ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 215

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

58e jaargang
14 augustus 2015


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

 

*

Besluit (EU) 2015/1389 van de Raad van 7 mei 2015 betreffende de ondertekening, namens de Unie en haar lidstaten, en de voorlopige toepassing van een Protocol tot wijziging van de Overeenkomst inzake een gemeenschappelijke luchtvaartruimte tussen de Europese Unie en haar lidstaten en de Republiek Moldavië, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie

1

 

 

Protocol tot wijziging van de Overeenkomst inzake een gemeenschappelijke luchtvaartruimte tussen de Europese Unie en haar lidstaten en de Republiek Moldavië, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie

3

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1390 van de Commissie van 13 augustus 2015 tot 233e wijziging van Verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad tot vaststelling van beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met het Al Qaida-netwerk

6

 

*

Verordening (EU) 2015/1391 van de Commissie van 13 augustus 2015 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1200/2009 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1166/2008 van het Europees Parlement en de Raad betreffende enquêtes naar de structuur van de landbouwbedrijven en de enquête naar de productiemethoden in de landbouw met betrekking tot de coëfficiënten voor de grootvee-eenheden en de definities van de kenmerken ( 1 )

11

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1392 van de Commissie van 13 augustus 2015 tot goedkeuring van de basisstof fructose overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, en tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie ( 1 )

34

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1393 van de Commissie van 13 augustus 2015 tot goedkeuring van niet-minimale wijzigingen van het productdossier van een benaming die is opgenomen in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (Καλαμάτα (Kalamata) (BOB))

38

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1394 van de Commissie van 13 augustus 2015 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 470/2014, zoals gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/588, tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige antidumpingrecht op zonneglas van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek naar absorptie van rechten op grond van artikel 12 van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad

42

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1395 van de Commissie van 13 augustus 2015 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

50

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

14.8.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 215/1


BESLUIT (EU) 2015/1389 VAN DE RAAD

van 7 mei 2015

betreffende de ondertekening, namens de Unie en haar lidstaten, en de voorlopige toepassing van een Protocol tot wijziging van de Overeenkomst inzake een gemeenschappelijke luchtvaartruimte tussen de Europese Unie en haar lidstaten en de Republiek Moldavië, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 100, lid 2, in samenhang met artikel 218, lid 5,

Gezien de Akte van toetreding van Kroatië, en met name artikel 6, lid 2, tweede alinea.

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 14 september 2012 heeft de Raad de Commissie gemachtigd om, namens de Europese Unie, haar lidstaten en de Republiek Kroatië, te onderhandelen over een Protocol tot wijziging van de Overeenkomst inzake een gemeenschappelijke luchtvaartruimte tussen de Europese Unie en haar lidstaten en de Republiek Moldavië (1), teneinde rekening te houden met de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie („het protocol”).

(2)

Deze onderhandelingen zijn succesvol afgerond op 16 september 2014.

(3)

Het protocol dient namens de Europese Unie en haar lidstaten te worden ondertekend, onder voorbehoud van de sluiting ervan op een later tijdstip.

(4)

Het protocol dient voorlopig te worden toegepast,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Er wordt machtiging verleend voor de ondertekening namens de Unie en haar lidstaten van het Protocol tot wijziging van de Overeenkomst inzake een gemeenschappelijke luchtvaartruimte tussen de Europese Unie en haar lidstaten en de Republiek Moldavië, teneinde rekening te houden met de toetreding van Kroatië tot de Europese Unie, onder voorbehoud van de sluiting van genoemd protocol.

De tekst van het protocol is aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de persoon (personen) aan te wijzen die bevoegd is (zijn) het protocol namens de Unie en haar lidstaten te ondertekenen.

Artikel 3

Het protocol wordt overeenkomstig artikel 3, lid 2, vanaf de ondertekening ervan door de partijen voorlopig toegepast (2), in afwachting van de inwerkingtreding ervan.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel, 7 mei 2015.

Voor de Raad

De voorzitter

E. RINKĒVIČS


(1)  De tekst van de overeenkomst is bekendgemaakt in PB L 292 van 20.10.2012, blz. 3.

(2)  De datum vanaf welke het protocol voorlopig wordt toegepast, zal door het secretariaat-generaal van de Raad in het Publicatieblad van de Europese Unie worden bekendgemaakt.


14.8.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 215/3


PROTOCOL

tot wijziging van de Overeenkomst inzake een gemeenschappelijke luchtvaartruimte tussen de Europese Unie en haar lidstaten en de Republiek Moldavië, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie

HET KONINKRIJK BELGIË,

DE REPUBLIEK BULGARIJE,

DE TSJECHISCHE REPUBLIEK,

HET KONINKRIJK DENEMARKEN,

DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND,

DE REPUBLIEK ESTLAND,

IERLAND,

DE HELLEENSE REPUBLIEK,

HET KONINKRIJK SPANJE,

DE FRANSE REPUBLIEK,

DE REPUBLIEK KROATIË,

DE ITALIAANSE REPUBLIEK,

DE REPUBLIEK CYPRUS,

DE REPUBLIEK LETLAND,

DE REPUBLIEK LITOUWEN,

HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG,

HONGARIJE,

DE REPUBLIEK MALTA,

HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN,

DE REPUBLIEK OOSTENRIJK,

DE REPUBLIEK POLEN,

DE PORTUGESE REPUBLIEK,

ROEMENIË,

DE REPUBLIEK SLOVENIË,

DE SLOWAAKSE REPUBLIEK,

DE REPUBLIEK FINLAND,

HET KONINKRIJK ZWEDEN,

HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIË EN NOORD-IERLAND,

partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en lidstaten van de Europese Unie (hierna „de lidstaten” genoemd), en

DE EUROPESE UNIE,

enerzijds, en

DE REPUBLIEK MOLDAVIË,

anderzijds,

GEZIEN de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie per 1 juli 2013,

ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN:

Artikel 1

De Republiek Kroatië is partij bij de Overeenkomst inzake een gemeenschappelijke luchtvaartruimte tussen de Europese Unie en haar lidstaten en de Republiek Moldavië (1) die op 26 juni 2012 is ondertekend (hierna „de overeenkomst”).

Artikel 2

De tekst van de overeenkomst in de Kroatische taal (2) is authentiek onder dezelfde voorwaarden als de andere taalversies.

Artikel 3

1.   Dit protocol wordt door de partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd. Het treedt in werking op dezelfde datum als de overeenkomst. Indien dit protocol echter door de partijen wordt goedgekeurd na de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst, treedt het in werking, overeenkomstig artikel 29, lid 1, van de overeenkomst, een maand na de datum van de laatste tussen de partijen uitgewisselde diplomatieke nota waarin de partijen bevestigen dat alle nodige procedures voor de inwerkingtreding van dit protocol zijn voltooid.

2.   Dit protocol wordt voorlopig toegepast vanaf de datum van ondertekening door de partijen.

Gedaan te Brussel, 22 juli 2015, in twee exemplaren, in elk van de officiële talen van de partijen, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

За държавите-членки

Por los Estados miembros

Za členské státy

For medlemsstaterne

Für die Mitgliedstaaten

Liikmesriikide nimel

Για τα κράτη μέλη

For the Member States

Pour les États membres

Za države članice

Per gli Stati membri

Dalībvalstu vārdā –

Valstybių narių vardu

A tagállamok részéről

Għall-Istati Membri

Voor de lidstaten

W imieniu państw członkowskich

Pelos Estados-Membros

Pentru statele membre

Za členské štáty

Za države članice

Jäsenvaltioiden puolesta

För medlemsstaterna

Pentru statele membre

Image

За Европейския съюз

Рог la Unión Europea

Za Evropskou unii

For Den Europæiske Union

Für die Europäische Union

Euroopa Liidu nimel

Για την Ευρωπαϊκή Ένωση

For the European Union

Pour l'Union européenne

Za Europsku uniju

Per l'Unione europea

Eiropas Savienības vārdā –

Europos Sąjungos vardu

Az Európai Unió részéről

Għall-Unjoni Ewropea

Voor de Europese Unie

W imieniu Unii Europejskiej

Pela União Europeia

Pentru Uniunea Europeană

Za Európsku úniu

Za Evropsko unijo

Euroopan unionin puolesta

För Europeiska unionen

Pentru Uniunea Europeană

Image

3a Република Молдова

Por la República de Moldavia

Za Moldavskou republiku

For Republikken Moldova

Für die Republik Moldau

Moldova Vabariigi nimel

Για τη Δημοκρατία της Μολδαβίας

For the Republic of Moldova

Pour la République de Moldavie

Za Republiku Moldovu

Per la Repubblica moldova

Moldovas Republikas vārdā –

Moldovos Respublikos vardu

A Moldovai Köztársaság részéről

Għar-Repubblika tal-Moldova

Voor de Republiek Moldavië

W imieniu Republiki Mołdawii

Pela República da Moldova

Pentru Republica Moldova

Za Moldavskú republiku

Za Republiko Moldavijo

Moldovan tasavallan puolesta

För Republiken Moldavien

Pentru Republica Moldova

Image


(1)  De tekst van de overeenkomst is bekendgemaakt in PB L 292 van 20.10.2012, blz. 3.

(2)  Bijzondere uitgave in het Kroatisch, hoofdstuk 11, volume 102, blz. 197.


VERORDENINGEN

14.8.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 215/6


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1390 VAN DE COMMISSIE

van 13 augustus 2015

tot 233e wijziging van Verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad tot vaststelling van beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met het Al Qaida-netwerk

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad van 27 mei 2002 tot vaststelling van beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met het Al Qaida-netwerk (1), en met name artikel 7, lid 1, onder a), en lid 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In bijlage I bij Verordening (EG) nr. 881/2002 worden de personen, groepen en entiteiten opgesomd waarvan de tegoeden en economische middelen krachtens die verordening worden bevroren.

(2)

Het Sanctiecomité van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft bij vier besluiten van respectievelijk 22 mei 2015, 15 juni 2015, 26 juni 2015 en 10 juli 2015 besloten de gegevens te wijzigen van zeven natuurlijke personen en van vier entiteiten van de lijst van natuurlijke personen, rechtspersonen, groepen en entiteiten waarvan de tegoeden en economische middelen dienen te worden bevroren. Op 6 augustus 2015 besloot het Sanctiecomité één entiteit aan de lijst toe te voegen.

(3)

Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 881/2002 dient daarom dienovereenkomstig te worden bijgewerkt.

(4)

Teneinde de effectiviteit van de maatregelen waarin deze verordening voorziet te waarborgen, dient de verordening onmiddellijk in werking te treden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 881/2002 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 augustus 2015.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Hoofd van de dienst Instrumenten voor het buitenlands beleid


(1)  PB L 139 van 29.5.2002, blz. 9.


BIJLAGE

Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 881/2002 wordt als volgt gewijzigd:

1)

De volgende vermeldingen worden gewijzigd in de lijst „Natuurlijke personen”:

a)

de vermelding: „Aiman Muhammed Rabi Al-Zawahiri (ook bekend als: a) Ayman Al-Zawahari, b) Ahmed Fuad Salim, c) Al Zawahry Aiman Mohamed Rabi Abdel Muaz, d) Al Zawahiri Ayman, e) Abdul Qader Abdul Aziz Abdul Moez Al Doctor, f) Al Zawahry Aiman Mohamed Rabi, g) Al Zawahry Aiman Mohamed Rabie, h) Al Zawahry Aiman Mohamed Robi, i) Dhawahri Ayman, j) Eddaouahiri Ayman, k) Nur Al Deen Abu Mohammed, l) Ayman Al Zawahari, m) Ahman Fuad Salim, n) Abu Fatma, o) Abu Mohammed). Titel: a) Doctor, b) Dr. Geboortedatum: 19.6.1951. Geboorteplaats: Giza, Egypte. Nationaliteit: Egyptisch. Paspoortnummer: a) 1084010 (Egyptisch paspoort), b) 19820215. Overige informatie: a) voormalig operationeel en militair leider van de Egyptische Islamitische Jihad, thans nauw bondgenoot van Usama Bin Laden, b) houdt zich vermoedelijk op in het grensgebied tussen Afghanistan en Pakistan. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 25.1.2001.” op de lijst „Natuurlijke personen” wordt vervangen door:

„Aiman Muhammed Rabi Al-Zawahiri (ook bekend als: a) Ayman Al-Zawahari, b) Ahmed Fuad Salim, c) Al Zawahry Aiman Mohamed Rabi Abdel Muaz, d) Al Zawahiri Ayman, e) Abdul Qader Abdul Aziz Abdul Moez Al Doctor, f) Al Zawahry Aiman Mohamed Rabi, g) Al Zawahry Aiman Mohamed Rabie, h) Al Zawahry Aiman Mohamed Robi, i) Dhawahri Ayman, j) Eddaouahiri Ayman, k) Nur Al Deen Abu Mohammed, l) Ayman Al Zawahari, m) Ahman Fuad Salim, n) Abu Fatma, o) Abu Mohammed). Titel: a) Doctor, b) Dr. Geboortedatum: 19.6.1951. Geboorteplaats: Giza, Egypte. Nationaliteit: Egyptisch. Paspoortnummer: a) 1084010 (Egyptisch paspoort), b) 19820215. Overige informatie: a) leider van Al Qaida, b) voormalig operationeel en militair leider van de Egyptische Islamitische Jihad, was een nauwe bondgenoot van Usama Bin Laden (overleden), c) houdt zich vermoedelijk op in het grensgebied tussen Afghanistan en Pakistan. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 25.1.2001.”;

b)

de vermelding: „Yasser Mohamed Ismail Abu Shaweesh (ook bekend als Yasser Mohamed Abou Shaweesh). Adres: Duitsland. Geboortedatum: 20.11.1973. Geboorteplaats: Benghazi, Libië. Nationaliteit: Staatloze Palestijn. Paspoortnummer: a) 939254 (Egyptisch reisdocument), b) 0003213 (Egyptisch paspoort), c) 981358 (Egyptisch paspoort), d) C00071659 (vervangingspaspoort afgegeven door de Bondsrepubliek Duitsland). Overige informatie: a) in gevangenschap in Duitsland; b) broer van Ismail Mohamed Ismail Abu Shaweesh. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 6.12.2005.” op de lijst „Natuurlijke personen” wordt vervangen door:

„Yasser Mohamed Ismail Abu Shaweesh (ook bekend als Yasser Mohamed Abou Shaweesh). Adres: Duitsland (in hechtenis). Geboortedatum: 20.11.1973. Geboorteplaats: Benghazi, Libische Arabische Republiek. Nationaliteit: Staatloze Palestijn. Paspoortnummer: a) 939254 (Egyptisch reisdocument), b) 0003213 (Egyptisch paspoort), c) 981358 (Egyptisch paspoort), d) C00071659 (vervangingspaspoort afgegeven door de Bondsrepubliek Duitsland). Overige informatie: a) veroordeeld tot 5 jaar en 6 maanden hechtenis in Duitsland op 6.12.2007. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 6.12.2005.”;

c)

de vermelding: „Nasir 'Abd-Al-Karim 'Abdullah Al-Wahishi (ook bekend als: a) Nasir al-Wahishi, b) Abu Basir Nasir al-Wahishi, c) Naser Abdel Karim al-Wahishi, d) Nasir Abd al-Karim al-Wuhayshi, e) Abu Basir Nasir Al-Wuhayshi, f) Nasser Abdulkarim Abdullah al-Wouhichi, g) Abu Baseer al-Wehaishi, h) Abu Basir Nasser al-Wuhishi, i) Abdul Kareem Abdullah Al-Woohaishi, j) Nasser Abdelkarim Saleh Al Wahichi, k) Abu Basir, l) Abu Bashir). Geboortedatum: a) 1.10.1976, b) 8.10.1396 (Islamitische kalender). Geboorteplaats: Jemen. Nationaliteit: Jemenitisch. Paspoortnummer: 40483 (Jemenitisch paspoort afgegeven op 5.1.1997). Overige informatie: bevond zich in de gevangenis in Jemen van 2003 tot 2006. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 19.1.2010.” op de lijst „Natuurlijke personen” wordt vervangen door:

„Nasir 'Abd-Al-Karim 'Abdullah Al-Wahishi (ook bekend als: a) Nasir al-Wahishi, b) Abu Basir Nasir al-Wahishi, c) Naser 'Abdel Karim al-Wahishi, d) Nasir 'Abd al-Karim al-Wuhayshi, e) Abu Basir Nasir Al-Wuhayshi, f) Nasser 'Abdulkarim 'Abdullah al-Wouhichi, g) Abu Baseer al-Wehaishi, h) Abu Basir Nasser al-Wuhishi, i) 'Abdul Kareem 'Abdullah Al-Woohaishi, j) Nasser 'Abdelkarim Saleh Al Wahichi, k) Abu Basir, l) Abu Bashir). Geboortedatum: a) 1.10.1976, b) 8.10.1396 (Islamitische kalender). Geboorteplaats: Jemen. Nationaliteit: Jemenitisch. Paspoortnummer: 40483 (Jemenitisch paspoort afgegeven op 5.1.1997). Overige informatie: a) sinds 2007 leider van Al Qaida in Jemen (AQY), b) sinds januari 2009 leider van Al Qaida in het Arabische schiereiland, actief in Jemen en Saudi-Arabië, c) heeft banden met belangrijke leiders van Al Qaida, d) beweert secretaris te zijn geweest van Usama Bin Laden (overleden) vóór 2003, e) gearresteerd in Iran en uitgeleverd aan Jemen in 2003, aldaar uit de gevangenis ontsnapt in 2006 en nog steeds voortvluchtig (stand januari 2010). Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 19.1.2010.”;

d)

de vermelding: „Ibrahim Hassan Tali Al-Asiri (ook bekend als: a) Ibrahim Hassan Tali Asiri, b) Ibrahim Hasan Talea Aseeri, c) Ibrahim Hassan al-Asiri, d) Ibrahim Hasan Tali Asiri, e) Ibrahim Hassan Tali Assiri, f) Ibrahim Hasan Tali'A 'Asiri, g) Ibrahim Hasan Tali al-'Asiri, h) Ibrahim al-'Asiri, i) Ibrahim Hassan Al Asiri, j) Abu Saleh, k) Abosslah, l) Abu-Salaah). Adres: Jemen. Geboortedatum: a) 19.4.1982, b) 18.4.1982, c) 24.6.1402 (Islamitische kalender). Geboorteplaats: Riyad, Saudi-Arabië. Nationaliteit: Saudi-Arabisch. Paspoortnummer: F654645 (Saudi-Arabisch paspoort, afgegeven op 30.4.2005, vervallen op 7.3.2010, datum van afgifte volgens de Islamitische kalender 24.6.1426, vervaldatum volgens de Islamitische kalender 21.3.1431). Nationaal identificatienummer: 1028745097 (Saudi-Arabisch civiel identificatienummer). Overige informatie: a) activist en voornaamste bommenmaker van Al Qaida op het Arabische schiereiland; b) vermoedelijk ondergedoken in Jemen in maart 2011; c) gezocht door Saudi-Arabië; d) oranje kennisgeving van INTERPOL (dossier #2009/52/OS/CCC, #81) tegen hem uitgevaardigd; e) onderhoudt banden met Nasir 'abd-al-Karim 'Abdullah Al-Wahishi, Said Ali al-Shihri, Qasim Yahya Mahdi al-Rimi en Anwar Nasser Abdulla Al-Aulaqi. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 24.3.2011.” op de lijst „Natuurlijke personen” wordt vervangen door:

„Ibrahim Hassan Tali Al-Asiri (ook bekend als: a) Ibrahim Hassan Tali Asiri, b) Ibrahim Hasan Talea Aseeri, c) Ibrahim Hassan al-Asiri, d) Ibrahim Hasan Tali Asiri, e) Ibrahim Hassan Tali Assiri, f) Ibrahim Hasan Tali'A 'Asiri, g) Ibrahim Hasan Tali al-'Asiri, h) Ibrahim al-'Asiri, i) Ibrahim Hassan Al Asiri, j) Abu Saleh, k) Abosslah, l) Abu-Salaah). Adres: Jemen. Geboortedatum: a) 19.4.1982, b) 18.4.1982, c) 24.6.1402 (Islamitische kalender). Geboorteplaats: Riyad, Saudi-Arabië. Nationaliteit: Saudi-Arabisch. Paspoortnummer: F654645 (Saudi-Arabisch paspoort, afgegeven op 30.4.2005, vervallen op 7.3.2010, datum van afgifte volgens de Islamitische kalender 24.6.1426, vervaldatum volgens de Islamitische kalender 21.3.1431). Nationaal identificatienummer: 1028745097 (Saudi-Arabisch civiel identificatienummer). Overige informatie: a) activist en voornaamste bommenmaker van Al Qaida op het Arabische schiereiland; b) vermoedelijk ondergedoken in Jemen in maart 2011; c) gezocht door Saudi-Arabië; d) onderhoudt tevens banden met Nasir 'abd-al-Karim 'Abdullah Al-Wahishi, Qasim Yahya Mahdi al-Rimi en Anwar Nasser Abdulla Al-Aulaqi. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 24.3.2011.”;

e)

de vermelding: „Adil Muhammad Mahmud Abd Al-Khaliq (ook bekend als: a) Adel Mohamed Mahmoud Abdul Khaliq; b) Adel Mohamed Mahmood Abdul Khaled). Geboortedatum: 2.3.1984. Geboorteplaats: Bahrein. Nationaliteit: Bahreins. Paspoortnummer: 1632207 (Bahreins). Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 10.10.2008.” op de lijst „Natuurlijke personen” wordt vervangen door:

„Adil Muhammad Mahmud Abd Al-Khaliq (ook bekend als a) Adel Mohamed Mahmoud Abdul Khaliq; b) Adel Mohamed Mahmood Abdul Khaled). Geboortedatum: 2.3.1984. Geboorteplaats: Bahrein. Nationaliteit: Bahreins. Paspoortnummer: 1632207 (Bahreins). Overige informatie: a) heeft gehandeld namens en financiële, materiële en logistieke steun verleend aan Al Qa'ida en de Libyan Islamic Fighting Group (LIFG); b) gearresteerd in de Verenigde Arabische Emiraten in januari 2007 op beschuldiging van lidmaatschap van Al Qaida en LIFG; c) na zijn veroordeling in de Verenigde Arabische Emiraten eind 2007 uitgeleverd aan Bahrein begin 2008 om de rest van zijn straf uit te zitten; d) na zijn vrijlating in 2008 is hij weer begonnen fondsen in te zamelen voor Al Qaida, ten minste tot 2012; e) zamelde ook fondsen in voor de Taliban. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 10.10.2008.”;

f)

de vermelding: „Ibrahim Ali Abu Bakr Tantoush (ook bekend als: a) Abd al-Muhsin, b) Ibrahim Ali Muhammad Abu Bakr, c) Abdul Rahman, d) Abu Anas, e) Ibrahim Abubaker Tantouche, f) Ibrahim Abubaker Tantoush, g) Abd al-Muhsi, h) Abd al- Rahman, i) Al-Libi). Adres: Johannesburg, Zuid-Afrika. Geboortedatum: 1966. Geboorteplaats: al Aziziyya, Libië. Nationaliteit: Libisch. Paspoortnummer: 203037 (Libisch paspoort afgegeven in Tripoli). Overige informatie: a) heeft banden met het Afghan Support Committee (ASC), de Revival of Islamic Heritage Society (RIHS) en de Libyan Islamic Fighting Group (LIFG). Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 11.1.2002.” op de lijst „Natuurlijke personen” wordt vervangen door:

„Ibrahim Ali Abu Bakr Tantoush (ook bekend als a) Abd al-Muhsin, b) Ibrahim Ali Muhammad Abu Bakr, c) Abdul Rahman, d) Abu Anas, e) Ibrahim Abubaker Tantouche, f) Ibrahim Abubaker Tantoush, g) Abd al-Muhsi, h) Abd al- Rahman, i) Abdel Ilah Sabri (valse identiteit in verband met vervalst Zuid-Afrikaans identificatienummer 6910275240086 verbonden met Zuid-Afrikaans paspoort nummer 434021161, beide documenten werden in beslag genomen)). Adres: Tripoli, Libië (stand februari 2014). Geboortedatum: 2.2.1966. Geboorteplaats: al Aziziyya, Libië. Nationaliteit: Libisch. Paspoortnummer: a) Libisch paspoort nummer 203037, afgegeven te Tripoli, Libië, b) Libisch paspoort nummer 347834, afgegeven op naam van Ibrahim Ali Tantoush, vervallen op 21.2.2014. Overige informatie: a) heeft banden met het Afghan Support Committee (ASC), de Revival of Islamic Heritage Society (RIHS) en de Libyan Islamic Fighting Group (LIFG). Foto en vingerafdrukken beschikbaar voor opname in de speciale kennisgeving van Interpol/VN-Veiligheidsraad. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 11.1.2002.”;

g)

de vermelding: „Zulkifli Abdul Hir (ook bekend als: a) Musa Abdul Hir, b) Muslimin Abdulmotalib, c) Salim Alombra, d) Armand Escalante, e) Normina Hashim, f) Henri Lawi, g) Hendri Lawi, h) Norhana Mohamad, i) Omar Salem, j) Ahmad Shobirin, k) Bin Abdul Hir Zulkifli, l) Abdulhir Bin Hir, m) Hassan, n) Hogalu, o) Hugalu, p) Lagu, q) Marwan). Adres: Seksyen 17, Shah Alam, Selangor, Maleisië. Geboortedatum: a) 5.1.1966, b) 5.10.1966. Geboorteplaats: Muar Johor, Maleisië. Nationaliteit: Maleis. Paspoortnummer: A 11263265. Nationaal identificatienummer: 660105-01-5297. Overige informatie: a) moeders naam is Minah Binto Aogist Abd Aziz, b) rijbewijsnummer: D2161572, afgegeven in Californië, USA. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 9.9.2003.” op de lijst „Natuurlijke personen” wordt vervangen door:

„Zulkifli Abdul Hir (ook bekend als: a) Musa Abdul Hir, b) Muslimin Abdulmotalib, c) Salim Alombra, d) Armand Escalante, e) Normina Hashim, f) Henri Lawi, g) Hendri Lawi, h) Norhana Mohamad, i) Omar Salem, j) Ahmad Shobirin, k) Bin Abdul Hir Zulkifli, l) Abdulhir Bin Hir, m) Hassan, n) Hogalu, o) Hugalu, p) Lagu, q) Marwan (hoofdzakelijk gekend als)). Adres: a) Seksyen 17, Shah Alam, Selangor, Maleisië (vroeger adres), b) Maguindanao, Filippijnen (stand januari 2015). Geboortedatum: a) 5.1.1966, b) 5.10.1966. Geboorteplaats: Muar Johor, Maleisië. Nationaliteit: Maleis. Paspoortnummer: a) A 11263265, b) nationaal identificatienummer: 660105-01-5297, c) rijbewijsnummer: D2161572, afgegeven in Californië, USA. Overige informatie: a) de rechtbank van het noordelijke district van Californië, USA, vaardigde een arrestatiebevel tegen hem uit op 1 augustus 2007; b) zijn overlijden in Maguindanao, Filippijnen in januari 2015 is bevestigd; c) moeders naam is Minah Binto Aogist Abd Aziz. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 9.9.2003.”.

2)

De volgende vermeldingen worden gewijzigd in de lijst „Rechtspersonen, groepen en entiteiten”:

a)

de vermelding: „Revival of Islamic Heritage Society (ook bekend als: a) Jamiat Ihia Al-Turath Al-Islamiya, b) Revival of Islamic Society Heritage on the African Continent, c) Jamia Ihya Ul Turath, d) RIHS). Adres: a) Pakistan; b) Afghanistan. Overige informatie: a) alleen de kantoren in Pakistan en Afghanistan van deze entiteit worden aangewezen; b) in verband gebracht met Abu Bakr al-Jaziri en Afghan Support Committee (ASC). Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 11.1.2002.” in de lijst „Rechtspersonen, groepen en entiteiten” wordt vervangen door:

„Revival of Islamic Heritage Society (ook bekend als: a) Revival of Islamic Society Heritage on the African Continent, b) Jamia Ihya ul Turath, c) RIHS, d) Jamiat Ihia Al-Turath Al-Islamiya, e) Al-Furqan Foundation Welfare Trust, f) Al-Furqan Welfare Foundation). Adres: a) Pakistan, b) Afghanistan. Overige informatie: a) alleen de kantoren in Pakistan en Afghanistan van deze entiteit worden aangewezen; b) in verband gebracht met Abu Bakr al-Jaziri en Afghan Support Committee (ASC). Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 11.1.2002.”;

b)

de vermelding: „Al-Haramain Islamic Foundation (Somalië). Adres: Somalië. Overige informatie: Opgericht en voordien geleid door Aqeel Abdulaziz Aqeel al-Aqeel. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 13.3.2002.” in de lijst „Rechtspersonen, groepen en entiteiten” wordt vervangen door:

„Al-Haramain Islamic Foundation (Somalië). Adres: Somalië. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 13.3.2002.”;

c)

de vermelding: „Al-Qaida in the Arabian Peninsula (ook bekend als: a) AQAP, b) Al-Qaida of Jihad Organization in the Arabian Peninsula, c) Tanzim Qa'idat al-Jihad fi Jazirat al-Arab, d) Al-Qaida Organization in the Arabian Peninsula, e) Al-Qaida in the South Arabian Peninsula, f) Ansar al-Shari'a, g) AAS, h) Al-Qaida in Yemen, i) AQY). Overige informatie: Locatie: Jemen of Saudi-Arabië. Ansar al-Shari'a is begin 2011 opgericht door AQAP. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 19.1.2010.” in de lijst „Rechtspersonen, groepen en entiteiten” wordt vervangen door:

„Al Qaida in the Arabian Peninsula (ook bekend als: a) AQAP, b) Al Qaida of Jihad Organization in the Arabian Peninsula, c) Tanzim Qa'idat al-Jihad fi Jazirat al-'Arab, d) Al Qaida Organization in the Arabian Peninsula, e) Al Qaida in the South Arabian Peninsula, f) Ansar al-Shari'a, g) AAS, h) Al Qaida in Yemen, i) AQY). Overige informatie: a) locatie: Jemen of Saudi-Arabië (2004-2006), b) opgericht in januari 2009 toen Al Qaida in Jemen samensmolt met de activisten van Al Qa'ida in Saudi-Arabië, c) de leider van AQAP is Nasir 'abd-al-Karim 'Abdullah Al-Wahishi, d) Ansar al-Shari'a werd begin 2011 door AQAP opgericht en heeft talrijke aanvallen in Jemen opgeëist tegen regerings- en civiele doelen. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 19.1.2010.”;

d)

de vermelding: „Tehrik-e Taliban Pakistan (TTP) (ook bekend als: a) Tehrik-I-Taliban Pakistan, b) Tehrik-e-Taliban, c) Pakistani Taliban, d) Tehreek-e-Taliban). Overige informatie: a) Tehrik-e Taliban is gebaseerd in de stamgebieden langs de grens tussen Afghanistan en Pakistan; b) opgericht in 2007, geleid door Hakimullah Mehsud; c) Wali Ur Rehman is de Emir van TTP voor Zuid-Waziristan. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 29.7.2011.” in de lijst „Rechtspersonen, groepen en entiteiten” wordt vervangen door:

„Tehrik-e Taliban Pakistan (TTP) (ook bekend als: a) Tehrik-I-Taliban Pakistan, b) Tehrik-e-Taliban, c) Pakistani Taliban, d) Tehreek-e-Taliban). Overige informatie: a) Tehrik-e Taliban is gebaseerd in de stamgebieden langs de grens tussen Afghanistan en Pakistan; b) opgericht in 2007, geleid door Hakimullah Mehsud. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 29.7.2011.”.

3)

De volgende vermelding wordt toegevoegd aan de lijst „Rechtspersonen, groepen en entiteiten”:

a)

„The Army Of Emigrants And Supporters (ook bekend als: a) Battalion of Emigrants and Supporters, b) Army of Emigrants and Supporters organization, c) Battalion of Emigrants and Ansar, d) Jaysh al-Muhajirin wal-Ansar (JAMWA)). Adres: Regio Jabal Turkuman, gouvernoraat Lattakia, Arabische Republiek Syrië. Overige informatie: Opgericht door buitenlandse terreuractivisten in 2013. Locatie: Arabische Republiek Syrië. Heeft banden met de Islamitische Staat in Irak en de Levant, in de lijst opgenomen als Al Qaida in Irak en Al-Nusrah Front for the People of the Levant. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 6.8.2015.”.


14.8.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 215/11


VERORDENING (EU) 2015/1391 VAN DE COMMISSIE

van 13 augustus 2015

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1200/2009 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1166/2008 van het Europees Parlement en de Raad betreffende enquêtes naar de structuur van de landbouwbedrijven en de enquête naar de productiemethoden in de landbouw met betrekking tot de coëfficiënten voor de grootvee-eenheden en de definities van de kenmerken

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1166/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende enquêtes naar de structuur van de landbouwbedrijven en de enquête naar de productiemethoden in de landbouw (1), en met name artikel 7, lid 4, en artikel 11, lid 7,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1166/2008 is een kader vastgesteld voor de opstelling van vergelijkbare EU-statistieken over de structuur van de landbouwbedrijven en voor een enquête naar de productiemethoden in de landbouw.

(2)

In Verordening (EU) nr. 715/2014 van de Commissie (2) is een nieuwe lijst vastgesteld van kenmerken die worden verzameld bij de landbouwstructuurenquêtes van 2016. Daarom is het noodzakelijk om de definities te wijzigen.

(3)

Omwille van de vergelijkbaarheid moeten de begrippen die zijn opgenomen in de in overweging 2 genoemde lijst van kenmerken, in de hele Unie op uniforme wijze worden begrepen en toegepast. Daarom is het noodzakelijk om de definities van de kenmerken die gebruikt zullen worden voor de landbouwstructuurenquêtes, te wijzigen.

(4)

Bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1200/2009 van de Commissie (3) moet worden aangepast aan de in overweging 2 genoemde nieuwe lijst van kenmerken.

(5)

Verordening (EG) nr. 1200/2009 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de landbouwstatistiek, dat is opgericht bij Besluit 72/279/EEG van de Raad (4),

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1200/2009 wordt vervangen door de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 augustus 2015.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 321 van 1.12.2008, blz. 16.

(2)  Verordening (EU) nr. 715/2014 van de Commissie van 26 juni 2014 tot wijziging van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 1166/2008 van het Europees Parlement en de Raad betreffende enquêtes naar de structuur van de landbouwbedrijven en de enquête naar de productiemethoden in de landbouw met betrekking tot de lijst van kenmerken die worden verzameld bij de landbouwstructuurenquêtes van 2016 (PB L 190 van 28.6.2014, blz. 8).

(3)  Verordening (EG) nr. 1200/2009 van de Commissie van 30 november 2009 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1166/2008 van het Europees Parlement en de Raad betreffende enquêtes naar de structuur van de landbouwbedrijven en de enquête naar de productiemethoden in de landbouw met betrekking tot de coëfficiënten voor de grootvee-eenheden en de definities van de kenmerken (PB L 329 van 15.12.2009, blz. 1).

(4)  Besluit 72/279/EEG van de Raad van 31 juli 1972 tot instelling van een Permanent Comité voor de landbouwstatistiek (PB L 179 van 7.8.1972, blz. 1).


BIJLAGE

„BIJLAGE II

Definities van de kenmerken die worden gebruikt voor de landbouwstructuurenquêtes van de EU  (1)

I.   ALGEMENE KENMERKEN

Ligging van het bedrijf

De ligging van het landbouwbedrijf is gedefinieerd in artikel 2, onder e), van Verordening (EG) nr. 1166/2008.

NUTS 3-regio

De NUTS 3-regio (overeenkomstig Verordening (EU) nr. 31/2011 van de Commissie (2)) waarin het bedrijf is gelegen.

Ligt het bedrijf in een achtergebleven gebied?

De gegevens over achtergebleven gebieden moet worden verstrekt in overeenstemming met artikel 32 van Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad (3).

L— het bedrijf ligt in een achtergebleven gebied, dat geen berggebied is, en dat wordt geconfronteerd met ernstige natuurlijke beperkingen; of in een ander gebied met specifieke beperkingen.

M— het bedrijf ligt in een achtergebleven berggebied.

N— normaal gebied (geen achtergebleven gebied).

Rechtspersoonlijkheid van het bedrijf

De rechtspersoonlijkheid van het bedrijf is afhankelijk van de rechtspositie van het bedrijfshoofd.

Is het bedrijf een eenheid op gemeenschappelijke grond?

Een speciale „landbouweenheid op gemeenschappelijke grond”— een virtuele eenheid die is ontwikkeld ten behoeve van de verzameling en registratie van gegevens, en die bestaat uit de oppervlakte cultuurgrond die door het landbouwbedrijf wordt gebruikt zonder dat het deze rechtstreeks in eigendom heeft, d.w.z. waarop gemeenschappelijke rechten van toepassing zijn.

Berusten de juridische en economische aansprakelijkheid voor het bedrijf bij:

 

een natuurlijke persoon die „enig bedrijfshoofd” op een zelfstandig bedrijf is?

Een enkele natuurlijke persoon die bedrijfshoofd is van een bedrijf dat niet door gemeenschappelijk beheer of vergelijkbare regelingen verbonden is met bedrijven van andere bedrijfshoofden.

Als het antwoord op de vorige vraag „ja” is, is deze persoon (het bedrijfshoofd) tevens de bedrijfsleider?

Als deze persoon niet de bedrijfsleider is, is de bedrijfsleider een familielid van het bedrijfshoofd?

Als de bedrijfsleider een familielid van het bedrijfshoofd is, is de bedrijfsleider de echtgenoot/echtgenote van het bedrijfshoofd?

 

een of meer natuurlijke personen die partners zijn op een bedrijf met meerhoofdige bedrijfsvoering?

Partners in een bedrijf met meerhoofdige bedrijfsvoering zijn natuurlijke personen die samen een landbouwbedrijf bezitten, pachten of anderszins beheren, dan wel samen hun individuele bedrijven beheren alsof het één bedrijf is. Een dergelijke samenwerking moet ofwel in overeenstemming zijn met het recht ofwel zijn vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst.

 

een rechtspersoon?

Een juridische eenheid die geen natuurlijke persoon is, maar wel de normale rechten en plichten van een individu heeft en bijvoorbeeld als eiser of verweerder in rechte kan optreden (een algemene juridische capaciteit uit eigen hoofde).

Exploitatievorm (vanuit het standpunt van het bedrijfshoofd) en bedrijfssysteem

Oppervlakte cultuurgrond:

De oppervlakte cultuurgrond is de totale oppervlakte aan bouwland, blijvend grasland, meerjarige teelten en tuinen voor eigen gebruik die door het bedrijf wordt gebruikt, ongeacht de exploitatievorm en of de grond al dan niet gebruikt wordt als deel van gemeenschappelijke grond.

in eigendom

Door het bedrijf geëxploiteerde oppervlakte cultuurgrond die eigendom is van het bedrijfshoofd of door hem wordt geëxploiteerd uit hoofde van vruchtgebruik, erfpacht of vergelijkbare exploitatievormen.

in pacht

Oppervlakte cultuurgrond die door het bedrijf tegen een van tevoren vastgestelde prijs (in geld en/of in natura) is gepacht op grond van een (schriftelijke of mondelinge) pachtovereenkomst. Een oppervlakte cultuurgrond kan maar bij één bedrijf worden ingedeeld. Indien een perceel gedurende het referentiejaar aan meer dan een bedrijf verpacht is geweest, wordt het gewoonlijk ingedeeld bij het bedrijf waardoor het op de peildatum van de enquête of het grootste gedeelte van het referentiejaar werd geëxploiteerd.

in deelpacht of andere exploitatievorm

a)

Landbouwgrond in deelpacht is de oppervlakte cultuurgrond (eventueel een compleet bedrijf) die gezamenlijk door de verpachter en de deelpachter op basis van een (schriftelijke of mondelinge) deelpachtovereenkomst wordt geëxploiteerd. De (economische of fysieke) output van het pachtareaal wordt krachtens een in de overeenkomst bepaalde verhouding onder hen verdeeld.

b)

De oppervlakte cultuurgrond in andere exploitatievormen is de oppervlakte cultuurgrond die onder geen van de voorgaande categorieën valt.

gemeenschappelijke grond

De oppervlakte cultuurgrond die door het landbouwbedrijf wordt gebruikt zonder dat het deze rechtstreeks in eigendom heeft, d.w.z. waarop gemeenschappelijke rechten van toepassing zijn.

Biologische landbouw

Landbouwpraktijken die overeenkomen met een bepaalde reeks normen en voorschriften die zijn vastgelegd in i) Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (4), of de recentste wetgeving, indien van toepassing, en ii) de bijbehorende nationale uitvoeringsregels inzake biologische productie.

Totale oppervlakte cultuurgrond van het bedrijf waarop biologische landbouwproductiemethoden worden toegepast die volgens nationale of EU-regels worden gecertificeerd

Het deel van de gebruikte oppervlakte cultuurgrond van het bedrijf waarop de toegepaste productiemethode volledig in overeenstemming is met de beginselen van biologische landbouwproductie zoals vastgelegd in i) Verordening (EG) nr. 834/2007, of de recentste wetgeving, indien van toepassing, en ii) de bijbehorende nationale uitvoeringsregels inzake de certificering van biologische productie.

Totale oppervlakte cultuurgrond van het bedrijf waarop wordt overgeschakeld op biologische landbouwproductiemethoden die volgens nationale of EU-regels zullen worden gecertificeerd

Het deel van de gebruikte oppervlakte cultuurgrond van het bedrijf waarop biologische landbouwproductiemethoden worden toegepast maar er nog een overgangsperiode moet worden afgerond voordat er volledige overeenstemming is bereikt met de beginselen van biologische landbouwproductie zoals vastgelegd in i) Verordening (EG) nr. 834/2007, of de recentste wetgeving, indien van toepassing, en ii) de bijbehorende nationale uitvoeringsregels inzake de certificering van biologische productie.

Areaal van het bedrijf waarop hetzij biologische landbouwproductiemethoden worden toegepast die volgens nationale of EU-regels worden gecertificeerd, hetzij wordt overgeschakeld op biologische landbouwproductiemethoden die volgens nationale of EU-regels zullen worden gecertificeerd

De oppervlakte cultuurgrond van het bedrijf waarop hetzij biologische landbouwproductiemethoden worden toegepast die zijn gecertificeerd, hetzij wordt overgeschakeld op biologische landbouwproductiemethoden die zullen worden gecertificeerd volgens bepaalde vaste normen en regels die zijn neergelegd in i) Verordening (EG) nr. 834/2007, of de recentste wetgeving, indien van toepassing, en ii) de bijbehorende nationale uitvoeringsregels voor biologische productie, die moet worden uitgesplitst naar categorie gewassen.

De verschillende categorieën gewassen voor organische productie zijn hieronder opgenomen. De gewassen zijn gedefinieerd in afdeling II, Grond.

 

Granen voor korrelwinning (inclusief zaaizaad)

 

Drooggeoogste peulvruchten en eiwitrijke gewassen voor korrelwinning (inclusief zaaizaad en mengsels van granen en peulvruchten)

 

Aardappelen (inclusief primeurs en pootaardappelen)

 

Suikerbieten (exclusief zaaizaad)

 

Oliehoudende gewassen

 

Verse groenten, meloenen en aardbeien

 

Grasland, exclusief weiden met geringe opbrengst

 

Boomgaarden en kleinfruit

 

Citrusvruchtaanplantingen

 

Olijfboomgaarden

 

Wijngaarden

 

Andere gewassen (vezelgewassen enz.) inclusief weiden met geringe opbrengst

Biologische productiemethoden toegepast op de dierlijke productie en gecertificeerd volgens nationale of EU-regels

Het aantal dieren dat wordt gefokt op het bedrijf waar de gehele veeteelt of een deel ervan volledig in overeenstemming is met de beginselen van biologische landbouwproductie zoals vastgelegd in i) Verordening (EG) nr. 834/2007, of de recentste wetgeving, indien van toepassing, en ii) de bijbehorende nationale regels inzake de certificering van biologische productie, dat moet worden uitgesplitst naar diercategorieën.

De veestapel is gedefinieerd in afdeling III, Veestapel.

 

Runderen

 

Varkens

 

Schapen en geiten

 

Pluimvee

 

Andere dieren

Bestemming van de productie van het bedrijf

Huishouden verbruikt meer dan 50 % van de waarde van de eindproductie van het bedrijf

Het huishouden is de gezinseenheid waartoe het bedrijfshoofd behoort en waarvan de leden dezelfde woonaccommodatie delen, hun inkomen en vermogen geheel of gedeeltelijk delen en bepaalde soorten goederen en diensten, waaronder met name huisvesting en levensmiddelen, gezamenlijk verbruiken.

Voor de eindproductie als bedoeld in dit kenmerk geldt de definitie van bruikbare output in de landbouwrekeningen (5).

Directe verkoop aan de eindconsument maakt meer dan 50 % van de totale verkoop van het bedrijf uit

Met directe verkoop aan de eindconsument wordt de verkoop van zelfgeproduceerde, al dan niet verwerkte landbouwproducten door het bedrijf aan consumenten bedoeld, bestemd voor eigen consumptie. Het percentage wordt berekend over de waarde in geld, ongeacht of voor de verkoop is betaald met geld, in natura of op andere manieren.

II.   GROND

De totale oppervlakte van het bedrijf omvat de oppervlakte cultuurgrond (bouwland, blijvend grasland, meerjarige teelten en tuinen voor eigen gebruik) en het overige areaal (oppervlakte niet in gebruik zijnde cultuurgrond, bosareaal en andere grond).

Bouwland

Regelmatig bewerkt land (geploegd of bebouwd) dat gewoonlijk in de gewasrotatie is opgenomen.

Bij gewasrotatie worden op een bepaald stuk grond volgens een gepland patroon of in een geplande volgorde in opeenvolgende oogstjaren afwisselend eenjarige gewassen verbouwd, zodat gewassen van dezelfde soort niet ononderbroken op hetzelfde stuk grond worden verbouwd. Gewoonlijk komt er elk jaar een ander gewas, maar ook meerjarige gewassen zijn mogelijk. Om bouwland te onderscheiden van meerjarige teelten of blijvend grasland wordt een drempel van vijf jaar aangehouden. Dit betekent dat wanneer een perceel vijf jaar of langer voor hetzelfde gewas wordt gebruikt, zonder dat intussen het voorgaande gewas verwijderd is en er een nieuw gewas is geplant, dit perceel niet als bouwland wordt beschouwd.

Granen voor korrelwinning (inclusief zaaizaad)

Alle arealen van granen die droog worden geoogst voor korrelwinning, ongeacht het gebruik, worden hier opgenomen (inclusief granen die gebruikt worden voor de productie van hernieuwbare energie).

 

Zachte tarwe en spelt

Triticum aestivum L. emend. Fiori et Paol., Triticum spelta L. en Triticum monococcum L.

 

Harde tarwe

Triticum durum Desf.

 

Rogge

Secale cereale L., met inbegrip van mengsels van rogge en andere granen die in de herfst worden gezaaid (mengkoren).

 

Gerst

Hordeum vulgare L.

 

Haver

Avena sativa L., met inbegrip van mengsels van haver en andere granen die in de lente worden gezaaid.

 

Korrelmais

Mais (Zea mays L.) geoogst voor korrelwinning.

 

Rijst

Oryza sativa L.

 

Overige granen voor korrelwinning

Drooggeoogste granen in zuivere teelt voor korrelwinning, die niet onder de voorgaande categorieën zijn geregistreerd.

Drooggeoogste peulvruchten en eiwitrijke gewassen voor korrelwinning (inclusief zaaizaad en mengsels van granen en peulvruchten)

Gewassen die hoofdzakelijk voor hun eiwitgehalte worden gezaaid en geoogst.

Alle arealen van drooggeoogste peulvruchten en eiwitrijke gewassen voor korrelwinning, ongeacht het gebruik, worden hier opgenomen (inclusief gewassen die voor de productie van hernieuwbare energie worden gebruikt).

waarvan erwten, veldbonen en niet-bittere lupinen

Pisum sativum L., Vicia faba L., Lupinus spp., in zuivere teelt, droog geoogst voor korrelwinning.

Aardappelen (inclusief primeurs en pootaardappelen)

Solanum tuberosum L.

Suikerbieten (exclusief zaaizaad)

Beta vulgaris L., bestemd voor de suikerindustrie en de alcoholproductie (inclusief energieproductie).

Voederhakvruchten (exclusief zaaizaad)

Voederbieten (Beta vulgaris L.), hoofdzakelijk voor vervoedering bestemde planten van de familie Brassicae, ongeacht of de wortel of de stengel voor voederdoeleinden wordt geoogst, en andere planten die hoofdzakelijk voor hun voor vervoedering bestemde wortelen worden geteeld, niet elders genoemd.

Handelsgewassen

Gewassen die gewoonlijk niet direct voor consumptie worden verkocht omdat ze voor hun eindgebruik industrieel moeten worden verwerkt.

Alle arealen waar handelsgewassen worden geoogst, ongeacht het gebruik, worden hier opgenomen (inclusief gewassen die voor de productie van hernieuwbare energie worden gebruikt).

 

Tabak

Nicotiana tabacum L.

 

Hop

Humulus lupulus L.

 

Katoen

Gossypium spp., geoogst voor zowel de vezels als de oliehoudende zaden.

 

Kool- en raapzaad

Brassica napus L. (partim) en Brassica rapa L. var. sylvestris (Lam.) Briggs, geteeld voor de olieproductie, droog geoogst voor korrelwinning.

 

Zonnebloemen

Helianthus annuus L., droog geoogst voor korrelwinning.

 

Sojabonen

Glycine max L. Merril, droog geoogst voor korrelwinning.

 

Lijnzaad

Linum usitatissimum L., variëteiten die hoofdzakelijk voor de olieproductie worden geteeld, droog geoogst voor korrelwinning.

 

Andere oliehoudende gewassen

Andere gewassen die hoofdzakelijk voor hun gehalte aan olie worden geteeld en droog worden geoogst voor korrelwinning, niet elders genoemd.

 

Vlas

Linum usitatissimum L., variëteiten die hoofdzakelijk voor de vezelproductie worden geteeld.

 

Hennep

Cannabis sativa L.

 

Andere vezelgewassen

Andere planten die hoofdzakelijk voor hun vezelgehalte worden geteeld, niet elders genoemd.

 

Aromatische planten, geneeskrachtige kruiden en specerijen

Planten of delen van planten voor farmaceutische doeleinden, parfums of menselijke consumptie.

Specerijen worden onderscheiden van groenten doordat ze in kleine hoeveelheden worden gebruikt en dienen als smaakmakers, en niet zozeer als voedsel als zodanig.

 

Andere handelsgewassen, niet elders genoemd

Andere handelsgewassen, niet elders genoemd.

Met inbegrip van arealen van gewassen die uitsluitend voor de productie van hernieuwbare energie worden gebruikt.

Verse groenten, meloenen en aardbeien, waarvan:

In de openlucht of onder lage (niet-betreedbare) beschermingsafdekking

Verse groenten, meloenen en aardbeien, in open lucht of onder lage (niet-betreedbare) beschermingsafdekking.

Akkerbouwmatig geteeld

Verse groenten, meloenen en aardbeien die worden geteeld op bouwland en in gewasrotatie met andere landbouwgewassen.

Tuinbouwmatig geteeld

Verse groenten, meloenen en aardbeien die worden geteeld op bouwland en in gewasrotatie met uitsluitend tuinbouwgewassen.

Onder glas of andere hoge (betreedbare) beschermingsinstallatie

Gewassen die gedurende de gehele groeicyclus of voor het grootste deel daarvan in een kas of onder een vaste of verplaatsbare beschermingsinstallatie (glas of hard of flexibel plastic) worden geteeld.

Bloemen en sierplanten (exclusief boomkwekerijgewassen)

In de openlucht of onder lage (niet-betreedbare) beschermingsafdekking

Bloemen en sierplanten (exclusief boomkwekerijgewassen), in open lucht of onder lage (niet-betreedbare) beschermingsafdekking.

Onder glas of andere hoge (betreedbare) beschermingsinstallatie

Bloemen en sierplanten (exclusief boomkwekerijgewassen) die gedurende de gehele groeicyclus of voor het grootste deel daarvan in een kas of onder een vaste of verplaatsbare beschermingsinstallatie (glas of hard of flexibel plastic) worden geteeld.

Groen geoogste gewassen

Alle „groen” geoogste gewassen op bouwland die hoofdzakelijk bestemd zijn voor veevoeder, productie van hernieuwbare energie (bijvoorbeeld productie van biomassa uit voedermais) of groenbemesting zijn hierin opgenomen, namelijk granen, grassen, peulvruchten, handelsgewassen en andere gewassen op bouwland die groen worden geoogst of gebruikt.

De gewassen moeten in gewasrotatie met andere gewassen worden geteeld en korter dan vijf jaar op hetzelfde perceel worden verbouwd (een- of meerjarige voedergewassen).

Gewassen die niet op het bedrijf worden gebruikt, maar die voor direct gebruik op andere landbouwbedrijven of aan de industrie worden verkocht, zijn inbegrepen.

Tijdelijk grasland

Grasgewassen, bestemd om te worden begraasd, gehooid of ingekuild, als onderdeel van een normale gewasrotatie, die ten minste één oogstjaar maar minder dan vijf jaar op dezelfde grond worden verbouwd en waarvoor het zaaigoed uit zuivere grassoorten of uit mengsels van grassoorten bestaat. De teelt wordt beëindigd door ploegen of door de grond anderszins te bewerken, ofwel worden de planten op andere wijze vernietigd, zoals met onkruidverdelgingsmiddelen, voordat de grond opnieuw wordt ingezaaid.

Hieronder vallen mengsels die hoofdzakelijk bestaan uit grassen en andere voedergewassen (gewoonlijk peulgewassen), die worden begraasd dan wel groen of als hooi worden geoogst.

Andere groen geoogste gewassen

Andere een- of meerjarige (minder dan vijf jaar) groen geoogste gewassen als omschreven onder Groen geoogste gewassen.

Voedermais

Alle vormen van mais (Zea mays L.) die hoofdzakelijk wordt geteeld om te worden ingekuild en niet wordt geoogst voor de maiskorrels (hele kolf, hele plant of delen daarvan).

Dit omvat voedermais die direct door de dieren wordt geconsumeerd (zonder inkuiling) en hele kolven (korrels, spil, vlies) die worden geoogst om te worden vervoederd of ingekuild, alsmede voor de productie van hernieuwbare energie.

Peulvruchten

Peulgewassen die groen en als plant in zijn geheel worden geoogst en die hoofdzakelijk voor vervoedering, energie of groenbemesting worden gebruikt.

Hieronder vallen mengsels die hoofdzakelijk bestaan uit peulgewassen (gewoonlijk > 80 %) en grassen die groen of als hooi worden geoogst.

Andere groen geoogste gewassen, niet elders genoemd

Andere hoofdzakelijk voor vervoedering bestemde gewassen op bouwland die groen worden geoogst, niet elders genoemd.

Zaaizaad en zaailingen op bouwland

Areaal voor de productie van voor de verkoop bestemde zaden en zaailingen, met uitzondering van granen, rijst, peulvruchten, aardappelen en oliehoudende zaden. Hieronder vallen ook arealen groenvoedergewassen die voor het zaad geoogst worden, wortels die voor het zaad geoogst worden, voor de verkoop bestemde zaden en zaailingen van groenten en bloemen, enz.

Andere gewassen op bouwland

Niet elders genoemde akkerbouwgewassen.

Braakland

Al dan niet bewerkt land in gewasrotatie of dat in goede landbouw- en milieuconditie (GLMC (6)) wordt gehouden, dat geacht wordt gedurende een geheel oogstjaar geen oogst op te leveren.

Het essentiële kenmerk van braakland is dat het met rust wordt gelaten, gewoonlijk gedurende een geheel oogstjaar, met het oog op herstelling van de bodem.

Braakland kan in de volgende vormen voorkomen:

1.

kale grond, waarop geen gewassen groeien;

2.

grond met spontane plantengroei die als veevoeder kan worden gebruikt of kan worden ondergeploegd;

3.

grond die enkel wordt ingezaaid met het oog op de productie van groenbemesting (groene braak).

Tuinen voor eigen gebruik

Oppervlakten voor de teelt van landbouwproducten die zijn bedoeld voor consumptie door het bedrijfshoofd en zijn huishouden, gewoonlijk afgescheiden van de rest van de cultuurgrond en als zodanig herkenbaar.

Alleen de incidenteel overblijvende producten van dit stuk grond zijn op het bedrijf te koop. Alle oppervlakten waarvan de opbrengst steeds op de markt wordt verkocht, vallen onder andere rubrieken, ook al consumeren het bedrijfshoofd en zijn huishouden de productie gedeeltelijk zelf.

Blijvend grasland

Land dat blijvend (voor een periode van vijf jaar of meer) wordt gebruikt voor de teelt van kruidachtige voedergewassen, ongeacht of deze zijn ingezaaid of dat zij zich zelf hebben uitgezaaid, en dat niet in de gewasrotatie van het bedrijf is opgenomen.

Het land kan worden begraasd of gemaaid ter verkrijging van hooi of kuilvoer of voor de productie van hernieuwbare energie worden gebruikt.

Grasland, exclusief weiden met geringe opbrengst

Blijvend grasland op grond van goede of redelijke kwaliteit. Deze gebieden kunnen gewoonlijk intensief worden begraasd.

Weiden met geringe opbrengst

Blijvend grasland met geringe opbrengst, waarvan de grond veelal slecht van kwaliteit is, bijvoorbeeld op heuvelachtige of op grote hoogte gelegen weiden die gewoonlijk niet zijn verbeterd door bemesting, bebouwing, herbezaaiing of drainage.

Deze gebieden kunnen gewoonlijk alleen voor extensieve begrazing worden gebruikt en worden niet of extensief gemaaid; zij kunnen geen hoge dierdichtheid aan.

Blijvend grasland dat niet langer voor productiedoeleinden wordt gebruikt en voor financiële steun in aanmerking komt

Blijvend grasland dat niet langer voor productiedoeleinden wordt gebruikt en overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1782/2003van de Raad (7) of de recentste wetgeving, indien van toepassing, in goede landbouw- en milieuconditie wordt gehouden, en dat voor financiële steun in aanmerking komt.

Meerjarige teelten

Niet in de gewasrotatie opgenomen teelten, andere dan blijvend grasland, die de grond gedurende een lange periode in beslag nemen en verschillende jaren opbrengsten opleveren.

Boomgaarden en kleinfruit

Voor de fruitproductie bestemde aanplantingen van bomen, struiken en blijvende kleinfruitgewassen, met uitzondering van aardbeiplanten. Hieronder vallen zowel boomgaarden met geringe afstanden tussen de bomen als die met meer verspreid staande bomen.

Fruit, waarvan:

 

Fruit van gematigde breedten

Boomgaarden, die van oudsher op gematigde breedten worden aangeplant, voor de productie van fruit.

 

Fruit van subtropische breedten

Boomgaarden, die van oudsher op subtropische breedten worden aangeplant, voor de productie van fruit.

Kleinfruit

Kleinfruitaanplantingen, die van oudsher op gematigde en subtropische breedten worden geplant, voor de productie van kleinfruit.

Noten

Notenboomgaarden, die van oudsher op gematigde en subtropische breedten worden aangeplant.

Citrusvruchtaanplantingen

Aanplantingen van Citrus spp.

Olijfboomgaarden

Aanplantingen van Olea europaea L.

 

waar gewoonlijk tafelolijven worden geproduceerd

Aanplantingen van variëteiten die gewoonlijk bestemd zijn voor de productie van tafelolijven.

 

waar gewoonlijk olijven voor de oliewinning worden geproduceerd

Aanplantingen van variëteiten die gewoonlijk bestemd zijn voor de productie van olijfolie.

Wijngaarden waar gewoonlijk:

Aanplantingen van Vitis vinifera L.

 

kwaliteitswijn wordt geproduceerd

Teelten van variëteiten wijndruiven die gewoonlijk bestemd zijn voor de productie van wijn met beschermde oorsprongsbenaming (BOB) en voldoen aan de voorschriften van i) Verordening (EG) nr. 479/2008 van de Raad (8), of de recentste wetgeving, indien van toepassing, en ii) de bijbehorende nationale regels.

Teelten van variëteiten wijndruiven die gewoonlijk bestemd zijn voor de productie van wijn met een beschermde geografische aanduiding (BGA) en voldoen aan de voorschriften van i) Verordening (EG) nr. 479/2008, of de recentste wetgeving, indien van toepassing, en ii) de bijbehorende nationale regels.

 

andere wijnen worden geproduceerd

Teelten van variëteiten wijndruiven die gewoonlijk bestemd zijn voor de productie van andere wijnen dan BOB- en BGA-wijnen.

 

tafeldruiven worden geproduceerd

Teelten van variëteiten druiven die gewoonlijk bestemd zijn voor de productie van verse druiven.

 

krenten en rozijnen worden geproduceerd

Teelten van variëteiten druiven die gewoonlijk bestemd zijn voor de productie van krenten en rozijnen.

Boomkwekerijgewassen

Arealen met jonge houtachtige planten in de openlucht, bestemd om later te worden verplant:

a)

wijnstokken en moederplanten;

b)

fruitbomen en kleinfruitgewassen;

c)

siergewassen;

d)

voor de verkoop bestemde bosplanten (exclusief de in het bos gelegen bosboomkwekerijen voor de eigen behoeften van het bedrijf);

e)

bomen en heesters ter beplanting van tuinen, parken, straten en wegbermen (bv. haagplanten, rozen en andere sierheesters, sierconiferen), alsmede onderstammen en jonge zaailingen hiervan.

Andere meerjarige teelten

Meerjarige teelten geteeld in open lucht die niet eerder werden vermeld en met name gewassen gebruikt voor vlechten en weven, gewoonlijk jaarlijks geoogst, alsmede voor de verkoop als kerstbomen op de oppervlakte cultuurgrond geplante bomen.

Meerjarige teelten onder glas

Overig areaal

Tot het „overig areaal” behoort de oppervlakte niet in gebruik zijnde cultuurgrond (cultuurgrond die om economische, sociale of andere redenen niet meer wordt gebruikt en die niet in de gewasrotatie is opgenomen), het bosareaal en de andere grond die in beslag wordt genomen door gebouwen, erven, wegen, vijvers, steengroeven, onvruchtbare gronden, rotsen enz.

Oppervlakte niet in gebruik zijnde cultuurgrond

Grond die vroeger voor landbouwdoeleinden werd gebruikt, maar die in het referentiejaar van de enquête om economische, sociale of andere redenen niet meer wordt bewerkt en die niet in de gewasrotatie is opgenomen, d.w.z. grond waarvoor geen landbouwgebruik is gepland.

Deze grond kan weer in gebruik worden genomen met de middelen die gewoonlijk op een landbouwbedrijf beschikbaar zijn.

Bosareaal

Oppervlakte die met bosbomen of -struiken is begroeid, inclusief in of buiten bossen gelegen aanplantingen van populieren en vergelijkbare bomen, en in het bos gelegen bosboomkwekerijen voor de eigen behoeften van het bedrijf, alsmede voorzieningen in het bos (boswegen, opslagplaatsen voor hout enz.).

waarvan hakhoutbosjes

Bosareaal waar houtgewassen met een rotatieperiode van 20 jaar of minder worden geteeld.

De rotatieperiode is de tijd tussen het moment waarop de bomen voor het eerst worden gezaaid of geplant en het tijdstip dat het eindproduct wordt geoogst, waarbij normale beheersmaatregelen als uitdunnen niet tot het oogsten worden gerekend.

Overig areaal (gebouwen, erven, wegen, vijvers, steengroeven, onvruchtbare gronden, rotsen enz.)

De delen van het totale bedrijfsareaal die noch tot de oppervlakte cultuurgrond noch tot de oppervlakte niet in gebruik zijnde cultuurgrond of het bosareaal worden gerekend.

Paddenstoelen

Gekweekte paddenstoelen die worden geteeld in speciaal voor dit doel gebouwde of aangepaste gebouwen, dan wel in grotten, kelders en andere onderaardse ruimten.

Energiegewassen (voor de productie van biobrandstoffen of andere hernieuwbare energie)

De arealen voor de productie van energiegewassen die niet voor andere doeleinden worden gebruikt dan de productie van energie, en die worden geteeld op landbouwgrond.

Geïrrigeerd areaal

Totaal irrigeerbaar areaal

Maximale oppervlakte cultuurgrond die in de loop van het referentiejaar kan worden geïrrigeerd met behulp van de installaties en een hoeveelheid water die gewoonlijk beschikbaar zijn op het bedrijf.

Totaal areaal van de gewassen die gedurende de voorgaande twaalf maanden ten minste eenmaal zijn geïrrigeerd

Areaal van de gewassen die gedurende de twaalf maanden voorafgaand aan de peildatum van de enquête ten minste eenmaal daadwerkelijk werden geïrrigeerd.

Toegepaste irrigatiemethoden:

 

Oppervlakte-irrigatie (overstroming, vorendrainage)

Het leiden van water over de grond, hetzij door het gehele areaal onder water te zetten, hetzij door het water via greppeltjes tussen de plantenrijen te leiden, daarbij gebruikmakend van de zwaartekracht.

 

Beregening

Irrigatie waarbij het water onder hoge druk als regen over de percelen wordt gespoten.

 

Druppelbevloeiing

Irrigatie door de planten dicht bij de grond druppelsgewijs dan wel met microsprinklerinstallaties of vernevelingsinstallaties water te geven.

Bron voor het op het bedrijf voor irrigatie gebruikte water:

De bron van het water, of het grootste gedeelte daarvan, dat op het bedrijf voor irrigatie wordt gebruikt.

 

Grondwater op het bedrijf

Waterbronnen op of in de buurt van het bedrijf, waarbij gebruik wordt gemaakt van water dat wordt opgepompt uit geboorde of gegraven putten of uit vrijstromende bronnen van natuurlijk grondwater of dergelijke.

 

Oppervlaktewater op het bedrijf

Kleine natuurlijke vijvers of kunstmatige bekkens die volledig op het bedrijf liggen of door slechts één bedrijf worden gebruikt.

 

Oppervlaktewater van buiten het bedrijf: meren, rivieren of waterlopen

Zoet oppervlaktewater (meren, rivieren, andere waterwegen), dat niet kunstmatig is aangelegd voor irrigatiedoeleinden.

 

Water van buiten het bedrijf: gemeenschappelijk waterleidingnet

Waterbronnen van buiten het bedrijf, andere dan deze vermeld in „Oppervlaktewater van buiten het bedrijf: meren, rivieren of waterlopen”, toegankelijk voor ten minste twee bedrijven.

 

Andere bronnen

Andere bronnen van irrigatiewater, niet elders genoemd. Deze bronnen kunnen een hoog zoutgehalte hebben, zoals de Atlantische of Middellandse Zee, waardoor behandeling van het water noodzakelijk is om de zoutconcentratie te verminderen (ontzilting) voor gebruik of het water kan afkomstig zijn van brakke bronnen (met een gering zoutgehalte), zoals de Oostzee en bepaalde rivieren, en in dat geval is het mogelijk het water direct, zonder behandeling, te gebruiken. Het water kan ook een zuivering hebben ondergaan en aan de gebruiker worden geleverd als teruggewonnen afvalwater.

III.   VEESTAPEL

Het aantal productiedieren dat het bedrijf op de peildatum van de enquête rechtstreeks in bezit of in beheer heeft.

De dieren zijn niet noodzakelijk eigendom van het bedrijfshoofd. Het vee kan zich op het bedrijf (op de oppervlakte cultuurgrond of in door het bedrijf gebruikte stallen) bevinden of daarbuiten (op gemeenschappelijke weiden, in rondtrekkende kudden enz.).

Eenhoevigen

Huisdieren van de familie Equidae, genus Equus (paarden, ezels enz.).

Runderen

Huisdieren van de soorten Bos taurus en Bubalus bubalus, inclusief kruisingen zoals Beefalo.

 

Mannelijke en vrouwelijke runderen, jonger dan een jaar

 

Mannelijke runderen tussen een en twee jaar oud

 

Vrouwelijke runderen tussen een en twee jaar oud

 

Mannelijke runderen van twee jaar en ouder

 

Vaarzen van twee jaar en ouder

Vrouwelijke runderen van twee jaar en ouder die nog niet hebben gekalfd.

 

Melkkoeien

Vrouwelijke runderen die al hebben gekalfd (inclusief runderen van minder dan twee jaar oud) en die door hun ras of aanleg uitsluitend of hoofdzakelijk worden gehouden voor de productie van melk die bestemd is voor menselijke consumptie of voor de verwerking tot zuivelproducten.

 

Andere koeien

Vrouwelijke runderen die al hebben gekalfd (inclusief runderen van minder dan twee jaar oud) en die door hun ras of aanleg uitsluitend of hoofdzakelijk worden gehouden voor de productie van kalveren en waarvan de melk niet bestemd is voor menselijke consumptie of voor de verwerking tot zuivelproducten.

Schapen en geiten

Schapen (alle leeftijden)

Huisdieren van de soort Ovis aries.

 

Vrouwelijke dieren voor de voortplanting

Ooien en gedekte ooilammeren.

 

Andere schapen

Alle andere schapen dan vrouwelijke dieren voor de voortplanting.

Geiten (alle leeftijden)

Huisdieren van de ondersoort Capra aegagrus hircus.

 

Vrouwelijke dieren voor de voortplanting

Geiten die al hebben gelammerd en gedekte geiten.

 

Andere geiten

Alle andere geiten dan vrouwelijke dieren voor de voortplanting.

Varkens

Huisdieren van de soort Sus scrofa domesticus.

 

Biggen met een levend gewicht van minder dan 20 kg

Biggen met een levend gewicht van gewoonlijk minder dan 20 kg

 

Fokzeugen van 50 kg en meer

Fokzeugen van 50 kg en meer, ongeacht of ze al hebben gebigd.

 

Andere varkens

Niet elders genoemde varkens.

Pluimvee

 

Mesthoenders

Huisdieren van de soort Gallus gallus die worden gehouden voor hun vlees.

 

Leghennen

Legrijpe huisdieren van de soort Gallus gallus die worden gehouden voor de productie van eieren.

 

Ander pluimvee

Pluimvee dat niet genoemd is onder mesthoenders of leghennen.

 

Kalkoenen

Huisdieren van de soort Meleagris.

 

Eenden

Huisdieren van de soorten Anas en Cairina moschata.

 

Ganzen

Huisdieren van de soort Anser anser dom.

 

Struisvogels

Struisvogels (Struthio camelus).

 

Ander pluimvee, niet elders genoemd

Moederkonijnen (voedsters)

Vrouwelijke konijnen (van het ras Oryctolagus) voor het voortbrengen van mestkonijnen en die al eens hebben geworpen.

Bijen

Aantal bijenkorven bevolkt door bijen (Apis mellifera) die voor de honingproductie worden gehouden.

Andere dieren, niet elders genoemd

Alle productiedieren die niet elders in deze afdeling worden genoemd.

IV.   ARBEIDSKRACHTEN

i)   LANDBOUWWERKZAAMHEDEN OP HET BEDRIJF

Landbouwarbeidskrachten

De landbouwarbeidskrachten van het bedrijf zijn alle personen die gezien hun leeftijd niet meer leer- of schoolplichtig zijn en gedurende de laatste twaalf maanden voorafgaand aan de peildatum van de enquête op het bedrijf landbouwwerkzaamheden hebben verricht.

Tenzij in de nationale wetgeving een minimumleeftijd is opgelegd met betrekking tot het verplicht voltijds of deeltijds onderwijs, moet 15 jaar worden aangehouden als de gebruikelijke leeftijd waarop de leer-/schoolplicht ten einde loopt.

Enige bedrijfshoofden die geen landbouwwerkzaamheden uitvoeren op het bedrijf worden opgenomen in de enquête, maar niet meegeteld in het „totale aantal landbouwarbeidskrachten”.

Personen die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt, maar voor het bedrijf blijven werken, worden tot de landbouwarbeidskrachten gerekend.

Het personeel dat voor rekening van derden of in het kader van wederzijdse hulp op het bedrijf werkt (zoals personeel van agrarische loonbedrijven of van een coöperatie), blijft buiten beschouwing.

Landbouwwerkzaamheden

Tot de landbouwwerkzaamheden worden alle werkzaamheden gerekend die op het bedrijf worden verricht ten behoeve van i) de activiteiten zoals gedefinieerd in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1166/2008, ii) het onderhoud van de productiemiddelen, of iii) activiteiten die rechtstreeks van deze productieve acties zijn afgeleid.

De tijd die op het bedrijf aan landbouwwerkzaamheden wordt besteed

De tijd die op het bedrijf aan landbouwwerkzaamheden wordt besteed, is de werkelijk aan landbouwwerkzaamheden voor het bedrijf bestede arbeidstijd, zonder de tijd die besteed wordt aan werkzaamheden ten behoeve van het huishouden van het bedrijfshoofd of de bedrijfsleider.

Arbeidsjaareenheid (AJE)

Het aantal werkzame personen in voltijdequivalenten, d.w.z. het totaal aantal gewerkte uren gedeeld door het gemiddelde jaarlijkse aantal in het land in voltijdbanen gewerkte uren.

Voor een voltijdbaan geldt het minimumaantal uren dat krachtens de nationale bepalingen inzake arbeidsovereenkomsten vereist is. Indien het aantal uren per jaar hierin niet wordt aangegeven, moet 1 800 uur als minimum worden aangehouden (225 werkdagen van 8 uur per dag).

Bedrijfshoofd

Het bedrijfshoofd is de natuurlijke persoon, groep natuurlijke personen of rechtspersoon voor wiens rekening en op wiens naam het bedrijf wordt geëxploiteerd en die juridisch en economisch voor het bedrijf aansprakelijk is, d.w.z. die het economische risico voor het bedrijf draagt.

Het bedrijfshoofd kan eigenaar, pachter, erfpachter, vruchtgebruiker of „trustee” zijn.

 

Geslacht

 

Leeftijd

 

Landbouwwerkzaamheden op het bedrijf (behalve huishoudelijk werk)

Bedrijfsleider

De bedrijfsleider is de natuurlijke persoon die op het bedrijf verantwoordelijk is voor de normale dagelijkse gang van zaken op financieel of productiegebied.

 

Geslacht

 

Leeftijd

 

Landbouwwerkzaamheden op het bedrijf (behalve huishoudelijk werk)

 

Opleiding van bedrijfsleider

 

Landbouwopleiding van bedrijfsleider

 

Alleen praktijkervaring in de landbouw

Ervaring in de praktijk op een landbouwbedrijf verworven.

 

Basislandbouwopleiding

Elke afgesloten opleiding aan een lagere landbouwschool en/of in een opleidingscentrum dat tot bepaalde vakgebieden beperkt is (onder meer tuinbouw, wijnbouw, bosbouw, viskwekerij, veeartsenijkunde, landbouwtechnologie en verwante disciplines). Ook een afgesloten stageperiode op landbouwgebied wordt als basisopleiding beschouwd.

 

Volledige landbouwopleiding

Elke afgesloten opleiding van het equivalent van ten minste twee jaar voltijdse opleiding, die na het eind van de leer- dan wel schoolplicht aan een landbouwschool, een hogeschool of een universiteit in een der volgende studierichtingen werd voltooid: landbouw, tuinbouw, wijnbouw, bosbouw, viskwekerij, veeartsenijkunde, landbouwtechnologie of een verwante discipline.

 

Beroepsopleiding van bedrijfsleider in de voorgaande twaalf maanden

Beroepsopleiding is een opleidingsmaatregel of activiteit door een opleider of opleidingsinstelling die als hoofddoelstelling heeft de verwerving van nieuwe vaardigheden met betrekking tot de activiteiten op het landbouwbedrijf of activiteiten rechtstreeks verbonden aan het bedrijf of de ontwikkeling en verbetering van de bestaande vaardigheden.

Familieleden van het „enig bedrijfshoofd” die landbouwwerkzaamheden voor het bedrijf verrichten

Familieleden van het „enig bedrijfshoofd”, met inbegrip van de echtgenoot/echtgenote, die landbouwwerkzaamheden op het bedrijf verrichten, maar er niet noodzakelijk hoeven te wonen.

In het algemeen gaat het bij de familieleden van het bedrijfshoofd om de echtgenoot/echtgenote, verwanten in op- of neergaande lijn (ook door huwelijk of adoptie) en broers en zussen van het bedrijfshoofd of zijn/haar echtgenoot/echtgenote.

Gehuwden en feitelijk samenwonende partners worden gelijk behandeld.

Familieleden van het „enig bedrijfshoofd” die landbouwwerkzaamheden voor het bedrijf verrichten: mannen

Landbouwwerkzaamheden op het bedrijf (behalve huishoudelijk werk)

Familieleden van het „enig bedrijfshoofd” die landbouwwerkzaamheden voor het bedrijf verrichten: vrouwen

Landbouwwerkzaamheden op het bedrijf (behalve huishoudelijk werk)

Regelmatig werkzame arbeidskrachten, niet-familieleden

Alle personen die landbouwwerkzaamheden verrichten en hiervoor van het landbouwbedrijf een bezoldiging ontvangen (salaris, loon, winst of andere vormen van betaling inclusief betaling in natura) met uitzondering van het bedrijfshoofd en zijn/haar familieleden.

Regelmatig werkzame arbeidskrachten zijn personen die gedurende de twaalf maanden voorafgaand aan de peildatum van de enquête elke week op het bedrijf hebben gewerkt, ongeacht de wekelijkse arbeidsduur.

Hiertoe behoren ook personen die weliswaar een gedeelte van deze periode regelmatig hebben gewerkt, maar om een van de volgende redenen niet de gehele periode hebben kunnen werken:

1.

bijzondere productieomstandigheden op het bedrijf (bijvoorbeeld bedrijven in de olijven- of druiventeelt, bedrijven met groente- en fruitteelt in openlucht en bedrijven die zijn gespecialiseerd in de vetweiderij, die slechts gedurende een beperkt aantal maanden arbeidskrachten nodig hebben);

2.

afwezigheid vanwege vakantie, vervulling van de dienstplicht, ziekte, ongeval of overlijden;

3.

begin of beëindiging van het dienstverband op het bedrijf (hieronder vallen ook arbeidskrachten die tijdens de twaalf maanden voorafgaand aan de peildatum van de enquête van bedrijf veranderen);

4.

volledige stilstand van het werk op het bedrijf door bijzondere oorzaken (overstroming, brand enz.).

Regelmatig werkzame arbeidskrachten, niet-familieleden: mannen

Landbouwwerkzaamheden op het bedrijf (behalve huishoudelijk werk)

Regelmatig werkzame arbeidskrachten, niet-familieleden: vrouwen

Landbouwwerkzaamheden op het bedrijf (behalve huishoudelijk werk)

Niet regelmatig werkzame arbeidskrachten, niet-familieleden: mannen en vrouwen

Niet-regelmatig werkzame personen zijn werknemers die tijdens de twaalf maanden voorafgaand aan de peildatum van de enquête niet iedere week op het bedrijf hebben gewerkt om andere redenen dan die welke zijn genoemd onder Regelmatig werkzame arbeidskrachten, niet-familieleden.

Onder werkdagen van niet-regelmatig werkzame arbeidskrachten, niet-familieleden vallen alle dagen van zodanige lengte dat de arbeidskracht salaris of een andere vorm van bezoldiging (loon, winst of andere vormen van betaling inclusief betaling in natura) voor een volle dag werk krijgt, waarop werk wordt verricht dat gewoonlijk door een landbouwarbeidskracht met een volledige dagtaak wordt gedaan. Verlof- en ziektedagen gelden niet als werkdagen.

Een volle dag werk is de normale werkdag van regelmatig werkzame arbeidskrachten die in voltijdsdienst zijn.

ii)   ANDERE WINSTGEVENDE WERKZAAMHEDEN: NIET-LANDBOUWWERKZAAMHEDEN OP HET BEDRIJF (DIE NIET RECHTSTREEKS VERBAND HOUDEN MET HET BEDRIJF) EN WERK BUITEN HET BEDRIJF

Andere winstgevende werkzaamheden zijn alle werkzaamheden die worden verricht voor bezoldiging (loon, winst en andere betalingen, met inbegrip van betaling in natura, naargelang van de verleende dienst), met uitzondering van landbouwwerkzaamheden op het bedrijf als gedefinieerd in afdeling IV, onder i), en andere winstgevende werkzaamheden die rechtstreeks verband houden met het bedrijf als gedefinieerd in afdeling V, onder i).

Hieronder vallen ook landbouwwerkzaamheden die door de arbeidskrachten van een landbouwbedrijf voor een ander landbouwbedrijf worden uitgevoerd.

De informatie wordt enkel ingewonnen op bedrijven waarvan het enig bedrijfshoofd een natuurlijke persoon is (d.w.z. waar het bedrijfshoofd ook de bedrijfsleider is) en op bedrijven met meerhoofdige bedrijfsvoering. Er wordt geen informatie ingewonnen op bedrijven waar het enig bedrijfshoofd niet de bedrijfsleider is, noch in het geval van rechtspersonen.

De informatie over andere winstgevende werkzaamheden wordt geregistreerd voor het bedrijfshoofd en voor de familieleden van het enig bedrijfshoofd. De informatie wordt alleen opgenomen als zij zich actief bezighouden met landbouwwerkzaamheden op, of werkzaamheden die rechtstreeks verband houden met het bedrijf.

Niet-scheidbare, ondergeschikte winstgevende werkzaamheden buiten de landbouw die op het bedrijf worden uitgevoerd, blijven buiten beschouwing aangezien deze onder landbouwwerkzaamheden vallen.

De hier opgenomen werkzaamheden worden ingedeeld als:

—   belangrijkste werkzaamheden— werkzaamheden die meer tijd in beslag nemen dan de landbouwwerkzaamheden voor het landbouwbedrijf, of evenveel tijd in beslag nemen;

—   ondergeschikte werkzaamheden— werkzaamheden die minder tijd in beslag nemen dan de landbouwwerkzaamheden voor het landbouwbedrijf.

Andere winstgevende werkzaamheden van het bedrijfshoofd, tevens bedrijfsleider:

Alle winstgevende werkzaamheden die niet rechtstreeks verband houden met het bedrijf, die als belangrijkste of ondergeschikte werkzaamheden worden uitgevoerd door het bedrijfshoofd, tevens bedrijfsleider.

Andere winstgevende werkzaamheden van de andere familieleden van het enig bedrijfshoofd:

 

Belangrijkste werkzaamheden

Het aantal personen (hetzij de echtgenoot/echtgenote van het enig bedrijfshoofd, hetzij familieleden van het enig bedrijfshoofd) dat winstgevende werkzaamheden die niet rechtstreeks verband houden met het bedrijf uitvoert als belangrijkste werkzaamheden.

 

Ondergeschikte werkzaamheden

Het aantal personen (hetzij echtgenoot/echtgenote van het enig bedrijfshoofd, hetzij familieleden van het enig bedrijfshoofd) dat winstgevende werkzaamheden die niet rechtstreeks verband houden met het bedrijf uitvoert als ondergeschikte werkzaamheden.

V.   ANDERE WINSTGEVENDE WERKZAAMHEDEN VAN HET BEDRIJF (DIE RECHTSTREEKS VERBAND HOUDEN MET HET BEDRIJF)

i)   LIJST VAN ANDERE WINSTGEVENDE WERKZAAMHEDEN

Andere winstgevende werkzaamheden van het bedrijf zijn alle werkzaamheden die geen landbouwwerkzaamheden zijn, maar die wel rechtstreeks verband houden met het bedrijf en die economische gevolgen hebben voor het bedrijf.

„Werkzaamheden die rechtstreeks verband houden met het bedrijf” zijn activiteiten waarvoor hetzij de middelen (grond, gebouwen, machines enz.) hetzij de producten van het bedrijf worden gebruikt. Indien alleen de landbouwarbeidskrachten (familieleden en niet-familieleden) en geen andere middelen van het bedrijf worden gebruikt, worden de werknemers geacht voor twee bedrijven te werken, en worden deze andere winstgevende werkzaamheden niet geacht rechtstreeks verband te houden met het bedrijf.

Zowel niet-landbouwwerkzaamheden als landbouwwerkzaamheden voor andere bedrijven zijn inbegrepen.

Met winstgevende werkzaamheden wordt in dit verband actief werk bedoeld; zuiver financiële investeringen blijven daarom buiten beschouwing. Verpachting van grond voor diverse activiteiten zonder verdere betrokkenheid bij deze activiteiten blijft eveneens buiten beschouwing.

 

Verstrekking van gezondheids-, maatschappelijke of onderwijsdiensten

Elke activiteit die verband houdt met de verstrekking van gezondheids-, maatschappelijke of onderwijsdiensten en/of maatschappelijke bedrijfsactiviteiten, waarvoor hetzij de middelen hetzij de primaire producten van het bedrijf worden gebruikt.

 

Toerisme, accommodatie en recreatie

Alle activiteiten op het gebied van toerisme, accommodatie, openstelling van het bedrijf voor toeristen of andere groepen, sport en recreatie enz., waarvoor de grond, de gebouwen of andere middelen van het bedrijf worden gebruikt.

 

Ambachten

Ambachtelijke producten die hetzij op het bedrijf door het bedrijfshoofd of zijn/haar familieleden, hetzij door arbeidskrachten die geen familieleden zijn, zijn vervaardigd, mits de makers ervan ook landbouwwerk verrichten, ongeacht hoe de producten worden verkocht.

 

Verwerking van landbouwproducten

De verwerking van een primair landbouwproduct tot een secundair product op het bedrijf, ongeacht of de grondstoffen op het bedrijf worden geproduceerd of elders worden gekocht. Dit omvat onder meer de verwerking van vlees, de bereiding van kaas enz.

De verwerking van landbouwproducten valt onder deze rubriek, tenzij de verwerking wordt beschouwd als een onderdeel van een landbouwactiviteit. De verwerking van wijn en de productie van olijfolie zijn daarom uitgesloten tenzij de ingekochte hoeveelheid wijn of olijfolie in verhouding aanzienlijk is.

 

Productie van hernieuwbare energie

De productie van hernieuwbare energie voor de markt, inclusief biogas, biobrandstof en elektriciteit, met windturbines of andere installaties of uit landbouwgrondstoffen.

Hernieuwbare energie die alleen voor het eigen gebruik van het bedrijf wordt geproduceerd, blijft buiten beschouwing.

 

Houtverwerking (bv. zagen)

De verwerking, op het landbouwbedrijf, van ruw hout voor de markt (zagen enz.).

 

Aquacultuur

Productie van vis, rivierkreeft enz. op het bedrijf. Werkzaamheden die alleen het vissen betreffen, blijven buiten beschouwing.

 

Loonwerk (met behulp van productiemiddelen van het bedrijf)

Loonwerk waarbij de installaties van het bedrijf worden gebruikt, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen werk binnen of buiten de landbouwsector, bv. sneeuwruimen, vervoer, landschapsonderhoud, diensten in de landbouw of op milieugebied enz.

 

landbouwwerkzaamheden (voor andere bedrijven)

 

geen landbouwwerkzaamheden

 

Bosbouw

Bosbouw waarbij zowel de landbouwarbeidskrachten als de gewoonlijk voor landbouwdoeleinden gebruikte machines en installaties van het bedrijf worden gebruikt.

 

Andere

Andere winstgevende werkzaamheden die rechtstreeks verband houden met het bedrijf, niet elders genoemd.

Wie is hierbij betrokken?

De hier opgenomen werkzaamheden worden ingedeeld als:

—   belangrijkste werkzaamheden— werkzaamheden die meer tijd in beslag nemen dan de landbouwwerkzaamheden voor het landbouwbedrijf, of evenveel tijd in beslag nemen;

—   ondergeschikte werkzaamheden— werkzaamheden die minder tijd in beslag nemen dan de landbouwwerkzaamheden voor het landbouwbedrijf.

Bedrijfshoofd, tevens bedrijfsleider

Andere familieleden van het enig bedrijfshoofd, die dit als hun belangrijkste werkzaamheden hebben

Andere familieleden van het enig bedrijfshoofd, die dit als hun ondergeschikte werkzaamheden hebben

Niet-familieleden die regelmatig op het bedrijf werkzaam zijn, die dit als hun belangrijkste werkzaamheden hebben

Niet-familieleden die regelmatig op het bedrijf werkzaam zijn, die dit als hun ondergeschikte werkzaamheden hebben

ii)   BELANG VAN DE ANDERE WINSTGEVENDE WERKZAAMHEDEN DIE EEN RECHTSTREEKS VERBAND HEBBEN MET HET BEDRIJF

Aandeel in de finale output van het bedrijf

Het belang van de andere winstgevende werkzaamheden die rechtstreeks verband houden met het bedrijf in de output van het bedrijf wordt geschat als het aandeel van de omzet van andere winstgevende werkzaamheden die rechtstreeks verband houden met het bedrijf in de totale omzet van het bedrijf, vermeerderd met de rechtstreekse betalingen, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad (9).

Formula

VI.   STEUN VOOR PLATTELANDSONTWIKKELING

Voordelen van het bedrijf gedurende de voorgaande drie jaar uit hoofde van de volgende maatregelen inzake plattelandsontwikkeling

In titel III, hoofdstuk 1, van Verordening (EU) nr. 1305/2013 vastgestelde maatregelen waarvan de landbouwer een begunstigde is.

Er moet informatie worden ingewonnen over de vraag of het bedrijf gedurende de voorgaande drie jaar volgens bepaalde vaste normen en regels die zijn neergelegd in de recentste wetgeving, voordelen heeft genoten uit hoofde van een van de volgende maatregelen inzake plattelandsontwikkeling.

 

Deelname door landbouwers aan voedselkwaliteitsprogramma's

Artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1305/2013: Kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen

 

Betalingen in het kader van de Natura 2000-richtlijn en de kaderrichtlijn water  (10)

Artikel 30 van Verordening (EU) nr. 1305/2013: Betalingen in het kader van de Natura 2000-richtlijn en de kaderrichtlijn water

 

Agromilieubetalingen — klimaatbetalingen

Artikel 28 van Verordening (EU) nr. 1305/2013: Agromilieu- en klimaatsteun

 

Biologische landbouw

Artikel 29 van Verordening (EU) nr. 1305/2013: Biologische landbouw

 

Dierenwelzijnsbetalingen

Artikel 33 van Verordening (EU) nr. 1305/2013: Dierenwelzijn

 

Investeringen in materiële activa

Artikel 17 van Verordening (EU) nr. 1305/2013: Investeringen in materiële activa

 

Preventie en herstel van door natuurrampen en rampzalige gebeurtenissen beschadigd landbouwproductiepotentieel

Artikel 18 van Verordening (EU) nr. 1305/2013: Herstel van door natuurrampen of rampzalige gebeurtenissen beschadigd agrarisch productiepotentieel en invoering van passende preventieve acties

 

Ontwikkeling van landbouwbedrijven en ondernemingen

Artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1305/2013: Ontwikkeling van landbouwbedrijven en ondernemingen

 

Investeringen in de ontwikkeling van het bosareaal en verbetering van de rendabiliteit van bossen

Artikel 21 van Verordening (EU) nr. 1305/2013: Investeringen in de ontwikkeling van bosgebieden en de verbetering van de levensvatbaarheid van bossen

 

Bebossing en de aanleg van beboste gebieden

Artikel 22 van Verordening (EU) nr. 1305/2013: Bebossing en de aanleg van beboste gebieden

 

Invoering van boslandbouwsystemen

Artikel 23 van Verordening (EU) nr. 1305/2013: Invoering van boslandbouwsystemen

 

Preventie en herstel van schade aan bossen

Artikel 24 van Verordening (EU) nr. 1305/2013: Preventie en herstel van schade aan bossen door bosbranden en natuurrampen en rampzalige gebeurtenissen

 

Investeringen ter verbetering van de veerkracht en de ecologische waarde van bossen

Artikel 25 van Verordening (EU) nr. 1305/2013: Investeringen ter verbetering van de veerkracht en de milieuwaarde van bosecosystemen

 

Investeringen in bosbouwtechnologieën en in de verwerking, het transport en de afzet van bosbouwproducten

Artikel 26 van Verordening (EU) nr. 1305/2013: Investeringen in bosbouwtechnologieën en in de verwerking, mobilisering en afzet van bosproducten.

 

Betalingen voor gebieden met natuurlijke of andere specifieke beperkingen

Artikel 31 van Verordening (EU) nr. 1305/2013: Betalingen voor gebieden met natuurlijke of andere specifieke beperkingen

 

Bosmilieu- en klimaatdiensten en bosinstandhouding

Artikel 34 van Verordening (EU) nr. 1305/2013: Bosmilieu- en klimaatdiensten en bosinstandhouding

 

Risicobeheer

Artikel 36 van Verordening (EU) nr. 1305/2013: Risicobeheer

VII.   OP LANDBOUWBEDRIJVEN TOEGEPASTE METHODEN VOOR HET BEHEER VAN GROND EN MEST

Bodembewerkingsmethoden op bouwland in de openlucht

Conventionele bodembewerking

Bouwland dat op conventionele wijze wordt bewerkt, waarbij de grond bij de primaire bodembewerking gewoonlijk met een schaarploeg of schijvenploeg wordt gekeerd en vervolgens een secundaire bodembewerking met schijfeggen wordt uitgevoerd.

Niet-kerende bodembewerking

Bouwland dat minimaal wordt bewerkt, gewoonlijk zonder de bodem te keren, waardoor plantenresten (ten minste 30 %) op het bodemoppervlak achterblijven met het oog op erosiebeheersing en vochtbehoud.

Geen bodembewerking (met uitzondering van bouwland in de openlucht waar meerjarige gewassen groeien)

Bouwland waarop geen bodembewerking wordt toegepast tussen het oogsten en het zaaien.

Bodembedekking op bouwland in de openlucht

De manier waarop bouwland bedekt wordt met planten of resten of onbedekt wordt gelaten in de winter.

Normale wintergewassen

Bouwland waarop in de herfst gewassen worden gezaaid die groeien tijdens de winter (normale wintergewassen zoals wintertarwe), gewoonlijk geoogst of gebruikt voor begrazing.

Bodembedekkers of tussengewassen

Bouwland dat specifiek wordt ingezaaid om verlies van grond, voedingsstoffen en gewasbeschermingsmiddelen te voorkomen tijdens de winter of tijdens andere perioden waarin het land anders braak zou liggen en aan kwaliteitsverlies zou blootstaan. Het economische belang van deze gewassen is gering en het belangrijkste doel is bescherming van de bodem en de voedingsstoffen.

Gewoonlijk worden deze gewassen in het voorjaar, voordat een ander gewas wordt ingezaaid, ondergeploegd en worden ze niet geoogst of begraasd.

Plantenresten

Bouwland dat tijdens de winter bedekt is met plantenresten en stoppels van het vorige teeltseizoen. Tussengewassen en bodembedekkers blijven buiten beschouwing.

Kale grond

Bouwland dat in de herfst wordt omgeploegd of op een andere manier wordt bewerkt, in de winter niet wordt ingezaaid noch met plantenresten bedekt is, en braak ligt tot de landbouwbewerkingen voor de zaaivoorbereiding of het zaaien in de daaropvolgende lente.

Bouwland in de openlucht waar meerjarige gewassen groeien

Arealen bouwland in de openlucht waar meerjarige gewassen groeien die niet zijn ingezaaid/bebouwd tijdens het referentiejaar.

Gewasrotatie op bouwland

Bij gewasrotatie worden op een bepaald stuk grond volgens een gepland patroon of in een geplande volgorde in opeenvolgende oogstjaren afwisselend gewassen verbouwd, zodat gewassen van dezelfde soort niet ononderbroken op hetzelfde stuk grond worden verbouwd.

Percentage bouwland gebruikt voor gewasrotatie

Bouwland dat deel uitmaakt van een geplande gewasrotatie.

Ecologisch aandachtsgebied — Totale oppervlakte akkerranden, bufferstroken, heggen, bomen, braakland, biotopen, bebost gebied en landschapskenmerken

Arealen waarvoor de bedrijfsleider waarborgt dat zij een ecologisch aandachtsgebied vormen zoals omschreven in artikel 46 van Verordening (EU) nr. 1307/2013. Totale oppervlakte akkerranden, bufferstroken, heggen, bomen, braakland, biotopen, bebost gebied en landschapskenmerken.

Hoeft alleen te worden vermeld voor bedrijven met meer dan 15 ha bouwland.

Bemestingstechnieken

Het percentage van de totale mest van het landbouwbedrijf (geproduceerd plus ingevoerd min uitgevoerd) die op de landbouwgrond wordt verspreid met de verschillende beschikbare technieken.

Breedstrooien

De mest wordt over het oppervlak van een stuk land of gewas verspreid zonder gebruik te maken van rijenbemesting of injectietechnieken.

 

Geen onderwerking

Het percentage van de totale gebruikte mest waarbij geen onderwerking in de grond is uitgevoerd. Indien geen onderwerking van de mest wordt uitgevoerd binnen 24 uur na het breedstrooien, valt dit onder deze rubriek.

 

Onderwerking binnen vier uur

Het percentage van de totale gebruikte mest waarbij er binnen vier uur na de bemesting mechanische onderwerking in de grond is uitgevoerd.

 

Onderwerking na vier uur

Het percentage van de totale gebruikte mest waarbij er meer dan vier uur na de bemesting mechanische onderwerking in de grond is uitgevoerd. Indien geen onderwerking van de mest wordt uitgevoerd binnen 24 uur na het breedstrooien, valt dit niet onder deze rubriek maar onder de rubriek Geen onderwerking.

Rijenbemesting

Gier of drijfmest wordt aangebracht in parallelle rijen zonder mest tussen de rijen in, met gebruik van een machine (rijenbemester) die aan het uiteinde van een tank of tractor wordt bevestigd om de gier of drijfmest op grondniveau te verspreiden.

 

Sleepslang

Een soort rijenbemester die bestaat uit een aantal slangen die aan een giek zijn bevestigd, waarbij geen werktuigen worden gebruikt om gewassen of grassprieten te scheiden.

 

Sleepvoet

Een soort rijenbemester die bestaat uit een aantal voet- of schoenvormige werktuigen die aan een giek zijn bevestigd en ontworpen zijn om gewassen of grassprieten te scheiden, teneinde de mest in rijen op het oppervlak aan te brengen en verontreiniging van de gewassen of het gras te verminderen.

Injectie

Het gebruik van gier of drijfmest door deze aan te brengen in sleuven die in de bodem zijn gemaakt op verschillende diepten, afhankelijk van de gebruikte soort injector.

 

Zode-injectie/open sleuven

De sleuven zijn ondiep, gewoonlijk ongeveer 50 mm diep. Zij worden opengelaten na de bemesting.

 

Mestinjectie/dichte sleuven

De sleuven zijn dieper, gewoonlijk ongeveer 150 mm diep. Zij worden dichtgerold na de bemesting.

Invoer/uitvoer van mest van en naar het bedrijf

Het totaal van de geproduceerde mest die niet op het bedrijf zelf wordt gebruikt

De hoeveelheid mest die van het bedrijf wordt weggevoerd.

Mest die naar het bedrijf wordt ingevoerd

De hoeveelheid mest die naar het bedrijf wordt gebracht voor gebruik in de landbouw, ongeacht of hiervoor is betaald of deze gratis is ontvangen.”


(1)  De basisdefinities van het landbouwbedrijf en de grootvee-eenheid zijn opgenomen in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1166/2008.

(2)  Verordening (EU) nr. 31/2011 van de Commissie van 17 januari 2011 tot wijziging van de bijlagen bij Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (PB L 13 van 18.1.2011, blz. 3).

(3)  Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 487).

(4)  Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2092/91 (PB L 189 van 20.7.2007, blz. 1).

(5)  Verordening (EG) nr. 138/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 5 december 2003 betreffende de landbouwrekeningen in de Gemeenschap (PB L 33 van 5.2.2004, blz. 1).

(6)  Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549).

(7)  Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en houdende wijziging van de Verordeningen (EEG) nr. 2019/93, (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001, (EG) nr. 1454/2001, (EG) nr. 1868/94, (EG) nr. 1251/1999, (EG) nr. 1254/1999, (EG) nr. 1673/2000, (EEG) nr. 2358/71 en (EG) nr. 2529/2001 (PB L 270 van 21.10.2003, blz. 1).

(8)  Verordening (EG) nr. 479/2008 van de Raad van 29 april 2008 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1493/1999, (EG) nr. 1782/2003, (EG) nr. 1290/2005, (EG) nr. 3/2008 en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 2392/86 en (EG) nr. 1493/1999 (PB L 148 van 6.6.2008, blz. 1).

(9)  Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 608).

(10)  Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1).


14.8.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 215/34


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1392 VAN DE COMMISSIE

van 13 augustus 2015

tot goedkeuring van de basisstof fructose overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, en tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (1), en met name artikel 23, lid 5, in samenhang met artikel 13, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 12 maart 2014 heeft de Commissie overeenkomstig artikel 23, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Institut Technique de l'Agriculture Biologique (ITAB) een goedkeuringsaanvraag ontvangen voor de stof fructose als basisstof. De aanvraag ging vergezeld van de in artikel 23, lid 3, tweede alinea, voorgeschreven informatie.

(2)

De Commissie heeft de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) gevraagd wetenschappelijke bijstand te verlenen. Op 24 oktober 2014 (2) heeft de EFSA een technisch verslag over de betrokken stof bij de Commissie ingediend. De Commissie heeft op 20 maart 2015 het evaluatieverslag (3) en het ontwerp van deze verordening aan het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders voorgelegd en een definitieve versie hiervan opgesteld voor de bijeenkomst van dit comité op 14 juli 2015.

(3)

Uit de door de aanvrager verstrekte documentatie blijkt dat de stof fructose voldoet aan de criteria van een voedingsmiddel zoals gedefinieerd in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad (4). Bovendien wordt de stof niet voornamelijk voor gewasbeschermingsdoeleinden gebruikt, maar is zij niettemin nuttig op het gebied van gewasbescherming in een product dat bestaat uit de stof en water. Daarom moet de stof als basisstof worden beschouwd.

(4)

Uit de verrichte onderzoeken is gebleken dat mag worden verwacht dat de stof fructose in het algemeen zal voldoen aan de voorschriften van artikel 23 van Verordening (EG) nr. 1107/2009, met name voor de toepassingen die zijn onderzocht en in het evaluatieverslag van de Commissie zijn opgenomen. Daarom moet de stof fructose worden goedgekeurd als basisstof.

(5)

Overeenkomstig artikel 13, lid 2, in samenhang met artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en in het licht van de huidige wetenschappelijke en technische kennis moeten aan de goedkeuring echter bepaalde voorwaarden worden verbonden, die zijn opgenomen in bijlage I bij deze verordening.

(6)

Overeenkomstig artikel 13, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 moet de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (5) dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Goedkeuring van een basisstof

De stof fructose, als gespecificeerd in bijlage I, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden goedgekeurd als basisstof.

Artikel 2

Wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 augustus 2015.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.

(2)  Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, 2014; Outcome of the consultation with Member States and EFSA on the basic substance application for fructose for use in plant protection on apple trees with indirect action in the control of insects, EFSA supporting publication 2014:EN-684, 27 blz.

(3)  http://ec.europa.eu/food/plant/pesticides/eu-pesticides-database/public/?event=activesubstance.selection&language=NL

(4)  Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de lijst van goedgekeurde werkzame stoffen betreft (PB L 153 van 11.6.2011, blz. 1).


BIJLAGE I

Benaming, identificatienummers

IUPAC-benaming

Zuiverheid (1)

Datum van goedkeuring

Specifieke bepalingen

Fructose

CAS-nr. 57-48-7

β-D-fructofuranose

Levensmiddelenkwaliteit

1 oktober 2015

Goedkeuring geldt alleen voor gebruik van de basisstof als elicitor van het natuurlijke zelfverdedigingsmechanisme van het gewas.

Fructose mag worden gebruikt overeenkomstig de specifieke voorwaarden in de conclusies van het evaluatieverslag over fructose (SANCO/12680/2014), met name de aanhangsels I en II.


(1)  Het evaluatieverslag bevat nadere gegevens over de identiteit, de specificatie en de wijze van gebruik van de basisstof.


BIJLAGE II

In deel C van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt de volgende vermelding toegevoegd:

Nummer

Benaming, identificatienummers

IUPAC-benaming

Zuiverheid (1)

Datum van goedkeuring

Specifieke bepalingen

„8

Fructose

CAS-nr. 57-48-7

β-D-fructofuranose

Levensmiddelenkwaliteit

1 oktober 2015

Goedkeuring geldt alleen voor gebruik van de basisstof als elicitor van het natuurlijke zelfverdedigingsmechanisme van het gewas.

Fructose mag worden gebruikt overeenkomstig de specifieke voorwaarden in de conclusies van het evaluatieverslag over fructose (SANCO/12680/2014), met name de aanhangsels I en II.”


(1)  Het evaluatieverslag bevat nadere gegevens over de identiteit, de specificatie en de wijze van gebruik van de basisstof.


14.8.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 215/38


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1393 VAN DE COMMISSIE

van 13 augustus 2015

tot goedkeuring van niet-minimale wijzigingen van het productdossier van een benaming die is opgenomen in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (Καλαμάτα (Kalamata) (BOB))

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name artikel 52, lid 3, onder b),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EU) nr. 1151/2012 is op 3 januari 2013 in werking getreden. Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad (2) is bij die verordening ingetrokken en daardoor vervangen.

(2)

Overeenkomstig artikel 9, lid 1, van Verordening (EG) nr. 510/2006 heeft de Commissie een onderzoek gedaan naar de door Griekenland ingediende aanvraag tot goedkeuring van wijzigingen van het productdossier van de beschermde oorsprongsbenaming (BOB) „Καλαμάτα” (Kalamata), die bij Verordening (EG) nr. 1065/97 van de Commissie (3) is geregistreerd.

(3)

Aangezien de betrokken wijzigingen niet minimaal waren in de zin van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 510/2006 heeft de Commissie de wijzigingsaanvraag overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Verordening (EG) nr. 510/2006 bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie  (4).

(4)

De Commissie heeft vijf bezwaren op grond van artikel 7, leden 1 en 2, van Verordening (EG) nr. 510/2006 (5) ontvangen. Het eerste bezwaar werd op 14 december 2012 ontvangen van het Zwitserse bedrijf NECTRA FOOD SA. Het tweede bezwaar werd op 17 december 2012 ontvangen van het Egyptische bedrijf FAR TRADING CO. Het derde bezwaar werd op 17 december 2012 ontvangen van het Noorse bedrijf Oluf Lorentzen AS. Het vierde bezwaar werd op 20 december 2012 ontvangen uit het Verenigd Koninkrijk. Het vijfde bezwaar werd op 17 december 2012 ontvangen van het Deense bedrijf CARL B. FELDTHUSEN.

(5)

Het laatste bezwaar werd onontvankelijk geacht aangezien overeenkomstig artikel 7, lid 2, van Verordening (EG) nr. 510/2006 in een lidstaat gevestigde rechtspersonen niet rechtstreeks bij de Commissie een bezwaarschrift mogen indienen. De overige bezwaren werden ontvankelijk geacht.

(6)

Bij brieven van 15 februari 2013 heeft de Commissie de betrokken partijen verzocht op gepaste wijze overeenkomstig hun interne procedures overleg te plegen om binnen zes maanden tot een akkoord te komen.

(7)

De partijen hebben binnen de gestelde termijn geen akkoord bereikt.

(8)

Aangezien geen overeenstemming is bereikt, moet de Commissie een besluit nemen overeenkomstig de procedure als bedoeld in artikel 52, lid 3, onder b), van Verordening (EU) nr. 1151/2012.

(9)

De opposanten stellen dat het geografische gebied dat uit de wijziging voortvloeit, niet homogeen is aangezien het deel waarmee het geografische gebied door de wijziging wordt uitgebreid, niet dezelfde unieke microklimatologische kenmerken als het bestaande BOB-gebied heeft; dat de chemische en organoleptische kenmerken, en bijgevolg de kwaliteit, van de in het voorgestelde gewijzigde gebied geproduceerde olijfolie minder hoogwaardig zijn dan die van de in het bestaande BOB-gebied geproduceerde olijfolie; dat deze achteruitgang van de kwaliteit imago- en reputatieschade voor het product zou inhouden; dat de uitbreiding van het gebied consumenten zou misleiden aangezien het product niet langer wordt geproduceerd in het gebied van de provincie Kalamata maar in het gebied van de regio Messenië en aangezien het zelfs buiten die regio kan worden gebotteld; dat het nieuwe geografische gebied niet is afgebakend met betrekking tot het verband; dat het ontbreken van geografische beperkingen ten aanzien van de botteling het verband tussen het product en het gebied doet verwateren, traceerbaarheidsproblemen veroorzaakt en het product blootstelt aan mogelijke fraude en kwaliteitsvermindering; dat de statistische relevantie en representativiteit van de data ter staving van de wijzigingsaanvraag dubieus zijn; dat de in het enig document gepubliceerde weblink naar het gewijzigde productdossier niet naar behoren werkte.

(10)

Ondanks de hierboven genoemde beweringen van de opposanten moet de wijziging van het productdossier van de BOB „Καλαμάτα” (Kalamata) om de volgende redenen worden goedgekeurd.

(11)

De homogeniteit van natuurlijke en menselijke factoren binnen het gebied van Messenië wordt exhaustief beschreven in de wijzigingsaanvraag, in het enig document en in het productdossier. De opposant heeft geen bewijs geleverd dat de bodem- en klimaatomstandigheden in het deel dat door het verzoek tot wijziging aan het geografische gebied zou worden toegevoegd, substantieel verschillen van die van het huidige geografische gebied. Bovendien is de regio Messenië momenteel het afgebakende geografische gebied van de BOB „Elia Kalamatas” (olijf van Kalamata). Kortom, het gebied Messenië, zoals afgebakend in de wijzigingsaanvraag, komt in aanmerking als het afgebakende geografische gebied voor olijfolie met de BOB „Καλαμάτα” (Kalamata).

(12)

De bewering betreffende de achteruitgang van de kwaliteit en de reputatieschade werd niet gestaafd met concrete gegevens waaruit een dergelijke kwaliteitsvermindering blijkt. De analyse van de gegevens over de organoleptische en chemische kenmerken van de in de twee gebieden geproduceerde olijfolie die was opgenomen in een bij de bezwaarschriften gevoegd onderzoek, bood geen afdoend bewijs dat de kenmerken van de in het gewijzigde gebied geproduceerde olijfolie minder hoogwaardig zijn dan die van de in het bestaande BOB-gebied geproduceerde olijfolie. Uit de door de Griekse autoriteiten verstrekte gegevens blijkt daarentegen dat de twee olijfoliën over het algemeen dezelfde organoleptische en chemische kenmerken hebben en dat de verschillen verwaarloosbaar zijn.

(13)

Bovendien is het niet de bedoeling van Verordening (EU) nr. 1151/2012 om een product een bepaalde kwaliteit of een bepaald imago te doen bereiken of handhaven en bevat zij geen daartoe strekkende bepalingen. Voor zover kan worden geverifieerd dat de kenmerken van het product uit het gewijzigde geografische gebied, zoals ook de kenmerken van het product uit het huidige BOB-gebied, hoofdzakelijk zijn toe te schrijven aan door natuur en mens bepaalde factoren van het gewijzigde geografische gebied, voldoet de wijzigingsaanvraag aan de vereisten van Verordening (EU) nr. 1151/2012.

(14)

Er zijn tal van geregistreerde BOB's waarvan de naam niet overeenkomt met de naam van het geografische gebied. Dat de BOB na de wijzigingsaanvraag ook in de regio Messenië zal worden geproduceerd, is dan ook niet in strijd met Verordening (EU) nr. 1151/2012.

(15)

De zin in het productdossier die zegt dat het product buiten het afgebakende geografische gebied mag worden gebotteld, is niet in strijd met Verordening (EU) nr. 1151/2012 en doet geen afbreuk aan het verband. De verplichting om een product binnen het gebied te verpakken, wijkt af van de normale voorschriften in het kader van Verordening (EU) nr. 1151/2012 en moet worden gemotiveerd overeenkomstig artikel 7, lid 1, onder e), van Verordening (EU) nr. 1151/2012. Indien zulks gerechtvaardigd is, is het aan de aanvrager om dergelijke beperkingen op te nemen in het productdossier. In het onderhavige geval hebben de aanvragers geen dergelijke beperking voorgesteld. Bovendien hebben de opposanten niet voldoende productspecifieke redenen aangevoerd waarom het verplicht zou moeten zijn het product in het afgebakende geografische gebied te verpakken.

(16)

Bij de bezwaarschriften was een onderzoek gevoegd met een analyse van de organoleptische en chemische kenmerken van enerzijds de in het vastgestelde geografische gebied geproduceerde olijfolie en anderzijds de in de rest van het geografische gebied, zoals gewijzigd, geproduceerde olijfolie, waaruit volgens de opposanten duidelijk zou blijken dat bij de afbakening van het nieuwe geografische gebied het verband tussen gebied en product niet voor ogen is gehouden. De Commissie is van oordeel dat deze analyse niet toelaat te besluiten dat bij de afbakening van het geografische gebied het verband tussen het gebied en het product niet voor ogen is gehouden. De analyse toont niet aan dat de organoleptische en chemische kenmerken van de olijfolie die wordt geproduceerd in het volgens het voorstel gewijzigde gebied, en die van de in het bestaande BOB-gebied geproduceerde olijfolie niet homogeen zijn. De opposanten hebben geen verklaring gegeven voor hun conclusie dat bij de afbakening van het gewijzigde gebied het verband niet voor ogen is gehouden.

(17)

De opposanten hebben ook kritiek op de gegevens die het verzoek tot wijziging ondersteunen en waaruit blijkt dat de in de regio Messenië geproduceerde olijfolie kenmerken heeft waardoor hij gelijksoortig is met de in het huidige BOB-gebied geproduceerde olijfolie. De opposanten beweren dat deze gegevens statistisch gezien geen resultaten van wetenschappelijke betekenis kunnen opleveren. Volgens hen zijn de gegevens geografisch gezien niet representatief en ontoereikend wat betreft het aantal monsters en productiejaren dat in aanmerking is genomen.

(18)

De Commissie heeft de betrouwbaarheid van de bovenbedoelde gegevens geverifieerd bij de Griekse autoriteiten. Tevens werden aanvullende gegevens verstrekt. Deze gegevens berusten op solide statistische gronden wat betreft de in aanmerking genomen productiejaren en het aantal en de geografische spreiding van de monsters. Uit deze gegevens blijkt dat de in het vastgestelde geografische gebied van de BOB „Καλαμάτα” (Kalamata) en de in de rest van het geografische gebied, zoals gewijzigd, geproduceerde olijfolie over het algemeen dezelfde organoleptische en chemische kenmerken hebben en de verschillen verwaarloosbaar zijn.

(19)

Er is een tikfout vastgesteld in de in punt 3.2 van de wijzigingsaanvraag opgenomen tabel: de gemiddelde zuurtegraad voor het gebied „rest van Messenië” is niet 0,49 maar 0,37. Deze tikfout laat de definitieve beoordeling van de gelijksoortigheid van de in de twee gebieden geproduceerde olijfolie onverlet en vormt geen substantiële wijziging die ertoe noopt de wijzigingsaanvraag opnieuw te publiceren.

(20)

Tot slot hebben de opposanten aangevoerd dat de hyperlink naar de meest recente versie van het productdossier, die in het enig document bij de wijzigingsaanvraag voor de BOB „Καλαμάτα” (Kalamata) was opgenomen, niet naar behoren werkte. Hierdoor zouden de onderzoekers die de studie in opdracht van de opposanten opstelden, geen toegang hebben kunnen krijgen tot een verwijzing naar de bekendmaking van het productdossier.

(21)

De Griekse autoriteiten hebben bevestigd dat de link gedurende de gehele bezwaartermijn naar behoren functioneerde. De opposanten konden geen gedetailleerde informatie geven over de omstandigheden (d.w.z. datum, aantal pogingen om toegang tot de site te krijgen etc.) waarin werd vastgesteld dat de link niet werkte. Tot besluit is de Commissie, mede in het licht van de vier gedetailleerde en doorwrochte bezwaarschriften die werden ontvangen en waaruit een grondige kennis van het productdossier en een diepgaand onderzoek daarvan blijkt, van oordeel dat het recht om bezwaar te maken tegen de goedkeuring van de wijziging van de BOB „Καλαμάτα” (Kalamata) niet is geschonden.

(22)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité kwaliteitsbeleid inzake landbouwproducten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakte wijzigingen van het productdossier met betrekking tot de benaming „Καλαμάτα” (Kalamata) (BOB) worden goedgekeurd.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 augustus 2015.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.

(2)  Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad van 20 maart 2006 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (PB L 93 van 31.3.2006, blz. 12).

(3)  Verordening (EG) nr. 1065/97 van de Commissie van 12 juni 1997 tot aanvulling van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1107/96 betreffende de registratie van de geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen in het kader van de procedure van artikel 17 van Verordening (EEG) nr. 2081/92 van de Raad (PB L 156 van 13.6.1997, blz. 5).

(4)  PB C 186 van 26.6.2012, blz. 18.

(5)  Inmiddels vervangen door artikel 51, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1151/2012.


14.8.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 215/42


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1394 VAN DE COMMISSIE

van 13 augustus 2015

tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 470/2014, zoals gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/588, tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige antidumpingrecht op zonneglas van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek naar absorptie van rechten op grond van artikel 12 van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) („de basisverordening”), en met name artikel 12, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

A.   PROCEDURE

1.   Oorspronkelijke maatregelen

(1)

De thans geldende maatregelen („de oorspronkelijke maatregelen”) zijn bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 470/2014 van de Commissie (2) ingestelde definitieve antidumpingrechten van 0,4 % à 36,1 %. Artikel 1, lid 2, van die verordening werd gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/588 van de Commissie (3). Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 471/2014 van de Commissie (4) werden ook compenserende rechten van 3,2 % à 17,1 % ingesteld.

2.   Verzoek om een nieuw onderzoek naar absorptie van rechten

(2)

Op 12 november 2014 werd op grond van artikel 12 van de basisverordening een verzoek om een nieuw onderzoek naar absorptie van rechten van de oorspronkelijke antidumpingmaatregelen ingediend. Het verzoek werd ingediend door de vereniging EU ProSun Glass („de indiener van het verzoek”) namens producenten die meer dan 25 % van de totale productie van zonneglas in de Unie vertegenwoordigen.

(3)

De indiener van het verzoek heeft voldoende informatie aangebracht waaruit blijkt dat de uitvoerprijzen na het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek en vóór en na de instelling van de oorspronkelijke maatregelen zijn gedaald. Dat zou tot een hogere dumpingmarge hebben geleid, waardoor de oorspronkelijke maatregelen geen effect konden sorteren. De indiener van het verzoek heeft ook bewijsmateriaal overgelegd waaruit blijkt dat zonneglas nog steeds in aanzienlijke hoeveelheden in de Unie wordt ingevoerd.

(4)

Op 19 december 2014 heeft de Commissie in het Publicatieblad van de Europese Unie aangekondigd op grond van artikel 12 van de basisverordening een nieuw onderzoek te openen naar absorptie van de antidumpingrechten ten aanzien van zonneglas van oorsprong uit de Volksrepubliek China (VRC) (5).

3.   Bij het nieuwe onderzoek betrokken partijen

(5)

In het bericht van heropening werden belanghebbenden uitgenodigd om met de Commissie contact op te nemen teneinde aan het onderzoek mee te werken. Daarnaast heeft de Commissie specifiek de indiener van het verzoek, andere haar bekende producenten in de Unie, de haar bekende producenten-exporteurs in de VRC, importeurs, handelaren, gebruikers, leveranciers en de autoriteiten van de VRC van de opening van het onderzoek in kennis gesteld en hen uitgenodigd mee te werken.

(6)

De belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld om opmerkingen over de heropening van het onderzoek te maken en om een hoorzitting met de Commissie en/of de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures te verzoeken. Na de mededeling van feiten en overwegingen heeft één partij om een dergelijke hoorzitting met de Commissie verzocht en zij kon op 23 juni 2015 haar standpunt formuleren.

4.   Steekproef van producenten-exporteurs in de VRC

(7)

In het bericht van heropening heeft de Commissie verklaard dat zij mogelijk een steekproef van de belanghebbenden zou samenstellen overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening.

(8)

Om de Commissie in staat te stellen te beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, die samen te stellen, is alle producenten-exporteurs in de VRC verzocht de in het bericht van heropening gevraagde informatie te verstrekken. Bovendien heeft de Commissie de vertegenwoordiging van de Volksrepubliek China bij de Europese Unie verzocht eventuele andere producenten-exporteurs die in deelname aan het onderzoek geïnteresseerd konden zijn te identificeren en/of contact met hen op te nemen.

(9)

Vijf Chinese producenten-exporteurs of groepen van producenten-exporteurs, die ongeveer 70 % van de totale uitvoer vanuit de VRC naar de Unie tijdens het huidige onderzoek vertegenwoordigen, hebben de verlangde informatie verstrekt en hebben ermee ingestemd te worden opgenomen in de steekproef. Overeenkomstig artikel 17, lid 1, van de basisverordening heeft de Commissie een steekproef van twee groepen van ondernemingen samengesteld op basis van het grootste representatieve uitvoervolume naar de Unie dat binnen de beschikbare tijd redelijkerwijs kon worden onderzocht. De twee geselecteerde groepen van ondernemingen vertegenwoordigen meer dan 60 % van de totale uitvoer vanuit de VRC naar de Unie en 94 % van de uitvoer van de ondernemingen die aan dit onderzoek hebben meegewerkt.

(10)

Overeenkomstig artikel 17, lid 2, van de basisverordening werden alle bekende betrokken producenten-exporteurs en de autoriteiten van het betrokken land geraadpleegd over de samenstelling van de steekproef. De Commissie heeft geen opmerkingen ontvangen. Zij heeft daarom besloten de voorgestelde steekproef van twee groepen van ondernemingen te handhaven, waarna alle belanghebbenden dienovereenkomstig in kennis zijn gesteld van de samenstelling van de definitieve steekproef.

(11)

De steekproef van producenten-exporteurs van zonneglas zag er derhalve als volgt uit:

Flat Solar Glass Group Co., Ltd („Flat Glass Group”)

Xinyi PV Products (Anhui) Holdings („Xinyi Group”).

5.   Beantwoording van de vragenlijst

(12)

De Commissie heeft vragenlijsten verzonden aan beide geselecteerde groepen van producenten-exporteurs uit de VRC en aan de niet-verbonden importeurs, alsmede aan gebruikers die zich binnen de in het bericht van heropening vermelde termijnen kenbaar hadden gemaakt.

(13)

Er zijn antwoorden op de vragenlijst ontvangen van twee producenten-exporteurs uit de VRC en drie niet-verbonden importeurs/gebruikers uit de Unie.

6.   Controlebezoeken

(14)

De Commissie heeft alle gegevens die zij voor dit nieuwe onderzoek nodig achtte, ingewonnen en gecontroleerd. Krachtens artikel 16 van de basisverordening zijn controlebezoeken verricht bij de volgende ondernemingen:

Flat Glass Group, Jiaxing, Zhejiang, VRC

Xinyi Group, Wuhu, Anhui, VRC.

7.   Mededeling van feiten en overwegingen

(15)

Aan alle belanghebbenden werd een informatiedocument toegestuurd dat de belangrijkste feiten en overwegingen bevatte op basis waarvan de Commissie voorstelde om het definitieve antidumpingrecht op zonneglas van oorsprong uit de VRC te wijzigen. Alle partijen werden in kennis gesteld van de termijn waarbinnen zij opmerkingen konden maken over de mededeling van feiten en overwegingen.

(16)

De opmerkingen van de belanghebbenden werden onderzocht en in voorkomend geval in aanmerking genomen.

8.   Onderzoektijdvak

(17)

Het tijdvak van het nieuwe onderzoek naar absorptie van rechten liep van 1 december 2013 tot en met 30 november 2014. De uitvoerprijzen in het tijdvak van het onderzoek naar absorptie van rechten werden vergeleken met de prijzen in het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek dat heeft geleid tot de instelling van de oorspronkelijke maatregelen, dat liep van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2012 (TOO).

B.   BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT

(18)

Het onderzoek betreft hetzelfde product als het oorspronkelijke onderzoek, namelijk zonneglas dat bestaat uit gehard natronkalkvlakglas, met een ijzergehalte van minder dan 300 ppm, een doorlaatbaarheid van zonlicht van meer dan 88 % (gemeten volgens AM1,5 300-2 500 nm), een warmtebestendigheid tot 250 °C (gemeten volgens EN 12150), een temperatuurwisselbestendigheid van Δ 150 K (gemeten volgens EN 12150) en een mechanische sterkte van 90 N/mm2 of meer (gemeten volgens EN 1288-3), van oorsprong uit de VRC („het betrokken product”), momenteel ingedeeld onder GN-code ex 7007 19 80.

(19)

Uit het onderzoek bleek dat het betrokken product, het in de VRC vervaardigde en op de binnenlandse markt verkochte product, het in Turkije — dat als referentieland werd gebruikt in het oorspronkelijke onderzoek — vervaardigde en op de binnenlandse markt verkochte product en het in de Unie door de bedrijfstak van de Unie vervaardigde en verkochte product dezelfde fysische, chemische en technische basiseigenschappen hebben en voor dezelfde basisdoeleinden worden gebruikt. Daarom worden al deze producten beschouwd als soortgelijke producten in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening.

C.   BEVINDINGEN

(20)

Een nieuw onderzoek naar absorptie van rechten op grond van artikel 12 van de basisverordening is bedoeld om vast te stellen of de uitvoerprijzen zijn gedaald en of de wederverkoopprijzen en latere verkoopprijzen in de Unie van zonneglas van oorsprong uit de VRC onvoldoende zijn gewijzigd sinds de instelling van de oorspronkelijke maatregelen. Indien blijkt dat er absorptie van rechten heeft plaatsgevonden, moet er een nieuwe dumpingmarge worden berekend.

1.   Daling van de uitvoerprijzen

(21)

In het tijdvak van het onderzoek naar absorptie van rechten ging de uitvoer van het betrokken product rechtstreeks naar niet-verbonden afnemers in de Unie.

(22)

De Commissie heeft voor beide in de steekproef opgenomen groepen de prijzen vergeleken van de productsoorten die werden verkocht in het tijdvak van het onderzoek naar absorptie van rechten en van dezelfde productsoorten die werden verkocht in het TOO, en heeft voor beide groepen een gewogen gemiddelde absorptie berekend.

(23)

Tijdens het oorspronkelijke onderzoek voerden de in de steekproef opgenomen ondernemingen voornamelijk ongecoat zonneglas uit alsook kleine hoeveelheden gecoat glas. Tijdens het oorspronkelijke onderzoek bedroeg de verkoopprijs van gecoat glas gemiddeld ongeveer 20 % meer dan die van ongecoat glas. Sindsdien is de zonnepanelensector echter wereldwijd overgestapt van ongecoat naar gecoat glas, omdat gecoat glas een efficiënter product is. Tegenwoordig is gecoat glas de norm en wordt ongecoat glas voornamelijk gebruikt voor installaties in een omgeving met ongunstige en barre weersomstandigheden. Die evolutie is ook merkbaar in het uitvoergedrag van de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs, van wie de uitvoer volkomen is verschoven van ongecoat naar gecoat zonneglas.

(24)

Uit de vergelijking van de uitvoerprijzen in het OT en in het tijdvak van het onderzoek naar absorptie van rechten blijkt dat voor het in het tijdvak van het onderzoek naar absorptie van rechten uitgevoerde betrokken product de uitvoerprijzen voor Flat Glass Group gemiddeld met 17,6 % zijn gedaald en voor Xinyi Group gemiddeld met 30,4 %. Voor beide groepen van ondernemingen kan dus absorptie worden vastgesteld.

(25)

Overeenkomstig artikel 12, lid 2, van de basisverordening werden de importeurs, de gebruikers en de exporteurs in de gelegenheid gesteld om bewijsmateriaal in te dienen waaruit blijkt dat, na de vaststelling van antidumpingmaatregelen, de uitvoerprijzen waren gedaald en de wederverkoopprijzen in de Unie niet waren gewijzigd om andere redenen dan de absorptie van het antidumpingrecht.

(26)

Eén producent-exporteur voerde aan — en herhaalde hetzelfde argument na de mededeling van feiten en overwegingen — dat de daling van de uitvoerprijzen niet het gevolg was van absorptie van rechten maar van efficiënte productiemethoden, schaalvoordelen en een meer concurrerende omgeving voor het betrokken product. Bijgevolg zijn zowel de productiekosten als de uitvoerprijzen gedaald.

(27)

De Commissie heeft dit argument afgewezen. Dit argument houdt verband met de productiekosten en hiermee kan slechts rekening worden gehouden in het kader van een herziening van de normale waarde. Overeenkomstig artikel 12, lid 5, van de basisverordening wordt met beweerde wijzigingen van de normale waarde slechts rekening gehouden indien de Commissie uitvoerige gegevens ontvangt over de herziene normale waarden. Dit was niet het geval, aangezien geen van de in de steekproef opgenomen groepen van ondernemingen om een herziening van de normale waarden had verzocht, zoals bedoeld in artikel 12, lid 5, van de basisverordening en zoals vermeld in punt 5.1.1, onder a), van het bericht van heropening. Derhalve werden de productiekosten in het tijdvak van het onderzoek naar absorptie van rechten niet gecontroleerd en blijft het onderzoek beperkt tot de uitvoerprijzen. Argumenten betreffende beweerde wijzigingen van de productiekosten en/of de normale waarde kunnen op grond van artikel 11, lid 3, van de basisverordening slechts worden behandeld in een tussentijds nieuw onderzoek.

(28)

Na de mededeling van feiten en overwegingen voerde één producent-exporteur aan dat zijn uitvoerprijzen niet waren gedaald of ten minste niet in dezelfde mate als de uitvoerprijzen van de in de steekproef opgenomen ondernemingen. Voorts voerde hij aan dat de kennelijke daling van de uitvoerprijzen van de twee in de steekproef opgenomen exporteurs uit de VRC en de herberekening van hun dumping- en schademarge geen grondslag konden vormen voor de herziening van zijn nieuwe individuele antidumpingrecht. Hij heeft derhalve op grond van artikel 12, lid 2, en artikel 17, lid 3, van de basisverordening om een individueel onderzoek verzocht.

(29)

De Commissie heeft dit argument afgewezen. Deze producent-exporteur heeft niet meegewerkt aan dit onderzoek en heeft binnen de in het bericht van opening gestelde termijnen niet de nodige gegevens verstrekt. Op grond van artikel 12, lid 4, van de basisverordening wordt het nieuwe onderzoek versneld verricht en moet het normaal gesproken worden voltooid binnen zes maanden na de datum waarop het werd geopend. Dergelijke nieuwe onderzoeken moeten in ieder geval binnen negen maanden na opening ervan worden voltooid. Een individueel onderzoek, waarom pas in een laat stadium van de procedure, na de mededeling van feiten en overwegingen, werd verzocht, zou derhalve de tijdige voltooiing van het onderzoek verhinderen.

(30)

Eén importeur/gebruiker beweerde dat de zonneglassector in de Unie onvoldoende zonneglas, en in het bijzonder zonneglas van hoge kwaliteit, levert om aan de vraag van de zonnemodulesector in de Unie te voldoen en was daarom gekant tegen de instelling van bijkomende maatregelen. Verder beweerde hij dat bijkomende antidumpingmaatregelen zouden leiden tot een verschuiving van de productie van zonnemodules naar niet-EU-landen.

(31)

De Commissie heeft beide argumenten afgewezen. Ten eerste zouden deze argumenten onder de beoordeling van het belang van de Unie vallen, dat niet wordt geanalyseerd in het kader van een nieuw onderzoek naar absorptie van rechten. Ten tweede kon de gebruiker volgens zijn antwoord op de vragenlijst in het tijdvak van het onderzoek naar absorptie van rechten 100 % van zijn voorraad zonneglas verkrijgen bij zonneglasfabrikanten in de Unie en derde landen. Derhalve werd dit argument onvoldoende onderbouwd. Hetzelfde geldt voor het argument dat de instelling van bijkomende maatregelen de fabrikanten van zonnemodules in de Unie zou dwingen om hun productie uit te besteden naar niet-EU-landen. Dit scenario lijkt onwaarschijnlijk. Zoals werd vastgesteld in het oorspronkelijke onderzoek, is het aandeel van zonneglas in de productiekosten van een zonnemodule beperkt; het bedraagt namelijk slechts 6-8 %. De verhoging van de rechten zal derhalve slechts een beperkte invloed (in de grootteorde van 2-3 %) hebben op de totale kosten van zonnemodules.

2.   Dumping

(32)

Na de vaststelling van absorptie van rechten voor beide groepen van ondernemingen zijn de dumpingmarges herberekend.

2.1.   Uitvoerprijzen

(33)

Alle verkopen door de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs gingen naar niet-verbonden afnemers in de Unie. De uitvoerprijzen werden derhalve gebaseerd op de voor het betrokken product werkelijk betaalde of te betalen prijzen overeenkomstig artikel 2, lid 8, van de basisverordening.

2.2.   Vergelijking

(34)

De Commissie heeft de normale waarde zoals vastgesteld in het oorspronkelijke onderzoek en de uitvoerprijs vergeleken in het stadium af fabriek. De dumpingmarges werden vastgesteld door de individuele prijzen af fabriek van de in de steekproef opgenomen exporteurs al naargelang het geval te vergelijken met de binnenlandse verkoopprijzen van de producent in het referentieland of de door berekening vastgestelde normale waarde.

(35)

Om een billijke vergelijking tussen de normale waarde en de uitvoerprijs mogelijk te maken, werden overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening correcties toegepast in verband met verschillen die van invloed zijn op de prijzen en de vergelijkbaarheid van de prijzen.

(36)

Op basis hiervan werden in alle gevallen waarin deze de vergelijkbaarheid van de prijzen beïnvloedden correcties toegepast voor de kosten van vervoer, zeevracht, verzekering, lading, overlading, lossing en aanverwante kosten alsmede uitvoerrechten en commissies.

2.3.   Dumpingmarge

(37)

Overeenkomstig artikel 2, leden 11 en 12, van de basisverordening werden de dumpingmarges voor de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs vastgesteld op basis van een vergelijking van de in het TOO voor Turkije vastgestelde gewogen gemiddelde door berekening vastgestelde normale waarde per soort van het soortgelijke product met de door elke onderneming in rekening gebrachte gewogen gemiddelde uitvoerprijs van de overeenkomstige soort van het betrokken product in het tijdvak van het onderzoek naar absorptie van rechten, uitgedrukt als percentage van de cif-prijs, grens Unie, vóór inklaring.

(38)

Bijgevolg is de dumpingmarge voor Xinyi Group verhoogd van 83,1 % in het TOO tot 122,2 % in het tijdvak van het onderzoek naar absorptie van rechten, en voor Flat Glass Group van 90,1 % tot 122,4 %.

3.   Schade opheffend prijsniveau

(39)

Overeenkomstig de regel van het laagste recht van artikel 9, lid 4, van de basisverordening en omdat de oorspronkelijke maatregelen waren gebaseerd op het schade opheffende prijsniveau, werden de schademarges herberekend.

(40)

Het schade opheffende prijsniveau werd bepaald door de gewogen gemiddelde invoerprijs in het tijdvak van het onderzoek naar absorptie van rechten van de in de steekproef opgenomen medewerkende producenten-exporteurs te vergelijken met de gewogen gemiddelde, geen schade veroorzakende prijs van het soortgelijke product dat in het TOO door de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie op de markt van de Unie werd verkocht. Het verschil dat deze vergelijking opleverde, werd vervolgens uitgedrukt als percentage van de gewogen gemiddelde cif-waarde bij invoer.

(41)

Na de mededeling van feiten en overwegingen heeft één producent-exporteur de nauwkeurigheid van de door de Commissie gebruikte methode in twijfel getrokken. Hij voerde ter illustratie aan dat zelfs als de uitvoerprijzen tijdens het tijdvak van het onderzoek naar absorptie van rechten hetzelfde waren gebleven ten opzichte van de prijzen tijdens het TOO, het schade opheffende prijsniveau zou zijn verhoogd.

(42)

De Commissie heeft dit argument afgewezen. De producent-exporteur heeft bevestigd dat zijn uitvoerprijzen tijdens het tijdvak van het onderzoek naar absorptie van rechten waren gedaald. Derhalve kon absorptie worden vastgesteld en bijgevolg moesten de dumping- en schademarges worden herberekend.

(43)

Op die basis werd de schademarge voor Xinyi Group verhoogd van 39,3 % tot 107,00 % en voor Flat Glass Group van 42,1 % tot 112,5 %.

D.   CONCLUSIE

(44)

Op basis van bovenstaande feiten en overwegingen is de Commissie tot de conclusie gekomen dat de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs het geldende antidumpingrecht hebben geabsorbeerd. De antidumpingmaatregelen die zijn ingesteld ten aanzien van de invoer van zonneglas van oorsprong uit de VRC moeten derhalve worden gewijzigd overeenkomstig artikel 12, lid 3, van de basisverordening.

Nieuwe hoogte van de rechten

(45)

Overeenkomstig de regel van het laagste recht van artikel 9, lid 4, van de basisverordening heeft de Commissie eerst de schademarges en de dumpingmarges vergeleken. Het bedrag van de rechten moet worden vastgesteld op het niveau van de schademarge. Overeenkomstig artikel 12, lid 3, laatste zin, van de basisverordening mag het nieuwe antidumpingrecht dat wordt ingesteld echter niet hoger zijn dan tweemaal het oorspronkelijk ingestelde recht.

(46)

Aangezien het huidige onderzoek geen effect heeft op het antisubsidieonderzoek, moet het compenserende recht in mindering worden gebracht om het nieuwe antidumpingrecht te bepalen.

(47)

Bijgevolg bedraagt het nieuwe antidumpingrecht voor Flat Glass Group 71,4 % (dit is het dubbele van de geldende schademarge van 42,1 % min het compenserend recht van 12,8 %) en voor Xinyi Group 75,4 % (dit is het dubbele van de geldende schademarge van 39,3 % min het compenserende recht van 3,2 %).

(48)

Gezien de hoge mate van medewerking van de Chinese producenten-exporteurs werd het recht voor „alle andere ondernemingen” vastgesteld op het niveau van het hoogste recht dat wordt ingesteld ten aanzien van de ondernemingen die in de steekproef waren opgenomen of die aan het onderzoek hebben meegewerkt. Het recht voor „alle andere ondernemingen” zal gelden voor de ondernemingen die niet aan het onderzoek hebben meegewerkt, met uitzondering van de ondernemingen die aan het oorspronkelijke onderzoek hebben meegewerkt en waarvoor een individueel recht geldt. Hun nieuwe antidumpingrecht is het dubbele van hun geldende schademarge waarvan het geldende compenserende recht werd afgetrokken.

(49)

Voor de medewerkende niet in de steekproef opgenomen ondernemingen in onderstaande tabel zijn de dumpingmarge en de schademarge berekend als een gewogen gemiddelde van de in de steekproef opgenomen ondernemingen. Bij de bepaling van het nieuwe antidumpingrecht is het dubbele van de geldende schademarge vastgesteld als een limiet waarvan het geldende compenserende recht werd afgetrokken.

(50)

Eén niet-medewerkende producent-exporteur, die heeft meegewerkt aan het oorspronkelijke onderzoek, voerde aan dat er geen afdoende rechtsgrondslag bestond voor het verhogen van het bestaande antidumpingrecht of anders dat er geen afdoende rechtsgrondslag bestond voor het instellen van een zo grote verhoging van de antidumpingrechten als de Commissie heeft voorgesteld.

(51)

De Commissie heeft dit argument afgewezen. De rechtsgrondslag voor de wijziging van de geldende maatregelen is artikel 12, lid 3, van de basisverordening, overeenkomstig hetwelk het antidumpingrecht dat wordt ingesteld niet hoger mag zijn dan tweemaal het oorspronkelijk ingestelde recht. Deze producent heeft niet meegewerkt aan dit onderzoek en normalerwijze moet voor hem het residuele recht gelden. Op grond van artikel 12, lid 3, van de basisverordening, en zoals in overweging 48 wordt uiteengezet, is zijn nieuwe antidumpingrecht echter het dubbele van zijn geldende schademarge waarvan het geldende compenserende recht werd afgetrokken.

(52)

Het herziene antidumpingrecht, van toepassing op de nettoprijs, franco grens Unie, vóór inklaring, bedraagt:

Onderneming

Nieuwe dumpingmarge

Nieuwe schademarge

Bovengrens op grond van artikel 12, lid 3, van de basisverordening (zie overweging 45)

Compenserend recht

(ongewijzigd)

Herzien definitief antidumpingrecht

Zhejiang Jiafu Glass Co., Ltd; Flat Solar Glass Group Co., Ltd; Shanghai Flat Glass Co., Ltd

122,4 %

112,5 %

84,2 %

12,8 %

71,4 %

Xinyi PV Products (Anhui) Holdings Ltd

122,2 %

107,0 %

78,6 %

3,2 %

75,4 %

Zhejiang Hehe Photovoltaic Glass Technology Co., Ltd

122,4 %

112,5 %

52,4 %

17,1 %

35,3 %

Henan Yuhua New Material Co., Ltd

122,4 %

112,5 %

34,2 %

16,7 %

17,5 %

Wuxi Haida Safety Glass Co., Ltd

122,4 %

112,0 %

73 %

12,4 %

60,6 %

Avic Sanxin Sol-Glass Co. Ltd en Avic (Hainan) Special Glass Material Co., Ltd

122,4 %

112,5 %

73 %

12,4 %

60,6 %

Dongguan CSG Solar Glass Co., Ltd

122,4 %

112,0 %

73 %

12,4 %

60,6 %

Novatech Glass Co., Ltd

122,4 %

112,5 %

73 %

12,4 %

60,6 %

Pilkington Solar Taicang, Limited

122,4 %

112,0 %

73 %

12,4 %

60,6 %

Henan Ancai Hi-Tech Co., Ltd

122,4 %

112,5 %

73 %

17,1 %

55,9 %

Henan Succeed Photovoltaic Materials Corporation

122,4 %

112,5 %

73 %

17,1 %

55,9 %

Zibo Jinxing Glass Co., Ltd

122,4 %

112,5 %

73 %

17,1 %

55,9 %

Alle andere ondernemingen

122,4 %

112,5 %

84,2 %

17,1 %

67,1 %

(53)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 opgerichte comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Artikel 1, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 470/2014, zoals gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/588, wordt vervangen door:

„2.   Het definitieve antidumpingrecht dat van toepassing is op de nettoprijs, franco grens Unie, vóór inklaring, van de in lid 1 omschreven en door onderstaande ondernemingen vervaardigde producten, is als volgt:

Onderneming

Definitief antidumpingrecht

Aanvullende Taric-code

Zhejiang Jiafu Glass Co., Ltd; Flat Solar Glass Group Co., Ltd; Shanghai Flat Glass Co., Ltd

71,4 %

B945

Xinyi PV Products (Anhui) Holdings Ltd

75,4 %

B943

Zhejiang Hehe Photovoltaic Glass Technology Co., Ltd

35,3 %

B944

Henan Yuhua New Material Co., Ltd

17,5 %

B946

Henan Ancai Hi-Tech Co., Ltd

55,9 %

B947

Henan Succeed Photovoltaic Materials Corporation

55,9 %

B948

 

 

 

Avic Sanxin Sol-Glass Co. Ltd en Avic (Hainan) Special Glass Material Co., Ltd

60,6 %

B949

Wuxi Haida Safety Glass Co., Ltd

60,6 %

B950

Dongguan CSG Solar Glass Co., Ltd

60,6 %

B951

Pilkington Solar Taicang, Limited

60,6 %

B952

Zibo Jinxing Glass Co., Ltd

55,9 %

B953

Novatech Glass Co., Ltd

60,6 %

B954

Alle andere ondernemingen

67,1 %

B999”

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te Brussel, 13 augustus 2015.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 470/2014 van de Commissie van 13 mei 2014 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige antidumpingrecht op zonneglas van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 142 van 14.5.2014, blz. 1).

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) 2015/588 van de Commissie van 14 april 2015 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 470/2014 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige antidumpingrecht op zonneglas van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 98 van 15.4.2015, blz. 6).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 471/2014 van de Commissie van 13 mei 2014 tot instelling van definitieve compenserende rechten op zonneglas van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 142 van 14.5.2014, blz. 23).

(5)  PB C 457 van 19.12.2014, blz. 9.


14.8.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 215/50


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1395 VAN DE COMMISSIE

van 13 augustus 2015

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1),

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 augustus 2015.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Jerzy PLEWA

Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)  PB L 157 van 15.6.2011, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

MA

144,2

MK

51,2

ZZ

97,7

0709 93 10

TR

116,3

ZZ

116,3

0805 50 10

AR

134,3

BO

146,4

CL

160,0

UY

119,5

ZA

147,5

ZZ

141,5

0806 10 10

EG

224,6

IL

390,7

MA

158,2

TR

154,6

US

342,9

ZZ

254,2

0808 10 80

AR

108,9

BR

94,3

CL

136,5

NZ

136,2

US

147,0

ZA

130,9

ZZ

125,6

0808 30 90

AR

132,0

CL

140,7

MK

62,9

NZ

146,7

TR

139,3

ZA

120,2

ZZ

123,6

0809 30 10, 0809 30 90

MK

76,3

TR

136,1

ZZ

106,2

0809 40 05

BA

47,1

IL

141,4

MK

39,3

XS

57,7

ZZ

71,4


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1106/2012 van de Commissie van 27 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 471/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende communautaire statistieken van de buitenlandse handel met derde landen, wat de bijwerking van de nomenclatuur van landen en gebieden betreft (PB L 328 van 28.11.2012, blz. 7). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.