ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 140

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

63e jaargang
4 mei 2020


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/591 van de Commissie van 30 april 2020 tot opening van een tijdelijke buitengewone steunregeling voor de particuliere opslag van bepaalde soorten kaas en tot voorafgaande vaststelling van het steunbedrag

1

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/592 van de Commissie van 30 april 2020 inzake tijdelijke buitengewone maatregelen waarbij wordt afgeweken van enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad om de marktverstoring in de sector groenten en fruit en de wijnsector als gevolg van de Covid‐19-pandemie en de daarmee samenhangende maatregelen te verhelpen

6

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2020/593 van de Commissie van 30 april 2020 tot verlening van toestemming voor overeenkomsten en besluiten inzake marktstabiliserende maatregelen in de sector aardappelen

13

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2020/594 van de Commissie van 30 april 2020 tot verlening van toestemming voor overeenkomsten en besluiten inzake marktstabiliserende maatregelen in de sector levende planten en producten van de bloementeelt

17

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2020/595 van de Commissie van 30 april 2020 tot verlening van steun voor de particuliere opslag van schapen- en geitenvlees en tot voorafgaande vaststelling van het steunbedrag

21

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2020/596 van de Commissie van 30 april 2020 tot verlening van steun voor de particuliere opslag van vers en gekoeld vlees van runderen die ten minste acht maanden oud zijn, en tot voorafgaande vaststelling van het steunbedrag

26

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2020/597 van de Commissie van 30 april 2020 tot verlening van steun voor de particuliere opslag van boter en tot voorafgaande vaststelling van het steunbedrag

31

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2020/598 van de Commissie van 30 april 2020 tot verlening van steun voor de particuliere opslag van mageremelkpoeder en tot voorafgaande vaststelling van het steunbedrag

34

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2020/599 van de Commissie van 30 april 2020 waarbij toestemming wordt verleend voor overeenkomsten en besluiten betreffende productieplanning in de sector melk en zuivelproducten

37

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2020/600 van de Commissie van 30 april 2020 tot afwijking van de Uitvoeringsverordeningen (EU) 2017/892, (EU) 2016/1150, (EU) 615/2014, (EU) 2015/1368 en (EU) 2017/39 wat betreft bepaalde maatregelen voor de aanpak van de door de Covid-19-pandemie veroorzaakte crisis

40

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2020/601 van de Commissie van 30 april 2020 betreffende noodmaatregelen tot afwijking van de artikelen 62 en 66 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de geldigheidsduur van de vergunningen voor het aanplanten van wijnstokken en het rooien in geval van vervroegde herbeplanting

46

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

4.5.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 140/1


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2020/591 VAN DE COMMISSIE

van 30 april 2020

tot opening van een tijdelijke buitengewone steunregeling voor de particuliere opslag van bepaalde soorten kaas en tot voorafgaande vaststelling van het steunbedrag

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 219, lid 1, in samenhang met artikel 228,

Gezien Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (2), en met name artikel 62, lid 2, onder b),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De huidige Covid‐19-pandemie en de uitgebreide verplaatsingsbeperkingen die in de lidstaten zijn ingevoerd, hebben geleid tot een gedaalde vraag naar bepaalde producten in de sector melk en zuivelproducten, met name kazen. Door de verspreiding van de ziekte en de ingevoerde maatregelen zijn minder arbeidskrachten beschikbaar, waardoor met name de fasen van productie, inzameling en verwerking van melk in het gedrang komen. Bovendien heeft de verplichte sluiting van winkels, markten, restaurants en andere horecagelegenheden de horeca- en cateringsector stilgelegd, met aanzienlijke veranderingen in de vraagpatronen voor melk en zuivelproducten als gevolg. De horeca- en cateringsector is goed voor ongeveer 15 % van de binnenlandse vraag in de Unie naar kaas. Bovendien zeggen kopers in de Unie en op de wereldmarkt contracten op en stellen ze de sluiting van nieuwe contracten uit in afwachting van verdere prijsdalingen. 8 % van de totale kaasproductie in de Unie wordt naar derde landen uitgevoerd.

(2)

Daarom wordt een deel van de opgehaalde rauwe melk verwerkt tot bulkproducten met een lange houdbaarheid die minder arbeidsintensief zijn, zoals mageremelkpoeder en boter. Veel kaasmakerijen in de Unie beschikken echter niet over de capaciteit om de melk tot verschillende producten te verwerken en moeten doorgaan met het produceren van kaas waarvoor de vraag uitzonderlijk sterk is gedaald.

(3)

De kaassector wordt geconfronteerd met een verstoring van de markt vanwege een sterk verstoord evenwicht tussen vraag en aanbod. Als geen maatregelen tegen deze verstoring van de markt worden genomen, zullen de prijzen van kaas in de Unie naar verwachting dan ook zakken en zal de neerwaartse druk waarschijnlijk aanhouden.

(4)

De in het kader van Verordening (EU) nr. 1308/2013 beschikbare marktinterventiemaatregelen blijken niet te volstaan om de verstoring van de markt te verhelpen, aangezien zij op andere producten zijn gericht, zoals boter of mageremelkpoeder, of beperkt zijn tot kazen met een beschermde oorsprongsbenaming of beschermde geografische aanduiding.

(5)

De verstoring van de kaasmarkt kan worden aangepakt door producten op te slaan. Daarom moet steun voor de particuliere opslag van kaas worden verleend.

(6)

In het kader van artikel 17 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 kan enkel steun worden verleend voor de particuliere opslag van kaas met een beschermde oorsprongsbenaming of beschermde geografische aanduiding op grond van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad (3). Kazen met een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding vormen echter slechts een klein aandeel van de totale kaasproductie in de Unie. Met het oog op operationele en administratieve efficiëntie moet voor alle soorten kaas één enkele steunregeling voor particuliere opslag worden opgezet.

(7)

Het is passend om kaas die niet voor opslag geschikt is, van deze regeling uit te sluiten.

(8)

Het is passend een maximum vast te stellen voor de hoeveelheid die onder de regeling valt en het totale volume uit te splitsen naar de lidstaten op basis van hun kaasproductie.

(9)

Bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1238 van de Commissie (4) en Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 van de Commissie (5) zijn regels voor de uitvoering van steun voor particuliere opslag vastgesteld. Tenzij in de onderhavige verordening anders is bepaald, moeten de bepalingen van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1238 en Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 inzake de particuliere opslag van kaas met een beschermde oorsprongsbenaming of beschermde geografische aanduiding van overeenkomstige toepassing zijn op de bij de onderhavige verordening vastgestelde enkele steunregeling voor particuliere opslag.

(10)

Om een snel en flexibel operationeel systeem mogelijk te maken, moet het bedrag van de steun vooraf worden vastgesteld. Het steunbedrag moet worden vastgesteld op basis van de opslagkosten en andere relevante marktelementen. Er moet een steunbedrag worden vastgesteld voor de vaste opslagkosten van het in- en uitslaan van de betrokken producten en een steunbedrag per opslagdag voor de kosten van de opslag en de financiering.

(11)

Om redenen van administratieve efficiëntie en vereenvoudiging mogen de aanvragen alleen betrekking hebben op reeds opgeslagen kaas en mag niet worden verlangd dat een zekerheid wordt gesteld.

(12)

Om redenen van administratieve efficiëntie en vereenvoudiging moet de minimumhoeveelheid producten waarop elke aanvraag betrekking moet hebben, worden vastgesteld.

(13)

De maatregelen voor de bestrijding van de Covid‐19-pandemie kunnen van invloed zijn op de naleving van de in artikel 60 van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 vastgestelde voorschriften inzake controles ter plaatse betreffende steun voor particuliere opslag. Het is passend de lidstaten waar die maatregelen van kracht zijn, flexibiliteit te bieden door hen toe te staan slechts een representatieve statistische steekproef fysiek te controleren, door de termijn voor het uitvoeren van de controles op de inslag te verlengen of die controles te vervangen door het gebruik van ander relevant bewijsmateriaal, en door geen onaangekondigde controles te vereisen. Daarom moet voor de toepassing van deze verordening worden afgeweken van sommige bepalingen van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240.

(14)

Om een onmiddellijk effect op de markt te hebben en bij te dragen aan de stabilisering van de prijzen, moet de bij deze verordening vastgestelde tijdelijke maatregel in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

1.   Bij deze verordening wordt een tijdelijke buitengewone steunregeling vastgesteld voor de particuliere opslag van kaas van GN-code 0406, met uitzondering van kaas die niet geschikt is om langer te worden opgeslagen dan de in artikel 2 bedoelde rijpingsperiode.

2.   De onder de in lid 1 bedoelde steunregeling voor particuliere opslag vallende maximale producthoeveelheid per lidstaat is vastgesteld in de bijlage bij deze verordening. De lidstaten zorgen voor een systeem op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria, zodat de hen toegekende maximale hoeveelheden niet worden overschreden.

3.   Tenzij in de onderhavige verordening anders is bepaald, zijn de bepalingen van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1238 en Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 inzake de particuliere opslag van kaas met een beschermde oorsprongsbenaming of beschermde geografische aanduiding van overeenkomstige toepassing op de in lid 1 bedoelde steunregeling voor particuliere opslag.

Artikel 2

In aanmerking komende producten

Om voor de in artikel 1, lid 1, bedoelde steunregeling voor particuliere opslag, hierna de “steun” genoemd, in aanmerking te komen, moet de kaas van gezonde handelskwaliteit en van oorsprong uit de Unie zijn. De kaas heeft, op de dag waarop het opslagcontract ingaat, een minimumouderdom die, voor kazen met een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding op grond van Verordening (EU) nr. 1151/2012, overeenstemt met de in het productdossier vastgestelde rijpingsperiode of, voor de overige kazen, met een door de lidstaten bepaalde normale rijpingsduur.

Artikel 3

Indiening en ontvankelijkheid van aanvragen

1.   Steunaanvragen mogen worden ingediend met ingang van 7 mei 2020. De uiterste datum voor het indienen van aanvragen is 30 juni 2020.

2.   De aanvragen hebben betrekking op reeds opgeslagen producten.

3.   De minimumhoeveelheid bedraagt 0,5 ton per aanvraag.

Artikel 4

Steunbedrag en opslagperiode

1.   Het steunbedrag wordt als volgt vastgesteld:

15,57 EUR per opgeslagen ton voor de vaste opslagkosten;

0,40 EUR per ton per dag contractuele opslag.

2.   De contractuele opslag eindigt op de dag die voorafgaat aan de uitslag.

3.   De steun mag alleen worden verleend als de contractuele opslagperiode tussen 60 en 180 dagen bedraagt.

Artikel 5

Controles

1.   In afwijking van artikel 60, leden 1 en 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 kunnen de betrokken lidstaten, indien het betaalorgaan als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van de Covid‐19-pandemie, hierna “de maatregelen” genoemd, niet in staat is de in artikel 60, leden 1 en 2, van die verordening bedoelde controles tijdig uit te voeren:

a)

de in artikel 60, lid 1, eerste alinea, bedoelde termijn voor de uitvoering van die controles verlengen tot ten hoogste 30 dagen na het verstrijken van de maatregelen, of

b)

tijdens de periode waarin de maatregelen gelden, die controles vervangen door het gebruik van relevant bewijsmateriaal, met inbegrip van gegeotagde foto’s of ander bewijsmateriaal in elektronische vorm.

2.   In afwijking van artikel 60, lid 2, tweede alinea, van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 worden fysieke controles om de contractuele hoeveelheid te verifiëren verricht op een representatieve statistische steekproef van ten minste 5 % van de partijen en ten minste 5 % van de totale opgeslagen hoeveelheden.

3.   In afwijking van artikel 60, lid 3, eerste alinea, van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 is een betaalorgaan dat als gevolg van de maatregelen niet in staat is de onaangekondigde controles ter plaatse uit te voeren, niet verplicht onaangekondigde controles uit te voeren gedurende de periode waarin de maatregelen van kracht zijn.

Artikel 6

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 april 2020.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549.

(3)  Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1).

(4)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1238 van de Commissie van 18 mei 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft openbare interventie en steun voor particuliere opslag (PB L 206 van 30.7.2016, blz. 15).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 van de Commissie van 18 mei 2016 houdende uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft openbare interventie en steun voor particuliere opslag (PB L 206 van 30.7.2016, blz. 71).


BIJLAGE

Lidstaat

Maximumhoeveelheid (ton)

België

1 130

Bulgarije

889

Tsjechië

1 265

Denemarken

4 373

Duitsland

21 726

Estland

434

Ierland

2 180

Griekenland

2 121

Spanje

4 592

Frankrijk

18 394

Kroatië

300

Italië

12 654

Cyprus

270

Letland

459

Litouwen

978

Luxemburg

27

Hongarije

809

Malta

28

Nederland

8 726

Oostenrijk

1 959

Polen

8 277

Portugal

775

Roemenië

931

Slovenië

157

Slowakije

413

Finland

843

Zweden

792

Verenigd Koninkrijk

4 499


4.5.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 140/6


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2020/592 VAN DE COMMISSIE

van 30 april 2020

inzake tijdelijke buitengewone maatregelen waarbij wordt afgeweken van enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad om de marktverstoring in de sector groenten en fruit en de wijnsector als gevolg van de Covid‐19-pandemie en de daarmee samenhangende maatregelen te verhelpen

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 219, lid 1, in samenhang met artikel 228,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Covid‐19-pandemie leidt in de gehele Unie tot een duidelijke verstoring van de markt voor groenten en fruit en de wijnmarkt. De maatregelen van de lidstaten tegen deze pandemie, en met name de strenge verplaatsingsbeperkingen en maatregelen inzake social distancing, hebben geresulteerd in een ontwrichting van toeleveringsketens, een tijdelijke sluiting van belangrijke afzetkanalen voor de producten uit de sector groenten en fruit en de wijnsector op groothandels- en detailhandelsniveau en in de horeca, zoals de sluiting van restaurants, kantines, bars en hotels. De Covid‐19-maatregelen leiden ook tot logistieke problemen die bijzonder ernstige gevolgen hebben voor bederfelijke groente- en fruitproducten en de wijnsector. Die maatregelen veroorzaken ook problemen bij de oogst van groenten en fruit en bij alle wijnproductiegerelateerde taken vanwege tekorten aan arbeidskrachten, en zorgen ervoor dat de consument moeilijk kan worden bereikt vanwege de ontwrichting van toeleveringsketens, de logistiek en de tijdelijke sluiting van belangrijke afzetkanalen. Daardoor worden de sector groenten en fruit en de wijnsector in de Unie sterk ontregeld. De landbouwers in deze sectoren hebben te kampen met financiële moeilijkheden en kasstroomproblemen.

(2)

Gezien de duur van de door de lidstaten opgelegde beperkingen om de Covid‐19-pandemie te bestrijden, en de waarschijnlijke voortzetting van die beperkingen en gezien de langdurige ontwrichting van de logistiek en de toeleveringsketens en de ernstige economische weerslag op de voornaamste afzetkanalen voor de producten uit de sector groenten en fruit en de wijnsector op groothandels- en detailhandelsniveau en in de horeca, mag worden aangenomen dat de ernstige verstoring van beide markten en de gevolgen ervan voorlopig nog aanhouden en dat de situatie mogelijk zelfs nog verslechtert.

(3)

Gelet op deze marktverstoring en de ongekende samenloop van omstandigheden ondervinden de landbouwers in alle lidstaten uitzonderlijke moeilijkheden bij de planning en uitvoering van de steunregelingen die in de artikelen 32 tot en met 38 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 zijn vastgelegd voor de sector groenten en fruit en die welke in de artikelen 39 tot en met 54 van die verordening zijn vastgelegd voor de wijnsector. Daarom moeten die moeilijkheden worden verlicht door af te wijken van een aantal van die bepalingen.

(4)

Erkende producentenorganisaties en unies van producentenorganisaties kunnen in het kader van hun goedgekeurde operationele programma’s crisis- en preventiemaatregelen in de sector groenten en fruit doorvoeren waarmee deze sectoren zich beter kunnen wapenen tegen marktverstoringen. Op grond van artikel 33, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 mogen deze crisispreventie- en crisisbeheersingsmaatregelen echter niet meer dan een derde van de uitgaven in het kader van het operationele programma vormen. Om die producentenorganisaties meer armslag te bieden en hen in staat te stellen om de middelen in het kader van operationele programma’s te richten op de aanpak van de marktverstoring die wordt veroorzaakt door maatregelen in verband met de Covid‐19-pandemie, mag die regel niet gelden in 2020.

(5)

Geraamd wordt dat de sluiting van hotels, bars en restaurants 30 % van het consumptievolume van wijn in de Unie, goed voor 50 % van de waarde, rechtstreeks raakt. Ook is waargenomen dat de thuisconsumptie van wijn de verminderde consumptie buitenshuis niet goedmaakt. Bovendien zijn de gebruikelijke vieringen en samenscholingen waar wijn wordt geconsumeerd, zoals verjaardagen en nationale feestdagen, niet mogelijk. Daarnaast dreigen toeristische en wijntoeristische activiteiten in het zomerseizoen niet door te gaan. Op de markt nemen de wijnoverschotten daardoor toe. Voorts komen de wijnbouwers en de gehele wijnsector onder druk te staan door het tekort aan arbeidskrachten, ook een gevolg van de pandemie, en de door de pandemie veroorzaakte logistieke problemen. De wijnboeren ondervinden toenemende problemen bij de komende oogst: lage prijzen, een geringere consumptie en vervoers- en afzetproblemen.

(6)

Tegelijk verslechterde de situatie op de wijnmarkt van de Unie al in de loop van 2019 en liggen de wijnvoorraden op het hoogste peil sinds 2009. Deze ontwikkeling is voornamelijk het gevolg van de combinatie van een recordoogst in 2018 en een dalende wijnconsumptie in de Unie. Ook de aanvullende invoerrechten op wijnen uit de Unie die zijn opgelegd door de Verenigde Staten, de belangrijkste wijnexportmarkt van de Unie, hebben de uitvoer geraakt. De Covid‐19-pandemie is een nieuwe klap voor een al kwetsbare sector die niet meer in staat is zijn producten doeltreffend af te zetten en te distribueren, hoofdzakelijk door de sluiting van grote exportmarkten en door de afzonderings- en lockdownmaatregelen, en in het bijzonder de stillegging van de horeca-activiteiten en de onmogelijkheid om te leveren aan de gebruikelijke consumenten. Daarnaast zetten de problemen met de levering van belangrijke input als flessen en kurken die nodig zijn voor wijnproductie, een rem op de activiteiten van marktdeelnemers in de wijnsector doordat zij wijn die al klaar is voor de verkoop, niet in de handel kunnen brengen.

(7)

Het uit de Uniemarkt nemen van hoeveelheden wijn die niet worden afgezet en niet kunnen worden opgeslagen, zou moeten helpen bij de aanpak van de ernstige marktverstoringen in de wijnsector. Daarom moet de distillatie van wijn vanwege de crisis die het gevolg is van de Covid‐19-pandemie, tijdelijk worden ingevoerd als maatregel die in aanmerking komt voor steun in het kader van de steunprogramma’s in de wijnsector om de economische prestaties van de wijnproducenten te verbeteren. Om verstoring van de mededinging te voorkomen, mag de verkregen alcohol niet worden gebruikt voor de voedings- en drankensector en mag deze alleen worden gebruikt voor industriële doeleinden, zoals farmaceutische en desinfectiedoeleinden, en voor energiedoeleinden.

(8)

Steun voor de crisisopslag is een andere maatregel om bepaalde hoeveelheden wijn tijdelijk uit de markt te nemen en geleidelijk terug te keren naar een economisch gezondere marktsituatie. Daarom moet deze maatregel tijdelijk in aanmerking komen voor steun in het kader van de steunprogramma’s in de wijnsector. Om te voorkomen dat tweemaal steun wordt verleend voor eenzelfde hoeveelheid uit de markt genomen wijn, mogen de begunstigden van steun voor de crisisopslag geen steun ontvangen voor de distillatie van wijn in geval van een crisis in het kader van de steunprogramma’s in de wijnsector, noch nationale betalingen voor de distillatie van wijn in crisisgevallen.

(9)

Om de marktdeelnemers in de huidige uitzonderlijke omstandigheden te helpen om deze onvoorspelbare en precaire situatie het hoofd te bieden, moet extra armslag worden geboden bij de uitvoering van bepaalde maatregelen in het kader van Verordening (EU) nr. 1308/2013.

(10)

Om de lidstaten in staat te stellen steun te verlenen aan de producenten die zwaar zijn getroffen door de crisis, moet met name van artikel 44, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 met betrekking tot de in artikel 48 van die verordening bedoelde maatregel inzake onderlinge fondsen worden afgeweken zodat uitgaven in het kader van concrete acties die in 2020 het vierde jaar ingaan, subsidiabel blijven, zelfs indien deze uitgaven zijn gedaan voordat de lidstaat het desbetreffende ontwerp van steunprogramma heeft ingediend. De lidstaten kunnen dan in begrotingsjaar 2020 nog eens twaalf maanden steun verlenen voor de administratieve kosten van al opgezette onderlinge fondsen. Om economisch adequate steun te bieden en in afwijking van artikel 48, lid 2, mag niet-degressieve steun worden verleend die gelijk is aan de financiering van het derde jaar.

(11)

Voorts moet als buitengewone maatregel in een afwijking van artikel 46, lid 6, artikel 47, leden 1 en 3, artikel 49, lid 2, en artikel 50, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 worden voorzien en de maximumbijdrage van de Unie aan de maatregelen “herstructurering en de omschakeling van wijngaarden”, “groen oogsten”, “oogstverzekering” en “investeringen” tijdelijk worden verhoogd. Deze tijdelijke maatregelen zijn noodzakelijk omdat de marktdeelnemers door de Covid‐19-pandemie aanzienlijke inkomsten derven en blijven derven en aanzienlijke extra kosten maken en blijven maken door de verstoringen op de markt en in hun productie. Een verhoging van de bijdrage van de Unie aan de maatregelen in kwestie en dus een verlaging van de bijdrage van begunstigden biedt hun enige financiële verlichting.

(12)

De armslag die wordt verkregen door de hogere bijdrage van de Unie is een vorm van financiële steun, die echter geen aanvullende financiering van de Unie vereist omdat de begrotingslimieten voor de nationale steunprogramma’s in de wijnsector die zijn vastgelegd in bijlage VI bij Verordening (EU) nr. 1308/2013, van toepassing blijven. De lidstaten kunnen dus alleen binnen de in die bijlage vastgelegde jaarlijkse begroting besluiten om hogere bedragen aan de betrokken maatregelen toe te wijzen. De verhoogde financiële percentages zijn derhalve gericht op steunverlening aan de sector in de huidige onstabiele marktsituatie zonder dat daarvoor eerst extra middelen moeten worden vrijgemaakt.

(13)

Het preventieve instrument oogstverzekering komt voor steun in aanmerking in het kader van de steunprogramma’s voor wijn om een verantwoorde aanpak van crisissituaties te bevorderen. In artikel 49 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 is bepaald dat steun voor oogstverzekeringen moet bijdragen tot het garanderen van de inkomsten van producenten als er verliezen worden geleden ten gevolge van natuurrampen, ongunstige weersomstandigheden, ziekten of plagen. Gelet op de dramatische gevolgen van de Covid‐19-pandemie voor de inkomens van wijnproducenten vanwege de soms onoverkomelijke problemen die in alle fasen van de wijnproductie en ‐afzet worden ondervonden, moet de Uniesteun worden uitgebreid tot de oogstverzekering wanneer de verliezen het gevolg zijn van een menselijke pandemie. Ook moet in dergelijke gevallen de Uniesteun tijdelijk worden verhoogd tot maximaal 60 % om de wijnbouwers enige financiële verlichting te bieden.

(14)

Groen oogsten, een maatregel waarin artikel 47 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 voorziet, wordt gebruikt als marktbeheersmaatregel wanneer een te grote productie van druiven wordt verwacht. Op grond van dat artikel moeten alle druiventrossen op een bedrijf worden vernietigd of verwijderd om voor steun van de Unie in aanmerking te komen. Onder de huidige omstandigheden worden de wijnbouwers geconfronteerd met ongekend grote problemen bij het aantrekken van het benodigde personeel om een dergelijke operatie volledig uit te voeren. Daarom moet van deze verplichting worden afgeweken en moet de mogelijkheid worden geboden tot vernietiging of verwijdering van onrijpe druiventrossen op een deel van een bedrijf, maar dan wel op volledige percelen.

(15)

Om dwingende reden van urgentie, en met name de huidige marktverstoring, de ernstige gevolgen ervan voor de sector groenten en fruit en de wijnsector en het voortduren van deze situatie, die waarschijnlijk nog zal verslechteren, zijn onmiddellijke actie en dringend maatregelen nodig om de negatieve effecten ervan te verzachten. Bij uitstel van onmiddellijke actie om deze marktverstoring tegen te gaan, dreigt een nog ernstigere marktverstoring in beide sectoren, en dit uitstel zou ook schadelijk zijn voor de productie en marktomstandigheden in beide sectoren. Gelet daarop moet deze verordening worden vastgesteld overeenkomstig de spoedprocedure van artikel 228 van Verordening (EU) nr. 1308/2013.

(16)

Gezien de noodzaak om onmiddellijke actie te ondernemen, moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

GROENTEN EN FRUIT

Artikel 1

Tijdelijke afwijking van artikel 33, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1308/2013

In afwijking van artikel 33, lid 3, vierde alinea, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 geldt de bovengrens van een derde van de uitgaven voor crisispreventie- en crisisbeheersingsmaatregelen in het kader van het operationele programma als bedoeld in die bepaling, niet in 2020.

HOOFDSTUK II

WIJN

AFDELING 1

Crisissteunmaatregelen

Artikel 2

Afwijkingen van artikel 43 van Verordening (EU) nr. 1308/2013

In afwijking van artikel 43 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 kunnen de maatregelen van de artikelen 3 en 4 van de onderhavige verordening in begrotingsjaar 2020 worden gefinancierd in het kader van steunprogramma’s in de wijnsector.

Artikel 3

Distillatie van wijn in geval van een crisis

1.   Overeenkomstig de voorwaarden van dit artikel kan steun worden verleend voor de distillatie van wijn. Dergelijke steun is evenredig.

2.   De alcohol verkregen uit de in lid 1 bedoelde distillatie waarvoor steun wordt verleend, wordt uitsluitend gebruikt voor industriële doeleinden, zoals farmaceutische of desinfectiedoeleinden, of voor energiedoeleinden, teneinde concurrentieverstoring te voorkomen.

3.   De begunstigden van de in lid 1 bedoelde steun zijn wijnondernemingen die de in deel II van bijlage VII bij Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde producten produceren of afzetten, wijnproducentenorganisaties, verenigingen van twee of meer producenten, brancheorganisaties en distilleerders van wijnbouwproducten.

4.   Alleen de kosten van de levering van wijn aan distilleerders en van de distillatie van deze wijn komen voor steun in aanmerking.

5.   De lidstaten kunnen prioriteitscriteria vaststellen door deze in het steunprogramma aan te geven. Deze prioriteitscriteria berusten op de specifieke strategie en doelen van het steunprogramma en zijn objectief en niet-discriminerend.

6.   De lidstaten stellen regels vast voor de aanvraagprocedure voor de in lid 1 bedoelde steun, waaronder regels voor:

a)

de natuurlijke personen en rechtspersonen die aanvragen mogen indienen;

b)

de indiening en selectie van aanvragen, ten minste wat betreft de termijnen voor de indiening van de aanvragen, voor het onderzoek van de geschiktheid van elke voorgestelde actie en voor de mededeling van de resultaten van de selectieprocedure aan de marktdeelnemers;

c)

de verificatie van de naleving van de bepalingen inzake subsidiabele acties en de kosten als bedoeld in lid 4, en de prioriteitscriteria waar prioriteitscriteria van toepassing zijn;

d)

de selectie van de aanvragen, ten minste wat betreft de weging voor elk prioriteitscriterium, waar prioriteitscriteria van toepassing zijn;

e)

regelingen voor het betalen van voorschotten en het stellen van zekerheden.

7.   De lidstaten stellen op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria het bedrag van de aan begunstigden te verlenen steun vast.

8.   In afwijking van artikel 44, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 mogen de lidstaten voor de in het onderhavige artikel bedoelde maatregel nationale betalingen toekennen overeenkomstig de Unievoorschriften inzake staatssteun.

9.   De artikelen 1, 2, 43, 48 tot en met 54 en 56 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1149 van de Commissie (2) en de artikelen 1, 2, 3, 19 tot en met 23, 25 tot en met 31, artikel 32, lid 1, tweede alinea, en de artikelen 33 tot en met 40 van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1150 van de Commissie (3) zijn van overeenkomstige toepassing op de steun voor de distillatie van wijn in geval van een crisis.

Artikel 4

Steun voor de crisisopslag van wijn

1.   Overeenkomstig de voorwaarden van dit artikel kan steun worden verleend voor de crisisopslag van wijn.

2.   Om te voorkomen dat tweemaal steun wordt verleend voor dezelfde hoeveelheid uit de markt genomen wijn, mogen de begunstigden van steun voor de crisisopslag van een hoeveelheid wijn geen steun ontvangen voor dezelfde hoeveelheid wijn voor distillatie in geval van een crisis in het kader van artikel 3 van deze verordening, noch nationale betalingen voor de distillatie van wijn in crisisgevallen in het kader van artikel 216 van Verordening (EU) nr. 1308/2013.

3.   De begunstigden van de in lid 1 bedoelde steun zijn wijnondernemingen die de in deel II van bijlage VII bij Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde producten produceren of afzetten, wijnproducentenorganisaties, verenigingen van twee of meer producenten en brancheorganisaties.

4.   De lidstaten stellen regels vast voor de aanvraagprocedure voor de in lid 1 bedoelde steun, waaronder regels voor:

a)

de natuurlijke personen en rechtspersonen die aanvragen mogen indienen;

b)

de indiening en selectie van aanvragen, ten minste wat betreft de termijnen voor de indiening van de aanvragen, voor het onderzoek van de geschiktheid van elke voorgestelde actie en voor de mededeling van de resultaten van de selectieprocedure aan de marktdeelnemers;

c)

de verificatie van de naleving van de steunvoorwaarden van het onderhavige artikel en de bepalingen inzake de prioriteitscriteria waar prioriteitscriteria van toepassing zijn;

d)

de selectie van de aanvragen, ten minste wat betreft de weging voor elk prioriteitscriterium, waar prioriteitscriteria van toepassing zijn;

e)

regelingen voor het betalen van voorschotten en het stellen van zekerheden.

5.   De lidstaten kunnen prioriteitscriteria vaststellen op basis waarvan bepaalde begunstigden voorrang kunnen krijgen, door deze criteria in het steunprogramma aan te geven. Deze prioriteitscriteria berusten op de specifieke strategie en doelen van het steunprogramma en zijn objectief en niet-discriminerend.

6.   De lidstaten toetsen de aanvragen aan de uitvoerige beschrijving van de door de aanvrager voorgestelde acties en de voorgestelde termijnen voor de uitvoering ervan.

7.   In afwijking van artikel 44, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 mogen de lidstaten voor de in het onderhavige artikel bedoelde maatregel nationale betalingen toekennen overeenkomstig de Unievoorschriften inzake staatssteun.

8.   De artikelen 1, 2, 43, 48 tot en met 54 en 56 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1149 van de Commissie en de artikelen 1, 2, 3, 19 tot en met 23, 25 tot en met 31, artikel 32, lid 1, tweede alinea, en de artikelen 33 tot en met 40 van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1150 zijn van overeenkomstige toepassing op de steun voor de crisisopslag van wijn.

AFDELING 2

Afwijkingen van specifieke steunmaatregelen

Artikel 5

Afwijking van artikel 44, lid 2, en artikel 48, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013

1.   In afwijking van artikel 44, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 mag in begrotingsjaar 2020 steun voor het opzetten van onderlinge fondsen als bedoeld in artikel 48 van die verordening, worden verleend voor uitgaven die vóór de indiening van het desbetreffende ontwerp van steunprogramma zijn gedaan voor concrete acties waarvan het derde jaar van uitvoering in 2019 is afgesloten.

2.   In afwijking van artikel 48, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 mag voor het opzetten van onderlinge fondsen voor concrete acties waarvan het derde jaar van uitvoering in 2019 is afgesloten, steun worden verleend in de vorm van niet-degressieve steun ter dekking van de aan deze fondsen verbonden administratieve kosten, die gelijk is aan de financiering die in het derde jaar van uitvoering is toegekend.

Artikel 6

Afwijking van artikel 46, lid 6, van Verordening (EU) nr. 1308/2013

In afwijking van artikel 46, lid 6, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedraagt de bijdrage van de Unie in de daadwerkelijke kosten van de herstructurering en omschakeling van wijngaarden maximaal 60 % van die kosten. In minder ontwikkelde gebieden bedraagt de bijdrage van de Unie in de herstructurerings- en omschakelingskosten maximaal 80 %.

Artikel 7

Afwijking van artikel 47, leden 1 en 3, van Verordening (EU) nr. 1308/2013

1.   In afwijking van artikel 47, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 wordt in 2020 onder “groen oogsten” verstaan de volledige vernietiging of verwijdering van onrijpe druiventrossen op het gehele bedrijf dan wel op een deel van het bedrijf mits het groen oogsten plaatsvindt op volledige percelen.

2.   In afwijking van artikel 47, lid 3, tweede zin, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedraagt de steun voor groen oogsten niet meer dan 60 % van de totale rechtstreekse kosten waarmee de vernietiging of verwijdering van de druiventrossen gepaard gaat, en van het inkomstenverlies ten gevolge van die vernietiging of verwijdering.

Artikel 8

Afwijking van artikel 49, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013

In afwijking van artikel 49, lid 2, onder b), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedraagt de financiële bijdrage van de Unie aan de steun voor oogstverzekeringen maximaal 60 % van de verzekeringspremies die de producenten betalen om zich in te dekken tegen:

a)

de in artikel 49, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde verliezen en andere door ongunstige weersomstandigheden veroorzaakte verliezen;

b)

verliezen die zijn veroorzaakt door dieren, plantenziekten of plagen;

c)

verliezen die zijn veroorzaakt door een menselijke pandemie.

Artikel 9

Afwijking van artikel 50, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1308/2013

In afwijking van artikel 50, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 zijn met betrekking tot de subsidiabele investeringskosten wat de steun betreft de volgende maximumpercentages van toepassing op de bijdrage van de Unie:

a)

60 % in minder ontwikkelde gebieden;

b)

50 % in andere dan minder ontwikkelde gebieden;

c)

80 % in de in artikel 349 van het Verdrag vermelde ultraperifere gebieden;

d)

75 % op de kleinere eilanden van de Egeïsche Zee, als gedefinieerd in artikel 1, lid 2, van Verordening (EU) nr. 229/2013 van het Europees Parlement en de Raad (4).

Artikel 10

Toepassing van de tijdelijk verhoogde bijdrage van de Unie

Artikel 6, artikel 7, lid 2, en de artikelen 8 en 9 gelden voor concrete acties die de bevoegde autoriteiten in de lidstaten hebben geselecteerd vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening, doch niet later dan 15 oktober 2020.

HOOFDSTUK III

SLOTBEPALINGEN

Artikel 11

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 april 2020.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1149 van de Commissie van 15 april 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat de nationale steunprogramma’s in de wijnsector betreft, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 555/2008 van de Commissie (PB L 190 van 15.7.2016, blz. 1).

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1150 van de Commissie van 15 april 2016 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad, wat de nationale steunprogramma’s in de wijnsector betreft (PB L 190 van 15.7.2016, blz. 23).

(4)  Verordening (EU) nr. 229/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2013 houdende specifieke maatregelen op landbouwgebied ten behoeve van de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1405/2006 van de Raad (PB L 78 van 20.3.2013, blz. 41).


4.5.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 140/13


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/593 VAN DE COMMISSIE

van 30 april 2020

tot verlening van toestemming voor overeenkomsten en besluiten inzake marktstabiliserende maatregelen in de sector aardappelen

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 222,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De aardappelsector kan worden onderverdeeld in verse aardappelen, die hoofdzakelijk voor thuisconsumptie worden aangekocht, en voor verwerking bestemde aardappelen, die worden gebruikt in diervoeders en verwerkte voedingsmiddelen, zoals ingevroren aardappelen (inclusief diepvriesfrieten), gedroogde aardappelen, bereide of verduurzaamde aardappelen.

(2)

In de Unie wordt ongeveer 52 miljoen ton aardappelen geproduceerd, waarvan 19,5 miljoen ton voor verwerking bestemde aardappelen. De grootste producenten van voor verwerking bestemde aardappelen in de Unie zijn België, Duitsland, Frankrijk, Italië en Nederland. De productie van diepvriesfrieten vertegenwoordigt naar schatting ongeveer 41 % van de productie van voor verwerking bestemde aardappelen.

(3)

De Unie is een netto-exporteur van verwerkte aardappelen. Geraamd wordt dat de voorbije vijf jaar gemiddeld een equivalent van ten minste vier miljoen ton voor verwerking bestemde aardappelen uit België, Duitsland, Frankrijk, Italië en Nederland naar derde landen is uitgevoerd in de vorm van verwerkte aardappelproducten. Onder normale marktomstandigheden wordt een aanzienlijke hoeveelheid ingevroren aardappelen en met name diepvriesfrieten uitgevoerd: van de wereldwijd uitgevoerde ingevroren aardappelen komt 64 % uit de Unie en de waarde van de uitvoer van diepvriesfrieten uit de Unie naar derde landen werd voor 2019 op 1,85 miljard EUR geraamd.

(4)

Door de huidige Covid-19-pandemie en de strenge verplaatsingsbeperkingen voor personen die in de lidstaten zijn ingevoerd, hebben de producenten van voor verwerking bestemde aardappelen te kampen met economische ontwrichting, met financiële moeilijkheden en liquiditeitsproblemen als gevolg.

(5)

Door de verspreiding van de ziekte en de ingevoerde maatregelen zijn minder arbeidskrachten beschikbaar, waardoor met name de fasen van productie, verwerking en vervoer van voor verwerking bestemde aardappelen in het gedrang komen.

(6)

De verplichte sluiting van restaurants en andere horecagelegenheden, zoals school- en bedrijfskantines, en de annulering van sport- en amusementsevenementen, zoals culturele en openluchtfestivals, en sportwedstrijden in de Unie en in derde landen heeft de horeca en de cateringbedrijven stilgelegd, met aanzienlijke veranderingen in de vraagpatronen voor aardappelproducten als gevolg. Aangezien de consument niet langer uit eten gaat en beduidend minder fastfood koopt, is de consumentenvraag verschoven naar verse aardappelen voor thuisbereiding. Bovendien weegt de toename van de consumptie van bepaalde verwerkte aardappelproducten, zoals chips en pureevlokken, niet op tegen de daling van de vraag in de horeca- en de cateringsector.

(7)

Bovendien zeggen kopers in de Unie en op de wereldmarkt contracten op en stellen ze de sluiting van nieuwe contracten uit in afwachting van verdere prijsdalingen. Ook wordt de uitvoer getroffen door logistieke problemen, aangezien de uitbraak van de Covid-19-pandemie in China heeft geleid tot aanzienlijke havencongestie in dat land en elders. De stijging van het aantal geannuleerde afvaarten zal waarschijnlijk minstens tot juni 2020 aanhouden, waardoor minder containers (met name voor verse en ingevroren goederen) beschikbaar zijn, prijzen aanzienlijk de hoogte ingaan en exporteurs worden geconfronteerd met uitgestelde zendingen. Sinds de vierde week van maart 2020 hebben de producenten van voor verwerking bestemde aardappelen in de Unie melding gemaakt van een daling van het aantal transacties tussen de lidstaten van 25 tot 47 % en een afname van de uitvoer naar derde landen van 30 tot 65 %.

(8)

Enerzijds is de vraag naar verse aardappelen in dit stadium dus toegenomen, maar anderzijds is de vraag naar voor verwerking bestemde aardappelen sterk gedaald, met onmiddellijke en ernstige gevolgen voor de markt. Die sterke daling van de vraag heeft met name betrekking op, maar is niet beperkt tot, aardappelen voor verwerking tot diepvriesfrieten, andere gesneden aardappelen en vacuümverpakte producten, die in normale omstandigheden worden verbruikt in fastfood- en andere restaurants. Door de verschillen in kenmerken tussen verse aardappelen en voor verwerking bestemde aardappelen kunnen aardappelen voor verwerking niet op de markt van verse aardappelen worden verkocht. Aangezien er geen handelsverkeer is, zijn de prijzen op de termijnmarkten aanzienlijk gedaald en liggen zij in april 2020 volgens de meldingen 90 % lager dan de noteringen in januari 2020. Als gevolg van het stilgevallen handelsverkeer zijn er in sommige producerende lidstaten, zoals België en Frankrijk, voor bepaalde voor verwerking bestemde aardappelen geen prijsnoteringen meer, wat wijst op een acute daling van het volume en de waarde van de transacties. In andere lidstaten, zoals Duitsland en Nederland, zijn voor de voor verwerking bestemde aardappelen prijsdalingen van 90 % gemeld.

(9)

Bovendien zijn er momenteel grote hoeveelheden voor verwerking bestemde aardappelen opgeslagen. Geraamd wordt dat ten minste 2 650 000 ton voor verwerking bestemde aardappelen (met een waarde van 400 miljoen EUR) van het seizoen 2019 nog zullen opgeslagen zijn aan het einde van het seizoen 2020 (in juli 2020). De voor verwerking bestemde aardappelen die in oktober/november 2019 zijn geoogst en nog opgeslagen zijn, zullen binnenkort niet meer geschikt zijn voor gebruik omdat de kwaliteit ervan achteruitgaat. Om plaats te maken voor de voor verwerking bestemde aardappelen van het seizoen 2020, zullen de producenten het deel van de resterende voorraden dat niet tijdig kan worden verwerkt, moeten vernietigen. Aangezien de producenten de kosten van het vervoer en de vernietiging zullen moeten dragen, bestaat het risico dat zij de voor verwerking bestemde aardappelen als laatste redmiddel over de akkers zullen uitspreiden. Die uitspreiding van voor verwerking bestemde aardappelen op de akkers houdt een risico van langdurige ecologische en fytosanitaire gevolgen in, aangezien die aardappelen bovenop de volgende gewassen zullen ontkiemen en ziekten kunnen ontwikkelen die tot langdurige bodemverontreiniging kunnen leiden en nieuwe aanplantingen in gevaar brengen.

(10)

Gezien de bovenvermelde omstandigheden wordt deze situatie beschouwd als een periode van ernstig verstoord marktevenwicht.

(11)

Om de aardappelproducenten te helpen bij het vinden van een evenwicht in deze periode van ernstig verstoord marktevenwicht, is het passend landbouwers, verenigingen van landbouwers, unies van dergelijke verenigingen, erkende producentenorganisaties, unies van erkende producentenorganisaties en erkende brancheorganisaties tijdelijk, voor een periode van zes maanden, toe te staan overeenkomsten te sluiten en besluiten vast te stellen betreffende voor verwerking bestemde aardappelen. Het gaat onder andere om de volgende maatregelen: i) uitdemarktnemingen en gratis verstrekking; ii) bewerking en verwerking; iii) opslag; iv) gezamenlijke afzetbevordering, en v) tijdelijke productieplanning.

(12)

Dergelijke overeenkomsten en besluiten betreffende voor verwerking bestemde aardappelen zouden het volgende kunnen omvatten: i) het uit de markt nemen van aardappelen voor systematische vernietiging of gratis verstrekking aan voedselbanken of overheidsinstellingen; ii) het verwerken van aardappelen voor andere doeleinden, zoals diervoeder, productie voor methanisering; iii) het creëren en vinden van opslagcapaciteit en het bereiden van aardappelen voor langere opslagperioden; iv) het bevorderen van de consumptie van verwerkte aardappelproducten, en v) het plannen van maatregelen om de volumes voor toekomstige aanplantingen te verlagen en het aanpassen van bestaande contracten voor aardappelen van het seizoen 2020.

(13)

Overeenkomsten of besluiten betreffende voor verwerking bestemde aardappelen moeten tijdelijk worden toegestaan voor een periode van zes maanden. Aangezien in deze periode de bestaande aardappelvoorraden van het seizoen 2019 moeten worden beheerd en de aardappelen van het seizoen 2020 vanaf deze zomer zullen worden geoogst, is dit de periode waarin de maatregelen naar verwachting het grootste effect zullen hebben.

(14)

Overeenkomstig artikel 222, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 mag de toestemming worden verleend als de goede werking van de interne markt er niet door wordt ondermijnd en de overeenkomsten en besluiten uitsluitend tot doel hebben de sector te stabiliseren. Deze specifieke voorwaarden sluiten overeenkomsten en besluiten uit die direct of indirect leiden tot compartimentering van de markten, tot discriminatie op basis van nationaliteit of tot prijszetting. Indien de overeenkomsten en besluiten niet of niet meer aan deze voorwaarden voldoen, is artikel 101, lid 1, van het Verdrag van toepassing op deze overeenkomsten en besluiten.

(15)

De toestemming die bij deze verordening wordt verleend, moet het grondgebied van de Unie bestrijken, aangezien het ernstig verstoorde marktevenwicht zich in de hele Unie voordoet.

(16)

Om de lidstaten in staat te stellen te beoordelen of de overeenkomsten en besluiten betreffende voor verwerking bestemde aardappelen de goede werking van de interne markt niet ondermijnen en uitsluitend tot doel hebben de sector te stabiliseren, dient aan de bevoegde autoriteiten, met inbegrip van de mededingingsautoriteiten, van de lidstaat met het hoogste aandeel in het geraamde volume van de aardappelproductie waarop die overeenkomsten of besluiten betrekking hebben, informatie te worden verstrekt over de gesloten overeenkomsten en de vastgestelde besluiten en over het desbetreffende productievolume en de looptijd ervan.

(17)

Aangezien het marktevenwicht ernstig verstoord is, de resterende aardappelvoorraad dringend moet worden beheerd en het moment waarop de aardappelen gewoonlijk worden geoogst, opgeslagen en verwerkt, in aantocht is, moet deze verordening in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan.

(18)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onverminderd artikel 152, lid 1 bis, artikel 209, lid 1, en artikel 210, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 wordt aan landbouwers, verenigingen van landbouwers, unies van dergelijke verenigingen, erkende producentenorganisaties, unies van erkende producentenorganisaties en erkende brancheorganisaties hierbij toestemming verleend om tijdens een periode van zes maanden die ingaat op de datum van inwerkingtreding van deze verordening, ten aanzien van voor verwerking bestemde aardappelen overeenkomsten te sluiten en gezamenlijke besluiten vast te stellen inzake uitdemarktnemingen en gratis verstrekking, bewerking en verwerking, opslag, gezamenlijke afzetbevordering en tijdelijke productieplanning.

Artikel 2

De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de in artikel 1 bedoelde overeenkomsten en besluiten de goede werking van de interne markt niet ondermijnen en uitsluitend tot doel hebben de sector aardappelen te stabiliseren.

Artikel 3

Het geografische toepassingsgebied van deze toestemming is het grondgebied van de Unie.

Artikel 4

1.   Zodra de in artikel 1 bedoelde overeenkomsten of besluiten zijn gesloten of vastgesteld, stellen de betrokken landbouwers, verenigingen van landbouwers, unies van dergelijke verenigingen, erkende producentenorganisaties, unies van erkende producentenorganisaties en erkende brancheorganisaties de bevoegde autoriteiten van de lidstaat die het hoogste aandeel heeft in het geraamde volume van de aardappelproductie waarop deze overeenkomsten of besluiten betrekking hebben, in kennis van deze overeenkomsten of besluiten, met opgave van de volgende gegevens:

a)

een raming van het betrokken productievolume;

b)

de verwachte uitvoeringsperiode.

2.   Uiterlijk 25 dagen na het verstrijken van de in artikel 1 bedoelde periode van zes maanden stellen de betrokken landbouwers, verenigingen van landbouwers, unies van dergelijke verenigingen, erkende producentenorganisaties, unies van erkende producentenorganisaties en erkende brancheorganisaties de in lid 1 van dit artikel bedoelde bevoegde autoriteiten in kennis van het volume van de aardappelproductie waarop de overeenkomsten of besluiten daadwerkelijk betrekking hebben.

3.   Overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1185 van de Commissie (2) stellen de lidstaten de Commissie in kennis van het volgende:

a)

uiterlijk vijf dagen na het verstrijken van elke periode van één maand, de overeenkomsten en besluiten die hun overeenkomstig lid 1 in die periode zijn meegedeeld;

b)

uiterlijk dertig dagen na het verstrijken van de in artikel 1 bedoelde periode van zes maanden, een overzicht van de in die periode uitgevoerde overeenkomsten en besluiten.

Artikel 5

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 april 2020.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1185 van de Commissie van 20 april 2017 tot vaststelling van voorschriften voor de toepassing van de Verordeningen (EU) nr. 1307/2013 en (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de aan de Commissie te melden informatie en documenten en tot wijziging en intrekking van diverse verordeningen van de Commissie (PB L 171 van 4.7.2017, blz. 113).


4.5.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 140/17


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/594 VAN DE COMMISSIE

van 30 april 2020

tot verlening van toestemming voor overeenkomsten en besluiten inzake marktstabiliserende maatregelen in de sector levende planten en producten van de bloementeelt

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 222,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Unie is een van de grootste producenten van levende planten en producten van de bloementeelt (hierna “levende planten en bloemen” genoemd). De totale productiewaarde van de Unie bedroeg 20 miljard EUR in 2019.

(2)

Ongeveer 85 % van de productie van levende planten en bloemen in de Unie is bestemd voor de interne markt en de overblijvende 15 % wordt uitgevoerd naar derde landen.

(3)

De toeleveringsketen in de sector levende planten en bloemen is in hoge mate onderling verweven en hangt af van een vlotte en efficiënte logistiek om te zorgen voor een goed functionerend marktsysteem voor producten die van nature zeer bederfelijk zijn.

(4)

Voorts wordt de productie en de verkoop van levende planten en bloemen gekenmerkt door seizoensgebondenheid. De meeste levende planten en bloemen worden in het voorjaar geproduceerd voor specifieke gelegenheden, zoals Moederdag of Pasen, en kamerplanten worden in kleinere potten geproduceerd overeenkomstig de seizoenvraag. De piek van de verkoop doet zich gewoonlijk in het voorjaar voor. Voor bepaalde deelsectoren, zoals eenjarige perkplanten en snijbloemen, vindt 40 tot 80 % van de verkoop plaats van maart tot en met juni.

(5)

De huidige Covid‐19-pandemie en de strenge verplaatsingsbeperkingen voor personen die in de lidstaten zijn ingevoerd, hebben voor de sector levende planten en bloemen tot economische ontwrichting geleid, waardoor de producenten financiële moeilijkheden en liquiditeitsproblemen ondervinden.

(6)

Door de verspreiding van de ziekte en de ingevoerde maatregelen zijn minder arbeidskrachten beschikbaar, met name voor het vervoer, waardoor met name de fasen van productie, verzameling, veiling en verkoop van levende planten en bloemen in het gedrang komen.

(7)

De verplichte sluiting van openluchtmarkten, tuincentra en gespecialiseerde detailhandelszaken, evenals de sluiting van horecagelegenheden en de annulering van evenementen en festiviteiten hebben de werking van de sector levende planten en bloemen stilgelegd. Verwacht wordt dat de gedeeltelijke heropening van tuincentra en gespecialiseerde detailhandelszaken in sommige lidstaten geen wezenlijke verandering zal brengen in deze situatie, aangezien de toeleveringsketen in hoge mate onderling verweven is en afhangt van een vlot functionerende logistiek en van de opslagcapaciteit, die thans beperkt is. De “social distancing”-maatregen zullen de komende maanden naar verwachting van kracht blijven en zullen zowel de vervoerslogistiek als de verkoop blijven beïnvloeden, aangezien minder consumenten de winkels kunnen betreden. Bovendien zijn grootschalige evenementen, zoals jaarlijkse tuinbeurzen, die de komende maanden zouden plaatsvinden, reeds geannuleerd, evenals andere sociale evenementen waar normaal gesproken bloemdecoratie nodig is, zoals bruiloften.

(8)

Bovendien zeggen kopers in de Unie en op de wereldmarkt contracten op en stellen ze de sluiting van nieuwe contracten uit in afwachting van verdere prijsdalingen. Ook wordt de uitvoer getroffen door logistieke problemen, aangezien de uitbraak van de Covid‐19-pandemie in China heeft geleid tot aanzienlijke havencongestie in dat land en elders. De stijging van het aantal geannuleerde afvaarten zal waarschijnlijk minstens tot juni 2020 aanhouden, waardoor minder containers beschikbaar zijn, prijzen aanzienlijk de hoogte ingaan en exporteurs worden geconfronteerd met uitgestelde zendingen.

(9)

Dit verstoorde evenwicht tussen vraag en aanbod leidt tot een economische ontwrichting van de sector levende planten en bloemen. Als gevolg van dat verstoorde evenwicht is de vraag naar levende planten en bloemen sterk gedaald, met onmiddellijke en ernstige gevolgen voor de markt. De totale vraag naar levende planten en bloemen op de Uniemarkt is met 80 % gedaald. De veilinghandel is in aanzienlijke mate getroffen. De Nederlandse veilingmarkt, die goed is voor 35 % van de totale verkoop in de Unie, heeft melding gemaakt van een omzetdaling van 85 % medio maart 2020. Hoewel de Nederlandse veilingmarkt zich enigszins hersteld heeft, ligt de omzet nog steeds 30 % lager dan medio april 2019. In andere lidstaten, zoals België en Frankrijk, zijn veilingen en groothandelsmarkten gesloten. Voorts is in bepaalde lidstaten, waaronder Nederland, melding gemaakt van de grootschalige vernietiging van perkplanten, die niet houdbaar zijn, en snijbloemen, die bederfelijk en seizoensgebonden zijn. Dat heeft geleid tot sterke prijsdalingen op de Nederlandse veilingen. Tijdens de week van 16 tot 22 maart 2020, toen de markt is ingestort, lagen de prijzen bijna 60 % lager dan in diezelfde week in 2019. Ook tijdens de weken van 23 tot 29 maart, van 30 maart tot 5 april en van 6 tot 12 april 2020 lagen de prijzen nog steeds 36 % tot 23 % lager dan in dezelfde weken in 2019.

(10)

Gezien de bovenvermelde omstandigheden wordt deze situatie beschouwd als een periode van ernstig verstoord marktevenwicht.

(11)

Om de sector levende planten en bloemen te helpen bij het vinden van een evenwicht in deze periode van ernstig verstoord marktevenwicht, is het passend landbouwers, verenigingen van landbouwers, unies van dergelijke verenigingen, erkende producentenorganisaties, unies van erkende producentenorganisaties en erkende brancheorganisaties in de sector levende planten en bloemen voor een periode van zes maanden toe te staan overeenkomsten te sluiten en besluiten vast te stellen. Het gaat onder andere om de volgende maatregelen: i) uitdemarktnemingen of gratis verstrekking; ii) gezamenlijke afzetbevordering, en iii) tijdelijke productieplanning.

(12)

Dergelijke overeenkomsten en besluiten zouden het volgende kunnen omvatten: i) collectieve uitdemarktnemingen voor een systematische vernietiging van levende planten en bloemen; ii) afzetbevorderingsmaatregelen die de consument aanzetten om levende planten en bloemen te kopen, en iii) collectieve productieplanning voor de coördinatie van de aanplanting van levende planten en bloemen met het oog op de toekomstige opheffing van de beperkingen.

(13)

Overeenkomsten of besluiten moeten tijdelijk worden toegestaan voor een periode van zes maanden. Aangezien in deze periode de meeste levende planten en bloemen worden verzameld en op de markt worden gebracht, is dit de periode waarin de maatregelen naar verwachting het grootste effect zullen hebben.

(14)

Overeenkomstig artikel 222, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 mag de toestemming worden verleend als de goede werking van de interne markt er niet door wordt ondermijnd en de overeenkomsten en besluiten uitsluitend tot doel hebben de sector te stabiliseren. Deze specifieke voorwaarden sluiten overeenkomsten en besluiten uit die direct of indirect leiden tot compartimentering van de markten, tot discriminatie op basis van nationaliteit of tot prijszetting. Indien de overeenkomsten en besluiten niet of niet meer aan deze voorwaarden voldoen, is artikel 101, lid 1, van het Verdrag van toepassing op deze overeenkomsten en besluiten.

(15)

De toestemming die bij deze verordening wordt verleend, moet het grondgebied van de Unie bestrijken, aangezien het ernstig verstoorde marktevenwicht zich in de hele Unie voordoet.

(16)

Om de lidstaten in staat te stellen te beoordelen of de overeenkomsten en besluiten de goede werking van de interne markt niet ondermijnen en uitsluitend tot doel hebben de sector levende planten en bloemen te stabiliseren, dient aan de bevoegde autoriteiten, met inbegrip van de mededingingsautoriteiten, van de lidstaat met het hoogste aandeel in het geraamde productievolume van levende planten en bloemen waarop die overeenkomsten of besluiten betrekking hebben, informatie te worden verstrekt over de gesloten overeenkomsten en de vastgestelde besluiten en over het desbetreffende productievolume en de looptijd ervan.

(17)

Aangezien het marktevenwicht ernstig verstoord is tijdens de periode waarin het merendeel van de verkoop van levende planten en bloemen plaatsvindt, moet deze verordening in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan.

(18)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onverminderd artikel 152, lid 1 bis, artikel 209, lid 1, en artikel 210, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 wordt aan landbouwers, verenigingen van landbouwers, unies van dergelijke verenigingen, erkende producentenorganisaties, unies van erkende producentenorganisaties en erkende brancheorganisaties in de sector levende planten en producten van de bloementeelt (hierna de “sector levende planten en bloemen” genoemd) hierbij toestemming verleend om tijdens een periode van zes maanden die ingaat op de datum van inwerkingtreding van deze verordening, overeenkomsten te sluiten en gezamenlijke besluiten vast te stellen inzake uitdemarktnemingen en gratis verstrekking, gezamenlijke afzetbevordering en tijdelijke productieplanning.

Artikel 2

De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de in artikel 1 bedoelde overeenkomsten en besluiten de goede werking van de interne markt niet ondermijnen en uitsluitend tot doel hebben de sector levende planten en bloemen te stabiliseren.

Artikel 3

Het geografische toepassingsgebied van deze toestemming is het grondgebied van de Unie.

Artikel 4

1.   Zodra de in artikel 1 bedoelde overeenkomsten of besluiten zijn gesloten of vastgesteld, stellen de betrokken landbouwers, verenigingen van landbouwers, unies van dergelijke verenigingen, erkende producentenorganisaties, unies van erkende producentenorganisaties en erkende brancheorganisaties de bevoegde autoriteiten van de lidstaat die het hoogste aandeel heeft in het geraamde productievolume van levende planten en bloemen waarop deze overeenkomsten of besluiten betrekking hebben, in kennis van deze overeenkomsten of besluiten, met opgave van de volgende gegevens:

a)

een raming van het betrokken productievolume;

b)

de verwachte uitvoeringsperiode.

2.   Uiterlijk 25 dagen na het verstrijken van de in artikel 1 bedoelde periode van zes maanden stellen de betrokken landbouwers, verenigingen van landbouwers, unies van dergelijke verenigingen, erkende producentenorganisaties, unies van erkende producentenorganisaties en erkende brancheorganisaties de in lid 1 van dit artikel bedoelde bevoegde autoriteiten in kennis van het productievolume van levende planten en bloemen waarop de overeenkomsten of besluiten daadwerkelijk betrekking hebben.

3.   Overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1185 van de Commissie (2) stellen de lidstaten de Commissie in kennis van het volgende:

a)

uiterlijk vijf dagen na het verstrijken van elke periode van één maand, de overeenkomsten en besluiten die hun overeenkomstig lid 1 in die periode zijn meegedeeld;

b)

uiterlijk dertig dagen na het verstrijken van de in artikel 1 bedoelde periode van zes maanden, een overzicht van de in die periode uitgevoerde overeenkomsten en besluiten.

Artikel 5

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 april 2020.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1185 van de Commissie van 20 april 2017 tot vaststelling van voorschriften voor de toepassing van de Verordeningen (EU) nr. 1307/2013 en (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de aan de Commissie te melden informatie en documenten en tot wijziging en intrekking van diverse verordeningen van de Commissie (PB L 171 van 4.7.2017, blz. 113).


4.5.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 140/21


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/595 VAN DE COMMISSIE

van 30 april 2020

tot verlening van steun voor de particuliere opslag van schapen- en geitenvlees en tot voorafgaande vaststelling van het steunbedrag

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 18, lid 2, en artikel 223, lid 3, onder c),

Gezien Verordening (EU) nr. 1370/2013 van de Raad van 16 december 2013 houdende maatregelen tot vaststelling van steun en restituties in het kader van de gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten (2), en met name artikel 4, lid 2, onder b),

Gezien Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (3), en met name artikel 62, lid 2, onder b),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De uitgebreide verplaatsingsbeperkingen die in de lidstaten zijn ingevoerd ter bestrijding van de huidige Covid-19-pandemie, hebben een grote impact op de verkoop van bepaalde categorieën schapen- en geitenproducten, zoals karkassen van lammeren en geiten van minder dan twaalf maanden oud, aan de horeca- en cateringsector.

(2)

Bijgevolg is de vraag naar bepaalde schapen- en geitenproducten sterk gedaald. De schapen- en geitensector wordt dan ook geconfronteerd met een verstoring van de markt vanwege een gebrek aan evenwicht tussen vraag en aanbod. Dit heeft een sterk negatieve impact op de marges in de sector en brengt de financiële levensvatbaarheid van de landbouwers in de Unie in gevaar. Als geen maatregelen tegen deze verstoring van de markt worden genomen, zullen de prijzen van schapen- en geitenproducten in de Unie naar verwachting verslechteren en zal de neerwaartse druk waarschijnlijk aanhouden.

(3)

Het huidige gebrek aan evenwicht tussen vraag en aanbod op de markten voor schapen- en geitenvlees kan worden gereduceerd door karkassen van schapen en geiten van minder dan twaalf maanden oud die voornamelijk bestemd waren voor de horeca- en cateringsector, op te slaan.

(4)

De uitgebreide verplaatsingsbeperkingen die in de lidstaten zijn ingevoerd ter bestrijding van de huidige Covid-19-pandemie, hebben ook invloed gehad op de beschikbaarheid van arbeidskrachten in slachthuizen en de levensmiddelenverwerkende industrie en hebben geleid tot een verlaagde capaciteit in het vervoer en de logistiek.

(5)

Ter verlichting van de huidige problemen, met name het verstoorde evenwicht tussen vraag en aanbod, dat op zijn beurt een neerwaartse druk veroorzaakt op de prijzen van alle schapen- en geitenvleesproducten, en ter verlichting van die moeilijke marktomstandigheden is het aangewezen steun te verlenen voor de particuliere opslag van vers of gekoeld vlees van schapen en geiten van minder dan twaalf maanden oud.

(6)

Bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1238 van de Commissie (4) en Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 van de Commissie (5) zijn regels voor de uitvoering van steun voor particuliere opslag vastgesteld. Tenzij in de onderhavige verordening anders is bepaald, moeten de bepalingen van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1238 en Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 van toepassing zijn op steun voor de particuliere opslag van vers en gekoeld vlees van schapen en geiten van minder dan twaalf maanden oud.

(7)

Om een snel en flexibel operationeel systeem mogelijk te maken, moet het bedrag van de steun vooraf worden vastgesteld. Overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EU) nr. 1370/2013 moet de vooraf vastgestelde steun voor particuliere opslag zijn gebaseerd op de opslagkosten en andere relevante marktelementen. Het is aangewezen steun vast te stellen voor de gehele opslagperiode, op basis van de kosten voor de in- en uitslag, de kosten van gekoelde opslag per dag en de gedeeltelijke compensatie voor het waardeverlies van vers of gekoeld schapen- en geitenvlees dat wordt bevroren.

(8)

Wil particuliere opslag effectief zijn en een reëel effect op de markt hebben, dan mag de steun uitsluitend worden verleend voor nog niet opgeslagen producten. In dat verband is het passend de opslagperiode vast te stellen.

(9)

Om redenen van administratieve efficiëntie en vereenvoudiging moet de minimumhoeveelheid producten waarop elke aanvraag betrekking moet hebben, worden vastgesteld.

(10)

Om te garanderen dat de aanvraag ernstig is en ervoor te zorgen dat de maatregel zijn gewenste effect op de markt heeft, moet een zekerheid worden vastgesteld.

(11)

De maatregelen voor de bestrijding van de Covid-19-pandemie kunnen van invloed zijn op de naleving van de in artikel 60 van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 vastgestelde voorschriften inzake controles ter plaatse betreffende steun voor particuliere opslag. Het is passend de lidstaten waar die maatregelen van kracht zijn, flexibiliteit te bieden door hen toe te staan de termijn voor het uitvoeren van de controles op de inslag te verlengen of die controles te vervangen door het gebruik van ander relevant bewijsmateriaal, en door geen onaangekondigde controles te vereisen. Daarom moet voor de toepassing van deze verordening worden afgeweken van sommige bepalingen van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240.

(12)

Op grond van artikel 42, lid 1, onder b), van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 moeten de lidstaten eenmaal per week de ontvankelijke inschrijvingen aan de Commissie melden. Met het oog op de transparantie, de monitoring en het correcte beheer van de voor de steun beschikbare bedragen en een doeltreffend beheer van de regeling moeten de meldingen frequenter gebeuren.

(13)

Om een onmiddellijk effect op de markt te hebben en bij te dragen aan de stabilisering van de prijzen, moet deze verordening in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

(14)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

1.   Bij deze verordening wordt voorzien in steun voor de particuliere opslag van vers of gekoeld vlees van schapen en geiten van minder dan twaalf maanden oud, zoals bedoeld in artikel 17, eerste alinea, onder i), van Verordening (EU) nr. 1308/2013, hierna de “steun” genoemd.

2.   Tenzij in de onderhavige verordening anders is bepaald, zijn Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1238 en Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 van toepassing.

Artikel 2

In aanmerking komende producten

1.   De lijst van producten die voor steun in aanmerking komen, is opgenomen in de bijlage.

2.   Om voor de steun in aanmerking te komen, moet het vlees van gezonde handelskwaliteit en van oorsprong uit de Unie zijn. Het product moet voldoen aan de voorschriften van punt III van bijlage VI bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1238.

3.   De steun wordt slechts verleend voor de nog niet opgeslagen hoeveelheden vers of gekoeld vlees.

Artikel 3

Indiening en ontvankelijkheid van aanvragen

1.   Steunaanvragen mogen worden ingediend met ingang van 7 mei 2020.

2.   In elke aanvraag wordt verwezen naar de in de bijlage opgenomen producten, onder vermelding van de desbetreffende GN-code.

3.   Voor elke aanvraag bedraagt de minimumhoeveelheid om in aanmerking te komen 5 ton.

Artikel 4

Steunbedrag en opslagperiode

1.   De steunbedragen per opslagperiode zijn opgenomen in de bijlage.

2.   De contractuele opslag eindigt op de dag die voorafgaat aan de uitslag.

3.   De steun mag alleen worden verleend voor een opslagperiode van 90, 120 of 150 dagen.

Artikel 5

Zekerheid

Bij de indiening van een steunaanvraag voor de producten die voor steun in aanmerking komen, bedraagt de overeenkomstig artikel 4, onder b), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1238 vereiste zekerheid 100 EUR/ton.

Artikel 6

Controles

1.   In afwijking van artikel 60, leden 1 en 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 kunnen de betrokken lidstaten, indien het betaalorgaan als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van de Covid-19-pandemie, hierna “de maatregelen” genoemd, niet in staat is de in artikel 60, leden 1 en 2, van die verordening bedoelde controles tijdig uit te voeren:

a)

de in artikel 60, lid 1, eerste alinea, bedoelde termijn voor de uitvoering van die controles verlengen tot ten hoogste 30 dagen na het verstrijken van de maatregelen, of

b)

tijdens de periode waarin de maatregelen gelden, die controles vervangen door het gebruik van relevant bewijsmateriaal, met inbegrip van gegeotagde foto’s of ander bewijsmateriaal in elektronische vorm.

2.   In afwijking van artikel 60, lid 3, eerste alinea, van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 is een betaalorgaan dat als gevolg van de maatregelen niet in staat is de onaangekondigde controles ter plaatse uit te voeren, niet verplicht onaangekondigde controles uit te voeren gedurende de periode waarin de maatregelen van kracht zijn.

Artikel 7

Meldingen van aangevraagde hoeveelheden

In afwijking van artikel 42, lid 1, onder b), van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 melden de lidstaten de hoeveelheden van de producten waarvoor een ontvankelijke aanvraag is ingediend, en de gegevens die daarop betrekking hebben, als volgt aan de Commissie:

a)

elke maandag uiterlijk om 12.00 uur (plaatselijke tijd Brussel) de hoeveelheden van de producten waarvoor ontvankelijke aanvragen zijn ingediend op donderdag en vrijdag van de voorgaande week;

b)

elke donderdag uiterlijk om 12.00 uur (plaatselijke tijd Brussel) de hoeveelheden van de producten waarvoor ontvankelijke aanvragen zijn ingediend op maandag, dinsdag en woensdag van dezelfde week.

Artikel 8

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 april 2020.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)  PB L 346 van 20.12.2013, blz. 12.

(3)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549.

(4)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1238 van de Commissie van 18 mei 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft openbare interventie en steun voor particuliere opslag (PB L 206 van 30.7.2016, blz. 15).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 van de Commissie van 18 mei 2016 houdende uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft openbare interventie en steun voor particuliere opslag (PB L 206 van 30.7.2016, blz. 71).


BIJLAGE

Lijst van de voor steun in aanmerking komende producten, als bedoeld in artikel 2, lid 1, en steunbedragen per opslagperiode, als bedoeld in artikel 4, lid 1

Gecombineerde-nomenclatuurcode (GN-code) van de producten

Productomschrijving

Steunbedrag per opslagperiode

(EUR/ton)

90 dagen

120 dagen

150 dagen

1

2

3

4

5

ex 0204 10 00

Verse of gekoelde karkassen en halve karkassen van lammeren van minder dan twaalf maanden oud

866

890

915

ex 0204 50 11

Verse of gekoelde karkassen en halve karkassen van geiten van minder dan twaalf maanden oud


4.5.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 140/26


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/596 VAN DE COMMISSIE

van 30 april 2020

tot verlening van steun voor de particuliere opslag van vers en gekoeld vlees van runderen die ten minste acht maanden oud zijn, en tot voorafgaande vaststelling van het steunbedrag

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 18, lid 2, en artikel 223, lid 3, onder c),

Gezien Verordening (EU) nr. 1370/2013 van de Raad van 16 december 2013 houdende maatregelen tot vaststelling van steun en restituties in het kader van de gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten (2), en met name artikel 4, lid 2, onder b),

Gezien Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (3), en met name artikel 62, lid 2, onder b),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De uitgebreide verplaatsingsbeperkingen die in de lidstaten zijn ingevoerd ter bestrijding van de huidige Covid‐19-pandemie, hebben een grote impact op de verkoop van bepaalde categorieën rundvleesproducten, zoals achtervoeten die bestemd zijn voor de productie van verschillende soorten biefstuk, aan de horeca- en cateringsector. Die sector is goed voor ongeveer 70 % van de binnenlandse vraag in de Unie naar verschillende soorten biefstuk van achtervoeten. Die achtervoeten worden nu gebruikt voor de productie van andere rundvleesproducten, waardoor de prijzen reeds gedaald zijn.

(2)

Door een gewijzigd consumptiepatroon van rundvlees is de vraag naar bepaalde rundvleesproducten sterk gedaald. De rundvleessector wordt geconfronteerd met een verstoring van de markt vanwege een gebrek aan evenwicht tussen vraag en aanbod. Dit heeft een sterk negatieve impact op de marges in de sector en brengt de financiële levensvatbaarheid van de landbouwers in de Unie in gevaar. Als geen maatregelen tegen deze verstoring van de markt worden genomen, zullen de prijzen van rundvleesproducten in de Unie naar verwachting verslechteren en zal de neerwaartse druk waarschijnlijk aanhouden.

(3)

De uitgebreide verplaatsingsbeperkingen hebben ook invloed gehad op de beschikbaarheid van arbeidskrachten in slachthuizen en de levensmiddelenverwerkende industrie, en hebben geleid tot een verlaagde capaciteit in het vervoer en de logistiek.

(4)

De huidige problemen, met name het verstoorde evenwicht tussen vraag en aanbod op de rundvleesmarkt, kunnen worden verlicht door achtervoeten die bestemd waren voor de productie van voornamelijk voor de horeca- en cateringsector bestemde producten, op te slaan.

(5)

Met het oog op een reductie van de huidige onbalans tussen vraag en aanbod, die op zijn beurt een neerwaartse druk veroorzaakt op de prijzen van alle rundvleesproducten, en om die moeilijke marktomstandigheden te verlichten, is het aangewezen steun te verlenen voor de particuliere opslag van vers of gekoeld vlees van runderen van ten minste acht maanden oud.

(6)

Bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1238 van de Commissie (4) en Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 van de Commissie (5) zijn regels voor de uitvoering van steun voor particuliere opslag vastgesteld. Tenzij in de onderhavige verordening anders is bepaald, moeten de bepalingen van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1238 en Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 van toepassing zijn op steun voor de particuliere opslag van vers of gekoeld vlees van runderen van ten minste acht maanden oud.

(7)

Om een snel en flexibel operationeel systeem mogelijk te maken, moet het bedrag van de steun vooraf worden vastgesteld. Overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EU) nr. 1370/2013 moet de vooraf vastgestelde steun voor particuliere opslag zijn gebaseerd op de opslagkosten en andere relevante marktelementen. Het is aangewezen steun vast te stellen voor de gehele opslagperiode, op basis van de kosten voor de in- en uitslag, de kosten van gekoelde opslag per dag en de gedeeltelijke compensatie voor het waardeverlies van vers of gekoeld rundvlees dat wordt bevroren.

(8)

Wil particuliere opslag effectief zijn en een reëel effect op de markt hebben, dan mag de steun uitsluitend worden verleend voor nog niet opgeslagen producten. In dat verband is het passend de opslagperiode vast te stellen.

(9)

Om redenen van administratieve efficiëntie en vereenvoudiging moet de minimumhoeveelheid producten waarop elke aanvraag betrekking moet hebben, worden vastgesteld.

(10)

Om te garanderen dat de aanvraag ernstig is en ervoor te zorgen dat de maatregel zijn gewenste effect op de markt heeft, moet een zekerheid worden vastgesteld.

(11)

De maatregelen voor de bestrijding van de Covid‐19-pandemie kunnen van invloed zijn op de naleving van de in artikel 60 van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 vastgestelde voorschriften inzake controles ter plaatse betreffende steun voor particuliere opslag. Het is passend de lidstaten waar die maatregelen van kracht zijn, flexibiliteit te bieden door hen toe te staan de termijn voor het uitvoeren van de controles op de inslag te verlengen of die controles te vervangen door het gebruik van ander relevant bewijsmateriaal, en door geen onaangekondigde controles te vereisen. Daarom moet voor de toepassing van deze verordening worden afgeweken van sommige bepalingen van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240.

(12)

Op grond van artikel 42, lid 1, onder b), van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 moeten de lidstaten eenmaal per week de ontvankelijke inschrijvingen aan de Commissie melden. Met het oog op de transparantie, de monitoring en het correcte beheer van de voor de steun beschikbare bedragen en een doeltreffend beheer van de regeling moeten de meldingen frequenter gebeuren.

(13)

Om een onmiddellijk effect op de markt te hebben en bij te dragen aan de stabilisering van de prijzen, moet deze verordening in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

(14)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

1.   Bij deze verordening wordt voorzien in steun voor de particuliere opslag van vers of gekoeld vlees van runderen van ten minste acht maanden oud, zoals bedoeld in artikel 17, eerste alinea, onder d), van Verordening (EU) nr. 1308/2013, hierna de “steun” genoemd.

2.   Tenzij in de onderhavige verordening anders is bepaald, zijn Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1238 en Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 van toepassing.

Artikel 2

In aanmerking komende producten

1.   De lijst van producten die voor steun in aanmerking komen, is opgenomen in de bijlage.

2.   Om voor de steun in aanmerking te komen, moet het vlees van gezonde handelskwaliteit en van oorsprong uit de Unie zijn. Het product moet voldoen aan de voorschriften van punt III van bijlage VI bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1238.

3.   De steun wordt slechts verleend voor de nog niet opgeslagen hoeveelheden vers of gekoeld vlees van runderen van ten minste acht maanden oud.

Artikel 3

Indiening en ontvankelijkheid van aanvragen

1.   Steunaanvragen mogen worden ingediend met ingang van 7 mei 2020.

2.   In elke aanvraag wordt verwezen naar de in de bijlage opgenomen producten, onder vermelding van de desbetreffende bevleesdheidsklasse.

3.   Voor elke aanvraag bedraagt de minimumhoeveelheid om in aanmerking te komen 10 ton.

Artikel 4

Steunbedrag en opslagperiode

1.   De steunbedragen per opslagperiode zijn opgenomen in de bijlage.

2.   De contractuele opslag eindigt op de dag die voorafgaat aan de uitslag.

3.   De steun mag alleen worden verleend voor een opslagperiode van 90, 120 of 150 dagen.

Artikel 5

Zekerheid

Bij de indiening van een steunaanvraag voor de producten die voor steun in aanmerking komen, bedraagt de overeenkomstig artikel 4, onder b), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1238 vereiste zekerheid 100 EUR/ton.

Artikel 6

Controles

1.   In afwijking van artikel 60, leden 1 en 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 kunnen de betrokken lidstaten, indien het betaalorgaan als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van de Covid‐19-pandemie, hierna “de maatregelen” genoemd, niet in staat is de in artikel 60, leden 1 en 2, van die verordening bedoelde controles tijdig uit te voeren:

a)

de in artikel 60, lid 1, eerste alinea, bedoelde termijn voor de uitvoering van die controles verlengen tot ten hoogste 30 dagen na het verstrijken van de maatregelen, of

b)

tijdens de periode waarin de maatregelen gelden, die controles vervangen door het gebruik van relevant bewijsmateriaal, met inbegrip van gegeotagde foto’s of ander bewijsmateriaal in elektronische vorm.

2.   In afwijking van artikel 60, lid 3, eerste alinea, van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 is een betaalorgaan dat als gevolg van de maatregelen niet in staat is de onaangekondigde controles ter plaatse uit te voeren, niet verplicht onaangekondigde controles uit te voeren gedurende de periode waarin de maatregelen van kracht zijn.

Artikel 7

Meldingen van aangevraagde hoeveelheden

In afwijking van artikel 42, lid 1, onder b), van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 melden de lidstaten de hoeveelheden van de producten waarvoor een ontvankelijke aanvraag is ingediend, en de gegevens die daarop betrekking hebben, als volgt aan de Commissie:

a)

elke maandag uiterlijk om 12.00 uur (plaatselijke tijd Brussel) de hoeveelheden van de producten waarvoor ontvankelijke aanvragen zijn ingediend op donderdag en vrijdag van de voorgaande week;

b)

elke donderdag uiterlijk om 12.00 uur (plaatselijke tijd Brussel) de hoeveelheden van de producten waarvoor ontvankelijke aanvragen zijn ingediend op maandag, dinsdag en woensdag van dezelfde week.

Artikel 8

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 april 2020.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)  PB L 346 van 20.12.2013, blz. 12.

(3)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549.

(4)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1238 van de Commissie van 18 mei 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft openbare interventie en steun voor particuliere opslag (PB L 206 van 30.7.2016, blz. 15).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 van de Commissie van 18 mei 2016 houdende uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft openbare interventie en steun voor particuliere opslag (PB L 206 van 30.7.2016, blz. 71).


BIJLAGE

Lijst van de voor steun in aanmerking komende producten, als bedoeld in artikel 2, lid 1, en steunbedragen per opslagperiode, als bedoeld in artikel 4, lid 1

Gecombineerde-nomenclatuurcode (GN-code) van de producten

Productomschrijving

Bevleesdheidsklasse van de producten, zoals bedoeld in punt III van bijlage IV bij Verordening (EU) nr. 1308/2013

Steunbedrag per opslagperiode

(EUR/ton)

90 dagen

120 dagen

150 dagen

1

2

3

4

5

6

ex 0201 20 50

Achtervoet: het achterste deel van het halve geslachte dier dat alle beenderen, alsmede de stompen, de dikke en de dunne lendenen en de haas omvat, met ten minste drie ribben of delen van ribben, met of zonder schenkel en met of zonder vang

S: Superieur

E: Uitstekend

U: Zeer goed

R: Goed

O: Matig

1 008

1 033

1 058


4.5.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 140/31


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/597 VAN DE COMMISSIE

van 30 april 2020

tot verlening van steun voor de particuliere opslag van boter en tot voorafgaande vaststelling van het steunbedrag

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 18, lid 2,

Gezien Verordening (EU) nr. 1370/2013 van de Raad van 16 december 2013 houdende maatregelen tot vaststelling van steun en restituties in het kader van de gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten (2), en met name artikel 4, lid 2, onder b),

Gezien Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (3), en met name artikel 62, lid 2, onder b),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De huidige Covid-19-pandemie en de uitgebreide verplaatsingsbeperkingen die in de lidstaten zijn ingevoerd, hebben geleid tot een gedaalde vraag naar bepaalde producten in de sector melk en zuivelproducten. Door de verspreiding van de ziekte en de ingevoerde maatregelen zijn minder arbeidskrachten beschikbaar, waardoor met name de fasen van productie, inzameling en verwerking van melk in het gedrang komen. Bovendien heeft de verplichte sluiting van winkels, markten, restaurants en andere horecagelegenheden de horeca- en cateringsector stilgelegd, met aanzienlijke veranderingen in de vraagpatronen voor melk en zuivelproducten als gevolg. De consumptie in de horeca- en cateringsector is traditioneel goed voor ongeveer 10 tot 20 % — naargelang van het product — van de productie van melk en zuivelproducten in de Unie. Bovendien zeggen kopers in de Unie en op de wereldmarkt contracten op en stellen ze de sluiting van nieuwe contracten uit in afwachting van verdere prijsdalingen.

(2)

Daarom wordt een deel van de opgehaalde rauwe melk verwerkt tot bulkproducten met een lange houdbaarheid die minder arbeidsintensief zijn, zoals mageremelkpoeder en boter, in grotere hoeveelheden dan de reguliere vraag op de markt.

(3)

Om de daaruit voortvloeiende onbalans tussen vraag en aanbod te reduceren, is het passend steun voor de particuliere opslag van boter te verlenen.

(4)

Bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1238 van de Commissie (4) en Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 van de Commissie (5) zijn regels voor de uitvoering van steun voor particuliere opslag vastgesteld. Tenzij in de onderhavige verordening anders is bepaald, moeten de bepalingen van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1238 en Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 van toepassing zijn op steun voor de particuliere opslag van boter.

(5)

Om een snel en flexibel operationeel systeem mogelijk te maken, moet het bedrag van de steun vooraf worden vastgesteld. Overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EU) nr. 1370/2013 moet de vooraf vastgestelde steun voor particuliere opslag zijn gebaseerd op de opslagkosten en andere relevante marktelementen. Er moet een steunbedrag worden vastgesteld voor de vaste opslagkosten van het in- en uitslaan van de betrokken producten en een steunbedrag per opslagdag voor de kosten van de opslag en de financiering.

(6)

Om redenen van administratieve efficiëntie en vereenvoudiging mogen de aanvragen alleen betrekking hebben op reeds opgeslagen boter en mag niet worden verlangd dat een zekerheid wordt gesteld. In dat verband is het passend de opslagperiode vast te stellen.

(7)

Om redenen van administratieve efficiëntie en vereenvoudiging moet de minimumhoeveelheid producten waarop elke aanvraag betrekking moet hebben, worden vastgesteld.

(8)

De maatregelen voor de bestrijding van de Covid-19-pandemie kunnen van invloed zijn op de naleving van de in artikel 60 van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 vastgestelde voorschriften inzake controles ter plaatse betreffende steun voor particuliere opslag. Het is passend de lidstaten waar die maatregelen van kracht zijn, flexibiliteit te bieden door hen toe te staan de termijn voor het uitvoeren van de controles op de inslag te verlengen of die controles te vervangen door het gebruik van ander relevant bewijsmateriaal, en door geen onaangekondigde controles te vereisen. Daarom moet voor de toepassing van deze verordening worden afgeweken van sommige bepalingen van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240.

(9)

Om een onmiddellijk effect op de markt te hebben en bij te dragen aan de stabilisering van de prijzen, moet deze verordening in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

(10)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

1.   Bij deze verordening wordt voorzien in steun voor de particuliere opslag van boter als bedoeld in artikel 17, eerste alinea, onder e), van Verordening (EU) nr. 1308/2013, hierna de “steun” genoemd.

2.   Tenzij in de onderhavige verordening anders is bepaald, zijn Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1238 en Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 van toepassing.

Artikel 2

In aanmerking komende producten

Om voor de steun in aanmerking te komen, moet de boter van gezonde handelskwaliteit en van oorsprong uit de Unie zijn. Het product moet voldoen aan de voorschriften van punt IV van bijlage VI bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1238.

Artikel 3

Indiening en ontvankelijkheid van aanvragen

1.   Steunaanvragen mogen worden ingediend met ingang van 7 mei 2020. De uiterste datum voor het indienen van aanvragen is 30 juni 2020.

2.   De aanvragen hebben betrekking op reeds opgeslagen producten.

3.   De minimumhoeveelheid bedraagt 10 ton per aanvraag.

Artikel 4

Steunbedrag en opslagperiode

1.   Het steunbedrag wordt als volgt vastgesteld:

a)

9,83 EUR per opgeslagen ton voor de vaste opslagkosten;

b)

0,43 EUR per ton per dag contractuele opslag.

2.   De contractuele opslag eindigt op de dag die voorafgaat aan de uitslag.

3.   De steun mag alleen worden verleend als de contractuele opslagperiode tussen 90 en 180 dagen bedraagt.

Artikel 5

Controles

1.   In afwijking van artikel 60, leden 1 en 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 kunnen de betrokken lidstaten, indien het betaalorgaan als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van de Covid-19-pandemie, hierna “de maatregelen” genoemd, niet in staat is de in artikel 60, leden 1 en 2, van die verordening bedoelde controles tijdig uit te voeren:

a)

de in artikel 60, lid 1, eerste alinea, bedoelde termijn voor de uitvoering van die controles verlengen tot ten hoogste 30 dagen na het verstrijken van de maatregelen, of

b)

tijdens de periode waarin de maatregelen gelden, die controles vervangen door het gebruik van relevant bewijsmateriaal, met inbegrip van gegeotagde foto’s of ander bewijsmateriaal in elektronische vorm.

2.   In afwijking van artikel 60, lid 3, eerste alinea, van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 is een betaalorgaan dat als gevolg van de maatregelen niet in staat is de onaangekondigde controles ter plaatse uit te voeren, niet verplicht onaangekondigde controles uit te voeren gedurende de periode waarin de maatregelen van kracht zijn.

Artikel 6

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 april 2020.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)  PB L 346 van 20.12.2013, blz. 12.

(3)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549.

(4)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1238 van de Commissie van 18 mei 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft openbare interventie en steun voor particuliere opslag (PB L 206 van 30.7.2016, blz. 15).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 van de Commissie van 18 mei 2016 houdende uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft openbare interventie en steun voor particuliere opslag (PB L 206 van 30.7.2016, blz. 71).


4.5.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 140/34


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/598 VAN DE COMMISSIE

van 30 april 2020

tot verlening van steun voor de particuliere opslag van mageremelkpoeder en tot voorafgaande vaststelling van het steunbedrag

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 18, lid 2,

Gezien Verordening (EU) nr. 1370/2013 van de Raad van 16 december 2013 houdende maatregelen tot vaststelling van steun en restituties in het kader van de gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten (2), en met name artikel 4, lid 2, onder b),

Gezien Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (3), en met name artikel 62, lid 2, onder b),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De huidige Covid-19-pandemie en de uitgebreide verplaatsingsbeperkingen die in de lidstaten zijn ingevoerd, hebben geleid tot een gedaalde vraag naar bepaalde producten in de sector melk en zuivelproducten. Door de verspreiding van de ziekte en de ingevoerde maatregelen zijn minder arbeidskrachten beschikbaar, waardoor met name de fasen van productie, inzameling en verwerking van melk in het gedrang komen. Bovendien heeft de verplichte sluiting van winkels, markten, restaurants en andere horecagelegenheden de horeca- en cateringsector stilgelegd, met aanzienlijke veranderingen in de vraagpatronen voor melk en zuivelproducten als gevolg. De consumptie in de horeca- en cateringsector is traditioneel goed voor ongeveer 10 tot 20 % — naargelang van het product — van de productie van melk en zuivelproducten in de Unie. Bovendien zeggen kopers in de Unie en op de wereldmarkt contracten op en stellen ze de sluiting van nieuwe contracten uit in afwachting van verdere prijsdalingen.

(2)

Daarom wordt een deel van de opgehaalde rauwe melk verwerkt tot bulkproducten met een lange houdbaarheid die minder arbeidsintensief zijn, zoals mageremelkpoeder en boter, in grotere hoeveelheden dan de reguliere vraag op de markt.

(3)

Om de daaruit voortvloeiende onbalans tussen vraag en aanbod te reduceren, is het passend steun voor de particuliere opslag van mageremelkpoeder te verlenen.

(4)

Bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1238 van de Commissie (4) en Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 van de Commissie (5) zijn regels voor de uitvoering van steun voor particuliere opslag vastgesteld. Tenzij in de onderhavige verordening anders is bepaald, moeten de bepalingen van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1238 en Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 van toepassing zijn op steun voor de particuliere opslag van mageremelkpoeder.

(5)

Om een snel en flexibel operationeel systeem mogelijk te maken, moet het bedrag van de steun vooraf worden vastgesteld. Overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EU) nr. 1370/2013 moet de vooraf vastgestelde steun voor particuliere opslag zijn gebaseerd op de opslagkosten en andere relevante marktelementen. Er moet een steunbedrag worden vastgesteld voor de vaste opslagkosten van het in- en uitslaan van de betrokken producten en een steunbedrag per opslagdag voor de kosten van de opslag en de financiering.

(6)

Om redenen van administratieve efficiëntie en vereenvoudiging mogen de aanvragen alleen betrekking hebben op reeds opgeslagen mageremelkpoeder en mag niet worden verlangd dat een zekerheid wordt gesteld. In dat verband is het passend de opslagperiode vast te stellen.

(7)

Om redenen van administratieve efficiëntie en vereenvoudiging moet de minimumhoeveelheid producten waarop elke aanvraag betrekking moet hebben, worden vastgesteld.

(8)

De maatregelen voor de bestrijding van de Covid-19-pandemie kunnen van invloed zijn op de naleving van de in artikel 60 van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 vastgestelde voorschriften inzake controles ter plaatse betreffende steun voor particuliere opslag. Het is passend de lidstaten waar die maatregelen van kracht zijn, flexibiliteit te bieden door hen toe te staan de termijn voor het uitvoeren van de controles op de inslag te verlengen of die controles te vervangen door het gebruik van ander relevant bewijsmateriaal, en door geen onaangekondigde controles te vereisen. Daarom moet voor de toepassing van deze verordening worden afgeweken van sommige bepalingen van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240.

(9)

Om een onmiddellijk effect op de markt te hebben en bij te dragen aan de stabilisering van de prijzen, moet deze verordening in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

(10)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

1.   Bij deze verordening wordt voorzien in steun voor de particuliere opslag van mageremelkpoeder als bedoeld in artikel 17, eerste alinea, onder g), van Verordening (EU) nr. 1308/2013, hierna de “steun” genoemd.

2.   Tenzij in de onderhavige verordening anders is bepaald, zijn Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1238 en Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 van toepassing.

Artikel 2

In aanmerking komende producten

Om voor de steun in aanmerking te komen, moet het mageremelkpoeder van gezonde handelskwaliteit en van oorsprong uit de Unie zijn. Het product moet voldoen aan de voorschriften van punt VI van bijlage VI bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1238.

Artikel 3

Indiening en ontvankelijkheid van aanvragen

1.   Steunaanvragen mogen worden ingediend met ingang van 7 mei 2020. De uiterste datum voor het indienen van aanvragen is 30 juni 2020.

2.   De aanvragen hebben betrekking op reeds opgeslagen producten.

3.   De minimumhoeveelheid bedraagt 10 ton per aanvraag.

Artikel 4

Steunbedrag en opslagperiode

1.   Het steunbedrag wordt als volgt vastgesteld:

a)

5,11 EUR per opgeslagen ton voor de vaste opslagkosten;

b)

0,13 EUR per ton per dag contractuele opslag.

2.   De contractuele opslag eindigt op de dag die voorafgaat aan de uitslag.

3.   De steun mag alleen worden verleend als de contractuele opslagperiode tussen 90 en 180 dagen bedraagt.

Artikel 5

Controles

1.   In afwijking van artikel 60, leden 1 en 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 kunnen de betrokken lidstaten, indien het betaalorgaan als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van de Covid-19-pandemie, hierna “de maatregelen” genoemd, niet in staat is de in artikel 60, leden 1 en 2, van die verordening bedoelde controles tijdig uit te voeren:

a)

de in artikel 60, lid 1, eerste alinea, bedoelde termijn voor de uitvoering van die controles verlengen tot ten hoogste 30 dagen na het verstrijken van de maatregelen, of

b)

tijdens de periode waarin de maatregelen gelden, die controles vervangen door het gebruik van relevant bewijsmateriaal, met inbegrip van gegeotagde foto’s of ander bewijsmateriaal in elektronische vorm.

2.   In afwijking van artikel 60, lid 3, eerste alinea, van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 is een betaalorgaan dat als gevolg van de maatregelen niet in staat is de onaangekondigde controles ter plaatse uit te voeren, niet verplicht onaangekondigde controles uit te voeren gedurende de periode waarin de maatregelen van kracht zijn.

Artikel 6

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 april 2020.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)  PB L 346 van 20.12.2013, blz. 12.

(3)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549.

(4)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1238 van de Commissie van 18 mei 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft openbare interventie en steun voor particuliere opslag (PB L 206 van 30.7.2016, blz. 15).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1240 van de Commissie van 18 mei 2016 houdende uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft openbare interventie en steun voor particuliere opslag (PB L 206 van 30.7.2016, blz. 71).


4.5.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 140/37


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/599 VAN DE COMMISSIE

van 30 april 2020

waarbij toestemming wordt verleend voor overeenkomsten en besluiten betreffende productieplanning in de sector melk en zuivelproducten

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 222,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De huidige Covid-19-pandemie en de strenge verplaatsingsbeperkingen die voor personen in de lidstaten zijn ingevoerd, hebben voor de sector melk en zuivelproducten tot economische ontwrichting geleid, waardoor de landbouwers financiële moeilijkheden en liquiditeitsproblemen ondervinden.

(2)

Door de verspreiding van de ziekte en de ingevoerde maatregelen zijn minder arbeidskrachten beschikbaar, waardoor met name de fasen van productie, inzameling en verwerking van melk in het gedrang komen. Dit creëert extra moeilijkheden voor de sector, aangezien de verwerkende industrie alternatieve oplossingen moet vinden om de rauwe melk, die blijft geproduceerd worden, in te zamelen terwijl er problemen zijn in de fabrieken.

(3)

De verplichte sluiting van winkels, markten, restaurants en andere horecagelegenheden heeft ook de horeca en de cateringbedrijven stilgelegd, met aanzienlijke veranderingen in de vraagpatronen voor melk en zuivelproducten als gevolg. De consumentenvraag is verschoven naar basisproducten, ten nadele van gespecialiseerde melkproducten. De consumptie in de horeca- en cateringsector is traditioneel goed voor ongeveer 10 tot 20 % – naargelang van het product – van de productie van melk en zuivelproducten in de Unie. Bijgevolg is de vraag van de horeca- en cateringsector naar bepaalde melk- en zuivelproducten gedaald. Zo is bijvoorbeeld meer dan de helft van de productie van mozzarellakaas van de Unie bestemd voor de cateringsector. De stijging van de consumptie van bepaalde zuivelproducten in de detailhandel weegt niet op tegen de daling van de vraag in de horeca- en cateringsector.

(4)

Bovendien zeggen kopers van melk en zuivelproducten in de Unie en op de wereldmarkt contracten op en stellen ze de sluiting van nieuwe contracten uit in afwachting van verdere prijsdalingen. Ook wordt de uitvoer van melk en zuivelproducten getroffen door logistieke problemen, aangezien de uitbraak van de Covid-19-pandemie in China heeft geleid tot aanzienlijke havencongestie in dat land en elders. De stijging van het aantal geannuleerde afvaarten zal waarschijnlijk minstens tot juni 2020 aanhouden, waardoor minder containers beschikbaar zijn, prijzen aanzienlijk de hoogte ingaan en exporteurs worden geconfronteerd met uitgestelde zendingen. De uitvoer naar derde landen vertegenwoordigt ongeveer 15 % van de totale productie van melk en zuivelproducten (in volume) in de Unie.

(5)

Daarom wordt een deel van de opgehaalde rauwe melk verwerkt tot bulkproducten met een lange houdbaarheid die minder arbeidsintensief zijn, zoals mageremelkpoeder en boter, in grotere hoeveelheden dan de reguliere vraag op de markt. Veel productielocaties in de Unie beschikken echter niet over de capaciteit om melk tot verschillende producten te verwerken en moeten doorgaan met het produceren van zuivelproducten waarvoor de vraag sterk is gedaald.

(6)

Dit gebrek aan evenwicht tussen vraag en aanbod leidt tot een economische ontwrichting van de sector melk en zuivelproducten. Door die disbalans zijn de groothandelsprijzen voor melk en zuivelproducten aanzienlijk gedaald, met name sinds begin maart 2020: met 19 % voor mageremelkpoeder en met 14 % voor boter. De prijzen van mageremelkpoeder en boter, de producten waarin de overtollige rauwe melk wordt verwerkt wanneer de melkproductie de vraag overstijgt, zijn de eerste die sterk zijn gedaald. Op basis van de prijzen van mageremelkpoeder en boter wordt geschat dat de groothandelsprijs voor rauwe-melkequivalent tussen begin februari en de eerste week van april met 24 % is gedaald. De prijsdaling van dit voorjaar is uitzonderlijk omdat de veranderingen in de vraag als gevolg van de verplaatsingsbeperkende maatregelen samenvallen met de seizoensgebonden piek in de melkproductie. Verwacht wordt dat de prijzen voor melk en zuivelproducten verder zullen dalen naarmate het volume van de melkproductie zal stijgen in het voorjaar en de zomer, i.e. het hoogseizoen voor de productie in de sector melk en zuivelproducten.

(7)

Gezien de bovenvermelde omstandigheden wordt deze situatie beschouwd als een periode van ernstig verstoord marktevenwicht.

(8)

Om de sector melk en zuivelproducten te helpen bij het vinden van een evenwicht in deze periode van ernstig verstoord marktevenwicht, is het passend landbouwers, verenigingen van landbouwers, unies van dergelijke verenigingen, erkende producentenorganisaties, unies van erkende producentenorganisaties en erkende brancheorganisaties toe te staan overeenkomsten te sluiten en besluiten vast te stellen. Dergelijke overeenkomsten en besluiten zouden een collectieve inspanning van de marktdeelnemers kunnen omvatten om de productie van rauwe melk te plannen in overeenstemming met de veranderende vraagpatronen.

(9)

Overeenkomsten of besluiten betreffende de productieplanning moeten tijdelijk worden toegestaan voor een periode van zes maanden die samenvalt met het voorjaar en de zomer, het hoogseizoen voor de productie in de sector melk en zuivelproducten, en zouden zo de grootst mogelijke impact moeten hebben.

(10)

Aangezien de ernstige marktverstoring zich voordoet sinds begin april 2020, moet de periode van zes maanden ingaan op 1 april 2020.

(11)

Overeenkomstig artikel 222, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 mag de machtiging worden verleend als de goede werking van de interne markt er niet door wordt ondermijnd en de overeenkomsten en besluiten uitsluitend tot doel hebben de sector te stabiliseren. Deze specifieke voorwaarden sluiten overeenkomsten en besluiten uit die direct of indirect leiden tot compartimentering van de markten, tot discriminatie op basis van nationaliteit of tot prijszetting. Indien de overeenkomsten en besluiten niet of niet meer aan deze voorwaarden voldoen, is artikel 101, lid 1, van het Verdrag van toepassing op deze overeenkomsten en besluiten.

(12)

De machtiging die bij deze verordening wordt verleend, moet het grondgebied van de Unie bestrijken, aangezien het ernstig verstoorde marktevenwicht zich in de hele Unie voordoet.

(13)

Om de lidstaten in staat te stellen te beoordelen of de overeenkomsten en besluiten de goede werking van de interne markt niet ondermijnen en uitsluitend tot doel hebben de sector melk en zuivelproducten te stabiliseren, dient aan de bevoegde autoriteiten, met inbegrip van de mededingingsautoriteiten, van de lidstaat met het hoogste aandeel in het geraamde volume van de melkproductie waarop die overeenkomsten of besluiten betrekking hebben, informatie te worden verstrekt over de gesloten overeenkomsten en de vastgestelde besluiten en over het desbetreffende productievolume en de looptijd ervan.

(14)

Aangezien het marktevenwicht ernstig verstoord is en de seizoenspiek in aantocht is, moet deze verordening in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan.

(15)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onverminderd artikel 152, lid 1 bis, artikel 209, lid 1, en artikel 210, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 worden landbouwers, verenigingen van landbouwers, unies van dergelijke verenigingen, erkende producentenorganisaties, unies van erkende producentenorganisaties en erkende brancheorganisaties in de sector melk en zuivelproducten hierbij gemachtigd om tijdens een periode van zes maanden die ingaat op 1 april 2020, overeenkomsten te sluiten en gezamenlijke besluiten vast te stellen betreffende de planning van het volume rauwe melk dat zal worden geproduceerd.

Artikel 2

De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de in artikel 1 bedoelde overeenkomsten en besluiten de goede werking van de interne markt niet ondermijnen en uitsluitend tot doel hebben de sector melk en zuivelproducten te stabiliseren.

Artikel 3

Het geografische toepassingsgebied van deze machtiging is het grondgebied van de Unie.

Artikel 4

1.   Zodra de in artikel 1 bedoelde overeenkomsten of besluiten zijn gesloten of vastgesteld, stellen de betrokken landbouwers, verenigingen van landbouwers, unies van dergelijke verenigingen, erkende producentenorganisaties, unies van erkende producentenorganisaties en erkende brancheorganisaties de bevoegde autoriteiten van de lidstaat die het hoogste aandeel heeft in het geraamde volume van de melkproductie waarop deze overeenkomsten of besluiten betrekking hebben, in kennis van deze overeenkomsten of besluiten, met opgave van de volgende gegevens:

a)

een raming van het betrokken productievolume;

b)

de verwachte uitvoeringsperiode.

2.   Uiterlijk 25 dagen na het verstrijken van de in artikel 1 bedoelde periode van zes maanden stellen de betrokken landbouwers, verenigingen van landbouwers, unies van dergelijke verenigingen, erkende producentenorganisaties, unies van erkende producentenorganisaties en erkende brancheorganisaties de in lid 1 van dit artikel bedoelde bevoegde autoriteiten in kennis van het productievolume waarop de overeenkomsten of besluiten daadwerkelijk betrekking hebben.

3.   Overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1185 van de Commissie (2) stellen de lidstaten de Commissie in kennis van het volgende:

a)

uiterlijk vijf dagen na het verstrijken van elke periode van één maand, de overeenkomsten en besluiten die hun overeenkomstig lid 1 in die periode zijn meegedeeld;

b)

uiterlijk dertig dagen na het verstrijken van de in artikel 1 bedoelde periode van zes maanden, een overzicht van de in die periode uitgevoerde overeenkomsten en besluiten.

Artikel 5

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 april 2020.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1185 van de Commissie van 20 april 2017 tot vaststelling van voorschriften voor de toepassing van de Verordeningen (EU) nr. 1307/2013 en (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de aan de Commissie te melden informatie en documenten en tot wijziging en intrekking van diverse verordeningen van de Commissie (PB L 171 van 4.7.2017, blz. 113).


4.5.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 140/40


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/600 VAN DE COMMISSIE

van 30 april 2020

tot afwijking van de Uitvoeringsverordeningen (EU) 2017/892, (EU) 2016/1150, (EU) 615/2014, (EU) 2015/1368 en (EU) 2017/39 wat betreft bepaalde maatregelen voor de aanpak van de door de Covid-19-pandemie veroorzaakte crisis

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name de artikelen 25, 31, 38, 54 en 57,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Als gevolg van de huidige Covid-19-pandemie en de daaruit resulterende uitgebreide verplaatsingsbeperkingen ondervinden landbouwers, wijnbouwers, olijfolieproducenten en bijenhouders in alle lidstaten uitzonderlijke moeilijkheden. Logistieke problemen en een tekort aan arbeidskrachten hebben hen kwetsbaar gemaakt voor de economische ontwrichting die de pandemie teweegbrengt. Zij kampen in het bijzonder met financiële moeilijkheden en cashflowproblemen. Gezien deze ongekende samenloop van omstandigheden moeten die problemen worden opgevangen door af te wijken van sommige bepalingen van een aantal uitvoeringsverordeningen die in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid van toepassing zijn.

(2)

Overeenkomstig artikel 9, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/892 van de Commissie (2) moeten producentenorganisaties voor elk operationeel programma waarvoor steun wordt aangevraagd, uiterlijk op 15 februari na het jaar waarvoor de steun wordt aangevraagd, een aanvraag om toekenning van de steun of van het saldo van de steun indienen bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat. Overeenkomstig artikel 9, lid 3, van die verordening mogen de steunaanvragen betrekking hebben op geprogrammeerde, maar niet daadwerkelijk gedane uitgaven indien bepaalde elementen worden aangetoond. Die elementen omvatten onder meer dat de betrokken concrete acties niet uiterlijk op 31 december van het jaar van uitvoering van het operationele programma konden plaatsvinden door omstandigheden waarop de betrokken producentenorganisatie geen vat had en dat die concrete acties wel uiterlijk op 30 april na het jaar waarvoor de steun wordt aangevraagd, kunnen plaatsvinden. Met het oog op de Covid-19-pandemie moet worden afgeweken van artikel 9, lid 3, onder b), van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/892 en moet worden bepaald dat de uiterlijk op 15 februari 2021 in te dienen steunaanvragen betrekking mogen hebben op uitgaven in verband met voor het jaar 2020 geprogrammeerde, maar niet uiterlijk op 31 december 2020 uitgevoerde concrete acties indien die concrete acties wel uiterlijk op 15 augustus 2021 kunnen plaatsvinden. Om dezelfde reden dient ook te worden afgeweken van artikel 9, lid 3, onder b), van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/892 en moet worden bepaald dat de uiterlijk op 15 februari 2020 ingediende steunaanvragen betrekking mogen hebben op uitgaven in verband met voor het jaar 2019 geprogrammeerde, maar niet uiterlijk op 31 december 2019 uitgevoerde concrete acties indien die concrete acties wel uiterlijk op 15 augustus 2020 kunnen plaatsvinden.

(3)

De maatregelen die de regeringen de voorbije maanden hebben genomen om de door de Covid-19-pandemie veroorzaakte crisis te bestrijden, en met name de sluiting van hotels, bars en restaurants, de beperking van het personen- en het goederenverkeer tot het strikt noodzakelijke en de sluiting van bepaalde grenzen binnen de Unie, hebben nadelige gevolgen voor de wijnsector van de Unie. Geraamd wordt dat de sluiting van hotels, bars en restaurants rechtstreekse gevolgen heeft voor 30 % van het consumptievolume van wijn in de Unie, goed voor 50 % van de waarde. Voorts komen de wijnbouwers en de hele wijnsector onder druk te staan door het tekort aan arbeidskrachten en de logistieke problemen die door de pandemie worden veroorzaakt. De wijnboeren ondervinden toenemende problemen in verband met de komende oogst: lagere prijzen, een geringere consumptie en vervoers- en afzetproblemen.

(4)

Bovendien was de situatie op de wijnmarkt van de Unie al in de loop van 2019 verslechterd en liggen de wijnvoorraden op het hoogste peil sinds 2009. Deze ontwikkeling is voornamelijk het gevolg van de combinatie van de recordoogst van 2018 en een dalende wijnconsumptie in de Unie. Ook de aanvullende invoerrechten op Europese wijnen die zijn opgelegd door de Verenigde Staten, de belangrijkste exportmarkt voor wijn van de Unie, hebben de uitvoer getroffen. De Covid-19-pandemie heeft een nieuwe klap toegebracht aan een al kwetsbare sector die zijn producten niet meer effectief kan afzetten en distribueren, vooral door de sluiting van de belangrijkste uitvoermarkten en door de afzonderings- en lockdownmaatregelen, met name de onderbreking van alle horeca-activiteiten en de onmogelijkheid om te leveren aan de gebruikelijke afnemers. Door dit alles lijden alle actoren in de wijnsector inkomensverliezen. De onzekerheid over de duur van de maatregelen voor de bestrijding van de pandemie en het effect daarvan op de prijzen, consumptiepatronen en inkomens zetten de wijnsector van de Unie nog verder onder druk.

(5)

Daarom zijn er dringende maatregelen nodig om de situatie op te vangen door meer flexibiliteit toe te staan bij de uitvoering van bepaalde steunmaatregelen op grond van artikel 43 van Verordening (EU) nr. 1308/2013, door af te wijken van een aantal bepalingen van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1150 van de Commissie (3).

(6)

In artikel 2, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1150 van de Commissie is bepaald dat de in artikel 41, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde wijzigingen van de toepasselijke steunprogramma’s niet meer dan tweemaal per begrotingsjaar mogen worden ingediend. Om de lidstaten in staat te stellen hun nationale steunprogramma’s snel aan te passen vanwege de door de Covid-19-pandemie veroorzaakte crisis, is het passend toe te staan dat dergelijke wijzigingen meer dan tweemaal per begrotingsjaar worden ingediend, mits dat gebeurt vóór 15 oktober 2020. De lidstaten moeten snel op de uitzonderlijke omstandigheden als gevolg van de door de Covid-19-pandemie veroorzaakte crisis kunnen reageren en moeten wijzigingen van hun programma zo vroeg en zo vaak kunnen indienen als nodig wordt geacht. Door die flexibiliteit zouden de lidstaten de reeds bestaande maatregelen kunnen optimaliseren, het aantal interventies kunnen verhogen en vaker aanpassingen kunnen aanbrengen in het licht van de marktsituatie. Bovendien zouden de lidstaten die verdere maatregelen wensen op te nemen in hun nationale steunprogramma, dat ook onmiddellijk na de inwerkingtreding van deze verordening kunnen doen, zonder de volgende termijn voor de indiening van wijzigingen af te wachten. Door deze grotere flexibiliteit zouden marktdeelnemers, met inbegrip van nieuwkomers, meer mogelijkheden hebben om steun aan te vragen. De bedoeling is de wijnsector te steunen en de nodige flexibiliteit te garanderen in het licht van de gevolgen van de door de Covid-19-pandemie veroorzaakte crisis.

(7)

Daarom is het noodzakelijk tijdelijk af te wijken van artikel 2, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1150 om wijzigingen van de nationale steunprogramma’s toe te staan wanneer dat ook maar nodig is, ook met betrekking tot de maatregelen als bedoeld in artikel 45, lid 1, onder a), en de artikelen 46 tot en met 52 van Verordening (EU) nr. 1308/2013. Met betrekking tot de in artikel 45, lid 1, onder b), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde afzetbevorderingsmaatregel biedt Uitvoeringsverordening (EU) 2020/133 van de Commissie (4) de lidstaten de mogelijkheid om wanneer dat ook maar nodig is, wijzigingen aan te brengen in hun nationale steunprogramma’s.

(8)

Met het oog op de door de Covid-19-pandemie veroorzaakte crisis en het daaruit voortvloeiende gebrek aan personele middelen is het voor producenten materieel onmogelijk om de geplande concrete acties met betrekking tot groen oogsten uit te voeren. Daarom is het passend de uiterste datum voor de indiening van de aanvragen voor steun voor groen oogsten alsmede de uiterste datum voor de uitvoering van zulke concrete acties, zoals vastgesteld in artikel 8, respectievelijk onder b) en d), van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1150, voor het jaar 2020 te verschuiven. Dit moet de producenten extra tijd bieden om zulke acties in te plannen en de nodige arbeidskrachten te vinden.

(9)

Met betrekking tot de crisis als gevolg van de Covid-19-pandemie en de toenemende wijnoverschotten die daaruit resulteren, lijkt het bovendien achterhaald om van de lidstaten te verlangen de aanvraag voor groen oogsten specifiek te rechtvaardigen. Het is derhalve passend om van artikel 8, onder c), van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1150 af te wijken en de vereiste dat lidstaten een analyse van de verwachte marktsituatie opstellen die de uitvoering van het groen oogsten om het marktevenwicht te herstellen en een crisis te voorkomen, rechtvaardigt, voor het jaar 2020 tijdelijk te schorsen.

(10)

In artikel 29 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 zijn regels vastgelegd betreffende de driejarige activiteitenprogramma’s die worden opgesteld door de producentenorganisaties ter ondersteuning van de sector olijfolie en tafelolijven. De huidige crisis in verband met de Covid-19-pandemie vormt een uitzonderlijke en ongekende uitdaging voor het vermogen van begunstigden om de activiteiten uit te voeren die zijn gepland tijdens het tweede en derde jaar van uitvoering van de driejarige programma’s ter ondersteuning van de sector olijfolie en tafelolijven. Bijgevolg wordt de begunstigden uitzonderlijk flexibiliteit geboden door de wijziging van deze activiteiten toe te staan onder bepaalde voorwaarden. Het is daarom noodzakelijk af te wijken van sommige bepalingen van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 615/2014 van de Commissie (5) om dergelijke flexibiliteit mogelijk te maken, hetgeen evenwel geen invloed mag hebben op de termijn voor de betaling van de EU-financiering.

(11)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1368 van de Commissie (6) zijn voorschriften inzake de bijenteeltprogramma’s vastgesteld wat betreft steun in de sector. Overeenkomstig artikel 2 van die verordening is het bijenteeltjaar de periode van 12 opeenvolgende maanden die loopt van 1 augustus tot en met 31 juli. Bijgevolg duurt het bijenteeltjaar 2020 van 1 augustus 2019 tot en met 31 juli 2020. Overeenkomstig artikel 3 van die verordening moet elke lidstaat kennis geven van zijn voorstel voor een enkel bijenteeltprogramma voor zijn gehele grondgebied. Overeenkomstig artikel 6 van die verordening mogen de lidstaten maatregelen in hun bijenteeltprogramma’s wijzigen in de loop van het bijenteeltjaar. Het totale maximumbedrag van de geraamde jaarlijkse uitgaven mag echter niet worden overschreden. Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1368 moet worden gewijzigd om de lidstaten in staat te stellen de voor het bijenteeltjaar 2020 geplande maatregelen uit te voeren, zelfs na 31 juli 2020. Deze wijziging mag niet van invloed zijn op de betalingstermijn. Overeenkomstig artikel 55, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 dienen de bijenteeltprogramma’s te worden ontwikkeld in samenwerking met representatieve organisaties op het gebied van de bijenhouderij. Alvorens wijzigingen in de bijenteeltprogramma’s aan te vragen, dienen de lidstaten de betrokken organisaties te raadplegen.

(12)

In artikel 1, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/39 van de Commissie (7) is voor de toepassing van de in artikel 23 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde steunregeling (“de schoolregeling”) de definitie van “schooljaar” bepaald. Wegens de maatregelen die de lidstaten hebben genomen om de Covid-19-pandemie te bestrijden, waaronder de tijdelijke sluiting van onderwijsinstellingen, is de uitvoering van de schoolregeling in het schooljaar 2019/2020 verstoord. De maatregelen hebben de distributie van groenten, fruit en melk in de onderwijsinstellingen en de uitvoering van begeleidende educatieve maatregelen en publiciteits-, monitoring- en evaluatieactiviteiten tijdelijk verhinderd. Daarom is het passend te voorzien in een afwijking van artikel 1, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/39 waarbij de duur van het schooljaar 2019/2020 wordt verlengd, zodat de lidstaten de voor dat schooljaar geplande activiteiten kunnen blijven uitvoeren tot en met 30 september 2020.

(13)

In artikel 4, leden 3, 4 en 5, en artikel 5, lid 3, van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/39 is bepaald welke periode steunaanvragen voor de verstrekking en de distributie van producten en voor de begeleidende educatieve maatregelen kunnen bestrijken, en welke termijn geldt voor de indiening van de steunaanvragen en voor de betaling van de steun in het kader van de schoolregeling. Met het oog op de verlenging van het schooljaar 2019/2020 moet worden voorzien in een afwijking van artikel 4, leden 3, 4 en 5, en artikel 5, lid 3, van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/39 wat betreft de steunaanvragen voor activiteiten in het kader van de schoolregeling die plaatsvinden na 31 juli 2020, zodat deze perioden van minder dan twee weken mogen bestrijken, en moeten de termijnen voor de indiening van steunaanvragen en voor de betaling van de steun worden vastgesteld.

(14)

Artikel 7, lid 3, van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/39 bevat regels voor de herverdeling van Uniesteun waarom niet is verzocht, over de lidstaten die aan de schoolregeling deelnemen en die hebben meegedeeld meer dan hun indicatieve toewijzing te willen gebruiken. Voor de berekening van het bedrag van de indicatieve toewijzing dat aan een andere lidstaat kan worden toegewezen, moet worden uitgegaan van het niveau waarop die lidstaat de definitief toegewezen Uniesteun in het vorige schooljaar heeft benut. De afzonderingsregels die de lidstaten hebben ingevoerd om de Covid-19-pandemie te bestrijden, waaronder de tijdelijke sluiting van onderwijsinstellingen, zouden kunnen leiden tot een lagere benutting van Uniesteun in het schooljaar 2019/2020. Daarom is het passend te voorzien in een afwijking van artikel 7, lid 3, van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/39 om bij de herverdeling van Uniesteun waarom niet is verzocht, over de lidstaten die in het schooljaar 2021/2022 deelnemen aan de schoolregeling, niet uit te gaan van het benuttingsniveau van de Uniesteun in het schooljaar 2019/2020.

(15)

Aangezien onmiddellijk actie moet worden ondernomen, moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

(16)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

TITEL I

GROENTEN EN FRUIT

Artikel 1

Afwijkingen van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/892

1.   In afwijking van artikel 9, lid 3, onder b), kunnen uiterlijk op 15 februari 2020 ingediende steunaanvragen betrekking hebben op uitgaven in verband met voor het jaar 2019 geprogrammeerde, maar niet uiterlijk op 31 december 2019 uitgevoerde concrete acties indien die concrete acties wel uiterlijk op 15 augustus 2020 kunnen plaatsvinden.

2.   In afwijking van artikel 9, lid 3, onder b), kunnen uiterlijk op 15 februari 2021 in te dienen steunaanvragen betrekking hebben op uitgaven in verband met voor het jaar 2020 geprogrammeerde, maar niet uiterlijk op 31 december 2020 uitgevoerde concrete acties indien die concrete acties wel uiterlijk op 15 augustus 2021 kunnen plaatsvinden.

TITEL II

WIJN

Artikel 2

Afwijkingen van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1150

1.   In afwijking van artikel 2, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1150 kunnen de lidstaten, wanneer dat ook maar nodig is in de loop van het begrotingsjaar 2020 maar uiterlijk op 15 oktober 2020, wijzigingen aanbrengen in hun nationale steunprogramma’s voor de wijnsector als bedoeld in artikel 41, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1308/2013, met betrekking tot de in artikel 45, lid 1, onder a), en de artikelen 46 tot en met 52 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde maatregelen.

2.   In afwijking van artikel 8 van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1150 kunnen de lidstaten gedurende het begrotingsjaar 2020:

(a)

de in punt b) van dat artikel bedoelde uiterste datum voor de indiening van de aanvragen voor steun voor groen oogsten vaststellen, die moet vallen in de periode tussen 15 april en 30 juni;

(b)

ervoor kiezen geen analyse van de verwachte marktsituatie op te stellen ter rechtvaardiging van de uitvoering van het groen oogsten, als bedoeld in punt c) van dat artikel;

(c)

uiterlijk op 30 juni een termijn vaststellen voor de uitvoering van de concrete acties voor groen oogsten overeenkomstig de vereisten van artikel 47, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1308/2013, die valt na de in punt a) van dit artikel bedoelde uiterste datum voor de indiening van aanvragen voor steun voor groen oogsten. Deze termijn wordt vastgesteld vóór de normale oogsttijd op elk areaal (fase N op de schaal van Baggiolini, fase 89 op de BBCH-schaal).

TITEL III

OLIJFOLIE EN TAFELOLIJVEN

Artikel 3

Afwijkingen van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 615/2014

1.   In afwijking van artikel 2, leden 2 en 4, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 615/2014 kan de bevoegde autoriteit de wijziging van een activiteitenprogramma aanvaarden, op voorwaarde dat:

a)

de voorgestelde wijzigingen als doel hebben activiteiten uit het tweede jaar van uitvoering van het op 1 april 2018 begonnen driejarige activiteitenprogramma te wijzigen en te verschuiven naar een datum na 31 maart 2020;

b)

de betrokken activiteiten niet tijdig zijn uitgevoerd vanwege de obstakels die de Covid-19-pandemie heeft opgeworpen;

c)

de begunstigde organisatie uiterlijk op 30 juni 2020 de in artikel 5 bis van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 615/2014 bedoelde gedeeltelijke betaling van de steun aanvraagt, die overeenkomt met de activiteiten van het tweede jaar van uitvoering die vóór 1 april 2020 hebben plaatsgevonden;

d)

de Uniefinanciering van de betrokken activiteiten plaatsvindt in het kader van het tweede jaar van uitvoering, overeenkomstig artikel 5 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 615/2014.

Artikel 5, lid 4, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 615/2014 is niet van toepassing op activiteitenprogramma’s die overeenkomstig de eerste alinea, onder d), van dit artikel zijn gewijzigd.

2.   In afwijking van artikel 2, lid 6, onder a), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 615/2014 is de termijn van twee maanden niet van toepassing op de melding van wijzigingen van een activiteitenprogramma, op voorwaarde dat:

a)

de voorgestelde wijzigingen betrekking hebben op activiteiten uit het derde jaar van uitvoering van het op 1 april 2018 begonnen driejarige activiteitenprogramma;

b)

de oorspronkelijk geplande activiteit, in haar geheel of gedeeltelijk, niet kan of kon worden uitgevoerd vanwege de obstakels die de Covid-19-pandemie heeft opgeworpen;

c)

de activiteit in haar gewijzigde vorm plaatsvindt na de aanvaarding door de bevoegde autoriteit.

TITEL IV

NATIONALE BIJENTEELTPROGRAMMA’S

Artikel 4

Afwijkingen van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1368

In afwijking van artikel 6, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1368 kunnen de lidstaten hun bijenteeltprogramma’s zodanig wijzigen dat voor het bijenteeltjaar 2020 geplande maatregelen kunnen worden uitgevoerd na 31 juli 2020, maar uiterlijk op 15 september 2020. Deze maatregelen worden geacht te zijn uitgevoerd met betrekking tot het bijenteeltjaar 2020.

Zulke wijzigingen worden door de lidstaat meegedeeld aan de Commissie en worden door de Commissie goedgekeurd alvorens te worden toegepast. De verzoeken tot en de goedkeuring van zulke wijzigingen verlopen volgens de procedure van artikel 6, leden 2 en 3, van die verordening.

TITEL V

SCHOOLREGELING

Artikel 5

Afwijkingen van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/39

1.   In afwijking van artikel 1, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/39 wordt de duur van het schooljaar 2019/2020 verlengd tot en met 30 september 2020.

2.   In afwijking van artikel 4, lid 3, van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/39 kunnen steunaanvragen betreffende activiteiten met betrekking tot het schooljaar 2019/2020 die na 31 juli 2020 plaatsvinden, perioden van minder dan twee weken bestrijken.

3.   In afwijking van artikel 4, leden 4 en 5, van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/39 worden steunaanvragen betreffende activiteiten met betrekking tot het schooljaar 2019/2020 die na 31 juli 2020 plaatsvinden, uiterlijk op 30 september 2020 ingediend. Als deze termijn wordt overschreden, wordt de steun niet betaald.

4.   In afwijking van artikel 5, lid 3, van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/39 wordt de steun voor activiteiten met betrekking tot het schooljaar 2019/2020 die na 31 juli 2020 plaatsvinden, uiterlijk op 15 oktober 2020 betaald door de bevoegde autoriteiten.

5.   In afwijking van artikel 7, lid 3, eerste alinea, van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/39 is de in die alinea beschreven berekening niet van toepassing op de berekening van de definitieve toewijzing van de Uniesteun voor het schooljaar 2021/2022.

Artikel 6

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 april 2020.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) 2017/892 van de Commissie van 13 maart 2017 tot vaststelling van voorschriften voor de toepassing van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit (PB L 138 van 25.5.2017, blz. 57).

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1150 van de Commissie van 15 april 2016 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad, wat de nationale steunprogramma’s in de wijnsector betreft (PB L 190 van 15.7.2016, blz. 23).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) 2020/133 van de Commissie van 30 januari 2020 tot afwijking van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1150 van de Commissie tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad, wat de nationale steunprogramma’s in de wijnsector betreft (PB L 27 van 31.1.2020, blz. 24).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 615/2014 van de Commissie van 6 juni 2014 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de activiteitenprogramma’s ter ondersteuning van de sector olijfolie en tafelolijven (PB L 168 van 7.6.2014, blz. 95).

(6)  Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1368 van de Commissie van 6 augustus 2015 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft steun in de bijenteeltsector (PB L 211 van 8.8.2015, blz. 9).

(7)  Uitvoeringsverordening (EU) 2017/39 van de Commissie van 3 november 2016 tot vaststelling van toepassingsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft Uniesteun voor de verstrekking van groenten, fruit, bananen en melk in onderwijsinstellingen (PB L 5 van 10.1.2017, blz. 1).


4.5.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 140/46


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/601 VAN DE COMMISSIE

van 30 april 2020

betreffende noodmaatregelen tot afwijking van de artikelen 62 en 66 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de geldigheidsduur van de vergunningen voor het aanplanten van wijnstokken en het rooien in geval van vervroegde herbeplanting

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 221, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Door de huidige Covid-19-pandemie en de uitgebreide verplaatsingsbeperkingen die in de lidstaten zijn ingevoerd, ondervinden de wijnbouwers in alle lidstaten uitzonderlijke moeilijkheden. De wijnbouwers hebben met name te kampen met logistieke problemen en een tekort aan arbeidskrachten, wat een grote invloed heeft op zeer arbeidsintensieve teelten zoals die van wijnstokken, waarvoor in de wijngaard zeer veel werkzaamheden handmatig moeten worden verricht tijdens het hele groeiseizoen en vooral in het voorjaar, wanneer normaal gesproken de nieuwe wijnstokken worden aangeplant. Door de huidige beperkingen ondervinden de wijnbouwers ongeziene moeilijkheden bij het vinden van de nodige arbeidskrachten voor de dagelijkse werkzaamheden in hun wijngaarden, en de situatie is nog erger als het erom gaat de nodige extra arbeidskrachten in te zetten voor de aanplant van nieuwe wijngaarden.

(2)

In artikel 62, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 is bepaald dat de vergunningen voor het aanplanten van wijnstokken drie jaar geldig zijn vanaf de datum waarop zij zijn verleend. Overeenkomstig artikel 7, lid 2, tweede alinea, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/274 van de Commissie (2) moeten de aanplantvergunningen uiterlijk op 1 augustus aan de succesvolle aanvragers worden verleend. Hierdoor kunnen de wijnbouwers de grond in het najaar klaarmaken en de nieuwe wijnstokken aanschaffen, die dan normaal gesproken in het voorjaar worden aangeplant. Voor de aanplant van wijnstokken is het voorjaar het gunstigste seizoen want door de stijgende temperatuur en de komst van de zomer droogt de bodem geleidelijk uit, zodat dan aangeplante planten daaronder te lijden hebben en mogelijk geen wortels aanmaken.

(3)

Wegens de door de Covid-19-pandemie veroorzaakte crisis worden wijnbouwers die in het bezit zijn van een aanplantvergunning die uiterlijk op 1 augustus 2020 afloopt, momenteel verhinderd om die vergunning, zoals gepland, in het laatste jaar van haar geldigheidsduur te gebruiken. Door de onzekerheid over de duur van de maatregelen om de pandemie te bestrijden, is het niet zeker dat die wijnbouwers de gelegenheid zullen hebben om vóór 1 augustus van hun aanplantvergunning gebruik te maken. Maar zelfs als de Covid-19-pandemie een positieve wending neemt en de beperkingen vóór de zomer worden opgeheven, zullen de wijnbouwers de wijnstokken tijdens het hete seizoen en dus op een minder geschikt moment van de teeltcyclus moeten aanplanten, onder moeilijke omstandigheden en met extra kosten, en dit alles op een ogenblik waarop de wijnsector reeds met ongunstige marktomstandigheden te kampen heeft.

(4)

Bijgevolg moet, om het verlies van de aanplantvergunning of een snelle verslechtering van de omstandigheden waaronder de aanplant moet plaatsvinden, te voorkomen, onverwijld worden toegestaan dat de geldigheidsduur van de in het jaar 2020 aflopende aanplantvergunningen wordt verlengd. De geldigheidsduur van alle in 2020 aflopende vergunningen moet dan ook worden verlengd met twaalf maanden met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening, om de wijnbouwers in staat te stellen de wijnstokken in gunstige omstandigheden te planten in het voorjaar 2021.

(5)

Wegens de onvoorziene praktische en economische moeilijkheden die wijnbouwers als gevolg van de Covid-19-pandemie ondervinden, moet het hun, als zij hun wijnbouwareaal niet langer willen uitbreiden, worden toegestaan om afstand van hun in het jaar 2020 aflopende aanplantvergunning te doen zonder dat hun een administratieve sanctie als bedoeld in artikel 89, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad (3), wordt opgelegd.

(6)

Voor wijnbouwers die in het bezit zijn van een door de lidstaten verleende herbeplantingsvergunning omdat zij overeenkomstig artikel 66, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 een overeenkomstig wijnbouwareaal hebben gerooid, dient de bij deze verordening verleende afwijking op dezelfde wijze te worden toegepast als voor telers die een vergunning voor nieuwe aanplant hebben gekregen. Dit zou garanderen dat de wijnbouwers geen vermindering van hun wijnbouwareaal opgelegd krijgen, aangezien zij het gerooide areaal niet opnieuw kunnen aanplanten door onvoorziene omstandigheden en een tekort aan arbeidskrachten als gevolg van de verplaatsingsbeperkingen in het kader van de door de Covid-19-pandemie veroorzaakte crisis.

(7)

In die gevallen waarin de lidstaten een herbeplantingsvergunning hebben verleend aan wijnbouwers die zich ertoe verbonden hadden een met wijnstokken beplante oppervlakte uiterlijk aan het einde van het vierde jaar vanaf de datum waarop de nieuwe wijnstokken waren aangeplant, te rooien, kunnen de wijnbouwers in het jaar 2020 wegens de verplaatsingsbeperkingen en een tekort aan arbeidskrachten specifieke problemen ondervinden om die rooiing uit te voeren. Als die wijnbouwers dan ook kunnen aantonen dat zij in het jaar 2020 niet konden rooien om redenen die met de Covid-19-pandemie verband houden, moeten de lidstaten de mogelijkheid hebben om hun meer tijd voor de rooiing te geven door de termijn daarvoor te verlengen met hoogstens twaalf maanden na de inwerkingtreding van deze verordening. De lidstaten moeten binnen twee maanden na de indiening van een aanvraag besluiten of de verlenging wordt toegekend en voor welke duur of, in geval van afwijzing, de aanvrager in kennis stellen van de redenen daarvoor. Als de rooiing aan het einde van de toegekende verlenging niet is verricht, moeten voor de wijnbouwer de respectieve sancties gelden die van toepassing zijn op grond van artikel 5, tweede alinea, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 2018/273 van de Commissie (4).

(8)

Wanneer wijnbouwers het rooien van een wijngaard waarvoor lidstaten vervroegde herbeplanting hadden toegestaan, mogen uitstellen, mogen zowel de oude te rooien wijngaard als de nieuw aangeplante wijngaard niet voor steun voor groen oogsten in aanmerking komen om dubbele financiering te voorkomen.

(9)

De ingestelde verplaatsingsbeperkingen en, als gevolg daarvan, de logistieke problemen en het tekort aan arbeidskrachten voor het verrichten van handmatige werkzaamheden in de wijngaard, in het bijzonder voor het aanplanten van wijnstokken en het rooien, vormen een specifiek probleem in de zin van artikel 221 van Verordening (EU) nr. 1308/2013. Dit specifieke probleem kan niet worden opgelost door maatregelen te nemen op grond van artikel 219 of 220 van die verordening. Enerzijds is het niet gekoppeld aan een reeds bestaande marktverstoring of aan een voldoende specifieke dreiging van marktverstoring. Anderzijds houdt dit specifieke probleem evenmin verband met maatregelen ter bestrijding van de verspreiding van dierziekten of met verlies van vertrouwen bij de consument als gevolg van risico’s voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, zoals vereist in artikel 220 van de verordening.

(10)

De maatregel moet strikt worden beperkt tot wat nodig is om de huidige moeilijkheden als gevolg van de Covid-19-pandemie te verhelpen, zowel wat het toepassingsgebied als de toepassingsperiode betreft.

(11)

De maatregelen moeten dringend worden genomen om te voorkomen dat wijnproducenten hun aanplantvergunningen worden ontnomen of worden bestraft omdat zij hun verplichting tot het rooien van het toegezegde areaal niet zijn nagekomen wegens de onvoorziene logistieke problemen en het tekort aan arbeidskrachten.

(12)

De in deze verordening vervatte noodmaatregelen moeten worden beperkt tot een periode van hoogstens twaalf maanden, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening. Deze periode is nodig om de wijnbouwers voldoende tijd te geven voor de aanplant van nieuwe wijnstokken in het geschikte seizoen en om de lidstaten enige flexibiliteit te bieden in de gevallen waarin rooiing niet mogelijk is door de Covid-19-pandemie.

(13)

Aangezien het noodzakelijk is onmiddellijk actie te ondernemen, moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

(14)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verlenging van de geldigheidsduur van de aanplanten herbeplantingsvergunningen die in het jaar 2020 aflopen

1.   In afwijking van artikel 62, lid 3, eerste zin, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 loopt de geldigheidsduur van de overeenkomstig de artikelen 62 en 64 van die verordening verleende vergunningen voor nieuwe aanplant die in het jaar 2020 zijn verstreken of zullen verstrijken, slechts af twaalf maanden na de inwerkingtreding van deze verordening.

2.   In afwijking van artikel 62, lid 3, tweede zin, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 wordt aan wijnbouwers die in het bezit zijn van aanplantvergunningen die in het jaar 2020 zijn verstreken of zullen verstrijken, geen administratieve sanctie als bedoeld in artikel 89, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 opgelegd, op voorwaarde dat zij de bevoegde autoriteiten uiterlijk op 31 december 2020 ervan in kennis stellen dat zij niet van plan zijn om hun vergunning te gebruiken en dat zij geen gebruik wensen te maken van de in lid 1 van dit artikel bedoelde verlenging van de geldigheidsduur ervan.

3.   In afwijking van artikel 62, lid 3, eerste zin, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 loopt de geldigheidsduur van de overeenkomstig artikel 62 en artikel 66, lid 1, van die verordening verleende herbeplantingsvergunningen die in het jaar 2020 zijn verstreken of zullen verstrijken, slechts af twaalf maanden na de inwerkingtreding van deze verordening.

4.   In afwijking van artikel 62, lid 3, tweede zin, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 wordt aan wijnbouwers die in het bezit zijn van herbeplantingsvergunningen die in het jaar 2020 zijn verstreken of zullen verstrijken, geen administratieve sanctie als bedoeld in artikel 89, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 opgelegd, op voorwaarde dat zij de bevoegde autoriteiten uiterlijk op 31 december 2020 ervan in kennis stellen dat zij niet van plan zijn om hun vergunning te gebruiken en dat zij geen gebruik wensen te maken van de in lid 3 van dit artikel bedoelde verlenging van de geldigheidsduur ervan.

Artikel 2

Verlenging van de termijn voor het rooien in geval van vervroegde herbeplanting van wijngaarden

1.   In afwijking van artikel 66, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 kunnen lidstaten, wanneer zij wijnbouwers vergunningen voor vervroegde herbeplanting hebben verleend en de rooiing uiterlijk in het jaar 2020 moet plaatsvinden, in de gevallen waarin niet kon worden gerooid als gevolg van de Covid-19-pandemie, op naar behoren gemotiveerde aanvraag van de wijnbouwer de termijn voor het rooien verlengen met hoogstens twaalf maanden na de inwerkingtreding van deze verordening.

2.   De lidstaten stellen de aanvrager in kennis binnen twee maanden na de indiening van de aanvraag voor de in lid 1 bedoelde verlenging van de termijn voor het rooien en, wanneer aanvragen worden geweigerd, worden de aanvragers in kennis gesteld van de redenen daarvoor.

3.   Artikel 5, tweede alinea, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/273 is van toepassing indien de wijnbouwer niet heeft gerooid aan het einde van de overeenkomstig de leden 1 en 2 toegekende verlenging.

4.   Wijnbouwers die gebruikmaken van de in lid 1 bedoelde verlenging, komen niet voor de in artikel 47 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde steun voor groen oogsten in aanmerking, noch op het nieuw aangeplante areaal, noch op het te rooien areaal.

Artikel 3

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is van toepassing gedurende een periode van twaalf maanden vanaf de datum van inwerkingtreding.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 april 2020.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) 2018/274 van de Commissie van 11 december 2017 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het vergunningenstelsel voor het aanplanten van wijnstokken, certificering, het in- en uitslagregister, verplichte opgaven en meldingen, en voor Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de toepasselijke controles, en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/561 van de Commissie (PB L 58 van 28.2.2018, blz. 60).

(3)  Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549).

(4)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/273 van de Commissie van 11 december 2017 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het vergunningenstelsel voor het aanplanten van wijnstokken, het wijnbouwkadaster, begeleidende documenten en certificering, het in- en uitslagregister, de verplichte opgaven, meldingen en de bekendmaking van meegedeelde informatie, tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de toepasselijke controles en sancties, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 555/2008, (EG) nr. 606/2009 en (EG) nr. 607/2009 van de Commissie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 436/2009 van de Commissie en Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/560 van de Commissie (PB L 58 van 28.2.2018, blz. 1).