ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 141

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

61e jaargang
7 juni 2018


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2018/837 van de Commissie van 31 mei 2018 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur

1

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2018/838 van de Commissie van 31 mei 2018 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur

4

 

 

BESLUITEN

 

*

Besluit (EU) 2018/839 van de Raad van 4 juni 2018 tot benoeming van twee leden en zes plaatsvervangers van het Comité van de Regio's, voorgedragen door het Koninkrijk Denemarken

7

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/840 van de Commissie van 5 juni 2018 tot vaststelling van een aandachtstoffenlijst van in de hele Unie te monitoren stoffen op het gebied van het waterbeleid overeenkomstig Richtlijn 2008/105/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/495 van de Commissie (Kennisgeving geschied onder nummer C(2018) 3362)

9

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

7.6.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 141/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/837 VAN DE COMMISSIE

van 31 mei 2018

tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (1), en met name artikel 57, lid 4, en artikel 58, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Om de uniforme toepassing te waarborgen van de gecombineerde nomenclatuur die als bijlage bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad (2) is gevoegd, dienen bepalingen voor de indeling van de in de bijlage bij onderhavige verordening vermelde goederen te worden vastgesteld.

(2)

Bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 zijn de algemene regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur vastgesteld. Deze regels zijn ook van toepassing op iedere andere nomenclatuur die, geheel of gedeeltelijk of met toevoeging van onderverdelingen, de gecombineerde nomenclatuur overneemt en die bij specifieke EU-wetgeving is vastgesteld met het oog op de toepassing van tarief- of andere maatregelen in het kader van het goederenverkeer.

(3)

Volgens deze algemene regels dienen de in kolom 1 van de tabel in de bijlage omschreven goederen te worden ingedeeld onder de in kolom 2 vermelde GN-code om de in kolom 3 genoemde redenen.

(4)

Er dient te worden bepaald dat een bindende tariefinlichting die is afgegeven voor onder deze verordening vallende goederen en die in strijd is met deze verordening, door de houder van die inlichting nog gedurende een bepaalde periode mag worden gebruikt op grond van artikel 34, lid 9, van Verordening (EU) nr. 952/2013. Die periode moet worden vastgesteld op drie maanden.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité douanewetboek,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in kolom 1 van de tabel in de bijlage omschreven goederen worden in de gecombineerde nomenclatuur ingedeeld onder de in kolom 2 van die tabel vermelde GN-code.

Artikel 2

Een bindende tariefinlichting die niet in overeenstemming is met deze verordening, mag op grond van artikel 34, lid 9, van Verordening (EU) nr. 952/2013 nog gedurende een periode van drie maanden na de inwerkingtreding van deze verordening worden gebruikt.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 31 mei 2018.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Stephen QUEST

Directeur-generaal

Directoraat-generaal Belastingen en Douane-unie


(1)  PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1.

(2)  Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1).


BIJLAGE

Omschrijving

Indeling (GN-code)

Motivering

(1)

(2)

(3)

Een product bestaande uit de volgende bestanddelen (in gewichtspercenten):

2106 90 98

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur en de tekst van de GN-codes 2106 , 2106 90 en 2106 90 98 .

Indeling onder hoofdstuk 30 als een geneesmiddel is uitgesloten omdat specifieke ziekten, aandoeningen of symptomen ervan waartegen het product moet worden gebruikt, niet zijn vermeld. Het product voldoet daarom niet aan de vereisten van aanvullende aantekening (GN) 1 op hoofdstuk 30, eerste alinea, onder a).

Indeling als een drank onder hoofdstuk 22 is uitgesloten, omdat het product niet onmiddellijk drinkbaar is (zie ook de toelichtingen op de gecombineerde nomenclatuur, hoofdstuk 22, algemene opmerkingen, tweede alinea, tweede zin).

Het product bevat een zoetstof, verschillende vitaminen en een grote hoeveelheid glycerine. Daarom is het product complexer van samenstelling dan een eenvoudige suikerstroop van de onderverdelingen 2106 90 30 tot en met 2106 90 59 (zie ook de GS-toelichting op post 2106 , punt 12).

Het beoogde specifieke gebruik ervan blijkt ook uit de verpakking en etikettering als voedingssupplement voor de verkoop in het klein. Uit de objectieve eigenschappen en de kenmerken van het product, met name de samenstelling ervan en de vorm van de presentatie, volgt dat het product is bestemd voor een specifiek gebruik om het immuunsysteem te ondersteunen en niet voor een meer algemeen gebruik, hetgeen het geval is voor suikerstroop.

Het product moet daarom worden ingedeeld onder GN-code 2106 90 98 als andere producten voor menselijke consumptie.

water

41,6,

suiker

18,1,

glycerine;

15,1,

citroenzuur

13,9,

maltodextrine

4,1,

ascorbinezuur

3,0,

steviolglycosiden

1,8,

natuurlijke aroma's

1,1,

kleine hoeveelheden vitaminen B6, B12 en foliumzuur (B9).

Het product is een alcoholvrije, gearomatiseerde en gekleurde vloeistof die na verdunning als voedingssupplement wordt gebruikt. Het is niet onmiddellijk drinkbaar.

Het product wordt aangeboden om te worden gebruikt ter ondersteuning van het immuunsysteem en om het menselijk lichaam van energie te voorzien. Het product moet zodanig worden verdund dat een dagelijkse dosis van twee milliliter voor de consumptie ontstaat. Een dergelijke dagelijkse dosis bevat 40 mg vitamine C, 1 mg vitamine B6, 200 μg foliumzuur en 2 μg vitamine B12.

Het product wordt aangeboden in een fles van kunststof van 60 ml met een druppelaar voor de verkoop in het klein.


7.6.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 141/4


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/838 VAN DE COMMISSIE

van 31 mei 2018

tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (1), en met name artikel 57, lid 4, en artikel 58, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Om de uniforme toepassing te waarborgen van de gecombineerde nomenclatuur die als bijlage bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad (2) is gevoegd, dienen bepalingen voor de indeling van de in de bijlage bij onderhavige verordening vermelde goederen te worden vastgesteld.

(2)

Bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 zijn de algemene regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur vastgesteld. Deze regels zijn ook van toepassing op iedere andere nomenclatuur die, geheel of gedeeltelijk of met toevoeging van onderverdelingen, de gecombineerde nomenclatuur overneemt en die bij specifieke EU-wetgeving is vastgesteld met het oog op de toepassing van tarief- of andere maatregelen in het kader van het goederenverkeer.

(3)

Volgens deze algemene regels dienen de in kolom 1 van de tabel in de bijlage omschreven goederen te worden ingedeeld onder de in kolom 2 vermelde GN-code om de in kolom 3 genoemde redenen.

(4)

Er dient te worden bepaald dat een bindende tariefinlichting die is afgegeven voor onder deze verordening vallende goederen en die in strijd is met deze verordening, door de houder van die inlichting nog gedurende een bepaalde periode mag worden gebruikt op grond van artikel 34, lid 9, van Verordening (EU) nr. 952/2013. Die periode moet worden vastgesteld op drie maanden.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité douanewetboek,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in kolom 1 van de tabel in de bijlage omschreven goederen worden in de gecombineerde nomenclatuur ingedeeld onder de in kolom 2 van die tabel vermelde GN-code.

Artikel 2

Een bindende tariefinlichting die niet in overeenstemming is met deze verordening, mag op grond van artikel 34, lid 9, van Verordening (EU) nr. 952/2013 nog gedurende een periode van drie maanden na de inwerkingtreding van deze verordening worden gebruikt.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 31 mei 2018.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Stephen QUEST

Directeur-generaal

Directoraat-generaal Belastingen en Douane-Unie


(1)  PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1.

(2)  Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1).


BIJLAGE

Omschrijving

Indeling (GN-code)

Motivering

(1)

(2)

(3)

Een product bestaande uit een wegwerpzak voor gebruik in een kinderpotje, samengesteld uit een zak van kunststof waarin een meerlagige absorberende bodem is aangebracht die is vervaardigd van papier en een superabsorberend polymeer van polyacrylaat in de vorm van korrels.

Wanneer deze superabsorberende korrels van polyacrylaat in contact komen met urine, veranderen zij in gel.

3924 90 00

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1, 3 b) en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur en de tekst van de GN-codes 3924 en 3924 90 00 .

Indeling onder post 4818 is uitgesloten omdat het wezenlijke karakter van het product niet wordt bepaald door de componenten van papier, maar door het superabsorberende polymeer van polyacrylaat.

Indeling onder post 9619 is uitgesloten omdat het product niet zodanig is gevormd dat het aan het menselijk lichaam is aangepast (zie ook de GS-toelichtingen op post 9619 ).

Het product is een combinatie van kunststof en andere materialen. Een product dat kunststof en andere materialen combineert, wordt ingedeeld onder hoofdstuk 39, voor zover het wezenlijke karakter van artikelen van kunststof behouden blijft (zie ook de GS-toelichtingen, algemene opmerkingen bij hoofdstuk 39).

Het wezenlijke karakter van het product wordt verleend door het superabsorberende polymeer; het papier wordt geacht uitsluitend een drager- of verpakkingsfunctie te hebben.

Het product moet daarom worden ingedeeld onder GN-code 3924 90 00 als andere huishoudelijke artikelen en hygiënische en toiletartikelen, van kunststof.


BESLUITEN

7.6.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 141/7


BESLUIT (EU) 2018/839 VAN DE RAAD

van 4 juni 2018

tot benoeming van twee leden en zes plaatsvervangers van het Comité van de Regio's, voorgedragen door het Koninkrijk Denemarken

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 305,

Gezien de voordracht van de Deense regering,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 26 januari 2015, 5 februari 2015 en 23 juni 2015 heeft de Raad de Besluiten (EU) 2015/116 (1), (EU) 2015/190 (2) en (EU) 2015/994 (3) houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio's voor de periode van 26 januari 2015 tot en met 25 januari 2020 vastgesteld. Op 30 november 2015 is de heer Peter KOFOD POULSEN bij Besluit (EU) 2015/2237 van de Raad (4) als plaatsvervanger vervangen door de heer Niels Erik SØNDERGAARD.

(2)

In het Comité van de Regio's zijn twee zetels van lid vrijgekomen vanwege het einde van de ambtstermijnen van de heer Henrik Ringbæk MADSEN en de heer Marc Perera CHRISTENSEN als lid van het Comité van de Regio's.

(3)

In het Comité van de Regio's zijn vijf zetels van plaatsvervanger vrijgekomen vanwege het einde van de ambtstermijn van de heer Henrik BRADE JOHANSEN, de heer Martin HULGAARD, de heer Niels Erik SØNDERGAARD, mevrouw Jane Strange NIELSEN en de heer Henrik QVIST.

(4)

In het Comité van de Regio's is een zetel van plaatsvervanger vrijgekomen door de benoeming van de heer Per NØRHAVE tot lid van het Comité van de Regio's.

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

In het Comité van de Regio's worden de volgende personen benoemd voor de resterende duur van de ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 25 januari 2020:

a)

tot lid:

de heer Arne LÆGAARD, Regional councillor, Central Denmark Region,

de heer Per NØRHAVE, 1. Deputy Mayor, Municipality of Ringsted,

b)

tot plaatsvervanger:

mevrouw Karen MELCHIOR, Member of The City Council of Copenhagen,

de heer Anders Rosenstand LAUGESEN, Councillor, Municipality of Skanderborg,

de heer Erik HØGH-SØRENSEN, Regional councillor, North Denmark Region,

de heer Evan LYNNERUP, Regional councillor, Zealand Region,

mevrouw Ursula Beate DIETRICH-PETERSEN, Regional councillor, Zealand Region,

de heer Marc Perera CHRISTENSEN, Magistrate member, Aarhus Municipality.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Luxemburg, 4 juni 2018.

Voor de Raad

De voorzitter

T. TSACHEVA


(1)  Besluit (EU) 2015/116 van de Raad van 26 januari 2015 houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio's voor de periode van 26 januari 2015 tot en met 25 januari 2020 (PB L 20 van 27.1.2015, blz. 42).

(2)  Besluit (EU) 2015/190 van de Raad van 5 februari 2015 houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio's voor de periode van 26 januari 2015 tot en met 25 januari 2020 (PB L 31 van 7.2.2015, blz. 25).

(3)  Besluit (EU) 2015/994 van de Raad van 23 juni 2015 houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio's voor de periode van 26 januari 2015 tot en met 25 januari 2020 (PB L 159 van 25.6.2015, blz. 70).

(4)  Besluit (EU) 2015/2237 van de Raad van 30 november 2015 houdende benoeming van een Deens plaatsvervangend lid van het Comité van de Regio's (PB L 317 van 3.12.2015, blz. 35).


7.6.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 141/9


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2018/840 VAN DE COMMISSIE

van 5 juni 2018

tot vaststelling van een aandachtstoffenlijst van in de hele Unie te monitoren stoffen op het gebied van het waterbeleid overeenkomstig Richtlijn 2008/105/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/495 van de Commissie

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2018) 3362)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2008/105/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid tot wijziging en vervolgens intrekking van de Richtlijnen 82/176/EEG, 83/513/EEG, 84/156/EEG, 84/491/EEG en 86/280/EEG van de Raad, en tot wijziging van Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad (1), en met name artikel 8 ter, lid 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 8 ter, lid 1, van Richtlijn 2008/105/EG wordt voorzien in de vaststelling van een aandachtstoffenlijst waarvoor in de hele Unie monitoringgegevens moeten worden vergaard ter ondersteuning van toekomstige prioritering overeenkomstig artikel 16, lid 2, van Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad (2). In deze eerste aandachtstoffenlijst moest melding worden gemaakt van de monitoringmatrices en van mogelijke analysemethoden voor elke stof die geen buitensporige kosten met zich brengen.

(2)

In artikel 8 ter van Richtlijn 2008/105/EG worden onder meer de voorwaarden en uitvoeringswijzen bepaald voor de monitoring van de stoffen op de aandachtstoffenlijst en voor de rapportage van de monitoringresultaten door de lidstaten.

(3)

De stoffen op de aandachtstoffenlijst moeten worden geselecteerd uit de stoffen waarvoor de beschikbare informatie erop wijst dat zij op het niveau van de Unie een significant risico voor of via het aquatische milieu kunnen betekenen, maar waarvoor de monitoringgegevens onvoldoende zijn om het feitelijke risico vast te stellen. Zeer toxische stoffen die in veel lidstaten worden gebruikt en in het aquatisch milieu worden geloosd, maar niet of zelden worden gecontroleerd, moeten voor opname in de aandachtstoffenlijst in aanmerking worden genomen. Bij die selectie moet rekening worden gehouden met de in artikel 8 ter, lid 1, onder a) tot en met e), van Richtlijn 2008/105/EG gespecificeerde informatie, met bijzondere aandacht voor opkomende verontreinigende stoffen.

(4)

De monitoring van de stoffen op de aandachtstoffenlijst moet hoogwaardige gegevens over de concentraties ervan in het aquatische milieu opleveren, geschikt om de risicobeoordelingen die ten grondslag liggen aan de identificatie van prioritaire stoffen te ondersteunen in het kader van een aparte toetsing overeenkomstig artikel 16, lid 4, van Richtlijn 2000/60/EG. Stoffen waarvan bij die toetsing blijkt dat zij een ernstig risico vormen, moeten in aanmerking worden genomen voor opname in de lijst van prioritaire stoffen. In dat geval wordt ook een milieukwaliteitsnorm vastgesteld waaraan de lidstaten moeten voldoen. Het voorstel om een stof op te nemen in de lijst van prioritaire stoffen wordt onderworpen aan een effectbeoordeling.

(5)

In Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/495 van de Commissie (3) is een eerste aandachtstoffenlijst vastgesteld die tien stoffen of groepen stoffen bevat, samen met een indicatie van de monitoringmatrix, mogelijke analysemethoden die geen buitensporige kosten met zich brengen, en maximaal aanvaardbare detectiegrenzen van de methode.

(6)

Overeenkomstig artikel 8 ter, lid 2, van Richtlijn 2008/105/EG moet de Commissie de aandachtstoffenlijst om de twee jaar actualiseren. Bij het actualiseren van die aandachtstoffenlijst moet de Commissie elke stof verwijderen waarvoor een risicobeoordeling als bedoeld in artikel 16, lid 2, van Richtlijn 2000/60/EG kan worden uitgevoerd zonder aanvullende monitoringgegevens.

(7)

In de loop van 2017 heeft de Commissie de gegevens geanalyseerd van het eerste jaar waarin de stoffen van de eerste aandachtstoffenlijst zijn gemonitord. Op basis van die analyse heeft de Commissie vastgesteld dat er voor de stoffen triallaat, oxadiazon, 2,6-di-tert-butyl-4-methylfenol en diclofenac voldoende hoogwaardige monitoringgegevens beschikbaar zijn en dat die stoffen derhalve van de aandachtstoffenlijst moeten worden verwijderd.

(8)

Zoals in Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/495 vermeld, zou het wenselijk zijn om de stof 2-ethylhexyl-4-methoxycinnamaat ook in sediment te monitoren. De meeste monitoringgegevens worden echter voor water vergaard en de beperkte hoeveelheid beschikbare sedimentgegevens is onvoldoende om voor die monitoringmatrix een overtuigende analyse uit te voeren. Om te waarborgen dat de voor die stof vergaarde monitoringgegevens het risico van de stof volledig weergeven, zal de Commissie verder onderzoeken of de lidstaten de stof op een betrouwbare en vergelijkbare wijze in sediment kunnen monitoren. In de tussentijd moet die stof van de aandachtstoffenlijst worden verwijderd.

(9)

Voor het macrolideantibioticum azitromycine en voor twee van de neonicotinoïden, namelijk imidacloprid en thiamethoxam, zijn nog meer, hoogwaardige monitoringgegevens nodig om de gerichte op risico gebaseerde beoordeling te ondersteunen zoals bedoeld in artikel 16, lid 2, van Richtlijn 2000/60/EG. Derhalve moeten die stoffen op de aandachtstoffenlijst blijven staan. Macrolideantibiotica en neonicotinoïden zijn als groep in de eerste aandachtstoffenlijst opgenomen om rekening te houden met het feit dat stoffen met dezelfde werking additieve effecten kunnen hebben. Dit argument rechtvaardigt tevens waarom de beide groepen op de aandachtstoffenlijst moeten blijven staan, ondanks het feit dat voor sommige afzonderlijke stoffen in die groepen (de macrolideantibiotica claritromycine en erytromycine en de neonicotinoïden acetamiprid, clothianidine en thiacloprid) voldoende hoogwaardige monitoringgegevens beschikbaar zijn.

(10)

In de loop van 2017 heeft de Commissie ook gegevens vergaard over een reeks andere stoffen die in de aandachtstoffenlijst kunnen worden opgenomen. Zij heeft rekening gehouden met de in artikel 8 ter, lid 1, van Richtlijn 2008/105/EG bedoelde verschillende typen relevante informatie en heeft deskundigen uit de lidstaten en belanghebbenden geraadpleegd. Stoffen waarvan de toxiciteit wordt betwijfeld of waarvan de gevoeligheid, de betrouwbaarheid of de vergelijkbaarheid van de beschikbare monitoringmethoden niet voldoende zijn, mogen niet in de aandachtstoffenlijst worden opgenomen. Het insecticide metaflumizon en de antibiotica amoxicilline en ciprofloxacine zijn als geschikte kandidaten geïdentificeerd. Het opnemen van amoxicilline en ciprofloxacine is verenigbaar met het Europese „één gezondheid”-actieplan tegen antimicrobiële resistentie (AMR) (4), waarin het gebruik van de aandachtstoffenlijst om „de kennis van het voorkomen en de verspreiding van antimicrobiële stoffen in het milieu te verbeteren” wordt ondersteund.

(11)

Overeenkomstig artikel 8 ter, lid 1, van Richtlijn 2008/105/EG heeft de Commissie mogelijke analysemethoden voor de voorgestelde stoffen geïdentificeerd. De detectiegrens van de methode moet voor elke stof ten minste even laag zijn als de stofspecifieke voorspelde concentratie zonder effect voor elke stof in de betrokken matrix.

(12)

Tijdens de toetsing van de eerste aandachtstoffenlijst heeft de Commissie nieuwe ecotoxicologische informatie vastgesteld voor de macrolideantibiotica claritromycine en azitromycine, voor methiocarb en voor de neonicotinoïden imidacloprid, thiacloprid en thiamethoxam, die ertoe heeft geleid dat zij de voorspelde concentratie zonder effect voor die stoffen heeft herzien. De voor die stoffen en groepen stoffen in de aandachtstoffenlijst vastgestelde maximaal aanvaardbare detectiegrenzen van de methode moeten dienovereenkomstig worden geactualiseerd.

(13)

De in de aandachtstoffenlijst vermelde analysemethoden brengen geen buitensporige kosten met zich mee. Indien nieuwe informatie voor specifieke stoffen in de toekomst tot een daling van de voorspelde concentratie zonder effect leidt, moet de maximaal aanvaardbare detectiegrens van de methode wellicht worden verlaagd, voor zover die stoffen op de lijst blijven staan.

(14)

Met het oog op de vergelijkbaarheid moeten alle stoffen in volledige watermonsters worden gemonitord.

(15)

Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/495 moet worden ingetrokken.

(16)

De in dit besluit vastgestelde maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 21, lid 1, van Richtlijn 2000/60/EG ingestelde comité,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De aandachtstoffenlijst van in de hele Unie te monitoren stoffen bedoeld in artikel 8 ter van Richtlijn 2008/105/EG is opgenomen in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/495 wordt ingetrokken.

Artikel 3

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 5 juni 2018.

Voor de Commissie

Karmenu VELLA

Lid van de Commissie


(1)  PB L 348 van 24.12.2008, blz. 84.

(2)  Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1).

(3)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/495 van de Commissie van 20 maart 2015 tot vaststelling van een aandachtstoffenlijst van in de hele Unie te monitoren stoffen op het gebied van het waterbeleid overeenkomstig Richtlijn 2008/105/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 78 van 24.3.2015, blz. 40).

(4)  Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement — Een Europees „één gezondheid”-actieplan tegen antimicrobiële resistentie (AMR) (COM(2017) 339 final).


BIJLAGE

Aandachtstoffenlijst van in de hele Unie te monitoren stoffen bedoeld in artikel 8 ter van Richtlijn 2008/105/EG

Naam van de stof/groep van stoffen

CAS-nummer (1)

EU-nummer (2)

Indicatieve analysemethode (3)  (4)

Maximaal aanvaardbare detectiegrens van de methode (ng/l)

17-α-ethinylestradiol (EE2)

57-63-6

200-342-2

SPE - LC-MS-MS in groot volume

0,035

17-β-estradiol (E2), estron (E1)

50-28-2,

53-16-7

200-023-8

SPE - LC-MS-MS

0,4

Macrolideantibiotica (5)

 

 

SPE - LC-MS-MS

19

Methiocarb

2032-65-7

217-991-2

SPE - LC-MS-MS

of GC-MS

2

Neonicotinoïden (6)

 

 

SPE - LC-MS-MS

8,3

Metaflumizon

139968-49-3

604-167-6

LLE - LC-MS-MS of SPE – LC-MS-MS

65

Amoxicilline

26787-78-0

248-003-8

SPE - LC-MS-MS

78

Ciprofloxacine

85721-33-1

617-751-0

SPE - LC-MS-MS

89


(1)  Chemical Abstracts Service.

(2)  Europese Unienummer — niet beschikbaar voor alle stoffen.

(3)  Om de vergelijkbaarheid van de resultaten van verschillende lidstaten te garanderen moeten alle stoffen in volledige watermonsters worden gemonitord.

(4)  Extractiemethoden:

LLE— liquid liquid extraction (vloeistof-vloeistofextractie)

SPE— solid-phase extraction (vastefase-extractie)

Analysemethoden:

GC-MS— Gas chromatography-mass spectrometry (gaschromatografie gekoppeld aan massaspectrometrie)

LC-MS-MS— Liquid chromatography (tandem) triple quadrupole mass spectrometry (vloeistofchromatografie gekoppeld aan triple quadrupool (tandem-)massaspectrometrie)

(5)  Erytromycine (CAS-nummer 114-07-8, EU-nummer 204-040-1), claritromycine (CAS-nummer 81103-11-9), azitromycine (CAS-nummer 83905-01-5, EU-nummer 617-500-5).

(6)  Imidacloprid (CAS-nummer 105827-78-9/138261-41-3, EU-nummer 428-040-8), thiacloprid (CAS-nummer 111988-49-9), thiamethoxam (CAS-nummer 153719-23-4, EU-nummer 428-650-4), clothianidine (CAS-nummer 210880-92-5, EU-nummer 433-460-1), acetamiprid (CAS-nummer 135410-20-7/160430-64-8).