ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 200

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

59e jaargang
26 juli 2016


Inhoud

 

I   Wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Verordening (EU) 2016/1191 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 inzake de bevordering van het vrije verkeer van burgers door vereenvoudigde overlegging van bepaalde openbare documenten in de Europese Unie en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012

1

 

*

Verordening (EU) 2016/1192 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 betreffende de overdracht aan het Gerecht van de bevoegdheid om in eerste aanleg uitspraak te doen in geschillen tussen de Europese Unie en haar personeelsleden

137

 

 

Rectificaties

 

*

Rectificatie van Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad ( PB L 347 van 20.12.2013 )

140

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

26.7.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 200/1


VERORDENING (EU) 2016/1191 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 6 juli 2016

inzake de bevordering van het vrije verkeer van burgers door vereenvoudigde overlegging van bepaalde openbare documenten in de Europese Unie en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 21, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Unie heeft ten doel gesteld een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht zonder binnengrenzen te handhaven en te ontwikkelen waarin het vrije verkeer van personen gewaarborgd is. Om het vrije verkeer van openbare documenten in de Unie te waarborgen en aldus het vrije verkeer van burgers van de Unie te bevorderen, moet de Unie concrete maatregelen vaststellen ter vereenvoudiging van de bestaande administratieve voorschriften in verband met het overleggen in een lidstaat van bepaalde openbare documenten die door de autoriteiten van een andere lidstaat zijn afgegeven.

(2)

Alle lidstaten zijn verdragsluitende partijen bij het Verdrag van Den Haag van 5 oktober 1961 tot afschaffing van het vereiste van legalisatie van buitenlandse openbare akten (het „Apostilleverdrag”), waarbij een systeem is geïntroduceerd tot vereenvoudiging van het verkeer van openbare documenten die zijn afgegeven door de verdragsluitende staten bij dat verdrag.

(3)

Conform het beginsel van wederzijds vertrouwen en ter bevordering van het vrije verkeer van personen binnen de Unie moet deze verordening voorzien in een systeem dat de administratieve formaliteiten verder vereenvoudigt ten behoeve van het verkeer van bepaalde openbare documenten en de voor eensluidend gewaarmerkte afschriften ervan, wanneer die openbare documenten en voor eensluidend gewaarmerkte afschriften daarvan door een autoriteit van een lidstaat worden afgegeven voor overlegging in een andere lidstaat.

(4)

Het bij deze verordening vastgestelde systeem moet onverlet laten dat personen desgewenst gebruik kunnen blijven maken van andere systemen die openbare documenten vrijstellen van legalisatie of soortgelijke formaliteiten en die tussen lidstaten van toepassing zijn. Deze verordening moet met name worden beschouwd als een autonoom instrument dat los staat van het Apostilleverdrag.

(5)

Het moet worden gewaarborgd dat het bij deze verordening ingevoerde systeem en andere tussen lidstaten toepasselijke systemen naast elkaar kunnen blijven bestaan. Wat het Apostilleverdrag betreft, mag deze verordening de lidstaten er niet van weerhouden een apostille af te geven indien iemand ervoor kiest daar om te verzoeken, terwijl het niet mogelijk mag zijn voor de autoriteiten van de lidstaten een apostille te verlangen wanneer een persoon aan hen een in een andere lidstaat afgegeven openbaar document overlegt dat onder deze verordening valt. Voorts mag deze verordening niet beletten dat een persoon in een lidstaat een in een andere lidstaat afgegeven apostille blijft gebruiken. Het Apostilleverdrag zou derhalve op iemands verzoek nog steeds gebruikt kunnen worden in de betrekkingen tussen de lidstaten. Wanneer een persoon om een apostille op een onder deze verordening vallend openbaar document verzoekt, moeten de nationale autoriteiten van afgifte passende middelen gebruiken om die persoon ervan in kennis te stellen dat onder het bij deze verordening ingevoerde systeem een apostille niet langer noodzakelijk is als die persoon van plan is het document in een andere lidstaat over te leggen. De lidstaten moeten deze informatie in elk geval met passende middelen beschikbaar stellen.

(6)

Deze verordening moet betrekking hebben op openbare documenten die overeenkomstig het nationaal recht door de autoriteiten van een lidstaat worden afgegeven en waarvan de belangrijkste doelstelling bestaat in het vaststellen van een van de volgende feiten: geboorte, in leven zijn, overlijden, naam, huwelijk (daaronder begrepen de bekwaamheid om te huwen en de huwelijkse staat), echtscheiding, scheiding van tafel en bed of nietigverklaring van het huwelijk, geregistreerd partnerschap (daaronder begrepen de bekwaamheid om een geregistreerd partnerschap aan te gaan en de status van geregistreerd partnerschap), ontbinding van een geregistreerd partnerschap, scheiding van tafel en bed of nietigverklaring van een geregistreerd partnerschap, afstamming, adoptie, woon- en/of verblijfplaats, of nationaliteit. Deze verordening moet ook betrekking hebben op openbare documenten die voor een persoon worden afgegeven door de lidstaat waarvan die persoon onderdaan is om te staven dat hij geen strafrechtelijk verleden heeft. Voorts moet deze verordening betrekking hebben op openbare documenten waarvoor kan worden voorgeschreven dat zij worden overgelegd door burgers van de Unie die verblijven in een lidstaat waarvan zij geen onderdaan zijn, wanneer deze burgers, overeenkomstig de betrokken wetgeving van de Unie, hun actief en/of passief kiesrecht wensen uit te oefenen bij verkiezingen voor het Europees Parlement of gemeenteraadsverkiezingen in de lidstaat waar zij verblijf houden.

(7)

Deze verordening mag de lidstaten er niet toe verplichten openbare documenten af te geven die niet op grond van hun nationaal recht bestaan.

(8)

Deze verordening moet ook van toepassing zijn op voor eensluidend gewaarmerkte afschriften van openbare documenten die zijn gemaakt door een bevoegde autoriteit van de lidstaat waar het originele openbare document is afgegeven. Deze verordening mag echter niet van toepassing zijn op afschriften van voor eensluidend gewaarmerkte afschriften.

(9)

Deze verordening moet ook van toepassing zijn op elektronische versies van openbare documenten en meertalige modelformulieren die elektronisch kunnen worden uitgewisseld. Iedere lidstaat moet echter overeenkomstig zijn nationaal recht besluiten of en, zo ja, onder welke voorwaarden openbare documenten en meertalige modelformulieren in elektronisch formaat mogen worden overgelegd.

(10)

Deze verordening mag niet van toepassing zijn op in een lidstaat afgegeven paspoorten of identiteitskaarten, aangezien deze documenten niet aan legalisatie of een soortgelijke formaliteit zijn onderworpen wanneer zij in een andere lidstaat worden overgelegd.

(11)

Deze verordening, en met name het hierin vervatte mechanisme voor administratieve samenwerking, mag niet van toepassing zijn op documenten van de burgerlijke stand die zijn afgegeven op grond van de betrokken overeenkomsten van de Internationale Commissie voor de Burgerlijke Stand („ICBS”).

(12)

Openbare documenten inzake naamsverandering moeten ook als openbare documenten waarvan de belangrijkste doelstelling erin bestaat de naam van een persoon vast te stellen, worden beschouwd.

(13)

Het begrip „huwelijkse staat” moet worden uitgelegd als een verwijzing naar iemands status als zijnde gehuwd, gescheiden of ongehuwd, daaronder begrepen de status als zijnde alleenstaand, uit de echt gescheiden of weduwnaar.

(14)

Het begrip „afstamming” moet worden uitgelegd als zijnde de rechtsbetrekking tussen een kind en zijn ouders.

(15)

Voor de toepassing van deze verordening moeten de begrippen „woonplaats”, „verblijfplaats” en „nationaliteit” volgens het nationaal recht worden uitgelegd.

(16)

De concepten „strafregister” en „strafblad” moeten worden uitgelegd als een verwijzing naar het nationale register of de nationale registers waarin de veroordelingen overeenkomstig het nationale recht worden opgetekend. „Veroordeling” moet verwijzen naar iedere definitieve beslissing die door een strafgerecht jegens een natuurlijk persoon met betrekking tot een strafbaar feit wordt uitgesproken en die in de lidstaat van veroordeling in het strafregister wordt vermeld.

(17)

De vereenvoudiging van de vereisten voor het overleggen in een lidstaat van openbare documenten die in een andere lidstaat zijn afgegeven, moet de burgers van de Unie tastbare voordelen opleveren. Omdat door particulieren opgestelde documenten juridisch gezien van een andere aard zijn, moeten zij van het toepassingsgebied van deze verordening worden uitgesloten. Openbare documenten die worden afgegeven door de autoriteiten van derde landen moeten eveneens van het toepassingsgebied van deze verordening worden uitgesloten, ook indien zij reeds als authentiek zijn aanvaard door de autoriteiten van een lidstaat. De uitsluiting van door de autoriteiten van derde landen afgegeven openbare documenten moet ook betrekking hebben op voor eensluidend gewaarmerkte afschriften die de autoriteiten van een lidstaat hebben gemaakt van door de autoriteiten van een derde land afgegeven openbare documenten.

(18)

Deze verordening beoogt geen wijziging van het materiële recht van de lidstaten inzake geboorte, in leven zijn, overlijden, naam, huwelijk, daaronder begrepen de bekwaamheid om te huwen en de huwelijkse staat, echtscheiding, scheiding van tafel en bed of nietigverklaring van het huwelijk, geregistreerd partnerschap, daaronder begrepen de bekwaamheid om een geregistreerd partnerschap aan te gaan en de status van geregistreerd partnerschap, ontbinding van een geregistreerd partnerschap, scheiding van tafel en bed of nietigverklaring van een geregistreerd partnerschap, afstamming, adoptie, woon- en verblijfplaats, nationaliteit, de afwezigheid van een strafblad of de openbare documenten waarvoor een lidstaat kan voorschrijven dat ze worden overgelegd door een onderdaan die zijn actief of passief kiesrecht bij verkiezingen voor het Europees Parlement of bij gemeenteraadsverkiezingen uitoefent. Voorts mag deze verordening geen afbreuk doen aan de erkenning in een lidstaat van de rechtsgevolgen die verbonden zijn aan de inhoud van een in een andere lidstaat afgegeven openbaar document.

(19)

Om het vrije verkeer van burgers van de Unie te bevorderen, moeten onder deze verordening vallende openbare documenten en de voor eensluidend gewaarmerkte afschriften daarvan worden vrijgesteld van elke vorm van legalisatie en vergelijkbare formaliteit.

(20)

Andere formaliteiten, namelijk het vereiste om telkens gewaarmerkte afschriften en vertalingen van openbare documenten over te leggen, moeten ook worden vereenvoudigd om het verkeer van openbare documenten tussen de lidstaten verder te vergemakkelijken.

(21)

Om taalproblemen op te lossen en aldus het verkeer van openbare documenten tussen de lidstaten verder te vergemakkelijken, moeten meertalige modelformulieren in elk van de officiële talen van de instellingen van de Unie worden opgesteld voor openbare documenten betreffende geboorte, in leven zijn, overlijden, huwelijk (daaronder begrepen de bekwaamheid om te huwen en de huwelijkse staat), geregistreerd partnerschap(daaronder begrepen de bekwaamheid om een geregistreerd partnerschap aan te gaan en de status van geregistreerd partnerschap), woon- en verblijfplaats en de afwezigheid van een strafblad.

(22)

Meertalige modelformulieren mogen uitsluitend tot doel hebben de vertaling van de openbare documenten waaraan zij zijn gehecht, te vergemakkelijken. Die formulieren mogen derhalve niet als autonome documenten tussen de lidstaten circuleren. Zij mogen niet hetzelfde oogmerk hebben noch dezelfde doelstellingen beogen als uittreksels of woordelijke afschriften van akten van de burgerlijke stand, meertalige uittreksels uit of van akten van de burgerlijke stand, meertalige en gecodeerde akten uit of van de burgerlijke stand of meertalige en gecodeerde certificaten uit akten van de burgerlijke stand vastgesteld bij ICBS-overeenkomst nr. 2 inzake de kosteloze afgifte en de vrijstelling van legalisatie van afschriften van akten van de burgerlijke stand, ICBS-overeenkomst nr. 16 inzake de afgifte van meertalige uittreksels uit akten van de burgerlijke stand en ICBS-overeenkomst nr. 34 inzake de afgifte van meertalige en gecodeerde uittreksels en akten uit of van de burgerlijke stand.

(23)

De bij deze verordening vastgestelde meertalige modelformulieren moeten de inhoud weergeven van de openbare documenten waaraan zij zijn gehecht, en zij moeten er zoveel mogelijk voor zorgen dat deze openbare documenten niet meer vertaald hoeven te worden. Voor een aantal openbare documenten waarvan de inhoud wellicht niet naar behoren kan worden weergegeven in een meertalig modelformulier, zoals bepaalde categorieën gerechtelijke uitspraken, is de doelstelling om de behoefte aan vertaling weg te werken redelijkerwijs niet haalbaar. De lidstaten moeten de Commissie in kennis stellen van de openbare documenten waaraan meertalige modelformulieren kunnen worden gehecht als geschikte vertaalhulp. De lidstaten moeten ernaar streven dat aan een zo groot mogelijk aantal openbare documenten die onder deze verordening vallen, een meertalig modelformulier wordt gehecht.

(24)

Personen die een openbaar document overleggen waaraan een meertalig modelformulier is gehecht, mogen er niet toe worden verplicht een vertaling van dat openbaar document over te leggen. De autoriteit waaraan het openbaar document wordt overgelegd, moet echter uiteindelijk beslissen of de informatie in het meertalig modelformulier volstaat voor de verwerking van dat openbaar document.

(25)

De autoriteit waaraan een openbaar document wordt overgelegd, moet bij wijze van uitzondering, indien dit noodzakelijk is voor de verwerking van dat openbaar document, van de persoon die het openbaar document overlegt waaraan een meertalig modelformulier is gehecht, kunnen voorschrijven tevens een vertaling of transliteratie van de inhoud van het meertalig modelformulier te verstrekken in de officiële taal van de lidstaat van de autoriteit of, indien die lidstaat verschillende officiële talen telt, in de officiële taal of een van de officiële talen van de plaats waar het openbaar document wordt overgelegd, mits die taal ook een van de officiële talen van de instellingen van de Unie is.

(26)

Meertalige modelformulieren moeten op verzoek worden afgegeven aan personen die gerechtigd zijn de openbare documenten te ontvangen waaraan de meertalige modelformulieren moeten worden gehecht. Meertalige modelformulieren mogen geen rechtsgevolgen hebben wat betreft de erkenning van de inhoud ervan in de lidstaat waar zij worden ingediend.

(27)

Bij het opstellen van een meertalig modelformulier dat aan een specifiek openbaar document moet worden gehecht, moet de autoriteit die dat formulier afgeeft, uit het model voor dat meertalig standaardmodelformulier alleen de landenspecifieke rubriekomschrijvingen kunnen selecteren die relevant zijn voor het betrokken openbaar document, zodat het meertalig modelformulier alleen de informatie bevat die is opgenomen in het openbaar document waaraan het formulier dient te worden gehecht.

(28)

Het moet mogelijk zijn de elektronische versie van een meertalig modelformulier uit het Europese e-justitieportaal te integreren in een andere locatie die op nationaal niveau toegankelijk is, en het van daaruit af te geven.

(29)

De lidstaten moeten elektronische versies van meertalige modelformulieren kunnen maken met een andere technologie dan die welke door het Europese e-justitieportaal wordt gebruikt, op voorwaarde dat de meertalige modelformulieren die worden afgegeven door de lidstaten die deze andere technologie gebruiken, de uit hoofde van deze verordening vereiste informatie bevatten.

(30)

Er moeten afdoende waarborgen worden ingebouwd om fraude met en vervalsing van openbare akten en voor eensluidend gewaarmerkte afschriften daarvan, die tussen de lidstaten onderling worden gebruikt, tegen te gaan.

(31)

Om de lidstaten in staat te stellen snel en veilig grensoverschrijdend informatie uit te wisselen en gemakkelijker wederzijdse bijstand te verlenen, moet deze verordening voorzien in een doeltreffend mechanisme voor administratieve samenwerking tussen de door de lidstaten aangewezen autoriteiten. Het gebruik van dat mechanisme voor administratieve samenwerking moet het onderlinge vertrouwen tussen de lidstaten in de interne markt versterken en moet gebaseerd zijn op het Informatiesysteem interne markt (IMI), dat is ingevoerd bij Verordening (EU) nr. 1024/2012 van het Europees Parlement en de Raad (3).

(32)

Verordening (EU) nr. 1024/2012 moet daarom worden gewijzigd teneinde een aantal bepalingen van deze verordening toe te voegen aan de lijst van bepalingen over administratieve samenwerking in handelingen van de Unie die door middel van het IMI ten uitvoer worden gelegd als bedoeld in de bijlage bij Verordening (EU) nr. 1024/2012.

(33)

Teneinde een hoog niveau van beveiliging en een hoge mate van gegevensbescherming in het kader van de toepassing van deze verordening te waarborgen en fraude te voorkomen, moet de Commissie ervoor zorgen dat het IMI de beveiliging van openbare documenten verzekert en voorziet in een veilige elektronische verzending van deze documenten. De Commissie moet in het IMI een instrument beschikbaar stellen dat de via het systeem uitgewisselde informatie waarmerkt wanneer deze buiten het systeem wordt geëxporteerd. Voorts moeten de autoriteiten van de lidstaten die informatie over openbare documenten uitwisselen, de nodige maatregelen treffen om ervoor te zorgen dat de via het IMI uitgewisselde openbare documenten en persoonsgegevens overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1024/2012 worden verzameld, verwerkt en gebruikt voor doeleinden die stroken met de doeleinden waarvoor zij oorspronkelijk werden verstrekt. Verordening (EU) nr. 1024/2012 voorziet in de nodige bepalingen om te zorgen voor de bescherming van persoonsgegevens en een hoog niveau van beveiliging en vertrouwelijkheid van de in het IMI uitgewisselde informatie, en omschrijft de verantwoordelijkheden van de Commissie in dat opzicht. Verordening (EU) nr. 1024/2012 bepaalt tevens dat de uitwisseling en de verwerking van persoonsgegevens door IMI-actoren beperkt dient te zijn tot de doelen die zijn omschreven in de rechtshandeling van de Unie waarop de uitwisseling is gebaseerd, en stroken met het doel waarvoor zij oorspronkelijk werden verstrekt.

(34)

Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (4) zal de verwerking van persoonsgegevens in de lidstaten regelen met betrekking tot de toepassing van deze verordening onder het toezicht van de publieke onafhankelijke autoriteiten die door de lidstaten zijn aangewezen. Elke vorm van uitwisseling of doorgifte van informatie en documenten door de autoriteiten van de lidstaten moet in overeenstemming zijn met Richtlijn 95/46/EG. Bovendien mogen uitsluitend gegevens worden uitgewisseld en doorgegeven om de echtheid van openbare documenten door die autoriteiten te laten controleren via het IMI, en die controle mag uitsluitend worden verricht binnen de respectieve grenzen van de bevoegdheden van die autoriteiten. Dit mag de lidstaten niet beletten hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang van het publiek tot officiële documenten toe te passen.

(35)

De autoriteiten van de lidstaten moeten elkaar bijstand verlenen om de toepassing van deze verordening te faciliteren, met name wat betreft de toepassing van het mechanisme voor administratieve samenwerking tussen de door de lidstaten aangewezen autoriteiten, wanneer de autoriteiten van een lidstaat waar een openbaar document of een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan wordt overgelegd, gegronde twijfel hebben over de echtheid van dat document of dat afschrift.

(36)

Wanneer de autoriteiten van een lidstaat waar een openbaar document of een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan wordt overgelegd, gegronde twijfel hebben over de echtheid van die documenten, moeten zij het kunnen vergelijken met de modellen van documenten die beschikbaar zijn in het geheugen van het IMI en, indien er toch nog twijfel blijft bestaan, moeten zij via het IMI een verzoek om informatie kunnen richten tot de desbetreffende autoriteiten van de lidstaat waar deze documenten zijn afgegeven, hetzij door het verzoek rechtstreeks toe te zenden aan de autoriteit die het openbaar document heeft afgegeven of het voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan heeft gemaakt, hetzij door contact op te nemen met de centrale autoriteit van die lidstaat. De aangezochte autoriteiten moeten dergelijke verzoeken zo snel mogelijk beantwoorden, in ieder geval binnen vijf werkdagen of binnen tien werkdagen wanneer het verzoek via een centrale autoriteit wordt verwerkt. De termijn van tien werkdagen kan met name betrekking hebben op gevallen waarin de aangezochte autoriteiten nog niet in het IMI zijn geregistreerd. Wanneer deze termijnen niet in acht kunnen worden genomen, moeten de aangezochte autoriteit en de verzoekende autoriteit een verlenging van de termijn overeenkomen.

(37)

Voor de berekening van de in deze verordening vastgelegde termijnen moet Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van de Raad (5) gelden.

(38)

In uitzonderlijke gevallen is het mogelijk dat de autoriteiten van de lidstaten niet in staat zijn de echtheid van een openbaar document te controleren. Dat zou alleen het geval mogen zijn wanneer, vanwege omstandigheden zoals bijvoorbeeld de fysieke vernietiging of het verlies van afschriften van nationale documenten, bijvoorbeeld als gevolg van de vernietiging van archieven van een bepaalde dienst van de burgerlijke stand of van een rechtbank of bij gebreke van een register, die controle niet kan worden verricht. Het IMI moet dan ook voorzien in een antwoordmogelijkheid voor dit geval.

(39)

Indien in het antwoord van de aangezochte autoriteit de echtheid van het openbaar document of het voor eensluidend gewaarmerkte afschrift daarvan niet wordt bevestigd, of indien die autoriteit niet antwoordt, mag de verzoekende autoriteit niet verplicht zijn dat openbaar document of het voor eensluidend gewaarmerkte afschrift daarvan te verwerken. Bovendien moet het in dergelijke gevallen de verzoekende autoriteit of de persoon die het 'openbaar document of het voor eensluidend gewaarmerkte afschrift daarvan heeft overgelegd, vrijstaan elk beschikbaar middel aan te wenden om de echtheid van het openbaar document of het voor eensluidend gewaarmerkte afschrift daarvan te controleren of te bewijzen. Om ervoor te zorgen dat deze verordening doeltreffend is, moeten situaties waarin er via het IMI geen antwoord wordt ontvangen, de uitzondering blijven.

(40)

Indien nodig kunnen de IMI-coördinator of de betrokken centrale autoriteiten helpen bij het vinden van een oplossing voor de problemen waarmee de autoriteiten van de lidstaten bij het gebruik van het IMI geconfronteerd kunnen worden, onder meer ingeval er geen antwoord op een verzoek om informatie wordt ontvangen of het niet mogelijk is een verlenging van de antwoordtermijn overeen te komen.

(41)

De autoriteiten van de lidstaten moeten gebruik kunnen maken van de beschikbare IMI-functies, zoals een meertalig communicatiesysteem en voorvertaalde en standaardvragen en -antwoorden, en van een geheugen van modellen van openbare documenten die worden gebruikt in de interne markt.

(42)

De centrale autoriteiten van de lidstaten moeten bijstand verlenen in verband met verzoeken om informatie en zij moeten met name dergelijke verzoeken ontvangen, doorgeven en, indien noodzakelijk, beantwoorden; tevens moeten zij de nodige informatie met betrekking tot die verzoeken verstrekken, in het bijzonder in situaties waarin de verzoekende noch de aangezochte autoriteit in het IMI is geregistreerd.

(43)

Voor de toepassing van deze verordening moeten de centrale autoriteiten van de lidstaten gebruikmaken van het IMI bij het met elkaar overleggen en bij het verrichten van hun taken. Overleg tussen autoriteiten van eenzelfde lidstaat moet volgens nationale procedures gebeuren.

(44)

De verhouding tussen deze verordening en de bestaande wetgeving van de Unie moet worden verduidelijkt. In dit verband moet deze verordening de toepassing van Uniewetgeving waarin bepalingen inzake legalisatie of vergelijkbare formaliteiten, of andere formaliteiten, zijn opgenomen, zoals Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad (6), onverlet laten. Deze verordening moet eveneens de toepassing van Uniewetgeving inzake elektronische handtekeningen en elektronische identificatie onverlet laten. Indien de bepalingen van deze verordening in strijd zijn met een bepaling van een andere Uniehandeling tot regeling van specifieke aspecten van de vereenvoudiging van de voorschriften voor het overleggen van openbare documenten waarbij deze voorschriften nog verder worden vereenvoudigd, zoals Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad (7), Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad (8) en Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad (9), moet de bepaling van de andere Uniehandeling die nog verder vereenvoudigt, prevaleren.

(45)

Voorts moet deze verordening het gebruik onverlet laten van andere, met de informatie-uitwisseling tussen lidstaten gepaard gaande systemen voor administratieve samenwerking die op bepaalde beleidsterreinen zijn ingevoerd door het Unierecht, bijvoorbeeld bij Richtlijn 93/109/EG van de Raad (10) of Verordening (EG) nr. 987/2009. Deze verordening moet tegelijk met dergelijke specifieke systemen worden toegepast.

(46)

Ter wille van de samenhang met de algemene doelstellingen ervan moet deze verordening, zoals tussen twee of meer lidstaten, met betrekking tot aangelegenheden waarop zij van toepassing is en in de mate waarin zij hierin voorziet, voorrang krijgen op bilaterale of multilaterale overeenkomsten of regelingen waarbij de lidstaten partij zijn en die betrekking hebben op aangelegenheden waarop zij van toepassing is.

(47)

De lidstaten moeten voorts onderling bilaterale of multilaterale overeenkomsten kunnen sluiten of in stand houden voor aangelegenheden die niet binnen het toepassingsgebied van de verordening vallen, zoals de bewijskracht van openbare documenten, meertalige modelformulieren die juridische waarde hebben en vrijstelling van legalisatie van dergelijke formulieren, vrijstelling van legalisatie voor openbare documenten op andere gebieden dan die welke onder deze verordening vallen. De lidstaten moeten ook overeenkomsten kunnen sluiten of in stand houden waarmee een verdere vereenvoudiging wordt beoogd van het verkeer tussen lidstaten van openbare documenten die onder deze verordening vallen.

(48)

Openbare documenten die zijn afgegeven door de autoriteiten van derde landen, vallen niet binnen het toepassingsgebied van deze verordening. Voorts mogen overeenkomsten en regelingen betreffende legalisatie of soortgelijke formaliteiten met betrekking tot door de autoriteiten van de lidstaten of derde landen afgegeven openbare documenten over onder deze verordening vallende aangelegenheden, waarvan in de betrekkingen tussen de lidstaten en de betrokken derde landen gebruik zal worden gemaakt, geen afbreuk doen aan de toepassing van deze verordening. Deze verordening mag de lidstaten dan ook niet beletten bilaterale of multilaterale internationale overeenkomsten met derde landen te sluiten betreffende legalisatie of soortgelijke formaliteiten met betrekking tot door de autoriteiten van de lidstaten of van derde landen afgegeven openbare documenten over onder deze verordening vallende aangelegenheden, waarvan in de betrekkingen tussen de lidstaten en de betrokken derde landen gebruik zal worden gemaakt. Voor zover een of meer lidstaten partij zijn bij dergelijke overeenkomsten of regelingen of daartoe zouden besluiten, moet het hun tevens vrij staan om te beslissen of zij de toetreding van nieuwe verdragsluitende partijen aanvaarden, met name in het kader van het recht om bezwaar tegen nieuwe toetredingen te maken en daarvan kennis te geven als bedoeld in artikel 12, tweede alinea, van het Apostilleverdrag, alsmede om de Europese Overeenkomst van 1968 inzake de afschaffing van legalisatie van stukken opgemaakt door diplomatieke of consulaire ambtenaren toe te passen, aan te passen of te beslissen over de toetreding van nieuwe verdragsluitende partijen.

(49)

Aangezien de meertalige modelformulieren uit hoofde van deze verordening geen juridische waarde hebben en niet overlappen met de meertalige modelformulieren waarin de ICBS-overeenkomsten nrs. 16, 33 en 34 voorzien of met de verklaringen van in leven zijn waarin ICBS-overeenkomst nr. 27 voorziet, moet deze verordening de toepassing van deze overeenkomsten tussen lidstaten of tussen een lidstaat en een derde land onverlet laten.

(50)

Er moet een ad-hoccomité, bestaande uit vertegenwoordigers van de Commissie en de lidstaten en voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Commissie, worden ingesteld voor het nemen van maatregelen die nodig zijn om de toepassing van deze verordening te faciliteren, met name door het uitwisselen tussen de lidstaten van beste praktijken bij de toepassing van de verordening tussen lidstaten, het voorkomen van fraude met openbare documenten, voor eensluidend gewaarmerkte afschriften en gewaarmerkte vertalingen daarvan, het gebruik van elektronische versies van openbare documenten, het gebruik van meertalige modelformulieren, en met betrekking tot opgespoorde vervalste documenten.

(51)

Om de toepassing van deze verordening te faciliteren, moeten de lidstaten, met het oog op het beschikbaar stellen van de informatie voor het publiek met alle geschikte middelen, en met name via het Europees e-justitieportaal, de Commissie via het IMI de contactgegevens van hun centrale autoriteiten verstrekken, alsmede de modellen van de meest gebruikte openbare documenten op grond van hun nationaal recht of, indien er geen modellen voor een document bestaan, informatie over de specifieke kenmerken van dat document.

(52)

De lidstaten moeten tevens geanonimiseerde versies van vervalste documenten die zijn opgespoord en die kunnen dienen als nuttige en typische voorbeelden voor de opsporing van mogelijke vervalsingen, via het IMI melden. Het melden van dergelijke vervalste documenten moet worden beperkt tot vervalste documenten waarvan openbaarmaking krachtens het nationaal recht is toegestaan, en mag geen afbreuk doen aan de voorschriften van de lidstaten inzake de openbaarmaking van bewijsmateriaal dat in de loop van strafrechtelijke procedures is verzameld. De door de lidstaten meegedeelde informatie in verband met vervalste documenten mag niet openbaar worden gemaakt.

(53)

Om de toepassing van deze verordening te faciliteren, moeten de lidstaten eveneens, met het oog op het beschikbaar stellen van de informatie voor het publiek via het Europees e-justitieportaal, de Commissie het volgende meedelen: de taal of talen die zij kunnen aanvaarden voor de overlegging van door de autoriteiten van een andere lidstaat afgegeven openbare documenten; een indicatieve lijst van openbare documenten die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen; de lijst van openbare documenten waaraan meertalige modelformulieren kunnen worden gehecht als geschikte vertaalhulp; de lijst van personen die overeenkomstig het nationaal recht bevoegd zijn voor het maken van gewaarmerkte vertalingen, indien deze lijst bestaat; een indicatieve lijst van de soorten autoriteiten die overeenkomstig het nationaal recht gemachtigd zijn om voor eensluidend gewaarmerkte afschriften te maken; informatie over de middelen aan de hand waarvan gewaarmerkte vertalingen en voor eensluidend gewaarmerkte afschriften kunnen worden geïdentificeerd;, en informatie over de specifieke kenmerken van voor eensluidend gewaarmerkte afschriften.

(54)

Informatie over de modellen van de meest gebruikte openbare documenten of over de specifieke kenmerken van dergelijke documenten of van voor eensluidend gewaarmerkte afschriften daarvan moeten voor het publiek beschikbaar worden gesteld, doch slechts voor zover die informatie reeds openbaar is overeenkomstig het recht van de lidstaat waarvan de autoriteiten het openbaar document of het voor eensluidend gewaarmerkte afschrift hebben afgegeven. Daartoe moeten de lidstaten de Commissie meedelen welke documenten overeenkomstig hun nationaal recht voor het publiek beschikbaar zijn. Voor de toepassing van deze verordening mag de informatie met betrekking tot de specifieke kenmerken van een openbaar document of een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan die door de lidstaten aan de Commissie moeten worden meegedeeld, evenwel niet informatie betreffen met betrekking tot specifieke beveiligingskenmerken die niet openbaar zijn overeenkomstig het nationaal recht van de lidstaat waarvan de autoriteiten het openbaar document of het voor eensluidend gewaarmerkte afschrift hebben afgegeven.

(55)

De melding door een lidstaat aan de Commissie van een taal of talen die verschillen van zijn eigen taal of talen en die hij kan aanvaarden voor de overlegging van door de autoriteiten van een andere lidstaat afgegeven openbare documenten moet voor zijn autoriteiten de mogelijkheid onverlet laten om overeenkomstig het nationaal recht of indien de betrokken lidstaat het toestaat, een extra taal of extra talen te aanvaarden wanneer hun een door de autoriteiten van een andere lidstaat afgegeven openbaar document wordt overgelegd.

(56)

Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en strookt met de beginselen die worden erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, met name het recht op eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven, het recht op bescherming van persoonsgegevens, het recht om te huwen en het recht een gezin te stichten en de vrijheid van verkeer en verblijf. Deze verordening moet worden toegepast overeenkomstig deze rechten en beginselen.

(57)

Daar de doelstellingen van deze verordening, namelijk het vrije verkeer van burgers van de Unie bevorderen door het vrije verkeer binnen de Unie, van bepaalde openbare documenten te vergemakkelijken, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang en de gevolgen beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ONDERWERP, TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES

Artikel 1

Onderwerp

1.   Deze verordening voorziet, met betrekking tot bepaalde door de autoriteiten van een lidstaat afgegeven openbare documenten die aan de autoriteiten van een andere lidstaat moeten worden overgelegd, in een systeem van:

a)

vrijstelling van legalisatie of een soortgelijke formaliteit; en

b)

vereenvoudiging van andere formaliteiten.

Onverminderd de eerste alinea belet deze verordening niet dat een persoon gebruik maakt van andere in een lidstaat toepasselijke systemen inzake legalisatie of een soortgelijke formaliteit.

2.   Deze verordening stelt ook meertalige modelformulieren vast die als vertaalhulp worden gehecht aan openbare documenten betreffende geboorte, in leven zijn, overlijden, huwelijk (daaronder begrepen de bekwaamheid om te huwen en de huwelijkse staat), geregistreerd partnerschap (daaronder begrepen de bekwaamheid om een geregistreerd partnerschap aan te gaan en de status van geregistreerd partnerschap), woon- en verblijfplaats en de afwezigheid van een strafblad.

Artikel 2

Toepassingsgebied

1.   Deze verordening is van toepassing op openbare documenten die overeenkomstig het nationaal recht door de autoriteiten van een lidstaat worden afgegeven en die aan de autoriteiten van een andere lidstaat moeten worden overgelegd en waarvan de belangrijkste doelstelling bestaat in het vaststellen van een of meer van de volgende feiten:

a)

geboorte;

b)

in leven zijn;

c)

overlijden;

d)

naam;

e)

huwelijk, daaronder begrepen de bekwaamheid om te huwen en de huwelijkse staat;

f)

echtscheiding, scheiding van tafel en bed en nietigverklaring van het huwelijk;

g)

geregistreerd partnerschap, daaronder begrepen de bekwaamheid om een geregistreerd partnerschap aan te gaan en de status van geregistreerd partnerschap;

h)

ontbinding van een geregistreerd partnerschap, scheiding van tafel en bed of nietigverklaring van een geregistreerd partnerschap;

i)

afstamming;

j)

adoptie;

k)

woon- en/of verblijfplaats;

l)

nationaliteit;

m)

afwezigheid van een strafblad, mits openbare documenten met betrekking tot dit feit worden afgegeven voor een burger van de Unie door de autoriteiten van de lidstaat waarvan die burger onderdaan is.

2.   Deze verordening is ook van toepassing op openbare documenten waarvan kan worden verlangd dat ze worden overgelegd door burgers van de Unie die verblijven in een lidstaat waarvan zij geen onderdaan zijn, wanneer deze burgers hun actief of passief kiesrecht wensen uit te oefenen bij verkiezingen voor het Europees Parlement of bij gemeenteraadsverkiezingen in de lidstaat waar zij verblijf houden, onder de voorwaarden van Richtlijn 93/109/EG, respectievelijk Richtlijn 94/80/EG van de Raad (11).

3.   Deze verordening is niet van toepassing op:

a)

openbare documenten die door de autoriteiten van een derde land worden afgegeven, of

b)

door de autoriteit van een lidstaat afgegeven voor eensluidend gewaarmerkte afschriften van onder a) bedoelde documenten.

4.   Deze verordening is niet van toepassing op de erkenning in een lidstaat van rechtsgevolgen die verbonden zijn aan de inhoud van openbare documenten die door de autoriteiten van een andere lidstaat zijn afgegeven.

Artikel 3

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1.   „openbare documenten”:

a)

stukken afgegeven door een autoriteit of functionaris behorende tot enige rechterlijke instantie van een lidstaat, hieronder begrepen stukken afgegeven door het openbaar ministerie, een griffier of een gerechtsdeurwaarder;

b)

administratieve stukken;

c)

notariële akten;

d)

op onderhandse stukken geplaatste officiële verklaringen zoals verklaringen omtrent registratie, het bestaan van een stuk op een bepaalde datum en de echtheid van een handtekening;

e)

stukken die zijn opgemaakt door diplomatieke of consulaire ambtenaren van een lidstaat die in hun officiële hoedanigheid op het grondgebied van enige staat handelen, indien deze documenten moeten worden overgelegd op het grondgebied van een andere lidstaat of aan de diplomatieke of consulaire ambtenaren van een andere lidstaat die op het grondgebied van een derde staat handelen;

2.   „autoriteit”: een openbare instantie van een lidstaat, of een entiteit die in een officiële hoedanigheid handelt en krachtens het nationaal recht gemachtigd is een onder deze verordening vallend openbaar document, of het voor eensluidend gewaarmerkte afschrift daarvan, af te geven of te ontvangen;

3.   „legalisatie”: de formaliteit waarbij een bevestigende verklaring wordt afgegeven omtrent de echtheid van de handtekening van een ambtenaar, de hoedanigheid waarin de ondertekenaar van het document heeft gehandeld en, in voorkomend geval, de identiteit van het zegel of het stempel op het document;

4.   „soortgelijke formaliteit”: de toevoeging van de apostille waarin wordt voorzien bij het Apostilleverdrag;

5.   „andere formaliteiten”: het vereiste om te zorgen voor eensluidend gewaarmerkte afschriften en voor vertalingen van openbare documenten;

6.   „centrale autoriteit”: de autoriteit of autoriteiten die overeenkomstig artikel 15 door de lidstaten is, respectievelijk zijn aangewezen om aan de toepassing van deze verordening verbonden functies te vervullen;

7.   „voor eensluidend gewaarmerkt afschrift”: een afschrift van een origineel openbaar document, welk afschrift is ondertekend en is voorzien van een verklaring dat het een juiste en volledige weergave vormt van dat originele openbaar document door een daartoe volgens het nationaal recht gemachtigde autoriteit van de lidstaat die het openbaar document oorspronkelijk heeft afgegeven.

HOOFDSTUK II

VRIJSTELLING VAN LEGALISATIE EN SOORTGELIJKE FORMALITEIT, EN VEREENVOUDIGING VAN ANDERE FORMALITEITEN VERBONDEN AAN VOOR EENSLUIDEND GEWAARMERKTE AFSCHRIFTEN

Artikel 4

Vrijstelling van legalisatie en soortgelijke formaliteit

Openbare documenten waarop deze verordening van toepassing is en voor eensluidend gewaarmerkte afschriften daarvan zijn vrijgesteld van elke vorm van legalisatie en soortgelijke formaliteit.

Artikel 5

Vereenvoudiging van andere formaliteiten verbonden aan voor eensluidend gewaarmerkte afschriften

1.   Indien een lidstaat voorschrijft dat het origineel van een door de autoriteiten van een andere lidstaat afgegeven openbaar document moet worden overgelegd, mogen de autoriteiten van de lidstaat waar het openbaar document wordt overgelegd, niet verlangen dat daarnaast een voor eensluidend gewaarmerkte afschrift daarvan wordt overgelegd.

2.   Indien een lidstaat toestaat dat een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van een openbaar document wordt overgelegd, aanvaarden de autoriteiten van die lidstaat een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift dat in een andere lidstaat is gemaakt.

HOOFDSTUK III

VEREENVOUDIGING VAN ANDERE FORMALITEITEN VERBONDEN AAN VERTALINGEN EN MEERTALIGE MODELFORMULIEREN

Artikel 6

Vereenvoudiging van andere formaliteiten verbonden aan vertalingen

1.   Er is geen vertaling nodig wanneer:

a)

het openbaar document is gesteld in de officiële taal van de lidstaat waar het document wordt overgelegd, of, ingeval die lidstaat verschillende officiële talen heeft, in een van de officiële talen van de plaats waar het wordt overgelegd of in een andere taal die die lidstaat uitdrukkelijk heeft aanvaard, of

b)

een openbaar document betreffende geboorte, in leven zijn, overlijden, huwelijk (daaronder begrepen de bekwaamheid om te huwen en de huwelijkse staat), geregistreerd partnerschap (daaronder begrepen de bekwaamheid om een geregistreerd partnerschap aan te gaan en de status van geregistreerd partnerschap), woon- en/of verblijfplaats of de afwezigheid van een strafblad, in overeenstemming met de in deze verordening gestelde voorwaarden vergezeld gaat van een meertalig modelformulier, mits de autoriteit waaraan het document wordt overgelegd van oordeel is dat er in het meertalig modelformulier voldoende informatie staat voor de verwerking van het openbaar document.

2.   Een gewaarmerkte vertaling door een persoon die daarvoor naar het recht van een lidstaat gekwalificeerd is, wordt in alle lidstaten aanvaard.

Artikel 7

Meertalige modelformulieren

1.   Door de lidstaten in overeenstemming met artikel 24, lid 1, onder c), meegedeelde openbare documenten betreffende geboorte, in leven zijn, overlijden, huwelijk (daaronder begrepen de bekwaamheid om te huwen en de huwelijkse staat), geregistreerd partnerschap (daaronder begrepen de bekwaamheid om een geregistreerd partnerschap aan te gaan en de status van geregistreerd partnerschap), woon- en/of verblijfplaats en de afwezigheid van een strafblad gaan, op verzoek van de persoon die aanspraak kan maken op het openbare document, vergezeld van een overeenkomstig deze verordening opgesteld meertalig modelformulier.

2.   De in lid 1 bedoelde meertalige modelformulieren worden afgegeven door een autoriteit en er worden de datum van afgifte en de handtekening en, waar van toepassing, het zegel of het stempel van de afgevende autoriteit op aangebracht.

Artikel 8

Gebruik van meertalige modelformulieren

1.   De in artikel 7, lid 1, bedoelde meertalige modelformulieren worden gehecht aan de in dat lid bedoelde openbare documenten, worden gebruikt als vertaalhulp en hebben geen autonome juridische waarde.

2.   De meertalige modelformulieren zijn geen:

a)

uittreksels uit de burgerlijke stand;

b)

woordelijke afschriften uit de burgerlijke stand;

c)

meertalige uittreksels uit de burgerlijke stand;

d)

meertalige en gecodeerde uittreksels uit de burgerlijke stand; noch

e)

meertalige en gecodeerde akten van de burgerlijke stand.

3.   De meertalige modelformulieren mogen alleen worden gebruikt in een andere lidstaat dan die waar ze werden afgegeven.

Artikel 9

Inhoud van meertalige modelformulieren

1.   Elk meertalig modelformulier bevat een vast gedeelte, met onderstaande elementen:

a)

de titel van het meertalig modelformulier;

b)

de rechtsgrondslag voor de afgifte van het meertalig modelformulier;

c)

een vermelding van de lidstaat waar het meertalig modelformulier is afgegeven;

d)

een vak voor „belangrijke mededeling”;

e)

een vak voor „Opmerking voor de autoriteit van afgifte”;

f)

een aantal modelrubriekomschrijvingen met hun codenummers, en

g)

een vak voor „Handtekening”.

2.   De vaste gedeelten die moeten worden opgenomen in de meertalige modelformulieren betreffende geboorte, in leven zijn, overlijden, huwelijk (daaronder begrepen de bekwaamheid om te huwen en de huwelijkse staat), geregistreerd partnerschap (daaronder begrepen de bekwaamheid om een geregistreerd partnerschap aan te gaan en de status van geregistreerd partnerschap), woon- en verblijfplaats en de afwezigheid van een strafblad, alsook meertalige glossaria van de modelrubriekomschrijvingen, staan in respectievelijk de bijlagen I tot en met XI.

3.   Op elk meertalig modelformulier staat ook, waar van toepassing, een variërend gedeelte, bestaande uit landenspecifieke rubriekomschrijvingen die de inhoud weergeven van het openbaar document waaraan het meertalige modelformulier moet worden gehecht, en de codenummers van die rubriekomschrijvingen.

4.   De lidstaten delen de in lid 3 van dit artikel bedoelde landenspecifieke rubriekomschrijvingen mee aan de Commissie in overeenstemming met artikel 24, lid 2.

5.   Elk meertalig modelformulier bevat ook een meertalig glossarium van de modelrubriekomschrijvingen en de landenspecifieke rubriekomschrijvingen in alle officiële talen van de instellingen van de Unie.

Artikel 10

Taal van afgifte van meertalige modelformulieren

1.   De meertalige modelformulieren worden door de afgevende autoriteit ingevuld in de officiële taal van de lidstaat van die autoriteit of, indien die lidstaat meerdere officiële talen heeft, in de officiële taal of één van de officiële talen van de plaats waar het meertalig modelformulier wordt afgegeven.

2.   De modelrubriekomschrijvingen en de landenspecifieke rubriekomschrijvingen van de meertalige modelformulieren zijn in beide onderstaande talen:

a)

de officiële taal van de lidstaat waar het meertalig modelformulier wordt afgegeven of, als die lidstaat meerdere officiële talen kent, in de officiële taal of één van de officiële talen van de plaats waar het meertalig modelformulier wordt afgegeven, mits die taal ook één van de officiële talen van de instellingen van de Unie is; en

b)

de officiële taal van de lidstaat waar het openbaar document waaraan het meertalig modelformulier is gehecht moet worden overgelegd of, als die lidstaat meerdere officiële talen kent, in de officiële taal of één van de officiële talen van de plaats waar het openbaar document waaraan het meertalig modelformulier is gehecht moet worden overgelegd, mits die taal ook één van de officiële talen van de instellingen van de Unie is.

3.   De modelrubriekomschrijvingen en de landenspecifieke rubriekomschrijvingen in de in lid 2 van dit artikel bedoelde talen en het in artikel 9, lid 5, bedoeld meertalig glossarium worden opgenomen in één meertalig modelformulier.

Artikel 11

Vergoeding voor het verkrijgen van een meertalig modelformulier

Teneinde het vrije verkeer van openbare documenten in de Unie verder te vergemakkelijken, zorgen de lidstaten ervoor dat de vergoeding voor het verkrijgen van een meertalig modelformulier niet hoger is dan de productiekosten van het meertalig modelformulier of, indien die lager zijn, van het openbaar document waaraan het formulier is gehecht.

Artikel 12

Elektronische versies van meertalige modelformulieren

Op het Europees e-justitieportaal staan voor iedere lidstaat meertalige modelformulieren betreffende geboorte, in leven zijn, overlijden, huwelijk (daaronder begrepen de bekwaamheid om te huwen en de huwelijkse staat) en, indien van toepassing, geregistreerd partnerschap (daaronder begrepen de bekwaamheid om een geregistreerd partnerschap aan te gaan en de status van geregistreerd partnerschap), woon- en verblijfplaats en de afwezigheid van een strafblad, in overeenstemming met deze verordening opgesteld in alle officiële talen van de instellingen van de Unie, met:

a)

de vaste gedeeltes, opgenomen in de bijlagen I tot en met XI, en

b)

de door de lidstaten aan de Commissie meegedeelde landenspecifieke rubriekomschrijvingen in overeenstemming met artikel 24, lid 2.

HOOFDSTUK IV

VERZOEKEN OM INFORMATIE EN ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING

Artikel 13

Informatiesysteem interne markt

Het Informatiesysteem interne markt (IMI), dat is ingevoerd bij Verordening (EU) nr. 1024/2012, wordt gebruikt voor de toepassing van artikelen 14 en 16 en artikel 22, leden 1 en 2, van deze verordening.

Artikel 14

Verzoeken om informatie in geval van gegronde twijfel

1.   Indien de autoriteiten van een lidstaat waar een openbaar document of een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan wordt overgelegd, gegronde twijfel hebben over de echtheid van dat openbaar document of een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan, nemen zij de volgende stappen om hun twijfel weg te nemen:

a)

vergelijken met de modellen van documenten die beschikbaar zijn in het geheugen van het IMI als bedoeld in artikel 22;

b)

als er twijfel blijft bestaan, via het IMI een verzoek om informatie indienen:

i)

bij de autoriteit die het openbaar document heeft afgegeven of in voorkomend geval bij de autoriteit die het voor eensluidend gewaarmerkt afschrift heeft gemaakt, of bij beide, of

ii)

bij de betrokken centrale autoriteit.

2.   Een in lid 1 bedoelde gegronde twijfel over de echtheid van een openbaar document of een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan kan in het bijzonder betrekking hebben op:

a)

de echtheid van de handtekening;

b)

de hoedanigheid waarin de ondertekenaar heeft gehandeld;

c)

de identiteit van het zegel of het stempel;

d)

het feit dat het document vervalst is of dat ermee geknoeid is.

3.   In elk verzoek om informatie dat werd gedaan uit hoofde van dit artikel, wordt aangegeven op welke gronden het wordt ingediend.

4.   Verzoeken om informatie die werden gedaan uit hoofde van dit artikel gaan vergezeld van een langs elektronische weg via het IMI verzonden exemplaar van het betrokken openbaar document of het voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan. Op deze verzoeken om informatie en antwoorden daarop worden geen belastingen, rechten of heffingen toegepast.

5.   De autoriteiten beantwoorden verzoeken om informatie die werden gedaan uit hoofde van dit artikel zo snel mogelijk en in ieder geval binnen vijf werkdagen, of binnen tien werkdagen wanneer het verzoek via een centrale autoriteit wordt behandeld.

In uitzonderlijke gevallen waarin de in de eerste alinea gestelde termijnen niet in acht kunnen worden genomen, komen de aangezochte autoriteit en de verzoekende autoriteit een langere termijn overeen.

6.   Indien de echtheid van het openbaar document of van het voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan niet wordt bevestigd, is de verzoekende autoriteit niet verplicht het document, respectievelijk het afschrift in behandeling te nemen.

Artikel 15

Aanwijzing van centrale autoriteiten

1.   Elke lidstaat wijst voor de toepassing van deze verordening ten minste één centrale autoriteit aan.

2.   Lidstaten die meer dan één centrale autoriteit hebben aangewezen, bepalen tevens welke daarvan fungeert als de centrale autoriteit waaraan eventuele mededelingen worden gericht die vervolgens aan de juiste autoriteit in die lidstaat worden doorgegeven.

Artikel 16

Taken van centrale autoriteiten

De centrale autoriteiten verlenen bijstand in verband met de in artikel 14 bedoelde verzoeken om informatie en hebben in het bijzonder tot taak:

a)

dergelijke verzoeken door te geven, te ontvangen en, indien noodzakelijk, te beantwoorden, en

b)

de informatie te verstrekken die met betrekking tot die verzoeken noodzakelijk is.

HOOFDSTUK V

VERHOUDING TOT ANDERE BEPALINGEN VAN HET UNIERECHT EN TOT ANDERE INSTRUMENTEN

Artikel 17

Verhouding tot andere bepalingen van het Unierecht

1.   Deze verordening laat de toepassing van andere bepalingen van het Unierecht inzake legalisatie en soortgelijke formaliteit of andere formaliteiten onverlet, en vult die bepalingen aan.

2.   Deze verordening laat de toepassing van het Unierecht inzake elektronische handtekeningen en elektronische identificatie onverlet.

3.   Deze verordening laat het gebruik onverlet van andere bij het Unierecht ingevoerde systemen voor administratieve samenwerking die voorzien in informatie-uitwisseling tussen de lidstaten op specifieke gebieden.

Artikel 18

Wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012

In de bijlage bij Verordening (EU) nr. 1024/2012 wordt het volgende punt toegevoegd:

„9.

Verordening (EU) 2016/1191 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 ter bevordering van het vrije verkeer van burgers door het vereenvoudigen van de vereisten voor het overleggen van bepaalde openbare documenten in de Europese Unie en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 (*): de artikelen 14 en 16 en artikel 22, leden 1 en 2.

Artikel 19

Verhouding tot internationale verdragen, overeenkomsten en regelingen

1.   Deze verordening laat de toepassing onverlet van internationale verdragen waarbij een of meer lidstaten op het tijdstip van de vaststelling van de verordening partij zijn en die betrekking hebben op aangelegenheden die onder deze verordening vallen.

2.   Niettegenstaande lid 1 prevaleert deze verordening, met betrekking tot aangelegenheden waarop zij van toepassing is en in de mate waarin zij hierin voorziet, boven andere bepalingen in door de lidstaten gesloten bilaterale of multilaterale overeenkomsten of regelingen, in de betrekkingen tussen de lidstaten die partij zijn bij die overeenkomsten of regelingen.

3.   Dit artikel laat artikel 1, lid 1, tweede alinea, onverlet.

4.   Deze verordening belet de lidstaten niet te onderhandelen over internationale overeenkomsten en regelingen met derde landen op het gebied van legalisatie of soortgelijke formaliteiten ten aanzien van openbare documenten inzake onder deze verordening vallende aangelegenheden, die worden afgegeven door de autoriteiten van lidstaten of derde landen voor gebruik in de betrekkingen tussen de lidstaten en de derde landen in kwestie, deze overeenkomsten en regelingen te sluiten, tot deze toe te treden, deze te wijzigen of toe te passen. Deze verordening belet de lidstaten evenmin te besluiten over de aanvaarding van toetredingen van nieuwe overeenkomstsluitende partijen tot dergelijke overeenkomsten en regelingen als één lidstaat besluit of als meerdere lidstaten besluiten daarbij partij te worden.

HOOFDSTUK VI

ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 20

Doelbinding

1.   In het kader van deze verordening worden gegevens en documenten door de lidstaten uitsluitend uitgewisseld en doorgegeven voor controle door de bevoegde autoriteiten van de echtheid van openbare documenten via het IMI.

2.   Deze verordening laat de toepassing van wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten betreffende de toegang tot openbare documenten onverlet.

Artikel 21

Informatie in verband met de inhoud van deze verordening

De Commissie en de lidstaten stellen informatie in verband met de inhoud van deze verordening met passende middelen voor het publiek beschikbaar, onder meer via het Europees e-justitieportaal en de websites van de autoriteiten van de lidstaten.

Artikel 22

Informatie over centrale autoriteiten en contactgegevens

1.   Uiterlijk op 16 augustus 2018 maken de lidstaten gebruik van het IMI om de volgende informatie mee te delen:

a)

de centrale autoriteit of autoriteiten die werden aangewezen op grond van artikel 15, lid 1, samen met de contactgegevens van die autoriteit of autoriteiten, en, indien van toepassing, de op grond van artikel 15, lid 2, aangewezen autoriteit;

b)

de modellen van de meest gangbare openbare documenten krachtens het nationaal recht of, indien er geen model bestaat, informatie over de specifieke kenmerken van het betrokken openbaar document, en

c)

geanonimiseerde versies van vervalste documenten die zijn opgespoord.

2.   De lidstaten maken gebruik van het IMI om eventuele latere wijzigingen van de in lid 1 bedoelde informatie mee te delen.

3.   De Commissie stelt met passende middelen voor het publiek beschikbaar:

a)

de in lid 1, onder a), bedoelde informatie;

b)

de in lid 1, onder b), bedoelde informatie die voor het publiek beschikbaar is krachtens het recht van de lidstaat waarvan de autoriteiten het openbaar document hebben afgegeven.

Artikel 23

Uitwisseling van beste praktijken

1.   Er wordt een ad-hoccomité van vertegenwoordigers van de Commissie en de lidstaten ingesteld, dat door een vertegenwoordiger van de Commissie wordt voorgezeten.

2.   Het in lid 1 bedoelde ad-hoccomité neemt alle maatregelen die nodig zijn om de toepassing van deze verordening te faciliteren, met name door het faciliteren van de uitwisseling en regelmatige actualisering van beste praktijken met betrekking tot:

a)

de toepassing van deze verordening tussen de lidstaten;

b)

de preventie van fraude met openbare documenten, voor eensluidend gewaarmerkte afschriften en vertalingen;

c)

het gebruik van elektronische exemplaren van openbare documenten;

d)

het gebruik van meertalige modelformulieren;

e)

opgespoorde vervalste documenten.

Artikel 24

Door de lidstaten te verstrekken informatie

1.   Uiterlijk op 16 augustus 2018 delen de lidstaten onderstaande mee aan de Commissie:

a)

de talen die zij zullen aanvaarden voor de overeenkomstig artikel 6, lid 1, onder a), aan hun autoriteiten over te leggen openbare documenten;

b)

een illustratieve lijst van onder deze verordening vallende nationale openbare documenten;

c)

de lijst van openbare documenten waaraan meertalige modelformulieren kunnen worden gehecht als passende vertaalhulp;

d)

de lijst van personen die, in overeenstemming met het nationaal recht, gewaarmerkte vertalingen mogen maken, wanneer een dergelijke lijst bestaat;

e)

een indicatieve lijst van de soorten autoriteiten die volgens het nationaal recht bevoegd zijn tot afgifte van voor eensluidend gewaarmerkte afschriften;

f)

informatie over de wijze waarop gewaarmerkte afschriften en voor eensluidend gewaarmerkte afschriften kunnen worden herkend, en

g)

informatie over de specifieke kenmerken van voor eensluidend gewaarmerkte afschriften.

2.   Uiterlijk op 16 februari 2017 delen de lidstaten in hun officiële taal of talen, mits die taal of talen ook één van de officiële talen van de instellingen van de Unie is of zijn, de landenspecifieke rubriekomschrijvingen mee die moeten worden opgenomen in de meertalige modelformulieren betreffende geboorte, in leven zijn, overlijden, huwelijk (daaronder begrepen de bekwaamheid om te huwen en de huwelijkse staat) en, indien van toepassing, geregistreerd partnerschap (daaronder begrepen de bekwaamheid om een geregistreerd partnerschap aan te gaan en de status van geregistreerd partnerschap), woon- en/of verblijfplaats en de afwezigheid van een strafblad.

3.   Uiterlijk op 16 februari 2018 maakt de Commissie de lijsten van de in overeenstemming met lid 2 ontvangen landenspecifieke rubriekomschrijvingen bekend in alle officiële talen van de instellingen van de Unie in het Publicatieblad van de Europese Unie en op het Europees e-justitieportaal.

4.   De lidstaten stellen de Commissie in kennis van eventuele latere wijzigingen van de in de leden 1 en 2 bedoelde informatie.

5.   De Commissie stelt via het Europees e-justitieportaal voor het publiek beschikbaar:

a)

de in lid 1, onder a) tot en met f), bedoelde informatie; en

b)

de in lid 1, onder g), bedoelde informatie die voor het publiek beschikbaar is krachtens het recht van de lidstaat waarvan de autoriteiten het voor eensluidend gewaarmerkte afschrift hebben afgegeven.

Artikel 25

Wijziging van landenspecifieke rubriekomschrijvingen in de meertalige modelformulieren

1.   De lidstaten stellen de Commissie in kennis van wijzigingen in de landenspecifieke rubriekomschrijvingen, bedoeld in artikel 24, lid 2.

2.   De Commissie maakt de in lid 1 bedoelde wijzigingen in de landenspecifieke rubriekomschrijvingen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

3.   De Commissie maakt de in lid 1 bedoelde wijzigingen in de landenspecifieke rubriekomschrijvingen openbaar via het Europees e-justitieportaal en wijzigt de meertalige modelformulieren dienovereenkomstig voor iedere lidstaat.

Artikel 26

Evaluatie

1.   Uiterlijk op 16 februari 2024, en vervolgens ten laatste om de drie jaar, dient de Commissie bij het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité een verslag in over de toepassing van deze verordening, waarin onder meer de praktische ervaringen die relevant zijn voor de samenwerking tussen de centrale autoriteiten worden geëvalueerd. In dat verslag wordt ook beoordeeld of het passend is:

a)

het toepassingsgebied van deze verordening uit te breiden tot openbare documenten met betrekking tot andere aangelegenheden dan die welke in artikel 2 en in lid 2, onder a), van dit artikel worden vermeld;

b)

in het geval van een uitbreiding van het toepassingsgebied als bedoeld in dit lid, onder a), meertalige modelformulieren op te stellen voor openbare documenten in verband met de uit hoofde van dit lid, onder a), aangegeven aangelegenheden waartoe het toepassingsgebied van deze verordening kan worden uitgebreid, en

c)

elektronische systemen te gebruiken voor de rechtstreekse toezending van openbare documenten en de uitwisseling van informatie tussen de autoriteiten van de lidstaten, teneinde iedere mogelijkheid tot fraude met betrekking tot de onder de verordening vallende aangelegenheden uit te sluiten.

2.   Uiterlijk op 16 februari 2021 dient de Commissie bij het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité een beoordelingsverslag in over de vraag of het passend is:

a)

het toepassingsgebied van deze verordening uit te breiden tot:

i)

openbare documenten betreffende de rechtsvorm en vertegenwoordiging van een vennootschap of andere onderneming;

ii)

diploma's, certificaten en andere titels, en

iii)

openbare documenten ter staving van een officieel erkende handicap;

b)

meertalige modelformulieren op te stellen betreffende:

i)

in artikel 2, lid 1, vermelde openbare documenten waarvoor deze verordening niet in meertalige modelformulieren voorziet, en

ii)

openbare documenten betreffende de onder a) van dit lid genoemde aangelegenheden waartoe het toepassingsgebied van deze verordening kan worden uitgebreid;

c)

elektronische systemen te gebruiken voor de rechtstreekse toezending van openbare documenten en de uitwisseling van informatie tussen de autoriteiten van de lidstaten, teneinde iedere mogelijkheid tot fraude met betrekking tot de onder de verordening vallende aangelegenheden uit te sluiten.

3.   De in de leden 1 en 2 bedoelde verslagen gaan in voorkomend geval vergezeld van voorstellen voor aanpassingen, in het bijzonder betreffende de uitbreiding van het toepassingsgebied van de verordening tot openbare documenten met betrekking tot nieuwe aangelegenheden als bedoeld in lid 1, onder a), en lid 2, onder a), de opstelling van nieuwe meertalige modelformulieren, als bedoeld in lid 1, onder b), en lid 2, onder b), en het gebruik van elektronische systemen voor de rechtstreekse toezending van openbare documenten en de uitwisseling van informatie tussen de autoriteiten van de lidstaten als bedoeld in lid 1, onder c) en lid 2, onder c).

Artikel 27

Inwerkingtreding

1.   Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2.   De verordening geldt met ingang van 16 februari 2019, met uitzondering van:

a)

artikel 24, lid 2, dat geldt met ingang van 16 februari 2017;

b)

artikel 12 en artikel 24, lid 3, die gelden met ingang van 16 februari 2018, en

c)

artikel 22 en artikel 24, lid 1, die gelden met ingang van 16 augustus 2018.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks van toepassing in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 6 juli 2016.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

M. SCHULZ

Voor de Raad

De voorzitter

I. KORČOK


(1)  PB C 327 van 12.11.2013, blz. 52.

(2)  Standpunt van het Europees Parlement van 4 februari 2014 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en standpunt van de Raad in eerste lezing van 10 maart 2016 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad). Standpunt van het Europees Parlement van 10 mei 2016.

(3)  Verordening (EU) nr. 1024/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt en tot intrekking van Beschikking 2008/49/EG van de Commissie („de IMI-verordening”) (PB L 316 van 14.11.2012, blz. 1).

(4)  Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31).

(5)  Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van de Raad van 3 juni 1971 houdende vaststelling van de regels die van toepassing zijn op termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden (PB L 124 van 8.6.1971, blz. 1).

(6)  Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1347/2000 (PB L 338 van 23.12.2003, blz. 1).

(7)  Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PB L 255 van 30.9.2005, blz. 22).

(8)  Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (PB L 376 van 27.12.2006, blz. 36).

(9)  Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PB L 284 van 30.10.2009, blz. 1).

(10)  Richtlijn 93/109/EG van de Raad van 6 december 1993 tot vaststelling van de wijze van uitoefening van het actief en passief kiesrecht bij de verkiezingen voor het Europees Parlement ten behoeve van de burgers van de Unie die verblijven in een lidstaat waarvan zij geen onderdaan zijn (PB L 329 van 30.12.1993, blz. 34).

(11)  Richtlijn 94/80/EG van de Raad van 19 december 1994 tot vaststelling van de wijze van uitoefening van het actieve en passieve kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen ten behoeve van de burgers van de Unie die verblijven in een lidstaat waarvan zij de nationaliteit niet bezitten (PB L 368 van 31.12.1994, blz. 38).


BIJLAGE I

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

BIJLAGE II

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

BIJLAGE III

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

BIJLAGE IV

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

BIJLAGE V

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

BIJLAGE VI

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

BIJLAGE VII

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

BIJLAGE VIII

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

BIJLAGE IX

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

BIJLAGE X

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

BIJLAGE XI

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

26.7.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 200/137


VERORDENING (EU) 2016/1192 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 6 juli 2016

betreffende de overdracht aan het Gerecht van de bevoegdheid om in eerste aanleg uitspraak te doen in geschillen tussen de Europese Unie en haar personeelsleden

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 256, lid 1, artikel 257, eerste en tweede alinea, en artikel 281, tweede alinea,

Gezien het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 106 bis, lid 1,

Gezien het verzoek van het Hof van Justitie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van de Europese Commissie (1),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Artikel 48 van Protocol nr. 3 betreffende het statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie, zoals gewijzigd bij Verordening (EU, Euratom) 2015/2422 van het Europees Parlement en de Raad (3), bepaalt dat het Gerecht, dat per 25 december 2015 uit 40 rechters bestaat, vanaf 1 september 2016 zal bestaan uit 47 rechters en vanaf 1 september 2019 uit twee rechters per lidstaat.

(2)

Zoals vermeld in overweging 9 van Verordening (EU, Euratom) 2015/2422, moet de verhoging met zeven rechters bij het Gerecht op 1 september 2016 gepaard gaan met de overdracht aan het Gerecht van de bevoegdheid om in eerste aanleg uitspraak te doen in geschillen tussen de Unie en haar personeelsleden krachtens artikel 270 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Deze bevoegdheidsoverdracht veronderstelt, overeenkomstig artikel 256, lid 1, VWEU, de ontbinding van het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie („Gerecht voor ambtenarenzaken”).

(3)

De bevoegdheid om in eerste aanleg uitspraak te doen in geschillen tussen enige instelling, enig orgaan of enige instantie enerzijds, en hun personeelsleden anderzijds, waarvoor het Hof van Justitie van de Europese Unie bevoegd is verklaard, moet dan ook aan het Gerecht worden toegekend.

(4)

Daarom is het noodzakelijk om Besluit 2004/752/EG, Euratom van de Raad (4) en Verordening (EU, Euratom) nr. 979/2012 van het Europees Parlement en de Raad (5) in te trekken en Protocol nr. 3 te wijzigen.

(5)

Het Gerecht dient uitspraak te doen in ambtenarenzaken van de Europese Unie en daarbij rekening te houden met de specifieke kenmerken van geschillen op dat gebied, met name door de mogelijkheden van een minnelijke regeling in alle stadia van de procedure te onderzoeken.

(6)

Voor het efficiënte procedureverloop in de zaken die op de overdrachtdatum bij het Gerecht voor ambtenarenzaken aanhangig zijn en ter bepaling van de regels die van toepassing zijn op hogere voorzieningen die op die datum in behandeling zijn of later worden ingesteld tegen beslissingen van dat Gerecht, moet worden voorzien in passende overgangsregelingen voor de overdracht van ambtenarenzaken van de Europese Unie aan het Gerecht,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Besluit 2004/752/EG, Euratom en Verordening (EU, Euratom) nr. 979/2012 worden ingetrokken.

Artikel 2

Protocol nr. 3 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 50 bis

1.   Het Gerecht oefent in eerste aanleg de bevoegdheden uit om uitspraak te doen in geschillen tussen de Unie en haar personeelsleden krachtens artikel 270 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, daaronder begrepen de geschillen tussen enige instelling, enig orgaan of enige instantie enerzijds, en hun personeelsleden anderzijds, waarvoor het Hof van Justitie van de Europese Unie bevoegd is verklaard.

2.   Het Gerecht kan in alle fasen van de procedure, vanaf de indiening van het verzoekschrift, de mogelijkheden voor een minnelijke regeling van het geschil onderzoeken en voor de vergemakkelijking van een dergelijke regeling zorgen.”.

2)

Artikel 62 quater wordt vervangen door:

„Artikel 62 quater

De bepalingen betreffende de bevoegdheid, de samenstelling, de organisatie en de procedure van enige gespecialiseerde rechtbank die krachtens artikel 257 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie wordt ingesteld, worden in een bijlage bij het statuut opgenomen.”.

3)

Bijlage I wordt geschrapt.

Artikel 3

De zaken die op 31 augustus 2016 bij het Gerecht voor ambtenarenzaken aanhangig zijn, worden overgedragen aan het Gerecht. Het Gerecht blijft die zaken behandelen in de staat waarin zij zich op die datum bevinden en wel overeenkomstig zijn Reglement voor de procesvoering. Ingeval een zaak na sluiting van de mondelinge behandeling aan het Gerecht wordt overgedragen, wordt deze behandeling heropend.

Artikel 4

Niettegenstaande artikel 2, punt 3, van deze verordening, blijven de artikelen 9 tot en met 12 van bijlage I bij Protocol nr. 3 van toepassing op de hogere voorzieningen tegen beslissingen van het Gerecht voor ambtenarenzaken die op 31 augustus 2016 bij het Gerecht aanhangig zijn of die daarna worden ingesteld. Indien het Gerecht een beslissing van het Gerecht voor ambtenarenzaken vernietigt, maar van oordeel is dat de zaak niet in staat van wijzen is, verwijst het de zaak naar een andere kamer dan die welke op de hogere voorziening uitspraak heeft gedaan.

Artikel 5

Deze verordening treedt in werking op de eerste dag van de maand na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 september 2016.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 6 juli 2016.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

M. SCHULZ

Voor de Raad

De voorzitter

I. KORČOK


(1)  Advies van 22 februari 2016 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(2)  Standpunt van het Europees Parlement van 9 juni 2016 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 24 juni 2016.

(3)  Verordening (EU, Euratom) 2015/2422 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2015 tot wijziging van Protocol nr. 3 betreffende het statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie (PB L 341 van 24.12.2015, blz. 14).

(4)  Besluit 2004/752/EG, Euratom van de Raad van 2 november 2004 tot instelling van een Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie (PB L 333 van 9.11.2004, blz. 7).

(5)  Verordening (EU, Euratom) nr. 979/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 inzake rechter-plaatsvervangers bij het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie (PB L 303 van 31.10.2012, blz. 83).


Rectificaties

26.7.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 200/140


Rectificatie van Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad

( Publicatieblad van de Europese Unie L 347 van 20 december 2013 )

1.

In de gehele tekst:

in plaats van:

„prioritaire as(sen)”,

lezen:

„prioriteitsas(sen)”.

2.

Bladzijde 320, voetnoot 3:

in plaats van:

„(3)

OJ C 47, 17.2.2011, p. 1, …”,

lezen:

„(3)

PB C 47 van 17.2.2012, blz. 1, …”.

3.

Bladzijde 327, overweging 46:

in plaats van:

„… alsmede verdere regels met betrekking tot het gebruik van middelen na het einde van de subsidiabiliteitsperiode.”,

lezen:

„… alsmede verdere regels met betrekking tot het hergebruik van middelen na het einde van de subsidiabiliteitsperiode.”.

4.

Bladzijde 329, overweging 69:

in plaats van:

„… moeten gemeenschappelijke regels voor voorfinanciering, verzoeken om tussentijdse betalingen en de betaling van het eindsaldo worden vastgesteld, …”,

lezen:

„… moeten gemeenschappelijke regels voor voorfinanciering, aanvragen voor tussentijdse betaling en de betaling van het eindsaldo worden vastgesteld, …”.

5.

Bladzijde 330, overweging 73:

in plaats van:

„…, alsmede in een situatie waar een betalingsverzoek is ingediend maar waarvan de betalingstermijn is onderbroken of de betaling is opgeschort.”,

lezen:

„…, alsmede in een situatie waar een betalingsaanvraag is ingediend maar waarvan de betalingstermijn is onderbroken of de betaling is opgeschort.”.

6.

Bladzijde 339, artikel 2, punt 22:

in plaats van:

„22)   „betalingsverzoek”: een door de lidstaat bij de Commissie ingediende betalingsaanvraag of uitgavendeclaratie;”,

lezen:

„22)   „betalingsaanvraag”: een door de lidstaat bij de Commissie ingediende betalingsaanvraag of uitgavendeclaratie;”.

7.

Bladzijde 339, artikel 2, punt 26:

in plaats van:

„26)   „geblokkeerde rekening”: … schriftelijke overeenkomst tussen een begunstigde openbare instantie en de private partner, en die bepaaldelijk is geopend om er geld op te plaatsen dat na de subsidiabiliteitsperiode wordt betaald, uitsluitend …”,

lezen:

„26)   „geblokkeerde rekening”: … schriftelijke overeenkomst tussen een begunstigde openbare instantie en de private partner, en die bepaaldelijk is geopend om er geld op te plaatsen dat na de subsidiabiliteitsperiode wordt betaald in het geval van financieel instrument, of tijdens de subsidiabiliteitsperiode en/of na de subsidiabiliteitsperiode in het geval van een concrete PPP-actie, uitsluitend …”.

8.

Bladzijde 340, artikel 3:

in plaats van:

„Wanneer overeenkomstig artikel 16, leden 2 en 3, artikel 29, lid 3, artikel 30, led 2 en 3, …”,

lezen:

„Wanneer overeenkomstig artikel 16, leden 2 en 4, artikel 29, lid 4, artikel 30, leden 2 en 3, …”.

9.

Bladzijde 349, artikel 23, lid 1, derde alinea:

in plaats van:

„Voor de toepassing van punt b) van de tweede alinea wordt aan elk van deze voorwaarden geacht te zijn voldaan, …”,

lezen:

„Voor de toepassing van punt c) van de tweede alinea wordt aan elk van deze voorwaarden geacht te zijn voldaan, …”.

10.

Bladzijde 350, artikel 23, lid 5:

in plaats van:

„… en in elk geval uiterlijk drie maanden na de indiening van de wijzigingen door de lidstaat overeenkomstig lid 3, …”,

lezen:

„… en in elk geval uiterlijk drie maanden na de indiening van de wijzigingen door de lidstaat overeenkomstig lid 4, …”.

11.

Bladzijde 350, artikel 23, lid 6, tweede alinea, tweede zin:

in plaats van:

„Die uitvoeringshandeling geldt alleen voor verzoeken om betaling die zijn ingediend na de datum van vaststelling van die uitvoeringshandeling.”,

lezen:

„Die uitvoeringshandeling geldt alleen voor betalingsaanvragen die zijn ingediend na de datum van vaststelling van die uitvoeringshandeling.”.

12.

Bladzijde 351, artikel 23, lid 9, derde alinea, tweede zin:

in plaats van:

„De schorsing van betalingen is van toepassing op verzoeken om betaling die voor de programma's in kwestie zijn ingediend na de datum van het schorsingsbesluit.”,

lezen:

„De schorsing van betalingen is van toepassing op betalingsaanvragen die voor de programma's in kwestie zijn ingediend na de datum van het schorsingsbesluit.”.

13.

Bladzijde 352, artikel 24, lid 1, tweede zin:

in plaats van:

„Als een lidstaat voldoet aan een van de volgende voorwaarden na 21 december 2013, is het verhoogde percentage, dat niet meer dan 100 % mag bedragen, van toepassing op de betalingsverzoeken van die lidstaat die tot 30 juni 2016 worden ingediend:”,

lezen:

„Als een lidstaat voldoet aan een van de volgende voorwaarden na 21 december 2013, is het verhoogde percentage, dat niet meer dan 100 % mag bedragen, van toepassing op de betalingsaanvragen van die lidstaat die tot 30 juni 2016 worden ingediend:”.

14.

Bladzijde 352, artikel 24, lid 2:

in plaats van:

„2.   Onverminderd lid 1 mag de steun van de Unie door middel van tussentijdse betalingen en betalingen van het eindsaldo evenwel niet hoger zijn dan de openbare steun of het maximale bedrag aan steun uit de ESI-fondsen voor elke prioriteit voor het EFRO, het ESF en het Cohesiefonds, of voor elke maatregel voor het ELFPO en het EFMZV, zoals bepaald in het besluit van de Commissie tot goedkeuring van het programma.”,

lezen:

„2.   Onverminderd lid 1 mag de steun van de Unie door middel van tussentijdse betalingen en betalingen van het eindsaldo evenwel niet hoger zijn dan het laagste van de twee volgende bedragen:

a)

de overheidsuitgaven, of

b)

het maximale bedrag aan steun uit de ESI-fondsen voor elke prioriteit voor het EFRO, het ESF en het Cohesiefonds, of voor elke maatregel voor het Elfpo en het EFMZV, zoals bepaald in het besluit van de Commissie tot goedkeuring van het programma.”.

15.

Bladzijde 353, artikel 25, lid 1:

in plaats van:

„… kan een deel van de middelen waarin is voorzien in artikel 59 en die geprogrammeerd zijn overeenkomstig fondsspecifieke voorschriften, met instemming van de Commissie worden overgedragen naar technische bijstand op initiatief van de Commissie, voor de tenuitvoerlegging van maatregelen met betrekking tot de lidstaat in kwestie, overeenkomstig artikel 58, lid 1, derde alinea, onder k), …”,

lezen:

„… kan een deel van de middelen waarin is voorzien in artikel 59 en die geprogrammeerd zijn overeenkomstig fondsspecifieke voorschriften, met instemming van de Commissie worden overgedragen naar technische bijstand op initiatief van de Commissie, voor de tenuitvoerlegging van maatregelen met betrekking tot de lidstaat in kwestie, overeenkomstig artikel 58, lid 1, derde alinea, onder l), …”.

16.

Bladzijde 353, artikel 27, lid 4, eerste zin:

in plaats van:

„4.   Voor elke prioriteit worden indicatoren en de bijbehorende op kwalitatieve of kwantitatieve wijze uitgedrukte doelstellingen vastgesteld, …”,

lezen:

„4.   Voor elke prioriteit worden indicatoren en de bijbehorende op kwalitatieve of kwantitatieve wijze uitgedrukte streefdoelen vastgesteld, …”.

17.

Bladzijde 354, artikel 28, lid 2:

in plaats van:

„2.   In afwijking van artikel 55 wordt de in artikel 39, lid 4, eerste alinea, onder a), bedoelde ex-antebeoordeling beschouwd als de ex-antebeoordeling van deze programma's.”,

lezen:

„2.   In afwijking van artikel 55 wordt de in artikel 39, lid 4, eerste alinea, onder a), bedoelde ex-antebeoordeling beschouwd als de ex-ante-evaluatie van deze programma's.”.

18.

Bladzijde 356, artikel 33, lid 6, tweede zin:

in plaats van:

„Evenwel kan de Commissie, in naar behoren gemotiveerde gevallen en op grond van een voorstel van een lidstaat, deze bevolkingslimieten vaststellen of aanpassen in zijn besluit uit hoofde van artikel 15, lid 2 of lid 3, …”,

lezen:

„Evenwel kan de Commissie, in naar behoren gemotiveerde gevallen en op grond van een voorstel van een lidstaat, deze bevolkingslimieten vaststellen of aanpassen in zijn besluit uit hoofde van artikel 16, lid 2 of lid 4, …”.

19.

Bladzijde 360, artikel 38, lid 7, aanhef:

in plaats van:

„…, de algemene en bijzondere voorwaarden inzake de programmabijdragen voor het financieringsinstrument in overeenstemming met bijlage III vastgelegd in financieringsovereenkomsten op de volgende niveaus:”,

lezen:

„…, de algemene en bijzondere voorwaarden inzake de programmabijdragen voor het financieringsinstrument in overeenstemming met bijlage IV vastgelegd in financieringsovereenkomsten op de volgende niveaus:”.

20.

Bladzijde 362, artikel 39, lid 4, onder c), ii):

in plaats van:

„ii)

minimaal hefboomeffect dat moet worden gerealiseerd op duidelijk vastgestelde tijdstippen binnen de in artikel 65, lid 2, aangegeven subsidiabiliteitsperiode;”,

lezen:

„ii)

minimaal hefboomeffect dat moet worden gerealiseerd bij duidelijk vastgestelde mijlpalen binnen de in artikel 65, lid 2, aangegeven subsidiabiliteitsperiode;”.

21.

Bladzijde 362, artikel 39, lid 5, eerste alinea:

in plaats van:

„5.   In elke deelnemende lidstaat wordt op de in de in lid 4, eerste alinea, onder c), bedoelde financieringsovereenkomst vastgestelde tijdstippen een minimaal hefboomeffect gerealiseerd, …”,

lezen:

„5.   In elke deelnemende lidstaat wordt bij het bereiken van de in de in lid 4, eerste alinea, onder c), bedoelde financieringsovereenkomst vastgestelde mijlpalen een minimaal hefboomeffect gerealiseerd, …”.

22.

Bladzijde 363, artikel 39, lid 7, eerste en tweede zin:

in plaats van:

„…, wordt het door de lidstaat aan de Commissie gerichte verzoek om betaling gebaseerd op … Deze betalingsverzoeken zijn gebaseerd op …”,

lezen:

„…, wordt de door de lidstaat aan de Commissie gerichte betalingsaanvraag ingediend op basis van … Deze betalingsaanvragen zijn gebaseerd op …”.

23.

Bladzijde 363, artikel 39, lid 8, onder a):

in plaats van:

„a)

voor de in lid 2, eerste alinea, onder a), van dit artikel bedoelde activiteiten, met de in artikel 42, lid 3, eerste alinea, onder b), bedoelde middelen;”,

lezen:

„a)

voor de in lid 2, eerste alinea, onder a), van dit artikel bedoelde activiteiten, met de in artikel 42, lid 1, eerste alinea, onder b), bedoelde middelen;”.

24.

Bladzijde 364, artikel 41, titel:

in plaats van:

„Betalingsverzoeken die uitgaven voor financieringsinstrumenten omvatten”,

lezen:

„Betalingsaanvragen die uitgaven voor financieringsinstrumenten omvatten”.

25.

Bladzijde 364, artikel 41, lid 1, onder d):

in plaats van:

„d)

in iedere aanvraag voor tussentijdse betaling …, worden het totale bedrag aan programmabijdragen aan het financieringsinstrument en de als subsidiabele uitgaven …”,

lezen:

„d)

in iedere aanvraag voor tussentijdse betaling …, worden het totale bedrag aan programmabijdragen aan de financieringsinstrumenten en de als subsidiabele uitgaven …”.

26.

Bladzijde 365, artikel 42, lid 4, aanhef:

in plaats van:

„4.   De overeenkomstig de leden 1 en 2 vermelde subsidiabele uitgaven mogen niet hoger zijn dan de som van:”,

lezen:

„4.   De overeenkomstig de leden 1, 2 en 3 vermelde subsidiabele uitgaven mogen niet hoger zijn dan de som van:”.

27.

Bladzijde 365, artikel 42, lid 4, onder a):

in plaats van:

„a)

het totaalbedrag aan steun dat voor de in de leden 1 en 2 bepaalde doeleinden uit de ESI-fondsen is betaald; en”,

lezen:

„a)

het totaalbedrag aan steun dat voor de in de leden 1, 2 en 3 bepaalde doeleinden uit de ESI-fondsen is betaald, en”.

28.

Bladzijde 365, artikel 42, lid 5, eerste alinea, eerste zin:

in plaats van:

„5.   De instantie die het fonds van fondsen uitvoert en de op grond van artikel 38, lid 4, onder a) en b), met de uitvoering van de financieringsinstrumenten belaste instanties mogen beheerskosten en -vergoedingen in de zin van lid 1, eerste alinea, onder d), en in lid 2 van dit artikel, in rekening brengen, die evenwel de maxima — zoals bepaald bij de in lid 6 van dit artikel bedoelde gedelegeerde handeling — niet mogen overschrijden.”,

lezen:

„5.   Indien de instantie die het fonds van fondsen uitvoert en de op grond van artikel 38, lid 4, onder a) en b), met de uitvoering van de financieringsinstrumenten belaste instanties beheerskosten en -vergoedingen in de zin van lid 1, eerste alinea, onder d), en in lid 2 van dit artikel, in rekening brengen, mogen deze de maxima — zoals bepaald bij de in lid 6 van dit artikel bedoelde gedelegeerde handeling — niet overschrijden.”.

29.

Bladzijde 365, artikel 43, lid 2:

in plaats van:

„…, moeten met inbegrip van de vergoeding van gemaakte beheerskosten of de betaling van beheersvergoedingen van het financieringsinstrument in overeenstemming met artikel 42, lid 1, eerste alinea, onder d), en uitgaven op grond van artikel 42, lid 2, voor dezelfde doeleinden als de oorspronkelijke steun uit de ESI-fondsen dan wel binnen hetzelfde financieringsinstrument worden gebruikt, of na de vereffening van het financieringsinstrument, binnen andere financieringsinstrumenten of steunvormen …”,

lezen:

„…, moeten met inbegrip van de vergoeding van gemaakte beheerskosten of de betaling van beheersvergoedingen van het financieringsinstrument in overeenstemming met artikel 42, lid 1, eerste alinea, onder d), en op grond van artikel 42, leden 2 en 3, voor dezelfde doeleinden als de oorspronkelijke steun uit de ESI-fondsen, ofwel binnen hetzelfde financieringsinstrument worden gebruikt ofwel, na de vereffening van het financieringsinstrument, binnen andere financieringsinstrumenten of steunvormen …”.

30.

Bladzijde 366, artikel 44, lid 2:

in plaats van:

„2.   De managementautoriteit zorgt ervoor dat een adequate boekhouding van het gebruik van de in lid 1 bedoelde middelen wordt bijgehouden.”,

lezen:

„2.   De managementautoriteit zorgt ervoor dat een adequate boekhouding van het hergebruik van de in lid 1 bedoelde middelen wordt bijgehouden.”.

31.

Bladzijde 366, artikel 45, titel en artikel:

in plaats van:

„Gebruik van middelen na het einde van de subsidiabiliteitsperiode

De lidstaten nemen de nodige maatregelen om te waarborgen dat de middelen die aan financieringsinstrumenten worden terugbetaald … overeenkomstig de doelen van het programma of de programma's worden gebruikt …”,

lezen:

„Hergebruik van middelen na het einde van de subsidiabiliteitsperiode

De lidstaten nemen de nodige maatregelen om te waarborgen dat de middelen die aan financieringsinstrumenten worden terugbetaald … overeenkomstig de doelen van het programma of de programma's worden hergebruikt …”.

32.

Bladzijde 367, artikel 46, lid 3, tweede zin:

in plaats van:

„Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 143, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.”,

lezen:

„Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 150, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.”.

33.

Bladzijde 367, artikel 49, lid 2:

in plaats van:

„… met inbegrip van de conclusies van de evaluaties van de prestaties.”,

lezen:

„… met inbegrip van de conclusies van de evaluatie van de prestaties.”.

34.

Bladzijde 368, artikel 50, lid 5:

in plaats van:

„5.   Het jaarverslag over de uitvoering dat moet worden ingediend in 2019 en het eindverslag over de uitvoering voor de ESI-fondsen omvatten naast de in de leden 2 en 3 bedoelde informatie en beoordeling, …”,

lezen:

„5.   Het jaarverslag over de uitvoering dat moet worden ingediend in 2019 en het eindverslag over de uitvoering voor de ESI-fondsen omvatten naast de in de leden 2 en 4 bedoelde informatie en beoordeling, …”.

35.

Bladzijde 373, artikel 61, lid 4:

in plaats van:

„4.   De methode waarmee de netto-inkomsten worden afgetrokken van de uitgaven voor de concrete actie die zijn weergegeven in het bij de Commissie ingediende betalingsverzoek wordt vastgesteld …”,

lezen:

„4.   De methode waarmee de netto-inkomsten worden afgetrokken van de uitgaven voor de concrete actie die zijn weergegeven in de bij de Commissie ingediende betalingsaanvraag wordt vastgesteld …”.

36.

Bladzijde 374, artikel 64, lid 1, aanhef:

in plaats van:

„…, in afwijking van artikel 65, lid 2, beschouwd als gedaan en betaald door een begunstigde en opgenomen in een betalingsverzoek aan de Commissie mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:”,

lezen:

„…, in afwijking van artikel 65, lid 2, beschouwd als gedaan en betaald door een begunstigde en opgenomen in een betalingsaanvraag aan de Commissie mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:”.

37.

Bladzijde 374, artikel 64, lid 2:

in plaats van:

„2.   Betalingen aan begunstigden in verband met uitgaven die in een in lid 1 bedoeld betalingsverzoek zijn opgenomen, …”,

lezen:

„2.   Betalingen aan begunstigden in verband met uitgaven die in een in lid 1 bedoelde betalingsaanvraag zijn opgenomen, …”.

38.

Bladzijde 375, artikel 65, lid 11:

in plaats van:

„… op voorwaarde dat voor een uitgavenpost die in een betalingsverzoek voor vergoeding door een van de ESI-fondsen wordt opgenomen, geen steun wordt ontvangen uit een ander Fonds of instrument van de Unie, …”,

lezen:

„… op voorwaarde dat voor een uitgavenpost die in een betalingsaanvraag voor vergoeding door een van de ESI-fondsen wordt opgenomen, geen steun wordt ontvangen uit een ander Fonds of instrument van de Unie, …”.

39.

Bladzijde 376, artikel 67, lid 4:

in plaats van:

„4.   Als een concrete actie of een project dat deel uitmaakt van een concrete actie uitsluitend wordt uitgevoerd middels de openbare aanbesteding van werken, goederen of diensten, is alleen lid 1, eerste alinea, onder a), van toepassing. Als de openbare aanbesteding binnen een concrete actie of een project dat deel uitmaakt van een concrete actie tot bepaalde categorieën kosten beperkt is, mogen alle in lid 1 bedoelde subsidievormen worden toegepast.”,

lezen:

„4.   Als een concrete actie of een project dat deel uitmaakt van een concrete actie uitsluitend wordt uitgevoerd in het kader van overheidsopdrachten voor werken, goederen of diensten, is alleen lid 1, eerste alinea, onder a), van toepassing. Als de overheidsopdracht binnen een concrete actie of een project dat deel uitmaakt van een concrete actie tot bepaalde categorieën kosten beperkt is, mogen alle in lid 1 bedoelde subsidievormen worden toegepast.”.

40.

Bladzijde 379, artikel 76, tweede alinea:

in plaats van:

„Het besluit van de Commissie tot vaststelling van een programma vormt een financieringsbesluit in de zin van artikel 84, van het Financieel Reglement …”,

lezen:

„Het besluit van de Commissie tot vaststelling van een programma vormt een financieringsbesluit in de zin van artikel 84, lid 2, van het Financieel Reglement …”.

41.

Bladzijde 379, artikel 79, titel:

in plaats van:

„Betalingsverzoeken”,

lezen:

„Betalingsaanvragen”.

42.

Bladzijde 379, artikel 79, lid 1:

in plaats van:

„1.   De specifieke procedure en de in te dienen informatie voor betalingsverzoeken met betrekking tot een ESI-fonds …”,

lezen:

„1.   De specifieke procedure en de in te dienen informatie voor betalingsaanvragen met betrekking tot een ESI-fonds …”.

43.

Bladzijde 380, artikel 79, lid 2:

in plaats van:

„2.   Betalingsverzoeken die bij de Commissie worden ingediend, …”,

lezen:

„2.   Betalingsaanvragen die bij de Commissie worden ingediend, …”.

44.

Bladzijde 380, artikel 80:

in plaats van:

„… in uitgavenramingen, in uitgavenstaten, in betalingsverzoeken en in rekeningen en … luiden in euro's.”,

lezen:

„… in uitgavenramingen, in betalingsaanvragen en in rekeningen en … luiden in euro.”.

45.

Bladzijde 381, artikel 86, lid 1:

in plaats van:

„… de aan een vastlegging verbonden bedragen die niet binnen een bepaalde periode onder een voorfinanciering of betalingsverzoek vallen, inclusief een betalingsverzoek …”,

lezen:

„… de aan een vastlegging verbonden bedragen die niet binnen een bepaalde periode onder een voorfinanciering of betalingsaanvraag vallen, inclusief een betalingsaanvraag …”.

46.

Bladzijde 381, artikel 87, lid 1, onder b):

in plaats van:

„b)

geen betalingsverzoek kon worden ingediend wegens …”,

lezen:

„b)

geen betalingsaanvraag kon worden ingediend wegens …”.

47.

Bladzijde 383, artikel 92, lid 3:

in plaats van:

„3.   In 2016 voert de Commissie, in haar technische aanpassing voor het jaar 2017 overeenkomstig de artikelen 4 en 5 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013, … Overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 worden …”,

lezen:

„3.   In 2016 voert de Commissie, in haar technische aanpassing voor het jaar 2017 overeenkomstig de artikelen 6 en 7 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013, … Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 worden …”.

48.

Bladzijde 386, artikel 96, lid 2, onder b), ii):

in plaats van:

„ii)

om de programmering resultaatgerichter te maken, de verwachte resultaten voor de specifieke doelstellingen en de bijbehorende resultaatindicatoren, met vermelding van een, waar passend gekwantificeerde, uitgangswaarde en streefwaarde, overeenkomstig de fondsspecifieke voorschriften;”,

lezen:

„ii)

om de programmering resultaatgerichter te maken, de verwachte resultaten voor de specifieke doelstellingen en de bijbehorende resultaatindicatoren, met vermelding van een, waar passend gekwantificeerde, basiswaarde en streefwaarde, overeenkomstig de fondsspecifieke voorschriften;”.

49.

Bladzijde 386, artikel 96, lid 2, onder c), ii):

in plaats van:

„ii)

de verwachte resultaten voor elke specifieke doelstelling, en, wanneer zulks gelet op de inhoud van de acties objectief gerechtvaardigd is, de bijbehorende resultaatindicatoren, met vermelding van een uitgangswaarde en een streefwaarde, overeenkomstig de fondsspecifieke voorschriften;”,

lezen:

„ii)

de verwachte resultaten voor elke specifieke doelstelling, en, wanneer zulks gelet op de inhoud van de acties objectief gerechtvaardigd is, de bijbehorende resultaatindicatoren, met vermelding van een basiswaarde en een streefwaarde, overeenkomstig de fondsspecifieke voorschriften;”.

50.

Bladzijde 387, artikel 96, lid 3, onder b):

in plaats van:

„b)

het indicatieve bedrag …, uit te voeren overeenkomstig artikel 7, lid 3, van de EFRO-verordening …”,

lezen:

„b)

het indicatieve bedrag …, uit te voeren overeenkomstig artikel 7, lid 4, van de EFRO-verordening …”.

51.

Bladzijde 388, artikel 96, lid 9, tweede zin:

in plaats van:

„Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de raadplegingsprocedure als bedoeld in artikel 143, lid 2.”,

lezen:

„Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 150, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.”.

52.

Bladzijde 391, artikel 106, tweede lid, tweede zin:

in plaats van:

„Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 143, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure vastgesteld.”,

lezen:

„Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 150, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.”.

53.

Bladzijde 392, artikel 107, lid 3:

in plaats van:

„3.   In het in lid 2 bedoelde besluit worden de volgende elementen aangeduid: de begunstigde en de algemene specifieke doelstellingen van het gezamenlijke actieplan, de mijlpalen en streefdoelen voor outputs en resultaten, de kosten van het bereiken van deze mijlpalen en streefdoelen voor outputs en resultaten …”,

lezen:

„3.   In het in lid 2 bedoelde besluit worden de volgende elementen aangeduid: de begunstigde en de algemene en specifieke doelstellingen van het gezamenlijke actieplan, de mijlpalen en de streefdoelen voor outputs en resultaten, de kosten van het bereiken van deze mijlpalen en streefdoelen voor outputs en resultaten …”.

54.

Bladzijde 393, artikel 111, lid 4, derde alinea:

in plaats van:

„…, kunnen lidstaten met niet meer dan één operationeel programma per fonds de informatie in verband met de in artikel 50, lid 3, gestelde ex-antevoorwaarden, de in artikel 50, lid 4, verlangde informatie, …”,

lezen:

„…, kunnen lidstaten met niet meer dan één operationeel programma per fonds de informatie in verband met de in artikel 50, lid 4, gestelde ex-antevoorwaarden, de in artikel 50, lid 5, verlangde informatie, …”.

55.

Bladzijde 395, artikel 115, lid 4, tweede zin:

in plaats van:

„Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 143, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.”,

lezen:

„Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 150, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.”.

56.

Bladzijde 397, artikel 122, lid 2, eerste alinea, tweede zin:

in plaats van:

„Zij stellen de Commissie in kennis van onregelmatigheden die 10 000 EUR aan steun uit de fondsen overschrijden en …”,

lezen:

„Zij stellen de Commissie in kennis van onregelmatigheden die 10 000 EUR aan steun uit een van de Fondsen of uit het EFMZV overschrijden en …”.

57.

Bladzijde 397, artikel 122, lid 2, tweede alinea, onder c):

in plaats van:

„c)

gevallen die door de management- of certificeringsautoriteit worden ontdekt en rechtgezet vóór opneming van de desbetreffende uitgaven in een bij de Commissie ingediende staat van uitgaven.”,

lezen:

„c)

gevallen die door de management- of certificeringsautoriteit worden ontdekt en rechtgezet vóór opneming van de desbetreffende uitgaven in een bij de Commissie ingediende betalingsaanvraag.”.

58.

Bladzijde 397, artikel 122, lid 2, vierde alinea, tweede zin:

in plaats van:

„De lidstaten kunnen besluiten een onverschuldigd betaald bedrag niet terug te vorderen indien het van de begunstigde terug te vorderen bedrag, zonder rente, niet meer dan 250 EUR aan steun uit de fondsen bedraagt.”,

lezen:

„De lidstaten kunnen besluiten een onverschuldigd betaald bedrag niet terug te vorderen indien het van de begunstigde terug te vorderen bedrag, zonder rente, niet meer dan 250 EUR aan steun uit een van de Fondsen of uit het EFMZV bedraagt.”.

59.

Bladzijde 398, artikel 122, lid 3, derde alinea, tweede zin:

in plaats van:

„Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 143, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.”,

lezen:

„Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 150, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.”.

60.

Bladzijde 400, artikel 125, lid 3, onder b):

in plaats van:

„b)

waarborgen dat een geselecteerde concrete actie binnen het toepassingsgebied van het betrokken Fonds of de betrokken Fondsen valt en kan worden toegewezen aan een categorie steunverlening of, in het geval van het EFMZV, een maatregel die in de prioriteit of prioriteiten van het operationele programma is vastgesteld;”,

lezen:

„b)

waarborgen dat een geselecteerde concrete actie binnen het toepassingsgebied van het EFMZV, het betrokken Fonds of de betrokken Fondsen valt en kan worden toegewezen aan een categorie steunverlening of, in het geval van het EFMZV, een maatregel die in de prioriteit of prioriteiten van het operationele programma is vastgesteld;”.

61.

Bladzijde 401, artikel 126, onder h), tweede zin:

in plaats van:

„Geïnde bedragen worden vóór de afsluiting van het operationele programma teruggestort in de begroting van de Unie door ze in mindering te brengen op de daarop volgende uitgavenstaat.”,

lezen:

„Geïnde bedragen worden vóór de afsluiting van het operationele programma teruggestort in de begroting van de Unie door ze in mindering te brengen op de daarop volgende betalingsaanvraag.”.

62.

Bladzijde 402, titel II:

in plaats van:

„FINANCIEEL BEHEER, VOORBEREIDING, ONDERZOEK, GOEDKEURING EN AFSLUITING VAN REKENINGEN EN FINANCIËLE CORRECTIES”,

lezen:

„FINANCIEEL BEHEER, VOORBEREIDING, ONDERZOEK EN GOEDKEURING VAN REKENINGEN EN FINANCIËLE CORRECTIES”.

63.

Bladzijde 402, artikel 129:

in plaats van:

„… het aan de begunstigden betaalde bedrag aan overheidsuitgaven ten minste gelijk is aan de door de Commissie aan de lidstaat betaalde bijdrage uit de Fondsen.”,

lezen:

„… het aan de begunstigden betaalde bedrag aan overheidsuitgaven ten minste gelijk is aan de door de Commissie aan de lidstaat betaalde bijdrage uit de Fondsen en uit het EFMZV.”.

64.

Bladzijde 402, artikel 130, lid 2:

in plaats van:

„2.   De bijdrage uit de Fondsen of het EFMZV aan een prioriteit door middel van tussentijdse betalingen en de betaling van het eindsaldo mag niet hoger zijn dan:

a)

de in de betalingsaanvraag voor de prioriteit vermelde subsidiabele overheidsuitgaven; of

b)

de in het besluit van de Commissie tot goedkeuring van het operationele programma vermelde bijdrage uit de Fondsen of het EFMZV voor de prioriteit.”,

lezen:

„2.   De bijdrage uit de Fondsen of het EFMZV aan een prioriteit door middel van tussentijdse betalingen en de betaling van het eindsaldo mag niet hoger zijn dan het laagste van de volgende bedragen:

a)

de in de betalingsaanvragen voor de prioriteit vermelde subsidiabele overheidsuitgaven, of

b)

de in het besluit van de Commissie tot goedkeuring van het operationele programma vermelde bijdrage uit de Fondsen of het EFMZV voor de prioriteit.”.

65.

Bladzijde 403, artikel 131, lid 6, tweede zin:

in plaats van:

„Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 1450 lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.”,

lezen:

„Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 150, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.”.

66.

Bladzijde 405, artikel 139, lid 1, tweede zin:

in plaats van:

„Op verzoek van de Commissie verstrekt de lidstaat alle nodige aanvullende informatie aan de hand waarvan de Commissie vóór de in artikel 84, lid 1, bepaalde datum kan vaststellen of de rekeningen volledig, nauwkeurig en waarachtig zijn.”,

lezen:

„Op verzoek van de Commissie verstrekt de lidstaat alle nodige aanvullende informatie aan de hand waarvan de Commissie vóór de in artikel 84 bepaalde datum kan vaststellen of de rekeningen volledig, nauwkeurig en waarachtig zijn.”.

67.

Bladzijde 405, artikel 139, lid 3:

in plaats van:

„3.   De Commissie deelt de lidstaten uiterlijk op de in artikel 84, lid 1, bepaalde datum mee of zij de rekeningen kan goedkeuren.”,

lezen:

„3.   De Commissie deelt de lidstaten uiterlijk op de in artikel 84 bepaalde datum mee of zij de rekeningen kan goedkeuren.”.

68.

Bladzijde 405, artikel 139, lid 4, eerste zin:

in plaats van:

„Indien de Commissie wegens aan de lidstaat verwijtbare omstandigheden de rekeningen niet kan goedkeuren vóór de in artikel 84, lid 1, bepaalde datum, …”,

lezen:

„Indien de Commissie wegens aan de lidstaat verwijtbare omstandigheden de rekeningen niet kan goedkeuren vóór de in artikel 84 bepaalde datum, …”.

69.

Bladzijde 406, artikel 139, lid 7, derde zin:

in plaats van:

„Die terugvordering vormt geen financiële correctie en brengt geen verlaging mee van de steun uit de Fondsen aan het operationele programma.”,

lezen:

„Die terugvordering vormt geen financiële correctie en brengt geen verlaging mee van de steun uit de Fondsen en het EFMZV aan het operationele programma.”.

70.

Bladzijde 406, artikel 139, lid 8:

in plaats van:

„… het bedrag dat voor het boekjaar ten laste van de Fondsen komt, … Als een dergelijk akkoord uitblijft, stelt de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen een besluit vast ter vaststelling van het bedrag dat voor het boekjaar ten laste van de Fondsen komt. Dat besluit vormt geen financiële correctie en brengt geen verlaging mee van de steun uit de Fondsen aan het operationele programma. …”,

lezen:

„… het bedrag dat voor het boekjaar ten laste van de Fondsen en het EFMZV komt, … Als een dergelijk akkoord uitblijft, stelt de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen een besluit vast ter vaststelling van het bedrag dat voor het boekjaar ten laste van de Fondsen en het EFMZV komt. Dat besluit vormt geen financiële correctie en brengt geen verlaging mee van de steun uit de Fondsen en het EFMZV aan het operationele programma. …”.

71.

Bladzijde 406, artikel 140, lid 1, eerste alinea:

in plaats van:

„… zorgt de managementautoriteit ervoor dat alle ondersteunende documenten betreffende door de Fondsen gesteunde uitgaven over concrete acties …”,

lezen:

„… zorgt de managementautoriteit ervoor dat alle ondersteunende documenten betreffende door de Fondsen en het EFMZV gesteunde uitgaven over concrete acties …”.

72.

Bladzijde 406, artikel 140, lid 1, vierde alinea:

in plaats van:

„In geval van gerechtelijke procedures of op een met redenen omkleed verzoek van de Commissie wordt de in de eerste alinea bedoelde termijn geschorst.”,

lezen:

„In geval van gerechtelijke procedures of op een met redenen omkleed verzoek van de Commissie wordt de in de eerste of tweede alinea bedoelde termijn geschorst.”.

73.

Bladzijde 407, artikel 142, lid 1, onder b):

in plaats van:

„b)

uitgaven in een uitgavenstaat verband houden met een onregelmatigheid met ernstige financiële gevolgen waarvoor geen corrigerende maatregelen zijn genomen;”,

lezen:

„b)

uitgaven in een betalingsaanvraag verband houden met een onregelmatigheid met ernstige financiële gevolgen waarvoor geen corrigerende maatregelen zijn genomen;”.

74.

Bladzijde 407, artikel 142, lid 1, onder f):

in plaats van:

„f)

een evaluatie van de prestaties voor een prioriteit heeft uitgewezen dat die prioriteit ernstig is achtergebleven bij het bereiken van de mijlpalen ervan die verband houden met financiële en outputindicatoren en belangrijkste uitvoeringsfasen onder de in artikel 22 genoemde voorwaarden.”,

lezen:

„f)

een evaluatie van de prestaties voor een prioriteit heeft uitgewezen dat die prioriteit ernstig is achtergebleven bij het bereiken van de mijlpalen ervan die verband houden met financiële en outputindicatoren en belangrijkste uitvoeringsfasen als vervat in het prestatiekader onder de in artikel 22 genoemde voorwaarden.”.

75.

Bladzijde 407, artikel 143, lid 2, vierde zin:

in plaats van:

„Financiële correcties worden door de managementautoriteit opgenomen in de rekeningen voor het boekjaar waarin tot de intrekking wordt besloten.”,

lezen:

„Financiële correcties worden opgenomen in de rekeningen voor het boekjaar waarin tot de intrekking wordt besloten.”.

76.

Bladzijde 408, artikel 144, lid 5:

in plaats van:

„5.   Wanneer een lidstaat zijn in artikel 95 vermelde verplichtingen niet nakomt, kan de Commissie, evenredig aan de mate van niet-nakoming van deze verplichtingen, een financiële correctie toepassen door de bijdrage van de structuurfondsen aan de betrokken lidstaat geheel of gedeeltelijk in te trekken.”,

lezen:

„5.   Wanneer een lidstaat zijn in artikel 95 vermelde verplichtingen niet nakomt, kan de Commissie, evenredig aan de mate van niet-nakoming van deze verplichtingen, een financiële correctie toepassen door de bijdrage van de Fondsen of het EFMVZ aan de betrokken lidstaat geheel of gedeeltelijk in te trekken.”.

77.

Bladzijde 408, artikel 145, lid 5:

in plaats van:

„5.   Indien een akkoord wordt bereikt kan de lidstaat, onverminderd lid 6 van dit artikel, de betrokken Fondsen hergebruiken overeenkomstig artikel 143, lid 3.”,

lezen:

„5.   Indien een akkoord wordt bereikt kan de lidstaat, onverminderd lid 7 van dit artikel, de betrokken Fondsen of het EFMVZ hergebruiken overeenkomstig artikel 143, lid 3.”.

78.

Bladzijde 409, artikel 145, lid 7, eerste alinea:

in plaats van:

„… wordt de steun uit de Fondsen aan het operationele programma door de resulterende financiële correctie verlaagd.”,

lezen:

„… wordt de steun uit de Fondsen of het EFMZV en het aan het operationele programma door de resulterende financiële correctie verlaagd.”.

79.

Bladzijde 409, artikel 145, lid 7, tweede alinea, onder a):

in plaats van:

„a)

vermeld was in de beheersverklaring, het jaarlijkse controleverslag of de auditverklaring voor de Commissie overeenkomstig artikel 69, lid 5, van het Financieel Reglement, …”,

lezen:

„a)

vermeld was in de beheersverklaring, het jaarlijkse controleverslag of de auditverklaring voor de Commissie overeenkomstig artikel 59, lid 5, van het Financieel Reglement, …”.

80.

Bladzijde 409, artikel 147, lid 1, eerste zin:

in plaats van:

„1.   Elke aan de begroting van de Unie te verrichten terugbetaling geschiedt vóór de vervaldag die is vermeld in de invorderingsopdracht die is opgesteld overeenkomstig artikel 73 van het Financieel Reglement.”,

lezen:

„1.   Elke aan de begroting van de Unie te verrichten terugbetaling geschiedt vóór de vervaldag die is vermeld in de invorderingsopdracht die is opgesteld overeenkomstig artikel 78 van het Financieel Reglement.”.

81.

Bladzijde 423, bijlage II, tabel, tweede kolom:

in plaats van:

„Indicator en meeteenheid, waar van toepassing”,

lezen:

„Indicator of, waar van toepassing, belangrijkste uitvoeringsfase en meeteenheid”.

82.

Bladzijde 426, bijlage IV, afdeling 1, punt j):

in plaats van:

„j)

regels betreffende het gebruik van middelen die aan de steun van de ESI-fondsen kunnen worden toegeschreven na het verstrijken van de subsidiabiliteitsperiode, in overeenstemming met artikel 45, en een beleid om de bijdrage van de ESI-fondsen uit het financieringsinstrument te halen;”,

lezen:

„j)

regels betreffende het hergebruik van middelen die aan de steun van de ESI-fondsen kunnen worden toegeschreven na het verstrijken van de subsidiabiliteitsperiode, in overeenstemming met artikel 45, en een beleid om die middelen uit het financieringsinstrument te halen;”.

83.

Bladzijde 426, bijlage IV, afdeling 1, tweede alinea:

in plaats van:

„In het geval van financieringsinstrumenten die met een fonds van fondsen werken, moet de financieringsovereenkomst tussen de managementautoriteit en de instantie die het fonds van fondsen uitvoert tevens voorzien in de evaluatie en selectie van de instanties die de financieringsinstrumenten uitvoeren, onder meer met betrekking tot de oproepen tot het indienen van blijken van belangstelling of openbare aanbestedingsprocedures;”,

lezen:

„In het geval van financieringsinstrumenten die met een fonds van fondsen werken, moet de financieringsovereenkomst tussen de managementautoriteit en de instantie die het fonds van fondsen uitvoert tevens voorzien in de evaluatie en selectie van de instanties die de financieringsinstrumenten uitvoeren, onder meer met betrekking tot de oproepen tot het indienen van blijken van belangstel