ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 5

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

60e jaargang
10 januari 2017


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2017/39 van de Commissie van 3 november 2016 tot vaststelling van toepassingsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft Uniesteun voor de verstrekking van groenten, fruit, bananen en melk in onderwijsinstellingen

1

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/40 van de Commissie van 3 november 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad, met betrekking tot Uniesteun voor de verstrekking van groenten en fruit, bananen en melk in onderwijsinstellingen en tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014 van de Commissie

11

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) 2017/41 van de Commissie van 9 januari 2017 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

20

 

 

BESLUITEN

 

*

Besluit (EU, Euratom) 2017/42 van de Raad van 19 december 2016 tot benoeming van een lid van het Europees Economisch en Sociaal Comité, voorgedragen door de Italiaanse Republiek

22

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

10.1.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 5/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/39 VAN DE COMMISSIE

van 3 november 2016

tot vaststelling van toepassingsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft Uniesteun voor de verstrekking van groenten, fruit, bananen en melk in onderwijsinstellingen

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 25 en artikel 223, lid 3,

Gezien Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (2), en met name artikel 62, lid 2, onder a) tot en met d), en artikel 64, lid 7, onder a),

Gezien Verordening (EU) nr. 1370/2013 van de Raad van 16 december 2013 houdende maatregelen tot vaststelling van steun en restituties in het kader van de gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten (3), en met name artikel 5, lid 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Deel II, titel I, hoofdstuk II, afdeling 1, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 voorziet in twee steunregelingen om de distributie van landbouwproducten aan kinderen in onderwijsinstellingen te verbeteren. De eerste regeling betreft de verstrekking van groenten en fruit, verwerkte groenten en fruit en banaanproducten (de „schoolfruit- en schoolgroentenregeling”), terwijl de tweede betrekking heeft op de verstrekking van melk en zuivelproducten (de „schoolmelkregeling”). Met ingang van het schooljaar 2017/2018 worden deze twee regelingen vervangen door een enkele regeling, die is ingesteld bij Verordening (EU) 2016/791 van het Europees Parlement en de Raad (4). Deze eengemaakte regeling voorziet in een nieuw gemeenschappelijk kader voor Uniesteun voor de verstrekking van groenten en fruit, verwerkte producten op basis van groenten en fruit en verse producten van de bananensector (hierna „schoolgroenten en -fruit” genoemd) en voor de verstrekking van melk en zuivelproducten (hierna „schoolmelk” genoemd) aan kinderen in onderwijsinstellingen (hierna „de schoolregeling” genoemd). Verordening (EU) nr. 1308/2013, als gewijzigd bij Verordening (EU) 2016/791, machtigt de Commissie ook om gedelegeerde en uitvoeringshandelingen vast te stellen. Om de soepele werking van de schoolregeling overeenkomstig het nieuwe rechtskader te garanderen, moeten middels dergelijke handelingen bepaalde regels worden vastgesteld. Die handelingen moeten in de plaats komen van de Gedelegeerde Verordeningen (EU) nr. 1047/2014 (5) en (EU) 2016/247 (6) van de Commissie, van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/248 van de Commissie (7) en van Verordening (EG) nr. 657/2008 van de Commissie (8). Deze handelingen worden ingetrokken bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/40 van de Commissie (9).

(2)

Overeenkomstig artikel 23, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 moeten lidstaten die aan de schoolregeling wensen deel te nemen, een strategie voor de uitvoering daarvan vaststellen. Om de uitvoering van de schoolregeling te kunnen evalueren moet worden bepaald welke elementen in de strategie moeten worden opgenomen. Om de administratieve lasten te beperken is het passend een onderscheid te maken tussen de elementen die in de strategie moeten worden opgenomen, en die welke, voor zover niet in de strategie opgenomen, desgevraagd ter beschikking van de Commissie moeten worden gesteld, met name in het geval van een audit.

(3)

Met het oog op goed bestuur en gezond begrotingsbeheer moeten de lidstaten die de schoolregeling toepassen, elk jaar een verzoek om Uniesteun indienen. Voorts moet de inhoud van een dergelijk verzoek worden omschreven.

(4)

De inhoud en de frequentie van de door de steunaanvragers in te dienen steunaanvragen moeten worden vastgesteld, alsmede regels voor de indiening van die aanvragen. Voorts moet nader worden omschreven welke bewijsstukken ter staving van de steunaanvragen moeten worden overgelegd. Ook moet worden bepaald welke sancties de bevoegde autoriteit moet toepassen wanneer een steunaanvraag te laat wordt ingediend.

(5)

De voorwaarden voor de betaling van de steun moeten verder worden verduidelijkt om rekening te houden met het onderscheid tussen, enerzijds, steun voor de verstrekking en de distributie van producten en, anderzijds, steun voor begeleidende educatieve maatregelen, monitoring, evaluatie en publiciteit. Ook moet de inhoud van de bewijsstukken die ter staving van elke aanvraag voor de betaling van de steun moeten worden overgelegd, nader worden omschreven.

(6)

De termijnen voor overdrachten tussen de financiële toewijzingen voor schoolgroenten en -fruit en voor schoolmelk, en de indiening, de vorm en de inhoud van de desbetreffende kennisgevingen aan de Commissie moeten worden vastgesteld.

(7)

Met het oog op een optimaal gebruik van de beschikbare middelen moet de Commissie maatregelen nemen om Uniesteun waarom niet is verzocht, overeenkomstig artikel 5, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1370/2013 te herverdelen over de lidstaten die aan de schoolregeling deelnemen en hebben meegedeeld meer dan de hun ter beschikking gestelde toewijzing te willen gebruiken. De voorwaarden voor deze overdrachten van middelen tussen de lidstaten moeten worden vastgesteld.

(8)

Om de doeltreffendheid van de schoolregeling te beoordelen en de lidstaten te helpen hun nationale en regionale strategieën verder te verbeteren, moeten de lidstaten de Commissie in kennis stellen van de resultaten en de bevindingen van de door hen verrichte monitoring en evaluatie van de regeling. Duidelijkheidshalve is het wenselijk om een datum vast te stellen voor de kennisgeving aan de Commissie van de resultaten van de jaarlijkse monitoring en voor de indiening van het evaluatieverslag. De Commissie moet deze documenten bekendmaken.

(9)

Om de financiële belangen van de Unie te beschermen moeten doeltreffende controlemaatregelen worden vastgesteld om onregelmatigheden en fraude te bestrijden. Deze controlemaatregelen moeten bestaan uit systematische administratieve controles van alle steunaanvragen, aangevuld met controles ter plaatse. Met het oog op een billijke en eenvormige aanpak in de lidstaten moeten de omvang, de inhoud, het tijdschema en de verslaglegging met betrekking tot deze controlemaatregelen nader worden omschreven, rekening houdend met de verschillen in de uitvoering van de schoolregeling door de lidstaten.

(10)

Onverschuldigd betaalde bedragen moeten worden teruggevorderd overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 van de Commissie (10).

(11)

Overeenkomstig artikel 23, lid 10, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 moet het publiek er voldoende bewust van worden gemaakt dat de Unie financieel aan de schoolregeling bijdraagt. Het is passend om, naast de bepalingen van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/40 betreffende posters, regels vast te stellen inzake het geven van bekendheid aan de schoolregeling en inzake het gebruik van het embleem van de Unie.

(12)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Toepassingsgebied en definitie

1.   Bij deze verordening worden uitvoeringsbepalingen voor de Verordeningen (EU) nr. 1308/2013 en (EU) nr. 1370/2013 vastgesteld wat betreft Uniesteun voor de verstrekking en de distributie van groenten en fruit, verwerkte producten op basis van groenten en fruit en verse producten van de bananensector (hierna „schoolgroenten en -fruit” genoemd) en van melk en zuivelproducten (hierna „schoolmelk” genoemd) aan kinderen in onderwijsinstellingen, voor begeleidende educatieve maatregelen en voor bepaalde aanverwante kosten in het kader van de in artikel 23 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde regeling (hierna „de schoolregeling” genoemd).

2.   Voor de toepassing van de schoolregeling wordt onder „schooljaar” de periode van 1 augustus tot en met 31 juli van het volgende jaar verstaan.

Artikel 2

Strategieën van de lidstaten

1.   In de in artikel 23, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en artikel 2 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/40 bedoelde strategie van de lidstaten worden de volgende elementen opgenomen:

a)

het administratieve niveau waarop de schoolregeling zal worden uitgevoerd;

b)

de behoeften waarin de schoolregeling moet voorzien, en de prioriteitenorde daarvan;

c)

de resultaten die met de schoolregeling moeten worden bereikt en de indicatoren om de verwezenlijking daarvan te meten;

d)

de uitgangssituatie ten opzichte waarvan de vooruitgang bij de verwezenlijking van de resultaten zal worden gemeten, op basis van beschikbare gegevens;

e)

het geraamde budget voor de belangrijkste elementen van de schoolregeling wat schoolgroenten en -fruit en schoolmelk betreft, en het budget voor elementen die betrekking hebben op de hele schoolregeling;

f)

de doelgroep;

g)

de lijst van de producten die in het kader van de schoolregeling zullen worden verstrekt, per productgroep als vermeld in artikel 23, leden 3, 4 en 5, en, indien van toepassing, lid 7, van Verordening (EU) nr. 1308/2013;

h)

als de producten niet gratis ter beschikking worden gesteld in het kader van de schoolregeling, de regelingen om ervoor te zorgen dat het bedrag van de Uniesteun naar behoren wordt verrekend in de prijs van die producten;

i)

als standaardschalen van eenheidskosten, forfaitaire financiering en/of vaste bedragen worden toegestaan, de eerlijke, billijke en controleerbare berekeningsmethode voor de bepaling daarvan; als een op kosten gebaseerd systeem wordt gebruikt, de regelingen voor de beoordeling van de redelijkheid van de kosten die de steunaanvragers indienen;

j)

de doelstellingen en de inhoud van de begeleidende educatieve maatregelen;

k)

de procedures om de desbetreffende autoriteiten en belanghebbenden bij een en ander te betrekken;

l)

de procedures om in het kader van de schoolregeling leveranciers van producten, materialen en diensten te selecteren;

m)

de maatregelen om bekendheid te geven aan de steun die de Unie in het kader van de schoolregeling biedt.

2.   De lidstaten verstrekken de Commissie op verzoek de volgende informatie, voor zover die niet in de strategie is opgenomen:

a)

de criteria voor de keuze van de producten die in het kader van de schoolregeling zullen worden verstrekt en de prioriteit of prioriteiten als bedoeld in artikel 23, lid 11, van Verordening (EU) nr. 1308/2013;

b)

de regelingen voor de levering en/of distributie van de producten, onder meer wat betreft de subsidiabele kosten, de beoogde frequentie en het tijdschema van de distributie en, als wordt toegestaan dat de producten samen met de gewone schoolmaaltijden worden gedistribueerd, de maatregelen die worden genomen om te voldoen aan artikel 11 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/40;

c)

als voor de producten, materialen en diensten die in het kader van de schoolregeling ter beschikking worden gesteld, door de begunstigden te betalen maximumprijzen worden vastgesteld, de eerlijke, billijke en controleerbare berekeningsmethode voor de bepaling daarvan;

d)

het bedrag van de nationale steun, als voor de schoolregeling naast de Uniesteun ook nationale steun wordt verleend;

e)

als bestaande nationale regelingen worden uitgebreid of doeltreffender worden gemaakt door gebruik te maken van Uniesteun in het kader van de schoolregeling, de regelingen om ervoor te zorgen dat de schoolregeling toegevoegde waarde biedt;

f)

wanneer producten als bedoeld in artikel 23, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 worden verdeeld, de regelingen om ervoor te zorgen dat de Uniesteun slechts wordt betaald voor het melkbestanddeel van die producten en niet hoger is dan het in artikel 5, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1370/2013 bedoelde bedrag;

g)

de structuren, regelingen en formulieren voor de monitoring en evaluatie van de schoolregeling overeenkomstig artikel 9 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/40 en voor de controles overeenkomstig de artikelen 9 en 10 van de onderhavige verordening.

3.   De Commissie maakt de strategieën van de lidstaten bekend.

Artikel 3

Verzoek van de lidstaten om Uniesteun

De lidstaten dienen uiterlijk op 31 januari van elk jaar hun verzoek om Uniesteun voor het volgende schooljaar in en actualiseren, indien nodig, het verzoek om Uniesteun voor het lopende schooljaar. Het verzoek bevat de volgende informatie:

a)

informatie met betrekking tot het volgende schooljaar:

i)

de indicatieve toewijzing van de steun voor schoolgroenten en -fruit en voor schoolmelk als vastgesteld in bijlage 1 bij Verordening (EU) nr. 1370/2013,

ii)

de bereidheid om een deel van de indicatieve toewijzing voor schoolgroenten en -fruit of voor schoolmelk over te dragen naar de andere indicatieve toewijzing, tot het maximumpercentage als bedoeld in artikel 23 bis, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1308/2013, en het percentage en het bedrag van de overdracht,

iii)

de bereidheid om meer dan de indicatieve toewijzing voor schoolgroenten en -fruit en/of voor schoolmelk te gebruiken en het maximale aanvullende bedrag waarom wordt verzocht voor het geval er een aanvullende toewijzing beschikbaar is,

iv)

het bedrag van de indicatieve toewijzing waarom niet wordt verzocht, indien de lidstaat niet het volledige bedrag van de indicatieve toewijzing voor schoolgroenten en -fruit en/of voor schoolmelk wenst te gebruiken,

v)

het totaalbedrag waarom voor schoolgroenten en -fruit en voor schoolmelk wordt verzocht;

b)

informatie met betrekking tot het lopende schooljaar:

i)

de overdracht tussen de definitieve toewijzingen als bedoeld in artikel 23 bis, lid 4, onder b), van Verordening (EU) nr. 1308/2013,

ii)

indien de lidstaat geen gebruik wenst te maken van het volledige bedrag van de definitieve toewijzing van de steun voor schoolgroenten en -fruit en/of voor schoolmelk voor het lopende schooljaar, het bedrag waarom niet zal verzocht voor schoolgroenten en -fruit en/of voor schoolmelk,

iii)

de bereidheid om meer te gebruiken dan het volledige bedrag van de definitieve toewijzing van de steun voor schoolgroenten en -fruit en/of voor schoolmelk die voor het lopende schooljaar voor de lidstaat ter beschikking is gesteld, voor het geval er een aanvullende toewijzing beschikbaar is.

De in dit artikel bedoelde bedragen worden uitgedrukt in euro.

Artikel 4

Steunaanvragen van steunaanvragers

1.   De lidstaten bepalen de vorm, de inhoud en de frequentie van de steunaanvragen overeenkomstig hun strategie en de voorschriften van de leden 2 tot en met 6.

2.   De steunaanvragen betreffende de verstrekking en de distributie van producten bevatten ten minste de volgende informatie:

a)

de hoeveelheden gedistribueerde producten per productgroep als bedoeld in artikel 23, leden 3, 4 en 5, en, indien van toepassing, lid 7, van Verordening (EU) nr. 1308/2013;

b)

de identificatie van de aanvrager en de naam en het adres of het unieke identificatienummer van de onderwijsinstelling of -instantie waaraan die hoeveelheden gedistribueerd zijn;

c)

het aantal kinderen dat aan het begin van het schooljaar in het schoolregister van de betrokken onderwijsinstelling(en) is ingeschreven en tijdens de periode waarop de steunaanvraag betrekking heeft, recht heeft op de onder de schoolregeling vallende producten.

3.   De steunaanvragen betreffende de verstrekking en de distributie van producten en betreffende begeleidende educatieve maatregelen kunnen een periode bestrijken gaande van twee weken tot het hele schooljaar.

4.   De steunaanvragen worden ingediend binnen drie maanden na afloop van de periode waarop zij betrekking hebben of, in het geval van steunaanvragen betreffende monitoring, evaluatie en publiciteit, binnen drie maanden na de datum waarop het materiaal of de dienst is geleverd.

5.   Als de in de lid 4 bedoelde termijn met minder dan zestig kalenderdagen wordt overschreden, wordt de steun betaald, maar gekort met:

a)

5 % indien de termijn met 1 tot 30 kalenderdagen wordt overschreden;

b)

10 % indien de termijn met 31 tot 60 kalenderdagen wordt overschreden.

Wordt de termijn met meer dan zestig kalenderdagen overschreden, dan wordt de steun per extra dag nog eens met 1 % verlaagd, berekend over het saldo.

6.   De in de steunaanvragen gevraagde bedragen worden gestaafd met bewijsstukken waarop de prijs van de geleverde producten, materialen of diensten is vermeld, en met een ontvangst- of betalingsbewijs of een gelijkwaardig document. De lidstaten geven een nadere omschrijving van de documenten die ter staving van de steunaanvragen moeten worden ingediend.

Als de steunaanvragen betrekking hebben op begeleidende educatieve maatregelen, monitoring, evaluatie of publiciteit, bevatten de bewijsstukken ook de financiële opsplitsing per activiteit en nadere gegevens over de aanverwante kosten.

Artikel 5

Betaling van de steun

1.   De steun voor de verstrekking en de distributie van producten wordt slechts betaald:

a)

na overlegging van een ontvangstbewijs voor de werkelijk verstrekte en/of gedistribueerde hoeveelheden, of

b)

als de lidstaat toestaat dat standaardschalen van eenheidskosten, forfaitaire financiering en/of vaste bedragen worden gebruikt, na overlegging van een alternatief bewijsstuk waaruit blijkt dat de hoeveelheden in het kader van de schoolregeling zijn geleverd en/of gedistribueerd en zijn betaald.

2.   Steun voor begeleidende educatieve maatregelen, monitoring, evaluatie en publiciteit wordt slechts betaald nadat het betrokken materiaal of de betrokken diensten zijn geleverd en na overlegging van de desbetreffende, door de bevoegde autoriteit vereiste bewijsstukken of, indien de lidstaat toestemming verleent voor het gebruik van standaardschalen van eenheidskosten, forfaitaire financiering en/of vaste bedragen, na overlegging van een alternatief bewijsstuk waaruit blijkt dat het materiaal of de diensten zijn geleverd en betaald.

3.   De bevoegde autoriteit betaalt de steun binnen drie maanden te rekenen vanaf de datum van indiening van de steunaanvraag, behalve wanneer een administratief onderzoek is ingesteld.

4.   De bevoegde autoriteit betaalt steun voor het schooljaar 2017/2018 pas na het begin van dat schooljaar.

Artikel 6

Overdrachten tussen toewijzingen

1.   Overdrachten tussen de indicatieve toewijzingen overeenkomstig artikel 23 bis, lid 4, onder a), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 worden gedaan in het verzoek om Uniesteun als bedoeld in artikel 3 van de onderhavige verordening.

2.   Overdrachten tussen de definitieve toewijzingen overeenkomstig artikel 23 bis, lid 4, onder b), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 kunnen, als geen overdrachten tussen de indicatieve toewijzingen hebben plaatsgevonden, worden gedaan in het verzoek om Uniesteun als bedoeld in artikel 3 van de onderhavige verordening.

De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 31 januari van het schooljaar waarin dergelijke overdrachten zijn gedaan, in kennis van het bedrag daarvan.

Artikel 7

Herverdeling van de Uniesteun

1.   Op basis van de bedragen aan Uniesteun waarom op grond van artikel 3 van deze verordening is verzocht, herverdeelt de Commissie overeenkomstig artikel 5, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1370/2013 indicatieve toewijzingen of delen daarvan waarom niet is verzocht.

Voor de productgroep van waaruit een lidstaat overeenkomstig artikel 6, lid 1, een overdracht naar de andere productgroep heeft gedaan, wordt aan die lidstaat geen aanvullend bedrag toegekend.

Als een lidstaat geen verzoek op grond van artikel 3 indient, worden de indicatieve toewijzingen van die lidstaat beschouwd als toewijzingen waarom niet is verzocht.

2.   De Commissie kan definitieve toewijzingen of delen daarvan waarom voor het lopende schooljaar niet is verzocht en die zijn meegedeeld overeenkomstig artikel 3, onder b), herverdelen over de lidstaten die te kennen hebben gegeven dat zij meer dan hun definitieve toewijzingen willen gebruiken.

Voor de productgroep van waaruit een lidstaat overeenkomstig artikel 6, lid 2, een overdracht naar de andere productgroep heeft gedaan, wordt aan die lidstaat geen aanvullend bedrag toegekend.

De herverdeling vindt plaats binnen de toewijzing voor schoolgroenten en -fruit of binnen de toewijzing voor schoolmelk, op basis van de indicatieve toewijzingen van de lidstaten die een verzoek hebben ingediend. In voorkomend geval mogen bedragen waarom de lidstaten niet binnen dezelfde toewijzing hebben verzocht, worden verdeeld over de lidstaten die om aanvullende bedragen voor de andere toewijzing hebben verzocht.

3.   Voor de berekening van het bedrag van de definitieve toewijzing dat overeenkomstig lid 1 aan een andere lidstaat kan worden toegewezen, wordt uitgegaan van het niveau waarop die lidstaat de definitief toegewezen Uniesteun voor schoolgroenten en -fruit, respectievelijk schoolmelk in het vorige schooljaar heeft benut. Rekening houdend met de uitgavendeclaraties die uiterlijk op 31 december voorafgaand aan de steunaanvraag overeenkomstig artikel 10 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 van de Commissie (11) aan de Commissie zijn toegezonden, wordt het bedrag van de definitieve toewijzing berekend als volgt:

a)

wanneer de definitieve toewijzing voor 50 % of minder is benut, wordt geen aanvullende toewijzing toegekend;

b)

wanneer de definitieve toewijzing voor meer dan 50 %, maar niet meer dan 75 % is benut, mag de maximale aanvullende toewijzing niet meer dan 50 % van de indicatieve toewijzing bedragen;

c)

wanneer de definitieve toewijzing voor meer dan 75 % is benut, geldt geen bovengrens voor de maximale aanvullende toewijzing.

De in de eerste alinea beschreven berekening is niet van toepassing op de berekening van de definitieve toewijzingen voor de schooljaren 2017/2018 en 2018/2019 en evenmin op lidstaten die de schoolregeling of één van de bestanddelen daarvan voor het eerst toepassen tijdens de eerste twee jaar van de toepassing van die regeling.

Artikel 8

Monitoring en evaluatie

1.   Bij de in artikel 9 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/40 bedoelde monitoring wordt uitgegaan van de gegevens die voortvloeien uit de beheers- en controleverplichtingen, met inbegrip van die welke in de artikelen 4 en 5 van de onderhavige verordening zijn vastgesteld.

De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 31 januari volgend op het einde van het betrokken schooljaar in kennis van de resultaten van de monitoring.

2.   Voor elke periode van zes jaar waarop de overeenkomstig artikel 23, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 opgestelde strategie betrekking heeft, dienen de lidstaten bij de Commissie een evaluatieverslag in met de resultaten van de in artikel 9 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/40 bedoelde evaluatie betreffende de uitvoeringsperiode die de eerste vijf schooljaren bestrijkt, en wel uiterlijk op 1 maart van het jaar dat volgt op het einde van die periode.

Het eerste evaluatieverslag wordt uiterlijk op 1 maart 2023 ingediend.

3.   De Commissie publiceert de resultaten van de jaarlijkse monitoring door de lidstaten, alsmede de evaluatieverslagen.

Artikel 9

Administratieve controles

1.   De lidstaten treffen alle nodige maatregelen om aan deze verordening te voldoen. Deze maatregelen bestaan onder meer uit een systematische administratieve controle van alle steunaanvragen in het kader van de schoolregeling.

2.   De lidstaten omschrijven de bewijsstukken betreffende de verstrekking en de distributie van de producten die overeenkomstig artikel 5 samen met de steunaanvraag moeten worden ingediend. De lidstaten voeren controles uit van alle steunaanvragen, met inbegrip van een representatieve steekproef van de bewijsstukken die samen met de steunaanvraag zijn ingediend.

3.   De administratieve controles die worden verricht met betrekking tot de steun die wordt gevraagd voor monitoring, evaluatie, publiciteit en begeleidende educatieve maatregelen, omvatten de controle van de verstrekking van het materiaal of de diensten en van de waarachtigheid van de uitgaven waarvoor steun wordt gevraagd.

4.   Als het gaat om steun voor de verstrekking en de distributie van producten en voor begeleidende educatieve maatregelen, worden de administratieve controles aangevuld met controles ter plaatse overeenkomstig artikel 10.

Artikel 10

Controles ter plaatse

1.   In het geval van steun voor de verstrekking en de distributie van producten worden controles ter plaatse verricht waarbij met name het volgende wordt geverifieerd:

a)

de in artikel 6 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/40 bedoelde boekhouding, waaronder de financiële bescheiden, zoals aankoop- en verkoopfacturen, leveringsnota's of bankafschriften;

b)

het gebruik van de producten overeenkomstig de onderhavige verordening.

2.   De controles ter plaatse worden verricht gedurende de van 1 augustus tot en met 31 juli lopende schooljaarperiode waarop deze controles betrekking hebben (periode N), en/of gedurende de daaropvolgende periode van acht maanden (periode N+1).

De controles ter plaatse kunnen worden verricht tijdens de uitvoering van de begeleidende educatieve maatregelen.

Een controle ter plaatse wordt als voltooid beschouwd zodra het desbetreffende, in lid 6 bedoelde controleverslag is voorgelegd.

3.   Het totale aantal controles ter plaatse heeft, ten aanzien van elk schooljaar, betrekking op ten minste 5 % van de op nationaal niveau gevraagde steun en op ten minste 5 % van alle steunaanvragers die producten verstrekken en distribueren en begeleidende educatieve maatregelen uitvoeren.

In lidstaten met minder dan honderd steunaanvragers worden controles ter plaatse verricht in de lokalen van minstens vijf aanvragers.

In lidstaten met minder dan vijf steunaanvragers worden controles ter plaatse verricht in de lokalen van alle aanvragers.

Wanneer een andere aanvrager dan een onderwijsinstelling steun voor de verstrekking en de distributie van producten aanvraagt, wordt de in de lokalen van die aanvrager verrichte controle ter plaatse aangevuld met controles ter plaatse in de lokalen van minstens twee onderwijsinstellingen of van minstens 1 % van de onderwijsinstellingen waarvoor de aanvrager boekhouding voert overeenkomstig artikel 6 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/40, indien dit laatste een groter aantal oplevert.

Wanneer de aanvrager steun voor begeleidende educatieve maatregelen aanvraagt, mogen de controles ter plaatse in de lokalen van de aanvrager op basis van een risicoanalyse worden vervangen door controles ter plaatse op de plaatsen waar de begeleidende maatregelen worden uitgevoerd. De lidstaten stellen het niveau van deze controles ter plaatse vast op basis van een risicoanalyse.

4.   De bevoegde autoriteit selecteert op basis van een risicoanalyse de ter plaatse te controleren steunaanvragers.

Daarbij houdt de bevoegde autoriteit met name rekening met:

a)

de verschillende geografische gebieden;

b)

het zich herhaaldelijk voordoen van fouten en de bevindingen van in de vorige jaren verrichte controles;

c)

het betrokken steunbedrag;

d)

het soort aanvragers;

e)

indien van toepassing, het soort begeleidende educatieve maatregel.

5.   Een aankondiging vooraf waarbij de aankondigingstermijn strikt beperkt blijft tot de noodzakelijke minimumduur, mag worden gedaan mits het doel van de controles hierdoor niet wordt geschaad.

6.   De bevoegde controleautoriteit stelt over elke controle ter plaatse een controleverslag op. In dat verslag worden de verschillende gecontroleerde punten nauwkeurig beschreven.

Het controleverslag bestaat uit de volgende delen:

a)

een algemeen gedeelte dat met name de volgende informatie bevat:

i)

de betrokken periode, de gecontroleerde steunaanvra(a)g(en), de hoeveelheden producten waarvoor steun werd aangevraagd in het geval van steunaanvragen betreffende de verstrekking en de distributie van producten, de deelnemende onderwijsinstellingen, een op de beschikbare gegevens gebaseerde raming van het aantal kinderen voor wie steun is betaald, alsmede het betrokken bedrag;

ii)

de aanwezige verantwoordelijke personen;

b)

een gedeelte waarin de verrichte controles afzonderlijk worden beschreven, en dat met name de volgende informatie bevat:

i)

de gecontroleerde documenten;

ii)

de aard en de omvang van de verrichte controles;

iii)

opmerkingen en bevindingen.

Alle controleverslagen worden uiterlijk acht maanden na afloop van het schooljaar afgerond.

7.   De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 31 oktober van het kalenderjaar volgend op het betrokken schooljaar in kennis van de ter plaatse verrichte controles en van de bevindingen daarvan.

Artikel 11

Terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen

Voor de terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen is artikel 7 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 van de Commissie van overeenkomstige toepassing.

Artikel 12

Publiciteit

1.   Lidstaten die besluiten geen gebruik te maken van de in artikel 12 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/40 bedoelde poster, lichten in hun strategie duidelijk toe hoe zij het publiek over de financiële bijdrage van de Unie aan de schoolregeling zullen informeren.

2.   Op communicatiemiddelen en bij publiciteitsacties als bedoeld in artikel 12 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/40, en op educatieve materialen en instrumenten die in het kader van begeleidende educatieve maatregelen worden gebruikt, wordt de Europese vlag weergegeven, wordt naar de „schoolregeling” verwezen en wordt, tenzij dit gezien de omvang van de materialen en instrumenten niet kan, ook de financiële bijdrage van de Unie vermeld.

3.   De verwijzingen naar de financiële bijdrage van de Unie zijn minstens even duidelijk zichtbaar als de verwijzingen naar bijdragen van andere particuliere of openbare instanties die de schoolregeling van een lidstaat steunen.

4.   De lidstaten kunnen blijven gebruikmaken van de bestaande voorraden posters en andere publiciteitsinstrumenten die overeenkomstig de Verordeningen (EU) 2016/248 en (EG) nr. 657/2008 zijn vervaardigd.

Artikel 13

Kennisgevingen

1.   De kennisgevingen van de lidstaten aan de Commissie gebeuren elektronisch aan de hand van de technische specificaties voor gegevensoverdracht die de Commissie beschikbaar stelt.

2.   De vorm en de inhoud van de kennisgevingen worden vastgesteld op basis van de modellen die de Commissie ter beschikking stelt van de lidstaten, na kennisgeving aan het Comité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten.

Artikel 14

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing op steun voor het schooljaar 2017/2018 en de daaropvolgende schooljaren.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 3 november 2016.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549.

(3)  PB L 346 van 20.12.2013, blz. 12.

(4)  Verordening (EU) 2016/791 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1308/2013 en (EU) nr. 1306/2013 wat betreft de steunregeling voor de verstrekking van groenten, fruit, bananen en melk in onderwijsinstellingen (PB L 135 van 24.5.2016, blz. 1).

(5)  Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1047/2014 van de Commissie van 29 juli 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft de door de lidstaten met het oog op de toepassing van de schoolmelkregeling op te stellen nationale of regionale strategie (PB L 291 van 7.10.2014, blz. 4).

(6)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/247 van de Commissie van 17 december 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad, met betrekking tot Uniesteun voor de verstrekking en de distributie van groenten en fruit, verwerkte groenten en fruit en banaanproducten in het kader van de regeling voor schoolfruit en schoolgroenten (PB L 46 van 23.2.2016, blz. 1).

(7)  Uitvoeringsverordening (EU) 2016/248 van de Commissie van 17 december 2015 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft Uniesteun voor de verstrekking en de distributie van groenten en fruit, verwerkte groenten en fruit en banaanproducten in het kader van de regeling voor schoolfruit en schoolgroenten, en tot vaststelling van de indicatieve toewijzing van die steun (PB L 46 van 23.2.2016, blz. 8).

(8)  Verordening (EG) nr. 657/2008 van de Commissie van 10 juli 2008 houdende bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad ten aanzien van de toekenning van communautaire steun voor de verstrekking van melk en bepaalde zuivelproducten aan leerlingen in onderwijsinstellingen (PB L 183 van 11.7.2008, blz. 17).

(9)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/40 van de Commissie van 3 november 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad, met betrekking tot Uniesteun voor de verstrekking van groenten en fruit, bananen en melk in onderwijsinstellingen en tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014 van de Commissie (zie bladzijde 11 van dit Publicatieblad).

(10)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 van de Commissie van 17 juli 2014 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem, plattelandsontwikkelingsmaatregelen en de randvoorwaarden (PB L 227 van 31.7.2014, blz. 69).

(11)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 van de Commissie van 6 augustus 2014 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft betaalorganen en andere instanties, financieel beheer, goedkeuring van de rekeningen, voorschriften inzake controles, zekerheden en transparantie (PB L 255 van 28.8.2014, blz. 59).


10.1.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 5/11


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2017/40 VAN DE COMMISSIE

van 3 november 2016

tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad, met betrekking tot Uniesteun voor de verstrekking van groenten en fruit, bananen en melk in onderwijsinstellingen en tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014 van de Commissie

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 24 en artikel 223, lid 2,

Gezien Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (2), en met name artikel 64, lid 6, onder a), en artikel 106, lid 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In deel II, titel I, hoofdstuk II, afdeling 1, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 is voorzien in twee steunregelingen ter verbetering van de distributie van landbouwproducten aan kinderen in onderwijsinstellingen. De eerste regeling betreft de verstrekking van groenten en fruit, verwerkte groenten en fruit en bananenproducten (schoolfruit- en schoolgroentenregeling), terwijl de tweede betrekking heeft op de verstrekking van melk en zuivelproducten (schoolmelkregeling). Met ingang van het schooljaar 2017/2018 worden deze twee regelingen vervangen door een enkele regeling die is ingevoerd bij Verordening (EU) 2016/791 van het Europees Parlement en de Raad (3). Deze eengemaakte regeling voorziet in een nieuw gemeenschappelijk kader voor Uniesteun voor de verstrekking van groenten en fruit, verwerkte groenten en fruit en verse producten van de bananensector (hierna „schoolgroenten en -fruit” genoemd) en voor de verstrekking van melk en zuivelproducten (hierna „schoolmelk” genoemd) aan kinderen in onderwijsinstellingen (hierna „schoolregeling” genoemd). Verordening (EU) nr. 1308/2013, als gewijzigd bij Verordening (EU) 2016/791, machtigt de Commissie ook om gedelegeerde en uitvoeringshandelingen vast te stellen. Om de vlotte werking van de schoolregeling binnen het nieuwe rechtskader te garanderen, moeten middels dergelijke handelingen bepaalde regels worden vastgesteld. Deze handelingen dienen de Gedelegeerde Verordeningen (EU) nr. 1047/2014 (4) en (EU) 2016/247 (5) van de Commissie, Uitvoeringsverordening (EU) 2016/248 van de Commissie (6) en Verordening (EG) nr. 657/2008 van de Commissie (7) te vervangen. Deze handelingen moeten derhalve worden ingetrokken, maar zij dienen van toepassing te blijven tot de huidige schoolfruit- en schoolgroentenregeling en schoolmelkregeling aflopen.

(2)

Overeenkomstig artikel 23, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 moeten lidstaten die aan de schoolregeling wensen deel te nemen, vooraf een strategie voor de uitvoering van de regeling op nationaal of regionaal niveau opstellen. Om de zes jaar dient een nieuwe strategie te worden opgesteld. Wanneer een lidstaat besluit de schoolregeling op regionaal niveau uit te voeren, moet hij voor elke regio een strategie opstellen en zorgen voor een coördinatiekader, overeenkomstig de bepalingen en procedures van die lidstaat. Hij moet dan één contactpunt aanwijzen voor informatie-uitwisseling met de Commissie zodat zij gemakkelijker de strategieën kan beoordelen en de uitvoering van de regeling in de betrokken lidstaat kan monitoren en evalueren. Ook dienen bepalingen te worden vastgesteld betreffende de termijnen voor indiening van de strategie en eventuele latere wijzigingen bij de Commissie.

(3)

Er dienen specifieke voorwaarden te worden vastgesteld voor het ontwerpen en toepassen van de begeleidende educatieve maatregelen, in het bijzonder wat betreft de behoefte aan ondersteuning voor de distributie van producten. Er dient te worden voorzien in de mogelijkheid om ook onderwijzend personeel en ouders te betrekken bij deze maatregelen, met het oog op een grotere doeltreffendheid van de maatregelen en van de schoolregeling in het algemeen.

(4)

Omwille van de rechtszekerheid is het dienstig nader te omschrijven welke kosten voor de uitvoering van de schoolregeling in aanmerking komen voor Uniesteun.

(5)

In het belang van goed bestuur, begrotingsbeheer en toezicht moet worden gespecificeerd welke voorwaarden gelden voor de verlening van de steun en voor de selectie en de erkenning van steunaanvragers.

(6)

Er dienen specifieke voorwaarden te worden vastgesteld voor de schorsing en intrekking van de erkenning en voor de administratieve sancties die gelden voor steunaanvragers die de in het kader van de schoolregeling vastgestelde verplichtingen niet nakomen.

(7)

Om een beoordeling van de doeltreffendheid van de schoolregeling, een collegiale evaluatie en de uitwisseling van goede praktijken mogelijk te maken, moeten de lidstaten de uitvoering van hun schoolregeling geregeld monitoren en evalueren en moeten zij de betrokken resultaten aan de Commissie toezenden. Daartoe moet de aard van de informatie en het soort informatie die moet worden opgenomen in het evaluatieverslag, nader worden omschreven. Voorts kan de niet-naleving van de monitoring- en evaluatievereisten door een lidstaat negatieve gevolgen hebben voor de beoordeling van de doeltreffendheid van de schoolregeling en voor de zekerheid inzake correct beheer van Uniesteun. Derhalve moeten bepalingen worden vastgesteld voor een door de Commissie toe te passen ontradende steunverlaging wanneer een lidstaat zijn evaluatieverslag te laat indient.

(8)

Met het oog op een doeltreffende monitoring en evaluatie van de schoolregeling moet nader worden omschreven welk soort informatie de lidstaten aan de Commissie dienen mee te delen en wat de aard van die informatie dient te zijn.

(9)

Om ervoor te zorgen dat de in het kader van de schoolregeling gedistribueerde producten voldoen aan de doelstellingen gezonde eetgewoonten te bevorderen en kinderen vertrouwd te maken met de natuurlijke smaak van deze producten, moet worden gespecificeerd dat het maximumgehalte toegevoegde suiker in de in artikel 23, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde producten, die technisch gezien ook zonder toegevoegde suiker kunnen worden bereid of vervaardigd, nul moet bedragen.

(10)

Om ervoor te zorgen dat de in het kader van de schoolregeling gedistribueerde producten voldoen aan de doelstelling gezonde eetgewoonten te bevorderen, moet het maximumgehalte toegevoegde suiker en/of honing worden bepaald dat de lidstaten mag toestaan in de in bijlage V bij Verordening (EU) nr. 1308/2013 vermelde producten. De lidstaten mogen lagere maxima vaststellen.

(11)

Er dienen specifieke voorwaarden te worden vastgesteld om de meerwaarde en de zichtbaarheid van de schoolregeling van de Unie te waarborgen wanneer producten die Uniesteun krijgen in het kader van de schoolregeling, samen met de gewone schoolmaaltijden in onderwijsinstellingen worden gedistribueerd.

(12)

Overeenkomstig artikel 23 bis, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 moeten de lidstaten bekendmaken dat zij aan de schoolregeling deelnemen en dat de Unie daarvoor subsidie verstrekt. De lidstaten moeten hiertoe een poster kunnen gebruiken die in de deelnemende onderwijsinstellingen kan worden opgehangen. Die poster moet volgens bepaalde minimumvoorschriften worden gemaakt.

(13)

In hoofdstuk V van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014 van de Commissie (8) zijn voorschriften vastgesteld betreffende de ontstaansfeiten voor de wisselkoersen die gelden voor de bedragen en betalingen van Uniesteun. Er moeten dus voorschriften worden opgenomen betreffende de steun in verband met de uitvoering van de schoolregeling. Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE VOORSCHRIFTEN INZAKE DE SCHOOLREGELING

Artikel 1

Toepassingsgebied en definities

1.   Bij deze verordening worden voorschriften vastgesteld tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013, met betrekking tot Uniesteun voor de verstrekking en de distributie van groenten en fruit, verwerkte groenten en fruit en verse banaanproducten (hierna „schoolgroenten en -fruit” genoemd) en voor de verstrekking en de distributie van melk en zuivelproducten (hierna „schoolmelk” genoemd) aan kinderen in onderwijsinstellingen, voor begeleidende educatieve maatregelen en voor bepaalde aanverwante kosten, in het kader van de in artikel 23 van die verordening bedoelde regeling (hierna „schoolregeling” genoemd).

2.   Voor de toepassing van deze verordening is de definitie van „schooljaar” als vastgesteld in artikel 1, lid 2 van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/39 van de Commissie (9) van toepassing.

Artikel 2

Strategie van de lidstaten

1.   Bij het opstellen van de in artikel 23, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde strategie kunnen de lidstaten zelf bepalen op welk administratief niveau zij de schoolregeling uitvoeren. Wanneer een lidstaat besluit de schoolregeling op regionaal niveau uit te voeren, stelt hij voor elke regio een strategie op en zorgt hij voor een bijbehorend coördinatiekader op lidstaatniveau. De lidstaat wijst één contactpunt aan voor informatie-uitwisseling met de Commissie.

2.   Indien een lidstaat de producten in het kader van de schoolregeling niet gratis verstrekt, wordt in de strategie toegelicht welke maatregelen zijn getroffen om te garanderen dat de Uniesteun in het kader van de schoolregeling zijn weerslag vindt in de prijs waartegen deze producten beschikbaar worden gesteld.

3.   Lidstaten die aan de schoolregeling wensen deel te nemen, delen hun strategie uiterlijk op 30 april vóór de start van het eerste schooljaar dat onder de strategie valt, mee aan de Commissie. De lidstaten stellen de Commissie evenwel uiterlijk op 1 augustus 2017 in kennis van hun strategie voor de zesjarige periode die aanvangt met het schooljaar 2017/2018.

4.   De lidstaten kunnen hun strategie wijzigen. Wanneer ze dat doen, delen ze hun gewijzigde strategie binnen de twee maanden die volgen op de wijziging, mee aan de Commissie.

Artikel 3

Begeleidende educatieve maatregelen

1.   De in artikel 23, lid 10, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde begeleidende educatieve maatregelen houden rechtstreeks verband met de doelstellingen van de schoolregeling.

2.   De begeleidende educatieve maatregelen ondersteunen de distributie van schoolgroenten en -fruit en schoolmelk en ingeval ze ook betrekking hebben op andere dan de in artikel 23, leden 3, 4 en 5, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde landbouwproducten, kunnen deze andere producten in het kader van deze maatregelen worden geproefd.

3.   Bij begeleidende educatieve maatregelen mogen ook ouders en onderwijzend personeel worden betrokken.

Artikel 4

Subsidiabele kosten

1.   De volgende kosten komen in aanmerking voor Uniesteun:

a)

de kosten van de producten die in het kader van de schoolregeling worden verstrekt en gedistribueerd aan kinderen in in artikel 22 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde onderwijsinstellingen, met inbegrip van de kosten van het aankopen, huren en huurkopen van bij de verstrekking en distributie gebruikte apparatuur, zoals is vastgelegd in de strategie van de lidstaat;

b)

de kosten van begeleidende educatieve maatregelen, met inbegrip van:

i)

kosten voor het organiseren van proeverijklassen, het aanleggen en onderhouden van een moestuin, het organiseren van bezoeken aan landbouwbedrijven en soortgelijke activiteiten om kinderen weer dichter bij de landbouw te brengen;

ii)

kosten voor maatregelen om kinderen te onderwijzen in landbouw, gezonde eetgewoonten, lokale voedselketens, biologische productie en duurzame productie, en om voedselverspilling tegen te gaan;

c)

de kosten om publiciteit aan de schoolregeling te geven door het bredere publiek rechtstreeks over de regeling te informeren, met inbegrip van:

i)

de kosten van de in artikel 12 van de onderhavige verordening bedoelde poster;

ii)

de kosten van voorlichtingscampagnes via radio of televisie, elektronische communicatie, kranten en soortgelijke communicatiemiddelen;

iii)

de kosten van voorlichtingsbijeenkomsten, conferenties, seminars en workshops om het bredere publiek te informeren over de schoolregeling, en soortgelijke evenementen;

iv)

de kosten van voorlichtings- en promotiemateriaal, zoals brieven, folders, brochures, gadgets en dergelijke;

d)

de kosten van maatregelen inzake netwerkvorming voor de uitwisseling van ervaring en beste praktijen inzake de uitvoering van de schoolregeling;

e)

de kosten in verband met de verplichting voor de lidstaten om de doeltreffendheid van de regeling te monitoren en te evalueren;

f)

de kosten van vervoer en distributie van de in het kader van de schoolregeling verstrekte producten, mits deze niet door punt a) van dit lid worden gedekt.

2.   De in lid 1 bedoelde kosten mogen niet in het kader van andere Uniesteunregelingen, -programma's, -maatregelen of -acties worden gefinancierd.

3.   Belasting over de toegevoegde waarde (btw) komt niet voor Uniesteun in aanmerking.

4.   Uitgaven in verband met personeel komen niet in aanmerking voor Uniesteun indien deze personeelskosten uit overheidsmiddelen van de lidstaat worden gefinancierd.

Artikel 5

Algemene voorwaarden voor de verlening van de steun en de selectie van steunaanvragers

1.   De in het kader van de schoolregeling aan een lidstaat verleende steun wordt verdeeld over de steunaanvragers die overeenkomstig artikel 6 door de bevoegde autoriteit van de lidstaat zijn erkend en wier aanvraag betrekking heeft op de uitvoering van een of meer van de volgende punten:

a)

de verstrekking of distributie van producten aan kinderen in onderwijsinstellingen in het kader van de schoolregeling;

b)

begeleidende educatieve maatregelen;

c)

monitoring- of evaluatieacties;

d)

publiciteit.

2.   De lidstaten selecteren de steunaanvragers uit de volgende instanties:

a)

onderwijsinstellingen;

b)

onderwijsinstanties;

c)

leveranciers of distributeurs van producten;

d)

organisaties die namens een of meer onderwijsinstellingen of onderwijsinstanties optreden en specifiek zijn opgericht voor het beheren en uitvoeren van in lid 1 bedoelde activiteiten;

e)

andere openbare of particuliere instanties die betrokken zijn bij het beheren en uitvoeren van in lid 1 bedoelde activiteiten.

Artikel 6

Voorwaarden voor de erkenning van steunaanvragers

1.   De steunaanvragers zijn erkend door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de onderwijsinstelling waaraan de producten worden verstrekt en/of gedistribueerd, zich bevindt. De erkenning wordt uitsluitend verleend als de aanvragers zich er schriftelijk toe verbinden:

a)

ervoor te zorgen dat de producten die de Unie in het kader van de schoolregeling financiert, beschikbaar worden gesteld voor consumptie door de kinderen in de onderwijsinstelling(en) waarvoor steun wordt aangevraagd;

b)

de toegewezen steun overeenkomstig de doelstellingen van de schoolregeling te gebruiken voor begeleidende educatieve maatregelen, monitoring, evaluatie en publiciteit;

c)

ten onrechte betaalde steun voor de betrokken hoeveelheden terug te betalen wanneer is geconstateerd dat de producten niet aan de kinderen zijn gedistribueerd of niet in aanmerking komen voor Uniesteun;

d)

ten onrechte betaalde steun voor begeleidende educatieve maatregelen, monitoring, evaluatie en publiciteit terug te betalen wanneer is geconstateerd dat deze maatregelen of activiteiten niet correct zijn uitgevoerd;

e)

bewijsstukken ter beschikking van de bevoegde autoriteit te stellen wanneer deze daarom verzoekt;

f)

alle door de bevoegde autoriteit noodzakelijk geachte controles, met name wat de verificatie van de boekhouding en fysieke inspecties betreft, toe te laten.

Wanneer steun wordt aangevraagd voor activiteiten die zullen worden uitgevoerd na openbare aanbestedingsprocedures, kunnen de lidstaten de erkenning als verleend beschouwen wanneer de in de eerste alinea beschreven verbintenissen deel uitmaken van de voorwaarden voor deelname aan de openbare aanbestedingsprocedures.

2.   Op steunaanvragen die enkel betrekking hebben op de verstrekking en/of distributie van producten, is lid 1, onder b) en d), niet van toepassing. In dergelijk geval gaan de steunaanvragers een aanvullende schriftelijke verbintenis aan om een boekhouding te voeren met daarin de naam en het adres van de onderwijsinstellingen of -instanties die hun producten ontvangen, alsmede de hoeveelheden verkochte of verstrekte specifieke producten.

3.   Op steunaanvragen die enkel betrekking hebben op begeleidende educatieve maatregelen, is lid 1, onder a) en c), niet van toepassing. De bevoegde autoriteiten kunnen de steunaanvragers verplichten aanvullende schriftelijke verbintenissen aan te gaan, met name inzake:

a)

begeleidende educatieve maatregelen die worden uitgevoerd in scholen die geen steunaanvrager zijn;

b)

begeleidende educatieve maatregelen die onder meer de distributie van producten betreffen.

4.   Op steunaanvragen die enkel betrekking hebben op monitoring, evaluatie en publiciteit, is lid 1, onder a) en c), niet van toepassing.

5.   De lidstaten kunnen de erkenningen die in het kader van de schoolfruit- en schoolgroentenregeling en/of de schoolmelkregeling overeenkomstig respectievelijk Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/247 en Verordening (EG) nr. 657/2008 zijn verleend, als geldig beschouwen indien de criteria en de voorwaarden niet gewijzigd zijn.

Artikel 7

Schorsing en intrekking van de erkenning

1.   Indien een erkende steunaanvrager de in het kader van de schoolregeling vastgestelde verplichtingen niet nakomt, schorst de bevoegde autoriteit de erkenning van de aanvrager voor een periode van één tot twaalf maanden of trekt zij deze in, afhankelijk van de ernst van de niet-naleving en overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel.

2.   Schorsing en intrekking worden niet opgelegd in de in artikel 64, lid 2, onder a) tot en met d), van Verordening (EU) nr. 1306/2013 bedoelde gevallen of indien de niet-naleving van gering belang is.

3.   Indien de aanvrager daarom verzoekt en de oorzaken van de intrekking zijn verholpen, kan de bevoegde autoriteit de erkenning van de steunaanvrager opnieuw verlenen mits ten minste twaalf maanden zijn verlopen sinds de datum waarop de oorzaken van de intrekking zijn verholpen.

Artikel 8

Administratieve sancties

Indien de in het kader van de schoolregeling vastgestelde verplichtingen — met uitzondering van de in artikel 64, lid 2, onder a) tot en met d), van Verordening (EU) nr. 1306/2013 bedoelde verplichtingen — niet worden nagekomen, betaalt de aanvrager bovenop de teruggevorderde, ten onrechte betaalde bedragen een administratieve sanctie die gelijk is aan het verschil tussen het initieel aangevraagde bedrag en het bedrag waarop de aanvrager recht heeft.

Artikel 9

Monitoring en evaluatie

1.   De lidstaten zorgen voor adequate structuren en formulieren voor een jaarlijkse monitoring van de uitvoering van de schoolregeling.

2.   De lidstaten evalueren de uitvoering van de schoolregeling teneinde te beoordelen of deze doeltreffend genoeg is gebleken om de doelstellingen ervan te halen.

3.   De jaarlijkse monitoringverslagen van de lidstaten bevatten informatie over de middelen die zijn aangewend voor de verstrekking en distributie van elk van de in artikel 23, leden 3, 4 en 5 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 vermelde productgroepen en voor begeleidende educatieve maatregelen; het aantal onderwijsinstellingen en kinderen die deelnemen aan de schoolregeling; de gemiddelde omvang en prijs van een portie; de frequentie waarmee de producten worden verstrekt; de verstrekte hoeveelheden producten, uitgesplitst naar productgroep en, in voorkomend geval, de verstrekte hoeveelheden andere dan de in artikel 23, leden 3, 4 en 5, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 vermelde producten die overeenkomstig artikel 23, lid 7, van die verordening onder de begeleidende educatieve maatregelen vallen; de soorten uitgevoerde communicatie- en begeleidende maatregelen; en de instanties en belanghebbenden die betrokken zijn bij het ontwerpen en uitvoeren van de schoolregeling.

4.   De jaarlijkse controleverslagen van de lidstaten inzake de uitgevoerde controles ter plaatse en de bevindingen daarvan bevatten informatie over het bedrag van de aangevraagde steun, de uitbetaalde steun en de steun waarop de controles ter plaatse betrekking hadden; steunverlaging na administratieve controles; steunverlaging wegens te late indiening van de aanvragen; het bedrag van de na controles ter plaatse teruggevorderde steun; en de toegepaste administratieve sancties.

5.   Indien een lidstaat uiterlijk op de in artikel 8, lid 2 van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/39 bedoelde termijn geen evaluatieverslag met de resultaten van de in lid 2 van het onderhavige artikel bedoelde evaluatie heeft ingediend bij de Commissie, wordt het bedrag van de volgende definitieve toewijzing als volgt verlaagd:

a)

met 5 % indien de termijn met 1 tot 30 dagen wordt overschreden;

b)

met 10 % indien de termijn met 31 tot 60 dagen wordt overschreden.

Wordt de termijn met meer dan 60 dagen overschreden, dan wordt de definitieve toewijzing per extra dag verlaagd met 1 %, berekend over het saldo.

Artikel 10

Maximumgehalten voor toegevoegde ingrediënten

1.   Het maximumgehalte toegevoegde suiker dat door de lidstaten op grond van artikel 23, lid 6, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 mag worden toegestaan in de in artikel 23, lid 4, van die verordening bedoelde producten, bedraagt nul.

2.   Het maximumgehalte toegevoegde suiker en/of honing dat door de lidstaten op grond van artikel 23, lid 6, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 mag worden toegestaan in de in bijlage V bij die verordening bedoelde producten, bedraagt 7 %. Voor de toepassing van dit lid wordt onder suiker verstaan de producten van de GN-codes 1701 en 1702. De aan de vruchten toegevoegde suiker is verrekend in het maximumgehalte van 7 % toegevoegde suiker.

3.   Kaas mag maximaal 10 % melkvreemde ingrediënten bevatten.

Artikel 11

Distributie van producten samen met de gewone schoolmaaltijden

In naar behoren gemotiveerde gevallen waarin een lidstaat het voor de verwezenlijking van de doelstellingen van zijn strategie doeltreffender vindt, kan deze de scholen toestaan producten die Uniesteun ontvangen in het kader van de schoolregeling, samen met de gewone schoolmaaltijden te distribueren.

In dergelijke gevallen zorgt de lidstaat ervoor dat deze producten:

a)

niet worden gebruikt in de bereiding van de gewone schoolmaaltijden;

b)

niet worden gebruikt om producten te vervangen die deel uitmaken van de gewone schoolmaaltijden waarvoor openbare en/of particuliere instanties een financiële bijdrage hebben geleverd;

c)

te allen tijde duidelijk herkenbaar blijven als deel van de schoolregeling, dankzij passende communicatie- en publiciteitsmaatregelen.

Punt b) is niet van toepassing wanneer onderwijsinstellingen de gewone schoolmaaltijden gratis distribueren.

Artikel 12

Publiciteit

Voor de toepassing van artikel 23 bis, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 kunnen de lidstaten gebruikmaken van een poster die voldoet aan de in de bijlage bij de onderhavige verordening vastgestelde minimumvoorschriften en die permanent duidelijk zichtbaar aan de hoofdingang van de deelnemende onderwijsinstellingen wordt aangebracht.

HOOFDSTUK II

WIJZIGINGS-, INTREKKINGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 13

Wijzigingen van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014

In Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014 wordt het volgende artikel ingevoegd:

„Artikel 32 bis

Steunbedragen en -betalingen in verband met de uitvoering van de schoolregeling

Voor de steun ten bate van de uitvoering van de in deel II, titel I, hoofdstuk II, afdeling I, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde schoolregeling vindt het ontstaansfeit voor de wisselkoers plaats op 1 januari voorafgaande aan het betrokken schooljaar.”.

Artikel 14

Intrekkingen

Verordening (EG) nr. 657/2008, Gedelegeerde Verordeningen (EU) nr. 1047/2014 en (EU) 2016/247 en Uitvoeringsverordening (EU) 2016/248 worden ingetrokken. Deze verordeningen blijven voor de schooljaren die voorafgaan aan 2017/2018 evenwel van toepassing op de huidige schoolmelkregeling en schoolfruit- en schoolgroentenregeling tot deze aflopen.

Artikel 15

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing op het schooljaar 2017/2018 en de daaropvolgende schooljaren.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 3 november 2016.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549.

(3)  Verordening (EU) 2016/791 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1308/2013 en (EU) nr. 1306/2013 wat betreft de steunregeling voor de verstrekking van groenten, fruit, bananen en melk in onderwijsinstellingen (PB L 135 van 24.5.2016, blz. 1).

(4)  Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1047/2014 van de Commissie van 29 juli 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft de door de lidstaten met het oog op de toepassing van de schoolmelkregeling op te stellen nationale of regionale strategie (PB L 291 van 7.10.2014, blz. 4).

(5)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/247 van de Commissie van 17 december 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad, met betrekking tot Uniesteun voor de verstrekking en de distributie van groenten en fruit, verwerkte groenten en fruit en banaanproducten in het kader van de regeling voor schoolfruit en schoolgroenten (PB L 46 van 23.2.2016, blz. 1).

(6)  Uitvoeringsverordening (EU) 2016/248 van de Commissie van 17 december 2015 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft Uniesteun voor de verstrekking en de distributie van groenten en fruit, verwerkte groenten en fruit en banaanproducten in het kader van de regeling voor schoolfruit en schoolgroenten, en tot vaststelling van de indicatieve toewijzing van die steun (PB L 46 van 23.2.2016, blz. 8).

(7)  Verordening (EG) nr. 657/2008 van de Commissie van 10 juli 2008 houdende bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad ten aanzien van de toekenning van communautaire steun voor de verstrekking van melk en bepaalde zuivelproducten aan leerlingen in onderwijsinstellingen (PB L 183 van 11.7.2008, blz. 17).

(8)  Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de betaalorganen en andere instanties, het financieel beheer, de goedkeuring van de rekeningen, de zekerheden en het gebruik van de euro (PB L 255 van 28.8.2014, blz. 18).

(9)  Uitvoeringsverordening (EU) 2017/39 van de Commissie van 3 november 2016 tot vaststelling van toepassingsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft Uniesteun voor de verstrekking van groenten, fruit, bananen en melk in onderwijsinstellingen (zie bladzijde 1 van dit Publicatieblad)


BIJLAGE

Minimumvoorschriften voor de in artikel 12 bedoelde poster

Formaat:

A3 of groter

Letters:

1 cm of groter

Titel:

„Schoolregeling” van de Europese Unie

Inhoud:

Ten minste de volgende formulering:

„Ons/Onze [vermeld de soort onderwijsinstelling (bv. kleuterschool/voorschoolse opvang/lagere of middelbare school)] doet met financiële steun van de Europese Unie mee aan de” Schoolregeling „van de Europese Unie.”

Op de poster moet het embleem van de Unie zijn aangebracht.


10.1.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 5/20


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/41 VAN DE COMMISSIE

van 9 januari 2017

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1),

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 9 januari 2017.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Jerzy PLEWA

Directeur-generaal

Directoraat-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)  PB L 157 van 15.6.2011, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

IL

269,9

MA

102,0

SN

188,2

TR

114,3

ZZ

168,6

0707 00 05

MA

85,5

TR

164,9

ZZ

125,2

0709 91 00

EG

144,1

ZZ

144,1

0709 93 10

MA

244,2

TR

175,5

ZZ

209,9

0805 10 20

EG

49,1

MA

54,3

TR

72,5

ZZ

58,6

0805 20 10

IL

175,1

MA

73,2

ZZ

124,2

0805 20 30 , 0805 20 50 , 0805 20 70 , 0805 20 90

IL

157,1

JM

119,0

TR

74,4

ZZ

116,8

0805 50 10

TR

85,9

ZZ

85,9

0808 10 80

CN

96,3

US

116,9

ZZ

106,6

0808 30 90

CL

282,6

CN

84,1

TR

133,1

ZZ

166,6


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1106/2012 van de Commissie van 27 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 471/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende communautaire statistieken van de buitenlandse handel met derde landen, wat de bijwerking van de nomenclatuur van landen en gebieden betreft (PB L 328 van 28.11.2012, blz. 7). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.


BESLUITEN

10.1.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 5/22


BESLUIT (EU, Euratom) 2017/42 VAN DE RAAD

van 19 december 2016

tot benoeming van een lid van het Europees Economisch en Sociaal Comité, voorgedragen door de Italiaanse Republiek

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 302,

Gezien het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 106 bis,

Gezien de voordracht van de Italiaanse regering,

Gezien het advies van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 18 september 2015 en 1 oktober 2015 heeft de Raad de Besluiten (EU, Euratom) 2015/1600 (1) en (EU, Euratom) 2015/1790 (2) tot benoeming van de leden van het Europees Economisch en Sociaal Comité voor de periode van 21 september 2015 tot en met 20 september 2020 vastgesteld.

(2)

In het Europees Economisch en Sociaal Comité is een zetel van lid vrijgekomen vanwege het einde van de ambtstermijn van de heer Carmelo CEDRONE,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Mevrouw Ester VITALE, (Segretaria Generale aggiunta UIL Caltanissetta e Enna), wordt benoemd tot lid van het Europees Economisch en Sociaal Comité voor de resterende duur van de ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 20 september 2020.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel, 19 december 2016.

Voor de Raad

De voorzitter

L. SÓLYMOS


(1)  Besluit (EU, Euratom) 2015/1600 van de Raad van 18 september 2015 tot benoeming van de leden van het Europees Economisch en Sociaal Comité voor de periode van 21 september 2015 tot en met 20 september 2020 (PB L 248 van 24.9.2015, blz. 53).

(2)  Besluit (EU, Euratom) 2015/1790 van de Raad van 1 oktober 2015 tot benoeming van de leden van het Europees Economisch en Sociaal Comité voor de periode van 21 september 2015 tot en met 20 september 2020 (PB L 260 van 7.10.2015, blz. 23).