ISSN 1977-0758

doi:10.3000/19770758.L_2013.289.nld

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 289

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

56e jaargang
31 oktober 2013


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

 

 

2013/628/EU

 

*

Besluit van de Raad van 22 oktober 2013 betreffende de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië inzake de versoepeling van de afgifte van visa

1

 

 

Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië inzake de versoepeling van de afgifte van visa

2

 

 

2013/629/EU

 

*

Besluit van de Raad van 22 oktober 2013 betreffende de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië inzake de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven

12

 

 

Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië inzake de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven

13

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1059/2013 van de Commissie van 29 oktober 2013 tot verlening van een vergunning voor een preparaat van Saccharomyces cerevisiae MUCL 39885 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor mestrunderen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 492/2006 (vergunninghouder Prosol SpA) ( 1 )

30

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1060/2013 van de Commissie van 29 oktober 2013 tot verlening van een vergunning voor bentoniet als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten ( 1 )

33

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1061/2013 van de Commissie van 29 oktober 2013 tot verlening van een vergunning voor een preparaat van Enterococcus faecium NCIMB 10415 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor kalveren, geitenlammeren, katten en honden en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1288/2004 (vergunninghouder DSM Nutritional Products Ltd vertegenwoordigd door DSM Nutritional Products Sp. Z o.o) ( 1 )

38

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1062/2013 van de Commissie van 30 oktober 2013 betreffende het formaat van de Europese technische beoordeling voor bouwproducten

42

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1063/2013 van de Commissie van 30 oktober 2013 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2454/93 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek wat het equivalentiesysteem in de suikersector betreft

44

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1064/2013 van de Commissie van 30 oktober 2013 tot vaststelling, voor de periode 2013/2014, van de coëfficiënten voor de in de vorm van Scotch whisky uitgevoerde granen

46

 

*

Verordening (EU) nr. 1065/2013 van de Commissie van 30 oktober 2013 tot wijziging van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 110/2008 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de definitie, de aanduiding, de presentatie, de etikettering en de bescherming van geografische aanduidingen van gedistilleerde dranken

48

 

*

Verordening (EU) nr. 1066/2013 van de Commissie van 30 oktober 2013 tot weigering van een vergunning voor bepaalde gezondheidsclaims voor levensmiddelen die niet over ziekterisicobeperking en de ontwikkeling en de gezondheid van kinderen gaan ( 1 )

49

 

*

Verordening (EU) nr. 1067/2013 van de Commissie van 30 oktober 2013 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1881/2006 wat betreft de maximumgehalten van de contaminanten dioxinen, dioxineachtige pcb’s en niet-dioxineachtige pcb’s in de lever van landdieren ( 1 )

56

 

*

Verordening (EU) nr. 1068/2013 van de Commissie van 30 oktober 2013 tot wijziging van bijlage II van Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het gebruik van difosfaten (E 450), trifosfaten (E 451) en polyfosfaten (E 452) in nat gezouten vis ( 1 )

58

 

*

Verordening (EU) nr. 1069/2013 van de Commissie van 30 oktober 2013 tot wijziging van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het gebruik van natriumfosfaten (E 339) in natuurlijke darmen voor worsten ( 1 )

61

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1070/2013 van de Commissie van 30 oktober 2013 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

63

 

 

BESLUITEN

 

 

2013/630/EU

 

*

Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 29 oktober 2013 tot goedkeuring van door Duitsland overeenkomstig Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad aangemelde beperkingen van de toelating van een bromadiolon bevattend biocide (Kennisgeving geschied onder nummer C(2013) 7034)

65

 

 

2013/631/EU

 

*

Besluit van de Commissie van 29 oktober 2013 inzake de overeenstemming van de eenheidstarieven voor heffingszones voor 2014 met artikel 17 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 (Kennisgeving geschied onder nummer C(2013) 7095)

68

 

 

2013/632/EU

 

*

Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 30 oktober 2013 ter bevestiging van de gemiddelde specifieke CO2-emissies en specifieke emissiedoelstellingen voor fabrikanten van personenauto’s voor het kalenderjaar 2012 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad ( 1 )

71

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

31.10.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 289/1


BESLUIT VAN DE RAAD

van 22 oktober 2013

betreffende de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië inzake de versoepeling van de afgifte van visa

(2013/628/EU)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 77, lid 2, onder a), in samenhang met artikel 218, lid 6, onder a),

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Gezien de goedkeuring door het Europees Parlement,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig Besluit 2013/2/EU van de Raad (1) is de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië inzake de versoepeling van de afgifte van visa („de overeenkomst”) ondertekend op 17 december 2012, onder voorbehoud van de sluiting ervan op een latere datum.

(2)

De overeenkomst dient te worden goedgekeurd.

(3)

Dit besluit vormt een ontwikkeling van bepalingen van het Schengenacquis waaraan het Verenigd Koninkrijk niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2000/365/EG van de Raad van 29 mei 2000 betreffende het verzoek van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis (2). Het Verenigd Koninkrijk neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van dit besluit en dit is niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat.

(4)

Dit besluit vormt een ontwikkeling van bepalingen van het Schengenacquis waaraan Ierland niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis (3). Ierland neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van dit besluit en dit is niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat.

(5)

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehechte Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van dit besluit en dit is niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië inzake de versoepeling van de afgifte van visa wordt hierbij goedgekeurd namens de Unie.

De tekst van de overeenkomst is aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

De voorzitter van de Raad verricht namens de Unie de in artikel 14, lid 1, van de overeenkomst bedoelde kennisgeving (4).

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Luxemburg, 22 oktober 2013.

Voor de Raad

De voorzitter

L. LINKEVIČIUS


(1)  PB L 3 van 8.1.2013, blz. 1.

(2)  PB L 131 van 1.6.2000, blz. 43.

(3)  PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20.

(4)  De datum van inwerkingtreding van de overeenkomst wordt door het secretariaat-generaal van de Raad in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt.


31.10.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 289/2


OVEREENKOMST

tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië inzake de versoepeling van de afgifte van visa

DE EUROPESE UNIE, hierna „de Unie” genoemd,

en

DE REPUBLIEK ARMENIË, hierna „Armenië” genoemd,

hierna „de partijen” genoemd,

GELEID DOOR DE WENS in het belang van een gestage ontwikkeling van economische, humanitaire, culturele, wetenschappelijke en andere banden de contacten tussen mensen te vergemakkelijken door de afgifte van visa aan burgers van Armenië te versoepelen,

REKENING HOUDEND MET de overeenkomst inzake partnerschap en samenwerking tussen de Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Armenië, anderzijds, en met het voornemen van de partijen om een associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Armenië te sluiten,

GEZIEN de gezamenlijke verklaringen van de topbijeenkomsten van het Oostelijk Partnerschap in Praag en in Warschau op respectievelijk 7 mei 2009 en 30 september 2011, waarin politieke steun werd betuigd aan de liberalisering van de visumregeling in een veilige omgeving,

BEVESTIGEND dat het de bedoeling is om op termijn geleidelijk te komen tot een visumvrije regeling voor hun burgers, mits aan alle voorwaarden voor een goed beheerde en veilige mobiliteit wordt voldaan,

REKENING HOUDEND MET HET FEIT dat alle burgers van de Unie vanaf 10 januari 2013 zijn vrijgesteld van de visumplicht wanneer zij voor maximaal 90 dagen naar Armenië reizen of op doorreis over het grondgebied van Armenië reizen,

ERKENNEND dat indien Armenië de visumplicht voor burgers van de Unie of bepaalde categorieën daarvan weer invoert, op basis van wederkerigheid voor de betrokken burgers van de Unie automatisch dezelfde versoepelingen gelden als die welke krachtens deze overeenkomst gelden voor de burgers van Armenië,

REKENING HOUDEND MET HET FEIT dat deze visumplicht alleen opnieuw kan worden ingevoerd voor alle burgers van de Unie of voor bepaalde categorieën burgers van de Unie,

ERKENNEND dat visumversoepeling niet mag leiden tot illegale immigratie, en bijzondere aandacht bestedend aan veiligheid en overname,

REKENING HOUDEND MET het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht en met het Protocol betreffende het Schengenacquis dat is opgenomen in het kader van de Europese Unie, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en bevestigend dat de bepalingen van deze overeenkomst niet van toepassing zijn op het Verenigd Koninkrijk en Ierland,

REKENING HOUDEND MET het Protocol betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en bevestigend dat de bepalingen van deze overeenkomst niet van toepassing zijn op het Koninkrijk Denemarken,

ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN:

Artikel 1

Doel en toepassingsgebied

1.   Deze overeenkomst is bedoeld om de afgifte van visa voor een voorgenomen verblijf van ten hoogste 90 dagen per periode van 180 dagen aan burgers van Armenië te versoepelen.

2.   Indien Armenië de visumplicht voor burgers van de Unie of bepaalde categorieën daarvan weer invoert, gelden op basis van wederkerigheid voor de betrokken burgers van de Unie automatisch dezelfde versoepelingen als die welke krachtens deze overeenkomst gelden voor de burgers van Armenië.

Artikel 2

Algemene bepaling

1.   De bij deze overeenkomst geregelde soepeler afgifte van visa geldt voor burgers van Armenië slechts voor zover zij niet zijn vrijgesteld van de visumplicht op grond van de wet- en regelgeving van de Unie of de lidstaten, deze overeenkomst of andere internationale overeenkomsten.

2.   Op kwesties die niet onder de bepalingen van deze overeenkomst vallen, zoals de weigering om een visum af te geven, de erkenning van reisdocumenten, het bewijs van voldoende bestaansmiddelen, inreisverboden en uitzettingsmaatregelen, is de nationale wetgeving van Armenië, de nationale wetgeving van de lidstaten of het Unierecht van toepassing.

Artikel 3

Definities

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

a)   „lidstaat”: elke lidstaat van de Europese Unie, met uitzondering van het Koninkrijk Denemarken, de Republiek Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannie en Noord-Ierland;

b)   „burger van de Unie”: een onderdaan van een lidstaat als bedoeld onder a);

c)   „burger van Armenië”: iedere persoon die het burgerschap van Armenië bezit overeenkomstig de wetgeving van de Republiek Armenië;

d)   „visum”: een machtiging die door een lidstaat wordt afgegeven voor een doorreis over of een voorgenomen verblijf op het grondgebied van de lidstaten van ten hoogste 90 dagen binnen een periode van 180 dagen;

e)   „legaal verblijvende persoon”: een burger van Armenië die op grond van het Unierecht of de nationale wetgeving gemachtigd is of toestemming heeft om meer dan 90 dagen op het grondgebied van een lidstaat te verblijven.

Artikel 4

Bewijsstukken betreffende het doel van de reis

1.   Voor de hieronder genoemde categorieën burgers van Armenië volstaan de volgende documenten als rechtvaardiging van het doel van de reis naar de andere partij:

a)

voor naaste familieleden - echtgenoten, kinderen (inclusief adoptiekinderen), ouders (inclusief voogden), grootouders en kleinkinderen - die op bezoek gaan bij burgers van Armenië die legaal in de lidstaten verblijven of bij burgers van de Europese Unie die verblijven in de lidstaat waarvan zij onderdaan zijn:

een schriftelijke uitnodiging van de gastheer of -vrouw;

b)

voor leden van officiële delegaties van Armenië, met inbegrip van permanente leden van dergelijke delegaties, die op officiële uitnodiging deelnemen aan bijeenkomsten, overlegrondes, onderhandelingen of uitwisselingsprogramma’s of aan evenementen die door intergouvernementele organisaties op het grondgebied van een van de lidstaten worden gehouden:

een brief van een bevoegde instantie van Armenië waarin wordt bevestigd dat de aanvrager lid respectievelijk permanent lid is van de delegatie die naar het grondgebied van de andere partij afreist om deel te nemen aan een hierboven bedoeld evenement, en een kopie van de officiële uitnodiging;

c)

voor scholieren, studenten, postdoctoraal studenten en begeleidende docenten die reizen voor studie- of opleidingsdoeleinden, bijvoorbeeld in het kader van uitwisselingsprogramma’s, en andere schoolgerelateerde activiteiten:

een schriftelijke uitnodiging of een inschrijvingsbewijs van de gastuniversiteit, het gastcollege of de gastschool, of een studentenkaart of inschrijvingsbewijs van de te volgen cursussen;

d)

voor personen die om medische redenen reizen en hun noodzakelijke begeleiders:

een officieel document van de medische instelling waaruit blijkt dat medische behandeling in deze instelling noodzakelijk is en dat de betrokkene onder begeleiding moet reizen, en bewijs van voldoende financiële middelen om de behandeling te betalen;

e)

voor journalisten en het technisch personeel dat hen beroepshalve vergezelt:

en certificaat of ander document van een beroepsorganisatie of van de werkgever van de aanvrager waaruit blijkt dat de betrokkene een gekwalificeerd journalist is en dat de reis is bedoeld om journalistiek werk te verrichten, of waaruit blijkt dat de betrokkene behoort tot het technisch personeel dat de journalist beroepshalve vergezelt;

f)

oor deelnemers aan internationale sportevenementen en personen die hen beroepshalve begeleiden:

en schriftelijke uitnodiging van de gastorganisatie, de bevoegde instanties, de nationale sportfederatie of het nationale olympisch comité van de betrokken lidstaat;

g)

voor zakenlieden en vertegenwoordigers van bedrijfsorganisaties:

een schriftelijke uitnodiging van een in het gastland gevestigde rechtspersoon of onderneming of organisatie, of een bureau of filiaal daarvan, van nationale of lokale autoriteiten van de lidstaten of van organisatiecomités van handels- en industrietentoonstellingen, -conferenties en -symposia die worden gehouden op het grondgebied van de lidstaten en de instemming genieten van de bevoegde instanties overeenkomstig de nationale wetgeving;

h)

voor beoefenaars van vrije beroepen die deelnemen aan internationale tentoonstellingen, conferenties, symposia, studiebijeenkomsten of vergelijkbare evenementen:

een schriftelijke uitnodiging van de gastorganisatie waaruit blijkt dat de betrokkene deelneemt aan het evenement;

i)

voor vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties en personen uitgenodigd door in de lidstaten geregistreerde non-profitorganisaties van de Armeense gemeenschap die reizen in verband met een opleiding, studiebijeenkomsten of conferenties, bijvoorbeeld in het kader van uitwisselingsprogramma’s of pan-Armeense en gemeenschapsbevorderende hulpprogramma’s:

een schriftelijke uitnodiging van de gastorganisatie, een bevestiging dat de betrokkene de maatschappelijke organisatie vertegenwoordigt of deelneemt aan pan-Armeense of gemeenschapsbevorderende activiteiten en het oprichtingsdocument van de organisatie uit het desbetreffende register, afgegeven door een nationale instantie overeenkomstig de nationale wetgeving;

j)

voor deelnemers aan wetenschappelijke, academische, culturele en artistieke activiteiten, zoals universitaire en andere uitwisselingsprogramma’s:

een schriftelijke uitnodiging van de gastorganisatie om deel te nemen aan deze activiteiten;

k)

voor chauffeurs die internationaal goederen- en personenvervoer verzorgen naar de lidstaten met voertuigen die zijn geregistreerd in Armenië:

een schriftelijke uitnodiging van de nationale vereniging (vakbond) van vervoerders van Armenië die internationaal goederenvervoer over de weg verzorgen, waarin het doel, het traject, de duur en de frequentie van de reizen staan vermeld;

l)

voor deelnemers aan officiële uitwisselingsprogramma’s van zustersteden en andere gemeentelijke entiteiten:

een schriftelijke uitnodiging van het hoofd van het stadsbestuur/de burgemeester van deze gemeenten en steden;

m)

voor bezoekers van militaire of civiele begraafplaatsen:

een officieel document waaruit blijkt dat het graf bestaat en blijft voortbestaan en dat er sprake is van een familierelatie of een andere relatie tussen de aanvrager en de overledene.

2.   Voor de toepassing van dit artikel moet de schriftelijke uitnodiging de volgende gegevens bevatten:

a)

voor degene die wordt uitgenodigd: voor- en achternaam, geboortedatum, geslacht, burgerschap, paspoortnummer, tijdstip en doel van de reis, aantal inreizen en waar nodig de naam van de echtgenoot en kinderen die met de uitgenodigde persoon meereizen;

b)

voor degene die uitnodigt: voor- en achternaam en adres;

c)

voor de rechtspersoon, onderneming of organisatie die uitnodigt: volledige naam en adres en:

indien de uitnodiging afkomstig is van een organisatie of instantie: naam en positie van de persoon die de uitnodiging ondertekent;

indien de uitnodiging afkomstig is van een in een lidstaat gevestigde rechtspersoon of onderneming of een bureau of filiaal daarvan: het in de betrokken lidstaat wettelijk voorgeschreven registratienummer.

3.   Voor de in lid 1 genoemde categorieën personen worden alle soorten visa verstrekt volgens de vereenvoudigde procedure en zijn geen andere door de wetgeving van de partijen voorgeschreven vormen van motivering, uitnodiging of validering betreffende het doel van de reis nodig.

Artikel 5

Afgifte van meervoudige visa

1.   De diplomatieke en consulaire posten van de lidstaten verstrekken meervoudige visa met een geldigheidsduur van vijf jaar aan de volgende categorieën personen:

a)

echtgenoten, kinderen (inclusief adoptiekinderen) die jonger zijn dan 21 jaar of ten laste komen van de aanvrager, en ouders (inclusief voogden) die op bezoek gaan bij burgers van Armenië die legaal in de lidstaten verblijven of bij burgers van de Unie die verblijven in de lidstaat waarvan zij onderdaan zijn;

b)

leden van nationale en regionale regeringen, constitutionele hoven en hoogste rechterlijke instanties in de uitoefening van hun functie, indien zij bij deze overeenkomst niet zijn vrijgesteld van de visumplicht;

c)

permanente leden van officiële delegaties van Armenië die op officiële uitnodiging regelmatig deelnemen aan bijeenkomsten, overlegrondes, onderhandelingen of uitwisselingsprogramma’s of aan evenementen die door intergouvernementele organisaties op het grondgebied van de lidstaten worden gehouden.

In afwijking daarvan wordt, wanneer duidelijk is dat de noodzaak of de bedoeling om frequent of regelmatig te reizen slechts voor een kortere periode geldt, de geldigheidsduur van het meervoudig visum beperkt tot die kortere periode, met name wanneer:

in het geval van de onder a) bedoelde personen: de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van burgers van Armenië die legaal in de Unie verblijven,

in het geval van de onder b) bedoelde personen: de ambtstermijn,

in het geval van de onder c) bedoelde personen: de geldigheidsduur van de status als permanent lid van een officiële delegatie,

korter is dan vijf jaar.

2.   De diplomatieke en consulaire posten van de lidstaten verstrekken meervoudige visa met een geldigheidsduur van een jaar aan de volgende categorieën personen, mits deze in het voorafgaande jaar ten minste één visum hebben verkregen waarvan zij gebruik hebben gemaakt overeenkomstig de wetgeving inzake inreis en verblijf in de bezochte staat:

a)

leden van officiële delegaties van Armenië die op officiële uitnodiging regelmatig deelnemen aan bijeenkomsten, overlegrondes, onderhandelingen of uitwisselingsprogramma’s of aan evenementen die door intergouvernementele organisaties op het grondgebied van de lidstaten worden gehouden;

b)

vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties en personen uitgenodigd door in de lidstaten geregistreerde non-profitorganisaties van de Armeense gemeenschap die reizen naar de lidstaten in verband met een opleiding, studiebijeenkomsten of conferenties, bijvoorbeeld in het kader van uitwisselingsprogramma’s of pan-Armeense en gemeenschapsbevorderende hulpprogramma’s;

c)

beoefenaars van vrije beroepen die deelnemen aan internationale tentoonstellingen, conferenties, symposia, studiebijeenkomsten of vergelijkbare evenementen die regelmatig naar de lidstaten reizen;

d)

deelnemers aan wetenschappelijke, culturele en artistieke activiteiten, waaronder universitaire en andere uitwisselingsprogramma’s, die regelmatig naar de lidstaten reizen;

e)

studenten en postdoctoraal studenten die regelmatig reizen voor studie- of opleidingsdoeleinden, bijvoorbeeld in het kader van uitwisselingsprogramma’s;

f)

deelnemers aan officiële uitwisselingsprogramma’s van zustersteden en andere gemeentelijke entiteiten;

g)

personen die om medische redenen regelmatig naar de lidstaten moeten reizen en hun noodzakelijke begeleiders;

h)

journalisten en technisch personeel dat hen beroepshalve vergezelt;

i)

zakenlieden en vertegenwoordigers van bedrijfsorganisaties die regelmatig naar de lidstaten reizen;

j)

deelnemers aan internationale sportevenementen en personen die hen beroepshalve begeleiden;

k)

chauffeurs die internationaal goederen- en personenvervoer verzorgen naar de lidstaten met voertuigen die zijn geregistreerd in Armenië.

In afwijking van de eerste zin, wordt, wanneer duidelijk is dat de noodzaak of de bedoeling om frequent of regelmatig te reizen slechts voor een kortere periode geldt, de geldigheidsduur van het meervoudig visum beperkt tot die kortere periode.

3.   De diplomatieke en consulaire posten van de lidstaten verstrekken de in lid 2 bedoelde personen meervoudige visa met een geldigheidsduur van ten minste twee en ten hoogste vijf jaar, mits deze personen in de voorafgaande twee jaar overeenkomstig de wetgeving inzake inreis en verblijf in de bezochte staat gebruik hebben gemaakt van het meervoudig visum voor één jaar, tenzij duidelijk is dat de noodzaak of de bedoeling om frequent of regelmatig te reizen voor een kortere periode geldt; in dat geval wordt de geldigheidsduur van het meervoudig visum beperkt tot die kortere periode.

4.   De in de leden 1 tot en met 3 bedoelde personen mogen in totaal ten hoogste 90 dagen per periode van 180 dagen op het grondgebied van de lidstaten verblijven.

Artikel 6

Leges voor de behandeling van een visumaanvraag

1.   Voor de behandeling van een visumaanvraag wordt 35 EUR in rekening gebracht.

Het hierboven genoemde bedrag kan worden aangepast volgens de procedure van artikel 14, lid 4.

2.   Onverminderd lid 3 van dit artikel worden aan de volgende categorieën personen geen kosten in rekening gebracht voor de behandeling van een visumaanvraag:

a)

gepensioneerden;

b)

kinderen jonger dan 12 jaar;

c)

leden van nationale en regionale regeringen en van constitutionele hoven en hoogste rechterlijke instanties, indien zij bij deze overeenkomst niet zijn vrijgesteld van de visumplicht;

d)

gehandicapten en personen die hen indien nodig begeleiden;

e)

naaste familieleden - echtgenoten, kinderen (inclusief adoptiekinderen), ouders (inclusief voogden), grootouders en kleinkinderen - van burgers van Armenië die legaal in de lidstaten verblijven of van burgers van de Unie die verblijven in de lidstaat waarvan zij onderdaan zijn;

f)

leden van officiële delegaties van Armenië, met inbegrip van permanente leden van officiële delegaties, die op officiële uitnodiging deelnemen aan bijeenkomsten, overlegrondes, onderhandelingen of uitwisselingsprogramma’s of aan evenementen die door intergouvernementele organisaties op het grondgebied van een van de lidstaten worden gehouden;

g)

scholieren, studenten, postdoctoraal studenten en begeleidende docenten die reizen voor studie- of opleidingsdoeleinden, zoals uitwisselingsprogramma’s en andere schoolgerelateerde activiteiten;

h)

journalisten en technisch personeel dat hen beroepshalve vergezelt;

i)

deelnemers aan internationale sportevenementen en personen die hen beroepshalve begeleiden;

j)

vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties en personen uitgenodigd door in de lidstaten geregistreerde non-profitorganisaties van de Armeense gemeenschap die reizen in verband met een opleiding, studiebijeenkomsten of conferenties, bijvoorbeeld in het kader van uitwisselingsprogramma’s of pan-Armeense en gemeenschapsbevorderende hulpprogramma’s;

k)

deelnemers aan wetenschappelijke, academische, culturele en artistieke activiteiten, inclusief universitaire en andere uitwisselingsprogramma’s;

l)

personen die documenten hebben overgelegd waaruit blijkt dat hun reis om humanitaire redenen noodzakelijk is, bijvoorbeeld om een dringende medische behandeling te ondergaan, in welk geval de vrijstelling ook geldt voor degene die de betrokkene begeleidt, of om een begrafenis van een naast familielid bij te wonen of een ernstig ziek naast familielid te bezoeken.

3.   Indien een lidstaat bij het afgeven van visa samenwerkt met een externe dienstverlener mag deze dienstverlener kosten in rekening brengen. Deze dienstverleningskosten moeten in verhouding staan tot de kosten die de externe dienstverlener moet maken voor het uitvoeren van zijn taken en mogen ten hoogste 30 EUR bedragen. De lidstaten handhaven voor alle aanvragers de mogelijkheid rechtstreeks een aanvraag in te dienen bij hun consulaat.

Voor de Unie verricht de externe dienstverlener zijn werkzaamheden overeenkomstig de Visumcode en met eerbiediging van de Armeense wetgeving.

Artikel 7

Duur van de behandeling van een visumaanvraag

1.   De diplomatieke en consulaire posten van de lidstaten nemen binnen tien kalenderdagen na ontvangst van de visumaanvraag en de benodigde bewijsstukken een beslissing over de visumaanvraag.

2.   De periode voor het nemen van een beslissing over een visumaanvraag kan in individuele gevallen worden verlengd tot 30 kalenderdagen, met name wanneer nader onderzoek van de aanvraag nodig is.

3.   De periode voor het nemen van een beslissing over een visumaanvraag kan in dringende gevallen worden beperkt tot twee werkdagen of minder.

4.   Indien visumaanvragers een afspraak moeten maken voor het indienen van een aanvraag, bedraagt de wachttijd tot de afspraak in de regel ten hoogste twee weken, te rekenen van de datum waarop om de afspraak is verzocht. In gemotiveerde dringende gevallen kan het consulaat aanvragers toestaan hun aanvraag zonder afspraak in te dienen of vindt de afspraak onmiddellijk plaats.

Artikel 8

Vertrek in geval van verloren of gestolen documenten

Burgers van de Unie en Armenië die hun identiteitsbewijs hebben verloren of van wie het identiteitsbewijs is gestolen tijdens hun verblijf op het grondgebied van Armenië respectievelijk van de lidstaten, kunnen dat grondgebied zonder visum of een andere machtiging verlaten met een geldig identiteitsbewijs waarmee de grens mag worden overschreden, dat is afgegeven door een diplomatieke of consulaire post van de lidstaten respectievelijk Armenië.

Artikel 9

Verlenging van het visum in buitengewone omstandigheden

Van burgers van Armenië die door overmacht of om humanitaire redenen niet in staat zijn het grondgebied van de lidstaten binnen de in hun visum vermelde termijn te verlaten, wordt het visum kosteloos volgens de wetgeving van de gastlidstaat verlengd voor de periode die nodig is tot hun terugkeer naar hun eigen land.

Artikel 10

Diplomatieke paspoorten

1.   Burgers van Armenië die houder zijn van een geldig diplomatiek paspoort hebben geen visum nodig voor een inreis in, een uitreis uit of een doorreis over het grondgebied van de lidstaten.

2.   De in lid 1 van dit artikel bedoelde personen mogen ten hoogste 90 dagen per periode van 180 dagen zonder visum op het grondgebied van de lidstaten verblijven.

Artikel 11

Territoriale geldigheid van visa

Onverminderd nationale veiligheidsregels en -voorschriften van de lidstaten en onverminderd regels van de Unie inzake visa met een beperkte territoriale geldigheid, hebben de burgers van Armenië het recht om volgens dezelfde voorwaarden als de burgers van de Unie op het grondgebied van de lidstaten te reizen.

Artikel 12

Gemengd Comité voor het beheer van de overeenkomst

1.   De partijen richten een Gemengd Comité van deskundigen op (hierna „het comité” genoemd) dat bestaat uit vertegenwoordigers van de Unie en Armenië. De Unie wordt vertegenwoordigd door de Commissie, die wordt bijgestaan door deskundigen van de lidstaten.

2.   Het comité heeft met name de volgende taken:

a)

toezien op de toepassing van deze overeenkomst;

b)

wijzigingen van of toevoegingen aan deze overeenkomst voorstellen;

c)

geschillen beslechten die voortvloeien uit de interpretatie of de toepassing van de bepalingen van deze overeenkomst.

3.   Het comité komt zo vaak als nodig is op verzoek van een van de partijen bijeen, maar ten minste eens per jaar.

4.   Het comité stelt zijn reglement van orde vast.

Artikel 13

Verband tussen deze overeenkomst en bilaterale overeenkomsten tussen de lidstaten en Armenië

Zodra deze overeenkomst in werking treedt, heeft zij voorrang op de bepalingen van bilaterale of multilaterale overeenkomsten of regelingen die zijn gesloten tussen afzonderlijke lidstaten en Armenië, voor zover de bepalingen daarvan betrekking hebben op aangelegenheden die bij deze overeenkomst worden geregeld.

Artikel 14

Slotbepalingen

1.   Deze overeenkomst wordt door de partijen volgens hun eigen procedures geratificeerd of goedgekeurd en treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de datum waarop de partijen elkaar ervan in kennis stellen dat de hierboven bedoelde procedures zijn voltooid.

2.   In afwijking van lid 1 treedt deze overeenkomst pas in werking op de datum van de inwerkingtreding van de overnameovereenkomst tussen de Europese Unie en Armenië indien dit later is dan de in lid 1 bedoelde datum.

3.   Deze overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten, tenzij zij wordt opgezegd in overeenstemming met lid 6.

4.   Deze overeenkomst kan met wederzijdse schriftelijk instemming van de partijen worden gewijzigd. Wijzigingen treden in werking nadat de partijen elkaar in kennis hebben gesteld van de voltooiing van de daartoe vereiste procedures.

5.   Elk van beide partijen kan deze overeenkomst geheel of gedeeltelijk opschorten in verband met de openbare orde, de bescherming van de nationale veiligheid of de bescherming van de volksgezondheid. Het besluit tot opschorting wordt uiterlijk 48 uur vóór de inwerkingtreding ervan meegedeeld aan de andere partij. De partij die de toepassing van de overeenkomst heeft opgeschort, stelt de andere partij onverwijld in kennis van het feit dat de redenen voor de opschorting zijn vervallen zodra dit het geval is.

6.   Elk van beide partijen kan deze overeenkomst opzeggen door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de andere partij. Deze overeenkomst wordt beëindigd 90 dagen na de datum van deze kennisgeving.

Gedaan te Brussel, 17 december 2012, in twee exemplaren in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse en de Armeense taal, waarbij alle teksten gelijkelijk authentiek zijn.

За Европейския съюз

Por la Unión Europea

Za Evropskou unii

For Den Europæiske Union

Für die Europäische Union

Euroopa Liidu nimel

Για την Ευρωπαϊκή Ένωση

For the European Union

Pour l'Union européenne

Per l'Unione europea

Eiropas Savienības vārdā –

Europos Sąjungos vardu

Az Európai Unió részéről

Għall-Unjoni Ewropea

Voor de Europese Unie

W imieniu Unii Europejskiej

Pela União Europeia

Pentru Uniunea Europeană

Za Európsku úniu

Za Evropsko unijo

Euroopan unionin puolesta

För Europeiska unionen

Image

Image

Image

За Pепублика Армения

Por la República de Armenia

Za Arménskou republiku

For Republikken Armenien

Für die Republik Armenien

Armeenia Vabariigi nimel

Για τη Δημοκρατία της Αρμενίας

For the Republic of Armenia

Pour la République d'Arménie

Per la Repubblica di Armenia

Armēnijas Republikas vārdā –

Armėnijos Respublikos vardu

Örmény Köztársaság részéről

Għar-Repubblika tal-Armenja

Voor de Republiek Armenië

W imieniu Republiki Armenii

Pela República da Arménia

Pentru Republica Armenia

Za Arménsku republiku

Za Republiko Armenijo

Armenian tasavallan puolesta

För Republiken Armenien

Image

Image


PROTOCOL

bij de overeenkomst betreffende de lidstaten die het Schengenacquis niet volledig toepassen

De lidstaten die gebonden zijn door het Schengenacquis maar nog geen Schengenvisa afgeven omdat zij in afwachting zijn van het daarvoor benodigde besluit van de Raad, verstrekken nationale visa die alleen geldig zijn op hun eigen grondgebied.

Overeenkomstig Beschikking nr. 582/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 tot instelling van een vereenvoudigde regeling voor de controle van personen aan de buitengrenzen, gebaseerd op de eenzijdige erkenning door Bulgarije, Cyprus en Roemenië van bepaalde documenten als gelijkwaardig met hun nationale visa, met het oog op doorreis over hun grondgebied (1) zijn geharmoniseerde maatregelen genomen om de doorreis van houders van Schengenvisa en -verblijfstitels over het grondgebied van de lidstaten die het Schengenacquis nog niet volledig toepassen, te vereenvoudigen.


(1)  PB L 161 van 20.6.2008, blz. 30.


Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 10 van de overeenkomst, over diplomatieke paspoorten

De Europese Unie of Armenië kan de overeenkomst volgens de procedure van artikel 14, lid 5, gedeeltelijk opschorten, met name artikel 10, indien de toepassing van artikel 10 wordt misbruikt door de andere partij of tot een bedreiging van de openbare veiligheid leidt.

Indien de toepassing van artikel 10 wordt opgeschort, voeren beide partijen in het kader van het bij de overeenkomst opgerichte Gemengd Comité overleg om de problemen die tot de opschorting hebben geleid, op te lossen.

Beide partijen verklaren prioriteit te geven aan het goed beveiligen van diplomatieke paspoorten, in het bijzonder met behulp van biometrische identificatiemiddelen. Wat de Unie betreft, zal dit worden gedaan overeenkomstig de voorschriften van Verordening (EG) nr. 2252/2004 van 13 december 2004 betreffende normen voor de veiligheidskenmerken van en biometrische gegevens in door de lidstaten afgegeven paspoorten en reisdocumenten (1).


(1)  PB L 385 van 29.12.2004, blz. 1.


Verklaring van de Europese Unie over de documenten die moeten worden overgelegd bij het aanvragen van een visum voor kort verblijf

De Europese Unie zal haar inspanningen intensiveren om te trachten vóór de inwerkingtreding van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië inzake de versoepeling van de afgifte van visa, een lijst van minimumvereisten op te stellen zodat Armeense visumaanvragers samenhangende en gelijkluidende basisinformatie krijgen, overeenkomstig artikel 47, lid 1, onder a), van de Visumcode, en in principe dezelfde bewijsstukken moeten overleggen.

De hierboven bedoelde informatie moet op grote schaal worden verspreid (via informatieborden van consulaten, folders, websites enz.).


Gemeenschappelijke verklaring betreffende Denemarken

De partijen nemen er nota van dat deze overeenkomst niet van toepassing is op de procedures voor de afgifte van visa door de diplomatieke en consulaire diensten van Denemarken.

Daarom is het passend dat de autoriteiten van Denemarken en van Armenië onverwijld een bilaterale overeenkomst sluiten over de versoepeling van de afgifte van visa voor kort verblijf, die vergelijkbaar is met de overeenkomst tussen de Unie en Armenië.


Gemeenschappelijke verklaring betreffende het Verenigd Koninkrijk en Ierland

De partijen nemen er nota van dat deze overeenkomst niet van toepassing is op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk en Ierland.

Daarom is het passend dat de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Armenië bilaterale overeenkomsten sluiten over de versoepeling van de afgifte van visa.


Gemeenschappelijke verklaring betreffende IJsland, Noorwegen, Zwitserland en Liechtenstein

De partijen nemen nota van de nauwe betrekkingen tussen de Unie en Zwitserland, IJsland, Liechtenstein en Noorwegen, met name uit hoofde van de overeenkomsten van 18 mei 1999 en 26 oktober 2004 inzake de wijze waarop die landen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis.

Daarom is het passend dat de autoriteiten van Zwitserland, IJsland, Liechtenstein en Noorwegen en Armenië onverwijld bilaterale overeenkomsten sluiten over de versoepeling van de afgifte van visa voor kort verblijf, die vergelijkbaar zijn met de overeenkomst tussen de Unie en Armenië.


Gemeenschappelijke verklaring over de samenwerking op het gebied van reisdocumenten

De partijen komen overeen dat het bij artikel 12 van deze overeenkomst opgerichte Gemengd Comité bij het toezicht op de uitvoering van de overeenkomst nagaat welk effect het beveiligingsniveau van de respectieve reisdocumenten hebben op de werking van de overeenkomst. Daartoe komen de partijen overeen elkaar regelmatig op de hoogte te houden van de maatregelen om de wildgroei van reisdocumenten tegen te gaan, de technische aspecten van reisdocumentenbeveiliging te ontwikkelen en de afgifte van reisdocumenten verder te personaliseren.


31.10.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 289/12


BESLUIT VAN DE RAAD

van 22 oktober 2013

betreffende de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië inzake de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven

(2013/629/EU)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 79, lid 3, juncto artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a),

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Gezien de goedkeuring van het Europees Parlement,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig Besluit 2013/156/EU van de Raad (1) is de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië inzake de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven („de overeenkomst”) ondertekend op 19 april 2013, onder voorbehoud van de sluiting ervan op een latere datum.

(2)

De overeenkomst dient te worden goedgekeurd.

(3)

Bij de overeenkomst wordt een Gemengd Comité overname ingesteld, dat zijn reglement van orde kan vaststellen. In dit geval dient een vereenvoudigde procedure te worden gevolgd voor de vaststelling van het standpunt van de Unie.

(4)

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, nemen deze lidstaten niet deel aan de vaststelling van dit besluit en is het derhalve niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaten.

(5)

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, neemt Denemarken niet deel aan de aanneming van dit besluit; dit besluit is bijgevolg niet bindend voor, noch van toepassing in Denemarken,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië inzake de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven, wordt namens de Unie goedgekeurd.

De tekst van de overeenkomst is aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

De voorzitter van de Raad doet namens de Unie de in artikel 23, lid 2, van de overeenkomst bedoelde kennisgeving (2).

Artikel 3

De Commissie, bijgestaan door deskundigen uit de lidstaten, vertegenwoordigt de Unie in het bij artikel 19 van de overeenkomst ingestelde Gemengd Comité overname.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Luxemburg, 22 oktober 2013.

Voor de Raad

De voorzitter

L. LINKEVIČIUS


(1)  PB L 87 van 27.3.2013, blz. 1.

(2)  De datum van inwerkingtreding van de overeenkomst wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie door het secretariaat-generaal van de Raad.


31.10.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 289/13


OVEREENKOMST

tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië inzake de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven

DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN,

DE EUROPESE UNIE, hierna „de Unie” genoemd,

en

DE REPUBLIEK ARMENIË, hierna „Armenië” genoemd,

VASTBESLOTEN hun samenwerking te versterken teneinde illegale immigratie doeltreffender te bestrijden,

VERLANGEND door middel van deze overeenkomst en op basis van wederkerigheid snelle en doeltreffende procedures vast te stellen voor de identificatie en de veilige en ordelijke overdracht van personen die niet of niet meer voldoen aan de voorwaarden voor binnenkomst, aanwezigheid of verblijf op het grondgebied van Armenië of een van de lidstaten van de Europese Unie, en de doorgeleiding van dergelijke personen in een geest van samenwerking te vergemakkelijken,

EROP WIJZEND dat deze overeenkomst geen afbreuk doet aan de rechten, verplichtingen en verantwoordelijkheden van de Unie, haar lidstaten en Armenië die voortvloeien uit het internationaal recht en met name uit het Verdrag van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen, gewijzigd bij het protocol van 31 januari 1967, en het Verdrag van 4 november 1950 tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden,

OVERWEGENDE dat het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en Ierland krachtens Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, niet deelnemen aan deze overeenkomst, tenzij zij overeenkomstig dat protocol te kennen geven dat wel te wensen,

OVERWEGENDE dat de bepalingen van deze overeenkomst, die onder het toepassingsgebied van titel V van het derde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie valt, niet van toepassing zijn op het Koninkrijk Denemarken overeenkomstig het Protocol nr. 22 betreffende de positie van het Koninkrijk Denemarken, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht,

ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN:

Artikel 1

Definities

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

a)   „overeenkomstsluitende partijen”: Armenië en de Unie;

b)   „onderdaan van Armenië”: elke persoon die het burgerschap van Armenië bezit overeenkomstig de wetgeving van de Republiek Armenië;

c)   „onderdaan van een lidstaat”: elke persoon die de nationaliteit van een lidstaat bezit, in de zin van de definitie van de Unie;

d)   „lidstaat”: alle lidstaten van de Europese Unie die door deze overeenkomst zijn gebonden;

e)   „onderdaan van een derde land”: elke persoon die een andere nationaliteit bezit dan die van Armenië of een van de lidstaten;

f)   „staatloze persoon”: een persoon die geen nationaliteit bezit;

g)   „verblijfsvergunning”: een door Armenië of een van de lidstaten afgegeven vergunning, ongeacht van welke aard, die een persoon het recht geeft om op het grondgebied van Armenië respectievelijk een van de lidstaten te verblijven. Hieronder vallen niet de tijdelijke vergunningen om op het grondgebied van een van die staten te verblijven in verband met de behandeling van een asielverzoek of een aanvraag van een verblijfsvergunning;

h)   „visum”: een door Armenië of een van de lidstaten afgegeven vergunning of genomen beslissing die vereist is voor een inreis in of een doorreis over het grondgebied van Armenië respectievelijk een van de lidstaten. Luchthaventransitvisa vallen hier niet onder;

i)   „verzoekende staat”: de staat (Armenië of een van de lidstaten) die een overnameverzoek in de zin van artikel 8 of een doorgeleidingsverzoek in de zin van artikel 15 indient;

j)   „aangezochte staat”: de staat (Armenië of een van de lidstaten) waaraan een overnameverzoek in de zin van artikel 8 of een doorgeleidingsverzoek in de zin van artikel 15 is gericht;

k)   „bevoegde autoriteit”: elke nationale autoriteit van Armenië of van een van de lidstaten die is belast met de uitvoering van deze overeenkomst op basis van artikel 20, lid 1, onder a);

l)   „doorgeleiding”: de doorreis van een onderdaan van een derde land of een staatloze persoon over het grondgebied van de aangezochte staat op weg van de verzoekende staat naar het land van bestemming;

m)   „grensregio”: een maximaal vijftien kilometer breed gebied vanaf het grondgebied van zeehavens, met inbegrip van douanezones, en internationale luchthavens van de lidstaten en Armenië.

Artikel 2

Grondbeginselen

In het kader van de versterking van de samenwerking inzake preventie en bestrijding van onregelmatige migratie zorgen de aangezochte en verzoekende staat ervoor dat bij de toepassing van deze overeenkomst op personen die onder het toepassingsgebied ervan vallen, de mensenrechten en de verplichtingen en verantwoordelijkheden uit hoofde van de voor deze staten geldende internationale instrumenten worden geëerbiedigd, en met name:

de Universele Verklaring van de rechten van de mens van 10 december 1948,

het Europees Verdrag van 4 november 1950 tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden,

het Internationaal Verdrag van 16 december 1966 inzake burgerrechten en politieke rechten,

het VN-Verdrag van 10 december 1984 tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing,

het Verdrag van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen en het protocol van 31 januari 1967 betreffende de status van vluchtelingen en het protocol van 31 januari 1967 betreffende de status van vluchtelingen.

De aangezochte staat zorgt er met name voor dat, met inachtneming van zijn verplichtingen uit hoofde van de bovenvermelde internationale instrumenten, de rechten van de op zijn grondgebied overgenomen personen worden beschermd.

De verzoekende staat geeft de voorkeur aan vrijwillige terugkeer boven gedwongen terugkeer wanneer er geen redenen zijn om aan te nemen dat dit de terugkeer van een persoon naar de aangezochte staat ondermijnt.

AFDELING I

OVERNAMEVERPLICHTINGEN VOOR ARMENIË

Artikel 3

Overname van eigen onderdanen

1.   Armenië neemt, op verzoek van een lidstaat en zonder andere formaliteiten dan die welke in deze overeenkomst worden genoemd, alle personen over die niet of niet meer voldoen aan de voorwaarden voor binnenkomst, aanwezigheid of verblijf op het grondgebied van de verzoekende lidstaat, mits wordt aangetoond of op basis van prima facie bewijs aannemelijk kan worden gemaakt dat zij onderdaan zijn van Armenië.

2.   Armenië neemt ook de volgende personen over:

minderjarige ongehuwde kinderen van de in lid 1 vermelde personen, ongeacht hun geboorteplaats of nationaliteit, tenzij zij een zelfstandig verblijfsrecht in de verzoekende lidstaat hebben of over een door een andere lidstaat afgegeven geldige verblijfsvergunning beschikken;

echtgenoten van de in lid 1 vermelde personen die een andere nationaliteit bezitten of staatloos zijn, mits zij het recht hebben of krijgen om op het grondgebied van Armenië binnen te komen en te verblijven, tenzij zij een zelfstandig verblijfsrecht in de verzoekende lidstaat hebben of over een door een andere lidstaat afgegeven geldige verblijfsvergunning beschikken.

3.   Armenië neemt ook personen over die afstand van de nationaliteit van Armenië hebben gedaan sinds zij het grondgebied van een lidstaat zijn binnengekomen, tenzij die personen ten minste een naturalisatietoezegging van die lidstaat hebben gekregen.

4.   Nadat Armenië het overnameverzoek heeft ingewilligd, verstrekt de ter zake bevoegde diplomatieke of consulaire post van Armenië de over te nemen persoon, ongeacht diens wil, onverwijld, kosteloos en uiterlijk binnen drie werkdagen het voor zijn terugkeer vereiste reisdocument met een geldigheidsduur van 120 dagen. Indien Armenië niet binnen drie werkdagen het reisdocument heeft afgegeven, wordt het geacht in te stemmen met het gebruik van het standaardreisdocument van de EU voor verwijderingsdoeleinden (1).

5.   Indien de betrokken persoon om juridische of praktische redenen niet binnen de geldigheidsduur van het oorspronkelijk afgegeven reisdocument kan worden overgedragen, verstrekt de ter zake bevoegde diplomatieke of consulaire post van Armenië binnen drie werkdagen en kosteloos een nieuw reisdocument met dezelfde geldigheidsduur. Indien Armenië niet binnen drie werkdagen het nieuwe reisdocument heeft afgegeven, wordt het geacht in te stemmen met het gebruik van het standaardreisdocument van de EU voor verwijderingsdoeleinden (2).

Artikel 4

Overname van onderdanen van derde landen en staatloze personen

1.   Armenië neemt, op verzoek van een lidstaat en zonder andere formaliteiten dan die welke in deze overeenkomst worden genoemd, alle onderdanen van derde landen en staatloze personen over die niet of niet meer voldoen aan de voorwaarden voor binnenkomst, aanwezigheid of verblijf op het grondgebied van de verzoekende lidstaat, mits wordt aangetoond of op basis van prima facie bewijs aannemelijk kan worden gemaakt dat de betrokkene:

a)

op het ogenblik van de indiening van het overnameverzoek in het bezit is van een door Armenië afgegeven geldig visum of geldige verblijfsvergunning, of

b)

het grondgebied van de lidstaten illegaal en rechtstreeks is binnengekomen na verblijf op of doorreis via het grondgebied van Armenië.

2.   De in lid 1 bedoelde overnameverplichting is niet van toepassing wanneer de onderdaan van een derde land of de staatloze persoon slechts in luchthaventransit is geweest via een internationale luchthaven in Armenië.

3.   Onverminderd artikel 7, lid 2, verstrekt de verzoekende lidstaat, nadat Armenië het overnameverzoek heeft ingewilligd, de persoon van wie de overname is aanvaard het standaard-reisdocument van de EU voor verwijderingsdoeleinden (3).

AFDELING II

OVERNAMEVERPLICHTINGEN VOOR DE UNIE

Artikel 5

Overname van eigen onderdanen

1.   Een lidstaat neemt, op verzoek van Armenië en zonder andere formaliteiten dan die welke in deze overeenkomst worden genoemd, alle personen over die niet of niet meer voldoen aan de voorwaarden voor binnenkomst, aanwezigheid of verblijf op het grondgebied van Armenië, mits wordt aangetoond of op basis van prima facie bewijs aannemelijk kan worden gemaakt dat zij onderdaan zijn van die lidstaat.

2.   Een lidstaat neemt ook de volgende personen over:

minderjarige ongehuwde kinderen van de in lid 1 vermelde personen, ongeacht hun geboorteplaats of nationaliteit, tenzij zij een zelfstandig verblijfsrecht in Armenië hebben;

echtgenoten van de in lid 1 vermelde personen die een andere nationaliteit bezitten of staatloos zijn, mits zij het recht hebben of krijgen om op het grondgebied van de aangezochte lidstaat binnen te komen en te verblijven, tenzij zij een zelfstandig verblijfsrecht in Armenië hebben.

3.   Een lidstaat neemt ook personen over die afstand van de nationaliteit van een lidstaat hebben gedaan sinds zij het grondgebied van Armenië zijn binnengekomen, tenzij die personen ten minste een naturalisatietoezegging van Armenië hebben gekregen.

4.   Nadat de aangezochte lidstaat het overnameverzoek heeft ingewilligd, verstrekt de ter zake bevoegde diplomatieke of consulaire post van die lidstaat de over te nemen persoon, ongeacht diens wil, onverwijld, kosteloos en uiterlijk binnen drie werkdagen het voor zijn terugkeer vereiste reisdocument met een geldigheidsduur van 120 dagen.

5.   Indien de betrokken persoon om juridische of praktische redenen niet binnen de geldigheidsduur van het oorspronkelijk afgegeven reisdocument kan worden overgedragen, verstrekt de ter zake bevoegde diplomatieke of consulaire post van die lidstaat binnen drie werkdagen en kosteloos een nieuw reisdocument met dezelfde geldigheidsduur.

Artikel 6

Overname van onderdanen van derde landen en staatloze personen

1.   Een lidstaat neemt, op verzoek van Armenië en zonder andere formaliteiten dan die welke in deze overeenkomst worden genoemd, alle onderdanen van derde landen en staatloze personen over die niet of niet meer voldoen aan de voorwaarden voor binnenkomst, aanwezigheid of verblijf op het grondgebied van Armenië, mits wordt aangetoond of op basis van prima facie bewijs aannemelijk kan worden gemaakt dat de betrokkene:

a)

op het ogenblik van de indiening van het overnameverzoek in het bezit is van een door de aangezochte lidstaat afgegeven geldig visum of geldige verblijfsvergunning, of

b)

het grondgebied van Armenië illegaal en rechtstreeks is binnengekomen na verblijf op of doorreis over het grondgebied van de aangezochte lidstaat.

2.   De in lid 1 bedoelde overnameverplichting is niet van toepassing wanneer de onderdaan van een derde land of de staatloze persoon slechts in luchthaventransit is geweest via een internationale luchthaven in de aangezochte lidstaat.

3.   De in lid 1 vervatte overnameverplichting rust op de lidstaat die een visum of verblijfsvergunning heeft afgegeven. Indien twee of meer lidstaten een visum of verblijfsvergunning hebben afgegeven, rust de in lid 1 bedoelde overnameverplichting op de lidstaat die het document met de langste geldigheidsduur heeft afgegeven of, indien een of meer daarvan reeds zijn vervallen, het document dat nog steeds geldig is. Indien alle documenten reeds zijn vervallen, rust de in lid 1 bedoelde overnameverplichting op de lidstaat die het document met de meest recente vervaldatum heeft afgegeven. Indien dergelijke documenten niet kunnen worden overgelegd, rust de in lid 1 bedoelde overnameverplichting op de lidstaat waarvan het grondgebied op de meest recente datum is verlaten.

4.   Onverminderd artikel 7, lid 2, verstrekt Armenië, nadat de lidstaat het overnameverzoek heeft ingewilligd, de persoon van wie de overname is aanvaard het voor zijn terugkeer vereiste reisdocument.

AFDELING III

OVERNAMEPROCEDURE

Artikel 7

Beginselen

1.   Onder voorbehoud van het bepaalde in lid 2, wordt voor elke overdracht van een op grond van een verplichting als bedoeld in de artikelen 3 tot en met 6 over te nemen persoon een overnameverzoek ingediend bij de bevoegde autoriteit van de aangezochte staat.

2.   Indien de over te nemen persoon in het bezit is van een geldig reisdocument of een geldige identiteitskaart en, in het geval van een onderdaan van een derde land of een staatloze persoon, tevens in het bezit is van een geldig visum of een geldige verblijfsvergunning van de aangezochte staat, kan de overdracht van deze persoon plaatsvinden zonder dat de verzoekende staat bij de bevoegde autoriteit van de aangezochte staat een overnameverzoek of schriftelijke kennisgeving in de zin van artikel 12, lid 1, hoeft in te dienen.

3.   Onverminderd lid 2, kan de verzoekende staat, indien een persoon in de grensregio (met inbegrip van luchthavens) van de verzoekende staat is aangehouden nadat hij op illegale wijze de grens heeft overschreden rechtstreeks komend van het grondgebied van de aangezochte staat, binnen twee werkdagen na de aanhouding van deze persoon een overnameverzoek indienen (versnelde procedure).

Artikel 8

Overnameverzoek

1.   Het overnameverzoek bevat, voor zover mogelijk, de volgende gegevens:

a)

de persoonsgegevens van de over te nemen persoon (bv. naam, voornamen, geboortedatum en zo mogelijk geboorteplaats en laatste verblijfplaats) en, in voorkomend geval, de persoonsgegevens van minderjarige ongehuwde kinderen en/of echtgenoot/echtgenote;

b)

voor eigen onderdanen: vermelding van de middelen waarmee het bewijs van of het prima facie bewijs inzake de nationaliteit zal worden geleverd, conform het bepaalde in respectievelijk bijlage 1 en bijlage 2;

c)

voor onderdanen van derde landen en staatloze personen: vermelding van de middelen waarmee het bewijs van of het prima facie bewijs inzake het voldoen aan de voorwaarden voor de overname van onderdanen van derde landen en staatloze personen zal worden geleverd, conform het bepaalde in respectievelijk bijlage 3 en bijlage 4;

d)

een foto van de over te nemen persoon.

2.   Het overnameverzoek bevat, voor zover mogelijk, ook de volgende gegevens:

a)

een verklaring waaruit blijkt dat de over te dragen persoon hulp of verzorging nodig kan hebben, mits de betrokken persoon uitdrukkelijk met die verklaring heeft ingestemd;

b)

andere beschermings- of veiligheidsmaatregelen dan wel gegevens over de gezondheid van de persoon die voor de overdracht van die persoon nodig kunnen zijn.

3.   Een gemeenschappelijk formulier voor overnameverzoeken is in bijlage 5 bij deze overeenkomst opgenomen.

4.   Een overnameverzoek kan met behulp van elk communicatiemiddel worden ingediend, ook elektronisch.

Artikel 9

Bewijsmiddelen met betrekking tot de nationaliteit

1.   Het bewijs van de nationaliteit in de zin van artikel 3, lid 1, en artikel 5, lid 1, kan met name worden geleverd door middel van de in bijlage 1 vermelde documenten, ook indien de geldigheidsduur ervan is verstreken, mits dit niet langer dan zes maanden is. Wanneer dergelijke documenten worden overgelegd, erkennen de lidstaten en Armenië de nationaliteit zonder dat daarvoor verder onderzoek wordt verlangd. Het bewijs van de nationaliteit kan niet door middel van valse documenten worden geleverd.

2.   Prima facie bewijs van de nationaliteit in de zin van artikel 3, lid 1, en artikel 5, lid 1, kan met name worden geleverd door middel van de in bijlage 2 vermelde documenten, ook indien de geldigheidsduur ervan is verstreken. Wanneer dergelijke documenten worden overgelegd, beschouwen de lidstaten en Armenië de nationaliteit als vastgesteld, tenzij zij het tegendeel kunnen bewijzen. Prima facie bewijs van de nationaliteit kan niet door middel van valse documenten worden geleverd.

3.   Indien geen van de in bijlage 1 of 2 vermelde documenten kan worden overgelegd, ondervraagt de ter zake bevoegde diplomatieke of consulaire post van de betrokken aangezochte staat op basis van een in het overnameverzoek opgenomen verzoek daartoe van de verzoekende staat, de over te nemen persoon onverwijld en uiterlijk binnen vijf werkdagen na ontvangst van het overnameverzoek overeenkomstig artikel 11, lid 2, teneinde diens nationaliteit vast te stellen. De procedure voor dergelijke ondervragingen kan worden vastgesteld in de op basis van artikel 20 vastgestelde uitvoeringsprotocollen.

Artikel 10

Bewijsmiddelen met betrekking tot onderdanen van derde landen en staatloze personen

1.   Het bewijs dat is voldaan aan de in artikel 4, lid 1, en artikel 6, lid 1, vermelde voorwaarden voor overname van onderdanen van derde landen en staatloze personen kan met name worden geleverd door middel van de in bijlage 3 vermelde bewijsmiddelen; dit bewijs kan niet door middel van valse documenten worden geleverd. Dit bewijs wordt door de lidstaten en Armenië zonder verder onderzoek erkend.

2.   Prima facie bewijs dat is voldaan aan de in artikel 4, lid 1, en artikel 6, lid 1, vermelde voorwaarden voor overname van onderdanen van derde landen en staatloze personen kan met name worden geleverd door middel van de in bijlage 4 vermelde bewijsmiddelen; dit bewijs kan niet door middel van valse documenten worden geleverd. Wanneer prima facie bewijsmateriaal wordt overgelegd, nemen de lidstaten en Armenië aan dat aan de voorwaarden is voldaan, tenzij zij het tegendeel kunnen bewijzen.

3.   Het illegale karakter van de binnenkomst, de aanwezigheid of het verblijf wordt vastgesteld aan de hand van de reisdocumenten van de betrokken persoon waarin het vereiste visum of de vereiste verblijfsvergunning voor het grondgebied van de verzoekende staat ontbreekt. Een verklaring van de verzoekende staat dat de betrokken persoon niet in het bezit was van de vereiste reisdocumenten, het vereiste visum of de vereiste verblijfsvergunning kan evenzo als prima facie bewijs dienen voor het illegale karakter van de binnenkomst, de aanwezigheid of het verblijf.

Artikel 11

Termijnen

1.   Het overnameverzoek moet bij de bevoegde autoriteit van de aangezochte staat worden ingediend uiterlijk negen maanden nadat de bevoegde autoriteit van de verzoekende staat kennis heeft gekregen van het feit dat een onderdaan van een derde land of een staatloze persoon niet of niet meer aan de voorwaarden voor binnenkomst, aanwezigheid of verblijf voldoet. Indien er juridische of praktische belemmeringen zijn waardoor het verzoek niet tijdig kan worden ingediend, wordt de termijn op verzoek van de verzoekende staat verlengd, doch uiterlijk totdat de belemmeringen zijn opgeheven.

2.   Het overnameverzoek moet schriftelijk worden beantwoord

binnen twee werkdagen wanneer het overnameverzoek in het kader van de versnelde procedure is ingediend (artikel 7, lid 3);

binnen twaalf kalenderdagen in alle overige gevallen.

Deze termijn begint te lopen vanaf de datum van ontvangst van het overnameverzoek. Indien binnen deze termijn niet wordt geantwoord, dan wordt aangenomen dat met de overdracht wordt ingestemd.

Een overnameverzoek kan met behulp van elk communicatiemiddel worden beantwoord, ook elektronisch.

3.   De afwijzing van een overnameverzoek wordt schriftelijk gemotiveerd.

4.   Nadat de instemming is gegeven of, in voorkomend geval, na het verstrijken van de in lid 2 bedoelde termijnen wordt de betrokken persoon binnen drie maanden overgedragen. Deze termijn kan op verzoek van de verzoekende staat worden verlengd met de periode die nodig is om juridische of praktische belemmeringen op te heffen.

Artikel 12

Wijze van overdracht en van vervoer

1.   Onverminderd artikel 7, lid 2, stellen de bevoegde autoriteiten van de verzoekende staat de bevoegde autoriteiten van de aangezochte staat ten minste twee werkdagen voordat een persoon wordt overgedragen schriftelijk in kennis van de datum van overdracht, de plaats van binnenkomst, eventuele begeleiders en andere voor de overdracht relevante informatie.

2.   Vervoer kan op elk wijze plaatsvinden, ook door de lucht. Bij overdracht door de lucht hoeft niet uitsluitend gebruik te worden gemaakt van de nationale luchtvaartmaatschappijen van Armenië of de lidstaten; er kan ook gebruik worden gemaakt van lijnvluchten of chartervluchten. In het geval van begeleide terugkeer mogen naast de gemachtigde personen van de verzoekende staat ook gemachtigde personen uit Armenië of een van de lidstaten de over te dragen persoon begeleiden.

3.   Indien de overdracht door de lucht gebeurt, worden eventuele begeleiders vrijgesteld van de verplichting een visum aan te vragen.

Artikel 13

Onterechte overname

De verzoekende staat neemt een persoon die door de aangezochte staat is overgenomen terug, indien binnen zes maanden na de overdracht van de betrokken persoon wordt vastgesteld dat niet is voldaan aan de voorwaarden van de artikelen 3 tot en met 6.

In dergelijke gevallen zijn mutatis mutandis de procedurevoorschriften van deze overeenkomst van toepassing en worden tevens alle beschikbare gegevens met betrekking tot de werkelijke identiteit en nationaliteit van de terug te nemen persoon meegedeeld.

AFDELING IV

DOORGELEIDING

Artikel 14

Beginselen

1.   De lidstaten en Armenië moeten doorgeleiding van onderdanen van derde landen en staatloze personen beperken tot gevallen waarin die personen niet rechtstreeks aan de staat van bestemming kunnen worden overgedragen.

2.   Armenië staat de doorgeleiding van onderdanen van derde landen en staatloze personen over zijn grondgebied toe indien een lidstaat daarom verzoekt, en een lidstaat staat de doorgeleiding van onderdanen van derde landen en staatloze personen over zijn grondgebied toe indien Armenië daarom verzoekt, wanneer de verdere reis in eventuele andere staten van doorreis en de overname door de staat van bestemming gewaarborgd zijn.

3.   Doorgeleiding kan door Armenië of een lidstaat worden geweigerd:

a)

indien de onderdaan van een derde land of de staatloze persoon een reëel gevaar loopt in de staat van bestemming of een andere staat van doorgeleiding te worden onderworpen aan marteling, aan onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing, aan de doodstraf of aan vervolging op grond van ras, godsdienst, nationaliteit, lidmaatschap van een bepaalde sociale groep, of politieke overtuiging, of

b)

indien de onderdaan van een derde land of de staatloze persoon in de aangezochte staat of een andere staat van doorgeleiding blootstaat aan strafrechtelijke sancties, of

c)

om redenen van volksgezondheid, binnenlandse veiligheid, openbare orde of andere nationale belangen van de aangezochte staat.

4.   Armenië of een lidstaat kan elke afgegeven vergunning intrekken indien zich later omstandigheden zoals bedoeld in lid 3 voordoen of aan het licht komen die de doorgeleiding belemmeren of indien de verdere reis in eventuele staten van doorreis of de overname door de staat van bestemming niet meer gewaarborgd is. In dat geval neemt de verzoekende staat de onderdaan van een derde land of de staatloze persoon zo nodig onverwijld terug.

Artikel 15

Doorgeleidingsprocedure

1.   Een doorgeleidingsverzoek moet schriftelijk worden ingediend bij de bevoegde autoriteit van de aangezochte staat en bevat de volgende gegevens:

a)

type van doorgeleiding (door de lucht, over zee of over land); eventuele andere staten van doorgeleiding en beoogde eindbestemming,

b)

de persoonsgegevens van de betrokken persoon (bv. naam, voornaam, meisjesnaam, andere namen die de betrokken persoon gebruikt of waaronder hij bekend staat, geboortedatum, geslacht en zo mogelijk geboorteplaats, nationaliteit, taal, aard en nummer van het reisdocument);

c)

voorgenomen plaats van binnenkomst, tijdstip van overdracht en eventueel gebruik van begeleiders;

d)

een verklaring waarin wordt gesteld dat volgens de verzoekende staat is voldaan aan de voorwaarden van artikel 14, lid 2, en dat er geen redenen bekend zijn voor een afwijzing op grond van artikel 14, lid 3.

Een gemeenschappelijk formulier voor doorgeleidingsverzoeken is in bijlage 6 opgenomen.

Een doorgeleidingsverzoek kan met behulp van elk communicatiemiddel worden ingediend, ook elektronisch.

2.   Binnen drie werkdagen na ontvangst van het verzoek brengt de aangezochte staat de verzoekende staat schriftelijk op de hoogte van de toelating, met bevestiging van de plaats van binnenkomst en het geplande tijdstip van toelating, of van de afwijzing van de toelating en de redenen daarvoor. Indien er niet wordt geantwoord binnen drie werkdagen, dan wordt aangenomen dat met de doorgeleiding wordt ingestemd.

Een doorgeleidingsverzoek kan met behulp van elk communicatiemiddel worden beantwoord, ook elektronisch.

3.   Indien de doorgeleiding door de lucht gebeurt, worden de over te nemen persoon en eventuele begeleiders vrijgesteld van de verplichting om een luchthaventransitvisum aan te vragen.

4.   De bevoegde autoriteiten van de aangezochte staat verlenen na onderling overleg steun bij de doorgeleiding, met name door toezicht te houden op de betrokken personen en door geschikte faciliteiten ter beschikking te stellen.

5.   De doorgeleiding vindt plaats binnen dertig dagen na ontvangst van de instemming met het verzoek.

AFDELING V

KOSTEN

Artikel 16

Kosten van vervoer en van doorgeleiding

Onverminderd het recht van de bevoegde autoriteiten om de aan de overname verbonden kosten van de over te nemen persoon of derde partijen terug te vorderen, komen alle vervoerskosten in verband met overname en doorgeleiding uit hoofde van deze overeenkomst tot aan de grens van de staat van eindbestemming ten laste van de verzoekende staat.

AFDELING VI

GEGEVENSBESCHERMING EN VERHOUDING TOT ANDERE INTERNATIONALE VERPLICHTINGEN

Artikel 17

Gegevensbescherming

Persoonsgegevens worden alleen verstrekt wanneer dit nodig is voor de uitvoering van deze overeenkomst door, naar gelang van het geval, de bevoegde autoriteiten van Armenië of een lidstaat. De verwerking en de behandeling van persoonsgegevens in een bepaald geval zijn onderworpen aan de wetgeving van Armenië en, wanneer de voor de verwerking van de gegevens verantwoordelijke instantie een bevoegde autoriteit van een lidstaat is, aan de bepalingen van Richtlijn 95/46/EG en de nationale wetgeving van die lidstaat die uit hoofde van die richtlijn is vastgesteld. Daarnaast zijn de volgende beginselen van toepassing:

a)

de persoonsgegevens moeten eerlijk en rechtmatig worden verwerkt;

b)

de persoonsgegevens moeten voor het welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doel van de uitvoering van deze overeenkomst worden verkregen en mogen door de meedelende of ontvangende autoriteit niet verder worden verwerkt op een wijze die onverenigbaar is met dat doel;

c)

de persoonsgegevens moeten toereikend, ter zake dienend en niet bovenmatig zijn in verhouding tot het doel waarvoor zij worden verkregen en/of verder verwerkt; de verstrekte persoonsgegevens mogen met name uitsluitend betrekking hebben op:

de identiteit van de betrokken persoon (bijvoorbeeld voornamen, familienaam, vroegere namen, andere namen die de betrokken persoon gebruikt of onder welke hij bekend staat, geslacht, burgerlijke staat, plaats en datum van geboorte, huidige en eventuele vroegere nationaliteit);

paspoort, identiteitskaart of rijbewijs (nummer, geldigheidstermijn, datum van afgifte, afgevende autoriteit, plaats van afgifte);

stopplaatsen en reisroutes;

andere voor identificatie van de over te dragen persoon of voor het onderzoek van de overnamevereisten uit hoofde van deze overeenkomst dienstige gegevens;

d)

de persoonsgegevens moeten nauwkeurig zijn en moeten in voorkomend geval worden bijgewerkt;

e)

de persoonsgegevens mogen in een vorm die het mogelijk maakt de betrokkenen te identificeren, niet langer worden bewaard dan noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de doeleinden waarvoor zij werden verkregen of vervolgens werden verwerkt;

f)

de meedelende en de ontvangende autoriteit treffen alle redelijke maatregelen die nodig zijn om te zorgen voor een passende correctie, uitwissing of afscherming van persoonsgegevens wanneer de verwerking ervan niet in overeenstemming is met de bepalingen van dit artikel, met name omdat deze persoonsgegevens niet toereikend, ter zake dienend of nauwkeurig zijn, of omdat zij bovenmatig zijn in verhouding tot het doel van de verwerking. Dit behelst tevens de kennisgeving van elke correctie, uitwissing of afscherming aan de andere partij;

g)

op verzoek stelt de ontvangende autoriteit de meedelende autoriteit in kennis van het gebruik dat van de verstrekte gegevens is gemaakt en van de daardoor verkregen resultaten;

h)

de persoonsgegevens mogen uitsluitend aan de bevoegde autoriteiten worden verstrekt. Voor de mededeling aan andere instanties is de voorafgaande toestemming van de meedelende autoriteit vereist;

i)

de meedelende en de ontvangende autoriteit zijn verplicht de mededeling en ontvangst van persoonsgegevens schriftelijk te registreren.

Artikel 18

Verhouding tot andere internationale verplichtingen

1.   Deze overeenkomst doet geen afbreuk aan de rechten, verplichtingen en verantwoordelijkheden van de Unie, de lidstaten en Armenië die voortvloeien uit het internationaal recht, met inbegrip van internationale overeenkomsten waarbij zij partij zijn, en met name uit de in artikel 2 vermelde internationale instrumenten en:

internationale overeenkomsten waarbij wordt bepaald welk land bevoegd is voor de behandeling van ingediende asielverzoeken;

internationale verdragen inzake uitwijzing en doorgeleiding;

multilaterale internationale verdragen en overeenkomsten over de overname van vreemdelingen.

2.   Niets in deze overeenkomst belet de terugkeer van een persoon op basis van andere formele of informele regelingen.

AFDELING VII

UITVOERING EN TOEPASSING

Artikel 19

Gemengd Comité overname

1.   De overeenkomstsluitende partijen verlenen elkaar wederzijds bijstand bij de toepassing en interpretatie van deze overeenkomst. Daartoe stellen zij een Gemengd Comité overname (hierna „het comité” genoemd) in, dat met name:

a)

toeziet op en gegevens uitwisselt over de toepassing van deze overeenkomst, met uitzondering van persoonsgegevens;

b)

kwesties in verband met de interpretatie of de toepassing van de bepalingen van deze overeenkomst aanpakt;

c)

uitvoeringsregelingen vaststelt die nodig zijn voor de eenvormige toepassing van deze overeenkomst;

d)

geregeld gegevens uitwisselt over de uitvoeringsprotocollen die door de afzonderlijke lidstaten en Armenië op grond van artikel 20 zijn opgesteld;

e)

aanbevelingen doet voor wijziging van deze overeenkomst en de bijlagen daarbij.

2.   De beslissingen van het comité zijn bindend voor de overeenkomstsluitende partijen.

3.   Het comité bestaat uit vertegenwoordigers van de Unie en Armenië.

4.   Het comité komt zo vaak als nodig bijeen op verzoek van een van de overeenkomstsluitende partijen.

5.   Het comité stelt zijn reglement van orde vast.

Artikel 20

Uitvoeringsprotocollen

1.   Onverminderd de rechtstreekse toepasselijkheid van deze overeenkomst stellen Armenië en een lidstaat, op verzoek van een lidstaat of Armenië, een uitvoeringsprotocol op dat onder andere betrekking heeft op de regels inzake:

a)

de aanwijzing van de bevoegde autoriteiten, de plaatsen voor het overschrijden van de grenzen en de uitwisseling van contactpunten;

b)

de voorwaarden voor begeleide terugkeer, met inbegrip van de doorgeleiding van onderdanen van derde landen en staatloze personen onder begeleiding;

c)

andere middelen en documenten dan die vermeld in de bijlagen 1 tot en met 4;

d)

de wijze van overname in het kader van de versnelde procedure;

e)

de procedure voor ondervragingen.

2.   De in lid 1 bedoelde uitvoeringsprotocollen treden pas in werking nadat het Gemengd Comité overname, bedoeld in artikel 19, daarvan in kennis is gesteld.

3.   Armenië stemt ermee in om alle bepalingen van een met een lidstaat gesloten uitvoeringsprotocol ook toe te passen in zijn betrekkingen met een andere lidstaat, op verzoek van die laatstbedoelde lidstaat. De lidstaten stemmen ermee in elke bepaling van een uitvoeringsprotocol dat door Armenië met een lidstaat is gesloten, ook toe te passen in hun betrekkingen met Armenië, op verzoek van Armenië en voor zover de toepassing ervan op de andere lidstaten praktisch haalbaar is.

Artikel 21

Verhouding tot bilaterale overnameovereenkomsten of overnameregelingen van de lidstaten

De bepalingen van deze overeenkomst hebben voorrang boven de bepalingen van andere bilaterale overeenkomsten of regelingen inzake de overname van zonder vergunning op het grondgebied verblijvende personen die op basis van artikel 20 tussen afzonderlijke lidstaten en Armenië zijn of kunnen worden gesloten, voor zover de bepalingen van deze bilaterale overnameovereenkomsten of overnameregelingen onverenigbaar zijn met die van deze overeenkomst.

AFDELING VIII

SLOTBEPALINGEN

Artikel 22

Territoriaal toepassingsgebied

1.   Onverminderd het bepaalde in lid 2, is deze overeenkomst van toepassing op het grondgebied waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing zijn, alsook op het grondgebied van Armenië.

2.   Deze overeenkomst is op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en op dat van Ierland enkel van toepassing na een desbetreffende kennisgeving van de Europese Unie aan Armenië. Deze overeenkomst is niet van toepassing op het grondgebied van het Koninkrijk Denemarken.

Artikel 23

Inwerkingtreding, looptijd en beëindiging

1.   Deze overeenkomst wordt door de overeenkomstsluitende partijen bekrachtigd of goedgekeurd volgens hun eigen procedures.

2.   Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum waarop de laatste overeenkomstsluitende partij de andere partij ervan in kennis heeft gesteld dat de in lid 1 bedoelde procedures zijn voltooid.

3.   Deze overeenkomst is van toepassing op het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en op Ierland vanaf de eerste dag van de tweede maand na de in artikel 22, lid 2, bedoelde kennisgeving.

4.   De overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.

5.   Deze overeenkomst kan in onderlinge overeenstemming tussen de overeenkomstsluitende partijen worden gewijzigd. Wijzigingen worden opgesteld in de vorm van afzonderlijke protocollen, die een integrerend onderdeel van deze overeenkomst vormen, en treden in werking volgens de in dit artikel vastgestelde procedure.

6.   Elke overeenkomstsluitende partij kan de uitvoering van deze overeenkomst door middel van een officiële kennisgeving aan de andere overeenkomstsluitende partij en na voorafgaand overleg met het in artikel 19 bedoelde comité, tijdelijk, geheel of gedeeltelijk opschorten. De opschorting gaat in op de tweede dag volgend op de dag van deze kennisgeving.

7.   Elke overeenkomstsluitende partij kan deze overeenkomst door officiële kennisgeving aan de andere overeenkomstsluitende partij opzeggen. Deze overeenkomst verstrijkt zes maanden na de datum van een dergelijke kennisgeving.

Artikel 24

Bijlagen

De bijlagen 1 tot en met 6 maken een integrerend deel uit van deze overeenkomst.

Opgesteld te Brussel, 19 april 2013, in twee exemplaren in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse en de Armeense taal, waarbij alle teksten gelijkelijk authentiek zijn.

За Европейския съюз

Por la Unión Europea

Za Evropskou unii

For Den Europæiske Union

Für die Europäische Union

Euroopa Liidu nimel

Για την Ευρωπαϊκή Ένωση

For the European Union

Pour l'Union européenne

Per l'Unione europea

Eiropas Savienības vārdā –

Europos Sąjungos vardu

Az Európai Unió részéről

Għall-Unjoni Ewropea

Voor de Europese Unie

W imieniu Unii Europejskiej

Pela União Europeia

Pentru Uniunea Europeană

Za Európsku úniu

Za Evropsko unijo

Euroopan unionin puolesta

För Europeiska unionen

Image

Image

Image

За Pепублика Армения

Por la República de Armenia

Za Arménskou republiku

For Republikken Armenien

Für die Republik Armenien

Armeenia Vabariigi nimel

Για της Δημοκρατίας της Αρμενίας

For the Republic of Armenia

Pour la République d'Arménie

Per la Repubblica di Armenia

Armēnijas Republikas vārdā –

Armėnijos Respublikos vardu

Örmény Köztársaság részéről

Għall-Repubblika tal-Armenja

Voor de Republiek Armenië

W imieniu Republiki Armenii

Pela República da Arménia

Pentru Republica Armenia

Za Arménsku republiku

Za Republiko Armenijo

Armenian tasavallan puolesta

För Republiken Armenien

Image

Image


(1)  Overeenkomstig het formulier dat is aangenomen bij de EU-aanbeveling van de Raad van 30 november 1994.

(2)  Ibidem.

(3)  Ibidem.


BIJLAGE 1

GEMEENSCHAPPELIJKE LIJST VAN DOCUMENTEN WAARVAN DE OVERLEGGING WORDT BESCHOUWD ALS BEWIJS VAN DE NATIONALITEIT

(artikel 3, lid 1, artikel 5, lid 1, en artikel 9, lid 1)

alle soorten paspoorten (nationale paspoorten, diplomatieke paspoorten, dienstpaspoorten, collectieve paspoorten en paspoortvervangende documenten, met inbegrip van paspoorten voor kinderen),

alle soorten identiteitskaarten (ook tijdelijke en voorlopige identiteitskaarten),

burgerschapscertificaten en andere officiële documenten waaruit duidelijk het burgerschap blijkt.


BIJLAGE 2

GEMEENSCHAPPELIJKE LIJST VAN DOCUMENTEN WAARVAN DE OVERLEGGING WORDT BESCHOUWD ALS PRIMA FACIE BEWIJS VAN NATIONALITEIT

(artikel 3, lid 1, artikel 5, lid 1, en artikel 9, lid 2)

de in bijlage 1 vermelde documenten waarvan de geldigheid niet langer dan zes maanden is verstreken,

fotokopieën van de in bijlage 1 vermelde documenten,

rijbewijzen of fotokopieën daarvan,

geboorteakten of fotokopieën daarvan,

bedrijfspassen of fotokopieën daarvan,

getuigenverklaringen,

verklaringen van de betrokken persoon en verklaring betreffende de taal die hij spreekt, onder meer door middel van een officieel onderzoeksresultaat,

andere documenten die kunnen bijdragen tot het vaststellen van de nationaliteit van de betrokken persoon,

vingerafdrukken,

door de aangezochte staat afgegeven laissez-passer,

militaire zakboekjes en militaire identiteitskaarten,

monsterboekjes en schippersbewijzen,

bevestiging van de identiteit na raadpleging van het visuminformatiesysteem (1),

in het geval van lidstaten die het visuminformatiesysteem niet gebruiken: positieve identificatie op basis van visumaanvraagdossiers van die lidstaten.


(1)  Verordening (EG) nr. 767/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende het Visuminformatiesysteem (VIS) en de uitwisseling tussen de lidstaten van gegevens op het gebied van visa voor kort verblijf (VIS-verordening) (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 60).


BIJLAGE 3

GEMEENSCHAPPELIJKE LIJST VAN DOCUMENTEN DIE WORDEN BESCHOUWD ALS BEWIJS DAT IS VOLDAAN AAN DE VOORWAARDEN VOOR OVERNAME VAN ONDERDANEN VAN DERDE LANDEN EN STAATLOZE PERSONEN

(Artikel 4, lid 1, artikel 6, lid 1, en artikel 10, lid 1)

visum en/of verblijfsvergunning afgegeven door de aangezochte staat,

inreis-/uitreisstempels of soortgelijke aantekeningen in het reisdocument van de betrokkene of andere bewijzen van inreis/uitreis (bv. fotografische).


BIJLAGE 4

GEMEENSCHAPPELIJKE LIJST VAN DOCUMENTEN DIE WORDEN BESCHOUWD ALS PRIMA FACIE BEWIJS DAT IS VOLDAAN AAN DE VOORWAARDEN VOOR DE OVERNAME VAN ONDERDANEN VAN DERDE LANDEN EN STAATLOZE PERSONEN

(artikel 4, lid 1, artikel 6, lid 1, en artikel 10, lid 2)

door de bevoegde autoriteiten van de verzoekende staat verstrekte omschrijving van de plaats waar en de omstandigheden waaronder de betrokken persoon na binnenkomst op het grondgebied van die staat is aangetroffen,

gegevens met betrekking tot de identiteit en/of het verblijf van een persoon die door een internationale organisatie zijn verstrekt (bv. UNHCR),

rapportage/bevestiging van de inlichtingen door familieleden, reisgenoten enz.,

verklaring van de betrokken persoon,

vingerafdrukken,

alle soorten documenten, certificaten en rekeningen (bv. hotelrekeningen, afspraakkaarten voor bezoek aan arts/tandarts, toegangsbewijzen voor openbare/particuliere instellingen, autoverhuurcontracten, kredietkaartreçu’s enz.) waaruit duidelijk blijkt dat de betrokken persoon op het grondgebied van de aangezochte staat heeft verbleven,

reisbiljetten op naam en/of passagierslijsten voor vlieg-, trein-, bus- of bootreizen waaruit de aanwezigheid van de betrokken persoon en zijn reisroute op het grondgebied van de aangezochte staat kunnen worden afgeleid,

inlichtingen waaruit blijkt dat de betrokken persoon gebruik heeft gemaakt van de diensten van een reisbegeleider of reisbureau,

officiële verklaringen van met name grensbeambten en andere personen die kunnen getuigen dat de betrokkene de grens heeft overschreden,

officiële verklaring van de betrokken persoon in gerechtelijke of administratieve procedures.


BIJLAGE 5

Image

Image

Image


BIJLAGE 6

Image

Image


Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 3, lid 3, en artikel 5, lid 3

De overeenkomstsluitende partijen nemen er nota van dat uit hoofde van het nationaliteitsrecht van de Republiek Armenië en de lidstaten, een burger van de Republiek Armenië en de Europese Unie zijn nationaliteit niet kan worden ontnomen.

De partijen komen overeen dat zij te zijner tijd overleg zullen plegen wanneer in deze juridische situatie verandering zou komen.


Gemeenschappelijke verklaring betreffende de Republiek IJsland

De overeenkomstsluitende partijen nemen nota van de nauwe band tussen de Europese Unie en de Republiek IJsland, met name uit hoofde van de Overeenkomst van 18 mei 1999 inzake de wijze waarop dat land wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis. Het is daarom wenselijk dat Armenië met de Republiek IJsland een overnameovereenkomst sluit die vergelijkbaar is met deze overeenkomst.


VERORDENINGEN

31.10.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 289/30


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1059/2013 VAN DE COMMISSIE

van 29 oktober 2013

tot verlening van een vergunning voor een preparaat van Saccharomyces cerevisiae MUCL 39885 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor mestrunderen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 492/2006 (vergunninghouder Prosol SpA)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de vergunningsgronden en -procedures, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003. Artikel 10 van die verordening voorziet in de herbeoordeling van toevoegingsmiddelen waarvoor een vergunning is verleend overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG van de Raad (2).

(2)

Bij Verordening (EG) nr. 492/2006 van de Commissie (3) is overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG een vergunning zonder tijdsbeperking verleend voor het gebruik van een preparaat van Saccharomyces cerevisiae MUCL 39885 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor mestrunderen. Vervolgens is dat preparaat overeenkomstig artikel 10, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1831/2003 als bestaand product opgenomen in het repertorium van toevoegingsmiddelen voor diervoeding.

(3)

Bij Verordening (EG) nr. 896/2009 van de Commissie (4), Verordening (EU) nr. 1119/2010 van de Commissie (5) en Verordening (EU) nr. 170/2011 van de Commissie (6) is het gebruik van dat preparaat van Saccharomyces cerevisiae MUCL 39885 ook gedurende tien jaar toegestaan voor respectievelijk zeugen, melkkoeien en paarden, en gespeende biggen.

(4)

Overeenkomstig artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 in samenhang met artikel 7 van die verordening is een aanvraag ingediend voor de herbeoordeling van dat preparaat als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor mestrunderen, waarbij is verzocht dat toevoegingsmiddel in de categorie „zoötechnische toevoegingsmiddelen” in te delen. Bij die aanvraag waren de krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste gegevens en documenten gevoegd.

(5)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 13 maart 2013 (7) geconcludeerd dat het preparaat van Saccharomyces cerevisiae MUCL 39885 onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden geen ongunstige gevolgen voor de diergezondheid, de menselijke gezondheid en het milieu heeft en dat het preparaat het eindgewicht, de voederconversie en de gemiddelde dagelijkse gewichtstoename kan verbeteren. Specifieke eisen voor monitoring na het in de handel brengen acht de EFSA niet nodig. De EFSA heeft ook het rapport over de analysemethode voor het toevoegingsmiddel voor diervoeding geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde referentielaboratorium was ingediend.

(6)

Uit de beoordeling van het preparaat van Saccharomyces cerevisiae MUCL 39885 blijkt dat aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vermelde voorwaarden voor de verlening van een vergunning is voldaan. Het gebruik van het preparaat zoals gespecificeerd in de bijlage bij deze verordening moet daarom worden toegestaan.

(7)

Als gevolg van de verlening van een nieuwe vergunning krachtens Verordening (EG) nr. 1831/2003 moeten de bepalingen over Saccharomyces cerevisiae MUCL 39885 in Verordening (EG) nr. 492/2006 worden geschrapt. Verordening (EG) nr. 492/2006 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(8)

Aangezien er geen veiligheidsredenen zijn die de onmiddellijke toepassing van de wijzigingen van de vergunningsvoorwaarden vereisen, moet een overgangsperiode worden vastgesteld om de belanghebbende partijen in staat te stellen zich voor te bereiden om aan de nieuwe eisen van de vergunning te voldoen.

(9)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor het in de bijlage gespecificeerde preparaat, dat behoort tot de categorie „zoötechnische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep „darmflorastabilisatoren”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding verleend.

Artikel 2

In bijlage II bij Verordening (EG) nr. 492/2006 wordt de vermelding betreffende E 1710, Saccharomyces cerevisiae MUCL 39885 geschrapt.

Artikel 3

Het in de bijlage gespecificeerde preparaat en de dat preparaat bevattende diervoeding die, overeenkomstig de geldende regels die vóór 19 november 2013 van toepassing waren, vóór 19 mei 2014 geproduceerd en geëtiketteerd zijn, mogen verder in de handel worden gebracht en gebruikt totdat de bestaande voorraden zijn uitgeput.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 29 oktober 2013.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2)  Richtlijn 70/524/EEG van de Raad van 23 november 1970 betreffende toevoegingsmiddelen in de veevoeding (PB L 270 van 14.12.1970, blz. 1.)

(3)  Verordening (EG) nr. 492/2006 van de Commissie van 27 maart 2006 tot verlening van voorlopige en permanente vergunningen voor bepaalde toevoegingsmiddelen in diervoeding (PB L 89 van 28.3.2006, blz. 6).

(4)  Verordening (EG) nr. 896/2009 van de Commissie van 25 september 2009 tot verlening van een vergunning voor een nieuwe toepassing van Saccharomyces cerevisiae MUCL 39885 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor zeugen (vergunninghouder Prosol SpA) (PB L 256 van 29.9.2009, blz. 6).

(5)  Verordening (EU) nr. 1119/2010 van de Commissie van 2 december 2010 tot verlening van een vergunning voor Saccharomyces cerevisiae MUCL 39885 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor melkkoeien en paarden en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1520/2007 (vergunninghouder Prosol SpA) (PB L 317 van 3.12.2010, blz. 9).

(6)  Verordening (EU) nr. 170/2011 van de Commissie van 23 februari 2011 tot verlening van een vergunning voor Saccharomyces cerevisiae MUCL 39885 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor biggen (gespeend) en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1200/2005 (vergunninghouder Prosol SpA) (PB L 49 van 24.2.2011, blz. 8).

(7)  EFSA Journal 2013; 11(4):3174.


BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Naam van de vergunninghouder

Toevoegingsmiddel

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Andere bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

CFU/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

Categorie: zoötechnische toevoegingsmiddelen. Functionele groep: darmflorastabilisatoren

4b1710

Prosol SpA

Saccharomyces cerevisiae MUCL 39885

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Preparaat van Saccharomyces cerevisiae MUCL 39885

met minimaal:

Poeder: 1 × 109 CFU/g toevoegingsmiddel

Vaste vorm

 

Karakterisering van de werkzame stof

Levensvatbare cellen van Saccharomyces cerevisiae MUCL 39885

 

Analysemethode  (1)

Telling: gietplaatmethode onder gebruikmaking van chlooramfenicol-glucosegistextractagar (EN15789:2009)

Identificatie: polymerasekettingreactie (PCR)-methode

Mestrunderen

4 × 109

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagomstandigheden en de stabiliteit bij verwerking tot pellets vermelden.

2.

Aanbevolen minimumgehalte van het toevoegingsmiddel per dier per dag: 3,6 × 1010 CFU.

3.

Voor de veiligheid: gebruik van bril en handschoenen tijdens hantering.

19 november 2023


(1)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn te vinden op het volgende adres van het referentielaboratorium: http://irmm.jrc.ec.europa.eu/EURLs/EURL_feed_additives/Pages/index.aspx


31.10.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 289/33


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1060/2013 VAN DE COMMISSIE

van 29 oktober 2013

tot verlening van een vergunning voor bentoniet als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de vergunningsgronden en -procedures, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003. Artikel 10 van die verordening voorziet in de herbeoordeling van toevoegingsmiddelen waarvoor een vergunning is verleend overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG van de Raad (2).

(2)

Voor bentoniet is overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG bij Richtlijn 82/822/EEG van de Commissie (3) een vergunning zonder tijdsbeperking verleend als toevoegingsmiddel voor diervoeding in de groep „bindmiddelen, verdunningsmiddelen en stollingsmiddelen” voor gebruik voor alle diersoorten. Vervolgens is dat toevoegingsmiddel overeenkomstig artikel 10, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1831/2003 als bestaand product opgenomen in het repertorium van toevoegingsmiddelen voor diervoeding.

(3)

Overeenkomstig artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 in samenhang met artikel 7 van die verordening is een aanvraag ingediend voor de herbeoordeling van bentoniet als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten als bindmiddel en antiklontermiddel en overeenkomstig artikel 7 van die verordening voor een nieuwe vergunning als stof ter bestrijding van radionuclidecontaminatie voor alle diersoorten. Daarnaast is overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 een aanvraag ingediend voor een nieuwe vergunning van bentoniet als stof ter vermindering van de verontreiniging van diervoeding met mycotoxinen voor alle diersoorten. In die aanvragen wordt verzocht om indeling van dat toevoegingsmiddel in de categorie „technologische toevoegingsmiddelen” en de krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste gegevens en documenten waren bij de aanvragen gevoegd.

(4)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar adviezen van 2 februari 2011 (4), 14 juni 2011 (5) en 14 juni 2012 (6) geconcludeerd dat bentoniet onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden geen ongunstige gevolgen voor de diergezondheid, de menselijke gezondheid of het milieu heeft en dat het doeltreffend kan zijn als bindmiddel en antiklontermiddel en als stof ter bestrijding van radionuclidecontaminatie voor alle diersoorten. Er werd ook erkend dat bentoniet doeltreffend kan zijn als aflatoxinebindend middel voor melkkoeien en dat die conclusie kan worden uitgebreid tot alle herkauwers. Specifieke eisen voor toezicht na het in de handel brengen acht de EFSA niet nodig. De EFSA heeft ook het rapport over de analysemethode voor het toevoegingsmiddel voor diervoeding geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde referentielaboratorium was ingediend.

(5)

Aangezien het beschikbaar gestelde in-vitro-onderzoek voldoet aan de bij Verordening (EG) nr. 429/2008 van de Commissie (7) vastgestelde voorwaarden voor het aantonen van de werkzaamheid van technologische toevoegingsmiddelen, met name onder punt 4 van bijlage II en punt 1.4 van bijlage III, en er werd erkend dat het onderzoek duidelijk de capaciteit om aflatoxine B1 (AfB) te binden kan aantonen en bovendien het bindend vermogen, beperkt tot aflatoxine B1, als een kenmerkende eigenschap van bentoniet werd omschreven, kan de conclusie in verband met de werkzaamheid als stof ter vermindering van de verontreiniging van diervoeding met mycotoxinen als voldoende worden beschouwd voor een uitbreiding van het gebruik van de stof voor pluimvee en varkens.

(6)

Uit de beoordeling van bentoniet blijkt dat aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vermelde voorwaarden voor de verlening van een vergunning is voldaan. Het gebruik van dat toevoegingsmiddel zoals gespecificeerd in de bijlagen bij deze verordening moet daarom worden toegestaan.

(7)

Aangezien er geen veiligheidsredenen zijn die de onmiddellijke toepassing van de wijzigingen op de voorwaarden voor het verlenen van een vergunning voor bentoniet als bindmiddel en antiklontermiddel vereisen, moet een overgangsperiode worden vastgesteld om de belanghebbende partijen in staat te stellen zich voor te bereiden om aan de nieuwe eisen van de vergunning te voldoen.

(8)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor het in de bijlagen gespecificeerde bentoniet, dat behoort tot de categorie „technologische toevoegingsmiddelen” en de functionele groepen „stoffen ter vermindering van de verontreiniging van diervoeding met mycotoxinen”, „bindmiddelen”, „antiklontermiddelen” en „stoffen ter bestrijding van radionuclidecontaminatie”, wordt onder de in die bijlagen vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding verleend.

Artikel 2

Het in bijlage II gespecificeerde toevoegingsmiddel dat behoort tot de functionele groepen „bindmiddelen” en „antiklontermiddelen”, alsmede diervoeders die dat toevoegingsmiddel bevatten, mogen, indien zij vóór 19 november 2015 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 19 november 2013 van toepassing waren, verder in de handel gebracht en gebruikt worden totdat de bestaande voorraden zijn uitgeput.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 29 oktober 2013.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2)  Richtlijn 70/524/EEG van de Raad van 23 november 1970 betreffende toevoegingsmiddelen in de diervoeding (PB L 270 van 14.12.1970, blz. 1).

(3)  Eenenveertigste Richtlijn 82/822/EEG van de Commissie van 19 november 1982 tot wijziging van de bijlagen van Richtlijn 70/524/EEG van de Raad betreffende toevoegingsmiddelen in de diervoeding (PB L 347 van 7.12.1982, blz. 16).

(4)  EFSA Journal 2011; 9(2):2007.

(5)  EFSA Journal 2011; 9(6):2276.

(6)  EFSA Journal 2012; 10(7):2787.

(7)  Verordening (EG) nr. 429/2008 van de Commissie van 25 april 2008 tot vaststelling van voorschriften ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de opstelling en indiening van aanvragen en de beoordeling van en de verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding (PB L 133 van 22.5.2008, blz. 1).


BIJLAGE I

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Toevoegingsmiddel

Chemische formule, beschrijving, analysemethoden

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Overige bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

mg werkzame stof/kg volledige diervoeders met een vochtgehalte van 12 %

Categorie: technologische toevoegingsmiddelen. Functionele groep: stoffen ter vermindering van de verontreiniging van diervoeding met mycotoxinen: aflatoxine B1

1m558

Bentoniet

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Bentoniet: ≥ 70 % smectiet (dioctaëdrisch montmorilloniet)

 

Karakterisering van de werkzame stof

Bentoniet: ≥ 70 % smectiet (dioctaëdrisch montmorilloniet)

< 10 % opaal en veldspaat

< 4 % kwarts en calciet

AfB1-bindingscapaciteit (BC AfB1) hoger dan 90 %

 

Analysemethoden  (1)

Voor de bepaling van bentoniet in toevoegingsmiddelen voor diervoeding: röntgendiffractie (XRD)

Voor de bepaling van BC AfB1 van het toevoegingsmiddel: adsorptietest in een bufferoplossing bij pH 5,0 met een concentratie van 4 mg/l voor AfB1 en 0,02 % (m/v) voor het toevoegingsmiddel voor diervoeding.

Herkauwers

Pluimvee

Varkens

 

20 000

1.

In de gebruiksaanwijzing moet worden vermeld:

„Gelijktijdig oraal gebruik met macroliden moet worden vermeden.”;

voor pluimvee: „Gelijktijdig oraal gebruik met robenidine moet worden vermeden.”.

2.

Voor pluimvee: gelijktijdig gebruik met coccidiostatica andere dan robenidine is gecontra-indiceerd bij een bentonietgehalte van meer dan 5 000 mg/kg volledig diervoeder.

3.

Het totale bentonietgehalte mag het toegestane maximumgehalte in het volledige diervoeder van 20 000 mg/kg volledig diervoeder niet overschrijden.

4.

Het toevoegingsmiddel mag worden gebruikt in diervoeding die voldoet aan de wetgeving van de Europese Unie inzake ongewenste stoffen in diervoeding.

5.

Voor de veiligheid: gebruik van ademhalingsbescherming, bril en handschoenen tijdens hantering.

19 november 2023


(1)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn te vinden op het volgende adres van het referentielaboratorium van de Europese Unie voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding: http://irmm.jrc.ec.europa.eu/EURLs/EURL_feed_additives/Pages/index.aspx


BIJLAGE II

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Toevoegingsmiddel

Chemische formule, beschrijving, analysemethoden

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Overige bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

mg werkzame stof/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

Categorie: technologische toevoegingsmiddelen. Functionele groep: bindmiddelen

1m558i

Bentoniet

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Bentoniet: ≥ 50 % smectiet

 

Karakterisering van de werkzame stof

Bentoniet: ≥ 50 % smectiet

 

Analysemethoden  (1)

Voor de bepaling in toevoegingsmiddelen voor diervoeding: röntgendiffractie (XRD)

Alle diersoorten

 

20 000

1.

In de gebruiksaanwijzing moet worden vermeld:

„Gelijktijdig oraal gebruik met macroliden moet worden vermeden.”;

voor pluimvee: „Gelijktijdig oraal gebruik met robenidine moet worden vermeden.”.

2.

Voor pluimvee: gelijktijdig gebruik met coccidiostatica andere dan robenidine is gecontra-indiceerd bij een bentonietgehalte van meer dan 5 000 mg/kg volledig diervoeder.

3.

Het totale bentonietgehalte mag het toegestane maximumgehalte in het volledige diervoeder van 20 000 mg/kg volledig diervoeder niet overschrijden.

4.

Voor de veiligheid: gebruik van ademhalingsbescherming, bril en handschoenen tijdens hantering.

19 november 2023

Categorie: technologische toevoegingsmiddelen. Functionele groep: antiklontermiddelen

1m558i

Bentoniet

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Bentoniet: ≥ 50 % smectiet

 

Karakterisering van de werkzame stof

Bentoniet: ≥ 50 % smectiet

 

Analysemethoden  (1)

Voor de bepaling in toevoegingsmiddelen voor diervoeding: röntgendiffractie (XRD)

Alle diersoorten

 

20 000

1.

In de gebruiksaanwijzing moet worden vermeld:

„Gelijktijdig oraal gebruik met macroliden moet worden vermeden.”;

voor pluimvee: „Gelijktijdig oraal gebruik met robenidine moet worden vermeden.”.

2.

Voor pluimvee: gelijktijdig gebruik met coccidiostatica andere dan robenidine is gecontra-indiceerd bij een bentonietgehalte van meer dan 5 000 mg/kg volledig diervoeder.

3.

Het totale bentonietgehalte mag het toegestane maximumgehalte in het volledige diervoeder van 20 000 mg/kg volledig diervoeder niet overschrijden.

4.

Voor de veiligheid: gebruik van ademhalingsbescherming, bril en handschoenen tijdens hantering.

19 november 2023

Categorie: technologische toevoegingsmiddelen. Functionele groep: stoffen ter bestrijding van radionuclidecontaminatie (134/137Cs)

1m558i

Bentoniet

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Bentoniet: ≥ 50 % smectiet

 

Karakterisering van de werkzame stof

Bentoniet: ≥ 50 % smectiet

 

Analysemethoden  (1)

Voor de bepaling in toevoegingsmiddelen voor diervoeding: röntgendiffractie (XRD)

Alle diersoorten

 

1.

In de gebruiksaanwijzing moet worden vermeld:

„Gelijktijdig oraal gebruik met macroliden moet worden vermeden.”;

voor pluimvee: „Gelijktijdig oraal gebruik met robenidine moet worden vermeden.”.

2.

Voor pluimvee: gelijktijdig gebruik met coccidiostatica andere dan robenidine is gecontra-indiceerd bij een bentonietgehalte van meer dan 5 000 mg/kg volledig diervoeder.

3.

Het mengsel van verschillende bronnen van bentoniet mag het toegestane maximumgehalte in het volledige diervoeder van 20 000 mg/kg volledig diervoeder niet overschrijden.

4.

Het toevoegingsmiddel mag worden gebruikt wanneer diervoeders zijn besmet met radioactief cesium om dit in dieren en dierlijke producten te beperken.

5.

Voor de veiligheid: gebruik van ademhalingsbescherming, bril en handschoenen tijdens hantering.

19 november 2023


(1)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn te vinden op het volgende adres van het referentielaboratorium van de Europese Unie voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding: http://irmm.jrc.ec.europa.eu/EURLs/EURL_feed_additives/Pages/index.aspx


31.10.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 289/38


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1061/2013 VAN DE COMMISSIE

van 29 oktober 2013

tot verlening van een vergunning voor een preparaat van Enterococcus faecium NCIMB 10415 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor kalveren, geitenlammeren, katten en honden en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1288/2004 (vergunninghouder DSM Nutritional Products Ltd vertegenwoordigd door DSM Nutritional Products Sp. Z o.o)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de vergunningsgronden en -procedures, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003. Artikel 10 van die verordening voorziet in de herbeoordeling van toevoegingsmiddelen waarvoor een vergunning is verleend overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG van de Raad (2).

(2)

Bij Verordening (EG) nr. 1288/2004 van de Commissie (3), Verordening (EG) nr. 1200/2005 van de Commissie (4), Verordening (EG) nr. 252/2006 van de Commissie (5), Verordening (EG) nr. 943/2005 van de Commissie (6) en Verordening (EG) nr. 102/2009 van de Commissie (7) is overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG een vergunning zonder tijdsbeperking verleend voor het gebruik van het preparaat van Enterococcus faecium NCIMB 10415 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor respectievelijk kalveren, zeugen, biggen, mestvarkens, en katten en honden. Vervolgens is dat preparaat overeenkomstig artikel 10, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1831/2003 als bestaand product opgenomen in het repertorium van toevoegingsmiddelen voor diervoeding.

(3)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 361/2011 van de Commissie is het gebruik van dat preparaat ook gedurende tien jaar toegestaan voor mestkippen (8).

(4)

Overeenkomstig artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 in samenhang met artikel 7 van die verordening is een aanvraag ingediend voor de herbeoordeling van een preparaat van Enterococcus faecium NCIMB 10415 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor kalveren, katten en honden, en — overeenkomstig artikel 7 van die verordening — voor een nieuwe toepassing voor geitenlammeren, waarbij is verzocht dat toevoegingsmiddel in de categorie „zoötechnische toevoegingsmiddelen” in te delen. De krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste gegevens en documenten waren bij de aanvraag gevoegd.

(5)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar adviezen van 29 januari 2013 (9) geconcludeerd dat het preparaat van Enterococcus faecium NCIMB 10415 onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden geen ongunstige effecten voor de diergezondheid, de menselijke gezondheid en het milieu heeft, en dat het gebruik ervan het eindgewicht van en/of de dagelijkse gewichtstoename bij opfok- en mestkalveren verhoogt en dat die resultaten naar geitenlammeren kunnen worden geëxtrapoleerd. De EFSA heeft eveneens erkend dat het preparaat een gunstig effect heeft bij honden door de concentratie IgA in de ingewanden of het serum te verhogen. Specifieke eisen voor toezicht na het in de handel brengen acht de EFSA niet nodig. De EFSA heeft ook het rapport over de analysemethode voor het toevoegingsmiddel voor diervoeding geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde referentielaboratorium was ingediend.

(6)

Bij katten werden kleine maar significante effecten op de fecale kwaliteit waargenomen, wat voldoende werd geacht om de werkzaamheid bij deze soort te bevestigen.

(7)

Uit de beoordeling van het preparaat van Enterococcus faecium NCIMB 10415 blijkt dat aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vermelde voorwaarden voor de verlening van een vergunning is voldaan. Het gebruik van dat toevoegingsmiddel zoals gespecificeerd in de bijlage bij deze verordening moet daarom worden toegestaan.

(8)

Als gevolg van de verlening van een nieuwe vergunning krachtens Verordening (EG) nr. 1831/2003 moet Verordening (EG) nr. 102/2009 worden ingetrokken en Verordening (EG) nr. 1288/2004 dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(9)

Aangezien er geen veiligheidsredenen zijn die de onmiddellijke toepassing van de wijzigingen van de vergunningsvoorwaarden vereisen, moet een overgangsperiode worden vastgesteld om de belanghebbende partijen in staat te stellen zich voor te bereiden om aan de nieuwe eisen van de vergunning te voldoen.

(10)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verlening van de vergunning

Voor het in de bijlage beschreven preparaat, dat behoort tot de categorie „zoötechnische toevoegingsmiddelen” en de functionele groepen „darmflorastabilisatoren” en „andere zoötechnische toevoegingsmiddelen”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding verleend.

Artikel 2

Intrekking van Verordening (EG) nr. 102/2009

Verordening (EG) nr. 102/2009 wordt ingetrokken.

Artikel 3

Wijziging van Verordening (EG) nr. 1288/2004

In bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1288/2004 wordt de vermelding betreffende E 1705, Enterococcus faecium NCIMB 10415 geschrapt.

Artikel 4

Overgangsmaatregelen

Het in de bijlage gespecificeerde preparaat — voor zover het voor kalveren wordt gebruikt — en de dat preparaat bevattende diervoeders die, overeenkomstig de geldende voorschriften die vóór 19 november 2013 van toepassing waren, vóór 19 mei 2014 zijn geproduceerd en geëtiketteerd, mogen verder in de handel worden gebracht en gebruikt totdat de bestaande voorraden zijn uitgeput.

Het in de bijlage beschreven preparaat — voor zover het voor katten en honden wordt gebruikt — en de dat preparaat bevattende diervoeders die, overeenkomstig de geldende voorschriften die vóór 19 november 2013 van toepassing waren, vóór 19 november 2015 zijn geproduceerd en geëtiketteerd, mogen verder in de handel worden gebracht en gebruikt totdat de bestaande voorraden zijn uitgeput.

Artikel 5

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 29 oktober 2013.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2)  Richtlijn 70/524/EEG van de Raad van 23 november 1970 betreffende toevoegingsmiddelen in de veevoeding (PB L 270 van 14.12.1970, blz. 1).

(3)  Verordening (EG) nr. 1288/2004 van de Commissie van 14 juli 2004 tot verlening van een permanente vergunning voor bepaalde toevoegingsmiddelen en een voorlopige vergunning voor een nieuwe toepassing van een al toegelaten toevoegingsmiddel in de diervoeding (PB L 243 van 15.7.2004, blz. 10).

(4)  Verordening (EG) nr. 1200/2005 van de Commissie van 26 juli 2005 tot verlening van een permanente vergunning voor bepaalde toevoegingsmiddelen en een voorlopige vergunning voor een nieuwe toepassing van een al toegelaten toevoegingsmiddel in de diervoeding (PB L 195 van 27.7.2005, blz. 6).

(5)  Verordening (EG) nr. 252/2006 van de Commissie van 14 februari 2006 betreffende de permanente vergunningen voor bepaalde toevoegingsmiddelen in diervoeding en de voorlopige vergunningen voor nieuwe toepassingen van bepaalde al in diervoeding toegelaten toevoegingsmiddelen (PB L 44 van 15.2.2006, blz. 3).

(6)  Verordening (EG) nr. 943/2005 van de Commissie van 21 juni 2005 tot verlening van een permanente vergunning voor bepaalde toevoegingsmiddelen in diervoeding (PB L 159 van 22.6.2005, blz. 6).

(7)  Verordening (EG) nr. 102/2009 van de Commissie van 3 februari 2009 tot verlening van een permanente vergunning voor een toevoegingsmiddel voor diervoeding (PB L 34 van 4.2.2009, blz. 8).

(8)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 361/2011 van de Commissie van 13 april 2011 tot verlening van een vergunning voor Enterococcus faecium NCIMB 10415 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor mestkippen (vergunninghouder DSM Nutritional products Ltd, vertegenwoordigd door DSM Nutritional Products Sp. Z o.o) en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 943/2005 (PB L 100 van 14.4.2011, blz. 22).

(9)  EFSA Journal 2013; 11(2):3097 en 3098.


BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Naam van de vergunninghouder

Toevoegingsmiddel

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Overige bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

CFU/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

Categorie: zoötechnische toevoegingsmiddelen. Functionele groep: darmflorastabilisatoren.

4b1705

DSM Nutritional Products Ltd vertegenwoordigd door DSM Nutritional products Sp. Z o.o

Enterococcus faecium

NCIMB 10415

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Preparaat van Enterococcus faecium

NCIMB 10415 met minimaal: microcapsules met schellak en andere microcapsules:

1 × 1010 CFU/g toevoegingsmiddel;

niet-gecoate korrels:

3,5 × 1010 CFU/g toevoegingsmiddel;

 

Karakterisering van de werkzame stof

Levensvatbare cellen van Enterococcus faecium

NCIMB 10415

 

Analysemethode  (1)

Telling: spreidplaatmethode onder gebruikmaking van gal-esculineazideagar (EN 15788)

Identificatie: pulsed-field gelelektroforese (PFGE)

Kalveren

Geitenlammeren

1 × 109

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de bewaaromstandigheden en de stabiliteit bij verwerking tot pellets vermelden.

19 november 2023

4b1705

DSM Nutritional Products Ltd vertegenwoordigd door DSM Nutritional products Sp. Z o.o

Enterococcus faecium

NCIMB 10415

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Preparaat van Enterococcus faecium

NCIMB 10415 met minimaal: 5 × 109 CFU/g toevoegingsmiddel;

microcapsules (schellak).

 

Karakterisering van de werkzame stof

Levensvatbare cellen van Enterococcus faecium

NCIMB 10415

 

Analysemethode  (1)

Telling: spreidplaatmethode onder gebruikmaking van gal-esculineazideagar (EN 15788)

Identificatie: pulsed-field gelelektroforese (PFGE)

Katten

7 × 109

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de bewaaromstandigheden en de stabiliteit bij verwerking tot pellets vermelden.

19 november 2023

Categorie: zoötechnische toevoegingsmiddelen. Functionele groep: andere zoötechnische toevoegingsmiddelen (verbetering van de darmcondities)

4b1705

DSM Nutritional Products Ltd vertegenwoordigd door DSM Nutritional products Sp. Z o.o

Enterococcus faecium

NCIMB 10415

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Preparaat van Enterococcus faecium

NCIMB 10415 met minimaal: 5 × 109 CFU/g toevoegingsmiddel.

Microcapsules (schellak).

 

Karakterisering van de werkzame stof

Levensvatbare cellen van Enterococcus faecium

NCIMB 10415

 

Analysemethode  (1)

Telling: spreidplaatmethode onder gebruikmaking van gal-esculineazideagar (EN 15788)

Identificatie: pulsed-field gelelektroforese (PFGE)

Honden

2,5 × 109

 

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de bewaaromstandigheden en de stabiliteit bij verwerking tot pellets vermelden.

19 november 2023


(1)  La description détaillée des méthodes d’analyse est publiée sur le site du laboratoire de référence de l’Union européenne chargé des additifs pour l’alimentation animale à l’adresse suivante: http://irmm.jrc.ec.europa.eu/EURLs/EURL_feed_additives/Pages/index.aspx


31.10.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 289/42


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1062/2013 VAN DE COMMISSIE

van 30 oktober 2013

betreffende het formaat van de Europese technische beoordeling voor bouwproducten

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad (1), en met name artikel 26, lid 3,

Na raadpleging van het Permanent Comité voor de bouw,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Europese technische beoordelingen zijn noodzakelijk om de fabrikanten van bouwproducten de mogelijkheid te geven een prestatieverklaring op te stellen voor een bouwproduct dat niet of niet volledig onder een geharmoniseerde norm valt.

(2)

In artikel 26, lid 2, van Verordening (EU) nr. 305/2011 worden eisen vastgesteld voor de inhoud van de Europese technische beoordeling. Aangezien de voor de productiecontrole in de fabriek in acht te nemen beginselen zullen worden opgenomen in de respectieve Europese beoordelingsdocumenten (EBD’s), moet de Europese technische beoordeling slechts de technische details bevatten die volgens de in het EBD opgenomen beginselen op dat niveau moeten worden vastgesteld om de beoordeling en verificatie van de prestatiebestendigheid in praktijk te brengen.

(3)

Gezien de grote verscheidenheid aan betrokken bouwproducten moet het formaat van de Europese technische beoordeling voldoende flexibel worden vastgesteld voor wat de technische beschrijving van het product betreft.

(4)

Er moet in de Europese technische beoordeling ook voldoende flexibiliteit worden gewaarborgd voor de weergave van de prestaties van het product, zodat de fabrikanten die makkelijk en duidelijk in de op die beoordeling gebaseerde prestatieverklaring kunnen opnemen.

(5)

Om vertrouwelijke technische informatie over het product te beschermen, moeten de fabrikanten aan de verantwoordelijke technische beoordelingsinstantie kunnen laten weten welke delen van de productbeschrijving vertrouwelijk zijn en niet samen met de Europese technische beoordeling mogen worden bekendgemaakt. Vertrouwelijke informatie moet in aparte bijlagen bij die Europese technische beoordelingen worden opgenomen.

(6)

Om de efficiënte van de interne markt en het concurrentievermogen van de Europese bouwsector als geheel te versterken, moet een Europese technische beoordeling zo spoedig mogelijk kunnen worden afgegeven aan de fabrikant die erom heeft gevraagd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het formaat van de Europese technische beoordeling voor bouwproducten is opgenomen in de bijlage.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 oktober 2013.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 88 van 4.4.2011, blz. 5.


BIJLAGE

EUROPESE TECHNISCHE BEOORDELING

Nr. … van … [datum]

Algemeen gedeelte

1.

Technische beoordelingsinstantie die de Europese technische beoordeling afgeeft:

2.

Handelsbenaming van het bouwproduct:

3.

Productfamilie waar het bouwproduct toe behoort:

4.

Fabrikant:

5.

Fabriek(en) waar het product wordt geproduceerd:

6.

Deze Europese technische beoordeling bestaat uit … bladzijden en … bijlage(n) die een integrerend onderdeel van deze beoordeling vormen.

Bijlage(n) … bevat(ten) vertrouwelijke informatie en wordt/worden niet opgenomen in de Europese technische beoordeling wanneer die beoordeling publiekelijk wordt verspreid.

7.

Deze Europese technische beoordeling is afgegeven overeenkomstig Verordening (EU) nr. 305/2011, op grond van …

Specifieke onderdelen

8.

Technische beschrijving van het product:

9.

Beschrijving van het beoogde gebruik overeenkomstig het toepasselijke Europees beoordelingsdocument (hierna EBD):

10.

Prestaties van het product en verwijzing naar de methoden die voor de beoordeling zijn gebruikt:

11.

Gebruikte systeem voor beoordeling en verificatie van de prestatiebestendigheid, met verwijzing naar de juridische basis daarvan:

12.

Technische details die nodig zijn voor het uitvoeren van het systeem voor beoordeling en verificatie van de prestatiebestendigheid zoals vastgesteld in het toepasselijke EBD:

Afgegeven te … op …/… 20….

door …

Bijlage(n)


31.10.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 289/44


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1063/2013 VAN DE COMMISSIE

van 30 oktober 2013

tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2454/93 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek wat het equivalentiesysteem in de suikersector betreft

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (1), en met name artikel 247,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie (2), bijlage 74, punt 3, wordt het gebruik van het equivalentiesysteem tussen ruwe rietsuiker (GN-code 1701 11 90) en ruwe beetwortelsuiker (GN-code 1701 12 90) toegestaan, mits veredelingsproducten worden verkregen die zijn ingedeeld onder GN-code 1701 99 10 (witte suiker).

(2)

Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie, bijlage 74, punt 3, kan echter niet correct worden toegepast omdat er in de Unie geen markt is voor ruwe beetwortelsuiker.

(3)

Er dient een oplossing te worden gevonden die in samenhang met het gebruik van equivalente goederen de rechtszekerheid in de suikersector garandeert.

(4)

Witte suiker wordt doorgaans uit suikerbiet verkregen via een continu proces. Ruwe beetwortelsuiker wordt tijdens dit proces niet als een afzonderlijk product geproduceerd en kan daarom niet op de markt worden gebracht. Daarom is het wenselijk het gebruik van suikerbiet in plaats van ruwe beetwortelsuiker als equivalente goederen toe te staan.

(5)

Het rendement van ruwe rietsuiker moet worden berekend overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (3), bijlage IV, deel B, punt III, onder 3), omdat dit in de suikersector een specifieke berekeningsmethode is.

(6)

De verwijzingen naar de codes van de gecombineerde nomenclatuur (GN) in Verordening (EEG) nr. 2454/93, bijlage 74, punt 3, moeten door de wijzigingen in de GN worden bijgewerkt.

(7)

Verordening (EEG) nr. 2454/93, bijlage 74, punt 3, moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(8)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité douanewetboek,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EEG) nr. 2454/93, bijlage 74, punt 3, wordt vervangen door het volgende:

„3.   Suiker

Equivalentieverkeer is toegestaan tussen ruwe rietsuiker van buiten de Unie (GN-codes 1701 13 90 en/of 1701 14 90) en suikerbiet (GN-code 1212 91 80), mits veredelingsproducten worden verkregen die zijn ingedeeld onder GN-code 1701 99 10 (witte suiker).

De equivalente hoeveelheid van ruwe rietsuiker van standaardkwaliteit zoals gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (4), bijlage IV, deel B, punt III, wordt berekend door de hoeveelheid witte suiker te vermenigvuldigen met de coëfficiënt 1,0869565.

De equivalente hoeveelheid ruwe rietsuiker die niet van de standaardkwaliteit is, wordt berekend door de hoeveelheid witte suiker te vermenigvuldiging met een coëfficiënt die wordt verkregen door 100 te delen door het rendement van ruwe rietsuiker. Het rendement van ruwe rietsuiker wordt berekend zoals vermeld in Verordening (EG) nr. 1234/2007, bijlage IV, deel B, punt III, onder 3).

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 oktober 2013.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1.

(2)  Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1).

(3)  Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1).

(4)  Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1).”.


31.10.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 289/46


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1064/2013 VAN DE COMMISSIE

van 30 oktober 2013

tot vaststelling, voor de periode 2013/2014, van de coëfficiënten voor de in de vorm van Scotch whisky uitgevoerde granen

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),

Gezien Verordening (EG) nr. 1670/2006 van de Commissie van 10 november 2006 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad wat de vaststelling en de toekenning van aangepaste restituties voor in de vorm van bepaalde alcoholhoudende dranken uitgevoerde granen betreft (2), en met name artikel 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1670/2006 is bepaald dat de hoeveelheden granen waarvoor de restitutie wordt toegekend, de hoeveelheden zijn die onder controle zijn geplaatst en zijn gedistilleerd en waarop een jaarlijks voor elke betrokken lidstaat vast te stellen coëfficiënt is toegepast. Deze coëfficiënt drukt de verhouding uit tussen de in totaal uitgevoerde hoeveelheden en de in totaal in de handel gebrachte hoeveelheden van de betrokken alcoholhoudende drank op basis van de geconstateerde ontwikkeling van die hoeveelheden tijdens het aantal jaren dat overeenkomt met de gemiddelde rijpingsperiode van de betrokken alcoholhoudende drank.

(2)

Volgens de gegevens die het Verenigd Koninkrijk heeft verstrekt voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2012, bedroeg de gemiddelde rijpingsperiode van Scotch whisky in 2012 zeven jaar.

(3)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 745/2012 van de Commissie (3) heeft niet langer effect aangezien zij betrekking heeft op de coëfficiënten voor de periode 2012/2013. Derhalve dienen de coëfficiënten voor de periode van 1 oktober 2013 tot en met 30 september 2014 te worden vastgesteld.

(4)

Op grond van artikel 10 van Protocol nr. 3 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte mogen geen restituties worden verleend bij uitvoer naar Liechtenstein, IJsland en Noorwegen. Bovendien heeft de EU in overeenkomsten met sommige derde landen afgesproken geen uitvoerrestituties te verlenen. Bijgevolg dient dit overeenkomstig artikel 7, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1670/2006 in aanmerking te worden genomen bij de berekening van de coëfficiënt voor de periode 2013/2014,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1670/2006 bedoelde coëfficiënten voor de granen die in het Verenigd Koninkrijk worden gebruikt voor de vervaardiging van Scotch whisky, worden voor de periode van 1 oktober 2013 tot en met 30 september 2014 vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing van 1 oktober 2013 tot en met 30 september 2014.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 oktober 2013.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 312 van 11.11.2006, blz. 33.

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 745/2012 van de Commissie van 16 augustus 2012 tot vaststelling, voor de periode 2012/2013, van de coëfficiënten voor de in de vorm van Scotch whisky uitgevoerde granen (PB L 219 van 17.8.2012, blz. 13).


BIJLAGE

In het Verenigd Koninkrijk toe te passen coëfficiënten

Periode van toepassing

Coëfficiënt voor

de vermoute gerst die wordt gebruikt voor de vervaardiging van malt whisky

de granen die worden gebruikt voor de vervaardiging van grain whisky

Van 1 oktober 2013 tot en met 30 september 2014

0,667

0,515


31.10.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 289/48


VERORDENING (EU) Nr. 1065/2013 VAN DE COMMISSIE

van 30 oktober 2013

tot wijziging van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 110/2008 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de definitie, de aanduiding, de presentatie, de etikettering en de bescherming van geografische aanduidingen van gedistilleerde dranken

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 110/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008 betreffende de definitie, de aanduiding, de presentatie, de etikettering en de bescherming van geografische aanduidingen van gedistilleerde dranken en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 1576/89 van de Raad (1), en met name artikel 17, lid 8,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Republiek Peru heeft een aanvraag tot registratie van „Pisco” als geografische aanduiding in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 110/2008 ingediend overeenkomstig de procedure van artikel 17, lid 1, van die verordening. „Pisco” is een vruchten-eau-de-vie die traditioneel in Peru wordt gemaakt door het vergisten en distilleren van druiven.

(2)

Met het oog op de toepassing van de bezwaarprocedure zijn de belangrijke specificaties van het technische dossier van „Pisco” overeenkomstig artikel 17, lid 6, van Verordening (EG) nr. 110/2008 bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie  (2). Aangezien de Commissie geen bezwaren overeenkomstig artikel 17, lid 7, van Verordening (EG) nr. 110/2008 heeft ontvangen, moet die naam in bijlage III bij die verordening worden opgenomen.

(3)

Volgens de Overeenkomst tot oprichting van een associatie tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds, die bij Besluit 2002/979/EG van de Raad (3) is goedgekeurd, is „Pisco” een beschermde aanduiding voor gedistilleerde dranken van oorsprong uit Chili. Daarom moet worden verduidelijkt dat de bescherming van de geografische aanduiding „Pisco” voor producten van oorsprong uit Peru geen belemmering vormt voor het gebruik van die benaming voor producten van oorsprong uit Chili.

(4)

Verordening (EG) nr. 110/2008 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor gedistilleerde dranken,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In bijlage III bij Verordening (EG) nr. 110/2008 wordt in productcategorie „9. Vruchten-eau-de-vie” de volgende vermelding toegevoegd:

 

Pisco  (4)

Peru

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 oktober 2013.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 39 van 13.2.2008, blz. 16.

(2)  PB C 141 van 12.5.2011, blz. 16.

(3)  PB L 352 van 30.12.2002, blz. 1.

(4)  De bescherming van de geografische aanduiding „Pisco” op grond van deze verordening doet geen afbreuk aan het gebruik van de naam „Pisco” voor producten van oorsprong uit Chili die beschermd zijn krachtens de Overeenkomst tot oprichting van een associatie tussen de Unie en Chili van 2002.”.


31.10.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 289/49


VERORDENING (EU) Nr. 1066/2013 VAN DE COMMISSIE

van 30 oktober 2013

tot weigering van een vergunning voor bepaalde gezondheidsclaims voor levensmiddelen die niet over ziekterisicobeperking en de ontwikkeling en de gezondheid van kinderen gaan

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1924/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen (1), en met name artikel 18, lid 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens Verordening (EG) nr. 1924/2006 zijn gezondheidsclaims voor levensmiddelen verboden, tenzij de Commissie daarvoor overeenkomstig die verordening een vergunning heeft verleend en zij zijn opgenomen in een lijst van toegestane claims.

(2)

Verordening (EG) nr. 1924/2006 bepaalt tevens dat aanvragen voor een vergunning voor een gezondheidsclaim door exploitanten van levensmiddelenbedrijven bij de bevoegde nationale autoriteit van een lidstaat kunnen worden ingediend. De bevoegde nationale autoriteit moet geldige aanvragen doorsturen naar de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, hierna „de EFSA” genoemd, voor een wetenschappelijke beoordeling, alsook ter informatie naar de Commissie en de lidstaten.

(3)

De EFSA moet een advies over de desbetreffende gezondheidsclaim uitbrengen.

(4)

De Commissie moet bij haar besluit over de verlening van een vergunning voor gezondheidsclaims rekening houden met het advies van de EFSA.

(5)

Ingevolge een aanvraag van Béres Pharmaceuticals Ltd, die werd ingediend overeenkomstig artikel 13, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1924/2006, moest de EFSA advies uitbrengen over een gezondheidsclaim met betrekking tot de effecten van glucosamine op het behoud van gezonde gewrichten (Vraag nr. EFSA-Q-2011-00907) (2). De door de aanvrager voorgestelde claim luidde als volgt: „Glucosamine draagt bij aan de bescherming van gewrichtskraakbeen dat aan overmatige beweging of belasting is blootgesteld, en helpt om het bewegingsbereik van gewrichten te vergroten.”.

(6)

Op 5 december 2011 hebben de Commissie en de lidstaten het wetenschappelijk advies van de EFSA ontvangen, waarin op grond van de overgelegde gegevens is geconcludeerd dat geen oorzakelijk verband was vastgesteld tussen de consumptie van glucosamine en het geclaimde effect. De claim mag bijgevolg niet worden toegestaan, aangezien hij niet voldoet aan de voorschriften van Verordening (EG) nr. 1924/2006.

(7)

Ingevolge een aanvraag van Merck Consumer Healthcare, die werd ingediend overeenkomstig artikel 13, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1924/2006, moest de EFSA advies uitbrengen over een gezondheidsclaim met betrekking tot de effecten van glucosamine op het behoud van normaal gewrichtskraakbeen (Vraag nr. EFSA-Q-2011-01113) (3). De door de aanvrager voorgestelde claim luidde onder meer als volgt: „Glucosamine draagt bij aan het behoud van normaal gewrichtskraakbeen.”.

(8)

Op 16 mei 2012 hebben de Commissie en de lidstaten het wetenschappelijk advies van de EFSA ontvangen, waarin op grond van de overgelegde gegevens is geconcludeerd dat geen oorzakelijk verband was vastgesteld tussen de consumptie van glucosamine en het geclaimde effect. De claim mag bijgevolg niet worden toegestaan, aangezien hij niet voldoet aan de voorschriften van Verordening (EG) nr. 1924/2006.

(9)

Na een aanvraag van Extraction Purification Innovation France, die werd ingediend overeenkomstig artikel 13, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1924/2006, moest de EFSA advies uitbrengen over een gezondheidsclaim met betrekking tot de consumptie van extract van polaire tarwelipiden en de bescherming van de huid tegen uitdroging (Vraag nr. EFSA-Q-2011-01122) (4). De door de aanvrager voorgestelde claim luidde onder meer als volgt: „Draagt bij aan de verbetering van de huidhydratatie.”.

(10)

Op 5 juli 2012 hebben de Commissie en de lidstaten het wetenschappelijk advies van de EFSA ontvangen, waarin op grond van de overgelegde gegevens is geconcludeerd dat geen oorzakelijk verband was vastgesteld tussen de consumptie van extract van polaire tarwelipiden en het geclaimde effect. De claim mag bijgevolg niet worden toegestaan, aangezien hij niet voldoet aan de voorschriften van Verordening (EG) nr. 1924/2006.

(11)

Ingevolge een aanvraag van Lesaffre International/Lesaffre Human Care, die werd ingediend overeenkomstig artikel 13, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1924/2006, moest de EFSA een advies uitbrengen over een gezondheidsclaim met betrekking tot de effecten van Saccharomyces cerevisiae var. boulardii CNCM I-3799 op de vermindering van gastro-intestinale ongemakken (Vraag nr. EFSA-Q-2012-00271) (5). De door de aanvrager voorgestelde claim luidde als volgt: „Saccharomyces cerevisiae var. boulardii CNCM I-3799 helpt bij het behoud van het intestinale comfort.”.

(12)

Op 17 juli 2012 hebben de Commissie en de lidstaten het wetenschappelijk advies van de EFSA ontvangen, waarin op grond van de overgelegde gegevens is geconcludeerd dat geen oorzakelijk verband kon worden vastgesteld tussen de consumptie van Saccharomyces cerevisiae var. boulardii CNCM I-3799 en het geclaimde effect. De claim mag bijgevolg niet worden toegestaan, aangezien hij niet voldoet aan de voorschriften van Verordening (EG) nr. 1924/2006.

(13)

Ingevolge twee aanvragen van Nutrilinks Sarl, die werden ingediend overeenkomstig artikel 13, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1924/2006, moest de EFSA een advies uitbrengen over een gezondheidsclaim met betrekking tot de effecten van een combinatie van thiamine, riboflavine, niacine, pantotheenzuur, pyridoxine, D-biotine en pompoenpitolie (Cucurbita pepo L.) op het behoud van normaal haar (Vragen nrs. EFSA-Q-2012-00334 en EFSA-Q-2012-00335) (6). De door de aanvrager voorgestelde claim luidde onder meer als volgt: „Helpt om het aantal haren te vermeerderen.”.

(14)

Op 17 juli 2012 hebben de Commissie en de lidstaten het wetenschappelijk advies van de EFSA ontvangen, waarin op grond van de overgelegde gegevens is geconcludeerd dat geen oorzakelijk verband was vastgesteld tussen de consumptie van een combinatie van thiamine, riboflavine, niacine, pantotheenzuur, pyridoxine, D-biotine en pompoenpitolie (Cucurbita pepo L.) en het geclaimde effect. De claim mag bijgevolg niet worden toegestaan, aangezien hij niet voldoet aan de voorschriften van Verordening (EG) nr. 1924/2006.

(15)

Ingevolge een aanvraag van Nutrilinks Sarl, die werd ingediend overeenkomstig artikel 13, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1924/2006, moest de EFSA een advies uitbrengen over een gezondheidsclaim met betrekking tot de effecten van extract van Rhodiola rosea L. op de vermindering van geestelijke vermoeidheid (Vraag nr. EFSA-Q-2012-00336) (7). De door de aanvrager voorgestelde claim luidde onder meer als volgt: „Helpt om vermoeidheid bij stress te verminderen.”.

(16)

Op 17 juli 2012 hebben de Commissie en de lidstaten het wetenschappelijk advies van de EFSA ontvangen, waarin op grond van de overgelegde gegevens is geconcludeerd dat geen oorzakelijk verband was vastgesteld tussen de consumptie van extract van Rhodiola rosea L. en het geclaimde effect. De claim mag bijgevolg niet worden toegestaan, aangezien hij niet voldoet aan de voorschriften van Verordening (EG) nr. 1924/2006.

(17)

Ingevolge een aanvraag van Nutrilinks Sarl, die werd ingediend overeenkomstig artikel 13, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1924/2006, moest de EFSA een advies uitbrengen over een gezondheidsclaim met betrekking tot de effecten van een combinatie van lijnzaadolie en vitamine E op het behoud van de functie van permeabiliteitsbarrière van de huid (Vraag nr. EFSA-Q-2012-00337) (8). De door de aanvrager voorgestelde claim luidde onder meer als volgt: „Draagt bij aan het behoud van de functie van permeabiliteitsbarrière van de huid.”.

(18)

Op 17 juli 2012 hebben de Commissie en de lidstaten het wetenschappelijk advies van de EFSA ontvangen, waarin op grond van de overgelegde gegevens is geconcludeerd dat geen oorzakelijk verband was vastgesteld tussen de consumptie van een combinatie van lijnzaadolie en vitamine E en het geclaimde effect. De claim mag bijgevolg niet worden toegestaan, aangezien hij niet voldoet aan de voorschriften van Verordening (EG) nr. 1924/2006.

(19)

Ingevolge een aanvraag van Nutrilinks Sarl, die werd ingediend overeenkomstig artikel 13, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1924/2006, moest de EFSA een advies uitbrengen over een gezondheidsclaim met betrekking tot de effecten van Opti EFAX™ op het behoud van normale concentraties LDL-cholesterol in het bloed (Vraag nr. EFSA-Q-2012-00339) (9). De door de aanvrager voorgestelde claim luidde als volgt: „Opti EFAX™ helpt bij het behoud van gezonde LDL-cholesterolwaarden in het bloed.”.

(20)

Op 17 juli 2012 hebben de Commissie en de lidstaten het wetenschappelijk advies van de EFSA ontvangen, waarin op grond van de overgelegde gegevens is geconcludeerd dat geen oorzakelijk verband was vastgesteld tussen de consumptie van Opti EFAX™ en het geclaimde effect. De claim mag bijgevolg niet worden toegestaan, aangezien hij niet voldoet aan de voorschriften van Verordening (EG) nr. 1924/2006.

(21)

Ingevolge een aanvraag van Nutrilinks Sarl, die werd ingediend overeenkomstig artikel 13, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1924/2006, moest de EFSA een advies uitbrengen over een gezondheidsclaim met betrekking tot de effecten van Opti EFAX™ op het behoud van normale concentraties HDL-cholesterol in het bloed (Vraag nr. EFSA-Q-2012-00340) (10). De door de aanvrager voorgestelde claim luidde als volgt: „Opti EFAX™ helpt bij het behoud van gezonde HDL-cholesterolwaarden in het bloed.”.

(22)

Op 17 juli 2012 hebben de Commissie en de lidstaten het wetenschappelijk advies van de EFSA ontvangen, waarin op grond van de overgelegde gegevens is geconcludeerd dat geen oorzakelijk verband was vastgesteld tussen de consumptie van Opti EFAX™ en het geclaimde effect. De claim mag bijgevolg niet worden toegestaan, aangezien hij niet voldoet aan de voorschriften van Verordening (EG) nr. 1924/2006.

(23)

Ingevolge een aanvraag van Nutrilinks Sarl, die werd ingediend overeenkomstig artikel 13, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1924/2006, moest de EFSA een advies uitbrengen over een gezondheidsclaim met betrekking tot de effecten van KF2BL20, dat een combinatie is van keratine, koper, zink, niacine, pantotheenzuur, pyridoxine en D-biotine, op het behoud van normaal haar (Vraag nr. EFSA-Q-2012-00381) (11). De door de aanvrager voorgestelde claim luidde onder meer als volgt: „Helpt bij het behoud van de sterkte van het haar.”.

(24)

Op 17 juli 2012 hebben de Commissie en de lidstaten het wetenschappelijk advies van de EFSA ontvangen, waarin op grond van de overgelegde gegevens is geconcludeerd dat geen oorzakelijk verband was vastgesteld tussen de consumptie van KF2BL20 en het geclaimde effect. De claim mag bijgevolg niet worden toegestaan, aangezien hij niet voldoet aan de voorschriften van Verordening (EG) nr. 1924/2006.

(25)

Ingevolge een aanvraag van Nutrilinks Sarl, die werd ingediend overeenkomstig artikel 13, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1924/2006, moest de EFSA een advies uitbrengen over een gezondheidsclaim met betrekking tot de effecten van hyaluronzuur op de bescherming van de huid tegen uitdroging (Vraag nr. EFSA-Q-2012-00382) (12). De door de aanvrager voorgestelde claim luidde onder meer als volgt: „Helpt bij het behoud van een goede huidhydratatie.”.

(26)

Op 17 juli 2012 hebben de Commissie en de lidstaten het wetenschappelijk advies van de EFSA ontvangen, waarin op grond van de overgelegde gegevens is geconcludeerd dat geen oorzakelijk verband was vastgesteld tussen de consumptie van hyaluronzuur en het geclaimde effect. De claim mag bijgevolg niet worden toegestaan, aangezien hij niet voldoet aan de voorschriften van Verordening (EG) nr. 1924/2006.

(27)

Ingevolge een aanvraag van Nutrilinks Sarl, die werd ingediend overeenkomstig artikel 13, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1924/2006, moest de EFSA een advies uitbrengen over een gezondheidsclaim met betrekking tot de effecten van Opti EFAX™ op het behoud van normale concentraties triglyceriden in het bloed (Vraag nr. EFSA-Q-2012-00383) (13). De door de aanvrager voorgestelde claim luidde als volgt: „Opti EFAX™ helpt bij het behoud van gezonde triglyceridenwaarden in het bloed.”.

(28)

Op 17 juli 2012 hebben de Commissie en de lidstaten het wetenschappelijk advies van de EFSA ontvangen, waarin op grond van de overgelegde gegevens is geconcludeerd dat geen oorzakelijk verband was vastgesteld tussen de consumptie van Opti EFAX™ en het geclaimde effect. De claim mag bijgevolg niet worden toegestaan, aangezien hij niet voldoet aan de voorschriften van Verordening (EG) nr. 1924/2006.

(29)

Ingevolge een aanvraag van Vivatech, die werd ingediend overeenkomstig artikel 13, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1924/2006, moest de EFSA een advies uitbrengen over een gezondheidsclaim met betrekking tot de effecten van Transitech® op de verbetering en de duurzame regulering van de darmtransit (Vraag nr. EFSA-Q-2012-00296) (14). De door de aanvrager voorgestelde claim luidde als volgt: „Zorgt voor verbetering en duurzame regulering van de darmtransit.”.

(30)

Op 26 september 2012 hebben de Commissie en de lidstaten het wetenschappelijk advies van de EFSA ontvangen, waarin op grond van de overgelegde gegevens is geconcludeerd dat geen oorzakelijk verband kon worden vastgesteld tussen de consumptie van Transitech® en het geclaimde effect. De claim mag bijgevolg niet worden toegestaan, aangezien hij niet voldoet aan de voorschriften van Verordening (EG) nr. 1924/2006.

(31)

Ingevolge een aanvraag van Nutrilinks Sarl, die werd ingediend overeenkomstig artikel 13, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1924/2006, moest de EFSA een advies uitbrengen over een gezondheidsclaim met betrekking tot de effecten van Femilub® op het behoud van vaginaal vocht (Vraag nr. EFSA-Q-2012-00571) (15). De door de aanvrager voorgestelde claim luidde onder meer als volgt: „Helpt om vaginale droogheid te verminderen.”.

(32)

Op 26 september 2012 hebben de Commissie en de lidstaten het wetenschappelijk advies van de EFSA ontvangen, waarin op grond van de overgelegde gegevens is geconcludeerd dat geen oorzakelijk verband was vastgesteld tussen de consumptie van Femilub® en het geclaimde effect. De claim mag bijgevolg niet worden toegestaan, aangezien hij niet voldoet aan de voorschriften van Verordening (EG) nr. 1924/2006.

(33)

Ingevolge een aanvraag van Nutrilinks Sarl, die werd ingediend overeenkomstig artikel 13, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1924/2006, moest de EFSA een advies uitbrengen over een gezondheidsclaim met betrekking tot de effecten van een combinatie van lycopeen, vitamine E, luteïne en selenium op de bescherming van de huid tegen uv-schade (Vraag nr. EFSA-Q-2012-00592) (16). De door de aanvrager voorgestelde claim luidde onder meer als volgt: „Helpt om gevoelige huid vanbinnenuit te beschermen en de zontolerantie ervan te verbeteren.”.

(34)

Op 27 september 2012 hebben de Commissie en de lidstaten het wetenschappelijk advies van de EFSA ontvangen, waarin op grond van de overgelegde gegevens is geconcludeerd dat geen oorzakelijk verband was vastgesteld tussen de consumptie van een combinatie van lycopeen, vitamine E, luteïne en selenium en het geclaimde effect. De claim mag bijgevolg niet worden toegestaan, aangezien hij niet voldoet aan de voorschriften van Verordening (EG) nr. 1924/2006.

(35)

Ingevolge een aanvraag van Glanbia Nutritionals plc, die werd ingediend overeenkomstig artikel 13, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1924/2006, moest de EFSA een advies uitbrengen over een gezondheidsclaim met betrekking tot de effecten van Prolibra® op de vermindering van het lichaamsvet met behoud van mager spierweefsel (Vraag nr. EFSA-Q-2012-00001) (17). De door de aanvrager voorgestelde claim luidde als volgt: „Helpt om het lichaamsvet te verminderen met behoud van mager spierweefsel.”.

(36)

Op 8 november 2012 hebben de Commissie en de lidstaten het wetenschappelijk advies van de EFSA ontvangen, waarin op grond van de overgelegde gegevens is geconcludeerd dat geen oorzakelijk verband kon worden vastgesteld tussen de consumptie van Prolibra® en het geclaimde effect. De claim mag bijgevolg niet worden toegestaan, aangezien hij niet voldoet aan de voorschriften van Verordening (EG) nr. 1924/2006.

(37)

Ingevolge een aanvraag van Nutrilinks Sarl, die werd ingediend overeenkomstig artikel 13, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1924/2006, moest de EFSA een advies uitbrengen over een gezondheidsclaim met betrekking tot de effecten van Eff EXT™ op de ondersteuning van de gewrichtsfunctie door het behoud van lage waarden van C-reactieve proteïne in het plasma (Vraag nr. EFSA-Q-2012-00386) (18). De door de aanvrager voorgestelde claim luidde onder meer als volgt: „Helpt om de gewrichtsfunctie te ondersteunen door het behoud van lage waarden van C-reactieve proteïne in het plasma.”.

(38)

Op 27 september 2012 hebben de Commissie en de lidstaten het wetenschappelijk advies van de EFSA ontvangen, waarin werd opgemerkt dat de claim betrekking heeft op een vermindering van ontstekingen die blijkt uit een verlaagde concentratie van C-reactieve proteïne in het plasma, en op grond van de overgelegde gegevens werd geconcludeerd dat een vermindering van ontstekingen in de context van ziekten zoals osteoartritis of reumatoïde artritis een therapeutisch doel voor de behandeling van een ziekte is.

(39)

Verordening (EG) nr. 1924/2006 completeert de algemene beginselen van Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 maart 2000 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgeving der lidstaten inzake de etikettering en presentatie van levensmiddelen alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame (19). Artikel 2, lid 1, onder b), van Richtlijn 2000/13/EG bepaalt dat de etikettering geen eigenschappen aan levensmiddelen mag toeschrijven inzake het voorkomen, behandelen of genezen van een ziekte van de mens, of geen toespelingen mag maken op dergelijke eigenschappen. Bijgevolg mag, aangezien het toeschrijven van geneeskrachtige eigenschappen aan levensmiddelen verboden is, de claim met betrekking tot de effecten van Eff EXT™ niet worden toegestaan.

(40)

De gezondheidsclaim met betrekking tot de effecten van Eff EXT™ op de ondersteuning van de gewrichtsfunctie door het behoud van lage waarden van C-reactieve proteïne in het plasma is een gezondheidsclaim waarbij geneeskrachtige eigenschappen worden toegeschreven aan het levensmiddel waarop de claim betrekking heeft, en is bijgevolg verboden voor levensmiddelen.

(41)

De gezondheidsclaim dat Prolibra® helpt om het lichaamsvet te verminderen met behoud van mager spierweefsel, is een gezondheidsclaim als bedoeld in artikel 13, lid 1, onder c), van Verordening (EG) nr. 1924/2006, waarvoor de overgangsperiode overeenkomstig artikel 28, lid 6, van die verordening geldt. Aangezien de aanvraag echter niet voor 19 januari 2008 is ingediend, is niet voldaan aan het vereiste van artikel 28, lid 6, onder b), van die verordening en komt die claim daarom niet in aanmerking voor de in dat artikel vastgestelde overgangsperiode.

(42)

De overige onder deze verordening vallende gezondheidsclaims zijn gezondheidsclaims als bedoeld in artikel 13, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 1924/2006, waarvoor de overgangsperiode overeenkomstig artikel 28, lid 5, van die verordening geldt totdat de lijst van toegestane claims wordt vastgesteld, mits zij aan die verordening voldoen.

(43)

De lijst van toegestane gezondheidsclaims is bij Verordening (EU) nr. 432/2012 van de Commissie (20) vastgesteld en is sinds 14 december 2012 van toepassing. Wat de in artikel 13, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1924/2006 bedoelde claims betreft waarvan de beoordeling door de EFSA of de bestudering door de Commissie uiterlijk op 14 december 2012 niet was afgerond en die krachtens deze verordening niet in de lijst van toegestane gezondheidsclaims worden opgenomen, is het passend te voorzien in een overgangsperiode gedurende welke zij verder mogen worden gebruikt teneinde de exploitanten van levensmiddelenbedrijven en de bevoegde nationale autoriteiten in staat te stellen zich aan het verbod van die claims aan te passen.

(44)

Bij het nemen van de in deze verordening vastgestelde maatregelen is rekening gehouden met de opmerkingen van de aanvragers en van het publiek die de Commissie overeenkomstig artikel 16, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1924/2006 heeft ontvangen.

(45)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, en het Europees Parlement noch de Raad heeft zich ertegen verzet,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De in de bijlage bij deze verordening vermelde gezondheidsclaims worden niet opgenomen in de EU-lijst van toegestane claims, als bedoeld in artikel 13, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1924/2006.

2.   De in lid 1 bedoelde gezondheidsclaims die zijn gebruikt vóór de inwerkingtreding van deze verordening, mogen verder worden gebruikt gedurende een periode van ten hoogste zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 oktober 2013.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 404 van 30.12.2006, blz. 9.

(2)  EFSA Journal 2011; 9(12):2476.

(3)  EFSA Journal 2012; 10(5):2691.

(4)  EFSA Journal 2012; 10(7):2773.

(5)  EFSA Journal 2012; 10(7):2801.

(6)  EFSA Journal 2012; 10(7):2807.

(7)  EFSA Journal 2012; 10(7):2805.

(8)  EFSA Journal 2012; 10(7):2819.

(9)  EFSA Journal 2012; 10(7):2802.

(10)  EFSA Journal 2012; 10(7):2803.

(11)  EFSA Journal 2012; 10(7):2808.

(12)  EFSA Journal 2012; 10(7):2806.

(13)  EFSA Journal 2012; 10(7):2804.

(14)  EFSA Journal 2012; 10(9):2887.

(15)  EFSA Journal 2012; 10(9):2888.

(16)  EFSA Journal 2012; 10(9):2890.

(17)  EFSA Journal 2012; 10(11):2949.

(18)  EFSA Journal 2012; 10(9):2889.

(19)  PB L 109 van 6.5.2000, blz. 29.

(20)  PB L 136 van 25.5.2012, blz. 1.


BIJLAGE

Afgewezen gezondheidsclaims

Aanvraag — Toepasselijke bepalingen van Verordening (EG) nr. 1924/2006

Nutriënt, stof, levensmiddel of levensmiddelencategorie

Claim

Referentie EFSA-advies

Gezondheidsclaim overeenkomstig artikel 13, lid 5, die is gebaseerd op nieuw wetenschappelijk bewijs en/of die een verzoek om bescherming van door eigendomsrechten beschermde gegevens inhoudt

Glucosamine

Glucosamine draagt bij aan de bescherming van gewrichtskraakbeen dat aan overmatige beweging of belasting is blootgesteld, en helpt om het bewegingsbereik van gewrichten te vergroten

Q-2011-00907

Gezondheidsclaim overeenkomstig artikel 13, lid 5, die is gebaseerd op nieuw wetenschappelijk bewijs en/of die een verzoek om bescherming van door eigendomsrechten beschermde gegevens inhoudt

Glucosamine

Glucosamine draagt bij aan het behoud van normaal gewrichtskraakbeen

Q-2011-01113

Gezondheidsclaim overeenkomstig artikel 13, lid 5, die is gebaseerd op nieuw wetenschappelijk bewijs en/of die een verzoek om bescherming van door eigendomsrechten beschermde gegevens inhoudt

Extract van polaire tarwelipiden

Draagt bij aan de verbetering van de huidhydratatie

Q-2011-01122

Gezondheidsclaim overeenkomstig artikel 13, lid 5, die is gebaseerd op nieuw wetenschappelijk bewijs en/of die een verzoek om bescherming van door eigendomsrechten beschermde gegevens inhoudt

Saccharomyces cerevisiae var. boulardii CNCM I-3799

Saccharomyces cerevisiae var. boulardii CNCM I-3799 helpt bij het behoud van het intestinale comfort

Q-2012-00271

Gezondheidsclaim overeenkomstig artikel 13, lid 5, die is gebaseerd op nieuw wetenschappelijk bewijs en/of die een verzoek om bescherming van door eigendomsrechten beschermde gegevens inhoudt

Een combinatie van thiamine, riboflavine, niacine, pantotheenzuur, pyridoxine, D-biotine en pompoenpitolie (Cucurbita pepo L.)

Helpt om het aantal haren te vermeerderen

Q-2012-00334 & Q-2012-00335

Gezondheidsclaim overeenkomstig artikel 13, lid 5, die is gebaseerd op nieuw wetenschappelijk bewijs en/of die een verzoek om bescherming van door eigendomsrechten beschermde gegevens inhoudt

Extract van Rhodiola rosea L.

Helpt om vermoeidheid bij stress te verminderen

Q-2012-00336

Gezondheidsclaim overeenkomstig artikel 13, lid 5, die is gebaseerd op nieuw wetenschappelijk bewijs en/of die een verzoek om bescherming van door eigendomsrechten beschermde gegevens inhoudt

Een combinatie van lijnzaadolie en vitamine E

Draagt bij aan het behoud van de functie van permeabiliteitsbarrière van de huid

Q-2012-00337

Gezondheidsclaim overeenkomstig artikel 13, lid 5, die is gebaseerd op nieuw wetenschappelijk bewijs en/of die een verzoek om bescherming van door eigendomsrechten beschermde gegevens inhoudt

Opti EFAX

Opti EFAX™ helpt bij het behoud van gezonde LDL-cholesterolwaarden in het bloed

Q-2012-00339

Gezondheidsclaim overeenkomstig artikel 13, lid 5, die is gebaseerd op nieuw wetenschappelijk bewijs en/of die een verzoek om bescherming van door eigendomsrechten beschermde gegevens inhoudt

Opti EFAX

Opti EFAX™ helpt bij het behoud van gezonde HDL-cholesterolwaarden in het bloed

Q-2012-00340

Gezondheidsclaim overeenkomstig artikel 13, lid 5, die is gebaseerd op nieuw wetenschappelijk bewijs en/of die een verzoek om bescherming van door eigendomsrechten beschermde gegevens inhoudt

KF2BL20

Helpt bij het behoud van de sterkte van het haar

Q-2012-00381

Gezondheidsclaim overeenkomstig artikel 13, lid 5, die is gebaseerd op nieuw wetenschappelijk bewijs en/of die een verzoek om bescherming van door eigendomsrechten beschermde gegevens inhoudt

Hyaluronzuur

Helpt bij het behoud van een goede huidhydratatie

Q-2012-00382

Gezondheidsclaim overeenkomstig artikel 13, lid 5, die is gebaseerd op nieuw wetenschappelijk bewijs en/of die een verzoek om bescherming van door eigendomsrechten beschermde gegevens inhoudt

Opti EFAX

Opti EFAX™ helpt bij het behoud van gezonde triglyceridenwaarden in het bloed

Q-2012-00383

Gezondheidsclaim overeenkomstig artikel 13, lid 5, die is gebaseerd op nieuw wetenschappelijk bewijs en/of die een verzoek om bescherming van door eigendomsrechten beschermde gegevens inhoudt

Transitech®

Zorgt voor verbetering en duurzame regulering van de darmtransit

Q-2012-00296

Gezondheidsclaim overeenkomstig artikel 13, lid 5, die is gebaseerd op nieuw wetenschappelijk bewijs en/of die een verzoek om bescherming van door eigendomsrechten beschermde gegevens inhoudt

Femilub®

Helpt om vaginale droogheid te verminderen

Q-2012-00571

Gezondheidsclaim overeenkomstig artikel 13, lid 5, die is gebaseerd op nieuw wetenschappelijk bewijs en/of die een verzoek om bescherming van door eigendomsrechten beschermde gegevens inhoudt

Een combinatie van lycopeen, vitamine E, luteïne en selenium

Helpt om gevoelige huid vanbinnenuit te beschermen en de zontolerantie ervan te verbeteren

Q-2012-00592

Gezondheidsclaim overeenkomstig artikel 13, lid 5, die is gebaseerd op nieuw wetenschappelijk bewijs en/of die een verzoek om bescherming van door eigendomsrechten beschermde gegevens inhoudt

Prolibra®

Helpt om het lichaamsvet te verminderen met behoud van mager spierweefsel

Q-2012-00001

Gezondheidsclaim overeenkomstig artikel 13, lid 5, die is gebaseerd op nieuw wetenschappelijk bewijs en/of die een verzoek om bescherming van door eigendomsrechten beschermde gegevens inhoudt

Eff EXT

Helpt om de gewrichtsfunctie te ondersteunen door het behoud van lage waarden van C-reactieve proteïne in het plasma

Q-2012-00386


31.10.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 289/56


VERORDENING (EU) Nr. 1067/2013 VAN DE COMMISSIE

van 30 oktober 2013

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1881/2006 wat betreft de maximumgehalten van de contaminanten dioxinen, dioxineachtige pcb’s en niet-dioxineachtige pcb’s in de lever van landdieren

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EEG) nr. 315/93 van de Raad van 8 februari 1993 tot vaststelling van communautaire procedures inzake verontreinigingen in levensmiddelen (1), en met name artikel 2, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1881/2006 van de Commissie van 19 december 2006 tot vaststelling van de maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen (2) zijn maximumgehalten voor dioxinen en dioxineachtige polychloorbifenylen (pcb’s) in een aantal levensmiddelen vastgesteld, met inbegrip van de lever van bepaalde landdieren.

(2)

Het Wetenschappelijk Panel voor contaminanten in de voedselketen („het panel”) van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft op verzoek van de Commissie op 5 juli 2011 een advies uitgebracht over de risico’s voor de volksgezondheid in verband met de aanwezigheid van hoge gehalten aan dioxinen en dioxineachtige pcb’s in schapen- en hertenlevers (3).

(3)

De Commissie had verzocht om in het advies aan te geven of er voor subgroepen van de bevolking die dergelijke producten consumeren mogelijk een hoger risico voor de consumentengezondheid bestaat (bv. mensen die grote hoeveelheden consumeren of met specifieke diëten enz.). Ook vroeg de Commissie de mogelijke oorzaken te onderzoeken van de hoge gehalten aan dioxinen en pcb’s die in schapen- en hertenlevers waren aangetroffen, en wetenschappelijke elementen te verstrekken over de wenselijkheid om in de toekomst wettelijke grenswaarden voor levers op productbasis in plaats van op vetbasis vast te stellen.

(4)

Het panel concludeerde dat de regelmatige consumptie van schapenlever gemiddeld een verhoging van de achtergrondblootstelling aan dioxinen en dioxineachtige pcb’s met ongeveer 20 % tot gevolg zou hebben. Bij gelegenheid kan de consumptie van schapenlever in een hoge opname van deze contaminanten resulteren die de toelaatbare wekelijkse inname (tolerable weekly intake — TWI) overschrijdt. Het panel concludeerde dat de veelvuldige consumptie van schapenlever, met name bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd en bij kinderen, een potentieel risico voor de gezondheid kan vormen.

(5)

Het panel concludeerde verder dat aarde en afzettingen natuurlijke reservoirs van dioxinen en pcb’s zijn. De overbrenging van dioxinen en pcb’s van de bodem naar planten via het wortelstelsel is over het algemeen van minder belang. De afgelopen jaren zijn er in een aantal schapenlevers uit verschillende Europese landen hoge concentraties dioxinen en pcb’s gevonden, maar dit is niet in verband gebracht met specifieke besmettingsbronnen. Bij schapen is het grazen een primaire factor voor blootstelling. Schapen kunnen via aardedeeltjes die op groenten zijn afgezet aarde binnenkrijgen, of rechtstreeks wanneer zij dicht boven de grond grazen. De opname van aarde varieert sterk, vooral naargelang het seizoen: volgens rapporten bedraagt de gemiddelde opname van aarde ongeveer 8 % van de totale opname van droge stoffen. De totale opname van aarde zou aanzienlijk kunnen bijdragen aan de blootstelling van het schaap aan dioxinen en pcb’s. Er zijn slechts beperkte gegevens beschikbaar over de overbrenging van dioxinen en/of pcb’s van diervoeder naar de schaapslever. Overdrachtsverhoudingen varieerden, al naargelang het polychloordibenzo-p-dioxinecongeneren (PCDD), polychloordibenzofuraancongeneren (PCDF) of PCB-congeneren betrof, van 5 tot 175 en waren voor de lever ongeveer 4 keer hoger dan voor vlees of nier.

(6)

De EFSA concludeerde ook dat de schaapslever een belangrijk opslagorgaan van dioxinen en pcb’s is. Verschillen in metabolisme zouden een gedeeltelijke verklaring kunnen vormen voor de relatief hoge opslag van dioxinen en verwante verbindingen in schaapslevers in vergelijking tot de levers van rundvee.

(7)

De EFSA concludeerde dat de resultaten op basis van vers gewicht niet zouden verschillen van de resultaten op vetbasis, ook als er opslag in de lever zou zijn en de dioxinen en de pcb’s niet op basis van de vetfractie van de lever waren vastgesteld, aangezien alle dioxinen en pcb’s tijdens de analyseprocedure worden geëxtraheerd ongeacht waar zij zich in de lever bevinden.

(8)

De Commissie heeft het referentielaboratorium van de Europese Unie (EU-RL) voor dioxinen en pcb’s in levensmiddelen en diervoerders verzocht de invloed van de verschillende extractiemethoden op de gehalten aan dioxinen en pcb’s in schapenlever te onderzoeken, met het oog op het rapporteren van het analyseresultaat op vetbasis dan wel op basis van vers gewicht. Het EU-RL concludeerde dat de variaties tussen de concentraties dioxinen en pcb’s op vetbasis aanzienlijk groter waren dan op basis van versgewicht. De concentraties aan dioxinen en pcb’s op vetbasis waren afhankelijk van de toegepaste extractiemethode of van oplosmiddelen, en dus van het resulterende vetgehalte. Bij een vergelijking van de resultaten op basis van vers gewicht bleken de gehalten aan dioxinen en pcb’s goed vergelijkbaar.

(9)

Om vergelijkbare resultaten te verkrijgen en een uniforme handhavingsaanpak binnen de gehele Unie met betrekking tot dioxine en pcb’s in de levers van landdieren te waarborgen, moeten maximumgehalten derhalve op basis van vers gewicht worden vastgesteld, zoals eerder al voor vislever en daarvan afgeleide producten is bepaald.

(10)

Er moet worden bepaald dat de maximumgehalten niet van toepassing zijn op levensmiddelen die vóór de datum van inwerkingtreding in de handel worden gebracht.

(11)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingsbepalingen

In de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1881/2006 wordt punt 5.2 vervangen door:

„5.2

Lever van landdieren zoals bedoeld in 5.1, met uitzondering van schapen en afgeleide producten daarvan

0,30 pg/g vers gewicht

0,50 pg/g vers gewicht

3,0 ng/g vers gewicht

 

Schapenlever en daarvan afgeleide producten

1,25 pg/g vers gewicht

2,00 pg/g vers gewicht

3,0 ng/g vers gewicht”

Artikel 2

Overgangsbepalingen

1.   Deze verordening is niet van toepassing op producten die vóór 1 januari 2014 overeenkomstig de tot die datum toepasselijke bepalingen in de handel zijn gebracht.

2.   De bewijslast betreffende het tijdstip waarop de producten in de handel zijn gebracht, ligt bij de exploitant van het levensmiddelenbedrijf.

Artikel 3

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2014.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 oktober 2013.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 37 van 13.2.1993, blz. 1.

(2)  PB L 364 van 20.12.2006, blz. 5.

(3)  EFSA-panel voor contaminanten in de voedselketen (Contam); Scientific Opinion on the risk to public health related to the presence of high levels of dioxins and dioxin-like PCBs in liver from sheep and deer. EFSA Journal 2011; 9(7):2297. [71 pp.] doi:10.2903/j.efsa.2011.2297. Online beschikbaar op: www.efsa.europa.eu/efsajournal


31.10.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 289/58


VERORDENING (EU) Nr. 1068/2013 VAN DE COMMISSIE

van 30 oktober 2013

tot wijziging van bijlage II van Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het gebruik van difosfaten (E 450), trifosfaten (E 451) en polyfosfaten (E 452) in nat gezouten vis

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake levensmiddelenadditieven (1), en met name artikel 10, lid 3, en artikel 30, lid 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 bevat een EU-lijst van voor gebruik in levensmiddelen goedgekeurde levensmiddelenadditieven en van de gebruiksvoorwaarden daarvoor.

(2)

Die lijst kan worden gewijzigd volgens de procedure van Verordening (EG) nr. 1331/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 tot vaststelling van een uniforme goedkeuringsprocedure voor levensmiddelenadditieven, voedingsenzymen en levensmiddelenaroma’s (2).

(3)

De EU-lijst van levensmiddelenadditieven kan overeenkomstig artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1331/2008 hetzij op initiatief van de Commissie, hetzij ingevolge een aanvraag worden bijgewerkt.

(4)

Op 19 juni 2009 is een aanvraag ingediend voor de goedkeuring van het gebruik van difosfaten (E 450), trifosfaten (E 451) en polyfosfaten (E 452) in nat gezouten vis, die ter kennis van de lidstaten is gebracht.

(5)

Vis kan door toevoeging van hoge zoutgehaltes worden gezouten en geconserveerd. Het proces van het zouten heeft zich van één enkele stap tot een proces met meerdere stappen ontwikkeld en omvat een fase van voorzouten, die de duur van het zouten verkort en een relatief homogene zoutconcentratie in de visspieren mogelijk maakt. Hiertoe wordt de vis eerst voorgezouten door een injectie en/of gepekeld met een gecontroleerd zoutgehalte bevattende geprepareerde pekel. Vervolgens wordt de vis droog gezouten om de juiste zoutconcentratie in het eindproduct te bewerkstelligen.

(6)

Tijdens deze lange bewaring kan oxidatie nog steeds voorkomen, met name in de vetten die zich in de visspieren bevinden. Dit leidt tot een verandering van de kleur en de smaak. De oxidatie wordt door de metaalionen die zich in de visspieren en het gebruikte zout bevinden, versneld. Difosfaten (E 450), trifosfaten (E 451) en polyfosfaten (E 452) hebben bewezen de meest doeltreffende bescherming tegen oxidatie van gezouten vis te bieden, omdat zij chemische complexen met metaalionen vormen. De meeste toegevoegde fosfaten evenals het zout worden verwijderd door de vis voor consumptie in water te weken. Het watergehalte in het nat gezouten product wordt door dit gebruik van fosfaten niet verhoogd. Gezouten vis waarvan de oorspronkelijke kleur en smaak zijn behouden, is vooral op de Spaanse, Italiaanse en Griekse markt zeer geliefd.

(7)

Artikel 3 juncto artikel 6, lid 4, van Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 maart 2000 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgeving der lidstaten inzake de etikettering en presentatie van levensmiddelen alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame (3) bepaalt dat het gebruik van fosfaten in nat gezouten vis in de lijst van ingrediënten op het etiket moet worden vermeld. Levensmiddelenbedrijven kunnen op hun producten ook aangeven dat geen polyfosfaten werden gebruikt.

(8)

Aangezien de meeste toegevoegde fosfaten door het weken in water worden verwijderd, zal de blootstelling van de consument aan fosfaten minimaal zijn en er is om die reden geen effect op de gezondheid van de mens te verwachten. Het is daarom passend het gebruik van difosfaten (E 450), trifosfaten (E 451) en polyfosfaten (E 452) voor het conserveren van nat gezouten vis toe te staan.

(9)

Overeenkomstig artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1331/2008 moet de Commissie het advies van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid inwinnen met het oog op de bijwerking van de EU-lijst van levensmiddelenadditieven in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008, tenzij die bijwerking geen gevolgen kan hebben voor de gezondheid van de mens. Aangezien het bij de toelating van het gebruik van difosfaten (E 450), trifosfaten (E 451) en polyfosfaten (E 452) als conserveermiddel van nat gezouten vis gaat om een bijwerking van die lijst die geen gevolgen kan hebben voor de gezondheid van de mens, behoeft het advies van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid niet te worden ingewonnen.

(10)

Bacalhau of Portugese stokvis wordt geproduceerd door nat gezouten vis verder te drogen. Het gebruik van polyfosfaten zou dit droogproces kunnen beïnvloeden. Daarnaast zou het gebruik ervan ook de ontwikkeling van de kenmerkende kleur en smaak van bacalhau kunnen belemmeren. Met fosfaten behandelde gezouten vis zou daarom niet gewenst zijn door de producenten van traditionele bacalhau. Om de traditionele bacalhauproducenten in staat te stellen zich aan te passen aan de situatie waarin met fosfaten behandelde vis in de handel wordt gebracht, dient een overgangsperiode te worden voorgesteld. Tijdens deze periode hebben traditionele bacalhauproducenten de mogelijkheid overeenkomsten met leveranciers te sluiten en zich vertrouwd te maken met de analysemethoden voor het controleren van de toegevoegde fosfaten in de vis.

(11)

Om het effect van de beschikbaarheid van nat gezouten vis op de productie van bacalhau verder te beoordelen, zal de Commissie gedurende drie jaar toezicht houden op het gebruik van polyfosfaten in de landen waar veel gezouten kabeljauw wordt geproduceerd.

(12)

Gezien het bovenstaande moet bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(13)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 oktober 2013.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 354 van 31.12.2008, blz. 16.

(2)  PB L 354 van 31.12.2008, blz. 1.

(3)  PB L 109 van 6.5.2000, blz. 29.


BIJLAGE

In deel E van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 wordt in de levensmiddelencategorie 09.2, „Verwerkte vis en visserijproducten, inclusief schaal- en weekdieren” na de vermelding voor E 392 de volgende vermelding ingevoegd:

 

„E 450

Difosfaten

5 000

(4), (79)

Enkel gezouten vis van de soort Gadidae die is voorgezouten door injectie en/of gepekeld met een zoutoplossing van minstens 18 %, vaak gevolgd door droogzouten

Toepassingsperiode:

Met ingang van 31 december 2013.

 

E 451

Trifosfaten

5 000

(4), (79)

Enkel gezouten vis van de soort Gadidae die is voorgezouten door injectie en/of gepekeld met een zoutoplossing van minstens 18 %, vaak gevolgd door droogzouten

Toepassingsperiode:

Met ingang van 31 december 2013.

 

E 452

Polyfosfaten

5 000

(4), (79)

Enkel gezouten vis van de soort Gadidae die is voorgezouten door injectie en/of gepekeld met een zoutoplossing van minstens 18 %, vaak gevolgd door droogzouten

Toepassingsperiode:

Met ingang van 31 december 2013.

 

(4):

Het maximumgehalte wordt uitgedrukt als P2O5

(79):

Het maximale gehalte geldt voor de som van E 450, E 451 en E 452, afzonderlijk of in combinatie gebruikt”


31.10.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 289/61


VERORDENING (EU) Nr. 1069/2013 VAN DE COMMISSIE

van 30 oktober 2013

tot wijziging van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het gebruik van natriumfosfaten (E 339) in natuurlijke darmen voor worsten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake levensmiddelenadditieven (1), en met name artikel 10, lid 3, en artikel 30, lid 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 is een EU-lijst vastgesteld van voor gebruik in levensmiddelen goedgekeurde levensmiddelenadditieven en van de gebruiksvoorwaarden daarvoor.

(2)

Die lijst kan — hetzij op initiatief van de Commissie, hetzij ingevolge een aanvraag — worden gewijzigd overeenkomstig de in artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1331/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 tot vaststelling van een uniforme goedkeuringsprocedure voor levensmiddelenadditieven, voedingsenzymen en levensmiddelenaroma’s (2) vermelde uniforme procedure.

(3)

Op 26 augustus 2010 is een aanvraag ingediend om het gebruik van natriumfosfaten (E 339) als zuurteregelaar in natuurlijke darmen voor worsten toe te staan. De aanvraag is voorgelegd aan de lidstaten.

(4)

Natriumfosfaten (E 339) zijn opgenomen in de EU-lijst van levensmiddelenadditieven en mogen worden gebruikt in bepaalde levensmiddelen, maar niet in natuurlijke darmen voor worsten.

(5)

Belangrijke efficiëntiereducerende mechanische kenmerken van natuurlijke darmen die in de worstenindustrie problemen opleveren, zijn het ontstaan van barsten tijdens het vullen en de verminderde glijcapaciteit (toegenomen kleverigheid) van darmen over de vulhoorn.

(6)

Aangetoond is dat als zuurteregelaar gebruikte natriumfosfaten (E 339) het glijvermogen van natuurlijke darmen verbeteren, waardoor de worsten gemakkelijker gevuld kunnen worden en de maximale kracht en de breukbelasting in darmen wordt verminderd.

(7)

De maximale toegestane dagelijkse inname (MTDI) van fosfaten is door het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding (3) vastgesteld op 70 mg/kg lichaamsgewicht. Het door de aanvrager voorgestelde maximumniveau bedraagt 12 600 mg/kg darmen, wat resulteert in een maximale overdracht van fosfaten van darmen in de uiteindelijke worsten van 250 mg/kg. De bijdrage van fosfaten via behandelde natuurlijke darmen zal hoogstens 2,1 % van de MTDI bedragen. Het is daarom aangewezen het gebruik van natriumfosfaten als zuurteregelaar toe te staan om de mechanische eigenschappen van darmen voor worsten te verbeteren.

(8)

Overeenkomstig artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1331/2008 moet de Commissie het advies van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid inwinnen met het oog op de bijwerking van de EU-lijst van levensmiddelenadditieven in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008, tenzij die bijwerking waarschijnlijk geen gevolgen zal hebben voor de gezondheid van de mens. Aangezien de toelating van het gebruik van natriumfosfaten (E 339) ter verbetering van de mechanische eigenschappen van natuurlijke darmen voor worsten een bijwerking van die lijst is die om de bovenvermelde redenen waarschijnlijk geen gevolgen zal hebben voor de gezondheid van de mens, hoeft het advies van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid niet te worden ingewonnen.

(9)

Bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(10)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 oktober 2013.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 354 van 31.12.2008, blz. 16.

(2)  PB L 354 van 31.12.2008, blz. 1.

(3)  Verslagen van het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding, vijfentwintigste serie (bladzijde 13), 1991, beschikbaar op http://ec.europa.eu/food/fs/sc/scf/reports/scf_reports_25.pdf


BIJLAGE

In deel E van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 wordt de volgende vermelding ingevoegd in de levensmiddelencategorie 08.2.3 „Darmen, afdeklagen en versieringen voor vlees” na de vermelding voor E 338-452:

 

„E 339

Natriumfosfaten

12 600

(4) (80)

Alleen in natuurlijke darmen voor worsten

 

 

(4):

Het maximumniveau wordt uitgedrukt als P2O5

 

 

(80):

Overdracht in het eindproduct mag niet meer bedragen dan 250 mg/kg.”


31.10.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 289/63


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1070/2013 VAN DE COMMISSIE

van 30 oktober 2013

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 oktober 2013.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

Jerzy PLEWA

Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 157 van 15.6.2011, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

AL

41,5

MA

43,1

MK

43,1

TR

75,3

ZZ

50,8

0707 00 05

EG

207,6

MK

69,6

TR

139,0

ZZ

138,7

0709 93 10

TR

112,3

ZZ

112,3

0805 50 10

AR

12,9

CL

81,7

TR

76,3

ZA

55,9

ZZ

56,7

0806 10 10

BR

220,8

TR

170,3

ZZ

195,6

0808 10 80

CL

216,7

NZ

142,8

US

154,3

ZA

141,7

ZZ

163,9

0808 30 90

CN

76,9

TR

120,5

ZZ

98,7


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.


BESLUITEN

31.10.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 289/65


UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 29 oktober 2013

tot goedkeuring van door Duitsland overeenkomstig Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad aangemelde beperkingen van de toelating van een bromadiolon bevattend biocide

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2013) 7034)

(Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)

(2013/630/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden (1), en met name artikel 4, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bijlage I bij Richtlijn 98/8/EG bevat de lijst van werkzame stoffen die op Unieniveau zijn toegestaan voor opneming in biociden. Bij Richtlijn 2009/92/EG van de Commissie (2) is de werkzame stof bromadiolon aan die bijlage toegevoegd voor gebruik in producten die behoren tot productsoort 14, rodenticiden, als gedefinieerd in bijlage V bij Richtlijn 98/8/EG.

(2)

Bromadiolon is een antibloedstollend rodenticide waarvan bekend is dat er risico’s zijn van accidentele inname door kinderen, alsook risico’s voor niet-doeldieren en het milieu. De stof is aangemerkt als potentieel persistent, bioaccumulerend en toxisch, dan wel zeer persistent en sterk bioaccumulerend.

(3)

Om redenen van volksgezondheid en hygiëne werd het echter gerechtvaardigd geacht om bromadiolon en andere antibloedstollende rodenticiden op te nemen in bijlage I bij Richtlijn 98/8/EG, zodat de lidstaten op bromadiolon gebaseerde producten konden toelaten op de markt. De lidstaten zijn krachtens Richtlijn 2009/92/EG echter wel verplicht om, wanneer zij bromadiolon bevattende producten op de markt toelaten, ervoor te zorgen dat de primaire en secundaire blootstelling van mensen, niet-doeldieren en het milieu zoveel mogelijk worden beperkt door alle passende en beschikbare risicobeperkende maatregelen in overweging te nemen en toe te passen. De in Richtlijn 2009/92/EG vermelde risicobeperkende maatregelen omvatten daarom onder meer ook de beperking tot uitsluitend professioneel gebruik.

(4)

De onderneming Lipha Tech S.A.S. („de aanvrager”) heeft overeenkomstig artikel 8 van Richtlijn 98/8/EG bij Nederland een aanvraag ingediend voor toelating van een bromadiolon bevattend rodenticide („het product”). De naam van het product en de referentienummers ervan in het Register voor biociden zijn vermeld in de bijlage bij dit besluit.

(5)

Nederland heeft de betreffende toelating verleend op 2 november 2012. Het product werd toegelaten met bepaalde beperkingen om te waarborgen dat in Nederland aan de voorwaarden van artikel 5 van Richtlijn 98/8/EG wordt voldaan. Deze beperkingen omvatten niet de beperking tot opgeleide professionele gebruikers of professionele gebruikers met een vergunning.

(6)

Op 20 december 2012 heeft de aanvrager bij Duitsland een volledige aanvraag ingediend voor wederzijdse erkenning van de eerste toelating in verband met dit product.

(7)

Op 10 april 2013 heeft Duitsland de Commissie, de andere lidstaten en de aanvrager in kennis gesteld van zijn voorstel om de eerste toelating te beperken overeenkomstig artikel 4, lid 4, van Richtlijn 98/8/EG. Duitsland heeft daarbij voorgesteld het desbetreffende product uitsluitend te laten gebruiken door opgeleide professionele gebruikers of professionele gebruikers met een vergunning.

(8)

De Commissie heeft de andere lidstaten en de aanvrager overeenkomstig artikel 27, lid 1, van Richtlijn 98/8/EG verzocht binnen negentig dagen schriftelijke opmerkingen over de kennisgeving in te dienen. Binnen deze termijn zijn geen opmerkingen ingediend. De kennisgeving is ook besproken door de Commissie en de voor biociden bevoegde instanties van de lidstaten op de vergadering van de Groep facilitering van toelating en wederzijdse erkenning van producten van 14 mei 2013.

(9)

Toelatingen om bromadiolon bevattende biociden op de markt te brengen, moeten overeenkomstig Richtlijn 2009/92/EG onderworpen worden aan alle passende en beschikbare risicobeperkende maatregelen, waaronder de beperking tot uitsluitend professioneel gebruik. Bij de wetenschappelijke evaluatie die heeft geresulteerd in de vaststelling van Richtlijn 2009/92/EG is geconcludeerd dat alleen van professionele gebruikers kan worden verwacht dat zij de instructies opvolgen die het risico van secundaire vergiftiging van niet-doeldieren minimaliseren en dat zij de producten op zodanige wijze gebruiken dat de selectie en verspreiding van resistentie worden voorkomen. Een beperking tot professionele gebruikers kan derhalve in beginsel worden beschouwd als een passende risicobeperkende maatregel, met name in lidstaten waar resistentie tegen bromadiolon is waargenomen.

(10)

Bij afwezigheid van enige indicatie van het tegendeel is een beperking tot professionele gebruikers derhalve een passende en beschikbare risicobeperkende maatregel bij de toelating van bromadiolon bevattende producten op de Duitse markt. Deze conclusie wordt versterkt door de door Duitsland aangevoerde argumenten dat bij ratten resistentie tegen bromadiolon is vastgesteld en dat deze resistentie zich in het land lijkt te verbreiden. Bovendien beschikt Duitsland over een goed functionerende infrastructuur van speciaal opgeleide plaagbestrijders en professionele gebruikers met een vergunning, zoals professioneel opgeleide landbouwers, tuinders en bosbouwers, zodat de voorgestelde beperking geen belemmering vormt voor plaagpreventie.

(11)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor biociden,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Duitsland mag de overeenkomstig artikel 4 van Richtlijn 98/8/EG verleende toelating voor het in de bijlage bij dit besluit genoemde product beperken tot gebruik door opgeleide professionele gebruikers of professionele gebruikers met een vergunning.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de Bondsrepubliek Duitsland.

Gedaan te Brussel, 29 oktober 2013.

Voor de Commissie

Janez POTOČNIK

Lid van de Commissie


(1)  PB L 123 van 24.4.1998, blz. 1.

(2)  Richtlijn 2009/92/EG van de Commissie van 31 juli 2009 tot wijziging van Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad teneinde bromadiolon als werkzame stof in bijlage I bij die richtlijn op te nemen (PB L 201 van 1.8.2009, blz. 43).


BIJLAGE

Product waarvoor Duitsland de overeenkomstig artikel 4 van Richtlijn 98/8/EG verleende toelating mag beperken tot gebruik door opgeleide professionele gebruikers of professionele gebruikers met een vergunning

Productnaam in Nederland

Referentienummer van de Nederlandse aanvraag in het Register voor biociden

Productnaam in Duitsland

Referentienummer van de Duitse aanvraag in het Register voor biociden

Maki Pat’

2011/4329/10506/NL/AA/20379

Maki Pat’

2011/4329/10506/DE/MA/20799


31.10.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 289/68


BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 29 oktober 2013

inzake de overeenstemming van de eenheidstarieven voor heffingszones voor 2014 met artikel 17 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2013) 7095)

(2013/631/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 550/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 betreffende de verlening van luchtvaartnavigatiediensten in het gemeenschappelijk Europees luchtruim („de luchtvaartnavigatiedienstenverordening”) (1), en met name artikel 15,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 (2) van de Commissie van 3 mei 2013 is een gemeenschappelijk heffingenstelsel voor luchtvaartnavigatiediensten vastgesteld. Het gemeenschappelijke heffingenstelsel is een integraal element voor het bereiken van de doelstellingen van de prestatieregeling als vastgesteld op grond van artikel 11 van Verordening (EG) nr. 549/2004 van het Europees Parlement en de Raad (3) en Uitvoeringsverordening (EU) nr. 390/2013 van de Commissie (4).

(2)

Bij Besluit 2011/121/EU van de Commissie (5) zijn EU-wijde prestatiedoelen vastgesteld, inclusief een kosteneffectiviteitsdoelstelling voor het verlenen van luchtvaartnavigatiediensten voor de periode 2012-2014. Bij brieven van 19 juli 2012 en 17 december 2012 heeft de Commissie de lidstaten ervan in kennis gesteld dat hun herziene prestatieplannen en -doelen consistent zijn met en op passende wijze bijdragen tot de EU-wijde prestatiedoelen. De kostenefficiëntiedoelstellingen worden uitgedrukt in termen van vastgestelde eenheidstarieven.

(3)

In artikel 17, lid 1, onder c), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 is bepaald dat de Commissie de eenheidstarieven voor heffingszones voor 2014, die uiterlijk op 1 juni 2013 door de lidstaten bij de Commissie moesten worden ingediend overeenkomstig de verplichtingen uit hoofde van artikel 9, leden 1 en 2, van die verordening, moet toetsen. Bij deze toetsing wordt gecontroleerd of de eenheidstarieven voor 2014 in overeenstemming zijn met Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 390/2013 en (EU) nr. 391/2013.

(4)

De Commissie heeft de toetsing van de eenheidstarieven voor heffingszones voor 2014 uitgevoerd met de steun van het prestatiebeoordelingsorgaan (PBO) en het Eurocontrol Central Route Charges Office, waarbij zij gebruik heeft gemaakt van de gegevens en aanvullende informatie die tegen juni 2013 door de lidstaten moesten worden ingediend. Bij de beoordeling is ook rekening gehouden met de uitleg die is verstrekt en de correcties die zijn aangebracht vóór de overlegvergadering die op 26 juni 2013 is gehouden, zoals bepaald in artikel 9, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013, en met latere correspondentie tussen de Commissie en Denemarken, Estland, Ierland, Spanje, Frankrijk, Italië, Hongarije, Malta, Nederland, Roemenië, Zweden en het Verenigd Koninkrijk.

(5)

Denemarken, Frankrijk, Italië, Nederland en Roemenië hebben voorgesteld de aanpassingen die voorzien zijn in Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 volledig of gedeeltelijk te compenseren om het eenheidstarief te verlagen of op een bepaald niveau te behouden, hetgeen in het belang is van gebruikers van het luchtruim. Deze bedragen mogen daarom niet worden teruggevorderd in de daaropvolgende jaren.

(6)

De Commissie stelt vast dat Spanje voornemens is een overgangsbepaling toe te passen overeenkomstig artikel 2 van Verordening van de Commissie (EU) 1191/2010 (6). De Commissie heeft de door Spanje verstrekte informatie op dit gebied geverifieerd en is het ermee eens dat Spanje voldoet aan de voorwaarden van artikel 2 van Verordening (EU) 1191/2010 en kan besluiten om de bepaalde kosten van verleners van luchtvaartnavigatiediensten vrij te stellen van artikel 11 bis, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1794/2006 van de Commissie (7). Het verkeersrisicodelingsmechanisme, waarbij de winsten of verliezen die voortvloeien uit een verschil tussen werkelijke diensteenheden en voorspelde diensteenheden volgens een verhouding 30/70 wordt verdeeld tussen de verleners van luchtvaartnavigatiediensten en de gebruikers van het luchtruim, moet daarom al worden toegepast na een verschil van 0 % in plaats van na een verschil van 2 %. In overeenstemming met artikel 2 van Verordening (EU) 1191/2010 en de door Spanje besloten vermindering van het eenheidstarief voor het jaar 2012 is deze vrijstelling beperkt tot de verkeersrisicodeling met betrekking tot de omzet van dat jaar. Spanje is voornemens de daaruit voortvloeiende overdracht te spreiden over de volgende jaren, beginnende vanaf 2015.

(7)

In artikel 17, lid 1, onder d), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 is bepaald dat de Commissie de betrokken lidstaten in kennis stelt als de eenheidstarieven voldoen aan Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 390/2013 en (EU) nr. 391/2013.

(8)

De kennisgeving dat de tarieven voor heffingszones in overeenstemming zijn met Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 390/2013 en (EU) nr. 391/2013 mag geen afbreuk doen aan artikel 16 van Verordening (EG) nr. 550/2004.

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De eenheidstarieven voor heffingszones voor 2014 in de bijlage bij dit besluit zijn in overeenstemming met Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 390/2013 (EU) nr. 391/2013.

Artikel 2

De kennisgeving dat de tarieven voor heffingszones in overeenstemming zijn met Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 390/2013 en (EU) nr. 391/2013 mag geen afbreuk doen aan artikel 16 van Verordening (EG) nr. 550/2004.

Artikel 3

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 29 oktober 2013.

Voor de Commissie

Siim KALLAS

Vicevoorzitter


(1)  PB L 96 van 31.3.2004, blz. 10.

(2)  Verordening (EU) nr. 391/2013 van de Commissie van 3 mei 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijk heffingenstelsel voor luchtvaartnavigatiediensten (PB L 128 van 9.5.2013, blz. 31).

(3)  Verordening (EG) nr. 549/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 tot vaststelling van het kader voor de totstandbrenging van het gemeenschappelijke Europese luchtruim („de kaderverordening”) (PB L 96 van 31.3.2004, blz. 1).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 390/2013 van de Commissie van 3 mei 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijk heffingenstelsel voor luchtvaartnavigatiediensten (PB L 128 van 9.5.2013, blz. 1).

(5)  Besluit 2011/121/EU van de Commissie van 21 februari 2011 inzake de vaststelling van EU-wijde prestatiedoelen en waarschuwingsdrempels voor het verlenen van luchtvaartnavigatiediensten voor de periode 2012-2014 (PB L 48 van 23.2.2011, blz. 16).

(6)  Verordening (EU) nr. 1191/2010 van de Commissie van 16 december 2010 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1794/2006 tot vaststelling van een gemeenschappelijk heffingenstelsel voor luchtvaartnavigatiediensten (PB L 333 van 17.12.2010, blz. 6).

(7)  Verordening (EG) nr. 1794/2006 van de Commissie van 6 december 2006 tot vaststelling van een gemeenschappelijk heffingenstelsel voor luchtvaartnavigatiediensten (PB L 341 van 7.12.2006, blz. 3).


BIJLAGE

Heffingszone

En-route-eenheidstarief voor 2014

in nationale munt (1)

(ISO-code)

België en Luxemburg

72,04 EUR

Bulgarije

73,50 BGN

Tsjechië

1 198,16 CZK

Denemarken

537,56 DKK

Duitsland

77,32 EUR

Estland

23,97 EUR

Ierland

30,62 EUR

Griekenland

34,53 EUR

Continentaal Spanje

71,69 EUR

Spanje (Canarische Eilanden)

58,36 EUR

Frankrijk

65,77 EUR

Italië

78,83 EUR

Cyprus

38,41 EUR

Letland

19,99 LVL

Litouwen

162,08 LTL

Hongarije

13 190,76 HUF

Malta

27,61 EUR

Nederland

66,47 EUR

Oostenrijk

73,39 EUR

Polen

148,89 PLN

Portugal — Lissabon

38,74 EUR

Roemenië

168,83 RON

Slovenië

67,46 EUR

Slowakije

60,04 EUR

Finland

52,06 EUR

Zweden

638,85 SEK

Verenigd Koninkrijk

70,46 GBP


(1)  Deze eenheidstarieven omvatten niet het administratief eenheidstarief waarnaar wordt verwezen in artikel 18 van de Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2013 en dat van toepassing is op de landen die partij zijn bij de multilaterale Eurocontrolovereenkomst met betrekking tot routeheffingen


31.10.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 289/71


UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 30 oktober 2013

ter bevestiging van de gemiddelde specifieke CO2-emissies en specifieke emissiedoelstellingen voor fabrikanten van personenauto’s voor het kalenderjaar 2012 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad

(Voor de EER relevante tekst)

(2013/632/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 tot vaststelling van emissienormen voor nieuwe personenauto’s, in het kader van de communautaire geïntegreerde benadering om de CO2-emissies van lichte voertuigen te beperken (1), en met name artikel 8, lid 5, tweede alinea, en artikel 10, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 8, lid 5, van Verordening (EG) nr. 443/2009 moet de Commissie elk jaar de gemiddelde specifieke CO2-emissies en de specifieke emissiedoelstellingen bevestigen voor alle fabrikanten van personenauto’s in de Unie alsmede voor alle overeenkomstig artikel 7, lid 1, van die verordening gevormde groepen fabrikanten. Op basis van die bevestiging moet de Commissie vaststellen of de fabrikanten en groepen van fabrikanten hebben voldaan aan de eisen van artikel 4 van die verordening.

(2)

Overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 443/2009 zijn de doelstellingen met ingang van 2012 bindend voor fabrikanten en groepen fabrikanten. De gemiddelde specifieke emissies van de fabrikanten voor 2012 zijn berekend overeenkomstig de tweede alinea van dat artikel, rekening houdend met 65 % van de nieuwe voertuigen van die fabrikant die in dat jaar geregistreerd zijn.

(3)

De gedetailleerde gegevens die moeten worden gebruikt voor de berekening van de gemiddelde specifieke emissies en de specifieke emissiedoelstellingen zijn te vinden in deel A, punt 1, en in deel C van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 443/2009 en zijn gebaseerd op de registraties van nieuwe personenauto’s in de lidstaten gedurende het voorgaande kalenderjaar. De gegevens zijn afkomstig uit de verklaringen van overeenstemming van de fabrikanten of van documenten die soortgelijke informatie bevatten, overeenkomstig artikel 3, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1014/2010 van de Commissie (2).

(4)

Alle lidstaten hebben de gegevens voor 2012 aan de Commissie doorgegeven binnen de gestelde termijn van 28 februari 2013, overeenkomstig artikel 8, lid 2, van Verordening (EG) nr. 443/2009. Indien uit de controle bleek dat bepaalde gegevens ontbraken of onjuist waren, heeft de Commissie contact opgenomen met de betrokken lidstaten en, met de toestemming van deze lidstaten, de gegevens aangepast of gecorrigeerd. Indien geen overeenstemming kon worden bereikt met een lidstaat, werden de voorlopige gegevens niet in aanmerking genomen.

(5)

Op 30 april 2013 heeft de Commissie overeenkomstig artikel 8, lid 4, van Verordening (EG) nr. 443/2009 de voorlopige gegevens gepubliceerd en 85 fabrikanten in kennis gesteld van de voorlopige berekeningen van hun gemiddelde specifieke CO2-emissies in 2012 en van hun specifieke emissiedoelstellingen. De fabrikanten werd gevraagd de gegevens te controleren en de Commissie overeenkomstig artikel 8, lid 5, eerste alinea, van die verordening en artikel 9, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1014/2010 binnen drie maanden na ontvangst van de kennisgeving in kennis te stellen van eventuele fouten in de gegevens. Acht fabrikanten gingen zonder correcties akkoord met de voorlopige gegevens, en 40 fabrikanten dienden binnen de vastgestelde termijn kennisgevingen betreffende fouten in.

(6)

Voor de overige 37 fabrikanten die geen fouten in de gegevensbestanden hebben gemeld of die niet gereageerd hebben, moeten de voorlopige gegevens en de voorlopige berekeningen van de gemiddelde specifieke emissies en de specifieke emissiedoelstellingen ongewijzigd worden bevestigd.

(7)

De Commissie heeft de door de fabrikanten meegedeelde correcties en de respectieve door middel van de in artikel 9, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1014/2010 vastgestelde foutencodes aangegeven redenen gecontroleerd en het gegevensbestand is waar nodig gewijzigd.

(8)

In geval van gegevens die door fabrikanten met foutcode B zoals vastgesteld in artikel 9, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1014/2010 zijn aangeduid, moet er rekening mee worden gehouden dat de fabrikanten die gegevens niet op passende wijze kunnen controleren of corrigeren wegens ontbrekende of foute identificatieparameters. Daarom moet er een foutmarge worden toegepast op de CO2-emissies en massawaarden in die gegevens.

(9)

De als het verschil tussen de afstanden tot de specifieke emissiedoelstelling bepaalde foutmarge moet worden berekend door de gemiddelde emissies, met uitzondering van de registraties die door de fabrikant niet konden worden gecontroleerd, af te trekken van de specifieke emissiedoelstellingen. De foutmarge moet de afstand tot de emissiedoelstelling van de fabrikant altijd verkleinen, ongeacht of dit verschil positief of negatief is.

(10)

Overeenkomstig artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 443/2009 moet een fabrikant worden geacht te voldoen aan zijn specifieke emissiedoelstelling als bedoeld in artikel 4 van deze verordening wanneer de in dit besluit aangegeven gemiddelde emissies lager zijn dan de specifieke emissiedoelstelling, uitgedrukt als een negatieve afstand tot het doel. Wanneer de gemiddelde emissies hoger zijn dan de specifieke emissiedoelstelling, dient een bijdrage voor overtollige emissies te worden opgelegd overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EG) nr. 443/2009, tenzij aan de betrokken fabrikant een afwijking van dat doel is toegekend, of de fabrikant lid is van een groep overeenkomstig artikel 7 van die verordening en de groep voldoet aan hun specifieke emissiedoelstelling.

(11)

De gemiddelde specifieke CO2-emissies van in 2012 geregistreerde nieuwe personenauto’s, de specifieke emissiedoelstellingen en het verschil tussen deze twee waarden moeten dienovereenkomstig worden bevestigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De volgende in de bijlage gespecificeerde waarden worden bevestigd voor elke fabrikant van passagiersvoertuigen en voor elke groep van fabrikanten met betrekking tot het kalenderjaar 2012:

a)

de specifieke emissiedoelstelling;

b)

de gemiddelde specifieke CO2-emissies, in voorkomend geval aangepast met de toepasselijke foutmarge;

c)

het verschil tussen de in de punten a) en b) genoemde waarden;

d)

de gemiddelde specifieke CO2-emissies voor alle nieuwe personenauto’s in de Unie;

e)

de gemiddelde massa voor alle nieuwe personenauto’s in de Unie.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 30 oktober 2013.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 140 van 5.6.2009, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) nr. 1014/2010 van de Commissie van 10 november 2010 inzake de monitoring en rapportering van registratiegegevens van nieuwe personenauto’s overeenkomstig Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 293 van 11.11.2010, blz. 15).


BIJLAGE

Tabel 1

Overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EG) nr. 443/2009 bevestigde waarden van de prestaties van fabrikanten

A

B

C

D

E

F

G

H

I

Naam van de fabrikant

Groepen van fabrikanten en afwijkingen

Aantal registraties

Gecorrigeerd gemiddeld CO2 (65 %)

Specifieke emissiedoelstelling

Afstand tot de doelstelling

Aangepaste afstand tot de doelstelling

Gemiddelde massa

Gemiddeld CO2 (100 %)

ALPINA BURKARD BOVENSIEPEN GMBH E CO., KG

 

459

156,768

152,125

4,643

4,643

1 856,13

183,037

ARTEGA AUTOMOBIL GMBH E CO., KG

 

4

223,000

126,024

96,976

96,976

1 285,00

223,000

ASTON MARTIN LAGONDA LTD

A

1 549

296,355

320,000

–23,645

–23,645

1 774,48

321,944

AUDI AG

G12

657 068

122,411

139,473

–17,062

–17,110

1 579,29

137,786

AUDI HUNGARIA MOTOR KFT

G12

11 241

137,324

133,613

3,711

3,573

1 451,07

149,057

AUTOMOBILES CITROEN

 

654 993

108,718

129,703

–20,985

–20,985

1 365,51

122,566

AUTOMOBILES PEUGEOT

 

773 864

107,648

130,413

–22,765

–22,765

1 381,03

121,489

AVTOVAZ JSC

G-8

2 298

207,903

125,748

82,155

82,155

1 278,96

213,899

BENTLEY MOTORS LTD

G12

1 992

310,230

181,440

128,790

128,790

2 497,60

338,040

BAYERISCHE MOTOREN WERKE AG

G1

762 027

123,643

138,696

–15,053

–15,111

1 562,28

137,515

BMW M GMBH

G1

6 375

231,079

151,103

79,976

78,034

1 833,77

247,941

BUGATTI AUTOMOBILES S.A.S

G12

2

539,000

156,689

382,311

382,311

1 956,00

539,000

CATERHAM CARS LIMITED

A

139

174,178

210,000

–35,822

–35,822

704,32

188,921

CECOMP S.G.A.

 

1 001

0,000

123,282

– 123,282

– 123,282

1 225,00

0,000

CHEVROLET ITALIA SPA

G5

4 948

110,000

114,681

–4,681

–4,681

1 036,80

110,284

CHRYSLER GROUP LLC

G3

57 034

177,442

159,650

17,792

17,295

2 020,79

192,882

CNG-TECHNIK GMBH

G4

75

113,938

118,091

–4,153

–4,153

1 111,40

113,960

AUTOMOBILE DACIA SA

G-8

232 256

125,132

126,664

–1,532

–1,534

1 299,01

136,899

DAIHATSU MOTOR CO LTD

G11

3 397

131,952

120,887

11,065

11,065

1 172,58

148,590

DAIMLER AG

G2

631 475

123,873

139,576

–15,703

–15,716

1 581,53

142,842

DONGFENG MOTOR CORPORATION

 

2

184,000

118,758

65,242

65,242

1 126,00

187,000

DR MOTOR COMPANY SRL

 

645

126,489

122,520

3,969

3,969

1 208,33

141,574

FERRARI S.G.A

A

2 330

298,539

303,000

–4,461

–4,461

1 733,67

316,739

FIAT GROUP AUTOMOBILES S.G.A

G3

686 449

109,841

118,886

–9,045

–9,171

1 128,80

117,233

FISKER AUTOMOTIVE INC

 

166

53,000

181,778

– 128,778

– 128,778

2 505,00

53,000

FORD-WERKE GMBH

G4

917 725

116,480

127,832

–11,352

–11,359

1 324,57

128,685

FUJI HEAVY INDUSTRIES LTD

NA

29 381

150,266

164,616

–14,350

–14,350

1 561,77

160,599

GENERAL MOTORS COMPANY

G5

2 673

130,061

154,444

–24,383

–24,383

1 906,87

253,869

GM ITALIA SRL

G5

2

119,000

123,968

–4,968

–4,968

1 240,00

119,000

GM KOREA COMPANY

G5

161 153

124,248

131,444

–7,196

–7,196

1 403,59

141,050

GREAT WALL MOTOR COMPANY LIMITED

A

309

168,000

195,000

–27,000

–27,000

1 184,23

169,049

HONDA AUTOMOBILE CHINA CO., LTD

G6

17 668

123,408

119,912

3,496

3,496

1 151,26

124,855

HONDA MOTOR CO., LTD

G6

71 717

121,571

130,995

–9,424

–9,424

1 393,77

138,965

HONDA TURKIYE AS

G6

2 207

154,787

128,725

26,062

26,062

1 344,10

157,874

HONDA OF THE UK MANUFACTURING LTD

G6

40 779

139,093

136,324

2,769

2,769

1 510,38

156,169

HYUNDAI MOTOR COMPANY

 

416 987

118,808

128,266

–9,458

–9,458

1 334,05

132,203

IVECO S.G.A

G3

6

143,333

224,310

–80,977

–80,977

3 435,67

146,667

JAGUAR

NA; G10

22 621

150,844

178,025

–27,181

–27,409

1 910,74

168,970

JIANGLING MOTOR HOLDING CO., LTD

 

39

144,480

130,348

14,132

14,132

1 379,62

147,897

KIA MOTORS CORPORATION

 

329 474

114,489

127,175

–12,686

–12,686

1 310,18

129,464

KTM-SPORTMOTORCYCLE AG

A

18

180,000

200,000

–20,000

–20,000

875,00

183,000

AUTOMOBILI LAMBORGHINI S.G.A

G12

413

343,683

144,315

199,368

199,021

1 685,23

364,295

LAND ROVER

NA; G10

98 731

167,445

178,025

–10,580

–10,583

2 123,81

190,922

LOTUS CARS LIMITED

A

335

163,447

280,000

– 116,553

– 116,553

1 181,82

185,857

MAGYAR SUZUKI CORPORATION LTD

G9

84 045

118,669

120,317

–1,648

–1,654

1 160,12

128,118

MAHINDRA & MAHINDRA LTD

A

64

179,000

205,000

–26,000

–26,000

1 915,08

182,234

MARUTI SUZUKI INDIA LTD

G9

21 574

101,217

109,891

–8,674

–8,674

931,97

102,884

MASERATI S.G.A

G3

883

343,492

158,286

185,206

184,578

1 990,95

351,072

MAZDA MOTOR CORPORATION

 

113 565

128,793

129,494

–0,701

–0,701

1 360,93

141,779

MCLAREN AUTOMOTIVE LIMITED

A

335

279,000

285,000

–6,000

–6,000

1 511,50

279,475

MERCEDES-AMG GMBH

G2

2 939

177,053

151,465

25,588

25,305

1 841,70

222,641

MG MOTOR UK LIMITED

A

755

176,147

184,000

–7,853

–7,853

1 585,69

178,914

MIA ELECTRIC S.A.S

 

494

0,000

107,916

– 107,916

– 107,916

888,76

0,000

MICRO-VETT S.G.A

 

5

0,000

130,091

– 130,091

– 130,091

1 374,00

0,000

MITSUBISHI MOTORS CORPORATION MMC

G-7

48 688

126,281

140,924

–14,643

–15,397

1 611,04

151,332

MITSUBISHI MOTORS EUROPE BV MME

G-7

18 604

117,601

118,511

–0,910

–0,981

1 120,59

126,014

MITSUBISHI MOTORS THAILAND CO LTD MMTH

G-7

15

97,778

123,575

–25,797

–26,331

1 231,40

125,667

MORGAN MOTOR CO LTD

A

398

156,050

180,000

–23,950

–23,950

1 120,11

184,078

NISSAN INTERNATIONAL SA

 

423 818

122,253

131,177

–8,924

–8,924

1 397,75

137,341

OMCI SRL

 

21

148,000

116,656

31,344

31,344

1 080,00

156,667

ADAM OPEL AG

G5

814 229

119,708

133,821

–14,113

–14,114

1 455,62

133,002

PERODUA MANUFACTURING SDN BHD

 

372

136,934

113,647

23,287

23,287

1 014,16

140,785

DR ING HCF PORSCHE AG

G12

42 299

187,954

152,535

35,419

35,419

1 865,10

205,379

PERUSAHAAN OTOMOBIL NASIONAL SDN BHD

A

206

146,511

185,000

–38,489

–38,489

1 311,58

154,942

QUATTRO GMBH

G12

3 904

219,136

147,404

71,732

70,977

1 752,84

243,966

RADICAL MOTORSPORT LTD

 

6

229,000

106,145

122,855

122,855

850,00

229,000

RENAULT S.A.S

G-8

800 674

105,396

126,744

–21,348

–21,353

1 300,76

120,796

ROLLS-ROYCE MOTOR CARS LTD

G1

417

317,376

181,976

135,400

135,377

2 509,34

329,930

SAAB AUTOMOBILE AB

 

1 297

151,696

144,382

7,314

7,314

1 686,71

170,266

SEAT SA

G12

252 173

114,757

127,124

–12,367

–12,521

1 309,07

127,191

SECMA S.A.S

 

40

131,000

97,370

33,630

33,630

658,00

131,000

SHIJIAZHUANG SHUANGHUAN AUTOMOBILE COMPANY

 

10

269,667

154,130

115,537

115,537

1 900,00

269,800

SKODA AUTO AS

G12

460 603

120,028

126,655

–6,627

–7,026

1 298,81

132,247

SPYKER AUTOMOBIELEN BV

A

2

340,000

340,000

0,000

0,000

1 730,00

340,000

SSANGYONG MOTOR COMPANY

A

4 967

167,641

180,000

–12,359

–12,359

1 812,62

186,532

SUZUKI MOTOR CORPORATION

G9

46 255

131,108

124,115

6,993

6,891

1 243,22

148,213

TATA MOTORS LIMITED

NA; G10

592

134,367

178,025

–43,658

–43,658

1 336,03

141,978

TESLA MOTORS LTD

 

159

0,000

128,309

– 128,309

– 128,309

1 335,00

0,000

THINK

 

52

0,000

118,360

– 118,360

– 118,360

1 117,29

0,000

TOYOTA MOTOR EUROPE NV SA

G11

515 028

103,613

127,912

–24,299

–24,371

1 326,30

121,862

VEHICULES ELECTRIQUES PININFARINA-BOLLORE S.A.S.

 

542

0,000

123,282

– 123,282

– 123,282

1 225,00

0,000

VOLKSWAGEN AG

G12

1 535 755

119,343

131,203

–11,860

–11,952

1 398,32

132,965

VOLVO CAR CORPORATION

 

204 539

121,944

144,736

–22,792

–22,792

1 694,44

142,116

WIESMANN GMBH

A

53

284,294

274,000

10,294

10,294

1 490,38

289,566

ZHEJIANG ZOTYE AUTOMOBILE MANUFACTURING CO., LTD

 

2

0,000

128,172

– 128,172

– 128,172

1 332,00

75,000


Tabel 2

Overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EG) nr. 443/2009 bevestigde waarden van de prestaties van groepen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

Naam van de groep

Groep

Aantal registraties

Gecorrigeerd gemiddeld CO2 (65 %)

Specifieke emissiedoelstelling

Afstand tot de doelstelling

Aangepaste afstand tot de doelstelling

Gemiddelde massa

Gemiddeld CO2 (100 %)

BMW GROUP

G1

768 819

123,824

138,822

–14,998

–15,052

1 565,05

138,535

DAIMLER AG

G2

634 414

123,949

139,630

–15,681

–15,694

1 582,73

143,212

FIAT GROUP AUTOMOBILES SPA

G3

744 372

110,597

122,056

–11,459

–11,468

1 198,18

123,307

FORD-WERKE GMBH

G4

917 800

116,479

127,832

–11,353

–11,361

1 324,55

128,684

GENERAL MOTORS

G5

983 005

119,853

133,391

–13,538

–13,539

1 446,21

134,536

HONDA MOTOR EUROPE LTD

G6

132 371

125,014

131,120

–6,106

–6,106

1 396,5

142,697

MITSUBISHI MOTORS

G-7

67 307

122,126

134,725

–12,599

–13,121

1 475,39

144,328

GROEP RENAULT

G-8

1 035 228

109,427

126,724

–17,297

–17,301

1 300,32

124,615

SUZUKI

G9

151 874

115,511

119,993

–4,482

–4,498

1 153,02

130,654

TATA MOTORS LTD, JAGUAR CARS LTD, LAND ROVER

G10

121 944

162,825

178,025

–15,200

–15,307

2 080,46

186,612

TOYOTA -DAIHATSU GROEP

G11

518 425

103,694

127,865

–24,171

–24,239

1 325,29

122,037

VW GROEP PC

G12

2 965 450

120,108

132,353

–12,245

–12,508

1 423,48

134,841

Toelichting bij de tabellen 1 en 2

Kolom A:

Tabel 1: „Naam van de fabrikant”: de naam van de fabrikant zoals door de betrokken fabrikant aan de Commissie meegedeeld of, wanneer een dergelijke mededeling niet heeft plaatsgevonden, de door de registratieautoriteit van de lidstaat geregistreerde naam.

Tabel 2: „Naam van de groep”: de door de beheerder van de groep meegedeelde naam van de groep.

Kolom B:

„A”: overeenkomstig artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 443/2009 is met ingang van 2012 een afwijking toegekend voor een fabrikant van kleine aantallen.

„NA”: overeenkomstig artikel 11, lid 4, van Verordening (EG) nr. 443/2009 is met ingang van 2012 een afwijking toegekend voor een nichefabrikant.

„G”: de fabrikant is lid van een overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 443/2009 gevormde (in tabel 2 vermelde) groep fabrikanten en de groepsovereenkomst is geldig voor het kalenderjaar 2012.

Kolom C:

„Aantal registraties”: het totale aantal nieuwe auto’s dat door de lidstaten in een kalenderjaar is geregistreerd, zonder de registraties mee te tellen die betrekking hebben op gegevens waarin de waarden voor massa en/of CO2 ontbreken en de gegevens die de fabrikant niet kan identificeren (in de foutmelding aangeduid met foutcode C, zoals vastgesteld in artikel 9, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1014/2010). Het aantal door de lidstaten meegedeelde registraties mag voor het overige niet worden gewijzigd.

Kolom D:

„Gecorrigeerd gemiddeld CO2 (65 %)”: de gemiddelde specifieke CO2-emissies die zijn berekend op basis van de 65 % voertuigen met de laagste emissies in de vloot van de fabrikant overeenkomstig artikel 4, tweede alinea, eerste streepje, van Verordening (EG) nr. 443/2009 en punt 4 van de mededeling van de Commissie (COM(2010) 657 final). In voorkomend geval moeten de gemiddelde specifieke emissies worden aangepast om rekening te houden met de door de betrokken fabrikant aan de Commissie meegedeelde correcties. Voor de berekening zijn die gegevens gebruikt welke een geldige waarde voor massa en CO2-emissies bevatten.

Kolom E:

„Specifieke emissiedoelstelling”: de emissiedoelstelling die op basis van de gemiddelde massa van alle aan een fabrikant toegeschreven voertuigen wordt berekend door de in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 443/2009 vastgestelde formule toe te passen.

Kolom F:

„Afstand tot de doelstelling”: het verschil tussen de in kolom D gespecificeerde gemiddelde specifieke emissies en de specifieke emissiedoelstelling in kolom E. Wanneer de waarde in kolom F positief is, wil dat zeggen dat de gemiddelde emissies hoger zijn dan de doelstelling.

Kolom G:

„Aangepaste afstand tot de doelstelling”: wanneer de waarden in deze kolom verschillen van die in kolom F, zijn de waarden in die kolom aangepast om rekening te houden met een foutmarge. De foutmarge geldt enkel indien de fabrikant de Commissie in kennis heeft gesteld van gegevens met foutcode B zoals vastgesteld in artikel 9, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1014/2010. De foutmarge wordt berekend volgens de volgende formule:

AC1= de gemiddelde specifieke CO2-emissies inclusief de niet-geïdentificeerde voertuigen (overeenkomstig kolom D);

TG1= de gemiddelde specifieke emissiedoelstelling inclusief de niet-geïdentificeerde voertuigen (overeenkomstig kolom E);

AC2= de gemiddelde specifieke CO2-emissies exclusief de niet-geïdentificeerde voertuigen;

TG2= de specifieke emissiedoelstelling exclusief de niet-geïdentificeerde voertuigen.

Kolom I:

„Gemiddelde CO2 (100 %)”: de gemiddelde specifieke emissies van CO2 die zijn berekend op basis van 100 % van de aan een fabrikant toegeschreven voertuigen. In voorkomend geval moeten de gemiddelde specifieke emissies worden aangepast om rekening te houden met de door de betrokken fabrikant aan de Commissie meegedeelde correcties. De voor de berekening gebruikte gegevens omvatten de gegevens die een geldige waarde voor massa en CO2-emissies bevatten maar geen rekening houden met de superkredieten bedoeld in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 443/2009.