ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 323

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

57e jaargang
7 november 2014


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

BESLUITEN

 

 

2014/764/EU

 

*

Besluit van de Commissie van 27 maart 2014 betreffende steunmaatregel SA.36139 (13/C) (ex 13/N) die het Verenigd Koninkrijk voornemens is ten uitvoer te leggen voor videospelletjes (Kennisgeving geschied onder nummer C(2014) 1786)  ( 1 )

1

 

 

2014/765/EU

 

*

Besluit van de Commissie van 25 juni 2014 betreffende steunmaatregel SA.20949 (C 23/06) — Polen — Technologie Buczek (Kennisgeving geschied onder nummer C(2014) 4099)  ( 1 )

9

 

 

2014/766/EU

 

*

Besluit van de Commissie van 9 juli 2014 over de steunregeling SA.18042 (2013/C) (ex MX 17/2009) (ex NN 61/2004) toegepast door Spanje betreffende de vrijstelling van accijnzen voor biobrandstoffen (Kennisgeving geschied onder nummer C(2014) 4530)  ( 1 )

12

 

 

2014/767/EU

 

*

Besluit van de Commissie van 23 juli 2013 betreffende de door Portugal ten uitvoer gelegde steunmaatregel SA.35062 (13/N-2) ten gunste van Caixa Geral de Depósitos (Kennisgeving geschied onder nummer C(2013) 4801)  ( 1 )

19

 

 

HANDELINGEN VAN BIJ INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN INGESTELDE ORGANEN

 

*

Reglement nr. 85 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) — Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van verbrandingsmotoren of elektrische aandrijvingen bestemd voor het voortbewegen van motorvoertuigen van de categorieën M en N, met betrekking tot de meting van het nettovermogen en het maximumvermogen gedurende 30 minuten van elektrische aandrijvingen

52

 

*

Reglement nr. 115 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) — Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van: I.Specifieke lpg-retrofitsystemen voor installatie in motorvoertuigen met het oog op het gebruik van lpg als brandstof — II.Specifieke cng-retrofitsystemen voor installatie in motorvoertuigen met het oog op het gebruik van cng als brandstof

91

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

BESLUITEN

7.11.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 323/1


BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 27 maart 2014

betreffende steunmaatregel SA.36139 (13/C) (ex 13/N)

die het Verenigd Koninkrijk voornemens is ten uitvoer te leggen voor videospelletjes

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2014) 1786)

(Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

(2014/764/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 108, lid 2, eerste alinea,

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 62, lid 1, onder a),

Na de belanghebbenden overeenkomstig de genoemde artikelen te hebben aangemaand hun opmerkingen te maken (1), en gezien deze opmerkingen,

Overwegende hetgeen volgt:

I.   PROCEDURE

(1)

Op 25 januari 2013 heeft het Verenigd Koninkrijk de Commissie in kennis gesteld van zijn voornemen om van 1 april 2013 tot en met 31 maart 2017 een belastingverlaging in te voeren voor videospelletjes. Bij schrijven van 7 maart 2013 verzocht de Commissie om aanvullende informatie, welke door het Verenigd Koninkrijk verschaft werd bij brief van 22 maart 2013.

(2)

Bij schrijven van 16 april 2013 heeft de Commissie het Verenigd Koninkrijk in kennis gesteld van haar besluit tot inleiding van de procedure van artikel 108, lid 2, van het Verdrag ten aanzien van de geplande steunmaatregel.

(3)

Het besluit van de Commissie tot inleiding van de procedure (hierna „het besluit tot inleiding van de procedure” genoemd) is in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt (2). De Commissie heeft de belanghebbenden uitgenodigd hun opmerkingen over de betrokken steunmaatregel te maken.

(4)

Het Verenigd Koninkrijk heeft bij brief van 17 mei 2013 zijn opmerkingen over het besluit ingediend. De Commissie heeft ook opmerkingen van belanghebbenden ontvangen en deze voor een reactie aan het Verenigd Koninkrijk doorgezonden; bij brieven van 22 augustus 2013 werden diens opmerkingen ontvangen. Bij schrijven van 7 oktober 2013 heeft de Commissie het Verenigd Koninkrijk verzocht om aanvullende informatie. Bij schrijven van 4 november 2013 heeft het Verenigd Koninkrijk hierop gereageerd.

II.   BESCHRIJVING VAN DE MAATREGELEN EN REDENEN OM DE PROCEDURE IN TE LEIDEN

(5)

De maatregel van het Verenigd Koninkrijk tot belastingverlaging voor videospelletjes heeft tot doel ontwikkelaars van videospelletjes ertoe aan te zetten videospelletjes te produceren die een uitdrukking zijn van de Britse of Europese cultuur. De maatregel is gemodelleerd naar de „United Kingdom film tax incentive”, die in 2006 door de Commissie is goedgekeurd (3) en in 2011 is verlengd (4) tot en met 31 december 2015.

(6)

De totale begroting voor de voorgestelde maatregel, die is aangemeld met een looptijd tot en met maart 2017, bedraagt 115 miljoen GBP, waarvan de voorgenomen uitgaven 10 miljoen GBP bedragen voor het begrotingsjaar 2013/2014 en 35 miljoen GBP voor elk van de drie daaropvolgende begrotingsjaren. De steunverlenende autoriteit is het Britse ministerie van Financiën. De „British Film Institute Certification Unit” is verantwoordelijk voor de beoordeling van aanvragen voor de certificering van spelletjes met een Brits georiënteerde culturele inhoud.

(7)

Aan de Britse vennootschapsbelasting onderworpen ondernemingen die videospelletjes ontwikkelen die voldoen aan de subsidiabiliteitscriteria, zouden in aanmerking kunnen komen voor belastingverlaging voor uitgaven aan in het Verenigd Koninkrijk ge- of verbruikte goederen en diensten ter waarde van maximaal 25 % van het productiebudget. Het belastingvoordeel wordt bekomen door de in aanmerking komende productiekosten aanvullend in mindering te brengen op de belastbare inkomsten uit het videospelletje. Er mag echter niet meer dan 80 % van het productiebudget extra worden afgetrokken. Indien de begunstigde tijdens de berekeningsperiode verliezen heeft geleden, komt hij in aanmerking voor een belastingkrediet. Volgens deel 1217CF(3) van het ontwerp van wijziging van de wet op de vennootschapsbelasting van 2009 worden subsidiabele uitgaven beperkt tot vaste kosten voor het ontwerpen, het produceren en het testen van het spelletje.

(8)

De maatregel van het Verenigd Koninkrijk tot belastingverlaging voor videospelletjes wordt onderworpen aan een culturele test vergelijkbaar met die van de „United Kingdom film tax incentive”. Beide testen bestaan uit vier onderdelen: culturele inhoud, culturele bijdrage, het gebruik van culturele hubs in het Verenigd Koninkrijk en het inschakelen van cultuurbeoefenaars die onderdaan of ingezetene zijn van het Verenigd Koninkrijk of de EER.

(9)

Daar de aangemelde maatregel wordt gefinancierd via een aftrek van belastingen die normaliter verschuldigd zijn aan de staatsbegroting, wordt hij gefinancierd door de staat. Videospelletjes worden in verschillende lidstaten geproduceerd en er is een interne markt voor. Steunmaatregelen voor deze spelletjes kunnen daarom het handelsverkeer en de mededinging tussen de lidstaten ongunstig beïnvloeden. In haar besluit tot inleiding van de procedure concludeerde de Commissie derhalve dat de maatregel staatssteun vormt in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag. De Commissie zette ook vraagtekens bij de verenigbaarheid met de interne markt van de steun.

(10)

Ten eerste betwijfelde zij of het verbinden van territoriale voorwaarden aan dergelijke steun noodzakelijk of evenredig was. Het Verenigd Koninkrijk heeft het ontwerp van de voorgestelde regeling gebaseerd op dat van de „United Kingdom film tax incentive”. Het heeft derhalve voorgesteld de belastingverlaging alleen van toepassing te laten zijn op uitgaven voor in het Verenigd Koninkrijk ge- of verbruikte goederen of diensten. De regeling betreffende de „United Kingdom film tax incentive” voorziet evenwel in een bijzondere afwijking op het gebruikelijke verbod op gebiedsbeperkingen, die volgens de mededeling inzake film (5) uitsluitend is toegestaan met betrekking tot productiesteun voor films en televisieprogramma’s, en dus niet met betrekking tot videospelletjes.

(11)

Ten tweede twijfelde de Commissie aan de noodzaak van steun voor spelletjes, omdat die een snelgroeiende markt vormen. Het Verenigd Koninkrijk heeft niet met overtuigend bewijs gestaafd dat er zonder staatssteun een geval van marktfalen zou ontstaan met als gevolg een onderproductie van videospelletjes met een Brits georiënteerde culturele inhoud.

(12)

Bovendien is het Verenigd Koninkrijk van mening dat de maatregel van het Verenigd Koninkrijk tot belastingverlaging voor videospelletjes verenigbaar is met de interne markt overeenkomstig artikel 107, lid 3, onder d), van het Verdrag. De Commissie was er echter niet van overtuigd dat de door het Verenigd Koninkrijk voorgestelde culturele test in de praktijk zou leiden tot een selectieve identificatie van het beperkte aantal videospelletjes dat een culturele kwaliteit vertegenwoordigt die zonder steun onvoldoende op de markt wordt aangeboden en die van wezenlijk belang zou zijn om te waarborgen dat Britse en Europese culturele thema’s in videospelletjes vertegenwoordigd zijn en tot uitdrukking komen.

(13)

Ten slotte maakte de Commissie zich zorgen dat door de steun een subsidiewedloop binnen de Unie in de hand zou worden gewerkt en betwijfelde zij of eventuele positieve effecten zouden opwegen tegen de mogelijke verstoringen van de mededinging.

III.   OPMERKINGEN VAN BELANGHEBBENDEN

(14)

De Commissie heeft opmerkingen ontvangen van een lidstaat, Frankrijk, nationale verenigingen van spelontwikkelaars uit het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland en Finland, de European Game Developer Federation (EGDF), overheidsorganen van het Verenigd Koninkrijk die betrokken zijn bij de promotie van films, een omroeporganisatie en vakorganisaties voor de filmproductie uit het Verenigd Koninkrijk. Zij allen benadrukten de culturele kwaliteit en het culturele belang die spelletjes kunnen hebben. Ze zagen onvoldoende marktstimulansen voor de productie van cultureel relevantere spelletjes. Geen van hen zag het gevaar van een subsidiewedloop tussen lidstaten.

(15)

Wat de noodzaak van de steun betreft, werd er door belanghebbenden op gewezen dat het Verenigd Koninkrijk zijn leidende positie op de markt van de videospelletjes zou verliezen, dat in 2012 minder dan 10 % van de in het Verenigd Koninkrijk uitgebrachte spelletjes in het Verenigd Koninkrijk werd ontwikkeld, dat de markt door Noord-Amerika en Azië werd gedomineerd en dat zich een personeelsvlucht naar Canada voordeed. Bijdragende partijen wezen ook op het feit dat de belangrijkste uitdaging voor de lidstaten zou zijn iets te doen aan de concurrentie vanuit derde landen die enorme subsidies uittrekken voor videospelletjes, met name Canada.

(16)

De Independent Game Developers Association (TIGA) uit het Verenigd Koninkrijk heeft tal van voorbeelden van plannen en projecten gegeven waarbij spelletjes uit het Verenigd Koninkrijk of Europa met behulp van een belastingvoordeel konden zijn geproduceerd, maar er in werkelijkheid nooit zijn gekomen. United Kingdom Interactive Entertainment (Ukie), die de bedrijfstak voor videospelletjes en interactief amusement vertegenwoordigt, heeft opgemerkt dat op de mondiale spelletjesmarkt druk wordt uitgeoefend op spelletjesontwikkelaars om met de producten een zo groot mogelijke markt te bereiken. Dat zou er vooral op neerkomen dat de spelletjes toegankelijk worden gemaakt voor de Noord-Amerikaanse markt en in toenemende mate voor markten in het Verre Oosten, en worden afgestemd op de culturele normen en verwachtingen van die markten. Dit zou een constante druk leggen op spelletjesontwikkelaars in Europa om de Europese culturele dimensie in hun spel niet te benadrukken met het oog op de verkoop van hun product aan een wereldwijd publiek. Dientengevolge zou het voor ontwikkelaars van spelletjes met een Europees georiënteerde culturele inhoud minder makkelijk zijn om particuliere financieringsbronnen aan te boren. Ukie is dan ook van mening dat de steun zou bijdragen aan het verhelpen van een marktfalen.

(17)

Frankrijk maakte gewag van de tendens dat spelletjes in toenemende mate worden gekleurd door „internationale stereotypen”.

(18)

Anderzijds heeft de TIGA gemeld dat de Britse verkoop 54 % uitmaakt van de omzet van onafhankelijke ontwikkelaars in het Verenigd Koninkrijk. Dit zou erop wijzen dat Britse consumenten een sterke voorkeur hebben voor producties uit het Verenigd Koninkrijk. Voorts waren er volgens de TIGA tussen 2008 en 2011 meer starters (216) dan sluitingen (197) in deze sector.

(19)

Wat betreft een mogelijke verstoring van de mededinging tussen lidstaten, erkende de TIGA dat lagere kosten van invloed zijn op besluiten met betrekking tot de locatie van ondernemingen die videospelletjes produceren. Zij is echter van mening dat de grootste verstoring uit derde landen zou komen, zoals Canada, waar de sector zou groeien als gevolg van overheidssteun. Volgens de TIGA groeide de werkgelegenheid in deze sector in Canada met 33 % tussen 2008 en 2010, terwijl zij in het Verenigd Koninkrijk afnam met 9 %.

IV.   OPMERKINGEN VAN HET VERENIGD KONINKRIJK

1.   Verplichtingen inzake territorialisering van de uitgaven

(20)

Nadat de Commissie uiting had gegeven aan haar twijfels over de geschiktheid van verplichtingen inzake territorialisering van de uitgaven inherent aan het testen op „ge- of verbruikt in het Verenigd Koninkrijk”, hebben de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk toegezegd deze twijfels weg te nemen en de voorgestelde wetgeving te wijzigen van „ge- of verbruikt in het Verenigd Koninkrijk” in „besteed in de Europese Economische Ruimte (EER)”. Daarmee wordt verduidelijkt dat alle in de EER gemaakte uitgaven in aanmerking kunnen komen voor een belastingverlaging. Daarnaast zullen ze streven naar een beperking van de voor financiering in aanmerking komende uitbestedingskosten. De producent die steun ontvangt, mag ten hoogste 1 miljoen EUR aan subsidiabele vaste uitgaven per project uitgeven aan onderaannemers, overeenkomstig het belastingvoordeel voor videospelletjes in Frankrijk (6). Dit waarborgt dat een essentieel onderdeel van de spelontwikkeling gedaan wordt door de begunstigde zelf.

(21)

Het Verenigd Koninkrijk is van mening dat deze beperking van de subsidiabiliteit van uitbestedingskosten niet van grote invloed is op het handelsverkeer tussen de lidstaten. Uit gesprekken met vertegenwoordigers van de videospelletjessector, waaronder kleine en grote ontwikkelaars, komt naar voren dat de ontwikkeling van videospelletjes net als in andere creatieve sectoren gepaard gaat met een zeer samenwerkingsgericht proces waarbij belangrijke ontwikkelingsactiviteiten, zoals programmering, ontwerp en het belangrijkste artwork, normaliter op dezelfde locatie worden uitgevoerd.

2.   Noodzaak van steun

(22)

Wat betreft de noodzaak van de steun als gevolg van een onderproductie van spelletjes met een culturele inhoud heeft het Verenigd Koninkrijk bewijs overgelegd waaruit blijkt dat het met dergelijke spellen de slechte kant op gaat, zowel in relatieve als absolute zin. Het Verenigd Koninkrijk is het ermee eens dat de sector van de videospelletjes in het algemeen dynamisch is en groeit. Echter, in 2012 werd minder dan 10 % van de spelletjes die in het Verenigd Koninkrijk werden uitgebracht, ontwikkeld in het Verenigd Koninkrijk, vergeleken met 16 % in 2008. Het Verenigd Koninkrijk heeft ook een verdere analyse uitgevoerd van spelletjes die tussen 2003 en 2012 in het Verenigd Koninkrijk zijn uitgebracht. De cijfers tonen een constante afname in het aantal spelletjes met een Brits georiënteerde culturele inhoud en een scherpe daling in hun marktaandeel van 9 % van alle in het Verenigd Koninkrijk uitgebrachte spelletjes (inclusief spelletjes uit andere landen) in 2003 tot 4 % in 2006. Van 2009 tot 2012 bleef de afname steken op 3 %. In 2003 zou 41 % van de spelletjes die ontwikkeld werden in het Verenigd Koninkrijk de culturele test hebben doorstaan, tegenover slechts ca. 25 % in 2012.

(23)

Het Verenigd Koninkrijk is het ermee eens dat de opkomst van spelletjes op de smartphone bepaalde belemmeringen heeft weggenomen voor kleinere ontwikkelaars die willen toetreden tot de markt voor videospelletjes. De cijfers voor 2011 tonen inderdaad aan dat het aantal videospelletjes dat ontworpen werd door startende ondernemingen in het laatste jaar is toegenomen. Als echter naar de inhoud van de spelletjes gekeken wordt, blijkt uit een studie van de universiteit van Abertay dat van de 306 voorstellen voor mobiele en online spelletjes die de universiteit in de laatste twee jaar aangeboden kreeg van kleine ondernemingen en micro-ondernemingen in heel het Verenigd Koninkrijk, een overweldigende meerderheid — 255 — geen betrekking had op een omgeving, personage of verhaal uit het Verenigd Koninkrijk (7).

(24)

Dit zou verklaard kunnen worden door het feit dat spelletjes met een hoog cultureel gehalte even hoge productiekosten kunnen hebben als „mondiale games”, maar een aanzienlijke kleinere markt. De productie van deze spelletjes houdt dus een hoger economisch risico in. Videospelletjes met een op de cultuur van het Verenigd Koninkrijk/Europa geënte inhoud zouden dus minder commercieel levensvatbaar zijn dan spelletjes met een inhoud die gericht is op de mondiale markt. Zowel internationale uitgevers als nationale ontwikkelaars zijn minder geneigd het risico te nemen cultureel relevante inhoud te produceren. In plaats daarvan creëren zij een meer generieke inhoud die gericht is op internationale markten.

(25)

Uit een enquête van het Verenigd Koninkrijk is gebleken dat de Britse dimensie in de verhalen van spelletjes wordt afgezwakt in een poging de voor de financiering van hun ontwikkeling en voor het voortbestaan van de ontwikkelaar noodzakelijke mondiale publicatieovereenkomsten veilig te stellen. Bijna driekwart van de Britse ontwikkelaars van videospelletjes stelt dat de ontwikkeling van originele intellectuele eigendom in de voorgaande vijf jaar vertraagd of tot stilstand gekomen is. Uit het onderzoek blijkt dat veel ontwikkelaars de culturele inhoud van hun spelletjes moesten veranderen om te voldoen aan commerciële eisen. 53 % van de respondenten zei dat ze uitgesproken Britse of Europese personages en achtergronden hadden aangepast.

(26)

Tegen deze achtergrond zouden de stimuleringsdoelstellingen van het fonds erin bestaan cultuurproducten die waarschijnlijk economisch onrendabel zijn, commercieel levensvatbaar te maken en zo de productie te bevorderen van nieuwe cultuurproducten die zonder belastingvoordeel niet tot stand zouden komen, en de ontwikkeling van vaardigheden voor de duurzame productie van cultuurproducten, voor het Verenigd Koninkrijk/de EER relevante videospelletjes, te ondersteunen.

3.   Een discriminerende cultuurtest

(27)

Wat de cultuurtest betreft, die garandeert dat de regeling alleen geldt voor videospelletjes met een uitgesproken culturele inhoud, lichtte het Verenigd Koninkrijk ten slotte toe dat, allereerst, de Britse belastingdienst (HM Revenue & Customs) een specifieke en gespecialiseerde „Creative Industries Unit” heeft die verantwoordelijk zal zijn voor het beheer en de controle van aanspraken op belastingvoordeel voor videospelletjes. Deze eenheid zal aanspraken op risico’s beoordelen en dit proces voorziet er ook in dat strikt de hand zal worden gehouden aan de subsidiabiliteitsregels. Er is dus een duidelijk procedé voorhanden als het gaat om de toepassing van de test.

(28)

Wat betreft de elementen van de test die helpen bij het bepalen van de culturele kwaliteit van een spelletje, heeft het Verenigd Koninkrijk duidelijk gemaakt dat de meeste punten in de voorgestelde culturele test betrekking hebben op inhoud. Tot 20 van de 31 punten hebben betrekking op de culturele inhoud en bijdrage van het videospelletje. Dit zijn onder meer elementen zoals de locatie van het verhaal, de belangrijkste personages, het onderwerp waarop het spelletje is gebaseerd, het gebruik van de Engelse taal en het feit dat de Britse cultuur en het Britse erfgoed tot uitdrukking worden gebracht. Slechts drie punten hebben betrekking op de ontwikkelingslocatie en de resterende acht punten zijn van toepassing indien de betrokken cultuurbeoefenaars, zoals de scenarioschrijver, de componist, de ontwerper, de tekenaar of de programmeur, burgers of ingezetenen van het Verenigd Koninkrijk of de EER zijn. De voorgestelde test richt zich dus sterker op de inhoud dan op de locatie van de activiteit. Deze nadruk op inhoud wordt versterkt door de toepassing van een regel voor een minimum aan culturele inhoud, een „gouden-puntenregel”, waardoor alleen spelletjes met voldoende punten voor culturele inhoud de test doorstaan.

(29)

De nadruk op inhoud vormt eveneens een beperking voor de werkingssfeer van de belastingfaciliteit. Het Verenigd Koninkrijk heeft spelletjes geanalyseerd die daar in 2006, 2009 en 2012 zijn uitgebracht, waarbij alle in deze periode in het Verenigd Koninkrijk uitgebrachte spelletjes met terugwerkende kracht werden onderworpen aan de cultuurtest. Van de 822 spelletjes die in 2012 in het Verenigd Koninkrijk werden uitgebracht, waren er slechts 74 vervaardigd door ontwikkelaars uit het Verenigd Koninkrijk. 25,7 % daarvan (19 spelletjes) zou de culturele test hebben doorstaan als deze toentertijd had bestaan. Ook voor 2006 en 2009 toonde de test aan dat het aandeel van dergelijke spelletjes onder de in het Verenigd Koninkrijk ontwikkelde spelletjes rond de 27 % schommelde, terwijl hun aandeel onder alle spelletjes die in het Verenigd Koninkrijk werden uitgebracht, tussen 3 % en 4 % lag.

(30)

Het Verenigd Koninkrijk is van mening dat een slaagpercentage van 25,7 % zich binnen de bandbreedte bevindt die door de Commissie is geaccepteerd in het geval van het Franse belastingvoordeel voor videospelletjes (8). In dat besluit concludeerde de Commissie dat het feit dat bijna 30 % van de spelletjes wordt geselecteerd, erop wijst dat Frankrijk criteria heeft geformuleerd die garanderen dat de videospelletjes die in aanmerking komen voor het belastingvoordeel daadwerkelijk cultureel van inhoud zijn. Het Verenigd Koninkrijk is eveneens van oordeel dat de cultuurtest voor videospelletjes voldoende restrictief is om ervoor te zorgen dat de steun alleen gericht is op videospelletjes met een culturele inhoud die georiënteerd is op het Verenigd Koninkrijk/de EER.

(31)

Voorts heeft het Verenigd Koninkrijk erin toegestemd om de regeling aan te melden voor een eerste proefperiode van vier jaar. Deze periode zal gebruikt worden om toezicht te houden op de verlaging en ervoor te zorgen dat deze gebruikt wordt zoals bedoeld.

4.   Subsidiewedloop

(32)

Met betrekking tot de bezorgdheid van de Commissie dat door de steun een subsidiewedloop binnen de Unie in de hand zou worden gewerkt, met buitensporige vervalsing van de mededinging tot gevolg, heeft het Verenigd Koninkrijk opgemerkt dat een dergelijke subsidiewedloop zou blijken uit het feit dat een groot aantal lidstaten regelingen toepast om het concurrentievermogen van hun binnenlandse sectoren te vergroten. Volgens het Verenigd Koninkrijk zal dit waarschijnlijk niet het geval zijn. Hoewel belastingvoordelen een bepalende rol kunnen spelen bij beslissingen over de locatie van een onderneming, is de steun hoofdzakelijk een antwoord op de belastingverlaging in Canada, de Verenigde Staten en Zuid-Korea. Frankrijk is momenteel de enige andere lidstaat die een belastingstimulans biedt voor de productie van spelletjes met een culturele inhoud.

(33)

Voorts zou een subsidiewedloop louter gericht zijn op economische concurrentie zonder enige culturele restricties. Een situatie waarin twee of meer landen de productie van specifieke cultuurproducten aan de hand van een overeengekomen cultuurtest willen beschermen, zou geen subsidiewedloop inhouden.

(34)

Het doel van de voorgestelde steun is de productie van videospelletjes met een op het Verenigd Koninkrijk/Europa georiënteerde culturele inhoud te beschermen, en als zodanig zal de steun van toepassing zijn op maar een fractie van de videospelletjes die in het Verenigd Koninkrijk en Europa ontwikkeld worden, en op slechts een klein deel van de algehele kosten voor de ontwikkeling van videospelletjes. Na overleg met de sector schat het Verenigd Koninkrijk dat slechts ongeveer 10 % van die videospelletjes met een op het Verenigd Koninkrijk/Europa georiënteerde culturele inhoud een budget zal hebben van meer dan 5 miljoen GBP. Het meeste geld voor spelletjesontwikkeling wordt aan aanzienlijk kleinere projecten besteed.

V.   BEOORDELING VAN DE STEUNMAATREGEL

1.   Kwalificatie als staatssteun

(35)

Volgens artikel 107, lid 1, van het Verdrag betreffende steunmaatregelen van de staten, zijn steunmaatregelen van de staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalsen of dreigen te vervalsen, onverenigbaar met de interne markt, voor zover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt.

(36)

De ondersteuning van de productie van videospelletjes — op basis van een goedkeuring door de Britse belastingdienst — biedt door middel van een belastingverlaging een financieel voordeel aan ondernemingen uit de sector voor de productie van spelletjes dat via de begroting van het Britse ministerie van Financiën wordt bekostigd. Deze steun wordt dus met staatsmiddelen bekostigd en is toerekenbaar aan de staat. De maatregel is ontworpen om de productiekosten van de begunstigde ondernemingen te beperken en vormt voor deze ondernemingen een economisch voordeel. Hij is beperkt tot ondernemingen in de sector van de videospelletjes en is dus selectief. Ten slotte beïnvloedt de maatregel het handelsverkeer en de mededinging tussen de lidstaten ongunstig, aangezien spelletjes ook in andere lidstaten worden geproduceerd en internationaal worden verhandeld. De maatregel vormt daarom staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag.

2.   Verenigbaarheid van de steun met de interne markt

(37)

Met betrekking tot de algemene rechtmatigheid van de regeling merkt de Commissie op dat het Verenigd Koninkrijk de territorialiteitsbepaling die de Commissie in verband met het vrije verkeer van goederen en diensten op de interne markt als problematisch beschouwde, heeft ingetrokken en ermee heeft ingestemd dat de subsidiabele uitbestedingskosten worden beperkt tot 1 miljoen GBP.

(38)

De Commissie is van mening dat deze limiet in dit geval acceptabel is aangezien een plafond van 1 miljoen GBP voor uitbestedingskosten in de praktijk, gezien de omvang van de productiebudgetten, waarschijnlijk geen significante belemmering zal zijn om een beroep te doen op uitbesteding. Het Verenigd Koninkrijk verwacht dat de meeste videospelletjes die hun culturele test doorstaan, een productiebudget zullen hebben van minder dan 1 miljoen GBP. Slechts circa 10 % van die videospelletjes zou een budget hebben van meer dan 5 miljoen GBP. Afhankelijk van de ontwikkeling van de productiebudgetten voor videospelletjes in het Verenigd Koninkrijk, behoudt de Commissie zich het recht voor om dit plafond aan te passen wanneer deze steunmaatregel binnen vier jaar na de tenuitvoerlegging ervan opnieuw wordt aangemeld, overeenkomstig de verbintenissen die de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk zijn aangegaan.

(39)

Het Verenigd Koninkrijk is voornemens de steun voor videospelletjes te rechtvaardigen als steun voor cultuurbevordering. Deze steun moet derhalve worden beoordeeld op grond van artikel 107, lid 3, onder d), van het Verdrag. De Commissie heeft geen richtsnoeren ontwikkeld voor de toepassing van deze bepaling op steun voor spelletjes. De filmmededeling verwijst echter naar de mogelijkheid steun te verlenen voor spelletjes. In punt 24 van die mededeling wordt vermeld dat steunmaatregelen voor spelletjes onverminderd per geval zullen worden behandeld. Voor zover de noodzaak van een steunregeling voor spelletjes die een cultureel of educatief doel dienen, kan worden aangetoond, zou de Commissie gebruikmaken van de criteria inzake steunintensiteit van de filmmededeling.

(40)

De Commissie moet dus de verenigbaarheid van de maatregel rechtstreeks op grond van artikel 107, lid 3, onder d), van het Verdrag beoordelen. Zij moet beoordelen of de maatregel tot doel heeft de cultuur te bevorderen en of hij het handelsverkeer en de mededinging in de Unie niet zodanig zal verstoren dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad. Dit betekent dat de maatregel het geschikte instrument moet zijn om de doelstelling te verwezenlijken, en met name dat er zonder deze steun voor de marktspelers onvoldoende stimulans zou zijn om het gewenste soort spelletjes te produceren. Wat betreft de evenredigheid van de steun, kunnen de maximale steunintensiteiten zoals die in de filmmededeling zijn vastgesteld, mutatis mutandis worden toegepast. De Commissie heeft reeds de culturele doelstelling en de noodzaak van steun voor bepaalde videospelletjes beoordeeld in de twee besluiten inzake steun voor spelletjes in Frankrijk, waarnaar in de overwegingen 20 en 30 wordt verwezen.

a)   Cultuurbevordering

(41)

Om verenigbaar te zijn met artikel 107, lid 3, onder d), van het Verdrag, moet de steun voor spelletjes zoals voorgesteld door het Verenigd Koninkrijk, tot doel hebben de cultuur te bevorderen. Op basis van de wijzigingen die aangebracht zijn in de regeling en het aanvullende bewijs dat geleverd is door het Verenigd Koninkrijk, heeft de Commissie geconstateerd dat het Verenigd Koninkrijk een daadwerkelijk selectieve cultuurtest zou toepassen die garandeert dat uitsluitend steun voor cultuurbevordering overeenkomstig artikel 107, lid 3, onder d), van het Verdrag, wordt verleend.

(42)

Om te beginnen neemt de Commissie kennis van de toelichtingen van het Verenigd Koninkrijk over de test die wordt gebruikt om de culturele kwaliteit van een spelletje te bepalen (zie de overwegingen 27 tot en met 29): de meeste punten in de voorgestelde cultuurtest (tot 20 van de 31 punten) houden verband met de culturele inhoud en bijdrage van het spelletje. Daar komt bij dat een regel voor een minimum aan culturele inhoud wordt gehanteerd, de „gouden-puntenregel”, waardoor alleen spelletjes die voldoende scoren op culturele inhoud de test zullen doorstaan.

(43)

De nadruk op inhoud vormt eveneens een beperking voor de werkingssfeer van de belastingfaciliteit. Simulaties van de cultuurtest op basis van spelletjes die in voorgaande jaren zijn uitgebracht, hebben aangetoond dat 26 % tot 27 % van de in het Verenigd Koninkrijk geproduceerde spelletjes de test zouden hebben doorstaan. Een dergelijk slaagpercentage geeft aan dat de testcriteria garanderen dat de videospelletjes die in aanmerking komen voor de belastingverlaging, daadwerkelijk cultureel van inhoud zijn en dat de test voldoende restrictief is om ervoor te zorgen dat de steun alleen gericht is op videospelletjes met een culturele inhoud georiënteerd op het Verenigd Koninkrijk/Europa. Ter vergelijking: in haar beschikking van 2007 betreffende een belastingkrediet voor videospelletjes ten gunste van Frankrijk (9), concludeerde de Commissie dat de test voldoende selectief was omdat slechts 30 % van de spelletjes in aanmerking kwam voor het belastingkrediet.

(44)

Dat betekent dat de in haar besluit tot inleiding van de procedure genoemde twijfels zijn weggenomen. Het feit dat slechts circa 27 % van de spelletjes geselecteerd is, wijst erop dat de maatregel niet eenvoudigweg tot doel heeft een specifieke sector commercieel te ondersteunen, maar een heuse culturele doelstelling heeft. De steunmaatregel heeft dus daadwerkelijk tot doel de cultuur te bevorderen.

b)   Geschiktheid, noodzaak en evenredigheid van de maatregel

(45)

Op grond van artikel 107, lid 3, onder d), van het Verdrag zou de belastingverlaging voor videospelletjes een geschikt instrument moeten zijn om aan de nagestreefde doelstelling te voldoen. Staatssteun voor andere doeleinden die niet gericht zou zijn op deze culturele doelstelling, zal eerder aan de sector verbonden industriële doelstellingen bevorderen. De Commissie bevestigt dat de belastingverlaging in de onderhavige vorm ten goede komt aan spelletjes met een culturele inhoud en derhalve een geschikt instrument is om de nagestreefde culturele doelstelling te verwezenlijken.

(46)

Gezien de zeer dynamische ontwikkeling en evolutie van de spelletjesmarkt hebben de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk gegevens verstrekt om te onderbouwen dat de steun noodzakelijk is om een redelijke productie van deze spelletjes te handhaven en dat zonder steun voor culturele spelletjes de productie en het marktaandeel ervan aanzienlijk zouden afnemen. De cijfers tonen een constante afname in het aantal spelletjes met een Brits georiënteerde culturele inhoud en een scherpe daling in hun marktaandeel van 9 % van alle in 2003 in het VK uitgebrachte spelletjes tot 4 % in 2006. Van 2009 tot 2012 bleef de afname steken op 3 %.

(47)

Spelletjes met een hoog cultureel gehalte kunnen even hoge productiekosten hebben als mondiale games, maar bestrijken een beduidend kleinere markt. De productie van deze spelletjes houdt dus een hoger economisch risico in. Videospelletjes met een op de cultuur van het Verenigd Koninkrijk/Europa geënte inhoud zijn dus minder commercieel levensvatbaar dan spelletjes met een inhoud die gericht is op de mondiale markt. Daarom legt de markt een constante druk op spelletjesontwikkelaars in Europa om de Europese culturele dimensie in hun spel niet te benadrukken met het oog op de verkoop aan een wereldwijd publiek. Voor ontwikkelaars van spelletjes met een Europees georiënteerde culturele inhoud is het moeilijker om particuliere financieringsbronnen aan te boren.

(48)

De voorgestelde belastingverlaging zou de productie van videospelletjes met een culturele inhoud bevorderen ten opzichte van zuivere amusementsspelletjes, voor zover de productiekosten van die eerste categorie zouden worden beperkt. Er is derhalve reden om te concluderen dat de maatregel waarschijnlijk in verhouding tot haar doel een voldoende stimulerend effect zal hebben.

(49)

Voorts is de steunmaatregel evenredig omdat hij de steunintensiteit beperkt tot 25 % van de werkelijk gemaakte productiekosten bij de vervaardiging van in aanmerking komende spelletjes. Dit is minder dan de steunintensiteit van 50 % die toegestaan is voor audiovisuele producties overeenkomstig punt 52, onder 1, van de filmmededeling, dat mutatis mutandis geldt voor de toegestane steunintensiteit.

(50)

Om ten slotte het handelsverkeer en de mededinging in de Unie niet zo te verstoren dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad, zouden de concurrentieverstoringen en de effecten op het handelsverkeer als gevolg van de maatregel gecompenseerd moeten worden door de positieve effecten van de maatregel.

(51)

Volgens de door het Verenigd Koninkrijk en vertegenwoordigers uit de sector overgelegde cijfers werd in 2012 minder dan 10 % van de in het Verenigd Koninkrijk uitgebrachte spelletjes ontwikkeld in het Verenigd Koninkrijk. Het marktaandeel van subsidiabele spelletjes die in het Verenigd Koninkrijk worden uitgebracht, is vrij klein (4-5 %). Ook het aandeel van de subsidiabele spelletjes onder de videospelletjes die vervaardigd worden in het Verenigd Koninkrijk, ca. 27 %, is relatief klein.

(52)

Verder heeft geen enkele mogelijk getroffen derde gewezen op mogelijk ongunstige effecten van de maatregel. Integendeel, de verenigingen van producenten van videospelletjes die opmerkingen hebben gemaakt na de inleiding van de procedure, met name de TIGA en de EGDF, onderstreepten het geringe effect van de maatregel op hun nationale sectoren en het algehele effect ervan ten opzichte van de concurrentie uit voornamelijk Noord-Amerika en het Verre Oosten. Een subsidiewedloop onder lidstaten zou dus betrekkelijk onwaarschijnlijk zijn.

(53)

Het is in ieder geval nuttig dat het Verenigd Koninkrijk de duur van de regeling tot vier jaar beperkt, zodat de toepassing ervan kan worden geëvalueerd en een herbeoordeling van de criteria in het licht van de marktontwikkelingen kan plaatsvinden.

(54)

Bijgevolg constateert de Commissie dat de in haar besluit tot inleiding van de procedure geuite twijfels zijn weggenomen. De verstoringen van de mededinging en het effect van de maatregel op het handelsverkeer tussen de lidstaten worden nu beperkt, zodat zij niet ingaan tegen het gemeenschappelijk belang.

VI.   CONCLUSIE

(55)

De Commissie is daarom van mening dat de steun er niet toe zal leiden dat de marktpositie van de begunstigde bedrijven wordt versterkt of de dynamische prikkels voor de marktdeelnemers worden verstoord, maar dat daarentegen de diversiteit van het aanbod op de markt zal worden vergroot. Er zijn derhalve gronden om te concluderen dat de verstoringen van de mededinging en de gevolgen van de maatregel voor het handelsverkeer beperkt zijn, zodat de voordelen opwegen tegen de nadelen. De belastingverlaging voor de vervaardiging van videospelletjes is dan ook verenigbaar met de interne markt op grond van artikel 107, lid 3, onder d), van het Verdrag,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De steunmaatregel die het Verenigd Koninkrijk voornemens is ten uitvoer te leggen voor videospelletjes door een wijziging van de wet op de vennootschapsbelasting van 2009 is verenigbaar met de interne markt in de zin van artikel 107, lid 3, onder d), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

De steunmaatregel mag bijgevolg ten uitvoer worden gelegd.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.

Gedaan te Brussel, 27 maart 2014.

Voor de Commissie

Joaquín ALMUNIA

Vicevoorzitter


(1)  Besluit van de Commissie betreffende steunmaatregel SA.36139 — Belastingverlaging voor videospelletjes in het Verenigd Koninkrijk (PB C 152 van 30.5.2013, blz. 24).

(2)  Zie voetnoot 1.

(3)  Besluit van de Commissie van 22 november 2006 betreffende steunmaatregel N 461/05 — UK film tax incentive (PB C 9 van 13.1.2007, blz. 1).

(4)  Besluit van de Commissie van 27 januari 2011 betreffende steunmaatregel SA.33234 — UK Film Tax Incentive extension (PB C 142 van 13.1.2012, blz. 1).

(5)  Mededeling van de Commissie betreffende staatssteun voor films en andere audiovisuele werken (PB C 332 van 15.11.2013, blz. 1). Dit was ook het geval in de mededeling van de Commissie aan de Raad, aan het Europees Parlement, aan het Economisch en Sociaal Comité en aan het Comité van de Regio’s over bepaalde juridische aspecten in verband met cinematografische en andere audiovisuele werken (PB C 43 van 16.2.2002, blz. 6), die van toepassing was wanneer de procedure van artikel 108, lid 2, van het Verdrag werd ingeleid.

(6)  Besluit van de Commissie van 25 april 2012 betreffende steunmaatregel SA.33943 — Prolongation du régime d’aide C 47/06 — Crédit d’impôt en faveur de la création de jeux vidéo (PB C 230 van 1.8.2012, blz. 3).

(7)  De universiteit heeft de gegevens verzameld gedurende haar „video games prototype programme”, dat was bedoeld om kleine ondernemingen te helpen bij het omzetten van hun spelletjes in werkende prototypen.

(8)  Beschikking 2008/354/EG van de Commissie van 11 december 2007 betreffende staatssteun C 47/06 (ex N 648/05) — Belastingkrediet voor de vervaardiging van videospelletjes ten gunste van Frankrijk (PB L 118 van 6.5.2008, blz. 16).

(9)  Zie voetnoot 8.


7.11.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 323/9


BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 25 juni 2014

betreffende steunmaatregel SA.20949 (C 23/06) — Polen — Technologie Buczek

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2014) 4099)

(Slechts de tekst in de Poolse taal is authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

(2014/765/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 108, lid 2, eerste alinea,

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 62, lid 1, onder a),

Overwegende hetgeen volgt:

1.   PROCEDURE

(1)

Bij schrijven van 7 juni 2006 bracht de Commissie Polen op de hoogte van haar besluit om de formele onderzoeksprocedure van artikel 88, lid 2, van het EG-Verdrag in te leiden in de hierbovengenoemde staatssteunzaak.

(2)

Op 23 oktober 2007 stelde de Commissie Beschikking 2008/344/EG (1) („de beschikking”) vast. In die beschikking concludeerde de Commissie dat de staatssteun die staalproducent Technologie Buczek Group („TB-concern”) ontvangen had, onverenigbaar was met de gemeenschappelijke markt. Daarom beval de Commissie Polen het bedrag terug te vorderen van de samengestelde entiteiten van het TB-concern, meer bepaald het moederbedrijf Technologie Buczek SA („TB”) en haar dochterondernemingen Huta Buczek sp. z o.o („HB”) en Buczek Automotive sp. z o.o („BA”) naar rato van het feitelijk door hen ontvangen voordeel.

(3)

Op 8 januari 2008 stelde BA bij het Gerecht een beroep tot gedeeltelijke nietigverklaring van de beschikking in. TB en HB stelden afzonderlijke beroepen in, maar trokken die later in.

(4)

Bij arrest van 17 mei 2011 (2) verklaarde het Gerecht de beschikking nietig wat BA betreft (zie gedetailleerde beschrijving in onderstaande overweging 7). Op 21 maart 2013 wees het Hof van Justitie de hogere voorziening af die de Commissie had ingesteld tegen het arrest van het Gerecht (3).

(5)

Als gevolg van de nietigverklaring van de beschikking wat BA betreft, is de formele onderzoeksprocedure C23/06 nog niet afgesloten en moest de Commissie die procedure hervatten vanaf het punt dat er van een onwettige handeling sprake was.

(6)

De Commissie verzocht Polen om informatie op 22 april 2013, 12 juni 2013 en 27 november 2013, waarop Polen antwoordde op 8 mei 2013, 26 juli 2013 en 10 februari 2014.

2.   BEOORDELING

(7)

Het Gerecht verklaarde volgende artikelen nietig:

artikel 1 van de beschikking dat de staatssteun ten bedrage van 20 761 643 PLN op onrechtmatige wijze werd toegekend aan het TB-concern, onverenigbaar is met de gemeenschappelijke markt;

artikel 3, leden 1 en 3, van de beschikking, waarin is vastgelegd welke bedragen moeten worden teruggevorderd van HB en BA afzonderlijk, voor zover die leden betrekking hebben op BA (4);

artikelen 4 en 5 van de beschikking, die uitvoeringsbepalingen bevatten, voor die artikelen betrekking hebben op BA.

(8)

Artikel 1 van de beschikking verwijst naar het TB-concern in zijn geheel, daar waar de resterende nietig verklaarde artikelen op BA betrekking hebben. Bijgevolg is de Commissie van oordeel dat het nodig is eerst te onderzoeken in welke mate de nietigverklaring van de beschikking een effect heeft op de andere leden van het TB-concern, meer bepaald TB en HB.

(9)

De Commissie wijst op het arrest van 10 juli 1997 in zaak T-227/95 (Assidomän Kraft Products AB e.a./Commissie, Jurispr. 1997, blz. II-01185, punten 59 en 60), waarin het Gerecht verklaarde dat wanneer een adressaat van [een besluit van de Commissie], beslist om een beroep tot nietigverklaring in te stellen, aan het Gerecht slechts die onderdelen van het besluit worden voorgelegd die op die adressaat betrekking hebben. De onderdelen van het besluit die op andere adressaten betrekking hebben, waartegen niet wordt opgekomen, maken daarentegen geen deel uit van het voorwerp van het geschil dat het Gerecht dient te beslechten. Het Gerecht kan zich in het kader van een beroep tot nietigverklaring slechts uitspreken over het voorwerp van het geschil dat hem door partijen is voorgelegd. Een besluit kan enkel nietig worden verklaard met betrekking tot de adressaten die in hun beroep voor het Gerecht in het gelijk zijn gesteld.

(10)

Zoals hierboven vermeld in overweging 3, hebben TB en HB hun beroepen ingetrokken en bijgevolg is de beschikking ten aanzien van hen definitief geworden, inclusief de verplichting dat Polen de onrechtmtige staatssteun moet terugvorderen. De Poolse autoriteiten hebben bevestigd dat TB 13 963 560,74 PLN heeft terugbetaald, wat neerkomt op het volledige bedrag dat zij moest terugbetalen en deels ook op het bedrag dat HB moet terugbetalen. HB werd failliet verklaard en alle betrokken overheden hebben hun schuldvorderingen laten opnemen in de lijst van vorderingen. De liquidatieprocedure is aan de gang. De Poolse autoriteiten hebben bevestigd dat na de nietigverklaring de door TB terugbetaalde staatssteun niet aan haar is overgemaakt en dat de schuldvorderingen op HB niet van de lijst van vorderingen geschrapt zijn.

(11)

Om die redenen blijft de formele onderzoeksprocedure enkel aan de gang ten aanzien van BA.

(12)

De Commissie neemt nota van de informatie van de Poolse autoriteiten dat BA op 28 september 2012 failliet werd verklaard en op 16 november 2012 uit het handelsregister van bedrijven werd geschrapt.

(13)

Polen heeft de Commissie meegedeeld dat de activa in de failliete boedel van BA afzonderlijk zijn verkocht (dus niet in pakketten die elk een bedrijfsonderdeel vertegenwoordigen), en dit bij opbod om marktconforme prijzen te garanderen. Noch de werknemers van BA, noch de leveranciers, noch de klanten werden overgenomen door een andere onderneming zodat niets wijst op het economische voortbestaan van BA.

(14)

Polen heeft de Commissie ook meegedeeld dat de curator in de loop van de faillissementsprocedure alle activa van BA heeft geliquideerd. Na afsluiting van de procedure zijn er geen activa van BA meer over die andere ondernemingen mogelijk kunnen verkrijgen.

(15)

Op basis van die elementen concludeert de Commissie dat er geen ondernemingen zijn die als economische opvolgers van BA kunnen worden beschouwd.

(16)

De formele onderzoeksprocedure in deze zaak is derhalve zonder voorwerp geworden; zelfs als de staatssteun onverenigbaar zou zijn verklaard met de interne markt, dan nog bestond er geen mogelijkheid om de staatssteun in kwestie terug te vorderen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De formele onderzoeksprocedure van artikel 108, lid 2 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, die op 7 juni 2006 is ingeleid en die open blijft met betrekking tot Buczek Automotive sp. z o.o. na het arrest van het Gerecht van 17 mei 2011 in zaak T-1/08, zoals bevestigd door het arrest van het Hof van Justitie van 21 maart 2013 in zaak C-405/11P, wordt hierbij afgesloten, omdat de procedure zonder voorwerp is geworden als gevolg van de liquidatie van Buczek Automotive sp. z o.o.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de Republiek Polen.

Gedaan te Brussel, 25 juni 2014.

Voor de Commissie

Joaquín ALMUNIA

Vicevoorzitter


(1)  Beschikking 2008/344/EG van de Commissie van 23 oktober 2007 betreffende staatssteun C 23/06 (ex NN 35/06) door Polen toegekend ten gunste van staalproducent Technologie Buczek Group (PB L 116 van 30.4.2008, blz. 26).

(2)  arrest van 17 mei 2011 in zaak T-1/08, Buczek Automotive sp. z o.o./Commissie, Jurispr. 2011, blz. II-02107.

(3)  Arrest van 21 maart 2013 in zaak C-405/11 P, Commissie/Buczek Automotive sp. z o.o., Jurispr. 2013.

(4)  Artikel 3, lid 1, van de beschikking verplicht Polen ertoe de in artikel 1 bedoelde staatssteun terug te vorderen als volgt: 13 578 115 PLN van HB en 7 183 528 PLN van BA. Artikel 3, lid 3, verplicht Polen ertoe eveneens de rente op die bedragen terug te vorderen.


7.11.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 323/12


BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 9 juli 2014

over de steunregeling SA.18042 (2013/C) (ex MX 17/2009) (ex NN 61/2004)

toegepast door Spanje betreffende de vrijstelling van accijnzen voor biobrandstoffen

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2014) 4530)

(Slechts de tekst in de Spaanse taal is authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

(2014/766/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 108, lid 2, eerste alinea,

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 62, lid 1, onder a),

Na de belanghebbenden overeenkomstig de genoemde artikelen te hebben aangemaand hun opmerkingen te maken (1), en gezien deze opmerkingen,

Overwegende hetgeen volgt:

I.   PROCEDURE

(1)

Sinds 2006 voert het directoraat-generaal Concurrentie van de Commissie jaarlijks achteraf een monitoringexercitie uit voor een steekproef van steunmaatregelen die lidstaten ten uitvoer leggen. De Spaanse regeling inzake de vrijstelling van accijnzen voor biobrandstoffen (zaak nr. NN 61/2004) werd door de Commissie goedgekeurd bij Beschikking C(2006) 2293 van 6 juni 2006. Deze regeling werd opgenomen in de monitoringexercitie 2009/2010 met als referentie MX 17/2009, waarbij de Commissie onderzocht hoe lidstaten een steekproef van bestaande regelingen toepasten in 2009.

(2)

De Commissie besloot om deze regeling weer op te nemen in de monitoringexercitie 2011/2012, waarbij de Commissie onderzocht hoe lidstaten een steekproef van bestaande regelingen toepasten in de periode 2009-2010.

(3)

Op grond van de informatie die Spanje tijdens de monitoringexercitie verschafte had de Commissie haar twijfels over de correcte uitvoering van de regeling door de Spaanse autoriteiten. De Commissie besloot derhalve de procedure van artikel 108, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie in te leiden. Bij brief van 17 juli 2013 bracht de Commissie Spanje op de hoogte van haar besluit.

(4)

Op 20 september 2013 heeft Spanje hierop gereageerd.

(5)

Het besluit van de Commissie tot inleiding van de formele onderzoeksprocedure is bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie van 7 februari 2014 (2). De Commissie verzocht de belanghebbenden hun opmerkingen mee te delen.

(6)

Op 5 maart 2014 ontving de Commissie opmerkingen van de afdeling die zich bezighoudt met biobrandstoffen binnen de Spaanse vereniging van producenten van hernieuwbare energie (APPA Biocarburantes). De opmerkingen werden doorgezonden aan Spanje dat de gelegenheid kreeg hierop te reageren. Op 6 mei 2014 lieten de Spaanse autoriteiten verstaan dat ze niet wilden reageren op de opmerkingen van derden.

II.   GEDETAILLEERDE BESCHRIJVING VAN DE MAATREGEL

(7)

De regeling NN 61/2004 Vrijstelling van accijnzen voor biobrandstoffen bestaat in een nultarief van de Spaanse belasting op koolwaterstoffen. Deze regeling is van toepassing op ethylalcohol geproduceerd op basis van landbouwproducten of producten van plantaardige oorsprong (bioethanol) die vallen onder GN-code 2207 20, methylalcohol geproduceerd op basis van landbouwproducten of producten van plantaardige oorsprong die vallen onder GN-code 2905 11 00 en producten die vallen onder GN-codes 1507, 1508, 1510, 1511, 1512, 1513, 1514, 1515 en 1518.

(8)

Het nultarief werd op deze producten toegepast ongeacht of deze als dusdanig werden gebruikt of na verandering van de chemische samenstelling. In het geval dat de biobrandstof werd gemengd met andere brandstof, was het verlaagde tarief enkel van toepassing op het aandeel biobrandstof in het mengsel. Het verlaagde accijnstarief was van toepassing op biobrandstoffen van eender welke geografische oorsprong.

(9)

De regeling werd goedgekeurd door de Commissie op 6 juni 2006 en liep af op 31 december 2012 (3).

(10)

Bij de beoordeling van de informatie die de Spaanse autoriteiten tijdens de monitoringexercitie aan de Commissie verschaften, rees er twijfel over het feit of de regeling in 2009 en 2010 werd toegepast in overeenstemming met de beschikking van de Commissie. Daarenboven bestonden er ook twijfels over het feit of Spanje de begunstigden kon hebben overgecompenseerd in 2010. De bezorgdheden van de Commissie werden uiteengezet in de overwegingen 13 tot 29 van haar besluit van 17 juli 2013.

(11)

De Commissie vroeg Spanje om:

a.

aan te tonen dat de regeling correct werd toegepast in 2009 en 2010;

b.

aan te tonen dat er geen sprake was van overcompensatie voor bioethanol in 2010, of, indien er wel sprake van was, uit te leggen welke maatregelen waren genomen om overcompensatie in de daaropvolgende jaren te voorkomen;

c.

jaarlijks verslag uit te brengen gedurende de hele periode van de regeling.

III.   OPMERKINGEN VAN BELANGHEBBENDEN

(12)

De Commissie ontving op 5 maart 2014 opmerkingen van APPA Biocarburantes. De opmerkingen liepen sterk gelijk met die van de Spaanse autoriteiten (zie deel IV). APPA Biocarburantes voerde aan dat de regeling correct toegepast was.

(13)

Bij een vergelijking van de kosten van biobrandstoffen met de prijs vóór belasting van fossiele brandstoffen aan de pomp, bleken zowel bioethanol als biodiesel ondergecompenseerd te zijn geweest gedurende de hele periode, met uitzondering van 2010 voor bioethanol en 2012 voor biodiesel. APPA Biocarburantes voerde aan dat deze methode niet correct was. De prijs vóór belasting van fossiele brandstoffen aan de pomp omvatte alle transport- en distributiekosten totdat het product de eindverbruiker bereikte, terwijl er in deze vergelijkende analyse met dergelijke logistieke kosten geen rekening was gehouden. Volgens APPA Biocarburantes zou het passender zijn om de productiekosten van biobrandstoffen te vergelijken met de internationaal genoteerde prijzen van fossiele brandstoffen. Als die methode wordt gevolgd, blijkt duidelijk een verhoogde ondercompensatie voor biobrandstoffen gedurende de looptijd van de regeling, en dat er geen sprake is van overcompensatie.

(14)

Tot slot voerde APPA Biocaburantes aan dat, zelfs bij een vergelijking van de kosten van biobrandstoffen met de prijs vóór belasting van fossiele brandstoffen aan de pomp, de twee eenmalige gevallen van mogelijke overcompensatie louter tijdelijk waren en een gevolg waren van de aard van de regeling inzake fiscale steun voor biobrandstoffen (waarbij bepaalde absolute hoeveelheden vooraf worden vastgesteld en evaluaties achteraf worden uitgevoerd) en de sterk volatiele prijzen van landbouwgrondstoffen (de belangrijkste component van de productiekosten van biobrandstof). Er was geen aanpassing van de regeling noodzakelijk — voor bioethanol was er geen risico van een mogelijke overcompensatie in de volgende jaren (2011 en 2012) en voor biodiesel had de mogelijke overcompensatie in het vorige jaar plaatsgevonden, in 2012. Bovendien zouden er geen aanpassingen meer mogelijk zijn voor de toekomst vermits de regeling was afgelopen.

IV.   OPMERKINGEN VAN SPANJE

(15)

De Spaanse autoriteiten dienden op 20 september 2013 hun opmerkingen in. Op 6 mei 2014 gaven ze aan dat ze geen commentaar wensten te geven op de aan hen toegestuurde opmerkingen van derden.

(16)

In hun brief van 20 september 2013 gaven de Spaanse autoriteiten informatie over de productiekosten van bioethanol en biodiesel en gegevens over de prijzen van fossiele brandstoffen tijdens de periode 2004-2012. Tegelijkertijd zorgden ze ook voor tabellen waarin de kosten van biobrandstoffen worden vergeleken met de prijs vóór belasting van fossiele brandstoffen aan de pomp. Deze tabellen zijn opgenomen in bijlage 1.

(17)

De gegevens en de analyse die in de respectieve tabellen worden geïllustreerd, zijn gebaseerd op de volgende veronderstellingen:

a.

Het uitgangspunt zijn de reële gegevens voor de jaarlijkse productiekosten van Spaanse planten, plus een productiewinstmarge van 5 %. Aanpassingen werden gedaan om rekening te houden met het verschil in energie-inhoud tussen de biobrandstof en de fossiele brandstof waarmee die wordt vermengd, op basis van de gegevens in bijlage III bij Richtlijn 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad (4), respectievelijk 1,52 en 1,09 voor bioethanol en biodiesel.

b.

Deze kosten worden vergeleken met de prijsgegevens voor de brandstof die ze vervangen, meer bepaald benzine en diesel. De prijs is de prijs vóór belasting aan de pomp van deze brandstof en bijgevolg omvat die de bruto commerciële distributiemarge. Het verschil tussen de productiekosten van de biobrandstof en de kosten van de vervangende fossiele brandstof is de maximale compensatiemarge.

c.

De reële toegepaste compensatie is gelijk aan het accijnstarief op minerale oliën dat zou overeenkomen met bioethanol en biodiesel. Zonder de vrijstelling zou het accijnstarief op minerale oliën dat op de producten in kwestie wordt toegepast, respectievelijk het tarief voor benzine en diesel zijn geweest (5).

(18)

Op basis van de desbetreffende gegevens gaf Spanje aan dat er tijdens de periode 2004-2012 sprake was van een geaccumuleerde ondercompensatie voor beide types biobrandstof (455,96 EUR/1 000 liter voor biodiesel en 897,22 EUR/1 000 liter voor bioethanol). Als elk jaar apart zou worden bekeken, zou nog steeds een ondercompensatie worden vastgesteld voor alle jaren met slechts twee uitzonderingen: 2010 voor bioethanol en 2012 voor biodiesel.

(19)

Wat bioethanol betreft legde Spanje uit dat de kennelijke overcompensatie waarvan sprake was in 2010 het gevolg was van een eenmalige verlaging van de grondstofprijzen, meer bepaald de landbouwgrondstofprijzen, tussen januari en juni 2010. Bijgevolg was dit een eenmalige, omkeerbare en onvoorzienbare situatie die zichzelf het volgende jaar automatisch heeft gecorrigeerd door een stijging van de grondstofprijzen. Er was derhalve geen reden voor de Spaanse autoriteiten om maatregelen te treffen. Spanje verstrekte gedetailleerde informatie over de evolutie van de grondstofprijzen en een grafiek die de tendens in de suiker- en de granenprijsindex illustreert. (2002-2004 basis = 100).

Ontwikkelingen in de prijs van grondstoffen in de periode 2009-2011  (6)

Image

(20)

Wat biodiesel betreft gaf Spanje aan dat er blijkbaar sprake was van een geval van overcompensatie in 2012, maar de regeling liep af op 31 december van dat jaar.

(21)

Spanje voerde aan dat de prijs die gebruikt was als referentie voor alternatieve brandstoffen in deze methode — de prijs vóór belasting aan de pomp — de strengste optie was die voorhanden was, en dat een vergelijking met een waarde die dichter bij de wereldmarktprijzen voor deze producten ligt, geschikter zou zijn. De Spaanse autoriteiten verstrekten ook tabellen waarin de kosten van biobrandstoffen worden vergeleken met de wereldmarktprijzen van fossiele brandstoffen, en benadrukten dat in dit geval geen sprake kon zijn van overcompensatie voor biodiesel in de aangenomen jaren, terwijl de mogelijke overcompensatie voor bioethanol verwaarloosbaar was (2 EUR/1 000 liter vergeleken met 142,13 EUR/1 000 liter als de prijs vóór belasting aan de pomp als referentie geldt). De geaccumuleerde ondercompensatie zou verschillende malen hoger liggen dan vergeleken met de vorige methode.

(22)

De Spaanse aurotiteiten verklaarden dat ze verslag hadden uitgebracht over alle bedrijven die accijnsgoederen produceerden, verwerkten, voorhanden hadden, ontvingen en verzonden, overeenkomstig Richtlijn 2008/118/EG van de Raad (7).

(23)

In artikel 4, lid 1 van die richtlijn wordt een „erkend entrepothouder” gedefinieerd als natuurlijke of rechtspersoon die door de bevoegde autoriteiten van een lidstaat gemachtigd is om bij de bedrijfsuitoefening accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling in een belastingentrepot te produceren, te verwerken, voorhanden te hebben, te ontvangen en te verzenden. Artikel 8 van de richtlijn stelt vast dat de erkende entrepothouder verplicht is de accijns te betalen.

(24)

De Spaanse aurotiteiten verklaarden waarom ze slechts fiscale details hadden vrijgegeven over één van de twee bedrijven die het akkoord hadden ondertekend om als subcontractant methylesters van vetzuren van soja- en palmolie te produceren. Gezien dit contract betrekking had op producten die onderworpen zijn aan de regeling voor accijnsproducten, op het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop, was Richtlijn 2008/118/EG van toepassing. Volgens de Spaanse autoriteiten viel de eigenaar van het product niet onder de definitie van een „erkende entrepothouder” zoals die is vastgelegd in artikel 4, lid 1 van de richtlijn.

V.   BEOORDELING VAN DE MAATREGEL

(25)

De Commissie concludeerde reeds in haar beschikking in zaak NN 61/2004 dat er bij de maatregel in kwestie sprake was van staatssteun in de zin van artikel 107 VWEU. De Commissie beoordeelde deze steunmaatregel op basis van de communautaire kaderregeling inzake staatssteun ten behoeve van het milieu (8) van 2001 en concludeerde dat deze verenigbaar was met de interne markt.

(26)

De Spaanse autoriteiten hebben het directoraat-generaal Concurrentie nu gedetailleerde informatie verstrekt, met relevante gegevens over de productiekosten van bioethanol en biodiesel voor de hele looptijd van de steunmaatregel. Als de productiekosten van biobrandstoffen worden vergeleken met de prijs vóór belasting aan de pomp van fossiele brandstoffen, zoals geïllustreerd is in de tabellen in de bijlagen bij dit besluit, is er sprake van twee gevallen van overcompensatie: voor bioethanol in 2010 en voor biodiesel in 2012.

(27)

Wat de alternatieve methode betreft die Spanje heeft voorgesteld, waarin de wereldmarktprijzen van fossiele brandstoffen als referentie worden genomen, stelt de Commissie vast dat deze methode anders is dan de methode die Spanje heeft voorgesteld en die de Commissie heeft gebruikt om maatregel NN 61/2004 te beoordelen. Gezien de Commissie momenteel onderzoekt of Spanje de steunmaatregel correct heeft toegepast overeenkomstig de beschikking waarbij de maatregel werd goedgekeurd in zaak NN 61/2004, kan de voorgestelde methode niet worden aanvaard.

(28)

De Commissie merkt niettemin op dat er geen tendens van voortdurende overcompensatie is. Wanneer de staatssteun over de hele looptijd van de regeling wordt bekeken, is er niets dat op een globale overcompensatie wijst. De Commissie neemt kennis van de uitleg die Spanje heeft gegeven (zie de overwegingen 18, 19, 20 en 22).

(29)

In het geval van bioethanol is de Commissie van oordeel dat het niet nodig was om aanpassingen door te voeren om de overcompensatie te verhelpen. Hier kon Spanje aantonen dat de overcompensatie was verholpen, vooral door het feit dat de grondstoffenprijzen substantieel zijn gestegen na juni 2010. In 2011 en 2012 is er inderdaad geen sprake van overcompensatie voor bioethanol.

(30)

Wat biodiesel betreft stelt de Commissie een kleine overcompensatie vast van 41,85 EUR/1 000 liter voor 2012. Deze overcompensatie deed zich voor terwijl de maatregel en meer bepaald het steunniveau onveranderd bleef. Deze situatie werd veroorzaakt door externe factoren, specifiek de grote stijging in de prijs van fossiele diesel in Spanje. De Commissie stelt vast dat de dieselprijs in 2012 8 % hoger lag dan in 2011, 36 % hoger dan in 2010 en 71 % hoger dan in 2009. Ter vergelijking: de productiekosten voor biodiesel waren in 2012 gelijk aan die van 2011, 16 % hoger dan die welke in 2010 werden opgetekend en 25 % hoger dan in 2009. De Commissie stelt eveneens vast dat de regeling eind 2012 afliep en dat het bijgevolg niet mogelijk was de accijnsvrijstelling aan te passen om overcompensatie in de toekomst te vermijden, in overeenstemming met overweging 19 van de beschikking van de Commissie in zaak NN 61/2004. De Commissie stelt ook vast dat er geen steun is verleend binnen de regeling in 2013 of één van de daaropvolgende jaren. Ten slotte, zoals uitgelegd in overweging 28, is er gelet op de gegevens voor 2012 geen sprake van overcompensatie voor de hele looptijd van de regeling. Dit kan bijgevolg beschouwd worden als een teken dat Spanje kon vertrouwen op de berekeningsmethode vooraf waarin de regeling voorziet.

(31)

Na de nadere informatie van Spanje in overweging te hebben genomen, is de Commissie van mening dat Spanje wel degelijk zijn verplichtingen uit hoofde van overweging 19 van de beschikking van de Commissie in zaak NN 61/2004 is nagekomen.

(32)

Op basis van de verklaringen van Spanje over de toepassing van Richtlijn 2008/118/EG accepteert de Commissie dat de Spaanse autoriteiten verslag hebben uitgebracht over alle passende bedrijven.

VI.   CONCLUSIE

(33)

De Commissie is van oordeel dat Spanje steunmaatregel NN 61/2004 correct heeft toegepast, overeenkomstig de beschikking van de Commissie waarbij die maatregel werd goedgekeurd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De door Spanje toegepaste staatssteunregeling NN 61/2004 is verenigbaar met de interne markt overeenkomstig artikel 107, lid 3, onder c), VWEU en is correct toegepast, overeenkomstig de beschikking van de Commissie in zaak NN 61/2004.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot het Koninkrijk Spanje.

Gedaan te Brussel, 9 juli 2014.

Voor de Commissie

Joaquín ALMUNIA

Vicevoorzitter


(1)  PB C 37 van 7.2.2014, blz. 44.

(2)  Zie voetnoot 1.

(3)  PB C 219 van 12.9.2006, blz. 3.

(4)  Richtlijn 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG (PB L 140 van 5.6.2009, blz. 16).

(5)  Voor bioethanol bedroeg dit tarief 371,69 EUR/1 000 liter in de periode 2004-2009 en 400,69 EUR/1 000 liter in de periode 2009-2012. Voor biodiesel bedroegen de toegepaste tarieven 269,89 EUR/1 000 liter in de periode 2004-2006, 278 EUR/1 000 liter in de periode 2007-2009 en 307 EUR/1000 liter in de periode 2009-2012.

(6)  De suikerprijsindex begint rechts onderaan, de graanprijsindex rechts bovenaan.

(7)  Richtlijn 2008/118/EG van de Raad van 16 december 2008 houdende een algemene regeling inzake accijns en houdende intrekking van Richtlijn 92/12/EEG (PB L 9 van 14.1.2009, blz. 12).

(8)  PB C 37 van 3.2.2001, blz. 3.


BIJLAGE

Tabel 1

Productiekosten bioethanol in Spanje

Productiekosten bioethanol in Spanje

EUR/1 000 liter

2004

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

Grondstoffen

(+)

[…] (*)

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Arbeid

(+)

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Afschrijving

(+)

Variabele en financiële kosten

(+)

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Transport en distributie

(+)

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Inkomsten van bijproducten

(–)

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Rechtstreekse steun

(–)

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Totale productiekosten

 

603

692

672

582

602

581

510

688

763

Productiemarge (5 %)

(+)

30

35

34

29

30

29

26

34

38

Aanpassingsfactor verschil in energie-inhoud

(+)

329

378

367

318

329

317

278

376

417

Totale kosten bioethanol (vóór belasting)

(B)

962

1 104

1 073

929

961

927

814

1 098

1 218

Kosten loodvrije benzine 95 (vóór belasting)

(P)

351,8

427,0

483,3

497,0

560,8

436,7

555,4

674,6

741,0

Maximale compensatiemarge

(M) = (B) – (P)

610,6

677,4

589,2

431,9

400,0

490,6

258,6

423,4

476,7

Accijns op minerale oliën

(IEH)

371,7

371,7

371,7

371,7

371,7

371,7

400,7

400,7

400,7

400,7

Ondercompensatie (I)

(I) = (M) – (IEH)

238,90

305,74

217,52

60,18

28,30

118,89

89,89

– 142,13

22,76

76,06

Bron:

Spaanse autoriteiten


Tabel 2

Productiekosten biodiesel in Spanje

Productiekosten biodiesel in Spanje

EUR/1 000 liter

2004

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

Grondstoffen

(+)

[…] (**)

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Arbeid

(+)

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Afschrijving

(+)

Variabele en financiële kosten

(+)

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Transport en distributie

(+)

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Inkomsten van bijproducten

(–)

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Rechtstreekse steun

(–)

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]

Totale productiekosten

 

553

744

710

762

992

733

791

917

918

Productiemarge (5 %)

(+)

28

37

36

38

50

37

40

46

46

Aanpassingsfactor verschil in energie-inhoud

(+)

52

70

67

72

94

69

75

87

87

Totale kosten bioethanol (vóór belasting)

(B)

633

852

813

872

1 135

839

905

1 050

1 051

Kosten diesel A (vóór belasting)

(P)

355,0

476,0

521,7

524,9

672,8

459,0

576,5

727,9

785,5

Maximale compensatiemarge

(M) = (B) – (P)

277,9

375,5

290,9

347,2

462,5

379,9

379,9

328,8

321,6

265,2

Accijns op minerale oliën

(IEH)

269,86

269,86

269,86

278

278

278

307

307

307

307

Ondercompensatie (I)

(I) = (M) – (IEH)

8,05

105,65

21,04

69,21

184,54

101,92

72,92

21,80

14,61

–41,85

Bron:

Spaanse autoriteiten


(*)  Bedrijfsgeheim

(**)  Bedrijfsgeheim


7.11.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 323/19


BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 23 juli 2013

betreffende de door Portugal ten uitvoer gelegde steunmaatregel SA.35062 (13/N-2) ten gunste van Caixa Geral de Depósitos

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2013) 4801)

(Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

(2014/767/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 108, lid 2, eerste alinea,

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 62, lid 1, onder a),

Na de lidstaten en andere belanghebbenden overeenkomstig de genoemde artikelen te hebben aangemaand hun opmerkingen te maken (1),

Overwegende hetgeen volgt:

1.   PROCEDURE

(1)

Op 28 juni 2012 heeft de Portugese Republiek („Portugal”) herkapitalisatiemaatregelen ten gunste van Caixa Geral de Depósitos, SA (hierna „CGD” of „de bank” genoemd) aangemeld.

(2)

Op 18 juli 2012 heeft de Commissie een besluit betreffende steunmaatregel SA.35062 (12/NN) genomen (hierna „het reddingsbesluit” genoemd) (2), waarin zij haar goedkeuring hechtte aan de op 29 juni 2012 doorgevoerde herkapitalisatie van CGD in de vorm van reddingssteun.

(3)

Bij e-mail van 27 september 2012 heeft Portugal de Commissie geïnformeerd dat Caixa Geral Finance Limited (hierna „CGDF” genoemd), een verbonden onderneming van CGD, de dag erna aan de houders van eeuwigdurende niet-cumulatief preferente aandelen dividenden zou uitkeren.

(4)

Op 28 september 2012 heeft CGDF de dividendbetalingen verricht.

(5)

Op 18 december 2012 heeft de Commissie een besluit betreffende steunmaatregel SA.35062 (12/NN) vastgesteld (hierna „het besluit tot inleiding van de procedure” genoemd) (3), waarin zij de formele onderzoeksprocedure wegens misbruik van reddingssteun inleidde overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad van 22 maart 1999 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (4).

(6)

Bij de bekendmaking van dat besluit heeft de Commissie belanghebbenden uitgenodigd om hun opmerkingen te maken over haar voorlopige conclusie dat de dividendbetalingen een schending van de voorwaarden van het reddingsbesluit vormden, maar zij heeft geen opmerkingen ter zake ontvangen.

(7)

Portugal accepteert bij wijze van uitzondering dat dit besluit om redenen van urgentie wordt vastgesteld in de Engelse taal.

2.   GEDETAILLEERDE BESCHRIJVING

2.1.   De begunstigde

(8)

CGD is een bankgroep die volledig in handen is van Portugal. Op 31 december 2012 bedroegen de totale nettoactiva van CGD 116,9 miljard EUR (op basis van de boekhouding) (5) en bezat de bank een nettoleningenportefeuille van in totaal 74,7 miljard EUR. De activiteiten van de bank omvatten onder meer nationaal en internationaal commercieel bankieren (met name in Spanje, Portugeestalig Afrika, Macau en Brazilië), investment banking, vermogensbeheer, gespecialiseerde kredietverlening en verzekeringsactiviteiten.

(9)

In 2012 had de CGD-groep een leidende positie op de meeste terreinen waarop de groep in de binnenlandse Portugese markt actief was (in het bijzonder leningen en voorschotten aan klanten, klantendeposito’s, verzekeringen, leasing, investment banking en vermogensbeheer).

Tabel 1

Belangrijkste financiële cijfers van CGD (op basis van de boekhouding)

 

31.12.2012

Totaal van de activa (miljard EUR)

116,9

Leningen aan klanten (miljard EUR)

74,7

Retaildeposito’s (miljard EUR) (*)

71,4

Totaal van de wholesalemiddelen (miljard EUR) (**)

35,2

Aantal werknemers, totaal van de groep

23 028

Aantal vestigingen, totaal van de groep

1 293

Aandeel in nationale depositomarkt

28,1  %

Aandeel in nationale leningenmarkt

21,3  %

2.2.   De gebeurtenissen die aanleiding gaven tot de steunmaatregelen

(10)

CGD heeft sinds het begin van de staatsschuldencrisis problemen gehad met de toegang tot de wholesalemarkten. De problemen begonnen bij de toegang tot de middellange- en langetermijnkapitaalmarkten en breidden zich daarna uit naar de korte-termijngeldmarkten.

(11)

CGD moest daardoor haar afhankelijkheid van wholesalefinanciering beperken en activeerde in het eerste kwartaal van 2010 haar voorwaardelijke liquiditeitsplan, waarna de groep probeerde om a) alternatieve bronnen van financiering te vinden, hoofdzakelijk door middel van door zakelijke zekerheid gedekte financiering, b) de pool van beleenbare activa die aanvaardbaar zouden zijn voor de ECB, te vergroten, c) niet-strategische activa te verkopen, en d) beleggers en tegenpartijen haar eigen kredietgegevens aan te bieden.

(12)

Conform het tussen Portugal, de Commissie, de ECB en het IMF overeengekomen plan voor economische en financiële steun werd CGD verzocht een financierings- en kapitaalplan voor de periode 2011-2015 in te dienen, dat elk kwartaal opnieuw zou worden beoordeeld. Het eerste financierings- en kapitaalplan werd op 26 juli 2011 ingediend en is sindsdien meerdere keren herzien.

(13)

Wat betreft de solvabiliteit, was de tier 1-kapitaalratio („CT1-ratio”) van CGD, berekend overeenkomstig de regels van Bazel II, op 31 december 2011 gelijk aan 9,48 %. Een van de in het financierings- en kapitaalplan geformuleerde doelstellingen was op 31 december2012 een CT1-ratio van 10 % overeenkomstig de regels van Bazel II te hebben bereikt, conform de eisen in het memorandum van overeenstemming dat werd ondertekend door enerzijds de Portugese regering en anderzijds het IMF, de Commissie en de ECB. Naar aanleiding van een aanbeveling van de Europese Bankautoriteit („EBA”) werd het financierings- en kapitaalplan bijgewerkt voor wat betreft de hoogte van het kapitaal dat vanaf 30 juni 2012 moet worden aangehouden om te kunnen voorzien in de kapitaalbehoeften als berekend op basis van de omvang van de schulden van de staat en de gemeenten bij de bank („buffer voor blootstelling aan staatsleningen”) en de kapitaalbehoeften voortvloeiend uit een door de EBA uitgevoerde stresstest („de EBA-vereisten”).

(14)

In de versie van het financierings- en kapitaalplan van mei 2012 en de aanbeveling van de EBA werd een verhoging van het kapitaal van CGD met 1,650 miljard EUR noodzakelijk geacht.

2.3.   De steunmaatregelen

(15)

De herkapitalisatiemaatregelen die door Portugal als enige aandeelhouder van CGD zijn doorgevoerd, bestonden uit:

i)

de inschrijving op nieuw uitgegeven gewone aandelen („de kapitaalverhoging”) voor een bedrag van 750 miljoen EUR, en

ii)

de inschrijving op door CGD uitgegeven converteerbare instrumenten voor een bedrag van 900 miljoen EUR die overeenkomstig de eisen van de EBA voor solvabiliteitsdoeleinden als CT1 in aanmerking komen.

(16)

In de overwegingen 12 tot en met 25 van het reddingsbesluit zijn de steunmaatregelen in detail beschreven.

2.4.   De formele onderzoeksprocedure met betrekking tot het misbruik van steun

(17)

Zoals uiteengezet in overweging 31 van het reddingsbesluit, heeft Portugal zich ertoe verbonden om ervoor te zorgen dat CGD (als groep) beperkingen ten aanzien van het gedrag toepast die vergelijkbaar zijn met de beperkingen die gelden voor banken die worden geherkapitaliseerd volgens de nieuwe herkapitalisatieregeling voor kredietinstellingen in Portugal (6), met inbegrip van onder andere:

een verbod op dividenduitkering;

een verbod op coupon- en rentebetalingen op hybride instrumenten en achtergestelde schulden die niet door Portugal worden aangehouden en waarvoor geen wettelijke verplichting bestaat om tot dergelijke betalingen over te gaan.

(18)

Op 28 september 2012 heeft CGDF, een verbonden onderneming van CGD, zonder toestemming van de Commissie dividenden op eeuwigdurende niet-cumulatief preferente aandelen uitgekeerd voor een bedrag van 405 415 EUR. Dit bedrag stemt overeen met 0,025 % van de kapitaalinjectie van 29 juni 2012.

(19)

In het besluit tot inleiding van de procedure oordeelde de Commissie voorlopig dat de door CGDF op 28 september 2012 verrichte dividendbetalingen onder het verbod op dividenduitkering vallen dat krachtens het reddingsbesluit op CGD van toepassing was, en dat de dividendbetalingen als misbruik van de verleende reddingssteun moeten worden aangemerkt.

3.   HERSTRUCTURERING VAN CGD

(20)

CGD heeft een herstructureringsplan ingediend dat vier hoofdelementen bevat:

verlaging van de schuldpositie van de CGD-groep door de verzekeringstak en resterende niet-strategische participaties te verkopen en door de activa die niet tot het kernbedrijf behoren af te bouwen;

verhoging van haar operationele efficiëntie;

herstructurering van de activiteiten van CGD in Spanje;

terugbetaling van 900 miljoen EUR aan converteerbare instrumenten tijdens de herstructureringsperiode.

Verlaging van de schuldpositie

(21)

CGD had zich al vóór de kapitaalverhoging in juni 2012 ingespannen om haar schuldpositie te verlagen. Van december 2010 tot juni 2012 verlaagde de bank haar balans met ongeveer 8,2 miljard EUR (op basis van de boekhouding).

(22)

In het herstructureringsplan worden aanvullende inspanningen tot verlaging van de schuldpositie beschreven. Het plan voorziet in de verkoop van de verzekeringstak, Caixa Seguros, en andere niet-strategische participaties, alsmede in de afbouw van activa die niet tot het kernbedrijf behoren, zodat CGD zich beter kan concentreren op haar kernactiviteiten op het gebied van retailbankieren, en middelen kan vrijmaken die vervolgens het kernkapitaal van de bank zullen versterken. CGD streeft ernaar de schuldpositie van de groep verder te verlagen met [10-20] miljard EUR aan activa die niet tot het kernbedrijf behoren, wat - vergeleken met de geconsolideerde balans in december 2012 (op basis van de boekhouding) - overeenstemt met een verlaging van [10-20] %. De verkoop van het verzekeringsbedrijf is een belangrijk element van de inspanning om de schuldpositie te verlagen, omdat deze verkoop circa […] (***) miljard EUR bijdraagt aan de verlaging. De verkoop van de resterende niet-strategische participaties zal [0-5] miljard EUR, de terugbetaling van ex-Banco Português de Negócios („BPN”) schuld [0-5] miljard EUR, en de afbouw van niet-kernkrediet in Spanje [0-5] miljard EUR bijdragen. Voorts zal ongeveer twee derde van de niet-kernportefeuille ([10-20] miljard EUR) vóór eind 2017 worden afgebouwd, terwijl de resterende niet-kernportefeuille na 2017 zal worden afgebouwd.

(23)

Caixa Seguros is in Portugal de marktleider met totale marktaandelen in december 2012 van 31 % in levensverzekeringen en 26 % in niet-levensverzekeringen en omvat een multiline verzekeringsentiteit voor het levensverzekerings- en niet-levensverzekeringsbedrijf, alsmede gespecialiseerde verzekeringsentiteiten, in het bijzonder voor zorgverzekeringen en autoverzekeringen. Op 31 december 2012 vertegenwoordigde Caixa Seguros 9,2 % van het geconsolideerd eigen vermogen van CGD en genereerde een aan de aandeelhouders van CGD toe te kennen nettoresultaat van 89,7 miljoen EUR op basis van 3 195 miljoen EUR aan directe verzekeringspremies in 2012.

(24)

CGD zal Caixa Seguros herstructureren om de verkoopbaarheid van Caixa Seguros te vergroten en het verkoopproces te bevorderen. CGD kan […]. Het verkoopproces zal alle mogelijke combinaties toestaan, variërend van […]. Het herstructureringsplan van CGD gaat ervan uit dat […].

(25)

CGD zal ook al haar resterende niet-strategische participaties in beursgenoteerde Portugese ondernemingen voor […] verkopen en zo haar schuldpositie met nog eens ongeveer [200-250] miljoen EUR verlagen. CGD heeft al het merendeel van haar niet-strategische participaties verkocht, hetgeen een opbrengst van circa 450 miljoen EUR heeft opgeleverd.

(26)

CGD is bovendien van plan om geleidelijk een activaportefeuille af te bouwen die afkomstig is van schulden van de failliet gegane Banco Português de Negócios („BPN”) (7) en die een nominale waarde heeft van [0-5] miljard EUR en een nettovermogenswaarde van circa [0-5] miljard EUR. Volgens de daaraan verbonden terugbetalingsregeling zal de nettovermogenswaarde met [40-50] % dalen tot [0-5] miljard EUR eind 2017.

(27)

Tot slot zal CGD een portefeuille van niet-kernkredieten afkomstig van haar retail- en wholesalebankactiviteiten in Spanje afbouwen. Die portefeuille heeft een waarde van circa [0-5] miljard EUR.

Operationele efficiëntie

(28)

Het tweede hoofdelement in het herstructureringsplan is een verhoging van de operationele efficiëntie van de bank. CGD had in 2011 en 2012 ook al maatregelen genomen om haar kostenbasis te optimaliseren en heeft, vergeleken met de financiële gegevens van vóór de crisis, zowel de arbeidskosten als de verkoop-, algemene en administratiekosten van haar binnenlandse activiteiten verlaagd.

(29)

CGD zal deze optimalisatie-inspanning voortzetten door de operationele kosten in de herstructureringsperiode verder te verlagen. Een inkrimping van het personeelsbestand van de bank en de heronderhandeling van uitbestede diensten zijn de belangrijkste hefbomen om aanvullende besparingen te realiseren. Volgens het herstructureringsplan zal CGD in de herstructureringsperiode doorgaan met het verlagen van haar arbeidskosten, waarbij de bank streeft naar een verlaging van [5-10] % en de arbeidskosten raamt op [500-550] miljoen EUR vanaf december 2013 en op [450-500] miljoen EUR vanaf december 2017. Wat betreft het personeelsbestand, zal het aantal werknemers in Portugal met [5-10] % worden verlaagd. In december 2012 werkten er voor de binnenlandse retailbankactiviteiten 9 401 werknemers, maar CGD is van plan dit aantal vóór december 2017 te verlagen tot [8 500 - 9 000].

(30)

De verhoging van de operationele efficiëntie van CGD zal voorts worden bereikt door optimalisatie van het vestigingennetwerk, waarbij het aantal binnenlandse vestigingen met [5-10] % wordt teruggebracht van 840 vestigingen in juni 2012 naar [750-800] vestigingen tegen […]. De sluiting van [70-80] vestigingen in Portugal vanaf juni 2012 tot […] maakt deel uit van een periodiek optimalisatieproces om de binnenlandse retailvoetafdruk van CGD opnieuw te evalueren en te rationaliseren en zal, naar verwachting, leiden tot een jaarlijkse besparing van [0-5] miljoen EUR. Er zijn 58 vestigingen die al zijn gesloten of waarvan de sluiting in gang is gezet, en de overige [10-20] vestigingen zullen vóór […] worden gesloten.

(31)

Tot slot zal de operationele efficiëntie van CGD worden verbeterd door de inkomsten uit diensten en commissies te verhogen, die in 2012 voor circa 25 % bijdroegen aan de totale nettobedrijfsopbrengsten, terwijl het relevante aandeel in de Portugese banksector gemiddeld 29 % was. CGD zal nieuwe tariefstructuren invoeren om haar inkomstenbronnen meer te doen overeenkomen met die van soortgelijke entiteiten.

Herstructurering van de Spaanse activiteiten

(32)

Het derde hoofdelement van het herstructureringsplan betreft de herstructurering van de bankactiviteiten in Spanje. Hoewel de internationale activiteiten van CGD het momenteel in het algemeen veel beter doen dan de binnenlandse activiteiten en in belangrijke mate bijdragen aan het totale resultaat van de bank, zijn de activiteiten van CGD in Spanje verlieslatend. CGD is haar retailactiviteiten in Spanje in 1991 begonnen door verwerving van Banco de Extremadura en Chase Manhattan España, gevolgd door Banco Simeón in 1995. Die retailbankactiviteiten worden momenteel in Spanje uitgevoerd als een dochteronderneming van CGD onder de naam Banco Caixa Geral („BCG”). In 2007 is CGD ook begonnen met wholesalebankactiviteiten, die werden uitgevoerd in een vestiging die CGD in Spanje had opgezet en die zich richtte op onroerendgoedprojecten, daarmee verband houdende projectfinanciering en consortiale leningen. Hoewel de retailactiviteiten van CGD in Spanje in de afgelopen tien jaar nauwelijks rendabel waren, was de situatie voor de wholesaleactiviteiten nog erger. De wholesaleactiviteiten, waarmee vlak voor de financiële crisis werd begonnen, hebben een heel slechte staat van dienst en hebben in betrekkelijk korte tijd aanzienlijke verliezen ten bedrage van circa 250 miljoen EUR tot december 2012 opgeleverd. De wholesaleactiviteiten zullen volledig worden beëindigd, en […].

(33)

CGD beschouwt Spanje desondanks als een zeer belangrijke markt waarin de bank aanwezig wil blijven, in het bijzonder om de exportactiviteiten van Portugese kleine en middelgrote ondernemingen („kmo’s”) te ondersteunen. De retailactiviteiten in Spanje zullen daarom worden voortgezet, zij het op kleinere schaal. Om de onderneming weer winstgevend te maken, zal het aantal vestigingen met [47-52] % worden verlaagd van 209 vestigingen in juni 2012 naar [100-110] vestigingen vanaf […]. Het personeelsbestand van de activiteiten in Spanje zal met [46-49] % worden teruggebracht van 974 werknemers in juni 2012 naar [500-523] werknemers vanaf […].

(34)

Wat betreft de geografische dekking, zal BCG haar retailactiviteiten richten op de regio’s Galicië, Castilië en León, Asturië en Extremadura, slechts beperkt aanwezig blijven in de belangrijkste centra voor grensoverschrijdende handel (Madrid en Catalonië) en met [0-5] vestigingen per regio zeer beperkt aanwezig blijven in de gebieden die relevante grensoverschrijdende betrekkingen hebben en een belangrijke bron van financiering zijn voor de Spaanse activiteiten, namelijk Baskenland, Andalusië, Aragón en Valencia.

Terugbetaling van converteerbare instrumenten

(35)

Het vierde hoofdelement van het herstructureringsplan, de terugbetaling van de 900 miljoen EUR aan converteerbare instrumenten in de herstructureringsperiode, heeft ten doel de gemiddelde financieringskosten van CGD te verlagen. De verlaging van de schuldpositie en de verhoging van de operationele winstgevendheid zouden CGD in staat moeten stellen om de converteerbare instrumenten af te lossen. In het bijzonder zou door de verkoop van de verzekeringstak eigen kapitaal moeten vrijkomen waarmee vroegtijdige aflossing mogelijk wordt.

(36)

Om de doelstellingen van verlaging van de gemiddelde financieringskosten enerzijds en het aanhouden van voldoende bufferkapitaal anderzijds met elkaar in evenwicht te brengen, voorziet het herstructureringsplan erin dat CGD in het boekjaar 2014 [50-60] % van haar kapitaaloverschot (d.w.z. het kapitaal boven de geldende minimumkapitaalvereisten uit hoofde van de Europese en de Portugese wetgeving (met inbegrip van de pijlers 1 en 2) plus een kapitaalbuffer van [100-150] basispunten) zal gebruiken om converteerbare instrumenten terug te betalen. In het boekjaar 2015 en, indien nodig, in de daaropvolgende boekjaren zal CGD [90-100] % van haar kapitaaloverschot gebruiken voor de terugbetaling van converteerbare instrumenten.

(37)

Tabel 2 bevat de belangrijkste financiële prognoses, gebaseerd op de boekhouding, uit het herstructureringsplan voor CGD:

Tabel 2

Belangrijkste financiële cijfers van CGD 2011-2017

Winst-en-verliesrekening

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Ontwikkeling 2012-2017 (%)

Kern

Totaal

Kern

Totaal

Kern

Totaal

Kern

Totaal

Kern

Totaal

Kern

Totaal

Kern

Totaal

Kern

Totaal

Winst vóór belastingen

–90

– 545

– 303

– 367

(…)

(…)

(…)

(…)

(…)

(…)

(…)

(…)

(…)

(…)

[…]

[…]

Efficiëntieratio

57  %

54  %

52  %

52  %

[70-80] %

[60-70] %

[60-70] %

[60-70] %

[40-50] %

[40-50] %

[40-50] %

[40-50] %

[40-50] %

[40-50] %

– [20-30]

– [20-30]

Werknemers

17 502

23 205

17 296

23 028

[1 000 -20 000 ]

[1 000 -20 000 ]

[1 000 -20 000 ]

[1 000 -20 000 ]

[1 000 -20 000 ]

[1 000 -20 000 ]

[1 000 -20 000 ]

[1 000 -20 000 ]

[1 000 -20 000 ]

[1 000 -20 000 ]

[0-5]

– [20-30]

Vestigingen

1 344

1 344

1 293

1 293

[1 000 -1 500 ]

[1 000 -1 500 ]

[1 000 -1 500 ]

[1 000 -1 500 ]

[1 000 -1 500 ]

[1 000 -1 500 ]

[1 000 -1 500 ]

[1 000 -1 500 ]

[1 000 -1 500 ]

[1 000 -1 500 ]

– [0-5]

– [0-5]

Rendement eigen vermogen

–2,5  %

–7,4  %

–5,5  %

–6,3  %

[…] %

[…] %

[…] %

[…] %

[…] %

[…] %

[…] %

[…] %

[…] %

[…] %

[…]

[…]


Balans

2011

2012

2015

2017

Ontwikkeling 2012-2017 (%)

Activa

Totaal

Kern

Niet-kern

Totaal

Kern

Niet-kern

Totaal

Kern

Niet-kern

Totaal

Kern

Niet-kern

Totaal

Kern

Niet-kern

Leningen aan klanten (netto)

78 248

75 095

3 153

74 713

71 338

3 375

[70 000 -75 000 ]

[65 000 -70 000 ]

[1 500 -2 000 ]

[70 000 -75 000 ]

[70 000 -75 000 ]

[1 000 -1 500 ]

– [0-5] %

– [0-5]

– [60-70]

Niet-presterende leningen

4 800

4 727

72

6 551

6 427

124

[10 000 -15 000 ]

[9 500 -10 000 ]

[400-450]

[10 000 -15 000 ]

[10 000 -15 000 ]

[500-550]

[60-70] %

[60-70]

[300-350]

Totaal activa

120 642

103 262

17 380

116 857

100 333

16 523

[100 000 -150 000 ]

[95 000 -100 000 ]

[8 500 -9 000 ]

[100 000 -150 000 ]

[100 000 -150 000 ]

[5 000 -10 000 ]

– [5-10] %

[0-5]

– [60-70]

Risicogewogen activa

69 021

66 207

2 813

68 315

65 963

2 352

[65 000 -70 000 ]

[60 000 -65 000 ]

[1 000 -1 500 ]

[65 000 -70 000 ]

[65 000 -70 000 ]

[1 000 -1 500 ]

[0-5] %

[0-5]

– [50-60]


Passiva

2011

2012

2015

2017

Ontwikkeling 2012-2017 (%)

Totaal

Kern

Niet-kern

Totaal

Kern

Niet-kern

Totaal

Kern

Niet-kern

Totaal

Kern

Niet-kern

Totaal

Kern

Niet-kern

Centrale Bank

9 013

9 013

0

10 300

10 300

0

[5 000 -10 000 ]

[5 000 -10 000 ]

[0-5]

[2 000 -2 500 ]

[2 000 -2 500 ]

[0-5]

– [70-80] %

– [70-80]

Schulden aan klanten

70 587

64 030

6 557

71 404

65 545

5 859

[70 000 -75 000 ]

[65 000 -70 000 ]

[3 500 -4 000 ]

[75 000 -80 000 ]

[70 000 -75 000 ]

[1 500 -2 000 ]

[5-10] %

[10-20]

– [70-80]

Totaal passiva

120 642

114 085

6 557

116 857

110 997

5 859

[100 000 -150 000 ]

[100 000 -150 000 ]

[3 500 -4 000 ]

[100 000 -150 000 ]

[100 000 -150 000 ]

[1 500 -2 000 ]

– [5-10] %

– [0-5]

– [70-80]

Loan-to-deposit-ratio

122  %

117  %

n.v.t.

114  %

109  %

n.v.t.

[100-150]%

[100-150]%

n.v.t.

[90-100]%

[90-100]%

n.v.t.

-[10-20]%

- [10-20]

 

EBA CT1

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

9,5  %

9,6  %

9,5  %

[5-10] %

[10-20] %

[5-10] %

[10-20] %

[10-20] %

[5-10] %

[10-20] %

[10-20]

[0-5]

4.   STANDPUNT VAN DE PORTUGESE AUTORITEITEN

4.1.   Standpunt van de Portugese autoriteiten met betrekking tot het herstructureringsplan

(38)

Portugal is van mening dat de kapitaalverhoging staatssteun is, in het bijzonder gezien de huidige marktomstandigheden en het feit dat de kapitaalverhoging tegelijk met de inschrijving op de converteerbare instrumenten plaatsvond.

(39)

Portugal erkent dat de inschrijving op de converteerbare instrumenten staatssteun is, aangezien de voorwaarden voor de inschrijving waren afgestemd op de voorwaarden gesteld in de nieuwe herkapitalisatieregeling, die staatssteun is (8).

(40)

Portugal voert aan dat CGD binnen het Portugese financiële stelsel van systemisch belang is, dat de maatregelen noodzakelijk waren om het kapitaal van CGD in overeenstemming te brengen met de kapitaalbehoeften zoals vastgesteld in de beoordeling van de Centrale Bank van Portugal, Banco de Portugal („BdP”) en de Trojka, en dat de voorwaarden van de steunmaatregelen, tezamen met de voorwaarden die zijn uiteengezet in de verbintenissen voor de herstructurering van CGD, een toereikend scala van waarborgen tegen mogelijk misbruik en mogelijke mededingingsvervalsing bevatten.

4.2.   Standpunt van de Portugese autoriteiten met betrekking tot de procedure inzake het misbruik van steun

(41)

Portugal is van mening dat de aan de houders van de eeuwigdurende niet-cumulatief preferente aandelen gedane betalingen geen dividenden waren, maar couponbetalingen, die wel mogen worden betaald als daartoe een wettelijke verplichting bestaat.

(42)

Portugal stelt dat de bank, indien zij geen dividenden had uitgekeerd, volgens de onderliggende voorwaarden van de eeuwigdurende niet-cumulatief preferente aandelen, geen verplichtingen van gelijke of lagere rangorde zou kunnen terugkopen of aflossen tot na de vierde opeenvolgende datum van de dividendbetaling waarop een dividend volledig is betaald. Portugal is van mening dat de terugkoop van de converteerbare instrumenten, waarvoor het een expliciete toezegging van CGD heeft ontvangen, een dergelijke terugkoop van verplichtingen van gelijke of lagere rangorde is.

(43)

Portugal bevestigt dat het heeft ingestemd met de uitkering van dividenden gezien zijn aannames dat het niet uitkeren daarvan het voor CGD onmogelijk zou hebben gemaakt om de converteerbare instrumenten gedurende de daaropvolgende twaalf maanden terug te kopen, en dat CGD, als in de vijfjarige periode van overheidsinvestering geen dividenden zouden worden uitgekeerd, helemaal niet in staat zou zijn om converteerbare instrumenten terug te kopen zonder haar contractuele verplichtingen te schenden. Vanuit het gezichtspunt van Portugal was een dergelijke vertraging onverenigbaar met de doorslaggevende verplichting om het bedrag en de duur van de staatssteun aan CGD tot een minimum te beperken. Portugal is daarom van mening dat die omstandigheden de uitkering van dividenden de facto een wettelijke verplichting maakten.

4.3.   Toezeggingen van de Portugese autoriteiten

(44)

Portugal heeft met betrekking tot de tenuitvoerlegging van het herstructureringsplan een aantal toezeggingen gedaan (hierna „de toezeggingen” genoemd), die als bijlage bij dit besluit zijn gevoegd.

(45)

Om te waarborgen dat de verschillende toezeggingen naar behoren ten uitvoer worden gelegd, hebben de Portugese autoriteiten bovendien toegezegd een monitoring trustee („de monitoring trustee”) te benoemen, die zal toezien op alle door de Portugese autoriteiten en CGD gedane toezeggingen aan de Commissie.

5.   BEOORDELING

5.1.   Bestaan van staatssteun

(46)

Volgens artikel 107, lid 1, van het Verdrag, zijn steunmaatregelen van de staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalsen of dreigen te vervalsen, onverenigbaar met de interne markt, voor zover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt.

(47)

Om als staatssteun te worden aangemerkt, moet een maatregel cumulatief aan de volgende voorwaarden voldoen: a) de maatregel moet worden bekostigd met staatsmiddelen, b) de maatregel moet een selectief voordeel verlenen dat bepaalde ondernemingen of bepaalde producties begunstigt, c) de maatregel moet de mededinging vervalsen of dreigen te vervalsen en in potentie het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig kunnen beïnvloeden.

(48)

De Commissie heeft, om de redenen die zijn uiteengezet in de overwegingen 33 tot en met 42 van het reddingsbesluit, al geoordeeld dat de maatregelen staatssteun vormen in de zin van artikel 107, lid 1 van het Verdrag. De herkapitalisatiemaatregelen, bestaande uit de inschrijving op nieuwe gewone aandelen voor het bedrag van 750 miljoen EUR en de inschrijving op converteerbare instrumenten voor het bedrag van 900 miljoen EUR, werden verstrekt door Portugal en zijn dus bekostigd met staatsmiddelen. De maatregelen verleenden een selectief voordeel aan CGD, waardoor CGD haar kapitaal kon verhogen tegen gunstigere voorwaarden dan zij op de markt had kunnen vinden. CGD is een internationaal actieve bank, die concurreert met andere banken in Portugal en in andere landen. Het voordeel voor de bank kan daardoor het handelsverkeer binnen de Unie ongunstig beïnvloeden en de mededinging vervalsen.

5.2.   Verenigbaarheid van de steun met de interne markt

(49)

Wat betreft de verenigbaarheid van de aan CGD verleende steun, moet de Commissie eerst nagaan of de steun kan worden beoordeeld op basis van artikel 107, lid 3, onder b), van het Verdrag, d.w.z. of de steun een ernstige verstoring in de economie van Portugal opheft. Vervolgens moet de Commissie, op basis van die rechtsgrondslag, beoordelen of de voorgestelde maatregelen in overeenstemming zijn met de interne markt.

5.2.1.   Rechtsgrondslag voor de verenigbaarheid van de steun

(50)

Artikel 107, lid 3, onder b), van het Verdrag geeft de Commissie de bevoegdheid om een steunmaatregel als verenigbaar met de interne markt te beschouwen als die dient om „een ernstige verstoring in de economie van een lidstaat op te heffen”.

(51)

Wat betreft de Portugese economie, is het bestaan van een ernstige verstoring bevestigd in de verschillende goedkeuringen door de Commissie van de door de Portugese autoriteiten genomen maatregelen om de financiële crisis te bestrijden. De Commissie heeft in haar laatste goedkeuring van de verlenging van de Portugese herkapitalisatieregeling (9) in het bijzonder erkend dat er sprake is van een aanhoudende dreiging van ernstige verstoring in de Portugese economie en dat ondersteuning van banken door de staat passend is om die verstoring op te heffen. De Commissie merkt op dat het Portugese banksysteem met meerdere problemen kampte op het moment dat de steunmaatregelen werden verleend, doordat enkele Portugese banken veel vreemd vermogen gebruikten, hoge loan-to-depositratio’s (LTD-ratio’s) hadden en te maken kregen met een oplopend percentage niet-presterende leningen. De Commissie merkt voorts op dat Portugal financiële steun van de lidstaten van de eurozone ontvangt, waarvan een deel voor de ondersteuning van Portugese banken is bestemd (10).

(52)

Gezien het systemische belang van CGD - die een leidende bank is in Portugal - en gezien de betekenis van haar kredietverleningsactiviteiten voor de Portugese economie, accepteert de Commissie dat er ernstige gevolgen voor de Portugese economie zouden zijn, als CGD niet aan de aangescherpte kapitaalvereisten kan voldoen.

(53)

Gezien de huidige toestand van de Portugese economie en het wijdverbreide gebrek aan toegang van de banken tot de internationale en wholesalefinancieringsmarkten, is de Commissie van oordeel dat is voldaan aan de voorwaarden waaronder staatsteun overeenkomstig artikel 107, lid 3, onder b), van het Verdrag kan worden goedgekeurd.

5.2.2.   Verenigbaarheid van de steun met de herstructureringsmededeling en de verlengingsmededeling

(54)

Alle maatregelen die als staatssteun zijn aangemerkt, zijn verstrekt in de context van de herstructurering van CGD. In de mededeling van de Commissie betreffende het herstel van de levensvatbaarheid en de beoordeling van de herstructureringsmaatregelen in de financiële sector in de huidige crisis met inachtneming van de staatssteunregels (hierna „de herstructureringsmededeling” genoemd) (11) zijn de regels uiteengezet die gelden voor het verlenen van herstructureringssteun aan financiële instellingen in de huidige crisis. Volgens de herstructureringsmededeling moet de herstructurering van een financiële instelling, om krachtens artikel 107, lid 3, onder b), van het Verdrag verenigbaar met de interne markt te zijn, in de context van de huidige financiële crisis (i) leiden tot het herstel van de levensvatbaarheid van de bank, (ii) voldoende eigen bijdrage van de begunstigde onderneming bevatten (lastenverdeling) en waarborgen dat de steun tot het noodzakelijke minimum beperkt blijft, en (iii) voldoende maatregelen bevatten die de mededingingsvervalsing beperken.

(55)

Ondanks de eisen die in de herstructureringsmededeling zijn uiteengezet, specificeert punt 14 van de mededeling van de Commissie betreffende de toepassing vanaf 1 januari 2012 van de staatssteunregels op maatregelen ter ondersteuning van banken in het kader van de financiële crisis (hierna „de verlengingsmededeling van 2011” genoemd) (12) dat de Commissie „de beoordeling van de levensvatbaarheid van banken op lange termijn met de nodige proportionaliteit [zal] uitvoeren en daarbij ten volle rekening [zal] houden met elementen waaruit blijkt dat banken op lange termijn levensvatbaar kunnen zijn zonder dat er behoefte is aan een aanzienlijke herstructurering - met name wanneer het kapitaaltekort in hoofdzaak verband houdt met een vertrouwenscrisis ten aanzien van overheidsschuld -, dat de kapitaalinjectie door de overheid beperkt blijft tot het bedrag dat nodig is om bij banken die voor het overige levensvatbaar zijn, de verliezen te compenseren die ontstaan door [Europese] overheidsobligaties […] tegen marktwaarde te waarderen, en wanneer de analyse laat zien dat de banken in kwestie geen buitensporig risico hebben genomen bij de verwerving van overheidsobligaties.”

(56)

In dit verband merkt de Commissie op dat de kapitaalbehoeften van CGD in hoofdzaak verband hielden met een vertrouwenscrisis ten aanzien van de overheidsschuld van Portugal. Hoewel de behoeften niet direct werden veroorzaakt door het effect van het waarderen van overheidsobligaties tegen marktwaarde, was de onderliggende reden vergelijkbaar, aangezien de EBA banken verplichtte om een kapitaalbuffer aan te houden die gerelateerd was aan het bedrag aan overheidsobligaties op de balans (de zogenoemde „buffer voor blootstelling aan staatsleningen”) en daardoor de minimumkapitaalvereisten van de bank verhoogden.

(57)

Van de totale vereiste kapitaalbuffer van CGD van 1 650 miljoen EUR zoals vastgesteld door de EBA, die leidde tot een behoefte aan staatssteun voor datzelfde bedrag, was 1 073 miljoen EUR (65 %) het gevolg van blootstelling aan Portugese overheidsobligaties. Uit de analyse van de Commissie is verder gebleken dat CGD geen buitensporig risico heeft genomen bij de verwerving van overheidsobligaties. De portefeuille van overheidsobligaties werd verworven door carry-tradetransacties te verrichten (gefinancierd door eenjarige middelen van de ECB). Hoewel dergelijke transacties onder bepaalde omstandigheden als bovengemiddeld risicovol kunnen worden beschouwd, waren de verworven obligaties beleenbare activa en lagen de desbetreffende ratings ruim boven „investment grade” (AA- voor Portugal).

(58)

De Commissie zal de beoordeling daarom overeenkomstig punt 14 van de verlengingsmededeling van 2011 met de nodige proportionaliteit uitvoeren.

Herstel van de levensvatbaarheid

(59)

Zoals de Commissie in haar herstructureringsmededeling heeft uiteengezet, moet de betrokken lidstaat een uitgebreid herstructureringsplan indienen dat laat zien hoe de levensvatbaarheid van de begunstigde onderneming op lange termijn zonder staatssteun binnen redelijke tijd en in maximaal vijf jaar zal worden hersteld. Levensvatbaarheid op lange termijn is bereikt wanneer een bank op eigen kracht op de markt kan concurreren om kapitaal, met inachtneming van de toepasselijke wettelijke voorschriften. Om dit te kunnen, moet een bank in staat zijn al haar kosten te dekken en een passend rendement op vermogen te bieden, rekening houdende met het risicoprofiel van de bank. Het herstel van de levensvatbaarheid van de bank dient vooral het resultaat te zijn van interne maatregelen en te zijn gebaseerd op een geloofwaardig herstructureringsplan.

(60)

Portugal heeft voor CGD een herstructureringsplan met een horizon van vijf jaar ingediend dat loopt tot 2017 en een herstel van de levensvatbaarheid aan het einde van de herstructureringsperiode laat zien.

(61)

In punt 10 van de herstructureringsmededeling wordt vereist dat de voorgenomen herstructureringsmaatregelen de onderliggende problemen van de begunstigde kunnen oplossen. In dit verband merkt de Commissie op dat het herstructureringsplan de belangrijkste zwakke punten van CGD aanpakt, namelijk de over het algemeen geringe winstgevendheid van haar binnenlandse bankactiviteiten, die 80 % van haar activiteiten uitmaken. De zwakke resultaten van de binnenlandse activiteiten van CGD kunnen slechts ten dele worden gecompenseerd door de positieve resultaten van de internationale activiteiten van CGD, hoewel die in het verleden en nog steeds gemiddeld een positief rendement op geïnvesteerd vermogen (ROCE, returns on capital employed) hebben. In 2012 behaalden de bankactiviteiten in Angola bijvoorbeeld een ROCE van [50-60] %, die in Mozambique een ROCE van [20-30] %, in Zuid-Afrika [20-30] % en in Macau [20-30] %. Ter vergelijking: de bankactiviteiten van CGD in Portugal hadden in 2012 een ROCE van – [10-20] %. Omdat de internationale activiteiten een positieve bijdrage leveren aan de algemene economische situatie van de CGD-groep, maar slechts een klein deel van de activiteiten uitmaken, richt het herstructureringsplan zich op verbetering van de winstgevendheid van de binnenlandse activiteiten.

(62)

De Commissie merkt in positieve zin op dat CGD maatregelen had genomen om haar arbeidskosten en administratieve kosten omlaag te brengen voordat zij staatssteun ontving. De huidige macro-economische situatie en de vooruitzichten van de binnenlandse bancaire mark vroegen echter om een resolutere aanpak, zoals de optimaliseringsinspanning die in het herstructureringsplan wordt beschreven. De nagestreefde inkrimping van het personeelsbestand van de bank, waarbij het aantal werknemers in Portugal in de bancaire tak in de loop van de herstructureringsperiode wordt verlaagd van 9 401 naar [8 500-9 000], zodat een verlaging van de arbeidskosten met [5-10] % wordt verwacht, is een adequate manier om de vereiste besparingen te realiseren, in het bijzonder wanneer rekening wordt gehouden met het feit dat het budget voor de administratieve kosten ook aanzienlijk zal worden verlaagd.

(63)

Uit de analyse van het vestigingennetwerk van CGD door de Commissie bleek aanvankelijk dat er ruimte was voor verbetering van de wijze waarop werd omgegaan met duidelijk slecht presterende vestigingen. Het periodieke herwaarderingsproces van vestigingen dat CGD nu heeft ingevoerd, is echter een adequate manier om toezicht te houden op de prestaties van het retailnetwerk en, indien nodig, de binnenlandse voetafdruk aan te passen. In het herstructureringsplan heeft CGD uiteengezet dat zij het binnenlandse vestigingennetwerk met [5-10] % wil verkleinen door [70-80] van de 840 vestigingen te sluiten. Vanuit het gezichtspunt van de Commissie is de beoogde afslanking een passende manier om de binnenlandse aanwezigheid van CGD aan de marktvereisten aan te passen, terwijl voor klanten over het algemeen toch een toereikend dienstverleningsniveau in stand wordt gehouden.

(64)

De Commissie merkt voorts op dat de verbetering van de operationele efficiëntie van CGD ook zal worden bereikt door de inkomsten uit diensten en commissies te verhogen door de invoering van nieuwe tariefstructuren. Die verhoging van de inkomsten uit tarieven en commissies lijkt gerechtvaardigd, enerzijds omdat het aandeel van commissies in de resultatenrekening van CGD relatief laag is vergeleken met het gemiddelde in de Portugese banksector en anderzijds omdat de bank volledige zeggenschap heeft over de geldende tariefstructuren.

(65)

Wat betreft de verlaging van de schuldpositie, merkt de Commissie op dat het herstructureringsplan van CGD evenwichtig is en zorgvuldig tracht negatieve effecten op het herstel van de Portugese economie te voorkomen, ook al bedragen de betrokken maatregelen in totaal [10-20] miljard EUR, een bedrag dat overeenkomt met een verlaging van de balans met [10-20] %. Als CGD als grootste bank van Portugal eenvoudigweg het kredietbudget had verkleind, had zij kunnen bijdragen tot kredietschaarste en de reële economie kunnen schaden. Die uitkomst werd voorkomen doordat de belangrijkste bronnen van de inspanningen van CGD om haar schuldpositie te verlagen geen verband houden met het kredietbedrag dat aan de Portugese economie kan worden verstrekt. De kredietverleningscapaciteit van CGD wordt niet aangetast door de verkoop van de verzekeringstak, de verkoop van de resterende niet-strategische participaties, de terugbetaling van ex-BPN-schulden, en de afbouw van niet-kernkrediet in Spanje. De inspanningen om de schuldpositie te verlagen zijn dus goed gericht, omdat ze CGD in staat stellen zich te concentreren op haar kernactiviteiten op het gebied van retailbankieren en middelen vrij te maken die het kernkapitaal van de bank kunnen versterken, maar tegelijkertijd de potentiële negatieve effecten van verlaging van de schuldpositie voor de Portugese economie voorkomen.

(66)

In dezelfde geest neemt de Commissie nota van de toezegging van CGD aan de Portugese regering om jaarlijks 30 miljoen EUR toe te wijzen aan een fonds dat op zijn beurt zal beleggen in aandelen van kmo’s en mid-cap-bedrijven om financiering voor de reële economie in Portugal te garanderen. Bij dergelijke beleggingen zal geen sprake zijn van de acquisitie van participaties in concurrerende ondernemingen en de Commissie is ook van mening dat ze geen marktverstorende activiteiten zijn in de zin van punt 23 van de herstructureringsmededeling. De toezegging bevat niets dat kan leiden tot een aanvullend voordeel voor CGD, dus de Commissie hoeft in dit besluit de status van die toezegging niet verder te beoordelen.

(67)

Wat betreft de verkoop van de verzekeringsactiviteiten van CGD, is het nodig Caixa Seguros te herstructureren om haar verkoopbaarheid te vergroten, zoals is uiteengezet in het herstructureringsplan van CGD. CGD heeft een redelijke aanpak voorgesteld om binnen de herstructureringsperiode tot verkoop van Caixa Seguros te komen.

(68)

Het winstgevend maken van de bankactiviteiten van CGD in Spanje vormt een belangrijk element in het plan van CGD om in korte tijd tot een positieve totale winstgevendheid te komen. Met name omdat de activiteiten in Spanje al enige tijd niet winstgevend zijn en al vóór het begin van de financiële crisis een negatieve bijdrage aan het resultaat leverden, is een resolute aanpak nodig om dit probleem op te lossen.

(69)

In haar herstructureringsplan heeft CGD haar voorkeursoptie om de wholesaleactiviteiten in Spanje te beëindigen en de retailactiviteiten te herstructureren en op kleinere schaal voort te zetten, alsook alternatieven uiteengezet, met name volledige beëindiging van de activiteiten, afstoting van de activiteiten door verkoop of ruil van activa, een geleidelijke afbouw of het zoeken van een partner voor een joint venture. Al die alternatieven hadden echter hun specifieke nadelen en zouden naar verwachting leiden tot forse kapitaalverliezen. CGD kwam daarom tot de conclusie dat herstructurering van de Spaanse activiteiten vanuit economisch oogpunt de beste optie is.

(70)

De Commissie vermoedt dat de herstructurering van de Spaanse activiteiten in de huidige macro-economische context moeilijk zal zijn, maar erkent tegelijkertijd dat de alternatieve benaderingen duurder zouden kunnen uitvallen. De Commissie merkt in positieve zin op dat de wholesaleactiviteiten zijn gestaakt en dat BCG in elk geval een aanzienlijke portefeuille van activa van haar Spaanse activiteiten die niet tot het kernbedrijf behoren zal afbouwen, haar voetafdruk in Spanje met bijna [50-60] % aanzienlijk zal verkleinen en mogelijkheden verkent om kosten te besparen door gebruik te maken van diensten die binnen de groep beschikbaar zijn.

(71)

Vanuit het gezichtspunt van de Commissie is het echter nodig de doelstelling de activiteiten in Spanje zo spoedig mogelijk winstgevend te maken, te versterken. De Commissie acht het daarom van essentieel belang dat Portugal de toezegging heeft gedaan dat BCG hetzij voor […] zal voldoen aan de belangrijkste prestatie-indicatoren die in punt 4.2.7.3.1.5 van de toezeggingen (zie bijlage) zijn vastgesteld met betrekking tot de relevante drempels voor arbeidskosten en administratieve kosten, efficiëntieratio, financiering, deposito’s, nieuw krediet, nettomarge en niet-presterende leningen, hetzij — als zij er niet in slaagt deze doelen te halen — nieuwe productie in Spanje zal stopzetten en alle Spaanse activiteiten zal afbouwen. In het licht van die garantie en het ontbreken van alternatieven op korte termijn, aanvaardt de Commissie het plan om de retailbankactiviteiten in Spanje winstgevend te maken als onderdeel van het herstructureringsplan van CGD.

(72)

De Commissie is voorts van oordeel dat het herstructureringsplan van CGD geloofwaardig is, ook wanneer de huidige moeilijke economische situatie van Portugal langer zou duren dan in het basisscenario wordt aangenomen. CGD verwacht dat het credit-at-risk in de loop van de herstructureringsperiode verder zal toenemen van een toch al hoog niveau van 12 % tot [10-20] % eind 2017. De bank verwacht bovendien de voorzieningen voor credit-at-risk te verhogen tot [50-60] %. Een dergelijke dekkingspercentage kan in overeenstemming worden geacht met dat van andere Portugese banken die geen kapitaal van de staat hebben ontvangen, zoals Banco Espirito Santo of Banco Santander Totta. Het dekkingspercentage van CGD moet worden beoordeeld in het licht van het feit dat de bank in Portugal van oudsher een sterke positie als hypotheekverstrekker heeft en dus in haar leningenportefeuille een groot aandeel hypotheken heeft, met een gemiddelde ratio van de leningen ten opzichte van de onderliggende waarde („loan-to-valueratio”, LTV-ratio) van circa [70-80] %. Rekening houdend met die factoren, lijkt een dekkingspercentage van het credit-at-risk van [50-60] % toereikend om toekomstige verliezen van CGD op leningen gedurende de herstructureringsperiode te dekken.

(73)

De Commissie merkt tot slot op dat alle in het herstructureringsplan beschreven maatregelen zijn gericht op herstel van de levensvatbaarheid van CGD en moeten leiden tot een bevredigende mate van winstgevendheid, wat blijkt uit de streefcijfers voor het rendement op eigen vermogen („REV”) van [5-10] % voor de bankactiviteiten van CGD in Portugal voor 31 december 2017 en van [5-10] % voor de geconsolideerde resultaten van alle activiteiten van de CGD-groep voor 31 december 2017.

Steun beperkt tot het minimum, eigen bijdrage en lastenverdeling

(74)

De herstructureringsmededeling stelt dat een passende bijdrage van de begunstigde onderneming nodig is om de steun tot een minimum te beperken en de mededingingsvervalsing en het morele risico aan te pakken. Daartoe bepaalt de mededeling dat i) zowel de herstructureringskosten als het steunbedrag moeten worden beperkt en ii) een aanzienlijke eigen bijdrage noodzakelijk is.

(75)

Het herstructureringsplan van CGD bevat geen elementen die erop wijzen dat de steun hoger is dan de benodigde middelen om de levensvatbaarheid op lange termijn te herstellen. Zoals beschreven in overweging 13, werd het verwachte kapitaaltekort dat moest worden gedekt, vastgesteld op basis van het memorandum van overeenstemming dat werd overeengekomen tussen de Portugese regering enerzijds en het IMF, de ECB en de Commissie anderzijds.

(76)

Volgens punt 34 van de herstructureringsmededeling is een passende vergoeding voor staatsinterventie een van de meest geschikte wijzen om mededingingsvervalsing te beperken. De Commissie merkt in dit verband op dat het kapitaal dat in de vorm van converteerbare instrumenten werd verstrekt, passend werd vergoed, in overeenstemming met de richtsnoeren van de Commissie en de ECB (13). De vergoeding van de converteerbare instrumenten begint bij een aanvankelijke 8,5 % voor het eerste jaar en zal mettertijd stapsgewijs toenemen tot een gemiddelde jaarlijkse vergoeding van 9,2 % gedurende de investeringsperiode. De stapsgewijze verhoging zal CGD aanmoedigen om uit de staatsinterventie te stappen.

(77)

De Commissie merkt op dat CGD volgens het herstructureringsplan en de daarmee verband houdende toezeggingen haar kapitaaloverschot zal gebruiken voor de volledige terugbetaling van de converteerbare instrumenten (zie punt 5 van de toezeggingen).

(78)

CGD zal in 2014 [50-60] % van haar kapitaaloverschot en in 2015 en de daaropvolgende jaren [90-100] % van haar kapitaaloverschot gebruiken om 900 miljoen EUR aan converteerbare instrumenten terug te betalen. Het terugbetalingsmechanisme beperkt de kapitaalbuffer die CGD op haar balans kan aanhouden en waarborgt daarmee dat de steun gedurende de herstructureringsperiode tot het noodzakelijke minimum beperkt zal blijven.

(79)

Het is voorts belangrijk op te merken dat de verkoop van de verzekeringstak eigen kapitaal zal vrijmaken en het daardoor waarschijnlijker zal maken dat CGD een kapitaaloverschot zal hebben dat kan worden gebruikt voor de terugbetaling van de converteerbare instrumenten, en dat CGD dus ook met eigen middelen zal bijdragen in de kosten van de herstructurering.

(80)

De Commissie merkt evenwel op dat CGD zich niet heeft gehouden aan het verbod op dividenduitkering, maar voor een bedrag van 405 415 EUR aan dividenden heeft uitgekeerd, in strijd met de door Portugal in het kader van het reddingsbesluit gedane toezegging.

(81)

Het doel van het verbod op de uitkering van dividenden en coupons is de uitstroom van middelen te voorkomen en er zo voor te zorgen dat de steun kan worden terugbetaald en de staatssteun dus tot het noodzakelijke minimum beperkt blijft. De aandeelhouders van de bank, alsook de houders van hybride kapitaal en achtergestelde schulden zouden daarom zo veel mogelijk moeten worden uitgesloten van het potentiële voordeel van de staatssteun.

(82)

Omdat CGD in staat was om dividenden uit te keren, is aangetoond dat het steunbedrag niet tot het noodzakelijke minimum beperkt is gebleven. De informatie die CGD in de loop van de onderzoeksprocedure met betrekking tot het misbruik heeft verstrekt, heeft het oordeel van de Commissie in het besluit tot inleiding van de procedure dat de betalingen dividendbetalingen waren die onder het verbod op dividenduitkering van het reddingsbesluit vielen, niet gewijzigd en uit die informatie is evenmin gebleken dat er een wettelijke verplichting tot betaling bestond die een dividenduitkering in overeenstemming met het reddingsbesluit mogelijk zou hebben gemaakt.

(83)

De Commissie oordeelt dat de steunmaatregelen voor het bedrag van 1 650 miljoen EUR tot het noodzakelijke minimum beperkt bleven, met uitzondering van een bedrag van 405 415 EUR dat werd gebruikt voor dividendbetalingen. De Commissie neemt in dit verband in het bijzonder nota van de toezegging van CGD om Portugal een bedrag gelijk aan de dividenduitkering, en daarmee het bedrag waarmee de verleende steun het noodzakelijke minimum te boven ging, terug te betalen. Door die toezegging wordt de steun geacht te zijn beperkt tot het noodzakelijke minimum.

(84)

De Commissie merkt tevens op dat Portugal zich heeft verplicht tot een verbod op dividend-, coupon- en rentebetalingen (zie punt 6.7 van de toezeggingen).

(85)

Punt 24 van de herstructureringsmededeling bepaalt voorts dat een afdoende vergoeding voor staatsvermogen ook een manier is om tot lastenverdeling te komen. Zoals vastgesteld in overweging 76, is de Commissie van mening dat het in de vorm van converteerbare instrumenten verstrekte kapitaal afdoende wordt vergoed.

(86)

Tot slot merkt de Commissie op dat CGD al kostenbesparende maatregelen heeft uitgevoerd en zal blijven uitvoeren door met name haar personeelsbestand in te krimpen en haar vestigingennetwerk in Portugal te verkleinen, en zo door interne maatregelen bijdraagt in de kosten van de herstructurering.

(87)

De Commissie concludeert om die redenen dat het herstructureringsplan waarborgt dat de steun tot het noodzakelijke minimum beperkt blijft en voorziet in een passende eigen bijdrage en lastenverdeling.

Beperking van de mededingingsvervalsing

(88)

Tot slot schrijft punt 4 van de herstructureringsmededeling voor dat het herstructureringsplan maatregelen bevat die de mededingingsvervalsing beperken. Dergelijke maatregelen moeten zijn toegesneden op de verstoringen van de markten waarop de begunstigde bank na de herstructurering actief is. De aard en de vorm van dergelijke maatregelen hangen af van twee criteria: op de eerste plaats het steunbedrag en de voorwaarden en omstandigheden waaronder de steun werd verleend, en op de tweede plaats de kenmerken van de markten waarop de begunstigde bank actief zal zijn. De Commissie moet tevens rekening houden met de omvang van de eigen bijdrage van de begunstigde en de lastenverdeling gedurende de herstructureringsperiode.

(89)

De Commissie herinnert eraan dat CGD staatssteun in de vorm van kapitaalinjecties en converteerbare instrumenten heeft ontvangen ten bedrage van 1 650 miljoen EUR. Het steunbedrag stemt overeen met 2,3 % van de risicogewogen activa (RWA) van CGD (14), wat relatief laag is. Omdat de converteerbare instrumenten passend worden vergoed, zijn slechts gematigde maatregelen nodig om de potentiële mededingingsvervalsing te beperken.

(90)

De proportionele afslanking van CGD op het punt van het balanstotaal, de geografische voetafdruk en het personeelsbestand zal bijdragen aan de beperking van de mededingingsvervalsing. Hoewel de afstoting van Caixa Seguros en de afslanking en herstructurering van de Spaanse onderneming zullen bijdragen aan het herstel van de levensvatbaarheid van de bank, wordt de verlaging van de resterende balans passend geacht ten opzichte van de door de steun veroorzaakte mededingingsvervalsing.

(91)

Behalve deze structurele maatregelen, heeft Portugal zich ook verbonden tot diverse beperkingen ten aanzien van het gedrag. De Commissie neemt kennis van de verbintenissen ten aanzien van het gedrag die zijn uiteengezet in punt 6 van de toezeggingen, zoals een verbod om de staatssteun in reclameboodschappen te vermelden en een verbod op agressieve commerciële praktijken, die CGD beletten om de steun te gebruiken voor mededingingsverstorend gedrag. Zij verwelkomt in het bijzonder een acquisitieverbod, dat garandeert dat de staatssteun niet zal worden gebruikt om concurrenten over te nemen, maar in plaats daarvan voor het beoogde doel wordt ingezet, met name het herstel van de levensvatbaarheid van CGD.

(92)

Samengevat is de Commissie van oordeel dat er voldoende waarborgen zijn om de potentiële mededingingsvervalsing te beperken, in het bijzonder in het licht van de toepassing van punt 14 van de verlengingsmededeling van 2011 als gevolg van de gebeurtenissen die staatssteun noodzakelijk maakten, met name de EBA-buffer voor blootstelling aan staatsleningen.

5.3.   Monitoring

(93)

Overeenkomstig punt 5 van de herstructureringsmededeling zijn regelmatige verslagen vereist, zodat de Commissie zich ervan kan vergewissen dat het herstructureringsplan correct wordt uitgevoerd.

(94)

De correcte uitvoering van het herstructureringsplan en de volledige en correcte uitvoering van alle gedane toezeggingen zullen voortdurend worden gemonitord door een onafhankelijke, voldoende gekwalificeerde monitoring trustee.

CONCLUSIE

Gezien de door Portugal gedane toezeggingen wordt geconcludeerd dat de herstructureringssteun tot het noodzakelijke minimum is beperkt, dat mededingingsvervalsing voldoende wordt aangepakt en dat het ingediende herstructureringsplan geschikt is om de levensvatbaarheid van CGD op lange termijn te herstellen. De herstructureringssteun moet verenigbaar worden geacht met de interne markt overeenkomstig artikel 107, lid 3, onder b), van het Verdrag,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De staatssteun bestaande uit de inschrijving door Portugal op nieuw uitgegeven gewone aandelen van CGD ten bedrage van 750 miljoen EUR en de inschrijving door Portugal op door CGD uitgegeven converteerbare instrumenten ten bedrage van 900 miljoen EUR is, gezien de in de bijlage uiteengezette toezeggingen, met de interne markt verenigbaar.

Artikel 2

Portugal zorgt ervoor dat het herstructureringsplan dat op 15 oktober 2012 werd ingediend en op 19 juli 2013 werd aangevuld, volledig ten uitvoer wordt gelegd, met inbegrip van de in de bijlage uiteengezette toezeggingen en volgens het in de bijlage vastgestelde tijdschema.

Artikel 3

Portugal deelt de Commissie binnen twee maanden vanaf de kennisgeving van dit besluit mee welke maatregelen het heeft genomen om hieraan te voldoen.

Artikel 4

Dit besluit is gericht tot de Portugese Republiek.

Gedaan te Brussel, 23 juli 2013.

Voor de Commissie

Joaquín ALMUNIA

Vicevoorzitter


(1)  PB C 116 van 23.4.2013, blz. 13.

(2)  http://ec.europa.eu/competition/state_aid/cases/247111/247111_1420908_83_2.pdf

(3)  Zie voetnoot 1.

(4)  PB L 83 van 27.3.1999, blz. 1.

(5)  In dit besluit is de financiële informatie met betrekking tot CGD doorgaans gebaseerd op prudentiële gegevens die CGD gebruikt om relevante financiële informatie aan de Banco de Portugal te presenteren in het kader van haar wettelijke verplichtingen en die zij intern gebruikt voor financiële prognoses die voor ieder bedrijfsonderdeel periodiek worden bijgewerkt. CGD heeft die prudentiële gegevens ook gebruikt voor alle financiële informatie in haar herstructureringsplan, alsmede voor de financiële informatie in de financierings- en kapitaalplannen die periodiek bij het Internationaal Monetair Fonds („IMF”), de Europese Centrale Bank („ECB”) en de Europese Commissie („de Trojka”) worden ingediend.

De CGD-groep maakt haar jaarrekeningen in de jaarverslagen echter bekend op basis van de boekhouding. De boekhouding omvat alle dochterondernemingen, ongeacht of de regelgeving van de Centrale Bank van Portugal op hen van toepassing is. In het geval van CGD heeft het belangrijkste verschil tussen de prudentiële gegevens en de boekhouding betrekking op Caixa Seguros e Saúde (hierna „Caixa Seguros” genoemd), de houdstermaatschappij van de verzekerings- en gezondheidszorgbedrijfsonderdelen, dat volgens de vermogensmutatiemethode in de prudentiële gegevens is opgenomen.

Om een betere vergelijking met publiekelijk beschikbare gegevens mogelijk te maken, wordt een deel van de financiële informatie in dit besluit daarom verstrekt op basis van de boekhouding; dit wordt in alle gevallen duidelijk aangegeven.

(*)  Verplichtingen aan klanten.

(**)  Totale verplichtingen minus verplichtingen aan klanten of aan de Centrale Bank.

(6)  Besluit betreffende steunmaatregel SA.34055 (11/N) van 30.5.2012 (PB C 249 van 18.8.2012, blz. 5).

(***)  Vertrouwelijke informatie.

(7)  BPN werd in 2008 genationaliseerd en in 2011 verkocht. Een deel van de activa van BPN is overgedragen aan CGD.

(8)  Zie overweging 25 van het besluit betreffende de nieuwe herkapitalisatieregeling voor kredietinstellingen in Portugal, SA.34055 (11/N) van 30.5.2012.

(9)  Besluit van 17 december 2012, steunmaatregel SA.35747 (12/N) (PB C 43 van 15.2.2013, blz. 21).

(10)  Zie persbericht 10191/11 van de Raad van de Europese Unie van 17.5.2011,

http://www.consilium.europa.eu/uedocs/cms_data/docs/pressdata/en/ecofin/122072.pdf

(11)  PB C 195 van 19.8.2009, blz. 9.

(12)  PB C 356 van 6.12.2011, blz. 7.

(13)  Aanbevelingen van de raad van bestuur van de Europese Centrale Bank van 20 november 2008 betreffende de vergoeding van herkapitalisatiemaatregelen.

(14)  Op de toepasselijke referentiedatum waarop de steunmaatregel werd verleend.


BIJLAGE

TOEZEGGINGEN VAN CAIXA GERAL DE DEPÓSITOS, S.A.

1.   Achtergrond

Dit document legt de bepalingen (hierna „de Toezeggingen” genoemd) vast met betrekking tot de herstructurering van Caixa Geral de Depósitos SA (hierna „CGD” of „de bank” genoemd), tot de uitvoering waarvan de Portugese Republiek en CGD zich hebben verbonden.

2.   Definities

In dit document hebben woorden in het enkelvoud, tenzij de context tot een andere uitleg noopt, tevens betrekking op het meervoud (en omgekeerd) en hebben de gebruikte termen de volgende betekenis:

Term

Betekenis

Vermogensbeheer

de ontwikkeling van gespecialiseerde oplossingen om de spaargelden te beleggen van retailklanten (beheer van beleggingsfondsen en pensioenfondsen, en ontwikkeling van oplossingen die zijn toegesneden op individuele investeringsbehoeften) en van institutionele klanten zoals pensioenfondsen, verzekeringsmaatschappijen, ondernemingen en publieke instellingen (beheer van beleggingsportefeuilles op basis van eisen van klanten, waarbij een benchmark wordt gevolgd dan wel absolute-rendementsoplossingen).

Bankverzekeringsbedrijf

een partnerschap tussen een bank en een derde verzekeringsmaatschappij waarbij de bank via haar retailnetwerk producten van de verzekeringsmaatschappij verkoopt.

BCG Spanje

Banco Caixa Geral, SA (Spanje), ook aangeduid als de Spaanse retailonderneming.

Caixa Seguros

de belangrijkste dochteronderneming van CGD, die actief is in het verzekeringsbedrijf.

Efficiëntieratio

de ratio van de bedrijfskosten (arbeids- en VA&A-kosten) en de bedrijfsopbrengsten (het totaal van de nettorentebaten, inkomsten uit commissies, inkomsten uit kapitaalinstrumenten, inkomsten uit financiële transacties, en elk ander inkomen uit activiteiten).

Toezeggingen

de toezeggingen met betrekking tot de herstructurering van CGD als uiteengezet in dit document.

Corporate banking

de bancaire diensten aangeboden aan ondernemingen, hetzij grote ondernemingen, hetzij kmo’s.

Dekkingspercentage van credit-at-risk

het dekkingspercentage van credit-at-risk met cumulatieve debiteurenvoorzieningen.

Kernregio

de binnenlandse kernregio (Portugal) en de internationale kernregio (als uiteengezet in bepaling 4.2.2.1).

Credit-at-risk

als gedefinieerd in aanwijzing nr. 16/2004 van de Bank van Portugal (geconsolideerde versie van 31 mei 2013 — omvat de herziening bij aanwijzing nr. 23/2011), overeenkomend met het totaal van de volgende elementen:

a)

totale waarde verschuldigd op de leningen waarvoor betalingen van de hoofdsom of rente ten minste 90 dagen over tijd zijn. Voorschotten in rekeningen-courant die nog niet eerder werden toegekend, moeten als credit-at-risk worden beschouwd wanneer de overdisponering 90 dagen of langer bestaat;

b)

totale waarde van de uitstaande leningen die zijn geherstructureerd nadat ze gedurende een periode van niet minder dan 90 dagen uitstonden zonder afdoende versterking van het onderpand (zodat het volledige bedrag van de uitstaande hoofdsom en rente wordt gedekt) of volledige betaling door de lener van alle rente en andere kosten die verschuldigd waren;

c)

totale waarde van krediet met achterstallige betalingen van de hoofdsom of rente die minder dan 90 dagen over tijd zijn, maar waarvoor er aanwijzingen zijn die de kwalificatie als credit-at-risk rechtvaardigen, met inbegrip van het faillissement of de liquidatie van de debiteur. In geval van insolventie van de debiteur is het mogelijk de terugvorderbare tegoeden, na goedkeuring door een hof of rechtbank genoemd in de respectieve overeenkomst uit hoofde van de Code voor insolventie en sanering en herstel van ondernemingen (Código de Insolvência e Recuperação de Empresas), niet langer als „at risk’ te beschouwen als er geen twijfels meer zijn over de effectieve inbaarheid van de verschuldigde bedragen.

Besluit

het besluit van 24 juli 2013 van de Europese Commissie betreffende de herstructurering van CGD in het kader waarvan deze toezeggingen worden gedaan.

Met de afstoting belaste trustee

één of meer natuurlijke personen of rechtspersonen, onafhankelijk van CGD, die door de Commissie zijn goedgekeurd en door CGD zijn benoemd en die van CGD het exclusieve mandaat hebben gekregen om Caixa Seguros aan een koper te verkopen. De met de afstoting belaste trustee beschermt de rechtmatige financiële belangen van CGD, met inachtneming van de onvoorwaardelijke verplichting van CGD om […] af te stoten.

Werknemer

een persoon die een arbeidsovereenkomst met CGD heeft.

Factoring

een financiële transactie waardoor een bedrijf zijn debiteurenportefeuille (d.w.z. facturen) met korting aan een derde partij (een „factor” genoemd) verkoopt. Een samengesteld product dat een mix van financiering, kredietverzekering en financiële beheerdiensten biedt (incasso).

Internationale instrumentele activiteiten

als in bepaling 4.2.2.2.

Investment banking

gespecialiseerde financiële diensten die worden verleend aan zakelijke en institutionele klanten, met inbegrip van adviesdiensten bij zakelijke fusies en acquisities, projectfinanciering, ondernemingsfinanciering (acquisitiefinanciering, gestructureerde financiering, obligaties, commerciële papieren, securitisatie etc.), aandelenkapitaalmarkttransacties (beursintroducties, inschrijvingen, aandelentransacties etc.) en marktrisicobeheer (door hedging en gestructureerde financieringsoplossingen). Het omvat ook het verlenen van financiële bemiddelingsdiensten en het verstrekken van onderzoeksrapporten aan institutionele en particuliere beleggers, bemiddeling met betrekking tot vastrentende effecten en syndicaatvorming voor gestructureerde leningen.

KPI

kernprestatie-indicatoren.

Leasing

een contract volgens welk een natuurlijke persoon of onderneming het gebruik van bepaalde vaste activa kan verkrijgen, in ruil waarvoor hij/zij een reeks contractuele, periodieke betalingen dient te verrichten, met de optie om het activum aan het einde van de contractperiode te kopen.

LTD-ratio

netto loan-to-depositratio

Monitoring trustee of trustee

als in bepaling 6.10 en aanhangsel I.

Nieuwe productie

omvat alle nieuw gecontracteerde bedrijfsactiviteit met uitzondering van alle eerder contractueel vastgelegde productie en alle nieuwe productie die strikt noodzakelijk is om de waarde van de zakelijke zekerheden van leningen te behouden of die op andere wijze verband houdt met het tot een minimum beperken van kapitaalverliezen en/of het verbeteren van de verwachte recuperatiewaarde van een lening.

Percentage niet-presterende leningen op nieuwe kredieten

productie van nieuwe leningen met achterstallige betalingen van rente en/of hoofdsom die 90 dagen of meer over tijd zijn, gedeeld door de totale portefeuille van nieuwe kredieten.

Handel voor eigen rekening

de reguliere handelsactiviteiten van CGD die geen verband houden met zaken van klanten, met behulp van het eigen kapitaal en de balans van de bank.

Herstructureringsperiode

de periode als gespecificeerd in bepaling 3.3.

Huur

een overeenkomst volgens welke een betaling wordt verricht voor het tijdelijke gebruik van een goed (in het bijzonder een voertuig) dat eigendom is van een niet-financiële onderneming, doorgaans in combinatie met de verlening van een aantal verwante diensten.

Herstructureringsplan

het plan dat door CGD, via de Portugese Republiek, is ingediend bij de Europese Commissie, als laatstelijk op 19 juli 2013 gewijzigd en aangevuld bij schriftelijke mededelingen.

Herstelmaatregelen

acties die CGD in staat zullen stellen om het (de) vastgestelde streefdoel(en) te halen. De herstelmaatregelen worden door CGD gepresenteerd als beschreven in bepaling 4.2.3.3. De monitoring trustee zal de voorgestelde herstelmaatregelen analyseren wat betreft hun geschiktheid om de in het herstructureringsplan geformuleerde streefdoelen te halen en zal daarover verslag uitbrengen aan de Commissie.

RWA’s

risicogewogen activa (Risk Weighted Assets) die op geconsolideerde basis worden berekend conform de relevante Portugese voorschriften en zoals goedgekeurd door de Bank van Portugal op de datum van het besluit.

Kmo

een kleine of middelgrote onderneming met een omzet van ten hoogste 50 miljoen EUR en een kredietblootstelling aan CGD van niet meer dan 1 miljoen EUR.

VAR

potentiële verlieswaarde (Value At Risk), de portefeuillerisicomaatregel zoals beschreven in de wijziging van 1996 door het Bazels Comité voor bankentoezicht (BCBS). Voor de doeleinden van de berekening van de VAR hebben de cijfers betrekking op een historische simulatiemethodologie die gebruikmaakt van een periode van deelneming van tien dagen, een 99 %-betrouwbaarheidsinterval en 501 handelsdagen aan gegevens (overeenkomend met een horizon van twee jaar).

Durfkapitaal

het verstrekken van financieel kapitaal aan startende ondernemingen, in het bijzonder aan ondernemingen met een hoog groeipotentieel, in ruil voor aandelen van het bedrijf.

3.   Algemeen

3.1.

Portugal waarborgt dat het herstructureringsplan voor CGD correct en volledig ten uitvoer wordt gelegd.

3.2.

Portugal waarborgt dat de toezeggingen tijdens de tenuitvoerlegging van het herstructureringsplan volledig in acht worden genomen.

3.3.

De herstructureringsperiode eindigt op 31 december 2017. De toezeggingen zijn van toepassing tijdens de herstructureringsperiode, tenzij anders bepaald.

4.   Herstructurering van CGD: opsplitsing in kernactiviteiten en niet-kernactiviteiten

4.1.   CGD zal haar activiteiten in twee delen opsplitsen: de kernactiviteiten en de niet-kernactiviteiten. Het gecombineerde balanstotaal (1) van de kernactiviteiten en niet-kernactiviteiten was 120 642 miljoen EUR in december 2011. In juni 2012 was het balanstotaal 117 694 miljoen EUR, en eind december 2012 was het balanstotaal 116 857 miljoen EUR.

De splitsing van CGD wordt als volgt uitgevoerd:

4.2.   De kernactiviteiten

Activa toegewezen aan de kernactiviteiten

De kernactiviteiten omvatten de binnenlandse kernactiviteiten (retail huishoudens, kmo’s, corporate banking, investment banking, vermogensbeheer, leasing, factoring, huren, bankverzekering en durfkapitaal), de internationale kernactiviteiten en de internationale instrumentele activiteiten.

4.2.1.   De binnenlandse kernactiviteiten omvatten de hieronder aangegeven nettoactiva (afsluitdatum 31 december 2012):

4.2.1.1.

[850-900] miljoen EUR Cash en tegoeden bij de centrale bank;

4.2.1.2.

[1 000-1 500] miljoen EUR Leningen (/Vorderingen) aan kredietinstellingen;

4.2.1.3.

[2 500-3 000] miljoen EUR Financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden;

4.2.1.4.

[10 000-15 000] miljoen EUR Voor verkoop beschikbare financiële activa;

4.2.1.5.

[0-5] miljoen EUR Financiële activa aangehouden tot einde looptijd;

4.2.1.6.

[60 000-65 000] miljoen EUR Leningen aan cliënten;

waarvan:

4.2.1.6.1.

Ontwikkelaars en bouwbedrijven [8 000-8 500] miljoen EUR;

4.2.1.6.2.

Woninghypotheken [30 000-35 000] miljoen EUR;

4.2.1.6.3.

Grote ondernemingen [10 000-15 000] miljoen EUR;

4.2.1.6.4.

Kmo’s [3 000-3 500] miljoen EUR;

4.2.1.6.5.

Consumentenkredieten [1 500-2 000] miljoen EUR;

4.2.1.6.6.

Overige [4 000-4 500] miljoen EUR (omvat andere financiële instellingen en centrale en lokale overheden);

4.2.1.7.

[400-450] miljoen EUR Materiële vaste activa;

4.2.1.8.

[150-200] miljoen EUR Immateriële vaste activa;

4.2.1.9.

[4 000-4 500] miljoen EUR Overige activa

waarvan:

4.2.1.9.1.

Vastgoedbeleggingen [80-90] miljoen EUR;

4.2.1.9.2.

Afgeleide afdekkingsinstrumenten [30-40] miljoen EUR;

4.2.1.9.3.

Niet-vlottende activa aangehouden voor verkoop [500-550] miljoen EUR;

4.2.1.9.4.

Actuele belastingvorderingen [30-40] miljoen EUR;

4.2.1.9.5.

Uitgestelde belastingvorderingen [1 000-1 500] miljoen EUR;

4.2.1.9.6.

Overige activa [2 000-2 500] miljoen EUR;

4.2.1.10.

[30-40] miljoen EUR aan bijdrage aan de nettoactiva voortvloeiend uitparticipaties in andere binnenlandse bedrijfsonderdelen (vermogensmutatiemethode) als genoemd in aanhangsel II.

4.2.2.   De internationale kernactiviteiten en de internationale instrumentele activiteiten omvatten de bijdrage aan de nettoactiva en de internationale gebieden als hieronder beschreven (afsluitdatum 31 december 2012).

4.2.2.1.

De internationale kernactiviteiten omvatten alle internationale gebieden („Internationale kernregio’s”) waar CGD een aanzienlijke aanwezigheid in retailbankieren heeft, hetzij door een lokale vestiging of door verbonden ondernemingen, als hieronder uiteengezet:

4.2.2.1.1.

Spanje — totale nettoactiva: [4 000-4 500] miljoen EUR (2);

4.2.2.1.2.

Frankrijk — totale nettoactiva: [4 000-4 500] miljoen EUR;

4.2.2.1.3.

Macau (China) — totale nettoactiva: [3 000-3 500] miljoen EUR;

4.2.2.1.4.

Mozambique — totale nettoactiva: [1 500-2 000] miljoen EUR;

4.2.2.1.5.

Angola — totale nettoactiva: [1 000-1 500] miljoen EUR;

4.2.2.1.6.

Zuid-Afrika — totale nettoactiva: [600-650] miljoen EUR;

4.2.2.1.7.

Brazilië — totale nettoactiva: [500-550] miljoen EUR;

4.2.2.1.8.

Kaapverdië — totale nettoactiva: [750-800] miljoen EUR;

4.2.2.1.9.

Timor — totale nettoactiva: [50-60] miljoen EUR;

4.2.2.1.10.

São Tomé — totale nettoactiva: [0-5] miljoen EUR.

4.2.2.2.

Internationale instrumentele activiteiten zijn gespecialiseerde activiteiten die de CGD-groep diensten verlenen (zoals financiering, toegang tot institutionele markten en structurering van producten). Instrumentele activiteiten worden uitgevoerd door lokale gespecialiseerde vestigingen of verbonden ondernemingen in sleutelmarkten, zoals hieronder uiteengezet:

4.2.2.2.1.

Luxemburg — totale nettoactiva: [100-150] miljoen EUR;

4.2.2.2.2.

Kaaimaneilanden — totale nettoactiva: [600-650] miljoen EUR;

4.2.2.2.3.

Verenigd Koninkrijk (Londen) — totale nettoactiva: [400-450] miljoen EUR;

4.2.2.2.4.

Verenigde Staten van Amerika (New York) — totale nettoactiva: [250-300] miljoen EUR;

4.2.2.2.5.

China (Zhuhai) — totale nettoactiva: [5-10] miljoen EUR.

4.2.3.   Omvang

4.2.3.1.

Eind december 2014 is het balanstotaal van de kernactiviteiten niet hoger dan [100-150] miljard EUR (3), de RWA’s niet hoger dan EUR [70-80] miljard EUR, de efficiëntieratio niet hoger dan [70-80] %, de LTD-ratio niet hoger dan [120-130] %, en het dekkingspercentage van credit-at-risk niet lager dan [50-60] %.

4.2.3.2.

Eind december 2016 is het balanstotaal van de kernactiviteiten niet hoger dan [100-150] miljard EUR (4), de RWA’s niet hoger dan [70-80] miljard EUR, de efficiëntieratio niet hoger dan [50-60] %, de LTD-ratio niet hoger dan [120-130] %, en het dekkingspercentage van credit-at-risk niet lager dan [50-60] %.

4.2.3.3.

De totale blootstelling op de geconsolideerde balans aan […] emittenten mag tijdens de herstructureringsperiode niet hoger zijn dan [10-20] miljard EUR.

4.2.3.4.

Wanneer duidelijk mocht worden dat de bovengenoemde streefdoelen voor de balans, RWA’s, efficiëntieratio, LTD-ratio en het dekkingspercentage van credit-at-risk waarschijnlijk niet zullen worden gehaald, dient CGD uit eigen beweging, en in elk geval op verzoek van de monitoring trustee, binnen een maand herstelmaatregelen in. De monitoring trustee zal de voorgestelde herstelmaatregelen analyseren en zal aan de Commissie verslag uitbrengen over hun toereikendheid om de in het herstructureringsplan gestelde streefdoelen te halen.

4.2.4.   Vestigingen en werknemers

De kernactiviteiten zullen de huidige structuur in Portugal als volgt afslanken:

4.2.4.1.

Van 829 (31 december 2012) tot [750-800] binnenlandse retailvestigingen (5) vóór […].

4.2.4.2.

Vestigingen mogen niet worden vervangen door andere entiteiten of structuren die in wezen dezelfde diensten bieden en waarmee een betekenisvolle hoeveelheid menskracht is gemoeid. CGD mag in plaats daarvan wel geautomatiseerde bedieningspunten (bijv. geldautomaten en dergelijke) installeren.

4.2.4.3.

Van 11 904 binnenlandse werknemers (per 31 december 2012, exclusief het verzekeringsonderdeel) tot [10 000-15 000] werknemers tegen […], tot [10 000-15 000] werknemers tegen […], tot [10 000-15 000] werknemers tegen eind […], en tot [10 000-15 000] werknemers tegen […].

4.2.4.4.

Na het jaar […] en tot het einde van de herstructureringsperiode zal het aantal vestigingen in Portugal niet toenemen.

4.2.4.5.

Wanneer duidelijk mocht worden dat de bovengenoemde streefdoelen voor de aantallen vestigingen en werknemers waarschijnlijk niet zullen worden gehaald, dient CGD uit eigen beweging, en in elk geval op verzoek van de monitoring trustee, binnen een maand na het verzoek van de monitoring trustee herstelmaatregelen in. De monitoring trustee zal de voorgestelde herstelmaatregelen analyseren en zal aan de Commissie verslag uitbrengen over hun toereikendheid om de in het herstructureringsplan gestelde streefdoelen te halen.

4.2.5.   Beschrijving van de kernactiviteiten

4.2.5.1.

De kernactiviteiten zijn de activiteiten van een commerciële retailbank, met een speciale gerichtheid op huishoudens, kmo’s en corporate banking, die ook investment banking-, vermogensbeheer-, huur-, leasing- en factoringdiensten, bankverzekering en durfkapitaal aanbiedt, hoofdzakelijk gericht op de binnenlandse kernregio en op de internationale kernregio, alsmede op internationale instrumentele activiteiten.

4.2.5.2.

Tijdens de herstructureringsperiode geldt derhalve:

4.2.5.2.1.

CGD zal zich niet bezighouden met nieuwe productie buiten de kernregio en buiten de gebieden van de internationale instrumentele activiteiten als vastgesteld in bepaling 4.2.2. CGD mag zich, voor de duidelijkheid, wel bezighouden met nieuwe productie met klanten die hun woonplaats buiten de kernregio hebben, wanneer deze productie wordt geboekt in de kernregio of binnen de internationale instrumentele activiteiten.

4.2.5.2.2.

CGD zal ervoor zorgen dat de nettoactiva van de internationale instrumentele activiteiten niet meer bedragen dan [0-5] % van het balanstotaal van de kernactiviteiten.

4.2.5.2.3.

CGD zal zich niet bezighouden met nieuwe productie in Portugal anders dan binnen de activiteiten als beschreven in punt 4.2.

4.2.6.   Beginselen die van toepassing zijn op de internationale kernactiviteiten en op de internationale instrumentele activiteiten

Tot het einde van de herstructureringsperiode zal CGD haar uiterste best doen om haar blootstelling aan kapitaal en intragroepsfinanciering aan haar internationale kernactiviteiten te verkleinen. CGD zal haar blootstelling aan kapitaal en intragroepsfinanciering aan haar internationale kernactiviteiten en internationale instrumentele activiteiten niet verhogen, behalve wanneer deze verhoging een direct gevolg is van reeds eerder (vóór dit besluit) bestaande, met derde partijen aangegane contractuele verplichtingen of door de regelgever opgelegde verplichtingen of wanneer ze vereist is krachtens een definitief en bindend besluit van een openbaar lichaam inzake CGD. Voordat CGD de kapitaalmaatregel ten uitvoer legt, verbindt CGD zich ertoe de monitoring trustee onverwijld in kennis te stellen van al dergelijke besluiten en dient zij bij de monitoring trustee een bedrijfsplan in voor de entiteiten die aanvullende kapitaal- of financieringsbehoeften hebben. De monitoring trustee zal het bedrijfsplan analyseren en zal aan de Commissie verslag uitbrengen over de toereikendheid van de genomen maatregelen.

4.2.7.   Herstructureringsplan voor BCG Spanje

4.2.7.1.   CGD herstructureert de ondernemingsactiviteiten van BCG Spanje, teneinde de levensvatbaarheid van BCG Spanje op lange termijn en de autonomie van CGD op het punt van financiering en haar positieve bijdrage aan de winstgevendheid van de CGD-groep te waarborgen.

4.2.7.2.   CGD verbindt zich ertoe alle activiteiten in de Spaanse onderneming te beëindigen die niet direct verband houden met de kernactiviteiten van de onderneming (retailbankieren (6), ondersteuning van kmo’s en grensoverschrijdende zaken). In het bijzonder verbindt CGD zich ertoe:

4.2.7.2.1.

de nieuwe productie op het gebied van projectfinanciering te beëindigen;

4.2.7.2.2.

de nieuwe productie op het gebied van hefboomfinanciering te beëindigen;

4.2.7.2.3.

de nieuwe productie op het gebied van acquisitiefinanciering te beëindigen.

4.2.7.3.   De herstructurering van BCG Spanje wordt in twee fasen uitgevoerd.

4.2.7.3.1.   Fase 1

Tot […] zal CGD:

4.2.7.3.1.1.

De Spaanse vestiging van CGD gebruiken als vehikel om de legacyportefeuille in Spanje te consolideren, waarbij de kernactiviteiten van de niet-kernactiviteiten worden gescheiden en de kernactiviteiten worden afgeschermd. De wholesalekrediet- en hypotheekportefeuilles van zowel BCG Spanje als de Spaanse vestiging (Sucursal em Espanha) van CGD die niet tot de kernactiviteiten behoren, zullen worden geconsolideerd binnen de Spaanse vestiging, die alle nieuwe productie zal stopzetten en de afbouw van deze portefeuilles zal beheren (zie aanhangsel III voor een gedetailleerd overzicht van de [1 000-1 500] miljoen EUR aan activa die moet worden overgedragen vanuit BCG Spanje);

4.2.7.3.1.2.

Het retailnetwerk van BCG Spanje herstructureren, met inbegrip van [5 000-5 500] miljoen EUR aan activa per 31 december 2012 (zie aanhangsel III voor een gedetailleerde lijst van [5 000-5 500] miljoen EUR aan activa), door de focus van de onderneming te verleggen naar haar kerngebieden, waarbij de focus wordt gelegd op grensoverschrijdende zaken van kmo’s en vermindering van de aanwezigheid van vestigingen met een negatieve winstgevendheid, onhoudbare LTD-ratio en/of onvoldoende klanten;

4.2.7.3.1.3.

Het aantal vestigingen zal worden teruggebracht van 173 vestigingen in december 2012 tot [100-110] tegen […] (zie aanhangsel V voor een gedetailleerde lijst van vestigingen) en zal tijdens de herstructureringsperiode niet worden verhoogd;

4.2.7.3.1.4.

Het aantal werknemers zal worden verlaagd van 797 in december 2012 tot [500-523] tegen […] en zal tijdens de herstructureringsperiode niet worden verhoogd;

4.2.7.3.1.5.

Kernprestatie-indicatoren (KPI’s) waaraan moet worden voldaan vóór […]

De monitoring trustee zal vanaf oktober 2014 beoordelen of voor BCG Spanje voor […] zal zijn voldaan aan de volgende KPI’s.

4.2.7.3.1.5.1.

Gedurende de hele periode van […] mogen de totale arbeidskosten en VA&A-kosten niet hoger zijn dan [50-60] miljoen EUR en moet BCG Spanje een efficiëntieratio van niet meer dan [50-60] % bereiken;

4.2.7.3.1.5.2.

BCG Spanje moet zichzelf geheel kunnen financieren en voldoende gekapitaliseerd zijn. In de periode van eind 2012 tot […] mag geen aanvullend kapitaal of nettofinanciering worden verstrekt en tot het einde van de herstructureringsperiode mogen er geen aanvullende kapitaal- of nettofinancieringsbehoeften zijn.

4.2.7.3.1.5.3.

Het bedrag van de nieuwe kredietproductie (netto), d.w.z. het krediet dat na eind 2012 wordt gegenereerd en waarvan de looptijd nog niet is verstreken of dat nog niet is afgelost tegen […], moet ten minste gelijk zijn aan [900-950] miljoen EUR. Het deel van de nieuwe kredietproductie dat verband houdt met grensoverschrijdende zaken is ten minste gelijk aan [20-30] %.

4.2.7.3.1.5.4.

De nieuwe kredietproductie, als gedefinieerd en bedoeld in punt 4.2.7.3.1.5.3, genereert een gewogen gemiddelde nettomarge (spread) boven het referentiepercentage (6-maands Euribor) van ten minste [0-5] %.

4.2.7.3.1.5.5.

Het percentage niet-presterende leningen van de nieuwe kredietproductie, als gedefinieerd in punt 4.2.7.3.1.5.3, is ten hoogste gelijk aan [0-5] %.

4.2.7.3.1.5.6.

Het totale bedrag van de deposito’s is ten minste gelijk aan [0-5] miljard EUR (7). De gewogen gemiddelde kosten van de deposito’s zijn niet hoger dan […] (8); de LTD-ratio is ten hoogste gelijk aan [100-150] %.

4.2.7.3.2.   Fase 2

4.2.7.3.2.1.

CGD zal de tenuitvoerlegging van het herstructureringsplan van BCG Spanje vanaf […] tot het einde van de herstructureringsperiode voortzetten als de KPI’s tegen […] zijn gehaald.

4.2.7.3.2.2.

Als de hierboven genoemde KPI’s tegen […] niet zijn gehaald, of zodra de monitoring trustee in zijn beoordeling heeft geconstateerd dat er voldoende aanwijzingen zijn dat deze KPI’s niet zullen worden gehaald, zal BCG Spanje haar betrokkenheid bij nieuwe productie onmiddellijk beëindigen en haar activiteiten in Spanje gaan afbouwen, waarbij CGD een kleine aanwezigheid kan behouden om de afbouw van de Spaanse onderneming te faciliteren.

4.3.   De niet-kernactiviteiten

Alle activiteiten en activa die niet expliciet in punt 4.2 worden genoemd, worden beschouwd als niet tot de kern behorend. Om haar levensvatbaarheid te herstellen en zich op haar kernactiviteiten te concentreren, zal CGD zich ontdoen van haar bedrijfsonderdelen met betrekking tot verzekeringen en gezondheid, alle niet-strategische participaties verkopen en alle niet-kernactiviteiten afbouwen zoals hieronder wordt uiteengezet.

4.3.1.   De verkoop van Caixa Seguros

4.3.1.1.

De belangrijkste dochteronderneming van CGD in het verzekeringswezen, Caixa Seguros, wordt vóór […] verkocht. De verkoop van het verzekeringsonderdeel moet […]:

4.3.1.1.1.

[…]

4.3.1.1.2.

Om deze afstoting van de activa van het verzekeringsonderdeel (geraamd op […] miljard EUR) uit te voeren, verbindt Portugal zich ertoe ervoor te zorgen dat CGD een koper zoekt en uiterlijk […] een definitieve bindende koop- en verkoopovereenkomst sluit. Als CGD niet vóór […] een dergelijke overeenkomst heeft gesloten, benoemt CGD op […] een met de afstoting belaste trustee en verleent zij deze een exclusief mandaat om de activa van het verzekeringsonderdeel (geraamd op […] miljard EUR) […] uiterlijk […] te verkopen.

4.3.1.1.3.

[…].

4.3.2.   Activa toegewezen aan de af te bouwen niet-kernactiviteiten

4.3.2.1.

De niet-kernactiviteiten omvatten de hieronder uiteengezette activa (afsluitdatum 31 december 2012):

4.3.2.1.1.

Afbouw van de ex-BPN activa die op of 31 december 2012 omvatten: in totaal [4 000-4 500] miljoen EUR ([1 000-1 500] miljoen EUR krediet en [2 500-3 000] miljoen EUR aangehouden schulden (beschikbaar voor verkoop))

4.3.2.1.2.

Verkoop van de niet-strategische participaties: [200-250] miljoen EUR te verkopen vóór […] (geraamde verkoopwaarde)

4.3.2.1.3.

Afbouw van de Spaanse niet-kernkredietportefeuille met op 31 december 2012 een waarde van: [1 500-2 000] miljoen EUR (zie aanhangsel IV voor een gedetailleerd overzicht)

4.3.2.1.4.

Afstoting van het verzekeringsonderdeel als bepaald in punt 4.3.1 hierboven.

4.3.2.2.

Eind december 2014 mogen de activa die niet tot het kernbedrijf behoren, niet hoger zijn dan [10-20] miljard EUR.

4.3.2.3.

Eind december 2016 mogen de activa die niet tot het kernbedrijf behoren, niet hoger zijn dan [5-10] miljard EUR.

4.3.2.4.

Beginselen voor de niet-kernactiviteiten

4.3.2.4.1.

Beperking van nieuwe productie

4.3.2.4.1.1.

Beëindiging van alle nieuwe productie, met uitzondering van:

4.3.2.4.1.2.

De bedragen waartoe contractueel een verplichting is aangegaan, maar die nog niet zijn betaald, worden tot een absoluut minimum beperkt.

4.3.2.4.1.3.

Geen aanvullende financiering voor bestaande klanten waartoe geen contractuele verplichting is aangegaan, behalve wanneer dit strikt noodzakelijk is om de waarde van onderpand van leningen in stand te houden, of wanneer de betreffende financiering anderszins verband houdt met minimalisering van kapitaalverliezen en/of verhoging van de verwachte recuperatiewaarde van een lening.

4.3.2.4.1.4.

Beheer van bestaande activa: De bestaande activa worden beheerd op een wijze die de netto contante waarde van de activa maximaliseert. In het bijzonder wordt een lening, indien een cliënt de voorwaarden van zijn lening niet in acht kan nemen, alleen geherstructureerd (uitstel van betaling of gedeeltelijke vrijstelling van terugbetaling, conversie van (een deel van) de vordering in kapitaal, etc.) als een dergelijke herstructurering leidt tot verhoging van de netto contante waarde van de lening. Dit beginsel is ook van toepassing op hypothecaire leningen.

4.3.2.4.2.

Actieve afbouw van de activa die niet tot het kernbedrijf behoren

4.3.2.4.2.1.

De activa die niet tot het kernbedrijf behoren, worden beheerd met de doelstelling om hen af te stoten, te liquideren of af te bouwen, op ordelijke wijze, maar met een minimum aan kosten. Alle activa die aan het einde van de herstructureringsperiode overblijven, moeten aan het einde van hun looptijd op ordelijke wijze worden afgebouwd. Er mag geen nieuwe niet-kernactiviteit worden ondernomen, tenzij deze in de toezeggingen expliciet wordt genoemd. Daartoe worden de onderstaande stappen gezet:

4.3.2.4.2.2.

Activa die niet tot het kernbedrijf behoren, worden in het algemeen zo snel mogelijk verkocht. CGD verbindt zich ertoe dergelijke activa te verkopen wanneer op de verkoop geen verlies wordt geleden, behalve wanneer de verkoopprijs onredelijk is gezien een onbetwistbare waardebepaling.

4.3.2.4.3.

Verkoop van niet-strategische participaties:

4.3.2.4.3.1.

CGD verbindt zich ertoe vóór […] de volgende niet-strategische participaties af te stoten:

Onderneming

Participatie (%) (*)

Verkoopwaarde (miljoen EUR) (**)

Verkoopdatum

[…]

[…] %

[200-250]

[…]

[…]

[…] %

[10-20]

[…]

4.3.2.4.3.2.

De totale waarde van de niet-strategische participaties bedroeg aan het begin van de inspanning om de schuldpositie te verlagen 841 miljoen EUR. De niet-strategische participaties bedroegen op 31 december 2012 [200-250] miljoen EUR.

4.3.2.4.3.3.

CGD zal de hierboven genoemde beleggingen in aandelen vóór […] volledig afstoten. Als CGD de beschreven beleggingen in aandelen niet vóór […] volledig heeft afgestoten, benoemt CGD op […] een met de afstoting belaste trustee en verleent zij deze trustee een exclusief mandaat om de resterende niet-strategische participaties […] uiterlijk […] te verkopen.

4.3.2.4.3.4.

Totdat elk van de hierboven genoemde niet-strategische participaties is verkocht, mag CGD haar financiële blootstelling (bijv. leningen en garanties) op dergelijke ondernemingen in geen geval vergroten, behalve wanneer a) dit gebeurt in het kader van de normale gang van zaken onder de heersende marktomstandigheden, of b) strikt noodzakelijk is om de waarde van het relevante aandelenbelang in stand te houden, of c) de verhoging anderszins verband houdt met minimalisering van kapitaalverliezen en/of verhoging van de recuperatiewaarde van dergelijke blootstellingen of belangen. CGD spant zich tot het uiterste in om haar financiële blootstelling aan dergelijke ondernemingen te verkleinen.

5.   Mechanisme voor de terugbetaling van de steun

5.1.

CGD verbindt zich ertoe de 900 miljoen EUR aan converteerbare instrumenten in de volgende tranches terug te betalen:

5.1.1.

Voor het boekjaar 2014: [50-60] % van het kapitaaloverschot boven de toepasselijke minimumkapitaalvereiste krachtens het Europees en het Portugees recht (met inbegrip van pijler 1 en pijler 2) plus een kapitaalbuffer van [100-150] bps.

5.1.2.

Voor het boekjaar 2015 en daaropvolgende boekjaren: [90-100] % van het kapitaaloverschot boven de toepasselijke minimumkapitaalvereiste krachtens het Europees en het Portugees recht (met inbegrip van pijler 1 en pijler 2) plus een kapitaalbuffer van [100-150] bps.

5.2.

Onverminderd de bevoegdheden van de Bank van Portugal als bankentoezichthouder van CGD, wordt de terugbetaling van converteerbare instrumenten geheel of gedeeltelijk opgeschort als op basis van een onderbouwd verzoek van CGD dat door de monitoring trustee is bekrachtigd, wordt geoordeeld dat de terugbetaling de solvabiliteitspositie van de bank in de daaropvolgende jaren in gevaar zou brengen.

5.3.

CGD verbindt zich ertoe vóór eind 2013 405 415 EUR (een bedrag dat gelijk is aan de couponbetaling van 28 september 2012) terug te betalen aan de Portugese Republiek.

6.   Maatregelen ten aanzien van gedrag en corporate governance

6.1.   Verbod op acquisities: CGD verbindt zich ertoe geen acquisities te doen. Dit betreft zowel het verwerven van ondernemingen met een eigen juridische structuur, aandelen in ondernemingen alsook gebundelde activa die een commerciële transactie of bedrijfsonderdeel vertegenwoordigen. Dit verbod geldt niet voor acquisities die moeten worden gedaan met het oog op het behoud van de financiële stabiliteit en/of de stabiliteit van de groep dan wel in het belang van een daadwerkelijke mededinging, voor zover ze vooraf door de monitoring trustee zijn goedgekeurd. Het geldt evenmin voor 1) acquisities die, met het oog op het beheer van bestaande verplichtingen van klanten die in financiële problemen verkeren, tot de normale lopende werkzaamheden van een bank behoren, of 2) durfkapitaalactiviteiten, of 3) acquisities die vallen onder de uitzonderingen genoemd in bepaling 4.2.6 en voldoen aan de daarin voorziene procedure, of 4) acquisities binnen de groep, of 5) acquisities van aandelen in Portugese ondernemingen die geen kredietinstellingen zijn waarin CGD al een belang van ten minste 50 % heeft, mits ze vooraf door de monitoring trustee zijn goedgekeurd. Dit verbod blijft tot het einde van de herstructureringsperiode van toepassing. CGD mag belangen in ondernemingen verwerven, mits de door CGD voor een acquisitie betaalde koopprijs minder is dan [0-5] % van het balanstotaal van CGD op de laatste dag van de maand voorafgaand aan het besluit en mits de door CGD betaalde cumulatieve nettokoopprijzen voor al dergelijke acquisities gedurende de hele herstructureringsperiode minder is dan [0-5] % van het balanstotaal van CGD op diezelfde datum.

6.2.   Verbod op commerciële agressieve praktijken: De begunstigde bank houdt zich gedurende de herstructureringsperiode niet bezig met agressieve commerciële praktijken.

6.3.   Handel voor eigen rekening: Portugal ziet erop toe dat CGD zich niet bezighoudt met handel voor eigen rekening anders dan het minimum dat noodzakelijk is voor de normale werkwijze van de afdeling voor financieel beheer. De totale VAR van de financiële activa die worden aangehouden voor handelsdoeleinden, mag gedurende de herstructureringsperiode de [30-40] miljoen EUR niet overschrijden.

6.4.   Reclameboodschappen: CGD mag het verlenen van de steunmaatregelen of daaruit voortvloeiende voordelen niet voor reclamedoeleinden gebruiken.

6.5.   Waarborgen met betrekking tot corporate governance

6.5.1.

Alle leden van de leidinggevende organen van CGD hebben de bevoegdheden als vastgesteld in artikel 30 en artikel 31 van het Algemeen Kader voor kredietinstellingen en financiële ondernemingen, goedgekeurd bij Wetsbesluit nr. 298/92 van 31 december, als gewijzigd, alsook de EBA-Richtsnoeren voor het beoordelen van de geschiktheid van leden van het leidinggevend orgaan en medewerkers met een sleutelfunctie van 22 november 2012 (EBA/GL/2012/06). De raad van bestuur mag niet meer dan 20 leden hebben. De aandeelhouder van CGD zal ernaar streven dit aantal aan het einde van de huidige zittingstermijn van de raad tot 16 te verlagen.

6.5.2.

Behalve de comités die zijn opgericht in de statuten van CGD (zijnde de directie en het auditcomité) en het Comité strategie, governance en beoordeling opgericht door de raad van bestuur en samengesteld uit niet-uitvoerende bestuurders, benoemt CGD uitsluitend de interne organen die nodig zijn ter ondersteuning van het management van de onderneming, dat bestaat uit leden van de directie en, indien passend, werknemers van CGD met hogere leidinggevende functies op de relevante gebieden.

6.5.3.

Alle besluiten van CGD worden genomen op puur commerciële gronden, en alle interacties van Portugal met CGD vinden plaats op zakelijke, objectieve wijze, tussen onafhankelijke partijen.

6.5.4.

Portugal verbindt zich ertoe geen invloed uit te oefenen op de dagelijkse operationele leiding van CGD noch op de interne regels van CGD met betrekking tot kredietrisicobeleid, prijsstelling en kredietverstrekking. Portugal mag echter wel richtsnoeren uitvaardigen met betrekking tot de strategische focus en andere aangelegenheden van CGD op basis van de algemene bepalingen van het vennootschapsrecht en de wet inzake overheidsondernemingen (Wetsbesluit nr. 558/99 van 17 december, als gewijzigd). Portugal zal de volledige onafhankelijkheid van de leiding van de bank met betrekking tot kredietrisicobeleid en kredietbeleid niet in gevaar brengen wanneer het wordt geraadpleegd over bedrijfsplannen van CGD en plannen van CGD voor kredietverstrekking aan specifieke sectoren van de economie.

6.5.5.

De kredietraad, de uitgebreide kredietraad en het auditcomité van CGD worden in staat gesteld om volledig onafhankelijk te functioneren, en bij alle benoemingen van personen in de kredietraad, de uitgebreide kredietraad en het auditcomité wordt in acht genomen dat de leden van deze organen in staat moeten zijn om onafhankelijk en vrij van belangenconflicten te functioneren.

6.5.6.

CGD waarborgt dat haar krediet- en risicobeleid uiterlijk 31 december 2013 het beginsel bevat dat alle klanten eerlijk worden behandeld via andere niet-discriminerende procedures dan de procedures die betrekking hebben op kredietrisico en draagkracht, dat binnen de groep consequent moet worden toegepast. Het krediet- en risicobeleid stelt de beginselen voor het verlenen van leningen vast, alsmede de drempels waarboven leningen door hogere leidinggevenden moet worden goedgekeurd, de voorwaarden voor de herstructurering van leningen en de behandeling van claims en geschillen.

6.5.7.

CGD waarborgt dat uiterlijk 31 december 2013 een speciaal onderdeel van het krediet- en risicobeleid wordt gewijd aan de regels voor betrekkingen met verbonden leningnemers (met inbegrip van werknemers, aandeelhouders, directeuren, leidinggevenden, alsook hun echtgenoten, kinderen, broers en zussen en elke rechtspersoon die direct of indirect door een van hen wordt gecontroleerd).

6.5.8.

Om ervoor te zorgen dat CGD de beginselen in acht neemt die zijn uiteengezet in de punten 6.5.1 tot en met 6.5.7, heeft de trustee het recht om:

6.5.8.1.

Kopieën te ontvangen van alle verslagen die voortkomen uit interne controleorganen, met inbegrip van notulen van de vergaderingen, en heeft hij het recht om, naar eigen goeddunken, elke controleur of auditor te interviewen, ongeacht zijn/haar leidinggevende verantwoordelijkheid. De trustee ziet erop toe i) dat aanbevelingen van vaste toezichthouders of periodieke controleurs/auditors naar behoren worden gehandhaafd, en ii) dat actieplannen ten uitvoer worden gelegd om elke geïdentificeerde tekortkoming binnen het internecontrolekader recht te zetten.

6.5.8.2.

Regelmatig de commerciële praktijken van CGD te controleren, met speciale aandacht voor kredietverleningsbeleid en depositobeleid. De trustee beoordeelt het beleid van CGD met betrekking tot het bereiken van de herstructurering en het treffen van voorzieningen voor niet-presterende leningen. CGD maakt aan de trustee elk risicobeoordelingsverslag bekend dat aan de raad van bestuur wordt bekendgemaakt, alsmede elke analyse/evaluatie gericht op de beoordeling van de kredietpositie van CGD. De trustee voert zijn eigen analyse en onderzoeken uit op basis van de bovengenoemde verslagen, interviews en, indien nodig, de evaluatie van individuele kredietdossiers. In dit verband moet de trustee, die het recht heeft om kredietanalisten en risicofunctionarissen te interviewen wanneer hij dit passend acht, volledige toegang tot de kredietdossiers worden verleend.

6.5.8.3.

Regelmatig het beheer van claims en geschillen door CGD te controleren. De trustee ziet erop toe dat claims en geschillen worden beheerd conform de procedures die in het internecontrolekader van CGD zijn vastgelegd, en dat CGD zich houdt aan de beste praktijken in de sector. De trustee stelt corrigerende maatregelen vast om ten uitvoer te leggen in geval van tekortkomingen in het huidige proces.

6.6.   Beloning van organen en werknemers

6.6.1.

CGD verifieert het prikkelende effect en de gepastheid van haar beloningssystemen en ziet erop toe dat ze niet leiden tot blootstelling aan ongewenste risico’s, gericht zijn op de duurzame langetermijndoelen van de onderneming en transparant zijn.

6.6.2.

CGD stelt als financiële instelling haar beleid inzake salaris- en compensatieaangelegenheden vast en voert dit beleid uit op een wijze die strikt in overeenstemming is met de regels die door de Portugese regering zijn uiteengezet in Wetsbesluit nr. 104/2007 van 3 april (dat Richtlijn 2006/48/EG van het Europese Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen heeft omgezet) als gewijzigd bij Wetsbesluit nr. 88/2011 van 20 juli, en met de regels die door de Centrale Bank van Portugal zijn vastgesteld in Aviso 10/2011 van 29 december.

6.6.3.

Het beloningsbeleid van CGD voor leden van de raad van bestuur moet ook in overeenstemming zijn met Wetsbesluit nr. 71/2007 van 27 maart, dat de regeling van het statuut van de leden van de raad van bestuur van onder zeggenschap van de overheid staande ondernemingen vaststelt.

6.6.4.

Evenzo verbindt CGD zich ertoe ervoor te zorgen dat de bank zich houdt aan de regels en aanbevelingen die door de Europese Commissie dienaangaande zijn uiteengezet in de EU-kaderregeling inzake staatssteun.

6.6.5.

CGD belooft in het bijzonder de totale beloning van personeelsleden, met inbegrip van leden van de raad van bestuur en hogere leidinggevenden, te beperken tot een passend niveau, met inbegrip van alle mogelijke vaste en variabele componenten, inclusief pensioenen en in overeenstemming met de artikelen 92 en 93 van Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG.

6.7.   Verbod op dividend-, coupon- en rentebetalingen: CGD keert geen dividenden, coupons of rente uit aan houders van preferente aandelen en achtergestelde schulden (en bewerkstelligt dat geen van haar dochterondernemingen dit doet), voor zover deze uitkeringen niet verschuldigd zijn op basis van contractuele of wettelijke verplichtingen. CGD mag echter wel dividenden, coupons of rente uitkeren aan houders van preferente aandelen of achtergestelde schulden (of haar dochterondernemingen toestaan dergelijke betalingen te verrichten) indien zij kan aantonen dat niet-betaling de terugbetaling van de converteerbare instrumenten (of betaling van coupons op de converteerbare instrumenten) die is beschreven in punt 5, zou belemmeren of beletten.

6.8.   Ondersteuning van Portugese kmo’s: Met het oog op de borging van de financiering aan en de verlaging van de schuldpositie in de echte economie, heeft CGD de Portugese regering toegezegd 30 miljoen EUR per jaar toe te wijzen aan een fonds dat zal beleggen in aandelen van Portugese kmo’s en mid-cap-bedrijven. Het fonds zal volgens internationale beste praktijken worden beheerd door de bank of door een derde partij met voldoende deskundigheid en bewustzijn van beleggingsmogelijkheden. De investering in het fonds is afhankelijk van voorafgaande toestemming van het Portugese Ministerie van Financiën op basis van de criteria die zijn uiteengezet in het ministerieel besluit tot vaststelling van de voorwaarden voor de herkapitalisatie conform nationaal recht, en zal worden aangehouden door CGD. Alle middelen die niet binnen twaalf maanden na de vastlegging aan het fonds worden overgedragen, worden overgedragen aan de Portugese schatkist. Het fonds mag niet worden gebruikt als herfinancieringsmechanisme voor bestaande leningen. Elke investering die groter is dan het hierboven genoemde bedrag, moet voorafgaandelijk door de Europese Commissie worden goedgekeurd.

6.9.   Overige gedragsregels: CGD breidt haar activiteiten op het terrein van risicobewaking verder uit en voert een commercieel beleid dat prudent, gezond en gericht op duurzaamheid is.

6.10.   Monitoring trustee

6.10.1.

Portugal waarborgt dat de volledige en correcte uitvoering van het herstructureringsplan en de volledige en correcte nakoming van alle toezeggingen permanent worden gecontroleerd door een onafhankelijke, adequaat gekwalificeerde monitoring trustee.

6.10.2.

Voor de benoeming, de taken en de plichten en de bevrijding van de trustee van zijn taken gelden de procedures zoals die in aanhangsel I zijn beschreven.

6.10.3.

Portugal en CGD waarborgen dat de Commissie of de monitoring trustee tijdens de tenuitvoerlegging van het besluit onbeperkt toegang tot alle informatie heeft die voor het toezicht op die tenuitvoerlegging noodzakelijk is. De Commissie of de monitoring trustee kan CGD om nadere verklaringen en toelichtingen verzoeken. Portugal en CGD zullen met de Commissie en met de monitoring trustee zeer nauw samenwerken bij alle kwesties verband houdende met het toezicht op de tenuitvoerlegging van het besluit.

6.10.4.

CGD brengt na het ontslag van de monitoring trustee aan het einde van de herstructureringsperiode elk jaar verslag uit aan de Commissie over de ontwikkeling van de niet-kernactiviteiten.

6.11.   De met de afstoting belaste trustee

6.11.1.

Portugal waarborgt dat CGD te zijner tijd de activa van het verzekeringsonderdeel Caixa Seguros van de onderneming (geraamd op […] miljard EUR) verkoopt. CGD benoemt daartoe op […] een met de afstoting belaste trustee indien CGD niet vóór […] een definitieve bindende koop- en verkoopovereenkomst heeft gesloten.

6.11.2.

Portugal waarborgt dat CGD haar niet-strategische participaties (aandeel in […] overeenkomend met [200-250] miljoen EUR) verkoopt. CGD benoemt daartoe op […] een met de afstoting belaste trustee indien CGD de betreffende participaties niet vóór […] volledig heeft afgestoten.

6.11.3.

De met de afstoting belaste trustee moet onafhankelijk van CGD zijn en werken namens en onder de opdracht van het DG COMP. Als bijvoorbeeld beleggingsbank of adviseur beschikt hij over de voor de uitoefening van zijn mandaat benodigde vakbekwaamheid. De trustee mag geen belangenconflict hebben. De trustee ontvangt van CGD een vergoeding die geen belemmering mag vormen voor de onafhankelijke en doeltreffende uitoefening van zijn mandaat.


(1)  Op basis van de boekhouding.

(2)  Exclusief de Spaanse vestiging en de activa die niet tot het kernbedrijf behoren en aan de Spaanse vestiging zullen worden overgedragen.

(3)  Zie voetnoot 1.

(4)  Zie voetnoot 1.

(5)  Exclusief zelfbedieningspunten en inclusief kantoren.

(6)  In traditionele gebieden (Galicië, Extremadura, Castilië en León en Asturië) en in grote steden en de belangrijkste centra voor grensoverschrijdende handel (Madrid, Barcelona, Baskenland, Andalusië, Aragón en Valencia).

(7)  Met een tolerantiegrens van 10 %.

(8)  Zie voetnoot 7.

(*)  Gewaardeerd op 31 december 2012.

(**)  BPN werd in 2008 genationaliseerd en in 2011 verkocht. Een deel van de activa van BPN is overgedragen aan CGD.

Aanhangsel I

DE MONITORING TRUSTEE

A)   Benoeming van de monitoring trustee

i)

Portugal verbindt zich ertoe ervoor te zorgen dat CGD een monitoring trustee benoemt die zal worden belast met de taken en plichten als hieronder omschreven in punt C van dit aanhangsel. Het mandaat geldt voor de hele duur van het herstructureringsplan, d.w.z. tot en met 31 december 2017. Aan het einde van het mandaat dient de trustee een definitief verslag in.

ii)

De trustee moet onafhankelijk van CGD zijn. Als bijvoorbeeld beleggingsbank, adviseur of accountant beschikt hij over de voor de uitoefening van zijn mandaat benodigde vakbekwaamheid. De trustee mag geen belangenconflict hebben. De trustee ontvangt van CGD een vergoeding die geen belemmering mag vormen voor de onafhankelijke en doeltreffende uitoefening van zijn mandaat.

iii)

Portugal draagt uiterlijk zes weken na de vaststelling van het besluit van de Commissie twee of meer kandidaten voor de functie van monitoring trustee ter goedkeuring aan de Commissie voor.

iv)

De voorstellen dienen voldoende informatie over de kandidaten te bevatten zodat de Commissie kan nagaan of de voorgedragen trustee voldoet aan de voorwaarden genoemd in punt A ii), en moeten met name het volgende omvatten:

a)

de volledige voorwaarden waarop het voorgestelde mandaat dient te worden uitgeoefend, met inbegrip van alle bepalingen die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van het mandaat van de trustee, en

b)

het ontwerp van een werkplan waarin wordt beschreven hoe de trustee de hem opgedragen taken dient te vervullen.

v)

De Commissie heeft de discretionaire bevoegdheid om de benoeming van de voorgedragen trustees goed te keuren of af te wijzen en om het voorgestelde mandaat, met eventuele wijzigingen die zij voor de vervulling van de taken van de trustee noodzakelijk acht, goed te keuren. Indien slechts één kandidaat wordt goedgekeurd, zal de betreffende persoon of instelling door of in opdracht van CGD tot trustee worden benoemd met het oog op de uitoefening van het door de Commissie goedgekeurde mandaat. Indien meerdere kandidaten worden goedgekeurd, kan CGD beslissen wie van de kandidaten tot trustee zal worden benoemd. De trustee wordt binnen een week na goedkeuring door de Commissie benoemd met het oog op de uitoefening van het door de Commissie goedgekeurde mandaat.

vi)

Indien alle voorgestelde trustees worden afgewezen, draagt Portugal binnen twee weken na kennisgeving van de afwijzing ten minste twee andere personen of instellingen voor met inachtneming van de voorwaarden en overeenkomstig de procedure als bedoeld in punt A i) en punt A iv).

vii)

Indien ook alle verdere voorgedragen trustees door de Commissie worden afgewezen, draagt de Commissie zelf een trustee voor die door of in opdracht van CGD zal worden benoemd met het oog op de uitoefening van een door de Commissie goedgekeurd mandaat.

B)   Benoeming van een met de afstoting belaste trustee

i)

Portugal verbindt zich ertoe ervoor te zorgen dat CGD een met de afstoting belaste trustee benoemt overeenkomstig de benoemingsprocedure zoals beschreven voor de monitoring trustee.

ii)

Portugal draagt uiterlijk […] twee of meer kandidaten voor de functie van met de afstoting belaste trustee ter goedkeuring aan de Commissie voor, indien CGD op dat moment nog geen definitieve bindende overeenkomst voor de koop en verkoop voor Caixa Seguros heeft gesloten.

iii)

Portugal draagt uiterlijk […] twee of meer kandidaten voor de functie van met de afstoting belaste trustee ter goedkeuring aan de Commissie voor, indien CGD op dat moment nog geen definitieve bindende overeenkomst voor de verkoop van de resterende niet-strategische participaties ([…]) heeft gesloten.

C)   Algemene taken en plichten

De trustee assisteert de Commissie om de naleving door CGD van de toezeggingen te waarborgen en neemt de taken van een monitoring trustee in de toezeggingen op zich. De trustee wordt belast met de taken uit hoofde van dit mandaat overeenkomstig het werkplan, alsmede de herzieningen van het werkplan die door de Commissie zijn goedgekeurd. De Commissie kan de trustee uit eigen beweging dan wel op verzoek van de trustee of van CGD opdrachten en instructies geven om ervoor te zorgen dat de bij het besluit bijgevoegde toezeggingen worden nagekomen. CGD is niet gerechtigd de trustee instructies te geven. De trustee heeft een wettelijke geheimhoudingsplicht.

D)   Taken en plichten van de monitoring trustee en de met de afstoting belaste trustee

1.

De trustee heeft tot taak te waarborgen dat de verbintenissen voortvloeiende uit de gedane toezeggingen volledig en juist worden nagekomen en dat het herstructureringsplan van CGD volledig en juist wordt uitgevoerd. De Commissie kan de trustee of CGD uit eigen beweging dan wel op verzoek van de trustee opdrachten en instructies geven om ervoor te zorgen dat de bij het besluit bijgevoegde toezeggingen worden nagekomen.

2.

De trustee:

i)

legt aan de Commissie in zijn eerste verslag tevens een uitvoerig werkplan voor waarin hij beschrijft hoe hij beoogt toe te zien op de nakoming van de bij het besluit bijgevoegde toezeggingen;

ii)

ziet toe op de volledige en juiste tenuitvoerlegging van het herstructureringsplan van CGD, in het bijzonder:

a)

de verlaging van het balanstotaal en de RWA;

b)

de beperking van de bedrijfsactiviteiten;

c)

de beëindiging van vooraf vastgestelde activiteitengebieden;

d)

het verkoopproces voor aandelen in de vooraf vastgestelde activiteitengebieden;

e)

de herstructurering van de activiteiten in Spanje;

iii)

ziet erop toe dat CGD de beginselen in het onderdeel over corporate governance in acht neemt, daadwerkelijk een efficiënte en adequate interne organisatie heeft, en daadwerkelijk passende commerciële praktijken toepast. De trustee:

a)

ontvangt daarom kopieën van alle verslagen die voortkomen uit interne controlelichamen, en heeft het recht om, naar eigen goeddunken, elke controleur of auditor te interviewen, ongeacht zijn leidinggevende verantwoordelijkheid. De trustee ziet erop toe i) dat aanbevelingen van vaste toezichthouders of periodieke controleurs/auditors naar behoren worden gehandhaafd en ii) dat actieplannen ten uitvoer worden gelegd om elke geïdentificeerde tekortkoming binnen het internecontrolekader recht te zetten;

b)

controleert daarom regelmatig de commerciële praktijken van CGD, met speciale aandacht voor kredietverleningsbeleid en depositobeleid. De trustee beoordeelt het beleid van CGD met betrekking tot het bereiken van de herstructurering en het treffen van voorzieningen voor niet-presterende leningen. CGD maakt aan de trustee elk risicobeoordelingsverslag bekend dat aan de raad van bestuur wordt bekendgemaakt, alsmede elke analyse/evaluatie gericht op de beoordeling van de kredietpositie van CGD. De trustee voert zijn eigen analyse en onderzoeken uit op basis van de bovengenoemde verslagen, interviews en, indien nodig, de evaluatie van individuele kredietdossiers. In dit verband moet de trustee, die het recht heeft om kredietanalisten en risicofunctionarissen te interviewen wanneer hij dit passend acht, volledige toegang tot de kredietdossiers worden verleend;

c)

controleert daarom regelmatig het beheer van claims en geschillen door CGD. De trustee ziet erop toe dat claims en geschillen worden beheerd conform de procedures die in het internecontrolekader van CGD zijn vastgelegd, en dat CGD zich houdt aan de beste praktijken in de sector. De trustee stelt corrigerende maatregelen vast om ten uitvoer te leggen in geval van tekortkomingen in het huidige proces;

iv)

ziet toe op de nakoming van alle overige toezeggingen;

v)

neemt alle overige taken op zich die in het kader van de bij het besluit bijgevoegde toezeggingen aan de trustee zijn opgedragen;

vi)

stelt CGD maatregelen voor die hij noodzakelijk acht om te waarborgen dat CGD de bij het besluit bijgevoegde toezeggingen nakomt;

vii)

houdt rekening met alle wijzigingen in de regelgeving inzake solvabiliteit en liquiditeit wanneer hij de werkelijke ontwikkeling van de financiële gegevens ten opzichte van de in het herstructureringsplan vermelde prognoses nagaat; en

viii)

legt binnen dertig dagen na afloop van elk semester een schriftelijk ontwerpverslag voor aan de Commissie, Portugal en CGD. De Commissie, Portugal en CGD kunnen binnen vijf werkdagen opmerkingen indienen over het ontwerpverslag. Binnen vijf werkdagen na ontvangst van de opmerkingen stelt de trustee een definitief verslag op waarin hij naar eigen oordeel zo veel mogelijk rekening houdt met de opmerkingen, en legt hij dit verslag voor aan de Commissie en Portugal. Pas daarna stuurt de trustee ook CGD een kopie van het definitieve verslag. Indien het ontwerpverslag of het definitieve verslag informatie bevat die niet bekend mag worden gemaakt aan CGD, ontvangt CGD slechts een niet-vertrouwelijke versie van het ontwerpverslag dan wel van het definitieve verslag. De trustee zal Portugal en/of CGD onder geen enkele omstandigheid een versie van een verslag verstrekken dat hij nog niet aan de Commissie heeft voorgelegd.

Onderwerp van het verslag is de nakoming van het mandaat door de trustee en de nakoming van de verplichtingen door CGD, zodat de Commissie kan beoordelen of CGD in overeenstemming met de aangegane verplichtingen wordt beheerd. De Commissie kan waar nodig nadere aanwijzingen geven omtrent de omvang van het verslag. Naast de betreffende verslagen doet de trustee de Commissie onverwijld schriftelijk verslag indien er reden is om aan te nemen dat CGD haar verplichtingen niet nakomt en verstrekt hij tegelijkertijd een niet-vertrouwelijke versie van dit verslag aan CGD.

3.

De met de afstoting belaste trustee verkoopt de activa van het verzekeringsonderdeel Caixa Seguros van de onderneming (geraamd op [0-5] miljard EUR) […] aan een koper. De met de afstoting belaste trustee neemt in de koop- en verkoopovereenkomst alle voorwaarden op die hij dienstig acht voor een vlotte verkoop vóór […]. De met de afstoting belaste trustee kan in het bijzonder in de koop- en verkoopovereenkomst de gebruikelijke bepalingen inzake vertegenwoordigingsbevoegdheid, garanties en schadevergoeding opnemen die redelijkerwijs geacht kunnen worden noodzakelijk te zijn voor de afwikkeling van de verkoop. De met de afstoting belaste trustee beschermt de gerechtvaardigde financiële belangen van CGD, met inachtneming van de onvoorwaardelijke verplichting van CGD om […] af te stoten.

4.

De met de afstoting belaste trustee verkoopt de resterende niet-strategische participaties (geraamde verkoopprijs [200-250] miljoen EUR) […] aan een koper. De met de afstoting belaste trustee neemt in de koop- en verkoopovereenkomst alle voorwaarden op die hij dienstig acht voor een vlotte verkoop vóór […]. De met de afstoting belaste trustee beschermt de gerechtvaardigde financiële belangen van CGD, met inachtneming van de onvoorwaardelijke verplichting van CGD om […] af te stoten.

E)   Taken en plichten van CGD

1.

CGD verbindt zich ertoe de samenwerking, ondersteuning en informatievoorziening te waarborgen die voor de vervulling van de taken van de trustee uit hoofde van het mandaat redelijkerwijs nodig zijn, en dit ook van haar adviseurs te verlangen. De trustee heeft onbeperkte toegang tot alle boeken, notities en documenten, tot alle leidinggevenden en andere personeelsleden en tot alle faciliteiten, filialen en technische informatie van CGD of van het te verkopen bedrijf die noodzakelijk zijn voor de vervulling van zijn taken uit hoofde van het mandaat. CGD stelt binnen haar vestigingen een of meer kantoorruimtes aan de trustee ter beschikking en alle werknemers van CGD stellen zich beschikbaar voor besprekingen met de trustee teneinde de trustee te voorzien van alle informatie die hij nodig acht voor de vervulling van zijn taken.

2.

De trustee kan onder voorbehoud van goedkeuring door CGD (welke goedkeuring niet zonder grond geweigerd of vertraagd mag worden) voor rekening van CGD adviseurs benoemen (met name om te adviseren over ondernemingsfinanciering en juridische kwesties) indien de trustee het inschakelen van dergelijke adviseurs noodzakelijk of wenselijk acht voor een goede vervulling van zijn taken en plichten uit hoofde van het mandaat, voor zover de kosten en overige uitgaven in opdracht van de trustee redelijk zijn. Indien CGD een door de trustee voorgedragen adviseur afwijst, kan de Commissie de benoeming van die adviseur, na CGD gehoord te hebben, alsnog goedkeuren. Uitsluitend de trustee heeft het recht om adviseurs instructies te geven.

F)   Vervanging, bevrijding en herbenoeming van de trustee

1.

Indien de trustee de vervulling van zijn taken in overeenstemming met de verbintenissen afbreekt of indien er sprake is van andere gewichtige redenen, zoals een belangenverstrengeling aan de zijde van de trustee:

i)

kan de Commissie, na de trustee te hebben gehoord, van CGD verlangen dat deze de trustee vervangt,

of

ii)

kan CGD de trustee vervangen na goedkeuring te hebben verkregen van de Commissie.

2.

Indien de benoeming van de trustee op basis van het bepaalde in punt F 1) wordt ingetrokken, kan hij worden verzocht zijn werkzaamheden zo lang voort te zetten totdat een nieuwe trustee, aan wie de trustee alle relevante informatie zal verstrekken, zijn taken overneemt. De nieuwe trustee wordt overeenkomstig de procedure als bedoeld in punt A iii) tot en met punt A vii) benoemd.

3.

Afgezien van de intrekking van een benoeming als bedoeld in punt F 1) eindigen de werkzaamheden van de trustee pas wanneer de Commissie hem van zijn taken heeft bevrijd. Een dergelijke bevrijding vindt plaats wanneer alle verplichtingen die aan de trustee zijn opgedragen, zijn omgezet. De Commissie kan echter te allen tijde verlangen dat de trustee wordt herbenoemd indien later blijkt dat de ondersteunende maatregelen niet volledig en juist zijn omgezet.

Aanhangsel II

BIJDRAGE AAN NETTOACTIVA VOORTVLOEIEND UIT PARTICIPATIES IN ANDERE BINNENLANDSE BEDRIJFSONDERDELEN (VERMOGENSMUTATIEMETHODE)

Waarden op december 2012

Bedrijfsonderdeel

Land

Aandeel (%)

Nettoactiva

Vermogensmutatiemethode

(miljoen EUR)

Activiteit

SIBS SGPS

Portugal

21,6

14,7

Houdstermaatschappij gespecialiseerd in elektronische betalingen en het beheer van het Portugese systeem van geldautomaten dat door alle in Portugal aanwezige banken wordt gebruikt. In de maatschappij participeren 26 banken die actief zijn op de Portugese markt.

Prado — Cartolinas da Lousã

Portugal

37,4

4,4

Industriële producent van karton en papier. […].

Torre Ocidente

Portugal

25,0

4,1

Vastgoedmaatschappij, eigenaar van één enkel activum voor handelshuurovereenkomsten. […].

Locarent

Portugal

50,0

3,9

Aanbieder van autoverhuurdiensten.

Ca Papel do Prado

Portugal

37,4

1,3

Onderneming die de vastgoedactiva van de inactieve fabriek […] in eigendom heeft.

TF Fundo Turismo

Portugal

33,5

1,3

Beheerder van vastgoedbeleggingsfondsen in de toerismesector, met de Portugese staat als de meerderheidsaandeelhouder.

Yunit Serviços

Portugal

33,33

0,3

Onderneming die e-commerce-oplossingen voor producten en diensten van kmo’s ontwikkelt.

Bem Comum SCR

Portugal

32,0

0,1

Beheerder van beleggingsfondsen die zich heeft gespecialiseerd in het bevorderen en ondersteunen van het opstarten van nieuwe zakelijke activiteiten door individuele ondernemers en werklozen.

Aanhangsel III

GEDETAILLEERD OVERZICHT VAN DE ACTIVA VAN BCG SPANJE (MET INBEGRIP VAN DE ACTIVA DIE ZULLEN WORDEN OVERGEDRAGEN AAN DE SPAANSE VESTIGING)

[…]

Aanhangsel IV

GEDETAILLEERD OVERZICHT VAN DE ACTIVA VAN DE SPAANSE VESTIGING

[…]

Aanhangsel V

OVERZICHT VAN DE SPAANSE VESTIGINGEN

[…]


HANDELINGEN VAN BIJ INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN INGESTELDE ORGANEN

7.11.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 323/52


Voor het internationaal publiekrecht hebben alleen de originele VN/ECE-teksten rechtgevolgen. Voor de status en de datum van inwerkingtreding van dit reglement, zie de recentste versie van het VN/ECE-statusdocument TRANS/WP.29/343 op:

http://www.unece.org/trans/main/wp29/wp29wgs/wp29gen/wp29fdocstts.html

Reglement nr. 85 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) — Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van verbrandingsmotoren of elektrische aandrijvingen bestemd voor het voortbewegen van motorvoertuigen van de categorieën M en N, met betrekking tot de meting van het nettovermogen en het maximumvermogen gedurende 30 minuten van elektrische aandrijvingen

Bevat de volledige geldige tekst tot en met:

Supplement 6 op de oorspronkelijke versie van het reglement — Datum van inwerkingtreding: 15 juli 2013

INHOUD

1.

Toepassingsgebied

2.

Definities

3.

Goedkeuringsaanvraag

4.

Goedkeuring

5.

Specificaties en tests

6.

Conformiteit van de productie

7.

Sancties bij non-conformiteit van de productie

8.

Wijziging en uitbreiding van de goedkeuring van een type aandrijving

9.

Definitieve stopzetting van de productie

10.

Naam en adres van de voor de uitvoering van de goedkeuringstests verantwoordelijke technische diensten en van de typegoedkeuringsinstanties

BIJLAGEN

1.

Essentiële kenmerken van de verbrandingsmotor en informatie over de uitvoering van de tests

2.

Essentiële kenmerken van de elektrische aandrijving en informatie over de uitvoering van de tests

3a

Mededeling betreffende de goedkeuring, de uitbreiding, weigering of intrekking van de goedkeuring of de definitieve stopzetting van de productie van een aandrijving krachtens Reglement nr. 85

3b

Mededeling betreffende de goedkeuring, de uitbreiding, weigering of intrekking van de goedkeuring of de definitieve stopzetting van de productie van een voertuigtype wat de aandrijving betreft, krachtens Reglement nr. 85

4.

Opstelling van goedkeuringsmerken

5.

Methode om het nettovermogen van verbrandingsmotoren te meten

6.

Methode om het nettovermogen en het maximumvermogen gedurende 30 minuten van elektrische aandrijvingen te meten

7.

Controle op de conformiteit van de productie

8.

Referentiebrandstoffen

1.   TOEPASSINGSGEBIED

1.1.

Dit reglement is van toepassing op de weergave van de door de fabrikant aangegeven vermogenscurve van verbrandingsmotoren of elektrische aandrijvingen bij volle belasting als functie van het toerental, en van het maximumvermogen gedurende 30 minuten van elektrische aandrijvingen die bestemd zijn om motorvoertuigen van de categorieën M en N (1) voort te bewegen.

1.2.

De verbrandingsmotoren behoren tot een van de volgende categorieën:

motoren met op- en neergaande zuigers (elektrische ontsteking of compressieontsteking), met uitzondering van vrijezuigermotoren;

draaizuigermotoren (elektrische ontsteking of compressieontsteking);

motoren met natuurlijke aanzuiging of drukvulling.

1.3.

De elektrische aandrijvingen bestaan uit besturingseenheden en motoren en vormen het enige voortbewegingsmechanisme van het voertuig.

2.   DEFINITIES

2.1.

Onder „goedkeuring van een aandrijving” wordt verstaan: de goedkeuring van een type aandrijving met betrekking tot het nettovermogen, gemeten volgens de procedure van bijlage 5 of 6.

2.2.

Onder „type aandrijving” wordt verstaan: een voor installatie in een motorvoertuig bestemde categorie verbrandingsmotoren of elektrische aandrijvingen die onderling niet van elkaar verschillen op de in bijlage 1 of 2 gedefinieerde essentiële punten.

2.3.

Onder „nettovermogen” wordt verstaan: het vermogen dat onder atmosferische referentieomstandigheden op een testbank wordt vastgesteld aan het uiteinde van de krukas of het equivalent ervan bij het overeenkomstige toerental, met alle in tabel 1 van bijlage 5 of in bijlage 6 genoemde hulpapparatuur.

2.4.

Onder „maximaal nettovermogen” wordt verstaan: de maximumwaarde van het nettovermogen, gemeten bij volle belasting van de motor.

2.5.

Onder „maximumvermogen gedurende 30 minuten” wordt verstaan: het maximale nettovermogen, vastgesteld overeenkomstig punt 5.3.1, dat een elektrische aandrijving bij gelijkstroomspanning gemiddeld kan leveren gedurende een periode van 30 minuten.

2.6.

„Hybride voertuigen (HV)”

2.6.1.

Onder „hybride voertuig (HV)” wordt verstaan: een voertuig met ten minste twee verschillende energieomzetters en twee verschillende (in het voertuig aanwezige) energieopslagsystemen voor de voortbeweging van het voertuig.

2.6.2.

Onder „hybride elektrisch voertuig (HEV)” wordt verstaan: een voertuig dat voor de mechanische voortbeweging energie ontleent aan beide volgende, in het voertuig aanwezige bronnen van opgeslagen energie/vermogen:

een verbruikbare brandstof;

een opslagsysteem voor elektrische energie/vermogen (bv. accu, condensator, vliegwiel/generator enz.).

2.6.3.

De „aandrijving” van een hybride elektrisch voertuig bestaat uit een combinatie van twee verschillende typen aandrijvingen:

een verbrandingsmotor, en

een (of meer) elektrische aandrijving(en).

2.7.

Onder „standaarduitrusting” wordt verstaan: de uitrusting die door de fabrikant voor een bepaalde toepassing is aangebracht.

2.8.

Onder „dualfuelmotor” wordt verstaan: een motorsysteem waarvoor krachtens Reglement nr. 49 typegoedkeuring is verleend of dat is gemonteerd in een voertuigtype waarvoor krachtens Reglement nr. 49 typegoedkeuring is verleend wat betreft de emissies, en dat is ontworpen om tegelijkertijd met diesel en een gasvormige brandstof te werken, waarbij beide brandstoffen apart worden gedoseerd en de verbruikte hoeveelheid van een van de brandstoffen ten opzichte van de andere kan variëren naargelang de bedrijfsomstandigheden.

2.9.

Onder „dualfuelvoertuig” wordt verstaan: een voertuig dat door een dualfuelmotor wordt aangedreven en waarbij de motorbrandstoffen uit afzonderlijke opslagsystemen binnen het voertuig worden geput.

2.10.

Onder „dualfuelmodus” wordt verstaan: de normale bedrijfsmodus van een dualfuelmotor waarin de motor in bepaalde bedrijfsomstandigheden tegelijkertijd diesel en een gasvormige brandstof gebruikt.

2.11.

Onder „dieselmodus” wordt verstaan: de normale bedrijfsmodus van een dualfuelmotor waarin de motor voor geen enkele motorbedrijfsomstandigheid gasvormige brandstof gebruikt.

3.   GOEDKEURINGSAANVRAAG

3.1.

De goedkeuringsaanvraag voor een type aandrijving met betrekking tot de meting van het nettovermogen en het maximumvermogen gedurende 30 minuten van elektrische aandrijvingen wordt ingediend door de fabrikant van de aandrijving, de fabrikant van het voertuig of zijn gemachtigde vertegenwoordiger.

3.2.

De aanvraag gaat vergezeld van de beschrijving van de aandrijving, in drievoud, met vermelding van alle relevante gegevens zoals bedoeld:

in bijlage 1, voor voertuigen die uitsluitend door een verbrandingsmotor worden aangedreven, of

in bijlage 2, voor zuiver elektrische voertuigen, of

in de bijlagen 1 en 2, voor hybride elektrische voertuigen.

3.3.

Voor hybride elektrische voertuigen (HEV) worden de tests afzonderlijk uitgevoerd op de verbrandingsmotor (overeenkomstig bijlage 5) en op de elektrische aandrijving(en) (overeenkomstig bijlage 6).

3.4.

Een aandrijving (of reeks aandrijvingen) die representatief is voor het goed te keuren aandrijvingstype of de goed te keuren reeks aandrijvingstypen, wordt samen met de in de bijlagen 5 en 6 voorgeschreven apparatuur ter beschikking gesteld van de technische dienst die de goedkeuringstests uitvoert.

4.   GOEDKEURING

4.1.

Als het vermogen van de voor goedkeuring krachtens dit reglement ter beschikking gestelde aandrijving volgens de specificaties van punt 5 is gemeten, wordt het type aandrijving goedgekeurd.

4.2.

Aan elk goedgekeurd type aandrijving wordt een goedkeuringsnummer toegekend. De eerste twee cijfers (momenteel 00 voor het reglement in de originele versie) geven de wijzigingenreeks aan met de recentste belangrijke technische wijzigingen die op het ogenblik van de goedkeuring in het reglement zijn opgenomen. Dezelfde overeenkomstsluitende partij mag hetzelfde goedkeuringsnummer niet aan een ander type aandrijving toekennen.

4.3.

Van de goedkeuring of de weigering of uitbreiding van de goedkeuring van een type aandrijving krachtens dit reglement wordt aan de partijen bij de Overeenkomst van 1958 die dit reglement toepassen, mededeling gedaan door middel van een formulier volgens het model in bijlage 3a.

4.4.

Van de goedkeuring of de weigering of uitbreiding van de goedkeuring van een voertuigtype wat de aandrijving betreft krachtens dit reglement wordt aan de partijen bij de Overeenkomst van 1958 die dit reglement toepassen, mededeling gedaan door middel van een formulier volgens het model in bijlage 3b.

4.5.

Op elke aandrijving die conform is met een type aandrijving waarvoor krachtens dit reglement goedkeuring is verleend, wordt op een opvallende en gemakkelijk bereikbare plaats die op het goedkeuringsformulier is gespecificeerd, een internationaal goedkeuringsmerk aangebracht, dat bestaat uit:

4.5.1.

een cirkel met daarin de letter E, gevolgd door het nummer van het land dat de goedkeuring heeft verleend (2);

4.5.2.

het nummer van dit reglement, gevolgd door de letter R, een liggend streepje en het goedkeuringsnummer, rechts van de in punt 4.5.1 voorgeschreven cirkel.

4.5.3.

Als alternatief voor het aanbrengen van deze goedkeuringsmerken en -symbolen op de aandrijving, kan de fabrikant de krachtens dit reglement goedgekeurde aandrijving vergezeld laten gaan van een document met deze informatie, zodat de goedkeuringsmerken en -symbolen op het voertuig kunnen worden aangebracht.

4.6.

Indien de aandrijving conform is met een type aandrijving dat op basis van een of meer aan de overeenkomst gehechte reglementen is goedgekeurd in het land dat de goedkeuring krachtens dit reglement heeft verleend, hoeft het in punt 4.5.1 bedoelde symbool niet te worden herhaald; in dat geval worden het reglement en de goedkeuringsnummers van alle reglementen op basis waarvan goedkeuring is verleend in het land dat de goedkeuring krachtens dit reglement heeft verleend, in verticale kolommen rechts van het in 4.5.1 bedoelde symbool vermeld.

4.7.

Het goedkeuringsmerk moet goed leesbaar en onuitwisbaar zijn.

4.8.

Het goedkeuringsmerk wordt dicht bij de door de fabrikant aangebrachte identificatiecijfers aangebracht.

4.9.

In bijlage 4 worden voorbeelden gegeven van de opstelling van het goedkeuringsmerk.

5.   SPECIFICATIES EN TESTS

5.1.   Algemeen

De onderdelen die het vermogen van de aandrijving kunnen beïnvloeden, worden op zodanige wijze ontworpen, gebouwd en gemonteerd dat de aandrijving, ondanks de trillingen waaraan zij bij normaal gebruik kan worden blootgesteld, aan de voorschriften van dit reglement voldoet.

5.2.   Beschrijving van de tests voor verbrandingsmotoren

5.2.1.   De nettovermogenstest wordt bij elektrischeontstekingsmotoren bij vol gas, en bij compressieontstekingsmotoren en dualfuelmotoren bij volle belasting, uitgevoerd, terwijl de motor is uitgerust zoals in tabel 1 van bijlage 5 is aangegeven.

5.2.1.1.

Bij een dualfuelmotor met dieselmodus wordt de test eenmaal bij de dualfuelmodus en eenmaal bij de dieselmodus van dezelfde motor uitgevoerd.

5.2.2.   De metingen worden verricht bij een aantal toerentallen dat voldoende is om de vermogenscurve tussen de door de fabrikant aanbevolen laagste en hoogste toerentallen op de juiste wijze te bepalen. De toerentallen waarbij de motor respectievelijk het maximumvermogen en het maximumkoppel levert, vallen binnen dit bereik. Bij elk toerental moet het gemiddelde van ten minste twee gestabiliseerde metingen worden bepaald.

5.2.3.   Te gebruiken brandstof:

5.2.3.1.

voor benzinemotoren met elektrische ontsteking:

wordt de brandstof gebruikt die in de handel verkrijgbaar is. In geval van betwisting wordt een van de door de CEC (3) in de CEC-documenten RF-01-A-84 en RF-01-A-85 voor benzinemotoren gedefinieerde referentiebrandstoffen gebruikt;

5.2.3.2.

voor elektrischeontstekingsmotoren en dualfuelmotoren op lpg:

5.2.3.2.1.

bij motoren die zich automatisch aan de brandstof aanpassen:

wordt de brandstof gebruikt die in de handel verkrijgbaar is. In geval van betwisting wordt een van de in bijlage 8 bedoelde referentiebrandstoffen gebruikt;

5.2.3.2.2.

bij motoren die zich niet automatisch aan de brandstof aanpassen:

wordt de in bijlage 8 bedoelde referentiebrandstof met het laagste C3-gehalte gebruikt, of

5.2.3.2.3.

bij motoren die voor één bepaalde brandstofsamenstelling zijn bestemd:

wordt de brandstof gebruikt waarvoor de motor is bestemd.

5.2.3.2.4.

De gebruikte brandstof wordt in het testrapport vermeld;

5.2.3.3.

voor elektrischeontstekingsmotoren en dualfuelmotoren op aardgas:

5.2.3.3.1.

bij motoren die zich automatisch aan de brandstof aanpassen:

wordt de brandstof gebruikt die in de handel verkrijgbaar is. In geval van betwisting wordt een van de in bijlage 8 bedoelde referentiebrandstoffen gebruikt;

5.2.3.3.2.

bij motoren die zich niet automatisch aan de brandstof aanpassen:

wordt de brandstof gebruikt die in de handel verkrijgbaar is met een Wobbe-index van ten minste 52,6 MJm-3 (4 °C, 101,3 kPa). In geval van betwisting wordt de in bijlage 8 bedoelde referentiebrandstof G20 gebruikt, d.w.z. de brandstof met de hoogste Wobbe-index, of

5.2.3.3.3.

bij motoren die voor een bepaalde reeks brandstoffen zijn bestemd:

wordt de brandstof gebruikt die in de handel verkrijgbaar is met een Wobbe-index van ten minste 52,6 MJm-3 (4 °C, 101,3 kPa), indien de motor bestemd is voor gassen van groep H, of van ten minste 47,2 MJm-3 (4 °C, 101,3 kPa) indien de motor bestemd is voor gassen van groep L. In geval van betwisting wordt de in bijlage 8 bedoelde referentiebrandstof G20 gebruikt, indien de motor bestemd is voor gassen van groep H, of de referentiebrandstof G23, indien de motor bestemd is voor gassen van groep L, d.w.z. de brandstof met de hoogste Wobbe-index voor de desbetreffende reeks, of

5.2.3.3.4.

bij motoren die voor één bepaalde lng-brandstofsamenstelling zijn bestemd:

wordt de brandstof gebruikt waarvoor de motor is bestemd, of de in bijlage 8 bedoelde referentiebrandstof G20 indien de motor bestemd is voor LNG20;

5.2.3.3.5.

bij motoren die voor één bepaalde brandstofsamenstelling zijn bestemd:

wordt de brandstof gebruikt waarvoor de motor is bestemd.

5.2.3.3.6.

De gebruikte brandstof wordt in het testrapport vermeld;

5.2.3.4.

voor compressieontstekingsmotoren en dualfuelmotoren:

wordt de brandstof gebruikt die in de handel verkrijgbaar is. In geval van betwisting wordt de door de CEC in document RF-03-A-84 gedefinieerde referentiebrandstof voor compressieontstekingsmotoren gebruikt.

5.2.3.5.

Elektrischeontstekingsmotoren van voertuigen die zowel op benzine als op een gasvormige brandstof kunnen rijden, moeten met beide brandstoffen worden getest, overeenkomstig de punten 5.2.3.1 tot en met 5.2.3.3. Voertuigen die zowel op benzine als op gasvormige brandstof kunnen rijden, maar waarbij het benzinesysteem alleen is aangebracht voor noodsituaties of voor het starten en waarvan de benzinetank niet meer dan 15 liter benzine kan bevatten, worden voor de test beschouwd als voertuigen die alleen op gasvormige brandstof kunnen rijden.

5.2.3.6.

Dualfuelmotoren of voertuigen met een dieselmodus moeten worden getest met de juiste brandstoffen voor elke modus, overeenkomstig de leden 5.2.3.1 tot en met 5.2.3.5.

5.2.4.   De metingen worden uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van bijlage 5.

5.2.5.   Het testrapport bevat de resultaten en alle berekeningen die noodzakelijk zijn om het in het aanhangsel van bijlage 5 vermelde nettovermogen te bepalen, alsmede de in bijlage 1 aangegeven kenmerken van de motor. Bij het opstellen van dit document kan de bevoegde instantie gebruikmaken van het overeenkomstig deze verordening door een erkend of aangewezen laboratorium opgestelde verdrag.

5.3.   Beschrijving van de tests voor het meten van het nettovermogen en het maximumvermogen gedurende 30 minuten van elektrische aandrijvingen

De elektrische aandrijving is uitgerust overeenkomstig bijlage 6. De voedingsspanning van de elektrische aandrijving is afkomstig van een gelijkstroombron met een maximumspanningsverlies van 5 %, afhankelijk van het tijdstip en de stroom (perioden van minder dan 10 seconden niet inbegrepen). De voedingsspanning voor de test wordt door de voertuigfabrikant aangegeven.

Opmerking:

Indien de accu het maximumvermogen gedurende 30 minuten beperkt, kan het maximumvermogen gedurende 30 minuten van een elektrisch voertuig lager zijn dan het volgens deze test vastgestelde maximumvermogen gedurende 30 minuten van de aandrijving van het voertuig.

5.3.1.   Vaststelling van het nettovermogen

5.3.1.1.

De motor en de volledige uitrusting ervan moeten gedurende minstens twee uur op een temperatuur van 25 ± 5 °C worden gebracht.

5.3.1.2.

De nettovermogenstest wordt uitgevoerd met de vermogensregelaar in de maximumstand.

5.3.1.3.

Net vóór het begin van de test draait de motor gedurende drie minuten op de testbank met het door de fabrikant aanbevolen toerental, waarbij 80 % van het maximumvermogen wordt geleverd.

5.3.1.4.

De metingen worden verricht bij een aantal toerentallen dat voldoende is om de volledige vermogenscurve tussen nul en het door de fabrikant aanbevolen hoogste toerental correct te bepalen. De volledige test duurt hoogstens 5 minuten.

5.3.2.   Vaststelling van het maximumvermogen gedurende 30 minuten

5.3.2.1.

De motor en de volledige uitrusting ervan moeten gedurende minstens vier uur op een temperatuur van 25 ± 5 °C worden gebracht.

5.3.2.2.

De elektrische aandrijving wordt op de testbank getest met een vermogen dat overeenstemt met de door de fabrikant opgestelde beste raming van het maximumvermogen gedurende 30 minuten. Het motortoerental moet binnen een bereik liggen waarbij het nettovermogen groter is dan 90 % van het in punt 5.3.1 gemeten maximumvermogen. Deze snelheid wordt door de fabrikant aanbevolen.

5.3.2.3.

Snelheid en vermogen worden geregistreerd. Het vermogen mag hoogstens ± 5 % afwijken van het vermogen aan het begin van de test. Het maximumvermogen gedurende 30 minuten is het gemiddelde vermogen over de periode van 30 minuten.

5.4.   Interpretatie van de resultaten

Het nettovermogen van elektrische aandrijvingen en hun maximumvermogen gedurende 30 minuten zoals ze door de fabrikant voor het type aandrijving zijn opgegeven, worden aanvaard als ze wat het maximumvermogen betreft niet meer dan ± 2 % en op de andere meetpunten van de curve, met een tolerantie van ± 2 % voor het toerental of binnen het toerentalbereik (X1 min-1 + 2 %) tot (X2 min-1 – 2 %) (X1 < X2), niet meer dan ± 4 % afwijken van de waarden die door de technische dienst zijn gemeten aan de aandrijving die voor de tests ter beschikking is gesteld.

Bij een dualfuelmotor is het door de fabrikant opgegeven nettovermogen het in de dualfuelmodus van die motor gemeten nettovermogen.

6.   CONFORMITEIT VAN DE PRODUCTIE

Voor de controle van de conformiteit van de productie gelden de procedures van aanhangsel 2 van de overeenkomst (E/ECE/324 — E/ECE/TRANS/505/Rev.2), met inachtneming van de volgende voorschriften:

6.1.

krachtens dit reglement goedgekeurde motoren worden zo gebouwd dat zij conform zijn met het goedgekeurde type.

6.2.

de in bijlage 7 vermelde minimumvoorschriften voor de procedures om de conformiteit van de productie te controleren, worden nageleefd.

7.   SANCTIES BIJ NON-CONFORMITEIT VAN DE PRODUCTIE

7.1.

De krachtens dit reglement verleende goedkeuring voor een type aandrijving kan worden ingetrokken indien niet aan bovengenoemde voorschriften is voldaan of indien een aandrijving met het goedkeuringsmerk niet met het goedgekeurde type overeenstemt.

7.2.

Als een partij bij de Overeenkomst van 1958 die dit reglement toepast een eerder door haar verleende goedkeuring intrekt, stelt zij de andere overeenkomstsluitende partijen die dit reglement toepassen, daarvan onmiddellijk in kennis door middel van een mededelingenformulier volgens het model in bijlage 3a of 3b.

8.   WIJZIGING EN UITBREIDING VAN DE GOEDKEURING VAN EEN TYPE AANDRIJVING

8.1.

Elke wijziging van een aandrijving van een bepaald type met betrekking tot de kenmerken van bijlage 1 of 2 wordt meegedeeld aan de typegoedkeuringsinstantie die dat type aandrijving heeft goedgekeurd. De typegoedkeuringsinstantie kan dan:

8.1.1.

oordelen dat de wijzigingen waarschijnlijk geen noemenswaardig nadelig effect zullen hebben en dat het voertuig in ieder geval nog steeds aan de voorschriften voldoet, of

8.1.2.

de voor de uitvoering van de tests verantwoordelijke technische dienst om een aanvullend testrapport verzoeken.

8.2.

De overeenkomstsluitende partijen die dit reglement toepassen, worden volgens de procedure van punt 4.3 in kennis gesteld van de bevestiging of weigering van de goedkeuring, met vermelding van de wijzigingen.

8.3.

De typegoedkeuringsinstantie die de goedkeuring uitbreidt, kent aan die uitbreiding een volgnummer toe en stelt de andere partijen bij de Overeenkomst van 1958 die dit reglement toepassen, daarvan in kennis door middel van een mededelingenformulier volgens het model in bijlage 3a of 3b.

9.   DEFINITIEVE STOPZETTING VAN DE PRODUCTIE

Indien de houder van een goedkeuring de productie van een krachtens dit reglement goedgekeurde aandrijving definitief stopzet, stelt hij de typegoedkeuringsinstantie die de goedkeuring heeft verleend, daarvan in kennis. Zodra deze instantie de kennisgeving heeft ontvangen, stelt zij de andere partijen bij de Overeenkomst van 1958 die dit reglement toepassen, daarvan in kennis door middel van een mededelingenformulier volgens het model in bijlage 3a of 3b.

10.   NAAM EN ADRES VAN DE VOOR DE UITVOERING VAN DE GOEDKEURINGSTESTS VERANTWOORDELIJKE TECHNISCHE DIENSTEN EN VAN DE TYPEGOEDKEURINGSINSTANTIES

De overeenkomstsluitende partijen die dit reglement toepassen, delen het secretariaat van de Verenigde Naties de naam en het adres mee van de technische diensten die voor de uitvoering van de goedkeuringstests verantwoordelijk zijn en/of van de typegoedkeuringsinstanties die goedkeuring verlenen en waaraan de in andere landen afgegeven certificaten betreffende de goedkeuring of de uitbreiding of weigering van de goedkeuring moeten worden toegezonden.


(1)  Zoals gedefinieerd in de geconsolideerde resolutie betreffende de constructie van voertuigen (R.E.3), document ECE/TRANS/WP.29/78/Rev.2, punt 2 — www.unece.org/trans/main/wp29/wp29wgs/wp29gen/wp29resolutions.html

(2)  De nummers van de partijen bij de Overeenkomst van 1958 zijn opgenomen in bijlage 3 bij de Geconsolideerde resolutie betreffende de constructie van voertuigen (R.E.3), document ECE/TRANS/WP.29/78/Rev.2/Amend.3 — www.unece.org/trans/main/wp29/wp29wgs/wp29gen/wp29resolutions.html

(3)  European Coordinating Council.


BIJLAGE 1

ESSENTIËLE KENMERKEN VAN DE VERBRANDINGSMOTOR EN INFORMATIE OVER DE UITVOERING VAN DE TESTS

De onderstaande gegevens, voor zover van toepassing, worden in drievoud verstrekt en gaan vergezeld van een inhoudsopgave. Eventuele tekeningen worden op een passende schaal met voldoende details in formaat A4 of tot dat formaat gevouwen verstrekt. Op eventuele foto’s zijn voldoende details te zien.

Indien de systemen, onderdelen en technische eenheden elektronisch gestuurde functies hebben, worden gegevens over de prestaties verstrekt.

0.

Algemene identificatie van het voertuig: …

0.1.

Merk (handelsnaam van de fabrikant): …

0.2.

Type en algemene handelsbenaming(en): …

0.3.

Middel tot identificatie van het type, indien op het voertuig aangebracht: …

0.3.1.

Plaats van dat identificatiemiddel: …

0.4.

Categorie waartoe het voertuig behoort: …

0.5.

Naam en adres van de fabrikant: …

0.6.

Adres van de assemblagefabriek(en): …

1.

Algemene constructiekenmerken van het voertuig

1.1.

Foto’s en/of tekeningen van een representatief voertuig: …

1.2.

Kant van het stuur: links/rechts (1): …

1.3.

Dualfuelvoertuig: ja/neen (1)

1.3.1.

Dualfuelmotor met een dieselmodus: ja/neen (1)

2.0.

Motor

2.1.

Fabrikant: …

2.2.

Motorcode van de fabrikant (zoals vermeld op de motor, of ander identificatiemiddel): …

2.3.

Werkingsprincipe: elektrische ontsteking/compressieontsteking, viertakt/tweetakt (1)

2.4.

Aantal en opstelling van de cilinders: …

2.5.

Boring: … mm

2.6.

Slag: … mm

2.7.

Ontstekingsvolgorde: …

2.8.

Cilinderinhoud: … cm3

2.9.

Volumetrische compressieverhouding: …

2.10.

Tekeningen van verbrandingskamer, zuigerkop en, in het geval van elektrischeontstekingsmotoren, zuigerveren: …

2.11.

Maximaal nettovermogen: … kW bij … min–1

2.12.

Maximaal toegestaan motortoerental volgens fabrieksopgave: … min–1

2.13.

Maximaal nettokoppel (1): … Nm bij … min–1 (volgens fabrieksopgave)

3.0.

Brandstof: diesel/benzine/lpg/cng/lng (1)

3.0.1.

Voor zover van toepassing, het (de) bij Reglement nr. 49 voorgeschreven aanvullende teken(s) in het goedkeuringsmerk om aan te geven voor welk motortype de goedkeuring is verleend (bv. HLt).

3.1.

RON, gelode benzine: …

3.2.

RON, loodvrij: …

3.3.

Brandstoftoevoer

3.3.1.

Via carburateur(s): ja/neen (1)

3.3.1.1.

Merk(en): …

3.3.1.2.

Type(n): …

3.3.1.3.

Aantal: …

3.3.1.4.

Afstelling

3.3.1.4.1.

Sproeiers: …

3.3.1.4.2.

Venturi’s: …

3.3.1.4.3.

Niveau in de vlotterkamer: …

3.3.1.4.4.

Massa van de vlotter: …

3.3.1.4.5.

Vlotternaald: …

Of de curve van het brandstofdebiet uitgezet tegen de luchtstroom en de instellingen waarbij het verloop van de curve gewaarborgd blijft

3.3.1.5.

Koudstartsysteem: manueel/automatisch (1)

3.3.1.5.1.

Werkingsprincipe(s): …

3.3.1.5.2.

Bedrijfsgrenzen/instellingen (1): …

3.3.2.

Door brandstofinspuiting (alleen compressieontsteking): ja/neen (1)

3.3.2.1.

Beschrijving van het systeem: …

3.3.2.2.

Werkingsprincipe: directe inspuiting/voorkamer/wervelkamer (1)

3.3.2.3.

Inspuitpomp

3.3.2.3.1.

Merk(en): …

3.3.2.3.2.

Type(n): …

3.3.2.3.3.

Maximale brandstofopbrengst (1): … mm3/slag of cyclus bij een pomptoerental van … min–1 of eventueel een karakteristiek schema: …

3.3.2.3.4.

Inspuittiming: …

3.3.2.3.5.

Inspuitvervroegingscurve: …

3.3.2.3.6.

Kalibratieprocedure: testbank/motor (1)

3.3.2.4.

Regulateur

3.3.2.4.1.

Type: …

3.3.2.4.2.

Merk: …

3.3.2.4.3.

Uitschakelingspunt

3.3.2.4.3.1.

Uitschakelingspunt onder belasting: … min–1

3.3.2.4.3.2.

Uitschakelingspunt zonder belasting: … min–1

3.3.2.4.4.

Maximumtoerental zonder belasting: … min–1

3.3.2.4.5.

Stationair toerental: …

3.3.2.5.

Inspuitleidingen

3.3.2.5.1.

Lengte: … mm

3.3.2.5.2.

Inwendige diameter: … mm

3.3.2.6.

Verstuiver(s)

3.3.2.6.1.

(volgens fabrieksopgave) …

3.3.2.6.2.

Type(n): …

3.3.2.6.3.

Openingsdruk: … kPa of karakteristiek schema: …

3.3.2.7.

Koudstartsysteem

3.3.2.7.1.

Merk(en): …

3.3.2.7.2.

Type(n): …

3.3.2.7.3.

Beschrijving: …

3.3.2.8.

Elektronische regeleenheid

3.3.2.8.1.

Merk(en): …

3.3.2.8.2.

Beschrijving van het systeem …

3.3.3.

Door brandstofinspuiting (alleen elektrische ontsteking): ja/neen (1)

3.3.3.1.

Werkingsprincipe: inlaatspruitstuk (enkel-/meerpunts (1))/directe inspuiting/andere (specificeren) (1)

3.3.3.2.

Merk(en): …

3.3.3.3.

Type(n): …

3.3.3.4.

Beschrijving van het systeem

3.3.3.4.1.

Type of nummer van de regeleenheid: …

3.3.3.4.2.

Type brandstofregelaar: …

3.3.3.4.3.

Type luchtstromingssensor: …

3.3.3.4.4.

Type brandstofverdelerpomp: …

3.3.3.4.5.

Type drukregelaar: …

3.3.3.4.6.

Type smoorklephuis: …

Bij andere dan continue inspuitsystemen soortgelijke gegevens verstrekken.

3.3.3.5.

Verstuivers: openingsdruk: … kPa of karakteristiek schema: …

3.3.3.6.

Inspuittiming: …

3.3.3.7.

Koudstartsysteem

3.3.3.7.1.

Werkingsprincipe(s): …

3.3.3.7.2.

Bedrijfsgrenzen/instellingen (1): …

3.4.

Gas- en dualfuelmotoren

3.4.1.

Automatische aanpassing aan de brandstof: ja/neen (1)

3.4.2.

bij motoren die zich niet automatisch aan de brandstof aanpassen: specifieke gassamenstelling/gasgroep waarvoor de motor is gekalibreerd

4.0.

Brandstofpomp

4.1.

Druk: … kPa of karakteristiek schema:

5.0.

Elektrisch systeem

5.1.

Nominale spanning: … V, positieve/negatieve (1) massaverbinding

5.2.

Generator

5.2.1.

Type: …

5.2.2.

Nominaal vermogen: VA

6.0.

Ontsteking

6.1.

Merk(en): …

6.2.

Type(n): …

6.3.

Werkingsprincipe: …

6.4.

Ontstekingsvervroegingscurve: …

6.5.

Vast ontstekingstijdstip: … graden vóór bdp

6.6.

Afstand tussen contactpunten: … mm

6.7.

Contacthoek: … graden

7.0.

Koelsysteem (vloeistof/lucht) (1)

7.1.

Nominale instelling van het motortemperatuurregelmechanisme: …

7.2.

Vloeistof

7.2.1.

Aard van de vloeistof: …

7.2.2.

Circulatiepomp(en): ja/neen (1)

7.2.3.

Kenmerken: …

7.2.3.1.

Merk(en): …

7.2.3.2.

Type(n): …

7.2.4.

Aandrijvingsverhouding(en): …

7.2.5.

Beschrijving van de ventilator en het drijfwerk ervan: …

7.3.

Lucht

7.3.1.

Aanjager: ja/neen (1)

7.3.2.

Kenmerken: …, of

7.3.2.1.

Merk(en): …

7.3.2.2.

Type(n): …

7.3.3.

Aandrijvingsverhouding(en): …

8.0.

Inlaatsysteem

8.1.

Drukvulling: ja/neen (1)

8.1.1.

Merk(en): …

8.1.2.

Type(n): …

8.1.3.

Beschrijving van het systeem (bijvoorbeeld maximale vuldruk: …

kPa, overdrukklep, indien van toepassing): …

8.2.

Tussenkoeler: ja/neen (1)

8.3.

Beschrijving en tekeningen van inlaatpijpen en bijbehorende aanvullende onderdelen (drukkamer, voorverwarmingssysteem, extra luchtinlaten enz.): …

8.3.1.

Beschrijving van het inlaatspruitstuk (met tekeningen en/of foto’s): …

8.3.2.

Luchtfilter, tekeningen: …, of

8.3.2.1.

Merk(en): …

8.3.2.2.

Type(n): …

8.3.3.

Inlaatgeluiddemper, tekeningen: …, of

8.3.3.1.

Merk(en): …

8.3.3.2.

Type(n): …

9.0.

Uitlaatsysteem

9.1.

Beschrijving en/of tekening van het uitlaatspruitstuk: …

9.2.

Beschrijving en/of tekening van het uitlaatsysteem: …

9.3.

Maximaal toelaatbare uitlaattegendruk bij nominaal motortoerental en bij 100 % belasting: … kPa

10.0.

Minimumdwarsdoorsnede van inlaat- en uitlaatpoorten: …

11.0.

Kleptiming of gelijkwaardige gegevens

11.1.

Maximale lichthoogte van de kleppen, openings- en sluitingshoeken of gegevens over de timing van alternatieve distributiesystemen, ten opzichte van de dode punten: …

11.2.

Referentie- en/of afstelbereik (1): …

12.0.

Maatregelen tegen luchtverontreiniging

12.1.

Extra voorzieningen tegen verontreiniging (indien aanwezig en niet elders vermeld)

12.2.

Katalysator: ja/neen (1)

12.2.1.

Aantal katalysatoren en katalysatorelementen: …

12.2.2.

Afmetingen, vorm en volume van de katalysator(en): …

12.3.

Zuurstofsensor: ja/neen (1)

12.4.

Luchtinspuiting: ja/neen (1)

12.5.

Uitlaatgasrecirculatie: ja/neen (1)

12.6.

Deeltjesvanger: ja/neen (1)

12.6.1.

Afmetingen, vorm en inhoud van de deeltjesvanger: …

12.7.

Andere systemen (beschrijving en werking): …

13.0.

Lpg-systeem: ja/neen (1)

13.1.

Goedkeuringsnummer volgens Reglement nr. 67: …

13.2.

Elektronische regeleenheid voor motormanagement op lpg: …

13.2.1.

Merk(en): …

13.2.2.

Type(n): …

13.2.3.

Afstelmogelijkheden in verband met emissies: …

13.3.

Aanvullende documentatie: …

13.3.1.

Beschrijving van de bescherming van de katalysator bij het overschakelen van benzine op lpg of omgekeerd: …

13.3.2.

Systeemconfiguratie (elektrische verbindingen, vacuümverbindingen, compensatieslangen enz.): …

13.3.3.

Tekening van het symbool: …

14.0.

Aardgassysteem: ja/neen (1)

14.1.

Goedkeuringsnummer volgens Reglement nr. 110: …

14.2.

Elektronische regeleenheid voor motormanagement op aardgas: …

14.2.1.

Merk(en): …

14.2.2.

Type(n): …

14.2.3.

Afstelmogelijkheden in verband met emissies: …

14.3.

Aanvullende documentatie: …

14.3.1.

Beschrijving van de bescherming van de katalysator bij het overschakelen van benzine op aardgas of omgekeerd: …

14.3.2.

Systeemconfiguratie (elektrische verbindingen, vacuümverbindingen, compensatieslangen enz.): …

14.3.3.

Tekening van het symbool: …

15.0.

Door de fabrikant toegestane temperaturen

15.1.

Koelsysteem

15.1.1.

Vloeistofkoeling

Maximumtemperatuur aan de uitlaat: … °C

15.1.2.

Luchtkoeling

15.1.2.1.

Referentiepunt: …

15.1.2.2.

Maximumtemperatuur op het referentiepunt: … °C

15.2.

Maximumuitlaattemperatuur van de inlaattussenkoeler: … °C

15.3.

Maximumtemperatuur van de uitlaatgassen op het punt in de uitlaatpijp(en) ter hoogte van de buitenflens (buitenflenzen) van het uitlaatspruitstuk: … °C

15.4.

Brandstoftemperatuur

Minimaal: … °C

Maximaal: … °C

15.5.

Smeermiddeltemperatuur

Minimaal: … °C

Maximaal: … °C

16.0.

Smeersysteem

16.1.

Beschrijving van het systeem

16.1.1.

Plaats van het smeermiddelreservoir: …

16.1.2.

Toevoersysteem (pomp/inspuiting in het inlaatsysteem/vermenging met brandstof enz.) (1): …

16.2.

Smeerpomp

16.2.1.

Merk(en): …

16.2.2.

Type(n): …

16.3.

Vermenging met brandstof

16.3.1.

Mengverhouding: …

16.4.

Oliekoeler: ja/neen (1)

16.4.1.

Tekening(en): …, of

16.4.1.1.

Merk(en): …

16.4.1.2.

Type(n): …

Andere door de motor aangedreven hulpapparatuur (overeenkomstig punt 2.3.2 van bijlage 5) (opsomming en zo nodig korte beschrijving):

17.0.

Aanvullende informatie over de testomstandigheden (alleen voor elektrischeontstekingsmotoren en dualfuelmotoren)

17.1.

Bougies

17.1.1.

Merk: …

17.1.2.

Type: …

17.1.3.

Instelling van de elektrodenafstand: …

17.2.

Bobine

17.2.1.

Merk: …

17.2.2.

Type: …

17.3.

Ontstekingscondensator

17.3.1.

Merk: …

17.3.2.

Type: …

17.4.

Apparatuur voor het onderdrukken van radio-interferentie

17.4.1.

Merk: …

17.4.2.

Type: …

17.5.

Voor de test als brandstof gebruikt gas: referentiebrandstof (2)/anders (1)

17.5.1.

Als het voor de test als brandstof gebruikte gas een referentiebrandstof is, aanduiding van dat gas: …

17.5.2.

Als het voor de test als brandstof gebruikte gas geen referentiebrandstof is, samenstelling van dat gas: …

(Datum, dossier)


(1)  Doorhalen wat niet van toepassing is.

(2)  Zoals gespecificeerd in bijlage 8.


BIJLAGE 2

ESSENTIËLE KENMERKEN VAN DE ELEKTRISCHE AANDRIJVING EN INFORMATIE OVER DE UITVOERING VAN DE TESTS

1.

Algemeen

1.1.

Merk: …

1.2.

Type: …

1.3.

Aandrijving (1): een motor/meerdere motoren (aantal) …

1.4.

Configuratie van de transmissie: parallel/transaxiaal/andere (opgeven welke):…

1.5.

Testspanning: … V

1.6.

Basistoerental van de motor: … min–1

1.7.

Maximumtoerental van de motorkrukas: … min–1

(of standaardwaarde): … reductor/uitgaande as van de versnellingsbak (2) … min–1

1.8.

Toerental bij maximumvermogen (3) (gespecificeerd door de fabrikant): … min–1

1.9.

Maximumvermogen (gespecificeerd door de fabrikant): … kW

1.10.

Maximumvermogen gedurende 30 minuten (gespecificeerd door de fabrikant): … kW

1.11.

Flexibel bereik (als P ≥ 90 % van het maximumvermogen):

toerental aan het begin van het bereik: … min–1

toerental aan het einde van het bereik: … min–1

2.

Motor

2.1.

Werkingsprincipe

2.1.1.

Gelijkstroom (DC)/wisselstroom (AC) (1) aantal fasen:…

2.1.2.

Bekrachtiging/afzonderlijk/in serie/samengesteld (1)

2.1.3.

Synchroon/asynchroon (1)

2.1.4.

Rotor met spoelen/met permanente magneten/met behuizing (1)

2.1.5.

Aantal polen van de motor: …

2.2.

Traagheidsmassa: …

3.

Vermogensregelaar

3.1.

Merk: …

3.2.

Type: …

3.3.

Regelprincipe: vectorieel/open circuit/gesloten/ander (specificeren): …

3.4.

Maximale effectieve stroomtoevoer naar de motor (3): … A

gedurende … seconden

3.5.

Gebruikt spanningsbereik: … V tot … V

4.

Koelsysteem:

 

Motor: vloeistofkoeling/luchtkoeling (1)

 

Regelaar: vloeistofkoeling/luchtkoeling (1)

4.1.

Kenmerken van de vloeistofkoelapparatuur

4.1.1.

Aard van de vloeistof … circulatiepompen: ja/neen (1)

4.1.2.

Kenmerken of merk(en) en type(n) van de pomp: …

4.1.3.

Thermostaat: instelling: …

4.1.4.

Radiator: tekening(en) of merk(en) en type(n): …

4.1.5.

Overdrukklep: drukinstelling: …

4.1.6.

Ventilator: kenmerken of merk(en) en type(n): …

4.1.7.

Ventilatorleiding: …

4.2.

Kenmerken van de luchtkoelapparatuur

4.2.1.

Aanjager: kenmerken of merk(en) en type(n): …

4.2.2.

Standaardluchtleidingen: …

4.2.3.

Temperatuurregelsysteem: ja/neen (1)

4.2.4.

Korte beschrijving: …

4.2.5.

Luchtfilter … merk(en) … type(n): …

4.3.

Door de fabrikant toegestane temperaturen

4.3.1.

Motoruitlaat: (max.) … °C

4.3.2.

Inlaat van de regelaar: (max.) … °C

4.3.3.

Op de referentiepunten van de motor: (max.) … °C

4.3.4.

Op de referentiepunten van de regelaar: (max.) … °C

5.

Isolatiecategorie: …

6.

Internationale beschermingscode (IP): …

7.

Werkingsprincipe van het smeersysteem (1):

 

Lagers: wrijving/kogel

 

Smeermiddel: vet/olie

 

Afdichting: ja/neen

 

Circulatie: met/zonder


(1)  Doorhalen wat niet van toepassing.

(2)  Ingeschakelde versnelling.

(3)  Toleranties aangeven.


BIJLAGE 3A

MEDEDELING

(maximumformaat: A4 (210 × 297 mm))

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

BIJLAGE 3B

MEDEDELING

(maximumformaat: A4 (210 × 297 mm))

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

BIJLAGE 4

OPSTELLING VAN GOEDKEURINGSMERKEN

Model A

(zie punt 4.4 van dit reglement)

Image

Het hierboven afgebeelde goedkeuringsmerk, aangebracht op een aandrijving, geeft aan dat het type aandrijving in kwestie in Nederland (E4) met betrekking tot de meting van het nettovermogen krachtens Reglement nr. 85 is goedgekeurd onder nummer 002492. Het goedkeuringsnummer geeft aan dat de goedkeuring is verleend volgens de voorschriften van Reglement nr. 85 in zijn oorspronkelijk vorm.

Model B

(zie punt 4.5 van dit reglement)

Image

Bovenstaand goedkeuringsmerk, aangebracht op een voertuig, geeft aan dat het voertuigtype in kwestie in Nederland (E4) krachtens de Reglementen nr. 85 en nr. 31 (1) is goedgekeurd. De eerste twee cijfers van de goedkeuringsnummers geven aan dat op de respectieve datum van goedkeuring Reglement nr. 85 ongewijzigd was en Reglement nr. 31 al wijzigingenreeks 01 bevatte.


(1)  Het tweede nummer dient alleen ter illustratie.


BIJLAGE 5

METHODE OM HET NETTOVERMOGEN VAN VERBRANDINGSMOTOREN TE METEN

1.   DEZE BEPALINGEN ZIJN VAN TOEPASSING OP DE METHODE OM DE VERMOGENSCURVE BIJ VOLLE BELASTING VAN EEN VERBRANDINGSMOTOR WEER TE GEVEN ALS FUNCTIE VAN HET MOTORTOERENTAL.

2.   TESTOMSTANDIGHEDEN

2.1.   De motor is volgens de aanbevelingen van de fabrikant ingelopen.

2.2.   Als de meting van het vermogen alleen kan worden uitgevoerd op een motor waarop een versnellingsbak is gemonteerd, wordt rekening gehouden met de efficiëntie van die versnellingsbak.

2.3.   Hulpapparatuur

2.3.1.   Te monteren hulpapparatuur

Tijdens de test wordt de hulpapparatuur die nodig is voor de werking van de motor in de beoogde toepassing (zie tabel 1) op de testbank geïnstalleerd, zoveel mogelijk in dezelfde positie als bij de beoogde toepassing.

2.3.2.   Te verwijderen hulpapparatuur

Bepaalde aanvullende onderdelen van het voertuig die alleen nodig zijn om met het voertuig te kunnen rijden en die daarbij op de motor kunnen zijn gemonteerd, worden voor de tests verwijderd. Het kan daarbij bijvoorbeeld gaan om:

 

een luchtcompressor voor de remmen; een compressor van de stuurbekrachtiging; een compressor van de ophanging;

 

een airconditioningsysteem.

 

Indien de aanvullende onderdelen niet kunnen worden verwijderd, kan het vermogen dat deze in onbelaste toestand absorberen, worden vastgesteld en bij het gemeten motorvermogen worden opgeteld.

Tabel 1

Hulpapparatuur die moet worden gemonteerd voor de test om het nettovermogen van de motor te bepalen

(Onder „Standaarduitrusting” wordt verstaan: de uitrusting die door de fabrikant voor een bepaalde toepassing is aangebracht)


Nr.

Hulpapparatuur

Gemonteerd voor de nettovermogenstest

1

Inlaatsysteem

 

Inlaatspruitstuk

Carteremissiebeheersingssysteem

Ja, standaarduitrusting

Luchtfilter

Inlaatgeluiddemper

Snelheidsbegrenzer

Ja, standaarduitrusting (1)

2

Voorverwarmingssysteem van het inlaatspruitstuk

Ja, standaarduitrusting. Indien mogelijk moet dit systeem in de gunstigste stand worden gezet.

3

Uitlaatsysteem

 

Uitlaatgasreiniger

Uitlaatspruitstuk

Drukvullingssysteem

Pijpverbindingen (2)

Geluiddemper (2)

Uitlaatpijp (2)

Uitlaatrem (1)

Ja, standaarduitrusting

4

Brandstofpomp (2)

Ja, standaarduitrusting

5

Carburator

 

Elektronisch regelsysteem, luchtstromingsmeter enz. (indien gemonteerd)

Ja, standaarduitrusting

Drukverlager

Verdamper

Menger

Uitrusting voor gasmotoren

6

Brandstofinspuiting (benzine en diesel)

 

Voorfilter

Filter

Pomp

Hogedrukleiding

Verstuiver

Luchtinlaatklep (3), indien gemonteerd

Elektronisch regelsysteem, luchtstromingsmeter enz. (indien gemonteerd)

Regulateur/regelsysteem. Automatische vollastaanslag van de regelstang naargelang de atmosferische omstandigheden

Ja, standaarduitrusting

7

Vloeistofkoeling

 

Motorkap

Luchtuitlaat motorkap

Neen

Radiatorventilator (4)  (5)

Ventilatorhuis

Waterpomp

Thermostaat (6)

Ja (4), standaarduitrusting

8

Luchtkoeling

 

Huis

Aanjager (4)  (5)

Ja, standaarduitrusting

Temperatuurregeling

Ja, standaarduitrusting

9

Elektrische apparatuur

Ja (7), standaarduitrusting

10

Drukvulling (indien gemonteerd)

 

Direct door de motor en/of door de uitlaatgassen aangedreven compressor

Tussenkoeler (8)

Pomp of ventilator van de koelinrichting (aangedreven door de motor)

Debietregelvoorzieningen voor het koelmiddel (indien gemonteerd)

Ja, standaarduitrusting

11

Hulpventilator voor de testbank

Ja, indien nodig

12

Voorzieningen tegen verontreiniging (9)

Ja, standaarduitrusting

2.3.3.   Hulpapparatuur voor het starten van compressieontstekingsmotoren

Voor de hulpapparatuur die dient voor het starten van compressieontstekingsmotoren, worden beide onderstaande gevallen in aanmerking genomen:

a)

elektrisch starten. De generator is aangesloten en levert eventueel de stroom voor de hulpapparatuur die noodzakelijk is voor de werking van de motor;

b)

niet-elektrisch starten. De generator wordt verwijderd, tenzij hij hulpapparatuur die voor de werking van de motor noodzakelijk is, van stroom voorziet.

In beide gevallen wordt het systeem voor het produceren en opslaan van de voor het starten noodzakelijke energie aangesloten en werkt het onbelast.

2.4.   Wijze van afstelling

De wijze van afstelling bij de test ter bepaling van het nettovermogen is aangegeven in tabel 2.

Tabel 2

Wijze van afstelling

1.

Afstelling van de carburator(en)

Afgesteld overeenkomstig de productiespecificaties van de fabrikant en gebruikt zonder verdere wijziging voor de desbetreffende toepassing

2.

Afstelling van het debiet van de inspuitpomp

3.

Ontstekings- of inspuittiming (timingkromme)

4.

Afstelling van de regulateur

5.

Emissiebeheersingsvoorzieningen

3.   TE REGISTREREN GEGEVENS

3.1.

De nettovermogenstest wordt bij elektrischeontstekingsmotoren bij vol gas, en bij compressieontstekingsmotoren met het maximumdebiet van de inspuitpomp, uitgevoerd, terwijl de motor is uitgerust zoals in tabel 1 is aangegeven.

3.2.

De te registreren gegevens zijn die van punt 4 van het aanhangsel van deze bijlage. De prestatiegegevens worden verkregen onder constante bedrijfsomstandigheden, waarbij de luchttoevoer naar de motor toereikend moet zijn. In de verbrandingskamers mag aanslag voorkomen, maar slechts in beperkte mate. De testomstandigheden, zoals bijvoorbeeld de temperatuur van de inlaatlucht, stemmen zoveel mogelijk met de referentieomstandigheden (zie punt 5.2 van deze bijlage) overeen om de grootte van de correctiefactor te beperken.

3.3.

De temperatuur van de inlaatlucht van de motor (omgevingslucht) wordt gemeten op een afstand van ten hoogste 0,15 m vóór de inlaat van het luchtfilter of, bij het ontbreken van een filter, op een afstand van ten hoogste 0,15 m van de opening van de luchtinlaat. De thermometer of het thermokoppel worden tegen stralingswarmte afgeschermd en direct in de luchtstroom geplaatst. Zij worden tevens tegen brandstofneerslag afgeschermd. Om een representatieve gemiddelde inlaattemperatuur te verkrijgen, worden op een voldoende aantal plaatsen metingen verricht.

3.4.

Er worden geen gegevens verzameld alvorens het koppel, het toerental en de temperaturen gedurende ten minste 1 minuut vrijwel constant zijn gebleven.

3.5.

Tijdens een test of aflezing mag het toerental niet meer dan ± 1 % of ± 10 min–1 afwijken van het gekozen toerental, waarbij de grootste waarde wordt genomen.

3.6.

De waargenomen waarden voor rembelasting, brandstofverbruik en temperatuur van de inlaatlucht worden gelijktijdig gemeten en moeten het gemiddelde vormen van twee constante opeenvolgende waarden die, wat de rembelasting en het brandstofverbruik betreft, niet meer dan 2 % verschillen.

3.7.

De temperatuur van het koelmiddel aan de uitlaat van de motor wordt op de door de fabrikant voorgeschreven waarde gehouden. Indien de fabrikant geen temperatuur voorschrijft, bedraagt deze 353 K ± 5 K. Bij luchtgekoelde motoren wordt de temperatuur op een door de fabrikant aangegeven punt gehouden binnen

Formula

van de maximumwaarde die door de fabrikant onder de referentieomstandigheden is voorgeschreven.

3.8.

De brandstoftemperatuur wordt gemeten aan de inlaat van de carburator of aan het brandstofinspuitsysteem en gehandhaafd binnen de door de motorfabrikant aangegeven grenzen.

3.9.

De temperatuur van het smeermiddel, gemeten in de oliepomp, in het carter of aan de uitlaat van de eventueel gemonteerde oliekoeler, moet binnen de door de motorfabrikant aangegeven grenswaarden blijven.

3.10.

Voor handhaving van de temperatuur binnen de in de punten 3.7, 3.8 en 3.9 van deze bijlage aangegeven grenswaarden mag eventueel gebruik worden gemaakt van een hulpregelsysteem.

4.   NAUWKEURIGHEID VAN DE METINGEN

4.1.   Koppel: ± 11 % van het gemeten koppel.

Het systeem voor het meten van het koppel wordt zo gekalibreerd dat rekening wordt gehouden met wrijvingsverliezen. In de onderste helft van het meetbereik van de rollenbank mag de nauwkeurigheid ± 2 % van het gemeten koppel bedragen.

4.2.   „Motortoerental”: Het toerental wordt gemeten met een nauwkeurigheid van ± 0,5 %. Het motortoerental wordt bij voorkeur gemeten met behulp van een automatisch gesynchroniseerde toerenteller en stopwatch (of teller-chronometer).

4.3.   Brandstofverbruik: ± 1 % van het gemeten verbruik.

4.4.   Brandstoftemperatuur: ± 2 K.

4.5.   Temperatuur van de inlaatlucht van de motor: ± 1 K.

4.6.   Barometerdruk: ± 100 Pa.

4.7.   Druk in de inlaatleiding: ± 50 Pa.

4.8.   Druk in de uitlaatleiding: ± 200 Pa.

5.   VERMOGENSCORRECTIEFACTOREN

5.1.   Definitie

De vermogenscorrectiefactor L is de coëfficiënt om het motorvermogen onder de in punt 5.2 aangegeven atmosferische referentieomstandigheden te bepalen,

volgens de formule:

Formula

waarbij Po = het gecorrigeerde vermogen (het vermogen onder atmosferische referentieomstandigheden);

L = de correctiefactor (La of Ld);

P = het gemeten vermogen (testvermogen).

5.2.   Atmosferische referentieomstandigheden

5.2.1.   Temperatuur (To): 298 K (25 °C)

5.2.2.   Droge druk (Pso): 99 kPa

Opmerking: De droge druk is gebaseerd op een totale druk van 100 kPa en een waterdampdruk van 1 kPa.

5.3.   Atmosferische testomstandigheden

De atmosferische omstandigheden tijdens de test zijn als volgt:

5.3.1.   Temperatuur (T)

Voor elektrischeontstekingsmotoren

288 K ≤ T ≤ 308 K

Voor dieselmotoren

283 K ≤ T ≤ 313 K

5.3.2.   Druk (Ps)

80 kPa ≤ Ps ≤ 110 kPa

5.4.   Vaststelling van de correctiefactoren αa en αd  (10)

5.4.1.   Elektrischeontstekingsmotoren met natuurlijke aanzuiging of met drukvulling: factor αa

De correctiefactor αa wordt berekend met de volgende formule:

Formula  (11)

waarbij

Ps = de totale droge atmosferische druk in kilopascal (kPa), d.w.z. de totale luchtdruk verminderd met de waterdampdruk;

T = de absolute temperatuur in Kelvin (K) van de door de motor aangezogen lucht.

Voorwaarden waaraan in het laboratorium moet zijn voldaan

De test is alleen geldig indien de correctiefactor αa zodanig is dat 0,93 ≤ αa ≤ 1,07

Als deze grenswaarden worden overschreden, wordt de verkregen gecorrigeerde waarde verstrekt en worden de testomstandigheden (temperatuur en druk) nauwkeurig in het testrapport vermeld.

5.4.2.   Dieselmotoren – Factor αd

De vermogenscorrectiefactor (αd) voor dieselmotoren bij constant brandstoftoevoerdebiet wordt verkregen met de volgende formule:

αd = (fa) fm;

waarbij fa = de atmosferische factor;

fm = de karakteristieke parameter voor elk type motor en afstelling.

5.4.2.1.   Atmosferische factor fa

Deze factor weerspiegelt de effecten van de omgevingsomstandigheden (druk, temperatuur en vochtigheid) op de door de motor aangezogen lucht. De formule voor het berekenen van de atmosferische factor verschilt naargelang het motortype.

5.4.2.1.1.   Motoren met natuurlijke aanzuiging en mechanisch aangedreven drukvulling:

Formula

5.4.2.1.2.   Motoren met turbodrukvulling met of zonder koeling van de inlaatlucht:

Formula

5.4.2.2.   Motorfactor fm

fm is een functie van qc (gecorrigeerd brandstofdebiet) en wordt als volgt berekend:

fm = 0,036 qc – 1,14

waarbij qc = q/r

waarbij

q = het brandstofdebiet in milligrammen per cyclus en per liter totaal verplaatst volume (mg/(l × cyclus));

r = de drukverhouding tussen de inlaat en de uitlaat van de compressor (r = 1 bij motoren met natuurlijke aanzuiging).

Deze formule geldt voor een waarde qc tussen 40 mg/(l × cyclus) en 65 mg/(l × cyclus).

Als qc lager is dan 40 mg/(l × cyclus), zal worden uitgegaan van een constante waarde van fm gelijk aan 0,3 (fm = 0,3).

Als qc hoger is dan 65 mg/(l × cyclus), zal worden uitgegaan van een constante waarde van fm gelijk aan 1,2 (fm = 1,2) (zie figuur):

Image

5.4.2.3.   Voorwaarden waaraan in het laboratorium moet zijn voldaan

De test is alleen geldig indien de correctiefactor αd zodanig is dat 0,9 ≤ αd ≤ 1,1

Als deze grenswaarden worden overschreden, wordt de verkregen gecorrigeerde waarde verstrekt en worden de testomstandigheden (temperatuur en druk) nauwkeurig in het testrapport vermeld.


(1)  

(1a)

Het volledige inlaatsysteem voor de beoogde toepassing wordt gemonteerd:

indien het gevaar bestaat dat het motorvermogen merkbaar wordt beïnvloed,

bij tweetaktmotoren en elektrischeontstekingsmotoren,

indien de fabrikant hierom verzoekt.

In de andere gevallen mag van een gelijkwaardig systeem gebruik worden gemaakt en moet worden gecontroleerd of de inlaatdruk niet meer dan 100 Pa afwijkt van de door de fabrikant opgegeven grenswaarde voor een schoon luchtfilter.

(2)  

(1b)

Het volledige uitlaatsysteem voor de voorgenomen toepassing wordt gemonteerd: indien het gevaar bestaat dat het motorvermogen merkbaar wordt beïnvloed,

bij tweetaktmotoren en elektrischeontstekingsmotoren,

indien de fabrikant hierom verzoekt.

In de andere gevallen mag van een gelijkwaardig systeem gebruik worden gemaakt op voorwaarde dat de aan de uitgang van het motoruitlaatsysteem gemeten druk niet meer dan 1 000 Pa afwijkt van de door de fabrikant opgegeven waarde.

De uitgang van het motoruitlaatsysteem wordt gedefinieerd als een punt dat zich 150 mm achter het uiteinde van het op de motor gemonteerde deel van het uitlaatsysteem bevindt.

De koeling van de vloeistof mag hetzij via de radiator van de motor, hetzij via een externe kringloop plaatsvinden, op voorwaarde dat het drukverlies van deze kringloop en de druk aan de inlaat van de pomp vrijwel gelijk blijven aan die van het motorkoelsysteem. Indien er een radiatorhoes is, wordt deze geopend.

(1)  Indien de motor voorzien is van een uitlaatrem, wordt de klep in de volledig open stand geblokkeerd.

(2)  De brandstoftoevoerdruk mag eventueel worden aangepast om de bij de gebruikstoepassing heersende druk te reproduceren (met name indien gebruik wordt gemaakt van een brandstofterugvoersysteem).

(3)  De luchtinlaatklep is de bedieningsklep van de pneumatische drukregelaar van de inspuitpomp. De regelaar van het inspuitsysteem kan andere voorzieningen omvatten die van invloed kunnen zijn op de hoeveelheid ingespoten brandstof.

(4)  Op de testbank worden de radiator, de ventilator, het ventilatorhuis, de waterpomp en de thermostaat ten opzichte van elkaar in dezelfde posities geplaatst als in het voertuig. De circulatie van de koelvloeistof mag uitsluitend door de waterpomp van de motor worden bewerkstelligd.

Indien het om praktische redenen niet mogelijk is de ventilator, de radiator en het ventilatorhuis op de motor te monteren, wordt het vermogen dat wordt opgenomen door de ventilator die in de juiste stand ten opzichte van de radiator en het ventilatorhuis (indien aanwezig) afzonderlijk is gemonteerd, vastgesteld bij toerentallen die overeenkomen met de voor het meten van het motorvermogen gebruikte toerentallen, hetzij door berekening aan de hand van standaardkenmerken, hetzij door middel van praktijktests. Dit vermogen, gecorrigeerd naar de atmosferische standaardomstandigheden (293,2 K (20 °C) en 101,3 kPa), wordt van het gecorrigeerde vermogen afgetrokken.

(5)  Indien een ontkoppelbare of progressief werkende ventilator of aanjager deel uitmaakt van het koelsysteem, wordt de test uitgevoerd met ontkoppelde ventilator of aanjager of met de progressief werkende ventilator of aanjager bij maximale slip.

(6)  De thermostaat mag in de volledig open stand worden geblokkeerd.

(7)  Minimumvermogen van de generator: het elektrisch vermogen van de generator wordt beperkt tot het vermogen dat nodig is voor het gebruik van aanvullende onderdelen die onmisbaar zijn voor de werking van de motor. Indien een accu moet worden aangesloten, moet gebruik worden gemaakt van een in goede staat verkerende en volledig geladen accu.

(8)  Met tussenkoelers uitgeruste motoren worden getest met tussenkoeling, ongeacht of het vloeistofkoeling of luchtkoeling betreft; indien de motorfabrikant hieraan echter de voorkeur geeft, mag de luchtgekoelde tussenkoeling worden vervangen door een testbanksysteem.

In beide gevallen wordt de meting van het vermogen bij elk toerental verricht met dezelfde druk- en temperatuursval van de motorlucht over de tussenkoeler op het testbanksysteem als die welke door de fabrikant zijn opgegeven voor gebruik van het systeem op het complete voertuig.

(9)  Hiertoe kunnen bijvoorbeeld een EGR-systeem (Systeem voor de recirculatie van uitlaatgassen), een katalysator, een thermische reactor, een secundair luchtaanvoersysteem en een beveiligingssysteem voor verdamping van de brandstof behoren.

(10)  De tests mogen worden verricht in testruimten met klimaatregeling waarbij de atmosferische omstandigheden kunnen worden gecontroleerd.

(11)  Bij motoren met automatische luchttemperatuurregeling wordt de test met volledig gesloten temperatuurregeling uitgevoerd, voor zover deze voorziening zodanig functioneert dat bij volle belasting bij 25 °C geen verwarmde lucht wordt toegevoerd. Als de voorziening bij 25 °C nog functioneert, wordt de test bij normale werking uitgevoerd en wordt nul als exponent van de temperatuurterm in de correctiefactor genomen (geen temperatuurcorrectie).

Aanhangsel

Resultaten van de tests voor het meten van het nettovermogen van de motor

Dit formulier wordt ingevuld door het laboratorium dat de test uitvoert.

1.   Testomstandigheden:

1.1.

Gemeten druk bij maximumvermogen

1.1.1.

Totale barometerdruk: … Pa

1.1.2.

Waterdampdruk: … Pa

1.1.3.

Uitlaatdruk: … Pa

1.2.

Gemeten temperaturen bij maximumvermogen

1.2.1.

van de inlaatlucht: … K

1.2.2.

aan de uitlaat van de tussenkoeler: … K

1.2.3.

van de koelvloeistof

1.2.3.1.

aan de uitlaat van de motorkoelvloeistof: … K (1)

1.2.3.2.

op het referentiepunt in geval van luchtkoeling: … K (1)

1.2.4.

van de smeerolie: … K (het meetpunt aangeven)

1.2.5.

van de brandstof

1.2.5.1.

aan de inlaat van de brandstofpomp: … K

1.2.5.2.

in de voorziening voor het meten van het brandstofverbruik: … K

1.2.6.

van de uitlaatgassen op het punt ter hoogte van de buitenflens (buitenflenzen) van het (de) uitlaatspruitstuk (uitlaatspruitstukken): … °C

1.3.

Motortoerental bij stationair draaien: … min–1

1.4.

Kenmerken van de rollenbank

1.4.1.

Merk: … Model:…

1.4.2.

Type: …

1.5.

Kenmerken van de opaciteitsmeter

1.5.1.

Merk: …

1.5.2.

Type: …

2.   Brandstof

2.1.

Voor elektrischeontstekingsmotoren op vloeibare brandstof

2.1.1.

Merk: …

2.1.2.

Specificatie: …

2.1.3.

Antiklopmiddel (lood enz.): …

2.1.3.1.

Type: …

2.1.3.2.

Gehalte: … mg/1

2.1.4.

Octaangetal RON: … (ASTM D 26 99-70)

2.1.4.1.

MON-getal: …

2.1.4.2.

Specifieke dichtheid: … g/cm3 bij 288 K

2.1.4.3.

Calorische onderwaarde: … kJ/kg

 

Motortoerental (min–1)

Nominale stroom G (liter/seconde)

Grensabsorptiewaarden (m–1)

Gemeten absorptiewaarden (m–1)

1

 

 

 

 

2

 

 

 

 

3

 

 

 

 

4

 

 

 

 

5

 

 

 

 

6

 

 

 

 

Maximaal nettovermogen: … kW bij … min–1

Maximaal nettokoppel: … Nm bij … min–1

2.2.

Voor elektrischeontstekingsmotoren en dualfuelmotoren op gasvormige brandstof

2.2.1.

Merk: …

2.2.2.

Specificatie: …

2.2.3.

Reservoirdruk: … bar

2.2.4.

Werkdruk: … bar

2.2.5.

Calorische onderwaarde: … kJ/kg

2.3.

Voor motoren met compressieontsteking op gasvormige brandstof

2.3.1.

Toevoersysteem: … gas

2.3.2.

Specificatie van het gebruikte gas: …

2.3.3.

Verhouding gasolie/gas: …

2.3.4.

Calorische onderwaarde: …

2.4.

Voor motoren met compressieontsteking en dualfuelmotoren op dieselbrandstof

2.4.1.

Merk: …

2.4.2.

Specificatie van de gebruikte brandstof: …

2.4.3.

Cetaangetal (ASTM D 976-71): …

2.4.4.

Specifieke dichtheid: … g/cm3 bij 288 K

2.4.5.

Calorische onderwaarde: … kJ/kg

3.   Smeermiddel

3.1.

Merk: …

3.2.

Specificatie:…

3.3.

SAE-viscositeit: …

4.   Gedetailleerde resultaten van de metingen (2)

Motortoerental, min–1

 

 

Gemeten koppel, Nm

 

 

Gemeten vermogen, kW

 

 

Gemeten brandstofstroom, g/h

 

 

Barometerdruk, kPa

 

 

Waterdampdruk, kPa

 

 

Temperatuur van de inlaatlucht, K

 

 

Toe te voegen vermogen voor Nr. 1

hulpapparatuur die niet is genoemd Nr. 2

in tabel hierboven, kW Nr. 3

 

 

Vermogenscorrectiefactor

 

 

Gecorrigeerd remvermogen, kW (met/zonder (3) ventilator)

 

 

Vermogen van de ventilator, kW (aftrekken indien ventilator niet is gemonteerd)

 

 

Nettovermogen, kW

 

 

Nettokoppel, Nm

 

 

Gecorrigeerd specifiek brandstofverbruik g/(kWh) (4)

 

 

Temperatuur van de koelvloeistof aan de uitlaat, K

 

 

Temperatuur van de smeerolie op het meetpunt, K

 

 

Luchttemperatuur voorbij de drukvullingsvoorziening, K (5)

 

 

Brandstoftemperatuur aan de inlaat van de inspuitpomp, K

 

 

Luchttemperatuur voorbij de tussenkoeler, K (5)

 

 

Druk voorbij de drukvullingsvoorziening, kPa (5)

 

 

Druk voorbij de tussenkoeler, kPa

 

 


(1)  Doorhalen wat niet van toepassing is.

(2)  De karakteristieke krommen van het nettovermogen en het nettokoppel moeten als een functie van het motortoerental worden weergegeven.

(3)  Doorhalen wat niet van toepassing is.

(4)  Berekend met het nettovermogen voor compressieontstekingsmotoren en elektrischeontstekingsmotoren, in het laatste geval vermenigvuldigd met de vermogenscorrectiefactor.

(5)  Doorhalen indien niet van toepassing.


BIJLAGE 6

METHODE OM HET NETTOVERMOGEN EN HET MAXIMUMVERMOGEN GEDURENDE 30 MINUTEN VAN ELEKTRISCHE AANDRIJVINGEN TE METEN

1.   DEZE VOORSCHRIFTEN GELDEN VOOR HET METEN VAN HET MAXIMALE NETTOVERMOGEN EN HET MAXIMUMVERMOGEN GEDURENDE 30 MINUTEN VAN ELEKTRISCHE AANDRIJVINGEN DIE WORDEN GEBRUIKT OM ZUIVER ELEKTRISCHE WEGVOERTUIGEN VOORT TE BEWEGEN.

2.   TESTOMSTANDIGHEDEN

2.1.   De aandrijving is volgens de aanbevelingen van de fabrikant ingereden.

2.2.   Als de meting van het vermogen alleen kan worden uitgevoerd op een aandrijving waarop een versnellingsbak of een reductor is gemonteerd, wordt rekening gehouden met de efficiëntie van die versnellingsbak of reductor.

2.3.   Hulpapparatuur

2.3.1.   Te monteren hulpapparatuur

Tijdens de test wordt de hulpapparatuur die nodig is voor de werking van de aandrijving in de beoogde toepassing (zie tabel 1), op de testbank geïnstalleerd, in dezelfde positie als in het voertuig.

2.3.2.   Te verwijderen hulpapparatuur

De hulpapparatuur die nodig is voor de goede werking van het voertuig en die op de motor kan zijn gemonteerd, wordt tijdens de test verwijderd. Het kan daarbij bijvoorbeeld gaan om:

een luchtcompressor van de remmen; een compressor van de stuurbekrachtiging; een compressor van de ophanging; een airconditioningsysteem enz.

Indien de aanvullende onderdelen niet kunnen worden verwijderd, kan het vermogen dat deze in onbelaste toestand absorberen, worden vastgesteld en bij het gemeten vermogen worden opgeteld.

Tabel 1

Hulpapparatuur die moet worden gemonteerd voor de test om het nettovermogen en het maximumvermogen gedurende 30 minuten van elektrische aandrijvingen te bepalen

(Onder „standaarduitrusting” wordt verstaan: de uitrusting die door de fabrikant voor een bepaalde toepassing is aangebracht)


Nr.

Hulpapparatuur

Gemonteerd voor de test van het nettovermogen en het maximumvermogen gedurende 30 minuten

1

Gelijkstroombron

Spanningsverlies van minder dan 5 % tijdens de test

2

Snelheidsvariator en regelsysteem

Ja: standaarduitrusting

3

Vloeistofkoeling

 

Motorkap

Uitlaat van de motorkap

Neen

Radiator (1)  (2)

Ventilator

Ventilatorhuis

Pomp

Thermostaat (3)