ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 19

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

58e jaargang
24 januari 2015


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

 

*

Informatie over de datum van ondertekening van de Partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Senegal, en van het Protocol voor de tenuitvoerlegging van het Partnerschap inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Senegal

1

 

*

Besluit (EU) 2015/105 van de Raad van 14 april 2014 betreffende de ondertekening namens de Unie en de voorlopige toepassing van een Protocol bij de Overeenkomst inzake partnerschap en samenwerking tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Azerbeidzjan, anderzijds, inzake een Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Azerbeidzjan over de algemene beginselen voor de deelname van de Republiek Azerbeidzjan aan programma's van de Unie

2

 

 

Protocol bij de Overeenkomst inzake partnerschap en samenwerking tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Azerbeidzjan, anderzijds, inzake een Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Azerbeidzjan over de algemene beginselen voor de deelname van de Republiek Azerbeidzjan aan programma's van de Unie

4

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Verordening (EU) 2015/106 van de Raad van 19 januari 2015 tot vaststelling, voor 2015, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden in de Zwarte Zee

8

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) 2015/107 van de Commissie van 23 januari 2015 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

12

 

 

Rectificaties

 

*

Rectificatie van Besluit (GBVB) 2015/67 van het Politiek en Veiligheidscomité (EUCAP Sahel Mali/1/2015) van 14 januari 2015 tot verlenging van het mandaat van het hoofd van de GVDB-missie van de Europese Unie in Mali (EUCAP Sahel Mali) ( PB L 11 van 17.1.2015 )

14

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

24.1.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 19/1


Informatie over de datum van ondertekening van de Partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Senegal, en van het Protocol voor de tenuitvoerlegging van het Partnerschap inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Senegal

Op 20 november 2014 hebben de Europese Unie en de Republiek Senegal de Partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Senegal en het Protocol voor de tenuitvoerlegging van het Partnerschap inzake duurzame visserij ondertekend.

De overeenkomst en het protocol zijn voorlopig van toepassing met ingang van 20 november 2014, in overeenstemming met respectievelijk artikel 17 en artikel 12.


24.1.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 19/2


BESLUIT (EU) 2015/105 VAN DE RAAD

van 14 april 2014

betreffende de ondertekening namens de Unie en de voorlopige toepassing van een Protocol bij de Overeenkomst inzake partnerschap en samenwerking tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Azerbeidzjan, anderzijds, inzake een Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Azerbeidzjan over de algemene beginselen voor de deelname van de Republiek Azerbeidzjan aan programma's van de Unie

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 212, in samenhang met artikel 218, lid 5,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 18 juni 2007 heeft de Raad de Commissie gemachtigd te onderhandelen over een Protocol bij de Overeenkomst inzake partnerschap en samenwerking tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Azerbeidzjan, anderzijds (1), inzake een Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Azerbeidzjan over de algemene beginselen voor de deelname van de Republiek Azerbeidzjan aan programma's van de Unie („het protocol”).

(2)

De onderhandelingen zijn afgerond.

(3)

Het protocol heeft ten doel de financiële en technische regels vast te leggen volgens dewelke de Republiek Azerbeidzjan aan bepaalde programma's van de Unie kan deelnemen. Het bij het protocol vastgestelde horizontale kader vormt een maatregel voor economische, financiële en technische samenwerking, die toegang geeft tot bijstand, met name financiële bijstand, welke door de Unie op grond van die programma's wordt verleend. Dat kader geldt alleen voor de programma's waarvoor de toepasselijke oprichtingshandeling voorziet in de mogelijkheid van deelname door de Republiek Azerbeidzjan. De ondertekening en voorlopige toepassing van het protocol heeft derhalve niet tot gevolg dat de bevoegdheden op grond van de verscheidene door de programma's nagestreefde sectorale beleidsmaatregelen worden uitgeoefend; die bevoegdheden worden bij de vaststelling van de programma's uitgeoefend.

(4)

Het protocol dient namens de Unie te worden ondertekend en voorlopig te worden toegepast in afwachting van de voltooiing van de procedures voor de sluiting ervan,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De ondertekening namens de Unie van het Protocol bij de Overeenkomst inzake partnerschap en samenwerking tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Azerbeidzjan, anderzijds, inzake een Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Azerbeidzjan over de algemene beginselen voor de deelname van de Republiek Azerbeidzjan aan programma's van de Unie (hierna „het protocol” genoemd) wordt goedgekeurd, onder voorbehoud van de sluiting van het genoemde protocol.

De tekst van het protocol is aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de persoon (personen) aan te wijzen die bevoegd is (zijn) om namens de Unie het protocol te ondertekenen.

Artikel 3

Het protocol wordt voorlopig toegepast vanaf de datum van ondertekening ervan (2), in afwachting van de procedures die nodig zijn voor de sluiting ervan.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Luxemburg, 14 april 2014.

Voor de Raad

De voorzitter

C. ASHTON


(1)  PB L 246 van 17.9.1999, blz. 3.

(2)  De datum van ondertekening van het protocol wordt door het secretariaat-generaal van de Raad bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.


24.1.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 19/4


PROTOCOL

bij de Overeenkomst inzake partnerschap en samenwerking tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Azerbeidzjan, anderzijds, inzake een Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Azerbeidzjan over de algemene beginselen voor de deelname van de Republiek Azerbeidzjan aan programma's van de Unie

DE EUROPESE UNIE, hierna „de Unie” genoemd,

enerzijds, en

DE REPUBLIEK AZERBEIDZJAN, hierna „Azerbeidzjan” genoemd,

anderzijds,

hierna gezamenlijk „de partijen” genoemd,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Azerbeidzjan heeft een overeenkomst inzake partnerschap en samenwerking met de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten gesloten („de overeenkomst”) (1), die op 1 juli 1999 in werking is getreden.

(2)

De Europese Raad heeft in zijn bijeenkomst van 17 en 18 juni 2004 zijn tevredenheid uitgesproken over de voorstellen van de Europese Commissie voor een Europees nabuurschapsbeleid (ENB) en zijn goedkeuring gehecht aan de conclusies van de Raad van 14 juni 2004.

(3)

In zijn conclusies heeft de Raad dit beleid herhaaldelijk bekrachtigd.

(4)

De Raad heeft op 5 maart 2007 zijn steun betuigd aan de algemene aanpak die is uiteengezet in de mededeling van de Europese Commissie van 4 december 2006, die tot doel heeft de ENB-partnerlanden, naar gelang van hun verdiensten en voor zover de rechtsgrondslagen dat mogelijk maken, aan communautaire agentschappen en programma's te laten deelnemen.

(5)

Azerbeidzjan heeft de wens geuit aan een aantal programma's van de Unie deel te nemen.

(6)

De specifieke voorwaarden betreffende de deelname van Azerbeidzjan aan de verschillende programma's van de Unie, met name de financiële bijdrage van Azerbeidzjan en de rapportage- en evaluatieprocedures, worden vastgesteld in onderling overleg tussen de Europese Commissie en de bevoegde autoriteiten van Azerbeidzjan,

ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN:

Artikel 1

Azerbeidzjan mag deelnemen aan alle huidige en toekomstige programma's van de Unie die overeenkomstig de bepalingen tot vaststelling van die programma's voor het land openstaan.

Artikel 2

Azerbeidzjan verstrekt financiële bijdragen aan de algemene begroting van de Europese Unie in overeenstemming met de specifieke programma's waaraan het deelneemt.

Artikel 3

Vertegenwoordigers van Azerbeidzjan mogen als waarnemers de vergaderingen bijwonen van de beheerscomités die belast zijn met het toezicht op de programma's van de Unie waaraan Azerbeidzjan een financiële bijdrage levert, voor zover deze betrekking hebben op onderwerpen die Azerbeidzjan aangaan.

Artikel 4

Ten aanzien van projecten en initiatieven die door deelnemers uit Azerbeidzjan worden ingediend, gelden in het kader van de betrokken programma's voor zover mogelijk dezelfde voorwaarden, regels en procedures als voor de lidstaten.

Artikel 5

1.   De specifieke voorwaarden betreffende de deelname van Azerbeidzjan aan de verschillende programma's van de Unie, met name de financiële bijdrage van Azerbeidzjan en de rapportage- en evaluatieprocedures, worden vastgesteld in onderling overleg tussen de Europese Commissie en de bevoegde autoriteiten van Azerbeidzjan, op grond van de criteria die in deze programma's zijn vastgesteld.

2.   Als Azerbeidzjan op grond van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1638/2006 van het Europees Parlement en de Raad (2) of van een soortgelijke toekomstige verordening betreffende externe bijstand van de Unie aan Azerbeidzjan, de Unie om externe bijstand voor deelname aan een bepaald programma van de Unie verzoekt, worden de voorwaarden voor het gebruik door Azerbeidzjan van de externe bijstand van de Unie in een financieringsovereenkomst vastgesteld, overeenkomstig met name artikel 20 van Verordening (EG) nr. 1638/2006.

Artikel 6

1.   In volgens artikel 5 gesloten overeenkomsten wordt overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad (3) bepaald dat financiële controles of audits en andere controles, zoals administratieve onderzoeken, worden verricht door of onder toezicht van de Europese Commissie, het Europees Bureau voor Fraudebestrijding (OLAF) en de Rekenkamer.

2.   Er worden gedetailleerde bepalingen in opgenomen inzake financiële controle en audits, administratieve maatregelen, sancties en invordering, waarbij aan de Europese Commissie, het OLAF en de Rekenkamer bevoegdheden worden toegekend die gelijkwaardig zijn met hun bevoegdheden ten aanzien van begunstigden of contractanten die in de Unie zijn gevestigd.

Artikel 7

1.   Dit protocol is van toepassing gedurende de looptijd van de overeenkomst.

2.   Dit protocol wordt door de partijen volgens hun eigen procedures ondertekend en goedgekeurd.

3.   Elk van beide partijen kan dit protocol opzeggen door schriftelijke kennisgeving aan de andere partij. Dit protocol verstrijkt zes maanden na de datum van die kennisgeving. De beëindiging van dit protocol als gevolg van opzegging door een van de partijen is niet van invloed op de controles die, in voorkomend geval, overeenkomstig de artikelen 5 en 6 worden uitgevoerd.

Artikel 8

Uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van dit protocol, en vervolgens iedere drie jaar, kunnen de partijen de tenuitvoerlegging van het protocol evalueren aan de hand van de werkelijke deelname van Azerbeidzjan aan programma's van de Unie.

Artikel 9

Dit protocol is van toepassing op enerzijds het grondgebied waar het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is, overeenkomstig de bepalingen van dat Verdrag, en anderzijds het grondgebied van Azerbeidzjan.

Artikel 10

1.   Dit protocol treedt in werking op de eerste dag van de maand volgend op de datum waarop de partijen elkaar via diplomatieke kanalen ervan in kennis stellen dat de voor de inwerkingtreding vereiste procedures zijn voltooid.

2.   In afwachting van de inwerkingtreding van het protocol komen de partijen overeen dat zij dit protocol voorlopig zullen toepassen vanaf de datum van ondertekening ervan, onder voorbehoud van sluiting op een latere datum.

Artikel 11

Dit protocol maakt integrerend deel uit van de Overeenkomst.

Artikel 12

Dit protocol is opgesteld in tweevoud in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse en de Azerbeidzjaanse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

За Европейския съюз

Рог la Unión Europea

Za Evropskou unii

For Den Europæiske Union

Für die Europäische Union

Euroopa Liidu nimel

Για την Ευρωπαϊκή Ένωση

For the European Union

Pour l'Union européenne

Za Europsku uniju

Per l'Unione europea

Eiropas Savienības vārdā –

Europos Sąjungos vardu

Az Európai Unió részéről

Għall-Unjoni Ewropea

Voor de Europese Unie

W imieniu Unii Europejskiej

Pela União Europeia

Pentru Uniunea Europeană

Za Európsku úniu

Za Evropsko unijo

Euroopan unionin puolesta

För Europeiska unionen

Avropa İttifaqı adından

Image

Image

За Република Азербайджан

Por la República de Azerbaiyán

Za Ázerbájdžánskou republiku

For Republikken Aserbajdsjan

Für die Republik Aserbaidschan

Aserbaidžaani Vabariigi nimel

Για τη Δημοκρατία του Αζερμπαϊτζάν

For the Republic of Azerbaijan

Pour la République d'Azerbaïdjan

Za Republiku Azerbajdžan

Per la Repubblica dell'Azerbaigian

Azerbaidžānas Republikas vārdā

AzerbaidÞano Respublikos vardu

Az Azerbajdzsán Köztársaság részről

Għar-Repubblika ta' l-Ażerbajġan

Voor de Republiek Azerbeidzjan

W imieniu Republiki Azerbejdżanskiej

Pela República do Azerbaijão

Pentru Republica Azerbaidjan

Za Azerbajdžanskú republiku

Za Azerbajdžansko republiko

Azerbaidžanin tasavallan puolesta

För Republiken Azerbajdzjan

Image

Image


(1)  Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Azerbeidzjan, anderzijds (PB L 246 van 17.9.1999, blz. 3).

(2)  Verordening (EG) nr. 1638/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 2006 houdende algemene bepalingen tot invoering van een Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument (PB L 310 van 9.11.2006, blz. 1).

(3)  Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1).


VERORDENINGEN

24.1.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 19/8


VERORDENING (EU) 2015/106 VAN DE RAAD

van 19 januari 2015

tot vaststelling, voor 2015, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden in de Zwarte Zee

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 3,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 43, lid 3, van het Verdrag stelt de Raad op voorstel van de Commissie maatregelen vast voor de vaststelling en verdeling van de vangstmogelijkheden.

(2)

Krachtens Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad (1) moeten instandhoudingsmaatregelen worden vastgesteld met inachtneming van het beschikbare wetenschappelijke, technische en economische advies, met inbegrip van, waar toepasselijk, de verslagen van het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV) en andere adviesorganen, alsmede in het licht van het advies ontvangen van de adviesraden.

(3)

De Raad moet maatregelen vaststellen voor de vaststelling en de verdeling van de vangstmogelijkheden in de Zwarte Zee per visserij of groep visserijen, inclusief, in voorkomend geval, bepaalde voorwaarden die er functioneel verband mee houden. Conform artikel 16, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1380/2013, moeten de vangstmogelijkheden worden vastgesteld in overeenstemming met de overeenkomstig artikel 2, lid 2, van die verordening vastgestelde doelstellingen van het gemeenschappelijke visserijbeleid. Conform artikel 16, lid 1, van die verordening, moeten de vangstmogelijkheden zo tussen de lidstaten worden verdeeld dat de relatieve stabiliteit van de visserijactiviteiten van iedere lidstaat voor elk visbestand of elke visserij wordt gewaarborgd.

(4)

De totale toegestane vangsten (TAC's) moeten derhalve overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1380/2013 worden vastgesteld op basis van de beschikbare wetenschappelijke adviezen, met inachtneming van de biologische en sociaal-economische aspecten, waarbij een gelijke behandeling van de visserijsectoren moet worden gegarandeerd, en in het licht van de standpunten die tijdens de raadpleging van de belanghebbende partijen naar voren zijn gebracht.

(5)

Voor visserijen op sprot wordt de in artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 bedoelde aanlandingsverplichting van toepassing op 1 januari 2015. In artikel 16, lid 2, van die verordening is bepaald dat wanneer een aanlandingsverplichting wordt ingevoerd, de vangstmogelijkheden moeten worden vastgesteld met inachtneming van de overschakeling van de vaststelling van vangstmogelijkheden die de aanlandingen weerspiegelen naar de vaststelling van vangstmogelijkheden die de vangsten weerspiegelen.

(6)

De bij deze verordening vastgestelde vangstmogelijkheden moeten worden gebruikt overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad (2), en met name de artikelen 33 en 34 van die verordening betreffende de registratie van de vangsten en de melding van gegevens over de uitputting van de vangstmogelijkheden. Derhalve dient te worden gepreciseerd welke codes de lidstaten moeten gebruiken wanneer zij aan de Commissie gegevens melden met betrekking tot de aanlandingen van onder deze verordening vallende bestanden.

(7)

Overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EG) nr. 847/96 van de Raad (3), moet de Raad bij de vaststelling van de TAC's, besluiten op welke bestanden de artikelen 3 en 4 niet van toepassing zijn, met name met inachtneming van de biologische toestand van de bestanden.

(8)

Om een onderbreking van de visserijactiviteiten te voorkomen en om het inkomen van de vissers in de Unie veilig te stellen, dient deze verordening met ingang van 1 januari 2015 van toepassing te zijn. Gezien de urgentie dient deze verordening onmiddellijk na de bekendmaking ervan in werking te treden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES

Artikel 1

Onderwerp

Bij deze verordening worden voor 2015 de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden in de Zwarte Zee vastgesteld.

Artikel 2

Toepassingsgebied

Deze verordening is van toepassing op Unievaartuigen die actief zijn in de Zwarte Zee.

Artikel 3

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a)   „Zwarte Zee”: het geografische deelgebied 29 als omschreven in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1343/2011 van het Europees Parlement en de Raad (4);

b)   „vaartuig van de Unie”: een vissersvaartuig van de Unie als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, onder 5), van Verordening (EU) nr. 1380/2013;

c)   „bestand”: het bestand als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, onder 14), van Verordening (EU) nr. 1380/2013;

d)   „totale toegestane vangst” (total allowable catch — TAC):

i)

voor visserijen waarvoor de in artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 bedoelde aanlandingsverplichting, de hoeveelheid van elk bestand die mag worden gevangen in één jaar;

ii)

voor alle andere visserijen, de hoeveelheid van elk bestand die mag worden aangeland in één jaar;

e)   „quotum”: een gedeelte van de TAC dat is toegewezen aan de Unie, aan een lidstaat of aan een derde land.

HOOFDSTUK II

VANGSTMOGELIJKHEDEN

Artikel 4

TAC's en verdeling

De TAC's voor vaartuigen van de Unie, de verdeling van deze TAC's over de lidstaten, en in voorkomend geval de voorwaarden die er functioneel verband mee houden, zijn opgenomen in de bijlage.

Artikel 5

Bijzondere bepalingen inzake de verdeling

De vangstmogelijkheden worden overeenkomstig deze verordening aan de lidstaten toegewezen onverminderd:

a)

het uitwisselen van vangstmogelijkheden op grond van artikel 16, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013;

b)

de kortingen en nieuwe toewijzingen op grond van artikel 37 van Verordening (EG) nr. 1224/2009;

c)

het aanlanden van extra hoeveelheden op grond van artikel 15, lid 9, van Verordening (EG) nr. 1380/2013;

d)

de overeenkomstig artikel 15, lid 9, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 ingehouden hoeveelheden;

e)

de verlagingen op grond van de artikelen 105 en 107 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

Artikel 6

Voorwaarden voor het aanlanden van vangsten en bijvangsten waarop de aanlandingsverplichting niet van toepassing is

Vangsten en bijvangsten van tarbot in visserijen waarop de aanlandingsverplichting niet van toepassing is worden slechts aan boord gehouden of aangeland indien deze zijn bovengehaald door vaartuigen van de Unie die de vlag voeren van een lidstaat die over een niet-opgebruikt quotum beschikt.

HOOFDSTUK III

SLOTBEPALINGEN

Artikel 7

Toezending van gegevens

Wanneer de lidstaten overeenkomstig de artikelen 33 en 34 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 gegevens met betrekking tot de aanlanding van hoeveelheden gevangen vis aan de Commissie overmaken, gebruiken zij daarvoor de in de bijlage bij deze verordening vermelde bestandscodes.

Artikel 8

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2015.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 19 januari 2015.

Voor de Raad

De voorzitter

E. RINKVIS


(1)  Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22).

(2)  Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1).

(3)  Verordening (EG) nr. 847/96 van de Raad van 6 mei 1996 tot invoering van aanvullende voorwaarden voor het meerjarenbeheer van de TAC's en quota (PB L 115 van 9.5.1996, blz. 3).

(4)  Verordening (EU) nr. 1343/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 tot vaststelling van een aantal bepalingen voor de visserij in het GFCM-overeenkomstgebied (General Fisheries Commission for the Mediterranean — Algemene Visserijcommissie voor de Middellandse Zee) en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1967/2006 van de Raad inzake beheersmaatregelen voor de duurzame exploitatie van visbestanden in de Middellandse Zee (PB L 347 van 30.12.2011, blz. 44).


BIJLAGE

NAAR SOORT EN GEBIED UITGESPLITSTE TAC's VOOR VAARTUIGEN VAN DE UNIE IN GEBIEDEN WAAR TAC's GELDEN

Onderstaande tabellen bevatten de TAC's en quota per bestand (in ton levend gewicht, tenzij anders vermeld) en de voorwaarden die daar functioneel verband mee houden.

De visbestanden zijn vermeld in alfabetische volgorde volgens de Latijnse naam van de soort. Voor de toepassing van deze verordening geldt de volgende vergelijkende tabel van wetenschappelijke en gewone namen:

Wetenschappelijke naam

Drielettercode

Gewone naam

Psetta maxima

TUR

Tarbot

Sprattus sprattus

SPR

Sprot


Soort:

Tarbot

Psetta maxima

Gebied:

Uniewateren in de Zwarte Zee

TUR/F37.4.2.C.

Bulgarije

43,2

 

 

Roemenië

43,2

 

 

Unie

86,4 (1)

 

 

TAC

Niet relevant

 

Analytische TAC

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing


Soort:

Sprot

Sprattus sprattus

Gebied:

Uniewateren in de Zwarte Zee

SPR/F37.4.2.C

Bulgarije

8 032,5

 

 

Roemenië

3 442,5

 

 

Unie

11 475

 

 

TAC

Niet relevant

 

Analytische TAC

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing


(1)  Van 15 april tot en met 15 juni 2015 is het verboden te vissen en tevens vis over te laden, aan boord te nemen, aan te landen of voor eerste verkoop aan te bieden.


24.1.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 19/12


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/107 VAN DE COMMISSIE

van 23 januari 2015

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1),

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 januari 2015.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Jerzy PLEWA

Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)  PB L 157 van 15.6.2011, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

EG

330,7

IL

160,5

MA

116,0

TR

156,6

ZZ

191,0

0707 00 05

JO

229,9

TR

179,2

ZZ

204,6

0709 93 10

MA

232,2

TR

178,2

ZZ

205,2

0805 10 20

EG

54,1

MA

61,0

TN

54,1

TR

65,0

ZZ

58,6

0805 20 10

IL

146,9

MA

89,2

ZZ

118,1

0805 20 30, 0805 20 50, 0805 20 70, 0805 20 90

EG

87,6

IL

129,5

JM

118,0

MA

141,2

TR

122,7

ZZ

119,8

0805 50 10

TR

63,6

ZZ

63,6

0808 10 80

BR

63,3

CL

88,6

MK

26,7

US

184,8

ZZ

90,9

0808 30 90

CL

265,9

US

138,7

ZZ

202,3


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1106/2012 van de Commissie van 27 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 471/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende communautaire statistieken van de buitenlandse handel met derde landen, wat de bijwerking van de nomenclatuur van landen en gebieden betreft (PB L 328 van 28.11.2012, blz. 7). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.


Rectificaties

24.1.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 19/14


Rectificatie van Besluit (GBVB) 2015/67 van het Politiek en Veiligheidscomité (EUCAP Sahel Mali/1/2015) van 14 januari 2015 tot verlenging van het mandaat van het hoofd van de GVDB-missie van de Europese Unie in Mali (EUCAP Sahel Mali)

( Publicatieblad van de Europese Unie L 11 van 17 januari 2015 )

De titel in de inhoudsopgave en op bladzijde 72:

in plaats van:

Besluit (GBVB) 2015/67 van het Politiek en Veiligheidscomité (EUCAP Sahel Mali/1/2015) van 14 januari 2015 tot verlenging van het mandaat van het hoofd van de GVDB-missie van de Europese Unie in Mali (EUCAP Sahel Mali)

te lezen:

Besluit (GBVB) 2015/67 van het Politiek en Veiligheidscomité van 14 januari 2015 tot verlenging van het mandaat van het hoofd van de GVDB-missie van de Europese Unie in Mali (EUCAP Sahel Mali/1/2015)