ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 163

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

63e jaargang
26 mei 2020


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2020/683 van de Commissie van 15 april 2020 tot uitvoering van Verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de administratieve voorschriften voor de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd

1

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

26.5.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 163/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/683 VAN DE COMMISSIE

van 15 april 2020

tot uitvoering van Verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de administratieve voorschriften voor de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van Richtlijn 2007/46/EG (1), en met name artikel 24, lid 4, artikel 28, lid 3, artikel 30, lid 3, artikel 36, lid 4, artikel 38, lid 3, artikel 41, lid 4, artikel 42, lid 5, artikel 44, lid 5, en artikel 45, lid 7,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Ter wille van de duidelijkheid, voorspelbaarheid en vereenvoudiging moeten de documenten die worden gebruikt voor de typegoedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, worden genormaliseerd op basis van de bestaande praktijk om de lasten voor voertuigfabrikanten te verminderen.

(2)

Om de transparantie te vergroten en te waarborgen dat de vereiste typegoedkeuringsinformatie op consistente wijze wordt gepresenteerd, moeten modellen voor de typegoedkeuringscertificaten worden vastgelegd.

(3)

Om te zorgen voor een geharmoniseerde presentatie van het document dat fabrikanten afgeven om te certificeren dat een geproduceerd voertuig conform het goedgekeurde type is, moeten voor de conformiteitscertificaten modellen worden vastgesteld. Ter wille van de duidelijkheid moet de productiedatum van het voertuig op het conformiteitscertificaat worden vermeld.

(4)

Voor een duidelijke identificatie van de rechtshandelingen die op de voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden van toepassing zijn, moet een geharmoniseerd nummeringsysteem voor typegoedkeuringscertificaten worden opgesteld.

(5)

De presentatie van de meest relevante informatie in de testrapporten moet worden geharmoniseerd. Het is derhalve noodzakelijk om voor de vorm van de testrapporten een reeks minimumvoorschriften vast te leggen.

(6)

Om de resultaten van de op het goedgekeurde voertuigtype verrichte tests beter te kunnen identificeren, moet een geharmoniseerd formulier voor testresultaten, met een reeks minimaal te vermelden gegevens, worden vastgesteld.

(7)

Om de fabrikanten in staat te stellen een typegoedkeuring te verkrijgen of nieuwe voertuigen in de handel te brengen overeenkomstig artikel 91, derde alinea, van Verordening (EU) 2018/858, moet deze verordening vanaf 5 juli 2020 van toepassing zijn.

(8)

De in artikel 24, lid 4, artikel 28, lid 3, artikel 30, lid 3, artikel 36, lid 4, artikel 38, lid 3, artikel 41, lid 4, artikel 42, lid 5, artikel 44, lid 5, en artikel 45, lid 7, van Verordening (EU) 2018/858 vastgelegde bevoegdheden zijn gericht op de invoering van de geharmoniseerde modellen en formaten die nodig zijn voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, alsmede het in de handel brengen ervan. Aangezien die bevoegdheden gezien het onderwerp ervan nauw met elkaar samenhangen, moeten zij in deze verordening worden samengebracht.

(9)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het in artikel 83 van Verordening (EU) 2018/858 bedoelde technisch comité motorvoertuigen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Modellen voor het inlichtingenformulier

1.   Het in bijlage I bij deze verordening vastgestelde model wordt gebruikt voor het inlichtingenformulier als bedoeld in artikel 24, lid 1, onder a), van Verordening (EU) 2018/858 voor de volgende EU-typegoedkeuringen:

a)

eenstapstypegoedkeuring van een geheel voertuig;

b)

gemengde typegoedkeuring van een geheel voertuig;

c)

meerfasentypegoedkeuring van een geheel voertuig;

d)

typegoedkeuring van systemen, onderdelen of technische eenheden.

2.   Het in bijlage II bij deze verordening vastgestelde model wordt gebruikt voor het inlichtingenformulier als bedoeld in artikel 24, lid 1, onder a), van Verordening (EU) 2018/858 voor de stapsgewijze EU-typegoedkeuring van een geheel voertuig.

Artikel 2

Modellen voor EU-typegoedkeuringscertificaten, met inbegrip van EU-typegoedkeuringscertificaten voor in kleine series geproduceerde voertuigen en certificaten voor de individuele EU-goedkeuring van voertuigen

1.   Model A in bijlage III bij deze verordening wordt gebruikt voor het in artikel 28, lid 1, van Verordening (EU) 2018/858 bedoelde typegoedkeuringscertificaat indien dat certificaat betrekking heeft op de EU-typegoedkeuring van een geheel voertuig, en voor het in artikel 41, lid 3, van Verordening (EU) 2018/858 bedoelde typegoedkeuringscertificaat.

2.   Model B in bijlage III bij deze verordening wordt gebruikt voor het in artikel 28, lid 1, van Verordening (EU) 2018/858 bedoelde typegoedkeuringscertificaat indien dat certificaat betrekking heeft op de EU-typegoedkeuring van een systeem.

3.   Model C in bijlage III bij deze verordening wordt gebruikt voor het in artikel 28, lid 1, van Verordening (EU) 2018/858 bedoelde typegoedkeuringscertificaat indien dat certificaat betrekking heeft op de EU-typegoedkeuring van een onderdeel of voor de EU-typegoedkeuring van een technische eenheid.

4.   Model D in bijlage III bij deze verordening wordt gebruikt voor het in artikel 44, lid 4, van Verordening (EU) 2018/858 bedoelde certificaat van individuele EU-goedkeuring van een voertuig.

Artikel 3

Modellen voor nationale goedkeuringscertificaten voor in kleine series geproduceerde voertuigen en voor individuele goedkeuring van voertuigen

1.   Model A in bijlage III bij deze verordening wordt gebruikt voor het in artikel 42, lid 4, van Verordening (EU) 2018/858 bedoelde typegoedkeuringscertificaat.

2.   Model E in bijlage III bij deze verordening wordt gebruikt voor het in artikel 45, lid 5, van Verordening (EU) 2018/858 bedoelde certificaat van nationale individuele goedkeuring van een voertuig.

Artikel 4

Nummeringsysteem voor goedkeuringscertificaten

De in artikel 28, lid 2, artikel 41, lid 3, artikel 42, lid 4, artikel 44, lid 4, en artikel 45, lid 6, van Verordening (EU) 2018/858 bedoelde goedkeuringscertificaten worden genummerd volgens de in bijlage IV bij deze verordening opgenomen methode.

Artikel 5

Model voor het EU-typegoedkeuringsmerk voor onderdelen en technische eenheden

Het in bijlage V bij deze verordening vastgestelde model wordt gebruikt voor het in artikel 38, lid 2, van Verordening (EU) 2018/858 bedoelde EU-typegoedkeuringsmerk voor onderdelen en technische eenheden.

Artikel 6

Model voor het formulier met testresultaten

Het in bijlage VI bij deze verordening vastgestelde model wordt gebruikt voor het in artikel 28, lid 1, onder b), van Verordening (EU) 2018/858 bedoelde formulier met testresultaten.

Artikel 7

Vorm van de testrapporten

De in artikel 30, lid 2, van Verordening (EU) 2018/858 bedoelde testrapporten worden opgesteld volgens de in bijlage VII bij deze verordening vastgestelde bepalingen inzake de vorm van de testrapporten.

Artikel 8

Modellen en andere voorschriften inzake de conformiteitscertificaten

De in bijlage VIII bij deze verordening vastgestelde modellen en voorschriften worden gebruikt voor het in artikel 36, lid 1, van Verordening (EU) 2018/858 bedoelde conformiteitscertificaat in papiervorm.

Artikel 9

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 5 juli 2020.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 15 april 2020.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 151 van 14.6.2018, blz. 1.


BIJLAGE I

TOELICHTING

(1)

Alleen voor goedkeuring krachtens Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie (PB L 171 van 29.6.2007, blz. 1).

(2)

Indien het middel tot identificatie van het type tekens bevat die niet relevant zijn voor de typebeschrijving van het voertuig, het systeem, de technische eenheid of het onderdeel waarop dit inlichtingenformulier betrekking heeft, moeten die tekens op het formulier worden weergegeven door het symbool “?” (bijvoorbeeld ABC??123??).

(3)

Ingedeeld volgens de definities van bijlage I, deel A, bij Verordening (EU) 2018/858.

(4)

Doorhalen wat niet van toepassing is (soms hoeft niets te worden doorgehaald als meerdere antwoorden mogelijk zijn).

(5)

Bij assen met dubbellucht is het aantal wielen vier.

(6)

Aanduiding overeenkomstig EN 10027-1: 2016. Als dat niet mogelijk is, moet de volgende informatie worden verstrekt:

beschrijving van het materiaal;

strekgrens;

grenstrekspanning;

rek (in %);

brinellhardheid.

(7)

Bij een frontconfiguratie ligt de motorlengte voor meer dan 50 % achter het voorste punt van de onderkant van de voorruit en bevindt de stuurwielnaaf zich in het eerste kwart van de lengte van het voertuig, zoals gedefinieerd in toelichting z) van bijlage 1, deel 1, aanhangsel 1, bij Reglement nr. 107 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) — Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen van categorie M2 of M3 wat hun algemene constructie betreft (PB L 52 van 23.2.2018, blz. 1).

(8)

Zoals gedefinieerd in Verordening (EU) 2019/2144 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende de voorschriften voor de typegoedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd wat de algemene veiligheid ervan en de bescherming van de inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers betreft, tot wijziging van Verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 78/2009, (EG) nr. 79/2009 en (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad en de Verordeningen (EG) nr. 631/2009, (EU) nr. 406/2010, (EU) nr. 672/2010, (EU) nr. 1003/2010, (EU) nr. 1005/2010, (EU) nr. 1008/2010, (EU) nr. 1009/2010, (EU) nr. 19/2011, (EU) nr. 109/2011, (EU) nr. 458/2011, (EU) nr. 65/2012, (EU) nr. 130/2012, (EU) nr. 347/2012, (EU) nr. 351/2012, (EU) nr. 1230/2012 en (EU) 2015/166 van de Commissie (PB L 325 van 16.12.2019, blz. 1).

(9)

Indien de ene uitvoering een normale stuurcabine en de andere een slaapcabine heeft, moeten de massa’s en afmetingen van beide uitvoeringen worden vermeld.

(10)

ISO-norm 612:1978 — Road vehicles — Dimensions of motor vehicles and towed vehicles — Terms and definitions.

(11)

Optionele uitrusting die van invloed is op de afmetingen van het voertuig moet worden gespecificeerd.

(12)

In overeenstemming met respectievelijk definitie 25 (wielbasis) en definitie 26 (afstand tussen de assen) van Verordening (EU) nr. 1230/2012. Opmerking: in het geval van een middenasaanhangwagen moet de as van de koppeling als de voorste as worden beschouwd.

(13)

De totale afstand tussen de assen is de som van de afstanden tussen elke as van de voorste naar de achterste as.

(14)

Verordening (EU) nr. 1230/2012 van de Commissie van 12 december 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de typegoedkeuringsvoorschriften voor massa’s en afmetingen van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan betreft en tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 353 van 21.12.2012, blz. 31).

(15)

Term nr. 6.19.2.

(16)

Term nr. 6.20.

(17)

Term nr. 6.5.

(18)

Term nr. 6.1 en voor voertuigen die niet tot categorie M1 behoren: bijlage I, aanhangsel 1, bij Verordening (EU) nr. 1230/2012. In het geval van aanhangwagens moet de lengte worden aangegeven zoals vermeld in term nr. 6.1.2. van ISO-norm 612:1978.

(19)

Term nr. 6.17.

(20)

Term nr. 6.2 en voor voertuigen die niet tot categorie M1 behoren: bijlage I, aanhangsel 1, bij Verordening (EU) nr. 1230/2012.

(21)

Term nr. 6.3 en voor voertuigen die niet tot categorie M1 behoren: bijlage I, aanhangsel 1, bij Verordening (EU) nr. 1230/2012.

(22)

In het geval van een incompleet voertuig.

(23)

Term nr. 6.6.

(24)

Term nr. 6.10.

(25)

Term nr. 6.7.

(26)

Term nr. 6.11.

(27)

Term nr. 6.18.1.

(28)

Term nr. 6.9.

(29)

Richtlijn 96/53/EG van de Raad van 25 juli 1996 houdende vaststelling, voor bepaalde aan het verkeer binnen de Gemeenschap deelnemende wegvoertuigen, van de in het nationale en het internationale verkeer maximaal toegestane afmetingen, en van de in het internationale verkeer maximaal toegestane gewichten (PB L 235 van 17.9.1996, blz. 59).

(30)

Zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 1230/2012.

De systemen waarin zich vloeistof bevindt (behalve die voor afvalwater, die leeg moeten blijven, en die voor brandstof) worden tot 100 % van de door de fabrikant gespecificeerde inhoud gevuld. De in de punten 2.6, onder b), en 2.6.1, onder b), bedoelde gegevens hoeven niet te worden verstrekt voor voertuigen van de categorieën N2, N3, M2, M3, O3, en O4.

(31)

Verordening (EU) nr. 1230/2012 van de Commissie van 12 december 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de typegoedkeuringsvoorschriften voor massa’s en afmetingen van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan betreft en tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 353 van 21.12.2012, blz. 31).

(32)

Voor aanhangwagens of opleggers en voor voertuigen waaraan een aanhangwagen of oplegger is gekoppeld, die een aanzienlijke verticale belasting uitoefenen op de koppelinrichting of de koppelschotel, wordt deze belasting, gedeeld door de standaardversnelling van de zwaartekracht, bij de technisch toelaatbare maximummassa gerekend.

(33)

Vul voor elke variant de hoogste en laagste waarde in.

(34)

De “koppelingsoverhang” is de horizontale afstand tussen de koppeling bij middenasaanhangwagens en de hartlijn van de achteras(sen).

(35)

Alleen met het oog op de definitie van terreinvoertuigen.

(36)

Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie (PB L 171 van 29.6.2007, blz. 1).

(37)

Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie van 18 juli 2008 tot uitvoering en wijziging van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie (PB L 199 van 28.7.2008, blz. 1).

(38)

Bij voertuigen die zowel op benzine, diesel enz. als in combinatie met een andere brandstof kunnen rijden, moeten deze items worden herhaald. Bij niet-conventionele motoren en systemen moet de fabrikant gegevens verstrekken die gelijkwaardig zijn met de hier gevraagde gegevens.

(39)

Dit cijfer wordt op het naaste tiende van een millimeter afgerond.

(40)

De waarde wordt berekend (π = 3,1416) en afgerond op de naaste cm3.

(41)

De tolerantie specificeren.

(42)

Voor een dualfuelmotor of -voertuig.

(43)

Vastgesteld volgens de voorschriften van Verordening (EG) nr. 715/2007 of Verordening (EG) nr. 595/2009, al naargelang het geval.

(44)

Verordening (EU) nr. 582/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 tot uitvoering en wijziging van Verordening (EG) nr. 595/2009 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot emissies van zware bedrijfsvoertuigen (Euro VI) en tot wijziging van de bijlagen I en III bij Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 167 van 25.6.2011, blz. 1).

(45)

Voertuigen die zowel op benzine als op gasvormige brandstof kunnen rijden, maar waarbij het benzinesysteem alleen is aangebracht voor noodsituaties of voor het starten en waarvan de benzinetank niet meer dan 15 liter benzine kan bevatten, worden voor de test beschouwd als voertuigen die alleen op gasvormige brandstof kunnen rijden.

(46)

Te documenteren indien het nog niet is gedocumenteerd in de documentatie waarnaar wordt verwezen in punt 3.2.12.2.7.1.

(47)

Te documenteren in geval van één OBD-motorenfamilie en indien het nog niet is opgenomen in het documentatiepakket (of de documentatiepakketten) waarnaar wordt verwezen in punt 3.2.12.2.7.0.4.

(48)

Te documenteren indien het nog niet is opgenomen in de documentatie waarnaar wordt verwezen in punt 3.2.12.2.7.0.5.

(49)

Te documenteren in geval van één OBD-motorenfamilie en indien het nog niet is opgenomen in het documentatiepakket (of de documentatiepakketten) waarnaar wordt verwezen in punt 3.2.12.2.7.0.4.

(50)

Reglement nr. 49 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) — Uniforme bepalingen met betrekking tot de maatregelen tegen de emissie van verontreinigende gassen en deeltjes door voor voertuigen bestemde compressieontstekingsmotoren en elektrische-ontstekingsmotoren (PB L 171 van 24.6.2013, blz. 1).

(51)

Verordening (EU) 2017/1151 van de Commissie van 1 juni 2017 tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie, tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie en Verordening (EU) nr. 1230/2012 van de Commissie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie (PB L 751 van 7.7.2017, blz. 1).

(52)

Reglement nr. 83 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) — Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen wat betreft de emissie van verontreinigende stoffen naargelang de motorbrandstofvereisten (PB L 42 van 15.2.2012, blz. 1).

(53)

Reglement nr. 67 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) — Uniforme bepalingen voor de: I. Goedkeuring van specifieke voorzieningen van voertuigen van de categorieën M en N voor het gebruik van vloeibaar petroleumgas als brandstof; II. Goedkeuring van voertuigen van de categorieën M en N met specifieke voorzieningen voor het gebruik van vloeibaar petroleumgas als brandstof, wat de installatie ervan betreft [2016/1829] (PB L 285 van 20.10.2016, blz. 1).

(54)

Reglement nr. 110 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) — Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van: I. Specifieke onderdelen van motorvoertuigen die gecomprimeerd aardgas (cng) en/of vloeibaar aardgas (lng) als brandstof gebruiken II. Voertuigen met betrekking tot de installatie van specifieke onderdelen van een goedgekeurd type voor het gebruik van gecomprimeerd aardgas (cng) en/of vloeibaar aardgas (lng) als brandstof [2015/999] (PB L 166 van 30.6.2015, blz. 1).

(55)

Verordening (EG) nr. 79/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 14 januari 2009 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen op waterstof en tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG (PB L 35 van 4.2.2009, blz. 32).

(56)

Vastgesteld volgens de voorschriften van Reglement nr. 101 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) — Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van personenauto’s die alleen door een verbrandingsmotor worden aangedreven, en van personenauto’s die door een hybride elektrische aandrijflijn worden aangedreven, wat het meten van de kooldioxide-emissie en het brandstofverbruik en/of het meten van het elektrische-energieverbruik en de elektrische actieradius betreft, en van voertuigen van de categorieën M1 en N1 die alleen door een elektrische aandrijflijn worden aangedreven, wat het meten van het elektrische-energieverbruik en de elektrische actieradius betreft (PB L 138 van 26.5.2012, blz. 1).

(57)

Behalve voor dualfuelmotoren of -voertuigen.

(58)

Voor dualfuelmotoren van de typen 1B, 2B en 3B.

(59)

Waarde voor de gecombineerde WHTC, inclusief het koude en warme gedeelte overeenkomstig bijlage VIII bij Verordening (EU) nr. 582/2011.

(60)

Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 tot vaststelling van emissienormen voor nieuwe personenauto’s, in het kader van de communautaire geïntegreerde benadering om de CO2-emissies van lichte voertuigen te beperken (PB L 140 van 5.6.2009, blz. 1).

(61)

Verordening (EU) nr. 510/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2011 tot vaststelling van emissienormen voor nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen in het kader van de geïntegreerde benadering van de Unie om de CO2-emissies van lichte voertuigen te beperken (PB L 145 van 31.5.2011, blz. 1).

(62)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 725/2011 van de Commissie van 25 juli 2011 tot vaststelling van een procedure voor de goedkeuring en certificering van innoverende technologieën ter beperking van de CO2-emissies van personenauto’s uit hoofde van Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 194 van 26.7.2011, blz. 19).

(63)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 427/2014 van de Commissie van 25 april 2014 tot vaststelling van een procedure voor de goedkeuring en certificering van innoverende technologieën ter beperking van de CO2-emissies van lichte bedrijfsvoertuigen uit hoofde van Verordening (EU) nr. 510/2011 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 125 van 26.4.2014, blz. 57).

(64)

Voeg indien nodig extra rijen toe (één rij per eco-innovatie).

(65)

Nummer van het besluit van de Commissie tot goedkeuring van de eco-innovatie.

(66)

Toegekend in het besluit van de Commissie tot goedkeuring van de eco-innovatie.

(67)

Indien met instemming van de typegoedkeuringsinstantie in plaats van de testcyclus van type 1 een modelleringsmethode wordt toegepast, moet hier de waarde worden vermeld die met de modelleringsmethode wordt verkregen.

(68)

Som van de CO2-emissiebesparingen van alle afzonderlijke eco-innovaties.

(69)

Representatief voertuig wordt getest voor de wegbelastingmatrixfamilie.

(70)

Verordening (EU) nr. 136/2014 van de Commissie van 11 februari 2014 tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie wat betreft emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en 6) en Verordening (EU) nr. 582/2011 van de Commissie wat betreft emissies van zware voertuigen (Euro VI) (PB L 43 van 13.2.2014, blz. 12)

(71)

Verordening (EU) 2017/2400 van de Commissie van 12 december 2017 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 595/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de bepaling van de CO2-emissies en het brandstofverbruik van zware bedrijfsvoertuigen betreft, en tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EU) nr. 582/2011 van de Commissie (PB L 349 van 29.12.2017, blz. 1).

(72)

Zoals gedefinieerd in Verordening (EU) 2017/2400.

(73)

Reglement nr. 85 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) — Uniforme voorschriften voor de goedkeuring van verbrandingsmotoren of elektrische aandrijvingen bestemd voor het aandrijven van motorvoertuigen van de categorieën M en N, met betrekking tot de meting van het nettovermogen en het maximumvermogen van elektrische aandrijvingen gedurende 30 minuten (PB L 323 van 7.11.2014, blz. 52).

(74)

ESC-test.

(75)

Alleen ETC-test.

(76)

Bij varianten moeten de gevraagde gegevens voor elk van deze varianten worden verstrekt.

(77)

Bij aanhangwagens, de door de fabrikant toegestane maximumsnelheid.

(78)

Reglement nr. 39 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) — Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen wat de snelheidsmeter en de kilometerteller en de installatie ervan betreft (PB L 302 van 28.11.2018, blz. 106).

(79)

Verordening (EU) nr. 65/2012 van de Commissie van 24januari 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat schakelindicatoren betreft en tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 28 van 31.1.2012, blz. 24).

(80)

Voor banden van categorie Z die bedoeld zijn om te worden gemonteerd op voertuigen waarvan de maximumsnelheid 300 km/h overschrijdt, moet gelijkwaardige informatie worden verstrekt.

(81)

Reglement nr. 21 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) — Uniforme voorschriften voor de goedkeuring van voertuigen wat de binnenuitrusting betreft (PB L 188 van 16.7.2018, blz. 32).

(82)

Reglement nr. 121 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) — Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen wat de plaats en identificatie van bedieningsorganen met handbediening, verklikkerlichten en meters betreft [2016/18] (PB L 5 van 8.1.2016, blz. 9).

(83)

Het te vermelden aantal zitplaatsen is dat bij het voertuig in beweging. Bij een modulaire inrichting kan een minimum- en maximumaantal worden opgegeven.

(84)

Onder “R-punt” of “referentiepunt van de zitplaats” wordt verstaan een op de tekeningen van de voertuigfabrikant voor elke zitplaats opgegeven punt, gelokaliseerd met betrekking tot het driedimensionale referentiesysteem, overeenkomstig bijlage III bij VN-Reglement nr. 17 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) — Uniforme voorschriften voor de goedkeuring van voertuigen wat de stoelen en de verankering en eventueel aanwezige hoofdsteun ervan betreft (PB L 230 van 31.8.2010, blz. 81).

(85)

Reglement nr. 26 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) — Uniforme voorschriften voor de goedkeuring van voertuigen wat de naar buiten uitstekende delen ervan betreft (PB L 215 van 14.8.2010, blz. 27).

(86)

De tabel kan zo nodig worden uitgebreid indien de voertuigen meer dan twee rijen zitplaatsen bevatten of meer dan drie zitplaatsen per rij.

(87)

Reglement nr. 14 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) — uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen wat de veiligheidsgordelverankeringen, Isofix-verankeringssystemen, Isofix-toptetherverankeringen en i-Size-zitplaatsen betreft [2015/1406] (PB L 218 van 19.8.2015, blz. 27).

(88)

Voor de te gebruiken symbolen en markeringen, zie punt 5.3.4 van Reglement nr. 16 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) — Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van: I. Veiligheidsgordels, beveiligingssystemen, kinderbeveiligingssystemen en Isofix-kinderbeveiligingssystemen voor de inzittenden van motorvoertuigen II. Voertuigen uitgerust met veiligheidsgordels, veiligheidsgordelverklikkers, beveiligingssystemen, kinderbeveiligingssystemen, Isofix-kinderbeveiligingssystemen en i-Size-kinderbeveiligingssystemen [2018/629] (PB L 109 van 27.4.2018, blz. 1). Als het om veiligheidsgordels van type S gaat, geef dan de aard van het (de) type(n) aan.

(89)

Verordening (EU) nr. 1009/2010 van de Commissie van 9 november 2010 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor wielafschermingen van bepaalde motorvoertuigen en tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 292 van 10.11.2010, blz. 21).

(90)

Verordening (EU) nr. 19/2011 van de Commissie van 11 januari 2011 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de voorgeschreven constructieplaat en voor het voertuigidentificatienummer van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 8 van 12.1.2011, blz. 1).

(91)

Verordening (EU) nr. 109/2011 van de Commissie van 27 januari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor bepaalde categorieën motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan wat opspatafschermingssystemen betreft (PB L 34 van 9.2.2011, blz. 2).

(92)

Reglement nr. 48 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) — Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen wat de installatie van verlichtings- en lichtsignaalvoorzieningen betreft [2019/42] (PB L 14 van 16.1.2019, blz. 42).

(93)

Reglement nr. 10 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) — Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen wat hun elektromagnetische compatibiliteit betreft [2017/1] (PB L 41 van 17.2.2017, blz. 1).

(94)

Reglement nr. 138 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) — Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van stille wegvoertuigen wat hun beperkte hoorbaarheid betreft [2017/71] (PB L 9 van 13.1.2017, blz. 33).

(95)

Verordening (EU) nr. 540/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende het geluidsniveau van motorvoertuigen en vervangende geluidsdempingssystemen, en tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG en tot intrekking van Richtlijn 70/157/EEG (PB L 158 van 27.5.2014, blz. 131).

(96)

Reglement nr. 66 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) — Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van grote passagiersvoertuigen wat de sterkte van de bovenbouw betreft (PB L 84 van 30.3.2011, blz. 1).

(97)

Reglement nr. 105 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) — Uniforme voorschriften voor de goedkeuring van voor het vervoer van gevaarlijke stoffen bestemde voertuigen wat de bijzondere constructiekenmerken ervan betreft (PB L 230 van 31.8.2010, blz. 253).

(98)

Deze termen worden gedefinieerd in ISO-norm 22628:2002 — Wegvoertuigen — Recycleerbaarheid en recupereerbaarheid — Berekeningsmethode.

(99)

Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie (PB L 171 van 29.6.2007, blz. 1).

(100)

Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie van 18 juli 2008 tot uitvoering en wijziging van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie (PB L 199 van 28.7.2008, blz. 1).

(101)

De waarde voor elke technische configuratie van het voertuigtype moet duidelijk zijn aangegeven.

(102)

Te vermelden indien de fabrikant artikel 28, lid 6, van Verordening (EU) 2018/858 toepast; in dat geval moet de toegepaste regelgevingshandeling in de tweede kolom worden gespecificeerd.

(103)

Partijen bij de Herziene overeenkomst van 1958.

(104)

Te vermelden indien dit niet uit het nummer van het typegoedkeuringscertificaat kan worden afgeleid.

(105)

Indien deze informatie niet beschikbaar is op het ogenblik dat de typegoedkeuring wordt verleend, moet ze uiterlijk worden ingevuld op het ogenblik dat het voertuig op de markt wordt gebracht.

(106)

Gelieve bij stapsgewijze typegoedkeuring “niet van toepassing” in te vullen indien de goedkeuringsinstantie de gehele reeks EU-typegoedkeuringscertificaten of VN-typegoedkeuringscertificaten en die instantie het typegoedkeuringscertificaat van het uiteindelijke voertuig heeft opgesteld.

(107)

Overeenkomstig bijlage II bij Verordening (EU) 2018/858.

(108)

Of een visuele voorstelling van een geavanceerde elektronische handtekening overeenkomstig Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 73), inclusief verificatiegegevens):

(109)

¾ vooraanzicht en ¾ achteraanzicht

(110)

¾ vooraanzicht en ¾ achteraanzicht

(111)

Alleen invullen indien het voertuig twee assen heeft.

(112)

In geval van meer dan een elektrische motor het geconsolideerde effect van alle motoren vermelden.

(113)

De in bijlage I, deel C, bij Verordening (EU) 2018/858 vermelde codes worden gebruikt.

(114)

Alleen de basiskleur(en) aangeven: wit, geel, oranje, rood, paars, blauw, groen, grijs, bruin of zwart.

(115)

Met uitzondering van zitplaatsen die uitsluitend zijn bedoeld om te worden gebruikt wanneer het voertuig stilstaat en plaatsen voor rolstoelgebruikers.

(116)

Euronummer en, waar nodig, de code van de voor de typegoedkeuring toegepaste bepalingen vermelden.

(117)

Verordening (EU) 2017/1151 van de Commissie van 1 juni 2017 tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie, tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie en Verordening (EU) nr. 1230/2012 van de Commissie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie (PB L 175 van 7.7.2017, blz. 1).

(118)

Niet verplicht.

(119)

Opgesteld overeenkomstig het model dat is vastgesteld in bijlage IV, deel I, bij Verordening (EU) 2017/2400.

(120)

Opgesteld overeenkomstig het model dat is vastgesteld in bijlage IV, deel II, bij Verordening (EU) 2017/2400.

(121)

Alleen van toepassing indien het voertuig is goedgekeurd krachtens Verordening (EG) nr. 595/2009 en een klanteninformatiedossier is opgesteld overeenkomstig het model dat is vastgesteld in bijlage IV, deel II, bij Verordening (EU) 2017/2400.

(122)

Verordening (EU) nr. 1008/2010 van de Commissie van 9 november 2010 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor wis- en sproeisystemen voor de voorruit van bepaalde motorvoertuigen en tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 292 van 10.11.2010, blz. 2).

(123)

Verordening (EU) nr. 19/2011 van de Commissie van 11 januari 2011 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de voorgeschreven constructieplaat en voor het voertuigidentificatienummer van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 8 van 12.1.2011, blz. 1).

(124)

Verordening (EU) nr. 249/2012 van de Commissie van 21 maart 2012 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 19/2011 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de voorgeschreven constructieplaat van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (PB L 82 van 22.3.2012, blz. 1).

(125)

Reglement nr. 13-H van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) — Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van personenvoertuigen wat het remsysteem betreft [2015/2364] (PB L 335 van 22.12.2015, blz. 1).

(126)

Reglement nr. 46 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) — Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voorzieningen voor indirect zicht en van motorvoertuigen wat de installatie van die voorzieningen betreft (PB L 237 van 8.8.2014, blz. 24).

(127)

VN-Reglement nr. 28 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) — Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van geluidssignaalinrichtingen en van motorvoertuigen wat hun geluidssignalen betreft (PB L 323 van 6.12.2011, blz. 33).

(128)

Indien er voor de brandstof beperkingen gelden, aangeven welke (bv. voor aardgas de L-groep of de H-groep).

(129)

Voertuigen die zowel op benzine als op gasvormige brandstof kunnen rijden, maar waarbij het benzinesysteem alleen is aangebracht voor noodsituaties of voor het starten en waarvan de benzinetank niet meer dan 15 liter benzine kan bevatten, worden voor de test beschouwd als voertuigen die alleen op gasvormige brandstof kunnen rijden.

(130)

In het geval van bifuelvoertuigen moet de tabel worden herhaald voor de tweede brandstof.

(131)

In het geval van flexfuelvoertuigen, indien de test op beide brandstoffen wordt verricht, zoals voorgeschreven in figuur I.2.4 van bijlage I bij Verordening (EU) 2017/115 van de Commissie, en in het geval van voertuigen op lpg of aardgas/biomethaan, hetzij bifuel hetzij monofuel, moet de tabel worden herhaald voor de verschillende tijdens de tekst gebruikte referentiegassen, en moeten in een aanvullende tabel de slechtste resultaten worden vermeld overeenkomstig bijlage 12, punt 3.1.4 bij Reglement nr. 83 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) — Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen wat betreft de emissie van verontreinigende stoffen naargelang de motorbrandstofvereisten (PB L 42 van 15.2.2012, blz. 1). Bij de resultaten in de tabel moeten worden vermeld of zij gemeten of berekend zijn.

(132)

Indien van toepassing.

(133)

Voor Euro VI moet ESC worden gelezen als WHSC en ETC als WHTC.

(134)

Indien voor Euro VI motoren op cng of lpg met verschillende referentiebrandstoffen worden getest, moet voor elke geteste referentiebrandstof een nieuwe tabel worden opgesteld.

(135)

Tabel voor elke geteste referentiebrandstof herhalen.

(136)

De eenheid “l/100 km” wordt vervangen door “m3/100 km” voor voertuigen op aardgas en H2NG en door “kg/100 km” voor voertuigen op waterstof.

(137)

Het formaat voor het identificatienummer van de interpolatiefamilie is vermeld in punt 5.0 van bijlage XXI bij Verordening (EU) 2017/1151 van de Commissie van 1 juni 2017 tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie, tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie en Verordening (EU) nr. 1230/2012 van de Commissie, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 692/2008 (PB L 175 van 7.7.2017, blz. 1).

(138)

Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1152 van de Commissie van 2 juni 2017 tot vaststelling van een methode voor het bepalen van de correlatieparameters die nodig zijn om de veranderingen in de regelgevende testprocedure inzake lichte bedrijfsvoertuigen weer te geven, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 293/2012 (PB L 175 van 7.7.2017, blz. 644).

(139)

Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1153 van de Commissie van 2 juni 2017 tot vaststelling van een methode voor het bepalen van de correlatieparameters die nodig zijn om veranderingen in de regelgevende testprocedure weer te geven, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1014/2010 (PB L 175 van 7.7.2017, blz. 679).

(140)

Het formaat voor het identificatienummer van de interpolatiefamilie is vermeld in punt 5.0 van bijlage XXI bij Verordening (EU) 2017/1151.

(141)

Herhaal de tabel voor elke variant/uitvoering van het voertuig.

(142)

Voeg indien nodig extra rijen toe (één rij per eco-innovatie).

(143)

Reglement nr. 83 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) — Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen wat betreft de emissie van verontreinigende stoffen naargelang de motorbrandstofvereisten (PB L 42 van 15.2.2012, blz. 1).

(144)

Besluit tot goedkeuring van de eco-innovatie. Artikel 12 van Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 140 van 5.6.2009, blz. 1).

(145)

Zoals toegekend in het besluit van de Commissie tot goedkeuring van de eco-innovatie.

(146)

Indien in plaats van de testcyclus van type 1 een modelleringsmethode wordt toegepast, moet hier de waarde worden vermeld die met de modelleringsmethode wordt verkregen.

(147)

Bijlage I, punt 3.5.1.3, bij Uitvoeringsverordening (EU) XXXX/XX van de Commissie van …/… tot uitvoering van Verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de administratieve voorschriften voor de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd.

(148)

Som van de resultaten van de CO2-emissiebesparing van elke individuele eco-innovatie tijdens NEDC zoals berekend in de laatste kolom van deze tabel overeenkomstig bijlage XII bij Verordening (EU) 2017/1151.

(149)

Verordening (EU) 2017/1151 van de Commissie van 1 juni 2017 tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie, tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie en Verordening (EU) nr. 1230/2012 van de Commissie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie (PB L 175 van 7.7.2017, blz. 1).

(150)

Som van de resultaten van de CO2-emissiebesparing van elke individuele eco-innovatie tijdens WLTP zoals berekend in de laatste kolom van deze tabel overeenkomstig bijlage XII bij Verordening (EU) 2017/1151.

(151)

De algemene code van de eco-innovatie(s) moet bestaan uit de volgende elementen, telkens gescheiden door een spatie:

de code van de goedkeuringsinstantie zoals vermeld in bijlage IV bij Uitvoeringsverordening (EU) XXXX/XX van de Commissie van …/… tot uitvoering van Verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de administratieve voorschriften voor de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd;

de individuele code van elke eco-innovatie waarmee het voertuig is uitgerust, in chronologische volgorde van de goedkeuringsbesluiten van de Commissie.

(Bv. de algemene code van drie eco-innovaties die chronologisch als 10, 15 en 16 zijn goedgekeurd en zijn ingebouwd in een voertuig dat door de Duitse typegoedkeuringsinstantie is gecertificeerd, luidt als volgt: “e1 10 15 16”).

(152)

ISO/IEC 17025:2017 — Algemene eisen voor de bekwaamheid van beproevings- en kalibratielaboratoria. Datum van publicatie: 2017-11.

(153)

Identificatiecode vermelden.

(154)

Aangeven of het voertuig geschikt is voor links- of rechtsrijdend verkeer of voor zowel links- als rechtsrijdend verkeer.

(155)

Aangeven of de snelheidsmeter of de kilometerteller metrische of zowel metrische als Engelse “imperiale” eenheden gebruikt.

(156)

Deze verklaring doet geen afbreuk aan het recht van de lidstaten om technische aanpassingen te verlangen wanneer men een voertuig wil registreren in een andere lidstaat dan die waarvoor het bedoeld was en een van die lidstaten linksrijdend verkeer heeft en de andere rechtsrijdend verkeer.

(157)

De punten 4 en 4.1. worden ingevuld in overeenstemming met respectievelijk definitie 25 (wielbasis) en definitie 26 (afstand tussen de assen) van Verordening (EU) nr. 1230/2012.

(158)

Massa’s moeten worden afgerond op gehele getallen.

(159)

Bij hybride voertuigen beide outputs vermelden.

(160)

Optionele uitrustingsstukken en aanvullende band-wielcombinaties kunnen bij “Opmerkingen” worden vermeld. Als een voertuig wordt geleverd met een volledige set standaardwielen en -banden en een volledige set winterbanden (aangeduid met het symbool met drie bergtoppen en een sneeuwvlok — 3PMS), al dan niet met wielen, worden de aanvullende winterbanden en de eventuele wielen daarvan beschouwd als aanvullende band-wielcombinatie, ongeacht welke wielen en banden feitelijk op het voertuig zijn gemonteerd.

(161)

Alleen van toepassing op individuele voertuigen uit de wegbelastingmatrixfamilie (RLMF).

(162)

Herhalen voor alle brandstoffen die kunnen worden gebruikt. Voertuigen die zowel op benzine als op gasvormige brandstof kunnen rijden, maar waarbij het benzinesysteem alleen is aangebracht voor noodsituaties of voor het starten en waarvan de benzinetank niet meer dan 15 l benzine kan bevatten, worden beschouwd als voertuigen die alleen op gasvormige brandstof kunnen rijden.

(163)

Voor dualfuelmotoren en -voertuigen van Euro VI zo nodig herhalen.

(164)

Uitsluitend emissies vermelden die overeenkomstig de toepasselijke regelgevingshandeling(en) zijn beoordeeld.

(165)

Indien het voertuig is uitgerust met 24 GHz-kortbereikradarapparatuur overeenkomstig Beschikking van de Commissie van 17 januari 2005 inzake de harmonisatie van de 24 GHz-radiospectrumband voor in de tijd beperkt gebruik door kortbereikradarapparatuur voor motorvoertuigen in de Gemeenschap (PB L 21 van 25.1.2005, blz. 15), moet de fabrikant hier vermelden: “Voertuig uitgerust met 24 GHz-kortbereikradarapparatuur”.

(166)

De fabrikant kan deze onderdelen voor internationaal verkeer, voor nationaal verkeer of voor beide invullen. In het geval van nationaal verkeer moet de code worden vermeld van het land waar het voertuig zal worden geregistreerd. Hiervoor moeten de codes overeenkomstig ISO-norm 3166-1:2013 worden gebruikt. In het geval van internationaal verkeer moet het nummer van de richtlijn worden vermeld (bv. “96/53/EG” voor Richtlijn 96/53/EG van de Raad).

(167)

Met uitzondering van zitplaatsen die uitsluitend zijn bedoeld om te worden gebruikt wanneer het voertuig stilstaat en plaatsen voor rolstoelgebruikers. Voor bussen van voertuigcategorie M3 moeten de bijrijders bij het aantal passagiers worden geteld.

(168)

Voor voltooide voertuigen van categorie N1 binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 715/2007.

(169)

Alleen van toepassing indien het voertuig is goedgekeurd krachtens Verordening (EG) nr. 595/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen en motoren met betrekking tot emissies van zware bedrijfsvoertuigen (Euro VI) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 715/2007 en Richtlijn 2007/46/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 80/1269/EEG, 2005/55/EG en 2005/78/EG (PB L 188 van 18.7.2009, blz. 1).

(170)

Alleen van toepassing indien het voertuig is goedgekeurd krachtens Verordening (EG) nr. 595/2009 en een klanteninformatiedossier is opgesteld overeenkomstig het model in deel II van bijlage IV bij Verordening (EU) 2017/2400.

(171)

Zoals vermeld in punt 2.3 van het klanteninformatiedossier, opgesteld overeenkomstig het model in bijlage IV, deel II, bij Verordening (EU) 2017/2400.

(172)

Zoals vermeld in punt 2.4 van het klanteninformatiedossier, opgesteld overeenkomstig het model in bijlage IV, deel II, bij Verordening (EU) 2017/2400.

(173)

Reglement nr. 105 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) — Uniforme voorschriften voor de goedkeuring van voor het vervoer van gevaarlijke stoffen bestemde voertuigen wat de bijzondere constructiekenmerken ervan betreft (PB L 230 van 31.8.2010, blz. 253).

(174)

Zie bijlage I, deel A, punt 3.1.2, bij Verordening (EU) nr. 19/2011 voor de term “koppelingspunt 0”.

MODEL VOOR EEN INLICHTINGENFORMULIER VOOR DE EU-TYPEGOEDKEURING VAN VOERTUIGEN, SYSTEMEN, ONDERDELEN OF TECHNISCHE EENHEDEN

De in Verordening (EU) 2018/858 bedoelde inlichtingenformulieren met betrekking tot de EU-typegoedkeuring van een geheel voertuig en met betrekking tot de EU-typegoedkeuring van een systeem, onderdeel of technische eenheid bestaan alleen uit uittreksels uit de volgende lijst en houden de nummering ervan aan.

Tekeningen of foto’s moeten voldoende gedetailleerd en duidelijk zichtbaar zijn wanneer ze op A4-formaat worden afgedrukt.

Indien de in deze bijlage bedoelde systemen, onderdelen en technische eenheden elektronisch gestuurde functies hebben, worden gegevens over de prestaties verstrekt.

0.   ALGEMEEN

0.1.

Merk (handelsnaam van fabrikant): …

0.2.

Type: …

0.2.0.1.

Chassis: …

0.2.0.2.

Carrosserie/compleet voertuig: …

0.2.1.

Handelsbenaming(en) (indien van toepassing): …

0.2.2.

Voor in meer fasen goedgekeurde voertuigen, typegoedkeuringsinformatie van het basisvoertuig/het voertuig van de voorafgaande fasen (vermeld de gegevens voor elke fase. Hiervoor mag een matrix worden gebruikt):

Type: …

Variant(en): …

Uitvoering(en): …

Nummer van het typegoedkeuringscertificaat, inclusief uitbreidingsnummer: …

0.2.2.1.

Toegestane parameterwaarden voor het gebruik van de emissiewaarden van het basisvoertuig bij meerfasentypegoedkeuring (bereik vermelden, indien van toepassing) (1)::

Massa van het uiteindelijke voertuig in rijklare toestand (in kg): …

Frontale oppervlak van het uiteindelijke voertuig (cm2): …

Rolweerstand (kg/t): …

Dwarsdoorsnede van de luchtinlaat van de grille aan de voorkant (in cm2): …

0.2.3.

Identificatienummers (1)::

0.2.3.1.

Identificatienummer van de interpolatiefamilie: …

0.2.3.2.

Identificatienummer van de ATCT-familie: …

0.2.3.3.

Identificatienummer van de PEMS-familie: …

0.2.3.4.

Identificatienummer van de wegbelastingfamilie

0.2.3.4.1.

Wegbelastingfamilie van VH: …

0.2.3.4.2.

Wegbelastingfamilie van VL: …

0.2.3.4.3.

In de interpolatiefamilie toepasselijke wegbelastingfamilies: …

0.2.3.5.

Identificatienummer van de wegbelastingmatrixfamilie: …

0.2.3.6.

Identificatienummer van de periodiekeregeneratiefamilie: …

0.2.3.7.

Identificatienummer van de verdampingstestfamilie: …

0.2.3.8.

Identificatienummer van de OBD-familie: …

0.2.3.9.

Identificatienummer van overige familie: …

0.3.

Middel tot identificatie van het type, indien op het voertuig/het onderdeel/de technische eenheid aangebracht (1) (2): …

0.3.0.1.

Chassis: …

0.3.0.2.

Carrosserie/compleet voertuig: …

0.3.1.

Plaats waar dat identificatiemiddel is aangebracht: …

0.3.1.1.

Chassis: …

0.3.1.2.

Carrosserie/compleet voertuig: …

0.4.

Voertuigcategorie (3): …

0.4.1.

Indeling(en), op basis van de gevaarlijke goederen die het voertuig moet vervoeren: …

0.5.

Bedrijfsnaam en adres van de fabrikant: …

0.5.1.

Voor in meer fasen goedgekeurde voertuigen, bedrijfsnaam en adres van de fabrikant van het basisvoertuig/het voertuig van de voorafgaande fase: …

0.6.

Plaats en wijze van aanbrenging van de voorgeschreven platen en plaats van het voertuigidentificatienummer: …

0.6.1.

Op het chassis: …

0.6.2.

Op de carrosserie: …

0.7.

(Niet gebruikt)

0.8.

Naam en adres van de assemblagefabriek(en): …

0.9.

Naam en adres van de eventuele vertegenwoordiger van de fabrikant: …

1.   ALGEMENE CONSTRUCTIEKENMERKEN

1.1.

Foto’s en/of tekeningen van een representatie(f)(ve) voertuig/onderdeel/technische eenheid (4): …

1.2.

Maattekening van het gehele voertuig (kortste en langste wielbasis, indien van toepassing): …

1.3.

Aantal assen: … en wielen (5): …

1.3.1.

Aantal en plaats van de assen met dubbellucht: …

1.3.2.

Aantal en plaats van gestuurde assen: …

1.3.3.

Aangedreven assen (aantal, plaats en onderlinge verbinding): …

1.4.

Chassis (indien aanwezig) (overzichtstekening — kortste en langste wielbasis, indien van toepassing): …

1.5.

Materiaal van de langsbalken (6): …

1.6.

Plaats en opstelling van de motor: …

1.7.

Stuurcabine: front (7)/torpedo/slaapcabine (4): …

1.8.

Kant van het stuur: links/rechts (4).

1.8.1.

Het voertuig is uitgerust om te worden gebruikt in rechtsrijdend/linksrijdend (4) verkeer.

1.9.

Geef aan of het trekkende voertuig bestemd is om een oplegger of andere aanhangwagen te trekken en of die aanhangwagen een oplegger, een autonome aanhangwagen, een middenasaanhangwagen of aanhangwagen met stijve dissel is: …

1.10.

Geef aan of het voertuig speciaal ontworpen is voor het vervoer van goederen bij een geregelde temperatuur: …

1.11.

Geef aan of het voertuig niet-geautomatiseerd/geautomatiseerd/volledig geautomatiseerd (4) is (8).

2.   MASSA’S EN AFMETINGEN (9) (10) (11)

(in kg en mm) (in voorkomend geval naar tekening verwijzen)

2.1.   Wielbasis of -bases (bij volle belasting) (1 2)

2.1.1.

Voertuigen met twee assen: …

2.1.2.

Voertuigen met drie of meer assen

2.1.2.1.

Afstand tussen de opeenvolgende assen van de voorste naar de achterste as toe: …

2.1.2.2.

Totale afstand tussen de assen (1 3): …

2.2.   Koppelschotel

2.2.1.

Voor opleggers

2.2.1.1.

Afstand tussen het hart van de koppelingspen en het achterste punt van de oplegger: …

2.2.1.2.

Maximumafstand tussen het hart van de koppelingspen en een willekeurig punt aan de voorzijde van de oplegger: …

2.2.1.3.

Speciale wielbasis van de oplegger (zoals gedefinieerd in bijlage I, deel D, punt 3.2, bij Verordening (EU) nr. 1230/2012 van de Commissie) (1 4): …

2.2.2.

Voor opleggertrekkers

2.2.2.1.

Afstand hart koppelschotel/hart achteras (maximaal en minimaal; bij een incompleet voertuig de toelaatbare waarden aangeven) (1 5): …

2.2.2.2.

Maximumhoogte van de koppelschotel (genormaliseerd) (1 6): …

2.3.   Spoorwijdte en breedte van de assen

2.3.1.

Spoorwijdte op elke gestuurde as (17): …

2.3.2.

Spoorwijdte op alle andere assen (17): …

2.3.3.

Breedte van de breedste achteras (gemeten aan de buitenzijde van de banden, exclusief de bolling van de banden dicht bij het wegdek): …

2.3.4.

Breedte van de voorste as (gemeten aan de buitenzijde van de banden, exclusief de bolling van de banden dicht bij het wegdek): …

2.4.   Bereik van de afmetingen van het voertuig (buitenmaten)

2.4.1.

Voor chassis zonder carrosserie

2.4.1.1.

Lengte (1 8): …

2.4.1.1.1.

Maximaal toelaatbare lengte: …

2.4.1.1.2.

Minimaal toelaatbare lengte: …

2.4.1.1.3.

Bij aanhangwagens, maximaal toelaatbare lengte van de dissel (1 9): …

2.4.1.2.

Breedte (2 0): …

2.4.1.2.1.

Maximaal toelaatbare breedte: …

2.4.1.2.2.

Minimaal toelaatbare breedte: …

2.4.1.3.

Hoogte (in rijklare toestand) (21) (bij in hoogte verstelbare vering de normale rijstand aangeven): …

2.4.1.3.1.

Maximaal toelaatbare hoogte (22): …

2.4.1.4.

Vooroverhang (23): …

2.4.1.4.1.

Oploophoek (24): … graden.

2.4.1.5.

Achteroverhang (25): …

2.4.1.5.1.

Afloophoek (26): … graden.

2.4.1.5.2.

Minimaal en maximaal toelaatbare overhang van het koppelpunt (27): …

2.4.1.5.3.

Maximaal toelaatbare overhang aan achterzijde (22): …

2.4.1.6.

Bodemvrijheid (zoals beschreven in bijlage I, deel A, punten 4.1 en 4.2, bij Verordening (EU) 2018/858)

2.4.1.6.1.

Tussen de assen: …

2.4.1.6.2.

Onder de vooras(sen): …

2.4.1.6.3.

Onder de achteras(sen): …

2.4.1.7.

Hellingshoek (28): … graden.

2.4.1.8.

Toelaatbare uiterste posities van het zwaartepunt van de carrosserie en/of de binneninrichting en/of de uitrusting en/of de nuttige lading: …

2.4.2.

Voor chassis met carrosserie

2.4.2.1.

Lengte (1 8): …

2.4.2.1.1.

Lengte van de laadruimte: …

2.4.2.1.2.

Bij aanhangwagens, maximaal toelaatbare lengte van de dissel (28): …

2.4.2.1.3.

Verlengde cabine die voldoet aan artikel 9 bis van Richtlijn 96/53/EG van de Raad (29): ja/nee (4)

2.4.2.2.

Breedte (20): …

2.4.2.2.1.

Dikte van de wanden (bij voertuigen bestemd voor het vervoer van goederen bij een geregelde temperatuur): …

2.4.2.3.

Hoogte (in rijklare toestand) (21) (bij in hoogte verstelbare vering de normale rijstand aangeven): …

2.4.2.4.

Vooroverhang (23): …

2.4.2.4.1.

Oploophoek (24): … graden.

2.4.2.5.

Achteroverhang (25): …

2.4.2.5.1.

Afloophoek (26): … graden.

2.4.2.5.2.

Minimaal en maximaal toelaatbare overhang van het koppelpunt (27): …

2.4.2.5.3.

Maximaal toelaatbare overhang aan achterzijde: …

2.4.2.6.

Bodemvrijheid (zoals beschreven in bijlage I, deel A, punten 4.1 en 4.2, bij Verordening (EU) 2018/858)

2.4.2.6.1.

Tussen de assen: …

2.4.2.6.2.

Onder de vooras(sen): …

2.4.2.6.3.

Onder de achteras(sen): …

2.4.2.7.

Hellingshoek (28): … graden.

2.4.2.8.

Toelaatbare uiterste posities van het zwaartepunt van de lading (bij een niet-gelijkmatig verdeelde lading): …

2.4.2.9.

Plaats van het zwaartepunt van het voertuig (M2 en M3) bij zijn technisch toelaatbare maximummassa in lengte-, dwars- en verticale richting): …

2.4.3.

Voor carrosserie goedgekeurd zonder chassis (voertuigen van de categorieën M2 en M3)

2.4.3.1.

Lengte (1 8): …

2.4.3.2.

Breedte (20): …

2.4.3.3.

Nominale hoogte (in rijklare toestand) (21) van het (de) bedoelde chassistype(n) (bij in de hoogte verstelbare vering de normale rijstand aangeven): …

2.5.

Minimummassa op de gestuurde as(sen) voor incomplete voertuigen: …

2.6.   Massa in rijklare toestand (3 0)

a)

minimum en maximum voor elke variant: …

b)

massa van elke uitvoering (er moet een matrix worden opgesteld): …

2.6.1.

Verdeling van deze massa over de assen en, in het geval van een oplegger, een aanhangwagen met stijve dissel of een middenasaanhangwagen, de massa op het koppelpunt:

a)

minimum en maximum voor elke variant: …

b)

massa van elke uitvoering (er moet een matrix worden opgesteld): …

2.6.2.

Maximummassa van de optionele uitrusting (zie de definitie in artikel 2, punt 5, van Verordening (EU) nr. 1230/2012 van de Commissie (3 1): …

2.6.2.1.

Verdeling van deze massa over de assen en, in het geval van een oplegger of middenasaanhangwagen, de belasting op het koppelpunt: …

2.6.3.

Rotatiemassa (1): 3 % van de som van de massa in rijklare toestand en 25 kg of waarde, per as (kg): …

2.6.4.

Bijkomende massa voor alternatieve aandrijving: … kg

2.6.5.

Lijst van uitrusting voor alternatieve aandrijving (en aanduiding van de massa van de onderdelen): …

2.7.

Minimummassa van het voltooide voertuig volgens fabrieksopgave in het geval van een incompleet voertuig: …

2.7.1.

Verdeling van deze massa over de assen en, in het geval van een oplegger of middenasaanhangwagen, de belasting op het koppelpunt: …

2.7.2.

Maximaal toelaatbare feitelijke massa volgens fabrieksopgave, in het geval van een incompleet voertuig: …

2.8.

Technisch toelaatbare maximummassa volgens fabrieksopgave (32) (33): …

2.8.1.

Verdeling van deze massa over de assen en, in het geval van een oplegger of middenasaanhangwagen, de belasting op het koppelpunt (33): …

2.9.

Technisch toelaatbare maximummassa op elke as:

2.10.

Technisch toelaatbare massa op elke groep assen:

2.11.

Technisch toelaatbare getrokken maximummassa van het trekkende voertuig

in het geval van een:

2.11.1.

Autonome aanhangwagen: …

2.11.2.

Oplegger: …

2.11.3.

Middenasaanhangwagen: …

2.11.3.1.

Maximumverhouding tussen koppelingsoverhang (34) en wielbasis: …

2.11.3.2.

Maximale V-waarde: …… kN.

2.11.4.

Aanhangwagen met stijve dissel: …

2.11.5.

Technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand van de combinatie (33): …

2.11.6.

Maximummassa van niet-beremde aanhangwagens: …

2.12.

Technisch toelaatbare maximummassa op het koppelpunt:

2.12.1.

van een trekkend voertuig: …

2.12.2.

van een oplegger, middenasaanhangwagen of aanhangwagen met stijve dissel: …

2.12.3.

Maximaal toelaatbare massa van de koppelinrichting (indien deze niet door de fabrikant is gemonteerd): …

2.13.

Uitzwaai van de achterkant (bijlage I, deel B, punt 8/deel C, punt 7, bij Verordening (EU) nr. 1230/2012): …

2.14.

Verhouding tussen motorvermogen en maximummassa: …… kW/kg.

2.14.1.

Verhouding tussen motorvermogen en technisch toelaatbare maximummassa van de voertuigcombinatie in beladen toestand (bijlage I, deel B, punt 6, bij Verordening (EU) nr. 1230/2012): …… kW/kg.

2.15.

Startvermogen op een helling (voertuig zonder aanhanger) (35): …… %.

2.16.

Maximaal toelaatbare massa’s in beladen toestand bij registratie/in het verkeer, voertuigcategorieën M2, M3, N2, N3, O3 en O4 (facultatief)

2.16.1.

Maximaal toelaatbare massa in beladen toestand bij registratie/in het verkeer: …

2.16.2.

Maximaal toelaatbare massa op elke as bij registratie/in het verkeer en, in het geval van een oplegger of middenasaanhangwagen, de door de fabrikant opgegeven beoogde belasting op het koppelpunt indien deze lager is dan de technisch toelaatbare maximummassa op het koppelpunt: …

2.16.3.

Maximaal toelaatbare massa op elke groep assen bij registratie/in het verkeer: …

2.16.4.

Beoogde maximaal toelaatbare getrokken massa bij registratie/in het verkeer (verschillende waarden mogelijk voor elke technische configuratie) (101): …

2.16.5.

Maximaal toelaatbare massa van de voertuigcombinatie bij registratie/in het verkeer: …

2.17.

Voertuig dat voor meerfasentypegoedkeuring ter beschikking wordt gesteld (alleen bij incomplete of voltooide voertuigen van categorie N1 die binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad vallen (36)): ja/nee (4)

2.17.1.

Massa van het basisvoertuig in rijklare toestand: … kg

2.17.2.

Standaard toegevoegde massa, berekend overeenkomstig bijlage XII, punt 5, bij Verordening (EG) nr. 692/2008 (37): … kg

3.   AANDRIJVINGSENERGIEOMZETTER (38)

3.1.

Fabrikant van de aandrijfenergieomzetter(s):

3.1.1.

Code van de fabrikant (zoals vermeld op de aandrijfenergieomzetter) of ander identificatiemiddel: …

3.1.2.

Nummer van het goedkeuringscertificaat (in voorkomend geval), inclusief brandstofidentificatiemarkering: …

(alleen voor zware voertuigen)

3.2.

Verbrandingsmotor

3.2.1.

Specifieke informatie over de motor

3.2.1.1.

Werkingsprincipe: elektrische ontsteking/compressieontsteking/dualfuel (4)

Cyclus: viertakt/tweetakt/draaizuiger (4)

3.2.1.1.1.

Type dualfuelmotor: type 1A/1B/2A/2B/3B (4) (42)

3.2.1.1.2.

Gasenergieverhouding tijdens het warme gedeelte van de WHTC-testcyclus: … %

3.2.1.2.

Aantal en opstelling van de cilinders: …

3.2.1.2.1.

Boring (39): …… mm

3.2.1.2.2.

Slag (39): …… mm

3.2.1.2.3.

Ontstekingsvolgorde: …

3.2.1.3.

Cilinderinhoud (4 0): …… cm3

3.2.1.4.

Volumetrische compressieverhouding (4 1): …

3.2.1.5.

Tekeningen van verbrandingskamer, zuigerkop en, bij elektrische-ontstekingsmotoren, zuigerveren: …

3.2.1.6.

Normaal stationair toerental (41): …… min-1

3.2.1.6.1.

Hoog stationair toerental (41): …… min-1

3.2.1.6.2.

Stationair draaien op diesel: ja/nee (4) (42)

3.2.1.7.

Volumepercentage koolmonoxide in de uitlaatgassen bij stationair draaiende motor (41): … % volgens fabrieksopgave (alleen voor motoren met elektrische ontsteking)

3.2.1.8.

Maximaal nettovermogen (43): … kW bij … min-1 (door de fabrikant opgegeven waarde)

3.2.1.9.

Maximaal toegestaan motortoerental volgens fabrieksopgave: … min-1

3.2.1.10.

Nettomaximumkoppel (43): … Nm bij … min-1 (volgens fabrieksopgave)

3.2.1.11.

Verwijzingen van de fabrikant naar de bij de artikelen 5, 7 en 9 van Verordening (EU) nr. 582/2011 van de Commissie (44) of de artikelen 3 en 5 van Verordening (EU) 2017/1151 van de Commissie voorgeschreven documentatie- en uitgebreide documentatiepakketten op grond waarvan de goedkeuringsinstantie een oordeel kan vellen over de emissiebeheersingsstrategieën en de systemen aan boord van het voertuig en van de motor voor de juiste werking van emissiebeperkingsmaatregelen.

3.2.2.

Brandstof

3.2.2.1.

Diesel/benzine/lpg/aardgas of biomethaan/ethanol (E 85)/biodiesel/waterstof

(4) (45)

3.2.2.1.1.

RON, loodvrij: …

3.2.2.2.

Zware voertuigen: diesel/benzine/lpg/aardgas-H/aardgas-L/aardgas-HL/ethanol (ED95)/ethanol (E85)/lng/lng20 (4) (45)

3.2.2.2.1.

(Alleen Euro VI) Brandstoffen die voor de motor kunnen worden gebruikt zoals opgegeven door de fabrikant overeenkomstig bijlage I, punt 1.1.2, bij Verordening (EU) nr. 582/2011 (naargelang het geval)

3.2.2.3.

Vulopening brandstoftank: vernauwde opening/sticker (4)

3.2.2.4.

Voertuigbrandstoftype: monofuel, bifuel, flexfuel, dualfuel, type 1A/1B/2A/2B/3B (4)

3.2.2.5.

Maximaal aanvaardbare hoeveelheid biobrandstof in de brandstof (volgens fabrieksopgave): … vol. %

3.2.3.

Brandstoftank(s)

3.2.3.1.

Bedrijfsbrandstoftank(s)

3.2.3.1.1.

Aantal en inhoud van elke tank: …

3.2.3.1.1.1.

Materiaal: …

3.2.3.1.2.

Tekening en technische beschrijving van de tank(s) met alle verbindingen en alle leidingen van het ontluchtings- en ventilatiesysteem, vergrendeling, kleppen, bevestigingsmiddelen: …

3.2.3.1.3.

Tekening waarop de plaatsen van de tanks in het voertuig duidelijk zijn aangegeven: …

3.2.3.2.

Reservebrandstoftank(s)

3.2.3.2.1.

Aantal en inhoud van elke tank: …

3.2.3.2.1.1.

Materiaal: …

3.2.3.2.2.

Tekening en technische beschrijving van de tank(s) met alle verbindingen en alle leidingen van het ontluchtings- en ventilatiesysteem, vergrendeling, kleppen, bevestigingsmiddelen: …

3.2.3.2.3.

Tekening waarop de plaatsen van de tanks in het voertuig duidelijk zijn aangegeven: …

3.2.4.

Brandstoftoevoer

3.2.4.1.

Via carburateur(s): ja/nee (4)

3.2.4.2.

Door brandstofinspuiting (alleen compressieontsteking of dualfuel): ja/nee (4)

3.2.4.2.1.

Beschrijving van het systeem (common rail/afzonderlijke injectoren/distributiepomp enz.): …

3.2.4.2.2.

Werkingsprincipe: directe inspuiting/voorkamer/wervelkamer (4)

3.2.4.2.3.

Inspuit-/toevoerpomp

3.2.4.2.3.1.

Merk(en): …

3.2.4.2.3.2.

Type(n): …

3.2.4.2.3.3.

Maximale brandstofopbrengst (4) (41): … mm3/slag of cyclus bij een motortoerental van: … min-1 of eventueel karakteristiek schema: …

(Als aanjaagdrukregeling wordt toegepast, de karakteristieke brandstofopbrengst vermelden, alsmede de aanjaagdruk met bijbehorend motortoerental.)

3.2.4.2.3.4.

Vaste inspuittiming (41): …

3.2.4.2.3.5.

Inspuitvervroegingscurve (41): …

3.2.4.2.3.6.

Kalibratieprocedure: testbank/motor (4)

3.2.4.2.4.

Regeling van de motortoerentalbegrenzing

3.2.4.2.4.1.

Type: …

3.2.4.2.4.2.

Uitschakelingspunt

3.2.4.2.4.2.1.

Uitschakelingspunt onder belasting: …… min-1

3.2.4.2.4.2.2.

Maximumtoerental in onbelaste toestand: …… min-1

3.2.4.2.4.2.3.

Stationair toerental: ….. min-1

3.2.4.2.5.

Inspuitleidingen (alleen voor zware voertuigen)

3.2.4.2.5.1.

Lengte: …… mm

3.2.4.2.5.2.

Binnendiameter: …… mm

3.2.4.2.5.3.

Common rail, merk en type: …

3.2.4.2.6.

Inspuiter(s)

3.2.4.2.6.1.

Merk(en): …

3.2.4.2.6.2.

Type(n): …

3.2.4.2.6.3.

Openingsdruk (41): … kPa of karakteristiek schema (41): …

3.2.4.2.7.

Koudstartsysteem

3.2.4.2.7.1.

Merk(en): …

3.2.4.2.7.2.

Type(n): …

3.2.4.2.7.3.

Beschrijving: …

3.2.4.2.8.

Hulpstartsysteem

3.2.4.2.8.1.

Merk(en): …

3.2.4.2.8.2.

Type(n): …

3.2.4.2.8.3.

Beschrijving van het systeem: …

3.2.4.2.9.

Elektronische inspuiting: ja/nee (4)

3.2.4.2.9.1.

Merk(en): …

3.2.4.2.9.2.

Type(n):

3.2.4.2.9.3.

Beschrijving van het systeem

3.2.4.2.9.3.1.

Merk en type van de regeleenheid (ECU): …

3.2.4.2.9.3.1.1.

Software-identificatienummer van de regeleenheid: …

3.2.4.2.9.3.2.

Merk en type van de brandstofregelaar: …

3.2.4.2.9.3.3.

Merk en type van de luchtstroomsensor: …

3.2.4.2.9.3.4.

Merk en type van de brandstofverdelerpomp: …

3.2.4.2.9.3.5.

Merk en type van het smoorklephuis: …

3.2.4.2.9.3.6.

Merk en type van de watertemperatuursensor: …

3.2.4.2.9.3.7.

Merk en type van de luchttemperatuursensor: …

3.2.4.2.9.3.8.

Merk en type van de luchtdruksensor: …

3.2.4.3.

Door brandstofinspuiting (alleen bij elektrische ontsteking): ja/nee (4)

3.2.4.3.1.

Werkingsprincipe: inlaatspruitstuk (monopoint/multipoint/directe inspuiting (4)/andere (specificeren): …

3.2.4.3.2.

Merk(en): …

3.2.4.3.3.

Type(n): …

3.2.4.3.4.

Beschrijving van het systeem (bij andere dan continue inspuitsystemen soortgelijke gegevens verstrekken): …

3.2.4.3.4.1.

Merk en type van de regeleenheid (ECU): …

3.2.4.3.4.1.1.

Software-identificatienummer van de regeleenheid: …

3.2.4.3.4.2.

Merk en type van de brandstofregelaar: …

3.2.4.3.4.3.

Merk en type of werkingsprincipe van de luchtstroomsensor: …

3.2.4.3.4.4.

Merk en type van de brandstofverdelerpomp: …

3.2.4.3.4.5.

Merk en type van de drukregelaar: …

3.2.4.3.4.6.

Merk en type van de microschakelaar: …

3.2.4.3.4.7.

Merk en type van de instelschroef voor stationair draaien: …

3.2.4.3.4.8.

Merk en type van het smoorklephuis: …

3.2.4.3.4.9.

Merk en type van de watertemperatuursensor: …

3.2.4.3.4.10.

Merk en type van de luchttemperatuursensor: …

3.2.4.3.4.11.

Merk en type van de luchtdruksensor: …

3.2.4.3.4.12.

Software-identificatienummer(s): …

3.2.4.3.5.

Inspuiters

3.2.4.3.5.1.

Merk en type: …

3.2.4.3.6.

Inspuittiming: …

3.2.4.3.7.

Koudstartsysteem

3.2.4.3.7.1.

Werkingsprincipe(s): …

3.2.4.3.7.2.

Bedrijfsgrenzen/-instellingen (4) (41): …

3.2.4.4.

Brandstofpomp

3.2.4.4.1.

Druk (41): … kPa of karakteristiek schema (41): …

3.2.4.4.2.

Merk(en): ….

3.2.4.4.3.

Type(n): …

3.2.5.

Elektrisch systeem

3.2.5.1.

Nominale spanning: … V, positieve/negatieve massaverbinding (41)

3.2.5.2.

Generator

3.2.5.2.1.

Merk en type: …

3.2.5.2.2.

Nominaal vermogen: …… VA

3.2.6.

Ontstekingssysteem (alleen elektrische-ontstekingsmotoren)

3.2.6.1.

Merk(en): …

3.2.6.2.

Type(n): …

3.2.6.3.

Werkingsprincipe: …

3.2.6.4.

Ontstekingsvervroegingscurve of -diagram (41): …

3.2.6.5.

Vaste ontstekingstiming (41): … graden vóór BDP

3.2.6.6.

Bougies

3.2.6.6.1.

Merk: …

3.2.6.6.2.

Type: …

3.2.6.6.3.

Elektrodenafstand: …mm

3.2.6.7.

Bobine(s)

3.2.6.7.1.

Merk: …

3.2.6.7.2.

Type: …

3.2.7.

Koelsysteem: vloeistof/lucht (4)

3.2.7.1.

Nominale instelling van het motortemperatuurregelmechanisme: …

3.2.7.2.

Vloeistof

3.2.7.2.1.

Aard van de vloeistof: …

3.2.7.2.2.

Circulatiepomp(en): ja/nee (4)

3.2.7.2.3.

Kenmerken: ………. of

3.2.7.2.3.1.

Merk(en): …

3.2.7.2.3.2.

Type(n): …

3.2.7.2.4.

Aandrijvingsverhouding(en): …

3.2.7.2.5.

Beschrijving van de ventilator en het drijfwerk ervan: …

3.2.7.3.

Lucht

3.2.7.3.1.

Ventilator: ja/nee (4)

3.2.7.3.2.

Kenmerken: ……. of

3.2.7.3.2.1.

Merk(en): …

3.2.7.3.2.2.

Type(n): …

3.2.7.3.3.

Aandrijvingsverhouding(en): …

3.2.8.

Inlaatsysteem

3.2.8.1.

Drukvulling: ja/nee (4)

3.2.8.1.1.

Merk(en): …

3.2.8.1.2.

Type(n): …

3.2.8.1.3.

Beschrijving van het systeem (bv. maximale vuldruk: …. kPa; afvoerklep, indien van toepassing): …

3.2.8.2.

Tussenkoeler: ja/nee (4)

3.2.8.2.1.

Type: lucht-lucht/lucht-water (4)

3.2.8.3.

Inlaatonderdruk bij nominaal motortoerental en bij 100 % belasting (alleen compressieontstekingsmotoren)

3.2.8.3.1.

Toelaatbaar minimum: … kPa

3.2.8.3.2.

Toelaatbaar maximum: … kPa

3.2.8.3.3.

(Alleen Euro VI) Feitelijke inlaatonderdruk bij nominaal motortoerental en 100 % belasting van het voertuig: … kPa

3.2.8.4.

Beschrijving en tekeningen van inlaatpijpen en bijbehorende onderdelen (drukkamer, voorverwarmingssysteem, extra luchtinlaten enz.): …

3.2.8.4.1.

Beschrijving van het inlaatspruitstuk (met tekeningen en/of foto’s): …

3.2.8.4.2.

Luchtfilter, tekeningen: …

3.2.8.4.2.1.

Merk(en): …

3.2.8.4.2.2.

Type(n): …

3.2.8.4.3.

Inlaatgeluiddemper, tekeningen: …

3.2.8.4.3.1.

Merk(en): …

3.2.8.4.3.2.

Type(n): …

3.2.9.

Uitlaatsysteem

3.2.9.1.

Beschrijving en tekening van het uitlaatspruitstuk: …

3.2.9.2.

Beschrijving en tekeningen van het uitlaatsysteem: …

3.2.9.2.1.

(Alleen Euro VI) Beschrijving en/of tekening van de elementen van het uitlaatsysteem die een deel van het motorsysteem vormen

3.2.9.3.

Maximaal toelaatbare uitlaattegendruk bij nominaal motortoerental en bij 100 % belasting (alleen voor compressieontstekingsmotoren): …… kPa

3.2.9.3.1.

(Alleen Euro VI) Feitelijke uitlaattegendruk bij nominaal motortoerental en 100 % belasting van het voertuig (alleen voor compressieontstekingsmotoren): … kPa

3.2.9.4.

Merk(en) en type(n) van de uitlaatgeluidsdemper(s): …

Indien relevant voor het buitengeluid: geluiddempende maatregelen in de motorruimte en op de motor: …

3.2.9.5.

Plaats van het uiteinde van de uitlaat: …

3.2.9.6.

Uitlaatgeluidsdemper met vezelmaterialen: …

3.2.9.6.1.

Beschrijving van de plaats en het type gebruikte vezelmaterialen: …

3.2.9.7.

Inhoud van het volledige uitlaatsysteem: … dm3

3.2.9.7.1.

(Alleen Euro VI) Acceptabele inhoud van het uitlaatsysteem: … dm3

3.2.9.7.2.

(Alleen Euro VI) Inhoud van het uitlaatsysteem die een deel van het motorsysteem vormt: … dm3

3.2.10.

Minimumdwarsdoorsnede van inlaat- en uitlaatpoorten: …

3.2.11.

Kleptiming of gelijkwaardige gegevens

3.2.11.1.

Maximale lichthoogte van de kleppen, openings- en sluitingshoeken of gegevens over de afstelling van alternatieve distributiesystemen, ten opzichte van dode punten. Bij variabele kleptiming, de minimum- en maximumtiming: …

3.2.11.2.

Referentie- en/of afstelbereik (4): …

3.2.12.

Genomen maatregelen tegen luchtverontreiniging

3.2.12.0.

Emissiekenmerk voor typegoedkeuring (1): …

3.2.12.1.

Inrichting voor het recycleren van cartergassen (beschrijving en tekeningen): …

3.2.12.1.1.

(Alleen Euro VI) Voorziening voor het recycleren van cartergassen: ja/nee (41)

Zo ja, beschrijving en tekeningen: …

Indien nee: conformiteit met bijlage V bij Verordening (EU) nr. 582/2011 vereist

3.2.12.2.

Systemen voor verontreinigingsbeheersing (indien niet elders vermeld)

3.2.12.2.1.

Katalysator

3.2.12.2.1.1.

Aantal katalysatoren en elementen (onderstaande informatie voor elke eenheid verstrekken): …

3.2.12.2.1.2.

Afmetingen, vorm en volume van de katalysator(en): …

3.2.12.2.1.3.

Soort katalytische werking: … (oxidatie, drieweg, lean NOx-filter, SCR, lean NOx-katalysator of andere)

3.2.12.2.1.4.

Totale hoeveelheid edelmetalen: …

3.2.12.2.1.5.

Relatieve concentratie: …

3.2.12.2.1.6.

Substraat (structuur en materiaal): …

3.2.12.2.1.7.

Celdichtheid: …

3.2.12.2.1.8.

Type katalysatorhuis: …

3.2.12.2.1.9.

Plaats van de katalysator(en) (plaats en de referentieafstand in de uitlaatpijp): …

3.2.12.2.1.10.

Hitteschild: ja/nee (4)

3.2.12.2.1.11.

Normaal bedrijfstemperatuurbereik: … °C

3.2.12.2.1.12.

Merk van de katalysator: …

3.2.12.2.1.13.

Identificatienummer van het onderdeel: …

3.2.12.2.2.

Sensoren

3.2.12.2.2.1.

Zuurstofsensor: ja/nee (4)

3.2.12.2.2.1.1.

Merk en type: …

3.2.12.2.2.1.2.

Plaats: …

3.2.12.2.2.1.3.

Regelbereik: ….

3.2.12.2.2.1.4.

Type of werkingsprincipe: …

3.2.12.2.2.1.5.

Identificatienummer van het onderdeel: …

3.2.12.2.2.2.

NOx-sensor: ja/nee (4)

3.2.12.2.2.2.1.

Merk: …

3.2.12.2.2.2.2.

Type: …

3.2.12.2.2.2.3.

Plaats: …

3.2.12.2.2.3.

Deeltjessensor: ja/nee (4)

3.2.12.2.2.3.1.

Merk: …

3.2.12.2.2.3.2.

Type: …

3.2.12.2.2.3.3.

Plaats: …

3.2.12.2.3.

Luchtinspuiting: ja/nee (4)

3.2.12.2.3.1.

Type (pulse air, luchtpomp enz.): …

3.2.12.2.4.

Uitlaatgasrecirculatie (EGR): ja/nee (4)

3.2.12.2.4.1.

Kenmerken (merk, type, debiet, hoge druk/lage druk/gecombineerde druk enz.): …

3.2.12.2.4.2.

Watergekoeld systeem (vermelden voor elk EGR-systeem, bv. hoge druk/lage druk/gecombineerde druk): ja/nee (4)

3.2.12.2.5.

Controlesysteem verdampingsemissies (alleen voor motoren op benzine en ethanol): ja/nee (4)

3.2.12.2.5.1.

Gedetailleerde beschrijving van de voorzieningen: ….

3.2.12.2.5.2.

Tekening van het verdampingscontrolesysteem: …

3.2.12.2.5.3.

Tekening van de koolstofhouder: …

3.2.12.2.5.3.1.

Merk en type van de koolstofhouder: …

3.2.12.2.5.4.

Massa van de droge koolstof: … g

3.2.12.2.5.4.1.

Type droge koolstof: …

3.2.12.2.5.5.

Schematische tekening van de brandstoftank (alleen voor motoren op benzine en ethanol): …

3.2.12.2.5.5.1.

Inhoud, materiaal en bouw van de brandstoftank: …

3.2.12.2.5.5.2.

Beschrijving van het materiaal van de dampslang, het materiaal van de brandstofleiding en de verbindingstechniek van het brandstofsysteem: …

3.2.12.2.5.5.3.

Afgedicht tanksysteem: ja/nee (4)

3.2.12.2.5.5.4.

Beschrijving van de afstelling van de tankontlastklep (inlaat en ontlasting van lucht): …

3.2.12.2.5.5.5.

Beschrijving van het afvoerregelsysteem: …

3.2.12.2.5.6.

Beschrijving en schematische tekening van het hitteschild tussen brandstoftank en uitlaatsysteem: …

3.2.12.2.5.7.

Permeabiliteitsfactor: …

3.2.12.2.6.

Deeltjesvanger: ja/nee (4)

3.2.12.2.6.1.

Afmetingen, vorm en inhoud van de deeltjesvanger: …

3.2.12.2.6.2.

Ontwerp van de deeltjesvanger: …

3.2.12.2.6.3.

Plaats (referentieafstand in de uitlaatpijp): …

3.2.12.2.6.4.

Merk van de deeltjesvanger: …

3.2.12.2.6.5.

Identificatienummer van het onderdeel: …

3.2.12.2.6.7.

Normale bedrijfstemperatuur: … K en normaal drukbereik: … kPa

(alleen voor zware voertuigen)

3.2.12.2.6.8.

In geval van periodieke regeneratie (alleen voor zware voertuigen)

3.2.12.2.6.8.1.

Aantal ETC-testcycli tussen twee regeneraties (n1): … (niet van toepassing op Euro VI)

3.2.12.2.6.8.1.1.

(Alleen Euro VI) Aantal WHTC-testcycli zonder regeneratie (n):

3.2.12.2.6.8.2.

Aantal ETC-cycli tijdens de regeneratie (n2): … (niet van toepassing op Euro VI)

3.2.12.2.6.8.2.1.

(Alleen Euro VI) Aantal WHTC-testcycli met regeneratie (nR): …

3.2.12.2.6.9.

Andere systemen: ja/nee (4)

3.2.12.2.6.9.1.

Beschrijving en werking

3.2.12.2.7.

Boorddiagnosesysteem (OBD-systeem): ja/nee (4): …

3.2.12.2.7.0.1.

(Alleen Euro VI) Aantal OBD-motorenfamilies binnen de motorenfamilie

3.2.12.2.7.0.2.

(Alleen Euro VI) Lijst van de OBD-motorenfamilies (indien van toepassing)

3.2.12.2.7.0.3.

(Alleen Euro VI) Nummer van de OBD-motorenfamilie waartoe de basismotor/het familielid behoort: …

3.2.12.2.7.0.4.

(Alleen Euro VI) Verwijzingen van de fabrikant naar de bij artikel 5, lid 4, onder c), en artikel 9, lid 4, van Verordening (EU) nr. 582/2011 voorgeschreven en in bijlage X bij die verordening beschreven OBD-documentatie ter goedkeuring van het OBD-systeem

3.2.12.2.7.0.5.

(Alleen Euro VI) Indien van toepassing, verwijzing van de fabrikant naar de documentatie voor installatie van een motorsysteem met boorddiagnose in een voertuig

3.2.12.2.7.0.6.

(Alleen Euro VI) Indien van toepassing, verwijzing van de fabrikant naar het documentatiepakket met betrekking tot de installatie in een voertuig van een OBD-systeem van een goedgekeurde motor

3.2.12.2.7.0.7.

Beschrijving in woorden en/of tekening van de storingsindicator (MI) (46): …

3.2.12.2.7.0.8.

Beschrijving in woorden en/of tekening van de OBD-communicatie-interface buiten het voertuig (46): …

3.2.12.2.7.1.

Beschrijving in woorden en/of tekening van de storingsindicator (MI): …

3.2.12.2.7.2.

Lijst en doel van alle onderdelen die door het OBD-systeem worden bewaakt: …

3.2.12.2.7.3.

Beschrijving in woorden (algemene werkingsbeginselen) voor

3.2.12.2.7.3.1.

Elektrische-ontstekingsmotoren: …

3.2.12.2.7.3.1.1.

Bewaking van de katalysator: …

3.2.12.2.7.3.1.2.

Detectie van ontstekingsfouten: …

3.2.12.2.7.3.1.3.

Bewaking van de zuurstofsensor: …

3.2.12.2.7.3.1.4.

Bewaking van de deeltjesvanger: …

3.2.12.2.7.3.1.5.

Andere door het OBD-systeem bewaakte onderdelen: …

3.2.12.2.7.3.2.

Compressieontstekingsmotoren: …

3.2.12.2.7.3.2.1.

Bewaking van de katalysator: …

3.2.12.2.7.3.2.2.

Bewaking van de deeltjesvanger: …

3.2.12.2.7.3.2.3.

Bewaking van het elektronisch brandstofsysteem: …

3.2.12.2.7.3.2.4.

Bewaking van het NOx-systeem: …

3.2.12.2.7.3.2.5.

Andere door het OBD-systeem bewaakte onderdelen: …

3.2.12.2.7.4.

Criteria voor activering van de storingsindicator (MI-activeringscriteria) (vast aantal rijcycli of statistische methode): …

3.2.12.2.7.5.

Lijst van alle gebruikte OBD-uitvoercodes en -formaten (met telkens een verklaring): …

3.2.12.2.7.6.

De voertuigfabrikant moet de volgende aanvullende informatie verstrekken om de fabricage van OBD-compatibele vervangings- of onderhoudsonderdelen en van diagnose- en testapparatuur mogelijk te maken.

3.2.12.2.7.6.1.

Een beschrijving van het type en het aantal voorconditioneringscycli waaraan het voertuig bij de eerste typegoedkeuring is onderworpen.

3.2.12.2.7.6.2.

Een beschrijving van het type OBD-demonstratiecyclus waaraan het voertuig bij de eerste typegoedkeuring is onderworpen met betrekking tot het onderdeel dat door het OBD-systeem wordt bewaakt.

3.2.12.2.7.6.3.

Een uitvoerige beschrijving van alle onderdelen die met een sensor worden gemeten in het kader van de strategie voor foutenopsporing en activering van de storingsindicator (vast aantal rijcycli of statistische methode), met inbegrip van een lijst van relevante secundaire parameters voor de sensormeting van elk door het OBD-systeem bewaakt onderdeel. Een lijst van alle OBD-uitvoercodes en -formaten (met telkens een verklaring) die worden gebruikt voor afzonderlijke, emissiegerelateerde onderdelen van de aandrijflijn en voor afzonderlijke, niet-emissiegerelateerde onderdelen, voor zover de bewaking van het onderdeel wordt gebruikt om te bepalen wanneer de storingsindicator wordt geactiveerd, inclusief met name een uitvoerige toelichting op de in modus USD05 Test ID USD21 tot FF, en in modus USD06 verstrekte gegevens.

In het geval van voertuigtypen die gebruikmaken van een communicatielink volgens ISO 15765-4:2016 Wegvoertuigen — Diagnostische communicatie op Controller Area Networks (DoCAN) — Deel 4: Eisen voor emissiegebonden systemen, moet voor elke bewaakte ID van het OBD-systeem een uitvoerige toelichting worden gegeven op de in modus USD06 Test ID USD00 tot FF verstrekte gegevens.

3.2.12.2.7.6.4.

De hierboven gevraagde informatie kan worden verstrekt door onderstaande tabel in te vullen.

3.2.12.2.7.6.4.1.

Lichte voertuigen

Onderdeel

Foutcode

Bewakingsstrategie

Foutdetectiecriteria

MI-activeringscriteria

Secundaire parameters

Voorconditionering

Demonstratietest

Katalysator

P0420

Signalen van de zuurstofsensoren 1 en 2

Verschil tussen de signalen van sensor 1 en 2

Derde cyclus

Motortoerental, motorbelasting, A/F modus, katalysatortemperatuur

Twee cycli van type I

Type I

3.2.12.2.7.6.4.2.

Zware voertuigen

Onderdeel

Foutcode

Bewakingsstrategie

Foutdetectiecriteria

MI-activeringscriteria

Secundaire parameters

Voorconditionering

Demonstratietest

SCR-katalysator

Pxxx

Signalen van de NOx-sensoren 1 en 2

Verschil tussen de signalen van sensor 1 en 2

Derde cyclus

Motortoerental, motorbelasting, katalysatortemperatuur, reagensactiviteit

Drie OBD- testcycli (drie korte ESC-cycli)

OBD-testcyclus (korte ESC-cyclus)

3.2.12.2.7.6.5.

(Alleen Euro VI) Norm voor OBD-communicatieprotocol (47): …

3.2.12.2.7.7.

(Alleen Euro VI) Verwijzing van de fabrikant naar de bij artikel 5, lid 4, onder d), en artikel 9, lid 4, van Verordening (EU) nr. 582/2011 voorgeschreven OBD-informatie ter naleving van de bepalingen inzake OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig, of

3.2.12.2.7.7.1.

als alternatief voor de in punt 4.2.12.2.7.7 bedoelde verwijzing van de fabrikant, een verwijzing naar het aanhangsel van het in bijlage I, aanhangsel 4, bij Verordening (EU) nr. 582/2011 weergegeven inlichtingenformulier dat de volgende tabel bevat, die volgens onderstaand voorbeeld is ingevuld:

Onderdeel — Foutcode — Bewakingsstrategie — Foutdetectiecriteria — MI-activeringscriteria — Secundaire parameters — Voorconditionering — Demonstratietest

Katalysator — P0420 — Signalen van de zuurstofsensoren 1 en 2 — Verschil tussen de signalen van sensor 1 en 2 — Derde cyclus — Toerental, belasting van de motor, A/F modus, katalysatortemperatuur — Twee cycli van type 1 — Type 1

3.2.12.2.7.8.

(Alleen Euro VI) OBD-onderdelen aan boord van het voertuig

3.2.12.2.7.8.0.

Alternatieve goedkeuring overeenkomstig bijlage X, punt 2.4.1, bij Verordening (EU) nr. 582/2011: ja/nee (4)

3.2.12.2.7.8.1.

Lijst van OBD-onderdelen aan boord van het voertuig

3.2.12.2.7.8.2.

Beschrijving in woorden en/of tekening van de storingsindicator (MI) (48)

3.2.12.2.7.8.3.

Beschrijving in woorden en/of tekening van de OBD-communicatie-interface buiten het voertuig (48)

3.2.12.2.8.

Ander systeem: …

3.2.12.2.8.1.

(Alleen Euro VI) Systemen waarmee de correcte werking van de NOx-beperkingsmaatregelen wordt gegarandeerd

3.2.12.2.8.2.

Aansporingssysteem voor de bestuurder

3.2.12.2.8.2.1.

(Alleen Euro VI) Motor met permanente deactivering van het aansporingssysteem voor de bestuurder, voor gebruik door hulpverleningsdiensten of in de in artikel 2, lid 2, onder d), van Verordening (EU) 2018/858 gespecificeerde voertuigen: ja/nee (4)

3.2.12.2.8.2.2.

Activering van de kruipmodus

“uitschakelen na opnieuw starten”/“uitschakelen na tanken”/“uitschakelen na parkeren” (4) (49)

3.2.12.2.8.2.3.

Type aansporingssysteem: motor kan niet opnieuw worden gestart na aftellen/voertuig start niet na tanken/geblokkeerd brandstofvulsysteem/prestatiebegrenzing

3.2.12.2.8.2.4.

Beschrijving van het aansporingssysteem

3.2.12.2.8.2.5.

Equivalent van de gemiddelde actieradius van het voertuig met een volle brandstoftank: … km

3.2.12.2.8.3.

(Alleen Euro VI) Aantal OBD-motorenfamilies binnen de betrokken motorenfamilie waarmee de correcte werking van de NOx-beperkingsmaatregelen wordt gegarandeerd

3.2.12.2.8.3.1.

(Alleen Euro VI) Lijst van de voor het garanderen van de correcte werking van de NOx-beperkingsmaatregelen gebruikte OBD-motorenfamilies binnen de motorenfamilie (indien van toepassing)

3.2.12.2.8.3.2.

(Alleen Euro VI) Nummer van de OBD-motorenfamilie waartoe de basismotor/het familielid behoort

3.2.12.2.8.4.

(Alleen Euro VI) Lijst van de OBD-motorenfamilies (indien van toepassing): …

3.2.12.2.8.5.

(Alleen Euro VI) Nummer van de OBD-motorenfamilie waartoe de basismotor/het familielid behoort: …

3.2.12.2.8.6.

(Alleen Euro VI) Laagste concentratie van het in het reagens aanwezige, werkzame ingrediënt waarmee het waarschuwingssysteem niet wordt geactiveerd (CDmin): … (vol.%)

3.2.12.2.8.7.

(Alleen Euro VI) Indien van toepassing, verwijzing van de fabrikant naar de documentatie voor installatie in een voertuig van de systemen waarmee de correcte werking van de NOx-beperkingsmaatregelen wordt gegarandeerd

3.2.12.2.8.8.

(Alleen Euro VI) Onderdelen aan boord van het voertuig van de systemen waarmee de correcte werking van de NOx-beperkingsmaatregelen wordt gegarandeerd

3.2.12.2.8.8.1.

Lijst van onderdelen aan boord van het voertuig van de systemen waarmee de correcte werking van de NOx -beperkingsmaatregelen wordt gegarandeerd

3.2.12.2.8.8.2.

Indien van toepassing, verwijzing van de fabrikant naar het documentatiepakket met betrekking tot de installatie in het voertuig van het systeem waarmee de correcte werking van NOx-beperkingsmaatregelen van een goedgekeurde motor wordt gegarandeerd

3.2.12.2.8.8.3.

Beschrijving in woorden en/of tekening van het waarschuwingssignaal (48)

3.2.12.2.8.8.4.

Alternatieve goedkeuring overeenkomstig bijlage XIII, punt 2.1, bij Verordening (EU) nr. 582/2011: ja/nee (4)

3.2.12.2.8.8.5.

Verwarmd/niet-verwarmd reagensreservoir en -doseersysteem (zie bijlage 11, punt 2.4, bij VN-Reglement nr. 49 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) (5 0)

3.2.12.2.9.

Koppelbegrenzer: ja/nee (4)

3.2.12.2.9.1.

Beschrijving van de activering van de koppelbegrenzer (alleen voor zware voertuigen): …

3.2.12.2.9.2.

Beschrijving van de beperking van de koppelcurve bij vollast (alleen voor zware voertuigen): …

3.2.12.2.10.

Periodiek regenererend systeem: (onderstaande informatie voor elke eenheid verstrekken)

3.2.12.2.10.1.

Regeneratiemethode of -systeem, beschrijving en/of tekening: ….

3.2.12.2.10.2.

Aantal bedrijfscycli van type 1 (of gelijkwaardige cycli op een motortestbank) tussen twee cycli waarin zich regeneratiefasen voordoen onder gelijkwaardige omstandigheden als de test van type 1 (afstand “D” in figuur A6.Aanh1/1 in bijlage XXI, subbijlage 6, aanhangsel 1, bij Verordening (EU) 2017/1151 (5 1) of figuur A13/1 in bijlage 13 bij VN-Reglement nr. 83 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) (5 2) (naargelang het geval)): …

3.2.12.2.10.2.1.

Toepasselijke cyclus van type 1 (vermeld de toepasselijke procedure: bijlage XXI, subbijlage 4, bij Verordening (EU) 2017/1151 of VN-Reglement nr. 83): …

3.2.12.2.10.3.

Beschrijving van de toegepaste methode om het aantal cycli tussen twee cycli waarin zich regeneratiefasen voordoen, te bepalen: …

3.2.12.2.10.4.

Parameters om te bepalen welk belastingniveau nodig is alvorens regeneratie optreedt (temperatuur, druk enz.): …

3.2.12.2.10.5.

Beschrijving van de methode om het systeem te laden in de in bijlage 13, punt 3.1, bij VN-Reglement nr. 83 beschreven testprocedure: ….

3.2.12.2.11.

Katalysatorsystemen die gebruikmaken van verbruikbare reagentia (onderstaande informatie voor elke eenheid verstrekken): ja/nee (4)

3.2.12.2.11.1.

Type en concentratie van het benodigde reagens: …

3.2.12.2.11.2.

Normaal bedrijfstemperatuurbereik van het reagens: …

3.2.12.2.11.3.

Internationale norm: …

3.2.12.2.11.4.

Vulfrequentie reagens: continu/bij onderhoud (in voorkomend geval):

3.2.12.2.11.5.

Reagensindicator (beschrijving en plaats): …

3.2.12.2.11.6.

Reagensreservoir

3.2.12.2.11.6.1.

Inhoud: …

3.2.12.2.11.6.2.

Verwarmingssysteem: ja/nee (4)

3.2.12.2.11.6.2.1.

Beschrijving of tekening: …

3.2.12.2.11.7.

Regeleenheid van het reagens: ja/nee (4)

3.2.12.2.11.7.1.

Merk: …

3.2.12.2.11.7.2.

Type: …

3.2.12.2.11.8.

Reagensinspuiter (merk, type en plaats): …

3.2.12.2.12.

Waterinjectie: ja/nee (4)

3.2.13.

Rookopaciteit

3.2.13.1.

Plaats van het absorptiecoëfficiëntsymbool (alleen compressieontstekingsmotoren): …

3.2.13.2.

Vermogen op zes meetpunten (zie bijlage IV, aanhangsel 2, bij Verordening (EG) nr. 692/2008)

3.2.13.3.

Op de testbank/het voertuig gemeten motorvermogen

3.2.13.3.1.

Aangegeven toerentallen en vermogens

Meetpunten

Toerental van de motor (min-1)

Vermogen (kW)

1……

 

 

2……

 

 

3……

 

 

4……

 

 

5……

 

 

6……

 

 

3.2.14.

Gegevens over eventuele voorzieningen voor een zuinig brandstofverbruik (indien niet elders vermeld): …

3.2.15.

Lpg-systeem: ja/nee (4)

3.2.15.1.

Nummer van het typegoedkeuringscertificaat dat is afgegeven overeenkomstig bijlage IV bij deze verordening of VN-Reglement nr. 67 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) (5 3): …

3.2.15.2.

Elektronische regeleenheid voor motormanagement op lpg

3.2.15.2.1.

Merk(en): …

3.2.15.2.2.

Type(n): …

3.2.15.2.3.

Instelmogelijkheden in verband met emissies: …

3.2.15.3.

Aanvullende documentatie

3.2.15.3.1.

Beschrijving van de beveiliging van de katalysator bij het overschakelen van benzine op lpg of omgekeerd: …

3.2.15.3.2.

Systeemconfiguratie (elektrische verbindingen, vacuümverbindingen, compensatieslangen enz.): …

3.2.15.3.3.

Tekening van het symbool: …

3.2.16.

Aardgassysteem: ja/nee (4)

3.2.16.1.

Nummer van het typegoedkeuringscertificaat dat is afgegeven overeenkomstig bijlage IV bij deze verordening of VN-Reglement nr. 110 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) (5 4): …

3.2.16.2.

Elektronische regeleenheid voor motormanagement op aardgas

3.2.16.2.1.

Merk(en): …

3.2.16.2.2.

Type(n): …

3.2.16.2.3.

Instelmogelijkheden in verband met emissies: …

3.2.16.3.

Aanvullende documentatie

3.2.16.3.1.

Beschrijving van de beveiliging van de katalysator bij het overschakelen van benzine op aardgas of omgekeerd: …

3.2.16.3.2.

Systeemconfiguratie (elektrische verbindingen, vacuümverbindingen, compensatieslangen enz.): …

3.2.16.3.3.

Tekening van het symbool: …

3.2.17.

Specifieke informatie over gas- en dualfuelmotoren voor zware voertuigen (voor systeemvarianten soortgelijke informatie verstrekken) (indien van toepassing)

3.2.17.1.

Brandstof: lpg/aardgas-H/aardgas-L/aardgas-HL (4)

3.2.17.2.

Drukregelaar(s) of verdamper(s)/drukregelaar(s) (4)

3.2.17.2.1.

Merk(en): …

3.2.17.2.2.

Type(n): …

3.2.17.2.3.

Aantal drukreduceerfasen: …

3.2.17.2.4.

Druk in de eindfase, minimum: ….. kPa — maximum: … kPa

3.2.17.2.5.

Aantal hoofdafstelpunten: …

3.2.17.2.6.

Aantal afstelpunten stationair: …

3.2.17.2.7.

Nummer van het typegoedkeuringscertificaat: …

3.2.17.3.

Brandstofsysteem: mengeenheid/gasinjectie/vloeistofinjectie/directe injectie (4)

3.2.17.3.1.

Mengverhoudingregeling: …

3.2.17.3.2.

Systeembeschrijving en/of -diagram en tekeningen: …

3.2.17.3.3.

Nummer van het typegoedkeuringscertificaat: …

3.2.17.4.

Mengeenheid

3.2.17.4.1.

Aantal: …

3.2.17.4.2.

Merk(en): …

3.2.17.4.3.

Type(n): …

3.2.17.4.4.

Plaats: …

3.2.17.4.5.

Afstelmogelijkheden: …

3.2.17.4.6.

Nummer van het typegoedkeuringscertificaat: …

3.2.17.5.

Inspuiting in het inlaatspruitstuk

3.2.17.5.1.

Inspuiting: monopoint/multipoint (4)

3.2.17.5.2.

Inspuiting: continu/simultaan/sequentieel (4)

3.2.17.5.3.

Inspuitapparatuur

3.2.17.5.3.1.

Merk(en): …

3.2.17.5.3.2.

Type(n): …

3.2.17.5.3.3.

Afstelmogelijkheden: …

3.2.17.5.3.4.

Nummer van het typegoedkeuringscertificaat: …

3.2.17.5.4.

Brandstofpomp (indien van toepassing)

3.2.17.5.4.1.

Merk(en): …

3.2.17.5.4.2.

Type(n): …

3.2.17.5.4.3.

Nummer van het typegoedkeuringscertificaat: …

3.2.17.5.5.

Inspuiter(s) …

3.2.17.5.5.1.

Merk(en): …

3.2.17.5.5.2.

Type(n): …

3.2.17.5.5.3.

Nummer van het typegoedkeuringscertificaat: …

3.2.17.6.

Directe inspuiting

3.2.17.6.1.

Injectiepomp/drukregelaar (4)

3.2.17.6.1.1.

Merk(en): …

3.2.17.6.1.2.

Type(n): …

3.2.17.6.1.3.

Inspuittiming: …

3.2.17.6.1.4.

Nummer van het typegoedkeuringscertificaat: …

3.2.17.6.2.

Inspuiter(s) …

3.2.17.6.2.1.

Merk(en): …

3.2.17.6.2.2.

Type(n): …

3.2.17.6.2.3.

Openingsdruk of karakteristiek diagram (41): …

3.2.17.6.2.4.

Nummer van het typegoedkeuringscertificaat: …

3.2.17.7.

Elektronische regeleenheid (ECU)

3.2.17.7.1.

Merk(en): …

3.2.17.7.2.

Type(n): …

3.2.17.7.3.

Afstelmogelijkheden: …

3.2.17.7.4.

Softwarekalibratienummer(s): …

3.2.17.8.

Specifieke aardgasapparatuur

3.2.17.8.1.

Variant 1 (alleen bij goedkeuring van motoren voor diverse specifieke brandstofsamenstellingen)

3.2.17.8.1.0.1.

(Alleen Euro VI) Voorziening voor automatische aanpassing: ja/nee (4)

3.2.17.8.1.0.2.

(Alleen Euro VI) Kalibratie voor een specifieke gassamenstelling aardgas-H/aardgas-L/aardgas-HL (4)

Omzetting voor een specifieke gassamenstelling aardgas-Ht/aardgas-Lt/aardgas-HLt (4)

3.2.17.8.1.1.

Brandstofsamenstelling:

methaan (CH4):

basis: ……. mol-%

min. …. mol-%

max. ….. mol-%

ethaan (C2H6):

basis: ……. mol-%

min. …. mol-%

max. ….. mol-%

propaan (C3H8):

basis: ……. mol-%

min. …. mol-%

max. ….. mol-%

butaan (C4H10):

basis: ……. mol-%

min. …. mol-%

max. ….. mol-%

C5/C5+:

basis: ……. mol-%

min. …. mol-%

max. ….. mol-%

zuurstof (O2):

basis: ……. mol-%

min. …. mol-%

max. ….. mol-%

inert gas (N2, He enz.):

basis: ……. mol-%

min. …. mol-%

max. ….. mol-%

3.2.17.8.1.2.

Inspuiter(s)

3.2.17.8.1.2.1.

Merk(en): …

3.2.17.8.1.2.2.

Type(n): …

3.2.17.8.1.3.

Overige (indien van toepassing): …

3.2.17.8.2.

Variant 2 (alleen in geval van goedkeuringen voor diverse specifieke brandstofsamenstellingen)

3.2.17.9.

Indien van toepassing, fabrieksreferentie van de documentatie voor het installeren van de dualfuelmotor in een voertuig (42)

3.2.18.

Waterstofsysteem: ja/nee (4)

3.2.18.1.

Nummer van het EU-typegoedkeuringscertificaat dat is afgegeven overeenkomstig Verordening (EG) nr. 79/2009 van het Europees Parlement en de Raad (5 5): …

3.2.18.2.

Elektronische regeleenheid voor motormanagement op waterstof

3.2.18.2.1.

Merk(en): …

3.2.18.2.2.

Type(n): …

3.2.18.2.3.

Instelmogelijkheden in verband met emissies: …

3.2.18.3.

Aanvullende documentatie

3.2.18.3.1.

Beschrijving van de beveiliging van de katalysator bij het overschakelen van benzine op waterstof of omgekeerd: …

3.2.18.3.2.

Systeemconfiguratie (elektrische verbindingen, vacuümverbindingen, compensatieslangen enz.): …

3.2.18.3.3.

Tekening van het symbool: …

3.2.19.

H2NG-brandstofsysteem: ja/nee (4)

3.2.19.1.

Percentage waterstof in de brandstof (door de fabrikant opgegeven maximum): …

3.2.19.2.

Nummer van het EU-typegoedkeuringscertificaat dat is afgegeven overeenkomstig VN-Reglement nr. 110: …

3.2.19.3.

Elektronische regeleenheid voor motormanagement op H2NG

3.2.19.3.1.

Merk(en): …

3.2.19.3.2.

Type(n): …

3.2.19.3.3.

Instelmogelijkheden in verband met emissies: …

3.2.19.4.

Aanvullende documentatie

3.2.19.4.2.

Systeemconfiguratie (elektrische verbindingen, vacuümverbindingen, compensatieslangen enz.): …

3.2.19.4.3.

Tekening van het symbool: …

3.2.20.

Informatie over de warmteopslag (1)

3.2.20.1.

Actieve warmteopslagvoorziening: ja/nee (4)

3.2.20.1.1.

Enthalpie: … J

3.2.20.2.

Isolatiematerialen: ja/nee (4)

3.2.20.2.1.

Isolatiemateriaal: …

3.2.20.2.2.

Isolatievolume: …

3.2.20.2.3.

Isolatiegewicht: …

3.2.20.2.4.

Isolatieplaats: …

3.2.20.2.5.

Op het minst gunstige geval gebaseerde aanpak voor afkoeling van het voertuig: ja/nee (4)

3.2.20.2.5.1.

(Niet op het minst gunstige geval gebaseerde aanpak) Minimale impregneertijd, tsoak_ATCT (uren): …

3.2.20.2.5.2.

(Niet op het minst gunstige geval gebaseerde aanpak) Plaats van het meetpunt van de motortemperatuur: …

3.2.20.2.6.

Enige interpolatiefamilie in een ATCT-familiebenadering: ja/nee (4)

3.3.   Elektromotor

(elk type elektromotor afzonderlijk beschrijven)

3.3.1.

Type (wikkeling, bekrachtiging): …

3.3.1.1.1.

Maximaal nettovermogen (43): … kW (volgens fabrieksopgave)

3.3.1.1.2.

Maximumvermogen gedurende 30 minuten (43): … kW (volgens fabrieksopgave)

3.3.1.2.

Bedrijfsspanning: … V

3.3.2.

REESS

3.3.2.1.

Aantal cellen: …

3.3.2.2.

Massa: …… kg

3.3.2.3.

Inhoud: … Ah (ampère-uur)

3.3.2.4.

Plaats: …

3.4.   Combinaties van energieomzetters voor de aandrijving

3.4.1.

Hybride elektrisch voertuig: ja/nee (4)

3.4.2.

Categorie hybride elektrisch voertuig: extern oplaadbaar/niet-extern oplaadbaar (4):

3.4.3.

Bedrijfsmodusschakelaar: met/zonder (4)

3.4.3.1.

Selecteerbare modi

3.4.3.1.1.

Puur elektrisch: ja/nee (4)

3.4.3.1.2.

Enkel op brandstof: ja/nee (4)

3.4.3.1.3.

Hybride modi: ja/nee (4)

(zo ja, een korte beschrijving geven): …

3.4.4.

Beschrijving van de energieopslagvoorziening: (REESS, condensator, vliegwiel/generator)

3.4.4.1.

Merk(en): …

3.4.4.2.

Type(n): …

3.4.4.3.

Identificatienummer: …

3.4.4.4.

Soort elektrochemisch koppel: …

3.4.4.5.

Energie: … (voor REESS: spanning en capaciteit (Ah) in 2 u; voor condensator: J, …)

3.4.4.6.

Lader: ingebouwd/extern/geen (4)

3.4.5.

Elektromotor (elk type elektromotor afzonderlijk beschrijven)

3.4.5.1.

Merk: …

3.4.5.2.

Type: …

3.4.5.3.

Primair gebruik: tractiemotor/generator (4)

3.4.5.3.1.

Bij gebruik als tractiemotor: één motor/meerdere motoren (aantal) (4): …

3.4.5.4.

Maximumvermogen: …… kW

3.4.5.5.

Werkingsprincipe

3.4.5.5.5.1.

Gelijkstroom/wisselstroom/aantal fasen: …

3.4.5.5.2.

Afzonderlijke bekrachtiging/seriebekrachtiging/compoundbekrachtiging (4)

3.4.5.5.3.

Synchroon/asynchroon (4)

3.4.6.

Regeleenheid

3.4.6.1.

Merk(en): …

3.4.6.2.

Type(n): …

3.4.6.3.

Identificatienummer: …

3.4.7.

Vermogensregulateur

3.4.7.1.

Merk: …

3.4.7.2.

Type: …

3.4.7.3.

Identificatienummer: …

3.5.

Door de fabrikant opgegeven waarden voor het bepalen van CO2-emissies/brandstofverbruik/elektriciteitsverbruik/elektrische actieradius en details van eco-innovaties (indien van toepassing) (5 6)

3.5.1.

CO2-massa-emissies

3.5.1.1.

CO2-massa-emissies (stadsverkeer): … g/km

3.5.1.2.

CO2-massa-emissies (buiten de stad): … g/km

3.5.1.3.

CO2-massa-emissies (gecombineerd): … g/km

3.5.2.

Brandstofverbruik (details verstrekken voor elke geteste brandstof)

3.5.2.1.

Brandstofverbruik (stadsverkeer) … (l/100 km of m3/100 km of kg/100 km (4)

3.5.2.2.

Brandstofverbruik (verkeer buiten de stad): ….l/100 km of m3/100 km of kg/100 km (4)

3.5.2.3.

Brandstofverbruik (gecombineerd) … (l/100 km of m3/100 km of kg/100 km) (4)

3.5.3.

Elektriciteitsverbruik voor elektrische voertuigen

3.5.3.1.

Elektriciteitsverbruik voor puur elektrische voertuigen … Wh/km

3.5.3.2.

Elektriciteitsverbruik voor extern oplaadbare hybride elektrische voertuigen

3.5.3.2.1.

Elektriciteitsverbruik (toestand A, gecombineerd) … Wh/km

3.5.3.2.2.

Elektriciteitsverbruik (toestand B, gecombineerd)… Wh/km

3.5.3.2.3.

Elektriciteitsverbruik (gewogen en gecombineerd) … Wh/km

3.5.4.

CO2-emissies voor zware motoren (alleen Euro VI)

3.5.4.1.

CO2-massa-emissies WHSC-test (57): … g/kWh

3.5.4.2.

CO2-massa-emissies WHSC-test in dieselmodus (58): … g/kWh

3.5.4.3.

CO2-massa-emissies WHSC-test in dualfuelmodus (4 2): … g/kWh

3.5.4.4.

CO2-massa-emissies WHTC-test (57) (59): … g/kWh

3.5.4.5.

CO2-massa-emissies WHTC-test in dieselmodus (58) (59): … g/kWh

3.5.4.6.

CO2-massa-emissies WHTC-test in dualfuelmodus (4 2) (59): … g/kWh

3.5.5.

Brandstofverbruik voor zware motoren (alleen Euro VI)

3.5.5.1.

Brandstofverbruik WHSC-test (57): … g/kWh

3.5.5.2.

Brandstofverbruik WHSC-test in dieselmodus (58): … g/kWh

3.5.5.3.

Brandstofverbruik WHSC-test in dualfuelmodus (4 2): … g/kWh

3.5.5.4.

Brandstofverbruik WHTC-test (57) (59): … g/kWh

3.5.5.5.

Brandstofverbruik WHTC-test in dieselmodus (58) (59): … g/kWh

3.5.5.6.

Brandstofverbruik WHTC-test in dualfuelmodus (4 2) (59): … g/kWh

3.5.6.

Voertuig uitgerust met een eco-innovatie in de zin van artikel 12 van Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad (60) voor voertuigen van de categorie M1 of van artikel 12 van Verordening (EU) nr. 510/2011 van het Europees Parlement en de Raad (61) voor voertuigen van de categorie N1: ja/nee (4)

3.5.6.1.

Type/variant/uitvoering van het basisvoertuig zoals bedoeld in artikel 5 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 725/2011 van de Commissie (62) voor voertuigen van categorie M1 of artikel 5 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 427/2014 van de Commissie (63) voor voertuigen van categorie N1 (indien van toepassing): …

3.5.6.2.

Wisselwerkingen tussen verschillende eco-innovaties: ja/nee (4)

3.5.6.3.

Emissiegegevens met betrekking tot het gebruik van eco-innovaties (tabel herhalen voor elke geteste referentiebrandstof) (64)

Besluit tot goedkeuring van de eco-innovatie (65)

Code van de eco-innovatie (66)

1. CO2-emissies van het basisvoertuig (g/km)

2. CO2-emissies van het eco-innovatievoertuig (g/km)

3. CO2-emissies van het basisvoertuig in een testcyclus van type 1 (67)

4. CO2-emissies van het eco-innovatievoertuig in testcyclus van type 1 (= 3.5.1.3)

5. Gebruiksfactor (UF), d.w.z. het tijdsaandeel van het gebruik van de technologie onder normale bedrijfsomstandigheden

CO2-emissiebesparing

((1-2-(3-4))*5

xxxx/201x

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Totale CO2-emissiebesparing (g/km) (68)

 

3.5.7.

Door de fabrikant opgegeven waarden

3.5.7.1.

Testvoertuigparameters (1)

Voertuig

Voertuig Low (VL) indien van toepassing

Voertuig High (VH)

VM indien van toepassing

Representatief voertuig (alleen voor wegbelastingmatrixfamilie) (69)

Standaardwaarden

Voertuig (variant/uitvoering)

 

 

 

 

Gehanteerde wegbelastingmethode (meting of berekening per wegbelastingfamilie)

 

 

 

Informatie over de wegbelasting:

 

Merk en type van de banden, indien een meetmethode wordt toegepast

 

 

 

 

Afmetingen van de banden (voor/achter), indien een meetmethode wordt toegepast

 

 

 

 

Rolweerstand van de banden (voor/achter) (kg/t)

 

 

 

 

 

Bandenspanning (voor/achter) (kPa), indien een meetmethode wordt toegepast

 

 

 

 

 

Delta CD× A van voertuig L vergeleken met voertuig H (IP_H min IP_L)

 

 

Delta CD× A vergeleken met voertuig L van de wegbelastingfamilie (IP_H/L min RL_L), in geval van berekening per wegbelastingfamilie

 

 

 

Testmassa voertuig (kg)

 

 

 

 

 

Wegbelastingcoëfficiënten

 

f0 (N)

 

 

 

 

 

f1 (N/(km/h))

 

 

 

 

 

f2 (N/(km/h) (2))

 

 

 

 

 

Frontaal oppervlakte m2 (0,000 m2)

 

 

Energievraag cyclus (J)

 

 

 

 

 

3.5.7.1.1.

Brandstof die is gebruikt voor de test van type 1 en die is geselecteerd voor de meting van het nettovermogen overeenkomstig bijlage XX bij Verordening (EU) nr. 136/2014 van de Commissie (70): …

3.5.7.2.

Gecombineerde CO2-massa-emissies

3.5.7.2.1.

CO2-massa-emissie voor puur-ICE-voertuigen en NOVC-HEV’s

3.5.7.2.1.0.

Minimale en maximale CO2-waarden binnen de interpolatiefamilie

3.5.7.2.1.1.

Voertuig High: … g/km

3.5.7.2.1.1.0.

Voertuig High (NEDC): … g/km

3.5.7.2.1.2.

Voertuig Low (indien van toepassing): … g/km

3.5.7.2.1.2.0.

Voertuig Low (indien van toepassing) (NEDC): … g/km

3.5.7.2.1.3.

Voertuig M (indien van toepassing): … g/km

3.5.7.2.1.3.0.

Voertuig M (indien van toepassing) (NEDC): … g/km

3.5.7.2.2.

CO2-massa-emissie bij ladingbehoud voor OVC-HEV’s

3.5.7.2.2.1.

CO2-massa-emissie bij ladingbehoud voor voertuig High: … g/km

3.5.7.2.2.1.0.

Gecombineerde CO2-massa-emissie voor voertuig High (NEDC-toestand B): … g/km

3.5.7.2.2.2.

CO2-massa-emissie bij ladingbehoud voor voertuig Low (indien van toepassing): … g/km

3.5.7.2.2.2.0.

Gecombineerde CO2-massa-emissie voor voertuig Low (indien van toepassing) (NEDC-toestand B): … g/km

3.5.7.2.2.3.

CO2-massa-emissie bij ladingbehoud voor voertuig M (indien van toepassing): … g/km

3.5.7.2.2.3.0.

Gecombineerde CO2-massa-emissie voor voertuig M (indien van toepassing) (NEDC-toestand B): … g/km

3.5.7.2.3.

CO2-massa-emissie bij ontlading en gewogen CO2-massa-emissie voor OVC-HEV’s

3.5.7.2.3.1.

CO2-massa-emissie bij ontlading voor voertuig High: … g/km

3.5.7.2.3.1.0.

CO2-massa-emissie bij ontlading voor voertuig High (NEDC-toestand A): … g/km

3.5.7.2.3.2.

CO2-massa-emissie bij ontlading voor voertuig Low (indien van toepassing): … g/km

3.5.7.2.3.2.0.

CO2-massa-emissie bij ontlading voor voertuig Low (indien van toepassing) (NEDC-toestand A): … g/km

3.5.7.2.3.3.

CO2-massa-emissie bij ontlading voor voertuig M (indien van toepassing): … g/km

3.5.7.2.3.3.0.

CO2-massa-emissie bij ontlading voor voertuig M (indien van toepassing) (NEDC-toestand A): … g/km

3.5.7.2.3.4.

Minimale en maximale gewogen CO2-waarden binnen de OVC-interpolatiefamilie: … g/km

3.5.7.3.

Elektrische actieradius voor elektrische voertuigen

3.5.7.3.1.

Puur elektrische actieradius (PER) voor PEV’s

3.5.7.3.1.1.

Voertuig High: … km

3.5.7.3.1.2.

Voertuig Low (indien van toepassing): … km

3.5.7.3.2.

Totale elektrische actieradius (AER) voor OVC-HEV’s

3.5.7.3.2.1.

Voertuig High: … km

3.5.7.3.2.2.

Voertuig Low (indien van toepassing): … km

3.5.7.3.2.3.

Voertuig M (indien van toepassing): … km

3.5.7.4.

Brandstofverbruik bij ladingbehoud (FCCS) voor FCHV’s

3.5.7.4.1.

Voertuig High: … kg/100 km

3.5.7.4.2.

Voertuig Low (indien van toepassing): … kg/100 km

3.5.7.5.

Elektriciteitsverbruik voor elektrische voertuigen

3.5.7.5.1.

Gecombineerd elektriciteitsverbruik (ECWLTC) voor puur elektrische voertuigen

3.5.7.5.1.1.

Voertuig High: … Wh/km

3.5.7.5.1.2.

Voertuig Low (indien van toepassing): … Wh/km

3.5.7.5.2.

Met de gebruiksfactor gewogen elektriciteitsverbruik bij ontlading ECAC,CD (gecombineerd)

3.5.7.5.2.1.

Voertuig High: … Wh/km

3.5.7.5.2.2.

Voertuig Low (indien van toepassing): … Wh/km

3.5.7.5.2.3.

Voertuig M (indien van toepassing): … Wh/km

3.5.8.

Voertuig uitgerust met een eco-innovatie in de zin van artikel 12 van Verordening (EG) nr. 443/2009 voor voertuigen van categorie M1 of van artikel 12 van Verordening (EU) nr. 510/2011 voor voertuigen van categorie N1: ja/nee (4)

3.5.8.1.

Type/variant/uitvoering van het basisvoertuig zoals bedoeld in artikel 5 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 725/2011 voor voertuigen van categorie M1 of van artikel 5 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 427/2014 voor voertuigen van categorie N1 (indien van toepassing): …

3.5.8.2.

Wisselwerkingen tussen verschillende eco-innovaties: ja/nee (4)

3.5.8.3.

Emissiegegevens met betrekking tot het gebruik van eco-innovaties (tabel herhalen voor elke geteste referentiebrandstof) (64)

Besluit tot goedkeuring van de eco-innovatie (65)

Code van de eco-innovatie (6 6)

1. CO2-emissies van het basisvoertuig (g/km)

2. CO2-emissies van het eco-innovatievoertuig (g/km)

3. CO2-emissies van het basisvoertuig in een testcyclus van type 1 (67)

4. CO2-emissies van het eco-innovatievoertuig in een testcyclus van type 1

5. Gebruiksfactor (UF), d.w.z. het tijdsaandeel van het gebruik van de technologie onder normale bedrijfsomstandigheden

CO2-emissiebesparing ((1 — 2) — (3 — 4)) * 5

xxxx/201x

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Totale CO2-emissiebesparing van NEDC (g/km) (68)

Totale CO2-emissiebesparing van WLTP (g/km) (68)

3.5.9.

Certificering van CO2-emissies en brandstofverbruik (voor zware voertuigen, overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EU) 2017/2400 van de Commissie (71))

3.5.9.1.

Nummer van licentie simulatietool: …

3.5.9.2.

Emissievrij zwaar voertuig: ja/nee (4) (72) (169)

3.5.9.3.

Werkvoertuig: ja/nee (4) (72) (170)

3.5.10.

Aangegeven maximale RDE-waarden (indien van toepassing)

Volledige RDE-rit: NOx: …., Deeltjes(aantal): …

Stadsgedeelte RDE-rit: NOx: …., Deeltjes(aantal): …

3.6.   Door de fabrikant toegestane temperaturen

3.6.1.

Koelsysteem

3.6.1.1.

Vloeistofkoeling

Maximumtemperatuur bij de uitlaat: …… K

3.6.1.2.

Luchtkoeling

3.6.1.2.1.

Referentiepunt: …

3.6.1.2.2.

Maximumtemperatuur op het referentiepunt: …… K

3.6.2.

Maximumuitlaattemperatuur van de inlaattussenkoeler: …… K

3.6.3.

Maximumtemperatuur van de uitlaatgassen op het punt in de uitlaatpijp(en) ter hoogte van de buitenflens (buitenflenzen) van het uitlaatspruitstuk of de turbocompressor: …… K

3.6.4.

Brandstoftemperatuur

Minimaal: … K — maximaal: …… K

Voor dieselmotoren bij de inlaat van de inspuitpomp, voor gasmotoren bij de eindtrap van de drukregelaar

3.6.5.

Smeermiddeltemperatuur

Minimaal: …. … K — maximaal: …… K

3.6.6.

Brandstofdruk

Minimaal: ….. kPa — maximaal: …… kPa

Bij de eindtrap van de drukregelaar, alleen bij aardgasmotoren.

3.7.   Door de motor aangedreven hulpapparatuur

Vermogen dat door de voor de werking van de motor benodigde hulpapparatuur wordt opgenomen, zoals gespecificeerd in en onder de bedrijfsomstandigheden van bijlage 5, punt 2.3.1, bij VN-Reglement nr. 85 (73).

Hulpapparatuur

Opgenomen vermogen (kW) bij verschillende toerentallen

Stationair draaien

Laag toerental

Hoog toerental

Toerental A (74)

Toerental B (74)

Toerental C (74)

Referentietoerental (75)

P (a)

 

 

 

 

 

 

 

Voor de werking van de motor benodigde hulpapparatuur (moet van het gemeten motorvermogen worden afgetrokken)

 

 

 

 

 

 

 

3.8.   Smeersysteem

3.8.1.

Beschrijving van het systeem

3.8.1.1.

Plaats van het smeermiddelreservoir: …

3.8.1.2.

Toevoersysteem (pomp/inspuiting in de inlaat/vermenging met brandstof enz.) (4)

3.8.2.

Smeerpomp

3.8.2.1.

Merk(en): …

3.8.2.2.

Type(n): …

3.8.3.

Vermenging met brandstof

3.8.3.1.

Mengverhouding: …

3.8.4.

Oliekoeler: ja/nee (4)

3.8.4.1.

Tekening(en): … of

3.8.4.1.1.

Merk(en): …

3.8.4.1.2.

Type(n): …

3.8.5.

Specificatie smeermiddel: … W …

3.9.   Waterstofaandrijving

3.9.1.

Waterstofsysteem bestemd voor het gebruik van vloeibare waterstof/waterstofsysteem bestemd voor het gebruik van gecomprimeerde (gasvormige) waterstof (4)

3.9.1.1.

Beschrijving en tekening van het waterstofsysteem: …

3.9.1.2.

Naam en adres van de fabrikant(en) van het waterstofsysteem dat wordt gebruikt voor de aandrijving van het voertuig: …

3.9.1.3.

Systeemcode(s) van de fabrikant (zoals aangebracht op het systeem, of een ander identificatiemiddel): …

3.9.1.4.

Automatische afsluitklep(pen): ja/nee (4)

3.9.1.4.1.

Merk(en): …

3.9.1.4.2.

Type(n): …

3.9.1.4.3.

Maximaal toelaatbare werkdruk (4) (41): … MPa

3.9.1.4.4.

Nominale werkdruk(ken) en, indien gemeten na de eerste drukregelaar, maximaal toelaatbare werkdruk(ken) (4) (41): … MPa

3.9.1.4.5.

Bedrijfstemperatuur (4): …

3.9.1.4.6.

Aantal vul- of bedrijfscycli, naargelang het geval (4): …

3.9.1.4.7.

Nummer van het typegoedkeuringscertificaat: …

3.9.1.4.8.

Materiaal: …

3.9.1.4.9.

Werkingsprincipes: …

3.9.1.4.10.

Beschrijving en tekening: …

3.9.1.5.

Keerklep(pen) of terugslagklep(pen): ja/nee (4)

3.9.1.5.1.

Merk(en): …

3.9.1.5.2.

Type(n): …

3.9.1.5.3.

Maximaal toelaatbare werkdruk (4) (41): … MPa

3.9.1.5.4.

Nominale werkdruk(ken) en, indien gemeten na de eerste drukregelaar, maximaal toelaatbare werkdruk(ken) (4) (41): … MPa

3.9.1.5.5.

Bedrijfstemperatuur (4): …

3.9.1.5.6.

Aantal vul- of bedrijfscycli, naargelang het geval (4): …

3.9.1.5.7.

Nummer van het typegoedkeuringscertificaat: …

3.9.1.5.8.

Materiaal: …

3.9.1.5.9.

Werkingsprincipes: …

3.9.1.5.10.

Beschrijving en tekening: …

3.9.1.6.

Tank(s) en tankcombinatie: ja/nee (4)

3.9.1.6.1.

Merk(en): …

3.9.1.6.2.

Type(n): …

3.9.1.6.3.

Maximaal toelaatbare werkdruk (4) (41): … MPa

3.9.1.6.4.

Nominale werkdruk (4) (41): … MPa

3.9.1.6.5.

Aantal vulcycli (4): …

3.9.1.6.6.

Bedrijfstemperatuur (4): …

3.9.1.6.7.

Inhoud: … liter

(water)

3.9.1.6.8.

Nummer van het typegoedkeuringscertificaat: …

3.9.1.6.9.

Materiaal: …

3.9.1.6.10.

Werkingsprincipes: …

3.9.1.6.11.

Beschrijving en tekening: …

3.9.1.7.

Hulpstukken: ja/nee (4)

3.9.1.7.1.

Merk(en): …

3.9.1.7.2.

Type(n): …

3.9.1.7.3.

Nominale werkdruk(ken) en, indien gemeten na de eerste drukregelaar, maximaal toelaatbare werkdruk(ken) (41): … MPa

3.9.1.7.4.

Aantal vul- of bedrijfscycli, naargelang het geval: …

3.9.1.7.5.

Nummer van het typegoedkeuringscertificaat: …

3.9.1.7.6.

Materiaal: …

3.9.1.7.7.

Werkingsprincipes: …

3.9.1.7.8.

Beschrijving en tekening: …

3.9.1.8.

Flexibele brandstofleiding(en): ja/nee (4)

3.9.1.8.1.

Merk(en): …

3.9.1.8.2.

Type(n): …

3.9.1.8.3.

Maximaal toelaatbare werkdruk (4) (41): … MPa

3.9.1.8.4.

Nominale werkdruk(ken) en, indien gemeten na de eerste drukregelaar, maximaal toelaatbare werkdruk(ken) (4) (41): … MPa

3.9.1.8.5.

Bedrijfstemperatuur (4): …

3.9.1.8.6.

Aantal vul- of bedrijfscycli, naargelang het geval (4): …

3.9.1.8.7.

Nummer van het typegoedkeuringscertificaat: …

3.9.1.8.8.

Materiaal: …

3.9.1.8.9.

Werkingsprincipes: …

3.9.1.8.10.

Beschrijving en tekening: …

3.9.1.9.

Warmtewisselaar(s): ja/nee (4)

3.9.1.9.1.

Merk(en): …

3.9.1.9.2.

Type(n): …

3.9.1.9.3.

Maximaal toelaatbare werkdruk) (4) (41): … MPa

3.9.1.9.4.

Nominale werkdruk(ken) en, indien gemeten na de eerste drukregelaar, maximaal toelaatbare werkdruk(ken)) (4) (41): … MPa

3.9.1.9.5.

Bedrijfstemperatuur (4): …

3.9.1.9.6.

Aantal vul- of bedrijfscycli, naargelang het geval (4): …

3.9.1.9.7.

Nummer van het typegoedkeuringscertificaat: …

3.9.1.9.8.

Materiaal: …

3.9.1.9.9.

Werkingsprincipes: …

3.9.1.9.10.

Beschrijving en tekening: …

3.9.1.10.

Waterstoffilter(s) ja/nee (4)

3.9.1.10.1.

Merk(en): …

3.9.1.10.2.

Type(n): …

3.9.1.10.3.

Nominale werkdruk(ken) en, indien gemeten na de eerste drukregelaar, maximaal toelaatbare werkdruk(ken)) (4) (41): … MPa

3.9.1.10.4.

Aantal vul- of bedrijfscycli, naargelang het geval (4): …

3.9.1.10.5.

Nummer van het typegoedkeuringscertificaat: …

3.9.1.10.6.

Materiaal: …

3.9.1.10.7.

Werkingsprincipes: …

3.9.1.10.8.

Beschrijving en tekening: …

3.9.1.11.

Sensoren voor het detecteren van waterstoflekkage: …

3.9.1.11.1.

Merk(en): …

3.9.1.11.2.

Type(n): …

3.9.1.11.3.

Maximaal toelaatbare werkdruk) (4) (41): … MPa

3.9.1.11.4.

Nominale werkdruk(ken) en, indien gemeten na de eerste drukregelaar, maximaal toelaatbare werkdruk(ken)) (4) (41): … MPa

3.9.1.11.5.

Bedrijfstemperatuur (4): …

3.9.1.11.6.

Aantal vul- of bedrijfscycli, naargelang het geval (4): …

3.9.1.11.7.

Afstelwaarden: …

3.9.1.11.8.

Nummer van het typegoedkeuringscertificaat: …

3.9.1.11.9.

Materiaal: …

3.9.1.11.10.

Werkingsprincipes: …

3.9.1.11.11.

Beschrijving en tekening: …

3.9.1.12.

Handbediende of automatische klep(pen): ja/nee (4)

3.9.1.12.1.

Merk(en): …

3.9.1.12.2.

Type(n): …

3.9.1.12.3.

Maximaal toelaatbare werkdruk (4) (41): … MPa

3.9.1.12.4.

Nominale werkdruk(ken) en, indien gemeten na de eerste drukregelaar, maximaal toelaatbare werkdruk(ken) (4) (41): … MPa

3.9.1.12.5.

Bedrijfstemperatuur (4): …

3.9.1.12.6.

Aantal vul- of bedrijfscycli, naargelang het geval (4): …

3.9.1.12.7.

Nummer van het typegoedkeuringscertificaat: …

3.9.1.12.8.

Materiaal: …

3.9.1.12.9.

Werkingsprincipes: …

3.9.1.12.10.

Beschrijving en tekening: …

3.9.1.13.

Sensoren voor druk en/of temperatuur en/of waterstof en/of debiet (4): ja/nee (4)

3.9.1.13.1.

Merk(en): …

3.9.1.13.2.

Type(n): …

3.9.1.13.3.

Maximaal toelaatbare werkdruk (4) (41): … MPa

3.9.1.13.4.

Nominale werkdruk(ken) en, indien gemeten na de eerste drukregelaar, maximaal toelaatbare werkdruk(ken) (4) (41): … MPa

3.9.1.13.5.

Bedrijfstemperatuur (4): …

3.9.1.13.6.

Aantal vul- of bedrijfscycli, naargelang het geval (4): …

3.9.1.13.7.

Afstelwaarden: …

3.9.1.13.8.

Nummer van het typegoedkeuringscertificaat: …

3.9.1.13.9.

Materiaal: …

3.9.1.13.10.

Werkingsprincipes: …

3.9.1.13.11.

Beschrijving en tekening: …

3.9.1.14.

Drukregelaar(s): ja/nee (4)

3.9.1.14.1.

Merk(en): …

3.9.1.14.2.

Type(n): …

3.9.1.14.3.

Aantal hoofdafstelpunten: …

3.9.1.14.4.

Beschrijving van het afstelprincipe via de hoofdafstelpunten: …

3.9.1.14.5.

Aantal afstelpunten stationair: …

3.9.1.14.6.

Beschrijving van de afstelprincipes via de afstelpunten stationair: …

3.9.1.14.7.

Andere afstelmogelijkheden? Zo ja, welke (beschrijving en tekeningen): …

3.9.1.14.8.

Maximaal toelaatbare werkdruk (4) (41): … MPa

3.9.1.14.9.

Nominale werkdruk(ken) en, indien gemeten na de eerste drukregelaar, maximaal toelaatbare werkdruk(ken) (4) (41): … MPa

3.9.1.14.10.

Bedrijfstemperatuur (4): …

3.9.1.14.11.

Aantal vul- of bedrijfscycli, naargelang het geval (4): …

3.9.1.14.12.

In- en uitgangsdruk: …

3.9.1.14.13.

Nummer van het typegoedkeuringscertificaat: …

3.9.1.14.14.

Materiaal: …

3.9.1.14.15.

Werkingsprincipes: …

3.9.1.14.16.

Beschrijving en tekening: …

3.9.1.15.

Overdrukvoorziening: ja/nee (4)

3.9.1.15.1.

Merk(en): …

3.9.1.15.2.

Type(n): …

3.9.1.15.3.

Maximaal toelaatbare werkdruk (4) (41): … MPa

3.9.1.15.4.

Bedrijfstemperatuur (4): …

3.9.1.15.5.

Afsteldruk (4): …

3.9.1.15.6.

Afsteltemperatuur (4): …

3.9.1.15.7.

Afblaascapaciteit (4): …

3.9.1.15.8.

Normale maximale bedrijfstemperatuur (4) (41): … °C

3.9.1.15.9.

Nominale werkdruk(ken) (4) (41): … MPa

3.9.1.15.10.

Aantal vulcycli (alleen voor onderdelen van klasse 0) (4): …

3.9.1.15.11.

Nummer van het typegoedkeuringscertificaat: …

3.9.1.15.12.

Materiaal: …

3.9.1.15.13.

Werkingsprincipes: …

3.9.1.15.14.

Beschrijving en tekening: …

3.9.1.16.

Overdrukklep: ja/nee (4)

3.9.1.16.1.

Merk(en): …

3.9.1.16.2.

Type(n): …

3.9.1.16.3.

Nominale werkdruk(ken) en, indien gemeten na de eerste drukregelaar, maximaal toelaatbare werkdruk(ken) (4) (41): … MPa

3.9.1.16.4.

Afsteldruk (4): …

3.9.1.16.5.

Aantal vul- of bedrijfscycli, naargelang het geval (4): …

3.9.1.16.6.

Nummer van het typegoedkeuringscertificaat: …

3.9.1.16.7.

Materiaal: …

3.9.1.16.8.

Werkingsprincipes: …

3.9.1.16.9.

Beschrijving en tekening: …

3.9.1.17.

Tankverbinding of aansluitpunt: ja/nee (4)

3.9.1.17.1.

Merk(en): …

3.9.1.17.2.

Type(n): …

3.9.1.17.3.

Maximaal toelaatbare werkdruk (4) (41): … MPa

3.9.1.17.4.

Bedrijfstemperatuur (4): …

3.9.1.17.5.

Nominale werkdruk(ken) (4) (41): … MPa

3.9.1.17.6.

Aantal vulcycli (alleen voor onderdelen van klasse 0) (4): …

3.9.1.17.7.

Nummer van het typegoedkeuringscertificaat: …

3.9.1.17.8.

Materiaal: …

3.9.1.17.9.

Werkingsprincipes: …

3.9.1.17.10.

Beschrijving en tekening: …

3.9.1.18.

Verbinding voor een verwijderbaar opslagsysteem: ja/nee (4)

3.9.1.18.1.

Merk(en): …

3.9.1.18.2.

Type(n): …

3.9.1.18.3.

Nominale en maximaal toelaatbare werkdruk(ken) (41): … MPa

3.9.1.18.4.

Aantal bedrijfscycli: …

3.9.1.18.5.

Nummer van het typegoedkeuringscertificaat: …

3.9.1.18.6.

Materiaal: …

3.9.1.18.7.

Werkingsprincipes: …

3.9.1.18.8.

Beschrijving en tekening: …

3.9.2.

Aanvullende documentatie

3.9.2.1.

Procesdiagram (stroomschema) van het waterstofsysteem

3.9.2.2.

Lay-out van het systeem, inclusief elektrische verbindingen en andere externe systeeminputs en/of -outputs enz.

3.9.2.3.

Verklaring van de symbolen die in de documentatie worden gebruikt

3.9.2.4.

Afstelgegevens van de overdrukvoorzieningen en drukregelaars

3.9.2.5.

Lay-out van de koel-/verwarmingssystemen, inclusief de nominale of maximaal toelaatbare werkdruk en de bedrijfstemperaturen

3.9.2.6.

Tekeningen met installatie- en gebruiksvoorschriften.

4.   TRANSMISSIE (76)

4.1.

Tekening van de transmissie: …

4.2.

Type (mechanisch, hydraulisch, elektrisch enz.): …

4.2.1.

Korte beschrijving van de eventuele elektrische/elektronische onderdelen: …

4.3.

Traagheidsmoment van het motorvliegwiel: …

4.3.1.

Extra traagheidsmoment in de vrijstand: …

4.4.   Koppeling(en): …

4.4.1.

Type: …

4.4.2.

Maximumkoppelomvorming: …

4.5.   Versnellingsbak

4.5.1.

Type: manueel/automatisch/CVT (continuvariabele transmissie)/vaste verhouding/geautomatiseerd/anders/wielnaaf (4)

4.5.1.4.

Koppelwaarde (voor zware voertuigen): …

4.5.1.5.

Aantal koppelingen: …

4.5.2.

Plaats ten opzichte van de motor: …

4.5.3.

Bedieningswijze: …

4.5.4.

Aanvullende versnellingsbak voor alternatieve aandrijving: …

4.6.   Overbrengingsverhoudingen

Versnelling

Verhoudingen in de versnellingsbak (verhoudingen tussen omwentelingen van de motor en omwentelingen van de uitgaande as van de versnellingsbak)

Eindoverbrengingsverhouding(en) (verhouding tussen omwentelingen van de uitgaande as van de versnellingsbak en omwentelingen van de aangedreven wielen)

Totale verhouding

Maximum voor CVT

 

 

 

1

 

 

 

2

 

 

 

3

 

 

 

 

 

 

Minimum voor CVT

Achteruit

 

 

 

4.6.1.

Schakeling (1)

4.6.1.1.

Versnelling 1 uitgesloten: ja/nee (4)

4.6.1.2.

n_95_high voor elke versnelling: … min-1

4.6.1.3.

nmin_drive

4.6.1.3.1.

1e versnelling … min-1

4.6.1.3.2.

1e versnelling naar 2e versnelling: … min-1

4.6.1.3.3.

2e versnelling tot stilstand: … min-1

4.6.1.3.4.

2e versnelling: … min-1

4.6.1.3.5.

3e versnelling en hoger: … min-1

4.6.1.4.

n_min_drive_set voor acceleratiefasen/fasen met constante snelheid (n_min_drive_up): … min-1

4.6.1.5.

n_min_drive_set voor vertragingsfasen (nmin_drive_down):

4.6.1.6.

Startperiode

4.6.1.6.1.

t_start_phase: … s

4.6.1.6.2.

n_min_drive_start: … min-1

4.6.1.6.3.

n_min_drive_up_start: … min-1

4.6.1.7.

Gebruik van ASM: ja/nee (4)

4.6.1.7.1.

ASM-waarden: …

4.7.

Maximumontwerpsnelheid van het voertuig (in km/h) (7 7): …

4.8.   Snelheidsmeter en kilometerteller

Snelheidsmeter

4.8.1.

Werkwijze en beschrijving van het aandrijfmechanisme: …

4.8.2.

Technische constante van het instrument: …

4.8.3.

Tolerantie van het meetmechanisme (overeenkomstig punt 2.2.3 van VN-Reglement nr. 39 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) (78): …

4.8.4.

Totale overbrengingsverhouding (overeenkomstig punt 2.2.2 van VN-Reglement nr. 39) of gelijkwaardige gegevens: …

4.8.5.

Tekening van de snelheidsmeterschaal of andere vormen van weergave: …

Kilometerteller:

4.8.6.

Technische constante van de kilometerteller (overeenkomstig punt 2.2.4 van VN-Reglement nr. 39): …

4.8.7.

Aantal cijfers: …

4.9.   Tachograaf: ja/nee (4)

4.9.1.

Goedkeuringsmerk: …

4.10.

Differentieelblokkering: ja/nee/facultatief (4)

4.11.   Schakelindicator

4.11.1.

Geluidssignaal beschikbaar: ja/nee (4). Zo ja, beschrijving van het geluid en vermelding van de geluidssterkte voor het oor van de bestuurder in dB(A). (Geluidssignaal kan altijd aan- of uitgezet worden.)

4.11.2.

Informatie overeenkomstig bijlage I, punt 4.6, bij Verordening (EU) nr. 65/2012 van de Commissie (7 9) (volgens fabrieksopgave)

4.11.3.

Foto’s en/of tekeningen van de schakelindicator en korte beschrijving van de systeemonderdelen en de werking ervan:

4.12.

Smeermiddel versnellingsbak: … W …

5.   ASSEN

5.1.

Beschrijving van elke as: …

5.2.

Merk: …

5.3.

Type: …

5.4.

Plaats van de hefbare as(sen): …

5.5.

Plaats van de belastbare as(sen): …

6.   OPHANGING

6.1.

Tekening van de ophanging: …

6.2.

Type en ontwerp van de ophanging van elke as of elk asstel of elk wiel: …

6.2.1.

Niveauregeling: ja/nee/facultatief (4)

6.2.2.

Korte beschrijving van de eventuele elektrische/elektronische onderdelen: …

6.2.3.

Luchtvering van de aangedreven as(sen): ja/nee (4)

6.2.3.1.

Vering van de aangedreven as(sen), gelijkwaardig met luchtvering: ja/nee (4)

6.2.3.2.

Frequentie en demping van de trilling van de afgeveerde massa: …

6.2.4.

Luchtvering voor niet-aangedreven as(sen): ja/nee (4)

6.2.4.1.

Vering van niet-aangedreven as(sen), gelijkwaardig met luchtvering: ja/nee (4)

6.2.4.2.

Frequentie en demping van de trilling van de afgeveerde massa: …

6.3.

Kenmerken van de verende onderdelen van de ophanging (ontwerp, kenmerken van de materialen en afmetingen): …

6.4.

Stabilisatoren: ja/nee/facultatief (4)

6.5.

Schokdempers: ja/nee/facultatief (4)

6.6.   Banden en wielen

6.6.1.

Band/wielcombinatie(s)

6.6.1.1.

Assen

6.6.1.1.1.

As 1: …

6.6.1.1.1.1.

Bandenmaataanduiding

6.6.1.1.1.2.

Belastingsindex

6.6.1.1.1.3.

Snelheidscategoriesymbool (8 0)

6.6.1.1.1.4.

Velgmaat (of -maten)

6.6.1.1.1.5.

Offset(s)

6.6.1.1.1.6.

Rolweerstandscoëfficiënt (RRC)

 

 

 

 

 

 

6.6.1.1.2.

As 2: …

6.6.1.1.2.1.

Bandenmaataanduiding

6.6.1.1.2.2.

Belastingsindex

6.6.1.1.2.3.

Snelheidscategoriesymbool (80)

6.6.1.1.2.4.

Velgmaat (of -maten)

6.6.1.1.2.5.

Offset(s)

6.6.1.1.2.6.

Rolweerstandscoëfficiënt (RRC)

 

 

 

 

 

 

enz.

6.6.1.2.

Eventueel reservewiel: …

6.6.2.

Boven- en ondergrenzen van de afrolstralen

6.6.2.1.

As 1: … mm

6.6.2.2.

As 2: … mm

6.6.2.3.

As 3: … mm

6.6.2.4.

As 4: … mm

enz.

6.6.3.

Door de fabrikant van het voertuig aanbevolen bandenspanning: … kPa

6.6.4.

Door de fabrikant aanbevolen en voor het voertuigtype geschikte sneeuwtractiesysteem/band/wielcombinatie op de voor- en/of achteras: …

6.6.5.

Korte beschrijving van het reservewiel voor tijdelijk gebruik (indien aanwezig): …

7.   STUURINRICHTING

7.1.

Schematisch diagram van de gestuurde as(sen) met aanduiding van de stuurgeometrie: …

7.2.   Overbrenging en regeling

7.2.1.

Type overbrenging van de stuurinrichting (in voorkomend geval voor voor- en achterzijde specificeren): …

7.2.2.

Verbinding met de wielen (inclusief andere dan mechanische middelen; in voorkomend geval voor voor- en achterzijde specificeren): …

7.2.2.1.

Korte beschrijving van de eventuele elektrische/elektronische onderdelen: …

7.2.3.

Type stuurbekrachtiging (indien aanwezig): …

7.2.3.1.

Principe en diagram van de werking, merk(en) en type(n): …

7.2.4.

Schema van de gehele stuurvoorziening, waarop de plaats op het voertuig van de verschillende onderdelen die van invloed zijn op het stuurgedrag, is aangegeven: …

7.2.5.

Schematisch(e) diagram(men) van het stuurorgaan (de stuurorganen): …

7.2.6.

Bereik en methode van verstelling (indien mogelijk) van het stuurorgaan: …

7.3.   Maximumstuurhoek van de wielen

7.3.1.

Naar rechts: … graden; aantal omwentelingen van het stuurwiel (of gelijkwaardige gegevens): …

7.3.2.

Naar links: … graden; aantal omwentelingen van het stuurwiel (of gelijkwaardige gegevens): …

8.   REMMEN

(De volgende gegevens moeten worden verstrekt, met inbegrip van de eventuele identificatiemiddelen.)

8.1.

Type en kenmerken van de remmen, met details en tekeningen van onder meer de trommels, schijven, slangen, merk en type van remschoen/blokstellen en/of remvoeringen, effectieve remoppervlakte, straal van trommels, schoenen of schijven, massa van trommels, afstelvoorzieningen, elektromagnetische werking, vloeistofremkrachten, remwerking van de motor, relevante delen van de as(sen) en ophanging: …

8.2.

Werkingsdiagram, beschrijving en/of tekening van het remsysteem met details en tekeningen van de transmissie en regeling:

8.2.1.

Bedrijfsremsysteem: …

8.2.2.

Hulpremsysteem: …

8.2.3.

Parkeerremsysteem: …

8.2.4.

Eventueel extra remsysteem: …

8.2.5.

Automatisch remsysteem bij breuk van de koppeling: …

8.2.6.

Categorie van het regeneratief remsysteem: A/B (4)

8.2.6.1.

Beschrijving van het regeneratiesysteem: …

8.2.6.1.1.

Merk van de regeleenheid: …

8.2.6.1.2.

Type regeleenheid: …

8.2.6.1.3.

De as waaraan het remsysteem is bevestigd: as 1/as 2/as 3/…

8.2.6.1.4.

Parameters van de remkracht: …

8.3.

Bediening en overbrenging van remsystemen van aanhangwagens bij voertuigen die zijn ontworpen voor het trekken van aanhangwagens: …

8.4.

Het voertuig is uitgerust om een aanhangwagen met elektrische/pneumatische/hydraulische (4) bedrijfsremmen te trekken: ja/nee (4)

8.5.

Antiblokkeersysteem: ja/nee/facultatief (4)

8.5.1.

Merk van het antiblokkeersysteem: …

8.5.2.

Type antiblokkeersysteem: …

8.5.3.

Bij voertuigen met een antiblokkeersysteem, beschrijving van de werking van het systeem (met inbegrip van eventuele elektronische onderdelen), elektrisch blokschema, schema van het hydraulisch of pneumatisch circuit: …

8.6.

Berekening en curven overeenkomstig bijlage 10 of, naargelang van het geval, bijlage 14, bij VN-Reglement nr. 13: …

8.7.

Beschrijving en/of tekening van de energietoevoer (eveneens aan te geven voor remsystemen met rembekrachtiging): …

8.7.1.

In het geval van luchtremsystemen, de werkdruk p2 in de luchtreservoirs: …

8.7.2.

In geval van vacuümremsystemen, het aanvankelijke energieniveau in de reservoirs: …

8.8.

Berekening remsysteem: bepaling van de verhouding tussen het totaal van de remkrachten aan de omtrek van de wielen en de op het bedieningsorgaan uitgeoefende kracht: …

8.9.

Korte beschrijving van de het remsysteem overeenkomstig bijlage 2, punt 12, bij VN-Reglement nr. 13: …

8.10.

Indien aanspraak wordt gemaakt op vrijstelling van de tests van type I en/of type II, of type III, het nummer van het rapport overeenkomstig bijlage 11, aanhangsel 3, bij VN-Reglement nr. 13 opgeven: …

8.11.

Bijzonderheden van het type vertragersysteem (de typen vertragersystemen): …

9.   CARROSSERIE

9.1.

Type carrosserie met gebruikmaking van de in bijlage I, deel C, bij Verordening (EU) 2018/858 gedefinieerde codes of, in geval van een voertuig voor speciale doeleinden, de in deel A, punt 5, van die bijlage gedefinieerde codes: …

9.2.

Gebruikte materialen en toegepaste constructiemethoden: …

9.3.   Deuren voor de inzittenden, hang- en sluitwerk

9.3.1.

Configuratie van de deuren en aantal deuren: …

9.3.1.1.

Afmetingen, openingsrichting en maximale openingshoek van de deuren: …

9.3.2.

Tekening van het hang- en sluitwerk en de plaats daarvan in de deuren: …

9.3.3.

Technische beschrijving van het hang- en sluitwerk: …

9.3.4.

Details (met afmetingen) van ingangen, treden en noodzakelijke handgrepen, indien van toepassing: …

9.3.5.

Elektrische/elektronische onderdelen van het deursysteem: …

9.3.5.1.

Korte beschrijving van eventuele elektrische/elektronische onderdelen: …

9.3.5.2.

Beschrijving van de elektrische/elektronische functionaliteit in het deursysteem: …

9.3.5.2.1.

Roldeur uitgerust met vergrendeling: ja/nee/facultatief (4)

9.4.   Gezichtsveld

9.4.1.

Gegevens over de primaire referentiemerken; deze moeten voldoende gedetailleerd zijn om ze gemakkelijk te kunnen identificeren en de plaats van elk merk ten opzichte van de andere merken en van het R-punt te kunnen controleren: …

9.4.2.

Tekening(en) of foto(“s) waarop de plaats van de samenstellende delen binnen het 180o-gezichtsveld naar voren is aangegeven: …

9.5.   Voorruit en andere ruiten

9.5.1.

Voorruit

9.5.1.1.

Gebruikte materialen: …

9.5.1.2.

Montagemethode: …

9.5.1.3.

Hellingshoek: …

9.5.1.4.

Nummers van de typegoedkeuringscertificaten: …

9.5.1.5.

Accessoires van de voorruit en de positie waarin deze zijn gemonteerd, met een korte beschrijving van eventuele elektrische/elektronische onderdelen: …

9.5.2.

Andere ruiten

9.5.2.1.

Gebruikte materialen: …

9.5.2.2.

Nummers van de typegoedkeuringscertificaten: …

9.5.2.3.

Korte beschrijving van de eventuele elektrische/elektronische onderdelen van het portierraammechanisme: …

9.5.2.3.1.

Beschrijving van het automatische-omkeersysteem: …

9.5.3.

Beglazing voor opengaand dak

9.5.3.1.

Gebruikte materialen: …

9.5.3.2.

Nummers van de typegoedkeuringscertificaten: …

9.5.3.3.

Korte beschrijving van de eventuele elektrische/elektronische onderdelen van het mechanisme waarmee het dak kan worden geopend: …

9.5.3.3.1.

Beschrijving van het automatische-omkeersysteem: …

9.5.4.

Andere beglazing

9.5.4.1.

Gebruikte materialen: …

9.5.4.2.

Nummers van de typegoedkeuringscertificaten: …

9.6.   Ruitenwisser(s)

9.6.1.

Gedetailleerde technische beschrijving (met foto’s of tekeningen): …

9.6.1.1.

Afmetingen van de wisserarm en het wisserblad: …

9.7.   Voorruitsproeier en koplampwisser

9.7.1.

Gedetailleerde technische beschrijving (met foto’s of tekeningen) of, indien goedgekeurd als technische eenheid, het nummer van het typegoedkeuringscertificaat: …

9.8.   Ontdooiing en ontwaseming

9.8.1.

Gedetailleerde technische beschrijving (met foto’s of tekeningen): …

9.8.2.

Maximaal elektriciteitsverbruik: …… kW

9.9.   Voorzieningen voor indirect zicht

9.9.1.

Achteruitkijkspiegels, met voor elke spiegel opgave van:

9.9.1.1.

Merk: …

9.9.1.2.

Typegoedkeuringsmerk: …

9.9.1.3.

Variant: …

9.9.1.4.

Tekening(en) ter identificatie van de spiegel, waarop de plaats van de spiegel ten opzichte van de voertuigstructuur is aangegeven: …

9.9.1.5.

Gegevens over de bevestigingswijze, met inbegrip van dat deel van de voertuigstructuur waarop de spiegel is bevestigd: …

9.9.1.6.

Optionele uitrusting die van invloed kan zijn op het gezichtsveld naar achteren: …

9.9.1.7.

Korte beschrijving van de eventuele elektronische onderdelen: …

9.9.2.

Andere voorzieningen voor indirect zicht dan spiegels: …

9.9.2.1.

Type en beschrijving van de voorziening: …

9.9.2.1.1.

In het geval van een cameramonitorvoorziening: de waarnemingsafstand (mm), het contrast, het luminantiebereik, de correctie voor invallend licht, de beeldschermprestaties (zwart-wit/kleur), de beeldvernieuwingsfrequentie en het luminantiebereik van het beeldscherm: …

9.9.2.1.2.

Voldoende gedetailleerde tekeningen die een overzicht geven van de volledige inrichting, met inbegrip van de montagevoorschriften; op de tekeningen moet de plaats voor het EU-typegoedkeuringsmerk zijn aangegeven.

9.10.   Binneninrichting

9.10.1.

Binnenbescherming voor de inzittenden

9.10.1.1.

Overzichtstekening of foto’s waarop de plaats van de bijgevoegde doorsneden of aanzichten is aangegeven: …

9.10.1.2.

Foto of tekening waarop de referentiezone met het uitgezonderde gebied, zoals bedoeld in punt 2.3.1 van VN-Reglement nr. 21 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE), is aangegeven (81): …

9.10.1.3.

Foto’s, tekeningen en/of een opengewerkte tekening van de binneninrichting die een overzicht geven van de delen van het interieur en de gebruikte materialen (met uitzondering van binnenachteruitkijkspiegels), de plaats van de bedieningsorganen, het dak en het rol- of schuifdak, de rugleuning, de zitplaatsen en de achterzijde van de zitplaatsen: …

9.10.2.

Plaatsing en identificatie van de bedieningsorganen, verklikkerlichten en meters

9.10.2.1.

Foto’s en/of tekeningen van de plaatsing van symbolen en bedieningsorganen, verklikkers en meters: …

9.10.2.2.

Foto’s en/of tekeningen van de identificatie van bedieningsorganen, verklikkerlichten en meters en, indien van toepassing, van de in VN-Reglement nr. 121 (82) van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VNECE) bedoelde voertuigonderdelen: …

9.10.3.

Zitplaatsen

9.10.3.1.

Aantal zitplaatsen (83): …

9.10.3.1.1.

Plaats en opstelling: …

9.10.3.2.

Zitplaatsen die uitsluitend zijn bestemd voor gebruik bij stilstaand voertuig: …

9.10.3.3.

Massa: …

9.10.3.4.

Kenmerken: voor zitplaatsen zonder typegoedkeuring als onderdeel, beschrijving en tekeningen van:

9.10.3.4.1.

De zitplaatsen en hun verankeringen: …

9.10.3.4.2.

Het verstelsysteem: …

9.10.3.4.3.

De verplaatsings- en vergrendelingssystemen: …

9.10.3.4.4.

de gordelverankeringen, indien aanwezig op de zitplaats: …

9.10.3.4.5.

De als verankering gebruikte delen van het voertuig: …

9.10.3.5.

Coördinaten of tekening van het R-punt (84)

9.10.3.5.1.

Bestuurderszitplaats: …

9.10.3.5.2.

Alle overige zitplaatsen: …

9.10.3.6.

Ontwerpromphoek

9.10.3.6.1.

Bestuurderszitplaats: …

9.10.3.6.2.

Alle overige zitplaatsen: …

9.10.3.7.

Bereik van het verstelsysteem

9.10.3.7.1.

Bestuurderszitplaats: …

9.10.3.7.2.

Alle overige zitplaatsen: …

9.10.3.8.

Gedetailleerde beschrijving van eventuele elektrische/elektronische onderdelen van het verstelsysteem: …

9.10.3.9.

Beschrijving van de bagageruimte indien de rugleuningen van de stoelen de voorste grens van die ruimte vormen: …

9.10.3.10.

Voertuig is uitgerust met een scheidingssysteem: ja/nee/facultatief (4)

9.10.3.10.1.

Gedetailleerde beschrijving van het scheidingssysteem, met inbegrip van de montage ervan op de voertuigstructuur: …

9.10.4.

Hoofdsteunen

9.10.4.1.

Type hoofdsteunen: geïntegreerd/afneembaar/afzonderlijk (4)

9.10.4.2.

Nummers van de typegoedkeuringscertificaten, indien beschikbaar: …

9.10.4.3.

Voor nog niet goedgekeurde hoofdsteunen

9.10.4.3.1.

Een gedetailleerde beschrijving van de hoofdsteun, waarbij wordt aangegeven de aard van het bekledingsmateriaal (de bekledingsmaterialen) en, voor zover van toepassing, de plaats en specificaties van de steunen en de verankering voor het type zitplaats waarvoor goedkeuring wordt aangevraagd: …

9.10.4.3.2.

In het geval van een “afzonderlijke” hoofdsteun

9.10.4.3.2.1.

Een gedetailleerde beschrijving van het deel van de constructie waarop de hoofdsteun wordt gemonteerd: …

9.10.4.3.2.2.

Tekeningen met vermelding van de afmetingen van de kenmerkende delen van de structuur en de hoofdsteun: …

9.10.4.4.

Gedetailleerde beschrijving van eventuele elektrische/elektronische onderdelen van het verstelsysteem: …

9.10.5.

Verwarming van de passagiersruimte

9.10.5.1.

Een korte beschrijving van het voertuigtype met betrekking tot het verwarmingssysteem, indien daarbij gebruik wordt gemaakt van de warmte van de koelvloeistof van de motor: …

9.10.5.2.

Een gedetailleerde beschrijving van het voertuigtype met betrekking tot het verwarmingssysteem, indien daarbij gebruik wordt gemaakt van de koellucht of de uitlaatgassen van de motor, met inbegrip van: