ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 121

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

57e jaargang
24 april 2014


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 404/2014 van de Commissie van 17 februari 2014 tot wijziging van bijlage II bij Verordening (EU) nr. 510/2011 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de monitoring van CO2-emissies van nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen waarvoor typegoedkeuring is verleend in een meerfasenprocedure ( 1 )

1

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 405/2014 van de Commissie van 23 april 2014 tot goedkeuring van laurinezuur als bestaande werkzame stof voor gebruik in biociden voor productsoort 19 ( 1 )

8

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 406/2014 van de Commissie van 23 april 2014 tot goedkeuring van ethyl-butylacetylaminopropionaat als bestaande werkzame stof voor gebruik in biociden voor productsoort 19 ( 1 )

11

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 407/2014 van de Commissie van 23 april 2014 tot goedkeuring van transfluthrin als bestaande werkzame stof voor gebruik in biociden voor productsoort 18 ( 1 )

14

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 408/2014 van de Commissie van 23 april 2014 tot goedkeuring van synthetisch amorf siliciumdioxide als bestaande werkzame stof voor gebruik in biociden voor productsoort 18 ( 1 )

17

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 409/2014 van de Commissie van 23 april 2014 houdende inschrijving van een benaming in het register van gegarandeerde traditionele specialiteiten (Bacalhau de Cura Tradicional Portuguesa (GTS))

20

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 410/2014 van de Commissie van 23 april 2014 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 293/2012 wat betreft de monitoring van CO2-emissies van nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen waarvoor typegoedkeuring is verleend in een meerfasenprocedure ( 1 )

21

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 411/2014 van de Commissie van 23 april 2014 betreffende de opening en de wijze van beheer van een tariefcontingent van de Unie voor de invoer van vers en bevroren rundvlees van oorsprong uit Oekraïne

27

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 412/2014 van de Commissie van 23 april 2014 betreffende de opening en de wijze van beheer van tariefcontingenten van de Unie voor de invoer van eieren, eierproducten en albumine van oorsprong uit Oekraïne

32

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 413/2014 van de Commissie van 23 april 2014 betreffende de opening en de wijze van beheer van tariefcontingenten van de Unie voor de invoer van pluimveevlees van oorsprong uit Oekraïne

37

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 414/2014 van de Commissie van 23 april 2014 betreffende de opening en de wijze van beheer van tariefcontingenten van de Unie voor de invoer van vers en bevroren varkensvlees van oorsprong uit Oekraïne

44

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 415/2014 van de Commissie van 23 april 2014 tot wijziging en afwijking van Verordening (EG) nr. 2535/2001 wat de wijze van beheer van de tariefcontingenten voor zuivelproducten van oorsprong uit Oekraïne betreft

49

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 416/2014 van de Commissie van 23 april 2014 betreffende de opening en de wijze van beheer van tariefcontingenten van de Unie voor de invoer van bepaalde granen van oorsprong uit Oekraïne

53

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 417/2014 van de Commissie van 23 april 2014 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

56

 

 

BESLUITEN

 

 

2014/225/EU

 

*

Besluit van de Raad van 14 april 2014 houdende benoeming van een Nederlands lid en een Nederlandse plaatsvervanger van het Comité van de Regio's

58

 

 

Rectificaties

 

*

Rectificatie van Verordening (Euratom) nr. 1369/2013 van de Raad van 13 december 2013 betreffende steun van de Unie aan de bijstandprogramma's voor de ontmanteling van nucleaire installaties in Litouwen en houdende intrekking van Verordening (EG) nr. 1990/2006 ( PB L 346 van 20.12.2013 )

59

 

*

Rectificatie van Verordening (EU) nr. 269/2014 van de Raad van 17 maart 2014 betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen ( PB L 78 van 17.3.2014 )

60

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

24.4.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 121/1


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) Nr. 404/2014 VAN DE COMMISSIE

van 17 februari 2014

tot wijziging van bijlage II bij Verordening (EU) nr. 510/2011 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de monitoring van CO2-emissies van nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen waarvoor typegoedkeuring is verleend in een meerfasenprocedure

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 510/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2011 tot vaststelling van emissienormen voor nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen in het kader van de geïntegreerde benadering van de Unie om de CO2-emissies van lichte voertuigen te beperken (1), en met name artikel 8, lid 9, tweede alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In bijlage XII bij Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie (2) wordt een nieuwe methode beschreven voor de bepaling van de CO2-emissies en het brandstofverbruik van voertuigen van categorie N1 waarvoor typegoedkeuring wordt verleend in een meerfasenprocedure (hierna „meerfasenvoertuigen” genoemd). Die nieuwe methode zal vanaf 1 januari 2014 worden toegepast, maar mag sinds 1 januari 2013 al op vrijwillige basis worden toegepast.

(2)

Bijlage II, deel B, punt 7, bij Verordening (EU) nr. 510/2011 bepaalt dat de specifieke CO2-emissies van voltooide voertuigen moeten worden toegewezen aan de fabrikant van het basisvoertuig. Dit vereist dat een voltooid meerfasenvoertuig in het monitoringproces als zodanig kan worden herkend en dat de fabrikant van het basisvoertuig kan worden aangewezen. Het vereist ook dat bepaalde gegevens over het basisvoertuig worden vastgesteld overeenkomstig de methoden in bijlage XII bij Verordening (EG) nr. 692/2008.

(3)

Overeenkomstig artikel 8, lid 5, van Verordening (EU) nr. 510/2011 hebben de fabrikanten van het basisvoertuig het recht om de gegevens over een meerfasenvoertuig, aan de hand waarvan hun specifieke CO2-emissiedoelstellingen worden berekend, te verifiëren. Daarom moeten de relevante gegevensparameters worden bepaald die het mogelijk maken die verificatie doeltreffend uit te voeren.

(4)

De methode van bijlage XII bij Verordening (EG) nr. 692/2008 is van toepassing op incomplete en voltooide voertuigen. Wanneer echter een compleet voertuig vóór de eerste inschrijving verder wordt omgebouwd, moet worden verduidelijkt dat de massa in rijklare toestand en de CO2-emissies van het complete voertuig dat als basisvoertuig wordt gebruikt, moeten worden gemonitord en in aanmerking moeten worden genomen bij de berekening van de specifieke emissiedoelstellingen.

(5)

Om ervoor te zorgen dat de CO2-emissies van meerfasenvoertuigen op geschikte en doeltreffende wijze kunnen worden gemonitord en geverifieerd, moeten de te verstrekken gegevens verder worden gespecificeerd.

(6)

Een voertuig is identificeerbaar via een voertuigidentificatienummer (hierna „VIN” genoemd), d.i. een alfanumerieke code die de fabrikant aan het voertuig toekent overeenkomstig Verordening (EU) nr. 19/2011 van de Commissie (3). In punt 4 van bijlage XVII bij Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (4) wordt als basisregel bepaald dat het identificatienummer van het basisvoertuig tijdens alle daaropvolgende fasen van de typegoedkeuringsprocedure moet worden behouden om de traceerbaarheid ervan te waarborgen. Via het VIN moet het dan ook mogelijk zijn om het voltooide voertuig aan een basisvoertuig te koppelen en zo de fabrikant van het basisvoertuig te bepalen die verantwoordelijk is voor de CO2-emissies. Het VIN moet het de fabrikant van het basisvoertuig bovendien mogelijk maken de relevante gegevens met betrekking tot het basisvoertuig te verifiëren. Aangezien die koppeling via geen andere parameters tot stand kan worden gebracht, is het passend van de lidstaten monitoring en rapportering aan de Commissie te eisen van de VIN's van nieuw ingeschreven voertuigen van categorie N1 via het systeem voor gegevensverzameling van het Europees Milieuagentschap (EMA).

(7)

Om de specifieke emissiedoelstellingen ten aanzien van meerfasenvoertuigen te berekenen, moet, overeenkomstig bijlage II, deel B, punt 7, bij Verordening (EU) nr. 510/2011, rekening worden houden met de standaard toegevoegde massa die wordt bepaald volgens bijlage XII, punt 5.3, bij Verordening (EG) nr. 692/2008. Dit vergt de monitoring en rapportering van de massa in rijklare toestand van het basisvoertuig en de technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand daarvan, op grond waarvan de standaard toegevoegde massa kan worden bepaald, of bij wijze van alternatief de monitoring en rapportering van de standaard toegevoegde massa zelf. Om te bepalen of een meerfasenvoertuig binnen het toepassingsgebied van Verordening (EU) nr. 510/2011 valt, moet bovendien worden nagegaan of de referentiemassa van het voltooide voertuig niet meer bedraagt dan de in artikel 2, lid 1, van die verordening bedoelde maxima.

(8)

Wanneer lidstaten door de opzet van hun registratiesysteem van gegevens met betrekking tot nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen niet in staat zijn alle volgens bijlage II bij Verordening (EU) nr. 510/2011 vereiste parameters te verstrekken, mogen die parameters worden verstrekt door de fabrikanten die betrokken zijn bij de in artikel 8, lid 5, van Verordening (EU) nr. 510/2011 bedoelde mededeling.

(9)

Om dezelfde reden mogen de fabrikanten overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) nr. 293/2012 van de Commissie (5) aan de Commissie en het EMA de VIN's doorgeven die zij hebben toegewezen aan voertuigen die tijdens het voorgaande kalenderjaar zijn verkocht of waarvoor een garantie is afgegeven in dat jaar.

(10)

VIN's kunnen na de inschrijving voor het in het verkeer brengen van een voertuig, worden gekoppeld aan gegevensbestanden waarmee de eigenaar van het voertuig kan worden geïdentificeerd. Op zichzelf bevat het VIN echter geen persoonsgegevens en de verwerking van gegevens voor de toepassing van Verordening (EU) nr. 510/2011 vereist geen toegang tot of verwerking van gekoppelde persoonsgegevens. De monitoring en rapportering van VIN's wordt derhalve niet beschouwd als verwerking van persoonsgegevens binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (6) of Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad (7). Niettemin wordt erkend dat VIN's kunnen worden beschouwd als gevoelige gegevens, onder meer met betrekking tot preventie van voertuigdiefstal, en het is daarom passend om ervoor te zorgen dat de aan de Commissie en het EMA gerapporteerde VIN's niet openbaar worden gemaakt.

(11)

De Commissie moet, ondersteund door het EMA, de betrokken fabrikanten en voertuigen identificeren en het voorlopige gegevensbestand overeenkomstig artikel 10 ter van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 293/2012 voorbereiden door de door de lidstaten gerapporteerde VIN's te koppelen met die van de fabrikanten.

(12)

Met het oog op volledige overeenstemming van de monitoringvereisten uit hoofde van Verordening (EU) nr. 510/2011 met die voor personenauto's uit hoofde van Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad (8), is een aanpassing wenselijk van de voorschriften in bijlage II van Verordening (EU) nr. 510/2011 wat betreft de verstrekking van geaggregeerde gegevens en de methode voor het vaststellen van informatie voor de monitoring van de CO2-emissies van lichte bedrijfsvoertuigen.

(13)

Bijlage II bij Verordening (EU) nr. 510/2011 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage II bij Verordening (EU) nr. 510/2011 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 17 februari 2014.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 145 van 31.5.2011, blz. 1.

(2)  Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie van 18 juli 2008 tot uitvoering en wijziging van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie (PB L 199 van 28.7.2008, blz. 1).

(3)  Verordening (EU) nr. 19/2011 van de Commissie van 11 januari 2011 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de voorgeschreven constructieplaat en voor het voertuigidentificatienummer van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 8 van 12.1.2011, blz. 1).

(4)  Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd (PB L 263 van 9.10.2007, blz. 1).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 293/2012 van de Commissie van 3 april 2012 inzake de monitoring en rapportering van registratiegegevens van nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 510/2011 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 98 van 4.4.2012, blz. 1).

(6)  Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31).

(7)  Verordening (EG) nr. 45/2001van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de bescherming van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).

(8)  Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 tot vaststelling van emissienormen voor nieuwe personenauto's, in het kader van de communautaire geïntegreerde benadering om de CO2-emissies van lichte voertuigen te beperken (PB L 140 van 5.6.2009, blz. 1).


BIJLAGE

Bijlage II bij Verordening (EU) nr. 510/2011 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Deel A wordt als volgt gewijzigd:

a)

punt 1 wordt vervangen door:

„1.   Gedetailleerde gegevens

1.1.   Complete voertuigen die zijn ingeschreven als voertuigen van categorie N1

In het geval van complete voertuigen met EG-typegoedkeuring en inschrijving als voertuig van categorie N1 vermelden de lidstaten voor elk kalenderjaar de volgende gedetailleerde gegevens over alle nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen die voor het eerst op hun grondgebied worden ingeschreven:

a)

de fabrikant;

b)

typegoedkeuringsnummer met extensie;

c)

type, variant en uitvoering;

d)

merk;

e)

voertuigcategorie volgens typegoedkeuring;

f)

categorie ingeschreven voertuig;

g)

specifieke CO2-emissies;

h)

massa in rijklare toestand;

i)

technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand;

j)

voetafdruk: wielbasis, spoorbreedte van gestuurde as en spoorbreedte andere as;

k)

brandstoftype en brandstofmodus;

l)

cilinderinhoud;

m)

elektriciteitsverbruik;

n)

code van de innovatieve technologie of groep van innovatieve technologieën en de daaruit voortvloeiende vermindering van de CO2-emissies;

o)

voertuigidentificatienummer.

Er wordt gebruikgemaakt van het formaat als vastgesteld in deel C, afdeling 2.

1.2.   In een meerfasenprocedure goedgekeurde voertuigen die zijn ingeschreven als voertuigen van categorie N1

In het geval van meerfasenvoertuigen met inschrijving als voertuig van categorie N1 vermelden de lidstaten voor elk kalenderjaar de volgende gedetailleerde gegevens met betrekking tot:

a)

het basisvoertuig (incompleet): de in punt 1.1, onder a) tot en met e), g), h), i), n) en o), gespecificeerde gegevens of, in plaats van de onder h) en i) gespecificeerde gegevens, de standaard toegevoegde massa als onderdeel van de typegoedkeuringsinformatie volgens punt 2.17.2 van bijlage I bij Richtlijn 2007/46/EG;

b)

het basisvoertuig (compleet): de in punt 1.1, onder a) tot en met e), g), h), i), n) en o), gespecificeerde gegevens;

c)

het voltooide voertuig: de in punt 1.1, onder a), f), g), h), j) tot en met m) en o), gespecificeerde gegevens.

Wanneer een of meer van de in dit punt, onder a) en b), bedoelde gegevens niet voor het basisvoertuig kunnen worden verstrekt, verstrekt de lidstaat in de plaats daarvan gegevens met betrekking tot het voltooide voertuig.

Voor voltooide voertuigen van categorie N1 wordt gebruikgemaakt van het formaat als vastgesteld in deel C, afdeling 2.

Het voertuigidentificatienummer als bedoeld in punt 1.1, onder o), wordt niet openbaar gemaakt.”;

b)

punt 3 wordt vervangen door:

„3.

De lidstaten bepalen voor elk kalenderjaar:

a)

de bronnen die gebruikt zijn voor het verzamelen van de in punt 1 bedoelde gedetailleerde gegevens;

b)

het totaal aantal nieuwe inschrijvingen van nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen die zijn onderworpen aan EG-typegoedkeuring;

c)

het totaal aantal nieuwe inschrijvingen van nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen die zijn onderworpen aan meerfasentypegoedkeuring, waar beschikbaar;

d)

het totaal aantal nieuwe inschrijvingen van nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen met individuele goedkeuring;

e)

het totaal aantal nieuwe inschrijvingen van nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen met een nationale goedkeuring van kleine series.”.

2)

Deel B wordt als volgt gewijzigd:

a)

de inleiding en punt 1 worden als volgt gewijzigd:

„B.   Methode voor het vaststellen van de informatie voor de monitoring van de CO2-emissies van nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen

De lidstaten stellen de overeenkomstig de punten 1 en 3 van deel A van deze bijlage vereiste monitoringinformatie vast volgens de in dit deel uiteengezette methode.

1.   Aantal ingeschreven nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen

De lidstaten stellen het aantal nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen dat op hun grondgebied is ingeschreven, vast in het respectieve jaar waarop de monitoring betrekking heeft, verdeeld in voertuigen die aan EG-typegoedkeuring zijn onderworpen, met individuele goedkeuring en met nationale goedkeuring van kleine series, en, waar beschikbaar, het aantal meerfasenvoertuigen.”;

b)

punt 4 wordt geschrapt;

c)

aan punt 7 wordt de volgende alinea toegevoegd:

„Hoewel de standaard toegevoegde massa moet worden gebruikt voor deel C van deze bijlage, mag in het geval waarin de waarde van die massa niet kan worden bepaald, de massa in rijklare toestand van het voltooide voertuig worden gebruikt voor de voorlopige berekening van de in artikel 8, lid 4, bedoelde specifieke emissiedoelstelling.

Als het basisvoertuig een compleet voertuig is, wordt de massa in rijklare toestand van dat voertuig gebruikt voor de berekening van de specifieke emissiedoelstelling. Als de waarde van die massa echter niet kan worden bepaald, mag de massa in rijklare toestand van het voltooide voertuig worden gebruikt voor de voorlopige berekening van de specifieke emissiedoelstelling.”.

3)

Deel C wordt vervangen door:

„C.   Formaat voor het indienen van de gegevens

De lidstaten dienen voor elk jaar de in deel A, punten 1 en 3, gespecificeerde informatie in het volgende formaat in:

Afdeling 1 — Geaggregeerde monitoringgegevens

Lidstaat (1)

 

Jaar

 

Gegevensbron

 

Totaal aantal nieuwe inschrijvingen van nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen die zijn onderworpen aan EG-typegoedkeuring

 

Totaal aantal nieuwe inschrijvingen van nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen met individuele goedkeuring

 

Totaal aantal nieuwe inschrijvingen van nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen met een nationale goedkeuring van kleine series

 

Totaal aantal nieuwe inschrijvingen van nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen die zijn onderworpen aan meerfasentypegoedkeuring (waar beschikbaar)

 


Afdeling 2 — Gedetailleerde monitoringgegevens — per afzonderlijk voertuig

Verwijzing naar punt 1.1 van deel A

Gedetailleerde gegevens per ingeschreven voertuig (2)

a)

Naam fabrikant volgens EU-standaardaanduiding (3)

Naam fabrikant volgens verklaring OEM

COMPLEET VOERTUIG/BASISVOERTUIG (4)

Naam fabrikant volgens verklaring OEM

VOLTOOID VOERTUIG (4)

Naam fabrikant volgens register van de lidstaat (3)

b)

Typegoedkeuringsnummer met extensie

c)

Type

Variant

Uitvoering

d)

Merk

e)

Voertuigcategorie volgens typegoedkeuring

f)

Categorie ingeschreven voertuig

g)

Specifieke CO2-emissies

h)

Massa in rijklare toestand

BASISVOERTUIG

Massa in rijklare toestand

VOLTOOID VOERTUIG/COMPLEET VOERTUIG

i) (5)

Technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand

j)

Wielbasis

Spoorbreedte gestuurde as (as 1)

Spoorbreedte andere as (as 2)

k)

Brandstoftype

Brandstofmodus

l)

Cilinderinhoud (cm3)

m)

Elektriciteitsverbruik (Wh/km)

n)

Code van de innovatieve technologie of van de groep innovatieve technologieën

Emissiereductie dankzij innoverende technologie(ën)

o)

Voertuigidentificatienummer

Punt 2.17.2 van bijlage I bij Richtlijn 2007/46/EG (6)

Standaard toegevoegde massa (waar van toepassing in het geval van meerfasenvoertuigen)


(1)  Alpha-2-codes van ISO 3166 met uitzondering van Griekenland en het Verenigd Koninkrijk waarvoor de code „EL” respectievelijk „UK” is.

(2)  Wanneer bij meerfasenvoertuigen de gegevens niet voor het basisvoertuig kunnen worden verstrekt, moet de lidstaat ten minste de in dit formaat gespecificeerde gegevens voor het voltooide voertuig verstrekken. Wanneer het voertuigidentificatienummer niet kan worden verstrekt, moeten alle gedetailleerde gegevens worden verstrekt voor het complete voertuig, het voltooide voertuig alsmede voor het basisvoertuig in overeenstemming met deel A, punt 1.2, onder a), b) en c), van deze bijlage.

(3)  In het geval van nationale goedkeuringen van kleine series (national small series approvals — NSS) of individuele goedkeuringen (individual approvals — IVA), moet de naam van de fabrikant worden verstrekt in de kolom „Naam van de fabrikant volgens register van de lidstaat” en moet in de kolom „Naam fabrikant volgens EU-standaardaanduiding” een van de volgende vermeldingen worden opgenomen: „AA-NSS” of „AA-IVA”, naargelang van het geval.

(4)  Vermeld in het geval van meerfasenvoertuigen de fabrikant van het basisvoertuig (incompleet/compleet). Als de fabrikant van het basisvoertuig niet bekend is, vermeld dan alleen de fabrikant van het voltooide voertuig.

(5)  Vermeld in het geval van meerfasenvoertuigen de technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand van het basisvoertuig.

(6)  In het geval van meerfasenvoertuigen mogen de massa in rijklare toestand en de technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand van het basisvoertuig worden vervangen door de standaard toegevoegde massa als gespecificeerd in de typegoedkeuringsinformatie overeenkomstig punt 2.17.2 van bijlage I bij Richtlijn 2007/46/EG.”.


24.4.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 121/8


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 405/2014 VAN DE COMMISSIE

van 23 april 2014

tot goedkeuring van laurinezuur als bestaande werkzame stof voor gebruik in biociden voor productsoort 19

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (1), en met name artikel 89, lid 1, derde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 1451/2007 van de Commissie (2) is een lijst vastgesteld van werkzame stoffen die met het oog op een mogelijke opneming daarvan in bijlage I, IA of IB bij Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad (3) dienen te worden beoordeeld. Laurinezuur is in die lijst opgenomen.

(2)

Laurinezuur is overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Richtlijn 98/8/EG beoordeeld voor gebruik in productsoort 19 (insectwerende en lokstoffen), zoals gedefinieerd in bijlage V bij die richtlijn, wat overeenstemt met productsoort 19 zoals gedefinieerd in bijlage V bij Verordening (EU) nr. 528/2012.

(3)

Duitsland is als rapporterende lidstaat aangewezen en heeft het verslag van de bevoegde instantie samen met een aanbeveling overeenkomstig artikel 14, leden 4 en 6, van Verordening (EG) nr. 1451/2007 op 17 mei 2010 bij de Commissie ingediend.

(4)

Het verslag van de bevoegde instantie is door de lidstaten en de Commissie getoetst. Overeenkomstig artikel 15, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1451/2007 zijn de conclusies van de toetsing in een beoordelingsverslag opgenomen dat op 13 maart 2014 door het Permanent Comité voor biociden is onderzocht.

(5)

Uit dat beoordelingsverslag blijkt dat van biociden die voor productsoort 19 worden gebruikt en laurinezuur bevatten, kan worden verwacht dat zij aan de eisen van artikel 5 van Richtlijn 98/8/EG voldoen, op voorwaarde dat is voldaan aan bepaalde specificaties en voorwaarden ten aanzien van het gebruik ervan.

(6)

Bijgevolg moet laurinezuur worden goedgekeurd voor gebruik in biociden voor productsoort 19, afhankelijk van de naleving van die specificaties en voorwaarden.

(7)

Aangezien de beoordeling geen nanomaterialen betrof, mag de goedkeuring krachtens artikel 4, lid 4, van Verordening (EU) nr. 528/2012 geen betrekking hebben op dergelijke materialen.

(8)

Er dient een redelijke periode te verstrijken voordat een werkzame stof wordt goedgekeurd, teneinde de betrokken partijen de gelegenheid te geven voorbereidende maatregelen te treffen om aan de vast te stellen nieuwe eisen te voldoen.

(9)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor biociden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Laurinezuur wordt goedgekeurd als werkzame stof voor gebruik in biociden voor productsoort 19, afhankelijk van de naleving van de in de bijlage vastgestelde specificaties en voorwaarden.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 april 2014.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1.

(2)  Verordening (EG) nr. 1451/2007 van de Commissie van 4 december 2007 betreffende de tweede fase van het in artikel 16, lid 2, van Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van biociden bedoelde tienjarige werkprogramma (PB L 325 van 11.12.2007, blz. 3).

(3)  Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden (PB L 123 van 24.4.1998, blz. 1).


BIJLAGE

Triviale naam

IUPAC-benaming

Identificatienummers

Minimale zuiverheidsgraad van de werkzame stof (1)

Datum van goedkeuring

Datum van het verstrijken van de goedkeuring

Productsoort

Bijzondere voorwaarden (2)

Laurinezuur

IUPAC-benaming:

dodecaanzuur

EG-nr. 205-582-1

CAS-nr. 143-07-7

980 g/kg

1 november 2015

31 oktober 2025

19

Bij de beoordeling van het product moet bijzondere aandacht worden besteed aan de blootstellingen, de risico's en de doeltreffendheid voor elk gebruik waarvoor toelating werd aangevraagd, maar dat geen voorwerp was van de risicobeoordeling van de werkzame stof op het niveau van de Unie.


(1)  De in deze kolom vermelde zuiverheid was de minimale zuiverheidsgraad van de werkzame stof die voor de overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU) nr. 528/2012 uitgevoerde beoordeling is gebruikt. De werkzame stof in het in de handel gebrachte product kan dezelfde of een andere zuiverheid hebben, voor zover bewezen is dat de werkzame stof technisch gelijkwaardig is aan de beoordeelde werkzame stof.

(2)  Met het oog op de toepassing van de gemeenschappelijke beginselen van bijlage VI bij Verordening (EU) nr. 528/2012 zijn de inhoud en de conclusies van de beoordelingsverslagen beschikbaar op de website van de Commissie: http://ec.europa.eu/comm/environment/biocides/index.htm


24.4.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 121/11


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 406/2014 VAN DE COMMISSIE

van 23 april 2014

tot goedkeuring van ethyl-butylacetylaminopropionaat als bestaande werkzame stof voor gebruik in biociden voor productsoort 19

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (1), en met name artikel 89, lid 1, derde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 1451/2007 van de Commissie (2) is een lijst vastgesteld van werkzame stoffen die met het oog op een mogelijke opneming daarvan in bijlage I, IA of IB bij Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad (3) dienen te worden beoordeeld. Ethyl-butylacetylaminopropionaat is in die lijst opgenomen.

(2)

Ethyl-butylacetylaminopropionaat is overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Richtlijn 98/8/EG beoordeeld voor gebruik in productsoort 19 (insectwerende en lokstoffen), zoals gedefinieerd in bijlage V bij die richtlijn, wat overeenstemt met productsoort 19 zoals gedefinieerd in bijlage V bij Verordening (EU) nr. 528/2012.

(3)

België is aangewezen als rapporterende lidstaat en heeft het verslag van de bevoegde instantie samen met een aanbeveling overeenkomstig artikel 14, leden 4 en 6, van Verordening (EG) nr. 1451/2007 op 5 november 2009 bij de Commissie ingediend.

(4)

Het verslag van de bevoegde instantie is door de lidstaten en de Commissie getoetst. Overeenkomstig artikel 15, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1451/2007 zijn de conclusies van de toetsing opgenomen in een beoordelingsverslag dat op 13 maart 2014 door het Permanent Comité voor biociden is onderzocht.

(5)

Volgens dat beoordelingsverslag mag van biociden die worden gebruikt voor productsoort 19 en die ethyl-butylacetylaminopropionaat bevatten, worden aangenomen dat ze aan de eisen van artikel 5 van Richtlijn 98/8/EG voldoen, mits aan de bepaalde specificaties en voorwaarden voor het gebruik ervan is voldaan.

(6)

Bijgevolg moet ethyl-butylacetylaminopropionaat worden goedgekeurd voor gebruik in biociden voor productsoort 19, mits aan die specificaties en voorwaarden wordt voldaan.

(7)

Aangezien de evaluatie geen nanomaterialen betrof, mag de goedkeuring krachtens artikel 4, lid 4, van Verordening (EU) nr. 528/2012 geen betrekking hebben op dergelijke materialen.

(8)

Er dient een redelijke periode te verstrijken voordat een werkzame stof wordt goedgekeurd, om de betrokken partijen de gelegenheid te geven de nodige voorbereidende maatregelen te nemen om aan de nieuwe vastgestelde eisen te voldoen.

(9)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor biociden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Ethyl-butylacetylaminopropionaat wordt goedgekeurd als werkzame stof voor gebruik in biociden voor productsoort 19, onder voorbehoud van de naleving van de in de bijlage vastgestelde specificaties en voorwaarden.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 april 2014.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1.

(2)  Verordening (EG) nr. 1451/2007 van de Commissie van 4 december 2007 betreffende de tweede fase van het in artikel 16, lid 2, van Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van biociden bedoelde tienjarige werkprogramma (PB L 325 van 11.12.2007, blz. 3).

(3)  Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden (PB L 123 van 24.4.1998, blz. 1).


BIJLAGE

Triviale naam

IUPAC-naam

Identificatienummers

Minimale zuiverheidsgraad van de werkzame stof (1)

Datum van goedkeuring

Datum van het verstrijken van de goedkeuring

Productsoort

Bijzondere voorwaarden (2)

Ethyl-butylacetylaminopropionaat

IUPAC-naam:

3-(N-acetyl-N-butyl)aminopropionic acid ethyl ester

EG-nummer: 257-835-0

CAS-nr.: 52304-36-6

990 g/kg

1 november 2015

31 oktober 2025

19

Bij de evaluatie van het product moet bijzondere aandacht worden besteed aan de blootstellingen, de risico's en de doeltreffendheid voor elk gebruik waarvoor toelating werd aangevraagd, maar dat geen voorwerp was van de risicobeoordeling van de werkzame stof op het niveau van de Unie.

Aan de toelating wordt de volgende voorwaarde verbonden:

 

Directe blootstelling van mensen aan het product wordt zo veel mogelijk beperkt door de inoverwegingneming en toepassing van alle passende risicobeperkende maatregelen, waaronder, indien van toepassing, aanwijzingen in verband met de gebruikshoeveelheid en -frequentie van het product op de menselijke huid.


(1)  De in deze kolom vermelde zuiverheid was de minimale zuiverheidsgraad van de werkzame stof die voor de overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU) nr. 528/2012 uitgevoerde beoordeling is gebruikt. De werkzame stof in het in de handel gebrachte product kan dezelfde of een andere zuiverheid hebben, voor zover bewezen is dat de werkzame stof technisch gelijkwaardig is aan de beoordeelde werkzame stof.

(2)  Met het oog op de toepassing van de gemeenschappelijke beginselen van bijlage VI bij Verordening (EU) nr. 528/2012 zijn de inhoud en de conclusies van de beoordelingsverslagen beschikbaar op de website van de Commissie: http://ec.europa.eu/comm/environment/biocides/index.htm


24.4.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 121/14


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 407/2014 VAN DE COMMISSIE

van 23 april 2014

tot goedkeuring van transfluthrin als bestaande werkzame stof voor gebruik in biociden voor productsoort 18

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (1), en met name artikel 89, lid 1, derde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 1451/2007 van de Commissie (2) is een lijst vastgesteld van werkzame stoffen die met het oog op een mogelijke opneming daarvan in bijlage I, IA of IB bij Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad (3) dienen te worden beoordeeld. Transfluthrin is in die lijst opgenomen.

(2)

Transfluthrin is overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Richtlijn 98/8/EG beoordeeld voor gebruik in productsoort 18 (insecticiden, acariciden en producten voor de bestrijding van andere geleedpotigen), zoals gedefinieerd in bijlage V bij die richtlijn, die overeenstemt met productsoort 18 zoals gedefinieerd in bijlage V bij Verordening (EU) nr. 528/2012.

(3)

Nederland is als rapporterende lidstaat aangewezen en heeft het verslag van de bevoegde instantie samen met een aanbeveling overeenkomstig artikel 14, leden 4 en 6, van Verordening (EG) nr. 1451/2007 op 13 juli 2010 bij de Commissie ingediend.

(4)

Het verslag van de bevoegde instantie is door de lidstaten en de Commissie getoetst. Overeenkomstig artikel 15, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1451/2007 zijn de conclusies van de toetsing in een beoordelingsverslag opgenomen dat op 13 maart 2014 door het Permanent Comité voor biociden is besproken.

(5)

Volgens dat beoordelingsverslag kan van biociden die voor productsoort 18 worden gebruikt en transfluthrin bevatten, worden verwacht dat zij aan de eisen van artikel 5 van Richtlijn 98/8/EG voldoen, op voorwaarde dat aan bepaalde specificaties en voorwaarden voor het gebruik wordt voldaan.

(6)

Derhalve dient transfluthrin te worden goedgekeurd voor gebruik in biociden van productsoort 18, op voorwaarde dat aan deze specificaties en voorwaarden wordt voldaan.

(7)

Aangezien de evaluatie niet nanomaterialen betrof, mag de goedkeuring krachtens artikel 4, lid 4, van Verordening (EU) nr. 528/2012 geen betrekking hebben op dergelijke materialen.

(8)

Er dient een redelijke periode te verstrijken voordat een werkzame stof wordt goedgekeurd, teneinde de betrokken partijen de gelegenheid te geven om zich voor te bereiden om aan de nieuwe eisen te voldoen.

(9)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor biociden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Transfluthrin wordt goedgekeurd als werkzame stof voor gebruik in biociden voor productsoort 18, onder voorbehoud van de naleving van de in de bijlage vastgestelde specificaties en voorwaarden.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 april 2014.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1.

(2)  Verordening (EG) nr. 1451/2007 van de Commissie van 4 december 2007 betreffende de tweede fase van het in artikel 16, lid 2, van Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van biociden bedoelde tienjarige werkprogramma (PB L 325 van 11.12.2007, blz. 3).

(3)  Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden (PB L 123 van 24.4.1998, blz. 1).


BIJLAGE

Triviale naam

IUPAC-benaming

Identificatienummers

Minimale zuiverheidsgraad van de werkzame stof (1)

Datum van goedkeuring

Datum van het verstrijken van de goedkeuring

Productsoort

Bijzondere voorwaarden (2)

Transfluthrin

IUPAC-benaming:

2,3,5,6-tetrafluorobenzyl (1R,3S)-3-(2,2-dichloorvinyl)-2,2-dimethylcyclopropaancarboxylaat

of

2,3,5,6-tetrafluorbenzyl (1R)-trans-3-(2,2-dichloorvinyl)-2,2-dimethylcyclopropaancarboxylaat

EG-nr.: 405-060-5

CAS-nr.: 118712-89-3

965 g/kg van 1R transconfiguratie

1 november 2015

31 oktober 2025

18

Bij de evaluatie van het product moet bijzondere aandacht worden besteed aan de blootstellingen, de risico's en de doeltreffendheid voor elk gebruik waarvoor toelating werd aangevraagd, maar dat geen voorwerp was van de risicobeoordeling van de werkzame stof op het niveau van de Unie.

Aan de toelating wordt de volgende voorwaarde verbonden:

In het licht van de risico's voor water, sediment en bodem mag transfluthrin niet worden gebruikt in insecticideverdampers voor gebruik binnenshuis of in insecticidespiralen tenzij in de aanvraag tot toelating van het product wordt aangetoond dat de risico's tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden beperkt.


(1)  De in deze kolom vermelde zuiverheid was de minimale zuiverheidsgraad van de werkzame stof die voor de overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU) nr. 528/2012 uitgevoerde beoordeling is gebruikt. De werkzame stof in het in de handel gebrachte product kan dezelfde of een andere zuiverheid hebben, voor zover bewezen is dat de werkzame stof technisch gelijkwaardig is aan de beoordeelde werkzame stof.

(2)  Met het oog op de toepassing van de gemeenschappelijke beginselen van bijlage VI bij Verordening (EU) nr. 528/2012 zijn de inhoud en de conclusies van de beoordelingsverslagen beschikbaar op de website van de Commissie: http://ec.europa.eu/comm/environment/biocides/index.htm


24.4.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 121/17


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 408/2014 VAN DE COMMISSIE

van 23 april 2014

tot goedkeuring van synthetisch amorf siliciumdioxide als bestaande werkzame stof voor gebruik in biociden voor productsoort 18

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (1), en met name artikel 89, lid 1, derde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1451/2007 van de Commissie (2) is een lijst vastgesteld van werkzame stoffen die met het oog op een mogelijke opneming daarvan in bijlage I, IA of IB bij Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad (3) dienen te worden beoordeeld. Siliciumdioxide is in die lijst opgenomen.

(2)

Siliciumdioxide is overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Richtlijn 98/8/EG beoordeeld voor gebruik in productsoort 18 (insecticiden, acariciden en producten voor de bestrijding van andere geleedpotigen), zoals gedefinieerd in bijlage V bij die richtlijn, wat overeenstemt met productsoort 18 zoals gedefinieerd in bijlage V bij Verordening (EU) nr. 528/2012.

(3)

Op basis van de voor de beoordeling ingediende gegevens konden slechts conclusies worden getrokken voor een bepaalde vorm van siliciumdioxide, d.w.z. synthetisch amorf siliciumdioxide, beschreven als bevochtigde silica (CAS-nr. 112926-00-8). De beoordeling liet niet toe dat er conclusies werden getrokken met betrekking tot enige andere stof die beantwoordt aan de definitie van siliciumdioxide (CAS-nr. 7631-86-9) in de hierboven genoemde lijst van werkzame stoffen van Verordening (EG) nr. 1451/2007. Bijgevolg mag de goedkeuring alleen betrekking hebben op synthetisch amorf siliciumdioxide.

(4)

Frankrijk is als rapporterende lidstaat aangewezen en heeft het verslag van de bevoegde instantie samen met een aanbeveling overeenkomstig artikel 14, leden 4 en 6, van Verordening (EG) nr. 1451/2007 op 16 april 2009 bij de Commissie ingediend.

(5)

Het verslag van de bevoegde instantie is door de lidstaten en de Commissie getoetst. Overeenkomstig artikel 15, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1451/2007 zijn de bevindingen van de toetsing opgenomen in een beoordelingsverslag dat op 13 maart 2014 door het Permanent Comité voor biociden is onderzocht.

(6)

Volgens dat beoordelingsverslag mag worden aangenomen dat biociden die voor productsoort 18 worden gebruikt en synthetisch amorf siliciumdioxide bevatten, voldoen aan de eisen van artikel 5 van Richtlijn 98/8/EG, mits bepaalde specificaties en voorwaarden betreffende het gebruik ervan in acht worden genomen.

(7)

Daarom is het passend synthetisch amorf siliciumdioxide goed te keuren voor gebruik in biociden voor productsoort 18 op voorwaarde dat aan die specificaties en voorwaarden wordt voldaan.

(8)

Aangezien synthetisch amorf siliciumdioxide zoals het geëvalueerd is, een nanomateriaal is, moet de goedkeuring betrekking hebben op dergelijke nanomaterialen op grond van artikel 4, lid 4, van Verordening (EU) nr. 528/2012 mits aan bepaalde specificaties en voorwaarden voor het gebruik ervan wordt voldaan.

(9)

Er dient een redelijke periode te verstrijken voordat een werkzame stof wordt goedgekeurd, teneinde de belanghebbende partijen in staat te stellen de nodige voorbereidende maatregelen te nemen om aan de vastgestelde nieuwe eisen te voldoen.

(10)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor biociden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Synthetisch amorf siliciumdioxide wordt goedgekeurd als werkzame stof voor gebruik in biociden voor productsoort 18, mits de in de bijlage vastgestelde specificaties en voorwaarden in acht worden genomen.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 april 2014.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1.

(2)  Verordening (EG) nr. 1451/2007 van de Commissie van 4 december 2007 betreffende de tweede fase van het in artikel 16, lid 2, van Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van biociden bedoelde tienjarige werkprogramma (PB L 325 van 11.12.2007, blz. 3).

(3)  Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden (PB L 123 van 24.4.1998, blz. 1).


BIJLAGE

Gewone naam

IUPAC-benaming

Identificatienummers

Minimale zuiverheidsgraad van de werkzame stof (1)

Als referentie geldende structurele kenmerken (2)

Datum van goedkeuring

Datum van het verstrijken van de goedkeuring

Productsoort

Bijzondere voorwaarden (3)

Synthetisch amorf siliciumdioxide (nano)

IUPAC-benaming:

Siliciumdioxide

EG-nr: 231-545-4

CAS-nr.: 112926-00-8

Deze goedkeuring heeft betrekking op synthetisch amorf siliciumdioxide als nanomateriaal in de vorm van stabiele geaggregeerde deeltjes met een deeltjesgrootte > 1 μm, met primaire deeltjes van nanogrootte.

800 g/kg

grootte van de stabiele geaggregeerde deeltjes > 1 μm

grootte van de primaire deeltjes < 25 nm

volumespecifieke oppervlakte > 600 m2/cm3

1 november 2015

31 oktober 2025

18

Bij de beoordeling van het product moet bijzondere aandacht worden besteed aan de blootstellingen, de risico's en de doeltreffendheid voor elk gebruik waarvoor toelating werd aangevraagd, maar dat geen voorwerp was van de risicobeoordeling van de werkzame stof op het niveau van de Unie.


(1)  De in deze kolom vermelde zuiverheid was de minimale zuiverheidsgraad van de werkzame stof die voor de overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU) nr. 528/2012 uitgevoerde beoordeling is gebruikt. De werkzame stof in het in de handel gebrachte product kan dezelfde of een andere zuiverheid hebben, voor zover bewezen is dat de werkzame stof technisch gelijkwaardig is aan de beoordeelde werkzame stof.

(2)  De in deze kolom vermelde structurele kenmerken waren de structurele kenmerken van de werkzame stof die voor de overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU) nr. 528/2012 uitgevoerde beoordeling zijn gebruikt.

(3)  Met het oog op de toepassing van de gemeenschappelijke beginselen van bijlage VI bij Verordening (EU) nr. 528/2012 zijn de inhoud en de conclusies van de beoordelingsverslagen beschikbaar op de website van de Commissie (http://ec.europa.eu/comm/environment/biocides/index.htm).


24.4.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 121/20


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 409/2014 VAN DE COMMISSIE

van 23 april 2014

houdende inschrijving van een benaming in het register van gegarandeerde traditionele specialiteiten (Bacalhau de Cura Tradicional Portuguesa (GTS))

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name artikel 52, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 50, lid 2, onder b), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 is de aanvraag van Portugal tot registratie van de naam „Bacalhau de Cura Tradicional Portuguesa” bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie  (2).

(2)

Aangezien bij de Commissie geen bezwaren zijn ingediend overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1151/2012, moet de benaming „Bacalhau de Cura Tradicional Portuguesa” worden ingeschreven in het register van gegarandeerde traditionele specialiteiten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De benaming „Bacalhau de Cura Tradicional Portuguesa” (GTS) wordt ingeschreven in het register van gegarandeerde traditionele specialiteiten.

Met de in de eerste alinea vermelde benaming wordt een product aangeduid van categorie 1.7. Verse vis en schaal-, schelp- en weekdieren en producten op basis van verse vis en schaal-, schelp- en weekdieren, als opgenomen in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1216/2007 van de Commissie (3).

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 april 2014.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.

(2)  PB C 292 van 8.10.2013, blz. 8.

(3)  Verordening (EG) nr. 1216/2007 van de Commissie van 18 oktober 2007 houdende bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 509/2006 van de Raad inzake gegarandeerde traditionele specialiteiten voor landbouwproducten en levensmiddelen (PB L 275 van 19.10.2007, blz. 3).


24.4.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 121/21


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 410/2014 VAN DE COMMISSIE

van 23 april 2014

tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 293/2012 wat betreft de monitoring van CO2-emissies van nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen waarvoor typegoedkeuring is verleend in een meerfasenprocedure

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 510/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2011 tot vaststelling van emissienormen voor nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen in het kader van de geïntegreerde benadering van de Unie om de CO2-emissies van lichte voertuigen te beperken (1), en met name artikel 8, lid 9, eerste alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In bijlage XII bij Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie (2) wordt een nieuwe methode beschreven voor de bepaling van de CO2-emissies en het brandstofverbruik van voertuigen van categorie N1 waarvoor typegoedkeuring wordt verleend in een meerfasenprocedure (hierna „meerfasenvoertuigen” genoemd). Die nieuwe methode moet vanaf 1 januari 2014 worden toegepast, maar mag sinds 1 januari 2013 al op vrijwillige basis worden toegepast.

(2)

Bijlage II, deel B, punt 7, bij Verordening (EU) nr. 510/2011 bepaalt dat de specifieke CO2-emissies van voltooide voertuigen moeten worden toegewezen aan de fabrikant van het basisvoertuig. Dit vereist dat voltooide voertuigen in het monitoringproces als zodanig kunnen worden herkend en dat de fabrikant van het basisvoertuig kan worden aangewezen. Het vereist ook dat bepaalde gegevens over het basisvoertuig worden vastgesteld overeenkomstig de nieuwe methoden in bijlage XII bij Verordening (EG) nr. 692/2008.

(3)

Overeenkomstig artikel 8, lid 5, van Verordening (EU) nr. 510/2011 hebben de fabrikanten van de basisvoertuigen het recht om de gegevens over een meerfasenvoertuig, aan de hand waarvan hun specifieke CO2-emissiedoelstellingen worden berekend, te verifiëren. Het is derhalve passend gedetailleerde bepalingen vast te stellen voor de uitwisseling van relevante gegevens tussen de fabrikanten en de Commissie.

(4)

Vanwege de specifieke kenmerken en het ontwerp van hun voertuigregistratiesystemen, zijn de lidstaten echter mogelijk niet in staat alle relevante gegevens voor de monitoring van meerfasenvoertuigen te verstrekken die in het overzicht van gedetailleerde gegevens in bijlage II bij Verordening (EU) nr. 510/2011 zijn opgenomen. De Commissie moet daarom de mogelijkheid hebben om door de fabrikanten in het kader van de verificatieprocedure overeenkomstig artikel 8, lid 5, van Verordening (EU) nr. 510/2011 verstrekte gegevens in aanmerking te nemen bij de vaststelling van de voorlopige specifieke emissiedoelstellingen.

(5)

De fabrikanten moeten daarom aan de Commissie en het Europees Milieuagentschap (EEA) de voertuigidentificatienummers (VIN's) doorgeven die zij hebben toegewezen aan lichte bedrijfsvoertuigen die tijdens het voorgaande kalenderjaar zijn verkocht of waarvoor een garantie is afgegeven in dat jaar. De fabrikanten moeten ook de mogelijkheid hebben om de Commissie te voorzien van de gedetailleerde gegevens over die voertuigen. Om die gegevens in aanmerking te laten nemen voor de berekening van de voorlopige doelstellingen, moeten de fabrikanten gelijktijdig met de jaarlijkse indiening van gegevens door de lidstaten hun gegevens aan de Commissie en het EEA overleggen.

(6)

Door op basis van de VIN's de door de lidstaten verstrekte gedetailleerde gegevens te koppelen aan die van de fabrikanten, moet de Commissie een voorlopig gegevensbestand vaststellen voor de berekening van de voorlopige doelstellingen. Het voorlopige gegevensbestand waarvan kennisgeving moet worden gedaan aan de fabrikant, moet de VIN's bevatten voor vermeldingen waarvoor de twee gegevensbestanden kunnen worden gekoppeld. Waar nodig moet het voorlopige gegevensbestand ook die vermeldingen bevatten waarvoor de VIN's van de lidstaten niet kunnen worden gekoppeld aan door de fabrikant verstrekte VIN's. In dat geval moeten de betreffende vermeldingen zonder de VIN's aan de fabrikant worden doorgegeven. Het voorlopige gegevensbestand, met uitzondering van de VIN's, moet overeenkomstig artikel 8, lid 4, van Verordening (EU) nr. 510/2011 openbaar worden gemaakt.

(7)

Om ervoor te zorgen dat de voorschriften in Uitvoeringsverordening (EU) nr. 293/2012 van de Commissie (3) volledig overeenstemmen met die voor personenauto's in Verordening (EU) nr. 1014/2010 van de Commissie (4), is het passend de voorschriften voor de kennisgeving van fouten door fabrikanten aan te passen in overeenstemming met de bepalingen van die verordening.

(8)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 293/2012 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(9)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité klimaatverandering,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 293/2012 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 2 wordt punt 3) vervangen door:

„3)

„gedetailleerde monitoringgegevens”: de gedetailleerde gegevens die vermeld zijn in afdeling 2 van deel C van bijlage II bij Verordening (EU) nr. 510/2011, opgesplitst per fabrikant en per type, variant en uitvoering (voertuigserie), of, in voorkomend geval, per afzonderlijk voertuig, zoals omschreven door het voertuigidentificatienummer.”.

2)

Artikel 8 wordt vervangen door:

„Artikel 8

Voertuigen die niet onder de EG-typegoedkeuring vallen

In het geval van nationale typegoedkeuringen van kleine series lichte bedrijfsvoertuigen overeenkomstig artikel 23 van Richtlijn 2007/46/EG of individuele goedkeuringen van lichte bedrijfsvoertuigen overeenkomstig artikel 24 van die richtlijn, stellen de lidstaten de Commissie in kennis van het aantal dergelijke voertuigen dat op hun grondgebied is geregistreerd.

Bij het invullen van de gedetailleerde monitoringgegevens vermeldt de bevoegde autoriteit de naam van de fabrikant in de kolom „Naam fabrikant — Aanduiding nationaal register” volgens het in deel C van bijlage II bij Verordening (EU) nr. 510/2011 vastgestelde formaat, en een van de volgende kwalificaties in de kolom „Naam fabrikant — EU-standaardaanduiding”:

a)

„AA-IVA” voor de rapportering van voertuigtypen die individueel zijn goedgekeurd;

b)

„AA-NSS” voor de rapportering van voertuigtypen die nationaal in kleine series zijn goedgekeurd.”.

3)

Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1 wordt de volgende alinea toegevoegd:

„Wanneer overeenkomstig lid 3 van dit artikel gegevens worden doorgegeven, wordt tevens aan de door de fabrikant aangewezen contactpersoon het recht verleend de gedetailleerde gegevens naar het gegevensarchief van het Europees Milieuagentschap te uploaden.”;

b)

de volgende leden 3 en 4 worden toegevoegd:

„3.   Ten behoeve van de verificatie van de voorlopige gegevens geven de fabrikanten uiterlijk op 28 februari van elk jaar aan de Commissie de voertuigidentificatienummers door van alle lichte bedrijfsvoertuigen (compleet, voltooid of incompleet) die zij tijdens het voorafgaande kalenderjaar in de Unie hebben verkocht, of waarvoor zij in dat jaar een garantie hebben afgegeven. De fabrikanten mogen tegelijkertijd de Commissie voorzien van de in bijlage II bij Verordening (EU) nr. 510/2011 gespecificeerde gedetailleerde gegevens over die voertuigen.

De gegevens worden via elektronische gegevensoverdracht verzonden naar het gegevensarchief dat door het Europees Milieuagentschap wordt beheerd.

4.   Wanneer fabrikanten de in lid 3 bedoelde voertuigidentificatienummers en gedetailleerde gegevens niet indienen, wordt de voorlopige specifieke emissiedoelstelling berekend aan de hand van de gedetailleerde gegevens zoals verstrekt door de lidstaten.”.

4)

De volgende artikelen 10 bis en 10 ter worden ingevoegd:

„Artikel 10 bis

Kennisgeving van fouten door fabrikanten

1.   Fabrikanten die fouten meedelen overeenkomstig artikel 8, lid 5, van Verordening (EU) nr. 510/2011 gebruiken het door de Commissie krachtens artikel 8, lid 4, van die verordening meegedeelde voorlopige gegevensbestand als grondslag van hun kennisgeving.

De kennisgeving van fouten omvat alle gegevensbestanden die betrekking hebben op de voertuigregistraties waarvoor de kennisgevende fabrikant verantwoordelijk is. In het geval van voltooide voertuigen is de verantwoordelijke fabrikant de fabrikant die verantwoordelijk is voor de EG-typegoedkeuring van het basisvoertuig.

De fout wordt voor elke versie aangegeven in een afzonderlijke rubriek in het gegevensbestand, getiteld „Opmerkingen van de fabrikant”, waarin een van de volgende codes wordt aangeduid:

a)

code A, indien de gegevens door de fabrikant zijn gewijzigd;

b)

code B, indien het voertuig onidentificeerbaar is;

c)

code C, indien het voertuig buiten het toepassingsgebied van Verordening (EU) nr. 510/2011 valt of uit productie is;

d)

code D, indien de fabrikant aan wie een specifieke vermelding is toegeschreven de fabrikant van het voltooide voertuig is, maar niet van het incomplete basisvoertuig.

Voor de toepassing van hetgeen onder b) is bepaald, geldt een voertuig als onidentificeerbaar indien de fabrikant het voertuig niet op grond van het door de lidstaat verstrekte voertuigidentificatienummer kan identificeren, of als een dergelijk nummer in de vermelding ontbreekt en het voertuig niet anderszins kan worden geïdentificeerd.

Voor de toepassing van hetgeen onder d) is bepaald, vermeldt de fabrikant van het uiteindelijke voertuig ook de naam van de fabrikant van het basisvoertuig in een afzonderlijke rubriek, getiteld „Aantekeningen van de fabrikant”.

2.   Wanneer een fabrikant geen fouten overeenkomstig lid 1 bij de Commissie heeft aangemeld, of wanneer de kennisgeving wordt ingediend na het verstrijken van de in artikel 8, lid 5, van Verordening (EU) nr. 510/2011 vastgestelde termijn van drie maanden, worden de overeenkomstig artikel 8, lid 4, van die verordening meegedeelde voorlopige waarden als definitief beschouwd.

3.   Wanneer de in lid 1 bedoelde kennisgeving van fouten voertuigidentificatienummers bevat, wordt zij ingediend bij het in artikel 10, lid 3, bedoelde gegevensarchief („Data Repository”); in andere gevallen wordt zij ingediend op een onwisbare elektronische gegevensdrager waarop de vermelding „Kennisgeving van fouten — CO2 van bestelwagens” is aangebracht, en per post naar het volgende adres verzonden:

Europese Commissie

Secretariaat-generaal

1049 Brussel

BELGIË

Ter informatie wordt naar de volgende functionele mailboxen een elektronische kopie van de kennisgeving verzonden:

EC-CO2-LDV-IMPLEMENTATION@ec.europa.eu

en

CO2-monitoring@eea.europa.eu.

Artikel 10 ter

Opstellen van de voorlopige gegevens

1.   Wanneer fabrikanten overeenkomstig artikel 10, lid 3, gegevens aan de Commissie doorgeven, bevat het voorlopige gegevensbestand waarvan kennisgeving moet worden gedaan aan de fabrikant de volgende vermeldingen:

a)

de vermeldingen met voertuigidentificatienummers, in die gevallen waarin de door de fabrikant overeenkomstig artikel 10, lid 3, doorgegeven voertuigidentificatienummers gekoppeld kunnen worden aan die van de lidstaten zoals gespecificeerd in afdeling 2 van deel C van bijlage II bij Verordening (EU) nr. 510/2011;

b)

de vermeldingen die aan de fabrikant kunnen worden toegeschreven, maar zonder de voertuigidentificatienummers, in die gevallen waarin de door de lidstaten verstrekte voertuigidentificatienummers niet gekoppeld kunnen worden aan die van de fabrikanten.

Van het onder opname van de onder a) en b) bedoelde vermeldingen opgestelde voorlopige gegevensbestand wordt kennisgeving gedaan aan de fabrikanten overeenkomstig artikel 8, lid 4, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 510/2011.

Het in artikel 8, lid 4, eerste alinea, van die verordening bedoelde centrale register van de gegevens bevat geen gegevens over voertuigidentificatienummers.

2.   De verwerking van de voertuigidentificatienummers omvat niet de verwerking van persoonsgegevens die met die nummers in verband kunnen worden gebracht of enige andere gegevens die het mogelijk kunnen maken dat voertuigidentificatienummers aan persoonsgegevens worden gekoppeld.”.

5)

Bijlage I wordt vervangen door de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 april 2014.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 145 van 31.5.2011, blz. 1.

(2)  Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie van 18 juli 2008 tot uitvoering en wijziging van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie (PB L 199 van 28.7.2008, blz. 1).

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 293/2012 van de Commissie van 3 april 2012 inzake de monitoring en rapportering van registratiegegevens van nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 510/2011 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 98 van 4.4.2012, blz. 1).

(4)  Verordening (EU) nr. 1014/2010 van de Commissie van 10 november 2010 inzake de monitoring en rapportering van registratiegegevens van nieuwe personenauto's overeenkomstig Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 293 van 11.11.2010, blz. 15).


BIJLAGE

„BIJLAGE I

GEGEVENSBRONNEN

Parameter

Certificaat van overeenstemming (Bijlage IX, deel I, model B, van Richtlijn 2007/46/EG)

Typegoedkeuringsdocumenten (Richtlijn 2007/46/EG)

Fabrikant (complete voertuigen)

Punt 0.5

Bijlage III, deel I, punt 0.5

Fabrikant van het basisvoertuig (meerfasenvoertuigen)

Punt 0.5.1

Bijlage VI, deel I, punt 0.5

Typegoedkeuringsnummer

Punt 0.10, onder b)

Bijlage VI, inleidend gedeelte

Type

Punt 0.2

Bijlage III, deel I, punt 0.2

Variant

Punt 0.2

Bijlage III, deel I of II, of bijlage VIII, punt 3

Uitvoering

Punt 0.2

Bijlage III, deel I of II, of bijlage VIII, punt 3

Merk

Punt 0.1

Bijlage III, deel I, punt 0.1

Categorie waartoe het voertuig behoort

Punt 0.4

Bijlage III, deel I, punt 0.4

Massa in rijklare toestand (complete en voltooide voertuigen) (kg)

Punt 13

Bijlage III, deel I, punt 2.6 of, vanaf 10 januari 2014, bijlage III, deel I, punt 2.6, onder b) (in het geval van een bereik wordt de minimummassa genomen)

Massa in rijklare toestand (basisvoertuig) (kg)

Punt 14

Bijlage I, punt 2.17.1

Technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand (van het basisvoertuig in het geval van meerfasenvoertuigen) (kg)

Punt 16.1

Bijlage III, deel I, punt 2.8

Voetafdruk — wielbasis (mm)

Punt 4

Bijlage III, deel I, punt 2.1 (1)

Voetafdruk — spoorbreedte (mm)

Punt 30

Bijlage III, deel I, punten 2.3.1 en 2.3.2 (2)

Specifieke CO2-emissies (g/km) (3)

Punt 49.1

Bijlage VIII, punt 3

Brandstoftype

Punt 26

Bijlage III, deel I, punt 3.2.2.1

Brandstofmodus

Punt 26.1

Bijlage III, deel I, punt 3.2.2.4

Cilinderinhoud (cm3)

Punt 25

Bijlage III, deel I, punt 3.2.1.3

Elektriciteitsverbruik (Wh/km)

Punt 49.2

Bijlage VIII, punt 3

Innovatieve technologie of groepen van innovatieve technologieën en de hieruit voortvloeiende vermindering van de CO2-emissies

Punt 49.3

Bijlage VIII, punt 4

Voertuigidentificatienummer

Punt 0.10

Bijlage III, deel I, punt 9.17

Standaard toegevoegde massa

 

Bijlage I, punt 2.17.2


(1)  Overeenkomstig artikel 4, lid 9, van deze verordening.

(2)  Overeenkomstig artikel 4, leden 8 en 9, van deze verordening.

(3)  Overeenkomstig artikel 4, lid 5, van deze verordening.”


24.4.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 121/27


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 411/2014 VAN DE COMMISSIE

van 23 april 2014

betreffende de opening en de wijze van beheer van een tariefcontingent van de Unie voor de invoer van vers en bevroren rundvlees van oorsprong uit Oekraïne

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 187, onder a), c) en d),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) nr. 374/2014 van het Europees Parlement en de Raad (2) zijn voor 2014 preferentiële regelingen vastgesteld met betrekking tot douanerechten voor de invoer van bepaalde goederen van oorsprong uit Oekraïne. Overeenkomstig artikel 3 van die verordening mogen de in bijlage III bij die verordening vermelde landbouwproducten in de Unie worden ingevoerd binnen de grenzen van de in die bijlage opgenomen tariefcontingenten. De in bijlage III bij Verordening (EU) nr. 374/2014 opgenomen tariefcontingenten moeten door de Commissie worden beheerd overeenkomstig artikel 184, lid 2, onder b), van Verordening (EU) nr. 1308/2013.

(2)

Hoewel het betrokken contingent normaliter moeten worden beheerd aan de hand van invoercertificaten, is het dienstig om overeenkomstig artikel 6, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1301/2006 van de Commissie (3) in eerste instantie invoerrechten toe te kennen en pas in tweede instantie invoercertificaten af te geven. Op die manier kunnen marktdeelnemers die invoerrechten hebben gekregen, in de loop van de contingentperiode beslissen wanneer zij, rekening houdend met de door hen verhandelde hoeveelheden, het best invoercertificaten aanvragen.

(3)

Behoudens afwijkingen moeten de in het kader van de onderhavige verordening afgegeven invoercertificaten voldoen aan de Verordeningen (EG) nr. 376/2008 (4) en (EG) nr. 382/2008 (5) van de Commissie.

(4)

Voorts moeten de in het kader van de onderhavige verordening afgegeven invoercertificaten voldoen aan de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1301/2006 inzake aanvragen voor invoerrechten, de status van aanvragers en de afgifte van invoercertificaten, onverminderd aanvullende voorwaarden in de onderhavige verordening.

(5)

Voor een goed beheer van de tariefcontingenten wordt bij het indienen van een aanvraag voor invoerrechten een zekerheid gesteld.

(6)

Om marktdeelnemers ertoe te verplichten invoercertificaten aan te vragen voor de volledige hoeveelheid waarvoor invoerrechten zijn toegewezen, moet worden bepaald dat deze verplichting een primaire eis is in de zin van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2012 van de Commissie (6).

(7)

Aangezien de in bijlage III bij Verordening (EU) nr. 374/2014 opgenomen contingenten slechts geopend zijn tot en met 31 oktober 2014, dient deze verordening zo spoedig mogelijk in werking te treden.

(8)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Opening en wijze van beheer van het tariefcontingent

1.   Deze verordening is van toepassing op de opening en de wijze van beheer van een tariefcontingent voor de invoer van de in bijlage I vermelde producten.

2.   De producthoeveelheid waarvoor het in lid 1 bedoelde contingent geldt, het toepasselijke douanerecht en het volgnummer worden vastgesteld in bijlage I.

3.   Het in lid 1 bedoelde invoertariefcontingent wordt beheerd door in eerste instantie invoerrechten toe te kennen en in tweede instantie invoercertificaten af te geven.

4.   De Verordeningen (EG) nr. 1301/2006, (EG) nr. 376/2008 en (EG) nr. 382/2008 zijn van toepassing, tenzij in de onderhavige verordening anders is bepaald.

Artikel 2

Invoertariefcontingentperiode

Het in artikel 1, lid 1, bedoelde invoertariefcontingent is geopend tot en met 31 oktober 2014.

Artikel 3

Aanvragen voor invoerrechten

1.   Aanvragen voor invoerrechten worden uiterlijk op de vijftiende kalenderdag na de datum van inwerkingtreding van deze verordening, om 13.00 uur plaatselijke tijd Brussel, ingediend.

2.   Bij het indienen van de aanvraag voor invoerrechten wordt een zekerheid van 6 EUR per 100 kg nettogewicht gesteld.

3.   Aanvragers van invoerrechten tonen aan dat in de periode van twaalf maanden onmiddellijk voorafgaand aan de invoertariefcontingentperiode een hoeveelheid rundvlees van GN-code 0201 of 0202 overeenkomstig de betrokken douanebepalingen door henzelf of voor hun rekening is ingevoerd (hierna „referentiehoeveelheid” genoemd). Een bedrijf dat is ontstaan uit een fusie tussen bedrijven die elk referentiehoeveelheden hebben ingevoerd, mag deze referentiehoeveelheden gebruiken als basis voor zijn aanvraag.

4.   De totale hoeveelheid waarvoor in de invoercontingentperiode aanvragen voor invoerrechten worden ingediend, mag de referentiehoeveelheden van de aanvrager niet overschrijden. Aanvragen die niet aan deze bepaling voldoen, worden door de bevoegde autoriteiten afgewezen.

5.   Uiterlijk op de zevende werkdag na afloop van de in lid 1 bedoelde termijn voor indiening van de aanvragen melden de lidstaten aan de Commissie welke de totale hoeveelheden zijn waarvoor aanvragen zijn ingediend, uitgedrukt in kilogram productgewicht.

6.   De invoerrechten worden toegekend van de zevende tot en met de twaalfde werkdag na afloop van de in lid 5 bedoelde meldingstermijn.

7.   Indien de toepassing van de in artikel 7, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1301/2006 bedoelde toewijzingscoëfficiënt ertoe leidt dat minder invoerrechten kunnen worden toegewezen dan werden aangevraagd, wordt de krachtens lid 2 gestelde zekerheid onverwijld overeenkomstig vrijgegeven.

8.   De invoerrechten zijn geldig met ingang van de dag waarop deze worden toegekend, tot en met 31 oktober 2014. De invoerrechten zijn niet overdraagbaar.

Artikel 4

Afgifte van invoercertificaten

1.   De hoeveelheden waarvoor in het kader van het in artikel 1, lid 1, bedoelde invoertariefcontingent invoerrechten zijn toegewezen, mogen pas na het overleggen van een invoercertificaat in het vrije verkeer worden gebracht.

2.   De invoercertificaataanvragen hebben betrekking op de totale hoeveelheid waarvoor invoerrechten zijn toegewezen. Deze verplichting geldt als een primaire eis in de zin van artikel 19, lid 2, van Verordening (EU) nr. 282/2012.

3.   Certificaataanvragen mogen slechts worden ingediend in de lidstaat waar de aanvrager invoerrechten in het kader van het in artikel 1, lid 1, bedoelde invoertariefcontingent heeft gevraagd en gekregen.

Telkens wanneer een invoercertificaat wordt afgegeven, worden de gekregen invoerrechten overeenkomstig verlaagd en wordt de krachtens artikel 3, lid 2, gestelde zekerheid onverwijld overeenkomstig vrijgegeven.

4.   Een invoercertificaat wordt afgegeven op aanvraag en op naam van de marktdeelnemer die de invoerrechten heeft gekregen.

5.   Op de certificaataanvraag wordt slechts één volgnummer vermeld. De aanvraag mag betrekking hebben op verscheidene producten die onder verschillende GN-codes vallen. In dat geval worden alle GN-codes in vak 15 en de desbetreffende omschrijvingen in vak 16 van de certificaataanvraag en het certificaat vermeld.

6.   De certificaataanvragen en de invoercertificaten bevatten de volgende gegevens:

a)

in vak 8, de naam „Oekraïne” als land van oorsprong, en een kruisje bij het vak „ja”;

b)

in vak 20, één van de in bijlage II opgenomen vermeldingen.

7.   Op elk certificaat wordt de hoeveelheid per GN-code vermeld.

8.   In afwijking van artikel 5, lid 3, onder b), van Verordening (EG) nr. 382/2008 zijn de invoercertificaten dertig dagen geldig met ingang van de in artikel 22, lid 2, van Verordening (EG) nr. 376/2008 bedoelde datum waarop deze feitelijk zijn afgegeven. De geldigheidsduur van de invoercertificaten verloopt evenwel uiterlijk op 31 oktober 2014.

Artikel 5

Meldingen aan de Commissie

1.   In afwijking van artikel 11, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1301/2006 melden de lidstaten de volgende gegevens aan de Commissie:

a)

uiterlijk op 14 november 2014, de producthoeveelheden, ook als deze nul bedragen, waarvoor tijdens de contingentperiode invoercertificaten werden afgegeven;

b)

uiterlijk op 28 februari 2015, de producthoeveelheden, ook als deze nul bedragen, waarvoor de betrokken invoercertificaten of gedeelten daarvan niet zijn gebruikt en die overeenstemmen met het verschil tussen de op de achterzijde van de invoercertificaten vermelde hoeveelheden en de hoeveelheden waarvoor die invoercertificaten zijn afgegeven.

2.   Uiterlijk op 28 februari 2015 melden de lidstaten aan de Commissie welke producthoeveelheden daadwerkelijk in het vrije verkeer zijn gebracht gedurende de in deze verordening bepaalde invoertariefcontingentperiode.

3.   De op grond van de leden 1 en 2 gemelde hoeveelheid wordt uitgedrukt in kilogram productgewicht.

Artikel 6

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 april 2014.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)  Verordening (EU) nr. 374/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot verlaging of afschaffing van douanerechten op goederen van oorsprong uit Oekraïne (PB L 118 van 22.4.2014, blz. 1).

(3)  Verordening (EG) nr. 1301/2006 van de Commissie van 31 augustus 2006 houdende gemeenschappelijke voorschriften voor het beheer van door middel van een stelsel van invoercertificaten beheerde invoertariefcontingenten voor landbouwproducten (PB L 238 van 1.9.2006, blz. 13).

(4)  Verordening (EG) nr. 376/2008 van de Commissie van 23 april 2008 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouwproducten (PB L 114 van 26.4.2008, blz. 3).

(5)  Verordening (EG) nr. 382/2008 van de Commissie van 21 april 2008 houdende uitvoeringsbepalingen voor de invoer- en uitvoercertificatenregeling in de sector rundvlees (PB L 115 van 29.4.2008, blz. 10).

(6)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2012 van de Commissie van 28 maart 2012 tot vaststelling van gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake de regeling voor het stellen van zekerheden voor landbouwproducten (PB L 92 van 30.3.2012, blz. 4).


BIJLAGE I

Onverminderd de bepalingen voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur wordt de omschrijving van de goederen slechts als indicatief beschouwd, aangezien in het kader van deze bijlage de GN-codes het preferentiestelsel bepalen.

Volgnummer

GN-code

Omschrijving

Hoeveelheid (in ton nettogewicht)

Geldend recht

(in EUR/t)

09.4270

0201 10 00

0201 20 20

0201 20 30

0201 20 50

0201 20 90

0201 30 00

0202 10 00

0202 20 10

0202 20 30

0202 20 50

0202 20 90

0202 30 10

0202 30 50

0202 30 90

Vlees van runderen, vers, gekoeld of bevroren

12 000

0


BIJLAGE II

In artikel 4, lid 6, onder b), bedoelde vermeldingen

In het Bulgaars: Регламент за изпълнение (ЕC) № 411/2014

In het Spaans: Reglamento de Ejecución (UE) no 411/2014

In het Tsjechisch: Prováděcí nařízení (EU) č. 411/2014

In het Deens: Gennemførelsesforordning (EU) nr. 411/2014

In het Duits: Durchführungsverordnung (EU) Nr. 411/2014

In het Ests: Rakendusmäärus (EL) nr 411/2014

In het Grieks: Εκτελεστικός κανονισμός (ΕΕ) αριθ. 411/2014

In het Engels: Implementing Regulation (EU) No 411/2014

In het Frans: Règlement d'exécution (UE) no 411/2014

In het Kroatisch: Provedbena uredba (EU) br. 411/2014

In het Italiaans: Regolamento di esecuzione (UE) n. 411/2014

In het Lets: Īstenošanas regula (ES) Nr. 411/2014

In Litouws: Įgyvendinimo reglamentas (ES) Nr. 411/2014

In het Hongaars: 411/2014/EU végrehajtási rendelet

In het Maltees: Regolament ta' Implimentazzjoni (UE) Nru 411/2014

In het Nederlands: Uitvoeringsverordening (EU) nr. 411/2014

In het Pools: Rozporządzenie wykonawcze (UE) nr 411/2014

In het Portugees: Regulamento de Execução (UE) n.o 411/2014

In het Roemeens: Regulamentul de punere în aplicare (UE) nr. 411/2014

In het Slowaaks: Vykonávacie nariadenie (EÚ) č. 411/2014

In het Sloveens: Izvedbena uredba (EU) št. 411/2014

In het Fins: Täytäntöönpanoasetus (EU) N:o 411/2014

In het Zweeds: Genomförandeförordning (EU) nr 411/2014.


24.4.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 121/32


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 412/2014 VAN DE COMMISSIE

van 23 april 2014

betreffende de opening en de wijze van beheer van tariefcontingenten van de Unie voor de invoer van eieren, eierproducten en albumine van oorsprong uit Oekraïne

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 187, onder a), c) en d),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) nr. 374/2014 van het Europees Parlement en de Raad (2) zijn voor 2014 preferentiële regelingen vastgesteld met betrekking tot douanerechten voor de invoer van bepaalde goederen van oorsprong uit Oekraïne. Overeenkomstig artikel 3 van die verordening mogen de in bijlage III bij die verordening vermelde landbouwproducten in de Unie worden ingevoerd binnen de grenzen van de in die bijlage opgenomen tariefcontingenten. De in bijlage III bij Verordening (EU) nr. 374/2014 opgenomen tariefcontingenten moeten door de Commissie worden beheerd overeenkomstig artikel 184, lid 2, onder b), van Verordening (EU) nr. 1308/2013.

(2)

De betrokken invoertariefcontingenten moeten worden beheerd aan de hand van invoercertificaten. Verordening (EG) nr. 1301/2006 van de Commissie (3) moet daarop van toepassing zijn, onverminderd aanvullende voorwaarden in de onderhavige verordening.

(3)

Behoudens afwijkingen moeten de in het kader van de onderhavige verordening afgegeven invoercertificaten voldoen aan Verordening (EG) nr. 376/2008 van de Commissie (4).

(4)

Met het oog op een adequaat beheer van de tariefcontingenten moet de met de invoercertificaten verbonden zekerheid worden gesteld bij de indiening van de certificaataanvraag.

(5)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1001/2013 van de Commissie (5) is een aantal GN-codes in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad (6) vervangen door nieuwe codes, die nu verschillen van die in Verordening (EU) nr. 374/2014. De nieuwe codes moeten derhalve worden vermeld in bijlage I bij de onderhavige verordening.

(6)

Aangezien de in bijlage III bij Verordening (EU) nr. 374/2014 opgenomen contingenten slechts geopend zijn tot en met 31 oktober 2014, dient deze verordening zo spoedig mogelijk in werking te treden.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Opening en beheer van tariefcontingenten

1.   Deze verordening is van toepassing op de opening en de wijze van beheer van tariefcontingenten voor de invoer van de in bijlage I opgenomen producten van de eiersector en albumineproducten.

2.   De producthoeveelheid waarvoor de in lid 1 bedoelde contingenten gelden, het toepasselijke douanerecht en de volgnummers worden vastgesteld in bijlage I.

3.   De in lid 1 bedoelde invoertariefcontingenten worden beheerd aan de hand van invoercertificaten.

4.   De Verordeningen (EG) nr. 1301/2006 en (EG) nr. 376/2008 zijn van toepassing tenzij in de onderhavige verordening anders is bepaald.

5.   Voor de toepassing van de onderhavige verordening wordt het gewicht van de eierproducten omgerekend in equivalent eieren in de schaal overeenkomstig de forfaitaire opbrengstpercentages in bijlage 69 bij Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie (7).

6.   Voor de toepassing van deze verordening wordt het gewicht van de ovoalbumine volgens de in bijlage 69 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 vastgestelde omrekeningsbeginselen in equivalent eieren in de schaal omgerekend overeenkomstig het forfaitaire opbrengstpercentage 7,00 voor gedroogde ovoalbumine (GN-code 3502 20 91) en 53,00 voor andere ovoalbumine (GN-code 3502 20 99).

Artikel 2

Invoertariefcontingentperiode

De in artikel 1, lid 1, bedoelde invoertariefcontingenten zijn geopend tot en met 31 oktober 2014.

Artikel 3

Invoercertificaataanvragen en invoercertificaten

1.   Certificaataanvragen worden uiterlijk op de vijftiende kalenderdag na de datum van inwerkingtreding van deze verordening, om 13.00 uur plaatselijke tijd Brussel, ingediend.

2.   Op de certificaataanvraag mag slechts één volgnummer worden vermeld. De aanvraag mag betrekking hebben op verscheidene producten die onder verschillende GN-codes vallen. In dat geval worden alle GN-codes in vak 15 en de desbetreffende omschrijvingen in vak 16 van de certificaataanvraag en het certificaat vermeld. Voor het in bijlage I opgenomen tariefcontingent 09.4275 wordt de totale hoeveelheid omgerekend in equivalent eieren in de schaal.

3.   De certificaataanvraag heeft betrekking op ten minste 1 ton en ten hoogste 10 % van de hoeveelheid die voor het betrokken contingent beschikbaar is.

4.   In de certificaataanvragen en de certificaten zelf worden de volgende gegevens opgenomen:

a)

in vak 8, de naam „Oekraïne” als land van oorsprong, en een kruisje bij het vak „ja”;

b)

in vak 20, één van de in bijlage II opgenomen vermeldingen.

5.   Bij de indiening van de certificaataanvraag wordt een zekerheid van 20 EUR per 100 kg gesteld.

6.   Uiterlijk op de zevende werkdag na afloop van de in lid 1 bedoelde termijn voor indiening van de aanvragen melden de lidstaten aan de Commissie welke de totale hoeveelheid is waarvoor aanvragen zijn ingediend, uitgedrukt in kilogram equivalent eieren in de schaal en uitgesplitst naar volgnummer.

7.   De hoeveelheid waarvoor in het kader van de in artikel 1, lid 1, bedoelde invoertariefcontingenten invoerrechten zijn toegewezen, mogen pas na het overleggen van een invoercertificaat in het vrije verkeer worden gebracht.

8.   De invoercertificaten worden afgegeven van de zevende tot en met de twaalfde werkdag na afloop van de in lid 6 bedoelde meldingstermijn.

Artikel 4

Geldigheid van de invoercertificaten

1.   De invoercertificaten zijn geldig met ingang van de dag waarop deze worden afgegeven, tot en met 31 oktober 2014.

2.   Onverminderd artikel 8, lid 1, van Verordening (EG) nr. 376/2008 mogen de uit de certificaten voortvloeiende rechten alleen worden overgedragen aan cessionarissen die voldoen aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1301/2006 vastgestelde voorwaarden.

Artikel 5

Meldingen aan de Commissie

1.   In afwijking van artikel 11, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1301/2006 melden de lidstaten de volgende gegevens aan de Commissie:

a)

uiterlijk op 14 november 2014, de producthoeveelheden, ook als deze nul bedragen, waarvoor tijdens de contingentperiode invoercertificaten werden afgegeven;

b)

uiterlijk op 28 februari 2015, de producthoeveelheden, ook als deze nul bedragen, waarvoor de betrokken invoercertificaten of gedeelten daarvan niet zijn gebruikt en die overeenstemmen met het verschil tussen de op de achterzijde van de invoercertificaten vermelde hoeveelheden en de hoeveelheden waarvoor die invoercertificaten zijn afgegeven.

2.   Uiterlijk op 28 februari 2015 melden de lidstaten aan de Commissie welke producthoeveelheden daadwerkelijk in het vrije verkeer zijn gebracht gedurende de in deze verordening bepaalde invoertariefcontingentperiode.

3.   De op grond van de leden 1 en 2 gemelde hoeveelheid wordt uitgedrukt in kilogram equivalent eieren in de schaal en wordt uitgesplitst naar volgnummer.

Artikel 6

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 april 2014.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)  Verordening (EU) nr. 374/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot verlaging of afschaffing van douanerechten op goederen van oorsprong uit Oekraïne (PB L 118 van 22.4.2014, blz. 1).

(3)  Verordening (EG) nr. 1301/2006 van de Commissie van 31 augustus 2006 houdende gemeenschappelijke voorschriften voor het beheer van door middel van een stelsel van invoercertificaten beheerde invoertariefcontingenten voor landbouwproducten (PB L 238 van 1.9.2006, blz. 13).

(4)  Verordening (EG) nr. 376/2008 van de Commissie van 23 april 2008 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouwproducten (PB L 114 van 26.4.2008, blz. 3).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1001/2013 van de Commissie van 4 oktober 2013 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 290 van 31.10.2013, blz. 1).

(6)  Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1).

(7)  Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1).


BIJLAGE I

Onverminderd de bepalingen voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur wordt de omschrijving van de goederen slechts als indicatief beschouwd, aangezien in het kader van deze bijlage de GN-codes het preferentiestelsel bepalen.

Volgnummer

GN-code

Omschrijving

Hoeveelheid in ton

Geldend recht

(in EUR/t)

09.4275

0407 21 00

0407 29 10

0407 90 10

0408 11 80

0408 19 81

0408 19 89

0408 91 80

0408 99 80

3502 11 90

3502 19 90

3502 20 91

3502 20 99

Eieren van pluimvee in de schaal, vers, verduurzaamd of gekookt. Eieren uit de schaal en eigeel, vers, gedroogd, gestoomd of in water gekookt, in een bepaalde vorm gebracht, bevroren of op andere wijze verduurzaamd, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, geschikt voor menselijke consumptie; eieralbumine en ovoalbumine, geschikt voor menselijke consumptie

1 500

(uitgedrukt in equivalent eieren in de schaal)

0

09.4276

0407 21 00

0407 29 10

0407 90 10

Eieren van pluimvee in de schaal, vers, verduurzaamd of gekookt

3 000 (uitgedrukt in nettogewicht)

0


BIJLAGE II

In artikel 3, lid 4, onder b), bedoelde vermeldingen

In het Bulgaars: Регламент за изпълнение (ЕC) № 412/2014

In het Spaans: Reglamento de Ejecución (UE) no 412/2014

In het Tsjechisch: Prováděcí nařízení (EU) č. 412/2014

In het Deens: Gennemførelsesforordning (EU) nr. 412/2014

In het Duits: Durchführungsverordnung (EU) Nr. 412/2014

In het Ests: Rakendusmäärus (EL) nr 412/2014

In het Grieks: Εκτελεστικός κανονισμός (ΕΕ) αριθ. 412/2014

In het Engels: Implementing Regulation (EU) No 412/2014

In het Frans: Règlement d'exécution (UE) no 412/2014

In het Kroatisch: Provedbena uredba (EU) br. 412/2014

In het Italiaans: Regolamento di esecuzione (UE) n. 412/2014

In het Lets: Īstenošanas regula (ES) Nr. 412/2014

In Litouws: Įgyvendinimo reglamentas (ES) Nr. 412/2014

In het Hongaars: 412/2014/EU végrehajtási rendelet

In het Maltees: Regolament ta' Implimentazzjoni (UE) Nru 412/2014

In het Nederlands: Uitvoeringsverordening (EU) nr. 412/2014

In het Pools: Rozporządzenie wykonawcze (UE) nr 412/2014

In het Portugees: Regulamento de Execução (UE) n.o 412/2014

In het Roemeens: Regulamentul de punere în aplicare (UE) nr. 412/2014

In het Slowaaks: Vykonávacie nariadenie (EÚ) č. 412/2014

In het Sloveens: Izvedbena uredba (EU) št. 412/2014

In het Fins: Täytäntöönpanoasetus (EU) N:o 412/2014

In het Zweeds: Genomförandeförordning (EU) nr 412/2014.


24.4.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 121/37


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 413/2014 VAN DE COMMISSIE

van 23 april 2014

betreffende de opening en de wijze van beheer van tariefcontingenten van de Unie voor de invoer van pluimveevlees van oorsprong uit Oekraïne

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 187, onder a), c) en d),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) nr. 374/2014 van het Europees Parlement en de Raad (2) zijn voor 2014 preferentiële regelingen vastgesteld met betrekking tot douanerechten voor de invoer van bepaalde goederen van oorsprong uit Oekraïne. Overeenkomstig artikel 3 van die verordening mogen de in bijlage III bij die verordening vermelde landbouwproducten in de Unie worden ingevoerd binnen de grenzen van de in die bijlage opgenomen tariefcontingenten. De in bijlage III bij die verordening opgenomen tariefcontingenten moeten door de Commissie worden beheerd overeenkomstig artikel 184, lid 2, onder b), van Verordening (EU) nr. 1308/2013.

(2)

Hoewel de betrokken contingenten normaliter moeten worden beheerd aan de hand van invoercertificaten, is het dienstig om overeenkomstig artikel 6, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1301/2006 van de Commissie (3) in eerste instantie invoerrechten toe te kennen en pas in tweede instantie invoercertificaten af te geven. Op die manier kunnen marktdeelnemers die invoerrechten hebben gekregen, in de loop van de contingentperiode beslissen wanneer zij, rekening houdend met de door hen verhandelde hoeveelheden, het best invoercertificaten aanvragen.

(3)

Behoudens afwijkingen moeten de in het kader van de onderhavige verordening afgegeven invoercertificaten voldoen aan Verordening (EG) nr. 376/2008 van de Commissie (4).

(4)

Voorts moeten de in het kader van de onderhavige verordening afgegeven invoercertificaten voldoen aan de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1301/2006 inzake aanvragen voor invoerrechten, de status van aanvragers en de afgifte van invoercertificaten, onverminderd aanvullende voorwaarden in de onderhavige verordening.

(5)

Met het oog op een adequaat beheer van de tariefcontingenten moet een zekerheid worden gesteld bij de indiening van een aanvraag voor invoerrechten en bij de afgifte van een invoercertificaat.

(6)

Om marktdeelnemers ertoe te verplichten invoercertificaten aan te vragen voor de volledige hoeveelheid waarvoor invoerrechten zijn toegewezen, moet worden bepaald dat deze verplichting een primaire eis is in de zin van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2012 van de Commissie (5).

(7)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1001/2013 van de Commissie (6) is een aantal GN-codes in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad (7) vervangen door nieuwe codes, die nu verschillen van die in Verordening (EU) nr. 374/2014. De nieuwe codes moeten derhalve worden vermeld in bijlage I bij de onderhavige verordening.

(8)

Aangezien de in bijlage III bij Verordening (EU) nr. 374/2014 opgenomen contingenten slechts geopend zijn tot en met 31 oktober 2014, dient deze verordening zo spoedig mogelijk in werking te treden.

(9)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Opening en wijze van beheer van de tariefcontingenten

1.   Deze verordening is van toepassing op de opening en de wijze van beheer van tariefcontingenten voor de invoer van de in bijlage I vermelde producten.

2.   De producthoeveelheid waarvoor de in lid 1 bedoelde contingenten gelden, het toepasselijke douanerecht en de volgnummers worden vastgesteld in bijlage I.

3.   De in lid 1 bedoelde invoertariefcontingenten worden beheerd door in eerste instantie invoerrechten toe te kennen en in tweede instantie invoercertificaten af te geven.

4.   De Verordeningen (EG) nr. 1301/2006 en (EG) nr. 376/2008 zijn van toepassing tenzij in de onderhavige verordening anders is bepaald.

Artikel 2

Invoertariefcontingentperiode

De in artikel 1 bedoelde invoertariefcontingenten zijn geopend tot en met 31 oktober 2014.

Artikel 3

Aanvragen voor invoerrechten

1.   Aanvragen voor invoerrechten worden uiterlijk op de vijftiende kalenderdag na de datum van inwerkingtreding van deze verordening, om 13.00 uur plaatselijke tijd Brussel, ingediend.

2.   Bij de indiening van een aanvraag voor invoerrechten wordt een zekerheid van 35 EUR per 100 kg gesteld.

3.   Aanvragers van invoerrechten tonen aan dat in de periode van twaalf maanden onmiddellijk voorafgaand aan de invoertariefcontingentperiode een hoeveelheid pluimveeproducten van GN-code 0207, 0210 99 39, 1602 31, 1602 32 of 1602 39 21 overeenkomstig de betrokken douanebepalingen door henzelf of voor hun rekening is ingevoerd (hierna „referentiehoeveelheid” genoemd). Een bedrijf dat is ontstaan uit een fusie tussen bedrijven die elk een referentiehoeveelheid hebben ingevoerd, mag deze referentiehoeveelheden combineren als basis voor zijn aanvraag.

4.   De totale hoeveelheid waarvoor in de invoertariefcontingentperiode aanvragen voor invoerrechten worden ingediend, mag de referentiehoeveelheid van de aanvrager niet overschrijden. Aanvragen die niet aan deze bepaling voldoen, worden door de bevoegde autoriteiten afgewezen.

5.   Uiterlijk op de zevende werkdag na afloop van de in lid 1 bedoelde termijn voor indiening van de aanvragen melden de lidstaten aan de Commissie welke de totale hoeveelheden zijn waarvoor aanvragen zijn ingediend, uitgedrukt in kilogram productgewicht en uitgesplitst naar volgnummer.

6.   De invoerrechten worden toegekend van de zevende tot en met de twaalfde werkdag na afloop van de in lid 5 bedoelde meldingstermijn.

7.   Indien de toepassing van de in artikel 7, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1301/2006 bedoelde toewijzingscoëfficiënt ertoe leidt dat minder invoerrechten kunnen worden toegewezen dan werden aangevraagd, wordt de krachtens lid 2 gestelde zekerheid onverwijld overeenkomstig vrijgegeven.

8.   De invoerrechten zijn geldig met ingang van de dag waarop deze worden toegekend, tot en met 31 oktober 2014. De invoerrechten zijn niet overdraagbaar.

Artikel 4

Afgifte van invoercertificaten

1.   De hoeveelheden waarvoor in het kader van de in artikel 1, lid 1, bedoelde invoertariefcontingenten invoerrechten zijn toegewezen, mogen pas na het overleggen van een invoercertificaat in het vrije verkeer worden gebracht.

2.   De invoercertificaataanvragen hebben betrekking op de totale hoeveelheid waarvoor invoerrechten zijn toegewezen. Deze verplichting geldt als een primaire eis in de zin van artikel 19, lid 2, van Verordening (EU) nr. 282/2012.

3.   Certificaataanvragen mogen slechts worden ingediend in de lidstaat waar de aanvrager invoerrechten in het kader van de in artikel 1, lid 1, bedoelde invoertariefcontingenten heeft gevraagd en gekregen.

4.   Bij afgifte van het invoercertificaat stelt de marktdeelnemer een zekerheid van 75 EUR per 100 kg. Telkens wanneer een invoercertificaat wordt afgegeven, worden de invoerrechten naar evenredigheid verlaagd en wordt de voor de gekregen invoerrechten gestelde zekerheid onverwijld naar evenredigheid vrijgegeven.

5.   Een invoercertificaat wordt afgegeven op aanvraag en op naam van de marktdeelnemer die de invoerrechten heeft gekregen.

6.   Op de certificaataanvraag wordt slechts één volgnummer vermeld. De aanvraag mag betrekking hebben op verscheidene producten die onder verschillende GN-codes vallen. In dat geval worden alle GN-codes in vak 15 en de desbetreffende omschrijvingen in vak 16 van de certificaataanvraag en het certificaat vermeld.

7.   De certificaataanvragen en de invoercertificaten bevatten de volgende gegevens:

a)

in vak 8, de naam „Oekraïne” als land van oorsprong, en een kruisje bij het vak „ja”;

b)

in vak 20, één van de in bijlage II opgenomen vermeldingen.

8.   Op elk certificaat wordt de hoeveelheid per GN-code vermeld.

9.   Overeenkomstig artikel 22, lid 2, van Verordening (EG) nr. 376/2008 zijn de invoercertificaten dertig dagen geldig met ingang van de datum waarop deze feitelijk zijn afgegeven. De geldigheidsduur van de invoercertificaten verloopt evenwel uiterlijk op 31 oktober 2014.

Artikel 5

Meldingen aan de Commissie

1.   In afwijking van artikel 11, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1301/2006 melden de lidstaten de volgende gegevens aan de Commissie:

a)

uiterlijk op 14 november 2014, de producthoeveelheden, ook als deze nul bedragen, waarvoor tijdens de contingentperiode invoercertificaten werden afgegeven;

b)

uiterlijk op 28 februari 2015, de producthoeveelheden, ook als deze nul bedragen, waarvoor de betrokken invoercertificaten of gedeelten daarvan niet zijn gebruikt en die overeenstemmen met het verschil tussen de op de achterzijde van de invoercertificaten vermelde hoeveelheden en de hoeveelheden waarvoor die invoercertificaten zijn afgegeven.

2.   Uiterlijk op 28 februari 2015 melden de lidstaten aan de Commissie welke producthoeveelheden daadwerkelijk in het vrije verkeer zijn gebracht gedurende de in deze verordening bepaalde invoertariefcontingentperiode.

3.   De op grond van de leden 1 en 2 gemelde hoeveelheid wordt uitgedrukt in kilogram en wordt uitgesplitst naar volgnummer.

Artikel 6

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 april 2014.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)  Verordening (EU) nr. 374/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot verlaging of afschaffing van douanerechten op goederen van oorsprong uit Oekraïne (PB L 118 van 22.4.2014, blz. 1).

(3)  Verordening (EG) nr. 1301/2006 van de Commissie van 31 augustus 2006 houdende gemeenschappelijke voorschriften voor het beheer van door middel van een stelsel van invoercertificaten beheerde invoertariefcontingenten voor landbouwproducten (PB L 238 van 1.9.2006, blz. 13).

(4)  Verordening (EG) nr. 376/2008 van de Commissie van 23 april 2008 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouwproducten (PB L 114 van 26.4.2008, blz. 3).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2012 van de Commissie van 28 maart 2012 tot vaststelling van gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake de regeling voor het stellen van zekerheden voor landbouwproducten (PB L 92 van 30.3.2012, blz. 4).

(6)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1001/2013 van de Commissie van 4 oktober 2013 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 290 van 31.10.2013, blz. 1).

(7)  Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1).


BIJLAGE I

Onverminderd de bepalingen voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur wordt de omschrijving van de goederen slechts als indicatief beschouwd, aangezien in het kader van deze bijlage de GN-codes het preferentiestelsel bepalen. Wanneer „ex” GN-codes zijn vermeld, is de GN-code samen met de daarbij horende omschrijving bepalend voor de toepassing van de preferentiële regeling.

Volgnummer

GN-code

Omschrijving

Hoeveelheid (in ton nettogewicht)

Geldend recht

(in EUR/t)

09.4273

0207 11 30

0207 11 90

0207 12

0207 13 10

0207 13 20

0207 13 30

0207 13 50

0207 13 60

0207 13 99

0207 14 10

0207 14 20

0207 14 30

0207 14 50

0207 14 60

0207 14 99

0207 24

0207 25

0207 26 10

0207 26 20

0207 26 30

0207 26 50

0207 26 60

0207 26 70

0207 26 80

0207 26 99

0207 27 10

0207 27 20

0207 27 30

0207 27 50

0207 27 60

0207 27 70

0207 27 80

0207 27 99

0207 41 30

0207 41 80

0207 42

0207 44 10

0207 44 21

0207 44 31

0207 44 41

0207 44 51

0207 44 61

0207 44 71

0207 44 81

0207 44 99

0207 45 10

0207 45 21

0207 45 31

0207 45 41

0207 45 51

0207 45 61

0207 45 81

0207 45 99

0207 51 10

0207 51 90

0207 52 90

0207 54 10

0207 54 21

0207 54 31

0207 54 41

0207 54 51

0207 54 61

0207 54 71

0207 54 81

0207 54 99

0207 55 10

0207 55 21

0207 55 31

0207 55 41

0207 55 51

0207 55 61

0207 55 81

0207 55 99

0207 60 05

0207 60 10

ex 0207 60 21 (1)

0207 60 31

0207 60 41

0207 60 51

0207 60 61

0207 60 81

0207 60 99

0210 99 39

1602 31

1602 32

1602 39 21

Vlees en eetbare slachtafvallen van pluimvee, vers of gekoeld; andere bereidingen en conserven van vlees (van kalkoenen en van hanen en kippen)

16 000

0

09.4274

0207 12

Vlees en eetbare slachtafvallen van pluimvee, niet in stukken gesneden, bevroren

20 000

0


(1)  Vers of gekoeld, helften of kwarten van parelhoenders.


BIJLAGE II

In artikel 4, lid 7, onder b), bedoelde vermeldingen

In het Bulgaars: Регламент за изпълнение (ЕC) № 413/2014

In het Spaans: Reglamento de Ejecución (UE) no 413/2014

In het Tsjechisch: Prováděcí nařízení (EU) č. 413/2014

In het Deens: Gennemførelsesforordning (EU) nr. 413/2014

In het Duits: Durchführungsverordnung (EU) Nr. 413/2014

In het Ests: Rakendusmäärus (EL) nr 413/2014

In het Grieks: Εκτελεστικός κανονισμός (ΕΕ) αριθ. 413/2014

In het Engels: Implementing Regulation (EU) No 413/2014

In het Frans: Règlement d'exécution (UE) no 413/2014

In het Kroatisch: Provedbena uredba (EU) br. 413/2014

In het Italiaans: Regolamento di esecuzione (UE) n. 413/2014

In het Lets: Īstenošanas regula (ES) Nr. 413/2014

In Litouws: Įgyvendinimo reglamentas (ES) Nr. 413/2014

In het Hongaars: 413/2014/EU végrehajtási rendelet

In het Maltees: Regolament ta' Implimentazzjoni (UE) Nru 413/2014

In het Nederlands: Uitvoeringsverordening (EU) nr. 413/2014

In het Pools: Rozporządzenie wykonawcze (UE) nr 413/2014

In het Portugees: Regulamento de Execução (UE) n.o 413/2014

In het Roemeens: Regulamentul de punere în aplicare (UE) nr. 413/2014

In het Slowaaks: Vykonávacie nariadenie (EÚ) č. 413/2014

In het Sloveens: Izvedbena uredba (EU) št. 413/2014

In het Fins: Täytäntöönpanoasetus (EU) N:o 413/2014

In het Zweeds: Genomförandeförordning (EU) nr 413/2014.


24.4.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 121/44


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 414/2014 VAN DE COMMISSIE

van 23 april 2014

betreffende de opening en de wijze van beheer van tariefcontingenten van de Unie voor de invoer van vers en bevroren varkensvlees van oorsprong uit Oekraïne

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 187, onder a), c) en d),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) nr. 374/2014 van het Europees Parlement en de Raad (2) zijn voor 2014 preferentiële regelingen vastgesteld met betrekking tot douanerechten voor de invoer van bepaalde goederen van oorsprong uit Oekraïne. Overeenkomstig artikel 3 van die verordening mogen de in bijlage III bij die verordening vermelde landbouwproducten in de Unie worden ingevoerd binnen de grenzen van de in die bijlage opgenomen tariefcontingenten. De in bijlage III bij die verordening opgenomen tariefcontingenten moeten door de Commissie worden beheerd overeenkomstig artikel 184, lid 2, onder b), van Verordening (EU) nr. 1308/2013.

(2)

Hoewel de betrokken contingenten normaliter moeten worden beheerd aan de hand van invoercertificaten, is het dienstig om overeenkomstig artikel 6, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1301/2006 van de Commissie (3) in eerste instantie invoerrechten toe te kennen en pas in tweede instantie invoercertificaten af te geven. Op die manier kunnen marktdeelnemers die invoerrechten hebben gekregen, in de loop van de contingentperiode beslissen wanneer zij, rekening houdend met de door hen verhandelde hoeveelheden, het best invoercertificaten aanvragen.

(3)

Behoudens afwijkingen moeten de in het kader van de onderhavige verordening afgegeven invoercertificaten voldoen aan Verordening (EG) nr. 376/2008 van de Commissie (4).

(4)

Voorts moeten de in het kader van de onderhavige verordening afgegeven invoercertificaten voldoen aan de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1301/2006 inzake aanvragen voor invoerrechten, de status van aanvragers en de afgifte van invoercertificaten, onverminderd aanvullende voorwaarden in de onderhavige verordening.

(5)

Met het oog op een adequaat beheer van de tariefcontingenten moet een zekerheid worden gesteld bij de indiening van een aanvraag voor invoerrechten en bij de afgifte van een invoercertificaat.

(6)

Om marktdeelnemers ertoe te verplichten invoercertificaten aan te vragen voor de volledige hoeveelheid waarvoor invoerrechten zijn toegewezen, moet worden bepaald dat deze verplichting een primaire eis is in de zin van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2012 van de Commissie (5).

(7)

Aangezien de in bijlage III bij Verordening (EU) nr. 374/2014 opgenomen contingenten slechts geopend zijn tot en met 31 oktober 2014, dient deze verordening zo spoedig mogelijk in werking te treden.

(8)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Opening en wijze van beheer van de tariefcontingenten

1.   Deze verordening is van toepassing op de opening en de wijze van beheer van tariefcontingenten voor de invoer van de in bijlage I vermelde producten.

2.   De producthoeveelheid waarvoor de in lid 1 bedoelde contingenten gelden, het toepasselijke douanerecht en de volgnummers worden vastgesteld in bijlage I.

3.   De in lid 1 bedoelde invoertariefcontingenten worden beheerd door in eerste instantie invoerrechten toe te kennen en in tweede instantie invoercertificaten af te geven.

4.   De Verordeningen (EG) nr. 1301/2006 en (EG) nr. 376/2008 zijn van toepassing tenzij in de onderhavige verordening anders is bepaald.

Artikel 2

Invoertariefcontingentperiode

De in artikel 1, lid 1, bedoelde invoertariefcontingenten zijn geopend tot en met 31 oktober 2014.

Artikel 3

Aanvragen voor invoerrechten

1.   Aanvragen voor invoerrechten worden uiterlijk op de vijftiende kalenderdag na de datum van inwerkingtreding van deze verordening, om 13.00 uur plaatselijke tijd Brussel, ingediend.

2.   Bij de indiening van een aanvraag voor invoerrechten wordt een zekerheid van 20 EUR per 100 kg gesteld.

3.   Aanvragers van invoerrechten tonen aan dat in de periode van twaalf maanden onmiddellijk voorafgaand aan de invoertariefcontingentperiode een hoeveelheid varkensvleesproducten van GN-code 0203 overeenkomstig de betrokken douanebepalingen door henzelf of voor hun rekening is ingevoerd (hierna „referentiehoeveelheid” genoemd). Een bedrijf dat is ontstaan uit een fusie tussen bedrijven die elk referentiehoeveelheden hebben ingevoerd, mag deze referentiehoeveelheden gebruiken als basis voor zijn aanvraag.

4.   De totale hoeveelheid waarvoor in de invoertariefcontingentperiode aanvragen voor invoerrechten worden ingediend, mag de referentiehoeveelheden van de aanvrager niet overschrijden. Aanvragen die niet aan deze bepaling voldoen, worden door de bevoegde autoriteiten afgewezen.

5.   Uiterlijk op de zevende werkdag na afloop van de in lid 1 bedoelde termijn voor indiening van de aanvragen melden de lidstaten aan de Commissie welke de totale hoeveelheden zijn waarvoor aanvragen zijn ingediend, uitgedrukt in kilogram productgewicht en uitgesplitst naar volgnummer.

6.   De invoerrechten worden toegekend van de zevende tot en met de twaalfde werkdag na afloop van de in lid 5 bedoelde meldingstermijn.

7.   Indien de toepassing van de in artikel 7, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1301/2006 bedoelde toewijzingscoëfficiënt ertoe leidt dat minder invoerrechten kunnen worden toegewezen dan werden aangevraagd, wordt de krachtens artikel 2 van de onderhavige verordening gestelde zekerheid onverwijld overeenkomstig vrijgegeven.

8.   De invoerrechten zijn geldig met ingang van de dag waarop deze worden toegekend, tot en met 31 oktober 2014. De invoerrechten zijn niet overdraagbaar.

Artikel 4

Afgifte van invoercertificaten

1.   De hoeveelheden waarvoor in het kader van de in artikel 1, lid 1, bedoelde invoertariefcontingenten invoerrechten zijn toegewezen, mogen pas na het overleggen van een invoercertificaat in het vrije verkeer worden gebracht.

2.   De invoercertificaataanvragen hebben betrekking op de totale hoeveelheid waarvoor invoerrechten zijn toegewezen. Deze verplichting geldt als een primaire eis in de zin van artikel 19, lid 2, van Verordening (EU) nr. 282/2012.

3.   Certificaataanvragen mogen slechts worden ingediend in de lidstaat waar de aanvrager invoerrechten in het kader van de in artikel 1, lid 1, bedoelde invoertariefcontingenten heeft gevraagd en gekregen.

4.   Bij afgifte van het invoercertificaat stelt de marktdeelnemer een zekerheid van 50 EUR per 100 kg. Telkens wanneer een invoercertificaat wordt afgegeven, worden de invoerrechten naar evenredigheid verlaagd en wordt de voor de gekregen invoerrechten gestelde zekerheid onverwijld naar evenredigheid vrijgegeven.

5.   Een invoercertificaat wordt afgegeven op aanvraag en op naam van de marktdeelnemer die de invoerrechten heeft gekregen.

6.   Op de certificaataanvraag wordt slechts één volgnummer vermeld. De aanvraag mag betrekking hebben op verscheidene producten die onder verschillende GN-codes vallen. In dat geval worden alle GN-codes in vak 15 en de desbetreffende omschrijvingen in vak 16 van de certificaataanvraag en het certificaat vermeld.

7.   De certificaataanvragen en de invoercertificaten bevatten de volgende gegevens:

a)

in vak 8, de naam „Oekraïne” als land van oorsprong, en een kruisje bij het vak „ja”;

b)

in vak 20, één van de in bijlage II opgenomen vermeldingen.

8.   Op elk certificaat wordt de hoeveelheid per GN-code vermeld.

9.   Overeenkomstig artikel 22, lid 2, van Verordening (EG) nr. 376/2008 zijn de invoercertificaten dertig dagen geldig met ingang van de datum waarop deze feitelijk zijn afgegeven. De geldigheidsduur van de invoercertificaten verloopt evenwel uiterlijk op 31 oktober 2014.

Artikel 5

Meldingen aan de Commissie

1.   In afwijking van artikel 11, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1301/2006 melden de lidstaten de volgende gegevens aan de Commissie:

a)

uiterlijk op 14 november 2014, de producthoeveelheden, ook als deze nul bedragen, waarvoor tijdens de contingentperiode invoercertificaten werden afgegeven;

b)

uiterlijk op 28 februari 2015, de producthoeveelheden, ook als deze nul bedragen, waarvoor de betrokken invoercertificaten of gedeelten daarvan niet zijn gebruikt en die overeenstemmen met het verschil tussen de op de achterzijde van de invoercertificaten vermelde hoeveelheden en de hoeveelheden waarvoor die invoercertificaten zijn afgegeven.

2.   Uiterlijk op 28 februari 2015 melden de lidstaten aan de Commissie welke producthoeveelheden daadwerkelijk in het vrije verkeer zijn gebracht gedurende de in deze verordening bepaalde invoertariefcontingentperiode.

3.   De op grond van de leden 1 en 2 gemelde hoeveelheid wordt uitgedrukt in kilogram productgewicht en wordt uitgesplitst naar volgnummer.

Artikel 6

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 april 2014.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)  Verordening (EU) nr. 374/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot verlaging of afschaffing van douanerechten op goederen van oorsprong uit Oekraïne (PB L 118 van 22.4.2014, blz. 1).

(3)  Verordening (EG) nr. 1301/2006 van de Commissie van 31 augustus 2006 houdende gemeenschappelijke voorschriften voor het beheer van door middel van een stelsel van invoercertificaten beheerde invoertariefcontingenten voor landbouwproducten (PB L 238 van 1.9.2006, blz. 13).

(4)  Verordening (EG) nr. 376/2008 van de Commissie van 23 april 2008 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouwproducten (PB L 114 van 26.4.2008, blz. 3).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2012 van de Commissie van 28 maart 2012 tot vaststelling van gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake de regeling voor het stellen van zekerheden voor landbouwproducten (PB L 92 van 30.3.2012, blz. 4).


BIJLAGE I

Onverminderd de bepalingen voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur wordt de omschrijving van de goederen slechts als indicatief beschouwd, aangezien in het kader van deze bijlage de GN-codes het preferentiestelsel bepalen.

Volgnummer

GN-code

Omschrijving

Hoeveelheid (in ton nettogewicht)

Geldend recht

(in EUR/t)

09.4271

0203 11 10

0203 12 11

0203 12 19

0203 19 11

0203 19 13

0203 19 15

0203 19 55

0203 19 59

0203 21 10

0203 22 11

0203 22 19

0203 29 11

0203 29 13

0203 29 15

0203 29 55

0203 29 59

Vlees van varkens (huisdieren), vers, gekoeld of bevroren

20 000

0

09.4272

0203 11 10

0203 12 19

0203 19 11

0203 19 15

0203 19 59

0203 21 10

0203 22 19

0203 29 11

0203 29 15

0203 29 59

Vlees van varkens (huisdieren), vers, gekoeld of bevroren, met uitzondering van hammen, lendenstukken en delen zonder been

20 000

0


BIJLAGE II

In artikel 4, lid 7, onder b), bedoelde vermeldingen

in het Bulgaars: Регламент за изпълнение (ЕC) № 414/2014

In het Spaans: Reglamento de Ejecución (UE) no 414/2014

In het Tsjechisch: Prováděcí nařízení (EU) č. 414/2014

in het Deens: Gennemførelsesforordning (EU) nr. 414/2014

In het Duits: Durchführungsverordnung (EU) Nr. 414/2014

in het Ests: Rakendusmäärus (EL) nr 414/2014

in het Grieks: Εκτελεστικός κανονισμός (ΕΕ) αριθ. 414/2014

in het Engels: Implementing Regulation (EU) No 414/2014

In het Frans: Règlement d'exécution (UE) no 414/2014

In het Kroatisch: Provedbena uredba (EU) br. 414/2014

In het Italiaans: Regolamento di esecuzione (UE) n. 414/2014

In het Lets: Īstenošanas regula (ES) Nr. 414/2014

In het Litouws: Įgyvendinimo reglamentas (ES) Nr. 414/2014

In het Hongaars: 414/2014/EU végrehajtási rendelet

In het Maltees: Regolament ta' Implimentazzjoni (UE) Nru 414/2014

In het Nederlands: Uitvoeringsverordening (EU) nr. 414/2014

In het Pools: Rozporządzenie wykonawcze (UE) nr 414/2014

In het Portugees: Regulamento de Execução (UE) n.o 414/2014

In het Roemeens: Regulamentul de punere în aplicare (UE) nr. 414/2014

In het Slowaaks: Vykonávacie nariadenie (EÚ) č. 414/2014

In het Sloveens: Izvedbena uredba (EU) št. 414/2014

In het Fins: Täytäntöönpanoasetus (EU) N:o 414/2014

In het Zweeds: Genomförandeförordning (EU) nr 414/2014


24.4.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 121/49


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 415/2014 VAN DE COMMISSIE

van 23 april 2014

tot wijziging en afwijking van Verordening (EG) nr. 2535/2001 wat de wijze van beheer van de tariefcontingenten voor zuivelproducten van oorsprong uit Oekraïne betreft

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 187, onder a) en c),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) nr. 374/2014 van het Europees Parlement en de Raad (2) zijn voor 2014 preferentiële regelingen vastgesteld met betrekking tot douanerechten voor de invoer van bepaalde goederen van oorsprong uit Oekraïne. Overeenkomstig artikel 3 van die verordening mogen de in bijlage III bij die verordening vermelde landbouwproducten in de Unie worden ingevoerd binnen de grenzen van de in die bijlage opgenomen tariefcontingenten. De in bijlage III bij Verordening (EU) nr. 374/2014 opgenomen tariefcontingenten moeten door de Commissie worden beheerd overeenkomstig artikel 184, lid 2, onder b), van Verordening (EU) nr. 1308/2013.

(2)

In bijlage III bij Verordening (EU) nr. 374/2014 zijn tariefcontingenten voor melk en zuivelproducten opgenomen. Deze contingenten moeten worden opgenomen in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 2535/2001 van de Commissie (3) en in artikel 19 van die verordening moet worden gerefereerd aan de betrokken bepaling inzake het bewijs van oorsprong dat vereist is voor de invoer in het kader van die contingenten.

(3)

Aangezien de in bijlage III bij Verordening (EU) nr. 374/2014 opgenomen contingenten maar tot uiterlijk 31 oktober 2014 geopend zijn, dient te worden gespecificeerd wanneer de invoercertificaataanvragen uiterlijk moeten worden ingediend en hoelang de invoercertificaten geldig zijn.

(4)

Krachtens artikel 10, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2535/2001 van de Commissie mogen importeurs die in mei 2013 zijn erkend, alleen gedurende de periode van 1 juli 2013 tot en met 30 juni 2014 in het kader van contingenten invoeren. Aangezien de voor Oekraïne geopende contingenten uitzonderlijk twee opeenvolgende perioden van zes maanden bestrijken, zouden de erkende importeurs dan slechts tot en met 30 juni 2014 mogen invoeren, terwijl de betrokken contingenten open zijn tot en met 31 oktober 2014. Daarom moeten deze importeurs de gelegenheid krijgen om tot en met 31 oktober 2014 in te voeren in het kader van de in bijlage III bij Verordening (EU) nr. 374/2014 opgenomen contingenten.

(5)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1001/2013 van de Commissie (4) is een aantal GN-codes in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad (5) vervangen door nieuwe codes, die nu verschillen van die in Verordening (EU) nr. 374/2014. De nieuwe codes moeten derhalve worden vermeld in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 2535/2001.

(6)

Verordening (EG) nr. 2535/2001 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(7)

Aangezien de in bijlage III bij Verordening (EU) nr. 374/2014 opgenomen contingenten slechts geopend zijn tot en met 31 oktober 2014, dient deze verordening zo spoedig mogelijk in werking te treden.

(8)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 2535/2001 wordt als volgt gewijzigd:

a)

Aan artikel 5 wordt het volgende punt l) toegevoegd:

„l)

de in deel L van bijlage I bedoelde contingenten.”.

b)

Aan artikel 19, lid 1, wordt het volgende punt j) toegevoegd:

„j)

artikel 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 374/2014 van het Europees Parlement en de Raad (6).

(6)  Verordening (EU) nr. 374/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot verlaging of afschaffing van douanerechten op goederen van oorsprong uit Oekraïne (PB L 118 van 22.4.2014, blz. 1).”."

c)

Aan bijlage I wordt een nieuw deel L toegevoegd, waarvan de tekst wordt vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

De certificaataanvragen voor de contingenten die zijn opgenomen in het bij artikel 1, onder c), van de onderhavige verordening toegevoegde deel L van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 2535/2001, worden uiterlijk op de tiende kalenderdag na de datum van inwerkingtreding van de onderhavige verordening, om 13.00 uur plaatselijke tijd Brussel, ingediend

De afgegeven certificaten zijn geldig met ingang van de dag waarop zij zijn afgegeven, tot en met 31 oktober 2014.

Artikel 3

In afwijking van artikel 10, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 2535/2001 mogen in 2013 en 2014 erkende importeurs tot en met 31 oktober 2014 invoeren in het kader van de contingenten die zijn opgenomen in het bij artikel 1, onder c), van de onderhavige verordening toegevoegde deel L van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 2535/2001.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 april 2014.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)  Verordening (EU) nr. 374/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot verlaging of afschaffing van douanerechten op goederen van oorsprong uit Oekraïne (PB L 118 van 22.4.2014, blz. 1).

(3)  Verordening (EG) nr. 2535/2001 van de Commissie van 14 december 2001 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad voor de invoerregeling voor melk en zuivelproducten en houdende opening van tariefcontingenten (PB L 341 van 22.12.2001, blz. 29).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1001/2013 van de Commissie van 4 oktober 2013 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 290 van 31.10.2013, blz. 1).

(5)  Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1).


BIJLAGE

„I, DEEL L

IN BIJLAGE III BIJ VERORDENING (EU) Nr. 374/2014 OPGENOMEN TARIEFCONTINGENTEN

Contingent

nummer

GN-code

Omschrijving (1)

Land van oorsprong

Invoerperiode

Hoeveelheden

(in ton productgewicht)

Invoerrecht (EUR/100 kg nettogewicht)

09. 4600

0401

 

OEKRAÏNE

Tot en met 31 oktober 2014

8 000

0

 

0402 91

 

 

 

 

 

 

0402 99

 

 

 

 

 

 

0403 10 11

 

 

 

 

 

 

0403 10 13

 

 

 

 

 

 

0403 10 19

 

 

 

 

 

 

0403 10 31

Melk en room, niet in poeder, in korrels of in andere vaste vorm; yoghurt, niet gearomatiseerd, noch met toegevoegde vruchten of cacao; gegiste of aangezuurde zuivelproducten, niet gearomatiseerd, noch met toegevoegde vruchten of cacao en niet in poeder, in korrels of in andere vaste vorm

 

 

 

 

 

0403 10 33

 

 

 

 

 

 

0403 10 39

 

 

 

 

 

 

0403 90 51

 

 

 

 

 

 

0403 90 53

 

 

 

 

 

 

0403 90 59

 

 

 

 

 

 

0403 90 61

 

 

 

 

 

 

0403 90 63

 

 

 

 

 

 

0403 90 69

 

 

 

 

 

09. 4601

0402 10

 

OEKRAÏNE

Tot en met 31 oktober 2014

1 500

0

 

0402 21

 

 

 

 

 

 

0402 29

Melk en room, in poeder, in korrels of in andere vaste vorm; gegiste of aangezuurde zuivelproducten, in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, niet gearomatiseerd, noch met toegevoegde vruchten of cacao; producten bestaande uit natuurlijke bestanddelen van melk, elders genoemd noch elders onder begrepen

 

 

 

 

 

0403 90 11

 

 

 

 

 

 

0403 90 13

 

 

 

 

 

 

0403 90 19

 

 

 

 

 

 

0403 90 31

 

 

 

 

 

 

0403 90 33

 

 

 

 

 

 

0403 90 39

 

 

 

 

 

 

0404 90 21

 

 

 

 

 

 

0404 90 23

 

 

 

 

 

 

0404 90 29

 

 

 

 

 

 

0404 90 81

 

 

 

 

 

 

0404 90 83

 

 

 

 

 

 

0404 90 89

 

 

 

 

 

09. 4602

0405 10

 

OEKRAÏNE

Tot en met 31 oktober 2014

1 500

0

 

0405 20 90

Boter en andere van melk afkomstige vetstoffen; zuivelpasta's met een vetgehalte van meer dan 75 doch minder dan 80 gewichtspercenten

 

 

 

 

 

0405 90

 

 

 

 

 


(1)  Onverminderd de bepalingen voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur, wordt de omschrijving van de goederen slechts als indicatief beschouwd, aangezien in het kader van deze bijlage de GN-codes het preferentiestelsel bepalen.”


24.4.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 121/53


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 416/2014 VAN DE COMMISSIE

van 23 april 2014

betreffende de opening en de wijze van beheer van tariefcontingenten van de Unie voor de invoer van bepaalde granen van oorsprong uit Oekraïne

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 187, onder a) en c),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens Verordening (EU) nr. 374/2014 van het Europees Parlement en de Raad (2) kunnen tot uiterlijk 31 oktober 2014 tariefcontingenten worden geopend, onder meer voor de invoer van bepaalde granen van oorsprong uit Oekraïne. De tariefcontingenten voor landbouwproducten als opgenomen in bijlage III bij die verordening, moeten door de Commissie worden beheerd overeenkomstig artikel 184, lid 2, onder b), van Verordening (EU) nr. 1308/2013.

(2)

Met het oog op een geordende, niet-speculatieve invoer van bepaalde granen van oorsprong uit Oekraïne in het kader van deze tariefcontingenten moet worden bepaald dat voor deze invoertransacties een invoercertificaat moet worden overgelegd. Bijgevolg moeten de Verordeningen (EG) nr. 1301/2006 (3), (EG) nr. 1342/2003 (4) en (EG) nr. 376/2008 (5) in acht worden genomen, onverminderd afwijkingen op grond van de onderhavige verordening.

(3)

Met het oog op een goed beheer van deze contingenten moet worden bepaald welke termijnen gelden voor de indiening van de invoercertificaataanvragen en welke gegevens in de aanvragen en certificaten moeten voorkomen.

(4)

Bij Verordening (EU) nr. 1006/2011 van de Commissie (6) zijn de GN-codes van de granen als bedoeld in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad (7), vervangen door nieuwe codes, die verschillen van die in Verordening (EU) nr. 374/2014. De nieuwe codes moeten derhalve worden vermeld in bijlage I bij de onderhavige verordening.

(5)

Aangezien de in bijlage III bij Verordening (EU) nr. 374/2014 opgenomen contingenten slechts geopend zijn tot en met 31 oktober 2014, dient deze verordening zo spoedig mogelijk in werking te treden.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Opening en wijze van beheer van de tariefcontingenten

1.   De tariefcontingenten voor de invoer van bepaalde producten van oorsprong uit Oekraïne, als opgenomen in de bijlage, zijn open tot en met 31 oktober 2014.

2.   Het recht voor de invoer in het kader van de in lid 1 bedoelde tariefcontingenten bedraagt 0 EUR per ton.

3.   Behoudens andersluidende bepalingen in de onderhavige verordening zijn de Verordeningen (EG) nr. 376/2008, (EG) nr. 1301/2006 en (EG) nr. 1342/2003 van toepassing.

Artikel 2

Aanvraag en afgifte van de invoercertificaten

1.   In afwijking van artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1301/2006 mag een aanvrager per volgnummer en per week slechts één invoercertificaataanvraag indienen. Wanneer door dezelfde belanghebbende meer dan één aanvraag wordt ingediend, is geen van zijn aanvragen ontvankelijk, en worden de bij de indiening van de aanvragen gestelde zekerheden verbeurd ten gunste van de betrokken lidstaat.

De invoercertificaataanvragen worden elke week uiterlijk op vrijdag om 13.00 uur (plaatselijke tijd Brussel), bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaten ingediend. De uiterste termijn voor het indienen van invoercertificaataanvragen is vrijdag 17 oktober 2014, om 13.00 uur (plaatselijke tijd Brussel).

2.   In elke invoercertificaataanvraag wordt een hoeveelheid in kilogram, zonder decimalen, vermeld die niet meer mag bedragen dan de totale hoeveelheid van het betrokken contingent.

3.   De invoercertificaten worden afgegeven op de vierde werkdag volgende op de in artikel 4, lid 1, bedoelde melding.

4.   In de invoercertificaataanvraag en in het certificaat wordt in vak 8 de naam „Oekraïne” vermeld en wordt het vak „ja” aangekruist. De certificaten zijn slechts geldig voor producten van oorsprong uit Oekraïne.

Artikel 3

Geldigheid van de invoercertificaten

Overeenkomstig artikel 22, lid 2, van Verordening (EG) nr. 376/2008 gaat de geldigheidsduur van het invoercertificaat in op de dag van de feitelijke afgifte.

De geldigheidsduur van het invoercertificaat komt overeen met die als bedoeld in artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1342/2003. De invoercertificaten zijn in geen geval geldig na 31 oktober 2014.

Artikel 4

Mededelingen

1.   Uiterlijk op de eerste maandag na de indiening van de invoercertificaataanvragen, om 18.00 uur (plaatselijke tijd Brussel), zenden de lidstaten aan de Commissie elektronisch een mededeling toe, waarin per volgnummer elke aanvraag wordt vermeld met de oorsprong van het product en de gevraagde hoeveelheid, met inbegrip van de vermelding „geen” als geen aanvragen zijn ingediend.

2.   Op de datum van afgifte van de invoercertificaten delen de lidstaten de Commissie elektronisch de in artikel 11, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1301/2006 bedoelde gegevens betreffende de afgegeven certificaten mee, met vermelding van de totale hoeveelheden waarvoor invoercertificaten zijn afgegeven.

Artikel 5

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 april 2014.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)  Verordening (EU) nr. 374/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot verlaging of afschaffing van douanerechten op goederen van oorsprong uit Oekraïne (PB L 118 van 22.4.2014, blz. 1).

(3)  Verordening (EG) nr. 1301/2006 van de Commissie van 31 augustus 2006 houdende gemeenschappelijke voorschriften voor het beheer van door middel van een stelsel van invoercertificaten beheerde invoertariefcontingenten voor landbouwproducten (PB L 238 van 1.9.2006, blz. 13).

(4)  Verordening (EG) nr. 1342/2003 van de Commissie van 28 juli 2003 houdende bijzondere uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer- en uitvoercertificaten in de sector granen en rijst (PB L 189 van 29.7.2003, blz. 12).

(5)  Verordening (EG) nr. 376/2008 van de Commissie van 23 april 2008 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouwproducten (PB L 114 van 26.4.2008, blz. 3).

(6)  Verordening (EU) nr. 1006/2011 van de Commissie van 27 september 2011 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 282 van 28.10.2011, blz. 1).

(7)  Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1).


BIJLAGE

Onverminderd de bepalingen voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur, wordt de omschrijving van de goederen slechts als indicatief beschouwd, aangezien in het kader van deze bijlage de GN-codes het preferentiestelsel bepalen. Wanneer „ex” GN-codes zijn vermeld, is de GN-code samen met de daarbij horende omschrijving bepalend voor de toepassing van de preferentiële regeling.

Volgnummer

GN-code

Productomschrijving

Hoeveelheid

09.4306

1001 99 (00)

spelt, zachte tarwe en mengkoren, andere dan zaaigoed

950 000 ton

1101 00 (15-90)

meel van zachte tarwe en spelt, meel van mengkoren

1102 90 (90)

meel van granen andere dan tarwe, mengkoren, rogge, maïs, gerst, haver, rijst

1103 11 (90)

gries en griesmeel van zachte tarwe en spelt

1103 20 (60)

pellets van tarwe

09.4307

1003 90 (00)

gerst, andere dan zaaigoed

250 000 ton

1102 90 (10)

meel van gerst

ex 1103 20 (25)

pellets van gerst

09.4308

1005 90 (00)

maïs, andere dan zaaigoed

400 000 ton

1102 20 (10-90)

maïsmeel

1103 13 (10-90)

gries en griesmeel van maïs

1103 20 (40)

pellets van maïs

1104 23 (40-98)

bewerkte maïskorrels


24.4.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 121/56


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 417/2014 VAN DE COMMISSIE

van 23 april 2014

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 april 2014.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Jerzy PLEWA

Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 157 van 15.6.2011, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

MA

59,7

MK

105,0

TR

95,2

ZZ

86,6

0707 00 05

AL

65,0

MA

44,0

MK

59,4

TR

124,2

ZZ

73,2

0709 93 10

MA

33,9

TR

83,0

ZZ

58,5

0805 10 20

EG

52,8

IL

68,4

MA

46,6

TN

50,0

TR

48,7

ZZ

53,3

0805 50 10

MA

35,6

TR

74,3

ZZ

55,0

0808 10 80

AR

98,2

BR

82,6

CL

101,8

CN

98,5

MK

25,2

NZ

142,5

US

189,1

ZA

120,6

ZZ

107,3

0808 30 90

AR

97,8

CL

160,8

ZA

108,2

ZZ

122,3


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.


BESLUITEN

24.4.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 121/58


BESLUIT VAN DE RAAD

van 14 april 2014

houdende benoeming van een Nederlands lid en een Nederlandse plaatsvervanger van het Comité van de Regio's

(2014/225/EU)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 305,

Gezien de voordracht van de Nederlandse regering,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 22 december 2009 en 18 januari 2010 heeft de Raad Besluit 2009/1014/EU (1) en Besluit 2010/29/EU (2) houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio's voor de periode van 26 januari 2010 tot en met 25 januari 2015 vastgesteld.

(2)

In het Comité van de Regio's is een zetel van lid vrijgekomen door het verstrijken van het mandaat van de heer P.G. de VEY MESTDAGH. Een zetel van plaatsvervanger is vrijgekomen door het verstrijken van het mandaat van mevrouw S.A.E. POEPJES,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

In het Comité van de Regio's worden de volgende personen benoemd voor de verdere duur van de ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 25 januari 2015:

a)

als lid:

 

de heer Bote WILPSTRA, member of the Executive Council of the Province of Groningen

en

b)

als plaatsvervanger:

 

de heer Hans KONST, member of the Executive Council of the Province of Fryslân.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Luxemburg, 14 april 2014.

Voor de Raad

De voorzitter

A. TSAFTARIS


(1)  PB L 348 van 29.12.2009, blz. 22.

(2)  PB L 12 van 19.1.2010, blz. 11.


Rectificaties

24.4.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 121/59


Rectificatie van Verordening (Euratom) nr. 1369/2013 van de Raad van 13 december 2013 betreffende steun van de Unie aan de bijstandprogramma's voor de ontmanteling van nucleaire installaties in Litouwen en houdende intrekking van Verordening (EG) nr. 1990/2006

( Publicatieblad van de Europese Unie L 346 van 20 december 2013 )

In de inhoudsopgave en op bladzijde 7, in de titel:

in plaats van:

„Verordening (Euratom) nr. 1369/2013 van de Raad van 13 december 2013 betreffende steun van de Unie aan de bijstandprogramma's voor de ontmanteling van nucleaire installaties in Litouwen en houdende intrekking van Verordening (EG) nr. 1990/2006”,

te lezen:

„Verordening (EU) nr. 1369/2013 van de Raad van 13 december 2013 betreffende steun van de Unie aan de bijstandprogramma's voor de ontmanteling van nucleaire installaties in Litouwen en houdende intrekking van Verordening (EG) nr. 1990/2006”.


24.4.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 121/60


Rectificatie van Verordening (EU) nr. 269/2014 van de Raad van 17 maart 2014 betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen

( Publicatieblad van de Europese Unie L 78 van 17 maart 2014 )

Bladzijde 7, artikel 2, lid 1:

in plaats van:

„1.   Alle tegoeden en economische middelen die toebehoren aan, eigendom zijn, in het bezit zijn of onder zeggenschap staan van alle in bijlage I vermelde natuurlijke personen of met hen verbonden natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen, worden bevroren.”,

te lezen:

„1.   Alle tegoeden en economische middelen die toebehoren aan, eigendom zijn van, in het bezit zijn of onder zeggenschap staan van de natuurlijke personen of met hen verbonden natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten of lichamen die in bijlage I zijn vermeld, worden bevroren.”.

Bladzijde 8, artikel 2, lid 2:

in plaats van:

„2.   Er worden geen tegoeden of economische middelen, rechtstreeks of onrechtstreeks te beschikking gesteld aan of ten behoeve van de in de lijst in bijlage I vermelde natuurlijke personen of met hen verbonden natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen.”,

te lezen:

„2.   Er worden geen tegoeden of economische middelen, direct of indirect, ter beschikking gesteld aan of ten behoeve van de natuurlijke personen of met hen verbonden natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten of lichamen die in bijlage I zijn vermeld.”.

Bladzijde 8, artikel 3, lid 1:

in plaats van:

„1.   Bijlage I omvat natuurlijke personen die overeenkomstig artikel 2 van Besluit 2014/145/GBVB door de Raad zijn geïdentificeerd als verantwoordelijk voor acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen, en van met hen verbonden natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen.”,

te lezen:

„1.   Bijlage I omvat natuurlijke personen en met hen verbonden natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen, die overeenkomstig artikel 2 van Besluit 2014/145/GBVB door de Raad zijn geïdentificeerd als verantwoordelijk voor acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen.”.

Bladzijde 9, artikel 9:

in plaats van:

„Het is verboden om bewust en opzettelijk deel te nemen aan activiteiten die tot doel of gevolg hebben dat het in lid 2 bedoelde verbod wordt omzeild.”,

te lezen:

„Het is verboden om bewust en opzettelijk deel te nemen aan activiteiten die tot doel of gevolg hebben dat de in artikel 2 bedoelde maatregelen worden omzeild.”.