ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 23

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

58e jaargang
29 januari 2015


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2015/131 van de Commissie van 23 januari 2015 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1235/2008 houdende bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad wat de regeling voor de invoer van biologische producten uit derde landen betreft ( 1 )

1

 

*

Verordening (EU) 2015/132 van de Commissie van 23 januari 2015 tot vaststelling van een verbod op de visserij op roodbaars in de Groenlandse wateren van NAFO 1F en de Groenlandse wateren van V en XIV door vaartuigen die de vlag van Duitsland voeren

5

 

*

Verordening (EU) 2015/133 van de Commissie van 23 januari 2015 tot vaststelling van een verbod op de visserij op haring in IV, VIId en de wateren van de Unie van IIa door vaartuigen die de vlag van Denemarken voeren

7

 

*

Verordening (EU) 2015/134 van de Commissie van 26 januari 2015 tot vaststelling van een verbod op de visserij op scharretongen in VIIIc, IX en X en de wateren van de Unie van CECAF 34.1.1 door vaartuigen die de vlag van Portugal voeren

9

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) 2015/135 van de Commissie van 28 januari 2015 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

11

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) 2015/136 van de Commissie van 28 januari 2015 inzake de afgifte van invoercertificaten voor rijst in het kader van de tariefcontingenten die voor de deelperiode januari 2015 zijn geopend bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1273/2011

13

 

 

BESLUITEN

 

*

Besluit (EU) 2015/137 van de Raad van 26 januari 2015 houdende verlenging van het mandaat van de ondervoorzitter van het Harmonisatiebureau voor de interne markt (merken, tekeningen en modellen) en van twee voorzitters van de kamers van beroep van het Harmonisatiebureau voor de interne markt (merken, tekeningen en modellen)

17

 

 

Rectificaties

 

*

Rectificatie van Verordening (EG) nr. 1987/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) ( PB L 381 van 28.12.2006 )

19

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

29.1.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 23/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/131 VAN DE COMMISSIE

van 23 januari 2015

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1235/2008 houdende bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad wat de regeling voor de invoer van biologische producten uit derde landen betreft

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2092/91 (1), en met name artikel 33, leden 2 en 3, en artikel 38, onder d),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bijlage III bij Verordening (EG) nr. 1235/2008 van de Commissie (2) bevat een lijst van derde landen waarvan de productiesystemen en de controlemaatregelen voor de biologische productie van landbouwproducten als gelijkwaardig met die van Verordening (EG) nr. 834/2007 zijn erkend.

(2)

De Republiek Korea heeft overeenkomstig artikel 33, lid 2, van Verordening (EG) nr. 834/2007 bij de Commissie een verzoek ingediend om voor bepaalde verwerkte landbouwproducten te worden opgenomen in de lijst van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 1235/2008. De Republiek Korea heeft de op grond van de artikelen 7 en 8 van die verordening vereiste gegevens ingediend. Uit het onderzoek van die informatie, daarop aansluitende besprekingen met de autoriteiten van de Republiek Korea en een onderzoek ter plaatse van de in de Republiek Korea toegepaste productievoorschriften en controlemaatregelen is gebleken dat de in dat land geldende voorschriften voor de productie van verwerkte landbouwproducten voor gebruik als levensmiddel en de controle van de biologische productie daarvan, gelijkwaardig zijn aan de in Verordening (EG) nr. 834/2007 vastgestelde voorschriften. De Republiek Korea moet bijgevolg voor verwerkte landbouwproducten voor gebruik als levensmiddel (producten van categorie D) worden opgenomen in de lijst van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 1235/2008.

(3)

Bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 1235/2008 bevat een lijst van de controleorganen en controlerende autoriteiten die bevoegd zijn om in derde landen voor gelijkwaardigheidsdoeleinden controles uit te voeren en certificaten af te geven. Naar aanleiding van de opname van de Republiek Korea in bijlage III bij die verordening moeten de desbetreffende controleorganen en controlerende autoriteiten die tot nu toe voor de invoer van producten van categorie D uit de Republiek Korea waren erkend, uit bijlage IV worden geschrapt.

(4)

De bijlagen III en IV bij Verordening (EG) nr. 1235/2008 moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(5)

De opname van de Republiek Korea in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 1235/2008 moet van toepassing worden met ingang van 1 februari 2015. Om ervoor te zorgen dat de marktdeelnemers zich kunnen aanpassen aan de wijzigingen van de bijlagen III en IV bij Verordening (EG) nr. 1235/2008, moet de wijziging van de laatstgenoemde bijlage echter slechts van toepassing worden na het verstrijken van een redelijke termijn.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Regelgevend Comité voor biologische productie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 1235/2008 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Bijlage III wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening.

2)

Bijlage IV wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Punt 1 van artikel 1 is van toepassing met ingang van 1 februari 2015.

Punt 2 van artikel 1 is van toepassing met ingang van 1 mei 2015.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 januari 2015.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 189 van 20.7.2007, blz. 1.

(2)  Verordening (EG) nr. 1235/2008 van de Commissie van 8 december 2008 houdende bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad wat de regeling voor de invoer van biologische producten uit derde landen betreft (PB L 334 van 12.12.2008, blz. 25).


BIJLAGE I

In bijlage III bij Verordening (EG) nr. 1235/2008 wordt het volgende ingevoegd:

REPUBLIEK KOREA

1.    Productcategorieën :

Productcategorie

Aanduiding van de categorie in bijlage IV

Beperkingen

Verwerkte landbouwproducten voor gebruik als levensmiddel

D

 

2.    Oorsprong : biologisch geteelde ingrediënten in producten van categorie D die zijn geproduceerd in de Republiek Korea of die in de Republiek Korea zijn ingevoerd:

hetzij uit de Unie,

hetzij uit een derde land dat door de Republiek Korea is erkend als land waar de producten zijn geproduceerd en gecontroleerd volgens voorschriften die gelijkwaardig zijn aan de in de wetgeving van de Republiek Korea vastgestelde voorschriften.

3.    Productienorm : Act on Promotion of Environmentally-friendly Agriculture and Fisheries and Management and Support for Organic Food.

4.    Bevoegde autoriteiten : Ministry of Agriculture, Food and Rural Affairs

5.    Controleorganen :

Codenummer

Naam

Internetadres

KR-ORG-001

Korea Agricultural Product and Food Certification

www.kafc.kr

KR-ORG-002

Doalnara Organic Certificated Korea

www.doalnara.or.kr

KR-ORG-003

Bookang tech

www.bkt21.co.kr

KR-ORG-004

Global Organic Agriculturalist Association

www.goaa.co.kr

KR-ORG-005

OCK

Image

KR-ORG-006

Konkuk University industrial cooperation corps

http://eco.konkuk.ac.kr

KR-ORG-007

Korea Environment-Friendly Organic Certification Center

www.a-cert.co.kr

KR-ORG-008

Konkuk Ecocert Certification Service

www.ecocert.co.kr

KR-ORG-009

Woorinong Certification

www.woric.co.kr

KR-ORG-010

ACO (Australian Certified Organic)

www.aco.net.au

KR-ORG-011

BCS (BCS Oko-Garantie GmbH)

www.bcs-oeko.com

KR-ORG-012

BCS Korea

www.bcskorea.com

KR-ORG-014

The Center for Environment Friendly Agricultural Products Certification

www.hgreent.or.kr

KR-ORG-015

ECO-Leaders Certification Co.,Ltd

www.ecoleaders.kr

KR-ORG-016

Ecocert

www.ecocert.com

KR-ORG-017

Jeonnam bioindustry foundation

www.jbio.org/oc/oc01.asp

KR-ORG-018

Controlunion

http://certification.controlunion.com

6.    Organen en autoriteiten die het certificaat afgeven : zoals in punt 5.

7.    Geldigheidsduur van de opneming in de lijst : 31 januari 2018.


BIJLAGE II

Bijlage IV van Verordening (EG) nr. 1235/2008 wordt als volgt gewijzigd:

1.

In de tekst met betrekking tot „Australian Certified Organic” wordt in punt 3 de rij die betrekking heeft op het derde land „Zuid-Korea” en het codenummer „KR-BIO-107”, geschrapt.

2.

In de tekst met betrekking tot „BCS Öko-Garantie GmbH” wordt in punt 3 in de rij die betrekking heeft op het derde land „Zuid-Korea” en het codenummer „KR-BIO-141”, het kruisje in kolom D geschrapt; „Zuid-Korea” wordt vervangen door „Republiek Korea”.

3.

In de tekst met betrekking tot „Bioagricert S.r.l.” wordt in punt 3 in de rij die betrekking heeft op het derde land „Zuid-Korea” en het codenummer „KR-BIO-132”, het kruisje in kolom D geschrapt; „Zuid-Korea” wordt vervangen door „Republiek Korea”.

4.

In de tekst met betrekking tot „Bio.inspecta AG” wordt in punt 3 in de rij die betrekking heeft op het derde land „Zuid-Korea” en het codenummer „KR-BIO-161”, het kruisje in kolom D geschrapt; „Zuid-Korea” wordt vervangen door „Republiek Korea”.

5.

In de tekst met betrekking tot „Control Union Certifications” wordt in punt 3 in de rij die betrekking heeft op het derde land „Zuid-Korea” en het codenummer „KR-BIO-149”, het kruisje in kolom D geschrapt; „Zuid-Korea” wordt vervangen door „Republiek Korea”.

6.

De tekst met betrekking tot „Doalnara Certified Organic Korea, LLC” wordt als volgt gewijzigd:

a)

in punt 3 in de rij die betrekking heeft op het derde land „Zuid-Korea” en het codenummer „KR-BIO-129”, wordt het kruisje in kolom D geschrapt; „Zuid-Korea” wordt vervangen door „Republiek Korea”;

b)

in punt 4 wordt het woord „wijn” geschrapt.

7.

In de tekst met betrekking tot „Ecocert SA” wordt in punt 3 in de rij die betrekking heeft op het derde land „Zuid-Korea” en het codenummer „KR-BIO-154”, het kruisje in kolom D geschrapt; „Zuid-Korea” wordt vervangen door „Republiek Korea”.

8.

In de tekst met betrekking tot „Organic Certifiers” wordt in punt 3 in de rij die betrekking heeft op het derde land „Zuid-Korea” en het codenummer „KR-BIO-106”, het kruisje in kolom D geschrapt; „Zuid-Korea” wordt vervangen door „Republiek Korea”.


29.1.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 23/5


VERORDENING (EU) 2015/132 VAN DE COMMISSIE

van 23 januari 2015

tot vaststelling van een verbod op de visserij op roodbaars in de Groenlandse wateren van NAFO 1F en de Groenlandse wateren van V en XIV door vaartuigen die de vlag van Duitsland voeren

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (1), en met name artikel 36, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) nr. 43/2014 van de Raad (2) zijn quota voor 2014 vastgesteld.

(2)

Uit door de Commissie ontvangen informatie blijkt dat, gezien de vangsten van het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage vermelde lidstaat voeren of daar zijn geregistreerd, het betrokken, voor 2014 toegewezen quotum is opgebruikt.

(3)

Daarom moet de visserij op dat bestand worden verboden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het opgebruiken van het quotum

Het quotum dat voor 2014 aan de in de bijlage bij deze verordening genoemde lidstaat is toegewezen voor de visserij op het in die bijlage vermelde bestand, wordt met ingang van de in die bijlage opgenomen datum als opgebruikt beschouwd.

Artikel 2

Verbodsbepalingen

De visserij op het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage genoemde lidstaat voeren of daar geregistreerd zijn, is verboden met ingang van de in die bijlage opgenomen datum. Na die datum is het ook verboden om vis uit dit bestand die door deze vaartuigen is gevangen, aan boord te hebben, te verplaatsen, over te laden of aan te landen.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 januari 2015.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Lowri EVANS

Directeur-generaal Maritieme Zaken en Visserij


(1)  PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) nr. 43/2014 van de Raad van 20 januari 2014 tot vaststelling, voor 2014, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn (PB L 24 van 28.1.2014, blz. 1).


BIJLAGE

Nr.

87/TQ43

Lidstaat

Duitsland

Bestand

RED/N1G14P

Soort

Roodbaars (Sebastes spp.)

Gebied

Groenlandse wateren van NAFO 1F en Groenlandse wateren van V en XIV

Datum van sluiting

20.12.2014


29.1.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 23/7


VERORDENING (EU) 2015/133 VAN DE COMMISSIE

van 23 januari 2015

tot vaststelling van een verbod op de visserij op haring in IV, VIId en de wateren van de Unie van IIa door vaartuigen die de vlag van Denemarken voeren

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (1), en met name artikel 36, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) nr. 43/2014 van de Raad (2) zijn quota voor 2014 vastgesteld.

(2)

Uit door de Commissie ontvangen informatie blijkt dat, gezien de vangsten van het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage vermelde lidstaat voeren of daar zijn geregistreerd, het betrokken, voor 2014 toegewezen quotum is opgebruikt.

(3)

Daarom moet de visserij op dat bestand worden verboden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het opgebruiken van het quotum

Het quotum dat voor 2014 aan de in de bijlage bij deze verordening genoemde lidstaat is toegewezen voor de visserij op het in die bijlage vermelde bestand, wordt met ingang van de in die bijlage opgenomen datum als opgebruikt beschouwd.

Artikel 2

Verbodsbepalingen

De visserij op het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage genoemde lidstaat voeren of daar geregistreerd zijn, is verboden met ingang van de in die bijlage opgenomen datum. Na die datum is het ook verboden om vis uit dit bestand die door deze vaartuigen is gevangen, aan boord te hebben, te verplaatsen, over te laden of aan te landen.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 januari 2015.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Lowri EVANS

Directeur-generaal Maritieme Zaken en Visserij


(1)  PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) nr. 43/2014 van de Raad van 20 januari 2014 tot vaststelling, voor 2014, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn (PB L 24 van 28.1.2014, blz. 1).


BIJLAGE

Nr.

89/TQ43

Lidstaat

Denemarken

Bestand

HER/2A47DX

Soort

Haring (Clupea harengus)

Gebied

IV, VIId en wateren van de Unie van IIa

Datum van sluiting

22.12.2014


29.1.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 23/9


VERORDENING (EU) 2015/134 VAN DE COMMISSIE

van 26 januari 2015

tot vaststelling van een verbod op de visserij op scharretongen in VIIIc, IX en X en de wateren van de Unie van CECAF 34.1.1 door vaartuigen die de vlag van Portugal voeren

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (1), en met name artikel 36, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) nr. 43/2014 van de Raad (2) zijn quota voor 2014 vastgesteld.

(2)

Uit door de Commissie ontvangen informatie blijkt dat, gezien de vangsten van het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage vermelde lidstaat voeren of daar zijn geregistreerd, het betrokken, voor 2014 toegewezen quotum is opgebruikt.

(3)

Daarom moet de visserij op dat bestand worden verboden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het opgebruiken van het quotum

Het quotum dat voor 2014 aan de in de bijlage bij deze verordening genoemde lidstaat is toegewezen voor de visserij op het in die bijlage vermelde bestand, wordt met ingang van de in die bijlage opgenomen datum als opgebruikt beschouwd.

Artikel 2

Verbodsbepalingen

De visserij op het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage genoemde lidstaat voeren of daar geregistreerd zijn, is verboden met ingang van de in die bijlage opgenomen datum. Na die datum is het ook verboden om vis uit dit bestand die door deze vaartuigen is gevangen, aan boord te hebben, te verplaatsen, over te laden of aan te landen.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 26 januari 2015.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Lowri EVANS

Directeur-generaal Maritieme Zaken en Visserij


(1)  PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) nr. 43/2014 van de Raad van 20 januari 2014 tot vaststelling, voor 2014, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn (PB L 24 van 28.1.2014, blz. 1).


BIJLAGE

Nr.

90/TQ43

Lidstaat

Portugal

Bestand

LEZ/8C3411

Soort

Scharretongen (Lepidorhombus spp.)

Gebied

VIIIc, IX en X; wateren van de Unie van CECAF 34.1.1

Datum van sluiting

26.12.2014


29.1.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 23/11


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/135 VAN DE COMMISSIE

van 28 januari 2015

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1),

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 28 januari 2015.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Jerzy PLEWA

Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)  PB L 157 van 15.6.2011, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

EG

362,8

MA

99,0

TR

128,7

ZZ

196,8

0707 00 05

JO

229,9

TR

192,7

ZZ

211,3

0709 91 00

EG

122,4

ZZ

122,4

0709 93 10

EG

165,4

MA

226,4

TR

233,5

ZZ

208,4

0805 10 20

EG

47,9

IL

78,7

MA

55,0

TN

52,5

TR

77,7

ZZ

62,4

0805 20 10

IL

148,1

MA

90,6

ZZ

119,4

0805 20 30, 0805 20 50, 0805 20 70, 0805 20 90

EG

74,4

IL

100,6

MA

133,5

TR

126,1

ZZ

108,7

0805 50 10

TR

56,2

ZZ

56,2

0808 10 80

BR

59,3

CL

89,3

MK

26,7

US

161,6

ZZ

84,2

0808 30 90

CL

316,1

US

138,7

ZZ

227,4


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1106/2012 van de Commissie van 27 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 471/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende communautaire statistieken van de buitenlandse handel met derde landen, wat de bijwerking van de nomenclatuur van landen en gebieden betreft (PB L 328 van 28.11.2012, blz. 7). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.


29.1.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 23/13


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/136 VAN DE COMMISSIE

van 28 januari 2015

inzake de afgifte van invoercertificaten voor rijst in het kader van de tariefcontingenten die voor de deelperiode januari 2015 zijn geopend bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1273/2011

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 188,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1273/2011 van de Commissie (2) betreft de opening en de wijze van beheer van bepaalde tariefcontingenten voor de invoer van rijst en breukrijst, die overeenkomstig bijlage I bij die uitvoeringsverordening zijn verdeeld over landen van oorsprong en over verscheidene deelperioden.

(2)

De maand januari is de eerste deelperiode voor de bij artikel 1, lid 1, onder a), b), c) en d), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1273/2011 vastgestelde contingenten.

(3)

Blijkens de gegevens die overeenkomstig artikel 8, onder a), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1273/2011 zijn verstrekt, hebben de aanvragen die overeenkomstig artikel 4, lid 1, van die uitvoeringsverordening gedurende de eerste tien werkdagen van januari 2015 zijn ingediend voor de contingenten met de volgnummers 09.4154 — 09.4112 — 09.4116 — 09.4117 — 09.4118 — 09.4119 en 09.4166, betrekking op een hoeveelheid die groter is dan de beschikbare hoeveelheid. Bijgevolg dient te worden bepaald in hoeverre invoercertificaten kunnen worden afgegeven, door de overeenkomstig artikel 7, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1301/2006 van de Commissie (3) berekende toewijzingscoëfficiënt vast te stellen die moet worden toegepast op de voor de betrokken contingenten gevraagde hoeveelheden.

(4)

Uit de bovenbedoelde gegevens blijkt ook dat de aanvragen die overeenkomstig artikel 4, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1273/2011 gedurende de eerste tien werkdagen van januari 2015 zijn ingediend voor de contingenten met de volgnummers 09.4127 — 09.4128 — 09.4148 — 09.4149 — 09.4150 — 09.4152 en 09.4153, betrekking hebben op een hoeveelheid die kleiner is dan de beschikbare hoeveelheid.

(5)

Ook dient voor de contingenten met de volgnummers 09.4127 — 09.4128 — 09.4148 — 09.4149 — 09.4150 — 09.4152 — 09.4153 — 09.4154 — 09.4112 — 09.4116 — 09.4117 — 09.4118 — 09.4119 en 09.4166 overeenkomstig artikel 5, eerste alinea, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1273/2011 de totale hoeveelheid te worden vastgesteld die beschikbaar is voor de volgende deelperiode.

(6)

Met het oog op een efficiënt beheer van de procedure voor de afgifte van invoercertificaten dient deze verordening onmiddellijk na de bekendmaking ervan in werking te treden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Op grond van de aanvragen van certificaten voor de invoer van rijst in het kader van de bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1273/2011 vastgestelde contingenten met de volgnummers 09.4154 — 09.4112 — 09.4116 — 09.4117 — 09.4118 — 09.4119 en 09.4166 die gedurende de eerste tien werkdagen van januari 2015 zijn ingediend, worden certificaten afgegeven voor de aangevraagde hoeveelheid, vermenigvuldigd met de in de bijlage bij de onderhavige verordening vastgestelde toewijzingscoëfficiënt.

2.   De totale hoeveelheid die in het kader van de bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1273/2011 vastgestelde contingenten met de volgnummers 09.4127 — 09.4128 — 09.4148 — 09.4149 — 09.4150 — 09.4152 — 09.4153 — 09.4154 — 09.4112 — 09.4116 — 09.4117 — 09.4118 — 09.4119 en 09.4166 beschikbaar is voor de volgende deelperiode, wordt vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 28 januari 2015.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Jerzy PLEWA

Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1273/2011 van de Commissie van 7 december 2011 inzake de opening en de wijze van beheer van bepaalde tariefcontingenten voor de invoer van rijst en breukrijst (PB L 325 van 8.12.2011, blz. 6).

(3)  Verordening (EG) nr. 1301/2006 van de Commissie van 31 augustus 2006 houdende gemeenschappelijke voorschriften voor het beheer van door middel van een stelsel van invoercertificaten beheerde invoertariefcontingenten voor landbouwproducten (PB L 238 van 1.9.2006, blz. 13).


BIJLAGE

Hoeveelheden die overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1273/2011 voor de deelperiode januari 2015 moeten worden toegewezen, dan wel beschikbaar zijn voor de daaropvolgende deelperiode

a)

Bij artikel 1, lid 1, onder a), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1273/2011 vastgesteld contingent voor volwitte of halfwitte rijst van GN-code 1006 30:

Oorsprong

Volgnummer

Toewijzingscoëfficiënt voor de deelperiode januari 2015

Totale hoeveelheid die beschikbaar is voor de deelperiode april 2015 (in kg)

Verenigde Staten

09.4127

 (1)

24 446 294

Thailand

09.4128

 (1)

10 513 071

Australië

09.4129

 (2)

1 019 000

Andere landen van oorsprong

09.4130

 (2)

1 805 000

b)

Het in artikel 1, lid 1, onder b), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1273/2011 vastgestelde contingent voor gedopte rijst van GN-code 1006 20:

Oorsprong

Volgnummer

Toewijzingscoëfficiënt voor de deelperiode januari 2015

Totale hoeveelheid die beschikbaar is voor de deelperiode juli 2015 (in kg)

Alle landen

09.4148

 (3)

1 612 000

c)

Bij artikel 1, lid 1, onder c), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1273/2011 vastgesteld contingent voor breukrijst van GN-code 1006 40 00:

Oorsprong

Volgnummer

Toewijzingscoëfficiënt voor de deelperiode januari 2015

Totale hoeveelheid die beschikbaar is voor de deelperiode juli 2015 (in kg)

Thailand

09.4149

 (4)

50 566 471

Australië

09.4150

 (5)

16 000 000

Guyana

09.4152

 (5)

11 000 000

Verenigde Staten

09.4153

 (5)

9 000 000

Andere landen van oorsprong

09.4154

92,307692 %

6 000 001

d)

Bij artikel 1, lid 1, onder d), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1273/2011 vastgesteld contingent voor volwitte of halfwitte rijst van GN-code 1006 30:

Oorsprong

Volgnummer

Toewijzingscoëfficiënt voor de deelperiode januari 2015

(%)

Totale hoeveelheid die beschikbaar is voor de deelperiode juli 2015 (in kg)

Thailand

09.4112

0,842133

0

Verenigde Staten

09.4116

18,073078

0

India

09.4117

0,963486

0

Pakistan

09.4118

0,895330

0

Andere landen van oorsprong

09.4119

0,873150

0

Alle landen

09.4166

0,655752

17 011 019


(1)  De aanvragen hebben betrekking op hoeveelheden die kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de beschikbare hoeveelheden: alle aanvragen zijn derhalve ontvankelijk.

(2)  Voor deze deelperiode zijn geen hoeveelheden beschikbaar.

(3)  De aanvragen hebben betrekking op hoeveelheden die kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de beschikbare hoeveelheden: alle aanvragen zijn derhalve ontvankelijk.

(4)  De aanvragen hebben betrekking op hoeveelheden die kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de beschikbare hoeveelheden: alle aanvragen zijn derhalve ontvankelijk.

(5)  Voor deze deelperiode wordt geen toewijzingscoëfficiënt toegepast: de Commissie is geen enkele certificaataanvraag meegedeeld.


BESLUITEN

29.1.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 23/17


BESLUIT (EU) 2015/137 VAN DE RAAD

van 26 januari 2015

houdende verlenging van het mandaat van de ondervoorzitter van het Harmonisatiebureau voor de interne markt (merken, tekeningen en modellen) en van twee voorzitters van de kamers van beroep van het Harmonisatiebureau voor de interne markt (merken, tekeningen en modellen)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het Gemeenschapsmerk (1), en met name artikel 125 en artikel 136,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 18 november 2014 heeft de raad van bestuur van het Harmonisatiebureau voor de interne markt (merken, tekeningen en modellen) (hierna „het Bureau” genoemd) zijn voorstellen betreffende de verlenging van het mandaat van de ondervoorzitter van het Bureau en van twee voorzitters van de kamers van beroep van het Bureau bij de Raad ingediend.

(2)

Het mandaat van de heer Christian ARCHAMBEAU als ondervoorzitter van het Bureau en van de heer Tomás DE LAS HERAS en de heer Detlef SCHENNEN als voorzitters van de kamers van beroep van het Bureau, moet worden verlengd met een termijn van 5 jaar of tot aan hun pensioenleeftijd, indien de pensioenleeftijd tijdens het nieuwe mandaat wordt bereikt,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het mandaat van de heer Christian ARCHAMBEAU als ondervoorzitter van het Bureau wordt verlengd voor de periode van 1 december 2015 tot en met 30 november 2020 of tot aan zijn pensioenleeftijd, indien de pensioenleeftijd tijdens het nieuwe mandaat wordt bereikt.

Artikel 2

Het mandaat van de heer Tomás DE LAS HERAS als voorzitter van de kamers van beroep van het Bureau wordt verlengd voor de periode van 1 maart 2016 tot en met 28 februari 2021 of tot aan zijn pensioenleeftijd, indien de pensioenleeftijd tijdens het nieuwe mandaat wordt bereikt.

Artikel 3

Het mandaat van de heer Detlef SCHENNEN als voorzitter van de kamers van beroep van het Bureau wordt verlengd voor de periode van 1 november 2015 tot en met 31 oktober 2020 of tot aan zijn pensioenleeftijd, indien de pensioenleeftijd tijdens het nieuwe mandaat wordt bereikt.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 26 januari 2015.

Voor de Raad

De voorzitter

J. DŪKLAVS


(1)  PB L 78 van 24.3.2009, blz. 1.


Rectificaties

29.1.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 23/19


Rectificatie van Verordening (EG) nr. 1987/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II)

( Publicatieblad van de Europese Unie L 381 van 28 december 2006 )

Bladzijde 4, overweging 3, tweede zin, en de bijbehorende voetnoot 5:

in plaats van:

„Besluit 2006/…/JBZ van de Raad van (1) … betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) vormt …

te lezen:

„Besluit 2007/533/JBZ van de Raad van 12 juni 2007 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) (2) vormt …

Bladzijde 15, artikel 27, lid 3 en bladzijde 16, artikel 31, lid 6:

in plaats van:

„Besluit 2006/…/JBZ”,

te lezen:

„Besluit 2007/533/JBZ”.