ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 162

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

58e jaargang
27 juni 2015


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

 

*

Besluit (EU) 2015/1010 van de Raad van 18 november 2014 betreffende de ondertekening en de voorlopige toepassing van een Protocol bij de Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Libanon, anderzijds, in verband met de toetreding van de Republiek Bulgarije en van Roemenië tot de Europese Unie

1

 

 

Protocol bij de Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Libanon, anderzijds, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Republiek Bulgarije en van Roemenië tot de Europese Unie

3

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/1011 van de Commissie van 24 april 2015 tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad inzake drugsprecursoren en Verordening (EG) nr. 111/2005 van de Raad houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Unie en derde landen in drugsprecursoren, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1277/2005 van de Commissie ( 1 )

12

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1012 van de Commissie van 23 juni 2015 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 669/2009 ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft meer uitgebreide officiële controles op de invoer van bepaalde diervoeders en levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong ( 1 )

26

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1013 van de Commissie van 25 juni 2015 tot vaststelling van voorschriften met betrekking tot Verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad inzake drugsprecursoren en Verordening (EG) nr. 111/2005 van de Raad houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Unie en derde landen in drugsprecursoren ( 1 )

33

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1014 van de Commissie van 25 juni 2015 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 474/2006 tot opstelling van de communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Gemeenschap ( 1 )

65

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1015 van de Commissie van 26 juni 2015 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

98

 

 

BESLUITEN

 

*

Besluit (EU) 2015/1016 van de Raad van 23 juni 2015 betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over een wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst, betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden

100

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

27.6.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 162/1


BESLUIT (EU) 2015/1010 VAN DE RAAD

van 18 november 2014

betreffende de ondertekening en de voorlopige toepassing van een Protocol bij de Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Libanon, anderzijds, in verband met de toetreding van de Republiek Bulgarije en van Roemenië tot de Europese Unie

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name op artikel 217, in samenhang met artikel 218, lid 5,

Gelet op de Toetredingsakte van 2005, en met name op artikel 6, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 23 oktober 2006 heeft de Raad de Commissie gemachtigd om namens de Europese Gemeenschap en haar lidstaten onderhandelingen te voeren over protocollen tot wijziging van de overeenkomsten tussen de Europese Gemeenschap en derde landen, met name de Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Libanon, anderzijds, in verband met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie (1).

(2)

De onderhandelingen met de Republiek Libanon zijn inmiddels afgerond.

(3)

Op grond van artikel 8, lid 2, van het Protocol bij de Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Libanon, anderzijds, in verband met de toetreding van de Republiek Bulgarije en van Roemenië tot de Europese Unie („het protocol”) wordt het protocol vóór de inwerkingtreding ervan voorlopig toegepast.

(4)

Het protocol dient bijgevolg te worden ondertekend en voorlopig te worden toegepast, in afwachting van de voltooiing van de voor het sluiten ervan vereiste procedures,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Er wordt namens de Unie en haar lidstaten machtiging verleend voor de ondertekening van het Protocol bij de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Libanon, anderzijds, in verband met de toetreding van de Republiek Bulgarije en van Roemenië tot de Europese Unie, onder voorbehoud van de sluiting van genoemd protocol.

De tekst van het protocol is aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de persoon (personen) aan te wijzen die bevoegd is (zijn) het protocol namens de Unie en haar lidstaten te ondertekenen.

Artikel 3

Onder voorbehoud van wederkerigheid wordt het protocol voorlopig toegepast vanaf de daarin genoemde datum, in afwachting van de voor de voltooiing ervan vereiste procedures.

Artikel 4

Dit besluit wordt van kracht op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel, 18 november 2014.

Voor de Raad

De voorzitter

S. GOZI


(1)  PB L 143 van 30.5.2006, blz. 2.


27.6.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 162/3


PROTOCOL

bij de Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Libanon, anderzijds, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Republiek Bulgarije en van Roemenië tot de Europese Unie

HET KONINKRIJK BELGIË,

DE REPUBLIEK BULGARIJE,

DE TSJECHISCHE REPUBLIEK,

HET KONINKRIJK DENEMARKEN,

DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND,

DE REPUBLIEK ESTLAND,

IERLAND,

DE HELLEENSE REPUBLIEK,

HET KONINKRIJK SPANJE,

DE FRANSE REPUBLIEK,

DE ITALIAANSE REPUBLIEK,

DE REPUBLIEK CYPRUS,

DE REPUBLIEK LETLAND,

DE REPUBLIEK LITOUWEN,

HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG,

HONGARIJE,

DE REPUBLIEK MALTA,

HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN,

DE REPUBLIEK OOSTENRIJK,

DE REPUBLIEK POLEN,

DE PORTUGESE REPUBLIEK,

ROEMENIË,

DE REPUBLIEK SLOVENIË,

DE SLOWAAKSE REPUBLIEK,

DE REPUBLIEK FINLAND,

HET KONINKRIJK ZWEDEN,

HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIË EN NOORD-IERLAND,

hierna „de lidstaten” van de Unie genoemd, vertegenwoordigd door de Raad van de Europese Unie, en

DE EUROPESE UNIE, hierna „de Unie” genoemd, vertegenwoordigd door de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie,

enerzijds, en

DE REPUBLIEK LIBANON, hierna „Libanon” genoemd,

anderzijds,

OVERWEGENDE dat de Europees-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Libanon, anderzijds (1), hierna „de Euro-mediterrane overeenkomst” genoemd, op 17 juni 2002 in Luxemburg is ondertekend en op 1 april 2006 in werking is getreden;

OVERWEGENDE dat op 25 april 2005 in Luxemburg het Verdrag betreffende de toetreding van de Republiek Bulgarije en van Roemenië tot de Europese Unie en de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden zijn ondertekend en op 1 januari 2007 in werking zijn getreden;

OVERWEGENDE dat de Interimovereenkomst betreffende de handel en aanverwante zaken tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Republiek Libanon, anderzijds (2) op 1 maart 2003 in werking is getreden;

OVERWEGENDE dat overeenkomstig artikel 6, lid 2, van de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden de toetreding van de nieuwe overeenkomstsluitende partijen tot de Euro-mediterrane overeenkomst moet worden overeengekomen door sluiting van een protocol bij de Euro-mediterrane overeenkomst;

OVERWEGENDE dat overeenkomstig artikel 22 van de Euro-mediterrane overeenkomst tussen de partijen overleg is gevoerd, teneinde de wederzijdse belangen van de Unie en Libanon in aanmerking te kunnen nemen,

ZIJN ALS VOLGT OVEREENGEKOMEN:

Artikel 1

De Republiek Bulgarije en Roemenië worden partij bij de Europees-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Libanon, anderzijds, en dienen, op dezelfde wijze als de andere lidstaten van de Unie, de teksten van de overeenkomst alsmede de gemeenschappelijke verklaringen, verklaringen en briefwisselingen goed te keuren respectievelijk er nota van te nemen.

HOOFDSTUK I

WIJZIGINGEN IN DE TEKST VAN DE EURO-MEDITERRANE OVEREENKOMST, MET INBEGRIP VAN DE BIJLAGEN EN PROTOCOLLEN

Artikel 2

(Oorsprongsregels)

Protocol nr. 4 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 18, lid 4, komt als volgt te luiden:

„Op achteraf afgegeven certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 moet een van de volgende vermeldingen worden aangebracht:

BG

„ИЗДАДЕН ВПОСЛЕДСТВИЕ”

ES

„EXPEDIDO A POSTERIORI”

CS

„VYSTAVENO DODATEČNĚ”

DA

„UDSTEDT EFTERFØLGENDE”

DE

„NACHTRÄGLICH AUSGESTELLT”

ET

„VÄLJA ANTUD TAGASIULATUVALT”

EL

„ΕΚΔΟΘΕΝ ΕΚ ΤΩΝ ΥΣΤΕΡΩΝ”

EN

„ISSUED RETROSPECTIVELY”

FR

„DÉLIVRÉ A POSTERIORI”

IT

„RILASCIATO A POSTERIORI”

LV

„IZSNIEGTS RETROSPEKTĪVI”

LT

„RETROSPEKTYVUSIS IŠDAVIMAS”

HU

„KIADVA VISSZAMENŐLEGES HATÁLLYAL”

MT

„MAĦRUĠ RETROSPETTIVAMENT”

NL

„AFGEGEVEN A POSTERIORI”

PL

„WYSTAWIONE RETROSPEKTYWNIE”

PT

„EMITIDO A POSTERIORI”

RO

„EMIS A POSTERIORI”

SL

„IZDANO NAKNADNO”

SK

„VYDANÉ DODATOČNE”

FI

„ANNETTU JÄLKIKÄTEEN”

SV

„UTFÄRDAT I EFTERHAND”

AR

Image

””

2)

Artikel 19, lid 2, komt als volgt te luiden:

„Op het aldus afgegeven certificaat wordt een van de volgende vermeldingen aangebracht:

BG

„ДУБЛИКАТ”

ES

„DUPLICADO”

CS

„DUPLIKÁT”

DA

„DUPLIKAT”

DE

„DUPLIKAT”

ET

„DUPLIKAAT”

EL

„ΑΝΤΙΓΡΑΦΟ”

EN

„DUPLICATE”

FR

„DUPLICATA”

IT

„DUPLICATO”

LV

„DUBLIKĀTS”

LT

„DUBLIKATAS”

HU

„MÁSODLAT”

MT

„DUPLIKAT”

NL

„DUPLICAAT”

PL

„DUPLIKAT”

PT

„SEGUNDA VIA”

RO

„DUPLICAT”

SL

„DVOJNIK”

SK

„DUPLIKÁT”

FI

„KAKSOISKAPPALE”

SV

„DUPLIKAT”

AR

Image

””

3)

Bijlage V komt als volgt te luiden:

„BIJLAGE V

FACTUURVERKLARING

Bij de opstelling van de factuurverklaring, waarvan de tekst hieronder is opgenomen, moet rekening worden gehouden met de onder deze tekst opgenomen voetnoten. Deze voetnoten hoeven evenwel niet te worden overgenomen.

Bulgaarse versie

Износителят на продуктите, обхванати от този документ (митническо разрешение № … (3)) декларира, че освен кьдето е отбелязано друго, тези продукти са с … преференциален произход (4).

Spaanse versie

El exportador de los productos incluidos en el presente documento (autorización aduanera no (3).) declara que, salvo indicación en sentido contrario, estos productos gozan de un origen preferencial. … (4).

Tsjechische versie

Vývozce výrobků uvedených v tomto dokumentu (číslo povolení … (3)) prohlašuje, že kromě zřetelně označených, mají tyto výrobky preferenční původ v … (4).

Deense versie

Eksportøren af varer, der er omfattet af nærværende dokument, (toldmyndighedernes tilladelse nr. … (3)), erklærer, at varerne, medmindre andet tydeligt er angivet, har præferenceoprindelse i … (4).

Duitse versie

Der Ausführer (Ermächtigter Ausführer; Bewilligungs-Nr. … (3)) der Waren, auf die sich dieses Handelspapier bezieht, erklärt, dass diese Waren, soweit nicht anderes angegeben, präferenzbegünstigte … (4) Ursprungswaren sind.

Estse versie

Käesoleva dokumendiga hõlmatud toodete eksportija (tolliameti kinnitus nr. … (3)) deklareerib, et need tooted on … (4) sooduspäritoluga, välja arvatud juhul kui on selgelt näidatud teisiti.

Griekse versie

Ο εξαγωγέας των προϊόντων που καλύπτονται από το παρόν έγγραφο (άδεια τελωνείου υπ' αριθ. … (3)) δηλώνει ότι, εκτός εάν δηλώνεται σαφώς άλλως, τα προϊόντα αυτά είναι προτιμησιακής καταγωγής … (4).

Engelse versie

The exporter of the products covered by this document (customs authorization No … (3)) declares that, except where otherwise clearly indicated, these products are of … (4) preferential origin.

Franse versie

L'exportateur des produits couverts par le présent document (autorisation douanière no (3)) déclare que, sauf indication claire du contraire, ces produits ont l'origine préférentielle … (4)).

Italiaanse versie

L'esportatore delle merci contemplate nel presente documento (autorizzazione doganale n … (3)) dichiara che, salvo indicazione contraria, le merci sono di origine preferenziale … (4).

Letse versie

To produktu eksportētājs, kuri ietverti šajā dokumentā (muitas atļauja Nr. … (3)), deklarē, ka, izņemot tur, kur ir citādi skaidri noteikts, šiem produktiem ir preferenciāla izcelsme (4).

Litouwse versie

Šiame dokumente išvardytų produktų eksportuotojas (muitinės liudijimo Nr … (3)) deklaruoja, kad, jeigu kitaip nenurodyta, tai yra … (4) preferencinės kilmės produktai.

Hongaarse versie

A jelen okmányban szereplő áruk exportőre (vámfelhatalmazási szám: … (3)) kijelentem, hogy eltérő jelzés hianyában az áruk kedvezményes … (4) származásúak.

Maltese versie

L-esportatur tal-prodotti koperti b'dan id-dokument (awtorizzazzjoni tad-dwana nru. … (3)) jiddikjara li, ħlief fejn indikat b'mod ċar li mhux hekk, dawn il-prodotti huma ta' oriġini preferenzjali … (4).

Nederlandse versie

De exporteur van de goederen waarop dit document van toepassing is (douanevergunning nr. … (3)), verklaart dat, behoudens uitdrukkelijke andersluidende vermelding, deze goederen van preferentiële … oorsprong zijn (4).

Poolse versie

Eksporter produktów objętych tym dokumentem (upoważnienie władz celnych nr … (3)) deklaruje, że z wyjątkiem gdzie jest to wyraźnie określone, produkty te mają … (4) preferencyjne pochodzenie.

Portugese versie

O exportador dos produtos cobertos pelo presente documento (autorização aduaneira no. … (3)), declara que, salvo expressamente indicado em contrário, estes produtos são de origem preferencial … (4).

Roemeense versie

Exportatorul produselor care fac obiectul acestui document (autorizația vamală nr. … (3)) declară că, exceptând cazul în care în mod expres este indicat altfel, aceste produse sunt de origine preferențială … (4).

Sloveense versie

Izvoznik blaga, zajetega s tem dokumentom (pooblastilo carinskih organov št … (3)) izjavlja, da, razen če ni drugače jasno navedeno, ima to blago preferencialno … (4) poreklo.

Slowaakse versie

Vývozca výrobkov uvedených v tomto dokumente (číslo povolenia … (3)) vyhlasuje, že okrem zreteľne označených, majú tieto výrobky preferenčný pôvod v … (4).

Finse versie

Tässä asiakirjassa mainittujen tuotteiden viejä (tullin lupa n:o … (3)) ilmoittaa, että nämä tuotteet ovat, ellei toisin ole selvästi merkitty, etuuskohteluun oikeutettuja … alkuperätuotteita (4).

Zweedse versie

Exportören av de varor som omfattas av detta dokument (tullmyndighetens tillstånd nr. … (3)) försäkrar att dessa varor, om inte annat tydligt markerats, har förmånsberättigande … ursprung (4).

Arabische versie

Image

 (5)

(Plaats en datum)

 (6)

(Handtekening van de exporteur, gevolgd door de naam van de ondertekenaar in blokletters)

(3)  Indien de factuurverklaring wordt opgesteld door een toegelaten exporteur, moet het nummer van de vergunning van die exporteur hier worden vermeld. Indien de factuurverklaring niet door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, worden de woorden tussen haakjes weggelaten of wordt geen nummer ingevuld."

(4)  Aanduiding van de oorsprong van de producten. Indien de factuurverklaring geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla in de zin van artikel 37 van het protocol, moet de exporteur dit door middel van de letters „CM” duidelijk aangeven op het document waarop de verklaring wordt opgesteld."

(3)  Indien de factuurverklaring wordt opgesteld door een toegelaten exporteur, moet het nummer van de vergunning van die exporteur hier worden vermeld. Indien de factuurverklaring niet door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, worden de woorden tussen haakjes weggelaten of wordt geen nummer ingevuld."

(4)  Aanduiding van de oorsprong van de producten. Indien de factuurverklaring geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla in de zin van artikel 37 van het protocol, moet de exporteur dit door middel van de letters „CM” duidelijk aangeven op het document waarop de verklaring wordt opgesteld."

(3)  Indien de factuurverklaring wordt opgesteld door een toegelaten exporteur, moet het nummer van de vergunning van die exporteur hier worden vermeld. Indien de factuurverklaring niet door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, worden de woorden tussen haakjes weggelaten of wordt geen nummer ingevuld."

(4)  Aanduiding van de oorsprong van de producten. Indien de factuurverklaring geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla in de zin van artikel 37 van het protocol, moet de exporteur dit door middel van de letters „CM” duidelijk aangeven op het document waarop de verklaring wordt opgesteld."

(3)  Indien de factuurverklaring wordt opgesteld door een toegelaten exporteur, moet het nummer van de vergunning van die exporteur hier worden vermeld. Indien de factuurverklaring niet door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, worden de woorden tussen haakjes weggelaten of wordt geen nummer ingevuld."

(4)  Aanduiding van de oorsprong van de producten. Indien de factuurverklaring geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla in de zin van artikel 37 van het protocol, moet de exporteur dit door middel van de letters „CM” duidelijk aangeven op het document waarop de verklaring wordt opgesteld."

(3)  Indien de factuurverklaring wordt opgesteld door een toegelaten exporteur, moet het nummer van de vergunning van die exporteur hier worden vermeld. Indien de factuurverklaring niet door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, worden de woorden tussen haakjes weggelaten of wordt geen nummer ingevuld."

(4)  Aanduiding van de oorsprong van de producten. Indien de factuurverklaring geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla in de zin van artikel 37 van het protocol, moet de exporteur dit door middel van de letters „CM” duidelijk aangeven op het document waarop de verklaring wordt opgesteld."

(3)  Indien de factuurverklaring wordt opgesteld door een toegelaten exporteur, moet het nummer van de vergunning van die exporteur hier worden vermeld. Indien de factuurverklaring niet door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, worden de woorden tussen haakjes weggelaten of wordt geen nummer ingevuld."

(4)  Aanduiding van de oorsprong van de producten. Indien de factuurverklaring geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla in de zin van artikel 37 van het protocol, moet de exporteur dit door middel van de letters „CM” duidelijk aangeven op het document waarop de verklaring wordt opgesteld."

(3)  Indien de factuurverklaring wordt opgesteld door een toegelaten exporteur, moet het nummer van de vergunning van die exporteur hier worden vermeld. Indien de factuurverklaring niet door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, worden de woorden tussen haakjes weggelaten of wordt geen nummer ingevuld."

(4)  Aanduiding van de oorsprong van de producten. Indien de factuurverklaring geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla in de zin van artikel 37 van het protocol, moet de exporteur dit door middel van de letters „CM” duidelijk aangeven op het document waarop de verklaring wordt opgesteld."

(3)  Indien de factuurverklaring wordt opgesteld door een toegelaten exporteur, moet het nummer van de vergunning van die exporteur hier worden vermeld. Indien de factuurverklaring niet door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, worden de woorden tussen haakjes weggelaten of wordt geen nummer ingevuld."

(4)  Aanduiding van de oorsprong van de producten. Indien de factuurverklaring geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla in de zin van artikel 37 van het protocol, moet de exporteur dit door middel van de letters „CM” duidelijk aangeven op het document waarop de verklaring wordt opgesteld."

(3)  Indien de factuurverklaring wordt opgesteld door een toegelaten exporteur, moet het nummer van de vergunning van die exporteur hier worden vermeld. Indien de factuurverklaring niet door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, worden de woorden tussen haakjes weggelaten of wordt geen nummer ingevuld."

(4)  Aanduiding van de oorsprong van de producten. Indien de factuurverklaring geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla in de zin van artikel 37 van het protocol, moet de exporteur dit door middel van de letters „CM” duidelijk aangeven op het document waarop de verklaring wordt opgesteld."

(3)  Indien de factuurverklaring wordt opgesteld door een toegelaten exporteur, moet het nummer van de vergunning van die exporteur hier worden vermeld. Indien de factuurverklaring niet door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, worden de woorden tussen haakjes weggelaten of wordt geen nummer ingevuld."

(4)  Aanduiding van de oorsprong van de producten. Indien de factuurverklaring geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla in de zin van artikel 37 van het protocol, moet de exporteur dit door middel van de letters „CM” duidelijk aangeven op het document waarop de verklaring wordt opgesteld."

(3)  Indien de factuurverklaring wordt opgesteld door een toegelaten exporteur, moet het nummer van de vergunning van die exporteur hier worden vermeld. Indien de factuurverklaring niet door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, worden de woorden tussen haakjes weggelaten of wordt geen nummer ingevuld."

(4)  Aanduiding van de oorsprong van de producten. Indien de factuurverklaring geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla in de zin van artikel 37 van het protocol, moet de exporteur dit door middel van de letters „CM” duidelijk aangeven op het document waarop de verklaring wordt opgesteld."

(3)  Indien de factuurverklaring wordt opgesteld door een toegelaten exporteur, moet het nummer van de vergunning van die exporteur hier worden vermeld. Indien de factuurverklaring niet door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, worden de woorden tussen haakjes weggelaten of wordt geen nummer ingevuld."

(4)  Aanduiding van de oorsprong van de producten. Indien de factuurverklaring geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla in de zin van artikel 37 van het protocol, moet de exporteur dit door middel van de letters „CM” duidelijk aangeven op het document waarop de verklaring wordt opgesteld."

(3)  Indien de factuurverklaring wordt opgesteld door een toegelaten exporteur, moet het nummer van de vergunning van die exporteur hier worden vermeld. Indien de factuurverklaring niet door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, worden de woorden tussen haakjes weggelaten of wordt geen nummer ingevuld."

(4)  Aanduiding van de oorsprong van de producten. Indien de factuurverklaring geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla in de zin van artikel 37 van het protocol, moet de exporteur dit door middel van de letters „CM” duidelijk aangeven op het document waarop de verklaring wordt opgesteld."

(3)  Indien de factuurverklaring wordt opgesteld door een toegelaten exporteur, moet het nummer van de vergunning van die exporteur hier worden vermeld. Indien de factuurverklaring niet door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, worden de woorden tussen haakjes weggelaten of wordt geen nummer ingevuld."

(4)  Aanduiding van de oorsprong van de producten. Indien de factuurverklaring geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla in de zin van artikel 37 van het protocol, moet de exporteur dit door middel van de letters „CM” duidelijk aangeven op het document waarop de verklaring wordt opgesteld."

(3)  Indien de factuurverklaring wordt opgesteld door een toegelaten exporteur, moet het nummer van de vergunning van die exporteur hier worden vermeld. Indien de factuurverklaring niet door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, worden de woorden tussen haakjes weggelaten of wordt geen nummer ingevuld."

(4)  Aanduiding van de oorsprong van de producten. Indien de factuurverklaring geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla in de zin van artikel 37 van het protocol, moet de exporteur dit door middel van de letters „CM” duidelijk aangeven op het document waarop de verklaring wordt opgesteld."

(3)  Indien de factuurverklaring wordt opgesteld door een toegelaten exporteur, moet het nummer van de vergunning van die exporteur hier worden vermeld. Indien de factuurverklaring niet door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, worden de woorden tussen haakjes weggelaten of wordt geen nummer ingevuld."

(4)  Aanduiding van de oorsprong van de producten. Indien de factuurverklaring geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla in de zin van artikel 37 van het protocol, moet de exporteur dit door middel van de letters „CM” duidelijk aangeven op het document waarop de verklaring wordt opgesteld."

(3)  Indien de factuurverklaring wordt opgesteld door een toegelaten exporteur, moet het nummer van de vergunning van die exporteur hier worden vermeld. Indien de factuurverklaring niet door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, worden de woorden tussen haakjes weggelaten of wordt geen nummer ingevuld."

(4)  Aanduiding van de oorsprong van de producten. Indien de factuurverklaring geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla in de zin van artikel 37 van het protocol, moet de exporteur dit door middel van de letters „CM” duidelijk aangeven op het document waarop de verklaring wordt opgesteld."

(3)  Indien de factuurverklaring wordt opgesteld door een toegelaten exporteur, moet het nummer van de vergunning van die exporteur hier worden vermeld. Indien de factuurverklaring niet door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, worden de woorden tussen haakjes weggelaten of wordt geen nummer ingevuld."

(4)  Aanduiding van de oorsprong van de producten. Indien de factuurverklaring geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla in de zin van artikel 37 van het protocol, moet de exporteur dit door middel van de letters „CM” duidelijk aangeven op het document waarop de verklaring wordt opgesteld."

(3)  Indien de factuurverklaring wordt opgesteld door een toegelaten exporteur, moet het nummer van de vergunning van die exporteur hier worden vermeld. Indien de factuurverklaring niet door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, worden de woorden tussen haakjes weggelaten of wordt geen nummer ingevuld."

(4)  Aanduiding van de oorsprong van de producten. Indien de factuurverklaring geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla in de zin van artikel 37 van het protocol, moet de exporteur dit door middel van de letters „CM” duidelijk aangeven op het document waarop de verklaring wordt opgesteld."

(3)  Indien de factuurverklaring wordt opgesteld door een toegelaten exporteur, moet het nummer van de vergunning van die exporteur hier worden vermeld. Indien de factuurverklaring niet door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, worden de woorden tussen haakjes weggelaten of wordt geen nummer ingevuld."

(4)  Aanduiding van de oorsprong van de producten. Indien de factuurverklaring geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla in de zin van artikel 37 van het protocol, moet de exporteur dit door middel van de letters „CM” duidelijk aangeven op het document waarop de verklaring wordt opgesteld."

(3)  Indien de factuurverklaring wordt opgesteld door een toegelaten exporteur, moet het nummer van de vergunning van die exporteur hier worden vermeld. Indien de factuurverklaring niet door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, worden de woorden tussen haakjes weggelaten of wordt geen nummer ingevuld."

(4)  Aanduiding van de oorsprong van de producten. Indien de factuurverklaring geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla in de zin van artikel 37 van het protocol, moet de exporteur dit door middel van de letters „CM” duidelijk aangeven op het document waarop de verklaring wordt opgesteld."

(3)  Indien de factuurverklaring wordt opgesteld door een toegelaten exporteur, moet het nummer van de vergunning van die exporteur hier worden vermeld. Indien de factuurverklaring niet door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, worden de woorden tussen haakjes weggelaten of wordt geen nummer ingevuld."

(4)  Aanduiding van de oorsprong van de producten. Indien de factuurverklaring geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla in de zin van artikel 37 van het protocol, moet de exporteur dit door middel van de letters „CM” duidelijk aangeven op het document waarop de verklaring wordt opgesteld."

(5)  Facultatief indien deze gegevens al in het document zelf voorkomen."

(6)  Indien de exporteur niet hoeft te ondertekenen, hoeft ook diens naam niet te worden vermeld.”."

HOOFDSTUK II

OVERGANGSBEPALINGEN

Artikel 3

(Bewijs van oorsprong en administratieve samenwerking)

1.   Bewijzen van oorsprong die op de juiste wijze door Libanon of een van de nieuwe lidstaten zijn afgegeven in het kader van preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen die deze landen onderling toepassen, worden in de betrokken landen in het kader van dit protocol aanvaard, mits:

a)

de verkrijging van de oorsprong een preferentiële tariefbehandeling tot gevolg heeft overeenkomstig de in de euro-mediterrane overeenkomst of in het stelsel van algemene preferenties van de Unie opgenomen preferentiële tariefmaatregelen;

b)

het bewijs van oorsprong en de vervoersdocumenten uiterlijk op de dag vóór de datum van toetreding zijn afgegeven;

c)

het bewijs van oorsprong binnen vier maanden na de datum van toetreding bij de douane wordt ingediend.

Indien goederen vóór de datum van toetreding ten invoer zijn aangegeven in Libanon of een van de nieuwe lidstaten op grond van op dat tijdstip tussen Libanon en die nieuwe lidstaat geldende preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen, kunnen achteraf op grond van die overeenkomsten of regelingen afgegeven bewijzen van oorsprong ook worden aanvaard, mits het bewijs binnen vier maanden na de datum van toetreding aan de douaneautoriteiten wordt overgelegd.

2.   Libanon en de nieuwe lidstaten mogen vergunningen waarmee de status van „toegelaten exporteur” is verleend in het kader van preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen die zij onderling toepassen, blijven gebruiken, mits:

a)

een dergelijke bepaling ook is opgenomen in de door Libanon vóór de datum van toetreding met de Unie gesloten overeenkomst, en

b)

de toegelaten exporteurs de op grond van die overeenkomst geldende oorsprongsregels toepassen.

Deze vergunningen worden uiterlijk een jaar na de toetredingsdatum vervangen door nieuwe vergunningen die volgens de voorwaarden van deze overeenkomst zijn afgegeven.

3.   Verzoeken om controle achteraf van bewijzen van oorsprong die zijn afgegeven op grond van de in de leden 1 en 2 bedoelde preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen kunnen door de bevoegde douaneautoriteiten van Libanon of de nieuwe lidstaten worden ingediend en worden door die autoriteiten aanvaard gedurende drie jaar na de afgifte van het betrokken bewijs van oorsprong.

Artikel 4

(Goederen in doorvoer)

1.   De bepalingen van de euro-mediterrane overeenkomst kunnen worden toegepast op goederen die uit Libanon naar een van de nieuwe lidstaten of uit een van de nieuwe lidstaten naar Libanon worden uitgevoerd, die voldoen aan de bepalingen van protocol nr. 4 en die op de datum van toetreding onderweg zijn of in tijdelijke opslag zijn in een douane-entrepot of een vrije zone in Libanon of in die nieuwe lidstaat.

2.   In dergelijke gevallen mag preferentiële behandeling worden verleend, mits binnen vier maanden na de datum van toetreding bij de douaneautoriteiten van het land van invoer een bewijs van oorsprong wordt ingediend dat achteraf is afgegeven door de douaneautoriteiten van het land van uitvoer.

ALGEMENE BEPALINGEN EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 5

Libanon verbindt zich ertoe geen claim, verzoek of beroep in te dienen, noch concessies te wijzigen of in te trekken op grond van de artikelen XXIV.6 en XXVIII van de GATT 1994 naar aanleiding van deze uitbreiding van de Unie.

Artikel 6

Dit protocol is een integrerend onderdeel van de Euro-mediterrane overeenkomst.

Artikel 7

1.   Dit protocol wordt door de Unie, door de Raad van de Europese Unie namens de lidstaten en door Libanon volgens hun eigen procedures goedgekeurd.

2.   De partijen stellen elkaar in kennis van de voltooiing van de in lid 1 bedoelde procedures. De akten van goedkeuring worden nedergelegd bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie.

Artikel 8

1.   Dit protocol treedt in werking op de eerste dag van de eerste maand volgende op de datum waarop de laatste akte van goedkeuring is nedergelegd.

2.   Dit protocol is voorlopig van toepassing met ingang van 1 januari 2007.

Artikel 9

Dit protocol is opgesteld in tweevoud in elk van de officiële talen van de overeenkomstsluitende partijen, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Artikel 10

De tekst van de Euro-mediterrane overeenkomst, met inbegrip van de bijlagen en protocollen die daarvan een integrerend onderdeel zijn, alsmede de slotakte en de daaraan gehechte verklaringen, worden opgesteld in de Bulgaarse en de Roemeense taal, en deze teksten zijn evenzeer authentiek als de oorspronkelijke teksten. De Associatieraad keurt deze teksten goed.

Съставено в Брюксел на осемнадесети юни две хиляди и петнадесета година.

Hecho en Bruselas, el dieciocho de junio de dos mil quince.

V Bruselu dne osmnáctého června dva tisíce patnáct.

Udfærdiget i Bruxelles den attende juni to tusind og femten.

Geschehen zu Brüssel am achtzehnten Juni zweitausendfünfzehn.

Kahe tuhande viieteistkümnenda aasta juunikuu kaheksateistkümnendal päeval Brüsselis.

Έγινε στις Βρυξέλλες, στις δέκα οκτώ Ιουνίου δύο χιλιάδες δεκαπέντε.

Done at Brussels on the eighteenth day of June in the year two thousand and fifteen.

Fait à Bruxelles, le dix-huit juin deux mille quinze.

Sastavljeno u Bruxellesu osamnaestog lipnja dvije tisuće petnaeste.

Fatto a Bruxelles, addì diciotto giugno duemilaquindici.

Briselē, divi tūkstoši piecpadsmitā gada astoņpadsmitajā jūnijā.

Priimta du tūkstančiai penkioliktų metų birželio aštuonioliktą dieną Briuselyje.

Kelt Brüsszelben, a kétezer-tizenötödik év június havának tizennyolcadik napján.

Magħmul fi Brussell, fit-tmintax-il jum ta’ Ġunju tas-sena elfejn u ħmistax.

Gedaan te Brussel, de achttiende juni tweeduizend vijftien.

Sporządzono w Brukseli dnia osiemnastego czerwca roku dwa tysiące piętnastego.

Feito em Bruxelas, em dezoito de junho de dois mil e quinze.

Întocmit la Bruxelles la optsprezece iunie două mii cincisprezece.

V Bruseli osemnásteho júna dvetisícpätnásť.

V Bruslju, dne osemnajstega junija leta dva tisoč petnajst.

Tehty Brysselissä kahdeksantenatoista päivänä kesäkuuta vuonna kaksituhattaviisitoista.

Som skedde i Bryssel den artonde juni tjugohundrafemton.

Image

За държавите-членки

Por los Estados miembros

Za členské státy

For medlemsstaterne

Für die Mitgliedstaaten

Liikmesriikide nimel

Για τα κράτη μέλη

For the Member States

Pour les États membres

Za države članice

Per gli Stati membri

Dalībvalstu vārdā

Valstybių narių vardu

A tagállamok részéről

Għall-Istati Membri

Voor de lidstaten

W imieniu państw Członkowskich

Pelos Estados-Membros

Pentru statele membre

Za členské štáty

Za države članice

Jäsenvaltioiden puolesta

För medlemsstaterna

Image

Image

За Европейския съюз

Рог la Unión Europea

Za Evropskou unii

For Den Europæiske Union

Für die Europäische Union

Euroopa Liidu nimel

Για την Ευρωπαϊκή Ένωση

For the European Union

Pour l'Union européenne

Za Europsku uniju

Per l'Unione europea

Eiropas Savienības vārdā —

Europos Sąjungos vardu

Az Európai Unió részéről

Għall-Unjoni Ewropea

Voor de Europese Unie

W imieniu Unii Europejskiej

Pela União Europeia

Pentru Uniunea Europeană

Za Európsku úniu

Za Evropsko unijo

Euroopan unionin puolesta

För Europeiska unionen

Image

Image

За Република Ливан

Por la República Libanesa

Za Libanonskou republiku

For Den Libanesiske Republik

Für die Libanesische Republik

Liibanoni Vabariigi nimel

Για τη Δημοκρατία του Λιβάνου

For the Republic of Lebanon

Pour la République libanaise

Za Libanonsku Republiku

Per la Repubblica del Libano

Libānas Republikas vārdā –

Libano Respublikos vardu

A Libanoni Köztársaság részéről

Għar-repubblika tal-Libanu

Voor de Republiek Libanon

W imieniu Republiki Libańskiej

Pela República do Líbano

Pentru Republica Libaneză

Za Libanonskú republiku

Za Republiko Libanon

Libanonin tasavallan puolesta

För Republiken Libanon

Image

Image


(1)  PB L 143 van 30.5.2006, blz. 2.

(2)  PB L 262 van 30.9.2002, blz. 2.


VERORDENINGEN

27.6.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 162/12


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2015/1011 VAN DE COMMISSIE

van 24 april 2015

tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad inzake drugsprecursoren en Verordening (EG) nr. 111/2005 van de Raad houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Unie en derde landen in drugsprecursoren, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1277/2005 van de Commissie

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 inzake drugsprecursoren (1), en met name artikel 3, lid 8, artikel 8, lid 3, en artikel 13, lid 2,

Gezien Verordening (EG) nr. 111/2005 van de Raad van 22 december 2004 houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Unie en derde landen in drugsprecursoren (2), en met name artikel 6, lid 1, derde alinea, artikel 7, lid 1, derde alinea, artikel 8, lid 2, artikel 9, lid 2, tweede alinea, artikel 11, leden 1 en 3, artikel 19 en artikel 32, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1277/2005 van de Commissie (3) zijn bepalingen vastgesteld voor de tenuitvoerlegging van de Verordeningen (EG) nr. 273/2004 en (EG) nr. 111/2005 op het gebied van drugsprecursoren. Zowel Verordening (EG) nr. 273/2004 als Verordening (EG) nr. 111/2005 zijn gewijzigd na de vaststelling van Verordening (EG) nr. 1277/2005, zodat daarin ook de bevoegdheid is opgenomen om gedelegeerde en uitvoeringshandelingen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 290 en 291 van het Verdrag. Daarom moeten nieuwe regels worden vastgesteld in overeenstemming met de nieuwe bevoegdheden.

(2)

Hoewel Verordening (EG) nr. 273/2004 betrekking heeft op de binnenlandse handel en Verordening (EG) nr. 111/2005 op de internationale handel, hebben beide verordeningen veel bepalingen gemeenschappelijk. Om de samenhang te waarborgen, is het gerechtvaardigd één gedelegeerde handeling met betrekking tot beide verordeningen vast te stellen.

(3)

Om de rechtszekerheid en een coherente toepassing van de bepalingen van deze verordening te waarborgen, is het noodzakelijk „bedrijfsruimten” te definiëren.

(4)

De vergunningen en registraties die marktdeelnemers nodig hebben om activiteiten te verrichten in verband met bepaalde stoffen (drugsprecursoren) die voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen kunnen worden gebruikt, mogen alleen worden verleend aan betrouwbare marktdeelnemers die daartoe een aanvraag indienen. Het is noodzakelijk dat deze marktdeelnemers passende maatregelen hebben genomen voor de veilige behandeling en opslag van die drugsprecursoren en dat zij een aanwijsbare verantwoordelijke hebben aangeduid om te waarborgen dat activiteiten in verband met deze stoffen overeenkomstig de toepasselijke wettelijke bepalingen plaatsvinden.

(5)

Bepaalde marktdeelnemers die drugsprecursoren voor medische doeleinden gebruiken, zoals apotheken en verkooppunten voor diergeneesmiddelen, kunnen worden vrijgesteld van de vergunning- en registratieplicht om activiteiten in verband met deze stoffen uit te voeren. Hetzelfde zou kunnen gelden voor bepaalde overheidsinstanties.

(6)

Marktdeelnemers die activiteiten uitvoeren in verband met drugsprecursoren die niet bestemd zijn voor de markt van de Unie, maar in het douanegebied van de Unie zijn binnengebracht, moeten informatie verstrekken waaruit blijkt dat de ter zake geldende internationale overeenkomsten bij de uitvoer van die stoffen zijn nageleefd, teneinde de legale doeleinden van de transactie in kwestie aan te tonen.

(7)

In de Unie gevestigde marktdeelnemers moeten bepaalde basisgegevens verstrekken over de door hen uitgevoerde activiteiten, teneinde voor de bevoegde instanties het toezicht op de handel in drugsprecursoren te vergemakkelijken.

(8)

Om het risico van misbruik van bepaalde drugsprecursoren zo gering mogelijk te maken, zijn een voorafgaande kennisgeving van uitvoer en een uitvoervergunning vereist.

(9)

Er zijn vaak wijzigingen in de lijsten van derde landen van bestemming van de uitvoer van geregistreerde stoffen van de categorieën 2 en 3 van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005. Deze lijsten moeten op de website van de Commissie worden gepubliceerd teneinde deze snel te kunnen bijwerken overeenkomstig de in deze verordening vastgestelde criteria voor deze lijsten.

(10)

Om de administratieve lasten te verlichten voor de handel in bepaalde categorieën drugsprecursoren, moet worden voorzien in vereenvoudigde procedures voor voorafgaande kennisgevingen van uitvoer en uitvoervergunningen.

(11)

Teneinde de coördinatie van de uitvoering van de toezichtmaatregelen te verbeteren, is het passend dat de lidstaten de Commissie regelmatig informatie verstrekken over in beslag genomen of vastgehouden drugsprecursoren.

(12)

Om de consistentie, de samenhang van de wetgeving en de rechtszekerheid te waarborgen, moet deze gedelegeerde verordening van toepassing zijn met ingang van dezelfde datum als de uitvoeringsverordening,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp

Bij deze verordening worden de voorwaarden vastgesteld voor het verlenen van vergunningen en registraties, alsmede de gevallen waarin geen vergunning of registratie is vereist, de criteria aan de hand waarvan de legale doeleinden van een transactie kunnen worden aangetoond, de informatie die vereist is om toezicht uit te oefenen op de handel, de voorwaarden voor het vaststellen van de lijsten van landen van bestemming van de uitvoer van geregistreerde stoffen van de categorieën 2 en 3, de criteria voor vereenvoudigde procedures voor voorafgaande kennisgevingen van uitvoer en voor uitvoervergunningen en de voorschriften voor de te verstrekken informatie over de uitvoering van de toezichtmaatregelen met betrekking tot de handel in drugsprecursoren.

Artikel 2

Definities

Onder „bedrijfsruimten” wordt voor de toepassing van deze verordening verstaan: het (de) gebouw(en) en het bijbehorende terrein die een marktdeelnemer op eenzelfde locatie in gebruik heeft.

Artikel 3

Voorwaarden voor het verlenen van een vergunning

1.   Om een vergunning overeenkomstig artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 111/2005 te verkrijgen, wijst de marktdeelnemer een verantwoordelijke aan voor de handel in geregistreerde stoffen van categorie 1 van de bijlage bij die verordening, deelt hij aan de bevoegde instantie de naam en contactgegevens van die verantwoordelijke mee en stelt hij haar onverwijld in kennis van elke wijziging van deze gegevens.

De verantwoordelijke zorgt ervoor dat de invoer, uitvoer of intermediaire activiteiten overeenkomstig de toepasselijke wettelijke bepalingen plaatsvinden, en wordt gemachtigd de marktdeelnemer te vertegenwoordigen en de beslissingen te nemen die voor de uitvoering van deze taak nodig zijn.

2.   De betrokken marktdeelnemer voldoet aan alle volgende voorschriften en voorwaarden:

a)

de marktdeelnemer neemt passende maatregelen tegen ongeoorloofde verwijdering van geregistreerde stoffen van categorie 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 273/2004 en van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005 van de plaatsen waar geregistreerde stoffen worden opgeslagen, geproduceerd, vervaardigd en verwerkt, en neemt passende maatregelen om zijn bedrijfsruimten te beveiligen;

b)

de marktdeelnemer dient een aanvraag in die de volgende informatie bevat:

i)

volledige naam, adres, telefoon en/of fax en e-mail van de aanvrager;

ii)

volledige naam en contactgegevens van de verantwoordelijke;

iii)

een beschrijving van de functie en de taken van de verantwoordelijke;

iv)

volledig adres van elke bedrijfsruimte;

v)

de beschrijving van alle plaatsen waar de onder x) bedoelde verrichtingen plaatsvinden;

vi)

informatie waaruit blijkt dat de in lid 2, onder a), bedoelde passende maatregelen zijn genomen;

vii)

naam en GN-code van de geregistreerde stoffen zoals vermeld in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 273/2004 en in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005;

viii)

de volgende gegevens, indien het een mengsel of een natuurproduct betreft:

a)

naam van het mengsel of het natuurproduct;

b)

naam en GN-code van de in het mengsel of het natuurproduct voorkomende geregistreerde stoffen zoals vermeld in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 273/2004 en in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005;

c)

maximumpercentage van de in het mengsel of het natuurproduct voorkomende geregistreerde stoffen;

ix)

een beschrijving van het geplande type verrichtingen bedoeld in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 273/2004 en in artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 111/2005;

x)

een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van het handels- of activiteitenregister, waar van toepassing;

xi)

een bewijs van goed gedrag van de betrokken marktdeelnemer en van de verantwoordelijke of een document waaruit blijkt dat zij de nodige waarborgen bieden voor de correcte afwikkeling van de verrichtingen of de informatie aan de hand waarvan de bevoegde instantie een dergelijk document kan verkrijgen.

3.   Indien aan de marktdeelnemer reeds de status van geautoriseerde marktdeelnemer (authorised economic operator, AEO) is verleend overeenkomstig artikel 5 bis van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad (4), kan hij in de aanvraag voor een vergunning het AEO-certificaatnummer vermelden zodat de bevoegde instantie zijn status van geautoriseerde marktdeelnemer in aanmerking kan nemen.

4.   Op schriftelijk verzoek van de desbetreffende bevoegde instantie verstrekt de aanvrager alle relevante aanvullende informatie.

5.   Indien de aanvrager een natuurlijke persoon is, is lid 2, onder b), ii) en iii), niet van toepassing; lid 2, onder b), iv), is slechts van toepassing indien relevant.

6.   Onverminderd de overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EG) nr. 273/2004 en artikel 26, lid 3, van Verordening (EG) nr. 111/2005 genomen maatregelen, weigert de bevoegde instantie de afgifte van een vergunning indien niet aan de voorwaarden van artikel 3, lid 2, onder b), van deze verordening is voldaan of indien er redelijke vermoedens bestaan dat de geregistreerde stoffen bestemd zijn voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen.

7.   In het geval van handel tussen de Unie en derde landen zoals bedoeld in Verordening (EG) nr. 111/2005 kan de bevoegde instantie de geldigheidsduur van de vergunning tot ten hoogste drie jaar beperken of van de marktdeelnemer verlangen dat hij op regelmatige tijdstippen en ten minste om de drie jaar aantoont dat nog altijd aan de voorwaarden voor de afgifte van de vergunning is voldaan.

De vergunningen die zijn afgegeven vóór de inwerkingtreding van deze verordening, blijven geldig.

8.   Een vergunning is niet overdraagbaar.

9.   De vergunninghouder vraagt een nieuwe vergunning aan wanneer hij het volgende beoogt:

a)

de toevoeging van een geregistreerde stof;

b)

de aanvang van nieuwe verrichtingen;

c)

de wijziging van de locatie van de bedrijfsruimten waar de verrichtingen plaatsvinden.

In die gevallen is de bestaande vergunning niet langer geldig vanaf de eerste van onderstaande data:

i)

de datum waarop de geldigheid verstrijkt, indien er overeenkomstig artikel 3, lid 6, van deze verordening of overeenkomstig artikel 3, lid 5, van Verordening (EG) nr. 273/2004 een geldigheidsduur is bepaald;

ii)

de aanvangsdatum waarop de geldigheid van de nieuwe vergunning ingaat.

10.   Lid 9 is ook van toepassing op de vergunningen die zijn afgegeven vóór de datum van toepassing van deze verordening.

11.   De leden 2 tot en met 6, 8, 9 en 10 zijn ook van toepassing voor het verkrijgen van een vergunning overeenkomstig artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 273/2004, met uitzondering van speciale vergunningen.

12.   De in artikel 3, leden 2 en 6, van Verordening (EG) nr. 273/2004 bedoelde overheidsinstanties omvatten douane, politie en officiële laboratoria van bevoegde instanties.

Artikel 4

Gevallen waarin geen vergunning is vereist

Apotheken, verkooppunten voor diergeneesmiddelen, douane, politie, strijdkrachten en officiële laboratoria van bevoegde instanties kunnen worden vrijgesteld van de vergunningplicht uit hoofde van artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 111/2005, voor zover deze marktdeelnemers drugsprecursoren gebruiken op het gebied waarop zij hun officiële taken uitvoeren.

De in de eerste alinea genoemde marktdeelnemers zijn tevens vrijgesteld van:

a)

de verstrekking van de in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 111/2005 bedoelde documenten;

b)

de verplichting tot aanwijzing van een verantwoordelijke overeenkomstig artikel 3, lid 1, van deze verordening.

Artikel 5

Voorwaarden voor het verlenen van een registratie

1.   Om een registratie overeenkomstig artikel 7, lid 1, van Verordening (EG) nr. 111/2005 te verkrijgen, wijst de marktdeelnemer een verantwoordelijke aan voor de handel in geregistreerde stoffen van categorie 2 van de bijlage bij die verordening, deelt hij aan de bevoegde instantie de naam en contactgegevens van die verantwoordelijke mee en stelt hij haar onverwijld in kennis van elke wijziging van deze gegevens.

De verantwoordelijke zorgt ervoor dat de invoer, uitvoer of intermediaire activiteiten overeenkomstig de toepasselijke wettelijke bepalingen plaatsvinden, en wordt gemachtigd de marktdeelnemer te vertegenwoordigen en de beslissingen te nemen die voor de uitvoering van deze taak nodig zijn.

2.   De marktdeelnemer die zich bezighoudt met geregistreerde stoffen van categorie 2 van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005, dient een aanvraag in die de informatie en documenten bevat als bedoeld in artikel 3, lid 2, onder b), met uitzondering van artikel 3, lid 2, onder b), vi), x), en xi), behalve wanneer de bevoegde instantie daarom heeft verzocht.

Hetzelfde geldt voor de marktdeelnemer die zich bezighoudt met de uitvoer van geregistreerde stoffen van categorie 3 van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005.

3.   Artikel 3, leden 3 en 4, zijn ook van toepassing.

4.   Lid 2, eerste alinea, en lid 3, zijn met betrekking tot geregistreerde stoffen van categorie 2 van bijlage I bij die verordening van overeenkomstige toepassing op de in artikel 3, lid 6, van Verordening (EG) nr. 273/2004 bedoelde marktdeelnemers en gebruikers.

5.   Gebruikers van geregistreerde stoffen van categorie 2A van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 273/2004 verstrekken ook informatie over het gebruik van de geregistreerde stoffen.

Artikel 6

Gevallen waarin geen registratie is vereist

De volgende categorieën kunnen worden vrijgesteld van de registratieplicht uit hoofde van artikel 7, lid 1, van Verordening (EG) nr. 111/2005:

a)

apotheken, verkooppunten voor diergeneesmiddelen, douane, politie, officiële laboratoria van bevoegde instanties en strijdkrachten, voor zover deze marktdeelnemers drugsprecursoren gebruiken op het gebied waarop zij hun officiële taken uitvoeren;

b)

de marktdeelnemer die zich bezighoudt met de uitvoer van geregistreerde stoffen van categorie 3 van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005, indien hij in het voorafgaande kalenderjaar (1 januari-31 december) in totaal niet meer heeft uitgevoerd dan de in bijlage I bij deze verordening vastgestelde hoeveelheden. Worden die hoeveelheden in het lopende kalenderjaar overschreden, dan neemt de marktdeelnemer de registratieplicht onmiddellijk in acht;

c)

de marktdeelnemer die zich bezighoudt met de uitvoer van mengsels die geregistreerde stoffen van categorie 3 van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005 bevatten, indien de hoeveelheid van de geregistreerde stof in de mengsels in het voorafgaande kalenderjaar niet groter was dan de in bijlage I bij deze verordening vastgestelde hoeveelheden. Worden die hoeveelheden in het lopende kalenderjaar overschreden, dan neemt de marktdeelnemer de registratieplicht onmiddellijk in acht.

Artikel 7

Voorwaarden voor vrijstelling van bepaalde voorschriften

Voor de toepassing van artikel 6 van Verordening (EG) nr. 273/2004 delen afnemers hun leverancier mee of dit artikel op hen van toepassing is.

Artikel 8

Criteria aan de hand waarvan de legale doeleinden van een transactie kunnen worden aangetoond

1.   De marktdeelnemer verklaart dat de zending het land van uitvoer heeft verlaten in overeenstemming met de geldende nationale bepalingen aangenomen overeenkomstig artikel 12 van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen (5) om de legale doeleinden van zijn transactie aan te tonen overeenkomstig artikel 8, lid 1, van Verordening (EG) nr. 111/2005.

2.   Hiertoe maakt de marktdeelnemer gebruik van het in bijlage II bij deze verordening opgenomen model of legt hij de in artikel 20 van Verordening (EG) nr. 111/2005 bedoelde invoervergunning of de in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 273/2004 bedoelde afnemersverklaring voor.

Artikel 9

Informatie vereist om toezicht te kunnen uitoefenen op de handel

1.   Voor de toepassing van artikel 8, lid 2, van Verordening (EG) nr. 273/2004 verstrekt de marktdeelnemer de bevoegde instanties beknopt informatie over de hoeveelheden van geregistreerde stoffen die worden gebruikt of geleverd en, in het geval van levering, de hoeveelheden die aan iedere derde worden geleverd.

Voor geregistreerde stoffen van categorie 3 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 273/2004 is de eerste alinea uitsluitend op verzoek van de bevoegde instanties van toepassing.

2.   Voor de toepassing van artikel 9, lid 2, van Verordening (EG) nr. 111/2005 verstrekt de marktdeelnemer de bevoegde instanties informatie over het volgende:

a)

elke uitvoer van geregistreerde stoffen waarvoor een uitvoervergunning is vereist;

b)

elke invoer van geregistreerde stoffen van categorie 1 van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005 waarvoor een invoervergunning vereist is, of alle gevallen waarin geregistreerde stoffen van categorie 2 van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005 in een vrije zone van controletype II worden geplaatst, onder een andere schorsingsregeling dan douanevervoer worden geplaatst of in het vrije verkeer worden gebracht;

c)

alle intermediaire activiteiten in verband met geregistreerde stoffen van de categorieën 1 en 2 van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005.

3.   De in lid 2, onder a), bedoelde informatie bevat gegevens over het land van bestemming, de uitgevoerde hoeveelheden en, in voorkomend geval, het referentienummer van de uitvoervergunning.

4.   De in lid 2, onder b), bedoelde informatie bevat gegevens over het derde land van uitvoer en, in voorkomend geval, het referentienummer van de invoervergunning.

5.   De in lid 2, onder c), bedoelde informatie bevat gegevens over de derde landen die bij deze intermediaire activiteiten zijn betrokken en, in voorkomend geval, de invoer- of uitvoervergunning. De marktdeelnemer verstrekt aanvullende informatie op verzoek van de bevoegde instanties.

6.   De bevoegde instanties behandelen de in dit artikel bedoelde informatie als vertrouwelijke bedrijfsinformatie.

Artikel 10

Voorwaarden voor het vaststellen van de lijsten van landen van bestemming van de uitvoer van geregistreerde stoffen van de categorieën 2 en 3

De in artikel 11, lid 1, van Verordening (EG) nr. 111/2005 bedoelde lijsten bevatten ten minste al de volgende informatie:

a)

de derde landen waarmee de Unie een specifieke overeenkomst in verband met drugsprecursoren heeft gesloten;

b)

de derde landen die om voorafgaande kennisgeving van uitvoer hebben verzocht in overeenstemming met artikel 12, lid 10, van het Verdrag van de Verenigde Naties van 1988 tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen;

c)

de derde landen die om voorafgaande kennisgeving van uitvoer hebben verzocht in overeenstemming met artikel 24 van het Verdrag van de Verenigde Naties van 1988 tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.

De lijsten van de specifieke landen van bestemming van de uitvoer van geregistreerde stoffen van de categorieën 2 en 3 van de bijlage zoals bedoeld onder a), b) en c), worden op de website van de Commissie gepubliceerd.

Artikel 11

Criteria voor vereenvoudigde procedures voor voorafgaande kennisgevingen van uitvoer

1.   Voor uitvoer volgens de vereenvoudigde procedure voor het verlenen van een uitvoervergunning kan de bevoegde instantie op grond van artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 111/2005 een vereenvoudigde voorafgaande kennisgeving van uitvoer toezenden die betrekking heeft op verschillende exporttransacties die binnen een specifieke periode van zes of twaalf maanden moeten plaatsvinden.

2.   De bevoegde instantie van het land van uitvoer verstrekt de in artikel 13, lid 1, van Verordening (EG) nr. 111/2005 bedoelde informatie aan de bevoegde instantie van het derde land van bestemming.

3.   De bevoegde instantie stelt het land van bestemming daarvan in kennis en gebruikt daartoe het PEN-onlinesysteem of de „multilaterale aangifte van chemicaliën” die in bijlage III bij deze verordening is opgenomen.

Artikel 12

Criteria voor vereenvoudigde procedures voor uitvoervergunningen

1.   Indien een in de Unie gevestigde exporteur vaak één specifieke geregistreerde stof van de categorieën 3 of 4 van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005 uitvoert naar dezelfde importeur in hetzelfde derde land van bestemming, kan de bevoegde instantie op verzoek van de betrokken marktdeelnemer overeenkomstig artikel 19 van die verordening de vereenvoudigde procedure toepassen en hem een uitvoervergunning verlenen voor een specifieke periode van zes of twaalf maanden.

Een dergelijke vereenvoudigde uitvoervergunning mag slechts worden verleend in de volgende gevallen:

a)

wanneer tijdens vorige exporttransacties is gebleken dat de marktdeelnemer in staat is om alle verplichtingen in verband met die exporttransacties na te komen, en hij geen inbreuken heeft gepleegd op de relevante wetgeving;

b)

wanneer de bevoegde instanties zich ervan hebben kunnen vergewissen dat die exporttransacties legale doeleinden hebben.

2.   De aanvraag voor een vereenvoudigde uitvoervergunning bevat ten minste de volgende informatie:

a)

naam en adres van de exporteur, de importeur in het derde land en de uiteindelijke ontvanger;

b)

naam van de geregistreerde stof zoals vermeld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005, of, zo het een mengsel of een natuurproduct betreft, naam en GN-code daarvan evenals de naam van de in het mengsel of het natuurproduct voorkomende geregistreerde stof zoals vermeld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005;

c)

de maximumhoeveelheid van de geregistreerde stof die voor uitvoer is bestemd;

d)

de specifieke periode waarbinnen de exporttransacties gepland zijn.

3.   De bevoegde instantie neemt een besluit over de aanvraag voor een vereenvoudigde uitvoervergunning binnen een termijn van 15 werkdagen na de datum van ontvangst van de vereiste informatie.

4.   In geval van medische spoedhulp neemt de bevoegde instantie over een aanvraag voor een vereenvoudigde uitvoervergunning voor geregistreerde stoffen van categorie 4 van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005 onmiddellijk of uiterlijk binnen een termijn van drie werkdagen na ontvangst van de aanvraag een besluit indien aan de voorwaarden van lid 1, onder a) en b), is voldaan.

Artikel 13

Voorwaarden en voorschriften voor de te verstrekken informatie over de uitvoering van de toezichtmaatregelen

1   Uiterlijk een maand na afloop van elk kalenderjaar zenden de lidstaten de Commissie de in artikel 32, lid 1, van Verordening (EG) nr. 111/2005 en artikel 13, lid 1, van Verordening (EG) nr. 273/2004 bedoelde informatie toe. Deze heeft betrekking op alle gevallen waarin de vrijgave van geregistreerde en niet-geregistreerde stoffen werd geschorst of de geregistreerde en niet-geregistreerde stoffen werden vastgehouden.

2.   Deze informatie bevat de volgende gegevens:

a)

naam van de stoffen;

b)

indien bekend, de oorsprong, herkomst en bestemming van de stoffen;

c)

de hoeveelheid en de douanestatus van de stoffen alsook de gebruikte vervoermiddelen.

3.   Op het einde van elk kalenderjaar deelt de Commissie de overeenkomstig lid 1 ontvangen informatie aan alle lidstaten mee.

Artikel 14

Intrekking

Verordening (EG) nr. 1277/2005 wordt ingetrokken.

Artikel 15

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is van toepassing met ingang van 1 juli 2015.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 april 2015.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 47 van 18.2.2004, blz. 1.

(2)  PB L 22 van 26.1.2005, blz. 1.

(3)  Verordening (EG) nr. 1277/2005 van de Commissie van 27 juli 2005 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad inzake drugsprecursoren en van Verordening (EG) nr. 111/2005 van de Raad houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Gemeenschap en derde landen in drugsprecursoren (PB L 202 van 3.8.2005, blz. 7).

(4)  Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek van 12 oktober 1992 (PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1).

(5)  Besluit 90/611/EEG van de Raad van 22 oktober 1990 betreffende de sluiting namens de Europese Economische Gemeenschap van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen (PB L 326 van 24.11.1990, blz. 56).


BIJLAGE I

Stof

Hoeveelheid

Aceton (1)

50 kg

Ethylether (1)

20 kg

Methylethylketon (1)

50 kg

Tolueen (1)

50 kg

Zwavelzuur

100 kg

Zoutzuur

100 kg


(1)  Dit omvat de zouten van deze stoffen wanneer het bestaan van deze zouten mogelijk is.


BIJLAGE II

Image

Toelichting

1.

De opmaak van het model is niet bindend.

2.

De volgnummers en de tekst van het model zijn bindend.

3.   Bescherming van persoonsgegevens

Indien de Europese Commissie persoonsgegevens verwerkt die in dit document zijn vervat, is Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens van toepassing.

Indien de bevoegde instantie van een lidstaat persoonsgegevens verwerkt die in dit document zijn vervat, zijn de nationale bepalingen tot uitvoering van Richtlijn 95/46/EG van toepassing.

Doel van de verwerking van persoonsgegevens is het toezicht op de handel in drugsprecursoren binnen de Unie overeenkomstig Verordening (EG) nr. 273/2004, als gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1258/2013, en tussen de Unie en derde landen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 111/2005, als gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1259/2013.

De verantwoordelijke voor de verwerking van de gegevens is de nationale bevoegde instantie waarbij dit document is ingediend. De lijst van bevoegde instanties wordt gepubliceerd op de website van de Commissie:

http://ec.europa.eu/taxation_customs/resources/documents/customs/customs_controls/drugs_precursors/legislation/national_competent_authorities.pdf

Overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 111/2005 houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Unie en derde landen in drugsprecursoren mogen de Commissie en de bevoegde instanties van de lidstaten, onverlet toepasselijke bepalingen inzake gegevensbescherming in de Unie en als bijdrage aan het toezicht op en de controle van bepaalde stoffen die vaak worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen, in dit document vervatte persoonsgegevens en informatie uitwisselen met de relevante instanties in derde landen.

De betrokkene heeft het recht van toegang tot hem betreffende persoonsgegevens die worden verwerkt en, in voorkomend geval, het recht persoonsgegevens te rectificeren, te wissen of af te schermen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 45/2001 of de nationale wetten tot omzetting van Richtlijn 95/46/EG.

Alle verzoeken voor het uitoefenen van het recht van toegang, rectificatie, het recht om te wissen of af te schermen, zullen worden ingediend bij en verwerkt door de bevoegde instanties waarbij dit document werd ingediend.

De rechtsgrondslag voor de verwerking van persoonsgegevens zijn artikel 33 van Verordening (EG) nr. 111/2005 en artikel 13 ter van Verordening (EG) nr. 273/2004.

De in dit document vervatte persoonsgegevens worden niet langer bewaard dan nodig is voor de doeleinden waarvoor zij zijn verzameld.

In geval van een geschil kan een klacht worden gericht tot de relevante nationale gegevensbeschermingsautoriteit. De contactgegevens van de nationale gegevensbeschermingsautoriteiten zijn te vinden op de website van de Europese Commissie, directoraat-generaal Justitie: http://ec.europa.eu/justice/data-protection/bodies/authorities/eu/index_en.htm#h2-1

Wanneer de klacht betrekking heeft op de verwerking van persoonsgegevens door de Europese Commissie, dient deze te worden gericht aan de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming:

http://www.edps.europa.eu/EDPSWEB/


BIJLAGE III

Image

Toelichting

1.

De opmaak van het model is niet bindend.

2.

De volgnummers en de tekst van het model zijn bindend. De vetgedrukte vakken moeten worden ingevuld.

3.

Verdere uitleg bij de vakken:

 

vak „Deel A”: vermelden of de multilaterale aangifte van chemicaliën betrekking heeft op meerdere exporttransacties en als dat het geval is, de geplande periode vermelden;

 

vak 14 (hoeveelheid en gewicht): indien de multilaterale aangifte van chemicaliën betrekking heeft op meerdere exporttransacties, de maximumhoeveelheid en het maximumgewicht vermelden;

 

vak 18 (datum van verzending): indien de multilaterale aangifte van chemicaliën betrekking heeft op meerdere exporttransacties, de geplande datum van de laatste verzending vermelden.

4.   Bescherming van persoonsgegevens

Indien de Europese Commissie persoonsgegevens verwerkt die in dit document zijn vervat, is Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens van toepassing.

Indien de bevoegde instantie van een lidstaat persoonsgegevens verwerkt die in dit document zijn vervat, zijn de nationale bepalingen tot uitvoering van Richtlijn 95/46/EG van toepassing.

Doel van de verwerking van persoonsgegevens is het toezicht op de handel in drugsprecursoren binnen de Unie overeenkomstig Verordening (EG) nr. 273/2004, als gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1258/2013, en tussen de Unie en derde landen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 111/2005, als gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1259/2013.

De verantwoordelijke voor de verwerking van de gegevens is de nationale bevoegde instantie waarbij dit document is ingediend. De lijst van bevoegde instanties wordt gepubliceerd op de website van de Commissie:

http://ec.europa.eu/taxation_customs/resources/documents/customs/customs_controls/drugs_precursors/legislation/national_competent_authorities.pdf

Overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 111/2005 houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Unie en derde landen in drugsprecursoren mogen de Commissie en de bevoegde instanties van de lidstaten, onverlet toepasselijke bepalingen inzake gegevensbescherming in de Unie en als bijdrage aan het toezicht op en de controle van bepaalde stoffen die vaak worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen, in dit document vervatte persoonsgegevens en informatie uitwisselen met de relevante instanties in derde landen.

De betrokkene heeft het recht van toegang tot hem betreffende persoonsgegevens die worden verwerkt en, in voorkomend geval, het recht persoonsgegevens te rectificeren, te wissen of af te schermen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 45/2001 of de nationale wetten tot omzetting van Richtlijn 95/46/EG.

Alle verzoeken voor het uitoefenen van het recht van toegang, rectificatie, het recht om te wissen of af te schermen, zullen worden ingediend bij en verwerkt door de bevoegde instanties waarbij dit document werd ingediend.

De rechtsgrondslag voor de verwerking van persoonsgegevens is artikel 33 van Verordening (EG) nr. 111/2005 en artikel 13 ter van Verordening (EG) nr. 273/2004.

De in dit document vervatte persoonsgegevens worden niet langer bewaard dan nodig is voor de doeleinden waarvoor zij zijn verzameld.

In geval van een geschil kan een klacht worden gericht tot de relevante nationale gegevensbeschermingsautoriteit. De contactgegevens van de nationale gegevensbeschermingsautoriteiten zijn te vinden op de website van de Europese Commissie, directoraat-generaal Justitie: http://ec.europa.eu/justice/data-protection/bodies/authorities/eu/index_en.htm#h2-1

Wanneer de klacht betrekking heeft op de verwerking van persoonsgegevens door de Europese Commissie, dient deze te worden gericht aan de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming:

http://www.edps.europa.eu/EDPSWEB/


27.6.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 162/26


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1012 VAN DE COMMISSIE

van 23 juni 2015

tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 669/2009 ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft meer uitgebreide officiële controles op de invoer van bepaalde diervoeders en levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (1), en met name artikel 15, lid 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 669/2009 van de Commissie (2) bevat voorschriften voor de meer uitgebreide officiële controles die moeten worden uitgevoerd op de invoer van diervoeders en levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong die zijn opgenomen in de lijst van bijlage I bij die verordening („de lijst”) op de punten van binnenkomst op de in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 882/2004 vermelde grondgebieden.

(2)

In artikel 2 van Verordening (EG) nr. 669/2009 is bepaald dat de lijst regelmatig en ten minste op kwartaalbasis moet worden herzien, waarbij ten minste rekening wordt gehouden met de in dat artikel vermelde informatiebronnen.

(3)

Uit de frequentie en de relevantie van de recente incidenten met levensmiddelen die via het systeem voor snelle waarschuwingen voor levensmiddelen en diervoeders zijn gemeld, de bevindingen van de controles door het Voedsel- en Veterinair Bureau in derde landen en de door de lidstaten overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EG) nr. 669/2009 bij de Commissie ingediende driemaandelijkse verslagen over zendingen van diervoeders en levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong blijkt dat de lijst moet worden gewijzigd.

(4)

De lijst moet met name worden gewijzigd door de vermeldingen te schrappen voor goederen die — volgens de beschikbare informatie — over het algemeen in toereikende mate aan de desbetreffende veiligheidsvoorschriften van de EU-wetgeving voldoen en waarvoor meer uitgebreide officiële controles bijgevolg niet langer nodig zijn. De vermelding in de lijst voor bonen uit Kenia moet derhalve worden geschrapt.

(5)

Bovendien moet in de lijst de frequentie van de officiële controles worden verhoogd voor goederen waarvoor uit dezelfde informatiebronnen blijkt dat de desbetreffende EU-wetgeving minder goed wordt nageleefd, hetgeen een uitbreiding van de officiële controles rechtvaardigt. De vermeldingen in de lijst voor korianderblad, basilicum, munt, peterselie, chilipeper en okra's uit Vietnam en wijnstokbladeren uit Turkije moeten derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(6)

Met het oog op samenhang en duidelijkheid moet bijlage I bij Verordening (EG) nr. 669/2009 worden vervangen door de tekst in de bijlage bij deze verordening.

(7)

Verordening (EG) nr. 669/2009 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(8)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 669/2009 wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 2015.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 juni 2015

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1.

(2)  Verordening (EG) nr. 669/2009 van de Commissie van 24 juli 2009 ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft meer uitgebreide officiële controles op de invoer van bepaalde diervoeders en levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong en tot wijziging van Beschikking 2006/504/EG (PB L 194 van 25.7.2009, blz. 11).


BIJLAGE

„BIJLAGE I

Diervoeders en levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong die aan meer uitgebreide officiële controles op het aangewezen punt van binnenkomst worden onderworpen

Diervoeders en levensmiddelen

(beoogd gebruik)

GN-code (1)

Taric-onderverdeling

Land van oorsprong

Risico

Frequentie van materiële en overeenstemmingscontroles (%)

Gedroogde druiven

0806 20

 

Afghanistan (AF)

Ochratoxine A

50

(Levensmiddelen)

 

 

Amandelen in de dop

0802 11

 

Australië (AU)

Aflatoxinen

20

Amandelen zonder dop

0802 12

 

(Levensmiddelen)

 

 

Grondnoten in de dop

1202 41 00

 

Brazilië (BR)

Aflatoxinen

10

Grondnoten, gedopt

1202 42 00

 

Pindakaas

2008 11 10

 

Grondnoten, op andere wijze bereid of verduurzaamd

2008 11 91;

2008 11 96;

2008 11 98

 

(Diervoeders en levensmiddelen)

 

 

Kousenband (Vigna unguiculata spp. sesquipedalis)

ex 0708 20 00;

ex 0710 22 00

10

10

Cambodja (KH)

Residuen van bestrijdings-middelen (2)  (3)

50

Aubergines

0709 30 00;

ex 0710 80 95

72

(Levensmiddelen — verse, gekoelde of bevroren groenten)

 

 

Chinese bleekselderij (Apium graveolens)

ex 0709 40 00

20

Cambodja (KH)

Residuen van bestrijdings-middelen (2)  (4)

50

(Levensmiddelen — verse of gekoelde kruiden)

 

 

Brassica oleracea (andere eetbare kool van het geslacht Brassica, „Chinese broccoli”) (5)

ex 0704 90 90

40

China (CN)

Residuen van bestrijdings-middelen (2)

50

(Levensmiddelen — vers of gekoeld)

 

 

Thee, ook indien gearomatiseerd

0902

 

China (CN)

Residuen van bestrijdings-middelen (2)  (6)

10

(Levensmiddelen)

 

 

Aubergines

0709 30 00;

ex 0710 80 95

72

Dominicaanse Republiek (DO)

Residuen van bestrijdingsmiddelen (2)  (7)

10

Bittermeloen (Momordica charantia)

ex 0709 99 90;

ex 0710 80 95

70

70

(Levensmiddelen — verse, gekoelde of bevroren groenten)

 

 

Kousenband (Vigna unguiculata spp. sesquipedalis)

ex 0708 20 00;

ex 0710 22 00

10

10

Dominicaanse Republiek (DO)

Residuen van bestrijdingsmiddelen (2)  (7)

20

Pepers (niet-scherpsmakende en andere) (Capsicum spp.)

0709 60 10;

ex 0709 60 99

20

(Levensmiddelen — verse, gekoelde of bevroren groenten)

0710 80 51;

ex 0710 80 59

20

Aardbeien (vers)

0810 10 00

 

Egypte (EG)

Residuen van bestrijdings-middelen (2)  (8)

10

(Levensmiddelen)

 

 

Pepers (niet-scherpsmakende en andere) (Capsicum spp.)

0709 60 10;

ex 0709 60 99;

20

Egypte (EG)

Residuen van bestrijdingsmiddelen (2)  (9)

10

(Levensmiddelen — vers, gekoeld of bevroren)

0710 80 51;

ex 0710 80 59

20

Betelbladeren (Piper betle L.)

ex 1404 90 00

10

India (IN)

Salmonella (10)

50

(Levensmiddelen)

 

 

Sesamzaad

1207 40 90

 

India (IN)

Salmonella (10)

20

(Levensmiddelen — vers of gekoeld)

 

 

Capsicum annuum, geheel

0904 21 10

 

India (IN)

Aflatoxinen

20

Capsicum annuum, fijngemaakt of gemalen

ex 0904 22 00

10

Andere gedroogde vruchten van het geslacht Capsicum dan niet-scherpsmakende pepers (Capsicum annuum), geheel

0904 21 90

 

Nootmuskaat (Myristica fragrans)

0908 11 00;

0908 12 00

 

(Levensmiddelen — gedroogde specerijen)

 

 

Enzymen; bereidingen van enzymen

3507

 

India (IN)

Chlooramfenicol

50

(Diervoeders en levensmiddelen)

 

 

Nootmuskaat (Myristica fragrans)

0908 11 00;

0908 12 00

 

Indonesië (ID)

Aflatoxinen

20

(Levensmiddelen — gedroogde specerijen)

 

 

Erwten met peul (niet gedopt)

ex 0708 10 00

40

Kenia (KE)

Residuen van bestrijdingsmiddelen (2)  (11)

10

(Levensmiddelen — vers of gekoeld)

 

 

Munt

ex 1211 90 86;

30

Marokko (MA)

Residuen van bestrijdingsmiddelen (2)  (12)

10

(Levensmiddelen — verse of gekoelde kruiden)

ex 2008 99 99

70

Tafeldruiven

0806 10 10

 

Peru (PE)

Residuen van bestrijdingsmiddelen (2)  (13)

10

(Levensmiddelen — vers)

 

 

Zaden van watermeloenen (Egusi, Citrullus lanatus) en afgeleide producten

ex 1207 70 00;

ex 1106 30 90;

ex 2008 99 99

10

30

50

Sierra Leone (SL)

Aflatoxinen

50

(Levensmiddelen)

 

 

Grondnoten in de dop

1202 41 00

 

Sudan (SD)

Aflatoxinen

50

Grondnoten, gedopt

1202 42 00

 

Pindakaas

2008 11 10

 

Grondnoten, op andere wijze bereid of verduurzaamd

2008 11 91;

2008 11 96;

2008 11 98

 

(Diervoeders en levensmiddelen)

 

 

Pepers (andere dan niet-scherpsmakende) (Capsicum spp.)

ex 0709 60 99

20

Thailand (TH)

Residuen van bestrijdingsmiddelen (2)  (14)

10

(Levensmiddelen — vers of gekoeld)

 

 

Betelbladeren (Piper betle L.)

ex 1404 90 00

10

Thailand (TH)

Salmonella (10)

50

(Levensmiddelen)

 

 

Kousenband (Vigna unguiculata spp. sesquipedalis)

ex 0708 20 00;

ex 0710 22 00

10

10

Thailand (TH)

Residuen van bestrijdingsmiddelen (2)  (15)

20

Aubergines

0709 30 00;

ex 0710 80 95

72

(Levensmiddelen — verse, gekoelde of bevroren groenten)

 

 

Gedroogde abrikozen

0813 10 00

 

Turkije (TR)

Sulfieten (16)

10

Abrikozen, op andere wijze bereid of verduurzaamd

2008 50 61

 

(Levensmiddelen)

 

 

Niet-scherpsmakende pepers (Capsicum annuum)

0709 60 10;

0710 80 51

 

Turkije (TR)

Residuen van bestrijdingsmiddelen (2)  (17)

10

(Levensmiddelen — verse, gekoelde of bevroren groenten)

 

 

Wijnstokbladeren (druivenbladeren)

ex 2008 99 99

11; 19

Turkije (TR)

Residuen van bestrijdingsmiddelen (2)  (18)

50

(Levensmiddelen)

 

 

Pistaches in de dop

0802 51 00

 

Verenigde Staten (US)

Aflatoxinen

20

Pistaches zonder dop

0802 52 00

 

(Levensmiddelen)

 

 

Gedroogde abrikozen

0813 10 00

 

Oezbekistan (UZ)

Sulfieten (16)

50

Abrikozen, op andere wijze bereid of verduurzaamd

2008 50 61

 

(Levensmiddelen)

 

 

Gedroogde druiven

0806 20

 

Oezbekistan (UZ)

Ochratoxine A

50

(Levensmiddelen)

 

 

Korianderblad

ex 0709 99 90

72

Vietnam (VN)

Residuen van bestrijdingsmiddelen (2)  (19)

50

Basilicum (heilig, zoet)

ex 1211 90 86;

ex 2008 99 99

20

75

Munt

ex 1211 90 86;

ex 2008 99 99

30

70

Peterselie

ex 0709 99 90

40

(Levensmiddelen — verse of gekoelde kruiden)

 

 

Okra's

ex 0709 99 90

20

Vietnam (VN)

Residuen van bestrijdingsmiddelen (2)  (19)

50

Pepers (andere dan niet-scherpsmakende) (Capsicum spp.)

ex 0709 60 99

20

(Levensmiddelen — vers of gekoeld)

 

 

Pitahaya's (drakenvruchten)

ex 0810 90 20

10

Vietnam (VN)

Residuen van bestrijdingsmiddelen (2)  (19)

20

(Levensmiddelen — vers of gekoeld)

 

 


(1)  Indien slechts bepaalde onder een GN-code vallende producten behoeven te worden onderzocht en geen specifieke onderverdeling voor die code bestaat, wordt de GN-code voorafgegaan door „ex”.

(2)  Residuen van ten minste die bestrijdingsmiddelen die in het overeenkomstig artikel 29, lid 2, van Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong en houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad Raad (PB L 70 van 16.3.2005, blz. 1) vastgestelde controleprogramma zijn opgenomen en die kunnen worden geanalyseerd met multiresidumethoden op basis van GC-MS en LC-MS (controle op bestrijdingsmiddelen alleen in/op producten van plantaardige oorsprong).

(3)  Residuen van chloorbufam.

(4)  Residuen van fenthoaat.

(5)  Soorten van Brassica oleracea L. convar. botrytis (L) Alef var. italica Plenck, cultivar alboglabra. Ook bekend als „Kai Lan”, „Gai Lan”, „Gailan”, „Kailan”, „Chinese bare Jielan”.

(6)  Residuen van trifluraline.

(7)  en het sulfon daarvan, uitgedrukt als aldicarb), amitraz (amitraz met inbegrip van alle metabolieten die de 2,4-dimethylaniline-groep bevatten, uitgedrukt als amitraz), diafenthiuron, dicofol (som van p, p′- en o, p′-isomeer), dithiocarbamaten (dithiocarbamaten uitgedrukt als CS2, inclusief maneb, mancozeb, metiram, propineb, thiram en ziram) en methiocarb (som van methiocarb en methiocarbsulfoxide en -sulfon, uitgedrukt als methiocarb).

(8)  Residuen van hexaflumuron, methiocarb (som van methiocarb en methiocarbsulfoxide en -sulfon, uitgedrukt als methiocarb), fenthoaat en thiofanaat-methyl.

(9)  Residuen van dicofol (som van p, p′- en o, p′-isomeer), dinotefuran, folpet, prochloraz (som van prochloraz en de metabolieten daarvan die het 2,4,6-trichloorfenolgedeelte bevatten, uitgedrukt als prochloraz), thiofanaat-methyl en triforine.

(10)  Referentiemethode EN/ISO 6579 of een ten opzichte van die methode gevalideerde methode overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 2073/2005 van de Commissie van 15 november 2005 inzake microbiologische criteria voor levensmiddelen (PB L 338 van 22.12.2005, blz. 1).

(11)  Residuen van acefaat en diafenthiuron.

(12)  Residuen van flubendiamide.

(13)  Residuen van ethefon.

(14)  Residuen van formetanaat: som van formetanaat en zouten daarvan, uitgedrukt als formetanaat (hydrochloride), prothiofos en triforine.

(15)  Residuen van acefaat, dicrotofos, prothiofos, quinalfos en triforine.

(16)  Referentiemethoden: EN 1988-1:1998, EN 1988-2:1998 of ISO 5522:1981.

(17)  Residuen van diafenthiuron, formetanaat: som van formetanaat en zouten daarvan, uitgedrukt als formetanaat (hydrochloride) en thiofanaat-methyl.

(18)  Residuen van dithiocarbamaten (dithiocarbamaten uitgedrukt als CS2, inclusief maneb, mancozeb, metiram, propineb, thiram en ziram) en metrafenon.

(19)  Residuen van dithiocarbamaten (dithiocarbamaten uitgedrukt als CS2, inclusief maneb, mancozeb, metiram, propineb, thiram en ziram), fenthoaat en quinalfos.”


27.6.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 162/33


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1013 VAN DE COMMISSIE

van 25 juni 2015

tot vaststelling van voorschriften met betrekking tot Verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad inzake drugsprecursoren en Verordening (EG) nr. 111/2005 van de Raad houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Unie en derde landen in drugsprecursoren

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 betreffende drugsprecursoren (1), en met name artikel 14,

Gezien Verordening (EG) nr. 111/2005 van de Raad van 22 december 2004 houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Unie en derde landen in drugsprecursoren (2), en met name artikel 6, lid 3, artikel 9, lid 2, derde alinea, en artikel 28,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1277/2005 van de Commissie (3) zijn bepalingen vastgesteld voor de tenuitvoerlegging van de Verordeningen (EG) nr. 273/2004 en (EG) nr. 111/2005 op het gebied van drugsprecursoren. Zowel Verordening (EG) nr. 273/2004 als Verordening (EG) nr. 111/2005 zijn gewijzigd na de vaststelling van Verordening (EG) nr. 1277/2005, zodat daarin ook de bevoegdheid is opgenomen om gedelegeerde en uitvoeringshandelingen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 290 en 291 van het verdrag. Daarom moeten nieuwe regels worden vastgesteld in overeenstemming met de nieuwe bevoegdheden.

(2)

Hoewel Verordening (EG) nr. 273/2004 betrekking heeft op de binnenlandse handel en Verordening (EG) nr. 111/2005 op de internationale handel, hebben beide verordeningen veel bepalingen gemeenschappelijk. Om de samenhang te waarborgen, is het gerechtvaardigd één uitvoeringshandeling met betrekking tot beide verordeningen vast te stellen.

(3)

Om de rechtszekerheid en een coherente handhaving van de bepalingen van deze verordening te waarborgen, dient het begrip „bedrijfsruimten” te worden gedefinieerd.

(4)

De huidige bepalingen inzake de procedureregels voor het verlenen van vergunningen, de procedure en het formaat voor het verstrekken van de voor het uitoefenen van toezicht op de handel vereiste informatie, alsmede het formaat en het beheer van invoer- en uitvoervergunningen zijn doeltreffend gebleken en moeten daarom in beginsel krachtens deze verordening blijven gelden.

(5)

De procedureregels voor het verlenen van registratie aan marktdeelnemers en gebruikers als gedefinieerd in de Verordeningen (EG) nr. 273/2004 en (EG) nr. 111/2005 dienen die voor het verlenen van vergunningen te weerspiegelen.

(6)

Om de kwaliteit en de coherentie van de gegevens te waarborgen en doublures te voorkomen in de informatie die in de Europese databank inzake drugsprecursoren wordt ingevoerd, moet elke lidstaat één contactpunt oprichten dat de informatie doorgeeft aan de databank. De informatie moet zo spoedig mogelijk worden doorgegeven. De informatie over een vergunning of een registratie moet de elementen bevatten die nodig zijn voor de identificatie van de marktdeelnemer of gebruiker die houder is van de vergunning of de registratie, alsook van de stoffen die onder de toepassing van de vergunning of de registratie vallen. De toegang tot de informatie moet worden beperkt tot wat de overheid minimaal nodig heeft om haar taken uit te voeren.

(7)

Overgangsmaatregelen moeten toestaan dat, overeenkomstig eerdere voorschriften, papieren formulieren die vóór de inwerkingtreding van deze verordening werden afgegeven, worden gebruikt totdat de voorraden van die papieren formulieren zijn uitgeput.

(8)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité drugsprecursoren,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp

Deze verordening stelt uniforme procedureregels vast voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 273/2004 en (EG) nr. 111/2005 wat betreft de afgifte van vergunningen aan en de registratie van marktdeelnemers en gebruikers en hun opname in de Europese databank voor drugsprecursoren, het verstrekken van informatie die vereist is om toezicht te kunnen uitoefenen op de handel door marktdeelnemers en de invoer- en uitvoervergunningen op het gebied van drugsprecursoren.

Artikel 2

Definities

Onder „bedrijfsruimten” wordt voor de toepassing van deze verordening verstaan: het (de) gebouw(en) en het bijbehorende terrein die een marktdeelnemer op eenzelfde locatie in gebruik heeft.

Artikel 3

Procedure voor het verlenen van een vergunning

1.   Een marktdeelnemer of een gebruiker moet bij de bevoegde instantie naargelang de voorschriften van de betrokken lidstaat een elektronische of schriftelijke aanvraag indienen om de in artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 273/2004 of artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 111/2005 bedoelde vergunning te verkrijgen.

Een aanvraag wordt als volledig beschouwd indien zij alle in artikel 3, lid 2, onder b), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/1011 van de Commissie (4) genoemde informatie bevat.

2.   Bij de beoordeling van een aanvraag voor het verkrijgen van een vergunning kan de bevoegde instantie ook rekening houden met de resultaten van ongeacht welke eerdere beoordeling of audit van de marktdeelnemer die de aanvraag indient en die de status heeft van geautoriseerde marktdeelnemer (AEO), zoals bedoeld in artikel 5 bis van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad (5), voor zover zij relevant zijn voor het onderzoeken van de voorwaarden voor het verlenen van een vergunning.

In afwijking van artikel 3, lid 1, van deze verordening kan de bevoegde autoriteit marktdeelnemers met AEO-status toestemming verlenen om bij het indienen van een aanvraag niet alle in artikel 3, lid 2, onder b), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/1011 genoemde informatie in te dienen.

3.   De bevoegde instantie beoordeelt eerst de volledigheid van een aanvraag.

Indien een aanvraag als onvolledig wordt beschouwd, stelt de bevoegde instantie de aanvrager daarvan in kennis en verzoekt zij hem alle ontbrekende of relevante aanvullende informatie te verstrekken.

Indien een aanvraag als volledig wordt beschouwd, ontvangt de aanvrager een bevestiging van de bevoegde instantie dat zij een volledige aanvraag heeft ontvangen.

4.   Binnen zestig werkdagen vanaf de datum van ontvangst van een volledige aanvraag in het geval van een nieuwe vergunning en binnen dertig werkdagen in het geval van de verlenging van een vergunning neemt de bevoegde instantie een besluit om al dan niet een vergunning te verlenen.

5.   Elk besluit om geen vergunning te verlenen, dient met redenen te zijn omkleed en elektronisch of schriftelijk aan de aanvrager te worden gemeld.

6.   De vergunning mag worden afgegeven voor de transacties waarop de Verordeningen (EG) nr. 273/2004 en (EG) nr. 111/2005 betrekking hebben.

Artikel 4

Toepassingsgebied van de vergunning

De bevoegde instantie kan een vergunning verlenen:

a)

die op alle geregistreerde stoffen en alle transacties per bedrijfsruimte van toepassing is, of

b)

die op alle geregistreerde stoffen en alle transacties per lidstaat van toepassing is.

Artikel 5

Formaat van de vergunning

Een vergunning zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 273/2004 of artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 111/2005 wordt in het in bijlage I bij deze verordening vastgestelde formaat afgegeven.

Artikel 6

Latere wijzigingen

Indien na het verlenen van een vergunning bij de aanvraag voor die vergunning verstrekte informatie, met uitzondering van informatie zoals bedoeld in artikel 3, lid 9, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/1011 is gewijzigd, stelt de houder van de vergunning de bevoegde instantie binnen tien werkdagen elektronisch of schriftelijk van de wijziging in kennis.

Indien na de wijziging nog steeds aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/1011 wordt voldaan en indien de te wijzigen informatie in de vergunning is opgenomen, wijzigt de bevoegde instantie de vergunning dienovereenkomstig.

Artikel 7

Geldigheidsduur, schorsing en intrekking van vergunningen

1.   Indien de geldigheidsduur van een vergunning is verstreken of indien een vergunning is ingetrokken, moet de houder van de vergunning de vergunning die niet langer geldig is binnen tien werkdagen na de datum van het verstrijken van de geldigheidsduur of de datum van de intrekking indienen bij de bevoegde instantie.

2.   Indien een bevoegde instantie besluit een vergunning te schorsen of in te trekken, wordt de houder van de vergunning elektronisch of schriftelijk in kennis gesteld van dat besluit en van de redenen die een schorsing of intrekking rechtvaardigen.

Artikel 8

Speciale vergunningen

De artikelen 3 tot en met 7 van deze verordening zijn niet van toepassing op de in artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 273/2004 bedoelde speciale vergunningen.

Artikel 9

Registratieprocedure

1.   De artikelen 3, 4, 6 en 7 gelden voor de registratieprocedure op grond van artikel 3, lid 6, van Verordening (EG) nr. 273/2004 of artikel 7, lid 1, van Verordening (EG) nr. 111/2005.

2.   Registratie op grond van artikel 3, lid 6, van Verordening (EG) nr. 273/2004 of artikel 7, lid 1, van Verordening (EG) nr. 111/2005 wordt in het in bijlage II vastgestelde formaat verleend.

3.   De bevoegde instantie kan in afwijking van lid 2 registratie verlenen op een formulier dat vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening is gedrukt en voldoet aan de nationale voorschriften van vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening totdat de voorraden zijn uitgeput.

4.   De leden 1, 2 en 3 zijn niet van toepassing op de in artikel 3, lid 6, van Verordening (EG) nr. 273/2004 bedoelde speciale registraties.

Artikel 10

Informatie vereist om toezicht te kunnen uitoefenen op de handel

1.   Marktdeelnemers verstrekken de in artikel 8, lid 2, van Verordening (EG) nr. 273/2004 bedoelde informatie wat betreft de geregistreerde stoffen van de categorieën 1 en 2 van bijlage I bij die verordening naargelang de voorschriften van de betrokken lidstaat elektronisch of schriftelijk en vóór 15 februari van elk kalenderjaar.

2.   Marktdeelnemers verstrekken de in artikel 9, lid 2, van Verordening (EG) nr. 111/2005 bedoelde informatie naargelang de voorschriften van de betrokken lidstaat elektronisch of schriftelijk en vóór 15 februari van elk kalenderjaar.

3.   Marktdeelnemers dienen de in de leden 1 en 2 bedoelde jaarverslagen in, zelfs wanneer in een bepaald jaar geen transacties hebben plaatsgevonden.

Artikel 11

Uitvoer- en invoervergunningen

1.   De uitvoer- en invoervergunningen als bedoeld in artikel 28 van Verordening (EG) nr. 111/2005 hebben respectievelijk het in de bijlagen III en IV bij deze verordening vastgestelde formaat.

In afwijking van de eerste alinea kan het vak voor het nummer van de vergunning een ander formaat hebben in gevallen waarin de uitvoer- of invoervergunning langs elektronische weg wordt verleend.

2.   Een uitvoervergunning wordt in vier van 1 tot en met 4 genummerde exemplaren opgemaakt. Exemplaar 1 wordt bewaard door de instantie die de vergunning heeft afgegeven. De exemplaren 2 en 3 vergezellen de geregistreerde stof en worden voorgelegd aan het douanekantoor waar de uitvoeraangifte wordt ingediend en vervolgens aan de bevoegde instantie op de plaats waar de geregistreerde stof het douanegebied van de Unie verlaat. De bevoegde instantie op de plaats van uitgang zendt exemplaar 2 terug aan de instantie die de vergunning heeft afgegeven. Exemplaar 3 vergezelt de geregistreerde stoffen tot bij de bevoegde instanties van het land van invoer. Exemplaar 4 wordt bewaard door de exporteur.

3.   Een invoervergunning wordt in vier van 1 tot en met 4 genummerde exemplaren opgemaakt. Exemplaar 1 wordt bewaard door de instantie die de vergunning heeft afgegeven. Exemplaar 2 wordt door de instantie die de vergunning heeft afgegeven, toegezonden aan de bevoegde instanties van het land van uitvoer. Exemplaar 3 vergezelt de geregistreerde stof van de plaats van binnenkomst in het douanegebied van de Unie tot de bedrijfsruimten van de importeur, die dit exemplaar toezendt aan de instantie die de vergunning heeft afgegeven. Exemplaar 4 wordt bewaard door de importeur.

4.   Eén invoer- of uitvoervergunning mag op niet meer dan twee geregistreerde stoffen van toepassing zijn.

5.   Een vergunning wordt in één of meer officiële talen van de Unie afgegeven. Tenzij de vergunning langs elektronische weg wordt verleend, heeft zij het A4-formaat en is zij voorzien van een geguillocheerde onderdruk die elke vervalsing met mechanische of chemische middelen zichtbaar maakt.

6.   Een lidstaat kan de vergunningformulieren zelf drukken of door een door de lidstaat goedgekeurde drukker laten drukken. In dat laatste geval moet op elk vergunningformulier melding worden gemaakt van die goedkeuring en van de naam en het adres van de drukker of een teken worden aangebracht waardoor de drukker kan worden geïdentificeerd.

7.   In afwijking van de leden 1 tot en met 6 kan een lidstaat een uitvoer- of invoervergunning afgeven op een formulier dat vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening is gedrukt en voldoet aan Verordening (EG) nr. 1277/2005 van de Commissie totdat de voorraden zijn uitgeput.

8.   Uitvoervergunningen die overeenkomstig de vereenvoudigde procedure zijn verleend, worden opgemaakt op de exemplaren 1, 2 en 4 van het formulier waarvan het model in bijlage III is opgenomen. Exemplaar 1 wordt bewaard door de instantie die de vergunning heeft afgegeven. De exemplaren 2 en 4 blijven bij de exporteur. De exporteur vermeldt de gegevens van elke exporttransactie op de keerzijde van exemplaar 2, met name de hoeveelheid van de geregistreerde stof voor elke exporttransactie en de nog beschikbare hoeveelheid. Exemplaar 2 wordt voorgelegd aan het douanekantoor waar de douaneaangifte wordt ingediend. Dat douanekantoor bevestigt de gegevens en zendt exemplaar 2 terug aan de exporteur.

9.   De marktdeelnemer vermeldt het nummer van de vergunning en de woorden „vereenvoudigde procedure voor het verlenen van een uitvoervergunning” op de douaneaangifte van elke exporttransactie. Wanneer het douanekantoor van uitgang zich niet op de plaats van uitgang uit het douanegebied van de Unie bevindt, wordt de informatie vermeld op de documenten die de zending vergezellen.

10.   De exporteur zendt exemplaar 2 terug aan de instantie die de vergunning heeft afgegeven binnen een termijn van ten hoogste tien werkdagen na het verstrijken van de geldigheidsduur van de uitvoervergunning die overeenkomstig de vereenvoudigde procedure is verleend.

Artikel 12

Opname van marktdeelnemers en gebruikers in de Europese databank voor drugsprecursoren

1.   In het kader van de opname in de Europese databank voor drugsprecursoren wijzen marktdeelnemers en gebruikers die overeenkomstig artikel 3, lid 7, van Verordening (EG) nr. 273/2004 een vergunning of een registratie hebben verkregen één contactpunt aan en delen zij de contactgegevens daarvan mee aan de Commissie.

2.   Het verantwoordelijke contactpunt geeft de relevante informatie binnen 30 werkdagen na afgifte van de vergunning of de registratie elektronisch door. Indien de betrokken marktdeelnemer wijzigingen aan de relevante informatie doorgeeft aan de bevoegde instantie of indien een vergunning of een registratie wordt geschorst of ingetrokken, werkt het contactpunt de informatie bij binnen 30 werkdagen na de aanvaarding van de wijzigingen of de schorsing of intrekking van de vergunning of de registratie.

3.   De Commissie zorgt ervoor dat:

a)

de elektronische informatieoverdracht veilig is;

b)

de databank beperkt toegankelijk is, namelijk enkel voor de door de lidstaten aangewezen functionarissen en voor de ambtenaren van de Commissie die verantwoordelijk zijn voor de Europese databank.

4.   De Commissie en de bevoegde instanties nemen alle nodige maatregelen om te waarborgen dat de informatie over marktdeelnemers en gebruikers in de databank enkel wordt gebruikt voor de officiële taken van de aangewezen functionarissen en de ambtenaren van de Commissie.

5.   De informatie over marktdeelnemers en gebruikers omvat de volledige naam, het adres, het nummer van de vergunning of de registratie, de geldigheidsstatus van de vergunning of de registratie en de naam en GN-code van de geregistreerde stoffen die onder de toepassing van de betrokken vergunning of registratie vallen.

6.   De Commissie bewaart de informatie over vervallen of ingetrokken vergunningen en registraties in de databank gedurende ten minste drie jaar na de datum van het verstrijken van de geldigheidsduur of de datum van de intrekking.

Artikel 13

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 25 juni 2015.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 47 van 18.2.2004, blz. 1.

(2)  PB L 22 van 26.1.2005, blz. 1.

(3)  Verordening (EG) nr. 1277/2005 van de Commissie van 27 juli 2005 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad inzake drugsprecursoren en van Verordening (EG) nr. 111/2005 van de Raad houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Gemeenschap en derde landen in drugsprecursoren (PB L 202 van 3.8.2005, blz. 7).

(4)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/1011 van de Commissie van 24 april 2015 tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad inzake drugsprecursoren en Verordening (EG) nr. 111/2005 van de Raad houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Unie en derde landen in drugsprecursoren, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1277/2005 van de Commissie (zie bladzijde 12 van dit Publicatieblad).

(5)  Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1).


BIJLAGE I

Image

Toelichting

1.

De opmaak van het model is niet bindend.

2.

De volgnummers en de tekst van het model zijn bindend. De vetgedrukte vakken moeten worden ingevuld.

3.

Verdere uitleg bij de vakken:

 

Vak 1 (houder van de vergunning): ook de naam van de verantwoordelijke mag worden vermeld.

 

Vak 3 (geldigheid/einde): de datum waarop de geldigheid verstrijkt, vermelden dan wel of de houders van een vergunning op regelmatige tijdstippen en ten minste om de drie jaar moeten aantonen dat nog altijd aan de voorwaarden voor de afgifte van de vergunning is voldaan.

 

Vak 4 (geregistreerde stof(fen)): naam vermelden van de geregistreerde stof zoals vermeld in de bijlage. Indien het een mengsel of een natuurproduct betreft, de naam daarvan vermelden alsmede de naam van alle in het mengsel of het natuurproduct voorkomende geregistreerde stoffen zoals vermeld in de bijlage. Zouten vermelden, waar van toepassing.

 

Vak 4 (GN-code): behalve de GN-code mag ook het CAS-nummer worden vermeld.

 

Vak 4 (transactie): vermelden of het gaat om invoer, uitvoer en/of intermediaire activiteiten. Indien het invoertransacties betreft, vermelden of het gaat om opslag, bewerking, verwerking, gebruik of gebruikelijke handelingen en typische toepassing en/of het in het vrije verkeer brengen, waar van toepassing. Indien het transacties betreft waarop Verordening (EG) nr. 273/2004 van toepassing is, vermelden of het gaat om opslag, productie, vervaardiging, verwerking, handel, distributie en/of handelsbemiddeling.

 

Vak 4 (bedrijfsruimte(n)): indien het intermediaire activiteiten bedoeld in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 111/2005 betreft, hoeven de bedrijfsruimten niet te worden vermeld.

4.

De lidstaten mogen vakken voor nationale doeleinden toevoegen. Deze vakken moeten worden aangeduid met een volgnummer gevolgd door een hoofdletter (bijvoorbeeld 4A).

5.   Bescherming van persoonsgegevens

Indien de Europese Commissie persoonsgegevens verwerkt die in dit document zijn vervat, is Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens van toepassing.

Indien de bevoegde instantie van een lidstaat persoonsgegevens verwerkt die in dit document zijn vervat, zijn de nationale bepalingen tot uitvoering van Richtlijn 95/46/EG van toepassing.

Doel van de verwerking van persoonsgegevens is toezicht te houden op de handel in drugsprecursoren binnen de Unie overeenkomstig Verordening (EG) nr. 273/2004, als gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1258/2013, en tussen de Unie en derde landen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 111/2005, als gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1259/2013.

De verantwoordelijke voor de verwerking van de gegevens is de nationale bevoegde instantie waarbij dit document is ingediend. De lijst van bevoegde instanties wordt gepubliceerd op de website van de Commissie:

http://ec.europa.eu/taxation_customs/resources/documents/customs/customs_controls/drugs_precursors/legislation/national_competent_authorities.pdf

Overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 111/2005 houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Unie en derde landen in drugsprecursoren mogen de Commissie en de bevoegde instanties van de lidstaten, onverlet toepasselijke bepalingen inzake gegevensbescherming in de Unie en als bijdrage aan het toezicht op en de controle van bepaalde stoffen die vaak worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen, in dit document vervatte persoonsgegevens en informatie uitwisselen met de relevante instanties in derde landen.

De betrokkene heeft het recht van toegang tot hem betreffende persoonsgegevens die worden verwerkt en, in voorkomend geval, het recht persoonsgegevens te rectificeren, te wissen of af te schermen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 45/2001 of de nationale wetten tot omzetting van Richtlijn 95/46/EG.

Alle verzoeken voor het uitoefenen van het recht van toegang, rectificatie, het recht om te wissen of af te schermen, zullen worden ingediend bij en verwerkt door de bevoegde instanties waarbij dit document werd ingediend.

De rechtsgrondslag voor de verwerking van persoonsgegevens is artikel 33 van Verordening (EG) nr. 111/2005 en artikel 13 ter van Verordening (EG) nr. 273/2004.

De in dit document vervatte persoonsgegevens worden niet langer bewaard dan nodig is voor de doeleinden waarvoor zij zijn verzameld.

In geval van een geschil kan een klacht worden gericht tot de relevante nationale gegevensbeschermingsautoriteit. De contactgegevens van de nationale gegevensbeschermingsautoriteiten zijn te vinden op de website van de Europese Commissie, directoraat-generaal Justitie: http://ec.europa.eu/justice/data-protection/bodies/authorities/eu/index_en.htm#h2-1.

Wanneer de klacht betrekking heeft op de verwerking van persoonsgegevens door de Europese Commissie, dient deze te worden gericht aan de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming: http://www.edps.europa.eu/EDPSWEB/.


BIJLAGE II

Image

Toelichting

1.

De opmaak van het model is niet bindend.

2.

De volgnummers en de tekst van het model zijn bindend. De vetgedrukte vakken moeten worden ingevuld.

3.

Verdere uitleg bij de vakken:

 

Vak 1 (houder van de registratie): ook de naam van de verantwoordelijke mag worden vermeld.

 

Vak 3 (geldigheid/einde): de datum waarop de geldigheid een aanvang neemt, vermelden en in voorkomend geval de datum waarop de geldigheid verstrijkt.

 

Vak 4 (geregistreerde stof(fen)): naam vermelden van de geregistreerde stof zoals vermeld in de bijlage. Indien het een mengsel of een natuurproduct betreft, de naam daarvan vermelden alsmede de naam van alle in het mengsel of het natuurproduct voorkomende geregistreerde stoffen zoals vermeld in de bijlage. Zouten vermelden, waar van toepassing.

 

Vak 4 (GN-code): behalve de GN-code mag ook het CAS-nummer worden vermeld.

 

Vak 4 (transactie): vermelden of het gaat om invoer, uitvoer en/of intermediaire activiteiten. Indien het invoertransacties betreft, vermelden of het gaat om opslag, bewerking, verwerking, gebruik of gebruikelijke handelingen en typische toepassing en/of het in het vrije verkeer brengen, waar van toepassing. Indien het transacties betreft waarop Verordening (EG) nr. 273/2004 van toepassing is, vermelden of het gaat om opslag, productie, vervaardiging, verwerking, handel, distributie en/of handelsbemiddeling.

 

Vak 4 (bedrijfsruimte(n)): indien het intermediaire activiteiten bedoeld in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 111/2005 betreft, hoeven de bedrijfsruimten niet te worden vermeld.

4.

De lidstaten mogen vakken voor nationale doeleinden toevoegen. Deze vakken moeten worden aangeduid met een volgnummer gevolgd door een hoofdletter (bijvoorbeeld 4A).

5.   Bescherming van persoonsgegevens

Indien de Europese Commissie persoonsgegevens verwerkt die in dit document zijn vervat, is Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens van toepassing.

Indien de bevoegde instantie van een lidstaat persoonsgegevens verwerkt die in dit document zijn vervat, zijn de nationale bepalingen tot uitvoering van Richtlijn 95/46/EG van toepassing.

Doel van de verwerking van persoonsgegevens is toezicht te houden op de handel in drugsprecursoren binnen de Unie overeenkomstig Verordening (EG) nr. 273/2004, als gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1258/2013, en tussen de Unie en derde landen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 111/2005, als gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1259/2013.

De verantwoordelijke voor de verwerking van de gegevens is de nationale bevoegde instantie waarbij dit document is ingediend. De lijst van bevoegde instanties wordt gepubliceerd op de website van de Commissie:

http://ec.europa.eu/taxation_customs/resources/documents/customs/customs_controls/drugs_precursors/legislation/national_competent_authorities.pdf

Overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 111/2005 houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Unie en derde landen in drugsprecursoren mogen de Commissie en de bevoegde instanties van de lidstaten, onverlet toepasselijke bepalingen inzake gegevensbescherming in de Unie en als bijdrage aan het toezicht op en de controle van bepaalde stoffen die vaak worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen, in dit document vervatte persoonsgegevens en informatie uitwisselen met de relevante instanties in derde landen.

De betrokkene heeft het recht van toegang tot hem betreffende persoonsgegevens die worden verwerkt en, in voorkomend geval, het recht persoonsgegevens te rectificeren, te wissen of af te schermen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 45/2001 of de nationale wetten tot omzetting van Richtlijn 95/46/EG.

Alle verzoeken voor het uitoefenen van het recht van toegang, rectificatie, het recht om te wissen of af te schermen, zullen worden ingediend bij en verwerkt door de bevoegde instanties waarbij dit document werd ingediend.

De rechtsgrondslag voor de verwerking van persoonsgegevens is artikel 33 van Verordening (EG) nr. 111/2005 en artikel 13 ter van Verordening (EG) nr. 273/2004.

De in dit document vervatte persoonsgegevens worden niet langer bewaard dan nodig is voor de doeleinden waarvoor zij zijn verzameld.

In geval van een geschil kan een klacht worden gericht tot de relevante nationale gegevensbeschermingsautoriteit. De contactgegevens van de nationale gegevensbeschermingsautoriteiten zijn te vinden op de website van de Europese Commissie, directoraat-generaal Justitie: http://ec.europa.eu/justice/data-protection/bodies/authorities/eu/index_en.htm#h2-1.

Wanneer de klacht betrekking heeft op de verwerking van persoonsgegevens door de Europese Commissie, dient deze te worden gericht aan de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming: http://www.edps.europa.eu/EDPSWEB/


BIJLAGE III

Image

Image

Image

Image

Image

Image

Image

Image

Image

Toelichting

I.

1.

De vergunning wordt ingevuld in één van de officiële talen van de Unie. Wordt het formulier met de hand ingevuld, dient dit te gebeuren met inkt en in drukletters.

2.

De aanvrager vult de vakken 1, 3, 5, 7, 9 tot en met 19 in op het tijdstip van de aanvraag. De in de vakken 7, 8, 10 tot en met 13 en 18 verlangde informatie mag echter op een later tijdstip worden verstrekt, indien deze informatie niet bekend is op het tijdstip van de aanvraag. De in vak 18 verlangde informatie moet in voorkomend geval uiterlijk bij de indiening van de uitvoeraangifte worden verstrekt. De aanvullende informatie voor de vakken 7, 8 en 10 tot en met 13 moet worden verstrekt aan de douaneautoriteiten of andere instanties van de plaats waar de goederen het douanegebied van de Unie verlaten, voorafgaand aan de fysieke verzending van de goederen.

3.

Vakken 1, 5, 7 en 9: volledige namen en adressen vermelden (telefoon, fax, e-mail).

4.

Vak 5: waar van toepassing, het referentienummer van de invoervergunning van het derde land van invoer vermelden (bijvoorbeeld een verklaring van geen bezwaar, een schriftelijke machtiging tot invoer of een andere verklaring van het derde land van bestemming).

5.

Vak 7: volledige naam en adres vermelden (telefoon, fax, e-mail) van alle marktdeelnemers die bij de exporttransactie zijn betrokken, zoals vervoerders, tussenpersonen en douane-expediteurs.

6.

Vak 9: volledige naam en adres vermelden (telefoon, fax, e-mail) van de persoon of de onderneming waaraan de goederen worden geleverd in het land van bestemming (daarom niet noodzakelijkerwijs de eindgebruiker).

7.

Vak 10: waar van toepassing, de naam van de lidstaat, haven, luchthaven of grenspost vermelden.

8.

Vak 11: waar van toepassing de naam van het land, de haven, luchthaven of grenspost vermelden.

9.

Vak 12: alle vervoermiddelen vermelden waarvan gebruik zal worden gemaakt (bijvoorbeeld vrachtwagen, schip, vliegtuig, trein enz.) Heeft de uitvoervergunning betrekking op meerdere exporttransacties, dan hoeft dit vak niet te worden ingevuld.

10.

Vak 13: zo volledig mogelijk aangeven welke reisweg zal worden gevolgd.

11.

Vakken 14a, 14b: vermeld de naam van de geregistreerde stof zoals vermeld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005, de handelsnaam van het geneesmiddel van categorie 4, het aantal eenheden in de zending, het aantal tabletten/ampullen per eenheid, de inhoud van de geregistreerde stof per eenheid (per tablet/ampul) of, in het geval van mengsels of natuurproducten, vermeld de naam en de achtcijferige GN-code, alsmede de handelsnaam.

12.

Vakken 15a, 15b: de achtcijferige GN-code vermelden van de geregistreerde stof zoals vermeld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005.

13.

Vakken 16a, 16b: vul voor categorie 4 het totale nettogewicht in van de geregistreerde stof die deel uitmaakt van de zending van geneesmiddelen.

14.

Vak 19:

De naam van de aanvrager in drukletters vermelden of, waar van toepassing, de naam van de gemachtigde vertegenwoordiger die de aanvraag ondertekent.

Door het aanvraagformulier te ondertekenen overeenkomstig de in de betrokken lidstaat van kracht zijnde bepalingen verklaart de aanvrager of zijn gemachtigde vertegenwoordiger dat de verstrekte informatie juist en volledig is. Onverminderd de eventuele toepassing van strafrechtelijke bepalingen geldt deze verklaring overeenkomstig de in de lidstaten van kracht zijnde bepalingen als de aanvaarding van verantwoordelijkheid ten aanzien van:

de juistheid van de in de aanvraag verstrekte informatie;

de echtheid van de bijgevoegde documenten;

de inachtneming van alle verplichtingen in verband met de uitvoer van geregistreerde stoffen opgenomen in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005.

Wanneer de vergunning wordt afgegeven door middel van een geautomatiseerde procedure, mag de handtekening van de aanvrager niet in dit vak worden aangebracht, indien de aanvraag als zodanig reeds werd ondertekend.

II.   (Vereenvoudigde procedure voor het verlenen van een uitvoervergunning)

1.

Bij een vereenvoudigde procedure voor het verlenen van een uitvoervergunning hoeven de vakken 7, 8, 10 tot en met 13 en 18 niet te worden ingevuld.

2.

Op de keerzijde van exemplaar 2 dienen de vakken 24 tot en met 27 voor elke exporttransactie te worden ingevuld.

3.

Vak 23: de toegelaten maximumhoeveelheid en het toegelaten maximumnettogewicht vermelden. Vul voor categorie 4 het totale nettogewicht in van de geregistreerde stof die deel uitmaakt van de zending van geneesmiddelen.

Kolom 24: in deel 1 de beschikbare hoeveelheid vermelden en in deel 2 de gedeeltelijke hoeveelheid die wordt uitgevoerd. Vul voor categorie 4 het totale nettogewicht/de totale hoeveelheid in van de geregistreerde stof die deel uitmaakt van de zending van geneesmiddelen.

Kolom 25: de gedeeltelijke hoeveelheid die wordt uitgevoerd, vermelden, voluit geschreven.

Vak 26: referentienummer en datum van de douaneaangifte vermelden.

Bescherming van persoonsgegevens

Indien de Europese Commissie persoonsgegevens verwerkt die in dit document zijn vervat, is Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens van toepassing.

Indien de bevoegde instantie van een lidstaat persoonsgegevens verwerkt die in dit document zijn vervat, zijn de nationale bepalingen tot uitvoering van Richtlijn 95/46/EG van toepassing.

Doel van de verwerking van persoonsgegevens is toezicht te houden op de handel in drugsprecursoren binnen de Unie overeenkomstig Verordening (EG) nr. 273/2004, als gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1258/2013, en tussen de Unie en derde landen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 111/2005, als gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1259/2013.

De verantwoordelijke voor de verwerking van de gegevens is de nationale bevoegde instantie waarbij dit document is ingediend. De lijst van bevoegde instanties wordt gepubliceerd op de website van de Commissie:

http://ec.europa.eu/taxation_customs/resources/documents/customs/customs_controls/drugs_precursors/legislation/national_competent_authorities.pdf

Overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 111/2005 houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Unie en derde landen in drugsprecursoren mogen de Commissie en de bevoegde instanties van de lidstaten, onverlet toepasselijke bepalingen inzake gegevensbescherming in de Unie en als bijdrage aan het toezicht op en de controle van bepaalde stoffen die vaak worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen, in dit document vervatte persoonsgegevens en informatie uitwisselen met de relevante instanties in derde landen.

De betrokkene heeft het recht van toegang tot hem betreffende persoonsgegevens die worden verwerkt en, in voorkomend geval, het recht persoonsgegevens te rectificeren, te wissen of af te schermen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 45/2001 of de nationale wetten tot omzetting van Richtlijn 95/46/EG.

Alle verzoeken voor het uitoefenen van het recht van toegang, rectificatie, het recht om te wissen of af te schermen, zullen worden ingediend bij en verwerkt door de bevoegde instanties waarbij dit document werd ingediend.

De rechtsgrondslag voor de verwerking van persoonsgegevens is artikel 33 van Verordening (EG) nr. 111/2005 en artikel 13 ter van Verordening (EG) nr. 273/2004.

De in dit document vervatte persoonsgegevens worden niet langer bewaard dan nodig is voor de doeleinden waarvoor zij zijn verzameld.

In geval van een geschil kan een klacht worden gericht tot de relevante nationale gegevensbeschermingsautoriteit. De contactgegevens van de nationale gegevensbeschermingsautoriteiten zijn te vinden op de website van de Europese Commissie, directoraat-generaal Justitie: http://ec.europa.eu/justice/data-protection/bodies/authorities/eu/index_en.htm#h2-1.

Wanneer de klacht betrekking heeft op de verwerking van persoonsgegevens door de Europese Commissie, dient deze te worden gericht aan de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming: http://www.edps.europa.eu/EDPSWEB/.


BIJLAGE IV

Image

Image

Image

Image

Image

Image

Image

Image

Toelichting

1.

De vergunning wordt ingevuld in één van de officiële talen van de Unie. Wordt het formulier met de hand ingevuld, dient dit te gebeuren met inkt en in drukletters.

2.

De aanvrager vult de vakken 1, 4, 6, 8 en 11 tot en met 16 in op het tijdstip van de aanvraag. De in de vakken 7, 9, 10 en 15 verlangde informatie mag echter op een later tijdstip worden verstrekt. In voorkomend geval moet de verlangde informatie worden verstrekt uiterlijk op het tijdstip waarop de goederen het douanegebied van de Unie binnenkomen.

3.

Vakken 1 en 4: volledige namen en adressen vermelden (telefoon, fax, e-mail).

4.

Vak 6: volledige naam en adres vermelden (telefoon, fax, e-mail) van alle marktdeelnemers die bij de importtransactie zijn betrokken, zoals vervoerders, tussenpersonen en douane-expediteurs.

5.

Vak 8: volledige naam en adres vermelden (telefoon, fax, e-mail waar beschikbaar) van de uiteindelijke ontvanger. De importeur kan tevens de uiteindelijke ontvanger zijn.

6.

Vak 7: naam en adres vermelden (telefoon, fax, e-mail) van de instantie van het derde land.

7.

Vak 9: naam van de lidstaat, haven, luchthaven of grenspost vermelden.

8.

Vak 10: alle vervoermiddelen vermelden waarvan gebruik zal worden gemaakt (bijvoorbeeld vrachtwagen, schip, vliegtuig, trein enz.)

9.

Vakken 11a, 11b: vermeld de naam van de geregistreerde stof zoals vermeld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005, de handelsnaam van het geneesmiddel van categorie 4, het aantal eenheden in de zending, het aantal tabletten/ampullen per eenheid, de inhoud van de geregistreerde stof per eenheid (per tablet/ampul) of, in het geval van mengsels of natuurproducten, vermeld de naam en de achtcijferige GN-code, alsmede de handelsnaam.

10.

Vakken 11a, 11b: verpakkingen en stoffen nauwkeurig beschrijven (bijvoorbeeld 2 blikken van 5 liter elk). Betreft het een mengsel, een natuurproduct of een bereiding, de handelsnaam vermelden.

11.

Vakken 12a, 12b: de achtcijferige GN-code vermelden van de geregistreerde stof zoals vermeld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005.

Vakken 13 a, 13b: vul voor categorie 4 het totale nettogewicht in van de geregistreerde stof die deel uitmaakt van de zending van geneesmiddelen.

12.

Vak 16:

De naam van de aanvrager in drukletters vermelden of, waar van toepassing, de naam van de gemachtigde vertegenwoordiger die de aanvraag ondertekent.

Door het aanvraagformulier te ondertekenen overeenkomstig de in de betrokken lidstaat van kracht zijnde bepalingen verklaart de aanvrager of zijn gemachtigde vertegenwoordiger dat de verstrekte informatie juist en volledig is. Onverminderd de eventuele toepassing van strafrechtelijke bepalingen geldt deze verklaring overeenkomstig de in de lidstaten van kracht zijnde bepalingen als de aanvaarding van verantwoordelijkheid ten aanzien van:

de juistheid van de in de aanvraag verstrekte informatie;

de echtheid van de bijgevoegde documenten;

de inachtneming van alle andere verplichtingen.

Wanneer de vergunning wordt afgegeven door middel van een geautomatiseerde procedure, mag de handtekening van de aanvrager niet in dit vak worden aangebracht, indien de aanvraag als zodanig reeds werd ondertekend.

13.   Bescherming van persoonsgegevens

Indien de Europese Commissie persoonsgegevens verwerkt die in dit document zijn vervat, is Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens van toepassing.

Indien de bevoegde instantie van een lidstaat persoonsgegevens verwerkt die in dit document zijn vervat, zijn de nationale bepalingen tot uitvoering van Richtlijn 95/46/EG van toepassing.

Doel van de verwerking van persoonsgegevens is toezicht te houden op de handel in drugsprecursoren binnen de Unie overeenkomstig Verordening (EG) nr. 273/2004, als gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1258/2013, en tussen de Unie en derde landen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 111/2005, als gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1259/2013.

De verantwoordelijke voor de verwerking van de gegevens is de nationale bevoegde instantie waarbij dit document is ingediend. De lijst van bevoegde instanties wordt gepubliceerd op de website van de Commissie:

http://ec.europa.eu/taxation_customs/resources/documents/customs/customs_controls/drugs_precursors/legislation/national_competent_authorities.pdf

Overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 111/2005 houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Unie en derde landen in drugsprecursoren mogen de Commissie en de bevoegde instanties van de lidstaten, onverlet toepasselijke bepalingen inzake gegevensbescherming in de Unie en als bijdrage aan het toezicht op en de controle van bepaalde stoffen die vaak worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen, in dit document vervatte persoonsgegevens en informatie uitwisselen met de relevante instanties in derde landen.

De betrokkene heeft het recht van toegang tot hem betreffende persoonsgegevens die worden verwerkt en, in voorkomend geval, het recht persoonsgegevens te rectificeren, te wissen of af te schermen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 45/2001 of de nationale wetten tot omzetting van Richtlijn 95/46/EG.

Alle verzoeken voor het uitoefenen van het recht van toegang, rectificatie, het recht om te wissen of af te schermen, zullen worden ingediend bij en verwerkt door de bevoegde instanties waarbij dit document werd ingediend.

De rechtsgrondslag voor de verwerking van persoonsgegevens is artikel 33 van Verordening (EG) nr. 111/2005 en artikel 13 ter van Verordening (EG) nr. 273/2004.

De in dit document vervatte persoonsgegevens worden niet langer bewaard dan nodig is voor de doeleinden waarvoor zij zijn verzameld.

In geval van een geschil kan een klacht worden gericht tot de relevante nationale gegevensbeschermingsautoriteit. De contactgegevens van de nationale gegevensbeschermingsautoriteiten zijn te vinden op de website van de Europese Commissie, directoraat-generaal Justitie: http://ec.europa.eu/justice/data-protection/bodies/authorities/eu/index_en.htm#h2-1.

Wanneer de klacht betrekking heeft op de verwerking van persoonsgegevens door de Europese Commissie, dient deze te worden gericht aan de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming: http://www.edps.europa.eu/EDPSWEB/.


27.6.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 162/65


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1014 VAN DE COMMISSIE

van 25 juni 2015

houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 474/2006 tot opstelling van de communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Gemeenschap

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2005 betreffende de vaststelling van een communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod binnen de Gemeenschap is opgelegd en het informeren van reizigers over de identiteit van de exploiterende luchtvaartmaatschappij, en tot intrekking van artikel 9 van Richtlijn 2004/36/EG (1), en met name artikel 4, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 474/2006 (2) van de Commissie is de in hoofdstuk II van Verordening (EG) nr. 2111/2005 bedoelde lijst opgesteld van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Unie.

(2)

Overeenkomstig artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2111/2005 hebben een aantal lidstaten en het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (het EASA) de Commissie in kennis gesteld van informatie die van belang is voor de actualisering van die lijst van de Unie. Ook bepaalde derde landen hebben relevante informatie meegedeeld. Op basis van deze informatie en de door de Commissie uitgevoerde verificaties, moet de lijst van de Unie nu worden geactualiseerd.

(3)

De Commissie heeft alle betrokken luchtvaartmaatschappijen rechtstreeks of via de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de naleving van de regelgeving door die maatschappijen, in kennis gesteld van de essentiële feiten en overwegingen die aan de basis liggen van haar beslissing om aan deze luchtvaartmaatschappijen een exploitatieverbod op te leggen in de Unie of om de voorwaarden te wijzigen van een exploitatieverbod voor een luchtvaartmaatschappij op de lijst van de Unie.

(4)

De Commissie gaf de betrokken luchtvaartmaatschappijen de gelegenheid om de door de lidstaten, het EASA en de derde landen ingediende documenten te raadplegen, om schriftelijke opmerkingen in te dienen en om een mondelinge uiteenzetting te geven aan de Commissie en aan het bij Verordening (EEG) nr. 3922/1991 (3) opgerichte Comité inzake veiligheid van de luchtvaart.

(5)

Het Comité inzake veiligheid van de luchtvaart heeft van de Commissie updates ontvangen over het gezamenlijk overleg dat in het kader van Verordening (EG) nr. 2111/2005 en Uitvoeringsverordening (EG) nr. 473/2006 (4) aan de gang is met de bevoegde autoriteiten en luchtvaartmaatschappijen van Angola, Botswana, de Democratische Republiek Congo, Gabon, Ghana, India, Indonesië, Iran, Kazachstan, Libanon, Libië, Madagascar, de Islamitische Republiek Mauritanië, Mozambique, de Filipijnen, Sudan, Thailand, Jemen en Zambia. Het Comité inzake veiligheid van de luchtvaart heeft van de Commissie ook informatie ontvangen over Afghanistan, Benin, de Republiek Guinee, Kirgizië, Nepal, Noord-Korea, São Tomé en Principe en Taiwan, en werd door de Commissie geïnformeerd over het technisch overleg met de Russische Federatie.

(6)

Het EASA heeft aan de Commissie en het Comité inzake veiligheid van de luchtvaart uiteenzettingen gegeven over de resultaten van de analyse van de auditverslagen die de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) heeft uitgevoerd in het kader van haar Universal Safety Oversight Audit Programme (USOAP). In deze context werd er nogmaals op gewezen hoe belangrijk het wel is dat de lidstaten prioriteit geven aan platforminspecties van luchtvaartmaatschappijen die geregistreerd zijn in landen waarvoor de ICAO Significant Safety Concerns heeft vastgesteld of waarvoor het EASA heeft geconcludeerd dat het systeem voor toezicht op de veiligheid belangrijke tekortkomingen vertoont. In aanvulling op het overleg van de Commissie in het kader van Verordening (EG) nr. 2111/2005 maakt dergerlijke prioritering het mogelijk om verdere informatie te verkrijgen over de veiligheidsprestaties van de in die landen geregistreerde luchtvaartmaatschappijen.

(7)

Het EASA heeft aan de Commissie en het Comité inzake veiligheid van de luchtvaart uiteenzettingen gegeven over de resultaten van de analyse van platforminspecties die zijn uitgevoerd in het kader van het SAFA-programma (Safety Assessment of Foreign Aircraft programme), overeenkomstig Verordening (EG) nr. 965/2012 (5).

(8)

Het EASA heeft de Commissie en het Comité inzake veiligheid van de luchtvaart ook geactualiseerde informatie verstrekt over de projecten voor technische bijstand die het heeft uitgevoerd in landen waartegen maatregelen zijn genomen of die onder toezicht staan op grond van Verordening (EG) nr. 2111/2005. Het EASA heeft zijn plannen hiervoor uiteengezet en informatie verstrekt over verzoeken om verdere technische bijstand en samenwerking, teneinde de administratieve en technische capaciteiten van burgerluchtvaartautoriteiten te verbeteren, zodat kan worden geholpen bij het oplossen van alle gevallen van niet-naleving van toepasselijke internationale normen. De lidstaten werden verzocht om op bilaterale basis antwoord te geven op deze verzoeken, in overleg met de Commissie en het EASA. Bij deze gelegenheid heeft de Commissie benadrukt dat het nuttig is aan de internationale luchtvaartgemeenschap informatie te verstrekken, met name via de databank van het Safety Collaborative Assistance Network (SCAN) van de ICAO, over technische bijstand die de Unie en haar lidstaten verlenen om de veiligheid van de luchtvaart in de wereld te verbeteren. Het Comité inzake veiligheid van de luchtvaart heeft ook geluisterd naar een presentatie van Eurocontrol.

(9)

Eurocontrol heeft de Commissie en het Comité inzake veiligheid van de luchtvaart geactualiseerde informatie verstrekt over de status van de SAFA-waarschuwingsfunctie en de actuele statistieken voor waarschuwingsberichten voor luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd.

Luchtvaartmaatschappijen uit de Unie

(10)

Verscheidene lidstaten hebben handhavingsmaatregelen genomen op basis van een EASA-analyse van de resultaten van platforminspecties van luchtvaartuigen van luchtvaartmaatschappijen uit de EU, van normalisatie-inspecties van het EASA of van specifieke inspecties en audits door nationale luchtvaartautoriteiten. Zij hebben de Commissie en het Comité inzake veiligheid van de luchtvaart in kennis gesteld van deze maatregelen. Estland heeft meegedeeld dat de Estse burgerluchtvaartautoriteit een audit heeft uitgevoerd van de luchtvaartmaatschappij AS Avies en dat de bevindingen worden aangepakt door de luchtvaartmaatschappij.

(11)

De lidstaten hebben herhaald dat zij bereid zijn de nodige maatregelen te treffen als uit relevante veiligheidsinformatie blijkt dat er een veiligheidsrisico dreigt ten gevolge van de niet-naleving van de passende veiligheidsnormen door luchtvaartmaatschappijen uit de Unie.

Luchtvaartmaatschappijen uit Angola

(12)

Bij Uitvoeringsverordening (EG) nr. 474/2006, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1197/2011 (6) van de Commissie, heeft de in Angola gecertificeerde luchtvaartmaatschappij TAAG Angola Airlines toestemming gekregen om vluchten in de Unie uit te voeren met vier luchtvaartuigen van het type Boeing 737-700 met registratiekentekens D2-TBF, D2-TBG, D2-TBH en D2- TBJ, drie luchtvaartuigen van het type Boeing 777-200 met registratiekentekens D2-TED, D2-TEE en D2-TEF en twee luchtvaartuigen van het type Boeing 777-300 met registratiekentekens D2-TEG en D2-TEH.

(13)

TAAG Angola Airlines heeft op 21 november 2014 via de bevoegde autoriteit van Angola (de INAVIC) een verzoek ingediend om een nieuw luchtvaartuig van het type Boeing 777-300 toe te voegen aan bijlage B bij Verordening (EG) nr. 474/2006. Op uitnodiging van de Commissie hebben zowel de INAVIC als TAAG Angola Airlines deelgenomen aan een technische overlegvergadering in Brussel op 25 februari 2015, waar alle aspecten van de huidige veiligheidssituatie grondig werden bekeken, ook wat de toevoeging van nieuwe luchtvaartuigen aan de vloot van TAAG Angola Airlines betreft.

(14)

De INAVIC heeft haar inspanningen vooral gericht op de aanpassing van het wettelijk kader aan de internationale voorschriften, de verbetering van de infrastructuur (radiodekking van haar grondgebied) en de versterking van de vergunningsvereisten voor personeel en organisaties, alsmede op toezicht op de bestaande exploitanten. Deze laatste activiteit voldoet nog niet volledig aan de internationale veiligheidsvoorschriften omdat het proces voor de certificering van exploitanten nog niet voldoende robuust is; er is dan ook geen ruimte voor een versoepeling van het huidige verbod op alle luchtvaartmaatschappijen die door de INAVIC zijn gecertificeerd, met uitzondering van TAAG Angola Airlines. De Commissie heeft een verbetering vastgesteld van de communicatie en coördinatie tussen de INAVIC en TAAG Angola Airlines: er worden regelmatig bijeenkomsten georganiseerd om van gedachten te wisselen over alle aspecten van de activiteiten van de luchtvaartmaatschappij.

(15)

TAAG Angola Airlines heeft toelichting gegeven bij de vernieuwing en uitbreiding van de vloot: de luchtvaartuigen van het type B737-200 en B747-300 Combi zijn buiten dienst gesteld en er zijn nieuwe luchtvaartuigen van het type B777-200, B777-300ER en B737-700 aangekocht. Voorts wordt ook bijzondere aandacht besteed aan de kwaliteit van de vluchtuitvoering, engineering, onderhoud en groei. De opleiding van piloten is aanzienlijk verbeterd met de hulp van externe consultants. De veiligheid is verder versterkt door de invoering van een niet-bestraffend en anoniem mechanisme voor het melden van voorvallen. Deze informatie wordt, samen met uitgebreide vluchtgegevensmonitoring (Flight Data Monitoring, FDM), nu systematisch gebruikt om incidenten of anomalieën op te sporen en te voorkomen dat ze zich opnieuw voordoen; deze informatie wordt vervolgens gebruikt als input in het opleidingsprogramma voor piloten.

(16)

In de context van de vergunningsprocedure voor exploitanten uit derde landen (7) voert TAAG Angola Airlines sinds november 2014 voortdurend overleg met het EASA en heeft deze luchtvaartmaatschappij feitelijke en gedetailleerde gegevens verstrekt over haar vloot en activiteiten.

(17)

Overeenkomstig de gemeenschappelijke criteria die zijn vastgesteld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2111/2005, wordt dan ook geoordeeld dat de lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Unie moet worden gewijzigd teneinde het luchtvaartuig van het type Boeing 777-300 met registratiekenteken D2-TEI van TAAG Angola Airlines op te nemen in bijlage B bij Verordening (EG) nr. 474/2006. Met dit luchtvaartuig mag naar de Unie worden gevlogen.

(18)

De lidstaten zullen de effectieve naleving van de relevante veiligheidsnormen door TAAG Angolan Airlines blijven controleren door bij platforminspecties prioriteit te geven aan luchtvaartuigen van deze luchtvaartmaatschappij, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 965/2012.

Luchtvaartmaatschappijen uit Botswana

(19)

Op verzoek van de Commissie heeft de burgerluchtvaartautoriteit van Botswana bij brief van 30 januari 2015 informatie verstrekt over de voortgang bij het oplossen van de Significant Safety Concerns en de andere bevindingen van de ICAO. De burgerluchtvaartautoriteit van Botswana heeft ook aangetoond vooruitgang te hebben geboekt bij de toepassing van internationale veiligheidsnormen. De burgerluchtvaartautoriteit van Botswana wordt aangemoedigd om de ICAO te verzoeken na te gaan of de Significant Safety Concerns zijn opgelost.

(20)

Op basis van de beschikbare veiligheidsinformatie kan niet worden besloten een exploitatieverbod of exploitatiebeperkingen op te leggen aan luchtvaartmaatschappijen die in Botswana zijn gecertificeerd. De Commissie is echter van mening dat de situatie van nabij moet worden gevolgd.

(21)

Daarom wordt, overeenkomstig de gemeenschappelijke criteria die zijn vastgesteld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2111/2005, geoordeeld dat er in dit stadium geen redenen zijn om luchtvaartmaatschappijen uit Botswana op te nemen in de lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Unie.

Luchtvaartmaatschappijen uit de Democratische Republiek Congo

(22)

Alle in de Democratische Republiek Congo gecertificeerde luchtvaartmaatschappijen zijn sinds maart 2006 opgenomen in bijlage A bij Verordening (EG) nr. 474/2006 (8).

(23)

Bij schrijven van 27 mei 2015 heeft de bevoegde autoriteit van de Democratische Republiek Congo (de Autorité de l'Aviation Civile, AAC) de Commissie meegedeeld dat de Air Operator Certificates van de luchtvaartmaatschappijen Air Baraka, Biega Airways, Cetrac Aviation Service SPRL, Congo Express, GIS'AIR, Goma Express, GTRA, Katanga Express, Okapi Airlines, Patron Airways, Pegasus Aviation, Sion Airlines en Tracep Congo zijn ingetrokken en dat deze luchtvaartmaatschappijen dus moeten worden geschrapt uit bijlage A bij Verordening (EG) nr. 474/2006.

(24)

Op 4 juni 2015 heeft de AAC de Commissie aanvullende informatie verstrekt waaruit blijkt dat de Air Operator Certificates van de luchtvaartmaatschappijen African Air Service Commuter, Air Castilla, Air Malebo, Armi Global Business Airways, Business Aviation, CHC Stellavia, Eagles Services, Ephrata Airlines, Filair, Fly Congo, Galaxy Kavatsi, International Trans Air Business, Jet Congo Airlines, Katanga Wings, Lignes Aériennes Congolaises, Mavivi Air Trade, Safe Air, Stellar Airways, Waltair Aviation en Wimbi Dira Airways zijn ingetrokken en deze luchtvaartmaatschappijen dus moeten worden geschrapt uit bijlage A bij Verordening (EG) nr. 474/2006.

(25)

De AAC heeft de Commissie ook meegedeeld dat een exploitatievergunning is afgegeven aan de luchtvaartmaatschappijen Dakota SPRL, Malu Aviation, Serve Air en Congo Airways, zonder dat evenwel is aangetoond dat de certificering van en het toezicht op deze luchtvaartmaatschappijen volledig voldoet aan de toepasselijke internationale veiligheidsnormen. Deze luchtvaartmaatschappijen moeten dan ook worden toegevoegd aan bijlage A bij Verordening (EG) nr. 474/2006.

(26)

Overeenkomstig de gemeenschappelijke criteria die zijn uiteengezet in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2111/2005 wordt geoordeeld dat de lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod wordt opgelegd in de Unie moet worden gewijzigd teneinde de luchtvaartmaatschappijen African Air Service Commuter, Air Baraka, Air Castilla, Air Malebo, Armi global Business Airways, Biega Airways, Business Aviation, Cetrac Aviation Service SPRL, CHC Stellavia, Congo Express, Eagles Services, Ephrata Airlines, Filair, Fly Congo, Galaxy Kavatsi, GIS'AIR, Goma Express, GTRA, International Trans Air Business, Jet Congo Airlines, Katanga Express, Katanga Wings, Lignes Aériennes Congolaises, Mavivi Air Trade, Okapi Airlines, Patron Airways, Pegasus Aviation, Safe Air, Sion Airlines, Stellar Airways, Tracep Congo, Waltair Aviation en Wimbi Dira Airways te schrappen uit bijlage A bij Verordening (EG) nr. 474/2006 en de luchtvaartmaatschappijen Dakota, Malu Aviation, Serve Air en Congo Airways toe te voegen aan bijlage A bij Verordening (EG) nr. 474/2006.

Luchtvaartmaatschappijen uit Gabon

(27)

De luchtvaartmaatschappijen Air Services SA en SCD Aviation zijn sinds juli 2008 opgenomen in bijlage A. De luchtvaartmaatschappij Gabon Airlines mag sinds juli 2008 alleen activiteiten in de Unie uitoefenen met het luchtvaartuig van het type Boeing 767-200 met registratiekenteken TR-LHP, onder de voorwaarden die vermeld zijn in overweging (15) van Verordening (EG) nr. 715/2008 (9).

(28)

Op 5 juni 2015 heeft de bevoegde autoriteit van Gabon de Commissie bewijzen verstrekt van de intrekking van het Air Operator Certificate (AOC) van de luchtvaartmaatschappijen Air Services SA, SCD Aviation en Gabon Airlines. Deze luchtvaartmaatschappijen moeten dan ook worden geschrapt uit de lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod of exploitatiebeperkingen worden opgelegd in de Unie.

(29)

De bevoegde autoriteit van Gabon heeft de Commissie meegedeeld dat zij op 6 mei 2015 een nieuw AOC heeft afgegeven aan de luchtvaartmaatschappij Tropical Air Gabon, zonder evenwel aan te tonen dat de certificering van en het toezicht op deze luchtvaartmaatschappij volledig voldoet aan de toepasselijke internationale veiligheidseisen. Deze luchtvaartmaatschappij moet dan ook worden toegevoegd aan bijlage A bij Verordening (EG) nr. 474/2006.

(30)

Overeenkomstig de gemeenschappelijke criteria die zijn vastgesteld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2111/2005, wordt dan ook geoordeeld dat de lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Unie moet worden gewijzigd teneinde de luchtvaartmaatschappijen Air Services SA en SCD Aviation te schrappen uit bijlage A bij Verordening (EG) nr. 474/2006, de luchtvaartmaatschappij Gabon Airlines te schrappen uit bijlage B bij Verordening (EG) nr. 474/2006 en de luchtvaartmaatschappij Tropical Air Gabon toe te voegen aan bijlage A bij Verordening (EG) nr. 474/2006.

Luchtvaartmaatschappijen uit Ghana

(31)

In september 2010 is Meridian Airways LTD opgenomen in bijlage A bij Verordening (EG) nr. 474/2006 (10). In september 2010 is Airlift International (GH) LTD opgenomen in bijlage B bij Verordening (EG) nr. 474/2006, waarbij slechts met één luchtvaartuig van het type DC-8-63F vluchten mogen worden uitgevoerd in de Unie. De aanleiding voor beide besluiten waren ernstige veiligheidstekortkomingen die zijn vastgesteld tijdens platforminspecties in het kader van het SAFA-programma. In november 2010 werd geoordeeld dat Airlift International (GH) LTD gebruik mag maken van een tweede luchtvaartuig van het type DC-8-63F in de Unie (11).

(32)

Op 5 februari 2014 heeft de burgerluchtvaartautoriteit van Ghana (de GCAA) de certificaten van uitschrijving van bepaalde in Ghana geregistreerde luchtvaartuigen van het type DC-8-63F aan de Commissie toegezonden. De GCAA heeft ook meegedeeld dat het een technisch voorschrift had opgesteld waarbij het gebruik van luchtvaartuigen van het type DC-8 door in Ghana geregistreerde luchtvaartmaatschappijen sinds 31 december 2013 is verboden. Dit kan worden beschouwd als een bevestiging van het feit dat de staat Ghana de activiteiten van de luchtvaartuigen van het type DC-8 die in haar register zijn ingeschreven niet meer ondersteunt.

(33)

Op 16 februari 2015 heeft de GCAA de Commissie schriftelijke bewijzen verstrekt van de intrekking van de Air Operator Certificates van Meridian Airways LTD en Airlift International (GH) LTD. Op 17 maart 2015 heeft een technische vergadering plaatsgevonden tussen hooggeplaatste vertegenwoordigers van de GCAA, de Commissie en het EASA; tijdens deze vergadering heeft de GCAA nadere informatie verstrekt over zijn organisatiestructuur, over zijn toezicht op de in Ghana gecertificeerde luchtvaartmaatschappijen en over de procedure voor het afgegeven van Air Operator Certificates. Het bewijs van de intrekking van deze twee Air Operator Certificates en de informatie die tijdens de technische vergadering is verstrekt over de regelingen van de GCAA voor toezicht op de veiligheid van de luchtvaart werden voldoende geacht om te concluderen dat de activiteiten van Meridian Airways Ltd en Airlift International (GH) LTD waren stopgezet.

(34)

Overeenkomstig de gemeenschappelijke criteria die zijn vastgesteld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2111/2005, wordt dan ook geoordeeld dat de lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Unie moet worden gewijzigd teneinde Meridian Airways LTD te schrappen uit bijlage A bij Verordening (EG) nr. 474/2006 en Buddha Air (International Operations) en Airlift International (GH) LTD te schrappen uit bijlage B bij Verordening (EG) nr. 474/2006.

(35)

Als uit relevante veiligheidsinformatie zou blijken dat ten gevolge van het niet-naleven van internationale veiligheidsnormen acute veiligheidsrisico's ontstaan, kan de Commissie genoodzaakt zijn actie te ondernemen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2111/2005.

Luchtvaartmaatschappijen uit India

(36)

Bij schrijven van 24 december 2014 heeft het directoraat-generaal voor de burgerluchtvaart van India (het DGCA) de Commissie op de hoogte gebracht van de corrigerende maatregelen die het DGCA heeft genomen naar aanleiding van de beslissing van de Amerikaanse Federal Aviation Administration (de FAA) van januari 2014 om de nalevingsstatus van India te verlagen van categorie 1 naar categorie 2, op basis van een International Aviation Safety Assessment (IASA) van de FAA. In deze brief wordt ook vermeld dat de FAA in december 2014 een herbeoordeling van het Indische DGCA heeft uitgevoerd. Op 8 april 2015 heeft de FAA aangekondigd India's IASA-nalevingsstatus opnieuw te verhogen van categorie 2 naar categorie 1.

(37)

In haar brief van 10 april 2015 aan het DGCA heeft de Commissie meegedeeld dat zij weliswaar ingenomen is met het positieve besluit van de FAA om de IASA-nalevingsstatus van India te verhogen, maar heeft zij ook herhaald dat het DGCA de Commissie regelmatig op de hoogte moet blijven houden van de naleving van de internationale veiligheids- en toezichtsverplichtingen.

(38)

Op 7 mei 2015 heeft technisch overleg plaatsgevonden tussen deskundigen van de Commissie, het EASA, een lidstaat en hoge vertegenwoordigers van het DGCA. Tijdens deze ontmoeting heeft het DGCA nadere informatie verstrekt over de maatregelen die de FAA ertoe hebben aangezet India's nalevingsstatus te verhogen van categorie 2 naar 1. Het DGCA heeft nadere informatie verstrekt over het correctieve actieplan dat het heeft uitgevoerd en specifieke details van duurzame maatregelen die het heeft genomen om zijn toezicht op de veiligheid te versterken. De Commissie heeft nota genomen van de informatie die door het DGCA is ingediend. Zij oordeelde dat een exploitatieverbod of exploitatiebeperkingen op luchtvaartmaatschappijen die in India zijn gecertificeerd niet nodig is, maar dat verder overleg moet worden gepleegd om veiligheidsgerelateerde kwesties op permanente basis te bespreken met het DGCA.

(39)

Daarom wordt, overeenkomstig de gemeenschappelijke criteria die zijn vastgesteld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2111/2005, geoordeeld dat er in dit stadium geen redenen zijn om luchtvaartmaatschappijen uit India op te nemen in de lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Unie.

(40)

De lidstaten zullen de effectieve naleving van de relevante veiligheidsnormen blijven controleren door bij platforminspecties prioriteit te geven aan luchtvaartuigen van Indische luchtvaartmaatschappijen, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 965/2012.

Luchtvaartmaatschappijen uit Indonesië

(41)

Er is regelmatig overleg gepleegd tussen de Commissie en het directoraat-generaal voor de burgerluchtvaart van Indonesië (het DGCA) om na te gaan of zij vooruitgang boeken bij het waarborgen van het veiligheidstoezicht op alle in Indonesië geregistreerde luchtvaartmaatschappijen, in overeenstemming met de internationale veiligheidsnormen. Na de ICAO-audit van mei 2014 heeft het DGCA zijn correctieve actieplan voltooid; het is nu bezig met de uitvoering van die correctieve maatregelen.

(42)

Op 28 december 2014 vond boven de Javaanse zee een ongeval plaats met vlucht QZ8501 van de luchtvaartmaatschappij Indonesia AirAsia. Het luchtvaartuig werd vernietigd en alle passagiers en bemanningsleden kwamen om. Het Indonesische National Transportation Safety Committee (het NTSC) onderzoekt het ongeval en zal naar verwachting tegen eind 2015 klaar zijn met zijn verslag.

(43)

In januari 2015 hebben vertegenwoordigers van de Commissie een bezoek gebracht aan Indonesië om de resultaten van de ICAO-audit van mei 2014 te bespreken, teneinde te garanderen dat het niveau van het veiligheidstoezicht op de luchtvaartmaatschappijen die niet langer zijn opgenomen in de lijst van de Unie van die aard blijft dat er geen reden is om ze in die lijst op te nemen. De vertegenwoordigers van de Commissie hebben een ontmoeting gehad met de Indonesische minister van Vervoer en vertegenwoordigers van het DGCA van Indonesië, het National Transportation Safety Committee en de betrokken luchtvaartmaatschappijen. Die luchtvaartmaatschappijen hebben een goed overzicht gegeven van hun systemen voor het beheer van de veiligheid en de tenuitvoerlegging van de internationale veiligheidsnormen.

(44)

Bij brief van 31 maart 2015 heeft het DGCA uitgebreide informatie verstrekt over de corrigerende maatregelen die in uitvoering zijn om de ICAO-bevindingen te verhelpen. Voorts heeft het DGCA informatie verstrekt over het toezicht op de veiligheid van de betrokken luchtvaartmaatschappijen. Na analyse van de informatie die werd verstrekt, verzocht de Commissie om verduidelijkingen met betrekking tot het veiligheidstoezicht op de luchtvaartmaatschappijen die in Indonesië zijn gecertificeerd en de huidige lijst van houders van Air Operator Certificates in Indonesië.

(45)

Deze informatie is verstrekt bij brief van 13 mei 2015. Er werd informatie verstrekt over het surveillance- en toezichtsprogramma op de luchtvaartmaatschappijen die momenteel zijn vrijgesteld van het exploitatieverbod, namelijk PT. Garuda Indonesia, Airfast Indonesia, Ekspres Transportasi Antarbenua en Indonesia Air Asia. Op basis van de verstrekte informatie werd geconcludeerd dat het DGCA het veiligheidstoezicht op deze luchtvaartmaatschappijen uitvoert en dat er geen relevante veiligheidsinformatie is ter ondersteuning van een besluit om een exploitatieverbod op te leggen.

(46)

In dezelfde brief heeft het DGCA van Indonesië de Commissie meegedeeld dat de Air Operator Certificates van de luchtvaartmaatschappijen Mandala Airlines (AOC nr. 121-005), Merpati Nusantara Airlines (AOC nr. 121-002), Sky Aviation (AOC nr. 121-028 en 135-044) en Republik Express (AOC nr. 121-040) zijn ingetrokken. De luchtvaartmaatschappij Mandala Airlines moet derhalve worden geschrapt uit de lijst van vrijgestelde Indonesische luchtvaartmaatschappijen en Merpati Nusantara Airlines, Sky Aviation en Republik Express moeten worden geschrapt uit bijlage A bij Verordening (EG) nr. 474/2006.

(47)

Overeenkomstig de gemeenschappelijke criteria die zijn vastgesteld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2111/2005, wordt dan ook geoordeeld dat de lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Unie moet worden gewijzigd teneinde de luchtvaartmaatschappij Mandala Airlines te schrappen uit de lijst van vrijgestelde luchtvaartmaatschappijen en de luchtvaartmaatschappijen Merpati Nusantara Airlines, Sky Aviation en Republik Express te schrappen uit bijlage A bij Verordening (EG) nr. 474/2006.

Luchtvaartmaatschappijen uit Iran

(48)

De luchtvaartmaatschappij Iran Air, die gecertificeerd is door de burgerluchtvaartorganisatie van de Islamitische Republiek Iran, is op 30 maart 2010 opgenomen in bijlage B bij Verordening (EG) nr. 474/2006 (12). Na een bezoek ter plaatse heeft de Unie de operationele beperkingen op de vloot van Iran Air op 5 juli 2010 nader omschreven (13).

(49)

Iran Air heeft de Commissie informatie verstrekt over haar huidige vloot, ondersteund door de relevante documentatie. De luchtvaartmaatschappij heeft gevraagd de exploitatiebeperkingen niet toe te passen op de luchtvaartuigen van het type A 320, zodat die luchtvaartuigen kunnen worden geëxploiteerd in de Unie. Het was tot op heden echter niet mogelijk om de bewijsstukken die tijdens een technische vergadering en/of het bezoek van de Unie ter plaatse werden verstrekt, te verifiëren. Bijgevolg kan op dit ogenblik geen besluit worden genomen waarbij Iran Air toestemming krijgt de luchtvaartuigen van het type A320 te exploiteren.

(50)

Daarom wordt, overeenkomstig de gemeenschappelijke criteria die zijn vastgesteld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2111/2005, geoordeeld dat er in dit stadium geen redenen zijn om de lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Unie te wijzigen voor wat luchtvaartmaatschappijen betreft die in Iran zijn gecertificeerd.

Luchtvaartmaatschappijen uit Kazachstan

(51)

De Commissie blijft toezien op de tenuitvoerlegging door Kazachstan van het actieplan met corrigerende maatregelen dat is opgesteld naar aanleiding van de gecoördineerde valideringsmissie die de ICAO (ICVM) in 2014 in dat land heeft uitgevoerd. Deze ICVM bevestigde dat een Significant Safety Concern op het gebied van luchtwaardigheid was opgelost en dat vooruitgang was geboekt bij de tenuitvoerlegging van de internationale veiligheidsnormen. De ICAO heeft echter ernstige tekortkomingen vastgesteld op het gebied van vluchtuitvoering en heeft het Significant Safety Concern op dit gebied zelfs uitgebreid.

(52)

Op 27 april 2015 hebben technische besprekingen plaatsgevonden met het comité burgerluchtvaart van Kazachstan (het CAC) teneinde het CAC de kans te bieden om de Commissie een update te geven van zijn toezichtsactiviteiten en prioriteiten voor de korte en middellange termijn. Volgens de informatie van het CAC zijn bepaalde corrigerende acties van start gegaan. Andere corrigerende acties zijn in min of meerdere mate voltooid. Volgens het CAC omvatten de prioriteiten voor 2015 de invoering van een procedure voor de afgifte van Air Operator Certificates in vijf fasen, de ontwikkeling van procedures voor speciale goedkeuringen, de indienstname van aanvullend technisch personeel, de ontwikkeling en toepassing van een programma voor veiligheidstoezicht en een inspectieplan, de invoering van nieuwe controlelijsten voor inspecties en audits, de opleiding van inspecteurs en de machtiging van inspecteurs om hun toezichts- en controlefuncties uit te oefenen.

(53)

Tijdens het technisch overleg heeft Air Astana meegedeeld dat het CAC in april 2015 een hercertificering van de luchtvaartmaatschappij heeft uitgevoerd. Deze luchtvaartmaatschappij heeft voorts ook regelmatige updates verstrekt over haar activiteiten op het gebied van vluchtuitvoering, opleiding en onderhoud.

(54)

Tijdens het technisch overleg van april 2015 heeft de luchtvaartmaatschappij SCAT Air Company de Commissie meegedeeld dat zij reeds is geslaagd voor een operationele veiligheidsaudit van de International Air Transport Association (IATA) en dat zij waarschijnlijk een certificaat van deze audit zal ontvangen tegen eind 2015, mits de gevallen van niet-naleving met succes worden verholpen.

(55)

Op basis van de informatie waarover de Commissie beschikt en de besprekingen tijdens het technisch overleg werd geconcludeerd dat Kazachstan nog altijd wordt geconfronteerd met problemen bij de tenuitvoerlegging van de internationale veiligheidsnormen. De Commissie moedigt het CAC ten zeerste aan om meer inspanningen te leveren bij de tenuitvoerlegging van de internationale veiligheidsnormen. Alleen als deze voorwaarde is vervuld, kan de Commissie overwegen de huidige beperkingen op luchtvaartmaatschappijen die onder toezicht van het CAC staan verder te versoepelen.

(56)

Daarom wordt, overeenkomstig de gemeenschappelijke criteria die zijn vastgesteld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2111/2005, geoordeeld dat er in dit stadium geen redenen zijn om de lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Unie te wijzigen voor wat luchtvaartmaatschappijen uit Kazachstan betreft.

(57)

De lidstaten zullen de effectieve naleving van de relevante veiligheidsnormen controleren door bij platforminspecties prioriteit te geven aan luchtvaartuigen van Air Astana, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 965/2012.

Luchtvaartmaatschappijen uit Libanon

(58)

Er is overleg aan de gang met het directoraat-generaal voor de burgerluchtvaart (het DGCA) van Libanon, teneinde te bevestigen dat Libanon het correctieve actieplan uitvoert dat is opgesteld naar aanleiding van de bevindingen en het Significant Safety Concern op basis van de gecoördineerde valideringsmissie van de ICAO van december 2012.

(59)

Op 9 april 2015 heeft de adviseur van de minister van Vervoer van Libanon tijdens een bijeenkomst in Brussel de Commissie en het EASA informatie verstrekt over de oprichting van een raad van bestuur van de burgerluchtvaartautoriteit. Hij verwees daarbij ook naar de voorstellen voor de scheiding tussen de taken inzake veiligheidstoezicht en de dienstverlenende functies, die momenteel allebei onder de organisatiestructuur van het DGCA van Libanon vallen. Er werd nadere informatie verstrekt over de stappen die het DGCA samen met de ICAO heeft ondernomen. In maart 2015 voerde het Regional Office Safety Team van de ICAO een missie uit om na te gaan welke vooruitgang was geboekt bij het verhelpen van het Significant Safety Concern.

(60)

Tussen september 2014 en maart 2015 heeft de Commissie, via het EASA, technische bijstand verleend aan het DGCA van Libanon bij de tenuitvoerlegging van de internationale veiligheidsnormen, als follow-up van het „Mediterranean Aviation Safety Cell”-project. Deze activiteiten hebben het DGCA van Libanon geholpen bij de tenuitvoerlegging van de corrigerende maatregelen, de verbetering van hun interne procedures, handleidingen en handboeken en de voorbereiding van een verbeterde organisatiestructuur.

(61)

Op basis van de beschikbare veiligheidsinformatie kan niet worden besloten een exploitatieverbod of exploitatiebeperkingen op te leggen aan luchtvaartmaatschappijen die in Libanon zijn gecertificeerd. De Commissie was echter van mening dat de situatie van nabij moet worden gevolgd. Het overleg met de Libanese autoriteiten zal worden voortgezet overeenkomstig artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 473/2006.

(62)

Daarom wordt, overeenkomstig de gemeenschappelijke criteria die zijn vastgesteld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2111/2005, geoordeeld dat er in dit stadium geen redenen zijn om luchtvaartmaatschappijen uit de Libanon op te nemen de lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Unie.

(63)

Als uit relevante veiligheidsinformatie zou blijken dat ten gevolge van het niet-naleven van internationale veiligheidsnormen acute veiligheidsrisico's ontstaan, kan de Commissie genoodzaakt zijn verdere actie te ondernemen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2111/2005.

Luchtvaartmaatschappijen uit Libië

(64)

De Commissie blijft bezorgd over de veiligheid van de luchtvaart in Libië. De door de Unie erkende regering heeft een nieuwe bevoegde autoriteit aangewezen, de Libische burgerluchtvaartautoriteit (de LCAA). Bepaalde taken die verband houden met de veiligheid van de luchtvaart, zoals de uitgifte van berichten aan luchtvarenden (Notices To Airmen, NOTAM) zijn door de LCAA toegewezen aan de bevoegde autoriteiten van andere staten. De voormalige bevoegde autoriteit, de Libyan Civil Aviation Authority (LYCAA), blijft echter actief en geeft nog steeds NOTAM's uit, naast de NOTAMs die door de LCAA worden uitgegeven. Dit kan gevolgen hebben voor de veiligheid van de luchtvaart; de NOTAMs die door deze organisaties worden uitgegeven, kunnen immers tegenstrijdige informatie bevatten voor hetzelfde luchtruim of dezelfde luchtvaartterreinen.

(65)

De Commissie heeft contact gelegd met de LCAA, maar heeft geen nuttige en controleerbare informatie ontvangen over de huidige situatie met betrekking tot het toezicht op de burgerluchtvaart of de status van de luchtvaartveiligheid in Libië.

(66)

Aangezien de situatie in Libië momenteel onduidelijk en onstabiel is en de LCAA slechts over beperkte capaciteit beschikt om op passende wijze toezicht te houden op de Libische luchtvaartmaatschappijen en dreigende veiligheidsrisico's onder controle te houden, wordt geoordeeld dat Libië zijn internationale verplichtingen met betrekking tot de veiligheid van de luchtvaart niet kan nakomen.

(67)

Daarom wordt, overeenkomstig de gemeenschappelijke criteria die zijn vastgesteld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2111/2005, geoordeeld dat er in dit stadium geen redenen zijn om de lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Unie te wijzigen voor wat luchtvaartmaatschappij uit Libië betreft.

Luchtvaartmaatschappijen uit Madagascar

(68)

Het overleg met de bevoegde autoriteit van Madagascar (de Aviation Civile de Madagascar, ACM) is actief voortgezet om toezicht te houden op de vooruitgang die deze autoriteit boekt bij het waarborgen van het veiligheidstoezicht op alle in Madagascar geregistreerde luchtvaartmaatschappijen, in overeenstemming met de internationale veiligheidsnormen.

(69)

Op 28 april 2015 heeft de Commissie, bijgestaan door het EASA, een overlegvergadering belegd met de ACM en vertegenwoordigers van de luchtvaartmaatschappij Air Madagascar. Tijdens deze vergadering hebben de ACM en de luchtvaartmaatschappij informatie verstrekt over de voortgang die geboekt is bij de tenuitvoerlegging van hun correctieve en preventieve actieplan, dat tot doel heeft de veiligheidsproblemen op te lossen die waren vastgesteld tijdens het beoordelingsbezoek van de EU aan Madagascar in februari 2014.

(70)

De ACM heeft met name verslag uitgebracht over de vooruitgang die geboekt is bij de opleiding van haar inspecteurs, welke plaatsvindt in het kader van het programma voor technische bijstand van de ICAO (SAFE), en heeft aangegeven dat zij van oordeel is dat de huidige gekwalificeerde inspecteurs op het ogenblik van de vergadering 65 % van de opleiding hadden gevolgd die nodig is om de ACM in staat te stellen een aanvaardbaar prestatieniveau te bereiken bij de uitoefening van haar toezichtsverplichtingen. Hoewel het toezichtsprogramma van 2014 werd uitgevoerd met de bijstand van derden, was de ACM er toch van overtuigd dat uit het toezichtsprogramma voor 2015 zou blijken dat zij in staat is haar toezichtsverplichtingen na te komen. De ACM heeft ook meegedeeld dat zij onlangs besloten heeft om het Air Operator Certificate van de luchtvaartmaatschappijen Aeromarine, Henri Fraise Fils Transport Aérien and Insolite Travel Fl en de goedkeuring van de opleidingsorganisatie Ecole Nationale d'Enseignement de l'Aéronautique et de la Météorologie te schorsen. De ACM benadrukte tot slot dat de door de off-site ICAO-evaluatie van de kritieke onderdelen 1 tot en met 5 van een systeem voor veiligheidstoezicht aan de gang was en dat deze evaluatie in juli 2015 zou worden afgerond.

(71)

In aanvulling op de informatie over haar preventieve en correctieve actieplan heeft de luchtvaartmaatschappij Air Madagascar ook de meest recente gegevens verstrekt over de ontwikkeling van haar vloot en heeft zij met name meegedeeld dat de verwerving van een derde luchtvaartuig van het type ATR 72-600 werd overwogen en dat de twee luchtvaartuigen van het type Boeing 737-300 volgens de planning in het vierde kwartaal van 2015 zouden worden vervangen door luchtvaartuigen van het type Boeing 737-700.

(72)

De Commissie heeft nota genomen van de informatie die door de ACM en de luchtvaartmaatschappij Air Madagascar is verstrekt. De Commissie was tevreden over de vooruitgang die de ACM en de luchtvaartmaatschappij Air Madagascar hebben geboekt bij het opzetten van nieuwe processen of het verbeteren van de bestaande. De Commissie beklemtoonde evenwel dat beide organisaties over voldoende capaciteit moeten beschikken om deze processen effectief te implementeren. De Commissie beveelt aan om stap voor stap te werk te gaan om te vermijden dat bepaalde processen slechts gedeeltelijk worden uitgevoerd, zoals werd vastgesteld tijdens het beoordelingsbezoek van de Unie aan Madagascar in februari 2014.

(73)

Op 8 mei 2015 heeft de ACM de Commissie meegedeeld dat de luchtvaartmaatschappij Air Madagascar gevraagd heeft om het luchtvaartuig van het type Airbus A340-300 met registratiekenteken 5R-EAA toe te voegen aan de lijst van luchtvaartuigen van de onderneming die reeds zijn opgenomen in bijlage B bij Verordening (EG) nr. 474/2006.

(74)

Op 29 mei 2015 heeft de minister van Toerisme, vervoer en meteorologie van Madagascar gevraagd dat de situatie van de twee luchtvaartuigen van het type Airbus A340-300 opnieuw zou worden bekeken tijdens de vergadering van het Comité inzake veiligheid van de luchtvaart van juni 2015. Als de mogelijke schrapping van de luchtvaartmaatschappij Air Madagascar uit bijlage B bij Verordening (EG) nr. 474/2006 echter niet vóór de vergadering van juni 2015 opnieuw kon worden beoordeeld, zou hij zijn steun uitspreken voor het verzoek van de luchtvaartmaatschappij Air Madagascar om het luchtvaartuig van het type Airbus A 340-300 met registratiekenteken 5R-EAA op te nemen in bijlage B bij Verordening (EG) nr. 474/2006.

(75)

Gezien de ernst van de bevindingen die zijn gedaan tijdens het EU-beoordelingsbezoek aan Madagascar in februari 2014, is de Commissie van oordeel dat de voorwaarden om dit luchtvaartuig in bijlage B op te nemen in essentie niet verschillen van de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om de luchtvaartmaatschappij Air Madagascar te schrappen uit bijlage B bij Verordening (EG) nr. 474/2006. Uit de beoordeling van de informatie die na de vergadering van 28 april 2014 door de ACM en de luchtvaartmaatschappij Air Madagascar is ingediend en die tot doel had het luchtvaartuig van het type Airbus A340-300 met registratiekenteken 5R-EAA op te nemen in bijlage B bij Verordening (EG) nr. 474/2006, bleek echter niet dat aan deze voorwaarden is voldaan.

(76)

Daarom wordt, overeenkomstig de gemeenschappelijke criteria die zijn vastgesteld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2111/2005, geoordeeld dat er in dit stadium geen redenen zijn om de lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Unie te wijzigen voor wat luchtvaartmaatschappij uit Madagascar betreft.

Luchtvaartmaatschappijen uit de Islamitische Republiek Mauritanië

(77)

Op 24 februari 2015 heeft in Brussel een technische vergadering plaatsgevonden tussen de Commissie, het EASA, diverse lidstaten, de burgerluchtvaartautoriteiten van Mauritanië, het Agence Nationale de l'Aviation civile en de luchtvaartmaatschappij Mauritania Airlines International (MAI). Het Agence Nationale de l'Aviation civile heeft een overzicht gegeven van de veiligheidssituatie en het State Safety Plan van Mauritanië en benadrukte de goede ICAO-resultaten en het hoge niveau van effectieve tenuitvoerlegging van de internationale veiligheidsnormen. MAI heeft uitgelegd hoe zij heeft gereageerd op de recente SAFA-bevindingen en kondigde aan dat zij het registratieproces voor de International Air Transport Association Operation Safety Audit zou doorlopen. MAI heeft bevestigd dat het, om economische redenen, niet meer naar bepaalde bestemmingen in de Unie vliegt en dat het voornemens is een regionaal netwerk uit te bouwen in samenwerking met een luchtvaartmaatschappij uit de Unie. Daarom heeft MAI ook besloten de samenstelling van haar vloot te wijzigen en kleinere vliegtuigen in te zetten in een schema met een hogere frequentie.

(78)

De meest recente SAFA-analyse van het EASA wees op een verbetering: er werden minder bevindingen gedaan tijdens SAFA-controles in de Unie, hoewel sommige lidstaten erop wezen dat de ingebruikname van een nieuw type luchtvaartuig door MAI, de Embraer ERJ145, niet op correcte wijze was verlopen. Van 10 tot 14 maart 2015 heeft de Internationale Luchtvaartassociatie een pre-audit op het gebied van de veiligheid van de vluchtuitvoering uitgevoerd in Nouakchott. Het Agence Nationale de l'Aviation civile en MAI hebben de voorlopige resultaten van deze pre-audit aan de Commissie verstrekt. Op grond daarvan lijken de internationale veiligheidsnormen op aanvaardbare wijze te worden toegepast en zijn er geen elementen die wijzen op het bestaan van een zeer alarmerende veiligheidstekortkomingen.

(79)

Daarom wordt, overeenkomstig de gemeenschappelijke criteria die zijn vastgesteld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2111/2005, geoordeeld dat er in dit stadium geen redenen zijn om luchtvaartmaatschappijen uit de Islamitische Republiek Mauritanië op te nemen in de lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Unie.

(80)

Als uit relevante veiligheidsinformatie zou blijken dat ten gevolge van het niet-naleven van internationale veiligheidsnormen acute veiligheidsrisico's ontstaan, kan de Commissie genoodzaakt zijn verdere actie te ondernemen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2111/2005.

Luchtvaartmaatschappijen uit Mozambique

(81)

In november en december 2014 heeft een gecoördineerde valideringsmissie van de ICAO plaatsgevonden om de vooruitgang te valideren die geboekt is bij de tenuitvoerlegging van het corrigerende actieplan van de bevoegde autoriteit voor de burgerluchtvaart van Mozambique, het Instituto de Aviação Civil de Moçambique (het IACM). Deze gecoördineerde valideringsmissie van de ICAO had betrekking op de burgerluchtvaartwetgeving van Mozambique, de interne organisatie van het IACM, luchtvaartterreinen en grondapparatuur en de luchtvaartnavigatiediensten in Mozambique. Het verslag van deze gecoördineerde valideringsmissie van de ICAO werd op 5 mei 2015 gepubliceerd op de website van de ICAO.

(82)

Erkennende dat het IACM vooruitgang heeft geboekt bij de rechtzetting van door de ICAO vastgestelde tekortkomingen en inspanningen heeft geleverd om een luchtvaartsysteem tot stand te brengen dat voldoet aan de internationale veiligheidsnormen, was een veiligheidsbeoordelingsmissie van de Unie gepland in 2015.

(83)

Deze beoordelingsmissie vond plaats in april 2015; er namen deskundigen van de Commissie, het EASA en de lidstaten aan deel. De gebieden die werden beoordeeld, waren de primaire luchtvaartwetgeving en burgerluchtvaartregels, de interne organisatie van het IACM, personeelslicenties en opleiding, toezicht op de luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en toezicht op de vluchtuitvoering.

(84)

De beoordelingsmissie van de Unie heeft duidelijk gemaakt dat het vigerende wettelijke kader op een aantal punten afwijkt van de internationale veiligheidsnormen. De herziene de basiswet luchtvaart, met de wijzigingen die deze afwijkingen zullen verhelpen, wacht op goedkeuring van overheidswege. Er zijn specifieke juridische en technische regelingen van kracht, maar ze zijn onvolledig en inconsistent. De herziene statuten van het IACM, waarbij het IACM de vereiste financiële en operationele autonomie krijgt en de vastgestelde tekortkomingen op dit gebied worden verholpen, wachten eveneens op goedkeuring van overheidswege. Hoewel de indienstname van het personeel grotendeels voltooid is en sommige geplande organisatorische wijzigingen zijn uitgevoerd, moet een aanzienlijk deel van de implementatie die daarop moet volgen nog altijd worden voltooid.

(85)

Tijdens de beoordelingsmissie van de Unie werden ook tekortkomingen vastgesteld op verschillende activiteitsgebieden van het IACM, waaronder personeelsvergunningen en -opleiding, toezicht op de luchtwaardigheid en vluchtuitvoering. Bij de drie exploitanten die bij wijze van steekproef werden bezocht, heeft het beoordelingsteam van de Unie belangrijke lacunes vastgesteld op het gebied van het bijhouden van gegevens, ontoereikende handboeken, losse organisatorische mechanismen en slecht onderhoud. Sommige activiteiten vallen volledig onder de verantwoordelijkheid van de exploitant, maar een groot aantal kan worden beschouwd als een teken van gebrekkig toezicht door de autoriteit.

(86)

Anderzijds heeft het IACM aangetoond vastberaden te blijven werken aan het bereiken van zijn einddoelstelling, namelijk de totstandbrenging van een luchtvaartsysteem dat in overeenstemming is met de internationale veiligheidsnormen; het IACM blijft dan ook de volledige steun en goedkeuring van de overheid genieten. Het IACM heeft in de komende periode echter ook behoefte aan professionele, bekwame en onbevooroordeelde bijstand. De Commissie werkt, samen met het IACM en het EASA, aan deze technische bijstand, zodat de resterende tekortkomingen kunnen worden opgelost en het proces van interne capaciteitsopbouw, die nodig is om de vereiste duurzaamheid te bereiken, kan worden afgerond.

(87)

Op basis van de beoordelingsmissie van de Unie kon de Commissie concluderen dat, hoewel het IACM aanzienlijke vooruitgang heeft geboekt bij de tenuitvoerlegging van internationale veiligheidsnormen, er nog steeds belangrijke tekortkomingen zijn in het systeem voor veiligheidstoezicht in Mozambique. Het IACM is in dit stadium nog onvoldoende in staat om erop toe te zien dat de burgerluchtvaartactiviteiten in Mozambique overeenkomstig de internationale veiligheidsnormen plaatsvinden. Er zijn dus onvoldoende argumenten om een besluit tot versoepeling van het exploitatieverbod voor alle in Mozambique gecertificeerde luchtvaartmaatschappijen te ondersteunen.

(88)

Daarom wordt, overeenkomstig de gemeenschappelijke criteria die zijn vastgesteld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2111/2005, geoordeeld dat er in dit stadium geen redenen zijn om de Lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Unie te wijzigen voor wat luchtvaartmaatschappij uit Mozambique betreft.

Luchtvaartmaatschappijen uit de Filipijnen

(89)

In maart 2010 zijn alle luchtvaartmaatschappijen die gecertificeerd zijn in de Republiek der Filipijnen opgenomen in bijlage A bij Verordening (EG) nr. 474/2006 (14) omdat er geverifieerde bewijzen waren dat de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor toezicht op die luchtvaartmaatschappijen onvoldoende in staat zijn de veiligheidstekortkomingen te verhelpen. Er waren ook onvoldoende bewijzen dat de toepasselijke internationale veiligheidsnormen en aanbevolen praktijken werden nageleefd door de luchtvaartmaatschappijen die gecertificeerd zijn in de Republiek der Filipijnen.

(90)

In juli 2013 is de luchtvaartmaatschappij Philippine Airlines geschrapt uit bijlage A bij Verordening (EG) nr. 474/2006 (15). In april 2014 is de luchtvaartmaatschappij Cebu Pacific Air eveneens geschrapt uit bijlage A bij Verordening (EG) nr. 474/2006 (16). Beide besluiten waren gebaseerd op een beoordelingsbezoek ter plaatse van de Unie in juni 2013, op het verbeterde veiligheidstoezicht op die luchtvaartmaatschappijen door de burgerluchtvaartautoriteit van de Filipijnen (de CAAP) en op het vermogen van de betrokken luchtvaartmaatschappijen om te zorgen voor effectieve naleving van de internationale veiligheidsnormen. In april 2014 heeft de Federal Aviation Administration van de Verenigde Staten ook zijn besluit aangekondigd om de nalevingsstatus van de Filipijnen te verhogen van categorie 2 naar 1, op basis van het IASA-programma.

(91)

Op 10 maart 2015 heeft technisch overleg plaatsgevonden tussen deskundigen van de Commissie, het EASA, een lidstaat, hoge vertegenwoordigers van de CAAP en drie in de Filipijnen gecertificeerde luchtvaartmaatschappijen, namelijk Zest Airways Inc. (Dba „Air Asia Zest”), Air Philippines Corporation en South East Asian Airlines (SEAir) Inc. De CAAP heeft een update gegeven van de aan de gang zijnde organisatorische verbeteringen, met inbegrip van de reorganisatie van haar afdeling „Flight Standards Inspectorate Service” en bijzonderheden van de opleiding van CAAP-inspecteurs. Bovendien heeft de CAAP ook nadere informatie verstrekt over het veiligheidstoezicht dat zij uitoefent op de luchtvaartmaatschappijen Air Asia Zest, Air Philippines Corporation and South East Asian Airlines (SEAir) Inc. Wat het veiligheidstoezicht door de CAAP betreft, had de nadere informatie die tijdens de vergadering werd verstrekt ook betrekking op het „Minimum Required Annual Inspection”-programma voor elke luchtvaartmaatschappij en op specifieke bijzonderheden van de toezichtsactiviteiten op elke luchtvaartmaatschappij. Tijdens de vergadering heeft de CAAP ook een update gegeven over de tenuitvoerlegging van het State Safety Programme van de Filipijnen. Deze update had omvatte specifieke informatie over het nationale programma van de Filipijnen inzake de veiligheid van start- en landingsbanen, met inbegrip van het bijbehorende programma voor opleiding en bewustmaking. De CAAP heeft ook een update gegeven van het onderzoek naar de runway excursion van een vliegtuig van Air Asia Zest op 30 december 2014.

(92)

Tijdens het technisch overleg op 10 maart 2015 hebben Air Asia Zest, Air Philippines Corporation en South East Asian Airlines (SEAir) Inc elk toelichting gegeven bij hun respectieve activiteiten. De informatie die door elke luchtvaartmaatschappij werd verstrekt, had onder meer betrekking op de organisatiestructuur en de werking van hun individuele veiligheids- en kwaliteitsafdelingen. De informatie had specifiek betrekking op actuele vlootgegevens, de beperking van veiligheidsrisico's door elke luchtvaartmaatschappij en interne kwaliteitsbewaking. Voorts heeft iedere luchtvaartmaatschappij haar individuele programma voor de monitoring van vluchtgegevens gepresenteerd.

(93)

Op basis van het bewijsmateriaal dat tijdens dit technisch overleg is gepresenteerd, heeft de Unie in april 2015 een beoordelingsbezoek gebracht aan de Filipijnen. Deskundigen van de Commissie, het EASA en de lidstaten hebben deelgenomen aan dit beoordelingsbezoek. Het werd uitgevoerd in de kantoren van de CAAP en bij een steekproef van diverse in de Filipijnen gecertificeerde luchtvaartmaatschappijen, namelijk Air Asia Inc, Air Asia Zest, Air Philippines Corporation, Island Aviation Inc, Magnum Air (Skyjet) Inc, South East Asian Airlines (SEAir) Inc en South East Asian Airlines (SEAIR) International.

(94)

Tijdens het beoordelingsbezoek van de Unie ter plaatse werden onder meer bewijzen verstrekt van het feit dat het Flight Standards Inspectorate Service over 173 personeelsleden beschikt die certificering en toezicht als taak hebben. Uit de genomen steekproeven bleek dat de inspecteurs op het gebied van vluchtuitvoering en onderhoud voldoende ervaring hadden om effectief toezicht te houden en dat zij formele opleiding hadden gekregen met betrekking tot hun toezichtsverantwoordelijkheden. Om haar inspecteurs te helpen bij hun toezichtstaken heeft de CAAP een hulpmiddel voor de functie van inspecteur ontwikkeld, dat bestaat uit gestructureerde controlelijsten, documentatie over technische richtsnoeren van de CAAP, inspectieformulieren en referentiedocumenten voor toezicht.

(95)

De bewijzen die tijdens het beoordelingsbezoek van de Unie ter plaatse werden gepresenteerd, hadden onder meer betrekking op het feit dat de CAAP gebruik maakt van een CASORT-gegevensbank (Civil Aviation Safety Oversight Reporting and Tracking) om te helpen bij het plannen van het „Minimum Required Annual Inspection”-programma. Om de individuele inspecteurs in staat te stellen een gestructureerd toezichtsschema op te stellen, publiceert de CAAP richtsnoeren betreffende het nationale toezichts- en inspectieprogramma. Dit document omvat opties voor gerichte inspecties in het geval houders van een Air Operator Certificate (AOC) ondermaats presteren. Wat AOC-certifcering en verlenging betreft, heeft de CAAP een handboek voor de certificering en het beheer van luchtvaartexploitanten gepubliceerd. Tijdens het beoordelingsbezoek van de Unie werden de dossiers inzake afgifte en verlenging van AOC's voor 9 door de CAAP gecertificeerde luchtvaartmaatschappijen onderzocht, waaronder alle luchtvaartmaatschappijen die door het EU-beoordelingsteam werden bezocht. Voorts werden inspecteurs van de CAAP tijdens hun specifieke toezichtsactiviteiten geobserveerd. Daarbij werd vastgesteld dat zij hun taken op bevredigende wijze plannen en uitvoeren.

(96)

Tijdens het beoordelingsbezoek van de Unie werden zeven in de Filipijnen gecertificeerde luchtvaartmaatschappijen bezocht; dit werd als een relevante steekproef beschouwd. Tot de bezochte maatschappijen behoorden onder meer de vier grootste in de Filipijnen gecertificeerde luchtvaartmaatschappijen die nog steeds in bijlage A bij Verordening (EG) nr. 474/2006 zijn opgenomen. Het doel van het bezoek was na te gaan in welke mate deze luchtvaartmaatschappijen voldoen aan de internationale veiligheidsnormen. Overeenkomstig de gemeenschappelijke criteria die zijn uiteengezet in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2111/2005 werd tijdens het bezoek ook getracht een beoordeling te maken van de bereidheid en het vermogen van elke luchtvaartmaatschappij om de veiligheidstekortkomingen te verhelpen. De belangrijkste conclusie van de bezoeken aan deze luchtvaartmaatschappijen is dat er geen gebrek aan bereidheid is en over het algemeen ook geen gebrek aan bekwaamheid om veiligheidstekortkomingen te verhelpen.

(97)

Na het beoordelingsbezoek van de Unie werd op basis van de in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2111/2005 uiteengezette gemeenschappelijke criteria geoordeeld dat de burgerluchtvaartautoriteit van de Filipijnen bereid en in staat is om de veiligheidstekortkomingen te verhelpen en over voldoende bekwaamheid beschikt om de relevante internationale veiligheidsnormen, met inbegrip van de burgerluchtvaartverordeningen van de Filipijnen, ten uitvoer te leggen en, indien nodig, te handhaven.

(98)

De CAAP is op 10 juni 2015 voor het Comité inzake veiligheid van de luchtvaart verschenen. Bij die gelegenheid zijn, bij wijze van steekproef, ook drie in de Filipijnen gecertificeerde luchtvaartmaatschappijen voor het comité verschenen (Air Asia Zest, Air Philippines Corporation en Cebgo Inc, voorheen South East Asian Airlines (SEAir) Inc).

(99)

De CAAP heeft de actuele organisatiestructuur van haar Flight Standards Inspectorate Service aan het comité gepresenteerd, heeft nadere informatie verstrekt over haar personeel dat taken in verband met toezicht op de veiligheid uitvoert en heeft een algemeen beeld geschetst van de luchtvaartactiviteiten in de Filipijnen. De CAAP heeft meegedeeld dat zij verantwoordelijk is voor het toezicht op 36 AOC-houders en dat ze negen daarvan heeft ingedeeld in de categorie van exploitanten van grote luchtvaartuigen. De CAAP heeft ook een overzicht gegeven van het voor 2015 geplande toezicht op de drie luchtvaartmaatschappijen die aan de hoorzitting hebben deelgenomen. Bovendien heeft de CAAP benadrukt dat zij, als bevoegde autoriteit van de Filipijnen, zich ertoe verbindt haar stappenplan met permanente verbeteringen verder uit te voeren.

(100)

Tijdens haar presentatie heeft de CAAP ook een samenvatting gegeven van het correctieve actieplan dat is opgesteld naar aanleiding van de opmerkingen die het EU-beoordelingsteam heeft gemaakt tijdens het beoordelingsbezoek ter plaatse. De voorgestelde correctieve maatregelen focussen op bepaalde kwesties, zoals de verbetering van het opleidingsprogramma voor inspecteurs van de CAAP, verbeteringen van de IT-infrastructuur, verdere maatregelen om de vaardigheden van het personeel te verbeteren en een verbintenis om de werkzaamheden met betrekking tot de normalisering van het veiligheidstoezicht voort te zetten. De CAAP heeft ook specifieke informatie verstrekt over verbeteringen van de infrastructuur, inclusief maatregelen met betrekking tot het nationale programma van de Filipijnen inzake de veiligheid van start- en landingsbanen

(101)

Air Philippines Corporation heeft nadere informatie verstrekt over zijn organisatiestructuur, de plannen voor zijn vloot en bijzonderheden met betrekking tot zijn systeem voor het beheer van de veiligheid. Deze luchtvaartmaatschappij heeft verslag uitgebracht over haar vergaderstructuur, veiligheidsrapportering en -beheer, programma voor toezicht op vluchtgegevens, en de wijze waarop zij permanent toezicht houdt op risicobeperkende acties. Air Philippines Corporation heeft nadere informatie verstrekt over haar veiligheidsborging en procedures voor veranderingsmanagement. Voorts heeft deze luchtvaartmaatschappij verslag uitgebracht over de follow-upmaatregelen die zij heeft genomen naar aanleiding van de opmerkingen die gemaakt zijn tijdens het beoordelingsbezoek van de Unie ter plaatse.

(102)

Cebgo Inc heeft nadere informatie verstrekt over haar managementstructuur, systeem voor veiligheidsbeheer, ongevallenpreventie en vluchtveiligheidsprogramma, programma voor het beheer van vluchtgegevens, kwaliteitsbeheersysteem en toezicht op luchtwaardigheid en onderhoud. Er werd onder meer specifieke informatie verstrekt over de veiligheidsdoelstellingen voor 2015 en bewijzen van het proces voor veiligheidsrapportering. Cebgo Inc heeft zijn vijf belangrijkste veiligheidsprioriteiten uiteengezet en aangegeven welke acties zijn ondernomen met betrekking tot deze prioriteiten. Voorts heeft deze luchtvaartmaatschappij een samenvatting gegeven van de follow-upmaatregelen die zij heeft genomen naar aanleiding van de opmerkingen die gemaakt zijn tijdens het beoordelingsbezoek van de Unie ter plaatse.

(103)

Air Asia Zest heeft nadere informatie verstrekt over haar vloot, organisatiestructuur en afdeling voor veiligheids- en kwaliteitsbeheer. Er werd onder meer specifieke informatie verstrekt over de veiligheidsdoelstellingen op hoog niveau, het proces voor veiligheidsrapportering, het programma voor analyse van vluchtgegevens en de top vijf van veiligheidsprioriteiten. Voorts heeft deze luchtvaartmaatschappij een samenvatting gegeven van de follow-upmaatregelen die zij heeft genomen naar aanleiding van de opmerkingen die gemaakt zijn tijdens het beoordelingsbezoek van de Unie ter plaatse.

(104)

Op basis van alle beschikbare informatie, inclusief de resultaten van het beoordelingsbezoek van de Unie ter plaatse en de informatie die werd verstrekt tijdens de hoorzitting van het Comité inzake veiligheid van de luchtvaart, is de Commissie van oordeel dat de CAAP aanhoudende vooruitgang heeft geboekt gedurende een ononderbroken periode. Voorts wordt ook erkend dat de CAAP geen gebrek aan bereidheid heeft getoond om op permanente basis met de Commissie samen te werken en dat de CAAP openlijk toegeeft dat verdere vooruitgang moet worden geboekt om het veiligheidstoezicht en de toezichtsprocedures te verbeteren. De Commissie is van oordeel dat de CAAP in staat is haar verantwoordelijkheden op te nemen met betrekking tot het toezicht op luchtvaartmaatschappijen die in de Filipijnen zijn gecertificeerd. Tijdens de hoorzitting voor het Comité inzake veiligheid van de luchtvaart heeft de CAAP zich ertoe verbonden voortdurend met de Commissie overleg te plegen over de veiligheid, eventueel via extra vergaderingen als en wanneer de Commissie dit nodig acht.

(105)

De Commissie merkte op dat de drie in de Filipijnen gecertificeerde luchtvaartmaatschappijen die, bij wijze van steekproef, waren uitgenodigd op de hoorzitting voor het Comité inzake veiligheid van de luchtvaart, een toereikende presentatie hebben gegeven en allemaal in staat ware specifieke informatie te verstrekken over de veilige uitvoering van hun respectieve activiteiten. De Commissie is van oordeel dat er voldoende bewijzen zijn dat de toepasselijke internationale veiligheidsnormen en aanbevolen praktijken worden nageleefd door de luchtvaartmaatschappijen die gecertificeerd zijn in de Republiek der Filipijnen,

(106)

Overeenkomstig de gemeenschappelijke criteria die zijn vastgesteld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2111/2005, wordt dan ook geoordeeld dat de Lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Unie moet worden gewijzigd teneinde alle in de Republiek van de Filipijnen gecertificeerde luchtvaartmaatschappijen te schrappen uit bijlage A bij Verordening (EG) nr. 474/2006.

(107)

De lidstaten zullen de effectieve naleving van de relevante veiligheidsnormen door alle luchtvaartmaatschappijen uit de Filipijnen blijven controleren door bij platforminspecties prioriteit te geven aan luchtvaartuigen van deze luchtvaartmaatschappijen, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 965/2012. Als uit de resultaten van die inspecties of andere informatie die relevant is voor de veiligheid blijken dat de internationale veiligheidsnormen niet worden nageleefd, zal de Commissie genoodzaakt zijn actie te ondernemen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2111/2005.

Luchtvaartmaatschappijen uit de Russische Federatie

(108)

De Commissie, het EASA en de lidstaten zijn van nabij de veiligheidsprestaties blijven volgen van luchtvaartmaatschappijen die gecertificeerd zijn in de Russische Federatie en vluchten uitvoeren in de Unie, onder meer door prioriteit te geven aan bepaalde Russische luchtvaartmaatschappijen bij het uitvoeren van platforminspecties overeenkomstig Verordening (EU) nr. 965/2012.

(109)

Op 23 maart 2015 heeft een ontmoeting plaatsgehad tussen de Commissie, bijgestaan door het EASA, en vertegenwoordigers van het Russische federale agentschap voor luchtvervoer (het FATA). Het doel van deze ontmoeting was de veiligheidsprestaties te bekijken van Russische luchtvaartmaatschappijen tijdens SAFA-platforminspecties voor de periode tussen 10 maart 2014 en 9 maart 2015 en na te gaan welke gevallen specifieke aandacht vergen. Tijdens de ontmoeting heeft het FATA zich ertoe verbonden bepaalde gevallen van niet-naleving die nog niet zijn rechtgezet te volgen en de Commissie vóór eind mei in te lichten over de status van deze gevallen.

(110)

Het FATA heeft de Commissie ervan in kennis gesteld dat het, als gevolg van de uitbreiding van het SAFA-systeem, ook toezicht houdt op de SAFA-prestaties van Russische luchtvaartmaatschappijen in bepaalde derde landen. Het FATA heeft ook aangegeven dat het nieuwe veiligheidsinspecteurs heeft aangewezen, die zich zullen bezighouden met de nog openstaande bevindingen die zijn vastgesteld in het kader van het SAFA-programma. Het FATA heeft de verwachting geuit dat dit toezicht zal leiden tot een verdere verbetering van de reactiesnelheid en de kwaliteit van de corrigerende maatregelen van de exploitanten. Het FATA heeft de Commissie in kennis gesteld van de recentste schorsingen en intrekkingen van Air Operator Certificates onder hun bevoegdheid.

(111)

Op basis van de beschikbare informatie heeft de Commissie besloten dat de Russische luchtvaartautoriteiten of in de Russische Federatie gecertificeerde luchtvaartmaatschappijen niet voor het Comité inzake veiligheid van de luchtvaart hoefden te verschijnen.

(112)

Daarom wordt, overeenkomstig de gemeenschappelijke criteria die zijn vastgesteld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2111/2005, geoordeeld dat er in dit stadium geen redenen zijn om luchtvaartmaatschappijen uit de Russische Federatie op te nemen in de Lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Unie.

(113)

De lidstaten zullen echter blijven nagaan of de luchtvaartmaatschappijen uit de Russische Federatie voldoen aan de relevante veiligheidsnormen door bij platforminspecties prioriteit te geven aan deze luchtvaartmaatschappijen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 965/2012.

(114)

Als uit deze controles blijkt dat er een dreigend veiligheidsrisico bestaat ten gevolge van de niet-naleving van de relevante veiligheidsnormen, kan de Commissie genoodzaakt zijn maatregelen te nemen tegen luchtvaartmaatschappijen uit de Russische Federatie overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2111/2005.

Luchtvaartmaatschappijen uit Sudan

(115)

Uit de regelmatige contacten tussen de Sudanese burgerluchtvaartautoriteit (de SCAA) en de Commissie is gebleken dat de SCAA goede vooruitgang heeft geboekt met betrekking tot haar toezicht op de in Sudan gecertificeerde luchtvaartmaatschappijen. De SCAA heeft de Commissie ook meegedeeld dat bepaalde luchtvaartmaatschappijen goede vorderingen hebben gemaakt met de tenuitvoerlegging van internationale veiligheidsnormen.

(116)

De SCAA heeft ermee ingestemd dat de Unie in oktober 2015 een beoordelingsbezoek ter plaatse brengt. Dit beoordelingsbezoek is gepland om de door de SCAA verstrekte informatie te verifiëren en aanvullende informatie te verzamelen om een mogelijk besluit met betrekking tot in Sudan gecertificeerde luchtvaartmaatschappijen te onderbouwen. Op dit ogenblik is er onvoldoende informatie beschikbaar om een besluit met betrekking tot de in Sudan gecertificeerde luchtvaartmaatschappijen te onderbouwen.

(117)

Daarom wordt, overeenkomstig de gemeenschappelijke criteria die zijn vastgesteld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2111/2005, geoordeeld dat er in dit stadium geen redenen zijn om de Lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Unie te wijzigen voor wat luchtvaartmaatschappijen uit Sudan betreft.

Luchtvaartmaatschappijen uit Thailand

(118)

De ICAO heeft in januari 2015 een volledige audit in het kader van het Universal Safety Oversight Audit Programme Continuous Monitoring Approach uitgevoerd in Thailand. Het algemene resultaat is dat de effectieve tenuitvoerlegging van internationale veiligheidsnormen in Thailand ver onder het mondiale gemiddelde blijft. Op basis van de resultaten van de audit heeft de ICAO een Significant Safety Concern uitgevaardigd met betrekking tot de certificering van luchtvaartmaatschappijen, inclusief de vergunning voor specifieke vluchtuitvoeringsprocedures. Het departement voor de burgerluchtvaart van Thailand (het DCA) heeft een correctief actieplan ingediend om de bevindingen van de ICAO te verhelpen.

(119)

Het DCA heeft technische bijstand gevraagd aan de Europese Unie en het EASA teneinde steun te krijgen bij het verhelpen van de door de ICAO vastgestelde bevindingen. Het EASA heeft in april 2015 een technisch bijstandsbezoek gebracht aan Thailand en ook in de komende maanden zal verdere technische bijstand worden verleend.

(120)

Op basis van de resultaten van de ICAO-audit en de aanbevelingen naar aanleiding van het technisch bijstandsbezoek, werd het Thaise DCA, samen met de luchtvaartmaatschappij Thai Airways International, in Brussel uitgenodigd voor technisch overleg, teneinde aanvullende informatie te krijgen over de corrigerende maatregelen die de DCA zal nemen op korte, middellange en lange termijn. Het Thaise DCA en Thai Airways International zijn ingegaan op deze uitnodiging en hebben voorafgaand aan de vergadering op transparante wijze alle gevraagde informatie verstrekt.

(121)

Tijdens het technisch overleg dat plaatsvond op 3 juni 2015 gaven het DCA en Thai Airways International blijk van een duidelijke bereidheid om met de Commissie samen te werken en zoveel mogelijk informatie te verstrekken. Het DCA benadrukte dat de regering van Thailand zich ten zeerste bewust is van het belang van de veiligheid van de burgerluchtvaart en zich ertoe heeft verbonden de nodige middelen in te zetten om het systeem voor toezicht op de veiligheid van het Thaise DCA te verbeteren; het DCA zal weldra worden gereorganiseerd en zal voortaan burgerluchtvaartautoriteit van Thailand heten, met een sterk toegenomen budget.

(122)

Thai Airways International heeft duidelijke uitleg gegeven over zijn systeem voor het beheer van de veiligheid en de kwaliteit. De luchtvaartmaatschappij heeft aangetoond dat zij in staat is de internationale veiligheidsnormen op passende wijze na te leven.

(123)

De Commissie is van oordeel dat op basis van de beschikbare veiligheidsinformatie niet kan worden besloten een exploitatieverbod of exploitatiebeperkingen op te leggen aan luchtvaartmaatschappijen die in Thailand zijn gecertificeerd. De Commissie is echter van mening dat de situatie van nabij moet worden gevolgd.

(124)

Daarom wordt, overeenkomstig de gemeenschappelijke criteria die zijn vastgesteld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2111/2005, geoordeeld dat er in dit stadium geen redenen zijn om de Lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Unie te wijzigen voor wat luchtvaartmaatschappijen uit Thailand betreft.

(125)

De lidstaten moeten de effectieve naleving van de relevante veiligheidsnormen blijven controleren door bij platforminspecties prioriteit te geven aan luchtvaartuigen van in Thailand gecertificeerde luchtvaartmaatschappijen, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 965/2012.

(126)

Als uit relevante veiligheidsinformatie zou blijken dat ten gevolge van het niet-naleven van internationale veiligheidsnormen acute veiligheidsrisico's ontstaan, kan de Commissie genoodzaakt zijn verdere actie te ondernemen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2111/2005.

Luchtvaartmaatschappijen uit Jemen

(127)

Bij brief van 10 april 2015 heeft de Commissie de burgerluchtvaart- en meteorologische autoriteit van Jemen (de CAMA) gevraagd of de verslechterende veiligheidssituatie in Jemen gevolgen heeft voor het vermogen van de CAMA om veiligheidstoezicht uit te oefenen op de in Jemen gecertificeerde luchtvaartmaatschappijen.

(128)

Op 18 mei 2015 heeft de luchtvaartmaatschappij Yemen Airways („Yemenia”) de Commissie meegedeeld dat zij eind maart 2015 haar activiteiten had stopgezet wegens de verslechterende situatie in Jemen. Yemenia verklaarde in deze mededeling ook dat haar luchtvaartuigen op diverse plaatsen buiten Jemen werden opgeslagen. In een brief van 1 juni 2015 heeft de CAMA de Commissie ervan in kennis gesteld dat de luchtvaartuigen van Yemenia zich niet meer in Jemen bevinden en dat de CAMA voornemens is overleg te plegen over de verantwoordelijkheden inzake veiligheidstoezicht met de luchtvaartautoriteiten van de landen waar de luchtvaartuigen zich momenteel bevinden. In dezelfde brief heeft de CAMA ook aangegeven dat er op dit ogenblik weinig luchtvaartactiviteiten plaatsvonden in Jemen ten gevolge van de verslechterende veiligheidssituatie in het land.

(129)

Op basis van de informatie die door de CAMA en Yemenia werd verstrekt, werd geconcludeerd dat, hoewel de situatie nauwgezet moet blijven gevolgd, er op dit ogenblik onvoldoende aanwijzingen waren om een verbod op te leggen aan de in Jemen gecertificeerde luchtvaartmaatschappijen.

(130)

Daarom wordt, overeenkomstig de gemeenschappelijke criteria die zijn vastgesteld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2111/2005, geoordeeld dat er in dit stadium geen redenen zijn om de Lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Unie te wijzigen voor wat luchtvaartmaatschappijen uit Jemen betreft.

(131)

De lidstaten moeten de effectieve naleving van de relevante veiligheidsnormen blijven controleren door bij platforminspecties prioriteit te geven aan luchtvaartuigen van in Jemen gecertificeerde luchtvaartmaatschappijen, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 965/2012.

Luchtvaartmaatschappijen uit Zambia

(132)

Op 25 februari 2015 heeft een technische vergadering plaatsgevonden waaraan vooraanstaande vertegenwoordigers van de Zambiaanse burgerluchtvaartautoriteit (de ZCAA), de Commissie, het EASA en de lidstaten hebben deelgenomen. De ZCAA heeft een volledig en transparant overzicht gegeven van de stappen die zij in het afgelopen jaar heeft ondernomen op het vlak van de ontwikkeling van de ZCAA, de indienstname van personeel voor de ZCAA, de ontwikkeling van regelgeving voor de burgerluchtvaart in Zambia en de verbetering van het toezicht op de luchtvaartmaatschappijen.

(133)

Blijkbaar heeft de ZCAA goede vooruitgang geboekt bij het oplossen van een aantal door de ICAO vastgestelde tekortkomingen; er is ook een solide basis is gelegd voor de verdere ontwikkeling van het systeem voor het toezicht op de veiligheid van de burgerluchtvaart in Zambia. Voor wat de meeste van de acht kritieke elementen van de ICAO, die samen een systeem voor toezicht op de veiligheid van de burgerluchtvaart vormen, betreft, moet echter nog veel werk worden verricht.

(134)

De ZCAA heeft aangegeven dat zij zal blijven voortwerken aan de tenuitvoerlegging van de internationale veiligheidsnormen. De Commissie is voornemens verdere beoordelingen uit te voeren om na te gaan of het mogelijk is vóór eind oktober 2015 een beoordelingsbezoek van de Unie ter plaatse te organiseren teneinde de tenuitvoerlegging van de internationale veiligheidsnormen in Zambia te controleren.

(135)

Daarom wordt, overeenkomstig de gemeenschappelijke criteria die zijn vastgesteld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2111/2005, geoordeeld dat er in dit stadium geen redenen zijn om de Lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Unie te wijzigen voor wat luchtvaartmaatschappijen uit Zambia betreft.

Slotopmerkingen

(136)

Wat de andere luchtvaartmaatschappijen betreft die momenteel zijn opgenomen in de lijst van de Unie, is de Commissie nagegaan of het aangewezen is de lijst te actualiseren; zij is tot de conclusie gekomen dat dit niet het geval is. Daarom wordt, overeenkomstig de gemeenschappelijke criteria die zijn vastgesteld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2111/2005, geoordeeld dat er in dit stadium geen redenen zijn om de Lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Unie te wijzigen voor wat deze luchtvaartmaatschappijen betreft.

(137)

In artikel 8, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2111/2005 wordt erkend dat besluiten snel en, indien passend, met hoogdringendheid moeten worden genomen, gelet op de gevolgen voor de veiligheid. Om gevoelige informatie te beschermen en de commerciële gevolgen tot een minimum te beperken, is het dan ook van wezenlijk belang dat de beslissingen in het kader van de actualisering van de lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod of exploitatiebeperkingen zijn opgelegd in de Unie, worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en de dag na de bekendmaking ervan in werking treden.

(138)

Verordening (EG) nr. 474/2006 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(139)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité inzake veiligheid van de luchtvaart,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 474/2006 wordt als volgt gewijzigd:

(1)

Bijlage A wordt vervangen door bijlage A bij deze verordening.

(2)

Bijlage B wordt vervangen door bijlage B bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 25 juni 2015.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Violeta BULC

Lid van de Commissie


(1)  PB L 344 van 27.12.2005, blz. 15.

(2)  Bij Verordening (EG) nr. 474/2006 van de Commissie van 22 maart 2006 is de in hoofdstuk II van Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde communautaire lijst opgesteld van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Gemeenschap (PB L 84 van 23.3.2006, blz. 14).

(3)  Verordening (EEG) nr. 3922/1991 van de Raad van 16 december 1991 inzake de harmonisatie van technische voorschriften en administratieve procedures op het gebied van de burgerluchtvaart (PB L 373 van 31.12.1991, blz. 4).

(4)  Verordening (EG) nr. 473/2006 van de Commissie van 22 maart 2006 tot vaststelling van uitvoeringsregels voor de in hoofdstuk II van Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Gemeenschap (PB L 84 van 23.3.2006, blz. 8).

(5)  Verordening (EU) nr. 965/2012 van de Commissie van 5 oktober 2012 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures voor vluchtuitvoering, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad, PB L 296 van 25.10.2012, blz. 1.

(6)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1197/2011 van de Commissie van 21 november 2011 (PB L 303 van 22.11.2011, blz. 14). Zie met name overwegingen 26 tot en met 30 van deze verordening.

(7)  Verordening (EU) nr. 452/2014 van de Commissie van 29 april 2014 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures voor vluchtuitvoering door exploitanten uit derde landen, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad.

(8)  Bij Verordening (EG) nr. 474/2006 van de Commissie van 22 maart 2006 is de in hoofdstuk II van Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde communautaire lijst opgesteld van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Gemeenschap (PB L 84 van 23.3.2006, blz. 14).

(9)  Verordening (EG) nr. 715/2008 van 24 juli 2008 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 474/2006 tot opstelling van de communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Gemeenschap (PB L 197 van 25.7.2008, blz. 36).

(10)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 791/2010 van de Commissie van 6 september 2010 (PB L 237 van 8.9.2010, blz. 10). Zie met name overwegingen 9 tot en met 23 van deze verordening.

(11)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1071/2010 van de Commissie van 22 november 2010 (PB L 306 van 23.11.2010, blz. 44). Zie met name overwegingen 29 tot en met 31 van deze verordening.

(12)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 273/2010 van de Commissie van 30 maart 2010 (PB L 84 van 31.3.2010, blz. 25). Zie met name overwegingen 41 tot en met 49 van deze verordening.

(13)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 590/2010 van de Commissie van 5 juli 2010 (PB L 170 van 6.7.2010, blz. 9). Zie met name overwegingen 60 tot en met 71 van deze verordening.

(14)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 273/2010 van de Commissie van 30 maart 2010 (PB L 84 van 31.3.2010, blz. 25). Zie met name overwegingen 74 tot en met 87 van deze verordening.

(15)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 659/2013 van de Commissie van 10 juli 2013 (PB L 190 van 11.7.2013, blz. 54). Zie met name overwegingen 80 tot en met 94 van deze verordening.

(16)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 368/2014 van de Commissie van 10 april 2014 (PB L 108 van 11.4.2014, blz. 16). Zie met name overwegingen 102 tot en met 119 van deze verordening.


BIJLAGE A

LIJST VAN LUCHTVAARTMAATSCHAPPIJEN WAARAAN EEN VERBOD IS OPGELEGD OM VLUCHTEN UIT TE VOEREN IN DE UNIE, MET UITZONDERINGEN  (1)

Naam van de juridische entiteit van de luchtvaartmaatschappij, zoals vermeld op het AOC (en handelsnaam, indien verschillend)

Nummer van het Air Operator Certificate (AOC) of de exploitatievergunning

ICAO-identificatienummer van de luchtvaartmaatschappij

Land van de exploitant

BLUE WING AIRLINES

SRBWA-01/2002

BWI

Suriname

Alle luchtvaartmaatschappijen die geregistreerd zijn door de autoriteiten van Afghanistan welke verantwoordelijk zijn voor toezicht op de naleving van de regelgeving, inclusief

 

 

Islamitische Republiek Afghanistan

ARIANA AFGHAN AIRLINES

AOC 009

AFG

Islamitische Republiek Afghanistan

KAM AIR

AOC 001

KMF

Islamitische Republiek Afghanistan

PAMIR AIRLINES

Onbekend

PIR

Islamitische Republiek Afghanistan

SAFI AIRWAYS

AOC 181

SFW

Islamitische Republiek Afghanistan

Alle luchtvaartmaatschappijen die geregistreerd zijn door de autoriteiten van Angola welke verantwoordelijk zijn voor toezicht op de naleving van de regelgeving, met uitzondering van TAAG Angola Airlines, dat in bijlage B wordt geplaatst

 

 

Republiek Angola

AEROJET

AO 008-01/11

TEJ

Republiek Angola

AIR GICANGO

009

Onbekend

Republiek Angola

AIR JET

AO 006-01/11-MBC

MBC

Republiek Angola

AIR NAVE

017

Onbekend

Republiek Angola

AIR26

AO 003-01/11-DCD

DCD

Republiek Angola

ANGOLA AIR SERVICES

006

Onbekend

Republiek Angola

DIEXIM

007

Onbekend

Republiek Angola

FLY540

AO 004-01 FLYA

Onbekend

Republiek Angola

GIRA GLOBO

008

GGL

Republiek Angola

HELIANG

010

Onbekend

Republiek Angola

HELIMALONGO

AO 005-01/11

Onbekend

Republiek Angola

MAVEWA

016

Onbekend

Republiek Angola

SONAIR

AO 002-01/10-SOR

SOR

Republiek Angola

Alle luchtvaartmaatschappijen die geregistreerd zijn door de autoriteiten van Benin welke verantwoordelijk zijn voor toezicht op de naleving van de regelgeving, inclusief

 

 

Republiek Benin

AERO BENIN

PEA nr. 014/MDCTTTATP-PR/ANAC/DEA/SCS

AEB

Republiek Benin

AFRICA AIRWAYS

Onbekend

AFF

Republiek Benin

ALAFIA JET

PEA nr. 014/ANAC/MDCTTTATP-PR/DEA/SCS

Onbekend

Republiek Benin

BENIN GOLF AIR

PEA nr. 012/MDCTTP-PR/ANAC/DEA/SCS.

BGL

Republiek Benin

BENIN LITTORAL AIRWAYS

PEA nr. 013/MDCTTTATP-PR/ANAC/DEA/SCS.

LTL

Republiek Benin

COTAIR

PEA nr. 015/MDCTTTATP-PR/ANAC/DEA/SCS.

COB

Republiek Benin

ROYAL AIR

PEA nr. 11/ANAC/MDCTTP-PR/DEA/SCS

BNR

Republiek Benin

TRANS AIR BENIN

PEA nr. 016/MDCTTTATP-PR/ANAC/DEA/SCS

TNB

Republiek Benin

Alle luchtvaartmaatschappijen die geregistreerd zijn door de autoriteiten van de Republiek Congo welke verantwoordelijk zijn voor toezicht op de naleving van de regelgeving, inclusief

 

 

Republiek Congo

AERO SERVICE

RAC06-002

RSR

Republiek Congo

CANADIAN AIRWAYS CONGO

RAC06-012

Onbekend

Republiek Congo

EMERAUDE

RAC06-008

Onbekend

Republiek Congo

EQUAFLIGHT SERVICES

RAC06-003

EKA

Republiek Congo

EQUAJET

RAC06-007

EKJ

Republiek Congo

EQUATORIAL CONGO AIRLINES S.A.

RAC06-014

Onbekend

Republiek Congo

MISTRAL AVIATION

RAC06-011

Onbekend

Republiek Congo

TRANS AIR CONGO

RAC06-001

TSG

Republiek Congo

Alle luchtvaartmaatschappijen die geregistreerd zijn door de autoriteiten van de Democratische Republiek Congo (RDC) welke verantwoordelijk zijn voor toezicht op de naleving van de regelgeving, inclusief

 

 

Democratische Republiek Congo (RDC)

AIR FAST CONGO

409/CAB/MIN/TVC/0112/2011

Onbekend

Democratische Republiek Congo (RDC)

AIR KASAI

409/CAB/MIN/TVC/0053/2012

Onbekend

Democratische Republiek Congo (RDC)

AIR KATANGA

409/CAB/MIN/TVC/0056/2012

Onbekend

Democratische Republiek Congo (RDC)

AIR TROPIQUES

409/CAB/MIN/TVC/00625/2011

Onbekend

Democratische Republiek Congo (RDC)

BLUE AIRLINES

106/CAB/MIN/TVC/2012

BUL

Democratische Republiek Congo (RDC)

BLUE SKY

409/CAB/MIN/TVC/0028/2012

Onbekend

Democratische Republiek Congo (RDC)

BUSY BEE CONGO

409/CAB/MIN/TVC/0064/2010

Onbekend

Democratische Republiek Congo (RDC)

COMPAGNIE AFRICAINE D'AVIATION (CAA)

409/CAB/MIN/TVC/0050/2012

Onbekend

Democratische Republiek Congo (RDC)

CONGO AIRWAYS

019/CAB/MIN/TVC/2015

Onbekend

Democratische Republiek Congo (RDC)

DAKOTA SPRL

409/CAB/MIN/TVC/071/2011

Onbekend

Democratische Republiek Congo (RDC)

DOREN AIR CONGO

102/CAB/MIN/TVC/2012

Onbekend

Democratische Republiek Congo (RDC)

GOMAIR

409/CAB/MIN/TVC/011/2010

Onbekend

Democratische Republiek Congo (RDC)

KIN AVIA

409/CAB/MIN/TVC/0059/2010

Onbekend

Democratische Republiek Congo (RDC)

KORONGO AIRLINES

409/CAB/MIN/TVC/001/2011

KGO

Democratische Republiek Congo (RDC)

MALU AVIATION

098/CAB/MIN/TVC/2012

Onbekend

Democratische Republiek Congo (RDC)

MANGO AIRLINES

409/CAB/MIN/TVC/009/2011

Onbekend

Democratische Republiek Congo (RDC)

SERVE AIR

004/CAB/MIN/TVC/2015

Onbekend

Democratische Republiek Congo (RDC)

SERVICES AIR

103/CAB/MIN/TVC/2012

Onbekend

Democratische Republiek Congo (RDC)

SWALA AVIATION

409/CAB/MIN/TVC/0084/2010

Onbekend

Democratische Republiek Congo (RDC)

TRANSAIR CARGO SERVICES

409/CAB/MIN/TVC/073/2011

Onbekend

Democratische Republiek Congo (RDC)

WILL AIRLIFT

409/CAB/MIN/TVC/0247/2011

Onbekend

Democratische Republiek Congo (RDC)

Alle luchtvaartmaatschappijen die geregistreerd zijn door de autoriteiten van Djibouti welke verantwoordelijk zijn voor toezicht op de naleving van de regelgeving, inclusief

 

 

Djibouti

DAALLO AIRLINES

Onbekend

DAO

Djibouti

Alle luchtvaartmaatschappijen die geregistreerd zijn door de autoriteiten van Equatoriaal Guinea welke verantwoordelijk zijn voor toezicht op de naleving van de regelgeving, inclusief

 

 

Equatoriaal Guinea

CEIBA INTERCONTINENTAL

2011/0001/MTTCT/DGAC/SOPS

CEL

Equatoriaal Guinea

CRONOS AIRLINES

2011/0004/MTTCT/DGAC/SOPS

Onbekend

Equatoriaal Guinea

PUNTO AZUL

2012/0006/MTTCT/DGAC/SOPS

Onbekend

Equatoriaal Guinea

TANGO AIRWAYS

Onbekend

Onbekend

Equatoriaal Guinea

Alle luchtvaartmaatschappijen die geregistreerd zijn door de autoriteiten van Eritrea welke verantwoordelijk zijn voor toezicht op de naleving van de regelgeving, inclusief

 

 

Eritrea

ERITREAN AIRLINES

AOC nr. 004

ERT

Eritrea

NASAIR ERITREA

AOC nr. 005

NAS

Eritrea

Alle luchtvaartmaatschappijen die geregistreerd zijn door de autoriteiten van de Republiek Gabon welke verantwoordelijk zijn voor toezicht op de naleving van de regelgeving, met uitzondering van Afrijet en SN2AG, die in bijlage B worden geplaatst

 

 

Republiek Gabon

AFRIC AVIATION

010/MTAC/ANAC-G/DSA

EKG

Republiek Gabon

ALLEGIANCE AIR TOURIST

007/MTAC/ANAC-G/DSA

LGE

Republiek Gabon

NATIONALE REGIONALE TRANSPORT (N.R.T)

008/MTAC/ANAC-G/DSA

NRG

Republiek Gabon

SKY GABON

009/MTAC/ANAC-G/DSA

SKG

Republiek Gabon

SOLENTA AVIATION GABON

006/MTAC/ANAC-G/DSA

SVG

Republiek Gabon

TROPICAL AIR-GABON

011/MTAC/ANAC-G/DSA

Onbekend

Republiek Gabon

Alle luchtvaartmaatschappijen die geregistreerd zijn door de autoriteiten van Indonesië welke verantwoordelijk zijn voor toezicht op de naleving van de regelgeving, met uitzondering van Garuda Indonesia, Airfast Indonesia, Ekspres Transportasi Antarbenua en Indonesia Air Asia

 

 

Republiek Indonesië

AIR BORN INDONESIA

135-055

Onbekend

Republiek Indonesië

AIR PACIFIC UTAMA

135-020

Onbekend

Republiek Indonesië

ALFA TRANS DIRGANTATA

135-012

Onbekend

Republiek Indonesië

ANGKASA SUPER SERVICES

135-050

LBZ

Republiek Indonesië

ASCO NUSA AIR

135-022

Onbekend

Republiek Indonesië

ASI PUDJIASTUTI

135-028

SQS

Republiek Indonesië

AVIASTAR MANDIRI

121-043

Onbekend

Republiek Indonesië

AVIASTAR MANDIRI

135-029

VIT

Republiek Indonesië

BATIK AIR

121-050

BTK

Republiek Indonesië

CITILINK INDONESIA

121-046

CTV

Republiek Indonesië

DABI AIR NUSANTARA

135-030

Onbekend

Republiek Indonesië

DERAYA AIR TAXI

135-013

DRY

Republiek Indonesië

DERAZONA AIR SERVICE

135-010

DRZ

Republiek Indonesië

DIRGANTARA AIR SERVICE

135-014

DIR

Republiek Indonesië

EASTINDO

135-038

ESD

Republiek Indonesië

ELANG LINTAS INDONESIA

135-052

Onbekend

Republiek Indonesië

ELANG NUSANTARA AIR

135-053

Onbekend

Republiek Indonesië

ENGGANG AIR SERVICE

135-045

Onbekend

Republiek Indonesië

ERSA EASTERN AVIATION

135-047

Onbekend

Republiek Indonesië

GATARI AIR SERVICE

135-018

GHS

Republiek Indonesië

HEAVY LIFT

135-042

Onbekend

Republiek Indonesië

INDONESIA AIR ASIA EXTRA

121-054

Onbekend

Republiek Indonesië

INDONESIA AIR TRANSPORT

121-034

IDA

Republiek Indonesië

INTAN ANGKASA AIR SERVICE

135-019

Onbekend

Republiek Indonesië

JAYAWIJAYA DIRGANTARA

121-044

JWD

Republiek Indonesië

JOHNLIN AIR TRANSPORT

135-043

JLB

Republiek Indonesië

KAL STAR

121-037

KLS

Republiek Indonesië

KARTIKA AIRLINES

121-003

KAE

Republiek Indonesië

KOMALA INDONESIA

135-051

Onbekend

Republiek Indonesië

KURA-KURA AVIATION

135-016

KUR

Republiek Indonesië

LION MENTARI AIRLINES

121-010

LNI

Republiek Indonesië

MANUNGGAL AIR SERVICE

121-020

MNS

Republiek Indonesië

MARTABUANA ABADION

135-049

Onbekend

Republiek Indonesië

MATTHEW AIR NUSANTARA

135-048

Onbekend

Republiek Indonesië

MIMIKA AIR

135-007

Onbekend

Republiek Indonesië

MY INDO AIRLINES

121-042

Onbekend

Republiek Indonesië

NAM AIR

121-058

Onbekend

Republiek Indonesië

NATIONAL UTILITY HELICOPTER

135-011

Onbekend

Republiek Indonesië

NUSANTARA AIR CHARTER

121-022

SJK

Republiek Indonesië

NUSANTARA BUANA AIR

135-041

Onbekend

Republiek Indonesië

PACIFIC ROYALE AIRWAYS

121-045

PRQ

Republiek Indonesië

PEGASUS AIR SERVICES

135-036

Onbekend

Republiek Indonesië

PELITA AIR SERVICE

121-008

PAS

Republiek Indonesië

PENERBANGAN ANGKASA SEMESTA

135-026

Onbekend

Republiek Indonesië

PURA WISATA BARUNA

135-025

Onbekend

Republiek Indonesië

RIAU AIRLINES

121-016

RIU

Republiek Indonesië

SAYAP GARUDA INDAH

135-004

Onbekend

Republiek Indonesië

SMAC

135-015

SMC

Republiek Indonesië

SRIWIJAYA AIR

121-035

SJY

Republiek Indonesië

SURVEI UDARA PENAS

135-006

PNS

Republiek Indonesië

SURYA AIR

135-046

Onbekend

Republiek Indonesië

TRANSNUSA AVIATION MANDIRI

121-048

TNU

Republiek Indonesië

TRANSWISATA PRIMA AVIATION

135-021

TWT

Republiek Indonesië

TRAVEL EXPRESS AVIATION SERVICE

121-038

XAR

Republiek Indonesië

TRAVIRA UTAMA

135-009

TVV

Republiek Indonesië

TRI MG INTRA ASIA AIRLINES

121-018

TMG

Republiek Indonesië

TRIGANA AIR SERVICE

121-006

TGN

Republiek Indonesië

UNINDO

135-040

Onbekend

Republiek Indonesië

WING ABADI AIRLINES

121-012

WON

Republiek Indonesië

Alle luchtvaartmaatschappijen die geregistreerd zijn door de autoriteiten van Kazachstan welke verantwoordelijk zijn voor toezicht op de naleving van de regelgeving, met uitzondering van Air Astana, dat in bijlage B wordt geplaatst

 

 

Republiek Kazachstan

AIR ALMATY

AK-0483-13

LMY

Republiek Kazachstan

ATMA AIRLINES

AK-0469-12

AMA

Republiek Kazachstan

AVIA-JAYNAR/AVIA-ZHAYNAR

AK-0467-12

SAP

Republiek Kazachstan

BEK AIR

AK-0463-12

BEK

Republiek Kazachstan

BEYBARS AIRCOMPANY

AK-0473-13

BBS

Republiek Kazachstan

BURUNDAYAVIA AIRLINES

KZ-01/001

BRY

Republiek Kazachstan

COMLUX-KZ

KZ-01/002

KAZ

Republiek Kazachstan

EAST WING

KZ-01/007

EWZ

Republiek Kazachstan

EURO-ASIA AIR

AK-0472-13

EAK

Republiek Kazachstan

FLY JET KZ

AK-0477-13

FJK

Republiek Kazachstan

INVESTAVIA

AK-0479-13

TLG

Republiek Kazachstan

IRTYSH AIR

AK-0468-13

MZA

Republiek Kazachstan

JET AIRLINES

KZ-01/003

SOZ

Republiek Kazachstan

KAZAIR JET

AK-0474-13

KEJ

Republiek Kazachstan

KAZAIRTRANS AIRLINE

AK-0466-12

KUY

Republiek Kazachstan

KAZAVIASPAS

AK-0484-13

KZS

Republiek Kazachstan

PRIME AVIATION

AK-0478-13

PKZ

Republiek Kazachstan

SCAT

KZ-01/004

VSV

Republiek Kazachstan

ZHETYSU AIRCOMPANY

AK-0470-12

JTU

Republiek Kazachstan

Alle luchtvaartmaatschappijen die geregistreerd zijn door de autoriteiten van Kirgizië welke verantwoordelijk zijn voor toezicht op de naleving van de regelgeving, inclusief

 

 

Kirgizië

AIR BISHKEK (voorheen EASTOK AVIA)

15

EAA

Kirgizië

AIR MANAS

17

MBB

Kirgizië

AVIA TRAFFIC COMPANY

23

AVJ

Kirgizië

CENTRAL ASIAN AVIATION SERVICES (CAAS)

13

CBK

Kirgizië

HELI SKY

47

HAC

Kirgizië

AIR KYRGYZSTAN

03

LYN

Kirgizië

MANAS AIRWAYS

42

BAM

Kirgizië

S GROUP INTERNATIONAL (voorheen S GROUP AVIATION)

45

IND

Kirgizië

SKY BISHKEK

43

BIS

Kirgizië

SKY KG AIRLINES

41

KGK

Kirgizië

SKY WAY AIR

39

SAB

Kirgizië

TEZ JET

46

TEZ

Kirgizië

VALOR AIR

07

VAC

Kirgizië

Alle luchtvaartmaatschappijen die zijn gecertificeerd door de autoriteiten van Liberia die verantwoordelijk zijn voor de controle op de naleving van de regelgeving

 

 

Liberia

Alle luchtvaartmaatschappijen die zijn gecertificeerd door de autoriteiten van Libië die verantwoordelijk zijn voor de controle op de naleving van de regelgeving, inclusief

 

 

Libië

AFRIQIYAH AIRWAYS

007/01

AAW

Libië

AIR LIBYA

004/01

TLR

Libië

BURAQ AIR

002/01

BRQ

Libië

GHADAMES AIR TRANSPORT

012/05

GHT

Libië

GLOBAL AVIATION AND SERVICES

008/05

GAK

Libië

LIBYAN AIRLINES

001/01

LAA

Libië

PETRO AIR

025/08

PEO

Libië

Alle luchtvaartmaatschappijen die geregistreerd zijn door de autoriteiten van Mozambique welke verantwoordelijk zijn voor toezicht op de naleving van de regelgeving, inclusief

 

 

Republiek Mozambique

AERO-SERVIÇOS SARL

MOZ-08

Onbekend

Republiek Mozambique

CFM — TRABALHOS E TRANSPORTES AÉREOS LDA

MOZ-07

Onbekend

Republiek Mozambique

COA — COASTAL AVIATION

MOZ-15

Onbekend

Republiek Mozambique

CPY — CROPSPRAYERS

MOZ-06

Onbekend

Republiek Mozambique

CRA — CR AVIATION LDA

MOZ-14

Onbekend

Republiek Mozambique

EMÍLIO AIR CHARTER LDA

MOZ-05

Onbekend

Republiek Mozambique

ETA — EMPRESA DE TRANSPORTES AÉREOS LDA

MOZ-04

Onbekend

Republiek Mozambique

HCP — HELICÓPTEROS CAPITAL LDA

MOZ-11

Onbekend

Republiek Mozambique

KAY — KAYA AIRLINES, LDA

MOZ-09

KYY

Republiek Mozambique

LAM — LINHAS AEREAS DE MOÇAMBIQUE LAM S.A.

MOZ-01

LAM

Republiek Mozambique

MAKOND, LDA

MOZ-20

Onbekend

Republiek Mozambique

MEX — MOÇAMBIQUE EXPRESSO, SARL MEX

MOZ-02

MXE

Republiek Mozambique

OHI — OMNI HELICÓPTEROS INTERNATIONAL LDA

MOZ-17

Onbekend

Republiek Mozambique

SAF — SAFARI AIR LDA

MOZ-12

Onbekend

Republiek Mozambique

SAM — SOLENTA AVIATION MOZAMBIQUE, SA

MOZ-10

Onbekend

Republiek Mozambique

TTA — TRABALHOS E TRANSPORTES AÉREOS LDA

MOZ-16

TTA

Republiek Mozambique

UNIQUE AIR CHARTER LDA

MOZ-13

Onbekend

Republiek Mozambique

Alle luchtvaartmaatschappijen die geregistreerd zijn door de autoriteiten van Nepal welke verantwoordelijk zijn voor toezicht op de naleving van de regelgeving, inclusief

 

 

Republiek Nepal

AIR DYNASTY HELI. S.

035/2001

Onbekend

Republiek Nepal

AIR KASTHAMANDAP

051/2009

Onbekend

Republiek Nepal

BUDDHA AIR

014/1996

BHA

Republiek Nepal

FISHTAIL AIR

017/2001

Onbekend

Republiek Nepal

GOMA AIR

064/2010

Onbekend

Republiek Nepal

MAKALU AIR

057A/2009

Onbekend

Republiek Nepal

MANANG AIR PVT LTD

082/2014

Onbekend

Republiek Nepal

MOUNTAIN HELICOPTERS

055/2009

Onbekend

Republiek Nepal

MUKTINATH AIRLINES

081/2013

Onbekend

Republiek Nepal

NEPAL AIRLINES CORPORATION

003/2000

RNA

Republiek Nepal

SHREE AIRLINES

030/2002

SHA

Republiek Nepal

SIMRIK AIR

034/2000

Onbekend

Republiek Nepal

SIMRIK AIRLINES

052/2009

RMK

Republiek Nepal

SITA AIR

033/2000

Onbekend

Republiek Nepal

TARA AIR

053/2009

Onbekend

Republiek Nepal

YETI AIRLINES DOMESTIC

037/2004

NYT

Republiek Nepal

Alle luchtvaartmaatschappijen die geregistreerd zijn door de autoriteiten van Sao Tomé en Principe welke verantwoordelijk zijn voor toezicht op de naleving van de regelgeving, inclusief

 

 

Sao Tomé en Principe

AFRICA'S CONNECTION

10/AOC/2008

ACH

Sao Tomé en Principe

STP AIRWAYS

03/AOC/2006

STP

Sao Tomé en Principe

Alle luchtvaartmaatschappijen die geregistreerd zijn door de autoriteiten van Sierra Leone welke verantwoordelijk zijn voor toezicht op de naleving van de regelgeving, inclusief

 

 

Sierra Leone

AIR RUM, LTD

ONBEKEND

RUM

Sierra Leone

DESTINY AIR SERVICES, LTD

ONBEKEND

DTY

Sierra Leone

HEAVYLIFT CARGO

ONBEKEND

Onbekend

Sierra Leone

ORANGE AIR SIERRA LEONE LTD

ONBEKEND

ORJ

Sierra Leone

PARAMOUNT AIRLINES, LTD

ONBEKEND

PRR

Sierra Leone

SEVEN FOUR EIGHT AIR SERVICES LTD

ONBEKEND

SVT

Sierra Leone

TEEBAH AIRWAYS

ONBEKEND

Onbekend

Sierra Leone

Alle luchtvaartmaatschappijen die geregistreerd zijn door de autoriteiten van Sudan welke verantwoordelijk zijn voor toezicht op de naleving van de regelgeving, inclusief

 

 

Republiek Sudan

ALFA AIRLINES

54

AAJ

Republiek Sudan

ALMAJAL AVIATION SERVICE

15

MGG

Republiek Sudan

BADER AIRLINES

35

BDR

Republiek Sudan

BENTIU AIR TRANSPORT

29

BNT

Republiek Sudan

BLUE BIRD AVIATION

11

BLB

Republiek Sudan

DOVE AIRLINES

52

DOV

Republiek Sudan

ELIDINER AVIATION

8

DND

Republiek Sudan

FOURTY EIGHT AVIATION

53

WHB

Republiek Sudan

GREEN FLAG AVIATION

17

Onbekend

Republiek Sudan

HELEJETIC AIR

57

HJT

Republiek Sudan

KATA AIR TRANSPORT

9

KTV

Republiek Sudan

KUSH AVIATION

60

KUH

Republiek Sudan

MARSLAND COMPANY

40

MSL

Republiek Sudan

MID AIRLINES

25

NYL

Republiek Sudan

NOVA AIRLINES

46

NOV

Republiek Sudan

SUDAN AIRWAYS

1

SUD

Republiek Sudan

SUN AIR COMPANY

51

SNR

Republiek Sudan

TARCO AIRLINES

56

TRQ

Republiek Sudan

Alle luchtvaartmaatschappijen die geregistreerd zijn door de autoriteiten van Zambia welke verantwoordelijk zijn voor toezicht op de naleving van de regelgeving, inclusief

 

 

Zambia

ZAMBEZI AIRLINES

Z/AOC/001/2009

ZMA

Zambia


(1)  De in bijlage A vermelde luchtvaartmaatschappijen kunnen toestemming krijgen om verkeersrechten uit te oefenen door luchtvaartuigen met bemanning te huren („wet lease”) van luchtvaartmaatschappijen waaraan geen exploitatieverbod is opgelegd, voor zover de geldende veiligheidsvoorschriften worden nageleefd.


BIJLAGE B

LIJST VAN LUCHTVAARTMAATSCHAPPIJEN WAARAAN EXPLOITATIEBEPERKINGEN ZIJN OPGELEGD IN DE UNIE  (1)

Naam van de juridische entiteit van de luchtvaartmaatschappij, zoals vermeld op het AOC (en handelsnaam, indien verschillend)

Nummer van het Air Operator Certificate (AOC)

ICAO-identificatienummer van de luchtvaartmaatschappij

Land van de exploitant

Type luchtvaartuig waaraan beperkingen worden opgelegd

Registratiemerkteken(s) en, voor zover beschikbaar, constructieserienummer(s) van luchtvaartuigen waaraan beperkingen zijn opgelegd

Land van registratie

TAAG ANGOLA AIRLINES

001

DTA

Republiek Angola

De volledige vloot, met uitzondering van: 6 luchtvaartuigen van het type Boeing B777 en 4 luchtvaartuigen van het type Boeing B737-700.

De volledige vloot, met uitzondering van: D2-TED, D2-TEE, D2-TEF, D2-TEG, D2-TEH, D2-TEI, D2-TBF, D2-TBG, D2-TBH, D2-TBJ.

Republiek Angola

AIR ASTANA  (2)

AK-0475-13

KZR

Kazachstan

De volledige vloot, met uitzondering van: luchtvaartuigen van het type Boeing B767, luchtvaartuigen van het type Boeing B757, luchtvaartuigen van het type Airbus A319/320/321.

De volledige vloot, met uitzondering van: luchtvaartuigen van de vloot Boeing B767, zoals vermeld op het AOC; luchtvaartuigen van de vloot B757, zoals vermeld op het AOC; luchtvaartuigen van de vloot Airbus A319/320/321, zoals vermeld op het AOC.

Aruba (Koninkrijk der Nederlanden)

AIR SERVICE COMORES

06-819/TA-15/DGACM

KMD

Comoren

De volledige vloot, met uitzondering van: LET 410 UVP.

De volledige vloot, met uitzondering van: D6-CAM (851336).

Comoren

AFRIJET BUSINESS SERVICE  (3)

002/MTAC/ANAC-G/DSA

ABS

Republiek Gabon

De volledige vloot, met uitzondering van: 2 luchtvaartuigen van het type Falcon 50, 2 luchtvaartuigen van het type Falcon 900.

De volledige vloot, met uitzondering van: TR-LGV; TR-LGY; TR-AFJ; TR-AFR.

Republiek Gabon

NOUVELLE AIR AFFAIRES GABON (SN2AG)

003/MTAC/ANAC-G/DSA

NVS

Republiek Gabon

De volledige vloot, met uitzondering van: 1 luchtvaartuig van het type Challenger CL-601, 1 luchtvaartuig van het type HS-125-800.

De volledige vloot, met uitzondering van: TR-AAG, ZS-AFG.

Republiek Gabon; Republiek Zuid-Afrika

IRAN AIR  (4)

FS100

IRA

Islamitische Republiek Iran

De volledige vloot, met uitzondering van: 14 luchtvaartuigen van het type Airbus A300, 8 luchtvaartuigen van het type Airbus A310, 1 luchtvaartuig van het type Boeing B737.

De volledige vloot, met uitzondering van: EP-IBA, EP-IBB, EP-IBC, EP-IBD, EP-IBG, EP-IBH, EP-IBI, EP-IBJ, EP-IBM, EP-IBN, EP-IBO, EP-IBS, EP-IBT, EP-IBV, EP-IBX, EP-IBZ, EP-ICE, EP-ICF, EP-IBK, EP-IBL, EP-IBP, EP-IBQ, EP-AGA.

Islamitische Republiek Iran

AIR KORYO

GAC-AOC/KOR-01

KOR

Democratische Volksrepubliek Korea

De volledige vloot, met uitzondering van: 2 luchtvaartuigen van het type TU-204.

De volledige vloot, met uitzondering van: P-632, P-633.

Democratische Volksrepubliek Korea

AIR MADAGASCAR

5R-M01/2009

MDG

Madagascar

De volledige vloot, met uitzondering van: luchtvaartuigen van het type Boeing B737, luchtvaartuigen van het type ATR 72/ 42 en 3 luchtvaartuigen van het type DHC 6-300.

De volledige vloot, met uitzondering van: luchtvaartuigen van het type Boeing 737, zoals vermeld op het AOC, luchtvaartuigen van het type ATR 72/42, zoals vermeld op het AOC; 5R-MGC, 5R-MGD, 5R-MGF.

Republiek Madagascar


(1)  De in bijlage B vermelde luchtvaartmaatschappijen kunnen toestemming krijgen om verkeersrechten uit te oefenen door luchtvaartuigen met bemanning te huren („wet lease”) van luchtvaartmaatschappijen waaraan geen exploitatieverbod is opgelegd, voor zover de geldende veiligheidsvoorschriften worden nageleefd.

(2)  Air Astana mag alleen gebruik maken van de vermelde specifieke luchtvaartuigen, voor zover deze luchtvaartuigen in Aruba zijn geregistreerd en alle wijzigingen van het AOC tijdig worden ingediend bij de Commissie en Eurocontrol.

(3)  Afrijet mag voor zijn huidige activiteiten in de Europese Unie alleen gebruikmaken van de vermelde luchtvaartuigen.

(4)  Iran Air mag naar de Europese Unie vliegen met bepaalde luchtvaartuigen, onder de voorwaarden die zijn uiteengezet in overweging 69 van Verordening (EU) nr. 590/2010, PB L 170 van 6.7.2010, blz. 15.


27.6.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 162/98


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1015 VAN DE COMMISSIE

van 26 juni 2015

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1),

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 26 juni 2015.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Jerzy PLEWA

Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)  PB L 157 van 15.6.2011, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

AL

32,3

MA

145,0

MK

33,9

ZZ

70,4

0707 00 05

MK

20,6

TR

111,1

ZZ

65,9

0709 93 10

TR

110,1

ZZ

110,1

0805 50 10

AR

113,0

BO

143,4

BR

107,1

TR

102,0

ZA

145,3

ZZ

122,2

0808 10 80

AR

163,3

BR

100,0

CL

131,7

NZ

142,4

US

184,1

ZA

118,9

ZZ

140,1

0809 10 00

TR

270,4

ZZ

270,4

0809 29 00

TR

344,4

US

581,4

ZZ

462,9


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1106/2012 van de Commissie van 27 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 471/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende communautaire statistieken van de buitenlandse handel met derde landen, wat de bijwerking van de nomenclatuur van landen en gebieden betreft (PB L 328 van 28.11.2012, blz. 7). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.


BESLUITEN

27.6.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 162/100


BESLUIT (EU) 2015/1016 VAN DE RAAD

van 23 juni 2015

betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over een wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst, betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad van 28 november 1994 houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (1), en met name artikel 1, lid 3,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (2) (hierna „de EER-overeenkomst” genoemd) is op 1 januari 1994 in werking getreden.

(2)

Overeenkomstig artikel 98 van de EER-overeenkomst kan onder meer Protocol 31 bij die overeenkomst bij besluit van het Gemengd Comité van de EER worden gewijzigd.

(3)

Protocol 31 bij de EER-overeenkomst bevat bepalingen en regelingen betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden.

(4)

Het is wenselijk de samenwerking voort te zetten tussen de partijen bij de EER-overeenkomst bij uit de algemene begroting van de Unie gefinancierde acties met betrekking tot „Werking en ontwikkeling van de interne markt, met name op de gebieden van kennisgeving, certificering en sectorale harmonisatie” en „Tenuitvoerlegging en ontwikkeling van de interne markt”.

(5)

Protocol 31 bij de EER-overeenkomst moet derhalve worden gewijzigd, teneinde voortzetting van deze uitgebreide samenwerking na 31 december 2014 mogelijk te maken.

(6)

Het standpunt van de Unie in het Gemengd Comité van de EER moet gebaseerd zijn op het hieraan gehechte ontwerpbesluit,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over de voorgestelde wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst wordt gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Luxemburg, 23 juni 2015.

Voor de Raad

De voorzitter

E. RINKĒVIČS


(1)  PB L 305 van 30.11.1994, blz. 6.

(2)  PB L 1 van 3.1.1994, blz. 3.


ONTWERP

BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITE VAN DE EER Nr. …/2015

van

tot wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst, betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna de „EER-overeenkomst” genoemd, en met name de artikelen 86 en 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het is wenselijk om de samenwerking tussen de EER-overeenkomstsluitende partijen bij acties van de Unie met betrekking tot de tenuitvoerlegging, de werking en de ontwikkeling van de interne markt, die gefinancierd zijn uit de algemene begroting van de Europese Unie, voort te zetten.

(2)

Protocol 31 bij de EER-overeenkomst moet derhalve worden gewijzigd, teneinde voortzetting van deze uitgebreide samenwerking na 31 december 2014 mogelijk te maken,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Artikel 7 van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:

1)

Na lid 9 wordt het volgende lid ingevoegd:

„10.   De EVA-staten nemen met ingang van 1 januari 2015 deel aan de Unieacties in het kader van onderstaande begrotingsonderdelen die in de algemene begroting van de Europese Unie voor het boekjaar 2015 zijn opgenomen:

Begrotingsonderdeel 02.03.01: „Werking en ontwikkeling van de interne markt, met name op de gebieden van kennisgeving, certificering en sectorale harmonisatie”,

Begrotingsonderdeel 12.2.01: „Tenuitvoerlegging en ontwikkeling van de interne markt”.”.

2)

In de leden 3 en 4 worden de woorden „leden 5 tot en met 9” vervangen door de woorden „leden 5 tot en met 10”.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de laatste kennisgeving zoals bedoeld in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst (1).

Het is van toepassing met ingang van 1 januari 2015.

Artikel 3

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel,

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

De secretarissen

van het Gemengd Comité van de EER


(1)  [Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.] [Grondwettelijke vereisten aangegeven.]