ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 92

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

63e jaargang
26 maart 2020


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/442 van de Commissie van 17 december 2019 tot rectificatie van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 tot aanvulling van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) ( 1 )

1

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2020/443 van de Commissie van 25 maart 2020 tot goedkeuring van de wijziging van de specificaties van het nieuwe voedingsmiddel spermidinerijk tarwekiemextract (Triticum aestivum) krachtens Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie ( 1 )

7

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2020/444 van de Commissie van 25 maart 2020 tot ongeldigverklaring van de facturen die door Wuxi Suntech Power Co. Ltd zijn afgegeven onder schending van de verbintenis die is ingetrokken bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1570

10

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst.

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

26.3.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 92/1


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2020/442 VAN DE COMMISSIE

van 17 december 2019

tot rectificatie van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 tot aanvulling van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (1), en met name artikel 111, lid 1, onder a) en c),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij de wijzigingen van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/981 van de Commissie (2) in artikel 84, lid 4, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 van de Commissie (3) is de doorkijkbenadering uitgebreid tot met een verzekerings- of herverzekeringsonderneming verbonden ondernemingen die aan bepaalde voorwaarden voldoen. Door een foutieve verwijzing naar artikel 84, lid 1, van die verordening in lid 4 van dat artikel worden bepaalde instellingen voor collectieve beleggingen of als fondsen verpakte beleggingen die ook met een verzekerings- of herverzekeringsonderneming verbonden ondernemingen zijn, vrijgesteld van de doorkijkbenadering. Instellingen voor collectieve beleggingen of als fondsen verpakte beleggingen moeten echter standaard onderworpen zijn aan de doorkijkbenadering.

(2)

De afdeling “Risicogewichten voor overstromingsrisico” van bijlage X bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 bevat de standaardparameters voor de berekening van het kernsolvabiliteitskapitaalvereiste voor overstromingsrisico. Om het solvabiliteitskapitaalvereiste voor overstromingsrisico voor de regio Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland te kunnen berekenen, moet de tabel één rij hebben voor elk van de 124 risicozones van deze regio.

(3)

Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen moeten te allen tijde hun kapitaalvereiste voor overstromingsrisico kunnen berekenen. Met het oog hierop en om te vermijden dat kapitaalvereisten met betrekking tot investeringen in instellingen voor collectieve beleggingen het daadwerkelijke risico waaraan verzekerings- en herverzekeringsondernemingen zijn blootgesteld, onderschatten, moet deze verordening van toepassing zijn vanaf de datum van inwerkingtreding van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/981.

(4)

Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 moet derhalve dienovereenkomstig worden gerectificeerd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 wordt als volgt gerectificeerd:

1)

In artikel 84, lid 4, wordt de aanhef vervangen door:

“Lid 2 is niet van toepassing op beleggingen in verbonden ondernemingen, andere dan beleggingen waarvoor aan alle volgende voorwaarden is voldaan:”.

2)

In bijlage X wordt de tabel in de afdeling “Risicogewichten voor overstromingsrisico” vervangen door de tabel in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 8 juli 2019.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 17 december 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1.

(2)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/981 van de Commissie van 8 maart 2019 tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 van de Commissie tot aanvulling van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PB L 161 van 18.6.2019, blz. 1).

(3)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 van de Commissie van 10 oktober 2014 tot aanvulling van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toegang tot en de uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PB L 12 van 17.1.2015, blz. 1).


BIJLAGE

In bijlage X wordt de afdeling “Risicogewichten voor overstromingsrisico” vervangen door:

Risicogewichten voor overstromingsrisico

Zone/Regio

AT

BE

BG

CH

CZ

DE

FR

IT

HU

PL

RO

SI

SK

UK

1

0,1

0,3

1,3

2,0

0,6

1,5

1,9

8,0

0,6

0,4

1,3

1,3

1,5

1,3

2

0,1

1,0

2,8

1,8

1,6

0,8

1,1

2,4

4,2

0,1

2,0

1,2

1,0

0,5

3

0,5

0,5

0,0

1,8

0,5

0,5

1,1

1,2

4,9

0,1

1,3

0,8

0,8

1,5

4

0,0

3,5

2,6

1,8

0,4

1,5

0,5

0,8

0,5

1,7

2,6

2,7

3,8

7,8

5

0,9

3,8

0,2

1,8

0,9

2,5

0,3

1,6

0,3

0,8

2,0

0,6

0,2

10,5

6

4,0

0,5

0,1

3,3

1,5

1,3

0,2

2,0

0,1

0,7

0,7

1,1

0,3

5,8

7

0,4

0,5

0,1

1,3

1,4

0,5

0,7

4,8

0,3

2,4

0,7

1,8

1,5

1,3

8

0,2

1,0

0,5

1,3

1,6

0,3

1,3

0,0

1,0

1,0

11,9

1,5

1,5

3,3

9

0,5

2,8

0,3

4,2

1,7

1,0

0,6

0,0

1,2

0,8

0,7

0,9

1,5

1,3

10

1,0

 

0,8

3,0

0,5

1,3

1,3

0,0

3,4

2,5

0,7

0,1

0,0

2,3

11

0,2

 

0,1

3,0

1,1

1,8

1,4

4,8

0,8

1,0

2,0

1,7

0,0

6,0

12

0,3

 

0,7

3,0

1,6

2,0

0,4

0,0

0,1

2,0

3,3

 

0,0

0,0

13

0,3

 

0,4

1,5

1,6

0,8

6,1

2,4

0,2

2,6

2,0

 

0,5

4,3

14

0,5

 

0,2

3,8

1,5

0,8

1,1

0,4

1,4

2,2

2,0

 

0,0

2,8

15

0,9

 

0,2

4,5

2,7

0,3

0,3

2,0

3,2

1,2

1,3

 

0,2

7,0

16

0,4

 

0,0

1,3

2,5

0,3

1,1

2,4

2,3

0,0

2,0

 

2,1

2,0

17

1,4

 

0,1

2,8

4,5

1,3

2,2

0,0

0,4

1,8

3,3

 

1,1

1,5

18

2,6

 

2,5

1,8

1,1

2,3

1,3

0,8

0,6

1,3

4,0

 

1,3

1,5

19

3,6

 

0,8

2,5

1,8

4,5

0,4

0,8

4,9

1,4

3,3

 

0,9

2,0

20

2,2

 

0,9

2,0

2,3

2,0

0,0

0,0

4,8

1,8

0,7

 

0,3

2,8

21

0,5

 

7,5

2,0

1,7

0,8

1,6

3,2

3,1

0,0

0,7

 

2,8

3,0

22

1,6

 

4,2

5,0

1,5

0,3

0,3

0,0

2,8

1,3

3,3

 

2,7

2,5

23

1,0

 

0,8

1,5

1,6

0,5

0,3

1,6

0,3

0,7

4,6

 

0,1

3,3

24

3,6

 

0,8

3,3

2,1

2,0

1,0

1,6

4,0

1,4

2,0

 

0,0

1,3

25

1,8

 

7,5

1,5

2,0

2,3

0,7

3,2

 

3,1

3,3

 

 

4,0

26

0,8

 

5,8

1,8

2,2

2,5

1,1

1,6

 

0,2

2,0

 

 

5,5

27

2,0

 

3,3

 

3,1

4,3

1,2

3,2

 

0,8

1,3

 

 

8,5

28

2,4

 

2,5

 

1,1

2,8

0,5

3,2

 

3,6

2,0

 

 

3,0

29

0,7

 

3,3

 

2,9

2,3

0,3

0,0

 

5,9

4,0

 

 

1,3

30

4,4

 

 

 

1,7

0,8

3,0

0,8

 

0,8

0,7

 

 

1,3

31

2,0

 

 

 

1,3

0,3

1,6

4,8

 

0,6

3,3

 

 

2,0

32

3,3

 

 

 

1,1

1,8

1,3

4,8

 

0,1

2,6

 

 

2,5

33

0,9

 

 

 

2,0

1,0

2,8

1,6

 

5,9

1,3

 

 

0,3

34

4,6

 

 

 

2,2

0,3

1,7

2,4

 

9,8

1,3

 

 

3,5

35

1,5

 

 

 

1,4

3,0

0,7

0,0

 

7,3

4,6

 

 

3,0

36

0,3

 

 

 

1,8

2,3

0,7

2,4

 

0,5

2,0

 

 

2,8

37

0,4

 

 

 

2,6

2,5

2,0

1,2

 

2,2

7,9

 

 

2,8

38

4,4

 

 

 

2,6

3,3

1,4

6,4

 

7,3

2,0

 

 

3,3

39

1,2

 

 

 

0,8

1,0

1,7

2,4

 

10,6

1,3

 

 

3,5

40

0,4

 

 

 

1,0

0,8

1,7

1,2

 

5,4

2,6

 

 

1,8

41

0,2

 

 

 

3,9

0,3

1,4

6,4

 

0,0

1,3

 

 

2,5

42

0,3

 

 

 

4,2

0,3

0,7

1,2

 

0,7

 

 

 

0,0

43

0,1

 

 

 

1,2

2,0

0,4

0,8

 

1,7

 

 

 

3,0

44

0,2

 

 

 

1,5

3,8

1,9

0,8

 

3,1

 

 

 

7,5

45

0,6

 

 

 

0,8

3,5

1,7

1,6

 

0,3

 

 

 

2,8

46

0,1

 

 

 

1,1

2,0

0,8

4,8

 

2,8

 

 

 

1,0

47

0,1

 

 

 

0,7

4,5

2,3

3,2

 

1,1

 

 

 

19,5

48

1,5

 

 

 

3,6

2,5

0,2

0,4

 

5,6

 

 

 

0,5

49

0,1

 

 

 

2,1

0,3

2,5

1,6

 

2,2

 

 

 

3,0

50

2,4

 

 

 

1,9

3,3

0,9

3,6

 

3,0

 

 

 

5,8

51

2,8

 

 

 

1,0

2,0

1,1

0,8

 

1,1

 

 

 

3,3

52

0,4

 

 

 

2,2

4,3

0,6

3,2

 

2,1

 

 

 

0,0

53

0,3

 

 

 

1,2

6,0

0,4

0,4

 

0,3

 

 

 

2,0

54

0,0

 

 

 

2,8

0,3

1,0

0,0

 

0,1

 

 

 

2,5

55

0,1

 

 

 

3,5

1,0

1,2

0,8

 

0,2

 

 

 

0,0

56

0,1

 

 

 

1,9

0,8

0,7

4,8

 

4,9

 

 

 

4,0

57

0,1

 

 

 

4,8

1,5

1,0

0,0

 

4,9

 

 

 

3,8

58

0,3

 

 

 

3,3

0,3

1,3

0,0

 

2,3

 

 

 

1,0

59

0,9

 

 

 

2,4

3,8

0,9

0,8

 

4,6

 

 

 

1,8

60

0,1

 

 

 

 

1,3

1,0

0,0

 

7,0

 

 

 

2,0

61

0,1

 

 

 

 

3,3

0,5

0,4

 

0,1

 

 

 

10,0

62

0,1

 

 

 

 

2,3

0,8

0,8

 

0,9

 

 

 

13,3

63

0,1

 

 

 

 

4,0

0,7

0,0

 

0,9

 

 

 

2,8

64

0,4

 

 

 

 

3,0

0,9

0,8

 

1,7

 

 

 

2,8

65

1,1

 

 

 

 

1,5

1,2

4,0

 

3,0

 

 

 

0,8

66

0,5

 

 

 

 

0,5

0,8

1,6

 

0,1

 

 

 

8,5

67

0,9

 

 

 

 

0,3

4,3

2,4

 

2,9

 

 

 

1,0

68

0,0

 

 

 

 

1,5

2,9

3,2

 

4,6

 

 

 

6,0

69

0,0

 

 

 

 

0,5

1,6

1,2

 

4,6

 

 

 

4,3

70

0,0

 

 

 

 

1,3

1,5

0,8

 

8,8

 

 

 

3,3

71

0,0

 

 

 

 

0,8

1,9

0,0

 

1,9

 

 

 

2,0

72

0,0

 

 

 

 

3,5

1,4

1,6

 

1,2

 

 

 

2,0

73

0,0

 

 

 

 

1,0

0,9

1,2

 

2,2

 

 

 

2,0

74

0,0

 

 

 

 

0,5

0,5

3,2

 

1,6

 

 

 

6,8

75

0,0

 

 

 

 

1,0

6,2

6,4

 

8,8

 

 

 

1,5

76

0,0

 

 

 

 

0,8

1,1

1,2

 

0,1

 

 

 

4,5

77

0,1

 

 

 

 

0,5

1,3

2,4

 

0,3

 

 

 

1,3

78

 

 

 

 

 

1,0

1,2

1,6

 

0,6

 

 

 

2,0

79

 

 

 

 

 

3,0

0,7

1,6

 

1,6

 

 

 

3,8

80

 

 

 

 

 

2,3

0,8

0,8

 

1,5

 

 

 

2,5

81

 

 

 

 

 

2,3

0,5

1,2

 

0,1

 

 

 

2,8

82

 

 

 

 

 

3,0

2,5

0,0

 

12,6

 

 

 

2,0

83

 

 

 

 

 

1,3

0,7

0,0

 

3,9

 

 

 

5,5

84

 

 

 

 

 

0,5

2,7

3,2

 

0,1

 

 

 

0,8

85

 

 

 

 

 

1,3

2,0

0,0

 

0,8

 

 

 

1,3

86

 

 

 

 

 

0,3

0,8

0,8

 

2,1

 

 

 

2,5

87

 

 

 

 

 

1,0

0,3

1,2

 

0,9

 

 

 

2,0

88

 

 

 

 

 

0,8

0,6

0,8

 

2,4

 

 

 

2,8

89

 

 

 

 

 

1,5

0,9

1,6

 

1,9

 

 

 

1,5

90

 

 

 

 

 

2,3

0,8

0,0

 

0,1

 

 

 

4,5

91

 

 

 

 

 

0,5

1,0

0,0

 

0,2

 

 

 

6,5

92

 

 

 

 

 

2,5

6,1

1,2

 

0,1

 

 

 

1,5

93

 

 

 

 

 

5,0

1,4

 

 

0,2

 

 

 

1,5

94

 

 

 

 

 

0,8

5,0

 

 

0,1

 

 

 

3,5

95

 

 

 

 

 

2,0

1,1

 

 

1,2

 

 

 

2,8

96

 

 

 

 

 

 

 

 

 

0,8

 

 

 

1,0

97

 

 

 

 

 

 

 

 

 

0,8

 

 

 

2,5

98

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1,3

 

 

 

1,8

99

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2,1

 

 

 

2,0

100

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1,0

101

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1,5

102

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1,0

103

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1,5

104

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3,5

105

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3,0

106

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

13,3

107

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1,0

108

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3,0

109

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3,8

110

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

0,8

111

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3,8

112

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2,8

113

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1,5

114

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1,3

115

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

6,8

116

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

0,3

117

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

0,3

118

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

5,0

119

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3,8

120

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3,5

121

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2,0

122

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2,3

123

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2,3

124

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

0,5”


26.3.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 92/7


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/443 VAN DE COMMISSIE

van 25 maart 2020

tot goedkeuring van de wijziging van de specificaties van het nieuwe voedingsmiddel spermidinerijk tarwekiemextract (Triticum aestivum) krachtens Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende nieuwe voedingsmiddelen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1852/2001 van de Commissie (1), en met name artikel 12,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) 2015/2283 is vastgesteld dat alleen nieuwe voedingsmiddelen die zijn toegelaten en in de Unielijst zijn opgenomen, in de Unie in de handel mogen worden gebracht.

(2)

Overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU) 2015/2283 is Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie (2) vastgesteld met een Unielijst van toegelaten nieuwe voedingsmiddelen.

(3)

Krachtens artikel 12 van Verordening (EU) 2015/2283 moet de Commissie beslissen over de toelating en het in de Unie in de handel brengen van een nieuw voedingsmiddel en over de bijwerking van de Unielijst.

(4)

Op 6 december 2017 heeft de onderneming TLL The Longevity Labs GmbH (“de aanvrager”) krachtens artikel 5 van Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad (3) de Commissie in kennis gesteld van haar voornemen om spermidinerijk tarwekiemextract (Triticum aestivum) als nieuw voedselingrediënt in de handel te brengen. Bijgevolg werd spermidinerijk tarwekiemextract opgenomen in de Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen.

(5)

Op 6 augustus 2019 heeft de aanvrager bij de Commissie een verzoek ingediend tot wijziging van de specificaties van spermidinerijk tarwekiemextract overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EU) 2015/2283. De aanvrager verzocht het huidige cadaverinegehalte van < 0,1 μg/g te verhogen tot ≤ 16,0 μg/g.

(6)

De aanvrager motiveerde het verzoek door aan te geven dat de wijziging noodzakelijk is om rekening te houden met de natuurlijke cadaverinegehalten die analytisch kunnen worden waargenomen in tarwekiemen van de Triticum aestivum en die kunnen oplopen tot ≤ 16,0 μg/g. Het huidige toegestane gehalte van < 0,1 μg/g cadaverine in spermidinerijk tarwekiemextract is de met de analytische methode waargenomen grenswaarde die de aanvrager per vergissing in de oorspronkelijke kennisgeving had opgenomen als de specificatiegrenswaarde voor cadaverine en die vervolgens in de specificaties van dit nieuwe voedingsmiddel in de Unielijst werd opgenomen.

(7)

Cadaverine is een diamine die net zoals histamine, tyramine en putrescine behoort tot de klasse van de biogene aminen en is een natuurlijk product van het bacteriële metabolisme van eiwitten.

(8)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft de gezondheidsrisico’s van biogene aminen in 2011 geëvalueerd (4). Zij heeft in haar wetenschappelijk advies opgemerkt dat uit analytische informatie en voedselconsumptiegegevens van de lidstaten is gebleken dat de cadaverinegehalten in een aantal levensmiddelen (alcoholhoudende dranken, specerijen, vis en visproducten, vlees, zuivelproducten, groenten en plantaardige producten) oplopen tot gemiddeld 184 mg/kg levensmiddel, waardoor de dagelijkse inname van cadaverine tot 116,1 mg bedraagt.

(9)

Aangezien de voorgestelde maximumgehalten van cadaverine in het nieuwe voedingsmiddel en de daaruit voortvloeiende inname onder de toegestane gebruiksomstandigheden van het nieuwe voedingsmiddel ten minste drie grootteordes lager zullen zijn dan de cadaverinegehalten die via een normaal voedingspatroon worden ingenomen, is de Commissie van mening dat de voorgestelde wijzigingen van de cadaverinegehalten in de specificaties van spermidinerijk tarwekiemextract geen gevolgen hebben voor de veiligheidsoverwegingen waarop de toelating van dit nieuwe voedingsmiddel werd gebaseerd, en dat een veiligheidsbeoordeling van de huidige aanvraag door de EFSA overeenkomstig artikel 10, lid 3, van Verordening (EU) 2015/2283 niet nodig is. Het is daarom wenselijk de specificaties van het nieuwe voedingsmiddel spermidinerijk tarwekiemextract aan te passen naar het door de aanvrager gevraagde cadaverinegehalte.

(10)

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(11)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De vermelding in de Unielijst van toegelaten nieuwe voedingsmiddelen zoals bedoeld in artikel 6 van Verordening (EU) 2015/2283 en opgenomen in Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 die betrekking heeft op het nieuwe voedingsmiddel spermidinerijk tarwekiemextract (Triticum aestivum) wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 25 maart 2020.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 327 van 11.12.2015, blz. 1.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie van 20 december 2017 tot vaststelling van de Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen overeenkomstig Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad betreffende nieuwe voedingsmiddelen (PB L 351 van 30.12.2017, blz. 72).

(3)  Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 1997 betreffende nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedselingrediënten (PB L 43 van 14.2.1997, blz. 1).

(4)  EFSA Journal 2011;9(10):2393.


BIJLAGE

In de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 wordt de vermelding voor spermidinerijk tarwekiemextract (Triticum aestivum) in tabel 2 (Specificaties) vervangen door:

Toegelaten nieuw voedingsmiddel

Specificaties

Spermidinerijk tarwekiemextract (Triticum aestivum)

Omschrijving/definitie:

spermidinerijk tarwekiemextract wordt verkregen uit niet-gefermenteerde, niet-ontkiemde tarwekiemen (Triticum aestivum) door een proces van vast-vloeibare extractie dat specifiek maar niet uitsluitend op polyamines is gericht.

Spermidine: (N-(3-aminopropyl)butaan-1,4-diamine): 0,8-2,4 mg/g

Spermine: 0,4-1,2 mg/g

Spermidinetrichloride: < 0,1 μg/g

Putrescine: < 0,3 mg/g

Cadaverine: ≤ 16,0 μg/kg

Mycotoxinen:

Aflatoxinen (totaal): < 0,4 μg/kg

Microbiologische criteria:

Totaal aerobe bacteriën: < 10 000 kve/g

Gisten en schimmels: < 100 kve/g

Escherichia coli: < 10 kve/g

Salmonella: afwezig/25 g

Listeria monocytogenes: afwezig/25 g”


26.3.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 92/10


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/444 VAN DE COMMISSIE

van 25 maart 2020

tot ongeldigverklaring van de facturen die door Wuxi Suntech Power Co. Ltd zijn afgegeven onder schending van de verbintenis die is ingetrokken bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1570

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1), en met name de artikelen 8 en 14,

Gezien Verordening (EU) 2016/1037 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (2), en met name de artikelen 13 en 24,

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1238/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot instelling van definitieve antidumpingrechten op fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen), van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China (3), en met name artikel 3,

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1239/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot instelling van een definitief compenserend recht op de invoer van fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen), van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China (4), en met name artikel 2,

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) 2017/366 van de Commissie van 1 maart 2017 tot instelling van definitieve compenserende rechten op fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen) van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen in de zin van artikel 18, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1037 van het Europees Parlement en de Raad en tot beëindiging van het gedeeltelijke tussentijdse nieuwe onderzoek in de zin van artikel 19, lid 3, van Verordening (EU) 2016/1037 (5),

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) 2017/367 van de Commissie van 1 maart 2017 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen) van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek in de zin van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad en tot beëindiging van het gedeeltelijke tussentijdse nieuwe onderzoek in de zin van artikel 11, lid 3, van Verordening (EU) 2016/1036 (6),

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1570 van de Commissie van 15 september 2017 tot wijziging van de Uitvoeringsverordeningen (EU) 2017/366 en (EU) 2017/367 tot instelling van definitieve compenserende en antidumpingrechten op fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen) van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China, en tot intrekking van Uitvoeringsbesluit 2013/707/EU tot bevestiging van de aanvaarding van een verbintenis die is aangeboden in het kader van de antidumping- en de antisubsidieprocedure betreffende de invoer van fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen) van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China voor de periode waarin de definitieve maatregelen worden toegepast (7),

Overwegende hetgeen volgt:

A.   VERBINTENIS EN ANDERE MAATREGELEN

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1238/2013 heeft de Raad een definitief antidumpingrecht ingesteld op modules en cellen (“het betrokken product”) van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China (de “VRC”) die in de Unie worden ingevoerd. Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1239/2013 heeft de Raad eveneens een definitief compenserend recht ingesteld op het betrokken product dat in de Unie wordt ingevoerd.

(2)

De Chinese Kamer van Koophandel voor de in- en uitvoer van machines en elektronische producten (“de CCCME”, China Chamber of Commerce for Import and Export of Machinery and Electronic Products) heeft namens een groep producenten-exporteurs en hun verbonden partijen een prijsverbintenis bij de Commissie ingediend. Bij Besluit 2013/423/EU (8) heeft de Commissie deze prijsverbintenis met betrekking tot het voorlopige antidumpingrecht aanvaard. Naar aanleiding van de kennisgeving van een gewijzigde versie van de door een groep producenten-exporteurs en de CCCME aangeboden prijsverbintenis heeft de Commissie bij Uitvoeringsbesluit 2013/707/EU van 4 december 2013 (9) de aanvaarding van de gewijzigde prijsverbintenis bevestigd voor de periode waarin de definitieve antidumpingmaatregelen en definitieve compenserende maatregelen worden toegepast (“de prijsverbintenis”). De verbintenis werd onder meer aanvaard voor Wuxi Suntech Power Co. Ltd, met de aanvullende Taric-code B796 (“Wuxi Suntech”).

(3)

Tevens heeft de Commissie een besluit ter verduidelijking van de uitvoering van de verbintenis aangenomen (10), alsmede 15 verordeningen tot intrekking van de aanvaarding van de verbintenis voor diverse producenten-exporteurs en, in voorkomend geval, tot ongeldigverklaring van verbintenisfacturen (11).

(4)

Bij de Uitvoeringsverordeningen (EU) 2016/185 (12) en (EU) 2016/184 (13) heeft de Commissie de definitieve antidumping- en compenserende rechten op fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen), van oorsprong uit of verzonden uit de VRC, uitgebreid tot fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen) verzonden uit Maleisië en Taiwan, met uitzondering van een aantal werkelijke producenten.

(5)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/367 (“de NOVM-antidumpingverordening”) heeft de Commissie het definitieve antidumpingrecht op fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen) van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, en met beëindiging van het gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek op grond van artikel 11, lid 3, van Verordening (EU) 2016/1036 (“de antidumpingbasisverordening”), verlengd.

(6)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/366 (“de NOVM-antisubsidieverordening”) heeft de Commissie het definitieve compenserende recht op fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen) van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 18, lid 2, en met beëindiging van het gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek op grond van artikel 19, lid 3, van Verordening (EU) 2016/1037 (“de antisubsidiebasisverordening”), verlengd.

(7)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1570 (“de intrekkingsverordening”) heeft de Commissie de verbintenis ingetrokken.

(8)

Bij de berichten 2018/C 310/06 (14) en 2018/C 310/07 (15) heeft de Commissie meegedeeld dat het antidumpingrecht en het compenserend recht op fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen) van oorsprong uit of verzonden uit de VRC op 3 september 2018 zijn vervallen.

B.   BEPALINGEN VAN DE VERBINTENIS

(9)

Volgens de bepalingen van de verbintenis hebben de producenten-exporteurs er onder meer mee ingestemd het betrokken product niet onder een bepaalde minimuminvoerprijs (“de MIP”) aan de eerste onafhankelijke afnemer in de Unie te verkopen. De MIP werd onderworpen aan een driemaandelijks aanpassingsmechanisme onder verwijzing naar de internationale prijzen op de spotmarkt van modules, zoals gerapporteerd door de Bloomberg-databank.

(10)

De producenten-exporteurs hebben er ook mee ingestemd het betrokken product alleen via directe verkoop te verkopen. Voor de toepassing van de verbintenis werd een directe verkoop gedefinieerd als een verkoop hetzij aan de eerste onafhankelijke afnemer in de Unie, hetzij via een in de verbintenis vermelde verbonden partij in de Unie.

(11)

De verbintenis omschreef ook de rapportageverplichtingen van de exporteur jegens de Commissie, en bepaalde dat de niet-nakoming van die verplichtingen een schending van de verbintenis opleverde.

(12)

Op grond van de rapportageverplichtingen uit hoofde van de verbintenis moest elke exporteur bij de Commissie onder meer driemaandelijkse verslagen indienen over zijn directe verkoop aan onafhankelijke afnemers in de Unie, zijn verkoop aan in de verbintenis vermelde verbonden partijen in de Unie en de verkoop van de in de verbintenis vermelde met hem verbonden partijen aan de eerste onafhankelijke afnemer in de Unie. Dit impliceerde dat de gegevens in die driemaandelijkse verslagen volledig en correct moesten zijn en dat de gemelde transacties volledig in overeenstemming waren met de bepalingen van de verbintenis. Het melden van wederverkoop in de Unie was een bijzondere verplichting wanneer het betrokken product via een in de verbintenis vermelde verbonden importeur aan de eerste onafhankelijke afnemer werd verkocht. Enkel op basis van die verslagen kon de Commissie controleren of de wederverkoopprijs van de verbonden importeur aan de eerste onafhankelijke afnemer in overeenstemming was met de MIP.

(13)

Volgens de verbintenis was elke producent-exporteur ook aansprakelijk voor schendingen begaan door al zijn verbonden partijen, ongeacht of die partijen in de verbintenis waren vermeld.

(14)

De producenten-exporteurs hadden zich er eveneens toe verplicht om met de Commissie overleg te plegen over eventuele technische of andersoortige problemen of vragen die zich tijdens de uitvoering van de verbintenis zouden kunnen voordoen.

C.   INTREKKING VAN DE VERBINTENIS

(15)

Aanvankelijk werd de verbintenis van meer dan 120 ondernemingen/groepen van ondernemingen aanvaard. Ondertussen heeft de Commissie de aanvaarding van de verbintenis voor 19 ondernemingen ingetrokken. Van 17 van deze ondernemingen werd geconstateerd dat zij de verbintenis hadden geschonden, terwijl de andere 2 ondernemingen een bedrijfsmodel hanteerden dat het onmogelijk maakte om op de naleving van de verbintenis door deze ondernemingen toe te zien. Daarnaast hebben 16 andere Chinese ondernemingen hun verbintenis vrijwillig opgezegd.

(16)

Bij de intrekkingsverordening trok de Commissie de verbintenis in en stelde zij een variabel recht in de vorm van een minimuminvoerprijs (“variabel recht in de vorm van een MIP”) in. Het variabele recht in de vorm van een MIP had tot gevolg dat de in aanmerking komende invoer met een aangegeven waarde gelijk aan of hoger dan de MIP niet aan rechten zou worden onderworpen. Bovendien zouden de douaneautoriteiten onmiddellijk rechten heffen indien het product werd ingevoerd tegen een prijs die onder de MIP lag. De intrekkingsverordening is op 1 oktober 2017 in werking getreden, en is ratione temporis dan ook alleen van toepassing op goederen die op of na die datum zijn ingevoerd.

(17)

Ten tijde van de inwerkingtreding van de intrekkingsverordening op 1 oktober 2017 zette de Commissie haar onderzoek inzake de naleving van de verbintenis voort voor verbintenisfacturen die voor die datum waren afgegeven, en achtte zij het passend nieuwe onderzoeken te openen voor facturen die waren afgegeven terwijl de verbintenis nog van kracht was. In het kader van die onderzoeken zou een douaneschuld ontstaan op het ogenblik van de aanvaarding van de aangifte voor het vrije verkeer: a) wanneer ten aanzien van ingevoerde goederen die worden gefactureerd door ondernemingen waarvoor de verbintenis geldt, wordt vastgesteld dat aan een of meer voorwaarden van de verbintenis niet is voldaan, of b) wanneer de Commissie bij een verordening of besluit vaststelt dat de verbintenis is geschonden en daarbij naar specifieke transacties verwijst en de desbetreffende verbintenisfacturen ongeldig verklaart. Evenzo kunnen facturen die vóór 1 oktober 2017 volgens de oude regeling zijn afgegeven en die als handelsfacturen zijn aangevoerd voor goederen die op of na 1 oktober 2017 zijn ingevoerd, ongeldig worden verklaard.

(18)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1551 (16) en Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1329 (17) verklaarde de Commissie de facturen die door drie producenten-exporteurs zijn afgegeven onder schending van de verbintenis terwijl deze nog van kracht was, ongeldig.

D.   TOEZICHT OP DE PRODUCENTEN-EXPORTEURS

(19)

Op grond van artikel 8, leden 7 en 9, en artikel 14, lid 7, van de antidumpingbasisverordening en artikel 13, leden 7 en 9, en artikel 24, lid 7, van de antisubsidiebasisverordening kreeg de Commissie kennis van bewijsmateriaal dat Wuxi Suntech aan de Duitse douaneautoriteiten heeft overgelegd inzake haar inachtneming van de verbintenis. De Commissie heeft ook informatie geanalyseerd die Wuxi Suntech in het kader van haar rapportageverplichtingen heeft verstrekt.

(20)

In de in de overwegingen 21 tot en met 23 vermelde bevindingen wordt ingegaan op de schendingen van de verbintenis die Wuxi Suntech zou hebben begaan terwijl de verbintenis nog van kracht was.

E.   REDENEN VOOR DE ONGELDIGVERKLARING VAN VERBINTENISFACTUREN

(21)

Toen de verbintenis van kracht was, had Wuxi Suntech drie verbonden importeurs in de Unie, namelijk Suntech Power Deutschland GmbH (“Suntech Deutschland”) in Duitsland, Suntech Power Italy Co, Srl (“Suntech Italy”) in Italië, en Suntech Europe France (“Suntech France”) in Frankrijk. Deze ondernemingen worden in de verbintenis vermeld als met Wuxi Suntech verbonden partijen. Wuxi Suntech heeft nooit gevraagd dat de verbintenis voor die verbonden partijen zou worden ingetrokken.

(22)

In 2018 werd het de Commissie in het kader van zaak C-226/18 (18) duidelijk dat diverse facturen van Wuxi Suntech aan Suntech Deutschland uit 2014 werden aangeboden voor de inklaring in Duitsland, zonder dat zij ooit bij de Commissie als wederverkoop in het kader van de verbintenis waren gemeld, zodat inbreuk werd gemaakt op de bepalingen van de verbintenis zoals beschreven in de overwegingen 9 en 12.

(23)

Na een gedetailleerd onderzoek in het kader van haar systeem voor toezicht op de verbintenis heeft de Commissie 28 transacties van Wuxi Suntech naar Suntech Deutschland, twee transacties van Wuxi Suntech naar Suntech Italië en acht transacties van Wuxi Suntech naar Suntech France geïdentificeerd die niet op het niveau van de wederverkoop (19) waren gemeld zoals de verbintenis vereiste.

F.   DESBETREFFENDE VERBINTENISFACTUREN

(24)

De verkooptransacties van Wuxi Suntech die strijdig zijn met de verbintenis (overwegingen 21-23) hangen samen met de volgende verbintenisfacturen:

Nummer van de handelsfactuur die betrekking heeft op goederen die onder een verbintenis vallen

Datum

SFDE20140601~0640

30.6.2014

SFDE20140245~0284

30.6.2014

SFDE20140165~0204

30.6.2014

SFDE20140001~0002

13.6.2014

SFDE20140005~0044

30.6.2014

SFDE20140481~0520

30.6.2014

SFDE20140045~0084

30.6.2014

SFDE20140365~0404

30.6.2014

SFDE20140285~0324

30.6.2014

SFDE20140561~0600

30.6.2014

SFDE20140325~0364

30.6.2014

SFDE20140721~0760

30.6.2014

SFDE20140125~0164

30.6.2014

SFDE20140761~0800

30.6.2014

SFDE20140445~0480

30.6.2014

SFDE20140641~0680

30.6.2014

SFDE20140521~0560

30.6.2014

SFDE20140205~0244

30.6.2014

SFDE20140681~0720

30.6.2014

SFDE20140405~0444

30.6.2014

SFDE20140085~0124

30.6.2014

SFDE20140003~0004

11.7.2014

REF0001~0040

19.9.2014

REF_EXWX0023~0027

19.9.2014

REF_EXWX0001~0022

19.9.2014

0308001312-009

21.5.2014

0308001312-015

17.7.2014

Lavansol201400001

13.3.2014

G.   SCHRIFTELIJKE OPMERKINGEN EN HOORZITTINGEN

(25)

De belanghebbenden werden in kennis gesteld van de bevindingen, met name van het voornemen om de verbintenisfacturen ongeldig te verklaren. Zij werden in de gelegenheid gesteld te worden gehoord en opmerkingen te maken overeenkomstig artikel 8, lid 9, van de antidumpingbasisverordening en artikel 13, lid 9, van de antisubsidiebasisverordening.

(26)

Wuxi Suntech heeft op 29 juli 2019, 4 september 2019, 26 september 2019, 20 januari 2020 en 3 maart 2020 schriftelijke opmerkingen ingediend.

(27)

Op 28 augustus 2019 en 7 februari 2020 vonden op verzoek van Wuxi Suntech hoorzittingen met de diensten van de Commissie plaats.

(28)

Wuxi Suntech stelde dat zij een andere eigenaar heeft sinds 11 maart 2014, toen Jiangsu Shunfeng Photovoltaic Technology Co., Ltd, een dochteronderneming van Shunfeng Photovoltaic International Limited (20), na een door een Chinese volksrechtbank goedgekeurd herstructureringsplan alle aandelen van Wuxi Suntech heeft verworven.

(29)

Volgens Wuxi Suntech is door deze herstructurering van het aandeelhouderschap Suntech Power Holdings Co., Ltd (“Suntech Holdings”) (21) niet langer de uiteindelijke houdstermaatschappij van Wuxi Suntech. Aangezien Suntech Holdings ook de uiteindelijke eigenaar was van Suntech France, Suntech Deutschland en Suntech Italy, stelt Wuxi Suntech dat deze Europese ondernemingen sinds 11 maart 2014 niet meer met Wuxi Suntech verbonden waren. Bijgevolg was Wuxi Suntech vanaf dan niet langer verplicht in het kader van de verbintenis de betrokken transacties als wederverkopen te rapporteren. Wuxi Suntech stelt dat zij haar rapportageverplichtingen uit hoofde van de verbintenis niet heeft geschonden.

(30)

Wuxi Suntech stelde nog dat zij de Commissie van deze wijziging van het eigenaarschap in kennis heeft gesteld. Volgens haar heeft Wuxi Suntech de Commissie al in december 2013 via haar raadsman in kennis gesteld van een ophanden zijnde wijziging van de ondernemingsstructuur. Zij baseerde dit op een e-mail van 6 januari 2014 waarin melding werd gemaakt van een mededeling van december 2013, zonder dienaangaande echter nadere details te verstrekken. Wuxi Suntech vervolgde dat zij de Commissie op 22 mei 2014, in antwoord op een vragenlijst van de Commissie inzake naamswijziging, heeft meegedeeld dat zij niet langer met de drie ondernemingen in Europa verbonden was.

(31)

Volgens Wuxi Suntech was verder uiterlijk door haar informatieverstrekking van 22 mei 2014 naar behoren voldaan aan de in clausule 5.16 van de verbintenis opgenomen kennisgevingsverplichting met betrekking tot de wijzigingen van haar ondernemingsstructuur.

(32)

Subsidiair stelde Wuxi Suntech dat de Commissie verbintenisfacturen niet ongeldig kan verklaren en geen opdracht kan geven om retroactief rechten te innen op ingevoerde goederen die al in het vrije verkeer zijn gebracht. Volgens Wuxi Suntech is de retroactieve inning van antidumping- en compenserende rechten zonder dat de invoer vooraf is geregistreerd en daarop opnieuw een voorlopig recht is ingesteld, in strijd met artikel 8, leden 1, 9 en 10, en artikel 10, lid 5, van de antidumpingbasisverordening en artikel 13, leden 1, 9 en 10, en artikel 16, lid 5, van de antisubsidiebasisverordening.

(33)

Ten slotte stelde Wuxi Suntech dat, zelfs als de Commissie retroactief rechten zou kunnen opleggen, de machtigingsbepalingen van artikel 3, lid 2, onder b), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1238/2013, artikel 2, lid 2, onder b), van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/367, artikel 2, lid 2, onder b), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1239/2013 en artikel 2, lid 2, onder b), van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/366 zijn vervallen en zijn ingetrokken bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1570, zodat er thans geen wettelijke bepaling is op grond waarvan verbintenisfacturen ongeldig kunnen worden verklaard.

(34)

De opmerkingen van de producent-exporteur zijn door de Commissie onderzocht en worden hieronder behandeld.

(35)

De Commissie is eerst ingegaan op de bewering dat Suntech France, Suntech Deutschland en Suntech Italy sinds 11 maart 2014 niet langer met Wuxi Suntech verbonden waren, zodat de onderneming niet verplicht was wederverkopen te rapporteren. Tot staving van haar betoog heeft Wuxi Suntech een circulaire van 21 maart 2014 (22) toegevoegd, waarbij Hongkong Exchange and Clearing Limited en Stock Exchange of Hongkong Limited (“beurs van Hongkong”) de aandeelhouders van Shunfeng Photovoltaic International Limited kennis gaven van een “voorstel tot overname van de aandelen van Wuxi Suntech” (“overname”).

(36)

Volgens die circulaire was de overname afhankelijk van twee voorwaarden: a) dat zij door de Chinese rechter werd goedgekeurd, hetgeen inderdaad gebeurde op 15 november 2013, en b) dat zij door de aandeelhouders werd goedgekeurd tijdens de algemene vergadering van 7 april 2014. Zoals beschreven in de circulaire, zou de overname pas na de stemming door de aandeelhouders een feit zijn.

(37)

De circulaire van 21 maart 2014 is op 29 juli 2019 voor het eerst onder de aandacht van de Commissie gebracht als bijlage 5 bij de opmerkingen van Wuxi Suntech van die datum. De bevestiging dat de algemene vergadering inderdaad op 7 april 2014 heeft plaatsgevonden, kreeg de Commissie later, na haar verzoek tijdens de hoorzitting van 28 augustus 2019. Wuxi Suntech heeft pas op 4 september 2019 het bewijs van de datum van de aandeelhoudersvergadering overgelegd, als bijlage 4 bij een e-mail van de raadsman van Wuxi Suntech van die datum.

(38)

De Commissie is echter niet verplicht op eigen initiatief na te gaan of de ondernemingsstructuur van ondernemingen die een verbintenis zijn aangegaan, wordt gewijzigd. Uit de clausules 5.16 en 9.6 van de verbintenis blijkt daarentegen duidelijk dat het de taak van de betrokken onderneming is om de Commissie van dergelijke wijzigingen in kennis te stellen en de verbintenis na te leven totdat de verbintenis zelf is gewijzigd om de wijziging daarin te integreren, d.w.z. totdat de namen van de voorheen verbonden ondernemingen uit de verbintenis zijn verwijderd.

(39)

Ongeacht de datum waarop de overname daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, blijft het dus van wezenlijk belang om te beoordelen of Wuxi Suntech haar verplichtingen uit hoofde van de clausules 5.16 en 9.6 van de verbintenis is nagekomen.

(40)

De Commissie merkte allereerst op dat haar pas op 22 mei 2014 is meegedeeld dat Wuxi Suntech niet langer verbonden was met Suntech France, Suntech Deutschland en Suntech Italy. Zeker voor de facturen van 13 maart 2014 en 21 mei 2014 kan er dus geen twijfel over bestaan dat de rapportageverplichtingen niet zijn nagekomen.

(41)

Volgens de Commissie bleven de rapportageverplichtingen van Wuxi Suntech ook na 22 mei 2014 gelden. De drie verbonden ondernemingen zijn nooit formeel uit de verbintenis verwijderd. Wuxi Suntech bleef dus tot 1 oktober 2017 verplicht over hen te rapporteren.

(42)

In clausule 5.16 van de verbintenis is bepaald dat de CCCME en de onderneming zich ertoe verbinden de Commissie onmiddellijk in kennis te stellen van elke wijziging van haar ondernemingsstructuur tijdens de periode waarvoor de verbintenis geldt. Voorts wordt gepreciseerd dat de onderneming zich ervan bewust is dat dergelijke wijzigingen ertoe kunnen leiden dat bepaalde aspecten van de verbintenis moeten worden gewijzigd.

(43)

Volgens clausule 9.6 van de verbintenis vormen de bijlagen een integrerend deel van de verbintenis. Bijlage IX bij de verbintenis bevatte met name een uitputtende lijst van alle verbonden partijen van de exporteurs in de Unie.

(44)

Een gecombineerde lezing van die twee bepalingen leidt tot de conclusie dat de wettelijke verplichtingen van Wuxi Suntech uit hoofde van de verbintenis bleven bestaan totdat de ondernemingen in de Unie die eerder met haar verbonden waren, daaruit verwijderd waren en een nieuwe, bijgewerkte bijlage IX van kracht werd. Pas dan zou de juridische situatie veranderen en zou Wuxi Suntech wederverkopen niet langer hoeven te rapporteren. Die verandering heeft nooit plaatsgevonden.

(45)

Volgens de door Wuxi Suntech ingediende documenten begonnen de voorbereidingen voor de overname in oktober 2013, vóór de Commissie in de definitieve fase in december 2013 de aangeboden verbintenis aanvaardde. Wuxi Suntech had al eerder, in juli 2013, via de CCCME haar ondertekend verbintenisaanbod ingediend. Zij heeft dat aanbod niet gewijzigd voordat de Commissie het in de definitieve fase aanvaardde. De drie ondernemingen stonden daarin vermeld als verbonden ondernemingen en er was geen aanwijzing voor een mogelijke ophanden zijnde wijziging van de ondernemingsstructuur.

(46)

Door de aanvaarding van de verbintenis werd een rechtstreeks, duidelijk en specifiek communicatiekanaal tussen de exporteurs en de diensten van de Commissie gecreëerd met het oog op de specifieke verplichtingen die uit de verbintenis voortvloeien. Dat communicatiekanaal was een functionele mailbox die in de tekst van de verbintenis werd genoemd (23), hoewel in die tekst ook de optie van een rechtstreeks contact met de voor de verbintenis verantwoordelijke ambtenaar was opgenomen. Wuxi Suntech was zich er dus van bewust dat haar communicatie over de verbintenis moest plaatsvinden via de functionele mailbox of via rechtstreeks contact met de voor de verbintenis verantwoordelijke ambtenaar. Wuxi Suntech heeft die communicatiekanalen echter nooit gebruikt om melding te maken van een wijziging van haar ondernemingsstructuur, of de Commissie daarvan in kennis te stellen.

(47)

In plaats daarvan opende Wuxi Suntech een nieuw communicatiekanaal: zij stelde dat zij al in december 2013 contact had opgenomen met het team van de Commissie dat belast was met het oorspronkelijke antidumping- en antisubsidieonderzoek om het al vroeg te wijzen op de ophanden zijnde wijzigingen in de structuur van Wuxi Suntech. Wuxi Suntech heeft geen enkel bewijs voor dat contact of tot staving van de daarbij verstrekte informatie geleverd, maar baseert zich slechts op een e-mail van 6 januari 2014 waarin werd verwezen naar dat contact van december 2013.

(48)

Op 6 januari 2014 zond Wuxi Suntech aan de functionele mailbox voor de oorspronkelijke antidumping- en antisubsidieonderzoeken (24) een e-mail met het verzoek om een “bepaalde vragenlijst/vragenlijst inzake naamswijziging”. De diensten van de Commissie antwoordden hierop door Wuxi Suntech een aangepaste vragenlijst voor naamswijziging te sturen, zoals gewoonlijk gebeurt wanneer om een naamswijziging wordt verzocht. Op 14 januari 2014 verstrekte Wuxi Suntech vervolgens per e-mail nadere toelichtingen over de wijziging van haar ondernemingsstructuur. Die e-mail werd daarna op 22 mei 2014 gevolgd door een antwoord dat de ingevulde vragenlijst inzake naamswijziging bevatte. In die vragenlijst werd voor het eerst de volledige nieuwe ondernemingsstructuur vermeld en werd verduidelijkt dat de voormalige drie verbonden ondernemingen van Wuxi Suntech in de Unie geen banden met haar meer hadden.

(49)

In maart 2014 besloot Wuxi Suntech eenzijdig de wederverkopen van Suntech France, Suntech Deutschland en Suntech Italy niet langer aan de Commissie te rapporteren. Wuxi Suntech heeft echter nooit, via geen van beide communicatiekanalen, gevraagd om de ondernemingen in Europa in de tekst van de verbintenis te schrappen.

(50)

Dat eenzijdige besluit was, nu de drie Europese ondernemingen nooit van de verbintenis werden uitgesloten, in strijd met de overeengekomen bepalingen van de verbintenis. Aan de juridische verplichting van clausule 5.16 van de verbintenis was alleen voldaan wanneer de voorheen verbonden ondernemingen in de Europese Unie uit de tekst van de verbintenis waren geschrapt. Tot dan bleven de rapportageverplichtingen van Wuxi Suntech bestaan. Het stond aan ondernemingen wier ondernemingsstructuur werd gewijzigd, om de contractuele risico’s en gevolgen van die wijziging te dragen. Die last hoefde niet door de Commissie te worden gedragen.

(51)

De voltooiing van de overname, de datum waarop die zou hebben plaatsgevonden en de gevolgen ervan voor de werking van de verbintenis waren kwesties die onder de aandacht van de Commissie moesten worden gebracht om die wijziging van de verbintenis te rechtvaardigen. Totdat de Commissie een besluit had genomen over de aanvaarding van een wijziging van de bepalingen van de verbintenis, moest Wuxi Suntech zich aan die bepalingen houden, met inbegrip van de rapportage over ondernemingen die in de verbintenis als met haar verbonden stonden vermeld. Voor zover de overname een wijziging van de verbintenis noodzakelijk maakte, was het bovendien aan Wuxi Suntech om daartoe het initiatief te nemen.

(52)

De Commissie was derhalve van oordeel dat de in overweging 23 bedoelde transacties van Wuxi Suntech naar Suntech Deutschland, Suntech Italy en Suntech France hadden moeten worden gerapporteerd op het niveau van de wederverkoop. Dat zij niet zijn gerapporteerd, leverde een schending van de verbintenis op.

(53)

Hoe dan ook, en alleen volledigheidshalve, hadden ongeacht de exacte datum van de overname, ten minste de wederverkopen waarop de vóór 22 mei 2014 afgegeven facturen betrekking hadden, moeten worden gerapporteerd. Zij dateren immers van vóór de datum waarop de onderneming het met het oorspronkelijke onderzoek belaste team heeft meegedeeld dat zij niet langer verbonden was met de drie ondernemingen in de Unie. Het eerste argument werd derhalve afgewezen.

(54)

Aangaande het betoog dat maatregelen retroactief zouden zijn opgelegd, merkte de Commissie op dat volgens artikel 8, lid 10, van de antidumpingbasisverordening en artikel 13, lid 10, van de antisubsidiebasisverordening een voorlopig recht slechts kan worden ingesteld indien het onderzoek dat aanleiding tot de verbintenis heeft gegeven niet is voltooid. Die bepalingen zijn in een geval als dit echter niet van toepassing.

(55)

Deze zaak betreft de opheffing van de tijdelijke niet-betaling van antidumping- en compenserende rechten omdat aan de voorwaarden voor verdere schorsing niet langer bleek te zijn voldaan.

(56)

De Commissie herinnert eraan dat, overeenkomstig haar Besluit 2013/423/EU, schendingen van de verbintenis het gevolg kunnen zijn van specifieke transacties (25). Die transacties die de verbintenis schenden, hebben geleid tot facturen die door de Commissie ongeldig moeten worden verklaard. Daardoor kunnen de douaneautoriteiten van de lidstaten de volledige douaneschuld innen. Dit doet geen afbreuk aan de mogelijkheid dat de douaneautoriteiten deze rechten los van de formele vaststelling van een schending van de verbintenis door de Commissie innen op basis van de algemene regels van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1238/2013 en Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1239/2013.

(57)

Door de ongeldigverklaring stelt de Commissie de douaneautoriteiten van de lidstaten ervan in kennis dat de tijdelijke niet-inning van de toepasselijke antidumping- en compenserende rechten wordt opgeheven en dat de individuele rechten voor de betrokken invoer moeten worden geïnd. In die omstandigheden worden de definitieve rechten die zijn vastgesteld in artikel 9, lid 4, van de antidumpingbasisverordening en artikel 14, lid 4, van de antisubsidiebasisverordening weer van toepassing.

(58)

De inning van rechten die altijd al verschuldigd hadden moeten zijn, levert geen schending op van het beginsel van niet-terugwerkende kracht, noch een schending van het beginsel van gewettigd vertrouwen: Wuxi Suntech bevond zich in een situatie waarin in ruil voor het vervullen van de voorwaarden van de verbintenis de antidumping- en compenserende rechten tijdelijk niet werden geïnd. Aangezien zij die voorwaarden niet vervulde, kan zij niet stellen dat zij een gewettigd vertrouwen kan ontlenen aan een situatie die onder bepaalde omstandigheden kon worden gewijzigd. Het argument inzake retroactiviteit werd afgewezen.

(59)

Ten slotte onderzocht de Commissie het argument dat artikel 3, lid 2, onder b), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1238/2013, artikel 2, lid 2, onder b), van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/367, artikel 2, lid 2, onder b), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1239/2013 en artikel 2, lid 2, onder b), van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/366 zijn vervallen en zijn ingetrokken bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1570. Bijgevolg stelde Wuxi Suntech dat er geen rechtsgrondslag meer was om verbintenisfacturen ongeldig te verklaren.

(60)

De Commissie heeft uitgelegd dat de verbintenis is geschonden tijdens de periode waarin de verbintenis gold.

(61)

Zoals vermeld in overweging 17, luidt overweging 54 van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1570: “De Commissie blijft onderzoeken voeren in verband met de naleving van de prijsverbintenis en zij kan nieuwe onderzoeken openen voor goederen die voor het vrije verkeer werden vrijgegeven terwijl de prijsverbintenis nog van toepassing was. Voor die onderzoeken blijven de artikelen 2 en 3 van de Uitvoeringsverordeningen (EU) 2017/366 en (EU) 2017/367 de toepasselijke wetgeving. Er ontstaat in het bijzonder een douaneschuld op het ogenblik van de aanvaarding van de aangifte voor het vrije verkeer: a) wanneer ten aanzien van ingevoerde goederen die worden gefactureerd door ondernemingen waarvoor de verbintenis geldt, wordt vastgesteld dat aan een of meer voorwaarden van de verbintenis niet is voldaan, of b) wanneer de Commissie bij een verordening of besluit vaststelt dat de verbintenis is geschonden en daarbij naar specifieke transacties verwijst en de desbetreffende verbintenisfacturen ongeldig verklaart. De Commissie was voorts van mening dat een producent-exporteur van wie wordt geconstateerd dat hij de verbintenis heeft geschonden, niet mag profiteren van het variabele recht in de vorm van een MIP, ook als die constatering na de beëindiging van de prijsverbintenis wordt gedaan. In dergelijke gevallen mag het variabele recht in de vorm van een MIP niet langer van toepassing zijn. De Commissie moet in dat geval de namen van de desbetreffende onderneming(en) uit de nieuwe bijlage VI en de nieuwe bijlage 5 schrappen bij dezelfde rechtshandeling als deze waarbij ook de niet-naleving wordt vastgesteld.”.

(62)

In dat verband heeft de Commissie opgemerkt dat haar bevoegdheid om verbintenisfacturen ongeldig te verklaren voortvloeit uit artikel 14 van de antidumpingbasisverordening en artikel 24 van de antisubsidiebasisverordening. Bovendien wordt in de uitvoeringsverordening van de Commissie tot ongeldigverklaring van facturen alleen het rechtsgevolg van de schending van de verbintenis tot uitdrukking gebracht, dat rechtstreeks voortvloeit uit artikel 8 van de antidumpingbasisverordening en artikel 13 van de antisubsidiebasisverordening. Die bevoegdheden zijn opnieuw vastgelegd in artikel 2 van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/366, artikel 2 van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/367, artikel 3 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1238/2013 en artikel 2 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1239/2013.

(63)

Aangezien de schending in kwestie zich voordeed op een tijdstip vóór de inwerkingtreding van de intrekkingsverordening, kan de Commissie de verbintenisfacturen ongeldig verklaren op grond van de toepassing van de artikelen 8 en 14 van de antidumpingbasisverordening, de artikelen 13 en 24 van de antisubsidiebasisverordening, artikel 3 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1238/2013, artikel 2 van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/367, artikel 2 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1239/2013 en artikel 2 van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/366. Dat de Commissie pas na de intrekking van die bepalingen bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1570 kennis heeft gekregen van die schending, doet niet af aan de noodzaak van een doeltreffende toepassing van die regels en de verplichting om de facturen ongeldig te verklaren vanaf het tijdstip waarop de schending heeft plaatsgevonden. Het argument werd derhalve van de hand gewezen.

H.   SCHENDING VAN DE VERBINTENIS EN INSTELLING VAN DEFINITIEVE RECHTEN

(64)

De Commissie heeft overeenkomstig artikel 8, leden 7 en 9, van de antidumpingbasisverordening, artikel 13, leden 7 en 9, van de antisubsidiebasisverordening en de bepalingen van de verbintenis geconcludeerd dat Wuxi Suntech de verbintenis heeft geschonden terwijl deze nog van kracht was.

(65)

Derhalve worden de in overweging 24 genoemde facturen van Wuxi Suntech in overeenstemming met artikel 8, leden 7 en 9, en artikel 14 van de antidumpingbasisverordening, artikel 13, leden 7 en 9, en artikel 24 van de antisubsidiebasisverordening, artikel 3, lid 2, onder b), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1238/2013, artikel 2, lid 2, onder b), van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/367, artikel 2, lid 2, onder b), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1239/2013 en artikel 2, lid 2, onder b), van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/366, die golden op het ogenblik van de aanvaarding van de douaneaangifte voor het vrije verkeer, ongeldig verklaard.

(66)

Het staat aan de nationale douaneautoriteiten om te beoordelen of de toepasselijke verjaringstermijnen zijn verstreken overeenkomstig de regels van artikel 221 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 (26) en artikel 103 van Verordening (EU) nr. 952/2013 (27). Daar die regels materiële regels zijn, is de toepassing ratione temporis ervan afhankelijk van de datum waarop de goederen in het vrije verkeer zijn gebracht (28).

(67)

De op het ogenblik van de aanvaarding van de aangifte voor het vrije verkeer ontstane douaneschuld moet overeenkomstig de artikelen 218 en volgende van Verordening (EEG) nr. 2913/92 en artikel 105 van Verordening (EU) nr. 952/2013 door de nationale douaneautoriteiten worden ingevorderd en geboekt.

(68)

De Commissie herinnert er ook aan dat de douaneautoriteiten van de lidstaten, indien zij beschikken over aanwijzingen dat de op een verbintenisfactuur vermelde prijs niet overeenstemt met de werkelijk betaalde prijs, moeten onderzoeken of de verplichting om alle eventuele rabatten in de verbintenisfacturen op te nemen is geschonden, respectievelijk de MIP niet is nageleefd.

(69)

Indien de douaneautoriteiten van de lidstaten concluderen dat er sprake is van een dergelijke schending, respectievelijk de MIP niet is nageleefd, moeten zij als gevolg daarvan de rechten innen.

(70)

Om de werkzaamheden van de douaneautoriteiten van de lidstaten te vergemakkelijken, zoals voorgeschreven in artikel 4, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, moet de Commissie in dergelijke situaties de vertrouwelijke tekst en andere informatie van de verbintenis delen, zij het uitsluitend met het oog op nationale procedures,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De in de bijlage vermelde verbintenisfacturen worden ongeldig verklaard.

2.   De antidumping- en compenserende rechten die op het ogenblik van de aanvaarding van de douaneaangifte voor het vrije verkeer verschuldigd waren ingevolge artikel 3, lid 2, onder b), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1238/2013, artikel 2, lid 2, onder b), van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/367, artikel 2, lid 2, onder b), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1239/2013 en artikel 2, lid 2, onder b), van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/366, worden geïnd, tenzij de toepasselijke verjaringstermijnen zijn verstreken overeenkomstig de regels van artikel 221 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 (29) en artikel 103 van Verordening (EU) nr. 952/2013 (30).

Artikel 2

1.   Indien de douaneautoriteiten van de lidstaten beschikken over aanwijzingen dat de prijs zoals vermeld op een verbintenisfactuur overeenkomstig artikel 3, lid 1, onder b), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1238/2013, artikel 2, lid 1, onder b), van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/367, artikel 2, lid 1, onder b), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1239/2013 en artikel 2, lid 1, onder b), van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/366, afgegeven door Wuxi Suntech Power Co. Ltd vóór de inwerkingtreding van de onderhavige verordening, niet overeenstemt met de betaalde prijs en dat die onderneming de verbintenis derhalve mogelijk heeft geschonden, kunnen de douaneautoriteiten, indien dit met het oog op nationale procedures noodzakelijk is, de Commissie verzoeken hun een afschrift van de verbintenis en andere informatie te verstrekken, teneinde de toepasselijke minimuminvoerprijs op de dag van afgifte van de verbintenisfactuur te kunnen controleren.

2.   Indien uit de in lid 1 bedoelde controle blijkt dat er kortingen en rabatten niet in de handelsfactuur zijn opgenomen, worden de overeenkomstig artikel 3, lid 2, onder a), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1238/2013, artikel 2, lid 2, onder a), van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/367, artikel 2, lid 2, onder a), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1239/2013 en artikel 2, lid 2, onder a), van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/366 als gevolg daarvan verschuldigde rechten geïnd.

3.   De in lid 1 bedoelde informatie mag uitsluitend worden gebruikt met het oog op de inning van de overeenkomstig artikel 3, lid 2, onder a), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1238/2013, artikel 2, lid 2, onder a), van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/367, artikel 2, lid 2, onder a), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1239/2013 en artikel 2, lid 2, onder a), van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/366 verschuldigde rechten. In dit verband mogen de douaneautoriteiten van de lidstaten de debiteur van die rechten deze informatie uitsluitend met het oog op de vrijwaring van zijn recht van verweer verstrekken. Dergelijke informatie mag onder geen beding aan derden worden bekendgemaakt.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 25 maart 2020.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21.

(2)  PB L 176 van 30.6.2016, blz. 55.

(3)  PB L 325 van 5.12.2013, blz. 1.

(4)  PB L 325 van 5.12.2013, blz. 66.

(5)  PB L 56 van 3.3.2017, blz. 1.

(6)  PB L 56 van 3.3.2017, blz. 131.

(7)  PB L 238 van 16.9.2017, blz. 22.

(8)  PB L 209 van 3.8.2013, blz. 26.

(9)  PB L 325 van 5.12.2013, blz. 214.

(10)  PB L 270 van 11.9.2014, blz. 6.

(11)  Uitvoeringsverordeningen (EU) 2015/866 (PB L 139 van 5.6.2015, blz. 30), (EU) 2015/1403 (PB L 218 van 19.8.2015, blz. 1), (EU) 2015/2018 (PB L 295 van 12.11.2015, blz. 23), (EU) 2016/115 (PB L 23 van 29.1.2016, blz. 47), (EU) 2016/1045 (PB L 170 van 29.6.2016, blz. 5), (EU) 2016/1382 (PB L 222 van 17.8.2016, blz. 10), (EU) 2016/1402 (PB L 228 van 23.8.2016, blz. 16), (EU) 2016/1998 (PB L 308 van 16.11.2016, blz. 8), (EU) 2016/2146 (PB L 333 van 8.12.2016, blz. 4.), (EU) 2017/454 (PB L 71 van 16.3.2017, blz. 5), (EU) 2017/941 (PB L 142 van 2.6.2017, blz. 43), (EU) 2017/1408 (PB L 201 van 2.8.2017, blz. 3), (EU) 2017/1497 (PB L 218 van 24.8.2017, blz. 10), (EU) 2017/1524 (PB L 230 van 6.9.2017, blz. 11) en (EU) 2017/1589 (PB L 241 van 20.9.2017, blz. 21) van de Commissie tot intrekking van de aanvaarding van de verbintenis voor diverse producenten-exporteurs.

(12)  PB L 37 van 12.2.2016, blz. 76.

(13)  PB L 37 van 12.2.2016, blz. 56.

(14)  PB C 310 van 3.9.2018, blz. 4.

(15)  PB C 310 van 3.9.2018, blz. 5.

(16)  PB L 260 van 17.10.2018, blz. 8.

(17)  PB L 207 van 7.8.2019, blz. 12.

(18)  EU:C:2019:440.

(19)  In de verbintenis wordt “factuur voor wederverkoop” omschreven als een factuur voor de verkoop van het onder de verbintenis vallende product of het betrokken product die door een verbonden partij in de Unie wordt afgegeven aan de eerste onafhankelijke afnemer in de Unie (Deel 1, “Definities”).

(20)  Thans “Shunfeng International Clean Energy Limited” (“SFCE”) genoemd.

(21)  Samen met haar 100 %-dochter Power Solar System Co.Ltd.

(22)  Document in bijlage 5 bij de opmerkingen van Wuxi Suntech van 29 juli 2019.

(23)  Die mailbox is “TRADE-UT-HELPDESK@ec.europa.eu”.

(24)  Die mailboxen, “TRADE-SOLAR-DUMPING@ec.europa.eu” en “TRADE-SOLAR-SUBSIDY@ec.europa.eu”, zijn aan alle partijen meegedeeld in de berichten van opening van die onderzoeken.

(25)  Besluit 2013/423/EU van de Commissie van 2 augustus 2013 tot aanvaarding van een verbintenis die is aangeboden in het kader van de antidumpingprocedure betreffende de invoer van fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen en wafers) van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China (PB L 209 van 3.8.2013, blz. 26, overwegingen 14 en 15).

(26)  Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1).

(27)  Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).

(28)  Arrest van het Hof van Justitie van 23 februari 2006, Molenbergnatie, C-201/04, ECLI: EU:C:2006:136, punt 41.

(29)  Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1).

(30)  Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).


BIJLAGE

Lijst van door Wuxi Suntech Power Co. Ltd afgegeven verbintenisfacturen die ongeldig worden verklaard:

Nummer van de handelsfactuur die betrekking heeft op goederen die onder een verbintenis vallen

Datum

SFDE20140601~0640

30.6.2014

SFDE20140245~0284

30.6.2014

SFDE20140165~0204

30.6.2014

SFDE20140001~0002

13.6.2014

SFDE20140005~0044

30.6.2014

SFDE20140481~0520

30.6.2014

SFDE20140045~0084

30.6.2014

SFDE20140365~0404

30.6.2014

SFDE20140285~0324

30.6.2014

SFDE20140561~0600

30.6.2014

SFDE20140325~0364

30.6.2014

SFDE20140721~0760

30.6.2014

SFDE20140125~0164

30.6.2014

SFDE20140761~0800

30.6.2014

SFDE20140445~0480

30.6.2014

SFDE20140641~0680

30.6.2014

SFDE20140521~0560

30.6.2014

SFDE20140205~0244

30.6.2014

SFDE20140681~0720

30.6.2014

SFDE20140405~0444

30.6.2014

SFDE20140085~0124

30.6.2014

SFDE20140003~0004

11.7.2014

REF0001~0040

19.9.2014

REF_EXWX0023~0027

19.9.2014

REF_EXWX0001~0022

19.9.2014

0308001312-009

21.5.2014

0308001312-015

17.7.2014

Lavansol201400001

13.3.2014