимуратович КАРАЕВ

Functie(s): Voormalig minister van Binnenlandse Zaken, luitenant-generaal van de militia (politietroepen) Adviseur van de president van de Republiek Belarus - Inspecteur voor de regio/oblast Grodno /Hrodna

Geboortedatum: 21.6.1966

Geboorteplaats: Ordzhonikidze, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Vladikavkaz, Russische Federatie)

Geslacht: man

In zijn voormalige leidinggevende functie als minister van Binnenlandse Zaken verantwoordelijk voor de repressie- en intimidatiecampagne van troepen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, met name voor willekeurige arrestaties en de mishandeling, waaronder marteling, van vreedzame demonstranten en voor de intimidatie van en het gebruik van geweld tegen journalisten.

Blijft actief in het Lukashenka-regime als adviseur van de president van Belarus — inspecteur voor de regio/oblast Grodno /Hrodna

2.10.2020

6.

Genadz Arkadzievich KAZAKEVICH

Gennadi Arkadievich KAZAKEVICH

Генадзь Аркадзьевiч КАЗАКЕВIЧ

Геннадий Аркадьевич КАЗАКЕВИЧ

Functie(s): Voormalig eerste viceminister van Binnenlandse Zaken

Viceminister van Binnenlandse Zaken, hoofd van de misdaadbestrijdende militia, kolonel van de militia (politietroepen)

Geboortedatum: 14.2.1975

Geboorteplaats: Minsk, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Belarus)

Geslacht: man

In zijn voormalige leidinggevende functie als eerste viceminister van Binnenlandse Zaken verantwoordelijk voor de repressie- en intimidatiecampagne van troepen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, met name voor willekeurige arrestaties en de mishandeling, waaronder marteling, van vreedzame demonstranten en voor de intimidatie van en het gebruik van geweld tegen journalisten.

Blijft actief in het Lukashenka-regime als viceminister van Binnenlandse Zaken. Is nog steeds hoofd van de misdaadbestrijdende militia.

2.10.2020

7.

Aliaksandr Piatrovich BARSUKOU

Alexander (Alexandr) Petrovich BARSUKOV

Аляксандр Пятровiч БАРСУКОЎ

Александр Петрович БАРСУКОВ

Functie(s): Voormalig viceminister van Binnenlandse Zaken, luitenant-generaal van de militia (politietroepen)

Adviseur van de president van de Republiek Belarus - Inspecteur voor de regio/oblast Minsk

Geboortedatum: 29.4.1965

Geboorteplaats: Vetkovski-district (Vetka), voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Belarus)

Geslacht: man

In zijn voormalige leidinggevende functie als viceminister van Binnenlandse Zaken verantwoordelijk voor de repressie- en intimidatiecampagne van troepen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, met name voor willekeurige arrestaties en de mishandeling, waaronder marteling, van vreedzame demonstranten en voor de intimidatie van en het gebruik van geweld tegen journalisten.

Blijft actief in het Lukashenka-regime als adviseur van de president van Belarus — inspecteur voor de regio/oblast Minsk.

2.10.2020

8.

Siarhei Mikalaevich KHAMENKA

Sergei Nikolaevich KHOMENKO

Сяргей Мiкалаевiч ХАМЕНКА

Сергей Николаевич ХОМЕНКО

Functie(s): Viceminister van Binnenlandse Zaken, generaal-majoor van de militia (politietroepen)

Geboortedatum: 21.9.1966

Geboorteplaats: Yasinovataya, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Oekraïne)

Geslacht: man

In zijn leidinggevende functie als viceminister van het Ministerie van Binnenlandse Zaken verantwoordelijk voor de repressie- en intimidatiecampagne van troepen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, met name voor willekeurige arrestaties en de mishandeling, waaronder marteling, van vreedzame demonstranten en voor de intimidatie van en het gebruik van geweld tegen journalisten.

2.10.2020

9.

Yuri Genadzevich NAZARANKA

Yuri Gennadievich NAZARENKO

Юрый Генадзевiч НАЗАРАНКА

Юрий Геннадьевич НАЗАРЕНКО

Functie(s): Voormalig viceminister van Binnenlandse Zaken, voormalig bevelhebber van de binnenlandse troepen

Eerste viceminister van Binnenlandse Zaken, hoofd van de Politie Openbare Veiligheid, generaal-majoor van de militia (politietroepen)

Geboortedatum: 17.4.1976

Geboorteplaats: Slonim, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Belarus)

Geslacht: man

In zijn voormalige leidinggevende functie als viceminister van Binnenlandse Zaken en als bevelhebber van de binnenlandse troepen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken verantwoordelijk voor de repressie- en intimidatiecampagne van troepen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, met name binnenlandse troepen onder zijn bevel, in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, met name voor willekeurige arrestaties en de mishandeling, waaronder marteling, van vreedzame demonstranten en voor de intimidatie van en het gebruik van geweld tegen journalisten.

Blijft actief in het Lukashenka-regime als eerste viceminister van Binnenlandse Zaken en hoofd van de Politie Openbare Veiligheid.

2.10.2020

10.

Khazalbek Baktibekavich ATABEKAU

Khazalbek Bakhtibekovich ATABEKOV

Хазалбек Бактiбекавiч АТАБЕКАЎ

Хазалбек Бахтибекович АТАБЕКОВ

Functie(s): Onderbevelhebber van de binnenlandse troepen

Geboortedatum: 18.3.1967

Geslacht: man

In zijn functie als onderbevelhebber van de binnenlandse troepen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken verantwoordelijk voor de repressie- en intimidatiecampagne van troepen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, met name de binnenlandse troepen onder zijn bevel, in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, met name voor willekeurige arrestaties en de mishandeling, waaronder marteling, van vreedzame demonstranten en voor de intimidatie van en het gebruik van geweld tegen journalisten.

2.10.2020

11.

Aliaksandr Valerievich BYKAU

Alexander (Alexandr) Valerievich BYKOV

Аляксандр Валер'евiч БЫКАЎ

Александр Валерьевич БЫКОВ

Functie(s): Bevelhebber van de speciale snelle interventie-eenheid (SOBR), luitenant-kolonel

Geslacht: man

In zijn functie als de bevelhebber van de speciale snelle interventie-eenheid (SOBR) van het Ministerie van Binnenlandse Zaken verantwoordelijk voor de repressie- en intimidatiecampagne van SOBR-troepen in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, met name voor willekeurige arrestaties en de mishandeling, waaronder marteling, van vreedzame demonstranten.

2.10.2020

12.

Aliaksandr Sviataslavavich SHEPELEU

Alexander (Alexandr) Svyatoslavovich SHEPELEV

Аляксандр Святаслававiч ШЭПЕЛЕЎ

Александр Святославович ШЕПЕЛЕВ

Functie(s): Hoofd van het departement voor veiligheid en beveiliging, Ministerie van Binnenlandse Zaken

Geboortedatum: 14.10.1975

Geboorteplaats: het dorpje Rublevsk in het Kruglyanskiy-district, regio/oblast Mogilev/Mahiliou, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Belarus)

Geslacht: man

In zijn leidinggevende functie als hoofd van het departement voor veiligheid en beveiliging van het Ministerie van Binnenlandse Zaken betrokken bij de repressie- en intimidatiecampagne van troepen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, met name voor willekeurige arrestaties en de mishandeling, waaronder marteling, van vreedzame demonstranten en voor de intimidatie van en het gebruik van geweld tegen journalisten.

2.10.2020

13.

Dzmitry Uladzimiravich BALABA

Dmitry Vladimirovich BALABA

Дзмiтрый Уладзiмiравiч БАЛАБА

Дмитрий Владимирович БАЛАБА

Functie(s): Hoofd van de OMON (oproerpolitie, “Special Purpose Police Detachment”) voor het uitvoerend comité van de stad Minsk

Geboortedatum: 1.6.1972

Geboorteplaats: het dorpje Gorodilovo in de regio/oblast Minsk, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Belarus)

Geslacht: man

In zijn functie als bevelhebber over de OMON in Minsk verantwoordelijk voor de repressie- en intimidatiecampagne van OMON-leden in Minsk in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, met name voor willekeurige arrestaties en de mishandeling, waaronder marteling, van vreedzame demonstranten, en voor de intimidatie van en het gebruik van geweld tegen journalisten.

2.10.2020

14.

Ivan Uladzimiravich KUBRAKOU

Ivan Vladimirovich KUBRAKOV

Iван Уладзiмiравiч КУБРАКОЎ

Иван Владимирович КУБРАКОВ

Functie(s): Voormalig hoofd van het hoofddirectoraat binnenlandse zaken van het uitvoerend comité van de stad Minsk

Minister van Binnenlandse Zaken, generaal-majoor van de militia (politietroepen)

Geboortedatum: 5.5.1975

Geboorteplaats: het dorpje Malinovka in de regio/oblast Mogilev/Mahiliou, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Belarus)

Geslacht: man

In zijn voormalige functie als hoofd van het hoofddirectoraat binnenlandse zaken van het uitvoerend comité van de stad Minsk verantwoordelijk voor de repressie- en intimidatiecampagne van politietroepen in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, met name voor willekeurige arrestaties en de mishandeling van vreedzame demonstranten en voor de intimidatie van en het gebruik van geweld tegen journalisten.

Blijft actief in het Lukashenka-regime als minister van Binnenlandse Zaken.

2.10.2020

15.

Maxim Aliaksandravich GAMOLA (HAMOLA)

Maxim Alexandrovich GAMOLA

Максiм Аляксандравiч ГАМОЛА

Максим Александрович ГАМОЛА

Functie(s): Voormalig hoofd van het politiedepartement van het Moskovski-district, Minsk

Adjunct-hoofd van het politiedepartement van de stad Minsk, hoofd van de recherche

Geslacht: man

In zijn voormalige functie als hoofd van het politiedepartement van het Moskovski-district van Minsk verantwoordelijk voor de repressie- en intimidatiecampagne in dat district tegen vreedzame demonstranten in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, met name voor willekeurige arrestaties, het gebruik van buitensporig geweld en mishandeling, waaronder marteling.

Blijft actief in het Lukashenka-regime als adjunct-hoofd van het politiedepartement van de stad Minsk en als hoofd van de recherche.

2.10.2020

16.

Aliaksandr Mikhailavich ALIASHKEVICH

Alexander (Alexandr) Mikhailovich ALESHKEVICH

Аляксандр Мiхайлавiч АЛЯШКЕВIЧ

Александр Михайлович АЛЕШКЕВИЧ

Functie(s): Eerste adjunct-hoofd van het districtsdepartement binnenlandse zaken van het Moskovski-district van Minsk, hoofd van de recherche

Geslacht: man

In zijn functie als eerste adjunct-hoofd van het districtsdepartement binnenlandse zaken van het Moskovski-district van Minsk en hoofd van de recherche verantwoordelijk voor de repressie- en intimidatiecampagne in dat district tegen vreedzame demonstranten in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, met name voor willekeurige arrestaties, het gebruik van buitensporig geweld en mishandeling, waaronder marteling.

2.10.2020

17.

Andrei Vasilievich GALENKA

Andrey Vasilievich GALENKA

Андрэй Васiльевiч ГАЛЕНКА

Андрей Васильевич ГАЛЕНКА

Functie(s): Adjunct-hoofd van het districtsdepartement binnenlandse zaken van het Moskovski-district van Minsk, hoofd van de politiedienst openbare veiligheid

Geslacht: man

In zijn functie als adjunct-hoofd van het districtsdepartement binnenlandse zaken van het Moskovski-district van Minsk en hoofd van de politiedienst openbare veiligheid verantwoordelijk voor de repressie- en intimidatiecampagne in dat district tegen vreedzame demonstranten in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, met name voor willekeurige arrestaties, het gebruik van buitensporig geweld en mishandeling, waaronder marteling.

2.10.2020

18.

Aliaksandr Paulavich VASILIEU

Alexander (Alexandr) Pavlovich VASILIEV

Аляксандр Паўлавiч ВАСIЛЬЕЎ

Александр Павлович ВАСИЛЬЕВ

Functie(s): Hoofd van het departement binnenlandse zaken van het uitvoerend comité van de regio/oblast Gomel/Homyel

Geboortedatum: 24.3.1975

Geboorteplaats: Mogilev/Mahilou, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Belarus)

Geslacht: man

In zijn functie als hoofd van het departement binnenlandse zaken van hetuitvoerend comité van de regio/oblast Gomel/Homyel verantwoordelijk voor de repressie- en intimidatiecampagne in die regio/oblast tegen vreedzame demonstranten in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, met name voor willekeurige arrestaties, het gebruik van buitensporig geweld en mishandeling, waaronder marteling.

2.10.2020

19.

Aleh Mikalaevich SHULIAKOUSKI

Oleg Nikolaevich SHULIAKOVSKI

Алег Мiкалаевiч ШУЛЯКОЎСКI

Олег Николаевич ШУЛЯКОВСКИЙ

Functie(s): Eerste adjunct-hoofd van het departement binnenlandse zaken van het uitvoerend comité van de regio/oblast Gomel/Homyel, hoofd van de recherche

Geboortedatum: 26.7.1977

Geslacht: man

In zijn functie als eerste adjunct-hoofd van het departement binnenlandse zaken vanhet uitvoerend comité van de regio/oblast Gomel/Homyel en hoofd van de recherche verantwoordelijk voor de repressie- en intimidatiecampagne in die regio/oblast tegen vreedzame demonstranten in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, met name voor willekeurige arrestaties, het gebruik van buitensporig geweld en mishandeling, waaronder marteling.

2.10.2020

20.

Anatol Anatolievich VASILIEU

Anatoli Anatolievich VASILIEV

Анатоль Анатольевiч ВАСIЛЬЕЎ

Анатолий Анатольевич ВАСИЛЬЕВ

Functie(s): Adjunct-hoofd van het departement binnenlandse zaken van het uitvoerend comité van de regio/oblast Gomel/Homyel, hoofd van de politiedienst openbare veiligheid

Geboortedatum: 26.1.1972

Geboorteplaats: Gomel/Homyel in de regio/oblast Gomel/Homyel, voormalige Sovjet-Únie (tegenwoordig Belarus)

Geslacht: man

In zijn functie als adjunct-hoofd van het departement binnenlandse zaken van hetuitvoerend comité van de regio/oblast Gomel/Homyel en hoofd van de politiedienst openbare veiligheid, verantwoordelijk voor de repressie- en intimidatiecampagne in die regio/oblast tegen vreedzame demonstranten in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, met name voor willekeurige arrestaties, buitensporig geweld en mishandeling, waaronder marteling.

2.10.2020

21.

Aliaksandr Viachaslavavich ASTREIKA

Alexander (Alexandr) Viacheslavovich ASTREIKO

Аляксандр Вячаслававiч АСТРЭЙКА

Александр Вячеславович АСТРЕЙКО

Functie(s): Hoofd van het departement binnenlandse zaken van het uitvoerend comité van de regio/oblast Brest, generaal-majoor van de militia (politietroepen)

Geboortedatum: 22.12.1971

Geboorteplaats: Kapyl, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Belarus)

Geslacht: man

In zijn functie als hoofd van het departement binnenlandse zaken van het uitvoerend comité van de regio/oblast Brest en generaal-majoor van de politie verantwoordelijk voor de repressie- en intimidatiecampagne in die regio/oblast tegen vreedzame demonstranten in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, met name voor willekeurige arrestaties, buitensporig geweld en mishandeling, waaronder marteling.

2.10.2020

22.

Leanid ZHURAUSKI

Leonid ZHURAVSKI

Леанiд ЖУРАЎСКI

Леонид ЖУРАВСКИЙ

Functie(s): Hoofd van de OMON (oproerpolitie, “Special Purpose Police Detachment”) in Vitebsk/Viciebsk

Geboortedatum: 20.9.1975

Geslacht: man

In zijn functie als bevelhebber van de OMON in Vitebsk/Viciebsk verantwoordelijk voor de repressie- en intimidatiecampagne door OMON-leden in Vitebsk/Viciebsk in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, met name voor de willekeurige arrestatie en de mishandeling van vreedzame demonstranten.

2.10.2020

23.

Mikhail DAMARNACKI

Mikhail DOMARNATSKY

Мiхаiл ДАМАРНАЦКI

Михаил ДОМАРНАЦКИЙ

Functie(s): Hoofd van de OMON (oproerpolitie, “Special Purpose Police Detachment”) in Gomel/Homyel

Geslacht: man

In zijn functie als bevelhebber van de OMON inGomel/Homyel verantwoordelijk voor de repressie- en intimidatiecampagne door OMON-leden in Gomel/Homyel in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, met name voor de willekeurige arrestatie en de mishandeling van vreedzame demonstranten.

2.10.2020

24.

Maxim MIKHOVICH

Maxim MIKHOVICH

Максiм МIХОВIЧ

Максим МИХОВИЧ

Functie(s): Hoofd van de OMON (oproerpolitie, “Special Purpose Police Detachment”) in Brest, luitenant-kolonel

Geslacht: man

In zijn functie als bevelhebber van de OMON in Brest verantwoordelijk voor de repressie- en intimidatiecampagne door OMON-leden in Brest in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, met name voor de willekeurige arrestatie en de mishandeling van vreedzame demonstranten.

2.10.2020

25.

Aleh Uladzimiravich MATKIN

Oleg Vladimirovitch MATKIN

Алег Уладзiмiравiч МАТКIН

Олег Владимирович МАТКИН

Functie(s): Hoofd van het departement voor strafuitvoering (“Penal Correction Department”) van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, generaal-majoor van de militia (politietroepen)

Geslacht: man

In zijn functie als hoofd van het departement voor strafuitvoering, dat bevoegd is voor de detentiecentra van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, verantwoordelijk voor de onmenselijke en onterende behandeling, waaronder marteling, van in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020 in die detentiecentra vastgehouden burgers, en voor het algemene, brute politiegeweld tegen vreedzame demonstranten.

2.10.2020

26.

Ivan Yurievich SAKALOUSKI

Ivan Yurievich SOKOLOVSKI

Iван Юр'евiч САКАЛОЎСКI

Иван Юрьевич СОКОЛОВСКИЙ

Functie(s): Directeur van het Akrestina-detentiecentrum in Minsk

Geslacht: man

In zijn functie als directeur van het Akrestina-detentiecentrum in Minsk verantwoordelijk voor de onmenselijke en onterende behandeling, waaronder marteling, van in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020 in Akrestina vastgehouden burgers.

2.10.2020

27.

Valeri Paulavich VAKULCHYK

Valery Pavlovich VAKULCHIK

Валерый Паўлавiч

ВАКУЛЬЧЫК

Валерий Павлович ВАКУЛЬЧИК

Functie(s): Voormalig voorzitter van het Comité voor Staatsveiligheid (“State Security Committee” of “KGB”).

Voormalig staatssecretaris van de veiligheidsraad

Adviseur van de president van de Republiek Belarus — Inspecteur voor de regio/oblast Brest

Geboortedatum: 19.6.1964

Geboorteplaats: Radostovo, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Belarus)

Geslacht: man

In zijn voormalige leidinggevende functie als voorzitter van het Comité voor Staatsveiligheid (KGB) verantwoordelijk voor de deelname van de KGB aan de repressie- en intimidatiecampagne in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, met name voor de willekeurige arrestatie en de mishandeling, waaronder marteling, van vreedzame demonstranten en leden van de oppositie.

Blijft actief in het Lukashenka-regime als adviseur van de president van Belarus — inspecteur voor de regio/oblast Brest.

2.10.2020

28.

Siarhei Yaugenavich TSERABAU

Sergey Evgenievich TEREBOV

Сяргей Яўгенавiч ЦЕРАБАЎ

Сергей Евгеньевич ТЕРЕБОВ

Functie(s): Eerste adjunct-voorzitter van het Comité voor Staatsveiligheid (“State Security Committee” of “KGB”)

Geboortedatum: 1972

Geboorteplaats: Borisov/Barisaw, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Belarus)

Geslacht: man

In zijn leidinggevende functie als eerste adjunct-voorzitter van het Comité voor Staatsveiligheid (KGB) verantwoordelijk voor de deelname van de KGB aan de repressie- en intimidatiecampagne in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, met name voor de willekeurige arrestatie en de mishandeling, waaronder marteling, van vreedzame demonstranten en leden van de oppositie.

2.10.2020

29.

Dzmitry Vasilievich RAVUTSKI

Dmitry Vasilievich REUTSKY

Дзмiтрый Васiльевiч РАВУЦКI

Дмитрий Васильевич РЕУЦКИЙ

Functie(s): Adjunct-voorzitter van het Comité voor Staatsveiligheid (“State Security Committee” of “KGB”)

Geslacht: man

In zijn leidinggevende functie als adjunct-voorzitter van het Comité voor Staatsveiligheid (KGB) verantwoordelijk voor de deelname van de KGB aan de repressie- en intimidatiecampagne in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, met name voor de willekeurige arrestatie en de mishandeling, waaronder marteling, van vreedzame demonstranten en leden van de oppositie.

2.10.2020

30.

Uladzimir Viktaravich KALACH

Vladimir Viktorovich KALACH

Уладзiмiр Вiктаравiч КАЛАЧ

Владимир Викторович КАЛАЧ

Functie(s): Adjunct-voorzitter van het Comité voor Staatsveiligheid (“State Security Committee” of “KGB”)

Geslacht: man

In zijn leidinggevende functie als adjunct-voorzitter van het Comité voor Staatsveiligheid (KGB) verantwoordelijk voor de deelname van de KGB aan de repressie- en intimidatiecampagne in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, met name voor de willekeurige arrestatie en de mishandeling, waaronder marteling, van vreedzame demonstranten en leden van de oppositie.

2.10.2020

31.

Alieg Anatolevich CHARNYSHOU

Oleg Anatolievich CHERNYSHEV

Алег Анатольевiч ЧАРНЫШОЎ

Олег Анатольевич ЧЕРНЫШЁВ

Functie(s): Adjunct-voorzitter van het Comité voor Staatsveiligheid (“State Security Committee” of “KGB”)

Geslacht: man

In zijn leidinggevende functie als adjunct-voorzitter van het Comité voor Staatsveiligheid (KGB) verantwoordelijk voor de deelname van de KGB aan de repressie- en intimidatiecampagne in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, met name voor de willekeurige arrestatie en de mishandeling, waaronder marteling, van vreedzame demonstranten en leden van de oppositie.

2.10.2020

32.

Aliaksandr Uladzimiravich KANYUK

Alexander (Alexandr) Vladimirovich KONYUK

Аляксандр Уладзiмiравiч КАНЮК

Александр Владимирович КОНЮК

Functie(s): Voormalige procureur-generaal van de Republiek Belarus;

Ambassadeur van de Republiek Belarus in Armenië

Geboortedatum: 11.7.1960

Geboorteplaats: Grodno/Hrodna, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Belarus)

Geslacht: man

In zijn voormalige functie als procureur-generaal was hij verantwoordelijk voor het wijdverbreide gebruik van strafrechtelijke procedures om oppositiekandidaten uit te sluiten in de aanloop naar de presidentsverkiezingen van 2020 en om personen ervan te weerhouden deel te nemen aan de coördinatieraad die door de oppositie werd opgericht om de uitslag van die verkiezingen te betwisten.

Blijft actief in het Lukashenka-regime als ambassadeur van Belarus in Armenië.

2.10.2020

33.

Lidzia Mihailauna YARMOSHINA

Lidia Mikhailovna YERMOSHINA

Лiдзiя Мiхайлаўна ЯРМОШЫНА

Лидия Михайловна ЕРМОШИНА

Functie(s): Voorzitster van de centrale kiescommissie

Geboortedatum: 29.1.1953

Geboorteplaats: Slutsk, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Belarus)

Geslacht: vrouw

Als voorzitster van de centrale kiescommissie verantwoordelijk voor het wanbeheer van het verkiezingsproces voor de presidentsverkiezingen van 2020, de schending van fundamentele internationale normen voor eerlijke en transparante verkiezingen, en de vervalsing van verkiezingsuitslagen.

De centrale kiescommissie en haar leidinggevenden hebben met name bepaalde oppositiekandidaten om bedrieglijke redenen afgewezen en onevenredige beperkingen opgelegd aan waarnemers in stembureaus. Daarnaast heeft de centrale kiescommissie ervoor gezorgd dat de kiescommissies onder haar toezicht op een vooringenomen wijze zijn samengesteld.

2.10.2020

34.

Vadzim Dzmitryevich IPATAU

Vadim Dmitrievich IPATOV

Вадзiм Дзмiтрыевiч IПАТАЎ

Вадим Дмитриевич ИПАТОВ

Functie(s): Adjunct-voorzitter van de centrale kiescommissie

Geboortedatum: 30.10.1964

Geboorteplaats: Kolomyia in de regio/oblast Ivano-Frankivsk, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Oekraïne)

Geslacht: man

Als adjunct-voorzitter van de centrale kiescommissie verantwoordelijk voor het wanbeheer van het verkiezingsproces voor de presidentsverkiezingen van 2020, de schending van fundamentele internationale normen voor eerlijke en transparante verkiezingen, en de vervalsing van verkiezingsuitslagen.

De centrale kiescommissie en haar leidinggevenden hebben met name bepaalde oppositiekandidaten om bedrieglijke redenen afgewezen en onevenredige beperkingen opgelegd aan waarnemers in stembureaus. Daarnaast heeft de centrale kiescommissie ervoor gezorgd dat de kiescommissies onder haar toezicht op een vooringenomen wijze zijn samengesteld.

2.10.2020

35.

Alena Mikalaeuna DMUHAILA

Elena Nikolaevna DMUHAILO

Алена Мiкалаеўна ДМУХАЙЛА

Елена Николаевна ДМУХАЙЛО

Functie(s): Secretaris van de centrale kiescommissie

Geboortedatum: 1.7.1971

Geslacht: vrouw

Als secretaris van de centrale kiescommissie verantwoordelijk voor het wanbeheer van het verkiezingsproces voor de presidentsverkiezingen van 2020, de schending van fundamentele internationale normen voor eerlijke en transparante verkiezingen, en de vervalsing van verkiezingsuitslagen.

De centrale kiescommissie en haar leidinggevenden hebben met name bepaalde oppositiekandidaten om bedrieglijke redenen afgewezen en onevenredige beperkingen opgelegd aan waarnemers in stembureaus. Daarnaast heeft de centrale kiescommissie ervoor gezorgd dat de kiescommissies onder haar toezicht op een vooringenomen wijze zijn samengesteld.

2.10.2020

36.

Andrei Anatolievich GURZHY

Andrey Anatolievich GURZHIY

Андрэй Анатольевiч ГУРЖЫ

Андрей Анатольевич ГУРЖИЙ

Functie(s): Lid van de centrale kiescommissie

Geboortedatum: 10.10.1975

Geslacht: man

Als lid van het college van de centrale kiescommissie verantwoordelijk voor het wanbeheer van het verkiezingsproces voor de presidentsverkiezingen van 2020, de schending van fundamentele internationale normen voor eerlijke en transparante verkiezingen, en de vervalsing van verkiezingsuitslagen.

De centrale kiescommissie en haar college hebben met name bepaalde oppositiekandidaten om bedrieglijke redenen afgewezen en onevenredige beperkingen opgelegd aan waarnemers in stembureaus. Daarnaast heeft de centrale kiescommissie ervoor gezorgd dat de kiescommissies onder haar toezicht op een vooringenomen wijze zijn samengesteld.

2.10.2020

37.

Volga Leanidauna DARASHENKA

Olga Leonidovna DOROSHENKO

Вольга Леанiдаўна ДАРАШЭНКА

Ольга Леонидовна ДОРОШЕНКО

Functie(s): Lid van de centrale kiescommissie

Geboortedatum: 1976

Geslacht: vrouw

Als lid van het college van de centrale kiescommissie verantwoordelijk voor het wanbeheer van het verkiezingsproces voor de presidentsverkiezingen van 2020, de schending van fundamentele internationale normen voor eerlijke en transparante verkiezingen, en de vervalsing van verkiezingsuitslagen.

De centrale kiescommissie en haar college hebben met name bepaalde oppositiekandidaten om bedrieglijke redenen afgewezen en onevenredige beperkingen opgelegd aan waarnemers in stembureaus. Daarnaast heeft de centrale kiescommissie ervoor gezorgd dat de kiescommissies onder haar toezicht op een vooringenomen wijze zijn samengesteld.

2.10.2020

38.

Siarhei Aliakseevich KALINOUSKI

Sergey Alexeyevich KALINOVSKIY

Сяргей Аляксеевiч КАЛIНОЎСКI

Сергей Алексеевич КАЛИНОВСКИЙ

Functie(s): Lid van de centrale kiescommissie

Geboortedatum: 3.1.1969

Geslacht: man

Als lid van het college van de centrale kiescommissie verantwoordelijk voor het wanbeheer van het verkiezingsproces voor de presidentsverkiezingen van 2020, de schending van fundamentele internationale normen voor eerlijke en transparante verkiezingen, en de vervalsing van verkiezingsuitslagen.

De centrale kiescommissie en haar college hebben met name bepaalde oppositiekandidaten om bedrieglijke redenen afgewezen en onevenredige beperkingen opgelegd aan waarnemers in stembureaus. Daarnaast heeft de centrale kiescommissie ervoor gezorgd dat de kiescommissies onder haar toezicht op een vooringenomen wijze zijn samengesteld.

2.10.2020

39.

Sviatlana Piatrouna KATSUBA

Svetlana Petrovna KATSUBO

Святлана Пятроўна КАЦУБА

Светлана Петровна КАЦУБО

Functie(s): Lid van de centrale kiescommissie

Geboortedatum: 6.8.1959

Geboorteplaats: Podilsk in de regio/oblast Odessa, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Oekraïne)

Geslacht: vrouw

Als lid van het college van de centrale kiescommissie verantwoordelijk voor het wanbeheer van het verkiezingsproces voor de presidentsverkiezingen van 2020, de schending van fundamentele internationale normen voor eerlijke en transparante verkiezingen, en de vervalsing van verkiezingsuitslagen.

De centrale kiescommissie en haar college hebben met name bepaalde oppositiekandidaten om bedrieglijke redenen afgewezen en onevenredige beperkingen opgelegd aan waarnemers in stembureaus. Daarnaast heeft de centrale kiescommissie ervoor gezorgd dat de kiescommissies onder haar toezicht op een vooringenomen wijze zijn samengesteld.

2.10.2020

40.

Aliaksandr Mikhailavich LASYAKIN

Alexander (Alexandr) Mikhailovich LOSYAKIN

Аляксандр Мiхайлавiч ЛАСЯКIН

Александр Михайлович ЛОСЯКИН

Functie(s): Lid van de centrale kiescommissie

Geboortedatum: 21.7.1957

Geslacht: man

Als lid van het college van de centrale kiescommissie verantwoordelijk voor het wanbeheer van het verkiezingsproces voor de presidentsverkiezingen van 2020, de schending van fundamentele internationale normen voor eerlijke en transparante verkiezingen, en de vervalsing van verkiezingsuitslagen.

De centrale kiescommissie en haar college hebben met name bepaalde oppositiekandidaten om bedrieglijke redenen afgewezen en onevenredige beperkingen opgelegd aan waarnemers in stembureaus. Daarnaast heeft de centrale kiescommissie ervoor gezorgd dat de kiescommissies onder haar toezicht op een vooringenomen wijze zijn samengesteld.

2.10.2020

41.

Igar Anatolievich PLYSHEUSKI

Ihor Anatolievich PLYSHEVSKIY

Iгар Анатольевiч ПЛЫШЭЎСКI

Игорь Анатольевич ПЛЫШЕВСКИЙ

Functie(s): Lid van de centrale kiescommissie

Geboortedatum: 19.2.1979

Geboorteplaats: Lyuban, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Belarus)

Geslacht: man

Als lid van het college van de centrale kiescommissie verantwoordelijk voor het wanbeheer van het verkiezingsproces voor de presidentsverkiezingen van 2020, de schending van fundamentele internationale normen voor eerlijke en transparante verkiezingen, en de vervalsing van verkiezingsuitslagen.

De centrale kiescommissie en haar college hebben met name bepaalde oppositiekandidaten om bedrieglijke redenen afgewezen en onevenredige beperkingen opgelegd aan waarnemers in stembureaus. Daarnaast heeft de centrale kiescommissie ervoor gezorgd dat de kiescommissies onder haar toezicht op een vooringenomen wijze zijn samengesteld.

2.10.2020

42.

Marina Yureuna RAKHMANAVA

Marina Yurievna RAKHMANOVA

Марына Юр'еўна РАХМАНАВА

Марина Юрьевна РАХМАНОВА

Functie(s): Lid van de centrale kiescommissie

Geboortedatum: 26.9.1970

Geslacht: vrouw

Als lid van het college van de centrale kiescommissie verantwoordelijk voor het wanbeheer van het verkiezingsproces voor de presidentsverkiezingen van 2020, de schending van fundamentele internationale normen voor eerlijke en transparante verkiezingen, en de vervalsing van verkiezingsuitslagen.

De centrale kiescommissie en haar college hebben met name bepaalde oppositiekandidaten om bedrieglijke redenen afgewezen en onevenredige beperkingen opgelegd aan waarnemers in stembureaus. Daarnaast heeft de centrale kiescommissie ervoor gezorgd dat de kiescommissies onder haar toezicht op een vooringenomen wijze zijn samengesteld.

2.10.2020

43.

Aleh Leanidavich SLIZHEUSKI

Oleg Leonidovich SLIZHEVSKI

Алег Леанiдавiч СЛIЖЭЎСКI

Олег Леонидович СЛИЖЕВСКИЙ

Functie(s): Lid van de centrale kiescommissie

Geboortedatum: 16.8.1972

Geboorteplaats: Grodno/Hrodna, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Belarus)

Geslacht: man

Als lid van het college van de centrale kiescommissie verantwoordelijk voor het wanbeheer van het verkiezingsproces voor de presidentsverkiezingen van 2020, de schending van fundamentele internationale normen voor eerlijke en transparante verkiezingen, en de vervalsing van verkiezingsuitslagen.

De centrale kiescommissie en haar college hebben met name bepaalde oppositiekandidaten om bedrieglijke redenen afgewezen en onevenredige beperkingen opgelegd aan waarnemers in stembureaus. Daarnaast heeft de centrale kiescommissie ervoor gezorgd dat de kiescommissies onder haar toezicht op een vooringenomen wijze zijn samengesteld.

2.10.2020

44.

Irina Aliaksandrauna TSELIKAVETS

Irina Alexandrovna TSELIKOVEC

Iрына Аляксандраўна ЦЭЛIКАВЕЦ

Ирина Александровна ЦЕЛИКОВЕЦ

Functie(s): Lid van de centrale kiescommissie

Geboortedatum: 2.11.1976

Geboorteplaats: Zhlobin. voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Belarus)

Geslacht: vrouw

Als lid van het college van de centrale kiescommissie verantwoordelijk voor het wanbeheer van het verkiezingsproces voor de presidentsverkiezingen van 2020, de schending van fundamentele internationale normen voor eerlijke en transparante verkiezingen, en de vervalsing van verkiezingsuitslagen.

De centrale kiescommissie en haar college hebben met name bepaalde oppositiekandidaten om bedrieglijke redenen afgewezen en onevenredige beperkingen opgelegd aan waarnemers in stembureaus. Daarnaast heeft de centrale kiescommissie ervoor gezorgd dat de kiescommissies onder haar toezicht op een vooringenomen wijze zijn samengesteld.

2.10.2020

45.

Aliaksandr Ryhoravich LUKASHENKA

Alexander (Alexandr) Grigorievich LUKASHENKO

Аляксандр Рыгоравiч ЛУКАШЭНКА

Александр Григорьевич ЛУКАШЕНКО

Functie(s): President van de Republiek Belarus

Geboortedatum: 30.8.1954

Geboorteplaats: het dorp Kopys in de regio/oblast Vitebsk/Viciebsk, voormalige Sovjet-Unie, (tegenwoordig Belarus)

Geslacht: man

Als president van Belarus met gezag over staatsorganen verantwoordelijk voor de gewelddadige repressie die het staatsapparaat uitoefende vóór en na de presidentsverkiezingen van 2020, met name voor de uitsluiting van belangrijke oppositiekandidaten, willekeurige arrestaties en de mishandeling van vreedzame demonstranten, en voor intimidatie van en het gebruik van geweld tegen journalisten.

6.11.2020

46.

Viktar Aliaksandravich LUKASHENKA

Viktor Alexandrovich LUKASHENKO

Вiктар Аляксандравiч ЛУКАШЭНКА

Виктор Александрович ЛУКАШЕНКО

Functie(s): Nationale veiligheidsadviseur van de president, lid van de veiligheidsraad

Geboortedatum: 28.11.1975

Geboorteplaats: Mogilev/Mahiliou, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Belarus)

Geslacht: man

In zijn functie van nationale veiligheidsadviseur van de president en als lid van de veiligheidsraad, alsmede in zijn informele functie als overste van de veiligheidsdiensten, verantwoordelijk voor de door het staatsapparaat geleide repressie- en intimidatiecampagne in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, met name voor willekeurige arrestaties en de mishandeling, waaronder marteling, van vreedzame demonstranten en voor de intimidatie van en het gebruik van geweld tegen journalisten.

6.11.2020

47.

Ihar Piatrovich SERGYAENKA

Igor Petrovich SERGEENKO

Iгар Пятровiч СЕРГЯЕНКА

Игорь Петрович СЕРГЕЕНКО

Functie(s): Personeelschef van het presidentieel kabinet

Geboortedatum: 14.1.1963

Geboorteplaats: het dorp Stolitsa in de regio/oblast Vitebsk/Viciebsk, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Belarus)

Geslacht: man

In zijn functie van personeelschef van het presidentieel kabinet heeft hij nauwe banden met de president en is hij verantwoordelijk voor de uitoefening van de presidentiële bevoegdheden op het gebied van binnenlands en buitenlands beleid. Op die manier ondersteunt hij het Lukashenka-regime, onder meer bij de door het staatsapparaat geleide repressie- en intimidatiecampagne in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020.

6.11.2020

48.

Ivan Stanislavavich TERTEL

Ivan Stanislavovich TERTEL

Iван Станiслававiч ТЭРТЭЛЬ

Иван Станиславович ТЕРТЕЛЬ

Functie(s): Voorzitter van het Comité voor Staatsveiligheid KGB), voormalig voorzitter van het Comité staatscontrole

Geboortedatum: 8.9.1966

Geboorteplaats: het dorp Privalki/Privalka in Grodno/Hrodna/ regio/oblast, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Belarus)

Geslacht: man

In zijn leidinggevende functie als voorzitter van het Comité voor Staatsveiligheid (KGB) en in zijn voormalige functie als voorzitter van het Comité staatscontrole verantwoordelijk voor de door het staatsapparaat geleide repressie- en intimidatiecampagne in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, met name voor willekeurige arrestaties en de mishandeling, waaronder marteling, van vreedzame demonstranten en voor de intimidatie van en het gebruik van geweld tegen journalisten.

6.11.2020

49.

Raman Ivanavich MELNIK

Roman Ivanovich MELNIK

Раман Iванавiч МЕЛЬНIК

Роман Иванович МЕЛЬНИК

Functie(s): Hoofd van het hoofddirectoraat rechtshandhaving, bescherming van de openbare orde en preventie bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken

Geboortedatum: 29.5.1964

Geslacht: man

In zijn leidinggevende functie als hoofd van het hoofddirectoraat rechtshandhaving, bescherming van de openbare orde en preventie bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken verantwoordelijk voor de door het staatsapparaat geleide repressie- en intimidatiecampagne in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, met name voor willekeurige arrestaties en de mishandeling, waaronder marteling, van vreedzame demonstranten en voor de intimidatie van en het gebruik van geweld tegen journalisten.

6.11.2020

50.

Ivan Danilavich NASKEVICH

Ivan Danilovich NOSKEVICH

Iван Данiлавiч НАСКЕВIЧ

Иван Данилович НОСКЕВИЧ

Functie(s): Voorzitter van het Onderzoekscomité

Geboortedatum: 25.3.1970

Geboorteplaats: het dorp Cierabličy in de regio/oblast Brest, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Belarus)

Geslacht: man

In zijn leidinggevende functie als voorzitter van het Onderzoekscomité verantwoordelijk voor de door het comité geleide repressie- en intimidatiecampagne in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, meer bepaald met onderzoeken tegen de coördinatieraad en tegen vreedzame demonstranten.

6.11.2020

51.

Aliaksey Aliaksandravich VOLKAU

Alexei Alexandrovich VOLKOV

Аляксей Аляксандравiч ВОЛКАЎ

Алексей Александрович ВОЛКОВ

Functie(s): Voormalige eerste ondervoorzitter van het Onderzoekscomité, tegenwoordig voorzitter van het Staatscomité voor forensische expertise

Geboortedatum: 7.9.1973

Geboorteplaats: Minsk, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Belarus)

Geslacht: man

In zijn voormalige leidinggevende functie als eerste ondervoorzitter van het Onderzoekscomité verantwoordelijk voor de door het comité geleide repressie- en intimidatiecampagne in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, meer bepaald met onderzoeken tegen de coördinatieraad en tegen vreedzame demonstranten.

6.11.2020

52.

Siarhei Yakaulevich AZEMSHA

Sergei Yakovlevich AZEMSHA

Сяргей Якаўлевiч АЗЕМША

Сергей Яковлевич АЗЕМША

Functie(s): Ondervoorzitter van het Onderzoekscomité

Geboortedatum: 17.7.1974

Geboorteplaats: Rechitsa, Gomel/Homyel regio/oblast, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Belarus)

Geslacht: man

In zijn leidinggevende functie als ondervoorzitter van het Onderzoekscomité verantwoordelijk voor de door het comité geleide repressie- en intimidatiecampagne in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, meer bepaald met onderzoeken tegen de coördinatieraad en tegen vreedzame demonstranten.

6.11.2020

53.

Andrei Fiodaravich SMAL

Andrei Fyodorovich SMAL

Андрэй Фёдаравiч СМАЛЬ

Андрей Федорович СМАЛЬ

Functie(s): Ondervoorzitter van het Onderzoekscomité

Geboortedatum: 1.8.1973

Geboorteplaats: Brest, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Belarus)

Geslacht: man

In zijn leidinggevende functie als ondervoorzitter van het Onderzoekscomité verantwoordelijk voor de door het comité geleide repressie- en intimidatiecampagne in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, meer bepaald met onderzoeken tegen de coördinatieraad en tegen vreedzame demonstranten.

6.11.2020

54.

Andrei Yurevich PAULIUCHENKA

Andrei Yurevich PAVLYUCHENKO

Андрэй Юр'евiч ПАЎЛЮЧЕНКА

Андрей Юрьевич ПАВЛЮЧЕНКО

Functie(s): Hoofd van het Operationeel-Analytisch Centrum

Geboortedatum: 1.8.1971

Geslacht: man

In zijn leidinggevende functie als hoofd van het Operationeel-Analytisch Centrum heeft hij nauwe banden met de president en is hij verantwoordelijk voor de repressie van het maatschappelijk middenveld, meer bepaald voor het verstoren van de verbinding met telecommunicatienetwerken als repressiemiddel tegen het maatschappelijk middenveld, vreedzame demonstranten en journalisten.

6.11.2020

55.

Ihar Ivanavich BUZOUSKI

Igor Ivanovich BUZOVSKI

Iгар Iванавiч БУЗОЎСКI

Игорь Иванович БУЗОВСКИЙ

Functie(s): Viceminister van Informatie

Geboortedatum: 10.7.1972

Geboorteplaats: het dorp Koshelevo in de regio/oblast Hrodna/Grodno, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Belarus)

Geslacht: man

In zijn leidinggevende functie als viceminister van Informatie verantwoordelijk voor de repressie van het maatschappelijk middenveld, meer bepaald door de beslissing van het Ministerie van Informatie om de toegang tot onafhankelijke websites te blokkeren en de internettoegang te beperken in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, als repressiemiddel tegen het maatschappelijk middenveld, vreedzame demonstranten en journalisten.

6.11.2020

56.

Natallia Mikalaeuna EISMANT

Natalia Nikolayevna EISMONT

Наталля Мiкалаеўна ЭЙСМАНТ

Наталья Николаевна ЭЙСМОНТ

Functie(s): Perssecretaris van de president van Belarus

Geboortedatum: 16.2.1984

Geboorteplaats: Minsk, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Belarus)

Meisjesnaam: Kirsanova (Russische spelling: Кирсанова) of Selyun (Russische spelling: Селюн)

Geslacht: vrouw

In haar functie als perssecretaris van de president van Belarus heeft zij nauwe banden met de president en is zij verantwoordelijk voor de coördinatie van de media-activiteiten van de president, waaronder het opstellen van verklaringen en het organiseren van publieke optredens. Hierdoor ondersteunt zij het Lukashenka-regime, onder meer bij de door het staatsapparaat geleide repressie- en intimidatiecampagne in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020. Met name droeg ze in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020 in aanzienlijke mate bij tot het ondermijnen van de democratie en de rechtsstaat in Belarus met haar openbare verklaringen waarin ze de president in verdediging neemt en kritiek levert op de oppositieactivisten en de vreedzame demonstranten.

6.11.2020

57.

Siarhei Yaugenavich ZUBKOU

Sergei Yevgenevich ZUBKOV

Сяргей Яўгенавiч ЗУБКОЎ

Сергей Евгеньевич ЗУБКОВ

Functie(s): Commandant van de Alfa-eenheid

Geboortedatum: 21.8.1975

Geslacht: man

In zijn functie als commandant van de troepen van de Alfa-eenheid verantwoordelijk voor de door die troepen gevoerde repressie- en intimidatiecampagne in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, met name voor willekeurige arrestaties en de mishandeling, waaronder marteling, van vreedzame demonstranten en door de intimidatie van en het gebruik van geweld tegen journalisten.

6.11.2020

58.

Andrei Aliakseevich RAUKOU

Andrei Alexeyevich RAVKOV

Андрэй Аляксеевiч РАЎКОЎ

Андрей Алексеевич РАВКОВ

Functie(s): Voormalig staatssecretaris van de veiligheidsraad

Ambassadeur van de Republiek Belarus in Azerbeidzjan

Geboortedatum: 25.6.1967

Geboorteplaats: het dorp Revyaki in de regio/oblast Vitebsk/Viciebsk, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Belarus)

Geslacht: man

Als voormalig staatssecretaris van de veiligheidsraad heeft hij nauwe banden met de president en is hij verantwoordelijk voor de door het staatsapparaat gevoerde repressie- en intimidatiecampagne in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, met name voor willekeurige arrestaties en de mishandeling, waaronder marteling, van vreedzame demonstranten en voor de intimidatie van en het gebruik van geweld tegen journalisten.

Hij blijft actief in het Lukashenka-regime als ambassadeur van Belarus in Azerbeidzjan.

6.11.2020

59.

Pyotr Piatrovich MIKLASHEVICH

Petr Petrovich MIKLASHEVICH

Пётр Пятровiч МIКЛАШЭВIЧ

Петр Петрович МИКЛАШЕВИЧ

Functie(s): Voorzitter van het Grondwettelijk Hof van de Republiek Belarus

Geboortedatum: 18.10.1954

Geboorteplaats: regio/oblast Minsk, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Belarus)

Geslacht: man

Als voorzitter van het Grondwettelijk Hof verantwoordelijk voor de beslissing van het Grondwettelijk Hof van 25 augustus 2020 om de uitslag van de frauduleuze verkiezingen te legitimeren. Zo heeft hij acties in het kader van de repressie- en intimidatiecampagne van het staatsapparaat tegen vreedzame demonstranten en journalisten ondersteund en gefaciliteerd, en is hij dus verantwoordelijk voor het ernstig ondermijnen van de democratie en de rechtsstaat in Belarus.

6.11.2020

60.

Anatol Aliaksandravich SIVAK

Anatoli Alexandrovich SIVAK

Анатоль Аляксандравiч СIВАК

Анатолий Александрович СИВАК

Functie(s): Vicepremier, voormalig voorzitter van het uitvoerend comité van de stad Minsk

Geboortedatum: 19.7.1962

Geboorteplaats: Zavoit, Narovlya-district, regio/oblast Gomel/Homyel, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Belarus)

Geslacht: man

In zijn voormalige leidinggevende functie als voorzitter van het uitvoerend comité van de stad Minsk was hij verantwoordelijk voor de repressie- en intimidatiecampagne van het onder zijn toezicht staande lokale staatsapparaat in Minsk in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, met name voor willekeurige arrestaties en de mishandeling, waaronder marteling, van vreedzame demonstranten en voor de intimidatie van en het gebruik van geweld tegen journalisten. Hij heeft een groot aantal publieke verklaringen afgelegd waarin hij de vreedzame protesten in Belarus hekelde.

In zijn huidige leidinggevende functie als vicepremier blijft hij het Lukashenka-regime steunen.

17.12.2020

61.

Ivan Mikhailavich EISMANT

Ivan Mikhailovich EISMONT

Iван Мiхайлавiч ЭЙСМАНТ

Иван Михайлович ЭЙСМОНТ

Functie(s): Voorzitter van de Belarussische staatstelevisie en -radio-omroep, hoofd van Belteleradio

Geboortedatum: 20.1.1977

Geboorteplaats: Hrodna/Grodno, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Belarus)

Geslacht: man

In zijn huidige functie als voorzitter van de Belarussische staatstelevisie en -radio-omroep is hij verantwoordelijk voor de verspreiding van staatspropaganda in de publieke media en blijft hij het Lukashenka-regime steunen. Dit omvat onder meer het gebruik van mediakanalen om de voortzetting van het presidentschap van Lukashenka te steunen ondanks de frauduleuze presidentsverkiezingen van 9 augustus 2020 en het daaropvolgende en herhaaldelijke gewelddadige neerslaan van vreedzame en legitieme protesten.

Eismont heeft de vreedzame demonstranten publiekelijk gehekeld en heeft geweigerd in de media verslag van de protesten uit te brengen. Ook heeft hij stakende medewerkers van het onder zijn leiding staande Belteleradio ontslagen, hetgeen hem schuldig maakt aan schendingen van de mensenrechten.

17.12.2020

62.

Uladzimir Stsiapanavich KARANIK

Vladimir Stepanovich KARANIK

Уладзiмiр Сцяпанавiч КАРАНIК

Владимир Степанович КАРАНИК

Functie(s): Gouverneur van de regio/oblast Hrodna/Grodno; voormalig minister van Volksgezondheid

Geboortedatum: 30.11.1973

Geboorteplaats: Hrodna/Grodno, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Belarus)

Geslacht: man

In zijn voormalige leidinggevende functie als minister van Volksgezondheid was hij verantwoordelijk voor het gebruik van de gezondheidszorg ter repressie van vreedzame demonstranten, waaronder het gebruik van ziekenwagens voor het vervoer van demonstranten die medische hulp nodig hadden naar isoleerafdelingen in plaats van naar ziekenhuizen. Hij heeft een groot aantal publieke verklaringen afgelegd waarin hij de vreedzame protesten in Belarus hekelde, en bij één gelegenheid beschuldigde hij een demonstrant ervan onder invloed te zijn.

In zijn huidige leidinggevende functie als gouverneur van de regio/oblast Hrodna/Grodno blijft hij het Lukashenka-regime steunen.

17.12.2020

63.

Natallia Ivanauna KACHANAVA

Natalia Ivanovna KOCHANOVA

Наталля Iванаўна КАЧАНАВА

Наталья Ивановна КОЧАНОВА

Functie(s): Voorzitter van de Raad van de Republiek van de Nationale Vergadering van Belarus

Geboortedatum: 25.9.1960

Geboorteplaats: Polotsk, regio/oblast Vitebsk/Viciebsk, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Belarus)

Geslacht: vrouw

In haar huidige leidinggevende functie als voorzitter van de Raad van de Republiek van de Nationale Vergadering van Belarus is zij verantwoordelijk voor de ondersteuning van de besluiten van de president op het gebied van binnenlands beleid. Ook is zij verantwoordelijk voor de organisatie van de frauduleuze verkiezingen van 9 augustus 2020. Zij heeft publieke verklaringen afgelegd ter verdediging van het hardhandige neerslaan van vreedzame demonstranten door het veiligheidsapparaat.

17.12.2020

64.

Pavel Mikalaevich LIOHKI

Pavel Nikolaevich LIOHKI

Павел Мiкалаевiч ЛЁГКI

Павел Николаевич ЛЁГКИЙ

Functie(s): Eerste viceminister van Informatie

Geboortedatum: 30.5.1972

Geboorteplaats: Baranavichy, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Belarus)

Geslacht: man

In zijn leidinggevende functie als eerste viceminister van Informatie is hij verantwoordelijk voor de repressie van het maatschappelijk middenveld, en met name voor de beslissing van het Ministerie van Informatie om in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020 de toegang tot onafhankelijke websites te blokkeren en de internettoegang te beperken, als repressiemiddel tegen het maatschappelijk middenveld, vreedzame demonstranten en journalisten.

17.12.2020

65.

Ihar Uladzimiravich LUTSKY

Igor Vladimirovich LUTSKY

Iгар Уладзiмiравiч ЛУЦКI

Игорь Владимирович ЛУЦКИЙ

Functie(s): Minister van Informatie

Geboortedatum: 31.10.1972

Geboorteplaats: Stolin, regio/oblast Brest, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Belarus)

Geslacht: man

In zijn leidinggevende functie als minister van Informatie is hij verantwoordelijk voor de repressie van het maatschappelijk middenveld, en met name voor de beslissing van het Ministerie van Informatie om in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020 de toegang tot onafhankelijke websites te blokkeren en de internettoegang te beperken, als repressiemiddel tegen het maatschappelijk middenveld, vreedzame demonstranten en journalisten.

17.12.2020

66.

Andrei Ivanavich SHVED

Andrei Ivanovich SHVED

Андрэй Iванавiч ШВЕД

Андрей Иванович ШВЕД

Functie(s): Procureur-generaal van de Republiek Belarus

Geboortedatum: 21.4.1973

Geboorteplaats: Glushkovichi, regio/oblast Gomel/Homyel, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Belarus)

Geslacht: man

In zijn functie als procureur-generaal is hij verantwoordelijk voor de aanhoudende repressie van het maatschappelijk middenveld en de democratische oppositie, en met name voor de aanhangigmaking van talloze strafzaken tegen vreedzame demonstranten, oppositieleiders en journalisten in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020. Ook bedreigde hij in publieke verklaringen deelnemers aan “illegale bijeenkomsten” met straffen.

17.12.2020

67.

Genadz Andreevich BOGDAN

Gennady Andreievich BOGDAN

Генадзь Андрэевiч БОГДАН

Геннадий Андреевич БОГДАН

Functie(s): Hoofd van het directoraat Vastgoedbeheer van de president van Belarus

Geboortedatum: 8.1.1977

Geslacht: man

In zijn functie als adjunct-hoofd van het directoraat Vastgoedbeheer van de president van Belarus houdt hij toezicht op het functioneren van een groot aantal ondernemingen. Het orgaan onder zijn leiding verstrekt financiële, materiële en technische, sociale, huishoudelijke en medische steun aan de instanties van het staatsapparaat en aan de republikeinse instanties. Hij heeft nauwe banden met de president en blijft het Lukashenka-regime steunen.

17.12.2020

68.

Ihar Paulavich BURMISTRAU

Igor Pavlovich BURMISTROV

Iгар Паўлавiч БУРМIСТРАЎ

Игорь Павлович БУРМИСТРОВ

Functie(s): Chef-staf en eerste onderbevelhebber van de binnenlandse troepen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken

Geboortedatum: 30.9.1968

Geslacht: man

In zijn leidinggevende functie als eerste onderbevelhebber van de binnenlandse troepen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken is hij verantwoordelijk voor de repressie- en intimidatiecampagne door de onder zijn bevel staande binnenlandse troepen in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, met name voor willekeurige arrestaties en de mishandeling, waaronder marteling, van vreedzame demonstranten en voor de intimidatie van en het gebruik van geweld tegen journalisten.

17.12.2020

69.

Arciom Kanstantinavich DUNKA

Artem Konstantinovich DUNKO

Арцём Канстанцiнавiч ДУНЬКА

Артем Константинович ДУНЬКО

Functie(s): Hoofdinspecteur Speciale zaken van het departement Financieel Onderzoek van de Staatscontrolecommissie Geslacht: man

Geboortedatum: 8.6.1990

Geslacht: man

In zijn leidinggevende functie als hoofdinspecteur Speciale zaken van het departement Financieel Onderzoek van de Staatscontrolecommissie is hij verantwoordelijk voor de repressie- en intimidatiecampagne van het staatsapparaat in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, met name middels de naar oppositieleiders en activisten geopende onderzoeken.

17.12.2020

70.

Aleh Heorhievich KARAZIEI

Oleg Georgevich KARAZEI

Алег Георгiевiч КАРАЗЕЙ

Олег Георгиевич КАРАЗЕЙ

Functie(s): Hoofd van het departement Preventie van het hoofddepartement Wetshandhaving en Preventie van de Politie Openbare Veiligheid van het Ministerie van Binnenlandse Zaken

Geboortedatum: 1.1.1979

Geboorteplaats: regio/oblast Minsk, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Belarus)

Geslacht: man

In zijn leidinggevende functie als hoofd van het departement Preventie van het hoofddepartement Wetshandhaving en Preventie van de Politie Openbare Veiligheid van het Ministerie van Binnenlandse Zaken is hij verantwoordelijk voor de repressie- en intimidatiecampagne van de politie in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, met name voor willekeurige arrestaties en de mishandeling, waaronder marteling, van vreedzame demonstranten en voor de intimidatie van en het gebruik van geweld tegen journalisten.

17.12.2020

71.

Dzmitry Aliaksandravich KURYAN

Dmitry Alexandrovich KURYAN

Дзмiтрый Аляксандравiч КУРЬЯН

Дмитрий Александрович КУРЬЯН

Functie(s): Kolonel bij de politie, adjunct-hoofd van het hoofddepartement en hoofd van het departement Wetshandhaving van het Ministerie van Binnenlandse Zaken

Geboortedatum: 3.10.1974

Geslacht: man

In zijn leidinggevende functie als kolonel bij de politie en als adjunct-hoofd van het hoofddepartement en hoofd van het departement Wetshandhaving van het Ministerie van Binnenlandse Zaken is hij verantwoordelijk voor de repressie- en intimidatiecampagne van de politie in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, met name voor willekeurige arrestaties en de mishandeling, waaronder marteling, van vreedzame demonstranten en voor de intimidatie van en het gebruik van geweld tegen journalisten.

17.12.2020

72.

Aliaksandr Henrykavich TURCHIN

Alexander (Alexandr) Henrihovich TURCHIN

Аляксандр Генрыхавiч ТУРЧЫН

Александр Генрихович ТУРЧИН

Functie(s): Voorzitter van het uitvoerend comité van de regio/oblast Minsk

Geboortedatum: 2.7.1975

Geboorteplaats: Novogrudok, regio/oblast Hrodna/Grodno, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Belarus)

Geslacht: man

In zijn functie als voorzitter van het uitvoerend comité van de regio/oblast Minsk is hij belast met het toezicht op het plaatselijk bestuur, waaronder een aantal commissies. Op die manier steunt hij het Lukashenka-regime.

17.12.2020

73.

Dzmitry Mikalaevich SHUMILIN

Dmitry Nikolayevich SHUMILIN

Дзмiтрый Мiкалаевiч ШУМIЛIН

Дмитрий Николаевич ШУМИЛИН

Functie(s): Adjunct-hoofd van het departement voor massa-evenementen van het GUVD (hoofddepartement Binnenlandse Zaken) van het uitvoerend comité van de stad Minsk

Geboortedatum: 26.7.1977

Geslacht: man

In zijn functie als adjunct-hoofd van het departement voor massa-evenementen van het GUVD van het uitvoerend comité van de stad Minsk is hij verantwoordelijk voor de repressie- en intimidatiecampagne van het lokale apparaat in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, met name voor willekeurige arrestaties en de mishandeling, waaronder marteling, van vreedzame demonstranten en voor de intimidatie van en het gebruik van geweld tegen journalisten.

Er is bewijs dat hij persoonlijk deelneemt aan de wederrechtelijke vrijheidsberoving van vreedzame demonstranten.

17.12.2020

74.

Vital Ivanavich STASIUKEVICH

Vitalyi Ivanovich STASIUKEVICH

Вiталь Iванавiч СТАСЮКЕВIЧ

Виталий Иванович СТАСЮКЕВИЧ

Functie(s): Adjunct-chef van de Politie Openbare Veiligheid in Hrodna/Grodno

Geboortedatum: 5.3.1976

Geboorteplaats: Hrodna/Grodno, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Belarus)

Geslacht: man

In zijn functie als adjunct-chef van de Politie Openbare Veiligheid in Hrodna/Grodno is hij verantwoordelijk voor de repressie- en intimidatiecampagne van de onder zijn bevel staande lokale politie in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, met name voor willekeurige arrestaties en de mishandeling, waaronder marteling, van vreedzame demonstranten en voor de intimidatie van en het gebruik van geweld tegen journalisten.

Volgens getuigen hield hij persoonlijk toezicht op de wederrechtelijke vrijheidsberoving van vreedzame demonstranten.

17.12.2020

75.

Siarhei Leanidavich KALINNIK

Sergei Leonidovich KALINNIK

Сяргей Леанiдавiч КАЛИННИК

Сергей Леонидович КАЛИННИК

Functie(s): Kolonel bij de politie, hoofdcommissaris van het politiedepartement van het Sovetski-district in Minsk

Geboortedatum: 23.7.1979

Geslacht: man

In zijn functie als hoofdcommissaris van het politiedepartement van het Sovetski-district in Minsk is hij verantwoordelijk voor de repressie- en intimidatiecampagne van de onder zijn bevel staande lokale politie in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, met name voor willekeurige arrestaties en de mishandeling, waaronder marteling, van vreedzame demonstranten en door de intimidatie van en het gebruik van geweld tegen journalisten.

Volgens getuigen hield hij persoonlijk toezicht op en nam hij deel aan de marteling van wederrechtelijk vastgehouden demonstranten.

17.12.2020

76.

Vadzim Siarhaevich PRYGARA

Vadim Sergeyevich PRIGARA

Вадзiм Сяргеевiч ПРЫГАРА

Вадим Сергеевич ПРИГАРА

Functie(s): Luitenant-kolonel bij de politie, hoofdcommissaris van het politiedepartement van het Molodechno-district

Geboortedatum: 31.10.1980

Geslacht: man

Als hoofdcommissaris van het politiekorps van het Molodechno-district is hij verantwoordelijk voor de repressie- en intimidatiecampagne van de onder zijn bevel staande lokale politie in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, met name voor willekeurige arrestaties en de mishandeling, waaronder marteling, van vreedzame demonstranten en voor de intimidatie van en het gebruik van geweld tegen journalisten.

Volgens getuigen werden onder zijn persoonlijk toezicht wederrechtelijk vastgehouden demonstranten geslagen. Hij liet zich in de media ook meerdere keren minachtend uit over de demonstranten.

17.12.2020

77.

Viktar Ivanavich STANISLAUCHYK

Viktor Ivanovich STANISLAVCHIK

Вiктар Iванавiч СТАНIСЛАЎЧЫК

Виктор Иванович СТАНИСЛАВЧИК

Functie(s): Adjunct-hoofdcommissaris van het politiedepartement van het Sovetski-district in Minsk, korpschef van de Politie Openbare Veiligheid

Geboortedatum: 27.1.1971

Geslacht: man

In zijn functie als adjunct-hoofdcommissaris van het politiedepartement van het Sovetski-district in Minsk en korpschef van de Politie Openbare Veiligheid is hij verantwoordelijk voor de repressie- en intimidatiecampagne van de onder zijn bevel staande lokale politie in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020, met name voor willekeurige arrestaties en de mishandeling, waaronder marteling, van vreedzame demonstranten en voor de intimidatie van en het gebruik van geweld tegen journalisten.

Volgens getuigen werden onder zijn persoonlijk toezicht vreedzame demonstranten wederrechtelijk vastgehouden en geslagen.

17.12.2020

78.

Aliaksandr Aliaksandravich PIETRASH

Alexander (Alexandr) Alexandrovich PETRASH

Аляксандр Аляксандравiч ПЕТРАШ

Александр Александрович ПЕТРАШ

Functie(s): Voorzitter van de rechtbank van het Moskovski-district in Minsk

Geboortedatum: 16.5.1988

Geslacht: man

In zijn functie als voorzitter van de rechtbank van het Moskovski-district in Minsk is hij verantwoordelijk voor talrijke politiek gemotiveerde vonnissen tegen journalisten, oppositieleiders, activisten en demonstranten. Er zijn meldingen van schendingen van de rechten van verdediging en van het gebruik van verklaringen van valse getuigen tijdens processen die onder zijn toezicht plaatsvonden.

Hij heeft een belangrijke rol gespeeld bij het beboeten en vasthouden van demonstranten, journalisten en oppositieleiders in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020.

Hij is bijgevolg verantwoordelijk voor mensenrechtenschendingen, ondermijning van de rechtsstaat en voor het bijdragen aan de repressie van het maatschappelijk middenveld en de democratische oppositie.

17.12.2020

79.

Andrei Aliaksandravich LAHUNOVICH

Andrei Alexandrovich LAHUNOVICH

Андрэй Аляксандравiч ЛАГУНОВIЧ

Андрей Александрович ЛАГУНОВИЧ

Functie(s): Rechter bij de rechtbank van het Sovetski-district in Gomel/Homyel

Geslacht: man

In zijn functie als rechter bij de rechtbank van het Sovetski-district in Gomel/Homyel is hij verantwoordelijk voor talrijke politiek gemotiveerde vonnissen tegen journalisten, activisten en demonstranten. Er zijn meldingen van schendingen van de rechten van verdediging tijdens processen die onder zijn toezicht plaatsvonden.

Hij is bijgevolg verantwoordelijk voor mensenrechtenschendingen, ondermijning van de rechtsstaat en voor het bijdragen aan de repressie van het maatschappelijk middenveld en de democratische oppositie.

17.12.2020

80.

Alena Vasileuna LITVINA

Elena Vasilevna LITVINA

Алена Васiльеўна ЛIТВIНА

Елена Васильевна ЛИТВИНА

Functie(s): Rechter bij de rechtbank van het Leninski-district in Mogilev/Mahiliou

Geslacht: vrouw

In haar functie als rechter bij de rechtbank van het Leninski-district in Mogilev/Mahiliou is zij verantwoordelijk voor talrijke politiek gemotiveerde vonnissen tegen journalisten, oppositieleiders, activisten en demonstranten, en met name voor de veroordeling van Siarhei Tsikhanousky, activist voor de oppositie en echtgenoot van presidentskandidate Svetlana Tsikhanouska. Er zijn meldingen van schendingen van de rechten van verdediging tijdens processen die onder haar leiding plaatsvonden.

Zij is bijgevolg verantwoordelijk voor mensenrechtenschendingen, ondermijning van de rechtsstaat en voor het bijdragen aan de repressie van het maatschappelijk middenveld en de democratische oppositie.

17.12.2020

81.

Victoria Valeryeuna SHABUNYA

Victoria Valerevna SHABUNYA

Вiкторыя Валер'еўна ШАБУНЯ

Виктория Валерьевна ШАБУНЯ

Functie(s): Rechter bij de centrale districtsrechtbank in Minsk

Geboortedatum: 27.2.1974

Geslacht: vrouw

In haar functie als rechter bij de centrale districtsrechtbank in Minsk is zij verantwoordelijk voor talrijke politiek gemotiveerde vonnissen tegen journalisten, oppositieleiders, activisten en demonstranten, en met name voor de veroordeling van Sergei Dylevsky, lid van de Coördinatieraad en hoofd van een stakingscomité. Er zijn meldingen van schendingen van de rechten van verdediging tijdens processen die onder haar leiding plaatsvonden.

Zij is bijgevolg verantwoordelijk voor mensenrechtenschendingen, ondermijning van de rechtsstaat en voor het bijdragen aan de repressie van het maatschappelijk middenveld en de democratische oppositie.

17.12.2020

82.

Alena Aliaksandravna ZHYVITSA

Elena Alexandrovna ZHYVITSA

Алена Аляксандравна ЖЫВIЦА

Елена Александровна ЖИВИЦА

Functie(s): Rechter bij de rechtbank van het Oktyabrski-district in Minsk

Geboortedatum: 9.4.1990

Geslacht: vrouw

In haar functie als rechter bij de rechtbank van het Oktyabrski-district in Minsk is zij verantwoordelijk voor talrijke politiek gemotiveerde vonnissen tegen journalisten, oppositieleiders, activisten en demonstranten. Er zijn meldingen van schendingen van de rechten van verdediging tijdens processen die onder haar leiding plaatsvonden.

Zij is bijgevolg verantwoordelijk voor mensenrechtenschendingen, ondermijning van de rechtsstaat en voor het bijdragen aan de repressie van het maatschappelijk middenveld en de democratische oppositie.

17.12.2020

83.

Natallia Anatolievna DZIADKOVA

Natalia Anatolievna DEDKOVA

Наталля Анатольеўна ДЗЯДКОВА

Наталья Анатольевна ДЕДКОВА

Functie(s): Rechter bij de rechtbank van het Partizanski-district in Minsk

Geboortedatum: 2.12.1979

Geslacht: vrouw

In haar functie als rechter bij de rechtbank van het Partizanski-district in Minsk is zij verantwoordelijk voor talrijke politiek gemotiveerde vonnissen tegen journalisten, oppositieleiders, activisten en demonstranten, en met name voor de veroordeling van Mariya Kalesnikava, hoofd van de Coördinatieraad. Er zijn meldingen van schendingen van de rechten van verdediging tijdens processen die onder haar leiding plaatsvonden.

Zij is bijgevolg verantwoordelijk voor mensenrechtenschendingen, ondermijning van de rechtsstaat en voor het bijdragen aan de repressie van het maatschappelijk middenveld en de democratische oppositie.

17.12.2020

84.

Maryna Arkadzeuna FIODARAVA

Marina Arkadievna FEDOROVA

Марына Аркадзьеўна ФЁДАРАВА

Марина Аркадьевна ФЕДОРОВА

Functie(s): Rechter bij de rechtbank van het Sovetski-district in Minsk

Geboortedatum: 11.9.1965

Geslacht: vrouw

In haar functie als rechter bij de rechtbank van het Sovetski-district in Minsk is zij verantwoordelijk voor talrijke politiek gemotiveerde vonnissen tegen journalisten, oppositieleiders, activisten en demonstranten. Er zijn meldingen van schendingen van de rechten van verdediging tijdens processen die onder haar leiding plaatsvonden.

Zij is bijgevolg verantwoordelijk voor mensenrechtenschendingen, ondermijning van de rechtsstaat en voor het bijdragen aan de repressie van het maatschappelijk middenveld en de democratische oppositie.

17.12.2020

85.

Yulia Chaslavauna HUSTYR

Yulia Cheslavovna HUSTYR

Юлiя Чаславаўна ГУСТЫР

Юлия Чеславовна ГУСТЫР

Functie(s): Rechter bij de centrale districtsrechtbank in Minsk

Geboortedatum: 14.1.1984

Geslacht: vrouw

In haar positie als rechter bij de centrale districtsrechtbank in Minsk is zij verantwoordelijk voor talrijke politiek gemotiveerde vonnissen tegen journalisten, oppositieleiders, activisten en demonstranten, en met name voor de veroordeling van Viktar Babarika, presidentskandidaat voor de oppositie. Er zijn meldingen van schendingen van de rechten van verdediging tijdens processen die onder haar leiding plaatsvonden.

Zij is bijgevolg verantwoordelijk voor mensenrechtenschendingen, ondermijning van de rechtsstaat en voor het bijdragen aan de repressie van het maatschappelijk middenveld en de democratische oppositie.

17.12.2020

86.

Alena Tsimafeeuna NYAKRASAVA

Elena Timofeyevna NEKRASOVA

Алена Цiмафееўна НЯКРАСАВА

Елена Тимофеевна НЕКРАСОВА

Functie(s): Rechter bij de rechtbank van het Zavodski-district in Minsk

Geboortedatum: 26.11.1974

Geslacht: vrouw

In haar functie als rechter bij de rechtbank van het Zavodski-district in Minsk is zij verantwoordelijk voor talrijke politiek gemotiveerde vonnissen tegen journalisten, oppositieleiders, activisten en demonstranten. Er zijn meldingen van schendingen van de rechten van verdediging tijdens processen die onder haar leiding plaatsvonden.

Zij is bijgevolg verantwoordelijk voor mensenrechtenschendingen, ondermijning van de rechtsstaat en voor het bijdragen aan de repressie van het maatschappelijk middenveld en de democratische oppositie.

17.12.2020

87.

Aliaksandr Vasilevich SHAKUTSIN

Alexander (Alexandr Vasilevich SHAKUTIN

Аляксандр Васiльевiч ШАКУЦIН

Александр Васильевич ШАКУТИН

Functie(s): Zakenman, eigenaar van de Holding Amkodor

Geboortedatum: 12.1.1959

Geboorteplaats: Bolshoe Babino, rayon Orsha, regio/oblast Vitebsk/Viciebsk, voormalige Sovjet-Unie (tegenwoordig Belarus)

Geslacht: man

Hij is een van de meest vooraanstaande zakenlieden die in Belarus actief zijn, met zakenbelangen in de bouwsector, de machinebouwsector, de landbouwsector en andere sectoren.

Naar verluidt is hij een van de personen die het meest profijt hebben getrokken van de privatisering onder het presidentschap van Lukashenka. Hij zit ook in het presidium van de Lukashenka-gezinde openbare vereniging “Belaya Rus” en is lid van de Raad voor de ontwikkeling van het ondernemerschap in de Republiek Belarus.

Aldus trekt hij profijt van en steunt hij het Lukashenka-regime.

In juli 2020 heeft hij de protesten van de oppositie in Belarus openlijk veroordeeld en daarmee bijgedragen tot de repressie van het maatschappelijk middenveld en de democratische oppositie.

17.12.2020

88.

Mikalai Mikalaevich VARABEI/VERABEI

Nikolay Nikolaevich VOROBEY

Мiкалай Мiкалаевiч ВАРАБЕЙ/ВЕРАБЕЙ

Николай Николаевич ВОРОБЕЙ

Functie(s): Zakenman en mede-eigenaar van de Bremino-groep

Geboortedatum: 4.5.1963

Geboorteplaats: voormalige Socialistische Sovjetrepubliek Oekraïne (tegenwoordig Oekraïne)

Geslacht: man

Hij is een van de meest vooraanstaande zakenlieden die in Belarus actief zijn, met zakenbelangen in de oliesector, de kolentransportsector, de bankensector en andere sectoren.

Hij is mede-eigenaar van de Bremino-groep, een bedrijf dat belastingvoordelen en andere vormen van steun van de Belarussische regering heeft genoten.

Aldus trekt hij profijt van en steunt hij het Lukashenka-regime.

17.12.2020

B.   In artikel 2, lid 1, bedoelde rechtspersonen, entiteiten en lichamen

 

Naam

Engelse transcriptie van Belarussische spelling

Engelse transcriptie van Russische spelling

Naam

(Belarussische spelling)

(Russische spelling)

Informatie ter identificatie

Redenen voor plaatsing op de lijst

Datum van plaatsing op de lijst

1.

Beltechexport

Белтехэкспорт

Adres: Nezavisimosti ave. 86-B Minsk, Belarus

Website: https://bte.by/

E-mailadres: mail@bte.by

Beltechexport is een particuliere entiteit die door Belarussische staatsbedrijven geproduceerde wapens en militaire uitrusting uitvoert naar landen in Afrika, Zuid-Amerika, Azië en het Midden-Oosten. Beltechexport heeft nauwe banden met het Ministerie van Defensie van Belarus.

Aldus trekt Beltechexport profijt van zijn banden met het Lukashenka-regime en steunt het dit regime door het presidentieel kabinet voordelen te verschaffen.

17.12.2020

2.

Dana Holdings / Dana Astra

Дана Холдингз / Дана Астра

Adres: P. Mstislavtsa 9 (1st floor), Minsk, Belarus

Registratienummer: (Dana Astra: 191295361)

Website: https://en.dana-holdings.com; https://dana-holdings.com/

E-mailadres: PR@bir.by

Tel.: +375 17 26 93 290; +375 17 39 39 465

Dana Holdings / Dana Astra is een van de voornaamste vastgoedontwikkelaars en bouwondernemingen in Belarus. De onderneming heeft percelen ontvangen voor de ontwikkeling van een aantal grote wooncomplexen en kantorencentra.

De eigenaren van Dana Holdings/Dana Astra onderhouden nauwe contacten met Alaksandr Lukashenka. Liliya Lukashenka, de schoondochter van de president, bekleedde een hoge positie in het bedrijf.

Aldus trekt Dana Holdings/Dana Astra profijt van zijn banden met het Lukashenka-regime en steunt het dit regime.

17.12.2020

3.

GHU — Hoofdbureau Economie van het directoraat Vastgoedbeheer van de president van Belarus

Главное хозяйственное управление

Adres: Miasnikova str. 37, Minsk, Belarus

Website: http://ghu.by

E-mailadres: ghu@ghu.by

Het hoofdbureau Economie (GHU) van het directoraat Vastgoedbeheer van de president van Belarus is de grootste exploitant van niet-residentieel vastgoed in Belarus en stuurt talloze ondernemingen aan.

Viktor Sheiman, die als hoofd van het directoraat Vastgoedbeheer van de president van Belarus rechtstreeks controle uitoefent over het GHU, heeft op verzoek van president Lukashenka toezicht op de veiligheid van de presidentsverkiezingen van 2020 gehouden.

Aldus trekt het GHU profijt van zijn banden met het Lukashenka-regime en steunt het dit regime.

17.12.2020

4.

LLC SYNESIS

ООО “Синезис”

Adres: 220005, Platonova 20B 220005, Minsk, Belarus; Mantulinskaya 24, Moscow 123100, Russia.

Inschrijvingsnummer (УНН/ИНН): 190950894 (Belarus); 7704734000/770301001 (Rusland)

Website: https://synesis.partners; https://synesis-group.com/

Tel.: +375 (17) 240-36-50

E-mailadres: s@synesis.by

LLC Synesis levert de Belarussische autoriteiten een surveillanceplatform dat video-opnamen kan doorzoeken en analyseren en dat gebruikmaakt van gezichtsherkenningssoftware, waardoor het bedrijf verantwoordelijk is voor de repressie van het maatschappelijk middenveld en de democratische oppositie door het staatsapparaat van Belarus.

Medewerkers van Synesis mogen niet in het Belarussisch communiceren, waarmee het bedrijf het door het Lukashenka-regime gevoerde beleid van discriminatie op grond van taal ondersteunt.

Het Belarussische Comité voor Staatsveiligheid (KGB) en het Ministerie van Binnenlandse Zaken zijn geregistreerd als gebruikers van een door Synesis ontworpen systeem. Aldus trekt het bedrijf profijt van zijn banden met het Lukashenka-regime en steunt het dit regime.

De algemeen directeur van Synesis, Alexander Shatrov, heeft de mensen die tegen het Lukashenka-regime protesteren openlijk bekritiseerd en het gebrek aan democratie in Belarus gerelativeerd.

17.12.2020

5.

Open vennootschap op aandelen AGAT electromechanical Plant

Агат-электромеханический завод

Adres:.Nezavisimosti ave., 115, 220114, Minsk, Belarus

Tel.:

+375 17 272-01-32

+375 17 570-41-45

E-mailadres: marketing@agat-emz.by

Web: https://agat-emz.by/

De open vennootschap op aandelen AGAT Electromechanical Plant is onderdeel van de Belarussische staatsautoriteit voor militaire industrie van de Republiek Belarus (ook bekend als SAMI of State Military Industrial Committee (Militair-industrieel staatscomité)) die verantwoordelijk is voor de uitvoering van het militair-technische beleid van de staat en ondergeschikt is aan de Raad van Ministers en de president van Belarus. Aldus trekt de open vennootschap op aandelen AGAT Electromechanical Plant profijt van zijn banden met het Lukashenka-regime en steunt het dit regime.

De onderneming produceert “Rubezh”, een anti-oproerversperringsysteem dat is ingezet tegen vreedzame demonstraties in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 9 augustus 2020, waarmee de onderneming verantwoordelijk is voor de repressie van het maatschappelijk middenveld en de democratische oppositie.

17.12.2020

6.

140 Repair Plant

140 ремонтный завод

Website: 140zavod.org

140 Repair Plant is onderdeel van de Belarussische staatsautoriteit voor militaire industrie van de Republiek Belarus (ook bekend als SAMI of State Military Industrial Committee (Militair-industrieel staatscomité)) die verantwoordelijk is voor de uitvoering van het militair-technische beleid van de staat en ondergeschikt is aan de Raad van Ministers en de president van Belarus. Aldus trekt 140 Repair Plant profijt van zijn banden met het Lukashenka-regime en steunt het dit regime.

De onderneming produceert transport- en pantservoertuigen die zijn ingezet tegen vreedzame demonstraties in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 9 augustus 2020, waarmee de onderneming verantwoordelijk is voor de repressie van het maatschappelijk middenveld en de democratische oppositie.

17.12.2020

7.

MZKT (ook bekend als VOLAT)

МЗКТ - Минский завод колёсных тягачей

Website: www.mzkt.by

MZKT (ook bekend als VOLAT) is onderdeel van de Belarussische staatsautoriteit voor militaire industrie van de Republiek Belarus (ook bekend als SAMI of State Military Industrial Committee (Militair-industrieel staatscomité)) die verantwoordelijk is voor de uitvoering van het militair-technische beleid van de staat en ondergeschikt is aan de Raad van Ministers en de president van Belarus. Aldus trekt MZKT (ook bekend als VOLAT) profijt van zijn banden met het Lukashenka-regime en steunt het dit regime.

Medewerkers van MZKT die protesteerden tijdens het bezoek van president Lukashenka aan de fabriek en die in de nasleep van de presidentsverkiezingen van 2020 in Belarus in staking gingen, zijn ontslagen, hetgeen het bedrijf verantwoordelijk maakt voor schending van de mensenrechten.

17.12.2020


26.2.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 68/62


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2021/340 VAN DE COMMISSIE

van 17 december 2020

tot wijziging van de Gedelegeerde Verordeningen (EU) 2019/2013, (EU) 2019/2014, (EU) 2019/2015, (EU) 2019/2016, (EU) 2019/2017 en (EU) 2019/2018 wat betreft de eisen inzake energie-etikettering voor elektronische beeldschermen, huishoudelijke wasmachines en huishoudelijke was-droogcombinaties, lichtbronnen, koelapparaten, huishoudelijke afwasmachines, en koelapparaten met een directe-verkoopfunctie

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2017/1369 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2017 tot vaststelling van een kader voor energie-etikettering en tot intrekking van Richtlijn 2010/30/EU (1), en met name artikel 11, lid 5, en artikel 16,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) 2017/1369 wordt aan de Commissie de bevoegdheid toegekend om gedelegeerde handelingen vast te stellen.

(2)

Bepalingen inzake de energie-etikettering van elektronische beeldschermen, huishoudelijke wasmachines en huishoudelijke was-droogcombinaties, lichtbronnen, koelapparaten, huishoudelijke afwasmachines en koelapparaten met een directe-verkoopfunctie zijn vastgesteld bij Gedelegeerde Verordeningen (EU) 2019/2013 (2), (EU) 2019/2014 (3), (EU) 2019/2015 (4), (EU) 2019/2016 (5), (EU) 2019/2017 (6) en (EU) 2019/2018 (7) van de Commissie (hierna “de gewijzigde verordeningen” genoemd).

(3)

Om te voorkomen dat bij fabrikanten en nationale markttoezichtautoriteiten verwarring ontstaat over de waarden die in de technische documentatie moeten worden opgenomen en naar de productdatabank moeten worden geüpload, en die betrekking hebben op controletoleranties, moet er een definitie van opgegeven waarden worden toegevoegd.

(4)

De technische documentatie moet voldoende zijn om de markttoezichtautoriteiten in staat te stellen de op het etiket en in het productinformatieblad gepubliceerde waarden te controleren. Overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EU) 2017/1369 moeten de opgegeven waarden van het model in de productendatabank worden ingevoerd.

(5)

De relevante productparameters moeten worden gemeten of berekend aan de hand van betrouwbare, accurate en reproduceerbare methoden. Bij die methoden moet rekening worden gehouden met de erkende, meest recente meetmethoden, waaronder, indien beschikbaar, geharmoniseerde normen die door de in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad (8) genoemde Europese normalisatieorganisaties worden vastgesteld.

(6)

Producten die lichtbronnen bevatten waaruit deze lichtbronnen niet voor controle kunnen worden verwijderd zonder een of meer daarvan te beschadigen, moeten voor de doeleinden van de conformiteitsbeoordeling en controle als lichtbronnen worden getest.

(7)

Voor elektronische beeldschermen zijn nog geen geharmoniseerde normen ontwikkeld en de relevante bestaande normen bestrijken niet alle noodzakelijke gereguleerde parameters, met name wat betreft de High Dynamic Range en de automatische helderheidsregeling. Totdat de Europese normalisatieorganisaties geharmoniseerde normen voor die productgroepen vaststellen, moeten de in deze verordening beschreven overgangsmethoden of andere betrouwbare, nauwkeurige en reproduceerbare methoden, die rekening houden met de algemeen erkende stand van de techniek, worden gebruikt om de vergelijkbaarheid van metingen en berekeningen te waarborgen.

(8)

Verticale bewaarkasten met statische lucht en niet-doorzichtige deuren zijn professionele koelapparaten en zijn gedefinieerd in Verordening (EU) 2015/1094 van de Commissie (9), en vallen derhalve niet onder Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2018.

(9)

De in deze verordening gebruikte terminologie en testmethoden zijn in overeenstemming met de terminologie en testmethoden die zijn vastgesteld in de normen EN 16901, EN 16902, EN 50597, EN ISO 23953-2 en EN 16838.

(10)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn besproken door het overlegforum en met de deskundigen van de lidstaten overeenkomstig de artikelen 14 en 17 van Verordening (EU) 2017/1369.

(11)

De gedelegeerde Verordeningen (EU) 2019/2013, (EU) 2019/2014, (EU) 2019/2015, (EU) 2019/2016, (EU) 2019/2017 en (EU) 2019/2018 moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingen van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2013

Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2013 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 1, lid 2, wordt punt g), vervangen door:

“g)

elektronische beeldschermen die componenten of subeenheden zijn zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 2, van Richtlijn 2009/125/EG;”.

2)

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

a)

punt 10 wordt vervangen door:

“10)

HiNA”: High Network Availability (hoge netwerkbeschikbaarheid) zoals gedefinieerd in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1275/2008 van de Commissie (*1);

(*1)  Verordening (EG) nr. 1275/2008 van de Commissie van 17 december 2008 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Richtlijn 2005/32/EG van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft voorschriften inzake ecologisch ontwerp voor het elektriciteitsverbruik van elektrische en elektronische huishoud- en kantoorapparatuur in de stand-by-stand en de uit-stand (PB L 339 van 18.12.2008, blz. 45)”;"

b)

punt 17) wordt geschrapt.

3)

In artikel 3, lid 1, wordt punt b) vervangen door:

“b)

de waarden van de in het productinformatieblad opgenomen en in bijlage V vastgestelde parameters in het openbare gedeelte van de productendatabank worden ingevoerd;”.

4)

De bijlagen I, II, III, IV, V, VI en IX worden gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening.

Artikel 2

Wijzigingen van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2014

Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2014 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 3, lid 1, wordt punt b) vervangen door:

“b)

de waarden van de in het productinformatieblad opgenomen en in bijlage V vastgestelde parameters in het openbare gedeelte van de productendatabank worden ingevoerd;”.

2)

De bijlagen I, IV, VI, VIII, IX en X worden gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening.

Artikel 3

Wijzigingen van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2015

Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2015 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 2 wordt punt 3) vervangen door:

“3)

“houder”: een product dat een of meer lichtbronnen, of afzonderlijke voorschakelapparaten, of beide, bevat, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, armaturen die uit elkaar kunnen worden genomen om afzonderlijke verificatie van de opgenomen lichtbron(nen) mogelijk te maken, huishoudelijke apparaten die (een) lichtbron(nen) bevatten, meubelen (planken, spiegels, vitrines) met (een) lichtbron(nen);”.

2)

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1 wordt punt b) vervangen door:

“b)

de waarden van de in het productinformatieblad opgenomen en in bijlage V vastgestelde parameters in het openbare gedeelte van de productendatabank worden ingevoerd;”;

b)

in lid 1 wordt punt i) vervangen door:

“i)

in afwijking van artikel 11, lid 13, onder b), van Verordening (EU) 2017/1369, op verzoek van handelaren en overeenkomstig artikel 4, onder e), gedrukte etiketten met aangepaste schaal worden verstrekt in de vorm van een sticker, in hetzelfde formaat als het bestaande etiket.”;

c)

het volgende lid 1 bis wordt ingevoegd:

“1 bis.   In afwijking van artikel 11, lid 13, onder a), van Verordening (EU) 2017/1369 verstrekt de leverancier, wanneer hij een lichtbron in de handel brengt, het bestaande etiket tot en met 31 augustus 2021 en het etiket met aangepaste schaal met ingang van 1 september 2021. De leverancier mag ervoor kiezen bij lichtbronnen die in de periode van 1 juli tot en met 31 augustus 2021 in de handel worden gebracht, het etiket met aangepaste schaal te verstrekken, indien er vóór 1 juli 2021 geen tot hetzelfde model of equivalente modellen behorende lichtbronnen in de handel zijn gebracht. In dat geval biedt de handelaar deze lichtbronnen niet vóór 1 september 2021 te koop aan. De leverancier stelt de betrokken handelaar zo spoedig mogelijk van dat gevolg in kennis, ook wanneer hij dergelijke lichtbronnen in zijn aanbiedingen aan handelaren opneemt.”.

3)

In artikel 4 wordt punt e) vervangen door:

“e)

in afwijking van artikel 11, lid 13, van Verordening (EU) 2017/1369, de bestaande etiketten op lichtbronnen in verkooppunten binnen achttien maanden na de toepassingsdatum van deze verordening worden vervangen door etiketten met aangepaste schaal, waarbij het bestaande etiket wordt bedekt, ook wanneer dit op de verpakking is gedrukt of eraan is bevestigd, en dat etiketten met aangepaste schaal niet voor die datum worden weergegeven.”.

4)

De laatste alinea van artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

“Zij is van toepassing met ingang van 1 september 2021. Evenwel is artikel 3, lid 1, onder b), met ingang van 1 mei 2021 en artikel 3, lid 2, onder a), met ingang van 1 maart 2022 van toepassing.”.

5)

De bijlagen I, III, IV, V, VI en IX worden gewijzigd overeenkomstig bijlage III bij deze verordening.

Artikel 4

Wijzigingen van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2016

Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2016 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 2 wordt punt 31) vervangen door:

“31)

“mobiel koelapparaat”: een koelapparaat dat kan worden gebruikt wanneer er geen toegang is tot het elektriciteitsnet, en dat gebruikmaakt van elektriciteit met extra lage spanning (< 120V DC) of brandstoffen, of beide, als energiebron voor de koelfunctie, met inbegrip van een koelapparaat dat niet alleen op elektriciteit met extra lage spanning of op brandstoffen, of op beide werkt, maar dat via een afzonderlijk aan te schaffen wissel-/gelijkstroomomzetter ook op het elektriciteitsnet kan worden aangesloten. Een apparaat dat op de markt wordt gebracht met een wissel-/gelijkstroomomzetter is geen mobiel koelapparaat;”.

2)

In artikel 3, lid 1, wordt punt b) vervangen door:

“b)

de waarden van de in het productinformatieblad opgenomen en in bijlage V vastgestelde parameters in het openbare gedeelte van de productendatabank worden ingevoerd;”.

3)

In artikel 11 wordt de laatste alinea vervangen door:

“Zij is van toepassing met ingang van 1 maart 2021. Evenwel is artikel 10 van toepassing met ingang van 25 december 2019, artikel 3, lid 1, onder a), b) en c), met ingang van 1 november 2020, en de verplichting om de in bijlage V, tabel 6, vermelde energie-efficiëntieklasse voor de lichtbronparameters te verstrekken met ingang van 1 maart 2022.”.

4)

De bijlagen I, II, IV, V, VI en IX worden gewijzigd overeenkomstig bijlage IV bij deze verordening.

Artikel 5

Wijzigingen van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2017

Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2017 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 3, lid 1, wordt punt b) vervangen door:

“b)

de waarden van de in het productinformatieblad opgenomen en in bijlage V vastgestelde parameters in het openbare gedeelte van de productendatabank worden ingevoerd;”.

2)

De bijlagen I, II, IV, V, VI en IX worden gewijzigd overeenkomstig bijlage V bij deze verordening.

Artikel 6

Wijzigingen van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2018

Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2018 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 1, lid 2, wordt punt j) vervangen door:

“j)

hoekmeubelen/gebogen meubelen en carrouselmeubelen;”.

2)

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

a)

punt 15) wordt vervangen door:

“15)

“hoekmeubel/gebogen meubel”: een koelapparaat met een directe-verkoopfunctie dat wordt gebruikt om geometrische continuïteit tot stand te brengen tussen twee rechte koelmeubelen die in een hoek ten opzichte van elkaar zijn geplaatst en/of een kromme vormen. Een hoekmeubel/gebogen meubel heeft geen herkenbare lengteas of lengte, aangezien het uitsluitend uit een opvullende vorm (wig of iets soortgelijks) bestaat en niet is ontworpen om als een op zichzelf staande koeleenheid te functioneren. De twee uiteinden van het hoekmeubel/gebogen meubel hebben een hoek tussen 30° en 90°;”;

b)

punt 25) wordt toegevoegd:

“25)

“carrouselmeubel”: een rond/cirkelvormig supermarktmeubel dat als op zichzelf staande eenheid kan worden geïnstalleerd of als eenheid ter verbinding van twee rechte koelmeubelen voor supermarkten. Carrouselmeubelen kunnen ook worden voorzien van een draaisysteem dat de levensmiddelen 360° zichtbaar maakt;”;

c)

punt 26) wordt toegevoegd:

“26)

“koelmeubel voor supermarkten”: een koelapparaat met een directe-verkoopfunctie dat is bestemd voor het verkopen en tonen van levensmiddelen en andere producten in detailhandelstoepassingen, zoals in supermarkten. Drankenkoelers, koelautomaten, schepijsvitrines en ijsvriezers worden niet beschouwd als koelmeubelen voor supermarkten.”.

3)

In artikel 3, lid 1, wordt punt b) vervangen door:

“b)

de waarden van de in het productinformatieblad opgenomen en in bijlage V vastgestelde parameters in het openbare gedeelte van de productendatabank worden ingevoerd;”.

4)

In artikel 9 wordt de laatste alinea vervangen door:

“Zij is van toepassing met ingang van 1 maart 2021, met uitzondering van de verplichting om de energie-efficiëntieklasse te verstrekken voor de in bijlage V, tabel 10, deel 5, bedoelde lichtbronparameters, die van toepassing is met ingang van 1 maart 2022.”.

5)

De bijlagen I, III, IV, V, VI en IX worden gewijzigd overeenkomstig bijlage VI bij deze verordening.

Artikel 7

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 1, lid 4, artikel 2, lid 2, artikel 4, lid 4, artikel 5, lid 2, en artikel 6, lid 5, zijn van toepassing met ingang van 1 mei 2021. Artikel 3, lid 2, onder a), is van toepassing met ingang van 1 mei 2021. Artikel 3, lid 2, onder c), is van toepassing met ingang van 1 juli 2021. Artikel 3, lid 1, artikel 3, lid 2, onder b), artikel 3, lid 3, en artikel 3, lid 5, zijn van toepassing met ingang van 1 september 2021.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 17 december 2020.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 198 van 28.7.2017, blz. 1.

(2)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2013 van de Commissie van 11 maart 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/1369 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de energie-etikettering van elektronische beeldschermen en tot intrekking van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1062/2010 van de Commissie (PB L 315 van 5.12.2019, blz. 1).

(3)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2014 van de Commissie van 11 maart 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/1369 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de energie-etikettering van huishoudelijke wasmachines en huishoudelijke was-droogcombinaties en tot intrekking van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1061/2010 van de Commissie en Richtlijn 96/60/EG van de Commissie (PB L 315 van 5.12.2019, blz. 29).

(4)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2015 van de Commissie van 11 maart 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/1369 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de energie-etikettering van lichtbronnen en tot intrekking van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 874/2012 van de Commissie (PB L 315 van 5.12.2019, blz. 68).

(5)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2016 van de Commissie van 11 maart 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/1369 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de energie-etikettering van koelapparaten en tot intrekking van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1060/2010 van de Commissie (PB L 315 van 5.12.2019, blz. 102).

(6)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2017 van de Commissie van 11 maart 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/1369 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de energie-etikettering van huishoudelijke afwasmachines en tot intrekking van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1059/2010 van de Commissie (PB L 315 van 5.12.2019, blz. 134).

(7)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2018 van de Commissie van 11 maart 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/1369 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de energie-etikettering van koelapparaten met een directe-verkoopfunctie (PB L 315 van 5.12.2019, blz. 155).

(8)  Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie, tot wijziging van de Richtlijnen 89/686/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de Richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/23/EG en 2009/105/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Beschikking 87/95/EEG van de Raad en Besluit nr. 1673/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 316 van 14.11.2012, blz. 12).

(9)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/1094 van de Commissie van 5 mei 2015 houdende aanvulling van Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad wat de energie-etikettering van professionele koelbewaarkasten betreft (PB L 177 van 8.7.2015, blz. 2).


BIJLAGE I

De bijlagen I, II, III, IV, V, VI en IX bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2013 worden als volgt gewijzigd:

1)

In bijlage I worden de volgende punten 29) en 30) toegevoegd:

“29)

“opgegeven waarden”: de door de leverancier verstrekte waarden voor de aangegeven, berekende of gemeten technische parameters, overeenkomstig artikel 3, lid 3, van Verordening (EU) 2017/1369 alsmede artikel 3, lid 1, onder d), en bijlage VI van deze verordening, voor de controle op de naleving door de autoriteiten van de lidstaten;

30)

“garantie”: iedere verbintenis door de kleinhandelaar of de leverancier aan de consument om:

a)

de betaalde prijs terug te betalen, of

b)

de elektronische beeldschermen op welke manier dan ook te vervangen, te repareren of te bewerken als zij niet aan de in de garantieverklaring of de betrokken reclame-uitingen vermelde specificaties voldoen.”.

2)

Aan het einde van punt B van bijlage II wordt de volgende alinea toegevoegd:

“De opgegeven waarden van het in tabel 5 van bijlage VI vermelde vermogen in de gebruiksstand (Pmeasured ) en de kijkoppervlakte (A) worden gebruikt voor de berekening van de EEI.”.

3)

In bijlage III wordt de volgende alinea toegevoegd aan het einde van deel 2, onder f), punt 10:

“Indien het elektronische beeldscherm HDR niet ondersteunt, worden het HDR-pictogram en de letters van de energie-efficiëntieklassen niet weergegeven. Het schermpictogram, dat de schermgrootte en -resolutie aangeeft, wordt verticaal gecentreerd in het gebied onder de aanduiding van het energieverbruik.”.

4)

Bijlage IV wordt als volgt gewijzigd:

a)

er wordt een tweede alinea ingevoegd die als volgt luidt:

“Indien relevante normen ontbreken en er nog geen referentienummers van de relevante geharmoniseerde normen in het Publicatieblad zijn gepubliceerd, worden de overgangstestmethoden gebruikt die zijn vastgesteld in bijlage III bis bij Verordening (EU) 2019/2021 van de Commissie tot vaststelling van eisen inzake ecologisch ontwerp voor elektronische beeldschermen, of andere betrouwbare, nauwkeurige en reproduceerbare methoden die rekening houden met de algemeen erkende stand van de techniek.”;

b)

aan het einde van de bijlage wordt de volgende tekst toegevoegd:

“Metingen van de Standard Dynamic Range, de High Dynamic Range, de schermluminantie voor de automatische helderheidsregeling, de piekluminantieverhouding en andere luminantiemetingen worden uitgevoerd zoals gespecificeerd in tabel 3 bis van bijlage III bij Verordening (EU) 2019/2021 van de Commissie.

5)

In bijlage V wordt tabel 4 vervangen door:

 

Parameter

Parameterwaarde en precisie

Eenheid

Opmerkingen

1.

Naam van de leverancier of het handelsmerk  (2)  (3)

 

TEKST

 

 

Adres van de leverancier  (2)  (3)  (4)

 

 

Informatie overeenkomstig de registratie door de leverancier in de productendatabank.

2.

Typeaanduiding  (2)

 

TEKST

 

3.

Energie-efficiëntieklasse voor SDR

[A/B/C/D/E/F/G]

 

 

4.

Opgenomen vermogen in de gebruiksstand voor SDR

X,X

W

Afgerond op één decimaal voor vermogenswaarden tot 100 W en afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal voor vermogenswaarden van 100 W of hoger.

5.

Energie-efficiëntieklasse (HDR)

[A/B/C/D/E/F/G] of n.v.t.

 

De leverancier voert deze gegevens niet in indien de productendatabank de definitieve inhoud van deze cel automatisch aanmaakt. Waarde ingesteld op “n.v.t.” (“niet van toepassing”) indien de HDR-modus niet wordt toegepast.

6.

Opgenomen vermogen in de gebruiksstand in HDR-modus, indien geïmplementeerd

X,X

W

Afgerond op één decimaal voor vermogenswaarden van minder dan 100 W, en afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal voor vermogenswaarden vanaf 100 W. (Waarde vastgesteld op 0 (nul) indien “niet van toepassing”).

7.

Opgenomen vermogen in uitstand, indien van toepassing

X,X

W

 

8.

Opgenomen vermogen in stand-bystand, indien van toepassing

X,X

W

 

9.

Opgenomen vermogen in netwerkgebonden stand-bystand, indien van toepassing

X,X

W

 

10.

Categorie elektronisch beeldscherm

[televisie/monitor/informatiebeeldscherm/ander]

 

Eén hiervan selecteren.

11.

Beeldverhouding

X

:

Y

geheel getal

Bijvoorbeeld 16:9, 21:9 enz.

12.

Schermresolutie

X

×

Y

pixels

Horizontale en verticale pixels

13.

Schermdiagonaal

X,X

cm

Afgerond op één decimaal.

14.

Schermdiagonaal

X

inch

Facultatief, in inch afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal.

15.

Zichtbaar schermoppervlak

X,X

dm2

Afgerond op één decimaal

16.

Gebruikte platteschermtechnologie

TEKST

 

Bijvoorbeeld LCD/LED LCD/QLED LCD/OLED/MicroLED/QDLED/SED/FED/EPD enz.

17.

Automatische helderheidsregeling (ABC) beschikbaar

[JA/NEE]

 

Moet standaard worden geactiveerd (indien JA).

18.

Spraakherkenningssensor beschikbaar

[JA/NEE]

 

 

19.

Aanwezigheidssensor beschikbaar

[JA/NEE]

 

Moet standaard worden geactiveerd (indien JA).

20.

Beeldverversingsfrequentie (standaard)

X

Hz

 

21.

Minimale gegarandeerde beschikbaarheid van software- en firmware-updates (vanaf de datum waarop het in de handel brengen is beëindigd)  (2)  (3)

X

Jaar

Overeenkomstig bijlage II E, punt 1, van Verordening (EU) 2019/2021 van de Commissie (1)

22.

Minimale gegarandeerde beschikbaarheid van reserveonderdelen (vanaf de datum waarop het in de handel brengen is beëindigd)  (2)  (3)

X

Jaar

Overeenkomstig bijlage II E, punt 1, van Verordening (EU) 2019/2021 van de Commissie

23.

Minimale gegarandeerde productondersteuning  (2)  (3)

X

Jaar

Overeenkomstig bijlage II E, punt 1, van Verordening (EU) 2019/2021 van de Commissie

 

Minimumduur van de door de leverancier geboden algemene garantie  (2)  (3)

X

Jaar

 

24.

Type voeding

Intern/extern/gestandaardiseerd extern

 

Eén hiervan selecteren.

25.

Externe voeding (niet-gestandaardiseerd en in de doos van het product meegeleverd)

i

 

TEKST

Omschrijving

 

ii

Voedingsspanning

X

V

 

iii

Uitgangsspanning

X,X

V

 

26.

Externe gestandaardiseerde voeding (of geschikte indien niet in de doos van het product meegeleverd)

i

Ondersteunde standaardnaam of lijst

TEKST

 

ii

Vereiste uitgangsspanning

X,X

V

 

iii

Vereiste aangeleverde stroom

X,X

A

 

iv

Vereiste stroomfrequentie

XX

Hz

 

6)

Bijlage VI wordt als volgt gewijzigd:

a)

de punten 1 tot en met 5 worden vervangen door:

“1)

een algemene beschrijving van het model aan de hand waarvan dit duidelijk en gemakkelijk kan worden herkend;

2)

verwijzingen naar de toegepaste geharmoniseerde normen of andere gehanteerde metingsnormen;

3)

de specifieke voorzorgsmaatregelen die moeten worden genomen voor de assemblage, de installatie, het onderhoud of het testen van het model;

4)

de waarden voor de in tabel 5 vastgestelde technische parameters; voor de toepassing van de in bijlage IX vastgestelde controleprocedure worden deze waarden als de opgegeven waarden beschouwd;

5)

de details en resultaten van de berekeningen, uitgevoerd overeenkomstig bijlage IV;

6)

de testomstandigheden indien niet voldoende beschreven onder punt 2);

7)

eventuele equivalente modellen, met inbegrip van typeaanduidingen;

Deze elementen vormen ook de verplichte specifieke delen van de technische documentatie die de leverancier overeenkomstig artikel 12, lid 5, van Verordening (EU) 2017/1369 in de databank moet invoeren.”;

b)

tabel 5 wordt vervangen door:

“Tabel 5

Technische parameters van het model en opgegeven waarden

 

Parameter

Parameterwaarde en precisie

Eenheid

Opgegeven waarde

Algemeen

1

Naam van de leverancier of handelsmerk

TEKST

 

 

2

Typeaanduiding

TEKST

 

 

3

Energie-efficiëntieklasse voor SDR

[A/B/C/D/E/F/G]

A — G

 

4

Opgenomen vermogen in de gebruiksstand voor SDR

XXX,X

W

 

5

Energie-efficiëntieklasse voor HDR, indien geïmplementeerd

[A/B/C/D/E/F/G] of n.v.t.

A — G

 

6

Opgenomen vermogen in de gebruiksstand in HDR

XXX,X

W

 

7

Opgenomen vermogen in uitstand

X,X

W

 

8

Opgenomen vermogen in stand-bystand

X,X

W

 

9

Opgenomen vermogen in netwerkgebonden stand-bystand

X,X

W

 

10

Categorie elektronisch beeldscherm

[televisie/monitor/informatiebeeldscherm/ander]

TEKST

 

11

Beeldverhouding

XX

:

XX

 

 

12

Schermresolutie (pixels)

X

×

X

 

 

13

Schermdiagonaal

XXX,X

cm

 

14

Schermdiagonaal

XX

inch

 

15

Zichtbaar schermoppervlak

XXX,X

dm2

 

16

Gebruikte platteschermtechnologie

TEKST

 

 

17

Automatische helderheidsregeling (ABC) beschikbaar

[JA/NEE]

 

 

18

Spraakherkenningssensor beschikbaar

[JA/NEE]

 

 

19

Aanwezigheidssensor beschikbaar

[JA/NEE]

 

 

20

Beeldverversingsfrequentie (normale configuratie)

XXX

Hz

 

21

Minimale gegarandeerde beschikbaarheid van software- en firmware-updates (vanaf de datum waarop het in de handel brengen is beëindigd, overeenkomstig bijlage II, deel E, punt 1, van Verordening (EU) 2019/2021 van de Commissie):

XX

Jaar

 

22

Minimale gegarandeerde beschikbaarheid van reserveonderdelen (vanaf de datum waarop het in de handel brengen is beëindigd, overeenkomstig bijlage II, deel E, punt 1, van Verordening (EU) 2019/2021 van de Commissie):

XX

Jaar

 

23

Minimale gegarandeerde productondersteuning (vanaf de datum waarop het in de handel brengen is beëindigd, overeenkomstig bijlage II, deel E, punt 1, van Verordening (EU) 2019/2021 van de Commissie):

XX

Jaar

 

 

Minimumduur van de door de leverancier geboden algemene garantie

XX

Jaar

 

Voor de gebruiksstand

24

Piekluminantie van de helderste gebruiksstandconfiguratie

XXXX

cd/m2

 

25

Piekluminantie van de normale configuratie

XXXX

cd/m2

 

26

Piekluminantieverhouding (berekend als

waarde van “piekluminantie van de normale configuratie” gedeeld door de waarde van “piekluminantie van de helderste gebruiksstandconfiguratie” vermenigvuldigd met 100)

XX,X

%

 

Voor automatische uitschakeling (APD)

27

Tijdsduur in de gebruiksstand voordat het elektronische beeldscherm automatisch omschakelt naar de stand-bystand, de uitstand of een andere toestand waarin de toepasselijk eisen inzake het opgenomen vermogen voor de uitstand of stand-bystand niet worden overschreden.

XX:XX

mm:ss

 

28

Voor televisies: de tijdsduur na de laatste interactie door de gebruiker voordat de televisie automatisch omschakelt naar de stand-bystand, de uitstand of een andere toestand waarin de toepasselijke eisen inzake het elektriciteitsverbruik voor de uitstand of de stand-bystand niet worden overschreden.

XX:XX

mm:ss

 

29

Voor televisies met aanwezigheidssensor: de tijdsduur, wanneer er geen aanwezigheid wordt vastgesteld, voordat de televisie automatisch omschakelt naar de stand-bystand, de uitstand of een andere toestand waarin de toepasselijke eisen inzake het opgenomen vermogen voor de uitstand of de stand-bystand niet worden overschreden.

XX:XX

mm:ss

 

30

Voor elektronische beeldschermen, andere dan televisies en omroepbeeldschermen: de tijdsduur, wanneer er geen input wordt vastgesteld, voordat het elektronische beeldscherm automatisch omschakelt naar de stand-bystand, de uitstand of een andere toestand waarin de toepasselijke eisen inzake het elektriciteitsverbruik voor de uitstand of de stand-bystand niet worden overschreden.

XX:XX

mm:ss

 

Voor ABC

Indien beschikbaar en standaard geactiveerd

31

Percentage stroomreductie als gevolg van ABC-actie tussen de omgevingslichtomstandigheden van 100 lux en 12 lux.

XX,X

%

 

32

Vermogen in de gebruiksstand bij omgevingslicht van 100 lux bij de ABC-sensor

XXX,X

W

 

33

Vermogen in de gebruiksstand bij omgevingslicht van 12 lux bij de ABC-sensor

XXX,X

W

 

34

Schermluminantie bij omgevingslicht van 100 lux bij de ABC-sensor (*1)

XXX

cd/m2

 

35

Schermluminantie bij omgevingslicht van 60 lux bij de ABC-sensor (*1)

XXX

cd/m2

 

36

Schermluminantie bij omgevingslicht van 35 lux bij de ABC-sensor (*1)

XXX

cd/m2

 

37

Schermluminantie bij omgevingslicht van 12 lux bij de ABC-sensor (*1)

XXX

cd/m2

 

Voor stroomvoorziening

38

Type voeding

Intern/extern

 

 

39

Standaardreferenties (indien relevant)

 

TEKST

 

40

Voedingsspanning

XXX,X

V

 

41

Uitgangsspanning

XXX,X

V

 

42

Ingangsstroom (max)

XXX,X

A

 

43

Uitgangsstroom (min)

XXX,X

A

 

c)

punt 6) wordt hernummerd tot punt 9)

d)

punt 7) wordt hernummerd tot punt 10)

e)

punt 8) wordt hernummerd tot punt 11).

7)

Bijlage IX wordt als volgt gewijzigd:

a)

de eerste alinea wordt vervangen door:

“De in deze bijlage vastgestelde controletoleranties worden uitsluitend gebruikt voor de controle van de opgegeven waarden door de autoriteiten van de lidstaten en mogen door de leverancier niet worden gebruikt als toegestane tolerantie voor de vaststelling van de waarden in de technische documentatie of ten behoeve van de interpretatie van deze waarden met het oog op het bereiken van naleving of het meedelen van betere prestaties op welke wijze dan ook. De op het etiket of in het productinformatieblad gepubliceerde waarden en klassen mogen niet gunstiger zijn voor de leverancier dan de in de technische documentatie opgegeven waarden.”;

b)

de inleidende zin van de derde alinea wordt vervangen door: “De autoriteiten van de lidstaten passen de volgende procedure toe, wanneer zij als onderdeel van de controle nagaan of een productmodel aan de in deze verordening vervatte eisen voldoet:”;

c)

punt 7) wordt vervangen door:

“7)

Zodra een besluit van niet-overeenstemming van het model overeenkomstig punt 3, punt 6 of de tweede alinea van deze bijlage is genomen, verstrekken de autoriteiten van de lidstaat zo snel mogelijk alle relevante informatie aan de autoriteiten van de overige lidstaten en aan de Commissie.”;

d)

tabel 6 wordt vervangen door:

“Tabel 6

Controletoleranties

Parameter

Controletoleranties

Opgenomen vermogen in de gebruiksstand (Pmeasured , watt)

De vastgestelde waarde (*3) overschrijdt de opgegeven waarde met niet meer dan 7 %.

Opgenomen vermogen (watt) van de uitstand, de stand-bystand en de netwerkgebonden stand-bystand, naargelang van het geval

De vastgestelde waarde (*3) ligt niet meer dan 0,10 watt hoger dan de opgegeven waarde indien de opgegeven waarde 1,00 watt of minder bedraagt, of niet meer dan 10 % hoger indien de opgegeven waarde meer dan 1,00 watt bedraagt.

Zichtbaar schermoppervlak

De vastgestelde waarde (*2) ligt niet meer dan 1 % of 0,1 dm2, indien dat minder is, lager dan de opgegeven waarde.

Zichtbare schermdiagonaal in centimeters

De vastgestelde waarde (*2) wijkt niet meer dan 1 cm af van de opgegeven waarde.

Schermresolutie in horizontale en verticale pixels

De vastgestelde waarde (*2) wijkt niet af van de opgegeven waarde.

Piekluminantie

De vastgestelde waarde (*3) is niet meer dan 8 % lager dan de opgegeven waarde.

Tijdsduur in de gebruiksstand voordat het elektronische beeldscherm automatisch omschakelt naar de stand-bystand, de uitstand of een andere toestand waarin de toepasselijk eisen inzake het opgenomen vermogen voor de uitstand of stand-bystand niet worden overschreden

De vastgestelde waarde (*2) overschrijdt de opgegeven waarde met niet meer dan 5 seconden.

Voor televisies: de tijdsduur na de laatste interactie door de gebruiker voordat de televisie automatisch omschakelt naar de stand-bystand, de uitstand of een andere toestand waarin de toepasselijke eisen inzake het elektriciteitsverbruik voor de uitstand of de stand-bystand niet worden overschreden

De vastgestelde waarde (*2) overschrijdt de opgegeven waarde met niet meer dan 5 seconden.

Voor televisies met een aanwezigheidssensor: de tijdsduur, wanneer er geen aanwezigheid wordt vastgesteld, voordat de televisie automatisch omschakelt naar de stand-bystand, de uitstand of een andere toestand waarin de toepasselijke eisen inzake het opgenomen vermogen voor de uitstand of de stand-bystand niet worden overschreden

De vastgestelde waarde (*2) overschrijdt de opgegeven waarde met niet meer dan 5 seconden.

Voor elektronische beeldschermen, andere dan televisies en omroepbeeldschermen: de tijdsduur, wanneer er geen input wordt vastgesteld, voordat het elektronische beeldscherm automatisch omschakelt naar de stand-bystand, de uitstand of een andere toestand waarin de toepasselijke eisen inzake het elektriciteitsverbruik voor de uitstand of de stand-bystand niet worden overschreden

De vastgestelde waarde (*2) overschrijdt de opgegeven waarde met niet meer dan 5 seconden.


(1)  Verordening (EU) 2019/2021 van de Commissie van 1 oktober 2019 tot vaststelling van eisen inzake ecologisch ontwerp voor elektronische beeldschermen overeenkomstig Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1275/2008 van de Commissie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 642/2009 van de Commissie (zie bladzijde 241 van dit Publicatieblad).

(2)  Dit element wordt niet relevant geacht voor de toepassing van artikel 2, lid 6, van Verordening (EU) 2017/1369.

(3)  Wijzigingen van dit element worden niet relevant geacht voor de toepassing van artikel 4, lid 4, van Verordening (EU) 2017/1369.

(4)  De leverancier voert deze gegevens niet in voor elk model indien deze automatisch door de databank worden verstrekt.”.

(*1)  de waarden van de parameters met betrekking tot de ABC-luminantie zijn indicatief en de controle vindt plaats aan de hand van de toepasselijke ABC-gerelateerde eisen”

(*2)  Indien de vastgestelde waarde niet voldoet, worden het model en alle equivalente modellen geacht niet aan deze verordening te voldoen.

(*3)  Indien drie extra exemplaren worden getest overeenkomstig punt 4, is de vastgestelde waarde het rekenkundige gemiddelde van de waarden die zijn vastgesteld voor deze drie extra exemplaren.”.


BIJLAGE II

De bijlagen I, IV, V, VI, VIII, IX en X bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2014 worden als volgt gewijzigd:

1)

In bijlage I wordt het volgende punt 33) toegevoegd:

“33)

“opgegeven waarden”: de door de leverancier verstrekte waarden voor de aangegeven, berekende of gemeten technische parameters, overeenkomstig artikel 3, lid 3, van Verordening (EU) 2017/1369 alsmede artikel 3, lid 1, onder d), en bijlage VI van deze verordening, voor de controle op de naleving door de autoriteiten van de lidstaten.”.

2)

Bijlage IV wordt als volgt gewijzigd:

a)

na de eerste alinea wordt het volgende toegevoegd:

“Wanneer een parameter wordt opgegeven overeenkomstig artikel 3, lid 3, van Verordening (EU) 2017/1369 en overeenkomstig bijlage VI, tabel 7, voor huishoudelijke wasmachines of bijlage VI, tabel 8, voor huishoudelijke was-droogcombinaties, gebruikt de leverancier de opgegeven waarde ervan voor de berekeningen in deze bijlage.”;

b)

punt 1 wordt vervangen door:

“1.   NOMINALE CAPACITEIT VAN HUISHOUDELIJKE WAS-DROOGCOMBINATIES

De nominale capaciteit van huishoudelijke was-droogcombinaties is gelijk aan de nominale capaciteit van de cyclus wassen en drogen.

Als de huishoudelijke was-droogcombinatie een continue cyclus biedt, is de nominale capaciteit van de cyclus wassen en drogen gelijk aan de nominale capaciteit voor deze cyclus.

Als de huishoudelijke was-droogcombinatie geen continue cyclus biedt, is de nominale capaciteit van de cyclus wassen en drogen gelijk aan de nominale wascapaciteit van het programma “eco 40-60” of de nominale droogcapaciteit van de droogcyclus waarmee de droogtegraad “kastdroog” wordt bereikt, indien deze lager is.”;

c)

de punten 3 en 4 worden vervangen door:

“3.   WASEFFICIËNTIE-INDEX

De wasefficiëntie-index van huishoudelijke wasmachines en van de wascyclus van huishoudelijke was-droogcombinaties (IW) en de wasefficiëntie-index van de volledige cyclus van huishoudelijke was-droogcombinaties (JW) worden berekend aan de hand van de geharmoniseerde normen waarvan de referentienummers voor dat doel zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie, of aan de hand van andere betrouwbare, nauwkeurige en reproduceerbare methoden die rekening houden met de algemeen erkende stand van de techniek, en worden afgerond op drie decimalen.

Voor huishoudelijke wasmachines met een nominale capaciteit van meer dan 3 kg en voor de wascyclus van huishoudelijke was-droogcombinaties met een nominale capaciteit van meer dan 3 kg is de op het productinformatieblad vermelde IW gelijk aan de wasefficiëntie-index bij nominale wascapaciteit, de helft van de nominale wascapaciteit of een kwart van de nominale wascapaciteit, indien deze lager is.

Voor huishoudelijke wasmachines met een nominale capaciteit van maximaal 3 kg en voor de wascyclus van huishoudelijke was-droogcombinaties met een nominale capaciteit van maximaal 3 kg is de op het productinformatieblad vermelde IW gelijk aan de wasefficiëntie-index bij nominale wascapaciteit.

Voor huishoudelijke was-droogcombinaties met een nominale capaciteit van meer dan 3 kg is de op het productinformatieblad vermelde JW gelijk aan de wasefficiëntie-index bij nominale capaciteit of de helft van de nominale capaciteit, indien deze lager is.

Voor huishoudelijke was-droogcombinaties met een nominale capaciteit van maximaal 3 kg is de op het productinformatieblad vermelde JW gelijk aan de wasefficiëntie-index bij nominale capaciteit.

4.   SPOELDOELTREFFENDHEID

De spoeldoeltreffendheid van huishoudelijke wasmachines en van de wascyclus van huishoudelijke was-droogcombinaties (IR) en de spoeldoeltreffendheid van de volledige cyclus van huishoudelijke was-droogcombinaties (JR) worden berekend aan de hand van de geharmoniseerde normen waarvan de referentienummers voor dat doel zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie, of aan de hand van andere betrouwbare, nauwkeurige en reproduceerbare methoden op basis van de opsporing van de indicator voor lineair alkylbenzeensulfonaat (LAS), en worden afgerond op één decimaal.

Voor huishoudelijke wasmachines met een nominale capaciteit van meer dan 3 kg en voor de wascyclus van huishoudelijke was-droogcombinaties met een nominale capaciteit van meer dan 3 kg is de op het productinformatieblad vermelde IR gelijk aan de spoeldoeltreffendheid bij nominale wascapaciteit, de helft van de nominale wascapaciteit of een kwart van de nominale wascapaciteit, indien deze hoger is.

Voor huishoudelijke wasmachines met een nominale capaciteit van maximaal 3 kg en voor de wascyclus van huishoudelijke was-droogcombinaties met een nominale capaciteit van maximaal 3 kg wordt voor IR geen waarde op het productinformatieblad vermeld.

Voor huishoudelijke was-droogcombinaties met een nominale capaciteit van meer dan 3 kg is de op het productinformatieblad vermelde JR gelijk aan de spoeldoeltreffendheid bij nominale capaciteit of de helft van de nominale capaciteit, indien deze hoger is.

Voor huishoudelijke was-droogcombinaties met een nominale capaciteit maximaal 3 kg wordt voor JR geen waarde op het productinformatieblad vermeld.”;

d)

in punt 6 wordt de eerste alinea van punt 2) vervangen door:

“Voor huishoudelijke was-droogcombinaties met een nominale wascapaciteit van maximaal 3 kg is het gewogen waterverbruik van de cyclus wassen en drogen gelijk aan het waterverbruik bij nominale capaciteit, afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal.”;

e)

punt 7 wordt vervangen door:

“7.   RESTEREND VOCHTGEHALTE

“Het gewogen resterende vochtgehalte na het wassen (D) van een huishoudelijke wasmachine en van de wascyclus van een huishoudelijke was-droogcombinatie wordt als volgt berekend, uitgedrukt in procenten en afgerond op één decimaal:

Image 1

waarbij:

Dfull staat voor het resterende vochtgehalte voor het programma “eco 40-60” bij nominale wascapaciteit, uitgedrukt in procenten en afgerond op twee decimalen;

D1/2 staat voor het resterende vochtgehalte voor het programma “eco 40-60” bij halve nominale wascapaciteit, uitgedrukt in procenten en afgerond op twee decimalen;

D1/4 staat voor het resterende vochtgehalte voor het programma “eco 40-60” bij een kwart van de nominale wascapaciteit, uitgedrukt in procenten en afgerond op twee decimalen;

A, B en C de wegingsfactoren zijn zoals beschreven in punt 2.1, onder c).”;

f)

punt 9 wordt vervangen door:

“9.   SPAARSTANDEN

Indien van toepassing worden het opgenomen vermogen van de uitstand (Po), de stand-bystand (Psm) en de startvertraging (Pds) gemeten, uitgedrukt in W en afgerond op twee decimalen.

Bij metingen van het opgenomen vermogen in spaarstanden wordt het volgende gecontroleerd en geregistreerd:

of er al dan niet informatie wordt weergeven;

of er al dan niet een netwerkverbinding wordt geactiveerd.

Indien een huishoudelijke wasmachine of een huishoudelijke was-droogcombinatie over een antikreukfunctie beschikt, wordt deze verrichting onderbroken door de deur van de huishoudelijke wasmachine of de huishoudelijke was-droogcombinatie te openen of elke andere passende tussenkomst die 15 minuten vóór de meting van het opgenomen vermogen plaatsvindt.”;

g)

het volgende punt 11 wordt aan het einde toegevoegd:

“11.   CENTRIFUGESNELHEID

De centrifugesnelheid van een huishoudelijke wasmachine en van de wascyclus van een huishoudelijke was-droogcombinatie wordt gemeten of berekend bij de hoogst mogelijke centrifugesnelheid voor het programma “eco 40-60” aan de hand van de geharmoniseerde normen waarvan de referentienummers voor dat doel zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie, of aan de hand van andere betrouwbare, nauwkeurige en reproduceerbare methoden die rekening houden met de algemeen erkende stand van de techniek, en wordt afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal.”.

3)

Bijlage V wordt als volgt gewijzigd:

a)

tabel 5 wordt vervangen door:

“Tabel 5

Inhoud, volgorde en formaat van het productinformatieblad

Naam van de leverancier of het handelsmerk  (1) ,  (3) :

Adres van de leverancier  (1) ,  (3):

Typeaanduiding  (1):

Algemene productparameters:

Parameter

Waarde

Parameter

Waarde

Nominale capaciteit (2) (kg)

x,x

Afmetingen in cm (1) ,  (3)

Hoogte

x

Breedte

x

Diepte

x

Energie-efficiëntie-index (2) (EEIW)

x,x

Energie-efficiëntieklasse (2)

[A/B/C/D/E/F/G] (4)

Wasefficiëntie-index (2)

x,xxx

Spoeldoeltreffendheid (g/kg) (2)

x,x

Energieverbruik in kWh per cyclus, gebaseerd op het programma “eco 40-60” bij een combinatie van volledige en gedeeltelijke ladingen. Het werkelijke energieverbruik hangt af van de manier waarop het apparaat wordt gebruikt.

x,xxx

Waterverbruik, uitgedrukt in liters per cyclus, gebaseerd op het programma “eco 40-60” bij een combinatie van volledige en gedeeltelijke ladingen. Het werkelijke waterverbruik hangt af van de manier waarop het apparaat wordt gebruikt en van de hardheid van het water.

x

Maximumtemperatuur in het behandelde wasgoed (2) (°C)

Nominale capaciteit

x

Gewogen resterend vochtgehalte (2) (%)

x,x

Helft

x

Kwart

x

Centrifugesnelheid (2) (rpm)

Nominale capaciteit

x

Centrifuge-efficiëntieklasse (2)

[A/B/C/D/E/F/G] (4)

Helft

x

Kwart

x

Programmaduur (2) (h:min)

Nominale capaciteit

x:xx

Type

[ingebouwd/vrijstaand]

Helft

x:xx

Kwart

x:xx

Emissie van akoestisch luchtgeluid in de centrifugefase (2) (dB(A) re 1 pW)

x

Emissieklasse voor akoestisch luchtgeluid (2) (centrifugefase)

[A/B/C/D] (4)

Uitstand (W) (indien van toepassing)

x,xx

Stand-bystand (W) (indien van toepassing)

x,xx

Startvertraging (W) (indien van toepassing)

x,xx

Netwerkgebonden stand-by (W) (indien van toepassing)

x,xx

Minimumduur van de door de leverancier geboden garantie  (1) ,  (3):

Dit product is zo ontworpen dat er zilverionen vrijkomen tijdens de wascyclus

[JA/NEE]

Aanvullende informatie  (1) ,  (3):

Link naar de website van de leverancier met de informatie zoals bedoeld in punt 9 van bijlage II bij Verordening (EU) 2019/2023 van de Commissie (1):

b)

tabel 6 wordt vervangen door:

“Tabel 6

Inhoud, volgorde en formaat van het productinformatieblad

Naam van de leverancier of het handelsmerk  (5) ,  (8):

Adres van de leverancier  (5) ,  (8):

Typeaanduiding  (5):

Algemene productparameters:

Parameter

Waarde

Parameter

Waarde

Nominale capaciteit (kg)

Nominale capaciteit (7)

x,x

Afmetingen in cm (5) ,  (8)

Hoogte

x

Nominale wascapaciteit (6)

x,x

Breedte

x

Diepte

x

Energie-efficiëntie-index

EEIW  (6)

x,x

Energie-efficiëntieklasse

EEIW  (6)

[A/B/C/D/E/F/G] (9)

EEIWD  (7)

x,x

EEIWD  (7)

[A/B/C/D/E/F/G] (9)

Wasefficiëntie-index

IW  (6)

x,xxx

Spoeldoeltreffendheid (g/kg droog textiel)

IR  (6)

x,x

JW  (7)

x,xxx

JR  (7)

x,x

Energieverbruik, uitgedrukt in kWh per cyclus, voor de wascyclus van de huishoudelijke was-droogcombinatie, met het programma “eco 40-60” bij een combinatie van volledige en gedeeltelijke ladingen. Het werkelijke energieverbruik hangt af van de manier waarop het apparaat wordt gebruikt.

x,xxx

Energieverbruik, uitgedrukt in kWh per cyclus, voor de cyclus wassen en drogen van de huishoudelijke was-droogcombinatie bij een combinatie van volledige en gedeeltelijke ladingen. Het werkelijke energieverbruik hangt af van de manier waarop het apparaat wordt gebruikt.

x,xxx

Waterverbruik, uitgedrukt in liters per cyclus, voor het programma “eco 40-60” bij een combinatie van volledige en gedeeltelijke ladingen. Het werkelijke waterverbruik hangt af van de manier waarop het apparaat wordt gebruikt en van de hardheid van het water.

x

Waterverbruik, uitgedrukt in liters per cyclus, voor de cyclus wassen en drogen van de huishoudelijke was-droogcombinatie bij een combinatie van volledige en gedeeltelijke ladingen. Het werkelijke waterverbruik hangt af van de manier waarop het apparaat wordt gebruikt en van de hardheid van het water.

x

Maximumtemperatuur in het behandelde wasgoed (°C) voor de wascyclus van de huishoudelijke was-droogcombinatie, met het programma “eco 40-60”

Nominale wascapaciteit

x

Maximumtemperatuur in het behandelde wasgoed (°C) voor de wascyclus van de huishoudelijke was-droogcombinatie, met de cyclus wassen en drogen

Nominale capaciteit

x

Helft

x

Kwart

x

Helft

x

Centrifugesnelheid (rpm) (6)

Nominale wascapaciteit

x

Gewogen resterend vochtgehalte (%) (6)

x,x

Helft

x

Kwart

x

Duur van het programma “eco 40-60” (u:min)

Nominale wascapaciteit

x:xx

Centrifuge-efficiëntieklasse (6)

[A/B/C/D/E/F/G] (9)

Helft

x:xx

Kwart

x:xx

Emissie van akoestisch luchtgeluid tijdens de centrifugefase van de wascyclus “eco 40-60” bij nominale wascapaciteit (dB(A) re 1 pW)

x

Duur van de cyclus wassen en drogen (u:min)

Nominale capaciteit

x:xx

Helft

x:xx

Type

[ingebouwd/vrijstaand]

Emissieklasse voor akoestisch luchtgeluid van de centrifugefase van het programma “eco 40-60” bij nominale wascapaciteit

[A/B/C/D] (9)

Uitstand (W) (indien van toepassing)

x,xx

Stand-bystand (W) (indien van toepassing)

x,xx

Startvertraging (W) (indien van toepassing)

x,xx

Netwerkgebonden stand-by (W) (indien van toepassing)

x,xx

Minimumduur van de door de leverancier geboden garantie  (5) ,  (8):

Dit product is zo ontworpen dat er zilverionen vrijkomen tijdens de wascyclus

[JA/NEE]

Aanvullende informatie  (5) ,  (8):

Link naar de website van de leverancier met de informatie zoals bedoeld in punt 9 van bijlage II bij Verordening (EU) 2019/2023:

4)

Bijlage VI wordt als volgt gewijzigd:

a)

punt 1 wordt vervangen door:

“1.

Voor huishoudelijke wasmachines bevat de in artikel 3, lid 1, onder d), bedoelde technische documentatie de volgende elementen:

a)

een algemene beschrijving van het model aan de hand waarvan dit duidelijk en gemakkelijk kan worden herkend;

b)

verwijzingen naar de toegepaste geharmoniseerde normen of andere gehanteerde metingsnormen;

c)

de specifieke voorzorgsmaatregelen die moeten worden genomen voor de assemblage, de installatie, het onderhoud of het testen van het model;

d)

de waarden voor de in tabel 7 vastgestelde technische parameters; voor de toepassing van de in bijlage IX vastgestelde controleprocedure worden deze waarden als de opgegeven waarden beschouwd;

e)

de details en resultaten van de berekeningen, uitgevoerd overeenkomstig bijlage IV;

f)

de testomstandigheden indien niet voldoende beschreven onder b);

g)

eventuele equivalente modellen, met inbegrip van typeaanduidingen.

Deze elementen vormen ook de verplichte specifieke delen van de technische documentatie die de leverancier overeenkomstig artikel 12, lid 5, van Verordening (EU) 2017/1369 in de databank moet invoeren.

Tabel 7

Technische parameters van het model en de bijbehorende opgegeven waarden voor huishoudelijke wasmachines

PARAMETER

OPGEGEVEN WAARDE

EENHEID

Nominale capaciteit voor het programma “eco 40-60”, met intervallen van 0,5 kg (c)

X,X

kg

Energieverbruik van het programma “eco 40-60” bij nominale capaciteit (EW,full)

X,XXX

kWh/cyclus

Energieverbruik van het programma “eco 40-60” bij helft van de nominale capaciteit (EW,½)

X,XXX

kWh/cyclus

Energieverbruik van het programma “eco 40-60” bij een kwart van de nominale capaciteit (EW,1/4)

X,XXX

kWh/cyclus

Gewogen energieverbruik van het programma “eco 40-60” (EW)

X,XXX

kWh/cyclus

Standaardenergieverbruik van het programma “eco 40-60” (SCEW)

X,XXX

kWh/cyclus

Energie-efficiëntie-index (EEIW)

X,X

Waterverbruik van het programma “eco 40-60” bij nominale capaciteit (WW,full)

X,X

l/cyclus

Waterverbruik van het programma “eco 40-60” bij helft van de nominale capaciteit (WW,½)

X,X

l/cyclus

Waterverbruik van het programma “eco 40-60” bij een kwart van de nominale capaciteit (WW,1/4)

X,X

l/cyclus

Gewogen waterverbruik (WW)

X

l/cyclus

Wasefficiëntie-index van het programma “eco 40-60” bij nominale capaciteit (Iw)

X,XXX

Wasefficiëntie-index van het programma “eco 40-60” bij helft van de nominale capaciteit (Iw)

X,XXX

Wasefficiëntie-index van het programma “eco 40-60” bij een kwart van van de nominale capaciteit (Iw)

X,XXX

Spoeldoeltreffendheid van het programma “eco 40-60” bij nominale capaciteit (IR)

X,X

g/kg

Spoeldoeltreffendheid van het programma “eco 40-60” bij helft van de nominale capaciteit (IR)

X,X

g/kg

Spoeldoeltreffendheid van het programma “eco 40-60” bij een kwart van de nominale capaciteit (IR)

X,X

g/kg

Programmaduur van het programma “eco 40-60” bij nominale capaciteit (tw)

X:XX

u:min

Programmaduur van het programma “eco 40-60” bij helft van de nominale capaciteit (tw)

X:XX

u:min

Programmaduur van het programma “eco 40-60” bij een kwart van de nominale capaciteit (tw)

X:XX

u:min

Temperatuur die voor minstens vijf minuten wordt bereikt in de lading tijdens het programma “eco 40-60” bij nominale capaciteit (T)

X

°C

Temperatuur die voor minstens vijf minuten wordt bereikt in de lading tijdens het programma “eco 40-60” bij helft van de nominale capaciteit (T)

X

°C

Temperatuur die voor minstens vijf minuten wordt bereikt in de lading tijdens het programma “eco 40-60” bij een kwart van de nominale capaciteit (T)

X

°C

Centrifugesnelheid in de centrifugefase van het programma “eco 40-60” bij nominale capaciteit (S)

X

rpm

Centrifugesnelheid in de centrifugefase van het programma “eco 40-60” bij helft van de nominale capaciteit (S)

X

rpm

Centrifugesnelheid in de centrifugefase van het programma “eco 40-60” bij een kwart van de nominale capaciteit (S)

X

rpm

Gewogen resterend vochtgehalte (D)

X,X

%

Emissie van akoestisch luchtgeluid tijdens het programma “eco 40-60” (centrifugefase)

X

dB(A) re 1 pW

Opgenomen vermogen in de uitstand (Po) (indien van toepassing)

X,XX

W

Opgenomen vermogen in de stand-bystand (Psm) (indien van toepassing)

X,XX

W

Wordt er informatie weergegeven in de stand-bystand?

Ja/Nee

Opgenomen vermogen in de stand-bystand (Psm) in een toestand van netwerkgebonden stand-by (indien van toepassing)

X,XX

W

Opgenomen vermogen bij startvertraging (Pds) (indien van toepassing)

X,XX

W”

b)

punt 2 wordt vervangen door:

“2.

Voor huishoudelijke was-droogcombinaties bevat de in artikel 3, lid 1, onder d), bedoelde technische documentatie de volgende elementen:

a)

een algemene beschrijving van het model aan de hand waarvan dit duidelijk en gemakkelijk kan worden herkend;

b)

verwijzingen naar de toegepaste geharmoniseerde normen of andere gehanteerde metingsnormen;

c)

de specifieke voorzorgsmaatregelen die moeten worden genomen voor de assemblage, de installatie, het onderhoud of het testen van het model;

d)

de waarden voor de in tabel 8 vastgestelde technische parameters; voor de toepassing van de in bijlage IX vastgestelde controleprocedure worden deze waarden als de opgegeven waarden beschouwd;

e)

de details en resultaten van de berekeningen, uitgevoerd overeenkomstig bijlage IV;

f)

de testomstandigheden indien niet voldoende beschreven onder b);

g)

eventuele equivalente modellen, met inbegrip van typeaanduidingen.

Deze elementen vormen ook de verplichte specifieke delen van de technische documentatie die de leverancier overeenkomstig artikel 12,5, lid 5, van Verordening (EU) 2017/1369 in de databank moet invoeren.

Tabel 8

Technische parameters van het model en de bijbehorende opgegeven waarden voor huishoudelijke was-droogcombinaties

PARAMETER

OPGEGEVEN WAARDE

EENHEID

Nominale capaciteit voor de wascyclus, met intervallen van 0,5 kg (c)

X,X

kg

Nominale capaciteit voor de cyclus wassen en drogen, met intervallen van 0,5 kg (d)

X,X

kg

Energieverbruik van het programma “eco 40-60” bij nominale wascapaciteit (EW,full)

X,XXX

kWh/cyclus

Energieverbruik van het programma “eco 40-60” bij helft van de nominale wascapaciteit (EW,½)

X,XXX

kWh/cyclus

Energieverbruik van het programma “eco 40-60” bij een kwart van de nominale wascapaciteit (EW,1/4)

X,XXX

kWh/cyclus

Gewogen energieverbruik van het programma “eco 40-60” (EW)

X,XXX

kWh/cyclus

Standaardenergieverbruik van het programma “eco 40-60” (SCEW)

X,XXX

kWh/cyclus

Energie-efficiëntie-index van de wascyclus (EEIW)

X,X

Energieverbruik van de cyclus wassen en drogen bij nominale capaciteit (EWD,full)

X,XXX

kWh/cyclus

Energieverbruik van de cyclus wassen en drogen bij helft van de nominale capaciteit (EWD,½)

X,XXX

kWh/cyclus

Gewogen energieverbruik van de cyclus wassen en drogen (EWD)

X,XXX

kWh/cyclus

Standaardenergieverbruik van de cyclus wassen en drogen (SCEWD)

X,XXX

kWh/cyclus

Energie-efficiëntie-index van de cyclus wassen en drogen (EEIWD)

X,X

Waterverbruik van het programma “eco 40-60” bij nominale wascapaciteit (WW,full)

X,X

l/cyclus

Waterverbruik van het programma “eco 40-60” bij helft van de nominale wascapaciteit (WW,½)

X,X

l/cyclus

Waterverbruik van het programma “eco 40-60” bij een kwart van de nominale wascapaciteit (WW,1/4)

X,X

l/cyclus

Gewogen waterverbruik van de wascyclus (WW)

X

l/cyclus

Waterverbruik van de cyclus wassen en drogen bij nominale capaciteit (WWD,full)

X,X

l/cyclus

Waterverbruik van de cyclus wassen en drogen bij helft van de nominale capaciteit (WWD,½)

X,X

l/cyclus

Gewogen waterverbruik van de was- en droogcyclus (WWD)

X

l/cyclus

Wasefficiëntie-index van het programma “eco 40-60” bij nominale wascapaciteit (Iw)

X,XXX

Wasefficiëntie-index van het programma “eco 40-60” bij helft van de nominale wascapaciteit (Iw)

X,XXX

Wasefficiëntie-index van het programma “eco 40-60” bij een kwart van de nominale wascapaciteit (Iw)

X,XXX

Wasefficiëntie-index van de cyclus wassen en drogen bij nominale capaciteit (Jw)

X,XXX

Wasefficiëntie-index van de cyclus wassen en drogen bij helft van de nominale capaciteit (Jw)

X,XXX

Spoeldoeltreffendheid van het programma “eco 40-60” bij nominale wascapaciteit (IR)

X,X

g/kg

Spoeldoeltreffendheid van het programma “eco 40-60” bij helft van de nominale wascapaciteit (IR)

X,X

g/kg

Spoeldoeltreffendheid van het programma “eco 40-60” bij een kwart van de nominale wascapaciteit (IR)

X,X

g/kg

Spoeldoeltreffendheid van de cyclus wassen en drogen bij nominale capaciteit (JR)

X,X

g/kg

Spoeldoeltreffendheid van de cyclus wassen en drogen bij helft van de nominale capaciteit (JR)

X,X

g/kg

Programmaduur van het programma “eco 40-60” bij nominale wascapaciteit (tw)

X:XX

u:min

Programmaduur van het programma “eco 40-60” bij helft van de nominale wascapaciteit (tw)

X:XX

u:min

Programmaduur van het programma “eco 40-60” bij een kwart van de nominale wascapaciteit (tw)

X:XX

u:min

Cyclusduur van de cyclus wassen en drogen bij nominale capaciteit (tWD)

X:XX

u:min

Cyclusduur van de cyclus wassen en drogen bij helft van de nominale capaciteit (tWD)

X:XX

u:min

Temperatuur die voor minstens vijf minuten wordt bereikt in de lading tijdens het programma “eco 40-60” bij nominale wascapaciteit (T)

X

°C

Temperatuur die voor minstens vijf minuten wordt bereikt in de lading tijdens het programma “eco 40-60” bij helft van de nominale wascapaciteit (T)

X

°C

Temperatuur die voor minstens vijf minuten wordt bereikt in de lading tijdens het programma “eco 40-60” bij een kwart van de nominale wascapaciteit (T)

X

°C

Temperatuur die voor minstens vijf minuten wordt bereikt in de lading tijdens de wascyclus van de cyclus wassen en drogen bij nominale capaciteit (T)

X

°C

Temperatuur die voor minstens vijf minuten wordt bereikt in de lading tijdens de wascyclus van de cyclus wassen en drogen bij helft van de nominale capaciteit (T)

X

°C

Centrifugesnelheid in de centrifugefase van het programma “eco 40-60” bij nominale wascapaciteit (S)

X

rpm

Centrifugesnelheid in de centrifugefase van het programma “eco 40-60” bij helft van de nominale wascapaciteit (S)

X

rpm

Centrifugesnelheid in de centrifugefase van het programma “eco 40-60” bij een kwart van de nominale wascapaciteit (S)

X

rpm

Gewogen resterend vochtgehalte na het wassen (D)

X,X

%

Uiteindelijk vochtgehalte na het drogen

X,X

%

Emissie van akoestisch luchtgeluid tijdens het programma “eco 40-60” (centrifugefase)

X

dB(A) re 1 pW

Opgenomen vermogen in de uitstand (Po) (indien van toepassing)

X,XX

W

Opgenomen vermogen in de stand-bystand (Psm) (indien van toepassing)

X,XX

W

Wordt er informatie weergegeven in de stand-bystand?

Ja/Nee

Opgenomen vermogen in de stand-bystand (Psm) in een toestand van netwerkgebonden stand-by (indien van toepassing)

X,XX

W

Opgenomen vermogen bij startvertraging (Pds) (indien van toepassing)

X,XX

W”

5)

In bijlage VIII wordt punt 1 vervangen door:

“1.

Het passende etiket dat door de leveranciers beschikbaar wordt gesteld overeenkomstig artikel 3, lid 1, onder g), wordt met het weergavemechanisme getoond in de nabijheid van de prijs van het product. De afmetingen zijn zodanig dat het etiket duidelijk zichtbaar en leesbaar is en komen overeen met de in bijlage III gespecificeerde afmetingen. Het etiket kan worden weergegeven met gebruikmaking van een geneste weergave, in welk geval het beeld dat wordt gebruikt voor de toegang tot het etiket voldoet aan de in punt 2 van deze bijlage vastgestelde specificaties. Indien een geneste weergave wordt toegepast, verschijnt het etiket bij de eerste muisklik, mouse roll-over of uitvergroting van het beeld op het aanraakscherm.”.

6)

Bijlage IX wordt als volgt gewijzigd:

a)

de eerste alinea wordt vervangen door:

“De in deze bijlage vastgestelde controletoleranties worden uitsluitend gebruikt voor de controle van de opgegeven waarden door de autoriteiten van de lidstaten en mogen door de leverancier niet worden gebruikt als toegestane tolerantie voor de vaststelling van de waarden in de technische documentatie of ten behoeve van de interpretatie van deze waarden met het oog op het bereiken van naleving of het meedelen van betere prestaties op welke wijze dan ook. De op het etiket of in het productinformatieblad gepubliceerde waarden en klassen mogen niet gunstiger zijn voor de leverancier dan de in de technische documentatie opgegeven waarden.”;

b)

de inleidende zin van de derde alinea wordt vervangen door: “De autoriteiten van de lidstaten passen de volgende procedure toe, wanneer zij als onderdeel van de controle nagaan of een productmodel aan de in deze verordening vervatte eisen voldoet:”;

c)

punt 7 wordt vervangen door:

“7)

Zodra een besluit van niet-overeenstemming van het model overeenkomstig punt 3, punt 6 of de tweede alinea van deze bijlage is genomen, verstrekken de autoriteiten van de lidstaat zo snel mogelijk alle relevante informatie aan de autoriteiten van de overige lidstaten en aan de Commissie.”;

d)

tabel 9 wordt vervangen door:

“Tabel 9

Controletoleranties

Parameter

Controletoleranties

EW,full, EW,½, EW,1/4, EWD,full, EWD,½

De vastgestelde waarde (*1) overschrijdt de opgegeven waarde van respectievelijk EW,full, EW,½, EW,1/4, EWD,full en EWD,½ met niet meer dan 10 %.

Gewogen energieverbruik (EW en EWD)

De vastgestelde waarde (*1) overschrijdt de opgegeven waarde van respectievelijk EW, en EWD met niet meer dan 10 %.

WW,full, WW,½ WW,1/4, WWD,full, WWD,½

De vastgestelde waarde (*1) overschrijdt de opgegeven waarde van respectievelijk WW,full, WW,½ WW,1/4, WWD,full en WWD,½ met niet meer dan 10 %.

Gewogen waterverbruik (WW en WWD)

De vastgestelde waarde (*1) overschrijdt de opgegeven waarde van respectievelijk WW en WWD met niet meer dan 10 %.

De wasefficiëntie-index (IW en JW) bij alle relevante ladingen

De vastgestelde waarde (*1) ligt niet meer dan 8 % onder de opgegeven waarde van respectievelijk IW, en Jw.

Spoeldoeltreffendheid (IR en JR) bij alle relevante ladingen

De vastgestelde waarde (*1) overschrijdt de opgegeven waarde van respectievelijk IR en JR met niet meer dan 1,0 g/kg.

Programma- of cyclusduur (tW en tWD) bij alle relevante ladingen

De vastgestelde waarde (*1) van de programma- of cyclusduur overschrijdt de opgegeven waarde van respectievelijk tW en tWD met niet meer dan 5 % of met niet meer dan 10 minuten, indien dit minder is.

Maximumtemperatuur in het wasgoed (T) tijdens de wascyclus bij alle relevante ladingen

De vastgestelde waarde (*1) ligt niet meer dan 5 K onder de opgegeven waarde van T en overschrijdt de opgegeven waarde van T met niet meer dan 5 K.

Gewogen resterend vochtgehalte na het wassen (D)

De vastgestelde waarde (*1) overschrijdt de opgegeven waarde van D met niet meer dan 10 %.

Uiteindelijk vochtgehalte na drogen bij alle relevante ladingen

De vastgestelde waarde (*1) bedraagt niet meer dan 3,0 %.

Centrifugesnelheid (S) bij alle relevante ladingen

De vastgestelde waarde (*1) ligt niet meer dan 10 % onder de opgegeven waarde van S.

Opgenomen vermogen in de uitstand (Po)

De vastgestelde waarde (*1) van het opgenomen vermogen Po overschrijdt de opgegeven waarde met niet meer dan 0,10 W.

Opgenomen vermogen in de stand-bystand (Psm)

De vastgestelde waarde (*1) van het opgenomen vermogen Psm ligt niet meer dan 10 % hoger dan de opgegeven waarde indien de opgegeven waarde hoger is dan 1,00 W, of niet meer dan 0,10 W hoger indien de opgegeven waarde lager of gelijk is aan 1,00 W.

Opgenomen vermogen bij startvertraging (Pds)

De vastgestelde waarde (*1) van het opgenomen vermogen Pds ligt niet meer dan 10 % hoger dan de opgegeven waarde indien de opgegeven waarde hoger is dan 1,00 W, of niet meer dan 0,10 W hoger indien de opgegeven waarde lager of gelijk is aan 1,00 W.

Emissie van akoestisch luchtgeluid

De vastgestelde waarde (*1) overschrijdt de opgegeven waarde met niet meer dan 2 dB(A) re 1 pW.

7)

in bijlage X wordt punt f) vervangen door:

“f)

het resterende vochtgehalte na het wassen wordt berekend als het gewogen gemiddelde volgens de nominale capaciteit van elke trommel;”.



(1)  dit element wordt niet relevant geacht voor de toepassing van artikel 2, lid 6, van Verordening (EU) 2017/1369.

(2)  voor het programma “eco 40-60”.

(3)  wijzigingen van dit element worden niet relevant geacht voor de toepassing van artikel 4, lid 4, van Verordening (EU) 2017/1369.

(4)  de leverancier voert deze gegevens niet in indien de productendatabank de definitieve inhoud van deze cel automatisch aanmaakt.

(5)  dit element wordt niet relevant geacht voor de toepassing van artikel 2, lid 6, van Verordening (EU) 2017/1369.

(6)  voor het programma “eco 40-60”.

(7)  voor de cyclus wassen en drogen.

(8)  wijzigingen van dit element worden niet relevant geacht voor de toepassing van artikel 4, lid 4, van Verordening (EU) 2017/1369.

(9)  de leverancier voert deze gegevens niet in indien de productendatabank de definitieve inhoud van deze cel automatisch aanmaakt.”.

(*1)  Indien drie extra exemplaren worden getest overeenkomstig punt 4, is de vastgestelde waarde het rekenkundige gemiddelde van de waarden die zijn vastgesteld voor deze drie extra exemplaren.”


BIJLAGE III

De bijlagen I, III, IV, V en IX bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2015 worden als volgt gewijzigd:

1)

In bijlage I wordt punt 42) vervangen door:

“42)

“opgegeven waarden”: de door de leverancier verstrekte waarden voor de aangegeven, berekende of gemeten technische parameters, overeenkomstig artikel 3, lid 3, van Verordening (EU) 2017/1369 alsmede artikel 3, lid 1, onder d), en bijlage VI van deze verordening, voor de controle op de naleving door de autoriteiten van de lidstaten.”.

2)

Bijlage III wordt als volgt gewijzigd:

a)

de derde alinea van punt 1 wordt vervangen door:

“Het etiket is:

minstens 36 mm breed en 72 mm hoog wanneer het etiket in standaardformaat wordt gebruikt;

minstens 20 mm breed en 54 mm hoog wanneer het kleine etiket (breedte minder dan 36 mm) wordt gebruikt.”;

b)

punt 2.3, onder e), punt 6, wordt vervangen door:

“6.

de rechthoekige rand van het etiket en de scheidingslijnen hebben lijndikte 0,5 en worden in 100 % zwart weergegeven;”.

3)

Bijlage IV wordt als volgt gewijzigd:

a)

punt 1, onder a), wordt vervangen door:

“a)

in radiologische installaties en installaties voor nucleaire geneeskunde waarvoor normen voor de bescherming tegen straling gelden als vastgesteld in Richtlijn 2013/59/Euratom van de Raad (1);

(1)  Richtlijn 2013/59/Euratom van de Raad van 5 december 2013 tot vaststelling van de basisnormen voor de bescherming tegen de gevaren verbonden aan de blootstelling aan ioniserende straling (PB L 13 van 17.1.2014, blz. 1).”;"

b)

in punt 3 wordt het volgende punt 1) toegevoegd:

“l)

gloeilichtbronnen met mescontactaansluiting, metalen-kabelschoenaansluiting, kabelaansluiting, litzedraadaansluiting, metrische-schroefdraadaansluiting, pennenaansluiting of niet-gestandaardiseerde elektrische aansluiting op maat, met een kwartsglasbuizen van vervaardigde omhulling, die specifiek zijn ontworpen en uitsluitend in de handel worden gebracht voor industriële of professionele elektrowarmteapparatuur (bv. proces van rek-blaasvormen in de pet-industrie, 3D-printen, fabricageprocessen van fotovoltaïsche of elektronische elementen, drogen of uitharden van lijmen, inkten, verf of coatings).”;

c)

het volgende punt 4) wordt toegevoegd:

“4)

Lichtbronnen die speciaal zijn ontworpen en uitsluitend in de handel worden gebracht voor producten die binnen het toepassingsgebied van de Verordeningen (EU) 2019/2023, (EU) 2019/2022, (EU) nr. 932/2012 en (EU) 2019/2019 van de Commissie vallen, zijn vrijgesteld van de voorschriften van de punt 1, onder e), punten 7b), 7c) en 7d), van bijlage VI bij deze verordening.”.

4)

Bijlage V wordt als volgt gewijzigd:

a)

tabel 3 wordt vervangen door:

Tabel 3

Productinformatieblad

Naam van de leverancier of het handelsmerk  (1) ,  (5):

Adres van de leverancier  (1) ,  (5):

Typeaanduiding  (5):

Lichtbrontype:

Gebruikte verlichtingstechnologie:

[HL/LFL T5 HE/LFL T5 HO/CFLni/andere FL/HPS/MH/andere HID/LED/OLED/combinatie/andere]

Niet-gericht of gericht:

[NDLS/DLS]

Type voet van de lichtbron

(of andere elektrische aansluiting)

[Vrije tekst]

 

 

Netspanning of niet-netspanning:

[MLS/NMLS]

Geconnecteerde lichtbron (CLS):

[ja/nee]

Lichtbron met regelbare kleur:

[ja/nee]

Omhulsel:

[nee/tweede/ondoorzichtig]

Lichtbron met hoge luminantie:

[ja/nee]

 

 

Antiverblindingsscherm:

[ja/nee]

Dimbaar:

[ja/alleen met specifieke dimmers/nee]

Productparameters

Parameter

Waarde

Parameter

Waarde

Algemene productparameters:

Energieverbruik in de gebruiksstand (kWh/1 000 u), naar boven afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal

x

Energie-efficiëntieklasse

[A/B/C/D/E/F/G] (2)

Nuttige lichtstroom (Φuse), waarbij wordt vermeld of deze verwijst naar de lichtstroom in een bol (360°), in een brede kegel (120°) of in een smalle kegel (90°)

x in [bol/brede kegel/smalle kegel]

Toegevoegde kleurtemperatuur, afgerond op de dichtstbijzijnde 100 K, of het bereik van toegevoegde kleurtemperaturen, afgerond op de dichtstbijzijnde 100 K, die kunnen worden ingesteld

[x/x…x/x of x (or x…)]

Vermogen in gebruiksstand (Pon), uitgedrukt in W

x,x

Stand-byvermogen (Psb), uitgedrukt in W en afgerond op twee decimalen

x,xx

Netwerkgebonden stand-byvermogen (Pnet) voor CLS, uitgedrukt in W en afgerond op twee decimalen

x,xx

Kleurweergave-index, afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal, of het bereik van CRI-waarden die kunnen worden ingesteld

[x/x…x]

Buitenafmetingen (1) ,  (5)

zonder afzonderlijk voorschakelapparaat, onderdelen voor lichtregeling en niet-verlichtingsonderdelen, in voorkomend geval (in millimeter)

Hoogte

x

Spectrale vermogensverdeling in het bereik van 250 nm tot 800 nm, bij vollast

[grafische voorstelling]

Breedte

x

Diepte

x

Beweerd equivalent vermogen (3)

[ja/—]

Indien ja, equivalent vermogen (W)

x

 

 

Kleurcoördinaten (x en y)

0,xxx

0,xxx

Parameters voor gerichte lichtbronnen:

Maximale lichtsterkte (cd)

x

Hoek van de lichtbundel in graden, of het bereik van hoeken van de lichtbundel die kunnen worden ingesteld

[x/x…x]

Parameters voor led- en oledlichtbronnen:

R9-waarde

x

Overlevingsfactor

x,xx

Lumenbehoudsfactor

x,xx

 

 

Parameters voor led- en olednetspanningslichtbronnen:

Verschuivingsfactor (cos φ1)

x,xx

Kleurconsistentie in MacAdam-ellipsen

x

Beweringen dat een ledlichtbron een vervanging vormt voor een fluorescentielichtbron zonder geïntegreerde ballast van een bepaalde wattage.

[ja/—] (4)

Indien ja, dan bewering dat de lichtbron een vervanging vormt (W)

x

Metriek voor flikkering (Pst LM)

x,x

Metriek voor stroboscopisch effect (SVM)

x,x

b)

tabel 7 wordt vervangen door:

“Tabel 7

Equivalentiebeweringen over niet-gerichte lichtbronnen

Lichtstroom van de lichtbron Φ (lm)

Beweerd equivalent vermogen van de gloeilichtbron (W)

136

15

249

25

470

40

806

60

1 055

75

1 521

100

2 452

150

3 452

200”

5)

Bijlage VI wordt als volgt gewijzigd:

a)

in punt 1 wordt punt e) vervangen door:

“e)

de opgegeven waarden voor de volgende technische parameters; voor de toepassing van de in bijlage IX vastgestelde controleprocedure worden deze waarden als de opgegeven waarden beschouwd;

1)

de nuttige lichtstroom (Φuse) in lm;

2)

de kleurweergave-index (CRI);

3)

het vermogen in gebruiksstand (Pon) in W;

4)

de hoek van de lichtbundel in graden voor gerichte lichtbronnen (DLS);

4a)

de maximale lichtsterkte in cd voor gerichte lichtbronnen (DLS);

5)

de toegevoegde kleurtemperatuur (CCT) in K;

6)

het stand-byvermogen (Psb) in W, ook als dit nul is;

7)

het netwerkgebonden stand-byvermogen (Pnet) in W voor geconnecteerde lichtbronnen (CLS);

7a)

de R9-waarde van de kleurweergave-index voor led- en oledlichtbronnen;

7b)

de overlevingsfactor voor led- en oledlichtbronnen;

7c)

de lumenbehoudsfactor voor led- en oledlichtbronnen;

7d)

L70B50-levensduur voor led- en oledlichtbronnen;

8)

de verschuivingsfactor (cos φ1) voor led- en oled-netspanningslichtbronnen;

9)

de kleurconsistentie in stappen van MacAdam-ellipsen voor led- en oledlichtbronnen;

10)

luminantie-HLLS in cd/mm2 (alleen voor HLLS);

11)

de metriek voor flikkering (PstLM) voor led- en oledlichtbronnen;

12)

de metriek voor stroboscopisch effect (SVM) voor led- en oledlichtbronnen;

13)

de excitatiezuiverheid, alleen voor CTLS, voor de volgende kleuren en dominante golflengte binnen het gegeven bereik:

Kleur

Bereik van dominante golflengte

Blauw

440 nm-490 nm

Groen

520 nm-570 nm

Rood

610 nm-670 nm”;

b)

het volgende punt 2 wordt toegevoegd:

“2.

De in punt 1 opgesomde elementen vormen ook de verplichte specifieke delen van de technische documentatie die de leverancier overeenkomstig artikel 12, punt 5, van Verordening (EU) 2017/1369 in de databank moet invoeren.”.

6)

Bijlage IX wordt als volgt gewijzigd:

a)

de eerste alinea wordt vervangen door:

“De in deze bijlage vastgestelde controletoleranties worden uitsluitend gebruikt voor de controle van de opgegeven waarden door de autoriteiten van de lidstaten en mogen door de leverancier niet worden gebruikt als toegestane tolerantie voor de vaststelling van de waarden in de technische documentatie of ten behoeve van de interpretatie van deze waarden met het oog op het bereiken van naleving of het meedelen van betere prestaties op welke wijze dan ook. De op het etiket of in het productinformatieblad gepubliceerde waarden en klassen mogen niet gunstiger zijn voor de leverancier dan de in de technische documentatie opgegeven waarden.

Wanneer een model zo ontworpen is dat het kan herkennen dat het wordt getest (bv. door de testomstandigheden of testcyclus te herkennen) en daarop te reageren door tijdens de test automatisch beter te presteren en zo betere waarden te behalen voor in deze verordening vastgestelde of in de technische documentatie of in de verstrekte documentatie aangegeven parameters, worden dit model en alle equivalente modellen geacht niet aan de eisen te voldoen.”;

b)

de inleidende zin van de derde alinea wordt vervangen door: “De autoriteiten van de lidstaten passen de volgende procedure toe, wanneer zij als onderdeel van de controle nagaan of een productmodel aan de in deze verordening vervatte eisen voldoet:”;

c)

de tweede alinea van punt 1 wordt vervangen door:

“De autoriteiten van de lidstaten controleren 10 exemplaren van het model lichtbron overeenkomstig punt 2, onder c), van deze bijlage. De controletoleranties zijn vastgesteld in tabel 9 van deze bijlage.”;

d)

punt 3 wordt vervangen door:

“3.

Indien de in punt 2, onder a), b), of c), bedoelde resultaten niet worden behaald, worden het model en alle equivalente modellen geacht niet aan deze verordening te voldoen.”;

e)

tabel 9 wordt vervangen door:

“Tabel 9

Controletoleranties

Parameter

Steekproefgrootte

Controletoleranties

Vermogen in gebruiksstand bij vollast Pon [W]:

 

 

Pon ≤ 2W

10

De vastgestelde waarde overschrijdt de opgegeven waarde met niet meer dan 0,20 W.

2W < Pon ≤ 5W

10

De vastgestelde waarde overschrijdt de opgegeven waarde met niet meer dan 10 %.

5W < Pon ≤ 25W