ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 182

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

60e jaargang
13 juli 2017


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/1259 van de Commissie van 19 juni 2017 tot vervanging van de bijlagen I, II, III en IV bij Verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen

1

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/1260 van de Commissie van 19 juni 2017 tot vervanging van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1896/2006 van het Europees Parlement en de Raad tot invoering van een Europese betalingsbevelprocedure

20

 

*

Verordening (EU) 2017/1261 van de Commissie van 12 juli 2017 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 142/2011 wat betreft alternatieve methoden voor de verwerking van bepaalde uitgesmolten vetten ( 1 )

31

 

*

Verordening (EU) 2017/1262 van de Commissie van 12 juli 2017 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 142/2011 wat het gebruik van mest van landbouwhuisdieren als brandstof in stookinstallaties betreft ( 1 )

34

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1263 van de Commissie van 12 juli 2017 tot actualisering van de bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1141 krachtens Verordening (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad vastgestelde lijst van voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten

37

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1264 van de Commissie van 12 juli 2017 tot vaststelling van de toewijzingscoëfficiënt die moet worden toegepast op de hoeveelheden waarop de invoercertificaataanvragen betrekking hebben die van 30 juni tot en met 7 juli 2017 zijn ingediend in het kader van het bij Verordening (EG) nr. 969/2006 geopende tariefcontingent voor maïs

40

 

 

BESLUITEN

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1265 van de Commissie van 11 juli 2017 tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU betreffende maatregelen op het gebied van de diergezondheid in verband met Afrikaanse varkenspest in sommige lidstaten (Kennisgeving geschied onder nummer C(2017) 4686)  ( 1 )

42

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst.

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

13.7.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 182/1


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2017/1259 VAN DE COMMISSIE

van 19 juni 2017

tot vervanging van de bijlagen I, II, III en IV bij Verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 tot invoering van een Europese procedure voor geringe vorderingen (1), en met name artikel 26,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In de bijlagen bij Verordening (EG) nr. 861/2007 zijn de formulieren vastgesteld die moeten worden gebruikt om de uitvoering ervan te vergemakkelijken.

(2)

Verordening (EG) nr. 861/2007 is gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/2421 van het Europees Parlement en de Raad (2). De formulieren in de bijlagen moeten worden aangepast aan de in de Europese procedure voor geringe vorderingen aangebrachte wijzigingen. Omwille van de duidelijkheid is het wenselijk de bijlagen volledig te vervangen.

(3)

Aangezien de wijzigingen in Verordening (EG) nr. 861/2007 met ingang van 14 juli 2017 van toepassing zullen zijn, moet deze verordening op 14 juli 2017 in werking treden.

(4)

Overeenkomstig artikel 3 en artikel 4 bis, lid 1, van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hebben het Verenigd Koninkrijk en Ierland te kennen gegeven dat zij aan de vaststelling en toepassing van Verordening (EG) nr. 861/2007 en Verordening (EU) 2015/2421 wensen deel te nemen; deze verordening is bijgevolg bindend voor deze lidstaten.

(5)

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van deze verordening, die bijgevolg niet bindend is voor, noch van toepassing is op deze lidstaat.

(6)

Derhalve is het noodzakelijk de bijlagen I tot en met IV bij Verordening (EG) nr. 861/2007 te vervangen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlagen I, II, III en IV bij Verordening (EG) nr. 861/2007 worden vervangen door de tekst in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 14 juli 2017.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te Brussel, 19 juni 2017.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 199 van 31.7.2007, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) 2015/2421 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2015 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen en Verordening (EG) nr. 1896/2006 tot invoering van een Europese betalingsbevelprocedure (PB L 341 van 24.12.2015, blz. 1)


BIJLAGE

BIJLAGE I

Image Tekst van het beeld Image Tekst van het beeld Image Tekst van het beeld Image Tekst van het beeld Image Tekst van het beeld Image Tekst van het beeld Image Tekst van het beeld Image Tekst van het beeld Image Tekst van het beeld Image Tekst van het beeld

BIJLAGE II

Image Tekst van het beeld Image Tekst van het beeld

BIJLAGE III

Image Tekst van het beeld Image Tekst van het beeld Image Tekst van het beeld

BIJLAGE IV

Image Tekst van het beeld Image Tekst van het beeld

13.7.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 182/20


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2017/1260 VAN DE COMMISSIE

van 19 juni 2017

tot vervanging van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1896/2006 van het Europees Parlement en de Raad tot invoering van een Europese betalingsbevelprocedure

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1896/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 tot invoering van een Europese betalingsbevelprocedure (1), en met name artikel 30,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In de bijlagen bij Verordening (EG) nr. 1896/2006 zijn de formulieren vastgesteld die moeten worden gebruikt om de uitvoering van de verordening te vergemakkelijken.

(2)

Verordening (EG) nr. 1896/2006 is gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/2421 van het Europees Parlement en de Raad (2) met ingang van 14 juli 2017. Vanaf die datum zal de eiser in het geval van een verweer tegen een Europees betalingsbevel kunnen verzoeken dat de procedure wordt voortgezet volgens de regels van de Europese procedure voor geringe vorderingen die in Verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad (3) zijn vastgesteld. Aanhangsel 2 en de desbetreffende richtsnoeren in bijlage I moeten rekening houden met deze mogelijkheid. Omwille van de duidelijkheid is het wenselijk de volledige bijlage I te wijzigen.

(3)

Aangezien de wijzigingen in Verordening (EG) nr. 1896/2006 vanaf 14 juli 2017 van toepassing zullen zijn, moet deze verordening op 14 juli 2017 in werking treden.

(4)

Overeenkomstig artikel 3 en artikel 4 bis, lid 1, van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hebben het Verenigd Koninkrijk en Ierland kennisgeving gedaan van hun wens deel te nemen aan de vaststelling en toepassing van Verordening (EG) nr. 1896/2006 en Verordening (EU) 2015/2421; deze verordening is bijgevolg bindend voor het Verenigd Koninkrijk en Ierland.

(5)

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van deze verordening, die bijgevolg niet bindend is voor, noch van toepassing is op deze lidstaat.

(6)

Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1896/2006 moet bijgevolg worden vervangen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1896/2006 wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 14 juli 2017.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te Brussel, 19 juni 2017.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 399 van 30.12.2006, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) 2015/2421 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2015 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen en Verordening (EG) nr. 1896/2006 tot invoering van een Europese betalingsbevelprocedure (PB L 341 van 24.12.2015, blz. 1).

(3)  Verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen (PB L 199 van 31.7.2007, blz. 1).


BIJLAGE

BIJLAGE I

Image Tekst van het beeld Image Tekst van het beeld Image Tekst van het beeld Image Tekst van het beeld Image Tekst van het beeld Image Tekst van het beeld Image Tekst van het beeld Image Tekst van het beeld Image Tekst van het beeld

13.7.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 182/31


VERORDENING (EU) 2017/1261 VAN DE COMMISSIE

van 12 juli 2017

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 142/2011 wat betreft alternatieve methoden voor de verwerking van bepaalde uitgesmolten vetten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (1), en met name artikel 20, lid 11, onder a),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie (2) zijn uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 1069/2009 vastgesteld, met inbegrip van de procedures voor vaststelling van alternatieve verwerkingsmethoden.

(2)

Naar aanleiding van een aanvraag van de bevoegde autoriteit van Finland voor toelating van een alternatieve methode voor het gebruik of de verwijdering van dierlijke bijproducten of afgeleide producten, zoals bedoeld in artikel 20 van Verordening (EG) nr. 1069/2009, heeft de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) een wetenschappelijk advies uitgebracht over het gebruik van een continue meerfasige katalytische hydrobehandeling voor de verwerking van gesmolten dierlijke vetten (categorie 1) (3). Deze methode kan worden gebruikt voor de productie van hernieuwbare diesel, hernieuwbare reactiemotorbrandstoffen, hernieuwbare propaan en hernieuwbare benzine. Deze methode is volgens de EFSA een veilige alternatieve methode voor de verwerking van gesmolten vet van categorie 1 en van de producten kan worden bepaald dat zij het eindpunt in de productieketen hebben bereikt.

(3)

Bijlage IV bij Verordening (EU) nr. 142/2011 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(4)

Afgeleide producten die afkomstig zijn van de verwerking van categorie 1- en categorie 2-materiaal moeten permanent worden gemerkt, zodat ze traceerbaar zijn en zodat wordt voorkomen dat ze in de voedsel- en de voederketen terechtkomen. In bijlage VIII bij Verordening (EU) nr. 142/2011 zijn eisen voor het merken van die afgeleide producten vastgesteld. Overeenkomstig bijlage VIII, hoofdstuk V, punt 3, onder e), bij die verordening, is merken evenwel niet vereist voor hernieuwbare brandstoffen zoals bedoeld in bijlage IV, hoofdstuk IV, afdeling 2, punt J, bij die verordening.

(5)

Aangezien de meerfasige katalytische hydrobehandeling voor de verwerking van gesmolten dierlijke vetten (van categorie 1) de risico's voor de diergezondheid en volksgezondheid even efficiënt vermindert als de in bijlage IV, hoofdstuk IV, afdeling 2, punt J, bij Verordening (EU) nr. 142/2011 beschreven methode, moet die behandeling tevens worden uitgesloten van de merkplicht door toevoeging van een verwijzing naar deze methode in bijlage VIII, hoofdstuk V, punt 3, onder e), bij deze verordening.

(6)

Bijlage VIII bij Verordening (EU) nr. 142/2011 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Aan artikel 3 van Verordening (EU) nr. 142/2011 wordt het volgende punt k) toegevoegd:

„k)

hernieuwbare diesel, hernieuwbare reactiemotorbrandstoffen, hernieuwbaar propaan en hernieuwbare benzine die aan de specifieke eisen voor de productie met behulp van de meerfasige katalytische hydrobehandeling van hernieuwbare brandstoffen in bijlage IV, hoofdstuk IV, afdeling 3, punt 2, onder f), voldoen.”.

Artikel 2

De bijlagen IV en VIII bij Verordening (EU) nr. 142/2011 worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 12 juli 2017.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 300 van 14.11.2009, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn (PB L 54 van 26.2.2011, blz. 1).

(3)  EFSA Journal (2015); 13(11):4307.


BIJLAGE

De bijlagen IV en VIII bij Verordening (EU) nr. 142/2011 worden als volgt gewijzigd:

1)

Bijlage IV, hoofdstuk IV, wordt als volgt gewijzigd:

a)

afdeling 1, punt 1, onder d), wordt vervangen door:

„d)

hernieuwbare brandstoffen die zijn geproduceerd uit gesmolten vet, afkomstig uit categorie 1- en categorie 2-materiaal, zoals bepaald onder J en L.”;

b)

in afdeling 2 wordt het volgende punt L toegevoegd:

„L.   Meerfasige katalytische hydrobehandeling voor de productie van hernieuwbare brandstoffen

1.   Grondstoffen

Voor dit proces mag het volgende materiaal worden gebruikt:

a)

gesmolten vet afkomstig van categorie 1-materiaal, dat is verwerkt volgens verwerkingsmethode 1 (sterilisatie onder druk);

b)

gesmolten vet en visolie zoals bedoeld in deze afdeling, onder J, punt 1, onder a).

2.   Verwerkingsmethode

a)

Het gesmolten vet moet worden voorbehandeld door middel van ontkleuring van de grondstoffen, met inbegrip van gesmolten vetten, met zuur in de aanwezigheid van bleekaarde en de daaropvolgende verwijdering van de gebruikte bleekaarde en onoplosbare verontreinigingen door middel van filtratie;

voorafgaand aan deze behandeling kan het gesmolten vet worden ontgomd met zuur en/of een loogoplossing om verontreinigingen uit het gesmolten vet te verwijderen door gom te vormen en die gom vervolgens door centrifugering te scheiden.

b)

Het voorbehandelde materiaal moet een hydrobehandelingsproces bestaande uit een katalytische hydrobehandeling gevolgd door stripping en isomerisatie ondergaan.

Het materiaal moet gedurende ten minste 20 minuten aan een druk van ten minste 30 bar en een temperatuur van ten minste 265 °C worden blootgesteld.”;

c)

in afdeling 3, punt 2, wordt het volgende punt f) toegevoegd:

„f)

De meerfasige katalytische hydrobehandeling voor de productie van hernieuwbare brandstoffen mag:

i)

in het geval van met dit proces geproduceerd(e) hernieuwbare diesel, hernieuwbare reactiebrandstof, hernieuwbaar propaan en hernieuwbare benzine, zonder enige beperking op grond van deze verordening, gebruikt worden als brandstof (eindpunt);

ii)

in het geval van gom, slib of gebruikte bleekaarde uit het voorbehandelingsproces zoals bedoeld in afdeling 2, onder L, punt 2, onder a):

worden verwijderd overeenkomstig artikel 12, onder a) of b), van Verordening (EG) nr. 1069/2009;

worden verwijderd door begraving op een toegelaten stortplaats;

worden omgezet in biogas, op voorwaarde dat gistingsresiduen van de biogasomzetting worden verwijderd door verbranding, meeverbranding of begraving op een toegelaten stortplaats;

worden gebruikt voor technische doeleinden zoals bedoeld in artikel 36, onder a), i), van Verordening (EG) nr. 1069/2009.”.

2)

Bijlage VIII, hoofdstuk V, punt 3, onder e), wordt vervangen door:

„e)

hernieuwbare brandstoffen die zijn geproduceerd uit gesmolten vet, afkomstig van categorie 1- en categorie 2-materiaal, zoals bepaald in bijlage IV, hoofdstuk IV, afdeling 2, onder J en L.”.


13.7.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 182/34


VERORDENING (EU) 2017/1262 VAN DE COMMISSIE

van 12 juli 2017

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 142/2011 wat het gebruik van mest van landbouwhuisdieren als brandstof in stookinstallaties betreft

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (verordening dierlijke bijproducten) (1), en met name artikel 15, lid 1, onder e), en artikel 27, onder i),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie (2) voorziet in voorschriften voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009, met inbegrip van parameters voor de verwijdering van dierlijke bijproducten en voor de veilige behandeling, omzetting of verwerking van dierlijke bijproducten tot afgeleide producten.

(2)

Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1069/2009 is verstoking, zoals gedefinieerd in punt 41 van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 142/2011, een van de procedés om dierlijke bijproducten, waaronder mest, te verwijderen.

(3)

Artikel 6 van Verordening (EU) nr. 142/2011 voorziet in de voorschriften voor de erkenning van stookinstallaties waarin dierlijke bijproducten als brandstof worden gebruikt. Lid 8 van dat artikel moet dienovereenkomstig worden gewijzigd om het gebruik van mest van alle landbouwhuisdieren als brandstof te regelen.

(4)

Mest van landbouwhuisdieren kan een duurzame bron van brandstof zijn, op voorwaarde dat het verstokingsprocedé voldoet aan specifieke eisen om de schadelijke gevolgen voor de gezondheid van mens en dier en het milieu van het gebruik ervan als brandstof doeltreffend te beperken. Bij Verordening (EU) nr. 592/2014 van de Commissie (3) zijn eisen vastgesteld voor het gebruik van pluimveemest als brandstof in stookinstallaties. Die verordening bevat algemene eisen voor installaties waarin dierlijke bijproducten of afgeleide producten als brandstof worden gebruikt en specifieke eisen inzake soorten brandstof en installaties. Mest van andere landbouwhuisdieren dan pluimvee mag nu, onder dezelfde voorwaarden als voor de verstoking van pluimveemest, met inbegrip van de emissiegrenswaarden en monitoringeisen, ook als brandstof worden gebruikt in stookinstallaties met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van maximaal 50 MW.

(5)

Exploitanten van stookinstallaties waarin mest van landbouwhuisdieren als brandstof wordt gebruikt, moeten de nodige hygiënische maatregelen treffen om de verspreiding van mogelijke ziekteverwekkers te voorkomen. In dit verband moeten die installaties voldoen aan de in hoofdstuk IV van bijlage III bij Verordening (EU) nr. 142/2011 vastgestelde algemene eisen voor het gebruik van dierlijke bijproducten en afgeleide producten als brandstof en aan bij deze verordening vast te stellen specifieke eisen voor bepaalde soorten installaties en brandstoffen die voor verstoking mogen worden gebruikt.

(6)

Wegens de samenstelling van mest van herbivoren worden bij de verstoking ervan meer stofdeeltjes uitgestoten dan bij de verstoking van pluimveemest. Om dit probleem aan te pakken moet deze verordening voorzien in flexibelere emissiegrenswaarden voor stofdeeltjes voor zeer kleine stookinstallaties, zodat mest die anders niet kan worden verwijderd, als brandstof kan worden verwijderd.

(7)

Deze verordening moet de bevoegde autoriteiten ook de mogelijkheid bieden een overgangsperiode voor bestaande stookinstallaties toe te staan, zodat die in overeenstemming kunnen worden gebracht met de eisen inzake de beheerste verhitting van het gas, op voorwaarde dat die emissies geen risico voor de gezondheid van mens en dier of het milieu inhouden. De wetgeving inzake dierlijke bijproducten belet de lidstaten niet de desbetreffende in de milieuwetgeving vastgestelde rekenregels voor emissiegrenswaarden toe te passen wanneer mest van landbouwhuisdieren samen met andere brand- of afvalstoffen wordt verstookt.

(8)

Bijlage XVI bij Verordening (EU) nr. 142/2011 voorziet in specifieke eisen voor officiële controles. Die specifieke eisen moeten na de invoering bij deze verordening van eisen voor de verstoking van mest van landbouwhuisdieren als brandstof ook op dat procedé van toepassing zijn.

(9)

De bijlagen III en XVI bij Verordening (EU) nr. 142/2011 moeten dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(10)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In Verordening (EU) nr. 142/2011 wordt artikel 6, lid 8, vervangen door:

„8.   Voor het gebruik van mest van landbouwhuisdieren als brandstof zoals vastgesteld in hoofdstuk V van bijlage III zijn, naast de in lid 7 van dit artikel genoemde voorschriften, de volgende voorschriften van toepassing:

a)

de aanvraag voor erkenning die door de exploitant overeenkomstig artikel 24, lid 1, onder d), van Verordening (EG) nr. 1069/2009 bij de bevoegde autoriteit wordt ingediend, moet door de bevoegde autoriteit of door een door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten gemachtigde beroepsorganisatie gecertificeerd bewijs bevatten waaruit blijkt dat de stookinstallatie waarin de mest van landbouwhuisdieren als brandstof wordt gebruikt, volledig voldoet aan de eisen van hoofdstuk V, afdeling B, punten 3, 4 en 5, van bijlage III bij deze verordening, onverminderd de mogelijkheid voor de bevoegde autoriteiten van de lidstaten om overeenkomstig hoofdstuk V, afdeling C, punt 4, van bijlage III een afwijking toe te staan op de verplichting dat aan bepaalde bepalingen moet worden voldaan;

b)

de goedkeuringsprocedure die in artikel 44 van Verordening (EG) nr. 1069/2009 is opgenomen, mag niet worden beëindigd voordat ten minste twee opeenvolgende inspecties, waarvan één onaangekondigd, door de bevoegde autoriteit of een door die autoriteit gemachtigde beroepsorganisatie zijn uitgevoerd tijdens de eerste zes maanden van de werking van de stookinstallatie, met inbegrip van de vereiste temperatuur- en emissiemetingen. Nadat de resultaten van die inspecties aantonen dat aan de eisen van hoofdstuk V, afdeling B, punten 3, 4 en 5, en, in voorkomend geval, hoofdstuk V, afdeling C, punt 4, van bijlage III bij deze verordening is voldaan, kan volledige erkenning worden toegekend.”.

Artikel 2

De bijlagen III en XVI bij Verordening (EU) nr. 142/2011 worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 12 juli 2017.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 300 van 14.11.2009, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn (PB L 54 van 26.2.2011, blz. 1).

(3)  Verordening (EU) nr. 592/2014 van de Commissie van 3 juni 2014 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 142/2011 voor wat betreft het gebruik van dierlijke bijproducten en afgeleide producten als brandstof in stookinstallaties (PB L 165 van 4.6.2014, blz. 33).


BIJLAGE

De bijlagen III en XVI bij Verordening (EU) nr. 142/2011 worden als volgt gewijzigd:

1)

Aan bijlage III, hoofdstuk V, wordt de volgende afdeling C toegevoegd:

„C.   Stookinstallaties waarin andere mest van landbouwdieren dan pluimveemest zoals bepaald in afdeling B als brandstof wordt gebruikt

1.   Type installatie:

Stookinstallaties met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van niet meer dan 50 MW.

2.   Grondstoffen:

Uitsluitend andere mest van landbouwdieren dan pluimveemest zoals bepaald in afdeling B voor gebruik als brandstof overeenkomstig de eisen van punt 3.

In stookinstallaties zoals bedoeld in punt 1 mogen geen andere dierlijke bijproducten of afgeleide producten als brandstof worden gebruikt. Andere mest van landbouwdieren dan pluimveemest zoals bepaald in afdeling B die buiten het bedrijf is geproduceerd, mag niet met landbouwhuisdieren in contact komen.

3.   Methode:

Stookinstallaties waarin andere mest van landbouwdieren dan pluimveemest zoals bepaald in afdeling B als brandstof wordt gebruikt, moeten aan de eisen van afdeling B, punten 3, 4 en 5, voldoen.

4.   Afwijking en overgangsperiode:

De voor milieuzaken verantwoordelijke bevoegde autoriteit van de lidstaat mag:

a)

in afwijking van afdeling B, punt 3, onder b), punt ii), stookinstallaties die op 2 augustus 2017 in bedrijf zijn een bijkomende periode van maximaal zes jaar toekennen om aan hoofdstuk IV, afdeling 2, punt 2, eerste alinea, van bijlage III bij deze verordening te voldoen;

b)

in afwijking van afdeling B, punt 4, emissies van stofdeeltjes van maximaal 50 mg/m3 toestaan, op voorwaarde dat het totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van de stookinstallatie maximaal 5 MW bedraagt;

c)

in afwijking van afdeling B, punt 3, onder b), punt i), de manuele invoering van paardenmest als brandstof in de verbrandingskamer toestaan, op voorwaarde dat het totaal nominaal thermisch ingangsvermogen maximaal 0,5 MW bedraagt.”.

2)

In bijlage XVI wordt afdeling 12 van hoofdstuk III vervangen door:

„Afdeling 12

Officiële inspecties van installaties die voor de verstoking van dierlijke bijproducten erkend zijn

De bevoegde autoriteit voert overeenkomstig de in artikel 6, leden 7 en 8, bedoelde procedures documentencontroles uit in de in hoofdstuk V van bijlage III bedoelde erkende installaties.”.


13.7.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 182/37


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/1263 VAN DE COMMISSIE

van 12 juli 2017

tot actualisering van de bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1141 krachtens Verordening (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad vastgestelde lijst van voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten (1), en met name artikel 4, leden 1 en 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1141 van de Commissie (2) is een lijst vastgesteld van voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten („de Unielijst”), die, in voorkomend geval, moet worden geactualiseerd in overeenstemming met artikel 4, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1143/2014.

(2)

Op basis van het beschikbare bewijsmateriaal en de krachtens artikel 5, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1143/2014 uitgevoerde risicobeoordelingen, heeft de Commissie geconcludeerd dat voor de volgende invasieve uitheemse soorten aan alle in artikel 4, lid 3, van die verordening vastgestelde criteria is voldaan: Alopochen aegyptiacus Linnaeus, 1766; Alternanthera philoxeroides (Mart.) Griseb.; Asclepias syriaca L.; Elodea nuttallii (Planch.) St. John; Gunnera tinctoria (Molina) Mirbel; Heracleum mantegazzianum Sommier & Levier; Impatiens glandulifera Royle; Microstegium vimineum (Trin.) A. Camus; Myriophyllum heterophyllum Michaux; Nyctereutes procyonoides Gray, 1834; Ondatra zibethicus Linnaeus, 1766; Pennisetum setaceum (Forssk.) Chiov.

(3)

De Commissie heeft geconcludeerd dat voor al deze invasieve uitheemse soorten zorgvuldig rekening is gehouden met alle in artikel 4, lid 6, van Verordening (EU) nr. 1143/2014 vermelde elementen.

(4)

Bepaalde lidstaten overwegen de Commissie uit hoofde van artikel 9 van Verordening (EU) nr. 1143/2014 te verzoeken om een toelating voor de voortzetting van de fokkerij van Nyctereutes procyonoides Gray, 1834, op grond van vermeend dwingend algemeen belang van sociale of economische aard. Tegen deze achtergrond moet voor de opname van deze soort in de Unielijst een overgangsperiode gelden om het afronden van de procedure van artikel 9 van die verordening mogelijk te maken voordat de opname van deze soort van kracht wordt.

(5)

Sinds de datum waarop Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1141 is vastgesteld, zijn de bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad (3) vastgestelde GN-codes geactualiseerd, waarbij de meest recente wijzigingen zijn vastgesteld in Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1821 van de Commissie (4). Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1141 moet bijgevolg dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité inzake invasieve uitheemse soorten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1141 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 12 juli 2017.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 317 van 4.11.2014, blz. 35.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1141 van de Commissie van 13 juli 2016 tot vaststelling van een lijst van voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten krachtens Verordening (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 189 van 14.7.2016, blz. 4).

(3)  Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1821 van de Commissie van 6 oktober 2016 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 294 van 28.10.2016, blz. 1).


BIJLAGE

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1141 van de Commissie wordt als volgt gewijzigd:

1)

In de tabel van de lijst van voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten worden de volgende soorten in alfabetische volgorde ingevoegd:

Soort

GN-codes voor levende exemplaren

GN-codes voor onderdelen die zich kunnen voortplanten

Categorieën van geassocieerde goederen

(i)

(ii)

(iii)

(iv)

Alopochen aegyptiacus Linnaeus, 1766

ex ex 0106 39 80

ex 0407 19 90 (broedeieren)

 

Alternanthera philoxeroides (Mart.) Griseb.

ex ex 0602 90 50

ex 1209 99 99 (zaden)

(12)

Asclepias syriaca L.

ex ex 0602 90 50

ex 1209 99 99 (zaden)

(7)

Elodea nuttallii (Planch.) St. John

ex ex 0602 90 50

ex 1209 99 99 (zaden)

 

Gunnera tinctoria (Molina) Mirbel

ex ex 0602 90 50

ex 1209 99 99 (zaden)

 

Heracleum mantegazzianum Sommier & Levier

ex ex 0602 90 50

ex 1209 99 99 (zaden)

 

Impatiens glandulifera Royle

ex ex 0602 90 50

ex 1209 99 99 (zaden)

 

Microstegium vimineum (Trin.) A. Camus

ex ex 0602 90 50

ex 1209 99 99 (zaden)

(7), (12)

Myriophyllum heterophyllum Michaux

ex ex 0602 90 50

ex 1209 99 99 (zaden)

 

Nyctereutes procyonoides Gray, 1834 (*1)

ex ex 0106 19 00

 

Ondatra zibethicus Linnaeus, 1766

ex ex 0106 19 00

 

Pennisetum setaceum (Forssk.) Chiov.

ex ex 0602 90 50

ex 1209 99 99 (zaden)

 

2)

In de aantekeningen bij de tabel voor kolom (iv) wordt het volgende punt toegevoegd:

„(12)

ex 2309 90: voederbereidingen voor vogels”.

3)

In de bijlage worden alle verwijzingen naar GN-code „0301 99 18” vervangen door „0301 99 17”.

4)

In de bijlage worden alle verwijzingen naar GN-code „0306 24 80” vervangen door „0306 33 90”.

5)

In de bijlage worden alle verwijzingen naar GN-code „0306 29 10” vervangen door „0306 39 10”.

6)

In de bijlage worden alle verwijzingen naar GN-code „0602 90 49” vervangen door „0602 90 46 of 0602 90 48”.


(*1)  De opname van Nyctereutes procyonoides Gray, 1834 is van toepassing met ingang van 2 februari 2019.”


13.7.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 182/40


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/1264 VAN DE COMMISSIE

van 12 juli 2017

tot vaststelling van de toewijzingscoëfficiënt die moet worden toegepast op de hoeveelheden waarop de invoercertificaataanvragen betrekking hebben die van 30 juni tot en met 7 juli 2017 zijn ingediend in het kader van het bij Verordening (EG) nr. 969/2006 geopende tariefcontingent voor maïs

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 188, leden 1 en 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 969/2006 van de Commissie (2) is een jaarlijks tariefcontingent geopend voor de invoer van 277 988 ton maïs (volgnummer 09.4131).

(2)

Bij artikel 2, lid 1, van Verordening (EG) nr. 969/2006 is de hoeveelheid voor tranche 2 vastgesteld op 138 994 ton voor de periode van 1 juli tot en met 31 december 2017.

(3)

De hoeveelheden waarop de invoercertificaataanvragen betrekking hebben die zijn ingediend van 30 juni 2017 vanaf 13.00 uur tot en met 7 juli 2017 om 13.00 uur (plaatselijke tijd Brussel), overschrijden de beschikbare hoeveelheden. Bijgevolg dient te worden bepaald in hoeverre invoercertificaten kunnen worden afgegeven door de overeenkomstig artikel 7, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1301/2006 van de Commissie (3) berekende toewijzingscoëfficiënt vast te stellen die moet worden toegepast op de gevraagde hoeveelheden.

(4)

Ook moet worden bepaald dat in het kader van Verordening (EG) nr. 969/2006 geen invoercertificaten meer mogen worden afgegeven voor de lopende tranche.

(5)

Met het oog op de efficiëntie van de maatregel dient deze verordening in werking te treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Er wordt een toewijzingscoëfficiënt van 2,556976 % toegepast op de hoeveelheden waarop de invoercertificaataanvragen betrekking hebben die voor het in artikel 2, lid 1, van Verordening (EG) nr. 969/2006 vastgestelde contingent voor het volgnummer 09.4131 zijn ingediend van 30 juni 2017 vanaf 13.00 uur tot en met 7 juli 2017 om 13.00 uur (plaatselijke tijd Brussel).

2.   De indiening van nieuwe certificaataanvragen voor het in artikel 2, lid 1, van Verordening (EG) nr. 969/2006 vastgestelde contingent voor het volgnummer 09.4131 wordt voor de lopende tranche geschorst met ingang van 7 juli 2017 om 13.00 uur (plaatselijke tijd Brussel).

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 12 juli 2017.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Jerzy PLEWA

Directeur-generaal

Directoraat-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)  Verordening (EG) nr. 969/2006 van de Commissie van 29 juni 2006 betreffende de opening en de wijze van beheer van een tariefcontingent voor de invoer van maïs uit derde landen (PB L 176 van 30.6.2006, blz. 44).

(3)  Verordening (EG) nr. 1301/2006 van de Commissie van 31 augustus 2006 houdende gemeenschappelijke voorschriften voor het beheer van door middel van een stelsel van invoercertificaten beheerde invoertariefcontingenten voor landbouwproducten (PB L 238 van 1.9.2006, blz. 13).


BESLUITEN

13.7.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 182/42


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2017/1265 VAN DE COMMISSIE

van 11 juli 2017

tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU betreffende maatregelen op het gebied van de diergezondheid in verband met Afrikaanse varkenspest in sommige lidstaten

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2017) 4686)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 89/662/EEG van de Raad van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (1), en met name artikel 9, lid 4,

Gezien Richtlijn 90/425/EEG van de Raad van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en producten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (2), en met name artikel 10, lid 4,

Gezien Richtlijn 2002/99/EG van de Raad van 16 december 2002 houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (3), en met name artikel 4, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU van de Commissie (4) zijn maatregelen op het gebied van de diergezondheid vastgesteld in verband met Afrikaanse varkenspest in sommige lidstaten. In de bijlage bij dat uitvoeringsbesluit zijn bepaalde gebieden in die lidstaten afgebakend, die in lijsten in de delen I tot en met IV van die bijlage zijn opgenomen, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende risiconiveaus op basis van de epidemiologische situatie. Op die lijsten staan bepaalde gebieden in Estland, Litouwen en Polen.

(2)

In juni 2017 hebben zich twee uitbraken van Afrikaanse varkenspest voorgedaan bij als huisdier gehouden varkens in de maakond Pärnu in Estland en in de gemeente Varena in Litouwen, in gebieden die momenteel zijn opgenomen in de lijst in deel II van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU. Door deze uitbraken moet met een hoger risiconiveau rekening worden gehouden.

(3)

In juni 2017 heeft zich een geval van Afrikaanse varkenspest voorgedaan bij wilde varkens in de gmina Sokółka in Polen in een gebied dat momenteel is opgenomen in de lijst in deel I van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU. Door dit geval moet met een hoger risiconiveau rekening worden gehouden.

(4)

Bij de beoordeling van de risico's voor de diergezondheid die de nieuwe ziektesituatie in Estland, Litouwen en Polen wat betreft Afrikaanse varkenspest meebrengt, moet rekening worden gehouden met de ontwikkeling van de huidige epidemiologische situatie van die ziekte bij de getroffen als huisdier gehouden varkens en wilde varkens in de Unie. Om de in Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU vastgestelde maatregelen op het gebied van de diergezondheid doelgericht te kunnen nemen en de verdere verspreiding van Afrikaanse varkenspest te voorkomen en daarbij te vermijden dat de handel in de Unie onnodig wordt verstoord en dat derde landen ongerechtvaardigde handelsbelemmeringen opwerpen, moet de in de bijlage bij dat uitvoeringsbesluit opgenomen EU-lijst van gebieden waarvoor maatregelen op het gebied van de diergezondheid gelden, worden gewijzigd om rekening te houden met de wijzigingen van de epidemiologische situatie in Estland, Litouwen en Polen wat betreft die ziekte. Bijgevolg moeten de gebieden in Estland en Litouwen die getroffen zijn door de nieuwe uitbraken nu worden opgenomen in de lijst in deel III in plaats van in deel II van die bijlage en het desbetreffende gebied van Polen moet nu worden opgenomen in de lijst in deel II in plaats van in deel I van die bijlage.

(5)

De bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(6)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 11 juli 2017.

Voor de Commissie

Vytenis ANDRIUKAITIS

Lid van de Commissie


(1)  PB L 395 van 30.12.1989, blz. 13.

(2)  PB L 224 van 18.8.1990, blz. 29.

(3)  PB L 18 van 23.1.2003, blz. 11.

(4)  Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU van de Commissie van 9 oktober 2014 betreffende maatregelen op het gebied van de diergezondheid in verband met Afrikaanse varkenspest in sommige lidstaten en tot intrekking van Uitvoeringsbesluit 2014/178/EU (PB L 295 van 11.10.2014, blz. 63).


BIJLAGE

De bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU wordt vervangen door:

BIJLAGE

DEEL I

1.   Estland

De volgende gebieden in Estland:

Hiiu maakond.

2.   Letland

De volgende gebieden in Letland:

Aizputes novads,

Alsungas novads,

Auces novads,

Bauskas novada Īslīces, Gailīšu, Brunavas un Ceraukstes pagasts,

Bauskas pilsēta,

Brocēnu novads,

Dobeles novada Zebrenes, Naudītes, Penkules, Auru, Krimūnu un Bērzes pagasti, Jaunbērzes pagasta daļa, kas atrodas uz rietumiem no autoceļa P98, un Dobeles pilsēta,

Jelgavas novada Glūdas, Svētes, Platones, Vircavas, Jaunsvirlaukas, Zaļenieku, Vilces, Lielplatones, Elejas un Sesavas pagasts,

Kandavas novada Vānes un Matkules pagast,

Kuldīgas novads,

Pāvilostas novada Sakas pagasts un Pāvilostas pilsēta,

republikas pilsēta Jelgava,

Rundāles novads,

Saldus novada Ezeres, Jaunauces, Jaunlutriņu, Kursīšu, Lutriņu, Novadnieku, Pampāļu, Rubas, Saldus, Vadakstes, Zaņas, Zirņu, Zvārdes un Šķēdes pagastis, Saldus pilsēta,

Skrundas novads,

Stopiņu novada daļa, kas atrodas uz rietumiem no autoceļa V36, P4 un P5, Acones ielas, Dauguļupes ielas un Dauguļupītes,

Talsu novada Ģibuļu pagasts,

Talsu pilsēta,

Tērvetes novads,

Ventspils novada Jūrkalnes, Ziru, Ugāles, Usmas un Zlēku pagasts.

3.   Litouwen

De volgende gebieden in Litouwen:

Joniškio rajono savivaldybė,

Jurbarko rajono savivaldybė,

Kalvarijos savivaldybė,

Kazlų Rūdos savivaldybė,

Kelmės rajono savivaldybė,

Marijampolės savivaldybė,

Pakruojo rajono savivaldybė,

Panevėžio rajono savivaldybė: Krekenavos seniūnijos dalis į vakarus nuo Nevėžio upės,

Pasvalio rajono savivaldybė: Joniškelio apylinkių, Joniškelio miesto, Namišių, Pasvalio apylinkių, Pumpėnų, Pušaloto, Saločių ir Vaškų seniūnijos,

Radviliškio rajono savivaldybė,

Raseinių rajono savivaldybė,

Šakių rajono savivaldybė,

Šiaulių miesto savivaldybė,

Šiaulių rajono savivaldybė,

Vilkaviškio rajono savivaldybė.

4.   Polen

De volgende gebieden in Polen:

 

w województwie warmińsko-mazurskim:

gminy Kalinowo, Prostki, Stare Juchy i gmina wiejska Ełk w powiecie ełckim,

gminy Biała Piska, Orzysz, Pisz i Ruciane Nida w powiecie piskim,

gminy Miłki i Wydminy w powiecie giżyckim,

gminy Olecko, Świętajno i Wieliczki w powiecie oleckim,

 

w województwie podlaskim:

gmina Brańsk z miastem Brańsk, gminy Boćki, Rudka, Wyszki, część gminy Bielsk Podlaski położona na zachód od linii wyznaczonej przez drogę nr 19 (w kierunku północnym od miasta Bielsk Podlaski) i przedłużonej przez wschodnią granicę miasta Bielsk Podlaski i drogę nr 66 (w kierunku południowym od miasta Bielsk Podlaski), miasto Bielsk Podlaski, część gminy Orla położona na zachód od drogi nr 66 w powiecie bielskim,

gminy Dąbrowa Białostocka, Kuźnica, Janów, Nowy Dwór, Sidra, Suchowola i Korycin w powiecie sokólskim,

gminy Drohiczyn, Dziadkowice, Grodzisk i Perlejewo w powiecie siemiatyckim,

powiat kolneński,

gminy Juchnowiec Kościelny, Suraż, Turośń Kościelna, Łapy i Poświętne w powiecie białostockim,

powiat zambrowski,

gminy Bakałarzewo, Raczki, Rutka-Tartak, Suwałki i Szypliszki w powiecie suwalskim,

gminy Sokoły, Kulesze Kościelne, Nowe Piekuty, Szepietowo, Klukowo, Ciechanowiec, Wysokie Mazowieckie z miastem Wysokie Mazowieckie, Czyżew w powiecie wysokomazowieckim,

powiat augustowski,

powiat łomżyński,

powiat miejski Białystok,

powiat miejski Łomża,

powiat miejski Suwałki,

powiat sejneński,

 

w województwie mazowieckim:

gminy Bielany, Ceranów, Jabłonna Lacka, Sabnie, Sterdyń, Repki i gmina wiejska Sokołów Podlaski w powiecie sokołowskim,

gminy Domanice, Korczew, Kotuń, Mokobody, Przesmyki, Paprotnia, Skórzec, Suchożebry, Mordy, Siedlce, Wiśniew i Zbuczyn w powiecie siedleckim,

powiat miejski Siedlce,

gminy Rzekuń, Troszyn, Czerwin i Goworowo w powiecie ostrołęckim,

gminy Olszanka i Łosice w powiecie łosickim,

powiat ostrowski,

 

w województwie lubelskim:

gminy Hanna, Wyryki i gmina wiejska Włodawa w powiecie włodawskim,

gminy Kąkolewnica Wschodnia, Komarówka Podlaska, Radzyń Podlaski, Ulan-Majorat i Wohyń w powiecie radzyńskim,

gmina Międzyrzec Podlaski z miastem Międzyrzec Podlaski, gminy Drelów, Rossosz, Sławatycze, Wisznica, Sosnówka, Łomazy i Tuczna w powiecie bialskim,

gmina Trzebieszów i gmina wiejska Łuków w powiecie łukowskim,

gminy Dębowa Kłoda, Jabłoń, Milanów, Parczew, Podedwórze i Siemień w powiecie parczewskim.

DEEL II

1.   Estland

De volgende gebieden in Estland:

Abja vald,

Alatskivi vald,

Elva linn,

Haaslava vald,

Haljala vald,

Halliste vald,

Harju maakond (välja arvatud osa Kuusalu vallast, mis asub lõuna pool maanteest nr 1 (E20), Aegviidu vald ja Anija vald),

Ida-Viru maakond,

Kambja vald,

Karksi vald,

Kihelkonna vald,

Konguta vald,

Kõpu vald,

Kuressaare linn,

Lääne maakond,

Lääne-Saare vald,

Laekvere vald,

Leisi vald,

Luunja vald,

Mäksa vald,

Meeksi vald,

Muhu vald,

Mustjala vald,

Nõo vald,

Orissaare vald,

osa Tamsalu vallast, mis asub kirde pool Tallinna-Tartu raudteest,

Pärnu maakond (välja arvatud Audru ja Tõstamaa vald),

Peipsiääre vald,

Piirissaare vald,

Pöide vald,

Põlva maakond,

Puhja vald,

Rägavere vald,

Rakvere linn,

Rakvere vald,

Rannu vald,

Rapla maakond,

Rõngu vald,

Ruhnu vald,

Salme vald,

Sõmeru vald,

Suure-Jaani vald,

Tähtvere vald,

Tartu linn,

Tartu vald,

Tarvastu vald,

Torgu vald,

Ülenurme vald,

Valga maakond,

Vara vald,

Vihula vald,

Viljandi linn,

Viljandi vald,

Vinni vald,

Viru-Nigula vald,

Võhma linn,

Võnnu vald,

Võru maakond.

2.   Letland

De volgende gebieden in Letland:

Ādažu novads,

Aglonas novads,

Aizkraukles novads,

Aknīstes novads,

Alojas novads,

Alūksnes novads,

Amatas novads,

Apes novada Trapenes, Gaujienas un Apes pagasts, Apes pilsēta,

Babītes novads,

Baldones novads,

Baltinavas novads,

Balvu novada Vīksnas, Bērzkalnes, Vectilžas, Lazdulejas, Briežuciema, Tilžas, Bērzpils un Krišjāņu pagasts,

Bauskas novada Mežotnes, Codes, Dāviņu un Vecsaules pagasts,

Beverīnas novads,

Burtnieku novads,

Carnikavas novads,

Cēsu novads,

Cesvaines novads,

Ciblas novads,

Dagdas novads,

Daugavpils novada Vaboles, Līksnas, Sventes, Medumu, Demenas, Kalkūnes, Laucesas, Tabores, Maļinovas, Ambeļu, Biķernieku, Naujenes, Vecsalienas, Salienas un Skrudalienas pagasts,

Dobeles novada Dobeles, Annenieku, Bikstu pagasti un Jaunbērzes pagasta daļa, kas atrodas uz austrumiem no autoceļa P98,

Dundagas novads,

Engures novads,

Ērgļu novads,

Garkalnes novada daļa, kas atrodas uz ziemeļrietumiem no autoceļa A2,

Gulbenes novada Līgo pagasts,

Iecavas novads,

Ikšķiles novada Tīnūžu pagasta daļa, kas atrodas uz dienvidaustrumiem no autoceļa P10, Ikšķiles pilsēta,

Ilūkstes novads,

Jaunjelgavas novads,

Jaunpils novads,

Jēkabpils novads,

Jelgavas novada Kalnciema, Līvbērzes un Valgundes pagasts,

Kandavas novada Cēres, Kandavas, Zemītes un Zantes pagasts, Kandavas pilsēta,

Kārsavas novads,

Ķeguma novads,

Ķekavas novads,

Kocēnu novads,

Kokneses novads,

Krāslavas novads,

Krimuldas novada Krimuldas pagasta daļa, kas atrodas uz ziemeļaustrumiem no autoceļa V89 un V81, un Lēdurgas pagasta daļa, kas atrodas uz ziemeļaustrumiem no autoceļa V81 un V128,

Krustpils novads,

Lielvārdes novads,

Līgatnes novads,

Limbažu novada Skultes, Limbažu, Umurgas, Katvaru, Pāles un Viļķenes pagasts, Limbažu pilsēta,

Līvānu novads,

Lubānas novads,

Ludzas novads,

Madonas novads,

Mālpils novads,

Mārupes novads,

Mazsalacas novads,

Mērsraga novads,

Naukšēnu novads,

Neretas novads,

Ogres novads,

Olaines novads,

Ozolnieku novads,

Pārgaujas novads,

Pļaviņu novads,

Preiļu novada Saunas pagasts,

Priekuļu novads,

Raunas novada Raunas pagasts,

republikas pilsēta Daugavpils,

republikas pilsēta Jēkabpils,

republikas pilsēta Jūrmala,

republikas pilsēta Rēzekne,

republikas pilsēta Valmiera,

Rēzeknes novads,

Riebiņu novada Sīļukalna, Stabulnieku, Galēnu un Silajāņu pagasts,

Rojas novads,

Ropažu novada daļa, kas atrodas uz austrumiem no autoceļa P10,

Rugāju novada Lazdukalna pagasts,

Rūjienas novads,

Salacgrīvas novads,

Salas novads,

Saulkrastu novads,

Siguldas novada Mores pagasts un Allažu pagasta daļa, kas atrodas uz dienvidiem no autoceļa P3,

Skrīveru novads,

Smiltenes novada Brantu, Blomes, Smiltenes, Bilskas un Grundzāles pagasts un Smiltenes pilsēta,

Strenču novads,

Talsu novada Ķūļciema, Balgales, Vandzenes, Laucienes, Virbu, Strazdes, Lubes, Īves, Valdgales, Laidzes, Ārlavas, Lībagu un Abavas pagasts, Sabiles, Stendes un Valdemārpils pilsēta,

Tukuma novads,

Valkas novads,

Varakļānu novads,

Vecpiebalgas novads,

Vecumnieku novads,

Ventspils novada Ances, Tārgales, Popes, Vārves, Užavas, Piltenes un Puzes pagastis, Piltenes pilsēta,

Viesītes novads,

Viļakas novads,

Viļānu novads,

Zilupes novads.

3.   Litouwen

De volgende gebieden in Litouwen:

Alytaus miesto savivaldybė,

Alytaus rajono savivaldybė,

Anykščių rajono savivaldybė,

Birštono savivaldybė,

Biržų miesto savivaldybė,

Biržų rajono savivaldybė: Nemunėlio Radviliškio, Pabiržės, Pačeriaukštės ir Parovėjos seniūnijos,

Druskininkų savivaldybė,

Elektrėnų savivaldybė,

Ignalinos rajono savivaldybė,

Jonavos miesto savivaldybė,

Jonavos rajono savivaldybė,

Kaišiadorių miesto savivaldybė,

Kaišiadorių rajono savivaldybė,

Kauno miesto savivaldybė,

Kauno rajono savivaldybė,

Kėdainių rajono savivaldybė,

Kupiškio rajono savivaldybė: Noriūnų, Skapiškio, Subačiaus ir Šimonių seniūnijos,

Lazdijų rajono savivaldybė,

Molėtų rajono savivaldybė,

Prienų miesto savivaldybė,

Prienų rajono savivaldybė,

Rokiškio rajono savivaldybė,

Šalčininkų rajono savivaldybė,

Širvintų rajono savivaldybė,

Švenčionių rajono savivaldybė,

Trakų rajono savivaldybė,

Ukmergės rajono savivaldybė,

Utenos rajono savivaldybė,

Vilniaus miesto savivaldybė,

Vilniaus rajono savivaldybė,

Visagino savivaldybė,

Zarasų rajono savivaldybė.

4.   Polen

De volgende gebieden in Polen:

 

w województwie podlaskim:

gmina Dubicze Cerkiewne, części gmin Kleszczele i Czeremcha położone na wschód od drogi nr 66 w powiecie hajnowskim,

gmina Kobylin-Borzymy w powiecie wysokomazowieckim,

gminy Czarna Białostocka, Dobrzyniewo Duże, Gródek, Michałowo, Supraśl, Tykocin, Wasilków, Zabłudów, Zawady i Choroszcz w powiecie białostockim,

część gminy Bielsk Podlaski położona na wschód od linii wyznaczonej przez drogę nr 19 (w kierunku północnym od miasta Bielsk Podlaski) i przedłużonej przez wschodnią granicę miasta Bielsk Podlaski i drogę nr 66 (w kierunku południowym od miasta Bielsk Podlaski), część gminy Orla położona na wschód od drogi nr 66 w powiecie bielskim,

gminy Sokółka, Szudziałowo i Krynki w powiecie sokólskim,

 

w województwie mazowieckim:

gmina Platerów w powiecie łosickim,

 

w województwie lubelskim:

gminy Piszczac i Kodeń w powiecie bialskim.

DEEL III

1.   Estland

De volgende gebieden in Estland:

Aegviidu vald,

Anija vald,

Audru vald,

Järva maakond,

Jõgeva maakond,

Kadrina vald,

Kolga-Jaani vald,

Kõo vald,

Laeva vald,

Laimjala vald,

osa Kuusalu vallast, mis asub lõuna pool maanteest nr 1 (E20),

osa Tamsalu vallast, mis asub edela pool Tallinna-Tartu raudteest,

Pihtla vald,

Rakke vald,

Tapa vald,

Tõstamaa vald,

Väike-Maarja vald,

Valjala vald.

2.   Letland

De volgende gebieden in Letland:

Apes novada Virešu pagasts,

Balvu novada Kubuļu un Balvu pagasts un Balvu pilsēta,

Daugavpils novada Nīcgales, Kalupes, Dubnas un Višķu pagasts,

Garkalnes novada daļa, kas atrodas uz dienvidaustrumiem no autoceļa A2,

Gulbenes novada Beļavas, Galgauskas, Jaungulbenes, Daukstu, Stradu, Litenes, Stāmerienas, Tirzas, Druvienas, Rankas, Lizuma un Lejasciema pagasts un Gulbenes pilsēta,

Ikšķiles novada Tīnūžu pagasta daļa, kas atrodas uz ziemeļrietumiem no autoceļa P10,

Inčukalna novads,

Jaunpiebalgas novads,

Krimuldas novada Krimuldas pagasta daļa, kas atrodas uz dienvidrietumiem no autoceļa V89 un V81, un Lēdurgas pagasta daļa, kas atrodas uz dienvidrietumiem no autoceļa V81 un V128,

Limbažu novada Vidrižu pagasts,

Preiļu novada Preiļu, Aizkalnes un Pelēču pagasts un Preiļu pilsēta,

Raunas novada Drustu pagasts,

Riebiņu novada Riebiņu un Rušonas pagasts,

Ropažu novada daļa, kas atrodas uz rietumiem no autoceļa P10,

Rugāju novada Rugāju pagasts,

Salaspils novads,

Sējas novads,

Siguldas novada Siguldas pagasts un Allažu pagasta daļa, kas atrodas uz ziemeļiem no autoceļa P3, un Siguldas pilsēta,

Smiltenes novada Launkalnes, Variņu un Palsmanes pagasts,

Stopiņu novada daļa, kas atrodas uz austrumiem no autoceļa V36, P4 un P5, Acones ielas, Dauguļupes ielas un Dauguļupītes,

Vārkavas novads.

3.   Litouwen

De volgende gebieden in Litouwen:

Biržų rajono savivaldybė: Vabalninko, Papilio ir Širvenos seniūnijos,

Kupiškio rajono savivaldybė: Alizavos ir Kupiškio seniūnijos,

Panevėžio miesto savivaldybė,

Panevėžio rajono savivaldybė: Karsakiškio, Miežiškių, Naujamiesčio, Paįstrio, Raguvos, Ramygalos, Smilgių, Upytės, Vadoklių, Velžio seniūnijos ir Krekenavos seniūnijos dalis į rytus nuo Nevėžio upės,

Pasvalio rajono savivaldybė: Daujėnų ir Krinčino seniūnijos,

Varėnos rajono savivaldybė.

4.   Polen

De volgende gebieden in Polen:

 

w województwie podlaskim:

powiat grajewski,

powiat moniecki,

gminy Czyże, Białowieża, Hajnówka z miastem Hajnówka, Narew, Narewka i części gminy Czeremcha i Kleszczele położone na zachód od drogi nr 66 w powiecie hajnowskim,

gminy Mielnik, Milejczyce, Nurzec-Stacja, Siemiatycze z miastem Siemiatycze w powiecie siemiatyckim,

 

w województwie mazowieckim:

gminy Sarnaki, Stara Kornica i Huszlew w powiecie łosickim,

 

w województwie lubelskim:

gminy Konstantynów, Janów Podlaski, Leśna Podlaska, Rokitno, Biała Podlaska, Zalesie i Terespol z miastem Terespol w powiecie bialskim,

powiat miejski Biała Podlaska.

DEEL IV

Italië

De volgende gebieden in Italië:

tutto il territorio della Sardegna.

”.