ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 279

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

62e jaargang
31 oktober 2019


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/1819 Van De Commissie van 8 augustus 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad teneinde azijn als werkzame stof in bijlage I bij die verordening op te nemen ( 1 )

1

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/1820 van de Commissie van 8 augustus 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad teneinde Saccharomyces cerevisiae als werkzame stof in bijlage I bij die verordening op te nemen ( 1 )

4

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/1821 van de Commissie van 8 augustus 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad teneinde eipoeder als werkzame stof in bijlage I bij die verordening op te nemen ( 1 )

7

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/1822 van de Commissie van 8 augustus 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad teneinde honing als werkzame stof in bijlage I bij die verordening op te nemen ( 1 )

10

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/1823 van de Commissie van 8 augustus 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad teneinde D-fructose als werkzame stof in bijlage I bij die verordening op te nemen ( 1 )

13

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/1824 van de Commissie van 8 augustus 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad teneinde kaas als werkzame stof in bijlage I bij die verordening op te nemen ( 1 )

16

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/1825 van de Commissie van 8 augustus 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad teneinde geconcentreerd appelsap als werkzame stof in bijlage I bij die verordening op te nemen ( 1 )

19

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1826 van de Commissie van 25 oktober 2019 tot inschrijving van een naam in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (Kaimiškas Jovarų alus (BGA))

22

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/1827 van de Commissie van 30 oktober 2019 tot wijziging van Richtlijn 2014/23/EU van het Europees Parlement en de Raad wat de drempel voor concessies betreft ( 1 )

23

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/1828 van de Commissie van 30 oktober 2019 tot wijziging van Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad wat de drempels betreft voor overheidsopdrachten voor leveringen, diensten en werken, en prijsvragen ( 1 )

25

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/1829 van de Commissie van 30 oktober 2019 tot wijziging van Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad wat de drempels betreft voor opdrachten voor leveringen, diensten en werken, en prijsvragen ( 1 )

27

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/1830 van de Commissie van 30 oktober 2019 tot wijziging van Richtlijn 2009/81/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de drempels betreft voor opdrachten voor leveringen, diensten en werken ( 1 )

29

 

 

RICHTLIJNEN

 

*

Richtlijn (EU) 2019/1831 van de Commissie van 24 oktober 2019 tot vaststelling van een vijfde lijst van indicatieve grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling uit hoofde van Richtlijn 98/24/EG van de Raad en tot wijziging van Richtlijn 2000/39/EG van de Commissie ( 1 )

31

 

*

Richtlijn (EU) 2019/1832 van de Commissie van 24 oktober 2019 tot wijziging van de bijlagen I, II en III bij Richtlijn 89/656/EEG van de Raad met betrekking tot zuiver technische aanpassingen

35

 

*

Richtlijn (EU) 2019/1833 van de Commissie van 24 oktober 2019 tot wijziging van de bijlagen I, III, V en VI bij Richtlijn 2000/54/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft zuiver technische aanpassingen

54

 

*

Richtlijn (EU) 2019/1834 van de Commissie van 24 oktober 2019 tot wijziging van de bijlagen II en IV bij Richtlijn 92/29/EEG van de Raad met betrekking tot zuiver technische aanpassingen

80

 

 

BESLUITEN

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/1835 van de Commissie van 30 oktober 2019 tot onttrekking aan financiering door de Europese Unie van bepaalde uitgaven die de lidstaten hebben verricht in het kader van het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) (Kennisgeving geschied onder nummer C(2019) 7815)

98

 

 

III   Andere handelingen

 

 

EUROPESE ECONOMISCHE RUIMTE

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER Nr. 78/2019 van 29 maart 2019 tot wijziging van bijlage IX (Financiële diensten) bij de EER-overeenkomst 2019/1836

143

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER Nr. 85/2019 van 29 maart 2019 tot wijziging van bijlage IX (Financiële diensten) bij de EER-overeenkomst 2019/1837

149

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst.

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

31.10.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 279/1


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2019/1819 VAN DE COMMISSIE

van 8 augustus 2019

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad teneinde azijn als werkzame stof in bijlage I bij die verordening op te nemen

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (1), en met name artikel 28, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De werkzame stof azijn kwam, voor zover het ging om een levensmiddel of diervoeder dat bestemd was voor gebruik als afweermiddel of lokmiddel van productsoort 19, in aanmerking voor de afwijking voor levensmiddelen en diervoeders als bedoeld in artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1451/2007 van de Commissie (2).

(2)

Overeenkomstig artikel 16, lid 5, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1062/2014 van de Commissie (3) is een kennisgeving ingediend voor azijn voor productsoort 19, waarop de afwijking voor levensmiddelen en diervoeders van toepassing was. Het Europees Agentschap voor chemische stoffen (“het ECHA”) heeft de kennisgeving conform verklaard en heeft de Commissie overeenkomstig artikel 17 van die verordening daarvan in kennis gesteld. Azijn is bijgevolg voor productsoort 19 opgenomen in de lijst van combinaties van stoffen en productsoorten die zijn opgenomen in het programma voor de beoordeling van bestaande werkzame stoffen in biociden (4).

(3)

Op 31 januari 2017 heeft de Commissie het ECHA gevraagd om advies over de vraag of azijn aanleiding geeft tot bezorgdheid overeenkomstig artikel 28, lid 2, van Verordening (EU) nr. 528/2012.

(4)

Het advies van het ECHA (5) luidde dat azijn niet zorgwekkend is en in aanmerking komt voor opneming in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012.

(5)

Rekening houdend met het advies van het ECHA, is het passend azijn in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012 op te nemen. Azijn is van natuurlijke oorsprong en moet dus worden opgenomen in categorie 4 (“Traditionele gebruikte stoffen van natuurlijke oorsprong”). Alleen azijn die valt onder de in artikel 3, lid 1, onder u), van die verordening vastgestelde definitie van “levensmiddel” of “diervoeder” en minder dan 10 % azijnzuur bevat, mag in die bijlage worden opgenomen. Dit is in overeenstemming met het feit dat azijn alleen in aanmerking kwam voor de in artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1451/2007 vastgestelde afwijking voor levensmiddelen en diervoeders als het ging om een levensmiddel of diervoeder.

(6)

Artikel 89, lid 3, van Verordening (EU) nr. 528/2012 bevat overgangsmaatregelen voor het geval dat een bestaande werkzame stof die is opgenomen in het werkprogramma voor het systematische onderzoek van bestaande werkzame stoffen, overeenkomstig die verordening wordt goedgekeurd. Wat betreft azijn voor productsoort 19, moet de datum van goedkeuring voor de toepassing van artikel 89, lid 3, van die verordening worden vastgesteld op 1 juni 2021, zodat er voldoende tijd is om aanvragen voor de toelating overeenkomstig artikel 89, lid 3, tweede alinea, van die verordening in te dienen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Voor de toepassing van artikel 89, lid 3, van Verordening (EU) nr. 528/2012 is 1 juni 2021 de datum van goedkeuring van azijn voor productsoort 19.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 8 augustus 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1.

(2)  Verordening (EG) nr. 1451/2007 van de Commissie van 4 december 2007 betreffende de tweede fase van het in artikel 16, lid 2, van Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van biociden bedoelde tienjarige werkprogramma (PB L 325 van 11.12.2007, blz. 3).

(3)  Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1062/2014 van de Commissie van 4 augustus 2014 over het in Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde werkprogramma voor het systematische onderzoek van alle bestaande werkzame stoffen van biociden (PB L 294 van 10.10.2014, blz. 1).

(4)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/157 van de Commissie van 6 november 2018 tot wijziging van bijlage II bij Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1062/2014 over het in Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde werkprogramma voor het systematische onderzoek van alle bestaande werkzame stoffen van biociden (PB L 31 van 1.2.2019, blz. 1).

(5)  Biocidal Products Committee (BPC) Opinion of 14 december 2017 on the eligibility of certain food and feed active substances for inclusion into Annex I to the BPR, ECHA/BPC/186/2017.


BIJLAGE

In bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012 wordt in categorie 4 van de lijst van werkzame stoffen zoals bedoeld in artikel 25, onder a), de volgende vermelding toegevoegd:

EG-nummer

Naam/Groep

Beperking

Opmerking

“Niet beschikbaar

Azijn  (*1)

Met uitzondering van azijn die geen levensmiddel is en azijn die meer dan 10 % azijnzuur bevat (ongeacht of het een levensmiddel is of niet).

CAS-nr. 8028‐52‐2


(*1)  Voor de toepassing van artikel 89, lid 3, is 1 juni 2021 de datum van goedkeuring van azijn voor productsoort 19.”.


31.10.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 279/4


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2019/1820 VAN DE COMMISSIE

van 8 augustus 2019

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad teneinde Saccharomyces cerevisiae als werkzame stof in bijlage I bij die verordening op te nemen

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (1), en met name artikel 28, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De werkzame stof Saccharomyces cerevisiae kwam, voor zover het ging om een levensmiddel of diervoeder dat bestemd was voor gebruik als afweermiddel of lokmiddel van productsoort 19, in aanmerking voor de afwijking voor levensmiddelen en diervoeders als bedoeld in artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1451/2007 van de Commissie (2).

(2)

Overeenkomstig artikel 16, lid 5, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1062/2014 van de Commissie (3) is een kennisgeving ingediend voor de toepassing van de afwijking voor levensmiddelen en diervoeders op Saccharomyces cerevisiae voor productsoort 19. Het Europees Agentschap voor chemische stoffen (“het ECHA”) heeft de kennisgeving conform verklaard en heeft de Commissie overeenkomstig artikel 17 van die verordening daarvan in kennis gesteld. Saccharomyces cerevisiae is bijgevolg voor productsoort 19 opgenomen in de lijst van combinaties van stoffen en productsoorten die zijn opgenomen in het programma voor de beoordeling van bestaande werkzame stoffen in biociden (4).

(3)

Op 31 januari 2017 heeft de Commissie het ECHA gevraagd om advies over de vraag of Saccharomyces cerevisiae aanleiding geeft tot bezorgdheid overeenkomstig artikel 28, lid 2, van Verordening (EU) nr. 528/2012.

(4)

Het advies van het ECHA (5) luidde dat Saccharomyces cerevisiae niet zorgwekkend is en in aanmerking komt voor opneming in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012.

(5)

Rekening houdend met het advies van het ECHA, is het passend Saccharomyces cerevisiae in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012 op te nemen. Saccharomyces cerevisiae is van natuurlijke oorsprong en moet dus worden opgenomen in categorie 4 (“Traditionele gebruikte stoffen van natuurlijke oorsprong”). Alleen Saccharomyces cerevisiae die valt onder de in artikel 3, lid 1, onder u), van die verordening vastgestelde definitie van “levensmiddel” of “diervoeder”, mag in die bijlage worden opgenomen. Dit is in overeenstemming met het feit dat Saccharomyces cerevisiae alleen voor de in artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1451/2007 vastgestelde afwijking voor levensmiddelen en diervoeders in aanmerking kwam als het ging om een levensmiddel of diervoeder.

(6)

Artikel 89, lid 3, van Verordening (EU) nr. 528/2012 bevat overgangsmaatregelen voor het geval dat een bestaande werkzame stof die is opgenomen in het werkprogramma voor het systematische onderzoek van bestaande werkzame stoffen overeenkomstig die verordening wordt goedgekeurd. Wat betreft Saccharomyces cerevisiae voor productsoort 19, moet de datum van goedkeuring voor de toepassing van artikel 89, lid 3, van die verordening worden vastgesteld op 1 juni 2021, zodat er voldoende tijd is om aanvragen voor de toelating overeenkomstig artikel 89, lid 3, tweede alinea, van die verordening in te dienen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Voor de toepassing van artikel 89, lid 3, van Verordening (EU) nr. 528/2012 is 1 juni 2021 de datum van goedkeuring van Saccharomyces cerevisiae voor productsoort 19.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 8 augustus 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1.

(2)  Verordening (EG) nr. 1451/2007 van de Commissie van 4 december 2007 betreffende de tweede fase van het in artikel 16, lid 2, van Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van biociden bedoelde tienjarige werkprogramma (PB L 325 van 11.12.2007, blz. 3).

(3)  Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1062/2014 van de Commissie van 4 augustus 2014 over het in Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde werkprogramma voor het systematische onderzoek van alle bestaande werkzame stoffen van biociden (PB L 294 van 10.10.2014, blz. 1).

(4)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/157 van de Commissie van 6 november 2018 tot wijziging van bijlage II bij Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1062/2014 over het in Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde werkprogramma voor het systematische onderzoek van alle bestaande werkzame stoffen van biociden (PB L 31, 1.2.2019, blz. 1).

(5)  Biocidal Products Committee (BPC) Opinion of 14 december 2017 on the eligibility of certain food and feed active substances for inclusion into Annex I to the BPR, ECHA/BPC/186/2017.


BIJLAGE

In bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012 wordt in categorie 4 van de lijst van werkzame stoffen zoals bedoeld in artikel 25, onder a), de volgende vermelding toegevoegd:

EG-nummer

Naam/Groep

Beperking

Opmerking

“Niet beschikbaar

Saccharomyces cerevisiae (gist)  (*1)

Met uitzondering van Saccharomyces cerevisiae die geen levensmiddel of diervoeder is.

CAS-nr. 68876‐77‐7


(*1)  Voor de toepassing van artikel van artikel 89, lid 3, is 1 juni 2021 de datum van goedkeuring van Saccharomyces cerevisiae voor productsoort 19.”.


31.10.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 279/7


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2019/1821 VAN DE COMMISSIE

van 8 augustus 2019

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad teneinde eipoeder als werkzame stof in bijlage I bij die verordening op te nemen

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (1), en met name artikel 28, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De werkzame stof eipoeder kwam, voor zover het ging om een levensmiddel of diervoeder dat bestemd was voor gebruik als afweermiddel of lokmiddel van productsoort 19, in aanmerking voor de afwijking voor levensmiddelen en diervoeders als bedoeld in artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1451/2007 van de Commissie (2).

(2)

Overeenkomstig artikel 16, lid 5, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1062/2014 van de Commissie (3) is een kennisgeving ingediend van de toepassing van de afwijking voor levensmiddelen en diervoeders op eipoeder voor productsoort 19. Het Europees Agentschap voor chemische stoffen (“het ECHA”) heeft de kennisgeving conform verklaard en heeft de Commissie overeenkomstig artikel 17 van die verordening daarvan in kennis gesteld. Eipoeder is bijgevolg voor productsoort 19 opgenomen in de lijst van combinaties van stoffen en productsoorten die zijn opgenomen in het programma voor de beoordeling van bestaande werkzame stoffen in biociden (4).

(3)

Op 31 januari 2017 heeft de Commissie het ECHA gevraagd om advies over de vraag of eipoeder aanleiding geeft tot bezorgdheid overeenkomstig artikel 28, lid 2, van Verordening (EU) nr. 528/2012.

(4)

Het advies van het ECHA (5) luidde dat eipoeder niet zorgwekkend is en dus in aanmerking komt voor opneming in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012.

(5)

Rekening houdend met het advies van het ECHA is het passend eipoeder in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012 op te nemen. Eipoeder is van natuurlijke oorsprong en moet dus worden opgenomen in categorie 4 (“Traditioneel gebruikte stoffen van natuurlijke oorsprong”). Alleen eipoeder die valt onder de in artikel 3, lid 1, onder u), van die verordening vastgestelde definitie van “levensmiddel” of “diervoeder” mag in die bijlage worden opgenomen. Dit is in overeenstemming met het feit dat eipoeder alleen in aanmerking kwam voor de in artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1451/2007 vastgestelde afwijking voor levensmiddelen en diervoeders als het ging om een levensmiddel of diervoeder.

(6)

Artikel 89, lid 3, van Verordening (EU) nr. 528/2012 bevat overgangsmaatregelen voor het geval dat een bestaande werkzame stof die is opgenomen in het werkprogramma voor het systematische onderzoek van bestaande werkzame stoffen overeenkomstig die verordening wordt goedgekeurd. Wat betreft eipoeder voor productsoort 19, moet de datum van goedkeuring voor de toepassing van artikel 89, lid 3, van die verordening worden vastgesteld op 1 juni 2021, zodat er voldoende tijd is om aanvragen voor toelating overeenkomstig artikel 89, lid 3, tweede alinea, van die verordening in te dienen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Voor de toepassing van artikel 89, lid 3, van Verordening (EU) nr. 528/2012 is 1 juni 2021 de datum van goedkeuring van eipoeder voor productsoort 19.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 8 augustus 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1.

(2)  Verordening (EG) nr. 1451/2007 van de Commissie van 4 december 2007 betreffende de tweede fase van het in artikel 16, lid 2, van Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van biociden bedoelde tienjarige werkprogramma (PB L 325 van 11.12.2007, blz. 3).

(3)  Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1062/2014 van de Commissie van 4 augustus 2014 over het in Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde werkprogramma voor het systematische onderzoek van alle bestaande werkzame stoffen van biociden (PB L 294 van 10.10.2014, blz. 1).

(4)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/157 van de Commissie van 6 november 2018 tot wijziging van bijlage II bij Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1062/2014 over het in Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde werkprogramma voor het systematische onderzoek van alle bestaande werkzame stoffen van biociden (PB L 31 van 1.2.2019, blz. 1).

(5)  Biocidal Products Committee (BPC) Opinion of 14 december 2017 on the eligibility of certain food and feed active substances for inclusion into Annex I to the BPR, ECHA/BPC/186/2017.


BIJLAGE

In bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012 wordt in categorie 4 van de lijst van werkzame stoffen zoals bedoeld in artikel 25, onder a), de volgende vermelding toegevoegd:

EG-nummer

Naam/Groep

Beperking

Opmerking

“Niet beschikbaar

Eipoeder (*1)

Met uitzondering van eipoeder die geen levensmiddel of diervoeder is.

 


(*1)  Voor de toepassing van artikel 89, lid 3, is 1 juni 2021 de datum van goedkeuring van eipoeder voor productsoort 19.”


31.10.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 279/10


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2019/1822 VAN DE COMMISSIE

van 8 augustus 2019

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad teneinde honing als werkzame stof in bijlage I bij die verordening op te nemen

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (1), en met name artikel 28, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De werkzame stof honing kwam, voor zover het ging om een levensmiddel of diervoeder dat bestemd was voor gebruik als afweermiddel of lokmiddel van productsoort 19, in aanmerking voor de afwijking voor levensmiddelen en diervoeders als bedoeld in artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1451/2007 van de Commissie (2).

(2)

Overeenkomstig artikel 16, lid 5, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1062/2014 van de Commissie (3) is een kennisgeving ingediend voor de toepassing van de afwijking voor levensmiddelen en diervoeders op honing voor productsoort 19. Het Europees Agentschap voor chemische stoffen (“het ECHA”) heeft de kennisgeving conform verklaard en heeft de Commissie overeenkomstig artikel 17 van die verordening daarvan in kennis gesteld. Honing is bijgevolg voor productsoort 19 opgenomen in de lijst van combinaties van stoffen en productsoorten die zijn opgenomen in het programma voor de beoordeling van bestaande werkzame stoffen in biociden (4).

(3)

Op 31 januari 2017 heeft de Commissie het ECHA gevraagd om advies over de vraag of honing aanleiding geeft tot bezorgdheid overeenkomstig artikel 28, lid 2, van Verordening (EU) nr. 528/2012.

(4)

Het advies van het ECHA (5) luidde dat honing niet zorgwekkend is en dus in aanmerking komt voor opneming in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012.

(5)

Rekening houdend met het advies van het ECHA is het passend honing in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012 op te nemen. Honing is van natuurlijke oorsprong en moet dus worden opgenomen in categorie 4 (“Traditionele gebruikte stoffen van natuurlijke oorsprong”). Alleen honing die valt onder de in artikel 3, lid 1, onder u), van die verordening vastgestelde definitie van “levensmiddel” of “diervoeder” mag in die bijlage worden opgenomen. Dit is in overeenstemming met het feit dat honing alleen in aanmerking kwam voor de in artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1451/2007 vastgestelde afwijking voor levensmiddelen en diervoeders als het ging om een levensmiddel of diervoeder.

(6)

Artikel 89, lid 3, van Verordening (EU) nr. 528/2012 bevat overgangsmaatregelen voor het geval dat een bestaande werkzame stof die is opgenomen in het werkprogramma voor het systematische onderzoek van bestaande werkzame stoffen overeenkomstig die verordening wordt goedgekeurd. Wat betreft honing voor productsoort 19, moet de datum van goedkeuring voor de toepassing van artikel 89, lid 3, van die verordening worden vastgesteld op 1 juni 2021, zodat er voldoende tijd is om aanvragen voor de toelating overeenkomstig artikel 89, lid 3, tweede alinea, van die verordening in te dienen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Voor de toepassing van artikel 89, lid 3, van Verordening (EU) nr. 528/2012 is 1 juni 2021 de datum van goedkeuring van honing voor productsoort 19.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 8 augustus 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1.

(2)  Verordening (EG) nr. 1451/2007 van de Commissie van 4 december 2007 betreffende de tweede fase van het in artikel 16, lid 2, van Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van biociden bedoelde tienjarige werkprogramma (PB L 325 van 11.12.2007, blz. 3).

(3)  Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1062/2014 van de Commissie van 4 augustus 2014 over het in Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde werkprogramma voor het systematische onderzoek van alle bestaande werkzame stoffen van biociden (PB L 294 van 10.10.2014, blz. 1).

(4)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/157 van de Commissie van 6 november 2018 tot wijziging van bijlage II bij Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1062/2014 over het in Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde werkprogramma voor het systematische onderzoek van alle bestaande werkzame stoffen van biociden (PB L 31 van 1.2.2019, blz. 1).

(5)  Biocidal Products Committee (BPC) Opinion of 14 december 2017 on the eligibility of certain food and feed active substances for inclusion into Annex I to the BPR, ECHA/BPC/186/2017.


BIJLAGE

In bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012 wordt in categorie 4 van de lijst van werkzame stoffen zoals bedoeld in artikel 25, onder a), de volgende vermelding toegevoegd:

EG-nummer

Naam/Groep

Beperking

Opmerking

“Niet beschikbaar

Honing (*1)

Met uitzondering van honing die geen levensmiddel of diervoeder is.

CAS-nr. 8028-66-8


(*1)  Voor de toepassing van artikel 89, lid 3, is 1 juni 2021 de datum van goedkeuring van honing voor productsoort 19.”.


31.10.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 279/13


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2019/1823 van de Commissie

van 8 augustus 2019

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad teneinde D-fructose als werkzame stof in bijlage I bij die verordening op te nemen

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (1), en met name artikel 28, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De werkzame stof D-fructose kwam, voor zover het ging om een levensmiddel of diervoeder dat bestemd was voor gebruik als afweermiddel of lokmiddel van productsoort 19, in aanmerking voor de afwijking voor levensmiddelen en diervoeders als bedoeld in artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1451/2007 van de Commissie (2).

(2)

Overeenkomstig artikel 16, lid 5, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1062/2014 van de Commissie (3) is een kennisgeving ingediend voor de toepassing van de afwijking voor levensmiddelen en diervoeders op D-fructose voor productsoort 19. Het Europees Agentschap voor chemische stoffen (“het ECHA”) heeft de kennisgeving conform verklaard en heeft de Commissie overeenkomstig artikel 17 van die verordening daarvan in kennis gesteld. D-fructose is bijgevolg voor productsoort 19 opgenomen in de lijst van combinaties van stoffen en productsoorten die zijn opgenomen in het programma voor de beoordeling van bestaande werkzame stoffen in biociden (4).

(3)

Op 31 januari 2017 heeft de Commissie het ECHA gevraagd om advies over de vraag of D-fructose aanleiding geeft tot bezorgdheid overeenkomstig artikel 28, lid 2, van Verordening (EU) nr. 528/2012. Het advies van het ECHA (5) luidde dat D-fructose niet zorgwekkend is en dus in aanmerking komt voor opneming in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012.

(4)

Rekening houdend met het advies van het ECHA is het passend D-fructose in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012 op te nemen. D-fructose is van natuurlijke oorsprong en moet dus worden opgenomen in categorie 4 (“Traditionele gebruikte stoffen van natuurlijke oorsprong”). Alleen D-fructose die valt onder de in artikel 3, lid 1, onder u), van die verordening vastgestelde definitie van “levensmiddel” of “diervoeder” mag in die bijlage worden opgenomen. Dit is in overeenstemming met het feit dat D-fructose alleen in aanmerking kwam voor de in artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1451/2007 vastgestelde afwijking voor levensmiddelen en diervoeders als het ging om een levensmiddel of diervoeder.

(5)

Artikel 89, lid 3, van Verordening (EU) nr. 528/2012 bevat overgangsmaatregelen voor het geval dat een bestaande werkzame stof die is opgenomen in het werkprogramma voor het systematische onderzoek van bestaande werkzame stoffen overeenkomstig die verordening wordt goedgekeurd. Wat betreft D-fructose voor productsoort 19, moet de datum van goedkeuring voor de toepassing van artikel 89, lid 3, van die verordening worden vastgesteld op 1 juni 2021, zodat er voldoende tijd is om aanvragen voor de toelating overeenkomstig artikel 89, lid 3, tweede alinea, van die verordening in te dienen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Voor de toepassing van artikel 89, lid 3, van Verordening (EU) nr. 528/2012 is 1 juni 2021 de datum van goedkeuring van D-fructose voor productsoort 19.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 8 augustus 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1.

(2)  Verordening (EG) nr. 1451/2007 van de Commissie van 4 december 2007 betreffende de tweede fase van het in artikel 16, lid 2, van Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van biociden bedoelde tienjarige werkprogramma (PB L 325 van 11.12.2007, blz. 3).

(3)  Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1062/2014 van de Commissie van 4 augustus 2014 over het in Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde werkprogramma voor het systematische onderzoek van alle bestaande werkzame stoffen van biociden (PB L 294 van 10.10.2014, blz. 1).

(4)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/157 van de Commissie van 6 november 2018 tot wijziging van bijlage II bij Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1062/2014 over het in Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde werkprogramma voor het systematische onderzoek van alle bestaande werkzame stoffen van biociden (PB L 31 van 1.2.2019, blz. 1).

(5)  Biocidal Products Committee (BPC) Opinion of 14 december 2017 on the eligibility of certain food and feed active substances for inclusion into Annex I to the BPR, ECHA/BPC/186/2017.


BIJLAGE

In bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012 wordt in categorie 4 van de lijst van werkzame stoffen zoals bedoeld in artikel 25, onder a), de volgende vermelding toegevoegd:

EG-nummer

Naam/Groep

Beperking

Opmerking

“200-333-3

D-fructose (*1)

Met uitzondering van D-fructose die geen levensmiddel of diervoeder is.

CAS-nr. 57-48-7


(*1)  Voor de toepassing van artikel 89, lid 3, is 1 juni 2021 de datum van goedkeuring van D-fructose voor productsoort 19.”.


31.10.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 279/16


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2019/1824 VAN DE COMMISSIE

van 8 augustus 2019

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad teneinde kaas als werkzame stof in bijlage I bij die verordening op te nemen

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (1), en met name artikel 28, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De werkzame stof kaas kwam, voor zover het ging om een levensmiddel of diervoeder dat bestemd was voor gebruik als afweermiddel of lokmiddel van productsoort 19, in aanmerking voor de afwijking voor levensmiddelen en diervoeders als bedoeld in artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1451/2007 van de Commissie (2).

(2)

Overeenkomstig artikel 16, lid 5, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1062/2014 van de Commissie (3) is een kennisgeving ingediend voor de toepassing van de afwijking voor levensmiddelen en diervoeders op kaas voor productsoort 19. Het Europees Agentschap voor chemische stoffen (“het ECHA”) heeft de kennisgeving conform verklaard en heeft de Commissie overeenkomstig artikel 17 van die verordening daarvan in kennis gesteld. Kaas is bijgevolg voor productsoort 19 opgenomen in de lijst van combinaties van stoffen en productsoorten die zijn opgenomen in het programma voor de beoordeling van bestaande werkzame stoffen in biociden (4).

(3)

Op 31 januari 2017 heeft de Commissie het ECHA gevraagd om advies over de vraag of kaas aanleiding geeft tot bezorgdheid overeenkomstig artikel 28, lid 2, van Verordening (EU) nr. 528/2012.

(4)

Het advies van het ECHA (5) luidde dat kaas niet zorgwekkend is en in aanmerking komt voor opneming in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012.

(5)

Rekening houdend met het advies van het ECHA, is het passend kaas in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012 op te nemen. Kaas is van natuurlijke oorsprong en moet dus worden opgenomen in categorie 4 (“Traditionele gebruikte stoffen van natuurlijke oorsprong”). Alleen kaas die valt onder de in artikel 3, lid 1, onder u), van die verordening vastgestelde definitie van “levensmiddel” of “diervoeder”, mag in die bijlage worden opgenomen. Dit is in overeenstemming met het feit dat kaas alleen in aanmerking kwam voor de in artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1451/2007 vastgestelde afwijking voor levensmiddelen en diervoeders als het ging om een levensmiddel of diervoeder.

(6)

Artikel 89, lid 3, van Verordening (EU) nr. 528/2012 bevat overgangsmaatregelen voor het geval dat een bestaande werkzame stof die is opgenomen in het werkprogramma voor het systematische onderzoek van bestaande werkzame stoffen, overeenkomstig die verordening wordt goedgekeurd. Wat betreft kaas voor productsoort 19, moet de datum van goedkeuring voor de toepassing van artikel 89, lid 3, van die verordening worden vastgesteld op 1 juni 2021, zodat er voldoende tijd is om aanvragen voor de toelating overeenkomstig artikel 89, lid 3, tweede alinea, van die verordening in te dienen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Voor de toepassing van artikel 89, lid 3, van Verordening (EU) nr. 528/2012 is 1 juni 2021 de datum van goedkeuring van kaas voor productsoort 19.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 8 augustus 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1.

(2)  Verordening (EG) nr. 1451/2007 van de Commissie van 4 december 2007 betreffende de tweede fase van het in artikel 16, lid 2, van Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van biociden bedoelde tienjarige werkprogramma (PB L 325 van 11.12.2007, blz. 3).

(3)  Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1062/2014 van de Commissie van 4 augustus 2014 over het in Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde werkprogramma voor het systematische onderzoek van alle bestaande werkzame stoffen van biociden (PB L 294 van 10.10.2014, blz. 1).

(4)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/157 van de Commissie van 6 november 2018 tot wijziging van bijlage II bij Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1062/2014 over het in Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde werkprogramma voor het systematische onderzoek van alle bestaande werkzame stoffen van biociden (PB L 31 van 1.2.2019, blz. 1).

(5)  Biocidal Products Committee (BPC) Opinion of 14 december 2017 on the eligibility of certain food and feed active substances for inclusion into Annex I to the BPR, ECHA/BPC/186/2017.


BIJLAGE

In bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012 wordt in categorie 4 van de lijst van werkzame stoffen zoals bedoeld in artikel 25, onder a), de volgende vermelding toegevoegd:

EG-nummer

Naam/Groep

Beperking

Opmerking

”Niet beschikbaar

Kaas (*1)

Met uitzondering van kaas die geen levensmiddel of diervoeder is.

 


(*1)  Voor de toepassing van artikel 89, lid 3, is 1 juni 2021 de datum van goedkeuring van kaas voor productsoort 19.“.


31.10.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 279/19


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2019/1825 VAN DE COMMISSIE

van 8 augustus 2019

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad teneinde geconcentreerd appelsap als werkzame stof in bijlage I bij die verordening op te nemen

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (1), en met name artikel 28, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De werkzame stof geconcentreerd appelsap kwam, voor zover het ging om een levensmiddel of diervoeder dat bestemd was voor gebruik als afweermiddel of lokmiddel van productsoort 19, in aanmerking voor de afwijking voor levensmiddelen en diervoeders als bedoeld in artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1451/2007 van de Commissie (2).

(2)

Overeenkomstig artikel 16, lid 5, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1062/2014 van de Commissie (3) is een kennisgeving ingediend van de toepassing van de afwijking voor levensmiddelen en diervoeders op geconcentreerd appelsap voor productsoort 19. Het Europees Agentschap voor chemische stoffen (“het ECHA”) heeft de kennisgeving conform verklaard en heeft de Commissie overeenkomstig artikel 17 van die verordening daarvan in kennis gesteld. Geconcentreerd appelsap is bijgevolg voor productsoort 19 opgenomen in de lijst van combinaties van stoffen en productsoorten die zijn opgenomen in het programma voor de beoordeling van bestaande werkzame stoffen in biociden (4).

(3)

Op 31 januari 2017 heeft de Commissie het ECHA gevraagd om advies over de vraag of geconcentreerd appelsap aanleiding geeft tot bezorgdheid overeenkomstig artikel 28, lid 2, van Verordening (EU) nr. 528/2012.

(4)

Het advies van het ECHA (5) luidde dat geconcentreerd appelsap niet zorgwekkend is en in aanmerking komt voor opneming in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012.

(5)

Rekening houdend met het advies van het ECHA is het passend geconcentreerd appelsap in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012 op te nemen. Geconcentreerd appelsap is van natuurlijke oorsprong en moet dus worden opgenomen in categorie 4 (“Traditionele gebruikte stoffen van natuurlijke oorsprong”). Alleen geconcentreerd appelsap die valt onder de definitie van bijlage I, deel I, punt 2, bij Richtlijn 2001/112/EG van de Raad (6), mag in die bijlage worden opgenomen.

(6)

Artikel 89, lid 3, van Verordening (EU) nr. 528/2012 bevat overgangsmaatregelen voor het geval dat een bestaande werkzame stof die is opgenomen in het werkprogramma voor het systematische onderzoek van bestaande werkzame stoffen overeenkomstig die verordening wordt goedgekeurd. Wat betreft geconcentreerd appelsap voor productsoort 19, moet de datum van goedkeuring voor de toepassing van artikel 89, lid 3, van die verordening worden vastgesteld op 1 juni 2021, zodat er voldoende tijd is om aanvragen voor de toelating overeenkomstig artikel 89, lid 3, tweede alinea, van die verordening in te dienen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Voor de toepassing van artikel 89, lid 3, van Verordening (EU) nr. 528/2012 is 1 juni 2021 de datum van goedkeuring van geconcentreerd appelsap voor productsoort 19.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 8 augustus 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1.

(2)  Verordening (EG) nr. 1451/2007 van de Commissie van 4 december 2007 betreffende de tweede fase van het in artikel 16, lid 2, van Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van biociden bedoelde tienjarige werkprogramma (PB L 325 van 11.12.2007, blz. 3).

(3)  Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1062/2014 van de Commissie van 4 augustus 2014 over het in Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde werkprogramma voor het systematische onderzoek van alle bestaande werkzame stoffen van biociden (PB L 294 van 10.10.2014, blz. 1).

(4)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/157 van de Commissie van 6 november 2018 tot wijziging van bijlage II bij Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1062/2014 over het in Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde werkprogramma voor het systematische onderzoek van alle bestaande werkzame stoffen van biociden (PB L 31 van 1.2.2019, blz. 1).

(5)  Biocidal Products Committee (BPC) Opinion of 14 december 2017 on the eligibility of certain food and feed active substances for inclusion into Annex I to the BPR, ECHA/BPC/186/2017.

(6)  Richtlijn 2001/112/EG van de Raad van 20 december 2001 inzake voor menselijke voeding bestemde vruchtensappen en bepaalde soortgelijke producten (PB L 10 van 12.1.2002, blz. 58).


BIJLAGE

In bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012 wordt in categorie 4 van de lijst van werkzame stoffen zoals bedoeld in artikel 25, onder a), de volgende vermelding toegevoegd:

EG-nummer

Naam/Groep

Beperking

Opmerking

„Niet beschikbaar

Geconcentreerd appelsap (*1)

Met uitzondering van geconcentreerd appelsap dat niet valt onder de definitie van bijlage I, deel I, punt 2, bij Richtlijn 2001/112/EG van de Raad (*2)

 


(*1)  Voor de toepassing van artikel 89, lid 3, is 1 juni 2021 de datum van goedkeuring van geconcentreerd appelsap voor productsoort 19.

(*2)  Richtlijn 2001/112/EG van de Raad van 20 december 2001 inzake voor menselijke voeding bestemde vruchtensappen en bepaalde soortgelijke producten (PB L 10 van 12.1.2002, blz. 58).”.


31.10.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 279/22


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/1826 VAN DE COMMISSIE

van 25 oktober 2019

tot inschrijving van een naam in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (“Kaimiškas Jovarų alus” (BGA))

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name artikel 52, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 50, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 is de aanvraag van Litouwen tot registratie van de naam “Kaimiškas Jovarų alus” bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (2).

(2)

Aangezien bij de Commissie geen bezwaren zijn ingediend overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1151/2012, moet de naam “Kaimiškas Jovarų alus” worden ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De naam “Kaimiškas Jovarų alus” (BGA) wordt ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen.

Met de in de eerste alinea vermelde naam wordt een product aangeduid van categorie 2.1. (Bier) als opgenomen in bijlage XI bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 668/2014 van de Commissie (3).

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 25 oktober 2019.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Phil HOGAN

Lid van de Commissie


(1)  PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.

(2)  PB C 217 van 28.6.2019, blz. 5.

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 668/2014 van de Commissie van 13 juni 2014 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (PB L 179 van 19.6.2014, blz. 36).


31.10.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 279/23


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2019/1827 VAN DE COMMISSIE

van 30 oktober 2019

tot wijziging van Richtlijn 2014/23/EU van het Europees Parlement en de Raad wat de drempel voor concessies betreft

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2014/23/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van concessieovereenkomsten (1), en met name artikel 9, lid 4, tweede alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Besluit 2014/115/EU (2) heeft de Raad zijn goedkeuring gehecht aan het Protocol tot wijziging van de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten (3) (hierna “de overeenkomst” genoemd) die in het kader van de Wereldhandelsorganisatie is gesloten. De overeenkomst is een plurilateraal instrument met als doel om de markten voor overheidsopdrachten wederzijds voor alle partijen open te stellen. Zij moet gelden voor elke overheidsopdracht met een waarde die gelijk is aan of hoger is dan de bedragen (hierna “drempels” genoemd) die in de overeenkomst zijn vastgesteld en in bijzondere trekkingsrechten zijn uitgedrukt.

(2)

Een van de doelstellingen van Richtlijn 2014/23/EU is dat de aanbestedende diensten die deze richtlijn toepassen, tevens aan de verplichtingen van de overeenkomst voldoen. Overeenkomstig artikel 9, lid 1, van Richtlijn 2014/23/EU moet de Commissie om de twee jaar nagaan of de in artikel 8, lid 1, van die richtlijn vastgestelde drempel voor concessies overeenkomt met de in de overeenkomst vastgestelde drempel. Aangezien de waarde van de overeenkomstig artikel 9, lid 1, van Richtlijn 2014/23/EU berekende drempel verschilt van de waarde van de drempel die is vastgesteld in artikel 8, lid 1, van die richtlijn, moet deze drempel worden herzien.

(3)

Richtlijn 2014/23/EU moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In artikel 8, lid 1, van Richtlijn 2014/23/EU wordt “5 548 000 EUR” vervangen door “5 350 000 EUR”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2020.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 oktober 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 94 van 28.3.2014, blz. 1.

(2)  Besluit 2014/115/EU van de Raad van 2 december 2013 betreffende de sluiting van het Protocol tot wijziging van de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten (PB L 68 van 7.3.2014, blz. 1).

(3)  PB L 68 van 7.3.2014, blz. 2.


31.10.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 279/25


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2019/1828 VAN DE COMMISSIE

van 30 oktober 2019

tot wijziging van Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad wat de drempels betreft voor overheidsopdrachten voor leveringen, diensten en werken, en prijsvragen

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG (1), en met name artikel 6, lid 5, tweede alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Besluit 2014/115/EU (2) heeft de Raad zijn goedkeuring gehecht aan het Protocol tot wijziging van de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten (3) (hierna “de overeenkomst” genoemd) die in het kader van de Wereldhandelsorganisatie is gesloten. De overeenkomst is een plurilateraal instrument met als doel om de markten voor overheidsopdrachten wederzijds voor alle partijen open te stellen. Zij moet gelden voor elke overheidsopdracht met een waarde die gelijk is aan of hoger is dan de bedragen (hierna “drempels” genoemd) die in de overeenkomst zijn vastgesteld en in bijzondere trekkingsrechten zijn uitgedrukt.

(2)

Een van de doelstellingen van Richtlijn 2014/24/EU is dat de aanbestedende diensten die deze richtlijn toepassen, tevens aan de verplichtingen van de overeenkomst voldoen. Overeenkomstig artikel 6, lid 1, van Richtlijn 2014/24/EU moet de Commissie om de twee jaar nagaan of de in artikel 4, onder a), b) en c), van die richtlijn vastgestelde drempels voor overheidsopdrachten en prijsvragen overeenkomen met de in de overeenkomst vastgestelde drempels. Aangezien de waarde van de overeenkomstig artikel 6, lid 1, van Richtlijn 2014/24/EU berekende drempels verschilt van de waarde van de drempels die zijn vastgesteld in artikel 4, onder a), b) en c), van die richtlijn, moeten deze drempels worden herzien. Overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Richtlijn 2014/24/EU moeten de in artikel 13 van die richtlijn vastgestelde drempels in overeenstemming worden gebracht met de in artikel 4, onder a) en c), van die richtlijn vastgestelde drempels.

(3)

Richtlijn 2014/24/EU moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Richtlijn 2014/24/EU wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in punt a) wordt “5 548 000 EUR” vervangen door “5 350 000 EUR”;

b)

in punt b) wordt “144 000 EUR” vervangen door “139 000 EUR”;

c)

in punt c) wordt “221 000 EUR” vervangen door “214 000 EUR”.

2)

Artikel 13, eerste alinea, wordt als volgt gewijzigd:

a)

in punt a) wordt “5 548 000 EUR” vervangen door “5 350 000 EUR”;

b)

in punt b) wordt “221 000 EUR” vervangen door “214 000 EUR”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2020.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 oktober 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 94 van 28.3.2014, blz. 65.

(2)  Besluit 2014/115/EU van de Raad van 2 december 2013 betreffende de sluiting van het Protocol tot wijziging van de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten (PB L 68 van 7.3.2014, blz. 1).

(3)  PB L 68 van 7.3.2014, blz. 2.


31.10.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 279/27


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2019/1829 VAN DE COMMISSIE

van 30 oktober 2019

tot wijziging van Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad wat de drempels betreft voor opdrachten voor leveringen, diensten en werken, en prijsvragen

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG (1), en met name artikel 17, lid 4, tweede alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Besluit 2014/115/EU (2) heeft de Raad zijn goedkeuring gehecht aan het Protocol tot wijziging van de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten (3) (hierna “de overeenkomst” genoemd) die in het kader van de Wereldhandelsorganisatie is gesloten. De overeenkomst is een plurilateraal instrument met als doel om de markten voor overheidsopdrachten wederzijds voor alle partijen open te stellen. Zij moet gelden voor elke overheidsopdracht met een waarde die gelijk is aan of hoger is dan de bedragen (hierna “drempels” genoemd) die in de overeenkomst zijn vastgesteld en in bijzondere trekkingsrechten zijn uitgedrukt.

(2)

Een van de doelstellingen van Richtlijn 2014/25/EU is dat de aanbestedende diensten die deze richtlijn toepassen, tevens aan de verplichtingen van de overeenkomst voldoen. Overeenkomstig artikel 17, lid 1, van Richtlijn 2014/25/EU moet de Commissie om de twee jaar nagaan of de in artikel 15, onder a) en b), van die richtlijn vastgestelde drempels voor opdrachten en prijsvragen overeenkomen met de in de overeenkomst vastgestelde drempels. Aangezien de waarde van de overeenkomstig artikel 17, lid 1, van Richtlijn 2014/25/EU berekende drempels verschilt van de waarde van de drempels die zijn vastgesteld in artikel 15, onder a) en b), van die richtlijn, moeten deze drempels worden herzien.

(3)

Richtlijn 2014/25/EU moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Artikel 15 van Richtlijn 2014/25/EU wordt als volgt gewijzigd:

1)

In punt a) wordt “443 000 EUR” vervangen door “428 000 EUR”.

2)

In punt b) wordt “5 548 000 EUR” vervangen door “5 350 000 EUR”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2020.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 oktober 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 94 van 28.3.2014, blz. 243.

(2)  Besluit 2014/115/EU van de Raad van 2 december 2013 betreffende de sluiting van het Protocol tot wijziging van de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten (PB L 68 van 7.3.2014, blz. 1).

(3)  PB L 68 van 7.3.2014, blz. 2.


31.10.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 279/29


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2019/1830 VAN DE COMMISSIE

van 30 oktober 2019

tot wijziging van Richtlijn 2009/81/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de drempels betreft voor opdrachten voor leveringen, diensten en werken

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2009/81/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen door aanbestedende diensten van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied, en tot wijziging van Richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG (1), en met name artikel 68, lid 1, tweede alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Besluit 2014/115/EU (2) heeft de Raad zijn goedkeuring gehecht aan het Protocol tot wijziging van de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten (3) (hierna “de overeenkomst” genoemd) die in het kader van de Wereldhandelsorganisatie is gesloten. De overeenkomst is een plurilateraal instrument met als doel om de markten voor overheidsopdrachten wederzijds voor alle partijen open te stellen. Zij moet gelden voor elke overheidsopdracht met een waarde die gelijk is aan of hoger is dan de bedragen (hierna “drempels” genoemd) die in de overeenkomst zijn vastgesteld en in bijzondere trekkingsrechten zijn uitgedrukt.

(2)

Een van de doelstellingen van Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad (4) is dat de aanbestedende diensten die deze richtlijn toepassen, tevens aan de verplichtingen van de overeenkomst voldoen. Overeenkomstig artikel 17 van Richtlijn 2014/25/EU moet de Commissie om de twee jaar nagaan of de in artikel 15, onder a) en b), van die richtlijn vastgestelde drempels overeenkomen met de in de overeenkomst vastgestelde drempels, en deze indien nodig herzien.

(3)

De in Richtlijn 2014/25/EU vastgestelde drempels zijn herzien. Overeenkomstig artikel 68, lid 1, van Richtlijn 2009/81/EG moeten de in die richtlijn vastgestelde drempels in overeenstemming worden gebracht met de herziene drempels van Richtlijn 2014/25/EU.

(4)

Richtlijn 2009/81/EG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Artikel 8 van Richtlijn 2009/81/EG wordt als volgt gewijzigd:

1)

In punt a) wordt “443 000 EUR” vervangen door “428 000 EUR”.

2)

In punt b) wordt “5 548 000 EUR” vervangen door “5 350 000 EUR”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2020.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 oktober 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 216 van 20.8.2009, blz. 76.

(2)  Besluit 2014/115/EU van de Raad van 2 december 2013 betreffende de sluiting van het Protocol tot wijziging van de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten (PB L 68 van 7.3.2014, blz. 1).

(3)  PB L 68 van 7.3.2014, blz. 2.

(4)  Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 243).


RICHTLIJNEN

31.10.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 279/31


RICHTLIJN (EU) 2019/1831 VAN DE COMMISSIE

van 24 oktober 2019

tot vaststelling van een vijfde lijst van indicatieve grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling uit hoofde van Richtlijn 98/24/EG van de Raad en tot wijziging van Richtlijn 2000/39/EG van de Commissie

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 98/24/EG van de Raad van 7 april 1998 betreffende de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van werknemers tegen risico’s van chemische agentia op het werk (1), en met name artikel 3, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Beginsel 10 van de Europese pijler van sociale rechten (2), die op 17 november 2017 in Göteborg is afgekondigd, bepaalt dat alle werknemers recht hebben op een gezonde, veilige en goed aangepaste werkomgeving. Het recht op een hoog niveau van bescherming van hun gezondheid en veiligheid op het werk en op een werkomgeving die op hun professionele behoeften is afgestemd en hen in staat stelt langer op de arbeidsmarkt actief te blijven, omvat ook bescherming tegen blootstelling aan chemische agentia op het werk.

(2)

In haar mededeling “Veiliger en gezonder werk voor iedereen” (3) benadrukt de Commissie duidelijk dat de bescherming van werknemers tegen blootstelling aan gevaarlijke chemische stoffen op het werk voortdurend moet worden verbeterd.

(3)

De Commissie moet op grond van Richtlijn 98/24/EG EU-doelstellingen inzake de bescherming van werknemers tegen chemische risico’s in de vorm van indicatieve grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling voorstellen, die op het niveau van de EU moeten worden vastgesteld.

(4)

Bij artikel 3, lid 2, van Richtlijn 98/24/EG is de Commissie gemachtigd indicatieve grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling vast te stellen of te herzien, met inachtneming van de beschikbare meettechnieken, volgens de procedure van artikel 17 van Richtlijn 89/391/EEG van de Raad (4).

(5)

In artikel 3, lid 1, van Richtlijn 98/24/EG is bepaald dat de Commissie door middel van een onafhankelijke wetenschappelijke beoordeling van de meest recente wetenschappelijke gegevens een evaluatie opstelt van het verband tussen de gevolgen van gevaarlijke chemische agentia voor de gezondheid en het niveau van beroepsmatige blootstelling.

(6)

De Commissie wordt in deze taak bijgestaan door het bij Besluit 2014/113/EU van de Commissie (5) ingestelde Wetenschappelijk Comité inzake grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling aan chemische agentia (Scoel).

(7)

Overeenkomstig Richtlijn 98/24/EG betekent “grenswaarde voor beroepsmatige blootstelling”, tenzij anders omschreven: de grenswaarde van de tijdgewogen gemiddelde concentratie van een chemisch agens in de lucht in de ademzone van een werknemer in verhouding tot een bepaalde referentieperiode.

(8)

Indicatieve grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling zijn gezondheidskundige grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling die zijn afgeleid van de meest recente beschikbare wetenschappelijke gegevens en zijn vastgesteld door de Commissie, met inachtneming van de beschikbare meettechnieken. Het zijn drempelniveaus voor de blootstelling waaronder voor een bepaald chemisch agens over het algemeen geen schadelijke effecten worden verwacht na een kortstondige blootstelling of een dagelijkse blootstelling gedurende een beroepsleven. Zij vormen EU-doelstellingen en zijn erop gericht werkgevers te helpen bij het bepalen en beoordelen van risico’s en bij het uitvoeren van preventieve en beschermende maatregelen overeenkomstig Richtlijn 98/24/EG.

(9)

Overeenkomstig de aanbevelingen van het Scoel worden indicatieve grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling vastgesteld in verhouding tot een referentieperiode van acht uur tijdgewogen gemiddelde (grenswaarden voor langdurige blootstelling) en, voor bepaalde chemische agentia, tot kortere referentieperiodes, over het algemeen vijftien minuten tijdgewogen gemiddelde (grenswaarden voor kortstondige blootstelling), om rekening te houden met de gevolgen van blootstelling gedurende korte tijd.

(10)

Voor elk chemisch agens waarvoor op het niveau van de Unie een indicatieve grenswaarde voor beroepsmatige blootstelling is vastgesteld, moeten de lidstaten een nationale grenswaarde voor beroepsmatige blootstelling vaststellen. Daarbij moeten zij rekening houden met de grenswaarde van de Unie en de aard van de nationale grenswaarde bepalen in overeenstemming met de nationale wetgeving en praktijk.

(11)

Indicatieve grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling vormen een belangrijk onderdeel van de algemene maatregelen ter bescherming van werknemers tegen gezondheidsrisico’s die voortvloeien uit blootstelling aan gevaarlijke chemische stoffen.

(12)

Overeenkomstig artikel 3 van Richtlijn 98/24/EG heeft het Scoel het verband beoordeeld tussen de gevolgen van de tien in de bijlage bij deze richtlijn vermelde chemische agentia voor de gezondheid en het niveau van beroepsmatige blootstelling. Het comité heeft voor al die chemische agentia de vaststelling aanbevolen van indicatieve grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling via inademing in verhouding tot een referentieperiode van acht uur tijdgewogen gemiddelde. Daarom is het passend grenswaarden voor langdurige blootstelling vast te stellen voor alle agentia van de bijlage bij deze richtlijn.

(13)

Voor een aantal van die chemische agentia, met name aniline, trimethylamine, 2-fenylpropaan (cumeen), sec-butylacetaat, 4-aminotolueen, isobutylacetaat, isoamylalcohol, n-butylacetaat en fosforyltrichloride heeft het Scoel ook aanbevolen grenswaarden voor kortstondige blootstelling vast te stellen.

(14)

Voor bepaalde stoffen is het ter verzekering van het hoogst mogelijke beschermingsniveau noodzakelijk ook met de mogelijkheid van huidpenetratie rekening te houden. Bij de chemische agentia in de lijst in de bijlage bij deze richtlijn heeft het Scoel vastgesteld dat mogelijk aanzienlijke opname via de huid kan plaatsvinden voor aniline, 2-fenylpropaan (cumeen) en 4-aminotolueen. Daarom is het passend in de bijlage bij deze richtlijn indicaties op te nemen waarin de mogelijk aanzienlijke opname via de huid voor die chemische agentia wordt vermeld, naast de indicatieve grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling.

(15)

Eén van de chemische agentia, 2-fenylpropaan (cumeen), is momenteel opgenomen in de bijlage bij Richtlijn 2000/39/EG van de Commissie (6). Het Scoel heeft aanbevolen voor deze stof een nieuwe indicatieve grenswaarde voor beroepsmatige blootstelling vast te stellen. Daarom is het passend een herziene grenswaarde voor 2-fenylpropaan (cumeen) op te nemen in de bijlage bij deze richtlijn en de vermelding ervan in de bijlage bij Richtlijn 2000/39/EG te schrappen.

(16)

Overeenkomstig de gezamenlijke politieke verklaring van 28 september 2011 van de lidstaten en de Commissie over toelichtende stukken (7) hebben de lidstaten zich ertoe verbonden om, in verantwoorde gevallen, de kennisgeving van hun omzettingsmaatregelen vergezeld te doen gaan van een of meer stukken waarin het verband tussen de onderdelen van een richtlijn en de overeenkomstige delen van de nationale omzettingsinstrumenten wordt toegelicht.

(17)

Wat deze richtlijn betreft, beschouwt de Commissie de toezending van dergelijke stukken in de vorm van een tabel waarin het verband tussen deze richtlijn en de nationale maatregelen wordt aangetoond, als gerechtvaardigd, aangezien voor sommige agentia reeds nationale grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling bestaan in nationale wetgeving, en gezien de verscheidenheid en de technische aard van de wetgevingsinstrumenten op nationaal niveau voor de vaststelling van grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling.

(18)

Het Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats is overeenkomstig artikel 3, lid 2, van Richtlijn 98/24/EG geraadpleegd en heeft advies uitgebracht op 6 december 2017 en 31 mei 2018. Het comité erkende dat er momenteel problemen zijn in verband met de beschikbaarheid van meettechnieken die zouden kunnen worden gebruikt om aan te tonen dat wordt voldaan aan de voorgestelde grenswaarde voor fosforyltrichloride en isoamylalcohol, en dat inspanningen moeten worden gedaan om ervoor te zorgen dat tegen het einde van de omzettingstermijn geschikte technieken beschikbaar zijn.

(19)

De in deze richtlijn vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 17 van Richtlijn 89/391/EEG van de Raad ingestelde Comité voor de technische vooruitgang,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Een vijfde lijst van indicatieve grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling voor de in de bijlage opgenomen chemische agentia wordt vastgesteld voor de EU.

Artikel 2

De lidstaten stellen voor de in de bijlage opgenomen chemische agentia nationale grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling vast, waarbij zij rekening houden met de EU-grenswaarden.

Artikel 3

In de bijlage bij Richtlijn 2000/39/EG wordt de vermelding van cumeen geschrapt met ingang van 20 mei 2021.

Artikel 4

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die nodig zijn om aan deze richtlijn te voldoen uiterlijk 20 mei 2021 worden vastgesteld en bekendgemaakt.

Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede en laten die kennisgeving vergezeld gaan van een of meer toelichtende stukken in de vorm van tabellen waarin het verband tussen de bepalingen en deze richtlijn wordt aangetoond.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.   De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 5

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 6

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 24 oktober 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 131 van 5.5.1998, blz. 11.

(2)  Europese pijler van sociale rechten, november 2017, https://ec.europa.eu/commission/priorities/deeper-and-fairer-economic-and-monetary-union/european-pillar-social-rights_nl

(3)  Mededeling van de Commissie “Veiliger en gezonder werk voor iedereen — Modernisering van de wetgeving en het beleid van de EU inzake veiligheid en gezondheid op het werk” COM(2017) 12 final. http://ec.europa.eu/social/main.jsp?langId=en&catId=89&newsId=2709

(4)  Richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk (PB L 183 van 29.6.1989, blz. 1).

(5)  Besluit 2014/113/EU van de Commissie van 3 maart 2014 tot oprichting van een Wetenschappelijk Comité inzake grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling aan chemische agentia en tot intrekking van Besluit 95/320/EG (PB L 62 van 4.3.2014, blz. 18).

(6)  Richtlijn 2000/39/EG van de Commissie van 8 juni 2000 tot vaststelling van een eerste lijst van indicatieve grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling ter uitvoering van Richtlijn 98/24/EG van de Raad betreffende de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van werknemers tegen risico’s van chemische agentia op het werk (PB L 142 van 16.6.2000, blz. 47).

(7)  PB C 369 van 17.12.2011, blz. 14.


BIJLAGE

EG-nr.  (1)

CAS-nr.  (2)

Naam van het chemisch agens

Grenswaarden

Indicatie  (3)

8 uur  (4)

Kortstondig  (5)

mg/m3  (6)

ppm  (7)

mg/m3  (6)

ppm  (7)

200-539-3

62-53-3

aniline  (8)

7,74

2

19,35

5

huid

200-817-4

74-87-3

chloormethaan

42

20

-

-

-

200-875-0

75-50-3

trimethylamine

4,9

2

12,5

5

-

202-704-5

98-82-8

2-fenylpropaan

(cumeen)  (8)

50

10

250

50

huid

203-300-1

105-46-4

sec-butylacetaat

241

50

723

150

-

203-403-1

106-49-0

4-aminotolueen

4,46

1

8,92

2

huid

203-745-1

110-19-0

isobutylacetaat

241

50

723

150

-

204-633-5

123-51-3

isoamylalcohol

18

5

37

10

-

204-658-1

123-86-4

n-butylacetaat

241

50

723

150

-

233-046-7

10025-87-3

fosforyltrichloride

0,064

0,01

0,12

0,02

-


(1)  EG-nr.: het Europese Gemeenschap (EG)-nummer is het identificatienummer voor stoffen in de Europese Unie.

(2)  CAS-nr.: registratienummer van de Chemical Abstract Service.

(3)  De indicatiehuid“ bij bepaalde grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling duidt op een mogelijk aanzienlijke opname via de huid.

(4)  Gemeten of berekend in verhouding tot een referentieperiode van acht uur als tijdgewogen gemiddelde (TGG).

(5)  Grenswaarde voor kortstondige blootstelling. Grenswaarde die niet mag worden overschreden en die, behoudens anders vermeld, geldt voor een periode van 15 minuten.

(6)  mg/m3: milligram per kubieke meter lucht. Voor chemische stoffen in de gas- of dampfase wordt de grenswaarde uitgedrukt bij 20 °C en 101,3 kPa.

(7)  ppm: aantal deeltjes per miljoen naar volume in de lucht (ml/m3).

(8)  Tijdens de monitoring van de blootstelling moet rekening worden gehouden met de relevante, door het Wetenschappelijk Comité inzake grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling aan chemische agentia (Scoel) voorgestelde, biologische-monitoringwaarden.


31.10.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 279/35


RICHTLIJN (EU) 2019/1832 VAN DE COMMISSIE

van 24 oktober 2019

tot wijziging van de bijlagen I, II en III bij Richtlijn 89/656/EEG van de Raad met betrekking tot zuiver technische aanpassingen

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 89/656/EEG van de Raad van 30 november 1989 betreffende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid voor het gebruik op het werk van persoonlijke beschermingsmiddelen door de werknemers (1), en met name artikel 9,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In beginsel 10 van de Europese pijler van sociale rechten (2), die op 17 november 2017 in Göteborg is afgekondigd, is bepaald dat elke werknemer recht heeft op een gezonde, veilige en aangepaste werkomgeving. Het recht van werknemers op een hoog niveau van bescherming van hun gezondheid en veiligheid op het werk en op een werkomgeving die op hun professionele behoeften is afgestemd en hen in staat stelt langer op de arbeidsmarkt actief te blijven, omvat het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen op het werk wanneer risico’s niet vermeden of voldoende beperkt kunnen worden met andere middelen, maatregelen, methoden of procedés op het gebied van de arbeidsorganisatie.

(2)

De uitvoering van de richtlijnen inzake de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk, waaronder Richtlijn 89/656/EEG, was het onderwerp van een evaluatie achteraf, een zogeheten Refit-evaluatie. In de evaluatie is gekeken naar de relevantie van de richtlijnen, en naar onderzoek en nieuwe wetenschappelijke inzichten op de verschillende betrokken terreinen. De conclusie van de Refit-evaluatie waarnaar wordt verwezen in het werkdocument van de diensten van de Commissie (3) luidt onder meer dat ongeveer 40 % van de beroepsbevolking van de EU persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt aangezien risico’s op de werkplek niet kunnen worden vermeden met andere middelen, en dat het nodig is de moeilijkheden met betrekking tot de uitvoering van Richtlijn 89/656/EEG aan te pakken.

(3)

In haar mededeling “Veiliger en gezonder werk voor iedereen — Modernisering van de wetgeving en het beleid van de EU inzake veiligheid en gezondheid op het werk” (4) herhaalde de Commissie dat de Refit-evaluatie van het acquis van de Unie inzake veiligheid en gezondheid op het werk bevestigt dat de wetgeving op dat gebied in het algemeen doeltreffend en geschikt is, maar dat er ruimte is voor herziening van verouderde voorschriften en waarborging van een betere en bredere bescherming, naleving en handhaving in de praktijk. De Commissie benadrukt met name de noodzaak de definitie van persoonlijke beschermingsmiddelen en het gebruik ervan in verschillende diensten en sectoren, zoals bepaald in artikel 2 van Richtlijn 89/656/EEG, in aanmerking te nemen.

(4)

In Richtlijn 89/656/EEG zijn minimumvoorschriften vastgesteld voor het gebruik op het werk van persoonlijke beschermingsmiddelen door de werknemers. Deze beschermingsmiddelen moeten worden gebruikt wanneer de risico’s niet vermeden of voldoende beperkt kunnen worden met collectieve technische beschermingsmiddelen of met maatregelen, methoden of procedés op het gebied van de arbeidsorganisatie. Om de krachtens artikel 6 van Richtlijn 89/656/EEG vereiste vaststelling van de algemene regels te vergemakkelijken, zijn in de bijlagen I, II en III bij Richtlijn 89/656/EEG niet-bindende richtsnoeren opgenomen met als doel de keuze van persoonlijke beschermingsmiddelen die geschikt zijn voor de betrokken risico’s, activiteiten en sectoren te vergemakkelijken en te ondersteunen.

(5)

Verordening (EU) 2016/425 van het Europees Parlement en de Raad (5) bevat de bepalingen met betrekking tot het ontwerp, de vervaardiging en de verhandeling van persoonlijke beschermingsmiddelen. Bij Verordening (EU) 2016/425 is de indeling van producten in risicocategorieën gewijzigd om werkgevers toe te laten inzicht te verkrijgen in persoonlijke beschermingsmiddelen en deze te gebruiken, zoals nader is toegelicht in de richtsnoeren inzake persoonlijke beschermingsmiddelen (6) waarin de procedures en kwesties als bedoeld in Verordening (EU) 2016/425 worden verduidelijkt. Het wordt passend geacht de bijlagen I, II en III bij Richtlijn 89/656/EEG te actualiseren om te zorgen voor consistentie met de in Verordening (EU) 2016/425 vastgestelde risico-indeling en om deze bijlagen aan te passen aan de gebruikte terminologie en soorten persoonlijke beschermingsmiddelen als bedoeld in Verordening (EU) 2016/425.

(6)

In artikel 4, lid 1, van Richtlijn 89/656/EEG is bepaald dat werkgevers persoonlijke beschermingsmiddelen moeten verstrekken die in overeenstemming zijn met de desbetreffende Uniebepalingen inzake ontwerp en constructie op het gebied van veiligheid en gezondheid. Krachtens dat artikel moeten werkgevers die dergelijke persoonlijke beschermingsmiddelen aan hun werknemers beschikbaar stellen, ervoor zorgen dat die persoonlijke beschermingsmiddelen voldoen aan de in Verordening (EU) 2016/425 vastgestelde voorschriften.

(7)

Bijlage I bij Richtlijn 89/656/EEG bevat een indicatief schema voor de inventarisatie van de risico’s voor het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen alsook de soorten risico’s die zich kunnen voordoen op het werk met betrekking tot verschillende met persoonlijke beschermingsmiddelen te beschermen delen van het lichaam. Bijlage I moet worden gewijzigd om rekening te houden met nieuwe soorten risico’s die zich voordoen op het werk en om te zorgen voor consistentie met de met name in Verordening (EU) 2016/425 gebruikte risico-indeling en terminologie.

(8)

Bijlage II bij Richtlijn 89/656/EEG, die een indicatieve en niet-volledige lijst van persoonlijke beschermingsmiddelen bevat, moet worden gewijzigd om rekening te houden met de nieuwe soorten risico’s die in bijlage I bij die richtlijn zijn vastgesteld. Bijlage II moet eveneens worden gewijzigd om daarin voorbeelden van persoonlijke beschermingsmiddelen op te nemen die momenteel op de markt beschikbaar zijn in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/425 en de in die verordening gebruikte terminologie.

(9)

Bijlage III bij Richtlijn 89/656/EEG bevat een indicatieve en niet-volledige lijst van activiteiten en sectoren van activiteiten waarvoor het ter beschikking stellen van persoonlijke beschermingsmiddelen noodzakelijk kan zijn; daarin zijn de in bijlage I bij die richtlijn vastgestelde risico-indelingen en de in bijlage II bij die richtlijn omschreven persoonlijke beschermingsmiddelen opgenomen. Bijlage III bij Richtlijn 89/656/EEG moet worden geherstructureerd om te zorgen voor consistentie tussen de in de drie bijlagen gebruikte terminologie en indelingen en met Verordening (EU) 2016/425. Op deze manier kunnen werkgevers uit verschillende sectoren en bedrijfstakken de persoonlijke beschermingsmiddelen die beantwoorden aan de specifieke activiteiten en de specifieke soorten risico’s waaraan werknemers worden blootgesteld, zoals aangegeven in de risicobeoordeling, beter in kaart brengen en beschikbaar stellen.

(10)

Het Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats is geraadpleegd over de maatregelen die voortvloeien uit de aanneming van de mededeling van de Commissie “Veiliger en gezonder werk voor iedereen — Modernisering van de wetgeving en het beleid van de EU inzake veiligheid en gezondheid op het werk” die nodig zijn om de Uniewetgeving inzake gezondheid en veiligheid op het werk doeltreffend en geschikt te houden.

(11)

In zijn advies over de modernisering van zes richtlijnen inzake gezondheid en veiligheid op het werk om te zorgen voor veiliger en gezonder werk voor iedereen van 6 december 2017 (7) raadt het Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats aan Richtlijn 89/656/EEG bij te werken om de relevantie en doeltreffendheid ervan te verbeteren.

(12)

In een daaropvolgend advies over de technische bijwerking van bijlagen bij de richtlijn persoonlijke beschermingsmiddelen (Richtlijn 89/656/EEG) van 31 mei 2018 (8) raadt het Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats aan de bijlagen I, II en III bij Richtlijn 89/656/EEG specifiek bij te werken om rekening te houden met de meest recente technologische ontwikkelingen op dat gebied en om te zorgen voor consistentie met Verordening (EU) 2016/425.

(13)

Bij de voorbereiding van de huidige bijwerking van de bijlagen I, II en III bij Richtlijn 89/656/EEG werd de Commissie bijgestaan door deskundigen die de lidstaten vertegenwoordigden en technische en wetenschappelijke ondersteuning boden.

(14)

In overeenstemming met de gezamenlijke politieke verklaring van 28 september 2011 van de lidstaten en de Commissie (9) hebben de lidstaten zich ertoe verbonden om in verantwoorde gevallen de kennisgeving van hun omzettingsmaatregelen vergezeld te doen gaan van één of meer stukken waarin het verband tussen de onderdelen van een richtlijn en de overeenkomstige delen van de nationale omzettingsmaatregelen wordt toegelicht.

(15)

De in deze richtlijn vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 17 van Richtlijn 89/391/EEG van de Raad (10) ingestelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlagen I, II en III bij Richtlijn 89/656/EEG worden vervangen door de tekst in de bijlage bij deze richtlijn.

Artikel 2

1.   De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 20 november 2021 aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in de bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.   De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 3

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 4

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 24 oktober 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 393 van 30.12.1989, blz. 18.

(2)  Europese pijler van sociale rechten, 2017, https://ec.europa.eu/commission/sites/beta-political/files/social-summit-european-pillar-social-rights-booklet_nl.pdf

(3)  SWD(2017) 10 final.

(4)  COM(2017) 12.

(5)  Verordening (EU) 2016/425 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende persoonlijke beschermingsmiddelen en tot intrekking van Richtlijn 89/686/EEG van de Raad (PB L 81 van 31.3.2016, blz. 51).

(6)  PPE Regulation Guidelines — Guide to application of Regulation (EU) 2016/425 on personal protective equipment, https://ec.europa.eu/docsroom/documents/29201?locale=nl

(7)  Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats, doc. 1718/2017.

(8)  Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats, doc. 443/18.

(9)  PB C 369 van 17.12.2011, blz. 14.

(10)  Richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk (PB L 183 van 29.6.1989, blz. 1).


BIJLAGE

1)   

Bijlage I bij Richtlijn 89/656/EEG wordt vervangen door:

“BIJLAGE I

RISICO’S IN VERBAND MET DE LICHAAMSDELEN DIE MET PBM’S MOETEN WORDEN BESCHERMD (*)

(*) Deze lijst van risico’s/lichaamsdelen moet niet als uitputtend worden gezien.

Op basis van de risicobeoordeling wordt bepaald of een PBM ter beschikking moet worden gesteld en worden ook de kenmerken daarvan vastgesteld, in overeenstemming met de bepalingen van deze richtlijn.

Image 1

2)   

Bijlage II bij Richtlijn 89/656/EEG wordt vervangen door:

“BIJLAGE II

NIET-UITPUTTENDE LIJST VAN SOORTEN PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELEN MET BETREKKING TOT DE RISICO’S WAARTEGEN ZIJ BESCHERMING BIEDEN

Uitrusting voor BESCHERMING VAN HET HOOFD

Helmen en/of petten/bivakmutsen/hoofddeksels tegen:

Schokken veroorzaakt door vallende of weggeslingerde voorwerpen

Stoten tegen een obstakel

Mechanische risico’s (perforatie, afschuring)

Statische samendrukking (zijdelingse belasting)

Thermische risico’s (vuur, hitte, koude, hete vaste stoffen met inbegrip van gesmolten metaal)

Elektrische schokken en onder spanning werken

Chemische risico’s

Niet-ioniserende straling (uv-, infrarode, zonne- of lasstraling)

Haarnetjes tegen het risico op verstrikking

Uitrusting voor GEHOORBESCHERMING

Gehoorbeschermers (met inbegrip van bv. aan een helm vastgehechte gehoorbeschermers, geluidsdempende oorkappen, gehoorbeschermers met elektrische audio-input)

Oordoppen (met inbegrip van bv. niveau-afhankelijke oordoppen, oordoppen op maat)

Uitrusting voor OOG- EN GEZICHTSBESCHERMING

Brillen met veren, ruimtezichtbrillen en gelaatschermen (in voorkomend geval lenzen op voorschrift) tegen:

Mechanische risico’s

Thermische risico’s

Niet-ioniserende straling (uv-, infrarode, zonne- of lasstraling)

Ioniserende straling

Vaste aerosols en vloeistoffen van chemische en biologische agentia

Uitrusting voor BESCHERMING VAN DE ADEMHALINGSWEGEN

Filtertoestellen tegen:

Deeltjes

Gassen

Deeltjes en gassen

Vaste en/of vloeibare aerosols

Van de omgevingslucht onafhankelijke ademhalingstoestellen, ook met luchttoevoer

Zelfreddingstoestellen

Ademhalingstoestellen en uitrusting voor duikers

Uitrusting voor HAND-EN ARMBESCHERMING

Handschoenen (met inbegrip van wanten en armbeschermers) tegen:

Mechanische risico’s

Thermische risico’s (hitte, vlammen en koude)

Elektrische schokken en onder spanning werken (antistatische, geleidende, isolerende uitrusting)

Chemische risico’s

Biologische agentia

Ioniserende straling en radioactieve besmetting

Niet-ioniserende straling (uv-, infrarode, zonne- of lasstraling)

Trillingsrisico’s

Vingerlingen

Uitrusting voor VOET- EN BEENBESCHERMING en antislipbescherming

Schoeisel (bv. schoenen, met inbegrip in bepaalde omstandigheden van klompen en laarzen met eventueel stalen neus) ter bescherming tegen:

Mechanische risico’s

Uitglijdrisico’s

Thermische risico’s (hitte, vlammen en koude)

Elektrische schokken en onder spanning werken (antistatische, geleidende, isolerende uitrusting)

Chemische risico’s

Trillingsrisico’s

Biologische risico’s

Losse wreefbeschermers tegen mechanische risico’s

Kniebeschermers tegen mechanische risico’s

Beenkappen tegen mechanische, thermische en chemische risico’s en biologische agentia

Toebehoren (bv. spikes, noppen)

BESCHERMINGSMIDDELEN VOOR DE HUID — BESCHERMENDE CREMES  (1)

Er kunnen beschermende crèmes zijn tegen:

Niet-ioniserende straling (uv-, infrarode, zonne- of lasstraling)

Ioniserende straling

Chemicaliën

Biologische agentia

Thermische risico’s (hitte, vlammen en koude)

Uitrusting voor LICHAAMSBESCHERMING/ANDERE HUIDBESCHERMING

Persoonlijke beschermingsmiddelen voor bescherming tegen vallen van een hoogte, zoals valbeveiligers met automatische lijnspanner, lichaamsharnassen, zitgordels, gordels voor werkplekpositionering en behoud en verbindingsmiddelen voor gordels, schokdempers, meelopende valbeveiligers met een ankerlijn, instelapparaat voor lijnen, verankeringsvoorzieningen die niet ontworpen zijn om permanent te worden bevestigd en die niet moeten worden vastgemaakt vóór gebruik, verbindingsstukken, veiligheidslijnen, reddingsgordels

Beschermende kleding, waaronder kleding ter bescherming van het gehele lichaam (nl. pakken, overalls) en delen van het lichaam (nl. beenkappen, broeken, jassen, vesten, schorten, kniebeschermers, kappen, bivakmutsen) tegen:

Mechanische risico’s

Thermische risico’s (hitte, vlammen en koude)

Chemicaliën

Biologische agentia

Ioniserende straling en radioactieve besmetting

Niet-ioniserende straling (uv-, infrarode, zonne- of lasstraling)

Elektrische schokken en onder spanning werken (antistatische, geleidende, isolerende uitrusting)

Verstrikking en beklemming

Reddingsvesten voor bescherming tegen verdrinking en zwemvesten

PBM bestemd om de aanwezigheid van de individuele gebruiker visueel kenbaar te maken.

3)   

Bijlage III bij Richtlijn 89/656/EEG wordt vervangen door:

“BIJLAGE III

Niet-uitputtende lijst van activiteiten en sectoren van activiteiten waarvoor het ter beschikking stellen van persoonlijke beschermingsmiddelen noodzakelijk kan zijn (*)

(*) Op basis van de risicobeoordeling wordt bepaald of een PBM ter beschikking moet worden gesteld en worden ook de kenmerken daarvan vastgesteld, in overeenstemming met de bepalingen van deze richtlijn.

I.   FYSISCHE RISICO’S

Risico’s

Betrokken deel van het lichaam

Soort PBM

Voorbeelden van activiteiten waarbij het gebruik van het overeenkomstige soort PBM noodzakelijk kan zijn (*)

Industrieën en sectoren

FYSISCH — MECHANISCH

Schokken veroorzaakt door vallende of weg-schietende voorwerpen, stoten tegen een obstakel en hogedruk-stralen

Schedel

Veiligheidshelm

Werkzaamheden op, onder of in de nabijheid van stellingen en werkplekken op hoogte

Ruwbouwwerkzaamheden en wegwerken

Bekistings- en ontkistingswerkzaamheden

Montage en plaatsing van stellingen

Montage- en plaatsingswerkzaamheden

Sloopwerkzaamheden

Werkzaamheden met explosieven

Werkzaamheden in schachten, sleuven, putten en galerijen

Werkzaamheden in de nabijheid van liften, hefwerktuigen, kranen en transportmiddelen

Werkzaamheden in ondergrondse winningen, steengroeven, dagbouw

Werkzaamheden in industriële ovens, containers, apparaten, silo’s, vultrechters en leidingen

Slacht- en uitsnijlijn in slachthuizen

Ladingoverslag of vervoer en opslag

Bosbouwwerkzaamheden

tlsb-0.069w?>Werkzaamheden op metalen bruggen, hoge metalen gebouwen, waterbouwkundige werken van staal, hoogovens, staalfabrieken en walserijen, grote containers, leidingen met grote diameter, verwarmingsinstallaties en elektriciteitscentrales

Grondwerkzaamheden en werkzaamheden in rotsen

Hanteren van schiethamers

Werkzaamheden in hoogovens, directe reductie, staalfabrieken, walserijen, metaalverwerkende fabrieken, smederijen, perserijen en gieterijen

Werkzaamheden waarbij met fietsen en met mechanisch aangedreven fietsen moet worden gereden

Bouw van gebouwen

Bouw van civieltechnische werken

Vervaardiging, installatie en onderhoud van machines

Scheepsbouw

Mijnbouw

Energieproductie

Aanleg en onderhoud van infrastructuur

IJzer- en staalindustrie

Slachthuizen

Rangeren

Havens, vervoer en logistiek

Bosbouw

Ogen en/of gezicht

Brillen met veren, ruimtezichtbrillen en gelaatschermen

Las-, schuur- en snijwerkzaamheden

Manueel hameren

Boor- en afbraamwerkzaamheden

Houwen en verwerken van steen

Hanteren van schiethamers

Gebruik van verspanende machines bij de verwerking van materialen welke korte spaanders opleveren

Perswerkzaamheden

Verwijderen en fragmenteren van scherven

Opspuiten van schuurgranulaat

Hanteren van een bosmaaier of kettingzaag

Tandheelkundige en chirurgische ingrepen

Bouw van gebouwen

Bouw van civieltechnische werken

Vervaardiging, installatie en onderhoud van machines

Scheepsbouw

Mijnbouw

Energieproductie

Aanleg en onderhoud van infrastructuur

IJzer- en staalindustrie

Metaal- en houtindustrie

Steenhouwen

Tuinieren

Gezondheidszorg

Bosbouw

Voeten en benen (delen daarvan)

Schoeisel (schoenen/laarzen enz.) met beschermende of veiligheidsneus

Schoeisel voor bescherming van de middenvoetbeentjes

Ruwbouwwerkzaamheden en wegwerken

Bekistings- en ontkistingswerkzaamheden

Montage en plaatsing van stellingen

Sloopwerkzaamheden

Werkzaamheden met explosieven

Houwen en verwerken van steen

Werkzaamheden met slacht- en uitsnijlijnen

Vervoer en opslag

Hanteren van matrijzen in de keramische industrie

Hanteren van stukken diepgevroren vlees en metalen conservenverpakkingen

Fabricage, hantering en behandeling van vlak en hol glas

Verbouwings- en onderhoudswerkzaamheden

Bosbouwwerkzaamheden

Werkzaamheden in de betonconstructie en met geprefabriceerde elementen met bekisting en ontkisting

Werkzaamheden op bouwterreinen en opslagplaatsen

Dakbedekkingswerkzaamheden

Werkzaamheden op metalen bruggen, hoge metalen gebouwen, palen, torens, in liften, waterbouwkundige werken van staal, hoogovens, staalfabrieken en walserijen, grote containers, leidingen met een grote diameter, op kranen, in verwarmingsinstallaties en elektriciteitscentrales

Werkzaamheden bij het bouwen van ovens, montage van verwarmingsinstallaties, ventilatie-installaties en metaalconstructies

Werkzaamheden in hoogoveninstallaties en installaties voor directe reductie, staalfabrieken, walserijen, metaalfabrieken, smederijen, perserijen, warmwalserijen en draadfabrieken

Werkzaamheden in steengroeven, dagbouw en verwijderen van slakkenbergen

Hanteren van matrijzen in de keramische industrie

Bekledingswerkzaamheden dicht bij de oven in de keramische industrie

Rangeren

Bouw van gebouwen

Bouw van civieltechnische werken

Vervaardiging, installatie en onderhoud van machines

Scheepsbouw

Mijnbouw

Energieproductie

Aanleg en onderhoud van infrastructuur

IJzer- en staalindustrie

Slachthuizen

Logistieke ondernemingen

Be- en verwerkende industrie

Glasindustrie

Bosbouw

Vallen door uitglijden

Voeten

Schoeisel ter bescherming tegen uitglijden

Werkzaamheden op gladde oppervlakken

Werkzaamheden in vochtige omgevingen

Bouw van gebouwen

Bouw van civieltechnische werken

Scheepsbouw

Slachthuis

Reiniging

Voedingsmiddelenindustrie

Tuinieren

Visserij

Vallen van een hoogte

Gehele lichaam

PBM ontworpen om vallen van een hoogte te voorkomen of te stoppen

Werkzaamheden op stellingen

Monteren van geprefabriceerde onderdelen

Werkzaamheden op palen

Dakbedekkingswerkzaamheden

Werkzaamheden op verticale of hellende oppervlakken

Werkzaamheden in kraancabines op grote hoogte

Werkzaamheden in cabines op grote hoogte voor het stapelen in magazijnen en stellingbedieningsapparatuur

Werkzaamheden op hoge gedeelten van boortorens

Werkzaamheden in putten en leidingen

Bouw van gebouwen

Bouw van civieltechnische werken

Scheepsbouw

Onderhoud van infrastructuur

Trillingen

Handen

Beschermende handschoenen

Hanteren van handgereedschap

Be- en verwerkende industrie

Bouwwerkzaamheden

Civieltechnische werken

Statische samendrukking van lichaams-delen

Knieën (delen van de benen)

Kniebeschermers

Plaatsen van stenen, tegels en vloerstenen op de vloer

Bouw van gebouwen

Bouw van civieltechnische werken

Voeten

Schoeisel met stalen neus

Sloopwerkzaamheden

Ladingoverslag

Bouw van gebouwen

Bouw van civieltechnische werken

Vervoer en opslag

Onderhoud

Mechanisch letsel (afschuring, perforatie, snijwonden, bijtwonden, kwetsuren of steek-wonden)

Ogen en/of gezicht

Brillen met veren, ruimtezichtbrillen en gelaatschermen

Hanteren van handgereedschap

Lassen en smeden

Schuur- en snijwerkzaamheden

Beitelen

Houwen en verwerken van steen

Gebruik van verspanende machines bij de verwerking van materialen welke korte spaanders opleveren

Perswerkzaamheden

Verwijderen en fragmenteren van scherven

Opspuiten van schuurgranulaat

Hanteren van een bosmaaier of kettingzaag

Bouw van gebouwen

Bouw van civieltechnische werken

Scheepsbouw

Mijnbouw

Energieproductie

Onderhoud van infrastructuur

IJzer- en staalindustrie

Metaal- en houtindustrie

Steenhouwen

Tuinieren

Bosbouw

Handen

Beschermende handschoenen tegen mechanische invloeden

Werkzaamheden met staalskeletten

Hanteren van voorwerpen met scherpe kanten, anders dan het gebruik van machines waarbij het gevaar bestaat dat de handschoenen blijven vastzitten

Regelmatig gebruik van messen in de productie en in slachthuizen

Vervangen van messen in snijmachines

Bosbouwwerkzaamheden

Tuinieren

Bouw van gebouwen

Bouw van civieltechnische werken

Scheepsbouw

Onderhoud van infrastructuur

Be- en verwerkende industrie

Voedingsmiddelenindustrie

Slacht

Bosbouw

Onderarmen

Bescherming van de armen

Uitbenen en versnijden

Voedingsmiddelenindustrie

Slacht

Romp/buikstreek/benen

Beschermende voorschoten, beenkappen

Ondoordringbare broeken (broeken met bescherming tegen snijwonden)

Regelmatig gebruik van messen in de productie en in slachthuizen

Bosbouwwerkzaamheden

Voedingsmiddelenindustrie

Slacht

Bosbouw

Voeten

Ondoordringbaar schoeisel

Ruwbouwwerkzaamheden en wegwerken

Sloopwerkzaamheden

Bekistings- en ontkistingswerkzaamheden

Bosbouwwerkzaamheden

Bouw van gebouwen

Bouw van civieltechnische werken

Scheepsbouw

Mijnbouw

Bosbouw

Verstrikking en beklemming

Gehele lichaam

Beschermende kleding in geval van verstrikkingsrisico door bewegende delen

Verstrikt raken in machine-onderdelen

Vast komen te zitten in machine-onderdelen

Vast komen te zitten met kleding in machine-onderdelen

Weggeslingerd worden

Machinebouw

Vervaardiging van machines voor zwaar gebruik

Engineering

Bouw

Landbouw

FYSISCH — LAWAAI

Lawaai

Gehoor

Gehoorbeschermers

Hanteren van metaalpersen

Hanteren van een pneumatische boor

Werkzaamheden van het grondpersoneel op luchthavens

Hanteren van elektrisch gereedschap

Werkzaamheden met explosieven

Heien

Hout- en textielbewerking

Metaalindustrie

Be- en verwerkende industrie

Bouw van gebouwen

Bouw van civieltechnische werken

Luchtvaartindustrie

Mijnbouw

FYSISCH — THERMISCH

Hitte en/of vuur

Gezicht/gehele hoofd

Laskappen,

helmen/petten tegen hitte of vuur, beschermende kappen tegen hitte en/of vlammen

Werkzaamheden bij hoge temperaturen, in een omgeving met stralingswarmte of vuur

Werkzaamheden met of in de nabijheid van smeltende substanties

Hanteren van lastangen voor het lassen van kunststoffen

IJzer- en staalindustrie

Metaalindustrie

Onderhoudsdiensten

Be- en verwerkende industrie

Romp/buikstreek/benen

Beschermende voorschoten, beenkappen

Lassen en smeden

Gieten

IJzer- en staalindustrie

Metaalindustrie

Onderhoudsdiensten

Be- en verwerkende industrie

Handen

Beschermende handschoenen tegen hitte en/of vlammen

Lassen en smeden

Werkzaamheden bij hoge temperaturen, in een omgeving met stralingswarmte of vuur

Werkzaamheden met of in de nabijheid van smeltende substanties

IJzer- en staalindustrie

Metaalindustrie

Onderhoudsdiensten

Be- en verwerkende industrie

Onderarmen

Mouwen

Lassen en smeden

Werkzaamheden met of in de nabijheid van smeltende substanties

IJzer- en staalindustrie

Metaalindustrie

Onderhoudsdiensten

Be- en verwerkende industrie

Voeten

Schoeisel ter bescherming tegen hitte en/of vlammen

Werkzaamheden met of in de nabijheid van smeltende substanties

IJzer- en staalindustrie

Metaalindustrie

Onderhoudsdiensten

Be- en verwerkende industrie

Gehele lichaam/delen van het lichaam

Beschermende kleding tegen hitte en/of vlammen

Werkzaamheden bij hoge temperaturen, in een omgeving met stralingswarmte of vuur

IJzer- en staalindustrie

Metaalindustrie

Bosbouw

Koude

Handen

Beschermende handschoenen tegen koude

Voeten

Schoeisel ter bescherming tegen koude

Werkzaamheden in de open lucht bij extreme koude

Werkzaamheden in koelkamers

Hanteren van cryogene vloeistoffen

Bouw van gebouwen

Bouw van civieltechnische werken

Scheepsbouw

Mijnbouw

Voedingsmiddelenindustrie

Landbouw- en visserijsector

Gehele lichaam/delen van het lichaam met inbegrip van het hoofd

Beschermende kleding tegen koude

Werkzaamheden in de open lucht bij koude

Werkzaamheden in koelkamers

Bouw van gebouwen

Bouw van civieltechnische werken

Scheepsbouw

Mijnbouw

Voedingsmiddelenindustrie

Landbouw- en visserijsector

Vervoer en opslag

FYSISCH — ELEKTRISCH

Elektrische schokken (direct of indirect contact)

Gehele hoofd

Elektrisch isolerende helmen

Handen

Elektrisch isolerende handschoenen

Voeten

Elektrisch isolerend schoeisel

Gehele lichaam/handen/voeten

Geleidende PBM bestemd om te worden gedragen door vakkundigen bij werkzaamheden onder spanning bij een nominale energiesysteemspanning van 800 kV (wisselstroom) en 600 kV (gelijkstroom)

Onder spanning werken of in de nabijheid van onder elektrische spanning staande delen

Werkzaamheden op elektrische systemen

Energieproductie

Transmissie en distributie van elektrische energie

Onderhoud van industriële installaties

Bouw van gebouwen

Bouw van civieltechnische werken

Statische elektriciteit

Handen

Antistatische handschoenen

Hanteren van plastic en rubber

Gieten, verzamelen of laden in een container

Werkzaamheden in de nabijheid van zwaar geladen elementen zoals transportbanden

Hanteren van explosieven

Be- en verwerkende industrie

Veevoederindustrie

Verpakkingsfabrieken, waaronder verpakking in zakken

Vervaardiging, opslag of vervoer van explosieven

Voeten

Geleidend schoeisel

Gehele lichaam

Antistatische kleding

FYSISCH — STRALING

Niet-ioniserende straling, met inbegrip van zonlicht (anders dan directe waarneming)

Hoofd

Petten en helmen

Werkzaamheden in de open lucht

Visserij en landbouw

Bouw van gebouwen

Bouw van civieltechnische werken

Ogen

Beschermende brillen met veren, ruimtezichtbrillen en gelaatschermen

Werkzaamheden in een omgeving met stralingswarmte

Ovenwerkzaamheden

Werkzaamheden met laser

Werkzaamheden in de open lucht

Lassen en snijbranden

Glasblazen

Bacteriëndodende lampen

IJzer- en staalindustrie

Be- en verwerkende industrie

Visserij en landbouw

Gehele lichaam (huid)

PBM ter bescherming tegen

Natuurlijk en kunstmatig uv-licht

Werkzaamheden in de open lucht

Elektrisch lassen

Bacteriëndodende lampen

Xenonlampen

Bouw van gebouwen

Bouw van civieltechnische werken

Scheepsbouw

Mijnbouw

Energieproductie

Onderhoud van infrastructuur

Visserij en landbouw

Bosbouw

Tuinieren

Voedingsmiddelenindustrie

Kunststofindustrie

Grafische sector

Ioniserende straling

Ogen

Beschermende brillen met veren/ruimtezichtbrillen tegen ioniserende straling

Handen

Beschermende handschoenen tegen ioniserende straling

Werkzaamheden in inrichtingen waar gebruik wordt gemaakt van röntgenstraling

Werkzaamheden op het gebied van medische radiodiagnostiek

Hanteren van radioactieve producten

Gezondheidszorg

Diergeneeskundige zorg

Verwerkingsbedrijf van radioactief afval

Energieproductie

Romp/buikstreek/delen van het lichaam

Röntgenschort

/jas/vest/rok ter bescherming tegen röntgenstraling

Werkzaamheden in inrichtingen waar gebruik wordt gemaakt van röntgenstraling

Werkzaamheden op het gebied van medische radiodiagnostiek

Gezondheidszorg

Diergeneeskundige zorg

Tandheelkundige zorg

Urologie

Chirurgie

Interventionele radiologie

Laboratoria

Hoofd

Hoofddeksels en petten

PBM ter bescherming tegen bv. de ontwikkeling van hersentumoren

Werkplekken en inrichtingen waar gebruik wordt gemaakt van medische röntgenstraling

Gezondheidszorg

Diergeneeskundige zorg

Tandheelkundige zorg

Urologie

Chirurgie

Interventionele radiologie

Delen van het lichaam

PBM ter bescherming van de schildklier

PBM ter bescherming van de gonaden

Werkzaamheden in inrichtingen waar gebruik wordt gemaakt van röntgenstraling

Werkzaamheden op het gebied van medische radiodiagnostiek

Gezondheidszorg

Diergeneeskundige zorg

Gehele lichaam

Beschermende kleding tegen ioniserende straling

Werkzaamheden op het gebied van medische radiodiagnostiek

Hanteren van radioactieve producten

Energieproductie

Verwerkingsbedrijf van radioactief afval

II.   CHEMISCHE RISICO’S (met inbegrip van nanomateriaal)

Risico’s

Betrokken deel van het lichaam

Soort PBM

Voorbeelden van activiteiten waarbij het gebruik van het overeenkomstige soort PBM noodzakelijk kan zijn (*)

Industrieën en sectoren

CHEMISCH — AEROSOLS

Vast (stof, dampen, rook, vezels

en nanomateriaal)

Ademhalingsstelsel

Ademhalingstoestellen ter bescherming tegen deeltjes

Sloopwerkzaamheden

Werkzaamheden met explosieven

Schuren en polijsten van oppervlakken

Werkzaamheden in een omgeving waar asbest aanwezig is

Gebruik van materialen die geheel of gedeeltelijk uit nanodeeltjes bestaan

Laswerkzaamheden

Schoorsteenveger

Werkzaamheden bij het bekleden van ovens en pannen wanneer stof kan vrijkomen

Werkzaamheden in de nabijheid van tapgaten van hoogovens wanneer dampen van zware metalen kunnen vrijkomen

Werkzaamheden aan de ovenmond van hoogovens

Bouw van gebouwen

Bouw van civieltechnische werken

Scheepsbouw

Mijnbouw

IJzer- en staalindustrie

Metaal- en houtindustrie

Automobielindustrie

Steenhouwen

Farmaceutische industrie

Gezondheidszorgdiensten

Bereiding van cytostatica

Handen

Beschermende handschoenen tegen chemische invloeden

en beschermende crème als toebehoren/aanvullende bescherming

Werkzaamheden in een omgeving waar asbest aanwezig is

Gebruik van materialen die geheel of gedeeltelijk uit nanodeeltjes bestaan

Bouw van gebouwen

Bouw van civieltechnische werken

Scheepsbouw

Onderhoud van industriële installaties

Gehele lichaam

Beschermende kleding tegen vaste deeltjes

Sloopwerkzaamheden

Werkzaamheden in een omgeving waar asbest aanwezig is

Gebruik van materialen die geheel of gedeeltelijk uit nanodeeltjes bestaan

Schoorsteenveger

Bereiding van gewasbeschermingsmiddelen

Bouw van gebouwen

Bouw van civieltechnische werken

Scheepsbouw

Onderhoud van industriële installaties

Landbouw

Ogen

Brillen met veren, ruimtezichtbrillen en gelaatschermen

Houtbewerking

Wegenwerken

Mijnbouw

Metaal- en houtindustrie

Bouw van civieltechnische werken

Vloeibaar

(dampen en nevels)

Ademhalingsstelsel

Ademhalingstoestellen ter bescherming tegen deeltjes

Oppervlaktebehandeling (bv. lakken/schilderen, zandstralen)

Oppervlaktereiniging

Metaalindustrie

Be- en verwerkende industrie

Automobielsector

Handen

Beschermende handschoenen tegen chemische invloeden

Oppervlaktebehandeling

Oppervlaktereiniging

Hanteren van spuitinstallaties

Hanteren van zuren en alkalische producten, ontsmettingsmiddelen en corrosieve reinigingsmiddelen

Metaalindustrie

Be- en verwerkende industrie

Automobielsector

Gehele lichaam

Beschermende kleding tegen chemische invloeden

Oppervlaktebehandeling

Oppervlaktereiniging

Metaalindustrie

Be- en verwerkende industrie

Automobielsector

CHEMISCH — VLOEISTOFFEN

Onderdompeling

Spatten, sprays en stralen

Handen

Beschermende handschoenen tegen chemische invloeden

Hanteren van spuitinstallaties

Hanteren van zuren en alkalische producten, ontsmettingsmiddelen en corrosieve reinigingsmiddelen

Verwerking van coatingmateriaal

Looien

Werkzaamheden in haarverzorgings- en schoonheidssalons

Textiel- en kledingindustrie

Schoonmaaksector

Automobielindustrie

Sectoren schoonheidsverzorging en haarverzorging

Onderarmen

Beschermende mouwen tegen chemische invloeden

Hanteren van zuren en alkalische producten, ontsmettingsmiddelen en corrosieve reinigingsmiddelen

Reiniging

Chemische industrie

Schoonmaaksector

Automobielindustrie

Voeten

Beschermende laarzen tegen chemische invloeden

Hanteren van spuitinstallaties

Hanteren van zuren en alkalische producten, ontsmettingsmiddelen en corrosieve reinigingsmiddelen

Textiel- en kledingindustrie

Schoonmaaksector

Automobielindustrie

Gehele lichaam

Beschermende kleding tegen chemische invloeden

Hanteren van spuitinstallaties

Hanteren van zuren en alkalische producten, ontsmettingsmiddelen en corrosieve reinigingsmiddelen

Reiniging

Chemische industrie

Schoonmaaksector

Automobielindustrie

Landbouw

CHEMISCH — GASSEN EN DAMPEN

Gassen en dampen

Ademhalingsstelsel

Ademhalingstoestellen ter bescherming tegen gassen

Oppervlaktebehandeling (bv. lakken/schilderen, zandstralen)

Oppervlaktereiniging

Werkzaamheden in gist- en distillatiekamers

Werkzaamheden in tanks en gistingstanks

Werkzaamheden in containers, nauwe ruimten en met gas verwarmde industrieovens waar risico op gasvergiftiging of zuurstoftekort kan bestaan

Schoorsteenveger

Ontsmettingsmiddelen en corrosieve reinigingsstoffen

Werkzaamheden in de nabijheid van gasconvertors en gasleidingen van hoogovens

Metaalindustrie

Automobielsector

Be- en verwerkende industrie

Schoonmaaksector

Productie van alcoholhoudende dranken

Afvalwaterbehandelingsinstallaties

Afvalverwerkingsinstallatie

Chemische industrie

Petrochemische industrie

Handen

Beschermende handschoenen tegen chemische invloeden

Oppervlaktebehandeling

Oppervlaktereiniging

Werkzaamheden in gist- en distillatiekamers

Werkzaamheden in tanks en gistingstanks

Werkzaamheden in containers, nauwe ruimten en met gas verwarmde industrieovens waar risico op gasvergiftiging of zuurstoftekort kan bestaan

Metaalindustrie

Automobielsector

Be- en verwerkende industrie

Productie van alcoholhoudende dranken

Afvalwaterbehandelingsinstallaties

Afvalverwerkingsinstallatie

Chemische industrie

Petrochemische industrie

Gehele lichaam

Beschermende kleding tegen chemische invloeden

Oppervlaktebehandeling

Oppervlaktereiniging

Werkzaamheden in gist- en distillatiekamers

Werkzaamheden in tanks en gistingstanks

Werkzaamheden in containers, nauwe ruimten en met gas verwarmde industrieovens waar risico op gasvergiftiging of zuurstoftekort kan bestaan

Metaalindustrie

Automobielsector

Be- en verwerkende industrie

Productie van alcoholhoudende dranken

Afvalwaterbehandelingsinstallaties

Afvalverwerkingsinstallatie

Chemische industrie

Petrochemische industrie

Ogen

Brillen met veren, ruimtezichtbrillen en gelaatschermen

Spuitverven

Houtbewerking

Mijnbouwactiviteiten

Automobielsector

Be- en verwerkende industrie

Mijnbouw

Chemische industrie

Petrochemische industrie

III.   BIOLOGISCHE AGENTIA

Risico’s

Betrokken deel van het lichaam

Soort PBM

Voorbeelden van activiteiten waarbij het gebruik van het overeenkomstige soort PBM noodzakelijk kan zijn (*)

Industrieën en sectoren

BIOLOGISCHE AGENTIA (aanwezig in) — AEROSOLS

Vaste en vloeibare stoffen

Ademhalingsstelsel

Ademhalingstoestellen ter bescherming tegen deeltjes

Werkzaamheden waarbij contact met menselijke en dierlijke lichaamsvloeistoffen en weefsels voorkomt

Werkzaamheden in een omgeving waar een biologisch agens aanwezig is

Gezondheidszorg

Dierenklinieken

Laboratoria voor klinische analyse

Onderzoekslaboratoria

Bejaardentehuizen

Thuiszorg

Afvalwaterbehandelingsinstallaties

Afvalverwerkingsinstallatie

Voedingsmiddelenindustrie

Biochemische productie

Handen

Beschermende handschoenen tegen micro-organismen

Gehele lichaam/delen van het lichaam

Beschermende kleding tegen biologische agentia

Ogen en/of gezicht

Beschermende brillen met veren, ruimtezichtbrillen en gelaatschermen

Werkzaamheden waarbij contact met menselijke en dierlijke lichaamsvloeistoffen en weefsels voorkomt

Werkzaamheden in een omgeving waar een biologisch agens aanwezig is

Gezondheidszorg

Dierenklinieken

Laboratoria voor klinische analyse

Onderzoekslaboratoria

Bejaardentehuizen

Thuiszorg

Afvalwaterbehandelingsinstallaties

Afvalverwerkingsinstallatie

Voedingsmiddelenindustrie

BIOLOGISCHE AGENTIA (aanwezig in) — VLOEISTOFFEN

Direct en indirect contact

Handen

Beschermende handschoenen tegen micro-organismen

Gehele lichaam/delen van het lichaam

Beschermende kleding tegen biologische agentia

Ogen en/of gezicht

Beschermende ruimtezichtbrillen en gelaatschermen

Werkzaamheden waarbij contact met menselijke en dierlijke lichaamsvloeistoffen en weefsels (beten, steken) voorkomt

Werkzaamheden in een omgeving waar een biologisch agens aanwezig is

Gezondheidszorg

Dierenklinieken

Laboratoria voor klinische analyse

Onderzoekslaboratoria

Bejaardentehuizen

Thuiszorg

Afvalwaterbehandelingsinstallaties

Afvalverwerkingsinstallatie

Voedingsmiddelenindustrie

Bosbouw

Spatten, sprays en stralen

Handen

Beschermende handschoenen tegen micro-organismen

Werkzaamheden waarbij contact met menselijke en dierlijke lichaamsvloeistoffen en weefsels voorkomt

Werkzaamheden in een omgeving waar een biologisch agens aanwezig is

Gezondheidszorg

Dierenklinieken

Laboratoria voor klinische analyse

Onderzoekslaboratoria

Bejaardentehuizen

Thuiszorg

Afvalwaterbehandelingsinstallaties

Afvalverwerkingsinstallatie

Voedingsmiddelenindustrie

Onderarmen

Beschermende mouwen tegen micro-organismen

Werkzaamheden waarbij contact met menselijke en dierlijke lichaamsvloeistoffen en weefsels voorkomt

Werkzaamheden in een omgeving waar een biologisch agens aanwezig is

Gezondheidszorg

Dierenklinieken

Laboratoria voor klinische analyse

Onderzoekslaboratoria

Bejaardentehuizen

Thuiszorg

Afvalwaterbehandelingsinstallaties

Afvalverwerkingsinstallatie

Voedingsmiddelenindustrie

Voeten/benen

Beschermende overlaarzen en beenkappen

Werkzaamheden waarbij contact met menselijke en dierlijke lichaamsvloeistoffen en weefsels voorkomt

Werkzaamheden in een omgeving waar een biologisch agens aanwezig is

Gezondheidszorg

Dierenklinieken

Laboratoria voor klinische analyse

Onderzoekslaboratoria

Bejaardentehuizen

Thuiszorg

Afvalwaterbehandelingsinstallaties

Afvalverwerkingsinstallatie

Voedingsmiddelenindustrie

Gehele lichaam

Beschermende kleding tegen biologische agentia

Werkzaamheden waarbij contact met menselijke en dierlijke lichaamsvloeistoffen en weefsels voorkomt

Werkzaamheden in een omgeving waar een biologisch agens aanwezig is

Gezondheidszorg

Dierenklinieken

Laboratoria voor klinische analyse

Onderzoekslaboratoria

Bejaardentehuizen

Thuiszorg

Afvalwaterbehandelingsinstallaties

Afvalverwerkingsinstallatie

Voedingsmiddelenindustrie

BIOLOGISCHE AGENTIA (aanwezig in) — MATERIALEN, PERSONEN, DIEREN ENZ.

Direct en indirect contact

Handen

Beschermende handschoenen tegen micro-organismen

Gehele lichaam/delen van het lichaam

Beschermende kleding tegen biologische agentia

Ogen en/of gezicht

Beschermende ruimtezichtbrillen en gelaatschermen

Werkzaamheden waarbij contact met menselijke en dierlijke lichaamsvloeistoffen en weefsels (beten, steken) voorkomt

Werkzaamheden in een omgeving waar een biologisch agens aanwezig is

Gezondheidszorg

Dierenklinieken

Laboratoria voor klinische analyse

Onderzoekslaboratoria

Bejaardentehuizen

Thuiszorg

Afvalwaterbehandelingsinstallaties

Afvalverwerkingsinstallatie

Voedingsmiddelenindustrie

Bosbouw

IV.   OVERIGE RISICO’S

Risico’s

Betrokken deel van het lichaam

Soort PBM

Voorbeelden van activiteiten waarbij het gebruik van het overeenkomstige soort PBM noodzakelijk kan zijn (*)

Industrieën en sectoren

Niet-zichtbaarheid

Gehele lichaam

PBM bestemd om de aanwezigheid van de individuele gebruiker visueel kenbaar te maken

Werkzaamheden in de nabijheid van bewegende voertuigen

Asfalteringswerken en wegmarkering

Spoorwegwerkzaamheden

Besturen van vervoermiddelen

Werkzaamheden van het grondpersoneel op luchthavens

Bouw van gebouwen

Bouw van civieltechnische werken

Scheepsbouw

Mijnbouw

Vervoerdiensten en vervoer van passagiers

Zuurstoftekort

Ademhalingsstelsel

Isolerende ademhalingsbeschermingsmiddelen

Werkzaamheden in besloten ruimten

Werkzaamheden in gist- en distillatiekamers

Werkzaamheden in tanks en gistingstanks

Werkzaamheden in containers, nauwe ruimten en met gas verwarmde industrieovens waar risico op gasvergiftiging of zuurstoftekort kan bestaan

Werkzaamheden in putten, leidingen en andere ondergrondse constructies die in verbinding staan met het rioleringsstelsel

Productie van alcoholhoudende dranken

Bouw van civieltechnische werken

Chemische industrie

Petrochemische industrie

Ademhalingsstelsel

Ademhalingstoestellen en uitrusting voor duikers

Onderwaterwerkzaamheden

Bouw van civieltechnische werken

Verdrinking

Gehele lichaam

Reddingsvest

Werkzaamheden op of in de nabijheid van water

Werkzaamheden op zee

Werkzaamheden in een vliegtuig

Visserij

Luchtvaartindustrie

Bouw van gebouwen

Bouw van civieltechnische werken

Scheepsbouw

Dokken en havens


(1)  Uit de risicobeoordeling blijkt dat beschermende crèmes in bepaalde omstandigheden samen met andere PBM kunnen worden gebruikt met het oog op het beschermen van de huid van werknemers tegen de desbetreffende risico’s. Beschermende crèmes zijn PBM’s binnen de werkingssfeer van Richtlijn 89/656/EEG aangezien dit soort uitrusting in bepaalde omstandigheden kan worden beschouwd als een “aanvulling of accessoire” in de zin van artikel 2 van Richtlijn 89/656/EEG. Beschermende crèmes zijn echter geen PBM’s volgens de definitie van PBM in artikel 3, lid 1, van Verordening (EU) 2016/425.


31.10.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 279/54


RICHTLIJN (EU) 2019/1833 VAN DE COMMISSIE

van 24 oktober 2019

tot wijziging van de bijlagen I, III, V en VI bij Richtlijn 2000/54/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft zuiver technische aanpassingen

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2000/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan biologische agentia op het werk (1), en met name artikel 19,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In beginsel 10 van de Europese pijler van sociale rechten (2), die op 17 november 2017 in Göteborg is afgekondigd, is bepaald dat werknemers recht hebben op een gezonde, veilige en aangepaste werkomgeving. Het recht van werknemers op een hoog niveau van bescherming van hun gezondheid en veiligheid op het werk en op een werkomgeving die op hun professionele behoeften is afgestemd en hen in staat stelt langer op de arbeidsmarkt actief te blijven, omvat bescherming tegen blootstelling aan biologische agentia op het werk.

(2)

De uitvoering van de richtlijnen inzake de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk, waaronder Richtlijn 2000/54/EG, was het onderwerp van een evaluatie achteraf, de zogeheten Refit-evaluatie. Bij de evaluatie is gekeken naar de relevantie van de richtlijnen, en naar onderzoek en nieuwe wetenschappelijke inzichten op de verschillende betrokken terreinen. De conclusie van de Refit-evaluatie waarnaar wordt verwezen in het werkdocument van de diensten van de Commissie (3) luidt onder meer dat de lijst van biologische agentia in bijlage III bij Richtlijn 2000/54/EG moet worden gewijzigd in het licht van de wetenschappelijke en technische vooruitgang en dat de samenhang ervan met andere richtlijnen ter zake moet worden verbeterd.

(3)

In haar mededeling “Veiliger en gezonder werk voor iedereen — Modernisering van de wetgeving en het beleid van de EU inzake veiligheid en gezondheid op het werk” (4) herhaalde de Commissie dat de Refit-evaluatie van het acquis van de Unie inzake gezondheid en veiligheid op het werk bevestigt dat de wetgeving op dat gebied in het algemeen doeltreffend en geschikt is, maar dat er ruimte is voor herziening van verouderde voorschriften en waarborging van een betere en bredere bescherming, naleving en handhaving in het veld. De Commissie benadrukt met name de noodzaak om de lijst van biologische agentia in bijlage III bij Richtlijn 2000/54/EG te actualiseren.

(4)

Richtlijn 2000/54/EG heeft ten doel de werknemers te beschermen tegen gevaren voor hun gezondheid en veiligheid die zich tijdens hun werk door blootstelling aan biologische agentia voordoen of kunnen voordoen en dergelijke gevaren te voorkomen. Richtlijn 2000/54/EG is van toepassing op werkzaamheden waarbij werknemers ten gevolge van hun werk aan biologische agentia worden of kunnen worden blootgesteld en bevat de te nemen maatregelen voor alle werkzaamheden waarbij zich het risico van blootstelling aan biologische agentia kan voordoen, om de aard, de mate en de duur van de blootstelling van de werknemers aan biologische agentia te bepalen.

(5)

Aangezien de resultaten van een risicobeoordeling een onbedoelde blootstelling aan biologische agentia kunnen laten zien, kan er sprake zijn van andere werkzaamheden die niet in bijlage I bij Richtlijn 2000/54/EG zijn opgenomen en waarmee ook rekening moet worden gehouden. De indicatieve lijst van activiteiten in bijlage I bij Richtlijn 2000/54/EG moet daarom worden gewijzigd om daarin een inleidende zin op te nemen om te verduidelijken dat de lijst niet uitputtend is.

(6)

Bijlage III bij Richtlijn 2000/54/EG bevat de lijst van biologische agentia waarvan bekend is dat zij bij de mens infectieziekten kunnen verwekken, ingedeeld naargelang van het risico van infecties dat zij meebrengen. Overeenkomstig inleidende opmerking 6 in die bijlage moet de lijst worden gewijzigd om rekening te houden met de laatste stand van de wetenschappelijke kennis met betrekking tot de wetenschappelijke ontwikkelingen die hebben geleid tot belangrijke veranderingen sinds de lijst voor het laatst werd bijgewerkt, met name wat betreft de taxonomie, nomenclatuur, classificatie en kenmerken van biologische agentia en het bestaan van nieuwe biologische agentia.

(7)

In de bijlagen V en VI bij Richtlijn 2000/54/EG worden de beheersingsmaatregelen en -niveaus voor laboratoria, dierenverblijven en de industrie vastgesteld. De bijlagen V en VI moeten worden gewijzigd en geherstructureerd om in overeenstemming te worden gebracht en rekening te houden met de inperkings- en andere beschermende maatregelen die zijn opgenomen in Richtlijn 2009/41/EG van het Europees Parlement en de Raad (5).

(8)

Bij de voorbereiding van de huidige bijwerking van de bijlagen I, III, V en VI bij Richtlijn 2000/54/EG is aandacht besteed aan de noodzaak om de huidige beschermingsniveaus te handhaven voor werknemers die door hun werkzaamheden aan biologische agentia worden of kunnen worden blootgesteld en ervoor te zorgen dat bij de wijzigingen alleen rekening wordt gehouden met wetenschappelijke ontwikkelingen op dit gebied die zuiver technische aanpassingen op de arbeidsplaats vereisen.

(9)

Het Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats is geraadpleegd over de maatregelen die voortvloeien uit de aanneming van de mededeling van de Commissie “Veiliger en gezonder werk voor iedereen — Modernisering van de wetgeving en het beleid van de EU inzake veiligheid en gezondheid op het werk” die nodig zijn om de Uniewetgeving inzake gezondheid en veiligheid op het werk doeltreffend en geschikt te houden.

(10)

In zijn advies over de modernisering van zes richtlijnen inzake gezondheid en veiligheid op het werk om te zorgen voor veiliger en gezonder werk voor iedereen (6) van 6 december 2017 raadt het Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats aan Richtlijn 2000/54/EG te wijzigen om de relevantie en doeltreffendheid ervan te verbeteren.

(11)

In een daaropvolgend advies over de technische bijwerking van de bijlagen bij de richtlijn biologische agentia (2000/54/EG) (7), goedgekeurd op 31 mei 2018, raadt het Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats aan dat specifieke bijwerkingen moeten worden aangebracht in de bijlagen I, III, V en VI, in overeenstemming met de meest recente technologische en wetenschappelijke ontwikkelingen op dit gebied.

(12)

Bij de voorbereiding van de huidige bijwerking van de bijlagen I, III, V en VI bij Richtlijn 2000/54/EG werd de Commissie bijgestaan door deskundigen die de lidstaten vertegenwoordigden en technische en wetenschappelijke ondersteuning boden.

(13)

In overeenstemming met de gezamenlijke politieke verklaring van 28 september 2011 van de lidstaten en de Commissie over toelichtende stukken (8) hebben de lidstaten zich ertoe verbonden om in verantwoorde gevallen de kennisgeving van hun omzettingsmaatregelen vergezeld te doen gaan van één of meer stukken waarin het verband tussen de onderdelen van een richtlijn en de overeenkomstige delen van de nationale omzettingsmaatregelen wordt toegelicht.

(14)

De in deze richtlijn vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 17 van Richtlijn 89/391/EEG van de Raad (9) ingestelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlagen I, III, V en VI bij Richtlijn 2000/54/EG worden vervangen door de bijlage bij deze richtlijn.

Artikel 2

1.   De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 20 november 2021 aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in de bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.   De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 3

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 4

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 24 oktober 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 262 van 17.10.2000, blz. 21.

(2)  Europese pijler van sociale rechten, november 2017, https://ec.europa.eu/commission/priorities/deeper-and-fairer-economic-and-monetary-union/european-pillar-social-rights_nl

(3)  COM(2017) 10 final.

(4)  COM(2017) 12

(5)  Richtlijn 2009/41/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 inzake het ingeperkte gebruik van genetisch gemodificeerde micro-organismen (PB L 125 van 21.5.2009, blz. 75).

(6)  Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats, doc. 1718/2017.

(7)  Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats, doc. 434/18.

(8)  PB C 369 van 17.12.2011, blz. 14.

(9)  Richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk (PB L 183 van 29.6.1989, blz. 1).


BIJLAGE

1)   

Bijlage I bij Richtlijn 2000/54/EG wordt vervangen door:

BIJLAGE I

INDICATIEVE LIJST VAN BEROEPSWERKZAAMHEDEN

(artikel 4, lid 2)

Opmerking vooraf

Indien het resultaat van de risicobeoordeling, die is uitgevoerd in overeenstemming met artikel 3 en artikel 4, lid 2, van deze richtlijn, een onopzettelijke blootstelling aan biologische agentia laat zien, kan er sprake zijn van andere werkzaamheden die niet in deze bijlage zijn opgenomen en waarmee rekening moet worden gehouden.

1.

Werk in de voedingsindustrie.

2.

Werk in de landbouw.

3.

Werkzaamheden waarbij er contact is met dieren en/of producten van dierlijke oorsprong.

4.

Werk in de gezondheidszorg, met inbegrip van werk in isolatie- en post-mortemeenheden.

5.

Werk in klinische, veterinaire en diagnoselaboratoria, met uitsluiting van microbiologische diagnoselaboratoria.

6.

Werk in afvalverwerkingsbedrijven.

7.

Werk in installaties voor de zuivering van rioolwater.

”.

2)   

Bijlage III bij Richtlijn 2000/54/EG wordt vervangen door:

“BIJLAGE III

COMMUNAUTAIRE CLASSIFICATIE

(Artikel 2, tweede alinea, en artikel 18)

INLEIDING

1.

Overeenkomstig de werkingssfeer van de richtlijn worden alleen agentia waarvan bekend is dat zij bij de mens infectieziekten kunnen verwekken, in de lijst opgenomen.

Waar van toepassing zijn ook indicaties van mogelijke toxische en allergene eigenschappen van deze agentia gegeven.

Agentia die wel bij dieren en planten, maar voor zover bekend niet bij mensen ziekten kunnen verwekken, zijn niet opgenomen.

Bij de opstelling van de onderhavige lijst van geclassificeerde biologische agentia zijn genetisch gemodificeerde micro-organismen buiten beschouwing gelaten.

2.

Bij het opstellen van de lijst is uitgegaan van de werking van de agentia op gezonde werknemers.

Er is niet specifiek rekening gehouden met bijzondere effecten op personen met een eventuele verhoogde vatbaarheid als gevolg van bijvoorbeeld pre-existente ziekte, medicijngebruik, stoornissen van het immuunsysteem, zwangerschap of borstvoeding.

Ook met het verhoogde risico voor dergelijke werknemers dient bij de in deze richtlijn voorgeschreven risicobeoordeling rekening te worden gehouden.

In het kader van bepaalde industriële processen, bepaalde laboratoriumwerkzaamheden of bepaalde activiteiten in dierenverblijven die een blootstelling van de werknemers aan biologische agentia van groep 3 of 4 inhouden of kunnen inhouden, moeten technische preventiemaatregelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 16 van deze richtlijn worden opgesteld.

3.

Biologische agentia die niet in groep 2, 3 of 4 zijn ingedeeld, vallen niet automatisch onder groep 1.

In het geval van geslachten waarvan van meer dan één soort bekend is dat zij pathogeen zijn voor de mens, omvat de lijst die soorten die meestal worden aangetroffen bij ziektegevallen, en wordt vermeld dat andere soorten van dat geslacht ook van invloed kunnen zijn op de gezondheid.

Indien een heel geslacht in de lijst is opgenomen, zijn de soorten en stammen waarvan bekend is dat zij niet pathogeen zijn, impliciet van de classificatie uitgesloten.

4.

Ingeval een stam verzwakt is of bekende virulentiegenen heeft verloren, zijn de uit de classificatie van de hoofdstam voortvloeiende beheersingsmaatregelen mogelijkerwijs niet noodzakelijk, afhankelijk van een nadere beoordeling van het risico op de arbeidsplaats.

Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer een dergelijke stam gebruikt wordt als een product of deel van een product voor profylactische of therapeutische doeleinden.

5.

De in deze classificatie voor de agentia gehanteerde nomenclatuur is in overeenstemming met de meest recente internationale conventies inzake de taxonomie en nomenclatuur van de agentia ten tijde van de samenstelling van de lijst.

6.

Deze lijst van geclassificeerde biologische agentia is in overeenstemming met de stand van de kennis ten tijde van de opstelling ervan.

De lijst wordt bijgewerkt zodra deze daarmee niet meer in overeenstemming is.

7.

De lidstaten zien erop toe dat alle bij de mens reeds geïsoleerde virussen die nog niet geëvalueerd en in deze bijlage opgenomen zijn, minimaal in groep 2 worden ingedeeld, behalve indien de lidstaten over het bewijs beschikken dat deze bij de mens geen ziekte kunnen veroorzaken.

8.

Bepaalde in groep 3 ingedeelde en in de bijgevoegde lijst met een dubbele asterisk (**) aangeduide biologische agentia kunnen voor de werknemers een beperkt besmettingsrisico opleveren, omdat zij normaal niet via de lucht besmettelijk zijn.

De lidstaten evalueren de op deze biologische agentia toe te passen beheersingsmaatregelen met inachtneming van de aard van de betrokken specifieke activiteiten en de hoeveelheid van het betrokken agens, ten einde te bepalen of in bijzondere gevallen van bepaalde dezer maatregelen kan worden afgezien.

9.

De voorschriften inzake beheersingsmaatregelen die uit de classificatie van parasieten voortvloeien, hebben uitsluitend betrekking op de verschillende voor de mens op de arbeidsplaats infectieuze stadia in de levenscyclus van de parasiet.

10.

Voorts bevat deze lijst afzonderlijke aanwijzingen wanneer biologische agentia allergische of toxische reacties kunnen veroorzaken, wanneer een doeltreffend vaccin beschikbaar is en wanneer de lijst van de aan het agens blootgestelde werknemers langer dan tien jaar dient te worden bewaard.

Deze aanwijzingen zijn gesystematiseerd in de vorm van de volgende noten:

A:

Allergische reacties mogelijk

D:

De lijst van aan dit biologische agens blootgestelde werknemers dient langer dan tien jaar na de laatste bekende blootstelling te worden bewaard

T:

Productie van toxinen

V:

Doeltreffend vaccin beschikbaar en geregistreerd in de EU

Preventieve vaccinaties dienen te worden verricht met inachtneming van de in bijlage VII aanbevolen gedragsregels.

BACTERIËN

en soortgelijke biologische agentia

NB: De vermelding van het hele geslacht met de toevoeging “spp.” bij de biologische agentia van deze lijst verwijst naar andere soorten die tot dit geslacht behoren en die niet specifiek in de lijst zijn opgenomen, maar waarvan bekend is dat zij pathogeen zijn bij de mens. Zie inleidende opmerking 3 voor meer details.

Biologisch agens

Classificatie

Opmerkingen

Actinomadura madurae

2

 

Actinomadura pelletieri

2

 

Actinomyces gerencseriae

2

 

Actinomyces israelii

2

 

Actinomyces spp.

2

 

Aggregatibacter actinomycetemcomitans (Actinobacillus actinomycetemcomitans)

2

 

Anaplasma spp.

2

 

Arcanobacterium haemolyticum (Corynebacterium haenolyticum)

2

 

Arcobacter butzleri

2

 

Bacillus anthracis

3

T

Bacteroides fragilis

2

 

Bacteroides spp.

2

 

Bartonella bacilliformis

2

 

Bartonella quintana (Rochalimaea quintana)

2

 

Bartonella (Rochalimaea) spp.

2

 

Bordetella bronchiseptica

2

 

Bordetella parapertussis

2

 

Bordetella pertussis

2

T, V

Bordetella spp.

2

 

Borrelia burgdorferi

2

 

Borrelia duttonii

2

 

Borrelia recurrentis

2

 

Borrelia spp.

2

 

Brachyspira spp.

2

 

Brucella abortus

3

 

Brucella canis

3

 

Brucella inopinata

3

 

Brucella melitensis

3

 

Brucella suis

3

 

Burkholderia cepacia

2

 

Burkholderia mallei (Pseudomonas mallei)

3

 

Burkholderia pseudomallei (Pseudomonas pseudomallei)

3

D

Campylobacter fetus subsp. fetus

2

 

Campylobacter fetus subsp. venerealis

2

 

Campylobacter jejuni subsp. doylei

2

 

Campylobacter jejuni subsp. jejuni

2

 

Campylobacter spp.

2

 

Cardiobacterium hominis

2

 

Cardiobacterium valvarum

2

 

Chlamydia abortus (Chlamydophila abortus)

2

 

Chlamydia caviae (Chlamydophila caviae)

2

 

Chlamydia felis (Chlamydophila felis)

2

 

Chlamydia pneumoniae (Chlamydophila pneumoniae)

2

 

Chlamydia psittaci (Chlamydophila psittaci) (gevogeltestammen)

3

 

Chlamydia psittaci (Chlamydophila psittaci) (niet-gevogeltestammen)

2

 

Chlamydia trachomatis (Chlamydophila trachomatis)

2

 

Clostridium botulinum

2

T

Clostridium difficile

2

T

Clostridium perfringens

2

T

Clostridium tetani

2

T, V

Clostridium spp.

2

 

Corynebacterium diphtheriae

2

T, V

Corynebacterium minutissimum

2

 

Corynebacterium pseudotuberculosis

2

T

Corynebacterium ulcerans

2

T

Corynebacterium spp.

2

 

Coxiella burnetii

3

 

Edwardsiella tarda

2

 

Ehrlichia spp.

2

 

Eikenella corrodens

2

 

Elizabethkingia meningoseptica (Flavobacterium meningosepticum)

2

 

Enterobacter aerogenes (Klebsiella mobilis)

2

 

Enterobacter cloacae subsp. cloacae (Enterobacter cloacae)

2

 

Enterobacter spp.

2

 

Enterococcus spp.

2

 

Erysipelothrix rhusiopathiae

2

 

Escherichia coli (met uitzondering van de niet-pathogene stammen)

2

 

Escherichia coli, verocytotoxigene stammen (bv. O157:H7 of O103)

3 (*1)

T

Fluoribacter bozemanae (Legionella)

2

 

Francisella hispaniensis

2

 

Francisella tularensis subsp. holarctica

2

 

Francisella tularensis subsp. mediasiatica

2

 

Francisella tularensis subsp. novicida

2

 

Francisella tularensis subsp. tularensis

3

 

Fusobacterium necrophorum subsp. funduliforme

2

 

Fusobacterium necrophorum subsp. necrophorum

2

 

Gardnerella vaginalis

2

 

Haemophilus ducreyi

2

 

Haemophilus influenzae

2

V

Haemophilus spp.

2

 

Helicobacter pylori

2

 

Helicobacter spp.

2

 

Klebsiella oxytoca

2

 

Klebsiella pneumoniae subsp. ozaenae

2

 

Klebsiella pneumoniae subsp. pneumoniae

2

 

Klebsiella pneumoniae subsp. rhinoscleromatis

2

 

Klebsiella spp.

2

 

Legionella pneumophila subsp. fraseri

2

 

Legionella pneumophila subsp. pascullei

2

 

Legionella pneumophila subsp. pneumophila

2

 

Legionella spp.

2

 

Leptospira interrogans (alle serotypes)

2

 

Leptospira interrogans spp.

2

 

Listeria monocytogenes

2

 

Listeria ivanovii subsp. ivanovii

2

 

Listeria invanovii subsp. londoniensis

2

 

Morganella morganii subsp. morganii (Proteus morganii)

2

 

Morganella morganii subsp. sibonii

2

 

Mycobacterium abscessus subsp. abscessus

2

 

Mycobacterium africanum

3

V

Mycobacterium avium subsp. avium (Mycobacterium avium)

2

 

Mycobacterium avium subsp. paratuberculosis (Mycobacterium paratuberculosis)

2

 

Mycobacterium avium subsp. silvaticum

2

 

Mycobacterium bovis

3

V

Mycobacterium caprae (Mycobacterium tuberculosis subsp. caprae)

3

 

Mycobacterium chelonae

2

 

Mycobacterium chimaera

2

 

Mycobacterium fortuitum

2

 

Mycobacterium intracellulare

2

 

Mycobacterium kansasii

2

 

Mycobacterium leprae

3

 

Mycobacterium malmoense

2

 

Mycobacterium marinum

2

 

Mycobacterium microti

3 (*1)

 

Mycobacterium pinnipedii

3

 

Mycobacterium scrofulaceum

2

 

Mycobacterium simiae

2

 

Mycobacterium szulgai

2

 

Mycobacterium tuberculosis

3

V

Mycobacterium ulcerans

3 (*1)

 

Mycobacterium xenopi

2

 

Mycoplasma hominis

2

 

Mycoplasma pneumoniae

2

 

Mycoplasma spp.

2

 

Neisseria gonorrhoeae

2

 

Neisseria meningitidis

2

V

Neorickettsia sennetsu (Rickettsia sennetsu, Ehrlichia sennetsu)

2

 

Nocardia asteroides

2

 

Nocardia brasiliensis

2

 

Nocardia farcinica

2

 

Nocardia nova

2

 

Nocardia otitidiscaviarum

2

 

Nocardia spp.

2

 

Orientia tsutsugamushi (Rickettsia tsutsugamushi)

3

 

Pasteurella multocida subsp. gallicida (Pasteurella gallicida)

2

 

Pasteurella multocida subsp. multocida

2

 

Pasteurella multocida subsp. septica

2

 

Pasteurella spp.

2

 

Peptostreptococcus anaerobius

2

 

Plesiomonas shigelloides

2

 

Porphyromonas spp.

2

 

Prevotella spp.

2

 

Proteus mirabilis

2

 

Proteus penneri

2

 

Proteus vulgaris

2

 

Providencia alcalifaciens (Proteus inconstans)

2

 

Providencia rettgeri (Proteus rettgeri)

2

 

Providencia spp.

2

 

Pseudomonas aeruginosa

2

T

Rhodococcus hoagii (Corynebacterium equii)

2

 

Rickettsia africae

3

 

Rickettsia akari

3 (*1)

 

Rickettsia australis

3

 

Rickettsia canadensis

2

 

Rickettsia conorii

3

 

Rickettsia heilongjiangensis

3 (*1)

 

Rickettsia japonica

3

 

Rickettsia montanensis

2

 

Rickettsia typhi

3

 

Rickettsia prowazekii

3

 

Rickettsia rickettsii

3

 

Rickettsia sibirica

3

 

Rickettsia spp.

2

 

Salmonella enterica (choleraesuis) subsp. arizonae

2

 

Salmonella Enteritidis

2

 

Salmonella Paratyphi A, B, C

2

V

Salmonella Typhi

3 (*1)

V

Salmonella Typhimurium

2

 

Salmonella (andere serologische va