ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 108

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

59e jaargang
23 april 2016


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2016/635 van de Commissie van 22 april 2016 tot wijziging van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2870/2000 betreffende bepaalde referentiemethoden voor de analyse van gedistilleerde dranken

1

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2016/636 van de Commissie van 22 april 2016 tot intrekking van de goedkeuring van de werkzame stof (Z,Z,Z,Z)-7,13,16,19-docosatetraeen-1-ylisobutyraat, in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie ( 1 )

22

 

*

Verordening (EU) 2016/637 van de Commissie van 22 april 2016 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1334/2008 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het schrappen van bepaalde aromastoffen uit de EU-lijst ( 1 )

24

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2016/638 van de Commissie van 22 april 2016 tot intrekking van de goedkeuring van de werkzame stof Z-13-hexadeceen-11-yn-1-ylacetaat, in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie ( 1 )

28

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) 2016/639 van de Commissie van 22 april 2016 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

30

 

 

BESLUITEN

 

*

Besluit (EU, Euratom) 2016/640 van de Raad van 21 april 2016 houdende benoeming van vijf leden van de Rekenkamer

32

 

*

Besluit (EU, Euratom) 2016/641 van de Raad van 21 april 2016 tot benoeming van een lid van het Europees Economisch en Sociaal Comité, voorgedragen door de Bondsrepubliek Duitsland

33

 

*

Besluit (EU) 2016/642 van de Raad van 21 april 2016 tot benoeming van een lid en een plaatsvervangend lid van het Comité van de Regio's, voorgedragen door Roemenië

34

 

*

Besluit (EU) 2016/643 van de Raad van 21 april 2016 tot benoeming van een lid van het Comité van de Regio's, voorgedragen door de Italiaanse Republiek

35

 

*

Besluit (EU) 2016/644 van de Commissie van 16 januari 2015 betreffende de staatssteun SA.31855 (11/C, ex N 503/10) die Cyprus voornemens is toe te kennen voor de herstructurering van het centrale slachthuis van Kofinos (Kennisgeving geschied onder nummer C(2015) 58)

36

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/645 van de Commissie van 22 april 2016 betreffende bepaalde beschermende maatregelen tegen nodulaire dermatose in Bulgarije (Kennisgeving geschied onder nummer C(2016) 3261)  ( 1 )

61

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

23.4.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 108/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/635 VAN DE COMMISSIE

van 22 april 2016

tot wijziging van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2870/2000 betreffende bepaalde referentiemethoden voor de analyse van gedistilleerde dranken

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 110/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008 betreffende de definitie, de aanduiding, de presentatie, de etikettering en de bescherming van geografische aanduidingen van gedistilleerde dranken en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 1576/89 van de Raad (1), en met name artikel 28, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 2870/2000 van de Commissie (2) zijn de referentiemethoden voor de analyse van gedistilleerde dranken opgenomen en beschreven. Sommige van de methoden die zijn opgenomen in de bijlage bij deze verordening, waaronder de methoden voor de bepaling van het gehalte aan vluchtige zuren en totale suikers in gedistilleerde dranken, zijn echter nog niet beschreven.

(2)

Op de methoden voor de bepaling van het gehalte aan vluchtige zuren en totale suikers in bepaalde gedistilleerde dranken zijn twee internationale valideringsstudies uitgevoerd volgens internationaal overeengekomen procedures en daarbij bleek dat de parameters betreffende de prestaties van de methoden aanvaardbaar zijn. Deze studies werden verricht in het kader van een onderzoeksproject in de context van het vierde kaderprogramma van de Europese Commissie op het gebied van normalisatie, metingen en proeven. De beschrijving van die methoden moet derhalve worden opgenomen in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2870/2000.

(3)

In Verordening (EG) nr. 110/2008 zijn voorschriften vastgesteld voor bepaalde categorieën gedistilleerde dranken die moeten rijpen op hout en is bepaald dat andere categorieën rijping mogen ondergaan. De analyse van de belangrijkste uit hout afkomstige verbindingen kan nuttig zijn om te bepalen of een monster in overeenstemming is met de overeenkomstige definitie van de desbetreffende categorie gedistilleerde drank. De Internationale Organisatie voor Wijnbouw en Wijnbereiding (OIV) heeft in haar Resolutie OIV/OENO 382A/2009 een analysemethode voor de bepaling van die verbindingen erkend. De erkenning van de methode was gebaseerd op gegevens uit een internationale, volgens internationaal overeengekomen procedures uitgevoerde studie over de prestaties van methoden met betrekking tot verschillende gedistilleerde dranken. Deze methode en de beschrijving ervan moeten derhalve worden toegevoegd aan de in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2870/2000 vastgestelde referentiemethoden van de Unie voor de analyse van gedistilleerde dranken.

(4)

Verordening (EG) nr. 2870/2000 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor gedistilleerde dranken,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Verordening (EG) nr. 2870/2000 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 22 april 2016.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 39 van 13.2.2008, blz. 16.

(2)  Verordening (EG) nr. 2870/2000 van de Commissie van 19 december 2000 tot vaststelling van communautaire referentiemethoden voor de analyse van gedistilleerde dranken (PB L 333 van 29.12.2000, blz. 20).


BIJLAGE

De bijlage bij Verordening (EG) nr. 2870/2000 wordt als volgt gewijzigd:

1)

De inhoudsopgave wordt als volgt gewijzigd:

a)

in de punten III.3 en VIII wordt de term „(p.m.)” geschrapt;

b)

het volgende punt wordt toegevoegd:

„X.

Bepaling van uit hout afkomstige verbindingen: furfural, 5-hydroxymethylfurfural, 5-methylfurfural, vanilline, syringaldehyde, coniferaldehyde, sinapaldehyde, galluszuur, ellagzuur, vanillinezuur, syringazuur en scopoletine.”.

2)

In hoofdstuk III wordt het volgende deel toegevoegd:

„III.3.   BEPALING VAN DE VLUCHTIGE ZUURGRAAD IN GEDISTILLEERDE DRANKEN

1.   Toepassingsgebied

De methode werd gevalideerd met een interlaboratoriumonderzoek voor rum, brandy en draf- en vruchten-eau-de-vie, met gehaltes tussen 30 mg/l en 641 mg/l.

2.   Referentienormen

ISO 3696: Water voor analyses — Specificaties en testmethoden.

3.   Definities

3.1.   De vluchtige zuurgraad wordt berekend door het gehalte aan gebonden zuren af te trekken van de totale zuurgraad.

3.2.   De totale zuurgraad is de som van de titreerbare zuren.

3.3.   Het gehalte aan gebonden zuren is de zuurgraad van het residu dat overblijft na droogdampen van de gedistilleerde drank.

4.   Principe

De totale zuurgraad en het gehalte aan gebonden zuren worden bepaald door titratie of potentiometrie.

5.   Reagentia en materialen

Gebruik bij de analyse, tenzij anders wordt vermeld, uitsluitend reagentia waarvan bekend is dat ze chemisch zuiver zijn en water van minimaal klasse 3, zoals gedefinieerd in ISO 3696:1987.

5.1.   0,01 M natriumhydroxideoplossing (NaOH)

5.2.   Mengindicator:

 

Weeg 0,1 g indigokarmijn en 0,1 g fenolrood af.

 

Los op in 40 ml water en vul aan tot 100 ml met ethanol.

6.   Apparatuur

Indirecte laboratoriumapparatuur, een maatbeker klasse A en:

6.1.

een waterpomp,

6.2.

een rotatieverdamper of een ultrasoon bad,

6.3.

apparatuur voor potentiometrische titratie (optioneel).

7.   Monsterneming en monsters

De monsters worden vóór de analyse bij kamertemperatuur bewaard.

8.   Werkwijze

8.1.   Totale zuurgraad

8.1.1.   Voorbehandeling van het monster

De gedistilleerde drank wordt gedurende twee minuten onder vacuüm bestraald met ultrasone trillingen (ultrasoonbehandeling) of geroerd om hem zo nodig te ontdoen van koolstofdioxide.

8.1.2.   Titratie

Breng met een pipet 25 ml van de gedistilleerde drank in een erlenmeyer van 500 ml.

Voeg ongeveer 200 ml gekoeld gekookt gedestilleerd water (dagelijks vers bereid) en twee tot zes druppels van de mengindicator (5.2) toe.

Titreer met de 0,01M-natriumhydroxideoplossing (5.1) tot de geelgroene kleur verandert in paars (voor kleurloze dranken) of de geelbruine kleur in roodbruin (voor bruine dranken).

De titratie mag ook potentiometrisch worden uitgevoerd, tot een pH van 7,5.

De toegevoegde hoeveelheid 0,01M-natriumhydroxideoplossing is n1 ml.

8.1.3.   Berekening

De totale zuurgraad (TZ) uitgedrukt in milli-equivalenten per liter gedistilleerde drank is gelijk aan 0,4 × n1.

De totale zuurgraad (TZ′) uitgedrukt in mg azijnzuur per liter gedistilleerde drank is gelijk aan 24 × n1.

8.2.   Gehalte aan gebonden zuren

8.2.1.   Voorbehandeling van het monster

Damp 25 ml van de gedistilleerde drank droog:

 

Pipetteer 25 ml van de gedistilleerde drank in een ronde uitdampschaal met vlakke bodem en een doorsnede van 55 mm. Bij het droogdampen wordt de uitdampschaal gedurende het eerste uur op het deksel van het kokend waterbad geplaatst, zodat de vloeistof niet gaat koken, aangezien dit tot verliezen door spatten zou kunnen leiden.

 

Droog vervolgens het residu door de uitdampschaal gedurende twee uur bij 105 °C in een droogstoof te laten staan. Laat de uitdampschaal afkoelen in een exsiccator.

8.2.2.   Titratie

Absorbeer het residu dat overblijft na droogdampen, in gekoeld gekookt gedistilleerd water (dagelijks vers bereid) en vul aan tot een volume van ongeveer 100 ml en voeg twee tot zes druppels mengindicator (5.2) toe.

Titreer met de 0,01M-natriumhydroxideoplossing (5.1).

De titratie mag ook potentiometrisch worden uitgevoerd, tot een pH van 7,5.

De toegevoegde hoeveelheid 0,01M-natriumhydroxideoplossing is n2 ml.

8.2.3.   Berekening

Het gehalte aan gebonden zuren (GZ) uitgedrukt in milli-equivalenten per liter gedistilleerde drank is gelijk aan 0,4 × n2.

Het gehalte aan gebonden zuren (GZ) uitgedrukt in mg azijnzuur per liter gedistilleerde drank is gelijk aan 24 × n2.

9.   Berekening van de vluchtige zuurgraad

9.1.   Uitgedrukt in milli-equivalenten per liter:

waarbij

TZ

=

totale zuurgraad in milli-equivalenten per liter

GZ

=

gehalte aan gebonden zuren in milli-equivalenten per liter

Vluchtige zuurgraad (VZ) in milli-equivalenten per liter =

TZ – GZ

9.2.   Uitgedrukt in mg azijnzuur per liter:

waarbij

TZ′

=

totale zuurgraad in mg azijnzuur per liter

GZ′

=

gehalte aan gebonden zuren in mg azijnzuur per liter

Vluchtige zuurgraad (VZ) in mg azijnzuur per liter =

TZ′ – GZ′

9.3.   Uitgedrukt in g azijnzuur per hl zuivere alcohol (100 % vol) =Formula

waarbij A = het alcoholvolumegehalte van de gedistilleerde drank.

10.   Karakteristieken van de resultaten van de methode (precisie)

10.1.   Statistische resultaten van het interlaboratoriumonderzoek

Een internationaal onderzoek naar de resultaten van de methode, uitgevoerd volgens internationaal overeengekomen procedures, heeft de volgende gegevens opgeleverd [1] [2]:

Jaar van het interlaboratoriumonderzoek

2000

Aantal laboratoria

18

Aantal monsters

6


Monsters

A

B

C

D

E

F

Aantal resterende laboratoria na eliminatie van uitbijters

16

18

18

14

18

18

Aantal uitbijters (laboratoria)

2

 

 

4

 

 

Aantal geaccepteerde resultaten

32

36

36

28

36

36

Meanvalue

Formula

[mg/L]

272*

241*

30

591*

641*

46

107

492

Standaarddeviatie van de herhaalbaarheid, sr [mg/l]

8,0

3,6

15,0

3,7

6,7

8,5

Relatieve standaarddeviatie van de herhaalbaarheid, RSDr [%]

3,1

11,8

2,4

8,0

6,2

1,7

Herhaalbaarheidsgrens, r [mg/l]

23

10

42

10

19

24

Standaarddeviatie van de reproduceerbaarheid, sR [mg/l]

8,5

8,4

25,0

4,55

13,4

24,4

Relatieve standaarddeviatie van de reproduceerbaarheid, RSDR [%]

3,3

27,8

4,1

9,9

12,5

5,0

Reproduceerbaarheidsgrens, R [mg/l]

24

23

70

13

38

68

Monstertypes:

A.

Pruimen-eau-de-vie; twee gehaltes*

B.

Rum I; blinde duplo's

C.

Rum II; twee gehaltes*

D.

Slivovitsj; blinde duplo's

E.

Brandy; blinde duplo's

F.

Vruchtendraf-eau-de-vie; blinde duplo's

[1]

„Protocol for the Design, Conduct and Interpretation of Method-Performance Studies”, Horwitz, W. (1995), Pure and Applied Chemistry 67, blz. 332-343.

[2]

Horwitz, W. (1982), Analytical Chemistry 54, blz. 67A-76A.”.

3)

Het volgende hoofdstuk VIII wordt ingevoegd:

„VIII.   TOTALE SUIKERS

1.   Toepassingsgebied

De HPLC-RI-methode wordt gebruikt voor de bepaling van de totale suikers (uitgedrukt als invertsuiker) in gedistilleerde dranken, met uitzondering van likeur die eieren of zuivelproducten bevat.

De methode werd gevalideerd met een interlaboratoriumonderzoek voor pastis, gedistilleerde anijs, kersenlikeur, crème de (gevolgd door de naam van een vrucht of van de grondstof) en crème de cassis, met gehaltes tussen 10,86 g/l en 509,7 g/l. De lineariteit van de respons van het instrument werd echter aangetoond voor een concentratie tussen 2,5 g/l en 20,0 g/l.

Deze methode is niet geschikt om lage suikergehaltes te bepalen.

2.   Referentienormen

ISO 3696:1987 Water voor analyses — Specificaties en testmethoden.

3.   Principe

Hogedrukvloeistofchromatografie van suikeroplossingen om hun glucose-, fructose-, sucrose-, maltose- en lactoseconcentratie te bepalen.

Bij deze methode, die als voorbeeld wordt gegegeven, wordt gebruikgemaakt van een alkylamine als stationaire fase en voor de detectie wordt differentiële refractometrie toegepast. Een andere mogelijkheid is om anionenwisselaarshars als stationaire fase te gebruiken.

4.   Reagentia en materialen

4.1.   Glucose (CAS 50-99-7) met een zuiverheid van ten minste 99 %.

4.2.   Fructose (CAS 57-48-7) met een zuiverheid van ten minste 99 %.

4.3.   Sucrose (CAS 57-50-1) met een zuiverheid van ten minste 99 %.

4.4.   Lactose (CAS 5965-66-2) met een zuiverheid van ten minste 99 %.

4.5.   Maltosemonohydraat (CAS 6363-53-7) met een zuiverheid van ten minste 99 %.

4.6.   Zuiver acetonitril (CAS 75-05-8) voor HPLC-analyse.

4.7.   Gedistilleerd of gedemineraliseerd water, bij voorkeur gemicrofiltreerd.

4.8.   Oplosmiddelen (voorbeeld)

De elutievloeistof bestaat uit:

 

75 volume-eenheden acetonitril (4.6)

 

25 volume-eenheden gedistilleerd water (4.7)

Laat helium gedurende vijf à tien minuten langzaam stromen vóór de ontgassing van het oplosmiddel.

Indien het gebruikte water niet gemicrofiltreerd is, moet het oplosmiddel worden gefiltreerd met een filter voor organische oplosmiddelen met een poriëndiameter kleiner dan of gelijk aan 0,45 μm.

4.9.   Ethanol absoluut (CAS 64-17-5).

4.10.   Ethanoloplossing (5 %, v/v).

4.11.   Bereiding van de standaardstockoplossing (20 g/l)

Weeg 2 g van elk van de te analyseren suikers (4.1 tot en met 4.5) af en breng zonder verlies in een maatkolf van 100 ml. (2,11 g maltosemonohydraat is equivalent met 2 g maltose).

Leng aan tot 100 ml met alcoholoplossing 5 % vol. (4.10); schud en bewaar bij ong. + 4 °. Bereid wekelijks een nieuwe stockoplossing.

4.12.   Bereiding van werkstandaardoplossingen (2,5; 5,0; 7,5; 10,0 en 20,0 g/l)

Verdun de stockoplossing 20 g/l (4.11) met een alcoholoplossing 5 % vol. (4.10) tot vijf werkstandaarden van respectievelijk 2,5; 5,0; 7,5; 10,0 en 20,0 g/l. Filtreer met een filter met een poriëndiameter kleiner dan of gelijk aan 0,45 μm (5.3).

5.   Apparatuur

5.1.   HPLC-systeem waarmee een basislijnresolutie van alle suikers kan worden bereikt.

5.1.1.   Hogedrukvloeistofchromatograaf met een 6-poort-injectiekraan en een 10μl-monsterlus of een ander automatisch of manueel instrument voor betrouwbare injectie van microvolumes.

5.1.2.   Pompsysteem waarmee een zeer precieze constante of geprogrammeerde loopsnelheid kan worden bereikt en behouden.

5.1.3.   Differentiële refractometer.

5.1.4.   Verwerkingsintegrator of recorder die compatibel is met de rest van het systeem.

5.1.5.   Voorkolom:

Aanbevolen wordt een voorkolom te bevestigen aan de kolom.

5.1.6.   Kolom (voorbeeld):

Materiaal:

roestvrij staal of glas.

Binnendiameter:

2-5 mm.

Lengte:

100-250 mm (afhankelijk van de vulling, bijvoorbeeld 250 mm bij partikels met een diameter van 5 μm).

Stationaire fase:

aan silica gebonden functionele alkylaminegroepen; deeltjesgrootte: maximaal 5 μm.

5.1.7.   Omstandigheden voor chromatografie (voorbeeld):

 

Elutievloeistof (4.8), loopsnelheid: 1 ml/min.

 

Detectie: differentiële refractometer.

Om zeker te zijn dat de detector helemaal stabiel is, dient hij een paar uur vóór gebruik te worden aangezet. Vul de referentiecel met de elutievloeistof.

5.2.   Analytische balans, tot op 0,1 mg nauwkeurig.

5.3.   Filtratiesysteem voor kleine volumes met een micromembraan van 0,45 μm.

6.   Bewaring van monsters

Zodra de monsters zijn ontvangen, moeten ze vóór de analyse bij kamertemperatuur worden bewaard.

7.   Werkwijze

7.1.   DEEL A: Bereiding van het monster

7.1.1.   Schud het monster.

7.1.2.   Filtreer het monster door een filter met een poriëndiameter kleiner dan of gelijk aan 0,45 μm (5.3).

7.2.   DEEL B: HPLC

7.2.1.   Bepaling

Injecteer 10 μl van de standaardoplossingen (4.12) en monsters (7.1.2). Voer de analyse uit onder geschikte chromatografische omstandigheden, bijvoorbeeld zoals hierboven beschreven.

7.2.2.   Indien de piek van een van de monsters groter (of hoger) is dan de overeenkomstige piek van de meest geconcentreerde standaard, dient het monster te worden verdund met gedistilleerd water en dient het opnieuw te worden geanalyseerd.

8.   Berekening

Vergelijk de twee chromatogrammen voor de standaardoplossing en de gedistilleerde drank. Identificeer de pieken op basis van de retentietijden. Meet het piekoppervlak (of de piekhoogte) om de concentraties te berekenen aan de hand van de externestandaardmethode. Hou rekening met eventuele verdunningen van het monster.

Het uiteindelijke resultaat is de som van sucrose, maltose, lactose, glucose en fructose, uitgedrukt in invertsuiker in g/l.

Invertsuiker wordt berekend als de som van alle aanwezige monosachariden en reducerende disachariden plus de stoichometrische hoeveelheid glucose en fructose uit de sucrose.

Invertsuiker (g/l)

=

glucose (g/l) + fructose (g/l) + maltose (g/l) + lactose (g/l) + (sucrose (g/l) × 1,05)

1,05

=

(molecuulmassa van fructose + molecuulmassa van glucose)/molecuulmassa van sucrose

9.   Karakteristieken van de resultaten van de methode (precisie)

9.1.   Statistische resultaten van het interlaboratoriumonderzoek

Een internationaal onderzoek naar de resultaten van de methode, uitgevoerd volgens internationaal overeengekomen procedures, heeft de volgende gegevens opgeleverd [1] [2]:

Jaar van het interlaboratoriumonderzoek

2000

Aantal laboratoria

24

Aantal monsters

8

[1]

„Protocol for the Design, Conduct and Interpretation of Method-Performance Studies”, Horwitz, W. (1995), Pure and Applied Chemistry 67, blz. 332-343.

[2]

Horwitz, W. (1982), Analytical Chemistry 54, blz. 67A-76A.

Tabel 1

Fructose, Glucose, Maltose

Analyt

Fructose

Glucose

Maltose

Monsters (× 2)

Crème de Cassis

Standaard (50 g/l)

Met anijs gearomatiseerde gedistilleerde drank

Crème de Cassis

Standaard (50 g/l)

Met anijs gearomatiseerde gedistilleerde drank

Standaard (10 g/l)

Gemiddelde waarde [g/l]

92,78

50,61

15,62

93,16

50,06

15,81

9,32

Aantal laboratoria zonder uitbijters

21

22

21

23

19

21

22

Standaarddeviatie van de herhaalbaarheid, sr [g/l]

2,34

2,12

0,43

3,47

1,01

0,48

0,54

Relatieve standaarddeviatie van de herhaalbaarheid, RSDr [%]

2,53

4,2

2,76

3,72

2,03

3,02

5,77

Herhaalbaarheidsgrens, r [g/l]

(r = 2,8 × sr)

6,56

5,95

1,21

9,71

2,84

1,34

1,51

Standaarddeviatie van de reproduceerbaarheid, sR [g/l]

7,72

3,13

0,84

9,99

2,7

0,88

1,4

Relatieve standaarddeviatie van de reproduceerbaarheid, RSDR [%]

8,32

6,18

5,37

10,72

5,4

5,54

15,06

Reproduceerbaarheidsgrens, R [g/l]

(R = 2,8 × sR)

21,62

8,76

2,35

27,97

7,57

2,45

3,93


Tabel 2

Sucrose

Analyt

Sucrose

Monsters

Pastis

Ouzo

Kersenlikeur

Crème de Menthe

Crème de Cassis

Standaard (100 g/l)

Gemiddelde waarde [g/l]

10,83

29,2

19,7 (*)

103,33

349,96

319,84

99,83

Aantal laboratoria zonder uitbijters

19

19

20

18

18

18

Standaarddeviatie van de herhaalbaarheid, sr [g/l]

0,09

0,75

2,17

5,99

4,31

1,25

Relatieve standaarddeviatie van de herhaalbaarheid, RSDr [%]

0,81

3,07

2,1

1,71

1,35

1,25

Herhaalbaarheidsgrens, r [g/l]

(r = 2,8 × sr)

0,25

2,1

6,07

16,76

12,06

3,49

Standaarddeviatie van de reproduceerbaarheid, sR [g/l]

0,79

0,92

4,18

9,94

16,11

4,63

Relatieve standaarddeviatie van de reproduceerbaarheid, RSDR [%]

7,31

3,76

4,05

2,84

5,04

4,64

Reproduceerbaarheidsgrens, R [g/l]

(R = 2,8 × sR)

2,22

2,57

11,7

27,84

45,12

12,97


Tabel 3

Totale suikers

(Opmerking: Deze gegevens werden berekend voor de totale suikers, niet voor invertsuiker als omschreven in punt 8 hierboven.)


Monsters

Pastis

Ouzo

Met anijs gearomatiseerde gedistilleerde drank

Kersenlikeur

Crème de Menthe

Crème de Cassis

Standaard (220 g/l)

Gemiddelde waarde [g/l]

10,86

29,2

19,7 (**)

31,59

103,33

349,73

509,69

218,78

Aantal laboratoria zonder uitbijters

20

19

20

20

18

18

19

Standaarddeviatie van de herhaalbaarheid, sr [g/l]

0,13

0,75

0,77

2,17

5,89

5,59

2,71

Relatieve standaarddeviatie van de herhaalbaarheid, RSDr [%]

1,16

3,07

2,45

2,1

1,69

1,1

1,24

Herhaalbaarheidsgrens, r [g/l]

(r = 2,8 × sr)

0,35

2,1

2,17

6,07

16,5

15,65

7,59

Standaarddeviatie van de reproduceerbaarheid, sR [g/l]

0,79

0,92

1,51

4,18

9,98

14,81

8,53

Relatieve standaarddeviatie van de reproduceerbaarheid, RSDR [%]

7,25

3,76

4,79

4,04

2,85

2,91

3,9

Reproduceerbaarheidsgrens, R [g/l]

(R = 2,8 × sR)

2,21

2,57

4,24

11,7

27,94

41,48

23,89

4)

Het volgende hoofdstuk X wordt toegevoegd:

„X.   BEPALING VAN DE VOLGENDE UIT HOUT AFKOMSTIGE VERBINDINGEN IN GEDISTILLEERDE DRANKEN DOOR MIDDEL VAN HOGEDRUKVLOEISTOFCHROMATOGRAFIE (HPLC): FURFURAL, 5-HYDROXYMETHYLFURFURAL, 5-METHYLFURFURAL, VANILLINE, SYRINGALDEHYDE, CONIFERALDEHYDE, SINAPALDEHYDE, GALLUSZUUR, ELLAGZUUR, VANILLINEZUUR, SYRINGAZUUR EN SCOPOLETINE

1.   Toepassingsgebied

Deze methode is geschikt voor de bepaling van furfural, 5-hydroxymethylfurfural, 5-methylfurfural, vanilline, syringaldehyde, coniferaldehyde, sinapaldehyde, galluszuur, ellagzuur, vanillinezuur, syringazuur en scopoletine door middel van hogedrukvloeistofchromatografie.

2.   Referentienormen

Analysemethode die door de algemene vergadering van de Internationale Organisatie voor Wijnbouw en Wijnbereiding (OIV) is erkend en gepubliceerd met referentie OIV-MA-BS-16:R2009.

3.   Principe

Bepaling door hogedrukvloeistofchromatografie (HPLC) met detectie door middel van UV-spectrofotometrie op verschillende golflengten en door middel van spectrofluorimetrie.

4.   Reagentia

De reagentia moeten van analysekwaliteit zijn. Het gebruikte water dient gedestilleerd water of water van ten minste gelijkwaardige zuiverheid te zijn. Gebruik bij voorkeur gemicrofiltreerd water met een soortelijke weerstand van 18,2 ΜΩ.cm.

4.1.   Alcohol 96 % vol.

4.2.   Methanol van HPLC-kwaliteit (oplosmiddel B).

4.3.   Azijnzuur, verdund tot 0,5 % vol. (oplosmiddel A).

4.4.   Mobiele fasen (voorbeeld):

Oplosmiddel A (azijnzuur 0,5 % vol.) en oplosmiddel B (zuivere methanol). Filtreer door een membraan (porositeit 0,45 μm). Ontgas zo nodig in een ultrasoon bad.

4.5.   Referentiestandaarden min. 99 % zuiver: furfural, 5-hydroxymethylfurfural, 5-methylfurfural, vanilline, syringaldehyde, coniferaldehyde, sinapaldehyde, galluszuur, ellagzuur, vanillinezuur, syringazuur en scopoletine.

4.6.   Referentieoplossing: de standaarden worden opgelost in een 50 % vol. alcohol-watermengsel. De uiteindelijke concentraties in de referentieoplossing moeten als volgt zijn:

furfural: 5 mg/l; 5-hydroxymethylfurfural: 10 mg/l; 5-methylfurfural: 2 mg/l; vanilline: 5 mg/l; syringaldehyde: 10 mg/l; coniferaldehyde: 5 mg/l; sinapaldehyde: 5 mg/l; galluszuur: 10 mg/l; ellagzuur: 10 mg/l; vanillinezuur: 5 mg/l; syringazuur: 5 mg/l; scopoletine: 0,5 mg/l.

5.   Apparatuur

Standaardlaboratoriumapparatuur

5.1.   Hogedrukvloeistofchromatograaf met pompsysteem voor het creëren van binaire gradiënten en met:

5.1.1.

een spectrofotometrische detector met een golflengtebereik van 260 tot en met 340 nm. Gebruik bij voorkeur een diodearraydetector (of vergelijkbaar) die meerdere golflengtes meet, om de piekzuiverheid te beoordelen;

5.1.2.

een spectrofluorimetrische detector — excitatiegolflengte: 354 nm; emissiegolflengte: 446 nm (voor de bepaling van sporen van scopoletine; ook detecteerbaar bij 313 nm met spectrofotometrie);

5.1.3.

een injector die (bijvoorbeeld) 10 of 20 μl van het monster kan injecteren;

5.1.4.

een RP-HPLC-kolom, C 18, maximale partikelgrootte 5 μm.

5.2.   HPLC-spuiten.

5.3.   Membraanfiltratiesysteem voor kleine volumes.

5.4.   Verwerkingsintegrator of recorder die compatibel is met de rest van het systeem en die in het bijzonder beschikt over verschillende kanalen.

6.   Werkwijze

6.1.   Bereiding van de te injecteren oplossing

De referentieoplossing en de gedistilleerde drank worden, indien nodig, gefiltreerd door een membraan met een poriëndiameter van maximaal 0,45 μm.

6.2.   Chromatografische omstandigheden: voer de analyse uit bij kamertemperatuur met behulp van de in punt 5.1 beschreven apparatuur en met de mobiele fasen (4.4) bij een loopsnelheid van ongeveer 0,6 ml/min. volgens de gradiënt hieronder (voorbeeld).

Tijdstip: 0 min. — 50 min. — 70 min. — 90 min.

Oplosmiddel A (water-zuur): 100 % — 60 % — 100 % — 100 %

Oplosmiddel B (methanol): 0 % — 40 % — 0 % — 0 %

Opmerking: In sommige gevallen dient de gradiënt te worden gewijzigd om co-elutie te vermijden.

6.3.   Bepaling

6.3.1.   Injecteer de referentiestandaarden afzonderlijk en vervolgens gemengd.

Pas de bedrijfsomstandigheden aan zodat de resolutiefactor van de pieken van alle componenten ten minste gelijk aan 1 is.

6.3.2.   Injecteer het monster als bereid in punt 6.1.

6.3.3.   Meet de piekoppervlakten in de referentieoplossing en de gedistilleerde drank en bereken de concentraties.

7.   Weergave van de resultaten

Geef de concentratie van elk bestanddeel weer in mg/l.

8.   Karakteristieken van de resultaten van de methode (precisie)

Een internationaal onderzoek naar de resultaten van de methode, uitgevoerd in 2009 op een aantal uiteenlopende gedistilleerde dranken volgens internationaal overeengekomen procedures, heeft de volgende gegevens opgeleverd [1] [2]:

8.1.   Furfural

Analyt

Furfural

Monsters

Whisky

Brandy

Rum

Cognac 1

Bourbon

Cognac 2

Aantal deelnemende laboratoria

15

15

15

15

15

15

Aantal geaccepteerde resultaten (laboratoria)

14

12

13

14

13

13

Gemiddelde waarde [mg/l]

2,9

1,2

1,7

10,6

15,3

13,9

Standaarddeviatie van de herhaalbaarheid, sr [mg/l]

0,04

0,05

0,04

0,18

0,23

0,20

Relatieve standaarddeviatie van de herhaalbaarheid, RSDr [%]

1,4

4,5

2,3

1,7

1,5

1,5

Herhaalbaarheidsgrens, r [mg/l]

(r = 2,8 × sr)

0,1

0,2

0,1

0,5

0,6

0,6

Standaarddeviatie van de reproduceerbaarheid, sR [mg/l]

0,24

0,18

0,09

1,4

0,49

0,69

Relatieve standaarddeviatie van de reproduceerbaarheid, RSDR [%]

8

15

5

13

3

5

Reproduceerbaarheidsgrens, R [g/l]

(R = 2,8 × sR)

0,7

0,5

0,3

3,8

1,4

1,9

8.2.   5-hydroxymethylfurfural

Analyt

5-hydroxymethylfurfural

Monsters

Whisky

Brandy

Rum

Cognac 1

Bourbon

Cognac 2

Aantal deelnemende laboratoria

16

16

16

16

16

16

Aantal geaccepteerde resultaten (laboratoria)

14

14

14

14

14

14

Gemiddelde waarde [mg/l]

5,0

11,1

9,4

33,7

5,8

17,5

Standaarddeviatie van de herhaalbaarheid, sr [mg/l]

0,09

0,09

0,09

0,42

0,07

0,13

Relatieve standaarddeviatie van de herhaalbaarheid, RSDr [%]

1,7

0,8

1,0

1,3

1,2

0,8

Herhaalbaarheidsgrens, r [mg/l]

(r = 2,8 × sr)

0,2

0,3

0,3

1,2

0,2

0,4

Standaarddeviatie van de reproduceerbaarheid, sR [mg/l]

0,39

1,01

0,50

4,5

0,4

1,6

Relatieve standaarddeviatie van de reproduceerbaarheid, RSDR [%]

8

9

5

13

7

9

Reproduceerbaarheidsgrens, R [g/l]

(R = 2,8 × sR)

1,1

2,8

1,4

12,5

1,1

4,6

8.3.   5-methylfurfural

Analyt

5-methylfurfural

Monsters

Whisky

Brandy

Rum

Cognac 1

Bourbon

Cognac 2

Aantal deelnemende laboratoria

11

11

11

11

11

11

Aantal geaccepteerde resultaten (laboratoria)

11

11

8

11

10

11

Gemiddelde waarde [mg/l]

0,1

0,2

0,1

0,5

1,7

0,8

Standaarddeviatie van de herhaalbaarheid, sr [mg/l]

0,01

0,01

0,02

0,02

0,03

0,07

Relatieve standaarddeviatie van de herhaalbaarheid, RSDr [%]

10,7

6,1

13,6

4,7

2,0

10,0

Herhaalbaarheidsgrens, r [mg/l]

(r = 2,8 × sr)

0,0

0,0

0,1

0,1

0,1

0,2

Standaarddeviatie van de reproduceerbaarheid, sR [mg/l]

0,03

0,04

0,03

0,18

0,20

0,26

Relatieve standaarddeviatie van de reproduceerbaarheid, RSDR [%]

35

18

22

39

12

35

Reproduceerbaarheidsgrens, R [g/l]

(R = 2,8 × sR)

0,1

0,1

0,1

0,5

0,6

0,7

8.4.   Vanilline

Analyt

Vanilline

Monsters

Whisky

Brandy

Rum

Cognac 1

Bourbon

Cognac 2

Aantal deelnemende laboratoria

16

15

16

16

16

16

Aantal geaccepteerde resultaten (laboratoria)

16

15

16

16

16

16

Gemiddelde waarde [mg/l]

0,5

0,2

1,2

1,2

3,2

3,9

Standaarddeviatie van de herhaalbaarheid, sr [mg/l]

0,03

0,02

0,06

0,11

0,11

0,09

Relatieve standaarddeviatie van de herhaalbaarheid, RSDr [%]

6,8

9,6

4,6

8,9

3,5

2,3

Herhaalbaarheidsgrens, r [mg/l]

(r = 2,8 × sr)

0,1

0,1

0,2

0,3

0,3

0,3

Standaarddeviatie van de reproduceerbaarheid, sR [mg/l]

0,09

0,06

0,18

0,27

0,41

0,62

Relatieve standaarddeviatie van de reproduceerbaarheid, RSDR [%]

19

25

15

22

13

16

Reproduceerbaarheidsgrens, R [g/l]

(R = 2,8 × sR)

0,3

0,2

0,5

0,8

1,2

1,7

8.5.   Syringaldehyde

Analyt

Syringaldehyde

Monsters

Whisky

Brandy

Rum

Cognac 1

Bourbon

Cognac 2

Aantal deelnemende laboratoria

16

15

16

16

16

16

Aantal geaccepteerde resultaten (laboratoria)

13

13

13

12

14

13

Gemiddelde waarde [mg/l]

1,0

0,2

4,8

3,2

10,5

9,7

Standaarddeviatie van de herhaalbaarheid, sr [mg/l]

0,03

0,02

0,04

0,08

0,10

0,09

Relatieve standaarddeviatie van de herhaalbaarheid, RSDr [%]

2,6

8,1

0,8

2,6

0,9

0,9

Herhaalbaarheidsgrens, r [mg/l]

(r = 2,8 × sr)

0,1

0,1

0,1

0,2

0,3

0,3

Standaarddeviatie van de reproduceerbaarheid, sR [mg/l]

0,08

0,07

0,23

0,19

0,39

0,43

Relatieve standaarddeviatie van de reproduceerbaarheid, RSDR [%]

8

33

5

6

4

4

Reproduceerbaarheidsgrens, R [g/l]

(R = 2,8 × sR)

0,2

0,2

0,7

0,5

1,1

1,2

8.6.   Coniferaldehyde

Analyt

Coniferaldehyde

Monsters

Whisky

Brandy

Rum

Cognac 1

Bourbon

Cognac 2

Aantal deelnemende laboratoria

13

12

13

12

13

13

Aantal geaccepteerde resultaten (laboratoria)

12

12

13

12

13

13

Gemiddelde waarde [mg/l]

0,2

0,2

0,6

0,8

4,6

1,3

Standaarddeviatie van de herhaalbaarheid, sr [mg/l]

0,02

0,02

0,03

0,03

0,09

0,06

Relatieve standaarddeviatie van de herhaalbaarheid, RSDr [%]

9,2

9,8

4,6

4,3

1,9

4,5

Herhaalbaarheidsgrens, r [mg/l]

(r = 2,8 × sr)

0,04

0,04

0,07

0,09

0,24

0,16

Standaarddeviatie van de reproduceerbaarheid, sR [mg/l]

0,04

0,04

0,11

0,18

0,38

0,25

Relatieve standaarddeviatie van de reproduceerbaarheid, RSDR [%]

23

27

21

23

8

19

Reproduceerbaarheidsgrens, R [g/l]

(R = 2,8 × sR)

0,1

0,1

0,3

0,5

1,1

0,7

8.7.   Sinapaldehyde

Analyt

Sinapaldehyde

Monsters

Whisky

Brandy

Rum

Cognac 1

Bourbon

Cognac 2

Aantal deelnemende laboratoria

14

14

14

14

15

14

Aantal geaccepteerde resultaten (laboratoria)

14

13

12

13

13

12

Gemiddelde waarde [mg/l]

0,3

0,2

0,2

1,6

8,3

0,3

Standaarddeviatie van de herhaalbaarheid, sr [mg/l]

0,02

0,01

0,02

0,06

0,14

0,03

Relatieve standaarddeviatie van de herhaalbaarheid, RSDr [%]

7,5

4,6

11,2

3,7

1,6

11,4

Herhaalbaarheidsgrens, r [mg/l]

(r = 2,8 × sr)

0,06

0,03

0,06

0,17

0,38

0,08

Standaarddeviatie van de reproduceerbaarheid, sR [mg/l]

0,09

0,05

0,08

0,20

0,81

0,18

Relatieve standaarddeviatie van de reproduceerbaarheid, RSDR [%]

31

27

46

13

10

73

Reproduceerbaarheidsgrens, R [g/l]

(R = 2,8 × sR)

0,2

0,2

0,2

0,6

2,3

0,5

8.8.   Galluszuur

Analyt

Galluszuur

Monster

Whisky

Brandy

Rum

Cognac 1

Bourbon

Cognac 2

Aantal deelnemende laboratoria

16

15

16

16

16

16

Aantal geaccepteerde resultaten (laboratoria)

15

14

16

16

16

16

Gemiddelde waarde [mg/l]

1,2

0,4

2,0

6,1

7,3

21,8

Standaarddeviatie van de herhaalbaarheid, sr [mg/l]

0,07

0,04

0,06

0,18

0,18

0,60

Relatieve standaarddeviatie van de herhaalbaarheid, RSDr [%]

6,1

8,1

2,9

3,0

2,4

2,8

Herhaalbaarheidsgrens, r [mg/l]

(r = 2,8 × sr)

0,2

0,1

0,2

0,5

0,5

1,7

Standaarddeviatie van de reproduceerbaarheid, sR [mg/l]

0,43

0,20

0,62

3,3

2,2

7,7

Relatieve standaarddeviatie van de reproduceerbaarheid, RSDR [%]

36

47

31

53

30

35

Reproduceerbaarheidsgrens, R [g/l]

(R = 2,8 × sR)

1,2

0,6

1,7

9,1

6,2

21,7

8.9.   Ellagzuur

Analyt

Ellagzuur

Monsters

Whisky

Brandy

Rum

Cognac 1

Bourbon

Cognac 2

Aantal deelnemende laboratoria

7

7

7

7

7

7

Aantal geaccepteerde resultaten (laboratoria)

7

7

7

7

7

6

Gemiddelde waarde [mg/l]

3,2

1,0

9,5

13

13

36

Standaarddeviatie van de herhaalbaarheid, sr [mg/l]

0,20

0,16

0,30

0,41

0,95

0,34

Relatieve standaarddeviatie van de herhaalbaarheid, RSDr [%]

6,3

16

3,2

3,2

7,4

1,0

Herhaalbaarheidsgrens, r [mg/l]

(r = 2,8 × sr)

0,6

0,4

0,9

1,1

2,7

1,0

Standaarddeviatie van de reproduceerbaarheid, sR [mg/l]

1,41

0,42

4,0

5,0

4,9

14

Relatieve standaarddeviatie van de reproduceerbaarheid, RSDR [%]

44

43

42

39

39

40

Reproduceerbaarheidsgrens, R [g/l]

(R = 2,8 × sR)

4,0

1,2

11

14

14

40

8.10.   Vanillinezuur

Analyt

Vanillinezuur

Monsters

Whisky

Brandy

Rum

Cognac 1

Bourbon

Cognac 2

Aantal deelnemende laboratoria

15

15

15

15

15

15

Aantal geaccepteerde resultaten (laboratoria)

12

11

14

14

15

14

Gemiddelde waarde [mg/l]

0,2

0,2

1,5

0,8

2,4

2,7

Standaarddeviatie van de herhaalbaarheid, sr [mg/l]

0,03

0,04

0,03

0,10

0,13

0,21

Relatieve standaarddeviatie van de herhaalbaarheid, RSDr [%]

14,2

16,5

2,3

12,6

5,3

7,7

Herhaalbaarheidsgrens, r [mg/l]

(r = 2,8 × sr)

0,1

0,1

0,1

0,3

0,4

0,6

Standaarddeviatie van de reproduceerbaarheid, sR [mg/l]

0,06

0,05

0,51

0,2

1,22

0,70

Relatieve standaarddeviatie van de reproduceerbaarheid, RSDR [%]

28

20

35

31

51

26

Reproduceerbaarheidsgrens, R [g/l]

(R = 2,8 × sR)

0,2

0,1

1,4

0,7

3,4

2,0

8.11.   Syringazuur

Analyt

Syringazuur

Monsters

Whisky

Brandy

Rum

Cognac 1

Bourbon

Cognac 2

Aantal deelnemende laboratoria

16

15

16

16

16

16

Aantal geaccepteerde resultaten (laboratoria)

16

15

15

15

16

15

Gemiddelde waarde [mg/l]

0,4

0,2

2,5

1,4

3,4

4,8

Standaarddeviatie van de herhaalbaarheid, sr [mg/l]

0,03

0,02

0,06

0,13

0,08

0,11

Relatieve standaarddeviatie van de herhaalbaarheid, RSDr [%]

6,7

12,6

2,3

9,0

2,3

2,3

Herhaalbaarheidsgrens, r [mg/l]

(r = 2,8 × sr)

0,1

0,1

0,2

0,4

0,2

0,3

Standaarddeviatie van de reproduceerbaarheid, sR [mg/l]

0,08

0,05

0,29

0,26

0,43

0,67

Relatieve standaarddeviatie van de reproduceerbaarheid, RSDR [%]

19

29

11

18

13

14

Reproduceerbaarheidsgrens, R [g/l]

(R = 2,8 × sR)

0,2

0,1

0,8

0,7

1,2

1,9

8.12.   Scopoletine

Analyt

Scopoletine

Monsters

Whisky

Brandy

Rum

Cognac 1

Bourbon

Cognac 2

Aantal deelnemende laboratoria

10

10

10

10

10

10

Aantal geaccepteerde resultaten (laboratoria)

9

8

9

8

8

8

Gemiddelde waarde [mg/l]

0,09

0,04

0,11

0,04

0,65

0,15

Standaarddeviatie van de herhaalbaarheid, sr [mg/l]

0,0024

0,0008

0,0018

0,0014

0,0054

0,0040

Relatieve standaarddeviatie van de herhaalbaarheid, RSDr [%]

2,6

2,2

1,6

3,3

0,8

2,7

Herhaalbaarheidsgrens, r [mg/l]

(r = 2,8 × sr)

0,007

0,002

0,005

0,004

0,015

0,011

Standaarddeviatie van de reproduceerbaarheid, sR [mg/l]

0,01

0,01

0,03

0,01

0,09

0,02

Relatieve standaarddeviatie van de reproduceerbaarheid, RSDR [%]

15

16

23

17

15

15

Reproduceerbaarheidsgrens, R [g/l]

(R = 2,8 × sR)

0,04

0,02

0,07

0,02

0,26

0,06

[1]

„Protocol for the Design, Conduct and Interpretation of Method-Performance Studies”, Horwitz, W. (1995), Pure and Applied Chemistry 67, blz. 332-343.

[2]

Horwitz, W. (1982), Analytical Chemistry 54, blz. 67A-76A.”.


(*)  Twee gehaltes.

(**)  Twee gehaltes.”.


23.4.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 108/22


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/636 VAN DE COMMISSIE

van 22 april 2016

tot intrekking van de goedkeuring van de werkzame stof (Z,Z,Z,Z)-7,13,16,19-docosatetraeen-1-ylisobutyraat, in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (1), en met name artikel 21, lid 3, tweede alternatief, en artikel 78, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Richtlijn 2008/127/EG van de Commissie (2) is (Z,Z,Z,Z)-7,13,16,19-docosatetraeen-1-ylisobutyraat opgenomen als werkzame stof in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (3). Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/308 van de Commissie (4) werd de kennisgever verzocht om uiterlijk op 30 juni 2015 bevestigende informatie te verstrekken over de specificatie van het technische materiaal zoals commercieel vervaardigd, waaronder informatie over alle relevante onzuiverheden.

(2)

De in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG opgenomen werkzame stoffen worden geacht te zijn goedgekeurd krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009 en zijn opgenomen in deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (5).

(3)

De kennisgever heeft de verzochte bevestigende informatie niet tegen de uiterste datum van 30 juni 2015 verstrekt. Nadat de aanvrager door de Commissie op de hoogte is gebracht van de gevolgen van het niet indienen, heeft hij geen voornemen geuit om de verzochte informatie in te dienen.

(4)

Daarom is het passend de goedkeuring van (Z,Z,Z,Z)-7,13,16,19-docosatetraeen-1-ylisobutyraat in te trekken.

(5)

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(6)

De lidstaten moet voldoende tijd worden gegund om de toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die (Z,Z,Z,Z)-7,13,16,19-docosatetraeen-1-ylisobutyraat bevatten, in te trekken.

(7)

Als de lidstaten overeenkomstig artikel 46 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 een respijtperiode toekennen voor gewasbeschermingsmiddelen die (Z,Z,Z,Z)-7,13,16,19-docosatetraeen-1-ylisobutyraat bevatten, moet die periode uiterlijk 18 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening aflopen.

(8)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Intrekking van de goedkeuring

De goedkeuring van de werkzame stof (Z,Z,Z,Z)-7,13,16,19-docosatetraeen-1-ylisobutyraat wordt ingetrokken.

Artikel 2

Wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011

In deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011, rij 259, wordt (Z,Z,Z,Z)-7,13,16,19-docosatetraeen-1-ylisobutyraat geschrapt.

Artikel 3

Overgangsbepalingen

De lidstaten trekken alle toelatingen van gewasbeschermingsmiddelen die de werkzame stof (Z,Z,Z,Z)-7,13,16,19-docosatetraeen-1-ylisobutyraat bevatten uiterlijk op 13 november 2016 in.

Artikel 4

Respijtperiode

Een door de lidstaten overeenkomstig artikel 46 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 toegekende respijtperiode moet zo kort mogelijk zijn en uiterlijk op 13 november 2017 aflopen.

Artikel 5

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 22 april 2016.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.

(2)  Richtlijn 2008/127/EG van de Commissie van 18 december 2008 tot wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad teneinde verscheidene werkzame stoffen op te nemen (PB L 344 van 20.12.2008, blz. 89).

(3)  Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) 2015/308 van de Commissie van 26 februari 2015 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de voorwaarden voor de goedkeuring van de werkzame stof (Z,Z,Z,Z)-7,13,16,19-docosatetraeen-1-ylisobutyraat (PB L 56 van 27.2.2015, blz. 9).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de lijst van goedgekeurde werkzame stoffen betreft (PB L 153 van 11.6.2011, blz. 1).


23.4.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 108/24


VERORDENING (EU) 2016/637 VAN DE COMMISSIE

van 22 april 2016

tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1334/2008 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het schrappen van bepaalde aromastoffen uit de EU-lijst

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1334/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake aroma's en bepaalde voedselingrediënten met aromatiserende eigenschappen voor gebruik in levensmiddelen en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1601/91 van de Raad, Verordening (EG) nr. 2232/96, Verordening (EG) nr. 110/2008 en Richtlijn 2000/13/EG (1), en met name artikel 11, lid 3, en artikel 25, lid 3,

Gezien Verordening (EG) nr. 1331/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 tot vaststelling van een uniforme goedkeuringsprocedure voor levensmiddelenadditieven, voedingsenzymen en levensmiddelenaroma's (2), en met name artikel 7, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1334/2008 bevat een EU-lijst van voor gebruik in en op levensmiddelen goedgekeurde aroma's en uitgangsmaterialen, en de gebruiksvoorwaarden ervan.

(2)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 872/2012 van de Commissie (3) is de lijst van aromastoffen vastgesteld en in bijlage I, deel A, van Verordening (EG) nr. 1334/2008 opgenomen.

(3)

Die lijst kan hetzij op initiatief van de Commissie, hetzij ingevolge een aanvraag door een lidstaat of belanghebbende partij worden bijgewerkt volgens de uniforme procedure van artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1331/2008.

(4)

De EU-lijst van aroma's en uitgangsmaterialen bevat een aantal stoffen waarvoor de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) om aanvullende wetenschappelijke gegevens heeft gevraagd om de beoordeling binnen de in deel A van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1334/2008 vastgestelde specifieke termijnen te kunnen voltooien.

(5)

Overeenkomstig de EU-lijst moesten voor vier tot de chemische subgroep 2.2 van FGE.19 behorende stoffen, te weten 2,6,6-trimethyl-1-cyclohexeen-1-carbaldehyde (FL-nr. 05.121), myrtenylformiaat (FL-nr. 09.272), myrtenyl-2-methylbutyraat (FL-nr. 09.899) en myrtenyl-3-methylbutyraat (FL-nr. 09.900), uiterlijk op 31 december 2012 aanvullende wetenschappelijke gegevens worden ingediend. De aanvrager heeft die gegevens inmiddels ingediend.

(6)

Deze chemische groep omvat ook de stof p-mentha-1,8-dieen-7-al (FL-nr. 05.117) die als representatieve stof voor de groep werd gebruikt en waarvan de toxiciteitsgegevens werden ingediend.

(7)

De EFSA heeft de ingediende gegevens beoordeeld en in haar wetenschappelijk advies van 24 juni 2015 (4) geconcludeerd dat de stof p-mentha-1,8-dieen-7-al (FL-nr. 05.117) in vivo genotoxisch is en het gebruik ervan als aromastof derhalve een gevaar voor de gezondheid oplevert. Deze stof is bij Verordening (EU) 2015/1760 van de Commissie (5) reeds uit de EU-lijst geschrapt.

(8)

In dat advies heeft de EFSA ook geconcludeerd dat, aangezien p-mentha-1,8-dieen-7-al (FL-nr. 05.117) representatief is voor de stoffen in die groep, dergelijke stoffen een gevaar voor de veiligheid kunnen inhouden.

(9)

2,6,6-trimethyl-1-cyclohexeen-1-carbaldehyde (FL-nr. 05.121), myrtenylformiaat (FL-nr. 09.272), myrtenyl-2-methylbutyraat (FL-nr. 09.899) en myrtenyl-3-methylbutyraat (FL-nr. 09.900) moeten dus uit de EU-lijst worden geschrapt.

(10)

Om technische redenen moeten overgangsperioden worden vastgesteld voor levensmiddelen waaraan een van de vier aromastoffen is toegevoegd en die vóór de inwerkingtreding van deze verordening in de handel zijn gebracht of uit derde landen naar de Unie zijn verzonden.

(11)

Bijlage I, deel A, van Verordening (EG) nr. 1334/2008 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(12)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I, deel A, van Verordening (EG) nr. 1334/2008 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

1.   Levensmiddelen waaraan een van de in de bijlage bij deze verordening vermelde aromastoffen is toegevoegd en die vóór de inwerkingtreding van deze verordening legaal in de handel zijn gebracht, met uitzondering van mengsels van aroma's, mogen tot hun datum van minimale houdbaarheid of hun uiterste gebruiksdatum in de handel worden gebracht.

2.   Levensmiddelen die in de Unie zijn ingevoerd en waaraan een van de in de bijlage bij deze verordening vermelde aromastoffen is toegevoegd, met uitzondering van mengsels van aroma's, mogen tot hun datum van minimale houdbaarheid of hun uiterste gebruiksdatum in de handel worden gebracht, indien de importeur van die levensmiddelen kan aantonen dat zij vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening uit het derde land verzonden en naar de Unie onderweg waren.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 22 april 2016.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 354 van 31.12.2008, blz. 34.

(2)  PB L 354 van 31.12.2008, blz. 1.

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 872/2012 van de Commissie van 1 oktober 2012 tot vaststelling van de lijst van aromastoffen als bedoeld in Verordening (EG) nr. 2232/96 van het Europees Parlement en de Raad, tot opname van die lijst in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1334/2008 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1565/2000 van de Commissie en Beschikking 1999/217/EG van de Commissie (PB L 267 van 2.10.2012, blz. 1).

(4)  Scientific Opinion on Flavouring Group Evaluation 208 Revision 1 (FGE.208Rev1): Consideration of genotoxicity data on representatives for 10 alicyclic aldehydes with the α,β-unsaturation in ring/side-chain and precursors from chemical subgroup 2.2 of FGE.19. EFSA Journal 2015;13(7):4173, 28 blz., doi:10.2903/j.efsa.2015.4173. Online beschikbaar op: http://www.efsa.europa.eu/en/publications/efsajournal

(5)  Verordening (EU) 2015/1760 van de Commissie van 1 oktober 2015 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1334/2008 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het schrappen van de aromastof p-mentha-1,8-dieen-7-al uit de EU-lijst (PB L 257 van 2.10.2015, blz. 27).


BIJLAGE

In bijlage I, deel A, van Verordening (EG) nr. 1334/2008 worden de volgende vermeldingen geschrapt:

„05.121

2,6,6-trimethyl-1-cyclohexeen-1-carbaldehyde

432-25-7

979

2133

 

 

2

EFSA

09.272

myrtenylformiaat

72928-52-0

983

10858

 

 

2

EFSA

09.899

myrtenyl-2-methylbutyraat

138530-44-6

 

 

 

 

2

EFSA

09.900

myrtenyl-3-methylbutyraat

33900-84-4

 

 

 

 

2

EFSA”


23.4.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 108/28


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/638 VAN DE COMMISSIE

van 22 april 2016

tot intrekking van de goedkeuring van de werkzame stof Z-13-hexadeceen-11-yn-1-ylacetaat, in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (1), en met name artikel 21, lid 3, tweede alternatief, en artikel 78, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Richtlijn 2008/127/EG van de Commissie (2) is Z-13-hexadeceen-11-yn-1-ylacetaat opgenomen als werkzame stof in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (3). Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/418 van de Commissie (4) werd de kennisgever verzocht om uiterlijk op 30 juni 2015 bevestigende informatie te verstrekken over de specificatie van het technische materiaal zoals commercieel vervaardigd, waaronder informatie over alle relevante onzuiverheden.

(2)

De in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG opgenomen werkzame stoffen worden geacht te zijn goedgekeurd krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009 en zijn opgenomen in deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (5).

(3)

De kennisgever heeft de verzochte bevestigende informatie niet tegen de uiterste datum van 30 juni 2015 verstrekt. Per e-mail van 10 september 2015 heeft hij aan de Commissie zijn voornemen bevestigd om dergelijke informatie niet te verstrekken.

(4)

Daarom is het passend de goedkeuring van Z-13-hexadeceen-11-yn-1-ylacetaat in te trekken.

(5)

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(6)

De lidstaten moet voldoende tijd worden gegund om de toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die Z-13-hexadeceen-11-yn-1-ylacetaat bevatten, in te trekken.

(7)

Als de lidstaten overeenkomstig artikel 46 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 een respijtperiode toekennen voor gewasbeschermingsmiddelen die Z-13-hexadeceen-11-yn-1-ylacetaat bevatten, moet die periode uiterlijk 18 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening aflopen.

(8)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Intrekking van de goedkeuring

De goedkeuring van de werkzame stof Z-13-hexadeceen-11-yn-1-ylacetaat wordt ingetrokken.

Artikel 2

Wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011

In deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011, rij 258, wordt Z-13-hexadeceen-11-yn-1-ylacetaat geschrapt.

Artikel 3

Overgangsbepalingen

De lidstaten trekken alle toelatingen van gewasbeschermingsmiddelen die de werkzame stof Z-13-hexadeceen-11-yn-1-ylacetaat bevatten, uiterlijk op 13 november 2016 in.

Artikel 4

Respijtperiode

Een door de lidstaten overeenkomstig artikel 46 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 toegekende respijtperiode moet zo kort mogelijk zijn en uiterlijk op 13 november 2017 aflopen.

Artikel 5

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 22 april 2016.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.

(2)  Richtlijn 2008/127/EG van de Commissie van 18 december 2008 tot wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad teneinde verscheidene werkzame stoffen op te nemen (PB L 344 van 20.12.2008, blz. 89).

(3)  Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) 2015/418 van de Commissie van 12 maart 2015 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de voorwaarden voor de goedkeuring van de werkzame stof Z-13-hexadeceen-11-yn-1-ylacetaat (PB L 68 van 13.3.2015, blz. 36).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de lijst van goedgekeurde werkzame stoffen betreft (PB L 153 van 11.6.2011, blz. 1).


23.4.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 108/30


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/639 VAN DE COMMISSIE

van 22 april 2016

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1),

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 22 april 2016.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Jerzy PLEWA

Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)  PB L 157 van 15.6.2011, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

IL

275,5

MA

97,8

TR

108,9

ZZ

160,7

0707 00 05

MA

81,5

TR

107,2

ZZ

94,4

0709 93 10

MA

99,6

TR

128,0

ZZ

113,8

0805 10 20

CR

66,6

EG

50,0

IL

79,4

MA

60,7

TR

39,9

ZZ

59,3

0805 50 10

MA

132,7

ZZ

132,7

0808 10 80

AR

86,1

BR

101,0

CL

115,8

CN

90,8

NZ

159,8

US

177,1

ZA

85,2

ZZ

116,5

0808 30 90

AR

128,4

CL

110,9

CN

90,6

ZA

109,5

ZZ

109,9


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1106/2012 van de Commissie van 27 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 471/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende communautaire statistieken van de buitenlandse handel met derde landen, wat de bijwerking van de nomenclatuur van landen en gebieden betreft (PB L 328 van 28.11.2012, blz. 7). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.


BESLUITEN

23.4.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 108/32


BESLUIT (EU, Euratom) 2016/640 VAN DE RAAD

van 21 april 2016

houdende benoeming van vijf leden van de Rekenkamer

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 286, lid 2,

Gezien het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 106 bis,

Gezien het voorstel van de Tsjechische Republiek, de Republiek Letland, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek,

Gezien de adviezen van het Europees Parlement (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De ambtstermijnen van de heer Jan KINŠT, de heer Igors LUDBORŽS, de heer Augustyn KUBIK, de heer Milan Martin CVIKL en de heer Ladislav BALKO verstrijken op 6 mei 2016.

(2)

Er moet derhalve worden overgegaan tot nieuwe benoemingen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de periode van 7 mei 2016 tot en met 6 mei 2022 worden tot lid van de Rekenkamer benoemd:

de heer Jan GREGOR,

de heer Mihails KOZLOVS,

de heer Janusz WOJCIECHOWSKI,

de heer Samo JEREB,

de heer Ladislav BALKO.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum van vaststelling ervan.

Gedaan te Luxemburg, 21 april 2016.

Voor de Raad

De voorzitter

G.A. VAN DER STEUR


(1)  Advies van 13 april 2016 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).


23.4.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 108/33


BESLUIT (EU, Euratom) 2016/641 VAN DE RAAD

van 21 april 2016

tot benoeming van een lid van het Europees Economisch en Sociaal Comité, voorgedragen door de Bondsrepubliek Duitsland

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 302,

Gezien het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 106 bis,

Gezien de voordracht van de Duitse regering,

Gezien het advies van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 18 september 2015 en 1 oktober 2015 heeft de Raad de Besluiten (EU, Euratom) 2015/1600 (1) en (EU, Euratom) 2015/1790 (2) tot benoeming van de leden van het Europees Economisch en Sociaal Comité voor de periode van 21 september 2015 tot en met 20 september 2020 vastgesteld.

(2)

In het Europees Economisch en Sociaal Comité is een zetel van lid vrijgekomen vanwege het einde van de ambtstermijn van de heer Egbert BIERMANN,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De heer Dr. Norbert KLUGE, Leiter der Abteilung Mitbestimmungsförderung der Hans-Böckler-Stiftung, wordt benoemd tot lid van het Europees Economisch en Sociaal Comité voor de resterende duur van de ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 20 september 2020.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Luxemburg, 21 april 2016.

Voor de Raad

De voorzitter

G.A. VAN DER STEUR


(1)  Besluit (EU, Euratom) 2015/1600 van de Raad van 18 september 2015 tot benoeming van de leden van het Europees Economisch en Sociaal Comité voor de periode van 21 september 2015 tot en met 20 september 2020 (PB L 248 van 24.9.2015, blz. 53).

(2)  Besluit (EU, Euratom) 2015/1790 van de Raad van 1 oktober 2015 tot benoeming van de leden van het Europees Economisch en Sociaal Comité voor de periode van 21 september 2015 tot en met 20 september 2020 (PB L 260 van 7.10.2015, blz. 23).


23.4.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 108/34


BESLUIT (EU) 2016/642 VAN DE RAAD

van 21 april 2016

tot benoeming van een lid en een plaatsvervangend lid van het Comité van de Regio's, voorgedragen door Roemenië

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 305,

Gezien de voordracht van de Roemeense regering,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 26 januari 2015, 5 februari 2015 en 23 juni 2015 heeft de Raad de Besluiten (EU) 2015/116 (1), (EU) 2015/190 (2) en (EU) 2015/994 (3) houdende benoeming van de leden en plaatsvervangende leden van het Comité van de Regio's voor de periode van 26 januari 2015 tot en met 25 januari 2020 vastgesteld.

(2)

In het Comité van de Regio's is een zetel van lid vrijgekomen vanwege het einde van de ambtstermijn van de heer Mihai STEPANESCU.

(3)

In het Comité van de Regio's is een zetel van plaatsvervangend lid vrijgekomen door de benoeming van de heer Robert Sorin NEGOIȚĂ tot lid van het Comité van de Regio's,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

In het Comité van de Regio's worden de volgende personen benoemd voor de resterende duur van de ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 25 januari 2020:

a)

tot lid:

de heer Robert Sorin NEGOIȚĂ, primarul sectorului 3 al municipiului București,

en

b)

tot plaatsvervangend lid:

de heer Ovidiu Iulian PORTARIUC, primarul municipiului Botoșani, județul Botoșani.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Luxemburg, 21 april 2016.

Voor de Raad

De voorzitter

G.A. VAN DER STEUR


(1)  Besluit (EU) 2015/116 van de Raad van 26 januari 2015 houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio's voor de periode van 26 januari 2015 tot en met 25 januari 2020 (PB L 20 van 27.1.2015, blz. 42).

(2)  Besluit (EU) 2015/190 van de Raad van 5 februari 2015 houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio's voor de periode van 26 januari 2015 tot en met 25 januari 2020 (PB L 31 van 7.2.2015, blz. 25).

(3)  Besluit (EU) 2015/994 van de Raad van 23 juni 2015 houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio's voor de periode van 26 januari 2015 tot en met 25 januari 2020 (PB L 159 van 25.6.2015, blz. 70).


23.4.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 108/35


BESLUIT (EU) 2016/643 VAN DE RAAD

van 21 april 2016

tot benoeming van een lid van het Comité van de Regio's, voorgedragen door de Italiaanse Republiek

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 305,

Gezien de voordracht van de Italiaanse regering,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 26 januari 2015, 5 februari 2015 en 23 juni 2015 heeft de Raad de Besluiten (EU) 2015/116 (1), (EU) 2015/190 (2) en (EU) 2015/994 (3) houdende benoeming van de leden en plaatsvervangende leden van het Comité van de Regio's voor de periode van 26 januari 2015 tot en met 25 januari 2020 vastgesteld.

(2)

In het Comité van de Regio's is een zetel van lid vrijgekomen vanwege het einde van het mandaat op grond waarvan de heer Mauro D'ATTIS (Consigliere comunale di Brindisi) was voorgedragen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

In het Comité van de Regio's wordt voor de resterende duur van de ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 25 januari 2020, tot lid benoemd:

de heer Mauro D'ATTIS, Assessore del Comune di Roccafiorita (ME) (wijziging mandaat).

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Luxemburg, 21 april 2016.

Voor de Raad

De voorzitter

G.A. VAN DER STEUR


(1)  Besluit (EU) 2015/116 van de Raad van 26 januari 2015 houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio's voor de periode van 26 januari 2015 tot en met 25 januari 2020 (PB L 20 van 27.1.2015, blz. 42).

(2)  Besluit (EU) 2015/190 van de Raad van 5 februari 2015 houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio's voor de periode van 26 januari 2015 tot en met 25 januari 2020 (PB L 31 van 7.2.2015, blz. 25).

(3)  Besluit (EU) 2015/994 van de Raad van 23 juni 2015 houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio's voor de periode van 26 januari 2015 tot en met 25 januari 2020 (PB L 159 van 25.6.2015, blz. 70).


23.4.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 108/36


BESLUIT (EU) 2016/644 VAN DE COMMISSIE

van 16 januari 2015

betreffende de staatssteun SA.31855 (11/C, ex N 503/10) die Cyprus voornemens is toe te kennen voor de herstructurering van het centrale slachthuis van Kofinos

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2015) 58)

(Slechts de tekst in de Griekse taal is authentiek)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 108, lid 2, eerste alinea,

Na de belanghebbenden overeenkomstig het genoemde artikel te hebben aangemaand hun opmerkingen te maken (1), en gezien deze opmerkingen,

Overwegende hetgeen volgt:

I.   PROCEDURE

(1)

Op 6 mei 2010 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan reddingssteun voor het centrale slachthuis van Kofinos („CSK”) in de vorm van een staatsgarantie voor een lening van 1,6 miljoen EUR (2).

(2)

Bij schrijven van 3 november 2010 heeft Cyprus overeenkomstig artikel 108, lid 3, VWEU aanmelding gedaan van een herstructureringsplan voor CSK.

(3)

De Commissie heeft bij schrijven van 7 december 2010 om aanvullende informatie verzocht. De Cypriotische autoriteiten hebben deze op 10 januari 2011 verstrekt. Op 20 januari 2011 heeft de Commissie een klacht ontvangen van de onderneming Cypra Ltd („Cypra”), een concurrent van CSK.

(4)

Op 7 februari 2011 heeft de Commissie een brief aan Cyprus gezonden waarin werd verzocht om een reactie op de in de klacht geuite beschuldigingen en om aanvullende informatie over het herstructureringsplan. Cyprus heeft zijn opmerkingen ingediend op 4 maart 2011.

(5)

De Commissie heeft op 16 februari 2011 de indiener van de klacht om verdere inlichtingen verzocht. Cypra heeft op 2 maart 2011 gereageerd.

(6)

Bij schrijven van 26 april 2011 heeft de Commissie Cyprus in kennis gesteld van haar besluit van 20 april 2011 om de procedure van artikel 108, lid 2, VWEU in te leiden ten aanzien van de herstructureringssteun. Zij heeft Cyprus tevens in kennis gesteld van haar besluit om een aantal vormen van steun te onderzoeken die zouden zijn toegekend aan de begunstigde. Het betreft met name: i) het voortdurend gedogen door de staat van vertragingen in de betaling van verschuldigde bedragen, ii) een lening van 512 850 EUR verstrekt door de Vereniging van gemeenten; iii) de vermeende steun in verband met door de overheid gegarandeerde obligaties, en iv) de overname van bestaand personeel en de bijbehorende pensioenverplichtingen door de gemeenten.

(7)

Het besluit van de Commissie tot inleiding van de procedure is bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie  (3). De Commissie heeft de belanghebbenden uitgenodigd hun opmerkingen over de steun te maken.

(8)

Bij schrijven van 25 mei 2011 hebben de Cypriotische autoriteiten een maand uitstel gevraagd voor de indiening van hun opmerkingen. Dit uitstel werd door de Commissie toegestaan bij schrijven van 7 juni 2011.

(9)

De Cypriotische autoriteiten hebben hun opmerkingen over het besluit van de Commissie ingediend bij schrijven van 24 juni 2011.

(10)

De Commissie heeft ook opmerkingen ontvangen van belanghebbenden, namelijk Cypra, A&A Sfagia Ltd, de Cypriotische vereniging van varkenshouders en een vierde belanghebbende die heeft verzocht om zijn indiening vertrouwelijk te behandelen. De Commissie heeft de opmerkingen van de belanghebbenden ter reactie overgelegd aan de Cypriotische autoriteiten; Cyprus heeft zijn opmerkingen ingediend bij schrijven van 8 november 2011.

(11)

De Commissie heeft bij schrijven van 1 maart 2012 om aanvullende informatie verzocht. De Cypriotische autoriteiten hebben deze bij schrijven van 30 maart 2012 verstrekt.

(12)

Bij schrijven van 24 oktober 2012 heeft de Commissie om verdere toelichtingen en geactualiseerde informatie verzocht. De Cypriotische autoriteiten hebben op 26 november 2012 geantwoord.

(13)

Op 14 mei 2013 hebben de Cypriotische autoriteiten verdere informatie en toelichtingen verstrekt.

II.   GEDETAILLEERDE BESCHRIJVING VAN DE STEUN

II.1.   TITEL

(14)

De aanmelding had betrekking op de herstructureringssteun voor CSK. Het onderzoeksgebied van de Commissie is echter uitgebreid naar andere vormen van steunmaat die zouden zijn toegekend aan de begunstigde.

II.2.   DUUR EN BEGROTING

(15)

Volgens de Cypriotische autoriteiten zou de herstructureringssteun uitsluitend aan de begunstigde zijn verleend na goedkeuring door de Commissie. Het oorspronkelijke steunbedrag overeenkomstig de aanmelding van november 2010 bedroeg 15 miljoen EUR. In hun aanvullende informatie van 14 mei 2013 hebben de Cypriotische autoriteiten echter een steunbedrag van 17,8 miljoen EUR aangegeven in het licht van de gestegen herstructureringskosten.

II.3.   BEGUNSTIGDE

(16)

De begunstigde van deze steun is CSK. CSK is in 1981 opgericht als een overheidsonderneming van openbaar nut, die diensten leverde aan bepaalde gemeenten van de districten Nicosia, Lemesos en Larnaka. In 2003 is de desbetreffende markt geliberaliseerd op grond van Wet 26(I) van 2003 (4). Die wet regelt de structuur, organisatie en functies van centrale slachthuizen, zoals CSK. Volgens diezelfde wet kunnen de roerende en onroerende goederen van dergelijke organisaties niet vallen onder normale executiemaatregelen of beslagleggingen, noch onder andere procedures ten gevolge van een tegen hen ingesteld geding. In 2010 (ten tijde van de aanmelding van de herstructureringssteun) had CSK een marktaandeel van ongeveer 30,7 % van de Cypriotische markt (5). In november 2012 was dit aandeel gekrompen tot ongeveer 26,5 %. De Cypriotische autoriteiten hebben bevestigd dat CSK actief is in een regionaal steungebied ex artikel 107, lid 3, onder c), VWEU.

(17)

Volgens de Cypriotische wetgeving kunnen alleen privaatrechtelijke ondernemingen worden onderworpen aan faillissementsprocedures, aangezien de desbetreffende bepalingen van de vennootschapswetgeving uitsluitend van toepassing zijn op privaatrechtelijke ondernemingen. Bijgevolg kunnen overheidsondernemingen van openbaar nut niet aan faillissementsprocedures worden onderworpen.

(18)

Volgens de ingediende financiële staten had CSK per einde 2009 kortlopende schulden van ongeveer 19,4 miljoen EUR en gecumuleerde verliezen van ongeveer 28,6 miljoen EUR. Tegen einde 2012 beliepen de kortlopende schulden meer dan 30 miljoen EUR en waren de gecumuleerde verliezen opgelopen tot bijna 40 miljoen EUR.

(19)

Ten tijde van de aanmelding van de herstructurering had CSK 110 werknemers in dienst, van wie 22 werknemers met een ambtenarenstatuut en de overigen met een statuut van dagloner. De omzet van de onderneming voor 2009 bedroeg ongeveer 5 miljoen EUR. In 2012 was de omzet gedaald tot ongeveer 3,6 miljoen EUR. Ondanks de lage omzet kan de onderneming niet worden beschouwd als een kmo uit hoofde van de aanbeveling van de Commissie betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (6) omdat een overheidsinstantie zeggenschap heeft over meer dan 25 % van haar stemrechten (in de zin van artikel 3, lid 4, van de bijlage bij deze aanbeveling). CSK is volledig in handen van de overheid en alle leden van de raad van bestuur worden benoemd door de deelnemende lokale autoriteiten.

(20)

Zoals toegelicht in het besluit van de Commissie van 6 mei 2010 betreffende de reddingssteun aan CSK (steunmaatregel N 60/10), heeft CSK reddingssteun ontvangen omdat zij niet langer kon functioneren in haar huidige vorm. Volgens de Cypriotische autoriteiten was de beschreven financiële toestand van CSK in hoofdzaak te wijten aan het feit dat CSK, in tegenstelling tot haar concurrenten, een overheidsonderneming van openbaar nut was. Dit heeft geleid tot starheid (op het gebied van besluitvorming en personeelsrelaties) en tot hoge arbeidskosten en een gebrek aan bedrijfscultuur. Gezien de liberalisering van de markt en de komst van nieuwe, particuliere slachthuizen op de markt leidde dit tot de afkalving van het marktaandeel van CSK en de daaropvolgende opstapeling van schulden.

(21)

De Commissie heeft in haar besluit ten aanzien van steunmaatregel N 60/10 erkend dat CSK een onderneming in moeilijkheden was. Deze constatering wordt bevestigd ook door de jaarrekeningen van de onderneming voor de jaren 2006-2009. Daaruit blijkt dat de onderneming met haar inkomsten de lopende uitgaven niet kon dekken, voornamelijk door de hoge arbeidskosten. Bijgevolg was de onderneming niet in staat om leningstranches af te lossen en andere betalingsverplichtingen na te komen. CSK vertoonde de volgende symptomen van een onderneming in moeilijkheden: toenemende verliezen, een dalende omzet, groeiende overcapaciteit, een geringere kasstroom, een toenemende schuldenlast en een vermindering van de waarde van de nettoactiva. In haar besluit van 6 mei 2010 heeft de Commissie eveneens geoordeeld dat CSK er niet met behulp van eigen middelen bovenop zou komen, aangezien de geldmiddelen en activa van de onderneming snel slonken en ze geen geldmiddelen kon krijgen via de geldmarkt.

(22)

De negatieve trend in de economische ontwikkeling van CSK heeft zich sindsdien voortgezet. De omzet daalde in 2012 zelfs tot ongeveer 3,6 miljoen EUR toen het gecumuleerde verlies, en tegelijkertijd het negatieve eigen vermogen, ongeveer 40 miljoen EUR bedroeg.

(23)

Per 31 december 2011 had CSK bij de Cypriotische kredietcommissie achterstallige schulden van ongeveer 11 miljoen EUR, achterstallige betalingen van ongeveer 8,7 miljoen EUR bij de socialezekerheids- en de belastingsinstanties en ongeveer 1,3 miljoen EUR openstaande diergeneeskundige rekeningen.

II.4.   RECHTSGRONDSLAG

(24)

De rechtsgrondslag voor de herstructureringssteun is Besluit nr. 71.196 van 2 november 2010, goedgekeurd door de ministerraad van Cyprus.

II.5.   BESCHRIJVING VAN DE MAATREGEL

(25)

De aanvankelijk aangemelde herstructureringssteun die aan de begunstigde zou worden verleend, bedroeg 15 miljoen EUR. Dit stemde overeen met 55,6 % van de totale herstructureringskosten van 26,85 miljoen EUR. De overige 44,4 % diende te worden gefinancierd uit bijdragen van CSK zelf (zie overweging 26 hieronder). In hun informatie van 14 mei 2013 hebben de Cypriotische autoriteiten echter aangegeven dat de herstructureringskosten intussen gestegen waren en dat het bedrag van de herstructureringssteun bijgevolg ook zou worden opgetrokken tot 17,772 miljoen EUR. De herstructureringskosten kunnen volgens de Cypriotische autoriteiten als volgt worden uitgesplitst:

Herstructureringsmaatregel

Kosten per november 2010 (in miljoen EUR)

Kosten per mei 2013 (in miljoen EUR)

Personeelsvergoedingen

3,5

3,340

Betaling van schulden aan socialezekerheidsinstanties

4,891

6,140

Betaling van schulden aan belastingadministratie

2,361

3,646

Betaling van pensioenen en andere eenmalige betalingen aan personeel

4,9

3,340

Aflossing van leningen

11,1

13,306

Betalingen aan adviesbureau

0,1

 

Totaal

26,852

29,772

(26)

Volgens de Cypriotische autoriteiten was CSK voornemens haar eigen bijdrage te financieren door een nieuwe lening van 5 miljoen EUR aan te gaan en door vastgoed te verkopen voor een bedrag van 7 miljoen EUR. De eigen bijdrage van 12 miljoen EUR van de begunstigde zou daardoor neerkomen op 40,3 % van de totale, geactualiseerde herstructureringskosten. De Cypriotische autoriteiten hebben een waardering van het vastgoed van CSK ingediend waaruit blijkt dat de waarde van de onroerende goederen van het slachthuis (terreinen, gebouwen en pacht) in april 2013 ongeveer 8,2 miljoen EUR bedroeg. Wat de sluiting van een nieuwe leningsovereenkomst betreft, gaven de Cypriotische autoriteiten in hun informatie van 14 mei 2013 echter aan dat het in het huidige economische klimaat onzeker was dat deze lening zou worden verstrekt.

II.6.   HERSTRUCTURERINGSPLAN

(27)

Het herstructureringsplan is in oktober 2010 opgesteld en is aan de Commissie toegezonden als onderdeel van de op 3 november 2010 ingediende aanmelding. Het antwoord van Cyprus van 26 november 2012 omvatte een actualisering betreffende de relevante financiële prognoses en marktgegevens. Het originele herstructureringsplan bevat de volgende hoofdstukken:

II.6.1.   Marktanalyse

(28)

Dit hoofdstuk van het herstructureringsplan begint met een toelichting over de werking van slachthuizen in Cyprus. Particuliere slachthuizen werden vanaf 2003 toegestaan, in het licht van de op handen zijnde toetreding van Cyprus tot de Europese Unie.

(29)

Het plan beschrijft vervolgens de markt van de vleesproductie (productie per vleessoort — varkensvlees, rundvlees, schapen-/geitenvlees, prijzen, kwaliteit, werkgelegenheid, in-/uitvoer, concurrenten) en de vleesconsumptie op Cyprus (consumptie per hoofd van de bevolking, consumptie van ingevoerde producten, consumptie per distributiepunt — hypermarkten/slagers/horeca/vleesverwerkende nijverheid, merken, vleeskwaliteit). Het plan verstrekt voorts schattingen betreffende de vooruitzichten van vraag en aanbod op de betrokken markten.

(30)

Wat de slachtmarkt betreft, zijn er in Cyprus vijf ondernemingen actief. Het marktaandeel van de begunstigde was volgens het plan in 2010 ongeveer 31 %. Als we de markt uitsplitsen naar vleessoort, waren de marktaandelen als volgt voor 2009 en de eerste acht maanden van 2010:

(in %)

Diersoort

Schapen/geiten

Runderen

Varkens

Totaal (7)

Jaar

2009

2010

2009

2010

2009

2010

2009

2010

Cypra Ltd

20,39

22,37

63,34

70,40

50,79

56,79

Centraal slachthuis Kofinos

34,24

30,53

100

100

27,26

21,96

34,84

30,72

Agioi Trimithias

18,97

17,15

4,74

2,46

6,71

4,26

A&A Sfagia Ltd

14,52

18,37

4,66

5,18

5,87

6,62

Gemeentelijk slachthuis Polis Chrysochous

11,89

11,58

1,73

1,61

(31)

Uit de informatie die de Cypriotische autoriteiten op 26 november 2012 hebben ingediend, blijkt dat het totale marktaandeel van CSK verder gekrompen is tot 29,3 % in 2011 en tot 26,5 % in 2012. De onderneming raakte ook haar monopolie in de runderslachtsector kwijt, nadat Cypra de markt had betreden, maar behield nog meer dan 92 % van haar marktaandeel in dit segment. In het algemeen vertoont de Cypriotische slachtmarkt een algemene neerwaartse trend met een stagnatie in 2010, een inkrimping van 2 % in 2011 en een verdere inkrimping van 3,8 % in 2012.

(32)

Einde 2012 bezaten de vijf op de Cypriotische markt actieve slachthuizen de volgende dagelijkse slachtcapaciteit:

Aantal

Naam van het slachthuis

Dagelijkse slachtcapaciteit

Runderen

Varkens

Schapen/geiten

1

Centraal slachthuis Kofinos

200

3 040

960

2

Cypra Ltd

104

1 920

1 200

3

A + A Slaughterhouses Ltd

1 200

880

4

Agioi Trimithias

700

700

5

Gemeentelijk slachthuis Polis Chrysochous

500

(33)

De verstrekte gegevens tonen aan dat het marktaandeel van CSK de voorbije jaren inderdaad fors gedaald is. In 2005 was het algemene marktaandeel van CSK nog liefst 68 %. In 2008 was dit gedaald tot 41 % en in 2012 tot 26,5 %. Deze ontwikkeling is voornamelijk toe te schrijven aan de liberalisering van de markt in 2003 en de daaropvolgende toegang tot de markt van ondernemingen uit de particuliere sector.

(34)

Wat de runderslacht betreft, was het herstructureringsplan gebaseerd op de veronderstelling dat ten minste twee huidige concurrenten (Cypra en Agioi Trimithias) voornemens waren de markt te betreden. Voorts wordt aangevoerd dat een andere onderneming (de pan-Cypriotische organisatie van rundveehouders) van plan is om de markt te betreden. Deze organisatie heeft 75 % van de rundveeproductie op Cyprus in handen. Cypra betrad dit marktsegment uiteindelijk in 2012 en bevestigt ook dat Agioi Trimithias en de pan-Cypriotische organisatie van rundveehouders van plan zijn om de runderslachtmarkt te betreden.

II.6.2.   Voorstelling van de begunstigde

(35)

CSK is bij ministerieel besluit opgericht als een openbare nutsonderneming met als doel diensten te verlenen aan verschillende gemeenten, waaronder de grote steden op Cyprus die over slachthuisvoorzieningen moesten beschikken. De raad van bestuur telt 15 leden (zes burgemeesters, vijf gemeenteraadsleden en vier vertegenwoordigers van de Vereniging van gemeenten).

(36)

Zoals reeds vermeld, verslechterde de concurrentiepositie van de onderneming zodra de markt in 2003 werd geliberaliseerd. Volgens de Cypriotische autoriteiten droegen onder meer de volgende belangrijke factoren tot deze situatie bij:

a)

werking van de onderneming en samenstelling van de raad van bestuur (gemeenteambtenaren die andere prioriteiten hebben en daarom niet noodzakelijk intensief bezig zijn met de problemen van de onderneming);

b)

de aanvankelijke eigenvermogensbasis;

c)

de liberalisering van de markt, zonder strategisch plan om het hoofd te bieden aan de bijbehorende uitdagingen;

d)

hoge arbeidskosten (overtollig personeel, gebrek aan motivatie, lage productiviteit, gebrek aan flexibiliteit bij het beëindigen van arbeidsovereenkomsten, geen op dienstverlening gerichte cultuur enz.);

e)

lage productiviteit.

(37)

De directie van de onderneming probeerde enkele van deze problemen aan te pakken, met een paar positieve resultaten. De inkrimping van het marktaandeel van de onderneming leidde door de jaren heen echter tot stijgende verliezen.

(38)

Het plan bevat een SWOT-analyse (sterke punten — zwakke punten — kansen en bedreigingen) voor CSK. Volgens deze analyse zijn de sterke punten onder meer een aanzienlijke productiecapaciteit, knowhow en traditie en naleving van de EU-voorschriften. De zwakke punten zijn onder meer hoge productiekosten, afhankelijkheid van één enkele activiteit, geen op dienstverlening gerichte cultuur en verlies van het klantenvertrouwen ten aanzien van slachtschema's. Voorts ontbreekt het de onderneming aan flexibiliteit ten aanzien van haar werking en tewerkstelling. Als de onderneming zou functioneren als een particuliere onderneming, met deelneming van particuliere investeerders, zouden de desbetreffende besluiten worden goedgekeurd door de raad van bestuur en de algemene vergadering. Tot slot hebben de werknemers van de onderneming het ambtenarenstatuut, wat het buitengewoon moeilijk en duur maakt om ze te ontslaan.

(39)

De bedreigingen zijn onder meer het feit dat nieuwe spelers de markt betreden, dat de invoer van vlees uit de andere EU-lidstaten — door de lagere prijzen en betere kwaliteit van de ingevoerde producten — naar verwachting zal stijgen, wat zou leiden tot een vermindering van het aantal slachtingen op Cyprus, de afname van de veehouderijactiviteiten op Cyprus en de hoge productiekosten. Als kansen noemt het plan de mogelijkheid om productielijnen te verhuren aan derden, de verbetering van de financiële toestand van de onderneming door de verkoop van vastgoed, en de samenwerking met grote spelers op de markt.

II.6.3.   Herstructureringsmaatregelen

(40)

De totale kostprijs voor de herstructurering van de onderneming bedroeg aanvankelijk ongeveer 27 miljoen EUR. 55,6 % van dat bedrag zou door de overheid worden verstrekt, terwijl de onderneming de overige 44,4 % (12 miljoen EUR) zou bijdragen. Zoals echter reeds toegelicht in overweging 25 hierboven, gaven de Cypriotische autoriteiten in hun informatie van 14 mei 2013 aan dat de herstructureringskosten intussen waren opgelopen tot ongeveer 29,8 miljoen EUR, terwijl de bijdrage van CSK ongewijzigd blijft.

(41)

De eigen bijdrage van CSK zal worden geïnd via i) de verkoop van vastgoed (7 miljoen EUR), wat volgens de Cypriotische autoriteiten geen element van staatssteun inhoudt, aangezien de prijs door een onafhankelijke schatter zal worden berekend volgens de marktwaarde, en ii) het sluiten van een nieuwe leningsovereenkomst (5 miljoen EUR). In hun informatie van 14 mei 2013 gaven de Cypriotische autoriteiten echter ook aan dat het in het huidige economische klimaat onzeker was dat deze lening zou worden verstrekt.

(42)

Het plan voorziet in de volgende herstructureringsmaatregelen:

II.6.3.1.   Flexibiliteit — Wijziging van rechtsvorm

(43)

Om op alle gebieden te komen tot meer flexibiliteit, stelt het herstructureringsplan voor om CSK om te zetten in een privaatrechtelijke onderneming. Naar verwachting zal dit de flexibiliteit van de besluitvorming van de onderneming verbeteren. Ook zou dit de belangstelling van particuliere investeerders wekken, die dan aandeelhouders van de onderneming kunnen worden. Tot slot zal de wijziging in het statuut van de werknemers het inhuren en ontslaan van personeel vergemakkelijken.

II.6.3.2.   Verlaging van de schulden van de onderneming

(44)

Het herstructureringsplan voorziet in de volledige betaling van de schulden van de onderneming aan het socialezekerheidsfonds (6,14 miljoen EUR per einde 2012) en de belastingadministratie (3,646 miljoen EUR per einde 2012). Voorts zal de onderneming vervallen schulden voor een bedrag van 13,306 miljoen EUR afbetalen (waaronder de reeds goedgekeurde reddingslening van 1,6 miljoen EUR). De totale kosten van deze maatregel worden begroot op ongeveer 23,1 miljoen EUR. Voorts bevestigden de Cypriotische autoriteiten in hun informatie van 14 mei 2013 dat de openstaande schulden aan de dienst Diergeneeskunde na de herstructurering gaandeweg zullen worden afgebouwd.

II.6.3.3.   Personeel

(45)

Het plan voorziet in de overplaatsing van alle werknemers met ambtenarenstatuut naar de gemeenten en het ontslag van het overige personeel. De onderneming zal onder haar nieuwe rechtsvorm vervolgens het personeel vervangen door nieuwe werknemers. De nieuwe werknemers worden in dienst genomen met nieuwe salarisvoorwaarden en pensioenregelingen. De onderneming zal ook gebruikmaken van onderaanbesteding wanneer dat nodig is. Verwacht wordt dat na de herstructurering van de onderneming het personeelsbestand slechts 9 leidinggevende functies en 67 bedienden/arbeiders zal omvatten. De kostprijs van alle bijbehorende maatregelen voor CSK zal 6,68 miljoen EUR bedragen, opgesplitst tussen kosten voor personeelsvergoedingen (3,34 miljoen EUR) en de betaling van pensioenrechten (3,34 miljoen EUR). Naar verwachting zullen de salariskosten, zodra dit plan is uitgevoerd, drastisch verlaagd zijn.

II.6.4.   Compenserende maatregelen

(46)

Het plan voorziet in de volgende compenserende maatregelen:

toezegging van CSK om gedurende een periode van drie jaar haar activiteiten niet uit te breiden naar andere, verwante markten (vleeshandel, oprichting van voorzieningen voor het snijden van vlees);

toezegging van CSK om gedurende een periode van drie jaar haar technologie voor het slachten van varkens niet op te waarderen met de aankoop van een lijn voor het bedwelmen van varkens met behulp van koolzuurgas;

toezegging van CSK om gedurende een periode van drie jaar geen beroep te doen op agressieve acties ter verhoging van haar marktaandelen tot een niveau boven dat van haar marktaandelen in 2009. Onder agressieve acties verstaan de Cypriotische autoriteiten: i) actieve reclamecampagnes, ii) agressieve prijsverlagingen, iii) technologische opwaarderingen om de kwaliteit te verbeteren, en iv) de overname van concurrenten.

(47)

Volgens de Cypriotische autoriteiten zou CSK haar capaciteit niet kunnen verlagen. De reden daarvoor is dat CSK slechts één productielijn per diersoort heeft. De Cypriotische autoriteiten stellen dat de verkoop van de bijbehorende machines om de capaciteit te verlagen erop zou neerkomen dat CSK het betrokken marktsegment verlaat.

II.7.   STANDSTILL-VERPLICHTING

(48)

Volgens de Cypriotische autoriteiten kan de herstructureringssteun uitsluitend worden verleend na goedkeuring door de Commissie.

II.8.   JAARVERSLAGEN

(49)

De Cypriotische autoriteiten hebben zich ertoe verbonden om regelmatig uitvoerige verslagen over de uitvoering van het herstructureringsplan in te dienen.

III.   KLACHT

(50)

Op 20 januari 2011 diende Cypra, een concurrent van CSK, een klacht in. Cypra is een particuliere onderneming die in 2006 actief werd op de Cypriotische slachtmarkt. Toen de klacht werd ingesteld, bezat Cypra het grootste marktaandeel op de markt voor de varkensslacht (71 %) en op de Cypriotische slachtmarkt in het algemeen (57 %).

(51)

Volgens de klacht zou de begunstigde in het recente verleden tal van vormen van steun hebben genoten. Meer bepaald wordt beweerd dat CSK de volgende steun zou hebben ontvangen:

a)

steun in de vorm van het voortdurend gedogen door de staat van vertragingen in de betaling van verschuldigde bedragen voor ongeveer 29 miljoen EUR, waaronder verschuldigde belastingen en socialezekerheidsbijdragen, leningen verstrekt door de Cypriotische kredietcommissie, de bijbehorende rente en bedragen die slachtvergoedingen vertegenwoordigen. Ter staving van deze bewering legde de indiener van de klacht een met redenen omkleed advies voor dat op 9 juli 2007 is uitgebracht door de Cypriotische commissaris voor staatssteun en dat op 20 juli 2007 is bekendgemaakt in het staatsblad van de Republiek Cyprus. Dit advies bevestigt inderdaad dat de Cypriotische autoriteiten, door na te laten de nodige stappen te ondernemen om de schulden van CSK te innen, in werkelijkheid staatssteun verlenen;

b)

wijziging van het bestemmingsplan van het perceel van CSK van een agrarische naar een industriële bestemming in maart 2007;

c)

een lening van 512 850 EUR verstrekt door de Vereniging van gemeenten, in december 2007;

d)

de reddingssteun van 1,6 miljoen EUR die in mei 2010 door de Europese Commissie is goedgekeurd en die volgens de indiener van de klacht niet zou zijn goedgekeurd als Cyprus de ware toedracht had bekendgemaakt, namelijk dat er al staatssteun was verleend.

(52)

De indiener van de klacht besluit dat de herstructureringssteun de concurrentie zal verstoren omdat de begunstigde de voorbije jaren voortdurend steun heeft ontvangen van de Cypriotische overheid.

(53)

De Commissie was van oordeel dat de bestemmingswijziging van het perceel van CSK geen overdracht van overheidsmiddelen bleek in te houden en dat de reddingssteun al grondig door de Commissie was onderzocht. De Commissie bood de Cypriotische autoriteiten daarom de kans om hun opmerkingen in te dienen betreffende de bewering dat er steun zou zijn verleend volgens de hierboven vermelde overweging 51, onder a) en c).

(54)

In hun antwoord van 4 maart 2011 gaven de Cypriotische autoriteiten ontoereikende informatie om aan te tonen dat het voortdurende gedogen van vertragingen in de betaling van verschuldigde bedragen geen staatssteun inhoudt. Wat de lening van 512 850 EUR betreft, gaven de Cypriotische autoriteiten aan dat CSK na een negatief advies van de Cypriotische commissaris voor staatssteun de lening met rente aan de Vereniging van gemeenten heeft terugbetaald, via de overdracht van grondeigendom.

IV.   BESLUIT VAN DE COMMISSIE VAN 20 APRIL 2011

(55)

Met haar besluit van 20 april 2011 besloot de Commissie om de procedure van artikel 108, lid 2, VWEU in te leiden. Zij besloot meer bepaald dat ten aanzien van de herstructureringssteun op het eerste gezicht was voldaan aan alle voorwaarden van artikel 107, lid 1. Ook meende zij dat er aanwijzingen waren dat er mogelijk andere steun was verleend in de vorm van: i) het voortdurend gedogen door de staat van vertragingen in de betaling van verschuldigde bedragen, ii) een lening van 512 850 EUR verstrekt door de Vereniging van gemeenten, iii) de vermeende steun in verband met door de overheid gegarandeerde obligaties, en iv) de overname van bestaand personeel en de bijbehorende pensioenverplichtingen door de gemeenten.

IV.1.   OPMERKINGEN VAN CYPRUS OVER HET BESLUIT VAN DE COMMISSIE VAN 20 APRIL 2011

(56)

De Cypriotische autoriteiten hebben hun opmerkingen over het besluit van de Commissie van 20 april 2011 ingediend bij schrijven van 24 juni 2011. De argumenten van de Cypriotische autoriteiten worden in de volgende overwegingen toegelicht.

IV.1.1.   Gedogen door de staat van vertragingen in de betaling van verschuldigde bedragen

(57)

In hun antwoord voeren de Cypriotische autoriteiten aan dat verschillende overheden, zoals de belastings- en de socialezekerheidsinstanties, in het verleden vonnissen van rechtbanken hebben verkregen waarbij CSK werd bevolen haar schulden aan de betrokken overheden te betalen. Op grond van artikel 18 van Wet 26(I) van 2003 kunnen de roerende en onroerende goederen van openbare slachthuizen echter niet vallen onder normale executiemaatregelen of beslagleggingen, noch onder andere procedures ten gevolge van een tegen hen ingesteld geding. Daarom kunnen de rechterlijke beslissingen die tegen CSK zijn uitgesproken in het kader van het huidige regelgevingskader niet worden afgedwongen.

(58)

Verder wordt aangevoerd dat, aangezien het onmogelijk is om rechterlijke beslissingen tegen CSK af te dwingen en gezien het lopende herstructureringsproces, de overheid geen verdere maatregelen zal treffen totdat het herstructureringsproces afgerond is. Ook wordt opgemerkt dat een andere handelwijze voor de inning van de schulden in kwestie geen enkel bedrag zou opleveren. De Cypriotische autoriteiten besluiten dat hun beslissing om herstructureringssteun aan CSK te verlenen een bewijs vormt van het voornemen van de regering om de schulden van CSK bij de overheidsdiensten af te lossen.

IV.1.2.   Lening van 512 850 EUR verstrekt door de Vereniging van gemeenten

(59)

De Cypriotische autoriteiten erkennen dat de Vereniging van gemeenten in december 2007 een lening van 512 850 EUR heeft verstrekt aan CSK. Na de indiening van een klacht besloot de Cypriotische commissaris voor staatssteun dat deze lening moest worden beschouwd als onrechtmatige exploitatiesteun die is verleend zonder voorafgaande aanmelding bij de Europese Commissie. De Cypriotische autoriteiten voegen daaraan toe dat CSK dit bedrag op 15 januari 2010 met rente heeft terugbetaald aan de Vereniging van gemeenten, via de overdracht van grondeigendom ter waarde van 580 000 EUR. De schatting van de grond is verricht door het departement Kadaster en Landmeting, dat als de officiële schatter van de overheid wordt beschouwd. De Cypriotische autoriteiten stellen dat de rente van 67 150 EUR overeenstemt met een jaarlijkse rentevoet van 6,12 %, als ook de jaarlijkse kapitalisatie in aanmerking wordt genomen. Volgens de Cypriotische autoriteiten is deze rentevoet niet lager dan de marktrentevoet voor onroerend onderpand tijdens de periode in kwestie.

IV.1.3.   Vermeende nieuwe steun in verband met door de overheid gegarandeerde obligaties

(60)

De Cypriotische autoriteiten herhalen dat de obligaties in kwestie in 1985 zijn uitgegeven met een overheidsgarantie en dat ze in 1992 en 1999 opnieuw zijn uitgegeven op grond van een door het parlement aangenomen wet. Op 9 juli 2007 beval de provinciale rechtbank van Lefkosia dat de schuld door de staat in zijn hoedanigheid van garant aan een van de obligatiehouders moest worden betaald. Na deze beslissing van de rechtbank moest de overheid de betrokken bedragen, met rente, terugbetalen. De staat had geen reconventionele vorderingen tegen CSK en daarom vervielen er geen vorderingen.

IV.1.4.   Overplaatsing van personeel naar de gemeenten

(61)

In verband met de overplaatsing van personeel naar de gemeenten voeren de Cypriotische autoriteiten aan dat hierbij sprake is van slechts 19 werknemers. De pensioenuitkeringen voor deze mensen zijn reeds meegenomen in de herstructureringskosten en bedragen volgens het herstructureringsplan 1,4 miljoen EUR. 13 gemeenten kwamen overeen om 15 van de 19 vaste personeelsleden van CSK in dienst te nemen en zodoende hun eigen personeelsbehoeften in te vullen. Na deze overeenkomst zouden het ministerie van Binnenlandse Zaken en het ministerie van Financiën niet toestaan dat er nieuwe of extra banen worden gecreëerd in de betrokken gemeenten.

(62)

Daarna is overeengekomen dat elke vaste werknemer van CSK na overplaatsing dezelfde functie en hetzelfde salaris zou ontvangen als bij CSK. Daarom is overeengekomen dat de gemeenten die de voormalige werknemers van CSK overnamen het gedeelte van het salaris zouden betalen dat overeenstemt met de salarisschaal voor een nieuwe werknemer en dat de overheid het salarisverschil zou bijpassen. De door de overheid betaalde bedragen zouden gelden vanaf de overplaatsing tot het einde van de beroepsloopbaan van elke betrokken werknemer. Voor de 15 werknemers van CSK wordt dit bedrag geraamd op ongeveer 3,4 miljoen EUR. Volgens de Cypriotische autoriteiten is er hierbij geen sprake van uitgaven die door CSK hadden moeten worden betaald, en is dit bedrag daarom niet opgenomen in de herstructureringskosten. Dit is de normale gang van zaken in dergelijke omstandigheden. De Cypriotische autoriteiten besluiten dat de maatregel daarom geen selectief karakter heeft en dus niet voldoet aan een van de voorwaarden voor het bestaan van staatssteun. De Cypriotische autoriteiten stellen echter dat zelfs als hier sprake zou zijn van staatssteun, deze steun een sociaal karakter zou hebben die verder reikt dan de belangen van de begunstigde. Voor dergelijke steunmaatregelen vermelden de richtsnoeren dat de Commissie een positieve aanpak voorstaat.

IV.1.5.   Efficiëntie van de maatregelen in het herstructureringsplan

(63)

Het herstructureringsplan voorspelt een groei van de slachthuismarkt met 2 % in de drie scenario's (bestcasescenario, worstcasescenario en tussenliggend scenario). De Cypriotische autoriteiten merken daarbij op dat dit percentage de gemiddelde jaarlijkse toename van slachtingen in Cyprus betreft in de periode 1998-2008. Deze voorspelling is ook gedaan door de directie van CSK voor de volgende periode van vijf jaar. Een afname van de groei met 0,5 % zou voor CSK een winstverlaging van 500 000 EUR betekenen, maar de begunstigde zou na de herstructureringsperiode nog altijd rendabel zijn.

(64)

Wat de kosten voor overplaatsing van het personeel naar de gemeenten betreft, herhalen de Cypriotische autoriteiten dat het hierbij slechts om 19 personen gaat en dat het merendeel van het overtollige personeel zal worden ontslagen.

(65)

In haar besluit van 20 april 2011 uit de Commissie haar twijfels over het vermogen van CSK om leningsovereenkomsten te sluiten met financiële instellingen. De Cypriotische autoriteiten stellen in dit verband dat CSK leningen is aangegaan bij handelsbanken, die normaal en zonder uitstel worden terugbetaald. Gezien het feit dat de eigendommen van CSK volgens de desbetreffende wetgeving, zoals hierboven toegelicht, niet onder normale executiemaatregelen of beslagleggingen kunnen vallen, worden de met de bank afgesloten leningen gedekt door overheidsgaranties. De Cypriotische autoriteiten voegen daaraan toe dat dit zal veranderen wanneer de onderneming wordt geherstructureerd en een andere rechtsvorm krijgt. In de toekomst zal de onderneming leningen tegen marktvoorwaarden krijgen dankzij haar eigendommen, waaronder vastgoed ter waarde van ongeveer 7 miljoen EUR. Wat de waarde van het vastgoed van CSK betreft, vermelden de Cypriotische autoriteiten dat die waarde is berekend door het departement Kadaster en Landmeting van het ministerie van Binnenlandse Zaken.

(66)

Tot slot herhalen de Cypriotische autoriteiten dat de problemen van CSK berusten op de volgende feiten: a) gebrek aan soepelheid in structuur en werking, b) hoge arbeidskosten en c) hoge schulden. Het herstructureringsplan slaagt erin deze oorzaken weg te werken door de rechtsvorm van de onderneming te wijzigen, de arbeidskosten te verminderen en de schulden van de onderneming te verlagen.

IV.1.6.   Efficiëntie van compenserende maatregelen

(67)

Wat de compenserende maatregelen betreft, herhalen de Cypriotische autoriteiten eerst en vooral hun bezorgdheid over de mogelijkheid dat Cypra een monopoliepositie zou kunnen verwerven op de markt. Volgens de Cypriotische autoriteiten heeft Cypra een schrijven gericht aan de Cypriotische ministers van Binnenlandse Zaken, Handel en Financiën waarin wordt gesteld dat de onderneming een marktaandeel van 71 % heeft op de markt voor de varkensslacht, dat haar prijzen 20 % hoger liggen en dat de voorkeur van de klanten onder meer toe te schrijven is aan het feit dat zij vlees van betere kwaliteit levert. Dit vormt volgens de Cypriotische autoriteiten een bewijs van het feit dat Cypra een dominante positie bekleedt en dat, als CSK stopt met haar activiteiten, de prijzen zullen stijgen. De Cypriotische autoriteiten voegen daaraan toe dat Cypra weliswaar haar voornemen heeft bekendgemaakt om binnen zes maanden actief te worden op de markt voor de runderslacht, maar dit tot dusver nog niet heeft gedaan. Voorts stellen de Cypriotische autoriteiten dat Cypra nog niet beschikt over alle nodige vergunningen inzake ruimtelijke ordening en andere vergunningen, wat haar intrede op het marktsegment voor de runderslacht binnen de hierboven vermelde termijn onwaarschijnlijk maakt. Volgens informatie waarover de Cypriotische autoriteiten beschikken, is geen enkele andere onderneming voornemens om in dat marktsegment activiteiten te ontplooien.

(68)

Wat de kwestie van overcapaciteit betreft, merken de Cypriotische autoriteiten op dat die in het segment van de varkensslacht 39 % bedraagt en dat de capaciteit in dit segment met 32 % gestegen is sinds Cypra in 2006 de markt heeft betreden, terwijl de overcapaciteit voor het slachten van geiten en schapen 51 % bedraagt en sinds de komst van Cypra met 17 % gestegen is. Dit wijst er volgens de Cypriotische autoriteiten op dat de overcapaciteit op de markt is veroorzaakt door de komst van Cypra. De Cypriotische autoriteiten besluiten dat, gezien de financiële toestand van CSK, elke bijkomende beperking op de activiteiten van CSK een negatieve invloed zou hebben op de levensvatbaarheid van deze onderneming.

IV.2.   OPMERKINGEN VAN DERDEN

IV.2.1.   Opmerkingen van de indiener van de klacht over het besluit van de Commissie van 20 april 2011

(69)

De indiener van de klacht heeft zijn opmerkingen over het besluit van de Commissie van 20 april 2011 ingediend bij schrijven van 4 juli 2011. In haar schrijven herhaalt Cypra dat de pan-Cypriotische organisatie van rundveehouders voornemens is om een slachthuis op te richten.

(70)

Wat de compenserende maatregelen betreft, merkt Cypra op dat, als de herstructureringssteun wordt toegekend en als de varkenshouders bij CSK worden betrokken, met daarbij nog de bouw van het nieuwe slachthuis van A&A, de levensvatbaarheid van Cypra in het gedrang komt. De reden is dat het aantal varkensslachtingen die bij Cypra zullen gebeuren, dan fors zal dalen. Cypra herinnert er ook aan dat het onlangs belangrijke bedragen heeft geïnvesteerd in het optrekken van haar capaciteit. De onderneming voegt er ook aan toe dat de Varkenshoudersvereniging van Cyprus (die 100 % van de varkenshouders op het eiland vertegenwoordigt) betrokken is bij het herstructureringsproces. Blijkbaar biedt de regering deze vereniging aandelen in de nieuwe onderneming die na de herstructurering zal worden opgericht. Dit alleen al druist volgens Cypra in tegen de verplichting om geen beroep te doen op agressieve maatregelen om het marktaandeel gedurende drie jaar te verhogen. Wat de capaciteit betreft, hebben de ondernemingen Cypra, A&A en Trimithias een capaciteit van meer dan 20 000 varkensslachtingen per week, terwijl de betrokken productie ongeveer 14 000 stuks is.

(71)

Cypra stelt dat de Cypriotische autoriteiten, voordat de steun wordt goedgekeurd, dienen aan te tonen dat CSK een lening van 5 miljoen EUR zou kunnen krijgen. In elk geval bestaat de beste oplossing er volgens de indiener van de klacht in om de productielijn voor varkensslachtingen te sluiten. Dit zou geen tekorten op de markt teweegbrengen aangezien de andere ondernemingen in de behoeften van het land kunnen voorzien. Cypra plaatst ook vraagtekens bij de nauwe banden tussen huidige en voormalige leden van de Cypriotische regering en de directie van CSK, die, als ze worden voortgezet, zouden neerkomen op onrechtmatig gedrag tegen particuliere slachthuizen.

(72)

Wat de vorderingen van de overheid tegen CSK betreft, beweert Cypra dat CSK veterinaire vergoedingen van 900 000 EUR heeft geïnd die niet zijn teruggegeven aan de staat. Wat de overplaatsing van personeel betreft, heeft de overheid ermee ingestemd om de kosten voor de overplaatsing van de werknemers te subsidiëren door, voor alle werknemers die zullen worden overgeplaatst, het verschil te betalen tussen het salaris van een pas in dienst genomen werknemer (bij de gemeenten) en het huidige salaris van de werknemer. Voorts zal de overheid voor de werknemers die in de nieuwe onderneming werkzaam blijven 40 % van het vorige salaris subsidiëren, totdat ze uit dienst treden, terwijl de nieuwe onderneming 60 % zal betalen.

(73)

Wat de eigen bijdrage van de onderneming betreft, beweert Cypra dat de verkoop van het vastgoed van CSK op de vrije markt dient te gebeuren. Cypra vermoedt dat de waarde van de grond in kwestie, zoals aangetoond door de huur die de overheid aan een andere onderneming (Sigan Management Limited) in hetzelfde gebied aanrekent, veel lager is dan de waarde die wordt vermeld in het herstructureringsplan. Wat de door de Vereniging van gemeenten verstrekte lening van 512 850 EUR betreft, betwijfelt Cypra of deze lening is terugbetaald via de overdracht van grondeigendom.

(74)

Tot slot stelt de indiener van de klacht voor dat een eventuele toekomstige herstructurering van CSK de tijdelijke verhuring van de runderslachtlijn aan de pan-Cypriotische organisatie van rundveehouders moet omvatten, evenals de tijdelijke verhuring van de productielijn voor geiten/schapen aan belangstellenden en de sluiting van de varkensslachtlijn. Wanneer de pan-Cypriotische organisatie van rundveehouders haar eigen slachthuis opricht, moet het slachthuis van CSK sluiten en dient de overheid de betrokken grond te verkopen aan derden.

IV.2.2.   Opmerkingen van andere belanghebbenden over het besluit van de Commissie van 20 april 2011

(75)

Een aantal andere belanghebbenden heeft opmerkingen over het besluit van de Commissie van 20 april 2011 ingediend.

(76)

Eén concurrerende onderneming (A&A Sfagia Ltd) stelt dat zij onlangs haar productielijn heeft gemoderniseerd en dat zij momenteel in staat is om 35-40 % van de behoeften van het land aan varkensslachtingen en 30 % van de behoeften van het land aan geiten-/schapenslachtingen te dekken. De onderneming stelt voorts dat het herstructureringsplan van CSK geen rekening houdt met ontwikkelingen zoals de modernisering van de productielijn bij concurrenten van CSK, zoals die van A&A of de onderneming Agioi Trimithias. Bijgevolg wordt aangevoerd dat de situatie van de begunstigde veel slechter is dan wordt voorgesteld in het herstructureringsplan, zelfs als met het worstcasescenario rekening wordt gehouden. Bovendien beweert A&A dat het argument van de Cypriotische autoriteiten, als zou Cypra een monopoliepositie verwerven als CSK stopt met een van haar productielijnen, niet geldig is, gezien de modernisering van de productielijnen bij A&A en Agioi Trimithias en de capaciteit van beide ondernemingen. Volgens A&A zijn de voorgestelde compenserende maatregelen onaanvaardbaar. De enige geloofwaardige en aanvaardbare compenserende maatregel is dat CSK stopt met het slachten van varkens. Tegelijkertijd dient het bestuur van CSK in handen te worden gegeven van een directieteam met marktervaring en mag slechts een klein aantal werknemers in de onderneming werkzaam blijven voor de werking van de slachtlijnen voor runderen en geiten/schapen.

(77)

Een belanghebbende die heeft gevraagd om zijn opmerkingen vertrouwelijk te behandelen, stelt dat CSK zijn plichten in het kader van de EU-afvalrichtlijnen plichtsgetrouw nakomt. De concurrenten van CSK hebben echter misbruik gemaakt van de ontoereikende uitvoering en controle van de desbetreffende EU-richtlijnen door de plaatselijke autoriteiten, wat voor CSK oneerlijke directe en indirecte concurrentie betekent. Dat is op zijn beurt een van de redenen van de huidige financiële toestand van de onderneming omdat CSK, in tegenstelling tot haar concurrenten, vergoedingen betaalt voor de verwerking van haar afval.

(78)

Een belanghebbende, de Varkenshoudersvereniging van Cyprus, uit haar bezorgdheid over de „agressiviteit van de dominante onderneming in het segment van de varkensslacht”, namelijk Cypra. Er wordt gesteld dat, als CSK haar activiteiten stopzet, Cypra een monopoliepositie zou verwerven, tenminste toch in het segment van de varkensslacht. Voorts wordt gesteld dat de intrede in het segment van de runderslacht niet waarschijnlijk is. De vereniging merkt ook op dat varkenshouders onlangs een onderneming hebben opgericht die momenteel 60 % van de productie van het land in handen heeft. Momenteel kiest de klant (de groot- of kleinhandelaar in vlees) het slachthuis. De vereniging merkt echter op dat deze onderneming in de toekomst haar keuze voor een slachthuis zou kunnen baseren op de levensvatbaarheid van het slachthuis, bijvoorbeeld door offertes voor het slachten van haar dieren te eisen. Gezien de structuur van de Cypriotische markt mag de levensvatbaarheid van geen enkele onderneming daarom vanzelfsprekend worden geacht.

IV.3.   OPMERKINGEN VAN CYPRUS AANGAANDE DE OPMERKINGEN VAN BELANGHEBBENDEN

(79)

Bij schrijven van 8 november 2011 hebben de Cypriotische autoriteiten gereageerd op de opmerkingen van de belanghebbenden.

(80)

Wat de opmerkingen van A&A betreft, stellen de Cypriotische autoriteiten dat het herstructureringsplan uitging van de marktsituatie ten tijde van de opstelling van dat plan. Het plan hield inderdaad rekening met de werking van de slachthuizen van Agioi Trimithias en Cypra. Wat de opening van de nieuwe voorziening van A&A betreft, is CSK van mening dat dit de marktsituatie niet ingrijpend zal beïnvloeden. Er wordt op gewezen dat de opmerkingen van A&A uitgaan van het feit dat deze onderneming zou profiteren van een mogelijk verdwijnen van CSK van de markt. Als dat gebeurt, zou CSK echter worden ontbonden en zouden de activa van CSK niet volstaan om de schulden af te lossen. In dat geval zal de overheid de schulden van CSK overnemen en zou een andere particuliere marktdeelnemer het slachthuis kunnen heropenen. Anderzijds biedt het herstructureringsplan CSK de mogelijkheid om zelf haar schulden te dekken en tegelijkertijd is er ook de mogelijkheid om particuliere investeerders te verwelkomen. Wat de compenserende maatregelen betreft, stellen de Cypriotische autoriteiten dat A&A haar suggesties niet onderbouwt en dat deze bovendien willekeurig zijn, economisch niet hard te maken en in elk geval niet zouden leiden tot de levensvatbaarheid van de onderneming. De Cypriotische autoriteiten beweren voorts dat de opmerkingen van A&A de indruk wekken dat het herstructureringsplan niet zorgvuldig zou zijn opgesteld. A&A lijkt echter basiselementen van de desbetreffende wetgeving en van het herstructureringsplan zelf te negeren.

(81)

Wat de opmerkingen van Cypra betreft, stellen de Cypriotische autoriteiten dat het in verband met het monopolierisico op dit ogenblik niet duidelijk is of er nieuwe slachthuizen zullen opengaan. De autoriteiten zouden in elk geval de voorkeur geven aan maatregelen die CSK in staat stellen de bedrijfsvoering voort te zetten en die de totstandkoming van monopolies of oligopolies beletten. De herstructurering van CSK past in dit streven, met name als CSK actief blijft in het segment van de varkensslacht. De bezorgdheid van Cypra om de eigen levensvatbaarheid blijkt meer in verband te staan met de heropening van het slachthuis van A&A, in combinatie met de verdere werking van CSK. Wat de identiteit van de particuliere investeerders betreft, merken de Cypriotische autoriteiten op dat de mogelijke investeerders inderdaad leden van de Varkenshoudersvereniging van Cyprus zouden kunnen zijn. Dit zou echter niet betekenen dat een van de voorwaarden voor een dergelijke deelneming erin zou bestaan dat het aantal varkensslachtingen van CSK moet toenemen of dat de varkenshouders klanten moeten zijn van CSK.

(82)

De Cypriotische autoriteiten verwerpen de bewering als zou er een nauwe relatie bestaan tussen voormalige en huidige leden van de regering en CSK en doen dergelijke beweringen af als ongegrond. Wat de veterinaire vergoedingen betreft, stellen zij dat deze geleidelijk worden terugbetaald. Ter illustratie merken de Cypriotische autoriteiten op dat CSK in de periode 2008-2011 vergoedingen heeft betaald voor een bedrag van 479 000 EUR. Wat de verkoop van het vastgoed van CSK betreft, melden de Cypriotische autoriteiten dat de schatting van de grond is verricht door een onafhankelijke schatter (het departement Kadaster en Landmeting) en dat de beweringen van Cypra hier eveneens ongegrond zijn. De Cypriotische autoriteiten hebben een schrijven van het departement Kadaster en Landmeting van de overheid overgelegd, waarin het prijsverschil tussen de door Sigan Management Limited betaalde huur en de schatting van de grond van CSK wordt verantwoord. Tot slot beweren de Cypriotische autoriteiten dat de voorstellen van Cypra niet kunnen worden aanvaard. Zelfs als de herstructurering van CSK niet wordt afgerond, zal de overheid of de vereffenaar van CSK de plicht en het recht hebben om de activa van CSK te verkopen of te verhuren aan particuliere investeerders of ondernemingen.

IV.4.   AANVULLENDE INFORMATIE VAN DE CYPRIOTISCHE AUTORITEITEN

(83)

Op verzoek van de Commissie hebben de Cypriotische autoriteiten aanvullende toelichtingen en geactualiseerde informatie verstrekt bij schrijven van 30 maart 2012 en 26 november 2012. Zij hebben deze op 14 mei 2013 nog met extra elementen aangevuld.

(84)

Wat de openstaande schulden van CSK betreft, verstrekte Cyprus een uitsplitsing daarvan met het schrijven van 30 maart 2012 en preciseerde het de aard van deze schulden en hun actuele vervaldatums in het schrijven van 26 november 2012. De Cypriotische autoriteiten vestigden bovendien de aandacht van de Commissie op het feit dat Wet 26(I) van 2003, die de structuur, organisatie en werking van centrale slachthuizen, zoals CSK, regelt en volgens welke de roerende en onroerende eigendommen van dergelijke organisaties niet onder normale executiemaatregelen of beslagleggingen kunnen vallen, noch onder een andere procedure ten gevolge van een tegen hen ingestelde rechtszaak, slechts de vervanging is van Wet 69 van 1981 inzake slachthuizen, die in artikel 22 precies dezelfde bepalingen bevat. De Cypriotische autoriteiten dringen er daarom bij de Commissie op aan om te onderzoeken in welke mate die bepaling van de wet van 2003 bestaande steun vormt uit hoofde van het desbetreffende toetredingsverdrag en wijzen op een soortgelijke steunmaatregel die door de Commissie is onderzocht (E 12/2005 — Polen — Onbeperkte overheidsgarantie ten gunste van Poczta Polska) waar de Commissie van oordeel was dat, hoewel de bestaande wetgevingsbepaling die de onderneming in kwestie belette om failliet te gaan, was opgenomen in een wet van 2003, daarbij sprake was van bestaande staatssteun omdat de kern van die bepaling terug te voeren was tot een wet uit 1934.

(85)

De Cypriotische autoriteiten bevestigden voorts in hun schrijven van 14 mei 2013 dat de bedragen die in verband met de herstructurering moeten worden vereffend, nominale bedragen plus achterstallige rente omvatten. Ze bevestigden voorts dat de uitstaande schuld ten aanzien van de veterinaire diensten gaandeweg door CSK zal worden betaald na de herstructurering.

(86)

Wat betreft de overplaatsing van werknemers naar gemeenten, vermeldden de Cypriotische autoriteiten in hun schrijven van 30 maart 2012 dat op de datum van dat schrijven acht werknemers reeds waren overgeplaatst op vraag van de gemeenten zelf, die extra personeel nodig hadden en dat het ministerie van Binnenlandse Zaken en het ministerie van Financiën in het heersende economische klimaat niet in staat waren om de creatie van nieuwe/bijkomende banen in de gemeenten goed te keuren. Het herstructureringsplan voorziet in de overplaatsing van in totaal 15 werknemers en omvat een voorziening voor pensioenrechten voor die 15 werknemers. Volgens het plan zullen de gemeenten die werknemers een bedrag betalen dat overeenstemt met de eerste graad van de salarisschaal, net zoals zij zouden doen bij de indiensttreding van een nieuwe werknemer voor dezelfde functie, en zal de staat zal dan het verschil met het huidige salaris van de werknemers bijpassen. Het totaalbedrag voor dit salarisverschil van 15 werknemers wordt door de Cypriotische autoriteiten geraamd op 3 342 450 EUR vanaf de overplaatsingsdatum tot de pensionering van elk van die werknemers. In datzelfde verband beklemtoonden de Cypriotische autoriteiten dat volgens de wet op de beëindiging van arbeidsovereenkomsten (N 24/1976) de minimumkostprijs voor het ontslaan van 15 werknemers in particuliere slachthuizen overeenstemt met een verplichte opzegtermijn van acht weken. Volgens de Cypriotische autoriteiten is een particulier slachthuis niet verplicht om daarbovenop een ontslagvergoeding te betalen, tenzij er daarover specifieke collectieve overeenkomsten zijn gesloten met de vakbonden. Dezelfde autoriteiten vermeldden voorts dat de belangrijkste concurrent van CSK blijkbaar geen collectieve overeenkomsten met de vakbonden heeft gesloten.

(87)

De Cypriotische autoriteiten legden bovendien een geactualiseerd ondernemingsplan over, dat gebaseerd is op recente ontwikkelingen en marktgegevens. Ze verstrekten ook een geactualiseerde uitsplitsing van de daadwerkelijke herstructureringskosten en de financiering daarvan en legden in dat verband een schatting van het vastgoed van CSK over, uitgevoerd op 24 april 2013 door het departement Kadaster en Landmeting van het ministerie van Binnenlandse Zaken, dat de marktwaarde van de terreinen en gebouwen van CSK op ongeveer 8,16 miljoen EUR raamt.

(88)

Dezelfde autoriteiten erkenden in hun schrijven van 14 mei 2013 ook dat, wat betreft de afsluiting van een nieuwe lening, het twijfelachtig was of een dergelijke lening in het huidige economische klimaat zou worden verstrekt.

V.   BEOORDELING VAN DE STEUN

V.1.   TOEPASSELIJKHEID VAN STAATSSTEUNREGELS

(89)

CSK is werkzaam op het gebied van het slachten van dieren, namelijk schapen/geiten, varkens en runderen. Artikel 180 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (8), die op het ogenblik van de aanmelding van de herstructureringssteun voor CSK van toepassing was, bepaalt dat de artikelen 87, 88 en 89 van het Verdrag (nu de artikelen 107, 108 en 109 VWEU) van toepassing zijn op de productie van en de handel in rundvlees, varkensvlees, schapen- en geitenvlees. Daarom moeten de maatregelen in kwestie worden onderzocht in het licht van de staatssteunregels.

V.2.   AANWEZIGHEID VAN STEUN

(90)

Overeenkomstig artikel 107, lid 1, VWEU zijn steunmaatregelen van de staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalsen of dreigen te vervalsen, verboden, voor zover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt.

(91)

De herstructureringssteun wordt verleend door de staat Cyprus en bezorgt de ontvanger een selectief voordeel, aangezien de steun uitsluitend aan CSK wordt verleend. Volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie wijst het enkele feit dat de concurrentiepositie van een onderneming ten opzichte van andere concurrerende ondernemingen wordt versterkt door het verschaffen van een economisch voordeel dat deze anders in het kader van de normale uitoefening van haar activiteiten niet zou hebben gehad, erop dat mogelijk sprake is van concurrentievervalsing (9). CSK is actief op een markt waar handelsverkeer tussen de lidstaten plaatsvindt, waardoor de steun de concurrentie vervalst of dreigt te vervalsen en deze het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt aangezien een voordeel wordt toegekend aan CSK ten opzichte van haar concurrenten, en het grensoverschrijdende vervoer van slachtdieren is toegestaan. Voorts mogen buitenlandse investeerders investeren in slachthuizen op Cyprus. Daarom vormt de maatregel in kwestie staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU.

(92)

Dit besluit betreft niet alleen de herstructureringssteun, maar ook verschillende andere mogelijke vormen van steun die aan CSK zouden zijn verleend of zullen worden verleend. Het betreft met name i) het voortdurend gedogen door de staat van vertragingen in de betaling van verschuldigde bedragen, ii) een lening van 512 850 EUR verstrekt door de Vereniging van gemeenten, iii) de vermeende steun in verband met door de overheid gegarandeerde obligaties, en iv) de overname van bestaand personeel en de bijbehorende pensioenverplichtingen door de gemeenten.

V.2.1.   Gedogen door de staat van vertragingen in de betaling van verschuldigde bedragen

(93)

Het feit dat de staat voortdurend uitstel van betaling van vorderingen op CSK gedoogt, kan normaal vallen onder de definitie van staatssteun krachtens artikel 107, lid 1, VWEU: volgens vaste rechtspraak kan de voorkeursbehandeling van een onderneming door de staat inzake de inning van schulden worden beschouwd als staatssteun. Volgens de rechtspraak van de EU (10) kan een vermindering van de schuldenlast door de staat als schuldeiser of het nalaten van de staat om uitstaande schulden te innen steun vormen op voorwaarde dat een particuliere schuldeiser in dezelfde of vergelijkbare omstandigheden niet op dezelfde wijze zou hebben gehandeld. In onderhavig geval blijkt dat de steun wel degelijk is verleend met behulp van overheidsmiddelen, aangezien de staat inkomsten derft die hij anders uit de terugbetaling van de schulden van CSK zou hebben verkregen. Zoals vermeld in overweging 23 hierboven, had CSK per 31 december 2011 bij de Cypriotische kredietcommissie achterstallige schulden van ongeveer 11 miljoen EUR, achterstallige betalingen van ongeveer 8,7 miljoen EUR bij de socialezekerheids- en de belastingsinstanties en ongeveer 1,3 miljoen EUR openstaande diergeneeskundige rekeningen. Voorts blijkt dat de steunmaatregel CSK een selectief voordeel bezorgt, aangezien zij specifiek aan deze onderneming is verleend. Dezelfde overwegingen als in overweging 91 hierboven gelden ook voor de voorwaarde van concurrentievervalsing en invloed op de handel. Het feit dat de staat uitstel van betaling gedoogt voor de bedragen die door CSK verschuldigd zijn, vormt daarom steun in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU.

V.2.2.   Lening van 512 850 EUR

(94)

Wat de lening van 512 850 EUR bij de Vereniging van gemeenten betreft, hebben de Cypriotische autoriteiten aangegeven dat dit bedrag in december 2007 werd toegekend. Na een negatief advies van de Cypriotische commissaris voor staatssteun, heeft CSK dit bedrag op 15 januari 2010 met rente terugbetaald aan de Vereniging van gemeenten door de overdracht van grond ter waarde van 580 000 EUR. De schatting van de grond is verricht door het departement Kadaster en Landmeting, dat als de officiële schatter van de overheid wordt beschouwd.

(95)

De Cypriotische autoriteiten stellen dat de rente van 67 150 EUR overeenstemt met een jaarlijkse rentevoet van 6,12 %, met inbegrip van de jaarlijkse kapitalisatie. Volgens de Cypriotische autoriteiten is deze rentevoet niet lager dan de marktrentevoet voor onroerend onderpand tijdens de periode in kwestie. De Commissie merkt op dat de basisrentevoet voor Cyprus in de referentieperiode schommelt tussen 4,99 % (december 2007) tot 1,24 % (januari 2010). Uit hoofde van de vorige mededeling van de Commissie over de methode waarmee de referentie- en disconteringspercentages worden vastgesteld (11), moest de basisrente worden vermeerderd met 75 basispunten om het desbetreffende referentiepercentage te bepalen. Volgens de nieuwe mededeling van de Commissie over de herziening van de methode waarmee de referentie- en disconteringspercentages worden vastgesteld (12), die geldig is sinds 1 juli 2008, moet er gemiddeld een marge van 220 basispunten worden bijgeteld (bij normale zekerheidstelling en bevredigende kredietwaardigheid of bij hoge zekerheidstelling en geringe kredietwaardigheid). De rente van 6,12 % p.a. die door CSK aan de Vereniging van gemeenten is betaald, was gemiddeld hoger dan het toepasselijke referentiepercentage voor de periode tussen december 2007 tot januari 2010. Daarom kon de Commissie in principe aanvaarden dat, wat betreft de lening van 512 850 EUR van de Vereniging van gemeenten aan CSK, een mogelijke steunmaatregel is terugbetaald aan de Vereniging van gemeenten.

(96)

De hierboven vermelde referentiepercentages gelden echter niet voor ondernemingen in moeilijkheden. Zoals reeds vermeld in overweging 21 erkende de Commissie in haar besluit waarin zij de reddingssteun aan CSK goedkeurde, dat hier sprake was van een onderneming in moeilijkheden. Dit was gestoeld op het argument van de Cypriotische autoriteiten voordat het betrokken besluit werd aangenomen, zoals is gestaafd door de rekeningen van de onderneming voor de jaren 2006-2009. Het feit dat de onderneming in juli 2007 in gebreke bleef in verband met haar obligaties en dat bijgevolg de staat Cyprus als garant moest optreden (zie overweging 60) is een extra staving van deze constatering. In 2007 bleek CSK de typische symptomen van een onderneming in moeilijkheden te vertonen: toenemende verliezen, een dalende omzet, overcapaciteit, een geringere kasstroom en een vermindering van de waarde van de nettoactiva, zoals beschreven in punt 11 van de toen geldende richtsnoeren inzake reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden (13). Zowel de vorige mededeling van de Commissie over de methode waarmee de referentie- en disconteringspercentages worden vastgesteld, als de nieuwe mededeling van de Commissie over de herziening van de methode waarmee de referentie- en disconteringspercentages worden vastgesteld, voorziet in een risicomarge van ten minste 400 basispunten voor ondernemingen in moeilijkheden. Aangezien CSK reeds in december 2007 voldeed aan de voorwaarden om te worden aangemerkt als een onderneming in moeilijkheden, vormt het verschil tussen de daadwerkelijk betaalde rente en de rente die de onderneming had moeten betalen, rekening houdend met een risicomarge van 400 basispunten, staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU.

V.2.3.   Obligaties met overheidsgarantie

(97)

In 1985 gaf CSK obligaties uit met een overheidsgarantie. Deze werden in 1992 en 1999 heruitgegeven. Cyprus had in verband daarmee een wet aangenomen. Hieruit blijkt dat de steun is verleend voordat Cyprus tot de Europese Unie is toegetreden. In feite wordt, uit hoofde van punt 2.1 van de mededeling van de Commissie betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag (nu de artikelen 107 en 108 VWEU) op staatssteun in de vorm van garanties (14), steun in de vorm van een garantie verleend op het tijdstip dat de garantie wordt toegekend en niet op het tijdstip waarop de garantie wordt aangesproken of waarop betalingen uit hoofde van de garantie plaatsvinden. De Commissie erkent daarom dat er geen staatssteun is verleend op het ogenblik dat de garantie in 2007 werd aangesproken.

V.2.4.   Staatssteun in verband met de overplaatsing van personeel

(98)

Tot slot zal een deel van het personeel, zoals aangegeven in het herstructureringsplan, worden overgeplaatst naar de gemeenten. Zoals de Cypriotische autoriteiten hebben toegelicht in hun schrijven van 20 april 2011, zijn de pensioenrechten van de werknemers die naar de gemeenten zullen worden overgeplaatst, in de herstructureringskosten opgenomen en bedragen deze 1,4 miljoen EUR. De sociale kosten die niet in het herstructureringsplan zijn opgenomen, betreffen het gedeelte van het salaris van de werknemers boven het salarisniveau van een nieuw in dienst genomen werknemer bij een gemeente tot het salaris dat elke werknemer bij CSK verdiende. Dat bedrag wordt op 3,4 miljoen EUR geraamd.

(99)

Elke maatregel die een onderneming vrijstelt van kosten die normaal gezien zijn opgenomen in haar begroting, vormt staatssteun. Dit omvat ook kosten in verband met de salarissen van werknemers. Het Hof van Justitie heeft in dit verband geoordeeld dat het feit dat overheidsmaatregelen meerkosten beogen te compenseren, niet betekent dat die maatregelen niet als steun kunnen worden aangemerkt (15).

(100)

De Commissie is daarom van oordeel dat het salarisverschil ten bedrage van 3,4 miljoen EUR voor de werknemers die worden overgeplaatst naar de gemeenten, staatssteun vormt ten gunste van CSK.

V.3.   VERENIGBAARHEID VAN DE STEUN

(101)

Het verbod op staatssteun uit hoofde van artikel 107, lid 1, VWEU, sluit niet uit dat bepaalde categorieën steun kunnen worden aangemerkt als verenigbaar met de interne markt op grond van de uitzonderingen vastgesteld in de leden 2 en 3 van dat artikel.

(102)

Bij toepassing van de afwijkingen overeenkomstig artikel 107, lid 3, onder c), VWEU kan de Commissie steun als verenigbaar met de interne markt aanmerken, indien deze ten doel heeft de ontwikkeling van bepaalde vormen van economische bedrijvigheid of van bepaalde regionale economieën te vergemakkelijken, mits de voorwaarden waaronder het handelsverkeer plaatsvindt daardoor niet zodanig worden veranderd dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad. Hierbij moet echter worden aangestipt dat staatssteun aan een onderneming in moeilijkheden, in beginsel, alleen verenigbaar kan worden verklaard uit hoofde van de richtsnoeren inzake reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden (16), aangezien steun aan een onderneming in moeilijkheden normaal gezien ongeschikt is om een legitieme doelstelling van verenigbaarheid te bereiken zolang de levensvatbaarheid van de onderneming twijfelachtig blijft.

V.3.1.   Gedogen door de staat van vertragingen in de betaling van verschuldigde bedragen

(103)

Uit hoofde van de punten 66 en 67 van de richtsnoeren van de Europese Unie voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden 2014-2020 (17), moeten steunmaatregelen een stimulerend effect hebben. Een stimulerend effect doet zich voor wanneer de steun het gedrag van de onderneming zodanig verandert dat zij extra activiteiten onderneemt die aan de ontwikkeling van de sector bijdragen en die zij zonder de steun niet, of slechts in beperktere mate of op een andere wijze zou hebben uitgevoerd. Eenzijdige staatssteun die louter bedoeld is om de financiële situatie van ondernemingen te verbeteren, maar op geen enkele wijze tot de ontwikkeling van de sector bijdraagt, wordt aangemerkt als exploitatiesteun die onverenigbaar is met de interne markt.

(104)

Het voortdurende gedogen van vertragingen in de betaling van door CSK verschuldigde bedragen was niet gekoppeld aan investeringen, opleidingen, het scheppen van banen of een andere tegenprestatie die van de begunstigde werd vereist. De steun was louter bedoeld om de financiële toestand van de begunstigde te versterken. De Commissie is daarom van mening dat deze steun exploitatiesteun vormt, die onverenigbaar is met de interne markt.

(105)

In onderhavig geval moet ook worden onderzocht of deze steunmaatregel kan worden aangemerkt als bestaande steun.

(106)

Uit hoofde van bijlage IV.4, punt 4, van het toetredingsverdrag van Cyprus, worden steunregelingen en individuele steunmaatregelen voor activiteiten in verband met de productie, de verwerking of het in de handel brengen van landbouwproducten, die in een nieuwe lidstaat in werking treden vóór de datum van toetreding en die na die datum van toepassing blijven, beschouwd als bestaande steunmaatregelen in de zin van artikel 88, lid 1, van het EG-Verdrag (nu artikel 108, lid 1, VWEU) als de steunmaatregel binnen vier maanden na de datum van toetreding is aangemeld bij de Commissie. De lijst die Cyprus na zijn toetreding op 1 mei 2004 heeft meegedeeld en die door de Commissie is bekendgemaakt (18) bevatte geen steunmaatregelen ten voordele van CSK. De onderhavige steunmaatregel kan daarom niet worden aangemerkt als bestaande steun in de zin van bijlage IV.4, punt 4, van het toetredingsverdrag.

(107)

Het herstructureringsplan voorziet echter, onder meer, in de omzetting van CSK naar een privaatrechtelijke onderneming. Deze omzetting zal een einde maken aan de huidige rechtsvorm van CSK die in de toekomst dan ook zal worden onderworpen aan normale faillissementsprocedures.

(108)

Het herstructureringsplan voorziet voorts in de volledige betaling van de schulden van de onderneming aan het socialezekerheidsfonds en aan de belastingadministratie, evenals de vereffening van vervallen schulden aan de Cypriotische kredietcommissie (zie overweging 44). Voorts hebben de Cypriotische autoriteiten bevestigd dat de openstaande schulden aan de dienst Diergeneeskunde na de herstructurering gaandeweg zullen worden afgebouwd. Zij stellen dat hun beslissing om herstructureringssteun aan CSK te verlenen een bewijs vormt van het voornemen van de regering om de schulden van CSK bij de overheidsdiensten af te lossen.

(109)

Aangezien een onderneming in moeilijkheden, zoals CSK, in beginsel slechts verenigbare steun mag krijgen op grond van een goedgekeurd reddings- en herstructureringsplan, zal de vereffening van openstaande schulden daarom rechtstreeks worden behandeld bij de beoordeling van de verenigbaarheid van de herstructureringssteun.

V.3.2.   Lening van 512 850 EUR

(110)

Zoals aangetoond in overweging 96 hierboven, kan niet worden uitgesloten dat er een aanvullend steunelement aanwezig was in verband met de lening van 512 850 EUR, verstrekt door de Vereniging van gemeenten, die nog niet door CSK is afgelost. Dergelijke aanvullende steun zou niet gekoppeld zijn aan investeringen, opleidingen, het scheppen van banen of een andere tegenprestatie die van de begunstigde werd vereist. De steun zou louter bedoeld zijn om de financiële toestand van de begunstigde te versterken. Dergelijke steun zou daarom exploitatiesteun vormen, die onverenigbaar is met de interne markt. Een dergelijk aanvullend steunelement zou nog altijd moeten worden terugbetaald aan de Vereniging van gemeenten en zou de openstaande schulden van CSK verhogen. De vereffening van die schulden zal worden behandeld onder de schulden die moeten worden vereffend als onderdeel van de herstructurering (zie overweging 109 hierboven).

V.3.3.   Steun aan personeel

(111)

De Commissie heeft altijd vastgehouden aan het standpunt dat de compensatie voor zogenoemde gestrande kosten (d.w.z. kosten die voortvloeien uit verbintenissen die dateren van vóór de liberalisering van de markt en die in een concurrerende markt niet langer kunnen worden nagekomen onder dezelfde marktvoorwaarden) in bepaalde omstandigheden kan worden aangemerkt als verenigbaar met de interne markt.

(112)

In dit verband heeft zij erkend dat de geleidelijke overgang van een situatie met een zeer beperkte concurrentie naar een situatie met daadwerkelijke concurrentie op het niveau van de Unie moet geschieden onder aanvaardbare economische voorwaarden. Daarom heeft zij in een aantal besluiten aanvaard dat de lidstaten staatssteun verlenen om de historische marktdeelnemer van een deel van zijn lasten uit het verleden te bevrijden. De Commissie heeft zich in haar besluitvormingspraktijk op het standpunt gesteld dat de verlichting beperkt moet blijven tot hetgeen noodzakelijk is om de sociale lasten die de historische marktdeelnemer als kosten draagt, gelijk te schakelen met de sociale lasten van zijn concurrenten (19).

(113)

In onderhavig geval wordt geoordeeld dat CSK, doordat hier sprake is van een openbare nutsonderneming, een structureel nadeel ondervindt in vergelijking met haar concurrenten, aangezien zij hoge arbeidskosten moet betalen die nog dateren uit de periode vóór de toetreding van Cyprus tot de EU in 2004 waarin de slachthuismarkt op Cyprus nog niet geliberaliseerd was (zie de overwegingen 35 en 36).

(114)

In hun antwoord van 30 maart 2012 stellen de Cypriotische autoriteiten dat volgens de wet op de beëindiging van arbeidsovereenkomsten (N 24/1976) de minimumkostprijs voor het ontslaan van 15 werknemers in particuliere slachthuizen overeenstemt met een verplichte opzegtermijn van acht weken (zie overweging 86 hierboven). Volgens de Cypriotische autoriteiten is een particulier slachthuis niet verplicht om daarbovenop een ontslagvergoeding te betalen, tenzij er daarover specifieke collectieve overeenkomsten zijn gesloten met de vakbonden, wat — volgens de Cypriotische autoriteiten — niet het geval is voor de belangrijkste concurrent van CSK.

(115)

De Commissie is daarom van oordeel dat het salarisverschil van 3,4 miljoen EUR voor werknemers die worden overgeplaatst naar de gemeenten als verenigbaar met de interne markt kan worden aangemerkt, maar dat dit, aangezien CSK een onderneming in moeilijkheden is, door Cyprus in de desbetreffende herstructureringskosten had moeten worden opgenomen. De beoordeling van de verenigbaarheid zal daarom rechtstreeks onder de beoordeling van de verenigbaarheid van de herstructureringssteun worden behandeld.

V.3.4.   Herstructureringssteun

(116)

Om te beoordelen of hier sprake is van verenigbare steun op grond van artikel 107, lid 3, onder c), VWEU, moet deze worden onderzocht volgens de voorwaarden die zijn vastgesteld in de toepasselijke richtsnoeren inzake reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden.

(117)

Op 9 juli 2014 heeft de Commissie nieuwe richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden vastgesteld (20). Volgens punt 136 van deze nieuwe richtsnoeren, zullen aanmeldingen die door de Commissie vóór 1 augustus 2014 zijn geregistreerd, worden getoetst aan de criteria die gelden op het tijdstip van de aanmelding.

(118)

Op het tijdstip van de aanmelding van de herstructureringssteun ten gunste van CSK (3 november 2010) waren de communautaire richtsnoeren inzake reddings- en herstructureringssteun van ondernemingen in moeilijkheden (de „richtsnoeren”) van toepassing. Onderhavige steunmaatregel moet daarom worden onderzocht volgens de bepalingen van die richtsnoeren.

V.3.4.1.   Subsidiabiliteit van de begunstigde

(119)

Eerst en vooral moet worden onderzocht of de begunstigde een onderneming in moeilijkheden is in de zin van de punten 10 en 11 van de richtsnoeren. De Cypriotische autoriteiten hebben reeds in het kader van steunmaatregel N 60/10 aangetoond dat CSK een onderneming in moeilijkheden was aangezien zij de typische symptomen van een onderneming in moeilijkheden vertoonde (onder meer toenemende verliezen, een dalende omzet, een groeiende overcapaciteit, een geringere kasstroom, een toename van de schulden en een vermindering van de waarde van de nettoactiva) en dat zij niet in staat was om haar herstel te verwezenlijken met haar eigen middelen of met van haar eigenaren/aandeelhouders of op de markt verkregen kapitaal (zie overweging 21). De negatieve trend in de economische ontwikkeling van CSK heeft zich sindsdien doorgezet (zie de overwegingen 22 en 23). CSK kan daarom worden aangemerkt als een onderneming in moeilijkheden in de zin van punt 11 van de richtsnoeren.

(120)

Ook aan de voorwaarde in punt 12 van de richtsnoeren is voldaan aangezien CSK geen pas opgerichte onderneming is, maar in 1981 is opgericht. Tot slot bevestigden de Cypriotische autoriteiten in het kader van steunmaatregel N 60/10 dat CSK geen deel uitmaakt van een groter concern.

(121)

Hoofdstuk 5 van de richtsnoeren bevat specifieke bepalingen die van toepassing zijn op herstructureringssteun in de landbouwsector. Steunmaatregelen ten gunste van ondernemingen die landbouwproducten verwerken en in de handel brengen, worden echter niet behandeld in dat hoofdstuk. Aangezien CSK werkzaam is op het gebied van de verwerking en het in de handel brengen van landbouwproducten, gelden de specifieke bepalingen van de richtsnoeren die van toepassing zijn op herstructureringssteun in de landbouwsector niet in onderhavig geval.

V.3.4.2.   Herstel van de levensvatbaarheid op lange termijn

(122)

Volgens punt 34 van de richtsnoeren kan er herstructureringssteun worden toegekend op voorwaarde dat er een herstructureringsplan ten uitvoer wordt gelegd dat voor alle individuele steunmaatregelen door de Commissie dient te worden goedgekeurd. Volgens punt 35 van de richtsnoeren moet het herstructureringsplan binnen een redelijk tijdsbestek de levensvatbaarheid op lange termijn van de onderneming herstellen.

(123)

In onderhavig geval heeft Cyprus inderdaad een herstructureringsplan goedgekeurd en dit ook aan de Commissie meegedeeld in het kader van de op 3 november 2010 ingediende aanmelding. Zoals vereist door de richtsnoeren is het plan volledig en omvat het een uitgebreide marktstudie van de Cypriotische slachthuismarkt. Op vraag van de Commissie hebben de Cypriotische autoriteiten op 26 november 2012 een actualisering van het ondernemingsplan ingediend, met een bijwerking van financiële prognoses en marktgegevens.

(124)

Het oorspronkelijke plan beschrijft uitvoerig de problemen waarmee CSK werd geconfronteerd en die de levensvatbaarheid van de onderneming aantastten. De belangrijkste reden waren het gebrek aan flexibiliteit van CSK als overheidsonderneming, de zware schulden en de personeelskosten. De herstructureringsmaatregelen die hierboven in de overwegingen 43 tot en met 45 zijn beschreven (wijziging van rechtsvorm, verlaging van de schuldenlast van de onderneming, personeelsafslanking) zouden kunnen bijdragen tot het herstel van de levensvatbaarheid van de onderneming. Het oorspronkelijke herstructureringsplan gaat uit van de feitelijke resultaten van het jaar 2009 en de eerste acht maanden van 2010 en een geraamde marktgroei van 2 % per jaar. De Cypriotische autoriteiten stellen dat dit percentage overeenstemde met de gemiddelde jaarlijkse toename van slachtingen in Cyprus tijdens de periode 1998-2008 en dat dit ook de vijfjarenprognose is die de directie van CSK in het oorspronkelijke herstructureringsplan had gemaakt (zie overweging 63). De gegevens en prognoses voor de ontwikkeling van de onderneming worden gegeven tot 2017.

(125)

De in het oorspronkelijke plan verwachte financiële resultaten voor de drie scenario's (verwacht, bestcase- en worstcasescenario) en die door de Cypriotische autoriteiten naar voren zijn gebracht, zijn weergegeven in de onderstaande tabellen (cijfers in duizend EUR).

Verwacht scenario

Jaar

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Productiekosten

3 029

3 006

3 083

3 121

3 196

3 255

3 403

Administratiekosten

451

458

466

476

485

495

504

Bedrijfsinkomsten

4 867

5 041

5 15

5 341

5 459

5 666

5 791

Niet met de bedrijfsvoering samenhangende bedragen

3 277

– 1 494

– 1 167

– 1 178

– 1 123

– 962

– 893

Overschot

4 833

275

547

660

687

958

993

Bestcasescenario

Jaar

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Productiekosten

3 369

3 343

3 429

3 470

3 555

3 620

3 686

Administratiekosten

457

463

472

481

491

500

510

Bedrijfsinkomsten

5 426

5 620

5 750

5 955

6 086

6 317

6 456

Niet met de bedrijfsvoering samenhangende bedragen

3 277

– 1 494

– 1 164

– 1 161

– 1 087

– 925

– 855

Overschot

5 081

604

831

979

1 091

1 417

1 577

Worstcasescenario

Jaar

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Productiekosten

2 734

2 710

2 781

2 813

2 881

2 932

2 986

Administratiekosten

444

451

459

469

478

487

497

Bedrijfsinkomsten

4 303

4 457

4 560

4 723

4 827

5 011

5 121

Niet met de bedrijfsvoering samenhangende bedragen

3 277

– 1 494

– 1 279

– 1 332

– 1 322

– 1 205

– 182

Overschot

4 535

– 82

147

215

254

497

568

(126)

De drie scenario's vertonen een duidelijke verlaging van de productie- en administratiekosten (die in 2009 respectievelijk nog ongeveer 4,5 miljoen EUR en 1,5 miljoen EUR bedroegen) waarmee CSK vanaf 2011 zou kunnen komen tot een nettowinst (met uitzondering van een nettoverlies van ongeveer 80 000 EUR in 2012 in het worstcasescenario).

(127)

Deze resultaten moeten echter worden gezien tegen de achtergrond van de algemene financiële positie van CSK en in verband met de verwachte kasstromen. De gecumuleerde verliezen leidden tegen einde 2009 tot een negatief eigen vermogen van ongeveer 28,6 miljoen EUR. Zelfs in het bestcasescenario van het oorspronkelijke ondernemingsplan zou CSK niet opnieuw tot een positief eigen vermogen komen (prognose van een negatief eigen vermogen van ongeveer 3 miljoen EUR tegen het einde van de prognosehorizon in 2017). Bovendien voorspelt het verwachte scenario nog steeds negatieve nettokasstromen voor de periode 2012-2016. In dit verband zij ook opgemerkt dat er geen kapitaaluitgaven in de begroting zijn opgenomen tot en met 2012 en dat er daarna slechts rekening is gehouden met 200 000 EUR voor de jaren 2013 en 2014 en 100 000 EUR voor de periode 2015-2017. Gezien het voorspelde afschrijvingsniveau — gaande van 595 000 EUR in 2011 tot 346 000 EUR in 2017 — in alle scenario's zou dit onvoorzichtig zijn.

(128)

In november 2012 dienden de Cypriotische autoriteiten op vraag van de Commissie geactualiseerde financiële prognoses in voor de periode 2013-2020 volgens het verwachte en het worstcasescenario. Beide scenario's nemen de financiële situatie, het personeelsbestand en de personeelsvergoedingen, de marktomvang en het marktaandeel van CSK per 31 augustus 2012 als uitgangspunt. Volgens de Cypriotische autoriteiten wordt aangenomen dat CSK opnieuw de marktaandelen zal halen die zijn gebruikt in het oorspronkelijke herstructureringsplan (in het respectieve scenario). Hun belangrijkste argument voor deze aanname is dat tal van klanten niet langer werken met CSK, ook al beweren zij dat zij met CSK willen werken, omdat het niet zeker is dat CSK actief zal blijven en zij een dienstverlener voor het slachten van hun dieren willen inschakelen waarvan zij zeker kunnen zijn.

(129)

Het geactualiseerde ondernemingsplan bevat de volgende prognoses (cijfers in duizend euro):

Geactualiseerd verwacht scenario

Jaar

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Productiekosten

3 058

3 151

3 070

3 117

3 192

3 248

3 305

3 363

Administratiekosten

604

470

468

478

486

496

504

514

Bedrijfsinkomsten

4 472

4 495

4 495

4 596

4 762

4 868

5 053

5 164

Niet met de bedrijfsvoering samenhangende bedragen

2 303

– 1 253

– 1 107

– 1 078

– 1 068

– 919

– 764

– 724

Overschot

3 568

76

305

374

432

610

867

950

Geactualiseerd worstcasescenario

Jaar

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Productiekosten

2 981

3 015

2 918

2 938

2 993

3 027

3 072

3 123

Administratiekosten

604

470

468

478

486

496

504

514

Bedrijfsinkomsten

3 922

3 935

3 823

3 852

3 933

3 959

4 110

4 201

Niet met de bedrijfsvoering samenhangende bedragen

2 303

– 1 291

– 1 207

– 1 240

– 1 307

– 1 243

– 1 185

– 1 251

Overschot

3 095

– 386

– 315

– 340

– 389

– 334

– 168

– 194

(130)

De situatie van het eigen vermogen van CSK is in dit geactualiseerde ondernemingsplan nog slechter door het latere herstel van de rentabiliteit. In het geactualiseerde verwachte scenario is er nog altijd sprake van een negatief eigen vermogen van ongeveer 10,4 miljoen EUR op het einde van de prognosehorizon (2020) en geen positieve nettokasstroom voor de periode 2015-2020.

(131)

De Commissie merkt op dat het originele ondernemingsplan uitgaat van een geraamde marktgroei van 2 % per jaar (zie overweging 124). Volgens de informatie die de Cypriotische autoriteiten op 26 november 2012 hebben verstrekt, vertoont de Cypriotische markt voor het slachten van dieren een algemene neerwaartse trend met een stagnatie in 2010, een inkrimping van 2 % in 2011 en een verdere inkrimping van 3,8 % in 2012 (zie overweging 31). Bovendien was Cypra intussen actief geworden in het segment voor de runderslacht en was de overcapaciteit op de markt in het algemeen toegenomen. Tegen deze achtergrond is het verrassend dat de Cypriotische autoriteiten in verband met het geactualiseerde ondernemingsplan (ingediend in november 2012) aannemen dat CSK opnieuw de marktaandelen zou behalen als weergegeven in het originele herstructureringsplan (zie overweging 128 hierboven).

(132)

De Commissie is bijgevolg van oordeel dat in het licht van de algemeen zwakke financiële positie van CSK (negatief eigen vermogen op het einde van de prognosehorizon, zelfs in het bestcasescenario van het originele ondernemingsplan, zie overweging 127 hierboven) en de krappe kasstroomtoestand van de onderneming in combinatie met de ongunstige marktomstandigheden, het beoogde herstructureringsplan de onderneming niet in staat zal stellen om de levensvatbaarheid op lange termijn te herstellen.

V.3.4.3.   Voorkoming van ongerechtvaardigde vervalsing van de mededinging

(133)

Uit hoofde van punt 38 van de richtsnoeren dienen compenserende maatregelen te worden genomen om te garanderen dat de ongunstige effecten op de voorwaarden waaronder het handelsverkeer plaatsvindt, zo beperkt mogelijk blijven, zodat de positieve effecten opwegen tegen de negatieve effecten.

(134)

Uit hoofde van punt 39 van de richtsnoeren kan het bij deze maatregelen onder meer gaan om de afstoting van activa, inkrimping van capaciteit of van de aanwezigheid op de markt, en verlaging van de toegangsdrempels op de betrokken markten. Dergelijke maatregelen mogen niet resulteren in een aantasting van de marktstructuur, doordat zulks bijvoorbeeld indirect een monopolie of een eng oligopolie doet ontstaan. Uit hoofde van punt 40 van de richtsnoeren moeten de compenserende maatregelen in verhouding staan tot de mededingingsverstorende effecten van de steun, en met name tot de grootte en het relatieve belang van de onderneming op haar markt of markten. Het zij opgemerkt dat overeenkomstig punt 56 van de richtsnoeren de voorwaarden voor de goedkeuring van steun minder streng kunnen zijn ten aanzien van de tenuitvoerlegging van compenserende maatregelen voor een onderneming die in een steungebied gevestigd is. Zoals eerder vermeld, is CSK inderdaad gelegen in een steungebied in de zin van artikel 107, lid 3, onder c), VWEU.

(135)

De in het herstructureringsplan voorgestelde compenserende maatregelen (overweging 46 van het besluit) betreffen alleen het gedrag en niet de afstoting van activa, inkrimping van capaciteit of van de aanwezigheid op de markt. De Cypriotische autoriteiten brengen in dit verband de volgende argumenten naar voren:

(136)

Het herstructureringsplan stelt dat het marktaandeel van CSK in de Europese markt minimaal is, en dat haar marktaandeel op Cyprus de laatste jaren gestaag is gekrompen. Dit was toe te schrijven aan de sterke concurrentie van andere marktdeelnemers, en dan met name Cypra. Het argument over het kleine marktaandeel van CSK op Europees niveau lijkt niet relevant te zijn. Hoewel grensoverschrijdend vervoer van slachtdieren is toegestaan (zie overweging 91) doen de klanten van slachthuizen op Cyprus in de praktijk geen beroep op slachtdiensten buiten Cyprus. Voorts is de Commissie van oordeel dat, hoewel het aandeel van CSK in de Cypriotische slachtmarkt fors is gedaald van 68 % in 2005 tot ongeveer 31 % in 2010 en 26,5 % in 2012 (zie de overwegingen 30 tot en met 33), haar marktaandeel nog altijd groot is.

(137)

Het oorspronkelijke plan stelde voorts dat, als CSK de activiteiten zou stopzetten, dit ernstige marktverstoringen en concurrentieproblemen zou veroorzaken. Zo zou de seizoensvraag naar vlees wellicht niet kunnen worden ingevuld door de beperkte capaciteit van andere marktdeelnemers. Voorts zou geen enkele onderneming de betrokken diensten hebben kunnen verlenen aangezien CSK als enige onderneming actief was op het gebied van het slachten van runderen. Ook werd gesteld dat Cypra vrijwel het monopolie op de markt zou hebben voor het slachten van varkens en een zeer hoog marktaandeel van de markt voor het slachten van geiten/schapen. Tot slot gaven de Cypriotische autoriteiten aan dat, zelfs al waren er aanwijzingen dat er een nieuwe marktdeelnemer actief zou worden op de markt, er ten tijde van de aanmelding van de herstructurering geen andere onderneming actief was op de markt voor het slachten van runderen. Recentere gegevens tonen echter aan dat Cypra tegen einde 2012 de markt voor het slachten van runderen daadwerkelijk heeft betreden, met een aanvullende dagelijkse slachtcapaciteit van 104 dieren ten opzichte van de bestaande capaciteit van 200 dieren van CSK (zie overweging 32).

(138)

De Commissie kan bijgevolg de door de Cypriotische autoriteiten aangevoerde argumenten niet aanvaarden. Het is mogelijk dat CSK zonder de steun insolvent zou zijn, en dat een andere onderneming de activa van CSK zou kunnen overnemen, en dan de activiteiten voortzetten. In dat geval zou de algemene marktcapaciteit niet lager komen te liggen en zou Cypra geen quasimonopolie kunnen verwerven. Zelfs als Cypra de activa van CSK zou overnemen, blijkt dat er een grote afnemersmacht is in beide segmenten — namelijk het slachten van varkens en van runderen — die de creatie van een enge oligopolistische markt en een prijsstijging zo niet onmogelijk, dan toch zeer onwaarschijnlijk zou maken. Zo merkte de Varkenshoudersvereniging van Cyprus bijvoorbeeld op dat zij onlangs een onderneming heeft opgericht die 60 % van de nationale productie in handen heeft. Zij erkennen voorts dat de onderneming haar slachthuiskeuze in de toekomst zou kunnen baseren op overwegingen in verband met de levensvatbaarheid van het slachthuis in kwestie. Hetzelfde geldt voor de rundveehouders. Hun vereniging vertegenwoordigt in totaal 75 % van de nationale productie, en het valt moeilijk voor te stellen hoe de slachthuizen extra-concurrerende prijzen zouden kunnen opleggen.

(139)

Voorts is het duidelijk dat de markt met een overcapaciteit kampt. De Cypriotische autoriteiten geven dit toe in hun opmerkingen. De uittrede van CSK uit de markt zou geen tekorten veroorzaken in de verschillende slachtsegmenten.

(140)

Wat de voorgestelde compenserende maatregelen betreft, stelt het plan dat de afstoting van productiecapaciteit of de inkrimping van de aanwezigheid op de markt eenvoudigweg niet mogelijk is in het geval van CSK. CSK is een kleine onderneming die alleen dieren slacht en geen andere activiteiten verricht. De productielijn van CSK varieert slechts in zeer kleine mate afhankelijk van de diersoort. Elk slachttype wordt uitgevoerd door hetzelfde personeel, terwijl een aantal diensten (bijv. belading) voor alle productielijnen hetzelfde is. Daarom stelt het plan dat een capaciteitsvermindering CSK gewoon niet levensvatbaar zou maken.

(141)

Het is inderdaad zo dat CSK actief is in een steungebied en dat de Commissie daarom beperkte compenserende maatregelen kan aanvaarden. CSK zou dan echter nog altijd moeten voldoen aan de richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun, en de afstoting van activa, inkrimping van capaciteit of van de aanwezigheid op de markt en beperkingen van toetredingsbelemmeringen op de betrokken markt moeten opnemen, en dat zou moeten leiden tot een vermindering van de aanwezigheid op de markt van CSK in vergelijking met de toestand vóór de herstructurering. De precieze reikwijdte van de nodige compenserende maatregelen hangt af van de marktstructuur en de effecten van de steun op de concurrentie.

(142)

De Commissie besluit dat de Cypriotische autoriteiten geen bewijs hebben overgelegd dat ongerechtvaardigde vervalsing van de mededinging zal worden voorkomen. Daarom is de Commissie van oordeel dat de door Cyprus voorgestelde maatregelen ontoereikend zijn.

V.3.4.4.   Beperking van de steun tot het minimum: reële bijdrage, vrij van steun

(143)

De richtsnoeren (punt 43) bepalen dat de steun qua bedrag en intensiteit beperkt moet blijven tot het strikt noodzakelijke minimum aan herstructureringskosten voor de uitvoering van de herstructurering naargelang van de financiële draagkracht van de onderneming, van haar aandeelhouders of van het concern waarvan zij deel uitmaakt.

(144)

Punt 44 van de richtsnoeren stelt dat de Commissie in de regel een bijdrage aan de herstructurering van minstens 50 % in het geval van grote ondernemingen (zoals CSK in dit geval) passend acht. Volgens de punten 55 en 56 van de richtsnoeren kunnen minder strenge voorwaarden worden gesteld voor de goedkeuring van steun ten aanzien van de omvang van de bijdrage van de begunstigde onderneming, als die in een steungebied is gevestigd.

(145)

Volgens het oorspronkelijke herstructureringsplan bedroeg de totale kostprijs voor de herstructurering van CSK ongeveer 27 miljoen EUR, waarvan 15 miljoen EUR door de staat diende te worden verstrekt in de vorm van herstructureringssteun en de resterende 12 miljoen EUR zou worden gefinancierd door eigen bijdragen van CSK (verkoop van vastgoed ter waarde van 7 miljoen EUR en het afsluiten van een nieuwe leningsovereenkomst voor 5 miljoen EUR). Volgens dit oorspronkelijke herstructureringsplan zou de deelneming van de onderneming 44,4 % van de totale herstructureringskosten hebben uitgemaakt (zie de overwegingen 25 en 26). De Cypriotische autoriteiten hebben bevestigd dat het bedrag van de steun uitsluitend zou worden gebruikt om aan de schulden van CSK af te lossen. Daarom zal dit bedrag uitsluitend worden gebruikt voor de tenuitvoerlegging van het herstructureringsplan en zal het de onderneming geen kasoverschot bezorgen dat dan zou kunnen worden gebruikt voor activiteiten die niets met de herstructurering te maken hebben.

(146)

In hun schrijven van 14 mei 2013 gaven de Cypriotische autoriteiten aan dat de herstructureringskosten intussen waren opgelopen tot ongeveer 29,8 miljoen EUR. Zoals aangegeven in overweging 115 hierboven, dient bovendien het salarisverschil van 3,4 miljoen EUR voor de werknemers die naar de gemeenten worden overgeplaatst, eveneens in de herstructureringskosten te worden opgenomen, zodat die in totaal komen op 33,2 miljoen EUR. De bijdrage van CSK blijft ongewijzigd en zou dus slechts 36 % bedragen van de totale, gestegen herstructureringskosten. Daarnaast gaven de Cypriotische autoriteiten in hetzelfde schrijven toe dat het twijfelachtig was dat CSK in het huidige economische klimaat de beoogde lening zou krijgen. Als alleen de opbrengst van de verkoop van de grond voor ongeveer 7 miljoen EUR in aanmerking wordt genomen, vormt de eigen bijdrage van CSK slechts 21 % van het totaal, wat de Commissie veel te laag acht, zelfs voor een begunstigde die in een steungebied is gevestigd (21).

V.3.4.5.   Volledige tenuitvoerlegging van het plan

(147)

De herstructureringssteun wordt verleend op voorwaarde dat het herstructureringsplan ten uitvoer wordt gelegd. De Cypriotische autoriteiten hebben in feite bevestigd dat het herstructureringsplan door de begunstigde niet (volledig of gedeeltelijk) ten uitvoer is gelegd binnen het vastgestelde tijdsbestek, wat zou leiden tot de annulering van de steun en de verplichting om de reeds verleende bedragen terug te betalen.

V.3.4.6.   Controle en jaarverslag

(148)

De Cypriotische autoriteiten hebben toegezegd om jaarlijks een verslag in te dienen met daarin de informatie die volgens punt 51 van de richtsnoeren vereist is.

V.3.4.7.   „Eenmalige steun”

(149)

Volgens de richtsnoeren mag herstructureringssteun slechts éénmaal om de tien jaar worden verleend.

(150)

De Cypriotische autoriteiten bevestigden in verband met het besluit inzake de reddingssteun dat CSK voordien geen reddings- of herstructureringssteun heeft gekregen.

V.3.5.   Reddingssteun

(151)

De Cypriotische autoriteiten verbonden zich er in punt 28 van het besluit inzake de reddingssteun toe om de Commissie uiterlijk zes maanden nadat de reddingssteunmaatregel was goedgekeurd, op de hoogte te brengen van een herstructureringsplan, een liquidatieplan of bewijs dat de lening volledig was terugbetaald en/of dat de garantie was stopgezet (22). Tot dusver heeft de Commissie van de Cypriotische autoriteiten geen mededelingen ontvangen in dit verband.

VI.   CONCLUSIE

(152)

De Commissie concludeert dat de herstructureringssteun die Cyprus op 3 november 2010 heeft aangemeld, in het licht van de in de overwegingen 132, 142 en 146 vermelde overwegingen, onverenigbaar is met de interne markt.

(153)

De Commissie vraagt Cyprus om in verband met de reddingssteun van 1,6 miljoen EUR voor CSK die bij besluit van de Commissie van 6 mei 2010 is goedgekeurd, uit hoofde van punt 27 van de richtsnoeren bewijs over te leggen dat de steun is terugbetaald, dan wel een liquidatieplan van CSK te verstrekken.

(154)

De Commissie gelast Cyprus alle steun die aan CSK is verleend in verband met het gedogen door de staat van vertragingen in de betaling van verschuldigde bedragen en in verband met de overplaatsing van personeel naar de gemeenten, terug te vorderen, en tevens alle nog niet aan de Vereniging van gemeenten terugbetaalde steun met betrekking tot de lening van 512 850 EUR terug te vorderen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De steun die Cyprus voornemens is toe te kennen voor de herstructurering van het centrale slachthuis van Kofinos („CSK”), is onverenigbaar met de interne markt.

De tenuitvoerlegging van deze steunmaatregel is bijgevolg ongeoorloofd.

Artikel 2

Cyprus deelt de Commissie binnen twee maanden vanaf de kennisgeving van dit besluit mee welke maatregelen het heeft genomen om te voldoen aan artikel 1.

Artikel 3

De reddingssteun van 1,6 miljoen EUR voor CSK die bij besluit van de Commissie van 6 mei 2010 is goedgekeurd, evenals de steun in verband met het gedogen door de staat van vertragingen in de betaling van verschuldigde bedragen, in verband met de overplaatsing van personeel naar de gemeenten en in verband met de lening van 512 850 EUR, vormen staatssteun die onverenigbaar is met de interne markt.

Artikel 4

1.   Cyprus vordert de in artikel 3 bedoelde steun van de begunstigde, CSK, terug.

2.   De terug te vorderen bedragen omvatten rente vanaf de datum waarop zij de begunstigde ter beschikking zijn gesteld tot de datum van de daadwerkelijke terugbetaling ervan.

3.   De rente wordt op samengestelde grondslag berekend overeenkomstig hoofdstuk V van Verordening (EG) nr. 794/2004 van de Commissie (23) en Verordening (EG) nr. 271/2008 van de Commissie (24) tot wijziging van Verordening (EG) nr. 794/2004.

4.   Cyprus schorst alle uitstaande betalingen van de in artikel 3 bedoelde steun vanaf de datum dat dit besluit is gegeven.

Artikel 5

1.   De terugvordering van de in artikel 3 bedoelde steun geschiedt onverwijld en daadwerkelijk.

2.   Cyprus zorgt ervoor dat onderhavig besluit binnen vier maanden vanaf de datum van kennisgeving ervan ten uitvoer wordt gelegd.

Artikel 6

1.   Binnen twee maanden vanaf de kennisgeving van dit besluit verstrekt Cyprus de volgende informatie aan de Commissie:

a)

het totale van de begunstigde terug te vorderen bedrag (hoofdsom en terugvorderingsrente);

b)

een gedetailleerde beschrijving van de reeds genomen of de voorgenomen maatregelen om aan dit besluit te voldoen;

c)

documenten waaruit blijkt dat de begunstigde werd gelast de steun terug te betalen.

2.   Cyprus houdt de Commissie op de hoogte van de stand van uitvoering van de nationale maatregelen die het heeft genomen om dit besluit ten uitvoer te leggen, en dit tot de in artikel 3 bedoelde steun volledig is terugbetaald. Het verstrekt, op eenvoudig verzoek van de Commissie, onverwijld alle inlichtingen over de reeds genomen en de voorgenomen maatregelen om aan dit besluit te voldoen. Het verstrekt tevens nadere inlichtingen over de reeds door de begunstigde terugbetaalde steunbedragen en terugvorderingsrente.

Artikel 7

Dit besluit is gericht tot de Republiek Cyprus.

Gedaan te Brussel, 16 januari 2015.

Voor de Commissie

Phil HOGAN

Lid van de Commissie


(1)  PB C 165 van 7.6.2011, blz. 12.

(2)  Besluit van de Commissie van 6 mei 2010 betreffende steunmaatregel N 60/10 (PB C 233 van 28.8.2010, blz. 2).

(3)  Zie voetnoot 1.

(4)  Staatsblad bijlage I(I), nr. 3679 van 31 januari 2003.

(5)  Berekend als grootvee-eenheden in de zin van artikel 4, punt A, van Richtlijn 64/433/EEG van de Raad van 26 juni 1964 inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees (PB 121 van 29.7.1964, blz. 1977/64).

(6)  PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36.

(7)  Berekend als grootvee-eenheden (GVE), artikel 4, punt A, van Richtlijn 64/433/EEG.

Bron: Departement Veterinaire Aangelegenheden, ministerie van Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Milieu.

(8)  Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (integrale-GMO-verordening) (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1).

(9)  Arrest van het Hof van 17 september 1980 in zaak 730/79, Philip Morris Holland BV/Commissie van de Europese Gemeenschappen, Jurispr. 1980, blz. 2671, punt 11.

(10)  Zie bijvoorbeeld het arrest van het Gerecht in zaak T-152/99, HAMSA/Commissie, Jurispr. 2002, blz. II-3049, punt 156 e.v.

(11)  PB C 273 van 9.9.1997, blz. 3.

(12)  PB C 14 van 19.1.2008, blz. 6.

(13)  PB C 244 van 1.10.2004, blz. 2.

(14)  PB C 155 van 20.6.2008, blz. 10.

(15)  Zaak 30/59, Gezamenlijke Steenkolenmijnen in Limburg/Hoge Autoriteit, Jurispr. 1961, blz. 3, punten 29 en 30; zaak C-251/97, Franse Republiek/Commissie, Jurispr. 1999, blz. I-6639, punten 40, 46 en 47, en gevoegde zaken C-71/09 P, C-73/09 P en C-76/09 P, Comitato Venezia vuole vivere/Commissie, Jurispr. 2011, blz. I-4727, punten 90-96.

(16)  De richtsnoeren van 2004 inzake reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden zijn van toepassing zoals toegelicht in de overwegingen 117 en 118 hieronder.

(17)  PB C 204 van 1.7.2014, blz. 1.

(18)  Mededeling van de Commissie — Steunmaatregelen van de staten — Bekendmaking van bestaande steunmaatregelen van de nieuwe lidstaten voor de landbouwsector (PB C 147 van 17.6.2005, blz. 2).

(19)  Beschikking 2008/204/EG van de Commissie van 10 oktober 2007 betreffende de door Frankrijk toegekende staatssteun in verband met de hervorming van de financieringswijze van de pensioenen van de overheidsambtenaren ten laste van La Poste (PB L 63 van 7.3.2008, blz. 16).

(20)  PB C 249 van 31.7.2014, blz. 1.

(21)  Als er een extra steunelement zou zijn geweest in verband met de lening van de Vereniging van gemeenten (zie overweging 110) dat bij de herstructureringskosten zou moeten worden opgeteld, dan zou de eigen bijdrage van CSK zelfs nog minder zijn.

(22)  Zie voetnoot 1.

(23)  Verordening (EG) nr. 794/2004 van de Commissie van 21 april 2004 tot uitvoering van Verordening (EU) 2015/1589 van de Raad tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PB L 140 van 30.4.2004, blz. 1).

(24)  Verordening (EG) nr. 271/2008 van de Commissie van 30 januari 2008 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 794/2004 van de Commissie van 21 april 2004 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG-Verdrag (PB L 82 van 25.3.2008, blz. 1).


23.4.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 108/61


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2016/645 VAN DE COMMISSIE

van 22 april 2016

betreffende bepaalde beschermende maatregelen tegen nodulaire dermatose in Bulgarije

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2016) 3261)

(Slechts de tekst in de Bulgaarse taal is authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 89/662/EEG van de Raad van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (1), en met name artikel 9, lid 4,

Gezien Richtlijn 90/425/EEG van de Raad van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en producten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (2), en met name artikel 10, lid 4,

Gezien Richtlijn 92/119/EEG van de Raad van 17 december 1992 tot vaststelling van algemene communautaire maatregelen voor de bestrijding van bepaalde dierziekten en van specifieke maatregelen ten aanzien van de vesiculaire varkensziekte (3), en met name artikel 14, lid 2,

Gezien Richtlijn 2002/99/EG van de Raad van 16 december 2002 houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (4), en met name artikel 4, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Nodulaire dermatose is een voornamelijk door een vector overgedragen virusziekte van runderen die wordt gekenmerkt door ernstige verliezen bij vatbare dieren en die het potentieel heeft zich erg snel te verspreiden, met name via verplaatsingen van en handel in vatbare levende dieren en daarvan verkregen producten. Nodulaire dermatose vormt geen bedreiging voor de volksgezondheid aangezien het virus niet op mensen kan worden overgedragen.

(2)

Richtlijn 92/119/EEG bevat algemene maatregelen voor de bestrijding van bepaalde dierziekten, waaronder nodulaire dermatose. Hieronder vallen de maatregelen die moeten worden genomen als nodulaire dermatose in een bedrijf wordt vermoed en bevestigd. De maatregelen die moeten worden genomen omvatten de afbakening van beschermings- en toezichtsgebieden rond de uitbraken en andere extra maatregelen om verspreiding van de ziekte te bestrijden. In het geval van een uitbraak van nodulaire dermatose voorzien die maatregelen ook in noodinenting.

(3)

In artikel 14, lid 2, van Richtlijn 92/119/EEG is bepaald dat wanneer de betrokken epizoötie in een bepaald gebied een uitzonderlijk ernstig karakter heeft, alle door de betrokken lidstaten te nemen extra maatregelen worden vastgesteld volgens de comitéprocedure.

(4)

Op 12 april 2016 heeft Bulgarije de Commissie in kennis gesteld van de vermoedelijke aanwezigheid van nodulaire dermatose in twee rundveebedrijven, respectievelijk gelegen in de dorpen Voden en Chernogorovo in de gemeente Dimitrovgrad in de regio Haskovo in het centraal-zuidelijke deel van Bulgarije, op ongeveer 80 km van de grenzen met de buurlanden. Op 13 april 2016 heeft Bulgarije kennis gegeven van de bevestiging van de twee uitbraken van nodulaire dermatose, alsook van het vermoeden van de aanwezigheid van nodulaire dermatose in de buurgemeente Vodenicharovo in de regio Stara Zagora. Op 15 april 2016 heeft Bulgarije nieuwe uitbraken bevestigd in het dorp Bialo Pole, gelegen in de regio Stara Zagora, en in de dorpen Radievo en Marijno in de regio Haskovo.

(5)

Bulgarije heeft in Richtlijn 92/119/EEG bepaalde maatregelen genomen, met name de afbakening van beschermings- en toezichtsgebieden rond de uitbraken, als vastgesteld in artikel 10 van die richtlijn, en het heeft de verplaatsingen beperkt van vatbare dieren binnen de twee getroffen regio's en, als voorzorgsmaatregel, in de naburige regio's Burgas, Yambol, Sliven, Kardzhali, Plovdiv, Pazardjik, Smolyan, Blagoevgrad, Kjustendil, Pernik, het district Sofia en de stad Sofia. Het toezicht is in het hele land verscherpt.

(6)

Aangezien het risico bestaat dat het nodulaire-dermatosevirus zich naar andere gebieden van Bulgarije en naar andere lidstaten verspreidt, met name via de handel in levende runderen en in levende producten daarvan, moeten op de verplaatsingen van bepaalde wilde herkauwers en het in de handel brengen van bepaalde producten afkomstig van runderen controles worden uitgevoerd.

(7)

In dit besluit moeten de definities van artikel 2 van Richtlijn 92/119/EEG, artikel 2 van Richtlijn 64/432/EEG van de Raad (5) en artikel 2 van Richtlijn 92/65/EEG van de Raad (6) worden gebruikt. Het is echter eveneens noodzakelijk om in dit besluit een aantal specifieke definities vast te stellen.

(8)

Het is noodzakelijk het deel van het grondgebied van Bulgarije te omschrijven dat wordt geacht vrij te zijn van nodulaire dermatose en niet onder de beperkingen van Richtlijn 92/119/EEG van de Raad en dit besluit valt. Het is derhalve noodzakelijk het beperkingsgebied in de bijlage bij dit besluit te omschrijven, waarbij rekening moet worden gehouden met het risico op verspreiding van nodulaire dermatose. De geografische grenzen van dat beperkingsgebied moeten zijn gebaseerd op het risico en op het resultaat van de tracering van eventuele contacten met het besmette bedrijf, de mogelijke rol van de vectoren en de mogelijkheid om voldoende controles uit te voeren op de verplaatsing van dieren van vatbare soorten en van producten afkomstig van die dieren. Het beperkingsgebied moet elk overeenkomstig Richtlijn 92/119/EEG vastgesteld beschermings- en toezichtsgebied omvatten. Op basis van de door Bulgarije verstrekte informatie moet het volledige grondgebied van de regio's Haskovo en Stara Zagora in Bulgarije het in de bijlage bij dit besluit omschreven beperkingsgebied omvatten.

(9)

Het is ook noodzakelijk om voor het in de bijlage bij dit besluit vast te stellen beperkingsgebied te voorzien in bepaalde beperkingen op de verzending van dieren van vatbare soorten en levende producten daarvan, alsook in beperkingen op het in de handel brengen van bepaalde producten van dierlijke oorsprong en dierlijke bijproducten.

(10)

Wat het risico van verspreiding van nodulaire dermatose betreft, houden verschillende producten een verschillend risiconiveau in. Zoals aangegeven in het wetenschappelijk advies van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) over nodulaire dermatose (7) vormen de verplaatsing van levende runderen, rundersperma en ongelooide huiden van besmette runderen een groter risico qua blootstelling en gevolgen dan andere producten zoals melk en zuivelproducten, behandelde huiden of vers vlees, vleesbereidingen en vleesproducten van runderen waarvoor wetenschappelijk of experimenteel bewijsmateriaal met betrekking tot hun rol in de overbrenging van de ziekte ontbreekt. De in dit besluit vast te stellen maatregelen moeten daarom evenwichtig zijn en proportioneel met het risico.

(11)

De verplaatsingen van levende runderen uit het in de bijlage bij dit besluit vast te stellen beperkingsgebied in Bulgarije moeten worden verboden om de verspreiding van nodulaire dermatose te voorkomen. Volgens de Wereldorganisatie voor diergezondheid (OIE) en het wetenschappelijk advies van de EFSA over nodulaire dermatose spelen wilde fauna, d.w.z. bepaalde exotische wilde herkauwers, mogelijk een rol in de overbrenging van nodulaire dermatose, met name in Afrika waar die ziekte endemisch is. Daarom moeten bepaalde preventieve maatregelen ook van toepassing zijn op wilde herkauwers. Bij gebrek aan meer specifieke voorschriften in de wetgeving van de Unie moeten in dit kader de in de Gezondheidscode voor landdieren van de OIE (OIE Terrestrial Animal Health Code) (8) vastgestelde relevante internationale normen voor dergelijke verplaatsingen worden toegepast.

(12)

Omdat Bulgarije heeft verzocht om een vrijstelling van het verbod op de verzending van runderen met het oog op onmiddellijke slachting uit bedrijven die in het beperkingsgebied buiten de beschermings- en toezichtsgebieden zijn gevestigd, en omdat artikel 11.11.5 van de Gezondheidscode voor landdieren van de OIE voorziet in een dergelijke vrijstelling, is het passend de verzending van dergelijke zendingen onder bepaalde voorwaarden toe te staan.

(13)

De overbrenging van nodulaire dermatose via sperma en embryo's van runderen kan evenmin worden uitgesloten. Daarom moeten in verband met deze producten bepaalde beschermende maatregelen worden uitgevaardigd. Bij gebrek aan EU-normen moeten hiervoor het wetenschappelijk advies van de EFSA over nodulaire dermatose en de relevante aanbevelingen van de Gezondheidscode voor landdieren van de OIE worden toegepast.

(14)

Volgens het wetenschappelijk advies van de EFSA over nodulaire dermatose is de overbrenging van het nodulaire-dermatosevirus via sperma, natuurlijke dekking of kunstmatige inseminatie experimenteel aangetoond en is het nodulaire-dermatosevirus al geïsoleerd uit het sperma van experimenteel besmette stieren. Daarom moet het winnen en gebruiken van sperma van runderen uit het beperkingsgebied worden verboden.

(15)

Volgens artikel 4.7.14 van de Gezondheidscode voor landdieren van de OIE wordt nodulaire dermatose overeenkomstig het handboek van de International Embryo Transfer Society ingedeeld in categorie 4: ziekten en ziekteverwekkers waarvoor onderzoek is of wordt gedaan, waaruit blijkt dat er nog geen conclusies kunnen worden getrokken met betrekking tot het niveau van het risico van overbrenging of dat het risico van overbrenging middels de transplantatie van embryo's mogelijk niet verwaarloosbaar is, zelfs als er tussen verzameling en transplantatie correct met de embryo's wordt omgegaan zoals omschreven in het handboek. Daarom moet het verzamelen en gebruiken van embryo's van runderen uit het beperkingsgebied worden verboden.

(16)

Er bestaat geen wetenschappelijk of experimenteel bewijs waaruit kan worden afgeleid dat het nodulaire-dermatosevirus via vers vlees, vleesbereidingen of vleesproducten naar dieren van vatbare soorten wordt overgedragen. Hoewel uit het wetenschappelijke advies van de EFSA over nodulaire dermatose blijkt dat het nodulaire-dermatosevirus gedurende een niet-bepaalde periode in vlees kan overleven, zou het huidige verbod van de Unie op het voederen van herkauwers met proteïnen van herkauwers de mogelijkheid van een onwaarschijnlijke mondelinge overbrenging van het nodulaire-dermatosevirus uitsluiten. Om elk risico op verspreiding van nodulaire dermatose te vermijden, mag het in de handel brengen van vers vlees, vleesbereidingen en vleesproducten van uit het in de bijlage bij dit besluit vast te stellen beperkingsgebied afkomstige runderen alleen worden toegestaan als het gaat om vers vlees verkregen van runderen uit ziektevrije bedrijven die zich in het beperkingsgebied buiten de vastgestelde beschermings- en toezichtsgebieden bevinden. Dergelijk vlees mag alleen op het grondgebied van Bulgarije in de handel worden gebracht.

(17)

Daarnaast moet de verzending van zendingen vers vlees, verkregen van dieren die zijn gehouden en geslacht buiten het beperkingsgebied, alsmede vleesbereidingen en vleesproducten als gedefinieerd in bijlage I, punt 7.1, bij Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad (9), en van behandelde magen, blazen en darmen als gedefinieerd in bijlage I, punt 7.9, bij Verordening (EG) nr. 853/2004, die één van de in bijlage II, deel 4, bij Beschikking 2007/777/EG van de Commissie (10) vastgestelde behandelingen hebben ondergaan en die van dergelijk vers vlees zijn verkregen en in inrichtingen in het beperkingsgebied zijn verwerkt, onder bepaalde voorwaarden worden toegestaan.

(18)

Colostrum, melk en zuivelproducten die als diervoeder worden gebruikt, spelen mogelijk een belangrijke rol in de verspreiding van nodulaire dermatose, met name indien het colostrum, de melk en de zuivelproducten niet voldoende met warmte zijn behandeld of aangezuurd om het nodulaire-dermatosevirus te inactiveren.

(19)

In haar wetenschappelijk advies over de risico's voor de diergezondheid van het voederen van dieren met gebruiksklare zuivelproducten zonder verdere behandeling (11) heeft de EFSA bepaalde methoden die het risico op de verspreiding van nodulaire dermatose via melk en zuivelproducten kunnen verkleinen, nader beschreven. Daarom moeten het in de handel brengen en de verzending van zendingen melk en zuivelproducten voor menselijk gebruik, verkregen uit dieren die zijn gehouden in het beperkingsgebied, onder bepaalde voorwaarden worden toegestaan.

(20)

In Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie (12) zijn de uitvoeringsvoorschriften voor Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad (13) vastgesteld, met inbegrip van de eisen voor de veilige verwerking van dierlijke bijproducten en afgeleide producten. Om te voorkomen dat nodulaire dermatose zich verspreidt, moet het in de handel brengen van niet-verwerkte dierlijke bijproducten worden verboden. Verwijzingen naar verwerkte dierlijke bijproducten in dit besluit moeten als verwijzingen naar de in Verordening (EU) nr. 142/2011 vastgestelde normen voor diergezondheid worden beschouwd.

(21)

In het geval van een uitbraak van nodulaire dermatose voorziet artikel 19 van Richtlijn 92/119/EEG in de mogelijkheid van inenting tegen die ziekte. Bulgarije heeft niet uitgesloten over te gaan tot noodinenting tegen nodulaire dermatose. Het risico van verspreiding van die ziekte via ingeënte dieren en producten daarvan is anders dan de risico's van verspreiding via niet-ingeënte dieren die de ziekte mogelijk in incubatie hebben. Het is daarom noodzakelijk voorwaarden vast te stellen voor de verplaatsing van ingeënte runderen en voor het in de handel brengen van producten afkomstig van dergelijke dieren.

(22)

De wetenschappelijke kennis over nodulaire dermatose is onvolledig. Ingeënte runderen zijn beschermd tegen klinische symptomen van die ziekte maar zijn niet noodzakelijkerwijs beschermd tegen besmetting en niet alle ingeënte dieren reageren met immuniteit. Daarom mogen dergelijke dieren na een periode van minstens 28 dagen volgend op de inenting rechtstreeks voor onmiddellijke slachting naar slachthuizen op Bulgaars grondgebied worden verzonden.

(23)

Bijgevolg kunnen daarvan verkregen vers vlees, vleesbereidingen en vleesproducten die een niet-specifieke behandeling hebben ondergaan een niet te verwaarlozen risico vormen van verspreiding van nodulaire dermatose. Daarom is het gerechtvaardigd om het in de handel brengen van vers vlees van runderen en vatbare wilde hoefdieren, en van daarvan verkregen vleesbereidingen en vleesproducten, te beperken tot het grondgebied van Bulgarije, op voorwaarde dat op dergelijke producten een speciaal, niet-ovaal, merk wordt aangebracht dat niet kan worden verward met het gezondheidsmerk voor vers vlees in bijlage I, sectie I, hoofdstuk III, bij Verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad (14), noch met het identificatiemerk voor vleesbereidingen en vleesproducten bestaande uit of bevattende vlees van runderen in bijlage II, sectie I, bij Verordening (EG) nr. 853/2004.

(24)

Een specifieke behandeling van vleesproducten in hermetisch afgesloten recipiënten tot een Fo-waarde van drie of meer, en een behandeling van melk en zuivelproducten als beschreven in bijlage IX, deel A, punten 1.1 tot en met 1.5, bij Richtlijn 2003/85/EG van de Raad (15), inactiveren het nodulaire-dermatosevirus voldoende in dergelijke voor menselijke consumptie bestemde producten; bijgevolg moet het worden toegestaan dergelijke vleesproducten, melk en zuivelproducten op het hele grondgebied van Bulgarije en in de andere lidstaten in de handel te brengen en naar derde landen te verzenden.

(25)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp en werkingssfeer

Dit besluit stelt de beschermende maatregelen vast in verband met de uitbraak van nodulaire dermatose in Bulgarije en de extra maatregelen die door de betrokken lidstaten overeenkomstig Richtlijn 92/119/EEG moeten worden genomen.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze richtlijn gelden de in artikel 2 van respectievelijk Richtlijn 64/432/EEG, Richtlijn 92/65/EEG en Richtlijn 92/119/EEG vastgestelde definities.

Daarnaast gelden de volgende definities:

a)   „runderen”: hoefdieren van de soorten Bos taurus, Bos indicus, Bison bison en Bubalus bubalis;

b)   „beperkingsgebied”: het in de bijlage bij dit besluit vermelde gedeelte van het grondgebied van een lidstaat dat het gebied omvat waarin nodulaire dermatose is bevestigd alsmede de overeenkomstig artikel 10 van Richtlijn 92/119/EEG vastgestelde beschermings- en toezichtsgebieden;

c)   „in gevangenschap levende wilde herkauwer”: een dier van de onderorde Ruminantia binnen de orde Artiodactyla waarvan het fenotype niet noemenswaardig door menselijke selectie is beïnvloed maar dat onder rechtstreeks menselijk toezicht of rechtstreekse menselijke controle leeft, met inbegrip van dieren in dierentuinen;

d)   „wilde herkauwer”: een dier van de onderorde Ruminantia binnen de orde Artiodactyla waarvan het fenotype niet door menselijke selectie is beïnvloed en dat onafhankelijk van rechtstreeks menselijk toezicht of rechtstreekse menselijke controle leeft;

e)   „vleesproducten”: vleesproducten als gedefinieerd in bijlage I, punt 7.1, bij Verordening (EG) nr. 853/2004, en behandelde magen, blazen en darmen als gedefinieerd in punt 7.9 van die bijlage, die één van de in bijlage II, deel 4, bij Beschikking 2007/777/EG vermelde behandelingen hebben ondergaan.

Artikel 3

Verbod op de verplaatsing en verzending van bepaalde dieren en sperma en embryo's daarvan, en op het in de handel brengen van bepaalde producten van dierlijke oorsprong en dierlijke bijproducten

1.   Bulgarije verbiedt de verzending van de volgende producten uit het beperkingsgebied naar andere delen van Bulgarije, naar andere lidstaten en naar derde landen:

a)

runderen en in gevangenschap levende wilde herkauwers;

b)

sperma, eicellen en embryo's van runderen.

2.   Bulgarije verbiedt het in de handel brengen buiten het beperkingsgebied en de verzending naar andere lidstaten en naar derde landen van de volgende producten die zijn verkregen van runderen en van wilde herkauwers die in het beschermingsgebied worden gehouden of waarop in het beschermingsgebied wordt gejaagd:

a)

vers vlees en van vers vlees verkregen vleesbereidingen en vleesproducten;

b)

colostrum, melk en zuivelproducten van runderen;

c)

andere verse huiden dan die welke vallen onder de definities in bijlage I, punten 28 en 29, bij Verordening (EU) nr. 142/2011;

d)

niet-verwerkte dierlijke bijproducten, tenzij deze onder officieel toezicht van de bevoegde autoriteit worden vervoerd en bestemd zijn om onder officieel toezicht van de bevoegde autoriteit te worden geruimd of verwerkt in een overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1069/2009 erkend bedrijf op het grondgebied van Bulgarije.

Artikel 4

Afwijking van het verbod op de verzending van runderen en in gevangenschap levende wilde herkauwers met het oog op onmiddellijke slachting, en verzending van van dergelijke dieren verkregen vers vlees, vleesbereidingen en vleesproducten

1.   In afwijking van het in artikel 3, lid 1, onder a), vastgestelde verbod kan de bevoegde autoriteit toestemming verlenen voor de verzending van runderen en in gevangenschap levende wilde herkauwers uit bedrijven in het beperkingsgebied naar een in een ander deel van Bulgarije gevestigd slachthuis op voorwaarde dat:

a)

de dieren sinds hun geboorte, of sinds de laatste 28 dagen, verbleven op een bedrijf waar tijdens die periode geen officiële meldingen waren van gevallen van nodulaire dermatose;

b)

de dieren klinisch zijn onderzocht bij het laden en geen enkel klinisch symptoom van nodulaire dermatose vertoonden;

c)

de dieren voor onmiddellijke slachting rechtstreeks en zonder stoppen of lossen worden vervoerd;

d)

het slachthuis voor dit doel door de bevoegde autoriteit is aangewezen;

e)

de bevoegde autoriteit van het slachthuis door de bevoegde autoriteit van de plaats van verzending op voorhand in kennis wordt gesteld van de geplande verzending van dieren en aan de bevoegde autoriteit van de plaats van verzending meedeelt wanneer de dieren zijn aangekomen;

f)

de dieren bij aankomst in het slachthuis gescheiden van andere dieren worden gehouden en geslacht en slachting binnen 36 uur plaatsvindt;

g)

de dieren die bestemd zijn voor verplaatsing:

i)

niet tegen nodulaire dermatose zijn ingeënt en werden gehouden op bedrijven:

waar geen inenting werd uitgevoerd en die zich buiten de beschermings- en toezichtsgebieden bevinden, of

waar inenting werd uitgevoerd en die zich buiten de beschermings- en toezichtsgebieden bevinden, en er een wachtperiode van minstens zeven dagen na de inenting van het beslag is verstreken, of

die zich in een toezichtsgebied bevinden dat in verband met nieuwe ziektegevallen langer dan 30 dagen werd gehandhaafd, als bedoeld in artikel 13 van Richtlijn 92/119/EEG, of

ii)

minstens 28 dagen voorafgaand aan de datum van de verplaatsing tegen nodulaire dermatose zijn ingeënt en afkomstig zijn van een bedrijf waar alle vatbare dieren minstens 28 dagen voorafgaand aan de datum van de geplande verplaatsing waren ingeënt.

2.   Runderen en in gevangenschap levende wilde herkauwers mogen alleen overeenkomstig lid 1 worden verzonden als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

het vervoermiddel is overeenkomstig artikel 9 naar behoren gereinigd en ontsmet voor en na het laden van dergelijke dieren;

b)

voor en tijdens het vervoer zijn de dieren beschermd tegen aanvallen van vectorinsecten.

3.   De bevoegde autoriteit ziet erop toe dat van de in lid 1 van dit artikel bedoelde dieren verkregen vers vlees, vleesbereidingen en vleesproducten overeenkomstig de in de artikelen 5 en 6 vastgestelde eisen in de handel worden gebracht.

Artikel 5

Afwijking van het verbod op het in de handel brengen van vers vlees en vleesbereidingen van runderen en wilde herkauwers

1.   In afwijking van de in artikel 3, lid 2, onder a) en c), vastgestelde verboden kan de bevoegde autoriteit toestemming verlenen voor het in de handel brengen in Bulgarije buiten het beperkingsgebied van zendingen vers vlees, met uitzondering van slachtafvallen andere dan levers, van daarvan verkregen vleesbereidingen alsook van verse huiden, verkregen van runderen en wilde herkauwers:

a)

die zijn gehouden op bedrijven in het beperkingsgebied die niet uit hoofde van Richtlijn 92/119/EEG aan beperkingen onderworpen waren, of

b)

die voor 13 april 2016 zijn geslacht of gejaagd, of

c)

als bedoeld in artikel 4, lid 1.

2.   De bevoegde autoriteit geeft alleen toestemming voor de verzending naar andere lidstaten of naar derde landen van zendingen vers vlees verkregen van runderen die buiten het beperkingsgebied zijn gehouden en geslacht, en van van dergelijk vers vlees verkregen vleesbereidingen, op voorwaarde dat dergelijk vlees en dergelijke vleesbereidingen zijn geproduceerd, opgeslagen en behandeld zonder in contact te komen met vlees en vleesbereidingen die overeenkomstig artikel 3, lid 2, onder a), niet mogen worden verzonden naar andere lidstaten, en dat de zendingen naar andere lidstaten vergezeld gaan van een officieel gezondheidscertificaat overeenkomstig het model in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 599/2004 van de Commissie (16) en waarvan deel II is aangevuld met de volgende verklaring:

„Vers vlees dat voldoet of vleesbereidingen die voldoen aan Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/645 van de Commissie van 22 april 2016 betreffende bepaalde beschermende maatregelen tegen nodulaire dermatose in Bulgarije.”.

Artikel 6

Afwijking van het verbod op het in de handel brengen van vleesproducten bestaande uit of bevattende vlees van runderen of wilde herkauwers

1.   In afwijking van het in artikel 3, lid 2, onder a), vastgestelde verbod kan de bevoegde autoriteit toestemming verlenen voor het in de handel brengen van in het beperkingsgebied geproduceerde vleesproducten van vers vlees van runderen en wilde herkauwers:

a)

die zijn gehouden op bedrijven in het beperkingsgebied die niet uit hoofde van Richtlijn 92/119/EEG aan beperkingen onderworpen zijn,

b)

die voor 13 april 2016 zijn geslacht of gejaagd, of

c)

als bedoeld in artikel 4, lid 1, of

d)

die buiten het beperkingsgebied zijn gehouden en geslacht.

2.   De bevoegde autoriteit geeft toestemming voor het in de handel brengen van de in lid 1 bedoelde vleesproducten die voldoen aan de voorwaarden onder a), b) of c) van dat lid, uitsluitend op het grondgebied van Bulgarije, op voorwaarde dat de vleesproducten een niet-specifieke behandeling hebben ondergaan waardoor het snijvlak van de vleesproducten de kenmerken van vers vlees niet meer vertoont.

De bevoegde autoriteit zorgt ervoor dat de in de eerste alinea bedoelde vleesproducten niet naar andere lidstaten of naar derde landen worden verzonden.

3.   De bevoegde autoriteit geeft alleen toestemming voor de verzending naar andere lidstaten of naar derde landen van zendingen vleesproducten verkregen van vers vlees van de in lid 1, onder a), b) en c), bedoelde dieren, op voorwaarde dat de vleesproducten een als in bijlage II, deel 4, punt B, bij Beschikking 2007/777/EG beschreven specifieke behandeling hebben ondergaan in hermetisch afgesloten recipiënten tot een Fo-waarde van drie of meer, en dat de zendingen naar andere lidstaten vergezeld gaan van een officieel gezondheidscertificaat overeenkomstig het model in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 599/2004 van de Commissie en waarvan deel II is aangevuld met de volgende verklaring:

„Vleesproducten die voldoen aan Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/645 van de Commissie van 22 april 2016 betreffende bepaalde beschermende maatregelen tegen nodulaire dermatose in Bulgarije.”.

4.   De bevoegde autoriteit geeft alleen toestemming voor de verzending naar andere lidstaten of naar derde landen van zendingen vleesproducten verkregen van vers vlees van de in lid 1, onder d), bedoelde dieren, op voorwaarde dat de vleesproducten ten minste een als in bijlage II, deel 4, punt A, bij Beschikking 2007/777/EG beschreven niet-specifieke behandeling hebben ondergaan waardoor het snijvlak van de vleesproducten de kenmerken van vers vlees niet meer vertoont en dat de zendingen naar andere lidstaten vergezeld gaan van een officieel gezondheidscertificaat overeenkomstig het model in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 599/2004 van de Commissie en waarvan deel II is aangevuld met de volgende verklaring:

„Vleesproducten die voldoen aan Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/645 van de Commissie van 22 april 2016 betreffende bepaalde beschermende maatregelen tegen nodulaire dermatose in Bulgarije.”.

Artikel 7

Afwijking van het verbod op de verzending en het in de handel brengen van melk en zuivelproducten

1.   In afwijking van het in artikel 3, lid 2, onder b), vastgestelde verbod kan de bevoegde autoriteit toestemming verlenen voor het in de handel brengen van melk bestemd voor menselijke consumptie verkregen van runderen die worden gehouden op bedrijven in het beperkingsgebied, alsmede van zuivelproducten daarvan, op voorwaarde dat de melk en de zuivelproducten een als in bijlage IX, deel A, punten 1.1. tot en met 1.5., bij Richtlijn 2003/85/EG beschreven behandeling hebben ondergaan.

2.   De bevoegde autoriteit geeft alleen toestemming voor de verzending naar andere lidstaten of naar derde landen van zendingen melk verkregen van runderen die worden gehouden op bedrijven in het beperkingsgebied, alsmede van zuivelproducten daarvan, op voorwaarde dat de melk en de zuivelproducten bestemd zijn voor menselijke consumptie, de in lid 1 van dit artikel bedoelde behandeling hebben ondergaan en de zendingen naar andere lidstaten vergezeld gaan van een officieel gezondheidscertificaat overeenkomstig het model in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 599/2004 van de Commissie en waarvan deel II is aangevuld met de volgende verklaring:

„Melk of zuivelproducten die voldoen aan Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/645 van de Commissie van 22 april 2016 betreffende bepaalde beschermende maatregelen tegen nodulaire dermatose in Bulgarije.”.

Artikel 8

Speciale markering van vers vlees, vleesbereidingen en vleesproducten als bedoeld in artikel 5, lid 1, respectievelijk artikel 6, lid 2

Bulgarije zorgt ervoor dat op vers vlees, vleesbereidingen en vleesproducten zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, en artikel 6, lid 2, een speciaal gezondheidsmerk of identificatiemerk wordt aangebracht dat niet ovaal is en niet kan worden verward met:

a)

het gezondheidsmerk voor vers vlees als omschreven in bijlage I, sectie I, hoofdstuk III, bij Verordening (EG) nr. 854/2004;

b)

het identificatiemerk voor vleesbereidingen en vleesproducten bestaande uit of bevattende vlees van runderen als omschreven in bijlage II, sectie I, bij Verordening (EG) nr. 853/2004.

Artikel 9

Eisen inzake transportvoertuigen, reiniging en ontsmetting

1.   De bevoegde autoriteit zorgt ervoor dat de exploitant of chauffeur van elk voertuig dat in contact is geweest met dieren van vatbare soorten in het beperkingsgebied en dat gebied wil verlaten, bewijs voorlegt waaruit blijkt dat het voertuig sinds het laatste contact met deze dieren op zodanige wijze is gereinigd en ontsmet dat het nodulaire-dermatosevirus geïnactiveerd is.

2.   De bevoegde autoriteit moet specificeren welke informatie de exploitant of de chauffeur van het transportvoertuig voor dieren moet voorleggen om aan te tonen dat de vereiste reiniging en ontsmetting zijn uitgevoerd.

Artikel 10

Kennisgevingsverplichting

Bulgarije stelt de Commissie en de andere lidstaten binnen het kader van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders in kennis van de resultaten van het in het beperkingsgebied uitgevoerde toezicht op nodulaire dermatose.

Artikel 11

Toepassing

Dit besluit is van toepassing tot en met 31 december 2016.

Artikel 12

Dit besluit is gericht tot de Republiek Bulgarije.

Gedaan te Brussel, 22 april 2016.

Voor de Commissie

Vytenis ANDRIUKAITIS

Lid van de Commissie


(1)  PB L 395 van 30.12.1989, blz. 13.

(2)  PB L 224 van 18.8.1990, blz. 29.

(3)  PB L 62 van 15.3.1993, blz. 69.

(4)  PB L 18 van 23.1.2003, blz. 11.

(5)  Richtlijn 64/432/EEG van de Raad van 26 juni 1964 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens (PB 121 van 29.7.1964, blz. 1977/64).

(6)  Richtlijn 92/65/EEG van de Raad van 13 juli 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van dieren, sperma, eicellen en embryo's waarvoor ten aanzien van de veterinairrechtelijke voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving als bedoeld in bijlage A, sectie I, van Richtlijn 90/425/EEG geldt (PB L 268 van 14.9.1992, blz. 54).

(7)  EFSA Journal 2015;13(1):3986, 73 blz.

(8)  24e editie, 2015.

(9)  Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55).

(10)  Beschikking 2007/777/EG van de Commissie van 29 november 2007 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke en de gezondheidsvoorschriften en het model van de certificaten voor bepaalde uit derde landen ingevoerde vleesproducten en behandelde magen, blazen en darmen voor menselijke consumptie en tot intrekking van Beschikking 2005/432/EG (PB L 312 van 30.11.2007, blz. 49).

(11)  EFSA Journal (2006) 347, blz. 1.

(12)  Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn (PB L 54 van 26.2.2011, blz. 1).

(13)  Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (verordening dierlijke bijproducten) (PB L 300 van 14.11.2009, blz. 1).

(14)  Verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 206).

(15)  Richtlijn 2003/85/EG van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van communautaire maatregelen voor de bestrijding van mond- en klauwzeer, tot intrekking van Richtlijn 85/511/EEG en van de Beschikkingen 89/531/EEG en 91/665/EEG, en tot wijziging van Richtlijn 92/46/EEG (PB L 306 van 22.11.2003, blz. 1).

(16)  Verordening (EG) nr. 599/2004 van de Commissie van 30 maart 2004 tot vaststelling van een geharmoniseerd model voor een certificaat en inspectieverslag voor het intracommunautaire handelsverkeer in dieren en producten van dierlijke oorsprong (PB L 94 van 31.3.2004, blz. 44).


BIJLAGE

BEPERKINGSGEBIED ALS BEDOELD IN ARTIKEL 2, TWEEDE ALINEA, ONDER b)

De volgende regio's in Bulgarije:

regio Haskovo,

regio Stara Zagora.