ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 25

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

63e jaargang
30 januari 2020


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Verordening (EU) 2020/123 van de Raad van 27 januari 2020 tot vaststelling, voor 2020, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn

1

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

30.1.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 25/1


VERORDENING (EU) 2020/123 VAN DE RAAD

van 27 januari 2020

tot vaststelling, voor 2020, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 3,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 43, lid 3, van het Verdrag moet de Raad op voorstel van de Commissie maatregelen vaststellen voor de vaststelling en verdeling van de vangstmogelijkheden.

(2)

Krachtens Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad (1) moeten instandhoudingsmaatregelen worden vastgesteld met inachtneming van de beschikbare wetenschappelijke, technische en economische adviezen, met inbegrip van, waar relevant, verslagen van het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV) en van andere adviesinstanties, alsmede adviezen die zijn ontvangen van de adviesraden.

(3)

De Raad moet maatregelen voor de vaststelling en de verdeling van de vangstmogelijkheden vaststellen, inclusief, waar passend, bepaalde voorwaarden die daar functioneel verband mee houden. Overeenkomstig artikel 16, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 moeten de vangstmogelijkheden worden vastgesteld met inachtneming van de in artikel 2, lid 2, van die verordening vastgestelde doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB). Overeenkomstig artikel 16, lid 1, van die verordening moeten de vangstmogelijkheden zo aan de lidstaten worden toegewezen dat de relatieve stabiliteit van de visserijactiviteiten van elke lidstaat voor elk visbestand of elke visserij wordt gewaarborgd.

(4)

De totale toegestane vangsten (total allowable catches - TAC's) moeten daarom overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1380/2013 worden vastgesteld op basis van het beschikbare wetenschappelijke advies, met inachtneming van zowel de biologische en sociaal-economische aspecten als de verplichting tot gelijke behandeling van de visserijsectoren, en in het licht van de standpunten die naar voren komen tijdens de raadpleging van de belanghebbenden, met name op de bijeenkomsten van de betrokken adviesraden.

(5)

Overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 is de aanlandingsverplichting sinds 1 januari 2019 volledig van toepassing en moeten alle soorten waarvoor vangstbeperkingen gelden, worden aangeland. In artikel 16, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 is bepaald dat, wanneer de aanlandingsverplichting voor een visbestand van toepassing is, de vangstmogelijkheden moeten worden vastgesteld met inachtneming van het feit dat vangstmogelijkheden niet meer worden vastgesteld als afspiegeling van de aanlanding maar als afspiegeling van de vangsten. Op basis van de gezamenlijke aanbevelingen van de lidstaten en overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 heeft de Commissie een aantal gedelegeerde verordeningen vastgesteld met nadere bepalingen ter uitvoering van de aanlandingsverplichting in de vorm van specifieke teruggooiplannen die tijdelijk, voor een periode van ten hoogste drie jaar, van toepassing zijn.

(6)

Bij het vaststellen van de vangstmogelijkheden voor bestanden van soorten die onder de aanlandingsverplichting vallen, moet rekening worden gehouden met het feit dat teruggooi van die soorten in principe niet langer toegestaan is. De vangstmogelijkheden moeten derhalve worden gebaseerd op de adviescijfers voor de totale vangsten (in plaats van de adviescijfers voor de gewenste vangsten), zoals verstrekt door de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES). De hoeveelheden die, bij wijze van uitzondering, tijdens het uitvoeren van de aanlandingsverplichting nog steeds mogen worden teruggegooid, moeten in mindering worden gebracht op die adviescijfers voor de totale vangsten.

(7)

Voor bepaalde bestanden worden in het wetenschappelijk advies van de ICES nulvangsten aanbevolen. Indien de TAC's voor die bestanden op het niveau van het wetenschappelijk advies worden vastgesteld, zou de verplichting om in gemengde visserijen met bijvangsten uit die bestanden alle vangsten aan te landen, het verschijnsel van zogenaamde "choke species" (knelsoorten of verstikkingssoorten) in de hand werken. Om het juiste evenwicht te vinden tussen het voortzetten van visserijen in het licht van de mogelijk ernstige sociaal-economische gevolgen en de noodzaak om een goede biologische toestand van die bestanden te bereiken, en rekening houdend met de moeilijkheid om alle bestanden in een gemengde visserij op het niveau van de maximale duurzame opbrengst (MDO) te bevissen, is het passend om voor die bestanden specifieke TAC's voor bijvangsten vast te stellen. Die TAC's moeten worden vastgesteld op een niveau dat de sterfte voor die bestanden doet afnemen en dat stimulansen biedt voor verbeteringen op het vlak van selectiviteit en vermijding. Om ervoor te zorgen dat de vangstmogelijkheden in gemengde visserijen overeenkomstig artikel 16, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 zo goed mogelijk worden benut, is het passend een quotumruilsysteem op te zetten voor de lidstaten zonder quotum voor hun onvermijdelijke bijvangsten.

(8)

Ter vermindering van de vangsten van de bestanden waarvoor bijvangst-TAC's zijn vastgesteld, dienen vangstmogelijkheden voor visserijen waarbij vis uit deze bestanden wordt gevangen, te worden vastgesteld op niveaus die ertoe bijdragen dat de biomassa van kwetsbare bestanden weer een duurzaam niveau bereikt. Ook dienen technische en controlemaatregelen die intrinsiek verbonden zijn met de vangstmogelijkheden, te worden vastgesteld om illegale teruggooi te voorkomen.

(9)

Uit wetenschappelijk advies blijkt dat de paaibiomassa van zeebaars (Dicentrarchus labrax) in de Keltische Zee, het Kanaal, de Ierse Zee en het zuidelijke deel van de Noordzee (ICES-sectoren 4b, 4c, 7a en 7d tot en met 7h) sinds 2009 afneemt en momenteel lager is dan MDO Btrigger en net boven Blim. De visserijsterfte, die als gevolg van de door de Unie genomen maatregelen is gedaald, ligt thans onder FMDO. Het rekruteringsniveau is evenwel laag, met schommelingen zonder trend sinds 2008. Daarom moeten de vangstbeperkingen worden gehandhaafd en moet er tegelijk voor gezorgd worden dat het streefdoel voor visserijsterfte voor dit bestand in overeenstemming is met de MDO.

(10)

In overeenstemming met het meerjarenplan voor de westelijke wateren dat in Verordening (EU) 2019/472 van het Europees Parlement en de Raad (2) is vastgesteld, moet het streefdoel voor visserijsterfte, overeenkomstig de in artikel 2 van die verordening gedefinieerde FMDO-bandbreedtes, voor de in artikel 1, lid 1, van die verordening genoemde bestanden zo spoedig mogelijk en geleidelijk toenemend uiterlijk in 2020 worden bereikt, en moet de visserijsterfte daarna overeenkomstig artikel 4 van die verordening worden gehandhaafd binnen de FMDO-bandbreedtes. De totale visserijsterfte voor zeebaars in ICES-sectoren 8a en 8b moet daarom worden vastgesteld in overeenstemming met de MDO, waarbij rekening wordt gehouden met commerciële en recreatieve vangsten, met inbegrip van teruggooi (in totaal 2 533 ton, volgens het ICES-advies). De lidstaten moeten passende maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de visserijsterfte bij hun vloten en hun recreatievissers niet hoger is dan de FMDO-puntwaarde, conform artikel 4, lid 3, van Verordening (EU) 2019/472.

(11)

Ook de maatregelen voor de recreatieve visserij op zeebaars moeten behouden blijven, rekening houdend met de significante impact van die visserij op de betrokken bestanden. Binnen de grenzen van het wetenschappelijk advies dienen de praktijk van het vangen en weer terugzetten en de meeneemlimiet te worden gehandhaafd. Gelet op het feit dat er te weinig selectiviteit is en dat er waarschijnlijk meer exemplaren zullen worden gevangen dan de vastgestelde grenswaarden, moeten vaste netten worden uitgesloten. Wanneer alleen de praktijk van vangen en terugzetten is toegelaten, mag uitsluitend vistuig worden toegestaan waarvoor een hoog overlevingspercentage geldt. Gezien de ecologische, sociale en economische situatie is met die maatregelen voor zeebaars een passend evenwicht gevonden tussen de belangen van commerciële en recreatievissers, vooral omdat in kustgemeenschappen commerciële vissers van dit bestand afhankelijk zijn. Met die maatregelen zullen recreatievissers hun visserijactiviteiten kunnen uitoefenen en wordt rekening gehouden met het effect ervan op die bestanden.

(12)

Voor het bestand van Europese aal (Anguilla anguilla) luidt het advies van de ICES dat alle door de mens veroorzaakte sterfte, ook die welke wordt veroorzaakt door de recreatieve en de commerciële visserij, tot nul moet worden gereduceerd of zo dicht mogelijk bij nul moet worden gehouden. Voorts heeft de Algemene Visserijcommissie voor de Middellandse Zee (GFCM) Aanbeveling GFCM/42/2018/1 tot vaststelling van beheersmaatregelen voor Europese aal in de Middellandse Zee aangenomen. Het is wenselijk om het gelijk speelveld in de hele Unie te behouden en dus ook om voor de wateren van de Unie van het ICES-gebied en voor brakke wateren zoals estuaria, kustlagunes en overgangswateren een sluitingsperiode van drie opeenvolgende maanden voor alle visserij op Europese aal in alle levensfasen te behouden. Aangezien de sluitingsperiode van de visserij in overeenstemming moet zijn met de instandhoudingsdoelstellingen in Verordening (EG) nr. 1100/2007 van de Raad (3) en de temporele migratiepatronen van Europese aal, is het voor de wateren van de Unie van het ICES-gebied passend deze in de periode tussen 1 augustus 2020 en 28 februari 2021 te laten vallen.

(13)

Gedurende een aantal jaren was op sommige bestanden Elasmobranchii (roggen en haaien) een nul-TAC van toepassing, met daaraan verbonden een verplichting om incidentele vangsten onmiddellijk terug te zetten. Die specifieke behandeling was terug te voeren op de slechte staat van instandhouding van die bestanden en op de aanname dat teruggooi, gelet op de hoge overlevingspercentages, niet tot een hogere visserijsterfte zou leiden en gunstig zou zijn voor de instandhouding van die soorten. Sinds 1 januari 2019 moeten vangsten van die soorten echter verplicht worden aangeland, tenzij zij krachtens artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 onder een afwijking van de aanlandingsverplichting vallen. Op grond van artikel 15, lid 4, punt a), van die verordening zijn dergelijke afwijkingen toegestaan voor soorten waarop niet mag worden gevist en die als dusdanig worden omschreven in een op het gebied van het GVB vastgestelde rechtshandeling van de Unie. Daarom is het passend de visserij op deze soorten in de betrokken gebieden te verbieden.

(14)

De TAC's voor bestanden die onder specifieke meerjarenplannen vallen, moeten op grond van artikel 16, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 worden vastgesteld in overeenstemming met de in die plannen vervatte voorschriften.

(15)

Het meerjarenplan voor de Noordzee is vastgesteld bij Verordening (EU) 2018/973 van het Europees Parlement en de Raad (4) en is in 2018 in werking getreden. Het meerjarenplan voor de westelijke wateren is in 2019 in werking getreden. De vangstmogelijkheden voor de in artikel 1 van die plannen vermelde bestanden moeten worden vastgesteld in overeenstemming met de streefcijfers (FMDO-bandbreedtes) en vrijwaringsmaatregelen conform de in die plannen bepaalde voorwaarden. De FMDO-bandbreedtes zijn vastgelegd in de desbetreffende ICES-adviezen. Indien geen degelijke wetenschappelijke informatie beschikbaar is, dienen de vangstmogelijkheden voor bijvangstbestanden te worden vastgesteld in overeenstemming met de voorzorgsbenadering, zoals uiteengezet in de meerjarenplannen. Om schommelingen in de vangstmogelijkheden tussen opeenvolgende jaren te beperken, overeenkomstig artikel 4, lid 5, punt c), van Verordening (EU) 2019/472, is het passend voor de bestanden van noordelijke heek en zuidelijke heek het bovenste segment van de FMDO-bandbreedte te hanteren.

(16)

Overeenkomstig artikel 8 van het meerjarenplan voor de westelijke wateren worden, indien uit wetenschappelijk advies blijkt dat de paaibiomassa van een van de in artikel 1, lid 1, van dat plan bedoelde bestanden lager is dan Blim, aanvullende herstelmaatregelen genomen om te waarborgen dat het betrokken bestand snel terugkeert boven het niveau dat MDO kan opleveren. In het bijzonder kunnen deze herstelmaatregelen inhouden dat de gerichte visserij op het betrokken bestand wordt geschorst en de vangstmogelijkheden voor die bestanden en/of andere bestanden in de visserijen met bijvangsten van kabeljauw of wijting op passende wijze worden verlaagd.

(17)

In zijn advies gaf de ICES aan dat de kabeljauw- en wijtingbestanden in de Keltische Zee onder de Blim liggen. Bijgevolg moeten voor die bestanden aanvullende herstelmaatregelen worden genomen. Deze maatregelen moeten bijdragen tot het herstel van de betrokken bestanden en moeten in de plaats komen van een verdere verlaging van de vangstmogelijkheden voor visserijen waarin deze bestanden worden gevangen. Wat betreft wijting in de Keltische Zee moeten de maatregelen daarom bestaan uit technische aanpassingen van vistuigkenmerken met het oog op het beperken van bijvangsten van wijting die functioneel verbonden zijn met de vangstmogelijkheden voor visserijen waarin deze bestanden worden gevangen.

(18)

Bij het vaststellen van de vangstmogelijkheden voor kabeljauw in de Keltische Zee voor 2019 zijn herstelmaatregelen genomen. De TAC die toen voor dit bestand is vastgesteld was uitsluitend bestemd voor bijvangsten. Aangezien het bestand zich onder Blim bevindt, moeten evenwel extra herstelmaatregelen worden genomen om het bestand opnieuw boven het niveau te brengen dat de MDO kan opleveren, overeenkomstig artikel 8, lid 2, van het meerjarenplan voor de westelijke wateren. Die maatregelen zullen de selectiviteit verbeteren door het gebruik van vistuig met lagere bijvangstniveaus voor kabeljauw te verplichten in gebieden met significante kabeljauwvangsten. Daardoor zal de visserijsterfte van dit bestand in gemengde visserijen dalen. Het TAC-niveau moet zodanig worden vastgesteld dat de visserij begin 2020 niet vroegtijdig moet worden gesloten. Daarnaast moet de TAC van die aard zijn dat mogelijke teruggooi wordt vermeden. Die zou de gegevensinzameling en de wetenschappelijke beoordeling met betrekking tot het bestand kunnen ondergraven. De vaststelling van een TAC van 805 ton zou de paaibiomassa van het bestand in 2020 aanzienlijk en met minstens 100 % verhogen en aldus garanderen dat het bestand snel terugkeert naar niveaus die de MDO (Btrigger) kunnen opleveren.

(19)

De TAC's voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee moeten worden vastgesteld overeenkomstig de voorschriften die zijn vervat in Verordening (EU) 2016/1627 van het Europees Parlement en de Raad (5).

(20)

De ICES heeft naar aanleiding van een benchmark-exercitie ten aanzien van het haringbestand ten westen van Schotland advies uitgebracht over de gecombineerde haringbestanden in sectoren 6a, 7b en 7c (ten westen van Schotland, ten westen van Ierland). Dit advies heeft betrekking op twee afzonderlijke TAC's (voor sectoren 6aS, 7b en 7c enerzijds en voor sectoren 5b, 6b en 6aN anderzijds). Volgens de ICES moet een herstelplan voor die bestanden worden opgesteld. Daarom moet een TAC worden vastgesteld teneinde beperkte vangsten in het kader van een door commerciële actoren uitgevoerd wetenschappelijk bemonsteringsprogramma toe te staan.

(21)

Uit wetenschappelijk advies van de ICES blijkt dat het bestand haring in de Keltische Zee (Clupea harengus) (ICES-sectoren 7a ten zuiden van 52°30′ N.B., 7 g-h en 7j-k) op een niveau onder de Blim ligt. De ICES heeft voor 2020 dan ook een nulvangst geadviseerd. De ICES stelde voor aan controlevisserij te doen om de bijdrage aan de verzameling van wetenschappelijke gegevens zo groot mogelijk te maken, alsook te assisteren bij de akoestische inspectie, waarbij het minimumniveau van de vangsten 869 ton moet bedragen. Dit cijfer zou het minimumaantal van 17 monsters kunnen opleveren dat vereist is voor een controle-TAC. Het is dus passend een TAC vast te stellen voor verklikkervisserij voor haring in de Keltische Zee, teneinde ononderbroken visserijafhankelijke vangstgegevens te kunnen verzamelen, zonder het herstel van dat bestand in het gedrang te brengen.

(22)

De ICES bracht op 17 december 2018 wetenschappelijk advies uit over de flexibiliteit voor horsmakrelen (Trachurus spp.) tussen ICES-sectoren 8c en 9a. De ICES adviseerde dat de flexibiliteit tussen de gebieden van twee bestanden niet groter mag zijn dan het verschil tussen de vangst die overeenkomt met een visserijsterfte van Fp.05 en de vastgestelde TAC's. TAC's mogen ook niet worden overgedragen naar een bestand met een paaibiomassa onder het grensreferentiepunt (Blim). Overeenkomstig de voorwaarden van dat wetenschappelijk advies moet de flexibiliteit (bijzondere voorwaarde) voor horsmakrelen tussen ICES-deelgebied 9 en ICES-sector 8c voor 2020 worden vastgesteld op 10 %.

(23)

Voor bestanden waarvoor onvoldoende gegevens of geen betrouwbare gegevens voorhanden zijn om de omvang ervan te kunnen ramen, moeten de beheersmaatregelen en de TAC-niveaus worden vastgesteld volgens de voorzorgsbenadering van het visserijbeheer als omschreven in artikel 4, lid 1, punt 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013, en met inachtneming van bestandspecifieke factoren, waaronder met name de beschikbare gegevens over de ontwikkeling van de bestanden en overwegingen betreffende gemengde visserijen.

(24)

Bij Verordening (EG) nr. 847/96 van de Raad (6) zijn aanvullende voorwaarden voor het meerjarenbeheer van de TAC's ingevoerd, waaronder de flexibiliteitsbepalingen van de artikelen 3 en 4 van die verordening voor voorzorgs- en analytische TAC's. Krachtens artikel 2 van die verordening bepaalt de Raad bij de vaststelling van de TAC's voor welke bestanden de artikelen 3 en 4 niet van toepassing zijn gelet op met name de biologische situatie van de bestanden. In 2014 is bij artikel 15, lid 9, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 een verdere jaarflexibiliteit ingevoerd voor alle bestanden waarvoor de aanlandingsverplichting geldt. Om te voorkomen dat excessieve flexibiliteit het beginsel van een rationele en verantwoordelijke exploitatie van de biologische rijkdommen van de zee zou ondergraven, een belemmering zou vormen voor de verwezenlijking van de doelstellingen van het GVB, en tot een verslechtering van de biologische toestand van de bestanden zou leiden, moet worden bepaald dat de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 alleen van toepassing zijn op analytische TAC's wanneer geen gebruik wordt gemaakt van de jaarflexibiliteit als bedoeld in artikel 15, lid 9, van Verordening (EU) nr. 1380/2013.

(25)

De jaarflexibiliteit uit hoofde van artikel 15, lid 9, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 mag niet worden toegepast indien daardoor de verwezenlijking van de doelstellingen van het GVB zou worden ondermijnd, met name voor bestanden met een paaibiomassa onder Blim.

(26)

Aangezien ook de biomassa's van de bestanden COD/03AS, COD/5BE6A, WHG/56-14, WHG/07A en PLE/7HJK zich onder Blim bevinden en in 2020 uitsluitend bijvangsten en [wetenschappelijke] visserij zijn toegestaan, hebben de lidstaten toegezegd artikel 15, lid 9, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 voor die bestanden in 2020 niet te zullen toepassen, zodat de vangsten in 2020 de vastgestelde TAC's niet overschrijden.

(27)

Indien voor een bepaald bestand een TAC slechts aan één lidstaat wordt toegewezen, is het passend deze lidstaat overeenkomstig artikel 2, lid 1, van het Verdrag te machtigen het niveau van deze TAC vast te stellen. Er moeten regelingen worden getroffen om te garanderen dat de betrokken lidstaat bij het vaststellen van dit TAC-niveau volledig in overeenstemming met de beginselen en voorschriften van het GVB handelt.

(28)

De maxima voor de visserij-inspanning voor 2020 moeten worden vastgesteld overeenkomstig de artikelen 5, 6, 7 en 9 en bijlage I bij Verordening (EU) 2016/1627.

(29)

Teneinde de volledige benutting van de vangstmogelijkheden te waarborgen, is het passend de mogelijkheid te bieden om tussen bepaalde TAC-gebieden met hetzelfde biologische bestand een flexibele regeling toe te passen.

(30)

Voor sommige soorten, zoals bepaalde haaiensoorten, kan zelfs een beperkte visserijactiviteit een ernstig risico voor de instandhouding van de soort inhouden. Voor die soorten moeten de vangstmogelijkheden derhalve middels een totaalverbod op die visserij tot nul worden gereduceerd.

(31)

Tijdens de 12e Conferentie van de partijen bij het Verdrag inzake de bescherming van trekkende wilde diersoorten, die van 23 tot en met 28 oktober 2017 in Manilla is gehouden, is een aantal diersoorten toegevoegd aan de lijst van beschermde soorten in de bijlagen I en II bij het verdrag. Daarom is het passend te bepalen dat vissersvaartuigen van de Unie die in om het even welke wateren vissen en vissersvaartuigen van buiten de Unie die in de wateren van de Unie vissen, de beschermde status van deze soorten in acht moeten nemen.

(32)

De bij deze verordening voor vissersvaartuigen van de Unie vastgestelde vangstmogelijkheden moeten worden gebruikt overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad (7), en met name de artikelen 33 en 34 van die verordening betreffende de registratie van de vangsten en de visserij-inspanning, respectievelijk de melding van gegevens over de uitputting van de vangstmogelijkheden. Derhalve dient te worden gepreciseerd welke codes de lidstaten moeten gebruiken wanneer zij gegevens over aanlandingen van onder deze verordening vallende bestanden indienen bij de Commissie.

(33)

Het is passend, conform het advies van de ICES, een specifiek systeem voor het beheer van zandspiering en bijvangsten in de wateren van de Unie van ICES-sectoren 2a en 3a en ICES-deelgebied 4 te behouden. Het wetenschappelijke advies van de ICES wordt pas in februari 2020 verwacht, en daarom is het raadzaam de TAC's en quota voor dit bestand voorlopig op nul vast te stellen.

(34)

De Unie heeft, volgens de procedure in de overeenkomsten of protocollen inzake betrekkingen op visserijgebied met Noorwegen (8) en de Faeröer (9), overleg met die partners gepleegd over de visrechten. In overeenstemming met de procedure in de overeenkomst en het protocol inzake visserijbetrekkingen met Groenland (10) heeft het Gemengd Comité de vangstmogelijkheden vastgesteld waarover de Unie in 2020 in de Groenlandse wateren kan beschikken. Derhalve moeten deze vangstmogelijkheden in de onderhavige verordening worden opgenomen.

(35)

De TAC voor de Unie voor Groenlandse heilbot in internationale wateren van 1 en 2 laat het standpunt van de Unie over het passende aandeel van de Unie in deze visserij onverlet.

(36)

De Visserijcommissie voor het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan (North-East Atlantic Fisheries Commission - NEAFC) is er tijdens haar jaarvergadering in 2019 niet in geslaagd instandhoudingsmaatregelen voor de twee roodbaarsbestanden in de Irminger Zee aan te nemen. Voor deze bestanden moeten de betreffende TAC's worden vastgesteld, in overeenstemming met de standpunten van de Unie in de NEAFC.

(37)

De Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen (International Commission for the Conservation of Atlantic Tunas - ICCAT) heeft tijdens haar jaarvergadering in 2017 besloten dat de ICCAT in 2018 en 2019 de niet-toegekende reserves voor blauwvintonijn voor 2019 en 2020 mag verdelen, met name rekening houdend met de behoeften van de ambachtelijke visserijen van aan zee gelegen verdragsluitende partijen bij het ICCAT-verdrag, alsmede samenwerkende niet-verdragsluitende partijen, entiteiten en visserijentiteiten in ontwikkeling (CPC's). Over die verdeling is overeenstemming bereikt op de intersessionele bijeenkomst van panel 2 van de ICCAT (Madrid, maart 2018), waarbij voor de toewijzing van de Unie werd uitgegaan van de informatie van drie lidstaten: Griekenland, Spanje en Portugal. Dat resulteerde voor de Unie in 87 ton aanvullende vangstmogelijkheden voor 2019 en 100 ton voor 2020, specifiek te gebruiken door ambachtelijke vloten van de Unie in bepaalde regio's van de Unie. De ICCAT heeft die toewijzing van vangstmogelijkheden aan de Unie goedgekeurd op haar jaarlijkse vergaderingen in 2018 en 2019. De parameters voor een verdeelsleutel tussen Griekenland, Spanje en Portugal voor 2019, vastgesteld door de Raad, blijven geldig voor 2020.

(38)

ICCAT-aanbeveling 16-05, waarbij voor 2020 de TAC voor zwaardvis in de Middellandse Zee wordt verlaagd, moet in Unierecht worden omgezet. Het is passend dat de door die organisatie vastgestelde vangstbeperkingen ook gelden voor de recreatievisserij op alle andere ICCAT-bestanden, zoals nu reeds voor het bestand van blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee het geval is.

(39)

De ICCAT heeft tijdens haar jaarvergadering in 2019 voor het eerst overeenstemming bereikt over een TAC voor blauwe haai in het noordelijke deel van de Atlantische Oceaan die is gevangen in het kader van de door de ICCAT geregelde visserijen, en over de verdeelsleutel. De vangstmogelijkheden voor dat bestand moeten aldus aan de lidstaten worden toegewezen. Ook heeft de ICCAT overeenstemming bereikt over een niet-toegewezen TAC voor blauwe haai in het zuidelijke deel van de Atlantische Oceaan die is gevangen in het kader van door de ICCAT geregelde visserijen. Voorts werden tussen de verdragsluitende partijen jaarlijkse aanlandingsbeperkingen toegewezen voor de bestanden blauwe marlijn en witte marlijn/speervis in de Atlantische Oceaan. Die maatregelen moeten in Unierecht worden omgezet.

(40)

Tijdens hun jaarvergadering in 2019 hebben de partijen bij de Commissie voor de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren (Commission for the Conservation of Antarctic Marine Living Resources - CCAMLR) vangstbeperkingen voor zowel doelsoorten als bijvangstsoorten voor de periode van 1 december 2019 tot en met 30 november 2020 aangenomen. Bij de vaststelling van vangstmogelijkheden voor 2020 moet rekening worden gehouden met de benutting van de quota in 2019.

(41)

Tijdens haar jaarvergadering in 2019 heeft de Commissie voor de tonijnvisserij in de Indische Oceaan (Indian Ocean Tuna Commission – IOTC) nieuwe vangstbeperkingen voor geelvintonijn (Thunnus albacares) vastgesteld die geen invloed hebben op de vangstbeperkingen van de Unie in het kader van de IOTC. Zij heeft echter ook de mogelijkheden voor het gebruik van visaantrekkende voorzieningen (fish aggregating devices – FAD's) en bevoorradingsvaartuigen beperkt. Er werden maatregelen inzake het behoud van roggen van het geslacht Mobula goedgekeurd. Die maatregelen moeten in Unierecht worden omgezet.

(42)

De jaarvergadering van de Regionale Organisatie voor het visserijbeheer in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan (South Pacific Regional Fisheries Management Organisation - SPRFMO) vindt plaats van 14 tot en met 18 februari 2020. In afwachting van die jaarvergadering dienen de bestaande maatregelen in het verdragsgebied van de SPRFMO voorlopig te worden gehandhaafd.

(43)

Tijdens haar jaarvergadering in 2017 heeft de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn (Inter-American Tropical Tuna Commission - IATTC) een instandhoudingsmaatregel voor geelvintonijn, grootoogtonijn en gestreepte tonijn vastgesteld voor de periode 2018-2020. Die maatregel is tijdens de jaarvergadering van de IATTC in 2019 niet herzien en moet dus in Unierecht van toepassing blijven.

(44)

Tijdens haar jaarvergadering in 2019 heeft de Commissie voor de instandhouding van de zuidelijke blauwvintonijn (Commission for the Conservation of Southern Bluefin Tuna - CCSBT) de bij de jaarvergadering van 2016 aangenomen TAC voor zuidelijke blauwvintonijn voor de periode 2018-2020 bevestigd. Die maatregelen moeten in Unierecht worden omgezet.

(45)

Tijdens haar jaarvergadering in 2019 heeft de Visserijorganisatie voor het zuidoostelijke deel van de Atlantische Oceaan (South East Atlantic Fisheries Organisation - SEAFO) TAC's vastgesteld voor de belangrijkste onder haar bevoegdheid vallende soorten. Die maatregelen moeten in Unierecht worden omgezet.

(46)

De Commissie voor de visserij in het westelijke en centrale deel van de Stille Oceaan (Western and Central Pacific Fisheries Commission - WCPFC) heeft tijdens haar jaarvergadering in 2019 de eerder vastgestelde instandhoudings- en beheersmaatregelen gehandhaafd. Die maatregelen moeten in het Unierecht van toepassing blijven.

(47)

Tijdens haar 41e jaarvergadering in 2019 heeft de Visserijorganisatie voor het noordwestelijke deel van de Atlantische Oceaan (North West Atlantic Fisheries Organisation - NAFO) een aantal vangstmogelijkheden voor 2020 vastgesteld voor bepaalde bestanden in de deelgebieden 1 tot en met 4 van het NAFO-verdragsgebied. Die maatregelen moeten in Unierecht worden omgezet.

(48)

Tijdens de 6e vergadering van de partijen bij de Visserijovereenkomst voor de Zuid-Indische Oceaan (SIOFA) in 2019 zijn instandhoudings- en beheersmaatregelen vastgesteld voor de bestanden die onder het toepassingsgebied van de overeenkomst vallen. Die maatregelen moeten in Unierecht worden omgezet.

(49)

Wat de vangstmogelijkheden voor sneeuwkrabben rond het Svalbard-gebied betreft, verleent het Verdrag van Parijs van 1920 alle partijen bij dat verdrag gelijkelijk en zonder onderscheid toegang tot de hulpbronnen, ook wat visserij betreft. De Unie heeft haar standpunt aangaande dat toegangsrecht met betrekking tot de visserij op sneeuwkrabben op het continentaal plat rond de Svalbard-archipel uiteengezet in twee nota's-verbaal aan Noorwegen d.d. 25 oktober 2016 en 24 februari 2017. Teneinde te garanderen dat de exploitatie van sneeuwkrabben in het Svalbard-gebied in overeenstemming is met de niet-discriminerende beheersregels die zouden kunnen worden vastgesteld door Noorwegen, dat binnen de grenzen van het genoemde verdrag soevereiniteit en jurisdictie over het gebied heeft, is het passend te bepalen hoeveel vaartuigen tot deze visserijtak worden toegelaten. De verdeling van deze vangstmogelijkheden onder de lidstaten geldt alleen voor 2020. Gememoreerd wordt dat de primaire verantwoordelijkheid in de Unie voor de naleving van de toepasselijke wetgeving bij de vlaggenlidstaten berust.

(50)

Overeenkomstig de door de Unie tot de Bolivariaanse Republiek Venezuela gerichte verklaring (11) moet worden bepaald welke vangstmogelijkheden voor snappers in de wateren van de Unie ter beschikking van Venezuela worden gesteld.

(51)

Aangezien sommige bepalingen continu moeten worden toegepast, en teneinde een gebrek aan rechtszekerheid te voorkomen in de periode tussen het einde van 2020 en de datum van inwerkingtreding van de verordening waarbij de vangstmogelijkheden voor 2021 worden vastgesteld, dienen de in deze verordening opgenomen bepalingen betreffende verbodsbepalingen en gesloten seizoenen van toepassing te blijven aan het begin van 2021, tot aan de inwerkingtreding van de verordening waarbij de vangstmogelijkheden voor 2021 worden vastgesteld.

(52)

Om uniforme voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend met betrekking tot de machtiging van individuele lidstaten om toegewezen visserij-inspanningen te beheren volgens een systeem van kilowatt per dag. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (12).

(53)

Om uniforme voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend met betrekking tot de toekenning van extra zeedagen voor de definitieve beëindiging van visserijactiviteiten en voor de versterkte aanwezigheid van wetenschappelijke waarnemers, alsmede met betrekking tot de spreadsheetformats voor het verzamelen en doorsturen van informatie betreffende de overdracht van zeedagen tussen vissersvaartuigen die de vlag van dezelfde lidstaat voeren. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011.

(54)

Teneinde ervoor te zorgen dat de visserijactiviteiten niet worden onderbroken en het inkomen van de vissers in de Unie wordt veiliggesteld, dient deze verordening met ingang van 1 januari 2020 van toepassing te zijn, met uitzondering van de bepalingen betreffende de beperkingen van de visserij-inspanning, die van toepassing moeten zijn vanaf 1 februari 2020, en sommige bepalingen betreffende bijzondere gebieden, waarvoor een specifieke toepassingsdatum moet gelden. Gezien de urgentie dient deze verordening onmiddellijk na de bekendmaking ervan in werking te treden.

(55)

Bepaalde internationale maatregelen waarbij vangstmogelijkheden voor de Unie worden ingesteld of beperkt, worden aan het einde van het jaar door de betrokken regionale organisaties voor visserijbeheer (ROVB's) vastgesteld en worden vóór de inwerkingtreding van deze verordening van toepassing. De bepalingen tot omzetting van deze maatregelen in Unierecht dienen derhalve met terugwerkende kracht van toepassing te zijn. Aangezien het visseizoen in het verdragsgebied van de CCAMLR loopt van 1 december tot en met 30 november en bepaalde vangstmogelijkheden of -verboden in het CCAMLR-verdragsgebied derhalve worden vastgesteld voor een periode die ingaat op 1 december 2019, dienen de desbetreffende bepalingen van deze verordening vanaf die datum van toepassing te zijn. Deze toepassing met terugwerkende kracht laat het beginsel van gewettigd vertrouwen onverlet, aangezien CCAMLR-leden niet zonder machtiging in het CCAMLR-verdragsgebied mogen vissen.

(56)

De vangstmogelijkheden moeten in volledige overeenstemming met het Unierecht worden gebruikt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

TITEL I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Onderwerp

1.   Bij deze verordening worden de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden vastgesteld die in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie beschikbaar zijn.

2.   De in lid 1 bedoelde vangstmogelijkheden omvatten:

a)

de vangstbeperkingen voor 2020 en, waar zulks in de onderhavige verordening is bepaald, voor 2021;

b)

de beperkingen van de visserij-inspanning voor 2020, met uitzondering van de beperkingen van de visserij-inspanning in bijlage II, die van toepassing zijn van 1 februari 2020 tot en met 31 januari 2021;

c)

de vangstmogelijkheden voor de periode van 1 december 2019 tot en met 30 november 2020 voor bepaalde bestanden in het CCAMLR-verdragsgebied;

d)

de vangstmogelijkheden voor bepaalde bestanden in het IATTC-verdragsgebied als vastgesteld in artikel 30 voor de in dat artikel gespecificeerde perioden in 2019 en 2020.

Artikel 2

Toepassingsgebied

1.   Deze verordening is van toepassing op de volgende vaartuigen:

a)

vissersvaartuigen van de Unie;

b)

vaartuigen van derde landen in de wateren van de Unie.

2.   Deze verordening is tevens van toepassing op recreatievisserijen indien in de ter zake relevante bepalingen uitdrukkelijk naar deze visserijen wordt verwezen.

Artikel 3

Definities

Voor de toepassing van deze verordening gelden de definities van artikel 4 van Verordening (EU) nr. 1380/2013. Daarnaast wordt verstaan onder:

a)

"vaartuig van een derde land": een vissersvaartuig dat de vlag voert van en is geregistreerd in een derde land;

b)

"recreatievisserijen": niet-commerciële visserijactiviteiten waarmee de mariene biologische hulpbronnen worden geëxploiteerd voor recreatieve, toeristische of sportieve doeleinden;

c)

"internationale wateren": wateren die niet onder de soevereiniteit of jurisdictie van enige staat vallen;

d)

"totale toegestane vangst" (TAC):

i)

in visserijen die vallen onder de in artikel 15, leden 4 tot en met 7, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 bedoelde vrijstelling van de aanlandingsverplichting: de hoeveelheid vis die elk jaar van elk bestand mag worden aangeland;

ii)

in de overige visserijen: de hoeveelheid vis die elk jaar van elk bestand mag worden gevangen;

e)

"quotum": een gedeelte van de TAC dat is toegewezen aan de Unie, aan een lidstaat of aan een derde land;

f)

"analytische evaluaties": kwantitatieve evaluatie van trends in een bepaald bestand, op basis van gegevens over de biologie en de exploitatie van dat bestand, die blijkens wetenschappelijke toetsing van toereikende kwaliteit zijn om de basis te vormen voor wetenschappelijke adviezen over opties voor toekomstige vangsten;

g)

"maaswijdte": de maaswijdte van visnetten in de zin van artikel 6, punt 34, van Verordening (EU) 2019/1241 van het Europees Parlement en de Raad (13);

h)

"register van de vissersvloot van de Unie": het register dat door de Commissie is ingesteld overeenkomstig artikel 24, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1380/2013;

i)

"visserijlogboek": het logboek als bedoeld in artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

Artikel 4

Visserijzones

Voor de toepassing van deze verordening geldt de volgende afbakening van visserijzones:

a)

voor de ICES-zones (International Council for the Exploration of the Sea – Internationale Raad voor het onderzoek van de zee): de in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 218/2009 van het Europees Parlement en de Raad (14) gespecificeerde geografische gebieden;

b)

voor het Skagerrak: het geografische gebied dat in het westen wordt begrensd door een lijn van de vuurtoren van Hanstholm naar die van Lindesnes, en in het zuiden door een lijn van de vuurtoren van Skagen naar die van Tistlarna en vandaar naar het dichtstbijgelegen punt op de Zweedse kust;

c)

voor het Kattegat: het geografische gebied dat in het noorden wordt begrensd door een lijn van de vuurtoren van Skagen naar die van Tistlarna en vandaar naar het dichtstbijgelegen punt op de Zweedse kust, en in het zuiden door een lijn van Kaap Hasenøre naar Kaap Gniben, van Korshage naar Spodsbjerg en van Kaap Gilbjerg naar Kullen;

d)

voor functionele eenheid 16 van ICES-deelgebied 7: het geografische gebied dat wordt begrensd door loxodromen die achtereenvolgens de punten met de volgende geografische coördinaten met elkaar verbinden:

53°30' N.B. 15°00' W.L.,

53°30' N.B. 11°00' W.L.,

51°30' N.B. 11°00' W.L.,

51°30' N.B. 13°00' W.L.,

51°00' N.B. 13°00' W.L.,

51°00' N.B. 15°00' W.L.;

e)

voor functionele eenheid 25 van ICES-sector 8c: het geografische zeegebied dat wordt begrensd door loxodromen die achtereenvolgens de punten met de volgende geografische coördinaten met elkaar verbinden:

43°00' N.B. 9°00' W.L.,

43°00' N.B. 10°00' W.L.,

43°30' N.B. 10°00' W.L.,

43°30' N.B. 9°00' W.L.,

44°00' N.B. 9°00' W.L.,

44°00' N.B. 8°00' W.L.,

43°30' N.B. 8°00' W.L.;

f)

voor functionele eenheid 26 van ICES-sector 9a: het geografische gebied dat wordt begrensd door loxodromen die achtereenvolgens de punten met de volgende geografische coördinaten met elkaar verbinden:

43°00' N.B. 8°00' W.L.,

43°00' N.B. 10°00' W.L.,

42°00' N.B. 10°00' W.L.,

42°00' N.B. 8°00' W.L.;

g)

voor functionele eenheid 27 van ICES-sector 9a: het geografische gebied dat wordt begrensd door loxodromen die achtereenvolgens de punten met de volgende geografische coördinaten met elkaar verbinden:

42°00' N.B. 8°00' W.L.,

42°00' N.B. 10°00' W.L.,

38°30' N.B. 10°00' W.L.,

38°30' N.B. 9°00' W.L.,

40°00' N.B. 9°00' W.L.,

40°00' N.B. 8°00' W.L.;

h)

voor functionele eenheid 30 van ICES-sector 9a: het geografische gebied onder de jurisdictie van Spanje in de Golf van Cádiz en in de aangrenzende wateren van 9a;

i)

voor functionele eenheid 31 van ICES-sector 8c: het geografische zeegebied dat wordt begrensd door loxodromen die achtereenvolgens de punten met de volgende geografische coördinaten met elkaar verbinden:

43°30' N.B. 6°00' W.L.,

44°00' N.B. 6°00' W.L.,

44°00' N.B. 2°00' W.L.,

43°30' N.B. 2°00' W.L.;

j)

voor de Golf van Cádiz: het geografische gebied van ICES-sector 9a ten oosten van 7° 23′ 48″ W.L.;

k)

voor het CCAMLR-verdragsgebied: het geografische gebied als omschreven in artikel 2, punt a), van Verordening (EG) nr. 601/2004 van de Raad (15);

l)

voor de CECAF-zones (Committee for Eastern Central Atlantic Fisheries –commissie voor het centraaloostelijke deel van de Atlantische Oceaan): de in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 216/2009 van het Europees Parlement en de Raad (16) gespecificeerde geografische gebieden;

m)

voor het IATTC-verdragsgebied: het geografische gebied als omschreven in het verdrag ter versterking van de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn opgericht bij het verdrag van 1949 tussen de Verenigde Staten van Amerika en de Republiek Costa Rica (17);

n)

voor het ICCAT-verdragsgebied: het geografische gebied als omschreven in het Internationaal Verdrag voor de instandhouding van Atlantische tonijnen (18);

o)

voor het bevoegdheidsgebied van de IOTC: het geografische gebied als omschreven in de Overeenkomst tot oprichting van de Commissie voor de tonijnvisserij in de Indische Oceaan (19);

p)

voor de NAFO-zones: de geografische gebieden als gespecificeerd in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 217/2009 van het Europees Parlement en de Raad (20);

q)

voor het SEAFO-verdragsgebied: het geografische gebied als omschreven in het Verdrag inzake de instandhouding en het beheer van de visbestanden in het zuidoostelijke deel van de Atlantische Oceaan (21);

r)

voor het SIOFA-verdragsgebied: het geografische gebied als omschreven in de Visserijovereenkomst voor de Zuid-Indische Oceaan (22);

s)

voor het SPRFMO-verdragsgebied: het geografische gebied als omschreven in het Verdrag inzake de instandhouding en het beheer van de visbestanden van de volle zee in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan (23);

t)

voor het WCPFC-verdragsgebied: het geografische gebied als omschreven in het Verdrag inzake de instandhouding en het beheer van over grote afstanden trekkende visbestanden in het westelijke en centrale deel van de Stille Oceaan (24);

u)

voor de volle zee van de Beringzee: het geografische gebied van de volle zee van de Beringzee vanaf 200 zeemijl van de basislijnen vanwaar de breedte van de territoriale zee van de aan de Beringzee gelegen kuststaten wordt gemeten;

v)

voor het tussen de IATTC en de WCPFC overlappende gebied: het geografische gebied dat wordt begrensd door:

lengtegraad 150° W.L.,

lengtegraad 130° W.L.,

breedtegraad 4° Z.B.,

breedtegraad 50° Z.B.

TITEL II

VANGSTMOGELIJKHEDEN VOOR VISSERSVAARTUIGEN VAN DE UNIE

HOOFDSTUK I

Algemene bepalingen

Artikel 5

TAC's en toewijzingen

1.   De TAC's voor vissersvaartuigen van de Unie in de wateren van de Unie of bepaalde wateren buiten de Unie en de toewijzing van deze TAC's aan de lidstaten, alsmede eventuele voorwaarden die er functioneel verband mee houden, zijn vastgesteld in bijlage I.

2.   Vissersvaartuigen van de Unie mogen, met inachtneming van de in bijlage I bij deze verordening vastgestelde TAC’s en de voorschriften van artikel 18 en bijlage V, deel A, bij de onderhavige verordening en van Verordening (EU) 2017/2403 van het Europees Parlement en de Raad (25) en de uitvoeringsbepalingen daarvan, vissen in de wateren die onder de visserij-jurisdictie van de Faeröer, Groenland en Noorwegen vallen, en in de visserijzone rond Jan Mayen.

Artikel 6

Door de lidstaten vast te stellen TAC's

1.   Voor bepaalde visbestanden worden de TAC’s door de betrokken lidstaat vastgesteld. Deze bestanden worden opgesomd in bijlage I.

2.   De door een lidstaat vast te stellen TAC’s:

a)

zijn consistent met de beginselen en voorschriften van het GVB, en met name met het beginsel van duurzame exploitatie van de bestanden; alsmede

b)

zijn zodanig gekozen dat:

i)

indien er analytische evaluaties beschikbaar zijn, de exploitatie van het bestand met een zo groot mogelijke waarschijnlijkheid vanaf 2020 overeenstemt met de MDO; of

ii)

indien er geen of onvolledige analytische evaluaties beschikbaar zijn, de exploitatie van het bestand voldoet aan de voorzorgsbenadering van het visserijbeheer.

3.   Elke betrokken lidstaat verstrekt de Commissie uiterlijk op 15 maart 2020 de volgende gegevens:

a)

de vastgestelde TAC’s;

b)

de door de lidstaat verzamelde en beoordeelde gegevens waarop de vastgestelde TAC’s zijn gebaseerd;

c)

nadere gegevens over hoe de vastgestelde TAC’s aan lid 2 voldoen.

Artikel 7

Voorwaarden voor het aanlanden van vangsten en bijvangsten

1.   Vangsten waarvoor de aanlandingsverplichting van artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 niet geldt, mogen slechts aan boord worden gehouden of aangeland mits:

a)

zij zijn gevangen door vaartuigen die de vlag voeren van een lidstaat die over een quotum beschikt, en dat quotum nog niet is opgebruikt; of

b)

zij deel uitmaken van een quotum van de Unie dat niet in de vorm van quota over de lidstaten is verdeeld, en dat quotum van de Unie nog niet is opgebruikt.

2.   De in artikel 15, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 bedoelde bestanden van niet-doelsoorten die zich binnen biologisch veilige grenzen bevinden, worden in bijlage I bij de onderhavige verordening vastgesteld met het oog op de in dat artikel vastgestelde afwijking van de verplichting om vangsten in mindering te brengen op de betrokken quota.

Artikel 8

Quotumruilmechanisme voor TAC's voor onvermijdelijke bijvangsten ten aanzien van de aanlandingsverplichting

1.   Het in de leden 2 tot en met 5 van dit artikel beschreven quotumruilmechanisme wordt ingesteld om rekening te houden met de invoering van de aanlandingsverplichting en om quota beschikbaar te stellen voor de lidstaten zonder quotum voor bepaalde bijvangsten. Het mechanisme is van toepassing op de TAC’s vermeld in bijlage IA.

2.   6 % van elk quotum van de TAC’s voor kabeljauw in de Keltische Zee, kabeljauw in het gebied ten westen van Schotland, wijting in de Ierse Zee en schol in ICES-sectoren 7h, 7j en 7k, en 3 % van elk quotum van de TAC voor wijting in het gebied ten westen van Schotland, die aan elke lidstaat zijn toegewezen, worden opgenomen in een quotumruilsysteem, dat opengesteld wordt op 1 januari 2020. De lidstaten zonder quota hebben exclusieve toegang tot het quotumruilsysteem tot en met 31 maart 2020.

3.   De hoeveelheden die uit het systeem worden gehaald, mogen niet worden geruild of overgedragen naar het volgende jaar. Na 31 maart 2020 worden ongebruikte hoeveelheden teruggegeven aan de lidstaten die in het begin aan het quotumruilsysteem hebben bijgedragen.

4.   De quota die in ruil gegeven worden, komen bij voorkeur van een lijst met TAC’s die iedere aan het systeem bijdragende lidstaat heeft vastgesteld, en die is vervat in het aanhangsel bij bijlage IA.

5.   Er wordt, aan de hand van een marktkoers of een andere voor beide partijen aanvaardbare wisselkoers, voor gezorgd dat de in ruil gegeven quota commercieel gelijkwaardig zijn. Bij ontstentenis van een alternatieve regeling wordt voor commerciële gelijkwaardigheid gezorgd op basis van de gemiddelde prijzen van de Unie van het voorgaande jaar, zoals bepaald door de Waarnemingspost voor de EU-markt voor visserij- en aquacultuurproducten.

6.   Indien het in de leden 2 tot en met 5 van dit artikel beschreven quotumruilmechanisme de lidstaten niet in gelijke mate een oplossing biedt voor hun onvermijdelijke bijvangsten, trachten de lidstaten het eens te worden over quota-uitwisselingen krachtens artikel 16, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013, waarbij ervoor wordt gezorgd dat de geruilde quota commercieel gelijkwaardig zijn.

Artikel 9

Beperkingen van de visserij-inspanning in ICES-sector 7e

1.   Voor de in artikel 1, lid 2, punt b), bedoelde perioden zijn de technische aspecten van de rechten en verplichtingen in verband met bijlage II voor het beheer van het tongbestand in ICES-sector 7e vastgesteld in bijlage II.

2.   De Commissie kan, door middel van uitvoeringshandelingen, aan een verzoekende lidstaat extra zeedagen toekennen bovenop de in bijlage II, punt 5, bedoelde zeedagen, gedurende welke een vaartuig toestemming van zijn vlaggenlidstaat kan krijgen om in ICES-sector 7e aanwezig te zijn met gereglementeerd vistuig aan boord, en wel op basis van een verzoek van die lidstaat overeenkomstig bijlage II, punt 7.4. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 53, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

3.   De Commissie kan, door middel van uitvoeringshandelingen, aan een verzoekende lidstaat maximaal drie extra dagen tussen 1 februari 2020 en 31 januari 2021 toekennen bovenop de in bijlage II, punt 5, bedoelde zeedagen, gedurende welke een vaartuig aanwezig mag zijn in ICES-sector 7e op basis van een programma voor versterkte aanwezigheid van wetenschappelijke waarnemers als bedoeld in bijlage II, punt 8.1. Zulke toekenning geschiedt op basis van de door de lidstaat overeenkomstig bijlage II, punt 8.3, ingediende beschrijving en na raadpleging van het WTECV. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 53, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 10

Maatregelen inzake zeebaarsvisserij

1.   Het is voor vissersvaartuigen van de Unie en in elke vorm van commerciële visserij vanaf de kust verboden om op zeebaars te vissen in ICES-sectoren 4b en 4c en in ICES-deelgebied 7. Het is tevens verboden om zeebaars die in die gebieden is gevangen, te houden, over te laden, te verplaatsen of aan te landen.

2.   In afwijking van lid 1 mogen vissersvaartuigen van de Unie in januari 2020 en van 1 april tot en met 31 december 2020 in ICES-sectoren 4b, 4c, 7d, 7e, 7f en 7h en in de wateren binnen 12 zeemijl vanaf de basislijnen die onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk vallen in ICES-sectoren 7a en 7g, vissen op zeebaars, en zeebaars die in die gebieden is gevangen, houden, overladen, verplaatsen of aanlanden met het volgende vistuig en binnen de volgende limieten:

a)

met bodemtrawls (26), voor onvermijdelijke bijvangsten van maximaal 520 kilogram per twee maanden en 5 % van het gewicht van de totale vangst mariene organismen aan boord die door dat vaartuig per visreis zijn gevangen;

b)

met zegens (27), voor onvermijdelijke bijvangsten van maximaal 520 kilogram per twee maanden en 5 % van het gewicht van de totale vangst mariene organismen aan boord die door dat vaartuig per visreis zijn gevangen;

c)

met haken en lijnen (28), maximaal 5,7 ton per vaartuig per jaar;

d)

met vaste kieuwnetten (29), voor onvermijdelijke bijvangsten van maximaal 1,4 ton per vaartuig per jaar.

De in de eerste alinea geformuleerde afwijkingen zijn van toepassing op vissersvaartuigen van de Unie die vangsten van zeebaars hebben geregistreerd in de periode van 1 juli 2015 tot en met 30 september 2016: in punt c) voor geregistreerde vangsten met haken en lijnen, en in punt d) voor geregistreerde vangsten met vaste kieuwnetten. Wanneer een vissersvaartuig van de Unie wordt vervangen, kunnen de lidstaten toestaan dat de afwijking geldt voor een ander vissersvaartuig, op voorwaarde dat het aantal onder de afwijking vallende vissersvaartuigen van de Unie en de totale visserijcapaciteit ervan niet toenemen.

3.   De vangstbeperkingen van lid 2 zijn niet overdraagbaar tussen vaartuigen en, indien een maandelijkse beperking van toepassing is, tussen maanden. Voor vissersvaartuigen van de Unie die in één kalendermaand meer dan één vistuig gebruiken, geldt de laagste van de vangstbeperkingen die in lid 2 voor de betrokken vistuigen zijn vastgesteld.

De lidstaten melden uiterlijk 15 dagen na het einde van elke maand aan de Commissie hoeveel zeebaars per vistuigtype is gevangen.

4.   Frankrijk en Spanje zorgen ervoor dat de visserijsterfte van zeebaars in ICES-sectoren 8a en 8b ten gevolge van hun commerciële en recreatievisserij niet hoger is dan de FMDO-puntwaarde die overeenkomt met een totale vangst van 2 533 ton, zoals voorgeschreven in artikel 4, lid 3, van Verordening (EU) 2019/472.

5.   Bij recreatievisserij, inclusief vanaf de kust, in ICES-sectoren 4b, 4c, 6a en 7a tot en met 7k:

a)

is, wat zeebaars betreft, van 1 januari tot en met 29 februari 2020 en van 1 tot en met 31 december 2020 alleen het vangen met hengel of handlijn en weer terugzetten toegestaan. Het is gedurende die periode verboden om zeebaars die in die gebieden is gevangen, te houden, te verplaatsen, over te laden of aan te landen;

b)

mogen van 1 maart tot en met 30 november 2020 maximaal twee zeebaarzen per visser per dag worden gevangen en gehouden; de minimummaat voor bijgehouden zeebaars bedraagt 42 cm.

Punt b) van de eerste alinea is niet van toepassing op vaste netten, aangezien gedurende de in dat punt genoemde periode geen zeebaars in vaste netten mag worden gevangen of gehouden.

6.   Bij recreatievisserij in ICES-sectoren 8a en 8b mogen per dag maximaal twee zeebaarzen per visser worden gevangen en gehouden. De minimummaat voor bijgehouden zeebaars bedraagt 42 cm. Dit lid is niet van toepassing op vaste netten, aangezien gedurende die periode geen zeebaars in vaste netten mag worden gevangen of gehouden.

7.   De leden 5 en 6 laten strengere nationale maatregelen inzake recreatievisserij onverlet.

Artikel 11

Maatregelen inzake Europese-aalvisserij in wateren van de Unie van het ICES-gebied

Gerichte, incidentele en recreatievisserij op Europese aal is verboden in wateren van de Unie van het ICES-gebied en in brakke wateren zoals estuaria, kustlagunes en overgangswateren, gedurende een periode van drie opeenvolgende maanden, die elke betrokken lidstaat zelf moet bepalen en die tussen 1 augustus 2020 en 28 februari 2021 moet vallen. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 1 juni 2020 van de door hen bepaalde periode in kennis.

Artikel 12

Bijzondere bepalingen inzake de toewijzing van vangstmogelijkheden

1.   De vangstmogelijkheden worden overeenkomstig deze verordening over de lidstaten verdeeld onverminderd:

a)

het ruilen van vangstmogelijkheden op grond van artikel 16, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013;

b)

kortingen en nieuwe toewijzingen op grond van artikel 37 van Verordening (EG) nr. 1224/2009;

c)

nieuwe toewijzingen op grond van de artikelen 12 en 47 van Verordening (EU) 2017/2403 van de Raad;

d)

het aanlanden van extra hoeveelheden op grond van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 en artikel 15, lid 9, van Verordening (EU) nr. 1380/2013;

e)

de overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 en artikel 15, lid 9, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 ingehouden hoeveelheden;

f)

kortingen op grond van de artikelen 105, 106 en 107 van Verordening (EG) nr. 1224/2009;

g)

overdrachten en uitwisselingen van quota op grond van artikel 19 van de onderhavige verordening.

2.   Bestanden waarvoor voorzorgs-TAC's of analytische TAC's zijn vastgesteld, zijn opgenomen in bijlage I bij de onderhavige verordening met het oog op het meerjarenbeheer van de TAC's en quota als bedoeld in Verordening (EG) nr. 847/96.

3.   Tenzij anders vermeld in bijlage I bij de onderhavige verordening, is artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing op bestanden waarvoor een voorzorgs-TAC is vastgesteld, en zijn artikel 3, leden 2 en 3, en artikel 4 van die verordening van toepassing op bestanden waarvoor een analytische TAC is vastgesteld.

4.   De artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 zijn niet van toepassing wanneer een lidstaat gebruikmaakt van de jaarflexibiliteit als vastgesteld in artikel 15, lid 9, van Verordening (EU) nr. 1380/2013.

Artikel 13

Herstelmaatregelen voor kabeljauw en wijting in de Keltische Zee

1.   De volgende maatregelen zijn van toepassing op vaartuigen van de Unie die vissen met bodemtrawls en zegens in ICES-sectoren 7f, 7 g, het deel van 7h benoorden 49° 30′ noorderbreedte en het deel van 7j benoorden 49° 30′ noorderbreedte en ten oosten van lengtegraad 11° westerlengte:

a)

vaartuigen van de Unie die vissen met bodemtrawls waarvan de vangsten bestaan uit ten minste 20 % schelvis, mogen niet vissen in het in lid 1 bedoelde gebied, tenzij zij gebruikmaken van vistuig met een van de volgende maaswijdten:

maaswijdte in de kuil van 110 mm, met netpaneel met vierkante mazen van 120 mm;

T-90-kuil met maaswijdte van 100 mm;

maaswijdte in de kuil van 120 mm;

maaswijdte van 100 mm, met netpaneel met vierkante mazen van 160 mm tot en met 31 mei 2020.

b)

Vanaf 1 juni 2020 gebruiken vaartuigen van de Unie, aanvullend op de in punt a) bedoelde maatregelen: i) vistuig met ten minste een meter afstand tussen de vislijn en grondpees of ii) een middel dat volgens een evaluatie van de ICES of het WTECV minstens even selectief is gebleken bij het vermijden van kabeljauw.

c)

Vaartuigen van de Unie die met Deense zegen vissen waarvan de vangsten bestaan uit ten minste 20 % schelvis, mogen niet vissen in het in lid 1 bedoelde gebied, tenzij zij gebruikmaken van vistuig met een van de volgende maaswijdten:

maaswijdte in de kuil van 110 mm, met netpaneel met vierkante mazen van 120 mm;

T-90-kuil met maaswijdte van 100 mm;

maaswijdte in de kuil van 120 mm.

2.   Behalve vaartuigen die onder artikel 9, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/2034 van de Commissie (30) vallen, mogen vaartuigen van de Unie die vissen met bodemtrawls en zegens niet vissen in ICES-sectoren 7f tot en met 7k en in het gebied ten westen van 5° W.L. in ICES-sector 7e, en mogen vaartuigen van de Unie die vissen met bodemtrawls waarvan de vangsten bestaan uit minder dan 20 % schelvis, niet vissen in het in lid 1 genoemd gebied, tenzij zij vissen met een maaswijdte in de kuil van minstens 100 mm. De voorgeschreven minimale maaswijdte in de kuil is niet van toepassing op vaartuigen waarvan de bijvangst van kabeljauw volgens een evaluatie van het WTECV niet hoger is dan 1,5 %.

3.   Overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 en artikel 27, lid 2, van Verordening (EU) 2019/1241, worden de vangstpercentages berekend als het aandeel, per levend gewicht, van de totale hoeveelheid biologische rijkdommen van de zee die na elke visreis wordt aangeland.

4.   Vaartuigen van de Unie kunnen als alternatief voor het in lid 1, punten a) en b), genoemd vistuig, hoog-selectief vistuig inzetten dat technische kenmerken heeft die er, volgens een door het WTECV geëvalueerde wetenschappelijke studie, voor zorgen dat minder dan 1 % van de vangsten uit kabeljauw bestaat.

Artikel 14

Herstelmaatregelen voor kabeljauw in de Noordzee

De voor visserij, met uitzondering van de visserij met pelagisch vistuig (ringzegens en trawls) gesloten gebieden, en de periodes tijdens welke de sluitingen van toepassing zijn, staan in bijlage IV.

Artikel 15

Herstelmaatregelen voor kabeljauw in het Kattegat

1.   Vanaf 31 mei 2020 gebruiken vaartuigen van de Unie die met bodemtrawls (vistuigcodes: OTB, OTT, OT, TBN, TBS, TB, TX en PTB) met een minimummaaswijdte van 70 mm vissen een van de volgende soorten selectief vistuig:

a)

een soorteerrooster met een afstand van ten hoogste 35 mm tussen de staven, met een vrije uitlaat voor de vis;

b)

een soorteerrooster met een afstand van ten hoogste 50 mm tussen de staven voor het scheiden van platvis en rondvis, met een vrije uitlaat voor rondvis;

c)

een seltra-paneel met vierkante mazen met een maaswijdte van 300 mm;

d)

een gereglementeerd hoog-selectief vistuig dat technische kenmerken heeft die er, volgens een door het WTECV geëvalueerde wetenschappelijke studie, voor zorgen dat minder dan 1,5 % van de vangsten uit kabeljauw bestaat, indien dit het enige vistuig aan boord is.

2.   De lidstaten kunnen tot uiterlijk 31 maart 2020 vaartuigen van de Unie aanwijzen die in een project van een lidstaat uiterlijk op 31 december 2020 met apparatuur voor volledig gedocumenteerde visserij zullen zijn uitgerust. Deze vaartuigen van de Unie mogen gebruikmaken van vistuig overeenkomstig Verordening (EU) 2019/1241. De lidstaten delen de Commissie de lijst van deze vaartuigen mee.

Artikel 16

Verboden soorten

1.   Het is vissersvaartuigen van de Unie verboden de onderstaande soorten te bevissen, aan boord te houden, over te laden en aan te landen:

a)

sterrog (Amblyraja radiata) in wateren van de Unie van ICES-sectoren 2a, 3a en 7d en ICES-deelgebied 4;

b)

schubzwelghaai (Centrophorus squamosus) in wateren van de Unie van ICES-sector 2a en ICES-deelgebied 4 en in de wateren van de Unie en internationale wateren van ICES-deelgebieden 1 en 14;

c)

Portugese ijshaai (Centroscymnus coelolepis) in wateren van de Unie van ICES-sector 2a en ICES-deelgebied 4 en in de wateren van de Unie en internationale wateren van ICES-deelgebieden 1en 14;

d)

zwarte haai (Dalatias licha) in wateren van de Unie van ICES-sector 2a en ICES-deelgebied 4 en in de wateren van de Unie en internationale wateren van ICES-deelgebieden 1 en 14;

e)

spitssnuitsnavelhaai (Deania calcea) in wateren van de Unie van ICES-sector 2a en ICES-deelgebied 4 en in de wateren van de Unie en internationale wateren van ICES-deelgebieden 1 en 14;

f)

vleet-soortencomplex (Dipturus batis) (Dipturus cf. flossada en Dipturus cf. intermedia) in wateren van de Unie van ICES-sector 2a en ICES-deelgebieden 3, 4, 6, 7, 8, 9 en 10;

g)

grote lantaarnhaai (Etmopterus princeps) in de wateren van de Unie van ICES-sector 2a en ICES-deelgebied 4 en in wateren van de Unie en internationale wateren van ICES-deelgebieden 1 en 14;

h)

ruwe haai (Galeorhinus galeus), wanneer wordt gevist met de beug in de wateren van de Unie van ICES-sector 2a en ICES-deelgebied 4 en in wateren van de Unie en internationale wateren van ICES-deelgebieden 1, 5, 6, 7, 8, 12 en 14;

i)

haringhaai (Lamna nasus) in alle wateren;

j)

stekelrog (Raja clavata) in wateren van de Unie van ICES-sector 3a;

k)

golfrog (Raja undulata) in wateren van de Unie van ICES-deelgebieden 6 en 10;

l)

walvishaai (Rhincodon typus) in alle wateren;

m)

gewone gitaarrog (Rhinobatos rhinobatos) in de Middellandse Zee;

n)

doornhaai (Squalus acanthias) in wateren van de Unie van ICES-deelgebieden 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10, met uitzondering van de in bijlage IA vastgestelde vermijdingsprogramma's.

2.   Incidenteel gevangen vissen van de in lid 1 bedoelde soorten worden ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet.

Artikel 17

Toezending van gegevens

Wanneer de lidstaten op grond van de artikelen 33 en 34 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 gegevens met betrekking tot de aanlanding van hoeveelheden gevangen vis en de visserij-inspanning aan de Commissie doen toekomen, gebruiken ze daarvoor de in bijlage I bij de onderhavige verordening vermelde bestandscodes.

HOOFDSTUK II

Vismachtigingen in wateren van derde landen

Artikel 18

Vismachtigingen

1.   Het maximale aantal vismachtigingen voor vissersvaartuigen van de Unie in wateren van derde landen is vastgesteld in bijlage V, deel A.

2.   Indien een lidstaat quota in de in bijlage V, deel A, bij de onderhavige verordening genoemde visserijzones op basis van artikel 16, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 aan een andere lidstaat overdraagt (ruil of "swap"), worden daarbij ook de overeenkomstige vismachtigingen overgedragen en wordt de Commissie hiervan in kennis gesteld. Het in bijlage V, deel A, bij deze verordening vastgestelde totale aantal vismachtigingen per visserijzone wordt echter niet overschreden.

HOOFDSTUK III

Vangstmogelijkheden in wateren van regionale organisaties voor visserijbeheer

Afdeling 1

Algemene bepalingen

Artikel 19

Overdrachten en uitwisselingen van quota

1.   Wanneer volgens de voorschriften van een regionale organisatie voor visserijbeheer ("ROVB") overdrachten en uitwisselingen van quota tussen de verdragsluitende partijen bij een ROVB zijn toegestaan, kan een lidstaat ("de betrokken lidstaat") met een verdragsluitende partij bij de ROVB besprekingen aanknopen en, in voorkomend geval, mogelijke contouren schetsen voor een geplande overdracht of uitwisseling van quota.

2.   De betrokken lidstaat brengt de mogelijke contouren van een geplande overdracht of uitwisseling van quota die hij met de betreffende verdragsluitende partij bij de ROVB heeft besproken, ter kennis van de Commissie, die daaraan haar goedkeuring kan hechten. Vervolgens maakt de Commissie aan de betreffende verdragsluitende partij bij de ROVB onverwijld kenbaar dat zij ermee instemt gebonden te zijn door de overdracht of uitwisseling van quota. De Commissie brengt daarna de overeengekomen overdracht of uitwisseling van quota ter kennis van het secretariaat van de ROVB overeenkomstig de voorschriften van die organisatie.

3.   De Commissie brengt de lidstaten op de hoogte van de overeengekomen overdracht of uitwisseling van quota.

4.   De vangstmogelijkheden die in het kader van de overdracht of uitwisseling van quota worden ontvangen van of overgedragen aan de betreffende verdragsluitende partij bij de ROVB, worden beschouwd als quota die aan de betrokken lidstaat worden toegewezen dan wel in mindering worden gebracht op de toewijzing van de betreffende lidstaat, vanaf het tijdstip dat de overdracht of uitwisseling van quota in werking treedt overeenkomstig de bepalingen van de overeenkomst die met de betrokken verdragsluitende partij bij de ROVB is gesloten, of, in voorkomend geval, overeenkomstig de voorschriften van de betrokken ROVB. Overeenkomstig het beginsel van de relatieve stabiliteit van visserijactiviteiten wijzigt een dergelijke toewijzing de bestaande verdeelsleutel voor de toewijzing van vangstmogelijkheden aan de lidstaten niet.

5.   Dit artikel is van toepassing tot en met 31 januari 2021 voor overdrachten van quota van een verdragsluitende partij bij een ROVB naar de Unie en de daaropvolgende toewijzing ervan aan de lidstaten.

Afdeling 2

ICCAT-verdragsgebied

Artikel 20

Beperkingen van de vangst-, kweek- en mestcapaciteit

1.   Het aantal met de hengel of de sleeplijn vissende vaartuigen van de Unie dat in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm mag vissen, wordt beperkt overeenkomstig bijlage VI, punt 1.

2.   Het aantal vissersvaartuigen van de Unie dat in het kader van de ambachtelijke kustvisserij in de Middellandse Zee actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm mag vissen, wordt beperkt overeenkomstig bijlage VI, punt 2.

3.   Het aantal vissersvaartuigen van de Unie dat in de Adriatische Zee actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm mag vissen voor kweekdoeleinden, wordt beperkt overeenkomstig bijlage VI, punt 3.

4.   Het aantal vissersvaartuigen dat in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee op blauwvintonijn mag vissen, deze aan boord mag houden en mag overladen, vervoeren of aanlanden, wordt beperkt overeenkomstig bijlage VI, punt 4.

5.   Het aantal tonnara's dat wordt gebruikt voor de visserij op blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee wordt beperkt overeenkomstig bijlage VI, punt 5.

6.   De totale capaciteit voor het kweken van blauwvintonijn, alsmede de maximale hoeveelheid in het wild gevangen blauwvintonijn die wordt toegewezen aan kweek- en mestbedrijven in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee, wordt beperkt overeenkomstig bijlage VI, punt 6.

7.   Het maximale aantal vissersvaartuigen van de Unie dat op Noord-Atlantische witte tonijn als doelsoort mag vissen overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EG) nr. 520/2007 van de Raad (31), wordt beperkt overeenkomstig bijlage VI, punt 7, bij deze verordening.

8.   Het maximale aantal vissersvaartuigen van de Unie met een lengte van ten minste 20 meter dat vist op grootoogtonijn in het ICCAT-verdragsgebied, wordt beperkt overeenkomstig bijlage VI, punt 8.

Artikel 21

Recreatievisserij

In voorkomend geval kennen de lidstaten een specifiek aandeel van de hun in bijlage ID toegekende quota toe aan de recreatievisserij.

Artikel 22

Haaien

1.   In elke visserij geldt een verbod op het aan boord houden, overladen en aanlanden van delen van of volledige karkassen van grootoogvoshaaien (Alopias superciliosus).

2.   Het is verboden gericht te vissen op voshaaisoorten van het geslacht Alopias.

3.   In visserij in het ICCAT-verdragsgebied geldt een verbod op het aan boord houden, overladen en aanlanden van delen van of volledige karkassen van hamerhaaien van de familie Sphyrnidae (met uitzondering van Sphyrna tiburo).

4.   In elke visserij geldt een verbod op het aan boord houden, overladen en aanlanden van delen van of volledige karkassen van oceanische witpunthaaien (Carcharhinus longimanus).

5.   In elke visserij geldt een verbod op het aan boord houden van zijdehaaien (Carcharhinus falciformis).

Afdeling 3

CCAMLR-verdragsgebied

Artikel 23

Kennisgevingen inzake experimentele visserij

Lidstaten die voornemens zijn in 2020 deel te nemen aan de experimentele visserij met de beug op Antarctische ijsheek (Dissostichus spp.) in de FAO-deelgebieden 88.1 en 88.2 en de FAO-sectoren 58.4.1, 58.4.2 en 58.4.3a buiten gebieden onder nationale jurisdictie, stellen het CCAMLR-secretariaat uiterlijk op 1 juni 2020 daarvan in kennis overeenkomstig de artikelen 7 en 7 bis van Verordening (EG) nr. 601/2004.

Artikel 24

Beperkingen van de experimentele visserij op Antarctische ijsheek

1.   De visserij op Antarctische ijsheek tijdens het visseizoen 2019-2020 is beperkt tot de in bijlage VII, tabel A, vermelde lidstaten, deelgebieden en aantal vaartuigen, voor de in tabel B van die bijlage vastgestelde soorten, TAC’s en bijvangstbeperkingen.

2.   Gerichte visserij op haaiensoorten voor andere doeleinden dan wetenschappelijk onderzoek is verboden. Bijvangsten van haaien, met name jonge exemplaren en drachtige vrouwtjes, die per ongeluk zijn gevangen in de visserij op Antarctische ijsheek, worden levend vrijgelaten.

3.   Indien van toepassing worden de visserijactiviteiten in een klein onderzoeksvak (Small Scale Research Unit – SSRU) stopgezet zodra de gemelde vangsten de geldende TAC hebben bereikt, waarna dit vak voor de rest van het seizoen voor de visserij wordt gesloten.

4.   De visserijactiviteiten vinden plaats in een zo groot mogelijk geografisch gebied en op zo veel mogelijk verschillende diepten om de nodige informatie te verzamelen voor het bepalen van het visserijpotentieel en om overconcentratie van vangst- en visserij-inspanning te voorkomen. Visserijactiviteiten in de FAO-deelgebieden 88.1 en 88.2 en de FAO-sectoren 58.4.1, 58.4.2 en 58.4.3a, voor zover toegestaan overeenkomstig lid 1, zijn echter verboden op diepten van minder dan 550 meter.

Artikel 25

Visserij op Antarctisch krill in het visseizoen 2020-2021

1.   Lidstaten die voornemens zijn om in het visseizoen 2020-2021 in het CCAMLR-verdragsgebied op Antarctisch krill (Euphausia superba) te vissen, stellen de Commissie uiterlijk op 1 mei 2020 daarvan in kennis aan de hand van het in bijlage VII, deel B, van het aanhangsel bij de onderhavige verordening vastgestelde formulier. Op basis van de door de lidstaten verstrekte informatie legt de Commissie deze kennisgevingen uiterlijk op 30 mei 2020 aan het CCAMLR-secretariaat voor.

2.   De in lid 1 van dit artikel bedoelde kennisgeving omvat de in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 601/2004 bedoelde informatie voor elk vaartuig dat van de lidstaat toestemming krijgt om aan de visserij op Antarctisch krill deel te nemen.

3.   Een lidstaat die voornemens is om in het CCAMLR-verdragsgebied op Antarctisch krill te vissen, geeft uitsluitend kennis van dit voornemen voor gemachtigde vaartuigen die ten tijde van de kennisgeving zijn vlag voeren of die de vlag van een ander CCAMLR-lid voeren, maar naar verwachting ten tijde van de genoemde visserijactiviteit de vlag van de eerstbedoelde lidstaat zullen voeren.

4.   De lidstaten mogen toestaan dat andere vaartuigen dan de overeenkomstig de leden 1, 2 en 3 aan het secretariaat van de CCAMLR gemelde vaartuigen deelnemen aan de visserij op Antarctisch krill, wanneer een gemachtigd vaartuig om legitieme operationele redenen of vanwege overmacht niet aan die visserij kan deelnemen. De betrokken lidstaten brengen in dat geval het CCAMLR-secretariaat en de Commissie onverwijld op de hoogte en verstrekken daarbij:

a)

alle bijzonderheden over het vervangende vaartuig (of de vervangende vaartuigen), inclusief de in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 601/2004 bedoelde informatie;

b)

een volledig overzicht van de redenen voor de vervanging, alsmede alle relevante ondersteunende bewijsstukken of referenties.

5.   De lidstaten staan niet toe dat een vaartuig dat is geplaatst op een door de CCAMLR vastgestelde lijst van vissersvaartuigen die illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserijactiviteiten verrichten (IOO-vaartuigen), aan de visserij op Antarctisch krill deelneemt.

Afdeling 4

IOTC-bevoegdheidsgebied

Artikel 26

Beperking van de vangstcapaciteit van vaartuigen die in het IOTC-bevoegdheidsgebied vissen

1.   Het maximale aantal vissersvaartuigen van de Unie dat in het IOTC-bevoegdheidsgebied op tropische tonijn mag vissen, en de overeenkomstige in brutotonnage uitgedrukte capaciteit, zijn vastgesteld in bijlage VIII, punt 1.

2.   Het maximale aantal vissersvaartuigen van de Unie dat in het IOTC-bevoegdheidsgebied op zwaardvis (Xiphias gladius) en witte tonijn (Thunnus alalunga) mag vissen, en de overeenkomstige in brutotonnage uitgedrukte capaciteit, zijn vastgesteld in bijlage VIII, punt 2.

3.   De lidstaten kunnen vaartuigen die zijn toegewezen aan een van de twee in de leden 1 en 2 bedoelde visserijen, toewijzen aan de andere visserij, mits zij ten genoegen van de Commissie kunnen aantonen dat deze wijziging niet tot een stijging van de visserij-inspanning voor de betrokken visbestanden leidt.

4.   De lidstaten zorgen er bij een voorgestelde overdracht van capaciteit naar hun vloot voor dat de over te dragen vaartuigen voorkomen in het register van gemachtigde vaartuigen van de IOTC of in het register van andere ROVB’s voor tonijn. Voorts mogen vaartuigen die zijn geplaatst op de door een ROVB vastgestelde lijst van vaartuigen die illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserijactiviteiten verrichten, niet worden overgedragen.

5.   De lidstaten mogen hun vangstcapaciteit slechts tot boven de in de leden 1 en 2 bedoelde maxima verhogen indien ze binnen de grenzen blijven die bepaald zijn in de bij de IOTC ingediende ontwikkelingsplannen.

Artikel 27

Niet-verankerde FAD's en bevoorradingsvaartuigen

1.   Ringzegenvaartuigen zetten op ongeacht welk moment niet meer dan 300 niet-verankerde FAD's in.

2.   Het aantal bevoorradingsvaartuigen bedraagt niet meer dan twee bevoorradingsvaartuigen ter ondersteuning van niet minder dan vijf ringzegenvaartuigen, die alle de vlag van dezelfde lidstaat voeren. Deze bepaling is niet van toepassing op lidstaten met slechts één bevoorradingsvaartuig.

3.   Eén ringzegenvaartuig wordt op geen enkel moment door meer dan één bevoorradingsvaartuig van dezelfde vlaggenlidstaat ondersteund.

4.   De Unie registreert geen nieuwe of aanvullende bevoorradingsvaartuigen in het IOTC-register van gemachtigde vaartuigen.

Artikel 28

Haaien

1.   In elke visserij geldt een verbod op het aan boord houden, overladen en aanlanden van delen van of volledige karkassen van alle voshaaisoorten van de familie Alopiidae.

2.   In elke visserij geldt een verbod op het aan boord houden, overladen en aanlanden van delen of volledige karkassen van oceanische witpunthaaien (Carcharhinus longimanus), behalve voor vaartuigen met een lengte over alles van minder dan 24 m die uitsluitend betrokken zijn bij visserijactiviteiten in de exclusieve economische zone (EEZ) van de lidstaat waarvan ze de vlag voeren, mits hun vangst uitsluitend voor plaatselijk verbruik is bestemd.

3.   Incidenteel gevangen vissen van de in de leden 1 en 2 bedoelde soorten worden ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet.

Afdeling 5

SPRFMO-verdragsgebied

Artikel 29

Pelagische visserij

1.   Alleen lidstaten die in 2007, 2008 of 2009 actief pelagische visserijactiviteiten hebben uitgeoefend in het SPRFMO-verdragsgebied, mogen in dat gebied op pelagische bestanden vissen met inachtneming van de in bijlage IH vastgestelde TAC’s.

2.   De in lid 1 bedoelde lidstaten beperken de totale brutotonnage van de vaartuigen die hun vlag voeren en die in 2020 op pelagische bestanden vissen, tot de totale brutotonnage van de Unie van 78 600 in dat gebied.

3.   De in bijlage IH vastgestelde vangstmogelijkheden mogen slechts worden benut op voorwaarde dat de lidstaten de Commissie de lijst sturen van vaartuigen die in het SPRFMO-verdragsgebied actief vissen of bij overlading zijn betrokken, alsmede gegevens van volgsystemen voor vissersvaartuigen, maandelijkse vangstaangiften en, indien voorhanden, gegevens over aanloophavens, uiterlijk op de vijfde dag van de maand na die waarop de gegevens betrekking hebben met het doel die informatie aan het SPRFMO-secretariaat toe te zenden.

Artikel 30

Roggen van het geslacht Mobula

1.   Het is voor vissersvaartuigen van de Unie verboden te vissen op roggen van het geslacht Mobula (familie Mobulidae, waartoe de geslachten Manta en Mobula behoren) en delen of volledige karkassen van roggen van het geslacht Mobula aan boord te houden, over te laden, aan te landen, op te slaan, voor verkoop aan te bieden of te verkopen, behalve voor vissersvaartuigen voor zelfvoorzieningsvisserij (waarbij de gevangen vis rechtstreeks door de families van de vissers wordt geconsumeerd). In afwijking van het bepaalde in de eerste zin mogen roggen van het geslacht Mobula die onopzettelijk worden gevangen in het kader van ambachtelijke visserij (andere visserij dan met de beug of op het oppervlak, d.w.z. vaartuigen met ringzegens, hengels, kieuwnetten, handlijn of sleeplijn, die zijn ingeschreven in het IOTC-register van gemachtigde vaartuigen), alleen worden aangeland voor lokale consumptie.

2.   Zodra vissersvaartuigen, met uitzondering van die voor zelfvoorzieningsvisserij, roggen van het geslacht Mobula waarnemen in het net, aan de haak of op het dek, zetten ze die, waar mogelijk, onmiddellijk levend en ongedeerd terug, en dit op zodanige wijze dat de gevangen exemplaren zo min mogelijk worden gedeerd.

Artikel 31

Bodemvisserij

1.   De lidstaten beperken hun bodemvisserijvangst of -inspanning in het SPFRMO-verdragsgebied in 2020 tot de delen van het verdragsgebied waar in de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 december 2006 aan bodemvisserij is gedaan en tot een niveau dat niet hoger is dan de jaarlijkse gemiddelde vangsten of inspanningsparameters in die periode. Ze mogen alleen meer dan de in het kader van de geregistreerde activiteit gevangen hoeveelheid vissen indien hun plan om meer dan de in het kader van de geregistreerde activiteit gevangen hoeveelheid te vissen wordt goedgekeurd door de SPRFMO.

2.   Lidstaten zonder geregistreerde activiteit in het kader van de bodemvisserijvangst of -inspanning in het SPRFMO-verdragsgebied in de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 december 2006 mogen niet vissen, tenzij de SPRFMO hun plan om zonder geregistreerde activiteit te vissen goedkeurt.

Artikel 32

Experimentele visserij

1.   De lidstaten mogen in 2020 alleen deelnemen aan de experimentele visserij met de beug op Antarctische ijsheek (Dissostichus spp.) in het SPRFMO-verdragsgebied indien de SPRFMO haar goedkeuring heeft gehecht aan hun aanvraag voor deze visserij, die onder meer een visserijoperatieplan bevat en de toezegging om een gegevensverzamelingsplan uit te voeren.

2.   De visserijactiviteiten vinden uitsluitend plaats binnen de door de SPRFMO gespecificeerde onderzoeksonderdelen. Visserijactiviteiten zijn verboden op diepten van minder dan 750 en meer dan 2 000 meter.

3.   De TAC is vastgesteld in bijlage IH. De visserij wordt beperkt tot één reis met een maximumduur van 21 opeenvolgende dagen en tot ten hoogste 5 000 haken per beuglijn, met een maximum van 20 beuglijnen per onderzoeksonderdeel. De visserij wordt stopgezet wanneer de TAC is bereikt of wanneer 100 lijnen zijn uitgezet en opgehaald, naargelang wat zich het eerst voordoet.

Afdeling 6

IATTC-verdragsgebied

Artikel 33

Ringzegenvisserij

1.   De visserij met ringzegens op geelvintonijn (Thunnus albacares), grootoogtonijn (Thunnus obesus) en gestreepte tonijn (Katsuwonus pelamis) is verboden:

a)

van 29 juli 2020 00.00 uur tot en met 8 oktober 2020 24.00 uur, of van 9 november 2020 00.00 uur tot en met 19 januari 2021 24.00 uur, in het gebied dat wordt begrensd door:

de kustlijnen van het Amerikaanse continent langs de Stille Oceaan,

lengtegraad 150° W.L.,

breedtegraad 40° N.B.,

breedtegraad 40° Z.B.;

b)

van 9 oktober 2019 00.00 uur tot en met 8 november 2019 24.00 uur in het gebied dat wordt begrensd door:

lengtegraad 96° W.L.,

lengtegraad 110° W.L.,

breedtegraad 4° N.B.,

breedtegraad 3° Z.B.

2.   Voor elk van hun vaartuigen delen de betrokken lidstaten de Commissie vóór 1 april 2020 de in lid 1, punt a), bedoelde, door hen geselecteerde periode mee waarin de visserijactiviteiten worden stilgelegd. Alle ringzegenvaartuigen van de betrokken lidstaten zetten de visserij met de ringzegen in de in lid 1 omschreven gebieden gedurende de geselecteerde periode stop.

3.   Ringzegenvaartuigen die in het IATTC-verdragsgebied op tonijn vissen, houden alle gevangen geelvintonijnen, grootoogtonijnen en gestreepte tonijnen aan boord en landen deze aan of laden deze over.

4.   Lid 3 geldt niet in de volgende gevallen:

a)

indien de vis om andere redenen dan de grootte niet geschikt wordt geacht voor menselijke consumptie; of

b)

indien er tijdens de laatste trek van een visreis onvoldoende ruimte is overgebleven om alle bij die trek gevangen tonijn op te slaan.

Artikel 34

Niet-verankerde FAD's

1.   Ringzegenvaartuigen zetten op geen enkel ogenblik meer dan 450 FAD's actief in het IATTC-verdragsgebied in. Een FAD wordt als actief beschouwd als zij op zee wordt ingezet, haar locatie begint door te geven en wordt getraceerd door het vaartuig, de eigenaar of exploitant ervan. Een FAD wordt enkel aan boord van een ringzegenvaartuig geactiveerd.

2.   Ringzegenvaartuigen mogen gedurende 15 dagen vóór de aanvang van de geselecteerde sluitingsperiode, als bedoeld in artikel 33, lid 1, punt a), geen FAD's inzetten en halen het oorspronkelijk ingezette aantal FAD's terug binnen 15 dagen vóór de aanvang van de sluitingsperiode.

3.   De lidstaten rapporteren op maandelijkse basis aan de Commissie dagelijkse informatie over alle actieve FAD's zoals voorgeschreven door de IATTC. De rapporten worden ingediend met een vertraging van ten minste 60 dagen, maar niet meer dan 75 dagen. De Commissie zendt die informatie onverwijld door aan het IATTC-secretariaat.

Artikel 35

Vangstbeperkingen voor grootoogtonijn in de beugvisserij

De totale jaarlijkse vangsten grootoogtonijn door beugvisserijvaartuigen van elke lidstaat in het IATTC-verdragsgebied zijn vastgesteld in bijlage IL.

Artikel 36

Verbod op de visserij op oceanische witpunthaaien

1.   Het is verboden in het IATTC-verdragsgebied te vissen op oceanische witpunthaaien (Carcharhinus longimanus) en delen of volledige karkassen van in dat gebied gevangen oceanische witpunthaaien aan boord te houden, over te laden, aan te landen, op te slaan, voor verkoop aan te bieden of te verkopen.

2.   Incidenteel gevangen vissen van de in lid 1 bedoelde soort worden ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet door de vaartuigexploitant.

3.   De vaartuigexploitant:

a)

registreert het aantal teruggezette exemplaren, met vermelding van de toestand (levend of dood);

b)

deelt de in punt a) vermelde informatie mee aan de lidstaat waarvan hij onderdaan is. De lidstaten dienen de tijdens het vorige jaar verzamelde informatie uiterlijk op 31 januari in bij de Commissie.

Artikel 37

Verbod op de visserij op roggen van het geslacht Mobula

Het is voor vissersvaartuigen van de Unie verboden in het IATTC-verdragsgebied te vissen op roggen van het geslacht Mobula (familie Mobulidae, waartoe de geslachten Manta en Mobula behoren) en delen of volledige karkassen van in dat gebied gevangen roggen van het geslacht Mobula aan boord te houden, over te laden, aan te landen, op te slaan, voor verkoop aan te bieden of te verkopen. Zodra vissersvaartuigen van de Unie vaststellen dat roggen van het geslacht Mobula zijn gevangen, zetten ze die, waar mogelijk, onmiddellijk levend en ongedeerd terug.

Afdeling 7

SEAFO-verdragsgebied

Artikel 38

Verbod op de visserij op diepzeehaaien

De gerichte visserij op de volgende diepzeehaaien in het SEAFO-verdragsgebied is verboden:

a)

spookkathaai (Apristurus manis),

b)

gevlekte gladde lantaarnhaai (Etmopterus bigelowi),

c)

kortstaartlantaarnhaai (Etmopterus brachyurus),

d)

grote lantaarnhaai (Etmopterus princeps),

e)

gladde lantaarnhaai (Etmopterus pusillus),

f)

roggen (Rajidae),

g)

fluweelijshaai (Scymnodon squamulosus),

h)

diepzeehaaien van de Selachimorpha-superorde,

i)

doornhaai (Squalus acanthias).

Afdeling 8

WCPFC-verdragsgebied

Artikel 39

Voorwaarden voor de visserij op grootoogtonijn, geelvintonijn, gestreepte tonijn en in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan voorkomende witte tonijn

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat niet meer dan 403 visdagen worden toegekend aan ringzegenvaartuigen die in het gedeelte van het WCPFC-verdragsgebied dat op volle zee tussen 20° N.B. en 20° Z.B. is gelegen, vissen op grootoogtonijn (Thunnus obesus), geelvintonijn (Thunnus albacares) en gestreepte tonijn (Katsuwonus pelamis).

2.   Vissersvaartuigen van de Unie vissen mogen niet gericht vissen op in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan voorkomende witte tonijn (Thunnus alalunga) in het WCPFC-verdragsgebied ten zuiden van 20° Z.B.

3.   De lidstaten zorgen ervoor dat de vangsten van grootoogtonijn (Thunnus obesus) door vaartuigen met de beug in 2020 niet meer bedragen dan 2 000 ton.

Artikel 40

Beheer van de visserij met FAD's

1.   In het gedeelte van het WCPFC-verdragsgebied tussen 20° N.B. en 20° Z.B. is het voor ringzegenvaartuigen verboden tussen 1 juli 2020 00.00 uur en 30 september 2020 24.00 uur FAD’s te gebruiken, te bedienen of op te stellen.

2.   Naast het in lid 1 bepaalde verbod, is het in het gedeelte van het WCPFC-verdragsgebied dat op volle zee tussen 20° NB en 20° ZB is gelegen, verboden FAD's op te stellen tijdens twee bijkomende maanden: tussen 1 april 2020 00.00 uur en 31 mei 2020 24.00 uur of tussen 1 november 2020 00.00 uur en 31 december 2020 24.00 uur.

3.   Lid 2 geldt niet in de volgende gevallen:

a)

indien er tijdens de laatste trek van een visreis, er op het vaartuig onvoldoende ruimte overblijft om al deze vis op te slaan;

b)

indien de vis om andere redenen dan de grootte niet geschikt wordt geacht voor menselijke consumptie; of

c)

indien zich een ernstige storing van de koelinstallatie voordoet.

4.   De lidstaten zorgen ervoor dat geen enkel ringzegenvaartuig op ongeacht welk moment meer dan 350 FAD's met geactiveerde met instrumenten uitgeruste boeien heeft gebruikt. De boei wordt uitsluitend aan boord van een vaartuig geactiveerd.

5.   Alle ringzegenvaartuigen die in het in lid 1 bedoelde gedeelte van het WCPFC-verdragsgebied vissen, houden alle gevangen grootoogtonijnen, geelvintonijnen en gestreepte tonijnen aan boord en laden deze over en landen deze aan.

Artikel 41

Beperking van het aantal vissersvaartuigen van de Unie dat op zwaardvis mag vissen

Het maximale aantal vissersvaartuigen van de Unie dat in de gebieden van het WCPFC-verdragsgebied ten zuiden van 20° Z.B. op zwaardvis (Xiphias gladius) mag vissen, is vastgesteld in bijlage IX.

Artikel 42

Vangstbeperkingen voor zwaardvis in de beugvisserij ten zuiden van 20° Z.B.

De lidstaten zorgen ervoor dat vangsten van zwaardvis (Xiphias gladius) ten zuiden van 20° Z.B. door beugvisserijvaartuigen in 2020 de limiet in bijlage IG niet overschrijden. De lidstaten zien er tevens op toe dat de visserij-inspanning voor zwaardvis niet als gevolg van die maatregel naar het gebied ten noorden van 20° Z.B. verschuift.

Artikel 43

Zijdehaaien en oceanische witpunthaaien

1.   Het is verboden om delen of volledige karkassen van de volgende soorten in het WCPFC-verdragsgebied aan boord te houden, over te laden, aan te landen of op te slaan:

a)

zijdehaaien (Carcharhinus falciformis),

b)

oceanische witpunthaai (Carcharhinus longimanus).

2.   Incidenteel gevangen vissen van de in lid 1 bedoelde soorten worden ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet.

Artikel 44

Het tussen de IATTC en de WCPFC overlappende gebied

1.   Vaartuigen die uitsluitend in het WCPFC-register zijn ingeschreven, passen de in deze AFDELING vervatte maatregelen toe wanneer zij vissen in het in artikel 4, punt v), afgebakende, tussen de IATTC en de WCPFC overlappende gebied.

2.   Vaartuigen die zowel in het WCPFC-register als in het IATTC-register zijn ingeschreven, en vaartuigen die uitsluitend in het IATTC-register zijn ingeschreven, passen de in artikel 33, lid 1, onder a), en de leden 2, 3 en 4, en in de artikelen 34, 35 en 36 vervatte maatregelen toe wanneer zij vissen in het in artikel 4, punt v), afgebakende, tussen de IATTC en de WCPFC overlappende gebied.

Afdeling 9

Beringzee

Artikel 45

Verbod op de visserij in de volle zee van de Beringzee

De visserij op Alaskapollak (Gadus chalcogrammus) in volle zee in de Beringzee is verboden.

Afdeling 10

SIOFA-verdragsgebied

Artikel 46

Tussentijdse maatregelen voor de bodemvisserij

1.   De lidstaten waarvan de vaartuigen tot in 2016 in enig jaar gedurende meer dan veertig dagen hebben gevist in het SIOFA-verdragsgebied, zorgen ervoor dat de onder hun vlag varende vissersvaartuigen hun jaarlijkse visserij-inspanningen en/of vangsten in de bodemvisserij beperken tot hun gemiddelde jaarlijkse niveau en dat de visserij-activiteiten plaatsvinden in het gebied waarop hun bij de SIOFA ingediende effectbeoordeling betrekking heeft.

2.   De lidstaten waarvan de vaartuigen tot in 2016 niet in enig jaar gedurende meer dan veertig dagen hebben gevist in het SIOFA-verdragsgebied, zorgen ervoor dat de onder hun vlag varende vaartuigen hun visserij-inspanningen en/of vangsten in de bodemvisserij, alsmede hun ruimtelijke spreiding beperken, in overeenstemming met hun historische vangsten.

TITEL III

VANGSTMOGELIJKHEDEN VOOR VAARTUIGEN VAN DERDE LANDEN IN DE WATEREN VAN DE UNIE

Artikel 47

Vissersvaartuigen die de vlag van Noorwegen voeren en vissersvaartuigen die op de Faeröer zijn geregistreerd

Vissersvaartuigen die de vlag van Noorwegen voeren, alsook vissersvaartuigen die op de Faeröer zijn geregistreerd, mogen in de wateren van de Unie vissen met inachtneming van de in bijlage I bij deze verordening vastgestelde TAC’s en de in de onderhavige verordening en in titel III van Verordening (EU) 2017/2403 vastgestelde voorwaarden.

Artikel 48

Vissersvaartuigen die de vlag van Venezuela voeren

Voor vissersvaartuigen die de vlag van Venezuela voeren, gelden de voorwaarden van deze verordening en die van titel III van Verordening (EU) 2017/2403.

Artikel 49

Vismachtigingen

Het maximale aantal vismachtigingen voor vaartuigen van derde landen die in de wateren van de Unie vissen, is vastgesteld in bijlage V, deel B.

Artikel 50

Voorwaarden voor het aanlanden van vangsten en bijvangsten

De in artikel 7 gespecificeerde voorwaarden zijn van toepassing op vangsten en bijvangsten van vaartuigen van derde landen die met de in artikel 46 bedoelde machtigingen vissen.

Artikel 51

Gesloten visseizoenen

Vaartuigen van derde landen die gemachtigd zijn op zandspiering en bijvangsten te vissen in de wateren van de Unie van ICES-deelgebied 4, gebruiken van 1 januari tot en met 31 maart 2020 en van 1 augustus tot en met 31 december 2020 in dat gebied geen bodemtrawls, zegennetten of soortgelijk gesleept vistuig met een maaswijdte van minder dan 16 mm om op zandspiering te vissen.

Artikel 52

Verboden soorten

1.   Het is vaartuigen van derde landen verboden de onderstaande soorten, wanneer die in de wateren van de Unie worden aangetroffen, te bevissen, aan boord te houden, over te laden en aan te landen:

a)

sterrog (Amblyraja radiata) in wateren van de Unie van ICES-sectoren 2a, 3a en 7d en ICES-deelgebied 4;

b)

vleet-soortencomplex (Dipturus batis) (Dipturus cf. flossada en Dipturus cf. intermedia) in wateren van de Unie van ICES-sector 2a en ICES-deelgebieden 3, 4, 6, 7, 8, 9 en 10;

c)

ruwe haai (Galeorhinus galeus) wanneer wordt gevist met de beug in wateren van de Unie van ICES-sector 2a en ICES-deelgebieden 1, 4, 5, 6, 7, 8, 12 en 14;

d)

zwarte haai (Dalatias licha), spitssnuitsnavelhaai (Deania calcea), schubzwelghaai (Centrophorus squamosus), grote lantaarnhaai (Etmopterus princeps) en Portugese ijshaai (Centroscymnus coelolepis) in wateren van de Unie van ICES-sector 2a en ICES-deelgebieden 1, 4 en 14;

e)

haringhaai (Lamna nasus) in wateren van de Unie;

f)

stekelrog (Raja clavata) in wateren van de Unie van ICES-sector 3a;

g)

golfrog (Raja undulata) in wateren van de Unie van ICES-deelgebieden 6, 9 en 10;

h)

gewone gitaarrog (Rhinobatos rhinobatos) in de Middellandse Zee;

i)

walvishaai (Rhincodon typus) in alle wateren;

j)

doornhaai (Squalus acanthias) in wateren van de Unie van ICES-deelgebieden 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10.

2.   Incidenteel gevangen vissen van de in lid 1 bedoelde soorten worden ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet.

TITEL IV

SLOTBEPALINGEN

Artikel 53

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het bij Verordening (EU) nr. 1380/2013 ingestelde Comité voor de visserij en de aquacultuur. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 54

Overgangsbepaling

Artikel 10, artikel 12, lid 2, en de artikelen 16, 22, 23, 28, 36, 37, 38, 43, 45 en 52 blijven in 2021 mutatis mutandis van toepassing tot de inwerkingtreding van de verordening tot vaststelling van de vangstmogelijkheden voor 2021.

Artikel 55

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2020. Artikel 9 is evenwel van toepassing met ingang van 1 februari 2020. De in de artikelen 23, 24 en 25 en bijlagen VII vastgestelde bepalingen inzake vangstmogelijkheden voor bepaalde bestanden in het CCAMLR-verdragsgebied zijn van toepassing met ingang van 1 december 2019.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 januari 2020.

Voor de Raad

De voorzitter

M. VUČKOVIĆ


(1)  Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22).

(2)  Verordening (EU) 2019/472 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2019 tot vaststelling van een meerjarenplan voor bestanden die worden gevangen in de westelijke wateren en daaraan grenzende wateren en voor de visserijen die deze bestanden exploiteren, tot wijziging van Verordeningen (EU) 2016/1139 en (EU) 2018/973, en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007 en (EG) nr. 1300/2008 van de Raad (PB L 83 van 25.3.2019, blz. 1).

(3)  Verordening (EG) nr. 1100/2007 van de Raad van 18 september 2007 tot vaststelling van maatregelen voor het herstel van het bestand van Europese aal (PB L 248 van 22.9.2007, blz. 17).

(4)  Verordening (EU) 2018/973 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2018 tot vaststelling van een meerjarenplan voor demersale bestanden in de Noordzee en de visserijen die deze bestanden exploiteren, tot vastlegging van nadere bepalingen ter uitvoering van de aanlandingsverplichting in de Noordzee en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 676/2007 en (EG) nr. 1342/2008 van de Raad (PB L 179 van 16.7.2018, blz. 1).

(5)  Verordening (EU) 2016/1627 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 betreffende een meerjarig herstelplan voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 302/2009 van de Raad (PB L 252 van 16.9.2016, blz. 1).

(6)  Verordening (EG) nr. 847/96 van de Raad van 6 mei 1996 tot invoering van aanvullende voorwaarden voor het meerjarenbeheer van de TAC's en quota (PB L 115 van 9.5.1996, blz. 3).

(7)  Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1).

(8)  Overeenkomst betreffende de visserij tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen (PB L 226 van 29.8.1980, blz. 48).

(9)  Overeenkomst betreffende de visserij tussen de Europese Economische Gemeenschap, enerzijds, en de Regering van Denemarken en de plaatselijke Regering van de Faeröer, anderzijds (PB L 226 van 29.8.1980, blz. 12).

(10)  Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Economische Gemeenschap, enerzijds, en de regering van Denemarken en de autonome regering van Groenland, anderzijds (PB L 172 van 30.6.2007, blz. 4) en Protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien in die overeenkomst (PB L 293 van 23.10.2012, blz. 5).

(11)  Besluit (EU) 2015/1565 van de Raad van 14 september 2015 houdende goedkeuring, namens de Europese Unie, van de verklaring inzake de toekenning van vangstmogelijkheden in de wateren van de EU aan vissersvaartuigen die de vlag van de Bolivariaanse Republiek Venezuela voeren in de exclusieve economische zone voor de kust van Frans-Guyana (PB L 244 van 19.9.2015, blz. 55).

(12)  Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

(13)  Verordening (EU) 2019/1241 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende de instandhouding van visbestanden en de bescherming van mariene ecosystemen door middel van technische maatregelen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1967/2006 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en de Verordeningen (EU) nr. 1380/2013, (EU) 2016/1139, (EU) 2018/973, (EU) 2019/472 en (EU) 2019/1022 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 894/97, (EG) nr. 850/98, (EG) nr. 2549/2000, (EG) nr. 254/2002, (EG) nr. 812/2004 en (EG) nr. 2187/2005 van de Raad (PB L 198 van 25.7.2019, blz. 105).

(14)  Verordening (EG) nr. 218/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 inzake de verstrekking van statistieken van de nominale vangsten van lidstaten die in het noordoostelijke gedeelte van de Atlantische Oceaan vissen (PB L 87 van 31.3.2009, blz. 70).

(15)  Verordening (EG) nr. 601/2004 van de Raad van 22 maart 2004 tot vaststelling van bepaalde controlemaatregelen voor de visserij in het verdragsgebied van het Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 3943/90, (EG) nr. 66/98 en (EG) nr. 1721/1999 (PB L 97 van 1.4.2004, blz. 16).

(16)  Verordening (EG) nr. 216/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 inzake de verstrekking van statistieken van de nominale vangsten van lidstaten in bepaalde gebieden buiten de Noord-Atlantische Oceaan (PB L 87 van 31.3.2009, blz. 1).

(17)  Gesloten bij Besluit 2006/539/EG van de Raad van 22 mei 2006 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap, van het Verdrag ter versterking van de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn opgericht bij het Verdrag van 1949 tussen de Verenigde Staten van Amerika en de Republiek Costa Rica (PB L 224 van 16.8.2006, blz. 22).

(18)  De Unie is tot dit verdrag toegetreden bij Besluit 86/238/EEG van de Raad van 9 juni 1986 inzake de toetreding van de Gemeenschap tot het Internationaal Verdrag voor de instandhouding van Atlantische tonijnen, gewijzigd bij het Protocol gehecht aan de op 10 juli 1984 te Parijs ondertekende Slotakte van de conferentie van gevolmachtigden van de staten die partij zijn bij het Verdrag (PB L 162 van 18.6.1986, blz. 33).

(19)  De Unie is tot deze overeenkomst toegetreden bij Besluit 95/399/EG van de Raad van 18 september 1995 inzake de toetreding van de Gemeenschap tot de Overeenkomst tot oprichting van de Commissie voor de tonijnvisserij in de Indische Oceaan (PB L 236 van 5.10.1995, blz. 24).

(20)  Verordening (EG) nr. 217/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 inzake de indiening van statistieken van de vangsten en de visserijactiviteit van de lidstaten die in het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan vissen (PB L 87 van 31.3.2009, blz. 42).

(21)  Gesloten bij Besluit 2002/738/EG van de Raad van 22 juli 2002 betreffende de sluiting door de Europese Gemeenschap van het Verdrag inzake de instandhouding en het beheer van de visbestanden in het zuidoostelijke deel van de Atlantische Oceaan (PB L 234 van 31.8.2002, blz. 39).

(22)  De Unie is tot deze overeenkomst toegetreden bij Besluit 2008/780/EG van de Raad van 29 september 2008 betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van de Visserijovereenkomst voor de Zuid-Indische Oceaan (PB L 268 van 9.10.2008, blz. 27).

(23)  De Unie is tot dit verdrag toegetreden bij Besluit 2012/130/EU van de Raad van 3 oktober 2011 betreffende de goedkeuring, namens de Europese Unie, van het Verdrag inzake de instandhouding en het beheer van de visbestanden van de volle zee in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan (PB L 67 van 6.3.2012, blz. 1).

(24)  De Unie is tot dit verdrag toegetreden bij Besluit 2005/75/EG van de Raad van 26 april 2004 inzake de toetreding van de Gemeenschap tot het Verdrag inzake de instandhouding en het beheer van over grote afstanden trekkende visbestanden in het westelijke en centrale deel van de Stille Oceaan (PB L 32 van 4.2.2005, blz. 1).

(25)  Verordening (EU) 2017/2403 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 inzake het duurzame beheer van externe vissersvloten, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1006/2008 van de Raad (PB L 347 van 28.12.2017, blz. 81).

(26)  Alle types bodemtrawls (OTB, OTT, PTB, TBB, TBN, TBS en TB).

(27)  Alle types zegens (SSC, SDN, SPR, SV, SB en SX).

(28)  Alle beuglijnen en hengels (LHP, LHM, LLD, LL, LTL, LX en LLS).

(29)  Alle vaste kieuwnetten en tonnara's (GTR, GNS, GNC, FYK, FPN en FIX).

(30)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/2034 van de Commissie van 18 oktober 2018 tot vaststelling van een teruggooiplan voor bepaalde demersale visserijen in de noordwestelijke wateren voor de periode 2019-2021 (PB L 327 van 21.12.2018, blz. 8).

(31)  Verordening (EG) nr. 520/2007 van de Raad van 7 mei 2007 tot vaststelling van technische maatregelen voor de instandhouding van bepaalde over grote afstanden trekkende visbestanden en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 973/2001 (PB L 123 van 12.5.2007, blz. 3).


LIJST VAN BIJLAGEN

BIJLAGE I:

Naar soort en gebied uitgesplitste TAC's voor vissersvaartuigen van de Unie in gebieden waar TAC's gelden

BIJLAGE IA:

Skagerrak, Kattegat, ICES-deelgebieden 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 12 en 14, wateren van de Unie van CECAF en wateren van Frans-Guyana

BIJLAGE IB:

Noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan en Groenland, ICES-deelgebieden 1, 2, 5, 12 en 14 en Groenlandse wateren van NAFO 1

BIJLAGE IC:

Noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan – NAFO-verdragsgebied

BIJLAGE ID:

ICCAT-verdragsgebied

BIJLAGE IE:

Zuidoostelijk deel van de Atlantische oceaan – SEAFO-verdragsgebied

BIJLAGE IF:

Zuidelijke blauwvintonijn – verspreidingsgebieden

BIJLAGE IG:

WCPFC-verdragsgebied

BIJLAGE IH:

SPRFMO-verdragsgebied

BIJLAGE IJ:

IOTC-bevoegdheidsgebied

BIJLAGE IK:

SIOFA-overeenkomstgebied

BIJLAGE IL

IATTC-verdragsgebied

BIJLAGE II:

Visserijinspanning voor vaartuigen in het kader van het beheer van de tongbestanden in het westelijke Kanaal in ICES-sector 7e

BIJLAGE III:

Beheersgebieden voor zandspieringen in de ICES-sectoren 2a en 3a en in ICES-deelgebied 4

BIJLAGE IV:

Seizoenssluitingen ter bescherming van paaiende kabeljauw

BIJLAGE V:

Vismachtigingen

BIJLAGE VI:

ICCAT-verdragsgebied

BIJLAGE VII:

CCAMLR-verdragsgebied

BIJLAGE VIII:

IOTC-bevoegdheidsgebied

BIJLAGE IX:

WCPFC-verdragsgebied


BIJLAGE I

NAAR SOORT EN GEBIED UITGESPLITSTE TACS VOOR VISSERSVAARTUIGEN VAN DE UNIE IN GEBIEDEN WAAR TAC'S GELDEN

De tabellen in deze bijlage bevatten de TAC's en quota (in ton levend gewicht, tenzij anders vermeld) per bestand en, in voorkomend geval, de voorwaarden die er functioneel verband mee houden.

Alle in deze bijlage vastgestelde vangstmogelijkheden vallen onder het bepaalde in Verordening (EG) nr. 1224/2009, met name de artikelen 33 en 34.

Tenzij anders bepaald, zijn de verwijzingen naar visserijzones verwijzingen naar ICES-gebieden. Per gebied staan de visbestanden vermeld in alfabetische volgorde op de Latijnse naam van de vissoort. Voor regelgevingsdoeleinden worden de soorten uitsluitend middels hun Latijnse naam geïdentificeerd; hun gewone namen worden alleen gemakshalve vermeld.

Voor de toepassing van deze verordening geldt de volgende vergelijkende tabel van Latijnse en gewone namen:

Wetenschappelijke naam

Drielettercode

Gewone naam

Amblyraja radiata

RJR

Sterrog

Ammodytes spp.

SAN

Zandspieringen

Argentina silus

ARU

Grote zilvervis

Beryx spp.

ALF

Alfonsino's

Brosme brosme

USK

Lom

Caproidae

BOR

Evervissen

Centrophorus squamosus

GUQ

Schubzwelghaai

Centroscymnus coelolepis

CYO

Portugese ijshaai

Chaceon spp.

GER

Rode diepzeekrabben

Chaenocephalus aceratus

SSI

Scotiazee-ijsvis

Champsocephalus gunnari

ANI

IJsvis

Channichthys rhinoceratus

LIC

Langsnuitijsvis

Chionoecetes spp.

PCR

Pacifische sneeuwkrabben

Clupea harengus

HER

Haring

Coryphaenoides rupestris

RNG

Rondneusgrenadier

Dalatias licha

SCK

Zwarte haai

Deania calcea

DCA

Spitssnuitsnavelhaai

Dicentrarchus labrax

BSS

Zeebaars

Dipturus batis (Dipturus cf. flossada en Dipturus cf. intermedia)

RJB

Vleetsoorten-complex

Dissostichus eleginoides

TOP

Zwarte Patagonische ijsheek

Dissostichus mawsoni

TOA

Antarctische ijsheek

Dissostichus spp.

TOT

IJsheken

Engraulis encrasicolus

ANE

Ansjovis

Etmopterus princeps

ETR

Grote lantaarnhaai

Etmopterus pusillus

ETP

Gladde lantaarnhaai

Euphausia superba

KRI

Antarctisch krill

Gadus morhua

COD

Kabeljauw

Galeorhinus galeus

GAG

Ruwe haai

Glyptocephalus cynoglossus

WIT

Witje

Hippoglossoides platessoides

PLA

Lange schar

Hoplostethus atlanticus

ORY

Atlantische slijmkop

Illex illecebrosus

SQI

Kortvinpijlinktvis

Lamna nasus

POR

Haringhaai

Lepidorhombus spp.

LEZ

Scharretongen

Leucoraja naevus

RJN

Grootoogrog

Limanda ferruginea

YEL

Geelstaartschar

Lophiidae

ANF

Zeeduivel

Macrourus spp.

GRV

Grenadiervissen

Makaira nigricans

BUM

Blauwe marlijn

Mallotus villosus

CAP

Lodde

Manta birostris

RMB

Reuzenmanta

Martialia hyadesi

SQS

Pijlinktvis

Melanogrammus aeglefinus

HAD

Schelvis

Merlangius merlangus

WHG

Wijting

Merluccius merluccius

HKE

Heek

Micromesistius poutassou

WHB

Blauwe wijting

Microstomus kitt

LEM

Tongschar

Molva dypterygia

BLI

Blauwe leng

Molva molva

LIN

Leng

Nephrops norvegicus

NEP

Langoustine

Notothenia gibberifrons

NOG

Groene Zuidpoolkabeljauw

Notothenia rossii

NOR

Gemarmerde ijsvis

Notothenia squamifrons

NOS

Grijze Zuidpoolkabeljauw

Pandalus borealis

PRA

Noordse garnaal

Paralomis spp.

PAI

Krabben

Penaeus spp.

PEN

Peneïde garnalen

Pleuronectes platessa

PLE

Schol

Pleuronectiformes

FLX

Platvis

Pollachius pollachius

POL

Witte koolvis

Pollachius virens

POK

Zwarte koolvis

Psetta maxima

TUR

Tarbot

Pseudochaenichthys georgianus

SGI

Georgia-ijsvis

Pseudopentaceros spp.

EDW

Pseudopentaceros spp.

Raja alba

RJA

Witte rog

Raja brachyura

RJH

Blonde rog

Raja circularis

RJI

Zandrog

Raja clavata

RJC

Stekelrog

Raja fullonica

RJF

Kaardrog

Raja (Dipturus) nidarosiensis

JAD

Noorse rog

Raja microocellata

RJE

Kleinoogrog

Raja montagui

RJM

Gevlekte rog

Raja undulata

RJU

Golfrog

Rajiformes

SRX

Roggen

Reinhardtius hippoglossoides

GHL

Groenlandse heilbot/zwarte heilbot

Sardina pilchardus

PIL

Sardine

Scomber scombrus

MAC

Makreel

Scophthalmus rhombus

BLL

Griet

Sebastes spp.

RED

Roodbaarzen

Solea solea

SOL

Tong

Solea spp.

SOO

Tongen

Sprattus sprattus

SPR

Sprot

Squalus acanthias

DGS

Doornhaai

Tetrapturus albidus

WHM

Witte marlijn

Thunnus maccoyii

SBF

Zuidelijke blauwvintonijn

Thunnus obesus

BET

Grootoogtonijn

Thunnus thynnus

BFT

Blauwvintonijn

Trachurus murphyi

CJM

Chileense horsmakreel

Trachurus spp.

JAX

Horsmakrelen

Trisopterus esmarkii

NOP

Kever

Urophycis tenuis

HKW

Witte heek

Xiphias gladius

SWO

Zwaardvis

De onderstaande concordantietabel van gewone Nederlandse namen en Latijnse namen wordt uitsluitend ter verduidelijking gegeven:

Gewone naam

Drielettercode

Wetenschappelijke naam

Alfonsino's

ALF

Beryx spp.

Lange schar

PLA

Hippoglossoides platessoides

Ansjovis

ANE

Engraulis encrasicolus

Zeeduivel

ANF

Lophiidae

Antarctische ijsheek

TOA

Dissostichus mawsoni

Grootoogtonijn

BET

Thunnus obesus

Spitssnuitsnavelhaai

DCA

Deania calcea

Scotiazee-ijsvis

SSI

Chaenocephalus aceratus

Blonde rog

RJH

Raja brachyura

Blauwe leng

BLI

Molva dypterygia

Blauwe marlijn

BUM

Makaira nigricans

Blauwe wijting

WHB

Micromesistius poutassou

Blauwvintonijn

BFT

Thunnus thynnus

Evervissen

BOR

Caproidae

Griet

BLL

Scophthalmus rhombus

Lodde

CAP

Mallotus villosus

Kabeljauw

COD

Gadus morhua

Vleetsoorten-complex

RJB

Dipturus batis (Dipturus cf. flossada en Dipturus cf. intermedia)

Tong

SOL

Solea solea

Krabben

PAI

Paralomis spp.

Grootoogrog

RJN

Leucoraja naevus

Rode diepzeekrabben

GER

Chaceon spp.

Zeebaars

BSS

Dicentrarchus labrax

Platvis

FLX

Pleuronectiformes

Reuzenmanta

RMB

Manta birostris

Grote lantaarnhaai

ETR

Etmopterus princeps

Grote zilvervis

ARU

Argentina silus

Groenlandse heilbot/zwarte heilbot

GHL

Reinhardtius hippoglossoides

Grenadiervissen

GRV

Macrourus spp.

Grijze Zuidpoolkabeljauw

NOS

Notothenia squamifrons

Schelvis

HAD

Melanogrammus aeglefinus

Heek

HKE

Merluccius merluccius

Haring

HER

Clupea harengus

Horsmakrelen

JAX

Trachurus spp.

Groene Zuidpoolkabeljauw

NOG

Notothenia gibberifrons

Chileense horsmakreel

CJM

Trachurus murphyi

Zwarte haai

SCK

Dalatias licha

Antarctisch krill

KRI

Euphausia superba

Schubzwelghaai

GUQ

Centrophorus squamosus

Tongschar

LEM

Microstomus kitt

Leng

LIN

Molva molva

Makreel

MAC

Scomber scombrus

IJsvis

ANI

Champsocephalus gunnari

Gemarmerde ijsvis

NOR

Notothenia rossii

Scharretongen

LEZ

Lepidorhombus spp.

Noordse garnaal

PRA

Pandalus borealis

Langoustine

NEP

Nephrops norvegicus

Kever

NOP

Trisopterus esmarkii

Noorse rog

JAD

Raja (Dipturus) nidarosiensis

Atlantische slijmkop

ORY

Hoplostethus atlanticus

Zwarte Patagonische ijsheek

TOP

Dissostichus eleginoides

Pseudopentaceros spp.

EDW

Pseudopentaceros spp.

Peneïde garnalen

PEN

Penaeus spp.

Doornhaai

DGS

Squalus acanthias

Schol

PLE

Pleuronectes platessa

Witte koolvis

POL

Pollachius pollachius

Haringhaai

POR

Lamna nasus

Portugese ijshaai

CYO

Centroscymnus coelolepis

Roodbaarzen

RED

Sebastes spp.

Rondneusgrenadier

RNG

Coryphaenoides rupestris

Zwarte koolvis

POK

Pollachius virens

Zandspieringen

SAN

Ammodytes spp.

Zandrog

RJI

Raja circularis

Sardine

PIL

Sardina pilchardus

Kaardrog

RJF

Raja fullonica

Kortvinpijlinktvis

SQI

Illex illecebrosus

Roggen

SRX

Rajiformes

Kleinoogrog

RJE

Raja microocellata

Gladde lantaarnhaai

ETP

Etmopterus pusillus

Pacifische sneeuwkrabben

PCR

Chionoecetes spp.

Tongen

SOO

Solea spp.

Georgia-ijsvis

SGI

Pseudochaenichthys georgianus

Zuidelijke blauwvintonijn

SBF

Thunnus maccoyii

Gevlekte rog

RJM

Raja montagui

Sprot

SPR

Sprattus sprattus

Pijlinktvis

SQS

Martialia hyadesi

Sterrog

RJR

Amblyraja radiata

Zwaardvis

SWO

Xiphias gladius

Stekelrog

RJC

Raja clavata

IJsheken

TOT

Dissostichus spp.

Ruwe haai

GAG

Galeorhinus galeus

Tarbot

TUR

Psetta maxima

Lom

USK

Brosme brosme

Golfrog

RJU

Raja undulata

Langsnuitijsvis

LIC

Channichthys rhinoceratus

Witte heek

HKW

Urophycis tenuis

Witte marlijn

WHM

Tetrapturus albidus

Witte rog

RJA

Raja alba

Wijting

WHG

Merlangius merlangus

Witje

WIT

Glyptocephalus cynoglossus

Geelstaartschar

YEL

Limanda ferruginea

BIJLAGE IA

SKAGERRAK, KATTEGAT, ICES-DEELGEBIEDEN 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 12 EN 14, WATEREN VAN DE UNIE VAN CECAF EN WATEREN VAN FRANS-GUYANA

Soort:

Zandspieringen en bijvangsten

Ammodytes spp.

Gebied:

wateren van de Unie van 2a, 3a en 4 (1)

Denemarken

 

0

 (2)

Analytische TAC

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Verenigd Koninkrijk

0

 (2)

Duitsland

 

0

 (2)

Zweden

 

0

 (2)

Unie

 

0

 

TAC

 

0

 

Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande beheersgebieden voor zandspieringen, als bepaald in bijlage III, niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

Gebied: wateren van de Unie van de beheersgebieden voor zandspieringen

 

1r

2r ()

3r

4 ()

5r

6

7r

 

(SAN/234_1R)

(SAN/234_2R)

(SAN/234_3R)

(SAN/234_4)

(SAN/234_5R)

(SAN/234_6)

(SAN/234_7R)

Denemarken

0

0

0

0

0

0

0

Verenigd Koninkrijk

0

0

0

0

0

0

0

Duitsland

0

0

0

0

0

0

0

Zweden

0

0

0

0

0

0

0

Unie

0

0

0

0

0

0

0

Totaal

0

0

0

0

0

0

0

()  In beheersgebieden 2r en 4 mag de TAC enkel worden gevangen als een monitoring-TAC met een bijbehorend bemonsteringsprotocol voor de visserij.


Soort:

Grote zilvervis

Argentina silus

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van 1 en 2

(ARU/1/2.)

Duitsland

 

24

 

Voorzorgs-TAC

 

 

Frankrijk

 

8

 

 

 

 

 

Nederland

19

 

 

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

39

 

 

 

 

 

Unie

 

90

 

 

 

 

 

TAC

 

90

 

 

 

 

 


Soort:

Grote zilvervis

Argentina silus

Gebied:

wateren van de Unie van 3a en 4

(ARU/3A4-C)

Denemarken

 

1 093

 

Voorzorgs-TAC

 

 

Duitsland

 

11

 

 

 

 

 

Frankrijk

 

8

 

 

 

 

 

Ierland

 

8

 

 

 

 

 

Nederland

51

 

 

 

 

 

Zweden

 

43

 

 

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

20

 

 

 

 

 

Unie

 

1 234

 

 

 

 

 

TAC

 

1 234

 

 

 

 

 


Soort:

Grote zilvervis

Argentina silus

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van 5, 6 en 7

(ARU/567.)

Duitsland

 

284

 

Voorzorgs-TAC

 

 

Frankrijk

 

6

 

 

 

 

 

Ierland

 

263

 

 

 

 

 

Nederland

2 968

 

 

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

208

 

 

 

 

 

Unie

 

3 729

 

 

 

 

 

TAC

 

3 729

 

 

 

 

 


Soort:

Lom

Brosme brosme

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van 1, 2 en 14

(USK/1214EI)

Duitsland

 

6

 (4)

Voorzorgs-TAC

 

 

Frankrijk

 

6

 (4)

Artikel 7, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

 

Verenigd Koninkrijk

6

 (4)

 

 

 

 

Overige

 

3

 (4)

 

 

 

 

Unie

 

21

 (4)

 

 

 

 

TAC

 

21

 

 

 

 

 


Soort:

Lom

Brosme brosme

Gebied:

3a

(USK/03A.)

Denemarken

 

15

 

Voorzorgs-TAC

 

 

Zweden

 

8

 

Artikel 7, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

 

Duitsland

 

8

 

 

 

 

 

Unie

 

31

 

 

 

 

 

TAC

 

31

 

 

 

 

 


Soort:

Lom

Brosme brosme

Gebied:

wateren van de Unie van 4

(USK/04-C.)

Denemarken

 

68

 

Voorzorgs-TAC

 

 

Duitsland

 

20

 

Artikel 7, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

 

Frankrijk

 

47

 

 

 

 

 

Zweden

 

7

 

 

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

102

 

 

 

 

 

Overige

 

7

 (5)

 

 

 

 

Unie

 

251

 

 

 

 

 

TAC

 

251

 

 

 

 

 


Soort:

Lom

Brosme brosme

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van 5, 6 en 7

(USK/567EI.)

Duitsland

 

17

 

Voorzorgs-TAC

 

 

Spanje

 

60

 

Artikel 7, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

 

Frankrijk

 

705

 

 

 

 

 

Ierland

 

68

 

 

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

340

 

 

 

 

 

Overige

 

17

 (6)

 

 

 

 

Unie

 

1 207

 

 

 

 

 

Noorwegen

 

2 923

 (7)  (8)  (9)  (10)

 

 

 

 

TAC

 

4 130

 

 

 

 

 


Soort:

Lom

Brosme brosme

Gebied:

Noorse wateren van 4

(USK/04-N.)

België

 

0

 

Voorzorgs-TAC

 

 

Denemarken

 

165

 

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Duitsland

 

1

 

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Frankrijk

 

0

 

 

 

 

 

Nederland

0

 

 

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

4

 

 

 

 

 

Unie

 

170

 

 

 

 

 

TAC

Niet relevant

 

 

 

 

 


Soort:

Evervissen

Caproidae

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van 6, 7 en 8

(BOR/678-)

Denemarken

 

4 700

 

Voorzorgs-TAC

 

 

Ierland

 

13 235

 

 

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

1 217

 

 

 

 

 

Unie

 

19 152

 

 

 

 

 

TAC

 

19 152

 

 

 

 

 


Soort:

Haring (11)

Clupea harengus

Gebied:

3a

(HER/03A.)

Denemarken

 

10 309

 (12)

Analytische TAC

 

 

Duitsland

 

165

 (12)

Artikel 7, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

 

Zweden

 

10 783

 (12)

 

 

 

 

Unie

 

21 257

 (12)

 

 

 

 

Noorwegen

 

3 271

 

 

 

 

 

TAC

 

24 528

 

 

 

 

 


Soort:

Haring (13)

Clupea harengus

Gebied:

wateren van de Unie en Noorse wateren van 4 ten noorden van 53° 30′ N.B.

(HER/4AB.)

Denemarken

 

59 468

 

Analytische TAC

 

 

Duitsland

 

39 404

 

Artikel 7, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

 

Frankrijk

 

20 670

 

 

 

 

 

Nederland

51 717

 

 

 

 

 

Zweden

 

3 913

 

 

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

55 583

 

 

 

 

 

Unie

 

230 755

 

 

 

 

 

Faeröer

250

 

 

 

 

 

Noorwegen

 

111 652

 (14)

 

 

 

 

TAC

 

385 008

 

 

 

 

 

Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

 

Noorse wateren ten zuiden van 62° N.B. (HER/*04N-) ()

Unie

50 000

()  Vangsten van haring in visserijen die gebruikmaken van vistuig met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 32 mm.


Soort:

Haring

Clupea harengus

Gebied:

Noorse wateren ten zuiden van 62° N.B.

(HER/04-N.)

Zweden

 

948

 (16)

Analytische TAC

 

 

Unie

 

948

 

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC

 

385 008

 

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.


Soort:

Haring (17)

Clupea harengus

Gebied:

3a

(HER/03A-BC)

Denemarken

 

5 692

 

Analytische TAC

 

 

Duitsland

 

51

 

Artikel 7, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

 

Zweden

 

916

 

 

 

 

 

Unie

 

6 659

 

 

 

 

 

TAC

 

6 659

 

 

 

 

 


Soort:

Haring (18)

Clupea harengus

Gebied:

4, 7d en wateren van de Unie van 2a

(HER/2A47DX)

België

 

44

 

Analytische TAC

 

 

Denemarken

 

8 573

 

Artikel 7, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

 

Duitsland

 

44

 

 

 

 

 

Frankrijk

 

44

 

 

 

 

 

Nederland

44

 

 

 

 

 

Zweden

 

42

 

 

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

163

 

 

 

 

 

Unie

 

8 954

 

 

 

 

 

TAC

 

8 954

 

 

 

 

 


Soort:

Haring (19)

Clupea harengus

Gebied:

4c, 7d (20)

(HER/4CXB7D)

België

 

8 632

 (21)

Analytische TAC

 

 

Denemarken

 

800

 (21)

Artikel 7, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

 

Duitsland

 

530

 (21)

 

 

 

 

Frankrijk

 

10 277

 (21)

 

 

 

 

Nederland

18 162

 (21)

 

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

3 950

 (21)

 

 

 

 

Unie

 

42 351

 (21)

 

 

 

 

TAC

 

385 008

 

 

 

 

 


Soort:

Haring

Clupea harengus

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van 5b, 6b en 6aN (22)

(HER/5B6ANB)

Duitsland

 

389

 (23)

Voorzorgs-TAC

 

 

Frankrijk

 

74

 (23)

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Ierland

 

526

 (23)

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Nederland

389

 (23)

 

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

2 102

 (23)

 

 

 

 

Unie

 

3 480

 (23)

 

 

 

 

TAC

 

3 480

 

 

 

 

 


Soort:

Haring

Clupea harengus

Gebied:

6aS (24), 7b, 7c

(HER/6AS7BC)

Ierland

 

1 236

 

Voorzorgs-TAC

 

 

Nederland

124

 

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Unie

 

1 360

 

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC

 

1 360

 

 

 

 

 


Soort:

Haring

Clupea harengus

Gebied:

6 Clyde (25)

(HER/06ACL.)

Verenigd Koninkrijk

Nog vast te stellen

 

Voorzorgs-TAC

 

 

Unie

Nog vast te stellen

 (26)

Artikel 6 van deze verordening is van toepassing.

 

TAC

Nog vast te stellen

 (26)

 

 

 

 


Soort:

Haring

Clupea harengus

Gebied:

7a (27)

(HER/07A/MM)

Ierland

 

2 099

 

Analytische TAC

 

 

Verenigd Koninkrijk

5 965

 

Artikel 7, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

 

Unie

 

8 064

 

 

 

 

 

TAC

 

8 064

 

 

 

 

 


Soort:

Haring

Clupea harengus

Gebied:

7e en 7f

(HER/7EF.)

Frankrijk

 

465

 

Voorzorgs-TAC

 

 

Verenigd Koninkrijk

465

 

 

 

 

 

Unie

 

930

 

 

 

 

 

TAC

 

930

 

 

 

 

 


Soort:

Haring

Clupea harengus

Gebied:

7g (28), 7h (28), 7j (28) en 7k (28)

(HER/7G-K.)

Duitsland

 

10

 (29)

Analytische TAC

 

 

Frankrijk

 

54

 (29)

 

 

 

 

Ierland

 

750

 (29)

 

 

 

 

Nederland

54

 (29)

 

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

1

 (29)

 

 

 

 

Unie

 

869

 (29)

 

 

 

 

TAC

 

869

 (29)

 

 

 

 


Soort:

Ansjovis

Engraulis encrasicolus

Gebied:

8

(ANE/08.)

Spanje

 

28 703

 

Analytische TAC

 

 

Frankrijk

 

3 189

 

 

 

 

 

Unie

 

31 892

 

 

 

 

 

TAC

 

31 892

 

 

 

 

 


Soort:

Ansjovis

Engraulis encrasicolus

Gebied:

9 en 10; wateren van de Unie van CECAF 34.1.1

(ANE/9/3411)

Spanje

 

0

 (30)

Voorzorgs-TAC

 

 

Portugal

 

0

 (30)

 

 

 

 

Unie

 

0

 (30)

 

 

 

 

TAC

 

0

 (30)

 

 

 

 


Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Gebied:

Skagerrak

(COD/03AN.)

België

 

5

 

Analytische TAC

 

 

Denemarken

 

1 683

 

 

 

 

 

Duitsland

 

42

 

 

 

 

 

Nederland

11

 

 

 

 

 

Zweden

 

294

 

 

 

 

 

Unie

 

2 035

 

 

 

 

 

TAC

 

2 103

 

 

 

 

 


Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Gebied:

Kattegat

(COD/03AS.)

Denemarken

 

80

 (31)

Voorzorgs-TAC

 

 

Duitsland

 

2

 (31)

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Zweden

 

48

 (31)

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Unie

 

130

 (31)

 

 

 

 

TAC

 

130

 (31)

 

 

 

 


Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Gebied:

4; Wateren van de Unie van 2a; het gedeelte van 3a dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort

(COD/2A3AX4)

België

 

435

 (32)

Analytische TAC

 

 

Denemarken

 

2 499

 

 

 

 

 

Duitsland

 

1 584

 

 

 

 

 

Frankrijk

 

537

 (32)

 

 

 

 

Nederland

1 412

 (32)

 

 

 

 

Zweden

 

17

 

 

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

5 732

 (32)

 

 

 

 

Unie

 

12 216

 

 

 

 

 

Noorwegen

 

2 502

 (33)

 

 

 

 

TAC

 

14 718

 

 

 

 

 

Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

 

Noorse wateren van 4 (COD/*04N-)

Unie

10 618


Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Gebied:

Noorse wateren ten zuiden van 62° N.B.

(COD/04-N.)

Zweden

 

382

 (34)

Analytische TAC

 

 

Unie

 

382

 

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC

Niet relevant

 

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.


Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Gebied:

6b; wateren van de Unie en internationale wateren van 5b ten westen van 12° 00′ W.L. en van 12 en 14

(COD/5W6-14)

België

 

0

 

Voorzorgs-TAC

 

 

Duitsland

 

1

 

 

 

 

 

Frankrijk

 

12

 

 

 

 

 

Ierland

 

16

 

 

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

45

 

 

 

 

 

Unie

 

74

 

 

 

 

 

TAC

 

74

 

 

 

 

 


Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Gebied:

6a; wateren van de Unie en internationale wateren van 5b ten oosten van 12° 00′ W.L.

(COD/5BE6A)

België

 

2

 (35)

Analytische TAC

 

 

Duitsland

 

19

 (35)

Artikel 8 van deze verordening is van toepassing.

 

Frankrijk

 

203

 (35)

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Ierland

 

284

 (35)

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Verenigd Koninkrijk

771

 (35)

 

 

 

 

Unie

 

1 279

 (35)

 

 

 

 

TAC

 

1 279

 (35)

 

 

 

 


Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Gebied:

7a

(COD/07A.)

België

 

3

 (36)

Voorzorgs-TAC

 

 

Frankrijk

 

9

 (36)

 

 

 

 

Ierland

 

170

 (36)

 

 

 

 

Nederland

1

 (36)

 

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

74

 (36)

 

 

 

 

Unie

 

257

 (36)

 

 

 

 

TAC

 

257

 (36)

 

 

 

 


Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Gebied:

7b, 7c, 7e-k, 8, 9 en 10; wateren van de Unie van CECAF 34.1.1

(COD/7XAD34)

België

 

18

 (37)

Analytische TAC

 

 

Frankrijk

 

294

 (37)

Artikel 8 van deze verordening is van toepassing.

 

Ierland

 

461

 (37)

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Nederland

0

 (37)

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Verenigd Koninkrijk

32

 (37)

 

 

 

 

Unie

 

805

 (37)

 

 

 

 

TAC

 

805

 (37)

 

 

 

 


Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Gebied:

7d

(COD/07D.)

België

 

37

 (38)

Analytische TAC

 

 

Frankrijk

 

721

 (38)

 

 

 

 

Nederland

21

 (38)

 

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

79

 (38)

 

 

 

 

Unie

 

858

 (38)

 

 

 

 

TAC

 

858

 

 

 

 

 


Soort:

Scharretongen

Lepidorhombus spp.

Gebied:

wateren van de Unie van 2a en 4

(LEZ/2AC4-C)

België

 

9

 

Analytische TAC

 

 

Denemarken

 

8

 

Artikel 7, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

 

Duitsland

 

8

 

 

 

 

 

Frankrijk

 

48

 

 

 

 

 

Nederland

38

 

 

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

2 811

 

 

 

 

 

Unie

 

2 922

 

 

 

 

 

TAC

 

2 922

 

 

 

 

 


Soort:

Scharretongen

Lepidorhombus spp.

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van 5b; 6; internationale wateren van 12 en 14

(LEZ/56-14)

Spanje

 

671

 

Analytische TAC

 

 

Frankrijk

 

2 615

 (39)

Artikel 7, lid 2, van deze verordening is van toepassing

 

Ierland

 

764

 

 

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

1 851

 (39)

 

 

 

 

Unie

 

5 901

 

 

 

 

 

TAC

 

5 901

 

 

 

 

 


Soort:

Scharretongen

Lepidorhombus spp.

Gebied:

7

(LEZ/07.)

België

 

506

 (40)

Analytische TAC

 

 

Spanje

 

5 620

 (41)

Artikel 7, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

 

Frankrijk

 

6 820

 (41)

 

 

 

 

Ierland

 

3 101

 (41)

 

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

2 685

 (41)

 

 

 

 

Unie

 

18 732

 

 

 

 

 

TAC

 

18 732

 

 

 

 

 


Soort:

Scharretongen

Lepidorhombus spp.

Gebied:

8a, 8b, 8d en 8e

(LEZ/8ABDE.)

Spanje

 

993

 

Analytische TAC

 

 

Frankrijk

 

801

 

Artikel 7, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

 

Unie

 

1 794

 

 

 

 

 

TAC

 

1 794

 

 

 

 

 


Soort:

Scharretongen

Lepidorhombus spp.

Gebied:

8c, 9 en 10; wateren van de Unie van CECAF 34.1.1

(LEZ/8C3411)

Spanje

 

2 144

 

Analytische TAC

 

 

Frankrijk

 

107

 

Artikel 7, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

 

Portugal

 

71

 

 

 

 

 

Unie

 

2 322

 

 

 

 

 

TAC

 

2 322

 

 

 

 

 


Soort:

Zeeduivel

Lophiidae

Gebied:

wateren van de Unie van 2a en 4

(ANF/2AC4-C)

België

 

498

 (42)

Voorzorgs-TAC

 

 

Denemarken

 

1 098

 (42)

 

 

 

 

Duitsland

 

536

 (42)

 

 

 

 

Frankrijk

 

102

 (42)

 

 

 

 

Nederland

377

 (42)

 

 

 

 

Zweden

 

13

 (42)

 

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

11 461

 (42)

 

 

 

 

Unie

 

14 085

 (42)

 

 

 

 

TAC

 

14 085

 

 

 

 

 


Soort:

Zeeduivel

Lophiidae

Gebied:

Noorse wateren van 4

(ANF/04-N.)

België

 

51

 

Voorzorgs-TAC

 

 

Denemarken

 

1 305

 

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Duitsland

 

21

 

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Nederland

18

 

 

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

305

 

 

 

 

 

Unie

 

1 700

 

 

 

 

 

TAC

Niet relevant

 

 

 

 

 


Soort:

Zeeduivel

Lophiidae

Gebied:

6; wateren van de Unie en internationale wateren van 5b; internationale wateren van 12 en 14

(ANF/56-14)

België

 

286

 (43)

Voorzorgs-TAC

 

 

Duitsland

 

327

 (43)

 

 

 

 

Spanje

 

307

 

 

 

 

 

Frankrijk

 

3 525

 (43)

 

 

 

 

Ierland

 

797

 

 

 

 

 

Nederland

276

 (43)

 

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

2 453

 (43)

 

 

 

 

Unie

 

7 971

 

 

 

 

 

TAC

 

7 971

 

 

 

 

 


Soort:

Zeeduivel

Lophiidae

Gebied:

7

(ANF/07.)

België

 

3 262

 (44)

Analytische TAC

 

 

Duitsland

 

364

 (44)

Artikel 7, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

 

Spanje

 

1 296

 (44)

 

 

 

 

Frankrijk

 

20 932

 (44)

 

 

 

 

Ierland

 

2 675

 (44)

 

 

 

 

Nederland

422

 (44)

 

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

6 348

 (44)

 

 

 

 

Unie

 

35 299

 (44)

 

 

 

 

TAC

 

35 299

 

 

 

 

 


Soort:

Zeeduivel

Lophiidae

Gebied:

8a, 8b, 8d en 8e

(ANF/8ABDE.)

Spanje

 

1 372

 

Analytische TAC

 

 

Frankrijk

 

7 636

 

Artikel 7, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

 

Unie

 

9 008

 

 

 

 

 

TAC

 

9 008

 

 

 

 

 


Soort:

Zeeduivel

Lophiidae

Gebied:

8c, 9 en 10; wateren van de Unie van CECAF 34.1.1

(ANF/8C3411)

Spanje

 

3 353

 

Analytische TAC

 

 

Frankrijk

 

3

 

Artikel 7, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

 

Portugal

 

667

 

 

 

 

 

Unie

 

4 023

 

 

 

 

 

TAC

 

4 023

 

 

 

 

 


Soort:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Gebied:

3a

(HAD/03A.)

België

 

10

 

Analytische TAC

 

 

Denemarken

 

1 768

 

Artikel 7, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

 

Duitsland

 

112

 

 

 

 

 

Nederland

2

 

 

 

 

 

Zweden

 

209

 

 

 

 

 

Unie

 

2 101

 

 

 

 

 

TAC

 

2 193

 

 

 

 

 


Soort:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Gebied:

4; wateren van de Unie van 2a

(HAD/2AC4.)

België

 

206

 

Analytische TAC

 

 

Denemarken

 

1 416

 

Artikel 7, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

 

Duitsland

 

901

 

 

 

 

 

Frankrijk

 

1 571

 

 

 

 

 

Nederland

155

 

 

 

 

 

Zweden

 

143

 

 

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

23 361

 

 

 

 

 

Unie

 

27 753

 

 

 

 

 

Noorwegen

 

7 900

 

 

 

 

 

TAC

 

35 653

 

 

 

 

 

Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande gebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

 

Noorse wateren van 4 (HAD/*04N-)

Unie

20 644


Soort:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Gebied:

Noorse wateren ten zuiden van 62° N.B.

(HAD/04-N.)

Zweden

 

707

 (45)

Analytische TAC

Unie

 

707

 

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC

Niet relevant

 

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing


Soort:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van 6b, 12 en 14

(HAD/6B1214)

België

 

23

 

Analytische TAC

 

 

Duitsland

 

28

 

Artikel 7, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

 

Frankrijk

 

1 155

 

 

 

 

 

Ierland

 

824

 

 

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

8 442

 

 

 

 

 

Unie

 

10 472

 

 

 

 

 

TAC

 

10 472

 

 

 

 

 


Soort:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van 5b en 6a

(HAD/5BC6A.)

België

 

4

 (46)

Analytische TAC

 

 

Duitsland

 

5

 (46)

Artikel 7, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

 

Frankrijk

 

219

 (46)

 

 

 

 

Ierland

 

651

 (46)

 

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

3 094

 (46)

 

 

 

 

Unie

 

3 973

 

 

 

 

 

TAC

 

3 973

 

 

 

 

 


Soort:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Gebied:

7b-k, 8, 9 en 10; wateren van de Unie van CECAF 34.1.1

(HAD/7X7A34)

België

 

121

 

Analytische TAC

 

 

Frankrijk

 

7 239

 

Artikel 7, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

 

Ierland

 

2 413

 

 

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

1 086

 

 

 

 

 

Unie

 

10 859

 

 

 

 

 

TAC

 

10 859

 

 

 

 

 


Soort:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Gebied:

7a

(HAD/07A.)

België

 

50

 

Analytische TAC

 

 

Frankrijk

 

228

 

Artikel 7, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

 

Ierland

 

1 366

 

 

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

1 512

 

 

 

 

 

Unie

 

3 156

 

 

 

 

 

TAC

 

3 156

 

 

 

 

 


Soort:

Wijting

Merlangius merlangus

Gebied:

3a

(WHG/03A.)

Denemarken

 

1 166

 

Voorzorgs-TAC

 

 

Nederland

4

 

 

 

 

 

Zweden

 

125

 

 

 

 

 

Unie

 

1 295

 

 

 

 

 

TAC

 

1 660

 

 

 

 

 


Soort:

Wijting

Merlangius merlangus

Gebied:

4; wateren van de Unie van 2a

(WHG/2AC4.)

België

 

329

 

Analytische TAC

 

 

Denemarken

 

1 424

 

Artikel 7, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

 

Duitsland

 

370

 

 

 

 

 

Frankrijk

 

2 140

 

 

 

 

 

Nederland

823

 

 

 

 

 

Zweden

 

3

 

 

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

10 293

 

 

 

 

 

Unie

 

15 382

 

 

 

 

 

Noorwegen

 

1 216

 (47)

 

 

 

 

TAC

 

17 158

 

 

 

 

 

Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande gebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

 

Noorse wateren van 4 (WHG/*04N-)

Unie

10 801


Soort:

Wijting

Merlangius merlangus

Gebied:

6; wateren van de Unie en internationale wateren van 5b; internationale wateren van 12 en 14

(WHG/56-14)

Duitsland

 

3

 (48)

Analytische TAC

 

 

Frankrijk

 

57

 (48)

Artikel 8 van deze verordening is van toepassing.

 

Ierland

 

273

 (48)

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Verenigd Koninkrijk

604

 (48)

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Unie

 

937

 (48)

 

 

 

 

TAC

 

937

 (48)

 

 

 

 


Soort:

Wijting

Merlangius merlangus

Gebied:

7a

(WHG/07A.)

België

 

2

 (49)

Analytische TAC

 

 

Frankrijk

 

25

 (49)

Artikel 8 van deze verordening is van toepassing.

 

Ierland

 

415

 (49)

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Nederland

0

 (48)

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Verenigd Koninkrijk

279

 (49)

 

 

 

 

Unie

 

721

 (49)

 

 

 

 

TAC

 

721

 (49)

 

 

 

 


Soort:

Wijting

Merlangius merlangus

Gebied:

7b, 7c, 7d, 7e, 7f, 7g, 7h, 7j en 7k

(WHG/7X7A-C)

België

 

92

 

Analytische TAC

 

 

Frankrijk

 

5 644

 

 

 

 

 

Ierland

 

4 072

 

 

 

 

 

Nederland

46

 

 

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

1 009

 

 

 

 

 

Unie

 

10 863

 

 

 

 

 

TAC

 

10 863

 

 

 

 

 


Soort:

Wijting

Merlangius merlangus

Gebied:

8

(WHG/08.)

Spanje

 

1 016

 

Voorzorgs-TAC

 

 

Frankrijk

 

1 524

 

 

 

 

 

Unie

 

2 540

 

 

 

 

 

TAC

 

2 540

 

 

 

 

 


Soort:

Wijting en witte koolvis

Merlangius merlangus en

Pollachius pollachius

Gebied:

Noorse wateren ten zuiden van 62° N.B.

(W/P/04-N.)

Zweden

 

190

 (50)

Voorzorgs-TAC

 

 

 

Unie

 

190

 

 

 

 

 

TAC

Niet relevant

 

 

 

 

 


Soort:

Heek

Merluccius merluccius

Gebied:

3a

(HKE/03A.)

Denemarken

 

3 136

 (51)

Analytische TAC

 

 

Zweden

 

267

 (51)

Artikel 7, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

 

Unie

 

3 403

 

 

 

 

 

TAC

 

3 403

 

 

 

 

 


Soort:

Heek

Merluccius merluccius

Gebied:

wateren van de Unie van 2a en 4

(HKE/2AC4-C)

België

 

56

 (52)

Analytische TAC

 

 

Denemarken

 

2 278

 (52)

Artikel 7, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

 

Duitsland

 

261

 (52)

 

 

 

 

Frankrijk

 

504

 (52)

 

 

 

 

Nederland

131

 (52)

 

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

710

 (52)

 

 

 

 

Unie

 

3 940

 (52)

 

 

 

 

TAC

 

3 940

 

 

 

 

 


Soort:

Heek

Merluccius merluccius

Gebied:

6 en 7; wateren van de Unie en internationale wateren van 5b; internationale wateren van 12 en 14

(HKE/571214)

België

 

582

 (53)

Analytische TAC

 

 

Spanje

 

18 667

 

Artikel 7, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

 

Frankrijk

 

28 827

 (53)

 

 

 

 

Ierland

 

3 493

 

 

 

 

 

Nederland

376

 (53)

 

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

11 380

 (53)

 

 

 

 

Unie

 

63 325

 

 

 

 

 

TAC

 

63 325

 

 

 

 

 

Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande gebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

 

8a, 8b, 8d en 8e (HKE/*8ABDE)

België

75

Spanje

3 012

Frankrijk

3 012

Ierland

376

Nederland

38

Verenigd Koninkrijk

1 694

Unie

8 206


Soort:

Heek

Merluccius merluccius

Gebied:

8a, 8b, 8d en 8e

(HKE/8ABDE.)

België

 

19

 (54)

Analytische TAC

 

 

Spanje

 

12 995

 

Artikel 7, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

 

Frankrijk

 

29 183

 

 

 

 

 

Nederland

38

 (54)

 

 

 

 

Unie

 

42 235

 

 

 

 

 

TAC

 

42 235

 

 

 

 

 

Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande gebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

 

6 en 7; wateren van de Unie en internationale wateren van 5b; internationale wateren van 12 en 14 (HKE/*57-14)

België

4

Spanje

3 764

Frankrijk

6 776

Nederland

11

Unie

10 555


Soort:

Heek

Merluccius merluccius

Gebied:

8c, 9 en 10; wateren van de Unie van CECAF 34.1.1

(HKE/8C3411)

Spanje

 

5 600

 

Analytische TAC

 

 

Frankrijk

 

538

 

Artikel 7, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

 

Portugal

 

2 614

 

 

 

 

 

Unie

 

8 752

 

 

 

 

 

TAC

 

8 752

 

 

 

 

 


Soort:

Blauwe wijting

Micromesistius poutassou

Gebied:

Noorse wateren van 2 en 4

(WHB/24-N.)

Denemarken

 

0

 

Analytische TAC

 

 

Verenigd Koninkrijk

0

 

 

 

 

 

Unie

 

0

 

 

 

 

 

TAC

Niet relevant

 

 

 

 

 


Soort:

Blauwe wijting

Micromesistius poutassou

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8a, 8b, 8d, 8e, 12 en 14

(WHB/1X14)

Denemarken

 

49 845

 (55)

Analytische TAC

 

 

Duitsland

 

19 380

 (55)

Artikel 7, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

 

Spanje

 

42 258

 (55)  (56)