ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 301

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

61e jaargang
27 november 2018


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Verordening (EU) 2018/1832 van de Commissie van 5 november 2018 tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie en Verordening (EU) 2017/1151 van de Commissie om de typegoedkeuringstests en -procedures voor de emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen, waaronder die voor conformiteit tijdens het gebruik en emissies in reële rijomstandigheden, te verbeteren en bepalingen in te voeren betreffende instrumenten voor de meting van het brandstof- en elektriciteitsverbruik ( 1 )

1

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst.

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

27.11.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 301/1


VERORDENING (EU) 2018/1832 VAN DE COMMISSIE

van 5 november 2018

tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie en Verordening (EU) 2017/1151 van de Commissie om de typegoedkeuringstests en -procedures voor de emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen, waaronder die voor conformiteit tijdens het gebruik en emissies in reële rijomstandigheden, te verbeteren en bepalingen in te voeren betreffende instrumenten voor de meting van het brandstof- en elektriciteitsverbruik

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie (1), en met name artikel 5, lid 3, en artikel 14, lid 3,

Gezien Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd (Kaderrichtlijn) (2), en met name artikel 39, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 715/2007 is een bijzondere handeling in het kader van de bij Richtlijn 2007/46/EG vastgestelde typegoedkeuringsprocedure. Bij die verordening zijn bepaalde emissiegrenswaarden voor nieuwe lichte personen- en bedrijfsvoertuigen opgelegd en aanvullende voorschriften inzake de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen vastgesteld. De specifieke technische uitvoeringsvoorschriften voor die verordening zijn vervat in Verordening (EU) 2017/1151 van de Commissie (3), waarbij Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie (4) wordt vervangen en ingetrokken.

(2)

Sommige effecten van Verordening (EG) nr. 692/2008 duren voort tot de intrekking op 1 januari 2022. Het dient echter te worden verduidelijkt dat die effecten ook inhouden dat verzocht kan worden om verlenging van bestaande typegoedkeuringen die krachtens die verordening zijn verleend.

(3)

Bij Verordening (EU) 2017/1151 is in de wetgeving van de Unie een nieuwe regelgevingsprocedure voor tests opgenomen ter uitvoering van de wereldwijde geharmoniseerde testprocedure voor lichte bedrijfsvoertuigen (WLTP). De WLTP kent strengere en gedetailleerdere voorwaarden voor de uitvoering van emissietests bij de typegoedkeuring.

(4)

Daarnaast is bij de Verordeningen (EU) 2016/427 (5), (EU) 2016/646 (6) en (EU) 2017/1154 (7) van de Commissie de RDE-testprocedure ingevoerd, een nieuwe methode voor het testen van voertuigemissies in reële rijomstandigheden.

(5)

Om de WLTP-test mogelijk te maken, moet worden voorzien in een toelaatbare afwijking. De testtolerantie mag echter niet worden gebruikt om resultaten te verkrijgen die verschillen van de resultaten die worden verkregen wanneer de test met de in te stellen waarden wordt uitgevoerd. Daarom moet, teneinde de verschillende voertuigfabrikanten een gelijk speelveld te bieden en de gemeten CO2- en brandstofverbruikswaarden meer in overeenstemming te brengen met de realiteit, een normalisatiemethode worden ingevoerd voor het effect van specifieke testtoleranties op de testresultaten voor CO2 en brandstofverbruik.

(6)

De waarden voor het brandstof- en/of elektriciteitsverbruik die voortvloeien uit de toepassing van de regelgevingsprocedures voor laboratoriumtests, moeten worden aangevuld met informatie over het gemiddelde verbruik van het voertuig bij gebruik in reële omstandigheden op de weg. Die informatie is, na anonimisering, verzameling en aggregatie, essentieel om te kunnen beoordelen of de regelgevingsprocedures voor tests een getrouwe weergave opleveren van de gemiddelde CO2-emissies en het brandstof- en/of elektriciteitsverbruik in reële omstandigheden. Ook de beschikbaarheid van informatie over het momentane brandstofverbruik in het voertuig moet de uitvoering van tests op de weg vergemakkelijken.

(7)

Om te waarborgen dat, in het bijzonder voor voertuigen met grote marktaandelen, tijdig wordt beoordeeld of de nieuwe regelgevingsprocedures voor tests representatief zijn, moeten de nieuwe voorschriften voor de meting van het brandstofverbruik aan boord van het voertuig in eerste instantie alleen gelden voor conventionele en hybride voertuigen op vloeibare brandstoffen en plug-in hybride voertuigen, aangezien dat vooralsnog de enige aandrijflijnen zijn die onder de betrokken technische normen vallen.

(8)

Aan boord van de meeste nieuwe voertuigen worden het brandstof- en/of elektriciteitsverbruik al bepaald en opgeslagen; op de instrumenten die momenteel voor de meting van die informatie worden gebruikt, zijn echter geen gestandaardiseerde voorschriften van toepassing. Om ervoor te zorgen dat de door die instrumenten geleverde gegevens toegankelijk zijn en als geharmoniseerde grondslag voor een vergelijking tussen verschillende voertuigcategorieën en -fabrikanten kunnen dienen, moeten basisvoorschriften voor de typegoedkeuring van die instrumenten worden vastgesteld.

(9)

Bij Verordening (EU) 2016/646 van de Commissie is het voorschrift ingevoerd dat fabrikanten het gebruik van aanvullende emissiestrategieën moeten aangeven. Daarnaast is bij Verordening (EU) 2017/1154 van de Commissie het toezicht door de typegoedkeuringsinstanties op de emissiestrategieën verbeterd. Bij de toepassing van deze voorschriften bleek echter dat de toepassing van de voorschriften betreffende aanvullende emissiestrategieën door de verschillende typegoedkeuringsinstanties moet worden geharmoniseerd. Daarom is het passend een gemeenschappelijke indeling voor het uitgebreide documentatiepakket en een gemeenschappelijke methode voor de beoordeling van aanvullende emissiestrategieën vast te stellen.

(10)

Het besluit om, op verzoek, toegang te verlenen tot het uitgebreide documentatiepakket van de fabrikant moet aan de nationale instanties worden overgelaten; bijgevolg moet de in Verordening (EU) 2017/1151 opgenomen vertrouwelijkheidbepaling betreffende dit document worden geschrapt. Deze schrapping mag niet afdoen aan de eenvormige toepassing van de wetgeving in de hele Unie, noch aan de toegankelijkheid van alle relevante informatie voor alle partijen met het oog op de uitvoering van RDE-tests.

(11)

Na de invoering van de RDE-tests in de typegoedkeuringsfase moeten nu de voorschriften voor controles van de conformiteit tijdens het gebruik worden aangepast om ervoor te zorgen dat de emissies in reële rijomstandigheden ook tijdens de normale levensduur van de voertuigen, onder normale gebruiksomstandigheden, effectief worden beperkt.

(12)

De toepassing van de nieuwe RDE bij controles van de conformiteit tijdens het gebruik vergt meer middelen voor de uitvoering van de conformiteitstests tijdens het gebruik van een voertuig en de beoordeling van de resultaten ervan. Om een evenwicht te vinden tussen de noodzaak van de uitvoering van effectieve conformiteitstests tijdens het gebruik en de toegenomen testbelasting, moeten het maximumaantal voertuigen in een statistische steekproef en de goedkeurings- en afkeuringscriteria voor de steekproef voor alle conformiteitstests tijdens het gebruik worden aangepast.

(13)

De controles van de conformiteit tijdens het gebruik betreffen momenteel alleen de verontreinigende emissies die met de test van type 1 worden gemeten. Om te waarborgen dat de voorschriften van Verordening (EG) nr. 715/2007 worden nageleefd, moeten zij echter worden uitgebreid tot uitlaat- en verdampingsemissies. Daarom moeten tests van de typen 4 en 6 worden ingevoerd voor conformiteitstest tijdens het gebruik. Vanwege de kosten en de complexiteit van die tests, moeten zij facultatief blijven.

(14)

Uit een evaluatie van de huidige conformiteitstests tijdens het gebruik die door de fabrikanten worden verricht, is gebleken dat er slechts zeer weinig bij de test afgekeurde gevallen aan de typegoedkeuringsinstanties werden gemeld, hoewel de fabrikanten wel terugroepacties en andere vrijwillige acties in verband met de emissies uitvoerden. Daarom moeten de transparantie en verificatie van de controles van de conformiteit tijdens het gebruik worden verbeterd.

(15)

Om de conformiteitsprocedure tijdens het gebruik doeltreffender te verifiëren, moeten de typegoedkeuringsinstanties de verantwoordelijk krijgen ieder jaar op een percentage van de goedgekeurde voertuigtypen tests en controles te verrichten.

(16)

Om de door de conformiteitstests tijdens het gebruik gegenereerde informatiestromen te vergemakkelijken en de typegoedkeuringsinstanties te ondersteunen bij het besluitvormingsproces, moet de Commissie een elektronisch platform ontwikkelen.

(17)

Om de procedure voor de selectie van voertuigen voor tests door de typegoedkeuringsinstanties te verbeteren, is er informatie nodig over mogelijke problemen en voertuigtypen met hoge emissies. Teledetectie, vereenvoudigde boordmonitoringsystemen voor emissies (simplified on-board emissions monitoring systems — SEMS) en tests met draagbare emissiemeetsystemen (portable emission measurement systems — PEMS) moeten worden erkend als geldige hulpmiddelen die de typegoedkeuringsinstanties kunnen voorzien van informatie die zij kunnen gebruiken bij de selectie van de te testen voertuigen.

(18)

Het is essentieel dat de kwaliteit van de conformiteitstests tijdens het gebruik wordt gewaarborgd. Daarom moeten er voorschriften worden vastgesteld voor de accreditatie van testlaboratoria.

(19)

Om de tests mogelijk te maken, moet alle relevante informatie openbaar toegankelijk zijn. Sommige informatie die nodig is voor de uitvoering van controles van de conformiteit tijdens het gebruik, moet bovendien gemakkelijk beschikbaar zijn, en daarom worden opgenomen in het conformiteitscertificaat.

(20)

Om de procedure voor conformiteit tijdens het gebruik transparanter te maken, moeten de typegoedkeuringsinstanties verplicht worden een jaarverslag met de resultaten van hun controles van de conformiteit tijdens het gebruik te publiceren.

(21)

De voorgeschreven methoden om te waarborgen dat alleen onder normale omstandigheden uitgevoerde ritten als geldige RDE-tests worden beschouwd, hebben geleid tot te veel ongeldige tests en moeten derhalve worden herzien en vereenvoudigd.

(22)

Uit een evaluatie van de methoden voor de beoordeling van de verontreinigende emissies van een geldige rit is gebleken dat de resultaten van de twee methoden die momenteel zijn toegestaan, niet consistent zijn. Daarom moet er een nieuwe methode worden vastgesteld die eenvoudig en transparant is. De beoordelingsfactoren die in de nieuwe methode worden toegepast, moeten onder voortdurend toezicht van de Commissie staan, zodat zij aangepast blijven aan de laatste stand van de technologie.

(23)

Bij RDE-tests moet naar behoren rekening worden gehouden met het gebruik van plug-in hybride voertuigen, die gedeeltelijk in de elektrische stand en gedeeltelijk met ingeschakelde interne verbrandingsmotor rijden; dit voordeel moet bijgevolg tot uitdrukking komen in de berekende RDE-emissies.

(24)

Op het niveau van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) is een nieuwe testprocedure voor verdampingsemissies ontwikkeld, die rekening houdt met de technische vooruitgang bij de beheersing van verdampingsemissies van voertuigen op benzine, aangepast is aan de WLTP-testprocedure en nieuwe bepalingen voor afgedichte tanks bevat. Daarom is het passend de huidige voorschriften van de Unie betreffende verdampingsemissietests aan te passen aan de veranderingen op VN/ECE-niveau.

(25)

Onder auspiciën van de VN/ECE is ook de WLTP-testprocedure verder verbeterd en aangevuld met een reeks nieuwe elementen, waaronder alternatieve meetwijzen voor de wegbelastingparameters van een voertuig, duidelijkere bepalingen voor bifuelvoertuigen, een betere methode voor de CO2-interpolatie en aangepaste voorschriften in verband met tweeassige rollenbanken en de rolweerstand van banden. Deze nieuwe ontwikkelingen moeten nu in de wetgeving van de Unie worden opgenomen.

(26)

Uit de praktische ervaring die sinds de verplichte invoering op 1 september 2017 voor nieuwe voertuigtypen in de Unie is opgedaan met de toepassing van de WLTP, is gebleken dat die procedure verder moet worden aangepast aan het typegoedkeuringssysteem van de Unie, in het bijzonder ten aanzien van de informatie die in de desbetreffende documentatie moet worden opgenomen.

(27)

De wijzigingen in de typegoedkeuringsdocumentatie als gevolg van de wijzigingen in deze verordening moeten ook tot uiting komen in het conformiteitscertificaat en de typegoedkeuringsdocumentatie voor gehele voertuigen ingevolge Richtlijn 2007/46/EG.

(28)

Het is daarom passend Verordening (EU) 2017/1151, Verordening (EG) nr. 692/2008 en Richtlijn 2007/46/EG dienovereenkomstig te wijzigen.

(29)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het technisch comité motorvoertuigen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijziging van Verordening (EU) 2017/1151

Verordening (EU) 2017/1151 wordt als volgt gewijzigd:

1.

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

a)

punt 1), b), wordt vervangen door:

„b)

binnen één „CO2-interpolatiebereik” in de zin van bijlage XXI, subbijlage 6, punt 2.3.2, vallen;”;

b)

punt 6) wordt vervangen door:

„6)   „periodiek regenererend systeem”: een voorziening voor uitlaatemissiebeheersing (bv. katalysator, deeltjesvanger) die een periodiek regeneratieproces vergt;”;

c)

de punten 11) en 12) worden vervangen door:

„11.   „bifuelvoertuig”: voertuig met twee afzonderlijke brandstofopslagsystemen dat volgens het ontwerp in de eerste plaats op slechts één brandstof tegelijkertijd rijdt;

12.   „bifuelvoertuig op gas”: bifuelvoertuig met als twee brandstoffen benzine (benzinemodus) en hetzij lpg, hetzij aardgas/biomethaan, hetzij waterstof;”;

d)

het volgende punt 33) wordt ingevoegd:

„33)   „puur-ICE-voertuig”: voertuig waarbij alle aandrijfenergieomzetters interne verbrandingsmotoren (internal combustion engines — ICE's) zijn;”;

e)

punt 38) wordt vervangen door:

„38)   „nominaal motorvermogen” (Prated): maximaal nettovermogen van de motor in kW, gemeten volgens de voorschriften van bijlage XX;”;

f)

de punten 45) tot en met 48) worden vervangen door:

„45)   „brandstoftanksysteem”: systeem voor de opslag van brandstof, bestaande uit de brandstoftank, de brandstofvuller, de tankdop en de brandstofpomp, wanneer die in of op de brandstoftank gemonteerd is;

46)   „permeabiliteitsfactor” (PF): de factor die bepaald wordt op basis van de koolwaterstofverliezen gedurende een periode en die gebruikt wordt om de definitieve verdampingsemissies te bepalen;

47)   „eenlagige niet-metalen tank”: een brandstoftank gebouwd met één laag niet-metalen materiaal, met inbegrip van gefluoreerde/gesulfoneerde materialen;

48)   „meerlagige tank”: een brandstoftank gebouwd met ten minste twee verschillende lagen materialen, waarvan één een barrièremateriaal tegen koolwaterstoffen is;”.

2.

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1.

lid 1 wordt vervangen door:

„1.   Om EG-typegoedkeuring te verkrijgen wat emissies en reparatie- en onderhoudinformatie betreft, toont de fabrikant aan dat de voertuigen aan de voorschriften van deze verordening voldoen wanneer zij overeenkomstig de testprocedures in de bijlagen IIIA tot en met VIII, XI, XIV, XVI, XX, XXI en XXII worden getest. De fabrikant waarborgt tevens dat de referentiebrandstoffen aan de specificaties in bijlage IX voldoen.”;

2.

lid 7 wordt vervangen door:

„7.   Voor de in bijlage XXI opgenomen test van type 1 worden voertuigen die op lpg of aardgas/biomethaan rijden, bij de test van type 1 op variaties in de samenstelling van het lpg of aardgas/biomethaan getest zoals beschreven in bijlage 12 bij VN/ECE-Reglement nr. 83 betreffende verontreinigende emissies, met de brandstof die gebruikt wordt voor de meting van het nettovermogen overeenkomstig bijlage XX bij deze verordening.

Voertuigen die op zowel benzine als hetzij lpg, hetzij aardgas/biomethaan kunnen rijden, worden op beide brandstoffen getest, waarbij het lpg of aardgas/biomethaan op variaties in de samenstelling wordt getest zoals beschreven in bijlage 12 bij VN/ECE-Reglement nr. 83, met de brandstof die gebruikt wordt voor de meting van het nettovermogen overeenkomstig bijlage XX bij deze verordening.”.

3.

Het volgende artikel 4 bis wordt ingevoegd:

„Artikel 4 bis

Voorschriften voor typegoedkeuring wat instrumenten voor de meting van het brandstof- en/of elektriciteitsverbruik betreft

De fabrikant zorgt ervoor dat de volgende voertuigen van de categorieën M1 en N1 zijn uitgerust met een instrument voor het bepalen, opslaan en ter beschikking stellen van gegevens over de hoeveelheid brandstof en/of elektriciteit die voor de werking van het voertuig wordt gebruikt:

1.

puur-ICE-voertuigen en niet-extern oplaadbare hybride elektrische voertuigen NOVC-HEV's) die uitsluitend door minerale diesel, biodiesel, benzine of ethanol of door een combinatie van die brandstoffen worden aangedreven;

2.

extern oplaadbare hybride elektrische voertuigen (OCV-HEV's) die door elektriciteit en een van de onder 1) genoemde brandstoffen worden aangedreven.

Het instrument voor de meting van het brandstof- en/of elektriciteitsverbruik moet voldoen aan bijlage XXII.”.

4.

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 11 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de tweede alinea wordt vervangen door:

„Het uitgebreide documentatiepakket wordt door de goedkeuringsinstantie van een kenmerk voorzien en gedateerd en wordt gedurende ten minste tien jaar na het verlenen van de goedkeuring door die instantie bewaard.”;

b)

de volgende derde tot en met zesde alinea's worden toegevoegd:

„Op verzoek van de fabrikant verricht de goedkeuringsinstantie een voorlopige beoordeling van de aanvullende emissiestrategie voor nieuwe voertuigtypen. In dat geval wordt de desbetreffende documentatie tussen twee en twaalf maanden voor het begin van de typegoedkeuringsprocedure aan de typegoedkeuringsinstantie verstrekt.

De goedkeuringsinstantie verricht een voorlopige beoordeling op basis van het in bijlage I, aanhangsel 3a, punt b), beschreven uitgebreide documentatiepakket dat door de fabrikant is verstrekt. De goedkeuringsinstantie verricht de beoordeling volgens de in bijlage I, aanhangsel 3b, beschreven methode. In uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde gevallen mag de goedkeuringsinstantie van die methode afwijken.

De voorlopige beoordeling van de aanvullende emissiestrategie door nieuwe voertuigtypen blijft gedurende 18 maanden geldig met het oog op de typegoedkeuring. Die periode kan met twaalf maanden worden verlengd indien de fabrikant aan de goedkeuringsinstantie aantoont dat er geen nieuwe technologieën op de markt beschikbaar zijn gekomen die de voorlopige beoordeling van de aanvullende emissiestrategie zouden veranderen.

De deskundigengroep typegoedkeuringsinstanties (TAAEG) stelt jaarlijks een lijst op van de aanvullende emissiestrategieën die door de typegoedkeuringsinstanties niet-aanvaardbaar werden geacht, die door de Commissie openbaar gemaakt wordt.”;

b)

het volgende lid 12 wordt toegevoegd:

„12.   De fabrikant vertrekt aan de typegoedkeuringsinstantie die de typegoedkeuring met betrekking tot emissies krachtens deze verordening heeft verleend („de verlenende goedkeuringsinstantie”) een pakket over testtransparantie, dat alle nodige informatie bevat om de tests overeenkomstig punt 5.9 van deel B van bijlage II te kunnen uitvoeren.”.

5.

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de leden 2 tot en met 6 worden vervangen door:

„2.   Met de controles van de conformiteit tijdens het gebruik kan worden bevestigd dat de uitlaat- en verdampingsemissies in reële rijomstandigheden tijdens de normale levensduur van de voertuigen effectief worden beperkt.

3.   De conformiteit tijdens het gebruik wordt overeenkomstig aanhangsel 1 van bijlage II gecontroleerd bij voertuigen in goede staat van onderhoud en gebruik, tussen het moment waarop het voertuig 15 000 km heeft afgelegd of, als dat later is, zes maanden oud is en het moment waarop het 100 000 km heeft afgelegd of, als dat eerder is, 5 jaar oud is. De conformiteit tijdens het gebruik betreffende verdampingsemissies wordt overeenkomstig aanhangsel 1 van bijlage II gecontroleerd bij voertuigen in goede staat van onderhoud en gebruik, tussen het moment waarop het voertuig 30 000 km heeft afgelegd of, als dat later is, twaalf maanden oud is en het moment waarop het 100 000 km heeft afgelegd of, als dat eerder is, 5 jaar oud is.

De voorschriften voor de controles van de conformiteit tijdens het gebruik zijn van toepassing tot vijf jaar nadat het laatste conformiteitscertificaat of het laatste individuele goedkeuringscertificaat is verleend voor voertuigen van die familie voor conformiteit tijdens het gebruik.

4.   De controles van de conformiteit tijdens het gebruik zijn niet verplicht als er binnen de familie voor conformiteit tijdens het gebruik in het voorgaande jaar in de Unie minder dan 5 000 voertuigen zijn verkocht. Voor die families verstrekt de fabrikant de goedkeuringsinstantie een verslag van alle emissiegerelateerde garantie- en reparatieclaims en OBD-fouten zoals beschreven in punt 4.1 van bijlage II. Dergelijke families voor conformiteit tijdens het gebruik kunnen toch worden geselecteerd voor tests overeenkomstig bijlage II.

5.   De fabrikant en de verlenende typegoedkeuringsinstantie verrichten controles tijdens het gebruik overeenkomstig bijlage II.

6.   De verlenende goedkeuringsinstantie besluit, na de naleving te hebben beoordeeld, of een familie al dan niet voldoet aan de bepalingen betreffende de conformiteit tijdens het gebruik en keurt het plan van corrigerende maatregelen goed dat de fabrikant overeenkomstig bijlage II heeft voorgelegd.”;

b)

de volgende leden 7 en 8 worden toegevoegd:

„7.   Indien een typegoedkeuringsinstantie heeft vastgesteld dat een familie voor conformiteit tijdens het gebruik bij de controle van de conformiteit tijdens het gebruik wordt afgekeurd, stelt zij de verlenende typegoedkeuringsinstantie daarvan onverwijld in kennis overeenkomstig artikel 30, lid 3, van Richtlijn 2007/46/EG.

Na die kennisgeving deelt de verlenende goedkeuringsinstantie, behoudens het bepaalde in artikel 30, lid 6, van Richtlijn 2007/46/EG, de fabrikant mee dat een familie voor conformiteit tijdens het gebruik bij de controles van de conformiteit tijdens het gebruik is afgekeurd en dat de procedures van de punten 6 en 7 van bijlage II moeten worden gevolgd.

Als de verlenende goedkeuringsinstantie vaststelt dat geen overeenstemming kan worden bereikt met een typegoedkeuringsinstantie die heeft vastgesteld dat een familie voor conformiteit tijdens het gebruik bij de controles van de conformiteit tijdens het gebruik is afgekeurd, wordt de procedure van artikel 30, lid 6, van Richtlijn 2007/46/EG ingeleid.

8.   In aanvulling op de punten 1 tot en met 7 zijn de volgende voorschriften van toepassing op voertuigen waarvoor typegoedkeuring overeenkomstig deel B van bijlage II wordt verleend.

a)

In het geval van voertuigen die voor meerfasetypegoedkeuring, zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 7, van Richtlijn 2007/46/EG, ter beschikking worden gesteld, wordt de conformiteit tijdens het gebruik gecontroleerd overeenkomstig de voorschriften voor meerfasegoedkeuring in punt 5.10.6 van deel B van bijlage II bij deze verordening.

b)

Dit artikel is niet van toepassing op gepantserde voertuigen, lijkwagens en voor rolstoelen toegankelijke voertuigen, zoals gedefinieerd in respectievelijk punt 5.2 en punt 5.5 van deel A van bijlage II bij Richtlijn 2007/46/EG. Van alle andere voertuigen voor speciale doeleinden, zoals gedefinieerd in punt 5 van deel A van bijlage II bij Richtlijn 2007/46/EG, wordt de conformiteit tijdens het gebruik gecontroleerd overeenkomstig de voorschriften voor meerfasetypegoedkeuring in deel B van bijlage II bij deze verordening.”.

6.

Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 2 wordt de tweede alinea vervangen door:

„Met ingang van 1 september 2019 weigeren de nationale instanties EG-typegoedkeuring of nationale typegoedkeuring te verlenen voor nieuwe voertuigtypen die niet aan de voorschriften van bijlage VI voldoen, om redenen die verband houden met emissies of brandstofverbruik. Op verzoek van de fabrikant mag tot en met 31 augustus 2019 de in bijlage 7 bij VN/ECE-Reglement nr. 83 beschreven testprocedure voor verdampingsemissies of de in bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 692/2008 beschreven testprocedure voor verdampingsemissies nog worden gebruikt met het oog op typegoedkeuring krachtens deze verordening.”;

b)

aan lid 3 wordt de volgende alinea toegevoegd:

„Met uitzondering van voertuigen die overeenkomstig de procedure van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 692/2008 zijn goedgekeurd voor verdampingsemissies, verbieden de nationale instanties met ingang van 1 september 2019 de registratie, de verkoop of het in het verkeer brengen van nieuwe voertuigen die niet aan bijlage VI bij deze verordening voldoen.”;

c)

in lid 4 worden de punten d) en e) geschrapt;

d)

lid 5 wordt als volgt gewijzigd:

i)

punt b) wordt vervangen door:

„b)

worden, ten aanzien van voertuigen van een WLTP-interpolatiefamilie die aan de uitbreidingsvoorschriften van punt 3.1.4 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 692/2008 voldoen, procedures die tot 3 jaar na de in artikel 10, lid 4, van Verordening (EG) nr. 715/2007 vermelde data overeenkomstig punt 3.13 van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 692/2008 zijn verricht, door de goedkeuringsinstantie aanvaard voor de naleving van de voorschriften van bijlage XXI, subbijlage 6, aanhangsel 1, bij deze verordening;”;

ii)

aan punt c) wordt het volgende toegevoegd:

„Voor de toepassing van dit punt geldt de mogelijkheid om testresultaten van overeenkomstig Verordening (EG) nr. 692/2008 verrichte en afgeronde procedures te gebruiken, alleen voor voertuigen van een WLTP-interpolatiefamilie die aan de uitbreidingsvoorschriften van punt 3.3.1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 692/2008 voldoen.”;

e)

de volgende leden 8 tot en met 11 worden toegevoegd:

„8.   Deel B van bijlage II is van toepassing op voertuigen van de categorieën M1 en M2 en categorie N1, klasse I, die zijn gebaseerd op typen die zijn goedgekeurd vanaf 1 januari 2019, en op voertuigen van categorie N1, klassen II en III, en categorie N2 die zijn gebaseerd op typen die zijn goedgekeurd vanaf 1 september 2019. Dat deel is ook van toepassing op alle voertuigen die zijn geregistreerd vanaf 1 september 2019 voor de categorieën M1 en M2 en categorie N1, klasse I, en op alle voertuigen die zijn geregistreerd vanaf 1 september 2020 voor categorie N1, klassen II en III, en categorie N2. In alle andere gevallen is deel A van bijlage II van toepassing.

9.   Met ingang van 1 januari 2020 voor de in artikel 4 bis bedoelde voertuigen van categorie M1, en categorie N1, klasse I, en met ingang van 1 januari 2021 voor de in artikel 4 bis bedoelde voertuigen van categorie N1, klassen II en III, weigeren de nationale instanties EG-typegoedkeuring of nationale typegoedkeuring te verlenen voor nieuwe voertuigtypen die niet aan artikel 4 bis voldoen, om redenen die verband houden met emissies of brandstofverbruik.

Met ingang van 1 januari 2021 voor de in artikel 4 bis bedoelde voertuigen van categorie M1, en categorie N1, klasse I, en met ingang van 1 januari 2022 voor de in artikel 4 bis bedoelde voertuigen van categorie N1, klassen II en III, verbieden de nationale instanties de registratie, de verkoop of het in het verkeer brengen van nieuwe voertuig die niet aan dat artikel voldoen.

10.   Met ingang van 1 september 2019 verbieden de nationale instanties de registratie, de verkoop of het in het verkeer brengen van nieuwe voertuigen die niet voldoen aan bijlage IX bij Richtlijn 2007/46/EG, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2018/1832 (*1).

Voor alle voertuigen die tussen 1 januari en 31 augustus 2019 worden geregistreerd op basis van nieuwe typegoedkeuringen die in dezelfde periode zijn verleend en waarvoor de in bijlage IX bij Richtlijn 2007/46/EG, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2018/1832, vermelde informatie nog niet in het conformiteitscertificaat is opgenomen, stelt de fabrikant deze informatie op verzoek van een geaccrediteerd laboratorium of een technische dienst binnen vijf werkdagen kosteloos ter beschikking voor de doeleinden van tests overeenkomstig bijlage II.

11.   De voorschriften van artikel 4 bis zijn niet van toepassing op typegoedkeuringen die zijn verleend aan kleine fabrikanten.

7.

Artikel 18 bis wordt geschrapt.

8.

Bijlage I wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening.

9.

Bijlage II wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.

10.

Bijlage IIIA wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage III bij deze verordening.

11.

In bijlage V wordt punt 2.3 vervangen door:

„2.3.

De te gebruiken wegbelastingcoëfficiënten zijn die voor voertuig Low (VL). Indien VL niet bestaat, worden de wegbelastingcoëfficiënten voor VH gebruikt. VL en VH zijn gedefinieerd in punt 4.2.1.1.2 van subbijlage 4 bij bijlage XXI. Als alternatief kan de fabrikant ervoor kiezen wegbelastingen te kiezen die zijn vastgesteld overeenkomstig aanhangsel 7 van bijlage 4a bij VN/ECE-Reglement nr. 83 voor een voertuig dat is opgenomen in de interpolatiefamilie.”.

12.

Bijlage VI wordt vervangen door bijlage IV bij deze verordening.

13.

Bijlage VII wordt als volgt gewijzigd:

1)

in punt 2.2 wordt in de legenda van de tabel de toegewezen verslechteringsfactor „P” vervangen door „PN”;

2)

punt 3.10 wordt vervangen door:

„3.10.

De te gebruiken wegbelastingcoëfficiënten zijn die voor voertuig Low (VL). Indien VL niet bestaat of de totale voertuigbelasting (VH) bij 80 km/h hoger is dan de totale belasting van VL bij 80 km/h + 5 %, wordt de wegbelasting VH gebruikt. VL en VH zijn gedefinieerd in punt 4.2.1.1.2 van subbijlage 4 bij bijlage XXI.”.

14.

In bijlage VIII wordt punt 3.3 vervangen door:

„3.3.

De te gebruiken wegbelastingcoëfficiënten zijn die voor voertuig Low (VL). Indien VL niet bestaat, worden de wegbelastingcoëfficiënten voor VH gebruikt. VL en VH zijn gedefinieerd in punt 4.2.1.1.2 van subbijlage 4 bij bijlage XXI. Als alternatief kan de fabrikant ervoor kiezen wegbelastingen te kiezen die zijn vastgesteld overeenkomstig aanhangsel 7 van bijlage 4a bij VN/ECE-Reglement nr. 83 voor een voertuig dat is opgenomen in de interpolatiefamilie. In beide gevallen moet de rollenbank zo worden afgesteld dat het gedrag van het voertuig op de weg bij – 7 °C wordt gesimuleerd. Deze afstelling kan op een bepaling van het wegbelastingsprofiel bij – 7 °C worden gebaseerd. Als alternatief mag de bepaalde rijweerstand worden aangepast voor een afname van de uitroltijd met 10 %. De technische dienst mag toestaan dat andere methoden worden toegepast om de rijweerstand te meten.”.

15.

Bijlage IX wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage V bij deze verordening.

16.

Bijlage XI wordt vervangen door bijlage VI bij deze verordening.

17.

Bijlage XII wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage VII bij deze verordening.

18.

In bijlage XIV, aanhangsel 1, wordt „de punten 2.3.1 en 2.3.5 van bijlage I bij Verordening (EU) 2017/1151” vervangen door „de punten 2.3.1 en 2.3.4 van bijlage I bij Verordening (EU) 2017/1151”.

19.

Bijlage XVI wordt vervangen door bijlage VIII bij deze verordening.

20.

Bijlage XXI wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage IX bij deze verordening.

21.

Bijlage XXII, zoals vervat in bijlage X bij deze verordening, wordt toegevoegd.

Artikel 2

Wijziging van Verordening (EG) nr. 692/2008

Verordening (EG) nr. 692/2008 wordt als volgt gewijzigd:

1.

Aan artikel 16 bis, eerste alinea, wordt het volgende punt d) toegevoegd:

„d)

uitbreidingen van typegoedkeuringen die krachtens deze verordening zijn verleend, totdat nieuwe voorschriften van toepassing worden voor nieuwe voertuigen.”.

2.

In bijlage I, aanhangsel 3, wordt het volgende punt 3.2.12.2.5.7 ingevoegd:

„3.2.12.2.5.7.

Permeabiliteitsfactor (1): …”.

3.

In bijlage XII wordt punt 4.4 geschrapt.

Artikel 3

Wijziging van Richtlijn 2007/46/EG

De bijlagen I, III, VIII, IX en XI bij Richtlijn 2007/46/EG worden gewijzigd overeenkomstig bijlage XI bij deze verordening.

Artikel 4

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2019.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 5 november 2018

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 171 van 29.6.2007, blz. 1.

(2)  PB L 263 van 9.10.2007, blz. 1.

(3)  Verordening (EU) 2017/1151 van de Commissie van 1 juni 2017 tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie, tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie en Verordening (EU) nr. 1230/2012 van de Commissie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie (PB L 175 van 7.7.2017, blz. 1).

(4)  Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie van 18 juli 2008 tot uitvoering en wijziging van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie (PB L 199 van 28.7.2008, blz. 1).

(5)  Verordening (EU) 2016/427 van de Commissie van 10 maart 2016 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 692/2008 wat de emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 6) betreft (PB L 82 van 31.3.2016, blz. 1).

(6)  Verordening (EU) 2016/646 van de Commissie van 20 april 2016 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 692/2008 wat de emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 6) betreft (PB L 109 van 26.4.2016, blz. 1).

(7)  Verordening (EU) 2017/1154 van de Commissie van 7 juni 2017 tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1151 tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie, tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie en Verordening (EU) nr. 1230/2012 van de Commissie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 692/2008 en van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen in reële rijomstandigheden betreft (Euro 6) (PB L 175 van 7.7.2017, blz. 708).

(*1)  Verordening (EU) 2018/1832 van de Commissie van 5 november 2018 tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie en Verordening (EU) 2017/1151 van de Commissie om de typegoedkeuringstests en -procedures voor de emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen, waaronder die voor conformiteit tijdens het gebruik en emissies in reële rijomstandigheden, te verbeteren en bepalingen in te voeren betreffende instrumenten voor de meting van het brandstof- en elektriciteitsverbruik (PB L 301 van 27.11.2018, blz. 1).”;


BIJLAGE I

Bijlage I bij Verordening (EU) 2017/1151 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Het volgende punt 1.1.3 wordt ingevoegd:

„1.1.3.

Voor lpg of aardgas wordt de brandstof gebruikt die de fabrikant heeft gekozen voor de meting van het nettovermogen overeenkomstig bijlage XX bij deze verordening. De gekozen brandstof wordt vermeld in het inlichtingenformulier zoals bedoeld in aanhangsel 3 van bijlage I bij deze verordening.”.

2)

De punten 2.3.1, 2.3.2 en 2.3.3 worden vervangen door:

2.3.1.   Voertuigen met een emissiebeheersingscomputer moeten uitgerust zijn met voorzieningen om niet door de fabrikant toegestane modificaties te verhinderen. De fabrikant moet modificaties toestaan die noodzakelijk zijn voor diagnose, service, keuring, latere aanpassing of reparatie van het voertuig. Herprogrammeerbare computercodes of bedrijfsparameters moeten bestand zijn tegen manipulatie en een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het door de bepalingen van ISO-norm 15031-7:2013 geboden beschermingsniveau. Verwijderbare geheugenchips met kalibratiegegevens moeten zijn ingekapseld, in een verzegelde behuizing zijn ondergebracht of met elektronische algoritmen zijn beschermd en mogen alleen met behulp van speciale gereedschappen en procedures kunnen worden vervangen. Alleen eigenschappen die rechtstreeks met de kalibratie van emissies of met diefstalbeveiliging te maken hebben, mogen op deze manier worden beveiligd.

2.3.2.   Computergecodeerde motorbedrijfsparameters mogen alleen kunnen worden veranderd met behulp van speciale gereedschappen en procedures (bv. gesoldeerde of ingekapselde computercomponenten of verzegelde/dichtgesoldeerde behuizingen).

2.3.3.   Op verzoek van de fabrikant kan de goedkeuringsinstantie vrijstelling van de voorschriften in de punten 2.3.1 en 2.3.2 verlenen voor voertuigen waarbij de beveiliging overbodig wordt geacht. De criteria die de goedkeuringsinstantie bij de beoordeling van een dergelijk verzoek om vrijstelling zal hanteren, zijn onder meer de beschikbaarheid van prestatiechips, de hoge-prestatiemogelijkheden van het voertuig en de verwachte verkoopcijfers voor het voertuig.”.

3)

De volgende punten 2.3.4, 2.3.5 en 2.3.6 worden toegevoegd:

2.3.4.   Fabrikanten die gebruikmaken van programmeerbare computercodesystemen, moeten de nodige maatregelen treffen om ongeoorloofde herprogrammering tegen te gaan. Dergelijke maatregelen omvatten verbeterde manipulatiebestrijdingsstrategieën en schrijfbeveiliging waarbij elektronische toegang tot een elders geplaatste computer van de fabrikant noodzakelijk is, waartoe onafhankelijke marktdeelnemers ook toegang moeten hebben overeenkomstig punt 2.3.1 en punt 2.2 van bijlage XIV. Methoden die een afdoende mate van manipulatiebeveiliging bieden, worden door de goedkeuringsinstantie goedgekeurd.

2.3.5.   In het geval van mechanische brandstofinspuitpompen die op compressieontstekingsmotoren zijn gemonteerd, moeten de fabrikanten de nodige maatregelen treffen om te voorkomen dat de maximumdosering van de brandstof gemanipuleerd kan worden terwijl het voertuig in gebruik is.

2.3.6.   De fabrikanten zorgen ervoor dat herprogrammering van de kilometerstand, het boordnetwerk of enige regeleenheid in de aandrijflijn en indien aanwezig de zendeenheid voor gegevensuitwisseling op afstand onmogelijk is. De fabrikanten passen systematische manipulatiebestrijdingsstrategieën en schrijfbeveiliging toe om de integriteit van de kilometerstand te beschermen. Methoden die een afdoende mate van manipulatiebeveiliging bieden, worden door de goedkeuringsinstantie goedgekeurd.”.

4)

Punt 2.4.1 wordt vervangen door:

„2.4.1.

Figuur I.2.4 illustreert de toepassing van de tests voor de typegoedkeuring van een voertuig. De specifieke testprocedures zijn beschreven in de bijlagen II, IIIA, IV, V, VI, VII, VIII, XI, XVI, XX, XXI en XXII.

Figuur I.2.4

Toepassing van de testvoorschriften voor typegoedkeuring en uitbreidingen

Voertuigcategorie

Voertuigen met elektrische-ontstekingsmotor, inclusief hybriden (1)  (2)

Voertuigen met compressieontstekingsmotor, inclusief hybriden

Puur elektrische voertuigen

Waterstofcelvoertuigen

 

Monofuel

Bifuel (3)

Flexfuel (3)

 

 

 

Referentiebrandstof

Benzine

(E10)

Lpg

Aardgas/biomethaan

Waterstof (ICE)

Benzine (E10)

Benzine (E10)

Benzine (E10)

Benzine (E10)

Diesel

(B7)

Waterstof (brandstofcel)

Lpg

Aardgas/ biomethaan

Waterstof (ICE) (4)

Ethanol

(E85)

Verontreinigende gassen

(test van type 1)

Ja

Ja

Ja

Ja (4)

Ja

(beide brandstoffen)

Ja

(beide brandstoffen)

Ja

(beide brandstoffen)

Ja

(beide brandstoffen)

Ja

PM

(test van type 1)

Ja

Ja

(alleen benzine)

Ja

(alleen benzine)

Ja

(alleen benzine)

Ja

(beide brandstoffen)

Ja

PN

Ja

Ja

(alleen benzine)

Ja

(alleen benzine)

Ja

(alleen benzine)

Ja

(beide brandstoffen)

Ja

Verontreinigende gassen, RDE (test van type 1A)

Ja

Ja

Ja

Ja (4)

Ja (beide brandstoffen)

Ja (beide brandstoffen)

Ja (beide brandstoffen)

Ja (beide brandstoffen)

Ja

Deeltjesaantal, RDE (test van type 1A) (5)

Ja

Ja (alleen benzine)

Ja (alleen benzine)

Ja (alleen benzine)

Ja (beide brandstoffen)

Ja

ATCT-test (test bij 14 °C)

Ja

Ja

Ja

Ja (4)

Ja

(beide brandstoffen)

Ja

(beide brandstoffen)

Ja

(beide brandstoffen)

Ja

(beide brandstoffen)

Ja

Emissies bij stationair draaien

(test van type 2)

Ja

Ja

Ja

Ja

(beide brandstoffen)

Ja

(beide brandstoffen)

Ja

(alleen benzine)

Ja

(beide brandstoffen)

Carteremissies

(test van type 3)

Ja

Ja

Ja

Ja

(alleen benzine)

Ja

(alleen benzine)

Ja

(alleen benzine)

Ja

(alleen benzine)

Verdampingsemissies

(test van type 4)

Ja

Ja

(alleen benzine)

Ja

(alleen benzine)

Ja

(alleen benzine)

Ja

(alleen benzine)

Duurzaamheid

(test van type 5)

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

(alleen benzine)

Ja

(alleen benzine)

Ja

(alleen benzine)

Ja

(alleen benzine)

Ja

Emissies bij lage temperaturen

(test van type 6)

Ja

Ja

(alleen benzine)

Ja

(alleen benzine)

Ja

(alleen benzine)

Ja

(beide brandstoffen)

Conformiteit tijdens het gebruik

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

(zoals bij typegoedkeuring)

Ja

(zoals bij typegoedkeuring)

Ja

(zoals bij typegoedkeuring)

Ja

(beide brandstoffen)

Ja

Boorddiagnose

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

CO2-emissies, brandstofverbruik, elektriciteitsverbruik en elektrische actieradius

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

(beide brandstoffen)

Ja

(beide brandstoffen)

Ja

(beide brandstoffen)

Ja

(beide brandstoffen)

Ja

Ja

Ja

Rookopaciteit

Ja

Motorvermogen

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

5)

Punt 3.1.1 wordt vervangen door:

„3.1.1.

De typegoedkeuring wordt uitgebreid tot voertuigen die conform de criteria van artikel 2, punt 1, zijn of die conform de criteria van artikel 2, punt 1, onder a) en c), zijn en voldoen aan de volgende criteria:

a)

de overeenkomstig stap 9 van bijlage XXI, subbijlage 7, tabel A7/1, gemeten CO2-emissie van het geteste voertuig is minder dan of gelijk aan de CO2-emissie die is verkregen uit de interpolatielijn die overeenstemt met de energievraag tijdens de cyclus van het geteste voertuig;

b)

het nieuwe interpolatiebereik mag niet groter zijn dan het in bijlage XXI, subbijlage 6, punt 2.3.2.2, vastgestelde maximumbereik;

c)

de verontreinigende emissies voldoen aan de in bijlage I, tabel 2, bij Verordening (EG) nr. 715/2007 vastgestelde grenswaarden.”.

6)

Het volgende punt 3.1.1.1 wordt ingevoegd:

„3.1.1.1.

De typegoedkeuring mag niet worden uitgebreid om een nieuwe interpolatiefamilie op te richten indien zij alleen is verleend in verband met voertuig High.”.

7)

In punt 3.1.2 wordt de eerste alinea onder de titel vervangen door:

„Voor overeenkomstig bijlage XXI, subbijlage 6, aanhangsel 1 (WLTP), verrichte Ki-tests wordt de typegoedkeuring uitgebreid tot voertuigen die voldoen aan de criteria van bijlage XXI, punt 5.9.”.

8)

Punt 3.2 en alle subpunten daarvan worden vervangen door:

„3.2.   Uitbreiding in verband met verdampingsemissies (test van type 4)

3.2.1.   Voor overeenkomstig bijlage 6 bij VN/ECE-Reglement nr. 83 [NEDC, 1 dag] of de bijlage bij Verordening (EU) 2017/1221 [NEDC, 2 dagen] verrichte tests wordt de typegoedkeuring uitgebreid tot voertuigen met een systeem ter beheersing van de verdampingsemissies die aan de volgende voorwaarden voldoen:

3.2.1.1.

het basisprincipe van de dosering van het brandstof/luchtmengsel (bv. monopointinspuiting) is hetzelfde;

3.2.1.2.

de vorm van de brandstoftank is identiek en het materiaal van de brandstoftank en vloeibare-brandstofslangen zijn technisch equivalent;

3.2.1.3.

het meest ongunstige voertuig met betrekking tot de dwarsdoorsnede en de approximatieve lengte van de slangen wordt getest. De technische dienst die met de typegoedkeuringstests is belast, beslist of niet-identieke damp/vloeistofscheiders worden geaccepteerd;

3.2.1.4.

de inhoud van de brandstoftank mag ten hoogste ± 10 % variëren;

3.2.1.5.

de afstelling van de tankontlastklep is identiek;

3.2.1.6.

de opslagmethode voor de brandstofdamp is identiek, d.w.z. vorm en inhoud van het opvangapparaat, opslagmedium, luchtfilter (voor zover dit wordt gebruikt ter beheersing van de verdampingsemissie) enz.;

3.2.1.7.

de methode voor het afzuigen van de opgeslagen damp is identiek (bv. luchtstroom, beginpunt of afzuigvolume gedurende de voorconditioneringscyclus);

3.2.1.8.

de methode voor het dichten en ontluchten van het brandstofdoseersysteem is identiek.

3.2.2.   Voor overeenkomstig bijlage VI [WLTP, 2 dagen] verrichte tests wordt de typegoedkeuring uitgebreid tot voertuigen met een systeem ter beheersing van de verdampingsemissies die voldoen aan de voorschriften van bijlage VI, punt 5.5.1.

3.2.3.   De typegoedkeuring wordt uitgebreid tot voertuigen met:

3.2.3.1.

een verschillende cilinderinhoud;

3.2.3.2.

een verschillend vermogen;

3.2.3.3.

automatische en handgeschakelde versnellingsbakken;

3.2.3.4.

twee- en vierwielaandrijving;

3.2.3.5.

een verschillende carrosserievorm, en

3.2.3.6.

verschillende maten van wielen en banden.”.

9)

Punt 4.1.2 wordt vervangen door:

„4.1.2.

De fabrikant controleert de conformiteit van de productie door de emissies van verontreinigende stoffen (vermeld in tabel 2 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 715/2007), de CO2-emissies (samen met een meting van het elektriciteitsverbruik en, in voorkomend geval, monitoring van de nauwkeurigheid van de OBFCM-voorziening), de carteremissies, de verdampingsemissies en de OBD te testen volgens de in de bijlagen V, VI, XI, XXI en XXII beschreven testprocedures. De controle omvat derhalve de tests van de typen 1, 3 en 4 en de test voor de OBD, zoals beschreven in punt 2.4.

De typegoedkeuringsinstantie houdt gedurende ten minste vijf jaar een register bij van alle documentatie in verband met de testresultaten van de conformiteit van de productie en stelt dit register op verzoek ter beschikking aan de Commissie.

De specifieke procedures voor de conformiteit van de productie zijn beschreven in de punten 4.2 tot en met 4.7 en in de aanhangsels 1 en 2.”.

10)

Punt 4.1.3 wordt vervangen door:

„4.1.3.

Voor de toepassing van de controle van de conformiteit van de productie door de fabrikant wordt onder de familie verstaan de familie voor conformiteit van de productie (COP) voor tests van type 1, waaronder monitoring van de nauwkeurigheid van de OBFCM-voorziening, en type 3, en omvat de familie voor de test van type 4 de in punt 3.2 van deze bijlage beschreven uitbreidingen en voor de OBD-tests de OBD-familie met de in punt 3.4 van deze bijlage beschreven uitbreidingen.”.

11)

De volgende punten 4.1.3.1, 4.1.3.1.1 en 4.1.3.1.2 worden ingevoegd:

„4.1.3.1.   Criteria voor de COP-familie

4.1.3.1.1.   Voor voertuigen van categorie M en van categorie N1, klassen I en II, is de COP-familie identiek aan de interpolatiefamilie, zoals die is beschreven in bijlage XXI, punt 5.6.

4.1.3.1.2.   Voor voertuigen van categorie N1, klasse III, en categorie N2, mogen alleen voertuigen die identiek zijn wat de volgende voertuig-/aandrijflijn-/transmissiekenmerken betreft, deel uitmaken van dezelfde COP-familie:

a)

type interne verbrandingsmotor: brandstoftype (of -typen bij flexfuel- of bifuelvoertuigen), verbrandingsproces, cilinderinhoud, kenmerken bij maximumbelasting, motortechnologie en oplaadsysteem, alsook andere motorsubsystemen of -kenmerken die een niet te verwaarlozen invloed hebben op de CO2-massa-emissie onder WLTP-omstandigheden;

b)

bedrijfsstrategie van alle onderdelen binnen de aandrijflijn die van invloed zijn op de CO2-massa-emissie;

c)

transmissietype (bv. manueel, automatisch, CVT) en transmissiemodel (d.w.z. koppelwaarde, aantal versnellingen, aantal koppelingen enz.);

d)

aantal aangedreven assen.”.

12)

Punt 4.1.4 wordt vervangen door:

„4.1.4.

De frequentie van de door de fabrikant uitgevoerde productcontroles wordt gebaseerd op een risicobeoordelingsmethode die overeenstemt met internationale norm ISO 31000:2018 — Risk Management — Principles and guidelines, en is voor de test van type 1 ten minste één controle per 5 000 voertuigen die per COP-familie worden geproduceerd of, als dit eerder is, eens per jaar.”.

13)

In punt 4.1.5 wordt de derde alinea vervangen door:

„Indien de goedkeuringsinstantie niet tevreden is over de controleprocedure van de fabrikant worden direct fysieke tests verricht met de serievoertuigen zoals beschreven in de punten 4.2 tot en met 4.7.”.

14)

In punt 4.1.6, eerste alinea, wordt de tweede zin vervangen door:

„De goedkeuringsinstantie voert deze fysieke emissietests en OBD-tests uit op serievoertuigen zoals beschreven in de punten 4.2 tot en met 4.7.”.

15)

De punten 4.2.1 en 4.2.2 worden vervangen door:

4.2.1.   De test van type 1 wordt uitgevoerd op serievoertuigen van een geldig lid van de COP-familie zoals beschreven in punt 4.1.3.1. De testresultaten zijn de waarden nadat overeenkomstig deze verordening alle correcties zijn toegepast. De grenswaarden waartegen conformiteit voor verontreinigende stoffen moet worden gecontroleerd, zijn vastgesteld in tabel 2 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 715/2007. Wat CO2-emissies betreft, wordt de grenswaarde voor het geselecteerde voertuig bepaald door de fabrikant volgens de in bijlage XXI, subbijlage 7, opgenomen interpolatiemethode. De interpolatieberekening wordt door de typegoedkeuringsinstantie gecontroleerd.

4.2.2.   Uit de COP-familie wordt willekeurig een monster van drie voertuigen geselecteerd. Na de selectie door de goedkeuringsinstantie mag de fabrikant geen bijstellingen meer verrichten aan de geselecteerde voertuigen.”.

16)

Punt 4.2.2.1 wordt geschrapt.

17)

Punt 4.2.3, tweede en derde alinea, worden vervangen door:

„4.2.3.

De statistische methode voor het berekenen van de testcriteria is beschreven in aanhangsel 1.

De productie van een COP-familie wordt geacht niet conform te zijn wanneer een negatief oordeel wordt geveld voor een of meer van de verontreinigende stoffen en CO2-waarden, volgens de testcriteria van aanhangsel 1.

De productie van een COP-familie wordt geacht conform te zijn wanneer een positief oordeel wordt geveld voor alle verontreinigende stoffen en CO2-waarden, volgens de testcriteria van aanhangsel 1.”.

18)

Punt 4.2.4 wordt vervangen door:

„4.2.4.

Op verzoek van de fabrikant en met instemming van de goedkeuringsinstantie kunnen tests worden uitgevoerd op een voertuig van de COP-familie met een maximum van 15 000 gereden km teneinde voor elke COP-familie de gemeten evolutiecoëfficiënt voor verontreinigende stoffen/CO2-emissies te kunnen bepalen. De inrijprocedure wordt uitgevoerd door de fabrikant, die geen wijzigingen aan die voertuigen mag aanbrengen.”.

19)

In punt 4.2.4.1, onder c), wordt het inleidende gedeelte vervangen door:

„c)

de andere voertuigen in de COP-familie worden niet ingereden, maar hun emissies na 0 km/EvC/CO2-emissies worden vermenigvuldigd met de evolutiecoëfficiënt van het eerste inrijvoertuig. In dit geval worden de volgende waarden gebruikt voor de tests van aanhangsel 1:”.

20)

Punt 4.4.3.3 wordt vervangen door:

„4.4.3.3.

De volgens punt 4.4.3.2 bepaalde waarde wordt vergeleken met de volgens punt 2.4 van aanhangsel 2 bepaalde waarde.”.

21)

Aanhangsel 1 wordt als volgt gewijzigd:

a)

punt 1 wordt vervangen door:

„1.

In dit aanhangsel wordt de procedure beschreven om de voorschriften voor de conformiteit van de productie voor de test van type I voor verontreinigende stoffen/CO2 te controleren, met inbegrip van de conformiteitsvoorschriften voor PEV's en OVC-HEV's, en om de nauwkeurigheid van de OBFCM-voorziening te monitoren.”;

b)

in punt 2 wordt de eerste alinea vervangen door:

„De metingen van de in bijlage I, tabel 2, bij Verordening (EG) nr. 715/2007 vermelde verontreinigende stoffen en van de CO2-emissies worden uitgevoerd op ten minste drie voertuigen, en dat aantal moet worden verhoogd totdat een positief dan wel negatief oordeel is bereikt. De nauwkeurigheid van de OBFCM-voorziening wordt bepaald voor elk van de N tests”;

c)

in punt 3, onder iii), wordt na het inleidende gedeelte de tekst

„A × LVAR/LXtests < A × L – ((N–3)/13) × VAR/L

vervangen door:

„A × LVAR/LXtests ≤ A × L – ((N–3)/13) × VAR/L”;

d)

in punt 4, onder iii), wordt na het inleidende gedeelte de tekst

„A – VARXtests < A – ((N–3)/13) × VAR

vervangen door:

„A – VARXtests ≤ A – ((N–3)/13) × VAR”;

e)

de laatste alinea van punt 4 wordt geschrapt;

f)

het volgende punt 5 wordt toegevoegd:

„5.

Voor de in artikel 4 bis bedoelde voertuigen wordt de nauwkeurigheid van de OBFCM-voorziening als volgt berekend:

xi,OBFCM

=

nauwkeurigheid van de OBFCM-voorziening die voor elke afzonderlijke test i wordt bepaald volgens de formules in bijlage XXII, punt 4.2.

De typegoedkeuringsinstantie houdt een register bij van de nauwkeurigheden die voor elk van de geteste COP-families zijn bepaald.”.

23)

Aanhangsel 2 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in punt 1.2 worden de woorden „bijlage XXI, subbijlage 6, punt 1.1.2.3” vervangen door de woorden „bijlage XXI, subbijlage 6, punt 1.2.3”;

b)

in punt 2.3 worden de woorden „bijlage XXI, punt 4.1.1” vervangen door de woorden „bijlage XXI, subbijlage 8, punt 4.1.1”;

c)

in punt 2.4 worden de woorden „bijlage XXI, subbijlage 6, punt 1.1.2.3” vervangen door de woorden „bijlage XXI, subbijlage 6, punt 1.2.3”.

24)

Aanhangsel 3 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de volgende punten 0.2.2.1 tot en met 0.2.3.9 worden ingevoegd:

0.2.2.1.   Toegestane parameterwaarden voor het gebruik van de emissiewaarden van het basisvoertuig bij meerfasentypegoedkeuring (bereik vermelden, indien van toepassing):

Massa in rijklare toestand van het uiteindelijke voertuig, kg; …

Frontale oppervlak van het uiteindelijke voertuig (m2): …

Rolweerstand (kg/t): …

Dwarsdoorsnede van de luchtinlaat van de grille aan de voorkant (in cm2): …

0.2.3.   Informatienummers

0.2.3.1.   Identificatienummer van de interpolatiefamilie: …

0.2.3.2.   Identificatienummer van de ATCT-familie …

0.2.3.3.   Identificatienummer van de PEMS-familie …

0.2.3.4.   Identificatienummer van de wegbelastingfamilie

0.2.3.4.1.   Wegbelastingfamilie van VH: …

0.2.3.4.2.   Wegbelastingfamilie van VL: …

0.2.3.4.3.   In de interpolatiefamilie toepasselijke wegbelastingfamilies: …

0.2.3.5.   Identificatienummer van de wegbelastingmatrixfamilie: …

0.2.3.6.   Identificatienummer van de periodieke-regeneratiefamilie: …

0.2.3.7.   Identificatienummer van de verdampingstestfamilie: …

0.2.3.8.   Identificatienummer van de OBD-familie: …

0.2.3.9.   Identificatienummer van overige familie: …”;

b)

punt 2.6, onder b), wordt geschrapt;

c)

het volgende punt 2.6.3 wordt ingevoegd:

„2.6.3.

Rotatiemassa: 3 % van de som van de massa in rijklare toestand en 25 kg of waarde, per as (kg): …”;

d)

punt 3.2.2.1 wordt vervangen door:

„3.2.2.1.

diesel/benzine/lpg/aardgas of biomethaan/ethanol (E 85)/biodiesel/waterstof (1) (6)”;

e)

punt 3.2.12.2.5.5 wordt vervangen door:

„3.2.12.2.5.5.

Schematische tekening van de brandstoftank (alleen voor motoren op benzine of ethanol): …”;

f)

de volgende punten 3.2.12.2.5.5.1 tot en met 3.2.12.2.5.5.5 worden ingevoegd:

3.2.12.2.5.5.1.   Inhoud, materiaal en bouw van de brandstoftank: …

3.2.12.2.5.5.2.   Beschrijving van het materiaal van de dampslang, het materiaal van de brandstofleiding en de verbindingstechniek van het brandstofsysteem: …

3.2.12.2.5.5.3.   Afgedicht tanksysteem: ja/nee

3.2.12.2.5.5.4.   Beschrijving van de afstelling van de tankontlastklep (inlaat en ontlasting van lucht): …

3.2.12.2.5.5.5.   Beschrijving van het afvoerregelsysteem: …”;

g)

punt 3.2.12.2.5.6 wordt vervangen door:

„3.2.12.2.5.6.

Beschrijving en schematische tekening van het hitteschild tussen brandstoftank en uitlaatsysteem: …”;

h)

het volgende punt 3.2.12.2.5.7 wordt ingevoegd:

„3.2.12.2.5.7.

Permeabiliteitsfactor: …”;

i)

het volgende punt 3.2.12.2.12 wordt ingevoegd:

„3.2.12.2.12.

Waterinspuiting: ja/nee (1)”;

j)

punt 3.2.19.4.1 wordt geschrapt;

k)

punt 3.2.20 wordt vervangen door:

„3.2.20.

Informatie betreffende warmteopslag”;

l)

punt 3.2.20.2 wordt vervangen door:

„3.2.20.2.

Isolatiematerialen: ja/nee (1)”;

m)

de volgende punten 3.2.20.2.5, 3.2.20.2.5.1, 3.2.20.2.5.2, 3.2.20.2.5.3 en 2.2.20.2.6 worden ingevoegd:

3.2.20.2.5.   Op het minst gunstige geval gebaseerde aanpak voor afkoeling van het voertuig: ja/nee (1)

3.2.20.2.5.1.   (niet op het minst gunstige geval gebaseerde aanpak) Minimale impregneertijd, tsoak_ATCT (uren): …

3.2.20.2.5.2.   (niet op het minst gunstige geval gebaseerde aanpak) Plaats van het meetpunt van de motortemperatuur: …

3.2.20.2.6.   Enige interpolatiefamilie in een ATCT-familiebenadering: ja/nee (1)”;

n)

het volgende punt 3.3) wordt ingevoegd:

„3.3.   Elektrische machine

3.3.1.   Type (wikkeling, bekrachtiging): …

3.3.1.1.   Maximumuurvermogen: … kW

(volgens fabrieksopgave)

3.3.1.1.1.   Nettomaximumvermogen (a) … kW

(volgens fabrieksopgave)

3.3.1.1.2.   Maximumvermogen gedurende 30 minuten (a) … kW

(volgens fabrieksopgave)

3.3.1.2.   Bedrijfsspanning: … V

3.3.2.   REESS

3.3.2.1.   Aantal cellen: …

3.3.2.2.   Massa: … kg

3.3.2.3.   Capaciteit: … Ah (ampère-uur)

3.3.2.4.   Plaats: …”;

o)

de punten 3.5.7.1 en 3.5.7.1.1 worden vervangen door:

„3.5.7.1.   Parameters testvoertuig

Voertuig

Voertuig Low (VL)

(indien van toepassing)

Voertuig High

(VH)

VM

(indien van toepassing)

V representatief (alleen voor de wegbelastingmatrixfamilie (*1))

Standaardwaarden

Carrosserietype

 

 

 

 

Gehanteerde wegbelastingmethode (meting of berekening door wegbelastingfamilie)

 

 

 

Informatie over de wegbelasting:

 

Merk en type van de banden, indien meting

 

 

 

 

Afmetingen banden (voor/achter), indien meting

 

 

 

 

Rolweerstand van de banden (voor/achter) (kg/t)

 

 

 

 

 

Bandenspanning (voor/achter) (kPa), indien meting

 

 

 

 

 

Delta CD × A van voertuig L vergeleken met voertuig H (IP_H minus IP_L)

 

 

Delta CD × A vergeleken met voertuig L van de wegebelastingfamilie (IP_H/L minus RL_L), in geval van berekening door wegbelastingfamilie

 

 

 

Testmassa voertuig (kg):

 

 

 

 

 

Wegbelastingcoëfficiënten

 

f0 (N)

 

 

 

 

 

f1 (N/(km/h))

 

 

 

 

 

f2 (N/(km/h)2)

 

 

 

 

 

Frontaal gebied m2 (0,000 m2)

 

 

Energievraag cyclus (J)

 

 

 

 

 

3.5.7.1.1.   Voor de test van type 1 en de meting van het nettovermogen overeenkomstig bijlage XX bij deze verordening gebruikte brandstof (alleen voor voertuigen op lpg of aardgas): …”;

p)

de punten 3.5.7.1.1.1 tot en met 3.5.7.1.3.2.3 worden geschrapt;

q)

de punten 3.5.7.2.1 tot en met 3.5.7.2.1.2.0 worden vervangen door:

„3.5.7.2.1.   CO2-massa-emissie voor puur-ICE-voertuigen en NOVC-HEV's;

3.5.7.2.1.0.   Minimale en maximale CO2-waarden binnen de interpolatiefamilie

3.5.7.2.1.1.   Voertuig High: … g/km

3.5.7.2.1.1.0.   Voertuig High (NEDC): … g/km

3.5.7.2.1.2.   Voertuig Low (indien van toepassing): … g/km

3.5.7.2.1.2.0.   Voertuig Low (indien van toepassing) (NEDC): … g/km

3.5.7.2.1.3.   Voertuig M (indien van toepassing): … g/km

3.5.7.2.1.3.0.   Voertuig M (indien van toepassing) (NEDC): … g/km”;

r)

de punten 3.5.7.2.2 tot en met 3.5.7.2.2.3.0 worden vervangen door:

„3.5.7.2.2.   CO2-massa-emissie bij ladingbehoud voor OVC-HEV's

3.5.7.2.2.1.   CO2-massa-emissie bij ladingbehoud voor voertuig High: g/km

3.5.7.2.2.1.0.   Gecombineerde CO2-massa-emissie voor voertuig High (NEDC-toestand B): g/km

3.5.7.2.2.2.   CO2-massa-emissie bij ladingbehoud voor voertuig Low (indien van toepassing): g/km

3.5.7.2.2.2.0.   Gecombineerde CO2-massa-emissie voor voertuig Low (indien van toepassing) (NEDC-toestand B): g/km

3.5.7.2.2.3.   CO2-massa-emissie bij ladingbehoud voor voertuig Medium (indien van toepassing): g/km

3.5.7.2.2.3.0.   Gecombineerde CO2-massa-emissie voor voertuig Medium (indien van toepassing) (NEDC-toestand B): g/km”;

s)

de punten 3.5.7.2.3 tot en met 3.5.7.2.3.3.0 worden vervangen door:

„3.5.7.2.3.   CO2-massa-emissie bij ontlading en gewogen CO2-massa-emissie voor OVC-HEV's

3.5.7.2.3.1.   CO2-massa-emissie bij ontlading voor voertuig High: … g/km

3.5.7.2.3.1.0.   CO2-massa-emissie bij ontlading voor voertuig High (NEDC-toestand A): … g/km

3.5.7.2.3.2.   CO2-massa-emissie bij ontlading voor voertuig Low (indien van toepassing): … g/km

3.5.7.2.3.2.0.   CO2-massa-emissie bij ontlading voor voertuig Low (indien van toepassing) (NEDC-toestand A): … g/km

3.5.7.2.3.3.   CO2-massa-emissie bij ontlading voor voertuig Medium (indien van toepassing): … g/km

3.5.7.2.3.3.0.   CO2-massa-emissie bij ontlading voor voertuig Medium (indien van toepassing) (NEDC-toestand A): … g/km”;

t)

het volgende punt 3.5.7.2.3.4 wordt toegevoegd:

„3.5.7.2.3.4.

Minimale en maximale gewogen CO2-waarden binnen de OVC-interpolatiefamilie”;

u)

punt 3.5.7.4.3 wordt geschrapt.

v)

punt 3.5.8.3 wordt vervangen door:

„3.5.8.3.

Emissiegegevens met betrekking tot het gebruik van eco-innovaties (tabel herhalen voor elke geteste referentiebrandstof) (w1)

Besluit tot goedkeuring van de eco-innovatie (w2)

Code van de eco-innovatie (w3)

1.

CO2-emissies van het basisvoertuig (g/km)

2.

CO2-emissies van het eco-innovatievoertuig (g/km)

3.

CO2-emissies van het basisvoertuig in type 1-testcyclus (w4)

4.

CO2-emissies van het eco-innovatievoertuig in type 1-testcyclus

5.

Gebruiksfactor (UF), d.w.z. het tijdsaandeel van het gebruik van de technologie onder normale bedrijfsomstandigheden

CO2-emissiebesparing ((1 – 2) – (3 – 4)) × 5

xxxx/201x

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Totale NEDC-CO2-emissiebesparing (g/km) (w5)

Totale WLTP-CO2-emissiebesparing (g/km) (w5)”

w)

het volgende punt 3.8.5 wordt ingevoegd:

„3.8.5.

Smeermiddelspecificatie: …W…”;

x)

de punten 4.5.1.1, 4.5.1.2 en 4.5.1.3 worden geschrapt;

y)

in punt 4.6 wordt het woord „Achteruit” onderaan de eerste kolom van de tabel geschrapt;

z)

de volgende punten 4.6.1 tot en met 4.6.1.7.1 worden ingevoegd:

„4.6.1.   Schakelen

4.6.1.1.   Versnelling 1 uitgesloten: ja/nee (1)

4.6.1.2.   n_95_high voor elke versnelling: …min– 1

4.6.1.3.   nmin_drive

4.6.1.3.1.   1e versnelling: …min– 1

4.6.1.3.2.   1e versnelling naar 2e: … min– 1

4.6.1.3.3.   2e versnelling tot stilstand: …min– 1

4.6.1.3.4.   2e versnelling: …min– 1

4.6.1.3.5.   3e versnelling en hoger: …min– 1

4.6.1.4.   n_min_drive_set voor acceleratiefasen/fasen met constante snelheid (n_min_drive_up):…min– 1

4.6.1.5.   n_min_drive_set voor vertragingsfasen (nmin_drive_down):

4.6.1.6.   startperiode

4.6.1.6.1.   t_start_phase:…s

4.6.1.6.2.   n_min_drive_start:….min– 1

4.6.1.6.3.   n_min_drive_up_start:….min-1

4.6.1.7.   gebruik van ASM: ja/nee (1)

4.6.1.7.1.   ASM-waarden: …”;

aa)

het volgende punt 4.12 wordt ingevoegd:

„4.12.

Smeermiddel versnellingsbak: …W…”;

ab)

de punten 9.10.3 en 9.10.3.1 worden geschrapt;

ac)

de volgende punten 12.8 tot en met 12.8.3.2 worden ingevoegd:

„12.8.   Voorzieningen of systemen met door de bestuurder selecteerbare modi die van invloed zijn op CO2-emissies en/of gereguleerde emissies en die geen overheersende modus hebben: ja/nee (1)

12.8.1.   Test met ladingbehoud (indien van toepassing) (vermelden voor elk(e) voorziening of systeem)

12.8.1.1.   Meest gunstige modus: …

12.8.1.2.   Meest ongunstige modus: …

12.8.2.   Test met ontlading (indien van toepassing (vermelden voor elk(e) voorziening of systeem))

12.8.2.1.   Meest gunstige modus: …

12.8.2.2.   Meest ongunstige modus: …

12.8.3.   Test van type 1 (indien van toepassing (vermelden voor elk(e) voorziening of systeem))

12.8.3.1.   Meest gunstige modus: …

12.8.3.2.   Meest ongunstige modus: …”;

ad)

in aanhangsel 3 wordt het aanhangsel van het inlichtingenformulier geschrapt.

23)

Aanhangsel 3a wordt als volgt gewijzigd:

a)

punt d) wordt vervangen door:

„d)

gedetailleerde technische beschrijving van alle aanvullende emissiestrategieën met inbegrip van een risicobeoordeling waarin een schatting wordt gemaakt van het risico met en zonder de aanvullende emissiestrategie, en informatie over het volgende:

i)

waarom eventuele uitzonderingen van het verbod op manipulatie-instrumenten van artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 715/2007 van toepassing zijn;

ii)

eventuele elementen van de hardware die door de aanvullende emissiestrategieën moeten worden beschermd;

iii)

bewijs van plotselinge en onherstelbare motorschade die niet kan worden voorkomen door regelmatig onderhoud en die zou optreden bij het ontbreken van de aanvullende emissiestrategie, in voorkomend geval;

iv)

een beredeneerde uitleg van de eventuele noodzaak om een aanvullende emissiestrategie te gebruiken voor het starten van de motor, in voorkomend geval;”;

b)

de volgende tweede en derde alinea worden toegevoegd:

„Het uitgebreide documentatiepakket wordt beperkt tot 100 bladzijden en moet alle voorname elementen omvatten waarmee de typegoedkeuringsinstantie de aanvullende emissiestrategie kan beoordelen. Indien nodig kan het pakket worden aangevuld met bijlagen en andere bijgevoegde documenten, met aanvullende en complementaire informatie. Bij iedere wijziging die aan de aanvullende emissiestrategie wordt aangebracht, dient de fabrikant een nieuwe versie van het uitgebreide documentatiepakket in bij de typegoedkeuringsinstantie. De nieuwe versie wordt beperkt tot de veranderingen en de gevolgen daarvan. De nieuwe versie van de aanvullende emissiestrategie moet worden beoordeeld en goedgekeurd door de typegoedkeuringsinstantie.

De structuur van het uitgebreide documentatiepakket is als volgt:

Uitgebreid documentatiepakket voor aanvraag nr. YYY/OEM voor een aanvullende emissiestrategie krachtens Verordening (EU) 2017/1151

Delen

alinea

punt

Toelichting

Inleiding documenten

 

Introductiebrief aan de typegoedkeuringsinstantie

Referentie van het document met de versie, datum van afgifte, ondertekening door de betrokkene in de organisatie van de fabrikant

 

Inhoudstabel van de verschillende versies

Inhoud van de wijzigingen van elke versie, en welk deel is gewijzigd

 

Beschrijving van de desbetreffende (emissie)typen

 

 

Tabel bijgevoegde documenten

Lijst van alle bijgevoegde documenten

 

Kruisverwijzingen

link naar de punten a) tot en met i) van aanhangsel 3a (waar elk voorschrift van de verordening kan worden gevonden)

 

Verklaring van afwezigheid van manipulatie-instrument

+ ondertekening

Kerndocument

0

Acroniemen/afkortingen

 

1

ALGEMENE BESCHRIJVING

 

1.1

Algemene beschrijving van de motor

Beschrijving van de voornaamste kenmerken: cilinderinhoud, nabehandeling, ...

1.2

Algemene systeemstructuur

Blokdiagram van het systeem: lijst van sensoren en actuatoren, toelichting van algemene motorfuncties

1.3

Lezing van software en kalibratieversie

Bv. uitleg van scaninstrument

2

Basisemissiestrategieën (BES)

 

2.x

BES x

Beschrijving van strategie x

2.y

BES y

Beschrijving van strategie y

3

Aanvullende emissiestrategieën (AES)

 

3.0

Beschrijving van AES

Hiërarchische verhoudingen tussen AES: beschrijving en motivering (bv. veiligheid, betrouwbaarheid, enz.)

3.x

AES x

3.x.1

motivering AES

3.x.2

gemeten en/of gemodelleerde parameters voor AES-karakterisering

3.x.3

actiemodus van AES - toegepaste parameters

3.x.4

effect van AES op verontreinigende stoffen en CO2

3.y

AES y

3.y.1

3.y.2

enz.

tot hier beperking tot 100 blz.

Bijlage

 

Lijst van typen waarop deze BES-AES van toepassing is: inclusief TG-referentie, software-referentie, kalibratienummer, controlesommen van elke versie en van elke regeleenheid (motor en/of nabehandeling indien aanwezig)

Bijgevoegde documenten

 

Technische noot voor AES-motivering n° xxx

Risicobeoordeling of motivering door tests of voorbeeld van eventuele plotselinge schade

 

Technische noot voor AES-motivering n° yyy

 

 

Technisch rapport voor specifieke AES-impactkwantificering

testrapport van alle specifieke tests voor AES-motivering, details van testomstandigheden, beschrijving van het voertuig, testdata effect op emissie/CO2 met/zonder activatie van AES”.

24)

Het volgende aanhangsel 3b wordt ingevoegd:

„Aanhangsel 3b

Methodologie voor de beoordeling van de aanvullende emissiestrategie

De beoordeling van de aanvullende emissiestrategie (AES) door de typegoedkeuringsinstantie moet ten minste de volgende verificaties omvatten:

1)

De door de AES veroorzaakte emissiestijging moet tot een minimum worden beperkt:

a)

de stijging van de totale emissies bij gebruik van een AES moet gedurende de normale gebruiks- en levensduur van de voertuigen tot een minimum worden beperkt;

b)

wanneer een technologie of ontwerp die of dat betere emissiebeheersing mogelijk maakt, ten tijde van de voorlopige beoordeling van de aanvullende emissiestrategie in de handel verkrijgbaar is, moet die technologie of dat ontwerp zonder ongerechtvaardigde aanpassingen worden gebruikt.

2)

Wanneer het risico op plotselinge en onherstelbare schade aan de „aandrijfenergieomzetter en de aandrijving”, zoals gedefinieerd in gemeenschappelijke resolutie nr. 2 (G.R.2) betreffende definities van de aandrijflijn van voertuigen van de overeenkomsten van de VN/ECE van 1958 en 1998 (6), als motivering voor het gebruik van een AES wordt aangevoerd, moet dat risico naar behoren wordt aangetoond en gedocumenteerd, met inbegrip van de volgende informatie:

a)

De fabrikant verstrekt bewijs van catastrofale (d.w.z. plotselinge en onherstelbare) motorschade, alsmede een risicobeoordeling en een evaluatie van de waarschijnlijkheid dat het risico optreedt en de ernst van de mogelijke gevolgen ervan, met inbegrip van de op dat gebied verrichte tests en testresultaten.

b)

Wanneer ten tijde van de aanvraag van de AER een technologie of ontwerp in de handel verkrijgbaar is die of dat het desbetreffende risico wegneemt of vermindert, moet die technologie of dat ontwerp zoveel mogelijk worden gebruikt (d.w.z. zonder ongerechtvaardigde aanpassingen).

c)

Duurzaamheid en de bescherming op de lange termijn van de motor of onderdelen van het emissiebeheersingssysteem tegen slijtage en defecten is geen aanvaardbare motivering voor het verlenen van een vrijstelling van het verbod op manipulatie-instrumenten.

3)

Door middel van een toereikende technische beschrijving moet worden gedocumenteerd waarom het gebruik van een AES noodzakelijk is voor een veilige werking van het voertuig:

a)

De fabrikant moet bewijs verstrekken waaruit blijkt dat er een verhoogd risico bestaat voor de veilige werking van het voertuig, alsmede een risicobeoordeling en een evaluatie van de waarschijnlijkheid dat het risico optreedt en de ernst van de mogelijke gevolgen ervan, met inbegrip van de op dat gebied verrichte tests en testresultaten.

b)

Wanneer ten tijde van de aanvraag van de AER een andere technologie of een ander ontwerp in de handel verkrijgbaar is waarmee het veiligheidsrisico kan worden verlaagd, moet die technologie of dat ontwerp zoveel mogelijk worden gebruikt (d.w.z. zonder ongerechtvaardigde aanpassingen).

4)

Door middel van een toereikende technische beschrijving moet worden gedocumenteerd waarom het gebruik van een AES noodzakelijk is tijdens het starten van de motor:

a)

De fabrikant moet bewijs verstrekken waaruit blijkt dat het nodig is tijdens het starten van de motor een AES te gebruiken, alsmede een risicobeoordeling en een evaluatie van de waarschijnlijkheid dat het risico optreedt en de ernst van de mogelijke gevolgen ervan, met inbegrip van de op dat gebied verrichte tests en testresultaten.

b)

Wanneer ten tijde van de aanvraag van de AER een andere technologie of een ander ontwerp in de handel verkrijgbaar is waarmee de emissiebeheersing bij de het starten van de motor kan worden verbeterd, moet die technologie of dat ontwerp zoveel mogelijk worden gebruikt (d.w.z. zonder ongerechtvaardigde aanpassingen).

25)

Aanhangsel 4 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in het model van het EG-typegoedkeuringscertificaat wordt in deel I het volgende punt 0.4.2 ingevoegd:

„0.4.2.

basisvoertuig (5a) (1): ja/nee (1)”;

b)

het addendum bij het EG-typegoedkeuringscertificaat wordt als volgt gewijzigd:

i)

punt 0 wordt vervangen door:

„0.   Identificatiekenmerk van de interpolatiefamilie zoals gedefinieerd in bijlage XXI, punt 5.0, bij Verordening (EU) 2017/1151.

0.1.   Identificatiekenmerk: …

0.2.   Identificatiekenmerk basisvoertuig (5a) (1):…”;

ii)

de punten 1.1, 1.2 en 1.3 worden vervangen door:

1.1.   Massa van het voertuig in rijklare toestand:

 

VL (1): …

 

VH: …

1.2.   Maximummassa:

 

VL (1): …

 

VH: …

1.3.   Referentiemassa:

 

VL (1): …

 

VH: …”;

iii)

punt 2.1 wordt vervangen door:

„2.1.   Testresultaten uitlaatemissies

Emissieclassificatie: ……

Resultaten test van type 1, indien van toepassing

Typegoedkeuringsnummer indien geen basisvoertuig (1): …

Test 1

Resultaat Type 1

CO

(mg/km)

THC

(mg/km)

NMHC

(mg/km)

NOx

(mg/km)

THC + NOx

(mg/km)

PM

(mg/km)

PN

(#.1011/km)

Gemeten (8) (9)

 

 

 

 

 

 

 

Ki × (8) (10)

 

 

 

 

(11)

 

 

Ki + (8) (10)

 

 

 

 

(11)

 

 

Gemiddelde waarde, berekend met Ki (M × Ki of M + Ki) (9)

 

 

 

 

(12)

 

 

DF (+ )(8) (10)

 

 

 

 

 

 

 

DF (×) (8) (10)

 

 

 

 

 

 

 

Definitieve gemiddelde waarde, berekend met Ki en DF (13)

 

 

 

 

 

 

 

Grenswaarde

 

 

 

 

 

 

 

Test 2 (indien van toepassing)

Herhaal de tabel van test 1 met de testresultaten van test 2.

Test 3 (indien van toepassing)

Herhaal de tabel van test 1 met de testresultaten van test 3.

Herhaal test 1, test 2 (indien van toepassing) en test 3 (indien van toepassing) voor voertuig Low (indien van toepassing) en voertuig Medium (indien van toepassing).

ATCT-test

CO2-emissie (g/km)

Gecombineerd

ATCT (14 °C) MCO2,Treg

 

Type 1 (23 °C) MCO2,23°

 

Correctiefactor voor de familie (FCF)

 


ATCT-testresultaat

CO

(mg/km)

THC

(mg/km)

NMHC

(mg/km)

NOx

(mg/km)

THC + NOx

(mg/km)

PM

(mg/km)

PN

(#.1011/km)

Gemeten (7)  (8)

 

 

 

 

 

 

 

Grenswaarden

 

 

 

 

 

 

 

Verschil tussen de eindtemperatuur van het motorkoelmiddel en de gemiddelde temperatuur van de impregneerzone van de laatste drie uur ΔT_ATCT (°C) voor het referentievoertuig: …

De minimale impregneertijd tsoak_ATCT (s) …

Plaats van de temperatuursensor: …

Identificatiekenmerk van de ATCT-familie

Type 2: (met inbegrip van voor de technische keuring vereiste informatie):

Test

CO-waarde

(% vol)

Lambda (1)

Motortoerental

(min– 1)

Temperatuur motorolie

(°C)

Test laag stationair

 

n.v.t.

 

 

Test hoog stationair

 

 

 

 

Type 3: …

Type 4: … g/test;

testprocedure overeenkomstig: Bijlage 6 bij VN/ECE-Reglement nr. 83 [NEDC, 1 dag] / de bijlage bij Verordening (EU) 2017/1221 [NEDC, 2 dagen] / bijlage VI bij Verordening (EU) 2017/1151 [WLTP, 2 dagen] (1).

Type 5:

Duurzaamheidstest: test van het complete voertuig/verouderingstest op de bank/geen (1)

Verslechteringsfactor (DF): berekend/toegewezen (1)

Waarden specificeren: …

Toepasselijke cyclus van type 1(bijlage XXI, subbijlage 4, bij Verordening (EU) 2017/1151 of VN/ECE-Reglement nr. 83) (14): …

Type 6

CO (g/km)

THC (g/km)

Gemeten waarde

 

 

Grenswaarde”;

 

 

iv)

punt 2.5.1 wordt vervangen door:

„2.5.1.

Puur-ICE-voertuig en NOVC-HEV”;

v)

het volgende punt 2.5.1.0 wordt ingevoegd:

„2.5.1.0.

Minimale en maximale CO2-waarden binnen de interpolatiefamilie”;

vi)

de punten 2.5.1.1.3 en 2.5.1.1.4 worden vervangen door:

„2.5.1.1.3.   CO2-massa-emissies (waarden verstrekken voor elke geteste referentiebrandstof, voor de fasen: de gemeten waarden, voor de gecombineerde waarden zie bijlage XXI, subbijlage 6, punten 1.1.2.3.8 en 1.1.2.3.9, bij Verordening (EU) 2017/1151)

CO2-emissie (g/km)

Test

Low

Medium

High

Extra High

Gecombineerd

MCO2,p,5 / MCO2,c,5

1

 

 

 

 

 

2

 

 

 

 

 

3

 

 

 

 

 

gemiddelde

 

 

 

 

 

Eindwaarden MCO2,p,H / MCO2,c,H

 

 

 

 

 

2.5.1.1.4.   Brandstofverbruik (waarden verstrekken voor elke geteste referentiebrandstof, voor de fasen: de gemeten waarden, voor de gecombineerde waarden zie bijlage XXI, subbijlage 6, punten 1.1.2.3.8 en 1.1.2.3.9)

Brandstofverbruik (l/100 km) of m3/100 km of kg/100 km (1)

Low

Medium

High

Extra High

Gecombineerd

Eindwaarden FCp,H / FCc,H”;

 

 

 

 

 

vii)

de punten 2.5.1.2 tot en met 2.5.1.3 worden vervangen door:

„2.5.1.2.   Voertuig Low (indien van toepassing)

2.5.1.2.1.   Energievraag cyclus: … J

2.5.1.2.2.   Wegbelastingcoëfficiënten

2.5.1.2.2.1.   f0, N: …

2.5.1.2.2.2.   f1, N/(km/h): …

2.5.1.2.2.3.   f2, N/(km/h) (2): …

2.5.1.2.3.   CO2-massa-emissies (waarden verstrekken voor elke geteste referentiebrandstof, voor de fasen: de gemeten waarden, voor de gecombineerde waarden zie bijlage XXI, subbijlage 6, punten 1.1.2.3.8 en 1.1.2.3.9)

CO2-emissie (g/km)

Test

Low

Medium

High

Extra High

Gecombineerd

MCO2,p,5 / MCO2,c,5

1

 

 

 

 

 

2

 

 

 

 

 

3

 

 

 

 

 

gemiddelde

 

 

 

 

 

Eindwaarden MCO2,p,L / MCO2,c,L

 

 

 

 

 

2.5.1.2.4.   Brandstofverbruik (waarden verstrekken voor elke geteste referentiebrandstof, voor de fasen: de gemeten waarden, voor de gecombineerde waarden zie bijlage XXI, subbijlage 6, punten 1.1.2.3.8 en 1.1.2.3.9)

Brandstofverbruik (l/100 km) of m3/100 km of kg/100 km (1)

Low

Medium

High

Extra High

Gecombineerd

Eindwaarden FCp,L / FCc,L

 

 

 

 

 

2.5.1.3.   Voertuig M voor NOVC-HEV (indien van toepassing)”;

viii)

de volgende punten 2.5.1.3.1 tot en met 2.5.1.3.4 worden ingevoegd:

„2.5.1.3.1.   Energievraag cyclus: … J

2.5.1.3.2.   Wegbelastingcoëfficiënten

2.5.1.3.2.1.   f0, N: …

2.5.1.3.2.2.   f1, N/(km/h): …

2.5.1.3.2.3.   f2, N/(km/h) (2): …

2.5.1.3.3.   CO2-massa-emissies (waarden verstrekken voor elke geteste referentiebrandstof, voor de fasen: de gemeten waarden, voor de gecombineerde waarden zie bijlage XXI, subbijlage 6, punten 1.1.2.3.8 en 1.1.2.3.9)

CO2-emissie (g/km)

Test

Low

Medium

High

Extra High

Gecombineerd

MCO2,p,5 / MCO2,c,5

1

 

 

 

 

 

2

 

 

 

 

 

3

 

 

 

 

 

gemiddelde

 

 

 

 

 

Eindwaarden MCO2,p,L / MCO2,c,L

 

 

 

 

 

2.5.1.3.4.   Brandstofverbruik (waarden verstrekken voor elke geteste referentiebrandstof, voor de fasen: de gemeten waarden, voor de gecombineerde waarden zie bijlage XXI, subbijlage 6, punten 1.1.2.3.8 en 1.1.2.3.9)

Brandstofverbruik (l/100 km) of m3/100 km of kg/100 km (1)

Low

Medium

High

Extra High

Gecombineerd

Eindwaarden FCp,L / FCc,L”;

 

 

 

 

 

ix)

punt 2.5.1.3.1 wordt geschrapt;

x)

de volgende punten 2.5.1.4 en 2.5.1.4.1 worden ingevoegd:

2.5.1.4.   Voor voertuigen die door een verbrandingsmotor worden aangedreven en zijn uitgerust met periodiek regenererende systemen zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 6, van deze verordening, worden de testresultaten aangepast met de Ki-factor zoals vermeld in bijlage XXI, subbijlage 6, aanhangsel 1.

2.5.1.4.1.   Informatie over de regeneratiestrategie voor CO2-emissies en brandstofverbruik

D = aantal werkingscycli tussen twee cycli waarin zich regeneratiefasen voordoen: …

d = aantal werkingscycli dat vereist is voor regeneratie: …

Toepasselijke cyclus van type 1(bijlage XXI, subbijlage 4, bij Verordening (EU) 2017/1151 of VN/ECE-Reglement nr. 83) (14): …

 

Gecombineerd

Ki (additief/multiplicatief) (1)

Waarden voor CO2 en brandstofverbruik (10)

 

Herhaal 2.5.1 bij basisvoertuig”;

xi)

de punten 2.5.2.1 tot en met 2.5.2.1.2 worden vervangen door:

„2.5.2.1.   Elektriciteitsverbruik

2.5.2.1.1.   Voertuig High

2.5.2.1.1.1.   Energievraag cyclus: … J

2.5.2.1.1.2.   Wegbelastingcoëfficiënten

2.5.2.1.1.2.1.   f0, N: …

2.5.2.1.1.2.2.   f1, N/(km/h): …

2.5.2.1.1.2.3.   f2, N/(km/h) (2): …

EC (Wh/km)

Test

Stad

Gecombineerd

Berekend EC

1

 

 

2

 

 

3

 

 

gemiddelde

 

 

Opgegeven waarde

 

2.5.2.1.1.3.   Totale tijd dat de toleranties tijdens de cyclus worden overschreden: … sec

2.5.2.1.2.   Voertuig Low (indien van toepassing)

2.5.2.1.2.1.   Energievraag cyclus: … J

2.5.2.1.2.2.   Wegbelastingcoëfficiënten

2.5.2.1.2.2.1.   f0, N: …

2.5.2.1.2.2.2.   f1, N/(km/h): …

2.5.2.1.2.2.3.   f2, N/(km/h) (2): …

EC (Wh/km)

Test

Stad

Gecombineerd

Berekend EC

1

 

 

2

 

 

3

 

 

gemiddelde

 

 

Opgegeven waarde

 

2.5.2.1.2.3.   Totale tijd dat de toleranties tijdens de cyclus worden overschreden: … sec”;

xii)

punt 2.5.2.2 wordt vervangen door:

„2.5.2.2.   Puur elektrische actieradius (PER)

2.5.2.2.1.   Voertuig High

PER (km)

Test

Stad

Gecombineerd

Gemeten puur elektrische actieradius

1

 

 

2

 

 

3

 

 

gemiddelde

 

 

Opgegeven waarde

 

2.5.2.2.2.   Voertuig Low (indien van toepassing)

PER (km)

Test

Stad

Gecombineerd

Gemeten puur elektrische actieradius

1

 

 

2

 

 

3

 

 

gemiddelde

 

 

Opgegeven waarde

—”

 

xiii)

de punten 2.5.3.1 tot en met 2.5.3.2 worden vervangen door:

„2.5.3.1.   CO2-massa-emissie bij ladingbehoud

2.5.3.1.1.   Voertuig High

2.5.3.1.1.1.   Energievraag cyclus: … J

2.5.3.1.1.2.   Wegbelastingcoëfficiënten

2.5.3.1.1.2.1.   f0, N: …

2.5.3.1.1.2.2.   f1, N/(km/h): …

2.5.3.1.1.2.3.   f2, N/(km/h) (2): …

CO2-emissie (g/km)

Test

Low

Medium

High

Extra High

Gecombineerd

MCO2,p,5 / MCO2,c,5

1

 

 

 

 

 

2

 

 

 

 

 

3

 

 

 

 

 

Gemiddeld

 

 

 

 

 

Eindwaarden MCO2,p,H / MCO2,c,H

 

 

 

 

 

2.5.3.1.2.   Voertuig Low (indien van toepassing)

2.5.3.1.2.1.   Energievraag cyclus: … J

2.5.3.1.2.2.   Wegbelastingcoëfficiënten

2.5.3.1.2.2.1.   f0, N: …

2.5.3.1.2.2.2.   f1, N/(km/h): …

2.5.3.1.2.2.3.   f2, N/(km/h) (2): …

CO2-emissie (g/km)

Test

Low

Medium

High

Extra High

Gecombineerd

MCO2,p,5 / MCO2,c,5

1

 

 

 

 

 

2

 

 

 

 

 

3

 

 

 

 

 

Gemiddeld

 

 

 

 

 

Eindwaarden MCO2,p,L / MCO2,c,L

 

 

 

 

 

2.5.3.1.3.   Voertuig M (indien van toepassing)

2.5.3.1.3.1.   Energievraag cyclus: … J

2.5.3.1.3.2.   Wegbelastingcoëfficiënten

2.5.3.1.3.2.1.   f0, N: …

2.5.3.1.3.2.2.   f1, N/(km/h): …

2.5.3.1.3.2.3.   f2, N/(km/h) (2): …

CO2-emissie (g/km)

Test

Low

Medium

High

Extra High

Gecombineerd

MCO2,p,5 / MCO2,c,5

1

 

 

 

 

 

2

 

 

 

 

 

3

 

 

 

 

 

Gemiddeld

 

 

 

 

 

MCO2,p,M / MCO2,c,M

 

 

 

 

 

2.5.3.2.   CO2-massa-emissie bij ontlading

Voertuig High

CO2-emissie (g/km)

Test

Gecombineerd

MCO2,CD

1

 

2

 

3

 

Gemiddeld

 

Eindwaarde MCO2,CD,H

 

Voertuig Low (indien van toepassing)

CO2-emissie (g/km)

Test

Gecombineerd

MCO2,CD

1

 

2

 

3

 

Gemiddeld

 

Eindwaarde MCO2,CD,L

 

Voertuig M (indien van toepassing)

CO2-emissie (g/km)

Test

Gecombineerd

MCO2,CD

1

 

2

 

3

 

Gemiddeld

 

Eindwaarde MCO2,CD,M

 

xiv)

aan punt 2.5.3.3 wordt het volgende punt 2.5.3.3.1 toegevoegd:

„2.5.3.3.1.

Minimale en maximale CO2-waarden binnen de interpolatiefamilie”;

xv)

punt 2.5.3.5 wordt vervangen door:

„2.5.3.5.   Brandstofverbruik bij ontlading

Voertuig High

Brandstofverbruik (l/100 km)

Gecombineerd

Eindwaarden FCCD,H

 

Voertuig Low (indien van toepassing)

Brandstofverbruik (l/100 km)

Gecombineerd

Eindwaarden FCCD,L

 

Voertuig M (indien van toepassing)

Brandstofverbruik (l/100 km)

Gecombineerd

Eindwaarden FCCD,M”;

 

xvi)

punt 2.5.3.7.1 wordt vervangen door:

„2.5.3.7.1.   Totale elektrische actieradius (AER)

AER (km)

Test

Stad

Gecombineerd

AER-waarden

1

 

 

2

 

 

3

 

 

Gemiddeld

 

 

Eindwaarden AER”;

 

 

xvii)

punt 2.5.3.7.4 wordt vervangen door:

„2.5.3.7.4.   Actieradius tijdens ontladingscyclus RCDC

RCDC (km)

Test

Gecombineerd

RCDC-waarden

1

 

2

 

3

 

Gemiddeld

 

Eindwaarden RCDC”;

 

xviii)

de punten 2.5.3.8.2 en 2.5.3.8.3 worden vervangen door:

„2.5.3.8.2.   UF-gewogen elektriciteitsverbruik bij ontlading ECAC,CD (gecombineerd)

ECAC,CD (Wh/km)

Test

Gecombineerd

ECAC,CD-waarden

1

 

2

 

3

 

Gemiddeld

 

Eindwaarden ECAC,CD

 

2.5.3.8.3.   UF-gewogen elektriciteitsverbruik ECAC, weighted (gecombineerd)

ECAC,weighted (Wh/km)

Test

Gecombineerd

ECAC,weighted-waarden

1

 

2

 

3

 

Gemiddeld

 

Eindwaarden ECAC,weighted

 

Herhaal 2.5.3 bij basisvoertuig”;

xix)

het volgende punt 2.5.4 wordt ingevoegd:

„2.5.4.   Brandstofcelvoertuigen (FCV)

Brandstofverbruik (kg/100 km)

Gecombineerd

Eindwaarden FCc

 

Herhaal 2.5.4 bij basisvoertuig”;

xx)

het volgende punt 2.5.5 wordt ingevoegd:

„2.5.5.

Instrument voor de meting van het brandstof- en/of elektriciteitsverbruik: ja/niet van toepassing …”;

xxi)

aan de toelichtingen wordt de volgende noot (5a) toegevoegd:

„(5a)

Zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 18, van Richtlijn 2007/46/EG”;

c)

het aanhangsel van het addendum bij het typegoedkeuringscertificaat wordt als volgt gewijzigd:

i)

de titel van punt 1 wordt vervangen door:

„1.

CO2-emissies zoals bepaald volgens punt 3.2.8 van bijlage I bij de Uitvoeringsverordeningen (EU) 2017/1152 en (EU) 2017/1153)”:

ii)

punt 2.1.1 wordt vervangen door:

„2.1.1.   CO2-massa-emissies (voor elke geteste referentiebrandstof), voor puur-ICE-voertuigen en NOVC-HEV's

CO2-emissie (g/km)

Stedelijk

Buiten de stad

Gecombineerd

MCO2,NEDC_H,test

 

 

 

iii)

de volgende punten 2.1.2 en 2.1.2.1 worden ingevoegd:

„2.1.2.   OVC-testresultaten

2.1.2.1.   CO2-massa-emissie voor OVC-HEV's

CO2-emissie (g/km)

Gecombineerd

MCO2,NEDC_H,test,condition A

 

MCO2,NEDC_H,test,condition B

 

MCO2,NEDC_H,test,weighted;”

 

iv)

punt 2.2.1 wordt vervangen door:

„2.2.1.   CO2-massa-emissies (voor elke geteste referentiebrandstof), voor puur-ICE-voertuigen en NOVC-HEV's

CO2-emissie (g/km)

Stedelijk

Buiten de stad

Gecombineerd

MCO2,NEDC_L,test”;

 

 

 

v)

de volgende punten 2.2.2 en 2.2.2.1 worden ingevoegd:

„2.2.2.   OVC-testresultaten

2.2.2.1.   CO2-massa-emissie voor OVC-HEV's

CO2-emissie (g/km)

Gecombineerd

MCO2,NEDC_L,test,condition A

 

MCO2,NEDC_L,test,condition B

 

MCO2,NEDC_L,test,weighted”;

 

vi)

punt 3 wordt vervangen door:

„3.

Afwijkings- en verificatiefactoren (bepaald volgens punt 3.2.8 van de uitvoeringsverordeningen (EU) 2017/1152 en (EU) 2017/1153):

Afwijkingsfactor (indien van toepassing)

 

Verificatiefactor (indien van toepassing)

1 of 0

Identificatiecode (hashcode) van het volledige correlatiedossier (bijlage I, punt 3.1.1.2, bij de Uitvoeringsverordeningen (EU) 2017/1152 en (EU) 2017/1153)”;

 

vii)

de volgende punten 4 tot en met 4.2.3 worden ingevoegd:

„4.   Eindwaarden NEDC voor CO2 en brandstofverbruik

4.1.   Eindwaarden NEDC (voor elke geteste referentiebrandstof) voor puur-ICE-voertuigen en NOVC-HEV's

 

 

Stedelijk

Buiten de stad

Gecombineerd

CO2-emissie (g/km)

MCO2,NEDC_L, final

 

 

 

MCO2,NEDC_H, final

 

 

 

Brandstofverbruik (l/100 km)

FCNEDC_L, final

 

 

 

FCNEDC_H, final

 

 

 

4.2.   Eindwaarden NEDC (voor elke geteste referentiebrandstof) voor OVC-HEV's

4.2.1.   CO2-emissie (g/km): zie de punten 2.1.2.1 en 2.2.2.1

4.2.2.   Elektriciteitsverbruik (Wh/km): zie de punten 2.1.2.2 en 2.2.2.2

4.2.3.   Brandstofverbruik (l/100 km)

Brandstofverbruik (l/100 km)

Gecombineerd

FCNEDC_L,test,condition A

 

FCNEDC_L,test,condition B

 

FCNEDC_L,test,weighted”;

 

26)

Aanhangsel 6 wordt als volgt gewijzigd:

a)

tabel 1 wordt als volgt gewijzigd:

i)

de rijen voor de letters AG tot en met AL worden vervangen door:

„AG

Euro 6d-TEMP

Euro 6-2

M, N1 klasse I

PI, CI

1.9.2017 (1)

 

31.8.2019

BG

Euro 6d-TEMP-EVAP

Euro 6-2

M, N1 klasse I

PI, CI

 

 

31.8.2019

CG

Euro 6d-TEMP-ISC

Euro 6-2

M, N1 klasse I

PI, CI

1.1.2019

 

31.8.2019

DG

Euro 6d-TEMP-EVAP-ISC

Euro 6-2

M, N1 klasse I

PI, CI

1.9.2019

1.9.2019

31.12.2020

AH

Euro 6d-TEMP

Euro 6-2

N1, klasse II

PI, CI

1.9.2018 (1)

 

31.8.2019

BH

Euro 6d-TEMP-EVAP

Euro 6-2

N1, klasse II

PI, CI

 

 

31.8.2019

CH

Euro 6d-TEMP-EVAP-ISC

Euro 6-2

N1 klasse II

PI, CI

1.9.2019

1.9.2020

31.12.2021

AI

Euro 6d-TEMP

Euro 6-2

N1, klasse III, N2

PI, CI

1.9.2018 (1)

 

31.8.2019

BI

Euro 6d-TEMP-EVAP

Euro 6-2

N1, klasse III, N2

PI, CI

 

 

31.8.2019

CI

Euro 6d-TEMP-EVAP-ISC

Euro 6-2

N1, klasse III, N2

PI, CI

1.9.2019

1.9.2020

31.12.2021

AJ

Euro 6d

Euro 6-2

M, N1 klasse I

PI, CI

 

 

31.8.2019

AK

Euro 6d

Euro 6-2

N1, klasse II

PI, CI

 

 

31.8.2020

AL

Euro 6d

Euro 6-2

N1, klasse III, N2

PI, CI

 

 

31.8.2020

AM

Euro 6d-ISC

Euro 6-2

M, N1 klasse I

PI, CI

 

 

31.12.2020

AN

Euro 6d-ISC

Euro 6-2

N1, klasse II

PI, CI

 

 

31.12.2021

AO

Euro 6d-ISC

Euro 6-2

N1, klasse III, N2

PI, CI

 

 

31.12.2021

AP

Euro 6d-ISC-FCM

Euro 6-2

M, N1 klasse I

PI, CI

1.1.2020

1.1.2021

 

AQ

Euro 6d-ISC-FCM

Euro 6-2

N1, klasse II

PI, CI

1.1.2021

1.1.2022

 

AR

Euro 6d-ISC-FCM

Euro 6-2

N1, klasse III, N2

PI, CI

1.1.2021

1.1.2022”;

 

b)

na tabel 1 wordt de volgende tekst ingevoegd na de verklaring met betrekking tot Euro 6d-TEMP:

„emissienorm „Euro 6d-TEMP-ISP” = RDE-tests met tijdelijke conformiteitsfactoren, alle Euro 6-emissievoorschriften (met inbegrip van PN RDE) en nieuwe ISC-procedure;”

„emissienorm „Euro 6d-TEMP-EVAP-ISC” = RDE-NOx-tests met tijdelijke conformiteitsfactoren, alle Euro 6-uitlaatemissievoorschriften (met inbegrip van PN RDE), 48H-testprocedure voor verdampingsemissies en nieuwe ISC-procedure;”;

c)

na tabel 1 wordt de volgende tekst ingevoegd na de verklaring met betrekking tot Euro 6:

„emissienorm „Euro 6d-ISC” = RDE-NOx-tests met definitieve conformiteitsfactoren, alle Euro 6-uitlaatemissievoorschriften, 48H-testprocedure voor verdampingsemissies en nieuwe ISC-procedure;”;

„emissienorm „Euro 6d-ISC-FCM” = RDE-NOx-tests met definitieve conformiteitsfactoren, alle Euro 6-uitlaatemissievoorschriften, 48H-testprocedure voor verdampingsemissies, voorzieningen voor monitoring van het brandstofverbruik en/of het elektrische-energieverbruik en nieuwe ISC-procedure;”.

27)

De aanhangsels 8a tot en met 8c worden vervangen door:

„Aanhangsel 8a

Testrapport

Een testrapport is het rapport dat is opgesteld door de technische dienst die krachtens deze verordening verantwoordelijk is voor het uitvoeren van de tests.

DEEL I

Waar van toepassing bevat de volgende informatie de minimumgegevens die vereist zijn voor de test van type 1.

Rapportnummer

AANVRAGER

 

Fabrikant

 

ONDERWERP

Identificatienummer(s) van de wegbelastingfamilie

:

 

Identificatienummer(s) van de interpolatiefamilie

:

 

Geteste voertuig

 

Merk

:

 

 

IP-identificatienummer

:

 

CONCLUSIE

Het geteste voertuig voldoet aan de in het onderwerp genoemde voorschriften.


PLAATS:

DD/MM/JJJJ

Algemene opmerkingen:

Indien er meerdere opties (verwijzingen) zijn, moet in het testrapport de geteste optie worden beschreven.

Indien er niet meerdere opties zijn, is een verwijzing naar het inlichtingenformulier in het begin van het testrapport voldoende.

Het staat alle technische diensten vrij aanvullende informatie toe te voegen.

a)

Specifiek voor voertuigen met elektrische-ontstekingsmotor.

b)

Specifiek voor voertuigen met compressieontstekingsmotor.

1.   BESCHRIJVING VAN GETESTE VOERTUIG(EN): HIGH, LOW EN MEDIUM (INDIEN VAN TOEPASSING)

1.1.   Algemeen

Voertuignummers

:

Prototypenummer en VIN

Categorie

:

 

 

 

 

Carrosserie

:

 

Aangedreven wielen

:

 

1.1.1.   Structuur van de aandrijflijn

Structuur van de aandrijflijn

:

puur ICE, hybride, elektrisch of brandstofcel

1.1.2.   VERBRANDINGSMOTOR (indien van toepassing)

Herhaal dit punt in geval van meerdere verbrandingsmotoren

Merk

:

 

Type

:

 

Werkingsprincipe

:

tweetakt/viertakt

Aantal en opstelling van de cilinders

:

 

Cilinderinhoud (cm3)

:

 

Stationair toerental (min– 1)

:

 

+

Hoog stationair toerental (min– 1) (a)

:

 

+

Nominaal vermogen

:

 

kW

bij

 

rpm

Nettomaximumkoppel

:

 

Nm

bij

 

rpm

Motorsmeermiddel

:

merk en type

Koelsysteem

:

type: lucht/water/olie

Isolatie

:

materiaal, hoeveelheid, plaats, volume en gewicht

1.1.3.   TESTBRANDSTOF voor de test van type 1 (indien van toepassing)

Herhaal dit punt in geval van meerdere testbrandstoffen

Merk

:

 

Type

:

benzine E10 - diesel B7 - lpg - aardgas -…

Dichtheid bij 15 °C

:

 

Zwavelgehalte

:

alleen voor diesel B7 en benzine E10

 

:

 

Partijnummer

:

 

Willansfactoren (voor verbrandingsmotoren) voor CO2-emissie (gCO2/km)

:

 

1.1.4.   BRANDSTOFTOEVOERSYSTEEM (indien van toepassing)

Herhaal dit punt in geval van meerdere brandstoftoevoersystemen

Directe inspuiting

:

ja/nee of beschrijving

Voertuigbrandstof type

:

monofuel/bifuel/flexfuel

Regeleenheid

Verwijzing onderdeel

:

zoals in het inlichtingenformulier

Geteste software

:

lezen via scanner, bijvoorbeeld

Luchtstroommeter

:

 

Gasklephuis

:

 

Druksensor

:

 

Inspuitpomp

:

 

Inspuiter(s)

:

 

1.1.5.   INLAATSYSTEEM (indien van toepassing)

Herhaal dit punt in geval van meerdere inlaatsystemen

Drukvulling

:

ja/nee

merk & type (1)

Tussenkoeler

:

ja/nee

type (lucht/lucht - lucht/water) (1)

Luchtfilter (element) (1)

:

merk & type

Inlaatgeluiddemper (1)

:

merk & type

1.1.6.   UITLAATSYSTEEM EN VERDAMPINGSBEHEERSINGSSYSTEEM (indien van toepassing)

Herhaal dit punt in geval van meerdere systemen

Eerste katalysator

:

merk & verwijzing (1)

werkingsprincipe: drieweg/oxidatie/NOx-vanger/NOx-opslagsysteem/selectieve katalytische reductie …

Tweede katalysator:

:

merk & verwijzing (1)

werkingsprincipe: drieweg/oxidatie/NOx-vanger/NOx-opslagsysteem/selectieve katalytische reductie ...

Deeltjesvanger

:

met/zonder/niet van toepassing

gekatalyseerd: ja/nee

merk & verwijzing (1)

Referentie en positie van zuurstofsensor(en)

:

voor katalysator/na katalysator

Luchtinspuiting

:

met/zonder/niet van toepassing

Waterinspuiting

:

met/zonder/niet van toepassing

EGR

:

met/zonder/niet van toepassing

gekoeld/ongekoeld

HP/LP

Verdampingsemissiebeheersingssysteem

:

met/zonder/niet van toepassing

Referentie en positie van NOx-sensor(en)

:

voor/na

Algemene beschrijving (1):

:

 

1.1.7.   WARMTEOPSLAGVOORZIENING (indien van toepassing)

Herhaal dit punt in geval van meerdere warmteopslagvoorzieningen

Warmteopslagvoorziening

:

ja/nee

Warmtecapaciteit (enthalpie opgeslagen J)

:

 

Tijd voor warmteafgifte (s)

:

 

1.1.8.   OVERBRENGING (indien van toepassing)

Herhaal dit punt in geval van meerdere overbrengingen

Versnellingsbak

:

manueel/automatisch/continuvariabel

Schakelprocedure

Overheersende modus (*2)

:

ja/nee

normaal/aandrijving/eco

Gunstigste modus voor CO2-emissies en brandstofverbruik (indien van toepassing)

:

 

Ongunstigste modus voor CO2-emissies en brandstofverbruik (indien van toepassing)

:

 

Modus met hoogste elektrische-energieverbruik (indien van toepassing)

:

 

Regeleenheid

:

 

Smeermiddel versnellingsbak

:

merk en type

Banden

Merk

:

 

Type

:

 

Afmetingen voor/achter

:

 

Dynamische omtrek (m)

:

 

Bandenspanning (kPa)

:

 

Overbrengingsverhoudingen (R.T), primaire verhoudingen (R.P) en (voertuigsnelheid (km/h))/(motortoerental (1 000 (min– 1)) (V1000) voor elke verhouding in de versnellingsbak (R.B)

R.B.

R.P.

R.T.

V1000

1e

1/1

 

 

2e

1/1

 

 

3e

1/1

 

 

4e

1/1

 

 

5e

1/1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.1.9.   ELEKTRISCHE MACHINE (indien van toepassing)

Herhaal dit punt in geval van meerdere elektrische machines

Merk

:

 

Type

:

 

Piekvermogen (kW)

:

 

1.1.10.   TRACTIE-REESS (indien van toepassing)

Herhaal dit punt in geval van meerdere tractie-REESS

Merk

:

 

Type

:

 

Capaciteit (Ah)

:

 

Nominale spanning (V)

:

 

1.1.11.   BRANDSTOFCEL (indien van toepassing)

Herhaal dit punt in geval van meerdere brandstofcellen

Merk

:

 

Type

:

 

Maximumvermogen (kW)

:

 

Nominale spanning (V)

:

 

1.1.12.   VERMOGENSELEKTRONICA (indien van toepassing)

Kunnen meerdere vormen van elektronica zijn (aandrijvingsomzetter, laagspanningssysteem of oplader)

Merk

:

 

Type

:

 

Vermogen (kW)

:

 

1.2.   Voertuig high Beschrijving

1.2.1.   MASSA

Testmassa VH (kg)

:

 

1.2.2.   WEGBELASTINGPARAMETERS

f0 (N)

:

 

f1 (N/(km/h))

:

 

f2 (N/(km/h)2)

:

 

Energievraag cyclus (J)

:

 

Verwijzing naar het testrapport van de wegbelasting

:

 

Identificatienummer van de wegbelastingfamilie:

:

 

1.2.3.   PARAMETERS VOOR CYCLUSSELECTIE

Cyclus (zonder schaalverkleining)

:

klasse 1/2/3a/3b

Verhouding nominaal vermogen tot massa in rijklare toestand (PMR) (W/kg)

:

(indien van toepassing)

Tijdens metingen gebruikte snelheidsbegrenzing

:

ja/nee

maximumsnelheid van het voertuig (km/h)

:

 

Schaalverkleining (indien van toepassing)

:

ja/nee

Schaalverkleiningsfactor fdsc

:

 

Afstand cyclus (m)

:

 

Constante snelheid (bij de verkorte testprocedure)

:

indien van toepassing

1.2.4.   SCHAKELPUNT (INDIEN VAN TOEPASSING)

Uitvoering voor berekening schakelpunt

 

(toepasselijke wijziging van Verordening (EU) 2017/1151 vermelden)

Schakelen

:

Gemiddelde versnelling voor v ≥ 1 km/h, afgerond op vier decimalen

nmin drive

1e versnelling

:

…min– 1

1e versnelling naar 2e

:

…min– 1

2e versnelling tot stilstand

:

…min– 1

2e versnelling

:

…min– 1

3e versnelling en hoger

:

…min– 1

Versnelling 1 uitgesloten

:

ja/nee

n_95_high voor elke versnelling

:

…min– 1

n_min_drive_set voor acceleratiefasen/fasen met constante snelheid (n_min_drive_up)

:

…min– 1

n_min_drive_set voor vertragingsfasen (nmin_drive_down)

:

…min– 1

t_start_phase

:

…s

n_min_drive_start

:

…min– 1

N_min_drive_up_start

:

…min– 1

gebruik van ASM

:

ja/nee

ASM-waarden

:

 

1.3.   Voertuig low beschrijving (indien van toepassing)

1.3.1.   MASSA

Testmassa VL (kg)

:

 

1.3.2.   WEGBELASTINGPARAMETERS

f0 (N)

:

 

f1 (N/(km/h))

:

 

f2 (N/(km/h)2)

:

 

Energievraag cyclus (J)

:

 

Δ(CD × Af)LH (m2)

:

 

Verwijzing naar het testrapport van de wegbelasting

:

 

Identificatienummer van de wegbelastingfamilie:

:

 

1.3.3.   PARAMETERS VOOR CYCLUSSELECTIE

Cyclus (zonder schaalverkleining)

:

klasse 1/2/3a/3b

Verhouding nominaal vermogen tot massa in rijklare toestand (PMR) (W/kg)

:

(indien van toepassing)

Tijdens metingen gebruikte snelheidsbegrenzing

:

ja/nee

Maximumsnelheid van het voertuig

:

 

Schaalverkleining (indien van toepassing)

:

ja/nee

Schaalverkleiningsfactor fdsc

:

 

Afstand cyclus (m)

:

 

Constante snelheid (bij de verkorte testprocedure)

:

indien van toepassing

1.3.4.   SCHAKELPUNT (INDIEN VAN TOEPASSING)

Schakelen

:

gemiddelde versnelling voor v ≥ 1 km/h, afgerond op vier decimalen

1.4.   Voertuig M beschrijving (indien van toepassing)

1.4.1.   MASSA

Testmassa VL (kg)

:

 

1.4.2.   WEGBELASTINGPARAMETERS

f0 (N)

:

 

f1 (N/(km/h))

:

 

f2 (N/(km/h)2)

:

 

Energievraag cyclus (J)

:

 

Δ(CD × Af)LH (m2)

:

 

Verwijzing naar het testrapport van de wegbelasting

:

 

Identificatienummer van de wegbelastingfamilie:

:

 

1.4.3.   PARAMETERS VOOR CYCLUSSELECTIE

Cyclus (zonder schaalverkleining)

:

klasse 1/2/3a/3b

Verhouding nominaal vermogen tot massa in rijklare toestand (PMR) (W/kg)

:

(indien van toepassing)

Tijdens metingen gebruikte snelheidsbegrenzing

:

ja/nee

Maximumsnelheid van het voertuig

:

 

Schaalverkleining (indien van toepassing)

:

ja/nee

Schaalverkleiningsfactor fdsc

:

 

Afstand cyclus (m)

:

 

Constante snelheid (bij de verkorte testprocedure)

:

indien van toepassing

1.4.4.   SCHAKELPUNT (INDIEN VAN TOEPASSING)

Schakelen

:

gemiddelde versnelling voor v ≥ 1 km/h, afgerond op vier decimalen

2.   TESTRESULTATEN

2.1.   Test van type 1

Afstelmethode rollenbank

:

vaste duur/iteratief/alternatief met eigen opwarmcyclus

Dynamometer in 2WD-/4WD-modus

:

2WD/4WD

Bij 2WD-modus, draaide de niet-aangedreven as

:

ja/nee/niet van toepassing

Bedrijfsmodus van de rollenbank:

 

ja/nee

Uitrolmodus

:

ja/nee

Aanvullende voorconditionering

:

ja/nee

beschrijving

Verslechteringsfactoren

:

toegewezen/getest

2.1.1.   Voertuig High

Datum van de tests

:

(dag/maand/jaar)

Plaats van de test

:

rollenbank, plaats, land

Hoogte van de onderrand van de koelventilator boven de grond (cm)

:

 

Laterale positie van het middelpunt van de ventilator (indien aangepast op verzoek van de fabrikant)

:

in de middellijn van het voertuig

Afstand van de voorkant van het voertuig (cm)

:

 

IWR: rating van de inertiearbeid (%)

:

x,x

RMSSE: wortel van de gemiddelde gekwadrateerde snelheidsfout (km/h)

:

x,xx

Beschrijving van de aanvaarde afwijking van de rijcyclus

:

PEV vóór beëindigingscriterium

of

Gaspedaal volledig ingedrukt

2.1.1.1.   Verontreinigende emissies (indien van toepassing)

2.1.1.1.1.   Verontreinigende emissies van voertuigen met ten minste één verbrandingsmotor, van NOVC-HEV's en van OVC-HEV's in geval van een test van type 1 met ladingbehoud

Onderstaande punten herhalen voor elke door de bestuurder selecteerbare modus (overheersende modus of gunstigste modus en ongunstigste modus, indien van toepassing)

Test 1

Verontreinigende stoffen

CO

THC (a)

NMHC (a)

NOx

THC + NOx (b)

Deeltjesmassa

Deeltjes aantal

(mg/km)

(mg/km)

(mg/km)

(mg/km)

(mg/km)

(mg/km)

(#.1011/km)

Gemeten waarden

 

 

 

 

 

 

 

Regeneratiefactoren (Ki) (2)

additief

 

 

 

 

 

 

 

Regeneratiefactoren (Ki) (2)

multiplicatief

 

 

 

 

 

 

 

Verslechteringsfactoren (DF) additief

 

 

 

 

 

 

 

Verslechteringsfactoren (DF) multiplicatief

 

 

 

 

 

 

 

Eindwaarden

 

 

 

 

 

 

 

Grenswaarden

 

 

 

 

 

 

 


(2)

Zie Ki-familierapport(en)

:

 

Type 1/I verricht voor bepaling Ki

:

bijlage XXI, subbijlage 4, of VN/ECE-Reglement nr. 83 (2)

Identificatienummer van de regeneratiefamilie

:

 

Test 2 (indien van toepassing): voor CO2 (dCO2 1)/voor verontreinigende stoffen (90 % van de grenswaarden)/voor beide

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

Test 3 (indien van toepassing): voor CO2 (dCO2 2)

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

2.1.1.1.2.   Verontreinigende emissies van OVC-HEV's in geval van een test van type 1 met ontlading

Test 1

Grenswaarden voor verontreinigende emissies moeten worden nageleefd en het volgende punt moet worden herhaald voor elke gereden testcyclus.

Verontreinigende stoffen

CO

THC (a)

NMHC (a)

NOx

THC + NOx (b)

Deeltjesmassa

Deeltjes aantal

(mg/km)

(mg/km)

(mg/km)

(mg/km)

(mg/km)

(mg/km)

(#.1011/km)

Gemeten waarden enkele cyclus

 

 

 

 

 

 

 

Grenswaarden enkele cyclus

 

 

 

 

 

 

 

Test 2 (indien van toepassing): voor CO2 (dCO2 1)/voor verontreinigende stoffen (90 % van de grenswaarden)/voor beide

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

Test 3 (indien van toepassing): voor CO2 (dCO2 2)

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

2.1.1.1.3.   UF-gewogen verontreinigende emissies van OVC-HEV's

Verontreinigende stoffen

CO

THC (a)

NMHC (a)

NOx

THC + NOx (b)

Deeltjesmassa

Deeltjes aantal

(mg/km)

(mg/km)

(mg/km)

(mg/km)

(mg/km)

(mg/km)

(#.1011/km)

Berekende waarden

 

 

 

 

 

 

 

2.1.1.2.   CO2-emissies (indien van toepassing)

2.1.1.2.1.   CO2-emissies van voertuigen met ten minste een verbrandingsmotor, van NOVC-HEV's en van OVC-HEV's in geval van een test van type 1 met ladingbehoud

Onderstaande punten herhalen voor elke door de bestuurder selecteerbare modus (overheersende modus of gunstigste modus en ongunstigste modus, indien van toepassing)

Test 1

CO2-emissie

Low

Medium

High

Extra High

Gecombineerd

Gemeten waarde MCO2,p,1

 

 

 

 

Voor snelheid en afstand gecorrigeerde waarde MCO2,p,1b / MCO2,c,2

 

 

 

 

 

RCB-correctiecoëfficiënt: (5)

 

 

 

 

 

MCO2,p,3 / MCO2,c,3

 

 

 

 

 

Regeneratiefactoren (Ki)

additief

 

Regeneratiefactoren (Ki)

multiplicatief

 

MCO2,c,4

 

AFKi = MCO2,c,3 / MCO2,c,4

 

MCO2,p,4 / MCO2,c,4

 

 

 

 

ATCT-correctie (FCF) (4)

 

Tijdelijke waarden MCO2,p,5 / MCO2,c,5

 

 

 

 

 

Opgegeven waarde

 

dCO2 1 * opgegeven waarde

 


(4)

FCF: correctiefactor voor de familie voor het corrigeren voor representatieve regionale temperatuuromstandigheden (ACTC)

Zie FCF-familierapport(en)

:

 

Identificatienummer van de ATCT-familie

:

 

(5)

Correctie zoals naar verwezen in bijlage XXI, subbijlage 6, aanhangsel 2, van deze verordening voor puur-ICE-voertuigen, en bijlage XXI, subbijlage 8, aanhangsel 2 van Verordening (EU) 2017/1151 voor HEV's (KCO2)

Test 2 (indien van toepassing)

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

Test 3 (indien van toepassing)

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

Conclusie

CO2-emissie (g/km)

Low

Medium

High

Extra High

Gecombineerd

Gemiddelde van MCO2,p,6 / MCO2,c,6

 

 

 

 

 

Alignering MCO2,p,7 / MCO2,c,7

 

 

 

 

 

Eindwaarden MCO2,p,H / MCO2,c,H

 

 

 

 

 

Informatie voor de conformiteit van de productie van OVC-HEV's

 

Gecombineerd

CO2-emissie (g/km)

MCO2,CS,COP

 

AFCO2,CS

 

2.1.1.2.2.   CO2-massa-emissies van OVC-HEV's in geval van een test van type 1 met ontlading

Test 1:

CO2-massa-emissie (g/km)

Gecombineerd

Berekende waarde MCO2,CD

 

Opgegeven waarde

 

dCO2 1

 

Test 2 (indien van toepassing)

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

Test 3 (indien van toepassing)

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

Conclusie

CO2-massa-emissie (g/km)

Gecombineerd

Gemiddelde van MCO2,CD

 

Eindwaarde MCO2,CD

 

2.1.1.2.4.   UF-gewogen CO2-massa-emissies van OVC-HEV's

CO2-massa-emissie (g/km)

Gecombineerd

Berekende waarde MCO2,weighted

 

2.1.1.3.   Brandstofverbruik (indien van toepassing)

2.1.1.3.1.   Brandstofverbruik van voertuigen met één verbrandingsmotor, van NOVC-HEV's en van OVC-HEV's in geval van een test van type 1 met ladingbehoud

Onderstaande punten herhalen voor elke door de bestuurder selecteerbare modus (overheersende modus of gunstigste modus en ongunstigste modus, indien van toepassing)

Brandstofverbruik (l/100 km)

Low

Medium

High

Extra High

Gecombineerd

Eindwaarden FCp,H/ FCc,H  (6)

 

 

 

 

 

A-OBFCM voor voertuigen als bedoeld in artikel 4 bis

a.   Toegankelijkheid van gegevens

De in bijlage XXI, punt 3, vermelde parameters zijn toegankelijk: ja/niet van toepassing

b.   Nauwkeurigheid (indien van toepassing)

Fuel_ConsumedWLTP (liter) (8)

Voertuig HIGH - Test 1

x,xxx

Voertuig HIGH - Test 2 (indien van toepassing)

x,xxx

Voertuig HIGH - Test 3 (indien van toepassing)

x,xxx

Voertuig LOW - Test 1 (indien van toepassing)

x,xxx

Voertuig LOW - Test 2 (indien van toepassing)

x,xxx

Voertuig LOW - Test 3 (indien van toepassing)

x,xxx

Totaal

x,xxx

Fuel_ConsumedOBFCM (liter) (8)

Voertuig HIGH - Test 1

x,xx

Voertuig HIGH - Test 2 (indien van toepassing)

x,xx

Voertuig HIGH - Test 3 (indien van toepassing)

x,xx

Voertuig LOW - Test 1 (indien van toepassing)

x,xx

Voertuig LOW - Test 2 (indien van toepassing)

x,xx

Voertuig LOW - Test 3 (indien van toepassing)

x,xx

Totaal

x,xx

Nauwkeurigheid (8)

x,xxx

2.1.1.3.2.   Brandstofverbruik van OVC-HEV's in geval van een test van type 1 met ontlading

Test 1:

Brandstofverbruik (l/100 km)

Gecombineerd

Berekende waarde FCCD

 

Test 2 (indien van toepassing)

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

Test 3 (indien van toepassing)

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

Conclusie

Brandstofverbruik (l/100 km)

Gecombineerd

Gemiddelde FCCD

 

Eindwaarde FCCD

 

2.1.1.3.3.   UF-gewogen Brandstofverbruik van OVC-HEV's

Brandstofverbruik (l/100 km)

Gecombineerd

Berekende waarde FCweighted

 

2.1.1.3.4.   Brandstofverbruik van niet extern oplaadbare hybride voertuigen met brandstofcel in geval van een test van type 1 met ladingbehoud

Onderstaande punten herhalen voor elke door de bestuurder selecteerbare modus (overheersende modus of gunstigste modus en ongunstigste modus, indien van toepassing)

Brandstofverbruik (kg/100 km)

Gecombineerd

Gemeten waarden

 

RCB-correctiecoëfficiënt

 

Eindwaarden FCc

 

2.1.1.4.   Actieradius (indien van toepassing)

2.1.1.4.1.   Actieradius voor OVC-HEV's (indien van toepassing)

2.1.1.4.1.1.   Totale elektrische actieradius

Test 1

AER (km)

Stad

Gecombineerd

Gemeten/berekende waarden AER

 

 

Opgegeven waarde

 

Test 2 (indien van toepassing)

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

Test 3 (indien van toepassing)

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

Conclusie

AER (km)

Stad

Gecombineerd

Gemiddelde AER (indien van toepassing)

 

 

Eindwaarden AER

 

 

2.1.1.4.1.2.   Equivalente totale elektrische actieradius

EAER (km)

Low

Medium

High

Extra High

Stad

Gecombineerd

Eindwaarden EAER

 

 

 

 

 

 

2.1.1.4.1.3.   Werkelijke actieradius bij ontlading

RCDA (km)

Gecombineerd

Eindwaarde RCDA

 

2.1.1.4.1.4.   Actieradius ontladingscyclus

Test 1

RCDC (km)

Gecombineerd

Eindwaarden RCDC

 

Indexnummer van de overgangscyclus

 

REEC van bevestigingscyclus (%)

 

Test 2 (indien van toepassing)

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

Test 3 (indien van toepassing)

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

2.1.1.4.2.   Actieradius voor PEV's - puur elektrische actieradius (indien van toepassing)

Test 1

PER (km)

Low

Medium

High

Extra High

Stad

Gecombineerd

Berekende waarden PER

 

 

 

 

 

 

Opgegeven waarde

 

Test 2 (indien van toepassing)

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

Test 3 (indien van toepassing)

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

Conclusie

PER (km)

Stad

Gecombineerd

Gemiddelde PER

 

 

Eindwaarden PER

 

 

2.1.1.5.   Elektriciteitsverbruik (indien van toepassing)

2.1.1.5.1.   Elektriciteitsverbruik van OVC-HEV's (indien van toepassing)

2.1.1.5.1.1.   Elektriciteitsverbruik (EC)

EC (Wh/km)

Low

Medium

High

Extra High

Stad

Gecombineerd

Eindwaarden EC

 

 

 

 

 

 

2.1.1.5.1.2.   UF-gewogen elektriciteitsverbruik bij ontlading

Test 1

ECAC,CD (Wh/km)

Gecombineerd

Berekende waarde ECAC,CD

 

Test 2 (indien van toepassing)

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

Test 3 (indien van toepassing)

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

Conclusie (indien van toepassing)

ECAC,CD (Wh/km)

Gecombineerd

Gemiddelde ECAC,CD

 

Eindwaarde

 

2.1.1.5.1.3.   UF-gewogen elektriciteitsverbruik

Test 1

ECAC,weighted (Wh)

Gecombineerd

Berekende waarde ECAC,weighted

 

Test 2 (indien van toepassing)

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

Test 3 (indien van toepassing)

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

Conclusie (indien van toepassing)

ECAC,weighted (Wh/km)

Gecombineerd

Gemiddelde ECAC,weighted

 

Eindwaarde

 

2.1.1.5.1.4.   Informatie voor de conformiteit van de productie

 

Gecombineerd

Elektriciteitsverbruik (Wh/km) ECDC,CD,COP

 

AFEC,AC,CD

 

2.1.1.5.2.   Elektriciteitsverbruik van PEV's (indien van toepassing)

Test 1

EC (Wh/km)

Stad

Gecombineerd

Berekende waarden EC

 

 

Opgegeven waarde

 

Test 2 (indien van toepassing)

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

Test 3 (indien van toepassing)

Testresultaten registreren volgens de tabel van test 1

EC (Wh/km)

Low

Medium

High

Extra High

Stad

Gecombineerd

Gemiddelde EC

 

 

 

 

 

 

Eindwaarden EC

 

 

 

 

 

 

Informatie voor de conformiteit van de productie

 

Gecombineerd

Elektriciteitsverbruik (Wh/km) ECDC,COP

 

AFEC

 

2.1.2.   VOERTUIG LOW (INDIEN VAN TOEPASSING)

Herhaal punt 2.1.1

2.1.3.   VOERTUIG M (INDIEN VAN TOEPASSING)

Herhaal punt 2.1.1

2.1.4.   DEFINITIEVE CRITERIA-EMISSIEWAARDEN (INDIEN VAN TOEPASSING)

Verontreinigende stoffen

CO

THC (a)

NMHC (a)

NOx

THC + NOx (b)

PM

PN

(mg/km)

(mg/km)

(mg/km)

(mg/km)

(mg/km)

(mg/km)

(#.1011/km)

Hoogste waarden (3)

 

 

 

 

 

 

 

2.2.   Test van type 2 (a)

Met inbegrip van de emissiegegevens die vereist zijn voor de technische keuring

Test

CO (vol-%)

Lambda (x)

Motortoerental (min– 1)

Olietemperatuur (°C)

Stationair

 

 

 

Hoog stationair

 

 

 

 

2.3.   Test van type 3 (a)

Cartergasemissies in de atmosfeer: geen

2.4.   Test van type 4 (a)

Identificatienummer van de familie

:

 

Zie rapport(en)

:

 

2.5.   Test van type 5

Identificatienummer van de familie

:

 

Zie rapport(en) over duurzaamheidsfamilie

:

 

Cyclus van type 1/I voor tests van gereguleerde emissies

:

Bijlage XXI, subbijlage 4, of VN/ECE-Reglement nr. 83 (3)

2.6.   RDE-test

RDE-familienummer

:

MSxxxx

Zie familierapport(en)

:

 

2.7.   Test van type 6 (a)

Identificatienummer van de familie

 

 

Datum van de tests

:

(dag/maand/jaar)

Plaats van de tests

:

 

Afstelmethode van de rollenbank

:

uitrollen (wegbelastingreferentie)

Traagheidsmassa (kg)

:

 

Indien afwijkend van het voertuig van de test van type 1

:

 

Banden

:

 

Merk

:

 

Type

:

 

Afmetingen voor/achter

:

 

Dynamische omtrek (m)

:

 

Bandenspanning (kPa)

:

 


Verontreinigende stoffen

CO

(g/km)

HC

(g/km)

Test

1

 

 

2

 

 

3

 

 

Gemiddeld

 

 

Grenswaarde

 

 

2.8.   Boorddiagnosesysteem

Identificatienummer van de familie

:

 

Zie familierapport(en)

:

 

2.9.   Rookopaciteitstest (b)

2.9.1.   TESTS BIJ CONSTANTE SNELHEID

Zie familierapport(en)

:

 

2.9.2.   TESTS BIJ VRIJE ACCELERATIE

Gemeten absorptiewaarde (m– 1)

:

 

Gecorrigeerde absorptiewaarde (m– 1)

:

 

2.10.   Motorvermogen