|
ISSN 1977-0758 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 403 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
63e jaargang |
|
Inhoud |
|
I Wetgevingshandelingen |
Bladzijde |
|
|
|
VERORDENINGEN |
|
|
|
* |
|
|
|
II Niet-wetgevingshandelingen |
|
|
|
|
INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN |
|
|
|
* |
||
|
|
|
BESLUITEN |
|
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
I Wetgevingshandelingen
VERORDENINGEN
|
1.12.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 403/1 |
VERORDENING (EU) 2020/1785 VAN DE RAAD
van 16 november 2020
betreffende de opening en de wijze van beheer van autonome tariefcontingenten van de Unie voor de invoer van bepaalde visserijproducten op de Canarische Eilanden van 2021 tot en met 2027
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 349,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Na raadpleging van het Europees Parlement,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),
Na raadpleging van het Comité van de Regio’s,
Handelend volgens een bijzondere wetgevingsprocedure,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De uitzonderlijke geografische ligging van de Canarische Eilanden ten opzichte van de bevoorradingsbronnen voor bepaalde visserijproducten die van essentieel belang zijn voor de binnenlandse consumptie, brengt voor de betrokken visserijsector extra kosten mee. Een in artikel 349 van het Verdrag erkend natuurlijk nadeel als gevolg van het insulaire karakter, de verre afstand en de ultraperifere ligging van de Canarische Eilanden kan worden gecompenseerd door, onder meer, de douanerechten op de invoer van de betrokken producten uit derde landen tijdelijk te schorsen binnen de grenzen van autonome tariefcontingenten van de Unie van passende omvang. |
|
(2) |
Verordening (EU) nr. 1412/2013 van de Raad (2) voorziet in de opening en de wijze van beheer van autonome tariefcontingenten van de Unie voor de invoer van bepaalde visserijproducten op de Canarische Eilanden voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2020. |
|
(3) |
In juli 2019 heeft de Commissie bij de Raad een onderzoek van de effecten van de maatregelen ingediend, met daarin opties voor de periode na 31 december 2020. |
|
(4) |
Uit het onderzoek bleek een aanzienlijke benutting van contingenten 09.2997 en 09.2651. Onder contingent 09.2651 bleek GN-code 0308 niet benut. |
|
(5) |
De opening van tariefcontingenten die vergelijkbaar zijn met de bij Verordening (EU) nr. 1412/2013 geopende tariefcontingenten voor bepaalde visserijproducten, is gerechtvaardigd aangezien deze in de behoeften van de binnenlandse markt van de Canarische Eilanden voorzien en de rechtenvrij in de Unie ingevoerde hoeveelheden van deze producten voorspelbaar en duidelijk traceerbaar blijven. |
|
(6) |
Om marktdeelnemers een langetermijnperspectief te bieden en hen in staat te stellen een niveau van bedrijvigheid te bereiken waarmee het economische en sociale klimaat van de Canarische Eilanden gestabiliseerd wordt, dient de regeling inzake autonome tariefcontingenten van het gemeenschappelijk douanetarief voor bepaalde in de bijlage bij deze verordening vermelde producten te worden verlengd. |
|
(7) |
Om ondermijning van de integriteit en samenhang van de interne markt te voorkomen, dienen er maatregelen te worden genomen om ervoor te zorgen dat visserijproducten waarvoor schorsing van de invoerrechten wordt verleend, uitsluitend voor de binnenlandse markt van de Canarische Eilanden zijn bestemd. |
|
(8) |
Er moeten maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat de Commissie regelmatig in kennis wordt gesteld van de ingevoerde hoeveelheden, zodat zij indien nodig stappen kan zetten om speculatie of verlegging van het handelsverkeer te voorkomen. |
|
(9) |
Om uniforme voorwaarden voor de tenuitvoerlegging van deze verordening te verzekeren, dient de Commissie uitvoeringsbevoegdheden te krijgen zodat zij de schorsing tijdelijk kan intrekken in het geval van een verlegging van het handelsverkeer. Deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (3). Het definitieve besluit over de vraag of de schorsing moet worden gehandhaafd dan wel definitief moet worden ingetrokken, dient overeenkomstig artikel 349 van het Verdrag evenwel door de Raad te worden genomen binnen de periode waarvoor de schorsing tijdelijk door de Commissie is ingetrokken. |
|
(10) |
De maatregelen van de onderhavige verordening moeten de continuïteit na het verstrijken van Verordening (EU) nr. 1412/2013 waarborgen. Daarom moeten de maatregelen van de onderhavige verordening worden toegepast van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2027, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2027 zijn de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief die bij invoer in de Canarische Eilanden van toepassing zijn op de in de bijlage bij deze verordening vermelde visserijproducten, geheel geschorst voor de in die bijlage genoemde hoeveelheden.
2. De in lid 1 bedoelde schorsing wordt uitsluitend toegekend voor producten die voor de binnenlandse markt van de Canarische Eilanden zijn bestemd. Zij is uitsluitend van toepassing op visserijproducten die uit het schip of vliegtuig worden gelost voordat de douaneaangifte voor het vrije verkeer wordt overgelegd aan de douaneautoriteiten op de Canarische Eilanden.
Artikel 2
De in artikel 1 van deze verordening bedoelde tariefcontingenten worden beheerd overeenkomstig de artikelen 49 tot en met 54 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie (4).
Artikel 3
De bevoegde Spaanse autoriteiten dienen uiterlijk op 30 juni 2026 bij de Commissie een verslag in over de tenuitvoerlegging van de in artikel 1 bedoelde maatregel. De Commissie stelt een onderzoek in naar de effecten van deze maatregelen en dient op basis van de bevindingen van het verslag relevante voorstellen in bij de Raad voor de periode na 2027.
Artikel 4
1. Wanneer de Commissie redenen heeft om aan te nemen dat de bij deze verordening bepaalde schorsing voor een bepaald product tot een verlegging van het handelsverkeer heeft geleid, kan zij een uitvoeringshandeling vaststellen om die schorsing tijdelijk in te trekken voor een periode van ten hoogste twaalf maanden. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 5, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
Voor de betaling van de invoerrechten op producten waarvoor de schorsing tijdelijk is ingetrokken, dient een zekerheid te worden gesteld, en de vrijgave voor het vrije verkeer van de betrokken producten op de Canarische Eilanden wordt afhankelijk gesteld van deze zekerheidstelling.
2. Binnen de in de eerste alinea van lid 1 bedoelde periode stelt de Raad overeenkomstig artikel 349 van het Verdrag een definitief besluit vast over de vraag of de in lid 1 bedoelde schorsing moet worden gehandhaafd dan wel definitief moet worden ingetrokken. Indien de schorsing definitief wordt ingetrokken, worden de als zekerheid gestelde bedragen definitief geïnd.
3. Indien binnen de periode van ten hoogste twaalf maanden geen definitief besluit overeenkomstig lid 2 is genomen, wordt de zekerheid vrijgegeven.
Artikel 5
1. De Commissie wordt bijgestaan door het Comité douanewetboek dat is ingesteld bij artikel 285 van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad (5). Dit comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
Artikel 6
De Commissie en de douaneautoriteiten van de lidstaten werken nauw samen om het adequate beheer en de adequate controle van de toepassing van deze verordening te garanderen.
Artikel 7
Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2027.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 16 november 2020.
Voor de Raad
De voorzitter
M. ROTH
(1) Advies van 29 oktober 2020 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).
(2) Verordening (EU) nr. 1412/2013 van de Raad van 17 december 2013 betreffende de opening en de wijze van beheer van autonome tariefcontingenten van de Unie voor de invoer van bepaalde visserijproducten op de Canarische Eilanden van 2014 tot en met 2020 (PB L 353 van 28.12.2013, blz. 1).
(3) Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
(4) Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 558).
(5) Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).
BIJLAGE
|
Volgnr. |
GN-code |
Beschrijving |
Jaarlijks volume van het contingent (in ton) |
Contingentrecht |
|
09.2997 |
0303 |
Bevroren vis, andere dan visfilets en ander visvlees bedoeld bij post 0304 |
15 000 |
0 % |
|
|
0304 |
Visfilets en ander visvlees (ook indien fijngemaakt), vers, gekoeld of bevroren |
0 % |
|
|
09.2651 |
0306 |
Schaaldieren, ook indien ontdaan van de schaal, levend, vers, gekoeld, bevroren, gedroogd, gezouten of gepekeld; gerookte schaaldieren, ook indien ontdaan van de schaal, ook indien voor of tijdens het roken gekookt; schaaldieren in de schaal, gestoomd of in water gekookt, ook indien gekoeld, bevroren, gedroogd, gezouten of gepekeld; meel, poeder en pellets, van schaaldieren, geschikt voor menselijke consumptie |
15 000 |
0 % |
|
|
0307 |
Weekdieren, ook indien ontdaan van de schelp, levend, vers, gekoeld, bevroren, gedroogd, gezouten of gepekeld; gerookte weekdieren, ook indien ontdaan van de schelp, ook indien voor of tijdens het roken gekookt; meel, poeder en pellets, van weekdieren, geschikt voor menselijke consumptie |
0 % |
II Niet-wetgevingshandelingen
INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN
|
1.12.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 403/5 |
BESLUIT (EU) 2020/1786 VAN DE RAAD
van 27 november 2020
betreffende de sluiting van het protocol tot uitvoering van de partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Senegal
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, juncto artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a), v), en artikel 218, lid 7,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Gezien de goedkeuring van het Europees Parlement (1),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig Besluit (EU) 2019/1925 van de Raad (2) is het protocol tot uitvoering van de partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Senegal (hierna “het protocol” genoemd) ondertekend op 18 november 2019. |
|
(2) |
Het protocol moet het voor de Unie en voor de Republiek Senegal (hierna “Senegal” genoemd) mogelijk maken om nauwer samen te werken ter bevordering van een duurzaam visserijbeleid en een verantwoorde exploitatie van de visbestanden in de Senegalese wateren en ter ondersteuning van de inspanningen van Senegal om de visserijsector te ontwikkelen. |
|
(3) |
Het protocol moet namens de Unie worden goedgekeurd. |
|
(4) |
Bij artikel 7 van de overeenkomst is een gemengde commissie opgericht die belast is met de controle op de toepassing van de overeenkomst. Voorts kan de gemengde commissie bepaalde wijzigingen van het protocol vaststellen. Om de goedkeuring van die wijzigingen te vergemakkelijken, moet de Commissie onder bepaalde materiële en procedurele voorwaarden de bevoegdheid worden verleend om deze wijzigingen namens de Unie goed te keuren volgens een vereenvoudigde procedure. |
|
(5) |
Het standpunt van de Unie inzake de beoogde wijzigingen in het protocol moet door de Raad worden bepaald. De voorgestelde wijzigingen moeten worden goedgekeurd tenzij een blokkerende minderheid van lidstaten in de zin van artikel 16, lid 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie er bezwaar tegen maakt, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het protocol tot uitvoering van de partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Senegal wordt namens de Unie goedgekeurd (3).
Artikel 2
De Commissie wordt, overeenkomstig de procedure van de bijlage bij dit besluit, gemachtigd om namens de Unie goedkeuring te verlenen voor wijzigingen van het protocol die worden vastgesteld door de gemengde commissie die is ingesteld bij artikel 7 van de overeenkomst.
Artikel 3
De voorzitter van de Raad verricht, namens de Unie, de in artikel 17 van het protocol bedoelde kennisgeving.
Artikel 4
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 27 november 2020.
Voor de Raad
De voorzitter
M. ROTH
(1) Goedkeuring van 11 november 2020 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).
(2) Besluit (EU) 2019/1925 van de Raad van 14 november 2019 betreffende de ondertekening, namens de Unie, en de voorlopige toepassing van het protocol tot uitvoering van de partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Senegal (PB L 299 van 20.11.2019, blz. 11).
(3) De tekst van het protocol is samen met het ondertekeningsbesluit bekendgemaakt in PB L 299 van 20 november 2019.
BIJLAGE
PROCEDURE VOOR DE GOEDKEURING VAN DOOR DE GEMENGDE COMMISSIE VAST TE STELLEN WIJZIGINGEN VAN HET PROTOCOL
Indien de gemengde commissie wordt verzocht overeenkomstig de artikelen 8 en 10 van het protocol wijzigingen ervan vast te stellen, is de Commissie gemachtigd de voorgestelde wijzigingen namens de Unie goed te keuren, onder de volgende voorwaarden:
|
1) |
De Commissie zorgt ervoor dat de goedkeuring namens de Unie:
|
|
2) |
Voordat de Commissie de voorgestelde wijzigingen namens de Unie goedkeurt, legt zij deze tijdig voorafgaand aan de desbetreffende vergadering van de gemengde commissie voor aan de Raad. |
|
3) |
De Raad beoordeelt of de voorgestelde wijzigingen in overeenstemming zijn met de criteria in punt 1 van deze bijlage. |
|
4) |
Tenzij een aantal lidstaten dat een blokkerende minderheid van de Raad overeenkomstig artikel 16, lid 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie vormt, bezwaar maakt tegen de voorgestelde wijzigingen, keurt de Commissie de wijzigingen namens de Unie goed. Ingeval zich een dergelijke blokkerende minderheid voordoet, wijst de Commissie namens de Unie de voorgestelde wijzigingen af. |
|
5) |
Indien tijdens latere vergaderingen van de gemengde commissie, ook ter plaatse, geen overeenstemming kan worden bereikt, wordt de zaak overeenkomstig de procedure van de punten 2 tot en met 4 opnieuw aan de Raad voorgelegd om ervoor te zorgen dat in het standpunt van de Unie rekening wordt gehouden met nieuwe elementen. |
|
6) |
De Commissie wordt verzocht te gelegener tijd alle stappen te ondernemen die noodzakelijk zijn voor de follow-up van het besluit van de gemengde commissie, met inbegrip van, waar passend, de bekendmaking van het betrokken besluit in het Publicatieblad van de Europese Unie en de mededeling van de voorstellen die nodig zijn voor de uitvoering van dat besluit. |
|
7) |
Over aangelegenheden die geen betrekking hebben op wijzigingen van het protocol overeenkomstig de artikelen 8 en 10 ervan, wordt het door de Unie in de gemengde commissie in te nemen standpunt bepaald in overeenstemming met de Verdragen en de bestaande werkpraktijken. |
BESLUITEN
|
1.12.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 403/8 |
BESLUIT (EU) 2020/1787 VAN DE RAAD
van 23 november 2020
betreffende het namens de Europese Unie in het ACS‐EU-Comité van ambassadeurs in te nemen standpunt over de wijziging van Besluit nr. 3/2019 van het ACS‐EU-Comité van ambassadeurs tot vaststelling van overgangsmaatregelen op grond van artikel 95, lid 4, van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 217, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds (1) (“de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst”), werd ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000 en is op 1 april 2003 in werking getreden. Het moet overeenkomstig Besluit nr. 3/2019 van het ACS‐EU-Comité van ambassadeurs (2) (“besluit over overgangsmaatregelen”) tot en met 31 december 2020 worden toegepast. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 95, lid 4, eerste alinea, van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst zijn de onderhandelingen over een nieuwe ACS-EU-partnerschapsovereenkomst (“de nieuwe overeenkomst”) in september 2018 van start gegaan. Aangezien de nieuwe overeenkomst niet gereed zal zijn om uiterlijk 31 december 2020, de datum waarop het huidige rechtskader afloopt, te worden toegepast door, onder meer, vertragingen als gevolg van de COVID-19-pandemie, is het noodzakelijk het besluit over overgangsmaatregelen te wijzigen zodat de toepassing van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst tot en met 30 november 2021 kan worden verlengd. |
|
(3) |
In artikel 95, lid 4, tweede alinea, van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst is bepaald dat de ACS-EU-Raad van ministers overgangsmaatregelen kan vaststellen die nodig kunnen zijn totdat de nieuwe overeenkomst in werking treedt. |
|
(4) |
Op grond van artikel 15, lid 4, van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst heeft de ACS-EU-Raad van ministers op 23 mei 2019 de bevoegdheid om overgangsmaatregelen vast te stellen gedelegeerd aan het ACS-EU-Comité van ambassadeurs (3). Het is derhalve aan het ACS-EU-Comité van ambassadeurs op grond van artikel 95, lid 4, van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst om de overgangsmaatregelen te wijzigen. |
|
(5) |
Het is passend om het standpunt te bepalen dat namens de Unie moet worden ingenomen in het ACS-EU-Comité van ambassadeurs, aangezien de beoogde handeling voor de Unie bindend zal zijn. |
|
(6) |
De bepalingen va de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst zal van toepassing blijven met het doel de continuïteit in de betrekkingen tussen de Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de ACS-staten, anderzijds, te handhaven. De gewijzigde overgangsmaatregelen zijn derhalve niet bedoeld om de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst te wijzigen als bepaald in artikel 95, lid 3, daarvan, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het namens de Unie in het ACS-EU-Comité van ambassadeurs in te nemen standpunt, op grond van artikel 95, lid 4, van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst, is dat Besluit nr. 3/2019 van het ACS-EU-Comité van ambassadeurs moet worden gewijzigd om de toepassing van de bepalingen van ACS-EU-partnerschapsovereenkomst tot en met 30 november 2021 te verlengen, of, indien dat eerder is, tot de inwerkingtreding van de nieuwe overeenkomst of de voorlopige toepassing ervan tussen de Unie en de ACS-staten.
De bepalingen van de ACS‐EU-partnerschapsovereenkomst worden toegepast in overeenstemming met het voorwerp en doel van artikel 95, lid 4, ervan.
Artikel 2
Dit besluit is treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 23 november 2020.
Voor de Raad
De voorzitter
M. ROTH
(1) PB L 317 van 15.12.2000, blz. 3. De ACS-EU-partnerschapsovereenkomst werd gewijzigd bij de overeenkomst ondertekend te Luxemburg op 25 juni 2005 (PB L 209 van 11.8.2005, blz. 27) en bij de overeenkomst ondertekend te Ouagadougou op 22 juni 2010 (PB L 287 van 4.11.2010, blz. 3).
(2) Besluit nr. 3/2019 van het ACS-EU-Comité van ambassadeurs van 17 december 2019 tot vaststelling van overgangsmaatregelen op grond van artikel 95, lid 4, van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst (PB L 1 van 3.1.2020, blz. 3).
(3) Besluit nr. 1/2019 van de ACS-EU-Raad van ministers van 23 mei 2019 over de delegatie van bevoegdheden aan het ACS-EU-Comité van ambassadeurs inzake het besluit om op grond van artikel 95, lid 4, van de partnerschapsovereenkomst van Cotonou overgangsmaatregelen vast te stellen (PB L 146 van 5.6.2019, blz. 114).
|
1.12.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 403/10 |
BESLUIT (EU) 2020/1788 VAN DE RAAD
van 25 november 2020
tot benoeming van een plaatsvervanger van het Comité van de Regio’s, voorgedragen door de Republiek Oostenrijk
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 305,
Gezien de voordracht van de Oostenrijkse regering,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 10 december 2019, 20 januari 2020, 3 februari 2020 en 26 maart 2020 heeft de Raad de Besluiten (EU) 2019/2157 (1), (EU) 2020/102 (2), (EU) 2020/144 (3) en (EU) 2020/511 (4) houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio’s voor de periode van 26 januari 2020 tot en met 25 januari 2025 vastgesteld. Op 8 juni 2020 heeft de Raad Besluit (EU) 2020/766 tot benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio’s voor de periode van 1 februari 2020 tot en met 25 januari 2025 vastgesteld (5). Op 30 juli 2020 heeft de Raad een volgend Besluit (EU) 2020/1153 tot benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio’s vastgesteld (6). |
|
(2) |
In het Comité van de Regio’s is een zetel van plaatsvervanger vrijgekomen vanwege het einde van de ambtstermijn van mevrouw Carmen KIEFER, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
In het Comité van de Regio’s wordt voor de resterende duur van de ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 25 januari 2025, tot lid benoemd:
|
— |
Ms Bernadette SCHÖNY, Member of a Local Assembly: Municipal Council of the municipality of Kaltenleutgeben. |
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 25 november 2020.
Voor de Raad
De voorzitter
M. ROTH
(1) Besluit (EU) 2019/2157 van de Raad van 10 december 2019 houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio’s voor de periode van 26 januari 2020 tot en met 25 januari 2025 (PB L 327 van 17.12.2019, blz. 78).
(2) Besluit (EU) 2020/102 van de Raad van 20 januari 2020 houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio’s voor de periode van 26 januari 2020 tot en met 25 januari 2025 (PB L 20 van 24.1.2020, blz. 2).
(3) Besluit (EU) 2020/144 van de Raad van 3 februari 2020 houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio’s voor de periode van 26 januari 2020 tot en met 25 januari 2025 (PB L 32 van 4.2.2020, blz. 16).
(4) Besluit (EU) 2020/511 van de Raad van 26 maart 2020 houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio’s voor de periode van 26 januari 2020 tot en met 25 januari 2025 (PB L 113 van 8.4.2020, blz. 18).
(5) Besluit (EU) 2020/766 van de Raad van 8 juni 2020 tot benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio’s voor de periode van 1 februari 2020 tot en met 25 januari 2025 (PB L 187 van 12.6.2020, blz. 3).
(6) Besluit (EU) 2020/1153 van de Raad van 30 juli 2020 tot benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio’s (PB L 256 van 5.8.2020, blz. 12).
|
1.12.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 403/11 |
BESLUIT (EU) 2020/1789 VAN DE RAAD
van 25 november 2020
tot benoeming van een plaatsvervanger van het Comité van de Regio’s, voorgedragen door de Republiek Estland
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 305,
Gezien de voordracht van de Estse regering,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 10 december 2019, 20 januari 2020, 3 februari 2020 en 26 maart 2020 heeft de Raad de Besluiten (EU) 2019/2157 (1), (EU) 2020/102 (2), (EU) 2020/144 (3) en (EU) 2020/511 (4) houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio’s voor de periode van 26 januari 2020 tot en met 25 januari 2025 vastgesteld. Op 8 juni 2020 heeft de Raad Besluit (EU) 2020/766 tot benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio’s voor de periode van 1 februari 2020 tot en met 25 januari 2025 vastgesteld (5). Op 30 juli 2020 heeft de Raad een volgend Besluit (EU) 2020/1153 tot benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio’s vastgesteld (6). |
|
(2) |
In het Comité van de Regio’s is een zetel van plaatsvervanger vrijgekomen vanwege het einde van het mandaat op grond waarvan de heer Rait PIHELGAS was voorgedragen (vertegenwoordiger van een lokaal of regionaal orgaan dat politieke verantwoording verschuldigd is aan een gekozen vergadering: Järva Rural Municipality Council), |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
In het Comité van de Regio’s wordt voor de resterende duur van de ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 25 januari 2025, tot plaatsvervanger benoemd:
|
— |
Mr Rait PIHELGAS, lid van een lokale vergadering: Järva Rural Municipality Council (wijziging van mandaat). |
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 25 november 2020.
Voor de Raad
De voorzitter
M. ROTH
(1) Besluit (EU) 2019/2157 van de Raad van 10 december 2019 houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio’s voor de periode van 26 januari 2020 tot en met 25 januari 2025 (PB L 327 van 17.12.2019, blz. 78).
(2) Besluit (EU) 2020/102 van de Raad van 20 januari 2020 houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio’s voor de periode van 26 januari 2020 tot en met 25 januari 2025 (PB L 20 van 24.1.2020, blz. 2).
(3) Besluit (EU) 2020/144 van de Raad van 3 februari 2020 houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio’s voor de periode van 26 januari 2020 tot en met 25 januari 2025 (PB L 32 van 4.2.2020, blz. 16).
(4) Besluit (EU) 2020/511 van de Raad van 26 maart 2020 houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio’s voor de periode van 26 januari 2020 tot en met 25 januari 2025 (PB L 113 van 8.4.2020, blz. 18).
(5) Besluit (EU) 2020/766 van de Raad van 8 juni 2020 tot benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio’s voor de periode van 1 februari 2020 tot en met 25 januari 2025 (PB L 187 van 12.6.2020, blz. 3).
(6) Besluit (EU) 2020/1153 van de Raad van 30 juli 2020 tot benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio’s (PB L 256 van 5.8.2020, blz. 12).