ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 31

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

60e jaargang
4 februari 2017


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

 

*

Besluit (EU) 2017/192 van de Raad van 8 november 2016 betreffende de sluiting van het protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen, in verband met de deelname van de Republiek Kroatië als overeenkomstsluitende partij, ten gevolge van haar toetreding tot de Europese Unie

1

 

 

Protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen, met het oog op de deelname van de Republiek Kroatië als overeenkomstsluitende partij na de toetreding tot de Europese Unie

3

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2017/193 van de Commissie van 3 februari 2017 tot wijziging van bijlage II bij Beschikking 2007/777/EG en bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008 wat betreft de gegevens voor Oekraïne in de lijsten van derde landen waaruit bepaalde producten in de Unie mogen worden binnengebracht in verband met hoogpathogene aviaire influenza ( 1 )

13

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2017/194 van de Commissie van 3 februari 2017 tot verlening van een vergunning voor het preparaat van Lactobacillus diolivorans DSM 32074 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten ( 1 )

18

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2017/195 van de Commissie van 3 februari 2017 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de goedkeuringsperiode van verscheidene werkzame stoffen die zijn opgenomen in deel B van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 686/2012 (verlengingsprogramma AIR IV) ( 1 )

21

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) 2017/196 van de Commissie van 3 februari 2017 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

25

 

 

BESLUITEN

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/197 van de Commissie van 2 februari 2017 tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/1138 wat betreft bepaalde termijnen voor het gebruik van de UN/CEFACT-normen bij de uitwisseling van informatie over visserijen (Kennisgeving geschied onder nummer C(2017) 457)

27

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/198 van de Commissie van 2 februari 2017 betreffende maatregelen ter voorkoming van de insleep en verspreiding in de Unie van Pseudomonas syringae pv. actinidiae Takikawa, Serizawa, Ichikawa, Tsuyumu & Goto (Kennisgeving geschied onder nummer C(2017) 460)

29

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst.

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

4.2.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 31/1


BESLUIT (EU) 2017/192 VAN DE RAAD

van 8 november 2016

betreffende de sluiting van het protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen, in verband met de deelname van de Republiek Kroatië als overeenkomstsluitende partij, ten gevolge van haar toetreding tot de Europese Unie

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 217, in samenhang met artikel 218, lid 6, onder a), en artikel 218, lid 8, tweede alinea,

Gezien de Akte van toetreding van de Republiek Kroatië, en met name artikel 6, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Gezien de goedkeuring van het Europees Parlement (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In afwachting van de sluiting ervan op een later tijdstip, is het protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen, in verband met de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie, overeenkomstig Besluit 2014/122/EU van de Raad (2) op 4 maart 2016 ondertekend.

(2)

Het protocol moet daarom namens de Europese Unie en haar lidstaten worden gesloten,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen, in verband met de deelname van de Republiek Kroatië als overeenkomstsluitende partij, ten gevolge van haar toetreding tot de Europese Unie (3), wordt hierbij goedgekeurd namens de Europese Unie en haar lidstaten.

Artikel 2

De voorzitter van de Raad wijst de persoon aan die namens de Europese Unie en haar lidstaten wordt gemachtigd tot het verrichten van de in artikel 6 van het protocol bedoelde kennisgeving, waarmee de instemming van de Europese Unie en haar lidstaten om door het protocol gebonden te zijn, tot uitdrukking wordt gebracht (4).

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel, 8 november 2016.

Voor de Raad

De voorzitter

P. KAŽIMÍR


(1)  Goedkeuring gegeven op 14 september 2016 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(2)  Besluit 2014/122/EU van de Raad van 11 februari 2014 betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie en haar lidstaten, van een protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen, in verband met de deelname van de Republiek Kroatië als overeenkomstsluitende partij, ten gevolge van haar toetreding tot de Europese Unie (PB L 69 van 8.3.2014, blz. 2).

(3)  De tekst van het protocol is bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (PB L 31 van 4.2.2017, blz. 3).

(4)  De datum van inwerkingtreding wordt door het secretariaat-generaal van de Raad bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.


4.2.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 31/3


PROTOCOL BIJ DE OVEREENKOMST

tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen, met het oog op de deelname van de Republiek Kroatië als overeenkomstsluitende partij na de toetreding tot de Europese Unie

DE EUROPESE UNIE

en

HET KONINKRIJK BELGIË,

DE REPUBLIEK BULGARIJE,

DE TSJECHISCHE REPUBLIEK,

HET KONINKRIJK DENEMARKEN,

DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND,

DE REPUBLIEK ESTLAND,

IERLAND,

DE HELLEENSE REPUBLIEK,

HET KONINKRIJK SPANJE,

DE FRANSE REPUBLIEK,

DE REPUBLIEK KROATIË,

DE ITALIAANSE REPUBLIEK,

DE REPUBLIEK CYPRUS,

DE REPUBLIEK LETLAND,

DE REPUBLIEK LITOUWEN,

HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG,

DE REPUBLIEK HONGARIJE,

MALTA,

HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN,

DE REPUBLIEK OOSTENRIJK,

DE REPUBLIEK POLEN,

DE PORTUGESE REPUBLIEK,

ROEMENIË,

DE REPUBLIEK SLOVENIË,

DE SLOWAAKSE REPUBLIEK,

DE REPUBLIEK FINLAND,

HET KONINKRIJK ZWEDEN, en

HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIË EN NOORD-IERLAND;

hierna „de lidstaten” genoemd,

enerzijds,

en

DE ZWITSERSE BONDSSTAAT,

hierna „Zwitserland” genoemd,

anderzijds,

hierna „de overeenkomstsluitende partijen” genoemd,

GEZIEN de Overeenkomst van 21 juni 1999 tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen („de overeenkomst”), die op 1 juni 2002 in werking is getreden,

GEZIEN het protocol van 26 oktober 2004 bij de Overeenkomst van 21 juni 1999 tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen, met het oog op de deelname, als overeenkomstsluitende partijen, van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek, op grond van hun toetreding tot de Europese Unie (hierna „het protocol van 2004” genoemd), dat op 1 april 2006 in werking is getreden,

GEZIEN het protocol van 27 mei 2008 bij de Overeenkomst van 21 juni 1999 tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen, met het oog op de deelname, als overeenkomstsluitende partijen, van de Republiek Bulgarije en Roemenië, op grond van hun toetreding tot de Europese Unie (hierna „het protocol van 2008” genoemd), dat op 1 juni 2009 in werking is getreden,

GEZIEN de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie op 1 juli 2013,

OVERWEGENDE dat de Republiek Kroatië een overeenkomstsluitende partij bij de overeenkomst wordt,

ZIJN DE VOLGENDE BEPALINGEN OVEREENGEKOMEN:

Artikel 1

1.   De Republiek Kroatië wordt een overeenkomstsluitende partij bij de overeenkomst.

2.   Vanaf de inwerkingtreding van dit protocol zijn de bepalingen van de overeenkomst, onder de in dit protocol neergelegde voorwaarden, bindend voor Kroatië op dezelfde wijze als voor de huidige overeenkomstsluitende partijen.

Artikel 2

De volgende wijzigingen vinden plaats in het dispositief van de overeenkomst en in bijlage I:

a)

Kroatië wordt toegevoegd aan de lijst van de overeenkomstsluitende partijen samen met de Europese Unie en haar lidstaten.

b)

In artikel 10 van de overeenkomst worden de volgende leden 1 quater, 2 quater, 3 quater, 4 quinquies, 4 sexies en 5 quater ingevoegd aan het einde van de overeenkomstige leden 1 ter, 2 ter, 3 ter, 4 quater en 5 ter:

„1 quater.   Zwitserland kan gedurende twee jaar na de inwerkingtreding van het protocol bij deze overeenkomst betreffende de deelname, als overeenkomstsluitende partij, van de Republiek Kroatië, kwantitatieve beperkingen handhaven op de toegang van werknemers in loondienst en zelfstandigen die onderdaan zijn van Kroatië en zulks voor de volgende twee categorieën verblijf: verblijf van meer dan vier maanden, doch minder dan één jaar, en verblijf van één jaar of meer. Voor verblijf van minder dan vier maanden gelden geen kwantitatieve beperkingen.

Vóór het einde van de hierboven vermelde overgangsperiode onderzoekt het Gemengd Comité op basis van een verslag van Zwitserland de werking van de overgangsperiode die geldt voor onderdanen van Kroatië. Na dit onderzoek en vóór het einde van de hierboven vermelde periode stelt Zwitserland het Gemengd Comité ervan in kennis of het de kwantitatieve beperkingen ten aanzien van werknemers die in Zwitserland in loondienst zijn zal blijven toepassen. Zwitserland kan dergelijke maatregelen blijven toepassen gedurende vijf jaar na de inwerkingtreding van voornoemd protocol. Bij gebreke van dergelijke kennisgeving verstrijkt de overgangsperiode aan het einde van de in de eerste alinea bedoelde termijn van twee jaar.

Aan het einde van de in dit lid omschreven overgangsperiode worden alle kwantitatieve beperkingen ten aanzien van onderdanen van Kroatië afgeschaft. Kroatië kan voor dezelfde perioden dezelfde kwantitatieve beperkingen ten aanzien van onderdanen van Zwitserland invoeren.”;

„2 quater.   Zwitserland en Kroatië kunnen gedurende twee jaar na de inwerkingtreding van het protocol bij deze overeenkomst inzake de deelname, als overeenkomstsluitende partij, van de Republiek Kroatië, voor werknemers van een van deze overeenkomstsluitende partijen die op hun eigen grondgebied werkzaam zijn, de controle handhaven op de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd en op de salariërings- en arbeidsvoorwaarden voor onderdanen van de andere betrokken overeenkomstsluitende partij. Dezelfde controles kunnen worden gehandhaafd voor personen die diensten verlenen in de volgende vier sectoren: tuinbouw; bouwnijverheid en aanverwante activiteiten; beveiligingsdiensten, reiniging van gebouwen (respectievelijk NACE-codes (1) 01.41, 45.1 tot en met 4, 74.60 en 74.70), waarnaar wordt verwezen in artikel 5, lid 1, van de overeenkomst. Zwitserland geeft, wat de toegang tot zijn arbeidsmarkt betreft, gedurende de in de leden 1 quater, 2 quater, 3 quater en 4 quinquies vermelde overgangsperioden voorrang aan werknemers van Kroatië boven werknemers uit niet-EU- en niet-EVA-landen. De controle op de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd is niet van toepassing op verleners van diensten die zijn geliberaliseerd op grond van een specifieke overeenkomst tussen de overeenkomstsluitende partijen inzake het verlenen van diensten (onder andere de overeenkomst betreffende sommige aspecten van overheidsopdrachten, voor zover deze betrekking heeft op het verlenen van diensten). Voor dezelfde periode kunnen kwalificatie-eisen worden gehandhaafd voor het verstrekken van verblijfsvergunningen van minder dan vier maanden (2) en voor personen die de in artikel 5, lid 1, van deze overeenkomst bedoelde diensten verlenen in de vier hierboven vermelde sectoren.

Binnen twee jaar na de inwerkingtreding van het protocol bij deze overeenkomst inzake de deelname, als overeenkomstsluitende partij, van de Republiek Kroatië, onderzoekt het Gemengd Comité de werking van de in dit lid vervatte overgangsregeling op basis van een verslag dat door elk van de overeenkomstsluitende partijen die deze regeling toepassen, wordt opgesteld. Na dit onderzoek en uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van voornoemd protocol kan een overeenkomstsluitende partij die de in dit lid vervatte overgangsregeling heeft toegepast en het Gemengd Comité in kennis heeft gesteld van haar voornemen om deze regeling te blijven toepassen, dat blijven doen gedurende vijf jaar na de inwerkingtreding van voornoemd protocol. Bij gebreke van dergelijke kennisgeving verstrijkt de overgangsperiode aan het einde van de in de eerste alinea bedoelde termijn van twee jaar.

Aan het einde van de in dit lid omschreven overgangsperiode worden alle in dit lid vermelde beperkingen afgeschaft.”;

„3 quater.   Vanaf de inwerkingtreding van het protocol bij de overeenkomst betreffende de deelname, als overeenkomstsluitende partij, van de Republiek Kroatië en tot het einde van de in lid 1 quater bedoelde periode reserveert Zwitserland jaarlijks (pro rata temporis), binnen zijn totale contingent voor derde landen, voor werknemers in loondienst en zelfstandigen die onderdaan zijn van Kroatië een minimumaantal nieuwe verblijfsvergunningen (3) overeenkomstig het volgende schema:

Tot aan het einde van

Aantal verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van één jaar of meer

Aantal verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van meer dan vier maanden doch minder dan één jaar

Eerste jaar

54

543

Tweede jaar

78

748

Derde jaar

103

953

Vierde jaar

133

1 158

Vijfde jaar

250

2 000 ”

„3 quinquies.   Indien Zwitserland en/of Kroatië op werknemers die op hun eigen grondgebied werken, de maatregelen toepassen die worden beschreven in de leden 1 quater, 2 quater en 3 quater en indien zich ernstige verstoringen van de arbeidsmarkt of de dreiging daarvan voordoen, stellen zij het Gemengd Comité voor het einde van de in lid 1 quater bedoelde termijn in kennis van de omstandigheden.

Het Gemengd Comité beslist of het kennisgevende land overgangsmaatregelen kan blijven toepassen op basis van de kennisgeving. Als het comité een gunstig advies geeft, kan het kennisgevende land de in de leden 1 quater, 2 quater en 3 quater bedoelde maatregelen gedurende zeven jaar na de inwerkingtreding van voornoemd protocol blijven toepassen op de op zijn grondgebied werkzame werknemers. Het jaarlijkse aantal in lid 1 quater bedoelde verblijfsvergunningen bedraagt dan:

Tot aan het einde van

Aantal verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van één jaar of meer

Aantal verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van meer dan vier maanden doch minder dan één jaar

Zesde jaar

260

2 100

Zevende jaar

300

2 300 ”

„4 quinquies.   Aan het eind van de in de leden 1 quater en 3 quinquies beschreven periode en tot aan het einde van het tiende jaar na de inwerkingtreding van het protocol bij de overeenkomst inzake de deelname van Kroatië als overeenkomstsluitende partij, zijn de volgende bepalingen van toepassing: Indien het aantal nieuwe verblijfsvergunningen van een van de categorieën als bedoeld in lid 1 quater, afgegeven aan werknemers in loondienst en zelfstandigen van Kroatië in een bepaald jaar meer dan 10 % hoger is dan het gemiddelde over de laatste drie jaar voorafgaand aan het referentiejaar, kan Zwitserland, voor het toepassingsjaar, het aantal nieuwe verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van één jaar of meer voor werknemers in loondienst en zelfstandigen uit Kroatië eenzijdig beperken tot het gemiddelde over de drie voorgaande jaren, vermeerderd met 5 %, en het aantal verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van meer dan vier maanden doch niet meer dan één jaar tot het gemiddelde over de drie voorgaande jaren, vermeerderd met 10 %. Vergunningen kunnen worden beperkt tot hetzelfde aantal voor het jaar volgende op het toepassingsjaar.

In afwijking van de voorgaande alinea kunnen aan het einde van het zesde en zevende referentiejaar de volgende bepalingen gelden: Indien het aantal nieuwe verblijfsvergunningen van een van de categorieën als bedoeld in lid 1 quater, afgegeven aan werknemers in loondienst en zelfstandigen uit Kroatië in een bepaald jaar meer dan 10 % hoger is dan het gemiddelde over het laatste jaar voorafgaand aan het referentiejaar, kan Zwitserland, voor het toepassingsjaar, het aantal nieuwe verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van één jaar of meer voor werknemers in loondienst en zelfstandigen uit Kroatië eenzijdig beperken tot het gemiddelde over de drie voorgaande jaren, vermeerderd met 5 %, en het aantal verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van meer dan vier maanden doch niet meer dan één jaar tot het gemiddelde over de drie voorgaande jaren, vermeerderd met 10 %. Vergunningen kunnen worden beperkt tot hetzelfde aantal voor het jaar volgende op het toepassingsjaar.

4 sexies.   Voor de toepassing van artikel 4 quinquies gelden de volgende definities:

1)   „referentiejaar”: een bepaald jaar dat wordt berekend vanaf de eerste dag van de maand waarin het protocol in werking treedt;

2)   „toepassingsjaar”: het jaar volgende op het referentiejaar.”;

„5 quater.   De overgangsbepalingen van de leden 1 quater, 2 quater, 3 quater, en 4 quinquies, en met name die van lid 2 quater inzake de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd en de controle op de salariërings- en arbeidsvoorwaarden, zijn niet van toepassing op werknemers in loondienst en zelfstandigen die op de datum van de inwerkingtreding van het protocol bij de overeenkomst betreffende de deelname van de Republiek Kroatië als overeenkomstsluitende partij reeds beschikken over een vergunning voor het uitoefenen van een economische activiteit op het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen. Die personen hebben met name recht op beroepsmobiliteit en geografische mobiliteit.

Houders van een verblijfsvergunning met een geldigheidsduur van minder dan één jaar hebben recht op verlenging van hun verblijfsvergunning; de kwantitatieve beperkingen op de afgifte van verblijfsvergunningen zijn op hen niet van toepassing. Houders van een verblijfsvergunning met een geldigheidsduur van één jaar of meer hebben automatisch recht op verlenging van hun verblijfsvergunning. Deze werknemers in loondienst en zelfstandigen genieten derhalve vanaf de inwerkingtreding van voornoemd protocol de rechten inzake het vrije verkeer van personen als vastgesteld in de basisbepalingen van deze overeenkomst, in het bijzonder in artikel 7.”.

c)

In artikel 27, lid 2, van bijlage I bij de overeenkomst wordt de verwijzing naar „artikel 10, leden 2, 2 bis, 2 ter, 4 bis, 4 ter en 4 quater” vervangen door de verwijzing naar „artikel 10, leden 2 ter, 2 quater, 4 quater en 4 quinquies” .

Artikel 3

In afwijking van artikel 25 van bijlage I bij de overeenkomst, zijn de overgangsperioden van bijlage I bij dit protocol van toepassing.

Artikel 4

De bijlagen II en III bij de overeenkomst worden gewijzigd overeenkomstig de bijlagen 2 en 3 bij dit protocol.

Artikel 5

1.   De bijlagen 1, 2 en 3 bij dit protocol maken integrerend deel uit van het protocol.

2.   Dit protocol maakt samen met de protocollen van 2004 en 2008 integrerend deel uit van de overeenkomst.

Artikel 6

1.   Dit protocol wordt bekrachtigd of goedgekeurd door de Raad van de Europese Unie, namens de lidstaten en de Europese Unie, en door Zwitserland, volgens hun eigen procedures.

2.   De overeenkomstsluitende partijen stellen elkaar in kennis van de voltooiing van deze procedures.

Artikel 7

Dit protocol treedt in werking op de eerste dag van de eerste maand volgende op de datum van de nederlegging van het laatste instrument van ratificatie of goedkeuring.

Artikel 8

Dit protocol is geldig gedurende dezelfde periode en onder dezelfde voorwaarden als de overeenkomst.

Artikel 9

1.   Dit protocol en de daaraan gehechte verklaringen zijn opgesteld in tweevoud in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Spaanse, de Slowaakse, de Tsjechische en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

2.   De Kroatische versies van de overeenkomst, met inbegrip van alle bijlagen, protocollen en de slotakte, zijn gelijkelijk authentiek. Het bij artikel 14 van de overeenkomst ingestelde Gemengd Comité keurt de authentieke tekst van de overeenkomst goed in de Kroatische taal.

Съставено в Брюксел на четвърти март през две хиляди и шестнадесета година.

Hecho en Bruselas, el cuatro de marzo de dos mil dieciséis.

V Bruselu dne čtvrtého března dva tisíce šestnáct.

Udfærdiget i Bruxelles den fjerde marts to tusind og seksten.

Geschehen zu Brüssel am vierten März zweitausendsechzehn.

Kahe tuhande kuueteistkümnenda aasta märtsikuu neljandal päeval Brüsselis.

Έγινε στις Βρυξέλλες, στις τέσσερις Μαρτίου δύο χιλιάδες δεκαέξι.

Done at Brussels on the fourth day of March in the year two thousand and sixteen.

Fait à Bruxelles, le quatre mars deux mille seize.

Sastavljeno u Bruxellesu četvrtog ožujka godine dvije tisuće šesnaeste.

Fatto a Bruxelles, addì quattro marzo duemilasedici.

Briselē, divi tūkstoši sešpadsmitā gada ceturtajā martā.

Priimta du tūkstančiai šešioliktų metų kovo ketvirtą dieną Briuselyje.

Kelt Brüsszelben, a kétezer-tizenhatodik év március havának negyedik napján.

Magħmul fi Brussell, fir-raba’ jum ta’ Marzu fis-sena elfejn u sittax.

Gedaan te Brussel, vier maart tweeduizend zestien.

Sporządzono w Brukseli dnia czwartego marca roku dwa tysiące szesnastego.

Feito em Bruxelas, em quatro de março de dois mil e dezasseis.

Întocmit la Bruxelles la patru martie două mii șaisprezece.

V Bruseli štvrtého marca dvetisícšestnásť.

V Bruslju, dne četrtega marca leta dva tisoč šestnajst.

Tehty Brysselissä neljäntenä päivänä maaliskuuta vuonna kaksituhattakuusitoista.

Som skedde i Bryssel den fjärde mars år tjugohundrasexton.

За Европейския съюз

Рог la Unión Europea

Za Evropskou unii

For Den Europæiske Union

Für die Europäische Union

Euroopa Liidu nimel

Για την Ευρωπαϊκή Ένωση

For the European Union

Pour l'Union européenne

Za Europsku uniju

Per l'Unione europea

Eiropas Savienības vārdā –

Europos Sąjungos vardu

Az Európai Unió részéről

Għall-Unjoni Ewropea

Voor de Europese Unie

W imieniu Unii Europejskiej

Pela União Europeia

Pentru Uniunea Europeană

Za Európsku úniu

Za Evropsko unijo

Euroopan unionin puolesta

För Europeiska unionen

Image

За държавите-членки

Por los Estados miembros

Za členské státy

For medlemsstaterne

Für die Mitgliedstaaten

Liikmesriikide nimel

Για τα κράτη μέλη

For the Member States

Pour les États membres

Za države članice

Per gli Stati membri

Dalībvalstu vārdā –

Valstybių narių vardu

A tagállamok részéről

Għall-Istati Membri

Voor de lidstaten

W imieniu Państw Członkowskich

Pelos Estados-Membros

Pentru statele membre

Za členské štáty

Za države članice

Jäsenvaltioiden puolesta

För medlemsstaterna

Image

За Конфедерация Швейцария

Por la Confederación Suiza

Za Švýcarskou konfederaci

For Det Schweiziske Forbund

Für die Schweizerische Eidgenossenschaft

Šveitsi Konföderatsiooni nimel

Για την Ελβετική Συνομοσπονδία

For the Swiss Confederation

Pour la Confédération suisse

Za Švicarsku Konfederaciju

Per la Confederazione Svizzera

Šveices Konfederācijas vārdā –

Šveicarijos Konfederacijos vardu

A Svájci Államszövetség részéről

Għall-Konfederazzjoni Svizzera

Voor de Zwitserse Bondsstaat

W imieniu Konfederacji Szwajcarskiej

Pela Confederação Suíça

Pentru Confederația Elvețiană

Za Švajčiarsku konfederáciu

Za Švicarsko konfederacijo

Sveitsin valaliiton puolesta

För Schweiziska edsförbundet

Image


(1)  NACE: Verordening (EEG) nr. 3037/90 van de Raad van 9 oktober 1990 betreffende de statistische nomenclatuur van de economische activiteiten in de Europese Gemeenschap (PB L 293 van 24.10.1990, blz. 1).

(2)  Werknemers kunnen verzoeken om verblijfsvergunningen met een korte geldigheidsduur in het kader van de in lid 3 quater vermelde contingenten, zelfs voor een periode van minder dan vier maanden.

(3)  Deze vergunningen worden verleend naast de in artikel 10 van de overeenkomst vermelde contingenten, die zijn gereserveerd voor werknemers in loondienst en zelfstandigen die onderdaan zijn van de lidstaten op het moment van de ondertekening van de overeenkomst (21 juni 1999) en van de lidstaten die door de protocollen van 2004 en 2008 overeenkomstsluitende partij werden bij deze overeenkomst. Deze vergunningen worden ook verstrekt naast de vergunningen die worden verleend in het kader van bestaande bilaterale overeenkomsten tussen Zwitserland en de nieuwe lidstaten inzake de uitwisseling van stagiairs.


BIJLAGE 1

OVERGANGSREGELING INZAKE DE VERWERVING VAN LANDBOUWGROND

De Republiek Kroatië mag gedurende een periode van zeven jaar na de inwerkingtreding van dit protocol de in zijn bij de ondertekening van dit protocol bestaande wetgeving vastgestelde beperkingen handhaven bij de verwerving van landbouwgrond, bossen en bosbouwgronden door Zwitserse onderdanen, alsmede door rechtspersonen die zijn opgericht overeenkomstig de Zwitserse wetgeving. In geen geval mogen Zwitserse onderdanen bij de verwerving van landbouwgrond, bossen en bosbouwgronden minder gunstig worden behandeld dan op het moment van de ondertekening van dit protocol en evenmin mogen op hen stringentere beperkingen van toepassing zijn dan op onderdanen van een ander land dan de partijen bij de overeenkomst of de verdragsluitende partijen bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

Zelfstandige landbouwers die Zwitsers onderdaan zijn en die zich in Kroatië wensen te vestigen en er wensen te wonen, vallen niet onder het bepaalde in de voorgaande alinea en worden niet onderworpen aan andere procedures dan die welke gelden voor Kroatische onderdanen.

In het derde jaar na de inwerkingtreding van dit protocol vindt een algemene evaluatie van deze overgangsregeling plaats. Het Gemengd Comité kan besluiten de in de eerste alinea bedoelde overgangsperiode in te korten of te beëindigen.

Als er voldoende aanwijzingen zijn dat er na het verstrijken van de overgangsperiode ernstige verstoringen zullen optreden of dreigen te zullen optreden op de Kroatische markt voor landbouwgrond, stelt Kroatië het Gemengd Comité daarvan in kennis vóór het einde van de in de eerste alinea bedoelde overgangsperiode van zeven jaar. In dat geval kan Kroatië de in de eerste alinea bedoelde maatregelen tot tien jaar na de inwerkingtreding van dit protocol blijven toepassen. Deze verlenging kan worden beperkt tot bepaalde geografische gebieden die in het bijzonder worden getroffen.


BIJLAGE 2

Bijlage II bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen wordt als volgt gewijzigd:

1.

In Deel A, punt 1: (Handelingen waarnaar wordt verwezen), wordt de volgende handeling ingevoegd:

Verordening (EU) nr. 517/2013 van de Raad van 13 mei 2013 (PB L 158 van 10.6.2013, blz. 1) tot aanpassing van bepaalde verordeningen, besluiten en beschikkingen op het gebied van vrij verkeer van goederen, vrij verkeer van personen, vennootschapsrecht, mededingingsbeleid, landbouw, voedselveiligheid, veterinair en fytosanitair beleid, vervoersbeleid, energie, belastingen, statistieken, trans-Europese netwerken, rechtswezen en grondrechten, justitie, vrijheid en veiligheid, milieu, douane-unie, externe betrekkingen, buitenlands en veiligheids- en defensiebeleid en instellingen, in verband met de toetreding van de Republiek Kroatië.

2.

De bepalingen van punt 1 van de sectie „Werkloosheidsverzekering” van het protocol bij bijlage II zijn gedurende zeven jaar na de inwerkingtreding van dit protocol van toepassing op werknemers die onderdaan zijn van de Republiek Kroatië.


BIJLAGE 3

Bijlage III bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen wordt als volgt gewijzigd:

 

In punt 1a wordt het volgende streepje toegevoegd:

Akte van toetreding van de Republiek Kroatië (PB L 112 van 24.4.2012, blz. 10), bijlage III (Lijst bedoeld in artikel 15 van de Akte van toetreding van de Republiek Kroatië: aanpassingen van besluiten van de instellingen — PB L 112 van 24.4.2012, blz. 41),

Artikel 23, lid 5, van Richtlijn 2005/36/EG wordt vervangen door:

„5.   Onverminderd artikel 43 ter erkennen de lidstaten, voor wat betreft de toegang tot de beroepswerkzaamheden van arts met een basisopleiding en medisch specialist, alsmede tot die van algemeen ziekenverpleger, beoefenaar van de tandheelkunde, specialist in de tandheelkunde, dierenarts, verloskundige, apotheker (ten aanzien van de laatste voor wat betreft de in artikel 45, lid 2, bedoelde werkzaamheden) en architect (voor wat betreft de in artikel 48 bedoelde werkzaamheden) alsook voor wat betreft de uitoefening van deze werkzaamheden), de opleidingstitels van arts die toegang geven tot de beroepswerkzaamheden van arts met een basisopleiding en medisch specialist, alsmede die van algemeen ziekenverpleger, beoefenaar van de tandheelkunde, specialist in de tandheelkunde, dierenarts, verloskundige, apotheker en architect waarvan onderdanen van de lidstaten houder zijn, en die door het voormalige Joegoslavië zijn afgegeven of die het resultaat zijn van een opleiding die

a)

voor Slovenië, vóór 25 juni 1991, en

b)

voor Kroatië, vóór 8 oktober 1991 is aangevangen,

voor zover de autoriteiten van deze lidstaten officieel bevestigen dat deze opleidingstitels op hun grondgebied dezelfde juridische waarde hebben als de opleidingstitels die door hen worden afgegeven en, ten aanzien van architecten, als de in bijlage VI, punt 6, voor deze lidstaten opgenomen opleidingstitels.

Bedoelde bevestiging dient vergezeld te gaan van een door dezelfde autoriteiten afgegeven verklaring, waarin wordt bevestigd dat de houders ervan de betrokken werkzaamheden tijdens de vijf jaar die aan de afgifte van deze verklaring voorafgaan, gedurende ten minste drie opeenvolgende jaren daadwerkelijk en op wettige wijze op het grondgebied van deze autoriteiten hebben uitgeoefend.”

In Richtlijn 2005/36/EG wordt het volgende artikel 43 ter ingevoegd:

„Verworven rechten op het gebied van verloskunde gelden niet voor de volgende opleidingstitels die in Kroatië zijn behaald vóór 1 juli 2013: viša medicinska sestra ginekološko-opstetričkog smjera (verpleegkundige met diploma hoger onderwijs gynaecologie en obstetrie), medicinska sestra ginekološko-opstetričkog smjera (verpleegkundige gynaecologie en obstetrie), viša medicinska sestra primaljskog smjera (verpleegkundige met diploma hoger onderwijs verloskunde), medicinska sestra primaljskog smjera (verpleegkundige verloskunde), ginekološko-opstetrička primalja (verloskundige gynaecologie en obstetrie) and primalja (verloskundige).”

Richtlijn 2013/25/EU van de Raad van 13 mei 2013 tot aanpassing van een aantal richtlijnen op het gebied van het recht van vestiging en het vrij verrichten van diensten, in verband met de toetreding van de Republiek Kroatië (PB L 158 van 10.6 2013, blz. 368), Bijlage Deel A

 

Aan punt 2a wordt het volgende streepje toegevoegd:

Richtlijn 2013/25/EU van de Raad van 13 mei 2013 tot aanpassing van een aantal richtlijnen op het gebied van het recht van vestiging en het vrij verrichten van diensten, in verband met de toetreding van de Republiek Kroatië (PB L 158 van 10.6.2013, blz. 368), Bijlage Deel B 1)

 

Aan punt 3a wordt het volgende streepje toegevoegd:

Richtlijn 2013/25/EU van de Raad van 13 mei 2013 tot aanpassing van een aantal richtlijnen op het gebied van het recht van vestiging en het vrij verrichten van diensten, in verband met de toetreding van de Republiek Kroatië (PB L 158 van 10.6.2013, blz. 368), Bijlage Deel B 2)

 

Aan punt 5a wordt het volgende streepje toegevoegd:

Richtlijn 2013/25/EU van de Raad van 13 mei 2013 tot aanpassing van een aantal richtlijnen op het gebied van het recht van vestiging en het vrij verrichten van diensten, in verband met de toetreding van de Republiek Kroatië (PB L 158 van 10.6.2013, blz. 368), Bijlage Deel C.


VERKLARING VAN ZWITSERLAND BETREFFENDE AUTONOME MAATREGELEN VANAF DE DATUM VAN ONDERTEKENING

Totdat de in het protocol vastgestelde overgangsregeling in werking treedt, verleent Zwitserland burgers van de Republiek Kroatië op grond van de Zwitserse wetgeving voorlopig toegang tot zijn arbeidsmarkt. Te dien einde zal Zwitserland vanaf de datum van ondertekening van dit protocol ten gunste van burgers van de Republiek Kroatië specifieke contingenten vaststellen voor werkvergunningen voor de korte en de lange termijn, zoals omschreven in artikel 10, lid 1, van de overeenkomst. Het gaat jaarlijks om 50 vergunningen voor de lange termijn en 450 vergunningen voor de korte termijn. Daarnaast zullen jaarlijks 1 000 kortetermijnwerknemers voor een verblijf van minder dan vier maanden worden toegelaten.


VERORDENINGEN

4.2.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 31/13


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/193 VAN DE COMMISSIE

van 3 februari 2017

tot wijziging van bijlage II bij Beschikking 2007/777/EG en bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008 wat betreft de gegevens voor Oekraïne in de lijsten van derde landen waaruit bepaalde producten in de Unie mogen worden binnengebracht in verband met hoogpathogene aviaire influenza

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2002/99/EG van de Raad van 16 december 2002 houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (1), en met name artikel 8, inleidende zin, artikel 8, punt 1, eerste alinea, en artikel 8, punt 4,

Gezien Richtlijn 2009/158/EG van de Raad van 30 november 2009 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer uit derde landen van pluimvee en broedeieren (2), en met name artikel 23, lid 1, artikel 24, lid 2, artikel 25, lid 2, en artikel 28, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Beschikking 2007/777/EG van de Commissie (3) bevat veterinairrechtelijke en gezondheidsvoorschriften voor de invoer in, de doorvoer door en de opslag in de Unie van zendingen van bepaalde vleesproducten en van behandelde magen, blazen en darmen die een van de in bijlage II, deel 4, van die beschikking genoemde behandelingen hebben ondergaan.

(2)

Bijlage II, deel 2, van Beschikking 2007/777/EG bevat de lijst van derde landen of delen daarvan waaruit zendingen van vleesproducten en van behandelde magen, blazen en darmen in de Unie mogen worden binnengebracht, mits die producten de in die lijst bedoelde behandeling hebben ondergaan. Wanneer derde landen voor de opneming in die lijst worden geregionaliseerd, worden hun geregionaliseerde gebieden aangegeven in deel 1 van die bijlage.

(3)

Bijlage II, deel 4, van Beschikking 2007/777/EG beschrijft de in deel 2 van die bijlage vermelde behandelingen, waarbij aan elk van die behandelingen een code wordt toegekend. Dat deel beschrijft een niet-specifieke behandeling „A” en specifieke behandelingen „B” tot en met „F” in afnemende volgorde van intensiteit.

(4)

Verordening (EG) nr. 798/2008 van de Commissie (4) bevat voorschriften inzake veterinaire certificering voor de invoer in en de doorvoer, met inbegrip van opslag tijdens doorvoer, door de Unie van pluimvee en pluimveeproducten. In de verordening is bepaald dat die producten alleen mogen worden ingevoerd in en doorgevoerd door de Unie uit de derde landen, gebieden, zones of compartimenten die zijn vermeld in de kolommen 1 en 3 van de tabel in bijlage I, deel 1, van die verordening.

(5)

In de bij Verordening (EG) nr. 798/2008 vastgestelde voorschriften inzake veterinaire certificering wordt er rekening mee gehouden of er al dan niet specifieke voorwaarden vereist zijn in verband met de ziektestatus van die derde landen, gebieden, zones of compartimenten, waaronder bemonstering en tests op verschillende pluimveeziekten, indien van toepassing. Deze specifieke voorwaarden, alsmede de modellen van veterinaire certificaten waarvan de producten bij invoer in en doorvoer door de Unie vergezeld moeten gaan, zijn vastgesteld in bijlage I, deel 2, van die verordening. Bij Verordening (EG) nr. 798/2008 zijn ook de voorwaarden vastgesteld waaronder een derde land, gebied, zone of compartiment als vrij van hoogpathogene aviaire influenza (HPAI) mag worden beschouwd.

(6)

Oekraïne is in de lijst van bijlage II, deel 2, van Beschikking 2007/777/EG opgenomen als een derde land uit het hele grondgebied waarvan vleesproducten en behandelde magen, blazen en darmen van pluimvee, gekweekt vederwild, gekweekte loopvogels en vrij vederwild die een niet-specifieke behandeling „A” hebben ondergaan, in de Unie mogen worden binnengebracht.

(7)

Voorts is Oekraïne in de lijst van bijlage I, deel 1, van Verordening (EG) nr. 798/2008 opgenomen als een derde land uit het hele grondgebied waarvan pluimvee en pluimveeproducten in de Unie mogen worden ingevoerd en door de Unie mogen worden doorgevoerd.

(8)

Oekraïne heeft op 30 november 2016 de aanwezigheid van HPAI van het subtype H5N8 op zijn grondgebied bevestigd en mag daarom niet langer als vrij van die ziekte worden beschouwd. De veterinaire autoriteiten van Oekraïne kunnen daarom geen veterinaire certificaten meer afgeven voor zendingen van pluimvee en pluimveeproducten die bestemd zijn voor uitvoer naar de Unie.

(9)

Oekraïne heeft vervolgens op 4 januari 2017 de aanwezigheid van HPAI van het subtype H5N8 in bedrijven in twee andere regio's van zijn grondgebied bevestigd. De veterinaire autoriteiten van Oekraïne hebben bevestigd dat zij een ruimingsbeleid hebben ingevoerd om HPAI te bestrijden en de verspreiding ervan te beperken.

(10)

Oekraïne heeft informatie verstrekt over de epidemiologische situatie op zijn grondgebied en de maatregelen die het heeft genomen ter voorkoming van de verdere verspreiding van HPAI, en de Commissie heeft deze informatie nu geëvalueerd. Op basis van deze evaluatie en de door Oekraïne verstrekte garanties kan ervan worden uitgegaan dat het ter bestrijding van de risico's die gepaard gaan met het binnenbrengen van pluimvee en pluimveeproducten in de Unie, zou moeten volstaan de beperkingen op het binnenbrengen van zendingen pluimvee en pluimveeproducten in de Unie alleen te doen gelden voor de door HPAI getroffen gebieden, waarvoor de veterinaire autoriteiten van Oekraïne wegens de huidige uitbraken beperkende maatregelen hebben ingesteld.

(11)

Om de insleep van het HPAI-virus in de Unie te voorkomen, moeten vleesproducten en behandelde magen, blazen en darmen verkregen uit pluimvee, gekweekt vederwild en vrij vederwild uit het door HPAI getroffen gebied in Oekraïne, waarvoor de veterinaire autoriteiten van Oekraïne wegens de huidige uitbraken beperkende maatregelen hebben ingesteld, bovendien ten minste de in bijlage II, deel 4, van Beschikking 2007/777/EG vastgestelde „behandeling D” ondergaan.

(12)

Verordening (EG) nr. 798/2008 en Beschikking 2007/777/EG moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(13)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage II, deel 1 en deel 2, van Beschikking 2007/777/EG wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I van de onderhavige verordening.

Artikel 2

Bijlage I, deel 1, van Verordening (EG) nr. 798/2008 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II van de onderhavige verordening.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 3 februari 2017.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 18 van 23.1.2003, blz. 11.

(2)  PB L 343 van 22.12.2009, blz. 74.

(3)  Beschikking 2007/777/EG van de Commissie van 29 november 2007 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke en de gezondheidsvoorschriften en het model van de certificaten voor bepaalde uit derde landen ingevoerde vleesproducten en behandelde magen, blazen en darmen voor menselijke consumptie en tot intrekking van Beschikking 2005/432/EG (PB L 312 van 30.11.2007, blz. 49).

(4)  Verordening (EG) nr. 798/2008 van de Commissie van 8 augustus 2008 tot vaststelling van een lijst van derde landen, gebieden, zones of compartimenten waaruit pluimvee en pluimveeproducten mogen worden ingevoerd in en doorgevoerd door de Gemeenschap, en van de voorschriften inzake veterinaire certificering (PB L 226 van 23.8.2008, blz. 1).


BIJLAGE I

1)

In bijlage II, deel 1, van Beschikking 2007/777/EG worden de volgende nieuwe gegevens voor Oekraïne ingevoegd tussen de gegevens voor Rusland en die voor de Verenigde Staten van Amerika:

Land

Gebied

Omschrijving van het gebied

ISO-code

Versie

„Oekraïne

UA

01/2016

Het hele land

UA-1

01/2016

Het hele land Oekraïne, met uitzondering van gebied UA-2

UA-2

01/2016

De in kolom 3 van de tabel in deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008 van de Commissie onder UA-2 beschreven gebieden van Oekraïne, met behoud van de geldigheid van de in de kolommen 6A en 6B van die tabel vermelde data.”

2)

In bijlage II, deel 2, van Beschikking 2007/777/EG worden de gegevens voor Oekraïne vervangen door:

ISO-code

Land van oorsprong of deel daarvan

1.

Als huisdier gehouden runderen

2.

Gekweekt evenhoevig wild (met uitzondering van wilde varkens)

Als huisdier gehouden schapen en geiten

1.

Als huisdier gehouden varkens

2.

Gekweekt evenhoevig wild (wilde varkens)

Als huisdier gehouden eenhoevigen

1.

Pluimvee

2.

Gekweekt vederwild (met uitzondering van loopvogels)

Gekweekte loopvogels

Tamme konijnen en gekweekte leporidae

Vrij evenhoevig wild (met uitzondering van wilde varkens)

Wilde varkens

Wilde eenhoevigen

Wilde leporidae (konijnen en hazen)

Vrij vederwild

Niet als huisdier gehouden landzoogdieren (met uitzondering van hoefdieren en leporidae)

„UA

Oekraïne UA

XXX

XXX

XXX

XXX

XXX

XXX

A

XXX

XXX

XXX

A

XXX

XXX

Oekraïne UA-1

XXX

XXX

XXX

XXX

A

A

A

XXX

XXX

XXX

A

A

XXX

Oekraïne UA-2

XXX

XXX

XXX

XXX

D

D

A

XXX

XXX

XXX

A

D

XXX”


BIJLAGE II

In bijlage I, deel 1, van Verordening (EG) nr. 798/2008 worden de gegevens voor Oekraïne vervangen door:

ISO-code en naam van het derde land of gebied

Code van het derde land, het gebied, de zone of het compartiment

Omschrijving van het derde land, het gebied, de zone of het compartiment

Veterinair certificaat

Bijzondere voorwaarden

Bijzondere voorwaarden

Status t.a.v. bewaking aviaire influenza

Status t.a.v. vaccinatie aviaire influenza

Status salmonellabestrijding (6)

Model(len)

Aanvullende garanties

Uiterste datum (1)

Aanvangsdatum (2)

1

2

3

4

5

6

6A

6B

7

8

9

„UA — Oekraïne

UA-0

Het hele land

EP, E

 

 

 

 

 

 

 

UA-1

Het hele land Oekraïne, met uitzondering van gebied UA-2

WGM

 

 

 

 

 

 

 

POU, RAT

 

 

 

 

 

 

 

UA-2

Gebied van Oekraïne dat overeenkomt met:

 

 

 

 

 

 

 

 

UA-2.1

de oblast Cherson (regio)

WGM

 

P2

30.11.2016

 

 

 

 

POU, RAT

 

P2

30.11.2016

 

 

 

 

UA-2.2

de oblast Odessa (regio)

WGM

 

P2

4.1.2017

 

 

 

 

POU, RAT

 

P2

4.1.2017

 

 

 

 

UA-2.3

de oblast Tsjernivtsi (regio)

WGM

 

P2

4.1.2017

 

 

 

 

POU, RAT

 

P2

4.1.2017”

 

 

 

 


4.2.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 31/18


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/194 VAN DE COMMISSIE

van 3 februari 2017

tot verlening van een vergunning voor het preparaat van Lactobacillus diolivorans DSM 32074 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de vergunningsgronden en -procedures, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003.

(2)

Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is een aanvraag voor een vergunning voor het preparaat van Lactobacillus diolivorans DSM 32074 ingediend. De krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste nadere gegevens en documenten waren bij de aanvraag gevoegd.

(3)

Deze aanvraag betreft de verlening van een vergunning voor het preparaat van Lactobacillus diolivorans DSM 32074 als toevoegingsmiddel in de categorie „technologische toevoegingsmiddelen” voor alle diersoorten.

(4)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 12 juli 2016 (2) geconcludeerd dat het preparaat van Lactobacillus diolivorans DSM 32074 onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden geen ongunstige gevolgen heeft voor de diergezondheid, de menselijke gezondheid of het milieu. Het toevoegingsmiddel moet echter als potentieel inhalatieallergeen worden aangemerkt. De EFSA heeft tevens geconcludeerd dat het betrokken preparaat het potentieel heeft om de productie van kuilvoer met gemakkelijk, middelmatig moeilijk en moeilijk in te kuilen materiaal te verbeteren. Specifieke eisen voor monitoring na het in de handel brengen acht de EFSA niet nodig. Zij heeft ook het verslag over de analysemethoden voor het toevoegingsmiddel voor diervoeding geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde referentielaboratorium was ingediend.

(5)

Uit de beoordeling van het preparaat van Lactobacillus diolivorans DSM 32074 blijkt dat aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vermelde voorwaarden voor de verlening van een vergunning is voldaan. Het gebruik van dat preparaat zoals omschreven in de bijlage bij deze verordening moet daarom worden toegestaan.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Vergunningverlening

Voor het in de bijlage beschreven preparaat, dat behoort tot de categorie „technologische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep „inkuiltoevoegingsmiddelen”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding verleend.

Artikel 2

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 3 februari 2017.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2)  EFSA Journal (2016); 14(9):4556.


BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Toevoegingsmiddel

Chemische formule, beschrijving, analysemethoden

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Andere bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

CFU toevoegingsmiddel/kg vers materiaal

Technologische toevoegingsmiddelen: inkuiltoevoegingsmiddelen

1k20752

Lactobacillus diolivorans

DSM 32074

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Preparaat van Lactobacillus diolivorans DSM 32074 met ten minste 3 × 1011 CFU/g toevoegingsmiddel.

Karakterisering van de werkzame stof

Levensvatbare cellen van Lactobacillus diolivorans DSM 32074.

Analysemethode  (1)

Kwantificering in het toevoegingsmiddel voor diervoeding: spreidplaatmethode onder gebruikmaking van MRS-agar (EN 15787).

Identificatie van het toevoegingsmiddel voor diervoeding: pulsed-field-gelelektroforese (PFGE).

Alle diersoorten

1.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagvoorwaarden aangeven.

2.

Minimumgehalte van het toevoegingsmiddel indien niet gecombineerd met andere micro-organismen als inkuiltoevoegingsmiddel: 1 × 108 CFU/kg vers materiaal.

3.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en organisatorische maatregelen vaststellen om mogelijke risico's bij gebruik te voorkomen. Indien die risico's met deze procedures en maatregelen niet kunnen worden uitgebannen of tot een minimum kunnen worden teruggebracht, worden bij de toepassing van het toevoegingsmiddel en de voormengsels persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt, waaronder ademhalingsbescherming.

24 februari 2027


(1)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn te vinden op de website van het referentielaboratorium: http://irmm.jrc.ec.europa.eu/EURLs/EURL_feed_additives/Pages/index.aspx


4.2.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 31/21


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/195 VAN DE COMMISSIE

van 3 februari 2017

tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de goedkeuringsperiode van verscheidene werkzame stoffen die zijn opgenomen in deel B van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 686/2012 (verlengingsprogramma AIR IV)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (1), en met name artikel 17, eerste alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (2) zijn de werkzame stoffen opgenomen die geacht worden te zijn goedgekeurd uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1107/2009. In deel B van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 zijn de uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1107/2009 goedgekeurde werkzame stoffen opgenomen.

(2)

Er zijn aanvragen om verlenging van de goedkeuring van de in deze verordening opgenomen werkzame stoffen ingediend overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 van de Commissie (3). De goedkeuring van die stoffen kan echter om redenen buiten de wil van de aanvrager vervallen alvorens over de verlenging een beslissing is genomen. Daarom moet de goedkeuringsperiode ervan overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 worden verlengd.

(3)

Gezien de tijd en de middelen die nodig zijn om de beoordeling te voltooien van de aanvragen voor de verlenging van de goedkeuring van een dergelijk groot aantal werkzame stoffen waarvan de goedkeuringen tussen 2019 en 2021 verstrijken, is bij Uitvoeringsbesluit C(2016)6104 van de Commissie (4) een werkprogramma vastgesteld waarin soortgelijke werkzame stoffen zijn gegroepeerd en prioriteiten zijn gesteld op basis van veiligheidsrisico's voor de gezondheid van mens en dier of het milieu, zoals in artikel 18 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 is bepaald.

(4)

Overeenkomstig Uitvoeringsbesluit C(2016)6104 moet prioriteit worden gegeven aan werkzame stoffen waarvan aangenomen wordt dat zij een gering risico vormen. De goedkeuring van deze stoffen moet daarom met een zo kort mogelijke duur worden verlengd. Rekening houdend met de verdeling van de verantwoordelijkheden en werkzaamheden onder de lidstaten die als rapporteur en corapporteur optreden en de beschikbare middelen die voor de beoordeling en besluitvorming nodig zijn, moet deze duur één jaar bedragen voor de werkzame stoffen aluminiumammoniumsulfaat, aluminiumsilicaat, bloedmeel, calciumcarbonaat, kooldioxide, extract van theeboom, vetdistillatieresiduen, vetzuren C7 tot en met C20, knoflookextract, gibberellinezuur, gibberelline, gehydrolyseerde eiwitten, ijzersulfaat, kiezelgoer (diatomeeënaarde), als extractieresidu verkregen peperpoeder (PDER), plantaardige oliën/raapzaadolie, kaliumwaterstofcarbonaat, kwartszand, visolie, op geur gebaseerde afweermiddelen van dierlijke of van plantaardige oorsprong/schapenvet, op geur gebaseerde afweermiddelen van dierlijke of van plantaardige oorsprong/ruwe tallolie, op geur gebaseerde afweermiddelen van dierlijke of van plantaardige oorsprong/talloliepek, natriumaluminium-silicaat, onvertakte vlinderferomonen en ureum.

(5)

Voor de werkzame stoffen die niet vallen onder de categorieën waaraan in Uitvoeringsbesluit C(2016)6104 prioriteit wordt gegeven, moet de goedkeuringsperiode met twee of drie jaar worden verlengd, waarbij rekening moet worden gehouden met de huidige vervaldatum, met het feit dat volgens artikel 6, lid 3, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 het aanvullende dossier uiterlijk dertig maanden vóór het verstrijken van de goedkeuring moet worden ingediend, de noodzaak om de verantwoordelijkheden en werkzaamheden evenwichtig te verdelen over de lidstaten die als rapporteur en corapporteur optreden en de beschikbare middelen die voor de beoordeling en besluitvorming nodig zijn. Daarom is het passend de goedkeuringsperiode met twee jaar te verlengen voor bifenthrin, cymoxanil en metazachloor en de goedkeuringsperiode met drie jaar te verlengen voor 2,5-dichloorbenzoëzuurmethylester, azijnzuur, aclonifen, aluminiumfosfide, calciumcarbide, calciumfosfide, denatoniumbenzoaat, dodemorf, ethyleen, imidacloprid, magnesiumfosfide, metamitron, plantaardige oliën/citronellaolie, plantaardige oliën/kruidnagelolie, plantaardige oliën/groenemuntolie, pyrethrinen en sulcotrione.

(6)

Gezien het doel van artikel 17, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 zal de Commissie in gevallen waarin uiterlijk dertig maanden vóór de respectieve vervaldatum, als vastgesteld in de bijlage bij deze verordening, geen aanvullend dossier overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 wordt ingediend, de vervaldatum vaststellen op dezelfde datum als vóór deze verordening of op de vroegste datum daarna.

(7)

Gezien het doel van artikel 17, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 zal de Commissie, in gevallen waarin zij bij verordening bepaalt dat de goedkeuring van een in de bijlage bij deze verordening genoemde werkzame stof niet wordt verlengd omdat niet aan de criteria voor goedkeuring is voldaan, de vervaldatum vaststellen op dezelfde datum als vóór deze verordening of, indien dat later is, op de datum van inwerkingtreding van de verordening waarbij wordt bepaald dat de goedkeuring van de werkzame stof niet wordt verlengd. In gevallen waarin de Commissie bij verordening bepaalt dat de goedkeuring van een in de bijlage bij deze verordening genoemde werkzame stof wordt verlengd, zal de Commissie, wanneer dit aangewezen is, trachten om de vroegst mogelijke toepassingsdatum vast te stellen.

(8)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 moet bijgevolg dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(9)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 3 februari 2017.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de lijst van goedgekeurde werkzame stoffen betreft (PB L 153 van 11.6.2011, blz. 1).

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 van de Commissie van 18 september 2012 tot vaststelling van de nodige bepalingen voor de uitvoering van de verlengingsprocedure voor werkzame stoffen, als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 252 van 19.9.2012, blz. 26).

(4)  Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 28 september 2016 tot vaststelling van een werkprogramma voor de beoordeling van aanvragen voor de verlenging van goedkeuringen van werkzame stoffen die verstrijken in 2019, 2020 en 2021, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad (PB C 357 van 29.9.2016, blz. 9).


BIJLAGE

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt als volgt gewijzigd:

A)

Deel A wordt als volgt gewijzigd:

1)

in rij 215 (aclonifen), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 juli 2022”;

2)

in rij 216 (imidacloprid), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 juli 2022”;

3)

in rij 217 (metazachloor), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 juli 2021”;

4)

in rij 218 (azijnzuur), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2022”;

5)

in rij 219 (aluminiumammoniumsulfaat), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2020”;

6)

in rij 220 (aluminiumsilicaat), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2020”;

7)

in rij 222 (bloedmeel), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2020”;

8)

in rij 223 (calciumcarbide), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2022”;

9)

in rij 224 (calciumcarbonaat), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2020”;

10)

in rij 225 (kooldioxide), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2020”;

11)

in rij 226 (denatoniumbenzoaat), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2022”;

12)

in rij 227 (ethyleen), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2022”;

13)

in rij 228 (extract van theeboom), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2020”;

14)

in rij 229 (vetdestillatieresiduen), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2020”;

15)

in rij 230 (vetzuren C7 tot en met C20), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2020”;

16)

in rij 231 (knoflookextract), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2020”;

17)

in rij 232 (gibberellinezuur), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2020”;

18)

in rij 233 (gibberellinen), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2020”;

19)

in rij 234 (gehydrolyseerde eiwitten), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2020”;

20)

in rij 235 (ijzersulfaat), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2020”;

21)

in rij 236 (kiezelgoer (diatomeeënaarde)), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2020”;

22)

in rij 239 (als extractieresidu verkregen peperpoeder (PDER)), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2020”;

23)

in rij 240 (plantaardige oliën/citronellaolie), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2022”;

24)

in rij 241 (plantaardige oliën/kruidnagelolie), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2022”;

25)

in rij 242 (plantaardige oliën/raapzaadolie), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2020”;

26)

in rij 243 (plantaardige oliën/groenemuntolie), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2022”;

27)

in rij 244 (kaliumwaterstofcarbonaat), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2020”;

28)

in rij 246 (pyrethrinen), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2022”;

29)

in rij 247 (kwartszand), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2020”;

30)

in rij 248 (visolie), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2020”;

31)

in rij 249 (op geur gebaseerde afweermiddelen van dierlijke of van plantaardige oorsprong/schapenvet), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2020”;

32)

in rij 250 (op geur gebaseerde afweermiddelen van dierlijke of van plantaardige oorsprong/ruwe tallolie), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2020”;

33)

in rij 251 (op geur gebaseerde afweermiddelen van dierlijke of van plantaardige oorsprong/talloliepek), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2020”;

34)

in rij 253 (natriumaluminium-silicaat), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2020”;

35)

in rij 255 (onvertakte vlinderferomonen), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2020”;

36)

in rij 257 (ureum), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2020”;

37)

in rij 260 (aluminiumfosfide), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2022”;

38)

in rij 261 (calciumfosfide), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2022”;

39)

in rij 262 (magnesiumfosfide), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2022”;

40)

in rij 263 (cymoxanil), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2021”;

41)

in rij 264 (dodemorf), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2022”;

42)

in rij 265 (2,5-dichloorbenzoëzuurmethylester), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2022”;

43)

in rij 266 (metamitron), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2022”;

44)

in rij 267 (sulcotrione), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 augustus 2022”.

B)

In deel B, rij 23 (bifenthrin), zesde kolom (geldigheidsduur), wordt de datum vervangen door „31 juli 2021”.


4.2.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 31/25


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/196 VAN DE COMMISSIE

van 3 februari 2017

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1),

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 3 februari 2017.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Jerzy PLEWA

Directeur-generaal

Directoraat-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)  PB L 157 van 15.6.2011, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

MA

116,2

TN

311,6

TR

163,3

ZZ

197,0

0707 00 05

MA

80,2

TR

187,3

ZZ

133,8

0709 91 00

EG

79,4

ZZ

79,4

0709 93 10

MA

130,8

TR

256,7

ZZ

193,8

0805 10 22 , 0805 10 24 , 0805 10 28

EG

40,0

IL

72,3

MA

46,6

TN

53,7

TR

73,5

ZZ

57,2

0805 21 10 , 0805 21 90 , 0805 29 00

EG

90,8

IL

130,5

JM

112,4

MA

88,3

TR

83,9

ZZ

101,2

0805 22 00

IL

139,7

MA

91,9

ZZ

115,8

0805 50 10

EG

85,5

TR

93,8

ZZ

89,7

0808 10 80

CN

139,4

US

205,0

ZZ

172,2

0808 30 90

CL

81,7

CN

112,5

TR

154,0

ZA

99,6

ZZ

112,0


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1106/2012 van de Commissie van 27 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 471/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende communautaire statistieken van de buitenlandse handel met derde landen, wat de bijwerking van de nomenclatuur van landen en gebieden betreft (PB L 328 van 28.11.2012, blz. 7). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.


BESLUITEN

4.2.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 31/27


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2017/197 VAN DE COMMISSIE

van 2 februari 2017

tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/1138 wat betreft bepaalde termijnen voor het gebruik van de UN/CEFACT-normen bij de uitwisseling van informatie over visserijen

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2017) 457)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (1), en met name de artikelen 111 en 116,

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011 van de Commissie van 8 april 2011 houdende bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (2), en met name artikel 146 undecies,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De systemen van de vlaggenlidstaten moeten van dien aard zijn dat VMS-berichten („vessel monitoring system” of satellietvolgsysteem voor vissersvaartuigen) kunnen worden verstuurd en dat kan worden geantwoord op verzoeken om VMS-gegevens met behulp van de norm van het „United Nations Centre for Trade Facilitation and Electronic Business” (Centrum van de Verenigde Naties voor de bevordering van handel en elektronisch zakendoen — UN/CEFACT) overeenkomstig artikel 146 septies van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011.

(2)

Artikel 146 quinquies van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011 bepaalt dat voor alle transmissies, onder meer van VMS-gegevens, moet worden gebruikgemaakt van het elektronische netwerk voor de uitwisseling van visserijgegevens („transportlaag”) die de Commissie aan de lidstaten ter beschikking stelt.

(3)

Bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/1138 van de Commissie (3) zijn de termijnen voor het gebruik van de UN/CEFACT-normen bij de uitwisseling van visserijgegevens vastgelegd.

(4)

De transportlaag is ter beschikking gesteld met een vertraging van vier maanden en de lidstaten hebben voldoende tijd nodig om ze te installeren en te testen.

(5)

Het is daarom passend bepaalde termijnen die bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/1138 zijn vastgesteld voor het gebruik van die UN/CEFACT-normen, te verlengen.

(6)

Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/1138 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Uitwisseling van VMS-gegevens

Artikel 1 van Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/1138 wordt vervangen door:

„Artikel 1

1.   Vanaf 1 februari 2017 worden het formaat dat voor de in artikel 146 septies van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011 bedoelde melding van VMS-gegevens moet worden gebruikt, en de desbetreffende uitvoeringsdocumenten gewijzigd overeenkomstig het formaat P 1000-7 van UN/CEFACT: specificaties voor het domein vaartuigpositie, zoals bekendgemaakt op de webpagina van het register van stamgegevens op de visserijwebsite van de Europese Commissie.

2.   Vanaf 1 juli 2018 zijn de systemen van de vlaggenlidstaten van dien aard dat in het overeenkomstig lid 1 gewijzigde formaat kan worden geantwoord op verzoeken om VMS-gegevens als bedoeld in artikel 146 septies, lid 3, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011.”.

Artikel 2

Adressaten

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 2 februari 2017.

Voor de Commissie

Karmenu VELLA

Lid van de Commissie


(1)  PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1.

(2)  PB L 112 van 30.4.2011, blz. 1.

(3)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/1138 van de Commissie van 11 juli 2016 tot wijziging van de formaten op basis van de UN/CEFACT-norm voor de uitwisseling van informatie over visserijen (PB L 188 van 13.7.2016, blz. 26).


4.2.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 31/29


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2017/198 VAN DE COMMISSIE

van 2 februari 2017

betreffende maatregelen ter voorkoming van de insleep en verspreiding in de Unie van Pseudomonas syringae pv. actinidiae Takikawa, Serizawa, Ichikawa, Tsuyumu & Goto

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2017) 460)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2000/29/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen (1), en met name artikel 16, lid 3, derde zin,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsbesluit 2012/756/EU van de Commissie (2) zijn maatregelen vastgesteld ter voorkoming van de insleep en verspreiding in de Unie van Pseudomonas syringae pv. actinidiae Takikawa, Serizawa, Ichikawa, Tsuyumu & Goto, hierna „het nader omschreven organisme” genoemd, dat de veroorzaker van bacteriekanker bij kiwi is. Dat uitvoeringsbesluit was van toepassing tot en met 31 maart 2016.

(2)

Verscheidene lidstaten hebben verzocht om verlenging van de toepassing van de maatregelen van Uitvoeringsbesluit 2012/756/EU vanwege het fytosanitaire risico dat het nader omschreven organisme blijft vormen. Daarom moeten dezelfde maatregelen als die in dat uitvoeringsbesluit zijn opgenomen, worden vastgesteld ten aanzien van het binnenbrengen en het vervoer in de Unie van voor opplant bestemde planten van Actinidia Lindl. uit derde landen (hierna „de nader omschreven planten” genoemd).

(3)

Bovendien wijst de ervaring met de toepassing van Uitvoeringsbesluit 2012/756/EU uit dat, als gelijkwaardig alternatief voor visuele inspecties, de vernietiging van alle nader omschreven planten of afzonderlijke tests daarvan ook passende maatregelen zijn ter voorkoming van de verspreiding van het nader omschreven organisme in bepaalde gebieden, en dat die maatregelen een even doeltreffende reactie zijn op een uitbraak van het nader omschreven organisme; die maatregelen moeten bijgevolg eveneens worden toegestaan voor nader omschreven planten van oorsprong uit de Unie of derde landen. De ervaring leert tevens dat een gebied met een breedte van 100 m, in plaats van 500 m, rond een productieplaats of -locatie die vrij van schadelijke organismen is, dat op dusdanige wijze van het buitenmilieu geïsoleerd en beschermd is dat het nader omschreven organisme doeltreffend buitengesloten is, volstaat om de doeleinden van dit besluit te verwezenlijken.

(4)

De lidstaten moeten zo nodig hun wetgeving aanpassen om aan dit besluit te voldoen.

(5)

Dit besluit moet tot en met 31 maart 2020 van toepassing zijn zodat er voldoende tijd is om na te gaan hoe de situatie zich ontwikkelt.

(6)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Verbod betreffende het schadelijke organisme Pseudomonas syringae pv. actinidiae Takikawa, Serizawa, Ichikawa, Tsuyumu & Goto

Pseudomonas syringae pv. actinidiae Takikawa, Serizawa, Ichikawa, Tsuyumu & Goto (hierna „het nader omschreven organisme” genoemd) mag niet in de Unie worden binnengebracht of verspreid.

Artikel 2

Binnenbrengen van Actinidia Lindl. in de Unie

Levende pollen en voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden, van Actinidia Lindl. (hierna „de nader omschreven planten” genoemd), van oorsprong uit derde landen, mogen alleen in de Unie worden binnengebracht als zij voldoen aan de in bijlage I opgenomen specifieke voorschriften voor het binnenbrengen.

Artikel 3

Vervoer van de nader omschreven planten binnen de Unie

De nader omschreven planten mogen binnen de Unie alleen worden vervoerd als zij voldoen aan de in bijlage II opgenomen voorschriften.

Artikel 4

Onderzoeken en kennisgevingen van het nader omschreven organisme

1.   De lidstaten voeren officiële jaarlijkse onderzoeken uit naar de aanwezigheid van het nader omschreven organisme op de nader omschreven planten.

De lidstaten stellen de Commissie en de andere lidstaten uiterlijk op 31 januari van het jaar dat volgt op dat van het onderzoek, in kennis van de resultaten daarvan.

2.   Wanneer een professionele exploitant vermoedt of er kennis van neemt dat het nader omschreven organisme aanwezig is in door hem beheerde planten, plantaardige producten en andere materialen, in een gebied waar de aanwezigheid van dat organisme eerder onbekend was, stelt hij de verantwoordelijke officiële instantie daarvan onmiddellijk in kennis om die instantie in staat te stellen de passende maatregelen te treffen. Indien passend treft de professionele exploitant ook onmiddellijk voorzorgsmaatregelen om de vestiging en verspreiding van het nader omschreven organisme te voorkomen.

Artikel 5

Naleving

De lidstaten stellen de Commissie onmiddellijk in kennis van de maatregelen die zij hebben genomen om aan dit besluit te voldoen.

Artikel 6

Toepassing

Dit besluit is van toepassing tot en met 31 maart 2020.

Artikel 7

Adressaten

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 2 februari 2017.

Voor de Commissie

Vytenis ANDRIUKAITIS

Lid van de Commissie


(1)  PB L 169 van 10.7.2000, blz. 1.

(2)  Uitvoeringsbesluit 2012/756/EU van de Commissie van 5 december 2012 betreffende maatregelen om het binnenbrengen en de verspreiding in de Unie van Pseudomonas syringae pv. actinidiae Takikawa, Serizawa, Ichikawa, Tsuyumu & Goto te voorkomen (PB L 335 van 7.12.2012, blz. 49).


BIJLAGE I

Specifieke voorschriften voor het binnenbrengen in de Unie, als bedoeld in artikel 2

AFDELING I

Fytosanitair certificaat

1)

Nader omschreven planten van oorsprong uit derde landen gaan vergezeld van een fytosanitair certificaat als bedoeld in artikel 13, lid 1, punt ii), eerste alinea, van Richtlijn 2000/29/EG (hierna „het certificaat” genoemd), dat onder de rubriek „Aanvullende verklaring” de in de punten 2 en 3 bedoelde informatie bevat.

2)

In het certificaat staat vermeld dat aan een van de volgende punten is voldaan:

a)

de nader omschreven planten zijn permanent geteeld in een land waarvan bekend is dat het nader omschreven organisme er niet voorkomt;

b)

de nader omschreven planten zijn permanent geteeld in een gebied dat vrij van schadelijke organismen is, zoals voor het nader omschreven organisme door de nationale plantenziektekundige dienst van het land van oorsprong is vastgesteld overeenkomstig de internationale norm voor fytosanitaire maatregelen (International Standard for Phytosanitary Measures, ISPM) nr. 4 van de FAO (1);

c)

de nader omschreven planten zijn geproduceerd op een productieplaats of -locatie die vrij van schadelijke organismen is, zoals voor het nader omschreven organisme door de nationale plantenziektekundige dienst van het land van oorsprong is vastgesteld overeenkomstig ISPM nr. 10 van de FAO (2). De nader omschreven planten zijn geteeld in een voorziening die op dusdanige wijze van het buitenmilieu geïsoleerd en beschermd is dat het nader omschreven organisme doeltreffend buitengesloten is. De nader omschreven planten zijn op die plaats of locatie tijdens de laatste volledige vegetatiecyclus vóór uitvoer tweemaal officieel geïnspecteerd op de meest geschikte tijdstippen voor het opsporen van symptomen van besmetting, waarbij zij vrij van het nader omschreven organisme bevonden zijn.

Die productieplaats of -locatie is omgeven door een gebied met een straal van ten minste 100 m, waarin aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

i)

de officiële inspecties zijn tijdens de laatste volledige vegetatiecyclus vóór uitvoer tweemaal uitgevoerd op de meest geschikte tijdstippen voor het opsporen van symptomen van besmetting, waarbij nader omschreven planten die tijdens die inspecties symptomen van besmetting bleken te vertonen, onmiddellijk zijn vernietigd;

ii)

alle nader omschreven planten zijn onmiddellijk vernietigd;

iii)

elke nader omschreven plant is regelmatig getest op de meest geschikte tijdstippen en vrij bevonden van het nader omschreven organisme;

d)

de nader omschreven planten zijn geproduceerd in een productieplaats die vrij van schadelijke organismen is, zoals voor het nader omschreven organisme door de nationale plantenziektekundige dienst van het land van oorsprong is vastgesteld overeenkomstig ISPM nr. 10 van de FAO. De nader omschreven planten zijn daar tijdens de laatste volledige vegetatiecyclus vóór uitvoer tweemaal officieel geïnspecteerd, bemonsterd en getest op de meest geschikte tijdstippen, waarbij zij vrij van het nader omschreven organisme bevonden zijn.

Die productieplaats is omgeven door een gebied met een straal van 4 500 m, waarin aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

i)

in dat hele gebied zijn tijdens de laatste volledige vegetatiecyclus vóór uitvoer tweemaal officiële inspecties, bemonsteringen en tests uitgevoerd op de meest geschikte tijdstippen. Bij die officiële inspecties, bemonsteringen en tests is het nader omschreven organisme niet aangetroffen;

ii)

alle nader omschreven planten binnen een straal van 500 m vanaf die productieplaats zijn onmiddellijk vernietigd;

iii)

elke nader omschreven plant binnen een straal van 500 m vanaf die productieplaats is regelmatig getest op de meest geschikte tijdstippen en vrij bevonden van het nader omschreven organisme.

In het geval van de punten ii) en iii) zijn alle nader omschreven planten binnen dat gebied op een afstand van 500 m tot 4 500 m vanaf de productieplaats vernietigd of getest volgens een bemonsteringsschema waarmee met een betrouwbaarheid van 99 % kan worden vastgesteld dat het nader omschreven organisme in minder dan 0,1 % van de nader omschreven planten voorkomt.

3)

Indien de in punt 2, onder c) of d), bedoelde informatie wordt verstrekt, wordt in het certificaat bovendien vermeld dat aan een van de volgende punten is voldaan:

a)

de nader omschreven planten komen rechtstreeks voort uit moederplanten die zijn geteeld onder omstandigheden die voldoen aan punt 2, onder a), b) of c);

b)

de nader omschreven planten komen rechtstreeks voort uit moederplanten die van tevoren afzonderlijk zijn getest, waarbij is gebleken dat zij vrij zijn van het nader omschreven organisme;

c)

de nader omschreven planten zijn getest volgens een bemonsteringsschema waarmee met een betrouwbaarheid van 99 % kan worden vastgesteld dat het nader omschreven organisme in minder dan 0,1 % van de nader omschreven planten voorkomt.

4)

Indien de in punt 2, onder b), bedoelde informatie wordt verstrekt, wordt de naam van het gebied dat vrij van schadelijke organismen is, ingevuld in de rubriek „Plaats van oorsprong” van het certificaat.

AFDELING II

Inspectie

Nader omschreven planten die in de Unie worden binnengebracht en vergezeld gaan van een fytosanitair certificaat overeenkomstig afdeling I, worden op de plaats van binnenkomst of de plaats van bestemming, zoals vastgesteld overeenkomstig Richtlijn 2004/103/EG van de Commissie (3), grondig geïnspecteerd en in voorkomend geval getest op de aanwezigheid van het nader omschreven organisme.

Indien de nader omschreven planten in de Unie worden binnengebracht via een andere lidstaat dan de lidstaat van bestemming van die planten, stelt de verantwoordelijke officiële instantie van de lidstaat van binnenkomst de verantwoordelijke officiële instantie van de lidstaat van bestemming in kennis.


(1)  Requirements for the establishment of pest free areas. ISPM nr. 4 (1995), FAO 2016.

(2)  Requirements for the establishment of pest free places of production and pest free production sites. ISPM nr. 10 (1999), FAO 2016.

(3)  Richtlijn 2004/103/EG van de Commissie van 7 oktober 2004 betreffende de controles van de identiteit en de fytosanitaire controles van in deel B van bijlage V bij Richtlijn 2000/29/EG van de Raad opgenomen planten, plantaardige producten en andere materialen, die kunnen worden uitgevoerd op een andere plaats dan de plaats van binnenkomst in de Gemeenschap of op een dichtbijgelegen plaats en tot vaststelling van de eisen met betrekking tot deze controles (PB L 313 van 12.10.2004, blz. 16).


BIJLAGE II

Voorschriften voor het vervoer binnen de Unie, als bedoeld in artikel 3

1)

Nader omschreven planten van oorsprong uit de Unie mogen binnen de Unie alleen worden vervoerd als zij vergezeld gaan van een plantenpaspoort dat is opgesteld en afgegeven overeenkomstig Richtlijn 92/105/EEG van de Commissie (1), en voldoen aan de voorschriften van punt 2.

2)

De nader omschreven planten voldoen aan een van de volgende punten:

a)

de nader omschreven planten zijn permanent geteeld in een lidstaat waarvan niet bekend is dat het nader omschreven organisme er voorkomt;

b)

de nader omschreven planten zijn permanent geteeld in een beschermd gebied dat voor het nader omschreven organisme als zodanig is erkend overeenkomstig artikel 2, lid 1, onder h), van Richtlijn 2000/29/EG;

c)

de nader omschreven planten zijn permanent geteeld in een gebied dat vrij van schadelijke organismen is, zoals voor het nader omschreven organisme door de verantwoordelijke officiële instantie van een lidstaat is vastgesteld overeenkomstig ISPM nr. 4 van de FAO (2);

d)

de nader omschreven planten zijn geproduceerd op een productieplaats of -locatie die vrij van schadelijke organismen is, zoals voor het nader omschreven organisme door de verantwoordelijke officiële instantie van de lidstaat van oorsprong is vastgesteld overeenkomstig ISPM nr. 10 van de FAO (3). De nader omschreven planten zijn geteeld in een voorziening die op dusdanige wijze van het buitenmilieu geïsoleerd en beschermd is dat het nader omschreven organisme doeltreffend buitengesloten is. De nader omschreven planten zijn op die plaats of locatie tijdens de laatste volledige vegetatiecyclus vóór het vervoer tweemaal officieel geïnspecteerd op de meest geschikte tijdstippen voor het opsporen van symptomen van besmetting, waarbij zij vrij van het nader omschreven organisme bevonden zijn.

Die productieplaats of -locatie is omgeven door een gebied met een straal van ten minste 100 m, waarin aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

i)

de officiële inspecties zijn tweemaal uitgevoerd op de meest geschikte tijdstippen voor het opsporen van symptomen van besmetting tijdens de laatste volledige vegetatiecyclus vóór het vervoer, waarbij nader omschreven planten die tijdens die inspecties symptomen van besmetting bleken te vertonen, onmiddellijk zijn vernietigd;

ii)

alle nader omschreven planten zijn onmiddellijk vernietigd;

iii)

elke nader omschreven plant is regelmatig getest op de meest geschikte tijdstippen en vrij bevonden van het nader omschreven organisme;

e)

de nader omschreven planten zijn geproduceerd in een productieplaats die vrij van schadelijke organismen is, zoals voor het nader omschreven organisme door de verantwoordelijke officiële instantie van de lidstaat van oorsprong is vastgesteld overeenkomstig ISPM nr. 10 van de FAO. De nader omschreven planten zijn daar tijdens de laatste volledige vegetatiecyclus vóór het vervoer tweemaal officieel geïnspecteerd, bemonsterd en getest op de meest geschikte tijdstippen, waarbij zij vrij van het nader omschreven organisme bevonden zijn.

Die productieplaats is omgeven door een gebied met een straal van 500 m, hierna „het omliggende gebied” genoemd, waarin aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

i)

in het hele omliggende gebied zijn tijdens de laatste volledige vegetatiecyclus vóór het vervoer tweemaal officiële inspecties, bemonsteringen en tests uitgevoerd op de meest geschikte tijdstippen. Bij die officiële inspecties, bemonsteringen en tests is het nader omschreven organisme niet aangetroffen;

ii)

alle nader omschreven planten binnen het omliggende gebied zijn onmiddellijk vernietigd;

iii)

elke nader omschreven plant binnen het omliggende gebied is regelmatig getest op de meest geschikte tijdstippen en vrij bevonden van het nader omschreven organisme;

Het omliggende gebied is omringd door een gebied met een breedte van 4 km, waarin aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

i)

in het hele gebied zijn tijdens de laatste volledige vegetatiecyclus vóór het vervoer tweemaal officiële inspecties, bemonsteringen en tests uitgevoerd op de meest geschikte tijdstippen voor het opsporen van symptomen van besmetting, en telkens als het nader omschreven organisme op de nader omschreven planten werd aangetroffen, zijn uitroeiingsmaatregelen genomen. Deze maatregelen bestonden in de onmiddellijke vernietiging van de besmette nader omschreven planten;

ii)

alle nader omschreven planten binnen dat gebied zijn vernietigd;

iii)

alle nader omschreven planten binnen dat gebied zijn getest volgens een bemonsteringsschema waarmee met een betrouwbaarheid van 99 % kan worden vastgesteld dat het nader omschreven organisme in minder dan 0,1 % van de nader omschreven planten voorkomt.

3)

Indien aan de voorschriften van punt 2, onder d) of e), wordt voldaan, voldoen de nader omschreven planten bovendien aan een van de volgende voorschriften:

a)

de nader omschreven planten komen rechtstreeks voort uit moederplanten die zijn geteeld onder omstandigheden die voldoen aan punt 2, onder a), b), c) of d);

b)

de nader omschreven planten komen rechtstreeks voort uit moederplanten die van tevoren afzonderlijk zijn getest, waarbij is gebleken dat zij vrij zijn van het nader omschreven organisme;

c)

de nader omschreven planten zijn getest volgens een bemonsteringsschema waarmee met een betrouwbaarheid van 99 % kan worden vastgesteld dat het nader omschreven organisme in minder dan 0,1 % van de nader omschreven planten voorkomt.

4)

Nader omschreven planten die overeenkomstig bijlage I uit derde landen in de Unie zijn binnengebracht, mogen alleen binnen de Unie worden vervoerd als zij vergezeld gaan van het in punt 1 bedoelde plantenpaspoort.


(1)  Richtlijn 92/105/EEG van de Commissie van 3 december 1992 tot een zekere mate van standaardisering van plantenpaspoorten voor het verkeer van bepaalde planten, plantaardige producten en andere materialen in de Gemeenschap, en tot vaststelling van nadere regels voor de afgifte van deze paspoorten en van de voorwaarden en nadere regels voor de vervanging ervan (PB L 4 van 8.1.1993, blz. 22).

(2)  Requirements for the establishment of pest free areas, ISPM nr. 4 (1995), FAO 2016.

(3)  Requirements for the establishment of pest free places of production and pest free production sites, ISPM nr. 10 (1999), FAO 2016.