|
ISSN 1977-0758 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 265 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
61e jaargang |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst. |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
II Niet-wetgevingshandelingen
VERORDENINGEN
|
24.10.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 265/1 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/1594 VAN DE COMMISSIE
van 22 oktober 2018
tot goedkeuring van een niet-minimale wijziging van het productdossier voor een naam die is opgenomen in het register van gegarandeerde traditionele specialiteiten (Bratislavský rožok/Pressburger Kipfel/Pozsonyi kifli (GTS))
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name artikel 52, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 53, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) nr. 1151/2012 heeft de Commissie zich gebogen over de aanvraag van Slowakije tot goedkeuring van een wijziging van het productdossier van de gegarandeerde traditionele specialiteit „Bratislavský rožok”/„Pressburger Kipfel”/„Pozsonyi kifli”, die bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 729/2012 van de Commissie (2) is geregistreerd. |
|
(2) |
Aangezien de betrokken wijziging niet minimaal is in de zin van artikel 53, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1151/2012, heeft de Commissie de wijzigingsaanvraag overeenkomstig artikel 50, lid 2, onder b), van die verordening bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (3). |
|
(3) |
Aangezien de Commissie geen enkel bezwaar overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1151/2012 heeft ontvangen, moet de wijziging van het productdossier worden goedgekeurd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakte wijziging van het productdossier voor de naam „Bratislavský rožok”/„Pressburger Kipfel”/„Pozsonyi kifli” (GTS) wordt goedgekeurd.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 22 oktober 2018.
Voor de Commissie,
namens de voorzitter,
Phil HOGAN
Lid van de Commissie
(1) PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 729/2012 van de Commissie van 8 augustus 2012 houdende inschrijving van een benaming in het register van gegarandeerde traditionele specialiteiten (Bratislavský rožok/Pressburger Kipfel/Pozsonyi kifli (GTS)) (PB L 213 van 10.8.2012, blz. 9).
|
24.10.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 265/3 |
VERORDENING (EU) 2018/1595 VAN DE CCOMMISSIE
van 23 oktober 2018
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1126/2008 tot goedkeuring van bepaalde internationale standaarden voor jaarrekeningen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad met het oog op de invoeging van Interpretatie 23 van het International Financial Reporting Interpretations Committee
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (1), en met name artikel 3, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 1126/2008 van de Commissie (2) werd een aantal op 15 oktober 2008 bestaande internationale standaarden en interpretaties goedgekeurd. |
|
(2) |
Op 7 juni 2017 heeft de International Accounting Standards Board (IASB) Interpretatie 23 „Onzekerheid over fiscale behandelingen van inkomsten” van het International Financial Reporting Interpretations Committee (IFRIC 23) gepubliceerd. IFRIC 23 preciseert hoe moet worden aangegeven dat er onzekerheid bestaat over de administratieve verwerking van winstbelastingen. |
|
(3) |
De goedkeuring van IFRIC 23 brengt met zich mee dat International Financial Reporting Standard (IFRS) 1 wordt gewijzigd om de samenhang tussen de internationale standaarden voor jaarrekeningen te waarborgen. |
|
(4) |
Overleg met de European Financial Reporting Advisory Group heeft bevestigd dat IFRIC 23 beantwoordt aan de in artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1606/2002 vervatte goedkeuringscriteria. |
|
(5) |
Verordening (EG) nr. 1126/2008 moet bijgevolg dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(6) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Regelgevend Comité voor financiële verslaglegging, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlage bij Verordening (EG) nr. 1126/2008 wordt als volgt gewijzigd:
|
a) |
Interpretatie 23 „Onzekerheid over fiscale behandelingen van inkomsten” van het International Financial Reporting Interpretations Committee (IFRIC 23) wordt ingevoegd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening. |
|
b) |
International Financial Reporting Standard (IFRS) 1 wordt gewijzigd overeenkomstig de in de bijlage bij deze verordening vervatte IFRIC 23. |
Artikel 2
Elke onderneming past de in artikel 1 bedoelde wijzigingen toe vanaf uiterlijk de aanvangsdatum van haar eerste boekjaar dat op of na 1 januari 2019 van start gaat.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 23 oktober 2018.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 243 van 11.9.2002, blz. 1.
(2) Verordening (EG) nr. 1126/2008 van de Commissie van 3 november 2008 tot goedkeuring van bepaalde internationale standaarden voor jaarrekeningen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 320 van 29.11.2008, blz. 1).
BIJLAGE
IFRIC 23
ONZEKERHEID OVER FISCALE BEHANDELINGEN VAN INKOMSTEN
IFRIC 23
ONZEKERHEID OVER FISCALE BEHANDELINGEN VAN INKOMSTEN
REFERENTIES
|
— |
IAS 1 Presentatie van de jaarrekening |
|
— |
IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten |
|
— |
IAS 10 Gebeurtenissen na de verslagperiode |
|
— |
IAS 12 Winstbelastingen |
ACHTERGROND
|
1. |
In IAS 12 Winstbelastingen zijn vereisten vastgelegd betreffende actuele en uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen. Een entiteit past de vereisten van IAS 12 toe met inachtneming van de geldende belastingwetgevingen. |
|
2. |
Het kan onduidelijk zijn hoe een belastingwetgeving op een bepaalde transactie of omstandigheid moet worden toegepast. In hoeverre een bepaalde fiscale behandeling op grond van een belastingwetgeving aanvaardbaar is, kan onbekend blijven totdat de bevoegde belastingautoriteit of een rechtbank in de toekomst een beslissing ter zake neemt. Een betwisting of onderzoek door de belastingautoriteit van een bepaalde fiscale behandeling kan bijgevolg van invloed zijn op de administratieve verwerking door een entiteit van een actuele of uitgestelde belastingvordering of -verplichting. |
|
3. |
In deze interpretatie wordt verstaan onder:
a) „fiscale behandelingen”: de behandelingen waarvan een entiteit gebruikmaakt of voornemens is gebruik te maken in haar belastingaangiften; b) „belastingautoriteit”: de instantie (instanties) die beslist (beslissen) of fiscale behandelingen aanvaardbaar zijn op grond van de belastingwetgeving. Een dergelijke instantie kan eventueel ook een rechtbank zijn; c) „onzekere fiscale behandeling”: een fiscale behandeling waarvan het onzeker is of de bevoegde belastingautoriteit de fiscale behandeling op grond van de belastingwetgeving zal aanvaarden. Zo is de beslissing van een entiteit om in een bepaalde fiscale jurisdictie geen belastingaangifte in te dienen of om bepaalde inkomsten niet in de fiscale winst op te nemen, een onzekere fiscale behandeling indien de aanvaardbaarheid daarvan op grond van de belastingwetgeving onzeker is. |
TOEPASSINGSGEBIED
|
4. |
Deze interpretatie verduidelijkt hoe de vereisten van IAS 12 inzake opname en waardering moeten worden toegepast wanneer er onzekerheid bestaat over fiscale behandelingen van inkomsten. In een dergelijke omstandigheid moet een entiteit haar actuele of uitgestelde belastingvordering of -verplichting conform de vereisten van IAS 12 opnemen en waarderen op basis van de fiscale winst (het fiscaal verlies), de fiscale boekwaarden, de niet-gecompenseerde fiscale verliezen, de ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden en de belastingtarieven zoals deze overeenkomstig deze interpretatie zijn bepaald. |
PROBLEEMSTELLING
|
5. |
In deze interpretatie worden de volgende vragen behandeld ingeval er onzekerheid bestaat over fiscale behandelingen van inkomsten:
|
CONSENSUS
Beschouwt een entiteit elke onzekere fiscale behandeling afzonderlijk
|
6. |
Een entiteit moet bepalen of zij elke onzekere fiscale behandeling afzonderlijk beschouwt, dan wel samen met een of meer andere onzekere fiscale behandelingen, al naargelang welke benadering de oplossing van de onzekerheid het best voorspelt. Bij het bepalen van de benadering die de oplossing van de onzekerheid het best voorspelt, kan een entiteit bijvoorbeeld eventueel het volgende in aanmerking nemen: (a) hoe zij haar belastingaangiften opstelt en fiscale behandelingen onderbouwt; of (b) hoe zij verwacht dat de belastingautoriteit haar onderzoek zal uitvoeren en de problemen zal oplossen die uit dat onderzoek naar voren komen. |
|
7. |
Indien een entiteit bij toepassing van alinea 6 meerdere onzekere fiscale behandelingen samen beschouwt, moet zij alle verwijzingen in deze interpretatie naar een „onzekere fiscale behandeling” lezen als verwijzingen naar de groep onzekere fiscale behandelingen die samen worden beschouwd. |
Onderzoek door belastingautoriteiten
|
8. |
Bij de beoordeling of en hoe een onzekere fiscale behandeling van invloed is op de bepaling van fiscale winst (fiscaal verlies), fiscale boekwaarden, niet-gecompenseerde fiscale verliezen, ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden en belastingtarieven, moet een entiteit ervan uitgaan dat een belastingautoriteit de bedragen zal onderzoeken die zij het recht heeft te onderzoeken, en dat zij bij de uitvoering van deze onderzoeken volledig op de hoogte is van alle desbetreffende informatie. |
Bepaling van fiscale winst (fiscaal verlies), fiscale boekwaarden, niet-gecompenseerde fiscale verliezen, ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden en belastingtarieven
|
9. |
Een entiteit moet nagaan of het waarschijnlijk is dat een belastingautoriteit een onzekere fiscale behandeling zal aanvaarden. |
|
10. |
Indien een entiteit concludeert dat het waarschijnlijk is dat de belastingautoriteit een onzekere fiscale behandeling zal aanvaarden, moet zij de fiscale winst (het fiscaal verlies), de fiscale boekwaarden, de niet-gecompenseerde fiscale verliezen, de ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden en de belastingtarieven bepalen op een wijze die consistent is met de fiscale behandeling waarvan zij in haar belastingaangiften gebruikmaakt of voornemens is gebruik te maken. |
|
11. |
Indien een entiteit concludeert dat het niet waarschijnlijk is dat de belastingautoriteit een onzekere fiscale behandeling zal aanvaarden, moet zij bij de bepaling van de fiscale winst (het fiscaal verlies), de fiscale boekwaarden, de niet-gecompenseerde fiscale verliezen, de ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden en de belastingtarieven in kwestie het effect van de onzekerheid weergeven. Bij het weergeven van het effect van de onzekerheid voor elke onzekere fiscale behandeling moet een entiteit één van de volgende methoden hanteren, al naargelang welke methode volgens de verwachtingen van de entiteit de oplossing van de onzekerheid het best zal voorspellen:
|
|
12. |
Indien een onzekere fiscale behandeling van invloed is op de actuele belasting en de uitgestelde belasting (bijvoorbeeld indien zij van invloed is zowel op de voor de bepaling van de actuele belasting gebruikte fiscale winst, als op de voor de bepaling van de uitgestelde belasting gebruikte fiscale boekwaarden), moet een entiteit consistente oordelen vormen en schattingen maken voor zowel de actuele belasting als de uitgestelde belasting. |
Wijzigingen in feiten en omstandigheden
|
13. |
Een entiteit moet een bij deze interpretatie vereist oordeel of vereiste schatting herbeoordelen indien er zich een wijziging voordoet in de feiten en omstandigheden waarop het oordeel of de schatting was gebaseerd, dan wel indien zij over nieuwe informatie beschikt die op het oordeel of de schatting van invloed is. Zo kan een wijziging in feiten en omstandigheden eventueel resulteren in een wijziging van de conclusies van een entiteit betreffende de aanvaardbaarheid van een fiscale behandeling, in een wijziging van de schatting door de entiteit van het effect van de onzekerheid, of in beide. In de alinea's A1, A2 en A3 worden leidraden inzake wijzigingen in feiten en omstandigheden uiteengezet. |
|
14. |
Een entiteit moet het effect van een wijziging in feiten en omstandigheden of van nieuwe informatie overeenkomstig IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten weergeven als een schattingswijziging. Een entiteit moet IAS 10 Gebeurtenissen na de verslagperiode toepassen om uit te maken of een wijziging die zich na de verslagperiode voordoet een gebeurtenis is die tot aanpassing van de jaarrekening leidt, dan wel een gebeurtenis die niet tot aanpassing van de jaarrekening leidt. |
Bijlage A
Toepassingsleidraad
Deze bijlage is een integraal onderdeel van IFRIC 23 en heeft hetzelfde gezag als de andere delen van IFRIC 23.
WIJZIGINGEN IN FEITEN EN OMSTANDIGHEDEN (ALINEA 13)
A1 Bij toepassing van alinea 13 van deze interpretatie moet een entiteit de relevantie en het effect van een wijziging in feiten en omstandigheden of van nieuwe informatie beoordelen in de context van de toepasselijke belastingwetgevingen. Zo kan een bepaalde gebeurtenis eventueel voor de ene fiscale behandeling wel maar voor een andere niet in de herbeoordeling van een gevormd oordeel of gemaakte schatting resulteren, indien deze fiscale behandelingen aan verschillende belastingwetgevingen onderworpen zijn.
A2 Voorbeelden van wijzigingen in feiten en omstandigheden of van nieuwe informatie die, naargelang van de omstandigheden, in de herbeoordeling van een bij deze interpretatie vereist oordeel of vereiste schatting kunnen, respectievelijk kan resulteren, omvatten, maar zijn niet beperkt tot het volgende:
|
a) |
onderzoeken of acties door een belastingautoriteit. Bijvoorbeeld:
|
|
b) |
wijzigingen in door een belastingautoriteit vastgestelde regels. |
|
c) |
verval van het recht van een belastingautoriteit om een fiscale behandeling te onderzoeken of te heronderzoeken. |
A3 Het ontbreken van instemming met of afwijzing van een fiscale behandeling door een belastingautoriteit volstaat op zich meestal niet om te spreken van een wijziging in feiten en omstandigheden of van nieuwe informatie die van invloed is op de bij deze interpretatie vereiste oordelen en schattingen.
INFORMATIEVERSCHAFFING
A4 Wanneer er onzekerheid bestaat over fiscale behandelingen van inkomsten, moet een entiteit bepalen of zij:
|
a) |
overeenkomstig alinea 122 van IAS 1 Presentatie van de jaarrekening melding maakt van de gevormde oordelen bij het bepalen van de fiscale winst (het fiscaal verlies), de fiscale boekwaarden, de niet-gecompenseerde fiscale verliezen, de ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden en de belastingtarieven; en |
|
b) |
overeenkomstig de alinea's 125 tot en met 129 van IAS 1 informatie verschaft over de gemaakte veronderstellingen en schattingen bij het bepalen van de fiscale winst (het fiscaal verlies), de fiscale boekwaarden, de niet-gecompenseerde fiscale verliezen, de ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden en de belastingtarieven. |
A5 Indien een entiteit concludeert dat het waarschijnlijk is dat een belastingautoriteit een onzekere fiscale behandeling zal aanvaarden, moet zij overeenkomstig alinea 88 van IAS 12 bepalen of zij het potentiële effect van de onzekerheid als een belastinggerelateerde voorwaardelijke gebeurtenis zal vermelden.
Bijlage B
Ingangsdatum en overgang
Deze bijlage is een integraal onderdeel van IFRIC 23 en heeft hetzelfde gezag als de andere delen van IFRIC 23.
INGANGSDATUM
B1 Een entiteit moet deze interpretatie toepassen op jaarlijkse verslagperioden die op of na 1 januari 2019 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit deze interpretatie op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden.
OVERGANG
B2 Bij eerste toepassing moet een entiteit deze interpretatie als volgt toepassen:
|
a) |
ofwel door retroactief IAS 8 toe te passen, indien mogelijk zonder gebruik van kennis achteraf; |
|
b) |
ofwel retroactief waarbij het cumulatieve effect van de eerste toepassing van de interpretatie op de datum van eerste toepassing wordt opgenomen. Indien een entiteit voor deze overgangsbenadering kiest, mag zij de vergelijkende informatie niet aanpassen. In plaats daarvan moet de entiteit het cumulatieve effect van de eerste toepassing van deze interpretatie opnemen als een aanpassing van het beginsaldo van ingehouden winsten (of een andere component van het eigen vermogen, al naargelang het geval). De datum van eerste toepassing is de aanvang van de jaarlijkse verslagperiode waarin een entiteit deze interpretatie voor het eerst toepast. |
Bijlage C
Een entiteit moet de wijziging in deze bijlage toepassen wanneer ze IFRIC 23 toepast.
Wijziging in IFRS 1 Eerste toepassing van International Financial Reporting Standards
Alinea 39AF wordt toegevoegd.
39AF Alinea E8 is toegevoegd door IFRIC 23 Onzekerheid over fiscale behandelingen van inkomsten. Een entiteit moet deze wijziging toepassen wanneer zij IFRIC 23 toepast.
In bijlage E worden alinea E8 en het bijbehorende kopje toegevoegd.
Onzekerheid over fiscale behandelingen van inkomsten
E8 Een eerste toepasser wiens datum van overgang naar de IFRSs vóór 1 juli 2017 valt, mag ervoor kiezen de toepassing van IFRIC 23 Onzekerheid over fiscale behandelingen van inkomsten niet weer te geven in de vergelijkende informatie in zijn eerste IFRS-jaarrekening. Een entiteit die deze keuze maakt, moet het cumulatieve effect van de toepassing van IFRIC 23 aan het begin van haar eerste IFRS-verslagperiode opnemen als een aanpassing van het beginsaldo van ingehouden winsten (of een andere component van het eigen vermogen, al naargelang het geval).
|
24.10.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 265/9 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/1596 VAN DE COMMISSIE
van 23 oktober 2018
tot verlenging van de afwijking van Verordening (EG) nr. 1967/2006 van de Raad wat betreft de minimumafstand van de kust en de minimumzeediepte die is toegestaan voor de visserij met landzegens in bepaalde territoriale wateren van Frankrijk (Occitanië en Provence-Alpes-Côte d'Azur)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1967/2006 van de Raad van 21 december 2006 inzake beheersmaatregelen voor de duurzame exploitatie van visbestanden in de Middellandse Zee, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2847/93 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1626/94 (1), en met name artikel 13, lid 5,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Krachtens artikel 13, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1967/2006 is het verboden gesleept vistuig te gebruiken binnen 3 zeemijl uit de kust of, waar deze diepte op kortere afstand van de kust wordt bereikt, binnen het gebied bepaald door de dieptelijn van 50 m. |
|
(2) |
Op verzoek van een lidstaat kan de Commissie een afwijking van artikel 13, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1967/2006 toestaan mits wordt voldaan aan een aantal voorwaarden die in artikel 13, leden 5 en 9, van die verordening zijn vastgesteld. |
|
(3) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 587/2014 van de Commissie (2) werd tot en met 31 december 2014 een afwijking toegestaan van artikel 13, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1967/2006 voor het gebruik van landzegens in bepaalde zeegebieden in de territoriale wateren van Frankrijk, ongeacht de diepte. |
|
(4) |
De afwijking werd verlengd tot en met 25 augustus 2018 bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1421 van de Commissie (3). |
|
(5) |
Op 23 mei 2018 ontving de Commissie van Frankrijk een verzoek om de afwijking die op 25 augustus 2018 zou verstrijken, te verlengen. Frankrijk heeft actuele informatie verschaft die de verlenging van de afwijking rechtvaardigt. |
|
(6) |
Frankrijk heeft een beheersplan goedgekeurd overeenkomstig artikel 19, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1967/2006 (4). |
|
(7) |
Het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV) heeft de door Frankrijk aangevraagde afwijking in juli 2018 onderzocht (5). Het WTECV heeft erop gewezen dat de gegevensverzameling moet worden verbeterd. Frankrijk heeft zich ertoe verbonden de gegevensverzameling te verbeteren door een wetenschappelijke studie op touw te zetten om de visserij te monitoren en de bemonsteringsinspanning te vergroten, en heeft toegezegd om het controlekader zodanig te verbeteren dat het zelfs verder reikt dan de in Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad (6) vastgestelde verplichtingen voor de betrokken vaartuigen, namelijk door het aantal controles te verdubbelen, de frequentie van de vangstaangifte op te voeren en de verplichting op te leggen om 24 uur voor elke visreis een voorafgaande kennisgeving naar de controle-instanties te sturen. |
|
(8) |
In 2013 was het WTECV van mening dat gezien de kenmerken van het vistuig, de trage snelheid van het manuele binnenhalen en het feit dat vissers op „schone” bodems trachten te werken, de impact van deze activiteiten op het mariene milieu verwaarloosbaar kan worden geacht. |
|
(9) |
De door Frankrijk gevraagde verlenging van de afwijking voldoet aan de voorwaarden van artikel 13, leden 5 en 9, van Verordening (EG) nr. 1967/2006. |
|
(10) |
De beperkte breedte die het continentale plat ter plaatse heeft, houdt specifieke geografische beperkingen in. |
|
(11) |
De visserij met landzegens vindt plaats in ondiepe wateren voor de kust en is gericht op verschillende soorten. Voor deze visserij kan geen ander vistuig worden ingezet omdat geen enkel ander gereglementeerd vistuig geschikt is om de doelsoorten te vangen. |
|
(12) |
De bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1421 van de Commissie verleende afwijking heeft betrekking op een beperkt aantal (i.e. 23) vaartuigen. De door Frankrijk gevraagde verlenging van de afwijking betreft slechts 20 vaartuigen. |
|
(13) |
Het door Frankrijk vastgestelde beheersplan garandeert dat de afwijking niet tot een toekomstige toename van de bestaande visserijinspanning zal leiden, aangezien uitsluitend vismachtigingen zullen worden afgegeven aan 20 welbepaalde vaartuigen met een totale inspanning van 1 386 dagen die van Frankrijk reeds toestemming hebben gekregen om te vissen. Bovendien heeft Frankrijk de maximaal toegestane visserijinspanning voor elk vistuig beperkt. |
|
(14) |
Het beheersplan moet het mogelijk maken de vloot mettertijd te verkleinen, aangezien de vismachtigingen zijn gekoppeld aan de vaartuigen en automatisch worden ingetrokken wanneer het betrokken vaartuig wordt vervangen. |
|
(15) |
Het verzoek heeft betrekking op vaartuigen met een geregistreerde visserijactiviteit van meer dan vijf jaar. |
|
(16) |
Deze vaartuigen zijn opgenomen in een lijst die overeenkomstig artikel 13, lid 9, van Verordening (EG) nr. 1967/2006 aan de Commissie is verstrekt. |
|
(17) |
De betrokken visserijactiviteiten voldoen aan de vereisten van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1967/2006, aangezien het Franse beheersplan de visserij boven beschermde habitats uitdrukkelijk verbiedt. |
|
(18) |
De eisen van artikel 8, lid 1, onder h), van Verordening (EG) nr. 1967/2006 zijn niet van toepassing, aangezien die betrekking hebben op trawlers. |
|
(19) |
Wat de in artikel 9, lid 5, vastgestelde vereiste inzake de minimummaaswijdte betreft, neemt de Commissie er nota van dat aangezien de betrokken visserijactiviteiten zeer selectief zijn, een verwaarloosbaar effect op het mariene milieu hebben en niet worden verricht boven beschermde habitats, Frankrijk krachtens artikel 9, lid 7, van Verordening (EG) nr. 1967/2006 een afwijking van deze bepalingen heeft toegestaan in zijn beheersplan. |
|
(20) |
De betrokken visserijactiviteiten worden overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad geregistreerd. |
|
(21) |
De betrokken visserijactiviteiten vormen geen belemmering voor vaartuigen die ander vistuig dan trawls, zegens of soortgelijke sleepnetten gebruiken. |
|
(22) |
In het Franse beheersplan zijn voorschriften voor de activiteiten van de landzegens vastgesteld om ervoor te zorgen dat de vangsten van in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 1967/2006 genoemde soorten tot een minimum beperkt blijven. |
|
(23) |
Met landzegens wordt niet gericht op koppotigen gevist. |
|
(24) |
Voor jonge sardine die voor menselijke consumptie wordt aangeland en die gericht in het kader van de in dat plan gereglementeerde visserijactiviteiten wordt bevist, staat het Franse beheersplan afwijkingen toe van de minimummaat van mariene organismen, overeenkomstig artikel 15, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1967/2006. |
|
(25) |
Het WTECV was van mening dat een afwijking van de minimummaaswijdte moet worden gevraagd samen met een afwijking betreffende de minimumafstand van de kust of de minimumzeediepte. De Europese Commissie is echter van mening dat is voldaan aan de desbetreffende voorwaarden van de Middellandse Zeeverordening: overeenkomstig artikel 9, lid 5, bedraagt de minimummaaswijdte voor omsluitingsnetten, zoals landzegens, 14 mm en overeenkomstig artikel 15, lid 3, geldt de minimummaaswijdte niet voor jonge sardine die wordt aangeland voor menselijke consumptie indien een nationaal beheersplan voor landzegens van kracht is en in het Franse beheersplan is een wettelijke minimummaaswijdte van 2 mm vastgesteld voor landzegens waarmee gericht op jonge sardine wordt gevist. |
|
(26) |
Het WTECV oordeelde dat de kans bestond dat de impact van de visserij niet volledig was geëvalueerd omdat bepaalde bij de visserij gevangen soorten niet wetenschappelijk worden beoordeeld. De Europese Commissie is echter van mening dat de impact van deze visserij moet worden beoordeeld in het licht van de werkelijke omvang van deze visserij, die zeer beperkt is: bij de visserij op jonge vis („poutine”), en met name op jonge sardine, zijn slechts 10 vaartuigen betrokken, die samen jaarlijks slechts 1,6 ton vangen. |
|
(27) |
Overeenkomstig artikel 13, lid 9, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 1967/2006 omvat het Franse beheersplan maatregelen voor het toezicht op de visserijactiviteiten. |
|
(28) |
De naam van de regio Languedoc-Roussillon veranderde op 28 september 2016 in Occitanie (7). Bijgevolg moeten de verwijzingen naar „Languedoc-Roussillon” worden vervangen door „Occitanië”. |
|
(29) |
De gevraagde verlenging van de afwijking moet derhalve worden toegestaan. |
|
(30) |
Frankrijk moet bij de Commissie bijtijds verslag uitbrengen overeenkomstig het in het Franse beheersplan vervatte toezichtsplan. |
|
(31) |
Door de beperkte duur van de afwijking kan worden gegarandeerd dat snel corrigerende beheersmaatregelen kunnen worden genomen wanneer de monitoring van het beheersplan op een slechte staat van instandhouding van het beviste bestand wijst, terwijl tegelijkertijd ruimte wordt geschapen om de wetenschappelijke basis voor een beter beheersplan te versterken. |
|
(32) |
Aangezien het Franse beheersplan voor landzegens geen vervaldatum heeft, reikt de toepassingsperiode ervan verder dan de gevraagde afwijking. Er is bijgevolg geen risico op een rechtsvacuüm. |
|
(33) |
Dienovereenkomstig moet de afwijking gelden tot en met 25 augustus 2021. |
|
(34) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de visserij en de aquacultuur, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Afwijking
Artikel 13, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1967/2006 is niet van toepassing in de territoriale wateren van Frankrijk voor de kust van Occitanië en Provence-Alpes-Côte d'Azur op vaartuigen die met landzegens vissen en die:
|
a) |
het in het Franse beheersplan vermelde registratienummer dragen; |
|
b) |
een geregistreerde visserijactiviteit van meer dan vijf jaar hebben en de visserijinspanning in de toekomst niet verhogen, en |
|
c) |
een vismachtiging hebben en hun activiteiten uitoefenen in het kader van het door Frankrijk overeenkomstig artikel 19, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1967/2006 vastgestelde beheersplan. |
Artikel 2
Toezichtsplan en verslaglegging
Frankrijk brengt uiterlijk een jaar na de inwerkingtreding van deze verordening verslag uit bij de Commissie overeenkomstig het toezichtsplan dat is vervat in het in artikel 1, onder c), bedoelde beheersplan.
Artikel 3
Inwerkingtreding en toepassingsperiode
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing tot en met 25 augustus 2021.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 23 oktober 2018.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 409 van 30.12.2006, blz. 11.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 587/2014 van de Commissie van 2 juni 2014 tot afwijking van Verordening (EG) nr. 1967/2006 van de Raad betreffende de minimumafstand van de kust en de minimumzeediepte voor de visserij met landzegens in bepaalde territoriale wateren van Frankrijk (Languedoc-Roussillon en Provence-Alpes-Côte d'Azur) (PB L 164 van 3.6.2014, blz. 13).
(3) Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1421 van de Commissie van 24 augustus 2015 tot uitbreiding van de afwijking van Verordening (EG) nr. 1967/2006 van de Raad betreffende de minimumafstand van de kust en de minimumzeediepte die is toegestaan voor de visserij met landzegens in bepaalde territoriale wateren van Frankrijk (Languedoc-Roussillon en Provence-Alpes-Côte d'Azur) (PB L 222 van 25.8.2015, blz. 1).
(4) JORF nr.o 0122 van 27 mei 2014, blz. 8669, tekst nr.o 6, NOR: DEVM1407280A.
(5) https://stecf.jrc.ec.europa.eu/documents/43805/2147402/STECF+PLEN+18-02.pdf
(6) Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1).
(7) https://www.legifrance.gouv.fr/eli/decret/2016/9/28/INTB1617888D/jo/texte/fr
BESLUITEN
|
24.10.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 265/13 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2018/1597 VAN DE COMMISSIE
van 23 oktober 2018
tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 betreffende beschermende maatregelen in verband met uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza in bepaalde lidstaten
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2018) 7117)
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 89/662/EEG van de Raad van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (1), en met name artikel 9, lid 4,
Gezien Richtlijn 90/425/EEG van de Raad van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en producten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (2), en met name artikel 10, lid 4,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 van de Commissie (3) is vastgesteld naar aanleiding van uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5 in een aantal lidstaten („de betrokken lidstaten”) en de instelling van beschermings- en toezichtsgebieden door de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten overeenkomstig artikel 16, lid 1, van Richtlijn 2005/94/EG van de Raad (4). |
|
(2) |
In Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 is bepaald dat de door de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten overeenkomstig Richtlijn 2005/94/EG ingestelde beschermings- en toezichtsgebieden ten minste de gebieden moeten omvatten die in de lijst van de bijlage bij dat uitvoeringsbesluit als beschermings- en toezichtsgebieden zijn opgenomen. In Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 is ook vastgelegd dat de maatregelen die overeenkomstig artikel 29, lid 1, en artikel 31 van Richtlijn 2005/94/EG in de beschermings- en toezichtsgebieden moeten worden toegepast, ten minste tot de in de bijlage bij dat uitvoeringsbesluit voor die gebieden opgegeven data moeten worden gehandhaafd. |
|
(3) |
Sinds de vaststelling ervan is Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 verschillende keren gewijzigd, teneinde rekening te houden met de ontwikkelingen van de epidemiologische situatie in de Unie wat aviaire influenza betreft. Met name is Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 gewijzigd bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/696 van de Commissie (5) om regels vast te stellen met betrekking tot de verzending van zendingen eendagskuikens uit de in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 opgenomen gebieden. Bij deze wijziging is rekening gehouden met het feit dat eendagskuikens in vergelijking met andere pluimveeproducten een zeer gering risico vormen voor de verspreiding van hoogpathogene aviaire influenza. |
|
(4) |
Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 is vervolgens ook gewijzigd bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1841 van de Commissie (6) ter versterking van de ziektebestrijdingsmaatregelen die van toepassing zijn als er sprake is van een verhoogd risico voor de verspreiding van hoogpathogene aviaire influenza. Daarom worden nu bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 in de betrokken lidstaten verdere beperkingsgebieden op het niveau van de Unie ingesteld, zoals bedoeld in artikel 16, lid 4, van Richtlijn 2005/94/EG, naar aanleiding van een uitbraak of uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza, en wordt de duur van de daar toe te passen maatregelen vastgesteld. Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 bevat nu ook voorschriften voor de verzending van levend gevogelte, eendagskuikens en broedeieren vanuit de verdere beperkingsgebieden naar andere lidstaten, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. |
|
(5) |
Daarnaast is de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 vele malen gewijzigd, voornamelijk om rekening te houden met wijzigingen van de grenzen van de overeenkomstig Richtlijn 2005/94/EG door de betrokken lidstaten ingestelde beschermings- en toezichtsgebieden. |
|
(6) |
De bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 is laatstelijk gewijzigd bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1307 van de Commissie (7) naar aanleiding van de kennisgeving door Bulgarije van een bijkomende uitbraak van hoogpathogene aviaire influenza in een pluimveehouderij in de regio Plovdiv. Bulgarije heeft de Commissie ook meegedeeld dat het de krachtens Richtlijn 2005/94/EG vereiste noodzakelijke maatregelen naar behoren heeft genomen naar aanleiding van die uitbraak, waaronder de instelling van beschermings- en toezichtsgebieden rond de besmette pluimveehouderij. |
|
(7) |
Sinds de datum van de laatste wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1307 heeft Bulgarije de Commissie in kennis gesteld van drie nieuwe uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5 in pluimveehouderijen in de regio's Plovdiv en Haskovo. |
|
(8) |
Bulgarije heeft de Commissie ook meegedeeld dat het de krachtens Richtlijn 2005/94/EG vereiste noodzakelijke maatregelen heeft genomen naar aanleiding van die nieuwe uitbraken, waaronder de instelling van beschermings- en toezichtsgebieden rond de besmette pluimveehouderijen in die lidstaat. |
|
(9) |
De Commissie heeft die maatregelen in samenwerking met Bulgarije bestudeerd en heeft geconstateerd dat de grenzen van de door de bevoegde autoriteit van Bulgarije ingestelde beschermings- en toezichtsgebieden op voldoende afstand liggen van de pluimveehouderijen waar de nieuwe uitbraken zijn bevestigd. |
|
(10) |
Om te voorkomen dat de handel in de Unie onnodig wordt verstoord en om te vermijden dat derde landen ongerechtvaardigde handelsbelemmeringen opwerpen, moeten de beschermings- en toezichtsgebieden die overeenkomstig Richtlijn 2005/94/EG in Bulgarije zijn ingesteld naar aanleiding van de nieuwe uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza in die lidstaat, snel in samenwerking met Bulgarije op het niveau van de Unie worden vastgesteld. |
|
(11) |
Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 moet derhalve worden bijgewerkt om rekening te houden met de huidige epidemiologische situatie in Bulgarije met betrekking tot hoogpathogene aviaire influenza. Met name moeten de nieuw ingestelde beschermings- en toezichtsgebieden in Bulgarije, waarvoor nu overeenkomstig Richtlijn 2005/94/EG beperkingen gelden, worden opgenomen in de lijsten in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247. |
|
(12) |
De bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 moet worden gewijzigd om de regionalisering op het niveau van de Unie bij te werken teneinde de beschermings- en toezichtsgebieden in Bulgarije die overeenkomstig Richtlijn 2005/94/EG naar aanleiding van de nieuwe uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza in die lidstaat zijn ingesteld, op te nemen, en de duur van de daar geldende beperkingen vast te stellen. |
|
(13) |
Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(14) |
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.
Artikel 2
Dit besluit is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 23 oktober 2018.
Voor de Commissie
Vytenis ANDRIUKAITIS
Lid van de Commissie
(1) PB L 395 van 30.12.1989, blz. 13.
(2) PB L 224 van 18.8.1990, blz. 29.
(3) Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 van de Commissie van 9 februari 2017 betreffende beschermende maatregelen in verband met uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza in bepaalde lidstaten (PB L 36 van 11.2.2017, blz. 62).
(4) Richtlijn 2005/94/EG van de Raad van 20 december 2005 betreffende communautaire maatregelen ter bestrijding van aviaire influenza en tot intrekking van Richtlijn 92/40/EEG (PB L 10 van 14.1.2006, blz. 16).
(5) Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/696 van de Commissie van 11 april 2017 tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 betreffende beschermende maatregelen in verband met uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza in bepaalde lidstaten (PB L 101 van 13.4.2017, blz. 80).
(6) Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1841 van de Commissie van 10 oktober 2017 tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 betreffende beschermende maatregelen in verband met uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza in bepaalde lidstaten (PB L 261 van 11.10.2017, blz. 26).
(7) Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1307 van de Commissie van 27 september 2018 tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 betreffende beschermende maatregelen in verband met uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza in bepaalde lidstaten (PB L 244 van 28.9.2018, blz. 117).
BIJLAGE
De bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
In deel A wordt de vermelding voor Bulgarije vervangen door: „ Lidstaat: Bulgarije
|
||||||||||||||||||||||
|
2) |
In deel B wordt de vermelding voor Bulgarije vervangen door: „ Lidstaat: Bulgarije
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
AANBEVELINGEN
|
24.10.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 265/18 |
AANBEVELING Nr. 1/2018 VAN DE SAMENWERKINGSRAAD EU-AZERBEIDZJAN
van 28 september 2018
betreffende de prioriteiten van het partnerschap EU-Azerbeidzjan [2018/1598]
DE SAMENWERKINGSRAAD EU-AZERBEIDZJAN,
Gezien de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Azerbeidzjan, anderzijds (1), en met name artikel 81,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Azerbeidzjan, anderzijds („de overeenkomst”), is op 22 april 1996 ondertekend en op 1 juli 1999 in werking getreden. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 81 van deze overeenkomst kan de Samenwerkingsraad passende aanbevelingen doen voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de overeenkomst. |
|
(3) |
Overeenkomstig artikel 98 van de overeenkomst dienen de partijen bij de overeenkomst alle algemene of bijzondere maatregelen te treffen die vereist zijn om aan hun verplichtingen krachtens de overeenkomst te voldoen en zien zij erop toe dat de in de overeenkomst vastgelegde doelstellingen worden bereikt. |
|
(4) |
Bij de herziening van het Europees nabuurschapsbeleid is voorgesteld een nieuwe fase van de samenwerking tussen de partners in te gaan om het gevoel van betrokkenheid van beide partijen te vergroten. |
|
(5) |
De Europese Unie en Azerbeidzjan hebben besloten hun partnerschap te consolideren door een aantal prioriteiten voor de periode 2018-2020 vast te stellen, om de veerkracht en stabiliteit van Azerbeidzjan te ondersteunen en te bevorderen. |
|
(6) |
De partijen bij de overeenkomst hebben aldus overeenstemming bereikt over de tekst van de prioriteiten van het partnerschap EU-Azerbeidzjan, die de uitvoering van de overeenkomst zullen ondersteunen en de nadruk leggen op samenwerking inzake gedeelde belangen die in gezamenlijk overleg zijn geïdentificeerd, |
HEEFT DE VOLGENDE AANBEVELING VASTGESTELD:
Artikel 1
De Samenwerkingsraad beveelt aan dat de partijen bij de overeenkomst de prioriteiten van het partnerschap EU-Azerbeidzjan uitvoeren, zoals uiteengezet in de bijlage.
Artikel 2
Deze aanbeveling wordt van kracht op de dag waarop zij wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 28 september 2018.
Voor de Samenwerkingsraad
F. MOGHERINI
E. MAMMADYAROV
BIJLAGE
PRIORITEITEN VAN HET PARTNERSCHAP TUSSEN DE EUROPESE UNIE EN AZERBEIDZJAN
I. ACHTERGROND
|
1. |
In de context van de herziening van het Europees nabuurschapsbeleid zijn de EU en Azerbeidzjan gezamenlijke partnerschapsprioriteiten overeengekomen ter versterking van hun betrekkingen. Zij gaan daarbij uit van wederzijdse belangen en gemeenschappelijke waarden, eerbiediging van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat, en tevens eerbiedigen en steunen zij de territoriale integriteit, de onschendbaarheid van internationale staatsgrenzen en hun wederzijdse onafhankelijkheid en soevereiniteit. De partnerschapsprioriteiten helpen de samenwerking vorm te geven met inachtneming van economische duurzaamheid en bieden het partnerschap sturing voor met name de komende periode (2018-2020). De prioriteiten van het partnerschap zijn vastgesteld door middel van een inclusief proces waarbij uiteenlopende belanghebbenden, zoals het maatschappelijk middenveld, betrokken waren. |
|
2. |
Zij bouwen voort op de vruchtbare samenwerking in het verleden, zoals de uitvoering van het ENB-actieplan, waarvoor nu de prioriteiten in de plaats komen. De partnerschapsprioriteiten weerspiegelen de belangen van zowel de EU als Azerbeidzjan en geven aldus uitdrukking aan de evenwichtigheid en het wederzijdse karakter van het partnerschap. Doel van het hernieuwde partnerschap is de focus van de wederzijdse betrekkingen aan te scherpen, als onderdeel van het brede beleidskader waarin de nieuwe overeenkomst EU-Azerbeidzjan voorziet, teneinde bij te dragen tot de gemeenschappelijke doelstellingen van vrede en veiligheid, welvaart, weerbaarheid en stabilisering, alsmede om steun te bieden aan de hervormingen die Azerbeidzjan in deze context voornemens is door te voeren, en tot slot om ten bate van alle burgers concrete resultaten te boeken. De partnerschapsprioriteiten EU-Azerbeidzjan zetten de doelstellingen van het herziene Europees nabuurschapsbeleid om in concrete samenwerkingsgebieden en zullen de agenda van de regelmatige politieke en sectorale dialoog bepalen zoals die in de nieuwe overeenkomst EU-Azerbeidzjan moet worden overeengekomen. |
|
3. |
Uit de partnerschapsprioriteiten blijkt duidelijk de nadruk op de rechtsstaat, de grondrechten en de universele waarden. Ook bevorderen zij de doelstellingen van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling — waaronder de 17 duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de VN — alsmede de uitvoering van de Overeenkomst van Parijs van 2015 inzake klimaatverandering en de verbintenissen ter remediëring van kwesties als klimaatverandering, aantasting van het milieu, armoede en ongelijkheid. |
|
4. |
De partnerschapsprioriteiten voor Azerbeidzjan zijn ingedeeld in dezelfde vier thematische clusters als in de „twintig concrete doelstellingen voor 2020” die zijn overeengekomen op de top van het Oostelijk Partnerschap van 24 november 2017 in Brussel, evenwel met de nodige accentverschillen. De partnerschapsprioriteiten en de twintig concrete doelstellingen voor 2020 moeten elkaar waar mogelijk versterken. |
|
5. |
Azerbeidzjan streeft naar diversificatie van zijn economie en werkt momenteel aan een ambitieuze economische hervormingsagenda. De EU is een van de voornaamste investeerders in het land, goed voor meer dan de helft van de buitenlandse directe investeringen in zowel de oliesector als de overige delen van de economie. In deze context wensen de EU en Azerbeidzjan hun economische dialoog en samenwerking inzake economische diversificatie en duurzame groei voort te zetten, met daarbij de nadruk op ondersteuning van Azerbeidzjan bij het verbeteren van het ondernemingsklimaat in alle sectoren, zoals verder uiteengezet in punt 19. Voortbouwend op de gezamenlijke strategische doelstelling van Azerbeidzjan en de EU om directe energie- en vervoersverbindingen aan te leggen, bieden de rol van Azerbeidzjan als strategische energiepartner en zijn geografische ligging als natuurlijk vervoersknooppunt de mogelijkheid om de ambities van de partijen inzake uitbreiding van de verbindingen, bevordering van handel en logistiek en facilitering van belangrijke oost-west- en noord-zuid-vervoersprojecten in de regio, concreet vorm te geven. |
|
6. |
Op basis van onder meer de hervatte dialoog inzake de mensenrechten zal zowel de samenwerking inzake de rechtsstaat als de hervorming van justitie en overheidsdiensten worden uitgebouwd. Het mobiliteitspartnerschap en de visumversoepelings- en overnameovereenkomst zullen versneld worden uitgevoerd. Met het oog op het vrije verkeer van kennis en expertise zal de samenwerking op het gebied van onderwijs, onderzoek en innovatie en cultuur worden versterkt. |
|
7. |
De toekomstige financiële samenwerking en programmering tussen de EU en Azerbeidzjan, en dan met name het komende integrale steunkader voor Azerbeidzjan voor 2018-2020, zullen op de partnerschapsprioriteiten worden gebaseerd. De partijen zullen samen met belanghebbenden de vorderingen ten aanzien van de partnerschapsprioriteiten regelmatig analyseren teneinde overeengekomen doelstellingen daadwerkelijk te realiseren. |
II. PRIORITEITEN
|
8. |
De samenwerking zal gaan van goed bestuur, de rechtsstaat en de mensenrechten, dialoog met het maatschappelijk middenveld en contacten van persoon tot persoon, tot duurzame ontwikkeling en modernisering, onderzoek en innovatie, vervoer, energie en klimaatactie, en bevordering van strenge milieunormen. |
|
9. |
Op het vlak van de economische samenwerking ten behoeve van voortdurende en duurzamere economische groei spelen sterke gemeenschappelijke belangen, en alle mogelijke kansen tot verbetering van het ondernemingsklimaat zullen hier worden onderzocht. Het versnellen van duurzame en inclusievere groei op de lange termijn vereist stevig verankerde overheidsinstellingen en beter bestuur, betere naleving van arbeidsnormen, betere infrastructuurverbindingen, duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen, alsmede passende vaardigheden en passend menselijk kapitaal. Worden deze kwesties aangepakt, dan ontstaan er gunstige voorwaarden voor nauwere samenwerking in sleutelsectoren en voor grotere mobiliteit, ten bate van de burgers in zowel Azerbeidzjan als de EU. Elke prioriteit omvat diverse elementen in een voor het verwezenlijken van de doelstellingen noodzakelijke multidisciplinaire en sectoroverschrijdende aanpak. |
|
10. |
Onderstaande politieke, economische en technische samenwerkingsgebieden vormen geen beperkende opsomming; de samenwerking tussen de EU en Azerbeidzjan zou — bij voorkeur — een groter aantal terreinen kunnen bestrijken. Daaraan kan zowel op bilateraal niveau worden vormgegeven als in de multilaterale context waar de participatie van Azerbeidzjan verder zou kunnen worden geïntensiveerd. |
|
11. |
Een dynamisch maatschappelijk middenveld is van groot belang voor de ontwikkeling van de particuliere sector, voor duurzame economische groei, een ambitieus milieubeleid en voor sociale innovatie. Een kwalitatief hoogstaande sectorale hervormingsdialoog vereist technische expertise. Met de samenwerking wordt beoogd de capaciteiten van alle belanghebbenden te versterken. |
|
12. |
Het maatschappelijk middenveld krijgt de ruimte verdergaand aan het openbare leven deel te nemen. Andere relevante sectoroverschrijdende kwesties als gelijke kansen, klimaat, milieu en sociale zaken zullen worden doorgetrokken in alle relevante beleidsgebieden. In het bijzonder zal worden ingezet op grotere arbeidskansen voor vrouwen en jongeren. |
1. Verbetering van de instellingen en goed bestuur
|
13. |
Azerbeidzjan en de EU zullen goed bestuur bevorderen en voortdurend werken aan verbetering van het openbaar bestuur in het land, waaronder de openbare dienstverlening en de rechtspraak. Ook samenwerking op het gebied van veiligheidsvraagstukken valt hieronder. |
|
14. |
De rechtsstaat krijgt bijzondere aandacht, onder meer ten aanzien van de onafhankelijkheid, onpartijdigheid, kwaliteit en doeltreffendheid van de rechtspraak. De partijen zullen verder werken aan de hervorming van zowel het openbaar bestuur op alle bestuursniveaus — inclusief lokale besturen en rechtshandhaving — als van het beheer van de overheidsfinanciën. De samenwerking heeft tot doel de verantwoordingsplicht en doeltreffendheid van voornoemde instellingen te versterken en de transparantie en doeltreffendheid van de openbare dienstverlening te verbeteren, dit laatste met behulp van beste praktijken en door verregaand in te zetten op een digitale overheid. De partijen streven er tevens naar alle beleidsontwikkeling en -evaluatie te bouwen op hard feitenmateriaal afkomstig van onder meer een kwalitatief hoogstaande statistische dienst, en zij betrekken het maatschappelijk middenveld zo veel mogelijk bij de beleidsvorming. |
|
15. |
Voor de hervorming van het bestuur en voor de samenwerking ter versterking van de rechtsstaat is corruptiebestrijding essentieel. Aldus zal gezamenlijk worden gewerkt aan het versterken van de capaciteit van de organen voor corruptiebestrijding en worden hun activiteiten gestimuleerd. Tevens zal in het kader van de samenwerking de verbetering van de wet- en regelgeving overeenkomstig internationale beste praktijken en normen ter hand worden genomen, meer bepaald op het vlak van overheidsopdrachten en dat van openbare functies waar de economische en andere belangen het grootst zijn (bijvoorbeeld overheidsopdrachten en vergunningen), opdat hoge ethische normen gewaarborgd kunnen worden. Transparantie is belangrijk voor het voorkomen van belangenconflicten en het bevorderen van de publieke verantwoording in geval van wanpraktijken. Tevens zal intensiever worden samengewerkt ter bestrijding van fraude die de financiële belangen van de EU en Azerbeidzjan schaadt. Daarnaast zullen de partijen samenwerken bij het ontnemen van criminele vermogensbestanddelen en bij het bestrijden van witwassen. Zij doen dit via het daartoe passende institutionele en wettelijke kader en zullen onderzoeken of het opportuun is een nationaal bureau voor invordering van vermogensbestanddelen op te richten. |
|
16. |
Met de samenwerking in de veiligheidssector wordt beoogd de capaciteit en de verantwoordelijkheden van de relevante autoriteiten te versterken en gemeenschappelijke zorgpunten op het gebied van bestrijding van de georganiseerde misdaad, drugshandel en terrorisme, inclusief terrorismefinanciering aan te pakken. De middelen hiertoe stroken met de bepalingen inzake justitie, vrijheid en veiligheid in de diverse overeenkomsten inzake de betrekkingen tussen de EU en Azerbeidzjan, alsmede met de internationale normen. Daarnaast zullen de partijen hun inspanningen ter vergroting van hun bestendigheid tegen cyberaanvallen opvoeren. |
2. Economische ontwikkeling en marktkansen
|
17. |
De EU zal de inspanningen van Azerbeidzjan ter diversificatie van zijn economische structuur en ter vergroting van zijn exportpotentieel en inkomstenbronnen steunen met het oog op duurzame en inclusieve groei als vrucht van een in toenemende mate slimme, groene, circulaire en sociale economie. De partijen zullen in alle sectoren de bilaterale handel stimuleren, onder meer via verbetering van de wederzijdse markttoegang en slechting van investeringsbelemmeringen. |
|
18. |
Lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie is een belangrijke doelstelling in dit verband en de EU is bereid een dergelijk proces actief te steunen. |
|
19. |
De partijen zullen samen aan de ontwikkeling van een doeltreffend en gunstig bedrijfsklimaat in Azerbeidzjan werken, gevestigd op macro-economische stabiliteit, eerlijke mededinging en een doeltreffende en onpartijdige handhaving van de rechtsstaat in de openbare sector. De overheid zal met haar beleid, dat voortbouwt op het strategische stappenplan inzake de vooruitzichten van de nationale economie en dat uit de relevante aanbevelingen van de evaluatie van de Small Business Act van de EU put, het midden- en kleinbedrijf — de belangrijkste scheppers van werkgelegenheid — operationeel faciliteren. Dit kan via het verstrekken van betere toegang tot financiering, betere bescherming en handhaving van eigendomsrechten, of actualisering van de regelgeving en infrastructuur voor informatie- en communicatietechnologie. Door bedrijfsondersteunende organisaties en de toegang van kleine en middelgrote ondernemingen tot betere zakelijke dienstverlening en opleidingen te bevorderen, zullen Azerbeidzjaanse bedrijven zich beter in mondiale waardeketens kunnen integreren en worden kennisdeling en industriële ontwikkeling gestimuleerd. De actieve deelname van Azerbeidzjan aan het EU-programma voor kleine en middelgrote ondernemingen (Cosme) en dat voor onderzoek en innovatie (Horizon 2020) helpen de bedrijvigheid te vergroten. Tot slot zal worden geholpen de banden tussen het onderwijs en het bedrijfsleven aan te halen, onder meer via starterscentra. |
|
20. |
De EU en Azerbeidzjan zullen ten behoeve van een evenwichtige, duurzame en inclusieve ontwikkeling en diversifiëring van de economie samenwerken op het gebied van regionale en plattelandsontwikkeling. Doel is het lokale bestuur en het maatschappelijk middenveld te versterken en met name de productiviteit en het concurrentievermogen van de landbouw en van rurale kleine en middelgrote ondernemingen, waaronder kleine familiebedrijven, te vergroten. |
|
21. |
De partijen zullen gezamenlijk de digitale economie bevorderen, onder meer door de digitale omgeving in Azerbeidzjan af te stemmen op de digitale eengemaakte markt van de EU, de cyberbeveiliging te versterken en mechanismen op te zetten voor een groene en circulaire economie, dit aan de hand van EU-wetgeving en in voorkomend geval beste praktijken. |
|
22. |
Tegen de achtergrond van economische diversificatie zal via sociale maatregelen en werkgelegenheidsmaatregelen worden gewaarborgd dat de bevolking en kwetsbare groepen in het bijzonder zich kunnen aanpassen aan de veranderingen op de arbeidsmarkt. De EU zal Azerbeidzjan helpen met haar ervaringen op het vlak van verbetering van de sociale voorzieningen ter bescherming van werklozen en sociaal kwetsbare groepen en op het vlak van verbetering van hun integratie in de samenleving. Samen zullen de EU en Azerbeidzjan helpen zorgdragen voor een doeltreffende sociale dialoog in lijn met de normen van de Internationale Arbeidsorganisatie. |
3. Connectiviteit, energie-efficiëntie, milieu en klimaatactie
|
23. |
De diversificatiestrategie van Azerbeidzjan is voor een groot deel gebaseerd op de gunstige ligging van het land op een kruispunt van vervoersverbindingen. De partijen zullen samen de capaciteit van Azerbeidzjan als knooppunt voor handel, logistiek en vervoer vergroten door de fysieke omgeving en de regelgevingscontext deze doelstelling te doen ondersteunen. Daarbij zal bijzondere aandacht uitgaan naar doeltreffend grensbeheer en een doeltreffend systeem voor douanevervoer, alsook naar spoedige sluiting van een luchtvaartovereenkomst tussen de EU en Azerbeidzjan. Ook goed bestuur in de vervoerssector, waaronder juridische en institutionele hervormingen, is van groot belang. |
|
24. |
Verbetering van de energieverbindingen tussen partnerlanden enerzijds en met de EU anderzijds is voor zowel Azerbeidzjan als de EU een belangrijke prioriteit. Azerbeidzjan kan dankzij zijn capaciteiten en geografische ligging een cruciale bijdrage leveren aan de energiezekerheid van Europa. Daarnaast kan de EU een belangrijke rol spelen bij het verbeteren van de doeltreffendheid, het concurrentievermogen, de duurzaamheid en de veiligheid van de Azerbeidzjaanse energiesector. Daartoe moeten beide partijen elkaar in hun energiesector open en niet-verstoorde handels- en investeringskansen bieden. In dat verband zullen de partijen ook hun inspanningen ter verbetering van het algemene investeringsklimaat in hun energiesector en op hun energiemarkt opvoeren. Wat de energiehandel betreft, streven de partijen naar modernisering van de relevante energiesystemen en een grotere de stabiliteit op de energiemarkten waar de energietoevoer heen en langs loopt en lopen zal. In dit verband en overeenkomstig de bepalingen van de gezamenlijke verklaring over de zuidelijke gascorridor die op 13 januari 2011 is ondertekend, zijn een spoedige afwerking van de zuidelijke gascorridor en een tijdige aanvang van de gasleveringen aan de Europese markt kernprioriteiten. Hiermee zal niet alleen de rol van Azerbeidzjan als belangrijke energieleverancier aan Europa worden versterkt, maar ook die van mogelijk doorvoerland dat met behulp van de zuidelijke gascorridor energieproducenten in de regio van de Kaspische Zee en verderop een volledig scala aan transmissie- en logistieke diensten kan bieden met het oog op mogelijke uitbreiding van de corridor tot andere landen en regio's. Tot slot zal de EU haar ervaringen op het gebied van regulerend beleid en de overgang naar een groene en duurzame economie met Azerbeidzjan delen, met name via bevordering van maatregelen voor een hogere energie-efficiëntie en bevordering van hernieuwbare-energieoplossingen, zoals vastgelegd in het memorandum van overeenstemming van 7 november 2006 inzake een strategisch partnerschap tussen de EU en Azerbeidzjan inzake energie. In dat verband zullen hervormingen in de energiesector van essentieel belang zijn. |
|
25. |
Essentieel voor duurzame ontwikkeling zijn een beter milieubeheer, duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen, overgang naar een groene en circulaire economie, en samenwerking ter ontwikkeling van een milieuvriendelijk vervoersbeleid via uitvoering van relevante projecten. De partijen zullen samen ervoor zorgen dat de beste praktijken op dit vlak worden toegepast. Voor Azerbeidzjan zijn energie-efficiëntie, stedelijk en ruraal milieubeheer, en dan met name verbeterde preventie van verontreiniging alsmede doeltreffend grondstoffengebruik en afvalbeheer, cruciaal voor het bereiken van zijn milieudoelstellingen. Duurzaam bosbeheer en het beheer van stroomgebieden behoren tevens tot de voornaamste prioriteiten op dit vlak. Nauwere samenwerking inzake klimaatactie zal Azerbeidzjan helpen een doeltreffendere, concurrerendere, weerbaardere en stabielere economie te ontwikkelen overeenkomstig zijn nationaal bepaalde bijdragen (NDC's). Volledige tenuitvoerlegging van zowel de Overeenkomst van Parijs inzake klimaatverandering als de respectieve nationaal bepaalde bijdragen zal een van de belangrijkste prioriteiten zijn. De EU zal haar samenwerking met Azerbeidzjan in het bijzonder toespitsen op de ontwikkeling van langetermijnstrategieën voor lage broeikasgasemissies, de integratie van klimaatactie en het milieu in nationaal beleid, met bijzondere aandacht voor initiatieven die snel resultaat opleveren, alsmede op de invoering van kaders ter meting, rapportage en verificatie van emissies en het aanpassen aan de klimaatverandering. |
4. Mobiliteit en interpersoonlijke contacten
|
26. |
De partijen streven ernaar de mobiliteit van de burgers in voorkomend geval te vergroten en om tot meer samenwerking te komen op het gebied van onderwijs, jongeren, cultuur en onderzoek en innovatie. |
|
27. |
De partners verbinden zich tot een doeltreffende uitvoering van het mobiliteitspartnerschap, alsook tot de volledige uitvoering en vlotte werking van de visumversoepelings- en overnameovereenkomst. Op termijn kan dan, als de omstandigheden dit toelaten, worden bekeken of er een dialoog voor visumliberalisering kan worden aangaan, mits de voorwaarden voor een goed beheerde en veilige mobiliteit zijn vervuld, bijvoorbeeld dat de visumversoepelings- en overnameovereenkomst naar behoren worden uitgevoerd. Wat dit betreft wensen de partijen samen te werken aan versterking van het wettelijke en institutionele kader voor documentenbeveiliging, grensbeheer, migratie en asielbeleid overeenkomstig de beste internationale normen. |
|
28. |
Voortbouwend op de lopende samenwerking in het kader van Erasmus+ en het Bolognaproces alsmede via de ontwikkeling van technische en beroepsopleidingen zal de samenwerking zich toespitsen op modernisering van het onderwijssysteem in Azerbeidzjan, van kleuterschool tot hoger onderwijs. Dit zal helpen de vraag van burgers naar onderwijs beter af te stemmen op de vraag van werkgevers naar vaardigheden. Meer in het bijzonder zullen de inspanningen zich toespitsen op het ontwikkelen van vaardigheden en scholing onder leraren alsmede op verbetering van de reputatie en de kwaliteit van beroepsopleidingen. Op het vlak van onderzoek en innovatie zal worden ingezet op meer samenwerking. Samenwerking op het gebied van de interculturele dialoog zal de culturele diversiteit vergroten en daarnaast het wederzijds begrip en de tolerantie in onze samenlevingen ten goede komen. |