ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 88

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

58e jaargang
1 april 2015


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Verordening (EU) 2015/537 van de Commissie van 31 maart 2015 tot wijziging van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het gebruik van aluminiumlakken van cochenille, karmijnzuur, karmijn (E 120) in dieetvoeding voor medisch gebruik ( 1 )

1

 

*

Verordening (EU) 2015/538 van de Commissie van 31 maart 2015 tot wijziging van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad wat het gebruik van benzoëzuur — benzoaten (E 210 — E 213) in gekookte gepekelde garnalen betreft ( 1 )

4

 

*

Verordening (EU) 2015/539 van de Commissie van 31 maart 2015 tot verlening van een vergunning voor een gezondheidsclaim voor levensmiddelen die niet over ziekterisicobeperking en de ontwikkeling en gezondheid van kinderen gaat en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 432/2012 ( 1 )

7

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) 2015/540 van de Commissie van 31 maart 2015 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

11

 

 

BESLUITEN

 

*

Besluit (EU) 2015/541 van de Raad van 24 maart 2015 tot intrekking van Besluit 2011/492/EU houdende afsluiting van het overleg met de Republiek Guinee-Bissau krachtens artikel 96 van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst

13

 

*

Besluit nr. 1/2015 van het Gemengd Comité EU-Zwitserland van 20 maart 2015 tot wijziging van de tabellen III en IV, onder b), in Protocol nr. 2 bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat van 22 juli 1972, wat de bepalingen betreffende verwerkte landbouwproducten betreft [2015/542]

16

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

1.4.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 88/1


VERORDENING (EU) 2015/537 VAN DE COMMISSIE

van 31 maart 2015

tot wijziging van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het gebruik van aluminiumlakken van cochenille, karmijnzuur, karmijn (E 120) in dieetvoeding voor medisch gebruik

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake levensmiddelenadditieven (1), en met name artikel 10, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 bevat een EU-lijst van voor gebruik in levensmiddelen goedgekeurde levensmiddelenadditieven en van de gebruiksvoorwaarden daarvoor.

(2)

De EU-lijst van levensmiddelenadditieven kan op initiatief van de Commissie of ingevolge een aanvraag worden bijgewerkt volgens de uniforme procedure van artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1331/2008 van het Europees Parlement en de Raad (2).

(3)

In haar advies van 22 mei 2008 (3) heeft de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) aanbevolen de toelaatbare wekelijkse inname (TWI) voor aluminium tot 1 mg/kg lichaamsgewicht/week te verlagen. Voorts was de EFSA van oordeel dat de herziene TWI in een aanzienlijk deel van de Unie doorgaans werd overschreden voor grote consumenten, en met name kinderen. Om ervoor te zorgen dat de herziene TWI niet wordt overschreden, zijn de gebruiksvoorwaarden en de gebruiksniveaus voor aluminium bevattende levensmiddelenadditieven, met inbegrip van aluminiumlakken, gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 380/2012 van de Commissie (4).

(4)

Overeenkomstig Verordening (EU) nr. 380/2012 zijn uit alle in tabel 1 van deel B van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 opgenomen kleurstoffen bereide aluminiumlakken tot en met 31 juli 2014 toegestaan. Vanaf 1 augustus 2014 zijn slechts uit de in tabel 3 van deel A van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 opgenomen kleurstoffen bereide aluminiumlakken toegestaan, en dan nog slechts in die levensmiddelencategorieën waarvoor in deel E van die bijlage expliciet maxima voor aluminium uit lakken worden vermeld.

(5)

Op 30 oktober 2013 werd een aanvraag voor de uitbreiding van het gebruik van aluminiumlakken van cochenille, karmijnzuur, karmijn (E 120) in dieetvoeding voor medisch gebruik ingediend en deze werd aan de lidstaten ter beschikking gesteld op grond van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1331/2008. Deze aanvraag verzocht het maximum voor aluminium uit aluminiumlakken van cochenille, karmijnzuur, karmijn in die voeding vast te stellen. De uitbreiding van het gebruik is aangevraagd voor dieetvoeding voor medisch gebruik die niet bestemd is voor zuigelingen en peuters. Bij het behandelen van de aanvraag werd in het bijzonder aandacht besteed aan mogelijke blootstelling aan aluminium, teneinde geen afbreuk te doen aan Verordening (EU) nr. 380/2012.

(6)

In aluminiumlakken op basis van kleurstoffen wordt de verfstof onoplosbaar gemaakt en heeft deze andere eigenschappen dan die van zijn kleurstofequivalent (zoals een betere lichtstabiliteit, pH-stabiliteit en thermische stabiliteit, het voorkomen van uitvloeiing en een andere kleurschakering), waardoor de lakvorm geschikt is voor bepaalde specifieke technische toepassingen. Aluminiumlakken van cochenille, karmijnzuur, karmijn zijn geschikt om te voldoen aan de technologische behoefte aan vloeibare warmtebehandelde dieetvoeding voor medisch gebruik.

(7)

Dieetvoeding voor medisch gebruik wordt in Richtlijn 1999/21/EG van de Commissie (5) omschreven als een categorie speciaal bewerkte of samengestelde voedingsmiddelen voor bijzondere voeding die door patiënten als dieetvoeding onder medisch toezicht moeten worden gebruikt. Zij zijn bestemd voor de voeding, uitsluitend of gedeeltelijk, van patiënten, wier vermogen om gewone voedingsmiddelen, bepaalde nutriënten daarin of bepaalde metabolieten in te nemen, te verteren, te absorberen, te metaboliseren of uit te scheiden beperkt, aangetast of verstoord is, of die andere medisch bepaalde behoeften aan nutriënten hebben, voor de behandeling waarvan niet louter met wijziging van het normale voedingspatroon noch met andere voedingsmiddelen voor bijzondere voeding, noch met een combinatie van beide, kan worden volstaan.

(8)

Rekening houdend met de gegevens over de consumptie van dieetvoeding voor medisch gebruik uit de uitgebreide Europese levensmiddelenconsumptiedatabank van de EFSA (6) en in de veronderstelling dat deze dieetvoeding een maximumconcentratie van 3 mg/kg aan aluminium bevat, blijft de blootstelling aan aluminium hieruit ruim onder de TWI van 1 mg/kg lichaamsgewicht/week voor zowel volwassenen als kinderen. Aangezien de blootstelling aan aluminium uit andere voedingsbronnen beperkt is, vooral in het geval van uitsluitend voeden met dieetvoeding voor medisch gebruik, wordt bijgevolg niet verwacht dat de TWI bij patiënten die zich met deze dieetvoeding voeden, zal worden overschreden.

(9)

Overeenkomstig artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1331/2008 moet de Commissie het advies van de EFSA inwinnen met het oog op de bijwerking van de EU-lijst van levensmiddelenadditieven in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008, tenzij die bijwerking geen gevolgen kan hebben voor de gezondheid van de mens. Aangezien het bij de uitbreiding van het gebruik van aluminiumlakken van cochenille, karmijnzuur, karmijn gaat om een bijwerking van die lijst die geen gevolgen kan hebben voor de gezondheid van de mens, behoeft het advies van EFSA niet te worden ingewonnen.

(10)

Bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(11)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 31 maart 2015.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 354 van 31.12.2008, blz. 16.

(2)  Verordening (EG) nr. 1331/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 tot vaststelling van een uniforme goedkeuringsprocedure voor levensmiddelenadditieven, voedingsenzymen en levensmiddelenaroma's (PB L 354 van 31.12.2008, blz. 1).

(3)  Scientific Opinion of the Panel on Food Additives, Flavourings, Processing Aids and Food Contact Materials (AFC) on Safety of aluminium from dietary intake (The EFSA Journal (2008) 754, blz. 1).

(4)  Verordening (EU) nr. 380/2012 van de Commissie van 3 mei 2012 tot wijziging van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de gebruiksvoorwaarden en gebruiksniveaus voor aluminium bevattende levensmiddelenadditieven (PB L 119 van 4.5.2012, blz. 14).

(5)  Richtlijn 1999/21/EG van de Commissie van 25 maart 1999 betreffende dieetvoeding voor medisch gebruik (PB L 91 van 7.4.1999, blz. 29).

(6)  http://www.efsa.europa.eu/en/datexfoodcdb/datexfooddb.htm


BIJLAGE

Deel E van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In levensmiddelencategorie 13.2 Dieetvoeding voor medisch gebruik als omschreven in Richtlijn 1999/21/EG (met uitzondering van producten die onder categorie 13.1.5 vallen) wordt de vermelding betreffende groep III vervangen door:

 

„Groep III

Kleurstoffen met een gecombineerd maximum

50

(88)”

 

2)

In levensmiddelencategorie 13.2 Dieetvoeding voor medisch gebruik als omschreven in Richtlijn 1999/21/EG (met uitzondering van producten die onder categorie 13.1.5 vallen) wordt de volgende voetnoot toegevoegd:

 

 

„(88)

Maximum voor aluminium uit aluminiumlakken van E 120 cochenille, karmijnzuur, karmijn: 3 mg/kg, alleen in vloeibare warmtebehandelde producten. Andere aluminiumlakken mogen niet worden gebruikt. Voor de toepassing van artikel 22, lid 1, onder g), van Verordening (EG) nr. 1333/2008 is dit maximum met ingang van 1 februari 2013 van toepassing.”


1.4.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 88/4


VERORDENING (EU) 2015/538 VAN DE COMMISSIE

van 31 maart 2015

tot wijziging van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad wat het gebruik van benzoëzuur — benzoaten (E 210 — E 213) in gekookte gepekelde garnalen betreft

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake levensmiddelenadditieven (1), en met name artikel 10, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 bevat een EU-lijst van voor gebruik in levensmiddelen goedgekeurde levensmiddelenadditieven en van de gebruiksvoorwaarden daarvoor.

(2)

Die lijst kan volgens de uniforme procedure van artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1331/2008 van het Europees Parlement en de Raad (2) hetzij op initiatief van de Commissie, hetzij ingevolge een aanvraag worden bijgewerkt.

(3)

De Deense Associatie voor Zeeproducten heeft een verzoek tot wijziging van de EU-lijst van levensmiddelenadditieven ingediend om de toegestane maximumconcentratie van benzoëzuur — benzoaten (E 210 — E 213) in gekookte gepekelde garnalen te verhogen.

(4)

Bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 stelt een maximumconcentratie van 2 000 mg/kg vast voor het gebruik van sorbinezuur — sorbaten; benzoëzuur — benzoaten (E 200 — E 213) in halfverduurzaamde vis en visserijproducten, inclusief schaal- en weekdieren, surimi en vis- en schaaldierenpasta, gekookte schaal- en weekdieren. Voorts bedraagt de totale toegestane maximumconcentratie van benzoëzuur — benzoaten (E 210 — E 213) in gekookte schaal- en weekdieren 1 000 mg/kg.

(5)

Die toegestane maximumconcentraties in gekookte gepekelde garnalen met een pH van 5,6 tot en met 5,7 moeten toereikend zijn om bij koeltemperaturen tussen 5 en 8 °C de groei van Listeria monocytogenes te voorkomen. Kleine veranderingen in de bewaringsparameters kunnen echter leiden tot de groei van Listeria monocytogenes. Aan de Technische Universiteit van Denemarken is een wiskundige voorspellingsmethode ontwikkeld om te bepalen welke concentratie aan benzoëzuur — benzoaat (E 210 — E 213) vereist is (3). Volgens dat model is een concentratie van 1 000 mg/kg aan E 210 — E 213 niet toereikend om de groei van Listeria monocytogenes in gekookte gepekelde garnalen met een pH van 5,8 te voorkomen. Zowel het model als tests tonen aan dat de optimale combinatie van benzoëzuur — benzoaten (E 210 — E 213) en sorbinezuur — sorbaten (E 200 — E 203) om de groei van Listeria monocytogenes in die garnalen te voorkomen respectievelijk 1 500 mg/kg en 500 mg/kg is.

(6)

De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar verslag over de tendensen en bronnen van zoönoses, zoönoseverwekkers en door voedsel overgedragen uitbraken in 2012 (4) geconcludeerd dat het aantal gevallen van listeriose bij de mens met 1 642 gemelde en bevestigde gevallen in 2012 in vergelijking met 2011 licht is toegenomen. Gedurende de periode 2008-2012 werd in de Unie een statistisch significante stijgende tendens vastgesteld, zij het slechts langzaam stijgend, en een seizoensgebonden patroon. Net als in voorgaande jaren werd een hoog sterftecijfer (17,8 %) onder de gevallen gemeld. In 2012 hebben 18 lidstaten in totaal 198 sterfgevallen als gevolg van listeriose gemeld, het hoogste aantal gemelde gevallen met dodelijke afloop sinds 2006. Listeria monocytogenes werd zelden boven de wettelijke veiligheidsgrens voor kant-en-klare levensmiddelen in de detailhandel vastgesteld. Monsters die die grens overschreden, werden het vaakst aangetroffen in visserijproducten.

(7)

De conclusie van het verslag van de Commissie over de inname van levensmiddelenadditieven via de voeding in de Europese Unie (5) luidde dat de blootstelling aan benzoëzuur — benzoaten, op basis van een gebruik in maximumconcentraties, voor jonge kinderen tot 96 % en voor volwassenen tot 84 % van de ADI kon bedragen. Er werd toen een maximumconcentratie van 2 000 mg/kg voor sorbinezuur — sorbaten gecombineerd met benzoëzuur — benzoaten in gekookte garnalen vastgesteld. Die concentratie werd herzien door Richtlijn 2006/52/EG van het Europees Parlement en de Raad (6), die die goedkeuring uitbreidde tot alle gekookte schaal- en weekdieren, zij het met een maximum van 1 000 mg/kg voor benzoëzuur — benzoaten. Daarom wordt verwacht dat de verhoging van die concentratie tot 1 500 mg/kg, uitsluitend voor gekookte gepekelde garnalen, niet zal leiden tot extra blootstelling die een veiligheidsrisico inhoudt.

(8)

Overeenkomstig artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1331/2008 moet de Commissie het advies van de EFSA inwinnen met het oog op het bijwerken van de EU-lijst van levensmiddelenadditieven in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008, tenzij die bijwerking geen gevolgen kan hebben voor de gezondheid van de mens. Aangezien het bij de goedkeuring van het gebruik van benzoëzuur — benzoaten (E 210 — E 213) in gekookte gepekelde garnalen gaat om een bijwerking van die lijst die geen gevolgen kan hebben voor de gezondheid van de mens, behoeft het advies van de EFSA niet te worden ingewonnen.

(9)

Bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(10)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing vanaf het moment van inwerkingtreding van deze verordening.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 31 maart 2015.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 354 van 31.12.2008, blz. 16.

(2)  Verordening (EG) nr. 1331/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 tot vaststelling van een uniforme goedkeuringsprocedure voor levensmiddelenadditieven, voedingsenzymen en levensmiddelenaroma's (PB L 354 van 31.12.2008, blz. 1).

(3)  http://sssp.dtuaqua.dk

(4)  Het European Union Summary Report on Trends and Sources of Zoonoses, Zoonotic Agents and Food-borne Outbreaks in 2012, (EFSA Journal 2014;12(2):3547), http://www.efsa.europa.eu/en/efsajournal/doc/3547.pdf

(5)  COM(2001) 542 definitief.

(6)  Richtlijn 2006/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 tot wijziging van Richtlijn 95/2/EG betreffende levensmiddelenadditieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen, en Richtlijn 94/35/EG inzake zoetstoffen die in levensmiddelen mogen worden gebruikt (PB L 204 van 26.7.2006, blz. 10).


BIJLAGE

In deel E van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008, wordt bij levensmiddelencategorie 09.2 „Verwerkte vis en visserijproducten, inclusief schaal- en weekdieren” na de gegevens over levensmiddelenadditief E 210 — E 213, de volgende vermelding toegevoegd:

 

„E 210 — 213

Benzoëzuur — Benzoaten

1 500

(1) (2)

alleen gekookte gepekelde garnalen”


1.4.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 88/7


VERORDENING (EU) 2015/539 VAN DE COMMISSIE

van 31 maart 2015

tot verlening van een vergunning voor een gezondheidsclaim voor levensmiddelen die niet over ziekterisicobeperking en de ontwikkeling en gezondheid van kinderen gaat en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 432/2012

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1924/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen (1), en met name artikel 18, lid 4, en artikel 19,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 1924/2006 bepaalt dat gezondheidsclaims voor levensmiddelen verboden zijn, tenzij de Commissie daarvoor overeenkomstig die verordening een vergunning heeft verleend en zij zijn opgenomen in een lijst van toegestane claims.

(2)

Krachtens artikel 13, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1924/2006 is Verordening (EU) nr. 432/2012 van de Commissie (2) vastgesteld, waarin een lijst is opgenomen van toegestane gezondheidsclaims voor levensmiddelen die niet over ziekterisicobeperking en de ontwikkeling en gezondheid van kinderen gaan.

(3)

Verordening (EG) nr. 1924/2006 bepaalt dat exploitanten van levensmiddelenbedrijven aanvragen voor een vergunning voor een gezondheidsclaim bij de bevoegde nationale autoriteit van een lidstaat moeten indienen. De bevoegde nationale autoriteit moet geldige aanvragen doorsturen naar de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, hierna „de EFSA” genoemd, voor een wetenschappelijke beoordeling en naar de Commissie en de lidstaten ter informatie.

(4)

De Commissie moet bij haar besluit over de verlening van een vergunning voor gezondheidsclaims rekening houden met het advies van de EFSA.

(5)

Om de innovatie te stimuleren wordt een versnelde vorm van vergunningverlening toegepast op gezondheidsclaims die op nieuw ontwikkeld wetenschappelijk bewijsmateriaal zijn gebaseerd en/of een verzoek om bescherming van door eigendomsrechten beschermde gegevens omvatten.

(6)

Ingevolge een aanvraag van Barry Callebaut Belgium NV, die overeenkomstig artikel 19, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1924/2006 werd ingediend en een verzoek om bescherming van door eigendomsrechten beschermde gegevens omvatte, moest de EFSA een advies uitbrengen over de wijziging van de vergunning voor de gezondheidsclaim „flavanolen uit cacao helpen de elasticiteit van de bloedvaten te bewaren, wat bijdraagt aan een normale bloedcirculatie”. Voor die gezondheidsclaim was bij Verordening (EU) nr. 851/2013 van de Commissie (3) een vergunning verleend overeenkomstig artikel 13, lid 5 van Verordening (EG) nr. 1924/2006. De indiener van het verzoek verzocht om uitbreiding van de toegestane voorwaarden voor het gebruik van de claim tot een in de vorm van capsules of tabletten of toegevoegd aan „andere levensmiddelen, waaronder dranken” te consumeren, flavanolenrijk cacao-extract.

(7)

Op 5 mei 2014 hebben de Commissie en de lidstaten een wetenschappelijk advies van de EFSA ontvangen (Vraag nr. EFSA-Q-2013-00832) (4), waarin op grond van de ingediende gegevens is geconcludeerd dat een oorzakelijk verband was vastgesteld tussen de consumptie van flavanolen uit cacao uit het flavanolenrijke cacao-extract (d.w.z. in de vorm van tabletten en capsules) en het geclaimde effect.

(8)

De EFSA heeft in haar advies aangegeven dat zij niet tot haar conclusies was kunnen komen zonder inachtneming van een interventieonderzoek waarvoor de aanvrager de eigendomsrechten opeist (5).

(9)

De Commissie heeft alle door de aanvrager verstrekte argumenten beoordeeld en heeft geconcludeerd dat de studie waarvoor de eigendomsrechten worden opgeëist, voldoet aan de in artikel 21, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1924/2006 vastgestelde voorschriften. Bijgevolg mogen de wetenschappelijke gegevens en de andere informatie in die studie gedurende vijf jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening niet ten behoeve van latere aanvragers worden gebruikt onder de in artikel 21, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1924/2006 vastgestelde voorwaarden.

(10)

Een van de doelstellingen van Verordening (EG) nr. 1924/2006 is ervoor te zorgen dat gezondheidsclaims waarheidsgetrouw, duidelijk en betrouwbaar zijn en de consument zinvol helpen, en dat de formulering en de presentatie in dat verband in aanmerking worden genomen. Als de formulering van de door de aanvrager gebruikte claims dezelfde betekenis voor consumenten heeft als die van een toegestane gezondheidsclaim, doordat deze hetzelfde verband aantonen tussen een levensmiddelencategorie, een levensmiddel of een van de bestanddelen daarvan en de gezondheid, moeten deze claims aan dezelfde gebruiksvoorwaarden voldoen als die die in de bijlage bij deze verordening zijn opgenomen.

(11)

In overeenstemming met artikel 20 van Verordening (EG) nr. 1924/2006 moet het repertorium van voedings- en gezondheidsclaims dat alle toegestane gezondheidsclaims omvat, worden bijgewerkt om rekening te houden met deze verordening.

(12)

Aangezien de aanvrager om bescherming van door eigendomsrechten beschermde gegevens verzoekt, wordt het passend geacht het gebruik van deze claim gedurende een periode van vijf jaar te beperken ten behoeve van de aanvrager. De beperking van de vergunning voor deze claim tot het gebruik door een individuele exploitant dient andere aanvragers echter niet te beletten een vergunning voor het gebruik van dezelfde claim aan te vragen indien die aanvraag steunt op gegevens en studies die niet vallen onder de bescherming van artikel 21 van Verordening (EG) nr. 1924/2006.

(13)

Bij het nemen van de in deze verordening vastgestelde maatregelen is rekening gehouden met de opmerkingen van de aanvrager die de Commissie overeenkomstig artikel 16, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1924/2006 heeft ontvangen.

(14)

Verordening (EU) nr. 432/2012 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(15)

De lidstaten zijn geraadpleegd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De in de bijlage bij deze verordening opgenomen gezondheidsclaim wordt opgenomen in de lijst van toegestane claims van de Unie zoals bedoeld in artikel 13, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1924/2006.

2.   Het gebruik van de in het eerste lid bedoelde gezondheidsclaim wordt beperkt tot de aanvrager gedurende een periode van vijf jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening. Na afloop van deze periode mag deze gezondheidsclaim overeenkomstig de geldende voorwaarden door alle exploitanten van levensmiddelenbedrijven worden gebruikt.

Artikel 2

Het gebruik van de wetenschappelijke gegevens en de andere informatie die in de aanvraag zijn opgenomen, waarvoor de aanvrager de eigendomsrechten opeist en waarvan de indiening onontbeerlijk was voor het verlenen van de vergunning voor de gezondheidsclaim, is gedurende een periode van vijf jaar na de inwerkingtreding van deze verordening beperkt ten behoeve van de aanvrager, overeenkomstig de voorwaarden van artikel 21, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1924/2006.

Artikel 3

De bijlage bij Verordening (EU) nr. 432/2012 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 31 maart 2015.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 404 van 30.12.2006, blz. 9.

(2)  Verordening (EU) nr. 432/2012 van de Commissie van 16 mei 2012 tot vaststelling van een lijst van toegestane gezondheidsclaims voor levensmiddelen die niet over ziekterisicobeperking en de ontwikkeling en gezondheid van kinderen gaan (PB L 136 van 25.5.2012, blz. 1).

(3)  Verordening (EU) nr. 851/2013 van de Commissie van 3 september 2013 tot verlening van een vergunning voor bepaalde gezondheidsclaims voor levensmiddelen die niet over ziekterisicobeperking en de ontwikkeling en gezondheid van kinderen gaan en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 432/2012 (PB L 235 van 4.9.2013, blz. 3).

(4)  EFSA Journal 2014; 12(5):3654.

(5)  ProDigest, 2012. Pharmacokinetic study to assess the bioavailability of the cocoa flavanol epicatechin from different matrices. ProDigest Report nr. PD-2015009/C1-11.


BIJLAGE

In de bijlage bij Verordening (EU) nr. 432/2012 worden de gegevens voor flavanolen uit cacao vervangen door:

Nutriënt, stof, levensmiddel of levensmiddelencategorie

Claim

Voorwaarden voor het gebruik van de claim

Voorwaarden voor en/of beperkingen van het gebruik van het levensmiddel en/of aanvullende vermelding of waarschuwing

Nummer EFSA Journal

Relevant nummer van opname in de bij de EFSA ter beoordeling ingediende geconsolideerde lijst

„Flavanolen uit cacao

Flavanolen uit cacao helpen de elasticiteit van de bloedvaten te bewaren, wat bijdraagt aan een normale bloedcirculatie (1)  (2)

Er moet informatie aan de consument worden verstrekt dat het gunstige effect wordt verkregen bij een dagelijkse inname van 200 mg flavanolen uit cacao.

De claim mag uitsluitend worden gebruikt voor drank op basis van cacao (met cacaopoeder) of voor pure chocolade die ten minste een dagelijkse inname van 200 mg flavanolen uit cacao met een polymerisatiegraad van 1 tot en met 10 biedt. (1)

De claim mag uitsluitend worden gebruikt voor capsules of tabletten die een flavanolenrijk cacao-extract bevatten en ten minste een dagelijkse inname van 200 mg flavanolen uit cacao met een polymerisatiegraad van 1 tot en met 10 bieden. (2)

2012; 10(7):2809 (1)

2014; 12(5):3654 (2)


(1)  Vergunning afgegeven op 24 september 2013 beperkt tot het gebruik door Barry Callebaut Belgium NV, Aalstersestraat 122, 9280 Lebbeke-Wieze, België, voor een periode van vijf jaar.

(2)  Vergunning afgegeven op 21 april 2015 beperkt tot het gebruik door Barry Callebaut Belgium NV, Aalstersestraat 122, 9280 Lebbeke-Wieze, België, voor een periode van vijf jaar.”


1.4.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 88/11


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/540 VAN DE COMMISSIE

van 31 maart 2015

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1),

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 31 maart 2015.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Jerzy PLEWA

Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)  PB L 157 van 15.6.2011, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

IL

139,9

MA

103,2

TR

124,4

ZZ

122,5

0707 00 05

AL

119,5

MA

176,1

TR

143,1

ZZ

146,2

0709 93 10

MA

117,6

TR

174,9

ZZ

146,3

0805 10 20

EG

46,1

IL

71,7

MA

52,1

TN

54,4

TR

68,7

ZZ

58,6

0805 50 10

BO

92,8

TR

52,0

ZZ

72,4

0808 10 80

AR

94,0

BR

73,1

CL

103,5

CN

97,0

MK

25,7

US

186,4

ZA

118,9

ZZ

99,8

0808 30 90

AR

127,3

CL

140,2

CN

99,4

ZA

122,1

ZZ

122,3


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1106/2012 van de Commissie van 27 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 471/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende communautaire statistieken van de buitenlandse handel met derde landen, wat de bijwerking van de nomenclatuur van landen en gebieden betreft (PB L 328 van 28.11.2012, blz. 7). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.


BESLUITEN

1.4.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 88/13


BESLUIT (EU) 2015/541 VAN DE RAAD

van 24 maart 2015

tot intrekking van Besluit 2011/492/EU houdende afsluiting van het overleg met de Republiek Guinee-Bissau krachtens artikel 96 van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan („ACS”), enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000 (1) (de „ACS-EU-partnerschapsovereenkomst”), zoals gewijzigd (2), en met name op artikel 96,

Gezien het intern akkoord tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, inzake maatregelen en procedures voor de tenuitvoerlegging van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst (3), en met name artikel 3,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Besluit 2011/492/EU van de Raad (4) werd het overleg met de Republiek Guinee-Bissau krachtens artikel 96 van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst afgesloten en werden de in de bijlage bij dat besluit omschreven passende maatregelen genomen.

(2)

Deze passende maatregelen werden verlengd tot 19 juli 2013 bij Besluit 2012/387/EU van de Raad (5) en vervolgens tot 19 juli 2014 bij Besluit 2013/385/EU van de Raad (6). Bij Besluit 2014/467/EU van de Raad (7) werd de geldigheid van Besluit 2011/492/EU met een jaar verlengd tot 19 juli 2015, maar werden de in dat besluit vastgestelde passende maatregelen opgeschort.

(3)

Op 13 april en 18 mei 2014 werden in Guinee-Bissau vreedzame, vrije en geloofwaardige parlements- en presidentiële verkiezingen gehouden en de grondwettelijke orde werd in het land hersteld.

(4)

Er werd een inclusieve regering geïnstalleerd die zich ertoe verbonden heeft de voor de ontwikkeling en stabiliteit van het land noodzakelijke hervormingen uit te voeren en met de uitvoering van de in Besluit 2011/492/EU van de Raad neergelegde verbintenissen uit hoofde van artikel 96 is een bemoedigende vooruitgang geboekt.

(5)

Guinee-Bissau blijft kwetsbaar en de democratisch gekozen autoriteiten hebben de steun van internationale partners nodig bij de uitvoering van het hervormingsprogramma en de ontwikkelingsagenda van het land.

(6)

Om er voor te zorgen dat de Unie, samen met andere internationale partners, kan bijdragen aan de verdere inspanningen van de nationale autoriteiten om de democratische instellingen te stabiliseren en consolideren en de sociaal-economische ontwikkeling van Guinee-Bissau te bevorderen, moet Besluit 2011/492/EU van de Raad worden ingetrokken,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Besluit 2011/492/EU van de Raad wordt ingetrokken.

Artikel 2

De brief in de bijlage bij dit besluit wordt gezonden aan de autoriteiten van Guinee-Bissau.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel, 24 maart 2015.

Voor de Raad

De voorzitter

E. RINKĒVIČS


(1)  PB L 317 van 15.12.2000, blz. 3.

(2)  Overeenkomst tot tweede wijziging van de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000 en voor de eerste maal gewijzigd te Luxemburg op 25 juni 2005 (PB L 287 van 4.11.2010, blz. 3).

(3)  PB L 317 van 15.12.2000, blz. 376, zoals gewijzigd bij het Intern Akkoord tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, houdende wijziging van het Intern Akkoord van 18 september 2000 inzake maatregelen en procedures voor de uitvoering van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst (PB L 247 van 9.9.2006, blz. 48).

(4)  Besluit 2011/492/EU van de Raad van 18 juli 2011 houdende afsluiting van het overleg met de Republiek Guinee-Bissau krachtens artikel 96 van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst (PB L 203 van 6.8.2011, blz. 2).

(5)  Besluit 2012/387/EU van de Raad van 16 juli 2012 tot verlenging van de looptijd van de passende maatregelen van Besluit 2011/492/EU (PB L 187 van 17.7.2012, blz. 1).

(6)  Besluit 2013/385/EU van de Raad van 15 juli 2013 tot verlenging van de looptijd van de passende maatregelen van Besluit 2011/492/EU (PB L 194 van 17.7.2013, blz. 6).

(7)  Besluit 2014/467/EU van de Raad van 14 juli 2014 houdende verlenging van Besluit 2011/492/EU en opschorting van de in dat besluit vastgestelde passende maatregelen (PB L 212 van 18.7.2014, blz. 12)


BIJLAGE

Brief van de Unie aan de autoriteiten van Guinee-Bissau

Zijne Excellentie de president van de Republiek Guinee-Bissau,

Zijne Excellentie de premier van de Republiek Guinee-Bissau,

Excellenties,

Datgene wat Guinee-Bissau het afgelopen jaar heeft gerealiseerd, stemt de Europese Unie erg hoopvol. Het land sloeg een bladzijde om toen het in april en mei 2014 vreedzame en geloofwaardige algemene verkiezingen hield, die leidden tot de installatie van democratisch verkozen autoriteiten, waaronder een inclusieve regering, die naar onze mening bereid is het land opnieuw op te bouwen, de democratische instellingen te versterken en naar sociaal-politieke stabiliteit en economische ontwikkeling te streven.

In het licht van het herstel van de grondwettelijke orde en de vorderingen die zijn gemaakt met de nakoming van de toezeggingen van Guinee-Bissau uit hoofde van artikel 96 van de overeenkomst van Cotonou, en in het licht van uw streven met deze nakoming verder te gaan door middel van de nodige hervormingen en passende maatregelen verheugt het ons u te kunnen meedelen dat de maatregelen die de reikwijdte van de EU-ontwikkelingssamenwerking met Guinee-Bissau sinds 2011 beperkten, zijn ingetrokken. Wij hervatten dus volledig onze samenwerking met uw land.

Aangezien Guinee-Bissau nog steeds voor heel wat politieke en sociaal-economische uitdagingen staat, willen wij u aanmoedigen de eenheid te bewaren en uw inspanningen voort te zetten om de democratische instellingen te versterken, de veiligheidssector daadwerkelijk te hervormen, de rechtsstaat te versterken, corruptie, straffeloosheid en drugssmokkel te bestrijden, en duurzame ontwikkelen te stimuleren. De EU staat aan uw zijde en steunt alle inspanningen die hiervoor worden geleverd.

Het opheffen van de passende maatregelen uit hoofde van artikel 96 van de overeenkomst van Cotonou maakt het ons immers mogelijk u bij te staan bij het organiseren van de rondetafelconferentie over Guinee-Bissau in Brussel op 25 maart 2015, en ten volle bij te dragen aan het welslagen daarvan.

Wij zetten ook de raadplegings- en voorbereidingsfase voort van het elfde Europees ontwikkelingsfonds met uw regering, met het oog op de zo spoedig mogelijke ondertekening van het nationale indicatieve programma, dat u zal ondersteunen bij de tenuitvoerlegging van uw ambitieus hervormingsprogramma.

Tot slot verheugen wij ons er niet alleen op ons opnieuw via ontwikkeling ten volle voor Guinee-Bissau in te gaan zetten, maar ook de politieke dialoog uit hoofde van artikel 8 van de overeenkomst van Cotonou te versterken.

Met bijzondere hoogachting,

Voor de Raad

F. MOGHERINI

Hoge vertegenwoordiger van de Europese Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid

Voor de Commissie

N. MIMICA

Lid van de Commissie


1.4.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 88/16


BESLUIT Nr. 1/2015 VAN HET GEMENGD COMITÉ EU-ZWITSERLAND

van 20 maart 2015

tot wijziging van de tabellen III en IV, onder b), in Protocol nr. 2 bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat van 22 juli 1972, wat de bepalingen betreffende verwerkte landbouwproducten betreft [2015/542]

HET GEMENGD COMITÉ,

Gezien de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat, ondertekend te Brussel op 22 juli 1972 (1) (hierna „de overeenkomst” genoemd) zoals gewijzigd bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat tot wijziging van de overeenkomst van 22 juli 1972, wat de bepalingen betreffende verwerkte landbouwproducten betreft (2), ondertekend te Luxemburg op 26 oktober 2004, en Protocol nr. 2 daarbij, en met name artikel 7 van dat protocol,

Overwegende hetgeen volgt:

1.

Voor de uitvoering van Protocol nr. 2 bij de overeenkomst zijn voor de overeenkomstsluitende partijen binnenlandse referentieprijzen vastgesteld.

2.

Op de binnenlandse markten van de overeenkomstsluitende partijen zijn de feitelijke prijzen van de grondstoffen waarvoor prijscompenserende maatregelen worden toegepast, gewijzigd.

3.

De referentieprijzen en bedragen in de tabellen III en IV, onder b), in Protocol nr. 2 moeten daarom dienovereenkomstig worden bijgewerkt,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Protocol nr. 2 bij de overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:

a)

tabel III wordt vervangen door de tekst in bijlage I bij dit besluit;

b)

tabel IV, onder b), wordt vervangen door de tekst in bijlage II bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Het is van toepassing met ingang van 1 april 2015.

Gedaan te Brussel, 20 maart 2015.

Voor het Gemengd Comité

De voorzitter

Jean-Luc DEMARTY


(1)  PB L 300 van 31.12.1972, blz. 189.

(2)  PB L 23 van 26.1.2005, blz. 19.


BIJLAGE I

„TABEL III

Binnenlandse referentieprijzen van de Europese Unie en Zwitserland

Agrarische grondstof

Binnenlandse referentieprijs Zwitserland

Binnenlandse referentieprijs EU

Artikel 4, lid 1

Toegepast door Zwitserland Verschil referentieprijs Zwitserland/EU

Artikel 3, lid 3

Toegepast door de EU Verschil referentieprijs Zwitserland/EU

CHF per 100 kg nettogewicht

CHF per 100 kg nettogewicht

CHF per 100 kg nettogewicht

EUR per 100 kg nettogewicht

Zachte tarwe

52,35

22,60

29,75

0,00

Harde tarwe

1,20

0,00

Rogge

44,30

19,25

25,05

0,00

Gerst

Mais

Meel van zachte tarwe

93,05

44,90

48,15

0,00

Vollemelkpoeder

648,75

393,20

255,55

0,00

Mageremelkpoeder

430,00

350,70

79,30

0,00

Boter

1 101,55

435,85

665,70

0,00

Witte suiker

Eieren

38,00

0,00

Verse aardappelen

42,05

13,35

28,70

0,00

Plantaardig vet

170,00

0,00”


BIJLAGE II

TABEL IV

„b)

Basisbedragen voor de agrarische grondstoffen die bij de berekening van de agrarische elementen in aanmerking worden genomen:

Agrarische grondstof

Door Zwitserland toegepast basisbedrag

Artikel 3, lid 2

Door de EU toegepast basisbedrag

Artikel 4, lid 2

 

CHF per 100 kg nettogewicht

EUR per 100 kg nettogewicht

Zachte tarwe

25,00

0,00

Harde tarwe

1,00

0,00

Rogge

20,90

0,00

Gerst

Mais

Meel van zachte tarwe

41,00

0,00

Vollemelkpoeder

215,95

0,00

Mageremelkpoeder

67,00

0,00

Boter

560,60

0,00

Witte suiker

Eieren

32,00

0,00

Verse aardappelen

22,35

0,00

Plantaardig vet

145,00

0,00”