ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 183

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

61e jaargang
19 juli 2018


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1017 van de Commissie van 18 juli 2018 tot wijziging van de Uitvoeringsverordeningen (EU) 2017/366 en (EU) 2017/367 tot instelling van definitieve compenserende en antidumpingrechten op fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen) van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China en de Uitvoeringsverordeningen (EU) 2016/184 en (EU) 2016/185 tot uitbreiding van het definitieve compenserende recht respectievelijk het definitieve antidumpingrecht op fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen), van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China, tot fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen), verzonden uit Maleisië en Taiwan, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië en Taiwan

1

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1018 van de Commissie van 18 juli 2018 tot toelating van een uitbreiding van het gebruik van uv-behandelde bakkersgist (Saccharomyces cerevisiae) als nieuw voedingsmiddel krachtens Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie ( 1)

9

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1019 van de Commissie van 18 juli 2018 tot niet-verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof oxasulfuron overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie ( 1)

14

 

 

BESLUITEN

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1020 van de Commissie van 18 juli 2018 betreffende het vaststellen en bijwerken van de lijst van vaardigheden, competenties en beroepen van de Europese classificatie voor de geautomatiseerde matching via het gemeenschappelijk IT-platform van Eures ( 1)

17

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1021 van de Commissie van 18 juli 2018 betreffende de vaststelling van technische normen en formats die nodig zijn voor de exploitatie van de geautomatiseerde matching via het gemeenschappelijk IT-platform met behulp van de Europese classificatie en de interoperabiliteit tussen nationale systemen en de Europese classificatie ( 1)

20

 

 

III   Andere handelingen

 

 

EUROPESE ECONOMISCHE RUIMTE

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 154/2018 van 6 juli 2018 tot wijziging van bijlage XI (Elektronische communicatie, audiovisuele diensten en informatiemaatschappij) en Protocol 37 (houdende de lijst bedoeld in artikel 101) bij de EER-overeenkomst [2018/1022]

23

 

 

Rectificaties

 

*

Rectificatie van Verordening (EU) 2018/978 van de Commissie van 9 juli 2018 tot wijziging van de bijlagen II en III bij Verordening (EG) nr. 1223/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende cosmetische producten ( PB L 176 van 12.7.2018 )

27

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst.

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

19.7.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 183/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/1017 VAN DE COMMISSIE

van 18 juli 2018

tot wijziging van de Uitvoeringsverordeningen (EU) 2017/366 en (EU) 2017/367 tot instelling van definitieve compenserende en antidumpingrechten op fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen) van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China en de Uitvoeringsverordeningen (EU) 2016/184 en (EU) 2016/185 tot uitbreiding van het definitieve compenserende recht respectievelijk het definitieve antidumpingrecht op fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen), van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China, tot fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen), verzonden uit Maleisië en Taiwan, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië en Taiwan

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1) („de antidumpingbasisverordening”), en met name artikel 11, lid 4, en artikel 13, lid 4,

Gezien Verordening (EU) 2016/1037 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (2) („de antisubsidiebasisverordening”), en met name artikel 23, lid 6, en artikel 24, lid 5,

Overwegende hetgeen volgt:

A.   GELDENDE MAATREGELEN

(1)

Op 2 december 2013 heeft de Raad antidumpingmaatregelen (3) en compenserende maatregelen (4) ingesteld ten aanzien van fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen), van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China („de oorspronkelijke maatregelen”).

(2)

Op 11 februari 2016 heeft de Commissie die maatregelen uitgebreid tot de invoer van fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen), verzonden uit Maleisië en Taiwan, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië en Taiwan, met uitzondering van de invoer geproduceerd door bepaalde ondernemingen die specifiek van die maatregelen werden vrijgesteld („de uitgebreide maatregelen”) (5).

(3)

Naar aanleiding van nieuwe onderzoeken bij het vervallen van de oorspronkelijke maatregelen heeft de Commissie op 1 maart 2017 een antidumpingrecht en compenserende rechten ingesteld voor een periode van 18 maanden („de voortgezette maatregelen”) (6). Op dezelfde dag heeft de Raad ook twee gedeeltelijke tussentijdse nieuwe onderzoeken beëindigd die waren beperkt tot het belang van de Unie (7).

(4)

Op 3 maart 2017 heeft de Commissie een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek geopend dat beperkt was tot de vorm en het niveau van de voortgezette maatregelen (8). Naar aanleiding van deze beoordeling heeft de Commissie de voortgezette maatregelen gewijzigd na de bekendmaking van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1570 van de Commissie (9), die op 1 oktober 2017 in werking is getreden.

(5)

Op 8 november 2017 heeft de Commissie de uitgebreide maatregelen gewijzigd door toevoeging van een nieuwe producent-exporteur aan de lijst van vrijgestelde ondernemingen als bedoeld in artikel 1, lid 1, van respectievelijk Uitvoeringsverordening (EU) 2016/184 van de Commissie en Uitvoeringsverordening (EU) 2016/185 van de Commissie (10).

(6)

Daarom zijn de compenserings- en antidumpingmaatregelen die momenteel van kracht zijn met betrekking tot de invoer van fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen), verzonden uit Maleisië en Taiwan, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië en Taiwan, de maatregelen die zijn ingesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/366 van de Commissie en Uitvoeringsverordening (EU) 2017/367 van de Commissie, met uitzondering van de invoer geproduceerd door de ondernemingen die specifiek zijn vrijgesteld van deze maatregelen zoals vastgesteld in Uitvoeringsverordening (EU) 2016/184 van de Commissie en Uitvoeringsverordening (EU) 2016/185 van de Commissie, zoals laatstelijk gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1997 van de Commissie.

B.   DE PROCEDURE

1.   Opening van het onderzoek

(7)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1994 (11) („de openingsverordening”) heeft de Commissie een nieuw onderzoek van de uitgebreide maatregelen geopend teneinde vast te stellen of een vrijstelling van die maatregelen kon worden verleend aan Longi (Kuching) SDN.BHD („de indiener van het verzoek” of „Longi Kuching”), een Maleisische producent-exporteur van fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen). Bij de verordening waarbij het nieuwe onderzoek werd geopend, werd het antidumpingrecht ten aanzien van de indiener van het verzoek ingetrokken en werd zijn invoer aan registratie onderworpen.

(8)

Het op verzoek van de indiener geopende nieuwe onderzoek bevatte voldoende voorlopig bewijsmateriaal ter staving van diens betoog dat hij een nieuwe producent-exporteur was die voldeed aan de criteria voor een vrijstelling op grond van artikel 11, lid 4, en artikel 13, lid 4, van de basisantidumpingverordening en artikel 23, lid 6, van de basisantisubsidieverordening, te weten:

dat hij het onderzochte product in het onderzoektijdvak dat is gebruikt bij het onderzoek dat tot de uitgebreide maatregelen heeft geleid, namelijk de periode van 1 april 2014 tot en met 31 maart 2015, niet naar de Unie heeft uitgevoerd;

dat hij niet betrokken was bij ontwijkingspraktijken, en

dat hij een onherroepelijke contractuele verplichting is aangegaan om een aanzienlijke hoeveelheid van dit product naar de Unie uit te voeren.

2.   Onderzocht product

(9)

Bij het onderzochte product gaat het om fotovoltaïsche modules of panelen van kristallijn silicium en cellen van de soort die in dergelijke modules of panelen wordt gebruikt (de cellen hebben een dikte van maximaal 400 micrometer), verzonden uit Maleisië en Taiwan, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië en Taiwan, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 8501 31 00, ex 8501 32 00, ex 8501 33 00, ex 8501 34 00, ex 8501 61 20, ex 8501 61 80, ex 8501 62 00, ex 8501 63 00, ex 8501 64 00 en ex 8541 40 90.

(10)

De volgende productsoorten vallen niet onder de productomschrijving van het onderzochte product:

zonneopladers die bestaan uit minder dan zes cellen, draagbaar zijn en apparaten van elektriciteit voorzien of batterijen opladen;

fotovoltaïsche producten vervaardigd met dunnelaagtechnologie;

fotovoltaïsche producten van kristallijn silicium die permanent in elektrische goederen zijn geïntegreerd, wanneer die elektrische goederen een andere functie hebben dan het opwekken van elektriciteit en wanneer die elektrische goederen de elektriciteit verbruiken die door de geïntegreerde fotovoltaïsche cel(len) van kristallijn silicium wordt opgewekt;

modules of panelen met een uitgangsspanning van niet meer dan 50V gelijkstroom en een uitgangsvermogen van niet meer dan 50W, uitsluitend voor rechtstreeks gebruik als batterijladers in systemen met dezelfde spannings- en vermogenskenmerken.

3.   Verslagperiode

(11)

De verslagperiode betrof de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017.

4.   Onderzoek

(12)

De Commissie heeft Longi Kuching, de bedrijfstak van de Unie, vertegenwoordigd door de klager in het oorspronkelijke onderzoek (EU ProSun), en de autoriteiten van Maleisië en de Volksrepubliek China officieel in kennis gesteld van de opening van het nieuwe onderzoek.

(13)

De Commissie heeft alle informatie ingewonnen en gecontroleerd die zij voor het nieuwe onderzoek nodig achtte. Met name heeft zij een antwoord op de vragenlijst ontvangen van de indiener van het verzoek. Bij de indiener van het verzoek in Maleisië is een controle verricht in maart 2018.

C.   BEVINDINGEN

(14)

Longi Kuching is een echte Maleisische producent van fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en cellen, die is opgericht in januari 2016. De onderneming is begonnen met de commerciële productie van modules en cellen in mei 2016.

(15)

Longi Kuching had het onderzochte product niet naar de Unie uitgevoerd in het onderzoektijdvak dat is gebruikt bij het onderzoek dat tot de uitgebreide maatregelen heeft geleid, namelijk de periode van 1 april 2014 tot en met 31 maart 2015. Evenmin had Longi Kuching het onderzochte product tot aan het einde van de verslagperiode, d.w.z. 31 december 2017, aangekocht uit de VRC voor wederverkoop of overlading naar de Unie. De onderneming was echter een contractuele verplichting aangegaan om het onderzochte product uit te voeren naar een afnemer in de Unie.

(16)

Tijdens de controle ter plaatse bij de indiener van het verzoek werd aangetoond dat aan het contract was voldaan en dat de indiener van het verzoek het onderzochte product had geleverd aan een afnemer in Polen in november 2017. Tot nu toe heeft geen andere uitvoer naar de Unie plaatsgehad.

(17)

De indiener van het verzoek is een volle dochteronderneming van een in Hongkong gevestigde onderneming, Longi H.K.Trading Limited, die op haar beurt volledige eigendom is van de Chinese onderneming Longi Green Energy Technology Co., Ltd De laatstgenoemde onderneming is de uiteindelijke moederonderneming van de Longi Group, die actief is in de hele waardeketen van zonnepanelen, en onder meer wafers, ingots, zonnecellen en zonnemodules produceert. De Longi Group is onderworpen aan de antidumping- en compenserende maatregelen die van toepassing zijn op de invoer van fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en cellen van oorsprong uit de Volksrepubliek China. Zoals vermeld in de inleidingsverordening heeft de Commissie hun band zorgvuldig onderzocht en is zij nagegaan of Longi Kuching is opgericht of gebruikt om de bestaande maatregelen te ontwijken.

(18)

De Commissie stelde vast dat Longi Kuching een echte producent van het onderzochte product is, met volledige en moderne productiefaciliteiten voor cellen en modules, inclusief O & O. De onderneming was niet betrokken bij ontwijkingsactiviteiten, zoals overlading, assemblagewerkzaamheden of wederverkoop van zonnemodules en -cellen van oorsprong uit de Volksrepubliek China in de Unie.

(19)

De Commissie kwam derhalve tot de conclusie dat Longi Kuching niet is opgericht of gebruikt voor het ontwijken van de oorspronkelijke maatregelen, en dat het feit dat zij in Chinese handen is, op zichzelf geen reden was om het verzoek af te wijzen.

(20)

In het licht daarvan vond de Commissie het niet nodig om bijzondere monitoringvoorwaarden op te leggen indien de vrijstelling wordt verleend. Met het oog op de correcte toepassing van de vrijstelling achtte de Commissie het passend om de bijzondere maatregelen toe te passen die gelden voor alle ondernemingen die een vrijstelling hebben gekregen. Die bijzondere maatregelen houden de verplichting in om aan de douaneautoriteiten van de lidstaten een geldige handelsfactuur over te leggen die voldoet aan de vereisten van artikel 1, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/184 en artikel 1, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/185. Op ingevoerde goederen die niet van een dergelijke factuur vergezeld gaan, wordt het uitgebreide dumping- en compenserende recht geheven.

(21)

In het licht van de bevindingen in de overwegingen 13 tot en met 19 heeft de Commissie geconcludeerd dat Longi (Kuching) SDN.BHD voldoet aan de criteria van artikel 11, lid 4, en artikel 13, lid 4, van de basisantidumpingverordening en artikel 23, lid 6, van de basisantisubsidieverordening, en dat zij moet worden vrijgesteld van de uitgebreide maatregelen.

(22)

De bovenstaande bevindingen zijn meegedeeld aan de indiener van het verzoek en andere belanghebbenden, die de kans hebben gekregen om opmerkingen in te dienen. Er werden geen opmerkingen ontvangen.

D.   WIJZIGING VAN DE LIJST VAN ONDERNEMINGEN DIE EEN VRIJSTELLING VAN DE UITGEBREIDE MAATREGELEN GENIETEN

(23)

Gezien de bevindingen hierboven heeft de Commissie geconcludeerd dat Longi (Kuching) SDN.BHD moet worden toegevoegd aan de lijst van ondernemingen die zijn vrijgesteld van het compenserende recht en het antidumpingrecht dat is ingesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/184 respectievelijk Uitvoeringsverordening (EU) 2016/185.

(24)

Aangezien de lijst van vrijgestelde producenten-exporteurs uit Maleisië en Taiwan ook werd opgenomen in Uitvoeringsverordening (EU) 2017/366 en Uitvoeringsverordening (EU) 2017/367) moet Longi (Kuching) SDN.BHD ook worden toegevoegd aan de lijst van producenten-exporteurs in deze twee verordeningen.

(25)

Bijgevolg moet Longi (Kuching) SDN.BHD worden toegevoegd aan de lijst van individueel geïdentificeerde ondernemingen in artikel 1, lid 1, van Verordening (EU) 2016/184, artikel 1, lid 1, van Verordening (EU) 2016/185, artikel 4, lid 1, van Verordening (EU) 2017/366 en artikel 4, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/367.

(26)

Bovendien is de toepassing van de vrijstelling afhankelijk van de naleving van het bepaalde in artikel 1, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/184 en in artikel 1, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/185. Dit vereiste is ook opgenomen in artikel 4, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/366 en in artikel 4, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/367.

(27)

De lijst van individueel geïdentificeerde ondernemingen moet identiek zijn in alle geldende uitvoeringsverordeningen. Aangezien Jinko Solar Technology SDN.BHD bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1997 is opgenomen in de lijst van individueel geïdentificeerde ondernemingen in artikel 1, lid 1, van Verordening (EU) 2016/184 en artikel 1, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/185, moet haar naam ook worden toegevoegd aan de lijst van individueel geïdentificeerde ondernemingen in artikel 4, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/366 en artikel 4, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/367.

(28)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) 2016/1036 ingestelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De tabel in artikel 1, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/184, zoals gewijzigd, wordt vervangen door de volgende tabel:

„Land

Onderneming

Aanvullende Taric-code

Maleisië

AUO — SunPower Sdn. Bhd.

Flextronics Shah Alam Sdn. Bhd.

Hanwha Q CELLS Malaysia Sdn. Bhd.

Panasonic Energy Malaysia Sdn. Bhd.

TS Solartech Sdn. Bhd.

Jinko Solar Technology SDN.BHD

Longi (Kuching) SDN.BHD

C073

C074

C075

C076

C077

C203

C309

Taiwan

ANJI Technology Co., Ltd.

AU Optronics Corporation

Big Sun Energy Technology Inc.

EEPV Corp.

E-TON Solar Tech. Co., Ltd.

Gintech Energy Corporation

Gintung Energy Corporation

Inventec Energy Corporation

Inventec Solar Energy Corporation

LOF Solar Corp.

Ming Hwei Energy Co., Ltd.

Motech Industries, Inc.

Neo Solar Power Corporation

Perfect Source Technology Corp.

Ritek Corporation

Sino-American Silicon Products Inc.

Solartech Energy Corp.

Sunengine Corporation Ltd.

Topcell Solar International Co., Ltd.

TSEC Corporation

Win Win Precision Technology Co., Ltd.

C058

C059

C078

C079

C080

C081

C082

C083

C084

C085

C086

C087

C088

C089

C090

C091

C092

C093

C094

C095

C096 ”

Artikel 2

De tabel in artikel 1, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/185, zoals gewijzigd, wordt vervangen door de volgende tabel:

„Land

Onderneming

Aanvullende Taric-code

Maleisië

AUO — SunPower Sdn. Bhd.

Flextronics Shah Alam Sdn. Bhd.

Hanwha Q CELLS Malaysia Sdn. Bhd.

Panasonic Energy Malaysia Sdn. Bhd.

TS Solartech Sdn. Bhd.

Jinko Solar Technology SDN.BHD

Longi (Kuching) SDN.BHD

C073

C074

C075

C076

C077

C203

C309

Taiwan

ANJI Technology Co., Ltd.

AU Optronics Corporation

Big Sun Energy Technology Inc.

EEPV Corp.

E-TON Solar Tech. Co., Ltd.

Gintech Energy Corporation

Gintung Energy Corporation

Inventec Energy Corporation

Inventec Solar Energy Corporation

LOF Solar Corp.

Ming Hwei Energy Co., Ltd.

Motech Industries, Inc.

Neo Solar Power Corporation

Perfect Source Technology Corp.

Ritek Corporation

Sino-American Silicon Products Inc.

Solartech Energy Corp.

Sunengine Corporation Ltd.

Topcell Solar International Co., Ltd.

TSEC Corporation

Win Win Precision Technology Co., Ltd.

C058

C059

C078

C079

C080

C081

C082

C083

C084

C085

C086

C087

C088

C089

C090

C091

C092

C093

C094

C095

C096 ”

Artikel 3

De tabel in artikel 4, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/366 wordt vervangen door de volgende tabel:

„Land

Onderneming

Aanvullende Taric-code

Maleisië

AUO — SunPower Sdn. Bhd.

Flextronics Shah Alam Sdn. Bhd.

Hanwha Q CELLS Malaysia Sdn. Bhd.

Panasonic Energy Malaysia Sdn. Bhd.

TS Solartech Sdn. Bhd.

Jinko Solar Technology SDN.BHD

Longi (Kuching) SDN.BHD

C073

C074

C075

C076

C077

C203

C309

Taiwan

ANJI Technology Co., Ltd.

AU Optronics Corporation

Big Sun Energy Technology Inc.

EEPV Corp.

E-TON Solar Tech. Co., Ltd.

Gintech Energy Corporation

Gintung Energy Corporation

Inventec Energy Corporation

Inventec Solar Energy Corporation

LOF Solar Corp.

Ming Hwei Energy Co., Ltd.

Motech Industries, Inc.

Neo Solar Power Corporation

Perfect Source Technology Corp.

Ritek Corporation

Sino-American Silicon Products Inc.

Solartech Energy Corp.

Sunengine Corporation Ltd.

Topcell Solar International Co., Ltd.

TSEC Corporation

Win Win Precision Technology Co., Ltd.

C058

C059

C078

C079

C080

C081

C082

C083

C084

C085

C086

C087

C088

C089

C090

C091

C092

C093

C094

C095

C096 ”

Artikel 4

De tabel in artikel 4, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/367 wordt vervangen door de volgende tabel:

„Land

Onderneming

Aanvullende Taric-code

Maleisië

AUO — SunPower Sdn. Bhd.

Flextronics Shah Alam Sdn. Bhd.

Hanwha Q CELLS Malaysia Sdn. Bhd.

Panasonic Energy Malaysia Sdn. Bhd.

TS Solartech Sdn. Bhd.

Jinko Solar Technology SDN.BHD

Longi (Kuching) SDN.BHD

C073

C074

C075

C076

C077

C203

C309

Taiwan

ANJI Technology Co., Ltd.

AU Optronics Corporation

Big Sun Energy Technology Inc.

EEPV Corp.

E-TON Solar Tech. Co., Ltd.

Gintech Energy Corporation

Gintung Energy Corporation

Inventec Energy Corporation

Inventec Solar Energy Corporation

LOF Solar Corp.

Ming Hwei Energy Co., Ltd.

Motech Industries, Inc.

Neo Solar Power Corporation

Perfect Source Technology Corp.

Ritek Corporation

Sino-American Silicon Products Inc.

Solartech Energy Corp.

Sunengine Corporation Ltd.

Topcell Solar International Co., Ltd.

TSEC Corporation

Win Win Precision Technology Co., Ltd.

C058

C059

C078

C079

C080

C081

C082

C083

C084

C085

C086

C087

C088

C089

C090

C091

C092

C093

C094

C095

C096 ”

Artikel 5

De douaneautoriteiten wordt opgedragen de registratie van de invoer uit hoofde van artikel 3 van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1994 te beëindigen. Er wordt geen antidumpingrecht geïnd op de reeds geregistreerde invoer.

Artikel 6

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 18 juli 2018.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21.

(2)  PB L 176 van 30.6.2016, blz. 55.

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1238/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot instelling van definitieve antidumpingrechten op fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen), van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China (PB L 325 van 5.12.2013, blz. 1).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1239/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot instelling van een definitief compenserend recht op de invoer van fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen), van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China (PB L 325 van 5.12.2013, blz. 66).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) 2016/184 van de Commissie van 11 februari 2016 tot uitbreiding van het bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1239/2013 van de Raad van 2 december 2013 ingestelde definitieve compenserende recht op fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen), van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China (PB L 37 van 12.2.2016, blz. 56), en Uitvoeringsverordening (EU) 2016/185 van de Commissie van 11 februari 2016 tot uitbreiding van het bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1238/2013 van de Raad van 2 december 2013 ingestelde definitieve antidumpingrecht op fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen), van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China (PB L 37 van 12.2.2016, blz. 76).

(6)  Uitvoeringsverordening (EU) 2017/366 van de Commissie van 1 maart 2017 tot instelling van definitieve compenserende rechten op fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen) van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen in de zin van artikel 18, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1037 van het Europees Parlement en de Raad en tot beëindiging van het gedeeltelijke tussentijdse nieuwe onderzoek in de zin van artikel 19, lid 3, van Verordening (EU) 2016/1037 (PB L 56 van 3.3.2017, blz. 1), en Uitvoeringsverordening (EU) 2017/367 van de Commissie van 1 maart 2017 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen) van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek in de zin van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad en tot beëindiging van het gedeeltelijke tussentijdse nieuwe onderzoek in de zin van artikel 11, lid 3, van Verordening (EU) 2016/1036 (PB L 56 van 3.3.2017, blz. 131).

(7)  Ibidem.

(8)  Bericht van opening van een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek van de antidumpingmaatregelen en de compenserende maatregelen die van toepassing zijn op de invoer van fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen) van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China (PB C 67 van 3.3.2017, blz. 16).

(9)  Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1570 van de Commissie van 15 september 2017 tot wijziging van de Uitvoeringsverordeningen (EU) 2017/366 en (EU) 2017/367 tot instelling van definitieve compenserende en antidumpingrechten op fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen) van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China, en tot intrekking van Uitvoeringsbesluit 2013/707/EU tot bevestiging van de aanvaarding van een verbintenis die is aangeboden in het kader van de antidumping- en de antisubsidieprocedure betreffende de invoer van fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen) van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China voor de periode waarin de definitieve maatregelen worden toegepast (PB L 238 van 16.9.2017, blz. 22).

(10)  Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1997 van de Commissie van 7 november 2017 tot wijziging van de Uitvoeringsverordeningen (EU) 2016/184 en (EU) 2016/185 tot uitbreiding van het definitieve compenserende recht en het definitieve antidumpingrecht op fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen), van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China, tot fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen) verzonden uit Maleisië en Taiwan, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië en Taiwan (PB L 289 van 8.11.2017, blz. 1.)

(11)  Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1994 van de Commissie van 6 november 2017 tot opening van een nieuw onderzoek in verband met de Uitvoeringsverordeningen (EU) 2016/184 en (EU) 2016/185 (tot uitbreiding van het definitieve compenserende recht respectievelijk het definitieve antidumpingrecht op fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen), van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China, tot fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen), verzonden uit Maleisië en Taiwan, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië en Taiwan) met het oog op de vaststelling of één Maleisische producent-exporteur van die maatregelen kan worden vrijgesteld, of het antidumpingrecht ten aanzien van de invoer afkomstig van die producent-exporteur kan worden ingetrokken en of die invoer moet worden geregistreerd (PB L 288 van 7.11.2017, blz. 30).


19.7.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 183/9


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/1018 VAN DE COMMISSIE

van 18 juli 2018

tot toelating van een uitbreiding van het gebruik van uv-behandelde bakkersgist (Saccharomyces cerevisiae) als nieuw voedingsmiddel krachtens Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende nieuwe voedingsmiddelen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1852/2001 van de Commissie (1), en met name artikel 12,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EU) 2015/2283 bepaalt dat alleen nieuwe voedingsmiddelen die zijn toegelaten en op de Unielijst zijn opgenomen, als zodanig in de Unie in de handel mogen worden gebracht.

(2)

Op grond van artikel 8 van Verordening (EU) 2015/2283 werd Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie (2) aangenomen, waarin een Unielijst van toegelaten nieuwe voedingsmiddelen is vastgesteld.

(3)

Overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EU) 2015/2283 dient de Commissie een ontwerpuitvoeringshandeling in tot toelating van het in de Unie in de handel brengen van een nieuw voedingsmiddel en tot bijwerking van de Unielijst.

(4)

Bij Uitvoeringsbesluit 2014/396/EU van de Commissie (3) is het in de handel brengen van uv-behandelde bakkersgist (Saccharomyces cerevisiae) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad (4) en na advies van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (5) toegelaten als nieuw voedselingrediënt voor gebruik in bepaalde levensmiddelen, waaronder met gist gerezen brood, broodjes en banketbakkerswaren en in voedingssupplementen.

(5)

Op 6 december 2016 heeft de onderneming Lallemand Bio-Ingredients bij de bevoegde instantie van Denemarken een verzoek ingediend om het gebruik en de gebruiksniveaus van uv-behandelde bakkersgist (Saccharomyces cerevisiae) uit te breiden. In de aanvraag wordt verzocht het gebruik van uv-behandelde bakkersgist (Saccharomyces cerevisiae) uit te breiden tot extra levensmiddelencategorieën, namelijk voorverpakte verse en gedroogde gist voor bakdoeleinden, en in voedingssupplementen zonder vermelding van de maximaal toelaatbare niveaus. Bovendien heeft de aanvrager verzocht om de onderste specificatie van het gehalte aan vitamine D2 in het gistconcentraat te verlagen van 1 800 000 IU (450 μg/g) tot 800 000 IU (200 μg/g).

(6)

Op grond van artikel 35, lid 1, van Verordening (EU) 2015/2283 worden alle uit hoofde van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 258/97 bij een lidstaat ingediende aanvragen om een nieuw voedingsmiddel in de Unie in de handel te brengen waarover vóór 1 januari 2018 nog geen definitief besluit is genomen, behandeld als aanvragen uit hoofde van Verordening (EU) 2015/2283.

(7)

De aanvraag voor een uitbreiding van het gebruik en de gebruiksniveaus van uv-behandelde bakkersgist (Saccharomyces cerevisiae) werd ingediend bij een lidstaat overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 258/97en voldoet eveneens aan de voorschriften van Verordening (EU) 2015/2283.

(8)

Op 30 juni 2017 heeft de bevoegde instantie van Denemarken haar verslag van de eerste beoordeling uitgebracht. In dat verslag werd geconcludeerd dat de uitbreiding van het gebruik en de voorgestelde maximale gebruiksniveaus van uv-behandelde bakkersgist (Saccharomyces cerevisiae) voldoet aan de criteria voor nieuwe voedingsmiddelen van artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 258/97.

(9)

Op 7 juli 2017 heeft de Commissie het verslag van de eerste beoordeling doorgestuurd naar de overige lidstaten. De overige lidstaten hebben binnen dein artikel 6, lid 4, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 258/97 vastgestelde termijn van 60 dagen opmerkingen geformuleerd met betrekking tot de methoden die zijn toegepast om mogelijke mutaties te identificeren, het ontbreken van een op veiligheidsoverwegingen gebaseerde rechtvaardiging van het schrappen van maximumgehalten voor voedingssupplementen, het gebrek aan informatie over de stabiliteit bij opslag van de nieuwe vorm van het nieuwe voedingsmiddel, het gebrek aan informatie over de accreditatie van laboratoria, en de vraag of de inname van het nieuwe voedingsmiddel kan leiden tot overschrijden van de door de EFSA vastgestelde maximaal toelaatbare inname van vitamine D (6).

(10)

In het kader van de opmerkingen van de overige lidstaten heeft de aanvrager aanvullende verklaringen verstrekt, waarmee de bezorgdheid van de lidstaten en de Commissie werd weggenomen. Die verklaringen geven voldoende redenen om vast te stellen dat de uitbreiding van het gebruik en de gebruikniveaus van uv-behandelde bakkersgist (Saccharomyces cerevisiae) in overeenstemming zijn met artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) 2015/2283.

(11)

Richtlijn 2002/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (7) en Verordening (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad (8) bevatten specifieke bepalingen inzake het gebruik van vitaminen en mineralen indien die worden toegevoegd aan voedingssupplementen en levensmiddelen. De uitbreiding van het gebruik van uv-behandelde bakkersgist moet worden toegelaten onverminderd die specifieke bepalingen.

(12)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De vermelding betreffende uv-behandelde bakkersgist (Saccharomyces cerevisiae) op de Unielijst van toegelaten nieuwe voedingsmiddelen overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU) 2015/2283 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

2.   De in lid 1 bedoelde vermelding in de Unielijst omvat de in de bijlage bij deze verordening vastgestelde gebruiksvoorwaarden en etiketteringsvoorschriften.

3.   De in dit artikel bedoelde toelating doet geen afbreuk aan de bepalingen van Richtlijn 2002/46/EG en Verordening (EG) nr. 1925/2006.

Artikel 2

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 18 juli 2018.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 327 van 11.12.2015, blz. 1.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie van 20 december 2017 tot vaststelling van de Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen overeenkomstig Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad betreffende nieuwe voedingsmiddelen (PB L 351 van 30.12.2017, blz. 72).

(3)  Uitvoeringsbesluit 2014/396/EU van de Commissie van 24 juni 2014 tot toelating van het in de handel brengen van uv-behandelde bakkersgist (Saccharomyces cerevisiae) als nieuw voedselingrediënt krachtens Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 186 van 26.6.2014, blz. 108).

(4)  Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 1997 betreffende nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedselingrediënten (PB L 43 van 14.2.1997, blz. 1).

(5)  Scientific Opinion on the safety of vitamin D-enriched UV-treated baker's yeast, EFSA Journal 2014; 12(1):3520.

(6)  EFSA Journal 2012;10(7):2813

(7)  Richtlijn 2002/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 10 juni 2002 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake voedingssupplementen (PB L 183 van 12.7.2002, blz. 51).

(8)  Verordening (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende de toevoeging van vitaminen en mineralen en bepaalde andere stoffen aan levensmiddelen (PB L 404 van 30.12.2006, blz. 26).


BIJLAGE

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 wordt als volgt gewijzigd:

1)

De vermelding van „uv-behandelde bakkersgist (Saccharomyces cerevisiae)” in tabel 1 (Toegelaten nieuwe voedingsmiddelen) wordt vervangen door:

Toegelaten nieuw voedingsmiddel

Voorwaarden waaronder het nieuwe voedingsmiddel mag worden gebruikt

Aanvullende specifieke etiketteringsvoorschriften

Andere voorschriften

uv-behandelde bakkersgist (Saccharomyces cerevisiae)

Gespecificeerde levensmiddelencategorie

Maximumgehalten aan vitamine D2

Het nieuwe voedingsmiddel wordt op de etikettering van het levensmiddel dat het bevat, aangeduid met „vitamine D-gist” of „vitamine D2-gist”.

 

Met gist gerezen brood en broodjes

5 μg vitamine D2/100 g

Met gist gerezen banketbakkerswaren

5 μg vitamine D2/100 g

Voedingssupplementen zoals gedefinieerd in Richtlijn 2002/46/EG

 

Voorverpakte verse en gedroogde gist voor bakdoeleinden

45 μg/100 g verse gist

200 μg/100 g gedroogde gist

1.

Het nieuwe voedingsmiddel wordt op de etikettering van het levensmiddel aangeduid met „vitamine D-gist” of „vitamine D2-gist”.

2.

De etikettering van het nieuwe voedingsmiddel wordt voorzien van een vermelding dat het levensmiddel uitsluitend bedoeld is om gebakken te worden en niet rauw mag worden opgegeten.

3.

Op de etikettering van het nieuwe voedingsmiddel worden instructies voor de uiteindelijke consument vermeld, zodat de maximumconcentratie van 5 μg/100 van vitamine D2 in de eigengebakken eindproducten niet wordt overschreden.”

2)

De vermelding van „uv-behandelde bakkersgist (Saccharomyces cerevisiae)” in tabel 2 (Specificaties) wordt vervangen door:

Toegelaten nieuw voedingsmiddel

Specificatie

uv-behandelde bakkersgist (Saccharomyces cerevisiae)

Omschrijving/definitie:

Bakkersgist (Saccharomyces cerevisiae) wordt behandeld met ultraviolet licht om de omzetting van ergosterol in vitamine D2 (ergocalciferol) op te wekken. Het gehalte aan vitamine D2 in het gistconcentraat varieert tussen 800 000 en 3 500 000 IE vitamine D/100 g (200-875 μg/g). De gist kan worden geïnactiveerd.

Het gistconcentraat wordt gemengd met gewone bakkersgist om het maximumgehalte in de voorverpakte verse en gedroogde gist voor bakdoeleinden niet te overschrijden.

Geelbruine, vrijstromende korrels.

Vitamine D2:

Chemische naam: (5Z,7E,22E)-(3S)-9,10-secoërgosta-5,7,10(19),22-tetraeen-3-ol

Synoniem: Ergocalciferol

CAS-nr. 50-14-6

Molecuulmassa: 396,65 g/mol

Microbiologische criteria van het gistconcentraat:

Coliformen: ≤ 103/g

Escherichia coli: ≤ 10/g

Salmonella: Afwezig in 25 g”


19.7.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 183/14


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/1019 VAN DE COMMISSIE

van 18 juli 2018

tot niet-verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof oxasulfuron overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (1), en met name artikel 20, lid 1, onder b), en artikel 78, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Richtlijn 2003/23/EG van de Commissie (2) is oxasulfuron in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (3) opgenomen als werkzame stof.

(2)

De in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG opgenomen werkzame stoffen worden geacht te zijn goedgekeurd krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009 en zijn opgenomen in de bijlage, deel A, bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (4).

(3)

De goedkeuring van de in de bijlage, deel A, bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 vermelde werkzame stof oxasulfuron vervalt op 31 juli 2019.

(4)

Er is een aanvraag tot verlenging van de goedkeuring van oxasulfuron ingediend overeenkomstig artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 van de Commissie (5) binnen de in dat artikel vermelde termijn.

(5)

De aanvrager heeft de overeenkomstig artikel 6 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 vereiste aanvullende dossiers ingediend. De lidstaat-rapporteur heeft vastgesteld dat de aanvraag volledig was.

(6)

De lidstaat-rapporteur heeft in overleg met de lidstaat-corapporteur een beoordelingsverslag over de verlenging opgesteld en dit verslag op 29 januari 2016 bij de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) en de Commissie ingediend.

(7)

De EFSA heeft dat beoordelingsverslag over de verlenging voor opmerkingen aan de aanvrager en de lidstaten toegezonden en de ontvangen opmerkingen naar de Commissie doorgestuurd. De EFSA heeft het aanvullende beknopte dossier tevens toegankelijk gemaakt voor het publiek.

(8)

Op 2 februari 2017 heeft de EFSA de Commissie haar conclusie (6) meegedeeld met betrekking tot de vraag of oxasulfuron naar verwachting zal voldoen aan de goedkeuringscriteria van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1107/2009.

(9)

De EFSA heeft vastgesteld dat een groot aantal gegevens ontbreekt waardoor het onmogelijk is de risicobeoordeling op verschillende gebieden af te ronden. Het was met name op basis van de beschikbare informatie over oxasulfuron en de metabolieten daarvan niet mogelijk de beoordeling van de totale blootstelling van de consument, de blootstelling van het grondwater, het risico voor in het water levende organismen, regenwormen, bodemmacro- en micro-organismen en niet tot de doelsoorten behorende landplanten af te ronden.

(10)

De Commissie heeft het ontwerpverlengingsverslag en een ontwerpverordening voor oxasulfuron op 19 juli 2017 bij het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders ingediend.

(11)

De Commissie heeft de aanvrager verzocht zijn opmerkingen over de conclusie van de EFSA in te dienen. Overeenkomstig artikel 14, lid 1, derde alinea, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 heeft de Commissie de aanvrager ook verzocht opmerkingen over het ontwerpverlengingsverslag in te dienen. De aanvrager heeft zijn opmerkingen ingediend en deze zijn zorgvuldig onderzocht.

(12)

Ondanks de argumenten van de aanvrager blijven de in overweging 9 vermelde problemen echter bestaan.

(13)

Er is derhalve met betrekking tot een of meer representatieve gebruiksdoeleinden van minstens één gewasbeschermingsmiddel niet vastgesteld dat aan de goedkeuringscriteria van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 is voldaan. De goedkeuring van de werkzame stof oxasulfuron mag daarom niet worden verlengd.

(14)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(15)

De lidstaten moeten voldoende tijd krijgen om de toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die oxasulfuron bevatten, in te trekken.

(16)

Als de lidstaten overeenkomstig artikel 46 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 een respijtperiode toekennen voor gewasbeschermingsmiddelen die oxasulfuron bevatten, moet deze periode uiterlijk op 8 november 2019 aflopen.

(17)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/917 van de Commissie (7) is de geldigheidsduur voor oxasulfuron tot en met 31 juli 2019 verlengd opdat de verlengingsprocedure vóór het verstrijken van de goedkeuring van die stof kan worden voltooid. Aangezien er vóór die verlengde vervaldatum een besluit is genomen, moet deze verordening zo snel mogelijk van toepassing worden.

(18)

Deze verordening laat de mogelijkheid om een nieuwe aanvraag voor de goedkeuring van oxasulfuron in te dienen overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 onverlet.

(19)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Niet-verlenging van de goedkeuring van een werkzame stof

De goedkeuring van de werkzame stof oxasulfuron wordt niet verlengd.

Artikel 2

Wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011

In de bijlage, deel A, bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt de vermelding over oxasulfuron in rij 42 geschrapt.

Artikel 3

Overgangsmaatregelen

De lidstaten trekken alle toelatingen van gewasbeschermingsmiddelen die de werkzame stof oxasulfuron bevatten uiterlijk op 8 november 2018 in.

Artikel 4

Respijtperiode

Een door de lidstaten overeenkomstig artikel 20 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 toegekende respijtperiode moet zo kort mogelijk zijn en uiterlijk op 8 november 2019 aflopen.

Artikel 5

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 18 juli 2018.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.

(2)  Richtlijn 2003/23/EG van de Commissie van 25 maart 2003 houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad teneinde imazamox, oxasulfuron, ethoxysulfuron, foramsulfuron, oxadiargyl en cyazofamide op te nemen als werkzame stof (PB L 81 van 28.3.2003, blz. 39).

(3)  Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de lijst van goedgekeurde werkzame stoffen betreft (PB L 153 van 11.6.2011, blz. 1).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 van de Commissie van 18 september 2012 tot vaststelling van de nodige bepalingen voor de uitvoering van de verlengingsprocedure voor werkzame stoffen, als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 252 van 19.9.2012, blz. 26).

(6)  EFSA Journal 2017; 15(2): 4722, 33 blz. doi: 10.2903/j.efsa.2017.4722. Online beschikbaar op: www.efsa.europa.eu

(7)  Uitvoeringsverordening (EU) 2018/917 van de Commissie van 27 juni 2018 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de geldigheidsduur voor de werkzame stoffen alfa-cypermethrin, beflubutamide, benalaxyl, benthiavalicarb, bifenazaat, boscalid, bromoxynil, captan, carvon, chloorprofam, cyazofamide, desmedifam, dimethoaat, dimethomorf, diquat, ethefon, ethoprofos, etoxazool, famoxadone, fenamidone, fenamifos, fenmedifam, flumioxazine, fluoxastrobin, folpet, foramsulfuron, formetanaat, fosmet, Gliocladium catenulatum stam J1446, isoxaflutool, metalaxyl-M, methiocarb, methoxyfenozide, metribuzin, milbemectin, oxasulfuron, Paecilomyces lilacinus stam 251, pirimifos-methyl, propamocarb, prothioconazool, pymetrozine en S-metolachloor (PB L 163 van 28.6.2018, blz. 13).


BESLUITEN

19.7.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 183/17


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2018/1020 VAN DE COMMISSIE

van 18 juli 2018

betreffende het vaststellen en bijwerken van de lijst van vaardigheden, competenties en beroepen van de Europese classificatie voor de geautomatiseerde matching via het gemeenschappelijk IT-platform van Eures

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/589 van het Europees Parlement en de Raad van 13 april 2016 inzake een Europees netwerk van diensten voor arbeidsvoorziening (Eures), de toegang van werknemers tot mobiliteitsdiensten en de verdere integratie van de arbeidsmarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 492/2011 en (EU) nr. 1296/2013 (1), en met name artikel 19, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) 2016/589 is een gemeenschappelijk IT-platform opgezet om vacatures, sollicitaties en cv's (profielen van werkzoekenden) in de Europese Unie samen te brengen en ter beschikking van het Eures-portaal te stellen.

(2)

Met het oog op de matching van vacatures met profielen van werkzoekenden moet de informatie worden uitgewisseld met behulp van een uniform systeem — in de zin van artikel 17 van Verordening (EU) 2016/589 — op basis van gemeenschappelijke technische normen en formats.

(3)

Om de uitwisseling van vacatures en profielen van werkzoekenden te vergemakkelijken en een hoogwaardige matching in alle talen en nationale omstandigheden te waarborgen moet een gedetailleerde meertalige terminologie worden gebruikt om beroepen, vaardigheden en competenties te beschrijven. Een dergelijke terminologie zal als gemeenschappelijk referentiepunt dienen bij de uitwisseling van informatie over kandidaten of vacatures in het kader van transnationale job matching en waarborgt dat de informatie inhoudelijk intact blijft.

(4)

Artikel 19 van Verordening (EU) 2016/589 voorziet daarom in het gebruik van een Europese classificatie om de vereiste mate van interoperabiliteit te waarborgen voor een hoogwaardige matching via het gemeenschappelijk IT-platform.

(5)

De Commissie heeft nauw met de lidstaten en de belanghebbenden samengewerkt om daartoe de Europese classificatie van vaardigheden, competenties, kwalificaties en beroepen (ESCO) te ontwikkelen. De Commissie heeft de ESCO-werkgroep van de lidstaten opgericht om voor nauwe samenwerking met de lidstaten te zorgen. Zij heeft ook het ESCO-beheerscomité opgericht, dat technisch advies verleent over het beheer, het bijwerken, de uitvoering en de kwaliteitsborging van ESCO. De belanghebbenden hebben ook tot de ontwikkeling van ESCO bijgedragen via referentiegroepen en onlineraadplegingen.

(6)

De Commissie heeft de ESCO-werkgroep van de lidstaten over de ESCO-classificatie en de vertalingen ervan geraadpleegd, alvorens de eerste versie van ESCO op 28 juli 2017 in alle officiële talen van de Europese Unie te publiceren.

(7)

Het is daarom raadzaam de meertalige lijst van vaardigheden, competenties en beroepen van de eerste versie van ESCO vast te stellen als de Europese classificatie in de zin van artikel 19 van Verordening (EU) 2016/589.

(8)

Als minimumvereiste moeten deze lijsten voor elk beroep, elke vaardigheid of elke competentie ten minste één term in elke officiële taal van de Europese Unie bevatten, evenals een unieke identificatiecode (URI), een beschrijving en — met betrekking tot de beroepen — een correlatie met een recente versie van de International Standard Classification of Occupations (ISCO).

(9)

Hoewel de Europese classificatie een stabiel referentiepunt moet zijn voor de meertalige onlinematching voor Eures en eventueel andere banenplatforms, zal het als gevolg van ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en op het gebied van terminologie en matchingtechnologie noodzakelijk zijn de Europese classificatie op gezette tijden bij te werken. De procedure voor het vaststellen van een bijgewerkte versie van de Europese classificatie zal gebaseerd zijn op een goede samenwerking tussen de Commissie en de lidstaten.

(10)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Eures-comité,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp, toepassingsgebied en definities

1.   Dit besluit stelt de lijst van vaardigheden, competenties en beroepen van de Europese classificatie vast die — overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) 2016/589 — voor de exploitatie van het gemeenschappelijk IT-platform van Eures moet worden gebruikt, evenals de procedures om deze lijst bij te werken en te evalueren.

2.   Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

a)

„vaardigheden en competenties”

1)   „kennis”: het resultaat van de assimilatie van informatie door leren, wat resulteert in een geheel van feiten, beginselen, theorieën en praktijken dat verband houdt met een werk- of studiegebied;

2)   „vaardigheden”: het vermogen om kennis toe te passen en knowhow te gebruiken om taken uit te voeren en problemen op te lossen;

3)   „competenties”: het bewezen vermogen om kennis, vaardigheden en persoonlijke, sociale en/of methodologische capaciteiten te gebruiken bij werk of studie en voor professionele en persoonlijke ontwikkeling;

b)

„beroep”: een categorie banen waarbij soortgelijke taken worden uitgevoerd en waarvoor soortgelijke vaardigheden vereist zijn, terwijl een „baan” een geheel van taken en verantwoordelijkheden is die door één persoon in specifieke arbeidsomstandigheden worden uitgevoerd;

c)

„lijst”: een opsomming van unieke identificatiecodes die beroepen of vaardigheden en competenties weergeven en vergezeld gaan van metagegevens;

d)

„kleine correcties”: wijzigingen van de lijst van vaardigheden, competenties en beroepen van de Europese classificatie om vertaal- of spelfouten en andere duidelijke fouten te verbeteren die noch de structuur van de classificatie, noch de betekenis van de termen of andere inhoud wijzigen;

e)

„ESCO-dienstenplatform”: de voor het publiek toegankelijke website waarop de Commissie de Europese classificatie van vaardigheden, competenties, kwalificaties en beroepen beschikbaar stelt (2).

Artikel 2

Vaststellen van de lijst

De in artikel 19, lid 2, van Verordening (EU) 2016/589 bedoelde lijst van vaardigheden, competenties en beroepen van de Europese classificatie bestaat uit:

a)

de op 28 juli 2017 op het ESCO-dienstenplatform gepubliceerde beroepen als onderdeel van de Europese classificatie van vaardigheden, competenties, kwalificaties en beroepen;

b)

de op 28 juli 2017 op het ESCO-dienstenplatform gepubliceerde vaardigheden en competenties als onderdeel van de Europese classificatie van vaardigheden, competenties, kwalificaties en beroepen.

Artikel 3

Bijwerken van de lijst

1.   Om rekening te houden met veranderingen op de arbeidsmarkt, in het onderwijs en de opleiding of op het gebied van de terminologie evalueert de Commissie op gezette tijden samen met de lidstaten of de voor de exploitatie van het Eures-portaal te gebruiken lijst van vaardigheden, competenties en beroepen van de Europese classificatie moet worden bijgewerkt.

2.   Alvorens voor te stellen een bijgewerkte versie van de in artikel 2 bedoelde lijst van vaardigheden, competenties en beroepen van de Europese classificatie vast te stellen door dit besluit te wijzigen of te vervangen, raadpleegt de Commissie de in artikel 14 van Verordening (EU) 2016/589 bedoelde coördinatiegroep voor Eures en de ESCO-werkgroep van de lidstaten.

3.   Kleine correcties van de lijsten worden niet beschouwd als vaststellingen van nieuwe bijgewerkte versies van de classificatie. Voordat de Commissie dergelijke kleine correcties aanbrengt, brengt zij de lidstaten hiervan echter ruim op voorhand — d.w.z. ten minste 30 dagen op voorhand — op de hoogte via de coördinatiegroep voor Eures en de ESCO-werkgroep van de lidstaten.

Artikel 4

Publicatie van de lijst

1.   Het Europees coördinatiebureau voor Eures zorgt ervoor dat de lijst van vaardigheden, competenties en beroepen van de Europese classificatie — en eventuele bijgewerkte versies ervan — online ter beschikking wordt gesteld op het ESCO-dienstenplatform.

2.   Het Europees coördinatiebureau voor Eures stelt de lijst ook ter beschikking van de lidstaten in een format dat het vaststellen en het bijwerken van de inventaris door de lidstaten overeenkomstig artikel 19, lid 3, van Verordening (EU) 2016/589 vergemakkelijkt.

Artikel 5

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 18 juli 2018.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 107 van 22.4.2016, blz. 1.

(2)  http://ec.europa.eu/esco


19.7.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 183/20


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2018/1021 VAN DE COMMISSIE

van 18 juli 2018

betreffende de vaststelling van technische normen en formats die nodig zijn voor de exploitatie van de geautomatiseerde matching via het gemeenschappelijk IT-platform met behulp van de Europese classificatie en de interoperabiliteit tussen nationale systemen en de Europese classificatie

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/589 van het Europees Parlement en de Raad van 13 april 2016 inzake een Europees netwerk van diensten voor arbeidsvoorziening (Eures), de toegang van werknemers tot mobiliteitsdiensten en de verdere integratie van de arbeidsmarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 492/2011 en (EU) nr. 1296/2013 (1), en met name artikel 19, lid 6,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) 2016/589 is een gemeenschappelijk IT-platform opgezet om vacatures, sollicitaties en cv's (profielen van werkzoekenden) in de Europese Unie samen te brengen.

(2)

Met het oog op de matching van vacatures met sollicitaties en profielen van werkzoekenden moet de informatie worden uitgewisseld met behulp van een uniform systeem — in de zin van artikel 17 van Verordening (EU) 2016/589 — op basis van gemeenschappelijke technische normen en formats.

(3)

Met het oog op een hoogwaardige meertalige matching op het gemeenschappelijk IT-platform voorziet artikel 19 van Verordening (EU) 2016/589 in het gebruik van een Europese classificatie van vaardigheden, competenties en beroepen.

(4)

Lidstaten die de Europese classificatie in hun op het uniek gecoördineerd kanaal — in de zin van artikel 18 van Verordening (EU) 2016/589 — aangesloten nationale systemen voor vacatures en profielen van werkzoekenden niet wensen te gebruiken, moeten voor een correlatie tussen de door die systemen gebruikte classificaties en de Europese classificatie zorgen met het oog op interoperabiliteit.

(5)

Met het oog op de correlatie tussen nationale, regionale of sectorale classificaties en de Europese classificatie moeten inventarissen en correlatietabellen worden opgesteld en regelmatig bijgewerkt.

(6)

Om het opstellen en bijwerken van dergelijke inventarissen en correlatietabellen en de uitwisseling van op de correlatie gebaseerde informatie te vergemakkelijken, moet de Commissie zorgen voor de nodige technische normen en formats en de passende ondersteunende technische toepassingen.

(7)

Door hun nationale correlatietabellen te publiceren en met andere lidstaten en de Commissie te delen, dragen de lidstaten bij tot de ontwikkeling en de verbetering van de Europese classificatie en de door Eures ter beschikking gestelde diensten en hulpmiddelen, zoals de algoritmen voor zoek- en matchingmachines.

(8)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Eures-comité,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

Dit besluit stelt de technische normen en formats vast die nodig zijn voor de exploitatie van de geautomatiseerde matching via het gemeenschappelijk IT-platform met behulp van de Europese classificatie en de interoperabiliteit tussen nationale systemen en de Europese classificatie.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

a)   „correlatietabellen”: machinaal leesbare concordantietabellen die weergeven hoe concepten in een classificatie zich verhouden tot een of meer concepten in een andere classificatie. Correlatietabellen worden gebruikt voor de automatische transcodering van informatie voor de geautomatiseerde matching via het gemeenschappelijk IT-platform;

b)   „machinaal leesbaar”: de informatie wordt weergegeven in een format dat gemakkelijk door een computer kan worden verwerkt;

c)   „transcodering”: het proces waarbij informatie van de ene gecodeerde weergave in een andere wordt omgezet;

d)   „syntaxis”: de regels en afspraken om informatie gestructureerd weer te geven;

e)   „ESCO-dienstenplatform”: de voor het publiek toegankelijke website waarop de Commissie de Europese classificatie van vaardigheden, competenties, kwalificaties en beroepen beschikbaar stelt (2).

Artikel 3

Correlatietabellen opstellen

1.   Lidstaten die nationale, regionale of sectorale classificaties gebruiken bij het opslaan van informatie over beroepen, vaardigheden of competenties in hun op het uniek gecoördineerd kanaal — in de zin van artikel 18 van Verordening (EU) 2016/589 — aangesloten nationale systemen voor vacatures en profielen van werkzoekenden, ontwikkelen en gebruiken machinaal leesbare correlatietabellen tussen elk van deze nationale, regionale en sectorale classificaties en de krachtens artikel 19, lid 2, van Verordening (EU) 2016/589 vastgestelde Europese classificatie om de vacatures en profielen van werkzoekenden overeenkomstig artikel 17, lid 1, van Verordening (EU) 2016/589 ter beschikking van het Eures-portaal te stellen.

2.   De lidstaten stellen deze tabellen op basis van gemeenschappelijke technische normen en formats op met het oog op een doeltreffende exploitatie van de geautomatiseerde matching via het gemeenschappelijk IT-platform, als bedoeld in artikel 19, lid 6, van Verordening (EU) 2016/589.

3.   De in lid 2 bedoelde technische normen en formats bestaan uit:

a)

de informatie die in de correlatietabellen moet worden opgenomen;

b)

een syntaxis om deze informatie weer te geven.

4.   Het Europees coördinatiebureau voor Eures stelt de in lid 2 bedoelde technische normen en formats ter beschikking op het Eures-portaal Extranet (3).

5.   Overeenkomstig artikel 19, lid 5, van Verordening (EU) 2016/589 verlenen de Europese Commissie en het Europees coördinatiebureau voor Eures bijstand aan de lidstaten bij het opstellen van hun correlatietabellen. De Commissie stelt met name een toepassing ter beschikking om inventarissen en correlatietabellen te helpen opstellen en bijwerken.

6.   Lidstaten die de Europese classificatie op nationaal niveau gebruiken overeenkomstig artikel 19, lid 4, van Verordening (EU) 2016/589, hoeven geen correlatietabellen op te stellen, als bedoeld in dit besluit.

7.   Op basis van de in artikel 6 vastgestelde procedures kan het Europees coördinatiebureau voor Eures de technische normen en formats bijwerken.

Artikel 4

Interoperabiliteit met het gemeenschappelijk IT-platform waarborgen met behulp van correlatietabellen

De in artikel 3 bedoelde correlatietabellen worden gebruikt voor de automatische transcodering van informatie over vacatures of profielen van werkzoekenden voor de geautomatiseerde matching via het gemeenschappelijk IT-platform. De lidstaten zorgen ervoor dat codes van hun nationale, regionale en sectorale classificaties in vacatures en profielen van werkzoekenden in het kader van artikel 17, lid 1, van Verordening (EU) 2016/589 door de overeenkomstige codes van de Europese classificatie worden vervangen of aangevuld, door de correlatietabellen voor transcodering te gebruiken voordat de vacatures en profielen van werkzoekenden ter beschikking van het Eures-portaal worden gesteld.

Artikel 5

Publicatie van correlatietabellen

De lidstaten stellen hun correlatietabellen ter beschikking door ze op het ESCO-dienstenplatform te publiceren met behulp van de in artikel 3, lid 2, vastgestelde normen en formats.

Artikel 6

Governance en bijwerken van de technische normen en formats

1.   Alle lidstaten wijzen één contactpunt aan voor alle verzoeken, vragen en mededelingen met betrekking tot de toepassing van dit besluit en ze delen via hun nationale coördinatiebureaus voor Eures het Europees coördinatiebureau voor Eures de details over dat contactpunt mee.

2.   De in artikel 14 van Verordening (EU) 2016/589 bedoelde coördinatiegroep voor Eures evalueert eenmaal per jaar de toepassing van dit besluit.

3.   Het Europees coördinatiebureau voor Eures kan de in artikel 3, lid 2, bedoelde technische normen en formats bijwerken, als dit noodzakelijk is voor de doeltreffende geautomatiseerde matching via het gemeenschappelijk IT-platform.

4.   Alvorens een eventuele nieuwe versie van de technische normen en formats goed te keuren en op het Eures-portaal Extranet ter beschikking te stellen, raadpleegt het Europees coördinatiebureau voor Eures formeel de coördinatiegroep voor Eures.

Artikel 7

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 18 juli 2018.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 107 van 22.4.2016, blz. 1.

(2)  http://ec.europa.eu/esco

(3)  http://eures.europa.eu


III Andere handelingen

EUROPESE ECONOMISCHE RUIMTE

19.7.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 183/23


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER

Nr. 154/2018

van 6 juli 2018

tot wijziging van bijlage XI (Elektronische communicatie, audiovisuele diensten en informatiemaatschappij) en Protocol 37 (houdende de lijst bedoeld in artikel 101) bij de EER-overeenkomst [2018/1022]

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna „de EER-overeenkomst” genoemd), en met name artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (1) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(2)

Erkennend dat gegevensbescherming een grondrecht is dat in verschillende internationale mensenrechtenverdragen wordt gewaarborgd,

(3)

Het belang erkennend van gelijke rechten en plichten voor verwerkingsverantwoordelijken en verwerkers binnen de EER,

(4)

Op grond van dit besluit zullen de toezichthoudende autoriteiten van de EER-/EVA-staten ten volle deelnemen aan het één-loketmechanisme en het coherentiemechanisme en krijgen zij dezelfde rechten en plichten als de toezichthoudende autoriteiten van de EU-lidstaten in het overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 ingestelde Europees Comité voor gegevensbescherming (hierna het „comité” genoemd), behalve dat zij niet mogen stemmen en zich niet verkiesbaar kunnen stellen voor de functie van voorzitter of vicevoorzitter. Daartoe moeten de toezichthoudende autoriteiten van de EVA-staten worden betrokken bij de werkzaamheden van het comité, met inbegrip van eventuele subgroepen die het comité kan instellen om zijn taken uit te voeren, en alle informatie ontvangen die zij nodig hebben om effectieve deelname mogelijk te maken, indien nodig ook door volledige toegang tot elektronische systemen voor informatie-uitwisseling die het comité eventueel instelt.

(5)

De in de EER-overeenkomst opgenomen Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (2) wordt bij Verordening (EU) 2016/679 ingetrokken en moet derhalve uit de EER-overeenkomst worden geschrapt.

(6)

Bijlage XI en Protocol 37 bij de EER-overeenkomst moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

In bijlage XI bij de EER-overeenkomst wordt de tekst van punt 5e (Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad) vervangen door:

32016 R 0679: Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van deze overeenkomst als volgt gelezen:

a)

De toezichthoudende autoriteiten van de EVA-staten nemen deel aan de werkzaamheden van het Europees Comité voor gegevensbescherming (hierna het „comité” genoemd). Tenzij anders bepaald in deze overeenkomst, krijgen zij daartoe dezelfde rechten en plichten als de toezichthoudende autoriteiten van de EU-lidstaten in het comité, behalve dat zij niet mogen stemmen en zich niet verkiesbaar kunnen stellen voor de functie van voorzitter of vicevoorzitter. De standpunten van de toezichthoudende autoriteiten van de EVA-staten worden apart genotuleerd door het comité.

In het reglement van orde van het comité wordt ten volle rekening gehouden met de deelname van de toezichthoudende autoriteiten van de EVA-staten en de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA, behalve dat deze niet mogen stemmen en zich niet verkiesbaar kunnen stellen voor de functie van voorzitter of vicevoorzitter.

b)

Onverminderd de bepalingen van Protocol 1 bij deze overeenkomst en tenzij in deze overeenkomst anders is bepaald, hebben de termen „lidsta(a)t(en)” en „toezichthoudende autoriteiten” niet alleen de in de verordening bedoelde betekenis, maar worden hieronder ook respectievelijk de EVA-staten en hun toezichthoudende autoriteiten verstaan.

c)

Verwijzingen naar het recht van de Unie of naar bepalingen inzake gegevensbescherming worden begrepen als verwijzingen naar respectievelijk de EER-overeenkomst of daarin vervatte bepalingen inzake gegevensbescherming.

d)

In artikel 13, lid 1, onder f), en in artikel 14, lid 1, onder f), wordt voor de EVA-staten „dat krachtens de EER-overeenkomst van toepassing is” ingevoegd na „adequaatheidsbesluit van de Commissie”.

e)

In artikel 45 wordt na lid 1 het volgende ingevoegd voor de EVA-staten:

„1 bis.   In afwachting van een besluit van het Gemengd Comité van de EER tot opname van een overeenkomstig lid 3 of 5 van dit artikel vastgestelde uitvoeringshandeling in de EER-overeenkomst kan een EVA-staat besluiten de daarin vervatte maatregelen toe te passen.

Elke EER-/EVA-staat besluit, vóór de inwerkingtreding van een overeenkomstig lid 3 of 5 van dit artikel vastgestelde uitvoeringshandeling, in afwachting van een besluit van het Gemengd Comité van de EER tot opname van deze handeling in de EER-overeenkomst, of hij de daarin vervatte maatregelen tegelijk met de EU-lidstaten zal toepassen of niet, en stelt de Commissie en de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA hiervan in kennis. Bij gebreke van een andersluidend besluit past elke EVA-staat de maatregelen van een overeenkomstig lid 3 of 5 van dit artikel vastgestelde uitvoeringshandeling tegelijk met de EU-lidstaten toe.

Onverminderd artikel 102 van de EER-overeenkomst kan elke EVA-staat, als het Gemengd Comité van de EER niet binnen twaalf maanden na inwerkingtreding van een overeenkomstig lid 3 of 5 van dit artikel vastgestelde uitvoeringshandeling overeenstemming bereikt over de opname van die handeling in de EER-overeenkomst, de toepassing van de desbetreffende maatregelen schorsen; hij moet de Commissie en de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA daarvan onverwijld in kennis stellen.

In afwijking van artikel 1, lid 3, beperken of verbieden de andere partijen bij de EER-overeenkomst het vrije verkeer van persoonsgegevens naar de EVA-staat die de maatregelen van een overeenkomstig lid 5 van dit artikel vastgestelde uitvoeringshandeling niet tegelijk met de EU-lidstaten toepast, op dezelfde wijze als dat deze maatregelen de doorgifte van persoonsgegevens naar een derde land of internationale organisatie voorkomen.”

f)

Wanneer de Commissie overleg pleegt met derde landen of internationale organisaties om een adequaatheidsbesluit vast te stellen overeenkomstig artikel 45, worden de EVA-staten naar behoren op de hoogte gehouden. In gevallen waarin een derde land of internationale organisatie specifieke verplichtingen aangaat met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens uit de lidstaten, houdt de EU rekening met de situatie van EVA-staten en bespreekt zij met deze derde landen of internationale organisaties mechanismen voor eventuele latere toepassing door de EVA-staten.

g)

In artikel 46, lid 2, onder d), wordt het volgende toegevoegd:

„De Toezichthoudende Autoriteit van de EVA heeft dezelfde rechten als de toezichthoudende autoriteiten van de EU wat betreft het ter goedkeuring indienen bij de Commissie van standaardbepalingen inzake gegevensbescherming die volgens de in artikel 93, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure worden vastgesteld.”

h)

In artikel 46 wordt na lid 2 het volgende lid ingevoegd voor de EVA-staten:

„2 bis.   In afwachting van een besluit van het Gemengd Comité van de EER tot opname van een uitvoeringshandeling in de EER-overeenkomst kunnen de in lid 1 bedoelde passende waarborgen worden geboden door de in artikel 46, lid 2, onder c) en d), bedoelde standaardbepalingen inzake gegevensbescherming wanneer een EVA-staat de daarin vervatte maatregelen toepast.

Elke EVA-staat besluit, vóór de inwerkingtreding van een overeenkomstig artikel 46, lid 2, onder c) en d), vastgestelde uitvoeringshandeling, in afwachting van een besluit van het Gemengd Comité van de EER tot opname van deze handeling in de EER-overeenkomst, of hij de daarin vervatte maatregelen tegelijk met de EU-lidstaten zal toepassen of niet, en stelt de Commissie en de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA hiervan in kennis. Bij gebreke van een andersluidend besluit past elke EVA-staat de maatregelen van een overeenkomstig artikel 46, lid 2, onder c) en d), vastgestelde uitvoeringshandeling tegelijk met de EU-lidstaten toe.

Onverminderd artikel 102 van de EER-overeenkomst kan elke EVA-staat, als het Gemengd Comité van de EER niet binnen twaalf maanden na de inwerkingtreding van een overeenkomstig artikel 46, lid 2, onder c) en d) vastgestelde uitvoeringshandeling overeenstemming bereikt over de opname van die handeling in de EER-overeenkomst, de toepassing van de desbetreffende maatregelen schorsen; hij moet de Commissie en de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA daarvan onverwijld in kennis stellen.”

i)

In artikel 58, lid 4, is „overeenkomstig het Handvest” voor de EVA-staten niet van toepassing.

j)

In artikel 59 wordt „, de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA” ingevoegd na „de Commissie”.

k)

De Toezichthoudende Autoriteit van de EVA heeft het recht deel te nemen aan de bijeenkomsten van het comité, zonder stemrecht. De Toezichthoudende Autoriteit van de EVA wijst hiervoor een vertegenwoordiger aan.

l)

Wanneer dat relevant is voor de uitoefening van de in artikel 109 van de EER-overeenkomst bedoelde taken, heeft de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA het recht om het comité te verzoeken om een advies of standpunt en om aangelegenheden mee te delen aan het comité, zoals bedoeld in artikel 63, artikel 64, lid 2), artikel 65, lid 1, onder c), en artikel 70, lid 1, onder e). In artikel 63, artikel 64, lid 2), artikel 65, lid 1, onder c), en artikel 70, lid 1, onder e), wordt „en waar passend de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA” ingevoegd na „de Commissie”.

m)

De voorzitter van het comité of het secretariaat informeert de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA over de activiteiten van het comité, wanneer dat passend is overeenkomstig artikel 64, lid 5, onder a) en b), artikel 65, lid 5, en artikel 75, lid 6, onder b). In artikel 64, lid 5, onder a) en b), artikel 65, lid 5, en artikel 75, lid 6, onder b), wordt „en waar passend de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA” ingevoegd na „de Commissie”.

Wanneer dat relevant is voor de uitoefening van de in artikel 109 van de EER-overeenkomst bedoelde taken, heeft de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA het recht om informatie te ontvangen van een toezichthoudende autoriteit van de betrokken EVA-staat, overeenkomstig artikel 66, lid 1. In artikel 66, lid 1, wordt „en waar passend de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA” ingevoegd na „de Commissie”.

n)

In artikel 71, lid 1, wordt „het Permanent Comité van de EVA-staten en de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA” ingevoegd na „de Commissie”.

o)

In artikel 73, lid 1, wordt de volgende zin toegevoegd:

„De leden van het comité die de EVA-staten vertegenwoordigen, kunnen niet worden verkozen tot voorzitter of vicevoorzitter.””

Artikel 2

In Protocol 37 bij de EER-overeenkomst wordt de tekst van punt 13 (groep voor de bescherming van personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens) geschrapt.

Artikel 3

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en de Noorse taal van Verordening (EU) 2016/679 zijn authentiek.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de laatste kennisgeving zoals bedoeld in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst (*1).

Artikel 5

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 6 juli 2018.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

Oda Helen SLETNES


(1)  PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1.

(2)  PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.

(*1)  Grondwettelijke vereisten aangegeven.


Gemeenschappelijke verklaring van de overeenkomstsluitende partijen over Besluit nr. 154/2018 van het Gemengd Comité van de EER van 6 juli 2018, waarbij Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) in de EER-overeenkomst wordt opgenomen

Gezien het tweepijlersysteem van de EER-overeenkomst en het rechtstreeks bindende effect van besluiten van het Europees Comité voor gegevensbescherming voor de nationale toezichthoudende autoriteiten van de EER-/EVA-staten:

nemen de overeenkomstsluitende partijen nota van het feit dat besluiten van het Europees Comité voor gegevensbescherming gericht zijn tot de nationale toezichthoudende autoriteiten;

erkennen zij dat deze oplossing geen precedent schept met betrekking tot toekomstige aanpassingen van EU-handelingen die in de EER-overeenkomst moeten worden opgenomen.


Rectificaties

19.7.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 183/27


Rectificatie van Verordening (EU) 2018/978 van de Commissie van 9 juli 2018 tot wijziging van de bijlagen II en III bij Verordening (EG) nr. 1223/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende cosmetische producten

( Publicatieblad van de Europese Unie L 176 van 12 juli 2018 )

De tekst van de bijlage wordt vervangen door:

BIJLAGE

De bijlagen II en III worden als volgt gewijzigd:

1)

In bijlage II, in de tabel, wordt de volgende vermelding ingevoegd:

Ref. nr.

Identiteit van de stof

Chemische benaming/INN

CAS-nummer

EG-nummer

a

b

c

d

„1383

Extract van bloemen van Tagetes erecta  (*1)

90131-43-4

290-353-9

Olie van bloemen van Tagetes erecta  (*2)

90131-43-4

290-353-9/-

2)

In bijlage III, in de tabel, worden de volgende vermeldingen ingevoegd:

Referentienummer

Identiteit van de stof

Beperkingen

Te vermelden gebruiksvoorwaarden en waarschuwingen

Chemische benaming/INN

Naam volgens de woordenlijst van gemeenschappelijke benamingen van ingrediënten

CAS-nummer

EG-nummer

Producttype, lichaamsdelen

Maximumconcentratie in het gebruiksklare product

Andere

 

a

b

c

d

e

f

g

h

i

„308

Extract van bloemen van Tagetes minuta  (*3)

Olie van bloemen van Tagetes minuta  (*4)

Extract van bloemen van Tagetes minuta

Olie van bloemen van Tagetes minuta

91770-75-1;

91770-75-1/8016-84-0

294-862-7;

294-862-7

a)

Producten die niet worden af-, uit- of weggespoeld

a)

0,01 %

Voor a) en b): gehalte van α-terthienyl (terthiofeen) in het extract of de olie ≤ 0,35 %.

Voor a): Niet gebruiken in zonnebrandmiddelen of producten die met het oog op blootstelling aan natuurlijk of kunstmatig uv-licht in de handel worden gebracht.

Voor a) en b): bij gebruik in combinatie met Tagetes patula (vermelding 309) mag het totale gecombineerde gehalte aan Tagetes in het gebruiksklare product de in kolom g vermelde maximale concentratie-grenswaarden niet overschrijden.

 

b)

Producten die worden af-, uit- of weggespoeld

b)

0,1 %

309

Extract van bloemen van Tagetes patula  (*5)

Olie van bloemen van Tagetes patula  (*6)

Extract van bloemen van Tagetes patula

Olie van bloemen van Tagetes patula

91722-29-1;

91722-29-1/8016-84-0

294-431-3;

294-431-3/-

a)

Producten die niet worden af-, uit- of weggespoeld

a)

0,01 %

Voor a) en b): gehalte van α-terthienyl (terthiofeen) in het extract of de olie ≤ 0,35 %.

Voor a): Niet gebruiken in zonnebrandmiddelen of producten die met het oog op blootstelling aan natuurlijk of kunstmatig uv-licht in de handel worden gebracht.

Voor a) en b): bij gebruik in combinatie met Tagetes minuta (vermelding 308) mag het totale gecombineerde gehalte aan Tagetes in het gebruiksklare product de in kolom g vermelde maximale concentratiegrenswaarden niet overschrijden

 

b)

Producten die worden af-, uit- of weggespoeld

b)

0,1 %


(*1)  Vanaf 1 mei 2019 mogen cosmetische producten die deze stof bevatten, niet in de Unie in de handel worden gebracht. Vanaf 1 augustus 2019 mogen cosmetische producten die deze stof bevatten, niet in de Unie op de markt worden aangeboden.

(*2)  Vanaf 1 mei 2019 mogen cosmetische producten die deze stof bevatten, niet in de Unie in de handel worden gebracht. Vanaf 1 augustus 2019 mogen cosmetische producten die deze stof bevatten, niet in de Unie op de markt worden aangeboden.”.

(*3)  Vanaf 1 mei 2019 mogen cosmetische producten die deze stof bevatten en niet aan de beperkingen voldoen, niet in de Unie in de handel worden gebracht. Vanaf 1 augustus 2019 mogen cosmetische producten die deze stof bevatten en niet aan de beperkingen voldoen, niet in de Unie op de markt worden aangeboden.

(*4)  Vanaf 1 mei 2019 mogen cosmetische producten die deze stof bevatten en niet aan de beperkingen voldoen, niet in de Unie in de handel worden gebracht. Vanaf 1 augustus 2019 mogen cosmetische producten die deze stof bevatten en niet aan de beperkingen voldoen, niet in de Unie op de markt worden aangeboden.

(*5)  Vanaf 1 mei 2019 mogen cosmetische producten die deze stof bevatten en niet aan de beperkingen voldoen, niet in de Unie in de handel worden gebracht. Vanaf 1 augustus 2019 mogen cosmetische producten die deze stof bevatten en niet aan de beperkingen voldoen, niet in de Unie op de markt worden aangeboden.

(*6)  Vanaf 1 mei 2019 mogen cosmetische producten die deze stof bevatten en niet aan de beperkingen voldoen, niet in de Unie in de handel worden gebracht. Vanaf 1 augustus 2019 mogen cosmetische producten die deze stof bevatten en niet aan de beperkingen voldoen, niet in de Unie op de markt worden aangeboden.”.