ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 173

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

57e jaargang
12 juni 2014


Inhoud

 

I   Wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik (Verordening marktmisbruik) en houdende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijnen 2003/124, 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie ( 1 )

1

 

*

Verordening (EU) nr. 597/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 812/2004 van de Raad tot vaststelling van maatregelen betreffende de incidentele vangsten van walvisachtigen bij de visserij

62

 

*

Verordening (EU) nr. 598/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 inzake de vaststelling van regels en procedures voor de invoering van geluidsgerelateerde exploitatiebeperkingen op luchthavens in de Unie binnen het kader van een evenwichtige aanpak, en tot intrekking van Richtlijn 2002/30/EG

65

 

*

Verordening (EU) nr. 599/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik

79

 

*

Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 ( 1 )

84

 

 

RICHTLIJNEN

 

*

Richtlijn 2014/49/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 inzake de depositogarantiestelsels ( 1 )

149

 

*

Richtlijn 2014/57/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende strafrechtelijke sancties voor marktmisbruik (richtlijn marktmisbruik)

179

 

*

Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees Parlement en de Raad ( 1 )

190

 

*

Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU ( 1 )

349

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

12.6.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 173/1


VERORDENING (EU) Nr. 596/2014 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 16 april 2014

betreffende marktmisbruik (Verordening marktmisbruik) en houdende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijnen 2003/124, 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank (1),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (2),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Een echte interne markt voor financiële diensten is van cruciaal belang voor economische groei en het scheppen van werkgelegenheid in de Unie.

(2)

Voor een geïntegreerde, efficiënte en transparante financiële markt is marktintegriteit nodig. Een goede werking van de effectenmarkten en vertrouwen van het publiek in de markten zijn noodzakelijke voorwaarden voor economische groei en welvaart. Marktmisbruik schaadt de integriteit van de financiële markten en schendt het vertrouwen van het publiek in effecten en derivaten.

(3)

Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad (4) vervolledigde en actualiseerde het rechtskader van de Unie om marktintegriteit te beschermen. Die richtlijn moet evenwel worden vervangen, gezien de ontwikkelingen op het gebied van wetgeving, de markt en technologie die sinds de inwerkingtreding van die richtlijn hebben plaatsgevonden, en die het financiële landschap sterk hebben gewijzigd. Er is ook een nieuw wetgevingsinstrument nodig om te zorgen voor uniforme regels en duidelijkheid over sleutelbegrippen en om te zorgen voor een enkel wetboek overeenkomstig de conclusies van de groep van deskundigen op hoog niveau van 25 februari 2009 inzake financieel toezicht in de EU, welke werd voorgezeten door Jacques de Larosière (de „de Larosière Groep”).

(4)

Er is behoefte aan een meer uniform en sterker kader om marktintegriteit te beschermen, mogelijke reguleringsarbitrage te vermijden en aansprakelijkheid bij pogingen tot manipulatie zeker te stellen, alsook om meer rechtszekerheid te bieden aan en de regelgeving minder complex te maken voor marktdeelnemers. Deze verordening strekt ertoe op beslissende wijze bij te dragen aan de goede werking van de interne markt en deze moet bijgevolg gebaseerd zijn op artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), zoals op consistente wijze geïnterpreteerd in de vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

(5)

Om een einde te maken aan de resterende belemmeringen voor het handelsverkeer en aanzienlijke concurrentievervalsingen die voortvloeien uit verschillen tussen nationale wetgevingen, en om te voorkomen dat nog meer belemmeringen voor het handelsverkeer en aanzienlijke concurrentievervalsingen kunnen ontstaan, is het bijgevolg nodig een verordening vast te stellen ter bepaling van een meer uniforme interpretatie van het Uniekader aangaande marktmisbruik met duidelijker gedefinieerde voorschriften die in alle lidstaten toepasselijk zijn. Door voorschriften inzake marktmisbruik in de vorm van een verordening vast te stellen, moet ervoor worden gezorgd dat deze rechtstreeks van toepassing zijn. Dit moet een gelijk speelveld garanderen doordat voorkomen wordt dat als gevolg van de omzetting van een richtlijn nationale voorschriften onderling verschillen. Deze verordening moet ertoe leiden dat iedereen in de gehele Unie dezelfde voorschriften volgt. Zij moet ook de complexiteit van de regelgeving en de nalevingskosten van bedrijven verminderen, in het bijzonder voor ondernemingen die grensoverschrijdend actief zijn, en bijdragen tot het wegwerken van concurrentievervalsingen.

(6)

De mededeling van de Commissie van 25 juni 2008 inzake „een „Small Business Act” voor Europa” roept de Unie en haar lidstaten op om regels te ontwerpen om de administratieve lasten te beperken, de wetgeving aan te passen aan de behoeften van uitgevende instellingen op markten voor het midden- en kleinbedrijf (mkb) (kleine en middelgrote ondernemingen — kmo’s) en om de toegang tot financiële middelen voor deze uitgevende instellingen te vergemakkelijken. Een aantal bepalingen in Richtlijn 2003/6/EG leggen administratieve lasten op aan uitgevende instellingen, met name aan die instellingen die financiële instrumenten hebben die zijn toegelaten voor handel op mkb-groeimarkten, welke moeten worden verlaagd.

(7)

Marktmisbruik is het begrip dat onwettige gedragingen op de financiële markten omvat. In het kader van deze verordening moet het worden geïnterpreteerd als handel met voorwetenschap, wederrechtelijke mededeling van voorwetenschap en marktmanipulatie. Dergelijke gedragingen zijn een belemmering voor volledige en reële markttransparantie, die voor alle marktdeelnemers op geïntegreerde financiële markten een eerste vereiste is om handelstransacties te kunnen verrichten.

(8)

Het toepassingsgebied van Richtlijn 2003/6/EG was toegespitst op financiële instrumenten die tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten of waarvoor toelating tot de handel op een dergelijke gereglementeerde markt is aangevraagd. De laatste jaren zijn financiële instrumenten echter steeds vaker verhandeld op multilaterale handelsfaciliteiten (multilateral trading facilities — MTF’s). Er bestaan ook financiële instrumenten die uitsluitend op andere soorten georganiseerde handelsfaciliteiten (organised trading facilities — OTF’s) worden verhandeld of die uitsluitend over the counter (OTC) worden verhandeld. Het toepassingsgebied van deze verordening moet daarom alle financiële instrumenten omvatten die op een gereglementeerde markt, een MTF of een OTF worden verhandeld, en andere gedragingen of acties die invloed kunnen hebben op een dergelijk financieel instrument, ongeacht of zij plaatsvinden op een handelsplatform. In het geval van bepaalde soorten MTF’s die, net als gereglementeerde markten, ondernemingen helpen bij het aantrekken van financiering van het eigen vermogen, geldt het marktmisbruikverbod ook wanneer een verzoek voor toelating tot een dergelijke markt is ingediend. Bijgevolg moet deze verordening van toepassing zijn op financiële instrumenten waarvoor een aanvraag voor toelating tot de handel op een MTF is ingediend. Dit moet de bescherming van beleggers verhogen, de integriteit van markten handhaven en ervoor zorgen dat markmisbruik van dergelijke instrumenten duidelijk is verboden.

(9)

Met het oog op transparantie moeten operatoren van een gereglementeerde markt, een MTF of een OTF hun bevoegde autoriteit onverwijld in kennis stellen van de details van de financiële instrumenten die zij tot de handel hebben toegelaten, waarvoor een verzoek om toelating tot de handel is ingediend of die op hun handelsplatform zijn verhandeld. Een tweede kennisgeving moet worden gedaan wanneer het instrument niet langer tot de handel is toegelaten. Deze verplichtingen gelden ook voor financiële instrumenten waarvoor een verzoek om toelating tot de handel op hun handelsplatform is ingediend en voor financiële instrumenten die tot de handel zijn toegelaten voor de inwerkingtreding van deze verordening. De kennisgevingen moeten door de bevoegde autoriteiten aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) worden doorgegeven en ESMA maakt een lijst van de aangemelde financiële instrumenten. Deze verordening geldt voor financiële instrumenten, ongeacht de vraag of zij al dan niet voorkomen op de door ESMA gepubliceerde lijst.

(10)

Het kan voorkomen dat bepaalde financiële instrumenten die niet op een handelsplatform worden verhandeld, voor marktmisbruik worden gebruikt. Dit kan gaan om financiële instrumenten waarvan de koers of de waarde afhankelijk is van of van invloed is op financiële instrumenten die op een handelsplatform worden verhandeld, of waarvan de handel van invloed is op de koers of de waarde van andere financiële instrumenten die op een handelsplatform worden verhandeld. Voorbeelden van situaties waarin zulke financiële instrumenten kunnen worden gebruikt voor marktmisbruik betreffen voorwetenschap met betrekking tot een aandeel of obligatie, die gebruikt kan worden om een van dat aandeel of die obligatie afgeleid product te kopen, of een index waarvan de waarde afhankelijk is van dat aandeel of die obligatie. Wanneer een financieel instrument als een referentieprijs wordt gebruikt, kan een derivaat dat over de counter wordt verhandeld worden gebruikt om van gemanipuleerde koersen te kunnen profiteren, of gebruikt worden om de koers van een financieel product dat op een handelsplatform wordt verhandeld, te manipuleren. Een ander voorbeeld is de voorgenomen uitgifte van een nieuwe tranche effecten die anderszins niet onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen, maar waarvan de handel van invloed kan zijn op de koers of de waarde van bestaande genoteerde effecten die wel onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen. Deze verordening is ook van toepassing op de situatie waarin de koers of de waarde van een op een handelsplatform verhandeld instrument afhankelijk is van het instrument dat over de counter wordt verhandeld. Hetzelfde beginsel dient te gelden voor spotcontracten voor grondstoffen waarvan de koers gebaseerd is op de koers van een afgeleid product, alsook op de aankoop van spotcontracten voor grondstoffen met daaraan gelieerde financiële instrumenten.

(11)

Handel in effecten of daaraan gelieerde instrumenten voor de stabilisatie van effecten of handel in eigen aandelen in het kader van terugkoopactiviteiten kan onder bepaalde omstandigheden rechtmatig zijn om economische redenen en mag derhalve op zichzelf niet als marktmisbruik worden aangemerkt, op voorwaarde dat de nodige transparantie wordt gewaarborgd, in de zin dat relevante informatie met betrekking tot de stabilisatie of het terugkoopprogramma openbaar wordt gemaakt.

(12)

Handel in eigen aandelen in het kader van terugkoopprogramma’s en de stabilisatie van financiële instrumenten die niet voor de krachtens artikel 3 toegestane uitzondering op de verbodsbepalingen van deze verordening in aanmerking komen, dienen op zich niet als marktmisbruik te worden beschouwd.

(13)

De lidstaten, leden van het Europese Stelsel van centrale banken (ESCB), ministeries en andere agentschappen en special purpose vehicles van een of meer lidstaten, en ook de Unie en bepaalde andere overheidsinstanties of namens hen optredende personen mogen niet aan beperkingen worden onderworpen bij de uitvoering van het monetaire beleid, het wisselkoersbeleid of het beheer van de overheidsschuld, op voorwaarde dat het geschiedt in het openbaar belang en uitsluitend in het kader van dit beleid. Evenmin dienen transacties, orders of gedragingen van de Unie, van een „special purpose vehicle” voor één of meerdere lidstaten, van de Europese Investeringsbank, van de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit, van het Europees Stabiliteitsmechanisme of van een door twee of meer lidstaten opgerichte financiële instelling aan beperkingen worden onderworpen bij het aantrekken van financiering en het verlenen van financiële bijstand aan hun leden. Een dergelijke uitsluiting van het toepassingsgebied van deze verordening kan, overeenkomstig deze verordening, worden uitgebreid tot bepaalde publieke organen die belast zijn met of ingrijpen in het beheer van de overheidsschuld en van centrale banken van derde landen. Tegelijkertijd dienen de uitzonderingen voor het monetaire beleid, het wisselkoersbeleid of het beheer van de overheidsschuld niet te gelden voor situaties waarin deze publieke organen zich inlaten met andere transacties, orders of gedragingen dan die ter uitvoering van dat beleid, of wanneer personen die voor deze organen werkzaam zijn zich voor eigen rekening met transacties, orders of gedragingen inlaten.

(14)

Redelijk handelende beleggers baseren hun beleggingsbeslissingen op informatie die reeds voor hen beschikbaar is, d.w.z. op vooraf beschikbare informatie. De vraag of een redelijk handelende belegger bij het nemen van een beleggingsbeslissing met een bepaalde inlichting waarschijnlijk rekening zou houden, moet derhalve worden beoordeeld op basis van de vooraf beschikbare informatie. Bij een dergelijke beoordeling moet rekening worden gehouden met de verwachte invloed van de inlichting in kwestie gelet op het geheel van activiteiten van de betrokken uitgevende instelling, de betrouwbaarheid van de informatiebron en alle andere marktvariabelen die onder de gegeven omstandigheden van invloed kunnen zijn op de financiële instrumenten, de desbetreffende spotcontracten voor grondstoffen of de geveilde producten op basis van de emissierechten.

(15)

Van achteraf beschikbare informatie kan gebruik worden gemaakt om de hypothese te verifiëren dat de vooraf beschikbare informatie koersgevoelig was, maar niet om stappen te ondernemen tegen iemand die redelijke conclusies heeft getrokken uit informatie die vooraf voor hem beschikbaar was.

(16)

Indien voorwetenschap betrekking heeft op een proces dat zich in fasen voltrekt, kan het voor elke fase van dat proces, alsook voor het proces in zijn geheel om voorwetenschap gaan. Een tussenstap in een gefaseerd proces kan op zich een situatie of gebeurtenis vormen die bestaat of waarvan het op basis van een globale beoordeling van de reeds beschikbare gegevens reëel is te veronderstellen dat zij zal ontstaan of plaatsvinden. Dit begrip dient evenwel niet zo te worden geïnterpreteerd dat het inhoudt dat rekening moet worden gehouden met de omvang van de gevolgen van deze situatie of gebeurtenis op de koers van de betrokken financiële instrumenten. Een tussenstap moet worden beschouwd als voorwetenschap indien deze op zichzelf voldoet aan de in deze verordening opgenomen criteria voor voorwetenschap.

(17)

Informatie met betrekking tot een situatie of gebeurtenis die een tussenstap in een in de tijd gespreid proces vormt, kan betrekking hebben op, bijvoorbeeld, het stadium waarin de onderhandelingen over een overeenkomst zich bevinden, voorwaarden waarover tijdens de onderhandelingen over de overeenkomst voorlopig overeenstemming is bereikt, de mogelijkheid financiële instrumenten te plaatsen, voorwaarden waaronder financiële instrumenten in de handel zullen worden gebracht, voorlopige voorwaarden voor de plaatsing van financiële instrumenten, of de overweging om een financieel instrument in een voorname index op te nemen, respectievelijk daaruit te verwijderen.

(18)

Aan marktdeelnemers dient meer rechtszekerheid te worden geboden door een nauwkeuriger omschrijving te geven van twee essentiële facetten van de definitie van voorwetenschap, namelijk van „informatie die concreet is” en van „informatie die een aanzienlijke invloed zou kunnen hebben op de koers van financiële instrumenten, de daaraan gerelateerde spotcontracten voor grondstoffen of de geveilde producten op basis van de emissierechten”. Voor derivaten die voor de groothandel bestemde energieproducten betreffen, moet met name informatie die overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1227/2011 van het Europees Parlement en de Raad (5) openbaar moet worden gemaakt, als voorwetenschap worden beschouwd.

(19)

Deze verordening beoogt niet discussies van algemene aard te verbieden met betrekking tot de zakelijke en marktontwikkelingen tussen aandeelhouders en het management over een uitgevende instelling. Dergelijke contacten zijn van essentieel belang voor de goede werking van markten en moeten niet door deze verordening worden verboden.

(20)

Spotmarkten en daaraan gerelateerde derivatenmarkten zijn zeer nauw met elkaar verbonden en mondiaal en marktmisbruik kan zowel markt- als grensoverschrijdend plaatsvinden, hetgeen tot aanzienlijke systeemrisico’s kan leiden. Dit is het geval voor zowel handel met voorwetenschap als marktmanipulatie. Iemand die voorwetenschap over een spotmarkt heeft, kan met name hiervan gebruikmaken voor handel op een financiële markt. Voorwetenschap met betrekking tot een grondstoffenderivaat moet worden gedefinieerd als informatie die overeenkomt met de algemene definitie van voorwetenschap met betrekking tot financiële markten en die overeenkomstig de wet- of regelgeving op uniaal of nationaal niveau, marktregels, contracten of gebruiken van de desbetreffende spot- of grondstoffenderivatenmarkt openbaar moet worden gemaakt. Voorbeelden van dergelijke regels zijn Verordening (EU) nr. 1227/2011 voor de energiemarkt en de door de Joint Organisations Database Initiative (JODI) opgezette gegevensbank voor olie. Dergelijke informatie kan dienen als basis voor de besluiten van marktdeelnemers om contracten voor grondstoffenderivaten of daaraan gerelateerde spotcontracten voor grondstoffen te sluiten, en vormt derhalve openbaar te maken voorwetenschap, die waarschijnlijk een significant effect heeft op de koersen van dergelijke derivaten of gerelateerde spotcontracten voor grondstoffen.

Bovendien kunnen manipulatiestrategieën zich ook over spot- en derivatenmarkten uitspreiden. Handel in financiële instrumenten, zoals grondstoffenderivaten, kan worden gebruikt om daaraan gerelateerde spotcontracten voor grondstoffen te manipuleren en spotcontracten voor grondstoffen kunnen worden gebruikt om daaraan gerelateerde financiële instrumenten te manipuleren. Het verbod op marktmanipulatie moet met deze onderlinge verbanden rekening houden. Het is echter niet passend noch praktisch haalbaar om het toepassingsgebied van deze verordening uit te breiden tot gedragingen die geen betrekking hebben op financiële instrumenten, bijvoorbeeld tot handel in spotcontracten voor grondstoffen die enkel de spotmarkt betreft. In het specifieke geval van energieproducten bestemd voor de groothandel moeten de bevoegde autoriteiten rekening houden met de specifieke kenmerken van de definities in Verordening (EU) nr. 1227/2011 bij het toepassen van de definities van voorwetenschap, handel met voorwetenschap en marktmanipulatie uit hoofde van deze verordening op financiële instrumenten die betrekking hebben op energieproducten bestemd voor de groothandel.

(21)

Krachtens Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (6) zijn de Commissie, de lidstaten en andere officieel aangewezen instanties onder andere verantwoordelijk voor de technische verlening van emissierechten, de vrije toewijzing ervan aan in aanmerking komende sectoren en nieuwkomers en, meer in het algemeen, voor de ontwikkeling en uitvoering van het klimaatbeleidskader van de Unie, dat de basis vormt voor de levering van emissierechten aan compliance kopers van het emissiehandelssysteem van de Unie (EU-ETS). Bij de uitoefening van die taken kunnen die overheidsinstanties onder andere toegang hebben tot koersgevoelige, niet-openbare informatie en dienen zij overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG in voorkomend geval bepaalde markttransacties met betrekking tot emissierechten te verrichten. Als gevolg van de classificering van emissierechten als financiële instrumenten bij de herziening van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad (7), zullen deze instrumenten ook binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen.

Om ervoor te zorgen dat de Commissie, de lidstaten en andere officieel aangewezen instanties het klimaatbeleid van de Unie kunnen blijven ontwikkelen en uitvoeren, moeten activiteiten van die overheidsinstanties die uitsluitend worden uitgevoerd in het openbaar belang en in het kader van dat beleid, en die betrekking hebben op emissierechten, vrijgesteld worden van de toepassing van deze verordening. Een dergelijke vrijstelling mag geen negatieve gevolgen hebben voor de algemene transparantie van de markt, aangezien de overheidsinstellingen wettelijk verplicht zijn te handelen op een wijze die een ordelijke, eerlijke en niet-discriminerende openbaarmaking van en toegang tot nieuwe besluiten, ontwikkelingen en gegevens van koersgevoelige aard waarborgt. Bovendien bevatten Richtlijn 2003/87/EG en de krachtens die richtlijn aangenomen uitvoeringsmaatregelen waarborgen voor een eerlijke en niet-discriminerende openbaarmaking van specifieke koersgevoelige informatie waarover overheidsinstanties beschikken. Tegelijkertijd mag de vrijstelling voor overheidsinstanties die het klimaatbeleid van de Unie uitvoeren niet gelden voor gevallen waarin die overheidsinstanties handelingen of transacties verrichten die geen verband houden met de uitvoering van het klimaatbeleid van de Unie of indien personen die voor deze instanties werkzaam zijn handelingen of transacties voor eigen rekening verrichten.

(22)

Krachtens artikel 43 VWEU of voor de tenuitvoerlegging van internationale overeenkomsten die onder het VWEU zijn gesloten, zijn de Commissie, de lidstaten en andere officieel aangewezen instanties onder andere verantwoordelijk voor de uitvoering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) en het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB). In dit verband ontplooien deze overheidsinstellingen activiteiten en nemen ze maatregelen die gericht zijn op het beheer van de landbouwmarkten en de visserij, met inbegrip van marktmaatregelen en het vaststellen van bijkomende invoerheffingen, respectievelijk het afschaffen van invoerheffingen. In het licht van het toepassingsgebied van deze verordening, en van sommige bepalingen ervan die van toepassing zijn op spotcontracten voor grondstoffen die gevolgen hebben of waarschijnlijk hebben voor financiële instrumenten en op financiële instrumenten en financiële instrumenten waarvan de waarde afhankelijk is van de waarde van spotcontracten voor grondstoffen en die gevolgen hebben of waarschijnlijk hebben voor spotcontracten voor grondstoffen, moet worden gewaarborgd dat de activiteiten van de Commissie, de lidstaten en andere instanties die officieel aangewezen voor de uitvoering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en het gemeenschappelijk visserijbeleid van de Unie niet aan beperkingen wordt onderworpen. Om ervoor te zorgen dat de Commissie, de lidstaten en andere officieel aangewezen instanties het gemeenschappelijk landbouwbeleid en het gemeenschappelijk visserijbeleid van de Unie kunnen blijven ontwikkelen en uitvoeren, moeten hun activiteiten, voor zover die worden uitgevoerd in het openbaar belang en uitsluitend in het kader van de uitvoering van dat beleid, vrijgesteld worden van de toepassing van deze verordening. Een dergelijke vrijstelling mag geen negatieve gevolgen hebben voor de algemene transparantie van de markt, aangezien de overheidsinstellingen wettelijk verplicht zijn te handelen op een wijze die een ordelijke, eerlijke en niet-discriminerende openbaarmaking van en toegang tot nieuwe besluiten, ontwikkelingen en gegevens van koersgevoelige aard waarborgt. Tegelijkertijd mag de vrijstelling voor overheidsinstanties die het gemeenschappelijk landbouwbeleid en het gemeenschappelijk visserijbeleid van de Unie uitvoeren niet ook gelden voor gevallen waarin die overheidsinstanties handelingen of transacties verrichten die geen verband houden met de uitvoering van het beleid van de Unie op die terreinen of indien personen die voor deze instanties werkzaam zijn handelingen of transacties voor eigen rekening verrichten.

(23)

Het essentiële kenmerk van handel met voorwetenschap is dat een oneerlijk voordeel wordt behaald uit voorwetenschap ten nadele van derde partijen die niet van deze informatie op de hoogte zijn en dat, in het verlengde hiervan, sprake is van ondermijning van de integriteit van financiële markten en het beleggersvertrouwen. Bijgevolg is het verbod op handel met voorwetenschap van toepassing wanneer een persoon die over voorwetenschap beschikt ongerechtvaardigd voordeel haalt uit het voordeel dat deze informatie hem verschaft door in overeenstemming met deze informatie transacties aan te gaan door voor eigen rekening of voor rekening van een derde, direct of indirect, financiële instrumenten waar die wetenschap betrekking op heeft te kopen of te verkopen, of te proberen deze instrumenten te kopen of te verkopen, of een koop- of verkoopopdracht met betrekking tot deze instrumenten te annuleren of te wijzigen, of te proberen te annuleren of te wijzigen. Gebruik van voorwetenschap kan ook bestaan uit handel in emissierechten en derivaten daarvan, en uit het doen van biedingen bij de veiling van emissierechten of andere daarop gebaseerde producten die worden geveild overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1031/2010 (8).

(24)

Wanneer een rechtspersoon of een natuurlijke persoon die over voorwetenschap beschikt, handelend voor eigen rekening of voor rekening van een derde, direct of indirect, financiële instrumenten waar die voorwetenschap betrekking op heeft koopt of verkoopt, of probeert deze te kopen of te verkopen, moet dit inhouden dat die persoon die wetenschap heeft gebruikt. Dit vermoeden geldt onverminderd de rechten van verdediging. De vraag of een persoon het verbod op handel met voorwetenschap heeft overtreden, of een poging daartoe heeft ondernomen, moet worden beantwoord op basis van de doelstelling van deze verordening, die erin bestaat de integriteit van de financiële markten te beschermen en het beleggersvertrouwen te vergroten, dat op zijn beurt berust op de zekerheid dat beleggers op voet van gelijkheid zullen verkeren en beschermd worden tegen het misbruik van voorwetenschap.

(25)

Orders die worden geplaatst voordat een persoon over voorwetenschap beschikt, behoeven niet als handel met voorwetenschap te worden beschouwd. Echter, daar waar een persoon over voorwetenschap beschikt, dient er een vermoeden te zijn dat elke daaropvolgende en met die informatie verband houdende verandering in de orders die zijn geplaatst voordat een persoon in het bezit van deze informatie was, inclusief de annulering of wijziging van een order, of pogingen om een order te annuleren of te wijzen, als handel met voorwetenschap moet worden beschouwd. Dit vermoeden kan evenwel worden weerlegd wanneer de persoon aantoont dat hij de voorwetenschap bij het uitvoeren van de bedoelde transactie niet heeft gebruikt.

(26)

Het gebruik van voorwetenschap kan bestaan uit het kopen of verkopen van een financieel instrument, of van een geveild product op basis van emissierechten, of uit de annulering of wijziging van een order, of uit een poging een financieel instrument te kopen of te verkopen of een order te annuleren of te wijzigen, door een persoon die weet, of had moeten weten, dat de informatie voorwetenschap is. In dit opzicht moeten de bevoegde autoriteiten afwegen wat een normaal en redelijk persoon in de gegeven omstandigheden weet of zou moeten weten.

(27)

Deze verordening dient te worden geïnterpreteerd op een wijze die aansluit bij de maatregelen die door de lidstaten zijn genomen ter bescherming van de belangen van effecten die stemrecht in een onderneming inhouden (of die door uitoefening of conversie over dergelijke rechten kunnen beschikken) als de onderneming voorwerp is van een openbaar overnamebod of een andere voorgestelde zeggenschapswijziging. Deze verordening moet in het bijzonder worden geïnterpreteerd op een wijze die consistent is met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die zijn vastgesteld met betrekking tot overnamebiedingen, fusies, of andere transacties die gevolgen hebben voor de eigendom van of de zeggenschap over vennootschappen waarop wordt toegezien door de toezichthoudende autoriteiten die door de lidstaten zijn aangewezen krachtens artikel 4 van Richtlijn 2004/25/EG van het Europees Parlement en de Raad (9).

(28)

Onderzoeksgegevens en ramingen, gebaseerd op openbaar beschikbare gegevens, kunnen als zodanig niet als voorwetenschap worden beschouwd en het enkele feit dat een transactie is uitgevoerd op basis van dergelijk onderzoek of dergelijke ramingen mag bijgevolg op zichzelf niet als handel met voorwetenschap worden aangemerkt. Bijvoorbeeld, indien de openbaarmaking of verspreiding van informatie routinematig door de markt wordt verwacht en indien deze openbaarmaking of verspreiding bijdraagt tot het proces van koersvorming van financiële instrumenten of de informatie standpunten bevat van erkende marktanalisten of instellingen die de koersen van gerelateerde financiële instrumenten kunnen beïnvloeden, kan de informatie echter voorwetenschap zijn. Marktoperatoren moeten bij het beantwoorden van de vraag of zij op basis van voorwetenschap zouden handelen derhalve onderzoeken in welke mate de informatie niet vrijelijk beschikbaar is en wat het mogelijke effect ervan is op financiële instrumenten waarin wordt gehandeld voorafgaand aan de openbaarmaking of verspreiding ervan.

(29)

Om te voorkomen dat legitieme vormen van financiële activiteit, dat wil zeggen waarbij geen sprake is van marktmisbruik, onbedoeld worden verboden, moeten bepaalde legitieme gedragingen worden erkend. Hierbij valt te denken aan het erkennen van de rol van marktmakers wanneer deze optreden in de legitieme hoedanigheid van verschaffers van marktliquiditeit.

(30)

Het loutere feit dat marktmakers of personen die als tegenpartij mogen optreden, zich beperken tot hun legitieme bedrijf van koop of verkoop van financiële instrumenten of dat personen die bevoegd zijn om orders uit te voeren namens derden met voorwetenschap zich beperken tot het naar behoren uitvoeren, annuleren of wijzigen van een order, mag op zichzelf niet als handel met voorwetenschap worden aangemerkt. De in deze verordening neergelegde bescherming voor marktmakers, instellingen die als tegenpartij mogen optreden of personen die namens derden met voorwetenschap orders mogen uitvoeren, geldt niet voor activiteiten die uit hoofde van deze verordening expressis verbis zijn verboden, zoals „front-running”. Wanneer rechtspersonen alle redelijke maatregelen hebben getroffen om marktmisbruik te voorkomen, maar voor hen werkende natuurlijke personen namens de rechtspersoon toch marktmisbruik plegen, dan wordt dit niet geacht marktmisbruik door de rechtspersoon op te leveren. Een ander voorbeeld dat niet wordt geacht handel met voorwetenschap op te leveren, zijn transacties in het kader van de uitvoering van een eerder aangegane verplichting waaraan nog moet worden voldaan. Het enkele feit dat men toegang tot voorwetenschap over een andere onderneming heeft en het aanwenden ervan in het kader van een openbaar overnamebod met het oog op het verwerven van de zeggenschap over deze onderneming of om een fusie met deze onderneming voor te stellen, mag op zich niet als handel met voorwetenschap worden aangemerkt.

(31)

Aangezien de verwerving of vervreemding van financiële instrumenten noodzakelijkerwijs wordt voorafgegaan door een daartoe strekkend besluit van de persoon die de transactie verricht, mag het enkele feit dat deze verwerving of vervreemding plaatsvindt op zichzelf niet als misbruik van voorwetenschap worden aangemerkt. Handelen op basis van eigen marktplannen en -strategieën wordt niet aangemerkt als gebruik van voorwetenschap. Geen van deze natuurlijke of rechtspersonen evenwel genieten bescherming op grond van hun beroepshoedanigheid; zij dienen alleen bescherming te genieten indien zij zich correct en passend gedragen, en zich houden aan zowel de beroepsnormen, als het bepaalde in deze verordening, met name met betrekking tot integriteit en beleggersbescherming. Een inbreuk kan nog steeds hebben plaatsgevonden als de bevoegde autoriteit vaststelt dat achter deze transacties, orders of gedragingen een niet-legitieme reden schuilgaat, of dat de persoon gebruik heeft gemaakt van voorwetenschap.

(32)

Marktpeilingen bestaan uit interacties tussen een verkoper van financiële instrumenten en één of meerdere potentiële beleggers, voorafgaand aan de aankondiging van een transactie, om de interesse van potentiële beleggers in een mogelijke transactie, alsmede de koers, de omvang en de structuur ervan te bepalen. Een marktpeiling kan bestaan uit een primaire of secundaire aanbieding van effecten, en onderscheidt zich van gewone handel. Marktpeilingen zijn een uitermate nuttig instrument om de mening van potentiële beleggers in kaart te brengen, de dialoog met aandeelhouders te bevorderen, te waarborgen dat transacties soepel verlopen, en te bewerkstelligen dat de standpunten van uitgevende instellingen, bestaande aandeelhouders en potentiële nieuwe beleggers op één lijn worden gebracht. Zij zijn met name nuttig wanneer het op de markt aan vertrouwen ontbreekt, wanneer er geen relevante benchmark bestaat, of wanneer de markt onvast is. De mogelijkheid om marktpeilingen te verrichten is dus belangrijk voor de goede werking van de financiële markten en marktpeilingen dienen als zodanig niet als marktmisbruik te worden beschouwd.

(33)

Voorbeelden van marktpeilingen zijn situaties waarin de onderneming aan verkoopzijde met een uitgevende instelling gesprekken heeft gevoerd over een potentiële transactie en besloten heeft de mogelijke belangstelling bij beleggers te peilen om te bepalen onder welke voorwaarden tot een transactie zou kunnen worden gekomen; verder de situatie waarin een uitgevende instelling van plan is schuldpapieren uit te geven of een aanvullende aanbieding van eigen vermogensinstrumenten te doen en de verkoper contact met belangrijke beleggers opneemt en hen in kennis stelt van de precieze voorwaarden van de transactie, teneinde een financiële toezegging te krijgen dat aan de transactie zal worden deelgenomen; daarnaast ook de situatie waarin de verkoper namens een belegger een grote hoeveelheid effecten wil verkopen en probeert vast te stellen of andere beleggers eventueel belangstelling voor deze effecten hebben.

(34)

Het verrichten van marktpeilingen kan inhouden dat voorwetenschap aan potentiële beleggers moet worden verstrekt. Bij marktpeilingen geldt in het algemeen dat handel op basis van voorwetenschap alleen financieel voordeel kan opleveren wanneer er voor het desbetreffende financiële instrument waar de peiling betrekking op had, of voor een daaraan gerelateerd financieel instrument, daadwerkelijk een markt is. Gezien het moment waarop de contacten plaatsvinden, is het mogelijk dat voorwetenschap in de loop van de marktpeiling aan potentiële beleggers wordt bekendgemaakt nadat een financieel instrument tot de handel op een gereglementeerde markt is toegelaten of op een MTF of OTF is verhandeld. Vooraleer een marktpeiling te doen, moet de openbaar makende marktdeelnemer onderzoeken of de marktpeiling tot de openbaarmaking van voorwetenschap zal leiden.

(35)

Voorwetenschap wordt geacht op legitieme wijze openbaar te zijn gemaakt indien de openbaarmaking plaatsvindt binnen het normale kader van de uitoefening van iemands werk, beroep of taak. Wanneer bij een marktpeiling voorwetenschap openbaar wordt gemaakt, wordt de openbaar makende marktdeelnemer geacht op te treden binnen het normale kader van zijn werk, beroep of taak wanneer hij op het moment van de openbaarmaking de persoon aan wie hij de voorwetenschap verstrekt vertelt dat hij mogelijkerwijs in kennis wordt gesteld van voorwetenschap en de ontvangende partij daarmee instemt, wanneer de ontvangende partij op de hoogte is van het feit dat hij bij handel met of gebruik van die voorwetenschap gehouden is aan het bepaalde in deze verordening, wanneer hij de redelijker wijze van hem te verwachten maatregelen neemt ter waarborging van het vertrouwelijke karakter van die voorwetenschap, en wanneer hij ermee instemt de openbaar makende partij de identiteit mee te delen van alle natuurlijke personen en rechtspersonen die in het kader van het formuleren van een reactie op de marktpeiling van de voorwetenschap op de hoogte worden gebracht. De openbaar makende marktpartij moet zich daarnaast houden aan de verplichtingen met betrekking tot het bijhouden van een overzicht van openbaar gemaakte voorwetenschap, die in detail uiteen worden gezet in de technische reguleringsnormen. Marktdeelnemers die bij het verrichten van een marktpeiling deze verordening niet naleven, worden niet verondersteld op wederrechtelijke wijze voorwetenschap te hebben meegedeeld, maar zij dienen niet in aanmerking te komen voor de vrijstelling die wordt verleend aan degenen die wel aan dergelijke bepalingen hebben voldaan. De vraag of zij inbreuk hebben gemaakt op het verbod op het wederrechtelijk meedelen van voorwetenschap moet worden beantwoord in het licht van alle ter zake doende bepalingen van deze verordening, en alle openbaar makende marktdeelnemers moeten voorafgaand aan een marktpeiling schriftelijk een analyse opstellen die aangeeft of in het kader van de peiling voorwetenschap openbaar zal worden gemaakt.

(36)

Potentiële beleggers die bij een marktpeiling betrokken zijn, moeten zich op hun beurt afvragen of de aan hen verstrekte informatie voorwetenschap is, in welk geval zij die informatie niet bij transacties mogen gebruiken en niet mogen doorgeven. Potentiële beleggers zijn gehouden aan de in deze verordening opgenomen bepalingen inzake handel met voorwetenschap en wederrechtelijke mededeling van voorwetenschap. Om potentiële beleggers bij hun overwegingen te helpen en hen in kennis te stellen van de maatregelen die zij moeten nemen om geen inbreuk te plegen op deze verordening, zal ESMA richtsnoeren opstellen.

(37)

Verordening (EU) nr. 1031/2010 voorzag in twee parallelle marktmisbruikregelingen voor de veiling van emissierechten. Als gevolg van de classificering van emissierechten als financiële instrumenten, moet deze verordening echter een enkel wetboek vormen van marktmisbruikmaatregelen die van toepassing zijn op de gehele primaire en secundaire markt voor emissierechten. Deze verordening moet tevens van toepassing zijn op gedragingen of transacties, met inbegrip van biedingen met betrekking tot het veilen van emissierechten op een veiling die als gereglementeerde is erkend of andere daarop gebaseerde geveilde producten, met inbegrip van het geval waarin die geveilde producten geen financiële instrumenten zijn, ingevolge Verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Commissie.

(38)

In deze verordening moeten maatregelen worden opgenomen inzake marktmanipulatie die kunnen worden aangepast aan nieuwe handelsvormen of nieuwe strategieën die misbruik kunnen inhouden. Omdat de handel in financiële instrumenten steeds meer is geautomatiseerd, is het wenselijk bij de definitie van marktmanipulatie voorbeelden op te nemen van specifieke misbruikstrategieën die kunnen worden uitgevoerd door elke vorm van handel zoals algoritmische handel en high frequency trading. De gegeven voorbeelden zijn niet-limitatief, noch bedoeld om te suggereren dat dezelfde strategieën die met andere middelen worden uitgevoerd, geen misbruik zouden inhouden.

(39)

Het verbod op marktmisbruik moet ook gelden voor personen die in samenwerking handelen om marktmisbruik te plegen. Dit geldt bijvoorbeeld voor makelaars die handelsstrategieën ontwikkelen en aanbevelen met als doel marktmisbruik te plegen, personen die een persoon die over voorwetenschap beschikt aansporen die wetenschap op wederrechtelijke wijze mee te delen, of personen die samen met een handelaar software ontwikkelen om marktmisbruik te vergemakkelijken.

(40)

Om te bewerkstelligen dat zowel de rechtspersoon zelf, als elke natuurlijke persoon die in het besluitvormingsproces van de rechtspersoon participeert, aansprakelijk is, moeten de verschillende mechanismen in nationale rechtsstelsels worden erkend. Dergelijke mechanismen dienen rechtstreeks verband te houden met de manier waarop de aansprakelijkheidstoewijzing is geregeld in de nationale wetgeving.

(41)

Als aanvulling op het verbod op marktmanipulatie moet in deze verordening ook een verbod op pogingen tot marktmanipulatie worden opgenomen. Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen pogingen tot marktmanipulatie en een feitelijke gedraging die waarschijnlijk resulteert in marktmanipulatie, aangezien beide activiteiten onder deze verordening verboden zijn. Dergelijke pogingen kunnen bestaan uit, maar zijn niet beperkt tot, situaties waarin de activiteit is begonnen maar niet is afgerond, bijvoorbeeld ten gevolge van een technisch probleem of een niet uitgevoerde transactie-instructie. Het verbieden van pogingen tot marktmanipulatie is noodzakelijk om de bevoegde autoriteiten in staat te stellen dergelijke pogingen te bestraffen.

(42)

Onverminderd het met deze verordening nagestreefde doel en de rechtstreeks toepasselijke bepalingen daarvan kan een persoon die transacties aangaat of handelsorders geeft die geacht worden marktmisbruik op te leveren bewijzen dat hij legitieme redenen heeft voor die transacties of handelsorders en dat de transacties of handelsorders in kwestie stroken met de gebruikelijke marktpraktijken op de markt in kwestie. Alleen de autoriteit die belast is met het toezicht op marktmisbruik op de markt in kwestie kan vaststellen of een markpraktijk geoorloofd is of niet. Wanneer een praktijk op een bepaalde markt wordt aanvaard, kan dit niet geacht worden te gelden voor andere markten tenzij de bevoegde autoriteiten die praktijk officieel hebben aanvaard. Een inbreuk kan toch nog steeds geacht worden te hebben plaatsgevonden als de bevoegde autoriteit een andere, onrechtmatige beweegreden achter de transacties of handelsorders aantoont.

(43)

Deze verordening moet ook verduidelijken dat het gebruik van gerelateerde financiële instrumenten zoals derivaten die op een ander handelsplatform of OTC worden verhandeld, ook een vorm van marktmanipulatie of poging tot marktmanipulatie van het desbetreffende financieel instrument kan zijn.

(44)

De prijszetting van tal van financiële instrumenten geschiedt op basis van benchmarks. De daadwerkelijke manipulatie of poging tot manipulatie van benchmarks, waaronder interbancaire biedrentes, kan ernstige gevolgen hebben voor het marktvertrouwen en kan resulteren in aanzienlijke verliezen voor beleggers en investeerders of in verstoringen van de reële economie. Er zijn derhalve specifieke bepalingen met betrekking tot benchmarks vereist om de integriteit van de markten te vrijwaren en om te garanderen dat bevoegde autoriteiten een duidelijk verbod op de manipulatie van benchmarks kunnen doen naleven. Deze bepalingen gelden voor alle gepubliceerde benchmarks, waaronder op het internet, ongeacht de vraag of zij gratis toegankelijk zijn of niet, zoals cds-benchmarks en indexen van indexen. Het is noodzakelijk om het algemene verbod op marktmanipulatie aan te vullen met een verbod op het manipuleren van het benchmark zelf en op het rapporteren van onjuiste of misleidende informatie, op het verstrekken van onjuiste of misleidende inputgegevens, of op het nemen van enigerlei andere maatregel waardoor de berekening van een benchmark, wordt gemanipuleerd, waarbij onder de ruime definitie van berekening ook wordt verstaan het ontvangen en beoordelen van alle gegevens die verband houden met de berekening van de desbetreffende benchmark, waaronder in het bijzonder „trimmed data” en de voor de opstelling van het benchmark gehanteerde methode, hetzij met een algoritmisch karakter of „judgement based”. Deze voorschriften vormen een aanvulling op Verordening (EU) nr. 1227/2011 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor energie, die een verbod instelt op het met opzet verstrekken van valse informatie aan ondernemingen die prijsanalyses uitvoeren of marktrapporten publiceren, met als gevolg het misleiden van marktdeelnemers die handelen op basis van die prijsanalyses of marktrapporten.

(45)

Om uniforme marktvoorwaarden te waarborgen voor handelsplatformen en -faciliteiten waarop deze verordening betrekking heeft, dienen alle operatoren van gereglementeerde markten, MTF’s en OTF’s verplicht worden effectieve regelingen, systemen en procedures vast te stellen en in stand te houden, teneinde marktmanipulatie- en misbruikpraktijken te voorkomen en aan het licht te brengen.

(46)

Manipulatie of poging tot manipulatie van financiële instrumenten kan ook bestaan in het plaatsen van orders die mogelijk niet worden uitgevoerd. Daarnaast kan een financieel instrument ook worden gemanipuleerd via gedragingen buiten een handelsplatform. Personen die beroepshalve transacties regelen of uitvoeren moeten effectieve regelingen, systemen en procedures vaststellen en in stand houden teneinde verdachte transacties aan het licht te brengen en te rapporteren. Dit omvat ook het rapporteren van verdachte orders en verdachte transacties die buiten een handelsplatform plaatsvinden.

(47)

Manipulatie of poging tot manipulatie van financiële instrumenten kan ook bestaan in het verspreiden van onjuiste of misleidende informatie. Het verspreiden van onjuiste of misleidende informatie kan in een betrekkelijk korte tijdsspanne aanzienlijke invloed hebben op de prijzen van financiële instrumenten. Er kan sprake zijn van het bedenken van kennelijk onjuiste informatie, maar ook het opzettelijk weglaten van essentiële feiten, of het bewust verkeerd weergeven van informatie. Deze vorm van marktmanipulatie is met name schadelijk voor beleggers, omdat zij daardoor hun beleggingsbeslissingen baseren op onjuiste of verdraaide informatie. Het is ook schadelijk voor uitgevende instellingen, omdat het het vertrouwen in de hun betreffende beschikbare informatie vermindert. Een gebrek aan vertrouwen in de markt kan vervolgens de mogelijkheden voor een uitgevende instelling in gevaar brengen om nieuwe financiële instrumenten uit te brengen of om krediet te verzekeren van andere marktdeelnemers teneinde zijn activiteiten te financieren. Informatie verspreidt zich zeer snel over de markt. Als gevolg daarvan kunnen de nadelige gevolgen voor beleggers en uitgevende instellingen betrekkelijk lang aanhouden totdat de informatie onjuist of misleidend is gebleken en door de uitgevende instelling of degene die voor de verspreiding ervan verantwoordelijk is, kan worden gecorrigeerd. Het is daarom noodzakelijk om het verspreiden van onjuiste of misleidende informatie, waaronder geruchten of onjuist of misleidend nieuws, aan te merken als een inbreuk op deze verordening. Het is daarom niet toelaatbaar dat het diegenen die actief zijn op de financiële markten vrijstaat om, ten nadele van beleggers en uitgevende instellingen, informatie te geven die indruist tegen hun eigen mening of beter weten en waarvan zij weten of behoren te weten dat die onjuist of misleidend is.

(48)

Gezien het toegenomen gebruik van websites, blogs en sociale media moet duidelijk worden gemaakt dat verspreiding van onjuiste of misleidende informatie via internet, met inbegrip van de sociale media of anonieme blogs, voor de toepassing van deze verordening als equivalent aan te merken is als wanneer zulks via traditionelere communicatiekanalen gebeurt.

(49)

De openbaarmaking van voorwetenschap door een uitgevende instelling is van wezenlijk belang om handel met voorwetenschap te vermijden en ervoor te zorgen dat beleggers niet worden misleid. Uitgevende instellingen moeten daarom worden verplicht het publiek zo snel mogelijk op de hoogte te brengen van voorwetenschap. Deze verplichting kan onder bijzondere omstandigheden evenwel schade toebrengen aan de legitieme belangen van uitgevende instellingen. In dergelijke omstandigheden moet worden toegestaan dat openbaarmaking later plaatsvindt, op voorwaarde dat het niet waarschijnlijk is dat uitstel misleiding van het publiek tot gevolg heeft en de uitgevende instelling de vertrouwelijkheid van de informatie kan waarborgen. De uitgevende instelling moet voorwetenschap alleen openbaar maken indien zij een verzoek om toelating tot de handel voor het financieel instrument heeft ingediend of daarvoor toestemming heeft gegeven.

(50)

Voor de toepassing van de vereisten betreffende openbaarmaking van voorwetenschap en het uitstel van een dergelijke openbaarmaking als voorzien in deze verordening, kunnen rechtmatige belangen met name onder meer betrekking hebben op de volgende niet uitputtende omstandigheden: a) lopende onderhandelingen of daarmee verband houdende elementen, wanneer openbaarmaking de uitkomst of het normale verloop van deze onderhandelingen waarschijnlijk zou beïnvloeden. In het bijzonder wanneer de financiële levensvatbaarheid van de uitgevende instelling in ernstig en imminent gevaar is, zij het niet in het kader van de toepasselijke insolventiewetgeving, mag de openbaarmaking van informatie voor beperkte tijd worden uitgesteld wanneer een dergelijke openbaarmaking de belangen van bestaande en potentiële aandeelhouders ernstig zou schaden doordat de afronding van bepaalde onderhandelingen voor de verzekering van het financieel herstel van de uitgevende instelling op lange termijn erdoor in het gedrang zou worden gebracht; b) door de raad van bestuur van een uitgevende instelling genomen besluiten of gesloten overeenkomsten die door een ander orgaan van de uitgevende instelling moeten worden goedgekeurd voordat zij definitief worden, wanneer de structuur van de uitgevende instelling de scheiding van deze beide organen vereist, mits de openbaarmaking van de informatie vóór de bovenbedoelde goedkeuring samen met de gelijktijdige aankondiging dat deze goedkeuring nog geen feit is, aan een correcte evaluatie van de informatie door het publiek in de weg kan staan.

(51)

Bovendien moet de verplichting om voorwetenschap openbaar te maken, worden opgelegd aan de deelnemers aan de markt voor emissierechten. Om te vermijden dat de markt aan nutteloze rapporteringen wordt blootgesteld en om er ook voor te zorgen dat de geplande maatregel kosteneffectief blijft, blijkt het echter noodzakelijk om de regelgevende gevolgen van die verplichting te beperken tot slechts die EU ETS-operatoren die vanwege hun omvang en activiteit redelijk in staat kunnen worden geacht een belangrijke invloed te hebben op de koers van de emissierechten, op daaraan gerelateerde geveilde producten of op daarmee verband houdende afgeleide financiële instrumenten en voor biedingen in veilingen krachtens Verordening (EU) nr. 1031/2010. De Commissie moet voor de toepassing van deze vrijstelling middels gedelegeerde handelingen maatregelen nemen die een minimumdrempel bevatten. De openbaar te maken informatie moet betrekking hebben op de fysieke activiteiten van de openbaarmakende partij en niet op zijn plannen of strategieën inzake de handel in emissierechten, daarop gebaseerde geveilde producten of daarmee verband houdende afgeleide financiële instrumenten. Indien deelnemers aan de emissierechtenmarkt al voldoen aan gelijkaardige verplichtingen inzake de openbaarmaking van voorwetenschap, met name krachtens de verordening betreffende de integriteit en transparantie van de energiemarkt (Verordening (EU) nr. 1227/2011), mag de verplichting om voorwetenschap inzake emissierechten openbaar te maken niet leiden tot een dubbele plicht tot openbaarmaking met hoofdzakelijk dezelfde inhoud. In het geval van deelnemers aan de markt voor emissierechten met geaggregeerde emissies of een nominale thermische input op of onder de vastgestelde drempel moet het, omdat de informatie over hun fysieke activiteiten niet van belang geacht wordt te zijn ten behoeve van de openbaarmaking, ook geacht worden geen significante invloed te hebben op de prijs van emissierechten, geveilde producten die daarop zijn gebaseerd of op de koers van daaraan gerelateerde afgeleide financiële instrumenten. Dergelijke deelnemers aan de markt voor emissierechten moeten overigens wel vallen onder het verbod op handel met voorwetenschap met betrekking tot alle overige informatie waar zij toegang tot hebben en die voorwetenschap is.

(52)

Om het openbaar belang te beschermen, de stabiliteit van het financieel systeem te waarborgen en bijvoorbeeld te voorkomen dat een liquiditeitscrisis binnen financiële instellingen zich ten gevolg van een plotselinge opname van gelden tot een solvabiliteitscrisis ontwikkelt, kan het passend zijn erin te voorzien dat kredietinstellingen of financiële instellingen, in uitzonderlijke omstandigheden, uitstel van de openbaarmaking van voorwetenschap wordt toegestaan. Dit zou in het bijzonder kunnen gelden voor informatie over tijdelijke liquiditeitsproblemen, dat wil zeggen situaties waarin financiële instellingen leningen van de centrale bank, inclusief liquiditeitssteun, nodig hebben, en waarin de openbaarmaking van voorwetenschap systeemgevolgen zou hebben. Dit uitstel voor de uitgevende instelling moet afhankelijk worden gesteld van de instemming van de bevoegde autoriteit en ook van de voorwaarde dat het openbaar belang en het economisch belang in het geval van uitstel van openbaarmaking zwaarder wegen dan het belang van de markt bij de informatie ter zake.

(53)

Voor financiële instellingen, met name wanneer zij leningen van de centrale bank ontvangen, waaronder ook noodhulp uit het liquiditeitsfonds, moet de beoordeling of de informatie systeemrelevant is en of uitstel in het algemeen belang is, worden gemaakt door de bevoegde autoriteit na overleg met, naar gelang het geval, de betrokken nationale centrale bank, de nationale macroprudentiële autoriteit of enige andere relevante nationale autoriteiten.

(54)

Het gebruik van voorwetenschap, of een poging daartoe, om te handelen hetzij voor eigen rekening, hetzij voor die van een derde, moet duidelijk worden verboden. Gebruik van voorwetenschap kan ook bestaan uit handel in emissierechten en derivaten daarvan, en uit het doen van biedingen bij de veiling van emissierechten of andere daarop gebaseerde producten die worden gehouden overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1031/2010 door personen die weten, of zouden moeten weten, dat de informatie waarover zij beschikken voorwetenschap is. Informatie over de eigen handelsplannen en -strategieën van de marktdeelnemer moeten niet als voorwetenschap worden beschouwd, maar informatie over de handelsplannen en -strategieën van een derde mogelijkerwijs wél.

(55)

De eis om voorwetenschap openbaar te maken kan voor kleine en middelgrote ondernemingen als omschreven in Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad (10) waarvan de financiële instrumenten zijn toegelaten voor handel op mkb-groeimarkten, bijzonder lastig zijn vanwege de kosten van de opvolging van de informatie waarover ze beschikken en het inwinnen van juridisch advies over de vraag of en wanneer informatie moet worden openbaar gemaakt. Toch is een snelle openbaarmaking van voorwetenschap van wezenlijk belang voor het vertrouwen van de beleggers in deze uitgevende instellingen. Daarom moet ESMA richtsnoeren kunnen vaststellen om de uitgevende instellingen bij te staan bij het naleven van de verplichting om voorwetenschap openbaar te maken zonder de bescherming van beleggers in gevaar te brengen.

(56)

Lijsten van personen met voorwetenschap zijn een belangrijk hulpmiddel voor regelgevers om mogelijk marktmisbruik te onderzoeken. Nationale verschillen wat betreft de in dergelijke lijsten op te nemen gegevens leiden echter tot onnodige administratieve lasten voor uitgevende instellingen. Om deze kosten te beperken moeten de vereiste gegevensvelden van de lijsten van personen met voorwetenschap daarom uniform zijn. Het is belangrijk dat degenen die op de lijsten van personen met voorwetenschap worden vermeld, op de hoogte worden gesteld van dit feit en van de consequenties daarvan ingevolge deze verordening en Richtlijn 2014/57/EU van het Europees Parlement en de Raad (11). De eis om lijsten van personen met voorwetenschap bij te houden en voortdurend bij te werken vormt vooral voor uitgevende instellingen op mkb-groeimarkten een zware administratieve last. Aangezien bevoegde autoriteiten in het geval van deze uitgevende instellingen doeltreffend toezicht kunnen houden op marktmisbruik zonder deze lijsten op alle momenten beschikbaar te hebben, moeten deze uitgevende instellingen worden vrijgesteld van deze verplichting zodat de administratieve kosten die uit deze verordening voortvloeien, worden beperkt. De uitgevende instellingen moeten de lijst met personen met voorwetenschap evenwel op verzoek aan de bevoegde autoriteiten ter beschikking stellen.

(57)

Het opstellen, door uitgevende instellingen of door namens hen of voor hun rekening optredende personen, van lijsten van personen die bij hen op basis van een arbeidsovereenkomst of anderszins werkzaam zijn en toegang hebben tot voorwetenschap die direct of indirect op de uitgevende instelling betrekking heeft, is een waardevolle maatregel ter bescherming van de marktintegriteit. Dergelijke lijsten kunnen van nut zijn voor de uitgevende instellingen of voor deze personen zelf om de stroom van voorwetenschap onder controle te houden en zich aldus van hun geheimhoudingsplicht te kwijten. Daarnaast kunnen dergelijke lijsten een nuttig instrument zijn voor bevoegde autoriteiten bij het identificeren van de personen die toegang tot voorwetenschap hebben en het vaststellen van het moment waarop zij toegang tot die voorwetenschap hebben verkregen. Toegang tot voorwetenschap die direct of indirect op de uitgevende instelling betrekking heeft door personen die op een dergelijke lijst staan, ontslaat hen niet van de verbodsbepalingen van deze verordening.

(58)

Meer openheid over transacties die worden verricht door personen met leidinggevende verantwoordelijkheden op het niveau van de uitgevende instellingen en, in voorkomend geval, door personen die nauw aan hen gelieerd zijn, vormt een preventieve maatregel tegen marktmisbruik, en in het bijzonder handel met voorwetenschap. Bekendmaking van deze transacties op minstens individuele basis kan tevens een zeer waardevolle bron van informatie voor beleggers vormen. Er moet worden verduidelijkt dat de verplichting om deze transacties van leidinggevenden bekend te maken, ook het in pand geven of lenen van financiële instrumenten omvat, aangezien het in pand geven van aandelen in het geval van een plotselinge en onverwachte verkoop een wezenlijk en potentieel destabiliserend effect op de onderneming kan hebben. Zonder openbaarmaking zou op de markt niet bekend zijn dat er sprake was van een vergrote mogelijkheid van, bijvoorbeeld, een significante toekomstige verandering in het eigendom van aandelen, van een groter aanbod van aandelen op de markt of van een verlies van stemrechten in de onderneming in kwestie. Daarom moet de in deze verordening bedoelde openbaarmaking plaatsvinden indien het in pand geven van aandelen plaatsvindt in het kader van een grotere transactie in het kader waarvan de leidinggevende de aandelen in pand geeft om krediet te krijgen van een derde. Daarnaast is volledige en passende markttransparantie een voorwaarde voor vertrouwen van marktdeelnemers en met name ook het vertrouwen van de aandeelhouders van de onderneming. Er moet eveneens worden verduidelijkt dat de verplichting om deze transacties van leidinggevenden bekend te maken, ook de transacties door andere personen die discretionair handelen voor de leidinggevende omvat. Om een juist evenwicht te verzekeren tussen het transparantieniveau en het aantal rapporteringen aan de bevoegde autoriteiten en het publiek, moet in deze verordening een uniforme drempel worden vastgesteld waaronder transacties niet hoeven te worden gerapporteerd.

(59)

De melding van transacties voor eigen rekening van personen met leidinggevende verantwoordelijkheid of van een persoon die nauw aan hen gelieerd zijn, resulteert niet alleen in waardevolle informatie voor marktdeelnemers, maar vormt tevens een aanvullend hulpmiddel voor de bevoegde autoriteiten bij de uitoefening van het markttoezicht. De verplichting om transacties te melden geldt onverminderd de verbodsbepalingen van deze verordening.

(60)

De melding van transacties dient te geschieden overeenkomstig de voorschriften inzake de doorgifte van persoonsgegevens die vervat zijn in Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (12).

(61)

Het moet personen met leidinggevende verantwoordelijkheden worden verboden transacties te sluiten vóór de bekendmaking van een tussentijds financieel verslag of een verslag aan het eind van het boekjaar door de uitgevende instelling overeenkomstig de regels van het handelsplatform waar de aandelen van de uitgevende instelling tot de handel zijn toegelaten of overeenkomstig de nationale wetgeving, tenzij sprake is van specifieke en beperkte omstandigheden die rechtvaardigen dat de uitgevende instelling een persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden toestaat transacties te sluiten. Toestemming van de uitgevende instelling om transacties te sluiten, laat de in deze verordening opgenomen verbodsbepalingen onverlet.

(62)

Een reeks effectieve instrumenten en bevoegdheden en middelen voor de bevoegde autoriteit van elke lidstaat waarborgt de doeltreffendheid van het toezicht. Dienovereenkomstig voorziet deze verordening in het bijzonder in een minimumreeks bevoegdheden op het vlak van toezicht en onderzoek die de bevoegde autoriteiten van de lidstaten overeenkomstig de nationale wetgeving ter beschikking moet worden gesteld. Deze bevoegdheden moeten, indien de nationale wetgeving zulks vereist, worden uitgeoefend middels een verzoek aan de bevoegde justitiële autoriteiten. Bij de uitoefening van hun bevoegdheden uit hoofde van deze verordening moeten de bevoegde autoriteiten zich objectief en onpartijdig opstellen, en zij moeten autonomie in hun besluitvormingsproces zekerstellen.

(63)

Marktpartijen en alle deelnemers aan het economisch verkeer moeten ook bijdragen tot de integriteit van de markt. In die zin mag de aanwijzing van één bevoegde autoriteit voor marktmisbruik geen beletsel vormen voor samenwerking of het delegeren van taken onder de verantwoordelijkheid van de bevoegde autoriteit, tussen die autoriteit en de marktpartijen om een doeltreffend toezicht op de naleving van de bepalingen van deze verordening te waarborgen. Wanneer personen die beleggingsaanbevelingen opstellen of ter beschikking stellen, of andere informatie houdende aanbevelingen of aansporingen voor een beleggingsstrategie in één of meerdere financiële instrumenten, ook voor eigen rekening, in die instrumenten handelen, moeten de bevoegde autoriteiten van dergelijke personen onder andere alle informatie kunnen opeisen die nodig is om vast te stellen of de door die personen opgestelde of ter beschikking gestelde aanbevelingen voldoen aan het bepaalde in deze verordening.

(64)

Om gevallen van handel met voorwetenschap en marktmanipulatie aan het licht te kunnen brengen, moeten de bevoegde autoriteiten overeenkomstig de nationale wetgeving de mogelijkheid van toegang kunnen hebben tot de privéplaatsen van natuurlijke en van rechtspersonen om documenten in beslag te kunnen nemen. De toegang tot dergelijke plaatsen is noodzakelijk wanneer er een gegrond vermoeden bestaat dat documenten en andere gegevens die met het onderwerp van een onderzoek verband houden, bestaan en zouden kunnen helpen bij het aantonen van een geval van handel met voorwetenschap of marktmisbruik. Daarnaast is toegang tot dergelijke plaatsen noodzakelijk wanneer: de persoon die reeds om informatie is verzocht geheel of gedeeltelijk nalaat aan dit verzoek te voldoen of er een redelijk vermoeden bestaat dat in geval van een verzoek daaraan niet zou worden voldaan, of de documenten of informatie waarop het verzoek om informatie betrekking heeft, zouden worden verwijderd, gemanipuleerd of vernietigd. Indien overeenkomstig de nationale wetgeving voorafgaande goedkeuring van de justitiële autoriteiten van de lidstaat in kwestie nodig is, dient het recht van toegang tot plaatsen alleen te worden uitgeoefend nadat justitie voorafgaand toestemming heeft verleend.

(65)

Bestaande opnamen van telefoongesprekken en overzichten van dataverkeer van beleggingsondernemingen, kredietinstellingen en financiële instellingen die transacties uitvoeren en de uitvoering staven, alsook bestaande overzichten van telefoon- en dataverkeer van telecommunicatieoperatoren vormen cruciaal en soms het enige bewijs waarmee het bestaan van handel met voorwetenschap en marktmanipulatie aan het licht kan worden gebracht en bewezen. Aan de hand van overzichten van telefoon- en dataverkeer kan de identiteit worden vastgesteld van een persoon die verantwoordelijk is voor de verspreiding van onjuiste of misleidende informatie of worden vastgesteld dat personen gedurende een bepaalde tijd met elkaar in contact zijn geweest en er tussen twee of meer personen een relatie bestaat. Daarom moeten de bevoegde autoriteiten bestaande opnamen van telefoongesprekken, elektronische mededelingen en overzichten van dataverkeer waarover een beleggingsonderneming, een kredietinstelling of een financiële instelling overeenkomstig Richtlijn 2014/65/EU beschikt, kunnen opvragen. Toegang tot overzichten van data- en telefoonverkeer is noodzakelijk om bewijzen te verzamelen en aanwijzingen van handel met voorwetenschap of marktmanipulatie te onderzoeken, en bijgevolg om marktmisbruik aan het licht te brengen en te bestraffen. Om een gelijk speelveld binnen de Unie te scheppen wat de toegang betreft tot bestaande overzichten van telefoon- en dataverkeer waarover een telecommunicatie-exploitant beschikt of de bestaande opnamen van telefoongesprekken en overzichten van dataverkeer waarover een beleggingsonderneming, een kredietinstelling of een financiële instelling beschikt, moeten de bevoegde autoriteiten overeenkomstig de nationale wetgeving bestaande overzichten van telefoon- en dataverkeer waarover een telecommunicatie-exploitant beschikt, voor zover dit is toegestaan overeenkomstig de nationale wetgeving, en bestaande opnamen van telefoongesprekken, alsook dataverkeer waarover een beleggingsonderneming beschikt, kunnen opvragen in gevallen waarin er een redelijk vermoeden bestaat dat dergelijke, met het voorwerp van de inspectie of het onderzoek verband houdende overzichten, relevant kunnen zijn om met deze verordening strijdige handel met voorwetenschap of marktmanipulatie aan te tonen. Toegang tot overzichten van telefoon- en dataverkeer waarover een telecommunicatie-exploitant beschikt, betreft niet de inhoud van telefoongesprekken.

(66)

Hoewel in deze verordening een minimumreeks aan bevoegdheden wordt vastgesteld waarover bevoegde autoriteiten moeten beschikken, moet de uitoefening van deze bevoegdheden plaatsvinden binnen een afgerond systeem van nationale wetgeving dat waarborgen bevat betreffende de eerbiediging van grondrechten, met inbegrip van het recht op privacy. Met het oog op de uitoefening van deze bevoegdheden, waarbij het tot ernstige inbreuken op het recht op privacy en een gezinsleven, op de integriteit van de eigen woning en op het telecommunicatiegeheim zou kunnen komen, moeten de lidstaten passende en doeltreffende vrijwaringsmaatregelen treffen tegen elke vorm van misbruik, bijvoorbeeld waar gepast een verplichting om een voorafgaande goedkeuring door de justitiële autoriteiten van de lidstaat in kwestie te verkrijgen. De lidstaten moeten de bevoegde autoriteiten toestaan dergelijke ingrijpende bevoegdheden uit te oefenen voor zover dit noodzakelijk is voor een gedegen onderzoek van ernstige gevallen, en indien er geen alternatieve mogelijkheden zijn om daadwerkelijk hetzelfde resultaat te behalen.

(67)

Aangezien marktmisbruik grens- en marktoverschrijdend kan zijn, moeten bevoegde autoriteiten worden verplicht om altijd, met uitzondering van buitengewone omstandigheden, in het bijzonder voor onderzoeken, samen te werken en informatie uit te wisselen met andere bevoegde en regelgevende autoriteiten en met ESMA. Wanneer een bevoegde autoriteit ervan overtuigd is dat in een andere lidstaat marktmisbruik plaatsvindt of plaatsvond, dan wel gevolgen heeft voor in een andere lidstaat verhandelde financiële instrumenten, moet zij de bevoegde autoriteit en ESMA hiervan op de hoogte brengen. In gevallen van marktmisbruik met grensoverschrijdende gevolgen, moet ESMA het onderzoek kunnen coördineren indien een van de desbetreffende bevoegde autoriteiten haar hierom verzoekt.

(68)

De bevoegde autoriteiten moeten over de instrumenten beschikken die noodzakelijk zijn voor doeltreffend grensoverschrijdend orderboektoezicht. Overeenkomstig Richtlijn 2014/65/EU kunnen de bevoegde autoriteiten met het oog op het opvolgen en opsporen van grensoverschrijdende marktmanipulatie van andere bevoegde autoriteiten orderboekdata opvragen en ontvangen.

(69)

Om informatie te kunnen uitwisselen en te kunnen samenwerken met autoriteiten in derde landen voor de doeltreffende toepassing van deze verordening, moeten de bevoegde autoriteiten samenwerkingsovereenkomsten sluiten met hun tegenhangers in derde landen. Overdrachten van persoonsgegevens op basis van deze overeenkomsten moeten voldoen aan Richtlijn 95/46/EG en aan Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad (13).

(70)

Een degelijk prudentieel en bedrijfsvoeringskader voor de financiële sector moet zijn gebaseerd op strenge toezicht-, onderzoek- en sanctieregelingen. Daartoe moeten toezichthoudende autoriteiten beschikken over voldoende bevoegdheden om te handelen en moeten zij kunnen vertrouwen op billijke, strenge en afschrikkende sanctieregelingen voor alle financiële wangedragingen, en deze sancties moeten doeltreffend worden uitgevoerd. De groep op hoog niveau was echter van mening dat geen van deze elementen op dit moment al bestaat. Een evaluatie van bestaande sanctiebevoegdheden en hun praktische toepassing om de convergentie van de sancties in het gehele scala van toezichtactiviteiten te bevorderen, werd uitgevoerd in de mededeling van de Commissie van 8 december 2010 inzake het versterken van sanctieregelingen in de financiële sector.

(71)

Daarom moet worden voorzien in een aantal administratieve sancties en andere administratieve maatregelen, om een gemeenschappelijke aanpak in de lidstaten zeker te stellen en om het afschrikkende effect ervan te vergroten. De bevoegde autoriteiten moeten de mogelijkheid hebben een verbod op te leggen op de uitoefening van leidinggevende posities binnen beleggingsondernemingen. Bij de vaststelling van sancties die in specifieke gevallen worden opgelegd, moet in voorkomend geval rekening worden gehouden met factoren zoals de terugbetaling van vastgestelde financiële voordelen, de ernst en de duur van de inbreuk, verzwarende of verzachtende omstandigheden, het feit dat boeten een afschrikkend effect moeten hebben en, indien gepast, een korting wegens samenwerking met de bevoegde autoriteit. In het bijzonder mag de hoogte van de in een specifiek geval op te leggen administratieve boeten het in deze verordening vastgestelde maximum bereiken, of, voor zeer ernstige gevallen, het hogere bedrag zoals vastgesteld in de nationale wetgeving, terwijl duidelijk lagere boeten kunnen worden opgelegd voor kleinere inbreuken of wanneer een schikking wordt getroffen. Deze verordening beperkt de lidstaten niet in hun mogelijkheden te voorzien in hogere administratieve sancties of andere administratieve maatregelen.

(72)

Hoewel niets de lidstaten ervan weerhoudt voor dezelfde inbreuken zowel administratieve, als strafrechtelijke sancties te voorzien, moeten zij niet worden verplicht om administratieve sancties vast te stellen voor inbreuken op het bepaalde in deze verordening waarvoor ten laatste 3 juli 2016 reeds nationale strafrechtelijke sancties gelden. Overeenkomstig hun nationale wetgeving zijn de lidstaten niet verplicht zowel administratieve als strafrechtelijke sancties op te leggen voor hetzelfde strafbare feit, maar kunnen zij dat doen indien hun nationale wetgeving zulks toelaat. Het handhaven van strafrechtelijke sancties in plaats van administratieve sancties voor schendingen van deze verordening of van Richtlijn 2014/57/EU mag de bevoegde autoriteiten evenwel niet beperken of anderszins beïnvloeden in hun vermogen om voor de toepassing van deze verordening met bevoegde autoriteiten in andere lidstaten samen te werken, en tijdig toegang te hebben tot informatie en informatie uit te wisselen, ook nadat de desbetreffende inbreuken naar de bevoegde rechterlijke instanties zijn verwezen voor strafrechtelijke vervolging.

(73)

Om te bewerkstelligen dat de besluiten van de bevoegde autoriteiten een ontmoedigend effect op het grote publiek hebben, moeten zij in de regel worden gepubliceerd. De bekendmaking van beslissingen is tevens een belangrijk instrument voor de bevoegde autoriteiten om marktdeelnemers erover te informeren welk gedrag in strijd wordt geacht met deze verordening en om de ruime verspreiding van goed gedrag onder marktdeelnemers te stimuleren. Indien de bekendmaking de persoon in kwestie onevenredig veel schade berokkent, de stabiliteit van de financiële markten of een lopend onderzoek in gevaar brengt, moet de bevoegde autoriteit de administratieve sancties en andere administratieve maatregelen op geanonimiseerde wijze en overeenkomstig de nationale wetgeving bekendmaken, of de bekendmaking uitstellen. De bevoegde autoriteiten moeten kunnen besluiten de sancties of andere administratieve maatregelen niet bekend te maken in gevallen waarin geanonimiseerde bekendmaking of uitstel van de bekendmaking niet voldoende wordt geacht om schade aan de stabiliteit van de financiële markten te vermijden. De bevoegde autoriteiten kunnen ook afzien van de bekendmaking van kleinere maatregelen wanneer de bekendmaking ervan een onevenredig zwaar middel wordt geacht.

(74)

Klokkenluiders vestigen de aandacht van de bevoegde autoriteiten op nieuwe informatie op basis waarvan zij handel met voorwetenschap en marktmanipulatie beter aan het licht kunnen brengen en bestraffen. Klokkenluiders kunnen echter worden ontmoedigd door angst voor represailles of het ontbreken van motivering. Het aangeven van schendingen van deze verordening is noodzakelijk om zeker te stellen dat een bevoegde autoriteit marktmisbruik kan opsporen en kan bestraffen. Klokkenluidersregelingen zijn noodzakelijk om het opsporen van marktmisbruik te vergemakkelijken en om bescherming van en respect voor de rechten van de klokkenluider en de beschuldigde persoon zeker te stellen. Bijgevolg moet deze verordening ervoor zorgen dat er passende regelingen komen om klokkenluiders in staat te stellen de bevoegde autoriteiten attent te maken op mogelijke inbreuken op deze verordening en om hen te beschermen tegen represailles. Het moet de lidstaten worden toegestaan in financiële stimulansen te voorzien voor personen die nuttige informatie aandragen over mogelijke inbreuken op deze verordening. Klokkenluiders mogen echter uitsluitend voor dergelijke beloningen in aanmerking komen als zij nieuwe informatie onthullen zonder daartoe al wettelijk verplicht te zijn en deze informatie leidt tot een sanctie voor inbreuk op deze verordening. lidstaten moeten ook ervoor zorgen dat de klokkenluidersregelingen die zij uitvoeren, mechanismen bevatten die een beschuldigde persoon naar behoren beschermen, met name met betrekking tot het recht op bescherming van zijn persoonsgegevens en procedures om het recht van de beschuldigde persoon te waarborgen op verdediging en om te worden gehoord voordat een beslissing over hem wordt genomen, alsook het recht op een doeltreffende voorziening in rechte bij een rechtbank tegen een beslissing over hem.

(75)

Aangezien lidstaten wetgeving hebben vastgesteld ter uitvoering van Richtlijn 2003/6/EG en aangezien de in deze verordening opgenomen gedelegeerde handelingen, technische normen en technische uitvoeringsnormen moeten worden goedgekeurd voordat het nieuwe kader op een nuttige manier kan worden toegepast, is het nodig de toepassing van de materiële bepalingen in deze verordening voor een toereikende periode uit te stellen.

(76)

Voor een gemakkelijke, vlotte overgang naar de toepassing van deze verordening mogen marktpraktijken die vóór de inwerkingtreding van deze verordening bestonden en die door de bevoegde autoriteiten werden aanvaard overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2273/2003 van de Commissie (14) met het oog op de toepassing van artikel 1, lid 2, onder a), van Richtlijn 2003/6/EG, blijven worden toegepast; op voorwaarde dat ESMA binnen een voorgeschreven termijn op de hoogte wordt gebracht van deze marktpraktijken, totdat de bevoegde autoriteit een besluit heeft genomen over de voortzetting van die praktijken overeenkomstig deze verordening.

(77)

Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen die zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het Handvest) in acht. Derhalve dient deze verordening te worden uitgelegd en toegepast overeenkomstig deze rechten en beginselen. Er moet in het bijzonder aandacht worden geschonken aan de in deze verordening vermelde persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting in andere media, en aan de regels of codes van het journalistieke beroep, aangezien zij worden gewaarborgd in de Unie en in de lidstaten, en erkend worden in artikel 11 van het Handvest van de grondrechten en in andere bepalingen ter zake.

(78)

Om de transparantie te vergroten en de werking van de sanctieregelingen te verbeteren, moeten de bevoegde autoriteiten ESMA jaarlijks geanonimiseerde en geaggregeerde gegevens doen toekomen. Deze gegevens moeten betrekking hebben op het aantal nieuwe onderzoekdossiers, het aantal lopende onderzoeken en het aantal onderzoeken dat tijdens de referentieperiode is afgerond.

(79)

Richtlijn 95/46/EG en Verordening (EG) nr. 45/2001 zijn van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door ESMA in het kader van deze verordening en onder toezicht van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, met name de onafhankelijke autoriteiten die door de lidstaten zijn aangeduid. Het uitwisselen of doorgeven van informatie door de bevoegde autoriteiten dient in overeenstemming te zijn met de voorschriften betreffende de doorgifte van persoonsgegevens die zijn neergelegd in Richtlijn 95/46/EG. Elk geval van uitwisselen of doorgeven van informatie door ESMA dient in overeenstemming te zijn met de voorschriften betreffende de doorgifte van persoonsgegevens die zijn neergelegd in Verordening (EG) nr. 45/2001.

(80)

Deze verordening en de in overeenstemming hiermee vastgestelde gedelegeerde handelingen, uitvoeringshandelingen, technische reguleringsnormen uitvoerende technische normen en richtsnoeren laten de toepassing van de uniale mededingingsregels onverlet.

(81)

Teneinde de vereisten van deze verordening verder uit te werken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om overeenkomstig artikel 290 van het VWEU gedelegeerde handelingen vast te stellen om de uitsluiting op het toepassingsgebied van de verordening uit te breiden tot bepaalde publieke organen en centrale banken van derde landen en tot bepaalde aangewezen publieke organen van derde landen die een koppelingsovereenkomst met de Unie hebben zoals bedoeld in artikel 25 van Richtlijn 2003/87/EG, met betrekking tot de indicatoren voor manipulatief gedrag opgesomd in bijlage I bij deze verordening, de drempels voor het bepalen van de toepasselijkheid van de verplichting tot openbaarmaking voor deelnemers aan een emissierechtenmarkt, de omstandigheden waaronder handel gedurende een afgesloten periode kan worden toegestaan, en de soorten transacties, uitgevoerd door personen met leidinggevende functies of nauw bij hen betrokken personen, die het kennisgevingsvereiste in werking stellen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens de voorbereiding passend overleg pleegt, onder meer met deskundigen. Bij het voorbereiden en opstellen van gedelegeerde handelingen dient de Commissie erop toe te zien dat de desbetreffende documenten gelijktijdig, tijdig en op passende wijze bij het Europees Parlement en de Raad worden ingediend.

(82)

Om te zorgen voor uniforme voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening met betrekking tot de procedures voor het melden van schendingen van deze verordening dienen de Commissie uitvoeringsbevoegdheden te worden verleend om de procedures vast te stellen, met inbegrip van de regelingen voor de opvolging van de verslagen en maatregelen voor de bescherming van personen met een arbeidsovereenkomst en maatregelen voor de bescherming van persoonsgegevens. Deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (15).

(83)

Technische normen op het gebied van financiële diensten moeten waarborgen dat met betrekking tot de in deze verordening geregelde onderwerpen in de hele Unie uniforme voorwaarden gelden. Omdat ESMA een instantie met een zeer specifieke deskundigheid is, zou het efficiënt en passend zijn om aan haar de uitwerking toe te vertrouwen van aan de Commissie voor te leggen ontwerpen van technische regulerings- en uitvoeringsnormen die geen beleidskeuzen met zich brengen.

(84)

De Commissie dient te worden gemachtigd om overeenkomstig artikel 290 VWEU en de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Parlement en de Raad (16) de ontwerpen van de door ESMA ontwikkelde technische reguleringsnormen te bevestigen ter verduidelijking van de kennisgevingen die de exploitanten van gereglementeerde markten, MTF’s en OTF’s moeten doen met betrekking tot de financiële instrumenten die tot de handel zijn toegelaten of waarvoor een verzoek om toelating tot de handel op hun handelsplatform is ingediend, van de wijze waarop en de voorwaarden waaronder ESMA de lijsten van deze instrumenten moet opstellen, openbaar maken en bijhouden, van de voorwaarden waaraan terugkoopprogramma’s en stabiliseringsmaatregelen moeten voldoen, met inbegrip van de voorwaarden voor de handel, tijds- en volumebeperkingen, openbaarmakings- en bekendmakingsvereisten en koersvoorwaarden voor de stabilisering, met betrekking tot de procedures, regelingen en systemen voor handelsplatformen voor het voorkomen en aan het licht brengen van marktmisbruik en de systemen en modellen die moeten worden gebruikt om verdachte orders en transacties aan het licht te brengen, ter verduidelijking van passende regelingen, procedures en vereisten voor het bewaren van gegevens in het kader van marktpeilingen en met betrekking tot op de technische regelingen voor categorieën personen voor de objectieve presentatie van informatie waarbij een beleggingsstrategie wordt aanbevolen en voor de openbaarmaking van bijzondere belangen of aanwijzingen van belangenconflicten. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens de voorbereiding passend overleg pleegt, onder meer met deskundigen.

(85)

De Commissie dient tevens te worden gemachtigd om technische uitvoeringsnormen vast te stellen door middel van uitvoeringshandelingen uit hoofde van artikel 291 VWEU en overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1093/2010. Aan ESMA moet de opstelling worden toevertrouwd van aan de Commissie voor te leggen ontwerpen van technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de openbaarmaking van voorwetenschap, het formaat van lijsten van personen met voorwetenschap en formats procedures voor de samenwerking en uitwisseling van informatie tussen bevoegde autoriteiten onderling en tussen de bevoegde autoriteiten en ESMA.

(86)

Daar de doelstelling van deze verordening, namelijk het voorkomen van marktmisbruik in de vorm van handel met voorwetenschap, wederrechtelijke mededeling van voorwetenschap en marktmanipulatie, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt maar vanwege de omvang en de gevolgen van de maatregelen beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie maatregelen vaststellen, overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel als bedoeld in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat de verordening niet verder dan nodig is om dit doel te verwezenlijken.

(87)

Omdat de bepalingen van Richtlijn 2003/6/EG niet langer relevant en voldoende zijn, dient deze richtlijn met ingang van 3 juli 2016 te worden ingetrokken. De voorschriften en verboden van deze verordening hangen ten nauwste samen met de voorschriften en verboden van Richtlijn 2014/65/EU en dienen daarom in werking te treden op de datum van inwerkingtreding van die richtlijn.

(88)

Met het oog op de correcte tenuitvoerlegging van deze verordening moeten de lidstaten alle nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat hun nationale recht uiterlijk op 3 juli 2016 voldoet aan de bepalingen van deze verordening met betrekking tot de bevoegde autoriteiten en hun bevoegdheden, administratieve sancties en andere administratieve maatregelen, het melden van inbreuken en het bekendmaken van besluiten.

(89)

De Europese toezichthouder voor gegevensbescherming heeft op 10 februari 2012 een advies uitgebracht (17),

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK 1

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Onderwerp

In deze verordening wordt een gemeenschappelijk regelgevend kader vastgelegd inzake handel met voorwetenschap, wederrechtelijke mededeling van voorwetenschap en marktmanipulatie (marktmisbruik), en ook maatregelen ter voorkoming van marktmisbruik teneinde de integriteit van de financiële markten in de Unie te waarborgen en de bescherming van beleggers en hun vertrouwen in die markten te versterken.

Artikel 2

Toepassingsgebied

1.   Deze verordening is van toepassing op:

a)

financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of waarvoor toelating tot de handel op een gereglementeerde markt is aangevraagd;

b)

financiële instrumenten die worden verhandeld op een MTF, die zijn toegelaten tot de handel op een MTF of waarvoor toelating tot de handel op een MTF is aangevraagd;

c)

financiële instrumenten die worden verhandeld op een OTF;

d)

financiële instrumenten die niet onder a), b) of c) vallen en waarvan de koers of de waarde afhankelijk is van, of van invloed is op, de koers of de waarde van een in die punten bedoeld financieel instrument, met inbegrip van, maar niet uitsluitend, kredietverzuimswaps en financiële contracten voor verrekening van verschillen.

Deze verordening is tevens van toepassing op gedragingen of transacties, met inbegrip van biedingen, met betrekking tot het veilen van emissierechten op een veiling die als gereglementeerde markt is toegelaten of andere daarop gebaseerde geveilde producten, met inbegrip van te veilen producten die geen financiële instrumenten zijn, ingevolge Verordening (EU) nr. 1031/2010. Onverminderd eventuele specifieke bepalingen betreffende biedingen gedaan in het kader van een veiling, zijn alle voorschriften en verboden in deze verordening met betrekking tot handelsorders van toepassing op dergelijke biedingen.

2.   De artikelen 12 en 15 zijn ook van toepassing op:

a)

spotcontracten voor grondstoffen die geen voor de groothandel bestemde energieproducten zijn, waarbij de transactie, order of gedraging van invloed is op de koers of de waarde van een in lid 1 bedoeld financieel instrument;

b)

soorten financiële instrumenten, waaronder afgeleide contracten of afgeleide instrumenten voor de overdracht van kredietrisico, waarbij de transactie, order, bieding of gedraging een effect heeft of waarschijnlijk zal hebben op de koers of de waarde van spotcontracten voor grondstoffen waarvan de prijs of de waarde afhankelijk is van de koers of de waarde van die financiële instrumenten, en

c)

gedragingen die verband houden met benchmarks.

3.   Deze verordening is van toepassing op elke transactie, order of gedraging met betrekking tot elk financieel instrument als bedoeld in lid 1 en lid 2, ongeacht of de transactie in kwestie, de order of de gedraging plaatsvindt op een handelsplatform of niet.

4.   De verboden en voorschriften in deze verordening zijn van toepassing op elk handelen en nalaten in de Unie en in derde landen met betrekking tot instrumenten als bedoeld in de leden 1 en 2.

Artikel 3

Definities

1.   Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1.   „financieel instrument”: elk financieel instrument als omschreven in artikel 4, lid 1, punt 15 van Richtlijn 2014/65/EU;

2.   „beleggingsonderneming”: een beleggingsonderneming als omschreven in artikel 4, lid 1, punt 1, van Richtlijn 2014/65/EU;

3.   „kredietinstelling”: een kredietinstelling als omschreven in artikel 4, lid 1, punt 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad (18)

4.   „financiële instelling”: een financiële instelling als omschreven in artikel 4, lid 1, punt 26, van Verordening (EU) nr. 575/2013;

5.   „marktexploitant”: een marktexploitant als omschreven in artikel 4, lid 1, punt 18, van Richtlijn 2014/65/EU;

6.   „gereglementeerde markt”: een gereglementeerde markt als omschreven in artikel 4, lid 1, punt 21), van Richtlijn 2014/65/EU;

7.   „Multilateral Trading Facility” of „MTF”: een multilateraal systeem als omschreven in artikel 4, lid 1, punt 22), van Richtlijn 2014/65/EU;

8.   „Organised Trading Facility” of „OTF”: een stelsel of faciliteit als omschreven in artikel 4, lid 1, punt 23), van Richtlijn 2014/65/EU;

9.   „geaccepteerde marktpraktijk”: een specifieke marktpraktijk die is geaccepteerd door een bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 13;

10.   „handelsplatform”: een handelsplatform als bedoeld in artikel 4, lid 1, punt 24), van Richtlijn 2014/65/EU;

11.   „mkb-groeimarkt”: een mkb-groeimarkt als omschreven in artikel 4, lid 1, punt 12), van Richtlijn 2014/65/EU;

12.   „bevoegde autoriteit”: een overeenkomstig artikel 22 aangewezen bevoegde autoriteit tenzij in deze verordening anders bepaald;

13.   „persoon”: een natuurlijk persoon of rechtspersoon;

14.   „grondstof”: een grondstof als omschreven in artikel 2, punt 1, van Verordening (EG) nr. 1287/2006 van de Commissie (19);

15.   „spotcontract voor grondstoffen”: een contract voor de levering van een grondstof die op een spotmarkt wordt verhandeld en die onverwijld wordt geleverd wanneer de transactie wordt afgewikkeld, en een contract voor de levering van een grondstof, niet zijnde een financieel instrument, met inbegrip van een fysiek afgewikkeld termijncontract;

16.   „spotmarkt”: een markt in grondstoffen waarop grondstoffen tegen contante betaling worden verkocht en onverwijld worden geleverd wanneer de transactie wordt afgewikkeld, en andere niet-financiële markten, zoals termijnmarkten in grondstoffen;

17.   „terugkoopprogramma”: de handel in eigen aandelen overeenkomstig de artikelen 21 tot en met 27 van Richtlijn 2012/30/EU van het Europees Parlement en de Raad (20);

18.   „algoritmische handel”: algoritmische handel als omschreven in artikel 4, lid 1, punt 39, van Richtlijn 2014/65/EU;

19.   „emissierecht”: een emissierecht als bedoeld in punt 11 van deel C van bijlage I bij Richtlijn 2014/65/EU;

20.   „deelnemer aan de emissierechtenmarkt”: elke persoon die transacties aangaat, met inbegrip van het plaatsen van handelsorders, met betrekking tot emissierechten, daarop gebaseerde geveilde producten, of daarvan afgeleide producten en waarop de vrijstelling uit hoofde van artikel 17, lid 2, tweede alinea, niet van toepassing is;

21.   „uitgevende instelling”: een privaat- of publiekrechtelijke juridische entiteit die financiële instrumenten emitteert of voorstelt te emitteren, waarbij de uitgevende instelling, in het geval van certificaten van aandelen die financiële instrumenten vertegenwoordigen, de uitgevende instelling van het vertegenwoordigde financiële instrument is;

22.   „energieproduct bestemd voor groothandel”: energieproduct bestemd voor groothandel als omschreven in artikel 2, punt 4, van Verordening (EU) nr. 1227/2011;

23.   „nationale regulerende instantie”: een nationale regulerende instantie als omschreven in artikel 2, punt 10, van Verordening (EU) nr. 1227/2011;

24.   „grondstoffenderivaten”: grondstoffenderivaten als omschreven in artikel 2, lid 1, punt 30, van Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad (21);

25.   „persoon met leidinggevende verantwoordelijkheid”: een persoon binnen een uitgevende instelling, een deelnemer aan de emissierechtenmarkt of een andere entiteit als bedoeld in artikel 19, lid 10, die

a)

lid is van een bestuurs- of toezichthoudend orgaan van die entiteit;

b)

een leidinggevende functie heeft maar die geen deel uitmaakt van de onder a) bedoelde organen en die regelmatig toegang heeft tot voorwetenschap die direct of indirect op de entiteit betrekking heeft, en tevens de bevoegdheid bezit managementbeslissingen te nemen die gevolgen hebben voor de toekomstige ontwikkelingen en bedrijfsvooruitzichten van die entiteit;

26.   „nauw verbonden persoon”:

a)

een echtgenoot of echtgenote, of een partner van deze persoon die overeenkomstig het nationale recht als gelijkwaardig met een echtgenoot of echtgenote wordt aangemerkt;

b)

een overeenkomstig het nationale recht ten laste komende kind;

c)

een ander familielid die op de datum van de transactie in kwestie gedurende ten minste een jaar tot hetzelfde huishouden als de relevante persoon heeft behoord, of

d)

een rechtspersoon, trust of personenvennootschap waarvan de leidinggevende verantwoordelijkheid berust bij een persoon als bedoeld onder a), b) en c), die rechtstreeks of onrechtstreeks onder de zeggenschap staat van een dergelijke persoon, die is opgericht ten gunste van een dergelijke persoon, of waarvan de economische belangen in wezen gelijkwaardig zijn aan die van een dergelijke persoon;

27.   „verkeersgegevensoverzicht”: overzicht van verkeersgegevens zoals bedoeld in artikel 2, lid 2, onder b), van Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad (22).

28.   „persoon die zich beroepsmatig bezighoudt met het tot stand brengen of uitvoeren van transacties”: persoon die zich beroepsmatig bezighoudt met het ontvangen en doorgeven van orders of het uitvoeren van transacties in financiële instrumenten;

29.   „benchmark”: een aan het publiek bekendgemaakte of gepubliceerde rente, index of getal dat periodiek of regelmatig wordt bepaald door een formule toe te passen op, of afgeleid van: de waarde van een of meer onderliggende activa of prijzen, met inbegrip van geraamde prijzen, feitelijke of geraamde rentetarieven of andere waarden, dan wel enquêtegegevens, en op basis waarvan het voor een financieel instrument te betalen bedrag of de waarde van een financieel instrument wordt bepaald;

30.   „marktmaker”: een marktmaker als omschreven in artikel 4, lid 1, punt 7, van Richtlijn 2014/65/EU;

31.   „stakebuilding”: het verwerven van aandelen in een onderneming waarbij niet uit hoofde van wet- of regelgeving de verplichting ontstaat om een overnamebod aan te kondigen met betrekking tot de onderneming in kwestie;

32.   „openbaar makende marktdeelnemer”: een persoon als bedoeld in een categorie als opgenomen in artikel 11, lid 1, onder a) tot en met d), of artikel 11, lid 2, die in het kader van een marktpeiling informatie openbaar maakt.

33.   „hoge-frequentie handel”: hoge-frequentie handel als omschreven in artikel 4, lid 1, punt 40, van Richtlijn 2014/65/EU;

34.   „het aanbevelen of voorstellen van een beleggingsstrategie”:

i)

informatie voortgebracht door een onafhankelijke analist, een beleggingsonderneming, een kredietinstelling, iedere andere persoon van wie de hoofdactiviteit bestaat in het doen van beleggingsaanbevelingen, of een in het kader van een arbeidscontract of anderszins voor hen werkzame natuurlijke persoon, waarin rechtstreeks of onrechtstreeks een specifieke beleggingsaanbeveling wordt gedaan ten aanzien van een financieel instrument of een uitgevende instelling, of

ii)

informatie voortgebracht door andere dan de onder i) bedoelde personen waarin rechtstreeks een specifieke beleggingsbeslissing in verband met een financieel instrument wordt aanbevolen.

35.   „beleggingsaanbeveling”: iedere voor distributiekanalen of het publiek bedoelde informatie waarbij expliciet of impliciet een beleggingsstrategie wordt aanbevolen of voorgesteld ten aanzien van één of meerdere financiële instrumenten of de uitgevende instellingen, met inbegrip van informatie iedere mening betreffende de huidige of toekomstige waarde of koers van dergelijke instrumenten.

2.   Voor de toepassing van artikel 5, wordt verstaan onder:

a)   

„effecten”

:

i)

aandelen en andere, aan aandelen equivalente effecten;

ii)

obligaties en andere, gesecuritiseerde schuld, of

iii)

gesecuritiseerde, in aandelen of andere, aan aandelen equivalente effecten om te zetten of om te wisselen schuld.

b)   „verbonden instrumenten”: de volgende financiële instrumenten, met inbegrip van financiële instrumenten die niet zijn toegelaten tot de handel op een handelsplatform of niet op een handelsplatform worden verhandeld, of waarvoor geen aanvraag tot toelating tot de handel op een dergelijke handelsplatform is ingediend:

i)

contracten of rechten op grond waarvan op de effecten kan worden ingeschreven of de effecten kunnen worden verworven of vervreemd;

ii)

van effecten afgeleide financiële instrumenten;

iii)

waar de effecten converteerbare of omwisselbare schuldinstrumenten zijn, de effecten waarin deze converteerbare of omwisselbare schuldinstrumenten kunnen worden geconverteerd of omgewisseld;

iv)

instrumenten die door de uitgevende instelling of garant van de effecten worden uitgegeven of gegarandeerd en waarvan de marktkoers de koers van de effecten wezenlijk kan beïnvloeden, of omgekeerd;

v)

waar de effecten met aandelen gelijk te stellen waardepapieren zijn, de aandelen die door deze waardepapieren worden vertegenwoordigd (of enigerlei ander met deze aandelen gelijk te stellen waardepapier);

c)   „omvangrijke aanbieding”: een initiële of secundaire aanbieding van effecten die zich onderscheidt van gewone handelsactiviteiten in zowel de waarde van de aangeboden effecten als de te gebruiken verkoopmethode;

d)   „stabilisatie”: een aankoop of aanbod tot aankoop van effecten, of transactie in daarmee gelijkwaardige verbonden instrumenten, die of dat wordt verricht door een kredietinstelling of een beleggingsonderneming in het kader van een omvangrijke aanbieding van dergelijke effecten, uitsluitend om de marktkoers van deze effecten gedurende een vooraf bepaalde periode te ondersteunen wanneer er sprake is van verkoopdruk op deze effecten.

Artikel 4

Kennisgevingen en lijst van financiële instrumenten

1.   Exploitanten van gereglementeerde markten, en beleggingsondernemingen en marktexploitanten die een MTF of een OTF exploiteren, stellen de bevoegde autoriteit van het handelsplatform onverwijld in kennis van elk financieel instrument waarvoor een verzoek om tot de handel op hun handelsplatform te worden toegelaten is ingediend, of dat tot de handel is toegelaten of dat voor de eerste keer wordt verhandeld

Zij stellen die bevoegde autoriteit van het handelsplatform er tevens van in kennis wanneer het instrument niet langer wordt verhandeld of niet langer tot de handel is toegelaten, tenzij de datum waarop het financiële instrument niet meer wordt verhandeld of niet langer tot de handel is toegelaten, bekend is en wordt vermeld in de kennisgeving die is gedaan overeenkomstig de eerste alinea.

Kennisgevingen als bedoeld in dit lid bevatten, voor zover van toepassing, de namen en identificatiegegevens van de desbetreffende financiële instrumenten, en de datum en het tijdstip van het verzoek tot toelating tot de handel, de toelating tot de handel, en de datum en het tijdstip waarop de eerste transactie plaatsvindt.

Marktexploitanten en beleggingsondernemingen verstrekken de bevoegde autoriteit van het handelsplatform eveneens alle in de derde alinea bedoelde informatie met betrekking tot de financiële instrumenten die voorwerp zijn van een verzoek tot toelating tot de handel of die tot de handel zijn toegelaten vóór 2 juli 2014, en die op die datum nog steeds tot de handel waren toegelaten of werden verhandeld.

2.   Bevoegde autoriteiten van het handelsplatform geven de door hen krachtens lid 1 ontvangen kennisgevingen onverwijld door aan ESMA. ESMA maakt deze onmiddellijk bekend op haar website in de vorm van een lijst. ESMA actualiseert deze lijst onmiddellijk na ontvangst van een kennisgeving van een bevoegde autoriteit van het handelsplatform. Deze lijst beperkt het toepassingsgebied van deze verordening niet.

3.   Deze lijst bevat de volgende informatie:

a)

de namen en de identificatiegegevens van de financiële instrumenten die het voorwerp zijn van een verzoek tot toelating tot de handel, of die toegelaten zijn tot de handel of die voor het eerst worden verhandeld op een gereglementeerde markt, een MTF of een OTF;

b)

de data en de tijdstippen van de verzoeken tot toelating tot de handeling, van de toelating tot de handel, of van de eerste transacties;

c)

details betreffende de handelsplatformen waarop deze financiële instrumenten het voorwerp zijn van een verzoek tot toelating tot de handel of waarop deze tot de handel zijn toegelaten of voor het eerst zijn verhandeld, en

d)

de datum en het tijdstip waarop de financiële instrumenten niet meer worden verhandeld of niet meer tot de handel zijn toegelaten.

4.   Teneinde de consistente harmonisatie van dit artikel zeker te stellen, ontwikkelt ESMA ontwerpen van technische reguleringsnormen om het volgende vast te leggen:

a)

de inhoud van de kennisgevingen bedoeld in lid 1, en

b)

de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de lijst bedoeld in lid 3 wordt samengesteld, bekendgemaakt en beheerd.

ESMA legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gegeven om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad (23).

5.   Teneinde uniforme voorwaarden voor de toepassing van dit artikel te verzekeren, ontwikkelt ESMA ontwerpen van technische uitvoeringsnormen om het tijdstip, het formaat en het model van de kennisgevingen vast te leggen die overeenkomstig de leden 1 en 2 moeten worden ingediend.

ESMA legt deze ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 5

Uitzonderingen voor terugkoopprogramma’s en stabilisatie

1.   De verbodsbepalingen in de artikelen 14 en 15 van deze verordening zijn niet van toepassing op de handel in eigen aandelen in het kader van terugkoopprogramma’s indien:

a)

de volledige details van het programma voorafgaand aan het begin van de handel openbaar worden gemaakt;

b)

bij de bevoegde autoriteit van het handelsplatform overeenkomstig lid 3 wordt gemeld dat de handel onderdeel uitmaakt van het terugkoopprogramma en vervolgens openbaar wordt gemaakt;

c)

passende limieten met betrekking tot de koers en het volume worden nageleefd, en

d)

het wordt uitgevoerd overeenkomstig de doelstellingen als bedoeld in lid 2 en de voorwaarden als opgenomen in dit artikel en in de technische reguleringsnormen als bedoeld in lid 6.

2.   Om van de in lid 1 voorziene vrijstelling gebruik te kunnen maken, moet een terugkoopprogramma als enig doel hebben:

a)

het verminderen van kapitaal van de uitgevende instelling;

b)

het nakomen van verplichtingen die voortkomen uit schuldinstrumenten die vervangen kunnen worden door eigenvermogensinstrumenten;

c)

het nakomen van verplichtingen die voortkomen uit aandelenoptieprogramma’s of andere toewijzingen van aandelen aan werknemers of leidinggevenden of leden van toezichthoudende organen van de uitgevende instelling of een gelieerde onderneming.

3.   Om van de in lid 1 bedoelde vrijstelling gebruik te kunnen maken, stelt de uitgevende instelling de bevoegde autoriteit van het handelsplatform waarop de aandelen tot de handel zijn toegelaten of waarop zij verhandeld worden, in kennis van alle transacties in het kader van terugkoopprogramma’s, met inbegrip van de informatie als bedoeld in artikel 25, leden 1 en 2, in artikel 26, leden 1, 2 en 3, van Verordening (EU) nr. 600/2014.

4.   De verbodsbepalingen van de artikelen 14 en 15 van deze verordening zijn niet van toepassing op de handel in effecten of gerelateerde instrumenten voor de stabilisatie van effecten wanneer:

a)

de stabilisatie gedurende een beperkte periode wordt uitgevoerd;

b)

relevante informatie over de stabilisatie openbaar wordt gemaakt en wordt medegedeeld aan de bevoegde autoriteit van het handelsplatform overeenkomstig lid 5;

c)

passende limieten met betrekking tot de koers worden nageleefd, en

d)

de handel in kwestie voldoet aan de voorwaarden voor stabilisatie als opgenomen in de technische reguleringsnormen zoals bedoeld in lid 6.

5.   Onverminderd artikel 23, lid 1, worden de details van alle stabilisatietransacties door uitgevende instellingen, aanbieders of entiteiten die stabilisatietransacties verrichten, ongeacht of deze entiteiten al dan niet namens eerstgenoemde personen optreden, bij de bevoegde autoriteit van het handelsplatform gemeld, uiterlijk aan het einde van de zevende handelsdag volgend op de dag waarop deze transacties zijn verricht.

6.   Teneinde consistente harmonisatie van dit artikel zeker te stellen, ontwikkelt ESMA ontwerpen van technische reguleringsnormen ter nadere bepaling van de voorwaarden waaraan dergelijke terugkoopprogramma’s en stabilisatiemaatregelen als bedoeld in de leden 1 en 4 moeten voldoen, waaronder handelsvoorwaarden, beperkingen betreffende tijd en volume, openbaarmakings- en rapporteringsverplichtingen en koersvoorwaarden.

ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gegeven de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 6

Uitzondering inzake beheersactiviteiten met betrekking tot monetair beleid en overheidsschuld en voor activiteiten in het kader van klimaatbeleid

1.   Deze verordening is niet van toepassing op transacties, orders of gedragingen die in het kader van het monetaire beleid, het valutabeleid of het beheer van de overheidsschuld worden verricht door:

a)

een lidstaat;

b)

de leden van het Europese Stelsel van centrale banken (ESCB);

c)

een ministerie, bureau of speciaal opgerichte entiteit van één of meerdere lidstaten of een namens hen optredende persoon;

d)

wanneer de lidstaat een federale staat is, door een van de leden van de federatie.

2.   Deze verordening is niet van toepassing op transacties, orders of gedragingen verricht door de Commissie of enig ander officieel aangewezen orgaan of door enige persoon die namens een dergelijk orgaan optreedt in het kader van het beheer van de overheidsschuld.

Deze verordening is niet van toepassing op dergelijke transacties, orders of gedragingen verricht door:

a)

de Unie,

b)

een speciaal opgerichte entiteit voor één of verschillende lidstaten,

c)

de Europese Investeringsbank,

d)

de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit,

e)

het Europees stabilisatiemechanisme,

f)

een internationale financiële instelling die is opgericht door twee of meer lidstaten en die ten doel heeft middelen bijeen te brengen en financiële bijstand te verlenen ten behoeve van zijn leden die te maken hebben met of bedreigd worden door ernstige financieringsproblemen.

3.   Deze verordening is niet van toepassing op de activiteiten van een lidstaat, de Europese Commissie of een ander officieel aangewezen orgaan, of een namens hen optredende persoon, die betrekking hebben op emissierechten en die worden uitgevoerd in het kader van het klimaatbeleid van de Unie overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG.

4.   Deze verordening is niet van toepassing op de activiteiten van een lidstaat, de Commissie of enig ander officieel aangewezen orgaan, of van enige andere persoon die namens hen optreedt, die in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de Unie of het gemeenschappelijk visserijbeleid van de Unie worden verricht overeenkomstig handelingen die onder het Verdrag zijn vastgesteld of met internationale overeenkomsten die onder het VWEU zijn gesloten.

5.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 35 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de in lid 1 bedoelde uitzondering uit te breiden tot bepaalde publieke organen en centrale banken van derde landen.

Met het oog daarop stelt de Commissie uiterlijk op 3 januari 2016 een verslag op, en dient zij dit bij het Europees Parlement en de Raad in, ter beoordeling van de internationale status van de overheidsorganen die belast zijn met of betrokken bij het beheer van de overheidsschuld en van centrale banken van derde landen.

Het verslag moet een vergelijkende analyse bevatten van de status van dergelijke organen en van centrale banken binnen het rechtskader van derde landen, alsook een overzicht van de normen op het gebied van het risicobeheer die in de desbetreffende jurisdicties van toepassing zijn op de transacties die door die organen en de centrale banken in kwestie worden gesloten. Indien het verslag vaststelt dat, met name in het licht van de vergelijkende analyse, de vrijstelling van de verplichtingen en verbodsbepalingen als bedoeld in deze verordening ten aanzien van de centrale banken van deze derde landen wat betreft hun monetaire verantwoordelijkheden noodzakelijk is, breidt de Commissie de in lid 1 bedoelde uitzondering uit tot de centrale banken van deze derde landen.

6.   De Commissie is ook bevoegd overeenkomstig artikel 35 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de in lid 3 bedoelde vrijstelling uit te breiden tot bepaalde aangewezen publieke organen van derde landen die een koppelingsovereenkomst met de Unie hebben krachtens artikel 25 van Richtlijn 2003/87/EG.

7.   Dit artikel is niet van toepassing op personen die een arbeidsovereenkomst hebben met, of op andere wijze werken voor, de in dit artikel bedoelde entiteiten, indien deze personen, rechtstreeks of middellijk, transacties of orders uitvoeren of rechtstreeks of middellijk handelingen verrichten voor eigen rekening.

HOOFDSTUK 2

VOORWETENSCHAP, HANDEL MET VOORWETENSCHAP, WEDERRECHTELIJKE MEDEDELING VAN VOORWETENSCHAP EN MARKTMANIPULATIE

Artikel 7

Voorwetenschap

1.   Voor de toepassing van deze verordening omvat voorwetenschap de volgende soorten informatie:

a)

niet openbaar gemaakte informatie die concreet is en die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking heeft op een of meer uitgevende instellingen of op een of meer financiële instrumenten en die, indien zij openbaar zou worden gemaakt, een significante invloed zou kunnen hebben op de koers van deze financiële instrumenten of daarvan afgeleide financiële instrumenten;

b)

in verband met grondstoffenderivaten, niet openbaar gemaakte informatie die concreet is en die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking heeft op een of meer van dergelijke derivaten of die rechtstreeks betrekking heeft op het daaraan gerelateerde spotcontract voor grondstoffen, en die, indien zij openbaar zou worden gemaakt, waarschijnlijk een significante invloed zou hebben op de koers van deze derivaten of van de daaraan gerelateerde spotcontracten voor grondstoffen, en waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat ze openbaar wordt gemaakt of die verplicht openbaar moet worden gemaakt overeenkomstig Europese of nationale wettelijke of reglementaire bepalingen, marktvoorschriften, contracten, praktijken of gebruiken, op de betrokken grondstoffenderivatenmarkten of spotmarkten;

c)

in verband met emissierechten of daarop gebaseerde geveilde producten, niet openbaar gemaakte informatie die concreet is en die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking heeft op een of meer van deze instrumenten, en die, indien zij openbaar zou worden gemaakt, waarschijnlijk een significante invloed zou hebben op de koers van deze financiële instrumenten of van daarvan afgeleide financiële instrumenten;

d)

voor personen die zijn belast met de uitvoering van orders met betrekking tot financiële instrumenten, betekent voorwetenschap tevens informatie die door een klant wordt verstrekt en verband houdt met de lopende orders van de klant inzake financiële instrumenten, die concreet is, die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking heeft op een of meer uitgevende instellingen of op een of meer financiële instrumenten en die, indien zij openbaar zou worden gemaakt, waarschijnlijk een significante invloed zou hebben op de koers van deze financiële instrumenten, de koers van daaraan gerelateerde spotcontracten voor grondstoffen of de koers van daarvan afgeleide financiële instrumenten;

2.   Voor de toepassing van het eerste lid wordt informatie geacht concreet te zijn indien zij betrekking heeft op een situatie die bestaat of waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat zij zal ontstaan, dan wel op een gebeurtenis die heeft plaatsgevonden of waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat zij zal plaatsvinden, en indien de informatie specifiek genoeg is om er een conclusie uit te trekken omtrent de mogelijke invloed van bovenbedoelde situatie of gebeurtenis op de koers van de financiële instrumenten of daarvan afgeleide financiële instrumenten, de daaraan gerelateerde spotcontracten voor grondstoffen of de geveilde, op emissierechten gebaseerde producten. In het geval van een in de tijd gespreid proces dat erop is gericht een bepaalde situatie of gebeurtenis te doen plaatsvinden, of dat resulteert in een bepaalde situatie of gebeurtenis, kan deze toekomstige situatie of deze toekomstige gebeurtenis, alsook de tussenstappen in dat proces die verband houden met het ontstaan of het plaatsvinden van die toekomstige situatie of die toekomstige gebeurtenis, in dit verband als concrete informatie worden beschouwd.

3.   Een tussenstap in een in de tijd gespreid proces wordt beschouwd als voorwetenschap indien deze tussenstap als zodanig voldoet aan de criteria voor voorwetenschap als bedoeld in dit artikel.

4.   Voor de toepassing van lid 1 wordt onder informatie die, indien deze openbaar zou worden gemaakt, waarschijnlijk een significante invloed zou hebben op de koers van financiële instrumenten, daarvan afgeleide financiële instrumenten, daaraan gerelateerde spotcontracten voor grondstoffen of geveilde producten gebaseerd op emissierechten, informatie verstaan waarvan een redelijk handelende belegger waarschijnlijk gebruik zou maken om er zijn beleggingsbeslissingen ten dele op te baseren.

In het geval van deelnemers aan de markt voor emissierechten met geaggregeerde emissies of een nominale thermische input op of onder de overeenkomstig de in de tweede alinea van artikel 17, lid 2, vastgestelde drempel wordt informatie over hun fysieke activiteiten niet van belang geacht te zijn voor de prijs van emissierechten, geveilde producten die daarop zijn gebaseerd of op financiële derivaten.

5.   ESMA stelt richtsnoeren op voor de vaststelling van een niet-uitputtende lijst van informatie waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht of is vereist dat die openbaar gemaakt overeenkomstig Europese of nationale wet- en regelgeving, marktvoorschriften, overeenkomsten, praktijken of gebruiken, op de betrokken grondstoffenderivatenmarkten of spotmarkten als bedoeld in lid 1, onder b), van dit artikel. ESMA houdt hierbij terdege rekening met de specifieke kenmerken van de markten in kwestie.

Artikel 8

Handel met voorwetenschap

1.   Voor de toepassing van deze verordening doet handel met voorwetenschap zich voor wanneer een persoon die over voorwetenschap beschikt die informatie gebruikt om, voor eigen rekening of voor rekening van derden, rechtstreeks of middellijk financiële instrumenten te verwerven of te vervreemden waarop die informatie betrekking heeft. Het gebruik van voorwetenschap door het annuleren of aanpassen van een order met betrekking tot een financieel instrument waarop de informatie betrekking heeft terwijl de order werd geplaatst voordat de betrokken persoon over de voorwetenschap beschikte, wordt eveneens als handel met voorwetenschap beschouwd. In verband met veilingen van emissierechten of andere op emissierechten gebaseerde geveilde producten die worden gehouden uit hoofde van Verordening (EU) nr. 1031/2010 omvat het gebruik van voorwetenschap ook het voor eigen rekening of voor rekening van derden doen, wijzigen of intrekken van een bod.

2.   Voor de toepassing van deze verordening is sprake van het aanbevelen van een derde om tot handel met voorwetenschap over te gaan, of is sprake van het aanzetten van een derde om tot handel met voorwetenschap over te gaan, indien de persoon over voorwetenschap beschikt en:

a)

op basis van die informatie aanbeveelt dat een derde financiële instrumenten waarop die voorwetenschap betrekking heeft verwerft of vervreemdt, of die derde ertoe aanzet die financiële instrumenten te verwerven of te vervreemden, of

b)

op basis van die informatie aanbeveelt dat een derde een order betreffende een financieel instrument waarop die voorwetenschap betrekking heeft annuleert of wijzigt, of die persoon ertoe aanzet een order te annuleren of te wijzigen.

3.   Het gebruik van de in lid 2 bedoelde aanbevelingen of aansporingen komt neer op handel met voorwetenschap als bedoeld in dit artikel indien de persoon die de aanbeveling of aansporing gebruikt, weet of zou moeten weten dat deze op voorwetenschap is gebaseerd.

4.   Dit artikel is van toepassing op ieder persoon die over voorwetenschap beschikt omdat deze persoon:

a)

lid is van de bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende organen van de uitgevende instelling of deelnemer aan de emissierechtenhandel;

b)

deelneemt in het kapitaal van de uitgevende instelling of deelnemer aan de emissierechtenhandel;

c)

toegang heeft tot de informatie uit hoofde van de uitoefening van werk, beroep of functie;

d)

deelneemt aan criminele activiteiten.

Dit artikel is tevens van toepassing op iedere persoon die in het bezit is van voorwetenschap onder andere omstandigheden dan de in de eerste alinea genoemde omstandigheden en weet of zou moeten weten dat het voorwetenschap betreft.

5.   Indien de in dit artikel bedoelde persoon een rechtspersoon is, is dit artikel tevens van toepassing op de natuurlijke personen die overeenkomstig nationaal recht betrokken zijn bij de beslissing om de verwerving of vervreemding of annulering of wijziging van een order voor rekening van de rechtspersoon in kwestie uit te voeren.

Artikel 9

Legitieme gedragingen

1.   Voor de toepassing van de artikelen 8 en 14 betekent het enkele feit dat een rechtspersoon beschikt of heeft beschikt over voorwetenschap, op zichzelf niet dat deze persoon die wetenschap heeft gebruikt en aldus met voorwetenschap heeft gehandeld op basis van een verwerving of een vervreemding wanneer deze rechtspersoon:

a)

adequate en doeltreffende interne regelingen en procedures heeft vastgesteld, toegepast en onderhouden die waarborgen dat noch de natuurlijke persoon die namens hem het besluit heeft genomen om financiële instrumenten waarop de voorwetenschap betrekking heeft te verwerven of te vervreemden, noch enige andere natuurlijke persoon die mogelijkerwijs enige invloed op dat besluit had, over de voorwetenschap beschikte, en

b)

de natuurlijke persoon die namens hem heeft beslist financiële instrumenten waarop de informatie in kwestie betrekking heeft, te verwerven of te vervreemden, hiertoe niet heeft aangemoedigd, dit niet heeft aanbevolen en hiertoe niet heeft aangezet of de natuurlijke persoon in kwestie anderszins heeft beïnvloed.

2.   Voor de toepassing van de artikelen 8 en 14 bekent het enkele feit dat een persoon beschikt over voorwetenschap op zichzelf niet dat deze persoon die wetenschap heeft gebruikt en aldus met voorwetenschap heeft gehandeld op basis van een verwerving of een vervreemding indien deze persoon:

a)

voor het financiële instrument waarop die informatie betrekking heeft, een marktmaker is of een persoon die gemachtigd is om als tegenpartij op te treden voor het financieel instrument waarop die informatie betrekking heeft, en de verwerving of vervreemding van financiële instrumenten waarop de informatie betrekking heeft op rechtmatige wijze plaatsvindt in het kader van de normale uitoefening van hun hoedanigheid als marktmaker of als tegenpartij voor het financieel instrument in kwestie, of

b)

gemachtigd is namens derden orders uit te voeren en de verwerving of vervreemding van financiële instrumenten waarop de order betrekking heeft, op legitieme wijze geschiedt om een dergelijke order uit te voeren in het kader van de normale uitoefening van werk, beroep of functie van die persoon.

3.   Voor de toepassing van de artikelen 8 en 14 betekent het enkele feit dat een persoon beschikt over voorwetenschap in het geval van een verwerving of een vervreemding niet automatisch dat deze persoon die informatie heeft gebruikt en aldus met voorwetenschap heeft gehandeld op basis van een verwerving of een vervreemding, indien deze persoon een transactie sluit voor het verwerven of vervreemden van financiële instrumenten wanneer die transactie te goeder trouw plaatsvindt in het kader van de uitoefening van een opeisbaar geworden verplichting en niet om het verbod op handel met voorwetenschap te omzeilen, en:

a)

die verplichting voortvloeit uit een order die is geplaatst of een overeenkomst die is gesloten voordat de persoon in kwestie over die voorwetenschap beschikte, of

b)

de transactie is uitgevoerd om te voldoen aan een wettelijke of reguleringsverplichting die is ontstaan voordat de persoon in kwestie over die voorwetenschap beschikte.

4.   Voor de toepassing van artikel 8 en 14 betekent het enkele feit dat een persoon beschikt over voorwetenschap op zichzelf niet dat de persoon die wetenschap heeft gebruikt en aldus met voorwetenschap heeft gehandeld indien deze persoon die voorwetenschap heeft verkregen in het kader van een openbaar bod op of een fusie met een andere onderneming en die wetenschap uitsluitend gebruikt voor het voortzettend van die fusie of dat openbaar bod, op voorwaarde dat alle voorwetenschap op het moment van goedkeuring van de fusie of van aanvaarding van het bod door de aandeelhouders van de onderneming in kwestie openbaar is gemaakt of anderszins opgehouden is voorwetenschap te zijn.

Dit lid is niet van toepassing op stakebuilding.

5.   Voor de toepassing van de artikelen 8 en 14, vormt het enkele feit dat een persoon bij het verwerven of vervreemden van financiële instrumenten gebruik maakt van zijn eigen kennis van het feit dat hij besloten heeft de financiële instrumenten in kwestie te verwerven of te vervreemden, op zichzelf niet dat er sprake is van geen gebruik van voorwetenschap.

6.   Onverminderd de leden 1 tot en met 5 van dit artikel kan een inbreuk op het verbod op handel met voorwetenschap zoals bedoeld in artikel 14 worden geacht zich te hebben voorgedaan indien de bevoegde autoriteit vaststelt dat voor de orders, transacties of gedragingen in kwestie een onrechtmatige reden schuilgaat.

Artikel 10

Wederrechtelijke mededeling van voorwetenschap

1.   Voor de toepassing van deze verordening is sprake van wederrechtelijke mededeling van voorwetenschap als een persoon die over voorwetenschap beschikt deze voorwetenschap bekendmaakt aan enige andere persoon, tenzij de bekendmaking plaatsvindt uit hoofde van de normale uitoefening van werk, beroep of functie.

Dit lid is van toepassing op iedere natuurlijke of rechtspersoon in de in artikel 8, lid 4, bedoelde situaties of omstandigheden.

2.   Voor de toepassing van deze verordening vormt de verdere doorgifte van aanbevelingen of aansporingen als bedoeld in artikel 8, lid 2, wederrechtelijke mededeling van voorwetenschap onder dit artikel wanneer de persoon die de aanbeveling of aansporing bekendmaakt, wist of had moeten weten dat deze op voorwetenschap was gebaseerd.

Artikel 11

Marktpeilingen

1.   Een marktpeiling omvat de communicatie van informatie, voorafgaand aan de bekendmaking van een transactie, teneinde de belangstelling van potentiële beleggers in een mogelijke transactie en de daarmee verband houdende voorwaarden wat betreft de mogelijke omvang en beprijzing te peilen, aan één of meerdere potentiële beleggers:

a)

door een uitgevende instelling;

b)

door een secundaire aanbieder van een financieel instrument, in een hoeveelheid of met een waarde waardoor de transactie zich onderscheidt van normale handel, en een verkoopmethode behelst die gebaseerd is op een voorafgaande analyse van de potentiële belangstelling onder potentiële beleggers;

c)

door een deelnemer aan een markt voor emissierechten, of

d)

door een derde partij die optreedt namens of voor rekening van een onder a), b) of c), bedoelde persoon.

2.   Onverminderd artikel 23, lid 3, wordt openbaarmaking van voorwetenschap door een persoon die van plan is een openbaar bod op de aandelen van een onderneming uit te brengen of die van plan is een fusie met een onderneming tot stand te brengen, aan de houders van de aandelen in kwestie, ook marktpeiling beschouwd, op voorwaarde dat:

a)

de informatie nodig is om de houders van de aandelen in kwestie in staat te stellen voor zich zelf uit te maken of zij bereid zijn op het bod in te gaan, en

b)

de bereidheid van de houders van de aandelen in kwestie op het bod in te gaan redelijkerwijs vereist is voor het besluit een overnamebod uit te brengen of een fusie tot stand te willen brengen.

3.   Een openbaar makende marktdeelnemer moet voorafgaand aan een marktpeiling voor zichzelf in het bijzonder overwegen of in het kader van de marktpeiling voorwetenschap openbaar zal worden gemaakt. De openbaar makende marktdeelnemer houdt een schriftelijk overzicht bij van zijn conclusies en de redenen daarvoor. Hij stelt dit schriftelijk overzicht op verzoek ter beschikking aan de bevoegde autoriteit. Deze verplichting is van toepassing op elke afzonderlijke openbaarmaking van informatie in het kader van de marktpeiling, en de in dit lid bedoelde overzichten worden steeds geactualiseerd.

4.   Voor de toepassing van artikel 10, lid 1, wordt een openbaarmaking van voorwetenschap in het kader van een marktpeiling geacht te hebben plaatsgevonden in de normale uitoefening van het werk, het beroep of de functie van de persoon in kwestie wanneer de openbaar makende marktdeelnemer zich houdt aan de verplichtingen zoals bedoeld in leden 3 en 5 van dit artikel.

5.   Voor de toepassing van lid 4 moet de openbaar makende marktdeelnemer voordat hij openbaar maakt:

a)

van de persoon bij wie hij de marktpeiling verricht instemming verkrijgen dat deze bereid is in kennis te worden gesteld van voorwetenschap;

b)

de persoon bij wie hij de marktpeiling verricht meedelen dat het hem verboden is die informatie te gebruiken, of te proberen die informatie te gebruiken, door voor eigen rekening of voor rekening van een derde, rechtstreeks of middellijk, financiële instrumenten waarop die informatie betrekking heeft, te verwerven of te vervreemden;

c)

de persoon bij wie hij de marktpeiling verricht meedelen dat het hem verboden is die informatie te gebruiken, of te proberen die informatie te gebruiken, door een reeds geplaatste order voor een financieel instrument waarop die informatie betrekking heeft te annuleren of te wijzigen, en

d)

de persoon bij wie hij de marktpeiling verricht meedelen dat zijn bereidheid in kennis te worden gesteld van voorwetenschap ook inhoudt dat hij verplicht is de informatie in kwestie vertrouwelijk te houden.

De openbaar makende markdeelnemer maakt een overzicht en houdt een administratie van alle informatie bij, met inbegrip van de informatie die hij verstrekt overeenkomstig de punten a) tot en met d) van de eerste alinea, die hij verstrekt aan de persoon bij wie hij de marktpeiling verricht, alsmede van de identiteit van de potentiële beleggers aan wie de informatie is verstrekt, waaronder, maar niet beperkt tot, de rechtspersonen en de natuurlijke personen die namens de potentiële belegger optreden, en de datum en het tijdstip van elke openbaarmaking.

De openbaar makende marktdeelnemer stelt de lijst desgevraagd zo snel mogelijk ter beschikking van de bevoegde autoriteit.

6.   Wanneer informatie in het kader van een marktpeiling openbaar is gemaakt en de openbaar gemaakte informatie volgens de openbaar makende marktdeelnemer ophoudt voorwetenschap te zijn, stelt de laatste de ontvanger van die informatie daarvan zo snel mogelijk op de hoogte.

De openbaar makende marktdeelnemer houdt een overzicht bij van de informatie die overeenkomstig het in dit lid bepaalde openbaar is gemaakt en stelt dit overzicht op verzoek zo snel mogelijk ter beschikking van de bevoegde autoriteit.

7.   Onverminderd het bepaalde in dit artikel bepaalt de persoon bij wie de marktpeiling wordt verricht voor zichzelf of hij in het bezit is van voorwetenschap en wanneer de informatie waarover hij beschikt ophoudt voorwetenschap te zijn.

8.   De openbaar makende marktdeelnemer bewaart de in dit artikel bedoelde overzichten ten minste vijf jaar nadat ze zijn opgesteld.

9.   Teneinde de consistente harmonisatie van dit artikel zeker te stellen, ontwikkelt ESMA ontwerpen van technische reguleringsnormen voor het vaststellen van passende regelingen, procedures en vereisten voor het bijhouden van overzichten en voor het in acht nemen van het vereisten als opgenomen in de leden 4, 5, 6 en 8.

ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gegeven om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen, overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

10.   Teneinde de consistente harmonisatie van dit artikel zeker te stellen, ontwikkelt ESMA ontwerpen van technische uitvoeringsnormen voor het specificeren van de systemen en kennisgevingsmodellen die moeten worden gebruikt om te voldoen aan het bepaalde in de leden 4, 5, 6 en 8 van dit artikel, in het bijzonder het exacte model van de in de leden 4 tot en met 8 bedoelde overzichten en de technische middelen voor het op passende wijze doorgeven van de in lid 6 bedoelde informatie aan de persoon bij wie de marktpeiling wordt verricht.

ESMA legt die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

11.   ESMA stelt overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 richtsnoeren op, gericht op personen die marktpeilingen ontvangen, betreffende:

a)

de factoren waarmee personen bij wie een marktpeiling wordt verricht, rekening moeten houden wanneer aan hen in het kader van een marktpeiling informatie wordt verstrekt teneinde te bepalen of de informatie al dan niet voorwetenschap is;

b)

de stappen die personen bij wie een marktpeiling wordt verricht, moeten nemen indien zij in het bezit zijn gekomen van voorwetenschap, teneinde te voldoen aan het bepaalde in artikel 8 en 10 van deze verordening, en

c)

de overzichten die personen bij wie een marktpeiling wordt verricht moeten bewaren om aan te tonen dat zij artikel 8 en 10 van deze verordening hebben nageleefd.

Artikel 12

Marktmanipulatie

1.   Voor de toepassing van deze verordening omvat marktmanipulatie de volgende activiteiten:

a)

het aangaan van een transactie, het plaatsen van een handelsorder of elke andere gedraging:

i)

die daadwerkelijk of waarschijnlijk onjuiste of misleidende signalen afgeeft met betrekking tot het aanbod van, de vraag naar of de koers van een financieel instrument of een eraan gerelateerd spotcontract voor grondstoffen, of

ii)

die de koers van een of meer financiële instrumenten of daaraan gerelateerde spotcontracten voor grondstoffen daadwerkelijk of waarschijnlijk op een abnormaal of kunstmatig niveau brengt,

tenzij de persoon die de transactie aangaat, de handelsorder plaatstof andere gedragingen verricht, aantoont dat zijn beweegredenen voor deze transactie, deze order of dit gedrag gerechtvaardigd waren en in overeenstemming waren met de gebruikelijke marktpraktijken zoals vastgesteld overeenkomstig artikel 13;

b)

het aangaan van een transactie, het plaatsen van een handelsorder of iedere andere activiteit of gedraging met gevolgen of waarschijnlijke gevolgen voor de koers van een of meer financiële instrumenten of een eraan gerelateerd spotcontract voor grondstoffen of een geveild product op basis van emissierechten, waarbij gebruik wordt gemaakt van een kunstgreep of enigerlei andere vorm van bedrog of misleiding;

c)

de verspreiding van informatie, via de media, met inbegrip van internet, of via andere kanalen, waardoor daadwerkelijk of waarschijnlijk onjuiste of misleidende signalen worden afgegeven met betrekking tot het aanbod van, de vraag naar of de koers van een financieel instrument of een eraan gerelateerd spotcontract voor grondstoffen of een geveild product op basis van emissierechten of effecten, of de koers van een of meer financiële instrumenten of daaraan gerelateerde spotcontracten voor grondstoffen of een geveild product op basis van emissierechten daadwerkelijk of waarschijnlijk op een abnormaal of kunstmatig niveau wordt gebracht, met inbegrip van de verspreiding van geruchten wanneer de persoon die de informatie verspreidde, wist of had moeten weten dat de informatie onjuist of misleidend was;

d)

de verspreiding van onjuiste of misleidende informatie of de verspreiding van onjuiste of misleidende inputs in verband met een benchmark wanneer de persoon die de informatie of de input verspreidde, wist of had moeten weten dat de informatie onjuist of misleidend was, of enigerlei andere gedraging waardoor de berekening van een benchmark wordt gemanipuleerd.

2.   Onder andere de volgende gedragingen worden aangemerkt als marktmanipulatie:

a)

het handelen door een persoon, of de samenwerking door meerdere personen, om een machtspositie te verwerven ten aanzien van het aanbod van of de vraag naar een financieel instrument of gerelateerde spotcontracten voor grondstoffen, of een geveild product op basis van emissierechten met als gevolg of waarschijnlijk gevolg dat rechtstreeks of onrechtstreeks aan- of verkoopprijzen op een bepaald niveau worden vastgelegd of andere onbillijke handelsvoorwaarden worden geschapen of waarschijnlijk worden geschapen;

b)

de aankoop of verkoop van financiële instrumenten bij het openen of sluiten van de markt met als daadwerkelijk of waarschijnlijk effect dat beleggers die op basis van de genoteerde koersen, inclusief de openings- en slotkoersen handelen, worden misleid;

c)

het plaatsen van orders naar een handelsplatform, met inbegrip van de annulering of wijziging van orders, door ieder beschikbaar middel van handel, met inbegrip van elektronische middelen, zoals algoritmische en high frequency trading-strategieën, met één of meerdere van de in lid 1, onder a) of b), bedoelde effecten, wanneer dit:

i)

de werking van het handelssysteem of het handelsplatform verstoort of vertraagt of waarschijnlijk dit effect heeft;

ii)

het voor anderen moeilijker maakt om authentieke orders te identificeren op het handelssysteem of de handelsfaciliteit of waarschijnlijk deze bemoeilijking veroorzaakt, waaronder door orders te plaatsen die leiden tot een overbelasting of destabilisatie van het orderboek, of

iii)

een onjuist of misleidend signaal afgeeft, of waarschijnlijk afgeeft, ten aanzien van het aanbod van of de vraag naar of de koers van een financieel instrument, met name door orders te plaatsen om een trend te starten of te versterken;

d)

het profiteren van incidentele of regelmatige toegang tot de traditionele of elektronische media door een mening over een financieel instrument, een gerelateerd spotcontract voor grondstoffen of een geveild product op basis van emissierechten (of onrechtstreeks over de instelling waardoor het wordt uitgegeven) te verspreiden, terwijl van te voren posities ten aanzien van dit financieel instrument of daaraan gerelateerde spotcontract voor grondstoffen of een geveild product op basis van emissierechten zijn ingenomen om nadien profijt te trekken van het effect dat deze mening heeft gehad op de koers van dit financieel instrument of daaraan gerelateerde spotcontract of een geveild product op basis van emissierechten, zonder tegelijkertijd deze belangenverstrengeling naar behoren en op doeltreffende wijze openbaar te maken;

e)

het kopen of verkopen op de secundaire markt van emissierechten of daarvan afgeleide instrumenten voorafgaand aan de veiling die wordt gehouden ingevolge Verordening (EU) nr. 1031/2010 met het effect dat de toewijzingsprijs voor de geveilde producten op een abnormaal of kunstmatig niveau wordt gebracht of dat partijen die tijdens de veiling bieden, worden misleid.

3.   Voor de toepassing van lid 1, onder a) en b), en onverminderd de vormen van gedrag genoemd in lid 2, wordt in bijlage I een niet-limitatieve opsomming gegeven met betrekking tot het gebruik van kunstgrepen of andere vormen van bedrog of misleiding, en een niet-uitputtende opsomming van indicatoren met betrekking tot onjuiste of misleidende signalen en het op een abnormaal of kunstmatig niveau houden van prijzen.

4.   Indien de in dit artikel bedoelde persoon een rechtspersoon is, is dit artikel tevens van toepassing op de natuurlijke personen die overeenkomstig nationaal recht deelnemen aan de beslissing om voor rekening van de betreffende rechtspersoon activiteiten uit te voeren.

5.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 35 gedelegeerde handelingen vast te stellen ter nadere bepaling van de indicatoren in bijlage I, teneinde de elementen daarvan te verhelderen en in te spelen op technische ontwikkelingen op de financiële markten.

Artikel 13

Geaccepteerde marktpraktijken

1.   Het in artikel 15 bedoelde verbod is niet van toepassing op de activiteiten als bedoeld in artikel 12, lid 1, onder a), op voorwaarde dat de persoon die een transactie aangaat, een handelsorder plaatst of een andere gedraging verricht aantoont dat de transactie, handelsorder of gedraging in kwestie om legitieme redenen is verricht en conform een geaccepteerde marktpraktijk die is vastgesteld overeenkomstig dit artikel, is verricht.

2.   De bevoegde autoriteiten kunnen vaststellen dat van een geaccepteerde marktpraktijk sprake is aan de hand van de volgende criteria:

a)

of de marktpraktijk in kwestie heeft een significante mate van transparantie;

b)

of de marktpraktijk in kwestie waarborgt een hoge mate van veiligstelling van de werking van de marktkrachten en de goede interactie tussen de vraag- en aanbodkrachten;

c)

of de marktpraktijk in kwestie heeft een positieve impact op de liquiditeit en doeltreffendheid van de markt;

d)

of de marktpraktijk in kwestie sluit aan bij het handelsmechanisme van de betrokken markt en stelt marktdeelnemers in staat passend en tijdig te reageren op de nieuwe marktsituatie die door deze praktijk is ontstaan;

e)

of de marktpraktijk in kwestie brengt geen risico’s mee voor de integriteit van direct of indirect betrokken, al dan niet gereglementeerde markten voor het financiële instrument in kwestie binnen de Unie;

f)

het resultaat van eventueel onderzoek naar de desbetreffende marktpraktijk door een bevoegde of enige andere autoriteit, in het bijzonder naar de vraag of die marktpraktijk inbreuk heeft gemaakt op regels of reglementen die marktmisbruik moeten voorkomen, of op gedragscodes, hetzij op de betrokken markt, hetzij op meer of minder rechtstreeks betrokken markten binnen de Unie, en

g)

de structurele kenmerken van de betrokken markt, zoals onder meer het feit of deze al dan niet gereglementeerd is, de categorieën financiële instrumenten die erop worden verhandeld en de soorten marktdeelnemers, waarbij eveneens rekening wordt gehouden met de mate waarin niet-professionele beleggers op de betrokken markt actief zijn.

Een marktpraktijk die door een bevoegde autoriteit als een geaccepteerde marktpraktijk op een bepaalde markt is vastgesteld, kan niet geacht worden te gelden voor andere markten tenzij de bevoegde autoriteiten van die andere markten die praktijk krachtens dit artikel hebben geaccepteerd.

3.   Alvorens vast te stellen dat van een geaccepteerde marktpraktijk zoals bedoeld in lid 2 sprake is, verwittigen de bevoegde autoriteiten ESMA en andere bevoegde autoriteiten van de voorgenomen aanvaarding van een geaccepteerde marktpraktijk en delen haar de bijzonderheden mee van de beoordeling volgens de in lid 2 genoemde criteria. Een dergelijke melding moet geschieden minimaal drie maanden voordat de aanvaarding van de geaccepteerde marktpraktijk ingaat.

4.   Binnen twee maanden na ontvangst van de melding brengt ESMA advies uit aan de betrokken bevoegde autoriteit waarin zij de verenigbaarheid beoordeelt van de geaccepteerde marktpraktijk met lid 2 en met de overeenkomstig lid 7 vastgestelde technische reguleringsnormen. In het advies wordt ook ingegaan op de vraag of de geaccepteerde marktpraktijk mogelijkerwijs schade toebrengt aan het vertrouwen in de financiële markt van de Unie. Het advies wordt bekendgemaakt op de website van ESMA.

5.   Wanneer een bevoegde autoriteit een geaccepteerde marktpraktijk vaststelt tegen het in lid 4 bedoelde ESMA-advies in, maakt zij binnen 24 uur na deze constatering op haar website daarvoor een volledige motivering bekend, met inbegrip van de reden waarom de geaccepteerde marktpraktijk geen bedreiging vormt voor het marktvertrouwen.

6.   Wanneer een bevoegde autoriteit meent dat een andere bevoegde autoriteit zich bij het vaststellen van een geaccepteerde marktpraktijk niet aan de in lid 2 bedoelde vereisten heeft gehouden, verleent ESMA de desbetreffende autoriteiten assistentie bij het bereiken van overeenstemming overeenkomstig haar bevoegdheden zoals bedoeld in artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Indien de bevoegde autoriteiten in kwestie er niet in slagen overeenstemming te bereiken, kan ESMA een besluit nemen overeenkomstig artikel 19, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

7.   Om een consistente harmonisatie van dit artikel zeker te stellen, stelt ESMA ontwerpen van technische reguleringsnormen op waarin ze de criteria, procedures en vereisten specificeert voor het vaststellen van een geaccepteerde marktpraktijk uit hoofde van leden 2, 3 en 4, en de voorwaarden voor het al dan niet handhaven, het stopzetten of wijzigen van de voorwaarden voor de acceptatie daarvan.

ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gegeven om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

8.   De bevoegde autoriteiten beoordelen de door hen vastgestelde geaccepteerde marktpraktijken regelmatig, en in ieder geval eens in de twee jaar, met inachtneming van belangrijke wijzigingen in de marktomgeving in kwestie, zoals wijzigingen in de handelsregels of de marktinfrastructuur, teneinde te bepalen of de geaccepteerde marktpraktijk in kwestie al dan niet moet worden gehandhaafd, moet worden stopgezet of dat de voorwaarden daarvoor moeten worden gewijzigd.

9.   ESMA publiceert op haar website een lijst van geaccepteerde marktpraktijken, met vermelding van de lidstaten waar deze gangbaar zijn.

10.   ESMA houdt toezicht op de toepassing van de geaccepteerde marktpraktijken en brengt jaarlijks aan de Commissie verslag uit over de wijze waarop zij op de betrokken markt worden toegepast.

11.   De bevoegde autoriteiten leggen door hen vóór 2 juli 2014 vastgestelde geaccepteerde marktpraktijken binnen drie maanden nadat de Commissie de in lid 7 bedoelde technische reguleringsnormen in werking heeft doen treden aan ESMA voor.

De geaccepteerde marktpraktijken als bedoeld in de eerste alinea van dit lid blijven in de desbetreffende lidstaten van toepassing totdat de bevoegde autoriteit een besluit heeft genomen over de handhaving van de praktijk in kwestie na het door ESMA uit hoofde van lid 4 uitgebrachte advies.

Artikel 14

Verbod op handel met voorwetenschap en wederrechtelijke mededeling van voorwetenschap

Het is verboden om:

a)

te handelen met voorwetenschap of trachten te handelen met voorwetenschap;

b)

iemand anders aan te raden om te handelen met voorwetenschap of iemand anders ertoe aan te zetten om te handelen met voorwetenschap, of

c)

voorwetenschap wederrechtelijk mee te delen.

Artikel 15

Verbod op marktmanipulatie

Het is verboden om de markt te manipuleren of te trachten de markt te manipuleren.

Artikel 16

Preventie en opsporing van marktmisbruik

1.   Marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, dienen doeltreffende regelingensystemen en procedures in te stellen en te handhaven gericht op de preventie en opsporing van handel met voorwetenschap, marktmanipulatie en van pogingen om te handelen met voorwetenschap en marktmanipulatie te plegen overeenkomstig de artikelen 31 en 54 van Richtlijn 2014/65/EU.

Iedere in de eerste alinea bedoelde persoon stelt de bevoegde autoriteit onverwijld in kennis van orders en transacties, alsmede alle annuleringen of wijzigingen daarvan, die als handel met voorwetenschap of marktmanipulatie, of als poging tot het plegen van handel met voorwetenschap of marktmanipulatie zouden kunnen worden aangemerkt.

2.   Iedere persoon die beroepshalve transacties met betrekking tot financiële instrumenten tot stand brengt of uitvoert, stelt doeltreffende regelingen, systemen en procedures in voor de opsporing en melding van verdachte orders en transacties, en onderhoudt deze. Wanneer die persoon een redelijk vermoeden heeft dat een order of transactie met betrekking tot enigerlei financieel instrument, al dan niet op een handelsplatform geplaatst of uitgevoerd, mogelijk handel met voorwetenschap, marktmanipulatie of een poging tot handel met voorwetenschap of marktmanipulatie inhoudt, stelt hij de in lid 3 bedoelde bevoegde autoriteit daar onverwijld van in kennis.

3.   Onverminderd het bepaalde in artikel 22 zijn personen die beroepshalve transacties tot stand brengen of uitvoeren, onderworpen aan de meldingsvoorschriften van de lidstaat waar zij geregistreerd zijn of waar hun hoofdkantoor is gelegen, of, ingeval het een bijkantoor betreft, de lidstaat waar het bijkantoor zich bevindt. De melding wordt gericht aan de bevoegde autoriteit van die lidstaat.

4.   De in lid 3 bedoelde bevoegde autoriteiten die een melding van verdachte orders en transacties ontvangen, geven deze informatie onmiddellijk doorgeven aan de bevoegde autoriteiten van de betrokken gereglementeerde handelsplatforms.

5.   Teneinde de consistente harmonisatie van dit artikel zeker te stellen, ontwikkelt ESMA ontwerpen van technische reguleringsnormen ter bepaling van:

a)

passende regelingen, systemen en procedures waarmee personen aan de voorschriften van de leden 1 en 2 voldoen, en

b)

de meldingsmodellen die personen dienen te gebruiken om aan de voorschriften van de leden 1 en 2 te voldoen.

ESMA dient deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2016 in bij de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gegeven de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

HOOFDSTUK 3

VOORSCHRIFTEN INZAKE OPENBAARMAKING

Artikel 17

Openbaarmaking van voorwetenschap

1.   Een uitgevende instelling maakt voorwetenschap die rechtstreeks betrekking heeft op die uitgevende instelling, zo snel mogelijk openbaar.

De uitgevende instelling zorgt ervoor dat de voorwetenschap op zodanige wijze openbaar wordt gemaakt dat deze snel toegankelijk is en volledig, op correcte wijze en tijdig kan worden beoordeeld door het publiek, en in voorkomend geval wordt bekendgemaakt in het officieel aangewezen mechanisme als bedoeld in artikel 21 van Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad (24). De uitgevende instelling mag de openbaarmaking van voorwetenschap niet combineren met marketing met betrekking tot haar eigen activiteiten. De uitgevende instelling plaatst alle voorwetenschap waarvan de openbaarmaking verplicht is op haar website en zorgt ervoor dat die informatie gedurende een periode van minstens vijf jaar toegankelijk blijft.

Dit artikel is van toepassing op uitgevende instellingen die verzocht hebben om of ingestemd hebben met de toelating van hun financiële instrumenten tot de handel op een gereglementeerde markt in een lidstaat of, in geval van een instrument dat uitsluitend op een MTF of een OTF wordt verhandeld, ingestemd hebben met de handel in hun financiële instrumenten op een MTF of een OTF, of hebben verzocht om de toelating tot de handel van hun financiële instrumenten op een MTF, in een lidstaat.

2.   Een deelnemer aan een emissierechtenmarkt maakt voorwetenschap met betrekking tot emissierechten waar hij over beschikt in verband met zijn activiteiten doeltreffend en tijdig openbaar, met inbegrip van informatie over luchtvaartactiviteiten als genoemd in bijlage I bij Richtlijn 2003/87/EG of installaties als bedoeld in artikel 3, onder e), van dezelfde richtlijn die de betreffende deelnemer, of de moederonderneming of verbonden onderneming in eigendom of beheer heeft, of voor de bedrijfsvoering waarvan de deelnemer, of zijn moederonderneming of verbonden onderneming, geheel of gedeeltelijk verantwoordelijk is. Met betrekking tot installaties omvat deze openbaarmaking relevante informatie over de capaciteit en benutting van installaties, met inbegrip van geplande of ongeplande niet-beschikbaarheid van dergelijke installaties.

De eerste alinea is niet van toepassing op een deelnemer aan een emissierechtenmarkt indien de installaties of luchtvaartactiviteiten in zijn eigendom, in zijn beheer of onder zijn verantwoordelijkheid in het voorafgaande jaar een uitstoot hebben veroorzaakt niet groter dan een onderdrempel van koolstofdioxide-equivalent en, indien zij verbrandingsactiviteiten uitvoeren, een nominaal thermisch vermogen hebben gehad dat een onderdrempel niet overschrijdt.

De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 35 gedelegeerde handelingen vast te stellen voor de instelling van een onderdrempel van koolstofdioxide-equivalent en een onderdrempel van nominaal thermisch vermogen met het oog op de toepassing van de uitzondering opgenomen in de tweede alinea van dit lid.

3.   De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 35 gedelegeerde handelingen vast te stellen ter aanduiding van de bevoegde autoriteit die bevoegd is voor de kennisgevingen als bedoeld in de leden 4 en 5 van dit artikel.

4.   Een uitgevende instelling of een deelnemer aan een emissierechtenmarkt kan op eigen verantwoordelijkheid de openbaarmaking van voorwetenschap uitstellen mits aan elk van de volgende voorwaarden wordt voldaan:

a)

onmiddellijke openbaarmaking zou waarschijnlijk schade toebrengen aan de rechtmatige belangen van de uitgevende instelling of de deelnemer aan een emissierechtenmarkt;

b)

het is niet waarschijnlijk dat het publiek door het uitstel van de openbaarmaking zou worden misleid;

c)

de uitgevende instelling of de deelnemer aan een emissierechtenmarkt is in staat om de vertrouwelijkheid van de betreffende informatie te garanderen.

In het geval van een in de tijd gespreid proces dat uit meerdere tussenstappen bestaat en dat erop gericht is een bepaalde situatie of gebeurtenis te doen plaatsvinden of dat daarin resulteert, kan een uitgevende instelling of een deelnemer aan een emissierechtenmarkt op eigen verantwoordelijkheid de openbaarmaking van aan dit proces gerelateerde informatie uitstellen, op voorwaarde dat de punten a), b) en c) van de eerste alinea worden nageleefd.

Als een uitgevende instelling of een deelnemer aan een emissierechtenmarkt de openbaarmaking van voorwetenschap heeft uitgesteld krachtens het onderhavige lid, stelt deze de in lid 3 bedoelde bevoegde autoriteit daarvan onmiddellijk nadat de informatie openbaar is gemaakt op de hoogte en zet hij schriftelijk uiteen op welke wijze aan de in dit lid opgenomen voorwaarden voor het uitstel is voldaan. Als alternatief kunnen de lidstaten bepalen dat een afschrift van een dergelijke toelichting enkel op verzoek van de in lid 3 bedoelde bevoegde autoriteit hoeft te worden overlegd.

5.   Om de stabiliteit van het financiële systeem te handhaven, kan een uitgevende instelling die een kredietinstelling of een andere financiële instelling is, op eigen verantwoordelijkheid de openbaarmaking van voorwetenschap, met inbegrip van informatie die gerelateerd is aan een tijdelijk liquiditeitsprobleem en in het bijzonder informatie over de noodzaak van tijdelijke liquiditeitssteun van een centrale bank of een kredietverstrekker in laatste instantie, uitstellen, mits aan elk van de volgende voorwaarden wordt voldaan:

a)

openbaarmaking van de voorwetenschap leidt mogelijkerwijs tot ondermijning van de financiële stabiliteit van de uitgevende instelling en van het financieel systeem;

b)

het uitstel van de openbaarmaking is in het algemeen belang;

c)

de vertrouwelijkheid van de betreffende informatie kan worden gewaarborgd, en

d)

de in lid 3 bedoelde bevoegde autoriteit heeft op basis van de naleving van de voorwaarden onder a), b) en c) met het uitstel ingestemd.

6.   Voor de toepassing van lid 5, onder a) tot en met d), stelt de uitgevende instelling de in lid 3 bedoelde bevoegde autoriteit in kennis van zijn voornemen de openbaarmaking van de voorwetenschap uit te stellen, en toont hij aan dat aan de voorwaarden van lid 5, onder a), b) en c), wordt voldaan. De in lid 3 bedoelde bevoegde autoriteit raadpleegt, indien gepast, de nationale centrale bank of de macroprudentiële autoriteit, indien deze is ingesteld, of anders één van de volgende autoriteiten:

a)

indien de uitgevende instelling een kredietinstelling of een beleggingsonderneming is, de autoriteit die is aangewezen overeenkomstig artikel 133, lid 1, van Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad (25);

b)

in andere dan de onder a) genoemde gevallen, elke andere nationale autoriteit die belast is met het toezicht op de uitgevende instelling.

De in lid 3 bedoelde bevoegde autoriteit ziet erop toe dat de openbaarmaking van de voorwetenschap enkel wordt opgeschort gedurende de periode die nodig is vanuit een oogpunt van algemeen belang. De in lid 3 bedoelde bevoegde autoriteit beoordeelt ten minste wekelijks of nog steeds aan de onder a), b) en c) genoemde voorwaarden wordt voldaan.

Indien de in lid 3 bedoelde bevoegde autoriteit niet met het uitstel van de openbaarmaking van de voorwetenschap instemt, maakt de uitgevende instelling de informatie onmiddellijk openbaar.

Dit lid is van toepassing op gevallen waarin de uitgevende instelling niet besluit de openbaarmaking van voorwetenschap uit te stellen overeenkomstig lid 4.

Verwijzing in dit lid naar de in lid 3 bedoelde bevoegde autoriteit geldt onverminderd het vermogen van de bevoegde autoriteit haar taken uit te oefenen op een van de manieren als bedoeld in artikel 23, lid 1.

7.   Indien de openbaarmaking van voorwetenschap opgeschort is overeenkomstig leden 4 en 5 en het vertrouwelijke karakter van de voorwetenschap niet langer is gegarandeerd, maakt de uitgevende instelling of de deelnemer aan een emissierechtenmarkt deze informatie zo snel mogelijk openbaar.

Dit lid heeft onder andere betrekking op situaties waarin een gerucht uitdrukkelijk betrekking heeft op voorwetenschap waarvan de openbaarmaking is opgeschort overeenkomstig de voorwaarden van de leden 4 of 5, en wanneer het gerucht voldoende nauwkeurig is om te concluderen dat het vertrouwelijke karakter van de informatie in kwestie niet langer is gegarandeerd.

8.   Indien een uitgevende instelling of een deelnemer aan een emissierechtenmarkt, of een persoon die namens of voor rekening van die instelling of deelnemer handelt, voorwetenschap mededeelt aan een derde uit hoofde van de normale uitoefening van zijn werk, beroep of functie, zoals bedoeld in artikel 10, lid 1, moet hij de betreffende informatie volledig en doeltreffend openbaar maken, gelijktijdig als het een opzettelijke openbaarmaking betreft en onverwijld als het een onopzettelijke openbaarmaking betreft. Dit lid is niet van toepassing indien de persoon die de informatie ontvangt een geheimhoudingsplicht heeft, ongeacht of die gebaseerd is op wet- of regelgeving, statutaire bepalingen of een overeenkomst.

9.   Voorwetenschap met betrekking tot uitgevende instellingen waarvan de financiële instrumenten zijn toegelaten tot de handel op een mkb-groeimarkt, mag op de website van het handelsplatform worden gepubliceerd in plaats van op de website van de uitgevende instelling, indien het handelsplatform verkiest deze mogelijkheid aan te beiden aan uitgevende instellingen op de betreffende markt.

10.   Teneinde uniforme voorwaarden voor de toepassing van dit artikel te verzekeren, ontwikkelt ESMA ontwerpen van technische uitvoeringsnormen ter bepaling van:

a)

de technische middelen voor een passende openbaarmaking van voorwetenschap zoals bedoeld in de leden 1, 2, 8 en 9, en

b)

de technische middelen voor het uitstellen van de openbaarmaking van voorwetenschap zoals bedoeld in de leden 4 en 5.

ESMA dient de voorstellen voor technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 3 juli 2016 in bij de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

11.   ESMA stelt richtsnoeren op voor het vaststellen van een niet-uitputtende lijst van rechtmatige belangen van uitgevende instellingen als bedoeld in lid 4, onder a), en van situaties waarin de opschorting van de openbaarmaking waarschijnlijk zal leiden tot misleiding van het publiek als bedoeld in lid 4, onder b).

Artikel 18

Lijsten van personen met voorwetenschap

1.   Uitgevende instellingen of personen die namens hen of voor hun rekening handelen, dienen:

a)

een lijst op te stellen van de personen die toegang hebben tot voorwetenschap en die bij hen, op basis van een arbeidscontract, werkzaam zijn of anderszins taken verrichten in het kader waarvan zij toegang hebben tot voorwetenschap, zoals adviseurs, accountants of ratingbureaus (de lijst van insiders);

b)

de lijst van insiders voortdurend bij te werken overeenkomstig lid 4, en

c)

de lijst van insiders desgevraagd zo snel mogelijk ter beschikking te stellen van de bevoegde autoriteit.

2.   Uitgevende instellingen of personen die namens hen of voor hun rekening handelen nemen alle redelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat de personen op de lijst van insiders schriftelijk verklaren op de hoogte te zijn van de wettelijke en regelgevende taken die hun activiteiten met zich brengen, alsook van de sancties die van toepassing zijn op handel met voorwetenschap en het wederrechtelijk meedelen van voorwetenschap.

Wanneer een andere persoon die namens of voor rekening van de uitgevende instelling optreedt de taak van het opstellen en bijwerken van de lijst op zich neemt, blijft de uitgevende instelling volledig verantwoordelijk voor het naleven van de in dit artikel bedoelde verplichting. De uitgevende instelling behoudt te allen tijde het recht van inzage in de lijst van insiders.

3.   De lijst van insiders vermeldt in ieder geval:

a)

de identiteit van alle personen die toegang hebben tot voorwetenschap;

b)

de reden voor opname op de lijst van insiders;

c)

de datum en het tijdstip waarop die personen toegang tot voorwetenschap hebben gekregen, en

d)

de datum waarop de lijst van insiders is opgesteld.

4.   Uitgevende instellingen en elke persoon die namens hen of voor hun rekening handelt werken de lijst van insiders bij, met vermelding van de datum waarop dit geschiedt, en in het bijzonder wanneer:

a)

er zich een wijziging voordoet in de reden waarom een persoon op de lijst van insiders staat;

b)

een nieuwe persoon toegang tot voorwetenschap heeft;

c)

een persoon niet langer over voorwetenschap beschikt.

Telkens wanneer de lijst wordt bijgewerkt, wordt de datum vermeld waarop dit geschiedt, alsook de reden waarom de bijwerking plaatsvindt.

5.   Uitgevende instellingen en elke persoon die namens hen of voor hun rekening handelen, bewaren de lijst van insiders ten minste 5 jaar nadat deze is opgesteld of bijgewerkt.

6.   Uitgevende instellingen waarvan de financiële instrumenten mogen worden verhandeld op een mkb-groeimarkt, zijn vrijgesteld van het opstellen van een lijst van insiders, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

uitgevende instellingen ondernemen alle redelijke stappen om ervoor te zorgen dat iedereen die toegang heeft tot voorwetenschap, op de hoogte is van de daarmee samenhangende wettelijke en regelgevingsplichten en van de sancties die verbonden zijn aan handel met voorwetenschap en wederrechtelijke mededeling van voorwetenschap, en

b)

uitgevende instellingen zijn in staat de bevoegde autoriteit op verzoek de lijst van insiders te verstrekken.

7.   Dit artikel is van toepassing op uitgevende instellingen die verzocht hebben om of ingestemd hebben met de toelating van hun financiële instrumenten tot de handel op een gereglementeerde markt in een lidstaat of, in geval van een instrument dat uitsluitend op een MTF of een OTF wordt verhandeld, verzocht hebben om of ingestemd hebben met de handel in hun financiële instrumenten op een MTF of een OTF in een lidstaat.

8.   De leden 1 tot en met 5 van dit artikel zijn ook van toepassing op:

a)

deelnemers aan de emissierechtenmarkt ten aanzien van informatie met betrekking tot emissierechten die verband houdt met de fysieke activiteiten van deze deelnemer aan de emissierechtenmarkt;

b)

D elk veilingplatform, elke veilingmeester en de veilingtoezichthouder in verband met veilingen van emissierechten of andere daarop gebaseerde geveilde producten die worden gehouden ingevolge Verordening (EU) nr. 1031/2010.

9.   Teneinde uniforme voorwaarden voor de toepassing van dit artikel te verzekeren, ontwikkelt ESMA voorstellen voor technische uitvoeringsnormen ter bepaling van de precieze indeling van lijsten van personen met voorwetenschap en de indeling voor het bijwerken van lijsten van personen met voorwetenschap als bedoeld in dit artikel.

ESMA dient de voorstellen voor technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 3 juli 2016 in bij de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 19

Transacties door leidinggevenden

1.   Personen met leidinggevende verantwoordelijkheid, evenals nauw verbonden personen, moeten de uitgevende instelling of de deelnemer aan de emissierechtenmarkt en de in lid 2, tweede alinea, bedoelde bevoegde autoriteit op de hoogte stellen van:

a)

met betrekking tot uitgevende instellingen, alle transacties voor hun eigen rekening met betrekking tot aandelen of schuldinstrumenten van die uitgevende instelling, of afgeleide of andere financiële instrumenten die ermee zijn verbonden;

b)

met betrekking tot deelnemers aan markten voor emissierechten, alle transacties voor hun eigen rekening in verband met emissierechten, de daarop gebaseerde te veilen producten of daaraan gerelateerde derivaten.

Dergelijke kennisgevingen vinden onverwijld plaats en niet later dan drie werkdagen na de datum van de transactie.

De eerste alinea is van toepassing zodra het totale bedrag van de transacties binnen een kalenderjaar de in lid 8 of 9 bedoelde drempel heeft bereikt.

2.   Voor de toepassing van artikel 1 en onverminderd het recht van de lidstaten om meldingsverplichtingen op te leggen niet zijnde de in dit artikel bedoelde, moeten alle transacties die voor eigen rekening van de in lid 1 bedoelde personen zijn uitgevoerd, door deze personen aan de bevoegde autoriteiten worden gemeld.

De op de melding van toepassing zijnde regels, die door de in lid bedoelde personen moeten worden nageleefd, die van de lidstaat waar de uitgevende instelling of de deelnemer aan een emissierechtenmarkt haar statutaire zetel heeft. De melding geschiedt ten laatste drie werkdagen na de transactiedatum aan de bevoegde autoriteit van die lidstaat. Wanneer de statutaire zetel van de uitgevende instelling zich niet in een lidstaat bevindt, geschiedt de melding aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong overeenkomstig artikel 2, lid 1, onder m), van Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad of, indien deze niet bestaat, aan de bevoegde autoriteit van het handelsplatform.

3.   De uitgevende instelling of een deelnemer aan een emissierechtenmarkt draagt er zorg voor dat de overeenkomstig lid 1 gemelde informatie onverwijld en ten laatste drie werkdagen na de transactie openbaar wordt gemaakt op een manier die waarborgt dat snel en op niet-discriminerende wijze toegang tot de informatie in kwestie kan worden verkregen overeenkomstig de technische uitvoeringsnormen als bedoeld in artikel 17, lid 10, onder a).

De uitgevende instelling of een deelnemer aan een emissierechtenmarkt gebruikt de media waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij zorgen voor een doeltreffende verspreiding van informatie aan het publiek in de hele Unie en, waar van toepassing, het officieel aangewezen mechanisme zoals bedoeld in artikel 21 van Richtlijn 2004/109/EG.

Als alternatief kan in het nationaal recht worden bepaald dat een bevoegde autoriteit zelf de informatie bekend kan maken.

4.   Dit artikel is van toepassing op uitgevende instellingen die:

a)

verzocht hebben om of ingestemd hebben met de toelating van hun financiële instrumenten tot de handel op een gereglementeerde markt, of

b)

in geval van een instrument dat uitsluitend op een MTF of een OTF wordt verhandeld, ingestemd hebben met de handel in hun financiële instrumenten op een MTF of een OTF, of verzocht hebben om toelating van hun financiële instrumenten tot de handel op een MTF.

5.   Uitgevende instellingen en deelnemers aan een emissierechtenmarkt stellen de personen met leidinggevende verantwoordelijkheid binnen hun instelling schriftelijk in kennis van hun verantwoordelijkheden uit hoofde van dit artikel. Uitgevende instellingen en deelnemers aan een emissierechtenmarkt stellen een lijst op van alle personen met leidinggevende verantwoordelijkheden en de nauw met hen in verband staande personen.

Personen met leidinggevende verantwoordelijkheden stellen de nauw verbonden personen schriftelijk in kennis van hun verantwoordelijkheden uit hoofde van dit artikel en bewaren een afschrift van deze kennisgeving.

6.   De in lid 1 bedoelde melding bevat de volgende gegevens:

a)

de naam van de persoon;

b)

de reden van de melding;

c)

de naam van de uitgevende instelling of van deelnemer aan een emissierechtenmarkt;

d)

een beschrijving en de kenmerken van het financieel instrument;

e)

de aard van de transactie(s) (d.w.z. verwerving of vervreemding) en vermelding van het feit dat de transactie al dan niet verband houdt met de uitoefening van een aandelenoptieprogramma of met de specifieke voorbeelden in lid 7;

f)

de datum en de plaats van de transactie(s), en

g)

de prijs en omvang van de transactie(s). In het geval van een transactie waarbij financiële instrumenten als zekerheid worden verstrekt en voorzien is in een mogelijke waardeverandering, moet dit feit worden vermeld, samen met de waarde van de financiële instrumenten op de datum dat ze als zekerheid worden verstrekt.

7.   Ten behoeve van de toepassing van het eerste lid moeten onder meer ook de volgende transacties openbaar worden gemaakt:

a)

het als zekerheid verstrekken of uitlenen van financiële instrumenten door of namens een persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden of een persoon die nauw met hem is verbonden als bedoeld in het eerste lid;

b)

transacties uitgevoerd door iedere persoon die beroepsmatig transacties aangaat of verricht of iedere andere persoon namens een persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden of een persoon die nauw met hem is verbonden als bedoeld in het eerste lid, ook indien discretionaire bevoegdheid wordt uitgeoefend;

c)

transacties in het kader van een levensverzekeringspolis zoals bedoeld in Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad (26), waarbij:

i)

de polishouder een persoon is met leidinggevende verantwoordelijkheden binnen een uitgevende instelling of een persoon die nauw met hem is verbonden als bedoeld in lid 1,

ii)

het beleggingsrisico gedragen wordt door de polishouder, en

iii)

de polishouder de (discretionaire) bevoegdheid heeft om ten aanzien van specifieke instrumenten in die levensverzekeringspolis beleggingsbeslissingen te nemen of transacties te verrichten in verband met specifieke instrumenten van die levensverzekeringspolis.

Voor de toepassing van punt a) hoeven transacties waarbij financiële instrumenten als zekerheid worden verstrekt of vergelijkbare vuistpandtransacties waarbij effecten op een voogdijrekening worden gezet niet te worden gemeld, tenzij en totdat deze plaatsvinden met het oog op het verwerven van een specifieke kredietfaciliteit.

Wanneer een houder van een verzekeringscontract overeenkomstig dit lid verplicht is transacties te melden, geldt zo’n meldingsplicht niet voor de verzekeringsmaatschappij.

8.   Het eerste lid is van toepassing op iedere volgende transactie wanneer een totaalbedrag van 5 000 EUR binnen een kalenderjaar is bereikt. De drempel van 5 000 EUR wordt berekend door alle in lid 1 bedoelde transacties, zonder verrekening, bij elkaar op te tellen.

9.   Een bevoegde autoriteit kan besluiten de in lid 8 bedoelde drempel op te trekken naar 20 000 EUR en stelt in dat geval ESMA voorafgaand aan de datum waarop de verhoging ingaat in kennis van zijn besluit en van de redenen daarvoor, waarbij in het bijzonder wordt ingegaan op marktomstandigheden. ESMA maakt op zijn website de lijst van overeenkomstig dit artikel geldende drempels en de door bevoegde autoriteiten vermelde redenen voor de drempels bekend.

10.   Dit artikel is ook van toepassing op transacties door personen met leidinggevende verantwoordelijkheden binnen elk veilingplatform, elke veilingmeester en de veilingtoezichthouder die betrokken zijn, respectievelijk is bij de veilingen die worden gehouden in het kader van Verordening (EU) nr. 1031/2010, alsook op personen die nauw met hen verbonden zijn, voor zover als hun transacties betrekking hebben op emissierechten, daarvan afgeleide producten of daarop gebaseerde geveilde producten. Deze personen geven kennis van deze transacties aan de veilingplatforms, de veilingmeesters en de veilingtoezichthouder, en aan de bevoegde autoriteit waarbij het veilingplatform, de veilingmeester of de veilingtoezichthouder is geregistreerd. De zodanig gemelde informatie wordt door de veilingplatforms, de veilingmeesters en de veilingtoezichthouder openbaar gemaakt overeenkomstig lid 3.

11.   Onverminderd artikelen 14 en 15 onthoudt een persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden binnen een uitgevende instelling zich van het uitvoeren van transacties voor eigen rekening of voor rekening, rechtstreeks of onrechtstreeks, van een derde partij die verband houden met aandelen of schuldinstrumenten van de uitgevende instelling of met derivaten of andere, daaraan gekoppelde financiële instrumenten gedurende een gesloten periode van dertig kalenderdagen voorafgaand aan de bekendmaking van een tussentijds financieel verslag of een jaarverslag dat de uitgevende instelling bekend moet maken overeenkomstig:

a)

de regels van het handelsplatform waar de aandelen van de uitgevende instelling tot de handel zijn toegelaten, of

b)

overeenkomstig het nationaal recht.

12.   Onverminderd de artikelen 14 en 15 mag een uitgevende instelling een persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden gedurende een afgesloten periode als bedoeld in artikel 11 toestaan voor eigen rekening of voor de rekening van een derde partij te handelen:

a)

hetzij van geval tot geval omwille van de aanwezigheid van uitzonderlijke omstandigheden, zoals ernstige financiële moeilijkheden, die de onmiddellijke verkoop van aandelen rechtvaardigen;

b)

hetzij op grond van de kenmerken van de handel in kwestie, in het geval van transacties in het kader van of verband houdend met aandelenregelingen van werknemers, spaarregelingen, aandelenkwalificatie of -rechten, of activiteiten waarbij geen verandering optreedt in het belang in de instrumenten in kwestie.

13.   De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 35 gedelegeerde handelingen vast te stellen ter verduidelijking van de omstandigheden waaronder handel gedurende een gesloten periode kan worden toegestaan door de uitgevende instelling, zoals bedoeld in lid 12, waaronder de omstandigheden die als buitengewoon zouden worden beschouwd en de typen van transacties die de toestemming in kwestie zouden rechtvaardigen.

14.   De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 35 gedelegeerde handelingen vast te stellen ter nadere bepaling van de typen van de transacties waardoor verplichting als bedoeld in lid 1 ontstaat.

15.   Om de uniforme toepassing van lid 1 te waarborgen, ontwikkelt ESMA ontwerpen van technische uitvoeringsnormen betreffende de vorm en het model waarin de in lid 1 bedoelde informatie moet worden meegedeeld en openbaar gemaakt.

ESMA legt die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 20

Beleggingsaanbevelingen en statistieken

1.   Personen die beleggingsaanbevelingen verstrekken of verspreiden of andere informatie waarin een beleggingsstrategie wordt aanbevolen of voorgesteld, dienen de normale zorgvuldigheid in acht te nemen om ervoor te zorgen dat dergelijke informatie objectief wordt gepresenteerd en zij hun belangen bekendmaken of belangenverstrengeling mededelen ten aanzien van de financiële instrumenten waarop die informatie betrekking heeft.

2.   Openbare instanties die statistieken of prognoses verspreiden die een aanzienlijk effect op financiële markten kunnen hebben, dienen dat op een objectieve en transparante wijze te doen.

3.   Teneinde de consistente harmonisatie van dit artikel te verzekeren, ontwikkelt ESMA voorstellen voor regelgevende technische normen ter bepaling van de technische regelingen, voor de verschillende categorieën van personen als bedoeld in lid 1, voor een objectieve presentatie van beleggingsaanbevelingen of andere informatie waarin beleggingsstrategieën worden aanbevolen of voorgesteld en ter openbaarmaking van specifieke belangen of indicaties van belangenverstrengeling.

ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gegeven de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

De technische regelingen in de in lid 3 bedoelde regelgevende technische normen zijn niet van toepassing op journalisten waarvoor in de lidstaten equivalente passende regelgeving geldt, met inbegrip van equivalente passende zelfregulering, op voorwaarde dat die regelgeving dezelfde effecten heeft als de technische regelingen in kwestie. De lidstaten melden de tekst van die equivalente nationale regelingen aan bij de Commissie.

Artikel 21

Openbaarmaking of verspreiding van informatie in de media

Voor de toepassing van artikel 10, artikel 12, lid 1, onder c), en artikel 20 wanneer informatie openbaar wordt gemaakt of wordt verspreid en wanneer aanbevelingen worden verstrekt of verspreid ten behoeve van journalistieke doeleinden of andere uitdrukkingsvormen in de media, wordt deze openbaarmaking of verspreiding van informatie beoordeeld met inachtneming van de bepalingen inzake de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting in andere media, en de journalistieke gedragscodes, tenzij:

a)

de betrokkenen of personen die nauw met hen verbonden zijn, rechtstreeks of onrechtstreeks een voordeel of winst behalen uit de openbaarmaking of de verspreiding van de betreffende informatie, of

b)

de openbaarmaking of de verspreiding wordt verricht met de bedoeling de markt te misleiden op het gebied van het aanbod van, de vraag naar of de koers van financiële instrumenten.

HOOFDSTUK 4

ESMA EN DE BEVOEGDE AUTORITEITEN

Artikel 22

Bevoegde autoriteiten

Onverminderd de bevoegdheden van de gerechtelijke autoriteiten wijst elke lidstaat één bevoegde administratieve autoriteit aan met het oog op de toepassing van deze verordening. lidstaten lichten de Commissie, ESMA en de andere bevoegde autoriteiten van andere lidstaten daarover in. De bevoegde autoriteit draagt er zorg voor dat de bepalingen van deze verordening worden toegepast op haar grondgebied, met betrekking tot alle handelingen die worden verricht op haar grondgebied, alsmede in het buitenland verrichte handelingen die betrekking hebben op instrumenten die toegelaten zijn tot de handel op een gereglementeerde markt, waarvoor een verzoek tot toelating tot de handel op een dergelijke markt is ingediend, worden geveild op een veiling of die worden verhandeld op een MTF of OTF, of waarvoor een verzoek is ingediend om toelating tot de handel op een MTF die op haar grondgebied actief is.

Artikel 23

Bevoegdheden van de bevoegde autoriteiten

1.   De bevoegde autoriteiten oefenen hun taken en bevoegdheden op een of meer van de volgende wijzen uit:

a)

rechtstreeks;

b)

in samenwerking met andere autoriteiten of met de marktpartijen;

c)

door delegatie van taken aan dergelijke autoriteiten of marktpartijen, onder de verantwoordelijkheid van de bevoegde autoriteit;

d)

door middel van een verzoek aan de bevoegde rechterlijke instanties.

2.   Ter vervulling van hun taken krachtens deze verordening dienen bevoegde autoriteiten, overeenkomstig het nationale recht, ten minste over de volgende toezichts- en onderzoeksbevoegdheden te beschikken:

a)

het verkrijgen van inzage in elk document en in gegevens in welke vorm dan ook, en het ontvangen of maken van een afschrift daarvan;

b)

het vorderen van of verzoeken om inlichtingen van iedere persoon, met inbegrip van degenen die achtereenvolgens betrokken zijn bij het doorgeven van orders of het uitvoeren van de desbetreffende activiteiten, alsook hun opdrachtgevers, en in voorkomend geval het oproepen en ondervragen van een dergelijke persoon teneinde inlichtingen te verkrijgen;

c)

het met betrekking tot grondstoffenderivaten inlichtingen opvragen van deelnemers aan gerelateerde spotmarkten aan de hand van gestandaardiseerde formulieren, het verkrijgen van verslagen over transacties en rechtstreekse toegang hebben tot de systemen van handelaren;

d)

het verrichten van inspecties of onderzoeken ter plaatse, met uitzondering van de woningen van natuurlijke personen;

e)

behoudens de tweede alinea, het betreden van plaatsen van natuurlijke en rechtspersonen om documenten en andere gegevens, ongeacht hun vorm, in beslag te nemen wanneer er een redelijk vermoeden bestaat dat documenten en andere gegevens die betrekking hebben op het voorwerp van de inspectie of het onderzoek relevant kunnen zijn als bewijs van een geval van handel met voorwetenschap of marktmanipulatie in strijd met deze verordening;

f)

het inleiden van strafrechtelijke onderzoeken;

g)

het vorderen van bestaande opnames van telefoongesprekken, elektronische mededelingen of overzichten van dataverkeer waarover beleggingsondernemingen, kredietinstellingen of financiële instellingen beschikken;

h)

het vorderen, voor zover dat door de nationale wetgeving is toegestaan, van bestaande verkeersgegevensoverzichten waarover een telecommunicatie-exploitant beschikt, wanneer er een redelijk vermoeden van een inbreuk bestaat en wanneer dergelijke overzichten relevant kunnen zijn voor het onderzoek naar een inbreuk op artikel 14, onder a) of b), of op artikel 15;

i)

het vragen om bevriezing van en/of beslaglegging op activa;

j)

het opschorten van de handel in het betrokken financiële instrument;

k)

het eisen dat elke praktijk die volgens de bevoegde autoriteit indruist tegen deze verordening, tijdelijk wordt beëindigd;

l)

het instellen van een tijdelijk verbod op beroepsuitoefening, en

m)

het nemen van alle maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat het publiek juist wordt geïnformeerd, onder andere door onjuiste of misleidende openbaar gemaakte informatie te rectificeren, met inbegrip van het verplichten van een uitgevende instelling of een andere persoon die onjuiste of misleidende informatie heeft gepubliceerd of verspreid om een rectificatie te publiceren.

Indien overeenkomstig het nationale recht de voorafgaande goedkeuring moet worden verkregen van de justitiële autoriteiten om plaatsen van natuurlijke of rechtspersonen als bedoeld onder e) van de eerste alinea binnen te treden, wordt de in dat punt bedoelde bevoegdheid enkel uitgeoefend nadat voorafgaand een zodanige toestemming is verkregen.

3.   De lidstaten dragen er zorg voor dat passende maatregelen worden getroffen zodat de bevoegde autoriteiten alle toezichts- en onderzoeksbevoegdheden hebben die nodig zijn om hun taken te vervullen.

Deze verordening is van toepassing onverminderd de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die zijn vastgesteld met betrekking tot openbare overnamebiedingen, fusies, of andere transacties die gevolgen hebben voor de eigendom van of de zeggenschap over vennootschappen waarop wordt toegezien door de toezichthoudende autoriteiten die door de lidstaten zijn aangewezen overeenkomstig artikel 4 van Richtlijn 2004/25/EG waarbij vereisten worden vastgesteld die verder gaan dan de vereisten van deze verordening.

4.   Een persoon die overeenkomstig deze verordening informatie aan de bevoegde autoriteit verstrekt, wordt niet geacht een inbreuk te plegen op enige beperking van de openbaarmaking van informatie zoals vastgesteld in een contract, of zoals bepaald in wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, en dit feit brengt voor de melder generlei aansprakelijkheid met zich mee.

Artikel 24

Samenwerking met ESMA

1.   De bevoegde autoriteiten werken samen met ESMA met het oog op de toepassing van deze verordening, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1095/2010.

2.   De bevoegde autoriteiten verstrekken ESMA onverwijld alle inlichtingen die vereist zijn voor de uitoefening van haar taken, overeenkomstig artikel 35 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

3.   Teneinde uniforme voorwaarden voor de toepassing van dit artikel te verzekeren, ontwikkelt ESMA voorstellen voor technische uitvoeringsnormen ter bepaling van de procedures en formulieren voor de uitwisseling van informatie als bedoeld in lid 2.

ESMA dient die voorstellen voor technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 3 juli 2016 in bij de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 25

Verplichting tot samenwerking

1.   De bevoegde autoriteiten werken met elkaar en met ESMA samen wanneer dat nodig is voor de toepassing van deze verordening, tenzij één van de uitzonderingen in lid 2 van toepassing is. De bevoegde autoriteiten verlenen bijstand aan de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten en aan ESMA. Met name wisselen zij zonder onnodige vertraging informatie uit en werken zij samen bij onderzoeks-, toezichts- en handhavingsactiviteiten.

De in de eerste alinea vastgelegde verplichting tot samenwerking en bijstand geldt tevens ten aanzien van de Commissie met betrekking tot de uitwisseling van informatie inzake grondstoffen die in bijlage I van het VWEU vermelde landbouwproducten zijn.

De bevoegde autoriteiten en ESMA werken samen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1095/2010, in het bijzonder artikel 35 daarvan.

Wanneer de lidstaten ervoor kiezen om overeenkomstig artikel 30, lid 1, tweede alinea, strafrechtelijke sancties vast te stellen voor inbreuken op de bepalingen van deze verordening die in dat artikel worden genoemd, zorgen zij ervoor dat de bevoegde autoriteiten via passende maatregelen over de nodige bevoegdheden beschikken om met de gerechtelijke autoriteiten in hun jurisdictie te communiceren en specifieke informatie te ontvangen over strafrechtelijke onderzoeken naar en procedures in verband met mogelijke inbreuken op deze verordening, en zorgen zij er daarnaast voor dat deze informatie wordt medegedeeld aan andere bevoegde autoriteiten en ESMA om aldus hun verplichting na te leven om voor de doeleinden van deze verordening met elkaar en met ESMA samen te werken.

2.   Een bevoegde autoriteit mag enkel in de hieronder vermelde buitengewone omstandigheden weigeren in te gaan op een verzoek om informatie of een verzoek om met een onderzoek mee te werken:

a)

communicatie van de relevante informatie zou de veiligheid van de aangezochte lidstaat, en in het bijzonder de bestrijding van terrorisme en andere vormen van ernstige criminaliteit, negatief kunnen beïnvloeden,

b)

ingaan op het verzoek zou eigen onderzoek- of handhavingsactiviteiten of, indien van toepassing, een strafrechtelijk onderzoek negatief kunnen beïnvloeden,

c)

voor dezelfde feiten en tegen dezelfde personen is reeds een gerechtelijke procedure bij de autoriteiten van de aangezochte lidstaat ingeleid, of

d)

voor dezelfde feiten en tegen dezelfde personen is in de aangezochte lidstaat reeds een definitieve uitspraak gedaan.

3.   De bevoegde autoriteiten en ESMA werken samen met het bij Verordening (EG) nr. 713/2009 van het Europees Parlement en de Raad (27) opgerichte Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (ACER) en de nationale regelgevende instanties van de lidstaten om ervoor te zorgen dat de toepasselijke regelgeving op gecoördineerde wijze wordt gehandhaafd wanneer transacties, handelsorders of andere handelingen of gedragingen betrekking hebben op een of meer financiële instrumenten waarop deze verordening van toepassing is en tevens op een of meer voor de groothandel bestemde energieproducten waarop de artikelen 3, 4 en 5 van Verordening (EU) nr. 1227/2011 van toepassing zijn. Bij de toepassing de van artikelen 6, 7 en 8 van deze verordening op financiële instrumenten die verband houden met voor de groothandel bestemde energieproducten houden de bevoegde autoriteiten rekening met de specifieke kenmerken van de definities in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1227/2011 en de artikelen 7, 8 en 12 van Verordening (EU) nr. 1227/2011.

4.   De bevoegde autoriteiten verstrekken op verzoek onmiddellijk alle inlichtingen die voor het in lid 1 genoemde doel noodzakelijk zijn.

5.   Wanneer een bevoegde autoriteit ervan overtuigd is dat er op het grondgebied van een andere lidstaat handelingen worden of zijn uitgevoerd die strijdig zijn met de bepalingen van deze verordening, dan wel dat bepaalde handelingen van invloed zijn op financiële instrumenten die worden verhandeld op een handelsplatform in een andere lidstaat, geeft zij hiervan zo specifiek mogelijk kennis aan de bevoegde autoriteit van de andere lidstaat, aan ESMA en, met betrekking tot energieproducten bestemd voor de groothandel, aan het ACER. De bevoegde autoriteiten van de verschillende betrokken lidstaten raadplegen elkaar, ESMA en, met betrekking tot energieproducten bestemd voor de groothandel, het ACER over de te treffen passende maatregelen en lichten elkaar in over relevante tussentijdse ontwikkelingen. Zij coördineren hun handelingen om mogelijke dubbele en overlappende maatregelen te voorkomen bij het opleggen van administratieve maatregelen, sancties, boeten en andere administratieve maatregelen op grensoverschrijdende gevallen overeenkomstig de artikelen 30 en 31 en zij staan elkaar bij de tenuitvoerlegging van hun besluiten bij.

6.   De bevoegde autoriteit van een lidstaat kan om de bijstand van de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat verzoeken bij inspecties of onderzoeken ter plaatse.

Een verzoekende bevoegde autoriteit kan ESMA in kennis stellen van elk verzoek als bedoeld in de eerste alinea. Bij een onderzoek of inspectie met grensoverschrijdende gevolgen coördineert ESMA het onderzoek of de inspectie als een van de bevoegde autoriteiten daarom vraagt.

Wanneer een bevoegde autoriteit van een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat een verzoek ontvangt tot het uitvoeren van een inspectie of onderzoek ter plaatse, kan zij als volgt handelen:

a)

de inspectie of het onderzoek ter plaatse zelf uitvoeren;

b)

de bevoegde autoriteit die het verzoek heeft ingediend toestaan om deel te nemen aan een inspectie of onderzoek ter plaatse;

c)

de bevoegde autoriteit die het verzoek heeft ingediend toestaan om de inspectie of het onderzoek ter plaatse zelf uit te voeren;

d)

accountants of deskundigen aanstellen om de inspectie of het onderzoek ter plaatse uit te voeren;

e)

specifieke taken in verband met de toezichthoudende activiteiten gezamenlijk met de andere bevoegde autoriteiten verrichten.

De bevoegde autoriteiten kunnen met het oog op het vergemakkelijken van de inning van boeten ook met de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten samenwerken.

7.   Onverminderd artikel 258 VWEU kan een bevoegde autoriteit waarvan een verzoek om inlichtingen of bijstand overeenkomstig de leden 1, 3, 4 en 5 niet binnen een redelijke termijn wordt gehonoreerd of waarvan een verzoek om inlichtingen of bijstand wordt afgewezen, deze afwijzing of dit verzuim binnen een redelijke termijn aanhangig maken bij ESMA.

In deze situaties kan ESMA optreden overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1095/2010, onverminderd de mogelijkheid van een optreden van ESMA overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

8.   De bevoegde autoriteiten werken samen en wisselen informatie uit met relevante nationale regelgevende instanties en regelgevende instanties van derde landen die verantwoordelijk zijn voor de gerelateerde spotmarkten indien er een redelijk vermoeden bestaat dat handelingen worden of zijn verricht die op grond van deze verordening handel met voorwetenschap, wederrechtelijke mededeling van voorwetenschap of marktmisbruik inhouden. Door deze samenwerking wordt een geconsolideerd overzicht van de financiële en spotmarkten gewaarborgd, en kunnen markt- en grensoverschrijdende gevallen van marktmisbruik worden opgespoord en bestraft.

Met betrekking tot emissierechten worden de samenwerking en uitwisseling van informatie volgens de bepalingen van de voorafgaande alinea tevens gewaarborgd door middel van:

a)

de veilingtoezichthouder, met betrekking tot veilingen van emissierechten of andere daarop gebaseerde geveilde producten die ingevolge Verordening (EU) nr. 1031/2010 zijn gehouden, en

b)

bevoegde autoriteiten, registeradministrateurs waaronder de centrale administrateur en andere publieke organen die krachtens Richtlijn 2003/87/EG zijn belast met toezicht op de naleving.

ESMA vervult een faciliterende en coördinerende rol met betrekking tot de samenwerking en informatie-uitwisseling tussen bevoegde autoriteiten en regelgevende instanties in andere lidstaten en in derde landen. Bevoegde autoriteiten gaan overeenkomstig artikel 26 waar mogelijk samenwerkingsovereenkomsten aan met regelgevende instanties van derde landen die verantwoordelijk zijn voor de gerelateerde spotmarkten.

9.   Teneinde uniforme voorwaarden voor de toepassing van dit artikel te verzekeren, ontwikkelt ESMA voorstellen voor technische uitvoeringsnormen ter bepaling van de procedures en formulieren voor informatie-uitwisseling en bijstand als bedoeld in dit artikel.

ESMA dient die voorstellen voor technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 3 juli 2016 in bij de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 26

Samenwerking met derde landen

1.   De bevoegde autoriteiten van lidstaten gaan waar nodig samenwerkingsovereenkomsten aan met toezichthoudende autoriteiten van derde landen met betrekking tot informatie-uitwisseling met toezichthoudende autoriteiten in derde landen en het afdwingen van de nakoming van verplichtingen voortvloeiend uit deze verordening in derde landen. Deze samenwerkingsovereenkomsten waarborgen minimaal een doelmatige informatie-uitwisseling waardoor de bevoegde autoriteiten in staat worden gesteld hun taken krachtens deze verordening te vervullen.

Een bevoegde autoriteit stelt ESMA en de andere bevoegde autoriteiten in kennis als ze voornemens is om een dergelijke overeenkomst aan te gaan.

2.   Wanneer mogelijk vergemakkelijkt en coördineert ESMA de ontwikkeling van samenwerkingsovereenkomsten tussen de bevoegde autoriteiten van lidstaten en de relevante toezichthoudende autoriteiten van derde landen.

ESMA ontwikkelt ontwerpen van technische reguleringsdocumenten met een modeldocument voor samenwerkingsovereenkomsten die door de bevoegde autoriteiten moeten worden gebruikt.

Teneinde de consistente harmonisatie van dit artikel te verzekeren, legt ESMA die ontwerpen van regelgevende technische normen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gegeven om de in de tweede alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Wanneer mogelijk vergemakkelijkt en coördineert ESMA tevens de uitwisseling tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van inlichtingen die zijn verkregen van toezichthoudende autoriteiten van derde landen en die mogelijk relevant zijn voor het treffen van maatregelen krachtens de artikelen 30 en 31.

3.   De bevoegde autoriteiten gaan alleen samenwerkingsovereenkomsten voor informatie-uitwisseling aan met de toezichthoudende autoriteiten van derde landen wanneer met betrekking tot de verstrekte gegevens ten minste gelijkwaardige waarborgen inzake het beroepsgeheim gelden als de in artikel 27 bedoelde. Een dergelijke informatie-uitwisseling moet bestemd zijn voor de vervulling van de taken van die bevoegde autoriteiten.

Artikel 27

Beroepsgeheim

1.   Alle uit hoofde van deze verordening ontvangen, uitgewisselde of doorgegeven vertrouwelijke informatie valt onder de voorwaarden van het in leden 2 en 3 neergelegde beroepsgeheim.

2.   Alle informatie die uit hoofde van deze verordening tussen de bevoegde autoriteiten wordt uitgewisseld en betrekking heeft op commerciële of operationele voorwaarden en andere economische of persoonlijke zaken, wordt als vertrouwelijk beschouwd en valt onder de vereisten van het beroepsgeheim, behalve wanneer de bevoegde autoriteit op het tijdstip waarop de mededeling plaatsvindt, verklaart dat deze informatie openbaar mag worden gemaakt dan wel wanneer deze openbaarmaking in het kader van gerechtelijke procedures noodzakelijk is.

3.   Het beroepsgeheim geldt voor alle personen die werkzaam zijn of zijn geweest bij de bevoegde autoriteit of bij iedere autoriteit of onderneming op de markt aan wie de bevoegde autoriteit haar bevoegdheden heeft gedelegeerd, met inbegrip van de door de bevoegde autoriteit aangestelde accountants en deskundigen. Informatie dat onder het beroepsgeheim valt mag aan geen enkele andere persoon of autoriteit worden verstrekt, tenzij op grond van in het Unierecht of het nationale recht vastgelegde bepalingen.

Artikel 28

Gegevensbescherming

Met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze verordening voeren de bevoegde autoriteiten hun activiteiten hun taken zoals bedoeld in deze verordening uit overeenkomstig het nationale recht of administratieve maatregelen houdende de uitvoering van Richtlijn 95/46/EG toe. Met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens door ESMA in het kader van deze verordening leeft ESMA de bepalingen van Verordening (EG) nr. 45/2001 na.

Persoonsgegevens worden opgeslagen voor een maximumperiode van vijf jaar.

Artikel 29

Mededeling van persoonsgegevens aan derde landen

1.   De bevoegde autoriteit van een lidstaat kan persoonsgegevens overdragen aan een derde land, mits aan de voorwaarden van Richtlijn 95/46/EG wordt voldaan en alleen in voorkomende gevallen. De bevoegde autoriteit draagt er zorg voor dat de overdracht noodzakelijk is voor de toepassing van deze verordening en dat het derde land de gegevens uitsluitend aan een ander derde land overdraagt met uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de bevoegde autoriteit van de lidstaat en onder de door deze bevoegde autoriteit gestelde voorwaarden.

2.   De bevoegde autoriteit van een lidstaat maakt de van een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat ontvangen persoonsgegevens alleen aan een toezichthoudende autoriteit van een derde land bekend, als de bevoegde autoriteit van de lidstaat in kwestie de uitdrukkelijke instemming hiermee heeft verkregen van de bevoegde autoriteit die de gegevens heeft doorgezonden en, in voorkomend geval, de informatie alleen openbaar wordt gemaakt voor de doeleinden waarmee deze bevoegde autoriteit heeft ingestemd.

3.   Eventuele bepalingen inzake de uitwisseling van persoonsgegevens in een samenwerkingsovereenkomst moeten in overeenstemming zijn met het nationale recht of administratieve maatregelen op grond waarvan Richtlijn 95/46/EG is omgezet.

HOOFDSTUK 5

ADMINISTRATIEVE MAATREGELEN EN SANCTIES

Artikel 30

Administratieve sancties en andere administratieve maatregelen

1.   Onverminderd strafrechtelijke sancties en onverminderd de toezichtsbevoegdheden van de bevoegde autoriteiten uit hoofde van artikel 23 zorgen de lidstaten er overeenkomstig het nationale recht voor dat de bevoegde autoriteiten de bevoegdheid hebben passende administratieve sancties en administratieve maatregelen te nemen met betrekking tot in ieder geval de volgende inbreuken:

a)

inbreuken op de artikelen 14 en 15, artikel 16, leden 1 en 2, artikel 17, leden 1, 2, 4 en 5 en lid 8, artikel 18, leden 1 tot en met 6, artikel 19, lid 1, lid 2, lid 3, lid 5, lid 6, lid 7 en lid 11 en artikel 20, lid 1, en

b)

weigering om aan een onderzoek of een inspectie mee te werken of gehoor te geven aan een vordering of verzoek zoals bedoeld in artikel 23, lid 2.

De lidstaten kunnen tot 3 juli 2016 besluiten geen bepalingen betreffende administratieve sancties als bedoeld in de eerste alinea vast te stellen indien de onder a) of onder b) van de eerste alinea bedoelde inbreuken in het nationale recht reeds aan strafrechtelijke sancties onderworpen zijn. Indien zij dit besluiten, stellen zij de Commissie en ESMA in detail in kennis van de strafrechtbepalingen in kwestie.

Uiterlijk op 3 juli 2016 stellen de lidstaten de Commissie en ESMA in detail in kennis van de in de eerste en de tweede alinea bedoelde regels. Zij stellen de Commissie en ESMA onverwijld in kennis van alle verdere wijzigingen ervan.

2.   Lidstaten zorgen er overeenkomstig het nationale recht voor dat de bevoegde autoriteiten in het geval van de in lid 1, eerste alinea, onder a), bedoelde inbreuken beschikken over de bevoegdheid ten minste de volgende administratieve sancties op te leggen en ten minste de volgende administratieve maatregelen te nemen:

a)

een bevel waarbij de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon wordt verplicht de gedraging te staken en af te zien van herhaling van die gedraging;

b)

een besluit strekkende tot terugbetaling van de met de inbreuk gemaakte winst of tot vergoeding van het met de inbreuk geleden verlies, voor zover deze kunnen worden vastgesteld;

c)

een publieke waarschuwing waarin de verantwoordelijke persoon en de aard van de inbreuk worden geïdentificeerd;

d)

het intrekken of opschorten van de vergunning van een beleggingsonderneming;

e)

een tijdelijk verbod voor een persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden in een beleggingsonderneming of iedere andere natuurlijke persoon die verantwoordelijk wordt gehouden, om leidinggevende taken in beleggingsondernemingen uit te oefenen;

f)

in het geval van herhaaldelijke inbreuken op artikel 14 of 15, een permanent verbod voor een persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden in een beleggingsonderneming of iedere andere natuurlijke persoon die verantwoordelijk wordt gehouden, om leidinggevende taken in beleggingsondernemingen uit te oefenen;

g)

een tijdelijk verbod voor iedere persoon met leidinggevende verantwoordelijkheden in een beleggingsonderneming of een andere natuurlijke persoon die verantwoordelijk wordt gehouden voor de inbreuk, om te handelen voor eigen rekening;

h)

maximale administratieve financiële sancties van ten minste driemaal het bedrag van de vanwege de inbreuk behaalde winsten of vermeden verliezen, indien deze kunnen worden vastgesteld;

i)

met betrekking tot een natuurlijke persoon, maximale administratieve financiële sancties van ten minste;

i)

voor inbreuken op de artikelen 14 en 15, 5 000 000 EUR of, in lidstaten die niet de euro als munt hebben, de overeenkomstige waarde in de nationale munteenheid op 2 juli 2014, of

ii)

voor inbreuken van de artikelen 16 en 17, 1 000 000 EUR of, in lidstaten die niet de euro als munt hebben, de overeenkomstige waarde in de nationale munteenheid op 2 juli 2014, en

iii)

voor inbreuken op de artikelen 18, 19 en 20, 500 000 EUR of, in de lidstaten die niet de euro als munt hebben, de overeenkomstige waarde in de nationale munteenheid op 2 juli 2014, en

j)

met betrekking tot een rechtspersoon, maximale administratieve financiële sancties van ten minste;

i)

voor inbreuken op de artikelen 14 en 15, 15 000 000 EUR of 15 % van de totale jaaromzet van de rechtspersoon overeenkomstig de meest recente beschikbare en door het management goedgekeurde jaarrekeningen of in de lidstaten die de euro niet als munt hebben, de overeenkomstige waarde in de nationale munteenheid op 2 juli 2014;

ii)

voor inbreuken op de artikelen 16 en 17, 2 500 000 EUR of 2 % van zijn totale jaaromzet volgens de meest recente door het management goedgekeurde jaarrekening, of in lidstaten die niet de euro als munt hebben, de overeenkomstige waarde in de nationale munteenheid op 2 juli 2014, en

iii)

voor inbreuken op de artikelen 18, 19 en 20, 1 000 000 EUR of, in lidstaten die niet de euro als munt hebben, de overeenkomstige waarde in de nationale munteenheid op 2 juli 2014.

Verwijzingen naar de bevoegde autoriteit in dit lid gelden onverminderd het bevoegdheden van de bevoegde autoriteit haar taken uit te oefenen op de wijzen zoals bedoeld in artikel 23, lid 1.

Voor de toepassing van de eerste alinea, punt j), onder i) en ii), indien de rechtspersoon een moederonderneming is of een dochteronderneming van de moederonderneming die krachtens van Richtlijn 2013/34/EU van de Raad (28) verplicht is een geconsolideerde jaarrekening op te stellen, is de relevante omzet de totale jaaromzet of de overeenkomstige soorten inkomsten in overeenstemming met de richtlijnen in kwestie Richtlijn 86/635/EEG van de Raad (29) voor banken, Richtlijn 91/674/EEG van de Raad (30) voor verzekeringsmaatschappijen volgens de meest recente door het leidinggevend orgaan van de uiteindelijke moederonderneming goedgekeurde geconsolideerde jaarrekening.

3.   De lidstaten kunnen bevoegde autoriteiten uit hoofde van het nationale recht andere dan de in lid 2 bedoelde bevoegdheden geven en kunnen in hogere sancties voorzien dan die welke in dat lid zijn vastgesteld.

Artikel 31

Uitoefening van bevoegdheden inzake toezicht en het opleggen van sancties

1.   De lidstaten dragen er zorg voor dat bevoegde autoriteiten bij het bepalen van de soort en de hoogte van de administratieve sancties rekening houden met alle relevante omstandigheden, met name, waar passend:

a)

de ernst en duur van de inbreuk;

b)

de mate van verantwoordelijkheid van de persoon die verantwoordelijk is voor de inbreuk;

c)

de financiële draagkracht van de persoon die verantwoordelijk is voor de inbreuk, gezien bijvoorbeeld de totale omzet van de rechtspersoon of het jaarinkomen van een natuurlijke persoon;

d)

de omvang van de door de persoon die verantwoordelijk is voor de inbreuk behaalde winsten of vermeden verliezen, voor zover deze kunnen worden bepaald;

e)

de mate van samenwerking met de bevoegde autoriteit door de persoon die verantwoordelijk is voor de inbreuk, onverminderd de noodzaak te zorgen voor terugbetaling van de door de betreffende persoon behaalde winsten of vermeden verliezen;

f)

eerdere inbreuken door de persoon die verantwoordelijk is voor de inbreuk, en

g)

maatregelen die de persoon die verantwoordelijk is voor de inbreuk na de inbreuk heeft genomen om herhaling van de in breuk te voorkomen.

2.   Bij de uitoefening van hun bevoegdheden om uit hoofde van artikel 30 administratieve sancties en andere administratieve maatregelen op te leggen, werken de bevoegde autoriteiten nauw samen om ervoor te zorgen dat de toezichts- en onderzoeksbevoegdheden en de administratieve sancties die zij opleggen, en de andere administratieve maatregelen die zij nemen, uit hoofde van deze verordening, doeltreffend en passend zijn. Zij coördineren overeenkomstig artikel 25 hun activiteiten om met betrekking tot grensoverschrijdende gevallen dubbel werk en overlappingen bij de uitoefening van de toezichts- en onderzoeksactiviteiten en bij het opleggen van administratieve sancties en boeten te voorkomen.

Artikel 32

Melding van inbreuken

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten doeltreffende mechanismen instellen om het melden van daadwerkelijke of potentiële inbreuken op deze verordening aan de bevoegde autoriteiten mogelijk te maken.

2.   De in lid 1 bedoelde mechanismen omvatten ten minste:

a)

specifieke procedures voor het ontvangen en in behandeling nemen van meldingen van inbreuken, met inbegrip van het vaststellen van veilige communicatiekanalen voor dergelijke meldingen;

b)

op de arbeidsplaats ten minste passende bescherming voor personen die bij hun een arbeidsovereenkomst hebben of bij hen in dienst zijn die inbreuken melden of die van inbreuken worden beschuldigd, tegen vergelding, discriminatie of andere vormen van onbillijke behandeling, en

c)

bescherming van persoonsgegevens van zowel de persoon die de inbreuken meldt als de natuurlijke persoon die ervan beschuldigd wordt een inbreuk te hebben gemaakt, met inbegrip van bescherming in de vorm van geheimhouding van de identiteit van de personen in kwestie, in alle stadia van de procedure, onverminderd de krachtens nationaal recht vereiste openbaarmaking van deze informatie in het kader van een onderzoek of daaropvolgende gerechtelijke procedures.

3.   De lidstaten verplichten werkgevers die activiteiten uitvoeren, welke worden gereguleerd door regelgeving op het gebied van financiële diensten, om passende interne procedures in te stellen voor het melden van inbreuken van deze verordening.

4.   De lidstaten kunnen in de mogelijkheid voorzien dat aan personen die belangrijke informatie verstrekken over mogelijke inbreuken op deze verordening financiële stimulansen worden toegekend overeenkomstig het nationale recht, wanneer deze personen niet reeds andere wettelijke of contractuele verplichtingen hebben om dergelijke informatie te melden, en mits de informatie niet nieuw is en de informatie resulteert in het opleggen van een administratieve sanctie of een strafrechtelijke sanctie of het nemen van een andere administratieve maatregel vanwege een inbreuk op deze verordening.

5.   De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast voor het nader uitwerken van de in de lid 1 bedoelde procedure, met inbegrip van de voorwaarden voor verslaglegging en het opvolgen van verslagen, en maatregelen voor de bescherming van personen die werkzaam zijn onder een arbeidscontract en maatregelen voor de bescherming van persoonlijke gegevens. Deze uitvoeringshandelingen worden overeenkomstig de in artikel 36, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 33

Uitwisseling van informatie met ESMA

1.   De bevoegde autoriteiten verstrekken ESMA jaarlijks geaggregeerde informatie over alle administratieve maatregelen, sancties en boeten die door de bevoegde autoriteit zijn opgelegd overeenkomstig de artikelen 30, 31 en 32. ESMA publiceert deze informatie in een jaarverslag. De bevoegde autoriteiten verstrekken ESMA elk jaar ook geanonimiseerde en geaggregeerde gegevens over alle administratieve onderzoeken die overeenkomstig deze artikelen zijn gehouden.

2.   Wanneer de lidstaten overeenkomstig artikel 30, lid 1, tweede alinea, besloten hebben strafrechtelijke sancties op te leggen voor inbreuken op de in dat artikel bedoelde bepalingen van deze verordening verstrekken hun bevoegde autoriteiten ESMA elk jaar geanonimiseerde en geaggregeerde gegevens over alle overeenkomstig de artikelen 30, 31 en 32 gehouden strafrechtelijke onderzoeken en de strafrechtelijke sancties die de gerechtelijke autoriteiten hebben opgelegd. ESMA publiceert de gegevens over opgelegde strafrechtelijke sancties in een jaarverslag.

3.   Wanneer de bevoegde autoriteit administratieve maatregelen, sancties, boeten en strafrechtelijke sancties openbaar heeft gemaakt, doet zij van deze administratieve maatregelen, sancties, boeten en strafrechtelijke sancties tegelijkertijd verslag bij ESMA.

4.   Wanneer een gepubliceerde administratieve of strafrechtelijke of andere administratieve sanctie betrekking heeft op een beleggingsonderneming met een vergunning overeenkomstig Richtlijn 2014/65/EU, neemt ESMA een verwijzing naar de gepubliceerde sanctie of maatregel op in het krachtens artikel 5, lid 3, van die richtlijn ingestelde register van beleggingsondernemingen.

5.   Teneinde uniforme voorwaarden voor de toepassing van dit artikel te verzekeren, ontwikkelt ESMA ontwerpen van technische uitvoeringsnormen ter bepaling van de procedures en formulieren voor informatie-uitwisseling als bedoeld in dit artikel.

ESMA dient deze ontwerpen voor technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 3 juli 2016 in bij de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 34

Bekendmaking van besluiten

1.   Behoudens de derde alinea maken bevoegde autoriteiten elk besluit op grond waarvan een administratieve sanctie of een andere administratieve maatregel in verband met een inbreuk op deze verordening wordt opgelegd, op hun website bekend onmiddellijk nadat de persoon tot wie het besluit gericht is, van het besluit in kennis is gesteld. Deze bekendmaking bevat ten minste informatie over de soort en de aard van de inbreuk, en over de identiteit van de personen tot wie het besluit zich richt.

De eerste alinea is niet van toepassing op besluiten op grond waarvan maatregelen ten behoeve van het onderzoek worden opgelegd.

Indien de bevoegde autoriteit de bekendmaking van de identiteit van de aan het besluit onderworpen rechtspersoon of van de persoonlijke gegevens van de natuurlijke persoon onevenredig acht, na een beoordeling per geval van de evenredigheid van de bekendmaking van dergelijke gegevens, of indien een dergelijke bekendmaking een lopend onderzoek of de stabiliteit van de financiële markten in gevaar zou brengen, onderneemt deze één van de volgende stappen:

a)

de bekendmaking van het besluit uitstellen totdat de redenen voor dat uitstel vervallen;

b)

het besluit op anonieme basis bekendmaken overeenkomstig het nationale recht, indien een dergelijke bekendmaking een doeltreffende bescherming van de betrokken persoonlijke gegevens garandeert;

c)

het besluit niet bekendmaken in het geval dat de bevoegde autoriteit van mening is dat de bekendmaking overeenkomstig punten a) of b) onvoldoende zijn om te garanderen:

i)

dat de stabiliteit van de financiële markten niet in gevaar wordt gebracht, of

ii)

dat de bekendmaking van dergelijke besluiten evenredig is in het geval van maatregelen die worden geacht van geringere betekenis te zijn.

Indien een bevoegde autoriteit beslist een besluit op anonieme basis zoals bedoeld in de derde alinea, onder b), bekend te maken, mag zij de bekendmaking van de relevante gegevens gedurende een redelijke periode uitstellen indien mag worden verwacht dat de redenen voor de bekendmaking op anonieme basis binnen die periode zullen vervallen.

2.   Indien tegen het besluit beroep is ingesteld voor een nationale rechterlijke, administratieve of andere instanties, maken de bevoegde autoriteiten die informatie en alle latere informatie over de uitkomst van dat beroep onmiddellijk op hun website bekend. Voorts wordt iedere beslissing tot vernietiging van een besluit waartegen hoger beroep kan worden ingesteld, bekendgemaakt.

3.   De bevoegde autoriteiten zorgen ervoor dat elke beslissing die overeenkomstig dit artikel wordt bekendgemaakt, gedurende een periode van ten minste vijf jaar na de bekendmaking op hun website toegankelijk blijft. In deze bekendmaking vervatte persoonsgegevens worden op de website van de bevoegde autoriteit niet langer bewaard dan uit hoofde van de toepasselijke gegevensbeschermingsvoorschriften noodzakelijk is.

HOOFDSTUK 6

GEDELEGEERDE HANDELINGEN EN UITVOERINGSHANDELINGEN

Artikel 35

Uitoefening van de delegatie

1.   De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.   De in artikel 6, leden 5 en 6, artikel 12, lid 5, artikel 17, lid 2, derde alinea, artikel 17, lid 3, en artikel 19, leden 13 en 14, bedoelde bevoegdheidsdelegatie om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een onbepaalde periode met ingang van 2 juli 2014.

3.   Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 6, leden 5 en 6, artikel 12, lid 5, artikel 17, lid 2, derde alinea, artikel 17, lid 3, en artikel 19, leden 13 en 14, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.   Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

5.   Een overeenkomstig artikel 6, leden 5 en 6, artikel 12, lid 5, artikel 17, lid 2, derde alinea, artikel 17, lid 3, of artikel 19, lid 13 of 14, gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op het initiatief van het Europees Parlement of de Raad met drie maanden verlengd.

Artikel 36

Comitéprocedures

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het Europees Comité voor het effectenbedrijf, dat is ingesteld bij Besluit 2001/528/EG van de Commissie (31). Dat comité is een comité als bedoeld in Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

HOOFDSTUK 7

OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 37

Intrekking van Richtlijn 2003/6/EG en de bijbehorende uitvoeringsmaatregelen

Richtlijn 2003/6/EG en Richtlijnen 2004/72/EG (32), 2003/125/EG (33) en 2003/124/EG (34) van de Commissie en Verordening (EG) No 2273/2003 van de Commissie (35) worden per 3 juli 2016 ingetrokken. Verwijzingen naar Richtlijn 2003/6/EG worden gelezen als verwijzingen naar deze verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage II bij deze verordening.

Artikel 38

Verslag

Uiterlijk op 3 juli 2019 dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de toepassing van deze verordening met, in voorkomend geval, een wetgevingsvoorstel om deze te wijzigen. In het verslag wordt onder andere ingegaan op:

a)

de noodzaak van invoering van gemeenschappelijke regels over de noodzaak van invoering door alle lidstaten van administratieve sancties voor handel met voorwetenschap en marktmanipulatie;

b)

de vraag of de definitie van handel met voorwetenschap volstaat om daar alle informatie onder te laten vallen waarover bevoegde autoriteiten moeten beschikken om marktmisbruik effectief te kunnen bestrijden;

c)

de vraag of de voorwaarden waaronder overeenkomstig artikel 19, lid 11, een handelsverbod kan worden ingesteld, volstaan, teneinde te bepalen of er nog andere omstandigheden zijn waaronder een verbod zou moeten worden ingesteld;

d)

de mogelijkheid van het vaststellen van een Uniekader voor marktoverschrijdend toezicht op orderboeken met betrekking tot marktmisbruik, waaronder aanbevelingen voor een dergelijk kader, en

e)

het toepassingsgebied van de benchmarkbepalingen.

Voor de toepassing van de eerste alinea, onder a), brengt ESMA de toepassing van administratieve sancties in kaart alsook de toepassing van die strafrechtelijke sancties in de lidstaten, indien de lidstaten er krachtens artikel 30, lid 1, tweede alinea, voor hebben gekozen strafrechtelijke sancties vast te stellen voor de in dat artikel bedoelde inbreuken op deze verordening. Dit omvat ook alle gegevens zoals bedoeld in artikel 33, leden 1 en 2.

Artikel 39

Inwerkingtreding en toepassing

1.   Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2.   Zij is van toepassing met ingang van 3 juli 2016 met uitzondering van artikel 4, leden 4 en 5, artikel 5, lid 6, artikel 6, leden 5 en 6, artikel 7, lid 5, artikel 11, leden 9, 10 en 11, artikel 12, lid 5, artikel 13, leden 7 en 11, artikel 16, lid 5, artikel 17, lid 2, derde alinea, Artikel 17, leden 3, 10 en 11, artikel 18, lid 9, artikel 19, leden 13, 14 en 15, artikel 20, lid 3, artikel 24, lid 3, artikel 25, lid 9, artikel 26, lid 2, tweede, derde en vierde alinea, artikel 32, lid 5 en artikel 33, lid 5 die van toepassing zijn met ingang van 2 juli 2014.

3.   De lidstaten stellen uiterlijk op 3 juli 2016 de bepalingen vast voor de naleving van de artikelen 22, 23 en 30, artikel 31, lid 1 en de artikelen 32 en 34.

4.   Verwijzingen in deze verordening naar Richtlijn 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 600/2014 worden vóór 3 januari 2017 gelezen als verwijzingen naar Richtlijn 2004/39/EG in overeenstemming met de concordantietabel in bijlage IV bij Richtlijn 2014/65/EU voor zover de concordantietabel bepalingen bevat die verwijzen naar Richtlijn 2004/39EG.

Indien in de bepalingen van deze verordening wordt verwezen naar OTF’s, mkb-groeimarkten, emissierechten of geveilde producten die daarop zijn gebaseerd, zijn die bepalingen niet van toepassing op OTF’s, mkb-groeimarkten, emissierechten of geveilde producten die daarop zijn gebaseerd tot 3 januari 2017.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 16 april 2014.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

M. SCHULZ

Voor de Raad

De voorzitter

D. KOURKOULAS


(1)  PB C 161 van 7.6.2012, blz. 3.

(2)  PB C 181 van 21.6.2012, blz. 64.

(3)  Standpunt van het Europees Parlement van 10 september 2013 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 14 april 2014.

(4)  Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 betreffende handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (marktmisbruik) (PB L 96 van 12.4.2003, blz. 16).

(5)  Verordening (EU) nr. 1227/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor energie (PB L 326 van 8.12.2011, blz. 1).

(6)  Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (PB L 275 van 25.10.2003, blz. 32).

(7)  Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad (PB L 145 van 30.4.2004, blz. 1).

(8)  Verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Commissie van 12 november 2010 inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap (PB L 302 van 18.11.2010, blz. 1).

(9)  Richtlijn 2004/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende het openbaar overnamebod (PB L 142 van 30.4.2004, blz. 12).

(10)  Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EU en Richtlijn 2011/67/EU (zie bladzijde 349 van dit Publicatieblad).

(11)  Richtlijn 2014/57/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende strafrechtelijke sancties voor marktmisbruik (richtlijn marktmisbruik) (zie bladzijde 179 van dit Publicatieblad).

(12)  Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31).

(13)  Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 inzake de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).

(14)  Verordening (EG) nr. 2273/2003 van de Commissie van 22 december 2003 tot uitvoering van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de uitzonderingsregeling voor terugkoopactiviteiten en voor de stabilisatie van financiële instrumenten betreft (PB L 336 van 23.12.2003, blz. 33).

(15)  Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

(16)  Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12).

(17)  PB C 177 van 20.6.2012, blz. 1.

(18)  Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1).

(19)  Verordening (EG) nr. 1287/2006 van de Commissie van 10 augustus 2006 tot uitvoering van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de voor beleggingsondernemingen geldende verplichtingen betreffende het bijhouden van gegevens, het melden van transacties, de markttransparantie, de toelating van financiële instrumenten tot de handel en de definitie van begrippen voor de toepassing van genoemde richtlijn betreft (PB L 241 van 2.9.2006, blz. 1).

(20)  Richtlijn 2012/30/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 strekkende tot het coördineren van de waarborgen welke in de lidstaten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van artikel 54, tweede alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden met betrekking tot de oprichting van de naamloze vennootschap, alsook de instandhouding en wijziging van haar kapitaal, zulks teneinde die waarborgen gelijkwaardig te maken (PB L 315 van 14.11.2012, blz. 74).

(21)  Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (zie bladzijde 84 van dit Publicatieblad).

(22)  Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie) (PB L 201 van 31.7.2002, blz. 37).

(23)  Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84).

(24)  Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG (PB L 390 van 31.12.2004, blz. 38).

(25)  Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 338).

(26)  Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1).

(27)  Verordening (EG) nr. 713/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot oprichting van een Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (PB L 211 van 14.8.2009, blz. 1).

(28)  Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19).

(29)  Richtlijn 86/635/EEG van de Raad van 8 december 1986 betreffende de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van banken en andere financiële instellingen (PB L 372 van 31.12.1986, blz. 1).

(30)  Richtlijn 91/674/EEG van de Raad van 19 december 1991 betreffende de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van verzekeringsondernemingen (PB L 374 van 31.12.1991, blz. 7).

(31)  Besluit van de Commissie 2001/528/EG van 6 juni 2001 tot instelling van het Europees Comité voor het effectenbedrijf (PB L 191 van 13.7.2001, blz. 45).

(32)  Richtlijn 2004/72/EG van de Commissie van 29 april 2004 tot uitvoering van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad wat gebruikelijke marktpraktijken, de definitie van voorwetenschap met betrekking tot van grondstoffen afgeleide instrumenten, het opstellen van lijsten van personen met voorwetenschap, de melding van transacties van leidinggevende personen en de melding van verdachte transacties betreft (PB L 162 van 30.4.2004, blz. 70).

(33)  Richtlijn 2003/125/EG van de Commissie van 22 december 2003 tot uitvoering van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de juiste voorstelling van beleggingsaanbevelingen en de bekendmaking van belangenconflicten betreft (PB L 339 van 24.12.2003, blz. 73).

(34)  Richtlijn 2003/124/EG van de Commissie van 22 december 2003 tot uitvoering van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de definitie en openbaarmaking van voorwetenschap en de definitie van marktmanipulatie betreft (PB L 339 van 24.12.2003, blz. 70).

(35)  Verordening (EG) nr. 2273/2003 van de Commissie van 22 december 2003 tot uitvoering van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de uitzonderingsregeling voor terugkoopprogramma’s en voor de stabilisatie van financiële instrumenten betreft (PB L 336 van 23.12.2003, blz. 33).


BIJLAGE I

A.   Indicatoren van manipulatieve handelingen waarbij onjuiste of misleidende signalen worden gegeven en koersen op een abnormaal of kunstmatig niveau worden gehouden

Voor de toepassing van artikel 12, eerste lid, onder a), van deze verordening en onverminderd de vormen van gedrag opgesomd in het derde lid van dat artikel wordt de volgende, niet-limitatieve reeks indicatoren — die op zichzelf niet als marktmanipulatie mogen worden beschouwd — in aanmerking genomen wanneer transacties of handelsorders door marktdeelnemers en bevoegde autoriteiten worden onderzocht:

a)

de mate waarin geplaatste handelsorders of verrichte transacties een aanzienlijk deel uitmaken van de dagelijkse omzet in het desbetreffend financieel instrument, een gerelateerd spotcontract voor grondstoffen, of een op emissierechten gebaseerd veilingproduct, met name wanneer deze activiteiten leiden tot een aanzienlijke wijziging in de koers ervan;

b)

de mate waarin handelsorders geplaatst door of transacties verricht door personen met een aanzienlijke koop- of verkooppositie in een financieel instrument, een gerelateerd spotcontract voor grondstoffen of een op basis van emissierechten geveild product, tot aanzienlijke wijzigingen leiden in de koers van dat financieel instrument, gerelateerd spotcontract voor grondstoffen of op emissierechten gebaseerd veilingproduct;

c)

de vraag of verrichte transacties al dan niet leiden tot een wijziging van de identiteit van de begunstigde eigenaar van een financieel instrument, een gerelateerd spotcontract voor grondstoffen of een op emissierechten gebaseerd veilingproduct;

d)

de mate waarin geplaatste handelsorders of verrichte transacties of geannuleerde orders leiden tot het intrekken van posities binnen een korte tijdsspanne en een aanzienlijk deel uitmaken van de dagelijkse omzet in het desbetreffend financieel instrument, een gerelateerd spotcontract voor grondstoffen of een op emissierechten gebaseerd veilingproduct, en in verband zouden kunnen staan met aanzienlijke wijzigingen in de koers van een financieel instrument, een gerelateerd spotcontract voor grondstoffen of een op emissierechten gebaseerd veilingproduct;

e)

de mate waarin geplaatste handelsorders of verrichte transacties geconcentreerd zijn binnen een korte tijdsspanne van de handelssessie en leiden tot een koerswijziging die vervolgens omslaat;

f)

de mate waarin geplaatste handelsorders resulteren in een wijziging van de weergave van de beste bied- en laatkoersen van een financieel instrument, een gerelateerd spotcontract voor grondstoffen of een op emissierechten gebaseerd veilingproduct, of meer in het algemeen van de bied- en laatkoersen in het kader van het voor de marktdeelnemers toegankelijke orderboek, en worden geannuleerd voordat zij worden uitgevoerd;

g)

de mate waarin handelsorders worden geplaatst of transacties worden verricht op of omstreeks een bepaald tijdstip wanneer referentiekoersen, afwikkelingskoersen en taxaties worden berekend, en tot koerswijzigingen leiden die van invloed zijn op genoemde koersen en waarderingen.

B.   Indicatoren van manipulatieve handelingen waarbij gebruikgemaakt wordt van kunstgrepen of enigerlei andere vorm van bedrog of misleiding

Voor de toepassing van artikel 12, eerste lid, onder b), van deze verordening en onverminderd de vormen van gedrag opgesomd in het tweede lid, onder 3 van dat artikel wordt de volgende, niet-limitatieve reeks indicatoren — die op zichzelf niet als marktmanipulatie mogen worden beschouwd — in aanmerking genomen wanneer transacties of handelsorders door marktdeelnemers en bevoegde autoriteiten worden onderzocht:

a)

de vraag of door personen geplaatste handelsorders of verrichte transacties al dan niet worden voorafgegaan of gevolgd door de verspreiding van onjuiste of misleidende informatie door diezelfde of aan hen gelieerde personen;

b)

de vraag of handelsorders al dan niet worden geplaatst, dan wel transacties al dan niet worden verricht door personen vooraleer of nadat diezelfde personen of aan hen gelieerde personen beleggingsaanbevelingen verspreiden die ofwel onjuist of niet objectief zijn, ofwel duidelijk beïnvloed zijn door een materieel belang.


BIJLAGE II

Concordantietabel

Deze verordening

Richtlijn 2003/6/EG

Artikel 1

 

Artikel 2

 

Artikel 2, lid 1, onder a)

Artikel 9, eerste alinea

Artikel 2, lid 1, onder b)

 

Artikel 2, lid 1, onder c)

 

Artikel 2, lid 1, onder d)

Artikel 9, tweede alinea

Artikel 2, lid 3

Artikel 9, eerste alinea

Artikel 2, lid 4

Artikel 10, onder a)

Punt 1 van artikel 3, lid 1

Artikel 1, lid 3

Punt 2 van artikel 3, lid 1

 

Punt 3 van artikel 3, lid 1

 

Punt 4 van artikel 3, lid 1

 

Punt 5 van artikel 3, lid 1

 

Punt 6 van artikel 3, lid 1

Artikel 1, lid 4

Punt 7 van artikel 3, lid 1

 

Punt 8 van artikel 3, lid 1

 

Punt 9 van artikel 3, lid 1

Artikel 1, lid 5

Punt 10 van artikel 3, lid 1

 

Punt 11 van artikel 3, lid 1

 

Punt 12 van artikel 3, lid 1

Artikel 1, lid 7

Punt 13 van artikel 3, lid 1

Artikel 1, lid 6

Punten 14 t/m 35 van artikel 3, lid 1

 

Artikel 4

 

Artikel 5

Artikel 8

Artikel 6, lid 1

Artikel 7

Artikel 6, lid 2

 

Artikel 6, lid 3

 

Artikel 6, lid 4

 

Artikel 6, lid 5

 

Artikel 6, lid 6

 

Artikel 6, lid 7

 

Artikel 7, lid 1, onder a)

Artikel 1, lid 1, eerste alinea

Artikel 7, lid 1, onder b)

Artikel 1, lid 1, tweede alinea

Artikel 7, lid 1, onder c)

 

Artikel 7, lid 1, onder d)

Artikel 1, lid 1, derde alinea

Artikel 7, lid 2

 

Artikel 7, lid 3

 

Artikel 7, lid 4

 

Artikel 7, lid 5

 

Artikel 8, lid 1

Artikel 2, lid 1, eerste alinea

Artikel 8, lid 2

 

Artikel 8, lid 2, onder a)

Artikel 3, onder b)

Artikel 8, lid 2, onder b)

 

Artikel 8, lid 3

 

Artikel 8, lid 4, onder a)

Artikel 2, lid 1, onder a)

Artikel 8, lid 4, onder b)

Artikel 2, lid 1, onder b)

Artikel 8, lid 4, onder c)

Artikel 2, lid 1, onder c)

Artikel 8, lid 4, onder d)

Artikel 2, lid 1, onder d)

Artikel 8, lid 4, tweede alinea

Artikel 4

Artikel 8, lid 5

Artikel 2, lid 2

Artikel 9, lid 1

 

Artikel 9, lid 2

 

Artikel 9, lid 3, onder a)

Artikel 2, lid 3

Artikel 9, lid 3, onder b)

Artikel 2, lid 3

Artikel 9, lid 4

 

Artikel 9, lid 5

 

Artikel 9, lid 6

 

Artikel 10, lid 1

Artikel 3, onder a)

Artikel 10, lid 2

 

Artikel 11

 

Artikel 12, lid 1

 

Artikel 12, lid 1, onder a)

Artikel 1, lid 2, onder a)

Artikel 12, lid 1, onder b)

Artikel 1, lid 2, onder b)

Artikel 12, lid 1, onder c)

Artikel 1, lid 2, onder c)

Artikel 12, lid 1, onder d)

 

Artikel 12, lid 2, onder a)

Artikel 1, lid 2, tweede alinea, eerste streepje

Artikel 12, lid 2, onder b)

Artikel 1, lid 2, tweede alinea, tweede streepje

Artikel 12, lid 2, onder c)

 

Artikel 12, lid 2, onder d)

Artikel 1, lid 2, tweede alinea, derde streepje

Artikel 12, lid 2, onder e)

 

Artikel 12, lid 3

 

Artikel 12, lid 4

 

Artikel 12, lid 5

Artikel 1, lid 2, laatste alinea

Artikel 13, lid 1

Artikel 1, lid 2, onder a), tweede alinea

Artikel 13, lid 1

 

Artikel 13, lid 2

 

Artikel 13, lid 3

 

Artikel 13, lid 4

 

Artikel 13, lid 5

 

Artikel 13, lid 6

 

Artikel 13, lid 7

 

Artikel 13, lid 8

 

Artikel 13, lid 9

 

Artikel 13, lid 10

 

Artikel 13, lid 11

 

Artikel 14, onder a)

Artikel 2, lid 1, eerste alinea

Artikel 14, onder b)

Artikel 3, onder b)

Artikel 14, onder c)

Artikel 3, onder a)

Artikel 15

Artikel 5

Artikel 16, lid 1

Artikel 6, lid 6

Artikel 16, lid 2

Artikel 6, lid 9

Artikel 16, lid 3

 

Artikel 16, lid 4

 

Artikel 16, lid 5

Artikel 6, lid 10, zevende streepje

Artikel 17, lid 1

Artikel 6, lid 1

Artikel 17, lid 1, derde alinea

Artikel 9, derde alinea

Artikel 17, lid 2

 

Artikel 17, lid 3

 

Artikel 17, lid 4

Artikel 6, lid 2

Artikel 17, lid 5

 

Artikel 17, lid 6

 

Artikel 17, lid 7

 

Artikel 17, lid 8

Artikel 6, lid 3, eerste en tweede alinea

Artikel 17, lid 9

 

Artikel 17, lid 10

Artikel 6, lid 10, eerste en tweede alinea

Artikel 17, lid 11

 

Artikel 18, lid 1

Artikel 6, lid 3, derde alinea

Artikel 18, lid 2

 

Artikel 18, lid 3

 

Artikel 18, lid 4

 

Artikel 18, lid 5

 

Artikel 18, lid 6

 

Artikel 18, lid 7

Artikel 9, derde alinea

Artikel 18, lid 8

 

Artikel 18, lid 9

Artikel 6, lid 10, vierde streepje

Artikel 19, lid 1

Artikel 6, lid 4

Artikel 19, lid 1, onder a)

Artikel 6, lid 4

Artikel 19, lid 1, onder b)

 

Artikel 19, lid 2

 

Artikel 19, lid 3

 

Artikel 19, lid 4, onder a)

 

Artikel 19, lid 4, onder b)

 

Artikel 19, lid 5 t/m lid 13

 

Artikel 19, lid 14

Artikel 6, lid 10, vijfde streepje

Artikel 19, lid 15

Artikel 6, lid 10, vijfde streepje

Artikel 20, lid 1

Artikel 6, lid 5

Artikel 20, lid 2

Artikel 6, lid 8

Artikel 20, lid 3

Artikel 6, lid 10, zesde streepje en artikel 6, lid 11

Artikel 21

Artikel 1, lid 2, onder c), tweede zin

Artikel 22

Artikel 11, eerste alinea en artikel 10

Artikel 23, lid 1

Artikel 12, lid 1

Artikel 23, lid 1, onder a)

Artikel 12, lid 1, onder a)

Artikel 23, lid 1, onder b)

Artikel 12, lid 1, onder b)

Artikel 23, lid 1, onder c)

Artikel 12, lid 1, onder c)

Artikel 23, lid 1, onder d)

Artikel 12, lid 1, onder d)

Artikel 23, lid 2, onder a)

Artikel 12, lid 2, onder a)

Artikel 23, lid 2, onder b)

Artikel 12, lid 2, onder b)

Artikel 23, lid 2, onder c)

 

Artikel 23, lid 2, onder d)

Artikel 12, lid 2, onder c)

Artikel 23, lid 2, onder e)

 

Artikel 23, lid 2, onder f)

 

Artikel 23, lid 2, onder g)

Artikel 12, lid 2, onder d)

Artikel 23, lid 2, onder h)

Artikel 12, lid 2, onder d)

Artikel 23, lid 2, onder i)

Artikel 12, lid 2, onder g)

Artikel 23, lid 2, onder j)

Artikel 12, lid 2, onder f)

Artikel 23, lid 2, onder k)

Artikel 12, lid 2, onder e)

Artikel 23, lid 2, onder l)

Artikel 12, lid 2, onder h)

Artikel 23, lid 2, onder m)

Artikel 6, lid 7

Artikel 23, lid 3

 

Artikel 23, lid 4

 

Artikel 24, lid 1

Artikel 15 bis, lid 1

Artikel 24, lid 2

Artikel 15 bis, lid 2

Artikel 24, lid 3

 

Artikel 25, lid 1, eerste alinea

Artikel 16, lid 1

Artikel 25, lid 2

Artikel 16, lid 2 en artikel 16, lid 4, vierde alinea

Artikel 25, lid 2, onder a)

Artikel 16, lid 2, tweede alinea, eerste streepje en artikel 16, lid 4, vierde alinea

Artikel 25, lid 2, onder b)

 

Artikel 25, lid 2, onder c)

Artikel 16, lid 2, tweede alinea, tweede streepje en artikel 16, lid 4, vierde alinea

Artikel 25, lid 2, onder d)

Artikel 16, lid 2, tweede alinea, derde streepje en artikel 16, lid 4, vierde alinea

Artikel 25, lid 3

 

Artikel 25, lid 4

Artikel 16, lid 2, eerste zin

Artikel 25, lid 5

Artikel 16, lid 3

Artikel 25, lid 6

Artikel 16, lid 4

Artikel 25, lid 7

Artikel 16, lid 2, vierde alinea en artikel 16, lid 4, vierde alinea

Artikel 25, lid 8

 

Artikel 25, lid 9

Artikel 16, lid 5

Artikel 26

 

Artikel 27, lid 1

 

Artikel 27, lid 2

 

Artikel 27, lid 3

Artikel 13

Artikel 28

 

Artikel 29

 

Artikel 30, lid 1, eerste alinea

Artikel 14, lid 1

Artikel 30, lid 1, onder a)

 

Artikel 30, lid 1, onder b)

Artikel 14, lid 3

Artikel 30, lid 2

 

Artikel 30, lid 3

 

Artikel 31

 

Artikel 32

 

Artikel 33, lid 1

Artikel 14, lid 5, eerste alinea

Artikel 33, lid 2

 

Artikel 33, lid 3

Artikel 14, lid 5, tweede alinea

Artikel 33, lid 4

Artikel 14, lid 5, derde alinea

Artikel 33, lid 5

 

Artikel 34, lid 1

Artikel 14, lid 4

Artikel 34, lid 2

 

Artikel 34, lid 3

 

Artikel 35

 

Artikel 36, lid 1

Artikel 17, lid 1

Artikel 36, lid 2

 

Artikel 37

Artikel 20

Artikel 38

 

Artikel 39

Artikel 21

Bijlage

 


12.6.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 173/62


VERORDENING (EU) Nr. 597/2014 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 16 april 2014

houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 812/2004 van de Raad tot vaststelling van maatregelen betreffende de incidentele vangsten van walvisachtigen bij de visserij

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 812/2004 van de Raad (3) zijn aan de Commissie bevoegdheden verleend om uitvoering te geven aan een aantal bepalingen van die verordening. Na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon is het aangewezen die bevoegdheden in overeenstemming te brengen met de artikelen 290 en 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

(2)

Teneinde een doeltreffende aanpassing van bepaalde voorschriften van Verordening (EG) nr. 812/2004 aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang te verzekeren, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen ten aanzien van de technische specificaties en voorwaarden met betrekking tot de signaalkenmerken en gebruikskenmerken van het gebruik van akoestische afschrikkingsmiddelen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad.

(3)

Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van de bepalingen van Verordening (EG) nr. 812/2004 inzake de voorschriften voor de procedure en het sjabloon voor de verslaglegging door de lidstaten, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (4).

(4)

Gezien het feit dat de lidstaten verplicht zijn de nodige maatregelen te nemen om overeenkomstig Verordening (EG) nr. 812/2004 een systeem van strikte bescherming voor walvisachtigen op te zetten, en gezien de tekortkomingen van die verordening, zoals deze door de Commissie zijn vastgesteld, dienen de geschiktheid en de doeltreffendheid van de bepalingen van die verordening voor de bescherming van walvisachtigen uiterlijk op 31 december 2015 te worden geëvalueerd. Op basis van deze evaluatie dient de Commissie, indien wenselijk, bij het Europees Parlement en bij de Raad een overkoepelend wetgevingsvoorstel in te dienen om de doeltreffende bescherming van walvisachtigen te waarborgen, mede door middel van het regionaliseringsproces.

(5)

Verordening (EG) nr. 812/2004 dient derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 812/2004 wordt als volgt gewijzigd:

1.

Artikel 3, lid 1, wordt vervangen door:

„1.   De op grond van artikel 2, lid 1, gebruikte akoestische afschrikkingsmiddelen moeten voldoen aan de technische specificaties en de gebruiksvoorwaarden die zijn vastgesteld in bijlage II. Teneinde ervoor te zorgen dat bijlage II een weergave van de technische en wetenschappelijke vooruitgang blijft, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 8 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de signaalkenmerken en de overeenkomstige gebruikskenmerken in bijlage II te actualiseren. Bij het vaststellen van die gedelegeerde handelingen voorziet de Commissie in voldoende tijd voor de uitvoering van dergelijke aanpassingen.”.

2.

Aan artikel 7 wordt het volgende lid toegevoegd:

„3.   Uiterlijk op 31 december 2015 evalueert de Commissie de doeltreffendheid van de in deze verordening vastgelegde maatregelen, en dient, indien wenselijk, bij het Europees Parlement en bij de Raad een overkoepelend wetgevingsvoorstel in om een doeltreffende bescherming van walvisachtigen te waarborgen.”.

3.

Artikel 8 wordt vervangen door:

„Artikel 8

Uitvoering

De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen met nadere voorschriften inzake de procedure en het sjabloon voor de in artikel 6 voorziene verslaglegging. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 8 ter, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.”.

4.

De volgende artikelen worden ingevoegd:

„Artikel 8 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.   De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie overgedragen onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.   De in artikel 3, lid 1, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie overgedragen voor een termijn van vier jaar met ingang van 2 juli 2014. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden vóór het einde van de termijn van vier jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden vóór het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

3.   Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 3, lid 1, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het besluit laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.   Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en aan de Raad.

5.   Een op grond van artikel 3, lid 1, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie heeft meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Op initiatief van het Europees Parlement of van de Raad kan die termijn met twee maanden worden verlengd.

Artikel 8 ter

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het in artikel 47 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad (5) ingestelde Comité voor de visserij en de aquacultuur. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (6).

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

(5)  Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22)."

(6)  Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).”."

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 16 april 2014.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

M. SCHULZ

Voor de Raad

De voorzitter

D. KOURKOULAS


(1)  PB C 11 van 15.1.2013, blz. 85.

(2)  Standpunt van het Europees Parlement van 16 april 2013 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en standpunt van de Raad in eerste lezing van 3 maart 2014 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad). Standpunt van het Europees Parlement van 16 april 2014 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(3)  Verordening (EG) nr. 812/2004 van de Raad van 26 april 2004 tot vaststelling van maatregelen betreffende de bijvangsten van walvisachtigen bij de visserij en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 88/98 (PB L 150 van 30.4.2004, blz. 12).

(4)  Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).


12.6.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 173/65


VERORDENING (EU) Nr. 598/2014 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 16 april 2014

inzake de vaststelling van regels en procedures voor de invoering van geluidsgerelateerde exploitatiebeperkingen op luchthavens in de Unie binnen het kader van een evenwichtige aanpak, en tot intrekking van Richtlijn 2002/30/EG

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 100, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Gezien het advies van het Comité van de Regio’s (2),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Eén van de kerndoelstellingen van het gemeenschappelijk vervoersbeleid is duurzame ontwikkeling. Daarvoor is een geïntegreerde aanpak vereist die erop gericht is zowel de effectieve werking van de vervoerssystemen van de Unie als de bescherming van het milieu te garanderen.

(2)

Duurzame ontwikkeling van het luchtvervoer vereist dat maatregelen worden ingevoerd om de door luchtvaartuigen veroorzaakte geluidsoverlast op luchthavens in de Unie te beperken. Die maatregelen moeten de geluidshinder rond luchthavens in de Unie tegengaan en aldus de levenskwaliteit van omwonende burgers handhaven of vergroten en de samenhang tussen luchtvaartactiviteiten en woongebieden bevorderen, in het bijzonder waar het nachtvluchten betreft.

(3)

In Resolutie A33/7 van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (de ICAO) wordt het concept van „evenwichtige aanpak” van geluidsbeheer (de evenwichtige aanpak) ingevoerd en wordt een coherente methode vastgesteld om vliegtuiglawaai aan te pakken. De evenwichtige aanpak van de ICAO moet de basis blijven voor geluidsregelgeving in de luchtvaart, als mondiale sector. De evenwichtige aanpak erkent, en doet geen afbreuk aan, de waarde van toepasselijke juridische verplichtingen, bestaande overeenkomsten, vigerend rechten vastgesteld beleid. Het opnemen van de internationale regels inzake de evenwichtige aanpak in deze verordening moet het risico op internationale geschillen aanzienlijk doen afnemen ingeval luchtvaartmaatschappijen van derde landen worden getroffen door geluidsgerelateerde exploitatiebeperkingen.

(4)

Ingevolge het verbod op de meest lawaaierige luchtvaartuigen krachtens Richtlijn 2002/30/EG van het Europees Parlement en de Raad (4) en Richtlijn 2006/93/EG van het Europees Parlement en de Raad (5), moet het gebruik van exploitatiebeperkingen worden geactualiseerd om de autoriteiten in staat te stellen om te gaan met de thans meest lawaaierige luchtvaartuigen, teneinde de geluidsomgeving rond luchthavens in de Unie te verbeteren binnen het internationale kader van de evenwichtige aanpak.

(5)

In het verslag van de Commissie van 15 februari 2008 met als titel „Geluidsgerelateerde exploitatiebeperkingen op EU-luchthavens” wordt erop gewezen dat de toewijzing van verantwoordelijkheden en de precieze rechten en plichten van belanghebbende partijen tijdens de evaluatie van de geluidshinder in de tekst van Richtlijn 2002/30/EG moeten worden verduidelijkt, teneinde te garanderen dat kosteneffectieve maatregelen worden genomen om voor elke luchthaven de doelstellingen inzake geluidsbeperking te verwezenlijken.

(6)

Het opleggen door lidstaten van exploitatiebeperkingen op individuele luchthavens in de Unie beperkt de capaciteit, maar kan bijdragen tot een verbetering van de geluidssituatie rond de desbetreffende luchthavens. Dit houdt echter ook een risico in op concurrentieverstoringen of op een belemmering van de algemene efficiëntie van het luchtvaartnetwerk van de Unie door inefficiënt gebruik van de bestaande capaciteit. Daar de specifieke doelstelling inzake de bestrijding van geluidshinder van deze verordening niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar vanwege geharmoniseerde regels voor het proces van invoering van exploitatiebeperkingen als onderdeel van het geluidsbeheerproces, beter op het niveau van de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel, gaat deze verordening niet verder dan wat nodig is om die doelstelling te verwezenlijken. Een dergelijke geharmoniseerde methode legt geen doelstellingen inzake geluidskwaliteit op, welke onderworpen blijven aan Richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad (6), andere relevante regelgeving van de Unie, of wetgeving binnen elke lidstaat, en laat de concrete keuze van maatregelen onverlet.

(7)

Deze verordening is alleen van toepassing op lidstaten waarin een luchthaven die meer dan 50 000 bewegingen van civiele luchtvaartuigen per kalenderjaar afhandelt, is gelegen en waar de invoering van geluidsgerelateerde exploitatiebeperkingen overwogen wordt.

(8)

Deze verordening is van toepassing op luchtvaartuigen die gebruikt worden voor de burgerluchtvaart. Zij is niet van toepassing op luchtvaartuigen zoals militaire luchtvaartuigen en luchtvaartuigen die douane-, politie- en brandbestrijdingsoperaties uitvoeren. Voorts moet worden bepaald dat verschillende operaties van uitzonderlijke aard, zoals vluchten om dringende humanitaire redenen, vluchten voor zoek- en reddingsoperaties in noodgevallen, medische bijstand, en voor rampenbestrijding, van deze verordening worden vrijgesteld.

(9)

Evaluaties van de geluidshinder moeten regelmatig worden uitgevoerd overeenkomstig Richtlijn 2002/49/EG, maar mogen alleen tot aanvullende maatregelen voor de bestrijding van geluidshinder leiden als de doelstellingen inzake de bestrijding van geluidshinder niet kunnen worden verwezenlijkt met de geldende combinatie van geluidsbeperkende maatregelen, rekening houdend met de verwachte ontwikkeling op de luchthavens. Voor luchthavens waar een geluidsprobleem is vastgesteld, moeten er overeenkomstig de methoden van de evenwichtige aanpak aanvullende maatregelen voor de bestrijding van geluidshinder worden voorgesteld. Teneinde ervoor te zorgen dat de evenwichtige aanpak op ruime schaal in de Unie wordt toegepast, wordt het gebruik ervan zelfs buiten het kader van deze verordening aanbevolen, telkens wanneer de afzonderlijke betrokken lidstaten dat dienstig vinden. Geluidsgerelateerde exploitatiebeperkingen mogen alleen worden ingevoerd wanneer andere maatregelen van de evenwichtige aanpak niet voldoende zijn om de specifieke doelstellingen inzake de bestrijding van geluidshinder te halen.

(10)

Daar waar een kosten-batenanalyse een indicatie geeft van het totale effect op de economische welvaart doordat alle kosten en baten worden vergeleken, spitst een beoordeling van de kosteneffectiviteit zich toe op de meest kosteneffectieve manier om een bepaalde doelstelling te verwezenlijken, hetgeen alleen een vergelijking van de kosten vergt. Deze verordening mag de lidstaten niet beletten, waar passend, gebruik te maken van een kosten-batenanalyse.

(11)

Het belang van de gezondheidsaspecten van geluidsproblemen dient te worden erkend, en daarom moeten deze aspecten op alle luchthavens op consistente wijze in aanmerking worden genomen bij de besluitvorming over doelstellingen inzake de bestrijding van geluidshinder, waarbij rekening moet worden gehouden met de gemeenschappelijke regels van de Unie op dit gebied. De gezondheidsaspecten moeten derhalve worden beoordeeld overeenkomstig de wetgeving van de Unie betreffende de evaluatie van de effecten van geluid.

(12)

Evaluaties van de geluidshinder moeten gebaseerd zijn op objectieve en meetbare criteria die voor alle lidstaten gemeenschappelijk zijn, en voortbouwen op beschikbare bestaande informatie, zoals informatie die voortvloeit uit de toepassing van Richtlijn 2002/49/EG. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat dergelijke informatie betrouwbaar is, op transparante wijze is verkregen en toegankelijk is voor de bevoegde instanties en de belanghebbenden. De bevoegde instanties moeten voorzien in de nodige toezichtinstrumenten.

(13)

De bevoegde instantie die verantwoordelijk is voor het vaststellen van geluidsgerelateerde exploitatiebeperkingsmaatregelen moet onafhankelijk zijn van elke organisatie die betrokken is bij de exploitatie van de luchthaven, of de luchtvervoerdiensten en de luchtvaartnavigatiediensten, of die de belangen daarvan vertegenwoordigt, alsook van de bewoners die in de omgeving van luchthavens wonen. Dit mag niet zo worden uitgelegd dat de lidstaten hun administratieve structuren of besluitvormingsprocedures moeten wijzigen.

(14)

Erkend wordt dat de lidstaten besluiten over geluidsgerelateerde exploitatiebeperkingen hebben genomen overeenkomstig hun nationale wetgeving, die gebaseerd is op nationaal erkende geluidsmethoden, welke eventueel nog niet volledig sporen met de methode die wordt beschreven in het gezaghebbende Report Doc 29 met als titel „Standard Method of Computing Noise Contours around Civil Airports” (ECAC Doc 29) van de Europese Burgerluchtvaartconferentie, en evenmin gebruikmaken van de internationaal erkende informatie over de geluidsprestaties van luchtvaartuigen. De efficiëntie en doeltreffendheid van een geluidsgerelateerde exploitatiebeperking moeten worden beoordeeld overeenkomstig de in ECAC Doc 29 en de evenwichtige aanpak voorgeschreven methoden. De lidstaten moeten hun nationale wetgeving inzake de beoordeling van exploitatiebeperkingen derhalve volledig in overeenstemming brengen met ECAC Doc 29.

(15)

Er moet worden voorzien in een ten opzichte van Richtlijn 2002/30/EG nieuwe en bredere definitie van exploitatiebeperkingen, teneinde de tenuitvoerlegging van nieuwe technologieën en operationele capaciteiten van luchtvaartuigen en grondmaterieel te faciliteren. De toepassing van deze definitie mag niet leiden tot uitstel bij de tenuitvoerlegging van operationele maatregelen die de geluidsoverlast onmiddellijk kunnen verlichten zonder daarbij de operationele capaciteit van een luchthaven ernstig aan te tasten. Dergelijke maatregelen mogen derhalve niet worden beschouwd als nieuwe exploitatiebeperkingen.

(16)

Door de informatie over geluid te centraliseren, zal de administratieve last voor zowel exploitanten van luchtvaartuigen als exploitanten van luchthavens aanzienlijk afnemen. Dergelijke informatie wordt momenteel verstrekt en beheerd op het niveau van de individuele luchthavens. Die gegevens dienen voor operationele doeleinden ter beschikking te worden gesteld aan exploitanten van luchtvaartuigen en van luchthavens. Het is van belang de gegevensbank van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart („het Agentschap”) inzake certificering van de geluidsprestaties te gebruiken als instrument voor het valideren van de gegevens over individuele vluchten die afkomstig zijn van de Europese Organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart (Eurocontrol). Dergelijke gegevens worden momenteel al systematisch opgevraagd voor een centraal beheer van de luchtverkeersstromen, maar zijn nog niet beschikbaar voor de Commissie en het Agentschap, en moeten worden gespecificeerd voor de doeleinden van deze verordening en de prestatieregelgeving voor luchtverkeerbeheer. Goede toegang tot gevalideerde modelleringsgegevens die zijn bepaald in overeenstemming met internationaal erkende procedures en beste praktijken, moet de kwaliteit van het in kaart brengen van de geluidscontouren van individuele luchthavens ten goede komen, en aldus beleidsbeslissingen ondersteunen.

(17)

Om ongewenste gevolgen voor de luchtvaartveiligheid, de luchthavencapaciteit en de concurrentie te voorkomen, moet de Commissie, indien zij van oordeel is dat het gevolgde proces voor de invoering van geluidsgerelateerde exploitatiebeperkingen niet aan de eisen van deze verordening voldoet, de relevante bevoegde instantie daarvan op de hoogte brengen. De relevante bevoegde instantie dient de kennisgeving van de Commissie te onderzoeken en dient de Commissie te informeren omtrent haar intenties alvorens de exploitatiebeperkingen in te voeren.

(18)

Teneinde rekening te houden met de evenwichtige aanpak, moet worden bepaald dat in bijzondere omstandigheden vrijstellingen kunnen worden verleend aan exploitanten uit derde ontwikkelingslanden, die anders onder een te zware druk zouden komen te staan. De term „ontwikkelingslanden” moet worden begrepen in het licht van deze specifieke luchtvaartcontext en daaronder vallen dus zeker niet alle landen die door de internationale gemeenschap als dusdanig kunnen worden aangemerkt. Meer bepaald moet ervoor worden gezorgd dat elk van deze vrijstellingen verenigbaar is met het beginsel van non-discriminatie.

(19)

Om de permanente technologische vooruitgang op het gebied van motor- en cascotechnologie en inzake de methoden voor het in kaart brengen van de geluidscontouren van luchthavens te weerspiegelen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen aan te nemen inzake de regelmatige actualisering van de in deze verordening vermelde geluidsnormen voor luchtvaartuigen en de verwijzingen naar de bijbehorende certificeringsmethoden, waar passend, met inachtneming van de wijzigingen in de desbetreffende ICAO-documenten, en inzake de actualisering van de verwijzing naar de methode voor het berekenen van de geluidscontouren, waar passend, met inachtneming van de wijzigingen in de desbetreffende ICAO-documenten. Voorts moet in voorkomend geval tevens rekening worden gehouden met wijzigingen in ECAC Doc 29 met het oog op technische actualiseringen door middel van gedelegeerde handelingen, waar passend. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat alle desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aanhet Europees Parlement en aan de Raad.

(20)

Hoewel in deze verordening wordt voorgeschreven dat de geluidssituatie op luchthavens regelmatig moet worden beoordeeld, impliceert die beoordeling niet noodzakelijkerwijs dat nieuwe geluidsgerelateerde exploitatiebeperkingen zullen worden vastgesteld of dat de bestaande geluidsgerelateerde exploitatiebeperkingen zullen worden getoetst. Derhalve wordt in deze verordening niet voorgeschreven dat de geluidsgerelateerde exploitatiebeperkingen die op de datum van inwerkingtreding ervan reeds bestaan, waaronder de exploitatiebeperkingen die voortvloeien uit rechterlijke beslissingen of plaatselijke bemiddelingsprocedures, moeten worden getoetst. Kleine technische wijzigingen van een maatregel, die geen grote gevolgen hebben voor de capaciteit of activiteiten, dienen niet als een nieuwe exploitatiebeperking te worden beschouwd.

(21)

Indien een uit hoofde van Richtlijn 2002/30/EG aangevangen raadplegingsproces dat aan de vaststelling van geluidsgerelateerde exploitatiebeperkingen voorafgaat nog niet is afgerond op de datum van inwerkingtreding van deze verordening, is het passend dat de daaraan gelieerde eindbeslissing wordt genomen overeenkomstig Richtlijn 2002/30/EG, om de in het kader van de raadpleging reeds geboekte voortgang te behouden.

(22)

Omdat het noodzakelijk is de methode voor de evaluatie van de geluidshinder op consistente wijze toe te passen op de luchtvaartmarkt van de Unie, zijn in deze verordening gemeenschappelijke regels vastgesteld op het gebied van geluidsgerelateerde exploitatiebeperkingen.

(23)

Richtlijn 2002/30/EG dient derhalve te worden ingetrokken,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp, doelstellingen en toepassingsgebied

1.   In deze verordening worden voor luchthavens met een geluidsprobleem regels vastgesteld inzake de procedure die moet worden gevolgd voor de coherente invoering van geluidsgerelateerde exploitatiebeperkingen, per individuele luchthaven, teneinde de geluidsomgeving te verbeteren en het aantal mensen dat aanzienlijke hinder ondervindt van de mogelijk schadelijke gevolgen van vliegtuiglawaai te beperken of te doen afnemen, overeenkomstig de evenwichtige aanpak.

2.   Deze verordening heeft ten doel:

a)

de verwezenlijking van specifieke doelstellingen inzake de bestrijding van geluidshinder, met inbegrip van gezondheidsaspecten, te faciliteren, op het niveau van individuele luchthavens, met inachtneming van de toepasselijke regels van de Unie, in het bijzonder deze van Richtlijn 2002/49/EG, en de wetgeving in elke lidstaat;

b)

de toepassing van exploitatiebeperkingen mogelijk te maken overeenkomstig de evenwichtige aanpak, met het oog op een duurzame ontwikkeling van de luchthaven en van de capaciteit van het netwerk voor luchtverkeersbeheer vanuit gate-to-gate-perspectief.

3.   Deze verordening is van toepassing op luchtvaartuigen die gebruikt worden voor de burgerluchtvaart. Zij is niet van toepassing op luchtvaartuigen voor militaire, douane-, politie- of soortgelijke operaties.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1.   „luchtvaartuig”: luchtvaartuig met vaste vleugels met een gecertificeerde maximale startmassa van 34 000 kg of meer, of met een gecertificeerde maximumcapaciteit voor het betrokken type luchtvaartuig van 19 stoelen of meer, uitsluitend voor de bemanning bestemde stoelen niet meegerekend;

2.   „luchthaven”: een luchthaven met meer dan 50 000 bewegingen van civiele luchtvaartuigen (een beweging zijnde een start of landing) per kalenderjaar, op basis van het gemiddelde aantal bewegingen tijdens de drie kalenderjaren die aan de geluidsbeoordeling voorafgaan;

3.   „evenwichtige aanpak”: de door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie ontwikkelde procedure waarbij het gamma aan beschikbare maatregelen, namelijk de beperking van vliegtuiglawaai aan de bron, ruimtelijke ordening en beheer, operationele procedures voor de bestrijding van geluidshinder en exploitatiebeperkingen, op coherente wijze wordt benaderd, teneinde het geluidsprobleem voor elke individuele luchthaven op de meest kosteneffectieve wijze op te lossen;

4.   „marginaal conform luchtvaartuig”: een luchtvaartuig dat is gecertificeerd overeenkomstig de grenzen van hoofdstuk 3 als vastgesteld in volume 1, deel II, hoofdstuk 3 van bijlage 16 bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, ondertekend op 7 december 1944 (het Verdrag van Chicago), met een cumulatieve marge van minder dan 8 EPNdB (Effective Perceived Noise in decibels - effectief waargenomen geluid in decibel) gedurende een overgangsperiode die eindigt op 14 juni 2020, en met een cumulatieve marge van minder dan 10 EPNdB na afloop van deze overgangsperiode, waarbij de cumulatieve marge de in EPNdB uitgedrukte waarde is die wordt verkregen door het bij elkaar optellen van de individuele marges (d.i. de verschillen tussen het gecertificeerde geluidsniveau en het maximaal toegestane geluidsniveau) op elk van de drie referentiegeluidsmeetpunten zoals gedefinieerd in volume 1, deel II, hoofdstuk 3 van bijlage 16 bij het Verdrag van Chicago;

5.   „geluidsgerelateerde actie”: elke maatregel die gevolgen heeft voor de geluidsomgeving rond een luchthaven, waarvoor de beginselen van de evenwichtige aanpak van toepassing zijn, inclusief andere niet-operationele acties die gevolgen kunnen hebben voor het aantal mensen dat wordt blootgesteld aan vliegtuiglawaai;

6.   „exploitatiebeperking”: een geluidsgerelateerde actie die de toegang tot of de operationale capaciteit van een luchthaven vermindert, inclusief exploitatiebeperkingen die gericht zijn op de uitdienstneming van marginaal conforme luchtvaartuigen op specifieke luchthavens en partiële exploitatiebeperkingen, die bijvoorbeeld gedurende bepaalde tijdsperioden van de dag of alleen voor bepaalde start- en landingsbanen gelden.

Artikel 3

Bevoegde instanties

1.   Een lidstaat waarin een in artikel 2, punt 2, bedoelde luchthaven is gelegen, wijzen een of meer bevoegde instanties aan die verantwoordelijk zijn voor de procedure die moet worden gevolgd bij het vaststellen van exploitatiebeperkingen.

2.   De bevoegde instanties zijn onafhankelijk van elke organisatie die gevolgen kan ondervinden van geluidsgerelateerde actie. Die onafhankelijkheid kan door middel van een functionele scheiding tot stand worden gebracht.

3.   De lidstaten delen de Commissie tijdig de naam en het adres mee van de in lid 1 bedoelde aangewezen bevoegde instanties. De Commissie maakt deze informatie bekend.

Artikel 4

Recht op beroep

1.   De lidstaten garanderen het recht om tegen de krachtens deze verordening getroffen exploitatiebeperkingen beroep aan te tekenen bij een andere instantie dan de instantie die de omstreden beperking heeft aangenomen, overeenkomstig de nationale wetgeving en procedures.

2.   De lidstaten waarin een in artikel 2, punt 2, bedoelde luchthaven is gelegen, stellen de Commissie tijdig in kennis van de naam en het adres van de in lid 1 bedoelde aangewezen beroepsinstantie, of, in voorkomend geval, van de regelingen die ervoor moeten zorgen dat een beroepsinstantie wordt aangewezen.

Artikel 5

Algemene regels voor het beheer van vliegtuiglawaai

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat de geluidssituatie op een in artikel 2, punt 2, bedoelde individuele luchthaven wordt beoordeeld overeenkomstig Richtlijn 2002/49/EG.

2.   De lidstaten zorgen ervoor dat de evenwichtige aanpak inzake het beheer van vliegtuiglawaai wordt aangenomen ten aanzien van luchthavens waar een geluidsprobleem is vastgesteld. Daartoe zien zij erop toe dat:

a)

de doelstelling inzake de bestrijding van geluidshinder voor die luchthaven wordt, waar passend, omschreven rekening houdend met artikel 8 van en bijlage V bij Richtlijn 2002/49/EG;

b)

de beschikbare maatregelen ter beperking van de gevolgen van geluidshinder in kaart worden gebracht;

c)

de waarschijnlijke kosteneffectiviteit van de geluidsbeperkende maatregelen grondig wordt beoordeeld;

d)

de maatregelen worden geselecteerd, rekening houdend met het algemeen belang op het gebied van luchtvervoer in termen van ontwikkelingsperspectieven van hun luchthavens, zonder afbreuk te doen aan de veiligheid;

e)

de belanghebbenden op transparante wijze over de voorgenomen acties worden geraadpleegd;

f)

de maatregelen worden aangenomen en hieraan voldoende ruchtbaarheid wordt gegeven;

g)

de maatregelen worden uitgevoerd; en

h)

in geschillenbeslechting wordt voorzien.

3.   Als de lidstaten geluidsgerelateerde actie ondernemen, zorgen zij ervoor dat de volgende combinatie van beschikbare maatregelen in overweging wordt genomen, teneinde te kunnen vaststellen welke maatregel of combinatie van maatregelen de grootste kosteneffectiviteit biedt:

a)

de verwachte beperking van het vliegtuiglawaai aan de bron;

b)

ruimtelijke ordening en beheer;

c)

operationele procedures voor de bestrijding van geluidshinder;

d)

exploitatiebeperkingen niet in eerste instantie toe te passen, maar slechts nadat de overige maatregelen van de evenwichtige aanpak in overweging zijn genomen.

De beschikbare maatregelen kunnen, indien nodig, het uit dienst nemen van marginaal conforme luchtvaartuigen omvatten. lidstaten of luchthavenbeheerinstanties kunnen, al naar het geval, financiële prikkels bieden om exploitanten van luchtvaartuigen aan te moedigen minder luidruchtige luchtvaartuigen te gebruiken gedurende de in artikel 2, punt 4, bedoelde overgangsperiode. Die financiële prikkels moeten voldoen aan de toepasselijke regels inzake overheidssteun.

4.   In het kader van de evenwichtige aanpak kunnen de maatregelen worden gedifferentieerd naar type luchtvaartuig, prestaties van het luchtvaartuig op het gebied van lawaai, gebruik van de luchthaven- en luchtvaartnavigatiefaciliteiten, vliegroute en/of de betrokken tijdspanne.

5.   Onverminderd lid 4 mogen exploitatiebeperkingen in de vorm van de uitdienstneming van marginaal conforme luchtvaartuigen niet van toepassing zijn op civiele subsonische luchtvaartuigen die, door hun oorspronkelijke certificering of hercertificering, voldoen aan de geluidsnorm die is vastgelegd in volume 1, deel II, hoofdstuk 4 van bijlage 16 bij het Verdrag van Chicago.

6.   De krachtens deze verordening genomen maatregelen of combinaties van maatregelen voor een specifieke luchthaven mogen niet restrictiever zijn dan noodzakelijk is om de voor die luchthaven vastgestelde doelstellingen inzake de bestrijding van omgevingsgeluid te halen. Exploitatiebeperkingen zijn niet-discriminerend, met name niet op grond van nationaliteit of identiteit, en zijn niet willekeurig.

Artikel 6

Regels inzake de de evaluatie van geluidshinder

1.   De bevoegde instanties zien erop toe dat de geluidssituatie op luchthavens waarvoor zij verantwoordelijk zijn regelmatig wordt beoordeeld overeenkomstig Richtlijn 2002/49/EG en de in elke lidstaat toepasselijke wetgeving. De bevoegde instanties kunnen een beroep doen op de steun van het in artikel 3 van Verordening (EU) nr. 691/2010 van de Commissie (7) vermelde prestatiebeoordelingsorgaan.

2.   Indien uit de evaluatie bedoeld in lid 1, blijkt dat nieuwe exploitatiebeperkingen nodig zouden zijn om een geluidsprobleem op een luchthaven op te lossen, zien de bevoegde instanties erop toe dat:

a)

de methode, de indicatoren en de informatie in bijlage I worden zodanig toegepast, dat terdege rekening wordt gehouden met de bijdrage van elk type maatregel in het kader van de evenwichtige aanpak, alvorens exploitatiebeperkingen op te leggen;

b)

er op het passende niveau een technische samenwerking tussen de luchthavenexploitanten, de exploitanten van luchtvaartuigen en de verleners van luchtvaartnavigatiediensten wordt opgezet, met als doel na te gaan met welke maatregelen het geluid kan worden beperkt. De bevoegde instanties zien er tevens op toe dat de lokale bewoners, of hun vertegenwoordigers, en de betrokken lokale autoriteiten worden geraadpleegd, en dat technische informatie over geluidsbeperkende maatregelen aan hen wordt meegedeeld;

c)

de kosteneffectiviteit van elke nieuwe exploitatiebeperking overeenkomstig bijlage II wordt beoordeeld. Kleine technische wijzigingen van een maatregel, die geen substantiële gevolgen hebben voor de capaciteit of activiteiten, worden niet als een nieuwe exploitatiebeperking beschouwd;

d)

het raadplegingsproces met belanghebbende partijen, dat naar de vorm als een bemiddelingsproces kan verlopen, op tijdige en concrete wijze wordt georganiseerd, met inachtneming van openheid en transparantie met betrekking tot de gegevens en de berekeningsmethodes. De belanghebbende partijen hebben minstens drie maanden de tijd om opmerkingen te maken voordat nieuwe exploitatiebeperkingen worden ingesteld. Minstens de volgende partijen worden als belanghebbende partijen beschouwd:

i)

lokale bewoners die in de omgeving van de luchthaven wonen en te lijden hebben onder vliegtuiglawaai, of hun vertegenwoordigers en de betrokken lokale autoriteiten;

ii)

vertegenwoordigers van lokale ondernemingen die gevestigd zijn in de omgeving van de luchthaven en waarvan de activiteiten gevolgen ondervinden van het luchtverkeer en de exploitatie van de luchthaven;

iii)

de exploitanten van de desbetreffende luchthavens;

iv)

vertegenwoordigers van die exploitanten van luchtvaartuigen waarvoor geluidsgerelateerde maatregelen kunnen gelden;

v)

de betrokken verleners van luchtvaartnavigatiediensten;

vi)

de netwerkbeheerder, zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 677/2011 van de Commissie (8);

vii)

de aangewezen slotcoördinator, voor zover van toepassing.

3.   De bevoegde instanties zorgen voor de follow-up van en het toezicht op de uitvoering van de exploitatiebeperkingen en nemen zo nodig passende maatregelen. Zij zorgen ervoor dat relevante informatie gratis ter beschikking wordt gesteld van en vlot en onverwijld toegankelijk is voor lokale bewoners die in de omgeving van de luchthavens wonen, en voor de betrokken lokale autoriteiten.

4.   Relevante informatie kan het volgende omvatten:

a)

met inachtneming van het nationale recht, informatie inzake vermoedelijke schendingen door wijzigingen in de vluchtprocedures, wat betreft de gevolgen van en de beweegredenen voor deze wijzigingen;

b)

de algemene criteria toegepast voor de verdeling en het beheer van verkeer op elke luchthaven, voor zover deze criteria gevolgen voor het milieu of de geluidshinder kunnen inhouden; en

c)

de door meetsystemen verzamelde gegevens, voor zover deze beschikbaar zijn.

Artikel 7

Informatie over geluidsprestaties

1.   Beslissingen over geluidsgerelateerde exploitatiebeperkingen worden gebaseerd op de geluidsprestaties van luchtvaartuigen, zoals vastgesteld volgens de certificeringsprocedure van volume 1 van bijlage 16 bij het Verdrag van Chicago, zesde uitgave van maart 2011.

2.   Op verzoek van de Commissie delen exploitanten van luchtvaartuigen de volgende geluidsinformatie mee met betrekking tot de luchtvaartuigen die zij op luchthavens in de Unie gebruiken:

a)

de nationaliteit en het kenteken van het luchtvaartuig;

b)

de geluidsdocumentatie van het gebruikte luchtvaartuig, samen met de bijbehorende maximale startgewicht;

c)

wijzigingen van het luchtvaartuig die de geluidsprestaties beïnvloeden en die in de geluidsdocumentatie zijn vermeld.

3.   Op verzoek van het Agentschap verstrekken de houders van een overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad (9) afgegeven typecertificaat of een aanvullend typecertificaat, en de rechtspersonen of natuurlijke personen die een luchtvaartuig exploiteren waarvoor geen typecertificaat overeenkomstig die verordening is afgegeven, informatie over het geluid en de prestaties van het luchtvaartuig, met het oog op de opstelling van geluidsmodellen. Het Agentschap specificeert welke gegevens vereist zijn, alsook de termijn, vorm en wijze van verstrekking. Het Agentschap verifieert de met het oog op de opstelling van geluidsmodellen ontvangen informatie over het geluid en de prestaties van het luchtvaartuig en maakt deze beschikbaar voor andere partijen met het oog op de opstelling van geluidsmodellen.

4.   De in de leden 2 en 3 van dit artikel bedoelde gegevens worden beperkt tot het strikt noodzakelijke, en worden gratis verstrekt en, in voorkomend geval, in elektronische vorm en in het door de Commissie opgegeven formaat.

5.   Het Agentschap verifieert de informatie over het geluid en de prestaties van het luchtvaartuig met het oog op de opstelling van geluidsmodellen in het kader van zijn taken overeenkomstig artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 216/2008.

6.   De gegevens worden opgeslagen in een centrale gegevensbank en voor operationele doeleinden ter beschikking gesteld van de bevoegde instanties, exploitanten van luchtvaartuigen, verleners van luchtvaartnavigatiediensten en luchthavenexploitanten.

Artikel 8

Regels voor het opleggen van exploitatiebeperkingen

1.   Wanneer de bevoegde instanties een exploitatiebeperking willen opleggen, moeten zij de lidstaten, de Commissie en de relevante belanghebbende partijen daar zes maanden van tevoren kennis van geven; deze termijn eindigt uiterlijk twee maanden vóór de vaststelling van de slotcoördinatieparameters voor de betrokken luchthaven en de relevante dienstregelingsperiode, zoals gedefinieerd in artikel 2, onder m), van Verordening (EEG) nr. 95/93 (10).

2.   Na de beoordeling overeenkomstig artikel 6 gaat de kennisgeving vergezeld van een schriftelijk verslag overeenkomstig de in artikel 5 gespecificeerde vereisten, waarin wordt uitgelegd waarom de exploitatiebeperking wordt opgelegd, welke doelstelling inzake de bestrijding van geluidshinder is vastgesteld voor de luchthaven, welke maatregelen in overweging zijn genomen om die doelstelling te verwezenlijken en hoe de kosteneffectiviteit van de diverse in overweging genomen maatregelen is onderzocht, inclusief - voor zover van toepassing - hun grensoverschrijdend effect.

3.   Op verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief kan de Commissie binnen een termijn van drie maanden na de datum waarop zij de in lid 1 bedoelde kennisgeving heeft ontvangen, de procedure voor de invoering van een exploitatiebeperking toetsen. Indien de Commissie van oordeel is dat bij de invoering van een geluidsgerelateerde exploitatiebeperking de in deze verordening vastgestelde procedure niet in acht is genomen, kan zij de bevoegde instantie daarvan in kennis stellen. De betrokken bevoegde instantie onderzoekt de kennisgeving van de Commissie en informeert de Commissie omtrent haar intenties alvorens de exploitatiebeperking in te voeren.

4.   Indien de exploitatiebeperking betrekking heeft op de uitdienstneming van marginaal conforme luchtvaartuigen op een luchthaven, worden tot zes maanden na de in lid 1 bedoelde kennisgeving geen bijkomende diensten op die luchthaven toegestaan boven het aantal bewegingen met marginaal conforme luchtvaartuigen in de overeenkomstige periode van het vorige jaar. De lidstaten zien erop toe dat de bevoegde instanties beslissen met welk percentage het aantal bewegingen met marginaal conforme luchtvaartuigen van de relevante exploitanten op die luchthaven jaarlijks wordt verminderd, rekening houdend met de leeftijd van de luchtvaartuigen en de samenstelling van de volledige vloot. Onverminderd artikel 5, lid 4, mag dat percentage niet meer dan 25 % bedragen van het aantal bewegingen met marginaal conforme luchtvaartuigen waarmee de exploitant die luchthaven bedient.

Artikel 9

Ontwikkelingslanden

1.   Om te zware economische druk te voorkomen, mogen de bevoegde instanties, met volledige inachtneming van het beginsel van non-discriminatie, marginaal conforme luchtvaartuigen die in ontwikkelingslanden zijn geregistreerd, vrijstellen van geluidsgerelateerde exploitatiebeperkingen voor zover die luchtvaartuigen:

a)

over een geluidscertificaat beschikken dat beantwoordt aan de normen van bijlage 16, volume 1, hoofdstuk 3, van het Verdrag van Chicago;

b)

in de Unie zijn geëxploiteerd tijdens de vijf jaar die voorafgingen aan de inwerkingtreding van deze verordening;

c)

gedurende die periode van vijf jaar zijn ingeschreven in het register van het desbetreffende ontwikkelingsland; en

d)

nog steeds worden geëxploiteerd door een in dat land gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon.

2.   Als een lidstaat een bij lid 1 voorziene vrijstelling toekent, stelt zij de bevoegde instanties van de andere lidstaten en de Commissie onmiddellijk daarvan in kennis.

Artikel 10

Vrijstelling voor operaties met luchtvaartuigen van uitzonderlijke aard

Per geval kunnen de bevoegde instanties, toestemming verlenen voor individuele operaties op luchthavens waarvoor zij verantwoordelijk zijn, met betrekking tot marginaal conforme luchtvaartuigen die anders op grond van de overige bepalingen van deze verordening niet mogelijk zouden zijn.

Deze vrijstelling is beperkt tot:

a)

operaties die dermate uitzonderlijk zijn dat het onredelijk zou zijn geen tijdelijke vrijstelling te verlenen, met inbegrip van vluchten voor humanitaire hulp, of

b)

luchtvaartuigen die niet-commerciële vluchten verrichten met het oog op aanpassings-, herstellings- of onderhoudswerkzaamheden.

Artikel 11

Gedelegeerde handelingen

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 12 gedelegeerde handelingen vast te stellen aangaande:

a)

technische actualisering van de geluidscertificeringsnormen als bedoeld in artikel 5, lid 5, en artikel 9, lid 1, onder a), en van de certificeringsprocedure als bedoeld in artikel 7, lid 1;

b)

technische actualisering van de methodologie en de indicatoren, zoals vermeld in bijlage I.

Die actualiseringen zijn bedoeld om in voorkomend geval rekening te houden met wijzigingen in de toepasselijke internationale regelgeving.

Artikel 12

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.   De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.   De in artikel 11 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt met ingang van 13 juni 2016 toegekend voor een termijn van vijf jaar. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

3.   De in de artikel 11 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, kan door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.   Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

5.   Een overeenkomstig artikel 11 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na kennisgeving van deze handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad vóór het verstrijken van deze termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 13

Informatie en herziening

De lidstaten verstrekken de Commissie desgevraagd informatie over de toepassing van deze verordening.

Uiterlijk op 14 juni 2021 brengt de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de toepassing van deze verordening.

Dat verslag gaat indien nodig vergezeld van voorstellen voor de herziening van deze verordening.

Artikel 14

Bestaande exploitatiebeperkingen

Geluidsgerelateerde exploitatiebeperkingen die werden ingevoerd vóór 13 juni 2016 blijven geldig totdat de bevoegde instanties besluiten deze te herzien overeenkomstig deze verordening.

Artikel 15

Intrekking

Richtlijn 2002/30/EG wordt met ingang van 13 juni 2016 ingetrokken.

Artikel 16

Overgangsbepalingen

Onverminderd artikel 15 van deze verordening, kunnen geluidsgerelateerde exploitatiebeperkingen die na 13 juni 2016 worden vastgesteld, overeenkomstig Richtlijn 2002/30/EG worden vastgesteld, mits het aan de vaststelling van die beperkingen voorafgaande raadplegingsproces nog niet was voltooid op de datum van inwerkingtreding van deze verordening en de beperkingen uiterlijk één jaar na die datum worden vastgesteld.

Artikel 17

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 13 juni 2016.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 16 april 2014.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

M. SCHULZ

Voor de Raad

De voorzitter

D. KOURKOULAS


(1)  PB C 181 van 21.6.2012, blz. 173.

(2)  PB C 277 van 13.9.2012, blz. 110.

(3)  Standpunt van het Europees Parlement van 12 december 2012 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en standpunt van de Raad in eerste lezing van 24 maart 2014 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad). Standpunt van het Europees Parlement van 15 april 2014 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(4)  Richtlijn 2002/30/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 maart 2002 betreffende de vaststelling van regels en procedures met betrekking tot de invoering van geluidsgerelateerde exploitatiebeperkingen op luchthavens in de Gemeenschap (PB L 85 van 28.3.2002, blz. 40).

(5)  Richtlijn 2006/93/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende de regulering van de exploitatie van de vliegtuigen van boekdeel I, deel II, hoofdstuk 3, tweede uitgave (1988) van bijlage 16 bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (PB L 374 van 27.12.2006, blz. 1).

(6)  Richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PB L 189 van 18.7.2002, blz. 12).

(7)  Verordening (EU) nr. 691/2010 van de Commissie van 29 juli 2010 tot vaststelling van een prestatieregeling voor luchtvaartnavigatiediensten en netwerkfuncties en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2096/2005 tot vaststelling van de gemeenschappelijke eisen voor de verlening van luchtvaartnavigatiediensten (PB L 201 van 3.8.2010, blz. 1).

(8)  Verordening (EU) nr. 677/2011 van de Commissie van 7 juli 2011 tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van de netwerkfuncties voor luchtverkeersbeheer en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 691/2010 (PB L 185 van 15.7.2011, blz. 1).

(9)  Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, houdende intrekking van Richtlijn 91/670/EEG, Verordening (EG) nr. 1592/2002 en Richtlijn 2004/36/EG (PB L 79 van 19.3.2008, blz. 1).

(10)  Verordening (EEG) nr. 95/93 van de Raad van 18 januari 1993 betreffende gemeenschappelijke regels voor de toewijzing van „slots” op communautaire luchthavens (PB L 14 van 22.1.1993, blz. 1).


BIJLAGE I

BEOORDELING VAN DE GELUIDSSITUATIE OP EEN LUCHTHAVEN

Methodologie

1. De bevoegde instanties zorgen ervoor dat gebruik wordt gemaakt van geluidsbeoordelingsmethoden die zijn ontwikkeld overeenkomstig European Civil Aviation Conference Report Doc 29 met als titel „Standard Method of Computing Noise Contours around Civil Airports”, 3e uitgave.

Indicatoren

1.

Het effect van vliegtuiglawaai wordt minstens beschreven in termen van de geluidsindicatoren Lden en Lnight, die gedefinieerd zijn in bijlage I bij Richtlijn 2002/49/EG en overeenkomstig die bijlage worden berekend.

2.

Aanvullende objectieve geluidsindicatoren kunnen worden gebruikt.

Informatie over geluidsbeheer

1.   Huidige inventaris

1.1.

Een beschrijving van de luchthaven, inclusief informatie over de capaciteit, locatie, omgeving en omvangen samenstelling van het luchtverkeer.

1.2.

Een beschrijving van milieudoelstellingen voor de luchthaven en de nationale context. Dit omvat een beschrijving van de doelstellingen inzake de bestrijding van het vliegtuiglawaai voor de luchthaven.

1.3.

Details over de geluidscontouren voor de relevante voorgaande jaren - inclusief een evaluatie van het aantal mensen dat last heeft van vliegtuiglawaai, uitgevoerd overeenkomstig bijlage II bij Richtlijn 2002/49/EG.

1.4.

Een beschrijving van de bestaande en geplande maatregelen voor het beheer van vliegtuiglawaai die reeds zijn toegepast in het kader van de evenwichtige aanpak en hun effect op en bijdrage tot de geluidssituatie, met vermelding van:

1.4.1.

Met betrekking tot geluidsbeperking bij de bron:

a)

informatie over de huidige vliegtuigvloot en de verwachte technologische verbeteringen;

b)

specifieke plannen voor vlootvernieuwing.

1.4.2.

Met betrekking tot ruimtelijke ordening en beheer:

a)

bestaande planningsinstrumenten, zoals alomvattende ruimtelijke plannen of geluidszonering;

b)

bestaande beperkende maatregelen, zoals bouwvoorschriften, geluidsisolatieprogramma’s of maatregelen om het gebruik van gevoelige gebieden te beperken;

c)

de wijze van raadpleging over de maatregelen inzake ruimtegebruik;

d)

de wijze van toezicht op inbreuken.

1.4.3.

Met betrekking tot operationele maatregelen voor de bestrijding van geluidshinder, voor zover die maatregelen de capaciteit van de luchthaven niet beperken:

a)

het gebruik van preferentiële start- en landingsbanen;

b)

het gebruik van routes die de voorkeur genieten vanuit het oogpunt van geluid;

c)

de toepassing van start- en landingsprocedures die de geluidshinder bestrijden;

d)

een indicatie van de mate waarin deze maatregelen gereguleerd zijn in het kader van milieu-indicatoren, zoals vermeld in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 691/2010 van de Commissie.

1.4.4.

Met betrekking tot exploitatiebeperkingen:

a)

het gebruik van globale beperkingen, zoals beperkingen van het aantal bewegingen of geluidsquota;

b)

het gebruik van beperkingen aan specifieke luchtvaartuigen, zoals de uitdienstneming van marginaal conforme luchtvaartuigen;

c)

het gebruik van partiële beperkingen, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen maatregelen overdag en „s nachts.

1.4.5.

Bestaande financiële instrumenten, zoals geluidsgerelateerde luchthavenheffingen

2.   Prognose in het geval geen nieuwe maatregelen worden genomen

2.1.

Beschrijving van eventuele ontwikkelingen op de luchthaven die reeds zijn goedgekeurd en in de pijplijn zitten, bijvoorbeeld, uitbreiding van capaciteit, start- en landingsbanen en/of terminals, voorspellingen van het aantal vertrekkende en aankomende vliegbewegingen, de verwachte toekomstige verkeerssamenstelling en de geraamde groei daarvan en een gedetailleerd onderzoek naar de geluidsimpact op de omgeving die de genoemde, uitbreiding van capaciteit, start- en landingsbanen of de terminal, en wijzigingen van vliegpaden en de aankomst- en vertrekroutes met zich brengen.

2.2.

In geval van uitbreiding van de luchthavencapaciteit, de voordelen die verbonden zijn aan de terbeschikkingstelling van die extra capaciteit in het ruimere luchtvaartnetwerk en de regio.

2.3.

Een beschrijving van het effect op de geluidssituatie wanneer geen verdere maatregelen worden genomen, en van het effect van de reeds geplande maatregelen ter verbetering van de geluidssituatie over dezelfde periode.

2.4.

Prognose van de geluidscontouren, inclusief een evaluatie van het aantal mensen dat waarschijnlijk last zal hebben van vliegtuiglawaai, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen oude, nieuwe en voor de toekomst geplande woongebieden waarvoor door de bevoegde instanties reeds een vergunning is afgegeven.

2.5.

Evaluatie van de gevolgen en mogelijke kosten van het uitblijven van maatregelen om het effect van een eventueel verwachte geluidstoename te beperken.

3.   Beoordeling van aanvullende maatregelen

3.1.

Een overzicht van de beschikbare aanvullende maatregelen en een indicatie van de belangrijkste redenen waarom zij zijn gekozen. Een beschrijving van de voor verdere analyse geselecteerde maatregelen en informatie over het resultaat van de analyse van de kosteneffectiviteit, met name de kosten van de invoering van deze maatregelen; het aantal mensen dat er naar verwachting baat bij zal hebben en het tijdschema; en rangschikking van specifieke maatregelen naar hun algehele doeltreffendheid.

3.2.

Een overzicht van de mogelijke milieu- en mededingingseffecten van de voorgestelde maatregelen op andere luchthavens, luchtvaartmaatschappijen en andere belanghebbende partijen.

3.3.

De redenen voor de keuze van de optie waaraan de voorkeur is gegeven.

3.4.

Een niet-technische samenvatting.


BIJLAGE II

Beoordeling van de kosteneffectiviteit van geluidsgerelateerde exploitatiebeperkingen

Bij de beoordeling van de kosteneffectiviteit van beoogde geluidsgerelateerde exploitatiebeperkingen wordt voor zover mogelijk, rekening gehouden met de volgende elementen, in kwantificeerbare termen:

1.

de verwachte geluidsbaten van de beoogde maatregelen, nu en in de toekomst;

2.

de veiligheid van de luchtvaartactiviteiten, inclusief risico’s voor derde partijen;

3.

de capaciteit van de luchthaven;

4.

de effecten op het Europees luchtvaartnetwerk.

Bovendien kunnen de bevoegde autoriteiten rekening houden met de volgende factoren:

1.

de gezondheid en veiligheid van lokale bewoners die in de omgeving van de luchthaven wonen;

2.

de duurzaamheid vanuit milieuoogpunt, inclusief verbanden tussen geluid en emissies;

3.

directe, indirecte of katalysatoreffecten op werkgelegenheid en economie.


Verklaring van de Commissie over de herziening van Richtlijn 2002/49/EG

De Commissie en de lidstaten voeren besprekingen over Bijlage II bij Richtlijn 2002/49/EG (methoden voor geluidsmeting) met het oog op aanneming ervan in de komende maanden.

In het licht van de lopende werkzaamheden van de WGO op het gebied van methoden om de gezondheidseffecten van geluid te bepalen, heeft de Commissie het voornemen om Bijlage III bij Richtlijn 2002/49/EG (bepaling van gezondheidseffecten, dosiseffectgrafieken) te herzien.


12.6.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 173/79


VERORDENING (EU) Nr. 599/2014 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 16 april 2014

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad (2) moeten producten voor tweeërlei gebruik aan een doeltreffende controle worden onderworpen bij uitvoer uit of doorvoer door de Unie, of bij aflevering aan een derde land als gevolg van tussenhandeldiensten die worden verleend door een in de Unie ingezeten of gevestigde tussenhandelaar.

(2)

Om de lidstaten en de Unie in staat te stellen aan hun internationale verplichtingen te voldoen, is in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 de gemeenschappelijke lijst vastgesteld van producten voor tweeërlei gebruik die in de Unie aan controle zijn onderworpen. Besluiten over de producten die aan controle zijn onderworpen, worden genomen in het kader van de Australiëgroep, het Controleregime voor de uitvoer van rakettechnologie en -onderdelen, de Groep van nucleaire exportlanden, het Wassenaar Arrangement en het Verdrag inzake chemische wapens.

(3)

Verordening (EG) nr. 428/2009 bepaalt dat de in bijlage I bij die verordening vastgestelde lijst van producten voor tweeërlei gebruik wordt bijgewerkt overeenkomstig de desbetreffende verplichtingen en verbintenissen en alle wijzigingen daaraan waarmee de lidstaten hebben ingestemd als partij bij de internationale regelingen inzake non-proliferatie en uitvoercontrole of door de bekrachtiging van desbetreffende internationale verdragen.

(4)

De in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 vastgestelde lijst van producten voor tweeërlei gebruik moet regelmatig worden bijgewerkt zodat aan de verplichtingen inzake internationale veiligheid wordt voldaan, transparantie wordt gewaarborgd en het concurrentievermogen van de exporteurs behouden blijft. Vertraging bij de bijwerking van die lijst van producten voor tweeërlei gebruik kan ongunstige gevolgen hebben voor de veiligheid en de internationale inspanningen inzake non-proliferatie, en voor de economische activiteiten van exporteurs in de Unie. Tegelijkertijd vergen de technische aard van de wijzigingen en het feit dat die wijzigingen moeten stroken met besluiten die zijn genomen in het kader van de internationale regelingen voor uitvoercontrole dat een versnelde procedure wordt gevolgd om de noodzakelijke bijwerkingen in de Unie van kracht te doen worden.

(5)

Verordening (EG) nr. 428/2009 stelt algemene uitvoervergunningen van de Unie in als een van de vier soorten uitvoervergunningen waarin die verordening voorziet. Op grond van algemene uitvoervergunningen van de Unie kunnen in de Unie gevestigde exporteurs onder de in die vergunningen gestelde voorwaarden bepaalde met name genoemde producten uitvoeren naar bepaalde met name genoemde bestemmingen.

(6)

Bijlage II bij Verordening (EG) nr. 428/2009 bevat de thans in de Unie geldende algemene uitvoervergunningen van de Unie. Gelet op de aard van die algemene uitvoervergunningen van de Unie kan het nodig zijn bepaalde bestemmingen uit het toepassingsgebied van die vergunningen te halen, in het bijzonder wanneer uit gewijzigde omstandigheden blijkt dat steunregelingen voor uitvoer voor een bepaalde bestemming op grond van een algemene uitvoervergunning van de Unie niet langer mogen worden toegestaan. Een dergelijke uitsluiting van een bestemming van het toepassingsgebied van een algemene uitvoervergunning van de Unie mag een exporteur niet beletten op grond van de relevante bepalingen van Verordening (EG) nr. 428/2009 een ander soort uitvoervergunning te vragen.

(7)

Teneinde te garanderen dat de gemeenschappelijke lijst van producten voor tweeërlei gebruik regelmatig en tijdig wordt bijgewerkt overeenkomstig de verplichtingen en verbintenissen die de lidstaten in het kader van de internationale regelingen voor uitvoercontrole zijn aangegaan, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden gedelegeerd om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en binnen het toepassingsgebied van artikel 15 van die verordening handelingen vast te stellen ten aanzien van de wijziging van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau.

(8)

Teneinde een snel antwoord van de Unie op gewijzigde omstandigheden met betrekking tot de beoordeling van de gevoeligheid van uitvoer op grond van algemene uitvoervergunningen van de Unie mogelijk te maken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden gedelegeerd om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen ten aanzien van de wijziging van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 428/2009 met betrekking tot de uitsluiting van bestemmingen en/of producten van het toepassingsgebied van de algemene uitvoervergunningen van de Unie. Daar dergelijke wijzigingen enkel mogen worden aangebracht naar aanleiding van een beoordeling volgens welke de relevante uitvoer een verhoogd risico meebrengt en dat het verdere gebruik van algemene uitvoervergunningen voor die uitvoer onmiddellijk een ongunstige weerslag kan hebben op de veiligheid van de Unie en haar lidstaten, mag de Commissie een spoedprocedure gebruiken.

(9)

De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad.

(10)

Verordening (EG) nr. 428/2009 dient derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 428/2009 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Aan artikel 9, lid 1, worden de volgende alinea’s toegevoegd:

„Om ervoor te zorgen dat enkel transacties die weinig risico opleveren onder de in de bijlagen IIa tot IIf beschreven algemene uitvoervergunningen van de Unie vallen, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 23 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde bestemmingen van het toepassingsgebied van die algemene uitvoervergunningen van de Unie uit te sluiten als dergelijke bestemmingen onder een wapenembargo komen te vallen als bedoeld in artikel 4, lid 2.

Indien in het geval van dergelijke wapenembargo’s dwingende redenen van urgentie vereisen dat bepaalde bestemmingen worden uitgesloten van het toepassingsgebied van een algemene uitvoervergunning van de Unie, is de procedure van artikel 23 ter van toepassing op de gedelegeerde handelingen die worden vastgesteld op grond van dit lid.”.

2)

Aan artikel 15 wordt het volgende lid toegevoegd:

„3.   De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 23 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de bijwerking van de lijst van producten voor tweeërlei gebruik in bijlage I. Bijlage I wordt bijgewerkt binnen de perken van lid 1 van dit artikel. Indien het bijwerken van bijlage I betrekking heeft op producten voor tweeërlei gebruik die tevens zijn opgelijst in de bijlagen IIa tot en met IIg en IV, worden die bijlagen dienovereenkomstig gewijzigd.”.

3)

De volgende artikelen worden ingevoegd:

„Artikel 23 bis

1.   De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.   De in artikel 9, lid 1, en artikel 15, lid 3, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend voor een periode van vijf jaar met ingang van 2 juli 2014. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend voor termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad uiterlijk drie maanden voor het verstrijken van elke termijn bezwaar maakt tegen een verlenging.

3.   Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 9, lid 1, en artikel 15, lid 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.   Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

5.   Een overeenkomstig artikel 9, lid 1, en artikel 15, lid 3, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement of de Raad binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen geen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van de termijn van twee maanden de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of van de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 23 ter

1.   Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en aan de Raad wordt vermeld om welke redenen gebruik wordt gemaakt van de spoedprocedure.

2.   Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 23 bis, lid 5, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onverwijld in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 16 april 2014.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

M. SCHULZ

Voor de Raad

De voorzitter

D. KOURKOULAS


(1)  Standpunt van het Europees Parlement van 23 oktober 2012 (PB C 68 E van 7.3.2014, blz. 112) en standpunt van de Raad in eerste lezing van 3 maart 2014 (PB C 100 van 4.4.2014, blz. 6). Standpunt van het Europees Parlement van 3 april 2014 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(2)  Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad van 5 mei 2009 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik (PB L 134 van 29.5.2009, blz. 1).


Gemeenschappelijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de toetsing van het controlesysteem voor de uitvoer van producten voor tweeërlei gebruik

Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie onderkennen het belang van een voortdurende verbetering van de doeltreffendheid en de samenhang van de EU-regeling voor controle op de uitvoer van strategische producten, waarbij een hoog niveau van veiligheid en voldoende transparantie worden gewaarborgd zonder dat er wordt geraakt aan het concurrentievermogen en de legitieme handel in producten voor tweeërlei gebruik.

De drie instellingen vinden dat modernisering en verdere convergentie van het systeem noodzakelijk zijn om gelijke tred te kunnen houden met nieuwe dreigingen en snelle technologische veranderingen, verstoringen te beperken, een echte gemeenschappelijke markt voor producten voor tweeërlei gebruik (gelijk speelveld voor uitvoerders) tot stand te brengen en te blijven fungeren als uitvoercontrolemodel voor derde landen.

Daartoe is het van essentieel belang dat het proces voor bijwerking van de controlelijsten (bijlagen bij de verordening) wordt gestroomlijnd, de risicobeoordeling en de uitwisseling van informatie worden versterkt, verbeterde industrienormen worden ontwikkeld en ongelijkheden bij de uitvoering worden beperkt.

Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie onderkennen de kwesties met betrekking tot de uitvoer van bepaalde informatie- en communicatietechnologieën (ICT) die kunnen worden gebruikt in verband met mensenrechtenschendingen of om de veiligheid van de EU te ondermijnen, met name wat betreft technologieën die worden gebruikt voor grootschalige bewaking, monitoring, nasporen, traceren en censureren, of om zwakke plekken in software uit te buiten.

Er is hierover technisch overleg gestart, onder meer in het kader van het collegiale bezoek inzake producten voor tweeërlei gebruik van de EU, de Coördinatiegroep tweeërlei gebruik, en de regelingen voor uitvoercontrole, en er worden verdere maatregelen genomen om noodsituaties aan te pakken met sancties (overeenkomstig artikel 215 VWEU), of nationale maatregelen. Er zullen ook meer inspanningen worden gedaan om multilaterale overeenkomsten in de context van uitvoercontroleregelingen te stimuleren, en er zal worden nagegaan hoe deze kwestie kan worden aangepakt in de context van de lopende evaluatie van het beleid van de EU inzake uitvoercontrole op producten voor tweeërlei gebruik, en de opstelling van een mededeling van de Commissie. In dit verband hebben de drie instellingen nota genomen van de overeenkomst van 4 december 2013 van de deelnemende lidstaten aan het Wassenaar Arrangement om controles op complexe bewakingsinstrumenten die toegang zonder toestemming tot computersystemen mogelijk maken, en op IP-netwerkbewakingssystemen goed te keuren.

Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie hechten ook aan de verdere ontwikkeling van het bestaande vangnetmechanisme voor producten voor tweeërlei gebruik die niet onder bijlage I bij de verordening vallen, teneinde het uitvoercontrolesysteem en de toepassing daarvan op de Europese eengemaakte markt verder te versterken.


Verklaring van de Commissie over gedelegeerde handelingen

In het kader van deze verordening herinnert de Commissie aan haar toezegging in punt 15 van de kaderovereenkomst over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Commissie, namelijk dat zij in het kader van de opstelling van gedelegeerde handelingen het Parlement alle informatie en documentatie over haar bijeenkomsten met nationale deskundigen zal verstrekken.


Verklaring van de Commissie over bijwerking van de verordening

Teneinde een meer geïntegreerde, doeltreffende en coherente Europese aanpak van het vervoer (uitvoer, overbrenging, tussenhandel en doorvoer) van strategische producten te waarborgen, zal de Commissie met een nieuw voorstel komen om de verordening zo spoedig mogelijk bij te werken.


12.6.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 173/84


VERORDENING (EU) Nr. 600/2014 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 15 mei 2014

betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank (1),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (2),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De financiële crisis heeft zwakke punten in de transparantie van de financiële markten blootgelegd die kunnen bijdragen tot schadelijke sociaaleconomische effecten. Het versterken van de transparantie is een van de gemeenschappelijke beginselen voor het versterken van het financiële stelsel, zoals werd bevestigd door de verklaring van de G20-leiders in Londen op 2 april 2009. Om de transparantie te versterken en het functioneren van de interne markt voor financiële instrumenten te verbeteren, moet er een nieuw kader worden ingesteld dat uniforme vereisten voor de transparantie van transacties in markten voor financiële instrumenten voorschrijft. Het kader moet uitgebreide regels voor een groot aantal financiële instrumenten bevatten. Het moet een aanvulling vormen op de vereisten voor de transparantie van orders en transacties met betrekking tot aandelen die zijn vastgelegd in Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad (4).

(2)

De groep deskundigen op hoog niveau inzake financieel toezicht in de EU, onder voorzitterschap van Jacques de Larosière, heeft de Unie uitgenodigd een meer geharmoniseerde set financiële regelgevingen te ontwikkelen. In de context van de toekomstige Europese toezichtarchitectuur heeft de Europese Raad van 18 en 19 juni 2009 de noodzaak onderstreept van de instelling van één Europees reglement dat van toepassing is op alle financiële instellingen in de interne markt.

(3)

Daarom moet de nieuwe wetgeving uit twee verschillende rechtsinstrumenten bestaan, met name een richtlijn en deze verordening. Beide rechtsinstrumenten samen dienen het wettelijke kader te vormen voor de vereisten die gelden voor beleggingsondernemingen, gereglementeerde markten en aanbieders van datarapporteringsdiensten. Deze verordening moet derhalve in combinatie met de richtlijn worden gelezen. Aangezien het noodzakelijk is om met betrekking tot bepaalde vereisten één set regels vast te stellen die voor alle instellingen gelden, alsook om potentiële reguleringsarbitrage te voorkomen en marktdeelnemers meer rechtszekerheid en een minder complexe regelgeving te bieden, is het gerechtvaardigd een rechtsgrondslag te gebruiken waarmee in een verordening kan worden voorzien. Om de resterende handelsbelemmeringen en significante concurrentieverstoringen die uit de verschillen tussen nationale wetgevingen voortvloeien, weg te nemen en nieuwe handelsbelemmeringen en significante concurrentieverstoringen te voorkomen, is het derhalve noodzakelijk een verordening vast te stellen met uniforme regels die in alle lidstaten van toepassing zijn. Deze rechtstreeks toepasselijke wetgevingshandeling is erop gericht op bepalende wijze een bijdrage te leveren aan het soepel functioneren van de interne markt en moet derhalve worden gebaseerd op artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), geïnterpreteerd in overeenstemming met de consistente jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

(4)

Richtlijn 2004/39/EG heeft regels ingesteld om de handel in aandelen die tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, voor en na de handel transparant te maken, en voor het melden aan de bevoegde autoriteiten van transacties met betrekking tot financiële instrumenten die tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten. De richtlijn moet worden herschikt om de ontwikkelingen in de financiële markten voldoende te weerspiegelen en om de zwakke punten en lacunes aan te pakken die onder meer door de crisis op de financiële markt aan het licht zijn gekomen.

(5)

Bepalingen met betrekking tot de handel en reglementaire transparantie-vereisten moeten de vorm hebben van rechtstreeks toepasselijke wetgeving die geldt voor alle beleggingsondernemingen, die uniforme regels moeten volgen op alle markten van de Unie om een uniforme toepassing van één regelgevingskader mogelijk te maken, teneinde het vertrouwen in de transparantie van de markten in de hele Unie te versterken, de complexiteit van de regelgeving en de nalevingskosten voor beleggingsondernemingen terug te dringen, in het bijzonder voor financiële instellingen die grensoverschrijdend actief zijn, en bij te dragen aan het wegnemen van concurrentieverstoring. De vaststelling van een verordening zorgt voor rechtstreekse toepasbaarheid en is daarom het meest geschikt om die regelgevingsdoelstellingen te halen en te zorgen voor uniforme voorwaarden door te voorkomen dat de nationale voorschriften uiteenlopen als gevolg van de omzetting van een richtlijn.

(6)

Het is van belang dat ervoor wordt gezorgd dat de handel in financiële instrumenten zoveel mogelijk op georganiseerde handelsplatformen plaatsvindt en dat al die handelsplatformen naar behoren gereguleerd zijn. In het kader van Richtlijn 2004/39/EG hebben zich enkele handelssystemen ontwikkeld waarop het regelgevingsregime onvoldoende greep had. Alle handelssystemen in financiële instrumenten, zoals entiteiten die momenteel bekend staan als broker crossing-netwerken, moeten in de toekomst behoorlijk gereguleerd zijn en over een vergunning beschikken als een van de diverse soorten multilaterale handelsplatformen of als beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling onder de in deze verordening en in Richtlijn 2014/65/EU (5) vermelde voorwaarden.

(7)

De definities van gereglementeerde markt en multilaterale handelsfaciliteit (Multilateral Trading Facility — MTF) moeten worden verduidelijkt en moeten nauw bij elkaar blijven aansluiten om duidelijk te maken dat zij effectief dezelfde georganiseerde-handelsfuncties bestrijken. Bilaterale systemen waarin een beleggingsonderneming handelstransacties voor eigen rekening uitvoert en niet als bemiddelaar tussen koper en verkoper, zonder zelf risico te dragen, mogen er niet onder vallen. Gereglementeerde markten en MTF’s dient het niet toegestaan te zijn met eigen kapitaal cliëntenorders uit te voeren. De term „systeem” omvat alle markten die bestaan uit een geheel van regels en een handelsplatform, alsmede de markten die alleen op basis van een geheel van regels werken. Gereglementeerde markten en MTF’s zijn niet verplicht een „technisch” systeem voor het matchen van orders te exploiteren en mogen andere handelsprotocollen hanteren, inclusief systemen waarbij gebruikers kunnen verhandelen tegen koersen die zij bij verscheidene aanbieders opvragen. Een markt die alleen bestaat uit een geheel van regels betreffende aspecten die verband houden met lidmaatschap, toelating van instrumenten tot de handel, handel tussen leden, transactiemelding en - waar van toepassing — transparantieverplichtingen, is een gereglementeerde markt of een MTF in de zin van deze verordening, en volgens deze regels uitgevoerde transacties worden geacht te zijn verricht volgens de systemen van een gereglementeerde markt of een MTF. De term „koop- en verkoopintenties” moet in brede zin worden opgevat en omvat orders, koersen en blijken van belangstelling.

Een van de belangrijke vereisten is de verplichting dat de intenties in het systeem moeten worden samengebracht volgens niet-discretionaire regels die door de exploitant van het systeem zijn vastgesteld. Dit vereiste houdt in dat de intenties volgens de regels, de protocollen of de interne werkingsprocedures, met inbegrip van IT-procedures van het systeem moeten worden samengebracht. Onder „niet-discretionaire regels” worden regels verstaan die de gereglementeerde markt of de marktexploitant of beleggingsonderneming die een MTF exploiteert, geen enkele mogelijkheid mogen laten om de interactie tussen de intenties te beïnvloeden. In de definities is bepaald dat de intenties op zodanige wijze moeten worden samengebracht dat er een overeenkomst uit voortvloeit, hetgeen zich voordoet wanneer de uitvoering plaatsvindt volgens de regels, de protocollen of de interne exploitatieprocedures van het systeem.

(8)

Om de financiële markten in de Unie transparanter en efficiënter te maken en gelijke concurrentievoorwaarden tot stand te brengen tussen de verschillende platformen die multilaterale transactiediensten aanbieden, is het nodig een nieuwe categorie handelsplatformen te introduceren, namelijk de georganiseerde handelsfaciliteit (Organised Trading Facility — OTF) voor obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten, en ervoor te zorgen dat deze naar behoren gereglementeerd is en niet-discriminerende regels voor de toegang tot de faciliteit toepast. Die nieuwe categorie wordt breed gedefinieerd, zodat nu en in de toekomst alle typen georganiseerde uitvoering en regeling van handel die niet overeenkomen met de functionaliteiten of regelgevingsspecificaties van de bestaande platformen eronder vallen. Als gevolg daarvan moeten passende organisatievereisten en transparantieregels worden toegepast, die efficiënte koersvorming ondersteunen. De nieuwe categorie omvat systemen die in aanmerking komen voor de handel in voor clearing vatbare en voldoende liquide derivaten.

Zij mag geen faciliteiten omvatten waar niet daadwerkelijk transacties worden uitgevoerd of geregeld in het systeem, zoals mededelingenborden die worden gebruikt om koop- en verkoopintenties aan te kondigen, andere entiteiten die potentiële koop- en verkoopintenties samenvoegen of poolen, elektronische posttransactionele bevestigingsdiensten, of het comprimeren van portefeuilles, dat in bestaande derivatenportefeuilles niet-marktrisico’s vermindert zonder het marktrisico van de portefeuilles te veranderen. Portefeuillecompressie kan worden verricht door een scala aan ondernemingen die niet als zodanig gereglementeerd zijn op grond van deze verordening of Richtlijn 2014/65/EU, zoals centrale tegenpartijen (CTP’s) en transactieregisters, alsmede door beleggingsondernemingen en marktexploitanten. Het dient te worden verduidelijkt dat wanneer beleggingsondernemingen en marktexploitanten portefeuillecompressie verrichten, bepaalde voorschriften in deze verordening of Richtlijn 2014/65/EU niet van toepassing zijn op portefeuillecompressie. Aangezien centrale effectenbewaarinstellingen (Central Securities Depositories — CSD’s) aan dezelfde vereisten als beleggingsondernemingen zullen moeten voldoen wanneer zij bepaalde beleggingsdiensten verlenen of bepaalde beleggingsactiviteiten verrichten, dienen de bepalingen in deze verordening of in Richtlijn 2014/65/EU niet van toepassing te zijn op ondernemingen die buiten die regelgeving vallen wanneer zij portefeuillecompressie verrichten.

(9)

Die nieuwe categorie, de OTF, vormt een aanvulling op de bestaande soorten handelsplatformen. Terwijl op gereglementeerde markten en in MTF’s niet-discretionaire regels gelden voor de uitvoering van transacties, dient de exploitant van een OTF orders op discretionaire basis uit te voeren, rekening houdend met, voor zover van toepassing, de eisen inzake transparantie vóór de handel en de verplichtingen inzake optimale uitvoering. Als gevolg daarvan moeten er gedragsregels en verplichtingen met betrekking tot de optimale uitvoering en de afhandeling van cliëntenorders gelden voor de transacties die worden gesloten via een OTF die wordt geëxploiteerd door een beleggingsonderneming of een marktexploitant. Een marktexploitant die een vergunning tot exploitatie van een OTF heeft, dient hoofdstuk 1 van Richtlijn 2014/65/EU betreffende voorwaarden en procedures voor de vergunningverlening aan beleggingsondernemingen na te leven. De beleggingsonderneming of de marktexploitant die een OTF exploiteert, dient op twee verschillende niveaus over discretionaire ruimte te kunnen beschikken: ten eerste bij het nemen van de beslissing tot het plaatsen van een order bij de OTF of tot het intrekken ervan en ten tweede bij het nemen van de beslissing een bepaalde order op een bepaald ogenblik niet te matchen met de in het systeem beschikbare orders, mits zulks in overeenstemming is met de specifieke instructies van de cliënten en met de verplichtingen inzake optimale uitvoering.

Voor het systeem dat cliëntenorders matcht, dient de exploitant te kunnen beslissen of, wanneer en hoeveel van twee of meer orders in het systeem zullen worden gematcht. Overeenkomstig artikel 20, leden 1, 2, 4 en 5, van Richtlijn 2014/65/EU en onverminderd artikel 20, lid 3, van Richtlijn 2014/65/EU dient de onderneming onderhandelingen tussen cliënten te kunnen faciliteren teneinde twee of meer potentieel met elkaar verenigbare handelsintenties in een transactie bij elkaar te brengen. Op beide discretionaire niveaus dient de exploitant van de OTF zijn verplichtingen op grond van de artikelen 18 en 27 van Richtlijn 2014/65/EU na te leven. De marktexploitant of de beleggingsonderneming die een OTF exploiteert dient de gebruikers van het platform duidelijk te maken hoe hij de keuze zal maken. Omdat een OTF een echt handelsplatform is, moet de platformexploitant neutraal zijn. De beleggingsonderneming of marktexploitant die de OTF exploiteert dient derhalve onderworpen te zijn aan voorschriften inzake niet-discriminerende uitvoering en noch de beleggingsonderneming of marktexploitant die de OTF exploiteert, noch enige entiteit die deel uitmaakt van dezelfde groep of rechtspersoon als de beleggingsonderneming of marktexploitant mag worden toegestaan met eigen kapitaal cliëntenorders uit te voeren in een OTF.

Om de uitvoering te faciliteren van een of meer cliëntenorders in obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten waarop de clearingverplichting overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad (6) niet van toepassing is verklaard, zal het een OTF-exploitant worden toegestaan gebruik te maken van compenserende aan- en verkopen in de zin van Richtlijn 2014/65/EU, mits de cliënt hiermee heeft ingestemd. Ten aanzien van overheidsschuldinstrumenten waarvoor geen liquide markt bestaat, dient een beleggingsonderneming of marktexploitant die een OTF exploiteert, voor eigen rekening te kunnen handelen voor zover het geen compenserende aan- en verkopen betreft. Indien gebruik wordt gemaakt van compenserende aan- en verkopen, moet aan alle vereisten inzake transparantie voor en na de handel en aan de verplichtingen inzake optimale uitvoering worden voldaan. De OTF-exploitant of een entiteit die deel uitmaakt van dezelfde groep of rechtspersoon als de beleggingsonderneming of marktexploitant mag niet als beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling optreden in de door hem/haar geëxploiteerde OTF. Voorts moet de exploitant van een OTF met betrekking tot het goede beheer van mogelijke belangenconflicten aan dezelfde verplichtingen voldoen als een MTF.

(10)

Alle georganiseerde handel dient te worden uitgevoerd op gereglementeerde platforms en volledig transparant te zijn, zowel voor de handel als daarna. Daarom moeten er adequaat afgestemde transparantievereisten gelden voor alle typen handelsplatformen en voor alle financiële instrumenten die daar worden verhandeld.

(11)

Teneinde ervoor te zorgen dat meer transacties via gereglementeerde handelsplatformen en beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling verlopen, dient in deze verordening een handelsverplichting voor aandelen die tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten of die op een handelsplatform worden verhandeld, te worden ingevoerd voor beleggingsondernemingen. Die handelsverplichting houdt in dat beleggingsondernemingen alle handelstransacties, met inbegrip van transacties voor eigen rekening en transacties ter uitvoering van cliëntenorders, op een gereglementeerde markt of via een MTF, beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling of een gelijkwaardig handelsplatform uit een derde land moeten verrichten. Er dient evenwel te worden voorzien in een uitzonderingsregeling op die handelsverplichting als er een legitieme reden bestaat. Van een legitieme reden is sprake bij transacties op niet-systematische, ad-hoc-, onregelmatige en niet-frequente basis, of bij technische transacties, zoals „give-up”-transacties, die niet bijdragen aan de koersvorming. Een dergelijke uitzondering op deze handelsverplichting mag niet worden gebruikt om de ingevoerde beperkingen op het gebruik van de ontheffing van een referentieprijs en de ontheffing van een bilateraal overeengekomen prijs te omzeilen, of om een broker crossing-netwerk of een ander crossing-systeem te exploiteren.

De keuze voor het verrichten van transacties via een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling laat de regeling voor beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling van deze verordening onverlet. Het is de bedoeling dat, indien de beleggingsonderneming zelf voldoet aan de in deze verordening opgenomen relevante criteria om als beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling voor dat specifieke aandeel te worden beschouwd, de transactie op die manier kan worden afgehandeld; als de beleggingsonderneming niet als beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling voor dat specifieke aandeel wordt beschouwd, dient ze de transactie echter toch nog te kunnen verrichten via een andere beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling, indien dat strookt met haar verplichtingen inzake optimale uitvoering en over die keuzemogelijkheid beschikt. Daarnaast dient, om een behoorlijke reglementering van de multilaterale handel in aandelen, representatieve certificaten (depositary receipts), beursverhandelde fondsen (Exchange Traded Funds -ETF „s), certificaten en andere vergelijkbare financiële instrumenten te verzekeren, een beleggingsonderneming die een intern matchingsysteem op multilaterale basis exploiteert, over een vergunning als een MTF te beschikken. Er dient te worden verduidelijkt dat de in Richtlijn 2014/65/EU vermelde bepalingen inzake optimale uitvoering zodanig moeten worden toegepast dat de in deze verordening vermelde handelsverplichtingen niet in het gedrang komen.

(12)

De handel in representatieve certificaten, ETF’s, certificaten, soortgelijke financiële instrumenten en aandelen die niet tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, vindt grotendeels op dezelfde manier plaats en vervult een bijna identiek economisch doel als de handel in aandelen die tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten. De transparantiebepalingen die gelden voor aandelen die tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten moeten derhalve worden uitgebreid met deze financiële instrumenten.

(13)

Hoewel in beginsel wordt erkend dat er een regeling nodig is voor ontheffingen van transparantie voor de handel ter ondersteuning van het efficiënt functioneren van markten, moeten de daadwerkelijke ontheffingsbepalingen voor aandelen die gelden op basis van Richtlijn 2004/39/EG en Verordening (EG) nr. 1287/2006 van de Commissie (7) worden getoetst om na te gaan of zij nog passend zijn wat betreft hun toepassingsgebied en voorwaarden. Om een uniforme toepassing van de ontheffingen van transparantie voor de handel met betrekking tot aandelen en uiteindelijk ook andere soortgelijke financiële instrumenten en andere dan eigenvermogensinstrumenten voor specifieke marktmodellen en typen en grootten van orders te garanderen, moet de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten — European Securities and Markets Authority — ESMA), opgericht bij Verordening (EU) nr. 1095/2010 het Europees Parlement en de Raad (8) (), de verenigbaarheid van individuele verzoeken tot toepassing van een ontheffing voor in deze verordening vastgelegde regels en in deze verordening voorziene gedelegeerde handelingen beoordelen. De beoordeling van de ESMA moet de vorm aannemen van een advies overeenkomstig artikel 29 van Verordening (EU) nr. 1095/2010. Daarnaast moeten de al bestaande uitzonderingen voor aandelen door de ESMA worden beoordeeld binnen een passend tijdskader en moet, volgens dezelfde procedure, worden beoordeeld of zij nog in overeenstemming zijn met de in deze verordening vastgestelde regels en de krachtens deze verordening vastgestelde gedelegeerde handelingen.

(14)

De financiële crisis heeft specifieke zwakke punten aan het licht gebracht in de manier waarop informatie over handelskansen en -prijzen met betrekking tot andere financiële instrumenten dan aandelen beschikbaar is voor marktdeelnemers, namelijk als het gaat om timing, granulariteit, gelijke toegang en betrouwbaarheid. Er moeten dus geschikte vereisten voor transparantie voor en na de handel worden geïntroduceerd waarbij rekening is gehouden met de verschillende kenmerken en marktstructuren van specifieke typen financiële instrumenten anders dan aandelen, en deze moeten worden afgestemd op verschillende soorten handelssystemen, waaronder op orderboek gebaseerde, koersgedreven, hybride, op een periodieke veiling gebaseerde of voicetradingsystemen. Om een solide transparantiekader te scheppen voor alle relevante financiële instrumenten, moeten deze van toepassing zijn op obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten die worden verhandeld op een handelsplatform. Vrijstellingen van de transparantie vóór de handel en aanpassing van de voorschriften inzake uitgestelde publicatie mogen daarom alleen in bepaalde duidelijk omschreven gevallen tot de mogelijkheden behoren.

(15)

Het is noodzakelijk dat er een voldoende mate van handelstransparantie wordt geïntroduceerd in de markten voor obligaties, gestructureerde financiële producten en derivaten om te helpen bij de waardering van producten en bij de efficiëntie van de prijsvorming. Gestructureerde financiële producten moeten met name door activa gedekte waardepapieren omvatten, zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 5 van Verordening (EG) nr. 809/2004 van de Commissie (9), waaronder onder meer schuldobligaties met onderpand vallen.

(16)

Teneinde uniform toepasbare voorwaarden tussen handelsplatformen te garanderen, moeten voor de verschillende soorten platformen dezelfde eisen met betrekking tot transparantie vóór en na de handel gelden. De transparantievereisten moeten worden afgestemd op de verschillende typen financiële instrumenten, waaronder eigenvermogensinstrumenten, obligaties en derivaten, rekening houdend met de belangen van de beleggers en de emittenten, met inbegrip van de emittenten van overheidsobligaties, en de marktliquiditeit. De eisen moeten worden afgestemd op de verschillende soorten handel, waaronder op orderboek gebaseerde en koersgedreven systemen, zoals „request-for-quote”-systemen (prijsaanvraag) en hybride en „voice broking”-systemen, en rekening houden met de transactieomvang, met inbegrip van de omzet, en andere relevante criteria.

(17)

Om eventuele negatieve gevolgen voor het prijsvormingsproces te voorkomen, is het noodzakelijk een passend mechanisme voor volumebeperking in te voeren voor orders die worden geplaatst in systemen die berusten op een handelsmethode waarbij de prijs wordt bepaald overeenkomstig een referentieprijs, en voor bepaalde bilateraal overeengekomen transacties. Dit mechanisme dient een dubbel maximum te hebben, waarbij een volumemaximum wordt toegepast op elk handelsplatform dat van die ontheffingen gebruik maakt, zodat slechts een zeker percentage van de handel op elk handelsplatform kan plaatsvinden; daarnaast is er een algemeen volumemaximum dat bij overschrijding ervan leidt tot de schorsing van het gebruik van die ontheffingen in de hele Unie. Wat de overeengekomen transacties betreft, dient het alleen te worden toegepast op de transacties die worden verricht tegen een koers die valt binnen de actuele volumegewogen spread zoals die blijkt uit het orderboek of tegen de koersen van de marktmakers van het handelsplatform dat dat systeem exploiteert. Uitgesloten dienen bilateraal overeengekomen transacties in niet-liquide aandelen, representatieve certificaten, ETF’s, certificaten of andere vergelijkbare financiële instrumenten te zijn, en transacties waaraan andere voorwaarden dan de actuele marktprijs verbonden zijn aangezien ze niet bijdragen aan het prijsvormingsproces.

(18)

Teneinde te voorkomen dat de handel buiten de beurs efficiënte koersvorming of transparante gelijke concurrentievoorwaarden tussen de wijzen van verhandeling in gevaar brengt, moeten er passende eisen voor transparantie vóór de handel gelden voor beleggingsondernemingen die voor eigen rekening financiële instrumenten buiten de beurs verhandelen voor zover zij dit doen in hun hoedanigheid van beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling met betrekking tot aandelen, certificaten van aandelen, ETF’s, certificaten of andere vergelijkbare financiële instrumenten waarvoor een liquide markt bestaat, en obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten die op een handelsplatform worden verhandeld en waarvoor een liquide markt bestaat.

(19)

Een beleggingsonderneming die cliëntenorders uitvoert met eigen kapitaal, moet worden beschouwd als een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling, tenzij de transacties incidenteel, ad hoc en op onregelmatige basis buiten een handelsplatform worden uitgevoerd. Aldus moeten beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling gedefinieerd worden als beleggingsondernemingen die op georganiseerde basis, frequent, systematisch en in aanzienlijke mate voor eigen rekening handelen door cliëntenorders uit te voeren buiten een handelsplatform. De voorschriften voor beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling in deze verordening moeten ten aanzien van een beleggingsonderneming alleen worden toegepast met betrekking tot elk apart financieel instrument, bijvoorbeeld op het niveau van de ISIN-code, waarin de beleggingsonderneming een beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling is. Om de objectieve en effectieve toepassing van de definitie van beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling op beleggingsondernemingen te garanderen, dient vooraf een drempel voor systematische interne afhandeling te worden bepaald, met een nauwkeurige omschrijving van hetgeen onder „frequent, systematisch en in aanzienlijke mate” wordt verstaan.

(20)

Een OTF is elk systeem of elke faciliteit waarin meerdere koop- en verkoopintenties van derde partijen op elkaar inwerken in het systeem, maar het mag een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling niet worden toegestaan de koop- en verkoopintenties van derde partijen bijeen te brengen. Zo dient bijvoorbeeld een handelsplatform waarop de handelstransacties altijd met één enkele beleggingsonderneming worden verricht, ook wel single-dealer platform genoemd, als een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling te worden beschouwd indien het aan de voorschriften van deze verordening voldoet. Een platform waarop meerdere handelaren voor hetzelfde financiële instrument op elkaar inwerken, ook wel multi-dealer platform genoemd, dient evenwel niet als een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling te worden beschouwd.

(21)

Beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling dienen op basis van hun commerciële beleid en op objectieve, niet-discriminerende wijze te kunnen bepalen aan welke cliënten zij toegang verlenen tot hun koersen, waarbij zij onderscheid mogen maken tussen categorieën van cliënten, en het dient hen ook te zijn toegestaan om rekening te houden met verschillen tussen cliënten, bijvoorbeeld wat het kredietrisico betreft. Beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling dienen niet verplicht te worden hun vaste koersen openbaar te maken, cliëntenorders uit te voeren en toegang te verlenen tot hun koersen voor transacties in eigenvermogensinstrumenten met een grotere omvang dan de standaardmarktomvang en transacties in andere dan eigenvermogensinstrumenten met een grotere omvang dan de voor het financiële instrument specifieke omvang. Of beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling hun verplichtingen nakomen, dient door de bevoegde autoriteiten te worden gecontroleerd en aan deze autoriteiten dient de nodige informatie te worden verstrekt om die taak te kunnen uitvoeren.

(22)

Deze verordening is niet bedoeld om de toepassing van regels voor transparantie vóór de handel te eisen met betrekking tot transacties die buiten de beurs zijn uitgevoerd, behalve wanneer dit gebeurt via een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling.

(23)

Marktgegevens moeten gemakkelijk en direct beschikbaar zijn voor gebruikers in een zoveel mogelijk uitgesplitste vorm om de beleggers, en de gegevensdienstverleners die voor hen werken, in staat te stellen gegevensoplossingen zo goed mogelijk op hun eigen situatie af te stemmen. Daarom moeten transparantiegegevens voor en na de handel op „ongebundelde” wijze beschikbaar worden gesteld aan het publiek, om de kosten voor marktdeelnemers die gegevens kopen te beperken.

(24)

Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (10) en Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad (11) dienen volledig van toepassing te zijn op de uitwisseling, overdracht en verwerking van persoonsgegevens voor de toepassing van deze verordening, in het bijzonder titel IV, door de lidstaten en de ESMA.

(25)

Gezien het feit dat de partijen bij de G20-top in Pittsburgh op 25 september 2009 zijn overeengekomen dat de handel in gestandaardiseerde, buiten de beurs verhandelde derivatencontracten moet worden verplaatst naar beurzen of elektronische handelsplatformen, naar gelang van het geval, moet er een formele regelgevingsprocedure worden vastgesteld om ervoor te zorgen dat de handel tussen financiële tegenpartijen en grote niet-financiële tegenpartijen in alle derivaten die in aanmerking komen voor clearing en voldoende liquide zijn, plaatsvindt via een gamma van handelsplatformen die aan vergelijkbare regelgeving onderworpen zijn en die deelnemers in staat stellen met meerdere tegenpartijen te handelen. Bij het beoordelen of de liquiditeit voldoende is, moet rekening worden gehouden met de marktkenmerken op nationaal niveau, waaronder elementen als aantal en soort van de marktdeelnemers in een bepaalde markt, en met de transactiekenmerken, zoals de omvang en frequentie van de transacties in die markt.

Een liquide markt in een productklasse of derivaat wordt gekenmerkt door een groot aantal actieve marktdeelnemers, met een passende mix van liquiditeitsverschaffers en liquiditeitsafnemers — in verhouding tot het aantal verhandelde producten — die regelmatig transacties in deze producten verrichten die van kleinere omvang zijn dan transacties van aanzienlijke omvang. Indicaties van een dergelijke marktactiviteit zijn een groot aantal wachtende koop- en verkooporders in het betrokken derivaat, met een geringe spread voor een transactie van normale marktomvang als gevolg. Bij het beoordelen of de liquiditeit voldoende is, moet worden onderkend dat de liquiditeit van een derivaat fors kan schommelen naar gelang van de marktomstandigheden en de levenscyclus van het derivaat.

(26)

Gezien het feit dat enerzijds de partijen bij de G20-top in Pittsburgh op 25 september 2009 zijn overeengekomen dat de handel in gestandaardiseerde buiten de beurs verhandelde derivatencontracten moet worden verplaatst naar beurzen of elektronische handelsplatformen, naar gelang van het geval, en anderzijds diverse otc-derivaten een naar verhouding lagere liquiditeit hebben, is het passend te voorzien in een geschikt gamma in aanmerking komende platformen waarop krachtens dat akkoord kan worden gehandeld. Voor alle in aanmerking komende platformen moeten zorgvuldig uitgelijnde regelgevingsvereisten gelden met betrekking tot organisatie- en exploitatieaspecten, regelingen om belangenconflicten te beperken, toezicht op alle handelsactiviteit, transparantie voor en na de handel die is afgestemd op elk financieel instrument en soort handelssysteem, en de mogelijkheid van wisselwerking tussen de verschillende handelsintenties van derde partijen. Er moet evenwel in worden voorzien dat exploitanten van platformen krachtens dit akkoord transacties tussen meerdere derden op discretionaire wijze kunnen regelen teneinde de voorwaarden voor uitvoering en liquiditeit te verbeteren.

(27)

De verplichting om transacties uit te voeren in derivaten die tot een klasse van derivaten behoren welke onderworpen is verklaard aan de handelsverplichting op een gereglementeerde markt, een MTF, een OTF of een handelsplatform in een derde land, mag niet gelden voor de onderdelen van niet-prijsvormende posttransactionele risicoverlagende diensten die in derivatenportefeuilles, inclusief bestaande otc-derivatenportefeuilles overeenkomstig Verordening (EU) nr. 648/2012, niet-marktrisico’s verminderen zonder het marktrisico van de portefeuilles te veranderen. Voorts is het weliswaar dienstig een specifieke regeling voor portefeuillecompressie vast te stellen, maar heeft deze verordening niet als doel het gebruik van andere risicoverlagende diensten na de handel te verhinderen.

(28)

De handelsverplichting die voor die derivaten wordt ingesteld, moet efficiënte concurrentie tussen in aanmerking komende platformen mogelijk maken. Daarom dienen die handelsplatformen met betrekking tot elke aan deze handelsverplichting onderworpen derivaten geen exclusieve rechten te kunnen claimen waardoor andere handelsplatformen geen handel in deze financiële instrumenten zouden kunnen aanbieden. Voor effectieve concurrentie tussen handelsplatformen voor derivaten is het essentieel dat de handelsplatformen niet-discriminerende en transparante toegang hebben tot CTP’s. Niet-discriminerende toegang tot een CTP moet inhouden dat een handelsplatform het recht heeft op niet-discriminerende wijze te worden behandeld met betrekking tot de wijze waarop de contracten die via dat platform worden verhandeld, worden behandeld op het stuk van onderpandvereisten en de verrekening van economisch gelijkwaardige contracten en cross-margining met gecorreleerde contracten die door dezelfde CTP worden gecleard, en niet-discriminerende clearingvergoedingen.

(29)

De bevoegdheden van de bevoegde autoriteiten moeten worden aangevuld met een expliciet mechanisme voor het verbieden of beperken van het op de markt brengen, verspreiden en verkopen van enig financieel instrument of gestructureerd deposito dat aanleiding geeft tot ernstige bezorgdheid met betrekking tot beleggersbescherming, het ordelijk functioneren en de integriteit van de financiële markten of de grondstoffenmarkten, of de stabiliteit van het financiële stelsel of een deel daarvan, in combinatie met passende coördinatie- en noodbevoegdheden voor de ESMA of, met betrekking tot gestructureerde deposito’s, de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit — EBA), opgericht bij Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad (12). De uitoefening van dergelijke bevoegdheden door de bevoegde autoriteiten en, in uitzonderlijke gevallen, door de ESMA of de EBA moet gebonden zijn aan de naleving van een aantal specifieke voorwaarden. Als aan deze voorwaarden is voldaan, moet de bevoegde autoriteit of, in uitzonderlijke gevallen, de ESMA of de EBA, de mogelijkheid hebben om uit voorzorg een verbod of beperking op te leggen voordat een financieel instrument of gestructureerd deposito op de markt is gebracht, is verspreid of aan cliënten is verkocht.

Die bevoegdheden houden niet in dat een productgoedkeuring moet worden ingevoerd of toegepast of dat een vergunning moet worden verleend door de bevoegde autoriteit, de ESMA of de EBA, en ontslaan beleggingsondernemingen niet van hun verantwoordelijkheid om te voldoen aan alle relevante, in deze verordening en in Richtlijn 2014/65/EU vermelde voorschriften. De ordelijke werking en de integriteit van grondstoffenmarkten dienen door de bevoegde autoriteiten als criterium te worden gehanteerd bij hun interventies, zodat actie kan worden ondernomen om de mogelijke negatieve externe gevolgen die activiteiten op de financiële markten kunnen hebben voor de grondstoffenmarkten, tegen te gaan. Dat geldt met name voor de markten voor landbouwgrondstoffen, welke als doel hebben ervoor te zorgen dat de voedselvoorziening voor de bevolking verzekerd is. In die gevallen moet ook worden gezorgd voor de coördinatie van de maatregelen met de voor de betrokken grondstoffenmarkten bevoegde autoriteiten.

(30)

De bevoegde autoriteiten moeten de ESMA in kennis stellen van de bijzonderheden van al hun verzoeken tot het verlagen van een positie met betrekking tot een derivatencontract, van eventuele eenmalige limieten en van eventuele voorafgaande positielimieten om de coördinatie en convergentie bij het gebruik van die bevoegdheden te verbeteren. De essentiële bijzonderheden van eventuele voorafgaande positielimieten die door een bevoegde autoriteit worden toegepast, moeten worden gepubliceerd op de website van de ESMA.

(31)

De ESMA moet iedereen om informatie kunnen verzoeken met betrekking tot zijn of haar positie ten aanzien van een derivatencontract en moet kunnen verzoeken tot verlaging van die positie en tot beperking van de mate waarin personen individuele transacties kunnen uitvoeren met betrekking tot van grondstoffen afgeleide instrumenten. De ESMA moet dan de relevante bevoegde autoriteiten informeren over de maatregelen die zij voorstelt en die maatregelen publiceren.

(32)

De bijzonderheden van transacties in financiële instrumenten moeten worden gemeld aan de bevoegde autoriteiten om deze in staat te stellen potentiële gevallen van marktmisbruik op te sporen en te onderzoeken en toezicht te houden op het eerlijk en ordelijk functioneren van de markten en op de activiteiten van beleggingsondernemingen. Onder dat toezicht vallen alle financiële instrumenten die op een handelsplatform worden verhandeld en de financiële instrumenten waarvan het onderliggende financieel instrument op een handelsplatform wordt verhandeld of waarvan het onderliggende instrument een index of een mand is die is samengesteld uit financiële instrumenten die op een handelsplatform worden verhandeld. De verplichting moet gelden ongeacht of de transacties in een van die financiële instrumenten al dan niet op een handelsplatform zijn verricht. Teneinde onnodige administratieve lasten voor beleggingsondernemingen te voorkomen, moeten financiële instrumenten die niet vatbaar zijn voor marktmisbruik worden vrijgesteld van de kennisgevingsplicht. In de meldingen moet overeenkomstig de toezeggingen van de G20 een identificator voor juridische entiteiten worden gebruikt. De ESMA dient aan de Commissie verslag uit te brengen over de werking van dit systeem van melding aan de bevoegde autoriteiten en de Commissie dient stappen te nemen om indien nodig wijzigingen voor te stellen.

(33)

De exploitant van een handelsplatform dient zijn bevoegde autoriteit de relevante referentiegegevens inzake financiële instrumenten te verstrekken. Die kennisgevingen moeten door de bevoegde autoriteiten onverwijld worden doorgezonden aan de ESMA, die ze onmiddellijk op haar website openbaar dient te maken, zodat de ESMA en de bevoegde autoriteiten de transactiemeldingen kunnen gebruiken, analyseren en uitwisselen.

(34)

Om dienst te kunnen doen als hulpmiddel voor markttoezicht, moeten transactieverslagen de identiteit vermelden van degene die het beleggingsbesluit heeft genomen en van degenen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering ervan. Naast de transparantieregeling waarin Verordening (EU) nr. 236/2012 van het Europees Parlement en de Raad (13) voorziet, verschaft de markering van shorttransacties nuttige aanvullende informatie aan de hand waarvan de bevoegde autoriteiten het niveau van short selling kunnen monitoren. De bevoegde autoriteiten moeten in alle fasen van de uitvoering van de order volledige toegang hebben tot de registers, van het eerste besluit om te handelen tot en met de uitvoering. Daarom dienen beleggingsondernemingen al hun orders en al hun transacties met betrekking tot financiële instrumenten te registreren en dienen exploitanten van platformen alle orders die in hun systemen worden ingevoerd te registreren. De ESMA moet de uitwisseling van informatie tussen de bevoegde autoriteiten coördineren om er zeker van te zijn dat zij toegang hebben tot alle geregistreerde transacties en orders, ook als die zijn ingevoerd op platforms die buiten hun rechtsgebied actief zijn, met betrekking tot de financiële instrumenten waarop zij toezicht houden.

(35)

Dubbele registratie van dezelfde informatie moet worden vermeden. Meldingen die worden ingediend bij transactieregisters die zijn geregistreerd of erkend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 648/2012 voor de betreffende financiële instrumenten en die alle vereiste informatie voor het melden van transacties bevatten, zouden niet gedaan hoeven te worden aan de bevoegde autoriteiten, maar zouden aan hen moeten worden doorgegeven door de transactieregisters. Verordening (EU) nr. 648/2012 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(36)

Het uitwisselen of doorgeven van informatie door de bevoegde autoriteiten dient in overeenstemming te zijn met de voorschriften betreffende de doorgifte van persoonsgegevens die zijn neergelegd in Richtlijn 95/46/EG. Het uitwisselen of doorgeven van informatie door de ESMA dient in overeenstemming te zijn met de voorschriften betreffende de doorgifte van persoonsgegevens die zijn neergelegd in Verordening (EG) nr. 45/2001, die volledig van toepassing moeten zijn op de verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze verordening.

(37)

In Verordening (EU) nr. 648/2012 zijn de criteria vastgelegd aan de hand waarvan wordt bepaald welke klassen van otc-derivaten clearingplichtig zijn. Deze verordening voorkomt concurrentieverstoringen door niet-discriminerende toegang te eisen tot CTP’s die clearing van otc-derivaten aanbieden aan handelsplatformen en niet-discriminerende toegang tot de handelsstromen van handelsplatformen naar CTP’s die clearing van otc-derivaten aanbieden. Aangezien otc-derivaten zijn gedefinieerd als derivatencontracten waarvan de uitvoering niet op een gereglementeerde markt plaatsvindt, is het nodig in het kader van deze verordening soortgelijke vereisten te introduceren voor gereglementeerde markten. Ook voor derivaten die worden verhandeld op gereglementeerde markten, dient centrale clearing te gelden.

(38)

Naast de eisen in Richtlijn 2004/39/EG en in Richtlijn 2014/65/EU die beletten dat de lidstaten de toegang tot posttransactionele infrastructuur, zoals CTP’s en afwikkelingsregelingen, onnodig beperken, is het noodzakelijk dat deze verordening diverse andere handelsbelemmeringen wegneemt die kunnen worden gebruikt om concurrentie in de clearing van financiële instrumenten te verhinderen. Om discriminerende praktijken te voorkomen, moeten CTP’s akkoord gaan met het clearen van transacties die zijn uitgevoerd in verschillende handelsplatformen, voor zover die platformen voldoen aan de operationele en technische vereisten, ook op het gebied van risicobeheer, die de CTP heeft vastgesteld. Een CTP dient toegang te verlenen indien aan bepaalde in technische reguleringsnormen gespecificeerde toegangscriteria is voldaan. Ten aanzien van pas opgerichte CTP’s die bij de inwerkingtreding van deze verordening minder dan drie jaar over een vergunning of een erkenning beschikken, zouden de bevoegde autoriteiten, wat effecten en geldmarktinstrumenten betreft, de mogelijkheid moeten hebben een overgangsperiode van ten hoogste tweeënhalf jaar goed te keuren vooraleer zij worden blootgesteld aan volledige, niet-discriminerende toegang met betrekking tot effecten en geldmarktinstrumenten. Indien een CTP er evenwel voor kiest gebruik te maken van de overgangsregeling, kan zij tijdens de duur daarvan de rechten van toegang tot een handelsplatform op grond van deze verordening niet genieten. Bovendien kan geen enkel handelsplatform dat nauwe banden heeft met die CTP de rechten van toegang tot een CTP op grond van deze verordening genieten tijdens de duur van de overgangsregeling.

(39)

In Verordening (EU) nr. 648/2012 worden de voorwaarden vastgesteld volgens dewelke voor otc-derivaten niet-discriminerende toegang moet worden verleend tussen CTP’s en handelsplatformen. Verordening (EU) nr. 648/2012 definieert otc-derivaten als derivaten waarvan de uitvoering niet plaatsvindt op een gereglementeerde markt of op een markt van een derde land die overeenkomstig artikel 19, lid 6, van Richtlijn 2004/39/EG geacht wordt gelijkwaardig te zijn aan een gereglementeerde markt. Teneinde lacunes of overlappingen te voorkomen en de consistentie tussen Verordening (EU) nr. 648/2012 en deze verordening te waarborgen, zijn de in deze verordening opgenomen eisen inzake niet-discriminerende toegang tussen CTP’s en handelsplatformen van toepassing op derivaten die worden verhandeld op gereglementeerde markten of op een markt van een derde land die overeenkomstig Richtlijn 2014/65/EU als gelijkwaardig met een gereglementeerde markt wordt beschouwd en op alle niet-afgeleide financiële instrumenten.

(40)

Van handelsplatformen dient te worden vereist dat zij CTP’s die via een handelsplatform uitgevoerde transacties willen clearen, op transparante en niet-discriminerende basis toegang geven, inclusief tot gegevensstromen. Dit mag er evenwel niet toe leiden dat voor het clearen van transacties in derivaten interoperabiliteitsregelingen moeten worden gebruikt of dat liquiditeitsfragmentatie ontstaat waardoor de soepele en ordelijke werking van de markten in gevaar zou worden gebracht. Een handelsplatform dient toegang alleen te weigeren indien niet aan bepaalde in technische reguleringsnormen gespecificeerde toegangscriteria is voldaan. Met betrekking tot op de beurs verhandelde derivaten zou het buiten verhouding zijn om van kleinere handelsplatformen, met name platformen die nauwe banden hebben met CTP’s, te eisen dat zij onmiddellijk aan de eisen inzake niet-discriminerende toegang voldoen indien zij nog niet de technologische capaciteit hebben verworven om onder gelijke voorwaarden mee te doen met de meerderheid van de posttransactionele infrastructuurmarkt. Daarom moeten handelsplatforms beneden de desbetreffende drempel de mogelijkheid hebben zichzelf, en bijgevolg ook hun verbonden CTP’s, voor een periode van 30 maanden, met mogelijke verlengingen, vrij te stellen van de eisen inzake niet-discriminerende toegang voor op de beurs verhandelde derivaten. Indien een handelsplatform er evenwel voor kiest zichzelf vrij te stellen, kan het de rechten van toegang tot een CTP op grond van deze verordening niet genieten tijdens de duur van de vrijstelling.

Bovendien dient geen enkele CTP die nauwe banden heeft met dat handelsplatform de rechten van toegang tot een handelsplatform op grond van deze verordening te kunnen genieten tijdens de duur van de vrijstelling. Op grond van Verordening (EU) nr. 648/2012 moeten er, indien commerciële- en intellectuele-eigendomsrechten betrekking hebben op financiële diensten in verband met derivatencontracten, onder evenredige, eerlijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden licenties beschikbaar zijn. Daarom moet de toegang tot licenties voor en informatie over benchmarks die worden gebruikt om de waarde van financiële instrumenten te bepalen, onder evenredige, eerlijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden aan CTP’s en andere handelsplatformen worden verstrekt, en moet elke licentie tegen redelijke commerciële voorwaarden worden verleend. Onverminderd de toepassing van de mededingingsregels dient, indien na de inwerkingtreding van deze verordening een nieuwe benchmark wordt ontwikkeld, de verplichting tot licentieverlening dertig maanden nadat een financieel instrument dat naar die benchmark verwijst, is begonnen met of is toegelaten tot de handel, in werking te treden. Toegang tot licenties is van vitaal belang voor het vergemakkelijken van toegang tussen handelsplatformen en CTP’s op grond van de artikelen 35 en 36, omdat de toegang tussen handelsplatformen en CTP’s waartoe zij om toegang hebben verzocht, anders nog steeds door licentieregelingen gedwarsboomd zou kunnen worden.

Het is de bedoeling dat het wegnemen van belemmeringen en discriminerende praktijken de concurrentie voor clearing en verhandeling van financiële instrumenten versterkt, teneinde de investerings- en leenkosten te verlagen, inefficiënties weg te nemen en innovatie in de markten van de Unie te stimuleren. De Commissie moet de ontwikkeling van de posttransactionele infrastructuur nauwlettend in de gaten blijven houden en moet waar nodig ingrijpen om verstoringen van de concurrentie op de interne markt te voorkomen, met name wanneer het weigeren van de toegang tot infrastructuur of benchmarks in strijd is met artikel 101 of 102 VWEU. De verplichting tot licentieverlening op grond van deze verordening dient de algemene verplichting van de eigenaren van benchmarks die voortvloeit uit het mededingingsrecht van de Unie, en met name de artikelen 101 en 102 VWEU, met betrekking tot de toegang tot benchmarks die onontbeerlijk zijn voor het betreden van een nieuwe markt, onverlet te laten. Wanneer een bevoegde autoriteit ermee instemt om gedurende een overgangsperiode geen toegangsrechten toe te passen, is dat geen vergunning of een wijziging van een vergunning.

(41)

De levering van diensten door ondernemingen uit derde landen in de Unie is gebonden aan nationale regelingen en vereisten. Die regelingen zijn sterk gedifferentieerd en de ondernemingen die in het kader ervan een vergunning hebben, genieten niet de vrijheid om diensten te leveren en het recht van vestiging in andere lidstaten dan de lidstaat waar zij zijn gevestigd. Het is passend om een gemeenschappelijk regelgevingskader op het niveau van de Unie te introduceren. Een dergelijk kader moet de bestaande versnipperde regeling harmoniseren, zekerheid verschaffen aan en een eenvormige behandeling garanderen van ondernemingen van derde landen die toegang tot de Unie wensen, ervoor zorgen dat de Commissie de daadwerkelijke gelijkwaardigheid van het prudentiële en bedrijfsvoeringskader van derde landen heeft getoetst, en een vergelijkbaar niveau van bescherming bieden aan cliënten in de Unie die diensten van ondernemingen van derde landen ontvangen.

Bij de toepassing van de regeling moeten de Commissie en de lidstaten prioriteit geven aan de gebieden die onder de toezeggingen van de G20 en overeenkomsten met de belangrijkste handelspartners van de Unie vallen, rekening houden met de centrale rol die de Unie speelt op de mondiale financiële markten, en ervoor zorgen dat de toepassing van de vereisten ten aanzien van derde landen beleggers en emittenten uit de Unie niet belet te beleggen in of financiering te verkrijgen van derde landen, en beleggers en emittenten uit derde landen niet belet te beleggen, kapitaal bijeen te brengen of andere financiële diensten te verkrijgen op markten in de Unie, tenzij dit noodzakelijk is om objectieve en op bewijsmateriaal gebaseerde prudentiële redenen. Bij de uitvoering van de beoordelingen dient de Commissie zich te houden aan de „Objectives and Principles of Securities Regulation” van de Internationale organisatie van effectentoezichthouders (International Organisation of Securities Commission — IOSCO) en haar aanbevelingen, zoals door de IOSCO gewijzigd en geïnterpreteerd.

Indien er geen besluit over de daadwerkelijke gelijkwaardigheid kan worden genomen, blijft de verlening van diensten door ondernemingen uit derde landen in de Unie onderworpen aan nationale regelingen. De Commissie dient uit eigen beweging de gelijkwaardigheidsbeoordeling te initiëren. De lidstaten dienen te kunnen aangeven erin geïnteresseerd te zijn dat een bepaald derde land of bepaalde derde landen worden onderworpen aan de gelijkwaardigheidsbeoordeling van de Commissie, zonder dat dit de Commissie ertoe verplicht het gelijkwaardigheidsproces te initiëren. De gelijkwaardigheidsbeoordeling dient resultaatgericht te zijn; beoordeeld dient te worden in hoeverre het wettelijke en toezichtkader van het betrokken derde land soortgelijke en adequate regelgevingseffecten oplevert en in hoeverre het aan dezelfde doelstellingen beantwoordt als het recht van de Unie. Wanneer de Commissie deze gelijkwaardigheidsbeoordelingenstart, dient zij prioriteit te kunnen geven aan het rechtsgebied van bepaalde derde landen, rekening houdend met het materieel belang van gelijkwaardigheid voor ondernemingen en cliënten in de Unie, het bestaan van overeenkomsten tussen het derde land en de lidstaten op het gebied van toezicht en samenwerking, het bestaan van een effectief, gelijkwaardig systeem voor de erkenning van beleggingsondernemingen die krachtens buitenlandse regelingen over een vergunning beschikken, alsmede de belangstelling en bereidheid van het derde land om aan de gelijkwaardigheidsbeoordeling mee te werken. De Commissie dient na te gaan of zich significante veranderingen in het regelgevingskader van het derde land voordoen, en zo nodig het besluit inzake de gelijkwaardigheid te herzien.

(42)

Krachtens deze verordening, dient de levering van diensten zonder bijkantoren te worden beperkt tot in aanmerking komende tegenpartijen en professionele cliënten. Die levering dient gebonden te zijn aan registratie door de ESMA en toezicht in het derde land. Er dienen deugdelijke samenwerkingsregelingen te bestaan tussen de ESMA en de bevoegde autoriteiten van het derde land.

(43)

De bepalingen in deze verordening die regels bevatten voor de verrichting van diensten of activiteiten door ondernemingen uit derde landen, mogen geen afbreuk doen aan de mogelijkheid voor in de Unie gevestigde personen om op eigen initiatief beleggingsdiensten te ontvangen van een onderneming uit een derde land, de mogelijkheid voor beleggingsondernemingen of kredietinstellingen uit de Unie om op eigen initiatief beleggingsdiensten of -activiteiten te ontvangen van een onderneming uit een derde land, of de mogelijkheid voor een cliënt om op eigen initiatief beleggingsdiensten te ontvangen van een onderneming uit een derde land door bemiddeling van een dergelijke kredietinstelling of beleggingsonderneming. Indien een onderneming in een derde land diensten verricht op het eigen exclusief initiatief van een in de Unie gevestigde persoon, worden deze diensten niet geacht te zijn geleverd op het grondgebied van de Unie. Indien een onderneming van een derde land diensten aan cliënten of potentiële cliënten in de Unie aanbiedt, dan wel beleggingsdiensten of -activiteiten samen met nevendiensten in de Unie promoot of daarvoor reclame maakt, dan dienen deze diensten niet te worden aangemerkt als diensten die uitsluitend op eigen initiatief van de cliënt worden verricht.

(44)

Wat de erkenning van ondernemingen van derde landen betreft, zouden, overeenkomstig de internationale verplichtingen van de Unie in het kader van de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie, met inbegrip van de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten, besluiten waarbij het wettelijke- en toezichtskader van derde landen als gelijkwaardig aan het wettelijke en toezichtskader van de Unie wordt verklaard, uitsluitend mogen worden genomen indien het wettelijke en toezichtskader van het derde land voorziet in een effectief, gelijkwaardig systeem voor de erkenning van beleggingsondernemingen waaraan krachtens buitenlandse rechtsstelsels een vergunning is verleend, o.a. conform de in september 2009 door de G-20 vastgestelde algemene regelgevingsdoelen en -normen, te weten verbetering van de transparantie op de derivatenmarkten, afzwakking van het systeemrisico en bescherming tegen marktmisbruik. Een dergelijk systeem moet worden geacht gelijkwaardig te zijn als het garandeert dat het materiële resultaat van het toepasselijke regelgevingskader soortgelijk is aan de vereisten van de Unie, en moet worden geacht effectief te zijn als die regels op consistente wijze worden toegepast.

(45)

In spotmarkten voor emissierechten (EUA) hebben uiteenlopende frauduleuze praktijken plaatsgevonden die het vertrouwen in de emissiehandelssystemen, die in het leven zijn geroepen door Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (14), kunnen ondermijnen en er worden maatregelen genomen om het systeem van EUA-registers en de voorwaarden voor het openen van een account voor het verhandelen van EUA’s te versterken. Om de integriteit te versterken en het efficiënt functioneren van deze markten te waarborgen, onder meer door uitgebreid toezicht op de handelsactiviteit, is het passend om de maatregelen die zijn genomen op grond van Richtlijn 2003/87/EG aan te vullen door emissierechten volledig binnen het toepassingsgebied van deze verordening en van Richtlijn 2014/65/EU, en eveneens van Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad (15) en van Richtlijn 2014/57/EU van het Europees Parlement en de Raad (16) te brengen door deze als financiële instrumenten te classificeren.

(46)

De Commissie dient bevoegd te zijn om overeenkomstig artikel 290 VWEU gedelegeerde handelingen vast te stellen. Meer in het bijzonder moeten er gedelegeerde handelingen worden vastgesteld met betrekking tot de uitbreiding van het toepassingsgebied van een aantal bepalingen van deze verordening tot centrale banken van derde landen, specifieke details op het gebied van definities, specifieke kostengerelateerde bepalingen met betrekking tot de beschikbaarheid van marktgegevens, toegang tot koersen, de omvang waarop een onderneming transacties kan afsluiten met een andere klant aan wie een koers is beschikbaar gesteld, de compressie van portefeuilles, en het verder bepalen wanneer er sprake is van een significante bezorgdheid inzake beleggersbescherming of een bedreiging voor de beleggersbescherming, het ordelijk functioneren en de integriteit van financiële markten of grondstoffenmarkten of, de stabiliteit van het hele financiële stelsel van de Unie of een deel daarvan aanleiding kunnen vormen voor maatregelen van de ESMA, de EBA, of van bevoegde autoriteiten, positiebeheerbevoegdheden van de ESMA, de uitbreiding van de in artikel 35, lid 5, van deze verordening bedoelde overgangsregeling voor een bepaalde periode en met betrekking tot de uitsluiting van op de beursverhandelde derivaten van het toepassingsgebied van deze verordening voor een bepaalde periode. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad.

(47)

Om ervoor te zorgen dat deze verordening volgens eenvormige voorwaarden wordt uitgevoerd, dienen er uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie te worden verleend met betrekking tot het nemen van het besluit over de gelijkwaardigheid van wettelijke en toezichtskaders van de derde landen voor de levering van diensten door in derde landen gevestigde ondernemingen of handelsplatformen in derde landen, welk besluit tot doel heeft te bepalen of de handelsplatformen in aanmerking komen voor de handel in derivaten waarvoor een handelsverplichting geldt, en voor de toegang van CTP’s uit derde landen en handelsplatformen in derde landen tot handelsplatformen en CTP’s opgericht in de Unie. Deze bevoegdheden dienen te worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (17).

(48)

Daar de doelstellingen van deze verordening, namelijk het vaststellen van uniforme vereisten voor financiële instrumenten met betrekking tot het openbaar maken van handelsgegevens, het melden van transacties aan de bevoegde autoriteiten, de handel in derivaten en aandelen op georganiseerde markten, niet-discriminerende toegang tot CTP’s, handelsplatformen en benchmarks, productinterventiebevoegdheden en bevoegdheden op het gebied van positiebeheer en positiebeperkingen, en de verrichting van beleggingsdiensten of -activiteiten door ondernemingen uit derde landen, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, omdat de nationale bevoegde autoriteiten weliswaar in een betere positie zijn om toezicht te houden op de marktontwikkelingen, maar het algehele effect van de problemen met betrekking tot handelstransparantie, het melden van transacties, de handel in derivaten en het verbieden van producten en praktijken alleen volledig kan worden begrepen in de context van de hele Unie, en derhalve, vanwege de omvang en gevolgen ervan, beter op het niveau van de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel, gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(49)

Bij de uitoefening van hun taken mogen de bevoegde autoriteiten noch de ESMA maatregelen nemen waarmee een lidstaat of een groep van lidstaten als platform voor het verlenen van beleggingsdiensten en het verrichten van beleggingsactiviteiten in welke valuta dan ook rechtstreeks of onrechtstreeks wordt gediscrimineerd. Bij de uitoefening van zijn taak, mag de EBA, geen maatregelen nemen waarmee een lidstaat of een groep van lidstaten rechtstreeks of onrechtstreeks wordt gediscrimineerd.

(50)

Technische normen voor financiële diensten moeten zorgen voor voldoende bescherming van deposanten, beleggers en consumenten in de hele Unie. Het is efficiënt en passend om de ESMA, als orgaan met hooggespecialiseerde expertise, te belasten met de uitwerking van ontwerpen van technische reguleringsnormen die geen beleidskeuzen inhouden, met het oog op de voorlegging ervan aan de Commissie.

(51)

De Commissie dient de ontwerpen van technische reguleringsnormen die de ESMA opstelt, met betrekking tot de precieze kenmerken van handelstransparantievereisten, met betrekking tot het monetaire, vreemde valuta en financieel stabiliteitsbeleid en de soorten van de onder deze verordening relevante bepaalde transacties, met betrekking tot de gedetailleerde voorwaarden voor ontheffingen van pretransactionele transparantie, met betrekking tot regelingen voor uitgestelde posttransactionele openbaarmaking, met betrekking tot de verplichting om pretransactionele en posttransactionele gegevens apart beschikbaar te stellen, met betrekking tot de criteria voor de toepassing van pretransactionele transparantieverplichtingen voor beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling, met betrekking tot de posttransactionele openbaarmaking door beleggingsondernemingen, met betrekking tot de inhoud en frequentie van verzoeken om gegevens voor de verstrekking van informatie ten behoeve van de transparantie en andere berekeningen, met betrekking tot transacties die niet bijdragen aan de koersvorming, met betrekking tot de bij te houden ordergegevens, met betrekking tot de inhoud en specificaties van de transactieverslagen, met betrekking tot de inhoud en de specificaties van de referentiegegevens voor financiële instrumenten, met betrekking tot de typen contracten die een rechtstreeks, substantieel en te voorzien effect hebben binnen de Unie en de gevallen waarin de handelsverplichting nodig is, met betrekking tot de aan systemen en procedures te stellen eisen om te garanderen dat transacties in geclearde derivaten voor clearing worden voorgelegd en aanvaard, ter specificatie van de soorten indirecte clearingdienstregelingen, met betrekking tot het bepalen van derivaten die onder een verplichting tot handel via georganiseerde handelsplatformen vallen, met betrekking tot niet-discriminerende toegang tot een CTP en een handelsplatform, met betrekking tot niet-discriminerende toegang tot en verplichting tot licentieverlening voor benchmarks, met betrekking tot de informatie die de aanvragende onderneming uit een derde land aan de ESMA moet verstrekken in haar registratieaanvraag, vast te stellen. De Commissie moet deze ontwerpen van technische reguleringsnormen vaststellen door middel van gedelegeerde handelingen op grond van artikel 290 VWEU en in overeenstemming met de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.

(52)

Artikel 95 van Richtlijn 2014/65/EU voorziet in een overgangsvrijstelling voor bepaalde energiederivatencontracten. Daarom moet dit in aanmerking worden genomen in de technische normen met een nadere uitwerking van de clearingverplichting die de ESMA overeenkomstig artikel 5, lid 2, onder b), van Verordening (EU) nr. 648/2012 opstelt, en mag daarin geen clearingverplichting worden opgelegd aan derivatencontracten die vervolgens onder de overgangsvrijstelling voor energiederivatencontracten van type C6 zouden vallen.

(53)

De toepassing van de voorschriften in deze verordening dient te worden uitgesteld om de toepasselijkheid op één lijn te brengen met de toepassing van de omgezette regels van de herschikte richtlijn en om alle essentiële uitvoeringsmaatregelen vast te stellen. Het volledige regelgevingspakket moet dan op hetzelfde tijdstip van toepassing worden. Alleen de toepassing van de bevoegdheidsverleningen voor uitvoeringsmaatregelen dient niet te worden uitgesteld, zodat met de noodzakelijke stappen voor het opstellen en vaststellen van die uitvoeringsmaatregelen zo snel mogelijk een begin kan worden gemaakt.

(54)

Deze verordening respecteert de grondrechten en neemt de beginselen die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn erkend, in acht, in het bijzonder het recht op de bescherming van persoonsgegevens (artikel 8), de vrijheid van ondernemerschap (artikel 16), het recht op consumentenbescherming (artikel 38), het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht (artikel 47) en het recht om niet tweemaal voor hetzelfde delict te worden berecht of gestraft (artikel 50), en moet worden toegepast in overeenstemming met deze rechten en beginselen.

(55)

De Europese toezichthouder voor gegevensbescherming werd geraadpleegd overeenkomstig artikel 28, lid 2, van Verordening (EG) nr. 45/2001 en heeft op 10 februari 2012 (18) een advies uitgebracht,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

TITEL I

ONDERWERP, TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

1.   In deze verordening zijn uniforme vereisten vastgelegd met betrekking tot de volgende zaken:

a)

het openbaar maken van handelsgegevens aan het publiek;

b)

het melden van transacties aan de bevoegde autoriteiten;

c)

de handel in derivaten via georganiseerde handelsplatformen;

d)

non-discriminerende toegang tot clearing en niet-discriminerende toegang tot de handel in benchmarks;

e)

productinterventiebevoegdheden van bevoegde autoriteiten, en de ESMA en de EBA en bevoegdheden van de ESMA op het gebied van positiebeheercontrole en positielimieten;

f)

het verstrekken van beleggingsdiensten of -activiteiten door ondernemingen uit derde landen met of zonder een bijkantoor na een toepasselijk gelijkwaardigheidsbesluit van de Commissie.

2.   Deze verordening is van toepassing op beleggingsondernemingen waaraan op grond van Richtlijn 2014/65/EU een vergunning is verleend en kredietinstellingen waaraan op grond van Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad (19) een vergunning is verleend als deze beleggingsdiensten verlenen en/of beleggingsactiviteiten verrichten, en marktexploitanten, met inbegrip van door hen geëxploiteerde handelsplatformen.

3.   Titel V van deze verordening is ook van toepassing op alle financiële tegenpartijen zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 8, van Verordening (EU) nr. 648/2012 en op alle niet-financiële tegenpartijen die onder artikel 10, lid 1, onder b), van die verordening vallen.

4.   Titel VI van deze verordening is ook van toepassing op CTP’s en personen met eigendomsrechten op benchmarks.

5.   Titel VIII van deze verordening is van toepassing op ondernemingen uit derde landen met of zonder een bijkantoor die beleggingsdiensten of -activiteiten in de Unie leveren na een toepasselijk gelijkwaardigheidsbesluit van de Commissie.

6.   De artikelen 8, 10, 18 en 21 zijn niet van toepassing op gereglementeerde markten, marktexploitanten en beleggingsondernemingen met betrekking tot een transactie waarbij de tegenpartij lid is van het Europees Stelsel van centrale banken (European System of Central Banks — ESCB) is en wanneer die transactie wordt aangegaan in het kader van de uitvoering van het monetaire, valuta- en financiële stabiliteitsbeleid waartoe dat lid van het ESCB wettelijk bevoegd is en wanneer het betrokken lid die tegenpartij er vooraf van in kennis heeft gesteld dat de transactie is vrijgesteld.

7.   Lid 6 is niet van toepassing op transacties die door een lid van het ESCB zijn aangegaan in het kader van het verrichten van zijn beleggingsactiviteiten.

8.   De ESMA stelt in nauwe samenwerking met het ESCB ontwerpen van technische reguleringsnormen op waarin nader wordt aangegeven op welke operaties in het kader van het monetaire vreemde valuta en financieel stabiliteitsbeleid en op welke soorten transacties de leden 6 en 8 van toepassing zijn.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de in de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 bedoelde procedure.

9.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 50 gedelegeerde handelingen vast te stellen om het toepassingsgebied van lid 6 uit te breiden tot andere centrale banken.

Daartoe legt de Commissie uiterlijk op 1 juni 2015 een verslag voor aan het Europees Parlement en de Raad waarin zij de behandeling beoordeelt van transacties door centrale banken van derde landen, die voor de toepassing van dit lid de Bank voor Internationale Betalingen omvat. Dit verslag bevat een analyse van hun statutaire taken en hun handelsvolumes in de Unie. In dit verslag:

a)

worden de bepalingen vermeld die in de relevante derde landen gelden met betrekking tot de verplichte openbaarmaking van transacties van centrale banken, met inbegrip van transacties door leden van het ESCB in die derde landen, en

b)

wordt het potentiële effect beoordeeld dat regelgeving inzake verplichte openbaarmaking in de Unie kan hebben op transacties met centrale banken van derde landen.

Als de conclusie in het verslag luidt dat de in lid 6 bedoelde vrijstelling noodzakelijk is inzake transacties waarbij de tegenpartij de centrale bank van een derde land is die operaties uitvoert in het kader van het monetaire beleid, het valutabeleid en ten behoeve van de financiële stabiliteit, bepaalt de Commissie dat die vrijstelling van toepassing is op de centrale bank van dat derde land.

Artikel 2

Definities

1.   Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1.   „beleggingsonderneming”: een beleggingsonderneming in de zin van artikel 4, lid 1, punt 1, van Richtlijn 2014/65/EU;

2.   „beleggingsdiensten en -activiteiten”: beleggingsdiensten en -activiteiten in de zin van artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU;

3.   „nevendiensten”: nevendiensten in de zin van artikel 4, lid 1, punt 3, van Richtlijn 2014/65/EU;

4.   „uitvoering van orders voor rekening van cliënten”: uitvoering van orders voor rekening van cliënten in de zin van artikel 4, lid 1, punt 5, van Richtlijn 2014/65/EU;

5.   „handelen voor eigen rekening”: handelen voor eigen rekening in de zin van artikel 4, lid 1, punt 6, van Richtlijn 2014/65/EU;

6.   „marktmaker”: marktmaker in de zin van artikel 4, lid 1, punt 7, van Richtlijn 2014/65/EU;

7.   „cliënt”: cliënt in de zin van artikel 4, lid 1, punt 9, van Richtlijn 2014/65/EU;

8.   „professionele cliënt”: professionele cliënt in de zin van artikel 4, lid 1, punt 10, van Richtlijn 2014/65/EU;

9.   „financieel instrument”: financieel instrument in de zin van artikel 4, lid 1, punt 15, van Richtlijn 2014/65/EU;

10.   „marktexploitant”: marktexploitant in de zin van artikel 4, lid 1, punt 18, van Richtlijn 2014/65/EU;

11)   „multilateraal systeem”: een multilateraal systeem in de zin van artikel 4, lid 1, punt 19, van Richtlijn 2014/65/EU;

12.   „beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling”: beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling in de zin van artikel 4, lid 1, punt 20, van Richtlijn 2014/65/EU;

13.   „gereglementeerde markt”: gereglementeerde markt in de zin van artikel 4, lid 1, punt 21, van Richtlijn 2014/65/EU;

14.   „multilaterale handelsfaciliteit” of „MTF” (multilateral trading facility): multilaterale handelsfaciliteit in de zin van artikel 4, lid 1, punt 22, van Richtlijn 2014/65/EU;

15.   „georganiseerde handelsfaciliteit” of „OTF” (organised trading facility): een georganiseerde handelsfaciliteit in de zin van artikel 4, lid 1, punt 23, van Richtlijn 2014/65/EU;

16.   „handelsplatform”: een handelsplatform in de zin van artikel 4, lid 1, punt 24, van Richtlijn 2014/65/EU;

17.   „liquide markt”:

a)

voor de toepassing van de artikelen 9, 11 en 18, een markt voor een financieel instrument of een klasse van financiële instrumenten waarop bereidwillige kopers en verkopers doorlopend aanwezig zijn, en waar de markt wordt beoordeeld overeenkomstig de hierna volgende criteria, rekening houdend met de specifieke marktstructuren van het betrokken financieel instrument of de betrokken klasse van financiële instrumenten:

i)

de gemiddelde frequentie en omvang van de transacties in verschillende marktomstandigheden, gelet op de aard en levenscyclus van producten binnen de klasse van financiële instrumenten;

ii)

het aantal en het soort marktdeelnemers, met inbegrip van de verhouding van marktdeelnemers tot verhandelde financiële instrumenten in een bepaald product;

iii)

de gemiddelde omvang van de spreads, indien beschikbaar;

b)

voor de toepassing van de artikelen 4, 5 en 14, een markt waarop een financieel instrument dagelijks wordt verhandeld en de markt wordt beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

i)

het vrij verhandelbaar gedeelte (de free float);

ii)

het gemiddelde dagelijkse aantal transacties in deze financiële instrumenten;

iii)

de gemiddelde dagelijkse omzet in deze financiële instrumenten;

18.   „bevoegde autoriteit”: een bevoegde autoriteit in de zin van artikel 4, lid 1, punt 26, van Richtlijn 2014/65/EU;

19.   „kredietinstelling”: een kredietinstelling in de zin van artikel 4, lid 1, punt 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad (20);

20.   „bijkantoor”: bijkantoor in de zin van artikel 4, lid 1, punt 30, van Richtlijn 2014/65/EU;

21.   „nauwe banden”: nauwe banden in de zin van artikel 4, lid 1, punt 35, van Richtlijn 2014/65/EU;

22.   „leidinggevend orgaan”: een leidinggevend orgaan in de zin van artikel 4, lid 1, punt 36, van Richtlijn 2014/65/EU;

23.   „gestructureerd deposito”: een gestructureerd deposito in de zin van artikel 4, lid 1, punt 43, van Richtlijn 2014/65/EU;

24.   „effecten”: effecten in de zin van artikel 4, lid 1, punt 44 van Richtlijn 2014/65/EU;

25.   „representatieve certificaten (depositary receipts)”: representatieve certificaten in de zin van artikel 4, lid 1, punt 45 van Richtlijn 2014/65/EU;

26.   „beursverhandeld fonds” of „ETF” (exchange-traded fund): een beursverhandeld fonds in de zin van artikel 4, lid 1, punt 46 van Richtlijn 2014/65/EU;

27.   „certificaten”: op de kapitaalmarkt verhandelbare waardepapieren die in het geval van een terugbetaling van inbreng door de uitgevende instelling voor aandelen komen, maar na ongedekte obligaties en soortgelijke instrumenten;

28.   „gestructureerde financiële producten”: waardepapieren die bedoeld zijn om kredietrisico te securitiseren en over te dragen dat is verbonden aan een pool van financiële activa op basis waarvan de houder recht heeft op regelmatige betalingen die afhankelijk zijn van de geldstromen van de onderliggende activa;

29.   „derivaten”: financiële instrumenten in de zin van artikel 4, lid 1, punt 44, onder c) van Richtlijn 2014/65/EU, en die worden genoemd in deel C, punten 4 tot en met 10, van bijlage I bij Richtlijn 2014/65/EU;

30.   „grondstoffenderivaten”: financiële instrumenten in de zin van artikel 4, lid 1, punt 44, onder c) van Richtlijn 2014/65/EU, met betrekking tot een grondstof of een onderliggende waarde, als bedoeld in deel C, punt 10, van bijlage I bij Richtlijn 2014/65/EU of in deel C, punten 5, 6, 7 en 10, van bijlage I daarbij

31.   „CTP”: een CTP in de zin van artikel 2, punt 1, van Verordening (EU) nr. 648/2012;

32.   „op de beurs verhandeld derivaat”: een derivaat dat wordt verhandeld op een gereglementeerde markt of op de markt van een derde land die overeenkomstig artikel 28 van deze verordening als gelijkwaardig met een gereglementeerde markt wordt beschouwd, en dat als zodanig niet onder de definitie van otc-derivaat van artikel 2, lid 7, van Verordening (EU) nr. 648/2012 valt;

33.   „blijk van belangstelling die aanleiding geeft tot actie” (actionable indication of interest): een bericht van het ene lid of de ene deelnemer aan het andere lid of de andere deelnemer binnen een handelssysteem met betrekking tot belangstelling voor handel, waarin alle noodzakelijke informatie is opgenomen om een transactie overeen te komen;

34.   „goedgekeurde publicatieregeling” of „APA” (approved publication arrangement): een goedgekeurde publicatieregeling in de zin van artikel 4, lid 1, punt 52 van Richtlijn 2014/65/EU;

35.   „verstrekker van consolidated tape” (consolidated tape provider): een verstrekker van consolidated tape in de zin van artikel 4, lid 1, punt 53 van Richtlijn 2014/65/EU;

36.   „goedgekeurd meldingsmechanisme” of „ARM” (approved reporting mechanism): een goedgekeurd meldingsmechanisme in de zin van artikel 4, lid 1, punt 54 van Richtlijn 2014/65/EU;

37.   „lidstaat van herkomst”: lidstaat van herkomst in de zin van artikel 4, lid 1, punt 55 van Richtlijn 2014/65/EU;

38.   „lidstaat van ontvangst”: lidstaat van ontvangst in de zin van artikel 4, lid 1, punt 56 van Richtlijn 2014/65/EU;

39.   „benchmark”: een openbaar gemaakt of gepubliceerd rente, index of getal dat periodiek of regelmatig wordt bepaald door een formule toe te passen op dan wel op basis van de waarde van een of meer onderliggende activa of prijzen, met inbegrip van geraamde prijzen, werkelijke of geraamde rentetarieven of andere waarden, dan wel enquêtegegevens, en op basis waarvan het voor een financieel instrument te betalen bedrag of de waarde van een financieel instrument wordt bepaald;

40)   „interoperabiliteitsregeling”: een interoperabiliteitsregeling in de zin van artikel 2, punt 12, van Verordening (EU) nr. 648/2012;

41.   „financiële instelling uit een derde land”: een entiteit waarvan het hoofdkantoor in een derde land is gevestigd, die op grond van de wetgeving van dat derde land een vergunning of licentie heeft verkregen om een of meer van de diensten of activiteiten uit te voeren die zijn genoemd in Richtlijn 2013/36/EU, Richtlijn 2014/65/EU, Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad (21), Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad (22), Richtlijn 2003/41/EG van het Europees Parlement en de Raad (23) of Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad (24);

42)   „onderneming uit een derde land”: een onderneming uit een derde land in de zin van artikel 4, lid 1, punt 57, van Richtlijn 2014/65/EU;

43.   „voor de groothandel bestemde energieproducten”: voor de groothandel bestemde energieproducten in de zin van artikel 2, punt 4, van Verordening (EU) nr. 1227/2011 van het Europees Parlement en de Raad (25);

44.   „landbouwgrondstoffenderivaten”: derivatencontracten met betrekking tot producten opgenomen in de lijst van artikel 1 van, en bijlage I, deel I tot XX en XXIV/1 bij Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad (26);

45.   „liquiditeitsfragmentatie”: een situatie waarin:

a)

de deelnemers aan een handelsplatform niet in staat zijn een transactie met een of meer andere deelnemers aan dat platform af te sluiten wegens het ontbreken van clearingregelingen waartoe alle deelnemers toegang hebben; of

b)

een clearinglid of zijn cliënten gedwongen zouden zijn hun posities in een financieel instrument op meer dan één CTP aan te houden, hetgeen de mogelijkheid tot verrekening van financiële posities zou beperken;

46.   „overheidsschuld”: overheidsschuld in de zin van artikel 4, lid 1, punt 61 van Richtlijn 2014/65/EU;

47.   „compressie van een portefeuille”: een risicoverlagende dienst waarbij twee of meer tegenpartijen enkele of alle derivaten die door hen zijn voorgelegd om te worden opgenomen in de compressie van een portefeuille, geheel of gedeeltelijk beëindigen en de beëindigde derivaten vervangen door een ander derivaat waarvan de gecombineerde notionele waarde kleiner is dan de gecombineerde notionele waarde van de beëindigde derivaten.

2.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 50 gedelegeerde handelingen vast te stellen om bepaalde technische elementen van de in lid 1 vastgelegde definities nader te bepalen om deze af te stemmen op de marktontwikkelingen.

TITEL II

TRANSPARANTIE VOOR HANDELSPLATFORMEN

HOOFDSTUK 1

Transparantie voor eigenvermogensinstrumenten

Artikel 3

Vereisten met betrekking tot transparantie voor de handel voor handelsplatformen als het gaat om aandelen, representatieve certificaten, ETF’s, certificaten en andere vergelijkbare financiële instrumenten

1.   Marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, maken de via hun systemen meegedeelde actuele bied- en laatprijzen en de omvang van de markt tegen deze prijzen openbaar voor aandelen, representatieve certificaten, ETF’s, certificaten en andere vergelijkbare financiële instrumenten die op een handelsplatform worden verhandeld. Die vereiste geldt ook voor blijken van belangstelling die aanleiding geven tot actie. Marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, stellen die informatie tijdens de normale handelsuren doorlopend ter beschikking van het publiek.

2.   De in lid 1 bedoelde transparantie-vereisten worden afgestemd op verschillende soorten handelssystemen, waaronder op orderboek gebaseerde, koersgedreven, hybride en op een periodieke veiling gebaseerde handelssystemen.

3.   Marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, geven, tegen redelijke commerciële voorwaarden en op niet-discriminerende basis, toegang tot de regelingen die zij hanteren om de in lid 1 bedoelde informatie openbaar te maken aan beleggingsondernemingen die op grond van artikel 14 verplicht zijn hun koersen in aandelen, representatieve certificaten, ETF’s, certificaten en andere vergelijkbare financiële instrumenten openbaar te maken.

Artikel 4

Ontheffingen voor eigenvermogensinstrumenten

1.   De bevoegde autoriteiten hebben de mogelijkheid om marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, ontheffing te verlenen van de verplichting om de in artikel 3, lid 1, genoemde informatie openbaar te maken voor:

a)

systemen die orders matchen op basis van een handelsmethode waarbij de in artikel 3, lid 1, bedoelde prijs van het financiële instrument wordt afgeleid van het handelsplatform waar dat financiële instrument voor het eerst tot de handel is toegelaten, of de qua liquiditeit meest relevante markt, indien die referentieprijs op ruime schaal is bekendgemaakt en door de deelnemers aan de markt als een betrouwbare referentieprijs wordt beschouwd. Het voortdurende gebruik van deze ontheffing is onderworpen aan de voorwaarden vermeld in artikel 5.

b)

systemen die bilateraal overeengekomen transacties formaliseren die:

i)

worden verricht tegen een koers die valt binnen de actuele volumegewogen spread zoals die blijkt uit het orderboek of tegen de koersen van de marktmakers van het handelsplatform dat dat systeem exploiteert; deze transacties zijn onderworpen aan de voorwaarden vermeld in artikel 5;

ii)

transacties zijn in een niet-liquide aandeel, representatief certificaat, ETF, certificaat of ander vergelijkbaar financieel instrument dat niet valt onder een liquide markt, en worden verricht tegen een koers die valt binnen een bepaald percentage van een passende referentieprijs, waarbij het percentage en de referentieprijs van tevoren door de exploitant van het systeem worden vastgesteld; of

iii)

zijn onderworpen aan andere voorwaarden dan de actuele marktprijs van dat financiële instrument;

c)

orders die van aanzienlijke omvang zijn in verhouding tot de normale marktomvang;

d)

orders die in een faciliteit voor orderadministratie van het handelsplatform worden gehouden in afwachting van de bekendmaking ervan op de markt.

2.   De referentieprijs als bedoeld in lid 1, onder a), wordt vastgesteld door verkrijging van:

a)

het gemiddelde van de spread tussen de actuele bied- en laatprijzen op het handelsplatform waar dat financiële instrument voor het eerst tot de handel is toegelaten, of de qua liquiditeit meest relevante markt; of

b)

indien de onder a) bedoelde prijs niet beschikbaar is, de openings- of de slotkoers van de betrokken handelssessie.

In de orders wordt alleen naar de onder b) bedoelde prijzen verwezen buiten de doorlopende handelsfase van de betrokken handelssessie.

3.   Indien handelsplatformen systemen exploiteren die bilateraal overeengekomen transacties overeenkomstig lid 1, onder b), punt i), formaliseren:

a)

worden die transacties overeenkomstig de voorschriften van het handelsplatform uitgevoerd;

b)

zorgt het handelsplatform ervoor dat er regelingen, systemen en procedures bestaan om marktmisbruik of pogingen daartoe in verband met dergelijke bilateraal overeengekomen transacties overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 596/2014 te voorkomen en op te sporen;

c)

zet het handelsplatform systemen op, onderhoudt deze en past deze toe met het oog op de opsporing van pogingen om de ontheffing te gebruiken voor het omzeilen van andere voorschriften in deze verordening of in Richtlijn 2014/65/EU, en de melding van dergelijke pogingen aan de bevoegde autoriteit.

Wanneer een bevoegde autoriteit overeenkomstig lid 1, onder b), punt i) of iii), een ontheffing verleent, houdt die bevoegde autoriteit toezicht op het gebruik van de ontheffing door het handelsplatform om zich ervan te verzekeren dat de voorwaarden voor het gebruik van de ontheffing in acht worden genomen.

4.   Alvorens een ontheffing te verlenen overeenkomstig lid 1, stellen de bevoegde autoriteiten de ESMA en de andere bevoegde autoriteiten in kennis van het voorgenomen gebruik van elke individuele ontheffing en geven zij een toelichting op het functioneren ervan, met inbegrip van de nadere bijzonderheden van het handelsplatform indien de referentieprijs wordt vastgesteld als bedoeld in lid 1, onder a). De kennisgeving van het voornemen een ontheffing te verlenen moet uiterlijk vier maanden voordat de ontheffing van kracht zou moeten worden plaatsvinden. Binnen twee maanden na ontvangst van de kennisgeving geeft de ESMA een niet-bindend advies af aan de betreffende bevoegde autoriteit waarin wordt beoordeeld of de ontheffing verenigbaar is met de in lid 1 gestelde eisen als nader bepaald in de op grond van lid 6 vast te stellen technische reguleringsnormen. Indien deze bevoegde autoriteit een ontheffing verleent en een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat het daar niet mee eens is, kan deze bevoegde autoriteit de zaak terugverwijzen naar de ESMA, die kan optreden in overeenstemming met de haar krachtens artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 verleende bevoegdheden. De ESMA houdt toezicht op de toepassing van de ontheffingen en brengt jaarlijks verslag uit aan de Commissie over de wijze waarop zij in de praktijk worden toegepast.

5.   Een bevoegde autoriteit kan uit eigen beweging of op verzoek van een andere bevoegde autoriteit een op grond van lid 1 verleende ontheffing intrekken, zoals gespecificeerd in lid 6, als zij merkt dat de ontheffing wordt gebruikt op een wijze die afwijkt van het oorspronkelijke doel ervan of als zij van mening is dat de ontheffing wordt gebruikt om de in dit artikel vastgestelde voorschriften te omzeilen.

De bevoegde autoriteiten stellen de ESMA en de andere bevoegde autoriteiten in kennis van een dergelijke intrekking onder opgave van de volledige motivering van hun besluit.

6.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op waarbij het volgende nader wordt bepaald:

a)

het bereik van de bied- en laatprijzen of de koersen van aangewezen marktmakers, en de diepte van de markt tegen die prijzen, welke openbaar moeten worden gemaakt voor elke klasse van een financieel instrument overeenkomstig artikel 3, lid 1, rekening houdend met de nodige afstemming op verschillende soorten handelssystemen als bedoeld in artikel 3, lid 2;

b)

de qua liquiditeit van een financieel instrument meest relevante markt overeenkomstig lid 1, onder a);

c)

de specifieke kenmerken van een bilateraal overeengekomen transactie met betrekking tot de verschillende manieren waarop het lid van of de deelnemer aan een handelsplatform die transactie kan uitvoeren;

d)

de bilateraal overeengekomen transacties die niet bijdragen aan de prijsvorming en die gebruikmaken van de ontheffing als bedoeld in lid 1, onder b), punt iii);

e)

de omvang van de orders die aanzienlijk zijn, en de soort en de minimale omvang van de orders die in een faciliteit voor orderadministratie van een handelsplatform worden bijgehouden in afwachting van de bekendmaking ervan op de markt, waarvoor krachtens lid 1 ontheffing mag worden verleend van de verplichting tot informatieverstrekking voor de handel voor elke betrokken klasse van financiële instrumenten;

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

7.   Ontheffingen die vóór 3 januari 2017 door bevoegde autoriteiten zijn verleend in overeenstemming met artikel 29, lid 2, en artikel 44, lid 2, van Richtlijn 2004/39/EG en de artikelen 18, 19 en 20 van Verordening (EG) nr. 1287/2006, worden vóór 3 januari 2019 door de ESMA beoordeeld. De ESMA geeft aan de betreffende bevoegde autoriteit een advies af waarin wordt beoordeeld of elk van de ontheffingen nog verenigbaar is met de eisen die zijn vastgelegd in deze verordening en in eventuele gedelegeerde handelingen en technische reguleringsnormen op basis van deze verordening.

Artikel 5

Volumebeperkingsmechanisme

1.   Om ervoor te zorgen dat het gebruik van de ontheffingen waarin is voorzien in artikel 4, lid 1, onder a) en artikel 4, lid 1 onder b), punt i), de prijsvorming niet overmatig schaadt, wordt de handel met gebruikmaking van die ontheffingen beperkt als volgt:

a)

het percentage van de handel in een financieel instrument op een handelsplatform met gebruikmaking van die ontheffingen wordt beperkt tot 4 % van het totale volume van de handel in dat financieel instrument op alle handelsplatformen in de Unie gedurende de voorafgaande twaalf maanden;

b)

de totale handel in de Unie in een financieel instrument met gebruikmaking van die ontheffingen wordt beperkt tot 8 % van het totale volume van de handel in dat financieel instrument op alle handelsplatforms in de Unie gedurende de voorafgaande twaalf maanden.

Dat volumebeperkingsmechanisme is niet van toepassing op bilateraal overeengekomen transacties in een aandeel, representatief certificaat, indexfonds, certificaat of ander vergelijkbaar financieel instrument waarvoor geen liquide markt bestaat, zoals bepaald overeenkomstig artikel 2, lid 1, punt 17, onder b), die worden verricht tegen een koers die valt binnen een bepaald percentage van een passende referentieprijs als bedoeld in artikel 4, lid 1, onder b), punt ii), noch op bilateraal overeengekomen transacties die zijn onderworpen aan andere voorwaarden dan de actuele marktprijs van dat financiële instrument als bedoeld in artikel 4, lid 1, onder b), punt iii).

2.   Indien het percentage van de handel in een financieel instrument op een handelsplatform met gebruikmaking van de ontheffingen de in lid 1, onder a), bedoelde grens overschrijdt, schorst de bevoegde autoriteit die toestemming heeft gegeven voor het gebruik van die ontheffingen door dat platform, binnen twee werkdagen het gebruik ervan op dat platform met betrekking tot dat financieel instrument op basis van de in lid 4 bedoelde door de ESMA gepubliceerde gegevens, voor een periode van zes maanden.

3.   Indien het percentage van de handel in een financieel instrument op alle handelsplatformen in de Unie met gebruikmaking van die ontheffingen de in lid 1, onder b), bedoelde grens overschrijdt, schorsen alle bevoegde autoriteiten binnen twee werkdagen het gebruik van die ontheffingen in de hele Unie voor een periode van zes maanden.

4.   De ESMA publiceert binnen vijf werkdagen na het einde van elke kalendermaand het totale volume van de handel in de Unie per financieel instrument in de voorbije twaalf maanden alsook het percentage van de handel in een financieel instrument die de voorafgaande twaalf maanden in de hele Unie met gebruikmaking van die ontheffingen op elk handelsplatform is verricht, en de methode die voor het afleiden van die percentages is gebruikt.

5.   Indien in het in lid 4 bedoelde verslag een handelsplatform wordt vermeld waar de handel in een financieel instrument met gebruikmaking van de ontheffingen, uitgaande van de handel in de voorafgaande twaalf maanden, meer bedroeg dan 3,75 % van de totale handel in dat financiële instrument in de Unie, brengt de ESMA binnen vijf werkdagen na de vijftiende dag van de kalendermaand waarin het in lid 4 bedoelde verslag is gepubliceerd, een aanvullend verslag uit. Dat verslag bevat de in lid 4 vermelde informatie met betrekking tot de financiële instrumenten waarvoor de drempel van 3,75 % is overschreden.

6.   Indien in het in lid 4 bedoelde verslag wordt vastgesteld dat de totale handel in een financieel instrument in de Unie met gebruikmaking van de ontheffingen, uitgaande van de handel in de voorafgaande twaalf maanden, meer bedroeg dan 7,75 % van de totale handel in dat financiële instrument in de Unie, brengt de ESMA binnen vijf werkdagen na de vijftiende dag van de kalendermaand waarin het in lid 4 bedoelde verslag is gepubliceerd, een aanvullend verslag uit. Dat verslag bevat de in lid 4 vermelde informatie met betrekking tot de financiële instrumenten waarvoor de drempel van 7,75 % is overschreden.

7.   Teneinde voor een betrouwbare basis te zorgen voor toezicht op de handel die met gebruikmaking van die ontheffingen plaatsvindt en om te bepalen of de in lid 1 bedoelde grenzen zijn overschreden, beschikken de exploitanten van handelsplatformen verplicht over systemen en procedures om:

a)

de identificatie mogelijk te maken van alle transacties die op hun platform hebben plaatsgevonden met gebruikmaking van die ontheffingen; en

b)

ervoor te zorgen dat het in lid 1, onder a), genoemde percentage handel dat met gebruikmaking van die ontheffingen mag worden verricht, in geen geval wordt overschreden.

8.   De periode voor de publicatie van de handelsgegevens door de ESMA, waarvoor toezicht moet worden gehouden op de handel in een financieel instrument met gebruikmaking van deze ontheffingen, begint op 3 januari 2016. Onverminderd artikel 4, lid 5, zijn de bevoegde autoriteiten bevoegd om het gebruik van die ontheffingen vanaf de datum van toepassing van deze verordening en vervolgens op maandelijkse basis te schorsen.

9.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op ter specificatie van de methode, met inbegrip van de markering van transacties, waarmee zij de transactiegegevens vergelijkt, berekent en openbaar maakt, als bepaald in lid 4, teneinde een accurate meting te verstrekken van het totale volume van de handel per financieel instrument en de percentages van de handel waarbij gebruik wordt gemaakt van die ontheffingen in de hele Unie en per handelsplatform.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 6

Vereisten met betrekking tot transparantie na de handel voor handelsplatformen als het gaat om aandelen, representatieve certificaten, ETF’s, certificaten en andere vergelijkbare financiële instrumenten

1.   Marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, maken de prijs, het volume en de tijd van de uitgevoerde transacties openbaar voor aandelen, representatieve certificaten, ETF’s, certificaten en andere vergelijkbare financiële instrumenten die op dat handelsplatform worden verhandeld. Marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, maken de bijzonderheden van al deze transacties openbaar binnen een tijdsspanne die realtime zo dicht mogelijk benadert als technisch haalbaar is.

2.   Marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, geven, tegen redelijke commerciële voorwaarden en op niet-discriminerende basis, toegang tot de regelingen die zij hanteren om de in lid 1 van dit artikel genoemde informatie bekend te maken aan beleggingsondernemingen die op grond van artikel 20 verplicht zijn de details van hun transacties met aandelen, representatieve certificaten, ETF’s, certificaten en andere vergelijkbare financiële instrumenten openbaar te maken.

Artikel 7

Toestemming voor uitgestelde openbaarmaking

1.   De bevoegde autoriteiten hebben de mogelijkheid om marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, toestemming te geven voor uitgestelde openbaarmaking van de details van transacties op basis van de soort of de omvang.

De bevoegde autoriteiten kunnen in het bijzonder toestemming geven voor uitgestelde openbaarmaking met betrekking tot transacties die aanzienlijk van omvang zijn in vergelijking met de normale marktomvang voor het betreffende aandeel, representatief certificaat, ETF, certificaat of ander vergelijkbaar financieel instrument of de betreffende aandeelklasse, representatieve certificaten, ETF, certificaten en andere vergelijkbare financiële instrumenten.

Marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, hebben voor de voorgestelde regeling voor uitgestelde openbaarmaking van transactiegegevens toestemming vooraf van de bevoegde autoriteit nodig en maken die regelingen duidelijk bekend aan de marktdeelnemers en het publiek. De ESMA houdt toezicht op de toepassing van die regelingen voor uitgestelde openbaarmaking van transactiegegevens en brengt jaarlijks verslag uit aan de Commissie over de wijze waarop zij in de praktijk worden toegepast.

Indien een bevoegde autoriteit toestemming geeft voor uitgestelde publicatie en een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat het niet eens is met het uitstel of het niet eens is met de feitelijke toepassing van de gegeven toestemming, kan die bevoegde autoriteit de zaak terugverwijzen naar de ESMA, die kan optreden in overeenstemming met de bevoegdheden die aan haar zijn verleend krachtens artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

2.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op waarin het volgende zodanig nader wordt geregeld dat de op grond van artikel 64 van Richtlijn 2014/65/EU vereiste informatie kan worden openbaar gemaakt:

a)

de details van de transacties die beleggingsondernemingen, met inbegrip van beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling en marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, overeenkomstig artikel 6, lid 1, voor elke betrokken klasse van financiële instrumenten aan het publiek beschikbaar moeten stellen, met inbegrip van identificatoren voor de verschillende typen transacties die op grond van artikel 6, lid 1, en artikel 20 openbaar worden gemaakt, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen die welke worden bepaald door factoren die hoofdzakelijk verband houden met de waardering van de financiële instrumenten en die welke door andere factoren worden bepaald;

b)

de tijdsbeperking die geacht wordt in overeenstemming te zijn met de verplichting om gegevens binnen een tijdsspanne die realtime zo dicht mogelijk benadert openbaar te maken, ook wanneer transacties buiten de normale handelsuren worden verricht.

c)

de voorwaarden onder welke beleggingsondernemingen, met inbegrip van beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling en marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, de details van transacties per categorie betrokken financiële instrumenten met uitstel openbaar mogen maken overeenkomstig lid 1 van dit artikel en artikel 20, lid 1;

d)

de criteria die moeten worden toegepast om te bepalen voor welke transacties, gezien hun omvang of soort, met inbegrip van het liquiditeitsprofiel van het aandeel, representatief certificaat, ETF, certificaat of ander vergelijkbaar financieel instrument, uitgestelde openbaarmaking is toegestaan voor elke betrokken klasse van financiële instrumenten.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

HOOFDSTUK 2

Transparantie voor andere dan eigenvermogensinstrumenten

Artikel 8

Vereisten met betrekking tot transparantie voor de handel voor handelsplatformen als het gaat om obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten

1.   Marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, maken de via hun systemen meegedeelde actuele bied- en laatprijzen en de omvang van de markt tegen deze prijzen openbaar voor op een handelsplatform verhandelde obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten. Die vereiste geldt ook voor blijken van belangstelling die aanleiding geven tot actie. Marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, stellen die informatie tijdens de normale handelsuren doorlopend ter beschikking van het publiek. Die verplichting tot openbaarmaking geldt niet voor transacties met derivaten van niet-financiële tegenpartijen waarvan objectief meetbaar is dat zij de risico’s verlagen die rechtstreeks verband houden met de commerciële activiteiten of kasbeheeractiviteiten van de niet-financiële tegenpartij of van die groep.

2.   De in lid 1 bedoelde transparantievereisten worden afgestemd op verschillende soorten handelssystemen, waaronder op orderboek gebaseerde, koersgedreven, hybride, op een periodieke veiling gebaseerde en voicetradingsystemen.

3.   Marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, geven, tegen redelijke commerciële voorwaarden en op niet-discriminerende basis, toegang tot de regelingen die zij hanteren om de in lid 1 genoemde informatie openbaar te maken voor beleggingsondernemingen die op grond van artikel 18 verplicht zijn hun koersen in obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten openbaar te maken.

4.   Marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, maken, wanneer ontheffing is verleend overeenkomstig artikel 9, lid 1, onder b), ten minste een indicatieve biedprijs vóór handel en een indicatieve laatprijs vóór handel die dicht in de buurt liggen van de via hun systemen meegedeelde handelsintenties openbaar voor obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten die op een handelsplatform worden verhandeld. Marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, stellen die informatie tijdens de normale handelsuren langs passende elektronische weg doorlopend ter beschikking van het publiek. Die regelingen garanderen dat de informatie tegen redelijke commerciële voorwaarden en op niet-discriminerende basis beschikbaar wordt gesteld.

Artikel 9

Ontheffingen voor andere dan eigenvermogensinstrumenten

1.   De bevoegde autoriteiten hebben de mogelijkheid om marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, ontheffing te verlenen van de verplichting om de in artikel 8, lid 1, genoemde informatie openbaar te maken voor:

a)

orders die groot van omvang zijn in vergelijking met de normale marktomvang en orders die in een faciliteit voor orderadministratie van het handelsplatform worden bijgehouden in afwachting van de bekendmaking ervan op de markt;

b)

tot actie aanleiding gevende blijken van belangstelling in prijsaanvraag (request-for-quote)- of voicetradingsystemen die een voor het financiële instrument specifieke omvang overtreffen, waarbij de liquiditeitsverschaffer aan onnodige risico’s zou worden blootgesteld en in aanmerking wordt genomen of de betrokken marktpartijen particuliere of institutionele beleggers zijn;

c)

derivaten waarop de handelsverplichting van artikel 28 van deze verordening niet van toepassing is en andere financiële instrumenten waarvoor er geen liquide markt is.

2.   Voordat er ontheffing wordt verleend in overeenstemming met lid 1, moeten de bevoegde autoriteiten de ESMA en de andere bevoegde autoriteiten in kennis stellen van het voorgenomen gebruik van elke individuele ontheffing en moeten zij een verklaring geven betreffende het functioneren ervan. De kennisgeving van het voornemen een ontheffing te verlenen moet uiterlijk vier maanden voordat de ontheffing van kracht zou moeten worden plaatsvinden. Binnen twee maanden na ontvangst van de kennisgeving geeft de ESMA een advies af aan de betreffende bevoegde autoriteit waarin wordt beoordeeld of de ontheffing verenigbaar is met de in lid 1 gestelde eisen als nader bepaald in de op grond van lid 5 vast te stellen technische reguleringsnormen. Indien deze bevoegde autoriteit een ontheffing verleent en een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat het daar niet mee eens is, kan deze bevoegde autoriteit de zaak terugverwijzen naar de ESMA, die kan optreden in overeenstemming met de haar krachtens artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 verleende bevoegdheden. De ESMA houdt toezicht op de toepassing van de ontheffingen en brengt jaarlijks verslag uit aan de Commissie over de wijze waarop zij in de praktijk worden toegepast.

3.   De bevoegde autoriteiten kunnen, op eigen initiatief of op verzoek van andere bevoegde autoriteiten, een krachtens lid 1 verleende ontheffing intrekken indien zij constateren dat de ontheffing wordt gebruikt op een wijze die afwijkt van het oorspronkelijke doel, of indien zij van oordeel zijn dat de ontheffing wordt gebruikt om de voorschriften van dit artikel te omzeilen.

De bevoegde autoriteiten stellen de ESMA en de andere bevoegde autoriteiten onverwijld en vóór de inwerkingtreding in kennis van een dergelijke intrekking onder opgave van de volledige motivering van hun besluit.

4.   De bevoegde autoriteit die belast is met het toezicht op een of meer handelsplatformen waarop een klasse van obligatie, gestructureerd financieel product, emissierecht of derivaat wordt verhandeld, kan, indien de liquiditeit van die klasse van financieel instrument zich onder een bepaalde drempel bevindt, de in artikel 8 bedoelde verplichtingen tijdelijk schorsen. Deze drempel wordt bepaald op basis van objectieve criteria die specifiek zijn voor de markt voor het betrokken financiële instrument. De kennisgeving van een dergelijke tijdelijke schorsing wordt op de website van de betrokken bevoegde autoriteit gepubliceerd.

De tijdelijke schorsing geldt voor een eerste periode van ten hoogste drie maanden vanaf de datum waarop de schorsing op de website van de relevante bevoegde autoriteit bekendgemaakt is. Een dergelijke schorsing kan met telkens ten hoogste drie maanden worden verlengd mits de gronden voor de tijdelijke schorsing nog steeds aanwezig zijn. Indien de tijdelijke schorsing na die periode van drie maanden niet wordt verlengd, komt zij automatisch te vervallen.

Alvorens op grond van dit lid de in artikel 8 bedoelde verplichtingen op te schorten of de tijdelijke schorsing ervan te verlengen, deelt de bevoegde autoriteit de ESMA haar voornemen mee en geeft zij tevens een verklaring. De ESMA geeft zo spoedig mogelijk een advies af aan de bevoegde autoriteit uit waarin zij aangeeft of volgens haar de schorsing of de verlenging van de tijdelijke schorsing gerechtvaardigd is overeenkomstig de eerste en tweede alinea.

5.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op waarbij het volgende nader wordt bepaald:

a)

de parameters en de methoden voor het berekenen van de in lid 4 bedoelde liquiditeitsdrempel met betrekking tot het financieel instrument. De door de lidstaten gehanteerde parameters en methoden voor het berekenen van de drempel worden zo bepaald dat wanneer de drempel is bereikt, dit betekent dat alle platformen binnen de Unie tezamen beschouwd een aanzienlijke daling van de liquiditeit voor het betrokken financieel instrument te zien geven, op basis van de criteria van artikel 2, lid 1, punt 17);

b)

het bereik van de bied- en laatprijzen of koersen, en de diepte van de blijken van belangstelling tegen die prijzen, of de indicatieve pretransactionele bied- en laatprijzen die dicht in de buurt liggen van de prijs van de blijken van belangstelling, die overeenkomstig artikel 8, leden 1 en 4, openbaar moeten worden gemaakt voor elke betrokken klasse van financiële instrumenten, rekening houdend met de nodige afstemming op de verschillende soorten handelssystemen als bedoeld in artikel 8, lid 2;

c)

de omvang van de orders die aanzienlijk zijn, en de soort en de minimale omvang van de orders die in een faciliteit voor orderadministratie worden bijgehouden in afwachting van de bekendmaking ervan op de markt, waarvoor krachtens lid 1 ontheffing kan worden verleend van de verplichting tot pretransactionele informatieverstrekking voor elke betrokken klasse van financiële instrumenten;

d)

de voor het financiële instrument specifieke omvang als bedoeld in lid 1, onder b), en de definitie van prijsaanvraag (request-for-quote)- en voicetradingsystemen waarvoor overeenkomstig lid 1 ontheffing van de verplichting tot pretransactionele informatieverstrekking kan worden verleend;

Voor het bepalen van de voor het financiële instrument specifieke omvang waarbij de liquiditeitsverschaffer aan onnodig risico zou worden blootgesteld en in aanmerking wordt genomen of de betrokken marktpartijen particuliere of institutionele beleggers zijn, overeenkomstig lid 1, onder b), houdt de ESMA rekening met de volgende factoren:

i)

de vraag of liquiditeitsverschaffers bij een dergelijke omvang hun risico’s kunnen afdekken;

ii)

indien een markt voor het financiële instrument of een klasse financiële instrumenten ten dele uit particuliere beleggers bestaat, de gemiddelde waarde van de door deze beleggers verrichte transacties;

e)

de financiële instrumenten of klassen van financiële instrumenten waarvoor geen liquide markt bestaat waarvoor krachtens lid 1 ontheffing van de verplichting tot informatieverstrekking voor de handel kan worden verleend.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 10

Vereisten met betrekking tot transparantie na de handel voor handelsplatformen met betrekking tot obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten

1.   Marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, maken de prijs, het volume en de tijd van de uitgevoerde transacties openbaar voor op een handelsplatform verhandelde obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten. Marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, maken de bijzonderheden van al deze transacties openbaar binnen een tijdsspanne die realtime zo dicht mogelijk benadert als technisch haalbaar is.

2.   Marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, geven, tegen redelijke commerciële voorwaarden en op een niet-discriminerende basis, toegang tot de regelingen die zij hanteren om de in lid 1 genoemde informatie bekend te maken aan beleggingsondernemingen die op grond van artikel 21 verplicht zijn de details van hun transacties in obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten openbaar te maken.

Artikel 11

Toestemming voor uitgestelde openbaarmaking

1.   De bevoegde autoriteiten hebben de mogelijkheid om marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, toestemming te geven voor uitgestelde openbaarmaking van de details van transacties op basis van de omvang of het soort transactie.

De bevoegde autoriteiten kunnen in het bijzonder toestemming geven voor uitgestelde openbaarmaking met betrekking tot transacties die:

a)

aanzienlijk van omvang zijn in vergelijking met de normale marktomvang voor die obligatie, dat gestructureerde financiële product, die emissierecht of dat derivaat dat, c.q. die verhandeld wordt op een handelsplatform, of voor die klasse van obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten of derivaten die verhandeld worden op een handelsplatform; of

b)

verband houden met een obligatie, een gestructureerd financieel product, een emissierecht of een derivaat dat, c.q. die verhandeld wordt op een handelsplatform, of voor een klasse van op een handelsplatform verhandelde obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten of derivaten waarvoor geen liquide markt bestaat;

c)

de omvang overtreffen welke specifiek is voor de obligatie of het gestructureerd financieel product, emissierecht of derivaat die/dat op een handelsplatform wordt verhandeld, of die klasse van obligatie, gestructureerd financieel product, emissierecht of derivaat dat op een handelsplatform wordt verhandeld, waarbij de liquiditeitsverschaffer aan onnodige risico’s zou worden blootgesteld en in aanmerking wordt genomen of de betrokken marktpartijen particuliere of institutionele beleggers zijn.

Marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, hebben voor de voorgestelde regeling voor uitgestelde openbaarmaking van transactiegegevens toestemming vooraf van de bevoegde autoriteit nodig en maken die regelingen duidelijk bekend aan de marktdeelnemers en het publiek. De ESMA houdt toezicht op de toepassing van die regelingen voor uitgestelde openbaarmaking van transactiegegevens en brengt jaarlijks verslag uit aan de Commissie over de wijze waarop ze in de praktijk worden gebruikt.

2.   De bevoegde autoriteit die belast is met het toezicht op een of meer handelsplatformen waarop een klasse van obligatie, gestructureerd financieel product, emissierecht of derivaat wordt verhandeld, kan, indien de liquiditeit van die klasse van financieel instrument zich onder de volgens de methode van artikel 9, lid 5, onder a), vastgestelde drempel bevindt, de in artikel 10 vermelde verplichtingen tijdelijk schorsen. Die drempel wordt vastgesteld op basis van objectieve criteria die specifiek zijn voor de markt voor het betrokken financieel instrument. Die tijdelijke schorsing wordt op de website van de betrokken bevoegde autoriteit bekendgemaakt.

De tijdelijke schorsing geldt voor een eerste periode van ten hoogste drie maanden vanaf de datum waarop de schorsing op de website van de relevante bevoegde autoriteit bekendgemaakt is. Een dergelijke schorsing kan met telkens ten hoogste drie maanden worden verlengd mits de gronden voor de tijdelijke schorsing nog steeds aanwezig zijn. Indien de tijdelijke schorsing na die periode van drie maanden niet wordt verlengd, komt zij automatisch te vervallen.

Alvorens de in artikel 10 bedoelde verplichtingen op te schorten of de tijdelijke schorsing ervan te verlengen, deelt de bevoegde autoriteit de ESMA haar voornemen mee en geeft zij tevens een verklaring. De ESMA geeft zo spoedig mogelijk een advies af aan de bevoegde autoriteit uit waarin zij aangeeft of volgens haar de schorsing of de verlenging van de tijdelijke schorsing gerechtvaardigd is overeenkomstig de eerste en tweede alinea.

3.   De bevoegde autoriteiten kunnen, in combinatie met het verlenen van toestemming voor uitgestelde openbaarmaking:

a)

voor de tijdsduur van het uitstel, de openbaarmaking verlangen van beperkte bijzonderheden van een transactie of van bijzonderheden van meerdere transacties in geaggregeerde vorm, dan wel een combinatie daarvan;

b)

tijdens een verlengde termijn van uitstel het achterwege laten van de openbaarmaking van de omvang van een afzonderlijke transactie toestaan;

c)

met betrekking tot andere dan eigenvermogensinstrumenten die geen overheidsschuld zijn, tijdens een verlengde termijn van uitstel de openbaarmaking van verscheidene transacties in geaggregeerde vorm toestaan;

d)

met betrekking tot overheidsschuldinstrumenten, voor onbepaalde tijd de openbaarmaking van verscheidene transacties in geaggregeerde vorm toestaan.

Ten aanzien van overheidsschuldinstrumenten kan van de punten b) en d) afzonderlijk dan wel achtereenvolgens gebruik worden gemaakt, waarbij de omvang in geaggregeerde vorm kan worden openbaar gemaakt zodra de verlengde periode voor het achterwege laten van de openbaarmaking van de omvang eindigt.

Ten aanzien van alle andere financiële instrumenten worden na het verstrijken van de periode van uitstel de resterende bijzonderheden van de transactie en alle bijzonderheden van de afzonderlijke transacties openbaar gemaakt.

4.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op om het volgende zodanig nader te regelen dat de op grond van artikel 64 van Richtlijn 2014/65/EU vereiste informatie kan worden gepubliceerd:

a)

de details van transacties die beleggingsondernemingen, met inbegrip van beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling, en marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, overeenkomstig artikel 10, lid 1, voor elke betrokken klasse van financiële instrumenten aan het publiek beschikbaar moeten stellen, met inbegrip van identificatoren voor de verschillende soorten transacties die op grond van artikel 10, lid 1, en artikel 21, lid 1, openbaar moeten worden gemaakt, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen die welke worden bepaald door factoren die hoofdzakelijk verband houden met de waardering van de financiële instrumenten en die welke door andere factoren worden bepaald;

b)

de tijdsbeperking die geacht wordt in overeenstemming te zijn met de verplichting om gegevens binnen een tijdsspanne die realtime zo dicht mogelijk benadert openbaar te maken, ook wanneer transacties buiten de normale handelsuren worden verricht;

c)

de voorwaarden onder welke beleggingsondernemingen, met inbegrip van beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling, en marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, de details van transacties per categorie van betrokken financieel instrument met uitstel openbaar mogen maken overeenkomstig lid 1 van dit artikel, en artikel 21, lid 4;

d)

de criteria die in aanmerking moeten worden genomen om te bepalen voor welke omvang of soort van transactie uitgestelde openbaarmaking en openbaarmaking van beperkte bijzonderheden van een transactie, of openbaarmaking van beperkte bijzonderheden van meerdere transacties in geaggregeerde vorm, of weglating van de openbaarmaking van de omvang van een transactie onder bijzondere verwijzing naar het toestaan van een verdere schorsingstermijn voor bepaalde financiële instrumenten, afhankelijk van hun liquiditeit, is toegestaan overeenkomstig lid 3.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

HOOFDSTUK 3

Verplichting om handelsgegevens afzonderlijk en tegen redelijke commerciële voorwaarden aan te bieden

Artikel 12

Verplichting om gegevens voor en na de handel afzonderlijk beschikbaar te stellen

1.   Marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren, stellen de informatie die overeenkomstig de artikelen 3,4 en 6 tot en met 11 wordt gepubliceerd beschikbaar aan het publiek door transparantiegegevens voor en na de handel afzonderlijk aan te bieden.

2.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op ter specificatie van de te verstrekken transparantiegegevens voor en na de handel, waaronder de mate van uitsplitsing van de gegevens die aan het publiek beschikbaar worden gesteld, als bedoeld in lid 1.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 13

Verplichting om gegevens voor en na de handel tegen redelijke commerciële voorwaarden beschikbaar te stellen

1.   Marktexploitanten en beleggingsondernemingen die een handelsplatform exploiteren stellen de informatie die wordt gepubliceerd in overeenstemming met de artikelen 3,4 en 6 tot en met 11 tegen redelijke commerciële voorwaarden beschikbaar aan het publiek en zorgen voor een niet-discriminerende toegang tot deze informatie. Deze informatie moet 15 minuten na publicatie kosteloos beschikbaar worden gesteld.

2.   De Commissie neemt overeenkomstig artikel 50 gedelegeerde handelingen aan om te verduidelijken wat redelijke commerciële voorwaarden zijn om de informatie openbaar te maken, zoals bedoeld in lid 1.

TITEL III

TRANSPARANTIE VOOR BELEGGINGSONDERNEMINGEN MET SYSTEMATISCHE INTERNE AFHANDELING EN BELEGGINGSONDERNEMINGEN DIE BUITEN DE BEURS HANDELEN

Artikel 14

Verplichting voor beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling tot openbaarmaking van vaste koersen voor aandelen, representatieve certificaten, ETF’s, certificaten en andere vergelijkbare financiële instrumenten

1.   Beleggingsondernemingen maken vaste koersen openbaar voor de op een handelsplatform verhandelde aandelen, representatieve certificaten, ETF’s, certificaten en andere soortgelijke financiële instrumenten waarvoor zij als beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling fungeren en waarvoor er een liquide markt bestaat.

Indien er geen liquide markt voor de in de eerste alinea bedoelde financiële instrumenten bestaat, maken beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling de koersen op verzoek bekend aan hun cliënten.

2.   Dit artikel en de artikelen 15, 16 en 17 zijn van toepassing op beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling wanneer zij handelen in transactiegroottes met een omvang tot de standaard marktomvang. Dit artikel en de artikelen 15, 16 en 17 zijn niet van toepassing op beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling wanneer zij handelen in transactiegroottes met een omvang boven de standaard marktomvang.

3.   Beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling kunnen bepalen bij welke transactiegrootte of -groottes zij een koers vermelden. De minimumomvang waarvoor een koers wordt gegeven, is ten minste gelijk aan 10 % van de standaard marktomvang van een op een handelsplatform verhandeld aandeel, representatief certificaat, ETF, certificaat of ander vergelijkbaar financieel instrument. Voor een bepaald op een handelsplatform verhandeld aandeel, representatief certificaat, ETF, certificaat of ander vergelijkbaar financieel instrument moet elke koers een vaste bied- en laatprijs of prijzen bevatten voor een transactiegrootte of -groottes tot de standaard marktomvang voor die klasse aandelen, representatieve certificaten, ETF’s, certificaten en andere vergelijkbare financiële instrumenten waartoe het financiële instrument behoort. In de prijs of prijzen moeten de heersende marktomstandigheden voor dat aandeel, representatief certificaat, ETF, certificaat of ander vergelijkbaar financieel instrument tot uiting komen.

4.   Aandelen, representatieve certificaten, ETF’s, certificaten en andere vergelijkbare financiële instrumenten worden in klassen samengevoegd op basis van de rekenkundig gemiddelde waarde van de orders die op de markt voor dat financiële instrument worden uitgevoerd. De standaard marktomvang voor elke klasse aandelen, representatieve certificaten, ETF’s, certificaten en andere vergelijkbare financiële instrumenten is een omvang die overeenkomt met de rekenkundig gemiddelde waarde van de orders die worden uitgevoerd op de markt voor de financiële instrumenten die van elke klasse deel uitmaken.

5.   De markt voor elk aandeel, representatief certificaat, ETF, certificaat of ander vergelijkbaar financieel instrument bestaat uit alle orders die in de Unie met betrekking tot dat financiële instrument worden uitgevoerd, met uitzondering van orders met een omvang die aanzienlijk is in vergelijking met de normale marktomvang voor dat financiële instrument.

6.   De bevoegde autoriteit van de in termen van liquiditeit meest relevante markt, zoals bepaald in artikel 26 voor elk aandeel, representatief certificaat, ETF, certificaat of ander vergelijkbaar financieel instrument, bepaalt tenminste eenmaal per jaar, op basis van de rekenkundig gemiddelde waarde van de orders die op de markt voor dat financiële instrument zijn uitgevoerd, tot welke klasse het behoort. Die informatie wordt voor alle marktdeelnemers openbaar gemaakt en meegedeeld aan de ESMA, die deze op haar website publiceert.

7.   Om te zorgen voor efficiënte waardering van aandelen, representatieve certificaten, ETF’s, certificaten en andere vergelijkbare financiële instrumenten en de beleggingsondernemingen zo goed mogelijk in staat te stellen de beste transactie te realiseren voor hun cliënten, stelt de ESMA ontwerpen van technische reguleringsnormen op ter nadere specificatie van de regelingen voor de publicatie van een vaste koers zoals bedoeld in lid 1, de wijze waarop moet worden bepaald of de prijzen de heersende marktomstandigheden weerspiegelen zoals bedoeld in lid 3, en de wijze waarop de standaard marktomvang zoals bedoeld in de leden 2 en 4 moet worden vastgesteld.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 15

Uitvoering van cliëntenorders

1.   Beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling maken hun koersen regelmatig en doorlopend openbaar gedurende de normale handelstijd. Zij mogen hun koersen te allen tijde aanpassen. Zij mogen hun koersen onder uitzonderlijke marktomstandigheden intrekken.

De lidstaten bepalen dat ondernemingen die voldoen aan de definitie van een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling, hiervan kennisgeven aan hun bevoegde autoriteit. Deze kennisgeving wordt doorgezonden naar de ESMA. De ESMA stelt een lijst op van alle beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling in de Unie.

De koersen worden onmiddellijk tegen redelijke commerciële voorwaarden openbaar gemaakt op zodanige wijze dat zij gemakkelijk toegankelijk zijn voor andere marktdeelnemers.

2.   Beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling voeren met inachtneming van artikel 27 van Richtlijn 2014/65/EU de orders die zij van hun cliënten ontvangen met betrekking tot de aandelen, representatieve certificaten, ETF’s, certificaten en andere vergelijkbare financiële instrumenten die zij systematisch intern afhandelen, uit tegen de op het tijdstip van ontvangst van de order genoteerde prijzen.

In gerechtvaardigde gevallen mogen zij die orders evenwel uitvoeren tegen betere prijzen, mits deze prijs valt binnen een openbaar gemaakt prijsbereik dat de marktsituatie benadert.

3.   Beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling mogen orders die zij van hun professionele cliënten ontvangen, uitvoeren tegen andere dan hun genoteerde prijzen, zonder de in lid 2 gestelde vereisten te hoeven naleven met betrekking tot transacties waarbij uitvoering in verscheidene effecten onderdeel van één transactie is, of met betrekking tot orders waaraan andere voorwaarden dan de actuele marktprijs verbonden zijn.

4.   Wanneer een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling die slechts één koers openbaar maakt of waarvan de hoogste koers lager is dan de standaard marktomvang, van een cliënt een order ontvangt met een omvang die groter is dan de noteringsomvang, maar kleiner dan de standaard marktomvang, kan zij besluiten het gedeelte van de order dat de noteringsomvang te boven gaat, uit te voeren, mits dit tegen de genoteerde prijs gebeurt, behalve wanneer de voorwaarden onder de leden 2 en 3 iets anders toestaan. Wanneer een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling koersen voor verschillende transactieomvang openbaar maakt en een order met een omvang tussen die volumina ontvangt, die zij besluit uit te voeren, doet zij dit overeenkomstig artikel 28 van Richtlijn 2014/65/EU tegen een van de genoteerde prijzen, behalve wanneer de voorwaarden onder de leden 2 en 3 van dit artikel iets anders toestaan.

5.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 50 gedelegeerde handelingen vast te stellen ter verduidelijking van wat onder de in lid 1 bedoelde redelijke commerciële voorwaarden voor de openbaarmaking van koersen moet worden verstaan.

Artikel 16

Plichten van bevoegde autoriteiten

De bevoegde autoriteiten vergewissen zich ervan:

a)

dat beleggingsondernemingen de overeenkomstig artikel 14 openbaar gemaakte bied- en laatprijzen regelmatig actualiseren en prijzen handhaven die de heersende marktsituatie weergeven;

b)

dat beleggingsondernemingen voldoen aan de in artikel 15, lid 2, vermelde voorwaarden voor prijsverbetering.

Artikel 17

Toegang tot koersen

1.   Beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling mogen op basis van hun commerciële beleid en op objectieve, niet-discriminerende wijze bepalen aan welke cliënten zij toegang tot hun koersen verlenen. Daartoe zijn duidelijke normen inzake de toegang tot hun koersen beschikbaar. Op basis van commerciële overwegingen zoals de kredietwaardigheid van de cliënt, het tegenpartijrisico en de definitieve afwikkeling van de transactie, kunnen beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling weigeren om met cliënten zakelijke betrekkingen aan te gaan of deze betrekkingen verbreken.

2.   Om het risico van blootstelling aan veelvuldige transacties met dezelfde cliënt te beperken mogen beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling het aantal transacties dat zij bereid zijn met die cliënt tegen de openbaar gemaakte voorwaarden te verrichten, op niet-discriminerende wijze beperken. Zij mogen op niet-discriminerende wijze en overeenkomstig de bepalingen van artikel 28 van Richtlijn 2014/65/EU het totale aantal transacties met verschillende cliënten op hetzelfde tijdstip beperken, maar uitsluitend wanneer het aantal en/of het volume van de door cliënten gewenste orders de norm aanzienlijk overschrijdt.

3.   Om te zorgen voor efficiënte waardering van aandelen, representatieve certificaten, ETF’s, certificaten en andere vergelijkbare financiële instrumenten en beleggingsondernemingen de beste kansen te bieden om de voordeligste voorwaarden voor hun cliënten te bedingen, stelt de Commissie overeenkomstig artikel 50 gedelegeerde handelingen vast om de volgende zaken te specificeren:

a)

de criteria om te bepalen wanneer een koers, als omschreven in artikel 15, lid 1, regelmatig en doorlopend openbaar wordt gemaakt en gemakkelijk toegankelijk is, en met welke middelen beleggingsondernemingen de verplichting om hun koersen openbaar te maken, kunnen nakomen, waarbij onder meer de volgende mogelijkheden worden geboden:

i)

door middel van de voorzieningen van eender welke gereglementeerde markt die het desbetreffende financiële instrument tot de handel heeft toegelaten;

ii)

door middel van een APA;

iii)

door middel van eigen regelingen;

b)

de criteria om voor de in artikel 15, lid 3, bedoelde transacties en orders te bepalen voor welke transacties uitvoering in verscheidene effecten onderdeel van één transactie is, of aan welke orders andere voorwaarden dan de actuele marktprijs verbonden zijn;

c)

de criteria om te bepalen wat kan worden beschouwd als uitzonderlijke marktomstandigheden onder welke koersen mogen worden ingetrokken, alsmede de voorwaarden voor het aanpassen van koersen, als bedoeld in artikel 15, lid 1;

d)

de criteria om vast te stellen wanneer het aantal en/of de omvang van de door cliënten gewenste orders de norm aanzienlijk overschrijdt, als bedoeld in lid 2;

e)

de criteria om vast te stellen wanneer prijzen binnen een openbaar gemaakt prijsbereik dat de marktsituatie benadert, als bedoeld in artikel 15, lid 2, vallen.

Artikel 18

Verplichting voor beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling tot openbaarmaking van vaste koersen met betrekking tot obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten

1.   Beleggingsondernemingen maken vaste koersen openbaar voor de op een handelsplatform verhandelde obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten waarvoor zij als beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling fungeren en waarvoor een liquide markt bestaat, wanneer de volgende voorwaarden vervuld zijn:

a)

een cliënt van de beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling vraagt om een koers;

b)

de onderneming gaat akkoord met het verstrekken van de koers.

2.   Voor op een handelsplatform verhandelde obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten waarvoor geen liquide markt bestaat, maken beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling desgevraagd koersen bekend aan hun cliënten indien zij akkoord gaan met het verstrekken van een koers. Van die verplichting kan ontheffing worden verleend als aan de in artikel 9, lid 1, genoemde voorwaarden is voldaan.

3.   Beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling mogen hun koersen te allen tijde aanpassen. Zij mogen hun koersen onder uitzonderlijke marktomstandigheden intrekken.

4.   De lidstaten bepalen dat ondernemingen die voldoen aan de definitie van een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling, hiervan kennisgeven aan hun bevoegde autoriteit. Deze kennisgeving wordt doorgezonden naar de ESMA. De ESMA stelt een lijst op van alle beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling in de Unie.

5.   Beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling stellen de overeenkomstig lid 1 openbaar gemaakte vaste koersen ter beschikking van hun andere cliënten. Niettemin mogen zij op basis van hun commerciële beleid en op objectieve, niet-discriminerende wijze zelf bepalen aan welke cliënten zij toegang tot hun koersen verlenen. Daartoe hebben beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling duidelijke normen voor de toegang tot hun koersen. Op basis van commerciële overwegingen zoals de kredietwaardigheid van de cliënt, het tegenpartijrisico en de definitieve afwikkeling van de transactie, kunnen beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling weigeren om met cliënten zakelijke betrekkingen aan te gaan of deze betrekkingen verbreken.

6.   Beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling voeren volgens de gepubliceerde voorwaarden transacties uit voor elke andere cliënt aan wie de koers overeenkomstig lid 4 beschikbaar is gesteld indien de noteringsomvang gelijk is aan of kleiner is dan de overeenkomstig artikel 9, lid 5, onder d) vastgestelde omvang die specifiek is voor het financiële instrument.

Beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling zijn niet tot de in lid 1 vastgestelde verplichting tot openbaarmaking van vaste koersen gehouden voor financiële instrumenten die onder de overeenkomstig artikel 9, lid 4, vastgestelde liquiditeitsdrempel vallen.

7.   Beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling hebben het recht niet-discriminerende en transparante limieten in te stellen voor het aantal transacties dat zij voor cliënten tegen een bepaalde koers uitvoeren.

8.   De koersen die zijn openbaar gemaakt op grond van de leden 1 en 5 en de koersen die gelijk zijn aan of kleiner zijn dan de in lid 6 bedoelde omvang worden tegen redelijke commerciële voorwaarden worden op zodanige wijze openbaar gemaakt dat zij gemakkelijk toegankelijk zijn voor andere marktdeelnemers.

9.   De afgegeven prijs of prijzen zijn zodanig dat de beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling zich houdt aan haar plichten op grond van artikel 27 van Richtlijn 2014/65/EU, indien van toepassing, en de heersende marktvoorwaarden weerspiegelen met betrekking tot de prijzen waarvoor de transacties voor dezelfde of vergelijkbare financiële instrumenten op een handelsplatform worden uitgevoerd.

In gerechtvaardigde gevallen mogen zij evenwel orders uitvoeren tegen een betere prijs, mits de prijs valt binnen een openbaar gemaakt prijsbereik dat de marktsituatie benadert.

10.   Dit artikel geldt niet voor beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling die handelen in transactiegroottes van een grotere dan de overeenkomstig artikel 9, lid 5, onder d) voor het financieel instrument specifieke omvang.

Artikel 19

Toezicht door de ESMA

1.   De bevoegde autoriteiten en de ESMA monitoren de toepassing van artikel 18 wat betreft de transactiegroottes waarbij koersen beschikbaar worden gesteld aan cliënten van de beleggingsonderneming en aan andere marktdeelnemers in relatie tot andere handelsactiviteiten van de onderneming, en wat betreft de mate waarin de koersen de heersende marktvoorwaarden weerspiegelen met betrekking tot transacties voor dezelfde of vergelijkbare financiële instrumenten op een handelsplatform. Uiterlijk op 3 januari 2019 brengt de ESMA aan de Commissie verslag uit over de toepassing van artikel 18. In geval van aanzienlijke noterings- en handelsactiviteit die net boven de in artikel 18, lid 6, bedoelde drempel of buiten de heersende marktomstandigheden valt, legt de ESMA voor die datum een verslag voor aan de Commissie.

2.   De Commissie stelt overeenkomstig artikel 50 gedelegeerde handelingen vast met betrekking tot maatregelen om de in artikel 18, lid 6, bedoelde transactiegroottes waarbij een onderneming transacties moet uitvoeren voor elke cliënt aan wie de koers beschikbaar is gesteld, te specificeren. De voor het financiële instrument specifieke omvang wordt bepaald volgens de in artikel 9, lid 5, onder d), vastgestelde criteria.

3.   De Commissie neemt overeenkomstig artikel 50 gedelegeerde handelingen aan om te verduidelijken wat redelijke commerciële voorwaarden zijn om de koersen openbaar te maken, zoals bedoeld in artikel 18, lid 8.

Artikel 20

Openbaarmaking na de handel door beleggingsondernemingen, waaronder beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling, met betrekking tot aandelen, representatieve certificaten, ETF’s, certificaten en andere vergelijkbare financiële instrumenten

1.   Beleggingsondernemingen die, voor eigen rekening of namens cliënten, transacties uitvoeren met betrekking tot aandelen, representatieve certificaten, ETF’s, certificaten en andere vergelijkbare financiële instrumenten die op een handelsplatform worden verhandeld, maken de omvang en de prijs van die transacties en het tijdstip waarop ze zijn uitgevoerd openbaar. Die informatie wordt openbaar gemaakt via een APA.

2.   De informatie die overeenkomstig lid 1 van dit artikel openbaar wordt gemaakt en de tijdslimieten waarbinnen zij openbaar wordt gemaakt, voldoen aan de op grond van artikel 6 gestelde eisen, met inbegrip van de technische reguleringsnormen die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 7, lid 2, onder a). Indien de op grond van artikel 7 genomen maatregelen uitgestelde openbaarmaking mogelijk maken voor bepaalde categorieën transacties met betrekking tot aandelen, representatieve certificaten, ETF’s, certificaten en andere vergelijkbare financiële instrumenten die op een handelsplatform worden verhandeld, geldt die mogelijkheid ook voor die transacties wanneer ze buiten een handelsplatform worden uitgevoerd.

3.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op om het volgende te specificeren:

a)

identificatoren voor de verschillende soorten transacties die op grond van dit artikel openbaar worden gemaakt, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen die welke worden bepaald door factoren die hoofdzakelijk verband houden met de waardering van de financiële instrumenten en die welke door andere factoren worden bepaald;

b)

de toepassing van de verplichting op grond van lid 1 op transacties waarbij gebruik wordt gemaakt van deze financiële instrumenten voor onderpand, lening of andere doeleinden waarbij de uitwisseling van financiële instrumenten wordt bepaald door andere factoren dan de actuele marktwaarde van het financiële instrument.

c)

de partij bij een transactie die de transactie overeenkomstig lid 1 openbaar moet maken indien beide partijen bij de transactie beleggingsondernemingen zijn.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 21

Openbaarmaking na de handel door beleggingsondernemingen, waaronder beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling, met betrekking tot obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten

1.   Beleggingsondernemingen die, voor eigen rekening of namens cliënten, transacties uitvoeren met betrekking tot obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten die op een handelsplatform worden verhandeld, maken de omvang en de prijs van die transacties en de tijd waarop ze zijn uitgevoerd openbaar. Die informatie wordt openbaar gemaakt via een APA.

2.   Elke afzonderlijke transactie wordt eenmaal openbaar gemaakt via een enkele APA.

3.   De informatie die overeenkomstig lid 1 openbaar wordt gemaakt en de tijdslimieten waarbinnen zij openbaar wordt gemaakt, voldoen aan de op grond van artikel 10 gestelde eisen, met inbegrip van de technische reguleringsnormen die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 11, lid 4, onder a) en b).

4.   De bevoegde autoriteiten hebben de mogelijkheid om beleggingsondernemingen toestemming te geven voor uitgestelde openbaarmaking, of kunnen verzoeken dat beperkte details van een transactie of details van meerdere transacties in geaggregeerde vorm, dan wel een combinatie daarvan, voor de duur van het uitstel, openbaar worden gemaakt, of kunnen het achterwege laten van de openbaarmaking van de omvang toestaan voor afzonderlijke transacties gedurende een verlengde periode van uitstel, of kunnen, in het geval van andere financiële instrumenten dan eigenvermogensinstrumenten die geen overheidsschuld zijn, tijdens een verlengde schorsingstermijn de openbaarmaking van verscheidene transacties in geaggregeerde vorm toestaan, of kunnen, in het geval van overheidsschuldinstrumenten, de openbaarmaking van meerdere transacties in geaggregeerde vorm voor onbepaalde tijd toestaan, en kunnen de in lid 1 bedoelde verplichtingen tijdelijk schorsen onder dezelfde voorwaarden als neergelegd in artikel 11.

Indien de op grond van artikel 11 genomen maatregelen voorzien in uitgestelde openbaarmaking en openbaarmaking van beperkte details of van details in geaggregeerde vorm, dan wel een combinatie daarvan, of in het achterwege laten van de openbaarmaking van het volume voor sommige categorieën van transacties met betrekking tot obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten of derivaten die op een handelsplatform worden verhandeld, geldt die mogelijkheid ook voor die transacties als zij worden uitgevoerd buiten handelsplatformen.

5.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op om het volgende zodanig nader te regelen dat de op grond van artikel 64 van Richtlijn 2014/65/EU vereiste informatie kan worden gepubliceerd:

a)

de identificatoren voor de verschillende soorten transacties die overeenkomstig dit artikel openbaar worden gemaakt, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen die welke worden bepaald door factoren die hoofdzakelijk verband houden met de waardering van de financiële instrumenten en die welke door andere factoren worden bepaald;

b)

de toepassing van de verplichting op grond van lid 1 op transacties waarbij gebruik wordt gemaakt van deze financiële instrumenten voor onderpand, lening of andere doeleinden waarbij de uitwisseling van financiële instrumenten wordt bepaald door andere factoren dan de actuele marktwaarde van het financiële instrument;

c)

de partij bij een transactie die de transactie overeenkomstig lid 1 openbaar moet maken indien beide partijen bij de transactie beleggingsondernemingen zijn.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 22

Informatieverstrekking met het oog op transparantie en andere berekeningen

1.   Teneinde berekeningen te maken met het oog op de vaststelling van de eisen inzake transparantie voor en na de handel en de handelsverplichtingsregelingen die worden opgelegd bij de artikelen 3 tot en met 11, de artikelen 14 tot en met 21 en artikel 32, die van toepassing zijn op financiële instrumenten, alsook om te bepalen of een beleggingsonderneming een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling is, kunnen de bevoegde autoriteiten informatie verlangen van:

a)

handelsplatformen;

b)

APA’s; en

c)

Verstrekkers van consolidated tape.

2.   Handelsplatformen, APA’s en verstrekkers van consolidated tape slaan de noodzakelijk gegevens gedurende een voldoende lange periode op.

3.   De bevoegde autoriteiten zenden de ESMA de informatie toe die de ESMA nodig heeft om de in artikel 5, leden 4, 5 en 6, bedoelde verslagen op te stellen.

4.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op ter specificatie van de inhoud en frequentie van verzoeken om gegevens, de vorm en het tijdsbestek waarin handelsplatformen, APA’s en verstrekkers van consolidated tape aan dergelijke verzoeken overeenkomstig lid 1 moeten beantwoorden, de soort gegevens die moeten worden opgeslagen, en de minimale periode tijdens welke handelsplatformen, APA’s en verstrekkers van consolidated tape overeenkomstig lid 2 gegevens moeten opslaan teneinde aan die verzoeken te kunnen beantwoorden.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in dit lid bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 23

Handelsverplichting voor beleggingsondernemingen

1.   Een beleggingsonderneming zorgt ervoor dat haar transacties in aandelen die tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten of die op een handelsplatform worden verhandeld, op een gereglementeerde markt, MTF of via een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling, dan wel op een overeenkomstig artikel 25, lid 4, onder a), van Richtlijn 2014/65/EU als gelijkwaardig aangemerkt handelsplatform in een derde land, naar gelang van het geval, worden verricht, tenzij de kenmerken daarvan inhouden dat zij:

a)

niet-systematisch, ad hoc, onregelmatig en niet-frequent worden verricht, of

b)

tussen in aanmerking komende en/of professionele tegenpartijen worden verricht en niet bijdragen aan de koersvorming.

2.   Een beleggingsonderneming die een intern matchingsysteem exploiteert dat op multilaterale basis cliëntenorders in aandelen, representatieve certificaten, ETF’s, certificaten en andere vergelijkbare financiële instrumenten uitvoert, moet ervoor zorgen dat het op grond van Richtlijn 2014/65/EU over een vergunning als MTF beschikt en moet alle relevante bepalingen in verband met dergelijke vergunningen naleven.

3.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op ter specificatie van de bijzondere kenmerken van die transacties in aandelen die niet bijdragen aan de koersvorming als bedoeld in lid 1, rekening houdend met gevallen:

a)

van niet-toewijsbare liquiditeitstransacties; of

b)

waarin de ruil van dergelijke financiële instrumenten door andere factoren wordt bepaald dan door de actuele marktwaarde van het financiële instrument.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

TITEL IV

MELDEN VAN TRANSACTIES

Artikel 24

Verplichting om de integriteit van markten in stand te houden

Onverminderd de verdeling van de verantwoordelijkheden voor het doen naleven van Verordening (EU) nr. 596/2014 houden de bevoegde autoriteiten, gecoördineerd door de ESMA in overeenstemming met artikel 31 van Verordening (EU) nr. 1095/2010, toezicht op de activiteiten van beleggingsondernemingen om ervoor te zorgen dat deze optreden op loyale, billijke en professionele wijze en op een manier die bevorderlijk is voor de integriteit van de markt.

Artikel 25

Verplichting tot het bijhouden van gegevens

1.   Beleggingsondernemingen houden de relevante gegevens over alle door hen uitgevoerde orders en transacties in financiële instrumenten gedurende vijf jaar ter beschikking van de bevoegde autoriteit, ongeacht of deze orders en transacties voor eigen rekening dan wel voor rekening van een cliënt zijn uitgevoerd. In het geval van transacties voor rekening van cliënten omvatten de bijgehouden gegevens alle informatie en bijzonderheden over de identiteit van de cliënt en alle informatie die moet worden verstrekt op grond van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad (27). De ESMA kan om toegang tot die informatie verzoeken volgens de procedure en onder de voorwaarden die zijn beschreven in artikel 35 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

2.   De exploitant van een handelsplatform houdt alle relevante gegevens over de via zijn systemen medegedeelde orders met betrekking tot financiële instrumenten gedurende ten minste vijf jaar ter beschikking van de bevoegde autoriteit. De bijgehouden documenten omvatten de relevante gegevens die de kenmerken van de order uitmaken, met inbegrip van die welke een order verbinden met de uitgevoerde transactie(s) die uit die order voortvloeit/voortvloeien en (waarvan de details) overeenkomstig artikel 26, leden 1 en 3, worden gemeld. De ESMA vervult een faciliterende en coördinerende rol met betrekking tot de toegang van bevoegde autoriteiten tot informatie ingevolge dit lid.

3.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op om de details te bepalen van de relevante ordergegevens die op grond van lid 2 van dit artikel moeten worden bijgehouden en waarnaar niet wordt verwezen in artikel 26.

Die ontwerpen van technische reguleringsnormen bevatten de identificatiecode van het lid of de deelnemer die de order heeft doorgegeven, de identificatiecode van de order, de datum en het tijdstip van doorgifte van de order, de kenmerken van de order, waaronder het type order, de eventuele limietprijs, de geldigheidsperiode, eventuele specifieke orderinstructies, nadere bijzonderheden betreffende wijzigingen, annulering, gedeeltelijke of volledige uitvoering van de order, het agentschap of de voornaamste hoedanigheid waarin wordt opgetreden.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.

Artikel 26

Verplichting om transacties te melden

1.   Beleggingsondernemingen die transacties in financiële instrumenten verrichten, melden zo spoedig mogelijk en uiterlijk aan het einde van de volgende werkdag de volledige en nauwkeurige details van deze transacties aan de bevoegde autoriteit.

De bevoegde autoriteiten treffen overeenkomstig artikel 85 van Richtlijn 2014/65/EU de nodige regelingen om ervoor te zorgen dat ook de bevoegde autoriteit van de in termen van liquiditeit voor deze financiële instrumenten meest relevante markt die informatie ontvangt.

De bevoegde autoriteiten stellen desgevraagd de overeenkomstig dit artikel ontvangen informatie ter beschikking aan de ESMA.

2.   De in lid 1 vastgelegde verplichting geldt voor:

a)

financiële instrumenten die tot de handel zijn toegelaten of worden verhandeld op een handelsplatform of waarvoor een verzoek om toelating tot de handel is gedaan;

b)

financiële instrumenten waarvan de onderliggende waarde een financieel instrument is dat op een handelsplatform wordt verhandeld; en

c)

financiële instrumenten waarvan de onderliggende waarde een index of mand is die is samengesteld uit financiële instrumenten die op een handelsplatform worden verhandeld.

Voor transacties in de onder a) tot en met c) bedoelde financiële instrumenten is de verplichting van toepassing ongeacht of zij op het handelsplatform worden verricht.

3.   De meldingen behelzen met name de naam en het aantal van de gekochte of verkochte financiële instrumenten, de hoeveelheid, de datum en het tijdstip van de transactie, de prijs van de transactie, een kenmerk ter identificatie van de cliënten namens wie de beleggingsonderneming de transactie heeft uitgevoerd, een kenmerk ter identificatie van de personen en de computeralgoritmen die binnen de beleggingsonderneming verantwoordelijk zijn voor het beleggingsbesluit en de uitvoering van de transactie, informatie ter identificatie van de toepasselijke ontheffing met gebruikmaking waarvan de transactie heeft plaatsgevonden, een kenmerk ter identificatie van de betrokken beleggingsondernemingen en informatie ter identificatie van een shorttransactie als gedefinieerd in artikel 2, lid 1, onder b), van Verordening (EU) nr. 236/2012 met betrekking tot aandelen en overheidsschuld binnen de reikwijdte van de artikelen 12, 13 en 17 van die verordening. Voor transacties die niet op een handelsplatform zijn uitgevoerd, bevatten de meldingen tevens een kenmerk ter identificatie van de soorten transacties overeenkomstig de op grond van artikel 20, lid 3, onder a), en artikel 21, lid 5, onder a), vast te stellen maatregelen. Voor grondstoffenderivaten moet in de melding worden aangegeven of de transactie overeenkomstig artikel 57 van Richtlijn 2014/65/EU risico’s op objectief meetbare wijze vermindert.

4.   Beleggingsondernemingen die orders doorgeven, nemen hierbij alle bijzonderheden op als omschreven in de leden 1 en 3. Een beleggingsonderneming kan er ook voor kiezen om bij het doorgeven van orders de genoemde bijzonderheden niet in de doorgegeven order op te nemen, maar de order, indien deze wordt uitgevoerd, te melden als een transactie in overeenstemming met de vereisten van lid 1. In dat geval wordt in de transactiemelding van de beleggingsonderneming vermeld dat de transactie tot een doorgegeven order behoort.

5.   De exploitant van een handelsplatform meldt de bijzonderheden van transacties in financiële instrumenten die door een onderneming waarop deze verordening niet van toepassing is, zijn verhandeld via zijn platform en die zijn uitgevoerd via zijn systemen in overeenstemming met de leden 1 en 3.

6.   Bij het melden van het kenmerk ter identificatie van cliënten als vereist krachtens de leden 3 en 4 gebruiken beleggingsondernemingen voor cliënten die een rechtspersoon zijn, een identificator voor juridische entiteiten.

Uiterlijk op 3 januari 2016 stelt de ESMA overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 richtsnoeren op om ervoor te zorgen dat het gebruik van identificatoren voor juridische entiteiten (legal identity identifier — LEI) in de Unie voldoet aan de internationale normen, met name die van de Raad voor financiële stabiliteit (FSB).

7.   De meldingen worden aan de bevoegde autoriteit gedaan door de beleggingsonderneming zelf, een namens haar optredende ARM of het handelsplatform waarvan het systeem werd gebruikt om de transactie uit te voeren, overeenkomstig de leden 1, 3 en 9.

De beleggingsondernemingen zijn verantwoordelijk voor de volledigheid, de nauwkeurigheid en de tijdige indiening van de meldingen bij de bevoegde autoriteit.

Bij wijze van afwijking van die verplichting, is een beleggingsonderneming die bijzonderheden van transacties meldt via een namens haar optredend ARM of een handelsplatform, niet verantwoordelijk voor tekortkomingen in de volledigheid, de nauwkeurigheid en de tijdige indiening van de meldingen die zijn toe te schrijven aan het ARM of het handelsplatform. In die gevallen is, behoudens artikel 66, lid 4, van Richtlijn 2014/65/EU, het ARM of het handelsplatform verantwoordelijk voor die tekortkomingen.

De beleggingsondernemingen moeten niettemin redelijke stappen ondernemen om na te gaan of de namens hen ingediende transactiemeldingen volledig, nauwkeurig en op tijd zijn.

De lidstaat van herkomst eist dat het handelsplatform, bij het doen van meldingen namens de beleggingsonderneming, over deugdelijke beveiligingsmechanismen beschikt teneinde de beveiliging en de authenticatie van de middelen voor de informatieoverdracht te garanderen, het risico op gegevensverminking en onbevoegde toegang tot een minimum te beperken en te voorkomen dat informatie uitlekt, waarbij de geheimhouding van de gegevens te allen tijde wordt gegarandeerd. De lidstaat van herkomst eist dat het handelsplatform voldoende middelen aanhoudt en beschikt over back-upvoorzieningen om zijn diensten te allen tijde te kunnen aanbieden en in stand te kunnen houden.

Systemen voor matching of melding van transacties, waaronder transactieregisters die zijn geregistreerd of erkend overeenkomstig titel VI van Verordening (EU) nr. 648/2012, kunnen door de bevoegde autoriteit worden goedgekeurd als ARM voor het toezenden van transactiemeldingen aan de bevoegde autoriteit overeenkomstig de leden 1, 3 en 9.

Wanneer de transacties aan een als ARM goedgekeurd transactieregister zijn gemeld overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EU) nr. 648/2012 en deze meldingen de krachtens de leden 1, 3 en 9 vereiste details bevatten en door het transactieregister binnen de in lid 1 gestelde termijn aan de bevoegde autoriteit worden toegezonden, wordt de beleggingsonderneming geacht te hebben voldaan aan de verplichting op grond van lid 1.

Indien een transactiemelding fouten of omissies bevat, corrigeert het ARM, de beleggingsonderneming of het handelsplatform dat/die de transactie meldt, de informatie en dient een gecorrigeerde melding in bij de bevoegde autoriteit.

8.   Wanneer de in dit artikel bedoelde meldingen overeenkomstig artikel 35, lid 8, van Richtlijn 2014/65/EU worden toegezonden aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst, wordt deze informatie toegezonden aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de beleggingsonderneming, tenzij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst besluiten dat zij die informatie niet wensen te ontvangen.

9.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op tot nadere regeling van:

a)

de normen en formats voor de gegevens die moeten worden gemeld overeenkomstig de leden 1 en 3, waaronder de methoden en regelingen voor het melden van financiële transacties en de vorm en inhoud van dergelijke meldingen;

b)

de criteria voor het definiëren van een relevante markt overeenkomstig lid 1;

c)

de referenties van de gekochte of verkochte financiële instrumenten, het aantal, de datum en het tijdstip van de transactie, de prijs van de transactie, gedetailleerde gegevens over de identiteit van de cliënt, een kenmerk ter identificatie van cliënten namens wie de beleggingsonderneming de transactie heeft uitgevoerd, een kenmerk ter identificatie van de personen en de computeralgoritmen die binnen de beleggingsonderneming verantwoordelijk zijn voor het beleggingsbesluit en de uitvoering van de transactie, informatie ter identificatie van de toepasselijke ontheffing met gebruikmaking waarvan de transactie heeft plaatsgevonden, de middelen ter identificatie van de betreffende beleggingsondernemingen, de wijze waarop de transactie is uitgevoerd, de gegevensvelden die nodig zijn voor het verwerken en analyseren van de transactiemeldingen overeenkomstig lid 3; en

d)

het kenmerk ter identificatie van shorttransacties in aandelen en overheidsschuld als bedoeld in lid 3;

e)

de relevante categorieën financiële instrumenten die overeenkomstig lid 2 moeten worden gemeld;

f)

de voorwaarden waaronder de lidstaten overeenkomstig lid 6 identificatoren voor juridische entiteiten moeten ontwikkelen, toekennen en handhaven, en de voorwaarden voor het gebruik van deze identificatoren door beleggingsondernemingen om overeenkomstig de leden 3, 4 en 5 te voorzien in een kenmerk ter identificatie van de cliënten in de transactiemeldingen die zij krachtens lid 1 moeten verrichten;

g)

de toepassing van verplichtingen inzake het melden van transacties op bijkantoren van beleggingsondernemingen;

h)

wat voor de toepassing van dit artikel onder een transactie en de uitvoering van een transactie moet worden verstaan;

i)

wanneer een beleggingsonderneming voor de toepassing van lid 4 geacht wordt een order te hebben doorgegeven.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.

10.   Uiterlijk op 3 januari 2019 brengt de ESMA aan de Commissie verslag uit over de toepassing van dit artikel, waarin onder meer de interactie met de overeenkomstige rapportageverplichtingen op grond van Verordening (EU) nr. 648/2012 wordt bekeken en wordt beoordeeld of de inhoud en vorm van de transactiemeldingen die zijn ontvangen en uitgewisseld tussen de bevoegde autoriteiten, uitgebreid toezicht op de activiteiten van beleggingsondernemingen overeenkomstig artikel 24 van deze verordening mogelijk maken. De Commissie kan stappen nemen om wijzigingen voor te stellen, onder meer om ervoor te zorgen dat transacties alleen worden doorgegeven aan een enkel systeem dat is aangewezen door de ESMA in plaats van aan de bevoegde autoriteiten. De Commissie zendt het verslag van de ESMA toe aan het Europees Parlement en de Raad.

Artikel 27

Verplichting tot verstrekking van referentiegegevens voor financiële instrumenten

1.   Ten aanzien van financiële instrumenten die tot de handel op gereglementeerde markten zijn toegelaten of worden verhandeld via MTF’s of OTF’s verstrekken deze handelsplatformen de bevoegde autoriteiten referentiegegevens ter identificatie van deze instrumenten ten behoeve van de melding van transacties op grond van artikel 26.

Ten aanzien van andere onder artikel 26, lid 2, vallende financiële instrumenten die via haar systeem worden verhandeld, verstrekt elke beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling haar bevoegde autoriteit referentiegegevens betreffende die financiële instrumenten.

De referentiegegevens ter identificatie worden in een elektronisch en gestandaardiseerd format gereed gemaakt voor toezending aan de bevoegde autoriteit in voordat de handel in het financiële instrument waarop zij betrekking hebben begint. De referentiegegevens betreffende het financiële instrument worden geactualiseerd telkens als er zich veranderingen in de gegevens betreffende een financieel instrument voordoen. Die kennisgevingen moeten door de bevoegde autoriteiten onverwijld worden doorgezonden aan de ESMA, die ze onmiddellijk op haar website publiceert. De ESMA geeft bevoegde autoriteiten inzage in deze referentiegegevens.

2.   Om de bevoegde autoriteiten in staat te stellen overeenkomstig artikel 26 toezicht te houden op de werkzaamheden van beleggingsondernemingen om ervoor te zorgen dat zij op eerlijk, billijke en professioneel optreden en op een manier die bevorderlijk is voor de integriteit van de markt, treffen de ESMA en de bevoegde autoriteiten de nodige voorzieningen om ervoor te zorgen dat:

a)

de ESMA en de bevoegde autoriteiten de in lid 1 bedoelde referentiegegevens voor financiële instrumenten daadwerkelijk ontvangen;

b)

de kwaliteit van de ontvangen gegevens adequaat is voor de melding van transacties overeenkomstig artikel 26;

c)

de overeenkomstig lid 1 ontvangen referentiegegevens voor financiële instrumenten op efficiënte wijze worden uitgewisseld tussen de betrokken bevoegde autoriteiten.

3.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op om het volgende nader te bepalen:

a)

de gegevensnormen en formats voor de in lid 1 bedoelde referentiegegevens voor financiële instrumenten, met inbegrip van de methoden en regelingen voor de verstrekking van die gegevens en eventuele actualiseringen aan de bevoegde autoriteiten en de doorgifte ervan aan de ESMA overeenkomstig lid 1, alsmede de vorm en inhoud van die gegevens;

b)

de technische maatregelen die nodig zijn met het oog op de voorzieningen die ESMA en de bevoegde autoriteiten overeenkomstig lid 2 moeten treffen.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend de in de eerste alinea bedoelde voorstellen voor technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.

TITEL V

DERIVATEN

Artikel 28

Verplichting tot handel op gereglementeerde markten, MTF’s of OTF’s

1.   Financiële tegenpartijen zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 8, van Verordening (EU) nr. 648/2012 en niet-financiële tegenpartijen die voldoen aan de in artikel 10, lid 1, onder b), van die verordening bedoelde voorwaarden, mogen transacties die noch transacties binnen een groep zijn zoals gedefinieerd in artikel 3 van die verordening, noch transacties die vallen onder de overgangsbepalingen van artikel 89 van die verordening, met andere dergelijke financiële tegenpartijen of andere dergelijke niet-financiële tegenpartijen die voldoen aan de voorwaarden bedoeld in artikel 10, lid 1, onder b), van Verordening (EU) nr. 648/2012 in derivaten die behoren tot van een klasse derivaten waarvoor de handelsverplichting volgens de in artikel 32 beschreven procedure geldt en die zijn vermeld in het register dat is bedoeld in artikel 34, uitsluitend verrichten op:

a)

gereglementeerde markten;

b)

MTF’s;

c)

OTF’s; of

d)

handelsplatformen van derde landen, op voorwaarde dat de Commissie een besluit overeenkomstig lid 4 heeft vastgesteld en dat het derde land beschikt over een effectief gelijkwaardig systeem voor de erkenning van handelsplatformen waaraan op grond van Richtlijn 2014/65/EU vergunning is verleend om derivaten waarop een handelsverplichting van toepassing is verklaard op niet-exclusieve basis in dat derde land toe te laten tot de handel of te verhandelen.

2.   De handelsverplichting geldt ook voor in lid 1 bedoelde tegenpartijen die derivatentransacties aangaan met betrekking tot een derivatenklasse waarop de handelsverplichting van toepassing is verklaard, met financiële instellingen of andere entiteiten in derde landen die onder de clearingverplichting zouden vallen als ze in de Unie waren gevestigd. De handelsverplichting geldt ook voor entiteiten in derde landen die onder de clearingverplichting zouden vallen als zij in de Unie waren gevestigd en die derivatentransacties aangaan die behoren tot een derivatenklasse waarop de handelsverplichting van toepassing is verklaard, op voorwaarde dat het contract een rechtstreeks, substantieel en te voorzien effect heeft binnen de Unie of als een dergelijke verplichting nodig of passend is om ontwijking van een bepaling in deze verordening te voorkomen.

De ESMA houdt regelmatig toezicht op de activiteit in derivaten waarop de handelsverplichting als beschreven in lid 1 niet van toepassing is verklaard, om vast te stellen in welke gevallen een bepaalde klasse contracten een systeemrisico kan vormen, en om reguleringsarbitrage te voorkomen tussen derivatentransacties waarvoor de handelsverplichting geldt en derivatentransacties waarvoor de handelsverplichting niet geldt.

3.   Derivaten waarvoor de handelsverplichting overeenkomstig lid 1 geldt komen in aanmerking om te worden toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of op niet-exclusieve en niet-discriminerende basis te worden verhandeld op elk handelsplatform als bedoeld in lid 1.

4.   De Commissie kan de onderzoeksprocedure van artikel 51, lid 2, besluiten aannemen om te bepalen dat het wettelijke en toezichtskader van een derde land waarborgt dat een handelsplatform met een vergunning in dat derde land voldoet aan wettelijk bindende vereisten die gelijkwaardig zijn aan de vereisten voor handelsplatformen die zijn beschreven in lid 1, onder a), b) of c), van dit artikel en die voortkomen uit deze verordening, Richtlijn 2014/65/EU, en Verordening (EU) nr. 596/2014, en in dat derde land onderworpen zijn aan effectief toezicht en effectieve handhaving.

Die besluiten hebben uitsluitend ten doel te bepalen of een handelsplatform in aanmerking komt voor de handel in derivaten waarop de handelsverplichting van toepassing is verklaard.

Het wettelijke en toezichtskader van een derde land wordt geacht een gelijkwaardig effect te hebben indien dat kader voldoet aan alle volgende voorwaarden:

a)

handelsplatformen in dat derde land zijn vergunningplichtig en zijn doorlopend aan effectief toezicht en effectieve handhaving onderworpen;

b)

handelsplatformen beschikken over duidelijke en transparante regels voor de toelating van financiële instrumenten tot de handel om ervoor te zorgen dat dergelijke financiële instrumenten op billijke, ordelijke en efficiënte wijze kunnen worden verhandeld en vrij verhandelbaar zijn;

c)

emittenten van financiële instrumenten zijn onderworpen aan periodieke en doorlopende informatie-eisen die een hoge mate van beleggersbescherming garanderen;

d)

het zorgt voor transparantie en integriteit van de markt door middel van regelgeving ter bestrijding van marktmisbruik in de vorm van handel met voorwetenschap en marktmanipulatie;

Een besluit van de Commissie krachtens dit lid kan worden beperkt tot een categorie of bepaalde categorieën handelsplatformen. In dat geval valt een handelsplatform van een derde land alleen onder lid 1, onder d), indien het tot de door het besluit van de Commissie bestreken categorie behoort.

5.   Teneinde een consistente toepassing van dit artikel te garanderen, stelt de ESMA ontwerpen van technische reguleringsnormen op ter specificatie van de in lid 2 bedoelde soorten contracten die binnen de Unie een rechtstreeks, substantieel en te voorzien effect hebben en de gevallen waarin de handelsverplichting nodig of passend is om ontwijking van een bepaling in deze verordening te voorkomen.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.

Indien mogelijk en waar passend, zijn de in dit lid bedoelde technische reguleringsnormen identiek aan die welke overeenkomstig artikel 4, lid 4, van Verordening (EU) nr. 648/2012 zijn vastgesteld.

Artikel 29

Clearingverplichting voor derivaten die op gereglementeerde markten worden verhandeld en tijdstip van aanvaarding voor clearing

1.   De exploitant van een gereglementeerde markt zorgt ervoor dat alle transacties in derivaten die op die gereglementeerde markt worden verricht, worden gecleard door een CTP.

2.   CTP’s, handelsplatformen en beleggingsondernemingen die overeenkomstig artikel 2, lid 14 van Verordening (EU) nr. 648/2012 als clearinglid fungeren, beschikken over doeltreffende systemen, procedures en regelingen voor geclearde derivaten om te garanderen dat transacties in geclearde derivaten zo snel als technologisch mogelijk is met geautomatiseerde systemen voor clearing worden voorgelegd en aanvaard.

In dit lid wordt verstaan onder „geclearde derivaten”:

a)

alle derivaten die moeten worden gecleard op grond van de clearingverplichting van lid 1 van dit artikel of op grond van de clearingverplichting van artikel 4 van Verordening (EU) nr. 648/2012;

b)

alle derivaten over de clearing waarvan de betrokken partijen op een andere wijze overeenstemming hebben bereikt.

3.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op ter specificatie van de minimumvereisten voor systemen, procedures en regelingen, met inbegrip van de tijdschema’s voor aanvaarding, op grond van dit artikel, rekening houdend met de noodzaak van een deugdelijk beheer van operationele of andere risico’s.

De ESMA is doorlopend bevoegd om verdere technische reguleringsnormen op te stellen om de geldende normen aan te passen, wanneer zij dit nodig acht, gezien de normen van de sector zich voortdurend ontwikkelen.

De ESMA legt de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste en tweede alinea bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 30

Indirecte clearingregelingen

1.   Indirecte clearingregelingen met betrekking tot op de beurs verhandelde derivaten zijn toelaatbaar, op voorwaarde dat deze regelingen niet resulteren in een verhoging van het tegenpartijrisico en zij zeker stellen dat de activa en posities van de tegenpartij in aanmerking komen voor een bescherming met gelijkwaardige werking als die bedoeld in de artikelen 39 en 48 van Verordening (EU) nr. 648/2012.

2.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op ter specificatie van de soorten indirecte clearingdienstregelingen, indien ingesteld, die aan de in lid 1 bedoelde voorwaarden voldoen, waarbij wordt gezorgd voor consistentie met de bepalingen die voor otc-derivaten zijn ingesteld op grond van hoofdstuk II van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 149/2013 van de Commissie (28).

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in dit lid bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 31

Comprimeren van portefeuilles

1.   Bij het verrichten van portefeuillecompressie zijn beleggingsondernemingen en marktexploitanten niet onderworpen aan de verplichting inzake optimale uitvoering als bedoeld in artikel 27 van Richtlijn 2014/65/EU, de transparantieverplichtingen als bedoeld in de artikelen 8, 10, 18 en 21 van deze verordening en de verplichting als bedoeld in artikel 1, lid 6, van 2014/65/EU. Op de beëindiging of vervanging van de samenstellende derivaten bij de portefeuillecompressie is artikel 28 van deze verordening niet van toepassing.

2.   Beleggingsondernemingen en marktexploitanten die het comprimeren van portefeuilles aanbieden, maken via een APA de omvang openbaar van de transacties die aan de compressie van portefeuilles onderworpen zijn, alsook het tijdstip waarop deze transacties zijn gesloten binnen de in artikel 10 gespecificeerde termijnen.

3.   Beleggingsondernemingen en marktexploitanten die het comprimeren van portefeuilles aanbieden, houden een volledig en nauwkeurig register bij van alle compressies van portefeuilles die zij organiseren of waarin zij participeren. Dat register wordt op verzoek onmiddellijk ter beschikking gesteld van de betrokken bevoegde autoriteit of de ESMA.

4.   De Commissie kan, door middel van gedelegeerde handelingen in overeenstemming met artikel 50, maatregelen vaststellen om de volgende zaken te specificeren:

a)

de elementen van de compressie van portefeuilles;

b)

de op grond van lid 3 openbaar te maken informatie;

en wel zodanig dat zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van eventueel bestaande registratie-, meldings- of bekendmakingsvoorschriften.

Artikel 32

Procedure voor handelsverplichting

1.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op om het volgende nader te bepalen:

a)

welke klasse van derivaten waarvoor op grond van artikel 5, leden 2 en 4, van Verordening (EU) nr. 648/2012 de clearingverplichting geldt of relevante subset daarvan moet worden verhandeld op de in artikel 28, lid 1, van deze verordening bedoelde platformen;

b)

de datum of data waarop de handelsverplichting van kracht wordt, met inbegrip van een eventuele gefaseerde invoering, en de categorieën van tegenpartijen waarvoor de verplichting geldt, indien technische reguleringsnormen overeenkomstig artikel 5, lid 2, onder b), van Verordening (EU) nr. 648/2012 voorzien in een dergelijke gefaseerde invoering en dergelijke categorieën van tegenpartijen.

De ESMA legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen voor aan de Commissie binnen zes maanden na de vaststelling van de technische reguleringsnormen overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EU) nr. 648/2012 door de Commissie.

Alvorens zij de ontwerpen van technische reguleringsnormen ter vaststelling aan de Commissie voorlegt, organiseert de ESMA een openbare raadpleging en kan zij, zo nodig, overleg plegen met de bevoegde autoriteiten van derde landen.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

2.   De handelsverplichting treedt in werking indien:

a)

de in lid 1, onder a), bedoelde klasse van derivaten of een relevante subset daarvan is toegelaten tot de handel of wordt verhandeld op ten minste één handelsplatform als bedoeld in artikel 28, lid 1, en

b)

er in de klasse van derivaten of een relevante subset daarvan voldoende koop- en verkoopintenties van derde partijen zijn opdat een dergelijke klasse van derivaten als voldoende liquide wordt beschouwd om uitsluitend op de in artikel 28, lid 1, bedoelde platformen te worden verhandeld.

3.   Bij het opstellen van de ontwerpen van technische reguleringsnormen als bedoeld in lid 1 bepaalt de ESMA of de klasse van derivaten of een relevante subset daarvan voldoende liquide is aan de hand van de volgende criteria:

a)

de gemiddelde frequentie en omvang van de handel in allerlei marktomstandigheden, gelet op de aard en levenscyclus van producten binnen de derivatenklasse;

b)

het aantal en het type actieve marktdeelnemers, met inbegrip van de verhouding van marktdeelnemers tot producten/contracten die in een bepaalde productmarkt worden verhandeld;

c)

de gemiddelde omvang van de spreads.

Bij het ontwikkelen van deze ontwerpen van technische reguleringsnormen houdt de ESMA rekening met het verwachte effect dat die handelsverplichting kan hebben op de liquiditeit van een klasse van derivaten of een relevante subset daarvan en de commerciële activiteiten van eindgebruikers die geen financiële entiteiten zijn.

De ESMA bepaalt of de klasse van derivaten of een relevante subset daarvan alleen voldoende liquide is in transacties onder een bepaalde omvang.

4.   De ESMA identificeert, op eigen initiatief, volgens de criteria van lid 2 en na een openbare raadpleging, de klassen van derivaten of individuele derivatencontracten die onder de verplichting tot handel op de in artikel 28, lid 1, bedoelde platformen zouden moeten vallen, maar waarvoor nog geen centrale tegenpartij een vergunning heeft op grond van artikel 14 of artikel 15 van Verordening (EU) nr. 648/2012 of die nog niet tot de handel zijn toegelaten of worden verhandeld op een in artikel 28, lid 1, genoemd handelsplatform, en stelt de Commissie daarvan in kennis.

Na de in de eerste alinea bedoelde kennisgeving door de ESMA kan de Commissie een verzoek publiceren tot het ontwikkelen van voorstellen voor het verhandelen van deze derivaten op de in artikel 28, lid 1, genoemde platformen.

5.   De ESMA legt, in overeenstemming met lid 1, nieuwe ontwerpen van technische reguleringsnormen voor aan de Commissie om de bestaande technische reguleringsnormen te wijzigen, op te schorten of in te trekken als er een materiële wijziging optreedt in de criteria die zijn beschreven in lid 2. Alvorens dit te doen, kan de ESMA indien nodig overleg plegen met de bevoegde autoriteiten van derde landen.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

6.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op waarin de in lid 2, onder b), genoemde criteria worden gespecificeerd.

De ESMA dient deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 in bij de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.

Artikel 33

Mechanisme ter voorkoming van overlappende of tegenstrijdige regels

1.   De Commissie wordt door de ESMA bijgestaan bij het monitoren en het opstellen, ten minste eenmaal per jaar, van een rapport ten behoeve van het Europees Parlement en de Raad over de internationale toepassing van de in de artikelen 28 en 29 vervatte beginselen, in het bijzonder met betrekking tot potentieel overlappende of tegenstrijdige vereisten met betrekking tot marktdeelnemers, en zij beveelt mogelijke maatregelen aan.

2.   De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarbij zij verklaart dat het wettelijke kader, het toezichtskader en het handhavingskader van het bewuste derde land:

a)

gelijkwaardig zijn aan de uit de artikelen 28 en 29 voortvloeiende vereisten;

b)

waarborgen inzake het beroepsgeheim bieden die gelijkwaardig zijn aan de in deze verordening vervatte waarborgen;

c)

doeltreffende op een billijke en niet-vertekenende wijze worden toegepast en gehandhaafd, zodat effectief toezicht en effectieve handhaving in dat derde land zijn gewaarborgd.

Die uitvoeringshandelingen worden overeenkomstig de in artikel 51 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

3.   Een uitvoeringshandeling inzake gelijkwaardigheid als bedoeld in lid 2 heeft tot doel dat tegenpartijen die een onder deze verordening vallende transactie aangaan, geacht worden de in de artikelen 28 en 29 neergelegde verplichtingen te hebben vervuld indien ten minste één van de tegenpartijen in dat derde land gevestigd is en de tegenpartijen voldoen aan het wettelijke kader, het toezichtskader en het handhavingskader van het desbetreffende derde land.

4.   De Commissie houdt in samenwerking met de ESMA toezicht op de doeltreffende uitvoering door de derde landen ten aanzien waarvan een uitvoeringshandeling inzake gelijkwaardigheid is vastgesteld, van de vereisten die gelijkwaardig zijn aan de in de artikelen 28 en 29 vervatte vereisten en brengt regelmatig — en ten minste jaarlijks — verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad.

Indien uit het verslag blijkt dat de autoriteiten van een derde land bij het toepassen van de gelijkwaardige vereisten duidelijk tekortschieten of inconsistent zijn, kan de Commissie de erkenning van het als gelijkwaardig aangemerkte wettelijke kader van het derde land in kwestie binnen 30 kalenderdagen na de presentatie van het verslag intrekken. Indien de uitvoeringshandeling inzake gelijkwaardigheid wordt ingetrokken, zijn transacties van tegenpartijen automatisch opnieuw aan alle in de artikelen 28 en 29 van deze verordening vastgestelde vereisten onderworpen.

Artikel 34

Register van derivaten die onder de handelsverplichting vallen

De ESMA publiceert en onderhoudt op haar website een register waarin op uitputtende en ondubbelzinnige wijze de derivaten worden vermeld waarvoor de handelsverplichting op de in artikel 28, lid 1, bedoelde platformen geldt, de platformen waar deze tot de handel zijn toegelaten of worden verhandeld en de data met ingang waarvan de verplichting in werking treedt.

TITEL VI

NIET-DISCRIMINERENDE CLEARINGTOEGANG VOOR FINANCIËLE INSTRUMENTEN

Artikel 35

Niet-discriminerende toegang tot een CTP

1.   Onverminderd artikel 7 van Verordening (EU) nr. 648/2012 accepteert een CTP alle financiële instrumenten voor clearing op een niet-discriminerende en transparante basis, ook als het gaat om de onderpandvereisten en vergoedingen voor toegang, ongeacht op welk handelsplatform de transactie is uitgevoerd. Dit moet er in het bijzonder voor zorgen dat een handelsplatform het recht op niet-discriminerende behandeling heeft van de contracten die via dat handelsplatform worden verhandeld met betrekking tot:

a)

de onderpandeisen en de verrekening van economisch gelijkwaardige contracten, indien de opname van dergelijke contracten bij vroegtijdige verrekening (close-out) en andere verrekeningsprocedures van een CTP overeenkomstig de toepasselijke insolventiewetgeving de soepele en ordelijke werking, de geldigheid of afdwingbaarheid van dergelijke procedures niet in gevaar zou brengen; en

b)

cross-margining met gecorreleerde contracten die door dezelfde CTP worden gecleard op grond van een risicomodel dat voldoet aan artikel 41 van Verordening (EU) nr. 648/2012.

Een CTP mag eisen dat het handelsplatform zich houdt aan de door de CTP vastgestelde operationele en technische vereisten, met inbegrip van de vereisten inzake risicobeheer. Het in dit lid vastgestelde vereiste geldt niet voor een derivatencontract dat al onder de toegangsverplichtingen op grond van artikel 7 van Verordening (EU) nr. 648/2012 valt.

Een CTP is niet door dit artikel gebonden indien zij nauwe banden heeft met een handelsplatform dat kennisgeving heeft gedaan op grond van artikel 36, lid 5.

2.   Een verzoek tot toegang tot een CTP wordt door het betreffende handelsplatform formeel ingediend bij een CTP, de voor deze CTP bevoegde autoriteit en de voor het handelsplatform bevoegde autoriteit. In het verzoek wordt vermeld voor welke typen financiële instrumenten om toegang wordt verzocht.

3.   De CTP stuurt het handelsplatform binnen drie maanden, in het geval van effecten en geldmarktinstrumenten, en binnen zes maanden, in het geval van op de beurs verhandelde derivaten, een schriftelijke reactie waarin toegang wordt toegestaan, mits een relevante bevoegde autoriteit de toegang heeft verleend krachtens lid 4, of waarin toegang wordt geweigerd. De CTP mag een verzoek om toegang alleen weigeren op grond van de voorwaarden die zijn beschreven in lid 6, onder a). Indien een CTP weigert toegang te verlenen, dan geeft zij hiervoor in haar reactie alle redenen op en brengt zij haar bevoegde autoriteit schriftelijk van het besluit op de hoogte. Indien het handelsplatform en de CTP in verschillende lidstaten zijn gevestigd, stuurt de CTP de kennisgeving en motivering ook naar de bevoegde autoriteit van het handelsplatform. De CTP moet binnen drie maanden na het verzenden van een positieve reactie op een verzoek tot toegang de toegang mogelijk maken.

4.   De bevoegde autoriteit van de CTP of die van het handelsplatform verleent een handelsplatform alleen toegang tot een CTP indien die toegang:

a)

geen interoperabiliteitsregeling zou vereisen in het geval van andere derivaten dan otc-derivaten als omschreven in artikel 2, punt 7), van Verordening (EU) nr. 648/2012; of

b)

geen bedreiging zou vormen voor de soepele en ordelijke werking van de markten, met name door liquiditeitsfragmentatie, of geen negatieve gevolgen zou hebben in termen van systeemrisico.

Punt a) van de eerste alinea laat de verlening van toegang geheel onverlet indien het verzoek zoals bedoeld in lid 2 interoperabiliteit vereist, en het handelsplatform en alle CTP’s die partij zijn bij de voorgestelde interoperabiliteitsregeling, met die regeling hebben ingestemd, en de risico’s waaraan de CTP die het verzoek ontvangt wordt blootgesteld en die uit posities tussen CTP’s voortkomen, bij een derde partij met zekerheden worden gedekt.

Indien de noodzaak van een interoperabiliteitsregeling geheel of gedeeltelijk de reden voor het weigeren van toegang is, dient het handelsplatform de CTP van advies en deelt het de ESMA mee welke andere CTP’s toegang tot het handelsplatform hebben; de ESMA maakt die informatie openbaar, zodat beleggingsondernemingen ervoor kunnen kiezen hun rechten krachtens artikel 37 van Richtlijn 2014/65/EU ten aanzien van die CTP’s uit te oefenen teneinde alternatieve toegangsregelingen te faciliteren.

Indien een bevoegde autoriteit de toegang weigert, deelt zij haar besluit binnen twee maanden na ontvangst van het in lid 2 bedoelde verzoek mee, en stelt zij de andere bevoegde autoriteit, de CTP en het handelsplatform in kennis van haar volledige motivering, inclusief de gegevens waarop het besluit is gebaseerd.

5.   Met betrekking tot effecten en geldmarktinstrumenten kan een pas opgerichte CTP als gedefinieerd in artikel 2, lid 1, van Verordening (EU) nr. 648/2012, die een clearingvergunning heeft gekregen krachtens artikel 17 van Verordening (EU) nr. 648/2012 of is erkend krachtens artikel 25 van Verordening (EU) nr. 648/2012 of op 2 juli 2014 nog geen drie jaar over een vergunning beschikt krachtens een eerder bestaand nationaal vergunningenstelsel, vóór 3 januari 2017 worden toegepast op haar bevoegde autoriteit om toestemming verzoeken om gebruik te maken van overgangsregelingen. De bevoegde autoriteit kan beslissen dat dit artikel niet van toepassing is op de CTP wat effecten en geldmarktinstrumenten betreft, gedurende een overgangsperiode tot 3 juli 2019.

Ingeval de overgangsperiode wordt goedgekeurd, kan de CTP tijdens de duur van de overgangsregeling de rechten van toegang op grond van artikel 36 of dit artikel niet genieten met betrekking tot effecten en geldmarktinstrumenten. De bevoegde autoriteit stelt de leden van het college van bevoegde autoriteiten voor de CTP en de ESMA in kennis van het feit dat er een overgangsperiode is goedgekeurd. De ESMA publiceert een lijst van alle kennisgevingen die zij ontvangt.

Indien een CTP waarvoor de in dit lid bedoelde overgangsregeling is goedgekeurd, nauwe banden heeft met één of meer handelsplatformen, genieten die handelsplatformen tijdens de duur van de overgangsregeling geen toegangsrechten op grond van artikel 36 of dit artikel wat effecten en geldmarktinstrumenten betreft.

Een CTP die in de periode van drie jaar vóór de inwerkingtreding een vergunning heeft gekregen, maar is ontstaan door een fusie of verwerving waarbij ten minste één CTP betrokken is die vóór die periode een vergunning heeft gekregen, mag niet om de in dit lid bedoelde overgangsregelingen verzoeken.

6.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op om de volgende zaken te specificeren:

a)

de specifieke voorwaarden waaronder een CTP een verzoek om toegang kan weigeren, met inbegrip van het verwachte transactievolume, het aantal en type gebruikers, regelingen voor het beheer van operationeel risico en complexiteit en andere factoren die significante ongewenste risico’s met zich brengen;

b)

de omstandigheden waarin toegang door een CTP moet worden toegestaan, inclusief de vertrouwelijkheid van de verstrekte informatie met betrekking tot financiële instrumenten gedurende de ontwikkelingsfase, de niet-discriminerende en transparante basis met betrekking tot de vergoedingen voor clearing, onderpandeisen en de operationele eisen met betrekking tot margining;

c)

de omstandigheden waarin het verlenen van toegang de soepele en ordelijke werking van de markten zou bedreigen of negatieve gevolgen zou hebben in termen van systeemrisico;

d)

de procedure van kennisgeving op grond van lid 5;

e)

de voorwaarden voor niet-discriminerende behandeling als het gaat om de wijze waarop de via dat platform verhandelde contracten worden behandeld met betrekking tot de onderpandeisen en de verrekening van economisch gelijkwaardige contracten en cross-margining met gecorreleerde contracten die door dezelfde CTP worden gecleard.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 36

Niet-discriminerende toegang tot een handelsplatform

1.   Onverminderd artikel 8 van Verordening (EU) nr. 648/2012 biedt een handelsplatform op niet-discriminerende en transparante basis transactiestromen (trade feeds) aan, onder meer met betrekking tot toegangsvergoedingen, op verzoek van elke op grond van Verordening (EU) nr. 648/2012 vergunninghoudende of erkende CTP die transacties in financiële instrumenten die op dat handelsplatform zijn gesloten, wil clearen. Dit vereiste geldt niet voor een derivatencontract dat al onder de toegangsverplichtingen op grond van artikel 8 van Verordening (EU) nr. 648/2012 valt.

Een handelsplatform is niet door dit artikel gebonden indien het nauwe banden heeft met een CTP die kennisgeving heeft gedaan dat ze gebruik maakt van de overgangsregelingen van artikel 35, lid 5.

2.   Een verzoek om toegang tot een handelsplatform wordt door de betreffende CTP formeel ingediend bij een handelsplatform, de voor het handelsplatform bevoegde autoriteit en de voor de CTP bevoegde autoriteit.

3.   Het handelsplatform stuurt de CTP binnen drie maanden, in het geval van effecten en geldmarktinstrumenten, en binnen zes maanden, in het geval van op de beurs verhandelde derivaten, een schriftelijke reactie waarin toegang wordt toegestaan, op voorwaarde dat de betrokken bevoegde autoriteit de toegang heeft verleend krachtens lid 4, of waarin toegang wordt geweigerd. Het handelsplatform mag een verzoek tot toegang alleen weigeren op grond van de voorwaarden die zijn beschreven in lid 6, onder a). Indien de toegang wordt geweigerd, geeft het handelsplatform hiervoor in zijn antwoord alle redenen op en brengt het zijn bevoegde autoriteit schriftelijk van het besluit op de hoogte. Indien de CTP en het handelsplatform in verschillende lidstaten zijn gevestigd, stuurt het handelsplatform de kennisgeving en motivering ook naar de bevoegde autoriteit van de CTP. Het handelsplatform moet binnen drie maanden na het verzenden van een positieve reactie op een verzoek tot toegang de toegang mogelijk maken.

4.   De bevoegde autoriteit van het handelsplatform of die van de CTP verleent een CTP alleen toegang tot een handelsplatform indien die toegang:

a)

geen interoperabiliteitsregeling zou vereisen in het geval van andere derivaten dan otc-derivaten als omschreven in artikel 2, punt 7), van Verordening (EU) nr. 648/2012; of

b)

geen bedreiging voor de soepele en ordelijke werking van de markten zou vormen, met name door liquiditeitsfragmentatie en het handelsplatform adequate mechanismen heeft ingevoerd om liquiditeitsfragmentatie te voorkomen, of geen negatieve gevolgen zou hebben in termen van systeemrisico.

Niets in de eerste alinea, onder a), belet dat toegang wordt verleend indien het verzoek bedoeld in lid 1 interoperabiliteit vereist, en het handelsplatform en alle CTP’s die partij zijn bij de voorgestelde interoperabiliteitsregeling, met die regeling hebben ingestemd, en de risico’s waaraan de CTP die het verzoek ontvangt wordt blootgesteld en die uit posities tussen CTP’s voortkomen, bij een derde partij met zekerheden worden gedekt.

Indien de noodzaak van een interoperabiliteitsregeling geheel of gedeeltelijk de reden voor het weigeren van toegang is, dient het handelsplatform de CTP van advies en deelt het de ESMA mee welke andere CTP’s toegang tot het handelsplatform hebben; de ESMA maakt die informatie openbaar, zodat beleggingsondernemingen ervoor kunnen kiezen hun rechten krachtens artikel 37 van Richtlijn 2014/65/EU ten aanzien van die CTP’s uit te oefenen teneinde alternatieve toegangsregelingen te faciliteren.

Indien een bevoegde autoriteit toegang weigert, deelt zij haar besluit binnen twee maanden na ontvangst van het in lid 2 bedoelde verzoek mee, en stelt zij de andere bevoegde autoriteit, het handelsplatform en de CTP in kennis van haar volledige motivering, inclusief de gegevens waarop het besluit is gebaseerd.

5.   Wat op de beurs verhandelde derivaten betreft, kan een handelsplatform dat onder de relevante drempel valt in het kalenderjaar dat aan de toepassing van deze verordening voorafgaat, vóór de toepassing van deze verordening de ESMA en zijn bevoegde autoriteit ervan in kennis stellen dat het gedurende dertig maanden vanaf de toepassing van deze verordening niet door dit artikel gebonden wenst te zijn voor in die drempel begrepen, op de beurs verhandelde, derivaten. Een handelsplatform dat in elk jaar van die, of van een verdere, periode van dertig maanden onder de relevante drempel blijft, kan aan het einde van de periode de ESMA en zijn bevoegde autoriteit ervan in kennis stellen dat het voor een nieuwe periode van dertig maanden niet gebonden wenst te zijn door dit artikel. Indien kennisgeving wordt gedaan, kan het handelsplatform de toegangsrechten op grond van artikel 35 of dit artikel tijdens de duur van de opt-out niet genieten voor in de relevante drempel begrepen, op de beurs verhandelde, derivaten. De ESMA publiceert een lijst van alle kennisgevingen die zij ontvangt.

De relevante drempel voor de opt-out is een jaarlijks verhandeld nominaal bedrag van 1 000 000 miljoen EUR. Het nominale bedrag wordt aan één kant geteld en omvat alle transacties in op de beurs verhandelde derivaten die volgens de regels van het handelsplatform zijn gesloten.

Indien een handelsplatform tot een groep met nauwe onderlinge banden behoort, wordt de drempel berekend door de jaarlijkse verhandelde nominale bedragen van alle in de Unie gevestigde handelsplatforms van de groep als geheel op te tellen.

Indien een handelsplatform dat op grond van dit lid kennisgeving heeft gedaan, nauwe banden heeft met één of meer CTP’s, genieten die CTP’s tijdens de duur van de opt-out de toegangsrechten op grond van artikel 35 of dit artikel niet voor in de relevante drempel begrepen, op de beurs verhandelde, derivaten.

6.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op om de volgende zaken te specificeren:

a)

de specifieke voorwaarden waaronder een handelsplatform een verzoek om toegang kan weigeren, met inbegrip van het verwachte transactievolume, het aantal en de soort gebruikers, regelingen voor het beheer van operationeel risico en complexiteit of andere factoren die significante ongewenste risico’s met zich brengen;

b)

de omstandigheden waarin toegang moet worden verleend, inclusief de vertrouwelijkheid van de verstrekte informatie met betrekking tot financiële instrumenten gedurende de ontwikkelingsfase en de niet-discriminerende en transparante basis met betrekking tot de vergoedingen voor de toegang;

c)

de omstandigheden waarin het verlenen van toegang de soepele en ordelijke werking van de markten zal bedreigen of negatieve gevolgen zou hebben in termen van systeemrisico;

d)

de procedure van kennisgeving op grond van lid 5, met inbegrip van verdere specificaties voor de berekening van het notionele bedrag en de wijze waarop de ESMA de berekening van de volumes kan controleren en de opt-out kan goedkeuren.

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.

Artikel 37

Niet-discriminerende toegang tot en verplichting tot licentieverlening voor benchmarks

1.   In gevallen waarin de waarde van een financieel instrument wordt berekend uitgaande van een benchmark, moet een persoon met eigendomsrechten op de benchmark ervoor zorgen dat CTP’s en handelsplatformen ten behoeve van handel en clearing niet-discriminerende toegang krijgen tot:

a)

relevante prijs- en gegevensstromen en informatie over de samenstelling, methode en prijsvorming van de betreffende benchmark voor clearing- en handelsdoeleinden; en

b)

licenties.

Een licentie die toegang tot informatie omvat, wordt binnen drie maanden na indiening van het verzoek door een CTP of handelsplatform op billijke, redelijke en niet-discriminerende basis verleend.

De toegang wordt tegen een redelijke commerciële prijs verleend, met inachtneming van de prijs waartegen toegang tot de benchmark wordt verleend, of onder voorwaarden die gelijkwaardig zijn aan voorwaarden waaronder de intellectuele-eigendomsrechten in licentie worden gegeven aan andere CTP’s, andere handelsplatformen of andere betrokken personen ten behoeve van clearing en handel. Aan verschillende CTP’s, handelsplatformen of betrokken personen kunnen alleen verschillende prijzen worden gerekend als dat objectief gerechtvaardigd is op redelijke commerciële gronden, zoals de gevraagde hoeveelheid, omvang of reikwijdte.

2.   Indien na 3 januari 2017 een nieuwe benchmark wordt ontwikkeld treedt de verplichting tot licentieverlening in werking niet later dan dertig maanden nadat een financieel instrument dat naar die benchmark verwijst, is begonnen met of is toegelaten tot de handel. Indien een persoon met eigendomsrechten op een nieuwe benchmark een bestaande benchmark bezit, moet die persoon vaststellen dat de nieuwe benchmark in vergelijking met die eventuele bestaande benchmark aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoet:

a)

de nieuwe benchmark is niet louter een kopie of een aangepaste versie van die bestaande benchmark en de methode, met inbegrip van de onderliggende gegevens, van de nieuwe benchmark verschilt aanzienlijk van die van de bestaande benchmark; en

b)

de nieuwe benchmark is geen vervanging voor de bestaande benchmark.

Dit lid doet geen afbreuk aan de toepassing van de mededingingsregels, in het bijzonder de artikelen 101 en 102 VWEU.

3.   CTP’s, handelsplatformen of verwante entiteiten gaan met een verstrekker van een benchmark geen overeenkomst aan waarvan het effect zou zijn:

a)

dat het een andere CTP of een ander handelsplatform onmogelijk wordt gemaakt toegang te krijgen tot dergelijke informatie of rechten zoals bedoeld in lid 1; of

b)

dat het een andere CTP of een ander handelsplatform onmogelijk wordt gemaakt toegang te krijgen tot een dergelijke licentie, zoals bedoeld in lid 1;

4.   De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op om de volgende zaken te specificeren:

a)

de informatie via licentieverlening die uitsluitend voor gebruik door de CTP of het handelsplatform beschikbaar moet worden gesteld op grond van lid 1, onder a);

b)

andere omstandigheden waarin toegang wordt verleend, inclusief de vertrouwelijkheid van de verstrekte informatie;

c)

de normen aan de hand waarvan kan worden bewezen dat een benchmark nieuw is overeenkomstig lid 2, onder a) en b).

De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 3 juli 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 38

Toegang voor CTP’s en handelsplatformen uit derde landen

1.   Een handelsplatform dat in een derde land is gevestigd, kan alleen om toegang tot een in de Unie gevestigde CTP verzoeken, indien de Commissie met betrekking tot dat derde land een besluit heeft aangenomen in overeenstemming met artikel 28, lid 4. Een in een derde land gevestigde CTP kan om toegang tot een in de Unie gevestigd handelsplatform verzoeken op voorwaarde dat die CTP op grond van artikel 25 van Verordening (EU) nr. 648/2012 is erkend. CTP’s en handelsplatformen die in derde landen zijn gevestigd krijgen alleen toestemming om gebruik te maken van de in de artikelen 35 en 36 bedoelde toegangsrechten indien de Commissie overeenkomstig lid 3 in een besluit heeft vastgesteld dat het wettelijke en toezichtskader van het derde land wordt geacht te voorzien in een effectief gelijkwaardig systeem om CTP’s en handelsplatformen waaraan uit hoofde van rechtsstelsels van derde landen een vergunning is verleend toegang te verlenen tot CTP’s en handelsplatformen die in het betreffende derde land zijn gevestigd.

2.   CTP’s en handelsplatformen die in derde landen zijn gevestigd kunnen alleen om een vergunning en de toegangsrechten verzoeken overeenkomstig artikel 37 indien de Commissie overeenkomstig lid 3 van dit artikel in een besluit heeft vastgesteld dat het wettelijke en toezichtskader van het derde land wordt geacht te voorzien in een effectief gelijkwaardig systeem in het kader waarvan aan CTP’s en handelsplatformen waaraan krachtens rechtsstelsels van derde landen een vergunning is verleend op billijke, redelijke en niet-discriminerende basis toegang wordt verleend tot:

a)

relevante prijs- en gegevensstromen en informatie over de samenstelling, methode en prijsvorming van benchmarks voor clearing- en handelsdoeleinden; en

b)

licenties

van personen met eigendomsrechten op benchmarks die in het betreffende derde land zijn gevestigd.

3.   De Commissie kan overeenkomstig de onderzoeksprocedure van artikel 51 besluiten vaststellen om te bepalen dat het wettelijke en toezichtskader van een derde land waarborgt dat handelsplatformen en CTP’s met een vergunning in dat derde land voldoen aan wettelijk bindende vereisten die gelijkwaardig zijn aan de in lid 2 van dit artikel bedoelde vereisten en dat zij onderworpen zijn aan effectief toezicht en effectieve handhaving in dat derde land.

Het wettelijke en toezichtskader van een derde land wordt gelijkwaardig geacht als het voldoet aan alle volgende voorwaarden:

a)

handelsplatformen in het betreffende derde land zijn vergunningplichtig en zijn doorlopend aan effectief toezicht en effectieve handhaving onderworpen;

b)

het voorziet in een effectief gelijkwaardig systeem om CTP’s en handelsplatformen waaraan krachtens rechtsstelsels van derde landen een vergunning is verleend effectieve toegang te verlenen tot in het betreffende derde land gevestigde CTP’s en handelsplatformen;

c)

het wettelijke en toezichtskader van het betreffende derde land voorziet in een effectief gelijkwaardig systeem in het kader waarvan aan CTP’s en handelsplatformen waaraan krachtens rechtsstelsels van derde landen een vergunning is verleend op billijke, redelijke en niet-discriminerende basis effectieve toegang wordt verleend tot:

i)

relevante prijs- en gegevensstromen en informatie over de samenstelling, methode en prijsvorming van benchmarks voor clearing- en handelsdoeleinden; en

ii)

licenties

van personen met eigendomsrechten op benchmarks die in het betreffende derde land zijn gevestigd.

TITEL VII

TOEZICHTMAATREGELEN VOOR PRODUCTINTERVENTIE EN POSITIES

HOOFDSTUK 1

Producttoezicht en -interventie

Artikel 39

Markttoezicht

1.   Overeenkomstig artikel 9, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1095/2010 houdt de ESMA toezicht op de markt voor financiële instrumenten die in de Unie op de markt worden gebracht, worden verspreid of worden verkocht.

2.   Overeenkomstig artikel 9, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1093/2010 houdt de EBA toezicht op de markt voor gestructureerde deposito’s die in de Unie op de markt worden gebracht, worden verspreid of worden verkocht.

3.   De bevoegde autoriteiten houden toezicht op financiële instrumenten en gestructureerde deposito’s die in of vanuit de betrokken lidstaat op de markt worden gebracht, worden verspreid of worden verkocht.

Artikel 40

Tijdelijke interventiebevoegdheden van de ESMA

1.   In overeenstemming met artikel 9, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1095/2010 kan de ESMA, mits aan de voorwaarden van de leden 2 en 3 is voldaan, de volgende zaken tijdelijk verbieden of beperken in de Unie:

a)

het op de markt brengen, verspreiden of verkopen van bepaalde financiële instrumenten of financiële instrumenten met bepaalde specifieke kenmerken; of

b)

een soort financiële activiteit of praktijk.

Een verbod of beperking kan gelden in omstandigheden of gebonden zijn aan voorwaarden die door de ESMA worden gespecificeerd.

2.   De ESMA neemt alleen een besluit op grond van lid 1 als aan alle hiernavolgende voorwaarden is voldaan:

a)

de voorgestelde maatregel heeft tot doel een significante reden tot bezorgdheid over beleggersbescherming of een bedreiging van het ordelijk functioneren en de integriteit van financiële markten of grondstoffenmarkten of van de stabiliteit van het financiële stelsel in de Unie of een deel daarvan aan te pakken;

b)

de vereisten op grond van het Unierecht die van toepassing zijn op het betreffende financiële instrument of de betreffende activiteit wenden de bedreiging niet af;

c)

een bevoegde autoriteit heeft of bevoegde autoriteiten hebben geen maatregelen genomen om de bedreiging af te wenden of de maatregelen die zijn genomen wenden de bedreiging niet adequaat af.

Als aan de voorwaarden van de eerste alinea wordt voldaan, kan ESMA het verbod of de beperking als bedoeld in lid 1 uit voorzorg opleggen voordat een financieel instrument op de markt is gebracht, verspreid of aan cliënten is verkocht.

3.   Wanneer de ESMA op grond van dit artikel maatregelen neemt, ziet zij erop toe dat die maatregel:

a)

geen nadelig effect heeft op de efficiëntie van de financiële markten of op de beleggers dat niet in verhouding staat tot de voordelen van de maatregel;

b)

niet het risico van reguleringsarbitrage oplevert; en

c)

indien de maatregel betrekking heeft op landbouwgrondstoffenderivaten, genomen is na overleg met de overheidsinstanties die bevoegd zijn voor het toezicht op en het beheer en de regulering van de fysieke markten voor landbouwproducten op grond van Verordening (EG) nr. 1234/2007.

Indien een bevoegde autoriteit of bevoegde autoriteiten een maatregel heeft of hebben genomen op grond van artikel 42, kan de ESMA elk van de in lid 1 genoemde maatregelen nemen zonder het in artikel 43 bedoelde advies uit te brengen.

4.   Voordat zij besluit maatregelen te nemen op grond van dit artikel, stelt de ESMA de bevoegde autoriteiten van de voorgenomen maatregel in kennis.

5.   De ESMA publiceert op haar website een kennisgeving van elk besluit tot het nemen van maatregelen op grond van dit artikel. In de kennisgeving worden de bijzonderheden van het verbod of de beperking vermeld en wordt aangegeven op welk tijdstip na de publicatie van de kennisgeving de maatregelen in werking zullen treden. Een verbod of beperking geldt alleen voor handelingen die zijn verricht na de inwerkingtreding van de maatregelen.

6.   De ESMA heroverweegt een verbod of beperking op grond van lid 1 na passende termijnen en ten minste elke drie maanden. Als het verbod of de beperking na die periode van drie maanden niet wordt verlengd, loopt het verbod of de beperking af.

7.   Maatregelen die door de ESMA worden genomen op grond van dit artikel krijgen voorrang boven eerdere maatregelen van een bevoegde autoriteit.

8.   De Commissie stelt overeenkomstig artikel 50 gedelegeerde handelingen vast waarin de criteria en factoren worden gespecificeerd waarmee de ESMA rekening moet houden om te bepalen wanneer er sprake is van een significante reden tot bezorgdheid over de beleggersbescherming of een bedreiging van het ordelijk functioneren of de integriteit van financiële markten of grondstoffenmarkten of van de stabiliteit van het financiële stelsel in de Unie of een deel daarvan, zoals bedoeld in lid 2, onder a).

Die criteria en factoren omvatten:

a)

de complexiteit van een financieel instrument en de relatie tot de soort cliënt aan wie het wordt aangeboden en verkocht;

b)

de omvang of de nominale waarde van een uitgifte van financiële instrumenten;

c)

het innovatiegehalte van een financieel instrument, een activiteit of een praktijk;

d)

de hefboomwerking van een financieel instrument of een praktijk.

Artikel 41

Tijdelijke interventiebevoegdheden van de EBA

1.   In overeenstemming met artikel 9, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1093/2010 kan de EBA, mits aan de voorwaarden van de leden 2 en 3 is voldaan, de volgende zaken tijdelijk verbieden of beperken in de Unie:

a)

het op de markt brengen, verspreiden of verkopen van bepaalde gestructureerde deposito’s of gestructureerde deposito’s met bepaalde specifieke kenmerken; of

b)

een soort financiële activiteit of praktijk.

Een verbod of beperking kan gelden in omstandigheden of gebonden zijn aan voorwaarden die door de EBA worden gespecificeerd.

2.   De EBA neemt alleen een besluit op grond van lid 1 als aan alle hiernavolgende voorwaarden is voldaan:

a)

de voorgestelde maatregel heeft tot doel een aanzienlijke reden tot bezorgdheid over de bescherming van beleggers of een bedreiging voor het ordelijk functioneren en de integriteit van financiële markten of voor de stabiliteit van het financiële stelsel in de Unie of een deel daarvan aan te pakken;

b)

de reguleringsvoorschriften op grond van het Unierecht die van toepassing zijn op het betreffende gestructureerde deposito of de betreffende activiteit wenden de bedreiging niet af;

c)

een bevoegde autoriteit heeft of bevoegde autoriteiten hebben geen maatregelen genomen om de bedreiging af te wenden of de maatregelen die zijn genomen wenden de bedreiging niet adequaat af.

Als aan de voorwaarden van de eerste alinea wordt voldaan, kan de EBA het verbod of de beperking als bedoeld in lid 1 uit voorzorg opleggen voordat een gestructureerd deposito op de markt is gebracht, verspreid of aan cliënten is verkocht.

3.   Wanneer de EBA op grond van dit artikel maatregelen neemt, zorgt zij ervoor dat de maatregel:

a)

geen nadelig effect heeft op de efficiëntie van de financiële markten of op de beleggers dat niet in verhouding staat tot de voordelen van de maatregel; [en]

b)

niet het risico van reguleringsarbitrage oplevert.

Indien een bevoegde autoriteit of bevoegde autoriteiten een maatregel heeft of hebben genomen op grond van artikel 42, kan de EBA elk van de in lid 1 genoemde maatregelen nemen zonder het in artikel 43 bedoelde advies uit te brengen.

4.   Voordat zij besluit maatregelen te nemen op grond van dit artikel, stelt de EBA de bevoegde autoriteiten van de voorgenomen maatregel in kennis.

5.   De EBA publiceert op haar website een kennisgeving van elk besluit tot het nemen van maatregelen op grond van dit artikel. In de kennisgeving worden de bijzonderheden van het verbod of de beperking vermeld en wordt aangegeven op welk tijdstip na de publicatie van de kennisgeving de maatregelen in werking zullen treden. Een verbod of beperking geldt alleen voor handelingen die zijn verricht na de inwerkingtreding van de maatregelen.

6.   De EBA heroverweegt een verbod of beperking op grond van lid 1 na passende termijnen en ten minste elke drie maanden. Als het verbod of de beperking na die periode van drie maanden niet wordt verlengd, loopt het verbod of de beperking af.

7.   Maatregelen die door de EBA worden genomen op grond van dit artikel krijgen voorrang boven eerdere maatregelen van een bevoegde autoriteit.

8.   De Commissie stelt overeenkomstig artikel 50 gedelegeerde handelingen vast waarin de criteria en factoren worden gespecificeerd waarmee de EBA rekening moet houden om te bepalen wanneer er sprake is van een significante reden tot bezorgdheid over de beleggersbescherming of een bedreiging van het ordelijk functioneren of de integriteit van financiële markten en van de stabiliteit van het financiële stelsel in de Unie of een deel daarvan, zoals bedoeld in lid 2, onder a).

Die criteria en factoren omvatten:

a)

de complexiteit van een gestructureerd deposito en de relatie tot de soort cliënt aan wie het wordt aangeboden en verkocht;

b)

de omvang of de nominale waarde van een uitgifte van gestructureerde deposito’s;

c)

het innovatiegehalte van een gestructureerd deposito, een activiteit of een praktijk;

d)

de hefboomwerking van een gestructureerde deposito of een praktijk.

Artikel 42

Productinterventie door bevoegde autoriteiten

1.   Een bevoegde autoriteit kan het volgende in of vanuit de betreffende lidstaat verbieden of beperken:

a)

het op de markt brengen, verspreiden of verkopen van bepaalde financiële instrumenten of gestructureerde deposito’s of financiële instrumenten of gestructureerde deposito’s met bepaalde specifieke kenmerken; of

b)

een soort financiële activiteit of praktijk.

2.   Een bevoegde autoriteit kan een in lid 1 bedoelde maatregel nemen indien zij op redelijke gronden heeft geconcludeerd dat:

a)

ofwel

i)

een financieel instrument, een gestructureerd deposito of een financiële activiteit of praktijk een significante reden tot bezorgdheid over de beleggersbescherming vormt of een bedreiging vormt voor het ordelijk functioneren en de integriteit van financiële markten of grondstoffenmarkten, of voor de stabiliteit van het financiële stelsel of een deel daarvan in ten minste één lidstaat; of

ii)

een derivaat heeft een negatief effect op het prijsvormingsmechanisme op de onderliggende markt;

b)

de bestaande vereisten op grond van het Unierecht die van toepassing zijn op het betreffende gestructureerde deposito of de betreffende financiële activiteit of praktijk onvoldoende zijn om de onder a) bedoelde bedreiging af te wenden en dat de kwestie niet beter zou kunnen worden aangepakt met beter toezicht of handhaving van de bestaande vereisten;

c)

de maatregel evenredig is als rekening wordt gehouden met de aard van het gesignaleerde risico, het kennisniveau van de betreffende beleggers of marktdeelnemers en het te verwachten effect van de maatregel op de beleggers en marktdeelnemers die het financiële instrument of het gestructureerde deposito bezitten of gebruiken of van het financiële instrument, het gestructureerde deposito, de activiteit of praktijk profiteren;

d)

de bevoegde autoriteit de bevoegde autoriteiten in andere lidstaten die een aanzienlijk effect kunnen ondervinden van de maatregel voldoende heeft geraadpleegd;

e)

de maatregel geen discriminerend effect heeft op diensten of activiteiten die vanuit een andere lidstaat worden verricht; en.

f)

zij naar behoren heeft overlegd met de overheidsinstanties die bevoegd zijn voor het toezicht op en het beheer en de regulering van de fysieke markten voor landbouwproducten op grond van Verordening (EG) nr. 1234/2007 ingeval een financieel instrument of een financiële activiteit of praktijk een ernstige bedreiging vormt voor het ordelijk functioneren en de integriteit van een fysieke markt voor landbouwproducten.

Indien aan de voorwaarden van de eerste alinea wordt voldaan, kan de bevoegde autoriteit het verbod of de beperking als bedoeld in lid 1 uit voorzorg opleggen voordat een financieel instrument of een gestructureerd deposito op de markt is gebracht, verspreid of aan cliënten is verkocht.

Een verbod of beperking kan gelden in omstandigheden of onderworpen zijn aan uitzonderingen die door de bevoegde autoriteit worden gespecificeerd.

3.   De bevoegde autoriteit mag alleen een verbod of beperking opleggen op grond van dit artikel als zij minimaal een maand voordat de maatregel van kracht moet worden alle andere bevoegde autoriteiten en de ESMA schriftelijk of op een andere door de autoriteiten overeengekomen wijze in kennis heeft gesteld van de bijzonderheden van:

a)

het financiële instrument of de financiële activiteit of praktijk waarop de voorgestelde maatregel betrekking heeft;

b)

de precieze aard van het voorgestelde verbod of de voorgestelde beperking en het geplande tijdstip waarop de maatregel van kracht moet worden; en

c)

de gegevens waarop zij haar besluit heeft gebaseerd en op grond waarvan het is vastgesteld dat aan alle in lid 2 genoemde voorwaarden is voldaan.

4.   In uitzonderlijke gevallen, wanneer de bevoegde autoriteit een snel optreden op grond van dit artikel noodzakelijk acht om schade veroorzaakt door de in lid 1 bedoelde instrumenten, gestructureerde deposito’s, praktijken en activiteiten te voorkomen, kan de bevoegde autoriteit op voorlopige basis optreden met schriftelijke kennisgeving, ten minste 24 uur voordat de maatregel van kracht moet worden, aan alle andere bevoegde autoriteiten en de ESMA, of, voor gestructureerde deposito’s, de EBA, op voorwaarde dat aan alle criteria van dit artikel is voldaan en duidelijk wordt aangetoond dat de specifieke reden tot bezorgdheid of de specifieke bedreiging niet adequaat kan worden aangepakt met inachtneming van de kennisgevingstermijn van één maand. De bevoegde autoriteit neemt geen voorlopige maatregelen voor een periode langer dan drie maanden.

5.   De bevoegde autoriteit publiceert op haar website een kennisgeving van elk besluit tot het opleggen van een verbod of beperking als bedoeld in lid 1. In de kennisgeving moeten de bijzonderheden van het verbod of de beperking worden vermeld en moet worden aangegeven op welk tijdstip na de publicatie van de kennisgeving de maatregelen in werking zullen treden en op grond van welke gegevens is vastgesteld dat aan alle voorwaarden in lid 2 is voldaan. Een verbod of beperking geldt alleen voor maatregelen die zijn genomen na de publicatie van de kennisgeving.

6.   De bevoegde autoriteit trekt verboden of beperkingen in zodra de voorwaarden in lid 2 niet langer van toepassing zijn.

7.   De Commissie stelt overeenkomstig artikel 50 gedelegeerde handelingen vast waarin de criteria en factoren worden gespecificeerd waarmee de bevoegde autoriteiten rekening moeten houden om te bepalen wanneer er sprake is van een significante reden tot bezorgdheid over de beleggersbescherming of een bedreiging van het ordelijk functioneren of de integriteit van financiële markten of grondstoffenmarkten en van de stabiliteit van het financiële stelsel in ten minste één lidstaat, zoals bedoeld in lid 2, onder a).

Die criteria en factoren omvatten:

a)

de complexiteit van een gestructureerd deposito en de relatie tot de soort cliënt aan wie het wordt aangeboden, verspreid en verkocht;

b)

het innovatiegehalte van een financieel instrument of een gestructureerd deposito, een activiteit of een praktijk;

c)

de hefboomwerking van een financieel product of gestructureerd deposito of praktijk;

d)

met betrekking tot het ordelijk functioneren en de integriteit van financiële markten of grondstoffenmarkten, de omvang of de nominale waarde van een uitgifte van financiële instrumenten of gestructureerde deposito’s.

Artikel 43

Coördinatie door de ESMA en de EBA

1.   De ESMA of, voor gestructureerde deposito’s, de EBA vervult een faciliterende en coördinerende rol met betrekking tot de maatregelen die de bevoegde autoriteiten op grond van artikel 42 nemen. De ESMA of, voor gestructureerde deposito’s, de EBA ziet er in het bijzonder op toe dat de maatregelen die door een bevoegde autoriteit worden genomen, gerechtvaardigd en evenredig zijn en dat de bevoegde autoriteiten indien nodig een consistente aanpak hanteren.

2.   Na ontvangst van een kennisgeving krachtens artikel 42 van een maatregel die op grond van dat artikel wordt opgelegd, neemt de ESMA of, voor gestructureerde deposito’s, de EBA een advies aan waarin zij aangeeft of het verbod of de beperking gerechtvaardigd en evenredig is. Indien de ESMA of, voor gestructureerde deposito’s, de EBA van mening is dat het voor het afwenden van het risico noodzakelijk is dat andere bevoegde autoriteiten maatregelen nemen, wordt dit ook in haar advies vermeld. Het advies wordt gepubliceerd op de website van de ESMA of, voor gestructureerde deposito’s, de EBA.

3.   Als een bevoegde autoriteit voorstelt maatregelen te nemen of maatregelen neemt die in strijd zijn met een door de ESMA of de EBA aangenomen advies op grond van lid 2 of ondanks een dergelijk advies weigert maatregelen te nemen, publiceert zij op haar website onmiddellijk een kennisgeving waarin de redenen hiervoor volledig worden uitgelegd.

HOOFDSTUK 2

Posities

Artikel 44

Coördinatie van nationale positiebeheersmaatregelen en positielimieten door de ESMA

1.   De ESMA vervult een faciliterende en coördinerende rol met betrekking tot de maatregelen die de bevoegde autoriteiten op grond van artikel 69, lid 2, onder o) en p), van Richtlijn 2014/65/EU nemen. De ESMA moet er in het bijzonder voor zorgen dat de bevoegde autoriteiten een consistente aanpak hanteren als het erom gaat wanneer deze bevoegdheden worden uitgeoefend en met betrekking tot de aard en omvang van de opgelegde maatregelen en de duur en vervolghandelingen van maatregelen.

2.   Na ontvangst van een kennisgeving van een maatregel op grond van artikel 79, lid 5, van 2014/65/EU, registreert de ESMA de maatregel en de redenen daarvoor. Met betrekking tot maatregelen die worden genomen op grond van artikel 69, lid 2, onder o) of onder p), van Richtlijn 2014/65/EU, onderhoudt en publiceert zij op haar website een databank met samenvattingen van de maatregelen die van kracht zijn, inclusief bijzonderheden over de betrokken persoon, de toepasselijke financiële instrumenten, eventuele limieten met betrekking tot de omvang van posities die personen te allen tijde kunnen innemen, eventuele vrijstellingen daarvan overeenkomstig artikel 57 van Richtlijn 2014/65/EU, en de redenen daarvoor.

Artikel 45

Bevoegdheden van de ESMA op het gebied van positiebeheer

1.   In overeenstemming met artikel 9, lid 5 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 neemt de ESMA, indien aan beide voorwaarden in lid 2 is voldaan, een of meer van de volgende maatregelen:

a)

een persoon om alle relevante informatie verzoeken met betrekking tot de omvang en het doel van een positie of blootstelling aan een risico die is aangegaan via een derivaat;

b)

na analyse van de overeenkomstig de onder a) verkregen informatie van deze persoon eisen de omvang van de positie of de blootstelling aan een risico te verminderen of weg te nemen overeenkomstig de in lid 10, onder b), bedoelde gedelegeerde handeling;

c)

in laatste instantie, de mogelijkheden van een persoon om een grondstoffenderivaat te verwerven beperken.

2.   De ESMA neemt alleen een besluit op grond van lid 1 als aan beide hiernavolgende voorwaarden is voldaan:

a)

de in lid 1 vermelde maatregelen zijn bedoeld voor het afwenden van een bedreiging van het ordelijk functioneren en de integriteit van financiële markten, met inbegrip van de grondstoffenderivatenmarkten overeenkomstig de in artikel 57, lid 1, van Richtlijn 2014/65/EU opgenomen doelstellingen onder meer met betrekking tot leveringsregelingen voor fysieke grondstoffen, of de stabiliteit van het financiële stelsel in de Unie of een deel daarvan;

b)

een bevoegde autoriteit heeft of bevoegde autoriteiten hebben geen maatregelen genomen om een bedreiging af te wenden of de genomen maatregelen, wenden de bedreiging onvoldoende af.

De ESMA gaat na of aan de onder a) en b) van de eerste alinea van dit lid bedoelde voorwaarden is voldaan op basis van de criteria en factoren die worden vermeld in de in lid 10, onder a), van dit artikel bedoelde gedelegeerde handeling.

3.   Bij het nemen van maatregelen als bedoeld in lid 1 ziet de ESMA erop toe dat de maatregel:

a)

de bedreiging van het ordelijk functioneren en de integriteit van financiële markten, met inbegrip van grondstoffenderivatenmarkten overeenkomstig de in artikel 57, lid 1, van Richtlijn 2014/65/EU opgenomen doelstellingen onder meer met betrekking tot leveringsregelingen voor fysieke grondstoffen, of van de stabiliteit van het financiële stelsel in de Unie of een deel daarvan, gemeten aan de criteria en factoren als omschreven in de in lid 10, onder a), van dit artikel bedoelde gedelegeerde handeling, wezenlijk afwendt, of het vermogen van de bevoegde autoriteiten om toezicht te houden op de bedreiging, gemeten aan diezelfde criteria en factoren, wezenlijk verbetert;

b)

gemeten overeenkomstig lid 10, onder c), van dit artikel geen risico op reguleringsarbitrage creëert;

c)

geen van de volgende negatieve effecten heeft op de efficiëntie van financiële markten, dat onevenredig is in vergelijking met de voordelen van de maatregel: vermindering van de liquiditeit in de betreffende markten, het inperken van de voorwaarden ter vermindering van de risico’s die rechtstreeks verband houden met de commerciële activiteit van een niet-financiële tegenpartij verband houden, of het scheppen van onzekerheid voor marktdeelnemers;

Alvorens maatregelen te nemen met betrekking tot voor de groothandel in energieproducten raadpleegt de ESMA het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators dat is opgericht bij Verordening (EG) nr. 713/2009 van het Europees Parlement en de Raad (29);

Alvorens maatregelen te nemen met betrekking tot landbouwgrondstoffenderivaten raadpleegt de ESMA de overheidsinstellingen die bevoegd zijn voor het toezicht op en het beheer en de regulering van de fysieke markten voor landbouwproducten op grond van Verordening (EG) nr. 1234/2007.

4.   Voordat zij besluit een in lid 1 bedoelde maatregel te nemen of te vernieuwen, stelt de ESMA de betrokken bevoegde autoriteiten in kennis van de voorgestelde maatregel. In het geval van een verzoek op grond van lid 1, onder a) of b), moet de kennisgeving de identiteit van de geadresseerde persoon of personen bevatten, alsmede de bijzonderheden en redenen daarvoor. In het geval van een maatregel op grond van lid 1, onder c), bevat de kennisgeving bijzonderheden over de betreffende persoon, de toepasselijke financiële instrumenten, de relevante kwantitatieve maatregelen zoals de maximumomvang van de positie die de betreffende persoon kan aangaan en de redenen daarvoor.

5.   De kennisgeving wordt niet later dan 24 uur voordat de maatregel van kracht moet worden of moet worden vernieuwd, gepubliceerd. In uitzonderlijke omstandigheden kan de ESMA de kennisgeving minder dan 24 uur voordat de maatregel van kracht moet worden, publiceren, ingeval het niet mogelijk is een termijn van 24 uur in acht te nemen.

6.   De ESMA publiceert op haar website een kennisgeving van elk besluit om een van de in lid 1, onder c), bedoelde maatregelen op te leggen of te verlengen. De kennisgeving bevat bijzonderheden over de betreffende persoon, de toepasselijke financiële instrumenten, de relevante kwantitatieve maatregelen zoals de maximumomvang van de positie die de persoon in kwestie kan aangaan en de redenen daarvoor.

7.   Een maatregel als bedoeld in lid 1, onder c) wordt van kracht als de kennisgeving is gepubliceerd of op een tijdstip dat in de kennisgeving is gespecificeerd en dat later is dan het tijdstip van publicatie en geldt alleen voor transacties die zijn verricht nadat de maatregel van kracht is geworden.

8.   De ESMA heroverweegt de in lid 1, onder c) bedoelde maatregelen met passende tussenpozen en ten minste elke drie maanden. Als een maatregel na die periode van drie maanden niet wordt verlengd, wordt hij automatisch beëindigd. De leden 2 tot en met 8 zijn eveneens van toepassing op een verlenging van maatregelen.

9.   Maatregelen die door de ESMA worden genomen op grond van dit artikel krijgen voorrang boven eerdere maatregelen van een bevoegde autoriteit op grond van artikel 69, lid 2, onder o) of p) van Richtlijn 2014/65/EU.