ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 24

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

62e jaargang
28 januari 2019


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

 

*

Besluit (EU) 2019/116 van de Raad van 15 oktober 2018 tot sluiting van een overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Noorwegen inzake de cumulatie van de oorsprong tussen de Europese Unie, de Zwitserse Bondsstaat, het Koninkrijk Noorwegen en de Republiek Turkije in het kader van het stelsel van algemene preferenties

1

 

 

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Noorwegen inzake de cumulatie van de oorsprong tussen de Europese Unie, de Zwitserse Bondsstaat, het Koninkrijk Noorwegen en de Republiek Turkije in het kader van het stelsel van algemene preferenties

3

 

 

BESLUITEN

 

*

Besluit (EU) 2019/117 van de Raad van 21 januari 2019 betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in de Gezamenlijke Raad die is opgericht krachtens de economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de SADC-EPO-staten, anderzijds, met betrekking tot de vaststelling van het reglement van orde voor het vermijden en beslechten van geschillen en de gedragscode voor arbiters en bemiddelaars

12

 

*

Besluit (EU) 2019/118 van de Raad van 21 januari 2019 betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in het Handels- en ontwikkelingscomité, dat is opgericht krachtens de economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de SADC-EPO-staten, anderzijds, met betrekking tot de opstelling van een lijst van arbiters

23

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/119 van de Commissie van 24 januari 2019 tot wijziging van Richtlijn 2002/56/EG van de Raad wat betreft de in artikel 21, lid 3, vermelde datum tot wanneer de lidstaten de geldigheidsduur van besluiten betreffende de gelijkwaardigheid van pootaardappelen uit derde landen mogen verlengen (Kennisgeving geschied onder nummer C(2019) 247)

26

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/120 van de Commissie van 24 januari 2019 tot wijziging van Richtlijn 2008/90/EG van de Raad wat betreft de verlenging van de periode waarin mag worden afgeweken van de voorwaarden voor de invoer van teeltmateriaal van fruitgewassen alsmede van voor de fruitteelt gebruikte fruitgewassen uit derde landen (Kennisgeving geschied onder nummer C(2019) 254)

27

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/121 van de Commissie van 24 januari 2019 betreffende een door Duitsland overeenkomstig Richtlijn 2006/42/EG van het Europees Parlement en de Raad genomen maatregel houdende het verbod op het in de handel brengen van door Haas Automation Europe N.V. vervaardigde CNC-freesmachines (modellen UMC750SS en UMC750) (Kennisgeving geschied onder nummer C(2019) 307)  ( 1 )

29

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/122 van de Commissie van 25 januari 2019 tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU betreffende maatregelen op het gebied van de diergezondheid in verband met Afrikaanse varkenspest in sommige lidstaten (Kennisgeving geschied onder nummer C(2019) 722)  ( 1 )

31

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst.

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

28.1.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 24/1


BESLUIT (EU) 2019/116 VAN DE RAAD

van 15 oktober 2018

tot sluiting van een overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Noorwegen inzake de cumulatie van de oorsprong tussen de Europese Unie, de Zwitserse Bondsstaat, het Koninkrijk Noorwegen en de Republiek Turkije in het kader van het stelsel van algemene preferenties

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 4, in samenhang met artikel 218, lid 6, tweede alinea,onder a), v),

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Gezien de goedkeuring van het Europees Parlement (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 41, onder b), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 (2) moeten in Noorwegen, Zwitserland of Turkije verkregen producten waarin materialen zijn verwerkt die daar niet geheel en al zijn verkregen, worden beschouwd als producten van oorsprong uit een begunstigd land, mits deze materialen een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan in de zin van artikel 45 van die gedelegeerde verordening.

(2)

Ingevolge artikel 54 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 is het systeem van cumulatie van toepassing op voorwaarde dat Noorwegen op basis van wederkerigheid producten van oorsprong uit begunstigde landen waarin materialen zijn verwerkt van oorsprong uit de Unie op dezelfde wijze behandelt.

(3)

Wat Noorwegen betreft is het systeem van cumulatie oorspronkelijk ingevoerd via een overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Unie en Noorwegen. Deze briefwisseling heeft plaatsgevonden op 29 januari 2001, nadat de Raad zijn goedkeuring had gegeven door middel van Besluit 2001/101/EG (3).

(4)

Om de toepassing te verzekeren van een concept oorsprong dat overeenstemt met dat vervat in de oorsprongsregels in het stelsel van algemene preferenties („SAP”) van de Unie, heeft Noorwegen zijn SAP-oorsprongsregels gewijzigd. Daarom moet de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Unie en Noorwegen worden herzien.

(5)

Het systeem van wederzijdse aanvaarding van vervangende certificaten van oorsprong, formulier A, door de Unie, Noorwegen en Zwitserland moet op grond van de herziene briefwisseling worden voortgezet en onder voorwaarden door Turkije worden toegepast, teneinde de handel tussen de Unie, Noorwegen, Zwitserland en Turkije te vergemakkelijken.

(6)

Bovendien voorzien de oorsprongsregels in het SAP van de Unie, zoals herzien in 2010, in de uitvoering van een nieuw systeem voor het opstellen van bewijzen van oorsprong door geregistreerde exporteurs, dat vanaf 1 januari 2017 moet worden toegepast. Ook in dit opzicht moeten wijzigingen in de briefwisseling worden aangebracht.

(7)

Om te anticiperen op de toepassing van dat nieuwe systeem en de desbetreffende regels heeft de Raad de Commissie op 8 maart 2012 gemachtigd om met Noorwegen te onderhandelen over een overeenkomst in de vorm van een briefwisseling die ziet op de wederzijdse aanvaarding van vervangende certificaten van oorsprong, formulier A of vervangende attesten van oorsprong en erin voorziet dat producten waarin bestanddelen van oorsprong uit Noorwegen, Zwitserland of Turkije zijn gebruikt bij binnenkomst in het douanegebied van de Unie moeten worden behandeld als goederen die een component van uniale oorsprong bevatten.

(8)

De onderhandelingen met Noorwegen zijn gevoerd door de Commissie en hebben geleid tot een overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Noorwegen inzake de cumulatie van de oorsprong tussen de Europese Unie, de Zwitserse Bondsstaat, het Koninkrijk Noorwegen en de Republiek Turkije in het kader van het stelsel van algemene preferenties („de overeenkomst”).

(9)

De overeenkomst dient te worden goedgekeurd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Noorwegen inzake de cumulatie van de oorsprong tussen de Europese Unie, de Zwitserse Bondsstaat, het Koninkrijk Noorwegen en de RepubliekTurkije in het kader van het stelsel van algemene preferenties wordt namens de Unie goedgekeurd.

De tekst van de overeenkomst is aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

De voorzitter van de Raad verricht namens de Unie de in punt 18 van de overeenkomst bedoelde kennisgeving (4).

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastegesteld.

Gedaan te Luxemburg, 15 oktober 2018.

Voor de Raad

De voorzitter

E. KÖSTINGER


(1)  Goedkeuring nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad.

(2)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met nadere regels betreffende een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 1).

(3)  Besluit 2001/101/EG van de Raad van 5 december 2000 houdende goedkeuring van een overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en elk van de EVA-landen die tariefpreferenties verlenen in het kader van het Stelsel van algemene preferenties (Noorwegen en Zwitserland), volgens welke goederen waarin bestanddelen van oorsprong uit Noorwegen of Zwitserland zijn gebruikt, bij binnenkomst in het douanegebied van de Gemeenschap worden behandeld als goederen die een component van communautaire oorsprong bevatten (wederkerige overeenkomst) (PB L 38 van 8.2.2001, blz. 24).

(4)  De datum van de inwerkingtreding van de overeenkomst zal door het secretariaat-generaal van de Raad worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.


28.1.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 24/3


OVEREENKOMST

in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Noorwegen inzake de cumulatie van de oorsprong tussen de Europese Unie, de Zwitserse Bondsstaat, het Koninkrijk Noorwegen en de Republiek Turkije in het kader van het stelsel van algemene preferenties

A.   Brief van de Unie

Excellentie,

1.   

De Europese Unie („de Unie”) en het Koninkrijk Noorwegen („Noorwegen”) als de partijen bij deze overeenkomst erkennen dat, voor de toepassing van het stelsel van algemene preferenties („SAP”), beide partijen soortgelijke oorsprongsregels toepassen met de volgende algemene beginselen:

a)

definitie van het begrip „producten van oorsprong” op basis van dezelfde criteria;

b)

bepalingen voor de regionale cumulatie van de oorsprong;

c)

bepalingen voor de toepassing van de cumulatie op materialen van oorsprong, in de zin van de betrokken SAP-oorsprongsregels, uit de Unie, Zwitserland, Noorwegen of Turkije;

d)

bepalingen voor een algemene tolerantie voor niet van oorsprong zijnde materialen;

e)

bepalingen voor niet-wijziging van producten uit het begunstigde land;

f)

bepalingen voor afgifte of opstelling van vervangende bewijzen van oorsprong;

g)

vereiste van administratieve samenwerking met de bevoegde autoriteiten in de begunstigde landen over de kwestie van bewijzen van oorsprong.

2.   

De Unie en Noorwegen erkennen dat materialen van oorsprong, in de zin van hun respectieve SAP-oorsprongsregels, uit de Unie, Zwitserland, Noorwegen of Turkije, de oorsprong van een begunstigd land van het SAP-stelsel van elke partij verwerven als zij in dat begunstigde land een be- of verwerking ondergaan die verder gaat dan de behandelingen die als ontoereikend beschouwd worden om de oorsprong te verlenen. Deze alinea is van toepassing op materialen van oorsprong uit Zwitserland en Turkije, behoudens de vervulling van de voorwaarden van lid 15 respectievelijk lid 16.

De douaneautoriteiten van de lidstaten van de Unie en van Noorwegen werken op passende wijze administratief samen met name ten behoeve van de controle achteraf van de bewijzen van oorsprong met betrekking tot de materialen als bedoeld in de eerste alinea. De bepalingen inzake administratieve samenwerking van Protocol nr. 3 bij de Overeenkomst van maandag 14 mei 1973 tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen moeten worden toegepast.

Dit punt is niet van toepassing op producten van de hoofdstukken 1 tot en met 24 van het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen, aangenomen door de organisatie die is opgezet bij het Verdrag houdende oprichting van een Internationale Douaneraad, gedaan te Brussel op 15 december 1950.

3.   

De Unie en Noorwegen verbinden zich ertoe vervangende bewijzen van oorsprong te aanvaarden in de vorm van vervangende certificaten van oorsprong, formulier A („vervangend certificaten”) afgegeven door de douaneautoriteiten van de andere partij en vervangende attesten van oorsprong opgesteld door wederverzenders van de andere partij, die voor dat doel zijn geregistreerd.

Elke partij kan in overeenstemming met haar eigen wetgeving beoordelen of producten die onder vervangende bewijzen van oorsprong vallen voor tariefpreferenties in aanmerking komen.

4.   

Elke partij voorziet erin dat de volgende voorwaarden in acht worden genomen voordat een vervangend bewijs van oorsprong wordt afgegeven of opgesteld:

a)

vervangende bewijzen van oorsprong mogen alleen worden afgegeven of opgesteld als de oorspronkelijke bewijzen van oorsprong zijn afgegeven of opgesteld in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving van de Unie of Noorwegen;

b)

alleen indien producten niet voor het vrije verkeer zijn vrijgegeven in een partij kan een bewijs van oorsprong of een vervangend bewijs van oorsprong worden vervangen door een of meer vervangende bewijzen van oorsprong voor het zenden van alle of sommige producten die vallen onder het oorspronkelijke bewijs van oorsprong van die partij naar de andere partij;

c)

de producten zijn onder douanetoezicht gebleven in de wederverzendende partij en zijn op geen enkele wijze gewijzigd of hebben ook geen andere behandelingen ondergaan dan die welke nodig waren om ze in hun toestand te bewaren („beginsel van niet-wijziging”);

d)

indien producten de oorsprong hebben verkregen op grond van een afwijking van de regels van oorsprong die door een partij is verleend, worden vervangende bewijzen van oorsprong niet afgegeven of opgesteld als de producten worden wederverzonden naar de andere partij;

e)

vervangende bewijzen van oorsprong kunnen door de douaneautoriteiten worden afgegeven of door de wederverzenders worden opgesteld indien de producten die naar het grondgebied van de andere partij moeten worden wederverzonden de oorsprong hebben verkregen via regionale cumulatie;

f)

vervangende bewijzen van oorsprong kunnen door de douaneautoriteiten worden afgegeven of door de wederverzenders worden opgesteld als de producten die naar het grondgebied van de andere partij moeten worden wederverzonden van de wederverzendende partij geen preferentiële behandeling krijgen.

5.   

Voor de toepassing van punt 4, onder c), geldt het volgende:

a)

indien er gronden lijken te bestaan voor twijfel wat betreft naleving van het beginsel van niet-wijziging, kunnen de douaneautoriteiten van de partij van eindbestemming de aangever verzoeken te bewijzen dat hij aan dat beginsel voldoet, welk bewijs op enigerlei wijze kan worden geleverd;

b)

op verzoek van de wederverzender bevestigen de douaneautoriteiten van de wederverzendende partij dat de producten onder douanetoezicht zijn gebleven gedurende hun verblijf op het grondgebied van die partij en dat door de douaneautoriteiten geen toestemming is verleend om deze tijdens de opslag op het grondgebied van de partij op enige wijze te wijzigen of aan andere behandelingen te onderwerpen dan die welke nodig waren om ze in hun toestand te bewaren;

c)

indien het vervangend bewijs een vervangingscertificaat is, verzoeken de douaneautoriteiten van de partij van eindbestemming niet om een non-manipulatiecertificaat voor de tijd dat de producten bij de andere partij waren.

6.   

Elke partij zorgt ervoor dat:

a)

indien de vervangende bewijzen van oorsprong overeenstemmen met de oorspronkelijke bewijzen van oorsprong die zijn afgegeven of opgesteld in een begunstigd land van het SAP-stelsel van de Unie en van dat van Noorwegen, werken de douaneautoriteiten van de lidstaten van de Unie en van Noorwegen op passende wijze administratief samen voor de controle achteraf van deze vervangende bewijzen van oorsprong. Op verzoek van de partij van eindbestemming belasten de douaneautoriteiten van de wederverzendende partij zich met starten en opvolgen van de procedure van controle achteraf van de overeenkomstige oorspronkelijke bewijzen van oorsprong;

b)

indien de vervangende bewijzen van oorsprong overeenstemmen met de oorspronkelijke bewijzen van oorsprong afgegeven of opgesteld in een land dat de alleenbegunstigde is van het SAP-stelsel van de partij van eindbestemming, voert die partij in samenwerking met het begunstigde land de procedure uit van controle achteraf van de oorspronkelijke bewijzen van oorsprong. De oorspronkelijke bewijzen van oorsprong die overeenstemmen met de vervangende bewijzen van oorsprong onder controle of, indien toepasselijk, kopieën van de oorspronkelijke bewijzen van oorsprong die overeenstemmen met de vervangende bewijzen van oorsprong onder controle worden door de douaneautoriteiten van de wederverzendende partij aan de douaneautoriteiten van de partij van eindbestemming verstrekt zodat zij de procedure van controle achteraf kunnen uitvoeren.

7.   

Elke partij zorgt ervoor dat:

a)

in het vak in de rechterbovenhoek van elk vervangingscertificaat de naam wordt vermeld van het tussenland van wederverzending waar het is afgegeven;

b)

in vak 4 één van de volgende aanduidingen wordt vermeld: „replacement certificate” of „certificat de remplacement” alsmede de datum van afgifte en het volgnummer van het oorspronkelijke certificaat van oorsprong, formulier A;

c)

in vak 1 de naam wordt vermeld van de wederverzender;

d)

in vak 2 de naam van de geadresseerde kan worden vermeld;

e)

in de vakken 3 tot en met 9 alle op het oorspronkelijke certificaat voorkomende gegevens met betrekking tot de wederverzonden producten worden overgenomen;

f)

in vak 10 verwijzingen naar de factuur van de wederverzender kunnen worden gegeven;

g)

de douaneautoriteit die het vervangingscertificaat afgeeft, in vak 11 haar visum aanbrengt. De verantwoordelijkheid van deze autoriteit reikt niet verder dan de afgifte van het vervangende certificaat. De gegevens in vak 12 betreffende het land van oorsprong en het land van eindbestemming worden overgenomen van het oorspronkelijke certificaat van oorsprong, formulier A. De wederverzender ondertekent het certificaat van oorsprong in vak 12. Wanneer de wederverzender in vak 12 te goeder trouw zijn handtekening heeft geplaatst, is hij niet verantwoordelijk voor de juistheid van de op het oorspronkelijke certificaat van oorsprong, formulier A, ingevulde gegevens.

h)

het douanekantoor dat wordt verzocht het vervangingscertificaat af te geven, op het oorspronkelijke certificaat van oorsprong, formulier A, het gewicht, het aantal, de aard van de wederverzonden producten en het nummer (de nummers) van het overeenkomstige vervangingscertificaat of de overeenkomstige vervangingscertificaten vermeldt. Het bewaart het verzoek om een vervangingscertificaat alsook het oorspronkelijke certificaat van oorsprong, formulier A, gedurende ten minste drie jaar.

i)

Vervangende certificaten van oorsprong worden opgesteld in het Engels of het Frans.

8.   

Elke partij voorziet erin dat:

a)

de wederverzender het volgende vermeldt op elk vervangend attest van oorsprong:

1.

alle gegevens van de wederverzonden producten uit het oorspronkelijke bewijs van oorsprong;

2.

de datum waarop het oorspronkelijke bewijs van oorsprong werd opgesteld;

3.

de gegevens van het oorspronkelijke bewijs van oorsprong, inclusief, indien toepasselijk, informatie over toegepaste cumulatie op de goederen waarop het attest van oorsprong betrekking heeft;

4.

de naam, het adres en het nummer van geregistreerde exporteur van de werderverzender;

5.

de naam en het adres van de geadresseerde in de Unie of in Noorwegen;

6.

de datum en de plaats van opstelling van het attest van oorsprong of afgifte van het certificaat van oorsprong;

b)

elk vervangend attest van oorsprong wordt voorzien van de vermelding „Replacement statement” of „Attestation de remplacement;

c)

vervangende attesten van oorsprong worden opgesteld door wederverzenders geregistreerd in het elektronische systeem van zelfcertificering van de oorsprong door de exporteurs, het zogenoemde systeem van geregistreerde exporteurs (REX), ongeacht de waarde van de producten van oorsprong die deel uitmaken van de oorspronkelijke zending;

d)

indien een bewijs van oorsprong wordt vervangen, de wederverzender het volgende op het oorspronkelijke bewijs van oorsprong vermeldt:

1.

de datum van opstelling van het vervangende attest (de vervangende attesten) van oorsprong en de hoeveelheden aan goederen waarop het vervangende attest (de vervangende attesten) betrekking heeft (hebben);

2.

de naam en het adres van de wederverzender;

3.

de naam en het adres van de geadresseerde(n) in de Unie of in Noorwegen;

e)

het oorspronkelijke attest van oorsprong wordt van de vermelding „Replaced” of „Remplacé” voorzien.

f)

een vervangend attest van oorsprong twaalf maanden geldig is vanaf de datum van opstelling ervan.

g)

vervangende attesten van oorsprong worden opgesteld in het Engels of het Frans.

9.   

De oorspronkelijke bewijzen van oorsprong en de kopieën van de vervangende bewijzen van oorsprong worden door de wederverzender bewaard gedurende ten minste drie jaar vanaf het einde van het kalenderjaar waarin de vervangende bewijzen van oorsprong werden afgegeven of opgesteld.

10.   

De partijen komen overeen om de kosten van het REX-systeem te delen overeenkomstig de samenwerkingmodaliteiten die tussen de bevoegde autoriteiten van de partijen moeten worden vastgesteld.

11.   

Geschillen tussen de partijen uit hoofde van de interpretatie of de toepassing van deze overeenkomst worden uitsluitend beslecht door bilaterale onderhandeling tussen de partijen. Als de geschillen van invloed kunnen zijn op de belangen van Zwitserland en/of Turkije, worden zij geraadpleegd.

12.   

De partijen kunnen te allen tijde schriftelijk in onderlinge overeenstemming deze overeenkomst wijzigen. Beide partijen treden op verzoek van een van de partijen in overleg met betrekking tot mogelijke wijzigingen van deze overeenkomst. Als de wijzigingen van invloed kunnen zijn op de belangen van Zwitserland en/of Turkije, worden zij geraadpleegd. Dergelijke wijzigingen treden in werking op een onderling overeen te komen datum, zodra beide partijen elkaar ervan in kennis hebben gesteld dat zij aan hun respectieve interne vereisten hebben voldaan.

13.   

In geval van ernstige twijfels wat betreft de goede werking van deze overeenkomst kan elke partij de toepassing ervan opschorten op voorwaarde dat de andere partij drie maanden van tevoren schriftelijk in kennis is gesteld.

14.   

Deze overeenkomst kan door elke partij worden beëindigd mits de andere partij drie maanden van tevoren schriftelijk in kennis wordt gesteld.

15.   

De eerste alinea van lid 2 is alleen van toepassing op materialen van oorsprong uit Zwitserland als de partijen een soortgelijke overeenkomst hebben gesloten met Zwitserland en elkaar in kennis hebben gesteld van de vervulling van deze voorwaarde.

16.   

De eerste alinea van punt 2 is op materialen van oorsprong uit Turkije (1) alleen van toepassing als de partijen een soortgelijke overeenkomst hebben gesloten met Turkije en elkaar in kennis hebben gesteld van de vervulling van deze voorwaarde.

17.   

Vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst tussen Noorwegen en Turkije overeenkomstig de eerste alinea van lid 2 van deze overeenkomst, en behoudens wederkerigheid door Turkije, kan elke partij erin voorzien dat vervangende bewijzen van oorsprong voor producten die materialen bevatten van oorsprong uit Turkije die op basis van bilaterale cumulatie in SAP-begunstigde landen zijn verwerkt in de partijen kunnen worden afgegeven of opgesteld.

18.   

Deze overeenkomst treedt in werking op een onderling overeengekomen datum, zodra de Unie en Noorwegen elkaar ervan in kennis hebben gesteld dat zij de vereiste interne aannemingsprocedures hebben uitgevoerd. Vanaf die datum vervangt zij de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Gemeenschap en elk van de EVA-landen die tariefpreferenties verleent op grond van het SAP (Noorwegen en Zwitserland) en erin voorziet dat goederen waarin bestanddelen van oorsprong uit Noorwegen of Zwitserland zijn gebruikt bij binnenkomst in het douanegebied van de Gemeenschap worden behandeld als goederen die een component van communautaire oorsprong bevatten, die op 29 januari 2001 is ondertekend (2).

U wordt vriendelijk verzocht te bevestigen dat uw regering met de inhoud van deze brief instemt.

Ik stel u voor om, indien het voorgaande voor uw regering aanvaardbaar is, deze brief en uw bevestiging samen te laten gelden als een overeenkomst tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Noorwegen.

Hoogachtend,

Съставено в Брюксел на

Hecho en Bruselas, el

V Bruselu dne

Udfærdiget i Bruxelles, den

Geschehen zu Brüssel am

Brüssel,

Έγινε στις Βρυξέλλες, στις

Done at Brussels,

Fait à Bruxelles, le

Sastavljeno u Bruxellesu

Fatto a Bruxelles, addì

Briselē,

Priimta Briuselyje,

Kelt Brüsszelben,

Magħmul fi Brussell,

Gedaan te Brussel,

Sporządzono w Brukseli, dnia

Feito em Bruxelas,

Întocmit la Bruxelles,

V Bruseli

V Bruslju,

Tehty Brysselissä

Utfärdat i Bryssel den

Utferdiget i Brussel,

Image

За Европейския съюз

Рог la Unión Europea

Za Evropskou unii

For Den Europæiske Union

Für die Europäische Union

Euroopa Liidu nimel

Για την Ευρωπαϊκή Ένωση

For the European Union

Pour l'Union européenne

Za Europsku uniju

Per l'Unione europea

Eiropas Savienības vārdā –

Europos Sąjungos vardu

Az Európai Unió részéről

Għall-Unjoni Ewropea

Voor de Europese Unie

W imieniu Unii Europejskiej

Pela União Europeia

Pentru Uniunea Europeană

Za Európsku úniu

Za Evropsko unijo

Euroopan unionin puolesta

För Europeiska unionen

For Den europeiske union

Image

B.   Brief van het Koninkrijk Noorwegen

Excellentie,

Ik heb de eer u de ontvangst te bevestigen van uw brief van heden die als volgt luidt:

„1.

De Europese Unie („de Unie”) en het Koninkrijk Noorwegen („Noorwegen”), als de partijen bij deze overeenkomst erkennen dat, voor de toepassing van het stelsel van algemene preferenties („SAP”), beide partijen soortgelijke oorsprongsregels toepassen met de volgende algemene beginselen:

a)

definitie van het begrip „producten van oorsprong” op basis van dezelfde criteria;

b)

bepalingen voor de regionale cumulatie van de oorsprong;

c)

bepalingen voor de toepassing van de cumulatie op materialen van oorsprong, in de zin van de betrokken SAP-oorsprongsregels, uit de Unie, Zwitserland, Noorwegen of Turkije;

d)

bepalingen voor een algemene tolerantie voor niet van oorsprong zijnde materialen;

e)

bepalingen voor niet-wijziging van producten uit het begunstigde land;

f)

bepalingen voor afgifte of opstelling van vervangende bewijzen van oorsprong;

g)

vereiste van administratieve samenwerking met de bevoegde autoriteiten in de begunstigde landen over de kwestie van bewijzen van oorsprong.

2.

De Unie en Noorwegen erkennen dat materialen van oorsprong, in de zin van hun respectieve SAP-oorsprongsregels, uit de Unie, Zwitserland, Noorwegen of Turkije, de oorsprong van een begunstigd land van het SAP-stelsel van elke partij verwerven als zij in dat begunstigde land een be- of verwerking ondergaan die verder gaat dan de behandelingen die als ontoereikend beschouwd worden om de oorsprong te verlenen. Deze alinea is van toepassing op materialen van oorsprong uit Zwitserland en Turkije, behoudens de vervulling van de voorwaarden van lid 15 respectievelijk lid 16.

De douaneautoriteiten van de lidstaten van de Unie en van Noorwegen werken op passende wijze administratief samen met name ten behoeve van de controle achteraf van de bewijzen van oorsprong met betrekking tot de materialen als bedoeld in de eerste alinea. De bepalingen inzake administratieve samenwerking van Protocol nr. 3 bij de Overeenkomst van maandag 14 mei 1973 tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen moeten worden toegepast.

Dit punt is niet van toepassing op producten van de hoofdstukken 1 tot en met 24 van het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen, aangenomen door de organisatie die is opgezet bij het Verdrag houdende oprichting van een Internationale Douaneraad, gedaan te Brussel op 15 december 1950.

3.

De Unie en Noorwegen verbinden zich ertoe vervangende bewijzen van oorsprong te aanvaarden in de vorm van vervangende certificaten van oorsprong, formulier A („vervangend certificaten”) afgegeven door de douaneautoriteiten van de andere partij en vervangende attesten van oorsprong opgesteld door wederverzenders van de andere partij, die voor dat doel zijn geregistreerd.

Elke partij kan in overeenstemming met haar eigen wetgeving beoordelen of producten die onder vervangende bewijzen van oorsprong vallen voor tariefpreferenties in aanmerking komen.

4.

Elke partij voorziet erin dat de volgende voorwaarden in acht worden genomen voordat een vervangend bewijs van oorsprong wordt afgegeven of opgesteld:

a)

vervangende bewijzen van oorsprong mogen alleen worden afgegeven of opgesteld als de oorspronkelijke bewijzen van oorsprong zijn afgegeven of opgesteld in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving van de Unie of Noorwegen;

b)

alleen indien producten niet voor het vrije verkeer zijn vrijgegeven in een partij kan een bewijs van oorsprong of een vervangend bewijs van oorsprong worden vervangen door een of meer vervangende bewijzen van oorsprong voor het zenden van alle of sommige producten die vallen onder het oorspronkelijke bewijs van oorsprong van die partij naar de andere partij;

c)

de producten zijn onder douanetoezicht gebleven in de wederverzendende partij en zijn op geen enkele wijze gewijzigd of hebben ook geen andere behandelingen ondergaan dan nodig om ze in hun toestand te bewaren („beginsel van niet-wijziging”).

d)

indien producten de oorsprong hebben verkregen op grond van een afwijking van de regels van oorsprong die door een partij is verleend, worden wederverzonden naar de andere partij;

e)

vervangende bewijzen van oorsprong kunnen door de douaneautoriteiten worden afgegeven of door de wederverzenders worden opgesteld indien de producten die naar het grondgebied van de andere partij moeten worden wederverzonden de oorsprong hebben verkregen via regionale cumulatie;

f)

vervangende bewijzen van oorsprong kunnen door de douaneautoriteiten worden afgegeven of door de wederverzenders worden opgesteld als de producten die naar het grondgebied van de andere partij moeten worden wederverzonden van de wederverzendende partij geen preferentiële behandeling krijgen.

5.

Voor de toepassing van punt 4, onder c), geldt het volgende:

a)

indien er gronden lijken te bestaan voor twijfel wat betreft naleving van het beginsel van niet-wijziging, kunnen de douaneautoriteiten van de partij van eindbestemming de aangever verzoeken te bewijzen dat hij aan dat beginsel voldoet, welk bewijs op enigerlei wijze kan worden geleverd;

b)

op verzoek van de wederverzender bevestigen de douaneautoriteiten van de wederverzendende partij dat de producten onder douanetoezicht zijn gebleven gedurende hun verblijf op het grondgebied van die partij en dat door de douaneautoriteiten geen toestemming is verleend om deze tijdens de opslag op het grondgebied van de partij op enige wijze te wijzigen of aan andere behandelingen te onderwerpen dan die welke nodig waren om ze in hun toestand te bewaren;

c)

indien het vervangend bewijs een vervangingscertificaat is, verzoeken de douaneautoriteiten van de partij van eindbestemming niet om een non-manipulatiecertificaat voor de tijd dat de producten bij de andere partij waren.

6.

Elke partij zorgt ervoor dat:

a)

indien de vervangende bewijzen van oorsprong overeenstemmen met de oorspronkelijke bewijzen van oorsprong die zijn afgegeven of opgesteld in een begunstigd land van het SAP-stelsel van de Unie en van dat van Noorwegen, werken de douaneautoriteiten van de lidstaten van de Unie en van Noorwegen op passende wijze administratief samen voor de controle achteraf van deze vervangende bewijzen van oorsprong. Op verzoek van de partij van eindbestemming belasten de douaneautoriteiten van de wederverzendende partij zich met starten en opvolgen van de procedure van controle achteraf van de overeenkomstige oorspronkelijke bewijzen van oorsprong;

b)

indien de vervangende bewijzen van oorsprong overeenstemmen met de oorspronkelijke bewijzen van oorsprong afgegeven of opgesteld in een land dat de alleenbegunstigde is van het SAP-stelsel van de partij van eindbestemming, voert die partij in samenwerking met het begunstigde land de procedure uit van controle achteraf van de oorspronkelijke bewijzen van oorsprong. De oorspronkelijke bewijzen van oorsprong die overeenstemmen met de vervangende bewijzen van oorsprong onder controle of, indien toepasselijk, kopieën van de oorspronkelijke bewijzen van oorsprong die overeenstemmen met de vervangende bewijzen van oorsprong onder controle worden door de douaneautoriteiten van de wederverzendende partij aan de douaneautoriteiten van de partij van eindbestemming verstrekt zodat zij de procedure van controle achteraf kunnen uitvoeren.

7.

Elke partij zorgt ervoor dat:

a)

in het vak in de rechterbovenhoek van elk vervangingscertificaat de naam wordt vermeld van het tussenland van wederverzending waar het is afgegeven;

b)

in vak 4 één van de volgende aanduidingen wordt vermeld: „replacement certificate” of „certificat de remplacement” alsmede de datum van afgifte en het volgnummer van het oorspronkelijke certificaat van oorsprong, formulier A;

c)

in vak 1 de naam wordt vermeld van de wederverzender;

d)

in vak 2 de naam van de geadresseerde kan worden vermeld;

e)

in de vakken 3 tot en met 9 alle op het oorspronkelijke certificaat voorkomende gegevens met betrekking tot de wederverzonden producten worden overgenomen;

f)

in vak 10 verwijzingen naar de factuur van de wederverzender kunnen worden gegeven;

g)

de douaneautoriteit die het vervangingscertificaat afgeeft, in vak 11 haar visum aanbrengt. De verantwoordelijkheid van deze autoriteit reikt niet verder dan de afgifte van het vervangende certificaat. De gegevens in vak 12 betreffende het land van oorsprong en het land van eindbestemming worden overgenomen van het oorspronkelijke certificaat van oorsprong, formulier A. De wederverzender ondertekent het certificaat van oorsprong in vak 12. Wanneer de wederverzender in vak 12 te goeder trouw zijn handtekening heeft geplaatst, is hij niet verantwoordelijk voor de juistheid van de op het oorspronkelijke certificaat van oorsprong, formulier A, ingevulde gegevens.

h)

het douanekantoor dat wordt verzocht het vervangingscertificaat af te geven, op het oorspronkelijke certificaat van oorsprong, formulier A, het gewicht, het aantal, de aard van de wederverzonden producten en het nummer (de nummers) van het overeenkomstige vervangingscertificaat of de overeenkomstige vervangingscertificaten vermeldt. Het bewaart het verzoek om een vervangingscertificaat alsook het oorspronkelijke certificaat van oorsprong, formulier A, gedurende ten minste drie jaar.

i)

Vervangende certificaten van oorsprong worden opgesteld in het Engels of het Frans.

8.

Elke partij voorziet erin dat:

a)

de wederverzender vermeldt het volgende op elk vervangend attest van oorsprong:

1.

alle gegevens van de wederverzonden producten uit het oorspronkelijke bewijs van oorsprong;

2.

de datum waarop het oorspronkelijke bewijs van oorsprong werd opgesteld;

3.

de gegevens van het oorspronkelijke bewijs van oorsprong, inclusief, indien toepasselijk, informatie over toegepaste cumulatie op de goederen waarop het attest van oorsprong betrekking heeft;

4.

de naam, het adres en nummer van geregistreerde exporteur van de wederverzender;

5.

de naam en het adres van de geadresseerde in de Unie of in Noorwegen;

6.

de datum en de plaats van opstelling van het attest van oorsprong of afgifte van het certificaat van oorsprong;

b)

elk vervangend attest van oorsprong wordt voorzien van de vermelding „Replacement statement” of „Attestation de remplacement;

c)

vervangende attesten van oorsprong worden opgesteld door wederverzenders geregistreerd in het elektronische systeem van zelfcertificering van de oorsprong door de exporteurs, het zogenoemde systeem van geregistreerde exporteurs (REX), ongeacht de waarde van de producten van oorsprong die deel uitmaken van de oorspronkelijke zending;

d)

indien een bewijs van oorsprong wordt vervangen, de wederverzender het volgende op het oorspronkelijke bewijs van oorsprong vermeldt:

1.

de datum van opstelling van het vervangende attest (de vervangende attesten) van oorsprong en de hoeveelheden aan goederen waarop het vervangende attest (de vervangende attesten) betrekking heeft (hebben),

2.

de naam en het adres van de wederverzender,

3.

de naam en het adres van de geadresseerde(n) in de Unie of in Noorwegen;

e)

het oorspronkelijke attest van oorsprong wordt van de vermelding „Replaced” of „Remplacé” voorzien.

f)

een vervangend attest van oorsprong twaalf maanden geldig is vanaf de datum van opstelling ervan;

g)

vervangende attesten van oorsprong worden opgesteld in het Engels of het Frans.

9.

De oorspronkelijke bewijzen van oorsprong en de kopieën van de vervangende bewijzen van oorsprong worden door de wederverzender bewaard gedurende ten minste drie jaar vanaf het einde van het kalenderjaar waarin de vervangende bewijzen van oorsprong werden afgegeven of opgesteld.

10.

De partijen komen overeen om de kosten van het REX-systeem te delen overeenkomstig de samenwerkingmodaliteiten die tussen de bevoegde autoriteiten van de partijen moeten worden vastgesteld.

11.

Geschillen tussen de partijen uit hoofde van de interpretatie of de toepassing van deze overeenkomst worden uitsluitend beslecht door bilaterale onderhandeling tussen de partijen. Als de geschillen van invloed kunnen zijn op de belangen van Zwitserland en/of Turkije, worden zij geraadpleegd.

12.

De partijen kunnen te allen tijde schriftelijk in onderlinge overeenstemming deze overeenkomst wijzigen. Beide partijen treden op verzoek van een van de partijen in overleg met betrekking tot mogelijke wijzigingen van deze overeenkomst. Als de wijzigingen van invloed kunnen zijn op de belangen van Zwitserland en/of Turkije, worden zij geraadpleegd. Dergelijke wijzigingen treden in werking op een onderling overeen te komen datum, zodra beide partijen elkaar ervan in kennis hebben gesteld dat zij aan hun respectieve interne vereisten hebben voldaan.

13.

In geval van ernstige twijfels wat betreft de goede werking van deze overeenkomst kan elke partij de toepassing ervan opschorten op voorwaarde dat de andere partij drie maanden van tevoren schriftelijk in kennis is gesteld.

14.

Deze overeenkomst kan door elke partij worden beëindigd mits de andere partij drie maanden van tevoren schriftelijk in kennis wordt gesteld.

15.

De eerste alinea van lid 2 is alleen van toepassing op materialen van oorsprong uit Zwitserland als de partijen een soortgelijke overeenkomst hebben gesloten met Zwitserland en elkaar in kennis hebben gesteld van de vervulling van deze voorwaarde.

16.

De eerste alinea van lid 2 is alleen van toepassing op materialen van oorsprong uit Turkije (3) als de partijen een soortgelijke overeenkomst hebben gesloten met Turkije en elkaar in kennis hebben gesteld van de vervulling van deze voorwaarde.

17.

Vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst tussen Noorwegen en Turkije overeenkomstig de eerste alinea van lid 2 van deze overeenkomst, en behoudens wederkerigheid door Turkije, kan elke partij erin voorzien dat vervangende bewijzen van oorsprong voor producten die materialen bevatten van oorsprong uit Turkije die op basis van bilaterale cumulatie in SAP-begunstigde landen zijn verwerkt in de partijen kunnen worden afgegeven of opgesteld.

18.

Deze overeenkomst treedt in werking op een onderling overeengekomen datum, zodra de Unie en Noorwegen elkaar ervan in kennis hebben gesteld dat zij de vereiste interne aannemingsprocedures hebben uitgevoerd. Vanaf die datum vervangt zij de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Gemeenschap en elk van de EVA-landen die tariefpreferenties verleent op grond van het stelsel van algemene preferenties (Noorwegen en Zwitserland) en erin voorziet dat goederen waarin bestanddelen van oorsprong uit Noorwegen of Zwitserland zijn gebruikt bij binnenkomst in het douanegebied van de Gemeenschap worden behandeld als goederen die een component van communautaire oorsprong bevatten, die op 29 januari 2001 is ondertekend (4).

U wordt vriendelijk verzocht te bevestigen dat uw regering met de inhoud van deze brief instemt.

Ik stel u voor om, indien het voorgaande voor uw regering aanvaardbaar is, deze brief en uw bevestiging samen te laten gelden als een overeenkomst tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Noorwegen.”

Ik heb de eer u de instemming van mijn regering met het bovenstaande te bevestigen.

Hoogachtend,

Utferdiget i Brussel,

Съставено в Брюксел на

Hecho en Bruselas, el

V Bruselu dne

Udfærdiget i Bruxelles, den

Geschehen zu Brüssel am

Brüssel,

Έγινε στις Βρυξέλλες, στις

Done at Brussels,

Fait à Bruxelles, le

Sastavljeno u Bruxellesu

Fatto a Bruxelles, addì

Briselē,

Priimta Briuselyje,

Kelt Brüsszelben,

Magħmul fi Brussell,

Gedaan te Brussel,

Sporządzono w Brukseli, dnia

Feito em Bruxelas,

Întocmit la Bruxelles,

V Bruseli

V Bruslju,

Tehty Brysselissä

Utfärdat i Bryssel den

Image

For Kongeriket Norge

За Кралство Норвегия

Por el Reino de Noruega

Za Norské království

For Kongeriget Norge

Für das Königreich Norwegen

Norra Kuningriigi nimel

Για το Βασίλειο της Νορβηγίας

For the Kingdom of Norway

Pour le Royaume de Norvège

Za Kraljevinu Norvešku

Per il Regno di Norvegia

Norvēģijas Karalistes vārdā –

Norvegijos Karalystės vardu

A Norvég Királyság részéről

Ghar-Renju tan-Norveġja

Voor het Koninkrijk Noorwegen

W imieniu Królestwa Norwegii

Pelo Reino da Noruega

Pentru Regatul Norvegiei

Za Nórske kráľovstvo

Za Kraljevino Norveško

Norjan kuningaskunnan puolesta

För Konungariket Norge

Image


(1)  De Unie heeft deze voorwaarde vervuld via de publicatie van het bericht van de Commissie ingevolge artikel 85 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 ter uitvoering van de bepalingen van het communautair douanewetboek waarbij het bij dat artikel ingestelde systeem van bilaterale cumulatie tot Turkije wordt uitgebreid (PB C 134 van 15.4.2016, blz. 1).

(2)  PB L 38 van 8.2.2001, blz. 25.

(3)  De Unie heeft deze voorwaarde vervuld via de publicatie van het bericht van de Commissie ingevolge artikel 85 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 ter uitvoering van de bepalingen van het communautair douanewetboek waarbij het bij dat artikel ingestelde systeem van bilaterale cumulatie tot Turkije wordt uitgebreid (PB C 134 van 15.4.2016, blz. 1).

(4)  PB L 38 van 8.2.2001, blz. 25.


BESLUITEN

28.1.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 24/12


BESLUIT (EU) 2019/117 VAN DE RAAD

van 21 januari 2019

betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in de Gezamenlijke Raad die is opgericht krachtens de economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de SADC-EPO-staten, anderzijds, met betrekking tot de vaststelling van het reglement van orde voor het vermijden en beslechten van geschillen en de gedragscode voor arbiters en bemiddelaars

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de SACD-EPO-staten, anderzijds (1) („de overeenkomst”) is op 10 juni 2016 door de Unie en haar lidstaten ondertekend. De overeenkomst is sinds 10 oktober 2016 voorlopig toegepast tussen de Unie enerzijds, en Botswana, Lesotho, Namibië, Eswatini en Zuid-Afrika, anderzijds, en sinds 4 februari 2018 tussen de Unie en Mozambique.

(2)

Overeenkomstig artikel 102, lid 1, van de overeenkomst heeft de Gezamenlijke Raad beslissingsbevoegdheid ten aanzien van alle onder de overeenkomst vallende aangelegenheden.

(3)

Krachtens artikel 89, lid 1, van de overeenkomst stelt de Gezamenlijke Raad een reglement van orde en een gedragscode voor arbiters en bemiddelaars vast. Derhalve wordt tijdens de eerste vergadering van de Gezamenlijke Raad een besluit vastgesteld met betrekking tot het reglement van orde voor het vermijden en beslechten van geschillen en de gedragscode voor arbiters en bemiddelaars die handelen op grond van deel III van de overeenkomst.

(4)

Het is passend het standpunt te bepalen dat namens de Unie moet worden ingenomen in de Gezamenlijke Raad betreffende de vaststelling van het reglement van orde voor het vermijden en beslechten van geschillen en de gedragscode voor arbiters en bemiddelaars.

(5)

Het standpunt van de Unie in de Gezamenlijke Raad moet derhalve worden gebaseerd op het aangehechte ontwerpbesluit,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het namens de Unie in de Gezamenlijke Raad in te nemen standpunt met betrekking tot de vaststelling van het reglement van orde voor het vermijden en beslechten van geschillen en de gedragscode voor arbiters en bemiddelaars, is gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van de Gezamenlijke Raad.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel, 21 januari 2019.

Voor de Raad

De voorzitter

F. MOGHERINI


(1)  PB L 250 van 16.9.2016, blz. 3.


ONTWERP

BESLUIT Nr. 2/2019 VAN DE GEZAMENLIJKE RAAD

van …

betreffende de vaststelling van het reglement van orde voor het vermijden en beslechten van geschillen en de gedragscode voor arbiters en bemiddelaars

DE GEZAMENLIJKE RAAD,

Gezien de economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de SADC-EPO-staten, anderzijds („de overeenkomst”), en met name artikel 89, lid 1, en de artikelen 100, 101 en 102,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het reglement van orde voor het vermijden en beslechten van geschillen, als vastgesteld in bijlage I bij dit besluit, wordt hierbij aangenomen.

Artikel 2

De gedragscode voor arbiters en bemiddelaars, als beschreven in bijlage II bij dit besluit, wordt hierbij aangenomen.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te … op …

Voor de Gezamenlijke Raad

minister van Handel van

Vertegenwoordiger van de EU


BIJLAGE I

Reglement van orde voor het vermijden en beslechten van geschillen

Artikel 1

Definities

In dit reglement van orde en overeenkomstig deel III (Vermijden en beslechten van geschillen) van de overeenkomst wordt verstaan onder:

a)   „administratief personeel”: met betrekking tot een arbiter, andere personen dan assistenten die onder de leiding en het toezicht van een arbiter werkzaam zijn;

b)   „adviseur”: een persoon die door een partij is aangesteld om haar in verband met de arbitrageprocedure te adviseren of bij te staan;

c)   „de overeenkomst”: de economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de SADC-EPO-staten, anderzijds, ondertekend op 10 juni 2016;

d)   „arbiter”: een lid van het arbitragepanel;

e)   „arbitragepanel”: een op grond van artikel 80 van de overeenkomst ingesteld panel;

f)   „assistent”: een persoon die in het kader van het mandaat van een arbiter en onder de leiding en het toezicht van die arbiter voor die arbiter onderzoek verricht of ondersteunende taken uitvoert;

g)   „klagende partij”: de partij die op grond van artikel 80 van de overeenkomst om de instelling van een arbitragepanel verzoekt;

h)   „dag”: een kalenderdag;

i)   „partij”: een partij bij het geschil;

j)   „partij waartegen de klacht gericht is”: de partij die ervan beschuldigd wordt de onder artikel 76 van de overeenkomst vallende bepalingen te schenden; en

k)   „vertegenwoordiger van een partij”: een persoon in dienst van of aangewezen door een ministerie, een overheidsdienst of een ander overheidsorgaan van een partij, die de partij met betrekking tot een geschil op het gebied van de overeenkomst vertegenwoordigt.

Artikel 2

Kennisgevingen

1.   Alle verzoeken, mededelingen, schriftelijke stukken of andere documenten van het arbitragepanel worden tegelijkertijd verzonden naar beide partijen.

Alle verzoeken, mededelingen, schriftelijke stukken of andere documenten van een partij die aan het arbitragepanel zijn gericht, worden tegelijkertijd als kopie naar de andere partij verzonden.

Alle verzoeken, mededelingen, schriftelijke stukken of andere documenten van een partij die aan de andere partij zijn gericht, worden in voorkomend geval tegelijkertijd als kopie naar het arbitragepanel verzonden.

2.   Alle kennisgevingen als bedoeld in lid 1 worden gedaan via e-mail of, indien van toepassing, via enige andere vorm van telecommunicatie waarbij de verzending wordt geregistreerd. Een dergelijke kennisgeving wordt geacht te zijn afgeleverd op de datum van verzending, tenzij wordt aangetoond dat dit niet het geval is.

3.   Alle kennisgevingen worden gericht aan het directoraat-generaal Handel van de Europese Commissie van de Europese Unie en aan de coördinator van de SADC-EPO-staten, als bedoeld in artikel 105 van de overeenkomst.

4.   Kleine verschrijvingen in verzoeken, mededelingen, schriftelijke stukken of andere documenten in verband met de procedure bij het arbitragepanel kunnen worden verbeterd door indiening van een nieuw document waarin de wijzigingen duidelijk zijn aangegeven.

5.   Indien de laatste dag waarop een document kan worden ingediend op een officiële feestdag van de Europese Commissie of van de betrokken SADC-EPO-staat of -staten valt, wordt het document geacht op de volgende werkdag te worden ingediend.

6.   Afhankelijk van de aard van het geschil wordt van alle verzoeken en kennisgevingen die aan het Handels- en ontwikkelingscomité worden gericht ook een kopie gestuurd naar de andere bevoegde, krachtens de overeenkomst opgerichte subcomités.

Artikel 3

Aanwijzing van arbiters

1.   Indien op grond van artikel 80 van de overeenkomst door middel van loting een arbiter wordt aangewezen, stelt de voorzitter van het Handels- en ontwikkelingscomité de partijen onmiddellijk in kennis van de datum, het tijdstip en de plaats van de loting.

2.   De partijen mogen bij de loting aanwezig zijn en de loting wordt verricht met de partij of de partijen die aanwezig zijn.

3.   De voorzitter van het Handels- en ontwikkelingscomité stelt elke persoon die is aangewezen om te fungeren als arbiter schriftelijk van zijn of haar aanstelling in kennis. Elke persoon bevestigt zijn of haar beschikbaarheid aan beide partijen binnen vijf dagen vanaf de datum waarop die persoon over zijn of haar aanstelling werd geïnformeerd.

4.   Indien de in artikel 94 van de overeenkomst bedoelde lijst niet is opgesteld of op het tijdstip van indiening van een verzoek als bedoeld in lid 80, lid 3, van de overeenkomst niet voldoende namen bevat, worden de arbiters door middel van loting aangewezen uit de personen die door één of beide partijen formeel zijn voorgedragen.

Artikel 4

Organisatorische bijeenkomst

1.   Tenzij de partijen anders overeenkomen, komen zij binnen tien dagen na de datum van instelling van het arbitragepanel met dat panel bijeen om te beslissen over aangelegenheden die de partijen of het arbitragepanel passend achten, met inbegrip van:

a)

de aan de arbiters verschuldigde bezoldigingen en onkostenvergoedingen, in overeenstemming met de normen van de Wereldhandelsorganisatie (WTO);

b)

de aan de assistent(en) verschuldigde bezoldigingen, waarvan het totale bedrag niet meer bedraagt dan 50 % van de bezoldiging van de arbiter(s); of

c)

het tijdschema van de procedure.

2.   De arbiters en de vertegenwoordigers van de partijen kunnen per telefoon of per videoconferentie aan de in lid 1 bedoelde bijeenkomst deelnemen.

Artikel 5

Mandaat

1.   Tenzij de partijen binnen zeven dagen vanaf de datum van instelling van het arbitragepanel anders overeenkomen, luidt het mandaat van dit panel als volgt:

a)

de in het verzoek om instelling van het arbitragepanel vermelde aangelegenheid onderzoeken in het licht van de door de partijen aangehaalde relevante bepalingen van de overeenkomst;

b)

uitspraak doen over de overeenstemming van de betwiste maatregel met de bepalingen die onder artikel 76 van de overeenkomst vallen; en

c)

verslag uitbrengen overeenkomstig de artikelen 81 en 82 van de overeenkomst.

2.   Indien de partijen overeenstemming bereiken over een ander mandaat, stellen zij het arbitragepanel binnen de in lid 1 vastgestelde termijn van het overeengekomen mandaat in kennis.

Artikel 6

Schriftelijke opmerkingen

De klagende partij dient haar schriftelijke opmerking uiterlijk 20 dagen na de datum van instelling van het arbitragepanel in. De partij waartegen de klacht gericht is, dient haar schriftelijke opmerking uiterlijk 20 dagen na de datum van indiening van de schriftelijke opmerking van de klagende partij in.

Artikel 7

Werkwijze van het arbitragepanel

1.   De voorzitter van het arbitragepanel zit alle bijeenkomsten van het panel voor. Het arbitragepanel kan aan de voorzitter de bevoegdheid tot het nemen van administratieve en procedurele besluiten delegeren.

2.   Tenzij in deel III van de overeenkomst of dit reglement van orde anders is bepaald, kan het arbitragepanel bij zijn werkzaamheden alle mogelijke middelen gebruiken, waaronder telefoon-, fax- en computerverbindingen.

3.   Hoewel alleen arbiters aan de beraadslagingen van het arbitragepanel mogen deelnemen, kan het panel toestaan dat assistenten van de arbiters de beraadslagingen van het panel bijwonen.

4.   Het opstellen van besluiten of verslagen blijft de exclusieve bevoegdheid van het arbitragepanel, die niet mag worden gedelegeerd.

5.   Wanneer zich een procedureel vraagstuk voordoet dat niet in deel III van de overeenkomst en de bijlagen daarbij is geregeld, kan het arbitragepanel na overleg met de partijen een geschikte procedure vaststellen die in overeenstemming is met die bepalingen.

6.   Wanneer het arbitragepanel van oordeel is dat andere procedurele termijnen dan die welke zijn vastgesteld in deel III van de overeenkomst moeten worden gewijzigd of dat een andere procedurele of administratieve aanpassing nodig is, stelt het de partijen schriftelijk en na overleg met hen in kennis van de redenen voor de wijziging of aanpassing, onder vermelding van de nieuwe vereiste termijn of de vereiste aanpassing.

Artikel 8

Vervanging

1.   Indien een arbiter niet aan de procedure kan deelnemen, zich terugtrekt of moet worden vervangen, wordt overeenkomstig artikel 80, lid 3, van de overeenkomst in vervanging voorzien.

2.   Wanneer een partij van oordeel is dat een arbiter de vereisten van bijlage II (Gedragscode voor arbiters en bemiddelaars) niet naleeft en om die reden moet worden vervangen, stelt zij de andere partij daarvan in kennis binnen een termijn van 15 dagen vanaf de datum waarop zij voldoende bewijs heeft verkregen van de vermeende niet-naleving van de vereisten van die bijlage door de arbiter.

3.   De partijen plegen binnen 15 dagen na de kennisgeving aan de andere partij overleg met elkaar.

4.   De partijen stellen de arbiter in kennis van zijn vermeende niet-naleving en kunnen de arbiter verzoeken stappen te ondernemen om de vermeende niet-naleving te verhelpen. Indien zij daarover tot overeenstemming komen, kunnen zij de arbiter ook uit zijn functie ontzetten en een nieuwe arbiter aanwijzen overeenkomstig artikel 80 van de overeenkomst.

5.   Indien de partijen het niet eens worden over de vraag of een arbiter, die niet de voorzitter van het arbitragepanel is, moet worden vervangen, kan elke partij verzoeken de aangelegenheid voor te leggen aan de voorzitter van het arbitragepanel, van wie de beslissing definitief is.

6.   Indien de voorzitter van het arbitragepanel oordeelt dat de arbiter niet voldoet aan de vereisten van bijlage II (Gedragscode voor arbiters en bemiddelaars), wordt de nieuwe arbiter aangewezen overeenkomstig artikel 80 van de overeenkomst.

7.   Indien de partijen het niet eens worden over de vraag of de voorzitter moet worden vervangen, kan elke partij verzoeken de kwestie voor te leggen aan een van de overige personen op de krachtens artikel 94 van de overeenkomst opgestelde lijst van personen die zijn aangewezen om de rol van voorzitter van het arbitragepanel waar te nemen. De desbetreffende naam wordt door loting aangewezen door de voorzitter van het Handels- en ontwikkelingscomité. De aldus aangewezen persoon beslist of de voorzitter voldoet aan de vereisten van bijlage II (Gedragscode voor arbiters en bemiddelaars). Die beslissing is onherroepelijk.

Indien het besluit luidt dat de voorzitter niet aan de vereisten van bijlage II (Gedragscode voor arbiters en bemiddelaars) voldoet, wordt een nieuwe voorzitter aangewezen overeenkomstig artikel 80 van de overeenkomst.

Artikel 9

Hoorzittingen

1.   Op basis van het tijdschema dat is vastgesteld krachtens artikel 4, lid 1, onder c), stelt de voorzitter van het arbitragepanel, na overleg met de partijen en de overige arbiters, de partijen in kennis van de datum, het tijdstip en de plaats van de hoorzitting. Tenzij de hoorzitting achter gesloten deuren plaatsvindt, wordt deze informatie door de partij op het grondgebied waarvan de hoorzitting plaatsvindt openbaar gemaakt.

2.   Tenzij de partijen anders overeenkomen, wordt de hoorzitting in Brussel gehouden als een SADC-EPO-staat of de Zuidelijk-Afrikaanse Douane-unie (SACU) de klagende partij is, en op het grondgebied van de SADC-EPO-staten als de Europese Unie de klagende partij is. Indien het geschil betrekking heeft op een door een SADC-EPO-staat gehandhaafde maatregel, wordt de hoorzitting op het grondgebied van die staat gehouden, tenzij die staat het arbitragepanel binnen tien dagen na de instelling van het panel schriftelijk meedeelt dat de hoorzitting op een andere plaats moet worden gehouden.

3.   De partij waartegen de klacht gericht is, staat in voor de kosten van de logistieke organisatie van de hoorzitting, waaronder de huurkosten van de locatie voor de hoorzitting. Deze kosten omvatten niet de eventuele kosten voor vertaling of vertolking, noch eventuele kosten in verband met of te betalen aan de adviseurs, de arbiters of het administratief personeel of de assistent(en) van de arbiters.

4.   Het arbitragepanel kan aanvullende hoorzittingen organiseren indien de partijen zulks overeenkomen.

5.   Alle arbiters zijn gedurende de gehele hoorzitting aanwezig.

6.   Tenzij de partijen anders overeenkomen, kunnen de volgende personen de hoorzitting bijwonen, ongeacht of de hoorzitting openstaat voor publiek:

a)

vertegenwoordigers van een partij;

b)

adviseurs;

c)

assistenten en administratief personeel;

d)

tolken, vertalers en rechtbankverslaggevers van het arbitragepanel; en

e)

deskundigen, zoals besloten door het arbitragepanel overeenkomstig artikel 90 van de overeenkomst.

7.   Uiterlijk zeven werkdagen voor de datum van een hoorzitting verstrekt elke partij het arbitragepanel en de andere partij een lijst met de namen van de personen die namens die partij op de hoorzitting pleidooien of uiteenzettingen zullen houden en van andere vertegenwoordigers en adviseurs die de hoorzitting zullen bijwonen.

8.   Krachtens artikel 89, lid 2, van de overeenkomst zijn de hoorzittingen van het arbitragepanel openbaar, tenzij het arbitragepanel op eigen initiatief of op verzoek van de partijen anders besluit.

9.   Het arbitragepanel stelt in overleg met de partijen de nodige logistieke regelingen en procedures vast om de openbare hoorzittingen in goede banen te leiden. Voor deze procedures kan gebruik worden gemaakt van rechtstreekse uitzendingen via internet of van gesloten televisiecircuits.

10.   De hoorzitting wordt door het arbitragepanel op de volgende wijze gevoerd, waarbij ervoor wordt gezorgd dat de klagende partij en de partij waartegen de klacht gericht is evenveel tijd krijgen toegewezen, zowel voor het pleidooi als de weerlegging:

 

Pleidooi

a)

pleidooi van de klagende partij;

b)

pleidooi van de partij waartegen de klacht gericht is.

 

Weerlegging

a)

antwoord van de klagende partij;

b)

repliek van de partij waartegen de klacht gericht is.

11.   Het arbitragepanel kan op elk moment van de hoorzitting aan beide partijen vragen stellen.

12.   Het arbitragepanel laat een proces-verbaal van de hoorzitting opstellen en laat dit binnen een redelijke termijn na de hoorzitting aan de partijen bezorgen. De partijen kunnen opmerkingen maken over het proces-verbaal, die door het arbitragepanel in overweging kunnen worden genomen.

13.   Binnen tien dagen na de datum van de hoorzitting kan elk van beide partijen een aanvullende schriftelijke opmerking indienen over alle aspecten die tijdens de hoorzitting aan de orde zijn gekomen.

Artikel 10

Schriftelijke vragen

1.   Het arbitragepanel kan op elk moment van de procedure aan een partij of aan beide partijen schriftelijk vragen stellen. Van alle vragen die aan een partij worden gesteld, wordt een kopie aan de andere partij bezorgd.

2.   Elke partij verstrekt aan de andere partij een kopie van haar antwoorden op de vragen van het arbitragepanel. De andere partij heeft de gelegenheid om binnen zeven dagen vanaf de bezorging van deze kopie schriftelijk opmerkingen in te dienen over de antwoorden van de partij.

Artikel 11

Vertrouwelijkheid

1.   Elke partij en het arbitragepanel behandelen informatie die door de andere partij aan het arbitragepanel is verstrekt en als vertrouwelijk is aangemerkt, als vertrouwelijk. Wanneer een partij bij het arbitragepanel een schriftelijke opmerking indient die vertrouwelijke informatie bevat, verstrekt zij daarvan binnen 15 dagen ook een versie zonder de vertrouwelijke informatie, die openbaar kan worden gemaakt.

2.   Niets van dit reglement van orde belet dat een partij haar eigen standpunten openbaar maakt voor zover zij, wanneer zij naar door de andere partij verstrekte informatie verwijst, geen informatie openbaar maakt die door de andere partij als vertrouwelijk is aangemerkt.

3.   Het arbitragepanel komt achter gesloten deuren bijeen wanneer de stukken en pleidooien van een partij vertrouwelijke bedrijfsinformatie bevatten. Wanneer een hoorzitting van het arbitragepanel achter gesloten deuren plaatsvindt, respecteren de partijen het vertrouwelijke karakter van de hoorzitting.

Artikel 12

Eenzijdige contacten

1.   Het arbitragepanel ontmoet een partij niet of communiceert niet met een partij in afwezigheid van de andere partij.

2.   Een arbiter mag inhoudelijke aspecten van de procedure niet met een of beide partijen bespreken in afwezigheid van de andere arbiters.

Artikel 13

Bijdragen van amici curiae

1.   Tenzij de partijen binnen vijf dagen na de datum van instelling van het arbitragepanel anders overeenkomen, kan het arbitragepanel ongevraagde schriftelijke bijdragen van natuurlijke personen van een partij of rechtspersonen die op het grondgebied van een partij gevestigd zijn en die onafhankelijk zijn van de regeringen van de partijen in ontvangst nemen, op voorwaarde dat zij:

a)

binnen tien dagen na de datum van instelling van het arbitragepanel door het arbitragepanel zijn ontvangen;

b)

rechtstreeks van belang zijn voor een feitelijke of juridische kwestie die door het arbitragepanel wordt onderzocht;

c)

een beschrijving bevatten van de persoon die de bijdrage indient, voor een natuurlijke persoon met inbegrip van zijn of haar nationaliteit en voor een rechtspersoon met inbegrip van zijn plaats van vestiging, de aard van zijn activiteiten, zijn rechtsvorm, zijn algemene doelstellingen en zijn financieringsbron;

d)

nadere gegevens bevatten over het belang dat de persoon bij de procedure voor het arbitragepanel heeft; en

e)

zijn opgesteld in de talen die de partijen overeenkomstig artikel 15, leden 1 en 2, van dit reglement van orde hebben gekozen.

2.   De bijdragen worden verstrekt aan de partijen, zodat zij hierover opmerkingen kunnen maken. De partijen kunnen binnen tien dagen na de bezorging opmerkingen indienen bij het arbitragepanel.

3.   Het arbitragepanel vermeldt in zijn verslag alle bijdragen die het overeenkomstig lid 1 heeft ontvangen. Het arbitragepanel is niet verplicht in zijn verslag op de in de bijdragen naar voren gebrachte argumenten in te gaan; maar als het dit doet, moet het ook rekening houden met eventuele opmerkingen van de partijen uit hoofde van lid 2.

Artikel 14

Dringende gevallen

In dringende gevallen, zoals bedoeld in deel III van de overeenkomst, past het arbitragepanel na overleg met de partijen in voorkomend geval de in dit reglement van orde bedoelde termijnen aan. Het arbitragepanel stelt de partijen in kennis van die aanpassingen.

Artikel 15

Vertaling en vertolking

1.   Tijdens het in artikel 77 van de overeenkomst bedoelde overleg, en uiterlijk op de in artikel 4, lid 1, van dit reglement van orde bedoelde bijeenkomst, trachten de partijen tot overeenstemming te komen over een gemeenschappelijke werktaal voor de procedure voor het arbitragepanel.

2.   Indien de partijen niet tot overeenstemming komen over een gemeenschappelijke werktaal, is het bepaalde in artikel 91, lid 2, van de overeenkomst van toepassing.

3.   De partij waartegen de klacht gericht is, zorgt voor de vertolking van mondelinge bijdragen naar de door de partijen gekozen talen.

4.   De verslagen en besluiten van het arbitragepanel worden uitgebracht in de door de partijen gekozen taal of talen. Indien de partijen geen overeenstemming hebben bereikt over een gemeenschappelijke werktaal, wordt het tussentijdse verslag en het eindverslag van het arbitragepanel in een van de werktalen van de WTO uitgebracht.

5.   Elke partij kan opmerkingen maken over de nauwkeurigheid van een overeenkomstig het reglement van orde gemaakte vertaling van een document.

6.   Elke partij draagt zelf de kosten die zij maakt in verband met de vertaling van haar schriftelijke opmerkingen. Eventuele kosten voor het vertalen van een uitspraak worden door de partijen gelijkelijk gedragen.

Artikel 16

Andere procedures

De termijnen in dit reglement van orde worden aangepast overeenkomstig de bijzondere termijnen die voor de vaststelling van een verslag of besluit door het arbitragepanel tijdens de procedure zijn vastgesteld op grond van de artikelen 84, 85, 86 en 87 van de overeenkomst.


BIJLAGE II

Gedragscode voor arbiters en bemiddelaars

Artikel 1

Definities

In deze gedragscode wordt verstaan onder:

a)   „administratief personeel”: met betrekking tot een arbiter, andere personen dan assistenten die onder de leiding en het toezicht van die arbiter werkzaam zijn;

b)   „assistent”: een persoon die in het kader van het mandaat van een arbiter en onder de leiding en het toezicht van die arbiter voor die arbiter onderzoek verricht of ondersteunende taken uitvoert;

c)   „kandidaat”: een persoon waarvan de naam voorkomt op de in artikel 94 van de overeenkomst bedoelde lijst van arbiters en van wie de aanwijzing als arbiter overeenkomstig artikel 80 van de overeenkomst wordt overwogen;

d)   „bemiddelaar”: een persoon die overeenkomstig artikel 78 van de overeenkomst als bemiddelaar is aangewezen;

e)   „lid” of „arbiter”: een lid van een op grond van artikel 80 van de overeenkomst ingesteld arbitragepanel.

Artikel 2

Grondbeginselen

1.   Om de integriteit en onpartijdigheid van het mechanisme van geschillenbeslechting te verzekeren, geldt voor iedere kandidaat en iedere arbiter dat zij:

a)

zich vertrouwd maken met deze gedragscode;

b)

onafhankelijk en onpartijdig zijn;

c)

directe of indirecte belangenconflicten vermijden;

d)

laakbaar gedrag en de schijn van laakbaar gedrag of partijdigheid vermijden;

e)

de hoogste gedragsnormen in acht nemen; en

f)

ervoor zorgen zich niet te laten beïnvloeden door eigenbelang, druk van buitenaf, politieke overwegingen, publieke protesten, trouw aan een partij of vrees voor kritiek.

2.   De arbiters gaan direct noch indirect verplichtingen aan en aanvaarden geen voordelen die op welke wijze dan ook de goede uitoefening van hun taken verstoren of lijken te verstoren.

3.   De arbiters gebruiken hun positie als lid van het arbitragepanel niet om persoonlijke of particuliere belangen te dienen. Zij onthouden zich van handelingen die de indruk kunnen wekken dat anderen in een bijzondere positie verkeren waardoor zij invloed op hen kunnen uitoefenen.

4.   De arbiters laten hun gedrag of oordeel niet beïnvloeden door vroegere of huidige financiële, zakelijke, professionele, persoonlijke of sociale relaties of verantwoordelijkheden.

5.   De arbiters gaan geen relaties aan en verwerven geen financiële belangen wanneer daardoor hun onpartijdigheid in het gedrang kan komen of wanneer redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daardoor de schijn van laakbaar gedrag of partijdigheid wordt gewekt.

6.   De arbiters bepalen hun standpunt zonder instructies van enige regering, internationale, gouvernementele organisatie of internationale niet-gouvernementele organisatie of particuliere bron te aanvaarden of te vragen en zonder dat zij in een eerder stadium van het aan hen toegewezen geschil al hebben geïntervenieerd.

Artikel 3

Openbaarmakingsplicht

1.   Voorafgaand aan de aanvaarding van hun aanstelling als arbiter op grond van artikel 80 van de overeenkomst maken de kandidaten die gevraagd worden als arbiter op te treden alle eventuele belangen, relaties of aangelegenheden openbaar die van invloed kunnen zijn op hun onafhankelijkheid of onpartijdigheid of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij tijdens de procedure de schijn van laakbaar gedrag of partijdigheid zouden kunnen wekken.

2.   Daartoe doen de kandidaten alle redelijke inspanningen om zich bewust te worden van dergelijke belangen, relaties en aangelegenheden, met inbegrip van financiële belangen, professionele belangen, tewerkstellings- of familiebelangen.

3.   Op grond van de openbaarmakingsplicht krachtens lid 1 blijven de arbiters voortdurend gehouden dergelijke belangen, relaties en aangelegenheden openbaar te maken wanneer deze zich tijdens de procedure voordoen.

4.   De kandidaten of arbiters delen het Handels- en ontwikkelingscomité ter overweging door de partijen alle eventuele aangelegenheden met betrekking tot feitelijke of mogelijke schendingen van deze gedragscode mee zodra zij zich ervan bewust worden.

Artikel 4

Taken van arbiters

1.   Na de aanvaarding van hun aanstelling zijn de arbiters beschikbaar voor de uitoefening van hun taken en oefenen zij hun taken gedurende de gehele procedure nauwgezet, snel en billijk uit.

2.   De arbiters onderzoeken uitsluitend vragen die tijdens de procedure aan de orde worden gesteld en die voor het besluit noodzakelijk zijn, en dragen deze taak niet over aan een andere persoon.

3.   De arbiters nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat hun assistenten en administratief personeel bekend zijn met de door de arbiters krachtens de artikelen 2 3, 4 en 6 van deze gedragscode aangegane verplichtingen en deze naleven.

Artikel 5

Verplichtingen van voormalige arbiters

1.   Voormalige arbiters onthouden zich van handelingen die de schijn kunnen wekken dat zij bij de uitoefening van hun taken niet onpartijdig waren of dat zij voordeel hebben ontleend aan het besluit van het arbitragepanel.

2.   Voormalige arbiters leven de in artikel 6 bepaalde verplichtingen van deze gedragscode na.

Artikel 6

Vertrouwelijkheid

1.   Een arbiter maakt op geen enkel moment niet-publieke informatie over de procedure, of informatie die is verkregen tijdens de procedure waarvoor hij of zij is aangesteld, openbaar. Een arbiter maakt dergelijke informatie in geen geval openbaar en gebruikt dergelijke informatie niet om persoonlijk voordeel te verwerven, anderen voordeel te verschaffen of de belangen van anderen in negatieve zin te beïnvloeden.

2.   Een arbiter maakt een besluit van het arbitragepanel of delen daarvan niet openbaar vóór de bekendmaking ervan.

3.   Een arbiter maakt op geen enkel moment informatie openbaar over de beraadslagingen van een arbitragepanel of over het standpunt van individuele arbiters, en legt geen verklaringen af over de procedure waarvoor hij of zij is aangesteld of over de litigieuze kwesties in de procedure.

Artikel 7

Onkosten

Elke arbiter houdt de door hem of haar aan de procedure bestede tijd en de hierbij gemaakte onkosten bij, evenals de tijd en onkosten van zijn of haar assistenten en administratief personeel, en overlegt hiervan een eindafrekening.

Artikel 8

Bemiddelaars

Deze gedragscode is mutatis mutandis van toepassing op bemiddelaars.


28.1.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 24/23


BESLUIT (EU) 2019/118 VAN DE RAAD

van 21 januari 2019

betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in het Handels- en ontwikkelingscomité, dat is opgericht krachtens de economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de SADC-EPO-staten, anderzijds, met betrekking tot de opstelling van een lijst van arbiters

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de SADC-EPO-staten, anderzijds (1) (hierna „de overeenkomst” genoemd) is op 10 juni 2016 door de Unie en haar lidstaten ondertekend. De overeenkomst wordt sinds 10 oktober 2016 voorlopig toegepast tussen de Unie, enerzijds, en Botswana, Lesotho, Namibië, Eswatini en Zuid-Afrika, anderzijds, en sinds 4 februari 2018 tussen de Unie en Mozambique.

(2)

Overeenkomstig artikel 94, lid 1, van de overeenkomst stelt het Handels- en ontwikkelingscomité uiterlijk drie maanden na de inwerkingtreding van de overeenkomst een lijst op van 21 personen die bereid en in staat zijn om als arbiter op te treden.

(3)

Het is passend het standpunt te bepalen dat namens de Unie moet worden ingenomen in het Handels- en ontwikkelingscomité met betrekking tot de opstelling van een lijst van arbiters.

(4)

Het standpunt van de Unie in het Handels- en ontwikkelingscomité dient derhalve te worden gebaseerd op het hieraan gehechte ontwerpbesluit,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het namens de Unie in het Handels- en ontwikkelingscomité in te nemen standpunt met betrekking tot de opstelling van een lijst van arbiters is gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van het Handels- en ontwikkelingscomité.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel, 21 januari 2019.

Voor de Raad

De voorzitter

F. MOGHERINI


(1)  PB L 250 van 16.9.2016, blz. 3.


ONTWERP

BESLUIT Nr. 1/2019 VAN HET HANDELS- EN ONTWIKKELINGSCOMITÉ

van …

met betrekking tot de opstelling van een lijst van arbiters

HET HANDELS- EN ONTWIKKELINGSCOMITÉ,

Gezien de economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de SADC-EPO-staten, anderzijds (hierna „de overeenkomst” genoemd), en met name de artikelen 94, 100, 103 en 104,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De lijst van arbiters als bedoeld in artikel 94 van de overeenkomst, overeenkomstig de bijlage bij dit besluit wordt hierbij vastgesteld.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te …

Voor het Handels- en ontwikkelingscomité

minister van Handel van

Vertegenwoordiger van de EU


BIJLAGE

LIJST VAN ARBITERS ALS BEDOELD IN ARTIKEL 94 VAN DE OVEREENKOMST

Door de SADC-EPO-staten voorgedragen arbiters:

1.

Boitumelo Sendy GOFHAMODIMO

2.

Leonard Moses PHUTI

3.

Tsotetsi MAKONG

4.

Sakeus AKWEENDA

5.

Faizel ISMAIL

6.

Kholofelo Ngokoane KUGLER

7.

Nkululeko J. HLOPHE

8.

Samuel Jay LEVY

Door de EU voorgedragen arbiters:

9.

Jacques BOURGEOIS

10.

Claus-Dieter EHLERMANN

11.

Pieter Jan KUIJPER

12.

Giorgio SACERDOTI

13.

Laurence BOISSON DE CHAZOURNES

14.

Ramon TORRENT

15.

Michael Johannes HAHN

16.

Hélène RUIZ FABRI

Gezamenlijk door de partijen voorgedragen arbiters (niet-onderdanen die als voorzitter kunnen optreden):

17.

Merit JANOW

18.

Ichiro ARAKI

19.

Christian HÄBERLI

20.

Claus VON WOBESER

21.

Daniel MOULIS


28.1.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 24/26


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2019/119 VAN DE COMMISSIE

van 24 januari 2019

tot wijziging van Richtlijn 2002/56/EG van de Raad wat betreft de in artikel 21, lid 3, vermelde datum tot wanneer de lidstaten de geldigheidsduur van besluiten betreffende de gelijkwaardigheid van pootaardappelen uit derde landen mogen verlengen

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2019) 247)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2002/56/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van pootaardappelen (1), en met name artikel 21, lid 3, tweede alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Richtlijn 2002/56/EG is bepaald dat de lidstaten met ingang van bepaalde data niet meer zelf mogen vaststellen dat in derde landen geoogste pootaardappelen gelijkwaardig zijn aan pootaardappelen die in de Unie zijn geoogst en aan die richtlijn voldoen.

(2)

Aangezien de werkzaamheden voor de vaststelling van de gelijkwaardigheid voor de Unie van pootaardappelen uit alle betrokken derde landen nog niet waren voltooid, werden de lidstaten bij Richtlijn 2002/56/EG evenwel gemachtigd de geldigheidsduur van de besluiten betreffende de gelijkwaardigheid die reeds waren genomen voor pootaardappelen uit bepaalde derde landen waarvoor de gelijkwaardigheid voor de Unie niet van toepassing is, tot en met 31 maart 2017 te verlengen. Deze datum is gekozen in verband met het einde van het verkoopseizoen van pootaardappelen.

(3)

Aangezien deze werkzaamheden nog steeds niet zijn voltooid en het nieuwe verkoopseizoen eind 2018 zal beginnen, is het noodzakelijk de lidstaten te machtigen de geldigheidsduur van hun nationale gelijkwaardigheidsbesluiten te verlengen. De machtiging moet van kracht blijven tot en met 31 maart 2024, om voldoende tijd te laten voor de vaststelling van de gelijkwaardigheid voor de Unie. Dit is in overeenstemming met de datum die is vastgesteld in Uitvoeringsbesluit 2011/778/EU van de Commissie (2).

(4)

Richtlijn 2002/56/EG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(5)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor teeltmateriaal voor land-, tuin- en bosbouw,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

In artikel 21, lid 3, eerste alinea, van Richtlijn 2002/56/EG wordt de datum „31 maart 2017” vervangen door „31 maart 2024”.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 24 januari 2019.

Voor de Commissie

Vytenis ANDRIUKAITIS

Lid van de Commissie


(1)  PB L 193 van 20.7.2002, blz. 60.

(2)  Uitvoeringsbesluit 2011/778/EU van de Commissie van 28 november 2011 tot machtiging van bepaalde lidstaten om voor pootaardappelen van oorsprong uit bepaalde provincies van Canada tijdelijk af te wijken van sommige bepalingen van Richtlijn 2000/29/EG van de Raad (PB L 317 van 30.11.2011, blz. 37).


28.1.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 24/27


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2019/120 VAN DE COMMISSIE

van 24 januari 2019

tot wijziging van Richtlijn 2008/90/EG van de Raad wat betreft de verlenging van de periode waarin mag worden afgeweken van de voorwaarden voor de invoer van teeltmateriaal van fruitgewassen alsmede van voor de fruitteelt gebruikte fruitgewassen uit derde landen

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2019) 254)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2008/90/EG van de Raad van 29 september 2008 betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal van fruitgewassen, alsmede van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt (1), en met name artikel 12, lid 2, tweede alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 12, lid 1, van Richtlijn 2008/90/EG moet de Commissie besluiten of teeltmateriaal en fruitgewassen die in een derde land zijn geproduceerd en dezelfde garanties bieden inzake verplichtingen van de leverancier, identiteit, kenmerken, fytosanitaire aspecten, substraat, verpakking, voorschriften met betrekking tot inspectie, waarmerking en plombering, in al deze opzichten gelijkwaardig zijn aan teeltmateriaal en fruitgewassen die in de Unie zijn geproduceerd en aan de eisen en voorschriften van deze richtlijn voldoen. Artikel 12, lid 2, van Richtlijn 2008/90/EG voorziet in een afwijking op grond waarvan de lidstaten, in afwachting van dat besluit, op de invoer van teeltmateriaal en fruitgewassen voorwaarden kunnen toepassen die ten minste gelijkwaardig zijn aan die welke gelden voor teeltmateriaal van fruitgewassen en fruitgewassen die in de Unie worden geproduceerd.

(2)

Deze afwijking was toegekend tot en met 31 december 2018. De lidstaten mogen derhalve voorwaarden toepassen die gelijkwaardig zijn aan die van de Uitvoeringsrichtlijnen 2014/96/EU (2), 2014/97/EU (3) en 2014/98/EU (4) van de Commissie.

(3)

In dit stadium kan de Commissie ten aanzien van geen enkel derde land een dergelijk besluit nemen omdat de informatie over de in derde landen geldende voorwaarden momenteel nog altijd niet toereikend is.

(4)

Om te voorkomen dat de handelspatronen worden verstoord, moeten de lidstaten van die afwijking gebruik kunnen blijven maken.

(5)

Met ingang van 14 december 2019 zullen de nieuwe fytosanitaire regels als vastgelegd in Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad (5) van toepassing zijn. Volgens deze nieuwe regels zullen de plaagorganismen die momenteel zijn opgenomen in de lijst van Uitvoeringsrichtlijn 2014/98/EU alsmede de voorschriften inzake gezondheid van teeltmateriaal binnen het toepassingsgebied van die verordening vallen. Derhalve moet worden voorzien in een voldoende lange periode om te kunnen beoordelen of derde landen voldoen aan de nieuwe fytosanitaire regels als vastgelegd in Verordening (EU) 2016/2031 en de uitvoeringsbepalingen daarvan.

(6)

Bijgevolg moet de termijn voor de toepassing van de in artikel 12, lid 2, van Richtlijn 2008/90/EG vastgestelde afwijking worden verlengd tot en met 31 december 2022.

(7)

Richtlijn 2008/90/EG moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(8)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, sectie Teeltmateriaal en gewassen van geslachten en soorten fruit,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

In artikel 12, lid 2, eerste alinea, van Richtlijn 2008/90/EG wordt de datum „31 december 2018” vervangen door „31 december 2022”.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 24 januari 2019.

Voor de Commissie

Vytenis ANDRIUKAITIS

Lid van de Commissie


(1)  PB L 267 van 8.10.2008, blz. 8.

(2)  Uitvoeringsrichtlijn 2014/96/EU van de Commissie van 15 oktober 2014 betreffende de voorschriften voor het etiketteren, plomberen en verpakken van teeltmateriaal van fruitgewassen, alsmede van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt, die onder het toepassingsgebied van Richtlijn 2008/90/EG van de Raad vallen (PB L 298 van 16.10.2014, blz. 12).

(3)  Uitvoeringsrichtlijn 2014/97/EU van de Commissie van 15 oktober 2014 tot uitvoering van Richtlijn 2008/90/EG van de Raad wat betreft de registratie van leveranciers en van rassen en de gemeenschappelijke lijst van rassen (PB L 298 van 16.10.2014, blz. 16).

(4)  Uitvoeringsrichtlijn 2014/98/EU van de Commissie van 15 oktober 2014 tot uitvoering van Richtlijn 2008/90/EG van de Raad wat betreft specifieke voorschriften voor de in bijlage I bij die richtlijn bedoelde geslachten en soorten van fruitgewassen, specifieke voorschriften waaraan leveranciers moeten voldoen, en nadere voorschriften betreffende officiële inspecties (PB L 298 van 16.10.2014, blz. 22).

(5)  Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 228/2013, (EU) nr. 652/2014 en (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Richtlijnen 69/464/EEG, 74/647/EEG, 93/85/EEG, 98/57/EG, 2000/29/EG, 2006/91/EG en 2007/33/EG van de Raad (PB L 317 van 23.11.2016, blz. 4).


28.1.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 24/29


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2019/121 VAN DE COMMISSIE

van 24 januari 2019

betreffende een door Duitsland overeenkomstig Richtlijn 2006/42/EG van het Europees Parlement en de Raad genomen maatregel houdende het verbod op het in de handel brengen van door Haas Automation Europe N.V. vervaardigde CNC-freesmachines (modellen UMC750SS en UMC750)

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2019) 307)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2006/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende machines en tot wijziging van Richtlijn 95/16/EG (1), en met name artikel 11, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 12 oktober 2017 heeft Duitsland de Commissie in kennis gesteld van een op 12 september 2017 genomen vrijwaringsmaatregel houdende een verbod op het in de handel brengen van CNC-freesmachines van de modellen UMC750SS en UMC750 („CNC-freesmachines”), vervaardigd door Haas Automation Europe N.V., Mercuriusstraat 28, 1930 Zaventem, BELGIË (de „fabrikant”).

(2)

Duitsland heeft de maatregel genomen omdat het van oordeel is dat de CNC-freesmachines niet voldoen aan de essentiële veiligheids- en gezondheidseisen van punt 1.5.13 van bijlage I bij Richtlijn 2006/42/EG. In de essentiële veiligheids- en gezondheidseis 1.5.13 over emissies van gevaarlijke materialen en stoffen is vastgelegd dat de machine zodanig ontworpen en gebouwd moet zijn dat het risico van inademing, inslikken, contact met de huid, ogen en slijmvliezen en penetratie door de huid van gevaarlijke materialen en stoffen die zij produceert, wordt vermeden. In dit verband gaf Duitsland aan dat de CNC-freesmachines dampen van koelsmeermiddelen uitstoten zonder afvoersysteem.

(3)

Na ontvangst van de kennisgeving over de vrijwaringsmaatregel van Duitsland ging de Commissie in overleg met de betrokken partijen om hun standpunten te horen. Op 24 april 2018 heeft de Commissie de fabrikant een brief toegezonden. In zijn antwoord van 27 april 2018 heeft de fabrikant de Commissie meegedeeld dat hij de producten op vrijwillige basis niet meer in Duitsland in de handel brengt en dat de fabrikant de zaak officieel heeft afgesloten met de Duitse autoriteiten.

(4)

Uit een analyse van de door Duitsland verstrekte rechtvaardiging voor de vrijwaringsmaatregel, de beschikbare documentatie en de opmerkingen van de fabrikant blijkt dat de CNC-freesmachines niet voldoen aan de essentiële veiligheids- en gezondheidseis van punt 1.5.13 van bijlage I bij Richtlijn 2006/42/EG. Die tekortkoming kan de gezondheid en veiligheid van personen in gevaar brengen.

(5)

De door Duitsland genomen vrijwaringsmaatregel moet derhalve als gerechtvaardigd worden beschouwd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De door Duitsland genomen vrijwaringsmaatregel houdende een verbod op het in de handel brengen van CNC-freesmachines van de modellen UMC750SS en UMC750, vervaardigd door Haas Automation Europe N.V., Mercuriusstraat 28, 1930 Zaventem, BELGIË, is gerechtvaardigd.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 24 januari 2019.

Voor de Commissie

Elżbieta BIEŃKOWSKA

Lid van de Commissie


(1)  PB L 157 van 9.6.2006, blz. 24.


28.1.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 24/31


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2019/122 VAN DE COMMISSIE

van 25 januari 2019

tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU betreffende maatregelen op het gebied van de diergezondheid in verband met Afrikaanse varkenspest in sommige lidstaten

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2019) 722)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 89/662/EEG van de Raad van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (1), en met name artikel 9, lid 4,

Gezien Richtlijn 90/425/EEG van de Raad van 26 juni 1990 inzake veterinaire controles in het intra-uniale handelsverkeer in bepaalde levende dieren en producten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (2), en met name artikel 10, lid 4,

Gezien Richtlijn 2002/99/EG van de Raad van 16 december 2002 houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (3), en met name artikel 4, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU van de Commissie (4) zijn in bepaalde lidstaten, waar gevallen van Afrikaanse varkenspest in tamme of wilde varkens zijn bevestigd („de betrokken lidstaten”), maatregelen op het gebied van de diergezondheid vastgesteld in verband met die ziekte. In de bijlage bij dat uitvoeringsbesluit zijn bepaalde gebieden in de betrokken lidstaten afgebakend, die in de lijsten in de delen I tot en met IV van die bijlage zijn opgenomen, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende risiconiveaus op basis van de epidemiologische situatie van die ziekte. De bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU is verscheidene keren gewijzigd om rekening te houden met veranderingen in de epidemiologische situatie ten aanzien van Afrikaanse varkenspest in de Unie die in die bijlage moeten worden weerspiegeld. De bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU is laatstelijk gewijzigd bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/100 van de Commissie (5), naar aanleiding van recente gevallen van Afrikaanse varkenspest in België, Bulgarije, Hongarije en Polen.

(2)

Het risico van verspreiding van Afrikaanse varkenspest bij wilde dieren hangt samen met de natuurlijke trage verspreiding van die ziekte bij wilde varkens en met menselijke activiteiten, zoals is gebleken uit de recente epidemiologische ontwikkeling van de ziekte in de Unie en zoals is gedocumenteerd door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) in het op 14 juli 2015 gepubliceerde wetenschappelijk advies van het Panel voor diergezondheid en dierenwelzijn, het op 23 maart 2017 gepubliceerde wetenschappelijk verslag van de EFSA over het epidemiologisch onderzoek naar Afrikaanse varkenspest in de Baltische staten en Polen, het op 8 november 2017 gepubliceerde wetenschappelijk verslag van de EFSA over het epidemiologisch onderzoek naar Afrikaanse varkenspest in de Baltische staten en Polen, en het op 29 november 2018 gepubliceerde wetenschappelijk verslag van de EFSA over het epidemiologisch onderzoek naar Afrikaanse varkenspest in de Europese Unie (6).

(3)

Sinds de datum waarop Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/100 is vastgesteld, hebben zich in Roemenië nieuwe gevallen van Afrikaanse varkenspest bij wilde varkens voorgedaan die ook in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU moeten worden weerspiegeld.

(4)

In januari 2019 is een geval van Afrikaanse varkenspest vastgesteld bij een wild varken in het district Botoșani in Roemenië, buiten de gebieden die zijn opgenomen in de lijst in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU. Door dit geval van Afrikaanse varkenspest bij een wild varken moet in die bijlage met een hoger risiconiveau rekening worden gehouden. Bijgevolg moet dit door Afrikaanse varkenspest getroffen gebied in Roemenië in de lijst in deel II van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU worden opgenomen.

(5)

In januari 2019 hebben zich bovendien enkele gevallen van Afrikaanse varkenspest voorgedaan bij wilde varkens in het district Bistrița-Năsăud in Roemenië, in een gebied dat is opgenomen in de lijst in deel I van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU. Door deze gevallen van Afrikaanse varkenspest bij wilde varkens moet in die bijlage met een hoger risiconiveau rekening worden gehouden. Bijgevolg moet dit door Afrikaanse varkenspest getroffen gebied in Roemenië nu in de lijst in deel II in plaats van in deel I van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU worden opgenomen.

(6)

Om rekening te houden met recente ontwikkelingen in de epidemiologische evolutie van Afrikaanse varkenspest in de Unie, en met het oog op de proactieve bestrijding van de met de verspreiding van die ziekte samenhangende risico's, moeten voor Roemenië nieuwe gebieden met een hoog risico van voldoende omvang worden afgebakend en in de lijsten in de delen I en II van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU worden opgenomen. De bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(7)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 25 januari 2019.

Voor de Commissie

Vytenis ANDRIUKAITIS

Lid van de Commissie


(1)  PB L 395 van 30.12.1989, blz. 13.

(2)  PB L 224 van 18.8.1990, blz. 29.

(3)  PB L 18 van 23.1.2003, blz. 11.

(4)  Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU van de Commissie van 9 oktober 2014 betreffende maatregelen op het gebied van de diergezondheid in verband met Afrikaanse varkenspest in sommige lidstaten en tot intrekking van Uitvoeringsbesluit 2014/178/EU (PB L 295 van 11.10.2014, blz. 63).

(5)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/100 van de Commissie van 22 januari 2019 tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU betreffende maatregelen op het gebied van de diergezondheid in verband met Afrikaanse varkenspest in sommige lidstaten (PB L 20 van 23.1.2019, blz. 8).

(6)  EFSA Journal (2015);13(7):4163; EFSA Journal (2017);15(3):4732; EFSA Journal (2017);15(11):5068; EFSA Journal (2018);16(11):5494.


BIJLAGE

De bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU wordt vervangen door:

„BIJLAGE

DEEL I

1.   België

De volgende gebieden in België:

in de provincie Luxemburg:

het gebied dat met de wijzers van de klok mee wordt afgebakend door:

de grens met Frankrijk,

Rue Mersinhat,

N818,

N83: Le Buisson des Cailles,

Rue des Sources,

Rue Antoine,

Rue de la Cure,

Rue du Breux,

Rue Blondiau,

Nouvelle Chiyue,

Rue de Martué,

Rue du Chêne,

Rue des Aubépines,

N85: Rue des Iles,

N894: Rue de Chiny, Rue de la Fontenelle, Rue du Millénaire, Rue de la Goulette, Pont saint Nicolas, Rue des Combattants, Rue du Pré au bois,

N801: Rue Notre-Dame,

N894: Rue des Combattants, Rue des Tilleuls, Naleumont, Rue de Rindchay, Rue de la Distillerie,

N40: Rue de Luxembourg, Rue Ranci, Rue de la Chapelle,

Rue du Tombois,

Rue Du Pierroy,

Rue Saint-Orban,

Rue Saint-Aubain,

Rue des Cottages,

Rue de Relune,

Rue de Rulune,

Route de l'Ermitage,

N87: Route de Habay,

Chemin des Ecoliers,

Le Routy,

Rue Burgknapp,

Rue de la Halte,

Rue du Centre,

Rue de l'Eglise,

Rue du Marquisat,

Rue de la Carrière,

Rue de la Lorraine,

Rue du Beynert,

Millewée,

Rue du Tram,

Millewée,

N4: Route de Bastogne, Avenue de Longwy, Route de Luxembourg,

de grens met het Groothertogdom Luxemburg,

de grens met Frankrijk,

de N87 tot de kruising met de N871 ter hoogte van Rouvroy,

de N871 tot de kruising met de N88,

de N88 tot de kruising met de N883 ter hoogte van Aubange,

de N883 tot de kruising met de N81 ter hoogte van Aubange,

de N81 tot de kruising met de E25-E411,

de E25-E411 tot de kruising met de N897,

de N897 tot de kruising met de N879,

de N879 tot de kruising met de N891,

de N891 tot de kruising met de N83,

de N83 tot de kruising met de N85,

de N85 tot de kruising met de grens met Frankrijk,

de grens met Frankrijk.

2.   Bulgarije

De volgende gebieden in Bulgarije:

in Silistra region:

whole municipality of Glavinitza,

whole municipality of Tutrakan,

whole municipality of Dulovo,

within municipality of Sitovo:

Bosna,

Garvan,

Irnik,

Iskra,

Nova Popina,

Polyana,

Popina,

Sitovo,

Yastrebna,

in Dobrich region:

whole municipality of Baltchik,

whole municipality of General Toshevo,

whole municipality of Dobrich,

whole municipality of Dobrich-selska (Dobrichka),

within municipality of Krushari:

Severnyak,

Abrit,

Dobrin,

Alexandria,

Polkovnik Dyakovo,

Poruchik Kardzhievo,

Zagortzi,

Zementsi,

Koriten,

Krushari,

Bistretz,

Efreytor Bakalovo,

Telerig,

Lozenetz,

Krushari,

Severnyak,

Severtsi,

within municipality of Kavarna:

Krupen,

Belgun,

Bilo,

Septemvriytsi,

Travnik,

whole municipality of Tervel, except Brestnitsa and Kolartzi,

in Ruse region:

within municipality of Slivo pole:

Babovo,

Brashlen,

Golyamo vranovo,

Malko vranovo,

Ryahovo,

Slivo pole,

Borisovo,

within municipality of Ruse:

Sandrovo,

Prosena,

Nikolovo,

Marten,

Dolno Ablanovo,

Ruse,

Chervena voda,

Basarbovo,

within municipality of Ivanovo:

Krasen,

Bozhichen,

Pirgovo,

Mechka,

Trastenik,

within municipality of Borovo:

Batin,

Gorno Ablanovo,

Ekzarh Yosif,

Obretenik,

Batin,

within municipality of Tsenovo:

Krivina,

Belyanovo,

Novgrad,

Dzhulyunitza,

Beltzov,

Tsenovo,

Piperkovo,

Karamanovo,

in Veliko Tarnovo region:

within municipality of Svishtov:

Sovata,

Vardim,

Svishtov,

Tzarevets,

Bulgarsko Slivovo,

Oresh,

in Pleven region:

within municipality of Belene:

Dekov,

Belene,

Kulina voda,

Byala voda,

within municipality of Nikopol:

Lozitza,

Dragash voyvoda,

Lyubenovo,

Nikopol,

Debovo,

Evlogievo,

Muselievo,

Zhernov,

Cherkovitza,

within municipality of Gulyantzi:

Somovit,

Dolni vit,

Milkovitsa,

Shiyakovo,

Lenkovo,

Kreta,

Gulyantzi,

Brest,

Dabovan,

Zagrazhdan,

Gigen,

Iskar,

within municipality of Dolna Mitropoliya:

Komarevo,

Baykal,

Slavovitsa,

Bregare,

Orehovitsa,

Krushovene,

Stavertzi,

Gostilya,

in Vratza region:

within municipality of Oryahovo:

Dolni vadin,

Gorni vadin,

Ostrov,

Galovo,

Leskovets,

Selanovtsi,

Oryahovo,

within municipality of Miziya:

Saraevo,

Miziya,

Voyvodovo,

Sofronievo,

within municipality of Kozloduy:

Harlets,

Glozhene,

Butan,

Kozloduy,

in Montana region:

within municipality of Valtchedram:

Dolni Tzibar,

Gorni Tzibar,

Ignatovo,

Zlatiya,

Razgrad,

Botevo,

Valtchedram,

Mokresh,

within municipality Lom:

Kovatchitza,

Stanevo,

Lom,

Zemphyr,

Dolno Linevo,

Traykovo,

Staliyska mahala,

Orsoya,

Slivata,

Dobri dol,

within municipality of Brusartsi:

Vasilyiovtzi,

Dondukovo,

in Vidin region:

within municipality of Ruzhintsi:

Dinkovo,

Topolovets,

Drenovets,

within municipality of Dimovo:

Artchar,

Septemvriytzi,

Yarlovitza,

Vodnyantzi,

Shipot,

Izvor,

Mali Drenovetz,

Lagoshevtzi,

Darzhanitza,

within municipality of Vidin:

Vartop,

Botevo,

Gaytantsi,

Tzar Simeonovo,

Ivanovtsi,

Zheglitza,

Sinagovtsi,

Dunavtsi,

Bukovets,

Bela Rada,

Slana bara,

Novoseltsi,

Ruptzi,

Akatsievo,

Vidin,

Inovo,

Kapitanovtsi,

Pokrayna,

Antimovo,

Kutovo,

Slanotran,

Koshava,

Gomotartsi.

3.   Tsjechië

De volgende gebieden in Tsjechië:

okres Uherské Hradiště,

okres Kroměříž,

okres Vsetín,

katastrální území obcí v okrese Zlín:

Bělov,

Biskupice u Luhačovic,

Bohuslavice nad Vláří,

Brumov,

Bylnice,

Divnice,

Dobrkovice,

Dolní Lhota u Luhačovic,

Drnovice u Valašských Klobouk,

Halenkovice,

Haluzice,

Hrádek na Vlárské dráze,

Hřivínův Újezd,

Jestřabí nad Vláří,

Kaňovice u Luhačovic,

Kelníky,

Kladná-Žilín,

Kochavec,

Komárov u Napajedel,

Křekov,

Lipina,

Lipová u Slavičína,

Ludkovice,

Luhačovice,

Machová,

Mirošov u Valašských Klobouk,

Mysločovice,

Napajedla,

Návojná,

Nedašov,

Nedašova Lhota,

Nevšová,

Otrokovice,

Petrůvka u Slavičína,

Pohořelice u Napajedel,

Polichno,

Popov nad Vláří,

Poteč,

Pozlovice,

Rokytnice u Slavičína,

Rudimov,

Řetechov,

Sazovice,

Sidonie,

Slavičín,

Smolina,

Spytihněv,

Svatý Štěpán,

Šanov,

Šarovy,

Štítná nad Vláří,

Tichov,

Tlumačov na Moravě,

Valašské Klobouky,

Velký Ořechov,

Vlachova Lhota,

Vlachovice,

Vrbětice,

Žlutava.

4.   Estland

De volgende gebieden in Estland:

Hiiu maakond.

5.   Hongarije

De volgende gebieden in Hongarije:

Borsod-Abaúj-Zemplén megye 651100, 651300, 651400, 651500, 651610, 651700, 651801, 651802, 651803, 651900, 652000, 652200, 652300, 652400, 652500, 652601, 652602, 652603, 652700, 652800, 652900, 653000, 653100, 653200, 653300, 653401, 653403, 653500, 653600, 653700, 653800, 653900, 654000, 654201, 654202, 654301, 654302, 654400, 654501, 654502, 654600, 654700, 654800, 654900, 655000, 655100, 655200, 655300, 655500, 655600, 655700, 655800, 655901, 655902, 656000, 656100, 656200, 656300, 656400, 656600, 657300, 657400, 657500, 657600, 657700, 657800, 657900, 658000, 658100, 658201, 658202, 658403, 659220, 659300, 659400, 659500, és 659602 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe,

Hajdú-Bihar megye 900750, 900850, 900860, 900930, 900950, 901050, 901150, 901250, 901260, 901270, 901350, 901450, 901551, 901560, 901570, 901580, 901590, 901650, 901660, 901750, 901950, 902050, 902150, 902250, 902350, 902450, 902850, 902860, 902950, 902960, 903050, 903150, 903250, 903350, 903360, 903370, 903450, 903550, 904450, 904460, 904550, 904650, 904750, 904760, 905450 és 905550 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe,

Heves megye 702350, 702450, 702550, 702750, 702850, 703350, 703360, 703450, 703550, 703610, 703750, 703850, 703950, 704050, 704150, 704250, 704350, 704450, 704550, 704650, 704750, 704850, 704950, 705050, 705250, 705350, és 705610 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe,

Jász-Nagykun-Szolnok megye 750150, 750160, 750250, 750260, 750350, 750450, 750460, 750550, 750650, 750750, 750850, 750950, 751150, 752150 és 755550 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe,

Nógrád megye 550710, 550810, 551450, 551460, 551550, 551650, 551710, 552010, 552150, 552250, 552350, 552360, 552450, 552460, 552520, 552550, 552610, 552620, 552710, 552850, 552860, 552950, 552960, 552970, 553050, 553110, 553250, 553260, 553350, 553650, 553750, 553850, 553910 és 554050 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe,

Pest megye 571250, 571350, 571550, 571610, 571750, 571760, 572250, 572350, 572550, 572850, 572950, 573360, 573450, 580050 és 580450 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe,

Szabolcs-Szatmár-Bereg megye 850650, 850850, 851851, 851852, 851950, 852350, 852450, 852550, 852750, 853560, 853650, 853751, 853850, 853950, 853960, 854050, 854150, 854250, 854350, 855250, 855350, 855450, 855460, 855550, 855650, 855660, 855750, 855850, 855950, 855960, 856012, 856050, 856150, 856260, 857050, 857150, 857350 és 857450 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe.

6.   Letland

De volgende gebieden in Letland:

Aizputes novada Aizputes, Cīravas, Lažas, Kazdangas pagasts un Aizputes pilsēta,

Alsungas novads,

Durbes novada Dunalkas un Tadaiķu pagasts,

Kuldīgas novada Gudenieku pagasts,

Pāvilostas novada Sakas pagasts un Pāvilostas pilsēta,

Stopiņu novada daļa, kas atrodas uz rietumiem no autoceļa V36, P4 un P5, Acones ielas, Dauguļupes ielas un Dauguļupītes,

Ventspils novada Jūrkalnes pagasts,

Grobiņas novada Bārtas un Gaviezes pagasts,

Rucavas novada Dunikas pagasts.

7.   Litouwen

De volgende gebieden in Litouwen:

Jurbarko rajono savivaldybė: Smalininkų ir Viešvilės seniūnijos,

Kelmės rajono savivaldybė: Kelmės, Kelmės apylinkių, Kražių, Kukečių, Liolių, Pakražančio seniūnijos, Tytyvėnų seniūnijos dalis į vakarus ir šiaurę nuo kelio Nr. 157 ir į vakarus nuo kelio Nr. 2105 ir Tytuvėnų apylinkių seniūnijos dalis į šiaurę nuo kelio Nr. 157 ir į vakarus nuo kelio Nr. 2105, ir Vaiguvos seniūnijos,

Mažeikių rajono savivaldybė: Sedos, Šerkšnėnų ir Židikų seniūnijos,

Pagėgių savivaldybė,

Plungės rajono savivaldybė,

Raseinių rajono savivaldybė: Girkalnio ir Kalnūjų seniūnijos dalis į šiaurę nuo kelio Nr A1, Nemakščių, Paliepių, Raseinių, Raseinių miesto ir Viduklės seniūnijos,

Rietavo savivaldybė,

Skuodo rajono savivaldybė: Barstyčių ir Ylakių seniūnijos,

Šilalės rajono savivaldybė,

Šilutės rajono savivaldybė: Juknaičių, Kintų, Šilutės ir Usėnų seniūnijos,

Tauragės rajono savivaldybė: Lauksargių, Skaudvilės, Tauragės, Mažonų, Tauragės miesto ir Žygaičių seniūnijos.

8.   Polen

De volgende gebieden in Polen:

w województwie warmińsko-mazurskim:

gmina Ruciane — Nida i część gminy Pisz położona na południe od linii wyznaczonej przez drogę nr 58 oraz miasto Pisz w powiecie piskim,

gmina Miłki, część gminy Ryn położona na południe od linii kolejowej łączącej miejscowości Giżycko i Kętrzyn, część gminy wiejskiej Giżycko położona na południe od linii wyznaczonej przez drogę nr 59 biegnącą od zachodniej granicy gminy do granicy miasta Giżycko, na południe od linii wyznaczonej przez drogę nr 63 biegnącą od południowej granicy gminy do granicy miasta Giżycko i na południe od granicy miasta Giżycko w powiecie giżyckim,

gminy Mikołajki, Piecki, część gminy Sorkwity położona na południe od drogi nr 16 i część gminy wiejskiej Mrągowo położona na południe od linii wyznaczonej przez drogę nr 16 biegnącą od zachodniej granicy gminy do granicy miasta Mrągowo oraz na południe od linii wyznaczonej przez drogę nr 59 biegnącą od wschodniej granicy gminy do granicy miasta Mrągowo w powiecie mrągowskim,

gminy Dźwierzuty i Świętajno w powiecie szczycieńskim.

część gminy wiejskiej Lidzbark Warmiński położona na południe od linii wyznaczonej przez drogę nr 513 biegnącą od wschodniej granicy gminy do wschodniej granicy miasta Lidzbark Warmiński oraz na południowy wschód od linii wyznaczonej przez drogę nr 51 i część gminy Kiwity położona na południe od linii wyznaczonej przez drogę nr 513 w powiecie lidzbarskim,

gminy Elbląg, Gronowo Elbląskie, Markusy, Rychliki i część gminy Tolkmicko niewymieniona w części II załącznika w powiecie elbląskim oraz strefa wód przybrzeżnych Zalewu Wiślanego i Zatoki Elbląskiej,

powiat miejski Elbląg,

gminy Barczewo, Biskupiec, Dobre Miasto, Jeziorany i Świątki w powiecie olsztyńskim,

gminy Miłakowo, Małdyty i część gminy Morąg położona na północ od linii wyznaczonej przez drogę nr 519 biegnącą od zachodniej granicy gminy do skrzyżowania z drogą nr 527 i na wschód od linii wyznaczonej przez drogę nr 527 biegnącą od skrzyżowania z drogą nr 519 do południowo - wschodniej granicy gminy w powiecie ostródzkim;

w województwie podlaskim:

gminy Rudka, Wyszki, część gminy Brańsk położona na północ od linii od linii wyznaczonej przez drogę nr 66 biegnącą od wschodniej granicy gminy do granicy miasta Brańsk i miasto Brańsk w powiecie bielskim,

gmina Perlejewo w powiecie siemiatyckim,

gminy Kolno z miastem Kolno, Mały Płock i Turośl w powiecie kolneńskim,

gmina Poświętne w powiecie białostockim,

gminy Kołaki Kościelne, Rutki, Szumowo, część gminy Zambrów położona na południe od linii wyznaczonej przez drogę nr S8 i miasto Zambrów w powiecie zambrowskim,

gminy Kulesze Kościelne, Nowe Piekuty, Szepietowo, Klukowo, Ciechanowiec, Wysokie Mazowieckie z miastem Wysokie Mazowieckie, Czyżew w powiecie wysokomazowieckim,

gminy Miastkowo, Nowogród i Zbójna w powiecie łomżyńskim;

w województwie mazowieckim:

gminy Ceranów, Kosów Lacki, Sabnie, Sterdyń, część gminy Bielany położona na zachód od linii wyznaczonej przez drogę nr 63 i część gminy wiejskiej Sokołów Podlaski położona na zachód od linii wyznaczonej przez drogę nr 63 w powiecie sokołowskim,

gminy Grębków, Korytnica, Liw, Łochów, Miedzna, Sadowne, Stoczek, Wierzbno i miasto Węgrów w powiecie węgrowskim,

gminy Rzekuń, Troszyn, Lelis, Czerwin i Goworowo w powiecie ostrołęckim,

powiat miejski Ostrołęka,

powiat ostrowski,

gminy Karniewo, Maków Mazowiecki, Rzewnie i Szelków w powiecie makowskim,

gmina Krasne w powiecie przasnyskim,

gminy Mała Wieś i Wyszogród w powiecie płockim,

gminy Ciechanów z miastem Ciechanów, Glinojeck, Gołymin — Ośrodek, Ojrzeń, Opinogóra Górna i Sońsk w powiecie ciechanowskim,

gminy Baboszewo, Czerwińsk nad Wisłą, Naruszewo, Płońsk z miastem Płońsk, Sochocin i Załuski w powiecie płońskim,

gminy Gzy, Obryte, Zatory, Pułtusk i część gminy Winnica położona na wschód od linii wyznaczonej przez drogę łączącą miejscowości Bielany, Winnica i Pokrzywnica w powiecie pułtuskim,

gminy Brańszczyk, Długosiodło, Rząśnik, Wyszków, Zabrodzie i część gminy Somianka położona na północ od linii wyznaczonej przez drogę nr 62 w powiecie wyszkowskim,

gminy Jadów, Klembów, Poświętne, Strachówka i Tłuszcz w powiecie wołomińskim,

gminy Dobre, Jakubów, Kałuszyn, Stanisławów, część gminy Cegłów położona na północ od linii wyznaczonej przez drogę biegnącą od zachodniej granicy gminy łączącą miejscowości Wiciejów, Mienia, Cegłów i na wschód od linii wyznaczonej przez drogę łączącą miejscowości Cegłów, Skwarne i Podskwarne biegnącą do wschodniej granicy gminy i część gminy Mińsk Mazowiecki położona na północ od linii wyznaczonej przez drogę nr 92 biegnącą od zachodniej granicy gminy do granicy miasta Mińsk Mazowiecki i na północ od linii wyznaczonej przez drogę biegnącą od wschodniej granicy miasta Mińsk Mazowiecki łączącą miejscowości Targówka, Budy Barcząckie do wschodniej granicy gminy w powiecie mińskim,

gmina Żelechów w powiecie garwolińskim,

gminy Garbatka Letnisko, Gniewoszów i Sieciechów w powiecie kozienickim,

gminy Baranów i Jaktorów w powiecie grodziskim,

powiat żyrardowski,

gminy Belsk Duży, Błędów, Goszczyn i Mogielnica w powiecie grójeckim,

gminy Białobrzegi, Promna, Stara Błotnica, Wyśmierzyce i część gminy Stromiec położona na południe od linii wyznaczonej przez drogę nr 48 w powiecie białobrzeskim,

gminy Jedlińsk, Jastrzębia i Pionki z miastem Pionki w powiecie radomskim,

gminy Iłów, Nowa Sucha, Rybno, Teresin, część gminy wiejskiej Sochaczew położona na południe od linii wyznaczonej przez drogę nr 92 biegnącą od wschodniej granicy gminy do granicy miasta Sochaczew oraz na południowy zachód od linii wyznaczonej przez drogę nr 50 biegnącą od północnej granicy gminy do granicy miasta Sochaczew i część miasta Sochaczew położona na południowy zachód od linii wyznaczonej przez drogi nr 50 i 92 w powiecie sochaczewskim,

gmina Policzna w powiecie zwoleńskim,

gmina Solec nad Wisłą w powiecie lipskim;

w województwie lubelskim:

gminy Bełżyce, Borzechów, Niedrzwica Duża, Jabłonna, Krzczonów, Jastków, Konopnica, Wólka, Głusk, Strzyżewice i Wojciechów w powiecie lubelskim,

gminy Miączyn, Nielisz, Sitno, Stary Zamość, Komarów-Osada i część gminy wiejskiej Zamość położona na północ od linii wyznaczonej przez drogę nr 74 w powiecie zamojskim,

powiat miejski Zamość,

gminy Jeziorzany i Kock w powiecie lubartowskim,

gminy Adamów i Serokomla w powiecie łukowskim,

gminy Kłoczew, Nowodwór, Ryki, Ułęż i miasto Dęblin w powiecie ryckim,

gminy Janowiec, i część gminy wiejskiej Puławy położona na zachód od rzeki Wisły w powiecie puławskim,

gminy Chodel, Karczmiska, Łaziska, Opole Lubelskie, Poniatowa i Wilków w powiecie opolskim,

gminy Mełgiew, Rybczewice, miasto Świdnik i część gminy Piaski położona na południe od linii wyznaczonej przez drogę nr 17 biegnącą od wschodniej granicy gminy Piaski do skrzyżowania z drogą nr S12 i na zachód od linii wyznaczonej przez drogę biegnącą od skrzyżowania dróg nr 17 i nr S12 przez miejscowość Majdan Brzezicki do północnej granicy gminy w powiecie świdnickim;

gminy Gorzków, Rudnik i Żółkiewka w powiecie krasnostawskim,

gminy Bełżec, Jarczów, Lubycza Królewska, Rachanie, Susiec, Ulhówek i część gminy Łaszczów położona na południe od linii wyznaczonej przez drogę nr 852 w powiecie tomaszowskim,

gminy Łukowa i Obsza w powiecie biłgorajskim,

powiat miejski Lublin,

gminy Kraśnik z miastem Kraśnik, Szastarka, Trzydnik Duży, Urzędów, Wilkołaz i Zakrzówek w powiecie kraśnickim,

gminy Modliborzyce i Potok Wielki w powiecie janowskim;

w województwie podkarpackim:

gminy Horyniec-Zdrój, Narol, Stary Dzików, Wielkie Oczy i część gminy Oleszyce położona na południe od linii wyznaczonej przez drogę biegnącą od wschodniej granicy gminy przez miejscowość Borchów do skrzyżowania z drogą nr 865 w miejscowości Oleszyce, a następnie na zachód od linii wyznaczonej przez drogę nr 865 biegnącą w kierunku północno-wschodnim do skrzyżowania z drogą biegnąca w kierunku północno-zachodnim przez miejscowość Lubomierz - na południe od linii wyznaczonej przez tę drogę do skrzyżowania z drogą łączącą miejscowości Uszkowce i Nowy Dzików — na zachód od tej drogi w powiecie lubaczowskim,

gminy Laszki i Wiązownica w powiecie jarosławskim,

gminy Pysznica, Zaleszany i miasto Stalowa Wola w powiecie stalowowolskim,

gmina Gorzyce w powiecie tarnobrzeskim;

w województwie świętokrzyskim:

gminy Tarłów i Ożarów w powiecie opatowskim,

gminy Dwikozy, Zawichost i miasto Sandomierz w powiecie sandomierskim.

9.   Roemenië

De volgende gebieden in Roemenië:

Județul Alba cu următoarea delimitare:

La nord de drumul național nr. 7,

Județul Arad cu următoarea delimitare:

La nord de linia descrisă de următoarele localități:

Macea,

Șiria,

Bârzava,

Toc, care se află la joncțiunea cu drumul național nr. 7,

La nord de drumul național nr. 7,

Restul județului Argeș care nu a fost inclus în partea III,

Județul Brașov,

Județul Cluj,

Județul Covasna,

Județul Harghita,

Județul Hunedoara cu următoarea delimitare:

La nord de linia descrisă de următoarele localități:

Brănișca,

Municipiul Deva,

Turdaș,

Localitățile Zam și Aurel Vlaicu, care se află la joncțiunea cu drumul național nr. 7,

La nord de drumul național nr. 7,

Județul Iași,

Județul Neamț,

Județul Vâlcea,

Restul județului Mehedinți care nu a fost inclus în Partea III cu următoarele comune:

Comuna Garla Mare,

Hinova,

Burila Mare,

Gruia,

Pristol,

Dubova,

Municipiul Drobeta Turnu Severin,

Eselnița,

Salcia,

Devesel,

Svinița,

Gogoșu,

Simian,

Orșova,

Obârșia Closani,

Baia de Aramă,

Bala,

Florești,

Broșteni,

Corcova,

Isverna,

Balta,

Podeni,

Cireșu,

Ilovița,

Ponoarele,

Ilovăț,

Patulele,

Jiana,

Iyvoru Bârzii,

Malovat,

Bălvănești,

Breznița Ocol,

Godeanu,

Padina Mare,

Corlățel,

Vânju Mare,

Vânjuleț,

Obârșia de Câmp,

Vânători,

Vladaia,

Punghina,

Cujmir,

Oprișor,

Dârvari,

Căzănești,

Husnicioara,

Poroina Mare,

Prunișor,

Tămna,

Livezile,

Rogova,

Voloiac,

Sisești,

Sovarna,

Bălăcița,

Județul Gorj,

Județul Suceava,

Județul Mureș.

DEEL II

1.   België

De volgende gebieden in België:

in de provincie Luxemburg:

het gebied dat met de wijzers van de klok mee wordt afgebakend door:

de grens met Frankrijk,

de N85 tot de kruising met de N83 ter hoogte van Florenville,

de N83 tot de kruising met de N891,

de N891 tot de kruising met de N879 ter hoogte van Marbehan,

de N879 tot de kruising met de N897 ter hoogte van Marbehan,

de N897 tot de kruising met de E25-E411,

de E25-E411 tot de kruising met de N81 ter hoogte van Marbehan,

de N81 tot de kruising met de N883 ter hoogte van Aubange,

de N883 tot de kruising met de N88 ter hoogte van Aubange,

de N88 tot de kruising met de N871,

de N871 tot de kruising met de N87 ter hoogte van Rouvroy,

de N87 tot de kruising met de grens met Frankrijk,

de grens met Frankrijk.

2.   Bulgarije

De volgende gebieden in Bulgarije:

in Silistra region:

within municipality of Kaynardzha:

Voynovo,

Kaynardzha,

Kranovo,

Zarnik,

Dobrudzhanka,

Golesh,

Svetoslav,

Polkovnik Cholakovo,

Kamentzi,

Gospodinovo,

Davidovo,

Sredishte,

Strelkovo,

Poprusanovo,

Posev,

within municipality of Alfatar:

Alfatar,

Alekovo,

Bistra,

Kutlovitza,

Tzar Asen,

Chukovetz,

Vasil Levski,

within municipality of Silistra:

Glavan,

Silistra,

Aydemir,

Babuk,

Popkralevo,

Bogorovo,

Bradvari,

Sratzimir,

Bulgarka,

Tsenovich,

Sarpovo,

Srebarna,

Smiletz,

Profesor Ishirkovo,

Polkovnik Lambrinovo,

Kalipetrovo,

Kazimir,

Yordanovo,

within municipality of Sitovo:

Dobrotitza,

Lyuben,

Slatina,

in Dobrich region:

within municipality of Krushari:

Kapitan Dimitrovo,

Ognyanovo,

Zimnitza,

Gaber,

within municipality of Tervel:

Brestnitza,

Kolartzi,

within municipality Shabla:

Shabla,

Tyulenovo,

Bozhanovo,

Gorun,

Gorichane,

Prolez,

Ezeretz,

Zahari Stoyanovo,

Vaklino,

Granichar,

Durankulak,

Krapetz,

Smin,

Staevtsi,

Tvarditsa,

Chernomortzi,

within municipality of Kavarna:

Balgarevo,

Bozhurets,

Vranino,

Vidno,

Irechek,

Kavarna,

Kamen briag,

Mogilishte,

Neykovo,

Poruchik Chunchevo,

Rakovski,

Sveti Nikola,

Seltse,

Topola,

Travnik,

Hadzhi Dimitar,

Chelopechene.

3.   Tsjechië

De volgende gebieden in Tsjechië:

katastrální území obcí v okrese Zlín:

Bohuslavice u Zlína,

Bratřejov u Vizovic,

Březnice u Zlína,

Březová u Zlína,

Březůvky,

Dešná u Zlína,

Dolní Ves,

Doubravy,

Držková,

Fryšták,

Horní Lhota u Luhačovic,

Horní Ves u Fryštáku,

Hostišová,

Hrobice na Moravě,

Hvozdná,

Chrastěšov,

Jaroslavice u Zlína,

Jasenná na Moravě,

Karlovice u Zlína,

Kašava,

Klečůvka,

Kostelec u Zlína,

Kudlov,

Kvítkovice u Otrokovic,

Lhota u Zlína,

Lhotka u Zlína,

Lhotsko,

Lípa nad Dřevnicí,

Loučka I,

Loučka II,

Louky nad Dřevnicí,

Lukov u Zlína,

Lukoveček,

Lutonina,

Lužkovice,

Malenovice u Zlína,

Mladcová,

Neubuz,

Oldřichovice u Napajedel,

Ostrata,

Podhradí u Luhačovic,

Podkopná Lhota,

Provodov na Moravě,

Prštné,

Příluky u Zlína,

Racková,

Raková,

Salaš u Zlína,

Sehradice,

Slopné,

Slušovice,

Štípa,

Tečovice,

Trnava u Zlína,

Ublo,

Újezd u Valašských Klobouk,

Velíková,

Veselá u Zlína,

Vítová,

Vizovice,

Vlčková,

Všemina,

Vysoké Pole,

Zádveřice,

Zlín,

Želechovice nad Dřevnicí.

4.   Estland

De volgende gebieden in Estland:

Eesti Vabariik (välja arvatud Hiiu maakond).

5.   Hongarije

De volgende gebieden in Hongarije:

Heves megye 700150, 700250, 700260, 700350, 700450, 700460, 700550, 700650, 700750, 700850, 700860, 700950, 701050, 701111, 701150, 701250, 701350, 701550, 701560, 701650, 701750, 701850, 701950, 702050, 702150, 702250, 702260, 702950, 703050, 703150, 703250, 703370, 705150, 705450 és 705510 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe,

Szabolcs-Szatmár-Bereg megye 850950, 851050, 851150, 851250, 851350, 851450, 851550, 851560, 851650, 851660, 851751, 851752, 852850, 852860, 852950, 852960, 853050, 853150, 853160, 853250, 853260, 853350, 853360, 853450, 853550, 854450, 854550, 854560, 854650, 854660, 854750, 854850, 854860, 854870, 854950, 855050, 855150, 856250, 856350, 856360, 856450, 856550, 856650, 856750, 856760, 856850, 856950, 857650, valamint 850150, 850250, 850260, 850350, 850450, 850550, 852050, 852150, 852250 és 857550 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe,

Nógrád megye 550110, 550120, 550130, 550210, 550310, 550320, 550450, 550460, 550510, 550610, 550950, 551010, 551150, 551160, 551250, 551350, 551360, 551810 és 551821 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe,

Borsod-Abaúj-Zemplén megye 650100, 650200, 650300, 650400, 650500, 650600, 650700, 650800, 650900, 651000, 651200, 652100, 655400, 656701, 656702, 656800, 656900, 657010, 657100, 658310, 658401, 658402, 658404, 658500, 658600, 658700, 658801, 658802, 658901, 658902, 659000, 659100, 659210, 659601, 659701, 659800, 659901, 660000, 660100, 660200, 660400, 660501, 660502, 660600 és 660800 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe,

Hajdú-Bihar megye 900150, 900250, 900350, 900450, 900550, 900650, 900660, 900670 és 901850 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe.

6.   Letland

De volgende gebieden in Letland:

Ādažu novads,

Aizputes novada Kalvenes pagasts,

Aglonas novads,

Aizkraukles novads,

Aknīstes novads,

Alojas novads,

Alūksnes novads,

Amatas novads,

Apes novads,

Auces novads,

Babītes novads,

Baldones novads,

Baltinavas novads,

Balvu novads,

Bauskas novads,

Beverīnas novads,

Brocēnu novada Blīdenes pagasts, Remtes pagasta daļa uz austrumiem no autoceļa 1154 un P109,

Burtnieku novads,

Carnikavas novads,

Cēsu novads,

Cesvaines novads,

Ciblas novads,

Dagdas novads,

Daugavpils novads,

Dobeles novads,

Dundagas novads,

Durbes novada Durbes un Vecpils pagasts,

Engures novads,

Ērgļu novads,

Garkalnes novads,

Gulbenes novads,

Iecavas novads,

Ikšķiles novads,

Ilūkstes novads,

Inčukalna novads,

Jaunjelgavas novads,

Jaunpiebalgas novads,

Jaunpils novads,

Jēkabpils novads,

Jelgavas novads,

Kandavas novads,

Kārsavas novads,

Ķeguma novads,

Ķekavas novads,

Kocēnu novads,

Kokneses novads,

Krāslavas novads,

Krimuldas novads,

Krustpils novads,

Kuldīgas novada Ēdoles, Īvandes, Padures, Rendas, Kabiles, Rumbas, Kurmāles, Pelču, Snēpeles, Turlavas, Laidu un Vārmes pagasts, Kuldīgas pilsēta,

Lielvārdes novads,

Līgatnes novads,

Limbažu novads,

Līvānu novads,

Lubānas novads,

Ludzas novads,

Madonas novads,

Mālpils novads,

Mārupes novads,

Mazsalacas novads,

Mērsraga novads,

Naukšēnu novads,

Neretas novads,

Ogres novads,

Olaines novads,

Ozolnieku novads,

Pārgaujas novads,

Pļaviņu novads,

Preiļu novads,

Priekules novads,

Priekuļu novads,

Raunas novads,

republikas pilsēta Daugavpils,

republikas pilsēta Jelgava,

republikas pilsēta Jēkabpils,

republikas pilsēta Jūrmala,

republikas pilsēta Rēzekne,

republikas pilsēta Valmiera,

Rēzeknes novads,

Riebiņu novads,

Rojas novads,

Ropažu novads,

Rugāju novads,

Rundāles novads,

Rūjienas novads,

Salacgrīvas novads,

Salas novads,

Salaspils novads,

Saldus novada Novadnieku, Kursīšu, Zvārdes, Pampāļu, Šķēdes, Nīgrandes, Zaņas, Ezeres, Rubas, Jaunauces un Vadakstes pagasts,

Saulkrastu novads,

Sējas novads,

Siguldas novads,

Skrīveru novads,

Skrundas novads,

Smiltenes novads,

Stopiņu novada daļa, kas atrodas uz austrumiem no autoceļa V36, P4 un P5, Acones ielas, Dauguļupes ielas un Dauguļupītes,

Strenču novads,

Talsu novads,

Tērvetes novads,

Tukuma novads,

Vaiņodes novads,

Valkas novads,

Varakļānu novads,

Vārkavas novads,

Vecpiebalgas novads,

Vecumnieku novads,

Ventspils novada Ances, Tārgales, Popes, Vārves, Užavas, Piltenes, Puzes, Ziru, Ugāles, Usmas un Zlēku pagasts, Piltenes pilsēta,

Viesītes novads,

Viļakas novads,

Viļānu novads,

Zilupes novads.

7.   Litouwen

De volgende gebieden in Litouwen:

Alytaus rajono savivaldybė: Alovės, Butrimonių, Daugų, Krokialaukio, Miroslavo, Nemunaičio, Pivašiūnų Simno ir Raitininkų seniūnijos,

Anykščių rajono savivaldybė,

Biržų miesto savivaldybė,

Biržų rajono savivaldybė,

Druskininkų savivaldybė,

Elektrėnų savivaldybė,

Ignalinos rajono savivaldybė,

Jonavos rajono savivaldybė,

Joniškio rajono savivaldybė: Kepalių, Kriukų, Saugėlaukio ir Satkūnų seniūnijos,

Jurbarko rajono savivaldybė: Eržvilko, Jurbarko miesto ir Jurbarkų seniūnijos,

Kaišiadorių miesto savivaldybė,

Kaišiadorių rajono savivaldybė,

Kalvarijos savivaldybė,

Kauno miesto savivaldybė,

Kauno rajono savivaldybė,

Kazlų Rūdos savivaldybė,

Kelmės rajono savivaldybė: Tytuvėnų seniūnijos dalis į rytus ir pietus nuo kelio Nr. 157 ir į rytus nuo kelio Nr. 2105 ir Tytuvėnų apylinkių seniūnijos dalis į pietus nuo kelio Nr. 157 ir į rytus nuo kelio Nr. 2105, Užvenčio ir Šaukėnų seniūnijos,

Kėdainių rajono savivaldybė,

Kupiškio rajono savivaldybė,

Lazdijų rajono savivaldybė: Būdveičių, Kapčiamiesčio, Krosnos, Kūčiūnų ir Noragėlių seniūnijos,

Marijampolės savivaldybė: Igliaukos, Gudelių, Liudvinavo, Sasnavos, Šunskų seniūnijos,

Mažeikių rajono savivaldybė: Šerkšnėnų, Židikų ir Sedos seniūnijos,

Molėtų rajono savivaldybė,

Pakruojo rajono savivaldybė,

Panevėžio rajono savivaldybė,

Pasvalio rajono savivaldybė,

Radviliškio rajono savivaldybė: Aukštelkų seniūnija, Baisogalos seniūnijos dalis į vakarus nuo kelio Nr. 144, Radviliškio, Radviliškio miesto seniūnija, Šeduvos miesto seniūnijos dalis į pietus nuo kelio Nr. A9 ir į vakarus nuo kelio Nr. 3417, Tyrulių, Pakalniškių, Sidabravo, Skėmių, Šeduvos miesto seniūnijos dalis į šiaurę nuo kelio Nr. A9 ir į rytus nuo kelio Nr. 3417, ir Šiaulėnų seniūnijos,

Prienų miesto savivaldybė,

Prienų rajono savivaldybė: Ašmintos, Balbieriškio, Išlaužo, Naujosios Ūtos, Pakuonio, Šilavoto ir Veiverių seniūnijos,

Raseinių rajono savivaldybė: Ariogalos, Betygalos, Pagojukų, Šiluvos, Kalnųjų seniūnijos ir Girkalnio seniūnijos dalis į pietus nuo kelio Nr. A1,

Rokiškio rajono savivaldybė,

Šakių rajono savivaldybė,

Šalčininkų rajono savivaldybė,

Šilutės rajono savivaldybė: Rusnės seniūnija,

Širvintų rajono savivaldybės, Švenčionių rajono savivaldybė,

Tauragės rajono savivaldybė: Batakių ir Gaurės seniūnijos,

Telšių rajono savivaldybė: Degaičių, Gadūnavo, Luokės, Nevarėnų, Ryškėnų, Telšių miesto, Upynos, Varnių, Viešvėnų ir Žarėnų seniūnijos,

Trakų rajono savivaldybė,

Ukmergės rajono savivaldybė,

Utenos rajono savivaldybė,

Varėnos rajono savivaldybė,

Vilniaus miesto savivaldybė,

Vilniaus rajono savivaldybė,

Vilkaviškio rajono savivaldybė,

Visagino savivaldybė,

Zarasų rajono savivaldybė.

8.   Polen

De volgende gebieden in Polen:

w województwie warmińsko-mazurskim:

Gminy Kalinowo, Prostki, Stare Juchy i gmina wiejska Ełk w powiecie ełckim,

gminy Godkowo, Milejewo, Młynary, Pasłęk i część obszaru lądowego gminy Tolkmicko położona na południe od linii brzegowej Zalewu Wiślanego i Zatoki Elbląskiej do granicy z gminą wiejską Elbląg w powiecie elbląskim,

gminy Kruklanki, Wydminy, część gminy Ryn położona na północ od linii kolejowej łączącej miejscowości Giżycko i Kętrzyn i część gminy wiejskiej Giżycko położona na północ od linii wyznaczonej przez drogę nr 59 biegnącą od zachodniej granicy gminy do granicy miasta Giżycko, na północ od linii wyznaczonej przez drogę nr 63 biegnącą od południowej granicy gminy do granicy miasta Giżycko i na północ od granicy miasta Giżycka i miasto Giżycko w powiecie giżyckim,

gmina Gołdap, Dubeninki i część gminy Banie Mazurskie położona na południe od linii wyznaczonej przez drogę nr 650 w powiecie gołdapskim,

gmina Pozezdrze i część gminy Węgorzewo położona na zachód od linii wyznaczonej przez drogę nr 63 biegnącą od południowo-wschodniej granicy gminy do skrzyżowania z drogą nr 650, a następnie na południe od linii wyznaczonej przez drogę nr 650 biegnącą od skrzyżowania z drogą nr 63 do skrzyżowania z drogą biegnącą do miejscowości Przystań i na wschód od linii wyznaczonej przez drogę łączącą miejscowości Przystań, Pniewo, Kamionek Wielki, Radzieje, Dłużec w powiecie węgorzewskim,

powiat olecki,

gminy Orzysz, Biała Piska i część gminy Pisz położona na północ od linii wyznaczonej przez drogę nr 58 w powiecie piskim,

gminy Górowo Iławeckie z miastem Górowo Iławeckie, Bisztynek, część gminy wiejskiej Bartoszyce położona na zachód od linii wyznaczonej przez drogę nr 51 biegnącą od północnej granicy gminy do skrzyżowania z drogą nr 57 i na zachód od linii wyznaczonej przez drogę nr 57 biegnącą od skrzyżowania z drogą nr 51 do południowej granicy gminy i miasto Bartoszyce w powiecie bartoszyckim,

gmina Kolno w powiecie olsztyńskim,

powiat braniewski,

gminy Kętrzyn z miastem Kętrzyn, Reszel i część gminy Korsze położona na południe od linii wyznaczonej przez drogę biegnącą od wschodniej granicy łączącą miejscowości Krelikiejmy i Sątoczno i na wschód od linii wyznaczonej przez drogę łączącą miejscowości Sątoczno, Sajna Wielka biegnącą do skrzyżowania z drogą nr 590 w miejscowości Glitajny, a następnie na wschód od drogi nr 590 do skrzyżowania z drogą nr 592 i na południe od linii wyznaczonej przez drogę nr 592 biegnącą od zachodniej granicy gminy do skrzyżowania z drogą nr 590 w powiecie kętrzyńskim,

gminy Lubomino, Orneta, część gminy Kiwity położona na północ od linii wyznaczonej przez drogę nr 513, część gminy wiejskiej Lidzbark Warmiński położona na północ od linii wyznaczonej przez drogę nr 51 biegnącą od południowo - zachodniej granicy gminy do południowo - zachodniej granicy miasta Lidzbark Warmiński i na północ od granic miasta Lidzbark Warmiński oraz linii wyznaczonej przez drogę nr 513 biegnącą od wschodniej granicy gminy do wschodniej granicy miasta Lidzbark Warmiński w powiecie lidzbarskim,

część gminy Sorkwity położona na północ od drogi nr 16 i część gminy wiejskiej Mrągowo położona na północ od linii wyznaczonej przez drogę nr 16 biegnącą od zachodniej granicy gminy do granicy miasta Mrągowo oraz na północ od linii wyznaczonej przez drogę nr 59 biegnącą od wschodniej granicy gminy do granicy miasta Mrągowo w powiecie mrągowskim;

w województwie podlaskim:

powiat grajewski,

powiat moniecki,

powiat sejneński,

gminy Łomża, Piątnica, Śniadowo, Jedwabne, Przytuły i Wizna w powiecie łomżyńskim,

powiat miejski Łomża,

gminy Mielnik, Nurzec — Stacja, Grodzisk, Drohiczyn, Dziadkowice, Milejczyce i Siemiatycze z miastem Siemiatycze w powiecie siemiatyckim,

powiat hajnowski,

gminy Kobylin-Borzymy i Sokoły w powiecie wysokomazowieckim,

część gminy Zambrów położona na północ od linii wyznaczonej przez drogę nr S8 w powiecie zambrowskim,

gminy Grabowo i Stawiski w powiecie kolneńskim,

gminy Czarna Białostocka, Dobrzyniewo Duże, Gródek, Juchnowiec Kościelny, Łapy, Michałowo, Supraśl, Suraż, Turośń Kościelna, Tykocin, Wasilków, Zabłudów, Zawady i Choroszcz w powiecie białostockim,

gminy Boćki, Orla, Bielsk Podlaski z miastem Bielsk Podlaski i część gminy Brańsk położona na południe od linii od linii wyznaczonej przez drogę nr 66 biegnącą od wschodniej granicy gminy do granicy miasta Brańsk w powiecie bielskim,

powiat suwalski,

powiat miejski Suwałki,

powiat augustowski,

powiat sokólski,

powiat miejski Białystok;

w województwie mazowieckim:

gminy Korczew, Kotuń, Paprotnia, Przesmyki, Wodynie, Skórzec, Mokobody, Mordy, Siedlce, Suchożebry i Zbuczyn i część gminy Kotuń położona na wschód od linii wyznaczonej przez drogę łączącą miejscowości Nowa Dąbrówka, Pieróg, Kotuń wzdłuż ulicy Gorzkowskiego i Kolejowej do przejazdu kolejowego łączącego się z ulicą Siedlecką, Broszków, Żuków w powiecie siedleckim,

powiat miejski Siedlce,

gminy Repki, Jabłonna Lacka, część gminy Bielany położona na wschód od linii wyznaczonej przez drogę nr 63 i część gminy wiejskiej Sokołów Podlaski położona na wschód od linii wyznaczonej przez drogę nr 63 w powiecie sokołowskim,

powiat łosicki,

gminy Brochów, Młodzieszyn, część gminy wiejskiej Sochaczew położona na północ od linii wyznaczonej przez drogę nr 92 biegnącą od wschodniej granicy gminy do granicy miasta Sochaczew oraz na północny wschód od linii wyznaczonej przez drogę nr 50 biegnącą od północnej granicy gminy do granicy miasta Sochaczew i część miasta Sochaczew położona na północny wschód od linii wyznaczonej przez drogi nr 50 i 92 w powiecie sochaczewskim,

powiat nowodworski,

gminy Joniec i Nowe Miasto w powiecie płońskim,

gminy Pokrzywnica, Świercze i część gminy Winnica położona na zachód od linii wyznaczonej przez drogę łączącą miejscowości Bielany, Winnica i Pokrzywnica w powiecie pułtuskim,

gminy Dąbrówka, Kobyłka, Marki, Radzymin, Wołomin, Zielonka i Ząbki w powiecie wołomińskim,

część gminy Somianka położona na południe od linii wyznaczonej przez drogę nr 62 w powiecie wyszkowskim,

gminy Dębe Wielkie, Halinów, Latowicz, Mrozy, Siennica, Sulejówek, część gminy Cegłów położona na południe od linii wyznaczonej przez drogę biegnącą od zachodniej granicy gminy łączącą miejscowości Wiciejów, Mienia, Cegłów i na zachód od linii wyznaczonej przez drogę łączącą miejscowości Cegłów, Skwarne i Podskwarne biegnącą do wschodniej granicy gminy, część gminy Mińsk Mazowiecki położona na południe od linii wyznaczonej przez drogę nr 92 biegnącą od zachodniej granicy gminy do granicy miasta Mińsk Mazowiecki i na południe od linii wyznaczonej przez drogę biegnącą od wschodniej granicy miasta Mińsk Mazowiecki łączącą miejscowości Targówka, Budy Barcząckie do wschodniej granicy gminy i miasto Mińsk Mazowiecki w powiecie mińskim,

gminy Borowie, Wilga, Garwolin z miastem Garwolin, Górzno, Łaskarzew z miastem Łaskarzew, Maciejowice, Parysów, Pilawa, Miastków Kościelny, Sobolew i Trojanów w powiecie garwolińskim,

powiat otwocki,

powiat warszawski zachodni,

powiat legionowski,

powiat piaseczyński,

powiat pruszkowski,

gminy Chynów, Grójec, Jasieniec, Pniewy i Warka w powiecie grójeckim,

gminy Milanówek, Grodzisk Mazowiecki, Podkowa Leśna i Żabia Wola w powiecie grodziskim,

gminy Grabów nad Pilicą, Magnuszew, Głowaczów, Kozienice w powiecie kozienickim,

część gminy Stromiec położona na północ od linii wyznaczonej przez drogę nr 48 w powiecie białobrzeskim,

powiat miejski Warszawa;

w województwie lubelskim:

gminy Borki, Czemierniki, Kąkolewnica, Komarówka Podlaska, Wohyń i Radzyń Podlaski z miastem Radzyń Podlaski w powiecie radzyńskim,

gminy Stoczek Łukowski z miastem Stoczek Łukowski, Wola Mysłowska, Trzebieszów, Krzywda, Stanin, część gminy wiejskiej Łuków położona na wschód od linii wyznaczonej przez drogę nr 63 biegnącą od północnej granicy gminy do granicy miasta Łuków i na północ od linii wyznaczonej przez drogę nr 806 biegnącą od wschodniej granicy miasta Łuków do wschodniej granicy gminy wiejskiej Łuków i miasto Łuków w powiecie łukowskim,

gminy Janów Podlaski, Kodeń, Tuczna, Leśna Podlaska, Rossosz, Łomazy, Konstantynów, Piszczac, Rokitno, Biała Podlaska, Zalesie, Terespol z miastem Terespol, Drelów, Międzyrzec Podlaski z miastem Międzyrzec Podlaski w powiecie bialskim,

powiat miejski Biała Podlaska,

gmina Łęczna i część gminy Spiczyn położona na zachód od linii wyznaczonej przez drogę nr 829 w powiecie łęczyńskim,

część gminy Siemień położona na zachód od linii wyznaczonej przez drogę nr 815 i część gminy Milanów położona na zachód od drogi nr 813 w powiecie parczewskim,

gminy Niedźwiada, Ostrówek, Abramów, Firlej, Kamionka, Michów i Lubartów z miastem Lubartów, w powiecie lubartowskim,

gminy Niemce i Garbów w powiecie lubelskim,

część gminy Piaski położona na północ od linii wyznaczonej przez drogę nr 17 biegnącą od wschodniej granicy gminy Piaski do skrzyżowania z drogą nr S12 i na wschód od linii wyznaczonej przez drogę biegnącą od skrzyżowania dróg nr 17 i nr S12 przez miejscowość Majdan Brzezicki do północnej granicy gminy w powiecie świdnickim;

gmina Fajsławice, Izbica, Kraśniczyn, część gminy Krasnystaw położona na zachód od linii wyznaczonej przez drogę nr 17 biegnącą od północno — wschodniej granicy gminy do granicy miasta Krasnystaw, miasto Krasnystaw i część gminy Łopiennik Górny położona na zachód od linii wyznaczonej przez drogę nr 17 w powiecie krasnostawskim,

gminy Dołhobyczów, Mircze, Trzeszczany, Werbkowice i część gminy wiejskiej Hrubieszów położona na południe od linii wyznaczonej przez drogę nr 844 oraz na południe od linii wyznaczonej przez drogę nr 74 i miasto Hrubieszów w powiecie hrubieszowskim,

gmina Telatyn, Tyszowce i część gminy Łaszczów położona na północ od linii wyznaczonej przez drogę nr 852 w powiecie tomaszowskim,

część gminy Wojsławice położona na zachód od linii wyznaczonej przez drogę biegnącą od północnej granicy gminy przez miejscowość Wojsławice do południowej granicy gminy w powiecie chełmskim,

gmina Grabowiec i Skierbieszów w powiecie zamojskim,

gminy Markuszów, Nałęczów, Kazimierz Dolny, Końskowola, Kurów, Wąwolnica, Żyrzyn, Baranów, część gminy wiejskiej Puławy położona na wschód od rzeki Wisły i miasto Puławy w powiecie puławskim,

gminy Annopol, Dzierzkowice i Gościeradów w powiecie kraśnickim,

gmina Józefów nad Wisłą w powiecie opolskim,

gmina Stężyca w powiecie ryckim;

w województwie podkarpackim:

gminy Radomyśl nad Sanem i Zaklików w powiecie stalowowolskim.

9.   Roemenië

De volgende gebieden in Roemenië:

Restul județului Maramureș care nu a fost inclus în Partea III cu următoarele comune:

Comuna Vișeu de Sus,

Comuna Moisei,

Comuna Borșa,

Comuna Oarța de Jos,

Comuna Suciu de Sus,

Comuna Coroieni,

Comuna Târgu Lăpuș,

Comuna Vima Mică,

Comuna Boiu Mare,

Comuna Valea Chioarului,

Comuna Ulmeni,

Comuna Băsești,

Comuna Baia Mare,

Comuna Tăuții Magherăuș,

Comuna Cicărlău,

Comuna Seini,

Comuna Ardusat,

Comuna Farcasa,

Comuna Salsig,

Comuna Asuaju de Sus,

Comuna Băița de sub Codru,

Comuna Bicaz,

Comuna Grosi,

Comuna Recea,

Comuna Baia Sprie,

Comuna Sisesti,

Comuna Cernesti,

Copalnic Mănăstur,

Comuna Dumbrăvița,

Comuna Cupseni,

Comuna Șomcuța Mare,

Comuna Sacaleșeni,

Comuna Remetea Chioarului,

Comuna Mireșu Mare,

Comuna Ariniș,

Județul Bistrița-Năsăud.

Județul Botoșani.

DEEL III

1.   Letland

De volgende gebieden in Letland:

Brocēnu novada Cieceres un Gaiķu pagasts, Remtes pagasta daļa uz rietumiem no autoceļa 1154 un P109, Brocēnu pilsēta,

Saldus novada Saldus, Zirņu, Lutriņu un Jaunlutriņu pagasts, Saldus pilsēta.

2.   Litouwen

De volgende gebieden in Litouwen:

Akmenės rajono savivaldybė,

Alytaus miesto savivaldybė,

Alytaus rajono savivaldybė: Alytaus, Punios seniūnijos,

Birštono savivaldybė,

Jurbarko rajono savivaldybė: Girdžių, Juodaičių, Raudonės, Seredžiaus,Skirsnemunės, Šimkaičiųir Veliuonos seniūnijos,

Joniškio rajono savivaldybė: Gaižaičių, Gataučių, Joniškio, Rudiškių, Skaistgirio, Žagarės seniūnijos,

Lazdijų rajono savivaldybė: Lazdijų miesto, Lazdijų, Seirijų, Šeštokų, Šventežerio, Teizių ir Veisiejų seniūnijos,

Marijampolės savivaldybė:Degučių, Mokolų, Narto, Marijampolės seniūnijos,

Mažeikių rajono savivaldybės: Laižuvos, Mažeikių apylinkės, Mažeikių, Reivyčių, Tirkšlių ir Viekšnių seniūnijos,

Prienų rajono savivaldybė: Jiezno ir Stakliškių seniūnijos,

Radviliškio rajono savivaldybė: Baisogalos seniūnijos dalis į rytus nuo kelio Nr. 144, Grinkiškio ir Šaukoto seniūnijos,

Raseinių rajono savivaldybė: Kalnųjų seniūnijos ir Girkalnio seniūnijos dalis į pietus nuo kelio Nr. A1,

Šiaulių miesto savivaldybė,

Šiaulių rajono savivaldybė,

Telšių rajono savivaldybė: Tryškių seniūnija.

3.   Polen

De volgende gebieden in Polen:

w województwie warmińsko-mazurskim:

gmina Sępopol i część gminy wiejskiej Bartoszyce położona na wschód od linii wyznaczonej przez drogę nr 51 biegnącą od północnej granicy gminy do skrzyżowania z drogą nr 57 i na wschód od linii wyznaczonej przez drogę nr 57 biegnącą od skrzyżowania z drogą nr 51 do południowej granicy gminy w powiecie bartoszyckim,

gminy Srokowo, Barciany i część gminy Korsze położona na północ od linii wyznaczonej przez drogę biegnącą od wschodniej granicy łączącą miejscowości Krelikiejmy i Sątoczno i na zachód od linii wyznaczonej przez drogę łączącą miejscowości Sątoczno, Sajna Wielka biegnącą do skrzyżowania z drogą nr 590 w miejscowości Glitajny, a następnie na zachód od drogi nr 590 do skrzyżowania z drogą nr 592 i na północ od linii wyznaczonej przez drogę nr 592 biegnącą od zachodniej granicy gminy do skrzyżowania z drogą nr 590 w powiecie kętrzyńskim,

gmina Budry i część gminy Węgorzewo położona na wschód od linii wyznaczonej przez drogę nr 63 biegnącą od południowo-wschodniej granicy gminy do skrzyżowania z drogą nr 650, a następnie na północ od linii wyznaczonej przez drogę nr 650 biegnącą od skrzyżowania z drogą nr 63 do skrzyżowania z drogą biegnącą do miejscowości Przystań i na zachód od linii wyznaczonej przez drogę łączącą miejscowości Przystań, Pniewo, Kamionek Wielki, Radzieje, Dłużec w powiecie węgorzewskim,

część gminy Banie Mazurskie położona na północ od linii wyznaczonej przez drogę nr 650 w powiecie gołdapskim,

w województwie mazowieckim:

gminy Domanice i Wiśniew w powiecie siedleckim,

w województwie lubelskim:

gminy Białopole, Dubienka, Chełm, Leśniowice, Wierzbica, Sawin, Ruda Huta, Dorohusk, Kamień, Rejowiec, Rejowiec Fabryczny z miastem Rejowiec Fabryczny, Siedliszcze, Żmudź i część gminy Wojsławice położona na wschód od linii wyznaczonej przez drogę biegnącą od północnej granicy gminy do miejscowości Wojsławice do południowej granicy gminy w powiecie chełmskim,

powiat miejski Chełm,

gmina Siennica Różana część gminy Łopiennik Górny położona na wschód od linii wyznaczonej przez drogę nr 17 i część gminy Krasnystaw położona na wschód od linii wyznaczonej przez drogę nr 17 biegnącą od północno — wschodniej granicy gminy do granicy miasta Krasnystaw w powiecie krasnostawskim,

gminy Hanna, Hańsk, Wola Uhruska, Urszulin, Stary Brus, Wyryki i gmina wiejska Włodawa w powiecie włodawskim,

gminy Cyców, Ludwin, Puchaczów, Milejów i część gminy Spiczyn położona na wschód od linii wyznaczonej przez drogę nr 829 w powiecie łęczyńskim,

gmina Trawniki w powiecie świdnickim,

gminy Jabłoń, Podedwórze, Dębowa Kłoda, Parczew, Sosnowica, część gminy Siemień położona na wschód od linii wyznaczonej przez drogę nr 815 i część gminy Milanów położona na wschód od drogi nr 813 w powiecie parczewskim,

gminy Sławatycze, Sosnówka, i Wisznice w powiecie bialskim,

gmina Ulan Majorat w powiecie radzyńskim,

gminy Ostrów Lubelski, Serniki i Uścimów w powiecie lubartowskim,

gmina Wojcieszków i część gminy wiejskiej Łuków położona na zachód od linii wyznaczonej przez drogę nr 63 biegnącą od północnej granicy gminy do granicy miasta Łuków, a następnie na północ, zachód, południe i wschód od linii stanowiącej północną, zachodnią, południową i wschodnią granicę miasta Łuków do jej przecięcia się z drogą nr 806 i na południe od linii wyznaczonej przez drogę nr 806 biegnącą od wschodniej granicy miasta Łuków do wschodniej granicy gminy wiejskiej Łuków w powiecie łukowskim,

gminy Horodło, Uchanie i część gminy wiejskiej Hrubieszów położona na północ od linii wyznaczonej przez drogę nr 844 biegnącą od zachodniej granicy gminy wiejskiej Hrubieszów do granicy miasta Hrubieszów oraz na północ od linii wyznaczonej przez drogę nr 74 biegnącą od wschodniej granicy miasta Hrubieszów do wschodniej granicy gminy wiejskiej Hrubieszów w powiecie hrubieszowskim,

w województwie podkarpackim:

gminy Cieszanów, Lubaczów z miastem Lubaczów i część gminy Oleszyce położona na północ od linii wyznaczonej przez drogę biegnącą od wschodniej granicy gminy przez miejscowość Borchów do skrzyżowania z drogą nr 865 w miejscowości Oleszyce, a następnie na wschód od linii wyznaczonej przez drogę nr 865 biegnącą w kierunku północno-wschodnim do skrzyżowania z drogą biegnąca w kierunku północno-zachodnim przez miejscowość Lubomierz - na północ od linii wyznaczonej przez tę drogę do skrzyżowania z drogą łączącą miejscowości Uszkowce i Nowy Dzików — na wschód od tej drogi w powiecie lubaczowskim.

4.   Roemenië

De volgende gebieden in Roemenië:

Zona orașului București,

Județul Constanța,

Județul Satu Mare,

Județul Tulcea,

Județul Bacău,

Județul Bihor,

Județul Brăila,

Județul Buzău,

Județul Călărași,

Județul Dâmbovița,

Județul Galați,

Județul Giurgiu,

Județul Ialomița,

Județul Ilfov,

Județul Prahova,

Județul Sălaj,

Județul Vaslui,

Județul Vrancea,

Județul Teleorman,

Partea din județul Maramureș cu următoarele delimitări:

Comuna Petrova,

Comuna Bistra,

Comuna Repedea,

Comuna Poienile de sub Munte,

Comuna Vișeu e Jos,

Comuna Ruscova,

Comuna Leordina,

Comuna Rozavlea,

Comuna Strâmtura,

Comuna Bârsana,

Comuna Rona de Sus,

Comuna Rona de Jos,

Comuna Bocoiu Mare,