ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 81

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

62e jaargang
22 maart 2019


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/356 van de Commissie van 13 december 2018 tot aanvulling van Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van de aan transactieregisters te rapporteren gegevens over effectenfinancieringstransacties (SFT's) ( 1 )

1

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/357 van de Commissie van 13 december 2018 tot aanvulling van Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft technische reguleringsnormen betreffende toegang tot gegevens over bij transactieregisters bewaarde effectenfinancieringstransacties (SFT's) ( 1 )

22

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/358 van de Commissie van 13 december 2018 tot aanvulling van Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen betreffende de verzameling, verificatie, aggregatie, vergelijking en publicatie van gegevens over effectenfinancieringstransacties door transactieregisters ( 1 )

30

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/359 van de Commissie van 13 december 2018 tot aanvulling van Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad ten aanzien van technische reguleringsnormen tot specificatie van de gegevens van de aanvraag tot registratie en uitbreiding van registratie als transactieregister ( 1 )

45

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/360 van de Commissie van 13 december 2018 tot aanvulling van Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot door de Europese Autoriteit voor effecten en markten aan transactieregisters aangerekende vergoedingen ( 1 )

58

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/361 van de Commissie van 13 december 2018 tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 151/2013 wat betreft de toegang tot gegevens van transactieregisters ( 1 )

69

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/362 van de Commissie van 13 december 2018 tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 150/2013 wat betreft technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van de gegevens die in de aanvraag tot registratie als transactieregister moeten worden opgenomen ( 1 )

74

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2019/363 van de Commissie van 13 december 2018 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen met betrekking tot het formaat en de frequentie van de rapportage over de nadere gegevens over effectenfinancieringstransacties (SFT's) aan transactieregisters overeenkomstig Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1247/2012 van de Commissie met betrekking tot het gebruik van rapportagecodes in de rapportage over derivatencontracten ( 1 )

85

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2019/364 van de Commissie van 13 december 2018 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen met betrekking tot het formaat van aanvragen tot registratie en uitbreiding van registratie van transactieregisters overeenkomstig Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad ( 1 )

125

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2019/365 van de Commissie van 13 december 2018 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de procedures en formulieren voor de uitwisseling van informatie over sancties, maatregelen en onderzoeken overeenkomstig Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad ( 1 )

128

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst.

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

22.3.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 81/1


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2019/356 VAN DE COMMISSIE

van 13 december 2018

tot aanvulling van Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van de aan transactieregisters te rapporteren gegevens over effectenfinancieringstransacties (SFT's)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende de transparantie van effectenfinancieringstransacties en van hergebruik en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (1), en met name artikel 4, lid 9,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Om de doelmatigheid te vergroten en om de overeenkomsten tussen rapportage over derivaten en rapportage over effectenfinancieringstransacties (hierna „SFT's” genoemd) te benutten, moet de verplichting om, in overeenstemming met artikel 4 van Verordening (EU) 2015/2365, de nadere gegevens over SFT's bij transactieregisters te rapporteren, worden afgestemd op de verplichting om, in overeenstemming met artikel 9 van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad (2), derivatentransacties bij transactieregisters te rapporteren. De rapportageverplichtingen tot nadere bepaling van SFT-gegevens moeten derhalve vergelijkbaar zijn met de rapportageverplichtingen tot nadere bepaling van gegevens over derivatencontracten.

(2)

Om de doelmatigheid en het nut van gerapporteerde informatie over SFT's te verzekeren, moeten de specifieke details van de te rapporteren SFT's worden aangepast aan de in Verordening (EU) 2015/2365 genoemde verschillende types SFT's. Wat rapportage van margeleningstransacties betreft, beoogt Verordening (EU) 2015/2365 transacties in beeld te brengen die hetzelfde doel dienen als retrocessietransacties, kooptransacties met wederverkoop of effectenleningstransacties, en die derhalve vergelijkbare risico's voor de financiële stabiliteit inhouden doordat zij mogelijkheden bieden voor de opbouw van hefboomwerking, procycliciteit en onderlinge verwevenheid op de financiële markten of doordat zij bijdragen aan looptijd- en liquiditeitstransformatie. Margeleningen mogen daarom dan wel transacties omvatten die vallen onder margeovereenkomsten tussen financiële instellingen en hun cliënten waarbij financiële instellingen primebrokeragediensten aan hun cliënten leveren, toch omvatten zij geen andere leningen zoals leningen voor bedrijfsherstructurering die, ondanks dat zij mogelijk effecten omvatten, niet bijdragen aan de systeemrisico's die Verordening (EU) 2015/2365 wilde aanpakken.

(3)

Belangrijk daarbij is dat de nadere gegevens van door een centrale tegenpartij geclearde SFT's correct worden gerapporteerd en gemakkelijk kunnen worden geïdentificeerd, ongeacht of die SFT op dezelfde datum of op een later tijdstip is gecleard dan de datum waarop die SFT is gesloten.

(4)

Om omvattende rapportage te verzekeren ingeval specifieke gegevens van de zekerheid op de dag van de transactie niet bekend zijn, moeten tegenpartijen de informatie over de gestelde zekerheid bijwerken zodra deze voor de tegenpartijen beschikbaar komt, en uiterlijk de werkdag na die van de valutadatum van die SFT.

(5)

Om de autoriteiten die toegang hebben tot de nadere gegevens van SFT's in transactieregisters, meer nuttige informatie te verschaffen, moeten tegenpartijen aan de transactieregisters het internationale effectenidentificatienummer (International Securities Identification Number — hierna „ISIN” genoemd) van als zekerheid voor een SFT gebruikte zekerhedenpakketten rapporteren indien dat pakket een ISIN heeft.

(6)

Wanneer tegenpartijen zekerheden stellen op nettopositiebasis, resulterend uit de verrekening van een aantal SFT's tussen twee tegenpartijen, is een specifieke toewijzing van zekerheden aan een individuele SFT vaak niet mogelijk, en is de toewijzing van de zekerheid dus misschien niet bekend. In die omstandigheden zouden tegenpartijen in staat moeten zijn om zekerheden te rapporteren onafhankelijk van de onderliggende lening.

(7)

Deze verordening is gebaseerd op de ontwerpen van technische reguleringsnormen die de Europese Autoriteit voor effecten en markten (European Securities and Markets Authority — hierna „ESMA” genoemd) volgens de procedure van artikel 10 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad (3) aan de Commissie heeft voorgelegd.

(8)

ESMA heeft publieke consultaties over deze ontwerpen van technische reguleringsnormen georganiseerd, de eventuele daaraan verbonden kosten en baten geanalyseerd, en de bij artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 opgerichte ESMA-stakeholdergroep effecten en markten om advies verzocht,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Over SFT's te rapporteren gegevens

1.   Een rapportage overeenkomstig artikel 4, lid 1, van Verordening (EU) 2015/2365 omvat de in de tabellen 1, 2, 3 en 4 van de bijlage vastgestelde volledige en nauwkeurige gegevens die op de desbetreffende SFT betrekking hebben.

2.   Bij het rapporteren van het sluiten van een SFT vermeldt een tegenpartij in haar rapportage het actietype „Nieuw” in veld 98 in tabel 2 van de bijlage bij deze verordening. Bij alle verdere rapportages van de gegevens van die SFT wordt in veld 98 in tabel 2 van de bijlage bij deze verordening het relevante actietype vermeld dat op die SFT betrekking heeft.

Artikel 2

Door centrale tegenpartijen geclearde SFT's

1.   Een SFT waarvan de gegevens reeds overeenkomstig artikel 4, lid 1, van Verordening (EU) 2015/2365 zijn gerapporteerd en die vervolgens door een centrale tegenpartij wordt gecleard, wordt na clearing als zijnde beëindigd gerapporteerd door in veld 98 van tabel 2 van de bijlage het actietype „Beëindiging/Vervroegde beëindiging” te vermelden, en de nieuwe SFT's die uit de clearing voortvloeien, worden gerapporteerd.

2.   Een SFT die op een handelsplatform wordt gesloten en die diezelfde dag door een centrale tegenpartij wordt gesloten, wordt pas gerapporteerd nadat die SFT is gecleard.

3.   Een tegenpartij rapporteert voor de voor een geclearde SFT gestorte of ontvangen marge de in tabel 3 van de bijlage bij deze verordening vastgestelde gegevens en vermeldt daarbij het desbetreffende actietype dat in veld 20 van die tabel van de bijlage is bepaald.

Artikel 3

Rapportage over zekerheden

1.   Tegenpartijen bij een effecten- of grondstoffenuitleningstransactie of een effecten- of grondstoffeninleningstransactie die overeenkomen dat geen zekerheden worden gesteld, vermelden dit in veld 72 van tabel 2 van de bijlage.

2.   Wanneer de zekerheden van een SFT zijn gekoppeld aan een individuele lening en de nadere gegevens van de zekerheden tegen de rapportagetermijn aan de tegenpartij bekend zijn, vermeldt de tegenpartij de volledige en nauwkeurige gegevens van alle individuele zekerhedencomponenten van die SFT in de velden 75 tot en met 94 van tabel 2 van de bijlage wanneer zij deze SFT voor het eerst met het actietype „Nieuw” in veld 98 van tabel 2 van de bijlage rapporteert.

3.   Wanneer de zekerheden van een SFT zijn gekoppeld aan een individuele lening, maar de nadere gegevens van de zekerheden tegen de rapportagetermijn niet aan de tegenpartij bekend zijn, vermeldt de tegenpartij, samen met het actietype „Actualisering zekerheden” in veld 98 van tabel 2 van de bijlage, de volledige en nauwkeurige gegevens van alle individuele zekerhedencomponenten van die SFT in de velden 75 tot en met 94 van tabel 2 van de bijlage zodra die bekend zijn, doch uiterlijk op de werkdag volgend op de in veld 13 van tabel 2 van de bijlage vermelde valutadatum.

4.   Een tegenpartij die voor een of meer SFT's zekerheden stelt met een zekerhedenpakket dat is geïdentificeerd met een internationaal effectenidentificatienummer (ISIN), vermeldt het ISIN in veld 96 van tabel 2 van de bijlage wanneer zij in veld 98 van tabel 2 van de bijlage het actietype „Nieuw” rapporteert.

5.   Een tegenpartij die voor een of meer SFT's zekerheden stelt met een zekerhedenpakket dat niet met een ISIN is geïdentificeerd, vermeldt de code „NTAV” in veld 96 van tabel 2 van de bijlage wanneer zij in veld 98 van tabel 2 van de bijlage de SFT met het actietype „Nieuw” rapporteert.

6.   Voor de toepassing van de leden 4 en 5 vermeldt de tegenpartij, samen met het actietype „Actualisering zekerheden” in veld 98 van tabel 2 van de bijlage, ook de volledige en nauwkeurige gegevens van alle individuele zekerhedencomponenten van die SFT in de velden 75 tot en met 94 van tabel 2 van de bijlage zodra die bekend zijn, doch uiterlijk op de werkdag volgend op de in veld 13 van tabel 2 van de bijlage vermelde valutadatum.

7.   Een tegenpartij die voor meerdere SFT's zekerheden stelt op nettopositiebasis, vermeldt de waarde „Waar” in veld 73 van tabel 2 van de bijlage. Die tegenpartij vermeldt, samen met het actietype „Actualisering zekerheden” in veld 98 van tabel 2 van de bijlage, de volledige en nauwkeurige gegevens van alle individuele zekerhedencomponenten van die SFT's in de velden 75 tot en met 94 van tabel 2 van de bijlage zodra die bekend zijn, doch uiterlijk op de werkdag volgend op de in veld 13 van tabel 2 van de bijlage vermelde valutadatum.

Artikel 4

Rapportage over hergebruik van zekerheden

1.   Een tegenpartij die bij een SFT een of meerdere financiële instrumenten als zekerheid ontvangt, vermeldt de volledige en nauwkeurige gegevens van eventueel hergebruik van elk van die financiële instrumenten in de velden 7, 8 en 9 van tabel 4 van de bijlage.

2.   Een tegenpartij die bij een SFT contanten als zekerheid ontvangt, vermeldt per valuta de volledige en nauwkeurige gegevens van elke herbelegging van in de vorm van contanten ontvangen zekerheden in de velden 11, 12 en 13 van tabel 4 van de bijlage.

Artikel 5

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 december 2018.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 337 van 23.12.2015, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PB L 201 van 27.7.2012, blz. 1).

(3)  Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84).


BIJLAGE

Tabel 1

Tegenpartijgegevens

Nr.

Veld

Te rapporteren gegevens

Repo

BSB

SL

ML

1

Tijdstempel rapportage

Datum en tijdstip van de rapportage aan het transactieregister.

J

J

J

J

2

Rapporterende entiteit

Unieke identificatiecode van de rapporterende entiteit. Wanneer de rapportage aan een derde partij of de andere tegenpartij is gedelegeerd, de unieke identificatiecode van die entiteit.

J

J

J

J

3

Rapporterende tegenpartij

Unieke identificatiecode van de rapporterende tegenpartij.

J

J

J

J

4

Aard rapporterende tegenpartij

Vermelding of de rapporterende tegenpartij een financiële of een niet-financiële tegenpartij is.

J

J

J

J

5

Sector rapporterende tegenpartij

Eén of meer codes voor de classificatie van de aard van de bedrijfsactiviteiten van de rapporterende tegenpartij.

Wanneer de rapporterende tegenpartij een financiële tegenpartij is, alle relevante codes uit de taxonomie voor financiële tegenpartijen die op die tegenpartij van toepassing zijn.

Wanneer de rapporterende tegenpartij een niet-financiële tegenpartij is, alle relevante codes uit de taxonomie voor niet-financiële tegenpartijen die op die tegenpartij van toepassing zijn.

Wanneer meer dan één activiteit wordt gerapporteerd, de codes vermelden in volgorde van het relatieve belang van de betrokken activiteiten.

J

J

J

J

6

Verdere sectorindeling

Wanneer de rapporterende tegenpartij een instelling voor collectieve belegging in effecten (icbe) of een alternatieve beleggingsinstelling (abi) is, een code die aangeeft of het een beursverhandeld fonds (ETF) of een geldmarktfonds (MMF) is.

Wanneer de rapporterende tegenpartij een alternatieve beleggingsinstelling (abi) is of een niet-financiële tegenpartij die financiële en verzekerings- of onroerendgoedactiviteiten verricht, een code die aangeeft of het een Real Estate Investment Trust (REIT) is.

J

J

J

J

7

Bijkantoor rapporterende tegenpartij

Wanneer de rapporterende tegenpartij een SFT sluit via een bijkantoor, de identificatiecode van het bijkantoor.

J

J

J

J

8

Bijkantoor andere tegenpartij

Wanneer de andere tegenpartij een SFT sluit via een bijkantoor, de identificatiecode van het bijkantoor.

J

J

J

J

9

Zijde tegenpartij

Vermelding of de rapporterende tegenpartij een zekerheidsverschaffer of een zekerheidsnemer is in de zin van artikel 4 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/363 van de Commissie (1).

J

J

J

J

10

Entiteit verantwoordelijk voor rapportage

Wanneer een financiële tegenpartij, in overeenstemming met artikel 4, lid 3, van Verordening (EU) 2015/2365 van het Parlement en de Raad (2), verantwoordelijk is voor rapportage namens de andere tegenpartij, de unieke identificatiecode van die financiële tegenpartij.

Wanneer een beheersmaatschappij, in overeenstemming met artikel 4, lid 3, van Verordening (EU) 2015/2365, verantwoordelijk is voor de rapportage namens een instelling voor collectieve belegging in effecten (icbe), de unieke identificatiecode van die beheersmaatschappij.

Wanneer een beheerder van een alternatieve beleggingsinstelling (abi-beheerder), in overeenstemming met artikel 4, lid 3, van Verordening (EU) 2015/2365, verantwoordelijk is voor de rapportage namens een alternatieve beleggingsinstelling (abi), de unieke identificatiecode van die abi-beheerder.

J

J

J

J

11

Andere tegenpartij

Unieke identificatiecode van de entiteit waarmee de rapporterende tegenpartij de SFT heeft gesloten. Voor particulieren op consistente wijze een cliëntcode vermelden.

J

J

J

J

12

Land andere tegenpartij

De code van het land waar de statutaire zetel van de andere tegenpartij zich bevindt of de code van het land van verblijf indien de andere tegenpartij een natuurlijke persoon is.

J

J

J

J

13

Begunstigde

Wanneer de begunstigde van het contract geen tegenpartij bij dit contract is, identificeert de rapporterende tegenpartij deze begunstigde aan de hand van een unieke code of, ingeval het om een particulier gaat, aan de hand van een consistent gebruikte cliëntcode die is toegewezen door de rechtspersoon waarop de betrokken particulier een beroep heeft gedaan.

J

J

J

N

14

Tri-party agent

Unieke identificatiecode van de derde partij waaraan de rapporterende tegenpartij de posttransactionele verwerking van een SFT heeft uitbesteed (in voorkomend geval).

J

J

J

N

15

Makelaar

Unieke code van de entiteit die optreedt als intermediair voor de rapporterende tegenpartij zonder dat deze zelf een tegenpartij bij de SFT wordt. Voor effectenleningstransacties omvatten makelaars geen agent-uitleners.

J

J

J

N

16

Clearinglid

Wanneer de transactie wordt gecleard, unieke identificatiecode van het verantwoordelijke clearinglid van de rapporterende tegenpartij.

J

J

J

N

17

Deelnemer of indirecte deelnemer aan een effectenbewaarinstelling („CSD”)

Unieke code van de deelnemer of indirecte deelnemer aan een CSD van de rapporterende tegenpartij.

Wanneer zowel de deelnemer als de indirecte deelnemer aan een CSD bij de transactie betrokken zijn, de code van de indirecte deelnemer.

Dit veld is niet van toepassing op grondstoffen.

J

J

J

N

18

Agent-uitlener

Unieke code van de bij de effectenleningstransactie betrokken agent-uitlener.

J

N

J

N


Tabel 2

Gegevens over leningen en zekerheden

Nr.

Veld

Te rapporteren gegevens

Repo

BSB

SL

ML

1

Unieke transactie-identificatiecode („UTI”)

Unieke aan de SFT toegekende referentie voor het identificeren van de transactie.

J

J

J

J

2

Traceernummer rapportage

Bij uit clearing voortvloeiende transacties de vorige UTI, d.w.z. de UTI van de oorspronkelijke bilaterale transactie, rapporteren. De vorige UTI hoeft echter niet te worden gerapporteerd door tegenpartijen die centrale tegenpartijen („CTP's”) zijn die de SFT hebben gecleard.

Wanneer een SFT is uitgevoerd op een handelsplatform en diezelfde dag is gecleard, een door het handelsplatform gegenereerd nummer dat uniek is voor die uitvoering.

J

J

J

N

3

Datum gebeurtenis

Datum waarop de met betrekking tot de SFT te rapporteren en in de rapportage vastgelegde gebeurtenis heeft plaatsgevonden. In het geval van de actietypes „Actualisering waardering”, „Actualisering zekerheden”, „Actualisering hergebruik”, „Actualisering marge”, de datum waarvoor de informatie in de rapportage wordt verschaft.

J

J

J

J

4

Soort SFT

Soort SFT-transactie in de zin van artikel 3, punten 7 tot en met 10, van Verordening (EU) 2015/2365.

J

J

J

J

5

Gecleard

Vermelding of centrale clearing heeft plaatsgevonden.

J

J

J

N

6

Tijdstempel clearing

Tijdstip en datum waarop clearing heeft plaatsgevonden.

J

J

J

N

7

CTP

Wanneer het een gecleard contract betreft, de unieke code van de centrale tegenpartij die het contract heeft gecleard.

J

J

J

N

8

Handelsplatform

Unieke identificatiecode van de plaats van uitvoering van de SFT.

Wanneer de SFT over-the-counter (otc) is gesloten en tot de handel is toegelaten, de MIC-code „XOFF”.

Wanneer de SFT otc is gesloten en niet tot de handel is toegelaten, de MIC-code „XXXX”.

J

J

J

N

9

Soort raamovereenkomst

Referentie van het soort raamovereenkomst op grond waarvan de tegenpartijen een SFT hebben gesloten.

J

J

J

N

10

Ander soort raamovereenkomst

Naam van de raamovereenkomst. Dit veld alleen invullen wanneer in veld 9 „OTHR” wordt gerapporteerd.

J

J

J

N

11

Versie raamovereenkomst

Referentie van het jaar van de voor de gerapporteerde transactie relevante raamovereenkomst (in voorkomend geval).

J

J

J

N

12

Tijdstempel uitvoering

Datum en tijdstip waarop de SFT is uitgevoerd.

J

J

J

J

13

Valutadatum (begindatum)

Contractueel tussen de tegenpartijen overeengekomen datum voor de uitwisseling van contanten, effecten of grondstoffen tegen zekerheden voor de opening leg (spot leg) van de SFT.

J

J

J

N

14

Vervaldatum (einddatum)

Contractueel tussen de tegenpartijen overeengekomen datum voor de uitwisseling van contanten, effecten of grondstoffen tegen zekerheden voor de closing leg (forward leg) van de SFT. Deze informatie niet rapporteren voor open-termijnrepo's.

J

J

J

N

15

Beëindigingsdatum

Beëindigingsdatum in geval van een volledige vroegtijdige beëindiging van de SFT.

J

J

J

J

16

Minimale opzegtermijn

Minimaal aantal werkdagen dat een van de tegenpartijen heeft om de andere tegenpartij te informeren over de beëindiging van de transactie.

J

N

N

N

17

Vroegste call-backdatum

Vroegste datum waarop de uitlener van contanten het recht heeft een deel van de middelen terug te eisen of de transactie te beëindigen.

J

N

N

N

18

Algemene zekerhedenindicator

Vermelding of de SFT onder een algemene zekerheidsovereenkomst valt. In geval van een effectenleningstransactie betreft het veld de effecten die als zekerheid zijn gesteld — en niet de voor de lening verschafte zekerheid.

De code „GENE” vermelden voor een SFT die onder een algemene zekerheidsovereenkomst valt. In een algemene zekerheidsovereenkomst is voor een transactie een zekerheidsovereenkomst vastgelegd waarbij de zekerheidsverschaffer de te verschaffen zekerheid mag kiezen uit een betrekkelijk ruim scala zekerheden dat aan vooraf bepaalde criteria voldoet.

De code „SPEC” vermelden voor een SFT die onder een specifieke zekerheidsovereenkomst valt. In een specifieke zekerheidsovereenkomst is voor een transactie een zekerheidsovereenkomst vastgelegd waarbij de zekerheidsnemer de zekerheidsverschaffer verzoekt een specifiek internationaal effectenidentificatienummer (ISIN) te verschaffen.

J

J

J

N

19

DBV-indicator (Delivery By Value)

Vermelding of de transactie is afgewikkeld via het DBV-mechanisme.

J

N

J

N

20

Voor het verschaffen van zekerheden gebruikte methode

Vermelding of de bij de SFT gebruikte zekerheid valt onder een tot overdracht leidende zekerheidsovereenkomst, een tot de vestiging van een zakelijk zekerheidsrecht leidende zekerheidsovereenkomst of een tot de vestiging van een zakelijk zekerheidsrecht leidende zekerheidsovereenkomst met een recht op gebruik.

Wanneer meer dan één methode is gebruikt om zekerheden te stellen, in dit veld de primaire zekerheidsovereenkomst vermelden.

J

N

J

J

21

Open termijn

Vermelding of de SFT een open termijn heeft (zonder een vaste vervaldatum) of een vaste termijn met een contractueel overeengekomen vervaldatum.

De code „Waar” vermelden voor SFT's met een open termijn, en de code „Onwaar” voor SFT's met een vaste termijn.

J

N

J

N

22

Mogelijkheid tot beëindiging

Vermelding of de SFT een evergreen- of een verlengbare SFT is.

J

N

J

N

Bij margeleningen de velden 23 t/m 34 voor elke bij de margelening gebruikte valuta herhalen en invullen.

23

Vaste rente

Bij repo's de rente op jaarbasis op de hoofdsom van de retrocessietransactie volgens de dagtellingsconventies.

Bij margelening de rente op jaarbasis over de waarde van de lening die de ontlener aan de uitlener betaalt.

J

N

N

J

24

Dagtellingsconventie

Methode om voor een rentetarief de opgelopen rente over de hoofdsom te berekenen.

J

N

N

J

25

Variabele rente

Vermelding van het gehanteerde referentierentetarief dat op gezette tijden wordt herzien in het licht van een marktreferentietarief (voor zover van toepassing).

J

N

N

J

26

Referentieperiode variabele rente — periode

Tijdsperiode ter beschrijving van de referentieperiode voor de variabele rente.

J

N

N

J

27

Referentieperiode variabele rente — multiplicator

Multiplicator voor de tijdsperiode ter beschrijving van de referentieperiode voor de variabele rente in veld 26.

J

N

N

J

28

Betalingsfrequentie variabele rente — periode

Tijdsperiode ter beschrijving van de betalingsfrequentie voor de variabele rente.

J

N

N

J

29

Betalingsfrequentie variabele rente — multiplicator

Multiplicator voor de tijdsperiode ter beschrijving van de betalingsfrequentie voor de variabele rente in veld 28.

J

N

N

J

30

Herzieningsfrequentie variabele rente — periode

Tijdsperiode ter beschrijving van de herzieningsfrequentie voor de variabele rente.

J

N

N

J

31

Herzieningsfrequentie variabele rente — multiplicator

Multiplicator voor de tijdsperiode ter beschrijving van de herzieningsfrequentie voor de variabele rente in veld 30.

J

N

N

J

32

Spread

Aantal basispunten waarmee de variabele rente moet worden vermeerderd of verminderd om het rentetarief van de lening te bepalen.

J

N

N

J

33

Bedrag in margeleningsvaluta

Bedrag van een margelening in een bepaalde valuta.

N

N

N

J

34

Margeleningsvaluta

Valuta van de margelening.

N

N

N

J

De velden 35 en 36 voor elke aanpassing van de variabele rente herhalen en invullen.

35

Aangepaste rente

Rente bepaald volgens het renteschema.

J

N

N

N

36

Rentedatum

Datum waarop het rentetarief ingaat.

J

N

N

N

37

Hoofdsom op valutadatum

Af te wikkelen contante waarde op de valutadatum van de transactie.

J

J

N

N

38

Hoofdsom op de vervaldatum

Af te wikkelen contante waarde op de vervaldatum van de transactie.

J

J

N

N

39

Valuta hoofdsom

Valuta van de hoofdsom.

J

J

N

N

40

Soort activa

Vermelding van het soort activa waarop de SFT ziet.

N

N

J

N

41

Effectenidentificatiecode

Identificatiecode van het effect waarop de SFT ziet.

Dit veld is niet van toepassing op grondstoffen.

N

N

J

N

42

Classificatie van een effect

Code voor classificatie van financiële instrumenten („CFI”) van het effect waarop de SFT ziet.

Dit veld is niet van toepassing op grondstoffen.

N

N

J

N

Wanneer een grondstof wordt uit- of ingeleend, de classificatie van die grondstof vermelden in de velden 43, 44 en 45.

43

Basisproduct

Basisproduct zoals vermeld in de classificatie van grondstoffen in tabel 5 van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/363.

N

N

J

N

44

Subproduct

Subproduct zoals vermeld in de classificatie van grondstoffen in tabel 5 van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/363.

Voor dit veld is een specifiek basisproduct in veld 43 vereist.

N

N

J

N

45

Verder subproduct

Verder subproduct zoals vermeld in de tabel voor de classificatie van grondstoffen.

Voor dit veld is een specifiek subproduct in veld 44 vereist.

N

N

J

N

46

Hoeveelheid of nominaal bedrag

Hoeveelheid of nominaal bedrag van het effect of de grondstof waarop de SFT ziet.

In het geval van een obligatie, het totale nominale bedrag, d.w.z. het aantal obligaties vermenigvuldigd met de nominale waarde ervan.

In het geval van andere effecten of grondstoffen, de hoeveelheid ervan.

N

N

J

N

47

Meeteenheid

Meeteenheid waarin de hoeveelheid is uitgedrukt. Dit veld is van toepassing op grondstoffen.

N

N

J

N

48

Valuta nominaal bedrag

Ingeval het nominale bedrag wordt gerapporteerd, de valuta van het nominale bedrag.

N

N

J

N

49

Effect- of grondstoffenprijs

In het geval van uit- of inlening van effecten en grondstoffen, de voor het berekenen van de leningwaarde gebruikte prijs van het effect of de grondstof.

In het geval van een koop/wederverkoop de voor de berekening van het transactiebedrag voor de spot leg van de koop/wederverkoop gebruikte prijs van het effect of de grondstof.

N

J

J

N

50

Prijsvaluta

Valuta waarin de effect- of grondstoffenprijs luidt.

N

N

J

N

51

Kwaliteit effect

Code voor de indeling van het kredietrisico van het effect.

N

N

J

N

52

Looptijd effect

Looptijd van het effect.

Dit veld is niet van toepassing op grondstoffen.

N

N

J

N

53

Rechtsgebied emittent

Rechtsgebied van de emittent van het effect. In het geval van door een buitenlandse dochteronderneming uitgegeven effecten, het rechtsgebied van de uiteindelijke moedermaatschappij of, indien dit niet bekend is, het rechtsgebied van de dochteronderneming.

Dit veld is niet van toepassing op grondstoffen.

N

N

J

N

54

LEI emittent

LEI van de emittent van het effect.

Dit veld is niet van toepassing op grondstoffen.

N

N

J

N

55

Effectentype

Code voor de indeling van het type effect.

N

N

J

N

56

Waarde lening

Waarde van de lening, d.w.z. de hoeveelheid of het nominale bedrag van de lening vermenigvuldigd met de prijs uit veld 49.

N

N

J

N

57

Marktwaarde

Marktwaarde van de uit- of ingeleende effecten of grondstoffen.

N

N

J

N

58

Vast kortingspercentage

Vast rentepercentage (overeengekomen percentage dat de uitlener betaalt voor het herbeleggen van de zekerheden in de vorm van contanten verminderd met eventuele leningvergoedingen) dat de uitlener van het effect of de grondstof aan de ontlener ervan betaalt (positief kortingspercentage) of dat de ontlener ervan aan de uitlener betaalt (negatief kortingspercentage) over het saldo van de verstrekte zekerheden in de vorm van contanten.

N

N

J

N

59

Variabel kortingspercentage

Vermelding van het referentierentepercentage dat wordt gebruikt voor het berekenen van het kortingspercentage (overeengekomen rentepercentage dat de uitlener betaalt voor het herbeleggen van de zekerheden in de vorm van contanten verminderd met eventuele leningvergoedingen) dat de uitlener van het effect of de grondstof aan de ontlener betaalt (positief kortingspercentage) of dat de ontlener aan de uitlener betaalt (negatief kortingspercentage) over het saldo van de verstrekte zekerheden in de vorm van contanten.

N

N

J

N

60

Referentieperiode variabel kortingspercentage — periode

Tijdsperiode ter beschrijving van de referentieperiode voor het variabele kortingspercentage.

N

N

J

N

61

Referentieperiode variabel kortingspercentage — multiplicator

Multiplicator voor de tijdsperiode ter beschrijving van de referentieperiode voor het variabele kortingspercentage in veld 60.

N

N

J

N

62

Betalingsfrequentie variabel kortingspercentage — periode

Tijdsperiode ter beschrijving van de betalingsfrequentie voor het variabele kortingspercentage.

N

N

J

N

63

Betalingsfrequentie variabel kortingspercentage — multiplicator

Multiplicator voor de tijdsperiode ter beschrijving van de betalingsfrequentie voor het variabele kortingspercentage in veld 62.

N

N

J

N

64

Herzieningsfrequentie variabel kortingspercentage — periode

Tijdsperiode ter beschrijving van de herzieningsfrequentie voor het variabele kortingspercentage.

N

N

J

N

65

Herzieningsfrequentie variabel kortingspercentage — multiplicator

Multiplicator voor de tijdsperiode ter beschrijving van de herzieningsfrequentie voor het variabele kortingspercentage in veld 64.

N

N

J

N

66

Spread kortingspercentage

Spread voor het variabele kortingspercentage, uitgedrukt in basispunten.

N

N

J

N

67

Leningvergoeding

Vergoeding die de ontlener van het effect of de grondstof aan de uitlener ervan betaalt.

N

N

J

N

68

Exclusieve regelingen

In het geval van uit- of inlening van effecten, vermelding of de ontlener uitsluitende toegang heeft om uit de effectenportefeuille van de uitlener te lenen.

Dit veld is niet van toepassing op grondstoffen.

N

N

J

N

69

Uitstaande margelening

Totaalbedrag aan margeleningen, in de basisvaluta.

N

N

N

J

70

Basisvaluta uitstaande margelening

De basisvaluta van uitstaande margeleningen.

N

N

N

J

71

Shortmarktwaarde

Marktwaarde van de shortpositie, in de basisvaluta.

N

N

N

J

Gegevens over zekerheden

72

Markering „niet door zekerheden gedekte effectenlening” (SL-markering)

Vermelding of de SL-transactie niet door zekerheden is gedekt.

Dit veld niet gebruiken wanneer de tegenpartijen overeenkomen zekerheden te stellen voor de transactie, maar de specifieke toewijzing van zekerheden nog niet bekend is.

N

N

J

N

73

Zekerheidsstelling nettopositie

Vermelding of de zekerheden zijn gesteld voor een nettopositie, in plaats van voor een individuele transactie.

J

J

J

N

74

Valutadatum zekerheden

Wanneer zekerheden voor transacties op nettopositiebasis zijn gesteld, de laatste valutadatum in de netting set van SFT's, rekening houdende met alle transacties waarvoor zekerheden zijn gesteld.

J

J

J

N

Wanneer van specifieke zekerheden is gebruikgemaakt, in voorkomend geval voor elke zekerhedencomponent de velden 75 t/m 94 herhalen en invullen.

75

Soort zekerhedencomponent

Vermelding van het soort zekerhedencomponent.

J

J

J

J

Wanneer contanten als zekerheden zijn gebruikt, dit vermelden in de velden 76 en 77.

76

Bedrag zekerheden in de vorm van contanten

Bedragen aan als zekerheid voor het ontlenen van effecten of grondstoffen verschafte middelen.

J

J

J

N

77

Valuta zekerheden in de vorm van contanten

Valuta van de zekerheden in de vorm van contanten.

J

J

J

N

78

Identificatie van als zekerheid gebruikt effect

Identificatie van het als zekerheid gebruikte effect.

Dit veld is niet van toepassing op grondstoffen.

J

J

J

J

79

Classificatie van als zekerheid gebruikt effect

CFI-code van het als zekerheid gebruikte effect.

Dit veld is niet van toepassing op grondstoffen.

J

J

J

J

Wanneer een grondstof als zekerheid wordt gebruikt, de classificatie van die grondstof vermelden in de velden 80, 81 en 82.

80

Basisproduct

Basisproduct zoals vermeld in de classificatie van grondstoffen in tabel 5 van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/363.

J

J

J

N

81

Subproduct

Subproduct zoals vermeld in de classificatie van grondstoffen in tabel 5 van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/363. Voor dit veld is een specifiek basisproduct in veld 80 vereist.

J

J

J

N

82

Verder subproduct

Verder subproduct zoals vermeld in de classificatie van grondstoffen in tabel 5 van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/363. Voor dit veld is een specifiek subproduct in veld 81 vereist.

J

J

J

N

83

Hoeveelheid zekerheden of nominaal bedrag aan zekerheden

Hoeveelheid of nominaal bedrag van de als zekerheid gebruikte effecten of grondstoffen.

In het geval van een obligatie, het totale nominale bedrag, d.w.z. het aantal obligaties vermenigvuldigd met de nominale waarde ervan.

In het geval van andere effecten of grondstoffen, de hoeveelheid ervan.

J

J

J

J

84

Meeteenheid zekerheden

Meeteenheid waarin de hoeveelheid zekerheden is vermeld. Dit veld is van toepassing op grondstoffen.

J

J

J

N

85

Valuta nominaal bedrag aan zekerheden

Ingeval het nominale bedrag aan zekerheden wordt gerapporteerd, de valuta van het nominale bedrag.

J

J

J

J

86

Prijsvaluta

Valuta van de prijs van de zekerhedencomponent.

J

J

J

J

87

Prijs per eenheid

Prijs per eenheid ten aanzien van de zekerhedencomponent, met inbegrip van opgelopen rente voor rentedragende effecten die voor de waardering van het effect of de grondstof wordt gebruikt.

J

J

J

J

88

Marktwaarde zekerheden

Marktwaarde van de individuele zekerhedencomponent, uitgedrukt in de prijsvaluta.

J

J

J

J

89

Haircut of marge

Voor repo's en koop/wederverkoop de haircuts op zekerheden vermelden onder vermelding van risicobeperkende maatregelen toegepast op de onderliggende zekerheden, op ISIN-niveau, waarbij de waarde van die onderliggende zekerheden wordt berekend als de marktwaarde van de activa verminderd met een bepaald percentage.

Voor effectenleningen het percentage van haircuts op zekerheden vermelden onder vermelding van risicobeperkende maatregelen toegepast op de onderliggende zekerheden, op ISIN-niveau of op portefeuilleniveau, waarbij de waarde van die onderliggende zekerheden wordt berekend als de marktwaarde van de activa verminderd met een bepaald percentage.

Voor margeleningen het percentage van het margevereiste toegepast op de volledige portefeuille zekerheden die op een primebrokeragerekening van een cliënt wordt aangehouden.

In dit veld reële waarden vermelden (en geen geraamde waarden of standaardwaarden).

J

J

J

J

90

Kwaliteit zekerheden

Code voor de indeling van het risico van het als zekerheid gebruikte effect.

J

J

J

J

91

Vervaldatum effect

Vervaldatum van het als zekerheid gebruikte effect.

Dit veld is niet van toepassing op grondstoffen.

J

J

J

J

92

Rechtsgebied emittent

Rechtsgebied van de emittent van het als zekerheid gebruikte effect. In het geval van door een buitenlandse dochteronderneming uitgegeven effecten, het rechtsgebied van de uiteindelijke moedermaatschappij rapporteren of, indien dit niet bekend is, het rechtsgebied van de dochteronderneming.

Dit veld is niet van toepassing op grondstoffen.

J

J

J

J

93

LEI emittent

LEI van de emittent van het als zekerheid gebruikte effect.

Dit veld is niet van toepassing op grondstoffen.

J

J

J

J

94

Type zekerheid

Code voor de indeling van het als zekerheid gebruikte type effect.

 

 

 

 

95

Beschikbaarheid voor hergebruik als zekerheid

Vermelding of de zekerheidsnemer de als zekerheid gestelde effecten kan hergebruiken.

J

J

J

J

Veld 96 invullen ingeval een zekerhedenpakket wordt gebruikt. De nadere toewijzing van zekerheden voor met een zekerhedenpool als dekking uitgevoerde SFT's vermelden in de velden 75 t/m 94 (voor zover beschikbaar).

96

Identificatiecode zekerhedenpakket

Wanneer het zekerhedenpakket aan de hand van een ISIN kan worden geïdentificeerd, de ISIN van het zekerhedenpakket.

Wanneer het zekerhedenpakket niét aan de hand van een ISIN kan worden geïdentificeerd, in dit veld de code „NTAV” invullen.

J

J

J

N

97

Code portefeuille

Wanneer de transactie wordt gecleard en opgenomen is in een transactieportefeuille waarvoor marges worden geruild, de portefeuille identificeren aan de hand van een door de rapporterende tegenpartij te bepalen unieke code.

Wanneer de transactieportefeuille ook derivatencontracten bevat waarover op grond van Verordening (EU) nr. 648/2012 moet worden gerapporteerd, is de code van de portefeuille dezelfde als die voor de rapportage op grond van Verordening (EU) nr. 648/2012.

J

J

J

N

98

Actietype

De rapportage bevat één van de volgende actietypes:

a)

een voor het eerst gerapporteerde SFT wordt als „Nieuw” geïdentificeerd;

b)

een wijziging van een voordien gerapporteerde SFT wordt als „Wijziging” geïdentificeerd. Dit omvat een actualisering van een eerdere rapportage van een positie, om in die positie opgenomen nieuwe transacties weer te geven;

c)

een waardering van de onder een effecten- of grondstoffenleningstransactie vallende effecten of grondstoffen, wordt als „Actualisering waardering” geïdentificeerd;

d)

een wijziging van nadere gegevens over zekerheden, waaronder de waardering ervan, wordt geïdentificeerd als „Actualisering zekerheden”;

e)

een annulering van een verkeerde volledige rapportage wanneer de SFT nooit heeft bestaan of niet onderworpen was aan de SFT-rapportagevoorschriften, maar bij vergissing aan een transactieregister is gerapporteerd, wordt als „Fout” geïdentificeerd;

f)

een correctie van gegevensvelden die in een voorgaande rapportage verkeerd zijn ingevuld, wordt als „Correctie” geïdentificeerd;

g)

een beëindiging van een SFT met een open termijn of een vervroegde beëindiging van een SFT met een vaste termijn, wordt als „Beëindiging/Vervroegde beëindiging” geïdentificeerd;

h)

een SFT die als een nieuwe transactie moet worden gerapporteerd en op dezelfde dag ook in een afzonderlijke positierapportage moet worden opgenomen, wordt als „Positiebestanddeel” geïdentificeerd.

J

J

J

J

99

Niveau

Vermelding of de rapportage op transactie- of op positieniveau plaatsvindt.

Rapportage op positieniveau kan alleen worden gebruikt als aanvulling op rapportage op transactieniveau voor het rapporteren van posttransactionele gebeurtenissen en alleen indien de individuele transacties in fungibele producten door de positie zijn vervangen.

J

J

J

N


Tabel 3

Margegevens

Nr.

Veld

Te rapporteren gegevens

Repo

BSB

SL

ML

1

Tijdstempel rapportage

Datum en tijdstip van de rapportage aan het transactieregister.

J

J

J

N

2

Datum gebeurtenis

Datum waarop de met betrekking tot de SFT te rapporteren en in de rapportage vastgelegde gebeurtenis heeft plaatsgevonden. In het geval van de actietypes „Actualisering waardering”, „Actualisering zekerheden”, „Actualisering hergebruik”, „Actualisering marge”, de datum waarvoor de informatie in de rapportage wordt verschaft.

J

J

J

N

3

Rapporterende entiteit

Unieke identificatiecode van de rapporterende entiteit. Wanneer de rapportage aan een derde partij of de andere tegenpartij is gedelegeerd, de unieke identificatiecode van die entiteit.

J

J

J

N

4

Rapporterende tegenpartij

Unieke identificatiecode van de rapporterende tegenpartij.

J

J

J

N

5

Entiteit verantwoordelijk voor rapportage

Wanneer een financiële tegenpartij, in overeenstemming met artikel 4, lid 3, van Verordening (EU) 2015/2365, verantwoordelijk is voor rapportage namens de andere tegenpartij, de unieke identificatiecode van die financiële tegenpartij.

Wanneer een beheersmaatschappij, in overeenstemming met artikel 4, lid 3, van Verordening (EU) 2015/2365, verantwoordelijk is voor de rapportage namens een instelling voor collectieve belegging in effecten (icbe), de unieke identificatiecode van die beheersmaatschappij.

Wanneer een beheerder van een alternatieve beleggingsinstelling (abi-beheerder), in overeenstemming met artikel 4, lid 3, van Verordening (EU) 2015/2365, verantwoordelijk is voor de rapportage namens een alternatieve beleggingsinstelling (abi), de unieke identificatiecode van die abi-beheerder.

J

J

J

J

6

Andere tegenpartij

Unieke identificatiecode van de entiteit waarmee de rapporterende tegenpartij de SFT heeft gesloten.

J

J

J

N

7

Code portefeuille

De transactieportefeuille waarvoor marges worden geruild, identificeren aan de hand van een door de rapporterende tegenpartij te bepalen unieke code.

Wanneer de transactieportefeuille ook derivatencontracten bevat waarover op grond van Verordening (EU) nr. 648/2012 moet worden gerapporteerd, is de code van de portefeuille dezelfde als die voor de rapportage op grond van Verordening (EU) nr. 648/2012.

J

J

J

N

8

Gestorte initiële marge

De waarde van de initiële marge die de rapporterende tegenpartij bij de andere tegenpartij heeft gestort.

Wanneer de initiële marge op portefeuillebasis wordt gestort, in dit veld de totale waarde van de voor de betrokken portefeuille gestorte initiële marge vermelden.

J

J

J

N

9

Valuta gestorte initiële marge

Valuta van de gestorte initiële marge.

J

J

J

N

10

Gestorte variatiemarge

De waarde van de variatiemarge, inclusief de waarde van afgewikkelde contanten, die de rapporterende tegenpartij bij de andere tegenpartij heeft gestort.

Wanneer de variatiemarge op portefeuillebasis wordt gestort, in dit veld de totale waarde van de voor de betrokken portefeuille gestorte variatiemarge vermelden.

J

J

J

N

11

Valuta gestorte variatiemarge

Valuta van de gestorte variatiemarge.

J

J

J

N

12

Ontvangen initiële marge

De waarde van de initiële marge die de rapporterende tegenpartij van de andere tegenpartij heeft ontvangen.

Wanneer de initiële marge op portefeuillebasis wordt ontvangen, in dit veld de totale waarde van de voor de betrokken portefeuille ontvangen initiële marge vermelden.

J

J

J

N

13

Valuta ontvangen initiële marge

Valuta van de ontvangen initiële marge.

J

J

J

N

14

Ontvangen variatiemarge

De waarde van de ontvangen variatiemarge, inclusief de waarde van afgewikkelde contanten, die de rapporterende tegenpartij van de andere tegenpartij heeft ontvangen.

Wanneer de variatiemarge op portefeuillebasis wordt ontvangen, in dit veld de totale waarde van de voor de betrokken portefeuille ontvangen variatiemarge vermelden.

J

J

J

N

15

Valuta ontvangen variatiemarge

Valuta van de ontvangen variatiemarge.

J

J

J

N

16

Te veel gestorte zekerheden

Waarde van de zekerheden die boven de vereiste zekerheden zijn gestort.

J

J

J

N

17

Valuta van de te veel gestorte zekerheden

Valuta van de te veel gestorte zekerheden.

J

J

J

N

18

Te veel ontvangen zekerheden

Waarde van de zekerheden die boven de vereiste zekerheden zijn ontvangen.

J

J

J

N

19

Valuta van de te veel ontvangen zekerheden

Valuta van de te veel ontvangen zekerheden.

J

J

J

N

20

Actietype

De rapportage bevat één van de volgende actietypes:

a)

een nieuw margesaldo wordt als „Nieuw” geïdentificeerd;

b)

een wijziging van de nadere gegevens van de marges wordt als „Actualisering marge” geïdentificeerd;

c)

een annulering van een verkeerde volledige rapportage wordt als „Fout” geïdentificeerd;

d)

een correctie van gegevensvelden die in een voorgaande rapportage verkeerd zijn ingevuld, wordt als „Correctie” geïdentificeerd.

J

J

J

N


Tabel 4

Gegevens over hergebruik, herbelegging van contanten, en financieringsbronnen

Nr.

Veld

Te rapporteren gegevens

Repo

BSB

SL

ML

1

Tijdstempel rapportage

Datum en tijdstip van de rapportage aan het transactieregister.

J

J

J

J

2

Datum gebeurtenis

Datum waarop de met betrekking tot de SFT te rapporteren en in de rapportage vastgelegde gebeurtenis heeft plaatsgevonden. In het geval van de actietypes „Actualisering waardering”, „Actualisering zekerheden”, „Actualisering hergebruik”, „Actualisering marge”, de datum waarvoor de informatie in de rapportage wordt verschaft.

J

J

J

J

3

Rapporterende entiteit

Unieke identificatiecode van de rapporterende entiteit. Wanneer de rapportage aan een derde partij of de andere tegenpartij is gedelegeerd, de unieke identificatiecode van die entiteit.

J

J

J

J

4

Rapporterende tegenpartij

Unieke identificatiecode van de rapporterende tegenpartij.

J

J

J

J

5

Entiteit verantwoordelijk voor rapportage

Wanneer een financiële tegenpartij, in overeenstemming met artikel 4, lid 3, van Verordening (EU) 2015/2365, verantwoordelijk is voor rapportage namens de andere tegenpartij, de unieke identificatiecode van die financiële tegenpartij.

Wanneer een beheersmaatschappij, in overeenstemming met artikel 4, lid 3, van Verordening (EU) 2015/2365, verantwoordelijk is voor de rapportage namens een instelling voor collectieve belegging in effecten (icbe), de unieke identificatiecode van die beheersmaatschappij.

Wanneer een beheerder van een alternatieve beleggingsinstelling (abi-beheerder), in overeenstemming met artikel 4, lid 3, van Verordening (EU) 2015/2365, verantwoordelijk is voor de rapportage namens een alternatieve beleggingsinstelling (abi), de unieke identificatiecode van die abi-beheerder.

J

J

J

J

Veld 6 voor elke zekerhedencomponent herhalen en invullen.

6

Soort zekerhedencomponent

Vermelding van het soort zekerhedencomponent.

J

J

J

J

De velden 7, 8, 9 en 10 voor elk effect herhalen en invullen.

7

Zekerhedencomponent

Identificatie van het als zekerheid gebruikte effect.

J

J

J

J

8

Waarde hergebruikte zekerheid

Totale waarde van de hergebruikte zekerheid wanneer deze op SFT-transactieniveau kan worden berekend.

J

J

J

J

9

Geraamd hergebruik zekerheden

Wanneer de reële waarde van hergebruikte zekerheden niet bekend is of niet kan worden berekend, een raming van de hergebruikswaarde op het niveau van individuele financiële instrumenten berekenen overeenkomstig het FSB-verslag „Transforming Shadow Banking into Resilient Market-based Finance, Non-Cash Collateral Re-Use: Measure and Metrics” van 25 januari 2017.

J

J

J

J

10

Valuta hergebruikte zekerheden

Valuta van de reële of geraamde waarde van de hergebruikte zekerheden.

J

J

J

J

11

Herbeleggingspercentage

Gemiddelde rente ontvangen voor een herbelegging door de uitlener van zekerheden in de vorm van contanten.

N

N

J

N

De velden 12, 13 en 14 voor elke belegging waarbij zekerheden in de vorm van contanten worden herbelegd, per valuta herhalen en invullen.

12

Soort herbelegging van contanten

Soort herbelegging.

N

N

J

N

13

Bedrag herbelegde contanten

Bedrag van de herbelegde contanten in een bepaalde valuta.

N

N

J

N

14

Valuta herbelegde contanten

Valuta van de herbelegde contanten.

N

N

J

N

In geval van margeleningstransacties herhaalt de tegenpartij per financieringsbron de velden 15, 16 en 17 en vult zij deze in. De informatie in deze velden wordt op entiteitsniveau gegeven.

15

Financieringsbronnen

Financieringsbronnen voor het financieren van margeleningen.

N

N

N

J

16

Marktwaarde financieringsbronnen

Marktwaarde van de in veld 15 genoemde financieringsbronnen.

N

N

N

J

17

Valuta financieringsbronnen

Valuta van de marktwaarde van de financieringsbronnen.

N

N

N

J

18

Actietype

De rapportage bevat één van de volgende actietypes:

a)

een nieuw hergebruikssaldo wordt als „Nieuw” geïdentificeerd;

b)

een wijziging van de nadere gegevens van het hergebruik wordt als „Actualisering hergebruik” geïdentificeerd;

c)

een annulering van een verkeerde volledige rapportage wordt als „Fout” geïdentificeerd;

d)

een correctie van gegevensvelden die in een voorgaande rapportage verkeerd zijn ingevuld, wordt als „Correctie” geïdentificeerd.

J

J

J

J


(1)  Uitvoeringsverordening (EU) 2019/363 van de Commissie van 13 december 2018 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen met betrekking tot het formaat en de frequentie van de rapportage over de nadere gegevens over effectenfinancieringstransacties (SFT's) aan transactieregisters overeenkomstig Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1247/2012 van de Commissie met betrekking tot het gebruik van rapportagecodes in de rapportage over derivatencontracten (zie bladzijde 85 van dit Publicatieblad).

(2)  Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende de transparantie van effectenfinancieringstransacties en van hergebruik en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 337 van 23.12.2015, blz. 1).


22.3.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 81/22


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2019/357 VAN DE COMMISSIE

van 13 december 2018

tot aanvulling van Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft technische reguleringsnormen betreffende toegang tot gegevens over bij transactieregisters bewaarde effectenfinancieringstransacties (SFT's)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende de transparantie van effectenfinancieringstransacties en van hergebruik en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (1), en met name artikel 12, lid 3, onder c) en d),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2015/2365 schrijft voor dat de in dat artikel genoemde entiteiten toegang moeten hebben tot de gegevens over SFT's, zodat zij hun verantwoordelijkheden en mandaten kunnen vervullen. Het is bijgevolg van essentieel belang dat transactieregisters in staat zijn om de betrokken tegenpartijen en transacties nauwkeurig te identificeren. De door transactieregisters verleende toegang dient toegang te omvatten tot gegevens over door een tegenpartij gesloten SFT's, ongeacht of die tegenpartij een moederonderneming of dochteronderneming van een andere onderneming is, dan wel of die informatie betrekking heeft op transacties die via een bepaald bijkantoor van een tegenpartij zijn gesloten, mits de vereiste toegang betrekking heeft op informatie die nodig is voor het vervullen van de verantwoordelijkheden en mandaten van de relevante entiteit.

(2)

Veel van de in artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2015/2365 genoemde entiteiten hebben meerdere en verschillende mandaten en behoeften. Om te vermijden dat transactieregisters voortdurend moeten controleren op grond van welk mandaat en voor welke specifieke behoefte een entiteit toegang vraagt, en aldus onnodige administratieve lasten voor die transactieregisters te vermijden, is het aangewezen de transactieregisters toe te staan elke entiteit één enkele toegang te verlenen die betrekking heeft op de mandaten en specifieke behoeften van elke entiteit.

(3)

De mandaten en verantwoordelijkheden van de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) met betrekking tot transactieregisters zijn neergelegd in de artikelen 5 tot en met 11 van Verordening (EU) 2015/2365 en hebben onder meer betrekking op de registratie van en het toezicht op transactieregisters. Effectief toezicht vereist dat de ESMA volledige toegang heeft tot alle gegevens over alle SFT's die bij alle transactieregisters worden bewaard.

(4)

De Europese Bankautoriteit (EBA), de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (EIOPA) en het Europees Comité voor systeemrisico's (ESRB) maken deel uit van het Europees systeem voor financieel toezicht en hebben, met betrekking tot financiële stabiliteit en systeemrisico, mandaten en verantwoordelijkheden die sterk lijken op die van de ESMA. Het is derhalve belangrijk dat die autoriteiten, net als de ESMA, toegang hebben tot alle gegevens over alle SFT's.

(5)

Vanwege de nauwe relatie tussen SFT's en monetair beleid dient een lid van het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB), zoals bedoeld in artikel 12, lid 2, onder f), van Verordening (EU) 2015/2365, toegang te hebben tot alle gegevens over SFT's met betrekking tot de door dat ESCB-lid uitgegeven valuta, en meer bepaald tot alle gegevens over SFT's waarvan leningen of zekerheden wordt uitgedrukt in de door dat ESCB-lid uitgegeven valuta.

(6)

Bepaalde in artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2015/2365 vermelde entiteiten zijn verantwoordelijk voor het monitoren van systeemrisico's voor de financiële stabiliteit. Om hun taken betreffende de stabiliteit van het financiële systeem naar behoren te kunnen uitvoeren, moeten deze entiteiten toegang hebben tot het breedste spectrum van marktdeelnemers, handelsplatforms en de meest uitgebreide en gedetailleerde gegevens over SFT's die beschikbaar zijn voor hun gebied van verantwoordelijkheid dat, afhankelijk van de betrokken entiteit, een lidstaat, de eurozone of de Unie kan zijn.

(7)

Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad (2) heeft een gemeenschappelijk toezichtsmechanisme ingesteld. Een transactieregister dient ervoor te zorgen dat de Europese Centrale Bank (ECB) toegang heeft tot de gegevens over alle SFT's die zijn gesloten door elke tegenpartij die, binnen het gemeenschappelijke toezichtsmechanisme, onderworpen is aan het toezicht van de ECB ingevolge Verordening (EU) nr. 1024/2013.

(8)

De in artikel 12, lid 2, onder i), van Verordening (EU) 2015/2365 bedoelde mandaten en specifieke behoeften van de effecten- en marktautoriteiten van de Unie vereisen dat aan die autoriteiten toegang wordt verleend tot alle gegevens over SFT's die transacties betreffen of betrekking hebben op markten, uitgeleende of geleende of als zekerheid gestelde effecten, als referentie gebruikte benchmarks en tegenpartijen die onder de toezichtsverantwoordelijkheden en -mandaten van die autoriteit vallen.

(9)

Ingevolge Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad (3) moeten voor de afwikkelingsautoriteiten ten aanzien van de in artikel 1, lid 1, van die richtlijn bedoelde entiteiten doeltreffende actiemiddelen beschikbaar zijn om besmetting te voorkomen. Elke afwikkelingsautoriteit dient derhalve toegang te hebben tot de door deze entiteiten gerapporteerde gegevens over SFT's.

(10)

Ingevolge Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad (4) is de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad verantwoordelijk voor de effectieve en consistente werking van het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, onder meer door het opstellen van afwikkelingsplannen voor de entiteiten als bedoeld in artikel 2 van die verordening. Om de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad in staat te stellen deze afwikkelingsplannen op te stellen, moet een transactieregister die raad toegang verlenen tot de gegevens over SFT's die zijn gesloten door elke tegenpartij die onder het toepassingsgebied van Verordening (EU) nr. 806/2014 valt.

(11)

De autoriteiten als bedoeld in artikel 12, lid 2, onder m), van Verordening (EU) 2015/2365 omvatten onder meer de autoriteiten die bevoegd zijn voor het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme en voor het prudentieel toezicht op kredietinstellingen, beleggingsondernemingen, verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, icbe's, abi-beheerders, bedrijfspensioenfondsen, centrale effectenbewaarinstellingen en niet-financiële tegenpartijen. Om deze autoriteiten in staat te stellen hun verantwoordelijkheden en mandaten effectief uit te oefenen, moeten zij toegang hebben tot gegevens over SFT's die worden gerapporteerd door tegenpartijen die onder hun verantwoordelijkheid vallen.

(12)

De autoriteiten als bedoeld in artikel 12, lid 2, onder m), van Verordening (EU) 2015/2365 omvatten onder meer de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor vergunningverlening aan en toezicht op centrale tegenpartijen. Om deze autoriteiten in staat te stellen hun taak effectief uit te voeren, moeten zij toegang hebben tot de gegevens over SFT's met betrekking tot de centrale tegenpartijen die onder hun toezicht staan.

(13)

Om de standaardisering en consistentie van de toegang tot gegevens over SFT's te waarborgen en de administratieve lasten te verminderen voor zowel de autoriteiten die toegang hebben tot die gegevens als de transactieregisters die deze gegevens bewaren, moeten de transactieregisters een specifieke procedure volgen voor het vaststellen van de voorwaarden waaronder die toegang zal worden verleend, meer bepaald het instellen van die toegang en de verdere operationele regelingen.

(14)

Om de vertrouwelijkheid van de gegevens over SFT's te waarborgen, moet elke vorm van uitwisseling van gegevens tussen transactieregisters en betrokken entiteiten plaatsvinden via een beveiligde machine-to-machine verbinding en door gebruikmaking van gegevensversleutelingsprotocollen.

(15)

Om een effectieve en efficiënte vergelijking en aggregatie van gegevens over SFT's van verschillende transactieregisters mogelijk te maken, moeten overeenkomstig de ISO 20022-methodologie ontwikkelde templates in XML-formaat en XML-berichten worden gebruikt voor het verlenen van toegang tot die gegevens en voor communicatie tussen de autoriteiten en de transactieregisters.

(16)

Om de in artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2015/2365 genoemde autoriteiten in staat te stellen doelgerichte onderzoeken uit te voeren, is het van essentieel belang de directe en onmiddellijke toegang tot specifieke datasets te vergemakkelijken en aldus een reeks combineerbare ad-hoczoekopdrachen in te stellen die betrekking hebben op tegenpartijen bij de SFT, soort SFT, tijdshorizon van de uitvoering, looptijd en beëindiging van de SFT alsmede levenscyclusfase van de SFT.

(17)

Om directe en onmiddellijke toegang tot gegevens over SFT's mogelijk te maken en om voor de betrokken autoriteiten en de transactieregisters de planning van hun interne dataprocessen te vergemakkelijken, moeten de termijnen waarbinnen de transactieregisters de autoriteiten toegang moeten verlenen tot die gegevens over SFT's worden geharmoniseerd.

(18)

Deze verordening is gebaseerd op de ontwerpen van technische regelgevingsnormen die door de ESMA ingevolge de procedure in artikel 10 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 (5) bij de Europese Commissie zijn ingediend.

(19)

De ESMA heeft openbare raadplegingen over deze ontwerpen van technische reguleringsnormen gehouden, de mogelijke daaraan verbonden kosten en baten geanalyseerd, en de bij artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 opgerichte ESMA-stakeholdergroep effecten en markten om advies verzocht,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Toegankelijk te maken gegevens over SFT's

Een transactieregister zorgt ervoor dat de volgende gegevens over SFT's die overeenkomstig artikel 3 toegankelijk worden gemaakt voor elke in artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2015/2365 genoemde entiteit toegankelijk zijn:

a)

de rapporten van SFT's die zijn gerapporteerd overeenkomstig de tabellen 1 tot en met 4 van de bijlage bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/356 van de Commissie (6), met inbegrip van de meest recente handelsstaten van SFT's die niet vervallen zijn of waarover geen rapporten zijn opgesteld met de actiesoort „Fout”, „Beëindiging/vervroegde beëindiging” of „Positiebestanddeel” als bedoeld in veld 98 van tabel 2 van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/363 van de Commissie (7);

b)

de relevante gegevens over de SFT-rapporten die door het transactieregister zijn afgewezen, met inbegrip van alle SFT-rapporten die tijdens de vorige werkdag zijn afgewezen, en de redenen voor de afwijzing ervan, zoals gespecificeerd overeenkomstig tabel 2 van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/358 van de Commissie (8);

c)

de aansluitingsstatus van alle gerapporteerde SFT's waarvoor het transactieregister het aansluitingsproces heeft uitgevoerd in overeenstemming met Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/358, met uitzondering van de SFT's die zijn verstreken of waarvoor SFT-rapporten met de actiesoort „Fout”, „Beëindiging/vervroegde beëindiging” of „Positiebestanddeel” zijn ontvangen meer dan een maand voor de datum waarop het aansluitingsproces plaatsvindt.

Artikel 2

Eén enkele toegang

Een transactieregister verleent de entiteiten met verschillende verantwoordelijkheden of mandaten op grond van artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2015/2365 één enkele toegang tot de gegevens over alle SFT's waarop die verantwoordelijkheden en mandaten betrekking hebben.

Artikel 3

Toegang tot de gegevens over SFT's in overeenstemming met het mandaat en de specifieke behoeften van elke betrokken autoriteit

1.   Een transactieregister verleent de ESMA toegang tot alle gegevens over alle SFT's om haar toezichtsbevoegdheden uit te oefenen in overeenstemming met haar verantwoordelijkheden en mandaten.

2.   Een transactieregister verleent de EBA, EIOPA en het ESRB toegang tot alle gegevens over alle SFT's.

3.   Een transactieregister verleent een autoriteit die toezicht houdt op handelsplatforms toegang tot de gegevens van alle op die handelsplatforms uitgevoerde SFT's.

4.   Een transactieregister verleent een lid van het ESCB waarvan de valuta van de lidstaat de euro is en de ECB toegang tot de gegevens over alle SFT's:

a)

indien de uitgeleende of geleende of als zekerheid gestelde effecten zijn uitgegeven door of aangeboden namens een entiteit gevestigd in een lidstaat die de euro als valuta heeft;

b)

indien de uitgeleende of geleende of als zekerheid gestelde effecten overheidsschuld zijn van een lidstaat die de euro als valuta heeft;

c)

indien de uitgeleende of geleende of als zekerheid gestelde valuta de euro is.

5.   Een transactieregister verleent een lid van het ESCB waarvan de valuta van de lidstaat niet de euro is toegang tot de gegevens over alle SFT's:

a)

indien de uitgeleende of geleende of als zekerheid gestelde effecten zijn uitgegeven door of aangeboden namens een entiteit gevestigd in de lidstaat van dat ESCB-lid;

b)

indien de uitgeleende of geleende of als zekerheid gestelde effecten overheidsschuld zijn van de lidstaat van dat ESCB-lid;

c)

indien de uitgeleende of geleende of als zekerheid gestelde valuta de valuta is die door dat lid van het ESCB is uitgegeven.

6.   Een transactieregister verleent een in artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2015/2365 genoemde autoriteit die in de eurozone systeemrisico's voor de financiële stabiliteit monitort toegang tot de gegevens over alle SFT's die zijn gesloten op handelsplatforms, of door tegenpartijen die onder de verantwoordelijkheden en mandaten van die autoriteit vallen bij de monitoring van systeemrisico's voor de financiële stabiliteit in de eurozone. Een transactieregister verleent die autoriteit ook toegang tot de gegevens over SFT's van alle bijkantoren van tegenpartijen gevestigd in een derde land die actief zijn in een lidstaat waarvan de valuta de euro is.

7.   Een transactieregister verleent een in artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2015/2365 genoemde autoriteit die systeemrisico's voor de financiële stabiliteit monitort en waarvan de valuta van de lidstaat niet de euro is, toegang tot de gegevens over alle SFT's die zijn gesloten op handelsplatforms, of door tegenpartijen die onder de verantwoordelijkheden en mandaten van die autoriteit vallen bij de monitoring van systeemrisico's voor de financiële stabiliteit in een lidstaat waarvan de valuta niet de euro is. Een transactieregister verleent deze autoriteit ook toegang tot de gegevens over alle SFT's van alle bijkantoren van tegenpartijen gevestigd in een derde land die in de lidstaat van die autoriteit actief zijn.

8.   Een transactieregister verleent de ECB, bij de uitvoering van haar taken binnen het gemeenschappelijke toezichtmechanisme op grond van Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad, toegang tot de gegevens over alle SFT's die zijn gesloten door een tegenpartij die, binnen het gemeenschappelijke toezichtsmechanisme, onderworpen is aan het toezicht van de ECB ingevolge Verordening (EU) nr. 1024/2013.

9.   Een transactieregister verleent een autoriteit van een derde land ten aanzien waarvan een uitvoeringshandeling ingevolge artikel 19, lid 1, van Verordening (EU) 2015/2365 is vastgesteld, toegang tot de gegevens over alle SFT's op grond van het mandaat en de verantwoordelijkheden van de autoriteit van het derde land in overeenstemming met de bepalingen van bovengenoemde uitvoeringshandeling.

10.   Een transactieregister verleent een ingevolge artikel 4 van Richtlijn 2004/25/EG van het Europees Parlement en de Raad (9) aangewezen autoriteit toegang tot de gegevens over alle SFT's waarvoor de uitgeleende of geleende of als zekerheid gestelde effecten zijn uitgegeven door een onderneming die aan een of meer van de volgende voorwaarden voldoet:

a)

de onderneming heeft een vergunning voor de handel op een gereglementeerde markt die is gevestigd binnen de lidstaat van die autoriteit en de overnamebiedingen op de effecten van die onderneming vallen onder de toezichtsverantwoordelijkheden en -mandaten van die autoriteit;

b)

de onderneming heeft haar statutaire zetel of hoofdkantoor in de lidstaat van die autoriteit en de overnamebiedingen op de effecten van die onderneming vallen onder de toezichtsverantwoordelijkheden en -mandaten van die autoriteit;

c)

de onderneming is een bieder als omschreven in artikel 2, lid 1, onder c), van Richtlijn 2004/25/EG voor de onder a) of b) bedoelde ondernemingen en de door haar aangeboden tegenprestatie omvat effecten.

11.   Een transactieregister verleent een autoriteit als bedoeld in artikel 12, lid 2, onder i), van Verordening (EU) 2015/2365 toegang tot de gegevens van alle SFT's die transacties vertegenwoordigen, of betrekking hebben op markten, uitgeleende of geleende of als zekerheid gestelde effecten, als referentie gebruikte benchmarks en tegenpartijen die onder de toezichtsverantwoordelijkheden en -mandaten van die autoriteit vallen. Een transactieregister verleent die autoriteit ook toegang tot de gegevens over SFT's van alle bijkantoren van tegenpartijen gevestigd in een derde land die in de lidstaat van die autoriteit actief zijn.

12.   Een transactieregister verleent het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (ACER, Agency for the Cooperation of Energy Regulators) toegang tot de gegevens over alle SFT's indien de uitgeleende of geleende of als zekerheid gestelde grondstof energie is.

13.   Een transactieregister verleent een afwikkelingsautoriteit als bedoeld in artikel 12, lid 2, onder k), van Verordening (EU) 2015/2365 toegang tot de gegevens over alle SFT's die zijn gesloten door:

a)

een tegenpartij die onder de verantwoordelijkheden en taken van deze autoriteit valt;

b)

een bijkantoor van een tegenpartij gevestigd in een derde actief in de lidstaat van die afwikkelingsautoriteit en vallend onder haar verantwoordelijkheden en mandaten.

14.   Een transactieregister verleent de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad toegang tot de gegevens over alle SFT's die zijn gesloten door een tegenpartij die onder het toepassingsgebied van Verordening (EU) nr. 806/2014 valt.

15.   Een transactieregister verleent een bevoegde autoriteit vermeld in artikel 12, lid 2, onder m), van Verordening (EU) 2015/2365 toegang tot de gegevens over alle SFT's die zijn gesloten door:

a)

een tegenpartij die onder de verantwoordelijkheden en taken van deze autoriteit valt;

b)

een bijkantoor van een tegenpartij gevestigd in een derde land dat actief is in de lidstaat van die bevoegde autoriteit en onder haar verantwoordelijkheden en mandaten valt.

16.   Een transactieregister verleent een autoriteit die toezicht houdt op een centrale tegenpartij (CTP) en het lid van het ESCB dat toezicht houdt op die CTP toegang tot de gegevens over alle door die CTP geclearde of gesloten SFT's.

Artikel 4

Instelling van de toegang tot de gegevens over SFT's

1.   Een transactieregister belast zich ermee:

a)

een of meer personen aan te wijzen die verantwoordelijk zijn voor de contacten met de in artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2015/2365 genoemde entiteiten;

b)

op haar website de instructies te publiceren die de in artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2015/2365 genoemde entiteiten moeten volgen om toegang te verkrijgen tot gegevens over SFT's;

c)

de in artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2015/2365 genoemde entiteiten een formulier als bedoeld in lid 2 te verstrekken;

d)

de toegang tot de gegevens over SFT's door de in artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2015/2365 genoemde entiteiten in te stellen uitsluitend op basis van informatie die in het verstrekte formulier is opgenomen;

e)

de technische regelingen te treffen waarover de in artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2015/2365 genoemde entiteiten moeten kunnen beschikken om in overeenstemming met artikel 5 toegang te verkrijgen tot de SFT-gegevens;

f)

de in artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2015/2365 genoemde entiteiten binnen dertig kalenderdagen nadat een dergelijke entiteit een verzoek om een dergelijke toegang in te stellen heeft ingediend, rechtstreeks en onmiddellijk toegang te verlenen tot gegevens over SFT's.

2.   Een transactieregister stelt een formulier op dat door de in artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2015/2365 genoemde entiteiten moet worden gebruikt bij het indienen van een verzoek tot instelling van toegang tot SFT-gegevens. Dat formulier bevat de volgende velden:

a)

de naam van de entiteit;

b)

de contactpersoon bij de entiteit;

c)

de wettelijke verantwoordelijkheden en mandaten van de entiteit;

d)

een lijst van gemachtigde gebruikers van de over SFT's gevraagde informatie;

e)

inloggegevens voor een veilige SSH FTP-verbinding;

f)

alle andere technische informatie met betrekking tot de toegang tot gegevens over SFT's van de entiteit;

g)

of de entiteit bevoegd is voor tegenpartijen in de eigen lidstaat, de eurozone of de Unie;

h)

de soorten tegenpartijen waarvoor de entiteit bevoegd is volgens de indeling in tabel 1 van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/363;

i)

de soorten SFT's die onder toezicht staan van de entiteit;

j)

alle lidstaten waarin de emittent van effecten die zijn geleend, uitgeleend of als zekerheid gesteld onder toezicht staat van de entiteit, indien van toepassing;

k)

alle lidstaten waarin de grondstoffen die zijn geleend, uitgeleend of als zekerheid gesteld onder toezicht staan van de entiteit, indien van toepassing;

l)

alle handelsplatforms die onder toezicht staan van de entiteit, indien van toepassing;

m)

de CTP's die onder toezicht staan van de entiteit, indien van toepassing;

n)

de door de entiteit uitgegeven valuta, indien van toepassing;

o)

de benchmarks die in de Unie worden gebruikt voor de beheerder waarvan de entiteit bevoegd is, indien van toepassing.

Artikel 5

De operationele regelingen voor toegang tot de gegevens over SFT's

1.   Een transactieregister belast zich met het treffen en in stand houden van de noodzakelijke technische regelingen om de in artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2015/2365 genoemde entiteiten in staat te stellen zich met het transactieregister te verbinden via een veilige machine-to-machine interface.

Voor de toepassing van de eerste alinea gebruikt een transactieregister het SSH File Transfer Protocol en gestandaardiseerde XML-berichten die overeenkomstig de ISO 20022-methodologie zijn ontwikkeld om via die interface te communiceren.

2.   Een transactieregister voorziet in en handhaaft de nodige technische regelingen zodat de in artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2015/2365 genoemde entiteiten vooraf vastgestelde periodieke verzoeken kunnen opstellen om, overeenkomstig de artikelen 1, 2 en 3, toegang te verkrijgen tot gegevens over SFT's waarover deze entiteiten moeten kunnen beschikken om hun verantwoordelijkheden en mandaten uit te oefenen.

3.   Op verzoek verleent een transactieregister de in artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2015/2365 genoemde entiteiten toegang tot alle SFT's die onder hun verantwoordelijkheden en mandaten vallen overeenkomstig artikel 3, op basis van elke combinatie van de volgende velden als bedoeld in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/363:

a)

tijdstempel van de rapportage;

b)

rapporterende tegenpartij;

c)

andere tegenpartij;

d)

bijkantoor van de rapporterende tegenpartij;

e)

bijkantoor van de andere tegenpartij;

f)

sector van de rapporterende tegenpartij;

g)

aard van de rapporterende tegenpartij;

h)

makelaar;

i)

rapportage indienende entiteit;

j)

begunstigde;

k)

soort SFT;

l)

soort zekerhedencomponent;

m)

handelsplatform;

n)

tijdstempel van de uitvoering;

o)

vervaldatum;

p)

einddatum;

q)

CTP;

r)

soort actie.

4.   Een transactieregister voorziet in de totstandbrenging en handhaving van de technische capaciteit voor het verschaffen van rechtstreekse en onmiddellijke toegang tot gegevens over SFT's waarover de in artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2015/2365 genoemde entiteiten moeten kunnen beschikken om hun taken en verantwoordelijkheden te vervullen. De toegang tot deze gegevens over SFT's wordt verleend in overeenstemming met de volgende termijnen:

a)

indien om toegang wordt verzocht tot gegevens over uitstaande SFT's, of over SFT's die zijn vervallen of waarvoor rapporten met actiesoorten „Fout”, „Beëindiging/vervroegde beëindiging” of „Positiebestanddeel” als bedoeld in veld 98 van tabel 2 van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/363 werden ingediend niet meer dan één jaar voor de datum waarop het verzoek werd ingediend: uiterlijk om 12.00 uur universele gecoördineerde tijd op de eerste kalenderdag na de dag waarop het verzoek om toegang wordt ingediend;

b)

indien om toegang wordt verzocht tot SFT-gegevens die zijn vervallen of waarvoor rapporten met actiesoorten „Fout”, „Beëindiging/vervroegde beëindiging” of „Positiebestanddeel” als bedoeld in veld 98 van tabel 2 van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/363 werden ingediend meer dan één jaar voor de datum waarop het verzoek werd ingediend: uiterlijk drie werkdagen nadat het verzoek om toegang is ingediend;

c)

indien om toegang wordt verzocht tot onder zowel punt a) als punt b) vallende SFT-gegevens: uiterlijk drie werkdagen nadat het verzoek om toegang is ingediend.

5.   Een transactieregister bevestigt de ontvangst en verifieert de juistheid en volledigheid van elk verzoek om toegang tot gegevens over SFT's dat is ingediend door de in artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2015/2365 genoemde entiteiten en stelt die entiteiten uiterlijk zestig minuten na de indiening van het verzoek in kennis van het resultaat van die verificatie.

6.   Een transactieregister maakt gebruik van de elektronische handtekening en van gegevensversleutelingsprotocollen om de vertrouwelijkheid, de integriteit en de bescherming te waarborgen van de gegevens die voor de in artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2015/2365 genoemde entiteiten beschikbaar zijn gesteld.

Artikel 6

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 december 2018.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 337 van 23.12.2015, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PB L 287 van 29.10.2013, blz. 63).

(3)  Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 190).

(4)  Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 (PB L 225 van 30.7.2014, blz. 1).

(5)  Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84).

(6)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/356 van de Commissie van 13 december 2018 tot aanvulling van Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van de aan transactieregisters te rapporteren gegevens over effectenfinancieringstransacties (SFT's) (zie bladzijde 1 van dit Publicatieblad).

(7)  Uitvoeringsverordening (EU) 2019/363 van de Commissie van 13 december 2018 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen met betrekking tot het formaat en de frequentie van de rapportage over de nadere gegevens over effectenfinancieringstransacties (SFT's) aan transactieregisters overeenkomstig Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1247/2012 van de Commissie met betrekking tot het gebruik van rapportagecodes in de rapportage over derivatencontracten (zie bladzijde 85 van dit Publicatieblad).

(8)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/358 van de Commissie van 13 december 2018 tot aanvulling van Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen betreffende de verzameling, verificatie, aggregatie, vergelijking en publicatie van gegevens over effectenfinancieringstransacties door transactieregisters (zie bladzijde 30 van dit Publicatieblad).

(9)  Richtlijn 2004/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende het openbaar overnamebod (PB L 142 van 30.4.2004, blz. 12).


22.3.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 81/30


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2019/358 VAN DE COMMISSIE

van 13 december 2018

tot aanvulling van Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen betreffende de verzameling, verificatie, aggregatie, vergelijking en publicatie van gegevens over effectenfinancieringstransacties door transactieregisters

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende de transparantie van effectenfinancieringstransacties en van hergebruik en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (1), en met name artikel 5, lid 7, onder a), en artikel 12, lid 3, onder a) en b),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Teneinde te garanderen dat gegevens van hoge kwaliteit over effectenfinancieringstransacties (securities financing transactions, SFT's) aan transactieregisters worden gerapporteerd, moeten deze registers de identiteit van de rapporterende entiteiten, de logische integriteit van de volgorde waarin de SFT-gegevens worden gerapporteerd, en de volledigheid en juistheid van deze SFT-gegevens verifiëren.

(2)

Om dezelfde reden moeten transactieregisters de gegevens van elke ontvangen SFT-rapportage op elkaar afstemmen. Er moet een standaardprocedure worden vastgesteld opdat transactieregisters de afstemming op consistente wijze kunnen uitvoeren, alsook om het risico te beperken dat SFT-gegevens niet op elkaar worden afgestemd. Bepaalde SFT-gegevens kunnen mogelijk echter niet identiek zijn als gevolg van de specifieke kenmerken van de informatietechnologiesystemen die door de rapporterende entiteiten worden gebruikt. Daarom dienen bepaalde toleranties te worden toegepast, zodat minieme verschillen in de gerapporteerde SFT-gegevens de autoriteiten niet beletten de gegevens met voldoende betrouwbaarheid te analyseren.

(3)

Er mag worden verwacht dat de rapporterende entiteiten hun rapportage mettertijd zullen verbeteren, zowel in termen van een vermindering van het aantal verworpen rapportages als in termen van op elkaar afgestemde rapportages. Er moet hun echter voldoende tijd worden gegund om zich aan de rapportagevereisten aan te passen, met name om te voorkomen dat er zich onmiddellijk na de inwerkingtreding van de rapportageverplichting een opeenstapeling van niet-afgestemde transacties voordoet. Het is daarom raadzaam dat in een eerste fase slechts een beperkt aantal velden op elkaar moet worden afgestemd.

(4)

Rapporterende entiteiten en, in voorkomend geval, voor de rapportage verantwoordelijke autoriteiten moeten in staat zijn hun naleving van hun rapportageverplichtingen uit hoofde van Verordening (EU) 2015/2365 te controleren. Zij moeten bijgevolg dagelijks toegang kunnen krijgen tot bepaalde informatie over deze rapportages, met inbegrip van zowel de uitkomst van de verificatie van deze rapportages, als de vooruitgang die bij de afstemming van de gerapporteerde gegevens is geboekt. Daarom is het noodzakelijk te specificeren welke informatie een transactieregister aan het einde van elke werkdag ter beschikking van deze entiteiten moet stellen.

(5)

Teneinde de integriteit van de SFT-gegevens te bevorderen, moet de in artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2015/2365 bedoelde rechtstreekse en onmiddellijke toegang op geharmoniseerde en consistente wijze worden verleend. Teneinde de rapportage te standaardiseren, de kosten voor de sector tot een minimum te beperken en voor alle transactieregisters de vergelijkbaarheid en de consistente aggregatie van gegevens te garanderen, verdient het aanbeveling dat voor alle outputverslagen en uitwisselingen templates in XML-formaat worden gebruikt en tevens een methode wordt gevolgd die algemeen gangbaar is in de financiële sector.

(6)

Het is van essentieel belang dat toegang wordt geboden tot gegevens over posities tussen twee gegeven tegenpartijen om de in artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2015/2365 genoemde entiteiten in staat te stellen potentiële oorzaken van systeem- of niet-systeemrisico's voor de financiële stabiliteit te onderkennen.

(7)

Om het publiek voldoende transparantie te bieden ten aanzien van SFT's, moeten de criteria die voor de aggregatie van posities worden gehanteerd, het grote publiek in staat stellen zich een beeld te vormen van de wijze waarop SFT-markten functioneren, zonder dat de vertrouwelijkheid van de aan transactieregisters gerapporteerde gegevens in het gedrang komt. Welke gegevens een transactieregister overeenkomstig artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) 2015/2365 over geaggregeerde posities moet publiceren en hoe vaak, moet worden gespecificeerd op een manier die voortbouwt op het gerelateerde kader waarin Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad (2) voorziet voor derivatencontracten.

(8)

Deze verordening is gebaseerd op de ontwerpen van technische reguleringsnormen die de Europese Autoriteit voor effecten en markten (European Securities and Markets Authority, ESMA) volgens de procedure van artikel 10 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad (3) aan de Commissie heeft voorgelegd.

(9)

De bepalingen van deze verordening hebben betrekking op operationele normen voor de verzameling, aggregatie en vergelijking van gegevens door transactieregisters, alsook op de procedures die transactieregisters moeten toepassen om de volledigheid en juistheid van de aan hen gerapporteerde SFT-gegevens te verifiëren. Om de consistentie tussen deze bepalingen te waarborgen en ervoor te zorgen dat transactieregisters zich gemakkelijk een totaalbeeld van de voorschriften kunnen vormen, is het wenselijk de desbetreffende technische reguleringsnormen in één enkele verordening op te nemen.

(10)

De ESMA heeft openbare raadplegingen over deze ontwerpen van technische reguleringsnormen gehouden, de mogelijke daaraan verbonden kosten en baten geanalyseerd, en de bij artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 opgerichte ESMA-stakeholdergroep effecten en markten om advies verzocht,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verificatie door transactieregisters van SFT-rapportages

1.   Een transactieregister verifieert alle volgende elementen van een ontvangen SFT-rapportage:

a)

identiteit van de rapporterende entiteit als bedoeld in veld 2 van tabel 1 van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/363 van de Commissie (4);

b)

of de voor de rapportage van een SFT gebruikte XML-template in overeenstemming is met de ISO 20022-methode conform Uitvoeringsverordening (EU) 2019/363;

c)

of de rapporterende entiteit, indien deze verschilt van de rapporterende tegenpartij als bedoeld in veld 3 van tabel 1 van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/363, naar behoren gemachtigd is om namens de rapporterende tegenpartij te rapporteren, behalve in het in artikel 4, lid 3, van Verordening (EU) 2015/2365 bedoelde geval;

d)

of dezelfde SFT-rapportage niet al eerder is ingediend;

e)

of een SFT-rapportage met actietype „Wijziging” betrekking heeft op een eerder ingediende SFT-rapportage;

f)

of een SFT-rapportage met actietype „Wijziging” geen betrekking heeft op een SFT die als geannuleerd is gerapporteerd;

g)

of een SFT-rapportage niet het actietype „Nieuw” bevat en betrekking heeft op een SFT die al eerder is gerapporteerd;

h)

of een SFT-rapportage niet het actietype „Positiebestanddeel” bevat en betrekking heeft op een SFT die al eerder is gerapporteerd;

i)

of de SFT-rapportage niet beoogt de gegevens van de rapporterende entiteit, de rapporterende tegenpartij of de andere tegenpartij bij een eerder gerapporteerde SFT te wijzigen;

j)

of de SFT-rapportage niet beoogt een bestaande SFT-rapportage te wijzigen door een latere valutadatum te specificeren dan de gerapporteerde vervaldatum van de SFT;

k)

de juistheid en volledigheid van de SFT-rapportage.

2.   Een transactieregister verifieert of in de velden 73 tot en met 96 van tabel 2 van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/363 informatie over gestelde zekerheden is gerapporteerd voor SFT's waarvoor veld 72 „SL-markering niet door zekerheden gedekt” van diezelfde tabel als „Onwaar” is gerapporteerd. Overeenkomstig artikel 3 van deze verordening stelt het transactieregister zowel de rapporterende entiteit en de rapporterende tegenpartij als, in voorkomend geval, de voor de rapportage verantwoordelijke entiteit in kennis van de uitkomst van de verificatie.

3.   Een transactieregister verwerpt een SFT-rapportage die niet aan één van de vereisten van lid 1 voldoet en brengt deze rapportage onder in één van de verwerpingscategorieën die in tabel 2 van bijlage I bij deze verordening zijn vermeld.

4.   Uiterlijk zestig minuten na ontvangst van een SFT-rapportage verstrekt een transactieregister zowel aan de rapporterende entiteit en de rapporterende tegenpartij als, in voorkomend geval, aan de voor de rapportage verantwoordelijke entiteit gedetailleerde informatie over de resultaten van de in lid 1 bedoelde gegevensverificatie. Een transactieregister verstrekt deze resultaten in een template in XML-formaat die overeenkomstig de ISO 20022-methode is ontwikkeld. De resultaten omvatten, in voorkomend geval, de specifieke redenen voor de verwerping van een SFT-rapportage in overeenstemming met lid 3.

Artikel 2

Afstemming van gegevens door transactieregisters

1.   Een transactieregister streeft de afstemming van een gerapporteerde SFT na door de in lid 2 beschreven stappen te ondernemen, mits aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

a)

het transactieregister heeft de in artikel 1, leden 1 en 2, beschreven verificaties voltooid;

b)

beide tegenpartijen bij de gerapporteerde SFT hebben een rapportageverplichting;

c)

het transactieregister heeft met betrekking tot de gerapporteerde SFT geen latere rapportage met actietype „Fout” ontvangen.

2.   Wanneer aan alle voorwaarden van lid 1 is voldaan, onderneemt een transactieregister de volgende stappen, waarbij het gebruikmaakt van de laatst gerapporteerde waarde voor elk van de velden van tabel 1 van bijlage I bij deze verordening:

a)

een transactieregister dat een SFT-rapportage heeft ontvangen, verifieert of het een overeenkomstige SFT-rapportage van of namens de andere tegenpartij heeft ontvangen;

b)

een transactieregister dat geen overeenkomstige SFT-rapportage als bedoeld onder a) heeft ontvangen, tracht het transactieregister te identificeren dat de overeenkomstige SFT-rapportage heeft ontvangen door aan alle geregistreerde transactieregisters de waarden van de volgende velden van de gerapporteerde SFT mee te delen: „Unieke transactie-identificatiecode”, „Rapporterende tegenpartij”, „Andere tegenpartij” en „Soort raamovereenkomst”;

c)

een transactieregister dat vaststelt dat een ander transactieregister een overeenkomstige SFT-rapportage als bedoeld onder a) heeft ontvangen, wisselt met dat transactieregister de gegevens van de gerapporteerde SFT uit in een template in XML-formaat die overeenkomstig de ISO 20022-methode is ontwikkeld;

d)

behoudens punt e) behandelt een transactieregister een gerapporteerde SFT als afgestemd wanneer de gegevens van die SFT overeenstemmen met de gegevens van de overeenkomstige SFT-rapportage als bedoeld onder a) van dit lid;

e)

een transactieregister streeft de afzonderlijke matching na van de velden betreffende de leninggegevens en de velden betreffende de gegevens over gestelde zekerheden van een gerapporteerde SFT met inachtneming van de tolerantiegrenzen en de desbetreffende toepassingsdata die in tabel 1 van bijlage I bij deze verordening zijn vastgelegd;

f)

vervolgens kent een transactieregister aan elke gerapporteerde SFT waarden voor de afstemmingscategorieën toe, zoals deze zijn vermeld in tabel 3 van bijlage I bij deze verordening;

g)

een transactieregister voltooit zo spoedig mogelijk de onder a) tot en met f) van dit lid beschreven stappen en onderneemt op een gegeven werkdag geen van deze stappen na 18.00 uur gecoördineerde universele tijd (Universal Coordinated Time, UTC);

h)

een transactieregister dat een gerapporteerde SFT niet kan afstemmen, streeft op de volgende werkdag de matching na van de gegevens van de desbetreffende gerapporteerde SFT. Het transactieregister streeft niet langer de afstemming van de gerapporteerde SFT na dertig kalenderdagen na de gerapporteerde vervaldatum van de SFT of nadat het transactieregister een op de SFT betrekking hebbende rapportage met actietype „Beëindiging” of „Positiebestanddeel” heeft ontvangen.

3.   Aan het einde van elke werkdag gaat een transactieregister met elk transactieregister waarmee het gerapporteerde SFT's heeft afgestemd, na hoeveel het totaal aantal afgestemde, gerapporteerde SFT's bedraagt.

4.   Uiterlijk zestig minuten na de voltooiing van het afstemmingsproces overeenkomstig lid 2, onder g), verstrekt een transactieregister zowel aan de rapporterende entiteit en de rapporterende tegenpartij als, in voorkomend geval, aan de voor de rapportage verantwoordelijke entiteit de resultaten van het afstemmingsproces dat het met betrekking tot de gerapporteerde SFT's heeft uitgevoerd. Een transactieregister verstrekt deze resultaten in een template in XML-formaat die overeenkomstig de ISO 20022-methode is ontwikkeld, met vermelding van informatie over de velden die niet op elkaar zijn afgestemd.

Artikel 3

Eindedagsresponsmechanismen

Aan het einde van elke werkdag verstrekt een transactieregister zowel aan de rapporterende entiteit en de rapporterende tegenpartij als, in voorkomend geval, aan de voor de rapportage verantwoordelijke entiteit de volgende informatie over de desbetreffende SFT's in een template in XML-formaat die overeenkomstig de ISO 20022-methode is ontwikkeld:

a)

in de loop van die dag gerapporteerde SFT's;

b)

laatste transactiestatus van de SFT's die niet zijn vervallen of waarvoor geen rapportages met actietype „Fout”, „Beëindiging” of „Positiebestanddeel” zijn ontvangen;

c)

de unieke transactie-identificatiecode (UTI) van de SFT's waarvoor veld 72 van tabel 2 van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/363 als „Onwaar” is gerapporteerd, en waarvoor in de velden 73 tot en met 96 van dezelfde tabel nog geen informatie over gestelde zekerheden is gerapporteerd;

d)

de SFT-rapportages die in de loop van die dag zijn verworpen;

e)

afstemmingsstatus van alle gerapporteerde SFT's, met uitzondering van de SFT's die zijn vervallen of waarvoor meer dan een maand vóór die werkdag SFT-rapportages met actietype „Beëindiging” of „Positiebestanddeel” zijn ontvangen.

Artikel 4

Toegang tot SFT-gegevens

Een transactieregister biedt de in artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2015/2365 genoemde entiteiten, ook wanneer er sprake is van delegatie op grond van artikel 28 van Verordening (EU) nr. 1095/2010, rechtstreekse en onmiddellijke toegang tot de SFT-gegevens in een elektronische en machineleesbare vorm overeenkomstig Gedelegeerde verordening (EU) 2019/357 van de Commissie (5).

Voor de toepassing van de eerste alinea maakt een transactieregister gebruik van een template in XML-formaat die overeenkomstig de ISO 20022-methode is ontwikkeld.

Artikel 5

Berekening van en toegang tot positiegegevens

1.   Een transactieregister berekent de gegevens over de posities tussen tegenpartijen wat leningen en zekerheden betreft. De berekening van positiegegevens is op de volgende criteria gebaseerd:

a)

waarden voor de afstemmingscategorieën, zoals vermeld in tabel 3 van bijlage I bij deze verordening;

b)

soort SFT;

c)

sector van de tegenpartijen;

d)

clearingstatus;

e)

wel of niet op een handelsplatform;

f)

soort zekerheden;

g)

valuta van de geldzijde;

h)

looptijdsegment;

i)

haircutcategorie;

j)

transactieregisters waaraan de andere tegenpartij SFT-gegevens heeft gerapporteerd.

2.   Een transactieregister zorgt ervoor dat de in artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2015/2365 genoemde entiteiten toegang hebben tot positiegegevens in overeenstemming met de gegevenstoegang die is gespecificeerd in Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/357.

3.   De in lid 1 bedoelde positiegegevens worden verstrekt in een elektronische en machineleesbare vorm en met gebruikmaking van een template in XML-formaat die overeenkomstig de ISO 20022-methode is ontwikkeld.

4.   De in lid 2 bedoelde toegang wordt zo spoedig mogelijk geboden en uiterlijk op de werkdag na ontvangst van een SFT-rapportage overeenkomstig artikel 4, lid 1, van Verordening (EU) 2015/2365.

5.   Een transactieregister biedt de in artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2015/2365 genoemde entiteiten toegang tot geaggregeerde gegevens in overeenstemming met de gegevenstoegang die is gespecificeerd Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/357; deze gegevens zijn berekend volgens gezamenlijk overeengekomen normen en procedures voor de wereldwijde verzameling en aggregatie van SFT-gegevens.

Artikel 6

Berekening van gegevens over geaggregeerde posities voor publicatie

1.   Een transactieregister gaat met inachtneming van de criteria van de leden 2 en 3 over tot de aggregatie van positiegegevens met betrekking tot de volgende waarden:

a)

de hoofdsom van repo-overeenkomsten en van koop/wederverkoop- of verkoop/terugkooptransacties, de totale hoeveelheid effecten of grondstoffen die worden uitgeleend of ingeleend, en het bedrag aan margeleningen;

b)

het aantal UTI's die op de desbetreffende SFT's betrekking hebben;

c)

de marktwaarde van de zekerheden.

2.   Een transactieregister gaat tussen zaterdag 00:00:00 UTC en vrijdag 23:59:59 UTC over tot de aggregatie van positiegegevens voor alle met actietype „Nieuw” gerapporteerde SFT's op basis van de volgende criteria en de gerelateerde waarden die in tabel 1 van bijlage II bij deze verordening zijn vastgesteld:

a)

locatie van de rapporterende tegenpartij of, in voorkomend geval, van het betrokken bijkantoor;

b)

locatie van de andere tegenpartij of, in voorkomend geval, van het betrokken bijkantoor;

c)

soort SFT;

d)

afstemmingsstatus van de SFT, zoals vastgelegd in tabel 3 van bijlage I bij deze verordening;

e)

soort platform waarop de SFT is gesloten;

f)

of de SFT al dan niet is gecleard;

g)

gevolgde methode voor de overdracht van de zekerheden;

h)

elke index die als referentie bij een SFT is gebruikt en die op een andere plaats van uitvoering dan „XXXX” wordt verhandeld, ingeval het aan het transactieregister in de index gerapporteerde nominale totaalbedrag groter is dan 5 miljard EUR en ingeval er ten minste zes verschillende tegenpartijen zijn die de desbetreffende SFT's aan het transactieregister hebben gerapporteerd.

3.   Een transactieregister gaat uiterlijk vrijdag 23:59:59 UTC over tot de aggregatie van positiegegevens voor alle SFT's die niet vervallen zijn of waarvoor geen rapportages met actietype „Fout”, „Beëindiging” of „Positiebestanddeel” zijn ontvangen, op basis van de volgende criteria en de gerelateerde waarden die in tabel 1 van bijlage II bij deze verordening zijn vastgesteld:

a)

locatie van de rapporterende tegenpartij of, in voorkomend geval, van het betrokken bijkantoor;

b)

locatie van de andere tegenpartij of, in voorkomend geval, van het betrokken bijkantoor;

c)

soort SFT;

d)

afstemmingsstatus van de SFT, zoals vastgelegd in tabel 3 van bijlage I bij deze verordening;

e)

soort platform waarop de SFT is gesloten;

f)

of de SFT al dan niet is gecleard;

g)

gevolgde methode voor de overdracht van de zekerheden;

h)

elke index die als referentie bij een SFT is gebruikt en die op een andere plaats van uitvoering dan „XXXX” wordt verhandeld, ingeval het aan het transactieregister in de index gerapporteerde nominale totaalbedrag groter is dan 5 miljard EUR en ingeval er ten minste zes verschillende tegenpartijen zijn die de desbetreffende SFT's aan het transactieregister hebben gerapporteerd.

4.   Een transactieregister beschikt over een procedure om buitengewone waarden met betrekking tot gegevens over geaggregeerde posities te detecteren.

5.   Een transactieregister beschikt over een procedure om correcties van de gegevens over geaggregeerde posities, zoals onder meer die welke uit rapportages met actietype „Fout” voortvloeien, uit te voeren en te melden, en om de oorspronkelijke en gecorrigeerde gegevensaggregaties te publiceren.

Artikel 7

Publicatie van gegevens over geaggregeerde posities

1.   Een transactieregister publiceert wekelijks, en uiterlijk op dinsdagmiddag, op zijn website overeenkomstig artikel 6 berekende gegevens over geaggregeerde posities voor SFT's die vóór 23:59:59 UTC van de voorgaande vrijdag zijn gerapporteerd.

2.   Een transactieregister publiceert alle gegevens over geaggregeerde posities in euro en maakt daarbij gebruik van de wisselkoersen die zijn gepubliceerd op de ECB-website op de vrijdag die aan de publicatie van deze gegevens voorafgaat.

3.   Een transactieregister zorgt ervoor dat de gegevens over geaggregeerde posities worden gepubliceerd in de tabelvorm die in bijlage II bij deze verordening is vastgelegd en die het downloaden van de gegevens mogelijk maakt.

4.   De door een transactieregister op zijn website gepubliceerde gegevens over geaggregeerde posities blijven gedurende ten minste 104 weken op die website staan.

Artikel 8

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 december 2018.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 337 van 23.12.2015, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PB L 201 van 27.7.2012, blz. 1).

(3)  Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) 2019/363 van de Commissie van 13 december 2018 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen met betrekking tot het formaat en de frequentie van de rapportage over de nadere gegevens over effectenfinancieringstransacties (SFT's) aan transactieregisters overeenkomstig Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1247/2012 met betrekking tot het gebruik van rapportagecodes in de rapportage over derivatencontracten (zie bladzijde 85 van dit Publicatieblad).

(5)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/357 van de Commissie van 13 december 2018 tot aanvulling van Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft technische reguleringsnormen betreffende toegang tot gegevens over bij transactieregisters bewaarde effectenfinancieringstransacties (SFT's) (zie bladzijde 22 van dit Publicatieblad).


BIJLAGE I

Tabel 1

Afstemmingsvelden, tolerantieniveaus en aanvangsdatum van de afstemmingsfase

Tabel

Sectie

Veld

Tolerantie

Aanvangsdatum genoemd in:

Tegenpartijgegevens

N.v.t.

Rapporterende tegenpartij

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Tegenpartijgegevens

N.v.t.

Zijde van de tegenpartij

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Tegenpartijgegevens

N.v.t.

Andere tegenpartij

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

Unieke transactie-identificatiecode (UTI)

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

Soort SFT

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

Gecleard

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

Tijdstempel van de clearing

1 uur

Artikel 33, lid 2, onder a), iv), van Verordening (EU) 2015/2365

+ 24 maanden

Transactiegegevens

Lening

Centrale tegenpartij

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

Handelsplatform

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

Soort raamovereenkomst

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

Tijdstempel van de uitvoering

1 uur

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

Valutadatum (begindatum)

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

Vervaldatum (einddatum)

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

Beëindigingsdatum

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

Minimale opzegtermijn

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), iv), van Verordening (EU) 2015/2365

+ 24 maanden

Transactiegegevens

Lening

Vroegste call-backdatum

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), iv), van Verordening (EU) 2015/2365

+ 24 maanden

Transactiegegevens

Lening

Algemene zekerhedenindicator

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), iv), van Verordening (EU) 2015/2365

+ 24 maanden

Transactiegegevens

Lening

DBV-indicator (Delivery By Value)

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), iv), van Verordening (EU) 2015/2365

+ 24 maanden

Transactiegegevens

Lening

Gebruikte methode voor het verschaffen van zekerheden

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

Open termijn

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

Mogelijkheid tot beëindiging

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), iv), van Verordening (EU) 2015/2365

+ 24 maanden

Transactiegegevens

Lening

Vaste rente

Tot derde cijfer na decimaal

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

Dagtellingsconventie

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

Variabele rente

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

Referentieperiode variabele rente — periode

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

Referentieperiode variabele rente — multiplicator

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), iv), van Verordening (EU) 2015/2365

+ 24 maanden

Transactiegegevens

Lening

Betalingsfrequentie variabele rente — periode

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), iv), van Verordening (EU) 2015/2365

+ 24 maanden

Transactiegegevens

Lening

Betalingsfrequentie variabele rente — multiplicator

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), iv), van Verordening (EU) 2015/2365

+ 24 maanden

Transactiegegevens

Lening

Herzieningsfrequentie variabele rente — periode

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

Herzieningsfrequentie variabele rente — multiplicator

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

Spread

Tot derde cijfer na decimaal

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

Bedrag in margeleningsvaluta

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

Margeleningsvaluta

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

Aangepaste rente

Tot derde cijfer na decimaal

Artikel 33, lid 2, onder a), iv), van Verordening (EU) 2015/2365

+ 24 maanden

Transactiegegevens

Lening

Rentedatum

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), iv), van Verordening (EU) 2015/2365

+ 24 maanden

Transactiegegevens

Lening

Hoofdsom op de valutadatum

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

Hoofdsom op de vervaldatum

0,0005 %

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

Valuta hoofdsom

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

Soort activa

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

Effectenidentificatiecode

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

Classificatie van een effect

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

Basisproduct

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), iv), van Verordening (EU) 2015/2365

+ 24 maanden

Transactiegegevens

Lening

Subproduct

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), iv), van Verordening (EU) 2015/2365

+ 24 maanden

Transactiegegevens

Lening

Verder subproduct

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), iv), van Verordening (EU) 2015/2365

+ 24 maanden

Transactiegegevens

Lening

Hoeveelheid of nominaal bedrag

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

Meeteenheid

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), iv), van Verordening (EU) 2015/2365

+ 24 maanden

Transactiegegevens

Lening

Valuta van nominaal bedrag

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

Effect- of grondstoffenprijs

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), iv), van Verordening (EU) 2015/2365

+ 24 maanden

Transactiegegevens

Lening

Prijsvaluta

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), iv), van Verordening (EU) 2015/2365

+ 24 maanden

Transactiegegevens

Lening

Kwaliteit van het effect

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), iv), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

Looptijd van het effect

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), iv), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

Rechtsgebied van de emittent

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), iv), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

LEI van de emittent

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), iv), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

Effectentype

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), iv), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

Waarde lening

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), iv), van Verordening (EU) 2015/2365

+ 24 maanden

Transactiegegevens

Lening

Marktwaarde

0,0005 %

Artikel 33, lid 2, onder a), iv), van Verordening (EU) 2015/2365

+ 24 maanden

Transactiegegevens

Lening

Vast kortingspercentage

Tot derde cijfer na decimaal

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

Variabel kortingspercentage

Tot derde cijfer na decimaal

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

Referentieperiode variabel kortingspercentage — periode

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), iv), van Verordening (EU) 2015/2365

+ 24 maanden

Transactiegegevens

Lening

Referentieperiode variabel kortingspercentage — multiplicator

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), iv), van Verordening (EU) 2015/2365

+ 24 maanden

Transactiegegevens

Lening

Betalingsfrequentie variabel kortingspercentage — periode

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), iv), van Verordening (EU) 2015/2365

+ 24 maanden

Transactiegegevens

Lening

Betalingsfrequentie variabel kortingspercentage — multiplicator

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), iv), van Verordening (EU) 2015/2365

+ 24 maanden

Transactiegegevens

Lening

Herzieningsfrequentie variabel kortingspercentage — periode

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), iv), van Verordening (EU) 2015/2365

+ 24 maanden

Transactiegegevens

Lening

Herzieningsfrequentie variabel kortingspercentage — multiplicator

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), iv), van Verordening (EU) 2015/2365

+ 24 maanden

Transactiegegevens

Lening

Spread van het kortingspercentage

Tot derde cijfer na decimaal

Artikel 33, lid 2, onder a), iv), van Verordening (EU) 2015/2365

+ 24 maanden

Transactiegegevens

Lening

Leningvergoeding

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

Exclusieve regelingen

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), iv), van Verordening (EU) 2015/2365

+ 24 maanden

Transactiegegevens

Lening

Uitstaande margelening

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

Basisvaluta van uitstaande margelening

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

Shortmarktwaarde

0,0005 %

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Zekerheden

Markering dat het een niet door zekerheden gedekte effectenlening betreft (SL-markering)

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Zekerheden

Zekerheidsstelling van nettopositie

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Zekerheden

Valutadatum van de zekerheden

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Zekerheden

Soort zekerhedencomponent

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Zekerheden

Bedrag aan zekerheden in de vorm van contanten

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Zekerheden

Valuta van zekerheden in de vorm van contanten

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Zekerheden

Identificatie van een als zekerheid gebruikt effect

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Zekerheden

Classificatie van een als zekerheid gebruikt effect

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Zekerheden

Basisproduct

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), iv), van Verordening (EU) 2015/2365

+ 24 maanden

Transactiegegevens

Zekerheden

Subproduct

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), iv), van Verordening (EU) 2015/2365

+ 24 maanden

Transactiegegevens

Zekerheden

Verder subproduct

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), iv), van Verordening (EU) 2015/2365

+ 24 maanden

Transactiegegevens

Zekerheden

Hoeveelheid zekerheden of nominaal bedrag aan zekerheden

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Zekerheden

Meeteenheid zekerheden

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

+ 24 maanden

Transactiegegevens

Zekerheden

Valuta van nominaal bedrag aan zekerheden

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Zekerheden

Prijsvaluta

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

+ 24 maanden

Transactiegegevens

Zekerheden

Prijs per eenheid

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

+ 24 maanden

Transactiegegevens

Zekerheden

Marktwaarde zekerheden

0,0005 %

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

+ 24 maanden

Transactiegegevens

Zekerheden

Haircut of marge

Tot derde cijfer na decimaal

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Zekerheden

Kwaliteit zekerheden

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Zekerheden

Vervaldatum van het effect

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Zekerheden

Rechtsgebied van de emittent

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Zekerheden

LEI van de emittent

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Zekerheden

Type zekerheid

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Zekerheden

Beschikbaarheid voor hergebruik als zekerheid

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Zekerheden

Identificatiecode zekerhedenpakket

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365

Transactiegegevens

Lening

Niveau

Neen

Artikel 33, lid 2, onder a), i), van Verordening (EU) 2015/2365


Tabel 2

Redenen voor de verwerping van een SFT-rapportage

Verwerpingscategorieën

Reden

Schema

de SFT is verworpen omdat het schema niet conform is

Machtiging

de SFT is verworpen omdat de rapporterende entiteit niet gemachtigd is om namens de rapporterende tegenpartij te rapporteren

Logica

de SFT is verworpen omdat het actietype voor de SFT niet logisch juist is

Bedrijfsactiviteit

de SFT is verworpen omdat de SFT niet aan een of meer inhoudvalidaties voldoet


Tabel 3

Resultaten van het afstemmingsproces

Afstemmingscategorieën

Afstemmingswaarden

Soort rapportage

Eenzijdig/Tweezijdig

Rapportagevereiste geldt voor beide tegenpartijen

Ja/Neen

Koppelingsstatus

Gekoppeld/Niet gekoppeld

Afstemmingsstatus lening

Afgestemd/Niet afgestemd

Afstemmingsstatus zekerheden

Afgestemd/Niet afgestemd

Verdere wijzigingen

Ja/Neen


BIJLAGE II

Tabel 1

Publieke gegevens

Tabel A. Aggregatie

Datum

TR

Type aggregatie

Soort platform

Locatie van rapporterende tegenpartij

Locatie van andere tegenpartij

Afstemming

Soort SFT

Gecleard

Methode voor overdracht zekerheden

Als referentie gebruikte index (1)

Totaal uitgeleend bedrag

Totaal aantal transacties

Totale waarde van de zekerheden

20161007

EU TR

Gerapporteerd

XXXX

EER

EER

Tweezijdig, lening afgestemd, zekerheden niet afgestemd

Repo

Ja

TTCA

 

 

Nog te ontvangen

XOFF

Niet-EER

Niet-EER

Tweezijdig, lening afgestemd, zekerheden afgestemd

BSB/SBB

Neen

SICA

 

 

EER-MIC

Eenzijdig EER, lening afgestemd, zekerheden afgestemd

Uitlening en inlening van effecten of grondstoffen

SIUR

 

 

Niet-EER-MIC

Margelening

 

 

 


(1)  De desbetreffende indexen invullen die zijn opgenomen in veld 25 van tabel 2 „Gegevens over leningen en zekerheden” van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/363.


22.3.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 81/45


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2019/359 VAN DE COMMISSIE

van 13 december 2018

tot aanvulling van Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad ten aanzien van technische reguleringsnormen tot specificatie van de gegevens van de aanvraag tot registratie en uitbreiding van registratie als transactieregister

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende de transparantie van effectenfinancieringstransacties en van hergebruik en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (1), en met name artikel 5, lid 7,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Er dienen regels te worden vastgesteld tot specificatie van de informatie die in een aanvraag tot registratie of uitbreiding van registratie als transactieregister aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) moet worden verstrekt.

(2)

Het vaststellen van een omvattend en deugdelijk kader voor de registratie en uitbreiding van de registratie van transactieregisters is essentieel voor het bereiken van de doelstellingen van Verordening (EU) 2015/2365 en voor de efficiënte aanbieding van registerfuncties.

(3)

De regels en normen voor de registratie en de uitbreiding van registratie van transactieregisters voor de toepassing van Verordening (EU) 2015/2365 moeten voortbouwen op reeds bestaande infrastructuren, operationele processen en formaten die zijn ingevoerd met betrekking tot de rapportage van derivatencontracten aan transactieregisters, teneinde de extra operationele kosten voor marktdeelnemers tot een minimum te beperken.

(4)

De ervaring met de toepassing van de bepalingen van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 150/2013 van de Commissie (2) heeft geleerd dat de bepalingen voor de registratie van transactieregisters op grond van Verordening (EU) nr. 648/2012 een deugdelijke basis vormen voor het opbouwen van het kader voor de registratie van transactieregisters op grond van Verordening (EU) 2015/2365. Om dat kader verder te versterken, moet deze verordening het evoluerende karakter van de sector tot uitdrukking brengen.

(5)

Iedere aanvraag tot registratie als transactieregister moet informatie bevatten over de structuur van zijn interne controles en de onafhankelijkheid van zijn bestuursorganen opdat de ESMA kan beoordelen of de structuur van de corporate governance de onafhankelijkheid van het transactieregister verzekert en of die structuur en de rapportageroutines ervan volstaan om ervoor te zorgen dat de vereisten voor transactieregisters vervat in Verordening (EU) 2015/2365 worden nageleefd. In de registratieaanvraag moet gedetailleerde informatie over de relevante internecontrolemechanismen en -structuren, de interneauditfunctie en het auditwerkplan worden opgenomen opdat de ESMA kan beoordelen hoe die factoren bijdragen tot de efficiënte werking van het transactieregister.

(6)

Hoewel transactieregisters die via bijkantoren opereren niet als afzonderlijke rechtspersonen worden beschouwd, moet over bijkantoren aparte informatie worden verstrekt om de ESMA in staat te stellen de positie van de bijkantoren in de organisatorische structuur van het transactieregister duidelijk te bepalen, de geschiktheid voor de taak en de adequaatheid van de directie van de bijkantoren te beoordelen en te evalueren of de ingestelde controlemechanismen en compliance- en andere functies robuust genoeg zijn om de risico's van de bijkantoren te identificeren, te evalueren en effectief te beheren.

(7)

Om de ESMA in staat te stellen de goede reputatie, ervaring en vaardigheden van de leden van de raad van bestuur en de directie van het toekomstige transactieregister te beoordelen, moet een kandidaat-transactieregister relevante informatie over die personen verstrekken, zoals het curriculum vitae en gegevens over alle strafrechtelijke veroordelingen, eigen verklaringen van betrouwbaarheid en verklaringen van potentiële belangenconflicten.

(8)

Elke aanvraag tot registratie moet informatie bevatten waaruit blijkt dat de aanvrager over de nodige financiële middelen beschikt om zijn functies als transactieregister op permanente basis te kunnen uitoefenen en over doeltreffende bedrijfscontinuïteitsregelingen beschikt.

(9)

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EU) 2015/2365 vereist dat transactieregisters de volledigheid en correctheid van de op grond van artikel 4 gerapporteerde gegevens verifiëren. Om te worden geregistreerd of een uitbreiding van de registratie krachtens Verordening (EU) 2015/2365 te krijgen, moeten transactieregisters aantonen dat zij systemen en procedures hebben ingesteld die garanderen dat zij in staat zijn de volledigheid en juistheid van de gegevens over de effectenfinancieringstransacties (SFT's) te verifiëren.

(10)

Het gebruik van gemeenschappelijke hulpmiddelen binnen een transactieregister tussen SFT-rapportagediensten enerzijds en nevendiensten of derivatenrapportagediensten anderzijds kan leiden tot besmetting van operationele risico's tussen diensten onderling. Hoewel de validering, aansluiting, verwerking en vastlegging van gegevens een effectieve operationele scheiding kan vereisen om een dergelijke besmetting van risico's te vermijden, kunnen praktijken zoals een gemeenschappelijke front-end van systemen, een gemeenschappelijk toegangspunt tot gegevens voor autoriteiten of het gebruik van hetzelfde personeel dat werkzaam is bij de verkoop, compliance of een helpdesk voor cliëntendiensten minder besmettingsgevoelig zijn en dus niet noodzakelijkerwijze een operationele scheiding vereisen. Transactieregisters moeten bijgevolg een passende operationele scheiding tot stand brengen tussen de hulpmiddelen, systemen of procedures die bij verschillende bedrijfslijnen worden gebruikt, inclusief indien deze bedrijfslijnen het aanbieden van diensten omvatten die onder de wetgeving van andere Unie- of derde landen vallen, en ervoor zorgen dat gedetailleerde en duidelijke informatie over de nevendiensten of andere bedrijfslijnen die het transactieregister buiten zijn kernactiviteit van registerdiensten op grond van Verordening (EU) 2015/2365 aanbiedt aan de ESMA wordt verstrekt bij de aanvraag tot registratie of uitbreiding van registratie.

(11)

De deugdelijkheid, het weerstandsvermogen en de bescherming van de informatietechnologiesystemen van transactieregisters zijn essentieel om ervoor te zorgen dat de doelstellingen van Verordening (EU) 2015/2365 worden nageleefd. Dienovereenkomstig moeten transactieregisters uitgebreide en gedetailleerde informatie over deze systemen verstrekken opdat de ESMA de deugdelijkheid en het weerstandsvermogen van hun informatietechnologiesystemen kan beoordelen. Indien de aanbieding van registerfuncties aan derden wordt uitbesteed, hetzij op groepsniveau, hetzij buiten de groep, moet het transactieregister gedetailleerde informatie verstrekken over de relevante uitbestedingsregelingen om de beoordeling mogelijk te maken van de naleving van de registratievoorwaarden, met inbegrip van informatie over alle overeenkomsten inzake het dienstverleningsniveau, over de maatstaven en over de wijze waarop deze maatstaven effectief worden gemonitord. Ten slotte moeten transactieregisters informatie verstrekken over de mechanismen en controles die zij invoeren om potentiële cyberrisico's effectief te beheren en de gegevens die zij bewaren tegen cyberaanvallen te beschermen.

(12)

Verschillende soorten gebruikers kunnen de door het transactieregister bewaarde gegevens rapporteren, er toegang toe verkrijgen of deze wijzigen. De kenmerken, alsook de rechten en verplichtingen van de verschillende soorten gebruikers moeten duidelijk worden omschreven door het transactieregister en als onderdeel van de registratieaanvraag worden verstrekt. In de door de transactieregisters verstrekte informatie moet ook duidelijk worden aangegeven welke verschillende categorieën van toegang beschikbaar zijn. Om de vertrouwelijkheid van gegevens maar ook de beschikbaarheid ervan voor derden te waarborgen, dient een transactieregister informatie te verstrekken over de wijze waarop het ervoor zorgt dat alleen de gegevens waarvoor de relevante tegenpartijen hun expliciete, herroepbare en discretionaire toestemming hebben gegeven voor derden beschikbaar worden gesteld. Ten slotte moet het transactieregister bij zijn aanvraag informatie verstrekken over de kanalen en mechanismen die worden gebruikt om informatie over zijn toegangsregels openbaar te maken, teneinde ervoor te zorgen dat de gebruikers van zijn diensten met kennis van zaken kunnen beslissen.

(13)

De vergoedingen in verband met de door transactieregisters aangeboden diensten zijn essentiële informatie om marktdeelnemers in staat te stellen met kennis van zaken een keuze te maken en moeten bijgevolg deel uitmaken van de aanvraag tot registratie als transactieregister.

(14)

Aangezien marktdeelnemers en autoriteiten zich baseren op de gegevens die door transactieregisters worden bewaard, moeten strikte en effectieve operationele regelingen en regelingen voor het bewaren van vastleggingen duidelijk worden beschreven in de registratieaanvraag van een transactieregister. Om aan te tonen hoe de vertrouwelijkheid en bescherming van de door het transactieregister bewaarde gegevens worden gehandhaafd en om de traceerbaarheid ervan mogelijk te maken, moet in de registratieaanvraag een specifieke verwijzing worden opgenomen met betrekking tot het opzetten van een rapportagelogboek.

(15)

Om de doelstellingen van Verordening (EU) 2015/2365 met betrekking tot de transparantie van SFT's te verwezenlijken, moeten transactieregisters aantonen dat zij de procedure voor de toegangsvoorwaarden toepassen overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/357 van de Commissie (3), dat de integriteit van de aan de autoriteiten verstrekte gegevens is gewaarborgd en dat zij in staat zijn toegang tot de gegevens te verlenen overeenkomstig de relevante vereisten opgenomen in Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/358 van de Commissie (4).

(16)

De effectieve betaling van registratievergoedingen door transactieregisters op het moment van de aanvraag is essentieel om de noodzakelijke uitgaven van de ESMA in verband met de registratie of uitbreiding van de registratie van een transactieregister te dekken.

(17)

Er moet een vereenvoudigde aanvraagprocedure voor de uitbreiding van de registratie worden ingesteld om de transactieregisters die reeds krachtens Verordening (EU) nr. 648/2012 zijn geregistreerd, in staat te stellen deze registratie op grond van Verordening (EU) 2015/2365 uit te breiden. Om dubbele vereisten te vermijden, moet de informatie die door het transactieregister in het kader van een uitbreiding van de registratie moet worden verstrekt, gedetailleerde informatie bevatten over de aanpassingen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat het voldoet aan de vereisten op grond van Verordening (EU) 2015/2365.

(18)

Deze verordening is gebaseerd op de ontwerpen van technische reguleringsnormen die door de Europese Autoriteit voor effecten en markten bij de Europese Commissie zijn ingediend ingevolge de procedure in artikel 10 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) (5).

(19)

De ESMA heeft open publieke raadplegingen gehouden over deze ontwerpen van technische reguleringsnormen, de mogelijke gerelateerde kosten en baten geanalyseerd en heeft het advies ingewonnen van de Stakeholdersgroep effecten en markten die overeenkomstig artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 is opgericht,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Identificatie, rechtspositie en soorten effectenfinancieringstransacties

1.   Voor de toepassing van artikel 5, lid 5, onder a), van Verordening (EU) 2015/2365 bevat de aanvraag tot registratie als transactieregister de volgende informatie:

a)

de bedrijfsnaam van de aanvrager en het officieel adres binnen de Unie;

b)

een uittreksel uit het toepasselijke handelsregister, dan wel een ander officieel bewijsstuk van de plaats van oprichting en de reikwijdte van de bedrijfsactiviteiten van de aanvrager, op de datum van de aanvraag;

c)

informatie over de soorten effectenfinancieringstransacties waarvoor de aanvrager wenst te worden geregistreerd;

d)

informatie over het feit of de aanvrager door een bevoegde autoriteit in de lidstaat waar hij is gevestigd vergunning is verleend of geregistreerd, en in dat geval de naam van de autoriteit en elk referentienummer met betrekking tot de vergunning of registratie;

e)

de statuten en, in voorkomend geval, andere wettelijke documenten waarin staat dat de aanvrager voornemens is transactieregisterdiensten aan te bieden;

f)

de notulen van de vergadering waarop de raad van bestuur van de aanvrager de aanvraag heeft goedgekeurd;

g)

de naam en contactgegevens van de voor de compliance verantwoordelijke perso(o)n(en), of van andere bij compliancebeoordelingen betrokken personeelsleden van de aanvrager;

h)

het programma van werkzaamheden, waarin wordt aangegeven waar de belangrijkste bedrijfsactiviteiten zullen worden verricht;

i)

de identificatie van alle dochterondernemingen en, in voorkomend geval, de groepsstructuur;

j)

alle andere diensten dan de transactieregisterfunctie die de aanvrager verricht of voornemens is aan te bieden;

k)

alle informatie over aanhangige gerechtelijke, administratieve, arbitrage- of andere geschilprocedures van gelijk welke aard waarbij de aanvrager partij kan zijn, en met name die welke op fiscale en insolventiekwesties betrekking hebben en waarmee aanzienlijke financiële of reputatiekosten gemoeid kunnen zijn, dan wel alle niet-aanhangige procedures die wel nog grote gevolgen voor de kosten van het transactieregister kunnen hebben.

2.   Op haar verzoek verstrekt een aanvrager de ESMA tijdens het onderzoek van de registratieaanvraag ook extra informatie indien dergelijke informatie is vereist om te beoordelen of de aanvrager in staat is aan de vereisten van hoofdstuk III van Verordening (EU) 2015/2365 te voldoen, en opdat de ESMA de in te dienen of reeds ingediende documenten naar behoren kan interpreteren en analyseren.

3.   Indien een aanvrager oordeelt dat een vereiste van deze verordening niet op hem van toepassing is, vermeldt hij het vereiste duidelijk in zijn aanvraag en legt hij ook uit waarom dat vereiste niet van toepassing is.

Artikel 2

Gedragsregels en procedures

Indien informatie over gedragsregels en procedures wordt verstrekt in het kader van een aanvraag, zorgt een aanvrager ervoor dat de aanvraag de volgende elementen bevat:

a)

een opgave dat de raad van bestuur de gedragsregels goedkeurt, dat de directie de procedures goedkeurt en dat de directie verantwoordelijk is voor de uitvoering en handhaving van de gedragsregels en procedures;

b)

een beschrijving van de wijze waarop de communicatie over gedragsregels en procedures binnen de aanvrager is georganiseerd, de wijze waarop de naleving van de gedragsregels wordt gewaarborgd en dagelijks wordt gemonitord, en de persoon of personen die verantwoordelijk is of zijn voor de naleving daarvan;

c)

alle vastleggingen waaruit blijkt dat in dienst genomen en gespecialiseerd personeel op de hoogte is van de gedragsregels en procedures;

d)

een beschrijving van de te treffen maatregelen in geval van een inbreuk op de gedragsregels en procedures;

e)

een beschrijving van de procedure voor de rapportage aan de ESMA van een op de gedragsregels of procedures gepleegde materiële inbreuk die in een schending van de voorwaarden voor de initiële registratie kan resulteren.

Artikel 3

Eigendom van het transactieregister

1.   Een aanvraag tot registratie als transactieregister omvat:

a)

een lijst met de naam van elke persoon of entiteit die rechtstreeks of onrechtstreeks ten minste 5 % van het kapitaal of van de stemrechten van de aanvrager in handen heeft of waarvan de deelneming het mogelijk maakt een significante invloed op het management van de aanvrager uit te oefenen;

b)

een lijst van alle ondernemingen waarin een onder a) bedoelde persoon ten minste 5 % van het kapitaal of de stemrechten bezit of over het management waarvan hij een significante invloed uitoefent.

2.   Indien de aanvrager een moederonderneming heeft, vermeldt hij het volgende:

a)

het officieel adres van die moederonderneming, of

b)

of de moederonderneming een vergunning heeft of geregistreerd is en onder toezicht staat, en, wanneer dit het geval is, het referentienummer en de naam van de verantwoordelijke toezichthoudende autoriteit.

Artikel 4

Eigendomsschema

1.   Een aanvraag tot registratie als transactieregister omvat een schema waarin de eigendomsverhoudingen tussen de moederonderneming, dochterondernemingen en andere gelieerde entiteiten of bijkantoren worden weergegeven.

2.   De ondernemingen die in het in lid 1 bedoelde schema worden vermeld, worden geïdentificeerd aan de hand van hun volledige naam, rechtspositie en officieel adres.

Artikel 5

Organigram

1.   Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat het organigram met een gedetailleerde beschrijving van de organisatiestructuur van de aanvrager inclusief die van alle nevendiensten.

2.   Dat organigram omvat informatie over de identiteit van de persoon die verantwoordelijk is voor elke significante taak inclusief directie en personen die de activiteiten van enig bijkantoor leiden.

Artikel 6

Corporate governance

1.   Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat informatie over de interne gedragsregels inzake corporate governance van de aanvrager en de procedures en mandaten die gelden voor zijn directie, met inbegrip van de raad van bestuur, de niet-uitvoerende bestuurders en, indien opgericht, de comités.

2.   Die informatie bevat een beschrijving van het selectieproces, de benoeming, de prestatiebeoordeling en het ontslag van de directie en de leden van de raad van bestuur.

3.   Indien de aanvrager zich houdt aan een erkende gedragscode inzake corporate governance, wordt in de aanvraag tot registratie als transactieregister de code vermeld en wordt een toelichting gegeven voor alle situaties waarbij de aanvrager afwijkt van de code.

Artikel 7

Interne controle

1.   Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat gedetailleerde informatie over het internecontrolesysteem van de aanvrager, met inbegrip van informatie over zijn compliancefunctie, risicobeoordeling, internecontrolemechanismen en regelingen voor zijn interneauditfunctie.

2.   De in lid 1 bedoelde gedetailleerde informatie omvat:

a)

de gedragsregels voor interne controle en de desbetreffende procedures van de aanvrager met betrekking tot de consistente en effectieve implementatie ervan;

b)

alle gedragsregels, procedures en handleidingen betreffende de monitoring en evaluatie van de adequaatheid en effectiviteit van de systemen van de aanvrager;

c)

alle gedragsregels, procedures en handleidingen met betrekking tot de controle en beveiliging van de informatieverwerkingssystemen van de aanvrager;

d)

de identiteit van de interne organen die met de evaluatie van de relevante internecontrolebevindingen zijn belast.

3.   Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat de volgende informatie over de interneauditactiviteiten van de aanvrager:

a)

de samenstelling van elk interneauditcomité, zijn bevoegdheden en verantwoordelijkheden;

b)

zijn handvest voor de interneauditfunctie, methodologieën, normen en procedures;

c)

een toelichting over de wijze waarop zijn handvest, methodologie en procedures voor interne audit worden ontwikkeld en toegepast, rekening houdend met de aard en omvang van de activiteiten, complexiteit en risico's van de aanvrager;

d)

een werkplan voor drie jaar na de aanvraagdatum, waarin de aard en omvang van de activiteiten, complexiteit en risico's van de aanvrager worden behandeld.

Artikel 8

Naleving van de regelgeving

Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat de volgende informatie over de gedragsregels en procedures voor het waarborgen van de naleving van Verordening (EU) 2015/2365:

a)

een beschrijving van de taak van de voor de compliance verantwoordelijke personen en van alle andere bij compliancebeoordelingen betrokken personeelsleden, met vermelding van de wijze waarop de onafhankelijkheid van de compliancefunctie van de rest van de bedrijfsactiviteiten zal worden gegarandeerd;

b)

de interne gedragsregels en procedures die ervoor moeten zorgen dat de aanvrager, met inbegrip van zijn managers en werknemers, voldoet aan alle bepalingen van Verordening (EU) 2015/2365 inclusief een beschrijving van het takenpakket van de raad van bestuur en de directie;

c)

indien beschikbaar, het meest recente interne verslag dat is opgesteld door de personen die verantwoordelijk zijn voor compliance of enig ander personeel dat betrokken is bij compliancebeoordelingen binnen de aanvrager.

Artikel 9

Directie en leden van de raad van bestuur

Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat de volgende informatie over ieder lid van de directie en ieder lid van de raad van bestuur:

a)

een exemplaar van het curriculum vitae;

b)

gedetailleerde informatie over de kennis en ervaring met IT-beheer, -activiteiten en ontwikkeling;

c)

bijzonderheden over veroordelingen voor een strafbaar feit in verband met het aanbieden van financiële of datadiensten of in verband met fraude of verduistering, met name in de vorm van een officieel attest als dit in de betrokken lidstaat beschikbaar is;

d)

een eigen verklaring van betrouwbaarheid in verband met het aanbieden van een financiële of datadienst, waarin ieder lid van de directie en ieder lid van de raad van bestuur vermeldt of zij:

i)

voor een strafbaar feit in verband met het aanbieden van financiële of datadiensten of in verband met fraude of verduistering zijn veroordeeld;

ii)

het voorwerp zijn geweest van een ongunstige beslissing in een tuchtprocedure die door een regelgevingsautoriteit of overheidsorganen of -agentschappen is ingesteld of het voorwerp zijn van een dergelijke procedure die niet is afgesloten;

iii)

bij een civiele procedure voor een rechtbank in verband met het aanbieden van financiële of datadiensten, of wegens ongeoorloofd gedrag of fraude bij het beheer van een onderneming het voorwerp zijn geweest van een ongunstige gerechtelijke uitspraak;

iv)

deel hebben uitgemaakt van de raad van bestuur of de directie van een onderneming waarvan de registratie of vergunning door een regelgevingsautoriteit is ingetrokken;

v)

het recht zijn ontzegd om activiteiten uit te oefenen waarvoor de registratie of de verlening van een vergunning door een regelgevingsautoriteit is vereist;

vi)

deel hebben uitgemaakt van de raad van bestuur of de directie van een onderneming die insolvent is geworden of in liquidatie is gegaan terwijl deze persoon met de onderneming verbonden was, of binnen een jaar nadat de persoon niet langer met de onderneming verbonden was;

vii)

deel hebben uitgemaakt van de raad van bestuur of de directie van een onderneming die het voorwerp is geweest van een negatieve beslissing of straf door een regelgevingsorgaan;

viii)

anderszins beboet, geschorst, gediskwalificeerd of onderworpen zijn geweest aan enige andere sanctie in verband met fraude, verduistering of in verband met het aanbieden van financiële of datadiensten door een overheidsorgaan, regelgingsorgaan of beroepsorganisatie;

ix)

zijn gediskwalificeerd als bestuurder, gediskwalificeerd als manager, ontslagen uit dienstverband of een andere aanstelling bij een onderneming als gevolg van slecht management of slechte beroepsuitoefening;

e)

een beschrijving van alle potentiële belangenconflicten waarmee de directie en de leden van de raad van bestuur bij de uitvoering van hun taken kunnen worden geconfronteerd en van de wijze waarop deze conflicten worden beheerd.

Artikel 10

Gedragsregels en procedures inzake het personeel

Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat de volgende informatie:

a)

een beschrijving van het gevoerde beloningsbeleid voor de directie, de leden van de raad van bestuur en het in risico- en controlefuncties werkzame personeel van de aanvrager;

b)

een beschrijving van de door de aanvrager getroffen maatregelen om het risico van een te grote afhankelijkheid van individuele werknemers te limiteren.

Artikel 11

Deskundigheid en betrouwbaarheid

Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat de volgende informatie over het personeel van de aanvrager:

a)

een algemene lijst van de personeelsleden die rechtstreeks bij het transactieregister in dienst zijn, met vermelding van hun taak en kwalificaties per taak;

b)

een specifieke beschrijving van het IT-personeel dat rechtstreeks betrokken is bij het verlenen van transactieregisterdiensten, samen met de taak en de kwalificaties van elke persoon;

c)

een beschrijving van de taken en kwalificaties van iedere persoon die verantwoordelijk is voor interne audit, interne controles, compliance en risicobeoordeling;

d)

de identiteit van de gespecialiseerde personeelsleden en de personeelsleden die in het kader van een uitbestedingsregeling werkzaam zijn;

e)

gegevens over de opleiding met betrekking tot de gedragsregels en procedures van de aanvrager en de activiteiten van het transactieregister, met inbegrip van elk onderzoek of ander type formele beoordeling dat voor het personeel vereist is met betrekking tot de uitvoering van activiteiten van het transactieregister.

De onder b) bedoelde beschrijving omvat schriftelijke bewijsstukken van het academisch diploma en de ervaring met informatietechnologie van ten minste één met IT-zaken belast directielid.

Artikel 12

Financiële verslagen en bedrijfsplannen

1.   Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat de volgende financiële en bedrijfsinformatie over de aanvrager:

a)

een volledige jaarrekening, opgesteld conform de internationale standaarden die overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad (6) zijn vastgesteld;

b)

indien de jaarrekening van de aanvrager aan wettelijke audit in de zin van artikel 2, punt 1, van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad (7) onderworpen is, bevatten de financiële verslagen het verslag over de audit van de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening;

c)

indien de aanvrager wordt geaudit, naam en nationaal registratienummer van de externe auditor.

2.   Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat een financieel bedrijfsplan waarin verschillende bedrijfsscenario's voor de diensten van het transactieregister over een referentieperiode van ten minste drie jaar aan bod komen en waarin de volgende bijkomende informatie is opgenomen:

a)

het verwachte niveau van de rapportageactiviteit in aantal transacties;

b)

de relevante vaste en variabele kosten die zijn bepaald met betrekking tot de aanbieding van transactieregisterdiensten op grond van Verordening (EU) 2015/2365;

c)

positieve en negatieve afwijkingen van ten minste 20 % ten opzichte van het vastgestelde basisactiviteitscenario.

3.   Indien de in lid 1 bedoelde historische financiële informatie niet beschikbaar is, bevat een aanvraag tot registratie als transactieregister de volgende informatie over de aanvrager:

a)

de pro-formajaarrekening waaruit de beschikbaarheid van voldoende middelen en de verwachte status van het bedrijf zes maanden na registratie blijkt;

b)

een tussentijds financieel verslag indien de financiële overzichten voor de vereiste periode nog niet beschikbaar zijn;

c)

een overzicht van de financiële positie, zoals een balans, een winst-en-verliesrekening, vermogensmutaties, kasstromen en de daarmee samenhangende toelichtingen, met inbegrip van een samenvatting van de grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.

4.   Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat de geaudite jaarrekening van elke moederonderneming voor de drie aan de datum van de aanvraag voorafgaande boekjaren.

5.   Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat ook de volgende financiële informatie over de aanvrager:

a)

een opgave van alle toekomstige plannen voor de vestiging van dochterondernemingen en de locatie ervan;

b)

een beschrijving van de bedrijfsactiviteiten die de aanvrager voornemens is uit te voeren, onder specificatie van de activiteiten van alle dochterondernemingen of bijkantoren.

Artikel 13

Beheer van belangenconflicten

Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat de volgende informatie over door de aanvrager ingevoerde gedragsregels en procedures voor het beheer van belangenconflicten:

a)

gedragsregels en procedures voor het vaststellen, beheren en openbaar maken van belangenconflicten en een beschrijving van de gevolgde procedure om ervoor te zorgen dat de relevante personen zich bewust zijn van de gedragsregels en procedures;

b)

alle andere maatregelen en controles waarin is voorzien om ervoor te zorgen dat aan de onder a) bedoelde vereisten inzake het beheer van belangenconflicten is voldaan.

Artikel 14

Vertrouwelijkheid

1.   Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat de interne gedragsregels, procedures en mechanismen die voorkomen dat de in het toekomstige transactieregister bewaarde gegevens worden gebruikt voor:

a)

onrechtmatige doeleinden;

b)

de openbaarmaking van vertrouwelijke informatie;

c)

commerciële doeleinden.

2.   De interne gedragsregels, procedures en mechanismen omvatten de interne procedures voor de personeelsmachtigingen voor het gebruik van wachtwoorden om toegang te verkrijgen tot de gegevens, met specificatie van het doel waarvoor het personeel de gegevens mag gebruiken, de omvang van de gegevens waartoe toegang wordt verleend en alle beperkingen op het gebruik van de gegevens, alsmede gedetailleerde informatie over alle mechanismen en controles die zijn ingesteld om potentiële cyberrisico's effectief te beheren en de gegevens die worden bewaard tegen cyberaanvallen te beschermen.

3.   De aanvrager bezorgt de ESMA informatie over de processen voor het bijhouden van een logboek waarin het volgende wordt vermeld: ieder personeelslid dat toegang verkrijgt tot de gegevens, het tijdstip waarop toegang is verkregen tot de gegevens, de aard van de gegevens waartoe toegang is verkregen en de bedoeling waarmee toegang is verkregen tot de gegevens.

Artikel 15

Overzicht en beperking van belangenconflicten

1.   Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat een ten tijde van de aanvraag actueel overzicht van bestaande materiële belangenconflicten in verband met alle nevendiensten of andere gerelateerde diensten die door de aanvrager worden verleend, alsook een beschrijving van de wijze waarop deze belangenconflicten worden beheerd.

2.   Indien een aanvrager deel uitmaakt van een groep, bevat het overzicht alle materiële belangenconflicten die aan andere ondernemingen binnen de groep toe te schrijven zijn, alsook een beschrijving van de wijze waarop deze conflicten worden beheerd.

Artikel 16

IT-hulpmiddelen en uitbesteding

Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat de volgende informatie over IT-hulpmiddelen:

a)

een gedetailleerde beschrijving van het IT-systeem, met inbegrip van de relevante zakelijke vereisten, functionele en technische specificaties, het architectonisch en technisch ontwerp van het systeem, het gegevensmodel en de gegevensstromen en de operationele en administratieve procedures en handleidingen;

b)

de door de aanvrager ontwikkelde gebruikersfaciliteiten voor het verlenen van diensten aan de relevante gebruikers, met inbegrip van een exemplaar van alle handleidingen en interne procedures;

c)

het investerings- en vernieuwingsbeleid ten aanzien van IT-hulpmiddelen van de aanvrager;

d)

de door de aanvrager getroffen uitbestedingsregelingen, met inbegrip van:

i)

gedetailleerde omschrijvingen van de te verlenen diensten, met inbegrip van de meetbare reikwijdte van die diensten, de granulariteit van de activiteiten, alsmede de voorwaarden waaronder die activiteiten worden verricht en het tijdschema ervan;

ii)

overeenkomsten inzake dienstverleningsniveau met duidelijke taken en verantwoordelijkheden, maatstaven en doelstellingen voor elke sleutelvereiste van het transactieregister dat wordt uitbesteed, de methoden die worden gebruikt om het dienstverleningsniveau van de uitbestede functies te monitoren en de noodzakelijke maatregelen of acties bij het niet halen van doelstellingen inzake dienstverleningsniveau;

iii)

een exemplaar van de contracten die op dergelijke regelingen van toepassing zijn.

Artikel 17

Nevendiensten

Indien een aanvrager, een onderneming binnen zijn groep, dan wel een onderneming waarmee de aanvrager een overeenkomst betreffende transactie- of transactieverwerkende diensten heeft gesloten nevendiensten aanbiedt of voornemens is aan te bieden, bevat zijn aanvraag tot registratie als transactieregister de volgende informatie:

a)

een beschrijving van de nevendiensten die de aanvrager of de onderneming binnen zijn groep aanbiedt en een beschrijving van elke overeenkomst die het transactieregister mogelijk heeft gesloten met ondernemingen die transactie-, transactieverwerkende of andere gerelateerde diensten aanbieden, alsook een exemplaar van dergelijke overeenkomsten;

b)

de procedures en gedragsregels die de noodzakelijke mate van operationele scheiding in termen van hulpmiddelen, systemen en procedures garanderen tussen de transactieregisterdiensten van de aanvrager op grond van Verordening (EU) 2015/2365 en andere bedrijfslijnen, met inbegrip van die bedrijfslijnen die de verlening van diensten op grond van de wetgeving van de Unie of derde landen omvatten, ongeacht of die afzonderlijke bedrijfslijnen worden beheerd door het transactieregister, een onderneming die deel uitmaakt van een holding of enige andere onderneming waarbinnen hij een overeenkomst heeft gesloten in de context van de transactie- of transactieverwerkingsketen of -bedrijfslijn.

Artikel 18

Transparantie van toegangsregels

1.   Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat de volgende informatie:

a)

de gedragsregels en procedures ingevolge welke de verschillende soorten gebruikers de gegevens aan een transactieregister rapporteren en er toegang toe verkrijgen, met inbegrip van alle processen die de relevante gebruikers mogelijkerwijs nodig hebben om toegang te verkrijgen tot de door het transactieregister bewaarde informatie, deze te raadplegen of te wijzigen;

b)

een exemplaar van de voorwaarden die gelden voor de rechten en verplichtingen van de verschillende soorten gebruikers met betrekking tot de door het transactieregister bewaarde informatie;

c)

een beschrijving van de verschillende bestaande categorieën van gebruikerstoegang;

d)

het toegangsbeleid en de toegangsprocedures ingevolge welke aan andere dienstverleners op niet-discriminerende basis toegang tot de door het transactieregister bewaarde informatie wordt verleend, mits de relevante tegenpartijen daarvoor hun schriftelijke, vrijwillige en herroepbare toestemming hebben verleend;

e)

een beschrijving van de kanalen en mechanismen die door het transactieregister worden gebruikt om informatie over de toegang tot dat transactieregister openbaar te maken.

2.   De in lid 1, onder a), b) en c), bedoelde informatie wordt gespecificeerd voor de volgende typen gebruikers:

a)

interne gebruikers;

b)

rapporterende tegenpartijen;

c)

rapportage indienende entiteiten;

d)

voor rapportage verantwoordelijke entiteiten;

e)

niet-rapporterende tegenpartijen;

f)

niet-rapporterende derden;

g)

in artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2015/2365 opgesomde entiteiten;

h)

andere soorten gebruikers, indien van toepassing.

Artikel 19

Verificatie van de volledigheid en juistheid van de gegevens

Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat de volgende informatie:

a)

procedures voor de authenticatie van de identiteit van gebruikers die toegang verkrijgen tot het transactieregister overeenkomstig artikel 1 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/358;

b)

procedures voor de verificatie van het gebruik van een XML-template dat voldoet aan de ISO 20022-methodologie overeenkomstig artikel 1 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/358;

c)

procedures voor de verificatie van de vergunning en IT-machtiging van de entiteit die namens de rapporterende tegenpartij rapporteert overeenkomstig artikel 1 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/358;

d)

procedures om na te gaan of de logische volgorde van de gerapporteerde SFT-gegevens te allen tijde wordt aangehouden overeenkomstig artikel 1 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/358;

e)

procedures voor het verifiëren van de volledigheid en juistheid van de gerapporteerde SFT-gegevens overeenkomstig artikel 1 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/358;

f)

procedures voor de aansluiting van gegevens tussen transactieregisters indien tegenpartijen aan verschillende transactieregisters rapporteren overeenkomstig artikel 2 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/358;

g)

procedures voor het geven van feedback aan tegenpartijen bij SFT's of derden die namens hen rapporteren, over de onder a) tot en met e) uitgevoerde verificaties en de resultaten van het aansluitingsproces als bedoeld onder f) overeenkomstig artikel 3 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/358.

Artikel 20

Transparantie van het prijsbeleid

Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat een beschrijving van het volgende:

a)

het prijsbeleid van de aanvrager, met inbegrip van alle bestaande kortingen en rabatten en de voorwaarden om van deze prijsreducties te profiteren;

b)

de vergoedingenstructuur van de aanvrager voor het aanbieden van transactieregister- en nevendiensten, met inbegrip van de geraamde kosten van de transactieregisterdiensten en nevendiensten, samen met de bijzonderheden van de gehanteerde methoden om de aparte kosten te berekenen die door de aanvrager kunnen worden gemaakt wanneer hij transactieregisterdiensten en nevendiensten aanbiedt;

c)

methoden die worden gebruikt om de informatie openbaar te maken voor alle soorten gebruikers, met inbegrip van een kopie van de vergoedingenstructuur waarin transactieregisterdiensten en nevendiensten zijn ontbundeld.

Artikel 21

Operationeel risico

1.   Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat het volgende:

a)

een gedetailleerde beschrijving van de beschikbare hulpmiddelen en procedures voor het identificeren en limiteren van het operationele risico en elk ander materieel risico waaraan de aanvrager is blootgesteld, met inbegrip van een exemplaar van alle relevante gedragsregels, methodologieën, interne procedures en handleidingen;

b)

een beschrijving van de met eigen vermogen gefinancierde liquide nettoactiva ter dekking van potentiële algemene bedrijfsverliezen teneinde diensten als „going concern” te kunnen blijven aanbieden, en een beoordeling van de toereikendheid van zijn financiële middelen om over een periode van ten minste zes maanden de operationele kosten van een liquidatie of sanering van de kritieke activiteiten en diensten te kunnen dekken;

c)

het bedrijfscontinuïteitsplan van de aanvrager en het beleid voor de actualisering daarvan, met inbegrip van het volgende:

i)

alle bedrijfsprocessen, hulpmiddelen, escalatieprocedures en gerelateerde systemen die van kritiek belang zijn voor het verzekeren van de dienstverlening van het kandidaat-transactieregister, met inbegrip van alle relevante uitbestede diensten en de strategie, het beleid en de doelstellingen van het transactieregister met het oog op de continuïteit van deze processen;

ii)

de regelingen die samen met andere aanbieders van infrastructuur van de financiële markten, zoals onder meer andere transactieregisters, zijn getroffen;

iii)

de regelingen om een minimumniveau van dienstverlening van de kritieke functies te verzekeren en de tijd die het volledige herstel van deze functies naar verwachting in beslag zal nemen;

iv)

de maximaal aanvaardbare hersteltijd voor bedrijfsprocessen en -systemen, rekening houdend met de in artikel 4 van Verordening (EU) 2015/2365 vastgestelde termijn voor de rapportage aan transactieregisters en de hoeveelheid gegevens die het transactieregister binnen die dagelijkse periode moet verwerken;

v)

de procedures voor de registratie en evaluatie van incidenten;

vi)

testprogramma en testresultaten;

vii)

het beschikbare aantal alternatieve technische en operationele locaties, de plaats waar deze zich bevinden, de aldaar beschikbare hulpmiddelen in vergelijking met de hoofdlocatie en de procedures ter verzekering van de continuïteit van de bedrijfsuitoefening waarin is voorzien indien van alternatieve locaties moet worden gebruikgemaakt;

viii)

informatie over de toegang tot een secundaire bedrijfslocatie die het personeel in staat moet stellen de continuïteit van de dienstverlening te verzekeren indien een hoofdlocatie niet beschikbaar is;

ix)

plannen, procedures en regelingen voor het omgaan met noodsituaties en het waarborgen van de veiligheid van het personeel;

x)

plannen, procedures en regelingen voor het beheer van crises, met inbegrip van de coördinatie van het algemene bedrijfscontinuïteitsoptreden en de tijdige en effectieve activering ervan binnen een gegeven hersteltermijndoelstelling;

xi)

plannen, procedures en regelingen om de systeem-, applicatie- en infrastructuurcomponenten van de aanvrager binnen de voorgeschreven hersteltermijndoelstelling te herstellen;

d)

een beschrijving van de regelingen om de activiteiten van het transactieregister van de aanvrager in geval van verstoring te waarborgen en de betrokkenheid van gebruikers van transactieregisters en andere derden daarbij.

2.   Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat de procedures om een ordelijke vervanging van het oorspronkelijke transactieregister te waarborgen indien een rapporterende tegenpartij daarom verzoekt, of indien een derde partij die namens niet-rapporterende tegenpartijen rapporteert, daarom verzoekt, of indien een dergelijke vervanging het gevolg is van een intrekking van de registratie, en omvat de procedures voor de overdracht van gegevens en de omleiding van rapportagestromen naar een ander transactieregister.

Artikel 22

Beleid inzake het bewaren van vastleggingen

1.   Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat informatie over de ontvangst en het beheer van gegevens, met inbegrip van alle gedragsregels en procedures waarin de aanvrager heeft voorzien om het volgende te garanderen:

a)

een tijdige en nauwkeurige registratie van de gerapporteerde informatie;

b)

de bewaring van vastleggingen voor alle gerapporteerde informatie met betrekking tot de sluiting, wijziging of beëindiging van een SFT in een rapportagelogboek;

c)

dat de gegevens zowel online als offline worden bewaard;

d)

dat de gegevens adequaat worden gekopieerd om voor bedrijfscontinuïteitsdoeleinden te kunnen worden gebruikt.

2.   Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat informatie over de systemen, gedragsregels en procedures inzake het bewaren van vastleggingen waarvan wordt gebruikgemaakt om te garanderen dat de gerapporteerde gegevens op gepaste wijze worden gewijzigd en dat posities correct worden berekend in overeenstemming met relevante wet- en regelgevende vereisten.

Artikel 23

Mechanismen ter verzekering van de beschikbaarheid van gegevens

Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat een beschrijving van de hulpmiddelen, methoden en kanalen die de aanvrager gebruikt om toegang te verlenen tot de informatie overeenkomstig artikel 12, leden 1, 2 en 3, van Verordening (EU) 2015/2365, en bevat de volgende informatie:

a)

een procedure voor de berekening van de geaggregeerde posities overeenkomstig artikel 6 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/358 en een beschrijving van de hulpmiddelen, methoden en kanalen waarvan het transactieregister zal gebruikmaken om overeenkomstig artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) 2015/2365 publiekstoegang tot de daarin vervatte gegevens te faciliteren en een beschrijving van de frequentie van de bijwerkingen, alsook een exemplaar van alle desbetreffende handleidingen en interne gedragsregels;

b)

een beschrijving van de hulpmiddelen, methoden en faciliteiten waarvan het transactieregister gebruikmaakt om overeenkomstig artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2015/2365 de toegang van de betrokken autoriteiten tot zijn informatie te faciliteren, van de frequentie van de bijwerkingen en van de controles en verificaties die het transactieregister in het kader van het toegangsfilteringsproces kan invoeren, alsook een exemplaar van alle desbetreffende handleidingen en interne gedragsregels;

c)

een procedure en een beschrijving van de hulpmiddelen, methoden en kanalen die het transactieregister gebruikt om de tijdige, gestructureerde en omvattende verzameling van gegevens bij tegenpartijen te vergemakkelijken, de toegang tot informatie ervan voor tegenpartijen bij SFT's overeenkomstig artikel 4, lid 6, van Verordening (EU) 2015/2365 en artikel 80, lid 5, van Verordening (EU) nr. 648/2012, alsmede een exemplaar van de specifieke handleidingen en interne gedragsregels.

Artikel 24

Rechtstreekse en onmiddellijke toegang tot de gegevens door de autoriteiten

De aanvraag tot registratie als transactieregister bevat informatie over het volgende:

a)

de voorwaarden waaronder de in artikel 12, lid 2, van Verordening (EU) 2015/2365 bedoelde autoriteiten rechtstreekse en onmiddellijke toegang verkrijgen tot de gegevens over de in het transactieregister bewaarde SFT's overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/357;

b)

de procedure volgens welke de onder a) bedoelde autoriteiten rechtstreekse en onmiddellijke toegang verkrijgen tot de gegevens over de in het transactieregister bewaarde SFT's overeenkomstig de artikelen 4 en 5 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/358;

c)

de procedure om de integriteit te waarborgen van de gegevens waartoe die autoriteiten toegang verkrijgen.

Artikel 25

Betaling van vergoedingen

Een aanvraag tot registratie als transactieregister omvat het bewijs van betaling van de relevante registratievergoedingen vastgesteld in Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/360 van de Commissie (8).

Artikel 26

Bij uitbreiding van de registratie te verstrekken informatie

Voor de toepassing van artikel 5, lid 5, onder b), van Verordening (EU) 2015/2365 bevat de aanvraag tot uitbreiding van een bestaande registratie de informatie gespecificeerd in:

a)

artikel 1, met uitzondering van lid 1, onder k);

b)

artikel 2;

c)

artikel 5;

d)

artikel 7, met uitzondering van lid 2, onder d);

e)

artikel 8, onder b);

f)

artikel 9, lid 1, onder b) en e);

g)

artikel 11;

h)

artikel 12, lid 2;

i)

artikel 13;

j)

artikel 14, lid 2;

k)

artikel 15;

l)

artikel 16, met uitzondering van punt c);

m)

artikel 17;

n)

artikel 18;

o)

artikel 19;

p)

artikel 20;

q)

artikel 21;

r)

artikel 22;

s)

artikel 23;

t)

artikel 24;

u)

artikel 25;

v)

artikel 27.

Artikel 27

Verificatie van de juistheid en volledigheid van de aanvraag

1.   Alle informatie die tijdens het registratieproces bij de ESMA wordt ingediend, gaat vergezeld van een brief die door een lid van de raad van bestuur van het transactieregister en de directie is ondertekend en waarin wordt verklaard dat de ingediende informatie naar hun beste weten op de datum van indiening juist en volledig is.

2.   De informatie gaat indien relevant ook vergezeld van de relevante juridische documentatie van het bedrijf waaruit de juistheid van de gegevens blijkt.

Artikel 28

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 december 2018.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 337 van 23.12.2015, blz. 1.

(2)  Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 150/2013 van de Commissie van 19 december 2012 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters met technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van de gegevens die in de aanvraag tot registratie als transactieregister moeten worden opgenomen (PB L 52 van 23.2.2013, blz. 25).

(3)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/357 van de Commissie van 13 december 2018 tot aanvulling van Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft technische reguleringsnormen betreffende toegang tot gegevens over bij transactieregisters bewaarde effectenfinancieringstransacties (SFT's) (zie bladzijde 22 van dit Publicatieblad).

(4)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/358 van de Commissie van 13 december 2018 tot aanvulling van Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen betreffende de verzameling, verificatie, aggregatie, vergelijking en publicatie van gegevens over effectenfinancieringstransacties door transactieregisters (zie bladzijde 30 van dit Publicatieblad).

(5)  PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84.

(6)  Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (PB L 243 van 11.9.2002, blz. 1).

(7)  Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad (PB L 157 van 9.6.2006, blz. 87).

(8)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/360 van de Commissie van 13 december 2018 tot aanvulling van Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot door de Europese Autoriteit voor effecten en markten aan transactieregisters aangerekende vergoedingen (zie bladzijde 58 van dit Publicatieblad).


22.3.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 81/58


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2019/360 VAN DE COMMISSIE

van 13 december 2018

tot aanvulling van Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot door de Europese Autoriteit voor effecten en markten aan transactieregisters aangerekende vergoedingen

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende de transparantie van effectenfinancieringstransacties en van hergebruik en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (1), en met name artikel 11, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Artikel 62 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad (2) bepaalt dat de ontvangsten van de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) bestaan uit vergoedingen die aan ESMA worden betaald in de gevallen als bepaald in de wetgeving van de Unie, alsook uit bijdragen van nationale overheden en een subsidie van de Unie.

(2)

Aan in de Unie gevestigde transactieregisters moet een registratievergoeding worden aangerekend om de kosten van ESMA voor het verwerken van de registratieaanvraag te dekken.

(3)

De kosten van ESMA voor het verwerken van de registratieaanvraag zullen hoger zijn wanneer het transactieregister nevendiensten verleent. Het verlenen van dergelijke nevendiensten is een indicator voor een te verwachten hoge omzet en voor hogere kosten die verbonden zijn aan de beoordeling van de registratieaanvraag. Voor het aanrekenen van registratievergoedingen moeten transactieregisters bijgevolg worden ingedeeld in twee categorieën van verwachte totale omzet, namelijk hogere en lagere verwachte omzet, waarvoor verschillende registratievergoedingen moeten gelden naargelang zij al dan niet voornemens zijn nevendiensten te verlenen.

(4)

Wanneer een reeds op grond van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad (3) geregistreerd transactieregister verzoekt om uitbreiding van registratie, zullen de uitgaven die noodzakelijk zijn om de aanvraag nauwgezet te onderzoeken en te beoordelen, lager zijn dan voor een nieuwe registratie aangezien ESMA reeds in het bezit is van relevante informatie met betrekking tot het aanvragende transactieregister. Het aanvragende transactieregister dient derhalve een lagere vergoeding te betalen. Wanneer een nog niet op grond van Verordening (EU) nr. 648/2012 geregistreerd transactieregister tegelijkertijd registratieaanvragen indient op grond van Verordening (EU) nr. 648/2012 en Verordening (EU) 2015/2365, zullen de uitgaven die noodzakelijk zijn om de aanvraag nauwgezet te onderzoeken en te beoordelen, ook lager zijn vanwege de synergieën die verbonden zijn aan het eenmalige onderzoek van hetzelfde soort documenten. In het geval van gelijktijdige aanvragen moet het transactieregister de volledige verschuldigde registratievergoeding op grond van Verordening (EU) nr. 648/2012 betalen en de verlaagde vergoeding voor uitbreiding van registratie op grond van Verordening (EU) 2015/2365.

(5)

Indien het transactieregister na registratie nevendiensten begint te verlenen en daarbij op grond van de verwachte totale omzet in een hogere categorie terechtkomt, moet het transactieregister het verschil betalen tussen de oorspronkelijke registratievergoeding en de registratievergoeding die overeenstemt met de categorie van de hogere verwachte omzet. Omgekeerd hoeft dit bedrag niet door ESMA te worden terugbetaald wanneer een transactieregister na de registratie stopt met het verlenen van nevendiensten, aangezien de uitgaven die noodzakelijk zijn voor het beoordelen van de aanvraag van een transactieregister met een hoge omzet, reeds gedaan zijn bij de registratie.

(6)

Om ongegronde aanvragen te ontmoedigen, hoeven registratievergoedingen niet te worden terugbetaald als een aanvrager tijdens de registratieprocedure zijn aanvraag intrekt of als de registratie geweigerd wordt.

(7)

Om een efficiënt gebruik van de middelen van ESMA te waarborgen en tegelijkertijd de financiële druk op de lidstaten en de Unie te verlichten, moet ervoor worden gezorgd dat transactieregisters ten minste alle kosten betalen die met het toezicht erop verband houden. De toezichtvergoedingen moeten op een zodanig niveau worden vastgesteld dat aanzienlijke tekorten of overschotten voor activiteiten in verband met transactieregisters worden vermeden. Als er tekorten ontstaan, mag ESMA deze niet terugvorderen van de transactieregisters. Indien het tekort oploopt, dient ESMA de redenen daarvoor te onderzoeken en de pro-formakostenberekening van het toezicht aan te passen voor de volgende begrotingsperiode. Overschotten van vergoedingen mogen niet worden teruggevorderd door de transactieregisters.

(8)

Om te zorgen voor een eerlijke en duidelijke toewijzing van de vergoedingen die tegelijkertijd de werkelijke administratieve inspanning weergeeft die aan elke onder toezicht staande entiteit wordt besteed, moet de toezichtvergoeding worden berekend op basis van de omzet die door de kernactiviteiten en door de nevendiensten van het transactieregister wordt gegenereerd. Voor de berekening van de toepasselijke omzet moet een onderscheid worden gemaakt tussen nevendiensten die rechtstreeks verband houden met de verlening van de kerndiensten inzake het centraal verzamelen en bewaren van vastleggingen van effectenfinancieringstransacties (SFT's) krachtens Verordening (EU) 2015/2365, zoals agent lending en zekerhedenbeheer, of diensten die verband houden met het centraal verzamelen en bewaren van vastleggingen van SFT's en derivaten, zoals trade matching, transactiebevestiging, waardering van zekerheden en rapportage door derden. De aan een transactieregister aangerekende toezichtvergoedingen moeten evenredig zijn met de activiteiten van dat specifieke transactieregister vergeleken met de totale activiteiten van alle geregistreerde en onder toezicht staande transactieregisters binnen een bepaald jaar. Aangezien er voor het toezicht op transactieregisters vaste kosten zijn, moet echter een jaarlijkse minimumvergoeding voor toezicht worden vastgesteld. Dit bedrag wordt niet beïnvloed door de betaling van toezichtvergoedingen krachtens Verordening (EU) nr. 648/2012.

(9)

Er moet worden voorzien in regels voor het aanrekenen van vergoedingen aan transactieregisters van derde landen die een erkenning in de Unie aanvragen overeenkomstig Verordening (EU) 2015/2365, teneinde de kosten voor erkenning en de jaarlijkse administratieve kosten voor toezicht te dekken. In dit verband moet de erkenningsvergoeding bestaan uit twee onderdelen, de noodzakelijke uitgaven met betrekking tot de verwerking van de aanvraag tot erkenning van dergelijke transactieregisters van derde landen door ESMA krachtens artikel 19, lid 4, van genoemde verordening, en de noodzakelijke uitgaven met betrekking tot het sluiten van samenwerkingsregelingen, krachtens artikel 20 van genoemde verordening, met de bevoegde autoriteiten van het derde land waar het aanvragende transactieregister is geregistreerd. De kosten in verband met het sluiten van samenwerkingsregelingen dienen te worden verdeeld onder de erkende transactieregisters van hetzelfde derde land. Voorts dient aan transactieregisters van derde landen een jaarlijkse vergoeding voor het toezicht te worden aangerekend.

(10)

Wanneer een reeds op grond van Verordening (EU) nr. 648/2012 erkend transactieregister verzoekt om uitbreiding van de registratie van zijn erkenning, zullen de kosten voor de verwerking van de aanvraag lager zijn dan de kosten voor de verwerking van een nieuwe aanvraag vanwege de synergieën tussen de regelingen uit hoofde van Verordening (EU) nr. 648/2012 en Verordening (EU) 2015/2365. Derhalve kan de erkenningsvergoeding voor het onderdeel dat betrekking heeft op de verwerking van deze aanvraag, worden verlaagd. Anderzijds omvatten de kosten voor het sluiten van een samenwerkingsregeling kosten die specifiek betrekking hebben op de naleving van Verordening (EU) 2015/2365. Daarom moet het onderdeel van de erkenningsvergoeding dat betrekking heeft op samenwerkingsregelingen, losstaan van het bestaan van samenwerkingsregelingen krachtens Verordening (EU) nr. 648/2012.

(11)

De toezichttaken die ESMA uitoefent met betrekking tot erkende transactieregisters van derde landen, hebben hoofdzakelijk betrekking op de uitvoering van samenwerkingsregelingen, waaronder de effectieve uitwisseling van gegevens tussen relevante autoriteiten. De kosten voor het verrichten van deze taken moeten worden gedekt door jaarlijkse toezichtvergoedingen die aan erkende transactieregisters worden aangerekend. Aangezien deze kosten veel lager zullen zijn dan de kosten die ESMA maakt voor het uitoefenen van rechtstreeks toezicht op geregistreerde transactieregisters in de Unie, moeten de toezichtvergoedingen voor erkende transactieregisters aanzienlijk lager zijn dan de te betalen minimale toezichtvergoeding voor geregistreerde transactieregisters die onder rechtstreeks toezicht van ESMA staan.

(12)

De nationale bevoegde autoriteiten maken kosten wanneer zij werkzaamheden verrichten ingevolge Verordening (EU) 2015/2365 en wanneer taken aan hen worden gedelegeerd overeenkomstig artikel 74 van Verordening (EU) nr. 648/2012 en in overeenstemming met artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2015/2365. De vergoedingen die ESMA aan transactieregisters aanrekent, moeten ook deze kosten dekken. Om te vermijden dat bevoegde autoriteiten verlies of winst maken door gedelegeerde taken uit te voeren of door bijstand te bieden aan ESMA, moet deze alleen de werkelijke kosten van deze nationale bevoegde autoriteit terugbetalen.

(13)

Aangezien slechts beperkte gegevens beschikbaar zullen zijn over de activiteiten van een transactieregister in het jaar waarin het wordt geregistreerd, moet een voorlopige toezichtvergoeding worden berekend op basis van een raming van de uitgaven die noodzakelijk zijn voor het toezicht op het transactieregister in dit eerste jaar. Bij de exacte berekening van de vergoeding moet rekening worden gehouden met de datum van registratie van het transactieregister en de datum waarop de in artikel 4, lid 1, van Verordening (EU) 2015/2365 bedoelde rapportageverplichting aanvangt, zodat de omvang van het toezicht dat van ESMA vereist is, hiermee nauwkeurig wordt weergegeven. Indien de reglementaire rapportage van een transactieregister pas aanvangt in het jaar volgend op zijn registratie, dient de voorlopige toezichtvergoeding voor het jaar van registratie gebaseerd te worden op de registratievergoeding. De reden daarvoor is dat de uitgaven die nodig zijn voor het toezicht op een nog niet rapporterend transactieregister, vergelijkbaar zijn met de uitgaven die nodig zijn voor de beoordeling van de aanvraag tot registratie. Afhankelijk van de termijn tussen de registratie en het einde van het jaar wordt het bedrag pro rata aangepast in de veronderstelling dat een standaardregistratieprocedure 150 werkdagen vereist. Indien de reglementaire rapportage van een transactieregister aanvangt in de eerste zes maanden van het jaar van de registratie ervan, dient de voorlopige toezichtvergoeding berekend te worden op basis van de toepasselijke omzet die de inkomsten van het transactieregister voor het eerste halfjaar weergeeft. Indien de reglementaire rapportage van een transactieregister aanvangt in de laatste zes maanden van het jaar van de registratie ervan, dient de voorlopige toezichtvergoeding berekend te worden op basis van het niveau van de registratievergoeding van het transactieregister. De reden daarvoor is dat er slechts beperkte gegevens beschikbaar zijn voor het gebruik van de toepasselijke omzet.

(14)

In 2019 geregistreerde transactieregisters zullen geen rapportagediensten beginnen te verlenen voor het einde van 2019 en hun niveau van activiteit zal in 2019 waarschijnlijk bijna onbestaande zijn. Hun jaarlijkse toezichtvergoeding voor 2020 moet bijgevolg worden berekend op basis van hun toepasselijke omzet gedurende de eerste helft van 2020.

(15)

Deze verordening moet de basis vormen voor het recht van ESMA om transactieregisters vergoedingen aan te rekenen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Volledige dekking van toezichtkosten

De aan transactieregisters aangerekende vergoedingen dekken:

a)

alle kosten in verband met de registratie van en het toezicht op transactieregisters door ESMA overeenkomstig Verordening (EU) 2015/2365, waaronder de kosten die voortvloeien uit de erkenning van transactieregisters alsmede de kosten die voortvloeien uit de uitbreiding van de registratie of de uitbreiding van de erkenning voor transactieregisters die reeds op grond van Verordening (EU) nr. 648/2012 zijn geregistreerd of erkend;

b)

alle kosten voor de terugbetaling aan bevoegde autoriteiten die werkzaamheden hebben verricht overeenkomstig Verordening (EU) 2015/2365 en ingevolge een delegatie van taken overeenkomstig artikel 74 van Verordening (EU) nr. 648/2012 en in overeenstemming met artikel 9 van Verordening (EU) 2015/2365.

Artikel 2

Toepasselijke omzet

1.   Transactieregisters die alleen krachtens Verordening (EU) 2015/2365 zijn geregistreerd, bewaren voor de toepassing van deze verordening gecontroleerde rekeningen waarin ten minste het onderscheid wordt gemaakt tussen:

a)

inkomsten uit de kerntaken van het centraal verzamelen en bewaren van vastleggingen van SFT's uit hoofde van Verordening (EU) 2015/2365;

b)

inkomsten uit de nevendiensten die direct verband houden met het centraal verzamelen en bewaren van vastleggingen van SFT's uit hoofde van Verordening (EU) 2015/2365.

De toepasselijke inkomsten uit nevendiensten van het transactieregister voor een gegeven jaar (n) zijn de inkomsten uit de in punt b) vastgestelde diensten.

2.   Transactieregisters die krachtens zowel Verordening (EU) 2015/2365 als Verordening (EU) nr. 648/2012 zijn geregistreerd, bewaren voor de toepassing van deze verordening gecontroleerde rekeningen waarin ten minste het onderscheid wordt gemaakt tussen:

a)

inkomsten uit de kerntaken van het centraal verzamelen en bewaren van vastleggingen van SFT's uit hoofde van Verordening (EU) 2015/2365;

b)

inkomsten uit de kerntaken van het centraal verzamelen en bewaren van vastleggingen van derivaten uit hoofde van Verordening (EU) nr. 648/2012;

c)

inkomsten uit de nevendiensten die direct verband houden met het centraal verzamelen en bewaren van vastleggingen van SFT's uit hoofde van Verordening (EU) 2015/2365;

d)

inkomsten uit de nevendiensten die direct verband houden met het centraal verzamelen en bewaren van vastleggingen van SFT's uit hoofde van Verordening (EU) 2015/2365 en het centraal verzamelen en bewaren van vastleggingen van derivaten uit hoofde van Verordening (EU) nr. 648/2012.

De toepasselijke inkomsten uit de nevendiensten van het transactieregister voor een gegeven jaar (n) zijn de som van

de in punt c) bedoelde inkomsten, en

een deel van de in punt d) bedoelde inkomsten.

Het deel van de in punt d) bedoelde inkomsten is gelijk aan de in punt a) bedoelde inkomsten, gedeeld door de som van

de in punt a) bedoelde inkomsten, en

de in punt b) bedoelde inkomsten.

3.   De toepasselijke omzet van een transactieregister voor een gegeven jaar (n) is de som van

zijn inkomsten uit de kerntaken van het centraal verzamelen en bewaren van vastleggingen van SFT's uit hoofde van Verordening (EU) 2015/2365 op basis van de gecontroleerde rekeningen van het voorgaande jaar (n–1), en

zijn toepasselijke inkomsten uit nevendiensten vastgesteld overeenkomstig de leden 1 en 2 indien van toepassing, op basis van de gecontroleerde rekeningen van het voorgaande jaar (n–1)

gedeeld door de som van

de totale inkomsten van alle geregistreerde transactieregisters uit de kerntaken van het centraal verzamelen en bewaren van vastleggingen van SFT's uit hoofde van Verordening (EU) 2015/2365 op basis van de gecontroleerde rekeningen van het voorgaande jaar (n–1), en

de totale toepasselijke inkomsten uit nevendiensten van alle geregistreerde transactieregisters vastgesteld overeenkomstig de leden 1 en 2 indien van toepassing, op basis van de gecontroleerde rekeningen van het voorgaande jaar (n–1).

De toepasselijke omzet van een bepaald transactieregister („TRi” in de onderstaande formule) wordt derhalve berekend als volgt:

Formula

waarbij SFT-inkomsten = inkomsten uit kern-SFT-diensten + toepasselijke inkomsten uit nevendiensten.

4.   Indien het transactieregister niet het volledige voorgaande jaar (n–1) werkzaam was, wordt zijn toepasselijke omzet geraamd volgens de in lid 3 vastgestelde formule, door, voor het transactieregister, de waarde die is berekend voor het aantal maanden waarin het transactieregister werkzaam was in het jaar (n–1), te extrapoleren naar het gehele jaar (n–1).

Artikel 3

Aanpassing van vergoedingen

Vergoedingen die voor activiteiten van ESMA met betrekking tot transactieregisters worden aangerekend, worden op een zodanig niveau vastgesteld dat significante tekorten of overschotten worden vermeden.

Indien er sprake is van herhaaldelijke significante overschotten of tekorten, herziet de Commissie het niveau van de vergoedingen.

HOOFDSTUK II

VERGOEDINGEN

Artikel 4

Soorten vergoedingen

1.   Aan in de Unie gevestigde transactieregisters die overeenkomstig artikel 5, lid 1, van Verordening (EU) 2015/2365 registratie aanvragen, worden de volgende soorten vergoedingen aangerekend:

a)

vergoedingen voor registratie en uitbreiding van registratie overeenkomstig artikel 5;

b)

jaarlijkse toezichtvergoedingen overeenkomstig artikel 6.

2.   Aan in derde landen gevestigde transactieregisters die overeenkomstig artikel 19, lid 4, van Verordening (EU) 2015/2365 erkenning aanvragen, worden de volgende soorten vergoedingen aangerekend:

a)

vergoedingen voor erkenning en uitbreiding van registratie overeenkomstig artikel 7, leden 1 en 2;

b)

jaarlijkse toezichtvergoedingen voor erkende transactieregisters overeenkomstig artikel 7, lid 3.

Artikel 5

Vergoedingen voor registratie en uitbreiding van registratie

1.   De door de individuele aanvragende transactieregisters te betalen registratievergoeding weerspiegelt de uitgaven die noodzakelijk zijn om de aanvraag tot registratie of uitbreiding van registratie nauwgezet te onderzoeken en te beoordelen, rekening houdend met de door het transactieregister te verlenen diensten, waaronder eventuele nevendiensten.

2.   Een transactieregister wordt geacht nevendiensten aan te bieden in elk van de volgende situaties:

a)

wanneer het rechtstreeks nevendiensten verleent;

b)

wanneer een entiteit die deel uitmaakt van dezelfde groep als het transactieregister, nevendiensten verleent;

c)

wanneer de nevendiensten worden verleend door een entiteit waarmee het transactieregister, in de context van de transactie- of transactieverwerkingsketen of -bedrijfslijn, een overeenkomst heeft gesloten om samen te werken bij de verlening van nevendiensten.

3.   Wanneer een transactieregister geen nevendiensten als bedoeld in lid 2 verleent, wordt het betrokken transactieregister geacht een lage verwachte totale omzet te hebben en betaalt het een registratievergoeding van 65 000 EUR.

4.   Wanneer een transactieregister nevendiensten als bedoeld in lid 2 verleent, wordt het transactieregister geacht een hoge verwachte totale omzet te hebben en betaalt het een registratievergoeding van 100 000 EUR.

5.   Wanneer een transactieregister registratie aanvraagt en reeds krachtens titel VI, hoofdstuk 1, van Verordening (EU) nr. 648/2012 is geregistreerd, betaalt het een vergoeding voor uitbreiding van registratie van:

a)

50 000 EUR voor transactieregisters die nevendiensten verlenen als bedoeld in lid 2;

b)

32 500 EUR voor transactieregisters met een lage verwachte omzet die geen nevendiensten verlenen als bedoeld in lid 2.

6.   Wanneer een nog niet op grond van Verordening (EU) nr. 648/2012 geregistreerd transactieregister tegelijkertijd registratieaanvragen indient op grond van Verordening (EU) nr. 648/2012 en Verordening (EU) 2015/2365, betaalt het de volledige registratievergoeding die verschuldigd is op grond van Verordening (EU) nr. 648/2012, en de vergoeding voor uitbreiding van registratie overeenkomstig lid 5.

7.   In geval van een materiële wijziging in de registratievoorwaarden bedoeld in artikel 5, lid 4, van Verordening (EU) 2015/2365 en indien het transactieregister ten gevolge hiervan een hogere registratievergoeding krachtens de leden 3, 4 en 5 dan de aanvankelijk betaalde registratievergoeding verschuldigd is, wordt aan het transactieregister het verschil aangerekend tussen de aanvankelijk betaalde registratievergoeding en de hogere toepasselijke registratievergoeding die uit deze materiële wijziging voortvloeit.

Artikel 6

Jaarlijkse toezichtvergoedingen voor geregistreerde transactieregisters en transactieregisters die hun registratie hebben uitgebreid

1.   Aan een geregistreerd transactieregister wordt een jaarlijkse toezichtvergoeding aangerekend.

2.   De totale jaarlijkse toezichtvergoeding en de jaarlijkse toezichtvergoeding van een bepaald transactieregister voor een gegeven jaar (n) worden berekend als volgt:

a)

de totale jaarlijkse toezichtvergoeding voor een gegeven jaar (n) is de raming van de uitgaven in verband met het toezicht op de activiteiten van transactieregisters krachtens Verordening (EU) 2015/2365 zoals opgenomen in de begroting van ESMA voor dat jaar;

b)

de jaarlijkse toezichtvergoeding van een transactieregister voor een gegeven jaar (n) is de overeenkomstig punt a) vastgestelde totale jaarlijkse toezichtvergoeding, verdeeld tussen alle in jaar (n–1) geregistreerde transactieregisters in verhouding tot hun overeenkomstig artikel 2, lid 3, berekende toepasselijke omzet.

3.   Een transactieregister dat registratie of uitbreiding van registratie aanvraagt overeenkomstig artikel 5, lid 5, van Verordening (EU) 2015/2365, betaalt in geen geval een jaarlijkse toezichtvergoeding van minder dan 30 000 EUR.

Artikel 7

Vergoedingen voor transactieregisters van derde landen

1.   Een transactieregister dat erkenning aanvraagt krachtens artikel 19, lid 4, onder a), van Verordening (EU) 2015/2365, betaalt een erkenningsvergoeding berekend als de som van het volgende:

a)

20 000 EUR;

b)

het bedrag dat resulteert uit de verdeling van 35 000 EUR onder het totale aantal transactieregisters van hetzelfde derde land die door ESMA zijn erkend, of erkenning hebben aangevraagd maar nog niet zijn erkend.

2.   Een transactieregister dat uitbreiding van erkenning aanvraagt krachtens artikel 19, lid 4, onder b), van Verordening (EU) 2015/2365, betaalt een erkenningsvergoeding berekend als de som van 10 000 EUR en het overeenkomstig lid 1, onder b), berekende bedrag.

3.   Een overeenkomstig artikel 19, lid 3, van Verordening (EU) 2015/2365 erkend transactieregister betaalt een jaarlijkse toezichtvergoeding van 5 000 EUR.

HOOFDSTUK III

BETALINGS- EN TERUGBETALINGSVOORWAARDEN

Artikel 8

Algemene betalingsvoorwaarden

1.   Alle vergoedingen zijn betaalbaar in euro. Zij worden betaald als omschreven in de artikelen 9, 10 en 11.

2.   Late betalingen geven aanleiding tot een dagelijkse dwangsom van 0,1 % van het verschuldigde bedrag.

Artikel 9

Betaling van registratievergoedingen

1.   De in artikel 5 bedoelde registratievergoeding wordt in haar geheel betaald wanneer het transactieregister zijn aanvraag tot registratie indient overeenkomstig artikel 5, lid 5, van Verordening (EU) 2015/2365.

2.   Registratievergoedingen worden niet terugbetaald indien een transactieregister zijn aanvraag tot registratie intrekt voordat ESMA het met redenen omkleed besluit neemt om de registratie te aanvaarden of te weigeren, of indien de registratie wordt geweigerd.

Artikel 10

Betaling van jaarlijkse toezichtvergoedingen

1.   De in artikel 6 bedoelde jaarlijkse toezichtvergoeding voor een gegeven jaar wordt in twee tranches betaald.

De eerste tranche is verschuldigd op 28 februari van dat jaar en bedraagt vijf zesde van de geraamde jaarlijkse toezichtvergoeding. Indien de overeenkomstig artikel 2 berekende toepasselijke omzet op dat tijdstip nog niet beschikbaar is, wordt de berekening op grond van de omzet gebaseerd op de laatste overeenkomstig artikel 2 beschikbare toepasselijke omzet.

De tweede tranche is verschuldigd op 31 oktober. Het bedrag van de tweede tranche is de overeenkomstig artikel 6 berekende jaarlijkse toezichtvergoeding verminderd met het bedrag van de eerste tranche.

2.   ESMA zendt de facturen voor de tranches ten minste 30 dagen voor de betrokken betaaldatum aan de transactieregisters.

Artikel 11

Betalingen van vergoedingen door transactieregisters van derde landen

1.   De in artikel 7, leden 1 en 2, bedoelde erkenningsvergoedingen worden in hun geheel betaald wanneer het transactieregister zijn aanvraag tot erkenning indient overeenkomstig artikel 19, lid 4, van Verordening (EU) 2015/2365. Zij worden niet terugbetaald.

2.   Telkens wanneer een nieuwe aanvraag tot erkenning van een transactieregister van een derde land overeenkomstig artikel 19, lid 4, van Verordening (EU) 2015/2365 wordt ingediend, herberekent ESMA het in artikel 7, lid 1, onder b), bedoelde bedrag.

ESMA betaalt het verschil tussen het overeenkomstig artikel 7, lid 1, onder b), aangerekende bedrag en het bedrag dat resulteert uit de herberekening, gelijkelijk terug aan de reeds erkende transactieregisters van hetzelfde derde land. Dat verschil wordt terugbetaald middels directe betaling of middels vermindering van de in het daaropvolgende jaar aangerekende vergoedingen.

3.   De jaarlijkse toezichtvergoeding voor een erkend transactieregister is uiterlijk eind februari van elk jaar verschuldigd. ESMA zendt de factuur minstens 30 dagen voor die datum aan het erkend transactieregister.

Artikel 12

Terugbetaling aan bevoegde autoriteiten

1.   Alleen ESMA rekent aan transactieregisters vergoedingen aan voor hun registratie, uitbreiding van registratie, toezicht en erkenning overeenkomstig deze verordening.

2.   ESMA vergoedt een bevoegde autoriteit voor de werkelijke kosten die deze heeft gemaakt als gevolg van de uitvoering van taken overeenkomstig Verordening (EU) 2015/2365 en als gevolg van enige delegatie van taken overeenkomstig artikel 74 van Verordening (EU) nr. 648/2012 en in overeenstemming met artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2015/2365.

HOOFDSTUK IV

OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 13

Berekening van voorlopige toezichtvergoedingen

1.   Wanneer de in artikel 4, lid 1, van Verordening (EU) 2015/2365 bedoelde rapportageverplichting overeenkomstig artikel 33, lid 2, onder a), van die verordening aanvangt in het jaar volgend op de registratie van een transactieregister krachtens artikel 5, lid 5, van Verordening (EU) 2015/2365, betaalt het transactieregister in het jaar van zijn registratie een voorlopige toezichtvergoeding die wordt berekend overeenkomstig deel 1 van de bijlage.

2.   Wanneer de in artikel 4, lid 1, van Verordening (EU) 2015/2365 bedoelde rapportageverplichting overeenkomstig artikel 33, lid 2, onder a), van genoemde verordening aanvangt in de eerste zes maanden van het jaar van de registratie van een transactieregister krachtens artikel 5, lid 5, van Verordening (EU) 2015/2365, betaalt het transactieregister in het jaar van zijn registratie een voorlopige toezichtvergoeding die wordt berekend overeenkomstig deel 2 van de bijlage.

3.   Wanneer de in artikel 4, lid 1, van Verordening (EU) 2015/2365 bedoelde rapportageverplichting overeenkomstig artikel 33, lid 2, onder a), van genoemde verordening aanvangt in de laatste zes maanden van het jaar van de registratie van een transactieregister krachtens artikel 5, lid 5, van Verordening (EU) 2015/2365, betaalt het transactieregister in het jaar van zijn registratie een voorlopige toezichtvergoeding die wordt berekend overeenkomstig deel 3 van de bijlage.

Artikel 14

Betaling van registratievergoedingen en vergoedingen door transactieregisters van derde landen in 2019

1.   Transactieregisters die in 2019 registratie krachtens artikel 5, lid 5, van Verordening (EU) 2015/2365 aanvragen, betalen de in artikel 6 bedoelde registratievergoeding in haar geheel 30 dagen na de inwerkingtreding van deze verordening of op de datum van indiening van de aanvraag tot registratie als deze datum later valt.

2.   Transactieregisters van derde landen die in 2019 erkenning krachtens artikel 19, lid 4, van Verordening (EU) 2015/2365 aanvragen, betalen de in artikel 7, lid 1, of in artikel 7, lid 2, bedoelde erkenningsvergoeding in haar geheel 30 dagen na de inwerkingtreding van deze verordening of op de datum van indiening van de aanvraag indien deze datum later valt.

3.   In 2019 krachtens artikel 19, lid 3, van Verordening (EU) 2015/2365 erkende transactieregisters van derde landen betalen de jaarlijkse toezichtvergoeding voor 2019 overeenkomstig artikel 7, lid 3, in haar geheel, 60 dagen na de inwerkingtreding van deze verordening of 30 dagen nadat ESMA het transactieregister het in artikel 19, lid 7, van Verordening (EU) 2015/2365 bedoelde erkenningsbesluit heeft meegedeeld indien deze datum later valt.

Artikel 15

Jaarlijkse toezichtvergoeding voor 2020 voor transactieregisters die in 2019 registratie of uitbreiding van registratie hebben verkregen

1.   De toezichtvergoeding van een transactieregister voor 2020 is de overeenkomstig artikel 6, lid 2, onder a), vastgestelde totale jaarlijkse toezichtvergoeding, verdeeld tussen alle in 2019 geregistreerde transactieregisters in verhouding tot de overeenkomstig lid 2 berekende toepasselijke omzet.

2.   Voor de berekening van de jaarlijkse toezichtvergoeding voor 2020 overeenkomstig artikel 6 voor een krachtens artikel 5, lid 5, van Verordening (EU) 2015/2365 in 2019 geregistreerd transactieregister, bedraagt de toepasselijke omzet van het transactieregister de som van

de inkomsten uit de kerntaken van het centraal verzamelen en bewaren van vastleggingen van SFT's gedurende de periode van 1 januari 2020 tot en met 30 juni 2020, en

de toepasselijke inkomsten uit nevendiensten van het transactieregister overeenkomstig artikel 2, leden 1 en 2, gedurende de periode van 1 januari 2020 tot en met 30 juni 2020

gedeeld door de som van

de totale inkomsten uit de kerntaken van het centraal verzamelen en bewaren van vastleggingen van SFT's gedurende de periode van 1 januari 2020 tot en met 30 juni 2020 van alle geregistreerde transactieregisters, en

de toepasselijke inkomsten uit nevendiensten overeenkomstig artikel 2, leden 1 en 2, gedurende de periode van 1 januari 2020 tot en met 30 juni 2020 van alle geregistreerde transactieregisters.

3.   De jaarlijkse toezichtvergoeding voor 2020 voor in 2019 geregistreerde transactieregisters wordt in twee tranches betaald.

De eerste tranche is verschuldigd op 28 februari 2020 en bedraagt de in 2019 krachtens artikel 5 door het transactieregister betaalde registratievergoeding.

De tweede tranche is verschuldigd op 31 oktober 2020. Het bedrag van de tweede tranche is de overeenkomstig lid 1 berekende jaarlijkse toezichtvergoeding verminderd met het bedrag van de eerste tranche.

Indien het door het transactieregister voor de eerste tranche betaalde bedrag hoger is dan de overeenkomstig lid 1 berekende jaarlijkse toezichtvergoeding, betaalt ESMA aan het transactieregister het verschil terug tussen het voor de eerste tranche betaalde bedrag en de overeenkomstig lid 1 berekende jaarlijkse toezichtvergoeding.

4.   ESMA zendt de facturen voor de tranches van de jaarlijkse toezichtvergoeding voor 2020 ten minste 30 dagen voor de betaaldatum aan de in 2019 geregistreerde transactieregisters.

5.   Wanneer de gecontroleerde rekeningen voor 2020 beschikbaar zijn, rapporteren de in 2019 geregistreerde transactieregisters aan ESMA elke wijziging in de overeenkomstig lid 2 berekende toepasselijke omzet die het gevolg is van het verschil tussen de definitieve gegevens voor de periode van 1 januari 2020 tot en met 30 juni 2020 en de voorlopige gegevens die voor de berekening overeenkomstig lid 2 zijn gebruikt.

Aan de transactieregisters wordt het verschil aangerekend tussen de overeenkomstig lid 1 werkelijk betaalde jaarlijkse toezichtvergoeding voor 2020 en de jaarlijkse toezichtvergoeding voor 2020 die ten gevolge van wijzigingen van de in de eerste alinea bedoelde toepasselijke omzet moet worden betaald.

ESMA zendt de facturen voor de in de vorige alinea bedoelde bijkomende betalingen ten minste 30 dagen voor de betrokken betaaldatum.

Artikel 16

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 december 2018.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 337 van 23.12.2015, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84).

(3)  Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PB L 201 van 27.7.2012, blz. 1).


BIJLAGE

VOORLOPIGE VERGOEDINGEN IN HET EERSTE JAAR

Deel 1

Voorlopige toezichtvergoeding voor het jaar van registratie van een transactieregister wanneer de rapportageverplichting ingaat in het volgende jaar

1.

De voorlopige toezichtvergoeding van het transactieregister is de laagste van de volgende bedragen:

a)

de registratievergoeding van het transactieregister die verschuldigd is overeenkomstig artikel 5 van de onderhavige verordening;

b)

de registratievergoeding van het transactieregister die verschuldigd is overeenkomstig artikel 5 van de onderhavige verordening, vermenigvuldigd met de ratio tussen het aantal werkdagen vanaf de datum van registratie tot het einde van het jaar en 150 werkdagen;

De berekening wordt als volgt gemaakt:

TR voorlopige toezichtvergoeding = Min (registratievergoeding, registratievergoeding * coëfficiënt)

Formula

2.

De voorlopige toezichtvergoeding wordt in haar geheel betaald 60 dagen na de inwerkingtreding van deze verordening of 30 dagen na de kennisgeving als bedoeld in artikel 8, lid 1, van Verordening (EU) 2015/2365, als dit later is.

Deel 2

Voorlopige toezichtvergoeding voor het jaar van registratie van een transactieregister wanneer de rapportageverplichting ingaat in de eerste zes maanden van hetzelfde jaar

1.

De voorlopige toezichtvergoeding van het transactieregister is gelijk aan de totale jaarlijkse toezichtvergoeding vastgesteld overeenkomstig artikel 6, lid 2, onder a), van de onderhavige verordening, verdeeld over alle in dat jaar geregistreerde transactieregisters in verhouding tot de overeenkomstig lid 2 berekende toepasselijke omzet.

2.

Voor de berekening van de voorlopige toezichtvergoeding is de toepasselijke omzet van een transactieregister gelijk aan de som van

de inkomsten uit de kerntaken van het centraal verzamelen en bewaren van vastleggingen van SFT's gedurende de periode van 1 januari tot en met 30 juni van het jaar waarin het transactieregister werd geregistreerd, en

de toepasselijke inkomsten uit nevendiensten van het transactieregister overeenkomstig artikel 2, leden 1 en 2, van de onderhavige verordening indien van toepassing, gedurende de periode van 1 januari tot en met 30 juni van het jaar waarin het transactieregister werd geregistreerd,

gedeeld door de totale inkomsten uit de kerntaken van het centraal verzamelen en bewaren van vastleggingen van SFT's en de toepasselijke inkomsten uit nevendiensten van alle geregistreerde transactieregisters overeenkomstig artikel 2, leden 1 en 2, van de onderhavige verordening indien van toepassing, gedurende de periode van 1 januari tot en met 30 juni van dat jaar.

3.

De voorlopige toezichtvergoeding wordt in twee tranches betaald.

De eerste tranche is 30 dagen na de in artikel 8, lid 1, van Verordening (EU) 2015/2365 bedoelde kennisgeving verschuldigd en is gelijk aan de registratievergoeding van het transactieregister overeenkomstig artikel 5 van de onderhavige verordening.

De tweede tranche is verschuldigd op 31 oktober. Het bedrag van de tweede tranche is de overeenkomstig lid 1 berekende voorlopige toezichtvergoeding verminderd met het bedrag van de eerste tranche.

Wanneer het door het transactieregister voor de eerste tranche betaalde bedrag hoger is dan de overeenkomstig lid 1 berekende voorlopige toezichtvergoeding, betaalt ESMA het verschil terug tussen het voor de eerste tranche betaalde bedrag en de overeenkomstig lid 1 aan het transactieregister aangerekende voorlopige toezichtvergoeding.

4.

Wanneer de gecontroleerde rekeningen voor het jaar van registratie beschikbaar zijn, rapporteren de transactieregisters aan ESMA elke wijziging in de overeenkomstig lid 1 berekende toepasselijke omzet ten gevolge van het verschil tussen de definitieve gegevens voor de periode van 1 januari tot en met 30 juni en de voorlopige gegevens die voor de berekening krachtens lid 1 zijn gebruikt.

Aan de transactieregisters wordt het verschil aangerekend tussen de werkelijk betaalde jaarlijkse toezichtvergoeding voor het jaar van registratie overeenkomstig lid 3 en de jaarlijkse toezichtvergoeding voor het jaar van registratie die ten gevolge van enige wijziging van de in de eerste alinea bedoelde toepasselijke omzet moet worden betaald.

5.

Onverminderd de leden 1 en 4 bedraagt de voorlopige toezichtvergoeding niet minder dan 15 000 EUR.

Deel 3

Voorlopige toezichtvergoeding voor het jaar van registratie van een transactieregister wanneer de rapportageverplichting ingaat in de laatste zes maanden van hetzelfde jaar

1.

De voorlopige toezichtvergoeding van het transactieregister is gelijk aan de totale toezichtvergoeding vastgesteld overeenkomstig artikel 6, lid 2, onder a), van de onderhavige verordening, verdeeld over alle transactieregisters in verhouding tot de ratio tussen de aan ESMA betaalde registratievergoeding en het totaal van alle in dat jaar door transactieregisters aan ESMA betaalde registratievergoedingen.

2.

De overeenkomstig lid 1 vastgestelde vergoeding is 30 dagen na de in artikel 8, lid 1, van Verordening (EU) 2015/2365 bedoelde kennisgeving verschuldigd.

22.3.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 81/69


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2019/361 VAN DE COMMISSIE

van 13 december 2018

tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 151/2013 wat betreft de toegang tot gegevens van transactieregisters

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (1), en met name artikel 81, lid 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij artikel 32, lid 3, van Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad (2) is artikel 81, lid 3, van Verordening (EU) nr. 648/2012 gewijzigd om een aantal entiteiten toe te voegen aan de lijst van entiteiten waaraan een transactieregister informatie over derivaten beschikbaar moet stellen om hen in staat te stellen hun taken en opdrachten te vervullen. Deze entiteiten moeten daarom ook worden opgenomen in Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 151/2013 van de Commissie (3) met specificaties betreffende de te verstrekken informatie en het te verlenen niveau van toegang tot de gegevens over derivaten. Het is bijgevolg van essentieel belang dat transactieregisters in staat zijn om de betrokken tegenpartijen en transacties nauwkeurig te identificeren. De door transactieregisters verleende toegang dient toegang te omvatten tot gegevens over door een tegenpartij gesloten derivatentransacties, ongeacht of die tegenpartij een moederonderneming of dochteronderneming van een andere onderneming is, mits de vereiste toegang betrekking heeft op informatie die nodig is voor het vervullen van de taken en opdrachten van de betrokken entiteit.

(2)

Veel van de in artikel 81, lid 3, van Verordening (EU) nr. 648/2012 genoemde entiteiten hebben meerdere en verschillende taken en opdrachten. Om te vermijden dat transactieregisters voortdurend moeten controleren op grond van welke opdracht en voor welke specifieke behoefte een entiteit toegang vraagt, en aldus onnodige administratieve lasten voor die transactieregisters te vermijden, is het aangewezen de transactieregisters toe te staan elke entiteit één enkele toegang te verlenen die betrekking heeft op de taken en opdrachten van elke entiteit.

(3)

Toegang van de in artikel 81, lid 3, van Verordening (EU) nr. 648/2012 genoemde entiteiten tot alle gegevens over derivaten, inclusief gegevens over niet door het transactieregister aanvaarde derivaten en gegevens over derivaten na het in artikel 19 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 150/2013 van de Commissie (4) bedoelde proces van afstemming ervan, is van het grootste belang om ervoor te zorgen dat die entiteiten hun taken en opdrachten kunnen vervullen.

(4)

Bepaalde in artikel 81, lid 3, van Verordening (EU) nr. 648/2012 genoemde entiteiten zijn verantwoordelijk voor het monitoren van systeemrisico's voor de financiële stabiliteit. Om hun taken naar behoren te kunnen uitvoeren, moeten deze entiteiten toegang hebben tot het breedste spectrum van marktdeelnemers, handelsplatformen en de meest uitgebreide en gedetailleerde gegevens over derivaten die beschikbaar zijn voor hun gebied van verantwoordelijkheid dat, afhankelijk van de betrokken entiteit, een lidstaat, de eurozone of de Unie kan zijn.

(5)

Gezien de relatie tussen derivaten en monetair beleid dient een lid van het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB), zoals bedoeld in artikel 81, lid 3, onder g), van Verordening (EU) nr. 648/2012, toegang te hebben tot positiegegevens over derivaten uitgedrukt in de door dat ESCB-lid uitgegeven valuta. Positiegegevens moeten geaggregeerde derivatengegevens omvatten per criterium, waaronder onderliggende waarde, product en vervaldag voor individuele tegenpartijen.

(6)

De Europese Bankautoriteit (EBA), de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (EIOPA) en het Europees Comité voor systeemrisico's (ESRB) maken deel uit van het Europees systeem voor financieel toezicht en hebben, met betrekking tot financiële stabiliteit en systeemrisico, opdrachten en taken die sterk lijken op die van de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA). Het is derhalve belangrijk dat die autoriteiten, net als de ESMA, toegang hebben tot alle transactiegegevens over derivaten.

(7)

Bij Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad (5) is een gemeenschappelijk toezichtsmechanisme ingesteld. Een transactieregister dient er dus voor te zorgen dat de Europese Centrale Bank (ECB) toegang heeft tot alle gegevens over derivatentransacties die zijn gesloten door elke tegenpartij die, binnen het gemeenschappelijke toezichtsmechanisme, onderworpen is aan het toezicht van de ECB ingevolge Verordening (EU) nr. 1024/2013.

(8)

Ingevolge Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad (6) moeten voor de afwikkelingsautoriteiten ten aanzien van de in artikel 1, lid 1, van die richtlijn bedoelde entiteiten doeltreffende actiemiddelen beschikbaar zijn om besmetting te voorkomen. Elke afwikkelingsautoriteit dient derhalve toegang te hebben tot de door deze entiteiten gerapporteerde gegevens over derivatentransacties.

(9)

Ingevolge Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad (7) is de gemeenschappelijke afwikkelingsraad (GAR) verantwoordelijk voor het doeltreffend en samenhangend functioneren van het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, onder meer door het opstellen van afwikkelingsplannen voor de entiteiten als bedoeld in artikel 2 van die verordening. Om de gemeenschappelijke afwikkelingsraad in staat te stellen deze afwikkelingsplannen op te stellen, moet een transactieregister die raad toegang verlenen tot de gegevens over derivatentransacties die zijn gesloten door elke tegenpartij die onder het toepassingsgebied van Verordening (EU) nr. 806/2014 valt.

(10)

Om de in artikel 81, lid 3, onder o) en p), van Verordening (EU) nr. 648/2012 bedoelde autoriteiten in staat te stellen hun taken en opdrachten te vervullen, moeten zij toegang hebben tot gegevens die worden gerapporteerd door tegenpartijen die onder hun taken en opdrachten vallen.

(11)

Deze verordening is gebaseerd op de ontwerpen van technische reguleringsnormen die de ESMA aan de Europese Commissie heeft voorgelegd.

(12)

De ESMA heeft de betrokken autoriteiten en de leden van het ESCB geraadpleegd voordat zij de ontwerpen van technische reguleringsnormen heeft ingediend waarop deze verordening is gebaseerd. De ESMA heeft ook openbare raadplegingen gehouden, de mogelijke daaraan verbonden kosten en baten geanalyseerd en de bij artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad opgerichte Stakeholdergroep effecten en markten om advies verzocht (8).

(13)

Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 151/2013 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 151/2013 wordt als volgt gewijzigd:

i)

Artikel 2 van Verordening (EU) nr. 151/2013 wordt vervangen door:

„Artikel 2

Toegang tot de gegevens over derivaten in overeenstemming met de taken en opdracht van elke betrokken autoriteit

1.   Een transactieregister zorgt ervoor dat de gegevens over derivatentransacties die overeenkomstig de leden 3 tot en met 17 van dit artikel toegankelijk worden gemaakt voor de in artikel 81, lid 3, van Verordening (EU) nr. 648/2012 genoemde entiteiten, de volgende gegevens omvatten:

a)

de rapporten van derivaten die zijn gerapporteerd overeenkomstig de tabellen 1 en 2 van de bijlage bij Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 148/2013 (*1), met inbegrip van de meest recente handelsstaten van derivaten die niet zijn vervallen of waarover geen rapporten zijn opgesteld met de actiesoort „fout”, „vervroegde beëindiging”, „compressie” of „positiebestanddeel” als bedoeld in veld 93 van tabel 2 van de bijlage bij Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 148/2013;

b)

de relevante gegevens over derivatenrapporten die door het transactieregister zijn afgewezen, met inbegrip van alle derivatenrapporten die tijdens de vorige werkdag zijn afgewezen en de redenen voor de afwijzing ervan;

c)

de afstemmingsstatus van alle gerapporteerde derivaten waarvoor het transactieregister het in artikel 19 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 150/2013 van de Commissie bedoelde afstemmingsproces heeft verricht.

2.   Een transactieregister verleent de entiteiten met verschillende taken of opdrachten op grond van artikel 81, lid 3, van Verordening (EU) nr. 648/2012 één enkele toegang tot alle derivaten waarop die taken en opdrachten betrekking hebben.

3.   Een transactieregister verleent de ESMA toegang tot alle gegevens over derivatentransacties om haar in staat te stellen haar bevoegdheden uit te oefenen in overeenstemming met haar taken en opdrachten.

4.   Een transactieregister verleent de Europese Bankautoriteit (EBA), de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (EIOPA) en het Europees Comité voor systeemrisico's (ESRB) toegang tot alle transactiegegevens over derivaten.

5.   Een transactieregister verleent het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulatoren (ACER) toegang tot alle transactiegegevens over energiederivaten.

6.   Een transactieregister verleent een autoriteit die toezicht houdt op handelsplatforms toegang tot alle transactiegegevens over op die handelsplatforms uitgevoerde derivaten.

7.   Een transactieregister biedt een ingevolge artikel 4 van Richtlijn 2004/25/EG aangewezen toezichtautoriteit toegang tot alle transactiegegevens over derivaten waarvan de onderliggende waarde een effect is dat is uitgegeven door een vennootschap die aan een of meer van de volgende voorwaarden voldoet:

a)

de vennootschap is toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt die is gevestigd binnen de lidstaat van die autoriteit en de overnamebiedingen op de effecten van die vennootschap vallen onder de toezichtstaken en -opdrachten van die autoriteit;

b)

de vennootschap heeft haar statutaire zetel of hoofdkantoor in de lidstaat van die autoriteit en de overnamebiedingen op de effecten van die vennootschap vallen onder de toezichtstaken en -opdrachten van die autoriteit;

c)

de vennootschap is een bieder in de zin van artikel 2, lid 1, onder c), van Richtlijn 2004/25/EG voor de onder a) of b) bedoelde vennootschappen en de door haar aangeboden tegenprestatie omvat effecten.

8.   Een transactieregister verleent een in artikel 81, lid 3, onder j), van Verordening (EU) nr. 648/2012 bedoelde autoriteit toegang tot alle transactiegegevens over derivaten voor markten, contracten, onderliggende waarden, benchmarks en tegenpartijen die onder de toezichtstaken en -opdrachten van die autoriteit vallen.

9.   Een transactieregister verleent een lid van het ESCB waarvan de lidstaat de euro als valuta heeft, toegang tot:

a)

alle transactiegegevens over derivaten wanneer de referentie-entiteit van het derivaat is gevestigd in de lidstaat van dat ESCB-lid of in een lidstaat die de euro als valuta heeft, en valt onder dat lid volgens zijn toezichtstaken en -opdrachten, of wanneer de referentieverplichting staatsschuld is van de lidstaat van dat ESCB-lid of van een lidstaat die de euro als valuta heeft;

b)

positiegegevens over derivatencontracten in euro.

10.   Een transactieregister verleent een in artikel 81, lid 3, van Verordening (EU) nr. 648/2012 genoemde autoriteit die systeemrisico's voor de financiële stabiliteit monitort en waarvan de lidstaat de euro als valuta heeft, toegang tot alle gegevens over derivatentransacties die zijn gesloten op handelsplatforms, of door centrale tegenpartijen en tegenpartijen die onder de taken en opdrachten van die autoriteit vallen bij de monitoring van systeemrisico's voor de financiële stabiliteit in de eurozone.

11.   Een transactieregister verleent een lid van het ESCB waarvan de lidstaat niet de euro als valuta heeft, toegang tot:

a)

alle gegevens op transactieniveau over derivaten wanneer de referentie-entiteit van het derivaat is gevestigd in de lidstaat van dat ESCB-lid en valt onder dat lid volgens zijn toezichtstaken en -opdrachten, of wanneer de referentieverplichting staatsschuld is van de lidstaat van dat ESCB-lid;

b)

positiegegevens over derivaten in de door dat lid van het ESCB uitgegeven valuta.

12.   Een transactieregister verleent een in artikel 81, lid 3, van Verordening (EU) nr. 648/2012 genoemde autoriteit die systeemrisico's voor de financiële stabiliteit monitort en waarvan de lidstaat niet de euro als valuta heeft, toegang tot alle gegevens over derivatentransacties die zijn gesloten op handelsplatforms, of door centrale tegenpartijen en tegenpartijen die onder de taken en opdrachten van die autoriteit vallen bij de monitoring van systeemrisico's voor de financiële stabiliteit in een lidstaat waarvan de valuta niet de euro is.

13.   Een transactieregister verleent de ECB bij de uitvoering van haar taken binnen het gemeenschappelijke toezichtmechanisme op grond van Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad toegang tot alle gegevens over derivatentransacties die zijn gesloten door elke tegenpartij die, binnen het gemeenschappelijke toezichtsmechanisme, onderworpen is aan het toezicht van de ECB ingevolge Verordening (EU) nr. 1024/2013 (*2).

14.   Een transactieregister verleent een in artikel 81, lid 3, onder o) en p), van Verordening (EU) nr. 648/2012 bedoelde autoriteit toegang tot alle gegevens over derivatentransacties die zijn gesloten door alle tegenpartijen die onder de taken en opdrachten van die autoriteit vallen.

15.   Een transactieregister verleent een in artikel 81, lid 3, onder m), van Verordening (EU) nr. 648/2012 bedoelde autoriteit toegang tot alle gegevens over derivatentransacties die zijn gesloten door tegenpartijen die onder de taken en opdrachten van die autoriteit vallen.

16.   Een transactieregister verleent de GAR toegang tot alle gegevens over derivatentransacties die zijn gesloten door tegenpartijen die onder het toepassingsgebied van Verordening (EU) nr. 806/2014 vallen.

17.   Een transactieregister verleent een autoriteit die toezicht houdt op een centrale tegenpartij (CTP) en, in voorkomend geval, het relevante lid van het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB) dat supervisie op die CTP uitoefent, toegang tot alle gegevens over derivatentransacties die door die CTP zijn gecleard.

(*1)  Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 148/2013 van de Commissie van 19 december 2012 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters met technische reguleringsnormen inzake de minimale mate van gedetailleerdheid van de aan transactieregisters te rapporteren gegevens (PB L 52 van 23.2.2013, blz. 1)."

(*2)  Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PB L 287 van 29.10.2013, blz. 63).”."

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 december 2018.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 201 van 27.7.2012, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende de transparantie van effectenfinancieringstransacties en van hergebruik en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 337 van 23.12.2015, blz. 1).

(3)  Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 151/2013 van de Commissie van 19 december 2012 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters met technische reguleringsnormen ter specificatie van de door transactieregisters te publiceren en beschikbaar te stellen gegevens en van operationele normen voor de aggregatie van, vergelijking tussen en toegang tot gegevens (PB L 52 van 23.2.2013, blz. 33).

(4)  Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 150/2013 van de Commissie van 19 december 2012 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters met technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van de gegevens die in de aanvraag tot registratie als transactieregister moeten worden opgenomen (PB L 52 van 23.2.2013, blz. 25).

(5)  Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PB L 287 van 29.10.2013, blz. 63).

(6)  Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 190).

(7)  Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 (PB L 225 van 30.7.2014, blz. 1).

(8)  Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84).


22.3.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 81/74


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2019/362 VAN DE COMMISSIE

van 13 december 2018

tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 150/2013 wat betreft technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van de gegevens die in de aanvraag tot registratie als transactieregister moeten worden opgenomen

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (1), en met name artikel 56, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De ervaring met de toepassing van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 150/2013 van de Commissie (2) heeft geleerd dat de bepalingen van Verordening (EU) nr. 648/2012 betreffende de registratie van transactieregisters een deugdelijke basis vormen voor het opbouwen van het kader voor de registratie van transactieregisters. Om dat kader verder te versterken, moet Verordening (EU) nr. 150/2013 het evoluerende karakter van de sector tot uitdrukking brengen.

(2)

Het vaststellen van een samenhangend kader voor de registratie en uitbreiding van registratie van transactieregisters in het kader van Verordening (EU) nr. 648/2012 en Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad (3) is essentieel voor het bewerkstelligen van een gelijk speelveld voor transactieregisters en voor de efficiënte aanbieding van registerfuncties.

(3)

De verificatiefunctie van transactieregisters is van primair belang voor de transparantie van de derivatenmarkten en voor de waarborging van de gegevenskwaliteit. Transactieregisters moeten daarom aantonen dat zij systemen en procedures hebben ingevoerd om de volledigheid en juistheid van de gegevens over derivatencontracten te verifiëren. Die systemen en procedures moeten dan ook verder worden uitgewerkt om het kader voor de registratie te versterken. Daarin moet worden vastgelegd hoe de transactieregisters gebruikers authenticeren, schema's van de gegevens valideren, de registratie van gegevens goedkeuren, de logica en inhoud van de gegevens valideren, de gegevens over derivaten op elkaar afstemmen en feedback geven aan hun gebruikers.

(4)

Aanvragen tot registratie als transactieregister moeten gedetailleerdere informatie over de desbetreffende internecontrolemechanismen en -structuren, de interneauditfunctie en het auditwerkplan bevatten om de ESMA in staat te stellen te beoordelen hoe die factoren bijdragen tot de efficiënte werking van het transactieregister.

(5)

Om de ESMA in staat te stellen de goede reputatie, ervaring en vaardigheden van de leden van de raad, de hoogste leiding en ander belangrijk leidinggevend personeel van het aanvragende transactieregister beter te beoordelen, moet een aanvragend transactieregister aanvullende informatie verstrekken over die personen, inclusief informatie over hun kennis van en ervaring met IT-beheer, -activiteiten en -ontwikkeling.

(6)

Het gebruik van gemeenschappelijke hulpmiddelen binnen een transactieregister voor derivatenrapportagediensten enerzijds en nevendiensten of rapportagediensten voor effectenfinancieringstransacties anderzijds kan leiden tot besmetting met operationele risico's tussen die diensten onderling. De validering, afstemming, verwerking en vastlegging van gegevens kan een effectieve operationele scheiding vereisen om een dergelijke besmetting met risico's te vermijden. Bepaalde praktijken zoals een gemeenschappelijke frontend van systemen, een gemeenschappelijk toegangspunt tot gegevens voor autoriteiten of het gebruik van hetzelfde personeel dat werkzaam is bij de verkoop, compliance of een helpdesk voor cliëntendiensten kunnen echter minder besmettingsgevoelig zijn en dus niet noodzakelijkerwijs een operationele scheiding vereisen. Transactieregisters moeten bijgevolg een passende operationele scheiding tot stand brengen tussen de hulpmiddelen, systemen of procedures die bij verschillende bedrijfslijnen worden gebruikt. Die scheiding moet bedrijfslijnen omvatten die diensten aanbieden die onder andere wetgeving van de Unie of onder wetgeving van derde landen vallen. Die scheiding moet er voorts voor zorgen dat de registratieaanvraag gedetailleerde en duidelijke informatie bevat over de nevendiensten of over andere bedrijfslijnen die het transactieregister buiten zijn kernactiviteit van registerdiensten op grond van Verordening (EU) nr. 648/2012 aanbiedt.

(7)

De deugdelijkheid, het weerstandsvermogen en de bescherming van de informatietechnologiesystemen van transactieregisters zijn essentieel om ervoor te zorgen dat de doelstellingen van Verordening (EU) nr. 648/2012 worden nageleefd. Daarom moeten transactieregisters uitgebreide en gedetailleerdere informatie over die systemen verstrekken opdat de ESMA de deugdelijkheid en het weerstandsvermogen van hun informatietechnologiesystemen kan beoordelen. Indien de aanbieding van registerfuncties wordt uitbesteed aan derden, hetzij op groepsniveau, hetzij buiten de groep, moeten transactieregisters gedetailleerde informatie verstrekken over de desbetreffende uitbestedingsregelingen om de ESMA in staat te stellen de naleving van de registratievoorwaarden te beoordelen, met inbegrip van informatie over alle overeenkomsten inzake het dienstverleningsniveau, over de maatstaven en over de wijze waarop deze maatstaven effectief worden gemonitord. Ten slotte moeten transactieregisters informatie verstrekken over de mechanismen en controles die zij invoeren om potentiële cyberrisico's effectief te beheren en de gegevens tegen cyberaanvallen te beschermen.

(8)

Om de doelstellingen van Verordening (EU) nr. 648/2012 met betrekking tot de transparantie van de derivatenmarkt beter te verwezenlijken, moeten transactieregisters aantonen dat zij de voorwaarden voor toegang tot gegevens van transactieregisters toepassen overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 151/2013 van de Commissie (4). Die voorwaarden moeten de integriteit van de aan autoriteiten verstrekte gegevens waarborgen en ervoor zorgen dat de transactieregisters toegang tot de gegevens kunnen verlenen overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 151/2013. Een registratieaanvraag moet derhalve een gedetailleerde beschrijving bevatten van de gedragslijnen en de procedures van transactieregisters volgens welke de verschillende soorten gebruikers de gegevens rapporteren en toegang hebben tot de gegevens van een transactieregister. Om dezelfde reden moet een registratieaanvraag een beschrijving bevatten van de kanalen en mechanismen die voor de openbaarmaking van informatie over de toegang tot gegevens van dat transactieregister worden gebruikt. Transactieregisters moeten ook gedetailleerdere informatie verstrekken over hun procedures voor de verificatie van de volledigheid en juistheid van gegevens.

(9)

De vergoedingen in verband met de door transactieregisters aangeboden diensten zijn essentiële informatie om marktdeelnemers in staat te stellen met kennis van zaken een keuze te maken. Die vergoedingen moeten dan ook deel uitmaken van de aanvraag tot registratie als transactieregister.

(10)

Om de ESMA in staat te stellen de basis voor capaciteits- en prestatieplanning van de transactieregisters vast te stellen, moeten registratieaanvragen informatie bevatten waaruit blijkt dat het aanvragende transactieregister over de nodige financiële middelen beschikt om zijn functies als transactieregister op permanente basis te kunnen uitoefenen. Om dezelfde reden moet een registratieaanvraag doeltreffende bedrijfscontinuïteitsregelingen bevatten. Transactieregisters moeten met name informatie verstrekken over hun plannen, procedures en regelingen voor het beheer van noodsituaties en crises, met inbegrip van procedures om te zorgen voor de ordelijke vervanging van het oorspronkelijke transactieregister als de registratie ervan wordt ingetrokken of als een rapporterende tegenpartij besluit te rapporteren aan een ander transactieregister.

(11)

Aangezien marktdeelnemers en autoriteiten vertrouwen op de door transactieregisters bewaarde gegevens, moet de registratieaanvraag van een transactieregister een duidelijke beschrijving geven van de operationele regelingen en regelingen inzake het bijhouden van gegevens, die strikt en doeltreffend moeten zijn. Om aan te tonen hoe de vertrouwelijkheid en bescherming van de door het transactieregister bewaarde gegevens worden gehandhaafd en om de traceerbaarheid van die gegevens mogelijk te maken, moet de registratieaanvraag een specifieke verwijzing bevatten met betrekking tot het opzetten van een rapportagelogboek.

(12)

Deze verordening is gebaseerd op de ontwerpen van technische reguleringsnormen die de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) volgens de procedure van artikel 10 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad (5) aan de Europese Commissie heeft voorgelegd.

(13)

De ESMA heeft openbare raadplegingen over deze ontwerpen van technische reguleringsnormen gehouden, de mogelijke daaraan verbonden kosten en baten geanalyseerd, en het advies ingewonnen van de bij artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 opgerichte ESMA-stakeholdergroep effecten en markten.

(14)

Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 150/2013 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingen van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 150/2013

1.

In artikel 1 wordt lid 2 vervangen door:

„2.   De aanvraag tot registratie als transactieregister bevat in het bijzonder de volgende informatie:

a)

de firmanaam van de aanvrager en het wettelijk adres binnen de Unie;

b)

een uittreksel uit het toepasselijke handelsregister, dan wel een ander officieel bewijsstuk van de plaats van oprichting en de reikwijdte van de bedrijfsactiviteiten van de aanvrager, op de datum van de aanvraag;

c)

informatie over de derivatenklassen waarvoor de aanvrager wenst te worden geregistreerd;

d)

informatie over de vraag of een bevoegde autoriteit in de lidstaat waar de aanvrager is gevestigd hem een vergunning heeft verleend dan wel hem heeft geregistreerd, en in dat geval de naam van de autoriteit en elk referentienummer met betrekking tot de vergunning of registratie;

e)

de statuten van de aanvrager en, in voorkomend geval, andere wettelijke documenten waarin staat dat de aanvrager voornemens is transactieregisterdiensten te verrichten;

f)

de notulen van de vergadering waarop de raad van de aanvrager de aanvraag heeft goedgekeurd;

g)

de naam en contactgegevens van de voor de compliance verantwoordelijke perso(o)n(en), of van andere bij compliancetoetsingen betrokken personeelsleden van de aanvrager;

h)

het programma van werkzaamheden, waarin wordt aangegeven waar de belangrijkste bedrijfsactiviteiten worden verricht;

i)

de identificatie van alle dochterondernemingen en, in voorkomend geval, de groepsstructuur;

j)

alle andere diensten dan de transactieregisterfunctie die de aanvrager verricht of voornemens is te verrichten;

k)

alle informatie over aanhangige gerechtelijke, administratieve, arbitrage- of andere geschilprocedures van gelijk welke aard waarin de aanvrager partij kan zijn, en met name die welke op fiscale en insolventiekwesties betrekking hebben en waarmee aanzienlijke financiële of reputatiekosten gemoeid kunnen zijn, dan wel enigerlei niet-aanhangige procedures die wel nog grote gevolgen voor de kosten van het transactieregister kunnen hebben.”

2.

Artikel 2 wordt vervangen door:

„Artikel 2

Gedragslijnen en procedures

Indien informatie over gedragslijnen en procedures wordt verstrekt in het kader van een aanvraag, zorgt een aanvrager ervoor dat de aanvraag de volgende elementen bevat:

a)

een indicatie dat de raad de gedragslijnen goedkeurt, dat de hoogste leiding de procedures goedkeurt en dat de hoogste leiding verantwoordelijk is voor de uitvoering en handhaving van de gedragslijnen en procedures;

b)

een beschrijving van de wijze waarop de communicatie over gedragslijnen en procedures binnen de aanvrager is georganiseerd, de wijze waarop de naleving van de gedragslijnen wordt gewaarborgd en dagelijks wordt gemonitord, met vermelding van de voor de naleving verantwoordelijke persoon of personen;

c)

alle gegevens waaruit blijkt dat in dienst genomen en gespecialiseerd personeel op de hoogte is van de gedragslijnen en procedures;

d)

een beschrijving van de te treffen maatregelen in geval van een inbreuk op de gedragslijnen en procedures;

e)

een beschrijving van de procedure voor de rapportage aan de ESMA van een op de gedragslijnen of procedures gepleegde wezenlijke inbreuk die in een schending van de voorwaarden voor de initiële registratie kan resulteren.”.

3.

In artikel 3 wordt lid 2 vervangen door:

„2.   Indien de aanvrager een moederonderneming heeft, vermeldt hij het volgende:

a)

het wettelijke adres van die moederonderneming;

b)

of de moederonderneming een vergunning heeft of geregistreerd is en onder toezicht staat, en, wanneer dit het geval is, het referentienummer en de naam van de verantwoordelijke toezichthoudende autoriteit.”.

4.

Artikel 7 wordt vervangen door:

„Artikel 7

Interne controle

1.   Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat gedetailleerde informatie over het internecontrolesysteem van de aanvrager, met inbegrip van informatie over zijn compliancefunctie, risicobeoordeling, internecontrolemechanismen en regelingen voor zijn interneauditfunctie.

2.   De in lid 1 bedoelde gedetailleerde informatie omvat:

a)

de gedragslijnen voor interne controle en de desbetreffende procedures van de aanvrager met betrekking tot de consistente en effectieve implementatie ervan;

b)

alle gedragslijnen, procedures en handleidingen betreffende de monitoring en evaluatie van de adequaatheid en effectiviteit van de systemen van de aanvrager;

c)

alle gedragslijnen, procedures en handleidingen met betrekking tot de controle en beveiliging van de informatieverwerkingssystemen van de aanvrager;

d)

de identiteit van de interne organen die met de evaluatie van de desbetreffende internecontrolebevindingen zijn belast.

3.   Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat de volgende informatie over de interneauditactiviteiten van de aanvrager:

a)

de samenstelling van elk interneauditcomité, zijn bevoegdheden en verantwoordelijkheden;

b)

zijn handvest voor de interneauditfunctie, methoden, normen en procedures;

c)

een toelichting over de wijze waarop zijn handvest, methoden en procedures voor interne audit worden ontwikkeld en toegepast, rekening houdend met de aard en omvang van de activiteiten, complexiteit en risico's van de aanvrager;

d)

een werkplan voor drie jaar na de aanvraagdatum, waarin de aard en omvang van de activiteiten, complexiteit en risico's van de aanvrager worden behandeld.”.

5.

Artikel 9 wordt vervangen door:

„Artikel 9

Hoogste leiding en leden van de raad

1.   Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat de volgende informatie over ieder lid van de hoogste leiding en ieder lid van de raad:

a)

een exemplaar van het curriculum vitae;

b)

gedetailleerde informatie over de kennis van en ervaring met IT-beheer, -activiteiten en -ontwikkeling;

c)

nadere bijzonderheden over alle veroordelingen voor een strafbaar feit in verband met het verrichten van financiële of datadiensten of in verband met fraude of verduistering, met name in de vorm van een officieel attest indien dit in de betrokken lidstaat beschikbaar is;

d)

een eigen verklaring van betrouwbaarheid in verband met het verrichten van een financiële of datadienst, waarin ieder lid van de hoogste leiding en de raad verklaart of:

i)

hij voor een strafbaar feit in verband met het verrichten van financiële of datadiensten of in verband met fraude of verduistering is veroordeeld;

ii)

hij het voorwerp heeft uitgemaakt van een negatieve beslissing in het kader van een door een toezichthoudende autoriteit of overheidsinstanties of -diensten ingeleide procedure van disciplinaire aard of onderworpen is aan een dergelijke procedure die nog niet is afgesloten;

iii)

hij het voorwerp heeft uitgemaakt van een bewezenverklaring in het kader van burgerlijke rechtsvorderingen in verband met het verrichten van financiële of datadiensten, dan wel voor laakbaar gedrag of fraude bij het bestuur van een bedrijf;

iv)

hij deel heeft uitgemaakt van de raad of hoogste leiding van een onderneming waarvan de registratie of vergunning door een toezichthoudende autoriteit is ingetrokken;

v)

hem het recht is ontzegd om activiteiten uit te oefenen waarvoor de registratie of de verlening van een vergunning door een toezichthoudende autoriteit is vereist;

vi)

hij deel heeft uitgemaakt van de raad of hoogste leiding van een onderneming die in staat van insolventie of liquidatie is komen te verkeren terwijl deze persoon aan de onderneming verbonden was of binnen een jaar nadat de persoon niet langer aan de onderneming verbonden was;

vii)

hij deel heeft uitgemaakt van de raad of hoogste leiding van een onderneming die het voorwerp is geweest van een negatieve beslissing of sanctie door een toezichthoudende autoriteit;

viii)

hij anderszins door een overheidsorgaan, toezichthoudende instantie of beroepsorganisatie is beboet of geschorst, uit zijn functie is ontheven, dan wel onderworpen is geweest aan enigerlei andere sanctie in verband met fraude of verduistering of in verband met het verrichten van financiële of datadiensten;

ix)

hij zijn bevoegdheid heeft verloren om als directeur of bestuurder op te treden, dan wel is ontslagen als werknemer of uit een andere functie bij een onderneming als gevolg van ernstige fouten of onregelmatigheden;

e)

een beschrijving van alle potentiële belangenconflicten waarmee de hoogste leiding en de leden van de raad bij de uitvoering van hun taken kunnen worden geconfronteerd en van de wijze waarop deze conflicten worden beheerd.”.

6.

Artikel 11 wordt vervangen door:

„Artikel 11

Deskundigheid en betrouwbaarheid

Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat de volgende informatie over het personeel van de aanvrager:

a)

een algemene lijst van de personeelsleden die rechtstreeks bij het transactieregister in dienst zijn, met vermelding van hun taak en kwalificaties per taak;

b)

een specifieke beschrijving van het IT-personeel dat rechtstreeks voor het verrichten van transactieregisterdiensten wordt ingezet, met vermelding van de taak en de kwalificaties van ieder personeelslid;

c)

een beschrijving van de taken en kwalificaties van iedere persoon die verantwoordelijk is voor interne audit, interne controles, compliance en risicobeoordeling;

d)

de identiteit van de eigen personeelsleden en van de personeelsleden die in het kader van een uitbestedingsregeling werkzaam zijn;

e)

gegevens over de opleiding met betrekking tot de gedragslijnen en procedures van de aanvrager en de activiteiten van het transactieregister, met inbegrip van elk examen of ander type formele beoordeling dat voor het personeel vereist is met betrekking tot de uitvoering van activiteiten van het transactieregister.

De in punt b) bedoelde beschrijving omvat schriftelijke bewijsstukken van het academische diploma en de ervaring met informatietechnologie van ten minste één met IT-zaken belast leidinggevend personeelslid.”.

7.

Artikel 12 wordt vervangen door:

„Artikel 12

Financiële verslagen en bedrijfsplannen

1.   Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat de volgende financiële en bedrijfsinformatie over de aanvrager:

a)

een volledige jaarrekening, opgesteld conform de internationale standaarden die overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad (*1) zijn vastgesteld;

b)

indien de jaarrekening van de aanvrager aan wettelijke controle in de zin van artikel 2, punt 1, van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad (*2) onderworpen is, bevatten de financiële verslagen het verslag over de controle van de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening;

c)

indien de aanvrager wordt gecontroleerd, naam en nationaal registratienummer van de externe auditor.

2.   Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat een financieel bedrijfsplan waarin verschillende bedrijfsscenario's voor transactieregisterdiensten over een referentieperiode van ten minste drie jaar worden onderzocht en waarin de volgende aanvullende informatie is opgenomen:

a)

het verwachte niveau van de rapportageactiviteit in aantal transacties;

b)

de relevante vaste en variabele kosten die zijn bepaald met betrekking tot de aanbieding van transactieregisterdiensten op grond van Verordening (EU) 648/2012;

c)

positieve en negatieve afwijkingen van ten minste 20 % ten opzichte van het vastgestelde basisactiviteitscenario.

3.   Wanneer de in lid 1 bedoelde historische financiële informatie niet beschikbaar is, bevat een aanvraag tot registratie als transactieregister de volgende informatie over de aanvrager:

a)

de pro-formajaarrekening waaruit de beschikbaarheid van voldoende middelen en de verwachte status van het bedrijf zes maanden na registratie blijkt;

b)

een tussentijds financieel verslag indien de financiële overzichten voor de vereiste periode nog niet beschikbaar zijn;

c)

een overzicht van de financiële positie, zoals een balans, een winst-en-verliesrekening, vermogensmutaties, kasstromen en de daarmee samenhangende toelichtingen, met inbegrip van een samenvatting van de grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.

4.   Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat de gecontroleerde jaarrekening van elke moederonderneming voor de drie aan de datum van de aanvraag voorafgaande boekjaren.

5.   Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat ook de volgende financiële informatie over de aanvrager:

a)

een indicatie van alle plannen voor de vestiging van dochterondernemingen en de locatie ervan;

b)

een beschrijving van de bedrijfsactiviteiten die de aanvrager voornemens is uit te voeren, met nadere precisering van de activiteiten van alle dochterondernemingen of bijkantoren.

(*1)  Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (PB L 243 van 11.9.2002, blz. 1)."

(*2)  Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen (PB L 157 van 9.6.2006, blz. 87).”."

8.

Artikel 14 wordt vervangen door:

„Artikel 14

Vertrouwelijkheid

1.   Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat de interne gedragslijnen, procedures en mechanismen die voorkomen dat de in het aanvragende transactieregister bewaarde gegevens worden gebruikt voor:

a)

onrechtmatige doeleinden;

b)

de openbaarmaking van vertrouwelijke informatie;

c)

ongeoorloofde commerciële doeleinden.

2.   De interne gedragslijnen, procedures en mechanismen omvatten de interne procedures voor de personeelsmachtigingen voor het gebruik van wachtwoorden om toegang te verkrijgen tot de gegevens, met specificatie van het doel waarvoor het personeel de gegevens mag gebruiken, de omvang van de gegevens waartoe toegang wordt verleend en alle beperkingen op het gebruik van de gegevens, alsmede gedetailleerde informatie over alle mechanismen en controles die zijn ingesteld om potentiële cyberrisico's effectief te beheren en de gegevens die worden bewaard tegen cyberaanvallen te beschermen.

3.   De aanvrager bezorgt de ESMA informatie over de procedures voor het bijhouden van een logboek waarin het volgende wordt vermeld: ieder personeelslid dat de gegevens heeft geraadpleegd, het tijdstip waarop de gegevens zijn geraadpleegd, de aard van de geraadpleegde gegevens en de bedoeling waarmee de gegevens zijn geraadpleegd.”.

9.

Artikel 16 wordt vervangen door:

„Artikel 16

IT-hulpmiddelen en uitbesteding

Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat de volgende informatie over IT-hulpmiddelen:

a)

een gedetailleerde beschrijving van het IT-systeem, met inbegrip van de relevante zakelijke vereisten, functionele en technische specificaties, het architectonisch en technisch ontwerp van het systeem, het gegevensmodel en de gegevensstromen en de operationele en administratieve procedures en handleidingen;

b)

de door de aanvrager ontwikkelde gebruikersfaciliteiten voor het verlenen van diensten aan de relevante gebruikers, met inbegrip van een exemplaar van alle handleidingen en interne procedures;

c)

het investerings- en vernieuwingsbeleid ten aanzien van IT-hulpmiddelen van de aanvrager;

d)

de door de aanvrager getroffen uitbestedingsregelingen, met inbegrip van:

i)

gedetailleerde omschrijvingen van de te verlenen diensten, met inbegrip van de meetbare reikwijdte van die diensten, de granulariteit van de activiteiten, alsmede de voorwaarden waaronder die activiteiten worden verricht en het tijdschema ervan;

ii)

overeenkomsten inzake dienstverleningsniveau met duidelijke taken en verantwoordelijkheden, maatstaven en doelstellingen voor elke sleutelvereiste van het transactieregister die wordt uitbesteed, de methoden die worden gebruikt om het dienstverleningsniveau van de uitbestede functies te monitoren en de noodzakelijke maatregelen of acties bij het niet halen van doelstellingen inzake dienstverleningsniveau;

iii)

een exemplaar van de contracten die op dergelijke regelingen van toepassing zijn.”.

10.

Artikel 17 wordt vervangen door:

„Artikel 17

Nevendiensten

Indien een aanvrager, een onderneming binnen zijn groep, dan wel een onderneming waarmee de aanvrager een overeenkomst betreffende transactie- of transactieverwerkende diensten heeft gesloten, nevendiensten aanbiedt of voornemens is aan te bieden, bevat zijn aanvraag tot registratie als transactieregister de volgende informatie:

a)

een beschrijving van de nevendiensten die de aanvrager of de onderneming binnen zijn groep aanbiedt en een beschrijving van elke overeenkomst die het transactieregister eventueel heeft gesloten met ondernemingen die transactie-, transactieverwerkende of andere gerelateerde diensten aanbieden, alsook een exemplaar van dergelijke overeenkomsten;

b)

de procedures en gedragslijnen die de noodzakelijke mate van operationele scheiding in termen van hulpmiddelen, systemen en procedures garanderen tussen de transactieregisterdiensten van de aanvrager op grond van Verordening (EU) nr. 648/2012 en andere bedrijfslijnen, met inbegrip van die bedrijfslijnen die de verlening van diensten op grond van de wetgeving van de Unie of derde landen omvatten, ongeacht of die afzonderlijke bedrijfslijnen worden beheerd door het transactieregister, een onderneming die deel uitmaakt van een holding of enige andere onderneming waarbinnen hij een overeenkomst heeft gesloten in de context van de transactie- of transactieverwerkingsketen of -bedrijfslijn.”.

11.

De artikelen 18, 19 en 20 worden vervangen door:

„Artikel 18

Transparantie van toegangsregels

1.   Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat de volgende informatie:

a)

de gedragslijnen en procedures op grond waarvan de verschillende soorten gebruikers de gegevens aan een transactieregister rapporteren en er toegang toe verkrijgen, met inbegrip van alle processen die de relevante gebruikers mogelijkerwijs nodig hebben om toegang te verkrijgen tot de door het transactieregister bewaarde informatie, deze te raadplegen of te wijzigen;

b)

een exemplaar van de voorwaarden die gelden voor de rechten en verplichtingen van de verschillende soorten gebruikers met betrekking tot de door het transactieregister bewaarde informatie;

c)

een beschrijving van de verschillende categorieën van toegang die voor gebruikers beschikbaar zijn;

d)

het toegangsbeleid en de toegangsprocedures op grond waarvan aan andere dienstverleners op niet-discriminerende basis toegang tot de door het transactieregister bewaarde informatie wordt verleend, mits de relevante tegenpartijen daarvoor hun schriftelijke, vrijwillige en herroepbare toestemming hebben gegeven;

e)

een beschrijving van de kanalen en mechanismen die door het transactieregister worden gebruikt om informatie over de toegang tot dat transactieregister openbaar te maken.

2.   De in lid 1, onder a), b) en c), bedoelde informatie wordt gespecificeerd voor de volgende soorten gebruikers:

a)

interne gebruikers;

b)

rapporterende tegenpartijen;

c)

rapportage indienende entiteiten;

d)

voor rapportage verantwoordelijke entiteiten;

e)

niet-rapporterende tegenpartijen;

f)

niet-rapporterende derden;

g)

in artikel 81, lid 3, van Verordening (EU) nr. 648/2012 opgesomde entiteiten;

h)

andere soorten gebruikers, indien van toepassing.

Artikel 19

Verificatie van de volledigheid en juistheid van de gegevens

Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat de volgende informatie:

a)

procedures voor de authenticatie van de identiteit van gebruikers die toegang verkrijgen tot het transactieregister;

b)

procedures voor de verificatie van de volledigheid en de juistheid van aan het transactieregister gerapporteerde derivaten;

c)

procedures voor de verificatie van de vergunning en IT-machtiging van de entiteit die namens de rapporterende tegenpartij rapporteert;

d)

procedures om na te gaan of de logische volgorde van de gegevens van de gerapporteerde derivaten te allen tijde wordt aangehouden;

e)

procedures voor de verificatie van de volledigheid en de juistheid van de gegevens van de aan het transactieregister gerapporteerde derivaten;

f)

procedures voor de afstemming van gegevens tussen transactieregisters indien tegenpartijen aan verschillende transactieregisters rapporteren;

g)

procedures voor het geven van feedback aan tegenpartijen bij derivaten of derden die namens hen rapporteren, over de overeenkomstig de punten a) tot en met e) uitgevoerde verificaties en de resultaten van het afstemmingsproces als bedoeld onder f).

Artikel 20

Transparantie van het prijsbeleid

Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat een beschrijving van het volgende:

a)

het prijsbeleid van de aanvrager, met inbegrip van alle bestaande kortingen en rabatten en de voorwaarden om van deze prijsreducties te profiteren;

b)

de vergoedingenstructuur van de aanvrager voor het aanbieden van transactieregisterdiensten en nevendiensten, met inbegrip van de geraamde kosten van de transactieregisterdiensten en nevendiensten, samen met de bijzonderheden van de gehanteerde methoden om de aparte kosten te berekenen die eventueel door de aanvrager worden gemaakt wanneer hij transactieregisterdiensten en nevendiensten verricht;

c)

de door de aanvrager gehanteerde methoden om de informatie openbaar te maken voor alle soorten gebruikers, met inbegrip van een exemplaar van de vergoedingenstructuur waarin transactieregisterdiensten en nevendiensten zijn ontbundeld.”.

12.

Artikel 21 wordt vervangen door:

„Artikel 21

Operationeel risico

1.   Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat het volgende:

a)

een gedetailleerde beschrijving van de beschikbare middelen en ingestelde procedures voor het onderkennen en limiteren van het operationele risico en elk ander wezenlijk risico waaraan de aanvrager is blootgesteld, met inbegrip van een exemplaar van alle relevante gedragslijnen, methoden, interne procedures en handleidingen;

b)

een beschrijving van de met eigen vermogen gefinancierde liquide netto-activa ter dekking van potentiële algemene bedrijfsverliezen teneinde diensten als „going concern” te kunnen blijven verrichten, alsook een toetsing van de toereikendheid van zijn financiële middelen om over een periode van ten minste zes maanden de bedrijfskosten van een liquidatie of reorganisatie van de kritieke activiteiten en diensten te kunnen dekken;

c)

het bedrijfscontinuïteitsplan van de aanvrager en het beleid voor de actualisering daarvan, met inbegrip van het volgende:

i)

alle bedrijfsprocessen, hulpmiddelen, escalatieprocedures en daarmee samenhangende systemen die van kritiek belang zijn voor het verzekeren van de dienstverlening van het aanvragende transactieregister, met inbegrip van alle desbetreffende uitbestede diensten en de strategie, het beleid en de doelstellingen van het transactieregister met het oog op de continuïteit van deze processen;

ii)

de regelingen die met andere aanbieders van infrastructuur van de financiële markten, zoals onder meer andere transactieregisters, zijn getroffen;

iii)

de regelingen om een minimumniveau van dienstverlening van de kritieke functies te verzekeren en de tijd die het volledige herstel van deze functies naar verwachting in beslag zal nemen;

iv)

de maximaal aanvaardbare herstelperiode voor bedrijfsprocessen en -systemen, rekening houdend met de in artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) nr. 648/2012 vastgestelde uiterste termijn voor de rapportage aan transactieregisters en de hoeveelheid gegevens die het transactieregister binnen die dagelijkse periode moet verwerken;

v)

de procedures voor de registratie en evaluatie van incidenten;

vi)

testprogramma en testresultaten;

vii)

het beschikbare aantal alternatieve technische en operationele locaties, de plaats waar deze zich bevinden, de aldaar beschikbare hulpmiddelen in vergelijking met de hoofdlocatie en de procedures ter verzekering van de continuïteit van de bedrijfsuitoefening waarin is voorzien indien van alternatieve locaties moet worden gebruikgemaakt;

viii)

informatie over de toegang tot een secundaire bedrijfslocatie die het personeel in staat moet stellen de continuïteit van de dienstverlening te verzekeren indien een hoofdlocatie niet beschikbaar is;

ix)

plannen, procedures en regelingen voor het omgaan met noodsituaties en het waarborgen van de veiligheid van het personeel;

x)

plannen, procedures en regelingen voor het beheer van crises, met inbegrip van de coördinatie van het algemene bedrijfscontinuïteitsoptreden en de tijdige en effectieve activering ervan binnen een gegeven hersteltermijndoelstelling;

xi)

plannen, procedures en regelingen om de systeem-, applicatie- en infrastructuurcomponenten van de aanvrager binnen de voorgeschreven hersteltermijndoelstelling te herstellen.

d)

een beschrijving van de regelingen om de transactieregisteractiviteiten van de aanvrager in geval van verstoring te waarborgen, alsook van de betrokkenheid van transactieregistersgebruikers en andere derden daarbij.

2.   Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat de procedures om een ordelijke vervanging van het oorspronkelijke transactieregister te waarborgen indien een rapporterende tegenpartij daarom verzoekt, of indien een derde die namens niet-rapporterende tegenpartijen rapporteert, daarom verzoekt, of indien een dergelijke vervanging het gevolg is van een intrekking van de registratie, en omvat de procedures voor de overdracht van gegevens en de omleiding van rapportagestromen naar een ander transactieregister.”.

13.

Artikel 22 wordt vervangen door:

„Artikel 22

Beleid inzake het bijhouden van gegevens

1.   Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat informatie over de ontvangst en het beheer van gegevens, met inbegrip van alle gedragslijnen en procedures waarin de aanvrager heeft voorzien om het volgende te garanderen:

a)

een tijdige en juiste registratie van de gerapporteerde informatie;

b)

het bijhouden van alle gerapporteerde informatie met betrekking tot de sluiting, wijziging of beëindiging van een derivatencontract in een rapportagelogboek;

c)

dat de gegevens zowel online als offline worden bewaard;

d)

dat de gegevens afdoende worden gekopieerd om voor bedrijfscontinuïteitsdoeleinden te kunnen worden gebruikt.

2.   Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat informatie over de systemen, gedragslijnen en procedures voor het bijhouden van gegevens waarvan wordt gebruikgemaakt om te garanderen dat de gerapporteerde gegevens naar behoren worden aangepast en dat posities correct worden berekend in overeenstemming met de toepasselijke voorschriften.”.

14.

Artikel 23 wordt vervangen door:

„Artikel 23

Mechanismen ter verzekering van de beschikbaarheid van gegevens

Een aanvraag tot registratie als transactieregister bevat een beschrijving van de hulpmiddelen, methoden en kanalen die de aanvrager gebruikt om toegang te verlenen tot de informatie overeenkomstig artikel 81, leden 1, 3 en 5, van Verordening (EU) nr. 648/2012, en bevat de volgende informatie:

a)

een procedure voor de berekening van de geaggregeerde posities overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 151/2013 van de Commissie (*3), en een beschrijving van de hulpmiddelen, methoden en kanalen waarvan het transactieregister zal gebruikmaken om overeenkomstig artikel 81, lid 1, van Verordening (EU) nr. 648/2012 publiekstoegang tot de daarin vervatte gegevens te faciliteren en een beschrijving van de frequentie van de bijwerkingen, alsook een exemplaar van de desbetreffende handleidingen en interne gedragslijnen;

b)

een beschrijving van de hulpmiddelen, methoden en faciliteiten waarvan het transactieregister zal gebruikmaken om overeenkomstig artikel 81, lid 3, van Verordening(EU) nr. 648/2012 de toegang van de betrokken autoriteiten tot zijn informatie te faciliteren, van de frequentie van de bijwerkingen en van de controles en verificaties die het transactieregister in het kader van het toegangsfilteringsproces kan invoeren, alsook een exemplaar van de desbetreffende handleidingen en interne gedragslijnen;

c)

een procedure en een beschrijving van de hulpmiddelen, methoden en kanalen die het transactieregister gebruikt om de tijdige, gestructureerde en omvattende verzameling van gegevens bij tegenpartijen te vergemakkelijken, de toegang tot informatie ervan voor tegenpartijen bij derivatencontracten overeenkomstig artikel 80, lid 5, van Verordening (EU) nr. 648/2012, alsook een exemplaar van de desbetreffende handleidingen en interne gedragslijnen.

(*3)  Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 151/2013 van de Commissie van 19 december 2012 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters met technische reguleringsnormen ter specificatie van de door transactieregisters te publiceren en beschikbaar te stellen gegevens en van operationele normen voor de aggregatie van, vergelijking tussen en toegang tot gegevens (PB L 52 van 23.2.2013, blz. 33).”."

15.

Het volgende artikel 23 bis wordt ingevoegd:

„Artikel 23 bis

Rechtstreekse en onmiddellijke toegang tot de gegevens door de autoriteiten

De aanvraag tot registratie als transactieregister bevat informatie over het volgende:

a)

de voorwaarden waaronder de in artikel 81, lid 3, van Verordening (EU) nr. 648/2012 bedoelde autoriteiten rechtstreekse en onmiddellijke toegang verkrijgen tot de in het transactieregister bewaarde gegevens over derivaten overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 151/2013;

b)

de procedure volgens welke de onder a) bedoelde autoriteiten rechtstreekse en onmiddellijke toegang verkrijgen tot de in het transactieregister bewaarde gegevens over derivatencontracten overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 151/2013;

c)

de procedure om de integriteit te waarborgen van de gegevens waartoe die autoriteiten toegang verkrijgen.”.

Artikel 2

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 december 2018.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 201 van 27.7.2012, blz. 1.

(2)  Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 150/2013 van de Commissie van 19 december 2012 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters met technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van de gegevens die in de aanvraag tot registratie als transactieregister moeten worden opgenomen (PB L 52 van 23.2.2013, blz. 25).

(3)  Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende de transparantie van effectenfinancieringstransacties en van hergebruik en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 337 van 23.12.2015, blz. 1).

(4)  Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 151/2013 van de Commissie van 19 december 2012 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters met technische reguleringsnormen ter specificatie van de door transactieregisters te publiceren en beschikbaar te stellen gegevens en van operationele normen voor de aggregatie van, vergelijking tussen en toegang tot gegevens (PB L 52 van 23.2.2013, blz. 33).

(5)  Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84).


22.3.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 81/85


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/363 VAN DE COMMISSIE

van 13 december 2018

tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen met betrekking tot het formaat en de frequentie van de rapportage over de nadere gegevens over effectenfinancieringstransacties (SFT's) aan transactieregisters overeenkomstig Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1247/2012 van de Commissie met betrekking tot het gebruik van rapportagecodes in de rapportage over derivatencontracten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende de transparantie van effectenfinancieringstransacties en van hergebruik en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (1), en met name artikel 4, lid 10,

Gezien Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (2), en met name artikel 9, lid 6,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De nadere gegevens die door tegenpartijen van effectenfinancieringstransacties (hierna „SFT's” genoemd) aan transactieregisters of de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) worden gerapporteerd, moeten worden ingediend in een geharmoniseerd formaat om de verzameling, aggregatie en vergelijking van gegevens tussen transactieregisters te faciliteren. Om de kosten voor de rapporterende tegenpartijen te beperken, moet het formaat voor rapportage over SFT's in de mate van het mogelijke stroken met het formaat dat is voorgeschreven voor de rapportage over derivatencontracten krachtens artikel 9 van Verordening (EU) nr. 648/2012. Deze verordening stelt dus het formaat vast voor elk van de velden die moeten worden gerapporteerd, en standaardiseert de rapportage door te verwijzen naar een ISO-norm die in de financiële sector op grote schaal wordt gebruikt.

(2)

Het mondiale systeem van identificatiecodes voor juridische entiteiten (LEI) is nu volledig geïmplementeerd en elke tegenpartij bij een SFT mag daarom alleen dat systeem gebruiken om een juridische entiteit in een rapportage te identificeren. Opdat het gebruik van het LEI-systeem door een tegenpartij doeltreffend is, moet die tegenpartij ervoor zorgen dat de referentiegegevens van haar LEI worden verlengd in overeenstemming met de voorwaarden van een geaccrediteerde LEI-emittent („local operating unit”). Momenteel wordt een uitbreiding van het mondiale LEI-systeem ontwikkeld voor de identificatie van bijkantoren van juridische entiteiten. Totdat die uitbreiding is afgerond en voor rapportage over SFT's geschikt is verklaard, en totdat deze verordening dienovereenkomstig is gewijzigd, moet de ISO-code van het land waar het bijkantoor is gevestigd, voor de identificatie van dat bijkantoor worden gebruikt wanneer een SFT is gesloten via een bijkantoor van een tegenpartij.

(3)

Er wordt ook een mondiaal systeem van unieke transactie-identificatiecodes („unique trade identifier”, afgekort UTI) ontwikkeld voor de identificatie van SFT's. Totdat dat mondiale UTI-systeem is afgerond en voor rapportage over SFT's geschikt is verklaard, en totdat deze verordening dienovereenkomstig wordt gewijzigd, moet voor de identificatie van een SFT een UTI worden gebruikt die door de tegenpartijen is overeengekomen.

(4)

Artikel 4 bis van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1247/2012 van de Commissie (3) bevat een procedure voor het bepalen van de entiteit die verantwoordelijk is voor het genereren van een UTI voor de rapportage over derivatencontracten indien de tegenpartijen het niet eens worden over de entiteit die verantwoordelijk is voor het genereren van de UTI. Om te zorgen voor samenhang tussen de rapportage over derivatencontracten en die over SFT's, moet worden voorzien in een soortgelijke procedure voor tegenpartijen die SFT's rapporteren.

(5)

Momenteel bestaat er geen gemeenschappelijke marktpraktijk voor het bepalen van de zijde van de tegenpartij in een SFT. Er moeten daarom specifieke regels worden vastgesteld om te zorgen voor de nauwkeurige en samenhangende identificatie van de zekerheidsverschaffer en van de zekerheidsnemer bij een SFT.

(6)

Voor één SFT kunnen een aantal rapportages worden ingediend, bijvoorbeeld bij opeenvolgende wijzigingen van die SFT. Om ervoor te zorgen dat elke rapportage betreffende een SFT, en elke SFT als geheel, goed wordt begrepen, moet worden gerapporteerd in de chronologische volgorde waarin de gerapporteerde gebeurtenissen zich hebben voorgedaan.

(7)

Om de rapportage van de wijziging van bepaalde waarden, en met name de nadere gegevens over de waarde van zekerheden, de gestorte of ontvangen marge en het hergebruik van zekerheden, minder belastend te maken, moeten die nadere gegevens slechts als ze afwijken van eerder gerapporteerde nadere gegevens, aan het einde van elke dag worden gerapporteerd.

(8)

De nadere gegevens van een uitstaande margelening moeten worden gerapporteerd aan het einde van elke dag, wanneer er een nettodebet in contanten in de basisvaluta is of wanneer de shortpositie van een tegenpartij een positieve marktwaarde heeft.

(9)

De marktwaarde van de uitgeleende of ingeleende effecten moet worden gerapporteerd aan het einde van elke dag. Ook wanneer de tegenpartijen de marktwaarde van zekerheden rapporteren, moeten zij dit doen aan het einde van elke dag.

(10)

Deze verordening is gebaseerd op de ontwerpen van technische uitvoeringsnormen die ESMA volgens de procedure van artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) (4) aan de Commissie heeft voorgelegd.

(11)

ESMA heeft openbare raadplegingen over deze ontwerpen van technische uitvoeringsnormen gehouden, de mogelijke daaraan verbonden kosten en baten geanalyseerd, en de bij artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 opgerichte stakeholdergroep effecten en markten om advies verzocht.

(12)

Net zoals bij de rapportage over SFT's zijn bepaalde identificatiecodes en codes die voor de rapportage over derivatencontracten moeten worden gebruikt, nog in ontwikkeling. Totdat die identificatiecodes en codes beschikbaar zijn en voor rapportage geschikt zijn verklaard, en totdat Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1247/2012 dienovereenkomstig is gewijzigd, voorziet die verordening in het gebruik van een CFI-code volgens ISO 10692 voor de indeling van derivaten waarvoor geen ISIN volgens ISO 6166 of geen AII-code beschikbaar is, en in het gebruik van een unieke transactie-identificatiecode die door de tegenpartijen voor de identificatie van een derivatenrapport is overeengekomen. Om rechtszekerheid te garanderen wat betreft de passende procedure om de voor de rapportage over derivatencontracten geldende vereisten te wijzigen, en om de vereiste mate van samenhang tussen de rapportage over derivaten en die over SFT's te garanderen, mag Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1247/2012 alleen verwijzen naar de vereisten die momenteel voor die rapportage gelden.

(13)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1247/2012 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Gegevensnormen en -formaten voor SFT-rapportage

De nadere gegevens over een SFT in een rapportage krachtens artikel 4, lid 1, van Verordening (EU) 2015/2365 worden verstrekt in overeenstemming met de normen en formaten die in de tabellen 1 tot en met 5 van bijlage I zijn opgenomen. Die rapportage vindt plaats in een gebruikelijke elektronische en machineleesbare vorm en in een gemeenschappelijke XML-template overeenkomstig de ISO 20022-methodologie.

Artikel 2

Identificatie van tegenpartijen en andere entiteiten

1.   De in artikel 1 bedoelde rapportage gebruikt een identificatiecode voor juridische entiteiten volgens ISO 17442 („LEI”) om het volgende te identificeren:

a)

een begunstigde die een juridische entiteit is;

b)

een bemiddelingsentiteit;

c)

een centrale tegenpartij waaraan een vergunning is verleend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 648/2012;

d)

een clearinglid;

e)

een agent-uitlener;

f)

een deelnemer aan een centrale effectenbewaarinstelling („CSD”);

g)

een tegenpartij die een juridische entiteit is;

h)

een tri-party agent;

i)

een rapporterende entiteit;

j)

een uitgevende instelling van een effect dat is uitgeleend, ingeleend of als zekerheid is gesteld in een SFT.

2.   Een tegenpartij bij een SFT zorgt ervoor dat de referentiegegevens van haar LEI-code volgens ISO 17442 overeenkomstig de voorwaarden van een geaccrediteerde „local operating unit” van het mondiale LEI-systeem worden verlengd.

3.   Wanneer een SFT via een bijkantoor van een tegenpartij is gesloten, wordt in de in artikel 1 bedoelde rapportage voor de identificatie van dat bijkantoor van een tegenpartij gebruikgemaakt van de code vermeld in de velden 7 en 8 van tabel 1 van bijlage I.

Artikel 3

Unieke transactie-identificatiecode

1.   Een rapportage wordt geïdentificeerd door middel van een unieke transactie-identificatiecode („UTI”) die door de tegenpartijen is overeengekomen in het formaat vermeld in veld 1 van tabel 2 van bijlage I.

2.   Indien de tegenpartijen het niet eens worden over de entiteit die verantwoordelijk is voor het genereren van de UTI die aan de rapportage moet worden toegekend, bepalen de tegenpartijen de entiteit die verantwoordelijk is voor het genereren van een UTI in overeenstemming met het volgende:

a)

voor centraal uitgevoerde en geclearde SFT's wordt de UTI bij clearing gegenereerd door de centrale tegenpartij voor het clearinglid. Een andere UTI wordt gegenereerd door het clearinglid voor zijn tegenpartij;

b)

voor centraal uitgevoerde maar niet centraal geclearde SFT's wordt de UTI gegenereerd door het handelsplatform van uitvoering voor zijn lid;

c)

voor centraal bevestigde en geclearde SFT's wordt de UTI bij clearing gegenereerd door de centrale tegenpartij voor het clearinglid. Een andere UTI wordt gegenereerd door het clearinglid voor zijn tegenpartij;

d)

voor SFT's die centraal werden bevestigd met elektronische middelen maar die niet centraal werden gecleard, wordt de UTI bij de bevestiging gegenereerd door het handelsplatform van bevestiging;

e)

voor alle andere SFT's dan de onder a) tot en met d) bedoelde SFT's geldt het volgende:

i)

wanneer financiële tegenpartijen een SFT sluiten met niet-financiële tegenpartijen, genereren de financiële tegenpartijen de UTI;

ii)

voor alle transacties met betrekking tot uitgeleende of ingeleende effecten, andere dan de in punt i) bedoelde transacties, genereert de in artikel 4 bedoelde zekerheidsverschaffer de UTI;

iii)

voor alle andere SFT's dan de in punten i) en ii) bedoelde SFT's genereert de in artikel 4 bedoelde zekerheidsnemer de UTI.

3.   De tegenpartij die de UTI genereert, deelt die UTI tijdig aan de andere tegenpartij mee, zodat die laatste haar rapportageverplichting kan nakomen.

Artikel 4

Zijde van de tegenpartij

1.   De zijde van de tegenpartij bij de SFT bedoeld in veld 9 van tabel 1 van bijlage I wordt geïdentificeerd overeenkomstig de leden 2, 3 en 4.

2.   In het geval van retrocessietransacties, kooptransacties met wederverkoop en verkooptransacties met wederinkoop wordt de tegenpartij die in het aanvangs- of contante deel van de transactie effecten, grondstoffen of gegarandeerde rechten met betrekking tot de eigendom van effecten of grondstoffen koopt en ermee instemt ze op een tijdstip in de toekomst in het sluitings- of termijndeel („forward leg”) van de transactie tegen een vastgestelde prijs te verkopen, geïdentificeerd als de zekeringsnemer in veld 9 van tabel 1 van bijlage I. De tegenpartij die die effecten, grondstoffen of gegarandeerde rechten verkoopt, wordt geïdentificeerd als de zekerheidsverschaffer in veld 9 van tabel 1 van bijlage I.

3.   In het geval van opgenomen effecten- of grondstoffenleningen of verstrekte effecten- of grondstoffenleningen wordt de tegenpartij die de effecten of grondstoffen uitleent op voorwaarde dat de leningnemer op een tijdstip in de toekomst of op verzoek van de overdrager gelijkwaardige effecten of grondstoffen zal terugleveren, geïdentificeerd als de zekerheidsnemer in veld 9 van tabel 1 van bijlage I. De tegenpartij die die effecten of grondstoffen inleent, wordt geïdentificeerd als de zekerheidsverschaffer in veld 9 van tabel 1 van bijlage I.

4.   In het geval van margeleningstransacties wordt de leningnemer, dat wil zeggen de tegenpartij aan wie krediet wordt verleend in ruil voor zekerheden, geïdentificeerd als de zekerheidsverschaffer in veld 9 van tabel 1 van bijlage I. De leninggever, dat wil zeggen de tegenpartij die het krediet verleent in ruil voor zekerheden, wordt geïdentificeerd als de zekerheidsnemer in veld 9 van tabel 1 van bijlage I.

Artikel 5

Frequentie van de SFT-rapportage

1.   Alle rapportages over de nadere gegevens over een SFT overeenkomstig artikel 1, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/356 van de Commissie (5) worden verstrekt in de chronologische volgorde waarin de gerapporteerde gebeurtenissen zich hebben voorgedaan.

2.   Een tegenpartij bij een margeleningstransactie rapporteert de nadere gegevens van de uitstaande margelening aan het einde van elke dag wanneer er een nettodebet in contanten in de basisvaluta is of wanneer de shortpositie van een tegenpartij een positieve marktwaarde heeft.

3.   Een tegenpartij bij een uitstaande SFT rapporteert elke wijziging van de nadere gegevens over zekerheden in de velden 75 tot en met 94 van tabel 2 van bijlage I met vermelding van actietype „Actualisering zekerheden”. De tegenpartij rapporteert die gewijzigde nadere gegevens aan het einde van elke dag totdat zij de beëindiging van de SFT rapporteert of de SFT met vermelding van actietype „Fout” rapporteert, of totdat de SFT haar vervaldag bereikt, indien dat eerder is.

4.   Een tegenpartij bij een uitstaande SFT rapporteert elke wijziging van de marktwaarde aan het einde van de dag van uitgeleende of ingeleende effecten in veld 57 van tabel 2 van bijlage I met vermelding van actietype „Actualisering waardering”. De tegenpartij rapporteert die gewijzigde marktwaarde aan het einde van elke dag totdat zij de beëindiging van de SFT rapporteert of de SFT met vermelding van actietype „Fout” rapporteert, of totdat de SFT haar vervaldag bereikt.

5.   Een tegenpartij rapporteert elke wijziging van het totale bedrag van de gestorte of ontvangen marge voor alle geclearde SFT's aan het einde van de dag in de velden 8 tot en met 19 van tabel 3 van bijlage I met vermelding van actietype „Actualisering marge” nadat zij het totale bedrag van de gestorte of ontvangen marge eerst met vermelding van actietype „Nieuw” heeft gerapporteerd.

6.   Een tegenpartij rapporteert elke wijziging van de waarde van hergebruikte zekerheden, herbelegde geldmiddelen en de financieringsbronnen aan het einde van de dag in de velden 8 tot en met 14 van tabel 4 van bijlage I met vermelding van actietype „Actualisering hergebruik” nadat zij de desbetreffende waarden met vermelding van actietype „Nieuw” heeft gerapporteerd.

Artikel 6

Wijzigingen van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1247/2012

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1247/2012 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 7 wordt vervangen door:

„7.   Het derivaat wordt ingedeeld in veld 4 van tabel 2 van de bijlage aan de hand van een code voor classificatie van financiële instrumenten (CFI) volgens ISO 10692.”;

b)

de leden 8 en 9 worden geschrapt.

2)

In artikel 4 bis wordt lid 1 vervangen door:

„1.   Een rapportage wordt geïdentificeerd door middel van een unieke transactie-identificatiecode die door de tegenpartijen is overeengekomen.”.

3)

De bijlage wordt vervangen door de tekst in bijlage II bij deze verordening.

Artikel 7

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 december 2018.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 337 van 23.12.2015, blz. 1.

(2)  PB L 201 van 27.7.2012, blz. 1.

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1247/2012 van de Commissie van 19 december 2012 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de formattering en de frequentie van de transactierapportage aan transactieregisters overeenkomstig Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PB L 352 van 21.12.2012, blz. 20).

(4)  PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84.

(5)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/356 van de Commissie van 13 december 2018 tot aanvulling van Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van de aan transactieregisters te rapporteren gegevens over effectenfinancieringstransacties (SFT's) (zie bladzijde 1 van dit Publicatieblad).


BIJLAGE I

Formaten die moeten worden gebruikt voor rapportage over de gegevens van effectenfinancieringstransacties, als bedoeld in artikel 4, leden 1 en 5, van Verordening (EU) 2015/2365

Tabel 1

Tegenpartijgegevens

Nummer

Veld

Formaat

1

Tijdstempel rapportage

Datum volgens ISO 8601 en UTC-tijdformaat (gecoördineerde wereldtijd), d.w.z. JJJJ-MM-DDTuu:mm:ssZ

2

Rapporterende entiteit

Identificatiecode voor juridische entiteiten (LEI) volgens ISO 17442 (20 alfanumerieke tekens)

3

Rapporterende tegenpartij

Identificatiecode voor juridische entiteiten (LEI) volgens ISO 17442 (20 alfanumerieke tekens)

4

Aard rapporterende tegenpartij

„F” — Financiële tegenpartij

„N” — Niet-financiële tegenpartij

5

Sector rapporterende tegenpartij

Taxonomie voor financiële tegenpartijen:

„CDTI” — Vergunninghoudende kredietinstelling overeenkomstig Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad (1) of Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad (2) of een entiteit uit een derde land waarvoor overeenkomstig die wetgevingshandeling een vergunning of registratie nodig is

„INVF” — Vergunninghoudende beleggingsonderneming overeenkomstig Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad (3) of een entiteit uit een derde land waarvoor overeenkomstig die wetgevingshandeling een vergunning of registratie nodig is

„INUN” — Vergunninghoudende verzekeringsonderneming overeenkomstig Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad (4) (Solvabiliteit II) of een entiteit uit een derde land waarvoor overeenkomstig die wetgevingshandeling een vergunning of registratie nodig is

„AIFD” — Alternatieve beleggingsinstelling (abi) beheerd door abi-beheerders die een vergunning hebben of geregistreerd zijn overeenkomstig Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad (5) of een entiteit uit een derde land waarvoor overeenkomstig die wetgevingshandeling een vergunning of registratie nodig is

„ORPI” — Instelling voor bedrijfspensioenvoorziening die een vergunning heeft of geregistreerd is overeenkomstig Richtlijn 2003/41/EG van het Europees Parlement en de Raad (6) of een entiteit uit een derde land waarvoor overeenkomstig die wetgevingshandeling een vergunning of registratie nodig is

„CCPS” — Vergunninghoudende centrale tegenpartij overeenkomstig Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad (7) of een entiteit uit een derde land waarvoor overeenkomstig die wetgevingshandeling een vergunning of registratie nodig is

„REIN” — Vergunninghoudende herverzekeringsonderneming overeenkomstig Solvabiliteit II of een entiteit uit een derde land waarvoor overeenkomstig die wetgevingshandeling een vergunning of registratie nodig is

„CSDS” — Vergunninghoudende centrale effectenbewaarinstelling overeenkomstig Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad (8) of een entiteit uit een derde land waarvoor overeenkomstig die wetgevingshandeling een vergunning of registratie nodig is

„UCIT” — Instelling voor collectieve belegging in effecten (icbe) en de beheermaatschappij ervan, die een vergunning heeft overeenkomstig Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad (9), of een entiteit uit een derde land waarvoor overeenkomstig die wetgevingshandeling een vergunning of registratie nodig is

Taxonomie voor niet-financiële tegenpartijen. De onderstaande categorieën komen overeen met de belangrijkste secties van de NACE-classificatie zoals omschreven in Verordening (EG) nr. 1893/2006 van het Europees Parlement en de Raad (10)

„A” — Landbouw, bosbouw en visserij

„B” — Winning van delfstoffen

„C” — Industrie

„D” — Productie en distributie van elektriciteit, gas, stoom en gekoelde lucht

„E” — Distributie van water, afval- en afvalwaterbeheer en sanering

„F” — Bouwnijverheid

„G” — Groot- en detailhandel; reparatie van auto's en motorfietsen

„H” — Vervoer en opslag

„I” — Verschaffen van accommodatie en maaltijden

„J” — Informatie en communicatie

„K” — Financiële en verzekeringsactiviteiten

„L” — Exploitatie van en handel in onroerend goed

„M” — Vrije beroepen en wetenschappelijke en technische activiteiten

„N” — Administratieve en ondersteunende diensten

„O” — Openbaar bestuur en defensie; verplichte sociale verzekeringen

„P” — Onderwijs

„Q” — Menselijke gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening

„R” — Kunst, amusement en recreatie

„S” — Overige diensten

„T” — Huishoudens als werkgever; niet-gedifferentieerde productie van goederen en diensten door huishoudens voor eigen gebruik

„U” — Extraterritoriale organisaties en lichamen

6

Verdere sectorindeling

„ETFT” — ETF (beursverhandeld fonds)

„MMFT” — MMF (geldmarktfonds)

„REIT” — REIT (real estate investment trust)

„OTHR” — Overig

7

Bijkantoor rapporterende tegenpartij

Tweeletterige landcode volgens ISO 3166-1 (2 letters)

8

Bijkantoor andere tegenpartij

Tweeletterige landcode volgens ISO 3166-1 (2 letters)

9

Zijde tegenpartij

„TAKE” — Zekerheidsnemer

„GIVE” — Zekerheidsverschaffer

10

Entiteit verantwoordelijk voor rapportage

Identificatiecode voor juridische entiteiten (LEI) volgens ISO 17442 (20 alfanumerieke tekens)

11

Andere tegenpartij

Identificatiecode voor juridische entiteiten (LEI) volgens ISO 17442 (20 alfanumerieke tekens)

Cliëntcode (maximaal 50 alfanumerieke tekens)

12

Land andere tegenpartij

Tweeletterige landcode volgens ISO 3166-1 (2 letters)

13

Begunstigde

Identificatiecode voor juridische entiteiten (LEI) volgens ISO 17442 (20 alfanumerieke tekens).

Cliëntcode (maximaal 50 alfanumerieke tekens)

14

Tri-party agent

Identificatiecode voor juridische entiteiten (LEI) volgens ISO 17442 (20 alfanumerieke tekens)

15

Makelaar

Identificatiecode voor juridische entiteiten (LEI) volgens ISO 17442 (20 alfanumerieke tekens)

16

Clearinglid

Identificatiecode voor juridische entiteiten (LEI) volgens ISO 17442 (20 alfanumerieke tekens)

17

Deelnemer of indirecte deelnemer aan een centrale effectenbewaarinstelling („CSD”)

Identificatiecode voor juridische entiteiten (LEI) volgens ISO 17442 (20 alfanumerieke tekens)

18

Agent-uitlener

Identificatiecode voor juridische entiteiten (LEI) volgens ISO 17442 (20 alfanumerieke tekens)


Tabel 2

Gegevens over leningen en zekerheden

Nummer

Veld

Formaat

1

Unieke transactie-identificatiecode („UTI”)

Code van maximaal 52 alfanumerieke tekens inclusief vier bijzondere tekens:

toegestaan zijn alleen de letters A-Z in hoofdletters en de cijfers 0-9, telkens inclusief.

2

Traceernummer rapportage

Code van maximaal 52 alfanumerieke tekens inclusief vier bijzondere tekens:

toegestaan zijn alleen de letters A-Z in hoofdletters en de cijfers 0-9, telkens inclusief.

3

Datum gebeurtenis

Datum volgens ISO 8601 in het formaat JJJJ-MM-DD

4

Soort SFT

„SLEB” — Verstrekte effecten- of grondstoffenlening of opgenomen effecten- of grondstoffenlening

„SBSC” — Kooptransactie met wederverkoop of verkooptransactie met wederinkoop

„REPO” — Retrocessietransactie

„MGLD” — Margeleningstransactie

5

Gecleard

„true” (waar)

„false” (onwaar)

6

Tijdstempel clearing

Datum volgens ISO 8601 en UTC-tijdformaat (gecoördineerde wereldtijd), d.w.z. JJJJ-MM-DDTuu:mm:ssZ

7

CTP

Identificatiecode voor juridische entiteiten (LEI) volgens ISO 17442 (20 alfanumerieke tekens).

8

Handelsplatform

Marktidentificatiecode (MIC) volgens ISO 10383 (4 alfanumerieke tekens).

Als er voor een handelsplatform MIC's per segment bestaan, wordt de MIC per segment gebruikt.

9

Soort raamovereenkomst

„MRAA” — MRA

„GMRA” — GMRA

„MSLA” — MSLA

„GMSL” — GMSLA

„ISDA” — ISDA

„DERP” — Deutscher Rahmenvertrag für Wertpapierpensionsgeschäfte

„CNBR” — China Bond Repurchase Master Agreement

„KRRA” — Korea Financial Investment Association (KOFIA) Standard Repurchase Agreement

„CARA” — Investment Industry Regulatory Organization of Canada (IIROC) Repurchase/Reverse Repurchase Transaction Agreement

„FRFB” — Convention-Cadre Relative aux Operations de Pensions Livrees

„CHRA” — Swiss Master Repurchase Agreement

„DEMA” — German Master Agreement

„JPBR” — Japanese Master Agreement on the Transaction with Repurchase Agreement of the Bonds

„ESRA” — Contrato Marco de compraventa y Reporto de valores

„OSLA” — Overseas Securities Lending Agreement (OSLA)

„MEFI” — Master Equity and Fixed Interest Stock Lending Agreement (MEFISLA)

„GESL” — Gilt Edged Stock Lending Agreement (GESLA)

„KRSL” — Korean Securities Lending Agreement (KOSLA)

„DERD” — Deutscher Rahmenvertrag für Wertpapierdarlehen

„AUSL” — Australian Masters Securities Lending Agreement (AMSLA)

„JPBL” — Japanese Master Agreement on Lending Transaction of Bonds

„JPSL” — Japanese Master Agreement on the Borrowing and Lending Transactions of Share Certificates

„BIAG” — bilaterale overeenkomst

„CSDA” — bilaterale overeenkomst tussen CSD

Of „OTHR” als het soort raamovereenkomst niet in bovenstaande lijst is opgenomen.

10

Ander soort raamovereenkomst

Maximaal 50 alfanumerieke tekens

11

Versie raamovereenkomst

Datum volgens ISO 8601 in het formaat JJJJ

12

Tijdstempel uitvoering

Datum volgens ISO 8601 en UTC-tijdformaat (gecoördineerde wereldtijd), d.w.z. JJJJ-MM-DDTuu:mm:ssZ

13

Valutadatum (begindatum)

Datum volgens ISO 8601 in het formaat JJJJ-MM-DD

14

Vervaldatum (einddatum)

Datum volgens ISO 8601 in het formaat JJJJ-MM-DD

15

Beëindigingsdatum

Datum volgens ISO 8601 in het formaat JJJJ-MM-DD

16

Minimale opzegtermijn

Veldnummer van maximaal 3 cijfers

17

Vroegste call-backdatum

Datum volgens ISO 8601 in het formaat JJJJ-MM-DD

18

Algemene zekerhedenindicator

„SPEC” — Specifieke zekerheden

„GENE” — Algemene zekerheden

19

DBV-indicator (Delivery By Value)

„true” (waar)

„false” (onwaar)

20

Voor het verschaffen van zekerheden gebruikte methode

„TTCA” — Zekerheidsovereenkomst in de vorm van een eigendomsoverdracht

„SICA” — Financiëlezekerheidsovereenkomst

„SIUR” — Financiëlezekerheidsovereenkomst met recht van gebruik

21

Open termijn

„true” (waar)

„false” (onwaar)

22

Mogelijkheid tot beëindiging

„EGRN” — Altijd mogelijk

„ETSB” — Verlengbaar

„NOAP” — Niet van toepassing

In het geval van margeleningen worden de in de velden 23 tot en met 34 opgenomen kenmerken herhaald en ingevuld voor elke valuta die in de margelening wordt gebruikt.

23

Vaste rente

Maximaal 11 numerieke tekens inclusief maximaal 10 decimalen uitgedrukt als percentage waarbij „100” staat voor 100 %.

Het decimaalteken wordt niet als numeriek teken geteld. Als een decimaalteken moet worden ingevuld, wordt een punt gebruikt.

24

Dagtellingsconventie

De code die staat voor de dagtellingsconventie:

„A001” — IC30360ISDAor30360AmericanBasicRule

„A002” — IC30365

„A003” — IC30Actual

„A004” — Actual360

„A005” — Actual365Fixed

„A006” — ActualActualICMA

„A007” — IC30E360orEuroBondBasismodel1

„A008” — ActualActualISDA

„A009” — Actual365LorActuActubasisRule

„A010” — ActualActualAFB

„A011” — IC30360ICMAor30360basicrule

„A012” — IC30E2360orEurobondbasismodel2

„A013” — IC30E3360orEurobondbasismodel3

„A014” — Actual365NL

Of maximaal 35 alfanumerieke tekens als de dagtellingsconventie niet in bovenstaande lijst is opgenomen.

25

Variabele rente

De code die staat voor de index van variabele rente:

„EONA” — EONIA

„EONS” — EONIA SWAP

„EURI” — EURIBOR

„EUUS” — EURODOLLAR

„EUCH” — EuroSwiss

„GCFR” — GCF REPO

„ISDA” — ISDAFIX

„LIBI” — LIBID

„LIBO” — LIBOR

„MAAA” — Muni AAA

„PFAN” — Pfandbriefe

„TIBO” — TIBOR

„STBO” — STIBOR

„BBSW” — BBSW

„JIBA” — JIBAR

„BUBO” — BUBOR

„CDOR” — CDOR

„CIBO” — CIBOR

„MOSP” — MOSPRIM

„NIBO” — NIBOR

„PRBO” — PRIBOR

„TLBO” — TELBOR

„WIBO