ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 185

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

63e jaargang
12 juni 2020


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de voorschriften voor het beheer van tariefcontingenten voor invoer en uitvoer waarvoor een certificaat verplicht is, en tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het stellen van zekerheden bij het beheer van tariefcontingenten

1

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761 van de Commissie van 17 december 2019 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor de Verordeningen (EU) nr. 1306/2013, (EU) nr. 1308/2013 en (EU) nr. 510/2014 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het systeem voor het beheer van tariefcontingenten met certificaten

24

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

12.6.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 185/1


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2020/760 VAN DE COMMISSIE

van 17 december 2019

tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de voorschriften voor het beheer van tariefcontingenten voor invoer en uitvoer waarvoor een certificaat verplicht is, en tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het stellen van zekerheden bij het beheer van tariefcontingenten

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name de artikelen 185 en 186 en artikel 223, lid 2,

Gezien Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (2), en met name artikel 64, lid 6, en artikel 66, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EU) nr. 1308/2013 zijn voorschriften vastgesteld voor het beheer van tariefcontingenten en de bijzondere behandeling van uit derde landen ingevoerde producten. Voorts is de Commissie krachtens die verordening bevoegd om gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen vast te stellen met het oog op een vlot beheer van de tariefcontingenten.

(2)

Om een degelijk beheer van de tariefcontingenten te waarborgen, moeten de voorwaarden worden vastgesteld waaraan een marktdeelnemer moet voldoen om in het kader van een tariefcontingent een certificaataanvraag in te dienen.

(3)

Om ervoor te zorgen dat de verplichting tot invoer of uitvoer binnen de geldigheidsduur van het certificaat wordt nagekomen, moet voor de afgifte van certificaten in het kader van tariefcontingenten een zekerheid worden gesteld. Er moeten afwijkingen worden vastgesteld voor de gevallen waarin het uitvoercertificaat alleen bedoeld is om aan te tonen dat de uitgevoerde producten van oorsprong uit de Unie zijn. Er moeten bepalingen worden vastgesteld betreffende de vrijgave en verbeurdverklaring van de zekerheid die is gesteld voor de deelname aan de tariefcontingenten.

(4)

Om transparantie te waarborgen en om de bevoegde autoriteiten in staat te stellen inbreuken op de regels voor het beheer van tariefcontingenten, en met name op de voorwaarden om in aanmerking te komen, op te sporen, moet voor bepaalde overvraagde tariefcontingenten worden vereist dat de naam en de adressen van de certificaathouder gedurende een beperkte periode op de officiële website van de Commissie worden gepubliceerd.

(5)

Met het oog op de naleving van de regels inzake de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de tariefcontingenten, moeten specifieke voorschriften worden vastgesteld met betrekking tot de overdraagbaarheid van certificaten in het kader van tariefcontingenten. Overdrachten mogen alleen plaatsvinden naar cessionarissen die voldoen aan dezelfde criteria als de aanvrager van een certificaat in het kader van een tariefcontingent.

(6)

Om speculatieve aanvragen tot een minimum te beperken, moet een van de voorwaarden voor de aanvraag van een certificaat in het kader van bepaalde in Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761 van de Commissie (3) vermelde tariefcontingenten erin bestaan dat de marktdeelnemer ervaring heeft en betrokken is geweest bij het handelsverkeer in kwestie met derde landen. Bijgevolg moeten nadere voorschriften worden vastgesteld over het bewijs van de minimumervaring die in dat handelsverkeer met derde landen is opgedaan.

(7)

Bepaalde tariefcontingenten worden als gevoelig beschouwd, onder meer omdat de vraag in een contingentperiode of in een of meer deelperioden te groot is, omdat ze betrekking hebben op een product of een land van oorsprong dat van bijzonder belang is voor de goede werking van de markt van de Unie, of omdat de regels voor het beheer ervan in het verleden zijn omzeild of verkeerd zijn toegepast. Om een degelijk beheer van deze gevoelige tariefcontingenten te waarborgen, en met name om het risico op omzeiling van de regels te beperken en nieuwe, kleine en middelgrote marktdeelnemers in staat te stellen om gebruik te maken van deze tariefcontingenten, moeten de maximumhoeveelheden die kunnen worden aangevraagd, worden vastgesteld in de vorm van een referentiehoeveelheid. Tevens moeten regels worden vastgesteld voor de berekening en het bewijs van die referentiehoeveelheid.

(8)

De referentiehoeveelheid moet betrekking hebben op de hoeveelheden producten die in de Unie in het vrije verkeer zijn gebracht in het kader van de preferentiële regeling van het betrokken tariefcontingent, en op de hoeveelheden van dezelfde producten die in de Unie in het vrije verkeer zijn gebracht in het kader van andere preferentiële regelingen en in het kader van de niet-preferentiële MFN-regeling (meest begunstigde natie). Ook moet aandacht worden besteed aan het verzekeren van een redelijke verdeling van certificaten tussen de verschillende categorieën marktdeelnemers, en met name aan de toegang van nieuwe importeurs en kleine en middelgrote marktdeelnemers. Daarom moet een plafond voor de totale referentiehoeveelheid per marktdeelnemer worden ingevoerd dat evenredig is met de totale hoeveelheid die voor het betrokken tariefcontingent beschikbaar is, waarbij moet worden toegezien op een redelijk evenwicht tussen de invoerprestaties van grotere importeurs en de belangen van nieuwe en kleinere importeurs die van het tariefcontingent gebruik wensen te maken. Om tegelijkertijd te zorgen voor continuïteit met de regels die van toepassing waren vóór de inwerkingtreding van deze verordening en voor harmonisering van deze regels, met behoud van enige flexibiliteit, is het plafond voor de totale referentiehoeveelheid vastgesteld op 15 %.

(9)

Om de tariefcontingenten beter te kunnen beheren en om speculatie in verband met certificaten en omzeiling van de regels voor het beheer van tariefcontingenten te vermijden, moet voor bepaalde gevoelige tariefcontingenten waarvoor een hoge vraag bestaat en voor bepaalde tariefcontingenten waarbij de regels in het verleden zijn omzeild, als vermeld in Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761, worden vereist dat de marktdeelnemers zich registreren in een specifiek elektronisch systeem alvorens een invoercertificaat aan te vragen. Er moeten regels worden vastgesteld betreffende de opslag van gegevens in dat elektronische systeem. Daarnaast moet worden bepaald dat invoercertificaten in het kader van die contingenten uitsluitend kunnen worden aangevraagd door marktdeelnemers die geen banden hebben met een andere marktdeelnemer die een aanvraag indient voor hetzelfde tariefcontingent en door marktdeelnemers die wel banden hebben met een andere marktdeelnemer die een aanvraag indient voor hetzelfde tariefcontingent, maar regelmatig substantiële economische activiteiten verrichten ten aanzien van derden. In dat verband moeten zij bij de aanvraag van een invoercertificaat een onafhankelijkheidsverklaring indienen. Het formaat van die onafhankelijkheidsverklaring moet worden vastgesteld.

(10)

Om te waarborgen dat de referentiehoeveelheid, de onafhankelijkheidsverklaring en de voorafgaande registratievereisten de volledige benutting van de betrokken tariefcontingenten niet belemmeren, moet worden voorzien in de schorsing van deze vereisten in uitzonderlijke omstandigheden.

(11)

Om te waarborgen dat is voldaan aan de specifieke voorwaarden voor een speciale behandeling bij invoer in een derde land, moeten voorschriften voor de afgifte van uitvoercertificaten worden vastgesteld.

(12)

Om te waarborgen dat aanvragers nauwkeurige, actuele en waarheidsgetrouwe documenten en informatie verstrekken, moet worden voorzien in een evenredig sanctiesysteem voor de niet-naleving van die verplichting.

(13)

Met het oog op een doeltreffend beheer van de tariefcontingenten moeten voorschriften worden vastgesteld met betrekking tot de door de lidstaten aan de Commissie te verstrekken informatie.

(14)

De toetreding van Spanje en Portugal tot de EU leidde tot de toepassing van gemeenschappelijke EU-tariefbelemmeringen op in Spanje en Portugal ingevoerde producten en tot het verlies aan concurrentievermogen voor de invoer uit bepaalde niet-EU-landen. Op grond van overeenkomsten op basis van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde heeft de Unie zich ertoe verbonden toe te staan dat jaarlijks 2 000 000 ton maïs en 300 000 ton sorghum in Spanje wordt ingevoerd en dat jaarlijks 500 000 ton maïs in Portugal wordt ingevoerd. De invoer in Spanje van bepaalde graansubstituten moet in mindering worden gebracht op de totale in het kader van de invoercontingenten in Spanje in te voeren hoeveelheden.

(15)

Met het oog op een degelijk beheer van deze contingenten moeten soortgelijke methoden worden gebruikt voor de boeking van de invoer van maïs en sorghum in Spanje en Portugal. Voorts mag geen rekening worden gehouden met hoeveelheden die worden ingevoerd in het kader van handelingen waarbij de Unie specifieke handelsconcessies heeft verleend.

(16)

Gezien de specifieke kenmerken van de rechtenvrije tariefcontingenten voor de invoer van maïs en sorghum in Spanje en Portugal moeten specifieke voorschriften worden vastgesteld inzake de bestemming van ingevoerde producten, douanetoezicht en administratieve controles, de indiening van certificaataanvragen, de zekerheden die voor die certificaten moeten worden gesteld, de vrijgave en verbeurdverklaring van die zekerheden en de informatie die ter beschikking van de marktdeelnemers moet worden gesteld.

(17)

Aangezien deze verordening de bestaande regels voor het beheer van tariefcontingenten vervangt, moeten de handelingen van de Unie waarin deze regels zijn vervat, worden ingetrokken.

(18)

Om verstoring van de handelsstromen te voorkomen, moet worden bepaald dat de ingetrokken handelingen van toepassing blijven op invoercertificaten die op grond van die handelingen zijn afgegeven vóór de datum van inwerkingtreding van de onderhavige verordening. Om dezelfde reden moet het de met de afgifte van certificaten belaste autoriteiten worden toegestaan de referentiehoeveelheid overeenkomstig de ingetrokken besluiten vast te stellen tijdens de eerste twee tariefcontingentperioden na de inwerkingtreding van deze verordening.

(19)

Om de overgang naar de in deze verordening vastgestelde voorschriften vlot te laten verlopen, om te voldoen aan de verplichting om de nieuwe regels vóór de toepassing ervan aan de Wereldhandelsorganisatie mee te delen en om marktdeelnemers voldoende tijd te bieden om zich aan te passen aan de verplichting om zich in een specifiek elektronisch systeem te registreren en om via dat elektronische systeem een onafhankelijkheidsverklaring in te dienen voor bepaalde overvraagde tariefcontingenten, moet de toepassing van deze verordening worden uitgesteld tot 1 januari 2021,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

Inleidende bepalingen

Artikel 1

Toepassingsgebied

Bij deze verordening worden voorschriften vastgesteld tot aanvulling van respectievelijk de Verordeningen (EU) nr. 1306/2013 en (EU) nr. 1308/2013 wat betreft:

a)

de voorwaarden en vereisten waaraan een marktdeelnemer moet voldoen om een aanvraag in het kader van de in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761vermelde tariefcontingenten in te dienen;

b)

de overdracht van rechten tussen marktdeelnemers;

c)

het stellen en vrijgeven van zekerheden;

d)

het voorzien, waar nodig, in eventuele bijzondere specifieke kenmerken, vereisten of beperkingen die van toepassing zijn op het tariefcontingent;

e)

de in artikel 185 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde specifieke tariefcontingenten.

Artikel 2

Andere toepasselijke regels

Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad (4) en de Gedelegeerde Verordeningen (EU) nr. 907/2014 (5), (EU) 2015/2446 (6) en (EU) 2016/1237 (7) van de Commissie en Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1239 van de Commissie (8) zijn van toepassing, tenzij anders bepaald in deze verordening.

HOOFDSTUK II

Gemeenschappelijke voorschriften

Artikel 3

Voorwaarden en vereisten om in aanmerking te komen

1.   Marktdeelnemers die een invoer- of uitvoercertificaat in het kader van een tariefcontingent aanvragen, zijn in de Unie gevestigd en zijn voor btw-doeleinden in de Unie geregistreerd. Zij dienen hun certificaataanvraag in bij de met de afgifte van certificaten belaste autoriteit van de lidstaat waar zij zijn gevestigd en voor btw-doeleinden zijn geregistreerd (hierna de “met de afgifte van certificaten belaste autoriteit” genoemd).

2.   Wanneer een marktdeelnemer een aanvraag indient voor een certificaat in het kader van een tariefcontingent waarvoor overeenkomstig bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761 een bewijs van handel vereist is, dient hij, samen met de eerste certificaataanvraag binnen elke tariefcontingentperiode, een bewijs van handel overeenkomstig artikel 8 van deze verordening in.

3.   Wanneer een marktdeelnemer een aanvraag indient voor een invoercertificaat in het kader van een tariefcontingent waarvoor de in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761 bedoelde vereiste inzake de referentiehoeveelheid geldt, dient hij, samen met de eerste certificaataanvraag, de krachtens artikel 10 van deze verordening vereiste documenten voor de vaststelling van de referentiehoeveelheid in.

4.   Wanneer een marktdeelnemer een aanvraag indient voor een invoercertificaat in het kader van een tariefcontingent waarvoor krachtens bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761 voorafgaande registratie van de marktdeelnemers vereist is, moet hij alvorens de aanvraag in te dienen, overeenkomstig artikel 13 van deze verordening worden geregistreerd.

5.   Enkel marktdeelnemers die voldoen aan de in artikel 11 vastgestelde onafhankelijkheidsvereiste en een onafhankelijkheidsverklaring overeenkomstig artikel 12 indienen, mogen een aanvraag indienen voor tariefcontingenten waarvoor voorafgaande registratie van de marktdeelnemers vereist is.

In afwijking van de eerste alinea is voorafgaande registratie van de marktdeelnemers niet vereist wanneer de in lid 3 bedoelde vereiste inzake de referentiehoeveelheid is geschorst overeenkomstig artikel 9, lid 9.

Artikel 4

Stellen van een zekerheid

Voor de afgifte van de volgende certificaten moet een zekerheid worden gesteld:

a)

invoercertificaten;

b)

uitvoercertificaten voor het door de Verenigde Staten van Amerika geopende kaascontingent als bedoeld in hoofdstuk 7, afdeling 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761;

c)

uitvoercertificaten voor het door de Dominicaanse Republiek geopende melkpoedercontingent als bedoeld in hoofdstuk 7, afdeling 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761.

Artikel 5

Vrijgave en verbeurdverklaring van zekerheden

1.   Artikel 7 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1237 is van toepassing op de vrijgave en de verbeurdverklaring van zekerheden voor een certificaat in het kader van een tariefcontingent.

2.   Wanneer het in het vrije verkeer brengen in de Unie of de uitvoer uit de Unie heeft plaatsgevonden binnen de geldigheidsduur van het certificaat, maar de termijn voor het indienen van het bewijs van het in het vrije verkeer brengen of de uitvoer is overschreden, wordt de zekerheid, in afwijking van artikel 23, lid 4, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014, voor elke kalenderdag waarmee die termijn wordt overschreden, verbeurd voor 3 %.

3.   De zekerheid wordt vrijgegeven voor de hoeveelheden waarvoor geen certificaat is afgegeven wegens de toepassing van een toewijzingscoëfficiënt krachtens artikel 10 van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761.

Artikel 6

Bekendmaking van de namen van de marktdeelnemers met certificaten voor tariefcontingenten waarvoor voorafgaande registratie van de marktdeelnemers vereist is

1.   In afwijking van artikel 4, lid 4, van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1185 van de Commissie (9) maakt de Commissie aan het einde van elke tariefcontingentperiode op haar officiële website de namen, de registratie- en identificatienummers (EORI-nummers) en de adressen bekend van de marktdeelnemers die tijdens de vorige tariefcontingentperiode certificaten hebben ontvangen voor tariefcontingenten waarvoor de registratie van de marktdeelnemers verplicht is krachtens bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761, hetzij als titularis hetzij als cessionaris.

2.   De in lid 1 bedoelde gegevens worden twaalf maanden na de bekendmaking ervan verwijderd van de officiële website van de Commissie.

Artikel 7

Overdracht van certificaten

1.   Invoercertificaten zijn overdraagbaar, met uitzondering van de invoercertificaten in het kader van tariefcontingenten voor vers en bevroren rund- en varkensvlees van oorsprong uit Canada.

2.   Uitvoercertificaten zijn niet overdraagbaar.

3.   Boven op de in artikel 6 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1237 vastgestelde vereisten, is de cessionaris in de Unie gevestigd en daar voor btw-doeleinden geregistreerd.

4.   Wanneer de certificaatoverdracht betrekking heeft op tariefcontingenten waarvoor een bewijs van handel vereist is, verstrekt de cessionaris het bewijs van handel overeenkomstig artikel 8.

5.   Wanneer de certificaatoverdracht betrekking heeft op tariefcontingenten waarvoor een referentiehoeveelheid geldt, is de cessionaris niet verplicht het bewijs te leveren.

6.   Wanneer de certificaatoverdracht betrekking heeft op tariefcontingenten waarvoor voorafgaande registratie van de marktdeelnemers vereist is, voldoet de cessionaris vóór de overdracht van het certificaat aan de volgende vereisten:

a)

hij is geregistreerd in het in artikel 13 bedoelde elektronische LORI-systeem;

b)

hij heeft de in artikel 12 bedoelde onafhankelijkheidsverklaring ingediend voor de tariefcontingenten waarop de overdracht betrekking heeft,

behalve wanneer deze voorschriften worden geschorst in verband met de schorsing van de vereiste inzake de referentiehoeveelheid op grond van artikel 9, lid 9, van deze verordening.

7.   De cessionaris levert de met de afgifte van certificaten belaste autoriteit die het over te dragen certificaat heeft afgegeven, het bewijs dat hij voldoet aan de in de leden 3, 4 en 6 vastgestelde vereisten om in aanmerking te komen.

Het verstrekken van het bewijsmateriaal kan worden vereenvoudigd wanneer de cessionaris de titularis is van een ander geldig, in het kader van deze verordening afgegeven invoercertificaat voor het betrokken tariefcontingentvolgnummer en de betrokken tariefcontingentperiode. In een dergelijk geval kan de cessionaris zijn met de afgifte van certificaten belaste autoriteit verzoeken om een kopie of verwijzing naar het elektronische equivalent van het certificaat te bezorgen aan de met de afgifte van certificaten belaste autoriteit van de cedent. Die kopie, ongeacht of het om een papieren dan wel een elektronische versie gaat, vormt voldoende bewijs dat aan de in de leden 3, 4 en 6 vermelde voorwaarden en vereisten om in aanmerking te komen is voldaan.

8.   Zodra het certificaat is overgedragen, wordt de hoeveelheid die in het kader van het certificaat in het vrije verkeer is gebracht in de Unie, toegewezen aan de cessionaris voor de vaststelling van het bewijs van handel en de referentiehoeveelheid.

Artikel 8

Bewijs van handel

1.   Wanneer een marktdeelnemer een aanvraag indient voor een specifiek tariefcontingent, toont hij aan dat hij een minimumhoeveelheid producten van de betrokken sector, als vermeld in artikel 1, lid 2, onder a) tot en met w), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 uit de Unie heeft uitgevoerd of in de Unie in het vrije verkeer heeft gebracht.

In de bijlagen II tot en met XIII bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761 is de minimumhoeveelheid producten vastgesteld die uit de Unie moet worden uitgevoerd of in de Unie in het vrije verkeer moet worden gebracht in elk van de twee opeenvolgende perioden van twaalf maanden die eindigen twee maanden vóór de eerste aanvraag voor de tariefcontingentperiode mag worden ingediend.

Voor de toepassing van de eerste alinea geldt het volgende:

a)

voor de in bijlage VI bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761 opgenomen tariefcontingenten voor knoflook is de betrokken sector de sector groenten en fruit als vermeld in artikel 1, lid 2, onder i), van Verordening (EU) nr. 1308/2013;

b)

voor de in bijlage VII bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761 opgenomen tariefcontingenten voor paddenstoelen is de betrokken sector de sector verwerkte groenten en fruit als vermeld in artikel 1, lid 2, onder j), van Verordening (EU) nr. 1308/2013.

2.   In afwijking van lid 1 heeft het bewijs van handel betrekking op:

a)

voor de in bijlage VIII bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761 vermelde tariefcontingenten voor rundvlees: de periode van twaalf maanden die eindigt twee maanden vóór de eerste aanvraag voor het tariefcontingent mag worden ingediend;

b)

voor het invoercontingent voor varkensvlees uit Canada dat is geopend met het volgnummer 09.4282: naast de producten van de sector varkensvlees in de zin van artikel 1, lid 2, onder q), van Verordening (EU) nr. 1308/2013, ook de producten met de GN-codes 0201, 0202, 0206 10 95 en 0206 29 91;

c)

voor het door de Dominicaanse Republiek geopende uitvoercontingent voor melkpoeder als bedoeld in de artikelen 55, 56 en 57 van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761: de producten van het betrokken tariefcontingent die naar de Dominicaanse Republiek zijn uitgevoerd tijdens een van de drie kalenderjaren die voorafgaan aan de indiening van een certificaataanvraag;

d)

voor het door de Verenigde Staten van Amerika geopende uitvoercontingent voor kaas als bedoeld in de artikelen 58 tot en met 63 van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761: de producten met de GN-code 0406 die naar de Verenigde Staten van Amerika zijn uitgevoerd in ten minste één van de drie kalenderjaren vóór de maand september voorafgaande aan het begin van de tariefcontingentperiode;

e)

voor het tariefcontingent voor Nieuw-Zeelandse boter met het volgnummer 09.4195: de producten die in het kader van de tariefcontingenten met de volgnummers 09.4195 en 09.4182 zijn ingevoerd in de periode van 24 maanden vóór de maand november voorafgaande aan het begin van de tariefcontingentperiode;

f)

voor het tariefcontingent voor Nieuw-Zeelandse boter met het volgnummer 09.4182: de periode van twaalf maanden vóór de maand november voorafgaande aan het begin van de tariefcontingentperiode.

3.   De marktdeelnemers leveren de met de afgifte van certificaten belaste autoriteit het bewijs van handel aan de hand van een van de volgende middelen:

a)

douanegegevens waaruit de vrijgave voor het vrije verkeer in de Unie blijkt en die overeenkomstig de voorschriften van de betrokken lidstaat een verwijzing bevatten naar de marktdeelnemer als aangever zoals bedoeld in artikel 5, lid 15, van Verordening (EU) nr. 952/2013 of als importeur zoals bedoeld in bijlage B, titel I, hoofdstuk 3, groep 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 en in titel II, groep 3, van die bijlage;

b)

douanegegevens waaruit de vrijgave voor uitvoer uit de Unie blijkt en die overeenkomstig de voorschriften van de betrokken lidstaat een verwijzing bevatten naar de marktdeelnemer als aangever zoals bedoeld in artikel 5, lid 15, van Verordening (EU) nr. 952/2013 of als exporteur zoals bedoeld in artikel 1, punt 19, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446;

c)

een gebruikt, door de douaneautoriteiten naar behoren geviseerd certificaat, waaruit blijkt dat de producten in de Unie in het vrije verkeer zijn gebracht of uit de Unie zijn uitgevoerd, en dat een verwijzing bevat naar de marktdeelnemer als titularis van het certificaat of, in geval van certificaatoverdracht, een verwijzing naar de marktdeelnemer als cessionaris.

4.   Wanneer douanegegevens alleen op papier kunnen worden gegenereerd of ingediend, wordt de afdruk van de douaneaangiften voor eensluidend gewaarmerkt met het stempel en de handtekening van de douaneautoriteiten van de betrokken lidstaat.

5.   De met de afgifte van certificaten belaste autoriteiten en de douaneautoriteiten kunnen voorzien in vereenvoudigde elektronische formaten voor de in dit artikel bedoelde documenten en procedures.

6.   Het bewijs van handel is niet vereist voor contingenten waarvoor de vereiste inzake een referentiehoeveelheid geldt, tenzij die vereiste overeenkomstig artikel 9, lid 9, is geschorst.

Artikel 9

Referentiehoeveelheid

1.   De referentiehoeveelheid is de gemiddelde jaarlijkse hoeveelheid producten die in de Unie in het vrije verkeer is gebracht gedurende twee opeenvolgende perioden van twaalf maanden die eindigen twee maanden vóór de eerste aanvraag voor de tariefcontingentperiode mag worden ingediend.

De referentiehoeveelheid voor gefuseerde ondernemingen wordt vastgesteld door de hoeveelheden producten die in de Unie in het vrije verkeer zijn gebracht door de verschillende bij de fusie betrokken marktdeelnemers, bij elkaar op te tellen.

De referentiehoeveelheid voor een marktdeelnemer bedraagt niet meer dan 15 % van de hoeveelheid die voor het betrokken tariefcontingent beschikbaar is in de desbetreffende tariefcontingentperiode.

2.   De referentiehoeveelheid heeft betrekking op in de Unie in het vrije verkeer gebrachte producten die onder hetzelfde tariefcontingentvolgnummer vallen en dezelfde oorsprong hebben.

3.   De totale hoeveelheid producten waarvoor in een tariefcontingentperiode certificaataanvragen zijn ingediend voor één bepaald tariefcontingent, is niet groter dan de referentiehoeveelheid van de aanvrager voor dat tariefcontingent.

Als de tariefcontingentperiode in deelperioden is onderverdeeld, wordt de referentiehoeveelheid verdeeld over de deelperioden. Het aandeel van de totale referentiehoeveelheid voor een tariefcontingentdeelperiode is gelijk aan het aandeel van de totale hoeveelheid van het voor die deelperiode beschikbare invoertariefcontingent.

Aanvragen die niet aan de voorschriften van de eerste en tweede alinea voldoen, worden door de bevoegde met de afgifte van certificaten belaste autoriteit niet-ontvankelijk verklaard.

4.   In afwijking van de leden 1 en 2 is de referentiehoeveelheid voor knoflook van oorsprong uit Argentinië met het volgnummer 09.4104 het gemiddelde van de hoeveelheden verse knoflook van GN-code 0703 20 00 die gedurende de drie kalenderjaren voorafgaand aan de tariefcontingentperiode in het vrije verkeer zijn gebracht.

5.   In afwijking van lid 1 is de referentiehoeveelheid voor de tariefcontingenten voor rundvlees die zijn opgenomen in bijlage VIII bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761, de hoeveelheid producten die in de Unie in het vrije verkeer is gebracht gedurende een periode van twaalf maanden die eindigt twee maanden vóór de eerste aanvraag voor de tariefcontingentperiode mag worden ingediend.

6.   In afwijking van lid 2 wordt de referentiehoeveelheid berekend door optelling van de hoeveelheden producten die in de Unie in het vrije verkeer zijn gebracht in het kader van elk van de volgende drie opeenvolgende contingentvolgnummers als bedoeld in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761:

 

09.4211, 09.4212 en 09.4213;

 

09.4214, 09.4215 en 09.4216;

 

09.4410, 09.4411 en 09.4412.

7.   Voor de tariefcontingenten met de volgnummers 09.4211, 09.4212 en 09.4213 is de totale hoeveelheid producten waarvoor in de tariefcontingentperiode een certificaataanvraag is ingediend voor die drie tariefcontingenten, in afwijking van lid 3, niet groter dan de totale referentiehoeveelheid van de aanvrager voor deze drie tariefcontingenten. De aanvrager kiest zelf hoe hij de totale referentiehoeveelheid verdeelt over de tariefcontingenten waarvoor aanvragen zijn ingediend. Deze regel geldt eveneens voor de tariefcontingenten met de volgnummers 09.4214, 09.4215 en 09.4216 en met de volgnummers 09.4410, 09.4411 en 09.4412.

8.   De Commissie schorst de vereiste inzake de referentiehoeveelheid wanneer de in het kader van een tariefcontingent aangevraagde hoeveelheid aan het einde van de negende maand van een tariefcontingentperiode lager is dan de in het kader van dat tariefcontingent beschikbare hoeveelheid voor die tariefcontingentperiode.

9.   De Commissie kan de vereiste inzake de referentiehoeveelheid schorsen voor elk van de in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761 vermelde tariefcontingenten wanneer onvoorziene en uitzonderlijke omstandigheden tot de onderbenutting van dat tariefcontingent dreigen te leiden.

10.   De duur van de schorsing mag de tariefcontingentperiode niet overschrijden.

11.   De Commissie meldt de schorsing van de vereiste inzake de referentiehoeveelheid overeenkomstig artikel 188 van Verordening (EU) nr. 1308/2013.

Artikel 10

Bewijs van de referentiehoeveelheid

1.   De referentiehoeveelheid wordt vastgesteld aan de hand van een gewaarmerkte afdruk van de douaneaangifte voor het vrije verkeer. De douaneaangifte betreft de producten die zijn vermeld op de factuur als bedoeld in artikel 145 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie (10), en vermeldt, overeenkomstig de voorschriften van de betrokken lidstaat, of de certificaataanvrager een aangever is als bedoeld in artikel 5, lid 15, van Verordening (EU) nr. 952/2013 dan wel een importeur als bedoeld in bijlage B, titel I, hoofdstuk 3, groep 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 en titel II, groep 3, van die bijlage.

2.   De marktdeelnemer zorgt ervoor dat de douaneaangifte voor het vrije verkeer in de Unie die hij gebruikt voor de vaststelling van de referentiehoeveelheid, het nummer van de factuur als bedoeld in artikel 145 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 bevat. De marktdeelnemer legt de factuur ook voor aan de met de afgifte van certificaten belaste autoriteiten voor de vaststelling van zijn referentiehoeveelheid. De factuur bevat ten minste:

a)

de naam van de importeur of aangever;

b)

de productbeschrijving, samen met de achtcijferige GN-code;

c)

het factuurnummer.

3.   De met de afgifte van certificaten belaste autoriteiten vergelijken de gegevens op de facturen, de invoercertificaten en de douaneaangiften. De documenten bevatten geen discrepanties met betrekking tot de identiteit van de importeur of de aangever, de productbeschrijving en het factuurnummer. Deze documenten worden geverifieerd op basis van de risicoanalyse van de lidstaten.

4.   De met de afgifte van certificaten belaste autoriteit kan besluiten dat de facturen in elektronische vorm moeten worden ingediend.

5.   De in lid 1 bedoelde gewaarmerkte afdruk van de douaneaangifte kan worden vervangen door de elektronische indiening van de douanegegevens door de douaneautoriteit bij de met de afgifte van certificaten belaste autoriteit, overeenkomstig de in artikel 14 van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1239 vermelde procedures en methoden. De met de afgifte van certificaten belaste autoriteiten en de douaneautoriteiten kunnen voorzien in vereenvoudigde elektronische formaten voor de in dit lid bedoelde documenten en procedures.

6.   Wanneer een marktdeelnemer tot voldoening van de bevoegde autoriteit van de lidstaat aantoont dat de hoeveelheid producten die hij in een van de in artikel 9 bedoelde perioden van twaalf maanden in het vrije verkeer heeft gebracht, gevolgen heeft ondervonden van sanitaire of fytosanitaire maatregelen die het land van uitvoer of de Unie hebben getroffen, mag hij de vorige periode van twaalf maanden die niet door die maatregelen is getroffen, gebruiken voor de vaststelling van de referentiehoeveelheid.

Artikel 11

Vereiste van onafhankelijkheid van de marktdeelnemers die een aanvraag indienen voor tariefcontingenten waarvoor voorafgaande registratie van de marktdeelnemers vereist is

1.   Marktdeelnemers kunnen slechts een aanvraag indienen voor tariefcontingenten waarvoor voorafgaande registratie van de marktdeelnemers vereist is, indien:

a)

zij geen banden hebben met andere natuurlijke personen of rechtspersonen die een aanvraag indienen voor hetzelfde tariefcontingentvolgnummer, of

b)

zij wel banden hebben met andere natuurlijke personen of rechtspersonen die een aanvraag indienen voor hetzelfde tariefcontingentvolgnummer, maar regelmatig substantiële economische activiteiten verrichten.

2.   Een marktdeelnemer heeft banden met andere natuurlijke personen of rechtspersonen in de volgende gevallen:

a)

als hij eigenaar is van of zeggenschap heeft over een andere rechtspersoon, of

b)

als hij familiebanden heeft met een andere natuurlijke persoon, of

c)

als hij een belangrijke zakelijke relatie heeft met een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon.

3.   Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

a)

“eigenaar zijn van een andere rechtspersoon”: in het bezit zijn van ten minste 25 % van de eigendomsrechten in een andere rechtspersoon;

b)

“zeggenschap hebben over een andere rechtspersoon”:

i)

het recht hebben om een meerderheid van de leden van het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan van een dergelijke rechtspersoon, groep of entiteit aan te stellen of te ontslaan, of

ii)

het, enkel als gevolg van de uitoefening van zijn stemrechten, aangesteld hebben van een meerderheid van de leden van het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan van een rechtspersoon die gedurende het lopende en voorgaande begrotingsjaar in functie waren, of

iii)

het, ingevolge een overeenkomst met andere aandeelhouders in of leden van een rechtspersoon, groep of entiteit alléén zeggenschap hebben over de meerderheid van de aandeelhouders- of ledenstemrechten in die rechtspersoon, groep of entiteit, of

iv)

het recht hebben om een overheersende invloed uit te oefenen op een rechtspersoon, groep of entiteit ingevolge een met die rechtspersoon, groep of entiteit aangegane overeenkomst of een bepaling in het memorandum of de akte van oprichting, wanneer het recht dat die rechtspersoon, groep of entiteit beheerst een dergelijke overeenkomst of bepaling toestaat, of

v)

de bevoegdheid hebben tot het uitoefenen van het recht om een overheersende invloed als bedoeld onder iv) uit te oefenen zonder de houder van dat recht te zijn, of

vi)

het recht hebben om alle of een deel van de activa van een rechtspersoon, groep of entiteit te gebruiken, of

vii)

het op geconsolideerde basis beheren van een rechtspersoon, groep of entiteit gepaard gaande met het publiceren van geconsolideerde jaarrekeningen, of

viii)

het gezamenlijk en hoofdelijk delen van de financiële verplichtingen van een rechtspersoon, groep of entiteit of het garanderen van deze verplichtingen;

c)

“heeft familiebanden”:

i)

de marktdeelnemer is de echtgeno(o)t(e), broer, zus, ouder, kind of kleinkind van een andere marktdeelnemer die een aanvraag indient voor hetzelfde tariefcontingentvolgnummer;

ii)

de marktdeelnemer is de echtgeno(o)t(e), broer, zus, ouder, kind of kleinkind van de natuurlijke persoon die eigenaar is van of zeggenschap heeft over een andere marktdeelnemer die een aanvraag indient voor hetzelfde tariefcontingentvolgnummer;

d)

“heeft een belangrijke zakelijke relatie”:

i)

de andere persoon bezit direct of indirect ten minste 25 % van de aandelen in de marktdeelnemer;

ii)

de marktdeelnemer en de andere persoon oefenen, direct of indirect, gezamenlijk zeggenschap uit over een derde persoon;

iii)

de marktdeelnemer en de andere persoon zijn respectievelijk werkgever en werknemer;

iv)

de marktdeelnemer en de andere persoon worden door de wettelijke bepalingen erkend als in zaken verbonden of zijn functionaris of directeur in dezelfde rechtspersoon;

e)

“substantiële economische activiteiten”: acties of activiteiten uitgeoefend door een persoon met als doel de productie, de distributie of het verbruik van goederen en diensten te garanderen.

Voor de toepassing van punt e) worden activiteiten die uitsluitend worden uitgevoerd met het oog op een aanvraag in het kader van tariefcontingenten, niet als substantiële economische activiteiten beschouwd.

4.   Wanneer de marktdeelnemer banden heeft met andere natuurlijke personen of rechtspersonen die een aanvraag indienen voor hetzelfde tariefcontingentvolgnummer, voldoet hij bij de registratie in het elektronische LORI-systeem aan de volgende verplichtingen:

a)

hij toont aan dat hij regelmatig substantiële economische activiteiten verricht door ten minste een van de documenten in te dienen die zijn vermeld in het onderdeel “Bewijs van substantiële economische activiteit van de marktdeelnemer” van bijlage II;

b)

hij maakt de identiteit van de natuurlijke personen of rechtspersonen met wie hij banden heeft, bekend door het desbetreffende deel van bijlage II in te vullen.

5.   De Commissie kan de vereiste inzake de onafhankelijkheidsverklaring schorsen als de vereiste inzake de referentiehoeveelheid op grond van artikel 9, lid 9, is geschorst.

De duur van de schorsing mag de tariefcontingentperiode niet overschrijden.

6.   De Commissie meldt de schorsing van de vereiste inzake de onafhankelijkheidsverklaring overeenkomstig artikel 188 van Verordening (EU) nr. 1308/2013.

Artikel 12

Onafhankelijkheidsverklaring

1.   De aanvrager van een tariefcontingent waarvoor voorafgaande registratie van de marktdeelnemers vereist is, dient via het elektronische LORI-systeem een onafhankelijkheidsverklaring in volgens het in bijlage I opgenomen model.

2.   In zijn onafhankelijkheidsverklaring legt de aanvrager, afhankelijk van zijn situatie, een van de volgende verklaringen af:

a)

een verklaring dat de aanvrager geen banden heeft met andere natuurlijke personen of rechtspersonen die een aanvraag indienen voor hetzelfde tariefcontingentvolgnummer;

b)

een verklaring dat de aanvrager banden heeft met andere natuurlijke personen of rechtspersonen die een aanvraag indienen voor hetzelfde tariefcontingentvolgnummer, maar regelmatig substantiële economische activiteiten verricht.

3.   De aanvrager zorgt ervoor dat alle informatie in zijn onafhankelijkheidsverklaring te allen tijde nauwkeurig en actueel is.

4.   Wanneer de met de afgifte van certificaten belaste autoriteit bepaalt of de aanvrager regelmatig substantiële economische activiteiten verricht, houdt zij daarbij rekening met de aard van de door de aanvrager verrichte economische activiteit, de verrichte uitgaven, de verkoop en de omzet van de aanvrager in de lidstaat waar hij voor btw-doeleinden is geregistreerd.

Op verzoek van de bevoegde met de afgifte van certificaten belaste autoriteit stelt de aanvrager alle documenten en bewijsstukken beschikbaar die nodig zijn om de in de onafhankelijkheidsverklaring verstrekte informatie te verifiëren.

5.   De bevoegde met de afgifte van certificaten belaste autoriteit aanvaardt de onafhankelijkheidsverklaring enkel indien zij ervan overtuigd is dat de in het LORI-systeem ingevoerde documenten correct en actueel zijn.

6.   De aanvrager stelt de bevoegde met de afgifte van certificaten belaste autoriteit in kennis van elke wijziging die van invloed is op de onafhankelijkheidsverklaring en wel binnen tien kalenderdagen na de datum waarop deze wijziging van kracht wordt. De bevoegde met de afgifte van certificaten belaste autoriteit registreert deze wijziging in het elektronische LORI-systeem na deze te hebben gevalideerd.

7.   De onafhankelijkheidsverklaring blijft geldig zolang de marktdeelnemer voldoet aan de vereisten van artikel 11, lid 1.

Artikel 13

Verplichte voorafgaande registratie van marktdeelnemers

1.   De Commissie zet een elektronisch systeem op voor de registratie en identificatie van marktdeelnemers die certificaten aanvragen (Licence Operator Registration and Identification — LORI) overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/1183 van de Commissie (11) en Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1185.

2.   Aanvragen tot registratie in het elektronische LORI-systeem worden ingediend met behulp van een elektronisch formulier dat door de met de afgifte van certificaten belaste autoriteit ter beschikking van de marktdeelnemers wordt gesteld. Dit formulier bevat de in bijlage II vermelde gegevens.

3.   Enkel marktdeelnemers die in het douanegebied van de Unie zijn gevestigd en een EORI-nummer hebben, kunnen een aanvraag tot registratie in het LORI-systeem indienen. Zij dienen de aanvraag in bij de met de afgifte van certificaten belaste autoriteit van de lidstaat waar zij zijn gevestigd en voor btw-doeleinden zijn geregistreerd.

4.   De aanvraag tot registratie wordt ingediend ten minste twee maanden vóór de maand waarin de marktdeelnemer voornemens is de certificaataanvraag in te dienen. De marktdeelnemer verstrekt een geldig e‐mailadres voor correspondentie en handhaaft een geldig e‐mailadres in het elektronische LORI-systeem voor communicatie met de met de afgifte van certificaten belaste autoriteit.

5.   Wanneer de bevoegde met de afgifte van certificaten belaste autoriteit constateert dat de informatie die de marktdeelnemer voor registratie in het LORI-systeem of voor een wijziging in zijn LORI-record heeft ingediend, correct en actueel is en in overeenstemming is met deze verordening en met Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761, valideert zij de registratie of de wijziging en stelt zij de Commissie via het elektronische LORI-systeem in kennis van de validering.

6.   De met de afgifte van certificaten belaste autoriteit wijst de aanvraag tot registratie af indien de aanvrager niet ten genoegen van die autoriteit aantoont dat de verstrekte informatie als bedoeld in bijlage II correct en actueel is. De met de afgifte van certificaten belaste autoriteit registreert de datum van de afwijzing van de aanvraag en stelt de aanvrager in kennis van de afwijzing en van de redenen voor de afwijzing.

7.   Op basis van de kennisgeving door de met de afgifte van certificaten belaste autoriteit registreert de Commissie de aanvrager in het elektronische LORI-systeem en stelt zij de met de afgifte van certificaten belaste autoriteit in kennis van de registratie. De met de afgifte van certificaten belaste autoriteit stelt de aanvrager in kennis van de registratie.

8.   Zodra de marktdeelnemer is geregistreerd in het elektronische LORI-systeem, blijft de registratie geldig tot de intrekking ervan.

9.   De LORI-record bestaat uit de in het elektronische LORI-systeem opgeslagen gegevens over de geregistreerde marktdeelnemer. Deze gegevens blijven gedurende de hele duur van de registratie van de marktdeelnemer en zeven jaar na de intrekking van de registratie van de marktdeelnemer in het elektronische LORI-systeem opgeslagen.

10.   De met de afgifte van certificaten belaste autoriteit trekt de registratie in de volgende gevallen in:

a)

op verzoek van de geregistreerde marktdeelnemer;

b)

wanneer de met de afgifte van certificaten belaste autoriteit constateert dat de geregistreerde marktdeelnemer niet langer voldoet aan de voorwaarden en vereisten om in aanmerking te komen voor de aanvraag voor tariefcontingenten die verplichte registratie van de marktdeelnemers vereisen.

11.   De met de afgifte van certificaten belaste autoriteit registreert de datum van intrekking van de registratie en stelt de betrokken marktdeelnemer in kennis van de intrekking en van de redenen ervan.

12.   De marktdeelnemer stelt de bevoegde met de afgifte van certificaten belaste autoriteit in kennis van elke wijziging die van invloed is op zijn LORI-record en wel binnen tien kalenderdagen na de datum waarop deze wijziging van kracht wordt. De Commissie registreert deze wijzigingen in het elektronische LORI-systeem nadat zij zijn gevalideerd door de bevoegde met de afgifte van certificaten belaste autoriteit.

13.   De Commissie kan de vereiste inzake voorafgaande registratie van de marktdeelnemers in het elektronische LORI-systeem schorsen wanneer de vereiste inzake de referentiehoeveelheid op grond van artikel 9, lid 9, is geschorst.

De duur van de schorsing mag de tariefcontingentperiode niet overschrijden.

14.   De Commissie meldt de schorsing van de vereiste inzake voorafgaande registratie van de marktdeelnemers in het elektronische LORI-systeem overeenkomstig artikel 188 van Verordening (EU) nr. 1308/2013.

Artikel 14

Klachten wegens onterechte registratie van een marktdeelnemer

1.   In het elektronische LORI-systeem geregistreerde marktdeelnemers die vermoeden dat een andere geregistreerde marktdeelnemer niet voldoet aan de voorwaarden en vereisten om in aanmerking te komen voor een aanvraag voor tariefcontingenten waarvoor voorafgaande registratie vereist is, kunnen een klacht indienen bij de met de afgifte van certificaten belaste autoriteit van de lidstaat waar zij zijn gevestigd en voor btw-doeleinden zijn geregistreerd. Dergelijke klachten moeten worden gemotiveerd. Elke met de afgifte van certificaten belaste autoriteit stelt een systeem voor de indiening van dergelijke klachten ter beschikking van de marktdeelnemers en zij stelt de marktdeelnemers in kennis van dat systeem wanneer zij registratie in het elektronische LORI-systeem aanvragen.

2.   Als de met de afgifte van certificaten belaste autoriteit van de lidstaat van vestiging van de klager van mening is dat de klacht gegrond is, geeft zij gevolg aan die klacht met de controles die zij passend acht. Wanneer de gecontroleerde marktdeelnemer in een andere lidstaat is gevestigd en voor btw-doeleinden is geregistreerd, biedt de met de afgifte van certificaten belaste autoriteit van die lidstaat tijdig de nodige bijstand. De met de afgifte van certificaten belaste autoriteit van de lidstaat waar de betrokken marktdeelnemer is gevestigd en voor btw-doeleinden is geregistreerd, registreert het resultaat van de controle in het elektronische LORI-systeem in de LORI-record van de marktdeelnemer.

Artikel 15

Sancties

1.   Wanneer de bevoegde met de afgifte van certificaten belaste autoriteit constateert dat een marktdeelnemer die een in- of uitvoercertificaat voor een tariefcontingent of de overdracht van een certificaat aanvraagt, een onjuist document heeft overgelegd of onjuiste of niet-actuele gegevens heeft ingediend voor de registratie in het elektronische LORI-systeem, en wanneer dat document essentieel is voor de afgifte van dat in- of uitvoercertificaat, neemt zij de volgende maatregelen:

a)

zij verbiedt de marktdeelnemer producten in het vrije verkeer in de Unie te brengen of uit de Unie uit te voeren in het kader van het betrokken invoer- of uitvoertariefcontingent voor de gehele tariefcontingentperiode waarin die bevinding is gedaan;

b)

zij sluit de marktdeelnemer voor het betrokken invoer- of uitvoertariefcontingent uit het certificaataanvraagsysteem uit voor een tariefcontingentperiode die volgt op de tariefcontingentperiode waarin die vaststelling is gedaan.

Wanneer de met de afgifte van certificaten belaste autoriteit constateert dat een marktdeelnemer die een in- of uitvoercertificaat voor een tariefcontingent of de overdracht van een certificaat aanvraagt, bewust een onjuist document heeft overgelegd of bewust heeft nagelaten gegevens in zijn LORI-record in het kader van de registratie in het elektronische LORI-systeem te actualiseren, en wanneer dat document of die gegevens essentieel zijn voor de afgifte van dat in- of uitvoercertificaat, is de in de eerste alinea, onder b), bedoelde uitsluiting van de marktdeelnemer van toepassing voor twee tariefcontingentperioden die volgen op de tariefcontingentperiode waarin die vaststelling is gedaan.

2.   Wanneer producten in het kader van een invoercertificaat in het vrije verkeer zijn gebracht vóór de in lid 1 bedoelde vaststellingen, worden eventuele daaruit voortvloeiende ongerechtvaardigde financiële voordelen teruggevorderd.

3.   De in lid 1 bedoelde sancties laten eventuele extra sancties op grond van het nationale recht of het Unierecht, en de voorschriften inzake de bescherming van de financiële belangen van de Unie onverlet.

Artikel 16

Speciale behandeling bij invoer in een derde land

Wanneer uitgevoerde producten op grond van artikel 186, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 in aanmerking komen voor een speciale behandeling bij invoer in een derde land, wordt het exporteurs toegestaan een uitvoercertificaat aan te vragen waarin wordt bevestigd dat aan die voorwaarden voor een speciale behandeling bij invoer in een derde land is voldaan. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten geven dat certificaat af zodra zij zich er, met de middelen die zij passend achten, van hebben vergewist dat aan deze voorwaarden is voldaan.

Artikel 17

Kennisgevingen aan de Commissie

Voor elke tariefcontingentperiode stellen de lidstaten de Commissie in kennis van de volgende informatie via het bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/1183 en Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1185 vastgestelde meldingssysteem:

a)

de hoeveelheden waarvoor een invoer- of uitvoercertificaataanvraag is ingediend;

b)

de hoeveelheden waarvoor een invoer- of uitvoercertificaataanvraag is afgegeven;

c)

de niet-benutte hoeveelheden die vallen onder niet-benutte of deels benutte invoer- of uitvoercertificaten;

d)

de hoeveelheden die aan marktdeelnemers zijn toegewezen in het kader van een tariefcontingent waarvoor geen invoer- of uitvoercertificaat is afgegeven;

e)

de hoeveelheden die in het kader van de afgegeven invoer- of uitvoercertificaten in het vrije verkeer zijn gebracht of zijn uitgevoerd;

f)

voor tariefcontingenten waarvoor voorafgaande registratie van de marktdeelnemers vereist is:

i)

de namen, de EORI-nummers en de adressen van de marktdeelnemers die invoercertificaten hebben ontvangen of van de cessionarissen van een invoercertificaat;

ii)

de aangevraagde hoeveelheden voor elke marktdeelnemer;

iii)

aanvragen tot registratie in het elektronische LORI-systeem die zijn gevalideerd en afgewezen; registraties die zijn ingetrokken; en valideringen en afwijzingen van wijzigingen in de LORI-record;

g)

voor tariefcontingenten die worden beheerd met door derde landen afgegeven documenten: voor elk door een marktdeelnemer ingediend echtheidscertificaat of “Inward Monitoring Arrangement”-certificaat (IMA 1-certificaat) als bedoeld in bijlage XIV bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761: het nummer van het betrokken certificaat en de hoeveelheden waarop het certificaat betrekking heeft.

HOOFDSTUK III

Specifieke tariefcontingenten krachtens artikel 185 van Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 18

Opening van de contingenten

1.   Elk jaar op 1 januari worden twee contingenten geopend voor de invoer van maximaal 2 000 000 ton maïs van GN-code 1005 90 00 en 300 000 ton sorghum van GN-code 1007 90 00 uit derde landen voor vrijgave voor het vrije verkeer in Spanje.

2.   Elk jaar op 1 januari wordt een tariefcontingent geopend voor de invoer van maximaal 500 000 ton maïs van GN-code 1005 90 00 uit derde landen voor vrijgave voor het vrije verkeer in Portugal.

Artikel 19

Beheer van de contingenten

1.   De in artikel 18, lid 1, bedoelde hoeveelheden voor invoer in Spanje worden proportioneel verlaagd met de hoeveelheden afvallen van de maïszetmeelbereiding van de GN-codes 2303 10 19 en 2309 90 20, bostel van GN-code 2303 30 00 en residuen van citrusvruchtenpulp van GN-code ex 2308 00 40, die in het betrokken jaar uit derde landen in Spanje worden ingevoerd.

2.   De Commissie berekent voor de in artikel 18, leden 1 en 2, bedoelde contingenten:

a)

de hoeveelheden maïs van GN-code 1005 90 00 en sorghum van GN-code 1007 90 00 die in de loop van elk kalenderjaar zijn ingevoerd in Spanje en de hoeveelheden maïs van GN-code 1005 90 00 die in de loop van elk kalenderjaar zijn ingevoerd in Portugal;

b)

de in lid 1 bedoelde hoeveelheden afvallen van de maïszetmeelbereiding, bostel en residuen van citrusvruchtenpulp die in de loop van elk kalenderjaar zijn ingevoerd in Spanje.

3.   Voor de berekening van hoeveelheden voor de contingenten als bedoeld in artikel 18, leden 1 en 2, wordt geen rekening gehouden met de invoer in Spanje en Portugal op grond van rechtshandelingen waarbij de Unie specifieke handelsconcessies heeft verleend.

Artikel 20

Bestemming van ingevoerde producten en toezicht

1.   De in artikel 18, lid 1, bedoelde hoeveelheden maïs en sorghum zijn bestemd voor verwerking of gebruik in Spanje. De in artikel 18, lid 2, genoemde hoeveelheden maïs zijn bestemd voor verwerking of gebruik in Portugal.

2.   Maïs of sorghum die overeenkomstig artikel 21 tegen een nulrecht in het vrije verkeer wordt gebracht, blijft tot het gebruik of de verwerking ervan onder douanetoezicht of onder een administratieve controle die gelijkwaardige garanties biedt.

3.   De betrokken lidstaat neemt alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het in lid 2 bedoelde toezicht wordt uitgevoerd. Deze maatregelen houden met name voor de importeurs de verplichting in zich aan elke door de bevoegde autoriteiten noodzakelijk geachte controle te onderwerpen en een specifieke boekhouding te voeren aan de hand waarvan de bevoegde instanties de door hen noodzakelijk geachte controles kunnen verrichten.

4.   De betrokken lidstaat stelt de Commissie in kennis van de overeenkomstig lid 3 genomen maatregelen, zodra die zijn vastgesteld.

Artikel 21

Rechtenvrije invoer

1.   Met ingang van 1 april van elk kalenderjaar geldt een nulrecht voor de invoer van maïs en sorghum in Spanje en van maïs in Portugal binnen de in artikel 18, leden 1 en 2, vastgestelde kwantitatieve grenzen.

2.   De in lid 1 bedoelde invoer:

a)

wordt beheerd volgens de in artikel 184, lid 2, onder b), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde methode;

b)

valt onder certificaten die zijn afgegeven door de bevoegde Spaanse en Portugese autoriteiten.

De onder b) bedoelde certificaten zijn slechts geldig in de lidstaat waar zij zijn afgegeven.

3.   Vanaf de datum van toepassing van het in lid 1 bedoelde nulrecht maakt de Commissie uiterlijk op de zesde dag van elke maand de hoeveelheden van de in artikel 18, leden 1 en 2, bedoelde contingenten die op de eerste dag van elke maand beschikbaar zijn, met passende middelen bekend.

Artikel 22

Zekerheid bij aanvraag en uitvoeringszekerheid

1.   De aanvrager stelt de in artikel 4 bedoelde zekerheid, waarvan het niveau is vastgesteld in bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761, vóór het einde van de aanvraagperiode bij de met de afgifte van certificaten belaste autoriteit.

2.   Naast de in lid 1 bedoelde zekerheid moet voor de afgifte van een certificaat uiterlijk op de datum van vrijgave voor het vrije verkeer een uitvoeringszekerheid beschikbaar zijn.

3.   Het niveau van de in lid 2 bedoelde uitvoeringszekerheid is gelijk aan het overeenkomstig Verordening (EU) nr. 642/2010 van de Commissie (12) vastgelegde en op de dag van indiening van de certificaataanvraag geldende invoerrecht voor maïs en sorghum.

Artikel 23

Specifieke voorschriften voor de overdracht van certificaten

In afwijking van artikel 6 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1237 zijn de uit de invoercertificaten voortvloeiende rechten niet overdraagbaar.

Artikel 24

Vrijgave en verbeurdverklaring van de uitvoeringszekerheid

1.   Onverminderd de krachtens artikel 20, lid 2, genomen toezichtmaatregelen wordt de in artikel 22, lid 2, bedoelde uitvoeringszekerheid vrijgegeven wanneer de importeur het bewijs levert dat:

a)

het ingevoerde product is verwerkt of gebruikt in de lidstaat waar het in het vrije verkeer is gebracht; dat bewijs kan worden geleverd in de vorm van een verkoopfactuur aan een verwerker die is gevestigd in de lidstaat waar het product in het vrije verkeer is gebracht;

b)

het product wegens overmacht niet kon worden ingevoerd, verwerkt of gebruikt;

c)

het ingevoerde product ongeschikt is geworden voor eender welk gebruik.

2.   Het in lid 1 bedoelde bewijs wordt binnen 18 maanden na de datum van aanvaarding van de aangifte voor het vrije verkeer geleverd; zo niet wordt de zekerheid verbeurd.

3.   Voor de toepassing van dit artikel wordt de verwerking of het gebruik van het ingevoerde product geacht te hebben plaatsgevonden wanneer 95 % van de in het vrije verkeer gebrachte hoeveelheid verwerkt of gebruikt is.

HOOFDSTUK IV

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 25

Intrekkingen

De Verordeningen (EG) nr. 2307/98 (13), (EG) nr. 2535/2001 (14), (EG) nr. 1342/2003 (15), (EG) nr. 2305/2003 (16), (EG) nr. 969/2006 (17), (EG) nr. 1301/2006 (18), (EG) nr. 1918/2006 (19), (EG) nr. 1964/2006 (20), (EG) nr. 1979/2006 (21), (EG) nr. 341/2007 (22), (EG) nr. 533/2007 (23), (EG) nr. 536/2007 (24), (EG) nr. 539/2007 (25), (EG) nr. 616/2007 (26), (EG) nr. 964/2007 (27), (EG) nr. 1384/2007 (28), (EG) nr. 1385/2007 (29), (EG) nr. 382/2008 (30), (EG) nr. 412/2008 (31), (EG) nr. 431/2008 (32), (EG) nr. 748/2008 (33), (EG) nr. 1067/2008 (34), (EG) nr. 1296/2008 (35), (EG) nr. 442/2009 (36), (EG) nr. 610/2009 (37), (EG) nr. 891/2009 (38), (EG) nr. 1187/2009 (39) en (EU) nr. 1255/2010 (40) van de Commissie en de Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 1273/2011 (41), (EU) nr. 480/2012 (42), (EU) nr. 1223/2012 (43), (EU) nr. 82/2013 (44), (EU) nr. 593/2013 (45), (EU) 2015/2076 (46), (EU) 2015/2077 (47), (EU) 2015/2078 (48), (EU) 2015/2079 (49), (EU) 2015/2081 (50) en (EU) 2017/1585 (51) van de Commissie worden ingetrokken.

Deze verordeningen en uitvoeringsverordeningen blijven echter van toepassing op invoer- en uitvoercertificaten die op grond daarvan zijn afgegeven tot het verstrijken van die invoer- en uitvoercertificaten.

Artikel 26

Overgangsbepalingen

Tijdens de eerste twee tariefcontingentperioden na de inwerkingtreding van deze verordening mag de met de afgifte van certificaten belaste autoriteit de in artikel 9 bedoelde referentiehoeveelheid vaststellen overeenkomstig de in artikel 25 genoemde ter zake relevante ingetrokken besluiten.

Wanneer een tariefcontingent waarvoor de in artikel 9 bedoelde vereiste inzake de referentiehoeveelheid geldt, in een of beide van de twee tariefcontingentperioden vóór de inwerkingtreding van deze verordening niet volledig is opgebruikt, kunnen de marktdeelnemers ervoor kiezen hun referentiehoeveelheid vast te stellen hetzij overeenkomstig artikel 9, lid 1, van deze verordening, hetzij op basis van de laatste twee perioden van twaalf maanden waarin het tariefcontingent volledig is opgebruikt.

Artikel 27

Inwerkingtreding en toepassing

1.   Deze verordening treedt in werking op de zevende dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2.   Deze verordening is van toepassing op de tariefcontingentperioden die ingaan op of na 1 januari 2021.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 17 december 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549.

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761 van de Commissie van 17 december 2019 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor de Verordeningen (EU) nr. 1306/2013, (EU) nr. 1308/2013 en (EU) nr. 510/2014 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het systeem voor het beheer van tariefcontingenten met certificaten (zie bladzijde … van dit Publicatieblad).

(4)  Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).

(5)  Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de betaalorganen en andere instanties, het financieel beheer, de goedkeuring van de rekeningen, de zekerheden en het gebruik van de euro (PB L 255 van 28.8.2014, blz. 18).

(6)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met nadere regels betreffende een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 1).

(7)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1237 van de Commissie van 18 mei 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de uitvoeringsbepalingen voor het stelsel van invoer- en uitvoercertificaten en tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de voorschriften inzake de vrijgave en de verbeurdverklaring van voor dergelijke certificaten gestelde zekerheden (PB L 206 van 30.7.2016, blz. 1).

(8)  Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1239 van de Commissie van 18 mei 2016 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het stelsel van invoer- en uitvoercertificaten (PB L 206 van 30.7.2016, blz. 44).

(9)  Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1185 van de Commissie van 20 april 2017 tot vaststelling van voorschriften voor de toepassing van de Verordeningen (EU) nr. 1307/2013 en (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de aan de Commissie te melden informatie en documenten en tot wijziging en intrekking van diverse verordeningen van de Commissie (PB L 171 van 4.7.2017, blz. 113).

(10)  Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 558).

(11)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/1183 van de Commissie van 20 april 2017 tot aanvulling van de Verordeningen (EU) nr. 1307/2013 en (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de aan de Commissie te melden informatie en documenten (PB L 171 van 4.7.2017, blz. 100).

(12)  Verordening (EU) nr. 642/2010 van de Commissie van 20 juli 2010 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad ten aanzien van de invoerrechten in de sector granen (PB L 187 van 21.7.2010, blz. 5).

(13)  Verordening (EG) nr. 2307/98 van de Commissie van 26 oktober 1998 inzake de afgifte van uitvoercertificaten voor honden- en kattenvoer van GN-code 2309 10 90 waarvoor een speciale behandeling geldt bij invoer in Zwitserland (PB L 288 van 27.10.1998, blz. 8).

(14)  Verordening (EG) nr. 2535/2001 van de Commissie van 14 december 2001 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad voor de invoerregeling voor melk en zuivelproducten en houdende opening van tariefcontingenten (PB L 341 van 22.12.2001, blz. 29).

(15)  Verordening (EG) nr. 1342/2003 van de Commissie van 28 juli 2003 houdende bijzondere uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer- en uitvoercertificaten in de sector granen en rijst (PB L 189 van 29.7.2003, blz. 12).

(16)  Verordening (EG) nr. 2305/2003 van de Commissie van 29 december 2003 betreffende de opening en de wijze van beheer van een tariefcontingent voor de invoer van gerst uit derde landen (PB L 342 van 30.12.2003, blz. 7).

(17)  Verordening (EG) nr. 969/2006 van de Commissie van 29 juni 2006 betreffende de opening en de wijze van beheer van een tariefcontingent voor de invoer van maïs uit derde landen (PB L 176 van 30.6.2006, blz. 44).

(18)  Verordening (EG) nr. 1301/2006 van de Commissie van 31 augustus 2006 houdende gemeenschappelijke voorschriften voor het beheer van door middel van een stelsel van invoercertificaten beheerde invoertariefcontingenten voor landbouwproducten (PB L 238 van 1.9.2006, blz. 13).

(19)  Verordening (EG) nr. 1918/2006 van de Commissie van 20 december 2006 inzake de opening en de wijze van beheer van een tariefcontingent voor olijfolie van oorsprong uit Tunesië (PB L 365 van 21.12.2006, blz. 84).

(20)  Verordening (EG) nr. 1964/2006 van de Commissie van 22 december 2006 houdende uitvoeringsbepalingen betreffende de opening en de wijze van beheer van een contingent voor de invoer van rijst van oorsprong uit Bangladesh overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 3491/90 van de Raad (PB L 408 van 30.12.2006, blz. 20).

(21)  Verordening (EG) nr. 1979/2006 van de Commissie van 22 december 2006 betreffende de opening en de wijze van beheer van tariefcontingenten voor uit derde landen ingevoerde conserven van paddenstoelen (PB L 368 van 23.12.2006, blz. 91).

(22)  Verordening (EG) nr. 341/2007 van de Commissie van 29 maart 2007 houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van tariefcontingenten en instelling van een stelsel van invoercertificaten en certificaten van oorsprong voor uit derde landen ingevoerde knoflook en bepaalde andere landbouwproducten (PB L 90 van 30.3.2007, blz. 12).

(23)  Verordening (EG) nr. 533/2007 van de Commissie van 14 mei 2007 houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van tariefcontingenten voor vlees van pluimvee (PB L 125 van 15.5.2007, blz. 9).

(24)  Verordening (EG) nr. 536/2007 van de Commissie van 15 mei 2007 houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van een aan de Verenigde Staten van Amerika toegewezen tariefcontingent voor vlees van pluimvee (PB L 128 van 16.5.2007, blz. 6).

(25)  Verordening (EG) nr. 539/2007 van de Commissie van 15 mei 2007 houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van tariefcontingenten voor eieren en ovoalbumine (PB L 128 van 16.5.2007, blz. 19).

(26)  Verordening (EG) nr. 616/2007 van de Commissie van 4 juni 2007 houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van communautaire tariefcontingenten voor vlees van pluimvee van oorsprong uit Brazilië, Thailand en andere derde landen (PB L 142 van 5.6.2007, blz. 3).

(27)  Verordening (EG) nr. 964/2007 van de Commissie van 14 augustus 2007 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de opening en het beheer van de tariefcontingenten voor rijst van oorsprong uit de minst ontwikkelde landen voor de verkoopseizoenen 2007/2008 en 2008/2009 (PB L 213 van 15.8.2007, blz. 26).

(28)  Verordening (EG) nr. 1384/2007 van de Commissie van 26 november 2007 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2398/96 van de Raad, wat betreft de opening en vaststelling van de wijze van beheer van communautaire tariefcontingenten voor de invoer in de Gemeenschap van producten van de sector vlees van pluimvee van oorsprong uit Israël (PB L 309 van 27.11.2007, blz. 40).

(29)  Verordening (EG) nr. 1385/2007 van de Commissie van 26 november 2007 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 774/94 van de Raad, wat betreft de opening en vaststelling van de wijze van beheer van communautaire tariefcontingenten voor vlees van pluimvee (PB L 309 van 27.11.2007, blz. 47).

(30)  Verordening (EG) nr. 382/2008 van de Commissie van 21 april 2008 houdende uitvoeringsbepalingen voor de invoer- en uitvoercertificatenregeling in de sector rundvlees (PB L 115 van 29.4.2008, blz. 10).

(31)  Verordening (EG) nr. 412/2008 van de Commissie van 8 mei 2008 betreffende de opening en de wijze van beheer van een tariefcontingent voor de invoer van voor verwerking bestemd bevroren rundvlees (PB L 125 van 9.5.2008, blz. 7).

(32)  Verordening (EG) nr. 431/2008 van de Commissie van 19 mei 2008 betreffende de opening en de wijze van beheer van een tariefcontingent voor de invoer van bevroren rundvlees van GN-code 0202 en producten van GN-code 0206 29 91 (PB L 130 van 20.5.2008, blz. 3).

(33)  Verordening (EG) nr. 748/2008 van de Commissie van 30 juli 2008 betreffende de opening en de wijze van beheer van een tariefcontingent voor de invoer van bevroren omlopen van runderen van GN-code 0206 29 91 (PB L 202 van 31.7.2008, blz. 28).

(34)  Verordening (EG) nr. 1067/2008 van de Commissie van 30 oktober 2008 betreffende de opening en de wijze van beheer van een tariefcontingent voor de invoer van zachte tarwe van een andere dan van hoge kwaliteit uit derde landen en tot afwijking van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB L 290 van 31.10.2008, blz. 3).

(35)  Verordening (EG) nr. 1296/2008 van de Commissie van 18 december 2008 houdende uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de tariefcontingenten voor de invoer van maïs en sorgho in Spanje enerzijds en maïs in Portugal anderzijds (PB L 340 van 19.12.2008, blz. 57).

(36)  Verordening (EG) nr. 442/2009 van de Commissie van 27 mei 2009 houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van communautaire tariefcontingenten in de sector varkensvlees (PB L 129 van 28.5.2009, blz. 13).

(37)  Verordening (EG) nr. 610/2009 van de Commissie van 10 juli 2009 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor het tariefcontingent voor rundvlees van oorsprong uit Chili (PB L 180 van 11.7.2009, blz. 5).

(38)  Verordening (EG) nr. 891/2009 van de Commissie van 25 september 2009 houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van communautaire tariefcontingenten in de sector suiker (PB L 254 van 26.9.2009, blz. 82).

(39)  Verordening (EG) nr. 1187/2009 van de Commissie van 27 november 2009 tot vaststelling van specifieke bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad inzake de uitvoercertificaten en de uitvoerrestituties in de sector melk en zuivelproducten (PB L 318 van 4.12.2009, blz. 1).

(40)  Verordening (EU) nr. 1255/2010 van de Commissie van 22 december 2010 tot vaststelling van bepalingen voor de toepassing van de tariefcontingenten voor de invoer van “baby beef”-producten van oorsprong uit Bosnië en Herzegovina, Kroatië, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Montenegro en Servië (PB L 342 van 28.12.2010, blz. 1).

(41)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1273/2011 van de Commissie van 7 december 2011 inzake de opening en de wijze van beheer van bepaalde tariefcontingenten voor de invoer van rijst en breukrijst (PB L 325 van 8.12.2011, blz. 6).

(42)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 480/2012 van de Commissie van 7 juni 2012 houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van een tariefcontingent voor breukrijst van GN-code 1006 40 00, voor de productie van voor voeding bestemde bereidingen van GN-code 1901 10 00 (PB L 148 van 8.6.2012, blz. 1).

(43)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1223/2012 van de Commissie van 18 december 2012 houdende uitvoeringsbepalingen voor de toepassing van een bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten vastgesteld tariefcontingent voor de invoer van levende runderen, van oorsprong uit Zwitserland, met een gewicht van meer dan 160 kg (PB L 349 van 19.12.2012, blz. 39).

(44)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 82/2013 van de Commissie van 29 januari 2013 houdende uitvoeringsbepalingen voor de toepassing van een tariefcontingent voor de invoer van gedroogd rundvlees zonder been van oorsprong uit Zwitserland (PB L 28 van 30.1.2013, blz. 3).

(45)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 593/2013 van de Commissie van 21 juni 2013 betreffende de opening en de wijze van beheer van tariefcontingenten voor vers, gekoeld of bevroren rundvlees van hoge kwaliteit en voor bevroren buffelvlees (PB L 170 van 22.6.2013, blz. 32).

(46)  Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2076 van de Commissie van 18 november 2015 betreffende de opening en de wijze van beheer van tariefcontingenten van de Unie voor de invoer van vers en bevroren varkensvlees van oorsprong uit Oekraïne (PB L 302 van 19.11.2015, blz. 51).

(47)  Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2077 van de Commissie van 18 november 2015 betreffende de opening en de wijze van beheer van tariefcontingenten van de Unie voor de invoer van eieren, eierproducten en albumine van oorsprong uit Oekraïne (PB L 302 van 19.11.2015, blz. 57).

(48)  Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2078 van de Commissie van 18 november 2015 betreffende de opening en de wijze van beheer van tariefcontingenten van de Unie voor de invoer van pluimveevlees van oorsprong uit Oekraïne (PB L 302 van 19.11.2015, blz. 63).

(49)  Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2079 van de Commissie van 18 november 2015 betreffende de opening en de wijze van beheer van een tariefcontingent van de Unie voor de invoer van vers en bevroren rundvlees van oorsprong uit Oekraïne (PB L 302 van 19.11.2015, blz. 71).

(50)  Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2081 van de Commissie van 18 november 2015 betreffende de opening en de wijze van beheer van tariefcontingenten voor de invoer van bepaalde granen van oorsprong uit Oekraïne (PB L 302 van 19.11.2015, blz. 81).

(51)  Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1585 van de Commissie van 19 september 2017 betreffende de opening en de wijze van beheer van tariefcontingenten van de Unie voor vers en bevroren rundvlees en varkensvlees van oorsprong uit Canada en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 442/2009 en de Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 481/2012 en (EU) nr. 593/2013 (PB L 241 van 20.9.2017, blz. 1).


BIJLAGE I

Model voor de in artikel 12 bedoelde onafhankelijkheidsverklaring

Instructies voor het invullen van de verklaring

1)

Vul in vak A de gegevens in over het tariefcontingent waarop de onafhankelijkheidsverklaring van toepassing is.

2)

Vink in vak B het vakje aan dat van toepassing is.

3)

Vermeld in vak C de naam van de marktdeelnemer, zijn EORI-nummer, datum en plaats van ondertekening en de handtekening van de bevoegde beheerder (CEO) van de marktdeelnemer.

A.   Betrokken tariefcontingent

Volgnummer van het tariefcontingent

 

GN-code(s)

 

Oorsprong van het (de) product(en) (1)

 

B.   Onafhankelijkheid van de marktdeelnemer

De aanvrager voor het bovengenoemde tariefcontingentvolgnummer verklaart:

1.

De aanvrager heeft geen banden, als bedoeld in artikel 11 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760, met andere natuurlijke of rechtspersonen die een aanvraag hebben ingediend voor hetzelfde tariefcontingentvolgnummer.

aankruisen wat van toepassing is

2.

De aanvrager heeft banden, als bedoeld in artikel 11 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760, met andere natuurlijke of rechtspersonen die een aanvraag hebben ingediend voor hetzelfde tariefcontingentvolgnummer.

De aanvrager verricht regelmatig substantiële economische activiteiten ten aanzien van derden in de zin van artikel 11, lid 3.

De aanvrager heeft de natuurlijke personen of rechtspersonen waarmee hij banden heeft, bekendgemaakt in het elektronische LORI-systeem overeenkomstig artikel 11, lid 4.

aankruisen wat van toepassing is

C.   Gegevens van de marktdeelnemer

Naam

 

EORI-nummer

 

Plaats en datum

 

Handtekening

 

Rol in de onderneming van de ondertekenaar

 


(1)  Enkel in te vullen indien de oorsprong van de goederen een verplicht element is in de certificaataanvraag.


BIJLAGE II

Te verstrekken informatie met betrekking tot de in artikel 13 bedoelde verplichte voorafgaande registratie

EORI-nummer van de marktdeelnemer

Identiteit van de marktdeelnemer

Naam van de onderneming

Adres van de hoofdzetel: straat

Adres van de hoofdzetel: nummer

Adres van de hoofdzetel: postcode

Adres van de hoofdzetel: plaats

Adres van de hoofdzetel: land

Adres van het operationele kantoor: straat

Adres van het operationele kantoor: nummer

Adres van het operationele kantoor: postcode

Adres van het operationele kantoor: plaats

Adres van het operationele kantoor: land

Telefoonnummer

E‐mailadres voor de communicatie met de met de afgifte van certificaten belaste autoriteiten en de douaneautoriteiten van de lidstaten

Juridische status

Voornaamste economische activiteit van de marktdeelnemer

Bewijs van substantiële economische activiteit van de marktdeelnemer

Bijlage: uittreksel uit het handelsregister of een gelijkwaardig document overeenkomstig de geldende nationale wetgeving

Bijlage: laatste gecontroleerde jaarrekeningen (indien van toepassing)

Bijlage: laatste balans

Bijlage: btw-attest

Extra documenten die moeten worden geüpload op verzoek van de met de afgifte van certificaten belaste autoriteit

Onafhankelijkheidsverklaring op grond van artikel 12 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760

Lijst van volgnummers van tariefcontingenten en korte beschrijving

Kies “Ja” indien u een aanvraag indient voor een tariefcontingent, “Neen” indien u geen aanvraag indient voor een tariefcontingent

Onafhankelijkheidsverklaring

moet worden bijgevoegd indien u in de vorige kolom “Ja” gekozen hebt

 

 

Referentiehoeveelheid

Vermeld de referentiehoeveelheid voor de volgende tariefcontingenten:

Volgnummer van het tariefcontingent

Referentiehoeveelheid (in kg)

Tarief contingentperiode

waarvoor de

referentiehoeveelheid geldt — begin

van de periode

Tariefcontingentperiode

waarvoor de

referentiehoeveelheid

geldt — begin van de periode

 

 

 

 

Personen in de onderneming die gemachtigd zijn om namens de marktdeelnemer een certificaataanvraag in te dienen

De marktdeelnemer moet de lijst verstrekken van de personen in de onderneming die gemachtigd zijn om namens de marktdeelnemer een certificaataanvraag in te dienen voor de bovengenoemde tariefcontingenten.

Naam/namen

Voornaam/voornamen

Geboortedatum

Geboorteplaats

Identiteitsbewijs

Nr. identiteitskaart/paspoort

Bewijsstukken voor de machtiging

 

 

 

 

 

 

 

Eigendomsstructuur van de marktdeelnemer

Type eigendom (de marktdeelnemer moet de juiste optie kiezen)

 

Indien de eigenaar(s) een bedrijf is:

EORI-nr. van de onderneming (indien van toepassing)

Naam van de onderneming

Adres van de hoofdzetel: straat

Adres van de hoofdzetel: nummer

Adres van de hoofdzetel: postcode

Adres van de hoofdzetel: plaats

Adres van de hoofdzetel: land

Telefoon nummer

E‐mailadres

Rol in de marktdeelnemer (bv. enige eigenaar, partner, hoofdaandeelhouder (meer dan 25 % van de aandelen of blokkerende minderheid) …)

Handelsregister

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Indien de eigenaar(s) een natuurlijk persoon is:

Naam/namen

Voornaam/voornamen

Geboortedatum

Geboorteplaats

Identiteitsbewijs

Nr. identiteitskaart/paspoort

Rol in de marktdeelnemer (bv. enige eigenaar, partner, hoofdaandeelhouder (meer dan 25 % van de aandelen of blokkerende minderheid) …)

 

 

 

 

 

 

 

De marktdeelnemer moet informatie verstrekken over rechtspersonen die aanvragen indienen voor bovengenoemde tariefcontingenten en die banden hebben met die marktdeelnemer in de zin van artikel 11 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760

EORI-nr. van de onderneming

Naam van de onderneming

Adres van de hoofdzetel: straat

Adres van de hoofdzetel: nummer

Adres van de hoofdzetel: postcode

Adres van de hoofdzetel: plaats

Adres van de hoofdzetel: land

Telefoonnummer

E‐mailadres

Juridische status

Band

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De marktdeelnemer moet informatie verstrekken over natuurlijke personen die aanvragen indienen voor bovengenoemde tariefcontingenten en die banden hebben met die marktdeelnemer in de zin van artikel 11 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760

Naam/namen

Voornaam/voornamen

Geboortedatum

Geboorteplaats

Identiteitsbewijs

Nr. identiteitskaart/paspoort

Band

 

 

 

 

 

 

 

Beheersstructuur van de marktdeelnemer

Vermeld de personen die de volgende functies uitoefenen: lid van de raad van bestuur/CEO/financieel directeur (indien van toepassing) of de vergelijkbare functies in de beheersstructuur van de marktdeelnemer. Gelieve ervoor te zorgen dat de gegevens in de onderstaande tabel in overeenstemming zijn met de informatie die wordt verstrekt in de documenten die als bewijs van substantiële economische activiteit worden ingediend. Indien in onderstaande tabel onjuiste of onvolledige informatie wordt ingevuld, gelden de in artikel 15 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 bedoelde sancties.

Naam/namen

Voornaam/voornamen

Geboortedatum

Geboorteplaats

Identiteitsbewijs

Nr. identiteitskaart/paspoort

Functie in de onderneming

 

 

 

 

 

 

 

Om uw registratieaanvraag voort te zetten, dient u akkoord te gaan met de volgende stellingen:

1)

De verstrekte informatie is correct, volledig en actueel. Ik ben mij ervan bewust dat de in artikel 15 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 bedoelde sancties gelden indien de verstrekte informatie onjuist, onvolledig of niet actueel is.

2)

Ik ben het ermee eens dat de informatie wordt bekendgemaakt aan de Commissie, de douaneautoriteiten en de met de afgifte van certificaten belaste autoriteiten van de lidstaten.

3)

Ik verbind mij ertoe om in geval van wijzigingen in de structuur van de juridische entiteit tijdig actuele informatie te verstrekken overeenkomstig de artikelen 12 en 13 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760.

Gelieve te bevestigen dat u het eens bent met de drie bovenstaande stellingen:

 


12.6.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 185/24


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/761 VAN DE COMMISSIE

van 17 december 2019

tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor de Verordeningen (EU) nr. 1306/2013, (EU) nr. 1308/2013 en (EU) nr. 510/2014 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het systeem voor het beheer van tariefcontingenten met certificaten

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 187 en artikel 223, lid 3,

Gezien Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (2), en met name artikel 66, lid 4,

Gezien Verordening (EU) nr. 510/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot vaststelling van de handelsregeling voor bepaalde, door verwerking van landbouwproducten verkregen goederen en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 1216/2009 en (EG) nr. 614/2009 van de Raad (3), en met name artikel 9, onder a) tot en met d), en artikel 16, lid 1, onder a),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EU) nr. 1308/2013 zijn voorschriften vastgesteld voor het beheer van tariefcontingenten en de bijzondere behandeling van uit derde landen ingevoerde producten. Voorts verleent die verordening de Commissie de bevoegdheid om in dat verband gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen vast te stellen. Met het oog op een soepel beheer van de tariefcontingenten binnen het nieuwe rechtskader moeten bepaalde regels middels dergelijke handelingen worden vastgesteld. Die handelingen moeten in de plaats komen van een aantal handelingen tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften of specifieke sectorale voorschriften die gebaseerd zijn op handelingen die op grond van artikel 43, lid 2, of artikel 207 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (“VWEU”) waren vastgesteld en worden ingetrokken bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van de Commissie (4).

(2)

De Unie heeft zich in internationale overeenkomsten en in krachtens artikel 43, lid 2, en artikel 207 VWEU vastgestelde handelingen verbonden tot het openen van tariefcontingenten voor bepaalde landbouwproducten en in sommige gevallen tot het beheer van die contingenten. In sommige gevallen zijn voor de invoer van producten in het kader van die tariefcontingenten invoercertificaten vereist. De verordeningen en uitvoeringsverordeningen van de Commissie op grond waarvan die contingenten zijn geopend en waarin specifieke voorschriften zijn vastgesteld, worden ingetrokken bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 Het is passend die voorschriften in de onderhavige verordening te handhaven.

(3)

Voor alle tariefcontingenten voor landbouwproducten en andere producten die onder deze verordening vallen, moet een jaarlijkse tariefcontingentperiode van twaalf opeenvolgende maanden worden vastgesteld. In sommige gevallen is het passend om binnen de jaarlijkse tariefcontingentperiode deelperioden voor de tariefcontingenten vast te stellen, met name wanneer daarin is voorzien in een internationale overeenkomst.

(4)

Met het oog op een goed beheer van de tariefcontingenten moeten de minimum- en maximumhoeveelheden waarvoor in het kader van de tariefcontingenten aanvragen kunnen worden ingediend, worden vastgesteld.

(5)

Met het oog op de vereenvoudiging en de verbetering van de doeltreffendheid en de efficiëntie van de beheers- en controlesystemen moeten gemeenschappelijke voorwaarden worden vastgesteld voor het beheer van invoertariefcontingenten waarvoor invoercertificaten vereist zijn. Die tariefcontingenten moeten worden beheerd door de certificaten toe te wijzen in verhouding tot de totale aangevraagde hoeveelheden (hierna de “methode van gelijktijdig onderzoek” genoemd). Ook voor de indiening van aanvragen en de afgifte van certificaten moeten voorschriften worden vastgesteld, die van toepassing moeten zijn naast die van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1237 van de Commissie (5) en Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1239 van de Commissie (6).

(6)

Sommige internationale overeenkomsten vereisen dat tariefcontingenten worden beheerd volgens een methode die gebaseerd is op door derde landen afgegeven documenten. Die methode vereist dat de certificaten worden toegewezen in overeenstemming met de hoeveelheden die zijn vermeld in de door de derde landen afgegeven documenten. Daarom moeten voor die beheersmethode specifieke regels worden vastgesteld. De documenten moeten door een door het derde land erkende autoriteit worden afgegeven en aan bepaalde voorwaarden voldoen.

(7)

Met het oog op de transparantie bij het beheer van tariefcontingenten waarvoor invoercertificaten vereist zijn, moeten de bevoegde autoriteiten op verzoek relevante informatie verstrekken aan elke marktdeelnemer die belang heeft bij de handel in het betrokken product. Om de marktdeelnemers in staat te stellen een aanvraag voor de in het kader van een tariefcontingent beschikbare hoeveelheden in te dienen, moet de Commissie de totale voor aanvragen beschikbare tariefcontingenthoeveelheid en de begin- en einddatum voor het indienen van aanvragen bekendmaken. Eventuele afwijkingen van of wijzigingen in de regels betreffende de certificeringsprocedures of de lijst van producten waarvoor een invoercertificaat vereist is, moeten ook worden bekendgemaakt overeenkomstig de beginselen van de Overeenkomst inzake invoervergunningen van de Wereldhandelsorganisatie (7) en het ministerieel besluit van Bali (8).

(8)

Voor de in het kader van tariefcontingenten af te geven certificaten moet een passend zekerheidsbedrag worden vastgesteld om te garanderen dat de producten tijdens de geldigheidsduur van het certificaat in de Unie in het vrije verkeer worden gebracht of uit de Unie worden uitgevoerd.

(9)

Met het oog op een gemakkelijker beheer van bepaalde gevoelige tariefcontingenten waarvoor een hoge vraag bestaat, en van bepaalde tariefcontingenten waarbij de regels in het verleden zijn omzeild, wordt bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 een specifiek elektronisch systeem vastgesteld. Er moeten regels worden vastgesteld met betrekking tot de procedures en termijnen voor de indiening van documenten en aangiften via dat elektronische systeem.

(10)

Er moeten voorschriften voor de afgifte van de certificaten worden vastgesteld. Met name moet worden bepaald dat een toewijzingscoëfficiënt wordt toegepast wanneer de hoeveelheden waarop de certificaataanvragen betrekking hebben, groter zijn dan de voor de betrokken invoertariefcontingentperiode beschikbare hoeveelheden.

(11)

De geldigheidsduur van de in het kader van de tariefcontingenten afgegeven certificaten moet worden vastgesteld om te kunnen bepalen wanneer aan de verplichting tot invoer of uitvoer is voldaan.

(12)

In het belang van de bestaande knoflookimporteurs, die doorgaans aanzienlijke hoeveelheden knoflook invoeren, en om ervoor te zorgen dat nieuwe importeurs de markt kunnen betreden, moet voor knoflook van oorsprong uit Argentinië een onderscheid worden gemaakt tussen traditionele en nieuwe importeurs van knoflook. Die twee categorieën importeurs moeten worden gedefinieerd en met betrekking tot de aanvragers en het gebruik van de invoercertificaten moeten bepaalde criteria worden vastgesteld. Als onderdeel van de vereenvoudiging van het beheer van de invoertariefcontingenten voor knoflook zijn de contingentvolgnummers voor de invoertariefcontingenten voor knoflook van oorsprong uit China en uit andere derde landen (behalve China en Argentinië) vervangen door nieuwe nummers. De wijziging van de volgnummers mag geen afbreuk doen aan de continuïteit van die tariefcontingenten, onder meer wat betreft de berekening van de referentiehoeveelheid, indien van toepassing, met name met het oog op de toepassing van de in artikel 26 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 bedoelde overgangsbepalingen. Hetzelfde geldt voor de invoertariefcontingenten voor paddenstoelen van oorsprong uit China en uit andere derde landen (behalve China) waaraan nieuwe volgnummers zijn toegekend.

(13)

De aan die categorieën importeurs toe te wijzen hoeveelheden moeten worden bepaald op basis van daadwerkelijk ingevoerde hoeveelheden en niet op basis van afgegeven invoercertificaten. Voor invoercertificaataanvragen die importeurs van beide categorieën indienen om knoflook uit Argentinië in te voeren, moeten bepaalde beperkingen gelden, zoals een referentiehoeveelheid voor traditionele importeurs. Die beperkingen zijn nodig om ervoor te zorgen niet alleen dat importeurs met elkaar concurreren, maar ook dat importeurs die echt een commerciële activiteit ontplooien op de markt voor groenten en fruit, de kans krijgen om hun rechtmatige handelspositie ten opzichte van andere importeurs te verdedigen en dat geen enkele importeur de markt kan beheersen.

(14)

Om de controles te verbeteren en te voorkomen dat het handelsverkeer wordt verstoord door niet-correcte certificaten van oorsprong en andere documenten, moeten het bestaande stelsel van certificaten van oorsprong voor knoflook en de eis dat die knoflook rechtstreeks van het derde land van oorsprong naar de Unie wordt vervoerd, worden gehandhaafd. De lijst van derde landen moet in het licht van aanvullende informatie worden uitgebreid. Die certificaten van oorsprong moeten door de bevoegde nationale autoriteiten worden afgegeven overeenkomstig de artikelen 57, 58 en 59 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie (9).

(15)

Om te verifiëren dat de voorwaarden van de tariefcontingenten worden nageleefd, moet voor de invoer in het kader van de tariefcontingenten voor “baby beef”, vers, gekoeld of bevroren rundvlees van hoge kwaliteit, bevroren buffelvlees en bevroren omlopen van runderen een echtheidscertificaat worden overgelegd waarin wordt gecertificeerd dat de goederen van oorsprong zijn uit het land van afgifte en dat zij volledig in overeenstemming zijn met de in de internationale overeenkomst vastgestelde definitie. Er moet een model voor de echtheidscertificaten worden gemaakt en er moeten uitvoeringsbepalingen worden vastgesteld voor het gebruik van volgens dat model afgegeven echtheidscertificaten.

(16)

De Unie heeft de mogelijkheid om de importeurs aan te wijzen die in het kader van een specifiek contingent kaas van oorsprong uit de Europese Unie in de Verenigde Staten van Amerika mogen invoeren. Om de Unie in staat te stellen de waarde van het contingent te maximaliseren, moet bijgevolg een procedure worden vastgesteld voor de aanwijzing van importeurs op basis van de toewijzing van de uitvoercertificaten voor de betrokken producten.

(17)

Rekening houdend met de bijzondere kenmerken van de voor Spanje en Portugal geldende rechtenvrije invoerperiode voor maïs en de bijzondere kenmerken van de voor Spanje geldende rechtenvrije invoerperiode voor sorghum, moeten voor de betrokken lidstaten specifieke bepalingen worden vastgesteld wat betreft de indieningsperiode voor de certificaataanvragen, de indiening van de certificaataanvragen en de certificaten voor maïs en sorghum.

(18)

Om voor een vlotte overgang naar de in deze verordening vastgestelde regels te zorgen, te voldoen aan de verplichting om de nieuwe regels vóór de toepassing ervan aan de Wereldhandelsorganisatie mee te delen, en de marktdeelnemers voldoende tijd te geven om zich aan te passen aan de verplichting om zich in een specifiek elektronisch systeem te registreren en om via dat elektronische systeem een onafhankelijkheidsverklaring voor bepaalde overvraagde tariefcontingenten in te dienen, is het passend om te voorzien in een uitgestelde toepassing van deze verordening.

(19)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

TITEL I

INLEIDENDE BEPALINGEN

Artikel 1

Toepassingsgebied

Bij deze verordening worden gemeenschappelijke regels vastgesteld voor het beheer van de in bijlage I vermelde tariefcontingenten voor landbouwproducten die worden beheerd door middel van een stelsel van invoer- en uitvoercertificaten, met name wat betreft:

a)

de tariefcontingentperioden;

b)

de maximumhoeveelheden waarvoor een aanvraag kan worden ingediend;

c)

de indiening van aanvragen voor invoer- en uitvoercertificaten;

d)

de gegevens die moeten worden vermeld in bepaalde vakken van de invoer- en uitvoercertificaataanvragen en van de invoer- en uitvoercertificaten;

e)

de niet-ontvankelijkheid van invoer- en uitvoercertificaataanvragen;

f)

de zekerheid die moet worden gesteld bij de indiening van een invoer- of uitvoercertificaataanvraag;

g)

de toewijzingscoëfficiënt en de schorsing van de indiening van certificaataanvragen;

h)

de afgifte van invoer- en uitvoercertificaten;

i)

de geldigheidsduur van de invoer- en uitvoercertificaten;

j)

het bewijs van het in het vrije verkeer brengen;

k)

het bewijs van oorsprong;

l)

de kennisgeving van de hoeveelheden aan de Commissie;

m)

de kennisgeving aan de Commissie van informatie met betrekking tot het elektronische LORI-systeem, de echtheidscertificaten en de IMA 1-certificaten (Inward Monitoring Arrangement).

Bij deze verordening worden ook tariefcontingenten geopend voor de invoer en de uitvoer van specifieke landbouwproducten en worden specifieke voorschriften vastgesteld voor het beheer van die tariefcontingenten.

Artikel 2

Andere toepasselijke regels

Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad (10), Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 van de Commissie (11) en de Uitvoeringsverordeningen (EU) 2015/2447 en (EU) 2016/1239 zijn van toepassing, tenzij in deze verordening anders is bepaald.

TITEL II

GEMEENSCHAPPELIJKE VOORSCHRIFTEN

Artikel 3

In bijlage I vermelde tariefcontingenten

1.   Elk invoertariefcontingent wordt geïdentificeerd met een volgnummer.

2.   De tariefcontingenten voor invoer en uitvoer zijn vastgesteld in bijlage I, samen met de volgende gegevens:

a)

het volgnummer van het invoertariefcontingent en een omschrijving voor de uitvoertariefcontingenten;

b)

de productsector;

c)

het soort tariefcontingent: invoer of uitvoer;

d)

de beheersmethode;

e)

indien van toepassing, de verplichting voor de marktdeelnemers om een bewijs met betrekking tot de referentiehoeveelheid over te leggen overeenkomstig artikel 10 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760;

f)

indien van toepassing, de verplichting voor de marktdeelnemers om het bewijs van handel over te leggen overeenkomstig artikel 8 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760;

g)

indien van toepassing, de vervaldatum van het certificaat;

h)

indien van toepassing, de verplichting voor de marktdeelnemers om zich vóór de indiening van een certificaataanvraag te registreren in het in artikel 13 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 bedoelde elektronische systeem voor de registratie en identificatie van marktdeelnemers die certificaten aanvragen (Licence Operator Registration and Identification — LORI).

Artikel 4

Tariefcontingentperiode

1.   De tariefcontingenten worden geopend voor een periode van twaalf opeenvolgende maanden (hierna de “tariefcontingentperiode” genoemd). De tariefcontingentperioden kunnen in deelperioden worden onderverdeeld.

2.   De tariefcontingentperioden en, indien van toepassing, de deelperioden en de voor de tariefcontingentperiode beschikbare totale hoeveelheid worden voor elk tariefcontingent vastgesteld in de bijlagen II tot en met XIII.

Artikel 5

Maximumhoeveelheden waarvoor een aanvraag kan worden ingediend

1.   De aangevraagde hoeveelheid mag niet groter zijn dan de totale hoeveelheid die voor de betrokken tariefcontingentperiode of ‐deelperiode beschikbaar is.

2.   Tenzij in deze verordening anders is bepaald, is de beschikbare hoeveelheid de totale niet-toegewezen hoeveelheid voor de resterende tariefcontingentperiode of ‐deelperiode.

3.   De beschikbare hoeveelheid omvat de hoeveelheid die in de vorige deelperiode voor het tariefcontingent ongebruikt is gebleven.

Artikel 6

Indiening van aanvragen voor invoer- en uitvoercertificaten

1.   De aanvragen voor invoer- en uitvoercertificaten worden ingediend in de eerste zeven kalenderdagen van de maand die aan het begin van de tariefcontingentperiode voorafgaat, en in de eerste zeven kalenderdagen van elke maand gedurende de tariefcontingentperiode, behalve in december, waarin geen aanvragen worden ingediend.

2.   In afwijking van lid 1 worden aanvragen voor invoer- en uitvoercertificaten die geldig zijn vanaf 1 januari, ingediend tussen 23 en 30 november van het voorgaande jaar.

3.   Tenzij in deze verordening anders is bepaald, dienen marktdeelnemers die een certificaat aanvragen, slechts één ontvankelijke aanvraag per maand en per tariefcontingent in. In de maand november mogen marktdeelnemers twee aanvragen per tariefcontingent indienen: één aanvraag voor certificaten die vanaf december geldig zijn, en één aanvraag voor certificaten die vanaf januari geldig zijn. Voor invoertariefcontingenten die met door de landen van uitvoer afgegeven documenten worden beheerd, en voor door derde landen beheerde uitvoertariefcontingenten zijn respectievelijk de artikelen 71 en 72 van toepassing.

4.   Indien een aanvrager voor een tariefcontingent meer aanvragen indient dan het in lid 3 vastgestelde maximumaantal, is geen van de voor het tariefcontingent ingediende aanvragen ontvankelijk en wordt de zekerheid verbeurd.

5.   In afwijking van lid 3 mogen de marktdeelnemers, wanneer een tariefcontingent betrekking heeft op verschillende GN-codes, landen van oorsprong of rechten, elke maand voor de verschillende GN-codes, landen van oorsprong of rechten een aanvraag indienen. Die aanvragen worden tegelijkertijd ingediend. De met de afgifte van certificaten belaste autoriteiten beschouwen die als één enkele aanvraag.

Artikel 7

Gegevens die moeten worden vermeld in bepaalde vakken van de invoer- en uitvoercertificaataanvragen

1.   De volgende vakken van de in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1239 vastgestelde formulieren voor invoer- en uitvoercertificaataanvragen worden als volgt ingevuld:

a)

in vak 20 van het formulier voor de invoercertificaataanvraag wordt het volgende vermeld:

i)

het volgnummer van het invoertariefcontingent;

ii)

het ad-valoremrecht en het specifiek recht (hierna het “douanerecht binnen het contingent” genoemd), zoals van toepassing op het betrokken product;

b)

wanneer zulks in de bijlagen II tot en met XIII bij deze verordening wordt gespecificeerd, wordt in vak 7 van de uitvoercertificaataanvraag het land van bestemming vermeld en het vakje “ja” aangekruist;

c)

wanneer zulks in de bijlagen II tot en met XIII bij deze verordening wordt gespecificeerd, wordt in vak 8 van de invoercertificaataanvraag het land van oorsprong vermeld en het vakje “ja” aangekruist.

2.   Lidstaten die over een elektronisch aanvraag- en registratiesysteem beschikken, registreren de in lid 1 bedoelde gegevens in dat systeem.

Artikel 8

Niet-ontvankelijkheid van invoer- en uitvoercertificaataanvragen

1.   Certificaataanvragen die onvolledig zijn of niet voldoen aan de criteria van de onderhavige verordening, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1237 of van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1239 worden niet-ontvankelijk verklaard.

2.   Indien de met de afgifte van certificaten belaste autoriteit de certificaataanvraag niet-ontvankelijk verklaart, stelt zij de marktdeelnemer schriftelijk in kennis van haar besluit over de niet-ontvankelijkheid van de aanvraag, met vermelding van de redenen voor dat besluit. Met die kennisgeving wordt de marktdeelnemer geïnformeerd over het recht van beroep tegen het niet-ontvankelijkheidsbesluit, over de toepasselijke procedure en over de termijnen voor het instellen van beroep.

3.   Geen enkele certificaataanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard voor kleine schrijffouten die de essentiële onderdelen van de aanvraag niet wijzigen.

4.   Douane-expediteurs of douanevertegenwoordigers van de aanvrager zijn niet gerechtigd om certificaten aan te vragen in het kader van de tariefcontingenten die onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen. Zij kunnen geen titularis zijn van op grond van deze verordening afgegeven certificaten.

Artikel 9

Bij de indiening van een invoer- of uitvoercertificaataanvraag te stellen zekerheid

Indien voor de afgifte van een certificaat een zekerheid moet worden gesteld krachtens artikel 4 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 , stelt de aanvrager vóór het einde van de aanvraagperiode bij de met de afgifte van certificaten belaste autoriteit de zekerheid ten belope van het voor elk tariefcontingent in de bijlagen II tot en met XIII bij deze verordening vastgestelde bedrag.

Artikel 10

Toewijzingscoëfficiënt en schorsing van de indiening van certificaataanvragen

1.   Met uitzondering van de invoertariefcontingenten die met door derde landen afgegeven documenten worden beheerd, en de door derde landen beheerde uitvoertariefcontingenten berekent de Commissie voor elk tariefcontingent een toewijzingscoëfficiënt. De lidstaten passen de coëfficiënt toe op de aan de Commissie meegedeelde hoeveelheden waarvoor certificaataanvragen zijn ingediend. De toewijzingscoëfficiënt wordt berekend op basis van de door de lidstaten verstrekte informatie en volgens de in lid 3 beschreven methode.

2.   De Commissie maakt de toewijzingscoëfficiënt voor elk tariefcontingent uiterlijk op de 22e dag van de maand waarin de lidstaten de aangevraagde hoeveelheden aan de Commissie hebben meegedeeld, bekend door middel van een passende webpublicatie. Indien de aanvraag tussen 23 en 30 november wordt ingediend, wordt de toewijzingscoëfficiënt uiterlijk op 14 december bekendgemaakt.

3.   Tenzij in titel III anders is bepaald, bedraagt de toewijzingscoëfficiënt voor certificaten maximaal 100 % en wordt die coëfficiënt als volgt berekend: [(beschikbare hoeveelheid/aangevraagde hoeveelheid) × 100] %. De toewijzingscoëfficiënt wordt afgerond op zes decimalen. De Commissie past de toewijzingscoëfficiënt aan om ervoor te zorgen dat de hoeveelheden die voor de invoer- of uitvoertariefcontingentperiode of ‐deelperiode beschikbaar zijn, niet worden overschreden.

4.   Als de contingenthoeveelheid voor een deelperiode of in het kader van het systeem van maandelijkse aanvragen is uitgeput, schorst de Commissie de indiening van verdere aanvragen tot het einde van de tariefcontingentperiode of ‐deelperiode. De schorsing wordt opgeheven wanneer binnen dezelfde tariefcontingentperiode hoeveelheden beschikbaar komen na kennisgeving van ongebruikte hoeveelheden. De Commissie stelt de met de afgifte van certificaten belaste autoriteiten van de lidstaten door middel van een passende webpublicatie in kennis van de schorsing, de opheffing ervan en de binnen een tariefcontingent beschikbare hoeveelheid.

5.   De invoer- en uitvoercertificaten worden afgegeven voor hoeveelheden die worden berekend door de op de invoer- of uitvoercertificaataanvragen vermelde hoeveelheden te vermenigvuldigen met de toewijzingscoëfficiënt. De uit de toepassing van de toewijzingscoëfficiënt resulterende hoeveelheid wordt naar beneden afgerond.

6.   Aan de hand van de door de lidstaten aan de Commissie meegedeelde informatie worden de hoeveelheden vastgesteld die tijdens een deelperiode niet zijn toegewezen of niet zijn gebruikt. Die hoeveelheden worden toegevoegd aan de hoeveelheden die binnen dezelfde invoer- of uitvoertariefcontingentperiode voor herverdeling beschikbaar zijn.

7.   Voordat de Commissie de toewijzingscoëfficiënt berekent voor tariefcontingenten waarvoor voorafgaande registratie van marktdeelnemers op grond van artikel 11 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 vereist is, kan zij de voor de afgifte van certificaten bevoegde autoriteit verzoeken het LORI-register van de aanvragers te verifiëren. Een dergelijk verzoek wordt ingediend uiterlijk op de 15e dag, 13.00 uur (plaatselijke tijd Brussel), van de maand waarin de lidstaten de aangevraagde hoeveelheden hebben meegedeeld. Voor de hoeveelheden die uiterlijk op 6 december worden meegedeeld, wordt een dergelijk verzoek evenwel uiterlijk op 8 december, 13.00 uur (plaatselijke tijd Brussel), ingediend. De met de afgifte van certificaten belaste autoriteiten delen de Commissie een e‐mailadres mee waarnaar de verzoeken moeten worden gestuurd.

8.   De met de afgifte van certificaten belaste autoriteiten beantwoorden de in lid 7 bedoelde verzoeken van de Commissie vóór de 21e dag, 13.00 uur (plaatselijke tijd Brussel), van de maand die volgt op het verzoek.

9.   Voor verzoeken die uiterlijk op 8 december worden ingediend, antwoordt de met de afgifte van certificaten belaste autoriteit vóór 7 januari, 13.00 uur (plaatselijke tijd Brussel).

10.   Indien de met de afgifte van certificaten belaste autoriteit de Commissie niet binnen de in de leden 8 en 9 vastgestelde termijnen antwoordt, aanvaardt de met de afgifte van certificaten belaste autoriteit geen verdere certificaataanvragen van de betrokken marktdeelnemer.

Artikel 11

Afgifte van invoer- en uitvoercertificaten

1.   Dit artikel is niet van toepassing op certificaten die worden afgegeven voor invoertariefcontingenten die met door derde landen afgegeven documenten worden beheerd, of voor door derde landen beheerde uitvoertariefcontingenten.

2.   De certificaten worden slechts afgegeven voor aanvragen die aan de Commissie zijn meegedeeld.

3.   De certificaten worden afgegeven nadat de Commissie de toewijzingscoëfficiënt heeft bekendgemaakt, en vóór het einde van de maand.

Als de Commissie wegens onvoorziene omstandigheden de toewijzingscoëfficiënt niet binnen de in artikel 10, lid 2, bedoelde termijn heeft bekendgemaakt, worden de certificaten afgegeven uiterlijk op de zevende kalenderdag na de dag waarop de Commissie de toewijzingscoëfficiënt heeft bekendgemaakt.

4.   Certificaten die geldig zijn vanaf 1 januari, worden afgegeven in de periode van 15 tot en met 31 december van het voorgaande jaar.

Als de Commissie wegens onvoorziene omstandigheden de toewijzingscoëfficiënt niet binnen de in artikel 10, lid 2, bedoelde termijn heeft bekendgemaakt, worden de certificaten afgegeven uiterlijk op de 14e kalenderdag na de dag waarop de Commissie de toewijzingscoëfficiënt heeft bekendgemaakt. Als de certificaten na 1 januari worden afgegeven, zijn de certificaten geldig vanaf de datum van afgifte, zonder dat de laatste dag van de geldigheidsduur wordt gewijzigd.

Artikel 12

Gegevens die moeten worden vermeld in bepaalde vakken van de invoer- en uitvoercertificaten

1.   De volgende vakken van de in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1239 vastgestelde formulieren voor invoer- of uitvoercertificaten worden als volgt ingevuld:

a)

in vak 20 van het invoercertificaat wordt het volgnummer van het invoertariefcontingent vermeld;

b)

in vak 24 van het invoercertificaat worden het ad-valoremrecht en het specifiek recht (hierna het “douanerecht binnen het contingent” genoemd) vermeld die van toepassing zijn op het betrokken product;

c)

wanneer zulks in de bijlagen II tot en met XIII bij deze verordening wordt gespecificeerd, wordt in vak 8 van het invoercertificaat het land van oorsprong vermeld en het vakje “ja” aangekruist;

d)

in vak 19 van het invoer- en uitvoercertificaat wordt 0 ingevuld als tolerantie, behalve voor de in deel I van de bijlage bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1237 vermelde producten met certificaatverplichting bij invoer, waarvoor de tolerantie 5 % bedraagt, en waarvoor in vak 24 van het certificaat het volgende wordt vermeld: “Het contingentrecht geldt voor de in de vakken 17 en 18 vermelde hoeveelheid.” (12);

e)

in vak 24 van het invoercertificaat of vak 22 van het uitvoercertificaat wordt, wanneer de geldigheidsduur van dat certificaat eindigt op de laatste dag van de tariefcontingentperiode, het volgende vermeld: “Artikel 3, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 1182/71 is niet van toepassing” (13).

2.   Lidstaten die over een elektronisch aanvraag- en registratiesysteem beschikken, registreren die gegevens in dat systeem.

Artikel 13

Geldigheidsduur van de invoer- en uitvoercertificaten

1.   Artikel 3, lid 4, van Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van de Raad (14) is niet van toepassing op de vaststelling van de geldigheidsduur van invoer- en uitvoercertificaten voor invoer- en uitvoertariefcontingenten.

2.   Certificaten die worden afgegeven voor de invoer- en uitvoertariefcontingenten die door middel van de in artikel 184, lid 2, onder b), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde methode van gelijktijdig onderzoek worden beheerd, als vastgesteld in bijlage I, zijn geldig:

a)

in het geval van aanvragen die vóór de tariefcontingentperiode worden ingediend, vanaf de eerste kalenderdag van de tariefcontingentperiode tot het einde van de tariefcontingentperiode;

b)

voor aanvragen die tijdens de tariefcontingentperiode worden ingediend, vanaf de eerste kalenderdag van de maand volgende op de indiening van de aanvraag tot het einde van de tariefcontingentperiode;

c)

voor aanvragen die tussen 23 en 30 november worden ingediend, met ingang van 1 januari van het daaropvolgende jaar tot het einde van de tariefcontingentperiode.

3.   Als de tariefcontingentperiode in deelperioden is onderverdeeld, verstrijken de certificaten die voor een deelperiode zijn afgegeven, op de laatste kalenderdag van de maand die volgt op het einde van de betrokken deelperiode, maar uiterlijk aan het einde van de tariefcontingentperiode, tenzij in titel III of in bijlage I anders is bepaald.

4.   Tenzij in titel III anders is bepaald, zijn certificaten die worden afgegeven voor invoertariefcontingenten die met door derde landen afgegeven documenten worden beheerd, geldig vanaf de datum van afgifte ervan tot 23.59 uur (plaatselijke tijd Brussel) van de 30e kalenderdag na de laatste dag van geldigheid van het IMA 1-certificaat of het echtheidscertificaat waarvoor die certificaten zijn afgegeven. Die geldigheidsduur mag het einde van de tariefcontingentperiode niet overschrijden.

5.   Certificaten voor door derde landen beheerde uitvoertariefcontingenten zijn geldig vanaf de datum van afgifte ervan tot en met 31 december van het jaar van de afgifte ervan, behalve certificaten die van 20 tot en met 31 december worden afgegeven, welke geldig zijn van 1 januari tot en met 31 december van het daaropvolgende jaar.

6.   Als de geldigheidsduur van een invoer- of uitvoercertificaat voor een tariefcontingent wordt verlengd als gevolg van overmacht als bedoeld in artikel 16 van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1239, mag de verlenging de tariefcontingentperiode niet overschrijden.

Artikel 14

Bewijs van het in het vrije verkeer brengen en van uitvoer

1.   Hoeveelheden die aan het einde van de geldigheidsduur van het certificaat niet in het vrije verkeer zijn gebracht of niet zijn uitgevoerd, worden als ongebruikte hoeveelheden beschouwd.

2.   Het bewijs van het in het vrije verkeer brengen en het bewijs van uitvoer en van het verlaten van het douanegebied van de Unie worden verstrekt overeenkomstig artikel 14, lid 6, van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1239.

Artikel 15

Bewijs van oorsprong

1.   Wanneer zulks in de bijlagen II tot en met XIII wordt vereist, wordt een geldig bewijs van oorsprong, samen met een douaneaangifte voor het vrije verkeer voor de betrokken producten aan de douaneautoriteiten van de Unie voorgelegd. De voor het bewijs van oorsprong vereiste documenten zijn voor elk tariefcontingent in die bijlagen vermeld.

2.   In de specifieke gevallen die in de bijlagen II tot en met XIII zijn vastgesteld, wordt het bewijs van oorsprong bij de aanvraag van een invoercertificaat overgelegd.

3.   Indien nodig kunnen de douaneautoriteiten bovendien eisen dat de aangever of de importeur de oorsprong van de producten aantoont overeenkomstig artikel 61 van Verordening (EU) nr. 952/2013.

Artikel 16

Kennisgeving van de hoeveelheden aan de Commissie

1.   Tenzij in titel III anders is bepaald, zijn de voorschriften van de leden 2 tot en met 5 van toepassing.

2.   De lidstaten delen de Commissie voor elk tariefcontingent de totale hoeveelheden mee waarvoor invoer- of uitvoercertificaataanvragen zijn ingediend:

a)

vóór de 14e van de maand als de certificaataanvragen in de eerste zeven kalenderdagen van de maand zijn ingediend;

b)

vóór 6 december als de certificaataanvragen van 23 tot en met 30 november zijn ingediend.

3.   De lidstaten delen de Commissie voor elk tariefcontingent de hoeveelheden mee waarvoor zij invoer- en uitvoercertificaten hebben afgegeven:

a)

vóór de laatste dag van de maand als de certificaataanvragen voor een tariefcontingent in de eerste zeven kalenderdagen van de maand zijn ingediend;

b)

vóór 31 december als de certificaataanvragen voor een tariefcontingent van 23 tot en met 30 november zijn ingediend;

c)

vóór de 10e van de maand volgende op de afgifte als het gaat om invoercertificaten die zijn afgegeven op basis van door derde landen afgegeven documenten.

In de in artikel 11, lid 3, tweede alinea, bedoelde omstandigheden wordt de kennisgeving ingediend binnen 7 dagen na de dag waarop de Commissie de toewijzingscoëfficiënt heeft bekendgemaakt. In de in artikel 11, lid 4, tweede alinea, bedoelde omstandigheden wordt de kennisgeving ingediend binnen 14 dagen na de dag waarop de Commissie de toewijzingscoëfficiënt heeft bekendgemaakt.

4.   De lidstaten delen de Commissie op haar verzoek de ongebruikte hoeveelheden mee waarvoor invoer- en uitvoercertificaten zijn afgegeven. Ongebruikte hoeveelheden komen overeen met het verschil tussen de op de achterzijde van de invoer- of uitvoercertificaten vermelde hoeveelheden en de hoeveelheden waarvoor die certificaten waren afgegeven.

5.   Ongebruikte hoeveelheden waarvoor invoer- of uitvoercertificaten zijn afgegeven, worden aan de Commissie meegedeeld binnen vier maanden, respectievelijk 210 kalenderdagen na het verstrijken van de geldigheidsduur van de betrokken certificaten.

6.   Als de tariefcontingentperiode in deelperioden is verdeeld, wordt van de ongebruikte hoeveelheden kennisgegeven samen met de in lid 2, onder a), bedoelde kennisgeving voor de laatste deelperiode.

7.   De hoeveelheden worden uitgedrukt in kilogram productgewicht en worden, indien van toepassing, uitgesplitst naar volgnummer en oorsprong.

8.   Voor de in deze verordening bedoelde kennisgevingen aan de Commissie in verband met de tariefcontingenten voor rundvlees met de volgnummers 09.4450, 09.4451, 09.4452, 09.4453, 09.4454, 09.4002, 09.4455, 09.4001 en 09.4004 worden de hoeveelheden uitgedrukt in kilogram productgewicht, per land van oorsprong en per productcategorie zoals aangegeven in deel B van bijlage XV bij deze verordening.

9.   Artikel 3 van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1239 is van toepassing op de in dit artikel vastgestelde perioden en termijnen.

Artikel 17

Kennisgeving aan de Commissie van informatie met betrekking tot het elektronische LORI-systeem, de echtheidscertificaten en de IMA 1-certificaten

1.   Van de 8e tot en met de 16e dag van de maand die volgt op het verstrijken van de tariefcontingentperiode, stellen de lidstaten de Commissie in kennis van de naam, het EORI-nummer (registratie- en identificatienummer van de marktdeelnemer) en het adres van de houders van invoercertificaten voor tariefcontingenten waarvoor registratie van de marktdeelnemers verplicht is en, in voorkomend geval, van de cessionaris.

2.   De lidstaten stellen de Commissie in kennis van elke validering, afwijzing of intrekking van een aanvraag tot registratie in het elektronische LORI-systeem.

3.   Wanneer de lidstaten kennis geven van de validering van een aanvraag tot registratie in het elektronische LORI-systeem, verstrekken zij de in bijlage II bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 vereiste gegevens.

4.   De lidstaten stellen de Commissie in kennis van alle wijzigingen die de marktdeelnemers in hun LORI-register aanbrengen.

5.   De lidstaten stellen de Commissie voor elke in het elektronische LORI-systeem geregistreerde marktdeelnemer in kennis van elke invoercertificaataanvraag, met vermelding van het betrokken tariefcontingent, de GN-codes, de aangevraagde hoeveelheden en de datum van de aanvraag:

a)

vóór de 14e van de maand als de certificaataanvragen in de eerste zeven kalenderdagen van de maand zijn ingediend;

b)

vóór 6 december als de certificaataanvragen van 23 tot en met 30 november zijn ingediend.

6.   De lidstaten stellen de Commissie voor elk echtheidscertificaat of IMA 1-certificaat dat door een marktdeelnemer wordt ingediend voor tariefcontingenten die met door derde landen afgegeven documenten worden beheerd, in kennis van het nummer van het overeenkomstige certificaat dat zij hebben afgegeven, en van de hoeveelheid waarop dat certificaat betrekking heeft. De kennisgeving wordt gedaan voordat het afgegeven certificaat aan de marktdeelnemer ter beschikking wordt gesteld.

7.   In afwijking van artikel 3, lid 4, van Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 verstrijken de in het onderhavige artikel vastgestelde perioden en termijnen bij het verstrijken van het laatste uur van de laatste dag, ongeacht of die dag een zaterdag, zondag of feestdag is als omschreven in die verordening.

8.   De in deze verordening bedoelde kennisgevingen aan de Commissie worden gedaan overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/1183 van de Commissie (15) en Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1185 van de Commissie (16).

TITEL III

SPECIFIEKE SECTORALE VOORSCHRIFTEN

HOOFDSTUK 1

Granen

Afdeling 1

Andere granen dan maïs en sorghum als bedoeld in artikel 185 van Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 18

Tariefcontingenten

Overeenkomstig de in het kader van de Wereldhandelsorganisatie verleende concessies, die bij Besluit 94/800/EG van de Raad (17) zijn goedgekeurd, en de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika, die bij Besluit 2006/333/EG van de Raad (18) is goedgekeurd, staan tariefcontingenten voor de invoer van maïs in de Unie open onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden.

Overeenkomstig de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika uit hoofde van artikel XXIV, lid 6, en artikel XXVIII van de GATT 1994, die bij Besluit 2006/333/EG van de Raad is goedgekeurd, en de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van Canada betreffende de sluiting van de onderhandelingen uit hoofde van artikel XXIV, lid 6, van de GATT, die bij Besluit 2007/444/EG van de Raad (19) is goedgekeurd, staan tariefcontingenten voor de invoer in de Unie van zachte tarwe van een andere dan van hoge kwaliteit uit derde landen open onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden.

De omvang van elk tariefcontingent, de invoertariefcontingentperiode en de deelperioden waarvoor dat contingent geldt, en het volgnummer ervan zijn vermeld in bijlage II bij deze verordening.

Artikel 19

Kwaliteitsnormen

De kwaliteitsnormen en toleranties voor zachte tarwe van een andere dan van hoge kwaliteit van GN-code 1001 99 00 zijn die welke zijn vastgesteld in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 642/2010 van de Commissie (20). De in deel II van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 van de Commissie (21) vastgestelde analysemethoden zijn van toepassing.

Artikel 20

Specifieke regels voor de tariefcontingenten in het kader van de Brede Economische en Handelsovereenkomst met Canada

Zachte tarwe van een andere dan van hoge kwaliteit van oorsprong uit Canada mag in de Unie slechts in het vrije verkeer worden gebracht mits een oorsprongsverklaring wordt overgelegd. De oorsprongsverklaring wordt verstrekt op een factuur of ander handelsdocument waarin het product van oorsprong voldoende duidelijk is omschreven om het te kunnen identificeren. De tekst van de oorsprongsverklaring is die van bijlage 2 bij het Protocol inzake de oorsprongsregels en oorsprongsprocedures dat is gehecht aan de Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds (22).

Afdeling 2

Maïs en sorghum als bedoeld in artikel 185 van Verordening (EU) nr. 1308/2013

Artikel 21

Periode voor de indiening van certificaataanvragen

Met ingang van de datum waarop het in artikel 21 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 bedoelde nulrecht van toepassing wordt, worden de invoercertificaataanvragen voor de in artikel 185 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde tariefcontingenten voor maïs en sorghum bij de bevoegde Spaanse en Portugese autoriteiten ingediend tussen de 7e en de 11e van elke maand, uiterlijk om 13.00 uur (plaatselijke tijd Brussel).

Artikel 22

Inhoud van certificaataanvraag en certificaat

De invoercertificaataanvraag en het certificaat bevatten in elk geval de volgende gegevens:

a)

in vak 8 wordt het land van oorsprong vermeld en het vakje “ja” aangekruist;

b)

in vak 24 wordt een van de in bijlage XIV opgenomen vermeldingen aangebracht.

Artikel 23

Kennisgevingen aan Commissie

Met ingang van de datum waarop het in artikel 21 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 bedoelde nulrecht van toepassing wordt, stellen de bevoegde Spaanse en Portugese autoriteiten de Commissie langs elektronische weg in kennis:

a)

uiterlijk om 18.00 uur (plaatselijke tijd Brussel) op de 15e dag van elke maand, van de totale hoeveelheden waarvoor certificaataanvragen zijn ingediend, per volgnummer;

b)

vóór het einde van de maand, van de totale hoeveelheden, per GN-code, waarvoor invoercertificaten zijn afgegeven.

Artikel 24

Toewijzingscoëfficiënt

Uiterlijk op de 22e dag van de maand waarin de lidstaten overeenkomstig artikel 23 kennis hebben gegeven van de aangevraagde hoeveelheden, deelt de Commissie de toewijzingscoëfficiënt mee aan de met de afgifte van certificaten belaste autoriteiten.

Artikel 25

Afgifte van invoercertificaten

De bevoegde Spaanse en Portugese autoriteiten geven de invoercertificaten af tussen de 23e en de laatste dag van elke maand.

Artikel 26

Geldigheid van de certificaten

In afwijking van artikel 13 zijn de certificaten geldig vanaf de dag van afgifte ervan tot het einde van de tweede maand volgende op die dag.

HOOFDSTUK 2

Rijst

Artikel 27

Tariefcontingenten en toewijzing van de hoeveelheden

Overeenkomstig de in het kader van de Wereldhandelsorganisatie verleende concessies, die bij Besluit 94/800/EG en Verordening (EG) nr. 1095/96 van de Raad (23) zijn goedgekeurd, en overeenkomstig de resultaten van het overleg met Thailand, die bij Besluit 96/317/EG van de Raad (24) zijn goedgekeurd, staan tariefcontingenten voor de invoer in de Unie van rijst, gedopte rijst en breukrijst open onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden. De omvang van elk tariefcontingent, de invoertariefcontingentperiode en de deelperioden waarvoor dat contingent geldt, en het volgnummer ervan zijn vermeld in bijlage III bij deze verordening.

De beschikbare hoeveelheden worden vastgesteld per deelperiode, zoals gespecificeerd in bijlage III bij deze verordening.

In afwijking van artikel 13 zijn certificaten die zijn afgegeven in de laatste deelperiode voor de invoertariefcontingenten met de volgnummers 09.4127, 09.4128, 09.4129 en 09.4130, geldig tot het einde van de tariefcontingentperiode.

Alle hoeveelheden in het kader van de tariefcontingenten met de volgnummers 09.4112, 09.4116, 09.4117, 09.4118, 09.4119, 09.4127, 09.4128, 09.4129, 09.4130, 09.4148, 09.4166 en 09.4168 die niet zijn gebruikt in een bepaalde deelperiode, worden overgedragen naar de daaropvolgende deelperioden die in bijlage III zijn gespecificeerd. Er worden geen hoeveelheden naar de volgende contingentperiode overgedragen.

Hoeveelheden in het kader van de tariefcontingenten met de volgnummers 09.4127, 09.4128, 09.4129 en 09.4130 die in de voorgaande deelperioden niet zijn gebruikt of toegewezen, worden op 1 oktober van elk jaar overgedragen naar het tariefcontingent met volgnummer 09.4138.

Artikel 28

Uitvoerdocumenten

De invoercertificaataanvragen die voor rijst en breukrijst in het kader van de tariefcontingenten 09.4127, 09.4128, 09.4129 en 09.4149 worden ingediend, gaan vergezeld van het origineel van het uitvoercertificaat, waarvan het model in bijlage XIV.2 is vastgesteld. De uitvoercertificaten worden afgegeven door de daarop vermelde bevoegde autoriteit van de derde landen. De op de invoercertificaataanvraag vermelde hoeveelheid mag niet groter zijn dan de hoeveelheid die op het uitvoercertificaat is vermeld.

Artikel 29

Inhoud van het certificaat

Op het invoercertificaat voor alle in bijlage III vastgestelde volgnummers, behalve voor de volgnummers 09.4138, 09.4148, 09.4166 en 09.4168, wordt in vak 8 het land van oorsprong vermeld en het vakje “ja” aangekruist.

HOOFDSTUK 3

Suiker

Artikel 30

Tariefcontingenten

Overeenkomstig de in het kader van de Wereldhandelsorganisatie verleende concessies, die bij Besluit 94/800/EG en Verordening (EG) nr. 1095/96 zijn goedgekeurd, staan tariefcontingenten voor de invoer van suiker in de Unie open onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden.

Overeenkomstig de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, die is goedgekeurd bij Besluit 2004/239/EG, Euratom van de Raad en de Commissie (25), staan tariefcontingenten voor de invoer van suiker in de Unie open onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden.

Overeenkomstig het Protocol bij de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten en de Republiek Albanië om rekening te houden met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie, dat is goedgekeurd bij Besluit 2009/330/EG van de Raad (26), staan tariefcontingenten voor de invoer van suiker in de Unie open onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden.

Overeenkomstig de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten en de Republiek Servië, die is goedgekeurd bij Besluit 2013/490/EU, Euratom van de Raad en de Commissie (27), staan tariefcontingenten voor de invoer van suiker in de Unie open onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden.

Overeenkomstig het Protocol bij de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten en Bosnië en Herzegovina om rekening te houden met de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie, dat is goedgekeurd bij Besluit (EU) 2017/75 van de Raad (28), staan tariefcontingenten voor de invoer van suiker in de Unie open onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden.

De tariefcontingenten voor suiker en de specifieke voorwaarden daarvoor zijn vastgesteld in bijlage IV bij deze verordening.

Artikel 31

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

1.

“gewicht tel quel”: het gewicht van de suiker in ongewijzigde staat;

2.

“raffinage”: de verwerking van ruwe suiker tot witte suiker, zoals gedefinieerd in bijlage II, deel II, afdeling A, punten 1 en 2, bij Verordening (EU) nr. 1308/2013, alsmede alle gelijkwaardige technische bewerkingen die op witte, onverpakte suiker worden toegepast.

Artikel 32

Geldigheid van het certificaat

In afwijking van artikel 13 is het invoercertificaat geldig tot het einde van de derde maand die volgt op de maand waarin het is afgegeven. Het verstrijkt in elk geval uiterlijk op 30 september.

Artikel 33

Kennisgevingen

Vóór 1 mei van elk jaar stellen de lidstaten de Commissie in kennis van de totale hoeveelheid daadwerkelijk ingevoerde suiker, uitgesplitst naar volgnummer, land van oorsprong en achtcijferige GN-code, uitgedrukt in kilogram gewicht tel quel.

Artikel 34

Verplichtingen met betrekking tot de WTO-tariefcontingenten voor suiker

1.   Met betrekking tot de tariefcontingenten voor suiker met de volgnummers 09.4317, 09.4318, 09.4319, 09.4320, 09.4329 en 09.4330 gelden alle volgende voorschriften:

a)

voor het in het vrije verkeer brengen in de Unie geldt de in artikel 210 van Verordening (EU) nr. 952/2013 bedoelde regeling bijzondere bestemming, namelijk raffinage;

b)

in afwijking van artikel 239 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie (29) wordt de verplichting tot raffinage niet overgedragen aan een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon;

c)

de raffinage vindt plaats binnen 180 dagen nadat de suiker in de Unie in het vrije verkeer is gebracht;

d)

indien de polarisatiegraad van de ingevoerde ruwe suiker afwijkt van 96 graden, wordt het overeenkomstige invoerrecht naargelang van het geval verhoogd of verlaagd met 0,14 % per tiende van een graad verschil;

e)

in vak 20 van het aanvraagformulier en van het certificaat wordt “voor raffinage bestemde suiker” vermeld.

2.   Voor de suikertariefcontingenten met de volgnummers 09.4317, 09.4318, 09.4319, 09.4320, 9.4321, 09.4329 en 09.4330 wordt in vak 20 van het aanvraagformulier en van het certificaat een van de in deel A van bijlage XIV.3 bij deze verordening opgenomen vermeldingen aangebracht.

Artikel 35

Tariefcontingenten voor suiker met de volgnummers 09.4324, 09.4325, 09.4326 en 09.4327

Met betrekking tot de tariefcontingenten voor suiker met de volgnummers 09.4324, 09.4325, 09.4326 en 09.4327 geldt het volgende:

1.

de invoercertificaataanvragen gaan vergezeld van het origineel van het uitvoercertificaat, overeenkomstig het model in deel C van bijlage XIV.3, dat is afgegeven door de bevoegde autoriteiten van het betrokken derde land. De op de invoercertificaataanvragen vermelde hoeveelheid mag niet groter zijn dan de hoeveelheid die op het uitvoercertificaat is vermeld;

2.

in vak 20 van het aanvraagformulier en van het certificaat wordt een van de in deel B van bijlage XIV.3 opgenomen vermeldingen aangebracht.

HOOFDSTUK 4

Olijfolie

Artikel 36

Tariefcontingenten

Overeenkomstig de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Tunesië, anderzijds, die is goedgekeurd bij Besluit 98/238/EG, EGKS van de Raad en de Commissie (30), staan tariefcontingenten voor de invoer van olijfolie van de eerste persing in de Unie open onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden.

De omvang van elk tariefcontingent, de invoertariefcontingentperiode en de deelperioden waarvoor dat contingent geldt, en het volgnummer ervan zijn vermeld in bijlage V bij deze verordening.

HOOFDSTUK 5

Groenten en fruit

Afdeling 1

Knoflook

Artikel 37

Tariefcontingenten

Overeenkomstig de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Argentinië krachtens artikel XXVIII van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT) 1994, met het oog op de wijziging, wat knoflook betreft, van de concessies die zijn opgenomen in lijst CXL, gehecht aan de GATT-overeenkomst, die is goedgekeurd bij Besluit 2001/404/EG van de Raad (31), de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Volksrepubliek China uit hoofde van artikel XXIV, lid 6, en artikel XXVIII van de GATT 1994, die is goedgekeurd bij Besluit 2006/398/EG van de Raad (32) en de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en de Volksrepubliek China uit hoofde van artikel XXIV, lid 6, en artikel XXVIII van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT) 1994, die is goedgekeurd bij Besluit (EU) 2016/1885 van de Raad (33), staan tariefcontingenten voor de invoer in de Unie van verse of gekoelde knoflook open onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden.

De omvang van elk tariefcontingent, de invoertariefcontingentperiode en de deelperioden waarvoor dat contingent geldt, en het volgnummer ervan zijn vermeld in bijlage VI bij deze verordening.

Artikel 38

Traditionele importeurs en nieuwe importeurs van knoflook van oorsprong uit Argentinië

1.   Dit artikel is uitsluitend van toepassing op de tariefcontingenten met de volgnummers 09.4099 en 09.4104 voor knoflook van oorsprong uit Argentinië.

2.   Onder “traditionele importeur” wordt verstaan een importeur die aantoont:

a)

dat hij in elk van de drie voorgaande tariefcontingentperioden certificaten voor tariefcontingenten voor verse knoflook van GN-code 0703 20 00 uit hoofde van Verordening (EG) nr. 341/2007 van de Commissie (34) of de onderhavige verordening heeft verkregen en gebruikt;

b)

dat hij gedurende de tariefcontingentperiode die aan de indiening van de aanvraag voorafging, ten minste 50 ton groenten en fruit in de zin van artikel 1, lid 2, onder i), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 in de Unie in het vrije verkeer heeft gebracht, of ten minste 50 ton knoflook uit de Unie heeft uitgevoerd.

3.   Onder “nieuwe importeur” wordt verstaan een andere dan de in lid 2 bedoelde marktdeelnemer, die een van de volgende twee elementen aantoont:

a)

dat hij in elk van de twee voorgaande tariefcontingentperioden of in elk van de twee kalenderjaren vóór de indiening van de aanvraag ten minste 50 ton groenten en fruit in de zin van artikel 1, lid 2, onder i), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 in de Unie heeft ingevoerd;

b)

dat hij in elk van de twee voorgaande tariefcontingentperioden of in elk van de twee kalenderjaren vóór de indiening van de aanvraag ten minste 50 ton knoflook naar derde landen heeft uitgevoerd.

4.   De totale hoeveelheid waarvoor een nieuwe importeur certificaataanvragen indient, bedraagt voor elke deelperiode niet meer dan 10 % van de totale hoeveelheid die overeenkomstig bijlage VI voor die deelperiode en die oorsprong beschikbaar is voor zowel traditionele als nieuwe importeurs. Aanvragen die niet aan deze bepaling voldoen, worden door de bevoegde autoriteiten afgewezen.

5.   In vak 20 van de certificaataanvraag wordt naargelang van het geval aangegeven of de aanvraag wordt ingediend door een “traditionele importeur” of door een “nieuwe importeur”.

6.   De voor knoflook van oorsprong uit Argentinië beschikbare hoeveelheid wordt als volgt verdeeld:

a)

70 % van de hoeveelheid wordt over traditionele importeurs verdeeld;

b)

30 % van de hoeveelheid wordt over nieuwe importeurs verdeeld.

7.   Indien de Commissie op basis van de op grond van deze verordening ontvangen kennisgevingen concludeert dat de hoeveelheden voor de in lid 6 bedoelde gedeelten niet volledig door aanvragen worden gedekt, wordt de hoeveelheid waarvoor geen aanvragen zijn ingediend, toegevoegd aan de hoeveelheid die voor de volgende deelperiode voor datzelfde gedeelte beschikbaar is.

Artikel 39

Specifieke voorschriften voor uit bepaalde landen ingevoerde knoflook

1.   Knoflook van oorsprong uit Iran, Libanon, Maleisië, Taiwan, de Verenigde Arabische Emiraten of Vietnam mag alleen in de Unie in het vrije verkeer worden gebracht indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

er wordt een overeenkomstig de artikelen 57, 58 en 59 van Verordening (EU) 2015/2447 door de bevoegde nationale autoriteiten van dat land afgegeven certificaat van oorsprong overgelegd;

b)

het product werd rechtstreeks van het land van oorsprong naar de Unie vervoerd.

2.   Voor de toepassing van dit artikel wordt een product geacht rechtstreeks naar de Unie te zijn vervoerd indien:

a)

het vanuit een derde land naar de Unie is vervoerd zonder over het grondgebied van een ander derde land te reizen;

b)

het over het grondgebied van een of meer andere derde landen dan het land van oorsprong is vervoerd, al dan niet met overlading of tijdelijke opslag in die landen, mits het vervoer door die landen om geografische of vervoerstechnische redenen is gebeurd en het product:

i)

in het land of de landen van doorvoer of opslag onder toezicht van de douaneautoriteiten is gebleven;

ii)

in het land of de landen van doorvoer of opslag niet in het vrije verkeer is gebracht of tot verbruik is uitgeslagen;

iii)

in het land of de landen van doorvoer of opslag geen andere behandelingen heeft ondergaan dan lossen en opnieuw laden of enige andere behandeling om het in goede staat te houden.

3.   Aan de douaneautoriteiten van de lidstaten wordt het bewijs geleverd dat aan de in lid 2, onder b), gestelde voorwaarden is voldaan. Daartoe wordt het volgende overgelegd:

a)

een enkel in het land van oorsprong afgegeven vervoersdocument onder dekking waarvan het vervoer door het land of de landen van doorvoer heeft plaatsgevonden, of

b)

een door de douaneautoriteiten van het land of de landen van doorvoer afgegeven certificaat waarin:

i)

een nauwkeurige omschrijving van de goederen wordt gegeven;

ii)

de data zijn aangegeven waarop de goederen zijn gelost en opnieuw zijn geladen, met gegevens ter identificatie van de gebruikte vervoermiddelen;

iii)

een verklaring is opgenomen over de omstandigheden waaronder de goederen werden bewaard;

c)

enig ander bewijsstuk indien het onder a) of b) bedoelde bewijs niet kan worden geleverd.

Artikel 40

Kennisgevingen

De lidstaten delen de Commissie de volgende gegevens mee:

a)

de lijst van traditionele en nieuwe importeurs die certificaten aanvragen voor de tariefcontingenten met de volgnummers 09.4099 en 09.4104. De mededeling geschiedt uiterlijk op de laatste dag van de maand die voorafgaat aan de tariefcontingentperiode of ‐deelperiode waarvoor de certificaataanvragen zijn ingediend;

b)

in voorkomend geval, de lijst van overeenkomstig het nationale recht opgerichte groepen marktdeelnemers. De mededeling geschiedt uiterlijk op de laatste dag van de maand die voorafgaat aan de tariefcontingentperiode of ‐deelperiode waarvoor de certificaataanvragen zijn ingediend.

Afdeling 2

Paddenstoelen

Artikel 41

Tariefcontingenten

Overeenkomstig de concessies in het kader van de Wereldhandelsorganisatie, die zijn goedgekeurd bij Besluit 94/800/EG, staan tariefcontingenten voor de invoer in de Unie van conserven van paddenstoelen van het geslacht Agaricus open onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden. De omvang van elk tariefcontingent, de invoertariefcontingentperiode en de deelperioden waarvoor dat contingent geldt, en het volgnummer ervan zijn vermeld in bijlage VII bij deze verordening.

HOOFDSTUK 6

Rundvlees

Artikel 42

Tariefcontingenten en hoeveelheden

Overeenkomstig de concessies in het kader van de Wereldhandelsorganisatie, die zijn goedgekeurd bij Besluit 94/800/EG, staan tariefcontingenten voor de invoer in de Unie van bevroren rundvlees open onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden.

Overeenkomstig de concessies in het kader van de Wereldhandelsorganisatie, die zijn goedgekeurd bij Verordening (EG) nr. 1095/96, staan tariefcontingenten voor de invoer in de Unie van bevroren omlopen van runderen open onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden.

Overeenkomstig de concessies in het kader van de Wereldhandelsorganisatie, die zijn goedgekeurd bij Verordening (EG) nr. 1095/96, staan tariefcontingenten voor de invoer in de Unie van vers, gekoeld of bevroren rundvlees van hoge kwaliteit en voor bevroren buffelvlees open onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden.

Overeenkomstig de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten, die is goedgekeurd bij Besluit 2002/309/EG, Euratom van de Raad en de Commissie (35), staan tariefcontingenten voor de invoer in de Unie van gedroogd rundvlees zonder been en levende runderen open onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden.

Overeenkomstig de stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds, die is goedgekeurd bij Besluit 2004/239/EG, Euratom, de Interimovereenkomst betreffende de handel en aanverwante zaken tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en Bosnië en Herzegovina, anderzijds, die is goedgekeurd bij Besluit 2008/474/EG van de Raad (36), de Interimovereenkomst betreffende de handel en aanverwante zaken tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Republiek Servië, anderzijds, die is goedgekeurd bij Besluit 2010/36/EG van de Raad (37), de stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Montenegro, anderzijds, die is goedgekeurd bij Besluit 2010/224/EU, Euratom van de Raad en de Commissie (38), en de stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en Kosovo (39), anderzijds, die is goedgekeurd bij Besluit 2016/342 van de Raad (40), staan tariefcontingenten voor de invoer in de Unie van “baby beef” open onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden.

Overeenkomstig de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds, die is goedgekeurd bij Besluit 2005/269/EG van de Raad (41), staan tariefcontingenten voor de invoer in de Unie van vers, gekoeld of bevroren rundvlees open onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden.

Overeenkomstig de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Australië uit hoofde van artikel XXIV, lid 6, en artikel XXVIII van de GATT 1994 betreffende de wijziging van de concessies die vervat zijn in de lijsten van verbintenissen van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek, in verband met hun toetreding tot de Europese Unie, die is goedgekeurd bij Besluit 2006/106/EG van de Raad (42), staan tariefcontingenten voor de invoer in de Unie van voor verwerking bestemd bevroren rundvlees open onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden.

Overeenkomstig de Brede Economische en Handelsovereenkomst (CETA) tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds, waarvan de voorlopige toepassing is goedgekeurd bij Besluit (EU) 2017/38 van de Raad (43), staan tariefcontingenten voor de invoer in de Unie van rund- en varkensvlees open onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden.

Overeenkomstig de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds, die is goedgekeurd bij Besluit (EU) 2017/1247 van de Raad (44), staan tariefcontingenten voor de invoer in de Unie van vers en bevroren rundvlees, vers en bevroren varkensvlees, eieren, eierproducten en albumine open onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden.

De tariefcontingenten voor rundvlees en de desbetreffende specifieke voorwaarden zijn vastgesteld in bijlage VIII.

Artikel 43

Specifieke voorschriften voor invoertariefcontingenten die worden beheerd met door derde landen afgegeven documenten, en voor tariefcontingent 09.4002

1.   Dit artikel is van toepassing op tariefcontingenten die worden beheerd met door derde landen afgegeven documenten, en op het tariefcontingent met volgnummer 09.4002.

2.   Bij het in het vrije verkeer brengen van de hoeveelheden die in het kader van de in lid 1 bedoelde tariefcontingenten zijn ingevoerd, legt de importeur een invoercertificaat en een echtheidscertificaat of een kopie daarvan over aan de douaneautoriteit.

3.   De echtheidscertificaten worden opgesteld volgens het model in bijlage XIV.

4.   De echtheidscertificaten worden ingevuld in een van de officiële talen van de Unie of van het land van uitvoer.

5.   De echtheidscertificaten zijn voorzien van een door de autoriteiten van afgifte toegekend individueel volgnummer.

6.   De echtheidscertificaten zijn slechts geldig indien zij naar behoren zijn ingevuld en geviseerd door de voor het betrokken invoertariefcontingent in de bijlage vermelde autoriteit van afgifte in het derde land van oorsprong.

7.   Een echtheidscertificaat wordt geacht naar behoren geviseerd te zijn wanneer de plaats en datum van afgifte op het certificaat zijn vermeld en het is voorzien van een zegel of het stempel van de autoriteit van afgifte en is ondertekend door de daartoe gemachtigde persoon of personen.

8.   De op het invoercertificaat vermelde hoeveelheden worden uitgesplitst naar GN-code.

9.   De voor tariefcontingent 09.4002 afgegeven invoercertificaten zijn geldig gedurende drie maanden vanaf de datum van afgifte.

10.   Aanvragen voor tariefcontingent 09.4002 mogen, voor hetzelfde contingentvolgnummer, betrekking hebben op een of meer producten van de GN-codes of groepen GN-codes die voor dit tariefcontingent in deel A van bijlage XV zijn vermeld. Wanneer aanvragen betrekking hebben op verschillende GN-codes, worden de respectieve aangevraagde hoeveelheden per GN-code of groep GN-codes gespecificeerd. In de certificaataanvragen en certificaten worden in vak 16 alle GN-codes aangebracht, en in vak 15 de beschrijving ervan.

Artikel 44

Aanvragen en afgifte van invoercertificaten voor tariefcontingenten die worden beheerd met door derde landen afgegeven documenten

1.   In vak 8 van de invoercertificaataanvragen en van het invoercertificaat wordt de informatie vermeld die voor het desbetreffende tariefcontingent is gespecificeerd in het vak “specifieke informatie die op het certificaat moet worden vermeld” van bijlage VIII.

2.   Bij de aanvraag van het invoercertificaat dienen de aanvragers bij de met de afgifte van certificaten belaste autoriteit het echtheidscertificaat en een kopie daarvan in. De bevoegde autoriteiten geven pas een invoercertificaat af nadat zij zich ervan hebben vergewist dat alle informatie op het echtheidscertificaat overeenstemt met de informatie die zij wekelijks van de Commissie ontvangen.

Indien alleen een kopie van het echtheidscertificaat wordt overgelegd, of het origineel van het echtheidscertificaat wordt overgelegd maar de informatie in dat document niet in overeenstemming is met de door de Commissie verstrekte informatie, verzoeken de bevoegde autoriteiten de certificaataanvrager om overeenkomstig artikel 45 een aanvullende zekerheid te stellen.

Artikel 45

Aanvullende zekerheden voor tariefcontingenten die worden beheerd met door derde landen afgegeven documenten

1.   In de in artikel 44, lid 2, tweede alinea, bedoelde omstandigheden stelt de certificaataanvrager een aanvullende zekerheid ter hoogte van het bedrag dat voor de betrokken producten overeenstemt met het meestbegunstigingsrecht op grond van het gemeenschappelijk douanetarief dat van toepassing is op de dag waarop de invoercertificaataanvraag wordt ingediend.

Er is echter geen aanvullende zekerheid vereist wanneer de autoriteit van het land van uitvoer een kopie van het echtheidscertificaat heeft verstrekt door middel van het in artikel 72, lid 8, bedoelde informatiesysteem.

2.   De lidstaten geven de aanvullende zekerheid vrij zodra zij het origineel van het echtheidscertificaat hebben ontvangen en zij zich ervan hebben vergewist dat de inhoud ervan overeenstemt met de van de Commissie ontvangen informatie.

3.   Het niet vrijgegeven bedrag van de aanvullende zekerheid wordt verbeurdverklaard en geldt als betaling van douanerechten.

Artikel 46

Tariefcontingenten voor vers en bevroren rundvlees van oorsprong uit Canada

1.   Vers en bevroren rundvlees van oorsprong uit Canada kan in de Unie slechts in het vrije verkeer worden gebracht na verstrekking van een oorsprongsverklaring. De oorsprongsverklaring wordt verstrekt op een factuur of ander handelsdocument waarin het product van oorsprong voldoende duidelijk is omschreven om het te kunnen identificeren. De tekst van de oorsprongsverklaring is die van bijlage 2 bij het Protocol inzake de oorsprongsregels en oorsprongsprocedures, dat is gehecht aan de Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds.

2.   Voor de tariefcontingenten met de volgnummers 09.4280 en 09.4281 worden voor de omrekening van productgewicht naar equivalent geslacht gewicht de in deel B van bijlage XVI vastgelegde omrekeningsfactoren gebruikt.

3.   Voor de berekening van het bewijs van handel en, in voorkomend geval, de referentiehoeveelheid wordt het gewicht gecorrigeerd aan de hand van de in deel B van bijlage XVI vastgelegde omrekeningsfactoren.

4.   Invoercertificaataanvragen worden ingediend gedurende de eerste zeven dagen van de tweede maand vóór elk van de in bijlage VIII vermelde deelperioden.

5.   Als na de eerste aanvraagperiode in een bepaalde deelperiode hoeveelheden beschikbaar blijven, kunnen in aanmerking komende aanvragers tijdens de twee volgende aanvraagperioden nieuwe invoercertificaataanvragen indienen overeenkomstig artikel 6 van deze verordening. In dergelijke gevallen kunnen exploitanten van levensmiddelenbedrijven waarvan de inrichtingen overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad (45) zijn erkend, een aanvraag indienen zonder dat zij een bewijs van handel hoeven over te leggen.

6.   De invoercertificaten worden afgegeven van de 23e dag tot het einde van de maand waarin de aanvragen werden ingediend.

7.   De invoercertificaten zijn geldig gedurende vijf maanden te rekenen vanaf hetzij de datum van afgifte in de zin van artikel 7 van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1239, hetzij de datum van het begin van de deelperiode waarvoor het invoercertificaat is afgegeven, indien die later valt. De invoercertificaten verstrijken evenwel uiterlijk op 31 december.

8.   De certificaathouders kunnen ongebruikte certificaathoeveelheden teruggeven voordat het certificaat verstreken is, en uiterlijk tot vier maanden vóór het einde van de tariefcontingentperiode. Elke certificaathouder kan tot 30 % van zijn individuele certificaathoeveelheid teruggeven.

9.   Als een deel van de certificaathoeveelheid overeenkomstig lid 8 wordt teruggegeven, wordt 60 % van de overeenkomstige zekerheid vrijgegeven.

Artikel 47

Gemeenschappelijke bepalingen

1.   De echtheidscertificaten zijn geldig gedurende drie maanden vanaf de datum van afgifte en in geen geval na de laatste dag van de tariefcontingentperiode.

2.   De gemelde hoeveelheden worden uitgedrukt in kilogram productgewicht en worden, indien van toepassing, omgerekend in equivalent productgewicht zonder been.

3.   Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt als “bevroren vlees” aangemerkt: vlees dat in het douanegebied van de Unie wordt binnengebracht met een inwendige temperatuur van ten hoogste – 12 °C.

HOOFDSTUK 7

Melk en zuivelproducten

Afdeling 1

Invoercontingenten

Artikel 48

Tariefcontingenten

Overeenkomstig de concessies in het kader van de Wereldhandelsorganisatie, die zijn goedgekeurd bij Besluit 94/800 EG, Besluit nr. 1/98 van de Associatieraad EG-Turkije van 25 februari 1998 betreffende de handelsregeling voor landbouwproducten (46), de Overeenkomst inzake handel, ontwikkeling en samenwerking met de Republiek Zuid-Afrika, waarvan de voorlopige toepassing is goedgekeurd bij Besluit 1999/753/EG van de Raad (47), de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten, die is goedgekeurd bij Besluit 2002/309/EG, Euratom, de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Noorwegen inzake bepaalde landbouwproducten, die is goedgekeurd bij Besluit 2011/818/EU van de Raad (48), en de economische partnerschapsovereenkomst met de Cariforum-staten, die is goedgekeurd bij Besluit 2008/805/EG van de Raad (49), staan tariefcontingenten voor de invoer in de Unie van zuivelproducten open onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden. Overeenkomstig de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds, die is goedgekeurd bij Besluit (EU) 2017/1247, staan tariefcontingenten voor de invoer in de Unie van zuivelproducten open onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden.

Overeenkomstig de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en IJsland inzake aanvullende handelspreferenties voor landbouwproducten, die is goedgekeurd bij Besluit (EU) 2017/1913 van de Raad (50), staan tariefcontingenten voor de invoer in de Unie van zuivelproducten open onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden.

De tariefcontingenten voor melk en zuivelproducten en de desbetreffende specifieke voorwaarden zijn vastgesteld in bijlage IX.

Artikel 49

Tariefcontingent voor Nieuw-Zeelandse kaas

1.   Dit artikel is van toepassing op de tariefcontingenten met de volgnummers 09.4514 en 09.4515.

2.   De douaneautoriteiten vermelden het volgnummer van het IMA 1-certificaat in vak 31 van het invoercertificaat.

3.   De IMA 1-certificaten worden opgesteld volgens het model in bijlage XIV.

Artikel 50

Tariefcontingenten voor Nieuw-Zeelandse boter

1.   Dit artikel is van toepassing op de tariefcontingenten met de volgnummers 09.4195 en 09.4182.

2.   De douaneautoriteiten vermelden het volgnummer van het IMA 1-certificaat in vak 31 van het invoercertificaat.

3.   Onder “ten minste zes weken oud” in de beschrijving van de tariefcontingenten voor Nieuw-Zeelandse boter wordt verstaan ten minste zes weken oud op de datum waarop bij de douaneautoriteiten een aangifte voor het in het vrije verkeer brengen in de Unie wordt ingediend.

4.   Voor boter van oorsprong uit Nieuw-Zeeland die in de Unie wordt ingevoerd, wordt in alle handelsstadia op de verpakking ervan en op de desbetreffende factuur vermeld dat de oorsprong Nieuw-Zeeland is. Indien boter van oorsprong uit Nieuw-Zeeland met boter van oorsprong uit de Unie wordt vermengd en het botermengsel voor rechtstreeks verbruik is bestemd en in verpakkingen van niet meer dan 500 gram in de handel wordt gebracht, wordt voor het botermengsel alleen op de desbetreffende factuur vermeld dat de oorsprong Nieuw-Zeeland is.

5.   De IMA 1-certificaten worden opgesteld volgens het model in bijlage XIV.

6.   In afwijking van artikel 5, lid 1, hebben de invoercertificaataanvragen voor het tariefcontingent voor Nieuw-Zeelandse boter met volgnummer 09.4195 per aanvrager betrekking op ten hoogste 125 % van de hoeveelheden die de aanvrager in de periode van 24 maanden vóór de maand november die aan de tariefcontingentperiode voorafgaat, in het kader van de tariefcontingenten met de volgnummers 09.4195 en 09.4182 in het vrije verkeer heeft gebracht.

7.   In afwijking van artikel 5, lid 1, hebben de invoercertificaataanvragen voor het tariefcontingent voor Nieuw-Zeelandse boter met volgnummer 09.4182 per aanvrager betrekking op ten minste 20 ton en op ten hoogste 10 % van de hoeveelheid die voor de betrokken deelperiode van het tariefcontingent beschikbaar is.

8.   De door de bevoegde autoriteiten aan de Commissie gemelde hoeveelheden voor de tariefcontingenten met de volgnummers 09.4195 en 09.4182 worden uitgesplitst naar GN-code.

Artikel 51

Monitoring van het gewicht en het vetgehalte van boter van oorsprong uit Nieuw-Zeeland

1.   De voorschriften voor de monitoring van het gewicht en het vetgehalte en de aan die monitoring te verbinden gevolgen zijn opgenomen in deel A.3 van bijlage XIV.5. De controle van de aangiften voor het vrije verkeer in de Unie omvat de in bijlage XIV vastgestelde controles. Indien de boter niet aan de eisen inzake samenstelling voldoet, wordt de hele hoeveelheid waarop de betrokken douaneaangifte betrekking heeft, uitgesloten van het preferentieel tarief. Zodra is vastgesteld dat niet aan die eisen is voldaan en de aangifte voor het vrije verkeer is aanvaard, int de douaneautoriteit het in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad (51) vastgestelde invoerrecht. De marktdeelnemer mag het certificaat voor de niet-conforme hoeveelheid teruggeven, waarna de met de afgifte van certificaten belaste autoriteit deze hoeveelheid als niet gebruikt meldt en de overeenkomstige zekerheid wordt vrijgegeven.

2.   De lidstaten delen voor elk kwartaal de resultaten van de overeenkomstig deel A.3 van bijlage XIV.5 uitgevoerde monitoring uiterlijk op de tiende dag van de eerste maand van het daaropvolgende kwartaal mee aan de Commissie. Die kennisgeving bevat de volgende informatie:

a)

algemene informatie:

i)

naam van de boterfabrikant,

ii)

identificatiecode van de partij,

iii)

omvang van de partij in kg,

iv)

datum van de controles (dag/maand/jaar);

b)

gewichtscontrole: de omvang van de aselecte steekproef (aantal dozen);

c)

gegevens betreffende de gemiddelde waarde:

i)

rekenkundig gemiddelde van het nettogewicht per doos in kg (zoals vermeld in vak 9 van het IMA 1-certificaat);

ii)

rekenkundig gemiddelde van het nettogewicht voor de dozen in de steekproef in kg;

iii)

of het in de Unie bepaalde rekenkundig gemiddelde van het nettogewicht significant afwijkt van de aangegeven waarde (N = neen, J = ja);

d)

gegevens betreffende de standaardafwijking:

i)

standaardafwijking van het nettogewicht per doos in kg (zoals vermeld in vak 9 van het IMA 1-certificaat);

ii)

standaardafwijking van het nettogewicht voor de dozen in de steekproef (in kg);

iii)

of de in de Unie bepaalde standaardafwijking van het nettogewicht significant afwijkt van de aangegeven waarde (N = neen, J = ja);

e)

controle van het vetgehalte;

f)

omvang van de aselecte steekproef (aantal dozen);

g)

gegevens betreffende de gemiddelde waarde:

i)

rekenkundig gemiddelde van het vetgehalte voor de dozen in de steekproef, uitgedrukt in procenten;

ii)

of het in de Unie bepaalde rekenkundig gemiddelde van het vetgehalte meer bedraagt dan 84,4 % (N = neen, J = ja).

Artikel 52

Tariefcontingenten voor zuivelproducten die worden beheerd met door derde landen afgegeven documenten

1.   De tariefcontingenten die worden beheerd met door derde landen afgegeven documenten, zijn vermeld in bijlage I.

2.   De invoercertificaten voor die tariefcontingenten hebben betrekking op de totale op het IMA 1-certificaat vermelde nettohoeveelheid.

Artikel 53

IMA 1-certificaat voor zuivelproducten

1.   De IMA 1-certificaten worden opgesteld volgens het model in bijlage XIV. Het op de koper betrekking hebbende vak 3 en het op het land van bestemming betrekking hebbende vak 6 worden evenwel niet ingevuld.

Elk IMA 1-certificaat is voorzien van een door de instantie van afgifte toegekend volgnummer. Voor elke in bijlage IX bedoelde soort producten moet een afzonderlijk IMA 1-certificaat worden opgesteld.

2.   Het certificaat heeft betrekking op de totale hoeveelheid producten die bestemd zijn om het grondgebied van het land van afgifte te verlaten.

3.   De IMA 1-certificaten zijn geldig vanaf de datum van afgifte tot het einde van de achtste maand die volgt op de afgifte. Zij zijn echter niet meer geldig na 31 december van het jaar van afgifte.

4.   In afwijking van lid 3 mag een IMA 1-certificaat dat geldig is vanaf 1 januari, worden afgegeven vanaf 1 november van het voorgaande jaar. De desbetreffende invoercertificaataanvragen mogen echter pas worden ingediend vanaf de eerste dag van de tariefcontingentperiode.

5.   De omstandigheden waaronder een IMA 1-certificaat kan worden geannuleerd, gewijzigd, vervangen of gecorrigeerd, zijn aangegeven in bijlage XIV.

6.   Een naar behoren geviseerd afschrift van het IMA 1-certificaat wordt, samen met het overeenkomstige invoercertificaat en de producten waarop deze certificaten betrekking hebben, aan de douaneautoriteiten van de lidstaat van invoer overgelegd bij de indiening van de aangifte voor het vrije verkeer in de Unie. Behalve in geval van overmacht moet het IMA 1-certificaat worden overgelegd binnen de geldigheidsperiode ervan.

Artikel 54

Instanties van afgifte van het IMA 1-certificaat

1.   Een IMA 1-certificaat is slechts geldig indien het door een in bijlage XIV vermelde instantie van afgifte naar behoren is ingevuld en geviseerd. Een IMA 1-certificaat is naar behoren geviseerd als de plaats en datum van afgifte erop zijn vermeld en het is voorzien van het stempel van de instantie van afgifte en is ondertekend door de daartoe bevoegde persoon.

2.   Instanties van afgifte worden slechts in bijlage XIV opgenomen indien zij:

a)

als zodanig door het land van uitvoer zijn erkend;

b)

zich ertoe verbinden om, op verzoek, de Commissie en de lidstaten alle inlichtingen te verstrekken die nodig zijn om de op de certificaten vermelde informatie te kunnen beoordelen;

c)

zich ertoe verbinden om, op de datum van afgifte, of uiterlijk binnen zeven dagen na die datum, de Commissie een kopie van elk geviseerd IMA 1-certificaat te zenden, onder vermelding van het bijbehorende identificatienummer en de totale hoeveelheid waarop het certificaat betrekking heeft, en om in voorkomend geval annuleringen, correcties of wijzigingen te melden. Daartoe moet worden gebruikgemaakt van het in artikel 72, lid 8, bedoelde informatiesysteem;

d)

wat de producten van GN-code 0406 betreft, zich ertoe verbinden om, wanneer het land van uitvoer dat de IMA 1-certificaten afgeeft, geen toegang heeft tot het in artikel 72, lid 8, bedoelde informatiesysteem, uiterlijk op 15 januari voor elk contingent afzonderlijk de Commissie in kennis te stellen van:

i)

het totale aantal voor het voorgaande contingentjaar afgegeven IMA 1-certificaten, het identificatienummer van elk IMA 1-certificaat en de hoeveelheid waarop elk van die certificaten betrekking heeft;

ii)

het totale aantal voor het betrokken contingentjaar afgegeven IMA 1-certificaten en de totale hoeveelheid waarop die certificaten betrekking hebben, en

iii)

annuleringen, correcties of wijzigingen van die IMA 1-certificaten of de afgifte van kopieën van IMA 1-certificaten, overeenkomstig het bepaalde in bijlage XIV, en alle relevante desbetreffende gegevens.

3.   Een instantie van afgifte die niet langer aan de eisen van dit artikel voldoet, wordt uit bijlage XIV geschrapt.

Afdeling 2

Uitvoercontingenten

Artikel 55

Door de Dominicaanse Republiek geopend uitvoercontingent voor melkpoeder

1.   Overeenkomstig de economische partnerschapsovereenkomst tussen de Cariforum-staten, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, staat een tariefcontingent voor de uitvoer naar de Dominicaanse Republiek van melkpoeder van oorsprong uit de EU open onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden.

2.   Een uitvoercontingent van 22 400 ton van alle producten van de GN-codes 0402 10, 0402 21 en 0402 29 wordt toegewezen aan exporteurs in de Unie.

3.   De contingentperiode loopt van 1 juli tot en met 30 juni van het volgende jaar.

4.   Exporteurs in de Unie zijn marktdeelnemers van wie de naam en het EORI-nummer op de desbetreffende uitvoeraangifte staan. Voor elke zending verstrekken zij aan de bevoegde autoriteiten van de Dominicaanse Republiek een gewaarmerkte kopie van het uitvoercertificaat en een naar behoren geviseerde kopie van de uitvoeraangifte.

5.   Aanvragen voor uitvoercertificaten kunnen worden ingediend voor alle producten van de GN-codes 0402 10, 0402 21 en 0402 29 die volledig in de Unie zijn geproduceerd op basis van volledig in de Unie verkregen melk. De aanvragers verklaren schriftelijk dat aan deze voorwaarden is voldaan. Tevens verbinden zij zich er schriftelijk toe dat zij op verzoek van de bevoegde autoriteiten het bewijs zullen leveren dat aan deze voorwaarden is voldaan. De bevoegde autoriteiten kunnen dat bewijs door middel van controles ter plaatse verifiëren.

Artikel 56

Aanvullende voorschriften voor uitvoercertificaten voor melkpoeder in het kader van het door de Dominicaanse Republiek geopende contingent

1.   De certificaten die worden afgegeven in het kader van het door de Dominicaanse Republiek geopende contingent, verplichten tot uitvoer naar de Dominicaanse Republiek.

2.   De zekerheid voor een certificaat wordt vrijgegeven op vertoon van het in artikel 14, leden 4 en 5, van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1239 bedoelde bewijs en van het volgende:

a)

een kopie van de elektronische of papieren versie van het cognossement of de internationale vrachtbrief of luchtvrachtbrief, naargelang het geval, met betrekking tot de producten waarvoor de douaneaangifte ten uitvoer was ingediend, en waarop de Dominicaanse Republiek is vermeld als eindbestemming, of

b)

een afdruk van de door de exporteur onafhankelijk gegenereerde elektronische tracking- en tracinginformatie van het vervoer, voor zover die aan de douaneaangifte ten uitvoer kan worden gekoppeld, waarop de Dominicaanse Republiek is vermeld als eindbestemming.

3.   De uitvoercertificaataanvraag en het uitvoercertificaat bevatten de volgende informatie:

a)

in vak 7 wordt de “Dominicaanse Republiek” als land van bestemming vermeld; in dat vak wordt het vakje “ja” aangekruist;

b)

in vak 20 wordt het volgende vermeld:

“Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761

Tariefcontingent voor de periode van 1 juli 20… tot en met 30 juni 20… voor melkpoeder overeenkomstig aanhangsel 2 van bijlage III bij de economische partnerschapsovereenkomst tussen de Cariforum-staten, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, waarvan de ondertekening en de voorlopige toepassing is goedgekeurd bij Besluit 2008/805/EG van de Raad”.

Artikel 57

Toewijzingscoëfficiënt die wordt toegepast op het door de Dominicaanse Republiek geopende uitvoercontingent voor melkpoeder

1.   Wanneer certificaataanvragen worden ingediend voor hoeveelheden die groter zijn dan de beschikbare hoeveelheden, berekent de Commissie een toewijzingscoëfficiënt. De hoeveelheid die voortvloeit uit de toepassing van de toewijzingscoëfficiënt, wordt op de naastgelegen kilogram naar beneden afgerond.

2.   Als de toepassing van de toewijzingscoëfficiënt tot een hoeveelheid van minder dan 20 ton per aanvrager leidt, kunnen de aanvragers hun certificaataanvraag intrekken. In dergelijke gevallen stelt de aanvrager de met de afgifte van certificaten belaste autoriteit daarvan in kennis binnen drie werkdagen na de bekendmaking door de Commissie van de toewijzingscoëfficiënt. De zekerheid wordt onmiddellijk na ontvangst van die kennisgeving vrijgegeven.

3.   De met de afgifte van certificaten belaste autoriteit stelt de Commissie binnen tien dagen na de bekendmaking van de toewijzingscoëfficiënt in kennis van de hoeveelheden waarvoor certificaataanvragen zijn ingetrokken, uitgesplitst naar GN-code.

Artikel 58

Door de Verenigde Staten van Amerika geopende uitvoercontingenten voor kaas

Overeenkomstig de concessies in het kader van de Wereldhandelsorganisatie staan tariefcontingenten voor de uitvoer naar de Verenigde Staten van Amerika van zuivelproducten van oorsprong uit de EU die onder GN-code 0406 vallen, open onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden.

De omvang van elk tariefcontingent en de uitvoertariefcontingentperiode voor dat contingent zijn vermeld in bijlage XIII bij deze verordening.

Artikel 59

Uitvoercertificaten in het kader van de door de Verenigde Staten van Amerika geopende uitvoercontingenten voor kaas

1.   Voor de in bijlage XIII vermelde producten van GN-code 0406 wordt een uitvoercertificaat overgelegd wanneer zij worden uitgevoerd naar de Verenigde Staten van Amerika in het kader van:

a)

het extra contingent op grond van de WTO-landbouwovereenkomst;

b)

de tariefcontingenten die oorspronkelijk uit de Tokioronde voortvloeiden en door de Verenigde Staten van Amerika in lijst XX van de Uruguayronde aan Oostenrijk, Finland en Zweden zijn toegekend;

c)

de tariefcontingenten die oorspronkelijk uit de Uruguayronde voortvloeiden en door de Verenigde Staten van Amerika in lijst XX van de Uruguayronde aan Tsjechië, Hongarije, Polen en Slowakije zijn toegekend.

2.   In afwijking van artikel 6 worden aanvragen voor uitvoercertificaten bij de bevoegde autoriteiten ingediend van 1 tot en met 10 september van het jaar dat voorafgaat aan het contingentjaar waarvoor de uitvoercertificaten worden toegewezen. Alle aanvragen worden gelijktijdig ingediend bij de met de afgifte van certificaten belaste autoriteit van een lidstaat.

3.   In vak 16 van de certificaataanvragen en van de certificaten wordt de achtcijferige GN-code vermeld. De certificaten zijn echter ook geldig voor alle andere onder GN-post 0406 vallende codes.

4.   De aanvrager van een uitvoercertificaat toont aan dat zijn aangewezen importeur een dochterbedrijf van de aanvrager is.

5.   De aanvrager van een uitvoercertificaat vermeldt in zijn aanvraag de volgende gegevens:

a)

de omschrijving van de groep onder het contingent van de Verenigde Staten van Amerika vallende producten volgens de aanvullende aantekeningen 16 tot en met 23 en 25 bij hoofdstuk 4 van het Harmonized Tariff Schedule of the United States of America;

b)

de productnamen volgens het Harmonized Tariff Schedule of the United States of America;

c)

de naam en het adres van de door de aanvrager aangewezen importeur in de Verenigde Staten van Amerika.

6.   De uitvoercertificaataanvraag en het uitvoercertificaat bevatten de volgende informatie:

a)

in vak 7 wordt de “Verenigde Staten van Amerika” als land van bestemming vermeld; in dat vak wordt het vakje “ja” aangekruist;

b)

in vak 20 wordt het volgende vermeld:

i)

“Uit te voeren naar de Verenigde Staten van Amerika;

ii)

contingent voor het kalenderjaar xxxx — Artikelen 58 tot en met 63 van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761;

iii)

benaming van het contingent: …;

iv)

geldig van 1 januari tot en met 31 december xxxx”;

c)

in vak 22 wordt het volgende vermeld: “Het certificaat geldt voor alle producten die onder GN-post 0406 vallen.”.

7.   Elke aanvrager mag voor elk in bijlage XIV.5 — B1, kolom 3, bedoeld contingent een of meer certificaataanvragen indienen voor zover de totale aangevraagde hoeveelheid per contingent de in de volgende alinea’s vastgestelde maxima niet overschrijdt.

Als de beschikbare hoeveelheid in kolom 4 voor een in bijlage XIV.5 — B1, kolom 2, vermelde productgroep uit een contingent van de Uruguayronde en een contingent van de Tokioronde bestaat, worden beide contingenten als twee afzonderlijke contingenten beschouwd.

Voor de contingenten die in bijlage XIV.5 — B1, kolom 3, “22‐Tokio”, “22‐Uruguay”, “25‐Tokio” en “25‐Uruguay” worden genoemd, bedraagt de totale aangevraagde hoeveelheid per aanvrager per contingent ten minste 10 ton en ten hoogste de in het kader van het betrokken contingent beschikbare hoeveelheid zoals vermeld in kolom 4 van die bijlage.

Voor de overige in bijlage XIV.5 — B1, kolom 3, bedoelde contingenten bedraagt de totale aangevraagde hoeveelheid per aanvrager per contingent ten minste 10 ton en ten hoogste 40 % van de in het kader van het betrokken contingent beschikbare hoeveelheid zoals vermeld in kolom 4 van die bijlage.

8.   Aanvragen voor uitvoercertificaten gaan vergezeld van een verklaring van de aangewezen importeur in de Verenigde Staten dat hij het recht heeft om in te voeren op grond van de in titel 7, subtitel A, deel 6, van de Code of Federal Regulations vastgestelde voorschriften van de Verenigde Staten inzake invoercertificaten voor tariefcontingenten voor zuivelproducten.

9.   Informatie over de door de Verenigde Staten van Amerika geopende contingenten wordt samen met de aanvraag voor een uitvoercertificaat ingediend volgens het model in bijlage XIV.

10.   In afwijking van artikel 11 van deze verordening worden de uitvoercertificaten afgegeven uiterlijk op 15 december van het jaar dat voorafgaat aan het contingentjaar voor de hoeveelheden waarvoor de certificaten zijn toegekend.

Artikel 60

Vrijgave van zekerheden in het kader van de door de Verenigde Staten van Amerika geopende uitvoercontingenten voor kaas

De zekerheid voor een certificaat wordt vrijgegeven op vertoon van het in artikel 14, leden 4 en 5, van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1239 bedoelde bewijs en van het volgende:

a)

een kopie van de elektronische of papieren versie van het cognossement of de internationale vrachtbrief of luchtvrachtbrief, naargelang het geval, met betrekking tot de producten waarvoor de douaneaangifte ten uitvoer was ingediend, en waarop de Verenigde Staten van Amerika zijn vermeld als eindbestemming, of

b)

een afdruk van de door de exporteur onafhankelijk gegenereerde elektronische tracking- en tracinginformatie van het vervoer, voor zover die aan de douaneaangifte ten uitvoer kan worden gekoppeld, waarop de Verenigde Staten van Amerika zijn vermeld als eindbestemming.

Artikel 61

Kennisgevingen in verband met de door de Verenigde Staten van Amerika geopende uitvoercontingenten voor kaas

1.   Uiterlijk op 18 september van elk jaar stellen de lidstaten de Commissie in kennis van de aanvragen die zijn ingediend voor elk van de door de Verenigde Staten van Amerika geopende contingenten voor kaas. Ook als er geen aanvragen zijn ingediend, wordt daarvan kennisgegeven.

2.   De kennisgeving omvat voor elk contingent:

a)

de lijst van de aanvragers, met hun naam, adres en EORI-nummer;

b)

de door elke aanvrager aangevraagde hoeveelheden, uitgesplitst naar GN-code en naar code van het Harmonized Tariff Schedule of the United States of America;

c)

naam, adres en referentienummer van de door de aanvrager aangewezen importeur.

3.   Vóór 15 januari van elk jaar stellen de lidstaten de Commissie in kennis van de hoeveelheden waarvoor zij certificaten hebben afgegeven, uitgesplitst naar GN-code.

Artikel 62

Toewijzingscoëfficiënt die wordt toegepast op de door de Verenigde Staten van Amerika geopende uitvoercontingenten voor kaas

1.   In afwijking van artikel 10 stelt de Commissie, wanneer de aanvragen voor uitvoercertificaten voor een contingent de voor het betrokken jaar beschikbare hoeveelheid overschrijden, uiterlijk op 31 oktober een toewijzingscoëfficiënt vast en maakt zij die bekend. Indien nodig kan een toewijzingscoëfficiënt van meer dan 100 % worden toegepast.

2.   Als de toepassing van de toewijzingscoëfficiënt ertoe leidt dat de toegewezen hoeveelheden minder dan 10 ton per contingent per aanvrager zouden bedragen, kunnen de aanvragers hun certificaataanvraag intrekken. In dergelijke gevallen stelt de aanvrager de met de afgifte van certificaten belaste autoriteit daarvan in kennis binnen drie werkdagen na de bekendmaking door de Commissie van de toewijzingscoëfficiënt.

3.   De bevoegde autoriteit stelt de Commissie binnen tien kalenderdagen na de bekendmaking van de toewijzingscoëfficiënt in kennis van de hoeveelheden waarvoor certificaataanvragen zijn ingetrokken, uitgesplitst naar GN-code.

4.   Wanneer de aanvragen voor uitvoercertificaten de beschikbare hoeveelheid voor het betrokken jaar niet overschrijden, wijst de Commissie de resterende hoeveelheden aan de aanvragers toe in verhouding tot de aangevraagde hoeveelheden, door een toewijzingscoëfficiënt vast te stellen. De uit de toepassing van de coëfficiënt resulterende hoeveelheid wordt naar beneden afgerond op de naastgelegen kilogram. In dat geval stellen de marktdeelnemers de met de afgifte van certificaten belaste autoriteit van de betrokken lidstaten binnen een week na de bekendmaking van de toewijzingscoëfficiënt in kennis van de extra hoeveelheid die zij aanvaarden. De te stellen zekerheid wordt dienovereenkomstig verhoogd.

5.   De bevoegde autoriteit stelt de Commissie binnen twee weken na de bekendmaking van de toewijzingscoëfficiënt in kennis van de aanvullende hoeveelheden die door de marktdeelnemers zijn aanvaard, uitgesplitst naar GN-code.

Artikel 63

Aangewezen importeurs voor de door de Verenigde Staten van Amerika geopende uitvoercontingenten voor kaas

1.   De Commissie deelt de namen van de aangewezen importeurs en de toegewezen hoeveelheden mee aan de bevoegde autoriteiten van de Verenigde Staten van Amerika.

2.   Wanneer de aangewezen importeur geen invoercertificaat voor de betrokken hoeveelheden krijgt toegewezen onder omstandigheden die geen reden geven tot twijfel over de goede trouw waarmee de marktdeelnemer een verklaring heeft ingediend dat hij in aanmerking komt op grond van de voorschriften van het Ministerie van Landbouw van de Verenigde Staten (USDA) inzake invoercertificaten voor tariefcontingenten voor zuivelproducten, die zijn vastgesteld in titel 7, subtitel A, deel 6, van de Code of Federal Regulations (CFR), kan de met de afgifte van certificaten belaste autoriteit de marktdeelnemer toestemming geven om een andere importeur aan te wijzen die voorkomt op de USDA-lijst van erkende importeurs en van wie de naam overeenkomstig lid 1 is meegedeeld.

3.   De met de afgifte van certificaten belaste autoriteit stelt de Commissie zo spoedig mogelijk van de wijziging van de aangewezen importeur in kennis, waarna de Commissie de bevoegde autoriteiten van de Verenigde Staten van Amerika van deze wijziging in kennis stelt.

Artikel 64

Uitvoer in het kader van het door Canada geopende contingent voor kaas

1.   Overeenkomstig de Overeenkomst inzake de voltooiing van de onderhandelingen tussen de Europese Gemeenschap en Canada betreffende artikel XXIV, lid 6, en de daarbij horende briefwisseling, die zijn goedgekeurd bij Besluit 95/591/EG van de Raad (52) staat een tariefcontingent voor de uitvoer naar Canada van kaas open onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden.

Het volume van de producten en de tariefcontingentperiode voor dat contingent zijn vermeld in bijlage XIII bij deze verordening.

2.   Voor de uitvoer van kaas naar Canada in het kader van dat contingent is een uitvoercertificaat vereist overeenkomstig bijlage XIII.

3.   Een certificaataanvraag is slechts ontvankelijk indien de aanvrager schriftelijk verklaart dat alle onder hoofdstuk 4 van de gecombineerde nomenclatuur vallende grondstoffen die bij de vervaardiging van de onder zijn aanvraag vallende producten zijn gebruikt, volledig in de Unie zijn geproduceerd op basis van volledig in de Unie verkregen melk. De aanvragers verbinden zich er tevens schriftelijk toe dat zij op verzoek van de bevoegde autoriteiten het bewijs zullen leveren dat aan die voorwaarden is voldaan. De bevoegde autoriteiten kunnen dat bewijs door middel van controles ter plaatse verifiëren.

4.   De uitvoercertificaataanvraag en het uitvoercertificaat bevatten de volgende informatie:

a)

in vak 7 wordt “Canada” als land van bestemming vermeld; in dat vak wordt het vakje “ja” aangekruist;

b)

in vak 15 staat de omschrijving volgens de gecombineerde nomenclatuur op het niveau van zes cijfers voor de producten van de GN-codes 0406 10, 0406 20, 0406 30 en 0406 40 en op het niveau van acht cijfers voor de producten van GN-code 0406 90. In vak 15 mogen niet meer dan zes aldus omschreven producten worden vermeld;

c)

in vak 16 wordt de GN-code van acht cijfers vermeld, alsmede het in kg uitgedrukte gewicht voor elk in vak 15 vermeld product. Het certificaat is slechts voor de aldus aangegeven producten en hoeveelheden geldig;

d)

in de vakken 17 en 18 wordt de totale hoeveelheid van de in vak 16 bedoelde producten vermeld;

e)

in vak 20 wordt, naargelang van het geval, een van de volgende vermeldingen aangebracht:

i)

“Kaas bestemd om rechtstreeks naar Canada te worden uitgevoerd. Artikel 64 van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761 — Contingent voor het kalenderjaar xxxx”;

ii)

“Kaas bestemd om rechtstreeks/via New York naar Canada te worden uitgevoerd. Artikel 64 van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761 – Contingent voor het kalenderjaar xxxx”.

Wordt de kaas naar Canada vervoerd via derde landen, dan moeten deze landen in plaats van of samen met New York worden vermeld;

f)

in vak 22 wordt het volgende vermeld: “Zonder uitvoerrestitutie”.

5.   Bij de aanvraag van een invoercertificaat legt de titularis van het uitvoercertificaat het originele uitvoercertificaat of een gewaarmerkte kopie van het uitvoercertificaat over aan de bevoegde Canadese autoriteit.

HOOFDSTUK 8

Varkensvlees

Artikel 65

Tariefcontingenten

Overeenkomstig de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten uit hoofde van artikel XXIV, lid 6, en artikel XXVIII van de GATT 1994, die is goedgekeurd bij Besluit 2006/333/EG, staan tariefcontingenten voor de invoer in de Unie van varkensvlees open onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden.

Voor elk tariefcontingent zijn het volume van de producten, het volgnummer en de invoertariefcontingentperiode en de deelperioden vermeld in bijlage X bij deze verordening.

Artikel 66

Tariefcontingenten voor producten van oorsprong uit Canada

1.   Varkensvlees van oorsprong uit Canada kan in de Unie slechts in het vrije verkeer worden gebracht na verstrekking van een oorsprongsverklaring. De oorsprongsverklaring wordt verstrekt op een factuur of ander handelsdocument waarin het product van oorsprong voldoende duidelijk is omschreven om het te kunnen identificeren. De tekst van de oorsprongsverklaring is die van bijlage 2 bij het Protocol inzake de oorsprongsregels en oorsprongsprocedures, dat is gehecht aan de Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds.

2.   Voor het tariefcontingent met volgnummer 09.4282 worden voor de omrekening van productgewicht naar equivalent geslacht gewicht de in deel B van bijlage XVI vastgelegde omrekeningsfactoren gebruikt.

3.   Invoercertificaataanvragen worden ingediend gedurende de eerste zeven dagen van de tweede maand vóór elk van de in bijlage X bij deze verordening vermelde deelperioden.

4.   Als na de eerste aanvraagperiode in een bepaalde deelperiode hoeveelheden beschikbaar blijven, kunnen in aanmerking komende aanvragers tijdens de twee volgende aanvraagperioden nieuwe invoercertificaataanvragen indienen overeenkomstig artikel 6 van deze verordening. In dergelijke gevallen kunnen exploitanten van levensmiddelenbedrijven waarvan de inrichtingen overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 853/2004 zijn erkend, een aanvraag indienen zonder dat zij een bewijs van handel hoeven over te leggen.

5.   De invoercertificaten worden afgegeven van de 23e dag tot het einde van de maand waarin de aanvragen werden ingediend.

6.   De invoercertificaten zijn geldig gedurende vijf maanden te rekenen vanaf hetzij de datum van afgifte in de zin van artikel 7 van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1239, hetzij de datum van het begin van de deelperiode waarvoor het invoercertificaat is afgegeven, indien die later valt. De invoercertificaten verstrijken evenwel uiterlijk op 31 december.

7.   De certificaathouders kunnen ongebruikte certificaathoeveelheden teruggeven voordat het certificaat verstreken is, en uiterlijk tot vier maanden vóór het einde van de tariefcontingentperiode. Elke certificaathouder kan tot 30 % van zijn individuele certificaathoeveelheid teruggeven.

8.   Als een deel van de certificaathoeveelheid overeenkomstig lid 7 wordt teruggegeven, wordt 60 % van de overeenkomstige zekerheid vrijgegeven.

HOOFDSTUK 9

Eieren

Artikel 67

Tariefcontingenten

Overeenkomstig de concessies in het kader van de Wereldhandelsorganisatie, die zijn goedgekeurd bij Besluit 94/800/EG, staan tariefcontingenten voor de invoer in de Unie in de eiersector en voor ovalbumine open onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden.

Voor elk tariefcontingent zijn het volume van de producten, het volgnummer en de invoertariefcontingentperiode en de deelperioden vermeld in bijlage XI bij deze verordening.

Artikel 68

Omrekening van het gewicht

1.   Voor de toepassing van deze verordening wordt het gewicht omgerekend in equivalent eieren in de schaal overeenkomstig de in deel A van bijlage XVI bij deze verordening vastgestelde forfaitaire opbrengstpercentages. De forfaitaire opbrengstpercentages zijn uitsluitend van toepassing op invoergoederen van goede handelskwaliteit die, in voorkomend geval, aan de normen van de Uniewetgeving voldoen en op voorwaarde dat de veredelingsproducten niet met behulp van bijzondere veredelingsmethoden werden verkregen om aan bijzondere kwaliteitseisen te voldoen.

2.   De referentiehoeveelheid wordt gecorrigeerd aan de hand van de in deel A van bijlage XVI bij deze verordening vastgelegde omrekeningsfactoren.

3.   Voor de toepassing van deze verordening wordt het gewicht van de lactoalbumine volgens de in deel A van bijlage XVI bij deze verordening vastgestelde omrekeningsbeginselen omgerekend in equivalent eieren in de schaal overeenkomstig het forfaitaire opbrengstpercentage 7,00 voor gedroogde lactoalbumine (GN-code 3502 20 91) en 53,00 voor andere lactoalbumine (GN-code 3502 20 99).

4.   Voor de certificaataanvragen voor de tariefcontingenten met de volgnummers 09.4275, 09.4401 en 09.4402 wordt de totale hoeveelheid omgerekend in equivalent eieren in de schaal.

5.   De op grond van deze verordening aan de Commissie gemelde hoeveelheden worden uitgedrukt in:

a)

kilogram equivalent eieren in de schaal voor de volgnummers 09.4275, 09.4401 en 09.4402;

b)

kilogram productgewicht voor volgnummer 09.4276.

HOOFDSTUK 10

Pluimveevlees

Artikel 69

Tariefcontingenten

Overeenkomstig de Overeenkomsten in de vorm van een proces-verbaal van overeenkomst betreffende bepaalde oliehoudende zaden tussen de Europese Gemeenschap en respectievelijk Argentinië, Brazilië, Canada, Polen, Zweden en Uruguay op grond van artikel XXVIII van de GATT, die zijn goedgekeurd bij Besluit 94/87/EG van de Raad (53), staan tariefcontingenten voor de invoer in de Unie van pluimveevlees open onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden.

Overeenkomstig de concessies in het kader van de Wereldhandelsorganisatie, die zijn goedgekeurd bij Besluit 94/800/EG, staan tariefcontingenten voor de invoer in de Unie van pluimveevleesproducten open onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden.

Overeenkomstig de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Staat Israël betreffende liberaliseringsmaatregelen voor het onderlinge handelsverkeer en de vervanging van Protocol nr. 1 en Protocol nr. 2 bij de associatieovereenkomst tussen de EG en Israël, die is goedgekeurd bij Besluit 2003/917/EG van de Raad (54), staan tariefcontingenten voor de invoer in de Unie van pluimveevleesproducten open onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden.

Overeenkomstig de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten uit hoofde van artikel XXIV, lid 6, en artikel XXVIII van de GATT 1994, die is goedgekeurd bij Besluit 2006/333/EG, staan tariefcontingenten voor de invoer in de Unie van pluimveevlees open onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden.

Overeenkomstig de Overeenkomsten in de vorm van een proces-verbaal van overeenstemming tussen de Europese Gemeenschap en de Federale Republiek Brazilië en tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Thailand uit hoofde van artikel XXVIII van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel 1994 (GATT 1994) met betrekking tot de wijziging van concessies voor pluimvee, die zijn goedgekeurd bij Besluit 2007/360/EG van de Raad (55), staan tariefcontingenten voor de invoer in de Unie van pluimveevlees open onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden.

Overeenkomstig de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds, wat titel III (met uitzondering van de bepalingen betreffende de behandeling van onderdanen van derde landen die legaal werken op het grondgebied van de andere partij) en de titels IV, V, VI en VII, alsmede de desbetreffende bijlagen en protocollen daarvan betreft, die is goedgekeurd bij Besluit 2014/668/EU van de Raad (56), staan tariefcontingenten voor de invoer in de Unie van pluimveevlees open onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden.

Voor elk tariefcontingent zijn het volume van de producten, het volgnummer en de invoertariefcontingentperiode en de deelperioden vermeld in bijlage XII bij deze verordening.

HOOFDSTUK 11

Honden- en kattenvoer

Artikel 70

Uitvoercertificaten voor honden- en kattenvoer van GN-code 2309 10 90 waarvoor een speciale behandeling geldt bij invoer in Zwitserland

1.   Overeenkomstig de concessies in het kader van de Wereldhandelsorganisatie (Uruguayronde) (57) staat een tariefcontingent voor de uitvoer naar Zwitserland van honden- en kattenvoer van oorsprong uit de EU open onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden.

Het volume van de producten en de uitvoertariefcontingentperiode voor dat tariefcontingent zijn vermeld in bijlage XIII bij deze verordening.

2.   De certificaataanvragen zijn slechts ontvankelijk indien de aanvrager schriftelijk verklaart dat alle grondstoffen die bij de vervaardiging van de onder zijn aanvraag vallende producten zijn gebruikt, volledig in de Unie zijn geproduceerd. De aanvragers verbinden zich er tevens schriftelijk toe dat zij op verzoek van de bevoegde autoriteiten zullen aantonen dat aan die voorwaarden is voldaan, en dat zij in voorkomend geval zullen instemmen met elke controle door die autoriteiten van de rekeningen en van de omstandigheden waaronder de betrokken producten zijn vervaardigd. Indien de aanvrager niet de fabrikant van de producten is, verstrekt hij ter staving van zijn aanvraag een soortgelijke verklaring en toezegging van de fabrikant.

3.   In afwijking van artikel 71, lid 1, mag het uitvoercertificaat AGREX worden vervangen door een factuur of enig ander handelsdocument waarin het product van oorsprong voldoende duidelijk is omschreven om het te kunnen identificeren

HOOFDSTUK 12

Gemeenschappelijke voorschriften voor bepaalde tariefcontingenten die zijn vermeld in de hoofdstukken 6, 7 en 11

Artikel 71

Voorschriften voor uitvoertariefcontingenten die worden beheerd door derde landen en die zijn onderworpen aan specifieke EU-regels

1.   Voor de uitvoer van producten die onder door derde landen beheerde uitvoertariefcontingenten vallen, dient het in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1239 bedoelde uitvoercertificaat AGREX te worden overgelegd.

2.   Certificaataanvragen voor die tariefcontingenten zijn slechts ontvankelijk indien aan de in artikel 64, lid 3, en in artikel 70, lid 2, bedoelde voorwaarden is voldaan.

3.   In afwijking van artikel 6, leden 1 en 2, kunnen marktdeelnemers meer dan één certificaataanvraag per maand indienen, en kunnen de certificaataanvragen op om het even welke dag worden ingediend, met inachtneming van artikel 3 van Verordening (EU) 2016/1239.

4.   De certificaten worden zo snel mogelijk na de indiening van een ontvankelijke aanvraag afgegeven.

5.   Op verzoek van de belanghebbende wordt een voor eensluidend gewaarmerkte kopie afgegeven van het certificaat waarop is afgeschreven.

6.   Uitvoercertificaten kunnen slechts voor één aangifte ten uitvoer worden gebruikt. Zodra de uitvoeraangifte is aanvaard, is het certificaat volledig gebruikt.

7.   Artikel 16 is niet van toepassing op door derde landen beheerde uitvoertariefcontingenten.

Artikel 72

Specifieke voorschriften voor invoertariefcontingenten die worden beheerd op basis van door de landen van uitvoer afgegeven documenten

1.   Wanneer een invoertariefcontingent wordt beheerd overeenkomstig artikel 187, onder b), iii), van Verordening (EU) nr. 1308/2013, is het door een land van uitvoer afgegeven document:

a)

een echtheidscertificaat voor de sector rundvlees;

b)

een formulier “Inward Monitoring Arrangement” (IMA 1) voor de sector melk en zuivelproducten.

2.   In afwijking van artikel 6, leden 1 en 2, kunnen marktdeelnemers meer dan één certificaataanvraag per maand indienen, en kunnen de certificaataanvragen op om het even welke dag worden ingediend, met inachtneming van artikel 3 van Verordening (EU) 2016/1239.

3.   Behalve voor de in de artikelen 49 en 50 bedoelde tariefcontingenten verstrekken de marktdeelnemers aan de met de afgifte van certificaten belaste autoriteit van de lidstaat van invoer het originele echtheidscertificaat of IMA 1-certificaat samen met hun aanvraag voor een invoercertificaat. De marktdeelnemer verstrekt tevens een kopie van het echtheidscertificaat of IMA 1-certificaat indien de met de afgifte van certificaten belaste autoriteit dat vereist. De aanvraag wordt ingediend binnen de geldigheidstermijn van het echtheidscertificaat of van het IMA 1-certificaat en uiterlijk op de laatste dag van de betrokken tariefcontingentperiode.

4.   De met de afgifte van certificaten belaste autoriteit verifieert of de informatie op het echtheidscertificaat overeenstemt met de informatie die zij van de Commissie heeft ontvangen. Indien dit het geval is en de Commissie geen andere instructies heeft gegeven, geeft de met de afgifte van certificaten belaste autoriteit onverwijld en uiterlijk zes kalenderdagen na ontvangst van de samen met een echtheidscertificaat of een IMA 1-certificaat ingediende aanvraag, invoercertificaten af.

5.   Een echtheidscertificaat of IMA 1-certificaat wordt slechts voor de afgifte van één invoercertificaat gebruikt.

6.   De met de afgifte van certificaten belaste autoriteit noteert op het echtheidscertificaat of het IMA 1-certificaat en op de kopie daarvan het nummer van de afgifte van het certificaat en de hoeveelheid waarvoor dat document is gebruikt. De hoeveelheid wordt uitgedrukt in hele, naar boven afgeronde eenheden. Het echtheidscertificaat of het IMA 1-certificaat wordt bewaard door de met de afgifte van certificaten belaste autoriteit. De kopie wordt aan de aanvrager teruggezonden om te worden gebruikt voor de douaneprocedures, wanneer daarin is voorzien in titel III van deze verordening.

7.   De Commissie kan een derde land verzoeken vertegenwoordigers van de Commissie toestemming te geven om, indien nodig, in dat derde land controles ter plaatse te verrichten. Die controles worden samen met de bevoegde autoriteiten van het betrokken derde land uitgevoerd.

8.   Zodra het land van uitvoer een of meer echtheidscertificaten of IMA 1-certificaten heeft afgegeven, stelt het de Commissie daarvan onmiddellijk in kennis. De uitwisseling van documenten en informatie tussen de Commissie en een land van uitvoer vindt plaats door middel van een informatiesysteem dat door de Commissie is opgezet overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1185. Indien een derde land dat vereist, kunnen documenten verder worden uitgewisseld met behulp van conventionele middelen, in welk geval het invoercertificaat uitsluitend ter beschikking van de titularis wordt gesteld wanneer het originele document van het land van uitvoer wordt overgelegd.

9.   De Commissie stelt de specimens van de afdrukken van de stempels die in het land van uitvoer door de autoriteit van afgifte worden gebruikt voor de afgifte van het echtheidscertificaat, ter beschikking van de met de afgifte van certificaten belaste autoriteiten en de douaneautoriteiten van de lidstaten. De door de autoriteiten van de landen van uitvoer aan de Commissie meegedeelde namen en handtekeningen van de personen die gemachtigd zijn om de echtheidscertificaten te ondertekenen, worden eveneens ter beschikking gesteld van de met de afgifte van certificaten belaste autoriteiten en de douaneautoriteiten van de lidstaten. De toegang tot de gegevensbank voor het specimenbeheersysteem (SMS) die deze informatie bevat, wordt beperkt tot de bevoegde personen en wordt aan de lidstaten verleend door middel van een informatiesysteem dat is opgezet overeenkomstig de artikelen 57 en 58 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447.

TITEL IV

SLOTBEPALINGEN

Artikel 73

Inwerkingtreding en toepassing

1.   Deze verordening treedt in werking op de zevende dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2.   Deze verordening is van toepassing op de tariefcontingentperioden die ingaan op of na 1 januari 2021.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 17 december 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549.

(3)  PB L 150 van 20.5.2014, blz. 1.

(4)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de voorschriften voor het beheer van tariefcontingenten voor invoer en uitvoer waarvoor een certificaat verplicht is, en tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het stellen van zekerheden bij het beheer van tariefcontingenten (zie bladzijde 1 van dit Publicatieblad).

(5)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1237 van de Commissie van 18 mei 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de uitvoeringsbepalingen voor het stelsel van invoer- en uitvoercertificaten en tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de voorschriften inzake de vrijgave en de verbeurdverklaring van voor dergelijke certificaten gestelde zekerheden, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 2535/2001, (EG) nr. 1342/2003, (EG) nr. 2336/2003, (EG) nr. 951/2006, (EG) nr. 341/2007 en (EG) nr. 382/2008 van de Commissie en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2390/98, (EG) nr. 1345/2005, (EG) nr. 376/2008 en (EG) nr. 507/2008 van de Commissie (PB L 206 van 30.7.2016, blz. 1).

(6)  Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1239 van de Commissie van 18 mei 2016 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het stelsel van invoer- en uitvoercertificaten (PB L 206 van 30.7.2016, blz. 44).

(7)  Multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguay-Ronde (1986-1994) — Bijlage 1 — Bijlage 1A — Overeenkomst inzake procedures op het gebied van invoervergunningen (WTO-GATT 1994) (PB L 336 van 23.12.1994, blz. 151).

(8)  Ministerieel besluit van Bali betreffende het beheer van tariefcontingenten WT/MIN (13)/39 — WT/L/914 van 11 december 2013.

(9)  Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 558).

(10)  Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).

(11)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 van de Commissie van 6 augustus 2014 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft betaalorganen en andere instanties, financieel beheer, goedkeuring van de rekeningen, voorschriften inzake controles, zekerheden en transparantie (PB L 255 van 28.8.2014, blz. 59).

(12)  

In het Bulgaars: Мито в рамките на квотата, което се прилага спрямо количеството, посочено в раздели 17 и 18

In het Spaans: Derecho contingentario aplicable a la cantidad indicada en las secciones 17 y 18

In het Tsjechisch: Clo v rámci kvóty uplatňované na množství uvedené v kolonkách 17 a 18

In het Deens: Toldsats inden for kontingentet gældende for den mængde, der er angivet i afdeling 17 og 18

In het Duits: Kontingentszollsatz für die in den Felden 17 und 18 angegebene Menge

In het Ests: Punktides 17 ja 18 nimetatud koguse suhtes kohaldatav kvoodijärgne tollimaksumäär

In het Grieks: Εντός ποσόστωσης δασμός που εφαρμόζεται στην ποσότητα η οποία αναγράφεται στις θέσεις 17 και 18

In het Engels: In-quota duty applicable to the quantity specified in Sections 17 and 18

In het Frans: Droit contingentaire applicable à la quantité spécifiée aux Sections 17 et 18

In het Kroatisch: stopa carine unutar kvote koja se primjenjuje na količinu navedenu u odjeljcIMA 17. i 18

In het Italiaans: Dazio contingentale applicabile al quantitativo specificato nelle sezioni 17 e 18

In het Lets: Kvotas maksājuma likme, kas piemērojama 17. un 18. ailē norādītajam daudzumam

In het Litouws: muitas, taikomas 17 ir 18 skyriuose nurodytiems kvotos neviršijantiems kiekiams

In het Hongaars: A 17. és 18. szakaszban meghatározott mennyiségre alkalmazandó vámkontingensen belüli vámtétel

In het Maltees: Dazju fil-kwota applikabbli għall-kwantità speċifikata fit-Taqsimiet 17 u 18

In het Nederlands: Het contingentrecht geldt voor de in de vakken 17 en 18 vermelde hoeveelheid

In het Pools: stawka celna w ramach kontyngentu mająca zastosowanie do ilości określonej w sekcjach 17 i 18

In het Portugees: Direito dentro do contingente aplicável à quantidade especificada nas casas 17 e 18

In het Roemeens: Taxă vamală contingentară aplicabilă cantității specificate în secțiunile 17 și 18

In het Slowaaks: Clo v rámci kvóty uplatniteľné na množstvo uvedené v oddieloch 17 a 18

In het Sloveens: Dajatev v okviru kvote, ki se uporablja za količino iz oddelkov 17 in 18

In het Fins: 17 ja 18 kohdassa tarkoitettuun määrään sovellettava kiintiötulli

In het Zweeds: Tillämplig tullsats inom kvoten för den kvantitet som anges i fälten 17 och 18

(13)  

In het Bulgaars: Член 3, параграф 4 от Регламент (ЕИО) № 1182/71 не се прилага

In het Spaans: No es de aplicación el artículo 3, apartado 4, del Reglamento (CEE) n o 1182/71

In het Tsjechisch: Ustanovení čl. 3 odst. 4 nařízení (EHS) č. 1182/71 se nepoužije

In het Deens: Artikel 3, stk. 4, i forordning (EØF) nr. 1182/71 finder ikke anvendelse

In het Duits: Artikel 3 Absatz 4 der Verordnung (EWG) Nr. 1182/71 kommt nicht zur Anwendung

In het Ests: Määruse (EMÜ) nr 1182/71 artikli 3 lõiget 4 ei kohaldata

In het Grieks: Το άρθρο 3 παράγραφος 4 του κανονισμού (ΕΟΚ) αριθ. 1182/71 δεν εφαρμόζεται

In het Engels: Article 3(4) of Regulation (EEC) No 1182/71 shall not apply In het Frans: L’article 3, paragraphe 4, du règlement (CEE) n° 1182/71 ne s’applique pas

In het Kroatisch: Članak 3. stavak 4. Uredbe (EEZ) br. 1182/71 se ne primjenjuje

In het Italiaans: L’articolo 3, paragrafo 4, del regolamento (CEE) n. 1182/71 non si applica

In het Lets: Regulas (EEK) Nr. 1182/71 3. panta 4. punktu nepiemēro

In het Litouws: Reglamento (EEB) Nr. 1182/71 3 straipsnio 4 dalis netaikoma

In het Hongaars: Az 1182/71/EGK rendelet 3. cikkének (4) bekezdését nem kell alkalmazni

In het Maltees: L-Artikolu 3(4) tar-Regolament (KEE) Nru 1182/71 ma għandux japplika

In het Nederlands: Artikel 3, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 1182/71 is niet van toepassing

In het Pools: Artykuł 3 ust. 4 rozporządzenia (EWG) nr 1182/71 nie ma zastosowania

In het Portugees: O artigo 3.o, n.o 4, do Regulamento (CEE) n.o 1182/71 não é aplicável

In het Roemeens: Articolul 3 alineatul 4 din Regulamentul (CEE) nr. 1182/71 nu se aplică

In het Slowaaks: Článok 3 ods. 4 nariadenia (EHS) č. 1182/71 sa neuplatňuje

In het Sloveens: Člen 3(4) Uredbe (EGS) št. 1182/71 se ne uporablja

In het Fins: Asetuksen (ETY) N:o 1182/71 3 artiklan 4 kohtaa ei sovelleta

In het Zweeds: Artikel 3.4 i förordning (EEG) nr 1182/71 skall inte tillämpas.

(14)  Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van de Raad van 3 juni 1971 houdende vaststelling van de regels die van toepassing zijn op termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden (PB L 124 van 8.6.1971, blz. 1).

(15)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/1183 van de Commissie van 20 april 2017 tot aanvulling van de Verordeningen (EU) nr. 1307/2013 en (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de aan de Commissie te melden informatie en documenten (PB L 171 van 4.7.2017, blz. 100).

(16)  Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1185 van de Commissie van 20 april 2017 tot vaststelling van voorschriften voor de toepassing van de Verordeningen (EU) nr. 1307/2013 en (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de aan de Commissie te melden informatie en documenten en tot wijziging en intrekking van diverse verordeningen van de Commissie (PB L 171 van 4.7.2017, blz. 113).

(17)  Besluit 94/800/EG van de Raad van 22 december 1994 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap voor wat betreft de onder haar bevoegdheid vallende aangelegenheden, van de uit de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde (1986-1994) voortvloeiende overeenkomsten (PB L 336 van 23.12.1994, blz. 1).

(18)  Besluit 2006/333/EG van de Raad van 20 maart 2006 betreffende de sluiting van een overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika uit hoofde van artikel XXIV, lid 6, en artikel XXVIII van de GATT 1994, betreffende de wijziging van de concessies die vervat zijn in de lijsten van verbintenissen van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek, in verband met hun toetreding tot de Europese Unie (PB L 124 van 11.5.2006, blz. 13).

(19)  Besluit 2007/444/EG van de Raad van 22 februari 2007 betreffende de sluiting van een overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van Canada betreffende de sluiting van de onderhandelingen uit hoofde van artikel XXIV, lid 6, van de GATT (PB L 169 van 29.6.2007, blz. 53).

(20)  Verordening (EU) nr. 642/2010 van de Commissie van 20 juli 2010 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad ten aanzien van de invoerrechten in de sector granen (PB L 187 van 21.7.2010, blz. 5).

(21)  Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 van de Commissie van 18 mei 2016 houdende uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft openbare interventie en steun voor particuliere opslag (PB L 206 van 30.7.2016, blz. 71).

(22)  PB L 11 van 14.1.2017, blz. 23.

(23)  Verordening (EG) nr. 1095/96 van de Raad van 18 juni 1996 betreffende de tenuitvoerlegging van de concessies in de lijst CXL die is opgesteld naar aanleiding van de voltooiing van de onderhandelingen in het kader van artikel XXIV, lid 6, van de GATT (PB L 146 van 20.6.1996, blz. 1).

(24)  Besluit 96/317/EG van de Raad van 13 mei 1996 betreffende de aanvaarding van de resultaten van het overleg met Thailand in het kader van artikel XXIII van de GATT (PB L 122 van 22.5.1996, blz. 15).

(25)  Besluit 2004/239/EG, Euratom van de Raad en de Commissie van 23 februari 2004 inzake de sluiting van de stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds (PB L 84 van 20.3.2004, blz. 1).

(26)  Besluit 2009/330/EG van de Raad van 15 september 2008 betreffende de ondertekening van een Protocol bij de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Albanië, anderzijds, om rekening te houden met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie (PB L 107 van 28.4.2009, blz. 1).

(27)  Besluit 2013/490/EU, Euratom van de Raad en de Commissie van 22 juli 2013 betreffende de sluiting van de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Servië, anderzijds (PB L 278 van 18.10.2013, blz. 14).

(28)  Besluit (EU) 2017/75 van de Raad van 21 november 2016 betreffende de ondertekening, namens de Unie en haar lidstaten, en de voorlopige toepassing van het protocol bij de stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Bosnië en Herzegovina, anderzijds, om rekening te houden met de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie (PB L 12 van 17.1.2017, blz. 1).

(29)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met nadere regels betreffende een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 1).

(30)  Besluit 98/238/EG, EGKS van de Raad en de Commissie van 26 januari 1998 inzake de sluiting van de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Tunesië, anderzijds (PB L 97 van 30.3.1998, blz. 1).

(31)  Besluit 2001/404/EG van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de sluiting van een overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Argentinië in het kader van artikel XXVIII van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT) 1994, met het oog op de wijziging, wat knoflook betreft, van de concessies die zijn opgenomen in lijst CXL, gehecht aan de GATT-overeenkomst (PB L 142 van 29.5.2001, blz. 7).

(32)  Besluit 2006/398/EG van de Raad van 20 maart 2006 houdende sluiting van een Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Volksrepubliek China uit hoofde van artikel XXIV, lid 6, en artikel XXVIII van de GATT 1994, betreffende de wijziging van de concessies die vervat zijn in de lijsten van verbintenissen van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek, in verband met hun toetreding tot de Europese Unie (PB L 154 van 8.6.2006, blz. 22).

(33)  Besluit (EU) 2016/1885 van de Raad van 18 oktober 2016 betreffende de sluiting van de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en de Volksrepubliek China uit hoofde van artikel XXIV, lid 6, en artikel XXVIII van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT) 1994 betreffende de wijziging van de concessies die vervat zijn in de lijsten van verbintenissen van de Republiek Kroatië, in verband met haar toetreding tot de Europese Unie (PB L 291 van 26.10.2016, blz. 7).

(34)  Verordening (EG) nr. 341/2007 van de Commissie van 29 maart 2007 houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van tariefcontingenten en instelling van een stelsel van invoercertificaten en certificaten van oorsprong voor uit derde landen ingevoerde knoflook en bepaalde andere landbouwproducten (PB L 90 van 30.3.2007, blz. 12).

(35)  Besluit 2002/309/EG, Euratom van de Raad en, wat betreft de overeenkomst inzake wetenschappelijke en technologische samenwerking, van de Commissie van 4 april 2002 betreffende de sluiting van zeven overeenkomsten met de Zwitserse Bondsstaat (PB L 114 van 30.4.2002, blz. 1).

(36)  Besluit 2008/474/EG van de Raad van 16 juni 2008 inzake de ondertekening en sluiting van een Interimovereenkomst betreffende de handel en aanverwante zaken tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en Bosnië en Herzegovina, anderzijds (PB L 169 van 30.6.2008, blz. 10).

(37)  Besluit 2010/36/EG van de Raad van 29 april 2008 inzake de ondertekening en sluiting van de Interimovereenkomst betreffende de handel en aanverwante zaken tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Republiek Servië, anderzijds (PB L 28 van 30.1.2010, blz. 1).

(38)  Besluit 2010/224/EU, Euratom van de Raad en de Commissie van 29 maart 2010 betreffende de sluiting van de stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Montenegro, anderzijds (PB L 108 van 29.4.2010, blz. 1).

(39)  Deze benaming laat de standpunten over de status van Kosovo onverlet, en is in overeenstemming met Resolutie 1244 (1999) van de VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo.

(40)  Besluit (EU) 2016/342 van de Raad van 12 februari 2016 betreffende de sluiting, namens de Unie, van de stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en Kosovo, anderzijds (PB L 71 van 16.3.2016, blz. 1).

(41)  Besluit 2005/269/EG van de Raad van 28 februari 2005 betreffende de sluiting van de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds (PB L 84 van 2.4.2005, blz. 19).

(42)  Besluit 2006/106/EG van de Raad van 30 januari 2006 betreffende de sluiting van een Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Australië uit hoofde van artikel XXIV, lid 6, en artikel XXVIII van de GATT 1994 betreffende de wijziging van de concessies die vervat zijn in de lijsten van verbintenissen van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek, in verband met hun toetreding tot de Europese Unie (PB L 47 van 17.2.2006, blz. 52).

(43)  Besluit (EU) 2017/38 van de Raad van 28 oktober 2016 betreffende de voorlopige toepassing van de Brede Economische en Handelsovereenkomst (CETA) tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds (PB L 11 van 14.1.2017, blz. 1080).

(44)  Besluit (EU) 2017/1247 van de Raad van 11 juli 2017 betreffende de sluiting namens de Europese Unie van de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds, met uitzondering van de bepalingen betreffende de behandeling van onderdanen van derde landen die legaal werken op het grondgebied van de andere partij (PB L 181 van 12.7.2017, blz. 1).

(45)  Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55).

(46)  Besluit nr. 1/98 van de Associatieraad EG-Turkije van 25 februari 1998 betreffende de handelsregeling voor landbouwproducten — Protocol nr. 1 betreffende de preferentiële regeling voor invoer in de Gemeenschap van landbouwproducten van oorsprong uit Turkije — Protocol nr. 2 betreffende de preferentiële regeling voor invoer in Turkije van landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap — Protocol nr. 3 Oorsprongsregels — Gemeenschappelijke verklaring inzake de Republiek San Marino — Gemeenschappelijke verklaring (PB L 86 van 20.3.1998, blz. 1).

(47)  Besluit 1999/753/EG van de Raad van 29 juli 1999 betreffende de voorlopige toepassing van de Overeenkomst inzake handel, ontwikkeling en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Zuid-Afrika, anderzijds (PB L 311 van 4.12.1999, blz. 1).

(48)  Besluit 2011/818/EU van de Raad van 8 november 2011 betreffende de sluiting van de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Noorwegen over aanvullende handelspreferenties voor landbouwproducten op grond van artikel 19 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (PB L 327 van 9.12.2011, blz. 1).

(49)  Besluit 2008/805/EG van de Raad van 15 juli 2008 tot ondertekening en voorlopige toepassing van de economische partnerschapsovereenkomst tussen de Cariforum-staten, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds (PB L 289 van 30.10.2008, blz. 1).

(50)  Besluit (EU) 2017/1913 van de Raad van 9 oktober 2017 betreffende de sluiting van de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en IJsland inzake aanvullende handelspreferenties voor landbouwproducten (PB L 274 van 24.10.2017, blz. 57).

(51)  Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1).

(52)  Besluit 95/591/EG van de Raad van 22 december 1995 houdende goedkeuring van de resultaten van de onderhandelingen met bepaalde derde landen betreffende artikel XXIV, lid 6, van de GATT en aanverwante zaken (Verenigde Staten en Canada) (PB L 334 van 30.12.1995, blz. 25).

(53)  Besluit 94/87/EG van de Raad van 20 december 1993 inzake het sluiten van Overeenkomsten in de vorm van een proces-verbaal van overeenkomst betreffende bepaalde oliehoudende zaden tussen de Europese Gemeenschap en respectievelijk Argentinië, Brazilië, Canada, Polen, Zweden en Uruguay op grond van artikel XXVIII van de GATT (PB L 47 van 18.2.1994, blz. 1).

(54)  Besluit 2003/917/EG van de Raad van 22 december 2003 inzake de sluiting van een Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Staat Israël betreffende liberaliseringsmaatregelen voor het onderlinge handelsverkeer en de vervanging van de Protocollen nrs. 1 en 2 bij de Associatieovereenkomst EG-Israël (PB L 346 van 31.12.2003, blz. 65).

(55)  Besluit 2007/360/EG van de Raad van 29 mei 2007 inzake de sluiting van overeenkomsten in de vorm van een proces-verbaal van overeenstemming tussen de Europese Gemeenschap en de Federale Republiek Brazilië en tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Thailand uit hoofde van artikel XXVIII van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel 1994 (GATT 1994) met betrekking tot de wijziging van concessies voor pluimvee (PB L 138 van 30.5.2007, blz. 10).

(56)  Besluit 2014/668/EU van de Raad van 23 juni 2014 inzake de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds, wat titel III (met uitzondering van de bepalingen betreffende de behandeling van onderdanen van derde landen die legaal werken op het grondgebied van de andere partij) en de titels IV, V, VI en VII, alsmede de desbetreffende bijlagen en protocollen daarvan betreft (PB L 278 van 20.9.2014, blz. 1).

(57)  Besluit 94/800/EG van de Raad van 22 december 1994 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap voor wat betreft de onder haar bevoegdheid vallende aangelegenheden, van de uit de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde (1986-1994) voortvloeiende overeenkomsten (PB L 336 van 23.12.1994, blz. 1).


BIJLAGE I

Lijst van geopende tariefcontingenten en vereisten waaraan moet worden voldaan

Tariefcontingentnummer/omschrijving

Sector

Soort contingent

Beheersmethode

Vereiste inzake de referentiehoeveelheid als vastgesteld in artikel 9 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760

Vereiste van een bewijs van handel als vastgesteld in artikel 8 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760

Vervaldatum certificaat

Verplichte voorafgaande registratie van marktdeelnemers in het elektronische systeem als bedoeld in artikel 13 van Gedelegeerde Verordening 2020/760

09.4123

Granen

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Neen

 

Neen

09.4124

Granen

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Neen

 

Neen

09.4125

Granen

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Neen

 

Neen

09.4131

Granen

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4133

Granen

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Neen

 

Neen

09.4306

Granen

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4307

Granen

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4308

Granen

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4120

Granen

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

Overeenkomstig artikel 26 van deze verordening

Neen

09.4121

Granen

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

Overeenkomstig artikel 26 van deze verordening

Neen

09.4122

Granen

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

Overeenkomstig artikel 26 van deze verordening

Neen

09.4112

Rijst

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4116

Rijst

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4117

Rijst

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4118

Rijst

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4119

Rijst

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4127

Rijst

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4128

Rijst

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4129

Rijst

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4130

Rijst

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4138

Rijst

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4148

Rijst

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Neen

 

Neen

09.4149

Rijst

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4150

Rijst

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Neen

 

Neen

09.4153

Rijst

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4154

Rijst

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4166

Rijst

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4168

Rijst

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4317

Suiker

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4318

Suiker

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4319

Suiker

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4320

Suiker

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4321

Suiker

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4324

Suiker

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4325

Suiker

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4326

Suiker

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4327

Suiker

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4329

Suiker

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4330

Suiker

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4032

Olijfolie

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4099

Groenten en fruit

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4104

Groenten en fruit

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Ja

Alleen wanneer artikel 9, lid 9, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van toepassing is

 

Neen

09.4285

Groenten en fruit

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Ja

Alleen wanneer artikel 9, lid 9, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van toepassing is

Tot het einde van de tariefcontingentperiode

Ja

09.4287

Groenten en fruit

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4284

Groenten en fruit

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Ja

Alleen wanneer artikel 9, lid 9, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van toepassing is

Tot het einde van de tariefcontingentperiode

Neen

09.4286

Groenten en fruit

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Ja

Alleen wanneer artikel 9, lid 9, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van toepassing is

Tot het einde van de tariefcontingentperiode

Neen

09.4001

Rundvlees

Invoer

EU: documenten afgegeven door het land van uitvoer

Neen

Neen

 

Neen

09.4202

Rundvlees

Invoer

EU: documenten afgegeven door het land van uitvoer

Neen

Neen

 

Neen

09.4003

Rundvlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Ja

Alleen wanneer artikel 9, lid 9, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van toepassing is

Tot het einde van de tariefcontingentperiode

Neen

09.4004

Rundvlees

Invoer

EU: documenten afgegeven door het land van uitvoer

Neen

Neen

 

Neen

09.4181

Rundvlees

Invoer

EU: documenten afgegeven door het land van uitvoer

Neen

Neen

 

Neen

09.4198

Rundvlees

Invoer

EU: documenten afgegeven door het land van uitvoer

Neen

Neen

 

Neen

09.4199

Rundvlees

Invoer

EU: documenten afgegeven door het land van uitvoer

Neen

Neen

 

Neen

09.4200

Rundvlees

Invoer

EU: documenten afgegeven door het land van uitvoer

Neen

Neen

 

Neen

09.4002

Rundvlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Neen

 

Neen

09.4270

Rundvlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Ja

Alleen wanneer artikel 9, lid 9, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van toepassing is

Tot het einde van de tariefcontingentperiode

Neen

09.4280

Rundvlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4281

Rundvlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4450

Rundvlees

Invoer

EU: documenten afgegeven door het land van uitvoer

Neen

Neen

 

Neen

09.4451

Rundvlees

Invoer

EU: documenten afgegeven door het land van uitvoer

Neen

Neen

 

Neen

09.4452

Rundvlees

Invoer

EU: documenten afgegeven door het land van uitvoer

Neen

Neen

 

Neen

09.4453

Rundvlees

Invoer

EU: documenten afgegeven door het land van uitvoer

Neen

Neen

 

Neen

09.4454

Rundvlees

Invoer

EU: documenten afgegeven door het land van uitvoer

Neen

Neen

 

Neen

09.4455

Rundvlees

Invoer

EU: documenten afgegeven door het land van uitvoer

Neen

Neen

 

Neen

09.4504

Rundvlees

Invoer

EU: documenten afgegeven door het land van uitvoer

Neen

Neen

 

Neen

09.4505

Rundvlees

Invoer

EU: documenten afgegeven door het land van uitvoer

Neen

Neen

 

Neen

09.4155

Melk en zuivelproducten

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4179

Melk en zuivelproducten

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4182

Melk en zuivelproducten

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4195

Melk en zuivelproducten

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4225

Melk en zuivelproducten

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4226

Melk en zuivelproducten

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4227

Melk en zuivelproducten

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4228

Melk en zuivelproducten

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4229

Melk en zuivelproducten

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4514

Melk en zuivelproducten

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4515

Melk en zuivelproducten

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4521

Melk en zuivelproducten

Invoer

EU: documenten afgegeven door het land van uitvoer

Neen

Neen

 

Neen

09.4522

Melk en zuivelproducten

Invoer

EU: documenten afgegeven door het land van uitvoer

Neen

Neen

 

Neen

09.4595

Melk en zuivelproducten

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4600

Melk en zuivelproducten

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4601

Melk en zuivelproducten

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4602

Melk en zuivelproducten

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

Door de Verenigde Staten van Amerika geopend contingent voor kaas

Melk en zuivelproducten

Uitvoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

Door de Dominicaanse Republiek geopend contingent voor melkpoeder

Melk en zuivelproducten

Uitvoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

Door Canada geopend contingent voor kaas

Melk en zuivelproducten

Uitvoer

Derde land

Neen

Neen

31 december

Neen

09.4038

Varkensvlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Neen

 

Neen

09.4170

Varkensvlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4271

Varkensvlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Ja

Alleen wanneer artikel 9, lid 9, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van toepassing is

Tot het einde van de tariefcontingentperiode

Neen

09.4272

Varkensvlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Ja

Alleen wanneer artikel 9, lid 9, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van toepassing is

Tot het einde van de tariefcontingentperiode

Neen

09.4282

Varkensvlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4275

Eieren

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Neen

 

Neen

09.4276

Eieren

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Neen

 

Neen

09.4401

Eieren

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4402

Eieren

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Neen

 

Neen

09.4067

Pluimveevlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Ja

Alleen wanneer artikel 9, lid 9, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van toepassing is

Tot het einde van de tariefcontingentperiode

Ja

09.4068

Pluimveevlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Ja

Alleen wanneer artikel 9, lid 9, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van toepassing is

Tot het einde van de tariefcontingentperiode

Ja

09.4069

Pluimveevlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Ja

Alleen wanneer artikel 9, lid 9, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van toepassing is

Tot het einde van de tariefcontingentperiode

Ja

09.4070

Pluimveevlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Neen

 

Neen

09.4092

Pluimveevlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4169

Pluimveevlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Neen

 

Neen

09.4211

Pluimveevlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Ja

Alleen wanneer artikel 9, lid 9, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van toepassing is

Tot het einde van de tariefcontingentperiode

Ja

09.4212

Pluimveevlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Ja

Alleen wanneer artikel 9, lid 9, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van toepassing is

Tot het einde van de tariefcontingentperiode

Ja

09.4213

Pluimveevlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Ja

Alleen wanneer artikel 9, lid 9, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van toepassing is

Tot het einde van de tariefcontingentperiode

Ja

09.4214

Pluimveevlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Ja

Alleen wanneer artikel 9, lid 9, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van toepassing is

Tot het einde van de tariefcontingentperiode

Ja

09.4215

Pluimveevlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Ja

Alleen wanneer artikel 9, lid 9, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van toepassing is

Tot het einde van de tariefcontingentperiode

Ja

09.4216

Pluimveevlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Ja

Alleen wanneer artikel 9, lid 9, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van toepassing is

Tot het einde van de tariefcontingentperiode

Ja

09.4217

Pluimveevlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4218

Pluimveevlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Neen

 

Neen

09.4251

Pluimveevlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Ja

Alleen wanneer artikel 9, lid 9, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van toepassing is

Tot het einde van de tariefcontingentperiode

Ja

09.4252

Pluimveevlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4253

Pluimveevlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Neen

 

Neen

09.4254

Pluimveevlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Ja

Alleen wanneer artikel 9, lid 9, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van toepassing is

Tot het einde van de tariefcontingentperiode

Ja

09.4255

Pluimveevlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Ja

Alleen wanneer artikel 9, lid 9, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van toepassing is

Tot het einde van de tariefcontingentperiode

Ja

09.4256

Pluimveevlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Ja

Alleen wanneer artikel 9, lid 9, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van toepassing is

Tot het einde van de tariefcontingentperiode

Neen

09.4257

Pluimveevlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Ja

Alleen wanneer artikel 9, lid 9, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van toepassing is

Tot het einde van de tariefcontingentperiode

Neen

09.4258

Pluimveevlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Ja

Alleen wanneer artikel 9, lid 9, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van toepassing is

Tot het einde van de tariefcontingentperiode

Neen

09.4259

Pluimveevlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Ja

Alleen wanneer artikel 9, lid 9, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van toepassing is

Tot het einde van de tariefcontingentperiode

Neen

09.4260

Pluimveevlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Ja

Alleen wanneer artikel 9, lid 9, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van toepassing is

Tot het einde van de tariefcontingentperiode

Ja

09.4263

Pluimveevlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Ja

Alleen wanneer artikel 9, lid 9, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van toepassing is

Tot het einde van de tariefcontingentperiode

Ja

09.4264

Pluimveevlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Neen

 

Neen

09.4265

Pluimveevlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Neen

 

Neen

09.4266

Pluimveevlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Neen

 

Neen

09.4267

Pluimveevlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Neen

 

Neen

09.4268

Pluimveevlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4269

Pluimveevlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4273

Pluimveevlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Ja

Alleen wanneer artikel 9, lid 9, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van toepassing is

Tot het einde van de tariefcontingentperiode

Ja

09.4274

Pluimveevlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Ja

Alleen wanneer artikel 9, lid 9, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van toepassing is

Tot het einde van de tariefcontingentperiode

Neen

09.4283

Pluimveevlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Neen

Ja

 

Neen

09.4410

Pluimveevlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Ja

Alleen wanneer artikel 9, lid 9, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van toepassing is

Tot het einde van de tariefcontingentperiode

Ja

09.4411

Pluimveevlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Ja

Alleen wanneer artikel 9, lid 9, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van toepassing is

Tot het einde van de tariefcontingentperiode

Ja

09.4412

Pluimveevlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Ja

Alleen wanneer artikel 9, lid 9, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van toepassing is

Tot het einde van de tariefcontingentperiode

Ja

09.4420

Pluimveevlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Ja

Alleen wanneer artikel 9, lid 9, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van toepassing is

Tot het einde van de tariefcontingentperiode

Ja

09.4422

Pluimveevlees

Invoer

EU: gelijktijdig onderzoek

Ja

Alleen wanneer artikel 9, lid 9, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van toepassing is

Tot het einde van de tariefcontingentperiode

Ja

Honden- en kattenvoer voor Zwitserland

Honden- en kattenvoer

Uitvoer

Derde land

Neen

Neen

31 december

Neen


BIJLAGE II

Tariefcontingenten in de sector granen

Volgnummer

09.4123

Internationale overeenkomst of andere handeling

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika uit hoofde van artikel XXIV, lid 6, en artikel XXVIII van de GATT 1994, betreffende de wijziging van de concessies die vervat zijn in de lijsten van verbintenissen van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek, in verband met hun toetreding tot de Europese Unie, gesloten bij Besluit 2006/333/EG van de Raad

Tariefcontingentperiode

1 januari tot en met 31 december

Deelperioden voor het tariefcontingent

Neen

Certificaataanvraag

Overeenkomstig de artikelen 6, 7 en 8 van deze verordening

Productomschrijving

Zachte tarwe van een andere dan van hoge kwaliteit als gedefinieerd in bijlage II bij Verordening (EU) nr. 642/2010

Oorsprong

Verenigde Staten van Amerika

Bewijs van oorsprong bij de certificaataanvraag. Zo ja, instantie die bevoegd is voor de afgifte ervan

Neen

Bewijs van oorsprong voor het in het vrije verkeer brengen

Ja. Overeenkomstig artikel 61 van Verordening (EU) nr. 952/2013

Hoeveelheid in kg

572 000 000 kg

GN-codes

ex 1001 99 00

Douanerecht binnen het contingent

12 EUR per 1 000 kg

Bewijs van handel

Neen

Zekerheid voor het invoercertificaat

30 EUR per 1 000 kg

Specifieke informatie die op de certificaataanvraag en op het certificaat moet worden vermeld

In vak 8 van de invoercertificaataanvraag en van het invoercertificaat moet het land van oorsprong worden vermeld; in dat vak moet het vakje “ja” worden aangekruist

Geldigheidsduur van het certificaat

Overeenkomstig artikel 13 van deze verordening

Is het certificaat overdraagbaar?

Ja

Referentiehoeveelheid

Neen

Moet de marktdeelnemer in de LORI-databank zijn geregistreerd?

Neen

Specifieke voorwaarden

Neen


Volgnummer

09.4124

Internationale overeenkomst of andere handeling

Brede Economische en Handelsovereenkomst (CETA) tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds, voorlopig toegepast in de EU op grond van Besluit (EU) 2017/38 van de Raad

Tariefcontingentperiode

1 januari tot en met 31 december

Tariefcontingenten geopend van 2017 tot en met 2023

Deelperioden voor het tariefcontingent

Neen

Certificaataanvraag

Overeenkomstig de artikelen 6, 7 en 8 van deze verordening

Productomschrijving

Zachte tarwe van een andere dan van hoge kwaliteit als gedefinieerd in bijlage II bij Verordening (EU) nr. 642/2010

Oorsprong

Canada

Bewijs van oorsprong bij de certificaataanvraag. Zo ja, instantie die bevoegd is voor de afgifte ervan

Neen

Bewijs van oorsprong voor het in het vrije verkeer brengen

Ja. Overeenkomstig artikel 20 van deze verordening

Hoeveelheid in kg

Van 2017 tot en met 2023: 100 000 000 kg

GN-codes

ex 1001 99 00

Douanerecht binnen het contingent

0 EUR

Bewijs van handel

Neen

Zekerheid voor het invoercertificaat

30 EUR per 1 000 kg

Specifieke informatie die op de certificaataanvraag en op het certificaat moet worden vermeld

In vak 8 van de invoercertificaataanvraag en van het invoercertificaat moet het land van oorsprong worden vermeld; in dat vak moet het vakje “ja” worden aangekruist

Geldigheidsduur van het certificaat

Overeenkomstig artikel 13 van deze verordening

Is het certificaat overdraagbaar?

Ja

Referentiehoeveelheid

Neen

Moet de marktdeelnemer in de LORI-databank zijn geregistreerd?

Neen

Specifieke voorwaarden

Neen


Volgnummer

09.4125

Internationale overeenkomst of andere handeling

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika uit hoofde van artikel XXIV, lid 6, en artikel XXVIII van de GATT 1994, betreffende de wijziging van de concessies die vervat zijn in de lijsten van verbintenissen van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek, in verband met hun toetreding tot de Europese Unie, gesloten bij Besluit 2006/333/EG van de Raad

Tariefcontingentperiode

1 januari tot en met 31 december

Deelperioden voor het tariefcontingent

1 januari tot en met 30 juni

1 juli tot en met 31 december

Certificaataanvraag

Overeenkomstig de artikelen 6, 7 en 8 van deze verordening

Productomschrijving

Zachte tarwe van een andere dan van hoge kwaliteit als gedefinieerd in bijlage II bij Verordening (EU) nr. 642/2010

Oorsprong

Andere derde landen dan de Verenigde Staten van Amerika en Canada

Bewijs van oorsprong bij de certificaataanvraag. Zo ja, instantie die bevoegd is voor de afgifte ervan

Neen

Bewijs van oorsprong voor het in het vrije verkeer brengen

Ja. Overeenkomstig artikel 61 van Verordening (EU) nr. 952/2013

Hoeveelheid in kg

2 371 600 000 kg, als volgt verdeeld:

 

1 185 800 000 kg voor deelperiode 1 januari tot en met 30 juni

 

1 185 800 000 kg voor deelperiode 1 juli tot en met 31 december

GN-codes

ex 1001 99 00

Douanerecht binnen het contingent

12 EUR per 1 000 kg

Bewijs van handel

Neen

Zekerheid voor het invoercertificaat

30 EUR per 1 000 kg

Specifieke informatie die op de certificaataanvraag en op het certificaat moet worden vermeld

In vak 8 van de invoercertificaataanvraag en van het invoercertificaat moet het land van oorsprong worden vermeld; in dat vak moet het vakje “ja” worden aangekruist

Geldigheidsduur van het certificaat

Overeenkomstig artikel 13 van deze verordening

Is het certificaat overdraagbaar?

Ja

Referentiehoeveelheid

Neen

Moet de marktdeelnemer in de LORI-databank zijn geregistreerd?

Neen

Specifieke voorwaarden

Neen


Volgnummer

09.4131

Internationale overeenkomst of andere handeling

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika uit hoofde van artikel XXIV, lid 6, en artikel XXVIII van de GATT 1994, betreffende de wijziging van de concessies die vervat zijn in de lijsten van verbintenissen van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek, in verband met hun toetreding tot de Europese Unie, gesloten bij Besluit 2006/333/EG van de Raad

Tariefcontingentperiode

1 januari tot en met 31 december

Deelperioden voor het tariefcontingent

1 januari tot en met 30 juni

1 juli tot en met 31 december

Certificaataanvraag

Overeenkomstig de artikelen 6, 7 en 8 van deze verordening

Productomschrijving

Maïs

Oorsprong

Erga omnes

Bewijs van oorsprong bij de certificaataanvraag. Zo ja, instantie die bevoegd is voor de afgifte ervan

Neen

Bewijs van oorsprong voor het in het vrije verkeer brengen

Neen

Hoeveelheid in kg

277 988 000 kg, als volgt verdeeld:

 

138 994 000 kg voor deelperiode 1 januari tot en met 30 juni

 

138 994 000 kg voor deelperiode 1 juli tot en met 31 december

GN-codes

1005 10 90 en 1005 90 00

Douanerecht binnen het contingent

0 EUR

Bewijs van handel

Ja. 25 ton

Zekerheid voor het invoercertificaat

30 EUR per 1 000 kg

Specifieke informatie die op de certificaataanvraag en op het certificaat moet worden vermeld

Neen

Geldigheidsduur van het certificaat

Overeenkomstig artikel 13 van deze verordening

Is het certificaat overdraagbaar?

Ja

Referentiehoeveelheid

Neen

Moet de marktdeelnemer in de LORI-databank zijn geregistreerd?

Neen

Specifieke voorwaarden

Neen


Volgnummer

09.4133

Internationale overeenkomst of andere handeling

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika uit hoofde van artikel XXIV, lid 6, en artikel XXVIII van de GATT 1994, betreffende de wijziging van de concessies die vervat zijn in de lijsten van verbintenissen van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek, in verband met hun toetreding tot de Europese Unie, gesloten bij Besluit 2006/333/EG van de Raad

Tariefcontingentperiode

1 januari tot en met 31 december

Deelperioden voor het tariefcontingent

Neen

Certificaataanvraag

Overeenkomstig de artikelen 6, 7 en 8 van deze verordening

Productomschrijving

Zachte tarwe van een andere dan van hoge kwaliteit als gedefinieerd in bijlage II bij Verordening (EU) nr. 642/2010

Oorsprong

Erga omnes

Bewijs van oorsprong bij de certificaataanvraag. Zo ja, instantie die bevoegd is voor de afgifte ervan

Neen

Bewijs van oorsprong voor het in het vrije verkeer brengen

Neen

Hoeveelheid in kg

129 577 000 kg

GN-codes

ex 1001 99 00

Douanerecht binnen het contingent

12 EUR per 1 000 kg

Bewijs van handel

Neen

Zekerheid voor het invoercertificaat

30 EUR per 1 000 kg

Specifieke informatie die op de certificaataanvraag en op het certificaat moet worden vermeld

Neen

Geldigheidsduur van het certificaat

Overeenkomstig artikel 13 van deze verordening

Is het certificaat overdraagbaar?

Ja

Referentiehoeveelheid

Neen

Moet de marktdeelnemer in de LORI-databank zijn geregistreerd?

Neen

Specifieke voorwaarden

Neen


Volgnummer

09.4306

Internationale overeenkomst of andere handeling

Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds; ondertekend en voorlopig toegepast op grond van Besluit 2014/668/EU van de Raad

Tariefcontingentperiode

1 januari tot en met 31 december

Deelperioden voor het tariefcontingent

Neen

Certificaataanvraag

Overeenkomstig de artikelen 6, 7 en 8 van deze verordening

Productomschrijving

Spelt, zachte tarwe en mengkoren, andere dan zaaigoed

Meel van zachte tarwe en spelt, meel van mengkoren

Meel van granen andere dan tarwe, mengkoren, rogge, maïs, gerst, haver, rijst

Gries en griesmeel van zachte tarwe en spelt

Pellets van tarwe

Oorsprong

Oekraïne

Bewijs van oorsprong bij de certificaataanvraag. Zo ja, instantie die bevoegd is voor de afgifte ervan

Neen

Bewijs van oorsprong voor het in het vrije verkeer brengen

Ja. EUR.1-certificaat

Hoeveelheid in kg

Tariefcontingentperiode (kalenderjaar) 2019: 980 000 000 kg

Tariefcontingentperiode (kalenderjaar) 2020: 990 000 000 kg

Tariefcontingentperiode (kalenderjaar) vanaf 2021: 1 000 000 000 kg

GN-codes

1001 99 (00), 1101 00 (15‐90), 1102 90 (90), 1103 11 (90), 1103 20 (60)

Douanerecht binnen het contingent

0 EUR

Bewijs van handel

Ja. 25 ton

Zekerheid voor het invoercertificaat

30 EUR per 1 000 kg

Specifieke informatie die op de certificaataanvraag en op het certificaat moet worden vermeld

In vak 8 van de invoercertificaataanvraag en van het invoercertificaat moet het land van oorsprong worden vermeld; in dat vak moet het vakje “ja” worden aangekruist

Geldigheidsduur van het certificaat

Overeenkomstig artikel 13 van deze verordening

Is het certificaat overdraagbaar?

Ja

Referentiehoeveelheid

Neen

Moet de marktdeelnemer in de LORI-databank zijn geregistreerd?

Neen

Specifieke voorwaarden

Neen


Volgnummer

09.4307

Internationale overeenkomst of andere handeling

Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds; ondertekend en voorlopig toegepast op grond van Besluit 2014/668/EU van de Raad

Tariefcontingentperiode

1 januari tot en met 31 december

Deelperioden voor het tariefcontingent

Neen

Certificaataanvraag

Overeenkomstig de artikelen 6, 7 en 8 van deze verordening

Productomschrijving

Gerst, andere dan zaaigoed

Meel van gerst

Pellets van gerst

Oorsprong

Oekraïne

Bewijs van oorsprong bij de certificaataanvraag. Zo ja, instantie die bevoegd is voor de afgifte ervan

Neen

Bewijs van oorsprong voor het in het vrije verkeer brengen

Ja. EUR.1-certificaat

Hoeveelheid in kg

Tariefcontingentperiode (kalenderjaar) 2019: 310 000 000 kg

Tariefcontingentperiode (kalenderjaar) 2020: 330 000 000 kg

Tariefcontingentperiode (kalenderjaar) vanaf 2021: 350 000 000 kg

GN-codes

1003 90 (00), 1102 90 (10), ex 1103 20 (25)

Douanerecht binnen het contingent

0 EUR

Bewijs van handel

Ja. 25 ton

Zekerheid voor het invoercertificaat

30 EUR per 1 000 kg

Specifieke informatie die op de certificaataanvraag en op het certificaat moet worden vermeld

In vak 8 van de invoercertificaataanvraag en van het invoercertificaat moet het land van oorsprong worden vermeld; in dat vak moet het vakje “ja” worden aangekruist

Geldigheidsduur van het certificaat

Overeenkomstig artikel 13 van deze verordening

Is het certificaat overdraagbaar?

Ja

Referentiehoeveelheid

Neen

Moet de marktdeelnemer in de LORI-databank zijn geregistreerd?

Neen

Specifieke voorwaarden

Neen


Volgnummer

09.4308

Internationale overeenkomst of andere handeling

Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds; ondertekend en voorlopig toegepast op grond van Besluit 2014/668/EU van de Raad

Tariefcontingentperiode

1 januari tot en met 31 december

Deelperioden voor het tariefcontingent

Neen

Certificaataanvraag

Overeenkomstig de artikelen 6, 7 en 8 van deze verordening

Productomschrijving

Maïs, andere dan zaaigoed

Meel van maïs

Gries en griesmeel van maïs

Pellets van maïs

Bewerkte maïskorrels

Oorsprong

Oekraïne

Bewijs van oorsprong bij de certificaataanvraag. Zo ja, instantie die bevoegd is voor de afgifte ervan

Neen

Bewijs van oorsprong voor het in het vrije verkeer brengen

Ja. EUR.1-certificaat

Hoeveelheid in kg

Tariefcontingentperiode (kalenderjaar) 2019: 550 000 000 kg

Tariefcontingentperiode (kalenderjaar) 2020: 600 000 000 kg

Tariefcontingentperiode (kalenderjaar) vanaf 2021: 650 000 000 kg

GN-codes

1005 90 (00), 1102 20 (10‐90), 1103 13 (10‐90), 1103 20 (40), 1104 23 (40‐98)

Douanerecht binnen het contingent

0 EUR

Bewijs van handel

Ja. 25 ton

Zekerheid voor het invoercertificaat

30 EUR per 1 000 kg

Specifieke informatie die op de certificaataanvraag en op het certificaat moet worden vermeld

In vak 8 van de invoercertificaataanvraag en van het invoercertificaat moet het land van oorsprong worden vermeld; in dat vak moet het vakje “ja” worden aangekruist

Geldigheidsduur van het certificaat

Overeenkomstig artikel 13 van deze verordening

Is het certificaat overdraagbaar?

Ja

Referentiehoeveelheid

Neen

Moet de marktdeelnemer in de LORI-databank zijn geregistreerd?

Neen

Specifieke voorwaarden

Neen


Volgnummer

09.4120

Internationale overeenkomst of andere handeling

Besluit 94/800/EG van de Raad van 22 december 1994 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap voor wat betreft de onder haar bevoegdheid vallende aangelegenheden, van de uit de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguay-Ronde (1986-1994) voortvloeiende overeenkomsten

Tariefcontingentperiode

1 januari tot en met 31 december

Deelperioden voor het tariefcontingent

Neen

Certificaataanvraag

Overeenkomstig de artikelen 21 en 22 van deze verordening

Productomschrijving

Maïs ingevoerd in Spanje

Oorsprong

Erga omnes

Bewijs van oorsprong bij de certificaataanvraag. Zo ja, instantie die bevoegd is voor de afgifte ervan

Neen

Bewijs van oorsprong voor het in het vrije verkeer brengen

Neen

Hoeveelheid in kg

2 000 000 000 kg

GN-codes

1005 90 00

Douanerecht binnen het contingent

Meestbegunstigingsrecht van 1 januari tot en met 31 maart en 0 EUR van 1 april tot en met 31 december

Bewijs van handel

Ja. 25 ton

Zekerheid voor het invoercertificaat

20 EUR per 1 000 kg

Prestatiezekerheid voor het invoercertificaat

Invoerrecht vastgesteld overeenkomstig Verordening (EU) nr. 642/2010 op de dag van de certificaataanvraag

Specifieke informatie die op de certificaataanvraag en op het certificaat moet worden vermeld

In vak 8 van de invoercertificaataanvraag en van het invoercertificaat moet het land van oorsprong worden vermeld; in dat vak moet het vakje “ja” worden aangekruist

In vak 24 van de certificaataanvraag moet een van de vermeldingen in bijlage XIV.1 bij deze verordening worden ingevuld

Geldigheidsduur van het certificaat

Overeenkomstig artikel 26 van deze verordening

Is het certificaat overdraagbaar?

Neen

Referentiehoeveelheid

Neen

Moet de marktdeelnemer in de LORI-databank zijn geregistreerd?

Neen

Specifieke voorwaarden

Neen


Volgnummer

09.4121

Internationale overeenkomst of andere handeling

Besluit 94/800/EG van de Raad van 22 december 1994 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap voor wat betreft de onder haar bevoegdheid vallende aangelegenheden, van de uit de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguay-Ronde (1986-1994) voortvloeiende overeenkomsten

Tariefcontingentperiode

1 januari tot en met 31 december

Deelperioden voor het tariefcontingent

Neen

Certificaataanvraag

Overeenkomstig de artikelen 21 en 22 van deze verordening

Productomschrijving

Maïs ingevoerd in Portugal

Oorsprong

Erga omnes

Bewijs van oorsprong bij de certificaataanvraag. Zo ja, instantie die bevoegd is voor de afgifte ervan

Neen

Bewijs van oorsprong voor het in het vrije verkeer brengen

Neen

Hoeveelheid in kg

500 000 000 kg

GN-codes

1005 90 00

Douanerecht binnen het contingent

Meestbegunstigingsrecht van 1 januari tot en met 31 maart en 0 EUR van 1 april tot en met 31 december

Bewijs van handel

Ja. 25 ton

Zekerheid voor het invoercertificaat

20 EUR per 1 000 kg

Prestatiezekerheid voor het invoercertificaat

Invoerrecht vastgesteld overeenkomstig Verordening (EU) nr. 642/2010 op de datum van de certificaataanvraag

Specifieke informatie die op de certificaataanvraag en op het certificaat moet worden vermeld

In vak 8 van de invoercertificaataanvraag en van het invoercertificaat moet het land van oorsprong worden vermeld; in dat vak moet het vakje “ja” worden aangekruist

In vak 24 van de certificaataanvraag moet een van de vermeldingen in bijlage XIV.1 bij deze verordening worden ingevuld

Geldigheidsduur van het certificaat

Overeenkomstig artikel 26 van deze verordening

Is het certificaat overdraagbaar?

Neen

Referentiehoeveelheid

Neen

Moet de marktdeelnemer in de LORI-databank zijn geregistreerd?

Neen

Specifieke voorwaarden

Neen


Volgnummer

09.4122

Internationale overeenkomst of andere handeling

Besluit 94/800/EG van de Raad van 22 december 1994 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap voor wat betreft de onder haar bevoegdheid vallende aangelegenheden, van de uit de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguay-Ronde (1986-1994) voortvloeiende overeenkomsten

Tariefcontingentperiode

1 januari tot en met 31 december

Deelperioden voor het tariefcontingent

Neen

Certificaataanvraag

Overeenkomstig de artikelen 21 en 22 van deze verordening

Productomschrijving

Sorghum ingevoerd in Spanje

Oorsprong

Erga omnes

Bewijs van oorsprong bij de certificaataanvraag. Zo ja, instantie die bevoegd is voor de afgifte ervan

Neen

Bewijs van oorsprong voor het in het vrije verkeer brengen

Neen

Hoeveelheid in kg

300 000 000 kg

GN-codes

1007 90 00

Douanerecht binnen het contingent

Meestbegunstigingsrecht van 1 januari tot en met 31 maart en 0 EUR van 1 april tot en met 31 december

Bewijs van handel

Ja. 25 ton

Zekerheid voor het invoercertificaat

20 EUR per 1 000 kg

Prestatiezekerheid voor het invoercertificaat

Invoerrecht vastgesteld overeenkomstig Verordening (EU) nr. 642/2010 op de datum van de certificaataanvraag

Specifieke informatie die op de certificaataanvraag en op het certificaat moet worden vermeld

In vak 8 van de invoercertificaataanvraag en van het invoercertificaat moet het land van oorsprong worden vermeld; in dat vak moet het vakje “ja” worden aangekruist

In vak 24 van de certificaataanvraag moet een van de vermeldingen in bijlage XIV.1 bij deze verordening worden ingevuld

Geldigheidsduur van het certificaat

Overeenkomstig artikel 26 van deze verordening

Is het certificaat overdraagbaar?

Neen

Referentiehoeveelheid

Neen

Moet de marktdeelnemer in de LORI-databank zijn geregistreerd?

Neen

Specifieke voorwaarden

Neen


BIJLAGE III

Tariefcontingenten in de sector rijst

Volgnummer

09.4112

Internationale overeenkomst of andere handeling

Besluit 2005/953/EG van de Raad van 20 december 2005 betreffende de sluiting van een Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Thailand overeenkomstig artikel XXVIII van de GATT 1994 inzake de wijziging van concessies voor rijst die zijn opgenomen in de aan de GATT 1994 gehechte EG-lijst CXL (voor Thailand)

Tariefcontingentperiode

1 januari tot en met 31 december

Deelperioden voor het tariefcontingent

1 januari tot en met 30 juni

1 juli tot en met 31 augustus

1 september tot en met 31 december

Certificaataanvraag

Overeenkomstig de artikelen 6, 7 en 8 van deze verordening

Productomschrijving

Volwitte of halfwitte rijst

Oorsprong

Thailand

Bewijs van oorsprong bij de certificaataanvraag. Zo ja, instantie die bevoegd is voor de afgifte ervan

Neen

Bewijs van oorsprong voor het in het vrije verkeer brengen

Ja. Overeenkomstig artikel 61 van Verordening (EU) nr. 952/2013

Hoeveelheid in kg

5 513 000 kg, als volgt verdeeld:

 

5 513 000 kg voor deelperiode 1 januari tot en met 30 juni

 

Overdracht voor deelperiode 1 juli tot en met 31 augustus

 

Overdracht voor deelperiode 1 september tot en met 31 december

GN-codes

1006 30

Douanerecht binnen het contingent

0 EUR

Bewijs van handel

Ja. 25 ton

Zekerheid voor het invoercertificaat

46 EUR per 1 000 kg

Specifieke informatie die op de certificaataanvraag en op het certificaat moet worden vermeld

In vak 8 van de invoercertificaataanvraag en van het invoercertificaat moet het land van oorsprong worden vermeld; in dat vak moet het vakje “ja” worden aangekruist

Geldigheidsduur van het certificaat

Overeenkomstig artikel 13 van deze verordening

Is het certificaat overdraagbaar?

Ja

Referentiehoeveelheid

Neen

Moet de marktdeelnemer in de LORI-databank zijn geregistreerd?

Neen

Specifieke voorwaarden

Neen


Volgnummer

09.4116

Internationale overeenkomst of andere handeling

Besluit 94/800/EG van de Raad van 22 december 1994 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap voor wat betreft de onder haar bevoegdheid vallende aangelegenheden, van de uit de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguay-Ronde (1986-1994) voortvloeiende overeenkomsten

Tariefcontingentperiode

1 januari tot en met 31 december

Deelperioden voor het tariefcontingent

1 januari tot en met 30 juni

1 juli tot en met 31 augustus

1 september tot en met 31 december

Certificaataanvraag

Overeenkomstig de artikelen 6, 7 en 8 van deze verordening

Productomschrijving

Volwitte of halfwitte rijst

Oorsprong

Verenigde Staten van Amerika

Bewijs van oorsprong bij de certificaataanvraag. Zo ja, instantie die bevoegd is voor de afgifte ervan

Neen

Bewijs van oorsprong voor het in het vrije verkeer brengen

Ja. Overeenkomstig artikel 61 van Verordening (EU) nr. 952/2013

Hoeveelheid in kg

2 388 000 kg, als volgt verdeeld:

 

2 388 000 kg voor deelperiode 1 januari tot en met 30 juni

 

Overdracht voor deelperiode 1 juli tot en met 31 augustus

 

Overdracht voor deelperiode 1 september tot en met 31 december

GN-codes

1006 30

Douanerecht binnen het contingent

0 EUR

Bewijs van handel

Ja. 25 ton

Zekerheid voor het invoercertificaat

46 EUR per 1 000 kg

Specifieke informatie die op de certificaataanvraag en op het certificaat moet worden vermeld

In vak 8 van de invoercertificaataanvraag en van het invoercertificaat moet het land van oorsprong worden vermeld; in dat vak moet het vakje “ja” worden aangekruist

Geldigheidsduur van het certificaat

Overeenkomstig artikel 13 van deze verordening

Is het certificaat overdraagbaar?

Ja

Referentiehoeveelheid

Neen

Moet de marktdeelnemer in de LORI-databank zijn geregistreerd?

Neen

Specifieke voorwaarden

Neen


Volgnummer

09.4117

Internationale overeenkomst of andere handeling

Besluit 94/800/EG van de Raad van 22 december 1994 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap voor wat betreft de onder haar bevoegdheid vallende aangelegenheden, van de uit de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguay-Ronde (1986-1994) voortvloeiende overeenkomsten

Tariefcontingentperiode

1 januari tot en met 31 december

Deelperioden voor het tariefcontingent

1 januari tot en met 30 juni

1 juli tot en met 31 augustus

1 september tot en met 31 december

Certificaataanvraag

Overeenkomstig de artikelen 6, 7 en 8 van deze verordening

Productomschrijving

Volwitte of halfwitte rijst

Oorsprong

India

Bewijs van oorsprong bij de certificaataanvraag. Zo ja, instantie die bevoegd is voor de afgifte ervan

Neen

Bewijs van oorsprong voor het in het vrije verkeer brengen

Ja. Overeenkomstig artikel 61 van Verordening (EU) nr. 952/2013

Hoeveelheid in kg

1 769 000 kg, als volgt verdeeld:

 

1 769 000 kg voor deelperiode 1 januari tot en met 30 juni

 

Overdracht voor deelperiode 1 juli tot en met 31 augustus

 

Overdracht voor deelperiode 1 september tot en met 31 december

GN-codes

1006 30

Douanerecht binnen het contingent

0 EUR

Bewijs van handel

Ja. 25 ton

Zekerheid voor het invoercertificaat

46 EUR per 1 000 kg

Specifieke informatie die op de certificaataanvraag en op het certificaat moet worden vermeld

In vak 8 van de invoercertificaataanvraag en van het invoercertificaat moet het land van oorsprong worden vermeld; in dat vak moet het vakje “ja” worden aangekruist

Geldigheidsduur van het certificaat

Overeenkomstig artikel 13 van deze verordening

Is het certificaat overdraagbaar?

Ja

Referentiehoeveelheid

Neen

Moet de marktdeelnemer in de LORI-databank zijn geregistreerd?

Neen

Specifieke voorwaarden

Neen


Volgnummer

09.4118

Internationale overeenkomst of andere handeling

Besluit 94/800/EG van de Raad van 22 december 1994 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap voor wat betreft de onder haar bevoegdheid vallende aangelegenheden, van de uit de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguay-Ronde (1986-1994) voortvloeiende overeenkomsten

Tariefcontingentperiode

1 januari tot en met 31 december

Deelperioden voor het tariefcontingent

1 januari tot en met 30 juni

1 juli tot en met 31 augustus

1 september tot en met 31 december

Certificaataanvraag

Overeenkomstig de artikelen 6, 7 en 8 van deze verordening

Productomschrijving

Volwitte of halfwitte rijst

Oorsprong

Pakistan

Bewijs van oorsprong bij de certificaataanvraag. Zo ja, instantie die bevoegd is voor de afgifte ervan

Neen

Bewijs van oorsprong voor het in het vrije verkeer brengen

Ja. Overeenkomstig artikel 61 van Verordening (EU) nr. 952/2013

Hoeveelheid in kg

1 595 000 kg, als volgt verdeeld:

 

1 595 000 kg voor deelperiode 1 januari tot en met 30 juni

 

Overdracht voor deelperiode 1 juli tot en met 31 augustus

 

Overdracht voor deelperiode 1 september tot en met 31 december

GN-codes

1006 30

Douanerecht binnen het contingent

0 EUR

Bewijs van handel

Ja. 25 ton

Zekerheid voor het invoercertificaat

46 EUR per 1 000 kg

Specifieke informatie die op de certificaataanvraag en op het certificaat moet worden vermeld

In vak 8 van de invoercertificaataanvraag en van het invoercertificaat moet het land van oorsprong worden vermeld; in dat vak moet het vakje “ja” worden aangekruist

Geldigheidsduur van het certificaat

Overeenkomstig artikel 13 van deze verordening

Is het certificaat overdraagbaar?

Ja

Referentiehoeveelheid

Neen

Moet de marktdeelnemer in de LORI-databank zijn geregistreerd?

Neen

Specifieke voorwaarden

Neen


Volgnummer

09.4119

Internationale overeenkomst of andere handeling

Besluit 94/800/EG van de Raad van 22 december 1994 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap voor wat betreft de onder haar bevoegdheid vallende aangelegenheden, van de uit de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguay-Ronde (1986-1994) voortvloeiende overeenkomsten

Tariefcontingentperiode

1 januari tot en met 31 december

Deelperioden voor het tariefcontingent

1 januari tot en met 30 juni

1 juli tot en met 31 augustus

1 september tot en met 31 december

Certificaataanvraag

Overeenkomstig de artikelen 6, 7 en 8 van deze verordening

Productomschrijving

Volwitte of halfwitte rijst

Oorsprong

Andere oorsprong (met uitzondering van India, Pakistan, Thailand, Verenigde Staten van Amerika)

Bewijs van oorsprong bij de certificaataanvraag. Zo ja, instantie die bevoegd is voor de afgifte ervan

Neen

Bewijs van oorsprong voor het in het vrije verkeer brengen

Ja. Overeenkomstig artikel 61 van Verordening (EU) nr. 952/2013

Hoeveelheid in kg

3 435 000 kg, als volgt verdeeld:

 

3 435 000 kg voor deelperiode 1 januari tot en met 30 juni

 

Overdracht voor deelperiode 1 juli tot en met 31 augustus

 

Overdracht voor deelperiode 1 september tot en met 31 december

GN-codes

1006 30

Douanerecht binnen het contingent

0 EUR

Bewijs van handel

Ja. 25 ton

Zekerheid voor het invoercertificaat

46 EUR per 1 000 kg

Specifieke informatie die op de certificaataanvraag en op het certificaat moet worden vermeld

In vak 8 van de invoercertificaataanvraag en van het invoercertificaat moet het land van oorsprong worden vermeld; in dat vak moet het vakje “ja” worden aangekruist

Geldigheidsduur van het certificaat

Overeenkomstig artikel 13 van deze verordening

Is het certificaat overdraagbaar?

Ja

Referentiehoeveelheid

Neen

Moet de marktdeelnemer in de LORI-databank zijn geregistreerd?

Neen

Specifieke voorwaarden

Neen


Volgnummer

09.4127

Internationale overeenkomst of andere handeling

Besluit 94/800/EG van de Raad van 22 december 1994 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap voor wat betreft de onder haar bevoegdheid vallende aangelegenheden, van de uit de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguay-Ronde (1986-1994) voortvloeiende overeenkomsten

Tariefcontingentperiode

1 januari tot en met 31 december

Deelperioden voor het tariefcontingent

1 januari tot en met 31 maart

1 april tot en met 30 juni

1 juli tot en met 31 augustus

1 september tot en met 30 september

Certificaataanvraag

Overeenkomstig de artikelen 6, 7 en 8 van deze verordening

Productomschrijving

Volwitte of halfwitte rijst

Oorsprong

Verenigde Staten van Amerika

Bewijs van oorsprong bij de certificaataanvraag. Zo ja, instantie die bevoegd is voor de afgifte ervan

Uitvoercertificaat volgens het model in bijlage XIV.2 bij deze verordening

Bewijs van oorsprong voor het in het vrije verkeer brengen

Neen

Hoeveelheid in kg

38 721 000 kg, als volgt verdeeld:

 

9 681 000 kg voor deelperiode 1 januari tot en met 31 maart

 

19 360 000 kg voor deelperiode 1 april tot en met 30 juni

 

9 680 000 kg voor deelperiode 1 juli tot en met 31 augustus

 

Overdracht van vorige deelperioden, voor deelperiode 1 september tot en met 30 september

GN-codes

1006 30

Douanerecht binnen het contingent

0 EUR

Bewijs van handel

Ja. 25 ton

Zekerheid voor het invoercertificaat

46 EUR per 1 000 kg

Specifieke informatie die op de certificaataanvraag en op het certificaat moet worden vermeld

In vak 8 van de invoercertificaataanvraag en van het invoercertificaat moet het land van oorsprong worden vermeld; in dat vak moet het vakje “ja” worden aangekruist

Geldigheidsduur van het certificaat

Overeenkomstig de artikelen 13 en 27 van deze verordening

Is het certificaat overdraagbaar?

Ja

Referentiehoeveelheid

Neen

Moet de marktdeelnemer in de LORI-databank zijn geregistreerd?

Neen

Specifieke voorwaarden

Neen


Volgnummer

09.4128

Internationale overeenkomst of andere handeling

Besluit 2005/953/EG van de Raad van 20 december 2005 betreffende de sluiting van een Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Thailand overeenkomstig artikel XXVIII van de GATT 1994 inzake de wijziging van concessies voor rijst die zijn opgenomen in de aan de GATT 1994 gehechte EG-lijst CXL (voor Thailand)

Tariefcontingentperiode

1 januari tot en met 31 december

Deelperioden voor het tariefcontingent

1 januari tot en met 31 maart

1 april tot en met 30 juni

1 juli tot en met 31 augustus

1 september tot en met 30 september

Certificaataanvraag

Overeenkomstig de artikelen 6, 7 en 8 van deze verordening

Productomschrijving

Volwitte of halfwitte rijst

Oorsprong

Thailand

Bewijs van oorsprong bij de certificaataanvraag. Zo ja, instantie die bevoegd is voor de afgifte ervan

Uitvoercertificaat volgens het model in bijlage XIV.2 bij deze verordening

Bewijs van oorsprong voor het in het vrije verkeer brengen

Neen

Hoeveelheid in kg

21 455 000 kg, als volgt verdeeld:

 

10 727 000 kg voor deelperiode 1 januari tot en met 31 maart

 

5 364 000 kg voor deelperiode 1 april tot en met 30 juni

 

5 364 000 kg voor deelperiode 1 juli tot en met 31 augustus

 

Overdracht van vorige deelperioden, voor deelperiode 1 september tot en met 30 september

GN-codes

1006 30

Douanerecht binnen het contingent

0 EUR

Bewijs van handel

Ja. 25 ton

Zekerheid voor het invoercertificaat

46 EUR per 1 000 kg

Specifieke informatie die op de certificaataanvraag en op het certificaat moet worden vermeld

In vak 8 van de invoercertificaataanvraag en van het invoercertificaat moet het land van oorsprong worden vermeld; in dat vak moet het vakje “ja” worden aangekruist

Geldigheidsduur van het certificaat

Overeenkomstig de artikelen 13 en 27 van deze verordening

Is het certificaat overdraagbaar?

Ja

Referentiehoeveelheid

Neen

Moet de marktdeelnemer in de LORI-databank zijn geregistreerd?

Neen

Specifieke voorwaarden

Neen


Volgnummer

09.4129

Internationale overeenkomst of andere handeling

Besluit 94/800/EG van de Raad van 22 december 1994 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap voor wat betreft de onder haar bevoegdheid vallende aangelegenheden, van de uit de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguay-Ronde (1986-1994) voortvloeiende overeenkomsten

Tariefcontingentperiode

1 januari tot en met 31 december

Deelperioden voor het tariefcontingent

1 januari tot en met 31 maart

1 april tot en met 30 juni

1 juli tot en met 31 augustus

1 september tot en met 30 september

Certificaataanvraag

Overeenkomstig de artikelen 6, 7 en 8 van deze verordening

Productomschrijving

Volwitte of halfwitte rijst

Oorsprong

Australië

Bewijs van oorsprong bij de certificaataanvraag. Zo ja, instantie die bevoegd is voor de afgifte ervan

Uitvoercertificaat volgens het model in bijlage XIV.2 bij deze verordening

Bewijs van oorsprong voor het in het vrije verkeer brengen

Neen

Hoeveelheid in kg

1 019 000 kg, als volgt verdeeld:

 

0 kg voor deelperiode 1 januari tot en met 31 maart

 

1 019 000 kg voor deelperiode 1 april tot en met 30 juni

 

Overdracht van vorige deelperioden, voor deelperiode 1 juli tot en met 31 augustus

 

Overdracht van vorige deelperioden, voor deelperiode 1 september tot en met 30 september

GN-codes

1006 30

Douanerecht binnen het contingent

0 EUR

Bewijs van handel

Ja. 25 ton

Zekerheid voor het invoercertificaat

46 EUR per 1 000 kg

Specifieke informatie die op de certificaataanvraag en op het certificaat moet worden vermeld

In vak 8 van de invoercertificaataanvraag en van het invoercertificaat moet het land van oorsprong worden vermeld; in dat vak moet het vakje “ja” worden aangekruist

Geldigheidsduur van het certificaat

Overeenkomstig de artikelen 13 en 27 van deze verordening

Is het certificaat overdraagbaar?

Ja

Referentiehoeveelheid

Neen

Moet de marktdeelnemer in de LORI-databank zijn geregistreerd?

Neen

Specifieke voorwaarden

Neen


Volgnummer

09.4130

Internationale overeenkomst of andere handeling

Besluit 94/800/EG van de Raad van 22 december 1994 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap voor wat betreft de onder haar bevoegdheid vallende aangelegenheden, van de uit de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguay-Ronde (1986-1994) voortvloeiende overeenkomsten

Tariefcontingentperiode

1 januari tot en met 31 december

Deelperioden voor het tariefcontingent

1 januari tot en met 31 maart

1 april tot en met 30 juni

1 juli tot en met 31 augustus

1 september tot en met 30 september

Certificaataanvraag

Overeenkomstig de artikelen 6, 7 en 8 van deze verordening

Productomschrijving

Volwitte of halfwitte rijst

Oorsprong

Andere oorsprong (met uitzondering van Australië, Thailand, Verenigde Staten van Amerika)

Bewijs van oorsprong bij de certificaataanvraag. Zo ja, instantie die bevoegd is voor de afgifte ervan

Neen

Bewijs van oorsprong voor het in het vrije verkeer brengen

Ja. Overeenkomstig artikel 61 van Verordening (EU) nr. 952/2013

Hoeveelheid in kg

1 805 000 kg, als volgt verdeeld:

 

0 kg voor deelperiode 1 januari tot en met 31 maart

 

1 805 000 kg voor deelperiode 1 april tot en met 30 juni

 

Overdracht van vorige deelperioden, voor deelperiode 1 juli tot en met 31 augustus

 

Overdracht van vorige deelperioden, voor deelperiode 1 september tot en met 30 september

GN-codes

1006 30

Douanerecht binnen het contingent

0 EUR

Bewijs van handel

Ja. 25 ton

Zekerheid voor het invoercertificaat

46 EUR per 1 000 kg

Specifieke informatie die op de certificaataanvraag en op het certificaat moet worden vermeld

In vak 8 van de invoercertificaataanvraag en van het invoercertificaat moet het land van oorsprong worden vermeld; in dat vak moet het vakje “ja” worden aangekruist

Geldigheidsduur van het certificaat

Overeenkomstig de artikelen 13 en 27 van deze verordening

Is het certificaat overdraagbaar?

Ja

Referentiehoeveelheid

Neen

Moet de marktdeelnemer in de LORI-databank zijn geregistreerd?

Neen

Specifieke voorwaarden

Neen


Volgnummer

09.4138

Internationale overeenkomst of andere handeling

Besluit 94/800/EG van de Raad van 22 december 1994 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap voor wat betreft de onder haar bevoegdheid vallende aangelegenheden, van de uit de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguay-Ronde (1986-1994) voortvloeiende overeenkomsten

Tariefcontingentperiode

1 januari tot en met 31 december

Deelperioden voor het tariefcontingent

1 oktober tot en met 31 december

Certificaataanvraag

Overeenkomstig de artikelen 6, 7 en 8 van deze verordening

Productomschrijving

Volwitte of halfwitte rijst

Oorsprong

Erga omnes

Bewijs van oorsprong bij de certificaataanvraag. Zo ja, instantie die bevoegd is voor de afgifte ervan

Neen

Bewijs van oorsprong voor het in het vrije verkeer brengen

Neen

Hoeveelheid in kg

Resterende hoeveelheid uit de volgnummers 09.4127, 09.4128, 09.4129, 09.4130 die niet in vorige deelperioden zijn toegewezen

GN-codes

1006 30

Douanerecht binnen het contingent

0 EUR

Bewijs van handel

Ja. 25 ton

Zekerheid voor het invoercertificaat

46 EUR per 1 000 kg

Specifieke informatie die op de certificaataanvraag en op het certificaat moet worden vermeld

Neen

Geldigheidsduur van het certificaat

Overeenkomstig artikel 13 van deze verordening

Is het certificaat overdraagbaar?

Ja

Referentiehoeveelheid

Neen

Moet de marktdeelnemer in de LORI-databank zijn geregistreerd?

Neen

Specifieke voorwaarden

Neen


Volgnummer

09.4148

Internationale overeenkomst of andere handeling

Besluit 94/800/EG van de Raad van 22 december 1994 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap voor wat betreft de onder haar bevoegdheid vallende aangelegenheden, van de uit de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguay-Ronde (1986-1994) voortvloeiende overeenkomsten

Tariefcontingentperiode

1 januari tot en met 31 december

Deelperioden voor het tariefcontingent

1 januari tot en met 30 juni

1 juli tot en met 30 september

1 oktober tot en met 31 december

Certificaataanvraag

Overeenkomstig de artikelen 6, 7 en 8 van deze verordening

Productomschrijving

Gedopte rijst

Oorsprong

Erga omnes

Bewijs van oorsprong bij de certificaataanvraag. Zo ja, instantie die bevoegd is voor de afgifte ervan

Neen

Bewijs van oorsprong voor het in het vrije verkeer brengen

Neen

Hoeveelheid in kg

1 634 000 kg, als volgt verdeeld:

 

1 634 000 kg voor deelperiode 1 januari tot en met 30 juni

 

Overdracht van vorige deelperioden, voor deelperiode 1 juli tot en met 30 september

 

Overdracht van vorige deelperioden, voor deelperiode 1 oktober tot en met 31 december

GN-codes

1006 20

Douanerecht binnen het contingent

Ad-valoremrecht van 15 %

Bewijs van handel

Neen

Zekerheid voor het invoercertificaat

30 EUR per 1 000 kg

Specifieke informatie die op de certificaataanvraag en op het certificaat moet worden vermeld

Neen

Geldigheidsduur van het certificaat

Overeenkomstig artikel 13 van deze verordening

Is het certificaat overdraagbaar?

Ja

Referentiehoeveelheid

Neen

Moet de marktdeelnemer in de LORI-databank zijn geregistreerd?

Neen

Specifieke voorwaarden

Neen


Volgnummer

09.4149

Internationale overeenkomst of andere handeling

Besluit 2005/953/EG van de Raad van 20 december 2005 betreffende de sluiting van een Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Thailand overeenkomstig artikel XXVIII van de GATT 1994 inzake de wijziging van concessies voor rijst die zijn opgenomen in de aan de GATT 1994 gehechte EG-lijst CXL (voor Thailand)

Tariefcontingentperiode

1 januari tot en met 31 december

Deelperioden voor het tariefcontingent

1 januari tot en met 30 juni

1 juli tot en met 31 december

Certificaataanvraag

Overeenkomstig de artikelen 6, 7 en 8 van deze verordening

Productomschrijving

Breukrijst

Oorsprong

Thailand

Bewijs van oorsprong bij de certificaataanvraag. Zo ja, instantie die bevoegd is voor de afgifte ervan

Uitvoercertificaat volgens het model in bijlage XIV.2 bij deze verordening

Bewijs van oorsprong voor het in het vrije verkeer brengen

Neen

Hoeveelheid in kg

52 000 000 kg, als volgt verdeeld:

 

36 400 000 kg voor deelperiode 1 januari tot en met 30 juni

 

15 600 000 kg voor deelperiode 1 juli tot en met 31 december

GN-codes

1006 40 00

Douanerecht binnen het contingent

Rechtenverlaging van 30,77 %

Bewijs van handel

Ja. 25 ton

Zekerheid voor het invoercertificaat

5 EUR per 1 000 kg

Specifieke informatie die op de certificaataanvraag en op het certificaat moet worden vermeld

In vak 8 van de invoercertificaataanvraag en van het invoercertificaat moet het land van oorsprong worden vermeld; in dat vak moet het vakje “ja” worden aangekruist

Geldigheidsduur van het certificaat

Overeenkomstig artikel 13 van deze verordening

Is het certificaat overdraagbaar?

Ja

Referentiehoeveelheid

Neen

Moet de marktdeelnemer in de LORI-databank zijn geregistreerd?

Neen

Specifieke voorwaarden

Neen


Volgnummer

09.4150

Internationale overeenkomst of andere handeling

Besluit 94/800/EG van de Raad van 22 december 1994 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap voor wat betreft de onder haar bevoegdheid vallende aangelegenheden, van de uit de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguay-Ronde (1986-1994) voortvloeiende overeenkomsten

Tariefcontingentperiode

1 januari tot en met 31 december

Deelperioden voor het tariefcontingent

1 januari tot en met 30 juni

1 juli tot en met 31 december

Certificaataanvraag

Overeenkomstig de artikelen 6, 7 en 8 van deze verordening

Productomschrijving

Breukrijst

Oorsprong

Australië

Bewijs van oorsprong bij de certificaataanvraag. Zo ja, instantie die bevoegd is voor de afgifte ervan

Neen

Bewijs van oorsprong voor het in het vrije verkeer brengen

Neen

Hoeveelheid in kg

16 000 000 kg, als volgt verdeeld:

 

8 000 000 kg voor deelperiode 1 januari tot en met 30 juni

 

8 000 000 kg voor deelperiode 1 juli tot en met 31 december

GN-codes

1006 40 00

Douanerecht binnen het contingent

Rechtenverlaging van 30,77 %

Bewijs van handel

Neen

Zekerheid voor het invoercertificaat

5 EUR per 1 000 kg

Specifieke informatie die op de certificaataanvraag en op het certificaat moet worden vermeld

In vak 8 van de invoercertificaataanvraag en van het invoercertificaat moet het land van oorsprong worden vermeld; in dat vak moet het vakje “ja” worden aangekruist

Geldigheidsduur van het certificaat

Overeenkomstig artikel 13 van deze verordening

Is het certificaat overdraagbaar?

Ja

Referentiehoeveelheid

Neen

Moet de marktdeelnemer in de LORI-databank zijn geregistreerd?

Neen

Specifieke voorwaarden

Neen


Volgnummer

09.4153

Internationale overeenkomst of andere handeling

Besluit 94/800/EG van de Raad van 22 december 1994 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap voor wat betreft de onder haar bevoegdheid vallende aangelegenheden, van de uit de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguay-Ronde (1986-1994) voortvloeiende overeenkomsten

Tariefcontingentperiode

1 januari tot en met 31 december

Deelperioden voor het tariefcontingent

1 januari tot en met 30 juni

1 juli tot en met 31 december

Certificaataanvraag

Overeenkomstig de artikelen 6, 7 en 8 van deze verordening

Productomschrijving

Breukrijst

Oorsprong

Verenigde Staten van Amerika

Bewijs van oorsprong bij de certificaataanvraag. Zo ja, instantie die bevoegd is voor de afgifte ervan

Neen

Bewijs van oorsprong voor het in het vrije verkeer brengen

Neen

Hoeveelheid in kg

9 000 000 kg, als volgt verdeeld:

 

4 500 000 kg voor deelperiode 1 januari tot en met 30 juni