ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 19

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

59e jaargang
27 januari 2016


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/89 van de Commissie van 18 november 2015 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 347/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de Unielijst van projecten van gemeenschappelijk belang

1

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2016/90 van de Commissie van 26 januari 2016 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EG) nr. 102/2012 van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van stalen kabels uit onder meer Oekraïne naar aanleiding van een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek uit hoofde van artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad

22

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2016/91 van de Commissie van 26 januari 2016 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2368/2002 van de Raad tot uitvoering van de Kimberleyprocescertificering voor de internationale handel in ruwe diamant

28

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) 2016/92 van de Commissie van 26 januari 2016 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

31

 

 

Rectificaties

 

*

Rectificatie van Verordening (EG) nr. 714/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1228/2003 ( PB L 211 van 14.8.2009 )

33

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

27.1.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 19/1


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2016/89 VAN DE COMMISSIE

van 18 november 2015

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 347/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de Unielijst van projecten van gemeenschappelijk belang

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 347/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 betreffende richtsnoeren voor de trans-Europese energie-infrastructuur en tot intrekking van Beschikking nr. 1364/2006/EG en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 713/2009, (EG) nr. 714/2009 en (EG) nr. 715/2009 (1), en met name artikel 3, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) nr. 347/2013 is een kader vastgesteld voor de selectie, planning en uitvoering van projecten van gemeenschappelijk belang (hierna „PGB's” genoemd) die vereist zijn om de negen strategische geografische prioritaire infrastructuurcorridors op het gebied van elektriciteit, gas en olie, en drie Uniebrede infrastructurele prioritaire gebieden voor slimme netwerken, elektriciteitssnelwegen en kooldioxidetransportnetwerken tot stand te brengen.

(2)

Overeenkomstig artikel 3, lid 4, van Verordening (EU) nr. 347/2013 is de Commissie bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen waarbij de Unielijst van PGB's (hierna „de Unielijst” genoemd) wordt vastgesteld.

(3)

De projecten die zijn voorgesteld om op de Unielijst te worden geplaatst, zijn beoordeeld door de regionale groepen en voldoen aan de in artikel 4 van Verordening (EU) nr. 347/2013 vastgestelde criteria.

(4)

De regionale groepen hebben op vergaderingen op technisch niveau overeenstemming bereikt over de ontwerplijsten van PGB's. Nadat het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators („ACER”) op 30 oktober 2015 positieve adviezen heeft uitgebracht over de consistente toepassing van de beoordelingscriteria en de transregionale kosten-batenanalyse, hebben de besluitvormingsorganen van de regionale groepen de regionale lijsten op 3 november 2015 goedgekeurd. Overeenkomstig artikel 3, lid 3, onder a), van Verordening (EU) nr. 347/2013 hebben de lidstaten op wiens grondgebied de projecten betrekking hebben, hun goedkeuring gegeven aan alle voorgestelde projecten voordat de regionale lijsten zijn vastgesteld.

(5)

Organisaties die de betrokken partijen vertegenwoordigen, met inbegrip van producenten, distributiesysteembeheerders, leveranciers alsmede consumenten- en milieuorganisaties, zijn geraadpleegd over de projecten die zijn voorgesteld om op de Unielijst te worden geplaatst.

(6)

De PGB's moeten worden ingedeeld overeenkomstig de strategische trans-Europese energie-infrastructuurpriorititeiten in de volgorde die in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 347/2013 is vastgesteld. De projecten mogen op de Unielijst niet in een rangorde worden geplaatst.

(7)

De PGB's op de lijst moeten op zichzelf staan of onderdeel van een cluster van verschillende PGB's zijn. Bepaalde PGB's moeten echter worden samengevoegd tot een cluster omdat zij onderling afhankelijk zijn of (eventueel) met elkaar concurreren.

(8)

De Unielijst omvat projecten die zich in verschillende ontwikkelingsstadia bevinden, waaronder voorbereidend haalbaarheidsonderzoek, haalbaarheidsonderzoek, verlening van vergunningen en bouw. Wat betreft PGB's die zich in een vroeg ontwikkelingsstadium bevinden, kunnen studies nodig zijn om aan te tonen dat deze technisch en economisch haalbaar zijn en dat deze voldoen aan de wetgeving van de Unie, met inbegrip van milieuwetgeving. In dat verband moeten de potentiële negatieve gevolgen voor het milieu adequaat worden vastgesteld, beoordeeld, en voorkomen of beperkt.

(9)

Dat projecten op de Unielijst van PGB's zijn geplaatst, loopt niet vooruit op de resultaten van de desbetreffende milieubeoordeling en vergunningsprocedure. Overeenkomstig artikel 5, lid 8, van Verordening (EU) nr. 347/2013 kan een project worden verwijderd van de Unielijst indien het niet in overeenstemming is met het Unierecht. De uitvoering van de PGB's, met inbegrip van de naleving van de desbetreffende wetgeving, dient overeenkomstig artikel 5 van die verordening te worden gemonitord.

(10)

Overeenkomstig artikel 3, lid 4, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 347/2013 wordt de Unielijst elke twee jaar vastgesteld, hetgeen betekent dat de bij Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1391/2013 van de Commissie (2) vastgestelde Unielijst niet meer geldig is en moet worden vervangen.

(11)

Overeenkomstig artikel 3, lid 4, van Verordening (EU) nr. 347/2013 neemt de EU-lijst de vorm aan van een bijlage bij die verordening.

(12)

Verordening (EU) nr. 347/2013 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage VII bij Verordening (EU) nr. 347/2013 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 18 november 2015.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 115 van 25.4.2013, blz. 39.

(2)  Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1391/2013 van de Commissie van 14 oktober 2013 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 347/2013 van het Europees Parlement en de Raad betreffende richtsnoeren voor de trans-Europese energie-infrastructuur, wat de Unielijst van projecten van gemeenschappelijk belang betreft (PB L 349 van 21.12.2013, blz. 28).


BIJLAGE

Bijlage VII bij Verordening (EU) nr. 347/2013 wordt vervangen door:

„BIJLAGE VII

Unielijst van projecten van gemeenschappelijk belang („Unielijst”), als bedoeld in artikel 3, lid 4

A.   BEGINSELEN DIE ZIJN TOEGEPAST BIJ HET VASTSTELLEN VAN DE UNIELIJST

1.   Clusters van PGB's

Sommige PGB's maken deel uit van een cluster omdat zij onderling afhankelijk zijn of potentieel of daadwerkelijk met elkaar concurreren. De volgende typen clusters van PGB's worden gehanteerd:

een cluster van onderling afhankelijke PGB's wordt gedefinieerd als een „Cluster X waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:”. Een dergelijk cluster wordt gevormd om PGB's vast te stellen die allemaal nodig zijn om hetzelfde grensoverschrijdende knelpunt aan te pakken en die tot synergieën leiden als zij samen worden uitgevoerd. In dit geval moeten alle betrokken PGB's worden uitgevoerd om de voordelen op EU-schaal te bewerkstelligen;

een cluster van potentieel concurrerende PGB's wordt gedefinieerd als een „Cluster X waarvan één of meer van de volgende PGB's deel uitmaken:”. Een dergelijk cluster wordt gevormd als niet zeker is wat de omvang van het grensoverschrijdende knelpunt is. In dit geval hoeven niet alle in de clusters opgenomen PGB's te worden uitgevoerd. Het wordt aan de markt overgelaten of slechts één, verschillende of alle PGB's worden uitgevoerd, mits de nodige goedkeuringen inzake ruimtelijke ordening, vergunningen e.d. kunnen worden verkregen. Of de PGB's noodzakelijk zijn, wordt opnieuw beoordeeld in het kader van een daaropvolgend PGB-selectieproces, waarin o.a. naar de benodigde capaciteit wordt gekeken, en

een cluster van concurrerende PGB's wordt gedefinieerd als een „Cluster X waarvan één van de volgende PGB's deel uitmaakt:”. Een dergelijk cluster heeft betrekking op één specifiek knelpunt. De omvang van het knelpunt is echter zekerder dan bij een cluster van potentieel concurrerende PGB's, en slechts één van de PGB's moet daarom worden uitgevoerd. Het wordt aan de markt overgelaten te bepalen welk PGB wordt uitgevoerd, mits de nodige goedkeuringen inzake ruimtelijke ordening, vergunningen e.d. kunnen worden verkregen. Zo nodig wordt de noodzakelijkheid van de PGB's opnieuw beoordeeld in het kader van een daaropvolgend PGB-selectieproces.

Voor alle PGB's gelden dezelfde, bij Verordening (EU) nr. 347/2013 vastgestelde rechten en plichten.

2.   Behandeling van onderstations en compressorstations

Onderstations, rug-aan-rug-elektriciteitsstations en gascompressorstations worden beschouwd als onderdeel van PGB's indien zij geografisch op transmissielijnen liggen. Onderstations, rug-aan-rug-stations en compressorstations worden beschouwd als op zichzelf staande PGB's en zijn expliciet opgenomen op de Unielijst indien hun geografische locatie geen deel uitmaakt van transmissielijnen. Hiervoor gelden de bij Verordening (EU) nr. 347/2013 vastgestelde rechten en plichten.

3.   Definitie van „Niet meer als PGB beschouwd”

De zinsnede „Niet meer als PGB beschouwd” heeft betrekking op projecten van de bij Verordening (EU) nr. 1391/2013 vastgestelde Unielijst die om één of meerdere van de onderstaande redenen niet meer als PGB's worden beschouwd:

op basis van nieuwe gegevens blijkt dat het project niet aan de criteria voldoet;

een projectontwikkelaar heeft het project niet opnieuw ingediend voor het selectieproces ten behoeve van de onderhavige Unielijst;

het project is al opgeleverd of wordt in de nabije toekomst opgeleverd, zodat het geen baat heeft bij de toepassing van Verordening (EU) nr. 347/2013, of

het project stond bij het selectieproces lager in de rangorde dan andere PGB-kandidaten.

Dergelijke projecten zijn geen PGB's, maar zijn wel met hun oorspronkelijke PGB-nummers opgenomen op de Unielijst ten behoeve van de transparantie en duidelijkheid.

Zij kunnen in aanmerking komen om op de volgende Unielijst te worden opgenomen indien de redenen die ertoe hebben geleid dat zij niet op de huidige lijst staan, niet meer van toepassing zijn.

4.   Definitie van „PGB's met dubbele aanduiding als elektriciteitssnelwegen”

„PGB's met dubbele aanduiding als elektriciteitssnelwegen” zijn PGB's die zowel onder een van de prioritaire elektriciteitscorridors als onder het prioritaire thematische gebied elektriciteitssnelwegen vallen.

B.   UNIELIJST VAN PROJECTEN VAN GEMEENSCHAPPELIJK BELANG

1.   Prioritaire corridor „Offshore-elektriciteitsnetwerk in de noordelijke zeeën” („NSOG”)

Bouw van de eerste interconnectie tussen België en het Verenigd Koninkrijk:

Nr.

Omschrijving

1.1.

Cluster België — Verenigd Koninkrijk tussen Zeebrugge en Canterbury (momenteel bekend als NEMO-project) waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:

1.1.1.

Interconnectie tussen Zeebrugge (BE) en de omgeving van Richborough (UK)

1.1.2.

Interne lijn tussen de omgeving van Richborough en Canterbury (UK)

1.1.3.

Niet meer als PGB beschouwd

1.2.

Niet meer als PGB beschouwd

Vergroting van de transmissiecapaciteit tussen Denemarken, Duitsland en Nederland:

1.3.

Cluster Denemarken — Duitsland tussen Endrup en Brunsbüttel, waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:

1.3.1.

Interconnectie tussen Endrup (DK) en Niebüll (DE)

1.3.2.

Interne lijn tussen Brunsbüttel en Niebüll (DE)

1.4.

Cluster Denemarken — Duitsland tussen Kassø en Dollern, waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:

1.4.1.

Interconnectie tussen Kassø (DK) en Audorf (DE)

1.4.2.

Interne lijn tussen Audorf en Hamburg/Nord (DE)

1.4.3.

Interne lijn tussen Hamburg/Nord en Dollern (DE)

1.5.

Interconnectie Denemarken — Nederland tussen Endrup (DK) en de Eemshaven (NL) (momenteel bekend als „COBRAcable”)

Vergroting van de transmissiecapaciteit tussen Frankrijk, Ierland en het Verenigd Koninkrijk:

1.6.

Interconnectie Frankrijk — Ierland tussen La Martyre (FR) en Great Island of Knockraha (IE) (momenteel bekend als „Celtic Interconnector”)

1.7.

Cluster interconnecties Frankrijk — Verenigd Koninkrijk, waarvan één of meer van de volgende PGB's deel uitmaken:

1.7.1.

Interconnectie Frankrijk — Verenigd Koninkrijk tussen Cotentin (FR) en de omgeving van Exeter (UK) (momenteel bekend als „FAB-project”)

1.7.2.

Interconnectie Frankrijk — Verenigd Koninkrijk tussen Tourbe (FR) en Chilling (UK) (momenteel bekend als „IFA2-project”)

1.7.3.

Interconnectie Frankrijk — Verenigd Koninkrijk tussen Coquelles (FR) en Folkestone (UK) (momenteel bekend als „ElecLink” project)

1.8.

Interconnectie Duitsland — Noorwegen tussen Wilster (DE) en Tonstad (NO) (momenteel bekend als „NordLink”)

1.9.

Cluster dat een verbinding maakt tussen Ierland en het Verenigd Koninkrijk, waarvan één of meer van de volgende PGB's deel uitmaken:

1.9.1.

Interconnectie Ierland — Verenigd Koninkrijk tussen Wexford (IE) en Pembroke in Wales (UK) (momenteel bekend als „Greenlink”)

1.9.2.

Interconnectie Ierland — Verenigd Koninkrijk tussen Coolkeeragh — Coleraine hubs (IE) en Hunterston station, Islay, Argyll en offshore-windmolenparken locatie C (UK) (momenteel bekend als „ISLES”)

1.9.3.

Niet meer als PGB beschouwd

1.9.4.

Niet meer als PGB beschouwd

1.9.5.

Niet meer als PGB beschouwd

1.9.6.

Niet meer als PGB beschouwd

1.10.

Interconnectie Noorwegen — Verenigd Koninkrijk

1.11.

Niet meer als PGB beschouwd

1.12.

Persluchtenergieopslag in Verenigd Koninkrijk — Larne

1.13.

Interconnectie tussen IJsland en het Verenigd Koninkrijk (momenteel bekend als „Ice Link”)

1.14.

Interconnectie tussen Revsing (DK) en Bicker Fen (UK) (momenteel bekend als „Viking Link”)

2.   Prioritaire corridor noord-zuid elektriciteitsverbindingen in West-Europa („NSI West Electricity”)

Nr.

Omschrijving

2.1.

Oostenrijk, interne lijn tussen West-Tirol en Zell-Ziller (AT) om de capaciteit op de grens tussen Oostenrijk en Duitsland te vergroten

Vergroting van de transmissieapaciteit tussen België en Duitsland — bouw van de eerste interconnectie tussen beide landen:

2.2.

Cluster België — Duitsland tussen Lixhe en Oberzier (momenteel bekend als „ALEGrO-project”), waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:

2.2.1.

Interconnectie tussen Lixhe (BE) en Oberzier (DE)

2.2.2.

Interne lijn tussen Lixhe en Herderen (BE)

2.2.3.

Nieuw onderstation in Zutendaal (BE)

2.3.

Cluster België — Luxemburg, vergroting van de capaciteit op de grens tussen België en Luxemburg, waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:

2.3.1.

Niet meer als PGB beschouwd

2.3.2.

Interconnectie tussen Aubange (BE) en Bascharage/Schifflange (LU)

2.4.

Niet meer als PGB beschouwd

2.5.

Cluster Frankrijk — Italië tussen Grande Ile en Piossasco, waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:

2.5.1.

Interconnectie tussen Grande Ile (FR) en Piossasco (IT) (momenteel bekend als „Savoie-Piemonte-project”)

2.5.2.

Niet meer als PGB beschouwd

2.6.

Niet meer als PGB beschouwd

2.7.

Interconnectie Frankrijk — Spanje tussen Aquitaine (FR) en het Baskenland (ES) (momenteel bekend als „Biscay Gulf”-project)

2.8.

Gecoördineerde installatie en exploitatie van een faseverschuiver in Arkale (ES) om de capaciteit van de interconnectie tussen Argia (FR) en Arkale (ES) te vergroten

Cluster corridor noord/zuidwest in Duitsland om de transmissiecapaciteit te vergroten en de integratie van hernieuwbare energie te bevorderen:

2.9.

Duitsland, interne lijn tussen Osterath en Philippsburg (DE) om de capaciteit in het westelijk grensgebied te vergroten

2.10.

Duitsland, interne lijn tussen Brunsbüttel-Grοßgartach en Wilster-Grafenrheinfeld (DE) om de capaciteit in het noordelijk en het zuidelijk grensgebied te vergroten

2.11.

Cluster Duitsland — Oostenrijk — Zwitserland, capaciteitsvergroting in het gebied rond het Bodenmeer, waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:

2.11.1.

Niet meer als PGB beschouwd

2.11.2.

Interne lijn in de regio van punt Rommelsbach naar Herbertingen (DE)

2.11.3.

Interne lijn van punt Wullenstetten naar punt Niederwangen (DE) en interne lijn van Neuravensburg naar het grensgebeid DE-AT

2.12.

Duitsland — Nederland, interconnectie tussen Niederrhein (DE) en Doetinchem (NL)

Cluster van projecten voor de bevordering van de integratie van hernieuwbare energie tussen Ierland en Noord-Ierland:

2.13.

Cluster interconnecties Ierland — Verenigd Koninkrijk, waarvan één of meer van de volgende PGB's deel uitmaken:

2.13.1.

Interconnectie Ierland — Verenigd Koninkrijk tussen Woodland (IE) en Turleenan (UK)

2.13.2.

Interconnectie Ierland — Verenigd Koninkrijk tussen Srananagh (IE) en Turleenan (UK)

Vergroting van de transmissiecapaciteit tussen Zwitserland en Italië:

2.14.

Interconnectie Italië — Zwitserland tussen Thusis/Sils (CH) en Verderio Inferiore (IT)

2.15.

Cluster Italië — Zwitserland, capaciteitsvergroting aan de grens IT/CH, waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:

2.15.1.

Interconnectie tussen Airolo (CH) en Baggio (IT)

2.15.2.

Niet meer als PGB beschouwd

2.15.3.

Niet meer als PGB beschouwd

2.15.4.

Niet meer als PGB beschouwd

Cluster interne projecten voor de bevordering van de integratie van hernieuwbare energie in Portugal en de verbetering van de transmissiecapaciteit tussen Portugal en Spanje:

2.16.

Cluster Portugal, capaciteitsvergroting aan de grens PT/ES en koppeling van nieuwe duurzame energiebronnen, waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:

2.16.1.

Interne lijn tissen Pedralva en Sobrado (PT), voorheen aangeduid als Pedralva en Alfena (PT)

2.16.2.

Niet meer als PGB beschouwd

2.16.3.

Interne lijn tussen Vieira do Minho, Ribeira de Pena en Feira (PT), voorheen aangeduid als Frades B, Ribeira de Pena en Feira (PT)

Vergroting van de transmissiecapaciteit tussen Portugal en Spanje:

2.17.

Interconnectie Portugal — Spain tussen Beariz — Fontefría (ES), Fontefría (ES) — Ponte de Lima (PT) (voorheen Vila Fria/Viana do Castelo) en Ponte de Lima — Vila Nova de Famalicão (PT) (voorheen Vila do Conde) (PT), met inbegrip van onderstations in Beariz (ES), Fontefría (ES) en Ponte de Lima (PT)

Opslagprojecten in Oostenrijk en Duitsland:

2.18.

Capaciteitsvergroting van pompopslag in Oostenrijk — Kaunertal, Tirol (AT)

2.19.

Niet meer als PGB beschouwd

2.20.

Capaciteitsvergroting van pompopslag in Oostenrijk — Limberg III, Salzburg (AT)

2.21.

Pompopslag Riedl in het grensgebied AT/DE

2.22.

Pompopslag Pfaffenboden in Molln (AT)

Cluster van projecten in noordelijk en westelijk België om de transmissiecapaciteit te vergroten:

2.23.

Cluster van interne lijnen bij de noordelijke grens van België tussen Zandvliet — Lillo (BE), Lillo-Mercator (BE), met inbegrip van een onderstation in Lillo (BE) (momenteel bekend als „Brabo”)

2.24.

Interne lijn tussen Horta-Mercator (BE)

Clusters van interne lijnen in Spanje om de transmissiecapaciteit met het Middellandse Zeegebied te vergroten:

2.25.

Cluster van interne lijnen Spanje om de capaciteit tussen Noord-Spanje en het Middellandse Zeegebied te vergroten, waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:

2.25.1.

Interne lijnen Mudejar — Morella (ES) en Mezquite-Morella (ES), met inbegrip van een onderstation in Mudejar (ES)

2.25.2.

Interne lijn Morella-La Plana (ES)

2.26.

Spanje, interne lijn La Plana/Morella — Godelleta om de capaciteit van de noord-zuidas in het Middellandse Zeegebied te vergroten

2.27.

Capaciteitsvergroting tussen Spanje en Frankrijk (generiek project)

3.   Prioritaire corridor noord-zuid elektriciteitsinterconnecties in Midden-Oost- en Zuidoost-Europa („NSI East Electricity”)

Versterking van de interconnectie tussen Oostenrijk en Duitsland:

Nr.

Omschrijving

3.1.

Cluster Oostenrijk — Duitsland tussen St. Peter en Isar, waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:

3.1.1.

Interconnectie tussen St. Peter (AT) en Isar (DE)

3.1.2.

Interne lijn tussen St. Peter en Tauern (AT)

3.1.3.

Niet meer als PGB beschouwd

Versterking van de interconnectie tussen Oostenrijk en Italië:

3.2.

Cluster Oostenrijk — Italië tussen Lienz en de regio Veneto, waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:

3.2.1.

Interconnectie tussen Lienz (AT) en de regio Veneto (IT)

3.2.2.

Interne lijn tussen Lienz en Obersielach (AT)

3.2.3.

Niet meer als PGB beschouwd

3.3.

Niet meer als PGB beschouwd

3.4.

Interconnectie Oostenrijk — Italië tussen Wurmlach (AT) en Somplago (IT)

3.5.

Niet meer als PGB beschouwd

3.6.

Niet meer als PGB beschouwd

Versterking van de interconnectie tussen Bulgarije en Griekenland:

3.7.

Cluster Bulgarije en Griekenland tussen Maritsa Oost 1 en N. Santa, waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:

3.7.1.

Interconnectie tussen Maritsa Oost 1 (BG) en N. Santa (EL)

3.7.2.

Interne lijn tussen Maritsa Oost 1 en Plovdiv (BG)

3.7.3.

Interne lijn tussen Maritsa Oost 1 en Maritsa Oost 3 (BG)

3.7.4.

Interne lijn tussen Maritsa Oost 1 en Burgas (BG)

Versterking van de interconnectie tussen Bulgarije en Roemenië:

3.8.

Cluster Bulgarije — Roemenië, capaciteitsvergroting (momenteel bekend als „Black Sea Corridor”), waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:

3.8.1.

Interne lijn tussen Dobrudja en Burgas (BG)

3.8.2.

Niet meer als PGB beschouwd

3.8.3.

Niet meer als PGB beschouwd

3.8.4.

Interne lijn tussen Cernavoda en Stalpu (RO)

3.8.5.

Interne lijn tussen Gutinas en Smardan (RO)

3.8.6.

Niet meer als PGB beschouwd

Versterking van de interconnectie tussen Slovenië, Kroatië en Hongarije, en versterkingen van het interne net in Slovenië:

3.9.

Cluster Kroatië — Hongarije — Slovenië tussen Žerjavenec/Hévíz en Cirkovce, waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:

3.9.1.

Interconnectie tussen Žerjavenec (HR)/Hévíz (HU) en Cirkovce (SI)

3.9.2.

Interne lijn tussen Divača en Beričevo (SI)

3.9.3.

Interne lijn tussen Beričevo en Podlog (SI)

3.9.4.

Interne lijn tussen Podlog en Cirkovce (SI)

3.10.

Cluster Israël — Cyprus — Griekenland tussen Hadera en de regio Attica (momenteel bekend als „EUROASIA-interconnector”), waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:

3.10.1.

Interconnectie tussen Hadera (IL) en Kofinou (CY)

3.10.2.

Interconnectie tussen Kofinou (CY) en Korakia op Kreta (EL)

3.10.3.

Interne lijn tussen Korakia op Kreta en de regio Attica (EL)

Versterking van het interne net in Tsjechië:

3.11.

Cluster Tsjechië, interne lijnen om de capaciteit te vergroten aan de noordwestelijke en de zuidelijke grenzen, waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:

3.11.1.

Interne lijn tussen Vernerov en Vitkov (CZ)

3.11.2.

Interne lijn tussen Vitkov en Prestice (CZ)

3.11.3.

Interne lijn tussen Prestice en Kocin (CZ)

3.11.4.

Interne lijn tussen Kocin en Mirovka (CZ)

3.11.5.

Interne lijn tussen Mirovka en Cebin (CZ)

Cluster corridor noord/zuidoost in Duitsland om de transmissiecapaciteit te vergroten en de integratie van hernieuwbare energie te bevorderen:

3.12.

Interne lijn in Duitsland tussen Wolmirstedt en Beieren om de interne transmissiecapaciteit noord-zuid te vergroten

3.13.

Interne lijn in Duitsland tussen Halle/Saale en Schweinfurt om de capaciteit in het oosten van de noord-zuidcorridor te vergroten

Vergroting van de transmissiecapaciteit tussen Duitsland en Polen:

3.14.

Cluster Duitsland — Polen tussen Eisenhűttenstadt en Plewiska (momenteel bekend als „GerPol Power Bridge”-project), waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:

3.14.1.

Interconnectie tussen Eisenhűttenstadt (DE) en Plewiska (PL)

3.14.2.

Interne lijn tussen Krajnik en Baczyna (PL)

3.14.3.

Interne lijn tussen Mikułowa en Świebodzice (PL)

3.15.

Cluster Duitsland — Polen tussen Vierraden en Krajnik (momenteel bekend als „GerPol Improvements”), waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:

3.15.1.

Interconnectie tussen Vierraden (DE) en Krajnik (PL)

3.15.2.

Installatie van faseverschuivers op de interconnectielijnen Krajnik (PL) — Vierraden (DE) en gecoördineerde exploitatie met de faseverschuiver op de interconnector Mikułowa (PL) — Hagenwerder (DE)

Vergroting van de transmissiecapaciteit tussen Hongarije en Slowakije:

3.16.

Cluster Hongarije-Slowakije tussen Gőnyϋ en Gabčikovo, waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:

3.16.1.

Interconnectie tussen Gabčikovo (SK) — Gönyű (HU) en Veľký Ďur (SK)

3.16.2.

Niet meer als PGB beschouwd

3.16.3.

Niet meer als PGB beschouwd

3.17.

Interconnectie Hongarije — Slowakije tussen Sajóvánka (HU) en Rimavská Sobota (SK)

3.18.

Cluster Hongarije — Slowakije tussen de regio Kisvárda en Velké Kapušany, waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:

3.18.1.

Interconnectie tussen de regio Kisvárda (HU) en Velké Kapušany (SK)

3.18.2.

Niet meer als PGB beschouwd

3.19.

Cluster Italië — Montenegro tussen Villanova en Lastva, waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:

3.19.1.

Interconnectie tussen Villanova (IT) en Lastva (ME)

3.19.2.

Niet meer als PGB beschouwd

3.19.3.

Niet meer als PGB beschouwd

3.20.

Niet meer als PGB beschouwd

3.21.

Interconnectie Italië — Slovenië tussen Salgareda (IT) en de regio Divača — Bericevo (SI)

3.22.

Cluster Roemenië — Servië tussen Resita en Pancevo (momenteel bekend als „Mid Continental East Corridor”), waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:

3.22.1.

Interconnectie tussen Resita (RO) en Pancevo (RS)

3.22.2.

Interne lijn tussen Portile de Fier en Resita (RO)

3.22.3.

Interne lijn tussen Resita en Timisoara/Sacalaz (RO)

3.22.4.

Interne lijn tussen Arad en Timisoara/Sacalaz (RO)

Pompopslag in Bulgarije en Griekenland:

3.23.

Pompopslag in Bulgarije — Yadenitsa

3.24.

Pompopslag in Griekenland — Amfilochia

3.25.

Niet meer als PGB beschouwd

3.26.

Niet meer als PGB beschouwd

4.   Prioritaire corridor voor het interconnectieplan voor de energiemarkt in het Oostzeegebied („BEMIP Electricity”)

Nr.

Omschrijving

4.1.

Interconnectie Denemarken — Duitsland tussen Tolstrup Gaarde (DK) en Bentwisch (DE) via windmolenparken op zee Kriegers Flak (DK) en Baltic 1 en 2 (DE) (momenteel bekend als „Kriegers Flak Combined Grid Solution”)

4.2.

Cluster Estland — Letland tussen Kilingi-Nõmme en Riga (momenteel bekend als 3e interconnectie), waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:

4.2.1.

Interconnectie tussen Kilingi-Nõmme (EE) en onderstation Riga CHP 2 (LV)

4.2.2.

Interne lijn tussen Herku en Sindi (EE)

4.2.3.

Interne lijn tussen Riga CHP 2 en Riga HPP (LV)

4.3.

Maakt nu deel uit van PGB nr. 4.9

4.4.

Cluster Letland — Zweden, capaciteitsvergroting (momenteel bekend als „NordBalt”-project), waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:

4.4.1.

Interne lijn tussen Ventspils, Tume en Imanta (LV)

4.4.2.

Interne lijn tussen Ekhyddan en Nybro/Hemsjö (SE)

Versterkingen in Litouwen en Polen die vereist zijn voor de exploitatie van „LitPol Link I”:

4.5.

Cluster Litouwen — Polen tussen Alytus (LT) en Elk (PL), waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:

4.5.1.

Niet meer als PGB beschouwd

4.5.2.

Interne lijn tussen Stanisławów en Olsztyn Mątki (PL)

4.5.3.

Niet meer als PGB beschouwd

4.5.4.

Niet meer als PGB beschouwd

4.5.5.

Interne lijn tussen Kruonis en Alytus (LT)

Pompopslag in Estland en Litouwen:

4.6.

Pompopslag in Estland — Muuga

4.7.

Capaciteitsvergroting van pompopslag in Litouwen — Kruonis

4.8.

Cluster Estland — Letland en interne versterkingen in Litouwen, waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:

4.8.1.

Interconnectie tussen Tartu (EE) en Valmiera (LV)

4.8.2.

Interne lijn tussen Balti en Tartu (EE)

4.8.3.

Interconnectie tussen Tsirguliina (EE) en Valmiera (LV)

4.8.4.

Interne lijn tussen Eesti en Tsirguliina (EE)

4.8.5.

Interne lijn tussen onderstation in Litouwen en de landsgrens (LT)

4.8.6.

Interne lijn tussen Kruonis en Visaginas (LT)

4.9.

Diverse aspecten van de integratie van het elektriciteitsnet van de Baltische staten in het net van continentaal Europa, met inbegrip van de synchrone werking van beide netten (generiek project)

5.   Prioritaire corridor noord-zuid gasinterconnecties in West-Europa („NSI West Gas”)

Projecten waarbij bidirectionele stromen tussen Ierland en het Verenigd Koninkrijk mogelijk worden:

Nr.

Omschrijving

5.1.

Cluster waarbij bidirectionele stromen van Noord-Ierland naar Groot-Brittannië en Ierland alsmede van Ierland naar het Verenigd Koninkrijk mogelijk wordt gemaakt, waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:

5.1.1.

Fysieke terugstroom bij interconnectiepunt Moffat (IE/UK)

5.1.2.

Modernisering van de SNIP-pijpleiding (Schotland naar Noord-Ierland) voor de opname van fysieke terugstroom tussen Ballylumford en Twynholm

5.1.3.

Ontwikkeling van de ondergrondse gasopslagfaciliteit Islandmagee in Larne (Noord-Ierland)

5.2.

Niet meer als PGB beschouwd

5.3.

Shannon LNG-terminal en verbindingspijpleiding (IE)

Projecten waarbij bidirectionele stromen tussen Portugal, Spanje, Frankrijk en Duitsland mogelijk worden:

5.4.

Derde interconnectiepunt tussen Portugal en Spanje

5.5.

Oostelijke as Spanje — Frankrijk — interconnectiepunt tussen het Iberisch Schiereiland en Frankrijk bij Le Perthus, met inbegrip van de compressorstations bij Montpellier en St. Martin de Crau (momenteel bekend als „Midcat”)

5.6.

Versterking van het Franse net van zuid naar noord — terugstroom van Frankrijk naar Duitsland bij het interconnectiepunt Obergailbach/Medelsheim (FR)

5.7.

Versterking van het Franse net van zuid naar noord om één marktzone tot stand te brengen, waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:

5.7.1.

Pijpleiding Val de Saône tussen Etrez en Voisines (FR)

5.7.2.

Pijpleiding Gascogne-Midi (FR)

5.8.

Versterking van het Franse net om stromen van zuid naar noord te ondersteunen, waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:

5.8.1.

Pijpleiding Est Lyonnais tussen Saint-Avit en Etrez (FR)

5.8.2.

Pijpleiding Eridan tussen Saint-Martin-de-Crau en Saint-Avit (FR)

5.9.

Niet meer als PGB beschouwd

5.10.

Terugstroominterconnectie via de TENP-pijpleiding in Duitsland

5.11.

Terugstroominterconnectie tussen Italië en Zwitserland bij het interconnectiepunt Passo Gries

5.12.

Niet meer als PGB beschouwd

5.13.

Niet meer als PGB beschouwd

5.14.

Niet meer als PGB beschouwd

5.15.

Niet meer als PGB beschouwd

5.16.

Niet meer als PGB beschouwd

5.17.

Niet meer als PGB beschouwd

5.18.

Niet meer als PGB beschouwd

5.19.

Connectie van Malta met het Europese gasnet — pijpleidinginterconnectie met Italië bij Gela en/of offshore drijvende LNG-opslag en -hervergassingseenheid (FSRU)

5.20.

Gasleiding die Algerije met Italië verbindt (via Sardinië) (momenteel bekend als „Galsi”-pijpleiding)

6.   Prioritaire corridor noord-zuid gasinterconnecties in Midden-Oost- en Zuidoost-Europa („NSI East Gas”):

Projecten waarbij bidirectionele stromen tussen Polen, Tsjechië en Slowakije mogelijk worden waardoor de koppeling van de LNG-terminals in Polen en Kroatië tot stand wordt gebracht:

Nr.

Omschrijving

6.1.

Cluster modernisering interconnectie Tsjechië — Polen en daarmee verband houdende interne versterkingen in West-Polen, waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:

6.1.1.

Interconnector Polen — Tsjechië (momenteel bekend als „Stork II”) tussen Libhošť — Hať (CZ/PL) — Kedzierzyn (PL)

6.1.2.

Transmissie-infrastructuurprojecten tussen Lwówek en Kędzierzyn (PL)

6.1.3.

Maakt nu deel uit van PGB nr. 6.1.2

6.1.4.

Maakt nu deel uit van PGB nr. 6.1.2

6.1.5.

Maakt nu deel uit van PGB nr. 6.1.2

6.1.6.

Maakt nu deel uit van PGB nr. 6.1.2

6.1.7.

Maakt nu deel uit van PGB nr. 6.1.2

6.1.8.

Maakt nu deel uit van PGB nr. 6.2.3

6.1.9.

Maakt nu deel uit van PGB nr. 6.1.2

6.1.10.

Maakt nu deel uit van PGB nr. 6.2.3

6.1.11.

Maakt nu deel uit van PGB nr. 6.2.3

6.1.12.

Pijpleiding Tvrdonice-Libhošť, met inbegrip van modernisering van CS Břeclav (CZ)

6.2.

Cluster interconnectie Polen — Slowakije en daarmee verband houdende interne versterkingen in Oost-Polen, waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:

6.2.1.

Interconnector Polen — Slowakije

6.2.2.

Transmissie-infrastructuurprojecten tussen Rembelszczyzna en Strachocina (PL)

6.2.3.

Transmissie-infrastructuurprojecten tussen Tworóg en Strachocina (PL)

6.2.4.

Maakt nu deel uit van PGB nr. 6.2.2

6.2.5.

Maakt nu deel uit van PGB nr. 6.2.2

6.2.6.

Maakt nu deel uit van PGB nr. 6.2.2

6.2.7.

Maakt nu deel uit van PGB nr. 6.2.2

6.2.8.

Maakt nu deel uit van PGB nr. 6.2.2

6.2.9.

Maakt nu deel uit van PGB nr. 6.2.2

6.3.

Niet meer als PGB beschouwd

6.4.

Bidirectionele Oostenrijks-Tsjechisch interconnectie (BACI) tussen Baumgarten (AT) — Reinthal (CZ/AT) — Brečlav (CZ)

Projecten waardoor gas van de Kroatische LNG-terminal naar buurlanden kan stromen:

6.5.

Cluster LNG-terminal Krk en afvoerpijpleidingen naar Hongarije en verder, waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:

6.5.1.

Stapsgewijze ontwikkeling van een LNG-terminal in Krk (HR)

6.5.2.

Gasleiding Zlobin — Bosiljevo — Sisak — Kozarac — Slobodnica (HR)

6.5.3.

Niet meer als PGB beschouwd

6.5.4.

Niet meer als PGB beschouwd

6.6.

Nu PGB nr. 6.26.1

6.7.

Niet meer als PGB beschouwd

Projecten die gasstromen mogelijk maken van de zuidelijke gascorridor en/of LNG-terminals in Griekenland via Griekenland, Bulgarije, Roemenië, Servië en verder naar Hongarije, inclusief bidirectionele stroomcapaciteit van zuid naar noord en integratie van doorvoer- en transmissiesystemen:

6.8.

Cluster interconnectie tussen Griekenland, Bulgarije en Roemenië, en noodzakelijke versterkingen in Bulgarije, waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:

6.8.1.

Interconnectie Griekenland — Bulgarije (momenteel bekend als „IGB”) tussen Komotini (EL) en Stara Zagora (BG)

6.8.2.

Noodzakelijke sanering, modernisering en uitbreiding van het Bulgaarse transmissiesysteem

6.8.3.

Interconnectie van de noordelijke ring van het Bulgaarse gastransmissiesysteem met de pijpleiding Podisor — Horia en uitbreiding van de capaciteit in het gedeelte Hurezani-Horia-Csanadpalota

6.8.4.

Gasleiding ten behoeve van de uitbreiding van de capaciteit op de interconnectie van de noordelijke ring van de Bulgaarse en Roemeense gastransmissienetwerken

6.9.

Cluster LNG-terminal in Noord-Griekenland, waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:

6.9.1.

LNG-terminal in Noord-Griekenland

6.9.2.

Niet meer als PGB beschouwd

6.9.3.

Gascompressorstation te Kipi (EL)

6.10.

Gasinterconnectie Bulgarije — Servië (momenteel bekend als „IBS”)

6.11.

Niet meer als PGB beschouwd

6.12.

Niet meer als PGB beschouwd

6.13.

6.13.1.

Nu PGB nr. 6.24.4

6.13.2.

Nu PGB nr. 6.24.5

6.13.3.

Nu PGB nr. 6.24.6

6.14.

Nu PGB nr. 6.24.1

6.15.

Interconnectie van het nationale transmissiesysteem met de internationale gastransmissiepijpleidingen en de bidirectionele stroom te Isaccea (RO)

6.15.1.

Maakt nu deel uit van PGB nr. 6.15

6.15.2.

Maakt nu deel uit van PGB nr. 6.15

Project dat gasstroom mogelijk maakt van de zuidelijke gascorridor via Italië in de richting van Noordoost-Europa

6.16.

Niet meer als PGB beschouwd

6.17.

Niet meer als PGB beschouwd

6.18.

Adriatica-pijpleiding (IT)

6.19.

Niet meer als PGB beschouwd

Projecten waardoor de ontwikkeling van de ondergrondse gasopslagcapaciteit in Zuidoost-Europa tot ontwikkeling kan worden gebracht:

6.20.

Cluster vergroting opslagcapaciteit in Zuidoost-Europa, waarvan een of meer van de volgende PGB's deel uitmaken:

6.20.1.

Niet meer als PGB beschouwd

6.20.2.

Uitbreiding ondergrondse gasreservoirs te Chiren (BG)

6.20.3.

Niet meer als PGB beschouwd

en een van de volgende PGB's:

6.20.4.

Opslag te Depomures in Roemenië

6.20.5.

Nieuwe ondergrondse gasreservoirs in Roemenië

6.20.6.

Ondergrondse gasreservoirs te Sarmasel in Roemenië

6.21.

Niet meer als PGB beschouwd

6.22.

Niet meer als PGB beschouwd

6.23.

Interconnectie Hongarije — Slovenië (Nagykanizsa — Tornyiszentmiklós (HU) — Lendava (SI) — Kidričevo)

6.24.

Cluster stapsgewijze capaciteitsvergroting op de bidirectionele transmissiecorridor Bulgarije — Roemenië — Hongarije — Oostenrijk (momenteel bekend als „ROHUAT/BRUA”) om in de eerste fase 1,75 miljard kubieke meter per jaar en in de tweede fase 4,4 miljard kubieke meter per jaar mogelijk te maken, met inbegrip van nieuwe hulpbronnen uit de Zwarte Zee:

6.24.1.

Roemeens-Hongaarse bidirectionele stroom: Hongaars gedeelte, eerste stap CS te Csanádpalota (eerste fase)

6.24.2.

Ontwikkeling op Roemeens grondgebied van het nationale gastransmissiesysteem op de corridor Bulgarije — Roemenië — Hongarije — Oostenrijk, transmissiepijpleiding Podișor — Horia GMS en drie nieuwe compressorstations (Jupa, Bibești en Podișor) (eerste fase)

6.24.3.

GCA Mosonmagyarovar CS (ontwikkeling aan de Oostenrijkse zijde) (eerste fase)

6.24.4.

Pijpleiding Városföld-Ercsi- Győr (capaciteit 4,4 miljard kubieke meter per jaar) (HU)

6.24.5.

Pijpleiding Ercsi-Százhalombatta (capaciteit 4,4 miljard kubieke meter per jaar) (HU)

6.24.6.

Compressorstation Városföld (capaciteit 4,4 miljard kubieke meter per jaar) (HU)

6.24.7.

Uitbreiding van de transmissiecapaciteit in Roemenië in de richting van Hongarije tot 4,4 miljard kubieke meter per jaar (tweede fase)

6.24.8.

Pijpleiding kust van de Zwarte Zee — Podișor (RO) voor overname van gas uit de Zwarte Zee

6.24.9.

Roemeens-Hongaarse bidirectionele stroom: Hongaars gedeelte, tweede stap CS te Csanádpalota of Algyő (HU) (capaciteit 4,4 miljard kubieke meter per jaar) (tweede fase)

6.25.

Cluster infrastructuur waarmee nieuw gas naar de regio Midden- en Zuidoost-Europa wordt gebracht ten behoeve van de diversificatie, waarvan een of meer van de volgende PGB's deel uitmaken:

6.25.1.

Pijpleidingsstelsel van Bulgarije naar Slowakije (momenteel bekend als „Eastring”)

6.25.2.

Pijpleidingsstelsel van Griekenland naar Oostenrijk (momenteel bekend als „Tesla”)

6.25.3.

Verdere vergroting van de bidirectionele transmissiecorridor Bulgarije — Roemenië — Hongarije — Oostenrijk (momenteel bekend als „ROHUAT/BRUA”, fase 3)

6.25.4.

Infrastructuur waarmee de ontwikkeling van de Bulgaarse gasrotonde mogelijk wordt gemaakt

6.26.

Cluster Kroatië — Slovenië — Oostenrijk te Rogatec, waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:

6.26.1.

Interconnectie Kroatië — Slovenië (Lučko — Zabok — Rogatec)

6.26.2.

CS Kidričevo, tweede fase van de modernisering (SI)

6.26.3.

Compressorstations bij het Kroatische gastransmissiesysteem

6.26.4.

GCA 2014/04 Murfeld (AT)

6.26.5.

Modernisering van interconnectie Murfeld/Ceršak (AT-SI)

6.26.6.

Modernisering van interconnectie Rogatec

7.   De prioritaire corridor zuidelijke gascorridor („SGC”)

Nr.

Omschrijving

7.1.

Cluster van geïntegreerde, gerichte en schaalbare transportinfrastructuur en bijbehorende apparatuur voor het transport van ten minste 10 miljard kubieke meter per jaar uit nieuwe gasbronnen in de Kaspische regio, via Azerbeidzjan, Georgië en Turkije naar de EU-markten Griekenland en Italië, waarvan één of meer van de volgende PGB's deel uitmaken:

7.1.1.

Gasleiding naar de EU uit Turkmenistan en Azerbeidzjan, via Georgië en Turkije (momenteel bekend als combinatie van „Trans-Caspian Gas Pipeline” (TCP), „Expansion of the South-Caucasus Pipeline” (SCP-(F)X) en „Trans Anatolia Natural Gas Pipeline” (TANAP))

7.1.2.

Gascompressorstation te Kipi (EL)

7.1.3.

Gasleiding van Griekenland naar Italië via Albanië en de Adriatische Zee (momenteel bekend als „Trans-Adriatic Pipeline” (TAP))

7.1.4.

Gasleiding van Griekenland naar Italië (momenteel bekend als „Poseidon Pipeline”)

7.1.5.

Niet meer als PGB beschouwd

7.1.6.

Meet- en regelstations voor de koppeling van het Griekse transmissiesysteem met TAP

7.1.7.

Pijpleiding Komotini — Thesprotia (EL)

7.2.

Niet meer als PGB beschouwd

7.3.

7.3.1.

Pijpleiding van offshore Cyprus naar Grieks vasteland via Kreta (momenteel bekend als „EastMed Pipeline”)

7.3.2.

Wegnemen van interne knelpunten in Cyprus om isolatie te beëindigen en transmissie van gas uit het oostelijke Middellandse Zeegebied mogelijk te maken

7.4.

Cluster van interconnecties met Turkije, waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:

7.4.1.

Gascompressorstation te Kipi (EL)

7.4.2.

Interconnector tussen Turkije en Bulgarije (momenteel bekend als „ITB”)

8.   Prioritaire corridor voor het interconnectieplan voor de gasmarkt in het Oostzeegebied („BEMIP Gas”)

Nr.

Omschrijving

8.1.

Cluster diversificatie van de voorziening in het oostelijke deel van het Oostzeegebied, waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:

8.1.1.

Interconnector tussen Estland en Finland (momenteel bekend als „Balticconnector”)

8.1.2.

Een van de volgende LNG-terminals:

8.1.2.1.

Niet meer als PGB beschouwd

8.1.2.2.

Paldiski LNG (EE)

8.1.2.3.

Tallinn LNG (EE)

8.1.2.4.

Niet meer als PGB beschouwd

Versterking van de transmissie-infrastructuur in de Baltische staten en modernisering van de ondergrondse gasreservoirs in Letland:

8.2.

Cluster modernisering infrastructuur in het oostelijke deel van het Oostzeegebied, waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:

8.2.1.

Versterking van de interconnectie Letland — Litouwen

8.2.2.

Versterking van de interconnectie Estland — Letland

8.2.3.

Niet meer als PGB beschouwd

8.2.4.

Versterking van de ondergrondse gasreservoirs te Inčukalns (LV)

8.3.

Interconnectie Polen-Denemarken (momenteel bekend als „Baltic Pipe”)

8.4.

Niet meer als PGB beschouwd

8.5.

Interconnectie Polen-Litouwen (momenteel bekend als „GIPL”)

8.6.

LNG-terminal Göteborg in Zweden

8.7.

Capaciteitsuitbreiding van LNG-terminal Świnoujście in Polen

8.8.

Niet meer als PGB beschouwd

9.   Prioritaire corridor olievoorzieningsverbindingen in centraal Oost-Europa („OSC”)

Verbetering van de zekerheid van de olievoorziening in de regio centraal Oost-Europa door versterking van de interoperabiliteit en mogelijk maken van adequate alternatieve toevoerroutes:

Nr.

Omschrijving

9.1.

Pijpleiding Adamowo — Brody: pijpleiding die de verwerkingslocatie van JSC UkrTransNafta in Brody (Oekraïne) en het tankpark te Adamowo (Polen) verbindt

9.2.

Pijpleiding Bratislava — Schwechat: pijpleiding die Schwechat (Oostenrijk) en Bratislava (Slowakije) verbindt

9.3.

Pijpleidingen JANAF-Adria: reconstructie, verbetering, onderhoud en capaciteitsuitbreiding van de bestaande JANAF- en Adria-pijpleidingen die de Kroatische zeehaven Omisalj verbinden met de zuidelijke Druzhba (Kroatië, Hongarije, Slowakije); (de Hongaars-Slowaakse interconnectie wordt niet meer als PGB beschouwd)

9.4.

Pijpleiding Litvinov (Tsjechië) — Spergau (Duitsland): uitbreidingsproject van de ruweoliepijpleiding Druzhba naar de raffinaderij TRM Spergau

9.5.

Cluster Pommerse pijpleiding (Polen), waarvan de volgende PGB's deel uitmaken:

9.5.1.

Bouw van olieterminal in Gdańsk

9.5.2.

Uitbreiding Pommerse pijpleiding: loopings en tweede lijn op de Pommerse pijpleiding die het tankpark Plebanka (nabij Płock) en de terminal Gdańsk verbindt

9.6.

TAL Plus: capaciteitsuitbreiding van de TAL-pijpleiding tussen Triëst (Italië) en Ingolstadt (Duitsland)

10.   Prioritair thematisch gebied Invoering van slimme netwerken

Nr.

Omschrijving

10.1.

Het North Atlantic Green Zone Project (Ierland, Verenigd Koninkrijk/Noord-Ierland) is gericht op een geringere beperking van de opbrengst van windenergie door de invoering van communicatie-infrastructuur, verbetering van de netcontrole en de interconnecte, en de vaststelling van (grensoverschrijdende) protocollen voor vraagzijdebeheer

10.2.

Green-Me (Frankrijk, Italië) is gericht op de verbetering van de integratie van duurzame energiebronnen door automatisering, controle- en monitoringsystemen in HV- en HV/MV-onderstations, met inbegrip van communicatie met de producenten van duurzame elektriciteit en opslag in primaire onderstations, alsmede een nieuwe manier om gegevens uit te wisselen ten behoeve van een beter grensoverschrijdend interconnectiebeheer.

10.3.

SINCRO.GRID (Slovenië/Kroatië) is gericht op het oplossen van problemen betreffende netspanning, frequentieregeling en congestie, het mogelijk maken van de verdere ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen en de vervanging van conventionele opwekking door de integratie van nieuwe actieve elementen binnen de transmissie- en distributienetten in het virtuele grensoverschrijdende controlecentrum, op basis van geavanceerd databeheer, gemeenschappelijke systeemoptimalisatie en prognoses, waarbij de twee aangrenzende TSB's en de twee aangrenzende DSB's betrokken zijn.

11.   Prioritair thematisch gebied Elektriciteitssnelwegen

Lijst van PGB's met dubbele aanduiding als elektriciteitssnelwegen

Nr.

Omschrijving

Prioritaire corridor „Offshore-elektriciteitsnetwerk in de noordelijke zeeën” („NSOG”)

1.1.1.

Interconnectie tussen Zeebrugge (BE) en de omgeving van Richborough (UK)

1.3.1.

Interconnectie tussen Endrup (DK) en Niebüll (DE)

1.3.2.

Interne lijn tussen Brunsbüttel en Niebüll (DE)

1.4.1.

Interconnectie tussen Kassø (DK) en Audorf (DE)

1.4.2.

Interne lijn tussen Audorf en Hamburg/Nord (DE)

1.4.3.

Interne lijn tussen Hamburg/Nord en Dollern (DE)

1.5.

Interconnectie Denemarken — Nederland tussen Endrup (DK) en de Eemshaven (NL) (momenteel bekend als „COBRAcable”)

1.6.

Interconnectie Frankrijk — Ierland tussen La Martyre (FR) en Great Island of Knockraha (IE) (momenteel bekend als „Celtic Interconnector”)

1.7.1.

Interconnectie Frankrijk — Verenigd Koninkrijk tussen Cotentin (FR) en de omgeving van Exeter (UK) (momenteel bekend als „FAB”-project)

1.7.2.

Interconnectie Frankrijk — Verenigd Koninkrijk tussen Tourbe (FR) en Chilling (UK) (momenteel bekend als „IFA2”-project)

1.7.3.

Interconnectie Frankrijk — Verenigd Koninkrijk tussen Coquelles (FR) en Folkestone (UK) (momenteel bekend als „ElecLink” project)

1.8.

Interconnectie Duitsland — Noorwegen tussen Wilster (DE) en Tonstad (NO) (momenteel bekend als „NordLink”)

1.10.

Interconnectie Noorwegen — Verenigd Koninkrijk

1.13.

Interconnectie tussen IJsland en het Verenigd Koninkrijk (momenteel bekend als „Ice Link”)

1.14.

Interconnectie tussen Revsing (DK) en Bicker Fen (UK) (momenteel bekend als „Viking Link”)

Prioritaire corridor noord-zuid elektriciteitsverbindingen in West-Europa („NSI West Electricity”)

2.2.1.

Interconnectie tussen Lixhe (BE) en Oberzier (DE)

2.5.1.

Interconnectie tussen Grande Ile (FR) en Piossasco (IT) (momenteel bekend als „Savoie-Piemonte-project”)

2.7.

Interconnectie Frankrijk — Spanje tussen Aquitaine (FR) en het Baskenland (ES) (momenteel bekend als „Biscay Gulf”-project)

2.9.

Duitsland, interne lijn tussen Osterath en Philippsburg (DE) om de capaciteit in het westelijk grensgebied te vergroten

2.10.

Duitsland, interne lijn tussen Brunsbüttel-Grοßgartach en Wilster-Grafenrheinfeld (DE) om de capaciteit in het noordelijk en het zuidelijk grensgebied te vergroten

2.13.

Cluster interconnecties Ierland — Verenigd Koninkrijk, waarvan één of meer van de volgende PGB's deel uitmaken:

2.13.1.

Interconnectie Ierland — Verenigd Koninkrijk tussen Woodland (IE) en Turleenan (UK)

2.13.2.

Interconnectie Ierland — Verenigd Koninkrijk tussen Srananagh (IE) en Turleenan (UK)

Prioritaire corridor noord-zuid elektriciteitsinterconnecties in Midden-Oost- en Zuidoost-Europa („NSI East Electricity”)

3.10.1.

Interconnectie tussen Hadera (IL) en Kofinou (CY)

3.10.2.

Interconnectie tussen Kofinou (CY) en Korakia op Kreta (EL)

3.10.3.

Interne lijn tussen Korakia op Kreta en de regio Attica (EL)

3.12.

Interne lijn in Duitsland tussen Wolmirstedt en Beieren om de interne transmissiecapaciteit noord-zuid te vergroten

Prioritaire corridor voor het interconnectieplan voor de energiemarkt in het Oostzeegebied („BEMIP Electricity”)

4.1.

Interconnectie Denemarken — Duitsland tussen Tolstrup Gaarde (DK) en Bentwisch (DE) via windmolenparken op zee Kriegers Flak (DK) en Baltic 1 en 2 (DE) (momenteel bekend als „Kriegers Flak Combined Grid Solution”)”


27.1.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 19/22


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/90 VAN DE COMMISSIE

van 26 januari 2016

tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EG) nr. 102/2012 van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van stalen kabels uit onder meer Oekraïne naar aanleiding van een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek uit hoofde van artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) („de basisverordening”), en met name artikel 11, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

1.   PROCEDURE

1.1.   Geldende maatregelen

(1)

De antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van bepaalde stalen kabels uit Oekraïne werden oorspronkelijk ingesteld bij Verordening (EG) nr. 1796/1999 van de Raad (2) („de oorspronkelijke verordening”) en werden laatstelijk uitgebreid bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 102/2012 van de Raad (3) („de geldende maatregelen”).

(2)

De geldende maatregelen bestaan in een ad-valoremrecht van 51,8 %.

1.2.   Verzoek om een nieuw onderzoek

(3)

De Europese Commissie („de Commissie”) heeft op grond van artikel 11, lid 3, van de basisverordening een verzoek om een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek ontvangen. Het verzoek werd ingediend door PJSC „PA”„Stalkanat-Silur” („de indiener van het verzoek”), een producent-exporteur uit Oekraïne.

(4)

Het verzoek betrof enkel een onderzoek naar het bestaan van dumping door de indiener van het verzoek.

(5)

In zijn verzoek verstrekte de indiener voorlopig bewijsmateriaal waaruit blijkt dat de veranderingen van zijn huidige structuur, die nu is gebaseerd op de fusie van onder meer twee niet-verbonden producenten-exporteurs in Oekraïne (waarvan er slechts een eerder individueel onderzocht is), van blijvende aard zijn.

(6)

Verder voerde de indiener van het verzoek aan dat op basis van de binnenlandse prijzen van de indiener zelf, of op basis van de berekende normale waarde (productiekosten, verkoopkosten, algemene kosten en administratiekosten („VAA-kosten”) en winst), in plaats van de eerder gebruikte normale waarde van het referentieland, de dumpingmarge van de indiener aanzienlijk lager is dan het huidige niveau van de maatregelen.

(7)

De indiener van het verzoek stelde daarom dat handhaving van de maatregelen op het huidige niveau niet langer noodzakelijk was om de eerder vastgestelde gevolgen van de schade veroorzakende dumping te neutraliseren.

1.3.   Opening van een nieuw onderzoek

(8)

De Commissie is, na kennisgeving aan de lidstaten, tot de conclusie gekomen dat er voldoende bewijsmateriaal was om de opening van een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek te rechtvaardigen en kondigde bij bericht („het bericht van opening”) in het Publicatieblad van de Europese Unie  (4) op 18 november 2014 aan overeenkomstig artikel 11, lid 3, van de basisverordening een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek te zullen openen dat beperkt zou blijven tot een onderzoek naar dumping door de indiener van het verzoek.

1.4.   Betrokken product en soortgelijk product

(9)

Het huidige nieuwe onderzoek betreft hetzelfde product als het oorspronkelijke onderzoek en het laatste onderzoek dat heeft geleid tot het instellen van de geldende maatregelen, d.w.z. stalen kabels, gesloten kabels daaronder begrepen, met uitzondering van roestvrijstalen kabels, met een grootste afmeting van de dwarsdoorsnede van meer dan 3 mm, van oorsprong uit Oekraïne („het betrokken product” of „staalkabel”), momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 7312 10 81, ex 7312 10 83, ex 7312 10 85, ex 7312 10 89 en ex 7312 10 98.

(10)

Het product dat in Oekraïne, en ook in derde landen, wordt vervaardigd en verkocht en het product dat naar de Unie wordt uitgevoerd, hebben dezelfde fysische en technische kenmerken en gebruiksdoeleinden en worden daarom beschouwd als soortgelijke producten in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening.

1.5.   Betrokken partijen

(11)

De Commissie heeft de indiener van het verzoek, de haar bekende vereniging van de bedrijfstak in de Unie en de Oekraïense autoriteiten officieel in kennis gesteld van de opening van het tussentijdse nieuwe onderzoek. Alle belanghebbenden werden in de gelegenheid gesteld hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten en te worden gehoord.

(12)

De Commissie heeft de indiener van het verzoek een vragenlijst gezonden en heeft binnen de gestelde termijn een volledig antwoord ontvangen. De Commissie heeft alle gegevens verzameld en gecontroleerd die zij voor de bepaling van de hoogte van de dumping nodig achtte. De controle is ter plaatse bij de indiener van het verzoek in Odessa, Oekraïne, verricht.

1.6.   Tijdvak van het nieuwe onderzoek

(13)

Het nieuwe onderzoek had betrekking op de periode van 1 juli 2013 tot en met 30 september 2014.

2.   RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK

2.1.   Dumping

2.1.1.   Normale waarde

(14)

Het totale volume van de uitvoer naar de Unie gedurende het tijdvak van het nieuwe onderzoek was beperkt tot slechts twee verkooptransacties en zoals in overweging 26 verklaard, werden deze transacties niet als representatief beschouwd. Zoals eveneens vermeld in overweging 26, was de uitvoerprijs daarom overeenkomstig artikel 2, lid 9, van de basisverordening bepaald op basis van de uitvoer door de indiener van het verzoek naar derde landen gedurende het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Het verkoopvolume naar markten van derde landen werd gebruikt om de representativiteit van de binnenlandse verkoop te bepalen voor de vaststelling van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 2, van de basisverordening.

(15)

Voor het vaststellen van de normale waarde werd eerst bepaald of de totale door de indiener van het verzoek op de binnenlandse markt aan onafhankelijke afnemers verkochte hoeveelheid van het soortgelijke product representatief was in vergelijking met de totale hoeveelheid die hij naar derde landen uitvoerde. In overeenstemming met artikel 2, lid 2, van de basisverordening werd vastgesteld dat de binnenlandse verkoop representatief was aangezien de totale op de binnenlandse markt verkochte hoeveelheid gedurende het tijdvak van het nieuwe onderzoek ten minste 5 % van de totale naar derde landen uitgevoerde hoeveelheid bedroeg.

(16)

Voor elke door de indiener van het verzoek op zijn binnenlandse markt verkochte productsoort die direct vergelijkbaar was met de productsoort die voor uitvoer naar derde landen werd verkocht, werd onderzocht of de binnenlandse verkoop voldoende representatief was in de zin van artikel 2, lid 2, van de basisverordening. De binnenlandse verkoop van een bepaalde productsoort werd voldoende representatief geacht wanneer van die productsoort op de binnenlandse markt aan onafhankelijke afnemers een totale hoeveelheid was verkocht die ten minste 5 % bedroeg van de totale hoeveelheid van de vergelijkbare productsoort die in dezelfde periode naar derde landen was uitgevoerd.

(17)

Ook werd onderzocht of de binnenlandse verkoop van elke productsoort had plaatsgevonden in het kader van normale handelstransacties volgens artikel 2, lid 4, van de basisverordening. Hiertoe werd voor elke productsoort uitgevoerd naar derde landen gedurende het tijdvak van het nieuwe onderzoek het aandeel vastgesteld in de winstgevende binnenlandse verkoop aan onafhankelijke afnemers.

(18)

Voor productsoorten waarvan meer dan 80 % van de op de binnenlandse markt verkochte hoeveelheid werd verkocht tegen prijzen die hoger waren dan de productiekosten en de gewogen gemiddelde verkoopprijs gelijk was aan of hoger was dan de productiekosten per eenheid, werd de normale waarde per productsoort berekend als het gewogen gemiddelde van de werkelijke binnenlandse prijzen van alle verkopen van de productsoort in kwestie, ongeacht of die verkoop al dan niet winstgevend was.

(19)

Wanneer de winstgevende verkoop van een productsoort 80 % of minder van de totale verkoop bedroeg, of de gewogen gemiddelde prijs van die soort lager was dan de productiekosten per eenheid, werd de normale waarde gebaseerd op de werkelijke binnenlandse prijs, berekend als de gewogen gemiddelde prijs van alleen de winstgevende verkoop op de binnenlandse markt van die productsoort tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek.

(20)

Wanneer voor een bepaalde door de indiener van het verzoek verkochte productsoort geen gebruik kon worden gemaakt van de binnenlandse prijzen om de normale waarde vast te stellen, werd de normale waarde berekend overeenkomstig artikel 2, lid 3, van de basisverordening.

(21)

Bij de berekening van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 3, van de basisverordening werden de bedragen voor verkoopkosten, algemene kosten, administratiekosten en winst overeenkomstig artikel 2, lid 6, van de basisverordening gebaseerd op de feitelijke gegevens over de productie en de verkoop van het soortgelijke product, in het kader van normale handelstransacties, door de indiener van het verzoek.

(22)

Na de mededeling van de definitieve bevindingen voerde de indiener van het verzoek aan dat bij de vaststelling van de normale waarde geen rekening zou mogen worden gehouden met zijn binnenlandse verkoop aan staatsbedrijven. De indiener van het verzoek betoogde dat de aan staatsbedrijven aangerekende prijzen systematisch hoger lagen dan de prijzen die worden aangerekend aan andere klanten op de binnenlandse markt omwille van het hogere risico op wanbetaling of beduidend latere betaling, wat ook tot uiting kwam in het interne prijsstellingsbeleid van het bedrijf. Hij voerde aan dat de hogere prijzen dus geen verband hielden met de kenmerken van het betrokken product. Ten tweede voerde de indiener van het verzoek aan dat wanneer de normale waarde wordt berekend overeenkomstig artikel 2, lid 3, van de basisverordening enkel de verkoopkosten, algemene kosten en administratieve kosten („VAA-kosten”) bij binnenlandse verkoop aan onafhankelijke distributeurs mogen worden gebruikt om een vergelijking mogelijk te maken met de uitvoer naar hetzelfde type afnemers.

(23)

In verband met het verzoek om bij de vaststelling van de normale waarde geen rekening te houden met de binnenlandse verkoop aan staatsbedrijven is uit het tijdens het onderzoek verzamelde bewijsmateriaal gebleken dat de verkoopprijzen voor staatsbedrijven gemiddeld aanzienlijk hoger waren dan de prijzen die werden aangerekend aan andere afnemers op de binnenlandse markt. Dit consequente prijsverschil was het resultaat van een combinatie van een aantal specifieke factoren die enkel gelden voor dit type afnemer op de binnenlandse markt: i) het feit dat de indiener van het verzoek de verkoop aan staatsbedrijven beschouwt als verkoop met een hoog risico op wanbetaling of ernstige betalingsachterstand; ii) het feit dat dit beleid daadwerkelijk wordt toegepast door langere krediettermijnen toe te kennen aan staatsbedrijven (met inbegrip van de mogelijkheid de betaling nog langer uit te stellen zoals blijkt uit het contract); iii) bewijsmateriaal voor de historiek van betalingsachterstand; iv) het feit dat staatsbedrijven volgens de Oekraïense wet vrijgesteld zijn van vorderingen van schuldeisers in geval van een faillissement; v) het feit dat verkoop aan staatsbedrijven plaatsvindt via complexe aanbestedingsprocedures waarbij de bepalingen van het contract niet onderhandelbaar zijn en een standaardcontract wordt gebruikt; vi) het feit dat staatsbedrijven bij wet geen voorschotten mogen betalen voor de aankoop van goederen. Op basis van deze bijzondere omstandigheden werd dit argument van de indiener van het verzoek aanvaard.

(24)

Met betrekking tot het verzoek om enkel de VAA-kosten bij verkoop aan onafhankelijke distributeurs te gebruiken voor het vaststellen van de normale waarde, is in artikel 2, lid 6, van de basisverordening bepaald dat de bedragen voor de VAA-kosten moeten zijn gebaseerd op feitelijke gegevens over de productie en de verkoop van het soortgelijke product, in het kader van normale handelstransacties, door de indiener van het verzoek. De gegevens van de indiener van het verzoek werden overeenkomstig dat artikel gebruikt als gegevens over alle binnenlandse verkopen (behalve verkoop aan staatsbedrijven). Aangezien de verkoopprijzen aan eindgebruikers op de binnenlandse markt werden aangepast overeenkomstig artikel 2, lid 10, onder d), i), van de basisverordening (zoals toegelicht in overwegingen 30 en 31) konden ze worden vergeleken met de binnenlandse verkoop aan onafhankelijke distributeurs. Het argument werd daarom afgewezen.

(25)

De indiener van het verzoek betoogde eveneens dat bij de vaststelling van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 3, van de basisverordening een redelijke winstmarge van 5 % moet worden gebruikt. Er werd verwezen naar een eerder onderzoek betreffende staalkabels waarin die winstmarge als redelijk werd beschouwd. De indiener van het verzoek voerde voorts aan dat het winstniveau ook niet hoger mocht liggen dan het voor de verkoop aan onafhankelijke distributeurs bereikte winstniveau aangezien dit verkoopniveau vergelijkbaar is met het niveau van de uitvoer. In artikel 2, lid 6, van de basisverordening is echter bepaald dat de bedragen voor de VAA-kosten en winst moeten zijn gebaseerd op feitelijke gegevens over de productie en de verkoop van het soortgelijke product, in het kader van normale handelstransacties, door de indiener van het verzoek. Aangezien die gegevens beschikbaar waren, zijn deze gebruikt overeenkomstig dat artikel. Het argument werd derhalve afgewezen.

2.1.2.   Uitvoerprijs

(26)

Er waren slechts twee verkooptransacties naar de Unie gedurende het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Zij werden niet als representatief beschouwd vanwege hun beperkte omvang en omdat zij werden afgesloten met slechts één afnemer met bijzondere productspecificaties. De uitvoerprijs werd dus overeenkomstig artikel 2, lid 9, van de basisverordening vastgesteld, dat voorziet in de samenstelling van de uitvoerprijs op elke redelijke grondslag. In dit geval werd de verkoop van het soortgelijke product door de indiener van het verzoek naar derde landen gedurende het tijdvak van het nieuwe onderzoek gebruikt als basis voor de berekening van de uitvoerprijs. De verkoop naar derde landen vertegenwoordigde inderdaad een aanzienlijk volume naar een groot aantal afnemers en uit het onderzoek bleken geen prijsverstoringen of andere factoren op de markten van derde landen die zouden suggereren dat de verkoop van de indiener van het verzoek naar deze markten niet kon worden gebruikt om de uitvoerprijs vast te stellen.

2.1.3.   Vergelijking

(27)

De gemiddelde normale waarde en de gemiddelde uitvoerprijs werden vergeleken af fabriek. Om een billijke vergelijking tussen de normale waarde en de uitvoerprijs mogelijk te maken, werden overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening correcties toegepast in verband met het verschil in transport- en kredietkosten.

(28)

De indiener van het verzoek eiste ook een correctie van de normale waarde voor het verschil in handelsstadium; hij wees erop dat de verkoop op de binnenlandse markt aan detailhandelaren en eindgebruikers via regionale verkoopcentra niet vergelijkbaar was met de verkoop aan onafhankelijke distributeurs. De indiener van het verzoek beweerde eveneens dat alle uitvoer gebeurde naar onafhankelijke distributeurs en dus enkel vergelijkbaar was met de binnenlandse verkoop aan onafhankelijke distributeurs. Een gewogen gemiddeld prijsverschil tussen de verkoop naar de twee handelsstadia op de binnenlandse markt zou de basis zijn geweest voor een correctie overeenkomstig artikel 2, lid 10, onder d), i), van de basisverordening.

(29)

Na de mededeling van de definitieve bevindingen handhaafde de indiener van het verzoek zijn eis tot correctie voor verschillen in handelsstadium. Daarenboven werd aangevoerd dat de vaststelling van de correctie voor verschillen in handelsstadium op kwartaalbasis moet gebeuren om het effect van de devaluatie van de Oekraïense munt ten opzichte van buitenlandse valuta op de grondstoffenprijzen en op de hoge inflatie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek te elimineren.

(30)

Uit het onderzoek is gebleken dat de verkoop aan detailhandelaren (via regionale verkoopcentra) inderdaad in een ander handelsstadium plaatsvond dan de uitvoer en dat dat verschil tot uiting kwam in de verkoopprijzen. De binnenlandse verkoopprijzen voor eindgebruikers via regionale verkoopcentra lagen aanzienlijk hoger en de hoeveelheden waren beduidend kleiner dan voor de verkoop aan onafhankelijke distributeurs. Daarenboven konden de eindgebruikers een beroep doen op aanvullende diensten van de regionale verkoopcentra. Daarom werd een correctie voor verschillen in handelsstadium zoals bedoeld in artikel 2, lid 10, onder d), i), van de basisverordening toegestaan.

(31)

De indiener van het verzoek baseerde de berekening van de gevraagde correctie op het algemene gemiddelde prijsverschil tussen de twee handelsstadia gewogen op basis van de aan onafhankelijke distributeurs verkochte volumes. De aan onafhankelijke distributeurs verkochte volumes mogen echter het niveau van de correctie niet beïnvloeden. Daarom heeft de Commissie de correctie enkel berekend op basis van het gewogen gemiddeld prijsverschil per ton en per productsoort toegepast op het volume van de verkoop aan eindgebruikers.

(32)

Ten slotte werd de correctie niet berekend op kwartaalbasis zoals voorgesteld door de indiener van het verzoek, aangezien is vastgesteld dat dit het effect van de verstoringen vermeld in overweging 29 niet zou neutraliseren.

2.1.4.   Dumpingmarge

(33)

Overeenkomstig artikel 2, lid 11, van de basisverordening werd de gewogen gemiddelde normale waarde per soort vergeleken met de gewogen gemiddelde uitvoerprijs naar derde landen van de overeenkomstige soort van het soortgelijk product. Uit de vergelijking bleek dat er sprake was van dumping.

(34)

De dumpingmarge van de indiener van het verzoek bedroeg 10,5 % van de nettoprijs, franco grens Unie.

2.2.   Blijvende aard van de gewijzigde omstandigheden

(35)

Overeenkomstig artikel 11, lid 3, van de basisverordening is de Commissie nagegaan of de gewijzigde omstandigheden wat dumping betreft redelijkerwijze als van blijvende aard konden worden beschouwd.

(36)

Het antidumpingrecht dat momenteel van toepassing is, werd gedurende het oorspronkelijke onderzoek vastgesteld. Gedurende het onderzoektijdvak van dat onderzoek werd Oekraïne beschouwd als een economie in een overgangsfase en daarom was de normale waarde vastgesteld op basis van artikel 2, lid 7, van de basisverordening. Bijgevolg was de normale waarde vastgesteld op basis van de betaalde prijzen in een referentieland dat een land met een markteconomie is, namelijk Polen.

(37)

In 2005 kreeg Oekraïne de status van markteconomie en bijgevolg is artikel 2, lid 7, van de basisverordening niet meer van toepassing op dat land. Daarom was de dumpingmarge van de indiener van het verzoek gedurende het tijdvak van het nieuwe onderzoek gebaseerd op diens eigen gecontroleerde gegevens.

(38)

Het tijdens het onderzoek verkregen en gecontroleerde bewijsmateriaal bevestigde de veranderingen van de huidige bedrijfsstructuur, die nu is gebaseerd op de fusie van twee niet-verbonden producenten-exporteurs en een derde entiteit die verantwoordelijk is voor verkoop en marketing. De fusie vond plaats in 2010. De verandering wordt als van blijvende aard beschouwd aangezien de taken die vroeger door de aparte entiteiten werden uitgevoerd effectief aan de indiener van het verzoek werden overgedragen. Er zijn geen aanwijzingen voor mogelijke toekomstige veranderingen gevonden.

(39)

Gezien het bovenstaande wordt het bijgevolg niet waarschijnlijk geacht dat de omstandigheden die tot de opening van dit nieuwe onderzoek hebben geleid in de nabije toekomst op zodanige wijze zullen veranderen dat dit gevolgen zou hebben voor de bevindingen van dit nieuwe onderzoek. Daarom wordt geconcludeerd dat de wijzigingen van blijvende aard zijn en dat de handhaving van de maatregel op zijn huidige niveau niet langer gerechtvaardigd is.

(40)

Na de mededeling van de definitieve bevindingen voerde het Liaison Committee of EU Wire Rope Industries (EWRIS) aan dat door de lopende militaire operaties in de regio van Oekraïne waar één van de twee productielocaties van de indiener van het verzoek is gevestigd, niet kan worden geconcludeerd dat de wijziging waarnaar in overweging 38 wordt verwezen van blijvende aard is. In dit verband wordt ten eerste opgemerkt dat de conclusie in verband met de blijvende aard van de gewijzigde omstandigheden wat dumping betreft was gebaseerd op twee elementen die worden vermeld in de overwegingen 37 en 38. EWRIS betwist slechts één daarvan. Ten tweede is uit het onderzoek gebleken dat de productielocatie van de indiener van het verzoek in de regio Donetsk sinds de zomer van 2014 niet in bedrijf is geweest, wat de productiecapaciteit van de indiener van het verzoek beperkt. Een dergelijke beslissing van de indiener van het verzoek, ingegeven door veiligheidsoverwegingen, gaat niet in tegen de vaststelling dat de fusie van twee producenten van staalkabels sinds 2010 een feit is en dat dat een structurele wijziging van blijvende aard uitmaakt voor de operaties van beide ondernemingen. Het argument werd derhalve van de hand gewezen.

3.   ANTIDUMPINGMAATREGELEN

(41)

In het licht van de resultaten van dit nieuwe onderzoek, wordt het passend geacht het antidumpingrecht dat van toepassing is op de invoer van het betrokken product uit Oekraïne te wijzigen en een recht van 10,5 % dat van toepassing is op PJSC „PA”„Stalkanat-Silur” in te voeren.

(42)

Deze conclusie heeft geen gevolgen voor de voor het gehele land geldende maatregelen.

4.   MEDEDELING VAN FEITEN EN OVERWEGINGEN

(43)

Belanghebbende partijen werden op de hoogte gebracht van de voornaamste feiten en overwegingen die tot voornoemde conclusies hebben geleid, en werden in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken. Met deze opmerkingen werd rekening gehouden indien zij gegrond werden geacht. Aangezien deze opmerkingen hebben geleid tot belangrijke wijzigingen in de conclusies van de Commissie in verband met de dumpingmarge, heeft een tweede mededeling van feiten en overwegingen aan belanghebbenden plaatsgevonden op 8 december 2015. Met de opmerkingen na de tweede mededeling van feiten en overwegingen werd rekening gehouden indien zij gegrond werden geacht.

(44)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 opgerichte comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Artikel 1, lid 3, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 102/2012 wordt vervangen door:

„3.   Het definitieve antidumpingrecht dat van toepassing is op de cif-nettoprijs, grens Unie, vóór inklaring, van het in lid 1 genoemde product en van oorsprong uit Oekraïne is als volgt:

Onderneming

Antidumpingrecht (%)

Aanvullende Taric-code

PJSC „PA”„Stalkanat-Silur”

10,5

C052

Alle andere ondernemingen

51,8

C999

De toepassing van het individuele antidumpingrecht dat is vastgesteld voor de in bovenstaande tabel vermelde onderneming, is afhankelijk van de overlegging aan de douaneautoriteiten van de lidstaten van een geldige handelsfactuur die naast naam en functie volgende, door een medewerker van de onderneming die de handelsfactuur heeft opgesteld gedateerde en ondertekende verklaring bevat: „Ondergetekende verklaart dat de (hoeveelheid) stalen kabels die naar de Europese Unie zijn uitgevoerd en waarop deze factuur betrekking heeft, zijn vervaardigd door (naam en adres van de onderneming) (aanvullende Taric-code) in Oekraïne. Ondergetekende verklaart dat de in deze factuur verstrekte informatie juist en volledig is”. Als een dergelijke factuur niet wordt overgelegd, wordt het antidumpingrecht dat voor „alle andere ondernemingen” geldt, toegepast.”

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 26 januari 2016.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51.

(2)  Verordening (EG) nr. 1796/1999 van de Raad van 12 augustus 1999 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van stalen kabels uit de Volksrepubliek China, Hongarije, India, Mexico, Polen, Zuid-Afrika en Oekraïne, tot definitieve inning van het op deze invoer ingestelde voorlopige antidumpingrecht en tot beëindiging van de antidumpingprocedure in verband met deze invoer uit de Republiek Korea (PB L 217 van 17.8.1999, blz. 1).

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 102/2012 van de Raad van 27 januari 2012 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op stalen kabels van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Oekraïne, zoals uitgebreid tot stalen kabels verzonden uit Marokko, Moldavië en de Republiek Korea, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit deze landen, na een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 en tot beëindiging van de procedure van het nieuwe onderzoek bij het vervallen van de maatregelen betreffende de invoer van stalen kabels uit Zuid-Afrika overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 (PB L 36 van 9.2.2012, blz. 1).

(4)  Bericht van opening van een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op stalen kabels van oorsprong uit Oekraïne (PB C 410 van 18.11.2014, blz. 15).


27.1.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 19/28


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/91 VAN DE COMMISSIE

van 26 januari 2016

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2368/2002 van de Raad tot uitvoering van de Kimberleyprocescertificering voor de internationale handel in ruwe diamant

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 2368/2002 van de Raad van 20 december 2002 tot uitvoering van de Kimberleyprocescertificering voor de internationale handel in ruwe diamant (1), en met name artikel 19,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op grond van artikel 19 van Verordening (EG) nr. 2368/2002 houdt de Commissie de als bijlage III opgenomen lijst van autoriteiten van de Unie bij.

(2)

Bulgarije heeft de Commissie bij brief in kennis gesteld van zijn voornemen niet langer een autoriteit van de Unie overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2368/2002 te handhaven in Bulgarije.

(3)

Bijlage III bij Verordening (EG) nr. 2368/2002 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(4)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het in artikel 22 van Verordening (EG) nr. 2368/2002 bedoelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage III bij Verordening (EG) nr. 2368/2002 wordt vervangen door de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 26 januari 2016.

Voor de Commissie

Vicevoorzitter

Federica MOGHERINI


(1)  PB L 358 van 31.12.2002, blz. 28.


BIJLAGE

„BIJLAGE III

Lijst van bevoegde autoriteiten van de lidstaten en hun taken, als bedoeld in de artikelen 2 en 19

BELGIË

Federale Overheidsdienst Economie, kmo, Middenstand en Energie, Dienst Vergunningen/Service Public Fédéral Economie,

PME, Classes moyennes et Energie, Service Licence,

Italiëlei 124, bus 71

B-2000 Antwerpen

Tel. (32-3) 206 94 70

Fax (32-3) 206 94 90

E-mail: kpcs-belgiumdiamonds@economie.fgov.be

In België worden de overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2368/2002 vereiste controles op de in- en uitvoer van ruwe diamant en de douanebehandeling uitsluitend verricht door:

The Diamond Office

Hovenierstraat 22

B-2018 Antwerpen

TSJECHIË

In Tsjechië worden de overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2368/2002 vereiste controles op de in- en uitvoer van ruwe diamant en de douanebehandeling uitsluitend verricht door:

Generální ředitelství cel

Budějovická 7

140 96 Praha 4

Česká republika

Tel. (420-2) 61 33 38 41, (420-2) 61 33 38 59, mobiel (420-737) 213 793

Fax (420-2) 61 33 38 70

E-mail: diamond@cs.mfcr.cz

Permanente dienst in het aangewezen douanebureau Praha Ruzyně

Tel. (420-2) 220 113 788

of (420-2) 220 119 678

DUITSLAND

In Duitsland worden de overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2368/2002 vereiste controles op de in- en uitvoer van ruwe diamant, inclusief de afgifte van communautaire certificaten, uitsluitend verricht door:

Hauptzollamt Koblenz

Zollamt Idar-Oberstein

Zertifizierungsstelle für Rohdiamanten

Hauptstraße 197

D-55743 Idar-Oberstein

Tel. (49-6781) 56 27 -0

Fax (49-6781) 56 27 -19

E-mail: poststelle@zabir.bfinv.de

Voor de toepassing van artikel 5, lid 3, artikel 6, artikel 9, artikel 10, artikel 14, lid 3, artikel 15 en artikel 17 van deze verordening inzake de verplichte aanmelding bij de Commissie is onderstaande instelling in Duitsland bevoegd:

Bundesfinanzdirektion Südost

Krelingstraße 50

D-90408 Nürnberg

Tel. (49-911) 376 3754

Fax (49-911) 376 2273

E-mail: diamond.cert@bfdso.bfinv.de

PORTUGAL

Autoridade Tributária e Aduaneira

Direção de Serviços de Regulação Aduaneira

R. da Alfândega, 5

1149-006 Lisboa

Tel. +351 218813888/9

Fax 351 218813941

E-mail: dsra@at.gov.pt

In Portugal worden de overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2368/2002 vereiste controles op de in- en uitvoer van ruwe diamant en de douanebehandeling uitsluitend verricht door:

Alfândega do Aeroporto de Lisboa

Aeroporto de Lisboa,

Terminal de Carga, Edifício 134

1750-364 Lisboa

Tel. +351 210030080

Fax 351 210037777

E-mail: aalisboa-kimberley@at.gov.pt

ROEMENIË

Autoritatea Națională pentru Protecția Consumatorilor

(Nationale autoriteit voor consumentensbescherming)

1 Bd. Aviatorilor Nr. 72, sectorul 1 București, România

(Bd. Aviatorilor Nr. 72, sector 1, Boekarest, Roemenië)

Cod postal 011865

Tel. (40-21) 318 46 35/312 98 90/312 12 75

Fax (40-21) 318 46 35/314 34 62

www.anpc.ro

VERENIGD KONINKRIJK

Government Diamond Office

Conflict Department

Room WH1.214

Foreign & Commonwealth Office

King Charles Street

Londen

SW1A 2AH

Tel. (44-207) 008 6903 5797

Fax (44-207) 008 3905”


27.1.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 19/31


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/92 VAN DE COMMISSIE

van 26 januari 2016

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1),

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 26 januari 2016.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Jerzy PLEWA

Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)  PB L 157 van 15.6.2011, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

IL

236,2

MA

80,0

TN

158,2

TR

99,6

ZZ

143,5

0707 00 05

MA

86,8

TR

156,8

ZZ

121,8

0709 93 10

MA

45,9

TR

147,0

ZZ

96,5

0805 10 20

EG

47,4

MA

62,6

TN

61,0

TR

64,3

ZZ

58,8

0805 20 10

IL

147,6

MA

77,4

ZZ

112,5

0805 20 30, 0805 20 50, 0805 20 70, 0805 20 90

IL

116,8

JM

154,6

MA

53,1

TR

104,1

ZZ

107,2

0805 50 10

TR

97,9

ZZ

97,9

0808 10 80

CL

87,5

US

122,2

ZZ

104,9

0808 30 90

CN

53,7

TR

82,0

ZZ

67,9


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1106/2012 van de Commissie van 27 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 471/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende communautaire statistieken van de buitenlandse handel met derde landen, wat de bijwerking van de nomenclatuur van landen en gebieden betreft (PB L 328 van 28.11.2012, blz. 7). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.


Rectificaties

27.1.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 19/33


Rectificatie van Verordening (EG) nr. 714/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1228/2003

( Publicatieblad van de Europese Unie L 211 van 14 augustus 2009 )

Bladzijde 24, artikel 16, lid 6, tweede alinea:

in plaats van:

„Indien ontvangsten niet efficiënt voor de in de eerste alinea, onder punten a) en/of b), genoemde doelen kunnen worden aangewend, kunnen zij onder voorbehoud van goedkeuring door de regulerende instanties van de betrokken lidstaten voor een door die instanties maximumbedrag worden aangewend als inkomsten die door de regulerende instanties in aanmerking moeten worden genomen bij de goedkeuring van de methode voor de berekening van de nettarieven, en/of de vaststelling van de nettarieven.”,

lezen:

„Indien ontvangsten niet efficiënt voor de in de eerste alinea, onder punten a) en/of b), genoemde doelen kunnen worden aangewend, kunnen zij onder voorbehoud van goedkeuring door de regulerende instanties van de betrokken lidstaten tot een door die instanties vast te stellen maximumbedrag worden aangewend als inkomsten die door de regulerende instanties in aanmerking moeten worden genomen bij de goedkeuring van de methode voor de berekening van de nettarieven, en/of de vaststelling van de nettarieven.”.