ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 152

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

62e jaargang
11 juni 2019


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/945 van de Commissie van 12 maart 2019 inzake onbemande luchtvaartuigsystemen en uit derde landen afkomstige exploitanten van onbemande luchtvaartuigsystemen

1

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/946 van de Commissie van 12 maart 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 515/2014 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de toewijzing van financiering uit de algemene begroting van de Unie ter dekking van de kosten van de ontwikkeling van het Europees reisinformatie- en -autorisatiesysteem

41

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 van de Commissie van 24 mei 2019 inzake de regels en procedures voor de exploitatie van onbemande luchtvaartuigen ( 1 )

45

 

 

BESLUITEN

 

*

Besluit (GBVB) 2019/948 van het Politiek en Veiligheidscomité van 29 mei 2019 tot benoeming van de commandant van de EU-missiestrijdkrachten voor de militaire missie van de Europese Unie om de Malinese strijdkrachten te helpen opleiden (EUTM Mali) en tot intrekking van Besluit (GBVB) 2018/1791 (EUTM Mali/1/2019)

72

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/949 van de Commissie van 5 juni 2019 tot onttrekking aan financiering door de Europese Unie van bepaalde uitgaven die de lidstaten hebben verricht in het kader van het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) (Kennisgeving geschied onder nummer C(2019) 3981)

74

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/950 van de Commissie van 7 juni 2019 tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU betreffende maatregelen op het gebied van de diergezondheid in verband met Afrikaanse varkenspest in sommige lidstaten (Kennisgeving geschied onder nummer C(2019) 4357)  ( 1 )

97

 

 

Rectificaties

 

*

Rectificatie van Richtlijn 2013/59/Euratom van de Raad van 5 december 2013 tot vaststelling van de basisnormen voor de bescherming tegen de gevaren verbonden aan de blootstelling aan ioniserende straling, en houdende intrekking van de Richtlijnen 89/618/Euratom, 90/641/Euratom, 96/29/Euratom, 97/43/Euratom en 2003/122/Euratom ( PB L 13 van 17.1.2014 )

128

 

*

Rectificatie van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1602 van de Commissie van 11 oktober 2018 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief ( PB L 273 van 31.10.2018 )

128

 

*

Rectificatie van Verordening (EU) 2019/424 van de Commissie van 15 maart 2019 tot vaststelling van eisen inzake ecologisch ontwerp voor servers en gegevensopslagproducten overeenkomstig Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 617/2013 van de Commissie ( PB L 74 van 18.3.2019 )

129

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst.

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

11.6.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 152/1


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2019/945 VAN DE COMMISSIE

van 12 maart 2019

inzake onbemande luchtvaartuigsystemen en uit derde landen afkomstige exploitanten van onbemande luchtvaartuigsystemen

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2018 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 2111/2005, (EG) nr. 1008/2008, (EU) nr. 996/2010, (EU) nr. 376/2014 en de Richtlijnen 2014/30/EU en 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 552/2004 en (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad (1), en met name de artikelen 58 en 61,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De onbemande luchtvaartuigsystemen (UAS) die in gebruik het minste risico opleveren en die tot de categorie van "open" vluchtuitvoeringen behoren, mogen niet worden onderworpen aan klassieke procedures inzake naleving van de luchtvaartregelgeving. Voor die UAS moet gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid om communautaire harmonisatiewetgeving vast te stellen, zoals vermeld in artikel 56, lid 6, van Verordening (EU) 2018/1139. Het is dan ook nodig eisen vast te stellen om de risico's te beheersen die gepaard gaan met de vluchtuitvoeringen met dergelijke UAS, volledig rekening houdende met andere toepasselijke harmonisatiewetgeving van de Unie.

(2)

Die eisen moeten de essentiële voorschriften van artikel 55 van Verordening (EU) 2018/1139 omvatten, met name wat betreft de specifieke kenmerken en functies die nodig zijn om de uit vluchtuitvoeringen met die UAS voortvloeiende risico's op het gebied van veiligheid van de vlucht, privacy en bescherming van persoonsgegevens, beveiliging en milieu te beheersen.

(3)

Wanneer fabrikanten een UAS op de markt brengen met de bedoeling dit beschikbaar te stellen voor vluchtuitvoeringen in de categorie "open" en er derhalve een etiket met de identificatie van de klasse op aanbrengen, moeten zij erop toezien dat het UAS voldoet aan de eisen van die klasse.

(4)

Aangezien modelluchtvaartuigen die nu reeds op de markt worden aangeboden een goed veiligheidsniveau halen, is het passend UAS-klasse C4 te creëren; exploitanten van luchtvaartuigen uit deze klasse mogen niet aan buitensporige technische eisen worden onderworpen.

(5)

Deze verordening moet ook gelden voor UAS die beschouwd worden als speelgoed in de zin van Richtlijn 2009/48/EG van het Europees Parlement en de Raad (2). Dergelijke UAS moeten uiteraard ook voldoen aan Richtlijn 2009/48/EG. Wanneer in het kader van de onderhavige verordening aanvullende veiligheidseisen worden vastgesteld, moet rekening worden gehouden met de eis tot naleving van die richtlijn.

(6)

UAS die geen speelgoed zijn in de zin van Richtlijn 2009/48/EG moeten voldoen aan de relevante essentiële gezondheids- en veiligheidsvoorschriften van Richtlijn 2006/42/EG van het Europees Parlement en de Raad (3), als deze richtlijn van toepassing is op die UAS, en voor zover die gezondheids- en veiligheidseisen niet intrinsiek verband houden met de veiligheid van de vlucht met het UAS. Wanneer die gezondheids- en veiligheidseisen intrinsiek verband houden met de veiligheid van de vlucht, is alleen de onderhavige verordening van toepassing.

(7)

Richtlijn 2014/30/EU (4) en Richtlijn 2014/53/EU (5) van het Europees Parlement en de Raad mogen niet van toepassing zijn op onbemande luchtvaartuigen die worden gecertificeerd overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1139 en die uitsluitend bestemd zijn voor gebruik in de lucht en op frequenties die door het radioreglement van de Internationale Telecommunicatie-unie zijn toegewezen voor beschermd luchtvaartgebruik.

(8)

Richtlijn 2014/53/EU is van toepassing op onbemande luchtvaartuigen die niet worden gecertificeerd en die niet bestemd zijn om uitsluitend te worden gebruikt op frequenties die door het radioreglement van de Internationale Telecommunicatie-unie zijn toegewezen voor beschermd luchtvaartgebruik, als die luchtvaartuigen doelbewust elektromagnetische golven uitzenden en/of ontvangen ten behoeve van radiocommunicatie en/of radiodeterminatie op frequenties van minder dan 3 000 GHz.

(9)

Richtlijn 2014/30/EU is van toepassing op onbemande luchtvaartuigen die niet worden gecertificeerd en die niet bestemd zijn om uitsluitend te worden gebruikt op frequenties die door het radioreglement van de Internationale Telecommunicatie-unie zijn toegewezen voor beschermd luchtvaartgebruik, als die onbemande luchtvaartuigen niet onder het toepassingsgebied van Richtlijn 2014/53/EU vallen.

(10)

Besluit nr. 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad (6) bevat gemeenschappelijke beginselen en horizontale bepalingen die van toepassing zijn op het verhandelen van producten die onder relevante sectorale wetgeving vallen. Om de samenhang met andere sectorale productwetgeving te garanderen, moeten de bepalingen inzake het verhandelen van UAS die bestemd zijn voor gebruik in de categorie "open", in overeenstemming worden gebracht met het bij Besluit 768/2008/EG vastgestelde kader.

(11)

Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad (7) is van toepassing op veiligheidsrisico's van UAS, voor zover de regels van de wetgeving van de Unie met betrekking tot de veiligheid van de desbetreffende producten geen specifieke bepalingen met dezelfde doelstelling bevatten.

(12)

Deze verordening is van toepassing op alle leveringsvormen, met inbegrip van verkoop op afstand.

(13)

De lidstaten moeten alle nodige maatregelen treffen om ervoor te zorgen dat UAS die bestemd zijn om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd alleen op de markt worden aangeboden en in bedrijf worden gesteld indien zij bij normaal gebruik geen risico vertonen voor de gezondheid en voor de veiligheid van personen, huisdieren of eigendommen.

(14)

Om de burgers een hoog niveau van milieubescherming te bieden, is het noodzakelijk om de geluidsemissies zo veel mogelijk te beperken. Beperkingen van het geluidvermogensniveau van UAS die bestemd zijn om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd, kunnen opnieuw worden geëvalueerd aan het einde van de in Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 van de Commissie (8) vastgestelde overgangsperiodes.

(15)

Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan de conformiteit van de producten in de context van de groeiende e-commerce. Daartoe moeten de lidstaten worden aangemoedigd om samen te werken met de bevoegde autoriteiten in derde landen en om samenwerking tot stand te brengen tussen markttoezichtautoriteiten en douaneautoriteiten. Markttoezichtautoriteiten moeten, indien mogelijk, gebruikmaken van de "meldings- en actieprocedures" en samenwerking totstandbrengen met hun nationale autoriteiten die bevoegd zijn voor de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad (9). Om een snelle reactie mogelijk te maken, moeten zij nauwe contacten leggen met belangrijke tussenpersonen die hostingdiensten verlenen voor producten die online worden verkocht.

(16)

Om te zorgen voor een hoog niveau van bescherming van algemene belangen, zoals de volksgezondheid, en om eerlijke concurrentie op de markt van de Unie te garanderen, moeten de marktdeelnemers, al naargelang hun rol in de toeleverings- en distributieketen, ervoor verantwoordelijk zijn dat UAS die bestemd zijn om te worden geëxploiteerd in de categorie "open" voldoen aan de in deze verordening vastgestelde eisen. Er moet dan ook worden gezorgd voor een duidelijke en evenredige verdeling van de verplichtingen overeenkomstig de rol van iedere marktdeelnemer in de toeleverings- en distributieketen.

(17)

Om de communicatie tussen marktdeelnemers, nationale markttoezichtautoriteiten en consumenten te vergemakkelijken, moeten marktdeelnemers die voor exploitatie in de categorie "open" bestemde UAS leveren of verdelen, naast hun postadres ook een website vermelden.

(18)

De fabrikant, die op de hoogte is van de details van het ontwerp- en productieproces, is het best geplaatst om de conformiteitsbeoordelingsprocedure uit te voeren van UAS die bestemd zijn om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd. De verplichting voor de conformiteitsbeoordeling moet daarom uitsluitend op de fabrikant blijven rusten.

(19)

Deze verordening moet van toepassing zijn op alle UAS die bestemd zijn om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd en die nieuw zijn op de markt van de Unie, zowel nieuwe UAS die zijn vervaardigd door een in de Unie gevestigde fabrikant als nieuwe of tweedehands UAS die zijn ingevoerd uit een derde land.

(20)

Het is noodzakelijk ervoor te zorgen dat UAS uit derde landen die de markt van de Unie binnenkomen, voldoen aan de eisen van deze verordening als zij bestemd zijn om te worden geëxploiteerd in de categorie "open". Het is met name noodzakelijk ervoor te zorgen dat de fabrikanten passende conformiteitsbeoordelingsprocedures toepassen. Daarom moet worden bepaald dat importeurs erop toezien dat de UAS die zij in de handel brengen aan de eisen van deze verordening voldoen en dat zij geen UAS in de handel brengen die niet aan deze eisen voldoen of een risico inhouden. Er moet eveneens worden bepaald dat importeurs erop moeten toezien dat de conformiteitsbeoordelingsprocedures hebben plaatsgevonden en dat de CE-markering en de door de fabrikanten opgestelde technische documentatie ter inspectie beschikbaar zijn voor de bevoegde nationale autoriteiten.

(21)

De distributeur die een UAS in de handel brengt dat bestemd is om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd, moet de nodige zorgvuldigheid betrachten om ervoor te zorgen dat de wijze waarop hij met het product omgaat geen negatieve invloed heeft op de conformiteit van het product. Van zowel importeurs als distributeurs wordt verwacht dat zij bij het in de handel brengen of op de markt aanbieden van producten de nodige zorgvuldigheid betrachten in verband met de toepasselijke eisen.

(22)

Bij het in de handel brengen van UAS die bestemd zijn om te worden geëxploiteerd in de categorie "open", moet elke importeur zijn naam, geregistreerde handelsnaam of geregistreerde merknaam en het adres waarop hij kan worden gecontacteerd op het UAS vermelden. Wanneer dit door de grootte van het UAS niet mogelijk is, moet worden voorzien in uitzonderingen hierop. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de importeur de verpakking zou moeten openen om zijn naam en adres op het UAS te vermelden.

(23)

Wanneer een marktdeelnemer een UAS dat bestemd is om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd onder zijn eigen naam of handelsmerk in de handel brengt of zodanig wijzigt dat de conformiteit met de toepasselijke eisen in het gedrang kan komen, moet hij als fabrikant worden beschouwd en voldoen aan de verplichtingen van de fabrikant.

(24)

Omdat distributeurs en importeurs dicht bij de markt staan, moeten zij worden betrokken bij de markttoezichttaken van de bevoegde nationale autoriteiten en moeten zij bereid zijn actief medewerking te verlenen door die autoriteiten alle nodige informatie te verstrekken over de UAS die bestemd zijn om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd.

(25)

Het markttoezicht wordt eenvoudiger en doeltreffender wanneer wordt gewaarborgd dat een UAS dat bestemd is om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd in de hele toeleveringsketen traceerbaar is. Een efficiënt traceringssysteem verlicht de taak van de markttoezichtautoriteiten wanneer zij marktdeelnemers moeten opsporen die non-conforme UAS op de markt hebben aangeboden.

(26)

Deze verordening moet beperkt blijven tot het formuleren van de essentiële voorschriften. Om gemakkelijker te kunnen beoordelen of UAS die bestemd zijn om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd in overeenstemming zijn met die voorschriften, moet worden voorzien in een vermoeden van conformiteit voor producten die voldoen aan geharmoniseerde normen die overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad (10) zijn vastgesteld om die eisen in gedetailleerde technische specificaties om te zetten.

(27)

De essentiële voorschriften die van toepassing zijn op UAS die bestemd zijn om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd, moeten zo nauwkeurig worden geformuleerd dat zij tot wettelijk bindende verplichtingen leiden. Zij moeten zodanig worden geformuleerd dat de conformiteit met de essentiële voorschriften ook kan worden beoordeeld bij het ontbreken van geharmoniseerde normen of ingeval de fabrikant ervoor kiest deze niet toe te passen.

(28)

Verordening (EU) nr. 1025/2012 voorziet in een procedure voor bezwaren tegen geharmoniseerde normen die niet volledig voldoen aan de in deze verordening opgenomen harmonisatiewetgeving die van toepassing is op UAS die bestemd zijn om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd. Deze procedure moet in voorkomend geval van toepassing zijn op normen waarvan de referentie is bekendgemaakt in het Publicatieblad, waardoor het vermoeden van conformiteit met de in deze verordening vastgestelde eisen tot stand kwam.

(29)

Er moet worden gezorgd voor conformiteitsbeoordelingsprocedures waarmee de marktdeelnemers kunnen aantonen en de bevoegde instanties kunnen waarborgen dat op de markt aangeboden UAS die bestemd zijn om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd, aan de essentiële eisen voldoen. Besluit nr. 768/2008/EG stelt modules voor conformiteitsbeoordelingsprocedures vast, gaande van de minst strikte tot de meest strikte procedure, afhankelijk van de hoogte van het risico en het vereiste veiligheidsniveau. Om voor coherentie tussen de sectoren te zorgen en ad-hocvarianten van conformiteitsbeoordelingsprocedures te voorkomen, moeten conformiteitsbeoordelingsprocedures uit die modules worden gekozen.

(30)

Markttoezichtautoriteiten en UAS-exploitanten moeten gemakkelijk toegang hebben tot de EU-conformiteitsverklaring. Om deze eis na te leven, moeten fabrikanten ervoor zorgen dat elk UAS dat bestemd is om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd, vergezeld gaat van een kopie van de EU-conformiteitsverklaring of de website waarop toegang kan worden verkregen tot de EU-conformiteitsverklaring.

(31)

Om effectieve toegang tot informatie voor markttoezichtdoeleinden te waarborgen, moet de informatie die vereist is voor de identificatie van alle handelingen van de Unie die van toepassing zijn op UAS die bestemd zijn om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd, in één EU-conformiteitsverklaring beschikbaar zijn. Om de administratieve lasten voor marktdeelnemers te verkleinen, moet het mogelijk zijn dat die EU-conformiteitsverklaring bestaat uit een dossier met afzonderlijke relevante conformiteitsverklaringen.

(32)

De CE-markering, waarmee de conformiteit van een product wordt aangegeven, is de zichtbare uitkomst van een conformiteitsbeoordelingsproces in ruime zin. De algemene beginselen voor de CE-markering zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad (11). In de onderhavige verordening moeten regels worden vastgesteld voor het aanbrengen van de CE-markering op UAS die bestemd zijn om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd.

(33)

Voor sommige onder deze verordening vallende klassen van UAS die bestemd zijn om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd, is de tussenkomst van conformiteitsbeoordelingsinstanties vereist. De lidstaten moeten de Commissie in kennis stellen van deze klassen.

(34)

Er moet worden op toegezien dat de conformiteitsbeoordelingsinstanties van UAS die bestemd zijn om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd, in de hele Unie een uniform hoog prestatieniveau hebben, en dat al deze instanties hun functies op hetzelfde niveau en onder eerlijke concurrentievoorwaarden uitoefenen. Daarom moeten bindende voorschriften worden vastgesteld voor conformiteitsbeoordelingsinstanties die aangemeld willen worden met het oog op het verlenen van conformiteitsbeoordelingsdiensten.

(35)

Wanneer een conformiteitsbeoordelingsinstantie aantoont dat UAS die bestemd zijn om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd, voldoen aan de in de geharmoniseerde normen vastgelegde criteria, moet zij worden geacht te voldoen aan de overeenkomstige eisen van deze verordening.

(36)

Om een samenhangend kwaliteitsniveau van de conformiteitsbeoordeling te kunnen waarborgen, moeten ook eisen worden vastgesteld voor de aanmeldende autoriteiten en andere instanties die bij de beoordeling en aanmelding van en bij het toezicht op aangemelde instanties zijn betrokken.

(37)

In Verordening (EG) nr. 765/2008 zijn regels vastgesteld inzake de accreditatie van conformiteitsbeoordelingsinstanties, alsook een kader voor het markttoezicht op producten en voor de controle van producten uit derde landen, en zijn de algemene beginselen inzake CE-markering uiteengezet. Het in deze verordening beschreven systeem moet worden aangevuld met het accreditatiesysteem van Verordening (EG) nr. 765/2008.

(38)

Accreditatie die, zoals bepaald in Verordening (EG) nr. 765/2008, op transparante wijze is georganiseerd en het nodige vertrouwen in conformiteitscertificaten waarborgt, moet door de nationale overheidsinstanties in de hele Unie worden gebruikt als middel waarmee de technische bekwaamheid van de conformiteitsbeoordelingsinstanties kan worden aangetoond.

(39)

Conformiteitsbeoordelingsinstanties besteden veelal een deel van hun conformiteitsbeoordelingsactiviteiten uit of maken gebruik van een dochteronderneming. Om het beschermingsniveau te kunnen garanderen dat nodig is voor UAS die bestemd zijn om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd en die in de Unie in de handel worden gebracht, is het essentieel dat onderaannemers en dochterondernemingen bij de uitvoering van conformiteitsbeoordelingstaken aan dezelfde eisen voldoen als aangemelde instanties. Daarom is het belangrijk dat de beoordeling van de bekwaamheid en de prestaties van instanties die worden aangemeld en het toezicht op reeds aangemelde instanties ook betrekking heeft op de activiteiten van onderaannemers en dochterondernemingen.

(40)

De aanmeldingsprocedure moet efficiënter en transparanter worden, en met name worden aangepast aan nieuwe technologie, zodat de aanmelding online kan worden verricht.

(41)

Omdat aangemelde instanties hun diensten in de gehele Unie kunnen aanbieden, moeten de andere lidstaten en de Commissie in staat worden gesteld bezwaren in te brengen tegen een aangemelde instantie. Daarom is het belangrijk te voorzien in een termijn binnen dewelke twijfels of bedenkingen omtrent de bekwaamheid van conformiteitsbeoordelingsinstanties kunnen worden weggenomen, alvorens zij als aangemelde instantie gaan functioneren.

(42)

Uit concurrentieoogpunt is het cruciaal dat de aangemelde instanties bij de toepassing van de conformiteitsbeoordelingsprocedures geen onnodige administratieve lasten voor marktdeelnemers creëren. Bij de technische uitvoering van de conformiteitsbeoordelingsprocedures moet om dezelfde reden worden gezorgd voor consistentie, zodat de marktdeelnemers gelijk worden behandeld. Dit kan het best worden bereikt door passende coördinatie en samenwerking tussen aangemelde instanties.

(43)

Belanghebbenden moeten het recht hebben beroep aan te tekenen tegen het resultaat van een conformiteitsbeoordeling door een aangemelde instantie. Het is belangrijk erop toe te zien dat er een beroepsprocedure tegen besluiten van aangemelde instanties beschikbaar is.

(44)

De fabrikanten moeten alle passende maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat UAS die bestemd zijn om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd, alleen in de handel mogen worden gebracht als ze de gezondheid of veiligheid van personen niet in gevaar brengen wanneer ze naar behoren worden opgeslagen en worden gebruikt waarvoor ze zijn bestemd of onder omstandigheden die redelijkerwijs kunnen worden voorzien. UAS die bestemd zijn om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd, mogen slechts als niet in overeenstemming met de essentiële eisen van deze verordening worden beschouwd als zij gebruikt worden in omstandigheden die redelijkerwijs te voorzien zijn, d.w.z. wanneer dat gebruik het gevolg zou kunnen zijn van rechtmatig en gemakkelijk voorspelbaar menselijk gedrag.

(45)

Om rechtszekerheid te waarborgen, moet worden verduidelijkt dat de bepalingen van Verordening (EG) nr. 765/2008 inzake markttoezicht in de Unie en controle van producten die de markt van de Unie binnenkomen, met inbegrip van de bepalingen betreffende de uitwisseling van informatie via het systeem voor snelle uitwisseling van informatie (RAPEX), van toepassing zijn op UAS die bestemd zijn om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd. Deze verordening mag de lidstaten niet beletten te kiezen welke autoriteiten bevoegd zijn voor de uitvoering van die taken. Om een vlotte overgang met betrekking tot de tenuitvoerlegging van deze verordening te garanderen, moet worden voorzien in passende overgangsmaatregelen.

(46)

UAS die in gebruik het grootste risico opleveren, moeten aan certificering worden onderworpen. In deze verordening moeten derhalve de voorwaarden worden vastgesteld waaronder het ontwerp, de productie en het onderhoud van UAS moeten worden onderworpen aan certificering. Omdat die voorwaarden verband houden met een hoger risico op schade aan derden bij ongevallen, moeten UAS die ontworpen zijn voor personenvervoer of voor het vervoer van gevaarlijke goederen en UAS waarvan een van de afmetingen groter is dan 3 m en die ontworpen zijn voor vluchten boven bijeenkomsten van mensen, worden onderworpen aan certificering. Ook UAS die gebruikt worden in de categorie "specifieke" vluchtuitvoeringen, zoals gedefinieerd in Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947, moeten aan certificering worden onderworpen als de bevoegde autoriteiten, op basis van een risicobeoordeling, een exploitatievergunning hebben afgegeven waarin vermeld is dat het exploitatierisico niet voldoende kan worden beperkt zonder certificering van het UAS.

(47)

In de handel gebrachte UAS die bestemd zijn om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd en waarop een etiket met de vermelding van de klasse is aangebracht, moeten voldoen aan de certificeringsvereisten voor UAS die worden geëxploiteerd in de categorie "specifiek" of "gecertificeerd", al naargelang van toepassing, als zij buiten de categorie "open" worden gebruikt.

(48)

UAS-exploitanten die hun hoofdvestiging of vestiging hebben in een derde land of verblijven in een derde land en vluchtuitvoeringen met UAS verrichten in het gemeenschappelijk Europees luchtruim, moeten onder deze verordening vallen.

(49)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn gebaseerd op advies nr. 01/2018 (12) van het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA), overeenkomstig artikel 65 van Verordening (EU) 2018/1139,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

Algemene bepalingen

Artikel 1

Onderwerp

1.   In deze verordening worden de eisen vastgesteld voor het ontwerp en de vervaardiging van onbemande luchtvaartuigsystemen (UAS) die bestemd zijn om te worden geëxploiteerd volgens de regels en voorwaarden die zijn vastgesteld Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947, en van add-ons voor identificatie op afstand. In deze verordening wordt ook bepaald van welke types UAS het ontwerp, de productie en het onderhoud aan certificering worden onderworpen.

2.   Deze verordening bevat ook regels voor het op de markt aanbieden van UAS die bestemd zijn voor gebruik in de categorie "open" en van add-ons voor identificatie op afstand, en voor het vrije verkeer daarvan in de Unie.

3.   In deze verordening worden ook regels vastgesteld voor UAS-exploitanten uit derde landen, wanneer zij met een UAS een vluchtuitvoering overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 verrichten in het gemeenschappelijk Europees luchtruim.

Artikel 2

Toepassingsgebied

1.   Hoofdstuk II van deze verordening is van toepassing op de volgende producten:

a)

UAS die bestemd zijn om te worden geëxploiteerd volgens de regels en voorwaarden die van toepassing zijn op de categorie "open" van UAS-vluchtuitvoeringen, overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947, behalve door particulieren gebouwde UAS, en waarop een etiket met de identificatie van de klasse is aangebracht, zoals uiteengezet in delen 1 tot en met 5 van de bijlage bij deze verordening, waarop is aangegeven tot welke van de vijf in Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 vermelde UAS-klassen het UAS behoort;

b)

add-ons voor identificatie op afstand, zoals uiteengezet in deel 6 van de bijlage bij deze verordening.

2.   Hoofdstuk III van deze verordening is van toepassing op UAS die worden geëxploiteerd volgens de regels en voorwaarden die van toepassing zijn op de categorieën UAS-vluchtuitvoeringen "gecertificeerd" en "specifiek", overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947.

3.   Hoofdstuk IV van deze verordening is van toepassing op UAS-exploitanten die hun hoofdvestiging of vestiging hebben in een derde land of die in een derde land verblijven, als in de Unie vluchten worden uitgevoerd met de UAS.

4.   Deze verordening is niet van toepassing op UAS die uitsluitend bestemd zijn om binnen te worden gebruikt.

Artikel 3

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1)   "onbemand luchtvaartuig (UA)": elk luchtvaartuig waarmee vluchten worden uitgevoerd of dat is ontworpen om vluchten autonoom of op afstand bestuurd uit te voeren zonder piloot aan boord;

2)   "apparatuur om onbemande luchtvaartuigen op afstand te besturen": alle instrumenten, uitrusting, mechanismen, apparaten, toebehoren, software of accessoires die nodig zijn voor veilige vluchtuitvoeringen met een UA, die geen onderdelen zijn en die niet aan boord van dat UA worden meegenomen;

3)   "onbemand luchtvaartuigsysteem" (UAS): een onbemand luchtvaartuig en de apparatuur om het op afstand te besturen;

4)   "exploitant van onbemande luchtvaartuigsystemen" ("UAS-exploitant"): een natuurlijke persoon of rechtspersoon die vluchten uitvoert met of voornemens is vluchten uit te voeren met een of meer UAS;

5)   "categorie" open"": een categorie UAS-vluchtuitvoeringen die gedefinieerd is in artikel 4 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947;

6)   "categorie" specifiek"": een categorie UAS-vluchtuitvoeringen die gedefinieerd is in artikel 5 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947;

7)   "categorie" gecertificeerd"": een categorie UAS-vluchtuitvoeringen die gedefinieerd is in artikel 6 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947;

8)   "harmonisatiewetgeving van de Unie": alle wetgeving van de Unie waarbij de voorwaarden voor het in de handel brengen van producten worden geharmoniseerd;

9)   "accreditatie": accreditatie zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 10, van Verordening (EG) nr. 765/2008;

10)   "conformiteitsbeoordeling": het proces waarbij wordt aangetoond of een product voldoet aan de vastgestelde eisen;

11)   "conformiteitsbeoordelingsinstantie": een instantie die conformiteitsbeoordelingsactiviteiten verricht, zoals onder meer ijken, testen, certificeren en inspecteren;

12)   "CE-markering": een markering waarmee de fabrikant aangeeft dat het product in overeenstemming is met alle toepasselijke eisen van de harmonisatiewetgeving van de Unie die in het aanbrengen ervan voorziet;

13)   "fabrikant": een natuurlijke of rechtspersoon die een product vervaardigt, laat ontwerpen of laat vervaardigen, en het onder zijn naam of merk verhandelt;

14)   "gemachtigde": een in de Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die schriftelijk door de fabrikant is gemachtigd om namens hem specifieke taken te vervullen;

15)   "importeur": een in de Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die een product uit een derde land in de Unie in de handel brengt;

16)   "distributeur": een natuurlijke of rechtspersoon in de toeleveringsketen, verschillend van de fabrikant of de importeur, die een product op de markt aanbiedt;

17)   "marktdeelnemers": de fabrikant, de gemachtigde vertegenwoordiger van de fabrikant, de importeur en de distributeur van het UAS;

18)   "op de markt aanbieden": het in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling, leveren van een product met het oog op distributie, consumptie of gebruik op de markt van de Unie;

19)   "in de handel brengen": een product voor het eerst in de Unie op de markt aanbieden;

20)   "geharmoniseerde norm": een geharmoniseerde norm zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 1025/2012;

21)   "technische specificatie": een document waarin de technische voorschriften zijn uiteengezet waaraan een product, een proces of een dienst moet voldoen;

22)   "door een particulier gebouwd UAS": een UAS dat voor eigen gebruik door de bouwer is geassembleerd of vervaardigd, uitgezonderd UAS die zijn vervaardigd uit een reeks onderdelen die als een bouwpakket door de fabrikant in de handel worden gebracht;

23)   "markttoezichtautoriteit": een autoriteit van een lidstaat die verantwoordelijk is voor het uitvoeren van markttoezicht op het eigen grondgebied;

24)   "terugroepen": een maatregel waarmee wordt beoogd dat een product dat al aan de eindgebruiker ter beschikking is gesteld, wordt teruggebracht;

25)   "uit de handel nemen": een maatregel waarmee wordt beoogd te voorkomen dat een product dat zich in de toeleveringsketen bevindt, op de markt wordt aangeboden;

26)   "gemeenschappelijk Europees luchtruim": het luchtruim boven het grondgebied waarop de Verdragen van toepassing zijn, alsmede elk ander deel van het luchtruim waarin de lidstaten Verordening (EG) nr. 551/2004 van het Europees Parlement en de Raad (13) toepassen in overeenstemming met artikel 1, lid 3, van die verordening;

27)   "piloot op afstand": een natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor het veilig uitvoeren van de vlucht van een UA door de vluchtbesturing ervan te bedienen, hetzij manueel of, indien het UA automatisch vliegt, door toezicht te houden op de koers ervan en in staat te zijn op elk moment in te grijpen en de koers te wijzigen;

28)   "maximale startmassa" (MTOM): de door de fabrikant of de bouwer gedefinieerde maximale massa van het UA, met inbegrip van de lading en de brandstof, waarbij vluchtuitvoeringen met het UA kunnen worden verricht;

29)   "lading": alle instrumenten, mechanismen, uitrusting, onderdelen, apparaten, toebehoren of accessoires, met inbegrip van communicatieapparatuur, die in het luchtvaartuig zijn geïnstalleerd of op het luchtvaartuig zijn bevestigd en die niet gebruikt worden voor of bestemd zijn om gebruikt te worden voor de vluchtuitvoering met of besturing van het luchtvaartuig, en die geen onderdeel vormen van een casco, motor of propeller;

30)   "follow-me-modus": een vluchtuitvoeringsmodus van een UAS waarbij het onbemande luchtvaartuig constant de piloot op afstand volgt binnen een vooraf bepaalde straal;

31)   "directe identificatie op afstand": een systeem dat zorgt voor de lokale uitzending van informatie over een geëxploiteerd UA, met inbegrip van de markering van het UA, zodat die informatie kan worden verkregen zonder fysieke toegang tot het UA;

32)   "geobewustzijn": een functie die, gebaseerd op de door de lidstaten verstrekte gegevens, een potentiële inbreuk op luchtruimbeperkingen detecteert en de piloten op afstand waarschuwt zodat zij onmiddellijk effectieve maatregelen kunnen nemen om die inbreuk te vermijden;

33)   "geluidvermogensniveau LWA ": het A-gewogen geluidvermogensniveau in dB in verhouding tot 1 pW, zoals gedefinieerd in EN ISO 3744:2010;

34)   "gemeten geluidvermogensniveau": het geluidvermogensniveau dat is bepaald aan de hand van metingen die worden verricht overeenkomstig deel 13 van de bijlage; de gemeten waarden kunnen worden bepaald op basis van één UA dat representatief is voor het type apparatuur of op basis van het gemiddelde van een aantal UA;

35)   "gewaarborgd geluidvermogensniveau": het geluidvermogensniveau dat is bepaald overeenkomstig de voorschriften van deel 13 van de bijlage, met inbegrip van de onzekerheden ten gevolge van variaties in de productie en de meetmethoden, en waarvan de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde vertegenwoordiger verzekert dat het, volgens de gebruikte en in de technische documentatie genoemde technische instrumenten, niet overschreden wordt;

36)   "stilhangen in de lucht": op dezelfde geografische positie in de lucht blijven;

37)   "bijeenkomsten van mensen": bijeenkomsten waar de mensen zo dicht op elkaar staan dat het niet mogelijk is uit de weg te gaan.

HOOFDSTUK II

UAS die bestemd zijn om in de categorie "open" te worden geëxploiteerd en add-ons voor identificatie op afstand

DEEL 1

Productvoorschriften

Artikel 4

Voorschriften

1.   De in artikel 2, lid 1, vermelde producten moeten voldoen aan de eisen van delen 1 tot en met 6 van de bijlage.

2.   UAS die geen speelgoed zijn in de zin van Richtlijn 2009/48/EG moeten voldoen aan de relevante gezondheids- en veiligheidseisen van Richtlijn 2006/42/EG, maar alleen met betrekking tot andere risico's dan die welke verband houden met de veiligheid van de vlucht van het UA.

3.   De software van producten die al op de markt zijn aangeboden, mag alleen worden geüpdatet als dat geen gevolgen heeft voor de conformiteit van het product.

Artikel 5

Op de markt aanbieden en vrij verkeer van producten

1.   Producten worden alleen op de markt aangeboden als ze voldoen aan de eisen van dit hoofdstuk en geen gevaar vormen voor de gezondheid of veiligheid van personen, dieren of eigendommen.

2.   De lidstaten mogen het op de markt aanbieden van producten die voldoen aan dit hoofdstuk niet verbieden, beperken of verhinderen op grond van aspecten die door dit hoofdstuk worden geregeld.

DEEL 2

Verplichtingen van marktdeelnemers

Artikel 6

Verplichtingen van fabrikanten

1.   Wanneer fabrikanten hun producten in de Unie in de handel brengen, waarborgen zij dat deze zijn ontworpen en vervaardigd overeenkomstig de eisen van delen 1 tot en met 6 van de bijlage.

2.   Fabrikanten stellen de in artikel 17 bedoelde technische documentatie op en voeren de in artikel 13 bedoelde relevante conformiteitsbeoordelingsprocedure uit of laten deze uitvoeren.

Wanneer met die conformiteitsbeoordelingsprocedure is aangetoond dat het product aan de eisen van delen 1 tot en met 6 van de bijlage voldoet, stellen de fabrikanten een EU-conformiteitsverklaring op en brengen zij de CE-markering aan.

3.   Fabrikanten bewaren de technische documentatie en de EU-conformiteitsverklaring gedurende tien jaar nadat het product in de handel is gebracht.

4.   Fabrikanten zorgen ervoor dat zij beschikken over procedures om te waarborgen dat hun serieproductie in overeenstemming blijft met dit hoofdstuk. Er wordt terdege rekening gehouden met veranderingen in het ontwerp, de kenmerken of de software van het product en met veranderingen in de geharmoniseerde normen of technische specificaties waarnaar in de conformiteitsverklaring van het product wordt verwezen.

Indien dit passend wordt geacht, rekening houdend met de risico's van een product, voeren fabrikanten met het oog op de bescherming van de gezondheid en veiligheid van de consumenten steekproeven uit op de verhandelde producten, onderzoeken zij klachten, non-conforme producten en teruggeroepen producten en houden zij daarvan zo nodig een register bij, en houden zij de distributeurs op de hoogte van dergelijk toezicht.

5.   Fabrikanten van UAS zien erop toe dat op het UA een type is aangebracht in de zin van Besluit 768/2008/EG en een uniek serienummer dat het mogelijk maakt het UAS te identificeren, voor zover van toepassing in overeenstemming met delen 2, 3 en 4 van de bijlage. Fabrikanten van add-ons voor identificatie op afstand zien erop toe dat een type en een uniek serienummer zijn aangebracht op de add-ons voor identificatie op afstand, zodat deze kunnen worden geïdentificeerd en in overeenstemming zijn met de eisen van deel 6 van de bijlage. In beide gevallen zien de fabrikanten erop toe dat ook een uniek serienummer wordt aangebracht op de EU-conformiteitsverklaring of op de vereenvoudigde EU-conformiteitsverklaring als bedoeld in artikel 14.

6.   Fabrikanten vermelden op het product hun naam, hun geregistreerde handelsnaam of geregistreerde merknaam, hun website en het postadres waarop contact met hen kan worden opgenomen, of wanneer dit niet mogelijk is, op de verpakking of in een begeleidend document. Het adres vermeldt één plaats waar contact kan worden opgenomen met de fabrikant. De contactgegevens worden vermeld in een taal die eindgebruikers en markttoezichtautoriteiten gemakkelijk kunnen begrijpen.

7.   Fabrikanten zien erop toe dat het product vergezeld gaat van de bij de delen 1 tot en met 6 van de bijlage vereiste handleiding en de inlichtingennota, in een door de betrokken lidstaat bepaalde taal die de consumenten en andere eindgebruikers gemakkelijk kunnen begrijpen. Die handleiding en inlichtingennota, evenals eventuele etikettering, moeten duidelijk, begrijpelijk en leesbaar zijn.

8.   Fabrikanten zorgen ervoor dat elk product vergezeld gaat van een kopie van de EU-conformiteitsverklaring of een vereenvoudigde EU-conformiteitsverklaring. Als een vereenvoudigde EU-conformiteitsverklaring wordt verstrekt, bevat deze het juiste internetadres waar de volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring te vinden is.

9.   Fabrikanten die van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat door hen in de handel gebrachte producten niet in overeenstemming zijn met dit hoofdstuk, nemen onmiddellijk de nodige corrigerende maatregelen om de producten in overeenstemming te brengen of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen. Als het product een risico vertoont, brengen de fabrikanten de markttoezichtautoriteiten van de lidstaten waar zij het product op de markt hebben aangeboden hiervan onmiddellijk op de hoogte, waarbij zij in het bijzonder de niet-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen en de resultaten daarvan uitvoerig beschrijven.

10.   Op een met redenen omkleed verzoek van een bevoegde nationale autoriteit verstrekken fabrikanten aan deze autoriteit op papier of in elektronische vorm alle informatie en documentatie die nodig is om de conformiteit van het product met dit hoofdstuk aan te tonen, in een taal die deze autoriteit gemakkelijk kan begrijpen. Op verzoek van deze autoriteit verlenen zij medewerking aan alle maatregelen die worden genomen om de risico's van het door hen in de handel gebrachte product weg te nemen.

Artikel 7

Gemachtigde vertegenwoordigers

1.   Een fabrikant kan via een schriftelijk mandaat een gemachtigde vertegenwoordiger aanstellen.

De verplichtingen uit hoofde van artikel 6, lid 1, en de verplichting om de in artikel 6, lid 2, bedoelde technische documentatie op te stellen, maken geen deel uit van het mandaat van de gemachtigde vertegenwoordiger.

2.   Een gemachtigde vertegenwoordiger voert de taken uit die gespecificeerd zijn in het mandaat dat hij of zij van de fabrikant heeft ontvangen. Het mandaat laat de gemachtigde vertegenwoordiger toe ten minste de volgende taken te verrichten:

a)

hij houdt de EU-conformiteitsverklaring en de technische documentatie gedurende tien jaar nadat het product in de EU in de handel is gebracht, ter beschikking van de nationale markttoezichtautoriteiten;

b)

op een met redenen omkleed verzoek van een markttoezichtautoriteit of grenscontroleautoriteit verstrekt hij die autoriteit alle informatie en documenten die nodig zijn om de conformiteit van het product aan te tonen;

c)

op verzoek van de markttoezichtautoriteiten of grenscontroleautoriteiten werkt hij met hen samen om de niet-conformiteit van onder het mandaat van de gemachtigde vertegenwoordiger vallende producten of het daardoor veroorzaakte veiligheidsrisico weg te nemen.

Artikel 8

Verplichtingen van importeurs

1.   Importeurs bieden alleen producten die voldoen aan de eisen van dit hoofdstuk aan op de markt van de Unie.

2.   Alvorens een product aan te bieden op de markt van de Unie zorgen importeurs ervoor dat:

a)

de fabrikant de passende in artikel 13 vermelde conformiteitsbeoordelingsprocedure heeft uitgevoerd;

b)

de fabrikant de in artikel 17 vermelde technische documentatie heeft opgesteld;

c)

de CE-markering en, indien vereist, het etiket met de UA-klasse en de vermelding van het geluidvermogensniveau op het product zijn aangebracht;

d)

het product vergezeld gaat van de in artikel 6, leden 7 en 8, bedoelde documenten;

e)

de fabrikant voldaan heeft aan de in artikel 6, leden 5 en 6, vermelde eisen.

Wanneer een importeur van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat een product niet voldoet aan de eisen van delen 1 tot en met 6 van de bijlage, mag hij het product niet in de handel brengen voordat het conform is gemaakt. Wanneer het product een risico inhoudt voor de gezondheid en veiligheid van consumenten en derden, stelt de importeur de fabrikant en de bevoegde nationale autoriteiten daar bovendien van in kennis.

3.   Importeurs vermelden op het product hun naam, hun geregistreerde handelsnaam of geregistreerde merknaam, hun website en het postadres waarop contact met hen kan worden opgenomen, of wanneer dit niet mogelijk is, op de verpakking of in een bij het product gevoegd document. De contactgegevens worden vermeld in een taal die eindgebruikers en markttoezichtautoriteiten gemakkelijk kunnen begrijpen.

4.   Fabrikanten zien erop toe dat het product vergezeld gaat van de bij de delen 1 tot en met 6 van de bijlage vereiste handleiding en de inlichtingennota, in een door de betrokken lidstaat bepaalde taal die de consumenten en andere eindgebruikers gemakkelijk kunnen begrijpen. Die handleiding en inlichtingennota, evenals eventuele etikettering, moeten duidelijk, begrijpelijk en leesbaar zijn.

5.   Gedurende de periode dat zij voor het product verantwoordelijk zijn, zorgen importeurs voor zodanige opslag- en vervoersomstandigheden dat de conformiteit van het product met de eisen van artikel 4 niet in het gedrang komt.

6.   Indien dit passend wordt geacht, rekening houdend met de risico's van een product, voeren importeurs met het oog op de bescherming van de gezondheid en veiligheid van eindgebruikers en derden, steekproeven uit op de producten die op de markt worden aangeboden, onderzoeken zij klachten, non-conforme producten en teruggeroepen producten en houden daarvan zo nodig een register bij, en houden zij de distributeurs op de hoogte van dit toezicht.

7.   Importeurs die van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat een door hen in de handel gebracht product niet in overeenstemming is met de toepasselijke harmonisatiewetgeving van de Unie, nemen onmiddellijk de nodige corrigerende maatregelen om het product in overeenstemming te brengen, of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen. Bovendien brengen importeurs, indien het product een risico vertoont, de markttoezichtautoriteiten van de lidstaten waar zij het product op de markt hebben aangeboden hiervan onmiddellijk op de hoogte, waarbij zij in het bijzonder de niet-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen uitvoerig beschrijven.

8.   Importeurs houden gedurende tien jaar nadat het product in de handel is gebracht een kopie van de EU-conformiteitsverklaring ter beschikking van de markttoezichtautoriteiten en zorgen ervoor dat de technische documentatie op verzoek aan die autoriteiten kan worden verstrekt.

9.   Importeurs verstrekken op een met redenen omkleed verzoek van de bevoegde nationale autoriteit aan deze autoriteit op papier of elektronisch alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van het product aan te tonen, in een taal die deze autoriteit gemakkelijk kan begrijpen. Op verzoek van deze autoriteit verlenen zij medewerking aan alle maatregelen die worden genomen om de risico's van het door hen in de handel gebrachte product weg te nemen.

Artikel 9

Verplichtingen van distributeurs

1.   Distributeurs die in de Unie een product op de markt aanbieden, betrachten de nodige zorgvuldigheid met betrekking tot de eisen van dit hoofdstuk.

2.   Alvorens een product op de markt aan te bieden, controleren distributeurs of dat product voorzien is van de CE-markering en, voor zover van toepassing, het etiket waarop de UA-klasse en het geluidvermogensniveau zijn vermeld, of het vergezeld gaat van de in artikel 6, leden 7 en 8, vermelde documenten en of de fabrikant en de importeur voldoen aan de eisen van artikel 6, leden 5 en 6, en artikel 8, lid 3.

Distributeurs zien erop toe dat het product vergezeld gaat van de bij de delen 1 tot en met 6 van de bijlage vereiste handleiding en de inlichtingennota, in een door de betrokken lidstaat bepaalde taal die de consumenten en andere eindgebruikers gemakkelijk kunnen begrijpen. Die handleiding en inlichtingennota, evenals eventuele etikettering, moeten duidelijk, begrijpelijk en leesbaar zijn.

Wanneer een distributeur van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat een product niet voldoet aan de eisen van artikel 4, mag hij het product niet op de markt aanbieden voordat het conform is gemaakt. Wanneer het product een risico vertoont, brengt de distributeur de fabrikant of de importeur hiervan bovendien op de hoogte, evenals de bevoegde markttoezichtautoriteiten.

3.   Gedurende de periode dat zij voor een product verantwoordelijk zijn, zorgen distributeurs voor zodanige opslag- en vervoersomstandigheden dat de conformiteit van het product met de eisen van artikel 4 niet in het gedrang komt.

4.   Distributeurs die van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat een door hen op de markt aangeboden product niet in overeenstemming is met de toepasselijke harmonisatiewetgeving van de Unie, zien erop toe dat de nodige corrigerende maatregelen worden genomen om het product in overeenstemming te brengen, of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen. Bovendien brengen distributeurs, indien het product een risico vertoont, de markttoezichtautoriteiten van de lidstaten waar zij het product op de markt hebben aangeboden hiervan onmiddellijk op de hoogte, waarbij zij in het bijzonder de niet-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen uitvoerig beschrijven.

5.   Distributeurs verstrekken, ingevolge een met redenen omkleed verzoek van de bevoegde nationale autoriteit, aan deze autoriteit op papier of elektronisch alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van het product aan te tonen. Op verzoek van deze autoriteit verlenen zij medewerking aan alle maatregelen die worden genomen om de risico's van het door hen op de markt aangeboden product weg te nemen.

Artikel 10

Gevallen waarin de verplichtingen van fabrikanten van toepassing zijn op importeurs en distributeurs

Een importeur of distributeur wordt beschouwd als fabrikant voor de toepassing van dit hoofdstuk en is onderworpen aan de verplichtingen van de fabrikant overeenkomstig artikel 6, wanneer hij een product onder zijn naam of merknaam in de handel brengt of een al in de handel gebracht product zodanig wijzigt dat de naleving van dit hoofdstuk in het gedrang kan komen.

Artikel 11

Identificatie van marktdeelnemers

1.   Marktdeelnemers delen, op verzoek, aan de markttoezichtautoriteiten mee:

a)

welke marktdeelnemers een product aan hen hebben geleverd;

b)

aan welke marktdeelnemers zij een product hebben geleverd.

2.   Marktdeelnemers verstrekken de in lid 1 bedoelde informatie:

a)

tot tien jaar nadat het product aan hen is geleverd;

b)

tot tien jaar nadat zij het product hebben geleverd.

DEEL 3

Conformiteit van het product

Artikel 12

Vermoeden van conformiteit

Producten die in overeenstemming zijn met in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakte geharmoniseerde normen of delen daarvan, worden geacht te voldoen aan de eisen die door die normen of delen daarvan worden bestreken, zoals beschreven in delen 1 tot en met 6 van de bijlage.

Artikel 13

Conformiteitsbeoordelingsprocedures

1.   Om te bepalen of een product voldoet aan de eisen van delen 1 tot en met 6 van de bijlage voert de fabrikant een conformiteitsbeoordeling van het product uit aan de hand van een van de onderstaande procedures. In die conformiteitsbeoordeling wordt rekening gehouden met alle beoogde en voorzienbare bedrijfsomstandigheden.

2.   De conformiteitsbeoordeling kan aan de hand van een van de volgende procedures worden uitgevoerd:

a)

interne controle, zoals uiteengezet in deel 7 van de bijlage, om te beoordelen of een product voldoet aan de eisen van deel 1, 5 of 6 van de bijlage, voor zover de fabrikant voor alle eisen waarvoor geharmoniseerde normen zijn bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie, gebruik heeft gemaakt van die normen;

b)

EU-typeonderzoek, gevolgd door conformiteit met het type op basis van interne productiecontrole, zoals omschreven in deel 8 van de bijlage;

c)

conformiteit op basis van volledige kwaliteitsbeoordeling, zoals uiteengezet in deel 9 van de bijlage, behalve voor conformiteitsbeoordelingen van speelgoed in de zin van Richtlijn 2009/48/EG.

Artikel 14

EU-conformiteitsverklaring

1.   De in artikel 6, lid 8, bedoelde EU-conformiteitsverklaring bevestigt dat de overeenstemming van het product met de eisen van delen 1 tot en met 6 van de bijlage is aangetoond; voor UAS is ook de klasse vermeld in de EU-conformiteitsverklaring.

2.   De EU-conformiteitsverklaring heeft de structuur van het model in deel 11 van de bijlage, bevat de daarin vermelde elementen en wordt voortdurend bijgewerkt. Ze wordt vertaald in de taal of talen zoals gevraagd door de lidstaat waar het product in de handel wordt gebracht of op de markt wordt aangeboden.

3.   De vereenvoudigde EU-conformiteitsverklaring als bedoeld in artikel 6, lid 8, bevat de in deel 12 van de bijlage vermelde elementen en wordt voortdurend bijgewerkt. Zij wordt vertaald in de taal of talen zoals gevraagd door de lidstaat waar het product in de handel wordt gebracht of op de markt wordt aangeboden. De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring is beschikbaar op het internetadres dat vermeld is in de vereenvoudigde EU-conformiteitsverklaring, in de taal of talen zoals gevraagd door de lidstaat waar het product in de handel wordt gebracht of op de markt wordt aangeboden.

4.   Als voor een product uit hoofde van meer dan één handeling van de Unie een EU-conformiteitsverklaring vereist is, wordt één EU-conformiteitsverklaring met betrekking tot al die handelingen van de Unie opgesteld. In die verklaring wordt aangegeven om welke handelingen van de Unie het gaat, met vermelding van de publicatiereferenties ervan.

5.   Door de EU-conformiteitsverklaring op te stellen, neemt de fabrikant de verantwoordelijkheid op zich voor de conformiteit van het product met de eisen van dit hoofdstuk.

Artikel 15

Algemene beginselen van de CE-markering

De CE-markering is onderworpen aan de algemene beginselen die vermeld zijn in artikel 30 van Verordening (EG) nr. 765/2008.

Artikel 16

Regels en voorwaarden voor het aanbrengen van de CE-markering, het identificatienummer van de aangemelde instantie, het etiket met de vermelding van de UA-klasse en de vermelding van het geluidvermogensniveau

1.   De CE-markering wordt zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar aangebracht op het product of op het gegevensplaatje dat op het product is bevestigd. Wanneer dat niet mogelijk of niet gewaarborgd is wegens de grootte van het product, wordt zij op de verpakking aangebracht.

2.   Het etiket met de vermelding van de UA-klasse wordt zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar aangebracht op het UA en op de verpakking, en is minstens 5 mm hoog. Op producten mogen geen merktekens, tekens of opschriften worden aangebracht die derden kunnen misleiden omtrent de betekenis of de vorm van het etiket met de vermelding van de klasse.

3.   De vermelding van het in deel 14 van de bijlage bedoelde geluidvermogensniveau wordt, voor zover van toepassing, zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar aangebracht op het UA, tenzij dit niet mogelijk is of niet gerechtvaardigd is gezien de grootte van het product, en op de verpakking.

4.   De CE-markering en, voor zover van toepassing, de vermelding van het geluidvermogensniveau en het etiket met de vermelding van de UA-klasse worden aangebracht alvorens het product in de handel wordt gebracht.

5.   De CE-markering wordt gevolgd door het identificatienummer van de aangemelde instantie wanneer de in deel 9 van de bijlage beschreven conformiteitsbeoordelingsprocedure wordt toegepast.

Het identificatienummer van de aangemelde instantie wordt aangebracht door de aangemelde instantie zelf of, volgens haar instructies, door de fabrikant of zijn gemachtigde.

6.   De lidstaten bouwen voort op bestaande mechanismen om te zorgen voor een juiste toepassing van de voorschriften inzake de CE-markering en nemen passende maatregelen tegen oneigenlijk gebruik van deze markering.

Artikel 17

Technische documentatie

1.   De technische documentatie omvat alle relevante gegevens en bijzonderheden over de middelen die de fabrikant gebruikt om ervoor te zorgen dat het product aan de eisen van delen 1 tot en met 6 van de bijlage voldoet. Zij bevat minstens de in deel 10 van de bijlage vermelde elementen.

2.   De technische documentatie wordt opgesteld vóór het product in de handel wordt gebracht en wordt voortdurend geactualiseerd.

3.   De technische documentatie en de correspondentie in verband met een EU-typebeoordelingsprocedure of de beoordeling van het kwaliteitssysteem van de fabrikant wordt opgesteld in een officiële taal van de lidstaat waar de aangemelde instantie is gevestigd of in een door die instantie aanvaarde taal.

4.   Als de technische documentatie niet voldoet aan lid 1, 2 of 3 van dit artikel, mag de markttoezichtautoriteit de fabrikant of importeur vragen om binnen een bepaalde termijn, op kosten van de fabrikant of de importeur, een test te laten uitvoeren door een instantie die aanvaardbaar is voor de markttoezichtautoriteit, teneinde na te gaan of het product voldoet aan de eisen van delen 1 tot en met 6 van de bijlage die op het product van toepassing is.

DEEL 4

Aanmelding van conformiteitsbeoordelingsinstanties

Artikel 18

Aanmelding

De instanties die bevoegd zijn om conformiteitsbeoordelingstaken van derden uit hoofde van dit hoofdstuk te verrichten, worden door de lidstaten bij de Commissie en de andere lidstaten aangemeld.

Artikel 19

Aanmeldende autoriteiten

1.   De lidstaten wijzen een aanmeldende autoriteit aan die verantwoordelijk is voor de opstelling en uitvoering van de nodige procedures voor de beoordeling en aanmelding van conformiteitsbeoordelingsinstanties en het toezicht op de aangemelde instanties, met inbegrip van de naleving van artikel 24.

2.   De lidstaten kunnen de beoordeling en het toezicht, als bedoeld in lid 1, laten uitvoeren door een nationale accreditatie-instantie in de zin van Verordening (EG) nr. 765/2008.

3.   Wanneer de aanmeldende autoriteit de beoordeling, de aanmelding of het toezicht, zoals bedoeld in lid 1, delegeert of op een andere wijze toevertrouwt aan een instantie die geen overheidsinstantie is, is deze instantie een rechtspersoon en voldoet zij mutatis mutandis aan de eisen die zijn vastgesteld in artikel 20. Bovendien treft deze instantie maatregelen om de aansprakelijkheid voor haar activiteiten te dekken.

4.   De aanmeldende autoriteit is volledig aansprakelijk voor de taken die de in lid 3 vermelde instantie verricht.

Artikel 20

Eisen voor aanmeldende autoriteiten

1.   Een aanmeldende autoriteit:

a)

wordt zodanig opgericht dat zich geen belangenconflicten met conformiteitsbeoordelingsinstanties voordoen;

b)

waarborgt door haar organisatie en werkwijze de objectiviteit en onpartijdigheid van haar activiteiten;

c)

is zodanig georganiseerd dat elke beslissing in verband met de aanmelding van een conformiteitsbeoordelingsinstantie wordt genomen door bekwame personen die de beoordeling niet zelf hebben verricht;

d)

verricht geen activiteiten die worden uitgevoerd door conformiteitsbeoordelingsinstanties en verleent geen adviesdiensten op commerciële basis of in concurrentie, en biedt evenmin aan dergelijke activiteiten te verrichten of dergelijke adviezen te verlenen;

e)

waarborgt dat de verkregen informatie vertrouwelijk wordt behandeld;

f)

beschikt over een voldoende aantal bekwame personeelsleden om haar taken naar behoren uit te voeren.

Artikel 21

Verplichting tot het verstrekken van informatie over aanmeldende autoriteiten

1.   De lidstaten brengen de Commissie op de hoogte van hun procedures voor de beoordeling en aanmelding van conformiteitsbeoordelingsinstanties en voor het toezicht op aangemelde instanties, en van alle wijzigingen daarvan.

2.   De Commissie maakt deze informatie openbaar.

Artikel 22

Eisen betreffende aangemelde instanties

1.   Om te kunnen worden aangemeld, moeten conformiteitsbeoordelingsinstanties voldoen aan de eisen van leden 2 tot en met 11.

2.   Een conformiteitsbeoordelingsinstantie is naar nationaal recht van een lidstaat opgericht en heeft rechtspersoonlijkheid.

3.   Een conformiteitsbeoordelingsinstantie is een derde partij die onafhankelijk is van de door haar beoordeelde organisatie.

Een instantie die lid is van een organisatie van ondernemers en/of van een vakorganisatie die ondernemingen vertegenwoordigt die betrokken zijn bij het ontwerp, de vervaardiging, de levering, de montage, het gebruik of het onderhoud van het door haar beoordeelde product, kan als een dergelijke instantie worden beschouwd op voorwaarde dat wordt aangetoond dat zij onafhankelijk is en geen belangenconflicten heeft.

4.   Een conformiteitsbeoordelingsinstantie, haar hoogste leidinggevenden en het personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken verricht, zijn niet de ontwerper, fabrikant, leverancier, installateur, koper, eigenaar, gebruiker of onderhouder van het door hen beoordeelde product, noch de vertegenwoordiger van een van deze partijen. Dit vormt echter geen beletsel voor het gebruik van het beoordeelde product voor activiteiten van de conformiteitsbeoordelingsinstantie of voor persoonlijke doeleinden.

Een conformiteitsbeoordelingsinstantie, haar hoogste leidinggevenden en het personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken verricht, mogen niet rechtstreeks of als vertegenwoordiger van de betrokken partijen zijn betrokken bij het ontwerpen, vervaardigen of bouwen, verhandelen, installeren, gebruiken of onderhouden van dat product. Zij oefenen geen activiteiten uit die hun onafhankelijk oordeel of hun integriteit met betrekking tot de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten waarvoor zij zijn aangemeld, in het gedrang kunnen brengen. Dit geldt met name voor adviesdiensten.

Conformiteitsbeoordelingsinstanties zorgen ervoor dat de activiteiten van hun dochterondernemingen of onderaannemers geen afbreuk doen aan de vertrouwelijkheid, objectiviteit of onpartijdigheid van hun conformiteitsbeoordelingsactiviteiten.

5.   Conformiteitsbeoordelingsinstanties en hun personeel voeren de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten uit met de grootste mate van beroepsintegriteit en met de vereiste technische bekwaamheid op het specifieke gebied en zijn vrij van elke druk en beïnvloeding, met name van financiële aard, die hun oordeel of de resultaten van hun conformiteitsbeoordelingsactiviteiten kunnen beïnvloeden, met name door personen of groepen die belang hebben bij de resultaten van deze activiteiten.

6.   Een conformiteitsbeoordelingsinstantie is in staat alle conformiteitsbeoordelingstaken te verrichten die krachtens deel 8 of 9 van de bijlage aan haar zijn toegewezen en waarvoor zij is aangemeld, ongeacht of deze taken door de conformiteitsbeoordelingsinstantie zelf of namens haar en onder haar verantwoordelijkheid worden verricht.

De conformiteitsbeoordelingsinstantie beschikt te allen tijde, voor elke conformiteitsbeoordelingsprocedure en voor elke soort of categorie producten waarvoor zij is aangemeld, over:

a)

het nodige personeel met technische kennis en voldoende relevante ervaring om de conformiteitsbeoordelingstaken te verrichten;

b)

de nodige beschrijvingen van de procedures voor de uitvoering van de conformiteitsbeoordeling, waarbij de transparantie en de mogelijkheid tot reproductie van deze procedures worden gewaarborgd; zij beschikt over een gepast beleid en geschikte procedures om een onderscheid te maken tussen taken die zij als aangemelde instantie verricht en andere activiteiten;

c)

de nodige procedures voor de uitoefening van haar activiteiten, waarbij rekening wordt gehouden met de omvang van een onderneming, de sector waarin zij actief is, haar structuur, de relatieve complexiteit van het product in kwestie en het feit of het om massa- of serieproductie gaat.

Een conformiteitsbeoordelingsinstantie beschikt over de middelen die nodig zijn om de technische en administratieve taken in verband met de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten op passende wijze uit te voeren en heeft toegang tot alle vereiste apparatuur en faciliteiten.

7.   Het voor de uitvoering van de conformiteitsbeoordelingstaken verantwoordelijke personeel beschikt over:

a)

een gedegen technische en beroepsopleiding die alle relevante conformiteitsbeoordelingsactiviteiten omvat waarvoor de conformiteitsbeoordelingsinstantie is aangemeld;

b)

gedegen kennis van de eisen inzake de beoordelingen die het verricht en voldoende bevoegdheden om deze beoordelingen uit te voeren;

c)

voldoende kennis over en inzicht in de eisen, de toepasselijke geharmoniseerde normen en de toepasselijke bepalingen van de harmonisatiewetgeving van de Unie;

d)

de bekwaamheid om certificaten van EU-typeonderzoek of goedkeuringen, dossiers en rapporten over kwaliteitssystemen op te stellen waaruit blijkt dat de beoordelingen zijn verricht.

8.   De onpartijdigheid van de conformiteitsbeoordelingsinstanties, hun hoogste leidinggevenden en het personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken verricht, moet worden gewaarborgd.

De beloning van de hoogste leidinggevenden en het personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken van een conformiteitsbeoordelingsinstantie verricht, hangt niet af van het aantal uitgevoerde beoordelingen of van de resultaten daarvan.

9.   Conformiteitsbeoordelingsinstanties sluiten een aansprakelijkheidsverzekering af, tenzij de wettelijke aansprakelijkheid op basis van het nationale recht door de lidstaat wordt gedekt of de lidstaat zelf rechtstreeks verantwoordelijk is voor de conformiteitsbeoordeling.

10.   Personeelsleden van een conformiteitsbeoordelingsinstantie zijn gebonden aan het beroepsgeheim ten aanzien van alle informatie waarvan zij kennisnemen bij de uitoefening van hun taken uit hoofde van delen 8 en 9 van de bijlage of de bepalingen van nationaal recht die daaraan uitvoering geven, behalve ten opzichte van de bevoegde instanties van de lidstaat waarin de werkzaamheden plaatsvinden. Eigendomsrechten worden beschermd.

11.   Conformiteitsbeoordelingsinstanties nemen deel aan, of zorgen ervoor dat hun personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken verricht op de hoogte is van de desbetreffende normalisatieactiviteiten, de regelgevingsactiviteiten op het gebied van UAS en frequentieplanning, en de activiteiten van de coördinatiegroep van aangemelde instanties die is opgericht uit hoofde van de desbetreffende harmonisatiewetgeving van de Unie, en hanteren de door die groep genomen administratieve beslissingen en opgestelde documenten als algemene richtsnoeren.

Artikel 23

Vermoeden van conformiteit van aangemelde instanties

Wanneer een conformiteitsbeoordelingsinstantie aantoont dat zij voldoet aan de criteria in de ter zake doende geharmoniseerde normen of delen daarvan, waarvan de referentienummers in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, wordt zij geacht aan de eisen van artikel 22 te voldoen, op voorwaarde dat de van toepassing zijnde geharmoniseerde normen deze eisen bestrijken.

Artikel 24

Dochterondernemingen van en uitbesteding door aangemelde instanties

1.   Wanneer de aangemelde instantie specifieke taken in verband met de conformiteitsbeoordeling uitbesteedt of door een dochteronderneming laat uitvoeren, waarborgt zij dat de onderaannemer of dochteronderneming aan de eisen van artikel 22 voldoet, en brengt zij de aanmeldende autoriteit hiervan op de hoogte.

2.   Aangemelde instanties nemen de volledige verantwoordelijkheid op zich voor de taken die worden verricht door onderaannemers of ondergeschikte instanties, ongeacht waar deze zijn gevestigd.

3.   Activiteiten mogen uitsluitend met instemming van de klant worden uitbesteed of door een dochteronderneming worden uitgevoerd.

4.   Aangemelde instanties houden alle relevante documenten over de beoordeling van de kwalificaties van de onderaannemer of de dochterondernemer en over de door de onderaannemer of dochterondernemer uit hoofde van delen 8 en 9 uitgevoerde werkzaamheden ter beschikking van de aanmeldende autoriteit.

Artikel 25

Verzoek om aanmelding

1.   Een conformiteitsbeoordelingsinstantie dient een verzoek om aanmelding in bij de aanmeldende autoriteit van de lidstaat waar zij gevestigd is.

2.   Het verzoek om aanmelding gaat vergezeld van een beschrijving van de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten, de conformiteitsbeoordelingsmodule(s) en het product waarvoor de instantie verklaart bekwaam te zijn en van een accreditatiecertificaat dat is afgegeven door een nationale accreditatie-instantie, waarin wordt verklaard dat de conformiteitsbeoordelingsinstantie voldoet aan de eisen in artikel 22.

Artikel 26

Aanmeldingsprocedure

1.   Aanmeldende autoriteiten mogen uitsluitend conformiteitsbeoordelingsinstanties aanmelden die aan de eisen in artikel 22 hebben voldaan.

2.   Zij verrichten de aanmelding van conformiteitsbeoordelingsinstanties bij de Commissie en de andere lidstaten door middel van het door de Commissie ontwikkelde en beheerde elektronische aanmeldingssysteem.

3.   Bij de aanmelding worden de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten, de conformiteitsbeoordelingsmodule(s), het product en het relevante accreditatiecertificaat uitvoerig beschreven.

4.   De betrokken instantie mag de activiteiten van een aangemelde instantie alleen verrichten als de Commissie en de andere lidstaten binnen twee weken na een aanmelding geen bezwaren hebben ingediend.

5.   Alleen een dergelijke instantie wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk als aangemelde instantie beschouwd.

6.   De aanmeldende autoriteit stelt de Commissie en de andere lidstaten in kennis van alle latere wijzigingen die van belang zijn voor de aanmelding.

Artikel 27

Identificatienummers en lijsten van aangemelde instanties

1.   De Commissie kent aangemelde instanties een identificatienummer toe.

2.   Zij kent per instantie slechts één nummer toe, ook als de instantie uit hoofde van diverse handelingen van de Unie is aangemeld.

3.   De Commissie maakt de lijst van uit hoofde van deze verordening aangemelde instanties openbaar, onder vermelding van de aan hen toegekende identificatienummers en de activiteiten waarvoor zij zijn aangemeld.

De Commissie zorgt voor de bijwerking van de lijst.

Artikel 28

Wijzigingen van aanmeldingen

1.   Wanneer een aanmeldende autoriteit heeft geconstateerd of vernomen dat een aangemelde instantie niet meer aan de eisen in artikel 22 voldoet of zijn verplichtingen niet nakomt, wordt de aanmelding door de aanmeldende autoriteit beperkt, geschorst of ingetrokken, naargelang van het geval, afhankelijk van de ernst van de niet-naleving van die eisen of verplichtingen. Zij brengt de Commissie en de andere lidstaten daar onmiddellijk van op de hoogte.

2.   Wanneer de aanmelding wordt beperkt, geschorst of ingetrokken, of de aangemelde instantie haar activiteiten heeft gestaakt, doet de aanmeldende lidstaat het nodige om ervoor te zorgen dat de dossiers van die instantie hetzij door een andere aangemelde instantie worden behandeld, hetzij aan de verantwoordelijke aanmeldende autoriteiten en markttoezichtautoriteiten op hun verzoek ter beschikking worden gesteld.

Artikel 29

Betwisting van de bekwaamheid van aangemelde instanties

1.   De Commissie onderzoekt alle gevallen waarin zij twijfelt of in kennis wordt gesteld van twijfels over de bekwaamheid van een aangemelde instantie of over de vraag of een aangemelde instantie nog aan de eisen voldoet en haar verantwoordelijkheden nakomt.

2.   De aanmeldende lidstaat verstrekt de Commissie op verzoek alle informatie over de grondslag van de aanmelding of het op peil houden van de bekwaamheid van de betrokken aangemelde instantie.

3.   De Commissie ziet erop toe dat alle gevoelige informatie die zij in de loop van haar onderzoeken ontvangt, vertrouwelijk wordt behandeld.

4.   Wanneer de Commissie vaststelt dat een aangemelde instantie niet of niet meer aan de aanmeldingseisen voldoet, brengt zij de aanmeldende lidstaat daarvan op de hoogte en verzoekt zij deze lidstaat de nodige corrigerende maatregelen te nemen, en zo nodig de aanmelding in te trekken.

Artikel 30

Operationele verplichtingen van aangemelde instanties

1.   Aangemelde instanties voeren conformiteitsbeoordelingen uit volgens de conformiteitsbeoordelingsprocedures van delen 8 en 9 van de bijlage.

2.   De conformiteitsbeoordelingen worden op evenredige wijze uitgevoerd, waarbij onnodige belasting van de marktdeelnemers wordt voorkomen. Conformiteitsbeoordelingsinstanties houden bij de uitoefening van hun activiteiten rekening met de omvang van een onderneming, de sector waarin zij actief is, haar structuur, de mate van complexiteit van het product in kwestie en de vraag of het om massa- of serieproductie gaat.

Hierbij eerbiedigen zij hoe dan ook de striktheid en het beschermingsniveau die nodig zijn opdat het UA of UAS voldoet aan dit hoofdstuk.

3.   Wanneer een aangemelde instantie vaststelt dat een fabrikant niet heeft voldaan aan de eisen van delen 1 tot en met 6 van de bijlage of aan de overeenkomstige geharmoniseerde normen of andere technische specificaties, verlangt zij van de fabrikant dat hij passende corrigerende maatregelen neemt en verleent zij geen certificaat van EU-typeonderzoek of een kwaliteitssysteemgoedkeuring.

4.   Wanneer een aangemelde instantie bij het toezicht op de conformiteit na verlening van een certificaat van EU-typeonderzoek of een kwaliteitssysteemgoedkeuring vaststelt dat een product niet meer conform is, verlangt zij van de fabrikant dat hij passende corrigerende maatregelen neemt; zo nodig schorst zij het certificaat van EU-typeonderzoek of de kwaliteitssysteemgoedkeuring of trekt zij deze in.

5.   Wanneer geen corrigerende maatregelen worden genomen of de genomen maatregelen niet het vereiste effect hebben, worden de certificaten van EU-typeonderzoek of de goedkeuringen van het kwaliteitssysteem door de aangemelde instantie naargelang het geval beperkt, geschorst of ingetrokken.

Artikel 31

Beroep tegen besluiten van aangemelde instanties

De aangemelde instanties voorzien in een transparante en toegankelijke procedure om beroep aan te tekenen tegen hun besluiten.

Artikel 32

Informatieverplichting van aangemelde instanties

1.   Aangemelde instanties brengen de aanmeldende autoriteit op de hoogte van:

a)

elke weigering, beperking, schorsing of intrekking van een certificaat van EU-typeonderzoek of een goedkeuring van het kwaliteitssysteem overeenkomstig de voorschriften van delen 8 en 9 van de bijlage;

b)

omstandigheden die van invloed zijn op de werkingssfeer van of de voorwaarden voor de aanmelding;

c)

verzoeken om informatie over conformiteitsbeoordelingsactiviteiten die zij van markttoezichtautoriteiten ontvangen;

d)

op verzoek, de binnen de werkingssfeer van hun aanmelding verrichte conformiteitsbeoordelingsactiviteiten en andere activiteiten, waaronder grensoverschrijdende activiteiten en uitbesteding.

2.   Aangemelde instanties verstrekken, overeenkomstig de voorschriften van delen 8 en 9 van de bijlage, de andere uit hoofde van dit hoofdstuk aangemelde instanties die soortgelijke conformiteitsbeoordelingsactiviteiten voor dezelfde categorieën UA of UAS verrichten, relevante informatie over negatieve conformiteitsbeoordelingsresultaten, en op verzoek ook over positieve conformiteitsbeoordelingsresultaten.

3.   Aangemelde instanties komen de in de delen 8 en 9 van de bijlage vermelde informatieverplichtingen na.

Artikel 33

Uitwisseling van ervaringen

De Commissie voorziet in de organisatie van de uitwisseling van ervaringen tussen de nationale autoriteiten van de lidstaten die verantwoordelijk zijn voor het aanmeldingsbeleid.

Artikel 34

Coördinatie van aangemelde instanties

1.   De Commissie zorgt voor passende coördinatie en samenwerking tussen instanties die zijn aangemeld uit hoofde van dit hoofdstuk, in de vorm van een sectorale groep van aangemelde instanties.

2.   De aangemelde instanties nemen rechtstreeks of via aangestelde vertegenwoordigers deel aan de werkzaamheden van die groep.

DEEL 5

Markttoezicht in de Unie, controle van producten die de markt van de Unie binnenkomen en vrijwaringsprocedure van de Unie

Artikel 35

Markttoezicht op en controle van producten die de markt van de Unie binnenkomen

1.   De lidstaten zorgen voor de organisatie en uitvoering van het toezicht op de producten die in de Unie in de handel worden gebracht, overeenkomstig artikel 15, lid 3, en de artikelen 16 tot en met 26 van Verordening (EG) nr. 765/2008.

2.   De lidstaten zorgen voor de organisatie en uitvoering van de controle van de producten die in de Unie in de handel worden gebracht, overeenkomstig artikel 15, lid 5, en de artikelen 27, 28 en 29 van Verordening (EG) nr. 765/2008.

3.   De lidstaten zien erop toe dat hun markttoezicht- en grensbewakingsautoriteiten samenwerken met de bij artikel 17 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 aangewezen bevoegde autoriteiten met betrekking tot veiligheidskwesties en stellen passende mechanismen voor hun onderlinge communicatie en coördinatie vast, waarbij zij optimaal gebruikmaken van de informatie in het in Verordening (EU) nr. 376/2014 van het Europees Parlement en de Raad (14) bedoelde systeem voor de melding van voorvallen en de in de artikelen 22 en 23 van Verordening (EG) nr. 765/2008 bedoelde informatiesystemen.

Artikel 36

Procedure voor producten die op nationaal niveau een risico opleveren

1.   Wanneer de markttoezichtautoriteiten van een lidstaat maatregelen hebben genomen krachtens artikel 20 van Verordening (EG) nr. 765/2008 of voldoende redenen hebben om aan te nemen dat een product een risico vormt voor de gezondheid of veiligheid van personen of voor andere onder dit hoofdstuk vallende aspecten van de bescherming van algemene belangen, voeren zij een beoordeling van het product uit in het licht van alle in dit hoofdstuk vastgestelde eisen. De desbetreffende marktdeelnemers werken hiertoe op elke vereiste wijze samen met de markttoezichtautoriteiten.

Wanneer de markttoezichtautoriteiten bij de in de eerste alinea bedoelde beoordeling vaststellen dat het product niet aan de eisen van dit hoofdstuk voldoet, vragen zij de betrokken marktdeelnemer onverwijld om passende corrigerende maatregelen te nemen om het product met deze eisen in overeenstemming te brengen of binnen een door hen vast te stellen redelijke termijn, die evenredig is met de aard van het risico, uit de handel te nemen of terug te roepen.

De markttoezichtautoriteiten brengen de desbetreffende aangemelde instantie hiervan op de hoogte.

Artikel 21 van Verordening (EG) nr. 765/2008 is van toepassing op de in de tweede alinea van dit lid genoemde maatregelen.

2.   Wanneer de markttoezichtautoriteiten van mening zijn dat de non-conformiteit niet beperkt blijft tot hun nationale grondgebied, brengen zij de Commissie en de andere lidstaten op de hoogte van de resultaten van de beoordeling en van de maatregelen die zij de marktdeelnemer hebben opgelegd.

3.   De marktdeelnemer zorgt ervoor dat alle passende corrigerende maatregelen worden toegepast op alle betrokken producten die hij in de Unie op de markt heeft aangeboden.

4.   Wanneer de desbetreffende marktdeelnemer niet binnen de in lid 1, tweede alinea, bedoelde termijn doeltreffende corrigerende maatregelen neemt, nemen de markttoezichtautoriteiten alle passende voorlopige maatregelen om het op hun nationale markt aanbieden van het product te verbieden of te beperken, dan wel het product in de betrokken lidstaat uit de handel te nemen of terug te roepen.

De markttoezichtautoriteiten brengen de Commissie en de andere lidstaten onverwijld van deze maatregelen op de hoogte.

5.   De in lid 4 bedoelde informatie omvat alle bekende bijzonderheden, met name de gegevens die nodig zijn om het non-conforme product te identificeren en om de oorsprong van het product, de aard van de beweerde non-conformiteit en van het risico, en de aard en de duur van de nationale maatregelen vast te stellen, evenals de argumenten die worden aangevoerd door de desbetreffende marktdeelnemer. De markttoezichtautoriteiten vermelden met name of de non-conformiteit een van de volgende redenen heeft:

a)

het product voldoet niet aan de eisen van artikel 4;

b)

de in artikel 12 bedoelde geharmoniseerde normen vertonen tekortkomingen.

6.   De andere lidstaten dan die welke de procedure krachtens dit artikel in gang heeft gezet, brengen de Commissie en de andere lidstaten onverwijld op de hoogte van door hen genomen maatregelen en van aanvullende informatie over de niet-conformiteit van het product waarover zij beschikken, en van hun bezwaren indien zij het niet eens zijn met de genomen nationale maatregel.

7.   Als binnen drie maanden na ontvangst van de in lid 5 bedoelde informatie door een lidstaat of de Commissie geen bezwaar tegen een voorlopige maatregel van een lidstaat is ingediend, wordt die maatregel geacht gerechtvaardigd te zijn.

8.   De lidstaten zorgen ervoor dat ten aanzien van het betrokken product onmiddellijk passende beperkende maatregelen worden genomen, bijvoorbeeld uit de handel nemen.

Artikel 37

Vrijwaringsprocedure van de Unie

1.   Wanneer, na voltooiing van de procedure in artikel 36, leden 3 en 4, bezwaren tegen een maatregel van een lidstaat worden ingebracht of de Commissie van mening is dat de nationale maatregel in strijd is met de wetgeving van de Unie, treedt de Commissie onverwijld in overleg met de lidstaten en de betrokken marktdeelnemer(s) en evalueert zij de nationale maatregel. Aan de hand van die evaluatie besluit de Commissie of de nationale maatregel al dan niet gerechtvaardigd is.

De Commissie richt haar besluit tot alle lidstaten en brengt de lidstaten en de betrokken marktdeelnemer(s) daarvan onmiddellijk op de hoogte.

2.   Indien de nationale maatregel gerechtvaardigd wordt geacht, nemen alle lidstaten de nodige maatregelen om het non-conforme product uit de handel te nemen of terug te roepen, en stellen zij de Commissie daarvan in kennis. Indien de nationale maatregel niet gerechtvaardigd wordt geacht, trekt de betrokken lidstaat die maatregel in.

3.   Indien de nationale maatregel gerechtvaardigd wordt geacht en de non-conformiteit van het product wordt toegeschreven aan tekortkomingen in de geharmoniseerde normen bedoeld in artikel 36, lid 5, onder b), van deze verordening, past de Commissie de procedure van artikel 11 van Verordening (EU) nr. 1025/2012 toe.

Artikel 38

Conforme producten die toch een risico inhouden

1.   Wanneer een lidstaat na een evaluatie overeenkomstig artikel 36, lid 1, te hebben verricht, vaststelt dat het product dat conform is met dit hoofdstuk toch een risico voor de gezondheid of veiligheid van personen of voor andere onder dit hoofdstuk vallende aspecten van de bescherming van algemene belangen meebrengt, verlangt deze lidstaat van de desbetreffende marktdeelnemer dat hij alle passende maatregelen neemt om ervoor te zorgen dat het product dat risico niet meer meebrengt wanneer het in de handel wordt gebracht, of dat het product binnen een door de lidstaat vast te stellen redelijke termijn, die evenredig is met de aard van het risico, uit de handel wordt genomen of wordt teruggeroepen.

2.   De marktdeelnemer zorgt ervoor dat de door hem genomen corrigerende maatregelen worden toegepast op alle betrokken producten die hij in de Unie op de markt heeft aangeboden.

3.   De lidstaat brengt de Commissie en de andere lidstaten daarvan onmiddellijk op de hoogte. Die informatie omvat alle bekende bijzonderheden, met name de gegevens die nodig zijn om het product te identificeren en om de oorsprong en de toeleveringsketen van het product, de aard van het risico en de aard en de duur van de nationale maatregelen vast te stellen.

4.   De Commissie treedt onverwijld in overleg met de lidstaten en de betrokken marktdeelnemer(s) en beoordeelt de nationale maatregelen die zijn genomen. Aan de hand van die beoordeling beslist de Commissie of de nationale maatregel al dan niet gerechtvaardigd is, en stelt zij zo nodig passende maatregelen voor.

5.   De Commissie richt haar besluit tot alle lidstaten en brengt de lidstaten en de betrokken marktdeelnemer(s) daarvan onmiddellijk op de hoogte.

Artikel 39

Formele niet-conformiteit

1.   Onverminderd artikel 36 verlangt een lidstaat van de betrokken marktdeelnemer dat deze een einde maakt aan de non-conformiteit wanneer hij een van de volgende feiten vaststelt met betrekking tot producten die onder dit hoofdstuk vallen:

a)

de CE-markering is in strijd met artikel 30 van Verordening (EG) nr. 765/2008 of met artikel 15 of 16 van de onderhavige verordening aangebracht;

b)

de CE-markering of het type is niet aangebracht;

c)

het identificatienummer van de aangemelde instantie, wanneer de in deel 9 van de bijlage beschreven conformiteitsbeoordelingsprocedure wordt toegepast, is niet of niet volgens de voorschriften van artikel 16 aangebracht;

d)

het etiket met de vermelding van de UA-klasse is niet aangebracht;

e)

de vermelding van het geluidvermogensniveau, indien vereist, is niet aangebracht;

f)

het serienummer is niet aangebracht of heeft niet het correcte formaat;

g)

de handleiding of de inlichtingennota is niet beschikbaar;

h)

de EU-conformiteitsverklaring ontbreekt of is niet opgesteld;

i)

de EU-conformiteitsverklaring is niet correct opgesteld;

j)

de technische documentatie is niet beschikbaar of onvolledig;

k)

de naam, de geregistreerde handelsnaam of het geregistreerd handelsmerk, de website of het postadres van de fabrikant of de importeur ontbreekt.

2.   Wanneer de in lid 1 bedoelde niet-conformiteit voortduurt, neemt de betrokken lidstaat alle passende maatregelen om het op de markt aanbieden van het product te beperken of te verbieden, of om het product uit de handel te nemen of terug te roepen.

HOOFDSTUK III

UAS die worden geëxploiteerd in de categorieën "gecertificeerd" en "specifiek"

Artikel 40

Voorschriften voor UAS die worden geëxploiteerd in de categorieën "gecertificeerd" en "specifiek"

1.   Het ontwerp, de productie en het onderhoud van UAS moeten worden gecertificeerd als het UAS voldoet aan een van de volgende voorwaarden:

a)

het heeft een kenmerkende afmeting van 3 meter of meer en is ontworpen om boven bijeenkomsten van mensen te vliegen;

b)

het is ontworpen voor personenvervoer;

c)

het is ontworpen voor het vervoer van gevaarlijke goederen en moet voldoende robuust zijn om bij ongevallen het risico voor derden te beperken;

d)

het wordt gebruikt in de categorie "specifieke" vluchtuitvoeringen, zoals gedefinieerd in artikel 5 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947, en in de exploitatievergunning die de bevoegde autoriteit op basis van een risicobeoordeling als bedoeld in artikel 11 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 heeft afgegeven, is vermeld dat het exploitatierisico niet voldoende kan worden beperkt zonder certificering van de UAS.

2.   Een aan certificering onderworpen UAS moet voldoen aan de toepasselijke voorschriften van de Verordeningen (EU) nr. 748/2012 (15), (EU) 2015/640 (16) en (EU) nr. 1321/2014 (17) van de Commissie.

3.   Tenzij het overeenkomstig lid 1 moet worden gecertificeerd, moet een UAS dat gebruikt wordt in de categorie "specifiek" over de technische mogelijkheden beschikken die zijn uiteengezet in de door de bevoegde autoriteit afgegeven exploitatievergunning, in het standaardscenario dat is gedefinieerd in aanhangsel 1 van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 of in het in deel C van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 gedefinieerde certificaat van exploitant van lichte UAS (Light UAS Operator Certificate, LUC).

HOOFDSTUK IV

UAS-exploitanten uit derde landen

Artikel 41

UAS-exploitanten uit derde landen

1.   UAS-exploitanten die hun hoofdvestiging of vestiging in een derde land hebben of in een derde land verblijven, moeten voldoen aan Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 met het oog op UAS-vluchtuitvoeringen in het gemeenschappelijk Europees luchtruim.

2.   De bevoegde autoriteit voor de UAS-exploitant uit een derde land is de bevoegde autoriteit van de eerste lidstaat waar de UAS-exploitant voornemens is vluchten uit te voeren.

3.   Bij wijze van uitzondering op lid 1 kan een bekwaamheidscertificaat van de piloot op afstand of een certificaat van de UAS-exploitant overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947, of een gelijkwaardig document, door de bevoegde autoriteit worden erkend met het oog op vluchtuitvoeringen in, naar en uit de Unie, voor zover:

a)

het derde land om die erkenning heeft gevraagd;

b)

het bekwaamheidscertificaat van de piloot op afstand of het certificaat van de UAS-exploitant geldige documenten van de staat van afgifte zijn; en

c)

de Commissie, na overleg met het EASA, heeft vastgesteld dat de eisen op basis waarvan die certificaten zijn afgegeven, hetzelfde veiligheidsniveau waarborgen als deze verordening.

HOOFDSTUK V

Slotbepalingen

Artikel 42

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 12 maart 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 212 van 22.8.2018, blz. 1.

(2)  Richtlijn 2009/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende de veiligheid van speelgoed (PB L 170 van 30.6.2009, blz. 1).

(3)  Richtlijn 2006/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende machines en tot wijziging van Richtlijn 95/16/EG (PB L 157 van 9.6.2006, blz. 24).

(4)  Richtlijn 2014/30/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake elektromagnetische compatibiliteit (PB L 96 van 29.3.2014, blz. 79).

(5)  Richtlijn 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van radioapparatuur en tot intrekking van Richtlijn 1999/5/EG (PB L 153 van 22.5.2014, blz. 62).

(6)  Besluit nr. 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten en tot intrekking van Besluit 93/465/EEG van de Raad (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 82).

(7)  Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 december 2001 inzake algemene productveiligheid (PB L 11 van 15.1.2002, blz. 4).

(8)  Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 van de Commissie van 24 mei 2019 inzake de regels en procedures voor de exploitatie van onbemande luchtvaartuigen (zie bladzijde 45 van dit Publicatieblad).

(9)  Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt ("Richtlijn inzake elektronische handel") (PB L 178 van 17.7.2000, blz. 1).

(10)  Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie, tot wijziging van de Richtlijnen 89/686/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de Richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/23/EG en 2009/105/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Beschikking 87/95/EEG van de Raad en Besluit nr. 1673/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 316 van 14.11.2012, blz. 12).

(11)  Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93 (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 30).

(12)  EASA-advies 01/2018 "Introduction of a regulatory framework for the operation of unmanned aircraft systems in the "open" and "specific" categories" (RMT.0230), beschikbaar op https://www.easa.europa.eu/document-library/opinions.

(13)  Verordening (EG) nr. 551/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 betreffende de organisatie en het gebruik van het gemeenschappelijk Europees luchtruim (PB L 96 van 31.3.2004, blz. 20).

(14)  Verordening (EU) nr. 376/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 inzake het melden, onderzoeken en opvolgen van voorvallen in de burgerluchtvaart en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 996/2010 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2003/42/EG van het Europees Parlement en de Raad en de Verordeningen (EG) nr. 1321/2007 en (EG) nr. 1330/2007 van de Commissie (PB L 122 van 24.4.2014, blz. 18).

(15)  Verordening (EU) nr. 748/2012 van de Commissie van 3 augustus 2012 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften inzake de luchtwaardigheid en milieucertificering van luchtvaartuigen en aanverwante producten, onderdelen en uitrustingsstukken, alsmede voor de certificering van ontwerp- en productieorganisaties (PB L 224 van 21.8.2012, blz. 1).

(16)  Verordening (EU) 2015/640 van de Commissie van 23 april 2015 betreffende aanvullende luchtwaardigheidsspecificaties voor een bepaald soort vluchtuitvoering en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 965/2012 (PB L 106 van 24.4.2015, blz. 18).

(17)  Verordening (EU) nr. 1321/2014 van de Commissie van 26 november 2014 betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen (PB L 362 van 17.12.2014, blz. 1).


BIJLAGE

DEEL 1

Eisen voor onbemande luchtvaartuigsystemen van klasse C0

Met betrekking tot UAS van klasse C0 wordt het volgende etiket aangebracht op het UA:

Image 1

UAS van klasse C0 moeten voldoen aan de volgende voorschriften:

1)

de maximumstartmassa (MTOM) bedraagt minder dan 250 g, lading inbegrepen;

2)

de maximumsnelheid in horizontale vlucht bedraagt 19 m/s;

3)

de maximumhoogte boven het opstijgpunt is beperkt tot 120 m;

4)

ze moeten — wat de stabiliteit, manoeuvreerbaarheid en datalinkprestaties betreft — veilig kunnen worden bestuurd door de piloot op afstand, volgens de instructies van de fabrikant, voor zover nodig in alle verwachte vluchtuitvoeringsomstandigheden, daaronder begrepen het uitvallen van een of, voor zover van toepassing, meerdere systemen;

5)

ze moeten zodanig zijn ontworpen en gebouwd dat het risico op verwonding van mensen tijdens de vluchtuitvoering tot een minimum wordt beperkt; scherpe randen moeten worden vermeden, tenzij dit technisch onvermijdelijk is ingevolge praktijken van goed ontwerp en goede fabricage. Als ze zijn uitgerust met propellers, moeten ze zodanig zijn ontworpen dat eventuele verwondingen door de bladen van de propellers beperkt blijven;

6)

ze zijn elektrisch aangedreven, op een nominale spanning van hoogstens 24 V gelijkstroom of het equivalent daarvan in wisselstroom; de toegankelijke delen staan onder een spanning van hoogstens 24 V gelijkstroom of het equivalent daarvan in wisselstroom; de inwendige spanning mag niet meer dan 24 V gelijkstroom of het equivalent daarvan in wisselstroom bedragen, tenzij gewaarborgd wordt dat de gegenereerde combinatie van spanning en stroom geen enkel risico of geen enkele schadelijke elektrische schok oplevert, zelfs niet wanneer het UAS beschadigd is;

7)

als het UA is uitgerust met een follow-me-modus en als deze functie is ingeschakeld, moet het binnen een bereik van 50 m rond de piloot op afstand blijven en moet de piloot op afstand de besturing van het UA weer kunnen overnemen;

8)

de UAS moeten op de markt worden gebracht met een handleiding waarin het volgende is vermeld:

a)

de kenmerken van het UA, met inbegrip van, maar niet beperkt tot:

de klasse van het UA;

de massa van het UA (met een beschrijving van de referentieconfiguratie) en de maximale startmassa (MTOM);

de algemene kenmerken van toegestane ladingen, wat massa, afmetingen, interfaces met het UA en eventuele andere beperkingen betreft;

de apparatuur en software om het UA van op afstand te besturen;

en een beschrijving van het gedrag van het UA in het geval de gegevenslink wordt verbroken;

b)

duidelijke vluchtuitvoeringsinstructies;

c)

de vluchtuitvoeringsbeperkingen (met inbegrip van, maar niet beperkt tot meteorologische omstandigheden en dag/nacht-vluchtuitvoeringen); en

d)

een passende beschrijving van alle risico's die verbonden zijn met UAS-vluchtuitvoeringen, aangepast aan de leeftijd van de gebruiker.

9)

Bij het UAS moet een inlichtingennota van het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA) worden gevoegd, waarin de toepasselijke beperkingen en verplichtingen zijn vermeld, overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947.

10)

De punten 4, 5 en 6 zijn niet van toepassing op UAS die speelgoed zijn in de zin van Richtlijn 2009/48/EG betreffende de veiligheid van speelgoed.

DEEL 2

Eisen voor onbemande luchtvaartuigsystemen van klasse C1

Met betrekking tot UAS van klasse C1 wordt het volgende etiket aangebracht op het UA:

Image 2

UAS van klasse C1 moeten voldoen aan de volgende voorschriften:

1)

de materialen waaruit ze zijn vervaardigd en hun prestaties en fysieke kenmerken zijn zodanig dat, in het geval van een botsing tegen eindsnelheid met een menselijk hoofd, minder dan 80 J aan energie wordt overgedragen op het menselijk hoofd; bij wijze van alternatief op dit voorschrift, moeten ze een MTOM van minder dan 900 g hebben, lading inbegrepen;

2)

de maximumsnelheid in horizontale vlucht bedraagt 19 m/s;

3)

de maximale hoogte die ze kunnen bereiken boven het opstijgpunt is beperkt tot 120 m, of ze moeten zijn uitgerust met een systeem dat de hoogte boven de grond of boven het opstijgpunt beperkt tot 120 m of tot een waarde die kan worden geselecteerd door de piloot op afstand. Als de waarde kan worden geselecteerd, moet tijdens de vlucht duidelijke informatie over de hoogte van het UA boven de grond of boven het opstijgpunt worden verstrekt aan de piloot op afstand;

4)

ze moeten — wat de stabiliteit, manoeuvreerbaarheid en datalinkprestaties betreft — veilig kunnen worden bestuurd door de piloot op afstand, volgens de instructies van de fabrikant, voor zover nodig in alle verwachte vluchtuitvoeringsomstandigheden, daaronder begrepen het uitvallen van een of, voor zover van toepassing, meerdere systemen;

5)

ze moeten over de nodige mechanische sterkte beschikken, met inbegrip van alle nodige veiligheidsfactoren en, voor zover passend, over de nodige stabiliteit om te kunnen weerstaan aan elke belasting waaraan ze tijdens het gebruik worden onderworpen, zonder breuken of vervormingen die de veiligheid van de vlucht in het gedrang kunnen brengen;

6)

ze moeten zodanig zijn ontworpen en gebouwd dat het risico op verwonding van mensen tijdens de vluchtuitvoering tot een minimum wordt beperkt; scherpe randen moeten worden vermeden, tenzij dit technisch onvermijdelijk is ingevolge praktijken van goed ontwerp en goede fabricage. Als ze zijn uitgerust met propellers, moeten ze zodanig zijn ontworpen dat eventuele verwondingen door de bladen van de propellers beperkt blijven;

7)

als de gegevenslink verbroken wordt, moet het UA over een betrouwbare methode beschikken om de gegevenslink te herstellen of om de vlucht op zodanige wijze te beëindigen dat de gevolgen voor derden in de lucht of op de grond beperkt blijven;

8)

tenzij het een UA met vaste vleugels betreft, mag zijn gewaarborgde A-gewogen geluidvermogensniveau (LWA ), bepaald overeenkomstig deel 13, niet hoger zijn dan de in deel 15 bepaalde niveaus;

9)

tenzij het een UA met vaste vleugels betreft, moet de vermelding van het A-gewogen geluidvermogensniveau op het UA en/of de verpakking zijn aangebracht, overeenkomstig deel 14;

10)

ze moeten elektrisch zijn aangedreven, op een nominale spanning van hoogstens 24 V gelijkstroom of het equivalent daarvan in wisselstroom; de toegankelijke delen staan onder een spanning van hoogstens 24 V gelijkstroom of het equivalent daarvan in wisselstroom; de inwendige spanning mag niet meer dan 24 V gelijkstroom of het equivalent daarvan in wisselstroom bedragen, tenzij gewaarborgd wordt dat de gegenereerde combinatie van spanning en stroom geen enkel risico of geen enkele schadelijke elektrische schok oplevert, zelfs niet wanneer het UAS beschadigd is;

11)

ze moeten een uniek fysiek serienummer hebben dat beantwoordt aan norm ANSI/CTA-2063 Small Unmanned Aerial Systems Serial Numbers;

12)

ze moeten voorzien zijn van een directe identificatie op afstand die:

a)

maakt het mogelijk het registratienummer van de UAS-exploitant te uploaden overeenkomstig artikel 14 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 en uitsluitend volgens het proces van het registratiesysteem;

b)

er tijdens de volledige duur van de vlucht in realtime voor zorgt dat het UA rechtstreeks en periodiek de onderstaande gegevens uitzendt via een open en gedocumenteerd verzendingsprotocol, op zodanige wijze dat ze rechtstreeks kunnen worden ontvangen door bestaande mobiele apparaten binnen het zendbereik:

i

het registratienummer van de UAS-exploitant;

ii

het unieke fysieke serienummer van het UA volgens norm ANSI/CTA-2063;

iii

de geografische positie van het UA en zijn hoogte boven de grond of boven het opstijgpunt;

iv

het traject, met de klok mee gemeten vanaf het geografische noorden, en de grondsnelheid van het UA; en

v

de geografische positie van de piloot op afstand of, als deze niet beschikbaar is, het opstijgpunt;

c)

ervoor zorgt dat de gebruiker de onder b), punten ii, iii, iv en v, vermelde gegevens niet kan wijzigen.

13)

ze moeten zijn uitgerust met een geobewustzijnsysteem dat:

a)

is uitgerust met een interface voor het opladen en actualiseren van gegevens met informatie over door de geografische zones opgelegde luchtruimbeperkingen met betrekking tot de positie en altitude van het UA, zoals gedefinieerd in artikel 15 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947, waarbij er wordt op toegezien dat het proces van opladen of actualiseren van de gegevens geen nadelige gevolgen heeft voor de integriteit en geldigheid van de gegevens;

b)

een waarschuwingssignaal geeft aan de piloot op afstand wanneer een potentiële inbreuk op luchtruimbeperkingen wordt gedetecteerd; en

c)

de piloot op afstand informatie verstrekt over de status van het UA, en een waarschuwingssignaal geeft wanneer de plaatsbepalings- of navigatiesystemen de goede werking van het geobewustzijnsysteem niet kunnen garanderen;

14)

als het UA over een functie beschikt die de toegang tot bepaalde delen of volumes van het luchtruim beperkt, dan moet deze functie vlot samenwerken met het besturingssysteem van het UA, zonder de veiligheid van de vlucht nadelig te beïnvloeden; bovendien moet de piloot op afstand duidelijke informatie krijgen wanneer deze functie verhindert dat het UA toegang krijgt tot deze delen of volumes van het luchtruim;

15)

ze moeten de piloot op afstand een duidelijke waarschuwing geven als de batterij van het UA of het besturingsstation leeg raakt, zodat hij voldoende tijd heeft om het UA veilig aan de grond te zetten.

16)

ze moeten zijn uitgerust met lichten met het oog op:

a)

de bestuurbaarheid van het UA,

b)

de waarneembaarheid van het UA tijdens de nacht; het ontwerp van de lichten moet een persoon op de grond in staat stellen het UA te onderscheiden van een bemand luchtvaartuig;

17)

als het UA is uitgerust met een follow-me-modus en als deze functie is ingeschakeld, moet het binnen een bereik van 50 m rond de piloot op afstand blijven en moet de piloot op afstand de besturing van het UA weer kunnen overnemen;

18)

de UAS moeten op de markt worden gebracht met een handleiding waarin het volgende is vermeld:

a)

de kenmerken van het UA, met inbegrip van, maar niet beperkt tot:

de klasse van het UA;

de massa van het UA (met een beschrijving van de referentieconfiguratie) en de maximale startmassa (MTOM);

de algemene kenmerken van toegestane ladingen, wat massa, afmetingen, interfaces met het UA en eventuele andere beperkingen betreft;

de apparatuur en software om het UA van op afstand te besturen;

de referentie van het verzendingsprotocol dat gebruikt wordt voor het uitzenden van de directe identificatie op afstand;

het geluidvermogensniveau;

en een beschrijving van het gedrag van het UA in het geval de gegevenslink wordt verbroken;

b)

duidelijke vluchtuitvoeringsinstructies;

c)

de procedure voor het uploaden van luchtruimbeperkingen;

d)

de onderhoudsinstructies;

e)

de procedures voor het oplossen van problemen;

f)

de vluchtuitvoeringsbeperkingen (met inbegrip van, maar niet beperkt tot meteorologische omstandigheden en dag/nacht-vluchtuitvoeringen); en

g)

een passende beschrijving van alle risico's in verband met vluchtuitvoeringen met UAS;

19)

een door het EASA gepubliceerde inlichtingennota met de passende beperkingen en verplichtingen uit hoofde van de EU-wetgeving.

DEEL 3

Eisen voor onbemande luchtvaartuigsystemen van klasse C2

Met betrekking tot UAS van klasse C2 wordt het volgende etiket aangebracht op het UA:

Image 3

UAS van klasse C2 moeten voldoen aan de volgende voorschriften:

1)

een maximumstartmassa (MTOM) van minder dan 4 kg, lading inbegrepen;

2)

de maximale hoogte die ze kunnen bereiken boven het opstijgpunt is beperkt tot 120 m, of ze moeten zijn uitgerust met een systeem dat de hoogte boven de grond of boven het opstijgpunt beperkt tot 120 m of tot een waarde die kan worden geselecteerd door de piloot op afstand. Als de waarde kan worden geselecteerd, moet tijdens de vlucht duidelijke informatie over de hoogte van het UA boven de grond of boven het opstijgpunt worden verstrekt aan de piloot op afstand;

3)

ze moeten — wat de stabiliteit, manoeuvreerbaarheid en datalinkprestaties betreft — veilig kunnen worden bestuurd door een piloot op afstand die over de nodige bekwaamheid beschikt als gedefinieerd in Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947, volgens de instructies van de fabrikant, voor zover nodig in alle verwachte vluchtuitvoeringsomstandigheden, daaronder begrepen het uitvallen van een of, voor zover van toepassing, meerdere systemen;

4)

ze moeten over de nodige mechanische sterkte beschikken, met inbegrip van alle nodige veiligheidsfactoren en, voor zover passend, over de nodige stabiliteit om te kunnen weerstaan aan elke belasting waaraan ze tijdens het gebruik worden onderworpen, zonder breuken of vervormingen die de veiligheid van de vlucht in het gedrang kunnen brengen;

5)

in het geval van een verankerd UA, moet de treklengte van de kabel minder dan 50 m bedragen en moet hij een mechanische sterkte hebben die niet kleiner is dan:

a)

voor luchtvaartuigen zwaarder dan lucht: 10 keer de maximummassa van het luchtvaartuig;

b)

voor luchtvaartuigen lichter dan lucht: 4 keer de kracht die wordt uitgeoefend door de combinatie van de maximale statische stuwkracht en de aerodynamische kracht van de maximaal toegestane windsnelheid tijdens de vlucht;

6)

ze moeten zodanig zijn ontworpen en gebouwd dat het risico op verwonding van mensen tijdens de vluchtuitvoering tot een minimum wordt beperkt; scherpe randen moeten worden vermeden, tenzij dit technisch onvermijdelijk is ingevolge praktijken van goed ontwerp en goede fabricage. Als ze zijn uitgerust met propellers, moeten ze zodanig zijn ontworpen dat eventuele verwondingen door de bladen van de propellers beperkt blijven;

7)

tenzij het UA verankerd is, moet het, als de gegevenslink verbroken wordt, over een betrouwbare methode beschikken om de gegevenslink te herstellen of om de vlucht op zodanige wijze te beëindigen dat de gevolgen voor derden in de lucht of op de grond beperkt blijven;

8)

tenzij het UA verankerd is, moet het zijn uitgerust met een gegevenslink die de besturings- en controlefuncties beschermt tegen toegang door onbevoegden;

9)

tenzij het een UA met vaste vleugels betreft, moet het UA zijn uitgerust met een lagesnelheidsmodus die door de piloot op afstand kan worden geselecteerd en die de maximale kruissnelheid beperkt tot hoogstens 3 m/s.

10)

tenzij het een UA met vaste vleugels betreft, mag zijn gewaarborgde A-gewogen geluidvermogensniveau (LWA ), bepaald overeenkomstig deel 13, niet hoger zijn dan de in deel 15 bepaalde niveaus;

11)

tenzij het een UA met vaste vleugels betreft, moet de vermelding van het A-gewogen geluidvermogensniveau op het UA en/of de verpakking zijn aangebracht, overeenkomstig deel 14;

12)

ze moeten elektrisch zijn aangedreven, op een nominale spanning van hoogstens 48 V gelijkstroom of het equivalent daarvan in wisselstroom; de toegankelijke delen staan onder een spanning van hoogstens 48 V gelijkstroom of het equivalent daarvan in wisselstroom; de inwendige spanning mag niet meer dan 48 V gelijkstroom of het equivalent daarvan in wisselstroom bedragen, tenzij gewaarborgd wordt dat de gegenereerde combinatie van spanning en stroom geen enkel risico of geen enkele schadelijke elektrische schok oplevert, zelfs niet wanneer het UAS beschadigd is;

13)

ze moeten een uniek fysiek serienummer hebben dat beantwoordt aan norm ANSI/CTA-2063 Small Unmanned Aerial Systems Serial Numbers;

14)

tenzij ze verankerd zijn, moeten ze beschikken over een directe identificatie op afstand die:

a)

maakt het mogelijk het registratienummer van de UAS-exploitant te uploaden overeenkomstig artikel 14 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 en uitsluitend volgens het proces van het registratiesysteem;

b)

er tijdens de volledige duur van de vlucht in realtime voor zorgt dat het UA rechtstreeks en periodiek de onderstaande gegevens uitzendt via een open en gedocumenteerd verzendingsprotocol, op zodanige wijze dat ze rechtstreeks kunnen worden ontvangen door bestaande mobiele apparaten binnen het zendbereik:

i

het registratienummer van de UAS-exploitant;

ii

het unieke fysieke serienummer van het UA volgens norm ANSI/CTA-2063;

iii

de geografische positie van het UA en zijn hoogte boven de grond of boven het opstijgpunt;

iv

het traject, met de klok mee gemeten vanaf het geografische noorden, en de grondsnelheid van het UA; en

v

de geografische positie van de piloot op afstand;

c)

ervoor zorgt dat de gebruiker de onder b), punten ii, iii, iv en v, vermelde gegevens niet kan wijzigen.

15)

ze moeten zijn uitgerust met een geobewustzijnsfunctie die:

a)

is uitgerust met een interface voor het opladen en actualiseren van gegevens met informatie over door de geografische zones opgelegde luchtruimbeperkingen met betrekking tot de positie en altitude van het UA, zoals gedefinieerd in artikel 15 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947, waarbij er wordt op toegezien dat het proces van opladen of actualiseren van die gegevens geen nadelige gevolgen heeft voor de integriteit en geldigheid van de gegevens;

b)

een waarschuwingssignaal geeft aan de piloot op afstand wanneer een potentiële inbreuk op luchtruimbeperkingen wordt gedetecteerd; en

c)

de piloot op afstand informatie verstrekt over de status van het UA, en een waarschuwingssignaal geeft wanneer de plaatsbepalings- of navigatiesystemen de goede werking van het geobewustzijnsysteem niet kunnen garanderen;

16)

als het UA over een functie beschikt die de toegang tot bepaalde delen of volumes van het luchtruim beperkt, dan moet deze functie vlot samenwerken met het besturingssysteem van het UA, zonder de veiligheid van de vlucht nadelig te beïnvloeden; bovendien krijgt de piloot op afstand duidelijke informatie wanneer deze functie verhindert dat het UA toegang krijgt tot deze delen of volumes van het luchtruim;

17)

ze moeten de piloot op afstand een duidelijke waarschuwing geven als de batterij van het UA of het besturingsstation leeg raakt, zodat hij voldoende tijd heeft om het UA veilig aan de grond te zetten;

18)

ze moeten zijn uitgerust met lichten met het oog op:

1)

de bestuurbaarheid van het UA;

2)

de waarneembaarheid van het UA tijdens de nacht; het ontwerp van de lichten moet een persoon op de grond in staat stellen het UA te onderscheiden van bemande luchtvaartuigen;

19)

de UAS moeten op de markt worden gebracht met een handleiding waarin het volgende is vermeld:

a)

de kenmerken van het UA, met inbegrip van, maar niet beperkt tot:

de klasse van het UA;

de massa van het UA (met een beschrijving van de referentieconfiguratie) en de maximale startmassa (MTOM);

de algemene kenmerken van toegestane ladingen, wat massa, afmetingen, interfaces met het UA en eventuele andere beperkingen betreft;

de apparatuur en software om het UA van op afstand te besturen;

de referentie van het verzendingsprotocol dat gebruikt wordt voor het uitzenden van de directe identificatie op afstand;

het geluidvermogensniveau;

en een beschrijving van het gedrag van het UA in het geval de gegevenslink wordt verbroken;

b)

duidelijke vluchtuitvoeringsinstructies;

c)

de procedure voor het uploaden van luchtruimbeperkingen;

d)

de onderhoudsinstructies;

e)

de procedures voor het oplossen van problemen;

f)

de vluchtuitvoeringsbeperkingen (met inbegrip van, maar niet beperkt tot meteorologische omstandigheden en dag/nacht-vluchtuitvoeringen); en

g)

een passende beschrijving van alle risico's in verband met vluchtuitvoeringen met UAS;

20)

een door het EASA gepubliceerde inlichtingennota met de passende beperkingen en verplichtingen uit hoofde van de EU-wetgeving.

DEEL 4

Eisen voor onbemande luchtvaartuigsystemen van klasse C3

Met betrekking tot UAS van klasse C3 wordt het volgende etiket aangebracht op het UA:

Image 4

UAS van klasse C3 moeten voldoen aan de volgende voorschriften:

1)

een MTOM van minder dan 25 kg, lading inbegrepen, en een kenmerkende afmeting van minder dan 3 m;

2)

de maximale hoogte die ze kunnen bereiken boven het opstijgpunt is beperkt tot 120 m, of ze moeten zijn uitgerust met een systeem dat de hoogte boven de grond of boven het opstijgpunt beperkt tot 120 m of tot een waarde die kan worden geselecteerd door de piloot op afstand. Als de waarde kan worden geselecteerd, moet tijdens de vlucht duidelijke informatie over de hoogte van het UA boven de grond of boven het opstijgpunt worden verstrekt aan de piloot op afstand;

3)

ze moeten — wat de stabiliteit, manoeuvreerbaarheid en datalinkprestaties betreft — veilig kunnen worden bestuurd door een piloot die over de nodige bekwaamheid beschikt als gedefinieerd in Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947, volgens de instructies van de fabrikant, voor zover nodig in alle verwachte vluchtuitvoeringsomstandigheden, daaronder begrepen het uitvallen van een of, voor zover van toepassing, meerdere systemen;

4)

in het geval van een verankerd UA, moet de treklengte van de kabel minder dan 50 m bedragen en moet hij een mechanische sterkte hebben die niet kleiner is dan:

a)

voor luchtvaartuigen zwaarder dan lucht: 10 keer de maximummassa van het luchtvaartuig;

b)

voor luchtvaartuigen lichter dan lucht: 4 keer de kracht die wordt uitgeoefend door de combinatie van de maximale statische stuwkracht en de aerodynamische kracht van de maximaal toegestane windsnelheid tijdens de vlucht;

5)

tenzij het UA verankerd is, moet het, als de gegevenslink verbroken wordt, over een betrouwbare methode beschikken om de gegevenslink te herstellen of om de vlucht op zodanige wijze te beëindigen dat de gevolgen voor derden in de lucht of op de grond beperkt blijven;

6)

tenzij het een UA met vaste vleugels betreft, moet de vermelding van het A-gewogen geluidvermogensniveau (LWA ), zoals bepaald overeenkomstig deel 13, op het UA en/of de verpakking zijn aangebracht, overeenkomstig deel 14;

7)

ze moeten elektrisch zijn aangedreven, op een nominale spanning van hoogstens 48 V gelijkstroom of het equivalent daarvan in wisselstroom; de toegankelijke delen staan onder een spanning van hoogstens 48 V gelijkstroom of het equivalent daarvan in wisselstroom; de inwendige spanning mag niet meer dan 48 V gelijkstroom of het equivalent daarvan in wisselstroom bedragen, tenzij gewaarborgd wordt dat de gegenereerde combinatie van spanning en stroom geen enkel risico of geen enkele schadelijke elektrische schok oplevert, zelfs niet wanneer het UAS beschadigd is;

8)

ze moeten een uniek fysiek serienummer hebben dat beantwoordt aan norm ANSI/CTA-2063 Small Unmanned Aerial Systems Serial Numbers;

9)

tenzij ze verankerd zijn, moeten ze beschikken over een directe identificatie op afstand die:

a)

maakt het mogelijk het registratienummer van de UAS-exploitant te uploaden overeenkomstig artikel 14 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 en uitsluitend volgens het proces van het registratiesysteem;

b)

er tijdens de volledige duur van de vlucht in realtime voor zorgt dat het UA rechtstreeks en periodiek de onderstaande gegevens uitzendt via een open en gedocumenteerd verzendingsprotocol, op zodanige wijze dat ze rechtstreeks kunnen worden ontvangen door bestaande mobiele apparaten binnen het zendbereik:

i

het registratienummer van de UAS-exploitant;

ii

het unieke fysieke serienummer van het UA volgens norm ANSI/CTA-2063;

iii

de geografische positie van het UA en zijn hoogte boven de grond of boven het opstijgpunt;

iv

het traject, met de klok mee gemeten vanaf het geografische noorden, en de grondsnelheid van het UA; en

v

de geografische positie van de piloot op afstand;

c)

ervoor zorgt dat de gebruiker de onder b), punten ii, iii, iv en v, vermelde gegevens niet kan wijzigen.

10)

ze moeten zijn uitgerust met een geobewustzijnsfunctie die:

a)

is uitgerust met een interface voor het opladen en actualiseren van gegevens met informatie over door de geografische zones opgelegde luchtruimbeperkingen met betrekking tot de positie en altitude van het UA, zoals gedefinieerd in artikel 15 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947, waarbij er wordt op toegezien dat het proces van opladen of actualiseren van die gegevens geen nadelige gevolgen heeft voor de integriteit en geldigheid van de gegevens;

b)

een waarschuwingssignaal geeft aan de piloot op afstand wanneer een potentiële inbreuk op luchtruimbeperkingen wordt gedetecteerd; en

c)

de piloot op afstand informatie verstrekt over de status van het UA, en een waarschuwingssignaal geeft wanneer de plaatsbepalings- of navigatiesystemen de goede werking van het geobewustzijnsysteem niet kunnen garanderen;

11)

als het UA over een functie beschikt die de toegang tot bepaalde delen of volumes van het luchtruim beperkt, dan moet deze functie vlot samenwerken met het besturingssysteem van het UA, zonder de veiligheid van de vlucht nadelig te beïnvloeden; bovendien krijgt de piloot op afstand duidelijke informatie wanneer deze functie verhindert dat het UA toegang krijgt tot deze delen of volumes van het luchtruim;

12)

tenzij het UA verankerd is, moet het zijn uitgerust met een gegevenslink die de besturings- en controlefuncties beschermt tegen toegang door onbevoegden;

13)

ze moeten de piloot op afstand een duidelijke waarschuwing geven als de batterij van het UA of het besturingsstation leeg raakt, zodat hij voldoende tijd heeft om het UA veilig aan de grond te zetten;

14)

ze moeten zijn uitgerust met lichten met het oog op:

1)

de bestuurbaarheid van het UA;

2)

de waarneembaarheid van het UA tijdens de nacht; het ontwerp van de lichten moet een persoon op de grond in staat stellen het UA te onderscheiden van een bemand luchtvaartuig;

15)

de UAS moeten op de markt worden gebracht met een handleiding waarin het volgende is vermeld:

a)

de kenmerken van het UA, met inbegrip van, maar niet beperkt tot:

de klasse van het UA;

de massa van het UA (met een beschrijving van de referentieconfiguratie) en de maximale startmassa (MTOM);

de algemene kenmerken van toegestane ladingen, wat massa, afmetingen, interfaces met het UA en eventuele andere beperkingen betreft;

de apparatuur en software om het UA van op afstand te besturen;

de referentie van het verzendingsprotocol dat gebruikt wordt voor het uitzenden van de directe identificatie op afstand;

het geluidvermogensniveau;

en een beschrijving van het gedrag van het UA in het geval de gegevenslink wordt verbroken;

b)

duidelijke vluchtuitvoeringsinstructies;

c)

de procedure voor het uploaden van luchtruimbeperkingen;

d)

de onderhoudsinstructies;

e)

de procedures voor het oplossen van problemen;

f)

de vluchtuitvoeringsbeperkingen (met inbegrip van, maar niet beperkt tot meteorologische omstandigheden en dag/nacht-vluchtuitvoeringen); en

g)

een passende beschrijving van alle risico's in verband met vluchtuitvoeringen met UAS;

16)

een door het EASA gepubliceerde inlichtingennota met de passende beperkingen en verplichtingen uit hoofde van de EU-wetgeving.

DEEL 5

Eisen voor onbemande luchtvaartuigsystemen van klasse C4

Met betrekking tot UAS van klasse C4 wordt het volgende etiket zichtbaar op het UA aangebracht:

Image 5

UAS van klasse C4 moeten voldoen aan de volgende voorschriften:

1)

een maximumstartmassa (MTOM) van minder dan 25 kg, lading inbegrepen;

2)

ze moeten veilig kunnen worden gecontroleerd en bestuurd door de piloot op afstand, volgens de instructies van de fabrikant, voor zover nodig in alle verwachte vluchtuitvoeringsomstandigheden, daaronder begrepen het uitvallen van een of, voor zover van toepassing, meerdere systemen;

3)

ze mogen niet over automatische besturingsmodi beschikken, behalve modi die bijdragen tot de stabiliteit tijdens de vlucht en die geen direct effect hebben op het traject, en modi die bijstand verlenen wanneer de link wordt verbroken, voor zover een vooraf bepaalde vaste positie van de besturingselementen beschikbaar is in het geval de link wordt verbroken;

4)

de UAS moeten op de markt worden gebracht met een handleiding waarin het volgende is vermeld:

a)

de kenmerken van het UA, met inbegrip van, maar niet beperkt tot:

de klasse van het UA;

de massa van het UA (met een beschrijving van de referentieconfiguratie) en de maximale startmassa (MTOM);

de algemene kenmerken van toegestane ladingen, wat massa, afmetingen, interfaces met het UA en eventuele andere beperkingen betreft;

de apparatuur en software om het UA van op afstand te besturen;

en een beschrijving van het gedrag van het UA in het geval de gegevenslink wordt verbroken;

b)

duidelijke vluchtuitvoeringsinstructies;

c)

de onderhoudsinstructies;

d)

de procedures voor het oplossen van problemen;

e)

de vluchtuitvoeringsbeperkingen (met inbegrip van, maar niet beperkt tot meteorologische omstandigheden en dag/nacht-vluchtuitvoeringen); en

f)

een passende beschrijving van alle risico's in verband met vluchtuitvoeringen met UAS;

5)

een door het EASA gepubliceerde inlichtingennota met de passende beperkingen en verplichtingen uit hoofde van de EU-wetgeving.

DEEL 6

Eisen voor een directe add-on voor identificatie op afstand

Een directe add-on voor identificatie op afstand:

1)

maakt het mogelijk het registratienummer van de UAS-exploitant te uploaden overeenkomstig artikel 14 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 en uitsluitend volgens het proces van het registratiesysteem;

2)

heeft een fysiek serienummer dat beantwoordt aan norm ANSI/CTA-2063 Small Unmanned Aerial Systems Serial Numbers en dat op leesbare wijze is aangebracht op de add-on en de verpakking of in de handleiding;

3)

er tijdens de volledige duur van de vlucht in realtime voor zorgt dat het UA rechtstreeks en periodiek de onderstaande gegevens uitzendt via een open en gedocumenteerd verzendingsprotocol, op zodanige wijze dat ze rechtstreeks kunnen worden ontvangen door bestaande mobiele apparaten binnen het zendbereik:

i

het registratienummer van de UAS-exploitant;

ii

het unieke fysieke serienummer van de add-on volgens norm ANSI/CTA-2063;

iii

de geografische positie van het UA en zijn hoogte boven de grond of boven het opstijgpunt;

iv

het traject, met de klok mee gemeten vanaf het geografische noorden, en de grondsnelheid van het UA; en

v

de geografische positie van de piloot op afstand of, als deze niet beschikbaar is, het opstijgpunt;

4)

zorgt ervoor dat de gebruiker de in lid 3, punten ii, iii, iv en v, vermelde gegevens niet kan wijzigen.

5)

wordt op de markt gebracht met een gebruikershandleiding waarin het verzendingsprotocol vermeld is dat gebruikt wordt voor de uitzending van de directe identificatie op afstand, en dat de instructie bevat om:

a)

de module op het UA te installeren;

b)

het registratienummer van de UAS-exploitant te uploaden.

DEEL 7

Conformiteitsbeoordelingsmodule A — Interne productiecontrole

1.   Met "interne productiecontrole" wordt de conformiteitsbeoordelingsprocedure bedoeld waarbij de fabrikant de verplichtingen in de punten 2, 3 en 4 van dit deel nakomt en op eigen verantwoordelijkheid garandeert en verklaart dat de betrokken producten voldoen aan de eisen van deel 1, 5 of 6 die op hem van toepassing zijn.

2.   Technische documentatie

De fabrikant stelt de technische documentatie op overeenkomstig artikel 17 van deze verordening.

3.   Fabricage

De fabrikant neemt alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het fabricageproces en het toezicht daarop waarborgt dat het vervaardigde product conform is met de in punt 2 van dit deel bedoelde technische documentatie en met de in deel 1, 5 of 6 uiteengezette eisen die er op van toepassing zijn.

4.   CE-markering en EU-conformiteitsverklaring

1)

Overeenkomstig de artikelen 15 en 16 van deze verordening brengt de fabrikant de CE-markering en, voor zover van toepassing, het etiket met de vermelding van de UA-klasse aan op elk individueel product dat voldoet aan de toepasselijke eisen van deel 1, 5 of 6.

2)

De fabrikant stelt voor elk productmodel een EU-conformiteitsverklaring op en houdt deze verklaring, samen met de technische documentatie, tot tien jaar na het in de handel brengen van het product ter beschikking van de nationale autoriteiten. In de EU-conformiteitsverklaring wordt het product waarvoor de verklaring is opgesteld duidelijk geïdentificeerd.

Een kopie van de EU-conformiteitsverklaring wordt op verzoek aan de relevante autoriteiten verstrekt.

5.   Gemachtigde vertegenwoordiger

De in punt 4 vermelde verplichtingen van de fabrikant kunnen namens hem en onder zijn verantwoordelijkheid worden vervuld door een gemachtigde vertegenwoordiger, op voorwaarde dat dit in het mandaat gespecificeerd is.

DEEL 8

Conformiteitsbeoordelingsmodules B en C — EU-typeonderzoek en conformiteit met het type op basis van interne productiecontrole, zoals bepaald in bijlage II bij Besluit nr. 768/2008/EG

Wanneer naar dit deel wordt verwezen, verloopt de conformiteitsbeoordelingsprocedure volgens de hierna beschreven modules B (EU-typeonderzoek) en C (conformiteit met het type op basis van interne productiecontrole) van dit deel.

Module B

EU-typeonderzoek

1.   Met EU-typeonderzoek wordt dat gedeelte van een conformiteitsbeoordelingsprocedure bedoeld waarin de aangemelde instantie het technisch ontwerp van het product onderzoekt, controleert of het aan de essentiële eisen in delen 1 tot en met 6 voldoet, en een verklaring hierover verstrekt.

2.   Het EU-typeonderzoek wordt uitgevoerd aan de hand van een beoordeling van de geschiktheid van het technisch ontwerp van het product, via onderzoek van de technische documentatie en het bewijsmateriaal als bedoeld in punt 3, plus onderzoek van voor de betrokken productie representatieve monsters van een of meer kritieke onderdelen van het product (combinatie van productietype en ontwerptype).

3.   De fabrikant dient een aanvraag voor het EU-typeonderzoek in bij een aangemelde instantie van zijn keuze.

De aanvraag omvat:

1)

de naam en het adres van de fabrikant en, indien de aanvraag wordt ingediend door zijn gemachtigde vertegenwoordiger, ook diens naam en adres;

2)

een schriftelijke verklaring dat er geen gelijkluidende aanvraag bij een andere aangemelde instantie is ingediend;

3)

de technische documentatie. Aan de hand van de technische documentatie moet kunnen worden beoordeeld of het product aan de toepasselijke eisen van deze verordening voldoet; zij omvat een passende risicoanalyse en -beoordeling. Voor zover van toepassing bevat de technische documentatie de in artikel 17 van deze verordening uiteengezette elementen;

4)

de monsters die representatief zijn voor de geplande productie. De aangemelde instantie kan meer monsters verlangen als dit voor het testprogramma nodig is;

5)

het bewijsmateriaal voor de geschiktheid van het technische ontwerp. Hierin worden de gevolgde documenten vermeld, in het bijzonder wanneer de desbetreffende geharmoniseerde normen en/of technische specificaties niet of niet volledig zijn toegepast. Zo nodig worden ook de resultaten vermeld van tests die overeenkomstig andere relevante technische specificaties door een geschikt laboratorium van de fabrikant of namens hem en onder zijn verantwoordelijkheid door een ander laboratorium zijn verricht.

4.   De aangemelde instantie verricht de volgende handelingen:

 

Voor het product:

1)

zij onderzoekt de technische documentatie en het bewijsmateriaal om de geschiktheid van het technische ontwerp van het product te beoordelen.

 

Voor het monster/de monsters:

2)

zij controleert of het monster (de monsters) overeenkomstig de technische documentatie is (zijn) vervaardigd en stelt vast welke elementen overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van de relevante geharmoniseerde normen en/of technische specificaties zijn ontworpen, alsook welke elementen zijn ontworpen zonder toepassing van de relevante bepalingen van die normen;

3)

zij verricht de nodige onderzoeken en tests, of laat die verrichten om, ingeval de fabrikant heeft gekozen voor de oplossingen uit de relevante geharmoniseerde normen en/of technische specificaties, te controleren of deze op de juiste wijze zijn toegepast;

4)

zij verricht de nodige onderzoeken en tests, of laat die verrichten om, ingeval de oplossingen uit de relevante geharmoniseerde normen en/of technische specificaties niet zijn toegepast, te controleren of de door de fabrikant gekozen oplossingen aan de desbetreffende essentiële eisen van het wetgevingsinstrument voldoen;

5)

zij stelt in overleg met de fabrikant de plaats vast waar de onderzoeken en tests zullen worden uitgevoerd.

5.   De aangemelde instantie stelt een evaluatieverslag op over de overeenkomstig punt 4 verrichte activiteiten en de resultaten daarvan. Onverminderd haar verplichtingen als bedoeld in punt 8 maakt de aangemelde instantie de inhoud van dit verslag uitsluitend met instemming van de fabrikant geheel of gedeeltelijk openbaar.

6.   Indien het type voldoet aan de eisen van deze verordening, verstrekt de aangemelde instantie de fabrikant een certificaat van EU-typeonderzoek. Dit certificaat bevat de naam en het adres van de fabrikant, de conclusies van het onderzoek, de relevante aspecten van de eisen waarop het onderzoek betrekking heeft, de eventuele voorwaarden voor de geldigheid van het certificaat en de gegevens die nodig zijn voor de identificatie van het goedgekeurde type. Het certificaat kan vergezeld gaan van een of meer bijlagen.

Het EU-certificaat en de bijlagen bevatten alle informatie die nodig is om de conformiteit van de gefabriceerde producten met het onderzochte type te kunnen toetsen en controles tijdens het gebruik te kunnen verrichten.

Wanneer het type niet aan de toepasselijke eisen van deze verordening voldoet, weigert de aangemelde instantie een certificaat van EU-typeonderzoek te verstrekken en brengt zij de aanvrager hiervan op de hoogte met vermelding van de precieze redenen voor de weigering.

7.   De aangemelde instantie zorgt ervoor dat ze op de hoogte blijft van elke verandering in de algemeen erkende stand van de techniek; indien het goedgekeurde type vanwege deze ontwikkeling mogelijk niet meer aan de toepasselijke eisen van deze verordening voldoet, beoordeelt zij of nader onderzoek nodig is. Als dit het geval is, stelt de aangemelde instantie de fabrikant daarvan in kennis.

De fabrikant brengt de aangemelde instantie die de technische documentatie betreffende het certificaat van EU-typeonderzoek bewaart op de hoogte van alle wijzigingen van het goedgekeurde type die van invloed kunnen zijn op de conformiteit van het product met de essentiële eisen van deze verordening of de voorwaarden voor de geldigheid van het certificaat. Dergelijke wijzigingen vereisen een aanvullende goedkeuring die bij het oorspronkelijke certificaat van EU-typeonderzoek wordt gevoegd.

8.   Elke aangemelde instantie brengt de autoriteit die haar heeft aangemeld op de hoogte van de door haar verstrekte of ingetrokken certificaten van EU-typeonderzoek en/of aanvullingen daarop en verstrekt deze autoriteit op gezette tijden of op verzoek een lijst van geweigerde, geschorste of anderszins beperkte certificaten en/of aanvullingen daarop.

Elke aangemelde instantie brengt de andere aangemelde instanties op de hoogte van de door haar geweigerde, ingetrokken, geschorste of anderszins beperkte certificaten van EU-typeonderzoek en aanvullingen daarop alsmede, op verzoek, van de door haar verstrekte certificaten en aanvullingen daarop.

De Commissie, de lidstaten en de andere aangemelde instanties kunnen op verzoek een kopie van de certificaten van EU-typeonderzoek en aanvullingen daarop ontvangen. De Commissie en de lidstaten kunnen op gemotiveerd verzoek een kopie van de technische documentatie en de resultaten van het door de aangemelde instantie verrichte onderzoek ontvangen.

De aangemelde instantie bewaart een kopie van het certificaat van EU-typeonderzoek, de bijlagen en aanvullingen, alsook het technisch dossier, met inbegrip van de door de fabrikant verstrekte documentatie, gedurende tien jaar nadat het product is beoordeeld of tot het einde van de geldigheidsduur van het certificaat.

9.   De fabrikant houdt tot tien jaar na het in de handel brengen van het product een kopie van het certificaat van EU-typeonderzoek, de bijlagen en aanvullingen, samen met de technische documentatie, ter beschikking van de nationale autoriteiten.

10.   De gemachtigde vertegenwoordiger van de fabrikant kan de in punt 3 bedoelde aanvraag indienen en de in de punten 7 en 9 vermelde verplichtingen vervullen, op voorwaarde dat deze in het mandaat zijn gespecificeerd.

Module C

Conformiteit met het type op basis van interne productiecontrole

1.   Met "conformiteit met het type op basis van interne productiecontrole" wordt dat gedeelte van een conformiteitsbeoordelingsprocedure bedoeld waarin de fabrikant de verplichtingen in de punten 2 en 3 nakomt en garandeert en verklaart dat de betrokken producten overeenstemmen met het type als beschreven in het certificaat van EU-typeonderzoek en voldoen aan de toepasselijke eisen van deze verordening.

2.   Fabricage

De fabrikant neemt alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het fabricageproces en het toezicht daarop waarborgt dat de vervaardigde producten conform zijn met het goedgekeurde type als beschreven in het certificaat van EU-typeonderzoek en met de toepasselijke eisen van delen 1 tot en met 6.

3.   CE-markering en EU-conformiteitsverklaring

1)

De fabrikant brengt de CE-markering en, voor zover relevant, het etiket met de vermelding van de UA-klasse, overeenkomstig de artikelen 15 en 16 van deze verordening aan op elk product dat in overeenstemming is met het type als beschreven in het certificaat van EU-typeonderzoek en met de toepasselijke eisen van delen 1 tot en met 6.

2)

De fabrikant stelt voor elk producttype een EU-conformiteitsverklaring op en houdt deze verklaring tot tien jaar nadat het product in de handel is gebracht ter beschikking van de nationale autoriteiten. In de EU-conformiteitsverklaring wordt het producttype duidelijk geïdentificeerd.

Een kopie van de EU-conformiteitsverklaring wordt op verzoek aan de relevante autoriteiten verstrekt.

4.   Gemachtigde vertegenwoordiger

De in punt 3 vermelde verplichtingen van de fabrikant kunnen namens hem en onder zijn verantwoordelijkheid worden vervuld door een gemachtigde vertegenwoordiger, op voorwaarde dat dit in het mandaat gespecificeerd is.

DEEL 9

Conformiteitsbeoordelingsmodule H — Conformiteit op basis van volledige kwaliteitsborging, zoals bepaald in bijlage II bij Besluit nr. 768/2008/EG

1.   Met conformiteit op basis van volledige kwaliteitsborging wordt de conformiteitsbeoordelingsprocedure bedoeld waarbij de fabrikant de verplichtingen in de punten 2 en 5 nakomt en op eigen verantwoordelijkheid garandeert en verklaart dat het betrokken product voldoet aan de toepasselijke eisen van delen 1 tot en met 6.

2.   Fabricage

De fabrikant past op het ontwerp, de fabricage, de eindcontrole en de beproeving van de betrokken producten een goedgekeurd kwaliteitssysteem als bedoeld in punt 3 toe, waarop overeenkomstig punt 4 toezicht wordt uitgeoefend.

3.   Kwaliteitssysteem

1)

De fabrikant dient voor de betrokken producten bij een aangemelde instantie van zijn keuze een aanvraag tot beoordeling van zijn kwaliteitssysteem in.

De aanvraag omvat:

a)

de naam en het adres van de fabrikant en, indien de aanvraag wordt ingediend door zijn gemachtigde vertegenwoordiger, ook diens naam en adres;

b)

de technische documentatie voor elk voor fabricage bestemd type of product, met inbegrip van de in deel 10 uiteengezette elementen, voor zover van toepassing;

c)

de documentatie over het kwaliteitssysteem;

d)

een schriftelijke verklaring dat er geen gelijkluidende aanvraag bij een andere aangemelde instantie is ingediend.

2)

Het kwaliteitssysteem waarborgt dat het product conform is met de eisen van deze verordening.

Alle door de fabrikant vastgestelde gegevens, eisen en bepalingen moeten systematisch en geordend bijeen worden gebracht in een document met schriftelijk vastgelegde beleidsmaatregelen, procedures en aanwijzingen. Aan de hand van de documentatie van het kwaliteitssysteem moeten de kwaliteitsprogramma's, plannen, handboeken en dossiers eenduidig kunnen worden geïnterpreteerd.

De documentatie van het kwaliteitssysteem bevat met name een passende beschrijving van:

a)

de kwaliteitsdoelstellingen en de structuur van de organisatie, de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van het management met betrekking tot het ontwerp en de kwaliteit van de producten;

b)

de technische ontwerpspecificaties, met inbegrip van normen, die worden toegepast en, indien de relevante geharmoniseerde normen niet volledig worden toegepast, de middelen waarmee wordt gewaarborgd dat aan de eisen van deze verordening wordt voldaan;

c)

technieken, processen en systematische acties voor ontwerpcontrole en ontwerpverificatie die zullen worden gebruikt bij het ontwerpen van producten die tot het betreffende producttype behoren;

d)

de daarbij gebruikte fabricage-, kwaliteitsbeheersings- en kwaliteitsborgingstechnieken en -procédés, alsmede de in dat verband systematisch toe te passen maatregelen;

e)

de onderzoeken en tests die vóór, tijdens of na de fabricage worden verricht en de frequentie waarmee dat zal gebeuren;

f)

de kwaliteitsrapporten, zoals inspectieverslagen, beproevingsgegevens, ijkgegevens, rapporten betreffende de kwalificatie van het betrokken personeel enz.;

g)

de middelen om toezicht te houden op het bereiken van de vereiste ontwerp- en productkwaliteit en de doeltreffende werking van het kwaliteitssysteem.

3)

De aangemelde instantie beoordeelt het kwaliteitssysteem om te controleren of het aan de in punt 3, onder 2, bedoelde eisen voldoet.

Zij veronderstelt dat aan deze eisen wordt voldaan voor elementen van het kwaliteitssysteem die voldoen aan de desbetreffende specificaties van de relevante geharmoniseerde norm.

Het auditteam moet ervaring hebben met kwaliteitsmanagementsystemen; bovendien moet ten minste één lid van het team ervaring hebben met beoordelingen van het betrokken productgebied en de betrokken producttechnologie en op de hoogte zijn van de toepasselijke eisen van deze verordening. De audit omvat een inspectiebezoek aan de gebouwen en terreinen van de fabrikant. Het auditteam evalueert de in punt 3, onder 1), punt (b), bedoelde technische documentatie om te controleren of de fabrikant in staat is de toepasselijke eisen van deze verordening te identificeren en het vereiste onderzoek kan verrichten om te waarborgen dat het product aan deze eisen voldoet.

De fabrikant of zijn gemachtigde vertegenwoordiger wordt van de beslissing in kennis gesteld.

In deze kennisgeving zijn de conclusies van de audit opgenomen, evenals de met redenen omklede beoordelingsbeslissing.

4)

De fabrikant verbindt zich ertoe de verplichtingen die voortvloeien uit het goedgekeurde kwaliteitssysteem na te komen en te zorgen dat het passend en doeltreffend blijft.

De fabrikant brengt de aangemelde instantie die het kwaliteitssysteem heeft goedgekeurd op de hoogte van elke voorgenomen wijziging van het kwaliteitssysteem.

5)

De aangemelde instantie beoordeelt de voorgestelde wijzigingen en beslist of het gewijzigde kwaliteitssysteem nog steeds voldoet aan de in punt 3, onder 2, bedoelde eisen, dan wel of een nieuwe beoordeling noodzakelijk is.

De aangemelde instantie stelt de fabrikant in kennis van haar beslissing. In deze kennisgeving zijn de conclusies van het onderzoek opgenomen, evenals de met redenen omklede beoordelingsbeslissing.

4.   Toezicht onder verantwoordelijkheid van de aangemelde instantie

1)

Het toezicht heeft tot doel te controleren of de fabrikant voldoet aan de verplichtingen die voortvloeien uit het goedgekeurde kwaliteitssysteem.

2)

De fabrikant verleent de aangemelde instantie voor beoordelingsdoeleinden toegang tot de ontwerp-, fabricage-, inspectie-, test- en opslagruimten en verstrekt haar alle nodige informatie, met name:

a)

de documentatie over het kwaliteitssysteem;

b)

de kwaliteitsdossiers als bedoeld in het deel van het kwaliteitssysteem dat betrekking heeft op het ontwerp, zoals resultaten van analyses, berekeningen, tests enz.;

c)

de kwaliteitsdossiers als bedoeld in het deel van het kwaliteitssysteem dat betrekking heeft op de fabricage, zoals controleverslagen, test- en ijkgegevens, rapporten betreffende de kwalificatie van het personeel enz.

3)

De aangemelde instantie verricht periodieke audits om te controleren of de fabrikant het kwaliteitssysteem onderhoudt en toepast en verstrekt de fabrikant een auditverslag.

4)

De aangemelde instantie kan bovendien onaangekondigde bezoeken aan de fabrikant brengen. Bij die bezoeken kan de aangemelde instantie zo nodig tests van het UA of UAS verrichten of laten verrichten om te controleren of het kwaliteitssysteem goed functioneert. Zij verstrekt de fabrikant een verslag van het bezoek en, indien tests zijn verricht, een testrapport.

5.   CE-markering en EU-conformiteitsverklaring

1)

De fabrikant brengt de CE-markering en, voor zover relevant, het etiket met de vermelding van de UAS-klasse, overeenkomstig de artikelen 15 en 16 van deze verordening, en, onder verantwoordelijkheid van de in punt 3, onder 1), bedoelde aangemelde instantie, het identificatienummer van die instantie aan op elk product dat voldoet aan de toepasselijke eisen van deze verordening.

2)

De fabrikant stelt voor elk producttype een EU-conformiteitsverklaring op en houdt deze verklaring tot tien jaar nadat het product in de handel is gebracht ter beschikking van de nationale autoriteiten. In de EU-conformiteitsverklaring wordt vermeld voor welk producttype ze is opgesteld.

Een kopie van de EU-conformiteitsverklaring wordt op verzoek aan de relevante autoriteiten verstrekt.

6.   De fabrikant houdt gedurende een periode van tien jaar nadat het product in de handel is gebracht de volgende gegevens ter beschikking van de nationale autoriteiten:

1)

de in punt 3, onder 1), bedoelde technische documentatie;

2)

de in punt 3, onder 1), bedoelde documentatie over het kwaliteitssysteem;

3)

de in punt 3, onder 5), bedoelde wijziging, zoals deze is goedgekeurd;

4)

de in punt 3, onder 5), en punt 4, onder 3) en 4), bedoelde beslissingen en verslagen van de aangemelde instantie.

7.   Elke aangemelde instantie brengt de autoriteit die haar heeft aangemeld op de hoogte van de verleende en ingetrokken goedkeuringen voor kwaliteitssystemen en verstrekt deze autoriteit op gezette tijden of op verzoek een lijst van de goedkeuringen voor kwaliteitssystemen die zij heeft geweigerd, geschorst of anderszins beperkt.

Elke aangemelde instantie brengt de andere aangemelde instanties op de hoogte van de door haar geweigerde, geschorste of ingetrokken goedkeuringen voor kwaliteitssystemen en, op verzoek, van de door haar verleende goedkeuringen voor kwaliteitssystemen.

8.   Gemachtigde vertegenwoordiger

De in punt 3, onder 1) en 5), en de punten 5 en 6 vermelde verplichtingen van de fabrikant kunnen namens hem en onder zijn verantwoordelijkheid worden vervuld door een gemachtigde vertegenwoordiger, op voorwaarde dat dit in het mandaat gespecificeerd is.

DEEL 10

Inhoud van de technische documentatie

De fabrikant stelt de technische documentatie op. Aan de hand van de technische documentatie moet kunnen worden beoordeeld of het product aan de toepasselijke eisen voldoet.

De technische documentatie bevat, indien van toepassing, ten minste de volgende elementen:

1.

een algemene beschrijving van het product, met inbegrip van:

a)

foto's of illustraties die de uitwendige kenmerken, de markeringen en de inwendige structuur ervan weergeven;

b)

de versies van alle software of firmware die gebruikt is voor de naleving van de eisen van deze verordening;

c)

de gebruikershandleiding en installatie-instructies;

2.

de ontwerp- en fabricagetekeningen, alsmede schema's van componenten, subassemblages, circuits en andere relevante soortgelijke gegevens;

3.

de beschrijvingen en toelichtingen die nodig zijn voor het begrijpen van die tekeningen en schema's en van de werking van het product;

4.

een lijst van de geheel of gedeeltelijk toegepaste geharmoniseerde normen waarvan de referenties in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, en indien de geharmoniseerde normen niet zijn toegepast, een beschrijving van de aangebrachte oplossingen om aan de essentiële eisen van artikel 4 te voldoen, inclusief een lijst van andere relevante technische specificaties die zijn toegepast. Bij gedeeltelijk toegepaste geharmoniseerde normen wordt in de technische documentatie gespecificeerd welke delen zijn toegepast;

5.

een kopie van de EU-conformiteitsverklaring;

6.

indien de conformiteitsbeoordelingsmodule van deel 8 is toegepast, een kopie van het certificaat van EU-typeonderzoek en de bijlagen daarbij, zoals afgegeven door de betrokken aangemelde instantie;

7.

de resultaten van uitgevoerde ontwerpberekeningen en onderzoeken, alsmede andere relevante soortgelijke gegevens;

8.

testrapporten;

9.

kopieën van de documenten die de fabrikant aan de aangemelde instantie heeft verstrekt, indien gebruik is gemaakt van de diensten van een dergelijke instantie;

10.

het bewijsmateriaal voor de geschiktheid van het technische ontwerp. Hierin worden de gevolgde documenten vermeld, in het bijzonder wanneer de desbetreffende geharmoniseerde normen en/of technische specificaties niet volledig zijn toegepast. Zo nodig worden ook de resultaten vermeld van tests die door een geschikt laboratorium van de fabrikant of namens hem en onder zijn verantwoordelijkheid door een ander laboratorium zijn verricht;

11.

de adressen van de plaatsen van fabricage en opslag.

DEEL 11

EU-conformiteitsverklaring

1.   Het product (type, partij en serienummer).

2.   De naam en het adres van de fabrikant of zijn gemachtigde vertegenwoordiger:

3.   Deze conformiteitsverklaring wordt afgegeven onder volledige verantwoordelijkheid van de fabrikant.

4.   Voorwerp van de verklaring [beschrijving aan de hand waarvan het product kan worden getraceerd; wanneer dit nodig is voor de identificatie van de producten, mag een voldoende duidelijke afbeelding in kleur worden bijgevoegd].

5.   Het hierboven beschreven voorwerp van de verklaring is van klasse … [vermeld voor UAS het klassenummer zoals gedefinieerd in delen 1 tot en met 5 van deze bijlage].

6.   Het gewaarborgd geluidvermogensniveau voor deze UAS-apparatuur is … dB(A) [alleen voor UAS van klassen 1, 2 en 3 zonder vaste vleugels]

7.   Het hierboven beschreven voorwerp van de verklaring is in overeenstemming met de relevante harmonisatiewetgeving van de Unie:

[vermeld de referentie van deze verordening en de bijlage die relevant is voor de klasse van het product];

of andere harmonisatiewetgeving van de Unie, indien van toepassing.

8.   Vermelding van de toegepaste relevante geharmoniseerde normen of van de andere technische specificaties waarop de conformiteitsverklaring betrekking heeft. Bij de opgave van de referenties moeten het identificatienummer en de versie en, in voorkomend geval, de datum van afgifte worden vermeld.

9.   Indien van toepassing, heeft de aangemelde instantie … [naam, nummer] … [beschrijving van de werkzaamheden] uitgevoerd en het certificaat van EU-typeonderzoek afgegeven.

10.   Indien van toepassing, een beschrijving van toebehoren en componenten, met inbegrip van software, die het mogelijk maken de bedoelde vluchten, overeenkomstig de EU-conformiteitsverklaring, uit te voeren met het onbemande luchtvaartuig of onbemande luchtvaartuigsysteem.

11.   Aanvullende informatie:

Ondertekend voor en namens: …

[plaats en datum van afgifte]:

[naam, functie] [handtekening]:

DEEL 12

Vereenvoudigde EU-conformiteitsverklaring

De in artikel 14, lid 3, bedoelde vereenvoudigde EU-conformiteitsverklaring wordt als volgt opgesteld:

[Naam van de fabrikant] verklaart hierbij dat het UAS [identificatie van het UAS: type of serienummer] van klasse… … is [vermeld het klassenummer van het product zoals gedefinieerd in delen 1 tot en met 5 van deze bijlage] en een gewaarborgd geluidvermogensniveau van …. dB(A) heeft [alleen voor UAS van klassen 1, 2 en 3 zonder vaste vleugels]

en in overeenstemming is met verordeningen… [vermeld alle verordeningen waaraan het product voldoet].

De volledige EU-conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op de volgende website: [website]

DEEL 13

Geluidsmetingsnorm

In dit deel worden de methoden voor het meten van geluidsemissies in de lucht vastgesteld, welke zullen worden gebruikt voor het bepalen van de A-gewogen geluidvermogensniveaus van UA's van klassen 1, 2 en 3.

Dit omvat de basisnorm voor geluidsemissie en een gedetailleerde norm voor het meten van het geluidsdrukniveau op een meetoppervlak waarop zich ook de geluidsbron bevindt en voor het berekenen van het door de bron geproduceerde geluidvermogensniveau.

1.   BASISNORM VOOR GELUIDSEMISSIE

Voor het bepalen van het A-gewogen geluidvermogensniveau LWA van het UA wordt de basisnorm voor geluidsemissie EN ISO 3744:2010 aangevuld met:

2.   VOORWAARDEN VOOR INSTALLATIE EN MONTAGE

Testzone:

Het UA hangt stil in de lucht boven een weerkaatsend (akoestisch hard) vlak. Het UA bevindt zich op voldoende afstand van weerkaatsende muren, plafonds of voorwerpen, zodat op het meetoppervlak voldaan is aan de eisen van bijlage A van EN ISO 3744:2010.

Montage van de geluidsbron:

Het UA hangt op een hoogte van 0,5 m stil boven het weerkaatsend oppervlak. De configuratie van het UA (propellers, toebehoren, instelling) wordt de configuratie van het UA dat op de markt wordt gebracht.

Meetoppervlak en microfoonopstelling:

Het UA wordt volledig omsloten door een meetoppervlak in de vorm van een halve bol, zoals bepaald in punt 7.2.3 van EN ISO 3744:2010.

Het aantal en de plaats van de microfoons is gedefinieerd in bijlage F van EN ISO 3744:2010.

Het beginpunt van het meetoppervlak is punt O, dat zich recht onder het UA op het grondoppervlak bevindt.

3.   VLUCHTUITVOERINGSOMSTANDIGHEDEN TIJDENS DE TEST

Voor het uitvoeren van de geluidstests vliegt het UA in een stabiele laterale en verticale positie, 0,5 m boven het beginpunt van de halve bol (punt O), met de batterij volledig geladen.

Als het UA op de markt wordt gebracht met toebehoren die er kunnen worden op aangebracht, dan wordt het zowel met als zonder deze toebehoren getest, in alle mogelijke UA-configuraties.

4.   BEREKENING VAN HET TIJDSGEMIDDELDE VAN HET GELUIDSDRUKNIVEAU OP HET OPPERVLAK

Het A-gewogen geluidsdrukniveau op het oppervlak, uitgedrukt als tijdsgemiddelde, wordt minstens drie keer bepaald voor elke UA-configuratie. Indien ten minste twee van de aldus bepaalde waarden onderling niet meer dan 1 dB verschillen, zijn verdere metingen niet nodig; is dit verschil groter, dan worden de metingen voortgezet tot twee waarden met een onderling verschil van niet meer dan 1 dB zijn verkregen. Het voor de berekening van het geluidvermogensniveau te gebruiken A-gewogen geluidsdrukniveau aan het oppervlak is het rekenkundige gemiddelde van de twee hoogste waarden die onderling niet minder dan 1 dB verschillen.

5.   TE RAPPORTEREN INFORMATIE

Het verslag moet alle technische gegevens bevatten die nodig zijn ter specificatie van de geluidsbron, de gebruikte geluidsmetingsnorm en de akoestische gegevens.

Het A-gewogen geluidvermogensniveau dat moet worden gerapporteerd, is de hoogste waarde van de verschillende geteste UA-configuraties, afgerond tot op het dichtstbijzijnde gehele getal (onder 0,5: gebruik het laagste getal; gelijk aan of boven 0,5: gebruik het hoogste getal).

DEEL 14

Aanduiding van het gewaarborgde geluidvermogensniveau

De aanduiding van het gewaarborgde geluidvermogensniveau bestaat uit het getal dat het gewaarborgde geluidvermogensniveau aangeeft in dB, het teken LWA en een pictogram in de volgende vorm:

Image 6

Indien de aanduiding wordt verkleind wegens de grootte van de apparatuur, moeten de verhoudingen overeenkomen met die van de bovenstaande tekening. De verticale afmeting van de aanduiding mag, indien mogelijk, echter niet kleiner zijn dan 20 mm.

DEEL 15

Maximaal geluidvermogensniveau per UA-klasse (met inbegrip van overgangsperioden).

UA-klasse

MTOM m in gram

Maximaal geluidvermogensniveau LWA in dB

vanaf de inwerkingtreding

vanaf 2 jaar na de inwerkingtreding

vanaf 4 jaar na de inwerkingtreding

C1

250 ≤ m < 900

85

83

81

C2

900 ≤ m < 4 000

Formula

Formula

Formula

Waarbij "lg" het basis 10-logaritme is.


11.6.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 152/41


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2019/946 VAN DE COMMISSIE

van 12 maart 2019

tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 515/2014 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de toewijzing van financiering uit de algemene begroting van de Unie ter dekking van de kosten van de ontwikkeling van het Europees reisinformatie- en -autorisatiesysteem

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 515/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot vaststelling, als onderdeel van het Fonds voor interne veiligheid, van het instrument voor financiële steun voor de buitengrenzen en visa en tot intrekking van Beschikking nr. 574/2007/EG (1), en met name artikel 15, tweede alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) nr. 515/2014 wordt 791 000 000 EUR toegewezen voor de ontwikkeling van IT-systemen ter ondersteuning van de beheersing van de migratiestromen over de buitengrenzen, onder voorbehoud van de vaststelling van de desbetreffende wetgevingshandelingen van de Unie.

(2)

Bij artikel 15 van Verordening (EU) nr. 515/2014 wordt aan de Commissie de bevoegdheid toegekend om een gedelegeerde handeling vast te stellen waarin de uitsplitsing van het in artikel 5, lid 5, onder b), van Verordening (EU) nr. 515/2014 bedoelde bedrag voor de ontwikkeling van IT-systemen wordt bepaald, indien dat bedrag niet is uitgesplitst in de relevante wetgevingshandelingen van de Unie.

(3)

Bij Verordening (EU) 2018/1240 van het Europees Parlement en de Raad (2) wordt het Europees systeem voor reisinformatie en -autorisatie (Etias) opgericht. Het Etias is een centrale component van de in Verordening (EU) nr. 515/2014 bedoelde IT-systemen.

(4)

In Verordening (EU) 2018/1240 wordt voor de financiering uit het bedrag van 791 000 000 EUR waarin in Verordening (EU) nr. 515/2014 wordt voorzien ter dekking van de kosten van de ontwikkeling van Etias, noch de totale omvang, noch de uitsplitsing naar soort kosten en begunstigden bepaald. De toewijzing en de uitsplitsing daarvan tussen de verschillende begunstigden moeten derhalve worden vastgesteld door middel van een gedelegeerde handeling van de Commissie overeenkomstig Verordening (EU) nr. 515/2014.

(5)

In artikel 6, lid 3 bis, van Verordening (EU) nr. 515/2014 wordt bepaald dat de lidstaten ter dekking van de kosten van de ontwikkeling van Etias een totaalbedrag van 96,5 miljoen EUR zullen ontvangen.

(6)

Van het bedrag bedoeld in artikel 5, lid 5, onder b), van Verordening (EU) nr. 515/2014 dient 209 904 000 EUR beschikbaar te worden gesteld als algemene toewijzing ter dekking van de kosten van de ontwikkeling van Etias bedoeld in artikel 85, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1240.

(7)

Van die totale toewijzing dient 100 873 000 EUR te worden toegewezen aan het bij Verordening (EU) 2018/1726 van het Europees Parlement en de Raad (3) opgerichte Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA). Deze middelen dienen ter dekking van de in artikel 85, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1240 bedoelde kosten die eu-LISA maakt ten behoeve van de ontwikkeling van het Etias-informatiesysteem, en met name de oprichting van het centrale systeem, een nationale uniforme interface (NUI) in elke lidstaat, een beveiligde communicatiestructuur tussen het centrale systeem en de nationale uniforme interfaces, een openbare website en een mobiele app voor mobiele apparaten, een e-maildienst, een beveiligdeaccountdienst, een toegangsportaal voor vervoerders, een webdienst en software die de centrale Etias-eenheid en de nationale Etias-eenheden in staat stelt de aanvragen te verwerken.

(8)

Van die totale toewijzing dient 12 531 000 EUR te worden toegewezen aan het bij Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad (4) opgerichte Europees Grens- en kustwachtagentschap, hierna "Frontex" genoemd. Deze middelen dienen ter dekking van de in artikel 85, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1240 bedoelde kosten die Frontex maakt ten behoeve van de oprichting van de centrale Etias-eenheid, inclusief de inrichting van de kantoorruimte, de aanschaf en installatie van de door het personeel te gebruiken IT-apparatuur en de aanwerving en opleiding van de personeelsleden van de centrale eenheid.

(9)

Van die totale toewijzing moet aan de lidstaten die deelnemen aan Etias in totaal 96 500 000 EUR worden toegewezen. Deze middelen dienen ter dekking van de in artikel 85, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1240 bedoelde kosten die de lidstaten maken ten behoeve van de integratie van de bestaande nationale grensinfrastructuur en van de verbinding met de nationale uniforme interface, van het hosten van de nationale uniforme interface en van de oprichting van de nationale Etias-eenheden, inclusief de aanschaf en installatie van de door het personeel te gebruiken IT-apparatuur en de aanwerving en opleiding van de personeelsleden. Aangezien de kosten per lidstaat voor deze activiteiten zeer vergelijkbaar zijn, ongeacht onder meer de grootte van het land, de lengte van de buitengrenzen, het aantal grensdoorlaatposten en het aantal personen dat de grenzen overschrijdt, moet het bedrag in gelijke delen over de deelnemende lidstaten worden verdeeld.

(10)

Aangezien Verordening (EU) 2018/1240 voortbouwt op het Schengenacquis, heeft Denemarken overeenkomstig artikel 4 van het Protocol (nr. 22) betreffende de positie van Denemarken, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, beslist Verordening (EU) 2018/1240 in zijn nationale wetgeving om te zetten (5). Daarom is Denemarken krachtens internationaal recht gebonden door deze verordening.

(11)

Deze verordening houdt een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan het Verenigd Koninkrijk niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2000/365/EG van de Raad (6); het Verenigd Koninkrijk neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van deze verordening, die niet bindend is voor, noch van toepassing is op deze lidstaat.

(12)

Deze verordening houdt een ontwikkeling in van bepalingen van het Schengenacquis waaraan Ierland niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2002/192/EG van de Raad (7); Ierland neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van deze verordening, die niet bindend is voor, noch van toepassing is op deze lidstaat.

(13)

Wat IJsland en Noorwegen betreft, houdt deze verordening een ontwikkeling in van het Schengenacquis als bedoeld in de Overeenkomst tussen de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen inzake de wijze waarop IJsland en Noorwegen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (8), die valt onder de gebieden bedoeld in artikel 1, punt A, van Besluit 1999/437/EG van de Raad (9).

(14)

Wat Zwitserland betreft, houdt deze verordening een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis, als bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (10), die vallen onder gebied bedoeld in artikel 1, punt A, van Besluit 1999/437/EG, juncto artikel 3 van Besluit 2008/146/EG van de Raad (11).

(15)

Wat Liechtenstein betreft, houdt deze verordening een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis, als bedoeld in het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (12), die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, punt A, van Besluit 1999/437/EG, juncto artikel 3 van Besluit 2011/350/EU van de Raad (13).

(16)

Deze verordening is een handeling die op het Schengenacquis voortbouwt of anderszins daaraan is gerelateerd in de zin van respectievelijk artikel 3, lid 1, van de Toetredingsakte van 2003, artikel 4, lid 1, van de Toetredingsakte van 2005 en artikel 4, lid 1, van de Toetredingsakte van 2011.

(17)

Gezien de noodzaak om onverwijld te beginnen met de praktische uitvoering van Verordening (EU) 2018/1240, zodat Etias vanaf drie jaar na de inwerkingtreding van die verordening volledig operationeel is, en ervoor te zorgen dat de maatregelen waarin deze verordening voorziet direct kunnen worden toegepast, moet deze verordening in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

(18)

De maatregelen waarin deze verordening voorziet, zijn in overeenstemming met het advies van deskundigen uit alle lidstaten die specifiek in verband hiermee zijn geraadpleegd.

(19)

Verordening (EU) nr. 515/2014 dient derhalve in bovenbedoelde zin te worden aangevuld,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Uit de algemene begroting van de Unie wordt een bedrag van in totaal 209 904 000 EUR toegewezen ter dekking van de kosten bedoeld in artikel 85, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1240.

2.   Het in lid 1 bedoelde bedrag maakt deel uit van het bedrag van 791 000 000 EUR dat overeenkomstig artikel 5, lid 5, onder b), van Verordening (EU) nr. 515/2014 voor de ontwikkeling van IT-systemen is uitgetrokken.

Artikel 2

1.   Het in artikel 1, lid 1, bedoelde bedrag wordt als volgt gebruikt:

a)

100 873 000 EUR wordt toegewezen aan eu-LISA ter dekking van de kosten van de ontwikkeling van het Etias-informatiesysteem, bedoeld in artikel 85, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1240;

b)

12 531 000 EUR wordt toegewezen aan het Europees Grens- en kustwachtagentschap ter dekking van de kosten van de oprichting van de centrale Etias-eenheid, bedoeld in artikel 85, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1240;

c)

96 500 000 EUR wordt toegewezen aan de lidstaten ter dekking van de kosten van de integratie van de bestaande nationale grensinfrastructuur en de verbinding met de nationale uniforme interface, van het hosten van de nationale uniforme interface en van de oprichting van de nationale Etias-eenheden, bedoeld in artikel 85, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1240.

2.   Het in lid 1, onder c), bedoelde bedrag wordt in gelijke delen verdeeld over de lidstaten.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te Brussel, 12 maart 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 150 van 20.5.2014, blz. 143.

(2)  Verordening (EU) 2018/1240 van het Europees Parlement en de Raad van 12 september 2018 tot oprichting van een Europees reisinformatie en -autorisatiesysteem (Etias) en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1077/2011, (EU) nr. 515/2014, (EU) 2016/399, (EU) 2016/1624 en (EU) 2017/2226 (PB L 236 van 19.9.2018, blz. 1).

(3)  Verordening (EU) 2018/1726 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA), tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1987/2006 en Besluit 2007/533/JBZ van de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1077/2011 (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 99).

(4)  Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 betreffende de Europese Grens- en kustwacht, tot wijziging van Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 863/2007 van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad en Besluit 2005/267/EG van de Raad (PB L 251 van 16.9.2016, blz. 1).

(5)  Denemarken heeft op 21 december 2018 overeenkomstig artikel 4 van het Protocol (nr. 22) kennis gegeven van zijn besluit om Verordening (EU) 2018/1240 in zijn nationale recht om te zetten.

(6)  Besluit 2000/365/EG van de Raad van 29 mei 2000 betreffende het verzoek van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis (PB L 131 van 1.6.2000, blz. 43).

(7)  Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan bepalingen van het Schengenacquis (PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20).

(8)  PB L 176 van 10.7.1999, blz. 36.

(9)  Besluit 1999/437/EG van de Raad van 17 mei 1999 inzake bepaalde toepassingsbepalingen van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten Overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31).

(10)  PB L 53 van 27.2.2008, blz. 52.

(11)  Besluit 2008/146/EG van de Raad van 28 januari 2008 betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 53 van 27.2.2008, blz. 1).

(12)  PB L 160 van 18.6.2011, blz. 21.

(13)  Besluit 2011/350/EU van de Raad van 7 maart 2011 betreffende de sluiting namens de Europese Unie van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis betreffende de afschaffing van controles aan de binnengrenzen en het verkeer van personen (PB L 160 van 18.6.2011, blz. 19).


11.6.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 152/45


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/947 VAN DE COMMISSIE

van 24 mei 2019

inzake de regels en procedures voor de exploitatie van onbemande luchtvaartuigen

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2018 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 2111/2005, (EG) nr. 1008/2008, (EU) nr. 996/2010, (EU) nr. 376/2014 en de Richtlijnen 2014/30/EU en 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 552/2004 en (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad (1), en met name artikel 57,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Onbemande luchtvaartuigen, ongeacht hun massa, kunnen vluchten uitvoeren in hetzelfde gemeenschappelijk Europees luchtruim naast bemande luchtvaartuigen (vliegtuigen of helikopters).

(2)

Net zoals in de bemande luchtvaart moeten de exploitanten van onbemande luchtvaartuigen en luchtvaartuigsystemen (UAS), met inbegrip van de piloten op afstand, uniforme regels en procedures toepassen en naleven; dit geldt ook voor de vluchtuitvoeringen met dergelijke onbemande luchtvaartuigen en luchtvaartuigsystemen.

(3)

Gezien de specifieke kenmerken van UAS-vluchtuitvoeringen moeten deze even veilig zijn als de vluchten in de bemande luchtvaart.

(4)

De technologieën voor onbemande luchtvaartuigen maken een breed scala van mogelijke vluchtuitvoeringen mogelijk. Er moeten voorschriften worden vastgesteld met betrekking tot de luchtwaardigheid, de organisaties, de personen die betrokken zijn bij de exploitatie van UAS en vluchtuitvoeringen met onbemande luchtvaartuigen, teneinde de veiligheid van mensen op de grond en andere luchtruimgebruikers te garanderen tijdens vluchtuitvoeringen met onbemande luchtvaartuigen.

(5)

De regels en procedures die van toepassing zijn op UAS-vluchtuitvoeringen, moeten evenredig zijn met de aard en het risico van de vluchtuitvoering of activiteit en moeten aangepast zijn aan de exploitatiekenmerken van het desbetreffende onbemande luchtvaartuig en de kenmerken van het exploitatiegebied, zoals de bevolkingsdichtheid, de kenmerken van het oppervlak en de aanwezigheid van gebouwen.

(6)

De criteria met betrekking tot het risiconiveau en andere criteria moeten worden gebruikt om drie categorieën vluchtuitvoeringen vast te stellen: de categorieën "open", "specifiek" en "gecertificeerd".

(7)

Er moeten evenredige risicobeperkende eisen gelden voor UAS-vluchtuitvoeringen, al naargelang het niveau van het risico, de vluchtuitvoeringskenmerken van het desbetreffende onbemande luchtvaartuig en de kenmerken van het exploitatiegebied.

(8)

De categorie "open", die betrekking moet hebben op vluchtuitvoeringen met het laagste risico, hoeven geen standaardprocedures inzake naleving van de luchtvaartregelgeving op het UAS te worden toegepast, maar moet gebruik worden gemaakt van de UAS-klassen die gedefinieerd zijn in Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/945 van de Commissie (2).

(9)

De categorie "specifiek" moet betrekking hebben op andere types vluchtuitvoeringen die een groter risico inhouden; voor dergelijke vluchtuitvoeringen moet dan ook een grondige risicobeoordeling worden uitgevoerd om aan te geven welke eisen nodig zijn om de vluchtuitvoering veilig te houden.

(10)

Een verklaringssysteem voor exploitanten moet het gemakkelijker maken om deze verordening te handhaven in het geval van vluchtuitvoeringen met een laag risico die worden uitgevoerd in de categorie "specifiek", waarvoor een standaardscenario met gedetailleerde risicobeperkende maatregelen is vastgesteld.

(11)

Vluchtuitvoeringen in de categorie "gecertificeerd" moeten in beginsel onder de regels inzake certificering van de exploitant en afgifte van vergunningen aan piloten op afstand vallen, naast de certificering van het luchtvaartuig overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/945.

(12)

Een door de bevoegde autoriteiten afgegeven certificaat voor de exploitatie van een onbemand luchtvaartuig en voor het personeel, met inbegrip van de piloten op afstand en de organisaties die betrokken zijn bij deze activiteiten, of voor de luchtvaartuigen, overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/945, dat verplicht is voor de categorie "gecertificeerd", kan eveneens worden gevraagd voor de categorie "specifiek".

(13)

Er moeten regels en procedures worden vastgesteld voor de markering en identificatie van onbemande luchtvaartuigen en voor de registratie van exploitanten van onbemande luchtvaartuigen of gecertificeerde onbemande luchtvaartuigen.

(14)

Exploitanten van onbemande luchtvaartuigen moeten zich registeren als zij een onbemand luchtvaartuig exploiteren dat, bij een botsing met een mens, een kinetische energie van meer dan 80 J kan overdragen of als de exploitatie ervan risico's inhoudt voor de privacy, de bescherming van persoonsgegevens, de beveiliging of het milieu.

(15)

Uit studies is gebleken dat onbemande luchtvaartuigen met een startmassa van 250 g of meer een veiligheidsrisico inhouden en dat exploitanten van dergelijke onbemande luchtvaartuigen daarom verplicht moeten worden zich te registreren als zij met dergelijke luchtvaartuigen vluchten uitvoeren in de categorie "open".

(16)

Gezien de risico's voor de persoonlijke levenssfeer en de bescherming van persoonsgegevens moeten exploitanten van onbemande luchtvaartuigen zich registreren als ij een onbemand luchtvaartuig exploiteren dat is uitgerust met een sensor die persoonsgegevens kan opvangen. Dit geldt echter niet voor onbemande luchtvaartuigen die worden beschouwd als speelgoed in de zin van Richtlijn 2009/48/EG van het Europees Parlement en de Raad (3).

(17)

De informatie over de registratie van gecertificeerde onbemande luchtvaartuigen en van exploitanten van onbemande luchtvaartuigen die zich verplicht moeten registeren, moet worden opgeslagen in digitale, geharmoniseerde, interoperabele nationale registratiesystemen die de bevoegde autoriteiten in staat stellen toegang te krijgen tot die informatie en ze uit te wisselen. De mechanismen om de interoperabiliteit van de nationale registers in deze verordening te waarborgen, moeten de regels van die van toepassing zijn op het in artikel 74 van Verordening (EU) 2018/1139 bedoelde toekomstige register onverlet laten.

(18)

Overeenkomstig artikel 56, lid 8, van Verordening (EU) 2018/1139 doet deze verordening geen afbreuk aan de mogelijkheid voor de lidstaten om nationale regels vast te stellen om aan vluchtuitvoeringen met onbemande luchtvaartuigen voorwaarden te verbinden om redenen die buiten het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2018/1139 vallen, zoals openbare veiligheid of bescherming van de privacy en persoonsgegevens in overeenstemming met het Unierecht.

(19)

Nationale registratiesystemen moeten voldoen aan het toepasselijke recht van de Unie en de lidstaten inzake privacy en de verwerking van persoonsgegevens, en de in die registratiesystemen opgeslagen informatie moet gemakkelijk toegankelijk zijn (4).

(20)

UAS-exploitanten en -piloten op afstand moeten op de hoogte zijn van de toepasselijke regels van de Unie en de lidstaten met betrekking tot de geplande vluchtuitvoeringen, met name op het gebied van veiligheid, privacy, gegevensbescherming, aansprakelijkheid, verzekering, beveiliging en milieubescherming.

(21)

Sommige gebieden, zoals ziekenhuizen, bijeenkomsten van mensen, installaties en faciliteiten zoals strafinrichtingen of industriële installaties, overheidsdiensten van groot en zeer groot belang, natuurgebieden of bepaalde delen van de vervoersinfrastructuur, kunnen bijzonder gevoelig zijn voor sommige of alle soorten vluchtuitvoeringen met UAS. Dit doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor de lidstaten om nationale regels vast te stellen om aan vluchtuitvoeringen met onbemande luchtvaartuigen voorwaarden te verbinden om redenen die buiten het toepassingsgebied van de verordening vallen, zoals milieubescherming, openbare veiligheid of bescherming van de privacy en persoonsgegevens in overeenstemming met het Unierecht.

(22)

Het geluid en de emissies van onbemande luchtvaartuigen moeten tot een minimum worden beperkt, waarbij zo veel mogelijk rekening moet worden gehouden met de vluchtuitvoeringsomstandigheden en diverse specifieke kenmerken van afzonderlijke lidstaten, zoals de bevolkingsdichtheid. Om de maatschappelijke aanvaarding van UAS-vluchtuitvoeringen te bevorderen, bevat Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/945 geluidsbeperkingen voor onbemande luchtvaartuigen waarmee in de nabijheid van mensen wordt gevlogen in de categorie "open". Exploitanten in de categorie "specifiek" zijn verplicht richtsnoeren op te stellen voor hun piloten op afstand, zodat alle vluchten zodanig worden uitgevoerd dat de overlast voor mensen en dieren tot een minimum beperkt blijft.

(23)

De huidige nationale certificaten moeten worden aangepast aan certificaten die aan de voorschriften van deze verordening voldoen.

(24)

Om de correcte tenuitvoerlegging van deze verordening te garanderen, moeten passende overgangsmaatregelen worden vastgesteld. De lidstaten en belanghebbenden moeten met name voldoende tijd krijgen om hun procedures aan het nieuwe regelgevingskader aan te passen alvorens deze verordening van toepassing wordt.

(25)

Het nieuwe regelgevingskader voor UAS-vluchtuitvoeringen moet de toepasselijke milieu- en natuurbeschermingsverplichtingen die voortvloeien uit het nationale recht of het recht van de Unie onverlet laten.

(26)

Het "U-space"-systeem, dat de infrastructuur, diensten en procedures omvat die nodig zijn om veilige vluchtuitvoeringen met UAS te garanderen en hun integratie in het luchtvaartsysteem te ondersteunen, is nog in ontwikkeling, maar deze verordening moet reeds de eisen bevatten voor de tenuitvoerlegging van de drie fundamentele beginselen van U-space, namelijk registratie, geobewustzijn en identificatie op afstand, welke nog verder moeten worden aangevuld.

(27)

Modelluchtvaartuigen worden als UAS beschouwd, maar gezien het goede veiligheidsniveau van vluchten met modelluchtvaartuigen in clubs en verenigingen moet een naadloze overgang van de verschillende nationale systemen naar het nieuwe regelgevingskader van de Unie mogelijk zijn, zodat de clubs en verenigingen van modelluchtvaartuigen hun activiteiten kunnen voortzetten, daarbij ook rekening houdende met de bestaande goede praktijken in de lidstaten.

(28)

Gezien het goede veiligheidsniveau van luchtvaartuigen in klasse C4, zoals bepaald in de bijlage bij deze verordening, moeten risicoarme vluchtuitvoeringen met deze luchtvaartuigen worden toegestaan in de categorie "open". Dergelijke luchtvaartuigen, die vaak door exploitanten van modelluchtvaartuigen worden gebruikt, zijn relatief eenvoudig in vergelijking met andere klassen van onbemande luchtvaartuigen en moeten derhalve niet aan onevenredige technische eisen worden onderworpen.

(29)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 127 van Verordening (EU) 2018/1139 ingestelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp

In deze verordening worden gedetailleerde bepalingen vastgesteld voor de exploitatie van onbemande luchtvaartuigsystemen en voor het personeel, met inbegrip van piloten op afstand, en de organisaties die daarbij betrokken zijn.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening gelden de definities van Verordening (EU) 2018/1139.

Daarnaast gelden de volgende definities:

1.   "onbemand luchtvaartuigsysteem" (UAS): een onbemand luchtvaartuig en de apparatuur om het vanop afstand te besturen;

2.   "exploitant van onbemande luchtvaartuigsystemen" (UAS-exploitant): een natuurlijke persoon of rechtspersoon die vluchten uitvoert met of voornemens is vluchten uit te voeren met een of meer UAS;

3.   "bijeenkomsten van mensen": bijeenkomsten waar zoveel mensen aanwezig zijn, dat het niet mogelijk is uit de weg te gaan;

4.   "geografische UAS-zone": een door de bevoegde autoriteiten vastgesteld gedeelte van het luchtruim waarin UAS-vluchtuitvoeringen worden gefaciliteerd, beperkt of verboden, teneinde risico's in verband met veiligheid, privacy, bescherming van persoonsgegevens, beveiliging of het milieu ten gevolge van UAS-vluchtuitvoeringen te beperken;

5.   "robuustheid": de eigenschap van risicobeperkende maatregelen die voortvloeit uit een combinatie van het door de risicobeperkende maatregelen geboden veiligheidsvoordeel en het door het veiligheidsvoordeel bereikte niveau van waarborging en integriteit;

6.   "standaardscenario": een type UAS-vluchtuitvoering in de categorie "specifiek", zoals gedefinieerd in aanhangsel 1 van de bijlage, waarvoor op zodanige wijze een precieze lijst van risicobeperkende maatregelen is vastgesteld dat de bevoegde autoriteit tevreden kan zijn met verklaringen waarin exploitanten verklaren dat zij de risicobeperkende maatregelen zullen toepassen wanneer zij dit type vluchtuitvoering verrichten;

7.   "vluchtuitvoering binnen zicht" (Visual Line of Sight Operation — VLOS): een type UAS-vluchtuitvoering waarbij de piloot op afstand zonder hulp voortdurend visueel contact houdt met het onbemande luchtvaartuig, waardoor hij de vliegbaan van het onbemande luchtvaartuig ten opzichte van andere luchtvaartuigen, mensen en obstakels kan controleren, teneinde botsingen te voorkomen;

8.   "vluchtuitvoering buiten zicht" (Beyond Visual Line of Sight Operation — BVLOS): een type UAS-vluchtuitvoering die niet in VLOS wordt verricht;

9.   "certificaat van exploitant van lichte UAS" (Light UAS Operator Certificate — LUC): een certificaat dat aan een UAS-exploitant wordt afgegeven door een bevoegde autoriteit zoals uiteengezet in deel C van de bijlage;

10.   "modelluchtvaartuigclub of -vereniging": een organisatie die wettelijk is gevestigd in een lidstaat met het oog op de uitvoering van vrijetijdsvluchten, luchtvaartvertoningen, sportactiviteiten of activiteiten met UAS;

11.   "gevaarlijke goederen": artikelen of stoffen die bij een incident of ongeval een gevaar kunnen vormen voor de gezondheid, de veiligheid, eigendommen of het milieu en die als vracht worden meegenomen door het onbemande luchtvaartuig, waaronder met name:

a)

explosieven (gevaar voor massa-explosie, luchtdrukwerking of scherfwerking, gering gevaar voor luchtdrukwerking, groot brandgevaar, springstoffen, extreem ongevoelige explosieven);

b)

gassen (ontvlambaar gas, niet-ontvlambaar gas, giftig gas, zuurstof, inademingsgevaar);

c)

ontvlambare vloeistoffen (ontvlambare vloeistof, brandbaar, stookolie, benzine);

d)

ontvlambare vaste stoffen (ontvlambare vaste stoffen, zelfontbrandende vaste stoffen, gevaarlijk in contact met water);

e)

oxidatiemiddelen en organische peroxiden;

f)

giftige en besmettelijke stoffen (gif, biologisch risico);

g)

radioactieve stoffen;

h)

bijtende stoffen;

12.   "lading": instrument, mechanisme, uitrusting, onderdeel, apparaat, hulpvoorziening of accessoire, met inbegrip van communicatieapparatuur, dat geïnstalleerd is in of bevestigd is op het luchtvaartuig en niet wordt gebruikt of bedoeld is om te worden gebruikt bij het bedienen of besturen van een luchtvaartuig tijdens de vlucht, en dat geen deel uitmaakt van een casco, motor of propeller;

13.   "directe identificatie op afstand": een systeem dat zorgt voor de lokale uitzending van informatie over een geëxploiteerde UA, met inbegrip van de markering van het UA, zodat die informatie kan worden verkregen zonder fysieke toegang tot het UA;

14.   "follow-me-modus": een vluchtuitvoeringsmodus van een UAS waarbij het onbemande luchtvaartuig constant de piloot op afstand volgt binnen een vooraf bepaalde straal;

15.   "geobewustzijn": een functie die, gebaseerd op de door de lidstaten verstrekte gegevens, een potentiële inbreuk op luchtruimbeperkingen detecteert en de piloten op afstand waarschuwt zodat zij onmiddellijk effectieve maatregelen kunnen nemen om die inbreuk te vermijden;

16.   "door een particulier gebouwde UAS": een UAS dat voor eigen gebruik door de bouwer is geassembleerd of vervaardigd, uitgezonderd UAS die zijn vervaardigd uit een reeks onderdelen die als een bouwpakket in de handel worden gebracht;

17.   "autonome vluchtuitvoering": een vluchtuitvoering waarbij een onbemand luchtvaartuig wordt geëxploiteerd zonder dat de piloot op afstand kan ingrijpen;

18.   "niet-betrokken personen": personen die niet deelnemen aan de UAS-vluchtuitvoering of die niet op de hoogte zijn van de instructies en veiligheidsvoorschriften van de UAS-exploitant;

19.   "op de markt aanbieden": het in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken van een product met het oog op distributie, consumptie of gebruik op de markt van de Unie;

20.   "in de handel brengen": een product voor het eerst in de Unie op de markt aanbieden;

21.   "gecontroleerde grondoppervlakte": het gebied op de grond waarin het UAS wordt geëxploiteerd en waarin de UAS-exploitant kan garanderen dat alleen betrokken personen aanwezig zijn;

22.   "maximale startmassa" (MTOM): de door de fabrikant of de bouwer gedefinieerde maximale massa van het UA, met inbegrip van de lading en de brandstof, waarbij vluchtuitvoeringen met het UA kunnen worden verricht;

23.   "onbemand zweefvliegtuig": een onbemand luchtvaartuig dat in de lucht wordt gedragen door de dynamische reactie van de lucht tegen de vaste liftoppervlakken, waarvan de vrije vlucht niet afhankelijk is van een motor. Het kan worden uitgerust met een motor om gebruikt te worden in noodgevallen.

Artikel 3

Categorieën UAS-vluchtuitvoeringen

UAS-vluchtuitvoeringen worden verricht in de categorie "open", "specifiek" of "gecertificeerd", zoals gedefinieerd in respectievelijk artikel 4, 5 of 6, onder de volgende voorwaarden:

a)

UAS-exploitanten in de categorie "open" hebben geen voorafgaande exploitatievergunning nodig, en de UAS-exploitant hoeft geen exploitatieverklaring in te dienen vóór de vluchtuitvoering plaatsvindt;

b)

Voor UAS-vluchtuitvoeringen in de categorie "specifiek" is een exploitatievergunning van de bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 12 nodig, of een overeenkomstig artikel 16 ontvangen vergunning, of, in de omstandigheden die gedefinieerd zijn in artikel 5, lid 5, een door de UAS-exploitant afgelegde verklaring;

c)

Voor UAS-vluchtuitvoeringen in de categorie "gecertificeerd" moet het UAS worden gecertificeerd overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/945, moet de exploitant worden gecertificeerd en moet, voor zover van toepassing, een vergunning worden afgegeven aan de piloot op afstand.

Artikel 4

"Open" categorie UAS-vluchtuitvoeringen

1.   UAS-vluchtuitvoeringen worden alleen in de categorie "open" ingedeeld als de volgende voorwaarden zijn vervuld:

a)

het UAS behoort tot een van de in Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/945 vermelde klassen of is door een particulier gebouwd of voldoet aan de in artikel 20 vastgestelde voorwaarden;

b)

het onbemande luchtvaartuig heeft een maximale startmassa van minder dan 25 kg;

c)

de piloot op afstand zorgt ervoor dat het onbemande luchtvaartuig op een veilige afstand van mensen wordt gehouden en niet wordt gevlogen boven bijeenkomsten van mensen;

d)

de piloot op afstand houdt het onbemand luchtvaartuig voortdurend in VLOS, behalve wanneer hij in follow-me-modus vliegt of wanneer hij een beroep doet op een waarnemer, zoals gespecificeerd in deel A van de bijlage;

e)

tijdens de vlucht wordt het onbemande luchtvaartuig binnen 120 meter van het dichtstbijzijnde punt op aardoppervlak gehouden, behalve bij het overvliegen van een obstakel, zoals gespecificeerd in deel A van de bijlage;

f)

tijdens de vlucht vervoert het onbemande luchtvaartuig geen gevaarlijke goederen en laat het geen materiaal vallen.

2.   UAS-vluchtuitvoeringen in de categorie "open" worden in drie subcategorieën ingedeeld overeenkomstig de in deel A van de bijlage uiteengezette voorschriften.

Artikel 5

"Specifieke" categorie UAS-vluchtuitvoeringen

1.   Wanneer een van de in artikel 4 of deel A van de bijlage vastgestelde eisen niet vervuld is, moet de UAS-exploitant overeenkomstig artikel 12 een exploitatievergunning krijgen van de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar het UAS is geregistreerd.

2.   Wanneer een exploitant bij een bevoegde autoriteit een exploitatievergunning aanvraagt overeenkomstig artikel 12, voert hij een risicobeoordeling uit overeenkomstig artikel 11 en dient hij deze samen met de aanvraag in, met inbegrip van passende risicobeperkende maatregelen.

3.   Overeenkomstig punt UAS.SPEC.040 van deel B van de bijlage geeft de bevoegde autoriteit een exploitatievergunning af als zij van oordeel is dat de exploitatierisico's op passende wijze zijn beperkt overeenkomstig artikel 12.

4.   De bevoegde autoriteit specificeert of de exploitatievergunning betrekking heeft op:

a)

de goedkeuring van één vluchtuitvoering of een aantal vluchtuitvoeringen, met vermelding van tijdstip of plaats(en) of beide. De exploitatievergunning bevat de precieze lijst van risicobeperkende maatregelen;

b)

de goedkeuring van een LUC overeenkomstig deel C van de bijlage.

5.   Als de UAS-exploitant overeenkomstig punt UAS.SPEC.020 van deel B van de bijlage bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van registratie een verklaring indient voor een vluchtuitvoering die voldoet aan een standaardscenario, zoals gedefinieerd in aanhangsel 1 van die bijlage, hoeft de UAS-exploitant geen exploitatievergunning te krijgen overeenkomstig de leden 1 tot en met 4 van dit artikel, en is de procedure van artikel 12, lid 5, van toepassing.

6.   Een exploitatievergunning is niet vereist voor:

a)

UAS-exploitanten die houder zijn van een LUC met passende bevoegdheden overeenkomstig punt UAS.LUC.060 van de bijlage;

b)

vluchtuitvoeringen die worden uitgevoerd in het kader van modelluchtvaartclubs en -verenigingen die een vergunning hebben gekregen overeenkomstig artikel 16.

Artikel 6

"Gecertificeerde" categorie UAS-vluchtuitvoeringen

1.   UAS-vluchtuitvoeringen worden alleen in de categorie gecertificeerd ingedeeld als de volgende voorwaarden zijn vervuld:

a)

het UAS is gecertificeerd overeenkomstig artikel 40, lid 1, onder a), b) en c), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/945, en

b)

de vluchtuitvoering wordt in een van de volgende omstandigheden verricht:

i.

boven bijeenkomsten van mensen;

ii.

met vervoer van mensen;

iii.

met vervoer van gevaarlijke goederen, wat bij ongevallen kan leiden tot een groot risico voor derden.

2.   Bovendien worden UAS-vluchtuitvoeringen ingedeeld in de categorie "gecertificeerd" als de bevoegde autoriteit, op basis van de risicobeoordeling in artikel 11, van mening is dat het risico van de vluchtuitvoering niet op passende wijze kan worden beperkt zonder de certificering van het UAS en de UAS-exploitant en, voor zover van toepassing, zonder de afgifte van een vergunning aan de piloot op afstand.

Artikel 7

Regels en procedures voor de exploitatie van UAS

1.   UAS-vluchtuitvoeringen in de categorie "open" voldoen aan de in deel A van de bijlage uiteengezette vluchtuitvoeringsbeperkingen.

2.   UAS-vluchtuitvoeringen in de categorie "specifiek" voldoen aan de exploitatiebeperkingen van de in artikel 12 bedoelde exploitatievergunning of de in artikel 16 bedoelde vergunning, of in een standaardscenario dat is gedefinieerd in aanhangsel 1 van de bijlage, zoals verklaard door de UAS-exploitant.

Dit lid is niet van toepassing als de UAS-exploitant houder is van een LUC met passende bevoegdheden.

UAS-vluchtuitvoeringen in de categorie "specifiek" moeten voldoen aan de toepasselijke vluchtuitvoeringsvoorschriften van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 923/2012 van de Commissie (5).

3.   UAS-vluchtuitvoeringen in de categorie "gecertificeerd" moeten voldoen aan de toepasselijke voorschriften van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 923/2012 en Verordeningen (EU) nr. 965/2012 (6) en (EU) nr. 1332/2011 (7) van de Commissie.

Artikel 8

Regels en procedures voor de vaardigheden van piloten op afstand

1.   Piloten afstand die vluchten in de categorie "open" uitvoeren, moeten voldoen aan de in deel A van de bijlage vastgestelde vaardigheidsvereisten.

2.   Piloten op afstand die UAS exploiteren in de categorie "specifiek", moeten voldoen aan de vaardigheidseisen die door de bevoegde autoriteit zijn vastgesteld in de exploitatievergunning of in het in aanhangsel 1 van de bijlage gedefinieerde standaardscenario of zoals gedefinieerd door de LUC, en moeten minstens de volgende vaardigheden hebben:

a)

het vermogen om operationele procedures toe te passen (normale procedures, noodprocedures, vluchtplanning, inspecties vóór en na de vlucht);

b)

het vermogen om luchtvaartcommunicatie te beheren;

c)

het beheren van de vliegbaan en automatisering van het onbemande luchtvaartuig;

d)

leiderschap, teamwerk en zelfbeheer;

e)

problemen oplossen en besluiten nemen;

f)

situatiebewustzijn;

g)

omgaan met de werkbelasting;

h)

coördinatie of overdracht, al naargelang van toepassing.

3.   Piloten op afstand die vluchten uitvoeren in het kader van modelluchtvaartuigclubs of –verenigingen, moeten voldoen aan de minimumvaardigheidseisen die zijn gedefinieerd in de overeenkomstig artikel 16 toegekende vergunning.

Artikel 9

Minimumleeftijd van piloten op afstand

1.   De minimumleeftijd van piloten op afstand die UAS exploiteren in de categorieën "open" en "specifiek" bedraagt 16 jaar.

2.   Er geldt geen minimumleeftijd voor piloten op afstand:

a)

die vluchten uitvoeren in subcategorie A1, zoals gespecificeerd in deel A van de bijlage bij deze Verordening, met een UAS van klasse C0, zoals gedefinieerd in deel 1 van de bijlage bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/945, welke speelgoed is in de zin van Richtlijn 2009/48/EG;

b)

voor UAS met een maximale startmassa van minder dan 250 g die door particulieren zijn gebouwd;

c)

als zij vluchten uitvoeren onder rechtstreeks toezicht van een piloot op afstand die voldoet aan lid 1 en artikel 8.

3.   Lidstaten mogen de minimumleeftijd verlagen op basis van een risicogebaseerde benadering, waarbij rekening wordt gehouden met specifieke risico's die verband houden met de vluchtuitvoeringen op hun grondgebied:

a)

met hoogstens vier jaar voor piloten op afstand die vluchten uitvoeren in de categorie "open";

b)

met hoogstens twee jaar voor piloten op afstand die vluchten uitvoeren in de categorie "specifiek".

4.   Als een lidstaat de minimumleeftijd voor piloten op afstand verlaagt, mogen die piloten alleen een UAS exploiteren op het grondgebied van die lidstaat.

5.   De lidstaten mogen in de overeenkomstig artikel 16 toegekende vergunning een andere minimumleeftijd vaststellen voor piloten op afstand die vluchten uitvoeren in het kader van modelluchtvaartuigclubs of -verenigingen.

Artikel 10

Regels en procedures voor de luchtwaardigheid van UAS

Tenzij ze door particulieren zijn gebouwd of gebruikt voor de in artikel 16 bedoelde vluchtuitvoeringen of voldoen aan de in artikel 20 gedefinieerde voorwaarden, moeten UAS die gebruikt worden voor in deze verordening uiteengezette vluchtuitvoeringen, voldoen aan de technische eisen en de regels en procedures voor luchtwaardigheid die zijn vastgesteld in de krachtens artikel 58 van Verordening (EU) 2018/1139 vastgestelde gedelegeerde handelingen.

Artikel 11

Regels voor het uitvoeren van een operationele risicobeoordeling

1.   In een operationele risicobeoordeling:

a)

worden de kenmerken van de UAS-vluchtuitvoering beschreven;

b)

worden passende operationele veiligheidsdoelstellingen voorgesteld;

c)

worden de risico's van de vluchtuitvoering op de grond en in de lucht bepaald, rekening houdende met alle onderstaande punten:

i.

de mate waarin derde partijen of eigendommen op de grond in gevaar kunnen worden gebracht door de activiteit;

ii.

de complexiteit, prestaties en operationele kenmerken van het onbemande luchtvaartuig in kwestie;

iii.

het doel van de vlucht, het type UAS, de waarschijnlijkheid van een botsing met andere luchtvaartuigen en de klasse van het gebruikte luchtruim;

iv.

het type, de schaal en de complexiteit van de UAS-vluchtuitvoering of activiteit, met inbegrip van, voor zover relevant, de omvang en het type van het verkeer dat wordt afgehandeld door de verantwoordelijke organisatie of persoon;

v.

de mate waarin de personen die gevolgen ondervinden van de aan de UAS-vluchtuitvoering verbonden risico's, deze risico's kunnen beoordelen en controleren;

d)

wordt een reeks van mogelijke risicobeperkende maatregelen vastgesteld;

e)

wordt het benodigde niveau van robuustheid van de gekozen risicobeperkende maatregelen bepaald, op zodanige wijze dat de vluchtuitvoering veilig kan worden verricht.

2.   De beschrijving van de UAS-vluchtuitvoering omvat minstens het volgende:

a)

de aard van de uitgevoerde activiteiten;

b)

de operationele omgeving en het geografische gebied voor de geplande vluchtuitvoering, met name de overvlogen bevolking, de orografische omstandigheden, de luchtruimtypes, het luchtruimvolume waarin de vlucht zal plaatsvinden en welk luchtruimvolume als risicobuffer wordt gebruikt, met inbegrip van de operationele eisen voor geografische zones;

c)

de complexiteit van de vluchtuitvoering, met name welke planning, uitvoering, vaardigheden, ervaring en samenstelling van het personeel en vereiste technische middelen gepland zijn om de vluchtuitvoering te verrichten;

d)

de technische kenmerken van het UAS, met inbegrip van de prestaties in het licht van de geplande vluchtuitvoering en, voor zover van toepassing, het registratienummer;

e)

de vaardigheden van het personeel dat de vlucht uitvoert, met inbegrip van de samenstelling van het personeel, hun rol, verantwoordelijkheden, opleiding en recente ervaring.

3.   In de risicobeoordeling wordt een veiligheidsstreefniveau voorgesteld dat gelijkwaardig is aan het veiligheidsniveau in de bemande luchtvaart, rekening houdend met de specifieke eigenschappen van UAS-vluchtuitvoeringen.

4.   De identificatie van de risico's omvat de vaststelling van alle volgende punten:

a)

het niet-beperkte risico op de grond van de vluchtuitvoering, rekening houdend met het type vluchtuitvoering en de omstandigheden waarin de vluchtuitvoering plaatsvindt, met inbegrip van minstens de volgende criteria:

i.

VLOS of BVLOS;

ii.

bevolkingsdichtheid van de overvlogen gebieden;

iii.

het overvliegen van bijeenkomsten van mensen;

iv.

de afmetingen van het onbemande luchtvaartuig;

b)

het niet-beperkte risico van de vluchtuitvoering, rekening houdende met alle onderstaande punten:

i.

het precieze luchtruimvolume waarin de vluchtuitvoering zal plaatsvinden, uitgebreid met een luchtruimvolume voor noodprocedures;

ii.

de klasse van het luchtruim;

iii.

de gevolgen voor ander luchtverkeer en voor het luchtverkeersbeheer (ATM), en met name:

de altitude van de vluchtuitvoering;

gecontroleerd versus ongecontroleerd luchtruim;

luchthaven- versus niet-luchthavenomgeving;

luchtruim boven stedelijke gebieden versus luchtruim boven landelijke gebieden;

scheiding van ander luchtverkeer.

5.   Bij het bepalen van de mogelijke risicobeperkende maatregelen die nodig zijn om het voorgestelde veiligheidsstreefniveau te bereiken, wordt rekening gehouden met de volgende mogelijkheden:

a)

beheersingsmaatregelen voor mensen op de grond;

b)

strategische vluchtuitvoeringsbeperkingen voor de UAS-vluchtuitvoering, met name:

i.

het beperken van de geografische volumes waarin de vluchtuitvoering plaatsvindt;

ii.

het beperken van de duur of het tijdsslot waarin de vluchtuitvoering plaatsvindt;

c)

strategische risicobeperking door gemeenschappelijke vliegregels of gemeenschappelijke luchtruimstructuren en -diensten;

d)

het vermogen om om te gaan met eventuele ongunstige vluchtuitvoeringsomstandigheden;

e)

organisatorische factoren zoals operationele en onderhoudsprocedures die door de UAS-exploitant zijn opgesteld en onderhoudsprocedures die in overeenstemming zijn met de gebruikershandleiding van de fabrikant;

f)

het niveau van vaardigheid en deskundigheid van het personeel dat betrokken is bij de veiligheid van de vlucht;

g)

het risico op menselijke fouten bij de toepassing van de operationele procedures;

h)

de ontwerpkenmerken en de prestaties van het UAS, met name:

i.

de beschikbaarheid van middelen om het risico op botsingen te beperken;

ii.

de beschikbaarheid van systemen die de energie bij een botsing of de breekbaarheid van het onbemande luchtvaartuig beperken;

iii.

het ontwerp van de UAS overeenkomstig erkende normen en het "fail safe"-ontwerp.

6.   De robuustheid van de voorgestelde risicobeperkende maatregelen wordt beoordeeld om te bepalen of ze in verhouding staan tot de veiligheidsdoelstellingen en -risico's van de beoogde vluchtuitvoering, met name om te garanderen dat elke fase van de vluchtuitvoering veilig is.

Artikel 12

Afgifte van vergunningen voor vluchtuitvoeringen in de categorie specifiek

1.   De bevoegde autoriteit evalueert de risicobeoordeling en de robuustheid van de risicobeperkende maatregelen die de UAS-exploitant voorstelt om de UAS-vluchtuitvoering veilig te houden in alle fasen van de vlucht.

2.   De bevoegde autoriteit geeft een exploitatievergunning af als uit de evaluatie wordt geconcludeerd dat:

a)

de operationele veiligheidsdoelstellingen rekening houden met de risico's van de vluchtuitvoering;

b)

de combinatie van risicobeperkende maatregelen met betrekking tot de operationele omstandigheden voor het verrichten van vluchtuitvoeringen, de vaardigheden van het betrokken personeel en de technische kenmerken van het onbemande luchtvaartuig passend en voldoende robuust zijn om de vluchtuitvoering veilig te houden in het licht van de geïdentificeerde risico's op de grond en in de lucht;

c)

de UAS-exploitant een verklaring heeft afgelegd waarin hij bevestigt dat de geplande vluchtuitvoering voldoet aan alle regels van de Unie en de lidstaten die erop van toepassing zijn, met name wat betreft privacy, gegevensbescherming, aansprakelijkheid, verzekering, beveiliging en milieubescherming.

3.   Als de vluchtuitvoering onvoldoende veilig wordt geacht, stelt de bevoegde autoriteit de aanvrager daarvan in kennis, met vermelding van de redenen waarom zij weigert de exploitatievergunning af te geven.

4.   In de door de bevoegde autoriteit afgegeven exploitatievergunning wordt het volgende vermeld:

a)

het toepassingsgebied van de vergunning;

b)

de "specifieke" voorwaarden die van toepassing zijn:

i.

op de UAS-vluchtuitvoering en de vluchtuitvoeringsbeperkingen;

ii.

op de vereiste vaardigheden van de UAS-exploitant en, indien van toepassing, de piloten op afstand;

iii.

op de technische kenmerken van het UAS, met inbegrip van de certificering van het UAS, indien van toepassing;

c)

de volgende informatie:

i.

het registratienummer van de UADS-exploitant en de technische kenmerken van het UAS;

ii.

een verwijzing naar de door de UAS-exploitant uitgevoerde operationele risicobeoordeling;

iii.

de beperkingen en voorwaarden met betrekking tot de vluchtuitvoering;

iv.

de risicobeperkende maatregelen die de UAS-exploitant moet toepassen;

v.

de plaats(en) waar de vluchtuitvoering mag plaatsvinden en alle andere plaatsen in de lidstaten overeenkomstig artikel 13;

vi.

alle documenten en gegevens die relevant zijn voor het type vluchtuitvoering en het type voorvallen die moeten worden gerapporteerd naast die welke zijn vastgesteld in Verordening (EU) nr. 376/2014 van het Europees Parlement en de Raad (8).

5.   Bij ontvangst van de in artikel 5, lid 5, bedoelde verklaring moet de bevoegde autoriteit:

a)

nagaan of ze alle in lid 2 van punt UAS.SPEC.020 van de bijlage vermelde elementen bevat;

b)

als dat het geval is, de UAS-exploitant onverwijld een bevestiging van de ontvangst en volledigheid bezorgen, zodat de exploitant met de vluchtuitvoering kan beginnen.

Artikel 13

Grensoverschrijdende vluchtuitvoeringen of vluchtuitvoeringen buiten het land van registratie

1.   Als een UAS-exploitant voornemens is een vluchtuitvoering te verrichten in de categorie "specifiek" waarvoor reeds een exploitatievergunning is afgegeven overeenkomstig artikel 12, die geheel of gedeeltelijk zal plaatsvinden in het luchtruim van een andere lidstaat dan de lidstaat van registratie, dient de UAS-exploitant bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van de beoogde vluchtuitvoering een aanvraag in, waarin de volgende informatie is opgenomen:

a)

een afschrift van de exploitatievergunning die overeenkomstig artikel 12 aan de UAS-exploitant is afgegeven, en

b)

de plaats(en) van de beoogde vluchtuitvoering, met inbegrip van de geactualiseerde maatregelen die eventueel nodig zijn ter beperking van de in artikel 11, lid 2, onder b), bedoelde risico's die specifiek zijn voor de lokale kenmerken van het luchtruim, het terrein, de bevolking en de weersomstandigheden.

2.   Wanneer de bevoegde autoriteit van de lidstaat van de beoogde vluchtuitvoering de in lid 1 bedoelde aanvraag heeft ontvangen, beoordeelt ze deze onmiddellijk en bevestigt ze aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van registratie en aan de UAS-exploitant dat de in lid 1, onder b), bedoelde geactualiseerde risicobeperkende maatregelen toereikend zijn voor de beoogde vluchtuitvoering en plaats. Wanneer de UAS-exploitant die bevestiging ontvangt, mag hij van start gaan met de beoogde vluchtuitvoering en registreert de lidstaat van registratie de geactualiseerde risicobeperkende maatregelen die de UAS-exploitant moet toepassen volgens de overeenkomstig artikel 12 afgegeven exploitatievergunning.

3.   Als een UAS-exploitant voornemens is een vluchtuitvoering te verrichten in de categorie "specifiek" waarvoor een verklaring is afgelegd overeenkomstig artikel 5, lid 5, en die geheel of gedeeltelijk zal plaatsvinden in het luchtruim van een andere lidstaat dan de lidstaat van registratie, verstrekt de UAS-exploitant de bevoegde autoriteit van de lidstaat van de beoogde vluchtuitvoering een afschrift van de bij de lidstaat van registratie ingediende verklaring en van de bevestiging van de ontvangst en volledigheid daarvan.

Artikel 14

Registratie van UAS-exploitanten en gecertificeerde UAS

1.   De lidstaten zorgen voor de oprichting en instandhouding van nauwkeurige registratiesystemen voor UAS waarvan het ontwerp onderworpen is aan certificering en voor UAS-exploitanten wier vluchtuitvoeringen een risico kunnen inhouden voor de veiligheid, beveiliging, privacy en bescherming van persoonsgegevens of het milieu.

2.   De registratiesystemen voor UAS-exploitanten bevatten velden om de volgende informatie in te vullen en uit te wisselen:

a)

de volledige naam en geboortedatum voor natuurlijke personen en de naam en het identificatienummer voor rechtspersonen;

b)

het adres van de UAS-exploitanten;

c)

hun e-mailadres en telefoonnummer;

d)

een nummer van de verzekeringspolis voor UAS, indien vereist uit hoofde van de wetgeving van de Unie of de lidstaten;

e)

de bevestiging van de volgende verklaring door rechtspersonen: "Alle personeelsleden die rechtstreeks betrokken zijn bij de vluchtuitvoeringen zijn bevoegd om hun taken uit te voeren en alleen piloten met een passend vaardigheidsniveau voeren vluchten uit met de UAS.";

f)

de exploitatievergunningen en LUC's waarvan zij houder zijn en de verklaringen die zij hebben afgelegd, gevolgd door een bevestiging overeenkomstig artikel 12, lid 5, onder b).

3.   De registratiesystemen voor onbemande luchtvaartuigen waarvan het ontwerp onderworpen is aan certificering, bevatten velden om de volgende informatie in te vullen en uit te wisselen:

a)

de naam van de fabrikant;

b)

de aanduiding van het onbemande luchtvaartuig door de fabrikant;

c)

het serienummer van het onbemande luchtvaartuig;

d)

de volledige naam, het adres, het e-mailadres en het telefoonnummer van de natuurlijke persoon of rechtspersoon onder wiens naam het onbemande luchtvaartuig is geregistreerd.

4.   De lidstaten zien erop toe dat de registratiesystemen digitaal en interoperabel zijn en het mogelijk maken om toegang te krijgen tot en informatie uit te wisselen via het in artikel 74 van Verordening (EU) 2018/1139 bedoelde register.

5.   UAS-exploitanten registreren zichzelf:

a)

wanneer zij in de categorie "open" een van de volgende onbemande luchtvaartuigen exploiteren:

i.

een MTOM van 250 g of meer heeft of, in geval van een botsing, een kinetische energie van meer dan 80 joule kan overbrengen op een mens;

ii.

is uitgerust met een sensor die persoonsgegevens kan registreren, tenzij het voldoet aan Richtlijn 2009/48/EG;

b)

wanneer zij in de categorie "specifiek" vluchten uitvoeren met een onbemand luchtvaartuig met om het even welke massa.

6.   UAS-exploitanten moeten zichzelf registreren in de lidstaat waar zij hun verblijfplaats hebben, voor natuurlijke personen, of waar zij hun hoofdvestiging hebben, voor rechtspersonen, en moeten ervoor zorgen dat hun registratiegegevens correct zijn. Een UAS-exploitant kan niet worden geregistreerd in meer dan één lidstaat tegelijk.

Lidstaten geven een uniek digitaal registratienummer af voor UAS-exploitanten en voor UAS die aan registratie zijn onderworpen, waardoor individuele identificatie mogelijk is.

Het registratienummer voor UAS-exploitanten wordt vastgesteld op basis van normen die de interoperabiliteit van de registratiesystemen ondersteunen.

7.   De eigenaar van een onbemand luchtvaartuig waarvan het ontwerp onderworpen is aan certificering, moet het onbemande luchtvaartuig registreren.

De nationaliteit en het registratiekenteken van een onbemand luchtvaartuig wordt opgesteld overeenkomstig ICAO-bijlage 7. Een onbemand luchtvaartuig kan niet worden geregistreerd in meer dan één lidstaat tegelijk.

8.   De UAS-exploitanten brengen hun registratienummer aan op elk onbemand luchtvaartuig dat voldoet aan de in lid 5 beschreven voorwaarden.

Artikel 15

Exploitatievoorwaarden voor geografische UAS-zones

1.   Als de lidstaten geografische UAS-zones afbakenen om redenen van veiligheid, beveiliging, privacy of milieu, mogen zij:

a)

bepaalde of alle UAS-vluchtuitvoeringen verbieden, bijzondere voorwaarden opleggen voor bepaalde of alle UAS-vluchtuitvoeringen of UAS-exploitanten verplichten een voorafgaande vergunning aan te vragen voor bepaalde of alle UAS-vluchtuitvoeringen;

b)

bepaalde milieunormen opleggen voor UAS-vluchtuitvoeringen;

c)

alleen toegang verlenen tot bepaalde UAS-klassen;

d)

alleen toegang verlenen tot UAS die met bepaalde technische functies zijn uitgerust, met name systemen voor identificatie op afstand of geobewustzijnssystemen.

2.   Op basis van een door de bevoegde autoriteit uitgevoerde risicobeoordeling mogen de lidstaten bepaalde geografische zones aanwijzen waarin UAS-vluchtuitvoeringen zijn vrijgesteld van een of meer eisen voor de categorie "open".

3.   Wanneer lidstaten geografische UAS-zones bepalen voor geobewustzijnsdoelstellingen, zorgen zij ervoor dat de informatie over de geografische UAS-zones, daaronder begrepen hun geldigheidsduur, openbaar wordt gemaakt in een gemeenschappelijke uniek digitaal formaat.

Artikel 16

UAS-vluchtuitvoeringen in het kader van modelluchtvaartuigclubs of -verenigingen

1.   Op verzoek van modelluchtvaartclub of -vereniging kan de bevoegde autoriteit een vergunning voor UAS-vluchtuitvoeringen afgeven in het kader van modelluchtvaartuigclubs en -verenigingen.

2.   De in lid 1 bedoelde vergunning wordt afgegeven overeenkomstig een van de volgende:

a)

de relevante nationale voorschriften;

b)

gevestigde procedures, organisatorische structuur en beheersysteem van de modelluchtvaartuigclub of -vereniging, waarbij wordt gewaarborgd dat:

i.

piloten op afstand die vluchten uitvoeren in het kader van modelluchtvaartuigclubs of -verenigingen worden in kennis gesteld van de voorwaarden en beperkingen die zijn gedefinieerd in de door de bevoegde autoriteit afgegeven vergunning;

ii.

piloten op afstand die vluchten uitvoeren in het kader van modelluchtvaartuigclubs of -verenigingen worden bijgestaan bij het verwerven van de minimumvaardigheid die vereist is om veilige vluchtuitvoeringen met het UAS te verrichten, overeenkomstig de voorwaarden en beperkingen die zijn gedefinieerd in de vergunning;

iii.

de modelluchtvaartuigclub of -vereniging passende actie onderneemt wanneer hij/zij ervan in kennis wordt gesteld dat een piloot op afstand die vluchtuitvoeringen verricht in het kader van modelluchtvaartuigclubs of -verenigingen niet voldoet aan de voorwaarden en beperkingen die zijn gedefinieerd in de vergunning en, indien nodig, de bevoegde autoriteit daarvan in kennis stelt;

iv.

de modelluchtvaartuigclub of -vereniging, op verzoek van de bevoegde autoriteit, documenten indient die vereist zijn voor toezichts- en monitoringdoeleinden.

3.   In de in lid 1 bedoelde vergunning wordt vermeld onder welke voorwaarden vluchtuitvoeringen in het kader van modelluchtvaartuigclubs of -verenigingen mogen worden verricht; deze vergunning is alleen geldig op het grondgebied van de lidstaat die ze heeft afgegeven.

4.   Lidstaten mogen modelluchtvaartuigclubs en -verenigingen de gelegenheid geven hun leden namens hun te registreren in de overeenkomstig artikel 14 opgezette registratiesystemen. Als dat niet het geval is moeten de leden van modelluchtvaartuigclubs of -verenigingen zichzelf registreren overeenkomstig artikel 14.

Artikel 17

Aanwijzing van de bevoegde autoriteit

1.   Elke lidstaat wijst een of meer entiteiten aan als de bevoegde autoriteit voor de in artikel 18 bedoelde taken.

2.   Als een lidstaat meer dan één entiteit als bevoegde autoriteit aanwijst, moet hij:

a)

de bevoegdheidsgebieden van elke bevoegde autoriteit duidelijk afbakenen in termen van verantwoordelijkheden;

b)

passende mechanismen voor de coördinatie tussen deze entiteiten vaststellen, teneinde te garanderen dat effectief toezicht wordt uitgeoefend op alle onder deze verordening vallende organisaties en personen.

Artikel 18

Taken van de bevoegde autoriteit

De bevoegde autoriteit is verantwoordelijk voor:

a)

de handhaving van deze verordening;

b)

de afgifte, schorsing of intrekking van certificaten van UAS-exploitanten en vergunningen van piloten op afstand die vluchtuitvoeringen verrichten in de categorie "gecertificeerd";

c)

de afgifte aan piloten op afstand van een bewijs van voltooiing van een online theorie-examen overeenkomstig de punten UAS.OPEN.020 en UAS.OPEN.040 van de bijlage en de afgifte, wijziging, schorsing, beperking of intrekking van vaardigheidsbewijzen van piloten op afstand overeenkomstig punt UAS.OPEN.030 van de bijlage;

d)

de afgifte, wijziging, schorsing, beperking of intrekking van vluchtuitvoeringsvergunningen en LUC's en de controle van de volledigheid van verklaringen, welke vereist zijn om UAS-vluchtuitvoeringen te verrichten in de categorie "specifiek";

e)

het bijhouden van documenten, registers en verslagen over vergunningen voor UAS-vluchtuitvoeringen, verklaringen, vaardigheidsbewijzen van piloten op afstand en LUC's;

f)

het ter beschikking stellen, in een gemeenschappelijk uniek digitaal formaat, van informatie over geografische zones voor UAS die de lidstaten in hun nationaal luchtruim hebben vastgesteld;

g)

het afgeven van een bevestiging van ontvangst en volledigheid overeenkomstig artikel 12, lid 5, onder b), of een bevestiging overeenkomstig artikel 13, lid 2;

h)

het ontwikkelen van een risicogebaseerd toezichtssysteem voor:

i.

UAS-exploitanten die een verklaring hebben ingediend of houder zijn van een vluchtuitvoeringsvergunning of een LUC;

ii.

modelluchtvaartclubs en -verenigingen die houder zijn van een in artikel 16 bedoelde vergunning;

i)

voor andere vluchtuitvoeringen dan die in de categorie "open", het opstellen van een auditplanning op basis van het risicoprofiel, het niveau van naleving en de veiligheidsprestaties van UAS-exploitanten die een verklaring hebben ingediend of houder zijn van een door de bevoegde autoriteit afgegeven certificaat;

j)

voor andere vluchtuitvoeringen dan die in de categorie "open", het uitvoeren van inspecties met betrekking tot UAS-exploitanten die een verklaring hebben ingediend of houder zijn van een certificaat dat is afgegeven door de bevoegde autoriteit die UAS inspecteren, en het garanderen dat UAS-exploitanten en piloten op afstand voldoen aan deze verordening;

k)

het toepassen van een systeem om gevallen van niet-naleving door UAS-exploitanten in de categorie "open" of "specifiek" op te sporen, te onderzoeken en te rapporteren overeenkomstig artikel 19, lid 2;

l)

het verstrekken van informatie en richtsnoeren aan UAS-exploitanten om de veiligheid van UAS-vluchtuitvoeringen te bevorderen;

m)

het oprichten en in stand houden van nauwkeurige registratiesystemen voor UAS waarvan het ontwerp onderworpen is aan certificering en voor UAS-exploitanten wier vluchtuitvoeringen een risico kunnen inhouden voor de veiligheid, beveiliging, privacy en bescherming van persoonsgegevens of het milieu.

Artikel 19

Veiligheidsinformatie

1.   De bevoegde autoriteiten van de lidstaten en de in artikel 36 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/945 bedoelde markttoezichtautoriteiten en controleautoriteiten werken samen op veiligheidsgebied en stellen procedures op voor de efficiënte uitwisseling van veiligheidsinformatie.

2.   Elke UAS-exploitant brengt bij de bevoegde autoriteit verslag uit over alle veiligheidsgerelateerde voorvallen en wisselt informatie over zijn UAS uit overeenkomstig Verordening (EU) nr. 376/2014.

3.   Het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart ("het Agentschap") en de bevoegde autoriteiten verzamelen, analyseren en publiceren veiligheidsinformatie over UAS-vluchtuitvoeringen op hun grondgebied overeenkomstig artikel 119 van Verordening (EU) 2018/1139 en de uitvoeringshandelingen daarvan.

4.   Na ontvangst van de in leden 1, 2 en 3 bedoelde informatie nemen het Agentschap en de bevoegde autoriteit de nodige maatregelen om eventuele veiligheidsproblemen aan te pakken op basis van de beste beschikbare gegevens en analyses, rekening houden met links tussen de verschillende deelgebieden van de luchtvaartveiligheid en tussen luchtvaartveiligheid, cyberbeveiliging en andere technische domeinen van de luchtvaartregelgeving.

5.   Als de bevoegde autoriteit of het Agentschap maatregelen neemt overeenkomstig lid 4, stelt zij/het alle relevante belanghebbende partijen en organisaties er onmiddellijk van in kennis dat zij die maatregelen moeten naleven overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1139 en de uitvoeringshandelingen daarvan.

Artikel 20

Bijzondere voorschriften betreffende het gebruik van bepaalde UAS in de categorie "open"

Onder de hierna vermelde voorwaarden mogen verder vluchtuitvoeringen worden verricht met UAS-types in de zin van Besluit nr. 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad (9) die niet in overeenstemming zijn met Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/945 en die niet door particulieren zijn gebouwd, als zij vóór 1 juli 2022 in de handel zijn gebracht:

a)

in subcategorie A1, zoals gedefinieerd in deel A van de bijlage, voor zover het onbemande luchtvaartuig een maximale startmassa van minder dan 250 g heeft, lading inbegrepen;

b)

in subcategorie A3, zoals gedefinieerd in deel A van de bijlage, voor zover het onbemande luchtvaartuig een maximale startmassa van minder dan 25 kg heeft, brandstof en lading inbegrepen;

Artikel 21

Aanpassing van vergunningen, verklaringen en certificaten

1.   Aan UAS-exploitanten afgegeven vergunningen, vaardigheidscertificaten van piloten op afstand en verklaringen van UAS-exploitanten of gelijkwaardige documenten, afgegeven op basis van nationale wetgeving, blijven geldig tot 1 juli 2021.

2.   Vóór 1 juli 2021 moeten de lidstaten hun bestaande vaardigheidscertificaten van piloten op afstand en hun vergunningen of verklaringen UAS-exploitanten, of gelijkwaardige documenten, omzetten, met inbegrip van die welke tot die datum zijn afgegeven, overeenkomstig deze verordening.

3.   Onverminderd artikel 14 mogen UAS-vluchtuitvoeringen in het kader van modelluchtvaartuigclubs en -verenigingen blijven plaatsvinden overeenkomstig nationale regels en zonder dat een vergunning overeenkomstig artikel 16 vereist is, tot 1 juli 2022.

Artikel 22

Overgangsbepalingen

Onverminderd artikel 20 is het gebruik van UAS in de categorie "open" die niet voldoen aan de voorschriften van delen 1 tot en met 5 van de bijlage bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/945 toegestaan voor een overgangsperiode van twee jaar, die één jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening begint, onder de volgende voorwaarden:

a)

vluchten met onbemande luchtvaartuigen met een maximale startmassa van minder dan 500 g worden uitgevoerd volgens de vluchtuitvoeringsvoorschriften van punt UAS.OPEN.020, punt 1, van deel A van de bijlage, door een piloot met het door de desbetreffende lidstaat vastgestelde vaardigheidsniveau;

b)

bij vluchtuitvoeringen met onbemande luchtvaartuigen met een maximale startmassa van minder dan 2 kg wordt een horizontale afstand van minstens 50 m van mensen aangehouden, en het vaardigheidsniveau van de piloten op afstand is minstens gelijkwaardig aan het in punt UAS.OPEN.030, punt 2, van deel A van de bijlage uiteengezette niveau;

c)

vluchten met onbemande luchtvaartuigen met een maximale startmassa van meer dan 2 kg en minder dan 25 kg worden uitgevoerd volgens de vluchtuitvoeringsvoorschriften van punt UAS.OPEN.040, punten 1 en 2, en het vaardigheidsniveau van de piloten op afstand is minstens gelijkwaardig aan het in punt UAS.OPEN.020, punt 4, onder b), van deel A van de bijlage uiteengezette niveau.

Artikel 23

Inwerkingtreding en toepassing

1.   Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Ze is van toepassing met ingang van 1 juli 2020.

2.   Lid 5 van artikel 5 is van toepassing met ingang van de datum waarop aanhangsel 1 wordt gewijzigd, zodat het de toepasselijke standaardscenario's bevat. Overeenkomstig artikel 5, lid 5, mogen lidstaten verklaringen van UAS-exploitanten op basis van nationale standaardscenario's aanvaarden als die scenario's voldoen aan de voorschriften van punt UAS.SPEC.020 van de bijlage, tot het standaardscenario in aanhangsel 1 van de bijlage in deze verordening wordt opgenomen.

3.   Artikel 15, lid 3, is van toepassing met ingang van 1 juli 2021.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 mei 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 212 van 22.8.2018, blz. 1.

(2)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/945 van 12 maart 2019 van de Commissie inzake onbemande luchtvaartuigsystemen en uit derde landen afkomstige exploitanten van onbemande luchtvaartuigsystemen (zie bladzijde 1 van dit Publicatieblad).

(3)  Richtlijn 2009/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende de veiligheid van speelgoed (PB L 170 van 30.6.2009, blz. 1).

(4)  Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad n 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 923/2012 van de Commissie van 26 september 2012 tot vaststelling van gemeenschappelijke luchtverkeersregels en operationele bepalingen betreffende luchtvaartnavigatiediensten en -procedures en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1035/2011 en Verordeningen (EG) nr. 1265/2007, (EG) nr. 1794/2006, (EG) nr. 730/2006, (EG) nr. 1033/2006 en (EU) nr. 255/2010 (PB L 281 van 13.10.2012, blz. 1).

(6)  Verordening (EU) nr. 965/2012 van de Commissie van 5 oktober 2012 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures voor vluchtuitvoering, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 296 van 25.10.2012, blz. 1).

(7)  Verordening (EU) nr. 1332/2011 van de Commissie van 16 december 2011 tot vaststelling van gemeenschappelijke eisen voor het gebruik van het luchtruim en exploitatieprocedures voor het vermijden van botsingen in de lucht (PB L 336 van 20.12.2011, blz. 20).

(8)  Verordening (EU) nr. 376/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 inzake het melden, onderzoeken en opvolgen van voorvallen in de burgerluchtvaart en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 996/2010 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2003/42/EG van het Europees Parlement en de Raad en de Verordeningen (EG) nr. 1321/2007 en (EG) nr. 1330/2007 van de Commissie (PB L 122 van 24.4.2014, blz. 18).

(9)  Besluit nr. 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten en tot intrekking van Besluit 93/465/EEG van de Raad (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 82).


BIJLAGE

UAS-VLUCHTUITVOERINGEN IN DE CATEGORIEËN "OPEN" EN "SPECIFIEK"

DEEL A

UAS-VLUCHTUITVOERINGEN IN DE CATEGORIE "OPEN"

UAS.OPEN.010 Algemene bepalingen

1)

De categorie van "open" UAS-vluchtuitvoeringen is onderverdeeld in drie subcategorieën A1, A2 en A3, op basis van vluchtuitvoeringsbeperkingen, eisen voor de piloot op afstand en technische voorschriften voor de UAS.

2)

Als de UAS-vluchtuitvoering begint vanaf een natuurlijke hoogte in het terrein of boven terrein met natuurlijke hoogtes, dan wordt het onbemand luchtvaartuig op minder dan 120 meter van het dichtstbijzijnde punt van het aardoppervlak gehouden. De afstandmeting wordt aangepast aan de geografische kenmerken van het terrein, zoals vlakten, heuvels, bergen.

3)

Wanneer het onbemande luchtvaartuig binnen een horizontale afstand van 50 meter van een meer dan 105 meter hoog kunstmatig obstakel vliegt, dan kan de maximumhoogte, op verzoek van de entiteit die verantwoordelijk is voor het obstakel, worden verhoogd tot 15 meter boven de hoogte van het obstakel.

4)

Bij wijze van uitzondering op punt 2 mogen onbemande zweefvliegtuigen met een maximale startmassa (MTOM) van minder dan 10 kg, lading inbegrepen, op een afstand van meer dan 120 m van het dichtstbijzijnde punt van het aardoppervlak vliegen, voor zover het onbemande zweefvliegtuig op geen enkel ogenblik op een hoogte van meer dan 120 meter boven de piloot op afstand vliegt.

UAS.OPEN.020 UAS-vluchtuitvoeringen in subcategorie A1

UAS-vluchtuitvoeringen in subcategorie A1 moeten voldoen aan alle onderstaande voorwaarden:

1)

als dergelijke vluchtuitvoeringen plaatsvinden met in punt 5, onder d), bedoelde onbemande luchtvaartuigen, mag de piloot op afstand geen bijeenkomsten van mensen overvliegen en wordt redelijkerwijs verwacht dat geen enkele persoon die niet bij de vluchtuitvoering is betrokken, wordt overvlogen. Als niet-betrokken personen onverwacht toch worden overvlogen, beperkt de piloot op afstand zo veel mogelijk de duur van dergelijke overvluchten;

2)

als dergelijke vluchtuitvoeringen plaatsvinden met in punt 5, onder a), b) en c), bedoelde onbemande luchtvaartuigen, mag de piloot op afstand niet-betrokken personen overvliegen, maar nooit bijeenkomsten van mensen;

3)

bij wijze van uitzondering op artikel 4, lid 1, onder d), mogen deze vluchtuitvoeringen, wanneer de follow-me-modus actief is, plaatsvinden tot op een afstand van 50 meter van de piloot op afstand;

4)

ze worden verricht door een piloot op afstand die:

a)

vertrouwd is met de gebruikershandleiding van de fabrikant van het UAS;

b)

voor vluchtuitvoeringen met een onbemand luchtvaartuig van klasse C1, zoals gedefinieerd in deel 2 van de bijlage bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/945, een online-opleiding heeft voltooid en vervolgens geslaagd is voor een online-theorie-examen, georganiseerd door de bevoegde autoriteit of door een entiteit die erkend is door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van registratie van de UAS-exploitant. Het examen bestaat uit 40 meerkeuzevragen, evenwichtig verdeeld over de volgende onderwerpen:

i.

veiligheid van het luchtverkeer;

ii.

luchtruimbeperkingen;

iii.

luchtvaartregelgeving;

iv.

beperkingen inzake menselijke prestaties;

v.

vluchtuitvoeringsprocedures;

vi.

algemene kennis van UAS;

vii.

privacy en gegevensbescherming;

viii.

verzekering;

ix.

beveiliging;

5)

ze worden verricht met een onbemand luchtvaartuig dat:

a)

een maximale startmassa heeft van minder dan 250 g, lading inbegrepen, en een maximale vliegsnelheid van minder dan 19 m/s, in het geval van door particulieren gebouwde UAS, of

b)

voldoet aan de eisen van artikel 20, onder a);

c)

is gemarkeerd als klasse C0 en voldoet aan de eisen van die klasse, zoals gedefinieerd in deel 1 van de bijlage bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/945, of

d)

is gemarkeerd als klasse C1 en voldoet aan de eisen van die klasse, zoals gedefinieerd in deel 2 van de bijlage bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/945, en wordt geëxploiteerd met actieve en up-to-date gebrachte systemen voor directe identificatie op afstand en geobewustzijn.

UAS.OPEN.030 UAS-vluchtuitvoeringen in subcategorie A2

UAS-vluchtuitvoeringen in subcategorie A2 moeten voldoen aan alle onderstaande voorwaarden:

1)

ze worden op zodanige wijze verricht dat het onbemande luchtvaartuig geen niet-betrokken personen overvliegt en vinden plaats op een veilige horizontale afstand van minstens 30 meter van die personen; de piloot op afstand mag de horizontale veiligheidsafstand ten opzichte van niet-betrokken personen verlagen tot minstens 5 meter als de lagesnelheidsmodus van het onbemand luchtvaartuig actief is, en na evaluatie van:

a)

de weersomstandigheden;

b)

de prestaties van het onbemande luchtvaartuig;

c)

de afstand tot obstakels in het overvlogen gebied;

2)

ze worden verricht door een piloot op afstand die vertrouwd is met de door de fabrikant van het UAS ter beschikking gestelde gebruikershandleiding en die houder is van een vaardigheidscertificaat van piloot op afstand dat is afgegeven door de bevoegde autoriteit of door een entiteit die erkend is door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van registratie van de UAS-exploitant. Piloten op afstand krijgen dit certificaat wanneer alle onderstaande voorwaarden, in de aangegeven volgorde, zijn vervuld:

a)

ze hebben een online-opleiding voltooid en zijn geslaagd voor het in UAS.OPEN.020, punt 4, onder b), bedoelde online theorie-examen;

b)

ze hebben een praktische zelfopleiding voltooid in de vluchtuitvoeringsomstandigheden van subcategorie A3, zoals uiteengezet in UAS.OPEN.040, punten 1 en 2;

c)

ze hebben verklaard de onder b) bedoelde praktische zelfopleiding te hebben voltooid en zijn geslaagd voor een aanvullend theorie-examen dat is afgenomen door de bevoegde autoriteit of door een entiteit die erkend is door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van registratie van de UAS-exploitant. Het examen bestaat uit minstens 30 meerkeuzevragen die gericht zijn op de beoordeling van de kennis die de piloot op afstand heeft van de technische en operationele maatregelen ter beperking van risico's op de grond, evenwichtig verdeeld over de volgende onderwerpen:

i.

meteorologie;

ii.

vliegprestaties van het UAS;

iii.

technische en operationele maatregelen ter beperking van risico's op de grond;

3)

ze worden verricht met een onbemand luchtvaartuig dat gemarkeerd is als klasse C2 en voldoet aan de eisen van die klasse, zoals gedefinieerd in deel 3 van de bijlage bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/945, en dat wordt geëxploiteerd met actieve en up-to-date gebrachte systemen voor directe identificatie op afstand en geobewustzijn.

UAS.OPEN.040 UAS-vluchtuitvoeringen in subcategorie A3

UAS-vluchtuitvoeringen in subcategorie A3 moeten voldoen aan alle onderstaande voorwaarden:

1)

ze worden verricht in een gebied waarin de piloot op afstand redelijkerwijs verwacht dat niet-betrokken personen tijdens de volledige duur van de UAS-vluchtuitvoering geen gevaar zullen lopen binnen het bereik waarin met het onbemande luchtvaartuig wordt gevlogen;

2)

ze worden verricht op een veilige horizontale afstand van minstens 150 meter van woon-, handels-, industrie- of recreatiezones;

3)

ze worden verricht door een piloot op afstand die een online-opleiding heeft voltooid en geslaagd is voor een online-theorie-examen, zoals bedoeld in UAS.OPEN.020, punt 4, onder b);

4)

ze worden verricht met een onbemand luchtvaartuig dat:

a)

een maximale startmassa heeft van minder dan 25 kg, in het geval van door particulieren gebouwd UAS, of

b)

voldoet aan de eisen van artikel 20, onder b);

c)

gemarkeerd is als klasse C2 en voldoet aan de eisen van die klasse, zoals gedefinieerd in deel 3 van de bijlage bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/945, en wordt geëxploiteerd met actieve en up-to-date gebrachte systemen voor directe identificatie op afstand en geobewustzijn, of

d)

gemarkeerd is als klasse C3 en voldoet aan de eisen van die klasse, zoals gedefinieerd in deel 4 van de bijlage bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/945, en wordt geëxploiteerd met actieve en up-to-date gebrachte systemen voor directe identificatie op afstand en geobewustzijn, of

e)

gemarkeerd is als klasse C4 en voldoet aan de eisen van die klasse, zoals gedefinieerd in deel 5 van de bijlage bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/945.

UAS.OPEN.050 Verantwoordelijkheden van de UAS-exploitant

De UAS-exploitant moet voldoen aan alle onderstaande voorwaarden:

1)

hij ontwikkelt vluchtuitvoeringsprocedures die aangepast zijn aan het type vluchtuitvoering en het daarmee gepaard gaande risico;

2)

hij zorgt ervoor dat alle vluchtuitvoeringen effectief gebruikmaken van het radiospectrum en het efficiënte gebruik ervan ondersteunen, teneinde schadelijke interferentie te voorkomen;

3)

hij wijst een piloot op afstand aan voor elke UAS-vluchtuitvoering;

4)

hij zorgt ervoor dat de piloten op afstand en alle andere personeelsleden die een taak ter ondersteuning van de vluchtuitvoeringen uitvoeren, vertrouwd zijn met de door de fabrikant van het UAS verstrekte gebruikershandleiding en:

a)

beschikken over passende vaardigheden om hun taken uit te voeren in de subcategorie van de geplande UAS-vluchtuitvoeringen overeenkomstig punt UAS.OPEN.020, UAS.OPEN.030 of UAS.OPEN.040, of, voor ander personeel dan de piloot op afstand, een door de exploitant ontwikkelde on-the-job-opleiding hebben voltooid;

b)

vertrouwd zijn met de procedures van de UAS-exploitant;

c)

informatie krijgen die relevant is voor de geplande UAS-vluchtuitvoering en die betrekking heeft op alle geografische zones die de lidstaat van de vluchtuitvoering openbaar heeft gemaakt overeenkomstig artikel 15;

5)

hij actualiseert de informatie in het geobewustzijnssysteem wanneer deze relevant is voor de plaats van de geplande vluchtuitvoering;

6)

hij zorgt ervoor dat het UAS, in het geval van een vluchtuitvoering met een onbemand luchtvaartuig van een van de in delen 1 tot en met 5 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/945 gedefinieerde klassen:

a)

vergezeld gaat van de overeenkomstige EU-conformiteitsverklaring, met inbegrip van de verwijzing naar de desbetreffende klasse, en

b)

dat het desbetreffende etiket met de vermelding van de klasse is aangebracht op het onbemande luchtvaartuig;

7)

hij zorgt ervoor dat, in het geval van een UAS-vluchtuitvoering in subcategorie A2 of A3, alle betrokken personen die aanwezig zijn in het gebied van de vluchtuitvoering in kennis zijn gesteld van de risico's en er uitdrukkelijk hebben mee ingestemd om deel te nemen.

UAS.OPEN.060 Verantwoordelijkheden van de piloot op afstand

1)

Alvorens van start te gaan met een UAS-vluchtuitvoering:

a)

moet de piloot op afstand over passende vaardigheden in de subcategorie van de geplande UAS-vluchtuitvoering, overeenkomstig punt UAS.OPEN.020, UAS.OPEN.030 of UAS.OPEN.040, beschikken om zijn taken uit te voeren en een bewijs van vaardigheid bij zich hebben tijdens de UAS-vluchtuitvoering, behalve voor vluchtuitvoeringen met een in UAS.OPEN.020, punt 5, onder a), b) of c), bedoeld onbemand luchtvaartuig;

b)

moet de piloot op afstand geactualiseerde informatie krijgen die relevant is voor de geplande UAS-vluchtuitvoering en die betrekking heeft op alle geografische zones die de lidstaat van de vluchtuitvoering openbaar heeft gemaakt overeenkomstig artikel 15;

c)

moet de piloot op afstand de vluchtuitvoeringsomgeving controleren op de aanwezigheid van obstakels en, tenzij het een vluchtuitvoering in subcategorie A1 met een in UAS.OPEN.020, punt 5, onder a), b) of c), bedoeld onbemand luchtvaartuig betreft, de aanwezigheid van niet-betrokken personen;

d)

moet de piloot op afstand ervoor zorgen dat het UAS zich in een zodanige staat bevindt dat het de geplande vlucht veilig kan voltooien en, voor zover van toepassing, controleren of de directe identificatie op afstand goed werkt;

e)

moet de piloot op afstand, als het UAS een extra lading meeneemt, controleren of de massa niet hoger is dan de door de fabrikant bepaalde maximale startmassa of de maximale startmassa van de desbetreffende klasse.

2)

Tijdens de vluchtuitvoering:

a)

mag de piloot op afstand zich niet onder invloed van psychoactieve stoffen of alcohol bevinden of ongeschikt zijn om zijn taken uit te voeren door verwondingen, vermoeidheid, medicatie, ziekte of andere oorzaken;

b)

moet de piloot op afstand het onbemand luchtvaartuig in VLOS houden en het luchtruim rond het onbemande luchtvaartuig nauwlettend in de gaten houden om het risico op botsingen met bemande luchtvaartuigen te vermijden. De piloot op afstand moet de vlucht stopzetten als de vluchtuitvoering gevaar oplevert voor andere luchtvaartuigen, mensen, dieren, het milieu of eigendommen;

c)

moet de piloot op afstand de vluchtuitvoeringsbeperkingen in overeenkomstig artikel 15 afgebakende geografische zones naleven;

d)

moet de piloot op afstand in staat zijn de controle over het onbemande luchtvaartuig te behouden, tenzij de verbinding wordt verbroken of een vrije vlucht met het onbemande luchtvaartuig wordt uitgevoerd;

e)

moet de piloot op afstand het UAS gebruiken overeenkomstig de door de fabrikant verstrekte gebruikershandleiding, met inbegrip van alle toepasselijke beperkingen;

f)

moet de piloot op afstand de procedures van de exploitant naleven, voor zover deze beschikbaar zijn.

3)

Tijdens de vlucht mogen piloten op afstand en UAS-exploitanten niet dichtbij of in gebieden vliegen waar noodhulpdiensten actief zijn, tenzij ze toestemming hebben van de verantwoordelijke noodhulpdiensten.

4)

Met het oog op de toepassing van punt 2, onder b), mogen piloten op afstand worden bijgestaan door een waarnemer die zich naast hen bevindt en zonder hulp visueel contact houdt met het onbemand luchtvaartuig en zo de piloot op afstand helpt om de vlucht veilig uit te voeren. Er moet duidelijke en effectieve communicatie plaatsvinden tussen de piloot op afstand en de waarnemer van het onbemand luchtvaartuig.

UAS.OPEN.070 Duur en geldigheid van de theoretische vaardigheden die de piloot op afstand online heeft opgedaan, en vaardigheidscertificaten van piloten op afstand

1)

De theoretische vaardigheden die de piloot op afstand online heeft opgedaan, zoals vereist uit hoofde van UAS.OPEN.020, punt 4, onder b), en UAS.OPEN.040, punt 3, en het vaardigheidscertificaat van de piloot op afstand, zoals vereist uit hoofde van UAS.OPEN.030, punt 2, zijn vijf jaar geldig.

2)

De geldigheid van de theoretische vaardigheden die online zijn opgedaan en van het vaardigheidscertificaat kan worden verlengd als de piloot op afstand zijn vaardigheden aantoont overeenkomstig UAS.OPEN.030, punt 2, of UAS.OPEN.020, punt 4, onder b).

DEEL B

UAS-VLUCHTUITVOERINGEN IN DE CATEGORIE "SPECIFIEK"

UAS.SPEC.010 Algemene bepalingen

De UAS-exploitant verstrekt de bevoegde autoriteit een operationele risicobeoordeling voor de geplande vluchtuitvoering, overeenkomstig artikel 11, of dient een verklaring in wanneer UAS.SPEC.020 van toepassing is, tenzij de exploitant houder is van een certificaat van exploitant van lichte UAS (LUC), met de bijbehorende rechten, overeenkomstig deel C van deze bijlage. De UAS-exploitant evalueert regelmatig of de genomen risicobeperkende maatregelen toereikend zijn en actualiseert ze indien nodig.

UAS.SPEC.020 Exploitatieverklaring

1)

Als alternatief voor UAS.SPEC.30 en UAS.SPEC.40 mag de UAS-exploitant, overeenkomstig artikel 5, bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van de vluchtuitvoering een exploitatieverklaring indienen als de vluchtuitvoering voldoet aan een standaardscenario, zoals gedefinieerd in aanhangsel 1 van deze bijlage. Het gaat om vluchtuitvoeringen:

a)

met onbemande luchtvaartuigen met:

i.

een maximale kenmerkende afmeting tot 3 meter in VLOS boven gecontroleerd terrein, behalve boven bijeenkomsten van mensen;

ii.

een maximale kenmerkende afmeting tot 1 meter in VLOS, behalve boven bijeenkomsten van mensen;

iii.

een maximale kenmerkende afmeting tot 1 meter in BVLOS boven dunbevolkte gebieden;

iv.

een maximale kenmerkende afmeting tot 3 meter in BVLOS boven gecontroleerd terrein;

b)

die op minder dan 120 meter boven het aardoppervlak worden uitgevoerd, en:

i.

in niet-gecontroleerd luchtruim (klasse F of G), of

ii.

in gecontroleerd luchtruim, na coördinatie en individuele toestemming voor de vlucht overeenkomstig bekendgemaakte procedures voor het vluchtuitvoeringsgebied.

2)

Een verklaring van UAS-exploitanten moet het volgende bevatten:

a)

administratieve informatie over de UAS-exploitant;

b)

een verklaring dat de vluchtuitvoering voldoet aan de operationele eisen van punt 1 en een standaardscenario als gedefinieerd in aanhangsel 1 van de bijlage;

c)

de verbintenis van de UAS-exploitant dat hij de relevante risicobeperkende maatregelen zal nemen die vereist zijn voor de veiligheid van de vluchtuitvoering, met inbegrip van de bijbehorende instructies voor de vluchtuitvoering, voor het ontwerp van het onbemande luchtvaartuig en voor de vaardigheden van het betrokken personeel;

d)

de bevestiging van de UAS-exploitant dat elke vlucht die onder de verklaring valt, gedekt zal zijn door een passende verzekering, voor zover vereist uit hoofde van de nationale wetgeving of de wetgeving van de Unie.

3)

Bij ontvangst van de verklaring controleert de bevoegde autoriteit of ze alle in punt 2 vermelde elementen bevat en geeft zij onverwijld een bevestiging van ontvangst en volledigheid af aan de UAS-exploitant.

4)

Na ontvangst van de bevestiging van ontvangst en volledigheid mag UAS-exploitant van start gaan met de vluchtuitvoering.

5)

UAS-exploitanten stellen de bevoegde autoriteit onverwijld in kennis van alle wijzigingen van de informatie in de door hen ingediende exploitatieverklaring.

6)

UAS-exploitanten die houder zijn van een LUC, met de bijbehorende rechten, overeenkomstig deel C van deze bijlage, hoeven de verklaring niet in te dienen.

UAS.SPEC.030 Aanvraag van een exploitatievergunning

1)

Alvorens van start te gaan met een UAS-vluchtuitvoering in de categorie "specifiek", moet de UAS-exploitant een exploitatievergunning aanvragen bij de nationale bevoegde autoriteit van de lidstaat van registratie, behalve:

a)

wanneer UAS.SPEC.020 van toepassing is, of

b)

wanneer de UAS-exploitant houder is van een LUC met passende bevoegdheden, overeenkomstig deel C van deze bijlage.

2)

De UAS-exploitant moet een aanvraag voor een geactualiseerde exploitatievergunning indienen als er aanzienlijke wijzigingen plaatsvinden in de vluchtuitvoering of in de risicobeperkende maatregelen die in de exploitatievergunning zijn vermeld.

3)

De aanvraag van een exploitatievergunning moet gebaseerd zijn op de in artikel 11 bedoelde risicobeoordeling en moet voorts de volgende informatie bevatten:

a)

het registratienummer van de UAS-exploitant;

b)

de naam van de verantwoordelijke manager of de naam van de UAS-exploitant, in het geval dit een natuurlijke persoon is;

c)

de beoordeling van de vluchtuitvoeringsrisico's;

d)

de lijst van risicobeperkende maatregelen die door de UAS-exploitant worden voorgesteld, met voldoende informatie om de bevoegde autoriteit in staat te stellen te beoordelen of de risicobeperkende maatregelen toereikend zijn;

e)

een operationele handleiding, indien dit vereist is wegens het risico en de complexiteit van de vluchtuitvoering;

f)

een bevestiging dat passende verzekeringsdekking is genomen bij de start van de UAS-vluchtuitvoeringen, voor zover vereist uit hoofde van de nationale wetgeving of de wetgeving van de Unie.

UAS.SPEC.040 Afgifte van een exploitatievergunning

1)

Als de bevoegde autoriteit een aanvraag overeenkomstig UAS.SPEC.030 ontvangt, geeft zij onverwijld een exploitatievergunning af overeenkomstig artikel 12, als zij concludeert dat de vluchtuitvoering aan de volgende voorwaarden voldoet:

a)

alle informatie overeenkomstig UAS.SPEC.030, punt 3, is verstrekt;

b)

als de vluchtuitvoering geheel of gedeeltelijk zal worden verricht in gecontroleerd luchtruim, is een procedure opgezet voor coördinatie met de relevante dienstverlener voor het luchtruim.

2)

De bevoegde autoriteit specificeert het precieze toepassingsgebied in de exploitatievergunning, zoals bepaald in artikel 12.

UAS.SPEC.050 Verantwoordelijkheden van de UAS-exploitant

1)

De UAS-exploitant moet voldoen aan alle onderstaande voorwaarden:

a)

procedures en beperkingen vaststellen die zijn aangepast aan het type van de geplande vluchtuitvoering en het daarmee gepaard gaande risico, daaronder begrepen:

i.

operationele procedures om de veiligheid van de vluchtuitvoeringen te garanderen;

ii.

procedures om te garanderen dat beveiligingsvoorschriften die van toepassing zijn op het vluchtuitvoeringsgebied worden nageleefd tijdens de geplande vluchtuitvoering;

iii.

maatregelen ter bescherming tegen wederrechtelijke daden en ongeoorloofde toegang;

iv.

procedures om te garanderen dat alle vluchtuitvoeringen voldoen aan Verordening (EU) 2016/679 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens. De UAS-exploitant moet met name een effectbeoordeling op het gebied van gegevensbescherming uitvoeren, voor zover vereist door de nationale autoriteit voor gegevensbescherming overeenkomstig artikel 35 van Verordening (EU) 2016/679;

v.

richtsnoeren voor zijn piloten op afstand om UAS-vluchtuitvoeringen zodanig te plannen dat de hinder voor mensen en dieren, met inbegrip van geluids- en andere emissies, tot een minimum beperkt blijft;

b)

een piloot op afstand aanwijzen voor elke vluchtuitvoering of, in het geval van autonome vluchtuitvoeringen, ervoor zorgen dat tijdens alle fasen van de vluchtuitvoering de verantwoordelijkheden en taken, met name die welke in UAS.SPEC.060, punten 2 en 3, zijn gedefinieerd, zijn toegewezen overeenkomstig de hierboven onder a) vastgestelde procedures;

c)

ervoor zorgen dat alle vluchtuitvoeringen effectief gebruikmaken van het radiospectrum en het efficiënte gebruik ervan ondersteunen, teneinde schadelijke interferentie te voorkomen;

d)

ervoor zorgen dat de piloten op afstand aan alle onderstaande voorwaarden voldoen alvorens vluchtuitvoeringen te verrichten:

i.

over de vaardigheden beschikken om hun taken uit te voeren overeenkomstig de opleiding die geïdentificeerd is in de exploitatievergunning of, als UAS.SPEC.020 van toepassing is, in de voorwaarden en beperkingen die zijn vastgelegd in het passende in aanhangsel 1 vermelde of door de LUC gedefinieerde standaardscenario;

ii.

een opleiding voor piloten op afstand volgen die gebaseerd is op de in artikel 8, lid 2, vermelde vaardigheden:

iii.

een opleiding voor piloten op afstand volgen, zoals gedefinieerd in de exploitatievergunning, voor vluchtuitvoeringen waarvoor een dergelijke vergunning vereist is; deze opleiding wordt gegeven in samenwerking met een door de bevoegde autoriteit erkende entiteit;

iv.

een opleiding voor piloten op afstand volgen voor vluchtuitvoeringen op basis van een verklaring, die moeten worden uitgevoerd overeenkomstig de in het standaardscenario gedefinieerde risicobeperkende maatregelen;

v.

in kennis zijn gesteld van de handleiding van de UAS-exploitant, indien vereist op grond van de risicobeoordeling, en van de overeenkomstig punt a) vastgestelde procedures;

vi.

geactualiseerde informatie krijgen die relevant is voor de geplande vluchtuitvoering en die betrekking heeft op alle overeenkomstig artikel 15 afgebakende geografische zones;

e)

ervoor zorgen dat andere personeelsleden dan de piloot op afstand zelf die belast zijn met voor de UAS-vluchtuitvoering essentiële taken, voldoen aan alle onderstaande voorwaarden:

i.

de door de exploitant samengestelde on-the-job-opleiding hebben gevolgd;

ii.

in kennis zijn gesteld van de handleiding van de UAS-exploitant, indien vereist op grond van de risicobeoordeling, en van de overeenkomstig punt a) vastgestelde procedures;

iii.

geactualiseerde informatie hebben gekregen die relevant is voor de geplande vluchtuitvoering en die betrekking heeft op alle overeenkomstig artikel 15 afgebakende geografische zones;

f)

elke vluchtuitvoering verrichten met inachtneming van de beperkingen, voorwaarden en risicobeperkende maatregelen die in de verklaring zijn vastgesteld of in de exploitatievergunning zijn gespecificeerd;

g)

een register bijhouden van de informatie over UAS-vluchtuitvoeringen, zoals vereist uit hoofde van de verklaring of de exploitatievergunning;

h)

UAS gebruiken die ten minste zodanig zijn ontworpen dat een mogelijk defect niet tot gevolg heeft dat de UAS buiten het operationele luchtruimvolume vliegt of een dodelijk ongeval veroorzaakt. Bovendien moeten mens-machine-interfaces van die aard zijn dat het risico op een fout van de piloot tot een minimum wordt beperkt, en mogen ze geen buitensporige vermoeidheid veroorzaken;

i)

het UAS in een staat houden die geschikt is om veilige vluchtuitvoeringen te verrichten, door:

i.

minstens onderhoudsinstructies op te stellen en goed opgeleid en gekwalificeerd onderhoudspersoneel in dienst nemen, en

ii.

te voldoen aan UAS.SPEC.100, indien vereist;

iii.

gebruik te maken van onbemande luchtvaartuigen die ontworpen zijn om geluids- en andere emissies tot een minimum te beperken, rekening houdende met het type van de geplande vluchtuitvoeringen en geografische zones waar bezorgdheid heerst over geluids- en andere emissies van luchtvaartuigen.

UAS.SPEC.060 Verantwoordelijkheden van de piloot op afstand

1)

De piloot op afstand:

a)

mag zich niet onder invloed van psychoactieve stoffen of alcohol bevinden of ongeschikt zijn om zijn taken uit te voeren door verwondingen, vermoeidheid, medicatie, ziekte of andere oorzaken;

b)

moet over passende vaardigheden beschikken, zoals gedefinieerd in de exploitatievergunning, in het standaardscenario van aanhangsel 1 of door de LUC, en een bewijs van die vaardigheden bij zich hebben terwijl hij vluchten met het UAS uitvoert.

2)

Alvorens van start te gaan met een UAS-vluchtuitvoering, moet de piloot op afstand aan alle onderstaande voorwaarden voldoen:

a)

geactualiseerde informatie krijgen die relevant is voor de geplande vluchtuitvoering en die betrekking heeft op alle geografische zones die overeenkomstig artikel 15 zijn afgebakend;

b)

ervoor zorgen dat de operationele omgeving verenigbaar is met de beperkingen en voorwaarden van de vergunning of verklaring;

c)

ervoor zorgen dat het UAS zich in een zodanige staat bevindt dat het de geplande vlucht veilig kan voltooien en, voor zover van toepassing, controleren of de directe identificatie op afstand goed werkt;

d)

ervoor zorgen dat de informatie over de vluchtuitvoering ter beschikking is gesteld van de relevante eenheid van de luchtverkeersdienst (ATS), andere luchtruimgebruikers en relevante belanghebbenden, zoals vereist uit hoofde van de exploitatievergunning of de door de lidstaat bekendgemaakte voorwaarden voor de geografische vluchtuitvoeringszone, zoals bepaald in artikel 15.

3)

Tijdens de vluchtuitvoering:

a)

moet de piloot op afstand de beperkingen en voorwaarden van de vergunning of de verklaring naleven;

b)

moet de piloot op afstand elk risico op botsing met een bemand luchtvaartuig vermijden en de vlucht stopzetten als hij gevaar oplevert voor andere luchtvaartuigen, mensen, dieren, het milieu of eigendommen;

c)

moet de piloot op afstand de vluchtuitvoeringsbeperkingen in overeenkomstig artikel 15 afgebakende geografische zones naleven;

d)

moet de piloot op afstand de procedures van de exploitant naleven, voor zover deze beschikbaar zijn;

e)

mag de piloot op afstand niet dichtbij of in gebieden vliegen waar noodhulpdiensten actief zijn, tenzij hij toestemming heeft van de verantwoordelijke noodhulpdiensten.

UAS.SPEC.070 Overdraagbaarheid van een exploitatievergunning

Een exploitatievergunning kan niet worden overgedragen.

UAS.SPEC.080 Duur en geldigheid van een exploitatievergunning

1)

De bevoegde autoriteit specificeert de duur van de exploitatievergunning in de vergunning zelf.

2)

Onverminderd punt 1 blijft de exploitatievergunning geldig zolang de UAS-exploitant de relevante voorschriften van deze verordening en de in de exploitatievergunning vastgestelde voorwaarden blijft naleven.

3)

In geval van intrekking of inlevering van de exploitatievergunning verstrekt de UAS-exploitant onverwijld een bevestiging hiervan in digitaal formaat aan de bevoegde autoriteit.

UAS.SPEC.090 Toegang

Om aan te tonen dat hij deze verordening naleeft, moet een UAS-exploitant aan elke door de bevoegde autoriteit naar behoren gemachtigde persoon toegang verlenen tot alle faciliteiten, UAS, documenten, registers, gegevens, procedures of alle ander materiaal dat relevant is voor zijn activiteiten en dat onderworpen is aan een exploitatievergunning of exploitatieverklaring, ongeacht of zijn activiteit aan een andere organisatie is uitbesteed of niet.

UAS.SPEC.100 Gebruik van gecertificeerde apparatuur en gecertificeerde onbemande luchtvaartuigen

1)

Als bij de UAS-vluchtuitvoering gebruik wordt gemaakt van een onbemand luchtvaartuig waarvoor een luchtwaardigheidscertificaat of een beperkt luchtwaardigheidscertificaat is afgegeven, of van gecertificeerde apparatuur, registreert de UAS-exploitant de vluchtuitvoering of diensttijd ofwel overeenkomstig de instructies en procedures die van toepassing zijn op de gecertificeerde apparatuur, ofwel overeenkomstig de goedkeuring of vergunning van de organisatie.

2)

De UAS-exploitant volgt de instructies die vermeld zijn in het certificaat van het onbemande luchtvaartuig of het certificaat van de apparatuur, en voldoet ook aan alle luchtwaardigheids- of operationele richtsnoeren die door het Agentschap zijn uitgevaardigd.

DEEL C

CERTIFICAAT VAN EXPLOITANT VAN LICHTE UAS (LIGHT UAS OPERATOR CERTIFICATE, LUC)

UAS.LUC.010 Algemene eisen voor een LUC

1)

Een rechtspersoon komt in aanmerking om een LUC aan te vragen in het kader van dit deel.

2)

Een aanvraag van een LUC of een wijziging van een bestaande LUC moet worden ingediend bij de bevoegde autoriteit en moet alle onderstaande informatie bevatten:

a)

een beschrijving van het beheersysteem van de UAS-exploitant, met inbegrip van zijn organisatiestructuur en veiligheidsbeheersysteem;

b)

de naam (namen) van het personeel van de verantwoordelijke UAS-exploitant, met inbegrip van de persoon die verantwoordelijk is voor de afgifte van vergunningen voor UAS-vluchtuitvoeringen;

c)

een verklaring dat alle documenten die bij de bevoegde autoriteit zijn ingediend, zijn geverifieerd door de aanvrager en in overeenstemming met de toepasselijke eisen zijn bevonden.

3)

Als aan de eisen van dit deel is voldaan, mogen de in UAS.LUC.060 bepaalde rechten aan de LUC-houder worden verleend.

UAS.LUC.020 Rechten van de houder van een LUC

De houder van een LUC moet:

1)

voldoen aan de eisen van UAS.SPEC.050 en UAS.SPEC.060;

2)

voldoen aan het toepassingsgebied en de rechten die in de goedkeuringsvoorwaarden zijn vermeld;

3)

een systeem opzetten om operationele controle uit te oefenen op alle vluchtuitvoeringen die volgens de voorwaarden van zijn LUC worden verricht;

4)

een operationele risicobeoordeling van de geplande vluchtuitvoering uitvoeren overeenkomstig artikel 11, tenzij het een vluchtuitvoering betreft waarvoor, overeenkomstig UAS.SPEC.020 een exploitatieverklaring volstaat, overeenkomstig UAS.SPEC.020;

5)

gedurende minstens drie jaar een register bijhouden van de onderstaande punten voor vluchtuitvoeringen die verricht zijn met gebruikmaking van de in UAS.LUC.060 vermelde rechten, op een wijze die bescherming tegen beschadiging, wijziging en diefstal garandeert:

a)

de operationele risicobeoordeling, indien vereist overeenkomstig punt 4, en de documenten waarop deze beoordeling gebaseerd is;

b)

de genomen risicobeperkende maatregelen, en

c)

de kwalificaties en ervaring van het personeel dat betrokken is bij de UAS-vluchtuitvoering, het toezicht op de naleving en het veiligheidsbeheer;

6)

de in punt 5, onder c), bedoelde personeelsbestanden bijhouden zolang de persoon in kwestie voor de organisatie werkt en tot drie jaar nadat hij/zij de organisatie heeft verlaten.

UAS.LUC.030 Systeem voor veiligheidsbeheer

1)

Een UAS-exploitant die een aanvraag voor een LUC indient, moet een veiligheidsbeheersysteem opzetten, toepassen en in stand houden dat overeenstemt met de omvang van zijn organisatie en de aard en complexiteit van zijn activiteiten, rekening houdend met de gevaren en bijbehorende risico's die inherent zijn aan deze activiteiten.

2)

De UAS-exploitant moet voldoen aan alle onderstaande voorwaarden:

a)

een aansprakelijke beheerder aanstellen, die de bevoegd is om ervoor te zorgen dat binnen de organisatie alle activiteiten worden uitgevoerd in overeenstemming met de toepasselijke normen en dat de organisatie voortdurend voldoet aan de eisen van het beheersysteem en de procedures van het in UAS.LUC.040 bedoelde LUC-handboek;

b)

de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid doorheen de hele organisatie duidelijk vaststellen;

c)

een veiligheidsbeleid en de daarmee verband houdende veiligheidsdoelstellingen vaststellen en in stand houden;

d)

belangrijk veiligheidspersoneel aanstellen om het veiligheidsbeleid uit te voeren;

e)

een proces voor het beheer van veiligheidsrisico's opzetten en in stand houden, met inbegrip van de identificatie van veiligheidsgevaren die verband houden met de activiteiten van de UAS-exploitant en de evaluatie en het beheer van de bijbehorende risico's, onder meer door actie te ondernemen om die risico's te beperken en de effectiviteit van de maatregelen te controleren;

f)

veiligheid in de organisatie bevorderen door:

i.

opleiding en vorming;

ii.

communicatie;

g)

alle processen van het beheersysteem documenteren die belangrijk zijn om het personeel bewust te maken van zijn verantwoordelijkheden, en van de procedure voor wijziging van deze documentatie; tot deze processen behoren:

i.

veiligheidsrapportering en interne onderzoeken;

ii.

operationele controle;

iii.

communicatie over veiligheid;

iv.

opleiding en bevordering van veiligheid;

v.

toezicht op de naleving;

vi.

beheer van veiligheidsrisico's;

vii.

beheer van wijzigingen;

viii.

interface tussen organisaties;

ix.

samenwerking met subcontractanten en partners;

h)

een onafhankelijke functie creëren om toezicht te houden op de naleving en geschiktheid van de relevante eisen van deze verordening, met inbegrip van een systeem om aan de aansprakelijke beheerder feedback te geven over bevindingen, teneinde te waarborgen dat eventuele corrigerende maatregelen effectief worden toegepast;

i)

een functie creëren om te garanderen dat veiligheidsrisico's die inherent zijn aan diensten of producten die via subcontractanten worden geleverd, worden beoordeeld en beperkt door het veiligheidsbeheersysteem van de exploitant.

3)

Als de organisatie houder is van andere organisatiecertificaten in het kader van Verordening (EU) 2018/1139, mag het veiligheidsbeheersysteem van de UAS-exploitant worden geïntegreerd met het veiligheidsbeheersysteem dat vereist is uit hoofde van een van die andere certificaten.

UAS.LUC.040 LUC-handboek

1)

Een LUC-houder verstrekt de bevoegde autoriteit een LUC-handboek waarin zijn organisatie, de relevante procedures en de uitgevoerde activiteiten rechtstreeks of via verwijzing worden beschreven.

2)

Het handboek bevat een door de verantwoordelijke manager ondertekende verklaring dat de organisatie te allen tijde overeenkomstig deze verordening en het goedgekeurde LUC-handboek zal werken. Indien de verantwoordelijke manager niet de chief executive officer van de organisatie is, dient de chief executive officer de verklaring mede te ondertekenen.

3)

Als een activiteit wordt uitgevoerd door partnerorganisaties of subcontractanten, vermeldt de UAS-exploitant in de procedures van het LUC-handboek hoe de LUC-houder de relatie met die partnerorganisaties of subcontractanten zal beheren.

4)

Het LUC-handboek wordt zo nodig gewijzigd om de beschrijving van de organisatie van de LUC-houder te actualiseren; van dergelijke wijzigingen wordt een afschrift aan de bevoegde autoriteit verstrekt.

5)

De UAS-exploitant verspreidt de relevante delen van het LUC-handboek onder al zijn personeelsleden, overeenkomstig hun functies en taken.

UAS.LUC.050 Goedkeuringsvoorwaarden van de LUC-houder

1)

Wanneer de bevoegde autoriteit ervan overtuigd is dat de UAS-exploitant voldoet aan UAS.LUC.020, UAS.LUC.030 en UAS.LUC.040, geeft zij een LUC af.

2)

Het LUC omvat:

a)

de identificatie van de UAS-exploitant;

b)

de rechten van de UAS-exploitant;

c)

het (de) type(s) vluchtuitvoeringen waarop de vergunning betrekking heeft;

d)

het gebied, de zone of de klasse van het luchtruim waarin de vluchtuitvoeringen plaatsvinden, indien van toepassing;

e)

bijzondere beperkingen of voorwaarden, indien van toepassing.

UAS.LUC.060 Rechten van de LUC-houder

Als de bevoegde autoriteit tevreden is met de verstrekte documenten, zal zij:

1)

de voorwaarden van de aan de UAS-exploitant verleende rechten in het LUC specificeren, en

2)

de LUC-houder het recht verlenen om zelf toestemming te geven voor zijn eigen vluchtuitvoeringen zonder:

a)

een exploitatieverklaring in te dienen;

b)

een exploitatievergunning aan te vragen.

UAS.LUC.070 Wijzigingen in het LUC-beheersysteem

Nadat een LUC is afgegeven, is voorafgaande goedkeuring van de bevoegde autoriteit nodig voor de volgende wijzigingen:

1)

wijzigingen in de goedkeuringsvoorwaarden van de UAS-exploitant;

2)

ingrijpende wijzigingen in de elementen van het veiligheidsbeheersysteem van de LUC-houder, zoals vereist uit hoofde van UAS.LUC.030.

UAS.LUC.075 Overdraagbaarheid van een LUC

Een LUC is niet overdraagbaar, behalve als de eigendomsstructuur van de organisatie wijzigt, mits deze wijziging door de bevoegde autoriteit is goedgekeurd overeenkomstig UAS.LUC.070.

UAS.LUC.080 Duur een geldigheid van een LUC

1)

Een LUC wordt afgegeven voor onbeperkte duur. Het blijft geldig op voorwaarde dat:

a)

de LUC-houder blijft voldoen aan de relevante voorschriften van deze verordening en van de lidstaat die het certificaat heeft afgegeven, en

b)

het niet is teruggegeven of ingetrokken.

2)

In geval van intrekking of inlevering van een LUC, verstrekt de LUC-houder onverwijld een bevestiging hiervan in digitaal formaat aan de bevoegde autoriteit.

UAS.LUC.090 Toegang

Om aan te tonen dat hij deze verordening naleeft, moet een LUC-houder aan elke door de bevoegde autoriteit naar behoren gemachtigde persoon toegang verlenen tot alle faciliteiten, UAS, documenten, registers, gegevens, procedures of alle ander materiaal dat relevant is voor zijn activiteiten en dat onderworpen is aan certificering, een exploitatievergunning of exploitatieverklaring, ongeacht of zijn activiteit aan een andere organisatie is uitbesteed of niet.

Aanhangsel 1

voor standaardscenario's ter ondersteuning van een verklaring

 


BESLUITEN

11.6.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 152/72


BESLUIT (GBVB) 2019/948 VAN HET POLITIEK EN VEILIGHEIDSCOMITÉ

van 29 mei 2019

tot benoeming van de commandant van de EU-missiestrijdkrachten voor de militaire missie van de Europese Unie om de Malinese strijdkrachten te helpen opleiden (EUTM Mali) en tot intrekking van Besluit (GBVB) 2018/1791 (EUTM Mali/1/2019)

HET POLITIEK EN VEILIGHEIDSCOMITÉ,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 38,

Gezien Besluit 2013/34/GBVB van de Raad van 17 januari 2013 betreffende een militaire missie van de Europese Unie om de Malinese strijdkrachten te helpen opleiden (EUTM Mali) (1), en met name artikel 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij artikel 5, lid 1, van Besluit 2013/34/GBVB heeft de Raad het Politiek en Veiligheidscomité (PVC) gemachtigd om besluiten te nemen over de politieke controle op en de strategische leiding van EUTM Mali, met inbegrip van besluiten tot benoeming van de volgende commandanten van de EU-missiestrijdkrachten voor EUTM Mali.

(2)

Het PVC heeft op 6 november 2018 Besluit (GBVB) 2018/1791 vastgesteld (2), waarbij brigadegeneraal Peter MIROW werd benoemd tot commandant van de EU-missiestrijdkrachten van EUTM Mali.

(3)

Oostenrijk heeft op 24 april 2019 voorgesteld brigadegeneraal Christian HABERSATTER met ingang van 12 juni 2019 te benoemen tot commandant van de EU-missiestrijdkrachten van EUTM Mali, ter vervanging van brigadegeneraal Peter MIROW.

(4)

Op 24 april 2019 heeft het Militair Comité van de EU zijn steun voor die aanbeveling uitgesproken.

(5)

Er dient derhalve een besluit over de benoeming van brigadegeneraal Christian HABERSATTER te worden genomen.

(6)

Besluit (GBVB) 2018/1791 dient te worden ingetrokken.

(7)

Overeenkomstig artikel 5 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, neemt Denemarken niet deel aan de uitwerking en de uitvoering van besluiten en acties van de Europese Unie die gevolgen hebben op defensiegebied. Denemarken neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van dit besluit, dat bijgevolg niet bindend is voor, noch van toepassing is op deze lidstaat,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Brigadegeneraal Christian HABERSATTER wordt met ingang van 12 juni 2019 benoemd tot commandant van de EU-missiestrijdkrachten voor de militaire missie van de Europese Unie om de Malinese strijdkrachten te helpen opleiden (EUTM Mali).

Artikel 2

Besluit (GBVB) 2018/1791 wordt ingetrokken.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op 12 juni 2019.

Gedaan te Brussel, 29 mei 2019.

Voor het Politiek en Veiligheidscomité

De voorzitter

S. FROM-EMMESBERGER


(1)  PB L 14 van 18.1.2013, blz. 19.

(2)  Besluit (GBVB) 2018/1791 van het Politiek en Veiligheidscomité van 6 november 2018 tot benoeming van de commandant van de EU-missiestrijdkrachten voor de militaire missie van de Europese Unie om de Malinese strijdkrachten te helpen opleiden (EUTM Mali) (EUTM Mali/2/2018) (PB L 293 van 20.11.2018, blz. 34).


11.6.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 152/74


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2019/949 VAN DE COMMISSIE

van 5 juni 2019

tot onttrekking aan financiering door de Europese Unie van bepaalde uitgaven die de lidstaten hebben verricht in het kader van het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo)

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2019) 3981)

(Slechts de teksten in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Slowaakse, de Spaanse en de Tsjechische taal zijn authentiek)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (1), en met name artikel 52,

Na raadpleging van het Comité voor de landbouwfondsen,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 52 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 moet de Commissie de nodige verificaties verrichten, de resultaten daarvan aan de lidstaten meedelen, kennisnemen van de opmerkingen van de lidstaten, bilaterale besprekingen initiëren om met de betrokken lidstaten overeenstemming te bereiken, en haar conclusies formeel aan deze laatste meedelen.

(2)

De lidstaten hebben de gelegenheid gekregen een verzoek tot inleiding van een bemiddelingsprocedure in te dienen. Van deze mogelijkheid is in sommige gevallen gebruikgemaakt en de verslagen met de bevindingen zijn door de Commissie onderzocht.

(3)

Overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1306/2013 mogen alleen landbouwuitgaven worden gefinancierd die zijn verricht op een wijze die niet in strijd is met het recht van de Unie.

(4)

Uit de verrichte verificaties, de resultaten van de bilaterale besprekingen en de bemiddelingsprocedures is gebleken dat een deel van de door de lidstaten gedeclareerde uitgaven niet aan deze voorwaarde voldoet en derhalve niet uit het ELGF of het Elfpo mag worden gefinancierd.

(5)

Aangegeven moet worden welke bedragen niet als ten laste van het ELGF en het Elfpo worden erkend. Het gaat daarbij niet om uitgaven die zijn gedaan vóór de periode van 24 maanden die voorafging aan het tijdstip waarop de Commissie de resultaten van de verificaties schriftelijk aan de lidstaten heeft meegedeeld.

(6)

In de bedragen die op grond van het onderhavige besluit aan financiering door de Unie worden onttrokken, moet ook rekening worden gehouden met eventuele verlagingen of schorsingen overeenkomstig artikel 41 van Verordening (EU) nr. 1306/2013, aangezien die verlagingen of schorsingen van voorlopige aard zijn en de besluiten op grond van artikel 51 of artikel 52 van die verordening onverlet laten.

(7)

Voor de gevallen waarop dit besluit betrekking heeft, heeft de Commissie de lidstaten in een samenvattend overzicht de raming meegedeeld van de bedragen die aan financiering moeten worden onttrokken omdat zij niet in overeenstemming zijn met het recht van de Unie (2).

(8)

Dit besluit doet geen afbreuk aan de financiële conclusies die de Commissie kan trekken uit arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie in zaken die op 1 april 2019 aanhangig waren,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De in de bijlage vermelde bedragen betreffende de uitgaven van erkende betaalorganen van de lidstaten die ten laste van het ELGF of het Elfpo zijn gedeclareerd, worden aan financiering door de Unie onttrokken.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot het Koninkrijk België, de Republiek Bulgarije, de Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, Hongarije, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek en de Slowaakse Republiek.

Gedaan te Brussel, 5 juni 2019.

Voor de Commissie

Phil HOGAN

Lid van de Commissie


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549.

(2)  Ares(2019)3170272.


BIJLAGE

Besluit: 60

Begrotingsonderdeel: 050452

Lidstaat

Maatregel

BJ

Reden

Soort

Correctie (%)

Valuta

Bedrag

Verlagingen

Financiële gevolgen

GR

Plattelandsontwikkeling EOGFL (2000-2006) – verbetering van het concurrentievermogen

2011

Terugbetaling naar aanleiding van het arrest in zaak C-670/17P

EENMALIG

 

EUR

72 105 592,41

0,00

72 105 592,41

 

 

 

 

 

Totaal GR:

EUR

72 105 592,41

0,00

72 105 592,41


Valuta

Bedrag

Verlagingen

Financiële gevolgen

EUR

72 105 592,41

0,00

72 105 592,41

Begrotingsonderdeel: 05070107

Lidstaat

Maatregel

BJ

Reden

Soort

Correctie (%)

Valuta

Bedrag

Verlagingen

Financiële gevolgen

FR

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2012

Terugbetaling naar aanleiding van het arrest in zaak T-156/15

FORFAITAIR

100,00 %

EUR

9 630 390,11

0,00

9 630 390,11

 

Andere rechtstreekse steun – de artikelen 68-72 van V. 73/2009

2012

Terugbetaling naar aanleiding van het arrest in zaak T-156/15

FORFAITAIR

100,00 %

EUR

1 576 620,23

0,00

1 576 620,23

 

Andere rechtstreekse steun

2012

Terugbetaling naar aanleiding van het arrest in zaak T-156/15

FORFAITAIR

100,00 %

EUR

968 446,88

– 0,01

968 446,89

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2013

Terugbetaling naar aanleiding van het arrest in zaak T-156/15

FORFAITAIR

100,00 %

EUR

9 594 884,58

0,00

9 594 884,58

 

Andere rechtstreekse steun – de artikelen 68-72 van V. 73/2009

2013

Terugbetaling naar aanleiding van het arrest in zaak T-156/15

FORFAITAIR

100,00 %

EUR

1 651 565,64

0,00

1 651 565,64

 

Andere rechtstreekse steun

2013

Terugbetaling naar aanleiding van het arrest in zaak T-156/15

FORFAITAIR

100,00 %

EUR

930 600,78

0,00

930 600,78

 

 

 

 

 

Totaal FR:

EUR

24 352 508,22

– 0,01

24 352 508,23


Valuta

Bedrag

Verlagingen

Financiële gevolgen

EUR

24 352 508,22

– 0,01

24 352 508,23

Begrotingsonderdeel: 6701

Lidstaat

Maatregel

BJ

Reden

Soort

Correctie (%)

Valuta

Bedrag

Verlagingen

Financiële gevolgen

AT

Certificering

2017

CEB/2018/001/AT

Fouten in de ELGF-populatie

EENMALIG

 

EUR

– 244 593,89

– 124,07

– 244 469,82

 

 

 

 

 

Totaal AT:

EUR

– 244 593,89

– 124,07

– 244 469,82

Lidstaat

Maatregel

BJ

Reden

Soort

Correctie (%)

Valuta

Bedrag

Verlagingen

Financiële gevolgen

BE

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2017

Zwak punt in de administratieve controles met betrekking tot de aangevraagde steun

EENMALIG

 

EUR

– 12 999,05

0,00

– 12 999,05

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2016

Zwak punt in de administratieve controles met betrekking tot de aangevraagde steun

EENMALIG

 

EUR

– 27 973,79

0,00

– 27 973,79

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2016

Zwak punt in de juiste berekening van de steun, inclusief administratieve verlagingen en sancties

EENMALIG

 

EUR

– 14 715,59

0,00

– 14 715,59

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2017

Zwak punt in de juiste berekening van de steun, inclusief administratieve verlagingen en sancties

EENMALIG

 

EUR

– 12 418,85

0,00

– 12 418,85

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2016

Zwak punt in het verrichten van controles ter plaatse van voldoende kwaliteit

EENMALIG

 

EUR

– 29 289,00

0,00

– 29 289,00

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2016

Zwak punt in het verrichten van kruiscontroles om de subsidiabiliteit van het aangegeven perceel te bepalen

EENMALIG

 

EUR

– 2 191,26

0,00

– 2 191,26

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2018

Zwak punt in het verrichten van controles ter plaatse van voldoende kwaliteit

EENMALIG

 

EUR

– 37 795,75

0,00

– 37 795,75

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2017

Zwak punt in het verrichten van controles ter plaatse van voldoende kwaliteit

EENMALIG

 

EUR

– 39 280,16

0,00

– 39 280,16

 

 

 

 

 

Totaal BE:

EUR

– 176 663,45

0,00

– 176 663,45

Lidstaat

Maatregel

BJ

Reden

Soort

Correctie (%)

Valuta

Bedrag

Verlagingen

Financiële gevolgen

BG

Afzetbevorderings-maatregelen

2013

Op mededinging gebaseerde selectie van uitvoerende instanties

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 9 095,98

0,00

– 9 095,98

 

Afzetbevorderings-maatregelen

2014

Op mededinging gebaseerde selectie van uitvoerende instanties

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 59 411,71

0,00

– 59 411,71

 

Afzetbevorderings-maatregelen

2015

Op mededinging gebaseerde selectie van uitvoerende instanties

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 40 564,98

0,00

– 40 564,98

 

Afzetbevorderings-maatregelen

2016

Op mededinging gebaseerde selectie van uitvoerende instanties

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 33 543,97

0,00

– 33 543,97

 

Afzetbevorderings-maatregelen

2017

Op mededinging gebaseerde selectie van uitvoerende instanties

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 51 618,39

0,00

– 51 618,39

 

Afzetbevorderings-maatregelen

2018

Op mededinging gebaseerde selectie van uitvoerende instanties

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 28 896,31

0,00

– 28 896,31

 

 

 

 

 

Totaal BG:

EUR

– 223 131,34

0,00

– 223 131,34

Lidstaat

Maatregel

BJ

Reden

Soort

Correctie (%)

Valuta

Bedrag

Verlagingen

Financiële gevolgen

DE

Certificering

2014

Door de CeI geconstateerde financiële fouten

EENMALIG

 

EUR

– 2 044,54

– 623,96

– 1 420,58

 

Certificering

2015

Door de CeI geconstateerde financiële fouten

EENMALIG

 

EUR

– 49 706,62

0,00

– 49 706,62

 

Certificering

2016

Door de CeI geconstateerde financiële fouten

EENMALIG

 

EUR

– 7 164,69

– 143,01

– 7 021,68

 

 

 

 

 

Totaal DE:

EUR

– 58 915,85

– 766,97

– 58 148,88

Lidstaat

Maatregel

BJ

Reden

Soort

Correctie (%)

Valuta

Bedrag

Verlagingen

Financiële gevolgen

ES

Goedkeuring van de rekeningen – financiële goedkeuring

2017

Eén fout bij de gegevensgerichte toetsing

EENMALIG

 

EUR

– 54 828,84

0,00

– 54 828,84

 

Goedkeuring van de rekeningen – financiële goedkeuring

2017

Twee fouten bij de gegevensgerichte toetsing

EENMALIG

 

EUR

– 45 558,72

0,00

– 45 558,72

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2016

Berekening van administratieve verlagingen wegens te late indiening

EENMALIG

 

EUR

– 204,40

0,00

– 204,40

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2017

Berekening van administratieve verlagingen wegens te late indiening

EENMALIG

 

EUR

– 370,28

0,00

– 370,28

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2018

Berekening van administratieve verlagingen wegens te late indiening

EENMALIG

 

EUR

– 9,09

0,00

– 9,09

 

Groenten en fruit – operationele programma's incl. uitdemarktnemingen

2016

Tekortkomingen in twee essentiële controles met gevolgen voor bepaalde acties – OP 2015

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 321 760,21

0,00

– 321 760,21

 

Groenten en fruit – operationele programma's incl. uitdemarktnemingen

2017

Tekortkomingen in twee essentiële controles met gevolgen voor bepaalde acties – OP 2015

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 19 356,88

0,00

– 19 356,88

 

Groenten en fruit – operationele programma's incl. uitdemarktnemingen

2015

Tekortkomingen in twee essentiële controles met gevolgen voor diverse soorten acties OP 2014

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 308 998,78

0,00

– 308 998,78

 

Groenten en fruit – operationele programma's incl. uitdemarktnemingen

2016

Tekortkomingen in twee essentiële controles met gevolgen voor diverse soorten acties OP 2014

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 25 996,02

0,00

– 25 996,02

 

Groenten en fruit – operationele programma's incl. uitdemarktnemingen

2016

Tekortkomingen in twee essentiële controles met gevolgen voor diverse soorten acties – OP 2016

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 12 943,95

0,00

– 12 943,95

 

Groenten en fruit – operationele programma's incl. uitdemarktnemingen

2017

Tekortkomingen in twee essentiële controles met gevolgen voor diverse soorten acties – OP 2016

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 368 280,61

0,00

– 368 280,61

 

Andere rechtstreekse steun – Posei (2014+)

2017

Bekende fouten in de ELGF-populatie

EENMALIG

 

EUR

– 14 613,06

0,00

– 14 613,06

 

Goedkeuring van de rekeningen – financiële goedkeuring

2016

Meest waarschijnlijke fout

EENMALIG

 

EUR

– 71 516,80

– 0,23

– 71 516,57

 

Groenten en fruit – operationele programma's incl. uitdemarktnemingen

2017

Niet-subsidiabele kosten van milieuactie ES01 – OP 2016

EENMALIG

 

EUR

– 269 821,58

0,00

– 269 821,58

 

Groenten en fruit – operationele programma's incl. uitdemarktnemingen

2017

Niet-subsidiabele kosten van milieuactie ES03 – OP 2016

EENMALIG

 

EUR

– 98,45

0,00

– 98,45

 

Groenten en fruit – operationele programma's incl. uitdemarktnemingen

2016

Niet-subsidiabele kosten van milieuactie ES04 – OP 2016

EENMALIG

 

EUR

– 14 818,73

0,00

– 14 818,73

 

Groenten en fruit – operationele programma's incl. uitdemarktnemingen

2016

Niet-subsidiabele kosten van milieuactie ES07 – OP 2016

EENMALIG

 

EUR

– 1 368,84

0,00

– 1 368,84

 

Groenten en fruit – operationele programma's incl. uitdemarktnemingen

2017

Niet-subsidiabele kosten van milieuactie ES07 – OP 2016

EENMALIG

 

EUR

– 2 530,89

0,00

– 2 530,89

 

Groenten en fruit – operationele programma's incl. uitdemarktnemingen

2017

Niet-subsidiabele kosten van milieuactie ES08 – OP 2016

EENMALIG

 

EUR

– 1 579,72

0,00

– 1 579,72

 

Groenten en fruit – operationele programma's incl. uitdemarktnemingen

2017

Niet-subsidiabele kosten van milieuactie ES10 – OP 2016

EENMALIG

 

EUR

– 29 651,25

0,00

– 29 651,25

 

Groenten en fruit – operationele programma's incl. uitdemarktnemingen

2016

Niet-subsidiabele kosten van milieuactie ES13 – OP 2016

EENMALIG

 

EUR

– 10 261,27

0,00

– 10 261,27

 

Groenten en fruit – operationele programma's incl. uitdemarktnemingen

2017

Niet-subsidiabele kosten van milieuactie ES13 – OP 2016

EENMALIG

 

EUR

– 291 953,22

0,00

– 291 953,22

 

Groenten en fruit – operationele programma's incl. uitdemarktnemingen

2016

Niet-subsidiabele kosten van milieuactie ES14 – OP 2016

EENMALIG

 

EUR

– 430,01

0,00

– 430,01

 

Groenten en fruit – operationele programma's incl. uitdemarktnemingen

2017

Niet-subsidiabele kosten van milieuactie ES14 – OP 2016

EENMALIG

 

EUR

– 57 303,49

0,00

– 57 303,49

 

Groenten en fruit – operationele programma's incl. uitdemarktnemingen

2017

Niet-subsidiabele kosten van milieuactie ES16 – OP 2016

EENMALIG

 

EUR

– 10 206,61

0,00

– 10 206,61

 

Groenten en fruit – operationele programma's incl. uitdemarktnemingen

2016

Niet-subsidiabele kosten van milieuactie ES17 – OP 2016

EENMALIG

 

EUR

– 29 177,46

0,00

– 29 177,46

 

Groenten en fruit – operationele programma's incl. uitdemarktnemingen

2017

Niet-subsidiabele kosten van milieuactie ES17 – OP 2016

EENMALIG

 

EUR

– 462 341,09

0,00

– 462 341,09

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2016

Kwaliteit van de controles ter plaatse

EENMALIG

 

EUR

– 25 491,94

0,00

– 25 491,94

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2017

Kwaliteit van de controles ter plaatse

EENMALIG

 

EUR

– 51 397,83

0,00

– 51 397,83

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2018

Kwaliteit van de controles ter plaatse

EENMALIG

 

EUR

– 3 062,37

0,00

– 3 062,37

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2018

Regeling voor kleine landbouwbedrijven ES02

EENMALIG

 

EUR

– 389 305,22

0,00

– 389 305,22

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2018

Regeling voor kleine landbouwbedrijven ES03

EENMALIG

 

EUR

– 93 315,18

0,00

– 93 315,18

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2018

Regeling voor kleine landbouwbedrijven ES04

EENMALIG

 

EUR

– 13 113,20

0,00

– 13 113,20

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2018

Regeling voor kleine landbouwbedrijven ES06

EENMALIG

 

EUR

– 1 340,58

0,00

– 1 340,58

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2018

Regeling voor kleine landbouwbedrijven ES07

EENMALIG

 

EUR

– 453 708,92

0,00

– 453 708,92

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2018

Regeling voor kleine landbouwbedrijven ES08

EENMALIG

 

EUR

– 123 869,40

0,00

– 123 869,40

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2018

Regeling voor kleine landbouwbedrijven ES09

EENMALIG

 

EUR

– 112 568,54

0,00

– 112 568,54

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2018

Regeling voor kleine landbouwbedrijven ES10

EENMALIG

 

EUR

– 259 027,07

0,00

– 259 027,07

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2018

Regeling voor kleine landbouwbedrijven ES11

EENMALIG

 

EUR

– 87 011,45

0,00

– 87 011,45

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2018

Regeling voor kleine landbouwbedrijven ES12

EENMALIG

 

EUR

– 8 781,25

0,00

– 8 781,25

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2018

Regeling voor kleine landbouwbedrijven ES13

EENMALIG

 

EUR

– 30 805,25

0,00

– 30 805,25

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2018

Regeling voor kleine landbouwbedrijven ES14

EENMALIG

 

EUR

– 8 098,76

0,00

– 8 098,76

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2018

Regeling voor kleine landbouwbedrijven ES15

EENMALIG

 

EUR

– 135 664,65

0,00

– 135 664,65

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2018

Regeling voor kleine landbouwbedrijven ES16

EENMALIG

 

EUR

– 43 253,37

0,00

– 43 253,37

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2018

Regeling voor kleine landbouwbedrijven ES17

EENMALIG

 

EUR

– 254 178,60

0,00

– 254 178,60

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2018

Regeling voor kleine landbouwbedrijven ES01

EENMALIG

 

EUR

– 1 594 286,40

0,00

– 1 594 286,40

 

 

 

 

 

Totaal ES:

EUR

– 6 114 260,23

– 0,23

– 6 114 260,00

Lidstaat

Maatregel

BJ

Reden

Soort

Correctie (%)

Valuta

Bedrag

Verlagingen

Financiële gevolgen

FR

Wijn – investeringen

2014

Zwak punt in administratieve controle. Niet-toepassing van art. 19 van V. 555/2008

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 26 203,46

0,00

– 26 203,46

 

Wijn – investeringen

2015

Zwak punt in administratieve controle. Niet-toepassing van art. 19 van V. 555/2008

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 53 953,04

0,00

– 53 953,04

 

Wijn – investeringen

2016

Zwak punt in administratieve controle. Niet-toepassing van art. 19 van V. 555/2008

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 110 333,61

– 41 120,58

– 69 213,03

 

Wijn – investeringen

2017

Zwak punt in administratieve controle. Niet-toepassing van art. 19 van V. 555/2008

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 234 535,04

0,00

– 234 535,04

 

Randvoorwaarden

2015

RB – AJ 2014 – tekortschietende reikwijdte van de controles op RBE 4

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 4 735 519,50

– 652 058,51

– 4 083 460,99

 

Randvoorwaarden

2016

RB – AJ 2015 – tekortschietende reikwijdte van de controles op RBE 4, GLMC bereikt doelstelling niet

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 6 401 557,55

– 12 509,90

– 6 389 047,65

 

Randvoorwaarden

2017

RB – AJ 2016 – tekortschietende reikwijdte van de controles op RBE 4, GLMC bereikt doelstelling niet

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 6 130 471,10

0,00

– 6 130 471,10

 

Certificering

2015

Bekende fout bij de toetsing van vorderingen – anomalie of niet ingediend dossier

EENMALIG

 

EUR

– 3 626,53

0,00

– 3 626,53

 

Certificering

2015

Fouten bij de systeemgerichte toetsing van vorderingen

EENMALIG

 

EUR

– 299 346,32

0,00

– 299 346,32

 

Melk – andere

2016

Niet-subsidiabele uitgaven bij de tijdelijke buitengewone steun op grond van V. 1853/2015 voor de maatregel waarbij leningskosten in de veehouderijsector worden gesubsidieerd

GERAAMD PERCENTAGE

3,49 %

EUR

– 42 266,97

– 22 568,21

– 19 698,76

 

Tijdelijke en buitengewone steunmaatregelen

2016

Niet-subsidiabele uitgaven bij de tijdelijke buitengewone steun op grond van V. 1853/2015 voor de maatregel waarbij leningskosten in de veehouderijsector worden gesubsidieerd

GERAAMD PERCENTAGE

3,49 %

EUR

– 33 608,98

– 13 573,20

– 20 035,78

 

Certificering

2016

Bekende fouten in ELGF Niet-GBCS

EENMALIG

 

EUR

– 7 737,00

0,00

– 7 737,00

 

Certificering

2016

Meest waarschijnlijke fout ELGF voor het BJ 2016

GERAAMD BEDRAG

 

EUR

– 2 427 577,79

– 1 268 772,69

– 1 158 805,10

 

Certificering

2016

Meest waarschijnlijke fout in ELGF niet-GBCS

GERAAMD BEDRAG

 

EUR

– 8 808 247,56

– 1 834 453,27

– 6 973 794,29

 

Certificering

2016

Betalingsachterstanden en onregelmatigheden

EENMALIG

 

EUR

– 4 827 821,58

0,00

– 4 827 821,58

 

 

 

 

 

Totaal FR:

EUR

– 34 142 806,03

– 3 845 056,36

– 30 297 749,67

Lidstaat

Maatregel

BJ

Reden

Soort

Correctie (%)

Valuta

Bedrag

Verlagingen

Financiële gevolgen

GR

Certificering

2016

Financiële fouten die bij de systeemgerichte en de gegevensgerichte toetsing zijn geconstateerd bij ELGF niet-GBCS

EENMALIG

 

EUR

– 378 466,15

– 125 695,79

– 252 770,36

 

Certificering

2016

Bekende fouten bij ELGF GBCS

EENMALIG

 

EUR

– 4 849,56

– 285,01

– 4 564,55

 

Certificering

2016

Meest waarschijnlijke fout bij de niet-GBCS-populatie van het ELGF

GERAAMD BEDRAG

 

EUR

– 1 231 590,15

– 164 655,21

– 1 066 934,94

 

Certificering

2016

Meest waarschijnlijke fout bij de GBCS-populatie van het ELGF.

Bij de gegevensgerichte toetsing van de GBCS-populatie van het ELGF geconstateerde financiële fouten die niet als "bekende fouten" worden aanvaard, aangezien zij niet voldoen aan alle voorwaarden van richtsnoer nr. 2.

GERAAMD BEDRAG

 

EUR

– 9 191 375,64

– 3 131 051,66

– 6 060 323,98

 

Vrijwillige gekoppelde steun

2016

VGS-maatregel 6 – AJ 2015

EENMALIG

 

EUR

– 1 106 829,36

– 4 949,59

– 1 101 879,77

 

Vrijwillige gekoppelde steun

2017

VGS-maatregel 6 – AJ 2016

EENMALIG

 

EUR

– 620 098,02

0,00

– 620 098,02

 

 

 

 

 

Totaal GR:

EUR

– 12 533 208,88

– 3 426 637,26

– 9 106 571,62

Lidstaat

Maatregel

BJ

Reden

Soort

Correctie (%)

Valuta

Bedrag

Verlagingen

Financiële gevolgen

HU

Certificering

2017

Financiële fouten die de CeI bij de certificerende audit voor het BJ 2017 bij het ELGF heeft geconstateerd

EENMALIG

 

EUR

– 174 675,42

0,00

– 174 675,42

 

Financiële audit – overschrijding

2017

Overschrijding van het maximum

EENMALIG

 

EUR

– 155 193,34

0,00

– 155 193,34

 

 

 

 

 

Totaal HU:

EUR

– 329 868,76

0,00

– 329 868,76

Lidstaat

Maatregel

BJ

Reden

Soort

Correctie (%)

Valuta

Bedrag

Verlagingen

Financiële gevolgen

 

Onregelmatigheden

2016

Nalatigheid bij het beheer van de vorderingen bij sommige onregelmatigheden

EENMALIG

 

HUF

– 560 597 219,00