ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 323

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

61e jaargang
19 december 2018


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2016 van de Commissie van 18 december 2018 tot toelating van het in de handel brengen van gepelde granen van Digitaria exilis als traditioneel levensmiddel uit een derde land krachtens Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie ( 1 )

1

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2017 van de Commissie van 18 december 2018 tot toelating van het in de handel brengen van siroop van Sorghum bicolor (L.) Moench als traditioneel levensmiddel uit een derde land krachtens Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie ( 1 )

4

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2018 van de Commissie van 18 december 2018 tot vaststelling van specifieke regels voor de te volgen procedure bij de uitvoering van de risicobeoordeling van planten, plantaardige producten of andere materialen met een hoog risico in de zin van artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad

7

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2019 van de Commissie van 18 december 2018 tot vaststelling van een voorlopige lijst van planten, plantaardige producten of andere materialen met een hoog risico in de zin van artikel 42 van Verordening (EU) 2016/2031 en een lijst van planten waarvoor geen fytosanitair certificaat is vereist voor het binnenbrengen in de Unie in de zin van artikel 73 van die verordening

10

 

 

BESLUITEN

 

*

Besluit (EU) 2018/2020 van de Raad van 4 december 2018 waarbij wordt vastgesteld dat Roemenië geen doeltreffende maatregelen heeft genomen naar aanleiding van de aanbeveling van de Raad van 22 juni 2018

16

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/2021 van de Commissie van 17 december 2018 tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/348 van de Commissie wat betreft de samenhang van de herziene doelstellingen op het prestatiekerngebied kostenefficiëntie in de door Portugal en Roemenië ingediende gewijzigde nationale plannen of plannen voor functionele luchtruimblokken (Kennisgeving geschied onder nummer C(2018) 8489)  ( 1 )

18

 

*

Besluit (EU) 2018/2022 van de Commissie van 17 december 2018 tot vaststelling van een lijst van gekwalificeerde deskundigen voor de kamers van beroep van het Spoorwegbureau van de Europese Unie (Kennisgeving geschied onder nummer C(2018) 8561)

29

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/2023 van de Commissie van 17 december 2018 tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1984 tot vaststelling van referentiewaarden ingevolge Verordening (EU) nr. 517/2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende gefluoreerde broeikasgassen, wat betreft de referentiewaarden voor de periode van 30 maart 2019 tot en met 31 december 2020 voor in het Verenigd Koninkrijk gevestigde producenten of invoerders die na 1 januari 2015 rechtmatig fluorkoolwaterstoffen op de markt hebben gebracht, zoals gerapporteerd overeenkomstig die verordening (Kennisgeving geschied onder nummer C(2018) 8801)

32

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst.

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

19.12.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 323/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/2016 VAN DE COMMISSIE

van 18 december 2018

tot toelating van het in de handel brengen van gepelde granen van Digitaria exilis als traditioneel levensmiddel uit een derde land krachtens Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende nieuwe voedingsmiddelen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1852/2001 van de Commissie (1), en met name artikel 15, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) 2015/2283 is vastgesteld dat alleen nieuwe voedingsmiddelen die zijn toegelaten en in de Unielijst zijn opgenomen, in de Unie in de handel mogen worden gebracht. Een traditioneel levensmiddel uit een derde land is een nieuw voedingsmiddel als gedefinieerd in artikel 3 van Verordening (EU) 2015/2283.

(2)

Overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU) 2015/2283 is Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie (2) vastgesteld met een Unielijst van toegelaten nieuwe voedingsmiddelen.

(3)

Krachtens artikel 15, lid 4, van Verordening (EU) 2015/2283 moet de Commissie beslissen over de toelating en het in de Unie in de handel brengen van een traditioneel levensmiddel uit een derde land.

(4)

Op 23 januari 2018 heeft de onderneming Obà Food Srl. („de aanvrager”) een kennisgeving bij de Commissie ingediend van het voornemen om gepelde granen van Digitaria exilis (Kippist) Stapf („Fonio”) in de Unie in de handel te brengen als een traditioneel levensmiddel uit een derde land in de zin van artikel 14 van Verordening (EU) 2015/2283. De aanvrager verzoekt om toelating van gepelde granen van Digitaria exilis (Kippist) Stapf om als zodanig of als voedselingrediënt door de algemene bevolking te worden geconsumeerd.

(5)

Uit de gedocumenteerde gegevens die de aanvrager heeft overgelegd, blijkt dat de gepelde granen van Digitaria exilis (Kippist) Stapf een geschiedenis van veilig gebruik als levensmiddel heeft in West-Afrikaanse landen, met name in Guinee, Nigeria en Mali.

(6)

Op grond van artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) 2015/2283 heeft de Commissie de geldige kennisgeving op 28 februari 2018 doorgezonden aan de lidstaten en aan de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid („de Autoriteit”).

(7)

Binnen de in artikel 15, lid 2, van Verordening (EU) 2015/2283 vastgestelde termijn van vier maanden zijn bij de Commissie geen naar behoren met redenen omklede bezwaren ingediend door lidstaten of de Autoriteit tegen het in de Unie in de handel brengen van gepelde granen van Digitaria exilis (Kippist) Stapf.

(8)

De Commissie moet het in de Unie in de handel brengen van gepelde granen van Digitaria exilis (Kippist) Stapf toelaten en de Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen derhalve bijwerken.

(9)

Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Gepelde granen van Digitaria exilis (Kippist) Stapf, zoals gespecificeerd in de bijlage bij deze verordening, worden opgenomen in de bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 vastgestelde Unielijst van toegelaten nieuwe voedingsmiddelen.

2.   De in lid 1 bedoelde vermelding in de Unielijst omvat de in de bijlage bij deze verordening vastgestelde gebruiksvoorwaarden en etiketteringsvoorschriften.

Artikel 2

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 18 december 2018.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 327 van 11.12.2015, blz. 1.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie van 20 december 2017 tot vaststelling van de Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen overeenkomstig Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad betreffende nieuwe voedingsmiddelen (PB L 351 van 30.12.2017, blz. 72).


BIJLAGE

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 wordt als volgt gewijzigd:

1)

De volgende vermelding wordt in alfabetische volgorde in tabel 1 (Toegelaten nieuwe voedingsmiddelen) ingevoegd:

Toegelaten nieuw voedingsmiddel

Voorwaarden waaronder het nieuwe voedingsmiddel mag worden gebruikt

Aanvullende specifieke etiketteringsvoorschriften

Andere voorschriften

„Gepelde granen van Digitaria exilis (Kippist) Stapf

(traditioneel levensmiddel uit een derde land)

Niet gespecificeerd

Het nieuwe voedingsmiddel wordt op de etikettering van het voedingsmiddel dat het bevat, aangeduid met „gepelde granen van Digitaria exilis””

 

2)

De volgende vermelding wordt in alfabetische volgorde in tabel 2 (Specificaties) ingevoegd:

Toegelaten nieuw voedingsmiddel

Specificaties

„Gepelde granen van Digitaria exilis (Kippist) Stapf (fonio)

(traditioneel levensmiddel uit een derde land)

Omschrijving/definitie

Het traditionele levensmiddel is het gepelde graan (zemelen verwijderd) van Digitaria exilis (Kippist) Stapf.

Digitaria exilis (Kippist) Stapf is een eenjarige kruidachtige plant van de lipbloemenfamilie (Poaceae).

Typische voedingsbestanddelen van gepelde granen van fonio

Koolhydraten: 76,1 g/100 g fonio

Water: 12,4 g/100 g fonio

Eiwitten: 6,9 g/100 g fonio

Vetten: 1,2 g/100 g fonio

Vezels: 2,2 g/100 g fonio

As: 1,2 g/100 g fonio

Fytaatgehalte: ≤ 2,1 mg/g”


19.12.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 323/4


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/2017 VAN DE COMMISSIE

van 18 december 2018

tot toelating van het in de handel brengen van siroop van Sorghum bicolor (L.) Moench als traditioneel levensmiddel uit een derde land krachtens Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende nieuwe voedingsmiddelen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1852/2001 van de Commissie (1), en met name artikel 15, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) 2015/2283 is vastgesteld dat alleen nieuwe voedingsmiddelen die zijn toegelaten en in de Unielijst zijn opgenomen, in de Unie in de handel mogen worden gebracht. Een traditioneel levensmiddel uit een derde land is een nieuw voedingsmiddel als gedefinieerd in artikel 3 van Verordening (EU) 2015/2283.

(2)

Overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU) 2015/2283 is Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie (2) vastgesteld met een Unielijst van toegelaten nieuwe voedingsmiddelen.

(3)

Krachtens artikel 15, lid 4, van Verordening (EU) 2015/2283 moet de Commissie beslissen over de toelating en het in de Unie in de handel brengen van een traditioneel levensmiddel uit een derde land. Op 5 april 2018 heeft de onderneming Sorghum Zrt. („de aanvrager”) een kennisgeving bij de Commissie ingediend van het voornemen om siroop van Sorghum bicolor (L.) Moench in de Unie in de handel te brengen als een traditioneel levensmiddel uit een derde land in de zin van artikel 14 van Verordening (EU) 2015/2283. De aanvrager verzoekt om toelating van siroop van Sorghum bicolor (L.) Moench om als zodanig of als voedselingrediënt door de algemene bevolking te worden geconsumeerd.

(4)

Uit de gedocumenteerde gegevens die de aanvrager heeft overgelegd, blijkt dat siroop van Sorghum bicolor (L.) Moench een geschiedenis van veilig gebruik heeft in de Verenigde Staten.

(5)

Op grond van artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) 2015/2283 heeft de Commissie de geldige kennisgeving op 30 april 2018 doorgezonden aan de lidstaten en aan de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid („de Autoriteit”).

(6)

Binnen de in artikel 15, lid 2, van Verordening (EU) 2015/2283 vastgestelde termijn van vier maanden zijn bij de Commissie geen naar behoren met redenen omklede bezwaren ingediend door lidstaten of de Autoriteit tegen het in de Unie in de handel brengen van siroop van Sorghum bicolor (L.) Moench.

(7)

De Commissie moet het in de Unie in de handel brengen van siroop van Sorghum bicolor (L.) Moench derhalve toelaten en de Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen bijwerken.

(8)

Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Siroop van Sorghum bicolor (L.) Moench, zoals gespecificeerd in de bijlage bij deze verordening, wordt opgenomen in de bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 vastgestelde Unielijst van toegelaten nieuwe voedingsmiddelen.

2.   De in lid 1 bedoelde vermelding in de Unielijst omvat de gebruiksvoorwaarden en de etiketteringsvoorschriften zoals vastgesteld in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 18 december 2018.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 327 van 11.12.2015, blz. 1.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie van 20 december 2017 tot vaststelling van de Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen overeenkomstig Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad betreffende nieuwe voedingsmiddelen (PB L 351 van 30.12.2017, blz. 72).


BIJLAGE

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 wordt als volgt gewijzigd:

(1)

De volgende vermelding wordt in alfabetische volgorde in tabel 1 (Toegelaten nieuwe voedingsmiddelen) ingevoegd:

Toegelaten nieuw voedingsmiddel

Voorwaarden waaronder het nieuwe voedingsmiddel mag worden gebruikt

Aanvullende specifieke etiketteringsvoorschriften

Andere voorschriften

„Siroop van Sorghum bicolor (L.) Moench

(traditioneel levensmiddel uit een derde land)

Niet gespecificeerd

Het nieuwe voedingsmiddel wordt op de etikettering van levensmiddelen die het bevat, aangeduid met „siroop van Sorghum bicolor (L.) Moench””.

 

(2)

De volgende vermelding wordt in alfabetische volgorde in tabel 2 (Specificaties) ingevoegd:

Toegelaten nieuw voedingsmiddel

Specificaties

„Siroop van Sorghum bicolor (L.) Moench

(traditioneel levensmiddel uit een derde land)

Omschrijving/definitie:

Het traditionele levensmiddel is siroop van Sorghum bicolor (L.) Moench (geslacht, Sorghum; familie, Poaceae (alt. Gramineae)).

De siroop wordt verkregen van stelen van S. bicolor na de toepassing van productieprocessen zoals pletten, extractie, en verdamping, met inbegrip van een warmtebehandeling om een siroop te bereiken met een Brix-waarde van ten minste 74.

Gegevens over de samenstelling van siroop van Sorghum bicolor (L.) Moench

Water: 22,7 g/100 g

As: 2,4

Suikers, totaal: > 74,0 g/100 g”


19.12.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 323/7


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/2018 VAN DE COMMISSIE

van 18 december 2018

tot vaststelling van specifieke regels voor de te volgen procedure bij de uitvoering van de risicobeoordeling van planten, plantaardige producten of andere materialen met een hoog risico in de zin van artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 228/2013, (EU) nr. 652/2014 en (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Richtlijnen 69/464/EEG, 74/647/EEG, 93/85/EEG, 98/57/EG, 2000/29/EG, 2006/91/EG en 2007/33/EG van de Raad (1), en met name artikel 42, lid 6,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Er moeten regels worden vastgesteld om te waarborgen dat de in artikel 42, lid 4, van Verordening (EU) 2016/2031 bedoelde risicobeoordeling binnen een redelijke termijn en op basis van een tijdige verwerking van technische dossiers wordt uitgevoerd.

(2)

Om die risicobeoordeling te kunnen uitvoeren, mag uitsluitend de nationale plantenziektekundige dienst, in de zin van het Internationaal Verdrag voor de bescherming van planten, van het derde land een aanvraag bij de Commissie indienen. Er moet namelijk worden gewaarborgd dat alle noodzakelijke elementen voor de beoordeling van het risico in verband met planten, plantaardige producten of andere materialen die op het grondgebied van de Unie worden binnengebracht, door de bevoegde overheidsinstantie van het derde land worden gecertificeerd. Dit is noodzakelijk voor de geloofwaardigheid en motivering van de risicobeoordeling als basis voor de maatregelen uit hoofde van artikel 42, lid 4, van Verordening (EU) 2016/2031. Deze bepalingen moeten van toepassing zijn onverminderd het recht van de Commissie om een verzoek bij de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) in te dienen om overeenkomstig artikel 29 een wetenschappelijk advies uit te brengen en overeenkomstig artikel 31 van Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad (2) wetenschappelijke of technische bijstand te verlenen.

(3)

Het technische dossier moeten gegevens bevatten over de handelsartikelen die op het grondgebied van de Unie zullen worden binnengebracht, alsmede gegevens over de plaagorganismen die in het land van uitvoer met het handelsartikel in verband kunnen worden gebracht, gegevens over nationale risicobeperkende fytosanitaire maatregelen, inspecties, behandelingen en verwerking van het handelsartikel en contactgegevens van de natuurlijke persoon die het contact met de Commissie en de (EFSA) moet onderhouden. Dergelijke gegevens zijn essentieel om de risicobeoordeling van het handelsartikel te kunnen uitvoeren en om de soorten plaagorganismen te kunnen vaststellen waarvoor mogelijk risicobeperkende fytosanitaire maatregelen noodzakelijk zijn.

(4)

Teneinde de EFSA van alle noodzakelijke elementen voor de uitvoering van de risicobeoordeling te voorzien, moet het technische dossier de informatie bevatten zoals gespecificeerd in het EFSA-document „Information required for dossiers to support demands for import of high risk plants, plant products and other objects as foreseen in Article 42 of Regulation (EU) 2016/2031” (3).

(5)

Na de ontvangst van het technische dossier te hebben bevestigd, moet de Commissie controleren of het de vereiste informatie bevat en zo nodig om aanvullende informatie of verduidelijking vragen, zodat is gewaarborgd dat de aanvraag alle vereiste en passende elementen voor de risicobeoordeling bevat.

(6)

Er moeten regels worden opgesteld voor de uitvoering van de risicobeoordeling door de EFSA, haar communicatie met de aanvrager en de bekendmaking van die beoordeling om een transparant, doeltreffend en tijdig risicobeoordelingsproces te waarborgen.

(7)

Teneinde te voorkomen dat de openbaarmaking van bepaalde informatie de concurrentiepositie van bepaalde derde partijen schaadt, moeten de bepalingen betreffende vertrouwelijkheid van Verordening (EG) nr. 178/2002 dienovereenkomstig van toepassing zijn.

(8)

Omwille van de rechtszekerheid moet deze verordening op dezelfde datum van toepassing worden als Verordening (EU) 2016/2031.

(9)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voorwerp en toepassingsgebied

In deze verordening worden procedures vastgesteld voor de krachtens artikel 42, lid 4, van Verordening (EU) 2016/2031 bedoelde risicobeoordeling om te waarborgen dat een dergelijke beoordeling binnen een redelijke termijn volgens een duidelijk omschreven procedure wordt uitgevoerd op basis van een verzoek tot invoer dat van een uitvoerig technisch dossier vergezeld gaat.

Artikel 2

Indiening van technische dossiers

Alleen een nationale plantenziektekundige dienst van een derde land mag bij de Commissie een technisch dossier voor de uitvoering van de in artikel 42, lid 4, van Verordening (EU) 2016/2031 bedoelde risicobeoordeling indienen.

Het technische dossier gaat vergezeld van elementen waaruit blijkt dat een verzoek tot invoer in de zin van artikel 42, lid 5, van Verordening (EU) 2016/2031 bestaat.

Artikel 3

Inhoud van het technische dossier

Het technische dossier bevat voor elke plant, elk plantaardig product of andere materialen de volgende elementen:

a)

informatie over het handelsartikel, waaronder behandelingen en verwerking van het handelsartikel;

b)

informatie over de plaagorganismen die in het land van uitvoer met het handelsartikel in verband kunnen worden gebracht;

c)

informatie over risicobeperkende fytosanitaire maatregelen en inspecties;

d)

de contactgegevens van het contactpunt van de nationale plantenziektekundige dienst van het derde land dat het contact met de Commissie en de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) moet onderhouden.

Het technische dossier bevat ook alle elementen waarnaar wordt verwezen in het EFSA-document „Information required for dossiers to support demands for import of high risk plants, plant products and other objects as foreseen in Article 42 of Regulation (EU) 2016/2031”.

De aanvrager mag aangeven van welke informatie openbaarmaking de concurrentiepositie van een bepaalde derde partij zou kunnen schaden en welke informatie derhalve overeenkomstig artikel 6 van deze verordening als vertrouwelijk moet worden behandeld. In dergelijke gevallen moeten verifieerbare redenen worden aangevoerd.

Het dossier wordt in een van de officiële talen van de Unie ingediend.

Artikel 4

Ontvangst en onderzoek van het technische dossier door de Commissie

De Commissie bevestigt de ontvangst van het technische dossier.

Zij onderzoekt of het technische dossier de in artikel 3, eerste alinea, punten a) tot en met d), omschreven informatie bevat en mag de aanvrager om aanvullende informatie of verduidelijking vragen, indien dat gezien de inhoud en het onderwerp van dat technische dossier noodzakelijk is.

Wanneer de Commissie vaststelt dat aan die voorschriften is voldaan, stuurt zij het technische dossier door aan de EFSA en informeert zij de lidstaten dienovereenkomstig.

Artikel 5

Uitvoering en voltooiing van de risicobeoordeling

De EFSA controleert of het technische dossier voldoet aan haar in artikel 3, tweede alinea, bedoelde document en mag de aanvrager om aanvullende informatie of verduidelijking vragen, indien dat gezien de inhoud en het onderwerp van dat technische dossier noodzakelijk is.

Na deze controle voert de EFSA de risicobeoordeling uit.

Tijdens de uitvoering van de risicobeoordeling mag de EFSA rechtstreeks met de aanvrager communiceren om aanvullende informatie of verduidelijking te verkrijgen.

De EFSA informeert de Commissie over elke communicatie met de aanvrager.

De EFSA voltooit de risicobeoordeling binnen een redelijke termijn en dient deze bij de Commissie in. De EFSA maakt de risicobeoordeling in het EFSA Journal bekend.

Op basis van die risicobeoordeling wijzigt de Commissie zo nodig de in artikel 42, lid 3, van Verordening (EU) 2016/2031 bedoelde lijst van planten, plantaardige producten of andere materialen met een hoog risico overeenkomstig artikel 42, lid 4, van die verordening.

Artikel 6

Vertrouwelijkheid

In het kader van deze verordening zijn de bepalingen van artikel 39 van Verordening (EG) nr. 178/2002 betreffende de vertrouwelijkheid van door de aanvrager ingediende informatie dienovereenkomstig van toepassing.

Artikel 7

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 14 december 2019.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 18 december 2018.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 317 van 23.11.2016, blz. 4.

(2)  PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.

(3)  European Food Safety Authority (EFSA), Dehnen-Schmutz K, Jaques Miret JA, Jeger M, Potting R, Corini A, Simone G, Kozelska S, Munoz Guajardo I, Stancanelli G en Gardi C, 2018. Information required for dossiers to support requests for import of high risk plants, plant products and other objects as foreseen in Article 42 of Regulation (EU) 2016/2031. EFSA supporting publication 2018:EN-1492, 22 blz., doi:10.2903/sp.efsa.2018.1492.


19.12.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 323/10


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/2019 VAN DE COMMISSIE

van 18 december 2018

tot vaststelling van een voorlopige lijst van planten, plantaardige producten of andere materialen met een hoog risico in de zin van artikel 42 van Verordening (EU) 2016/2031 en een lijst van planten waarvoor geen fytosanitair certificaat is vereist voor het binnenbrengen in de Unie in de zin van artikel 73 van die verordening

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 228/2013, (EU) nr. 652/2014 en (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Richtlijnen 69/464/EEG, 74/647/EEG, 93/85/EEG, 98/57/EG, 2000/29/EG, 2006/91/EG en 2007/33/EG van de Raad (1), en met name artikel 42, lid 3, en artikel 73,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op grond van artikel 42, lid 3, van Verordening (EU) 2016/2031 moet de Commissie op basis van een voorlopige beoordeling door middel van een uitvoeringshandeling een voorlopige lijst vaststellen van planten, plantaardige producten of andere materialen die voor het grondgebied van de Unie een onaanvaardbaar risico op plaagorganismen opleveren.

(2)

Sinds de vaststelling van Verordening (EU) 2016/2031 zijn verscheidene voorlopige beoordelingen uitgevoerd met betrekking tot de vraag of planten en plantaardige producten uit derde landen een onaanvaardbaar risico op plaagorganismen opleveren voor het grondgebied van de Unie. Uit die beoordelingen kwam naar voren dat bepaalde planten en plantaardige producten voldoen aan een of meer van de in bijlage III bij de verordening vermelde criteria en daarom als „plant met een hoog risico” of „plantaardig product met een hoog risico” in de zin van artikel 42 van die verordening konden worden aangemerkt. Uit diezelfde voorlopige beoordelingen is gebleken dat zaden en in-vitromateriaal van deze „planten met een hoog risico” van het toepassingsgebied van deze verordening moeten worden uitgesloten, omdat het risico op plaagorganismen daarbij aanvaardbaar is. Daarnaast moeten op natuurlijke of kunstmatige wijze gekweekte houtachtige miniatuurplanten bestemd voor opplant eveneens van het toepassingsgebied van deze verordening worden uitgesloten, omdat voor de invoer van deze planten op grond van Richtlijn 2000/29/EG van de Raad (2) specifieke eisen gelden die het risico op plaagorganismen tot een aanvaardbaar niveau terugbrengen en met ingang van 14 december 2019 ook de bijzondere voorschriften van artikel 41 van Verordening (EU) 2016/2031 zullen gelden.

(3)

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden, in-vitromateriaal en op natuurlijke of kunstmatige wijze gekweekte houtachtige miniatuurplanten bestemd voor opplant, van Acacia Mill., Acer L., Albizia Durazz., Alnus Mill., Annona L., Bauhinia L., Berberis L., Betula L., Caesalpinia L., Cassia L., Castanea Mill., Cornus L., Corylus L., Crataegus L., Diospyros L., Fagus L., Fraxinus L., Hamamelis L., Jasminum L., Juglans L., Ligustrum L., Lonicera L., Malus Mill., Nerium L., Persea Mill., Populus L., Prunus L., Quercus L., Robinia L., Salix L., Sorbus L., Taxus L., Tilia L., Ulmus L., en planten van Ullucus tuberosus Loz. staan bekend als waard voor plaagorganismen die gewoonlijk op een waard leven en waarvan bekend is dat zij een aanzienlijke impact hebben op plantensoorten die van groot economisch, sociaal of ecologisch belang zijn voor de Unie. Van deze planten is ook bekend dat zij gewoonlijk drager zijn van plaagorganismen zonder tekenen van besmetting te vertonen, of althans met een latentieperiode voordat die tekenen zichtbaar worden. Hierdoor wordt de kans kleiner dat bij inspecties bij het binnenbrengen op het grondgebied van de Unie de aanwezigheid van dergelijke plaagorganismen wordt opgemerkt. Bovendien worden de voor opplant bestemde planten gewoonlijk in de vorm van een struik of boom de Unie binnengebracht en zijn zij gewoonlijk in die vorm in de Unie aanwezig. Derhalve worden de bestaande maatregelen met betrekking tot het binnenbrengen van de in bijlage I bij deze verordening opgenomen voor opplant bestemde planten en planten van Ullucus tuberosus Loz. afkomstig uit derde landen niet toereikend geacht om het binnendringen van plaagorganismen te voorkomen. De in bijlage I opgenomen voor opplant bestemde planten en planten van Ullucus tuberosus Loz. moeten derhalve worden aangemerkt als planten met een hoog risico in de zin van artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2016/2031 en het binnenbrengen ervan in de Unie moet voorlopig worden verboden.

(4)

Vruchten van Momordica L. staan bekend als waard en bieden een belangrijke route voor de introductie en vestiging van het plaagorganisme Thrips palmi Karny, waarvan bekend is dat het een aanzienlijke impact kan hebben op plantensoorten die van groot economisch, sociaal of ecologisch belang zijn voor het grondgebied van de Unie. Dit plaagorganisme is echter niet in alle derde landen aanwezig en ook niet in alle gebieden binnen een derde land waarvan bekend is dat het er aanwezig is. Bepaalde derde landen hebben ook doeltreffende risicobeperkende maatregelen voor dit plaagorganisme getroffen. Daarom worden vruchten van Momordica L. afkomstig uit derde landen of uit bepaalde gebieden van derde landen waarvan bekend is dat dat plaagorganisme er aanwezig is en waar ten opzichte van dat plaagorganisme geen doeltreffende risicobeperkende maatregelen zijn getroffen, aangemerkt als planten met een hoog risico in de zin van artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2016/2031 en moet het binnenbrengen van deze planten in de Unie voorlopig worden verboden.

(5)

Hout van Ulmus L. staat bekend als waard en biedt een belangrijke route voor de introductie en vestiging van het plaagorganisme Saperda tridentata Olivier. Van dit plaagorganisme is bekend dat het een aanzienlijke impact heeft op plantensoorten die van groot economisch, sociaal of ecologisch belang zijn voor het grondgebied van de Unie. Dit plaagorganisme is echter niet in alle derde landen aanwezig en ook niet in alle gebieden binnen een derde land waarvan bekend is dat het er aanwezig is. Daarom wordt hout van Ulmus L. afkomstig uit derde landen of uit gebieden van derde landen waarvan bekend is dat Saperda tridentata Olivier er aanwezig is, aangemerkt als plantaardig product met een hoog risico in de zin van artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2016/2031. Het binnenbrengen in de Unie van dit hout moet voorlopig dan ook worden verboden.

(6)

De in overwegingen 3, 4 en 5 genoemde planten en plantaardige producten zijn niet of alleen met betrekking tot bepaalde derde landen in een lijst overeenkomstig artikel 40 van Verordening (EU) 2016/2031 opgenomen. Daarnaast worden zij volgens de respectieve voorlopige beoordelingen niet afdoende gedekt door de in artikel 41 van die verordening bedoelde voorschriften met betrekking tot alle derde landen en vallen zij niet onder de tijdelijke maatregelen van artikel 49 van die verordening.

(7)

De in overwegingen 3, 4 en 5 genoemde planten en plantaardige producten zijn nog niet onderworpen aan de volledige risicobeoordeling die nodig is om te kunnen vaststellen of zij door de kans dat een EU-quarantaineorganisme erin of erop aanwezig is een onaanvaardbaar risico vormen dan wel of dat dit risico door toepassing van bepaalde maatregelen tot een aanvaardbaar niveau kan worden teruggebracht. Zodra wordt geconstateerd dat er vraag is naar de invoer van de respectievelijke planten en plantaardige producten, moeten zij aan een risicobeoordeling worden onderworpen in overeenstemming met een uitvoeringshandeling die op grond van artikel 42, lid 6, van Verordening (EU) 2016/2031 moet worden vastgesteld.

(8)

Overeenkomstig artikel 73 van Verordening (EU) 2016/2031 bepaalt de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen dat voor andere planten dan die welke zijn opgenomen in de in artikel 72, lid 1, bedoelde lijst een fytosanitair certificaat is vereist voor het binnenbrengen op het grondgebied van de Unie.

(9)

Die uitvoeringshandelingen vermelden evenwel dat voor deze planten een fytosanitair certificaat niet is vereist wanneer een onderbouwde beoordeling op basis van gegevens over de risico's op plaagorganismen en van ervaring met de handel aantoont dat een dergelijk certificaat niet nodig is.

(10)

Sinds de vaststelling van die verordening zijn meerdere beoordelingen uitgevoerd met betrekking tot het risico op plaagorganismen en de ervaring die is opgedaan met de handel in verscheidene uit derde landen afkomstige planten, met uitzondering van voor opplant bestemde planten.

(11)

Volgens deze beoordelingen zijn vruchten van Ananas comosus (L.) Merrill, Cocos nucifera L., Durio zibethinus Murray, Musa L. en Phoenix dactylifera L. geen waard voor EU-quarantaineorganismen of plaagorganismen waarvoor krachtens artikel 30 van Verordening (EU) 2016/2031 vastgestelde maatregelen gelden of voor plaagorganismen die gewoonlijk op een waard leven die gevolgen kunnen hebben voor in de Unie geteelde plantensoorten. Bovendien zijn in verband met het binnenbrengen van die vruchten uit één of meer derde landen geen uitbraken van plaagorganismen gesignaleerd. De vruchten zijn ook niet herhaaldelijk terwijl zij werden binnengebracht op het grondgebied van de Unie onderschept wegens de aanwezigheid van EU-quarantaineorganismen of plaagorganismen die zijn onderworpen aan de krachtens artikel 30 van die verordening vastgestelde maatregelen.

(12)

Aangezien deze vruchten voldoen aan alle criteria van bijlage VI bij Verordening (EU) 2016/2031, moet voor het binnenbrengen ervan op het grondgebied van de Unie geen fytosanitair certificaat worden geëist.

(13)

De lijsten die uit hoofde van artikel 42, lid 3, en artikel 73 van Verordening (EU) 2016/2031 moeten worden vastgesteld, hebben beide betrekking op invoerregelingen op basis van soortgelijke criteria voor risicobeoordeling, zoals vastgesteld in de bijlagen III en VI bij die verordening. Zij betreffen hoofdzakelijk de risico's van de betrokken planten en plantaardige producten en niet de risico's van specifieke plaagorganismen. Zij zijn verder uitgewerkt in overeenstemming met een gemeenschappelijke risicobeoordelingsmethode en worden volgens deze methode en op basis van het beschikbare technisch en wetenschappelijk bewijs geactualiseerd. Het is daarom passend om ze in één verordening te bundelen.

(14)

Aangezien Verordening (EU) 2016/2031 vanaf 14 december 2019 van toepassing is, en om te zorgen voor een uniforme toepassing van alle voorschriften betreffende het binnenbrengen van planten, plantaardige producten en andere materialen in de Unie, moet deze verordening vanaf dezelfde datum van toepassing zijn.

(15)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Planten, plantaardige producten en andere materialen met een hoog risico

De in bijlage I vermelde planten, plantaardige producten en andere materialen worden beschouwd als planten, plantaardige producten en andere materialen met een hoog risico in de zin van artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2016/2031 en het binnenbrengen ervan in de Unie wordt in afwachting van een risicobeoordeling verboden.

Artikel 2

Fytosanitair certificaat voor het binnenbrengen in de Unie van bepaalde planten

Voor het binnenbrengen in de Unie van andere planten dan die welke zijn opgenomen in de in artikel 72, lid 1, van Verordening (EU) 2016/2031 bedoelde lijst, is een fytosanitair certificaat vereist.

De in bijlage II opgenomen vruchten zijn echter van deze eis uitgesloten.

Artikel 3

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 14 december 2019.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 18 december 2018.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 317 van 23.11.2016, blz. 4.

(2)  Richtlijn 2000/29/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen (PB L 169 van 10.7.2000, blz. 1).


BIJLAGE I

Lijst van planten, plantaardige producten en andere materialen met een hoog risico in de zin van artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2016/2031

1.

Voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden, in-vitromateriaal en op natuurlijke of kunstmatige wijze gekweekte houtachtige miniatuurplanten bestemd voor opplant, afkomstig uit alle derde landen en behorend tot de volgende geslachten of soorten:

GN-code

Omschrijving

ex 0602

Acacia Mill.

ex 0602

Acer L.

ex 0602

Albizia Durazz.

ex 0602

Alnus Mill.

ex 0602

Annona L.

ex 0602

Bauhinia L.

ex 0602

Berberis L.

ex 0602

Betula L.

ex 0602

Caesalpinia L.

ex 0602

Cassia L.

ex 0602

Castanea Mill.

ex 0602

Cornus L.

ex 0602

Corylus L.

ex 0602

Crataegus L.

ex 0602

Diospyros L.

ex 0602

Fagus L.

ex 0602

Ficus carica L.

ex 0602

Fraxinus L.

ex 0602

Hamamelis L.

ex 0602

Jasminum L.

ex 0602

Juglans L.

ex 0602

Ligustrum L.

ex 0602

Lonicera L.

ex 0602

Malus Mill.

ex 0602

Nerium L.

ex 0602

Persea Mill.

ex 0602

Populus L.

ex 0602

Prunus L.

ex 0602

Quercus L.

ex 0602

Robinia L.

ex 0602

Salix L.

ex 0602

Sorbus L.

ex 0602

Taxus L.

ex 0602

Tilia L.

ex 0602

Ulmus L.

2.

Planten van Ullucus tuberosus afkomstig uit alle derde landen:

GN-code

Omschrijving

ex 0601 10 90

ex 0601 20 90

ex 0714 90 20

Ullucus tuberosus Loz.

3.

Vruchten van Momordica L. afkomstig uit derde landen of gebieden binnen derde landen waarvan bekend is dat Thrips palmi Karny er aanwezig is en waar doeltreffende risicobeperkende maatregelen tegen dat plaagorganisme ontbreken:

GN-code

Omschrijving

ex 0709 99 90

Momordica L.

4.

Hout van Ulmus L. afkomstig uit derde landen of gebieden binnen derde landen waarvan bekend is dat Saperda tridentata Olivier er aanwezig is:

GN-code

Omschrijving

ex 4403 12 00

ex 4401 22 00

ex 4401 39 00

ex 4403 99 00

ex 4407 99

Ulmus L.


BIJLAGE II

Lijst van vruchten waarvoor geen fytosanitair certificaat is vereist voor het binnenbrengen op het grondgebied van de Unie in de zin van artikel 73 van Verordening (EU) 2016/2031

GN-code

Omschrijving

ex 0804 30 00

Ananas comosus (L.) Merril

ex 0801 12 00 , ex 0801 19 00

Cocos nucifera L.

ex 0810 60 00

Durio zibethinus Murray

ex 0803 10 10 , ex 0803 90 10

Musa L.

ex 0804 10 00

Phoenix dactylifera L.


BESLUITEN

19.12.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 323/16


BESLUIT (EU) 2018/2020 VAN DE RAAD

van 4 december 2018

waarbij wordt vastgesteld dat Roemenië geen doeltreffende maatregelen heeft genomen naar aanleiding van de aanbeveling van de Raad van 22 juni 2018

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (1), en met name artikel 10, lid 2, vierde alinea,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 22 juni 2018 heeft de Raad overeenkomstig artikel 121, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) geconcludeerd dat in Roemenië een significante afwijking van het aanpassingstraject in de richting van de middellangetermijndoelstelling voor de begroting van – 1 % van het bbp bestond.

(2)

In het licht van de vastgestelde significante afwijking heeft de Raad Roemenië op 22 juni 2018 aanbevolen (2) de nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat het nominale stijgingstempo van de netto primaire overheidsuitgaven (3) in 2018 niet hoger uitkomt dan 3,3 % in 2018 en 5,1 % in 2019, wat overeenkomt met een jaarlijkse structurele aanpassing van 0,8 % van het bbp. Roemenië werd ook aanbevolen alle meevallers te benutten om het tekort terug te dringen en in te zetten op budgettaire consolidatiemaatregelen die op groeivriendelijke wijze een blijvende verbetering van het structurele overheidssaldo moeten waarborgen. De Raad heeft 15 oktober 2018 vastgesteld als uiterste datum waarop Roemenië verslag moest uitbrengen over de naar aanleiding van deze aanbeveling genomen maatregelen.

(3)

Op 27 en 28 september 2018 heeft de Commissie in het kader van artikel -11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1466/97 een missie voor verscherpt toezicht in Roemenië ondernomen met als doel monitoring ter plaatse. Na haar voorlopige bevindingen voor commentaar aan de Roemeense autoriteiten te hebben voorgelegd, heeft de Commissie haar bevindingen op 21 november 2018 aan de Raad gemeld. Deze bevindingen werden vervolgens openbaar gemaakt. In het verslag van de Commissie wordt geconstateerd dat de Roemeense autoriteiten vasthouden aan een nominaletekortdoelstelling van iets minder dan 3 % van het bbp voor 2018, en dus niet van plan zijn gevolg te geven aan de aanbeveling van de Raad van 22 juni 2018. De regering is van plan het nominale tekort in 2019 terug te dringen tot 2,38 % van het bbp, maar de maatregelen moeten nog nader worden ingevuld.

(4)

Op 16 oktober 2018 hebben de Roemeense autoriteiten een verslag ingediend over de maatregelen die zijn genomen naar aanleiding van de aanbeveling van de Raad van 22 juni 2018 (4). In dat verslag herhaalden de autoriteiten dat zij voor 2018 blijven streven naar een nominaal tekort van 2,96 % van het bbp. Voor 2019 mikken zij op een tekort van 2,38 % van het bbp. In het verslag wordt geen melding gemaakt van nieuwe maatregelen voor 2018. Voor 2019 wordt in het verslag uitgegaan van een beheersing van de uitgaven voor de beloning van werknemers en voor goederen en diensten, zonder dat dit wordt ondersteund door voldoende gedetailleerde en goedgekeurde of op zijn minst op geloofwaardige wijze aangekondigde maatregelen. Aan de ontvangstenzijde wordt in het verslag melding gemaakt van een verlenging van reeds bestaande maatregelen en een aantal maatregelen met het oog op een betere naleving van de belastingregels. De gevolgen van de gerapporteerde maatregelen voor de begroting blijven over het geheel genomen achter bij het vereiste in de aanbeveling van de Raad van 22 juni 2018.

(5)

Volgens de najaarsprognoses 2018 van de Commissie zal de groei van de netto primaire overheidsuitgaven in 2018 oplopen tot 11,3 %, dus ruim boven de uitgavenbenchmark van 3,3 %. Het structurele saldo zal in 2018 naar verwachting grotendeels stabiel blijven op 3,3 % van het bbp. Beide indicatoren wijzen dus op een risico van afwijking van de aanbevolen aanpassing. De uitgavenbenchmark wijst op een afwijking van 2,3 % van het bbp. Het structurele saldo bevestigt deze interpretatie en wijst op een kleinere afwijking van 0,8 % van het bbp. Het structurele saldo wordt positief beïnvloed door een significant hogere bbp-deflator en een hogere (punt-)schatting van de potentiële bbp-groei in vergelijking met het over de middellange termijn berekende gemiddelde dat aan de uitgavenbenchmark ten grondslag ligt. Dit effect wordt gedeeltelijk gecompenseerd door het effect van een toename van de overheidsinvesteringen, die in de uitgavenbenchmark wordt afgevlakt. De algehele beoordeling bevestigt dan ook dat er een ruime afwijking is ten opzichte van de door de Raad aanbevolen aanpassing.

(6)

Op basis van de najaarsprognoses 2018 van de Commissie wordt verwacht dat de groei van de nominale overheidsuitgaven, ongerekend discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde en eenmalige maatregelen, in 2019 7,5 % zal bedragen, dus ruim boven de uitgavenbenchmark van 5,1 % (afwijking van de aanbevolen aanpassing van 0,7 % van het bbp). Het structurele saldo zal naar verwachting afnemen met 0,1 % van het bbp, waardoor het tekort oploopt tot 3,4 % (afwijking van 0,9 % van het bbp). Aangezien beide indicatoren wijzen op een afwijking van de vereiste aanpassing met een vergelijkbare marge in 2019, bevestigt de algehele beoordeling de afwijking van de door de Raad aanbevolen aanpassing.

(7)

In de najaarsprognoses 2018 van de Commissie wordt bovendien uitgegaan van een overheidstekort van 3,3 % in 2018 en 3,4 % in 2019, wat hoger is dan de in het Verdrag vastgestelde referentiewaarde van 3 % van het bbp.

(8)

Op grond van bovenstaande bevindingen kan worden geconcludeerd dat de reactie van Roemenië op de aanbeveling van de Raad van 22 juni 2018 ontoereikend was. De begrotingsinspanning is niet toereikend om ervoor te zorgen dat het nominale stijgingstempo van de netto primaire overheidsuitgaven niet hoger uitkomt dan 3,3 % in 2018 en 5,1 % in 2019, wat overeenkomt met een jaarlijkse structurele aanpassing van 0,8 % van het bbp,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Roemenië heeft geen doeltreffende maatregelen genomen naar aanleiding van de aanbeveling van de Raad van 22 juni 2018.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot Roemenië.

Gedaan te Brussel, 4 december 2018.

Voor de Raad

De voorzitter

H. LÖGER


(1)  PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1.

(2)  Aanbeveling van de Raad van 22 juni 2018 met het oog op de correctie van de vastgestelde significante afwijking van het aanpassingstraject in de richting van de middellangetermijndoelstelling voor de begroting in Roemenië (PB C 223 van 27.6.2018, blz. 3).

(3)  De netto primaire overheidsuitgaven omvatten de totale overheidsuitgaven zonder rekening te houden met rente-uitgaven, uitgaven in het kader van programma's van de Unie die volledig met inkomsten uit fondsen van de Unie worden gefinancierd en niet-discretionaire veranderingen in de uitgaven voor werkloosheidsuitkeringen. Nationaal gefinancierde bruto-investeringen in vaste activa worden gespreid over een periode van vier jaar. Er wordt rekening gehouden met discretionaire inkomstenmaatregelen of bij wet verplicht gestelde inkomstenstijgingen. Eenmalige maatregelen aan zowel de inkomsten- als uitgavenzijde worden uitgevlakt.

(4)  Beschikbaar op http://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-13279-2018-INIT/en/pdf


19.12.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 323/18


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2018/2021 VAN DE COMMISSIE

van 17 december 2018

tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/348 van de Commissie wat betreft de samenhang van de herziene doelstellingen op het prestatiekerngebied kostenefficiëntie in de door Portugal en Roemenië ingediende gewijzigde nationale plannen of plannen voor functionele luchtruimblokken

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2018) 8489)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 549/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 tot vaststelling van het kader voor de totstandbrenging van het gemeenschappelijke Europese luchtruim („de kaderverordening”) (1), en met name artikel 11, lid 3, onder c),

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 390/2013 van de Commissie van 3 mei 2013 houdende vaststelling van een prestatieregeling voor luchtvaartnavigatiediensten en netwerkfuncties (2), en met name artikel 14, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 549/2004 moeten de lidstaten nationale plannen of plannen voor functionele luchtruimblokken (Functional Airspace Blocks, FAB's) vaststellen, inclusief bindende nationale doelen of doelen op het niveau van de FAB's, waarbij wordt gezorgd voor consistentie met de prestatiedoelen voor de gehele Unie. In Verordening (EG) nr. 549/2004 is ook bepaald dat de Commissie de consistentie van die doelen moet beoordelen op grond van de criteria als bedoeld in artikel 11, lid 6, onder d). Daartoe zijn gedetailleerde regels opgesteld in Uitvoeringsverordening (EU) nr. 390/2013 van de Commissie.

(2)

Na de beoordeling van de prestatieplannen heeft de Commissie Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/348 (3) vastgesteld, waarin onder meer is bepaald dat de lokale doelen op het prestatiekerngebied kostenefficiëntie van Portugal en Roemenië die zijn opgenomen in het prestatieplan van het FAB South-West en Danube, samenhangend zijn met de EU-wijde prestatiedoelen voor de tweede referentieperiode (2015-2019).

(3)

Vervolgens heeft de Commissie Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1782 (4) vastgesteld, waardoor de mogelijkheid wordt geboden de doelstellingen van Portugal en Roemenië op het prestatiekerngebied kostenefficiëntie voor luchtvaartnavigatiediensten voor de jaren 2018 en 2019 te herzien overeenkomstig artikel 17, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 390/2013.

(4)

Op basis daarvan hebben Portugal en Roemenië hun doelstellingen herzien en hun prestatieplannen dienovereenkomstig gewijzigd.

(5)

De door Portugal en Roemenië ingediende documenten werden beoordeeld door het prestatiebeoordelingsorgaan („PBO”), dat de Commissie bijstaat bij de uitvoering van de prestatieregeling krachtens artikel 3 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 390/2013. Het verslag van het PBO over de beoordeling van de herziene prestatiedoelstellingen voor Portugal is op 20 september 2018 bij de Commissie ingediend en op 12 oktober 2018 geactualiseerd.

(6)

Het verslag van het PBO over de beoordeling van de herziene prestatiedoelstellingen voor Roemenië is op 16 oktober 2018 bij de Commissie ingediend.

(7)

De Commissie heeft die herziene plannen, en met name de herziene doelstellingen, beoordeeld overeenkomstig artikel 14 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 390/2013, rekening houdende met de ontvangen documenten en de verslagen van het PBO. De samenhang van de doelstellingen op het prestatiekerngebied kostenefficiëntie, uitgedrukt in vastgestelde en-route- en terminaleenheidskosten, met de EU-wijde prestatiedoelen is beoordeeld overeenkomstig de beginselen van punt 5, in samenhang met punt 1, van bijlage IV bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 390/2013. De Commissie heeft met name rekening gehouden met de tendens van de vastgestelde en-route-eenheidskosten in de tweede referentieperiode, ten opzichte van de beoogde daling met gemiddeld 3,3 % per jaar, en in de eerste en de tweede referentieperiode (2012-2019) samen, ten opzichte van de beoogde gemiddelde daling met 1,7 % per jaar. Zij heeft ook rekening gehouden met het niveau van de vastgestelde en-route-eenheidskosten in vergelijking met lidstaten met vergelijkbare operationele en economische omstandigheden.

(8)

Wat Portugal betreft, is uit de beoordeling gebleken dat de herziene doelstellingen zijn gebaseerd op een geplande daling van de vastgestelde en-route-eenheidskosten tijdens de tweede referentieperiode met gemiddeld 2 % per jaar. Dit is minder dan de beoogde daling van de gemiddelde EU-wijde vastgestelde eenheidskosten in die periode. De herziene doelstelling voor Portugal voor 2019 is echter gebaseerd op geplande vastgestelde en-route-eenheidskosten die aanzienlijk lager zijn (– 30 %) dan de gemiddelde vastgestelde en-route-eenheidskosten van lidstaten waar de operationele en economische omstandigheden vergelijkbaar zijn met die van Portugal. In de eerste en de tweede referentieperiode samen dalen de geplande vastgestelde en-route-eenheidskosten aanzienlijk sneller (– 4 %) dan de EU-wijde doelstelling. De Commissie is dan ook van oordeel dat de herziene doelstellingen van Portugal voor de jaren 2018 en 2019 samenhangend zijn met de EU-wijde doelstellingen op het prestatiekerngebied kostenefficiëntie voor de tweede referentieperiode.

(9)

Wat Roemenië betreft, is uit de beoordeling gebleken dat de herziene doelstellingen zijn gebaseerd op een geplande daling van de vastgestelde en-route-eenheidskosten tijdens de tweede referentieperiode met gemiddeld 3,2 % per jaar. Dit is iets minder dan de beoogde daling van de gemiddelde EU-wijde vastgestelde eenheidskosten in die periode. De herziene doelstelling voor Roemenië voor 2019 is echter gebaseerd op geplande vastgestelde en-route-eenheidskosten die lager zijn (– 1,5 %) dan de gemiddelde vastgestelde en-route-eenheidskosten van lidstaten waar de met operationele en economische omstandigheden vergelijkbaar zijn met die van Roemenië. In de eerste en de tweede referentieperiode samen dalen de geplande vastgestelde en-route-eenheidskosten even snel (– 1,7 %) als de EU-wijde doelstelling. De Commissie is dan ook van oordeel dat de herziene doelstellingen van Roemenië voor de jaren 2018 en 2019 samenhangend zijn met de EU-wijde doelstellingen op het prestatiekerngebied kostenefficiëntie voor de tweede referentieperiode.

(10)

Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/348 moet derhalve worden gewijzigd teneinde rekening te houden met de herziene doelstellingen van Portugal en Roemenië,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/348 wordt vervangen door de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 17 december 2018.

Voor de Commissie

Violeta BULC

Lid van de Commissie


(1)  PB L 96 van 31.3.2004, blz. 1.

(2)  PB L 128 van 9.5.2013, blz. 1.

(3)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/348 van de Commissie van 2 maart 2015 betreffende de samenhang tussen bepaalde doelstellingen die zijn opgenomen in de nationale plannen of plannen voor functionele luchtruimblokken die zijn ingediend krachtens Verordening (EG) nr. 549/2004 van het Europees Parlement en de Raad en de EU-wijde prestatiedoelstellingen voor de tweede referentieperiode (PB L 60 van 4.3.2015, blz. 55).

(4)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1782 van de Commissie van 15 november 2018 waarbij de doelstellingen van Roemenië en Portugal op het prestatiekerngebied kostenefficiëntie voor luchtvaartnavigatiediensten in 2018 en 2019 kunnen worden herzien overeenkomstig artikel 17, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 390/2013 (PB L 292 van 19.11.2018, blz. 4).


BIJLAGE

„BIJLAGE

Prestatiedoelstellingen voor de prestatiekerngebieden veiligheid, milieu, capaciteit en kosteneffectiviteit die zijn opgenomen in de nationale plannen of plannen voor functionele luchtruimblokken die zijn ingediend krachtens Verordening (EG) nr. 549/2004 en die in overeenstemming zijn bevonden met de EU-wijde prestatiedoelstellingen voor de tweede referentieperiode

PRESTATIEKERNGEBIED VEILIGHEID

Doeltreffendheid van het veiligheidsbeheer (EOSM) en toepassing van de ernstclassificatie op grond van het risicoanalyse-instrument (RAT)

LIDSTAAT

FAB

EOSM

ATM grond % (RAT)

ATM totaal % (RAT)

 

STAAT

Niveau

Verlener van luchtvaartnavigatiediensten

Niveau

2017

2019

2017

2019

 

SC

Andere MO

SMI

RI's

ATM-S

SMI

RI's

ATM-S

SMI

RI's

ATM-S

SMI

RI's

ATM-S

Oostenrijk

FAB CE

C

D

D

94,17

93,33

80

100

100

100

80

80

80

80

80

100

Kroatië

Tsjechië

Hongarije

Slowakije

Slovenië

Ierland

VK — IR

C

C

D

80

80

80

100

100

100

80

80

80

80

80

100

Verenigd Koninkrijk

België/Luxemburg

FAB EC

C

C

D

≥ 80

≥ 80

≥ 80

100

100

100

≥ 80

≥ 80

≥ 80

≥ 80

≥ 80

100

Frankrijk

Duitsland

Nederland

[Zwitserland]

Polen

Baltische staten

C

C

D

≥ 80

≥ 80

≥ 80

100

100

100

≥ 80

≥ 80

≥ 80

90

90

100

Litouwen

Cyprus

Blue Med

C

C

D

80

80

80

100

100

100

80

80

80

95

95

100

Griekenland

Italië

Malta

Bulgarije

Danube

C

C

D

90

90

80

100

100

100

80

85

80

90

90

100

Roemenië

Denemarken

DK — SE

C

C

D

80

80

80

100

100

100

80

80

80

80

80

100

Zweden

Estland

NEFAB

C

C

D

95

95

85

100

100

100

90

90

85

100

100

100

Finland

Letland

[Noorwegen]

Portugal

SW

C

D

D

90

90

90

100

100

100

80

80

90

80

80

100

Spanje

Afkortingen:

„SC”

:

Beheersdoelstelling „veiligheidscultuur” in de zin van punt 1.1, onder a), van deel 2 van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 390/2013

„andere MO”

:

Andere beheersdoelstellingen dan „veiligheidscultuur” als genoemd in punt 1.1, onder a) van deel 2 van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 390/2013

„RI's”

:

Runway incursions (personen of voertuigen op start- of landingsbanen)

„SMI”

:

Separation minima infringements (overschrijdingen van de minimale separarieafstand)

„ATM-S”

:

ATM-specific occurrences (ATM-specifieke voorvallen)

PRESTATIEKERNGEBIED MILIEU

Horizontale en-routevluchtefficiëntie van het werkelijke traject

LIDSTAAT

FAB

FAB-DOELSTELLING MILIEU (%)

2019

Oostenrijk

FAB CE

1,81

Kroatië

Tsjechië

Hongarije

Slowakije

Slovenië

Ierland

UK — IR

2,99

Verenigd Koninkrijk

België/Luxemburg

FAB EC

2,96

Frankrijk

Duitsland

Nederland

[Zwitserland]

Polen

Baltische staten

1,36

Litouwen

Cyprus

Blue Med

2,45

Griekenland

Italië

Malta

Bulgarije

Danube

1,37

Roemenië

Denemarken

DK — SE

1,19

Zweden

Estland

NEFAB

1,22

Finland

Letland

[Noorwegen]

Portugal

SW

3,28

Spanje

PRESTATIEKERNGEBIED CAPACITEIT

„En route” ATFM-vertraging (Air Traffic Flow Management) in min/vlucht

LIDSTAAT

FAB

FAB-DOELSTELLING EN-ROUTECAPACITEIT

2015

2016

2017

2018

2019

Ierland

UK — IR

0,25

0,26

0,26

0,26

0,26

Verenigd Koninkrijk

Polen

Baltische staten

0,21

0,21

0,21

0,22

0,22

Litouwen

Denemarken

DK — SE

0,10

0,10

0,10

0,09

0,09

Zweden

Estland

NEFAB

0,12

0,12

0,13

0,13

0,13

Finland

Letland

[Noorwegen]

PRESTATIEKERNGEBIED KOSTENEFFECTIVITEIT

Verklaring:

Sleutel

Rubriek

Eenheden

(A)

Totaal vastgestelde en-routekosten

(in nominale termen en in nationale valuta)

(B)

Inflatie

(%)

(C)

Inflatie-index

(100 = 2009)

(D)

Totaal vastgestelde en-routekosten

(in reële prijzen 2009 en in nationale valuta)

(E)

Totaal en-routediensteenheden

(TSU's)

(F)

Vastgestelde en-route-eenheidskost (DUC)

(in reële prijzen 2009 en in nationale valuta)

FAB BALTIC

Heffingszone: Litouwen — valuta: EUR

 

2015

2016

2017

2018

2019

(A)

23 316 993

23 342 321

24 186 978

25 093 574

25 748 766

(B)

1,7 %

2,2 %

2,5 %

2,2 %

2,2 %

(C)

112,9

115,4

118,4

121,0

123,7

(D)

20 652 919

20 223 855

20 434 886

20 737 566

20 814 037

(E)

490 928

508 601

524 877

541 672

559 548

(F)

42,07

39,76

38,93

38,28

37,20


Heffingszone: Polen — valuta: PLN

 

2015

2016

2017

2018

2019

(A)

658 592 342

687 375 337

807 874 605

840 660 505

795 098 157

(B)

2,4 %

2,5 %

1,1 %

1,9 %

2,4 %

(C)

115,9

118,7

111,3

113,4

116,1

(D)

568 474 758

578 848 069

725 678 008

741 339 221

685 060 982

(E)

4 362 840

4 544 000

4 299 929

4 419 000

4 560 000

(F)

130,30

127,39

168,77

167,76

150,23

BLUE MED FAB

Heffingszone: Cyprus — valuta: EUR

 

2015

2016

2017

2018

2019

(A)

52 708 045

53 598 493

55 916 691

57 610 277

59 360 816

(B)

1,6 %

1,7 %

1,7 %

1,8 %

2,0 %

(C)

112,9

114,8

116,8

118,9

121,3

(D)

46 681 639

46 676 772

47 881 610

48 459 560

48 952 987

(E)

1 395 081

1 425 773

1 457 140

1 489 197

1 521 959

(F)

33,46

32,74

32,86

32,54

32,16


Heffingszone: Griekenland — valuta: EUR

 

2015

2016

2017

2018

2019

(A)

147 841 464

151 226 557

155 317 991

156 939 780

164 629 376

(B)

0,3 %

1,1 %

1,2 %

1,3 %

1,6 %

(C)

107,9

109,1

110,4

111,8

113,6

(D)

136 958 572

138 630 543

140 635 901

140 350 008

144 936 752

(E)

4 231 888

4 318 281

4 404 929

4 492 622

4 599 834

(F)

32,36

32,10

31,93

31,24

31,51


Heffingszone: Malta — valuta: EUR

 

2015

2016

2017

2018

2019

(A)

17 736 060

19 082 057

20 694 940

21 720 523

22 752 314

(B)

1,7 %

1,8 %

1,7 %

1,7 %

1,7 %

(C)

111,9

114,0

115,9

117,9

119,9

(D)

15 844 908

16 745 957

17 857 802

18 429 483

18 982 242

(E)

609 000

621 000

880 000

933 000

990 000

(F)

26,02

26,97

20,29

19,75

19,17

DANUBE FAB

Heffingszone: Bulgarije — valuta: BGN

 

2015

2016

2017

2018

2019

(A)

166 771 377

172 805 739

219 350 068

228 283 095

232 773 544

(B)

0,9 %

1,8 %

1,1 %

1,2 %

1,4 %

(C)

110,1

112,1

106,9

108,1

109,7

(D)

151 495 007

154 219 178

205 254 233

211 080 244

212 260 655

(E)

2 627 000

2 667 000

3 439 000

3 611 824

3 745 039

(F)

57,67

57,82

59,68

58,44

56,68


Heffingszone: Roemenië — valuta: RON

 

2015

2016

2017

2018

2019

(A)

690 507 397

704 650 329

718 659 958

848 257 273

859 757 273

(B)

3,1 %

3,0 %

2,8 %

4,7 %

3,1 %

(C)

126,9

130,7

134,4

126,6

130,5

(D)

543 963 841

538 937 162

534 681 066

670 078 574

658 908 133

(E)

4 012 887

4 117 019

4 219 063

5 075 000

5 222 000

(F)

135,55

130,90

126,73

132,04

126,18

DK-SE FAB

Heffingszone: Denemarken — valuta: DKK

 

2015

2016

2017

2018

2019

(A)

726 872 134

724 495 393

735 983 926

749 032 040

750 157 741

(B)

1,8 %

2,2 %

2,2 %

2,2 %

2,2 %

(C)

111,6

114,1

116,6

119,1

121,8

(D)

651 263 654

635 160 606

631 342 985

628 704 443

616 095 213

(E)

1 553 000

1 571 000

1 589 000

1 608 000

1 628 000

(F)

419,36

404,30

397,32

390,99

378,44


Heffingszone: Zweden — valuta: SEK

 

2015

2016

2017

2018

2019

(A)

1 951 544 485

1 974 263 091

1 970 314 688

1 964 628 986

1 958 887 595

(B)

1,6 %

2,4 %

2,1 %

2,0 %

2,0 %

(C)

106,1

108,6

110,9

113,1

115,4

(D)

1 840 204 091

1 817 994 673

1 777 040 937

1 737 169 570

1 698 130 296

(E)

3 257 000

3 303 000

3 341 000

3 383 000

3 425 000

(F)

565,00

550,41

531,89

513,50

495,80

FAB CE

Heffingszone: Kroatië — valuta: HRK

 

2015

2016

2017

2018

2019

(A)

670 066 531

687 516 987

691 440 691

687 394 177

674 346 800

(B)

0,2 %

1,0 %

1,5 %

2,5 %

2,5 %

(C)

109,2

110,4

112,0

114,8

117,7

(D)

613 414 184

622 991 131

617 287 272

598 707 050

573 017 597

(E)

1 763 000

1 783 000

1 808 000

1 863 185

1 926 787

(F)

347,94

349,41

341,42

321,34

297,40


Heffingszone: Tsjechië — valuta: CZK

 

2015

2016

2017

2018

2019

(A)

3 022 287 900

3 087 882 700

3 126 037 100

3 149 817 800

3 102 014 900

(B)

1,9 %

2,0 %

2,0 %

2,0 %

2,0 %

(C)

111,5

113,7

116,0

118,3

120,7

(D)

2 710 775 667

2 715 303 433

2 694 955 079

2 662 212 166

2 570 401 338

(E)

2 548 000

2 637 000

2 717 000

2 795 000

2 881 000

(F)

1 063,88

1 029,69

991,89

952,49

892,19


Heffingszone: Hongarije — valuta: HUF

 

2015

2016

2017

2018

2019

(A)

28 133 097 383

29 114 984 951

29 632 945 277

30 406 204 408

31 345 254 629

(B)

1,8 %

3,0 %

3,0 %

3,0 %

3,0 %

(C)

119,3

122,8

126,5

130,3

134,2

(D)

23 587 547 923

23 699 795 100

23 418 852 735

23 330 056 076

23 350 067 982

(E)

2 457 201

2 364 165

2 413 812

2 453 639

2 512 526

(F)

9 599,36

10 024,60

9 702,02

9 508,35

9 293,46


Heffingszone: Slovenië — valuta: EUR

 

2015

2016

2017

2018

2019

(A)

32 094 283

33 168 798

33 870 218

34 392 801

35 029 005

(B)

1,6 %

2,1 %

1,9 %

2,0 %

2,0 %

(C)

111,9

114,3

116,5

118,8

121,2

(D)

28 675 840

29 018 678

29 079 819

28 949 500

28 906 876

(E)

481 500

499 637

514 217

529 770

546 470

(F)

59,56

58,08

56,55

54,65

52,90

NEFAB

Heffingszone: Estland — valuta: EUR

 

2015

2016

2017

2018

2019

(A)

23 098 175

24 757 151

25 985 553

27 073 003

28 182 980

(B)

3,0 %

3,1 %

3,0 %

3,0 %

3,0 %

(C)

123,3

127,1

130,9

134,8

138,9

(D)

18 739 585

19 481 586

19 852 645

20 081 013

20 295 459

(E)

774 641

801 575

827 117

855 350

885 643

(F)

24,19

24,30

24,00

23,48

22,92


Heffingszone: Finland — valuta: EUR

 

2015

2016

2017

2018

2019

(A)

45 050 000

45 596 000

46 064 000

46 321 000

46 468 000

(B)

1,5 %

1,7 %

1,9 %

2,0 %

2,0 %

(C)

114,4

116,4

118,6

121,0

123,4

(D)

39 368 663

39 179 750

38 843 860

38 294 684

37 662 953

(E)

792 600

812 000

827 000

843 000

861 000

(F)

49,67

48,25

46,97

45,43

43,74


Heffingszone: Letland — valuta: EUR

 

2015

2016

2017

2018

2019

(A)

22 680 662

23 118 000

23 902 000

24 692 818

25 534 000

(B)

2,5 %

2,3 %

2,3 %

2,3 %

2,3 %

(C)

109,7

112,2

114,8

117,4

120,1

(D)

20 683 885

20 603 685

20 823 477

21 028 777

21 256 247

(E)

802 000

824 000

844 000

867 000

890 000

(F)

25,79

25,00

24,67

24,25

23,88

SW FAB

Heffingszone: Portugal — valuta: EUR

 

2015

2016

2017

2018

2019

(A)

111 331 252

117 112 878

121 117 127

133 551 913

137 314 735

(B)

1,2 %

1,5 %

1,5 %

1,6 %

1,6 %

(C)

110,5

112,2

113,8

112,9

114,7

(D)

100 758 704

104 424 905

106 399 345

118 261 552

119 678 710

(E)

3 095 250

3 104 536

3 122 232

3 895 148

4 077 832

(F)

32,55

33,64

34,08

30,36

29,35

SPANJE

Heffingszone: Spaanse vasteland — valuta: EUR

 

2015

2016

2017

2018

2019

(A)

620 443 569

622 072 583

622 240 962

625 580 952

627 777 294

(B)

0,8 %

0,9 %

1,0 %

1,0 %

1,1 %

(C)

110,6

111,6

112,7

113,9

115,1

(D)

561 172 369

557 638 172

552 025 959

549 379 889

545 563 910

(E)

8 880 000

8 936 000

9 018 000

9 128 000

9 238 000

(F)

63,20

62,40

61,21

60,19

59,06


Heffingszone: Canarische Eilanden — valuta: EUR

 

2015

2016

2017

2018

2019

(A)

98 528 223

98 750 683

99 003 882

98 495 359

98 326 935

(B)

0,8 %

0,9 %

1,0 %

1,0 %

1,1 %

(C)

110,6

111,6

112,7

113,9

115,1

(D)

89 115 786

88 522 066

87 832 072

86 497 790

85 450 091

(E)

1 531 000

1 528 000

1 531 000

1 537 000

1 543 000

(F)

58,21

57,93

57,37

56,28

55,38

UK-IR FAB

Heffingszone: Ierland — valuta: EUR

 

2015

2016

2017

2018

2019

(A)

118 046 200

121 386 700

125 595 100

129 364 400

130 778 800

(B)

1,1 %

1,2 %

1,4 %

1,7 %

1,7 %

(C)

103,7

105,0

106,4

108,2

110,1

(D)

113 811 728

115 644 664

118 001 964

119 511 684

118 798 780

(E)

4 000 000

4 049 624

4 113 288

4 184 878

4 262 135

(F)

28,45

28,56

28,69

28,56

27,87


Heffingszone: Verenigd Koninkrijk — valuta: GBP

 

2015

2016

2017

2018

2019

(A)

686 348 218

687 119 724

690 004 230

682 569 359

673 089 111

(B)

1,9 %

1,9 %

2,0 %

2,0 %

2,0 %

(C)

118,2

120,5

122,9

125,3

127,8

(D)

580 582 809

570 397 867

561 561 156

544 617 914

526 523 219

(E)

10 244 000

10 435 000

10 583 000

10 758 000

10 940 000

(F)

56,68

54,66

53,06

50,62

48,13


19.12.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 323/29


BESLUIT (EU) 2018/2022 VAN DE COMMISSIE

van 17 december 2018

tot vaststelling van een lijst van gekwalificeerde deskundigen voor de kamers van beroep van het Spoorwegbureau van de Europese Unie

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2018) 8561)

(Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/796 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Spoorwegbureau van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 881/2004 (1), en met name artikel 55, lid 3, onder a),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) 2016/796 is aan het Spoorwegbureau van de Europese Unie („het Bureau”) de bevoegdheid verleend om afzonderlijke beslissingen te nemen op het gebied van veiligheidscertificering, de afgifte van voertuigvergunningen en het waarborgen van een geharmoniseerde uitrol van de baancomponent van het Europees beheersysteem voor het spoorverkeer (ERTMS). De verordening voorziet ook in de oprichting van kamers van beroep, waar verzet kan worden aangetekend tegen afzonderlijke beslissingen van het Bureau.

(2)

Op 25 mei 2018 heeft de Commissie op de website van het directoraat-generaal Mobiliteit en Vervoer een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling gepubliceerd. Kandidaten konden solliciteren tot 30 juni 2018. De Commissie ontving 46 kandidaturen.

(3)

De Commissie heeft die kandidaturen getoetst aan de in de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling genoemde criteria. Het gaat om de voorwaarden om aan de procedure deel te kunnen nemen, de criteria betreffende de technische en beroepsbekwaamheid, de vereiste kennis en de criteria in verband met de beslissingsbevoegdheden van het Bureau inzake voertuigvergunningen, unieke veiligheidscertificaten en ERTMS. Om mogelijke belangenconflicten te vermijden, werden kandidaten die de voorbije twee jaar bij het Bureau gewerkt hadden, uitgesloten van de selectieprocedure. Na de beoordeling van de kandidaturen werden veertig kandidaten geselecteerd en opgenomen in de lijst van gekwalificeerde deskundigen voor de kamers van beroep,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De lijst van gekwalificeerde deskundigen voor de kamers van beroep van het Bureau is opgenomen in de bijlage.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de voorzitter van de raad van bestuur van het Spoorwegbureau van de Europese Unie.

Artikel 3

Het directoraat-generaal Mobiliteit en Vervoer deelt de resultaten van de selectieprocedure mee aan de kandidaten.

Gedaan te Brussel, 17 december 2018.

Voor de Commissie

Violeta BULC

Lid van de Commissie


(1)  PB L 138 van 26.5.2016, blz. 1.


BIJLAGE

LIJST VAN GEKWALIFICEERDE DESKUNDIGEN VOOR DE KAMERS VAN BEROEP VAN HET SPOORWEGBUREAU VAN DE EUROPESE UNIE

Naam

(in alfabetische volgorde)

Dhr. Filip ADAMKIEWICZ

Dhr. Ulrik BERGMAN

Dhr. Alain BERTRAND

Dhr. Denis BIASIN

Dhr. Daniele BOZZOLO

Dhr. Angelo Carlo CHIAPPINI

Mevr. Monika CHRAPUSTA

Mevr. Katarzyna CHRUZIK

Mevr. Carole COUNE

Dhr. Gilles DALMAS

Dhr. Alessio GAGGELLI

Dhr. Johannes GRÄBER

Mevr. Marzena GRABOŃ -CHAŁUPCZAK

Dhr. Luca Maria GRANIERI

Dhr. Patrizio GRILLO

Dhr. Joaquim José Martins GUERRA

Dhr. Stefano GUIDI

Dhr. Przemysław ILCZUK

Dhr. Adam JABŁOŃSKI

Dhr. Marek JABŁOŃSKI

Dhr. Konstantinos KAPETANIDIS

Dhr. Philippe LALUC

Dhr. Dariusz LISZEWSKI

Mevr. Joanna MARCINKOWSKA

Dhr. Maciej MICHNEJ

Dhr. Juha PIIRONEN

Dhr. Witold PORANKIEWICZ

Dhr. Frank Bernhard PTOK

Mevr. Daniela RANDT

Dhr. Renato RE

Dhr. Gabriele RIDOLFI

Mevr. Friederike ROER

Mevr. Kaisa SAINIO

Dhr. Jean-Baptiste SIMONNET

Dhr. Andreas THOMASCH

Dhr. Ad TOET

Mevr. Une Elina TYYNILÄ

Dhr. Rob VAN DER BURG

Dhr. Marcel VERSLYPE

Dhr. Marcin ZALEWSKI


19.12.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 323/32


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2018/2023 VAN DE COMMISSIE

van 17 december 2018

tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1984 tot vaststelling van referentiewaarden ingevolge Verordening (EU) nr. 517/2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende gefluoreerde broeikasgassen, wat betreft de referentiewaarden voor de periode van 30 maart 2019 tot en met 31 december 2020 voor in het Verenigd Koninkrijk gevestigde producenten of invoerders die na 1 januari 2015 rechtmatig fluorkoolwaterstoffen op de markt hebben gebracht, zoals gerapporteerd overeenkomstig die verordening

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2018) 8801)

(Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 517/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende gefluoreerde broeikasgassen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 842/2006 (1), en met name artikel 16, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig Verordening (EU) nr. 517/2014 zijn producenten of invoerders die per jaar ten minste 100 ton CO2-equivalent fluorkoolwaterstoffen („HFK's”) op de markt van de Unie brengen, onderworpen aan kwantitatieve limieten met het oog op de geleidelijke vermindering van HFK's.

(2)

Zoals bepaald in artikel 16 van Verordening (EU) nr. 517/2014 zijn de kwantitatieve limieten — quota — gebaseerd op referentiewaarden die door de Commissie overeenkomstig bijlage V bij die verordening worden vastgesteld op basis van het jaargemiddelde van de hoeveelheden HFK's die de producenten of invoerders volgens de door hen overeenkomstig artikel 19 van die verordening gerapporteerde gegevens rechtmatig op de markt hebben gebracht in de periode met ingang van 1 januari 2015, met uitsluiting van de hoeveelheden HFK's voor het in artikel 15, lid 2, van die verordening bedoelde gebruik gedurende dezelfde periode, op basis van de beschikbare gegevens.

(3)

Overeenkomstig artikel 16, lid 5, van Verordening (EU) nr. 517/2014 worden HFK-quota toegewezen aan producenten of invoerders die in de Unie gevestigd zijn zoals vermeld in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1984 van de Commissie (2), of aan invoerders uit derde landen die een enige in de Unie gevestigde vertegenwoordiger hebben aangewezen zoals vermeld in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1984.

(4)

In het licht van de kennisgeving door het Verenigd Koninkrijk uit hoofde van artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, en om te waarborgen dat de referentiewaarden en quota voor in het Verenigd Koninkrijk gevestigde producenten en invoerders na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk het rechtmatig in de handel brengen van HFK's in de Unie van 27 lidstaten weerspiegelen, moeten de referentiewaarden voor 2019 voor deze ondernemingen opnieuw worden berekend voor de periode na de terugtrekking op 30 maart 2019.

(5)

Voor de periode van 1 januari tot en met 29 maart 2019 moeten de in Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1984 vastgestelde referentiewaarden geldig en van toepassing blijven. Voor de bepaling van de quota voor in het Verenigd Koninkrijk gevestigde producenten en invoerders zullen de referentiewaarden voor de periode tot en met 29 maart en de periode daarna worden gewogen naar het aantal dagen dat het Verenigd Koninkrijk in 2019 een lidstaat van de Unie is.

(6)

Voor in het Verenigd Koninkrijk gevestigde ondernemingen zijn de opnieuw berekende referentiewaarden, zoals vastgesteld in dit besluit, gebaseerd op aanvullende gecontroleerde gegevens die door deze ondernemingen bij de Commissie zijn ingediend en waarmee de reeds op grond van artikel 19 van Verordening (EU) nr. 517/2014 uitgevoerde rapportage wordt aangevuld door een onderscheid aan te brengen tussen HFK's die in het Verenigd Koninkrijk en HFK's die in de Unie van 27 lidstaten in de handel zijn gebracht. Voor ondernemingen die geen aanvullende gegevens hebben ingediend, moet ervan te worden uitgegaan dat alle HFK's in het Verenigd Koninkrijk in de handel zijn gebracht en hoeft er geen referentiewaarde te worden vastgesteld.

(7)

De opnieuw berekende referentiewaarden worden vastgesteld voor het geval dat het recht van de Unie op 30 maart 2019 niet meer op en in het Verenigd Koninkrijk van toepassing is.

(8)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het comité dat is ingesteld bij artikel 24 van Verordening (EU) nr. 517/2014,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de ondernemingen waaraan dit besluit gericht is, en vanaf de datum waarop het recht van de Unie niet meer op en in het Verenigd Koninkrijk van toepassing is, wordt de respectieve referentiewaarde in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1984 vervangen door de referentiewaarde in de bijlage bij dit besluit, of wordt de onderneming uit de bijlage geschrapt zoals aangegeven in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de volgende ondernemingen:

Registratie-ID F-gas-portaal

Onderneming

9401

A-Gas (UK) Ltd.

Banyard Road, Portbury West

Bristol BS20 7XH

Verenigd Koninkrijk

16310

A-Gas Electronic Materials Limited

Unit 3, IO Center

Rugby CV21 1TW

Verenigd Koninkrijk

9590

AGC Chemicals Europe

York House

Hillhouse International Thornton Cleveleys FY5 4QD

Verenigd Koninkrijk

9605

American Pacific Corporation

Zoals vertegenwoordigd door:

Envigo Consulting Limited

Woolley Road

Alconbury, Cambridgeshire PE28 4HS

Verenigd Koninkrijk

13985

Apollo Scientific Ltd.

Whitefield Road

Stockport SK6 2QR

Verenigd Koninkrijk

9418

BOC Ltd UK

The Surrey Research Park,

10 Priestley Road

Guildford, Surrey GU2 7XY

Verenigd Koninkrijk

9676

Coulstock & Plaice Ltd.

Questor House

191 Hawley Road

Dartford Kent DA1 1PU

Verenigd Koninkrijk

9692

Daikin Airconditioning UK Ltd.

The Heights — Brooklands

Weybridge — Surrey KT13 0NY

Verenigd Koninkrijk

9711

Dean & Wood Limited

15 Bruntcliffe Avenue, Leeds 27 Industrial Estate

Morley, Leeds LS27 0LL

Verenigd Koninkrijk

9761

EUROCHEM (SE) LTDS.

40 Southernwood Rise

Folkstone, Kent CT20 3NW

Verenigd Koninkrijk

9763

Fenix Fluor Limited

Rocksavage Site

Runcorn, Cheshire WA7 4JE

Verenigd Koninkrijk

9769

Fireboy Xintex Ltd.

10 Holton Road

Holton Heath Ind. EstatePoole, Dorset BH16 6LT

Verenigd Koninkrijk

14063

Firetec Systems Ltd.

Business Centre, Molly millars Lane 6

Wokingham RG412QZ

Verenigd Koninkrijk

9789

Fujitsu General Limited

Zoals vertegenwoordigd door:

Fujitsu General (U.K.) CO. Limited

Unit 330 Centennial Park

Centennial Avenue

Elstree, Herts

Verenigd Koninkrijk

9791

FX FIRE AND SAFETY SOLUTIONS LTD

Unit 3 Belvedere Business park

Crabtree Manorway South Belvedere Da17 6ah

Verenigd Koninkrijk

9797

Gaspack Services Limited

Unit H1Gellihirion Industrial Estate

Pontypridd CF37 5SX

Verenigd Koninkrijk

16319

General Traffic Ltd.

Rutland Mill Adelaide Street Bolton

Bolton BL3 3NY

Verenigd Koninkrijk

9810

Halon and Refrigerant Services Limited

Factory Road, Sandycroft

Deeside, Clwyd, Flintshire CH5 2QJ

Verenigd Koninkrijk

9545

Harp International Limited

GELLIHIRION INDUSTRIAL ESTATE

Pontypridd, Rhondda Cynon Taff CF37 5SX

Verenigd Koninkrijk

13586

H K Wentworth Ltd.

Coalfield Way

Ashby de la Zouch LE65 1JR

Verenigd Koninkrijk

9829

IDS Refrigeration Ltd.

Green Court, Kings Weston Lane

Avonmouth, Bristol BS11 8AZ

Verenigd Koninkrijk

9840

J & E Hall Limited

Questor House, 191 Hawley Road

Dartford Kent DA1 1PU

Verenigd Koninkrijk

9842

J Reid Trading Limited

Factory Road, Sandycroft

Deeside, Clwyd, Flintshire CH5 2QJ

Verenigd Koninkrijk

16356

K.P.PAPWORTH & SONS

Hall Farm, Conington

Cambridge CB23 4LR

Verenigd Koninkrijk

9857

Kidde Products Ltd.

Mathisen Way

ColnbrookSlough SL3 0HB

Verenigd Koninkrijk

9550

Macron Safety Systems (UK) Ltd.

Burlingham House, Hewett Road

Gt Yarmouth NR31ONN

Verenigd Koninkrijk

9475

Mexichem UK Limited

The Heath Business & Technical Park

Runcorn, Cheshire WA7 4QX

Verenigd Koninkrijk

9916

Mitsubishi Electric Air Conditioning Systems Europe Ltd.

Nettlehill Road

Livingston EH54 5EQ

Verenigd Koninkrijk

9478

National Refrigerants Ltd.

6 Stanley Street

Liverpool L1 6AF

Verenigd Koninkrijk

9967

Refrigerant Sales Ltd.

6 Stanley Street

Liverpool L1 6AF

Verenigd Koninkrijk

9558

Refrigerant Solutions Limited

8 Murieston Road, Hale

Altrincham, Cheshire WA15 9ST

Verenigd Koninkrijk

9976

RPL Holdings Limited

8 Murieston Road

Hale, Altrincham WA15 9ST

Verenigd Koninkrijk

9996

Sea-Fire Europe Ltd.

Unity 2 Discovery Voyager Park Portfield Road

Portsmouth PO2 5FN

Verenigd Koninkrijk

10061

URW Refrigeration Wholesale Limited

15 Bruntcliffe Avenue, Leeds 27 Industrial Estate

Morley, Leeds LS27 0LL

Verenigd Koninkrijk

10063

VACS Europe Limited

Budbrooke Point No 2

Budbrooke Industrial Estate

Budbrooke Road

Warwick CV34 5XH

Verenigd Koninkrijk

15946

Waste Mixtures Limited

Murieston Road 8

Altrincham WA159ST

Verenigd Koninkrijk

Gedaan te Brussel, 17 december 2018.

Voor de Commissie

Miguel ARIAS CAÑETE

Lid van de Commissie


(1)  PB L 150 van 20.5.2014, blz. 195.

(2)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1984 van de Commissie van 24 oktober 2017 tot vaststelling, ingevolge Verordening (EU) nr. 517/2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende gefluoreerde broeikasgassen, van referentiewaarden voor de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2020 voor elke producent of invoerder die na 1 januari 2015 rechtmatig fluorkoolwaterstoffen op de markt heeft gebracht, zoals gerapporteerd overeenkomstig die verordening (PB L 287 van 4.11.2017, blz. 4.).


BIJLAGE

Producenten of invoerders 1) voor wie de referentiewaarden (1) voor de periode van 30 maart 2019 tot en met 31 december 2020 zijn vervangen, met hun respectieve opnieuw berekende referentiewaarden of 2) die zijn geschrapt.


(1)  Commercieel gevoelig — vertrouwelijk — niet voor publicatie.