ISSN 1977-0758

doi:10.3000/19770758.L_2013.210.nld

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 210

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

56e jaargang
6 augustus 2013


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

 

*

Intern Akkoord tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten van de Europese Unie, in het kader van de Raad bijeen, betreffende de financiering van de steun van de Europese Unie binnen het meerjarig financieel kader voor de periode 2014-2020, overeenkomstig de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst, en betreffende de toewijzing van financiële bijstand ten behoeve van de landen en gebieden overzee waarop de bepalingen van het vierde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing zijn

1

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 751/2013 van de Commissie van 29 juli 2013 houdende inschrijving van een benaming in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (Kraški med (BOB))

15

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 752/2013 van de Commissie van 31 juli 2013 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 555/2008, wat betreft nationale steunprogramma’s en handel met derde landen in de wijnsector

17

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 753/2013 van de Commissie van 2 augustus 2013 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 607/2009 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 479/2008 van de Raad wat betreft beschermde oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen, traditionele aanduidingen, etikettering en presentatie van bepaalde wijnbouwproducten

21

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 754/2013 van de Commissie van 5 augustus 2013 tot 198e wijziging van Verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad tot vaststelling van beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met het Al-Qa‘ida-netwerk

24

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 755/2013 van de Commissie van 5 augustus 2013 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

26

 

 

BESLUITEN

 

 

2013/424/EU

 

*

Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 16 juli 2013 inzake de financiële bijdrage die de Europese Unie in 2013 verleent ten bate van het nationale programma van 11 lidstaten (Bulgarije, Denemarken, Duitsland, Italië, Letland, Litouwen, Malta, Roemenië, Slovenië, Finland en Zweden) voor de verzameling, het beheer en het gebruik van gegevens in de visserijsector (Kennisgeving geschied onder nummer C(2013) 4434)

28

 

 

2013/425/EU

 

*

Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 1 augustus 2013 tot wijziging van Uitvoeringsbesluit 2012/782/EU betreffende de vaststelling van kwantitatieve beperkingen en de toewijzing van quota voor stoffen die worden gereguleerd krachtens Verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen, voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2013 (Kennisgeving geschied onder nummer C(2013) 4922)

30

 

 

 

*

Bericht aan de lezer — Verordening (EU) nr. 216/2013 van de Raad van 7 maart 2013 betreffende de elektronische publicatie van het Publicatieblad van de Europese Unie (zie bladzijde 3 van de omslag)

s3

 

*

Bericht aan de lezer — Wijze van vermelden van de handelingen(zie bladzijde 3 van de omslag)

s3

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

6.8.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 210/1


INTERN AKKOORD

tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten van de Europese Unie, in het kader van de Raad bijeen, betreffende de financiering van de steun van de Europese Unie binnen het meerjarig financieel kader voor de periode 2014-2020, overeenkomstig de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst, en betreffende de toewijzing van financiële bijstand ten behoeve van de landen en gebieden overzee waarop de bepalingen van het vierde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing zijn

DE VERTEGENWOORDIGERS VAN DE REGERINGEN VAN DE LIDSTATEN VAN DE EUROPESE UNIE, IN HET KADER VAN DE RAAD BIJEEN,

GEZIEN het Verdrag betreffende de Europese Unie,

GEZIEN het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

NA RAADPLEGING van de Europese Commissie,

NA RAADPLEGING van de Europese Investeringsbank,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS), enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000 (1), voor de eerste maal gewijzigd te Luxemburg op 25 juni 2005 (2) en voor de tweede maal gewijzigd op 22 juni 2010 in Ouagadougou (3) (de „ACS-EU-partnerschapsovereenkomst”), voorziet in de goedkeuring van financiële protocollen voor elke periode van vijf jaar.

(2)

Op 17 juli 2006 hechtten de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, hun goedkeuring aan het Intern Akkoord betreffende de financiering van de steun van de Gemeenschap binnen het meerjarig financieel kader voor 2008-2013 voor de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst en de toewijzing van financiële bijstand ten behoeve van de landen en gebieden overzee waarop de bepalingen van deel vier van het EG-Verdrag van toepassing zijn (4).

(3)

Besluit 2001/822/EG van de Raad van 27 november 2001 betreffende de associatie van de LGO met de Europese Gemeenschap (5) („het LGO-besluit”), is van kracht tot 31 december 2013. Voor die datum moet een nieuw besluit worden vastgesteld.

(4)

Met het oog op de tenuitvoerlegging van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst en het LGO-besluit moet een elfde Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) worden ingesteld en moet een procedure worden bepaald voor de toewijzing van middelen en voor de bijdragen van de lidstaten daaraan.

(5)

De Unie en haar lidstaten hebben tezamen met de staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan („ACS-staten”) overeenkomstig bijlage I ter van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst een prestatie-evaluatie uitgevoerd, met name om na te gaan in welke mate de vastleggingen en betalingen zijn gerealiseerd.

(6)

Er moeten regels worden vastgesteld voor het beheer van de financiële samenwerking.

(7)

Bij de Commissie moet een Comité van vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten worden gevestigd („het EOF-comité”) en bij de Europese Investeringsbank (EIB) moet een soortgelijk comité worden gevestigd. De werkzaamheden die door de Commissie en de EIB worden verricht voor de toepassing van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst en de overeenkomstige bepalingen van het besluit van de landen en gebieden overzee (LGO) dienen te worden geharmoniseerd.

(8)

Het beleid van de Unie inzake ontwikkelingssamenwerking wordt geleid door de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling die door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 8 september 2000 werden aangenomen, met inbegrip van daaropvolgende aanpassingen.

(9)

De Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, het Europees Parlement en de Commissie namen op 22 december 2005 een gemeenschappelijke verklaring betreffende het ontwikkelingsbeleid van de Europese Unie: „De Europese consensus” aan (6).

(10)

De Raad heeft op 9 december 2010 zijn goedkeuring gehecht aan de conclusies over wederzijdse verantwoordingsplicht en transparantie: het vierde hoofdstuk van het operationele kader van de EU inzake doeltreffendheid van ontwikkelingshulp. Deze conclusies werden toegevoegd aan de geconsolideerde tekst van het operationele kader inzake doeltreffendheid van ontwikkelingshulp waarin de overeenkomsten in het kader van de Verklaring van Parijs over de doeltreffendheid van hulp (2005), de EU-gedragscode inzake complementariteit en taakverdeling in het ontwikkelingsbeleid (2007) en de EU-richtsnoeren voor de Actieagenda van Accra (2008) werden bevestigd. De Raad heeft op 14 november 2011 tevens zijn goedkeuring gehecht aan een gemeenschappelijk standpunt van de EU, dat onder meer betrekking had op de EU-transparantiewaarborg en andere aspecten van transparantie en verantwoordingsplicht, voor het vierde Forum op hoog niveau te Busan, Zuid-Korea. Op 14 mei 2012 heeft de Raad conclusies aangenomen over „Het EU-ontwikkelingsbeleid trefzekerder maken: een agenda voor verandering” en over „De toekomstige strategie inzake EU-begrotingssteun aan derde landen”.

(11)

Er wordt herinnerd aan de doelstellingen inzake officiële ontwikkelingshulp (ODA) die zijn vermeld in overweging 10. Wanneer de Commissie de lidstaten en de OESO/DAC verslag uitbrengt over uitgaven binnen het elfde EOF, moet zij een onderscheid maken tussen ODA- en niet-ODA-activiteiten.

(12)

Op 22 december 2009 keurde de Raad de conclusies goed betreffende de betrekkingen van de EU met de landen en gebieden overzee (LGO).

(13)

Dit akkoord moet worden toegepast in overeenstemming met Besluit 2010/427/EU van 26 juli 2010 tot vaststelling van de organisatie en werking van de Europese Dienst voor extern optreden (7).

(14)

Om te voorkomen dat de financiering tussen maart en december 2020 stilvalt, is het dienstig de looptijd van het meerjarig financieel kader van het elfde EOF te doen samenvallen met die van het meerjarig financieel kader voor de periode 2014-2020 dat van toepassing is op de algemene begroting van de Unie. Het is daarom verkieslijk 31 december 2020 vast te leggen als uiterste datum voor vastleggingen van middelen van het elfde EOF, veeleer dan 28 februari 2020, de uiterste datum voor de toepassing van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst.

(15)

Voortbouwend op de basisbeginselen van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst, zijn de doelstellingen van het elfde EOF de uitroeiing van armoede, duurzame ontwikkeling en geleidelijke integratie van de ACS-staten in de wereldeconomie. De minst ontwikkelde landen krijgen een bijzondere behandeling.

(16)

Om de sociaaleconomische samenwerking met de ultraperifere gebieden van de Unie en de ACS-staten, alsmede met de LGO’s in het Caribisch gebied, West-Afrika en de Indische Oceaan te versterken, voorzien de verordeningen betreffende het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en betreffende de Europese territoriale samenwerking in een versterking van de toewijzingen voor 2014-2020 voor hun onderlinge samenwerking,

ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN:

HOOFDSTUK 1

FINANCIËLE MIDDELEN

Artikel 1

Middelen van het elfde EOF

1.   De lidstaten stellen een elfde Europees Ontwikkelingsfonds in, hierna „het elfde EOF” genoemd.

2.   Het elfde EOF is als volgt samengesteld:

a)

een bedrag van 30 506 miljoen EUR (in lopende prijzen), waaraan de lidstaten als volgt bijdragen:

Lidstaat

Verdeelsleutel

(%)

Bijdrage in EUR

België

3,24927

991 222 306

Bulgarije

0,21853

66 664 762

Tsjechië

0,79745

243 270 097

Denemarken

1,98045

604 156 077

Duitsland

20,5798

6 278 073 788

Estland

0,08635

26 341 931

Ierland

0,94006

286 774 704

Griekenland

1,50735

459 832 191

Spanje

7,93248

2 419 882 349

Frankrijk

17,81269

5 433 939 212

Kroatië (8)

0,22518

68 693 411

Italië

12,53009

3 822 429 255

Cyprus

0,11162

34 050 797

Letland

0,11612

35 423 567

Litouwen

0,18077

55 145 696

Luxemburg

0,25509

77 817 755

Hongarije

0,61456

187 477 674

Malta

0,03801

11 595 331

Nederland

4,77678

1 457 204 507

Oostenrijk

2,39757

731 402 704

Polen

2,00734

612 359 140

Portugal

1,19679

365 092 757

Roemenië

0,71815

219 078 839

Slovenië

0,22452

68 492 071

Slowakije

0,37616

114 751 370

Finland

1,50909

460 362 995

Zweden

2,93911

896 604 897

Verenigd Koninkrijk

14,67862

4 477 859 817

TOTAAL

100,00000

30 506 000 000

Dit bedrag van 30 506 miljoen EUR is beschikbaar vanaf het moment van inwerkingtreding van het meerjarig financieel kader voor en wordt als volgt verdeeld:

i)

29 089 miljoen EUR wordt toegekend aan de ACS-landen;

ii)

364,5 miljoen EUR wordt toegekend aan de LGO;

iii)

1 052,5 miljoen EUR voor de Commissie voor de in artikel 6 bedoelde ondersteunende uitgaven in verband met de programmering en uitvoering van het elfde EOF, waarvan ten minste 76,3 EUR wordt toegekend aan de Commissie voor maatregelen ter verbetering van het effect van EOF-programma’s als bedoeld in artikel 6, lid 3;

b)

met uitzondering van de leningen voor de financiering van rentesubsidies vallen de middelen waarnaar wordt verwezen in de bijlagen I en I ter bij de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst en in de bijlagen II A en II A bis van het LGO-besluit, en die zijn toegewezen in het kader van het negende en tiende EOF ter financiering van de middelen van de investeringsfaciliteit, niet onder Besluit 2005/446/EG (9) en bijlage I ter, punt 5, van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst tot vaststelling van de data waarna de middelen van het negende en tiende EOF niet langer mogen worden vastgelegd. Deze middelen worden overgedragen naar het elfde EOF en worden beheerd overeenkomstig de uitvoeringsregeling voor het elfde EOF, wat betreft de middelen bedoeld in de bijlagen I en I bis bij de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst, vanaf de datum van inwerkingtreding van het meerjarig financieel kader voor de periode 2014-2020 met betrekking tot de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst en, wat betreft de middelen bedoeld in de bijlagen II A en II A bis bij het LGO-besluit, vanaf de datum van inwerkingtreding van de besluiten van de Raad inzake de financiële bijstand aan de LGO voor de periode 2014-2020.

3.   Na 31 december 2013, of na de datum van inwerkingtreding van het meerjarig financieel kader voor de periode 2014-2020, indien deze datum later valt, worden de resterende middelen uit hoofde van het tiende EOF of uit eerdere EOF’s niet langer vastgelegd, tenzij de Raad op voorstel van de Commissie en met eenparigheid van stemmen anders besluit, met uitzondering van saldi en middelen die na de relevante datum zijn vrijgemaakt uit hoofde van het stelsel voor de stabilisatie van de exportopbrengsten van landbouwgrondstoffen (Stabex) in het kader van EOF’s voorafgaand aan het negende EOF, en met uitzondering van de in lid 2, onder b), bedoelde middelen.

4.   Middelen voor projecten in het kader van het tiende EOF of voorgaande EOF’s die worden vrijgemaakt na 31 december 2013 of na de datum van inwerkingtreding van het meerjarig financieel kader voor de periode 2014-2020, indien deze datum later valt, worden niet langer vastgelegd, tenzij de Raad op voorstel van de Commissie en met eenparigheid van stemmen anders besluit, met uitzondering van de middelen die na de relevante datum zijn vrijgemaakt uit hoofde van het stelsel voor de stabilisatie van de exportopbrengsten van landbouwgrondstoffen (Stabex) in het kader van EOF’s voorafgaand aan het negende EOF, die automatisch worden overgedragen naar de respectieve nationale indicatieve programma’s, bedoeld in artikel 2, onder a), i), en artikel 3, lid 1, en van de middelen ter financiering van de middelen van de investeringsfaciliteiten, bedoeld in lid 2, onder b), van dit artikel.

5.   Het totaalbedrag voor het elfde EOF is bestemd voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2020. De middelen van het elfde EOF en, in het geval van de investeringsfaciliteit, de middelen afkomstig van gelden die terugvloeien, worden na 31 december 2020 niet verder vastgelegd, tenzij de Raad op voorstel van de Commissie en met eenparigheid van stemmen anders besluit. De middelen die door de lidstaten in het kader van het negende en het tiende EOF zijn geplaatst ter financiering van de investeringsfaciliteit, blijven echter na 31 december 2020 beschikbaar voor uitbetaling tot de datum die in het financieel reglement als bedoeld in artikel 10, lid 2, wordt vastgesteld.

6.   De rentebaten uit verrichtingen die zijn gefinancierd met vastleggingen in vroegere EOF’s en van middelen van het elfde EOF die door de Commissie worden beheerd, worden gecrediteerd op een of verschillende ten name van de Commissie geopende rekeningen en aangewend overeenkomstig de bepalingen van artikel 6. In het kader van het in artikel 10, lid 2, bedoelde financieel reglement wordt bepaald hoe de rentebaten uit de door de EIB beheerde middelen zullen worden gebruikt.

7.   In geval van toetreding van een staat tot de Unie wordt de in lid 2, onder a), bedoelde verdeelsleutel gewijzigd bij een door de Raad op basis van een voorstel van de Commissie en met eenparigheid van stemmen genomen besluit.

8.   De financiële middelen kunnen voorts worden aangepast bij een door de Raad met eenparigheid van stemmen genomen besluit, met name overeenkomstig artikel 62, lid 2, van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst.

9.   Iedere lidstaat kan, onverminderd de besluitvormingsvoorschriften en -procedures van artikel 8, vrijwillige bijdragen ter beschikking van de Commissie of de EIB stellen ter ondersteuning van de doelstellingen van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst. De lidstaten mogen ook projecten of programma’s medefinancieren, bijvoorbeeld in het kader van specifieke initiatieven die door de Commissie of de EIB worden beheerd. De eigen verantwoordelijkheid voor dergelijke initiatieven van de ACS-staten op nationaal niveau wordt gegarandeerd.

De uitvoeringsverordening en het financieel reglement bedoeld in artikel 10 bevatten de nodige bepalingen voor medefinanciering door het elfde EOF en voor medefinancieringsactiviteiten die door de lidstaten worden uitgevoerd. De lidstaten stellen de Raad vooraf in kennis van hun vrijwillige bijdragen.

10.   De Unie en haar lidstaten voeren een prestatie-evaluatie uit, waarbij wordt nagegaan in welke mate de vastleggingen en betalingen zijn gerealiseerd en wat het resultaat en het effect zijn van de steun. Deze evaluatie wordt verricht op basis van een voorstel van de Commissie.

Artikel 2

Middelen voor de ACS-landen

Het in artikel 1, lid 2, onder a), i), vermelde bedrag van 29 089 miljoen EUR wordt als volgt over de samenwerkingsinstrumenten verdeeld:

a)

het bedrag van 24 365 miljoen EUR voor de financiering van de nationale en regionale indicatieve programma’s. Dit bedrag zal worden gebruikt voor de financiering van:

i)

de nationale indicatieve programma’s van de ACS-landen, overeenkomstig de artikelen 1 tot en met 5 van bijlage IV bij de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst;

ii)

de regionale indicatieve programma’s ter ondersteuning van de regionale en interregionale samenwerking en integratie van de ACS-landen, overeenkomstig de artikelen 6 tot en met 11 van bijlage IV bij de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst;

b)

het bedrag van 3 590 miljoen EUR ter financiering van intra-ACS- en interregionale samenwerking met veel of alle ACS-landen, overeenkomstig de artikelen 12 tot en met 14 van bijlage IV bij de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst. Deze enveloppe kan structurele steun omvatten voor instellingen en organen ingesteld op grond van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst. Dit bedrag omvat tevens financiering van de huishoudelijke uitgaven van het in de punten 1 en 2 van Protocol 1 bij de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst bedoelde ACS-secretariaat;

c)

een deel van de middelen als bedoeld onder a) en b) kan worden gebruikt ter dekking van onvoorziene behoeften en voor het verhelpen van negatieve kortetermijngevolgen van exogene schokken, overeenkomstig de artikelen 60, 66, 68, 72, 72 bis en 73 van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst en de artikelen 3 en 9 van bijlage IV bij de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst, eventueel met inbegrip van aanvullende kortetermijnsteun voor humanitaire hulp en noodhulp, waar dergelijke steun niet door de begroting van de Unie kan worden gefinancierd;

d)

het bedrag van 1 134 miljoen EUR toegewezen aan de EIB voor de financiering van de investeringsfaciliteit overeenkomstig de voorwaarden van bijlage II („Financieringsvoorwaarden”) bij de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst, waaronder een aanvullende bijdrage van 500 miljoen EUR aan de Investeringsfaciliteit in de vorm van een revolverend fonds en van 634 miljoen EUR in de vorm van subsidies voor de financiering van de rentesubsidies en van projectgerelateerde technische bijstand als bedoeld in de artikelen 1, 2 en 4 van bijlage II bij de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst, over de periode van het elfde EOF.

Artikel 3

Middelen voor de LGO

1.   Het in artikel 1, lid 2, onder a), ii), vermelde bedrag van 364,5 miljoen EUR wordt toegewezen volgens een voor 31 december 2013 door de Raad vast te stellen nieuw LGO-besluit, waarvan 359,5 miljoen EUR zal worden toegekend voor de financiering van territoriale en regionale programma’s en 5 miljoen EUR in de vorm van een toewijzing aan de EIB voor de financiering van rentesubsidies en technische bijstand overeenkomstig het nieuwe LGO-besluit.

2.   Indien een LGO onafhankelijk wordt en tot de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst toetreedt, wordt het in lid 1 vermelde bedrag van 364,5 miljoen EUR verlaagd en worden de in artikel 2, onder a), i), genoemde bedragen dienovereenkomstig verhoogd bij een door de Raad op basis van een voorstel van de Commissie en met eenparigheid van stemmen genomen besluit.

Artikel 4

Leningen uit de eigen middelen van de EIB

1.   Aan het in artikel 1, lid 2, onder b), bedoelde bedrag voor de investeringsfaciliteit in het kader van het negende, tiende en elfde EOF en het in artikel 2, onder d), bedoelde bedrag wordt een indicatief bedrag van maximaal 2 600 miljoen EUR toegevoegd in de vorm van leningen van de EIB uit eigen middelen. Daarvan wordt voor de doeleinden als vervat in bijlage II bij de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst een bedrag verstrekt van maximaal 2 500 miljoen EUR dat halverwege de termijn kan worden verhoogd na een besluit van de bestuurlijke instanties van de EIB, en een bedrag van maximaal 100 miljoen EUR voor de doeleinden als vervat in het LGO-besluit, overeenkomstig de voorwaarden zoals vastgelegd in de statuten en de desbetreffende voorwaarden voor de financiering van investeringen, zoals die zijn vastgesteld in bijlage II bij de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst en het LGO-besluit.

2.   Naar rato van hun intekening op het kapitaal van de EIB verplichten de lidstaten zich ertoe zich tegenover de EIB borg te stellen, onder afstand van het voorrecht van uitwinning, voor alle financiële verplichtingen die voor de leningnemers van de EIB voortvloeien uit de door de EIB uit eigen middelen op grond van artikel 1, lid 1, van bijlage II bij de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst en de overeenkomstige bepalingen van het LGO-besluit verstrekte leningen.

3.   De in lid 2 bedoelde borgstelling blijft beperkt tot 75 % van het totale bedrag van de door de EIB uit hoofde van alle leningsovereenkomsten geopende kredieten, en geldt ter dekking van alle risico’s van de openbare sector. Voor projecten uit de particuliere sector dekt de borgstelling alle politieke risico’s, maar zal de EIB alle commerciële risico’s op zich nemen.

4.   De uit lid 2 voortvloeiende verplichtingen van de lidstaten worden vastgelegd in borgstellingsovereenkomsten tussen elk der lidstaten en de EIB.

Artikel 5

Door de EIB beheerde operaties

1.   De bedragen die aan de EIB worden betaald uit hoofde van aan de ACS-landen, de LGO en de Franse overzeese departementen verstrekte speciale leningen, alsmede de opbrengsten en inkomsten uit operaties met risicodragend kapitaal die krachtens aan het negende EOF voorafgaande EOF’s hebben plaatsgevonden, komen aan de lidstaten toe naar rato van hun bijdragen aan het EOF waaruit deze middelen afkomstig zijn, tenzij de Raad op voorstel van de Commissie en met eenparigheid van stemmen besluit deze bedragen te reserveren of aan andere maatregelen toe te wijzen.

2.   De provisies die voor het beheer van de in lid 1 bedoelde leningen en verrichtingen aan de EIB verschuldigd zijn, worden vooraf in mindering gebracht op de aan de lidstaten toekomende bedragen.

3.   Opbrengsten en inkomsten die door de EIB worden ontvangen uit operaties in het kader van de investeringsfaciliteit uit hoofde van het negende, het tiende en het elfde EOF, worden door de EIB aangewend voor andere operaties in het kader van de investeringsfaciliteit, overeenkomstig artikel 3 van bijlage II bij de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst, na aftrek van uitzonderlijke uitgaven en verplichtingen die zijn ontstaan in verband met de investeringsfaciliteit.

4.   De kosten van de EIB voor het beheer van de in lid 3 bedoelde verrichtingen in het kader van de investeringsfaciliteit worden volledig vergoed, overeenkomstig artikel 3, lid 1, onder a), van bijlage II bij de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst en de overeenkomende bepalingen van het LGO-besluit.

Artikel 6

Middelen voor ondersteunende uitgaven van de Commissie in verband met het EOF

1.   De middelen van het EOF dienen ter dekking van de kosten voor ondersteunende uitgaven. De middelen bedoeld in artikel 1, lid 2, onder a), iii), en in artikel 1, lid 6, dekken kosten in verband met de programmering en uitvoering van het EOF die niet noodzakelijkerwijs worden gedekt door de nationale strategiedocumenten en de meerjarige indicatieve programma’s als bedoeld in de in artikel 10, lid 1, van dit akkoord genoemde uitvoeringsverordening. De Commissie verstrekt om de twee jaar informatie over de besteding van deze middelen en over de verdere inspanningen die worden geleverd om besparingen en winsten op het gebied van rendement te realiseren. De Commissie informeert de lidstaten van tevoren over alle bijkomende bedragen die uit de begroting van de EU aan de uitvoering van het EOF worden besteed.

2.   De middelen voor de ondersteunende uitgaven kunnen betrekking hebben op de uitgaven van de Commissie in verband met:

a)

voorbereiding, follow-up, toezicht, boekhouding, financiële controle en evaluatie, inclusief rapportage over resultaten, die rechtstreeks noodzakelijk zijn voor de programmering en uitvoering van de EOF-middelen;

b)

het bereiken van de EOF-doelstellingen, door onderzoeksactiviteiten voor het ontwikkelingsbeleid, studies, vergaderingen, voorlichting, bewustmaking, opleidingen en publicaties, met inbegrip van voorlichting en communicatie waarbij onder meer wordt gerapporteerd over de resultaten van de EOF-programma’s. Middelen die voor communicatie in het kader van dit akkoord worden toegewezen, bestrijken ook de institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie in verband met het EOF; en

c)

computernetwerken voor informatie-uitwisseling en andere uitgaven voor bestuurlijke of technische bijstand in verband met de programmering en de uitvoering van het EOF.

Onder de middelen bedoeld in artikel 1, lid 2, onder a), iii), en artikel 1, lid 6, vallen ook de kosten voor de administratieve ondersteuning bij de hoofdzetel van de Commissie en bij de delegaties van de Unie in verband met de programmering en het beheer van operaties die worden gefinancierd in het kader van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst en het LGO-besluit.

De middelen bedoeld in artikel 1, lid 2, onder a), iii), en artikel 1, lid 6, worden niet aangewend voor de kerntaken van het Europese openbare bestuur.

3.   De middelen voor ondersteunende uitgaven ter verbetering van het effect van EOF-programma’s, genoemd in artikel 1, lid 2, onder a), iii), omvatten uitgaven van de Commissie die te maken hebben met het opzetten van een algemeen kader voor resultaten en een versterkte monitoring en evaluatie van EOF-programma’s vanaf 2014. De middelen zijn ook een ondersteuning voor de inspanningen die de Commissie doet om door middel van geregelde voortgangsverslagen het financieel beheer en de prognoses van het EOF te verbeteren.

HOOFDSTUK II

UITVOERING EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 7

Bijdragen aan het elfde EOF

1.   Rekening houdend met de verwachtingen van de EIB betreffende het beheer en de verrichtingen van de investeringsfaciliteit, stelt de Commissie jaarlijks de staat vast van de vastleggingen, de betalingen en het jaarlijkse bedrag van het afroepen van de bijdragen voor het lopende en de volgende twee begrotingsjaren, en stelt zij de Raad hiervan vóór 20 oktober in kennis. Bij deze bedragen wordt uitgegaan van het vermogen om de voorgestelde middelen daadwerkelijk te besteden.

2.   Op een voorstel van de Commissie waarin wordt gespecificeerd welk deel voor de Commissie is bestemd en welk deel voor de EIB, stelt de Raad met een overeenkomstig artikel 8 bepaalde gekwalificeerde meerderheid van stemmen het maximum vast voor het jaarlijkse bedrag van de bijdrage voor het tweede jaar volgend op het voorstel van de Commissie (n + 2) en, met inachtneming van het maximum van het voorgaande jaar, het jaarlijkse bedrag van het verzoek om een bijdrage voor het eerste jaar volgend op het voorstel van de Commissie (n + 1).

3.   Als de overeenkomstig lid 2 vastgestelde bijdragen afwijken van de werkelijke behoeften van het elfde EOF gedurende het betrokken begrotingsjaar, dient de Commissie bij de Raad voorstellen in tot wijziging van de omvang van de bijdragen, met inachtneming van het in lid 2 bedoelde maximum. De Raad neemt hierover met een overeenkomstig artikel 8 bepaalde gekwalificeerde meerderheid van stemmen een besluit.

4.   De verzoeken om een bijdrage mogen het in lid 2 bedoelde maximum niet overschrijden en het maximum mag niet worden verhoogd, behalve wanneer de Raad hiertoe met een overeenkomstig artikel 8 bepaalde gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit in geval van speciale behoeften ten gevolge van uitzonderlijke of niet voorziene omstandigheden zoals situaties na een crisis. De Commissie en de Raad zien er in dit geval op toe dat de bijdragen overeenkomen met de verwachte betalingen.

5.   Rekening houdend met de verwachtingen van de EIB deelt de Commissie de Raad jaarlijks vóór 20 oktober haar ramingen van de vastleggingen, betalingen en bijdragen mee voor elk van de drie volgende begrotingsjaren.

6.   Wat betreft middelen die uit eerdere EOF’s zijn overgedragen naar het elfde EOF overeenkomstig artikel 1, lid 2, onder b), worden de bijdragen van iedere lidstaat berekend naar rato van de bijdrage van elke lidstaat aan het betreffende EOF.

Wat betreft middelen van het tiende EOF en eerdere EOF’s die niet worden overgeboekt naar het elfde EOF, wordt het effect daarvan op de bijdrage van iedere lidstaat berekend naar rato van de bijdrage van elke lidstaat aan het tiende EOF.

7.   De wijze van storting van de bijdragen door de lidstaten wordt vastgesteld bij het in artikel 10, lid 2, bedoelde financieel reglement.

Artikel 8

Het comité van het Europees Ontwikkelingsfonds

1.   Voor de door de Commissie beheerde middelen van het elfde EOF wordt bij de Commissie een comité ingesteld („het comité van het EOF”), dat is samengesteld uit vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten. Het comité van het EOF staat onder voorzitterschap van een vertegenwoordiger van de Commissie. Het secretariaat wordt gevoerd door de Commissie. Een waarnemer van de EIB neemt deel aan de werkzaamheden van het comité wat betreft kwesties die betrekking hebben op de EIB.

2.   De stemmen van de lidstaten in het comité van het EOF worden als volgt gewogen:

Lidstaat

Aantal stemmen

België

33

Bulgarije

2

Tsjechië

8

Denemarken

20

Duitsland

206

Estland

1

Ierland

9

Griekenland

15

Spanje

79

Frankrijk

178

Kroatië (10)

[2]

Italië

125

Cyprus

1

Letland

1

Litouwen

2

Luxemburg

3

Hongarije

6

Malta

1

Nederland

48

Oostenrijk

24

Polen

20

Portugal

12

Roemenië

7

Slovenië

2

Slowakije

4

Finland

15

Zweden

29

Verenigd Koninkrijk

147

Totaal EU 27

998

Totaal EU 28 (10)

[1 000]

3.   Het comité van het EOF spreekt zich uit met een gekwalificeerde meerderheid van 720 stemmen op 998 stemmen, waarbij ten minste 14 lidstaten vóór moeten stemmen. De blokkerende minderheid bedraagt 279 stemmen.

4.   In geval van toetreding van een staat tot de Unie kunnen de in lid 2 genoemde weging, alsmede de in lid 3 vermelde gekwalificeerde meerderheid van stemmen bij een met eenparigheid van stemmen genomen besluit van de Raad worden gewijzigd.

5.   De Raad stelt het reglement van orde van het comité van het EOF vast bij een door de Raad op basis van een voorstel van de Commissie en met eenparigheid van stemmen genomen besluit.

Artikel 9

Het comité van de investeringsfaciliteit

1.   Onder auspiciën van de EIB wordt een comité („het comité van de investeringsfaciliteit”) ingesteld, dat is samengesteld uit vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten en een vertegenwoordiger van de Commissie. De EIB draagt zorg voor het secretariaat en de ondersteunende dienstverlening van het comité. De voorzitter van het comité van de investeringsfaciliteit wordt gekozen door en onder de leden van het comité van de investeringsfaciliteit.

2.   De Raad stelt met eenparigheid van stemmen het reglement van orde van het comité van de investeringsfaciliteit vast. Het comité van de investeringsfaciliteit besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.

3.   De stemmen worden gewogen zoals bepaald in artikel 8, leden 2 en 3.

Artikel 10

Uitvoeringsbepalingen

1.   Onverminderd artikel 8 van dit akkoord en het op grond daarvan bepaalde stemrecht van de lidstaten blijven alle relevante bepalingen van Verordening (EG) nr. 617/2007 van de Raad van 14 mei 2007 inzake de uitvoering van het tiende Europees Ontwikkelingsfonds uit hoofde van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst (11) en van Verordening (EG) nr. 2304/2002 van de Commissie van 20 december 2002 houdende uitvoering van Besluit 2001/822/EG van de Raad (12) betreffende de associatie van de LGO van kracht, zolang de Raad geen verordening heeft vastgesteld voor de uitvoering van het elfde EOF („de uitvoeringsverordening van het elfde EOF”) en de uitvoeringsvoorschriften van het LGO-besluit door de Raad niet zijn vastgesteld. De uitvoeringsverordening voor het elfde EOF wordt op basis van een voorstel van de Commissie en na raadpleging van de EIB met eenparigheid van stemmen vastgesteld. De uitvoeringsvoorschriften voor de financiële steun van de Unie aan de LGO worden vastgesteld na vaststelling van het nieuwe LGO-besluit door de Raad met eenparigheid van stemmen en na raadpleging van het Europees Parlement.

De uitvoeringsverordening van het elfde EOF en de uitvoeringsvoorschriften van het LGO-besluit bevatten passende aanpassingen en verbeteringen van de programmerings- en besluitvormingsprocedures, teneinde de procedures van de EU en het EOF zo veel mogelijk verder op elkaar af te stemmen. De uitvoeringsverordening van het elfde EOF handhaaft voorts bijzondere beheersprocedures voor de vredesfaciliteit. Aangezien de financiële en technische steun voor de uitvoering van artikel 11 ter van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst zal worden gefinancierd uit andere specifieke instrumenten dan de voor de financiering van de ACS-EU-samenwerking bestemde instrumenten, moeten volgens deze bepalingen ontwikkelde activiteiten op grond van vooraf gespecificeerde begrotingsbeheersprocedures worden goedgekeurd.

De uitvoeringsverordening van het elfde EOF behelst passende maatregelen om de gezamenlijke financiering mogelijk te maken van kredieten uit het elfde EOF en uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, ten behoeve van projecten voor samenwerking tussen de ultraperifere gebieden van de Unie en de ACS-staten, alsmede de LGO’s in het Caribisch gebied, West-Afrika en de Indische Oceaan, meer bepaald vereenvoudigde mechanismen voor gezamenlijk projectbeheer.

2.   De Raad stelt met een overeenkomstig artikel 8 bepaalde gekwalificeerde meerderheid een financieel reglement vast op basis van een voorstel van de Commissie en na advies van de EIB inzake de voor haar relevante bepalingen en een advies van de Rekenkamer.

3.   De in de leden 1 en 2 bedoelde voorstellen voor verordeningen van de Commissie voorzien in de mogelijkheid om onder meer uitvoeringstaken te delegeren aan derden.

Artikel 11

Financiële uitvoering, boekhouding, controle en kwijting

1.   De Commissie draagt zorg voor de financiële tenuitvoerlegging van de middelen die zij beheert en meer bepaald voor de financiële uitvoering van de projecten en programma’s overeenkomstig het financieel reglement als bedoeld in artikel 10, lid 2. De besluiten van de Commissie met betrekking tot de terugvordering van te veel betaalde bedragen vormen executoriale titel binnen het rechtsgebied bedoeld in artikel 299 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

2.   Namens de Unie beheert de EIB de investeringsfaciliteit en voert zij in dat kader verrichtingen uit, overeenkomstig het in artikel 10, lid 2, bedoelde financieel reglement. De EIB handelt hierbij voor risico van de lidstaten. Alle daaruit voortvloeiende rechten komen de lidstaten toe, met name in de hoedanigheid van schuldeiser of eigenaar.

3.   De EIB draagt overeenkomstig haar statuten en beste bankpraktijken zorg voor de financiële uitvoering van de verrichtingen in verband met de in artikel 4 bedoelde leningen uit eigen middelen, in voorkomend geval gecombineerd met rentesubsidies uit de subsidiemiddelen van het EOF.

4.   Voor elk begrotingsjaar stelt de Commissie de rekeningen van het EOF op, keurt deze goed en zendt deze aan het Europees Parlement, de Raad en de Rekenkamer.

5.   De EIB doet jaarlijks aan de Commissie en de Raad haar jaarverslag toekomen over de uitvoering van de verrichtingen die zijn gefinancierd uit de door de EIB beheerde middelen van het EOF.

6.   Overeenkomstig lid 9 van dit artikel oefent de Rekenkamer ten aanzien van de verrichtingen van het EOF haar bevoegdheden op grond van artikel 287 VWEU uit. De wijze waarop dit geschiedt, wordt bepaald in het in artikel 10, lid 2, bedoelde financieel reglement.

7.   Voor het financiële beheer van het EOF, met uitzondering van door de EIB beheerde verrichtingen, wordt de Commissie kwijting verleend door het Europees Parlement op aanbeveling van de Raad, die daarover besluit met een overeenkomstig artikel 8 bepaalde gekwalificeerde meerderheid van stemmen.

8.   Voor de uit de middelen van het EOF gefinancierde verrichtingen die door de EIB worden beheerd, gelden de controle- en kwijtingsprocedures zoals die voor alle verrichtingen van de EIB in haar statuten zijn vastgelegd.

Artikel 12

Herzieningsclausule

Artikel 1, lid 3, en de artikelen van hoofdstuk II, met uitzondering van artikel 8, kunnen door de Raad met eenparigheid van stemmen op voorstel van de Commissie worden gewijzigd. De EIB sluit zich aan bij het voorstel van de Commissie betreffende aangelegenheden die verband houden met haar activiteiten en die van de investeringsfaciliteit.

Artikel 13

Europese Dienst voor extern optreden

Dit akkoord wordt toegepast in overeenstemming met Besluit 2010/427/EU van de Raad van 26 juli 2010 tot vaststelling van de organisatie en werking van de Europese Dienst voor extern optreden.

Artikel 14

Ratificatie, inwerkingtreding en looptijd

1.   Dit akkoord wordt door elke lidstaat goedgekeurd overeenkomstig zijn eigen grondwettelijke voorschriften. De regering van elke lidstaat stelt het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie in kennis van de voltooiing van de procedures die voor de inwerkingtreding van dit akkoord zijn vereist.

2.   Dit akkoord treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum waarop de laatste lidstaat kennis geeft van goedkeuring van dit akkoord.

3.   Dit akkoord wordt gesloten voor dezelfde duur als het meerjarig financieel kader voor 2014-2020 dat is gehecht aan de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst, en als het LGO-besluit (2014-2020). Onverminderd artikel 1, lid 4, blijft dit akkoord echter van kracht voor zover dit nodig is voor de volledige uitvoering van alle uit hoofde van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst en het LGO-besluit en binnen het genoemde meerjarig financieel kader gefinancierde verrichtingen.

Artikel 15

Authentieke talen

Dit akkoord, opgesteld in een exemplaar in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek, wordt nedergelegd in het archief van het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie, dat een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift toezendt aan de regering van elk der ondertekenende lidstaten.

Съставено в Люксембург и Брюксел съответно на двадесет и четвърти юни и на двадесет и шести юни две хиляди и тринадесета година.

Hecho en Luxemburgo y en Bruselas, el veinticuatro de junio de dos mil trece y el veintiseis de junio de dos mil trece respectivamente.

V Lucemburku dne dvacátého čtvrtého června dva tisíce třináct a v Bruselu dne dvacátého šestého června dva tisíce třináct.

Udfærdiget i Luxembourg og Bruxelles, henholdsvis den fireogtyvende juni og den seksogtyvende juni to tusind og tretten.

Geschehen zu Luxemburg und Brüssel am vierundzwanzigsten Juni beziehungsweise am sechsundzwanzigsten Juni zweitausenddreizehn.

Kahe tuhande kolmeteistkümnenda aasta juunikuu kahekümne neljandal päeval Luxembourgis ja kahe tuhande kolmeteistkümnenda aasta juunikuu kahekümne kuuendal päeval Brüsselis.

Έγινε στο Λουξεμβούργο και στις Βρυξέλλες στις είκοσι τέσσερις Ιουνίου και στις είκοσι έξι Ιουνίου του έτους δύο χιλιάδες δεκατρία, αντιστοίχως.

Done at Luxembourg and Brussels, on the twenty-fourth day of June and on the the twenty-sixth day of June in the year two thousand and thirteen, respectively.

Fait à Luxembourg et à Bruxelles, le vingt-quatre juin et le vingt-six juin deux mille treize respectivement.

Fatto a Lussemburgo e a Bruxelles, rispettivamente addì ventiquattro giugno e ventisei giugno duemilatredici.

Luksemburgā un Briselē, attiecīgi, divi tūkstoši trīspadsmitā gada divdesmit ceturtajā jūnijā un divdesmit sestajā jūnijā.

Priimta atitinkamai du tūkstančiai tryliktų metų birželio dvidešimt ketvirtą dieną ir birželio dvidešimt šeštą dieną Liuksemburge ir Briuselyje.

Kelt Luxembourgban, a kétezer-tizenharmadik év június havának huszonnegyedik napján, illetve Brüsszelben, a kétezer-tizenharmadik év június havának huszonhatodik napján.

Magħmul fil-Lussemburgu u fi Brussell, fl-erbgħa u għoxrin jum ta' Ġunju u fis-sitta u għoxrin jum ta' Ġunju fis-sena elfejn u tlettax, rispettivament.

Gedaan te Luxemburg en te Brussel, op vierentwintig, respectievelijk zesentwintig juni tweeduizend dertien.

Sporządzono w Luksemburgu i w Brukseli odpowiednio dnia dwudziestego czwartego czerwca i dwudziestego szóstego czerwca roku dwa tysiące trzynastego

Feito no Luxemburgo e em Bruxelas, em vinte e quarto e vinte e seis de junho de dois mil e treze, respetivamente.

Întocmit la Luxemburg și Bruxelles, la douăzeci și patru iunie și, respectiv, la douăzeci și șase iunie două mii treisprezece.

V Luxemburgu dvadsiateho štvrtého júna a v Bruseli dvadsiateho šiesteho júna dvetisíctrinásť.

Sestavljeno v Luxembourgu in Bruslju na štiriindvajseti dan meseca junija oziroma šestindvajseti dan meseca junija leta dva tisoč trinajst.

Tehty Luxemburgissa kahdentenakymmenentenäneljäntenä päivänä kesäkuuta ja Brysselissä kahdentenakymmenentenäkuudentena päivänä kesäkuuta vuonna kaksituhattakolmetoista.

Som skedde i Luxemburg och Bryssel den tjugofjärde juni respektive den tjugosjätte juni tjugohundratretton.

Voor het Koninkrijk België

Pour le Royaume de Belgique

Für das Königreich Belgien

Image

За Република България

Image

Za prezidenta České republiky

Image

For Hendes Majestæt Danmarks Dronning

Image

Für den Präsidenten der Bundesrepublik Deutschland

Image

Eesti Vabariigi nimel

Image

Thar ceann Uachtarán na hÉireann

For the President of Ireland

Image

Για τον Πρόεδρο της Ελληνικής Δημοκρατίας

Image

Por Su Majestad el Rey de España

Image

Pour le Président de la République française

Image

Per il Presidente della Repubblica italiana

Image

Για τον Πρόεδρο της Κυπριακής Δημοκρατίας

Image

Latvijas Republikas Valsts prezidenta vārdā –

Image

Lietuvos Respublikos Prezidento vardu

Image

Pour Son Altesse Royale le Grand-Duc de Luxembourg

Image

Magyarország köztársasági elnöke részéről

Image

Għall-President tar-Repubblika ta' Malta

Image

Voor Zijne Majesteit de Koning der Nederlanden

Image

Für den Bundespräsidenten der Republik Österreich

Image

Za Prezydenta Rzeczypospolitej Polskiej

Image

Pelo Presidente da República Portuguesa

Image

Pentru România

Image

Za predsednika Republike Slovenije

Image

Za prezidenta Slovenskej republiky

Image

Suomen tasavallan hallituksen puolesta

För republiken Finlands regering

Image

För Konungariket Sveriges regering

Image

For Her Majesty The Queen of the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland

Image


(1)  PB L 317 van 15.12.2000, blz. 3.

(2)  PB L 287 van 28.10.2005, blz. 4.

(3)  PB L 287 van 4.11.2010, blz. 3.

(4)  PB L 247 van 9.9.2006, blz. 32.

(5)  PB L 314 van 30.11.2001, blz. 1.

(6)  PB C 46 van 24.2.2006, blz. 1.

(7)  PB L 201 van 3.8.2010, blz. 30.

(8)  Geraamd bedrag.

(9)  Besluit 2005/446/EG van de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, op 30 mei 2005 tot vaststelling van de uiterste datum waarop betalingsverplichtingen uit hoofde van het negende Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) kunnen worden aangegaan (PB L 156 van 18.6.2005, blz. 19).

(10)  Geraamd aantal stemmen.

(11)  PB L 152 van 13.6.2007, blz. 1.

(12)  PB L 348 van 21.12.2002, blz. 82.


VERORDENINGEN

6.8.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 210/15


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 751/2013 VAN DE COMMISSIE

van 29 juli 2013

houdende inschrijving van een benaming in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (Kraški med (BOB))

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name artikel 52, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad van 20 maart 2006 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (2) is bij Verordening (EU) nr. 1151/2012 ingetrokken en daardoor vervangen.

(2)

Overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Verordening (EG) nr. 510/2006 is de door Slovenië ingediende aanvraag tot registratie van de naam „Kraški med” bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie  (3).

(3)

Aangezien bij de Commissie geen bezwaren zijn ingediend overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 510/2006, moet deze benaming worden ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in de bijlage bij deze verordening vermelde benaming wordt ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 29 juli 2013.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

Dacian CIOLOȘ

Lid van de Commissie


(1)  PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.

(2)  PB L 93 van 31.3.2006, blz. 12.

(3)  PB C 290 van 26.9.2012, blz. 7.


BIJLAGE

In bijlage I bij het Verdrag genoemde landbouwproducten voor menselijke consumptie:

Categorie 1.4.   Andere producten van dierlijke oorsprong (eieren, honing, diverse zuivelproducten met uitzondering van boter, enz.)

SLOVENIË

Kraški med (BOB)


6.8.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 210/17


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 752/2013 VAN DE COMMISSIE

van 31 juli 2013

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 555/2008, wat betreft nationale steunprogramma’s en handel met derde landen in de wijnsector

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (integrale-GMO-verordening) (1), en met name artikel 103 octovicies en artikel 158 bis, lid 4, in samenhang met artikel 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In de artikelen 4 en 5 van Verordening (EG) nr. 555/2008 van de Commissie (2) zijn de subsidiabiliteitscriteria en de selectieprocedure vastgesteld voor in nationale steunprogramma’s opgenomen acties ter bevordering van de afzet van wijn op markten van derde landen.

(2)

Gezien het specifieke karakter van de maatregel ter bevordering van de afzet van wijn op markten van derde landen en gezien de ervaring die met de tenuitvoerlegging van de nationale steunprogramma’s is opgedaan, moeten voorschriften worden vastgesteld inzake de subsidiabiliteit van personeelskosten en overheadkosten die bij de uitvoering van dergelijke maatregelen door de begunstigde worden gemaakt.

(3)

Artikel 19, lid 2, van Verordening (EG) nr. 555/2008 voorziet in het financiële beheer van investeringsmaatregelen. Om de uitvoering van investeringsprojecten in het kader van de tenuitvoerlegging in de programmeringsperiode 2014-2018 te vergemakkelijken, dient het maximumpercentage voor voorschotbetalingen voor de jaren 2014 en 2015 te worden verhoogd. Dezelfde aanpak moet worden toegepast voor de uitvoering van investeringsprojecten in het kader van het einde van de eerste programmeringsperiode 2009-2013. Bijgevolg moet het maximumpercentage voor voorschotbetalingen ook voor het jaar 2013 worden verhoogd.

(4)

Er moeten maatregelen worden ingevoerd om in het kader van nationale steunprogramma’s gezond financieel beheer te waarborgen en de controle van EU-financiering die in de vorm van voorschotten aan de begunstigden wordt betaald, te verbeteren. Deze maatregelen moeten, rekening houdend met de tijd die de lidstaten voor de tenuitvoerlegging ervan nodig hebben, met ingang van 2014 van toepassing zijn, behalve wanneer lidstaten besluiten om in 2013 voorschotten te verlenen die worden verhoogd tot de in artikel 19, lid 2, van Verordening (EG) nr. 555/2008 vastgestelde maxima.

(5)

In titel III, hoofdstuk II, deel 2, van Verordening (EG) nr. 555/2008 zijn de voorschriften vastgesteld voor de invoer van wijn, druivensap en druivenmost in de Unie. Met name moet hetzij op een formulier V I 1 volgens het model in bijlage IX bij die verordening een document V I 1 worden opgesteld dat wordt ondertekend door een ambtenaar van een officiële instantie en een ambtenaar van een erkend laboratorium, hetzij een vereenvoudigd papieren document V I 1 worden opgesteld voor wijnproducten die in de Unie worden ingevoerd. Om rekening te houden met de ontwikkeling van geautomatiseerde systemen in deze sector en om het toezicht op de overbrenging en de controles van wijnbouwproducten te vergemakkelijken, dient het gebruik van geautomatiseerde systemen en dus ook van elektronische documenten eveneens te worden toegestaan. Geautomatiseerde systemen mogen echter alleen worden gebruikt mits bepaalde voorwaarden in acht worden genomen en mits de Unie erkent dat het controlesysteem van het derde land voldoende garanties biedt met betrekking tot de aard, de oorsprong en de traceerbaarheid van de wijnproducten die uit dat derde land in de Unie worden ingevoerd. Tegen deze achtergrond dient te worden bepaald aan welke minimumvoorwaarden moet worden voldaan vooraleer de Unie officieel aanvaardt dat het controlesysteem van het betrokken derde land gelijkwaardig is aan dat van de Unie.

(6)

Omwille van de duidelijkheid moeten derde landen die beschikken over een door de Unie als gelijkwaardig erkend controlesysteem, in een lijst worden opgenomen.

(7)

Nadat het door de bevoegde autoriteiten van Chili ingediende verzoek om toepassing van de vereenvoudigde procedure van artikel 45 van Verordening (EG) nr. 555/2008 is onderzocht en nadat de Unie heeft erkend dat het in de Chileense wijnsector toegepaste controlesysteem speciale garanties biedt met betrekking tot de controle van in Chili geproduceerde wijnen en de traceerbaarheid van deze wijnen, moet worden bepaald dat documenten V I 1 die zijn opgesteld door individueel door hun bevoegde autoriteiten goedgekeurde en geïnspecteerde wijnproducenten uit Chili, dienen te worden beschouwd als certificaten of analyseverslagen die zijn opgesteld door instanties en laboratoria als vermeld op de in artikel 48 van die verordening bedoelde lijst. De in artikel 43, lid 2, en artikel 45 van Verordening (EG) nr. 555/2008 bedoelde lijst van derde landen die is opgenomen in bijlage XII bij die verordening, dient overeenkomstig te worden aangevuld.

(8)

Verordening (EG) nr. 555/2008 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(9)

De in de onderhavige verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 555/2008 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In titel II, hoofdstuk II, deel 1, wordt het volgende artikel 5 bis toegevoegd:

„Artikel 5 bis

Subsidiabele kosten

1.   Door in artikel 4 bedoelde begunstigden gedane personeelskosten worden als subsidiabel beschouwd als deze verband houden met de voorbereiding, tenuitvoerlegging of follow-up, inclusief evaluatie, van het specifieke afzetbevorderingsproject waarvoor steun wordt verleend. Deze kosten omvatten de kosten van het personeel dat de begunstigde specifiek naar aanleiding van het afzetbevorderingsproject aanwerft, alsmede de kosten voor het deel van de werkuren dat het vaste personeel van de begunstigde aan het afzetbevorderingsproject besteedt.

De lidstaten beschouwen personeelskosten alleen als subsidiabel, indien de begunstigden bewijsstukken overleggen met daarin nadere informatie over het werk dat daadwerkelijk is besteed aan het specifieke afzetbevorderingsproject waarvoor steun wordt verleend.

2.   Door de begunstigden gedane overheadkosten worden alleen als subsidiabel beschouwd, indien deze:

a)

verband houden met de voorbereiding, tenuitvoerlegging of follow-up van het project, en

b)

niet meer bedragen dan 4 % van de daadwerkelijke kosten voor de tenuitvoerlegging van de projecten.

De lidstaten kunnen beslissen of deze overheadkosten worden gesubsidieerd op basis van een forfait of op basis van de overlegging van bewijsstukken. In het laatste geval worden deze kosten berekend aan de hand van de boekhoudbeginselen, -regels en -methoden van het land van de begunstigde.”.

2)

Artikel 19, lid 2, tweede alinea, wordt vervangen door:

„Het voorschot mag niet meer dan 20 % van de overheidssteun voor de investering bedragen en mag pas worden betaald wanneer een bankgarantie of een gelijkwaardige garantie ten belope van 110 % van het voor te schieten bedrag is gesteld. Voor investeringen waarvoor het individuele besluit tot steunverlening in de begrotingsjaren 2013, 2014 of 2015 wordt genomen, kan het bedrag van de voorschotten eventueel tot maximaal 50 % van de overheidssteun voor de betrokken investering worden verhoogd. Met het oog op de toepassing van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2012 van de Commissie (3) moet het totale voorschot uiterlijk twee jaar na betaling ervan worden uitgegeven in het kader van de tenuitvoerlegging van de betrokken actie.

3)

In titel II, hoofdstuk III, wordt het volgende artikel 37 ter toegevoegd:

„Artikel 37 ter

Aanmelding met betrekking tot voorschotten

1.   Indien overeenkomstig artikel 5, lid 7, artikel 9, lid 2, artikel 19, lid 2, of artikel 24, lid 3, voorschotten worden toegekend, verstrekken de begunstigden jaarlijks voor elk project de volgende informatie aan de betaalorganen:

a)

per maatregel een kostenstaat, met een motivering van het gebruik van de voorschotten in de periode tot en met 15 oktober, en

b)

per maatregel een bevestiging van het saldo van de voorschotten dat op 15 oktober nog niet is benut.

De lidstaten stellen in hun nationale voorschriften een datum voor toezending van deze informatie vast die het mogelijk maakt deze informatie tegen de in artikel 7, lid 2, van die verordening vastgestelde termijn op te nemen in de in artikel 6 van Verordening (EG) nr. 885/2006 bedoelde lopende jaarrekeningen van de betaalorganen.

2.   Lid 1 is niet van toepassing op de jaarrekeningen van 2013, behalve wanneer voorschotten ten belope van meer dan 20 % en maximaal 50 % van de overheidssteun voor de investeringen worden toegekend overeenkomstig artikel 19, lid 2, tweede alinea.

3.   Met het oog op de toepassing van artikel 18, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2012 worden de laatste in lid 1 bedoelde kostenstaat en bevestiging van het saldo overgelegd als bewijs dat de betrokkene definitief recht heeft op het voorschot.

Met betrekking tot overeenkomstig artikel 9, lid 2, en artikel 19, lid 2, van de onderhavige verordening toegekende voorschotten worden de laatste in de leden 1 en 2 bedoelde kostenstaat en bevestiging van het saldo uiterlijk aan het einde van het tweede begrotingsjaar na de betaling van de voorschotten overgelegd.”.

4)

In titel III, hoofdstuk II, wordt het volgende artikel 45 bis toegevoegd:

„Artikel 45 bis

Elektronische documenten

1.   Overeenkomstig de artikelen 43 en 45 opgestelde documenten V I 1 kunnen worden vervangen door een elektronisch document voor de invoer in de Unie van wijnproducten uit derde landen, mits deze derde landen beschikken over een controlesysteem dat door de Unie is aanvaard als gelijkwaardig aan het systeem dat bij de EU-wetgeving is ingesteld voor dezelfde producten.

Een controlesysteem van een derde land mag worden aanvaard als gelijkwaardig aan het systeem dat bij de EU-wetgeving voor dezelfde producten is ingesteld, indien dit systeem op zijn minst aan de volgende voorwaarden voldoet:

a)

het biedt voldoende garanties met betrekking tot de aard, de oorsprong en de traceerbaarheid van de wijnproducten die op het grondgebied van het betrokken derde land worden geproduceerd of verhandeld;

b)

het staat borg voor toegang tot de gegevens die in het gebruikte elektronische systeem worden bewaard, met name tot gegevens met betrekking tot de registratie en identificatie van marktdeelnemers, controle-instanties en analyselaboratoria;

c)

het garandeert dat de onder b) bedoelde gegevens kunnen worden gecontroleerd in het kader van onderlinge administratieve samenwerking.

Derde landen die beschikken over een controlesysteem dat door de Unie als gelijkwaardig in de zin van de tweede alinea wordt aanvaard, worden opgenomen in de lijst in bijlage XII, deel C.

2.   Het in lid 1 bedoelde elektronische document bevat op zijn minst de informatie die voor het opstellen van het document V I 1 vereist is.

Aan het elektronische document wordt een unieke administratieve referentiecode toegekend door, of onder toezicht van, de bevoegde autoriteiten van het derde land van uitvoer. Deze code wordt vermeld op de handelsdocumenten die voor de invoer op het grondgebied van de Unie vereist zijn.

3.   De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van bestemming krijgen op verzoek toegang tot het elektronische document of tot de gegevens die voor het opstellen ervan vereist zijn.

De in de eerste alinea bedoelde gegevens kunnen worden opgevraagd in de vorm van een papieren document waarin de gegevens worden weergegeven in de vorm van data-elementen die op dezelfde manier worden uitgedrukt als in het elektronische document.”.

5)

Bijlage XII wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 31 juli 2013.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  Verordening (EG) nr. 555/2008 van de Commissie van 27 juni 2008 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 479/2008 van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt, wat betreft de steunprogramma’s, de handel met derde landen, het productiepotentieel en de controles in de wijnsector (PB L 170 van 30.6.2008, blz. 1).

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2012 van de Commissie van 28 maart 2012 tot vaststelling van gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake de regeling voor het stellen van zekerheden voor landbouwproducten (PB L 92 van 30.3.2012, blz. 4).”.


BIJLAGE

„BIJLAGE XII

Lijst van de in artikel 43, lid 2, artikel 45 en artikel 45 bis bedoelde derde landen

DEEL A

:

Lijst van derde landen als bedoeld in artikel 43, lid 2:

Australië

Chili

DEEL B

:

Lijst van derde landen als bedoeld in artikel 45:

Australië

Chili

Verenigde Staten van Amerika

DEEL C

:

Lijst van derde landen als bedoeld in artikel 45 bis:

—;”


6.8.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 210/21


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 753/2013 VAN DE COMMISSIE

van 2 augustus 2013

houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 607/2009 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 479/2008 van de Raad wat betreft beschermde oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen, traditionele aanduidingen, etikettering en presentatie van bepaalde wijnbouwproducten

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (integrale-GMO-verordening) (1), en met name artikel 121, eerste alinea, onder k) en m), in samenhang met artikel 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Kroatië is op 1 juli 2013 toegetreden tot de Europese Unie.

(2)

De wijnbouwwetgeving die in Kroatië van toepassing was vooraleer het land tot de Unie toetrad, bevat geen met het EU-recht, en meer bepaald met Verordening (EG) nr. 607/2009 van de Commissie (2) overeenstemmende bepalingen inzake beschermde oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen en inzake de etikettering van wijnbouwproducten. In Kroatië gevestigde marktdeelnemers met wijnbouwproducten in voorraad die zijn vervaardigd overeenkomstig de bepalingen die vóór de toetreding van Kroatië in dat land van toepassing waren, moeten de mogelijkheid krijgen deze voorraden te verkopen.

(3)

Met het oog op zijn toetreding tot de Europese Unie op 1 juli 2013 heeft Kroatië overeenkomstig artikel 62, lid 3, van Verordening (EG) nr. 607/2009 een verzoek ingediend om op het etiket van Kroatische wijn met een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding de namen van bepaalde wijndruivenrassen, met name „Alicante Bouschet”, „Burgundac crni”, „Burgundac sivi”, „Burgundac bijeli”, „Borgonja istarska” en „Frankovka”, te mogen blijven vermelden die traditioneel voor de verkoop van op Kroatisch grondgebied geproduceerde wijn worden gebruikt en geheel of gedeeltelijk uit een in de Unie beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding bestaan. Na verificatie blijkt dat de naam Kroatië met ingang van de datum van toetreding in bijlage XV, deel A, van die verordening dient te worden opgenomen bij de namen van de wijndruivenrassen waarop dit verzoek betrekking heeft.

(4)

Voorts heeft Kroatië een verzoek ingediend om op het etiket van een Kroatisch product met een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding de namen, en synoniemen daarvan, van bepaalde wijndruivenrassen, met name „Aglianico crni”, „Nebbiolo”, „Primitivo”, „Rajnski rizling”, „Radgonska ranina”, „Sangiovese”, „Stajerska belina”, „Stajerka” en „Vermentino” te mogen vermelden die gedeeltelijk bestaan uit een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding en rechtstreeks verwijzen naar het geografische element van de betrokken beschermde oorsprongsbenaming of beschermde geografische aanduiding. Na verificatie blijkt dat de naam Kroatië met ingang van de datum van toetreding in bijlage XV, deel B, van Verordening (EG) nr. 607/2009 dient te worden opgenomen bij de namen van de wijndruivenrassen waarop dit verzoek betrekking heeft.

(5)

Verordening (EG) nr. 607/2009 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(6)

De in de onderhavige verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 607/2009 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Aan artikel 73 wordt het volgende lid 4 toegevoegd:

„4.   Wijnen die tot en met 30 juni 2013 in Kroatië zijn geproduceerd en die voldoen aan de op die datum in Kroatië geldende bepalingen, mogen worden verkocht tot de voorraden zijn uitgeput. Deze producten mogen worden geëtiketteerd overeenkomstig de bepalingen die op 30 juni 2013 in Kroatië van toepassing waren.”.

2)

Bijlage XV wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 2013.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 2 augustus 2013.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 193 van 24.7.2009, blz. 60.


BIJLAGE

Bijlage XV bij Verordening (EG) nr. 607/2009 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Deel A wordt als volgt gewijzigd:

a)

ter hoogte van lijn 2 wordt de naam „Kroatië” toegevoegd in de vierde kolom;

b)

na lijn 14 wordt een lijn 14 bis ingevoegd:

„14 bis

Bourgogne (FR)

Borgonja istarska

Kroatië”

c)

na lijn 15 wordt een lijn 15 bis ingevoegd:

„15 bis

Bourgogne (FR)

Burgundac bijeli

Kroatië”

d)

lijn 16 wordt geschrapt;

e)

ter hoogte van lijn 17 wordt de naam „Kroatië” toegevoegd in de vierde kolom;

f)

ter hoogte van lijn 39 wordt de naam „Kroatië” toegevoegd in de vierde kolom.

2)

Deel B wordt als volgt gewijzigd:

a)

na lijn 2 wordt een lijn 2 bis ingevoegd:

„2 bis

Aglianico del Taburno (IT)

Aglianico crni

Kroatië”

b)

ter hoogte van lijn 33 wordt de naam „Kroatië” toegevoegd in de vierde kolom;

c)

ter hoogte van lijn 37 wordt de naam „Kroatië” toegevoegd in de vierde kolom;

d)

ter hoogte van lijn 39 wordt de naam „Kroatië” toegevoegd in de vierde kolom;

e)

ter hoogte van lijn 45 wordt de naam „Kroatië” toegevoegd in de vierde kolom;

f)

ter hoogte van lijn 51 wordt de naam „Kroatië” toegevoegd in de vierde kolom;

g)

ter hoogte van lijn 52 wordt de naam „Kroatië” toegevoegd in de vierde kolom;

h)

na lijn 52 wordt een lijn 52 bis ingevoegd:

„52 bis

Štajerska Slovenija (SV)

Štajerka

Kroatië”

i)

ter hoogte van lijn 58 wordt de naam „Kroatië” toegevoegd in de vierde kolom.


6.8.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 210/24


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 754/2013 VAN DE COMMISSIE

van 5 augustus 2013

tot 198e wijziging van Verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad tot vaststelling van beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met het Al-Qa‘ida-netwerk

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad van 27 mei 2002 tot vaststelling van beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met het Al-Qa‘ida-netwerk (1), en met name artikel 7, lid 1, onder a), en artikel 7 bis, leden 1 en 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In bijlage I bij Verordening (EG) nr. 881/2002 worden de personen, groepen en entiteiten opgesomd waarvan de tegoeden en economische middelen krachtens die verordening worden bevroren.

(2)

Het Sanctiecomité van de VN-Veiligheidsraad heeft op 23 juli 2013 besloten één natuurlijke persoon toe te voegen aan de lijst van personen, groepen en entiteiten waarvan de tegoeden en economische middelen moeten worden bevroren. Bovendien heeft het Sanctiecomité van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties besloten tot wijziging van vier vermeldingen op de lijst.

(3)

Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 881/2002 dient daarom dienovereenkomstig te worden bijgewerkt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 881/2002 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 5 augustus 2013.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

Hoofd van de dienst Instrumenten voor het buitenlands beleid


(1)  PB L 139 van 29.5.2002, blz. 9.


BIJLAGE

Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 881/2002 wordt als volgt gewijzigd:

(1)

De volgende vermelding wordt toegevoegd aan de lijst “Natuurlijke personen”:

“Abu Mohammed Al-Jawlani (ook bekend als a) Abu Mohamed al-Jawlani, b) Abu Muhammad al-Jawlani, c) Abu Mohammed al-Julani, d) Abu Mohammed al-Golani, e) Abu Muhammad al-Golani, f) Abu Muhammad Aljawlani, g) Muhammad al-Jawlani, h) Shaykh al-Fatih, i) Al Fatih. Geboortedatum: Tussen 1975 en 1979. Geboorteplaats: Syrië. Nationaliteit: Syrisch. Adres: Syrië (situatie in juni 2013). Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 24.7.2013.”

(2)

De vermelding “Haji Muhammad Ashraf (ook bekend als Haji M. Ashraf). Geboortedatum: 1.3.1965. Nationaliteit: Pakistani. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 10.12.2008. Overige informatie: de naam van zijn vader is Noor Muhammad.” op de lijst “Natuurlijke personen” wordt vervangen door:

“Haji Muhammad Ashraf (ook bekend als a) Haji M. Ashraf, b) Muhammad Ashraf Manshah, c) Muhammad Ashraf Munsha). Geboortedatum: a) 1.3.1965, b) 1955. Geboorteplaats: Faisalabad, Pakistan. Nationaliteit: Pakistaan. Paspoortnummer: a) AT0712501 (Pakistaans paspoort, afgegeven op 12.3.2008, vervallen op 11.3.2013), b) A-374184 (Pakistaans paspoort). Nationaal identificatienummer: a) 6110125312507 (Pakistan), b) 24492025390 (Pakistan). Overige informatie: naam van vader is Noor Muhammad. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 10.12.2008.”

(3)

De vermelding “Adil Muhammad Mahmud Abd Al-Khaliq (ook bekend als a) Adel Mohamed Mahmoud Abdul Khaliq; b) Adel Mohamed Mahmood Abdul Khaled). Geboortedatum: 2.3.1984. Geboorteplaats: Bahrein. Paspoortnummer: 1632207 (Bahrein). Overige informatie: a) heeft gehandeld namens en financiële, materiële en logistieke steun verleend aan Al Qa‘ida en de “Libyan Islamic Fighting Group”, met inbegrip van de verstrekking van elektrische onderdelen voor explosieven, computers, GPS-apparatuur en militaire uitrusting; b) is in Zuid-Azië door Al Qa'ida opgeleid voor het gebruik van kleine wapens en explosieven en heeft gevochten met Al Qa'ida in Afghanistan; c) in januari 2007 gearresteerd in de Verenigde Arabische Emiraten op beschuldiging van lidmaatschap van Al Qa‘ida en de “Libyan Islamic Fighting Group”; d) na zijn veroordeling in de Verenigde Arabische Emiraten eind 2007, begin 2008 overgebracht naar Bahrein om de rest van zijn straf uit te zitten.” op de lijst “Natuurlijke personen” wordt vervangen door:

“Adil Muhammad Mahmud Abd Al-Khaliq (ook bekend als a) Adel Mohamed Mahmoud Abdul Khaliq; b) Adel Mohamed Mahmood Abdul Khaled). Geboortedatum: 2.3.1984. Geboorteplaats: Bahrein. Nationaliteit: Bahreins. Paspoortnummer: 1632207 (Bahreins). Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 10.10.2008.”

(4)

De vermelding “Sayf al-Adl (ook bekend als Saif Al-‘Adil). Geboortedatum: 1963. Geboorteplaats: Egypte. Overige informatie: a) Waarschijnlijk Egyptisch staatsburger; b) Verantwoordelijk voor de veiligheid van Usama Bin Laden. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 25.1.2001.” op de lijst “Natuurlijke personen” wordt vervangen door:

“Sayf-Al Adl (ook bekend als a) Saif Al-’Adil, b) Seif al Adel, c) Muhamad Ibrahim Makkawi, d) Ibrahim al-Madani). Geboortedatum: a) 1963, b) 11.4.1963, c) 11.4.1960. Geboorteplaats: Egypte. Nationaliteit: Egyptisch. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 25.1.2001.”

(5)

De vermelding “Fazeel-A-Tul Shaykh Abu Mohammed Ameen Al-Peshawari (ook bekend als a) Shaykh Aminullah, b) Sheik Aminullah, c) Abu Mohammad Aminullah Peshawari, d) Abu Mohammad Amin Bishawri, e) Abu Mohammad Shaykh Aminullah Al-Bishauri, f) Shaykh Abu Mohammed Ameen al-Peshawari, g) Shaykh Aminullah Al-Peshawari). Adres: Ganj District, Peshawar, Pakistan. Geboortedatum: a) Rond 1967, b) Rond 1961, c) Rond 1973. Geboorteplaats: provincie Konar, Afghanistan. Overige informatie: In de gevangenis sinds juni 2009. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 29.6.2009.” op de lijst “Natuurlijke personen” wordt vervangen door:

“Fazeel-A-Tul Shaykh Abu Mohammed Ameen Al-Peshawari (ook bekend als a) Shaykh Aminullah, b) Sheik Aminullah, c) Abu Mohammad Aminullah Peshawari, d) Abu Mohammad Amin Bishawri, e) Abu Mohammad Shaykh Aminullah Al-Bishauri, f) Shaykh Abu Mohammed Ameen al-Peshawari, g) Shaykh Aminullah Al-Peshawari). Nationaliteit: Afghaans. Geboortedatum: a) rond 1967, b) rond 1961, c) rond 1973. Geboorteplaats: dorp Shunkrai, district Sarkani, provincie Konar, Afghanistan. Adres: district Ganj, Peshawar, Pakistan. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 29.6.2009.”


6.8.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 210/26


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 755/2013 VAN DE COMMISSIE

van 5 augustus 2013

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 5 augustus 2013.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

Jerzy PLEWA

Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 157 van 15.6.2011, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0709 93 10

TR

118,5

ZZ

118,5

0805 50 10

AR

88,7

BO

85,6

CL

83,0

TR

71,0

UY

84,0

ZA

93,3

ZZ

84,3

0806 10 10

CL

140,3

EG

187,0

MA

180,7

TR

166,8

ZZ

168,7

0808 10 80

AR

142,6

BR

98,1

CL

121,6

CN

100,2

NZ

131,4

US

144,3

ZA

116,3

ZZ

122,1

0808 30 90

AR

121,0

CL

167,1

NZ

148,9

TR

157,9

ZA

113,0

ZZ

141,6

0809 29 00

CA

303,6

TR

336,4

ZZ

320,0

0809 30

TR

149,8

ZZ

149,8

0809 40 05

BA

44,5

TR

141,2

XS

57,7

ZZ

81,1


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.


BESLUITEN

6.8.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 210/28


UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 16 juli 2013

inzake de financiële bijdrage die de Europese Unie in 2013 verleent ten bate van het nationale programma van 11 lidstaten (Bulgarije, Denemarken, Duitsland, Italië, Letland, Litouwen, Malta, Roemenië, Slovenië, Finland en Zweden) voor de verzameling, het beheer en het gebruik van gegevens in de visserijsector

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2013) 4434)

(Slechts de teksten in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Finse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Roemeense, de Sloveense en de Zweedse taal zijn authentiek)

(2013/424/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 861/2006 van de Raad van 22 mei 2006 houdende communautaire financieringsmaatregelen voor de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk visserijbeleid en op het gebied van het zeerecht (1), en met name artikel 24, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 861/2006 is vastgesteld tegen welke voorwaarden de lidstaten een bijdrage van de Europese Unie kunnen ontvangen voor uitgaven die zij verrichten in het kader van hun nationale programma voor het verzamelen en beheren van gegevens.

(2)

Deze programma’s moeten worden opgesteld overeenkomstig Verordening (EG) nr. 199/2008 van de Raad van 25 februari 2008 betreffende de instelling van een communautair kader voor de verzameling, het beheer en het gebruik van gegevens in de visserijsector en voor de ondersteuning van wetenschappelijk advies over het gemeenschappelijk visserijbeleid (2) en overeenkomstig Verordening (EG) nr. 665/2008 van de Commissie (3).

(3)

Bulgarije, Denemarken, Duitsland, Italië, Letland, Litouwen, Malta, Roemenië, Slovenië, Finland en Zweden hebben elk hun nationale programma voor de verzameling, het beheer en het gebruik van gegevens in de visserijsector voor de periode 2011-2013 ingediend overeenkomstig artikel 4, leden 4 en 5, van Verordening (EG) nr. 199/2008. Die programma’s zijn in 2011 goedgekeurd overeenkomstig artikel 6, lid 3, van Verordening (EG) nr. 199/2008.

(4)

Deze lidstaten hebben voor 2013 elk een jaarlijkse begrotingsraming ingediend overeenkomstig artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1078/2008 van de Commissie van 3 november 2008 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 861/2006 van de Raad, wat betreft de uitgaven van de lidstaten voor de verzameling en het beheer van de basisgegevens over de visserij (4). De Commissie heeft de jaarlijkse begrotingsramingen van de lidstaten overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1078/2008 geëvalueerd met inachtneming van de goedgekeurde nationale programma’s.

(5)

Krachtens artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1078/2008 dient de Commissie zich voor de goedkeuring van de jaarlijkse begrotingsraming en het besluit over de jaarlijkse financiële bijdrage van de Unie voor elk nationaal programma te houden aan de in artikel 24 van Verordening (EG) nr. 861/2006 bedoelde procedure, en dient zij uit te gaan van de resultaten van de in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1078/2008 bedoelde evaluatie van de jaarlijkse begrotingsraming.

(6)

Krachtens artikel 24, lid 3, onder b), van Verordening (EG) nr. 861/2006 dient de Commissie middels een besluit het percentage van de financiële bijdrage vast te stellen. Krachtens artikel 16 van die verordening mag de medefinanciering die de Unie voor het verzamelen van basisgegevens verleent, niet meer bedragen dan 50 % van de subsidiabele uitgaven die de lidstaten verrichten voor de uitvoering van een programma voor de verzameling, het beheer en het gebruik van gegevens in de visserijsector.

(7)

Dit besluit dient te worden beschouwd als een financieringsbesluit in de zin van artikel 84, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (5).

(8)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de visserij en de aquacultuur,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het maximale totaalbedrag van de financiële bijdrage die de Unie in 2013 aan elke lidstaat dient te verlenen met het oog op de verzameling, het beheer en het gebruik van gegevens in de visserijsector, alsmede het percentage van de financiële bijdrage van de Unie, worden vastgesteld in de bijlage.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de Republiek Bulgarije, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Italiaanse Republiek, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Malta, Roemenië, de Republiek Slovenië, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden.

Gedaan te Brussel, 16 juli 2013.

Voor de Commissie

Maria DAMANAKI

Lid van de Commissie


(1)  PB L 160 van 14.6.2006, blz. 1.

(2)  PB L 60 van 5.3.2008, blz. 1.

(3)  PB L 186 van 15.7.2008, blz. 3.

(4)  PB L 295 van 4.11.2008, blz. 24.

(5)  PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.


BIJLAGE

NATIONALE PROGRAMMA’S 2011-2013

Subsidiabele uitgaven en maximale bijdrage van de Unie voor 2013

(EUR)

Lidstaat

Subsidiabele uitgaven

Maximale bijdrage van de Unie

(medefinancieringspercentage van 50 %)

Bulgarije

180 214,85

90 107,43

Denemarken

5 956 908,05

2 978 454,03

Duitsland

6 938 161,00

3 469 080,50

Italië

9 245 522,75

4 622 761,38

Letland

374 348,04

187 174,02

Litouwen

244 900,00

122 450,00

Malta

799 170,09

399 585,05

Roemenië

449 247,00

224 623,50

Slovenië

160 896,42

80 448,21

Finland

1 880 999,00

940 499,50

Zweden

6 158 792,00

3 079 396,00

Totaal

32 389 159,20

16 194 579,60


6.8.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 210/30


UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 1 augustus 2013

tot wijziging van Uitvoeringsbesluit 2012/782/EU betreffende de vaststelling van kwantitatieve beperkingen en de toewijzing van quota voor stoffen die worden gereguleerd krachtens Verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen, voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2013

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2013) 4922)

(Alleen de teksten in de Duitse, de Engelse, de Franse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Kroatische, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese en de Spaanse taal zijn authentiek)

(2013/425/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen (1), en met name artikel 10, lid 2, en artikel 16, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Kroatië is op 1 juli 2013 tot de Unie toegetreden.

(2)

Bij de vaststelling van kwantitatieve beperkingen en de toewijzing van quota voor stoffen die krachtens Verordening (EG) nr. 1005/2009 gereguleerd worden dient rekening te worden gehouden met Kroatische bedrijven.

(3)

Uitvoeringsbesluit 2012/782/EU van de Commissie van 11 december 2012 betreffende de vaststelling van kwantitatieve beperkingen en de toewijzing van quota voor stoffen die worden gereguleerd krachtens Verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen, voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2013 (2) moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(4)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 25, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1005/2009 ingestelde comité,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Uitvoeringsbesluit 2012/782/EU wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 1, in de tabel, wordt de regel

„Groep III (halonen)

18 222 010,00”

vervangen door:

„Groep III (halonen)

18 376 510,00”

2)

Bijlagen II en X worden overeenkomstig het bepaalde in bijlage I bij dit besluit gewijzigd.

3)

Bijlagen IX en XI worden overeenkomstig het bepaalde in bijlage II bij dit besluit gewijzigd.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de volgende ondernemingen:

1

ABCR Dr. Braunagel GmbH & Co. (DE)

Im Schlehert 10

76187 Karlsruhe

Duitsland

2

Aesica Queenborough Ltd

North Street

Queenborough

Kent, ME11 5EL

Verenigd Koninkrijk

3

AGC Chemicals Europe, Ltd

York House, Hillhouse International

Thornton Cleveleys, Lancs, FY5 4QD

Verenigd Koninkrijk

4

Airbus Operations S.A.S.

Route de Bayonne 316

31300 Toulouse

Frankrijk

5

Albany Molecular Research (UK) Ltd

Mostyn Road

Holywell

Flintshire, CH8 9DN

Verenigd Koninkrijk

6

Albemarle Europe SPRL

Parc Scientifique Einstein

Rue du Bosquet 9

1348 Louvain-la-Neuve

België

7

Arkema France SA

420 rue d’Estienne D’Orves

92705 Colombes Cedex

Frankrijk

8

Arkema Quimica SA

Avenida de Burgos 12

28036 Madrid

Spanje

9

Ateliers Bigata SAS

10 rue Jean Baptiste Perrin

33320 Eysines Cedex

Frankrijk

10

BASF Agri Production SAS

32 rue de Verdun

76410 Saint-Aubin lès Elbeuf

Frankrijk

11

Bayer Crop Science AG

Gebäude A729

41538 Dormagen

Duitsland

12

Diverchim SA

100, rue Louis Blanc

60765 Montataire Cedex

Frankrijk

13

Dow Deutschland Anlagengesellschaft mbH

Bützflether Sand

21683 Stade

Duitsland

14

DuPont de Nemours (Nederland) BV

Baanhoekweg 22

3313 LA Dordrecht

Nederland

15

Dyneon GmbH

Industrieperkstrasse 1

84508 Burgkirchen

Duitsland

16

Eras Labo

222 D1090

38330 Saint Nazaire les Eymes

Frankrijk

17

Eusebi Impianti Srl

Via Mario Natalucci 6

60131 Ancona

Italië

18

Eusebi Service Srl

Via Vincenzo Pirani 4

60131 Ancona

Italië

19

Fire Fighting Enterprises Ltd

9 Hunting Gate,

Hitchin SG4 0TJ

Verenigd Koninkrijk

20

Fujifilm Electronic Materials (Europe) NV

Keetberglaan 1A

2070 Zwijndrecht

België

21

Gedeon Richter Plc.

Gyomroi ut 19-21

H-1103, Budapest

Hongarije

22

Gielle di Luigi Galantucci

Via Ferri Rocco, 32

70022 Altamura (BA)

Italië

23

Halon & Refrigerants Services Ltd

J.Reid Trading Estate

Factory Road, Sandycroft

Deeside, Flintshire CH5 2QJ

Verenigd Koninkrijk

24

Harp International Ltd

Gellihirion Industrial Estate

Rhondda, Cynon Taff

Pontypridd CF37 5SX

Verenigd Koninkrijk

25

Honeywell Fluorine Products Europe bv

Laarderhoogtweg 18

1101 EA Amsterdam

Nederland

26

Honeywell Specialty Chemicals GmbH

Wunstorfer Strasse 40

30918 Seelze

Duitsland

27

Hovione Farmaciencia SA

Quinta de S. Pedro — Sete Casas

2674-506 Loures

Portugal

28

Hydraulik-liftsysteme/Walter Mayer GmbH

Heinrich-Hertz-Str. 3

76646 Bruchsal

Duitsland

29

ICL-IP Europe bv

Fosfaatweeg 48

1013 BM Amsterdam

Nederland

30

Laboratorios Miret SA

Geminis 4

08228 Terrassa, Barcelona

Spanje

31

LGC Standards GmbH

Mercatorstr. 51

46485 Wesel

Duitsland

32

LPG Tecnicas en Extincion de Incendios SL

C/Mestre Joan Corrales 107-109

08950 Esplugas de Llobregat,

Barcelona

Spanje

33

Ludwig-Maximilians-Universität

Department Chemie

Butenandstr. 5-13 (Haus D)

81377 München

Duitsland

34

Mebrom NV

Assenedestraat 4

9940 Rieme Ertvelde

België

35

Merck KgaA

Frankfurter Strasse 250

64271 Darmstadt

Duitsland

36

Meridian Technical Services Ltd

Hailey Road 14

DA18 4AP Erith

Verenigd Koninkrijk

37

Mexichem UK Ltd

The Heath Business & Technical Park

Runcorn Cheshire WA7 4QX

Verenigd Koninkrijk

38

Ministry of Defense — Chemical Laboratory — Den Helder

Bevesierweg 4

1780 CA Den Helder

Nederland

39

Panreac Quimica S.L.U.

Pol. Ind. Pla de la Bruguera, C/Garraf 2

08211 Castellar del Vallès-Barcelona

Spanje

40

Poż-Pliszka Sp. z o.o.

ul. Szczecińska 45

80-392 Gdańsk

Polen

41

R.P. Chem s.r.l.

Via San Michele 47

31062 Casale sul Sile (TV)

Italië

42

Safety Hi-Tech S.r.l.

Via di Porta Pinciana 6

00187 Roma

Italië

43

Savi Technologie Sp. z o.o.

Ul. Wolnosci 20

Psary

51-180 Wroclaw

Polen

44

Sigma Aldrich Chemie GmbH

Riedstrasse 2

89555 Steinheim

Duitsland

45

Sigma Aldrich Chimie SARL

80 rue de Luzais

L’isle d’abeau Chesnes

38297 St Quentin Fallavier

Frankrijk

46

Sigma Aldrich Company Ltd

The Old Brickyard, New Road

Gillingham, Dorset SP8 4XT

Verenigd Koninkrijk

47

Solvay Fluor GmbH

Hans-Böckler-Allee 20

30173 Hannover

Duitsland

48

Solvay Fluores France

25 rue de Clichy

75442 Paris

Frankrijk

49

Solvay Specialty Polymers France SAS

Avenue de la Republique

39501 Tavaux Cedex

Frankrijk

50

Solvay Specialty Polymers Italy SpA

Viale Lombardia 20

20021 Bollate (MI)

Italië

51

Sterling Chemical Malta Ltd

V. Dimech Street 4

1504 Floriana

Malta

52

Sterling S.p.A.

Via della Carboneria 30

06073 Solomeo di Corciano (PG)

Italië

53

Syngenta Crop Protection

Surrey Research Park

30 Priestly Road

Guildford Surrey GU2 7YH

Verenigd Koninkrijk

54

Tazzetti S.p.A.

Corso Europa n. 600/a

10070 Volpiano (TO)

Italië

55

TEGA Technische Gase und Gastechnik GmbH

Werner-von-Siemens-Strasse 18

97076 Würzburg

Duitsland

56

Thomas Swan & Co Ltd

Rotary Way

Consett

County Durham DH8 7ND

Verenigd Koninkrijk

57

Medic d.o.o.

Trg Dražena Petrovia 3/VI

10000 Zagreb

Kroatië

58

Simat Prom d.o.o.

Rudeška cesta 96

10000 Zagreb

Kroatië

59

Vatro-Servis d.o.o.

Croatian Halon Bank

Dravska 61

42202 Trnovec

Kroatië

Gedaan te Brussel, 1 augustus 2013.

Voor de Commissie

Connie HEDEGAARD

Lid van de Commissie


(1)  PB L 286 van 31.10.2009, blz. 1.

(2)  PB L 347 van 15.12.2012, blz. 20.


BIJLAGE I

1.   Aan bijlage II bij Uitvoeringsbesluit 2012/782/EU worden de volgende ondernemingen toegevoegd:

Simat Prom d.o.o. (HR)

Vatro-Servis d.o.o. (HR)

2.   Aan bijlage X bij Uitvoeringsbesluit 2012/782/EU wordt de volgende onderneming toegevoegd:


BIJLAGE II

Commercieel gevoelig — vertrouwelijk — niet voor publicatie


6.8.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 210/s3


BERICHT AAN DE LEZER

Verordening (EU) nr. 216/2013 van de Raad van 7 maart 2013 betreffende de elektronische publicatie van het Publicatieblad van de Europese Unie

Overeenkomstig Verordening (EU) nr. 216/2013 van de Raad van 7 maart 2013 betreffende de elektronische publicatie van het Publicatieblad van de Europese Unie (PB L 69 van 13.3.2013, blz. 1) zal, met ingang van 1 juli 2013, enkel de elektronische editie van het Publicatieblad authentiek zijn en rechtsgevolgen hebben.

Indien het door onvoorziene en uitzonderlijke omstandigheden niet mogelijk is de elektronische editie van het Publicatieblad te publiceren, zal de gedrukte editie authentiek zijn en rechtsgevolgen hebben overeenkomstig de bepalingen van artikel 3 van Verordening (EU) nr. 216/2013.


6.8.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 210/s3


BERICHT AAN DE LEZER — WIJZE VAN VERMELDEN VAN DE HANDELINGEN

Vanaf 1 juli 2013 is de wijze van vermelden van de handelingen veranderd.

Gedurende een overgangsperiode zal zowel de oude als de nieuwe manier worden gebruikt.