ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 75

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

59e jaargang
22 maart 2016


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

 

*

Besluit (EU) 2016/414 van de Raad van 10 maart 2016 tot machtiging van de Republiek Oostenrijk om het Verdrag van 's-Gravenhage van 15 november 1965 inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en in handelszaken te ondertekenen en te bekrachtigen en tot machtiging van Malta om ertoe toe te treden, in het belang van de Europese Unie

1

 

 

Verdrag inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken

3

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2016/415 van de Commissie van 21 maart 2016 tot intrekking van de aanvaarding van de verbintenis voor twee producenten-exporteurs en tot intrekking van Besluit 2008/577/EG tot aanvaarding van een verbintenis die is aangeboden in het kader van de antidumpingprocedure betreffende ammoniumnitraat van oorsprong uit Rusland

10

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) 2016/416 van de Commissie van 21 maart 2016 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

14

 

 

BESLUITEN

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/417 van de Commissie van 17 maart 2016 houdende onttrekking aan EU-financiering van bepaalde uitgaven die de lidstaten hebben verricht in het kader van het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) of in het kader van het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) (Kennisgeving geschied onder nummer C(2016) 1509)

16

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/418 van de Commissie van 18 maart 2016 inzake de overeenstemming van de voor 2016 meegedeelde eenheidstarieven voor heffingszones met artikel 17 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 (Kennisgeving geschied onder nummer C(2016) 1583)  ( 1 )

57

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/419 van de Commissie van 18 maart 2016 inzake de niet-overeenstemming van de eenheidstarieven voor heffingszones voor 2016 met artikel 17 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 (Kennisgeving geschied onder nummer C(2016) 1588)  ( 1 )

60

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/420 van de Commissie van 18 maart 2016 inzake de niet-overeenstemming van de voor 2015 meegedeelde eenheidstarieven met artikel 17 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 (Kennisgeving geschied onder nummer C(2016) 1592)  ( 1 )

63

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/421 van de Commissie van 18 maart 2016 inzake de niet-overeenstemming van de eenheidstarieven voor de heffingszone Zwitserland voor 2015 en 2016 met artikel 17 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 (Kennisgeving geschied onder nummer C(2016) 1594)  ( 1 )

66

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/422 van de Commissie van 18 maart 2016 inzake de overeenstemming van de voor 2015 meegedeelde eenheidstarieven met artikel 17 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 (Kennisgeving geschied onder nummer C(2016) 1595)  ( 1 )

68

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/423 van de Commissie van 18 maart 2016 tot erkenning van bepaalde laboratoria in Egypte, de Verenigde Arabische Emiraten en de Verenigde Staten van Amerika voor het uitvoeren van serologische tests om de doelmatigheid van antirabiësvaccins bij honden, katten en fretten te controleren (Kennisgeving geschied onder nummer C(2016) 1609)  ( 1 )

70

 

 

Rectificaties

 

*

Rectificatie van Verordening (EU) 2016/113 van de Commissie van 28 januari 2016 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op staven betonstaal die zeer goed tegen metaalmoeheid zijn bestand, van oorsprong uit de Volksrepubliek China ( PB L 23 van 29.1.2016 )

72

 

*

Rectificatie van Verordening (EU) nr. 1301/2014 van de Commissie van 18 november 2014 betreffende de technische specificatie inzake interoperabiliteit van het subsysteem energie van het spoorwegsysteem in de Unie ( PB L 356 van 12.12.2014 )

72

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

22.3.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 75/1


BESLUIT (EU) 2016/414 VAN DE RAAD

van 10 maart 2016

tot machtiging van de Republiek Oostenrijk om het Verdrag van 's-Gravenhage van 15 november 1965 inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en in handelszaken te ondertekenen en te bekrachtigen en tot machtiging van Malta om ertoe toe te treden, in het belang van de Europese Unie

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 81, lid 2, in samenhang met artikel 218, lid 6, onder a),

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Gezien de goedkeuring van het Europees Parlement (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het Verdrag van 's-Gravenhage van 15 november 1965 inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en in handelszaken („het verdrag”) vereenvoudigt de wijzen van toezending van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken tussen de verdragsluitende staten. Het vereenvoudigt aldus de gerechtelijke samenwerking in grensoverschrijdende geschillen in burgerlijke en handelszaken.

(2)

Veel landen, waaronder de lidstaten met uitzondering van de Republiek Oostenrijk en Malta, zijn partij bij het verdrag. De Republiek Oostenrijk en Malta hebben belangstelling getoond om partij te worden bij het verdrag. Het is in het belang van de Unie dat alle lidstaten partij zijn bij het verdrag. Bovendien moedigt de Unie, in het kader van haar externe beleid op het gebied van civiel recht, de toetreding tot het verdrag en de bekrachtiging ervan door derde staten aan.

(3)

De Unie heeft externe bevoegdheid met betrekking tot het verdrag voor zover de bepalingen daarvan gevolgen hebben voor sommige bepalingen van de Uniewetgeving of voor zover de toetreding van bijkomende lidstaten tot het verdrag leidt tot wijziging van de strekking van sommige bepalingen van de Uniewetgeving, zoals artikel 28, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad (2).

(4)

Het verdrag biedt aan regionale organisaties voor economische integratie, zoals de Unie, niet de mogelijkheid om deel te nemen. Dientengevolge kan de Unie niet tot het verdrag toetreden.

(5)

Derhalve dient de Raad de Republiek Oostenrijk te machtigen om het verdrag te ondertekenen en te bekrachtigen, en Malta te machtigen om ertoe toe te treden, in het belang van de Unie. De lidstaten behouden hun bevoegdheid voor de gebieden van het verdrag die geen gevolgen hebben voor de regels van de Unie noch de strekking daarvan wijzigen, overeenkomstig artikel 3, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

(6)

Het Verenigd Koninkrijk en Ierland zijn gebonden door Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad (3) en nemen bijgevolg deel aan de vaststelling en de toepassing van dit besluit.

(7)

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van dit besluit, dat derhalve niet bindend is voor, noch van toepassing is in deze lidstaat,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De Raad machtigt de Republiek Oostenrijk om het Verdrag van 's-Gravenhage van 15 november 1965 inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en in handelszaken te ondertekenen en te bekrachtigen en machtigt Malta om ertoe toe te treden, in het belang van de Unie.

De tekst van het verdrag is aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

1.   De Republiek Oostenrijk neemt de nodige maatregelen om haar akte van bekrachtiging van het verdrag binnen een redelijke termijn en uiterlijk op 31 december 2017 neder te leggen bij het ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden.

2.   De Republiek Oostenrijk stelt de Raad en de Commissie in kennis van de datum van nederlegging van de akte van bekrachtiging.

Artikel 3

1.   Na de inwerkingtreding van dit besluit stelt Malta het ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden op de hoogte van de datum waarop het verdrag op Malta van toepassing zal zijn.

2.   Malta stelt de Raad en de Commissie eveneens in kennis van de in lid 1 bedoelde datum.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 5

Dit besluit is gericht tot Malta en de Republiek Oostenrijk.

Gedaan te Brussel, 10 maart 2016.

Voor de Raad

De voorzitter

K.H.D.M. DIJKHOFF


(1)  Nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad.

(2)  Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PB L 351 van 20.12.2012, blz. 1).

(3)  Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken („de betekening en de kennisgeving van stukken”), en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1348/2000 van de Raad (PB L 324 van 10.12.2007, blz. 79).


22.3.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 75/3


VERTALING

VERDRAG

inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken

(Gesloten op 15 november 1965)

DE STATEN DIE DIT VERDRAG HEBBEN ONDERTEKEND,

Verlangend maatregelen te nemen die er toe kunnen leiden dat gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken waarvan in het buitenland betekening of kennisgeving moet worden gedaan, tijdig ter kennis komen van degenen voor wie zij bestemd zijn,

Ernaar strevend tot dat doel de onderlinge rechtshulp te verbeteren door de daarbij te volgen procedure te vereenvoudigen en te versnellen,

Hebben besloten te dien einde een verdrag te sluiten en zijn overeengekomen als volgt:

Artikel 1

Dit verdrag is van toepassing in alle gevallen waarin in burgerlijke zaken of in handelszaken een gerechtelijk of buitengerechtelijk stuk ter betekening of kennisgeving naar het buitenland moet worden gezonden.

Het verdrag is niet van toepassing, indien het adres van degene voor wie het stuk is bestemd, onbekend is.

HOOFDSTUK I

GERECHTELIJKE STUKKEN

Artikel 2

Iedere verdragsluitende staat wijst een centrale autoriteit aan, die tot taak heeft de uit een andere verdragsluitende staat afkomstige aanvragen om betekening of kennisgeving overeenkomstig de artikelen 3 tot en met 6 in ontvangst te nemen en af te doen.

De aangezochte staat wijst de centrale autoriteit aan en regelt tevens haar werkwijze.

Artikel 3

De daartoe volgens wet van de staat van herkomst van het stuk bevoegde autoriteit of deurwaarder richt tot de centrale autoriteit van de aangezochte staat een aanvrage, die moet overeenstemmen met het als bijlage aan dit verdrag toegevoegde modelformulier. Ten aanzien van de aanvrage is geen legalisatie van stukken of een daarmede gelijk te stellen formaliteit vereist.

De aanvrage moet vergezeld gaan van twee exemplaren van het gerechtelijke stuk of van twee afschriften daarvan.

Artikel 4

Indien de centrale autoriteit oordeelt dat de bepalingen van het verdrag niet in acht zijn genomen, stelt zij de aanvrager hiervan onverwijld in kennis, met nauwkeurige vermelding van de tegen de aanvrage gerezen bezwaren.

Artikel 5

De centrale autoriteit van de aangezochte staat belast zich met de betekening of de kennisgeving van het stuk of het doen betekenen of kennisgeven daarvan,

a)

hetzij met inachtneming van de vormen, in de wetgeving van de aangezochte staat voorgeschreven voor de betekening of de kennisgeving van stukken die in dat land zijn opgemaakt en bestemd zijn voor zich aldaar bevindende personen,

b)

hetzij met inachtneming van een bijzondere, door de aanvrager verzochte vorm, mits deze niet in strijd is met de wet van de aangezochte staat.

Behoudens in het geval bedoeld in de eerste alinea, onder b), kan het stuk altijd worden afgegeven aan degene voor wie het bestemd is, zo deze het vrijwillig aanneemt.

Indien van het stuk betekening of kennisgeving moet worden gedaan overeenkomstig het bepaalde in de eerste alinea, kan de centrale autoriteit verlangen dat het stuk wordt opgesteld of vertaald in de officiële taal of in een van de officiële talen van haar land.

Het gedeelte van de aanvrage bestaande uit het als bijlage aan dit verdrag toegevoegde modelformulier, dat aard en onderwerp van het te betekenen stuk weergeeft, wordt afgegeven aan degene voor wie het stuk bestemd is.

Artikel 6

De centrale autoriteit van de aangezochte staat, of de daarvoor door die staat aangewezen autoriteit, maakt een verklaring op die moet overeenstemmen met het modelformulier voor zodanige verklaringen, dat als bijlage aan dit verdrag is toegevoegd.

De verklaring behelst dat aan de aanvrage uitvoering is gegeven en vermeldt tevens de vorm waarin, de plaats waar en het tijdstip waarop dit is geschied, alsmede de persoon aan wie het stuk is afgegeven. In voorkomend geval worden in de verklaring de omstandigheden vermeld die de uitvoering van de aanvrage hebben belet.

Indien de verklaring niet is opgemaakt door de centrale autoriteit of een rechterlijke autoriteit, kan de aanvrager verlangen dat zij door een van deze autoriteiten voor gezien wordt getekend.

De verklaring wordt rechtstreeks toegezonden aan de aanvrager.

Artikel 7

Het te drukken gedeelte van het modelformulier, dat als bijlage aan dit verdrag is toegevoegd, moet steeds in de Franse of in de Engelse taal zijn gesteld, doch kan daarenboven worden gesteld in de officiële taal of in een van de officiële talen van de staat van herkomst der stukken.

Hetgeen in de aansluitende witte vakken moet worden ingevuld dient hetzij in de taal van de aangezochte staat, hetzij in de Franse taal, hetzij in de Engelse taal te worden gesteld.

Artikel 8

Iedere verdragsluitende staat is bevoegd betekeningen of kennisgevingen van gerechtelijke stukken aan zich in het buitenland bevindende personen rechtstreeks, zonder rechtsdwang, door de zorg van zijn diplomatieke of consulaire ambtenaren te doen verrichten.

Een staat kan verklaren dat hij zich tegen de uitoefening van deze bevoegdheid op zijn grondgebied verzet, tenzij van het stuk betekening of kennisgeving moet worden gedaan aan een onderdaan van de staat van herkomst van dat stuk.

Artikel 9

Iedere verdragsluitende staat is bovendien bevoegd gerechtelijke stukken langs de consulaire weg ter betekening of kennisgeving toe te zenden aan de autoriteiten van een andere verdragsluitende staat die daarvoor door deze staat zijn aangewezen.

Indien buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, is iedere verdragsluitende staat bevoegd deze toezending langs de diplomatieke weg te doen geschieden.

Artikel 10

Dit verdrag laat, tenzij de staat van bestemming verklaart zich daartegen te verzetten, onverlet:

a)

de bevoegdheid gerechtelijke stukken rechtstreeks over de post toe te zenden aan zich in het buitenland bevindende personen,

b)

de bevoegdheid van de deurwaarders, ambtenaren of andere bevoegde personen van de staat van herkomst gerechtelijke stukken rechtstreeks door de deurwaarders, ambtenaren of andere bevoegde personen van de staat van bestemming, betekening of kennisgeving te doen verrichten,

c)

de bevoegdheid van iedere belanghebbende bij een rechtsgeding betekeningen of kennisgevingen van gerechtelijke stukken rechtstreeks te doen verrichten door de deurwaarders, ambtenaren of andere bevoegde personen in de staat van bestemming.

Artikel 11

Dit verdrag belet niet dat twee of meer verdragsluitende staten over en weer toelaten dat ter betekening of kennisgeving van gerechtelijke stukken andere wegen worden gevolgd dan die, welke in de voorafgaande artikelen zijn geregeld, met name zich verstaan over rechtstreeks verkeer tussen hun wederzijdse autoriteiten.

Artikel 12

De betekeningen of kennisgevingen van uit een verdragsluitende staat afkomstige gerechtelijke stukken geven geen aanleiding tot betaling of terugbetaling van heffingen of kosten voor de diensten welke door de aangezochte staat zijn verleend.

De aanvrager is gehouden de kosten te betalen of terug te betalen, veroorzaakt door:

a)

het optreden van een deurwaarder of van een volgens de wet van de staat van bestemming bevoegde persoon,

b)

de inachtneming van een bijzondere vorm van betekening of kennisgeving.

Artikel 13

De uitvoering van een aanvrage om betekening of kennisgeving overeenkomstig de bepalingen van dit verdrag kan alleen worden geweigerd indien de aangezochte staat oordeelt dat hierdoor inbreuk zou worden gemaakt op zijn soevereiniteit of veiligheid.

De uitvoering kan niet worden geweigerd op de enkele grond dat de wet van de aangezochte staat ten aanzien van de zaak waarop de aanvrage betrekking heeft, uitsluitende rechtsmacht voor die staat opeist, dan wel een rechtsvordering als waarop de aanvrage betrekking heeft, niet toekent.

Van de weigering een aanvrage uit te voeren stelt de centrale autoriteit de aanvrager, met vermelding van de redenen, onverwijld in kennis.

Artikel 14

Moeilijkheden die naar aanleiding van de toezending, ter betekening of kennisgeving, van gerechtelijke stukken mochten ontstaan, worden langs de diplomatieke weg geregeld.

Artikel 15

Wanneer een stuk dat het geding inleidt of een daarmede gelijk te stellen stuk ter betekening of kennisgeving overeenkomstig de bepalingen van dit verdrag, naar het buitenland moest worden gezonden en de verweerder niet is verschenen, houdt de rechter de beslissing aan totdat is gebleken dat:

a)

hetzij van het stuk betekening of kennisgeving is gedaan met inachtneming van de vormen in de wetgeving van de aangezochte staat voorgeschreven voor de betekening of de kennisgeving van stukken die in dat land zijn opgemaakt en bestemd zijn voor zich op het grondgebied van dat land bevindende personen,

b)

hetzij het stuk aan de verweerder in persoon of aan zijn woonplaats is afgegeven op een andere in dit verdrag geregelde wijze,

en dat de betekening of de kennisgeving, onderscheidenlijk de afgifte zo tijdig is geschied dat de verweerder gelegenheid heeft gehad verweer te voeren.

Iedere verdragsluitende staat is bevoegd te verklaren dat zijn rechters in afwijking van het bepaalde in de eerste alinea een beslissing kunnen geven, ook als geen bewijs, hetzij van betekening of kennisgeving, hetzij van afgifte is ontvangen, indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

het stuk is toegezonden op een van de in dit verdrag geregelde wijzen,

b)

sedert het tijdstip van toezending van het stuk een termijn is verlopen die door de rechter voor elk afzonderlijk geval zal worden vastgesteld, doch die ten minste zes maanden zal bedragen,

c)

in weerwil van alle daartoe bij de bevoegde autoriteiten aangewende pogingen geen bewijs kon worden verkregen.

Het bepaalde in dit artikel belet niet dat door de rechter in spoedeisende gevallen voorlopige of conservatoire maatregelen kunnen worden genomen.

Artikel 16

Wanneer een stuk dat het geding inleidt of een daarmede gelijk te stellen stuk ter betekening of kennisgeving overeenkomstig de bepalingen van dit verdrag naar het buitenland moest worden verzonden en de verweerder bij verstek werd veroordeeld, kan de rechter, indien de termijn waarbinnen een rechtsmiddel had moeten worden aangewend is verstreken, de gedaagde een nieuwe termijn toestaan binnen welke hij het rechtsmiddel alsnog kan aanwenden, mits is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden:

a)

de verweerder heeft niet de gelegenheid gehad zich te verweren of een rechtsmiddel aan te wenden, doordat het stuk onderscheidenlijk de beslissing hem, buiten zijn schuld, niet tijdig heeft bereikt,

b)

de grieven van de verweerder zijn, naar het aanvankelijk oordeel van de rechter, niet van elke grond ontbloot.

Het verzoek om verlening van een nieuwe termijn voor de aanwending van het rechtsmiddel is slechts ontvankelijk, indien het is ingediend binnen een redelijke termijn na het tijdstip waarop de gedaagde van de beslissing kennis heeft gekregen.

Iedere verdragsluitende staat is bevoegd te verklaren dat het verzoek niet ontvankelijk is, indien het is ingediend na het verstrijken van de in die verklaring genoemde termijn, welke echter niet korter mag zijn dan een jaar, te rekenen van de dag waarop de beslissing is gegeven.

Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing op beslissingen betreffende de staat van personen.

HOOFDSTUK II

BUITENGERECHTELIJKE STUKKEN

Artikel 17

Buitengerechtelijke stukken, afkomstig van autoriteiten en deurwaarders van een verdragsluitende staat, kunnen ter betekening of kennisgeving in een andere verdragsluitende staat worden toegezonden op de wijzen en onder de voorwaarden als in dit verdrag geregeld.

HOOFDSTUK III

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 18

Iedere verdragsluitende staat kan naast de centrale autoriteit andere autoriteiten aanwijzen, wier bevoegdheden door die staat worden geregeld.

De aanvrager heeft echter steeds het recht zich rechtstreeks tot de centrale autoriteit te wenden.

Bondsstaten zijn bevoegd meer dan een centrale autoriteit aan te wijzen.

Artikel 19

Dit verdrag belet niet dat door de interne wet van een verdragsluitende staat voor de betekening of de kennisgeving in die staat van uit het buitenland afkomstige stukken, andere wijzen van toezending worden toegelaten dan die, geregeld in de voorafgaande artikelen.

Artikel 20

Dit verdrag belet niet dat twee of meer verdragsluitende staten overeenkomen af te wijken van het bepaalde in:

a)

artikel 3, tweede alinea, betreffende de toezending van twee exemplaren van de stukken,

b)

artikel 5, derde alinea, en artikel 7, betreffende de te bezigen taal,

c)

artikel 5, vierde alinea,

d)

artikel 12, tweede alinea.

Artikel 21

Iedere verdragsluitende staat geeft hetzij op het tijdstip van de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging of toetreding, hetzij op een later tijdstip, het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Nederland kennis van:

a)

de aanwijzing van de autoriteiten, bedoeld in de artikelen 2 en 18,

b)

de aanwijzing van de autoriteit bevoegd tot het opstellen van de in artikel 6 bedoelde verklaring,

c)

de aanwijzing van de autoriteit bevoegd tot het in ontvangst nemen van stukken die overeenkomstig artikel 9 langs de consulaire weg zijn toegezonden.

In voorkomend geval geeft een verdragsluitende staat het ministerie op een van de genoemde tijdstippen kennis van:

a)

zijn bezwaren tegen de wijzen van toezending, bedoeld bij artikelen 8 en 10,

b)

de verklaringen, bedoeld bij artikel 15, tweede alinea, en artikel 16, derde alinea,

c)

elke wijziging van de bovengenoemde aanwijzingen, bezwaren en verklaringen.

Artikel 22

Dit verdrag vervangt in de rechtsbetrekkingen tussen de staten die het hebben bekrachtigd, de artikelen 1 tot en met 7 van het op 17 juli 1905 te 's-Gravenhage ondertekende Verdrag betreffende de burgerlijke rechtsvordering, onderscheidenlijk van het op 1 maart 1954 te 's-Gravenhage ondertekende Verdrag betreffende de burgerlijke rechtsvordering, al naargelang bedoelde staten partij zijn bij een dezer of bij beide verdragen.

Artikel 23

Dit verdrag belet noch de toepassing van artikel 23 van het op 17 juli 1905 te 's-Gravenhage ondertekende Verdrag betreffende de burgerlijke rechtsvordering, noch die van artikel 24 van het op 1 maart 1954 te 's-Gravenhage ondertekende Verdrag betreffende de burgerlijke rechtsvordering.

Deze artikelen zijn echter slechts van toepassing, indien gebruik wordt gemaakt van eveneens in die verdragen geregelde wijzen van toezending.

Artikel 24

Door de verdragsluitende staten in aansluiting aan de genoemde verdragen van 1905 en 1954 gesloten overeenkomsten worden geacht eveneens van toepassing te zijn op het onderhavige verdrag, tenzij de betrokken staten dienaangaande anders zijn overeengekomen.

Artikel 25

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 22 en 24 laat het onderhavige verdrag onverlet de verdragen, waarbij de verdragsluitende staten partij zijn of zullen worden, en welke bepalingen bevatten over door het onderhavige verdrag geregelde onderwerpen.

Artikel 26

Dit verdrag staat ter ondertekening open voor de staten die waren vertegenwoordigd op de tiende zitting van de Haagse Conferentie voor internationaal privaatrecht.

Het dient te worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging zullen worden nedergelegd bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Nederland.

Artikel 27

Dit verdrag treedt in werking op de zestigste dag na de nederlegging van de derde akte van bekrachtiging bedoeld in artikel 26, tweede alinea.

Voor iedere ondertekenende staat die het nadien bekrachtigt, treedt het in werking op de zestigste dag na de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging.

Artikel 28

Iedere staat die niet vertegenwoordigd is geweest op de tiende zitting van de Haagse Conferentie voor internationaal privaatrecht, kan tot dit verdrag toetreden nadat dit overeenkomstig artikel 27, eerste alinea, in werking is getreden. De akte van toetreding zal worden nedergelegd bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Nederland.

Het verdrag treedt voor die staat slechts in werking bij gebreke van verzet door een staat die het verdrag vóór deze nederlegging heeft bekrachtigd, van welk verzet moet worden kennis gegeven aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Nederland binnen een termijn van zes maanden te rekenen van de datum waarop dit ministerie laatstbedoelde staat van de toetreding in kennis heeft gesteld;

Bij gebreke van verzet, treedt het verdrag voor de toetredende staat in werking op de eerste dag van de maand volgende op het verstrijken van de laatste van de termijnen bedoeld in de vorige alinea.

Artikel 29

Iedere staat kan bij de ondertekening, bekrachtiging of toetreding verklaren dat de werking van dit verdrag tevens zal gelden voor alle gebieden voor welker internationale betrekkingen hij verantwoordelijk is, of voor een, dan wel meer, van zulke gebieden. Deze verklaring wordt van kracht op het tijdstip waarop het verdrag voor bedoelde staat in werking treedt.

Daarna moet van elke uitbreiding van de werking van het verdrag kennis worden gegeven aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Nederland.

Voor de gebieden waarop de uitbreiding betrekking heeft, treedt het verdrag in werking op de zestigste dag na de in de vorige alinea vermelde kennisgeving.

Artikel 30

Dit verdrag blijft gedurende vijf jaren van kracht, te rekenen van de datum van inwerkingtreding overeenkomstig artikel 27, eerste alinea, ook voor de staten die het later hebben bekrachtigd of die later tot het verdrag zijn toegetreden.

Dit verdrag wordt, behoudens opzegging, stilzwijgend telkens voor vijf jaar verlengd.

De opzegging moet ten minste zes maanden voor het einde van de termijn ter kennis worden gebracht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Nederland.

De opzegging kan zich beperken tot enkele der gebieden waarop het verdrag van toepassing is.

De opzegging heeft slechts gevolg ten opzichte van de staat die haar heeft gedaan. Het verdrag blijft van kracht voor de andere verdragsluitende staten.

Artikel 31

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Nederland doet de staten bedoeld in artikel 26, alsmede de staten die zijn toegetreden overeenkomstig de bepalingen van artikel 28, mededeling van:

a)

de ondertekeningen en bekrachtigingen bedoeld in artikel 26;

b)

de datum waarop het verdrag overeenkomstig de bepalingen van artikel 27, eerste alinea, in werking treedt;

c)

de toetredingen bedoeld in artikel 28, en de datum waarop deze van kracht worden;

d)

de uitbreidingen bedoeld in artikel 29, en de datum waarop zij gevolg hebben;

e)

de aanwijzingen, bezwaren en verklaringen genoemd in artikel 21;

f)

de opzeggingen bedoeld in artikel 30, derde alinea.

Ten blijke waarvan de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, dit verdrag hebben ondertekend.

Gedaan te 's-Gravenhage, 15 november 1965, in de Franse en de Engelse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek, in één exemplaar, dat zal worden nedergelegd in het archief van de Nederlandse regering en waarvan een gewaarmerkt afschrift langs de diplomatieke weg zal worden toegezonden aan elk der staten die vertegenwoordigd zijn geweest op de tiende zitting van de Haagse Conferentie voor internationaal privaatrecht.

 


VERORDENINGEN

22.3.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 75/10


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/415 VAN DE COMMISSIE

van 21 maart 2016

tot intrekking van de aanvaarding van de verbintenis voor twee producenten-exporteurs en tot intrekking van Besluit 2008/577/EG tot aanvaarding van een verbintenis die is aangeboden in het kader van de antidumpingprocedure betreffende ammoniumnitraat van oorsprong uit Rusland

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) („de basisverordening”), en met name artikel 8,

Met kennisgeving aan de lidstaten,

Overwegende hetgeen volgt:

A.   BESTAANDE MAATREGELEN

(1)

De Raad heeft bij Verordening (EG) nr. 2022/95 (2) een definitief antidumpingrecht ingesteld op ammoniumnitraat van oorsprong uit Rusland. Na een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen en een tussentijds nieuw onderzoek heeft de Raad bij Verordening (EG) nr. 658/2002 (3) een definitief antidumpingrecht ingesteld op ammoniumnitraat van oorsprong uit Rusland. Na nog een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen en nog een tussentijds nieuw onderzoek heeft de Raad bij Verordening (EG) nr. 661/2008 (4) een definitief antidumpingrecht ingesteld op ammoniumnitraat van oorsprong uit Rusland. Na weer een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen heeft de Commissie bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 999/2014 (5) een definitief antidumpingrecht ingesteld op ammoniumnitraat van oorsprong uit Rusland.

(2)

Bij Besluit 2008/577/EG (6) („het besluit”) heeft de Commissie een prijsverbintenis („de verbintenis”) aanvaard van onder meer de Russische producenten JSC Acron en JSC Dorogobuzh, die tot de Acron Holding Company behoren (gezamenlijk „Acron” genoemd), met betrekking tot de invoer van door deze ondernemingen geproduceerd ammoniumnitraat dat aan de eerste onafhankelijke afnemer in de Unie wordt verkocht.

(3)

Bij hetzelfde besluit heeft de Commissie eveneens een verbintenis van Open Joint Stock Company (OJSC) Azot Cherkassy, Oekraïne, aanvaard. De maatregelen inzake de invoer van ammoniumnitraat van oorsprong uit Oekraïne vervielen op 17 juni 2012 (7), zodat ook de desbetreffende verbintenis op die dag afliep.

(4)

Bij hetzelfde besluit heeft de Commissie eveneens een verbintenis van de Eurochem-groep aanvaard. Bij Besluit 2012/629/EU (8) heeft de Commissie haar aanvaarding van de door de EuroChem-groep aangeboden verbintenis wegens de onuitvoerbaarheid ervan ingetrokken.

(5)

De van Acron aanvaarde verbintenis is gebaseerd op drie elementen, te weten 1) een indexering van de minimumprijzen in overeenstemming met de openbare internationale prijsnoteringen, 2) een kwantitatieve beperking en 3) een toezegging om de producten waarop de verbintenis betrekking heeft, niet te verkopen aan afnemers in de Europese Unie aan wie zij ook andere producten verkoopt, met uitzondering van bepaalde andere producten waarvoor Acron zich ertoe heeft verbonden specifieke prijsregelingen in acht te nemen.

(6)

Zoals opgemerkt in overweging 14 van Besluit 2008/577/EG, was de verkoopstructuur van Acron ten tijde van de aanvaarding van de verbintenis zodanig dat de Commissie het risico van omzeiling van de verbintenis gering achtte.

B.   GEWIJZIGDE OMSTANDIGHEDEN

Zakelijke relaties van Acron

(7)

In mei 2012 heeft Acron de Commissie meegedeeld een belang te willen nemen in een chemische onderneming in de Unie. In augustus 2012 heeft Acron de Commissie vervolgens in kennis gesteld van een wijziging in haar bedrijfsstructuur: zij had namelijk een minderheidsbelang in deze chemische onderneming in de Unie verworven; zij gaf aan dat deze wijziging in de bedrijfsstructuur geen gevolgen voor de uitvoering van de verbintenis had. Na beoordeling van het door Acron verstrekte bewijsmateriaal was de Commissie aanvankelijk niet van oordeel dat deze wijziging in de bedrijfsstructuur van Acron gevolgen voor de verbintenis had. Uit nieuw bewijsmateriaal waarover de Commissie momenteel beschikt, blijkt echter dat Acron onvolledige informatie heeft ingediend toen zij de Commissie in eerste instantie over de wijziging van haar structuur heeft ingelicht. De Commissie was er met name niet van op de hoogte gesteld dat deze producent in de Unie niet alleen chemische producten, maar ook meststoffen, waaronder ammoniumnitraat, produceert en verkoopt. Bovendien blijkt uit het bewijsmateriaal waarover de Commissie momenteel beschikt, dat Acron haar aandeel in deze producent nog verder heeft vergroot sinds zij de Commissie in augustus 2012 van haar aandeelhouderschap in kennis heeft gesteld.

Voorlopige beoordeling

(8)

De Commissie heeft onderzocht wat de gevolgen zijn van het bewijsmateriaal waarover zij beschikt, en was van mening dat er een groot risico van kruiscompensatie bestaat. Als namelijk het bedrijf voor de productie en de verkoop van meststoffen in de Unie waarin Acron aandelen heeft gekocht, een of meer producten aan dezelfde afnemers als Acron verkoopt, dan zouden de prijzen voor dergelijke transacties zodanig kunnen worden vastgesteld dat de minimuminvoerprijs waarvoor de verbintenis geldt, wordt gecompenseerd. Een dergelijke compensatie zou in het kader van toezichtmaatregelen echter niet aan het licht komen, aangezien de prijsstructuur van het merendeel van de producten die worden vervaardigd door het bedrijf voor de productie en de verkoop van meststoffen waarin Acron aandelen heeft gekocht, niet behoort tot de informatie die voor het publiek beschikbaar wordt gesteld. Bijgevolg kan niet worden nagegaan of de door de afnemers betaalde prijzen overeenkomen met de waarde van de producten dan wel of hierin mogelijk rabatten zijn verwerkt ter compensatie van transacties waarop de verbintenis van toepassing is en waarvoor een minimuminvoerprijs in acht moet worden genomen. Het zou in de praktijk dientengevolge niet langer mogelijk zijn toezicht op de verbintenis te houden.

(9)

De Commissie heeft Acron dienovereenkomstig ingelicht en aangekondigd dat zij in het licht van de in de overwegingen 7 en 8 beschreven omstandigheden heeft geoordeeld dat de verbintenis moet worden ingetrokken. Acron is in de gelegenheid gesteld opmerkingen in te dienen.

C.   SCHRIFTELIJKE OPMERKINGEN EN HOORZITTING

(10)

Acron heeft schriftelijke opmerkingen ingediend en is in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. In antwoord op het informatiedocument heeft Acron de argumenten herhaald die zij heeft aangevoerd toen haar voor het eerst werd meegedeeld dat de verbintenis niet verenigbaar is met deelneming in een meststoffenproducent in de Unie. Deze argumenten zijn in het informatiedocument behandeld en worden in deze verordening opnieuw besproken.

(11)

Verschillende partijen hebben de Commissie schriftelijke opmerkingen toegezonden waarin het standpunt van Acron wordt ondersteund (het informatiedocument en het verzoek om opmerkingen waren echter niet tot deze partijen gericht). Die partijen verklaarden niet betrokken te zijn geweest bij enige kruiscompensatie met Acron. Het risico van kruiscompensatie wordt door dergelijke verklaringen echter niet noodzakelijkerwijs beperkt. Het is in alle gevallen vaste praktijk van de Commissie om geen prijsverbintenissen te aanvaarden als er een groot risico van kruiscompensatie bestaat, ongeacht of er werkelijk sprake is van kruiscompensatie.

(12)

Acron stelde te goeder trouw te hebben gehandeld toen zij de Commissie, overeenkomstig de definitie van het begrip „verbonden partij” en ingevolge bepaling 5.14 van de verbintenis, in kennis stelde van enkele wijzigingen in haar bedrijfsstructuur.

(13)

Acron stelde bovendien dat zij als financiële investeerder in het bedrijf in de Unie moet worden beschouwd en dat haar deelname in de onderneming haar slechts beperkte statutaire rechten in de besluitvorming verleent, waarbij Acron geen zeggenschap over de onderneming in de Unie wordt gegeven in de zin van het mededingingsrecht van de Unie.

(14)

Acron onderstreepte dat het Unierecht en de nationale mededingingswetgeving de uitwisseling van commercieel gevoelige informatie of coördinatie van verkoop met haar concurrenten in de Unie of elders niet toestaan, hetgeen voor kruiscompensatie onmisbaar zou zijn.

(15)

De Commissie meent dat de argumenten van Acron om de volgende redenen moeten worden afgewezen.

(16)

Ten eerste bevat de door Acron aangeboden verbintenis een definitie van het begrip „verbonden partij”. Zoals in bepaling 1 van de verbintenis is vastgesteld, is het houden van 5 % of meer van de aandelen van een andere onderneming voldoende om als een verbonden partij te worden beschouwd; bij de beoordeling of toezicht op de verbintenis mogelijk is en of de verbintenis uitvoerbaar is, moet met deze benchmark rekening worden gehouden.

(17)

Bovendien wijst de Commissie nogmaals op de problemen in verband met kruiscompensatie, zoals bedoeld in overweging 8. Tevens kan niet worden uitgesloten dat sommige prijsnoteringen (waarop het prijsindexeringsmechanisme van de verbintenis is gebaseerd) worden beïnvloed door verkoop door de verbonden producent in de Unie.

(18)

Acron heeft zelf erkend dat deelneming in de producent in de Unie het vermoeden schept dat er een risico van kruiscompensatie bestaat, ook al is dat weerlegbaar. Bij de beoordeling of toezicht op de verbintenis mogelijk is en of de verbintenis uitvoerbaar is, zijn overwegingen op grond van het mededingingsrecht van de Unie of van lidstaten dat dergelijk gedrag in theorie niet in het belang is van Acron, niet relevant. Het risico van kruiscompensatie wordt door dergelijke overwegingen namelijk niet noodzakelijkerwijs beperkt.

(19)

Acron heeft aangevoerd dat kruiscompensatie commercieel gezien noch in haar eigen belang, noch in dat van de verbonden producent in de Unie zou zijn. Het risico van kruiscompensatie wordt door deze verklaring niet noodzakelijkerwijs beperkt, met name omdat een abstracte beoordeling van het „commerciële belang” niet mogelijk is. Bovendien acht de Commissie het niet uitgesloten dat kruiscompensatie in de hand wordt gewerkt doordat zowel de verbonden producent in de Unie als Acron in de Unie mogelijk aan dezelfde afnemers andere producten dan ammoniumnitraat verkoopt. Het zou ondoenlijk, zo niet onmogelijk zijn dergelijke verkopen in de Unie op te sporen. In dit verband is het nuttig te wijzen op de complexe structuur van zowel Acron als het concern van de verbonden producent in de Unie. Er bestaat bijgevolg een groot risico van kruiscompensatie met de verkoop van ammoniumnitraat of andere producten aan dezelfde afnemers.

(20)

Ten tweede kan er geen toezicht op de in de Unie gevestigde producent worden gehouden aangezien deze producent geen partij bij een verbintenis kan zijn, daar overeenkomstig artikel 8 van de basisverordening uitsluitend exporteurs verbintenissen kunnen aanbieden.

(21)

Ten derde zou het zelfs als de producent in de Unie partij bij de verbintenis zou kunnen zijn, wat niet het geval is, in de praktijk onmogelijk zijn om toezicht op de uitvoering van de verbintenis te houden, zoals gesteld is in de overwegingen 8 en 19.

(22)

Op basis van het bewijsmateriaal waarover de Commissie beschikt, wordt derhalve geconcludeerd dat er ten gevolge van de wijziging in de bedrijfsstructuur van Acron een groot risico van kruiscompensatie bestaat en dat de van Acron aanvaarde verbintenis niet langer uitvoerbaar is en dus moet worden ingetrokken.

(23)

Ten slotte heeft Acron voorgesteld een aanvullend mechanisme in te stellen voor het toezicht op de naleving van de verbintenis. Acron heeft met name aangeboden de Commissie regelmatig een gecontroleerd verslag over de kasstromen tussen beide concerns te verstrekken. Een dergelijk nieuw mechanisme zou het toezicht op de naleving van de verbintenis echter nog complexer en omslachtiger maken en zou de geconstateerde risico's en problemen in verband met kruiscompensatie niet verkleinen.

(24)

Geen van de door Acron aangevoerde argumenten zijn van dien aard dat de Commissie haar oordeel dat het toezicht op de verbintenis onuitvoerbaar is geworden, wijzigt.

D.   INTREKKING VAN BESLUIT 2008/577/EG

(25)

Derhalve heeft de Commissie overeenkomstig artikel 8, lid 9, van de basisverordening en ook overeenkomstig de bepalingen van de verbintenis op grond waarvan zij de verbintenis eenzijdig kan intrekken, geconcludeerd dat de aanvaarding van de door Acron aangeboden verbintenis moet worden ingetrokken en Besluit 2008/577/EG van de Commissie moet worden ingetrokken. Het bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 999/2014 van de Commissie ingestelde definitieve antidumpingrecht moet dus gelden voor het door Acron vervaardigde betrokken product (aanvullende Taric-code A532),

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De aanvaarding van de verbintenis van JSC Acron, Veliky Novgorod, Rusland, en JSC Dorogobuzh, Dorogobuzh, Rusland, die tot de „Acron” Holding Company behoren, met betrekking tot de invoer van door deze ondernemingen geproduceerd ammoniumnitraat dat aan de eerste onafhankelijke afnemer in de Unie wordt verkocht (aanvullende Taric-code A532), wordt ingetrokken.

Artikel 2

Besluit 2008/577/EG van de Commissie wordt ingetrokken.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 21 maart 2016.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51.

(2)  PB L 198 van 23.8.1995, blz. 1.

(3)  PB L 102 van 18.4.2002, blz. 1.

(4)  PB L 185 van 12.7.2008, blz. 1.

(5)  PB L 280 van 24.9.2014, blz. 19.

(6)  PB L 185 van 12.7.2008, blz. 43.

(7)  PB C 171 van 16.6.2012, blz. 25.

(8)  PB L 277 van 11.10.2012, blz. 8.


22.3.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 75/14


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/416 VAN DE COMMISSIE

van 21 maart 2016

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1),

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 21 maart 2016.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Jerzy PLEWA

Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)  PB L 157 van 15.6.2011, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

IL

125,9

MA

88,1

TR

110,3

ZZ

108,1

0707 00 05

MA

83,5

TR

140,8

ZZ

112,2

0709 93 10

MA

56,0

TR

162,4

ZZ

109,2

0805 10 20

EG

45,9

IL

76,9

MA

55,3

TN

69,6

TR

64,8

ZZ

62,5

0805 50 10

MA

138,5

TR

73,5

ZZ

106,0

0808 10 80

BR

87,2

US

133,3

ZA

110,3

ZZ

110,3

0808 30 90

AR

143,9

CL

163,8

CN

106,6

TR

153,6

ZA

99,9

ZZ

133,6


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1106/2012 van de Commissie van 27 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 471/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende communautaire statistieken van de buitenlandse handel met derde landen, wat de bijwerking van de nomenclatuur van landen en gebieden betreft (PB L 328 van 28.11.2012, blz. 7). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.


BESLUITEN

22.3.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 75/16


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2016/417 VAN DE COMMISSIE

van 17 maart 2016

houdende onttrekking aan EU-financiering van bepaalde uitgaven die de lidstaten hebben verricht in het kader van het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) of in het kader van het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo)

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2016) 1509)

(Slechts de teksten in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Litouwse, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Spaanse en de Zweedse taal zijn authentiek)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (1), en met name artikel 52,

Na raadpleging van het Comité voor de landbouwfondsen,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 31 van Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad (2) en, met ingang van 1 januari 2015, overeenkomstig artikel 52 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 dient de Commissie de nodige verificaties te verrichten, de resultaten daarvan mee te delen aan de lidstaten, kennis te nemen van de opmerkingen van de lidstaten, bilaterale besprekingen te initiëren om met de betrokken lidstaten overeenstemming te bereiken, en haar conclusies formeel aan deze laatste mee te delen.

(2)

De lidstaten hebben de gelegenheid gekregen een verzoek tot inleiding van een bemiddelingsprocedure in te dienen. Van deze mogelijkheid is in sommige gevallen gebruikgemaakt en de verslagen met de bevindingen zijn door de Commissie onderzocht.

(3)

Overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1306/2013 mogen uitsluitend landbouwuitgaven worden gefinancierd die zijn verricht op een wijze die niet in strijd is met de regelgeving van de Unie.

(4)

Uit de verrichte verificaties, de resultaten van de bilaterale besprekingen en de bemiddelingsprocedures is gebleken dat een deel van de door de lidstaten gedeclareerde uitgaven niet aan deze voorwaarde voldoet en derhalve niet uit het ELGF of het Elfpo mag worden gefinancierd.

(5)

Aangegeven moet worden welke bedragen niet als ten laste van het ELGF en het Elfpo worden erkend. Het gaat daarbij niet om uitgaven die zijn gedaan vóór de periode van 24 maanden die voorafging aan het tijdstip waarop de Commissie de resultaten van de verificaties schriftelijk aan de lidstaten heeft meegedeeld.

(6)

Voor de gevallen waarop het onderhavige besluit betrekking heeft, heeft de Commissie de lidstaten in een syntheseverslag de raming meegedeeld van de uitgaven die aan financiering moeten worden onttrokken omdat zij niet overeenkomstig de regelgeving van de Unie zijn verricht.

(7)

Met het onderhavige besluit wordt niet vooruitgelopen op de financiële consequenties die de Commissie zou kunnen trekken uit arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie in zaken die op 31 december 2015 aanhangig waren,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De in de bijlage vermelde bedragen betreffende de uitgaven van erkende betaalorganen van de lidstaten die ten laste van het ELGF of het Elfpo zijn gedeclareerd, worden aan financiering door de Unie onttrokken.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, de Republiek Litouwen, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, Roemenië, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.

Gedaan te Brussel, 17 maart 2016.

Voor de Commissie

Phil HOGAN

Lid van de Commissie


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549.

(2)  Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad van 21 juni 2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (PB L 209 van 11.8.2005, blz. 1).


BIJLAGE

Begrotingspost: 05070107

Lidstaat

Maatregel

BJ

Reden

Soort

Correctie (%)

Valuta

Bedrag

In mindering gebrachte bedragen

Financiële gevolgen

DE

Zetmeel

2003

Terugbetaling naar aanleiding van het arrest in zaak T-557/13

FORFAITAIR

10,00 %

EUR

1 901 395,66

0,00

1 901 395,66

 

Zetmeel

2004

Terugbetaling naar aanleiding van het arrest in zaak T-557/13

FORFAITAIR

10,00 %

EUR

1 883 474,60

0,00

1 883 474,60

 

Zetmeel

2005

Terugbetaling naar aanleiding van het arrest in zaak T-557/13

FORFAITAIR

10,00 %

EUR

2 408 081,08

0,00

2 408 081,08

 

 

 

 

 

Totaal DE:

EUR

6 192 951,34

0,00

6 192 951,34

Lidstaat

Maatregel

BJ

Reden

Soort

Correctie (%)

Valuta

Bedrag

In mindering gebrachte bedragen

Financiële gevolgen

GR

Randvoorwaarden

2009

Terugbetaling naar aanleiding van het arrest in zaak T-107/14

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

4 936 572,90

55 807,14

4 880 765,76

 

Randvoorwaarden

2010

Terugbetaling naar aanleiding van het arrest in zaak T-107/14

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

547,38

751,51

– 204,13

 

Andere rechtstreekse steun — Art. 69 van Verordening (EG) nr. 1782/2003 — uitgezonderd schapen en runderen

2007

Terugbetaling naar aanleiding van het arrest in zaak T-241/13

EENMALIG

 

EUR

358 518,51

0,00

358 518,51

 

Andere rechtstreekse steun — Art. 69 van Verordening (EG) nr. 1782/2003 — uitgezonderd schapen en runderen

2008

Terugbetaling naar aanleiding van het arrest in zaak T-241/13

EENMALIG

 

EUR

– 12,58

0,00

– 12,58

 

Andere rechtstreekse steun — Art. 69 van Verordening (EG) nr. 1782/2003 — uitgezonderd schapen en runderen

2009

Terugbetaling naar aanleiding van het arrest in zaak T-241/13

EENMALIG

 

EUR

1 066,26

0,00

1 066,26

 

 

 

 

 

Totaal GR:

EUR

5 296 692,47

56 558,65

5 240 133,82

Lidstaat

Maatregel

BJ

Reden

Soort

Correctie (%)

Valuta

Bedrag

In mindering gebrachte bedragen

Financiële gevolgen

NL

Onregelmatigheden

2007

Terugbetaling naar aanleiding van het arrest in zaak T-126/14

EENMALIG

 

EUR

4 703 231,78

0,00

4 703 231,78

 

 

 

 

 

Totaal NL:

EUR

4 703 231,78

0,00

4 703 231,78


Valuta

Bedrag

In mindering gebrachte bedragen

Financiële gevolgen

EUR

16 192 875,59

56 558,65

16 136 316,94

Begrotingspost: 05040501

Lidstaat

Maatregel

BJ

Reden

Soort

Correctie (%)

Valuta

Bedrag

In mindering gebrachte bedragen

Financiële gevolgen

FI

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 1 + 3 — investeringsgerichte maatregelen (2007-2013)

2009

Terugbetaling naar aanleiding van het arrest in zaak T-124/14

EENMALIG

 

EUR

32 799,76

0,00

32 799,76

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 1 + 3 — investeringsgerichte maatregelen (2007-2013)

2010

Terugbetaling naar aanleiding van het arrest in zaak T-124/14

EENMALIG

 

EUR

255 575,05

0,00

255 575,05

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 1 + 3 — investeringsgerichte maatregelen (2007-2013)

2011

Terugbetaling naar aanleiding van het arrest in zaak T-124/14

EENMALIG

 

EUR

301 891,12

0,00

301 891,12

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 1 + 3 — investeringsgerichte maatregelen (2007-2013)

2012

Terugbetaling naar aanleiding van het arrest in zaak T-124/14

EENMALIG

 

EUR

337 561,65

0,00

337 561,65

 

 

 

 

 

Totaal FI:

EUR

927 827,58

0,00

927 827,58

GR

Randvoorwaarden

2010

Terugbetaling naar aanleiding van het arrest in zaak T-107/14

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

201 962,44

0,00

201 962,44

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 2 (2007-2013, areaalgerelateerde maatregelen)

2009

Terugbetaling naar aanleiding van het arrest in zaak T-346/13

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

959 020,82

0,00

959 020,82

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 2 (2007-2013, areaalgerelateerde maatregelen)

2010

Terugbetaling naar aanleiding van het arrest in zaak T-346/13

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

992 833,01

0,00

992 833,01

 

 

 

 

 

Totaal GR:

EUR

2 153 816,27

0,00

2 153 816,27


Valuta

Bedrag

In mindering gebrachte bedragen

Financiële gevolgen

EUR

3 081 643,85

0,00

3 081 643,85

Begrotingspost: 6701

Lidstaat

Maatregel

BJ

Reden

Soort

Correctie (%)

Valuta

Bedrag

In mindering gebrachte bedragen

Financiële gevolgen

BE

Onregelmatigheden

2012

Goedkeuring van rekeningen

EENMALIG

 

EUR

– 9 601 619,00

0,00

– 9 601 619,00

 

Onregelmatigheden

2006

Niet-mededeling van rente (2006)

EENMALIG

0,00 %

EUR

– 3 717 323,80

0,00

– 3 717 323,80

 

Onregelmatigheden

2007

Niet-mededeling van rente (2007)

EENMALIG

0,00 %

EUR

– 1 331,61

0,00

– 1 331,61

 

 

 

 

 

Totaal BE:

EUR

– 13 320 274,41

0,00

– 13 320 274,41

Lidstaat

Maatregel

BJ

Reden

Soort

Correctie (%)

Valuta

Bedrag

In mindering gebrachte bedragen

Financiële gevolgen

DK

Groenten en fruit — operationele programma's

2011

Erkenning en operationele programma's: controles waarde afgezette productie en hoofdactiviteiten PO

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 153 323,91

– 7 977,91

– 145 346,00

 

Groenten en fruit — operationele programma's

2012

Erkenning en operationele programma's: controles waarde afgezette productie en hoofdactiviteiten PO

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 98 614,78

0,00

– 98 614,78

 

Groenten en fruit — operationele programma's

2013

Erkenning en operationele programma's: controles waarde afgezette productie en hoofdactiviteiten PO

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 1 638,51

0,00

– 1 638,51

 

Groenten en fruit — operationele programma's incl. intrekkingen

2014

Erkenning en operationele programma's: controles waarde afgezette productie en hoofdactiviteiten PO

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 409,20

0,00

– 409,20

 

Groenten en fruit — operationele programma's

2011

Erkenning PO

EENMALIG

 

EUR

– 159 558,14

0,00

– 159 558,14

 

 

 

 

 

Totaal DK:

EUR

– 413 544,54

– 7 977,91

– 405 566,63

Lidstaat

Maatregel

BJ

Reden

Soort

Correctie (%)

Valuta

Bedrag

In mindering gebrachte bedragen

Financiële gevolgen

DE

Certificering

2010

Niet-teruggevorderde bedragen i.v.m. financiële fouten van vorige jaren

EENMALIG

 

EUR

– 7 427,16

0,00

– 7 427,16

 

Certificering

2011

Niet-teruggevorderde bedragen i.v.m. financiële fouten van vorige jaren

EENMALIG

 

EUR

– 84,61

0,00

– 84,61

 

Certificering

2012

Niet-teruggevorderde bedragen i.v.m. financiële fouten van vorige jaren

EENMALIG

 

EUR

– 363,89

0,00

– 363,89

 

 

 

 

 

Totaal DE:

EUR

– 7 875,66

0,00

– 7 875,66

Lidstaat

Maatregel

BJ

Reden

Soort

Correctie (%)

Valuta

Bedrag

In mindering gebrachte bedragen

Financiële gevolgen

ES

Onregelmatigheden

2007

Toepassing van de nieuwe PACA

EENMALIG

 

EUR

– 28 221,44

0,00

– 28 221,44

 

Onregelmatigheden

2008

Toepassing van de nieuwe PACA

EENMALIG

 

EUR

– 19 882,61

0,00

– 19 882,61

 

Onregelmatigheden

2009

Toepassing van de nieuwe PACA

EENMALIG

 

EUR

– 50 479,42

0,00

– 50 479,42

 

Onregelmatigheden

2010

Toepassing van de nieuwe PACA

EENMALIG

 

EUR

– 3 712,91

0,00

– 3 712,91

 

Certificering

2011

Correcties i.v.m. BJ 2009

EENMALIG

 

EUR

– 46 445,53

0,00

– 46 445,53

 

Onregelmatigheden

2007

Vertraging bij de terugvorderingsprocedure

EENMALIG

 

EUR

– 24 376,08

0,00

– 24 376,08

 

Onregelmatigheden

2008

Vertraging bij de terugvorderingsprocedure

EENMALIG

 

EUR

– 17 173,48

0,00

– 17 173,48

 

Onregelmatigheden

2009

Vertraging bij de terugvorderingsprocedure

EENMALIG

 

EUR

– 43 601,28

0,00

– 43 601,28

 

Onregelmatigheden

2010

Vertraging bij de terugvorderingsprocedure

EENMALIG

 

EUR

– 3 207,00

0,00

– 3 207,00

 

Onregelmatigheden

2007

Berekening rente BJ 2006 en BJ 2007

EENMALIG

 

EUR

– 23 059,55

0,00

– 23 059,55

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2014

Tekortkomingen bij controles ter plaatse

EENMALIG

 

EUR

– 47 510,41

0,00

– 47 510,41

 

Wijn — herstructurering

2009

Tekortkoming bij een essentiële controle: overcompensatie forfaitaire bedragen

FORFAITAIR

10,00 %

EUR

– 59 660,14

0,00

– 59 660,14

 

Wijn — herstructurering

2010

Tekortkoming bij een essentiële controle: overcompensatie forfaitaire bedragen

FORFAITAIR

10,00 %

EUR

– 1 392 719,07

0,00

– 1 392 719,07

 

Wijn — herstructurering

2011

Tekortkoming bij een essentiële controle: overcompensatie forfaitaire bedragen

FORFAITAIR

10,00 %

EUR

– 2 440 054,08

– 5,65

– 2 440 048,43

 

Wijn — herstructurering

2012

Tekortkoming bij een essentiële controle: overcompensatie forfaitaire bedragen

FORFAITAIR

10,00 %

EUR

– 13 697 204,46

0,00

– 13 697 204,46

 

Wijn — herstructurering

2013

Tekortkoming bij een essentiële controle: overcompensatie forfaitaire bedragen

FORFAITAIR

10,00 %

EUR

– 16 379 396,64

– 2 665,74

– 16 376 730,90

 

 

 

 

 

Totaal ES:

EUR

– 34 276 704,10

– 2 671,39

– 34 274 032,71

Lidstaat

Maatregel

BJ

Reden

Soort

Correctie (%)

Valuta

Bedrag

In mindering gebrachte bedragen

Financiële gevolgen

FI

Certificering

2011

Correctie wegens niet-inleiden terugvorderingsprocedure

EENMALIG

 

EUR

– 7 835,62

0,00

– 7 835,62

 

Certificering

2012

Correctie wegens niet-inleiden terugvorderingsprocedure

EENMALIG

 

EUR

– 11 413,17

0,00

– 11 413,17

 

Certificering

2013

Correctie wegens niet-inleiden terugvorderingsprocedure

EENMALIG

 

EUR

– 1 271,91

0,00

– 1 271,91

 

 

 

 

 

Totaal FI:

EUR

20 520,70

0,00

20 520,70

Lidstaat

Maatregel

BJ

Reden

Soort

Correctie (%)

Valuta

Bedrag

In mindering gebrachte bedragen

Financiële gevolgen

FR

Onregelmatigheden

2009

Oninbaar verklaard bedrag wegens faillissement begunstigde. Betaalorgaan nam door een laattijdig antwoord evenwel niet deel aan faillissementsprocedure

EENMALIG

 

EUR

– 40 352,24

0,00

– 40 352,24

 

Onregelmatigheden

2009

Verschuldigde bedragen niet gerapporteerd in bijlage III-tabel, vervolgens niet geïnd door besluit lidstaat, of vertraging in terugvorderingsprocedure die is toe te schrijven aan lidstaat

EENMALIG

 

EUR

– 3 268 314,30

0,00

– 3 268 314,30

 

Onregelmatigheden

2010

Vertraging bij follow-up van prevorderingen

EENMALIG

 

EUR

– 4 375 725,65

0,00

– 4 375 725,65

 

Onregelmatigheden

2010

Elfpo-sancties verkeerd berekend of niet geregistreerd in bijlage III-tabel

EENMALIG

 

EUR

– 794,08

0,00

– 794,08

 

Onregelmatigheden

2010

Financiële correcties i.v.m. onregelmatigheden ELGF: stopzetting terugvorderingsprocedure niet terdege gemotiveerd en vordering niet geregistreerd

EENMALIG

 

EUR

– 1 800,42

0,00

– 1 800,42

 

Onregelmatigheden

2009

FR19: Zaak waar de niet-terugvordering is toe te schrijven aan nalatigheid lidstaat (zaak FR/1998/054); FR20: Zaak waarop de 50/50-regel niet is toegepast door foutieve PACA-rapportering in bijlage III-tabel (zaak SHSP1999900001)

EENMALIG

 

EUR

– 1 904 968,31

0,00

– 1 904 968,31

 

Onregelmatigheden

2009

Niet-toepassing 50/50-regel door niet in bijlage III-tabel gerapporteerde rente

EENMALIG

 

EUR

– 6 370,48

0,00

– 6 370,48

 

Randvoorwaarden

2011

Te mild sanctiesysteem, aanvraagjaar 2010

EENMALIG

 

EUR

– 13 900 346,00

– 27 800,69

– 13 872 545,31

 

Randvoorwaarden

2012

Te mild sanctiesysteem, aanvraagjaar 2011

EENMALIG

 

EUR

– 5 015 760,00

– 22 903,73

– 4 992 856,27

 

Randvoorwaarden

2013

Te mild sanctiesysteem, aanvraagjaar 2012

EENMALIG

 

EUR

– 5 883 866,00

– 26 488,62

– 5 857 377,38

 

Onregelmatigheden

2010

Nalatigheid bij terugvorderingsprocedure toe te schrijven aan lidstaat: betaalorgaan nam niet deel aan faillissementsprocedure van de schuldenaar

EENMALIG

 

EUR

– 44 471,48

0,00

– 44 471,48

 

Onregelmatigheden

2009

Niet-berekening van rente over teruggevorderde bedragen (bakkersboter)

EENMALIG

 

EUR

– 264 337,54

0,00

– 264 337,54

 

Onregelmatigheden

2010

Niet-berekening van rente voor maatregel bakkersboter

EENMALIG

 

EUR

– 96 600,46

0,00

– 96 600,46

 

Randvoorwaarden

2011

GLMC-normen niet bepaald, inadequate controles ter plaatse voor RBE's 1, 2 en 5 aanvraagjaar 2010

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 15 999 850,09

– 287 378,67

– 15 712 471,42

 

Randvoorwaarden

2012

GLMC-normen niet bepaald, inadequate controles ter plaatse voor RBE's 1, 2 en 5 aanvraagjaar 2010

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

2 342,47

0,00

2 342,47

 

Randvoorwaarden

2013

GLMC-normen niet bepaald, inadequate controles ter plaatse voor RBE's 1, 2 en 5 aanvraagjaar 2010

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 707,23

0,00

– 707,23

 

Randvoorwaarden

2010

GLMC-normen niet bepaald, inadequate controles ter plaatse voor RBE's 1, 2 en 5 aanvraagjaar 2011

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 167 635,51

– 8 744,49

– 158 891,02

 

Randvoorwaarden

2011

GLMC-normen niet bepaald, inadequate controles ter plaatse voor RBE's 1, 2 en 5 aanvraagjaar 2011

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 44 605,02

– 11 415,70

– 33 189,32

 

Randvoorwaarden

2012

GLMC-normen niet bepaald, inadequate controles ter plaatse voor RBE's 1, 2 en 5 aanvraagjaar 2011

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 15 835 116,53

– 136 742,25

– 15 698 374,28

 

Randvoorwaarden

2013

GLMC-normen niet bepaald, inadequate controles ter plaatse voor RBE's 1, 2 en 5 aanvraagjaar 2011

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 2 104,03

– 110,28

– 1 993,75

 

Randvoorwaarden

2011

GLMC-normen niet bepaald, inadequate controles ter plaatse voor RBE's 1, 2 en 5 aanvraagjaar 2012

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 253 702,72

– 11 415,70

– 242 287,02

 

Randvoorwaarden

2012

GLMC-normen niet bepaald, inadequate controles ter plaatse voor RBE's 1, 2 en 5 aanvraagjaar 2012

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 60 987,30

– 33,15

– 60 954,15

 

Randvoorwaarden

2013

GLMC-normen niet bepaald, inadequate controles ter plaatse voor RBE's 1, 2 en 5 aanvraagjaar 2012

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 15 882 638,43

– 346 705,47

– 15 535 932,96

 

Onregelmatigheden

2009

Terugvorderingsprocedures geannuleerd om formele redenen door nalatigheid vanwege de lidstaat

EENMALIG

 

EUR

– 71 193,30

0,00

– 71 193,30

 

 

 

 

 

Totaal FR:

EUR

– 83 119 904,65

– 879 738,75

– 82 240 165,90

Lidstaat

Maatregel

BJ

Reden

Soort

Correctie (%)

Valuta

Bedrag

In mindering gebrachte bedragen

Financiële gevolgen

GB

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2013

Tekortkomingen LPIS en geen terugvorderingen aanvraagjaar 2012

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 41 356 361,86

0,00

– 41 356 361,86

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2014

Tekortkomingen LPIS en geen terugvorderingen aanvraagjaar 2012

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 37 543,55

0,00

– 37 543,55

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2014

Tekortkomingen LPIS en geen terugvorderingen aanvraagjaar 2013

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 40 099 448,21

0,00

– 40 099 448,21

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2015

Tekortkomingen LPIS en geen terugvorderingen aanvraagjaar 2014

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 38 524 608,30

0,00

– 38 524 608,30

 

 

 

 

 

Totaal GB:

EUR

– 120 017 961,92

0,00

– 120 017 961,92

Lidstaat

Maatregel

BJ

Reden

Soort

Correctie (%)

Valuta

Bedrag

In mindering gebrachte bedragen

Financiële gevolgen

GR

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2013

Geen extrapolatie van resultaten

EENMALIG

 

EUR

– 6 095,07

0,00

– 6 095,07

 

Onregelmatigheden

2013

Vertraging terugvorderingsprocedures en nalatigheid bij follow-up van vorderingen

EENMALIG

 

EUR

– 203 932,27

0,00

– 203 932,27

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2013

Onjuiste toepassing van procedure voor kennelijke fouten

EENMALIG

 

EUR

– 30 000,00

0,00

– 30 000,00

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2013

Onjuiste toepassing van sancties voor te laat ingediende aanvragen

EENMALIG

 

EUR

– 985,65

0,00

– 985,65

 

Groenten en fruit — uitzonderlijke steunmaatregelen

2011

Niet oogsten vanaf inwerkingtreding Uitvoeringsverordening (EU) nr. 585/2011 — Reikwijdte van controles ter plaatse

FORFAITAIR

10,00 %

EUR

– 240 659,00

0,00

– 240 659,00

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2013

Tekortkoming in definitie subsidiabel blijvend grasland

FORFAITAIR

25,00 %

EUR

– 99 103 011,64

0,00

– 99 103 011,64

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2014

Tekortkoming in definitie subsidiabel blijvend grasland, kennelijke fouten en controles ter plaatse met teledetectie

FORFAITAIR

10,00 %

EUR

– 30 531 692,80

0,00

– 30 531 692,80

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2014

Tekortkoming in definitie subsidiabel blijvend grasland, kennelijke fouten en controles ter plaatse met teledetectie

EENMALIG

 

EUR

– 37 163 161,78

0,00

– 37 163 161,78

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2013

Tekortkoming in controles ter plaatse met teledetectie

EENMALIG

 

EUR

– 564 313,10

0,00

– 564 313,10

 

Groenten en fruit — uitzonderlijke steunmaatregelen

2011

Producten uit de markt genomen vanaf inwerkingtreding Uitvoeringsverordening (EU) nr. 585/2011

FORFAITAIR

10,00 %

EUR

– 84 786,51

0,00

– 84 786,51

 

Groenten en fruit — uitzonderlijke steunmaatregelen

2011

Producten uit de markt genomen vóór inwerkingtreding Uitvoeringsverordening (EU) nr. 585/2011

FORFAITAIR

10,00 %

EUR

– 28 125,34

0,00

– 28 125,34

 

 

 

 

 

Totaal GR:

EUR

– 167 956 763,16

0,00

– 167 956 763,16

Lidstaat

Maatregel

BJ

Reden

Soort

Correctie (%)

Valuta

Bedrag

In mindering gebrachte bedragen

Financiële gevolgen

IT

Randvoorwaarden

2010

Toepassing tolerantie, landbouwers met dieren, aanvraagjaar 2009

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 65 691,69

– 10,44

– 65 681,25

 

Randvoorwaarden

2011

Toepassing tolerantie, landbouwers met dieren, aanvraagjaar 2010

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 88 702,46

– 11,88

– 88 690,58

 

Randvoorwaarden

2009

Toepassing tolerantie, tekortkomingen verslag subsidiabiliteitscontroles en veterinaire controles, landbouwers met dieren, aanvraagjaar 2008

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 2 884 942,56

– 3 768,57

– 2 881 173,99

 

Randvoorwaarden

2010

Toepassing tolerantie, tekortkomingen verslag subsidiabiliteitscontroles en veterinaire controles, landbouwers met dieren, aanvraagjaar 2009

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 1 389 806,32

– 3 342,68

– 1 386 463,64

 

Randvoorwaarden

2011

Toepassing tolerantie, tekortkomingen verslag subsidiabiliteitscontroles en veterinaire controles, landbouwers met dieren, aanvraagjaar 2010

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 1 243 958,54

– 3 694,76

– 1 240 263,78

 

Randvoorwaarden

2010

Toepassing tolerantie, tekortkomingen verslag subsidiabiliteitscontroles, landbouwers met dieren, aanvraagjaar 2009

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 591 374,91

– 397,18

– 590 977,73

 

Randvoorwaarden

2011

Toepassing tolerantie, tekortkomingen verslag subsidiabiliteitscontroles, landbouwers met dieren, aanvraagjaar 2010

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 649 949,87

– 218,52

– 649 731,35

 

Melk — Quota

2012

Correctie melkheffing

EENMALIG

 

EUR

229 851,79

229 851,79

0,00

 

Onregelmatigheden

2011

Onjuiste rapportering in de bijlage III-tabellen en nalatigheid bij terugvorderingsprocedure

EENMALIG

 

EUR

– 5 470 744,00

0,00

– 5 470 744,00

 

Financiële audit — Laattijdige betalingen en betalingstermijnen

2012

Laattijdige betaling

EENMALIG

 

EUR

– 6 172 870,18

– 6 305 956,88

133 086,70

 

Onregelmatigheden

2013

Nalatigheid bij terugvorderingsprocedure

EENMALIG

 

EUR

– 63 891 740,43

0,00

– 63 891 740,43

 

Randvoorwaarden

2009

Vorige correcties aanvraagjaar 2008

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

0,00

– 372,46

372,46

 

Randvoorwaarden

2009

Vorige correcties aanvraagjaar 2008

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

0,00

– 6 991,99

6 991,99

 

Randvoorwaarden

2010

Vorige correcties aanvraagjaar 2009

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

0,00

– 67,76

67,76

 

Randvoorwaarden

2010

Vorige correcties aanvraagjaar 2009

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

0,00

– 2 534,97

2 534,97

 

Randvoorwaarden

2009

Tekortkomingen verslag subsidiabiliteitscontroles en veterinaire controles, landbouwers met dieren, aanvraagjaar 2008

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 625 639,55

– 63,25

– 625 576,30

 

Randvoorwaarden

2010

Tekortkomingen verslag subsidiabiliteitscontroles en veterinaire controles, landbouwers met dieren, aanvraagjaar 2009

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 602 924,23

– 214,77

– 602 709,46

 

Randvoorwaarden

2009

Tekortkomingen verslag subsidiabiliteitscontroles, landbouwers zonder dieren, aanvraagjaar 2008

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 1 917 822,51

0,00

– 1 917 822,51

 

Randvoorwaarden

2010

Tekortkomingen verslag subsidiabiliteitscontroles, landbouwers zonder dieren, aanvraagjaar 2009

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 1 533 726,99

0,00

– 1 533 726,99

 

Randvoorwaarden

2011

Tekortkomingen verslag subsidiabiliteitscontroles, landbouwers zonder dieren, aanvraagjaar 2010

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 1 081 038,12

0,00

– 1 081 038,12

 

 

 

 

 

Totaal IT:

EUR

– 87 981 080,57

– 6 097 794,32

– 81 883 286,25

Lidstaat

Maatregel

BJ

Reden

Soort

Correctie (%)

Valuta

Bedrag

In mindering gebrachte bedragen

Financiële gevolgen

NL

Certificering

2013

Financiële correctie

EENMALIG

 

EUR

– 2 692 849,00

0,00

– 2 692 849,00

 

Groenten en fruit — operationele programma's

2010

Onvoldoende controles erkenning BJ 2010-2013

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 1 267 405,71

– 13 670,46

– 1 253 735,25

 

Groenten en fruit — operationele programma's

2011

Onvoldoende controles erkenning BJ 2010-2013

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 3 682 681,34

0,00

– 3 682 681,34

 

Groenten en fruit — operationele programma's

2012

Onvoldoende controles erkenning BJ 2010-2013

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 2 608 143,33

0,00

– 2 608 143,33

 

Groenten en fruit — operationele programma's

2013

Onvoldoende controles erkenning BJ 2010-2013

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 362 117,22

0,00

– 362 117,22

 

Groenten en fruit — operationele programma's incl. intrekkingen

2014

Onvoldoende controles erkenning BJ 2014

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 26 061,78

0,00

– 26 061,78

 

 

 

 

 

Totaal NL:

EUR

– 10 639 258,38

– 13 670,46

– 10 625 587,92

Lidstaat

Maatregel

BJ

Reden

Soort

Correctie (%)

Valuta

Bedrag

In mindering gebrachte bedragen

Financiële gevolgen

PT

Certificering

2009

Bedragen geregistreerd in debiteurenadministratie, maar niet teruggevorderd

EENMALIG

 

EUR

– 101 980,26

0,00

– 101 980,26

 

Certificering

2012

Bekende fout GBCS-populatie ELGF

EENMALIG

 

EUR

– 343,56

0,00

– 343,56

 

Certificering

2012

Meest waarschijnlijke fout voor niet-GBCS-populatie ELGF

EENMALIG

 

EUR

– 240 677,39

0,00

– 240 677,39

 

Andere rechtstreekse steun — artikelen 68-72 van Verordening (EG) nr. 73/2009

2011

Niet uitvoeren van controles ter plaatse

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 126 701,30

0,00

– 126 701,30

 

Andere rechtstreekse steun — artikelen 68-72 van Verordening (EG) nr. 73/2009

2012

Niet uitvoeren van controles ter plaatse

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 99 604,68

0,00

– 99 604,68

 

Andere rechtstreekse steun — artikelen 68-72 van Verordening (EG) nr. 73/2009

2013

Niet uitvoeren van controles ter plaatse

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 159 456,24

0,00

– 159 456,24

 

 

 

 

 

Totaal PT:

EUR

– 728 763,43

0,00

– 728 763,43

Lidstaat

Maatregel

BJ

Reden

Soort

Correctie (%)

Valuta

Bedrag

In mindering gebrachte bedragen

Financiële gevolgen

RO

Groenten en fruit — uitzonderlijke steunmaatregelen

2011

EHEC — niet oogsten

FORFAITAIR

10,00 %

EUR

– 260,03

0,00

– 260,03

 

Onregelmatigheden

2013

Terugvorderingsprocedure niet binnen 1 jaar na PACA ingeleid

EENMALIG

 

EUR

– 5 758,63

0,00

– 5 758,63

 

Onregelmatigheden

2014

Terugvorderingsprocedure niet binnen 1 jaar na PACA ingeleid

EENMALIG

 

EUR

– 12 741,33

0,00

– 12 741,33

 

Groenten en fruit — operationele programma's

2011

Tekortkomingen bij erkenning PO

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 8 275,06

0,00

– 8 275,06

 

Groenten en fruit — operationele programma's

2012

Tekortkomingen bij erkenning PO

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 56 494,53

0,00

– 56 494,53

 

 

 

 

 

Totaal RO:

EUR

– 83 529,58

0,00

– 83 529,58

Lidstaat

Maatregel

BJ

Reden

Soort

Correctie (%)

Valuta

Bedrag

In mindering gebrachte bedragen

Financiële gevolgen

SE

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2012

Aanvraagjaar 2011 Tekortkoming in actualisering LPIS na controle ter plaatse, geen retroactieve terugvorderingen, kruiscontroles, niet-conforme papieren aanvragen

EENMALIG

 

EUR

– 851 382,71

0,00

– 851 382,71

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2013

Aanvraagjaar 2012 Tekortkoming in actualisering LPIS na controle ter plaatse, geen retroactieve terugvorderingen

EENMALIG

 

EUR

– 831 883,84

0,00

– 831 883,84

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2014

Aanvraagjaar 2013 Geen retroactieve terugvorderingen

GESCHAT BEDRAG

 

EUR

– 414 905,24

0,00

– 414 905,24

 

Ontkoppelde rechtstreekse steun

2014

Aanvraagjaar 2013 tekortkoming in risicoanalyse teledetectie + geen evaluatie en geen actualisering ervan

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 8 811 286,44

0,00

– 8 811 286,44

 

 

 

 

 

Totaal SE:

EUR

– 10 909 458,23

0,00

– 10 909 458,23


Valuta

Bedrag

In mindering gebrachte bedragen

Financiële gevolgen

EUR

– 529 475 639,33

– 7 001 852,83

– 522 473 786,50

Begrotingspost: 6711

Lidstaat

Maatregel

BJ

Reden

Soort

Correctie (%)

Valuta

Bedrag

In mindering gebrachte bedragen

Financiële gevolgen

AT

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 2 (2007-2013, niet-areaalgerelateerde maatregelen)

2012

Reikwijdte van controles ter plaatse

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 70 795,87

0,00

– 70 795,87

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 2 (2007-2013, niet-areaalgerelateerde maatregelen)

2013

Reikwijdte van controles ter plaatse

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 142 245,32

0,00

– 142 245,32

 

 

 

 

 

Totaal AT:

EUR

– 213 041,19

0,00

– 213 041,19

Lidstaat

Maatregel

BJ

Reden

Soort

Correctie (%)

Valuta

Bedrag

In mindering gebrachte bedragen

Financiële gevolgen

DE

Certificering

2011

Financiële fouten in niet-GBCS-populatie Elfpo

EENMALIG

 

EUR

– 232 843,16

0,00

– 232 843,16

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 1 + 3 — investeringsgerichte maatregelen (2007-2013)

2013

Bekende fout in beheer maatregel 323-C

EENMALIG

 

EUR

– 24 474,17

0,00

– 24 474,17

 

Certificering

2013

Bekende fouten op basis van gegevensgerichte toetsing van GBCS-populatie

EENMALIG

 

EUR

– 19 704,48

0,00

– 19 704,48

 

Certificering

2013

Meest waarschijnlijke fout op basis van gegevensgerichte toetsing van GBCS-populatie

EENMALIG

 

EUR

– 268 082,29

0,00

– 268 082,29

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo investeringen — publieke begunstigden

2013

Geen aanbestedingsprocedure gevolgd voor aankoop IT-materiaal

EENMALIG

 

EUR

– 2 706 123,93

0,00

– 2 706 123,93

 

Certificering

2009

Uitstaande bedragen i.v.m. financiële fouten van vorig jaar

EENMALIG

 

EUR

– 5 069,40

0,00

– 5 069,40

 

Certificering

2010

Uitstaande bedragen i.v.m. financiële fouten van vorig jaar

EENMALIG

 

EUR

– 4 538,21

0,00

– 4 538,21

 

Certificering

2011

Uitstaande bedragen i.v.m. financiële fouten van vorig jaar

EENMALIG

 

EUR

– 365,82

0,00

– 365,82

 

Certificering

2012

Uitstaande bedragen i.v.m. financiële fouten van vorig jaar

EENMALIG

 

EUR

– 560,65

0,00

– 560,65

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 1 + 3 — investeringsgerichte maatregelen (2007-2013)

2012

Openbareaanbestedingsprocedures niet terdege beoordeeld en gecontroleerd

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 841 263,73

0,00

– 841 263,73

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 1 + 3 — investeringsgerichte maatregelen (2007-2013)

2013

Openbareaanbestedingsprocedures niet terdege beoordeeld en gecontroleerd

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 1 543 911,96

0,00

– 1 543 911,96

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo investeringen — publieke begunstigden

2014

Openbareaanbestedingsprocedures niet terdege beoordeeld en gecontroleerd

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 1 441 912,56

0,00

– 1 441 912,56

 

Certificering

2012

Herziening van controlestatistieken

EENMALIG

 

EUR

– 69 518,37

0,00

– 69 518,37

 

 

 

 

 

Totaal DE:

EUR

– 7 158 368,73

0,00

– 7 158 368,73

Lidstaat

Maatregel

BJ

Reden

Soort

Correctie (%)

Valuta

Bedrag

In mindering gebrachte bedragen

Financiële gevolgen

ES

Certificering

2011

Correctie voor bekende fout GBCS-populatie Elfpo

EENMALIG

 

EUR

– 2 916,99

0,00

– 2 916,99

 

Certificering

2011

Correctie voor bekende fout niet-GBCS-populatie Elfpo

EENMALIG

 

EUR

– 5 013,25

0,00

– 5 013,25

 

Certificering

2011

Correctie voor de meest waarschijnlijke fout GBCS-populatie Elfpo

EENMALIG

 

EUR

– 20 953,46

0,00

– 20 953,46

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 2 (2007-2013, areaalgerelateerde maatregelen)

2014

Betalingen voor submaatregelen op agromilieugebied — „Biologische landbouw”

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 9 130,61

0,00

– 9 130,61

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 2 (2007-2013, areaalgerelateerde maatregelen)

2014

Betalingen aan begunstigden vóór voltooiing controle ter plaatse (agromilieumaatregel)

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 106 066,65

0,00

– 106 066,65

 

 

 

 

 

Totaal ES:

EUR

– 144 080,96

0,00

– 144 080,96

Lidstaat

Maatregel

BJ

Reden

Soort

Correctie (%)

Valuta

Bedrag

In mindering gebrachte bedragen

Financiële gevolgen

FI

Certificering

2011

Correctie wegens niet-inleiden terugvorderingsprocedures

EENMALIG

 

EUR

– 28 672,16

– 108,34

– 28 563,82

 

 

 

 

 

Totaal FI:

EUR

– 28 672,16

– 108,34

– 28 563,82

Lidstaat

Maatregel

BJ

Reden

Soort

Correctie (%)

Valuta

Bedrag

In mindering gebrachte bedragen

Financiële gevolgen

FR

Certificering

2010

Premie voor grasland betaald voor 6 jaar i.p.v. 5

EENMALIG

 

EUR

– 12 978,78

0,00

– 12 978,78

 

Certificering

2010

Correctie voor de meest waarschijnlijke fout niet-GBCS-populatie Elfpo

EENMALIG

 

EUR

– 1 270 251,62

0,00

– 1 270 251,62

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo investeringen — particuliere begunstigden

2010

Subsidiabiliteitscriteria niet geverifieerd

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 143 933,09

– 143 933,09

0,00

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo investeringen — particuliere begunstigden

2010

Subsidiabiliteitscriteria niet geverifieerd

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 359 832,71

0,00

– 359 832,71

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 1 + 3 — investeringsgerichte maatregelen (2007-2013)

2010

Subsidiabiliteitscriteria niet geverifieerd

EENMALIG

 

EUR

– 20 653,38

0,00

– 20 653,38

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo investeringen — particuliere begunstigden

2011

Subsidiabiliteitscriteria niet geverifieerd

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 653 002,96

– 653 002,96

0,00

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo investeringen — particuliere begunstigden

2011

Subsidiabiliteitscriteria niet geverifieerd

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 1 632 507,39

– 9 777,90

– 1 622 729,49

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 1 + 3 — investeringsgerichte maatregelen (2007-2013)

2011

Subsidiabiliteitscriteria niet geverifieerd

EENMALIG

 

EUR

– 131 070,04

0,00

– 131 070,04

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo investeringen — particuliere begunstigden

2012

Subsidiabiliteitscriteria niet geverifieerd

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 714 128,24

– 714 128,24

0,00

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo investeringen — particuliere begunstigden

2012

Subsidiabiliteitscriteria niet geverifieerd

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 1 785 320,60

0,00

– 1 785 320,60

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 1 + 3 — investeringsgerichte maatregelen (2007-2013)

2012

Subsidiabiliteitscriteria niet geverifieerd

EENMALIG

 

EUR

– 149 439,53

0,00

– 149 439,53

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo investeringen — particuliere begunstigden

2013

Subsidiabiliteitscriteria niet geverifieerd

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 179 735,46

– 179 735,46

0,00

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo investeringen — particuliere begunstigden

2013

Subsidiabiliteitscriteria niet geverifieerd

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 449 338,69

0,00

– 449 338,69

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 1+3 — investeringsgerichte maatregelen (2007-2013)

2013

Subsidiabiliteitscriteria niet geverifieerd

EENMALIG

 

EUR

– 44 643,36

0,00

– 44 643,36

 

Certificering

2010

Bekende fout in niet-GBCS-populatie Elfpo: btw gecofinancierd met EU-middelen voor overheidsinstanties

EENMALIG

 

EUR

– 813 607,17

0,00

– 813 607,17

 

Randvoorwaarden

2010

GLMC-normen niet bepaald, inadequate controles ter plaatse voor RBE's 1, 2 en 5 aanvraagjaar 2010

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 728 973,79

– 87 084,56

– 641 889,23

 

Randvoorwaarden

2011

GLMC-normen niet bepaald, inadequate controles ter plaatse voor RBE's 1, 2 en 5 aanvraagjaar 2010

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 276 681,27

– 98 285,34

– 178 395,93

 

Randvoorwaarden

2012

GLMC-normen niet bepaald, inadequate controles ter plaatse voor RBE's 1, 2 en 5 aanvraagjaar 2010

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 20 437,53

0,00

– 20 437,53

 

Randvoorwaarden

2013

GLMC-normen niet bepaald, inadequate controles ter plaatse voor RBE's 1, 2 en 5 aanvraagjaar 2010

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 667,67

0,00

– 667,67

 

Randvoorwaarden

2011

GLMC-normen niet bepaald, inadequate controles ter plaatse voor RBE's 1, 2 en 5 aanvraagjaar 2011

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 729 955,39

0,00

– 729 955,39

 

Randvoorwaarden

2012

GLMC-normen niet bepaald, inadequate controles ter plaatse voor RBE's 1, 2 en 5 aanvraagjaar 2011

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 694 669,61

– 128 311,12

– 566 358,49

 

Randvoorwaarden

2013

GLMC-normen niet bepaald, inadequate controles ter plaatse voor RBE's 1, 2 en 5 aanvraagjaar 2011

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 2 004,69

0,00

– 2 004,69

 

Randvoorwaarden

2012

GLMC-normen niet bepaald, inadequate controles ter plaatse voor RBE's 1, 2 en 5 aanvraagjaar 2012

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 445 542,80

0,00

– 445 542,80

 

Randvoorwaarden

2013

GLMC-normen niet bepaald, inadequate controles ter plaatse voor RBE's 1, 2 en 5 aanvraagjaar 2012

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 618 564,62

– 95 434,72

– 523 129,90

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo investeringen — particuliere begunstigden

2010

Redelijkheid van de kosten niet gecontroleerd

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 466 051,99

– 466 051,99

0,00

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo investeringen — particuliere begunstigden

2010

Redelijkheid van de kosten niet gecontroleerd

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 1 165 129,98

– 200 489,14

– 964 640,84

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo investeringen — particuliere begunstigden

2011

Redelijkheid van de kosten niet gecontroleerd

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 1 318 962,23

– 1 318 962,23

0,00

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo investeringen — particuliere begunstigden

2011

Redelijkheid van de kosten niet gecontroleerd

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 3 297 405,58

– 67 253,62

– 3 230 151,96

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo investeringen — particuliere begunstigden

2012

Redelijkheid van de kosten niet gecontroleerd

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 1 646 751,71

– 1 646 751,71

0,00

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo investeringen — particuliere begunstigden

2012

Redelijkheid van de kosten niet gecontroleerd

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 4 116 879,28

– 62 387,68

– 4 054 491,60

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo investeringen — particuliere begunstigden

2013

Redelijkheid van de kosten niet gecontroleerd

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 346 040,61

– 346 040,61

0,00

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo investeringen — particuliere begunstigden

2013

Redelijkheid van de kosten niet gecontroleerd

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 865 101,55

– 58 386,10

– 806 715,45

 

 

 

 

 

Totaal FR:

EUR

– 25 100 263,32

– 6 276 016,47

– 18 824 246,85

Lidstaat

Maatregel

BJ

Reden

Soort

Correctie (%)

Valuta

Bedrag

In mindering gebrachte bedragen

Financiële gevolgen

GB

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 4 Leader (2007-2013)

2012

Maatregel 413: eenmalige correctie wegens ontbreken van controles op de redelijkheid van de kosten en op de aanwezigheid van 3 offertes in 1 project

EENMALIG

 

EUR

– 9 791,59

0,00

– 9 791,59

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 4 Leader (2007-2013)

2012

Maatregel 411/413: tekortkomingen geconstateerd bij verschillende essentiële controles (projectselectie, controles op betrouwbaarheid van de aanvrager en op dubbele financiering, controles ter plaatse)

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 116 143,13

– 489,58

– 115 653,55

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 4 Leader (2007-2013)

2013

Maatregel 411/413: tekortkomingen geconstateerd bij verschillende essentiële controles (projectselectie, controles op betrouwbaarheid van de aanvrager en op dubbele financiering, controles ter plaatse)

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 1 731 861,46

0,00

– 1 731 861,46

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 4 Leader (2007-2013)

2014

Maatregel 411/413: tekortkomingen geconstateerd bij verschillende essentiële controles (projectselectie, controles op betrouwbaarheid van de aanvrager en op dubbele financiering, controles ter plaatse)

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 748 948,33

0,00

– 748 948,33

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 2 (2007-2013, areaalgerelateerde maatregelen)

2012

Maatregel 214: tekortkomingen in de administratieve kruiscontroles van de veedichtheid

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 3 121 252,71

0,00

– 3 121 252,71

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 2 (2007-2013, areaalgerelateerde maatregelen)

2013

Maatregel 214: tekortkomingen in de administratieve kruiscontroles van de veedichtheid

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 3 258 827,27

0,00

– 3 258 827,27

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 2 (2007-2013, areaalgerelateerde maatregelen)

2014

Maatregel 214: tekortkomingen in de administratieve kruiscontroles van de veedichtheid

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 1 291 507,12

0,00

– 1 291 507,12

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 2 (2007-2013, niet-areaalgerelateerde maatregelen)

2012

Maatregel 216: tekortkomingen bij controle op dubbele financiering, op btw-registratie, op bezoeken ter plaatse, op redelijkheid van de kosten, op de uitvoering van de investering en op de reikwijdte van controles ter plaatse

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 70 521,65

0,00

– 70 521,65

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 2 (2007-2013, niet-areaalgerelateerde maatregelen)

2013

Maatregel 216: tekortkomingen bij controle op dubbele financiering, op btw-registratie, op bezoeken ter plaatse, op redelijkheid van de kosten, op de uitvoering van de investering en op de reikwijdte van controles ter plaatse

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 761 093,10

0,00

– 761 093,10

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 2 (2007-2013, niet-areaalgerelateerde maatregelen)

2014

Maatregel 216: tekortkomingen bij controle op dubbele financiering, op btw-registratie, op bezoeken ter plaatse, op redelijkheid van de kosten, op de uitvoering van de investering en op de reikwijdte van controles ter plaatse

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 733 293,71

0,00

– 733 293,71

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 2 (2007-2013, niet-areaalgerelateerde maatregelen)

2012

Maatregel 227: tekortkomingen bij controle op dubbele financiering, op btw-registratie, op bezoeken ter plaatse, op redelijkheid van de kosten, op de uitvoering van de investering en op de reikwijdte van controles ter plaatse

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 42 403,20

0,00

– 42 403,20

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 2 (2007-2013, niet-areaalgerelateerde maatregelen)

2013

Maatregel 227: tekortkomingen bij controle op dubbele financiering, op btw-registratie, op bezoeken ter plaatse, op redelijkheid van de kosten, op de uitvoering van de investering en op de reikwijdte van controles ter plaatse

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 364 039,25

0,00

– 364 039,25

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 2 (2007-2013, niet-areaalgerelateerde maatregelen)

2014

Maatregel 227: tekortkomingen bij controle op dubbele financiering, op btw-registratie, op bezoeken ter plaatse, op redelijkheid van de kosten, op de uitvoering van de investering en op de reikwijdte van controles ter plaatse

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 366 157,36

0,00

– 366 157,36

 

 

 

 

 

Totaal GB:

EUR

– 12 615 839,88

– 489,58

– 12 615 350,30

Lidstaat

Maatregel

BJ

Reden

Soort

Correctie (%)

Valuta

Bedrag

In mindering gebrachte bedragen

Financiële gevolgen

GR

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 1 + 3 — investeringsgerichte maatregelen (2007-2013)

2010

Onjuiste toepassing van de selectiecriteria

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 506 480,19

0,00

– 506 480,19

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 1 + 3 — investeringsgerichte maatregelen (2007-2013)

2011

Onjuiste toepassing van de selectiecriteria

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 699 174,68

0,00

– 699 174,68

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 1 + 3 — investeringsgerichte maatregelen (2007-2013)

2012

Onjuiste toepassing van de selectiecriteria

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 1 002 840,61

0,00

– 1 002 840,61

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 1 + 3 — investeringsgerichte maatregelen (2007-2013)

2013

Onjuiste toepassing van de selectiecriteria

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 899 008,70

0,00

– 899 008,70

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 1 + 3 — investeringsgerichte maatregelen (2007-2013)

2011

Sanctiebeleid is doeltreffend, evenredig noch ontradend

EENMALIG

0,00 %

EUR

– 536 620,15

0,00

– 536 620,15

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 1 + 3 — investeringsgerichte maatregelen (2007-2013)

2012

Sanctiebeleid is doeltreffend, evenredig noch ontradend

EENMALIG

0,00 %

EUR

– 100 072,61

0,00

– 100 072,61

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 1 + 3 — investeringsgerichte maatregelen (2007-2013)

2013

Sanctiebeleid is doeltreffend, evenredig noch ontradend

EENMALIG

0,00 %

EUR

– 136 263,56

0,00

– 136 263,56

 

 

 

 

 

Totaal GR:

EUR

– 3 880 460,50

0,00

– 3 880 460,50

Lidstaat

Maatregel

BJ

Reden

Soort

Correctie (%)

Valuta

Bedrag

In mindering gebrachte bedragen

Financiële gevolgen

IT

Randvoorwaarden

2010

Toepassing tolerantie, landbouwers met dieren, aanvraagjaar 2009

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 78 405,91

0,00

– 78 405,91

 

Randvoorwaarden

2011

Toepassing tolerantie, landbouwers met dieren, aanvraagjaar 2010

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 38 637,69

0,00

– 38 637,69

 

Randvoorwaarden

2009

Toepassing tolerantie, tekortkomingen verslag subsidiabiliteitscontroles en veterinaire controles, landbouwers met dieren, aanvraagjaar 2008

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 143 572,52

0,00

– 143 572,52

 

Randvoorwaarden

2010

Toepassing tolerantie, tekortkomingen verslag subsidiabiliteitscontroles en veterinaire controles, landbouwers met dieren, aanvraagjaar 2009

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 100 094,63

0,00

– 100 094,63

 

Randvoorwaarden

2011

Toepassing tolerantie, tekortkomingen verslag subsidiabiliteitscontroles en veterinaire controles, landbouwers met dieren, aanvraagjaar 2010

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 134 296,47

– 3 255,87

– 131 040,60

 

Randvoorwaarden

2010

Toepassing tolerantie, tekortkomingen verslag subsidiabiliteitscontroles, landbouwers met dieren, aanvraagjaar 2009

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 42 005,10

0,00

– 42 005,10

 

Randvoorwaarden

2011

Toepassing tolerantie, tekortkomingen verslag subsidiabiliteitscontroles, landbouwers met dieren, aanvraagjaar 2010

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 43 429,85

0,00

– 43 429,85

 

Randvoorwaarden

2009

Vorige correcties aanvraagjaar 2008

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

0,00

– 13 570,69

13 570,69

 

Randvoorwaarden

2010

Vorige correcties aanvraagjaar 2009

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

0,00

– 12 124,12

12 124,12

 

Randvoorwaarden

2009

Tekortkomingen verslag subsidiabiliteitscontroles en veterinaire controles, landbouwers met dieren, aanvraagjaar 2008

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 19 365,24

0,00

– 19 365,24

 

Randvoorwaarden

2010

Tekortkomingen verslag subsidiabiliteitscontroles en veterinaire controles, landbouwers met dieren, aanvraagjaar 2009

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 23 218,80

0,00

– 23 218,80

 

Randvoorwaarden

2009

Tekortkomingen verslag subsidiabiliteitscontroles, landbouwers zonder dieren, aanvraagjaar 2008

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 90 181,34

0,00

– 90 181,34

 

Randvoorwaarden

2010

Tekortkomingen verslag subsidiabiliteitscontroles, landbouwers zonder dieren, aanvraagjaar 2009

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 96 173,02

0,00

– 96 173,02

 

Randvoorwaarden

2011

Tekortkomingen verslag subsidiabiliteitscontroles, landbouwers zonder dieren, aanvraagjaar 2010

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 104 882,23

0,00

– 104 882,23

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 2 (2007-2013, areaalgerelateerde maatregelen)

2011

Tekortkomingen bij controles ter plaatse — Maatregel 211

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

540,56

0,00

540,56

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 2 (2007-2013, areaalgerelateerde maatregelen)

2012

Tekortkomingen bij controles ter plaatse — Maatregel 211

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 248 449,43

0,00

– 248 449,43

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 2 (2007-2013, areaalgerelateerde maatregelen)

2013

Tekortkomingen bij controles ter plaatse — Maatregel 211

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 215 733,48

0,00

– 215 733,48

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 2 (2007-2013, areaalgerelateerde maatregelen)

2014

Tekortkomingen bij controles ter plaatse — Maatregel 211

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 175 805,33

0,00

– 175 805,33

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 2 (2007-2013, areaalgerelateerde maatregelen)

2011

Tekortkomingen bij controles ter plaatse — Maatregel 214

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

193,13

0,00

193,13

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 2 (2007-2013, areaalgerelateerde maatregelen)

2012

Tekortkomingen bij controles ter plaatse — Maatregel 214

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 341 406,39

0,00

– 341 406,39

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 2 (2007-2013, areaalgerelateerde maatregelen)

2013

Tekortkomingen bij controles ter plaatse — Maatregel 214

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 416 214,54

0,00

– 416 214,54

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 2 (2007-2013, areaalgerelateerde maatregelen)

2014

Tekortkomingen bij controles ter plaatse — Maatregel 214

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 454 241,45

0,00

– 454 241,45

 

 

 

 

 

Totaal IT:

EUR

– 2 765 379,73

– 28 950,68

– 2 736 429,05

Lidstaat

Maatregel

BJ

Reden

Soort

Correctie (%)

Valuta

Bedrag

In mindering gebrachte bedragen

Financiële gevolgen

LT

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 2 (2007-2013, areaalgerelateerde maatregelen)

2009

Tekortkomingen bij controles ter plaatse — Maatregel 214

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 84 153,64

0,00

– 84 153,64

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 2 (2007-2013, areaalgerelateerde maatregelen)

2010

Tekortkomingen bij controles ter plaatse — Maatregel 214

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 144 593,73

0,00

– 144 593,73

 

 

 

 

 

Totaal LT:

EUR

– 228 747,37

0,00

– 228 747,37

Lidstaat

Maatregel

BJ

Reden

Soort

Correctie (%)

Valuta

Bedrag

In mindering gebrachte bedragen

Financiële gevolgen

PL

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 1 — Maatregelen met forfaitaire steun

2010

Tekortkomingen bij betalingen in het kader van de regeling voor vervroegde uittreding

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 234 331,35

0,00

– 234 331,35

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 1 — Maatregelen met forfaitaire steun

2010

Tekortkomingen bij betalingen in het kader van de regeling voor vervroegde uittreding

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 3 515 081,52

0,00

– 3 515 081,52

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 1 — Maatregelen met forfaitaire steun

2011

Tekortkomingen bij betalingen in het kader van de regeling voor vervroegde uittreding

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 675 353,06

0,00

– 675 353,06

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 1 — Maatregelen met forfaitaire steun

2011

Tekortkomingen bij betalingen in het kader van de regeling voor vervroegde uittreding

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 10 229 852,44

0,00

– 10 229 852,44

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 1 — Maatregelen met forfaitaire steun

2012

Tekortkomingen bij betalingen in het kader van de regeling voor vervroegde uittreding

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 717 693,11

0,00

– 717 693,11

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 1 — Maatregelen met forfaitaire steun

2012

Tekortkomingen bij betalingen in het kader van de regeling voor vervroegde uittreding

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 10 110 275,83

0,00

– 10 110 275,83

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 1 — Maatregelen met forfaitaire steun

2013

Tekortkomingen bij betalingen in het kader van de regeling voor vervroegde uittreding

FORFAITAIR

2,00 %

EUR

– 758 347,29

0,00

– 758 347,29

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 1 — Maatregelen met forfaitaire steun

2013

Tekortkomingen bij betalingen in het kader van de regeling voor vervroegde uittreding

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 11 230 876,11

0,00

– 11 230 876,11

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 1 — Maatregelen met forfaitaire steun

2011

Tekortkomingen regeling voor semizelfvoorzieningsbedrijven

FORFAITAIR

10,00 %

EUR

– 3 614 511,65

0,00

– 3 614 511,65

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 1 — Maatregelen met forfaitaire steun

2011

Tekortkomingen regeling voor semizelfvoorzieningsbedrijven

EENMALIG

11,00 %

EUR

– 4 467 373,95

0,00

– 4 467 373,95

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 1 — Maatregelen met forfaitaire steun

2012

Tekortkomingen regeling voor semizelfvoorzieningsbedrijven

FORFAITAIR

10,00 %

EUR

– 619,90

0,00

– 619,90

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 1 — Maatregelen met forfaitaire steun

2012

Tekortkomingen regeling voor semizelfvoorzieningsbedrijven

EENMALIG

11,00 %

EUR

– 766,17

0,00

– 766,17

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 1 — Maatregelen met forfaitaire steun

2013

Tekortkomingen regeling voor semizelfvoorzieningsbedrijven

FORFAITAIR

10,00 %

EUR

7 909,14

0,00

7 909,14

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 1 — Maatregelen met forfaitaire steun

2013

Tekortkomingen regeling voor semizelfvoorzieningsbedrijven

EENMALIG

11,00 %

EUR

9 775,34

0,00

9 775,34

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo investeringen — particuliere begunstigden

2011

Tekortkomingen bij controle op redelijkheid van de kosten; verificatie mkb-criteria en reikwijdte van controles ter plaatse

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 2 046 731,11

0,00

– 2 046 731,11

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo investeringen — particuliere begunstigden

2012

Tekortkomingen bij controle op redelijkheid van de kosten; verificatie mkb-criteria en reikwijdte van controles ter plaatse

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 5 369 057,29

0,00

– 5 369 057,29

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo investeringen — particuliere begunstigden

2013

Tekortkomingen bij controle op redelijkheid van de kosten; verificatie mkb-criteria en reikwijdte van controles ter plaatse

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 3 857 372,46

0,00

– 3 857 372,46

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo investeringen — particuliere begunstigden

2014

Tekortkomingen bij controle op redelijkheid van de kosten; verificatie mkb-criteria en reikwijdte van controles ter plaatse

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 437 316,75

0,00

– 437 316,75

 

 

 

 

 

Totaal PL:

EUR

– 57 247 875,51

0,00

– 57 247 875,51

Lidstaat

Maatregel

BJ

Reden

Soort

Correctie (%)

Valuta

Bedrag

In mindering gebrachte bedragen

Financiële gevolgen

PT

Certificering

2009

Bekende fout GBCS-populatie Elfpo

EENMALIG

 

EUR

– 74 565,74

– 5 457,44

– 69 108,30

 

Certificering

2009

Bekende fout niet-GBCS-populatie Elfpo

EENMALIG

 

EUR

– 487,20

– 11,93

– 475,27

 

 

 

 

 

Totaal PT:

EUR

– 75 052,94

– 5 469,37

– 69 583,57

Lidstaat

Maatregel

BJ

Reden

Soort

Correctie (%)

Valuta

Bedrag

In mindering gebrachte bedragen

Financiële gevolgen

RO

Plattelandsontwikkeling Elfpo investeringen — publieke begunstigden

2010

Onvoldoende controles op openbareaanbestedingsprocedure

FORFAITAIR

10,00 %

EUR

– 3 837 667,96

0,00

– 3 837 667,96

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 1 + 3 — investeringsgerichte maatregelen (2007-2013)

2011

Onvoldoende controles op openbareaanbestedingsprocedure

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 362 166,32

0,00

– 362 166,32

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo investeringen — publieke begunstigden

2011

Onvoldoende controles op openbareaanbestedingsprocedure

FORFAITAIR

10,00 %

EUR

– 30 088 395,70

0,00

– 30 088 395,70

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 1 + 3 — investeringsgerichte maatregelen (2007-2013)

2012

Onvoldoende controles op openbareaanbestedingsprocedure

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 4 835 357,49

0,00

– 4 835 357,49

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo investeringen — publieke begunstigden

2012

Onvoldoende controles op openbareaanbestedingsprocedure

FORFAITAIR

10,00 %

EUR

– 26 711 026,12

0,00

– 26 711 026,12

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo as 1 + 3 — investeringsgerichte maatregelen (2007-2013)

2013

Onvoldoende controles op openbareaanbestedingsprocedure

FORFAITAIR

5,00 %

EUR

– 15 638 250,66

0,00

– 15 638 250,66

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo investeringen — publieke begunstigden

2010

Geen sancties toegepast bij overschrijding van de einddatum voor de werkzaamheden

GEËXTRAPOLEERD

2,44 %

EUR

– 959 810,35

0,00

– 959 810,35

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo investeringen — publieke begunstigden

2011

Geen sancties toegepast bij overschrijding van de einddatum voor de werkzaamheden

GEËXTRAPOLEERD

2,44 %

EUR

– 7 525 183,01

0,00

– 7 525 183,01

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo investeringen — publieke begunstigden

2012

Geen sancties toegepast bij overschrijding van de einddatum voor de werkzaamheden

GEËXTRAPOLEERD

2,44 %

EUR

– 8 104 689,34

0,00

– 8 104 689,34

 

Plattelandsontwikkeling Elfpo investeringen — publieke begunstigden

2013

Geen sancties toegepast bij overschrijding van de einddatum voor de werkzaamheden

GEËXTRAPOLEERD

2,44 %

EUR

– 5 405 977,31

0,00

– 5 405 977,31

 

Certificering

2011

Laattijdige inleiding van terugvorderingsprocedures Elfpo

EENMALIG

 

EUR

– 7 084,36

0,00

– 7 084,36

 

 

 

 

 

Totaal RO:

EUR

– 103 475 608,62

0,00

– 103 475 608,62


Valuta

Bedrag

In mindering gebrachte bedragen

Financiële gevolgen

EUR

– 212 933 390,91

– 6 311 034,44

– 206 622 356,47


22.3.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 75/57


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2016/418 VAN DE COMMISSIE

van 18 maart 2016

inzake de overeenstemming van de voor 2016 meegedeelde eenheidstarieven voor heffingszones met artikel 17 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2016) 1583)

(Slechts de teksten in de Bulgaarse, de Tsjechische, de Deense, de Estse, de Engelse, de Duitse, de Griekse, de Italiaanse, de Portugese, de Slowaakse, de Zweedse, de Spaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Hongaarse, de Maltese, de Poolse, de Roemeense, de Sloveense en de Finse taal zijn authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 550/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 betreffende de verlening van luchtvaartnavigatiediensten in het gemeenschappelijk Europees luchtruim (de luchtvaartnavigatiedienstenverordening) (1) en met name artikel 16, lid 1,

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 van de Commissie van 3 mei 2013 houdende vaststelling van een gemeenschappelijk heffingenstelsel voor luchtvaartnavigatiediensten (2) en met name artikel 17, lid 1, onder d),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 is een gemeenschappelijk heffingenstelsel voor luchtvaartnavigatiediensten vastgesteld. Het gemeenschappelijke heffingenstelsel moet integraal bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de prestatieregeling die is vastgesteld krachtens artikel 11 van Verordening (EG) nr. 549/2004 van het Europees Parlement en de Raad (3) en Uitvoeringsverordening (EU) nr. 390/2013 van de Commissie (4).

(2)

Bij Uitvoeringsbesluit 2014/132/EU (5) van de Commissie zijn de EU-wijde prestatiedoelen vastgesteld, inclusief een kosteneffectiviteitsdoelstelling voor en-routeluchtvaartnavigatiediensten, uitgedrukt in de voor de verlening van deze diensten vastgestelde eenheidskosten, voor de tweede referentieperiode, die de jaren 2015 tot en met 2019 bestrijkt.

(3)

Artikel 17, lid 1, onder b) en c), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 voorziet in de beoordeling door de Commissie van de voor 2016 vastgestelde eenheidstarieven voor heffingszones, die de lidstaten uiterlijk op 1 juni 2015 bij de Commissie moesten indienen overeenkomstig de verplichtingen uit hoofde van artikel 9, leden 1 en 2, van die verordening. Bij die beoordeling wordt gecontroleerd of de eenheidstarieven in overeenstemming zijn met de Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 390/2013 en (EU) nr. 391/2013.

(4)

De Commissie heeft haar beoordeling van de eenheidstarieven uitgevoerd met ondersteuning van de Performance Review Unit en het Central Route Charges Office van Eurocontrol, gebruikmakend van de aanvullende informatie die de lidstaten per 1 juni 2015 hadden verstrekt en van de verslagen van de nationale toezichthoudende instanties betreffende de kosten die niet onder het mechanisme voor kostendeling vallen. Bij haar beoordeling heeft de Commissie ook rekening gehouden met de toelichting en de correcties voorafgaand aan de overlegvergadering over de eenheidstarieven voor 2016 voor en-routediensten, die op 24 en 25 juni 2015 heeft plaatsgevonden overeenkomstig artikel 9, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013, alsook met de correcties die de lidstaten aan de eenheidstarieven hebben aangebracht na de daaropvolgende contacten met de Commissie.

(5)

Op basis van deze beoordeling heeft de Commissie overeenkomstig artikel 17, lid 1, onder d), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 vastgesteld dat de door Oostenrijk, Bulgarije, Kroatië, Cyprus, Tsjechië, Denemarken, Estland, Finland, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Portugal, Roemenië, Slowakije, Slovenië, Spanje, Zweden en het Verenigd Koninkrijk voor 2016 ingediende eenheidstarieven voor heffingszones in overeenstemming zijn met de Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 390/2013 en (EU) nr. 391/2013.

(6)

Overeenkomstig artikel 17, lid 1, onder d), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 moeten de betrokken lidstaten in kennis worden gesteld van deze bevinding,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De in de bijlage vermelde eenheidstarieven voor heffingszones voor 2016 zijn in overeenstemming met de Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 390/2013 (EU) nr. 391/2013.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de Republiek Bulgarije, de Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, de Republiek Estland, Ierland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Republiek Kroatië, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, Roemenië, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.

Gedaan te Brussel, 18 maart 2016.

Voor de Commissie

Violeta BULC

Lid van de Commissie


(1)  PB L 96 van 31.3.2004, blz. 10.

(2)  PB L 128 van 9.5.2013, blz. 31.

(3)  Verordening (EG) nr. 549/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 tot vaststelling van het kader voor de totstandbrenging van het gemeenschappelijke Europese luchtruim („de kaderverordening”) (PB L 96 van 31.3.2004, blz. 1).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 390/2013 van de Commissie van 3 mei 2013 houdende vaststelling van een prestatieregeling voor luchtvaartnavigatiediensten en netwerkfuncties (PB L 128 van 9.5.2013, blz. 1).

(5)  Uitvoeringsbesluit 2014/132/EU van de Commissie van 11 maart 2014 tot vaststelling van de EU-wijde prestatiedoelstellingen voor het Europees netwerk voor luchtverkeersbeheer en de alarmdrempels voor de tweede referentieperiode 2015-2019 (PB L 71 van 12.3.2014, blz. 20).


BIJLAGE

 

Heffingszone

Meegedeelde en-route-eenheidstarief voor 2016 in nationale munt (*) (ISO-code)

1

Oostenrijk

73,63

2

Bulgarije

44,16

3

Kroatië

359,09

4

Cyprus

33,57

5

Tsjechië

1 160,75

6

Denemarken

460,05

7

Estland

30,69

8

Finland

56,23

9

Griekenland

36,02

10

Hongarije

10 872,57

11

Italië

80,08

12

Ierland

29,67

13

Letland

27,31

14

Litouwen

44,90

15

Malta

25,79

16

Polen

145,47

17

Portugal

39,90

18

Roemenië

162,62

19

Slowakije

52,54

20

Slovenië

65,38

21

Spanje — Canarische Eilanden

58,36

22

Spanje — Continentaal

71,69

23

Zweden

579,36

24

Verenigd Koninkrijk

72,89


(*)  Deze eenheidstarieven omvatten niet het administratief eenheidstarief waarnaar wordt verwezen in artikel 18, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 en dat van toepassing is op de landen die partij zijn bij de multilaterale Eurocontrolovereenkomst met betrekking tot routeheffingen.


22.3.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 75/60


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2016/419 VAN DE COMMISSIE

van 18 maart 2016

inzake de niet-overeenstemming van de eenheidstarieven voor heffingszones voor 2016 met artikel 17 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2016) 1588)

(Slechts de teksten in de Nederlandse, Franse en Duitse taal zijn authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 550/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 betreffende de verlening van luchtvaartnavigatiediensten in het gemeenschappelijk Europees luchtruim (de luchtvaartnavigatiedienstenverordening) (1), en met name artikel 15, lid 4,

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 van de Commissie van 3 mei 2013 houdende vaststelling van een gemeenschappelijk heffingenstelsel voor luchtvaartnavigatiediensten (2), en met name artikel 17, lid 1, onder e),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 is een gemeenschappelijk heffingenstelsel voor luchtvaartnavigatiediensten vastgesteld. Het gemeenschappelijke heffingenstelsel moet integraal bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de prestatieregeling die is vastgesteld krachtens artikel 11 van Verordening (EG) nr. 549/2004 van het Europees Parlement en de Raad (3) en Uitvoeringsverordening (EU) nr. 390/2013 van de Commissie (4).

(2)

Bij Uitvoeringsbesluit 2014/132/EU van de Commissie (5) zijn de EU-wijde prestatiedoelen vastgesteld, inclusief een kosteneffectiviteitsdoelstelling voor en-routeluchtvaartnavigatiediensten, uitgedrukt in de voor de verlening van deze diensten vastgestelde eenheidstarieven, voor de tweede referentieperiode, die de jaren 2015 tot en met 2019 bestrijkt.

(3)

Artikel 17, lid 1, onder b) en c), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 voorziet in de beoordeling door de Commissie van de eenheidstarieven voor heffingszones voor 2015, die de lidstaten uiterlijk op 1 juni 2014 bij de Commissie moesten indienen overeenkomstig de verplichtingen uit hoofde van artikel 9, leden 1 en 2, van die verordening. Bij die beoordeling wordt gecontroleerd of de eenheidstarieven in overeenstemming zijn met Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 390/2013 en (EU) nr. 391/2013.

(4)

De Commissie heeft haar beoordeling van de eenheidstarieven uitgevoerd met ondersteuning van de Performance Review Unit en het Central Route Charges Office van Eurocontrol, gebruikmakend van de aanvullende informatie die de lidstaten per 1 juni 2015 hadden verstrekt en van de overeenkomstig artikel 14, lid 2, onder f), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 ingediende verslagen van de nationale toezichthoudende instanties betreffende de kosten die niet onder het mechanisme voor kostendeling vallen. Bij haar beoordeling heeft de Commissie ook rekening gehouden met de uitleg en de correcties voorafgaand aan de overlegvergadering over de eenheidstarieven voor 2016 voor en-routediensten, die op 25 en 26 juni 2015 heeft plaatsgevonden overeenkomstig artikel 9, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013, alsook met de correcties die de lidstaten aan de eenheidstarieven hebben aangebracht na de daaropvolgende contacten met de Commissie.

(5)

Op basis van die beoordeling en gezien Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/670 van de Commissie (6) en Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/420 van de Commissie (7) heeft de Commissie overeenkomstig artikel 17, lid 1, onder e), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 geconstateerd dat de eenheidstarieven voor 2016 voor de heffingzones België, Luxemburg, Frankrijk, Duitsland en Nederland niet in overeenstemming zijn met de Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 390/2013 en (EU) nr. 391/2013.

(6)

Op grond van artikel 11, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 390/2013 dienen de nationale toezichthoudende autoriteiten op het niveau van de functionele luchtruimblokken prestatieplannen op te stellen die samenhangend zijn met de EU-wijde prestatiedoelstellingen. Overeenkomstig artikel 11, lid 2, van en bijlage IV bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 worden de eenheidstarieven berekend op basis van de vastgestelde en-routekosten en het in het prestatieplan geraamde totale aantal en-routediensteenheden voor een lidstaat, d.w.z. de vastgestelde en-route-eenheidskosten. Zolang de prestatiedoelstellingen van België, Frankrijk, Duitsland, Luxemburg en Nederland niet conform de EU-wijde prestatiedoelstellingen worden geacht, kan niet worden besloten dat de op basis daarvan berekende eenheidstarieven in overeenstemming zijn met de Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 390/2013 en (EU) nr. 391/2013.

(7)

Overeenkomstig artikel 17, lid 1, onder e), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 moeten de betrokken lidstaten in kennis worden gesteld van de bevindingen van de Commissie.

(8)

Overeenkomstig artikel 17, lid 1, onder e), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 beschikken de lidstaten over een termijn van één maand om herziene eenheidstarieven in te dienen bij de Commissie,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De in de bijlage vermelde eenheidstarieven voor heffingszones voor 2016 zijn niet in overeenstemming met de Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 390/2013 en (EU) nr. 391/2013.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot het Koninkrijk België, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden.

Gedaan te Brussel, 18 maart 2016.

Voor de Commissie

Violeta BULC

Lid van de Commissie


(1)  PB L 96 van 31.3.2004, blz. 10.

(2)  PB L 128 van 9.5.2013, blz. 31.

(3)  Verordening (EG) nr. 549/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 tot vaststelling van het kader voor de totstandbrenging van het gemeenschappelijke Europese luchtruim („de kaderverordening”) (PB L 96 van 31.3.2004, blz. 1).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 390/2013 van de Commissie van 3 mei 2013 houdende vaststelling van een prestatieregeling voor luchtvaartnavigatiediensten en netwerkfuncties (PB L 128 van 9.5.2013, blz. 1).

(5)  Uitvoeringsbesluit 2014/132/EU van de Commissie van 11 maart 2014 tot vaststelling van de EU-wijde prestatiedoelstellingen voor het Europees netwerk voor luchtverkeersbeheer en de alarmdrempels voor de tweede referentieperiode 2015-2019 (PB L 71 van 12.3.2014, blz. 20).

(6)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/670 van de Commissie van 27 april 2015 inzake de overeenstemming van de eenheidstarieven voor heffingszones voor 2015 met artikel 17 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 (PB L 110 van 29.4.2015, blz. 25).

(7)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/420 van de Commissie van 18 maart 2016 inzake de niet-overeenstemming van de voor 2015 meegedeelde eenheidstarieven met artikel 17 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 (zie bladzijde 63 van dit Publicatieblad).


BIJLAGE

Meegedeelde en-route-eenheidstarieven voor 2016 die niet in overeenstemming zijn

 

Heffingszone

Voor 2016 meegedeelde en-route-eenheidstarieven in nationale munt (*) (ISO-code)

1

België-Luxemburg

65,41

2

Frankrijk

67,54

3

Duitsland

82,59

4

Nederland

67,00


(*)  Deze eenheidstarieven omvatten niet het administratief eenheidstarief waarnaar wordt verwezen in artikel 18, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 en dat van toepassing is op de landen die partij zijn bij de multilaterale Eurocontrol-overeenkomst met betrekking tot routeheffingen.


22.3.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 75/63


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2016/420 VAN DE COMMISSIE

van 18 maart 2016

inzake de niet-overeenstemming van de voor 2015 meegedeelde eenheidstarieven met artikel 17 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2016) 1592)

(Slechts de tekst in de Duitse, de Franse en de Nederlandse taal is authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 550/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 betreffende de verlening van luchtvaartnavigatiediensten in het gemeenschappelijk Europees luchtruim (de luchtvaartnavigatiedienstenverordening) (1) en met name artikel 16, lid 1,

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 van de Commissie van 3 mei 2013 houdende vaststelling van een gemeenschappelijk heffingenstelsel voor luchtvaartnavigatiediensten (2) en met name artikel 17, lid 1, onder e),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 is een gemeenschappelijk heffingenstelsel voor luchtvaartnavigatiediensten vastgesteld. Het gemeenschappelijke heffingenstelsel is een integraal element voor het bereiken van de doelstellingen van de prestatieregeling als vastgesteld op grond van artikel 11 van Verordening (EG) nr. 549/2004 van het Europees Parlement en de Raad (3) en Uitvoeringsverordening (EU) nr. 390/2013 van de Commissie (4).

(2)

Bij Uitvoeringsbesluit 2014/132/EU (5) van de Commissie zijn de EU-wijde prestatiedoelen vastgesteld, inclusief een kosteneffectiviteitsdoelstelling voor en-routeluchtvaartnavigatiediensten en uitgedrukt in de vastgestelde eenheidskosten voor de verlening van deze diensten, voor de tweede referentieperiode van 2015 tot en met 2019.

(3)

Op grond van artikel 17, lid 1, onder c), en artikel 17, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 toetst de Commissie de door de lidstaten voor het jaar 2015 meegedeelde eenheidstarieven voor heffingszones na de herziening van de prestatiedoelstellingen als gevolg van Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/347 van de Commissie (6). Die toetsing betekent dat wordt gecontroleerd of de eenheidstarieven in overeenstemming zijn met Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 390/2013 en (EU) nr. 391/2013.

(4)

De Commissie heeft haar beoordeling van de eenheidstarieven uitgevoerd met de steun van het prestatiebeoordelingsorgaan, dat tot taak heeft de Commissie bij te staan bij de tenuitvoerlegging van de prestatieregeling overeenkomstig artikel 3 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 390/2013, en van het Central Route Charges Office van Eurocontrol, waarbij gebruikgemaakt wordt van de gegevens en aanvullende informatie die uiterlijk op 1 juni 2015 door de lidstaten moesten worden ingediend, alsook met de relevante informatie die in het kader van de herziene prestatieplannen is ingediend. Bij die beoordeling is ook rekening gehouden met de correcties die de lidstaten aan de eenheidstarieven hebben aangebracht na de daaropvolgende contacten tussen de Commissie, het prestatiebeoordelingsorgaan en de betrokken lidstaten. Voorts is de beoordeling van de eenheidstarieven voor 2015 gebaseerd op het verslag van het prestatiebeoordelingsorgaan over de herziene prestatieplannen voor de tweede referentieperiode, dat bij de Commissie is ingediend op 15 oktober 2015.

(5)

Op basis van die beoordeling heeft de Commissie overeenkomstig artikel 17, lid 1, onder e), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 geconstateerd dat de door België, Frankrijk, Duitsland en Luxemburg voor 2015 meegedeelde eenheidstarieven voor heffingszones niet in overeenstemming zijn met de Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 390/2013 en (EU) nr. 391/2013.

(6)

Op grond van artikel 11, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 390/2013 dienen de nationale toezichthoudende autoriteiten op het niveau van de functionele luchtruimblokken prestatieplannen op te stellen die samenhangend zijn met de EU-wijde prestatiedoelstellingen. Overeenkomstig artikel 11, lid 2, en bijlage IV bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 worden de eenheidstarieven berekend op basis van de vastgestelde en-routekosten en het in het prestatieplan geraamde totale aantal en-routediensteenheden voor een lidstaat, d.w.z. de vastgestelde en-route-eenheidskosten. Zolang de prestatiedoelstellingen van België, Frankrijk, Duitsland, Luxemburg en Nederland niet in overeenstemming zijn met de EU-wijde prestatiedoelstellingen, kan niet worden besloten dat de op basis daarvan berekende eenheidstarieven in overeenstemming zijn met de Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 390/2013 en (EU) nr. 391/2013.

(7)

Overeenkomstig artikel 17, lid 1, onder e), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 moeten de betrokken lidstaten in kennis worden gesteld van de vaststellingen van de Commissie.

(8)

Aangezien de herziene prestatieplannen voor de tweede referentieperiode niet vóór 1 november van het jaar voorafgaand aan de tweede referentieperiode waren vastgesteld, wordt eraan herinnerd dat de lidstaten, overeenkomstig artikel 17, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013, verplicht zijn de eenheidstarieven voor heffingszones voor 2015 te herberekenen, indien nodig op basis van de definitieve pestatieplannen, en de eventuele verschillen door de tijdelijke toepassing van de in dit besluit vermelde eenheidstarieven mee te nemen in de berekening van de eenheidstarieven voor het volgende jaar,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De in de bijlage vermelde eenheidstarieven voor heffingszones voor 2015 zijn niet in overeenstemming met de Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 390/2013 (EU) nr. 391/2013.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot het Koninkrijk België, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden.

Gedaan te Brussel, 18 maart 2016.

Voor de Commissie

Violeta BULC

Lid van de Commissie


(1)  PB L 96 van 31.3.2004, blz. 10.

(2)  PB L 128 van 9.5.2013, blz. 31.

(3)  Verordening (EG) nr. 549/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 tot vaststelling van het kader voor de totstandbrenging van het gemeenschappelijke Europese luchtruim („de kaderverordening”) (PB L 96 van 31.3.2004, blz. 1).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 390/2013 van de Commissie van 3 mei 2013 houdende vaststelling van een prestatieregeling voor luchtvaartnavigatiediensten en netwerkfuncties (PB L 128 van 9.5.2013, blz. 1).

(5)  Uitvoeringsbesluit 2014/132/EU van de Commissie van 11 maart 2014 tot vaststelling van de EU-wijde prestatiedoelstellingen voor het Europees netwerk voor luchtverkeersbeheer en de alarmdrempels voor de tweede referentieperiode 2015-2019 (PB L 71 van 12.3.2014, blz. 20).

(6)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/347 van de Commissie van 2 maart 2015 inzake de onverenigbaarheid van bepaalde doelstellingen in de overeenkomstig Verordening (EG) nr. 549/2004 van het Europees Parlement en de Raad ingediende nationale plannen of plannen voor functionele luchtruimblokken met de EU-wijde prestatiedoelen voor de tweede referentieperiode, en met aanbevelingen voor de herziening van deze doelen (PB L 60 van 4.3.2015, blz. 48).


BIJLAGE

Voor 2015 meegedeelde en-route-eenheidstarieven voor heffingszones die niet in overeenstemming zijn

 

Heffingszone

Meegedeelde en-route-eenheidstarieven voor 2015 in nationale munt (*) (ISO-code)

1

België — Luxemburg

68,76

2

Frankrijk

69,34

3

Duitsland

88,22

4

Nederland

66,57


(*)  Deze eenheidstarieven omvatten niet het administratief eenheidstarief waarnaar wordt verwezen in artikel 18, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 en dat van toepassing is op de landen die partij zijn bij de multilaterale Eurocontrolovereenkomst met betrekking tot routeheffingen.


22.3.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 75/66


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2016/421 VAN DE COMMISSIE

van 18 maart 2016

inzake de niet-overeenstemming van de eenheidstarieven voor de heffingszone Zwitserland voor 2015 en 2016 met artikel 17 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2016) 1594)

(Slechts de teksten in de Duitse, de Franse en de Italiaanse taal zijn authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien de Overeenkomst inzake luchtvervoer tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat (hierna „de overeenkomst” genoemd) (1),

Gezien Verordening (EG) nr. 550/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 betreffende de verlening van luchtvaartnavigatiediensten in het gemeenschappelijk Europees luchtruim (de luchtvaartnavigatiedienstenverordening) (2) en met name artikel 16, lid 1,

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 van de Commissie van 3 mei 2013 houdende vaststelling van een gemeenschappelijk heffingenstelsel voor luchtvaartnavigatiediensten (3), en met name artikel 17, lid 1, onder e),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 is een gemeenschappelijk heffingenstelsel voor luchtvaartnavigatiediensten vastgesteld. Het gemeenschappelijke heffingenstelsel moet integraal bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de prestatieregeling die is vastgesteld krachtens artikel 11 van Verordening (EG) nr. 549/2004 van het Europees Parlement en de Raad (4) en Uitvoeringsverordening (EU) nr. 390/2013 van de Commissie (5).

(2)

Bij Uitvoeringsbesluit 2014/132/EU van de Commissie (6) zijn de EU-wijde prestatiedoelen vastgesteld, inclusief een kosteneffectiviteitsdoelstelling voor en-routeluchtvaartnavigatiediensten, uitgedrukt in de vastgestelde eenheidskosten voor de verlening van deze diensten, voor de tweede referentieperiode, die loopt van 2015 tot en met 2019.

(3)

Artikel 17, lid 1, onder c), en artikel 17, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 voorziet in de beoordeling door de Commissie van de eenheidstarieven voor heffingszones voor 2015 en 2016, die de lidstaten bij de Commissie moesten indienen na de herziening van de prestatiedoelstellingen overeenkomstig Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/347 van de Commissie (7). Bij de beoordeling wordt gecontroleerd of de eenheidstarieven in overeenstemming zijn met Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 390/2013 en (EU) nr. 391/2013.

(4)

De Commissie heeft haar beoordeling van de eenheidstarieven uitgevoerd met de steun van het prestatiebeoordelingsorgaan dat tot taak heeft de Commissie bij te staan bij de tenuitvoerlegging van de prestatieregeling overeenkomstig artikel 3 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 390/2013, en van het Central Route Charges Office van Eurocontrol, waarbij gebruikgemaakt wordt van de gegevens en aanvullende informatie die uiterlijk op maandag 1 juni 2015 door Zwitserland moesten worden ingediend, alsook met de relevante informatie die is ingediend in het kader van het herziene prestatieplan. Bij de beoordeling van de eenheidstarieven voor 2015 en 2016 is rekening gehouden met het verslag van het prestatiebeoordelingsorgaan over de herziene prestatieplannen voor de tweede referentieperiode, dat bij de Commissie werd ingediend op 15 oktober 2015.

(5)

Op basis van deze beoordeling heeft de Commissie, in overeenstemming met artikel 17, lid 1, onder e), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013, vastgesteld dat de door Zwitserland ingediende eenheidstarieven voor heffingszones voor 2015 en 2016 niet in overeenstemming zijn met Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 390/2013 en (EU) nr. 391/2013.

(6)

Op grond van artikel 11, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 390/2013 dienen de nationale toezichthoudende autoriteiten op het niveau van de functionele luchtruimblokken prestatieplannen op te stellen die samenhangend zijn met de EU-wijde prestatiedoelstellingen. Overeenkomstig artikel 11, lid 2, en bijlage IV bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 worden de eenheidstarieven berekend op basis van de vastgestelde en-routekosten en het in het prestatieplan geraamde totale aantal en-routediensteenheden voor een lidstaat, d.w.z. de vastgestelde en-route-eenheidskosten. Zolang de prestatiedoelen van Zwitserland niet in overeenstemming worden geacht met de EU-wijde doelstellingen, kunnen de eenheidstarieven die op basis daarvan zijn berekend, niet in overeenstemming worden geacht met Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 390/2013 en (EU) nr. 391/2013.

(7)

Overeenkomstig artikel 17, lid 1, onder e), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 moeten de betrokken lidstaten in kennis worden gesteld van de bevindingen van de Commissie.

(8)

Aangezien de herziene prestatieplannen voor de tweede referentieperiode niet zijn vastgesteld vóór 1 november van het jaar dat voorafging aan de tweede referentieperiode, wordt eraan herinnerd dat, overeenkomstig artikel 17, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013, de lidstaten verplicht zijn de eenheidstarieven voor heffingszones te herberekenen, indien nodig op basis van de definitieve vastgestelde prestatieplannen, en bij de berekening van de eenheidstarieven voor het volgende jaar rekening te houden met eventuele verschillen door de tijdelijke toepassing van de in dit besluit vermelde eenheidstarieven.

(9)

Volgens de laatste alinea van artikel 17, lid 1, worden de eenheidstarieven vastgesteld in de nationale munteenheid. De eenheidstarieven in dit besluit zijn derhalve uitgedrukt in Zwitserse Frank,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het eenheidstarief voor 2015 van 118,97 en het eenheidstarief voor 2016 van 113,69 voor de heffingszone Zwitserland zijn niet in overeenstemming met de Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 390/2013 (EU) nr. 391/2013.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de Zwitserse Bondsstaat.

Gedaan te Brussel, 18 maart 2016.

Voor de Commissie

Violeta BULC

Lid van de Commissie


(1)  PB L 114 van 30.4.2002, blz. 73.

(2)  PB L 96 van 31.3.2004, blz. 10.

(3)  PB L 128 van 9.5.2013, blz. 31.

(4)  Verordening (EG) nr. 549/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 tot vaststelling van het kader voor de totstandbrenging van het gemeenschappelijke Europese luchtruim („de kaderverordening”) (PB L 96 van 31.3.2004, blz. 1).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 390/2013 van de Commissie van 3 mei 2013 houdende vaststelling van een prestatieregeling voor luchtvaartnavigatiediensten en netwerkfuncties (PB L 128 van 9.5.2013, blz. 1).

(6)  Uitvoeringsbesluit 2014/132/EU van de Commissie van 11 maart 2014 tot vaststelling van de EU-wijde prestatiedoelstellingen voor het Europees netwerk voor luchtverkeersbeheer en de alarmdrempels voor de tweede referentieperiode 2015-2019 (PB L 71 van 12.3.2014, blz. 20).

(7)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/347 van de Commissie van 2 maart 2015 inzake de onverenigbaarheid van bepaalde doelstellingen in de overeenkomstig Verordening (EG) nr. 549/2004 van het Europees Parlement en de Raad ingediende nationale plannen of plannen voor functionele luchtruimblokken met de EU-wijde prestatiedoelen voor de tweede referentieperiode, en met aanbevelingen voor de herziening van deze doelen (PB L 60 van 4.3.2015, blz. 48).


22.3.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 75/68


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2016/422 VAN DE COMMISSIE

van 18 maart 2016

inzake de overeenstemming van de voor 2015 meegedeelde eenheidstarieven met artikel 17 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2016) 1595)

(Slechts de teksten in de Duitse, de Italiaanse en de Slowaakse taal zijn authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 550/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 betreffende de verlening van luchtvaartnavigatiediensten in het gemeenschappelijk Europees luchtruim (de luchtvaartnavigatiedienstenverordening) (1) en met name artikel 16, lid 1,

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 van de Commissie van 3 mei 2013 houdende vaststelling van een gemeenschappelijk heffingenstelsel voor luchtvaartnavigatiediensten (2) en met name artikel 17, lid 1, onder d),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 is een gemeenschappelijk heffingenstelsel voor luchtvaartnavigatiediensten vastgesteld. Het gemeenschappelijke heffingenstelsel is een integraal element voor het bereiken van de doelstellingen van de prestatieregeling als vastgesteld op grond van artikel 11 van Verordening (EG) nr. 549/2004 van het Europees Parlement en de Raad (3) en Uitvoeringsverordening (EU) nr. 390/2013 van de Commissie (4).

(2)

Bij Uitvoeringsbesluit 2014/132/EU (5) van de Commissie zijn de EU-wijde prestatiedoelen vastgesteld, inclusief een kosteneffectiviteitsdoelstelling voor en-routeluchtvaartnavigatiediensten en uitgedrukt in de vastgestelde eenheidskosten voor de verlening van deze diensten, voor de tweede referentieperiode, van 2015 tot en met 2019.

(3)

Op grond van artikel 17, lid 1, onder c), en artikel 17, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 toetst de Commissie de eenheidstarieven voor heffingszones voor 2015 die door de lidstaten aan de Commissie zijn meegedeeld na de herziening van de prestatiedoelstellingen als gevolg van Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/348 (6). Bij die toetsing wordt gecontroleerd of de eenheidstarieven in overeenstemming zijn met Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 390/2013 en (EU) nr. 391/2013.

(4)

De Commissie heeft haar beoordeling van de eenheidstarieven uitgevoerd met ondersteuning van de Performance Review Unit en het Central Route Charges Office van Eurocontrol, gebruikmakend van de aanvullende informatie die de lidstaten per 1 juni 2015 hadden verstrekt en van de relevante informatie die in het kader van de herziene prestatieplannen is meegedeeld. Bij de beoordeling is rekening gehouden met de correcties die de lidstaten aan de eenheidstarieven hebben aangebracht na de daaropvolgende contacten met de Commissie. Voorts is bij de beoordeling van de eenheidstarieven voor 2015 rekening gehouden met het verslag van het prestatiebeoordelingsorgaan over de herziene prestatieplannen voor de tweede referentieperiode, dat op 15 oktober 2015 bij de Commissie is ingediend.

(5)

Op basis van die beoordeling heeft de Commissie overeenkomstig artikel 17, lid 1, onder d), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 geconstateerd dat de en-route-eenheidstarieven voor 2015 voor de heffingszones Oostenrijk, Italië en de Slowaakse Republiek in overeenstemming zijn met de Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 390/2013 en (EU) nr. 391/2013.

(6)

Overeenkomstig artikel 17, lid 1, onder d), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 moeten de betrokken lidstaten in kennis worden gesteld van deze vaststelling.

(7)

Aangezien de meegedeelde eenheidstarieven voor 2015 bepaald zijn op basis van prestatieplannen die zijn vastgesteld na 1 november van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de referentieperiode begint, wordt eraan herinnerd dat het verschil in inkomsten door de tijdelijke toepassing van de oorspronkelijke eenheidstarieven in 2015 op grond van artikel 17, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 moet worden meegenomen in de berekening van de tarieven voor 2016,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De in de bijlage vermelde eenheidstarieven voor heffingszones voor 2015 zijn in overeenstemming met de Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 390/2013 (EU) nr. 391/2013.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de Italiaanse Republiek, de Republiek Oostenrijk en de Slowaakse Republiek.

Gedaan te Brussel, 18 maart 2016.

Voor de Commissie

Violeta BULC

Lid van de Commissie


(1)  PB L 96 van 31.3.2004, blz. 10.

(2)  PB L 128 van 9.5.2013, blz. 31.

(3)  Verordening (EG) nr. 549/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 tot vaststelling van het kader voor de totstandbrenging van het gemeenschappelijke Europese luchtruim („de kaderverordening”) (PB L 96 van 31.3.2004, blz. 1).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 390/2013 van de Commissie van 3 mei 2013 houdende vaststelling van een prestatieregeling voor luchtvaartnavigatiediensten en netwerkfuncties (PB L 128 van 9.5.2013, blz. 1).

(5)  Uitvoeringsbesluit 2014/132/EU van de Commissie van 11 maart 2014 tot vaststelling van de EU-wijde prestatiedoelstellingen voor het Europees netwerk voor luchtverkeersbeheer en de alarmdrempels voor de tweede referentieperiode 2015-2019 (PB L 71 van 12.3.2014, blz. 20).

(6)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/348 van de Commissie van 2 maart 2015 betreffende de samenhang tussen bepaalde doelstellingen die zijn opgenomen in de nationale plannen of plannen voor functionele luchtruimblokken die zijn ingediend krachtens Verordening (EG) nr. 549/2004 van het Europees Parlement en de Raad en de EU-wijde prestatiedoelstellingen voor de tweede referentieperiode (PB L 60 van 4.3.2015, blz. 55).


BIJLAGE

 

Heffingszone

Voor 2015 meegedeelde en-route eenheidstarieven in nationale munt (*) (ISO-code)

1

Oostenrijk

73,34

2

Italië

80,49

3

Slowakije

54,99


(*)  Deze eenheidstarieven omvatten niet het administratief eenheidstarief waarnaar wordt verwezen in artikel 18, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 en dat van toepassing is op de landen die partij zijn bij de multilaterale Eurocontrolovereenkomst met betrekking tot routeheffingen.


22.3.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 75/70


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2016/423 VAN DE COMMISSIE

van 18 maart 2016

tot erkenning van bepaalde laboratoria in Egypte, de Verenigde Arabische Emiraten en de Verenigde Staten van Amerika voor het uitvoeren van serologische tests om de doelmatigheid van antirabiësvaccins bij honden, katten en fretten te controleren

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2016) 1609)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Beschikking 2000/258/EG van de Raad van 20 maart 2000 houdende aanwijzing van een specifiek instituut dat verantwoordelijk is voor de vaststelling van de criteria die nodig zijn voor de normalisatie van de serologische tests om de doelmatigheid van antirabiësvaccins te controleren (1), en met name artikel 3, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Beschikking 2000/258/EG is het Agence française de sécurité sanitaire des aliments („Afssa”) in Nancy (Frankrijk) aangewezen als specifiek instituut dat verantwoordelijk is voor de vaststelling van de criteria die nodig zijn voor de normalisatie van de serologische tests om de doelmatigheid van antirabiësvaccins te controleren. Het Afssa is nu geïntegreerd in het Agence nationale de sécurité sanitaire de l'alimentation, de l'environnement et du travail („Anses”) in Frankrijk.

(2)

Bij Beschikking 2000/258/EG is onder andere bepaald dat het Anses laboratoria in derde landen moet beoordelen die hebben gevraagd om serologische tests te mogen uitvoeren om de doelmatigheid van antirabiësvaccins te controleren.

(3)

De bevoegde autoriteit van Egypte heeft een aanvraag ingediend tot erkenning van het Animal Health Research Institute in Giza en het Anses heeft voor dat laboratorium een gunstig beoordelingsverslag d.d. 29 september 2015 opgesteld en ingediend bij de Commissie.

(4)

De bevoegde autoriteit van de Verenigde Arabische Emiraten heeft een aanvraag ingediend tot erkenning van het Central Veterinary Research Laboratory in Dubai en het Anses heeft voor dat laboratorium een gunstig beoordelingsverslag d.d. 29 september 2015 opgesteld en ingediend bij de Commissie.

(5)

De bevoegde autoriteit van de Verenigde Staten van Amerika heeft een aanvraag ingediend tot erkenning van het Atlanta Health Associates Rabies Laboratory in Cumming, het Virology Laboratory van het Auburn University College of Veterinary Medicine in Auburn en het Rabies Laboratory van de Centers for Disease Control and Prevention in Atlanta („de Amerikaanse laboratoria”) en het Anses heeft voor de Amerikaanse laboratoria een gunstig beoordelingsverslag d.d. 29 september 2015 opgesteld en ingediend bij de Commissie.

(6)

Het Animal Health Research Institute in Giza, het Central Veterinary Research Laboratory in Dubai en de Amerikaanse laboratoria moeten daarom worden erkend voor het uitvoeren van serologische tests om de doelmatigheid van antirabiësvaccins bij honden, katten en fretten te controleren.

(7)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Overeenkomstig artikel 3, lid 2, van Beschikking 2000/258/EG worden de volgende laboratoria erkend voor het uitvoeren van serologische tests om de doelmatigheid van antirabiësvaccins bij honden, katten en fretten te controleren:

a)

Animal Health Research Institute

7 Nadi El-Said Street

PO Box 12618

Dokki

Giza

EGYPTE

b)

Central Veterinary Research Laboratory

PO Box 597

Dubai

VERENIGDE ARABISCHE EMIRATEN

c)

Atlanta Health Associates Rabies Laboratory

309 Pirkle Ferry Road, Suite D300

Cumming, GA 30040

VERENIGDE STATEN VAN AMERIKA

d)

Auburn University College of Veterinary Medicine

Department of Pathobiology, Virology Laboratory

261 Greene Hall

Auburn, AL 36849

VERENIGDE STATEN VAN AMERIKA

e)

Centers for Disease Control and Prevention

Rabies Laboratory

1600 Clifton Road, NE

Atlanta, GA 30333

VERENIGDE STATEN VAN AMERIKA

Artikel 2

Dit besluit is van toepassing vanaf 15 april 2016.

Artikel 3

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 18 maart 2016.

Voor de Commissie

Vytenis ANDRIUKAITIS

Lid van de Commissie


(1)  PB L 79 van 30.3.2000, blz. 40.


Rectificaties

22.3.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 75/72


Rectificatie van Verordening (EU) 2016/113 van de Commissie van 28 januari 2016 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op staven betonstaal die zeer goed tegen metaalmoeheid zijn bestand, van oorsprong uit de Volksrepubliek China

( Publicatieblad van de Europese Unie L 23 van 29 januari 2016 )

Bladzijde 16, in de titel:

in plaats van:

„Verordening (EU) 2016/113 van de Commissie”,

lezen:

„Uitvoeringsverordening (EU) 2016/113 van de Commissie”.


22.3.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 75/72


Rectificatie van Verordening (EU) nr. 1301/2014 van de Commissie van 18 november 2014 betreffende de technische specificatie inzake interoperabiliteit van het subsysteem „energie” van het spoorwegsysteem in de Unie

( Publicatieblad van de Europese Unie L 356 van 12 december 2014 )

Bladzijde 194, bijlage, punt 4.2.9.1, punt 3:

in plaats van:

„Voor overwegen moet de rijdraadhoogte bepaald worden aan de hand van de nationale voorschriften of, bij ontstentenis daarvan, aan de hand van voorschriften 5.2.4 en 5.2.5 van EN 50122-1:2001.”,

lezen:

„Voor overwegen moet de rijdraadhoogte bepaald worden aan de hand van de nationale voorschriften of, bij ontstentenis daarvan, aan de hand van voorschriften 5.2.4 en 5.2.5 van EN 50122-1:2011.”.