ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 256

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

62e jaargang
7 oktober 2019


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/1668 van de Commissie van 26 juni 2019 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2016/1629 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen

1

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1669 van de Commissie van 30 september 2019 tot goedkeuring van een niet-minimale wijziging van het productdossier van een naam die is opgenomen in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen Olives cassées de la vallée des Baux-de-Provence (BOB)

4

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1670 van de Commissie van 1 oktober 2019 tot goedkeuring van een niet-minimale wijziging van het productdossier van een naam die is opgenomen in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen Grana Padano (BOB)

6

 

 

BESLUITEN

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/1671 van de Raad van 4 oktober 2019 betreffende de benoeming van de vicevoorzitter van de raad van toezicht van de Europese Centrale Bank

8

 

*

Besluit (GBVB) 2019/1672 van de Raad van 4 oktober 2019 inzake een optreden van de Europese Unie ter ondersteuning van het verificatie- en inspectiemechanisme van de Verenigde Naties in Jemen

10

 

 

Rectificaties

 

*

Rectificatie van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/624 van de Commissie van 8 februari 2019 betreffende specifieke voorschriften voor de uitvoering van officiële controles van de productie van vlees en voor de productie- en de heruitzettingsgebieden van levende tweekleppige weekdieren overeenkomstig Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad ( PB L 131 van 17.5.2019 )

17

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

7.10.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 256/1


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2019/1668 VAN DE COMMISSIE

van 26 juni 2019

tot wijziging van Richtlijn (EU) 2016/1629 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien Richtlijn (EU) 2016/1629 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen, tot wijziging van Richtlijn 2009/100/EG en tot intrekking van Richtlijn 2006/87/EG (1), en met name artikel 31, leden 1, 3 en 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Richtlijn (EU) 2016/1629 is een geharmoniseerd systeem ingevoerd voor de afgifte van technische certificaten voor binnenschepen die aan de uniforme technische voorschriften voldoen.

(2)

In bijlage II bij Richtlijn (EU) 2016/1629 is bepaald dat de technische voorschriften voor vaartuigen de voorschriften in de ES-TRIN-norm 2017/1 zijn.

(3)

Op het gebied van de binnenvaart moet de Unie handelen met het oog op de eenvormige ontwikkeling van in de Unie toegepaste technische voorschriften voor binnenschepen.

(4)

Het Europees Comité voor de opstelling van standaarden voor de binnenvaart (Cesni) is op 3 juni 2015 opgericht in het kader van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) met het oog op de ontwikkeling van technische normen voor de binnenvaart op verschillende gebieden, met name voor vaartuigen, IT en bemanning.

5.

Het Cesni heeft tijdens zijn vergadering op 8 november 2018 een nieuwe Europese norm tot vaststelling van technische voorschriften voor binnenschepen, de ES-TRIN-norm 2019/1 (2), vastgesteld.

(6)

In de ES-TRIN-norm worden de nodige eenvormige technische voorschriften vastgesteld om de veiligheid van binnenschepen te verzekeren. De norm bevat bepalingen met betrekking tot de bouw, inrichting en uitrusting van binnenschepen, speciale bepalingen voor specifieke categorieën van vaartuigen zoals passagiersschepen, duwstellen en containerschepen, bepalingen met betrekking tot AIS-apparatuur (Automatic Identification System), bepalingen met betrekking tot de identificatie van vaartuigen en modelcertificaten en het modelregister, overgangsbepalingen en instructies voor de toepassing van de technische norm.

(7)

De CCR zal het wetgevingskader wijzigen (Reglement onderzoek schepen op de Rijn) om naar de nieuwe norm te kunnen verwijzen en die nieuwe norm verplicht te stellen in het kader van de toepassing van de Herziene Rijnvaartakte.

(8)

Richtlijn (EU) 2016/1629 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage II bij Richtlijn (EU) 2016/1629 wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2020.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 26 juni 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 252 van 16.9.2016, blz. 118.

(2)  Resolutie CESNI 2018-II-1


BIJLAGE

„BIJLAGE II

MINIMALE TECHNISCHE VOORSCHRIFTEN VOOR VAARTUIGEN OP DE BINNENWATEREN VAN DE ZONES 1, 2, 3 EN 4

De technische voorschriften voor vaartuigen zijn de voorschriften in de ES-TRIN-norm 2019/1.

”.

7.10.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 256/4


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/1669 VAN DE COMMISSIE

van 30 september 2019

tot goedkeuring van een niet-minimale wijziging van het productdossier van een naam die is opgenomen in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen “Olives cassées de la vallée des Baux-de-Provence” (BOB)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name artikel 52, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 53, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) nr. 1151/2012 heeft de Commissie zich gebogen over de aanvraag van Frankrijk tot goedkeuring van een wijziging van het productdossier van de beschermde oorsprongsbenaming “Olives cassées de la vallée des Baux-de-Provence”, die bij Verordening (EG) nr. 378/1999 van de Commissie (2) is geregistreerd.

(2)

Aangezien de betrokken wijziging niet minimaal is in de zin van artikel 53, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1151/2012, heeft de Commissie de wijzigingsaanvraag overeenkomstig artikel 50, lid 2, onder a), van die verordening bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (3).

(3)

Aangezien de Commissie geen enkel bezwaar overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1151/2012 heeft ontvangen, moet de wijziging van het productdossier worden goedgekeurd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakte wijziging van het productdossier met betrekking tot de naam “Olives cassées de la vallée des Baux-de-Provence” (BOB) wordt goedgekeurd.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 september 2019.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Phil HOGAN

Lid van de Commissie


(1)  PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.

(2)  Verordening (EG) nr. 378/1999 van de Commissie van 19 februari 1999 tot aanvulling van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2400/96 betreffende de inschrijving van bepaalde benamingen in het “Register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen” bedoeld in Verordening (EEG) nr. 2081/92 van de Raad inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (PB L 46 van 20.2.1999, blz. 13).

(3)  PB C 188 van 4.6.2019, blz. 12.


7.10.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 256/6


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/1670 VAN DE COMMISSIE

van 1 oktober 2019

tot goedkeuring van een niet-minimale wijziging van het productdossier van een naam die is opgenomen in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen “Grana Padano” (BOB)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name artikel 52, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 53, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) nr. 1151/2012 heeft de Commissie zich gebogen over de aanvraag van Italië tot goedkeuring van een wijziging van het productdossier van de beschermde oorsprongsbenaming “Grana Padano”, die is geregistreerd bij Verordening (EG) nr. 1107/96 van de Commissie (2), als gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 584/2011 van de Commissie (3).

(2)

Aangezien de betrokken wijziging niet minimaal is in de zin van artikel 53, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1151/2012, heeft de Commissie de wijzigingsaanvraag overeenkomstig artikel 50, lid 2, onder a), van die verordening bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (4).

(3)

Aangezien de Commissie geen enkel bezwaar overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1151/2012 heeft ontvangen, moet de wijziging van het productdossier worden goedgekeurd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakte wijziging van het productdossier met betrekking tot de naam “Grana Padano” (BOB) wordt goedgekeurd.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 1 oktober 2019.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Phil HOGAN

Lid van de Commissie


(1)  PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.

(2)  Verordening (EG) nr. 1107/96 van de Commissie van 12 juni 1996 betreffende de registratie van de geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen in het kader van de procedure van artikel 17 van Verordening (EEG) nr. 2081/92 van de Raad (PB L 148 van 21.6.1996, blz. 1).

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 584/2011 van de Commissie van 17 juni 2011 tot goedkeuring van niet-minimale wijzigingen van het productdossier voor een benaming die is opgenomen in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (Grana Padano (BOB)) (PB L 160 van 18.6.2011, blz. 65).

(4)  PB C 188 van 4.6.2019, blz. 3.


BESLUITEN

7.10.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 256/8


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2019/1671 VAN DE RAAD

van 4 oktober 2019

betreffende de benoeming van de vicevoorzitter van de raad van toezicht van de Europese Centrale Bank

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (1), en met name artikel 26, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Raad heeft op 15 oktober 2013 Verordening (EU) nr. 1024/2013 vastgesteld, waarbij aan de Europese Centrale Bank (ECB) specifieke taken werden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen.

(2)

De aan de ECB opgedragen taken worden volledig gepland en uitgevoerd door de raad van toezicht, die bestaat uit de voorzitter, de vicevoorzitter en vier vertegenwoordigers van de ECB, alsmede één vertegenwoordiger van de nationale bevoegde autoriteit in elke deelnemende lidstaat.

(3)

De raad van toezicht is een centraal orgaan in de uitoefening van toezichthoudende taken door de ECB. Derhalve is bij Verordening (EU) nr. 1024/2013 aan de Raad de bevoegdheid gegeven, de voorzitter en de vicevoorzitter van de raad van toezicht te benoemen.

(4)

De Raad heeft op 11 februari 2014 bij Uitvoeringsbesluit 2014/77/EU (2) de eerste vicevoorzitter van de raad van toezicht benoemd. Diens ambtstermijn is op 11 februari 2019 verstreken.

(5)

Overeenkomstig artikel 26, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1024/2013 dient de ECB, na de raad van toezicht te hebben gehoord, bij het Europees Parlement een voorstel in te dienen tot benoeming van de vicevoorzitter van de raad van toezicht, die moet worden gekozen uit de leden van de directie van de ECB. De ECB heeft op 9 april 2019 een dergelijk voorstel ingediend en het Europees Parlement heeft dit op 17 september 2019 goedgekeurd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De heer Yves MERSCH wordt met ingang van 7 oktober 2019 tot en met 14 december 2020 benoemd tot vicevoorzitter van de raad van toezicht van de Europese Centrale Bank.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Luxemburg, 4 oktober 2019.

Voor de Raad

De voorzitter

K. MIKKONEN


(1)  PB L 287 van 29.10.2013, blz. 63.

(2)  Uitvoeringsbesluit 2014/77/EU van de Raad van 11 februari 2014 houdende uitvoering van Verordening (EU) nr. 1024/2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PB L 41 van 12.2.2014, blz. 19).


7.10.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 256/10


BESLUIT (GBVB) 2019/1672 VAN DE RAAD

van 4 oktober 2019

inzake een optreden van de Europese Unie ter ondersteuning van het verificatie- en inspectiemechanisme van de Verenigde Naties in Jemen

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 28, lid 1,

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 27 december 2017 stelde het Bureau van de Verenigde Naties voor projectdiensten (UNOPS) voor de activiteiten van het verificatie- en inspectiemechanisme van de Verenigde Naties (UNVIM) gedurende nog een jaar, tot en met maart 2019, te versterken en uit te breiden, met name door meer vaart te zetten achter het goedkeuringsproces voor commerciële vracht en door het vermogen van het UNVIM om extra personeel en middelen in te zetten in de betrokken havens, te vergroten.

(2)

Op 3 april 2017 en 25 juni 2018 heeft de Raad conclusies aangenomen waarin hij het belang van doeltreffende en tijdige verwerking voor de commerciële scheepvaart in de havens van de Rode Zee, met inbegrip van het verschepen van brandstof, benadrukte, en zijn onverkorte steun uitsprak voor de voortzetting van het UNVIM en voor de volledige en onbelemmerde uitvoering van zijn mandaat. Voorts heeft de Raad in deze conclusies aangegeven dat hij een versterking van het UNVIM zou overwegen.

(3)

Op basis van een verzoek van het UNVIM heeft de Raad op 18 september 2018 Besluit (GBVB) 2018/1249 van de Raad (1) vastgesteld. De technische uitvoering van Besluit (GBVB) 2018/1249 werd toevertrouwd aan het UNOPS en was bedoeld om het UNVIM in staat te stellen zijn taken inzake toezicht en inspectie overeenkomstig Resolutie 2216 van de VN-Veiligheidsraad van 14 april 2015 te blijven vervullen.

(4)

Op 13 december 2018 ondertekenden de partijen die betrokken zijn bij het conflict in Jemen de overeenkomst van Stockholm, waarvan de bepalingen werden bekrachtigd door de resoluties 2451 en 2452 van de VN-Veiligheidsraad van respectievelijk 21 december 2018 en 16 januari 2019. De Raad heeft op 18 februari 2019 conclusies aangenomen waarin hij zich verheugde over de goedkeuring van de overeenkomst van Stockholm en over de unanieme goedkeuring van de resoluties 2451 en 2452 van de VN‐Veiligheidsraad. De Raad herhaalde zijn oproep aan alle partijen om de levering van handelsgoederen, waaronder brandstof, te vergemakkelijken, en herinnerde eraan dat de werking van de haven van Hodeidah, samen met die van Salif en Ras Issa, van het grootste belang is voor het overleven van miljoenen Jemenieten. De Raad hernieuwde zijn steun voor het UNVIM teneinde te kunnen waarborgen dat handelsgoederen Jemen kunnen blijven binnenkomen, in volledige naleving van alle desbetreffende resoluties van de VN‐Veiligheidsraad.

(5)

Op 24 juni 2019 deed het UNVIM aan de donoren een tweede voorstel voor uitgebreide operaties, met name in verband met de uitvoering van de overeenkomst van Stockholm. Het voorstel had betrekking op de uitbreiding van UNVIM-operaties van oktober 2019 tot en met september 2020.

(6)

De Unie moet haar steun voor UNVIM hernieuwen voor de uitvoering van zijn mandaat.

(7)

Het toezicht op de correcte uitvoering van de financiële bijdrage van de Unie moet worden opgedragen aan de Commissie,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De Unie hernieuwt haar steun aan het UNVIM voor de uitvoering van zijn mandaat zoals bepaald in de desbetreffende resoluties van de VN-Veiligheidsraad, met name de resoluties 2216 (2015), 2451 (2018) en 2452 (2019). Die steun heeft als algemene doelstellingen het bijdragen tot het herstel van het onbelemmerde vrije verkeer van handelsgoederen naar Jemen door middel van een transparant en doeltreffend goedkeuringsproces voor commerciële vracht voor Jemenitische havens die niet onder de controle van de regering van Jemen staan, en de versterking van de rol van het UNVIM bij het uitvoeren van de bepalingen van de overeenkomst van Stockholm.

2.   De specifieke doelstellingen van dit project zijn:

verhogen van de aanvoer van commerciële ladingen naar Jemen door het goedkeuringsproces voor commerciële vracht verder te versnellen en het vertrouwen van de scheepvaartmaatschappijen in de toegankelijkheid van de havens van Hodeidah, Salif en Ras Issa, ingeval die havens voor commerciële scheepvaart worden opengesteld, te herstellen;

verbeteren van de capaciteit van het UNVIM om in de havens van Hodeidah, Salif en Ras Issa te opereren, zoals bepaald in de overeenkomst van Stockholm en de desbetreffende resoluties van de VN-Veiligheidsraad.

3.   De Unie draagt met dit besluit bij aan de kosten die verband houden met de versterking van het UNVIM, waardoor tegemoet wordt gekomen aan de behoeften van de Jemenitische bevolking, als onderdeel van een bredere humanitaire strategie.

In de bijlage staat een nadere omschrijving van de activiteiten in het kader van het project.

Artikel 2

1.   De hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (de "hoge vertegenwoordiger") is belast met de uitvoering van dit besluit.

2.   De technische uitvoering van de in artikel 1 bedoelde activiteiten wordt toevertrouwd aan het UNOPS. Het UNOPS voert deze taak uit onder verantwoordelijkheid van de hoge vertegenwoordiger. Daartoe treft de hoge vertegenwoordiger de nodige regelingen met het UNOPS.

Artikel 3

1.   Het financieel referentiebedrag voor de uitvoering van het in artikel 1, bedoelde project bedraagt 4 458 333 EUR.

2.   Voor het beheer van de uitgaven die worden gefinancierd uit het in lid 1 genoemde bedrag, gelden de procedures en voorschriften die van toepassing zijn op de begroting van de Unie.

3.   De Commissie ziet erop toe dat de in lid 1 bedoelde uitgaven correct worden beheerd. Daartoe sluit zij een bijdrageovereenkomst met het UNOPS. In de bijdrageovereenkomst wordt bepaald dat het UNOPS er zorg voor moet dragen dat de bijdrage van de Unie zichtbaar is.

4.   De Commissie stelt alles in het werk om de in lid 3 bedoelde bijdrageovereenkomst zo spoedig mogelijk na de vaststelling van dit besluit te sluiten. Zij stelt de Raad in kennis van eventuele moeilijkheden in dat verband, en van de datum van sluiting van de bijdrageovereenkomst.

Artikel 4

1.   De hoge vertegenwoordiger brengt verslag uit aan de Raad over de uitvoering van dit besluit op basis van regelmatige verslagen die door het UNVIM worden opgesteld, onder meer verslagen over de maandelijkse vergaderingen van de UNVIM-stuurgroep. Die verslagen vormen de basis voor een evaluatie door de Raad.

2.   De Commissie brengt aan de Raad verslag uit over de financiële aspecten van de uitvoering van het in artikel 1 bedoelde project.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Dit besluit is van toepassing vanaf 1 oktober 2019.

Dit besluit verstrijkt twaalf maanden na de datum van sluiting van de in artikel 3, lid 3, bedoelde bijdrageovereenkomst tussen de Commissie en het UNOPS.

Gedaan te Straatsburg, 4 oktober 2019.

Voor de Raad

De voorzitter

K. MIKKONEN


(1)  Besluit (GBVB) 2018/1249 van de Raad betreffende een optreden van de Europese Unie ter ondersteuning van het VN-verificatie- en inspectiemechanisme voor Jemen (PB L 235 van 19.9.2018, blz. 14).


BIJLAGE

1.   Achtergrond

De oorlog in Jemen heeft de grootste humanitaire crisis in de wereld veroorzaakt. Meer dan 24 miljoen mensen zijn afhankelijk van een of andere vorm van steun en het aantal Jemenieten dat acuut in voedselonzekerheid verkeert, is voortdurend gestegen. De VN voeden momenteel meer dan 10 miljoen mensen per maand in hun grootste operatie ooit. De internationale gemeenschap werd in 2019 verzocht om voor 4,2 miljard USD aan humanitaire hulp bij te dragen, de grootste oproep om hulp ter wereld.

In dit verband is het essentieel dat handelsgoederen het land blijven binnenkomen. De VN heeft de partijen die bij het conflict betrokken zijn, voortdurend opgeroepen ervoor te zorgen dat handelsgoederen, met inbegrip van brandstof, ongehinderd Jemen kunnen binnenkomen. De start van het verificatie- en inspectiemechanisme van de Verenigde Naties (UNVIM) in 2016 was bedoeld om deze stroom te vergemakkelijken en de economie van het land in overeenstemming met Resolutie 2216 (2015) van de VN-Veiligheidsraad nieuw leven in te blazen.

Het UNVIM heeft zijn belangrijkste operationele basis in Djibouti ingericht met vier inspecteurs, vier explosievenspeurhondenteams, 13 leidinggevende/technische personeelsleden en tot zeven gedetacheerde personeelsleden uit het Verenigd Koninkrijk. Het UNVIM is nu ook aanwezig in Djedda (twee monitors), de haven van King Abdullah (aanwervingsprocedure voor twee monitors loopt) en Hodeidah (vijf monitors, van wie reeds drie zijn aangeworven). Het UNVIM is gebruikt om de betrekkingen tussen de VN (het Bureau van de Verenigde Naties voor projectdiensten (United Nations Office for Project Services - UNOPS)) en de coalitie onder leiding van Saudi-Arabië, alsmede met de regering van Jemen te bevorderen. In de loop van het project zijn verschillende ontmoetingen met scheepvaartmaatschappijen georganiseerd om het vertrouwen en de voorspelbaarheid voor de handel met Jemen te vergroten.

De Unie heeft besloten het UNVIM te steunen door op 18 september 2018 Besluit (GBVB) 2018/1249 van de Raad goed te keuren. Dit na herhaalde oproepen van de Unie die het belang van een doeltreffende en tijdige verwerking van de commerciële scheepvaart benadrukte. Door het UNVIM te steunen door middel van een op artikel 28 VEU gebaseerd EU-stabiliseringsoptreden kon de Unie de maandelijkse vergaderingen van het stuurcomité van het UNVIM bijwonen, waarin ook de Jemenitische regering en de door Saudi-Arabië geleide coalitie vertegenwoordigd zijn, en kon met de door Saudi-Arabië geleide coalitie en de Jemenitische regering een werkrelatie tot stand worden gebracht; tevens kon de EU de coördinatie met andere donoren (met name het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten) verder uitbouwen en haar zichtbaarheid wat betreft haar steun voor het door de VN geleide proces in Jemen vergroten.

De bij het conflict betrokken partijen hebben op 13 december 2018, onder auspiciën van de VN, de overeenkomst van Stockholm ondertekend. Zij stemden in met een leidende rol van de VN bij het ondersteunen van de Yemen Red Sea Ports Corporation bij het beheer en de inspecties van de havens van Hodeidah, Salif en Ras Issa, met onder meer een uitgebreide UNVIM-monitoring in die havens. Het UNVIM blijft derhalve een essentieel onderdeel van het plan van de speciale VN‐gezant om de bepalingen van de overeenkomst van Stockholm uit te voeren.

Vooruitgang op dit gebied is volgens het bureau van de speciale gezant van de VN essentieel alvorens tot politiek overleg tussen de partijen over te gaan. Het UNVIM is begonnen met het inzetten van monitors in de haven van Hodeidah op 25 februari 2019 en heeft met het havenbestuur gesprekken gevoerd over het opzetten van de activiteiten van het UNVIM. Bij deze gesprekken werd ook de VN-missie ter ondersteuning van de Hodeidah-overeenkomst (UNMHA) betrokken. Het UNVIM heeft nu behoefte aan verdere steun voor zijn activiteiten en voor zijn inzet in de havens van de Rode Zee.

2.   Inspectie- en verificatieproces van het UNVIM

Momenteel zijn de operationele standaardprocedures van het UNVIM van toepassing op: i) alle vaartuigen van meer dan honderd ton met als bestemming de Jemenitische havens die niet onder controle van de regering van Jemen staan, en op alle vaartuigen die door in Jemen gevestigde handelsbedrijven of overheidsinstanties gekochte handelsgoederen vervoeren die bestemd zijn voor verkoop in Jemen, en ii) bilaterale bijstand van de lidstaten van de VN die niet via een agentschap, fonds of programma van de VN of een erkende internationale humanitaire organisatie wordt verleend.

Het verificatieproces begint wanneer een scheepvaartmaatschappij een onlinegoedkeuringsaanvraag indient op www.vimye.org, de nodige documenten uploadt en alle gevraagde documentatie aan het UNVIM overlegt. Binnen 48 uur bekijkt het UNVIM de documentatie en stuurt het een bericht aan externe partners zoals de Evacuation and Humanitarian Operations Cell van de coalitietroepen (EHOC). Het UNVIM beslist vervolgens om het vaartuig al dan niet te inspecteren op basis van zijn eigen procedure, en bekijkt onder meer tegenstrijdigheden in de ontvangen documenten, niet-aangegeven havenaanlopen, verdachte vaarbewegingen, het uitschakelen van het automatisch identificatiesysteem (AIS) voor meer dan vier uur en feedback van externe partners. Vaartuiginspecties worden ofwel uitgevoerd in de haven in de territoriale wateren, ofwel op zee in de internationale wateren.

Vervolgens wordt een goedkeuringscertificaat verstrekt of geweigerd (d.w.z. geannuleerd, afgewezen of ingetrokken). Wat vaartuigen met een goedkeuringscertificaat betreft, houdt het UNVIM via het AIS constant toezicht op hun bewegingen, waaronder de doorvaart naar het wachtgebied van de coalitie; van het wachtgebied naar de ankerplaats; alsook bewegingen van de ankerplaats naar de ligplaats om te worden gelost. Aan de volgactiviteiten van het UNVIM komt een einde zodra de vaartuigen met een goedkeuringscertificaat, na het lossen van hun lading uit de Rode Zeehavens van Jemen wegvaren. Gedurende de hele procedure onderhoudt het UNVIM nauwe contacten met de scheepvaartmaatschappijen en de kapiteins van de vaartuigen en speelt het een cruciale rol in de aanpak van de problemen waarmee de vaartuigen op zee te maken krijgen, met inbegrip van belangenbehartiging bij de EHOC en de coalitie. Het faciliteren door het UNVIM van het hele goedkeuringsproces en permanente communicatie met de scheepvaartmaatschappijen is cruciaal om het vertrouwen van de internationale scheepvaartmaatschappijen te behouden en dus te garanderen dat de commerciële invoer ten behoeve van de meerderheid van de Jemenitische bevolking wordt voortgezet, ondanks het lopende conflict.

Het UNVIM heeft ook getracht de internationale scheepvaartgemeenschap gerust te stellen via driemaandelijkse bijeenkomsten met hun vertegenwoordigers, door ervoor te zorgen dat hun moeilijkheden en problemen goed worden begrepen en aangepakt.

3.   Algemene doelstellingen

Om ervoor te zorgen dat het UNVIM zijn mandaat ongehinderd kan uitvoeren, bestaat de algemene doelstelling van het stabiliseringsoptreden van de EU erin bij te dragen tot het faciliteren van een onbelemmerd vrij verkeer van handelsgoederen naar Jemen via een transparant en effectief goedkeuringsproces voor commerciële vracht bestemd voor Jemenitische havens die niet onder controle van de regering van Jemen staan. Dit omvat momenteel, overeenkomstig de overeenkomst van Stockholm, de inzet van het UNVIM in de Rode Zeehavens van Hodeidah, Salif en Ras Issa.

De specifieke doelstellingen van het stabiliseringsoptreden van de EU zijn:

verhogen van de aanvoer van commerciële ladingen naar Jemen door het goedkeuringsproces voor commerciële vracht te versnellen en het vertrouwen van de scheepvaartmaatschappijen te herstellen;

vergroten van het vermogen van het UNVIM om in de regio, en meer bepaald in Hodeidah, Salif en Ras Issa, personeel en middelen in te zetten, overeenkomstig de bepalingen van de overeenkomst van Stockholm.

Indien het mandaat of de behoeften van het UNVIM zouden veranderen op een wijze die vragen doet rijzen over de geschiktheid of relevantie van het project voor de verwezenlijking van deze doelstellingen, dient de bijdrage van de Unie dienovereenkomstig opnieuw te worden beoordeeld.

4.   Beschrijving van de activiteiten

Het UNOPS zal belast zijn met de technische uitvoering van het project.

Activiteit 1: verhoging van het aantal UNVIM-personeelsleden.

Het aantal operationele personeelsleden moet in een eerste fase tot in totaal negen worden verhoogd, met de mogelijkheid om hun aantal in een later stadium verder te verhogen.

Van deze negen personeelsleden:

worden er zeven ingezet in Hodeidah, te weten een coördinator, een adviseur Veiligheid op het terrein, een monitor, een scanneroperator, een assistent Protocol en Operaties, een assistent Lokale veiligheid en een administratief assistent in Hodeidah;

zijn er twee monitors, van wie er een zal worden ingezet in Salif en een in Ras Issa. Deze verhoogde capaciteit zou het UNVIM in staat stellen op doeltreffende wijze in de Rode Zeehavens te opereren.

Daarnaast wordt ook ondersteunend administratief personeel (financieel medewerker, medewerker inkoop, enz.) dat nodig is voor de uitvoering van het EU-stabiliseringsoptreden, gefinancierd.

Geplande activiteiten:

het UNOPS zal nieuwe monitors, inspecteurs en medewerkers aanwerven in overeenstemming met de regels en procedures voor aanwerving door het UNOPS;

het UNOPS zal de EDEO vooraf informeren over vacatures.

Tijdpad: tijdens de hele looptijd van het project.

Activiteit 2: huren van een deel van de haven van Djibouti en van een kantoor in Sanaa. De Unie zal de huur van de havenfaciliteiten blijven financieren om te zorgen voor een permanente locatie voor het uitvoeren van inspecties. Daarnaast zal de Unie de huur financieren van het kantoor in Sanaa dat als tijdelijke basis dient voor het personeel van het UNVIM als verbinding van en naar Hodeidah en Djibouti.

Tijdpad: tijdens de hele looptijd van het project

Activiteit 3: aankoop van extra inspectieapparatuur. Het UNVIM zal extra inspectieapparatuur (zoals scanners) aanschaffen die nodig is voor de uitvoering van het EU-stabiliseringsoptreden. Dit zal de tijdige controle van de vaartuigen in de haven van Djibouti en in internationale wateren vergemakkelijken.

Geplande activiteiten:

bepalen van technische specificaties (momenteel lopende);

uitschrijven van een internationale aanbesteding volgens de aanbestedingsprocedures van het UNOPS voor leveringen, en gunnen van de opdracht;

leveren van de apparatuur en opleiden van het betrokken personeel.

Tijdpad: maand een t.e.m. vier van het project. Op het einde van het project worden de activa afgestoten conform het contract met de Europese Commissie.

Activiteit 4: moderniseren van de beveiliging van het UNVIM. Deze activiteit zal ervoor zorgen dat de activiteiten van het UNVIM in de havens van de Rode Zee voldoen aan de passende beveiligingseisen en dat de werkzaamheden van het UNVIM naar behoren kunnen worden uitgevoerd.

Geplande activiteiten:

bepalen van technische specificaties (momenteel lopende);

uitschrijven van een internationale aanbesteding volgens de aanbestedingsprocedures van het UNOPS voor leveringen, en gunnen van de opdracht;

leveren van de apparatuur en opleiden van het betrokken personeel.

Tijdpad: maand een t.e.m. vier van het project. Op het einde van het project worden de activa afgestoten conform het contract met de Europese Commissie.

Activiteit 5: Projectuitvoering. UNOPS verzorgt het toezicht op het project. Hieronder valt onder meer de vaststelling van tussentijdse doelstellingen, interne evaluaties, toezicht op overeenkomsten, en financieel beheer. Verwachte activiteiten zijn onder meer:

inkoop van externe diensten of een overeenkomst voor speciale diensten voor technische assistentie bij de uitvoering van het project;

financieel en contractbeheer van diensten die het UNOPS in onderaanneming aan derden geeft.

Tijdpad: de hele looptijd van het project.

5.   Verwachte resultaten

Door de operationele activiteiten van het UNVIM op te voeren, worden de volgende resultaten van het project verwacht:

verhinderen dat verboden goederen de Rode Zeehavens van Jemen binnenkomen;

vergemakkelijken van het vrije verkeer van handelsgoederen naar de Rode Zeehavens van Jemen;

ondersteunen van de Yemen Red Sea Ports Corporation bij het beheer en de inspecties van de exploitatie van de havens van Hodeidah, Salif en Ras Issa;

opbouwen van vertrouwen bij de internationale scheepvaartgemeenschap door het opstellen van een transparante en efficiënte procedure voor de invoer van handelsgoederen naar de Rode Zeehavens van Jemen, ondanks het lopende conflict;

ondersteunen van de regering van Jemen bij het voorzien in de behoeften van de bevolking aan basisproducten waaraan niet volledig is tegemoetgekomen met humanitaire hulp en lokale bronnen.

6.   Geschatte looptijd

De looptijd van het project wordt geschat op 12 maanden. Er wordt een overeenkomstige bijdrageovereenkomst tussen de Commissie en het UNOPS ondertekend.

7.   Zichtbaarheid van de Unie

Het feit dat UNOPS is belast met de technische uitvoering van het project zal ervoor zorgen dat de financiële steun van de Unie goed zichtbaar is, bijvoorbeeld in rapporten, evenementen of vergaderingen. Op alle UNVIM-documentatie zal een EU-vlag prijken. UNVIM/UNOPS zal zorgen voor voldoende zichtbaarheid op alle met EU-middelen aangeschafte apparatuur die niet het karakter van een verbruiksgoed heeft, onder meer door het aanbrengen van het EU-logo. Indien het tonen van dat logo de voorrechten en immuniteiten van het UNOPS of de veiligheid van zijn personeel of van de eindbegunstigden in gevaar kan brengen, zullen passende alternatieve regelingen worden getroffen.

8.   Deelname van de EU aan de UNVIM-stuurgroep

De UNVIM-stuurgroep bestaat uit het Koninkrijk Saudi-Arabië (vertegenwoordigd door EHOC en het Ministerie van Defensie), de VAE, de regering van Jemen (vertegenwoordigd door een in Djibouti gevestigde UNVIM-verbindingsofficier en een vertegenwoordiger van het Ministerie van Verkeer), het UNOPS en het Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Aangelegenheden van de VN. Net als de Verenigde Staten, Nederland en het Verenigd Koninkrijk, die als UNVIM-donor dergelijke vergaderingen bijwonen met de status van waarnemer, zal de Unie blijven deelnemen aan de maandelijkse vergaderingen van het UNVIM-stuurcomité.

9.   Rapportering

UNVIM/UNOPS zal bij de EDEO een maandelijks rapport indienen over de vorderingen bij het bereiken van de projectresultaten. Deze rapporten worden gedeeld met de bevoegde Raadsinstantie.

De EDEO zal verslag uitbrengen aan de bevoegde Raadsinstantie over de maandelijkse vergaderingen van de UNVIM-stuurgroep.

UNVIM/UNOPS brengt ieder kwartaal rechtstreeks verslag uit aan de bevoegde Raadsinstantie in Brussel.

UNVIM/UNOPS dient uiterlijk zes maanden na het einde van de uitvoeringsperiode een definitief narratief verslag en financieel verslag in.


Rectificaties

7.10.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 256/17


Rectificatie van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/624 van de Commissie van 8 februari 2019 betreffende specifieke voorschriften voor de uitvoering van officiële controles van de productie van vlees en voor de productie- en de heruitzettingsgebieden van levende tweekleppige weekdieren overeenkomstig Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad

( Publicatieblad van de Europese Unie L 131 van 17 mei 2019 )

Bladzijde 10, artikel 13, lid 1, tweede alinea onder a):

in plaats van:

“a)

in deeltijd werkende officiële assistenten die verantwoordelijk zijn voor de keuring van kleine ondernemingen of alleen officiële controles uitvoeren voor de primaire productie, met name controles voor de melkproductiebedrijven en ante-mortemkeuringen buiten het slachthuis, en”,

lezen:

“a)

in deeltijd werkende officiële dierenartsen die verantwoordelijk zijn voor de keuring van kleine ondernemingen of alleen officiële controles uitvoeren voor de primaire productie, met name controles voor de melkproductiebedrijven en ante-mortemkeuringen buiten het slachthuis, en”.