|
ISSN 1977-0758 doi:10.3000/19770758.L_2013.168.nld |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 168 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
56e jaargang |
|
Inhoud |
|
II Niet-wetgevingshandelingen |
Bladzijde |
|
|
|
INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN |
|
|
|
|
2013/296/EU |
|
|
|
* |
||
|
|
|
2013/297/EU |
|
|
|
* |
||
|
|
|
VERORDENINGEN |
|
|
|
* |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 570/2013 van de Commissie van 17 juni 2013 tot goedkeuring van de werkzame stof geraniol overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, en tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 ( 1 ) |
|
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
BESLUITEN |
|
|
|
|
2013/298/EU |
|
|
|
* |
Besluit van de Commissie van 19 september 2012 betreffende de staatssteun SA.31883 (2011/C) (ex N 516/2010) die Oostenrijk heeft verleend en voornemens is te verlenen aan Österreichische Volksbanken-AG (Kennisgeving geschied onder nummer C(2012) 6307) ( 1 ) |
|
|
|
||
|
|
* |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
II Niet-wetgevingshandelingen
INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN
|
20.6.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 168/1 |
BESLUIT VAN DE RAAD
van 13 mei 2013
betreffende de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Moldavië tot wijziging van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Moldavië inzake de versoepeling van de afgifte van visa
(2013/296/EU)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 77, lid 2, onder a), in samenhang met artikel 218, lid 6, onder a),
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Gezien de goedkeuring van het Europees Parlement,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig Besluit 2012/353/EU van de Raad (1) is de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Moldavië tot wijziging van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Moldavië inzake de versoepeling van de afgifte van visa („de overeenkomst”) ondertekend op 27 juni 2012, onder voorbehoud van de sluiting ervan. |
|
(2) |
De overeenkomst dient te worden goedgekeurd. |
|
(3) |
Dit besluit vormt een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan het Verenigd Koninkrijk niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2000/365/EG van de Raad van 29 mei 2000 betreffende het verzoek van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis (2). Het Verenigd Koninkrijk neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van dit besluit en dit is niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat. |
|
(4) |
Dit besluit vormt een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan Ierland niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan bepalingen van het Schengenacquis (3). Ierland neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van dit besluit en dit is niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat. |
|
(5) |
Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van dit besluit en is dit niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Moldavië tot wijziging van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Moldavië inzake de versoepeling van de afgifte van visa wordt hierbij namens de Unie goedgekeurd.
De tekst van de overeenkomst is aan dit besluit gehecht.
Artikel 2
De voorzitter van de Raad wijst de persoon aan die gemachtigd is om namens de Europese Unie de in artikel 2 van de overeenkomst bedoelde kennisgeving te verrichten, waarmee de instemming van de Europese Unie om door de overeenkomst gebonden te zijn, tot uiting wordt gebracht (4).
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 13 mei 2013.
Voor de Raad
De voorzitter
S. COVENEY
(1) PB L 174 van 4.7.2012, blz. 4.
(2) PB L 131 van 1.6.2000, blz. 43.
(3) PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20.
(4) De datum van inwerkingtreding van de overeenkomst zal door het secretariaat-generaal van de Raad in het Publicatieblad van de Europese Unie worden bekendgemaakt.
OVEREENKOMST
tussen de Europese Unie en de Republiek Moldavië tot wijziging van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Moldavië inzake de versoepeling van de afgifte van visa
DE EUROPESE UNIE,
en
DE REPUBLIEK MOLDAVIË,
hierna „de partijen” genoemd,
GEZIEN de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Moldavië inzake de versoepeling van de afgifte van visa, die op 1 januari 2008 in werking is getreden,
GELEID door de wens de contacten tussen mensen te vergemakkelijken,
ERKENNEND dat het van belang is op termijn een visumvrije regeling in te voeren voor de burgers van de Republiek Moldavië, mits aan alle voorwaarden voor een goed beheerde en veilige mobiliteit wordt voldaan,
REKENING HOUDEND MET het Protocol betreffende het Schengenacquis dat is opgenomen in het kader van de Europese Unie en het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en bevestigend dat de bepalingen van deze overeenkomst niet van toepassing zijn op het Verenigd Koninkrijk en Ierland,
REKENING HOUDEND met het Protocol betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en bevestigend dat de bepalingen van deze overeenkomst niet van toepassing zijn op Denemarken,
ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN:
Artikel 1
De Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Moldavië inzake de versoepeling van de afgifte van visa, hierna „de overeenkomst” genoemd, wordt gewijzigd overeenkomstig de bepalingen van dit artikel:
|
1) |
In de titel wordt het woord „Gemeenschap” vervangen door „Unie”. |
|
2) |
In artikel 2, lid 1, wordt het woord „Gemeenschap” vervangen door „Unie”, en in artikel 2, lid 2, en artikel 3, onder e), wordt het woord „Gemeenschapsrecht” vervangen door „recht van de Europese Unie”. |
|
3) |
Artikel 4, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:
|
|
4) |
In artikel 5 worden de leden 1 tot en met 3 vervangen door: „1. De diplomatieke en consulaire beroepsposten van de lidstaten verstrekken meervoudige visa met een geldigheidsduur van vijf jaar aan de volgende categorieën personen:
Wanneer duidelijk is dat de noodzaak of de bedoeling om frequent of regelmatig te reizen slechts voor een kortere periode geldt, wordt, in afwijking van de eerste alinea, de geldigheidsduur van het meervoudig visum beperkt tot die kortere periode, met name wanneer
korter is dan vijf jaar. 2. De diplomatieke en consulaire beroepsposten van de lidstaten verstrekken meervoudige visa met een geldigheidsduur van een jaar aan de volgende categorieën personen, mits deze in het voorafgaande jaar ten minste één visum hebben verkregen waarvan zij gebruik hebben gemaakt overeenkomstig de wetgeving inzake inreis en verblijf in de bezochte staat:
Wanneer duidelijk is dat de noodzaak of de bedoeling om frequent of regelmatig te reizen slechts voor een kortere periode geldt, wordt, in afwijking van de eerste alinea, de geldigheidsduur van het meervoudig visum beperkt tot die kortere periode. 3. De diplomatieke en consulaire beroepsposten van de lidstaten verstrekken de in lid 2 genoemde personen meervoudige visa met een geldigheidsduur van ten minste twee en ten hoogste vijf jaar, mits deze personen in de voorafgaande twee jaar overeenkomstig de wetgeving inzake inreis en verblijf in de bezochte staat gebruik hebben gemaakt van het meervoudig visum voor één jaar, tenzij duidelijk is dat de noodzaak of de bedoeling om frequent of regelmatig te reizen voor een kortere periode geldt; in dat geval wordt de geldigheidsduur van het meervoudig visum beperkt tot die kortere periode.”. |
|
5) |
Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
6) |
Het volgende artikel wordt ingevoegd: „Artikel 6 bis Indiening van een aanvraag zonder dat de aanvrager persoonlijk hoeft te verschijnen De consulaten van de lidstaten kunnen een visumaanvrager vrijstellen van de verplichting persoonlijk te verschijnen, wanneer de aanvrager bij hen als integer en betrouwbaar te boek staat, tenzij de aanvrager persoonlijk moet verschijnen voor de afname van biometrische kenmerken.”. |
|
7) |
Artikel 8 wordt vervangen door: „Artikel 8 Vertrek in geval van verloren of gestolen documenten Burgers van de Europese Unie en burgers van de Republiek Moldavië die hun identiteitsbewijs hebben verloren of van wie het identiteitsbewijs is gestolen tijdens hun verblijf op het grondgebied van de Republiek Moldavië respectievelijk de lidstaten, kunnen het grondgebied van de Republiek Moldavië of van de lidstaten zonder visum of een andere machtiging verlaten met een door een diplomatieke of consulaire beroepspost van de lidstaten respectievelijk de Republiek Moldavië afgegeven geldig identiteitsbewijs dat hun het recht geeft de grens over te gaan.”. |
|
8) |
Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
9) |
Artikel 12, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:
|
|
10) |
Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
11) |
In artikel 14 wordt de volgende eerste alinea ingevoegd: „De Republiek Moldavië mag de visumplicht alleen opnieuw invoeren voor de burgers of bepaalde categorieën burgers van alle lidstaten en niet voor de burgers of bepaalde categorieën burgers van afzonderlijke lidstaten.”. |
Artikel 2
Deze overeenkomst wordt door de partijen volgens hun eigen procedures bekrachtigd of goedgekeurd en treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de datum waarop de laatste partij de andere partij ervan in kennis stelt dat de hierboven bedoelde procedures zijn voltooid.
Gedaan te Brussel op zevenentwintig juli in het jaar tweeduizend twaalf, in tweevoud in elk van de officiële talen van de partijen, alle teksten zijnde gelijkelijk authentiek.
За Европейския съюз
Por la Unión Europea
Za Evropskou unii
For Den Europæiske Union
Für die Europäische Union
Euroopa Liidu nimel
Για την Ευρωπαϊκή Ένωση
For the European Union
Pour l'Union européenne
Per l'Unione europea
Eiropas Savienības vārdā –
Europos Sąjungos vardu
Az Európai Unió részéről
Għall-Unjoni Ewropea
Voor de Europese Unie
W imieniu Unii Europejskiej
Pela União Europeia
Pentru Uniunea Europeană
Za Európsku úniu
Za Evropsko unijo
Euroopan unionin puolesta
För Europeiska unionen
Pentru Uniunea Europeană
3a Република Молдова
Por la República de Moldavia
Za Moldavskou republiku
For Republikken Moldova
Für die Republik Moldau
Moldova Vabariigi nimel
Για τη Δημοκρατία της Μολδαβίας
For the Republic of Moldova
Pour la République de Moldavie
Per la Repubblica moldova
Moldovas Republikas vārdā –
Moldovos Respublikos vardu
A Moldovai Köztársaság részéről
Għar-Repubblika tal-Moldova
Voor de Republiek Moldavië
W imieniu Republiki Mołdawii
Pela República da Moldova
Pentru Republica Moldova
Za Moldavskú republiku
Za Republiko Moldavijo
Moldovan tasavallan puolesta
För Republiken Moldavien
Pentru Republica Moldova
GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING OVER DE SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN REISDOCUMENTEN
De partijen komen overeen dat het bij artikel 12 van deze overeenkomst opgerichte Gemengd Comité bij het toezicht op de uitvoering van de overeenkomst nagaat welk effect het beveiligingsniveau van de respectieve reisdocumenten hebben op de werking van de overeenkomst. Daartoe komen de partijen overeen elkaar regelmatig op de hoogte te houden van de maatregelen om de wildgroei van reisdocumenten tegen te gaan, de technische aspecten van reisdocumentenbeveiliging te ontwikkelen en de afgifte van reisdocumenten verder te personaliseren.
VERKLARING VAN DE EUROPESE UNIE OVER DE DOCUMENTEN DIE MOETEN WORDEN OVERGELEGD BIJ HET AANVRAGEN VAN EEN VISUM VOOR KORT VERBLIJF
De Europese Unie zal overeenkomstig artikel 48, lid 1, onder a), van de Visumcode een geharmoniseerde lijst van bewijsstukken opstellen om ervoor te zorgen dat aanvragers uit de Republiek Moldavië in principe dezelfde documenten moeten overleggen. De Europese Unie zal de Republiek Moldavië in het Comité inlichten wanneer deze lijst gereed is. De Europese Unie zal tevens de burgers van de Republiek Moldavië inlichten overeenkomstig artikel 47, lid 1, onder a, van de Visumcode.
VERKLARING VAN DE EUROPESE UNIE OVER DE SAMENWERKING MET EXTERNE DIENSTVERLENERS
De Europese Unie verbindt zich ertoe de inontvangstneming van visumaanvragen alleen als uiterste maatregel uit te besteden, wanneer er sprake is van bijzondere omstandigheden en redenen die verband houden met de plaatselijke situatie, bijvoorbeeld wanneer vanwege het grote aantal aanvragers de aanvragen en gegevens niet tijdig en in fatsoenlijke omstandigheden in ontvangst kunnen worden genomen, of wanneer het niet mogelijk is op een andere wijze te zorgen voor een goede territoriale dekking van het betrokken derde land, en wanneer andere vormen van samenwerking niet passend blijken te zijn voor de betrokken lidstaat.
VERKLARING VAN DE EUROPESE UNIE OVER VERSOEPELING VAN DE AFGIFTE VAN VISA AAN FAMILIELEDEN
De Europese Unie neemt nota van de suggestie van de Republiek Moldavië om de categorie familieleden op wie de visumversoepeling van toepassing is, ruimer te definiëren en van het belang dat de Republiek Moldavië hecht aan vereenvoudiging van het verkeer van deze categorie personen.
Ter bevordering van de mobiliteit van een grotere groep personen met familiebanden (met name zussen en broers en hun kinderen) met burgers van de Republiek Moldavië die legaal in de lidstaten verblijven, of met burgers van de Europese Unie die verblijven in de lidstaat waarvan zij onderdaan zijn, nodigt de Europese Unie de consulaire posten van de lidstaten uit ten volle gebruik te maken van de in de Visumcode bestaande mogelijkheden om de afgifte van visa aan deze categorie personen te vereenvoudigen, met name door middel van vereenvoudigingen ten aanzien van de vereiste bewijsstukken, vrijstelling van leges en zo mogelijk de afgifte van meervoudige visa.
GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING BETREFFENDE ZWITSERLAND EN LIECHTENSTEIN
De partijen nemen nota van de nauwe betrekkingen tussen de Unie en Zwitserland en Liechtenstein, die met name voortvloeien uit de overeenkomst van 26 oktober 2004 inzake de betrokkenheid van deze twee staten bij de uivoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis.
Daarom is het wenselijk dat de autoriteiten van Zwitserland en Liechtenstein en van de Republiek Moldavië onverwijld bilaterale overeenkomsten sluiten over de versoepeling van de afgifte van visa voor kort verblijf, die vergelijkbaar zijn met deze gewijzigde overeenkomst.
|
20.6.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 168/10 |
BESLUIT VAN DE RAAD
van 13 mei 2013
betreffende de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne tot wijziging van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Oekraïne inzake de versoepeling van de afgifte van visa
(2013/297/EU)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 77, lid 2, onder a), juncto artikel 218, lid 6, onder a),
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Gezien de goedkeuring door het Europees Parlement,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig Besluit 2012/428/EU van de Raad (1) is de Overeenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne tot wijziging van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Oekraïne inzake de versoepeling van de afgifte van visa („de overeenkomst”) ondertekend op 23 juli 2012, onder voorbehoud van de sluiting ervan. |
|
(2) |
De overeenkomst dient te worden goedgekeurd. |
|
(3) |
Dit besluit vormt een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan het Verenigd Koninkrijk niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2000/365/EG van de Raad van 29 mei 2000 betreffende het verzoek van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis (2). Het Verenigd Koninkrijk neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van dit besluit en dit is niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat. |
|
(4) |
Dit besluit vormt een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan Ierland niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan bepalingen van het Schengenacquis (3). Ierland neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van dit besluit en dit is niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat. |
|
(5) |
Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van dit besluit en is dit niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De Overeenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne tot wijziging van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Oekraïne inzake de versoepeling van de afgifte van visa wordt hierbij namens de Unie goedgekeurd.
De tekst van de overeenkomst is aan dit besluit gehecht.
Artikel 2
De voorzitter van de Raad wijst de persoon (personen) aan die gemachtigd is (zijn) om namens de Unie de in artikel 2 van de overeenkomst bedoelde kennisgeving te verrichten, waarmee de instemming van de Unie om door de overeenkomst gebonden te zijn, tot uiting wordt gebracht (4).
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 13 mei 2013.
Voor de Raad
De voorzitter
S. COVENEY
(1) PB L 199 van 26.7.2012, blz. 1.
(2) PB L 131 van 1.6.2000, blz. 43.
(3) PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20.
(4) De datum van inwerkingtreding van de overeenkomst zal worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie door het secretariaat-generaal van de Raad.
OVEREENKOMST
tussen de Europese Unie en Oekraïne tot wijziging van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Oekraïne inzake de versoepeling van de afgifte van visa
DE EUROPESE UNIE,
enerzijds, en
OEKRAÏNE,
anderzijds,
hierna „de partijen” genoemd,
GEZIEN de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Oekraïne inzake de versoepeling van de afgifte van visa, die op 1 januari 2008 in werking is getreden,
GELEID door de wens de contacten tussen mensen te vergemakkelijken,
ERKENNEND dat het van belang is op termijn een visumvrije regeling in te voeren voor de burgers van Oekraïne, mits aan alle voorwaarden voor een goed beheerde en veilige mobiliteit wordt voldaan,
REKENING HOUDEND MET de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 810/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot vaststelling van een gemeenschappelijke visumcode (Visumcode) (1), volgens welke een weigering van een visum moet worden gemotiveerd en aanvragers tegen een weigering beroep kunnen instellen,
REKENING HOUDEND MET het Protocol betreffende het Schengenacquis dat is opgenomen in het kader van de Europese Unie en het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en bevestigend dat de bepalingen van deze overeenkomst niet van toepassing zijn op het Verenigd Koninkrijk en Ierland,
REKENING HOUDEND met het Protocol betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en bevestigend dat de bepalingen van deze overeenkomst niet van toepassing zijn op Denemarken,
ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN:
Artikel 1
De Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Oekraïne inzake de versoepeling van de afgifte van visa, hierna „de overeenkomst” genoemd, wordt gewijzigd overeenkomstig de bepalingen van dit artikel:
|
1) |
In de titel wordt het woord „Gemeenschap” vervangen door „Unie”. |
|
2) |
In artikel 1, lid 2, wordt de volgende eerste alinea ingevoegd: „Oekraïne mag de visumplicht alleen opnieuw invoeren voor de burgers of bepaalde categorieën burgers van alle lidstaten, niet enkel voor de burgers of bepaalde categorieën burgers van afzonderlijke lidstaten.”. |
|
3) |
In artikel 2, leden 1 en 2, wordt het woord „Gemeenschap” respectievelijk „Gemeenschapsrecht” vervangen door „Europese Unie” respectievelijk „recht van de Europese Unie”. |
|
4) |
In artikel 3, onder e), wordt het woord „Gemeenschapsrecht” vervangen door „recht van de Europese Unie”. |
|
5) |
Artikel 4, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:
|
|
6) |
In artikel 5 komen de leden 1 tot en met 3 als volgt te luiden: „1. De diplomatieke en consulaire beroepsposten van de lidstaten verstrekken meervoudige visa met een geldigheidsduur van vijf jaar aan de volgende categorieën personen:
Wanneer duidelijk is dat de noodzaak of de bedoeling om frequent of regelmatig te reizen slechts voor een kortere periode geldt, wordt, in afwijking van de eerste alinea, de geldigheidsduur van het meervoudig visum beperkt tot die kortere periode, met name wanneer
korter is dan vijf jaar. 2. De diplomatieke en consulaire beroepsposten van de lidstaten verstrekken meervoudige visa met een geldigheidsduur van een jaar aan de volgende categorieën personen, mits deze in het voorafgaande jaar ten minste één visum hebben verkregen waarvan zij gebruik hebben gemaakt overeenkomstig de wetgeving inzake inreis en verblijf in de bezochte staat:
Wanneer duidelijk is dat de noodzaak of de bedoeling om frequent of regelmatig te reizen slechts voor een kortere periode geldt, wordt, in afwijking van de eerste alinea, de geldigheidsduur van het meervoudig visum beperkt tot die kortere periode. 3. De diplomatieke en consulaire beroepsposten van de lidstaten verstrekken de in lid 2 genoemde personen meervoudige visa met een geldigheidsduur van ten minste twee en ten hoogste vijf jaar, mits deze personen in de voorafgaande twee jaar overeenkomstig de wetgeving inzake inreis en verblijf in de bezochte staat gebruik hebben gemaakt van het meervoudig visum voor één jaar, tenzij duidelijk is dat de noodzaak of de bedoeling om frequent of regelmatig te reizen voor een kortere periode geldt; in dat geval wordt de geldigheidsduur van het meervoudig visum beperkt tot die kortere periode.”. |
|
7) |
Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
8) |
Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
9) |
Artikel 12, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:
|
|
10) |
Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:
|
Artikel 2
Deze overeenkomst wordt door de partijen volgens hun eigen procedures geratificeerd of goedgekeurd en treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de datum waarop de laatste partij de andere partij ervan in kennis stelt dat de hierboven bedoelde procedures zijn voltooid.
Gedaan te Brussel op drieëntwintig juli in het jaar tweeduizend twaalf, in twee exemplaren in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse en de Oekraïense taal, waarbij al deze teksten gelijkelijk authentiek zijn.
За Европейския съюз
Por la Unión Europea
Za Evropskou unii
For Den Europæiske Union
Für die Europäische Union
Euroopa Liidu nimel
Για την Ευρωπαϊκή Ένωση
For the European Union
Pour l'Union européenne
Per l'Unione europea
Eiropas Savienības vārdā –
Europos Sąjungos vardu
Az Európai Unió részéről
Għall-Unjoni Ewropea
Voor de Europese Unie
W imieniu Unii Europejskiej
Pela União Europeia
Pentru Uniunea Europeană
Za Európsku úniu
Za Evropsko unijo
Euroopan unionin puolesta
För Europeiska unionen
За Європейське Спiвтовариство
За Украйна
Por Ucrania
Za Ukrajinu
For Ukraine
Für die Ukraine
Ukraina nimel
Για την Ουκρανία
For Ukraine
Pour l'Ukraine
Per l'Ucraina
Ukrainas vārdā
Ukrainos vardu
Ukrajna részéről
Għall-Ukrajna
Voor Oekraïne
W imieniu Ukrainy
Pela Ucrânia
Pentru Ucraina
Za Ukrajinu
Za Ukrajino
Ukrainan puolesta
På Ukrainas vägnar
За Украïнy
VERKLARING VAN DE EUROPESE UNIE OVER DE DOCUMENTEN DIE MOETEN WORDEN OVERGELEGD BIJ HET AANVRAGEN VAN EEN VISUM VOOR KORT VERBLIJF
De Europese Unie zal overeenkomstig artikel 48, lid 1, onder a), van de Visumcode een geharmoniseerde lijst van bewijsstukken opstellen om ervoor te zorgen dat aanvragers uit Oekraïne in principe dezelfde documenten moeten overleggen.
VERKLARING VAN DE EUROPESE UNIE OVER VERSOEPELING VAN DE AFGIFTE VAN VISA AAN FAMILIELEDEN
De Europese Unie neemt nota van het voorstel van Oekraïne om de categorie familieleden op wie de visumversoepeling van toepassing is, ruimer te definiëren en van het belang dat Oekraïne hecht aan vereenvoudiging van het verkeer van deze categorie personen.
Ter bevordering van de mobiliteit van een grotere groep personen met familiebanden met burgers van Oekraïne die legaal in de lidstaten verblijven (met name zussen en broers en hun kinderen), of met burgers van de Europese Unie die verblijven in de lidstaat waarvan zij onderdaan zijn, verzoekt de Europese Unie de consulaire posten van de lidstaten ten volle gebruik te maken van de in de visumcode bestaande mogelijkheden om de afgifte van visa aan deze categorie personen te vereenvoudigen, met name door middel van vereenvoudigingen ten aanzien van de vereiste bewijsstukken, vrijstelling van leges en zo mogelijk de afgifte van meervoudige visa.
VERKLARING VAN DE EUROPESE UNIE OVER ARTIKEL 10, LID 2, VAN DE OVEREENKOMST
De Europese Unie kan de overeenkomst volgens de procedure van artikel 14, lid 5, gedeeltelijk opschorten, met name artikel 10, lid 2, indien de toepassing van artikel 10, lid 2, wordt misbruikt door Oekraïne of tot een bedreiging van de openbare veiligheid leidt. Indien de toepassing van artikel 10, lid 2, wordt opgeschort, voert de Europese Unie in het kader van het bij de overeenkomst opgerichte comité overleg om de problemen die tot de opschorting hebben geleid, op te lossen.
GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING BETREFFENDE ZWITSERLAND EN LIECHTENSTEIN
De partijen nemen nota van de nauwe betrekkingen tussen de Unie en Zwitserland en Liechtenstein, die met name voortvloeien uit de overeenkomst van 26 oktober 2004 inzake de betrokkenheid van deze twee staten bij de uivoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis.
Daarom is het wenselijk dat de autoriteiten van Zwitserland en Liechtenstein en van Oekraïne onverwijld bilaterale overeenkomsten sluiten over de versoepeling van de afgifte van visa voor kort verblijf, die vergelijkbaar zijn met deze gewijzigde overeenkomst.
VERORDENINGEN
|
20.6.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 168/18 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 570/2013 VAN DE COMMISSIE
van 17 juni 2013
tot goedkeuring van de werkzame stof geraniol overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, en tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (1), en met name artikel 13, lid 2, en artikel 78, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 80, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 1107/2009 is Richtlijn 91/414/EEG (2), wat de procedure en de goedkeuringsvoorwaarden betreft, van toepassing op werkzame stoffen waarvoor vóór 14 juni 2011 een besluit is genomen overeenkomstig artikel 6, lid 3, van die richtlijn. Voor geraniol is bij Uitvoeringsbesluit 2011/266/EU van de Commissie (3) aan de voorwaarden van artikel 80, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 1107/2009 voldaan. |
|
(2) |
Het Verenigd Koninkrijk heeft overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG op 7 maart 2008 van Eden Research PLC een aanvraag ontvangen om de werkzame stof geraniol in bijlage I bij die richtlijn op te nemen. Bij Uitvoeringsbesluit 2011/266/EU is bevestigd dat het dossier „volledig” is, dat wil zeggen dat het in beginsel geacht wordt aan de voorschriften inzake gegevens en informatie van de bijlagen II en III bij Richtlijn 91/414/EEG te voldoen. |
|
(3) |
Voor die werkzame stof zijn de uitwerking op de gezondheid van mens en dier en het milieueffect overeenkomstig artikel 6, leden 2 en 4, van Richtlijn 91/414/EEG beoordeeld voor de door de aanvrager voorgestelde toepassingen. De aangewezen lidstaat-rapporteur heeft op 30 juni 2011 een ontwerpbeoordelingsverslag ingediend. |
|
(4) |
Het ontwerpbeoordelingsverslag is door de lidstaten en de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) onderzocht. De EFSA heeft haar conclusie over het onderzoek van de risicobeoordeling van de werkzame stof geraniol als bestrijdingsmiddel (4) op 15 oktober 2012 aan de Commissie voorgelegd. Het ontwerpbeoordelingsverslag en de conclusie van de EFSA zijn door de lidstaten en de Commissie in het kader van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid onderzocht en het ontwerpbeoordelingsverslag is op 17 mei 2013 afgerond in de vorm van het evaluatieverslag van de Commissie voor geraniol. |
|
(5) |
Uit de verschillende onderzoeken is gebleken dat mag worden verwacht dat gewasbeschermingsmiddelen die geraniol bevatten, in het algemeen zullen voldoen aan de in artikel 5, lid 1, onder a) en b), en lid 3, van Richtlijn 91/414/EEG gestelde eisen, met name voor de toepassing waarvoor zij zijn onderzocht en die is opgenomen in het evaluatieverslag van de Commissie. Daarom moet geraniol worden goedgekeurd. |
|
(6) |
Overeenkomstig artikel 13, lid 2, in samenhang met artikel 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009, en in het licht van de stand van de wetenschappelijke en technische kennis, is het echter noodzakelijk bepaalde voorwaarden en beperkingen op te nemen. Er moet met name om verdere bevestigende informatie worden gevraagd. |
|
(7) |
Er moet een redelijke termijn worden vastgesteld voordat goedkeuring wordt verleend, zodat de lidstaten en de belanghebbende partijen zich kunnen voorbereiden op de nieuwe eisen die uit de goedkeuring voortvloeien. |
|
(8) |
Onverminderd de verplichtingen uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1107/2009 als gevolg van de goedkeuring en rekening houdend met de specifieke situatie die is ontstaan door de overgang van Richtlijn 91/414/EEG naar Verordening (EG) nr. 1107/2009 is het volgende echter van toepassing. De lidstaten moet een periode van zes maanden na de goedkeuring worden toegestaan om de toelatingen van gewasbeschermingsmiddelen die geraniol bevatten, opnieuw te onderzoeken. De lidstaten moeten naargelang het geval de toelatingen wijzigen, vervangen of intrekken. In afwijking van die termijn moet een langere termijn worden vastgesteld voor de indiening en evaluatie van de bijwerking van het volledige dossier conform bijlage III, als vastgesteld in Richtlijn 91/414/EEG, voor elk gewasbeschermingsmiddel en elke beoogde toepassing overeenkomstig de uniforme beginselen. |
|
(9) |
Uit de ervaring met opnemingen in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van werkzame stoffen die in het kader van Verordening (EEG) nr. 3600/92 van de Commissie van 11 december 1992 houdende bepalingen voor de uitvoering van de eerste fase van het werkprogramma als bedoeld in artikel 8, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (5) zijn onderzocht, is gebleken dat de uitlegging van de verplichtingen van houders van bestaande toelatingen wat de toegang tot gegevens betreft, tot problemen kan leiden. Om verdere problemen te voorkomen, moeten de verplichtingen van de lidstaten daarom worden verduidelijkt, en met name de plicht om te verifiëren of de houder van een toelating toegang verschaft tot een dossier dat aan de vereisten van bijlage II bij die richtlijn voldoet. Deze verduidelijking legt de lidstaten of de houders van toelatingen echter ten opzichte van de tot nu toe goedgekeurde richtlijnen tot wijziging van bijlage I bij die richtlijn of de verordeningen tot goedkeuring van werkzame stoffen geen nieuwe verplichtingen op. |
|
(10) |
Overeenkomstig artikel 13, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 moet de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad, wat de lijst van goedgekeurde werkzame stoffen betreft (6), dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(11) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Goedkeuring van de werkzame stof
De werkzame stof geraniol, als gespecificeerd in bijlage I, wordt goedgekeurd onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden.
Artikel 2
Herbeoordeling van gewasbeschermingsmiddelen
1. Indien nodig moeten de lidstaten de bestaande toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die geraniol als werkzame stof bevatten, uiterlijk op 31 mei 2014 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 wijzigen of intrekken.
Uiterlijk op die datum verifiëren zij met name of aan de voorwaarden van bijlage I bij deze verordening is voldaan, met uitzondering van de voorwaarden in de kolom betreffende de specifieke bepalingen van die bijlage, en of de houder van de toelating in het bezit is van of toegang heeft tot een dossier dat overeenkomstig de voorwaarden van artikel 13, leden 1 tot en met 4, van Richtlijn 91/414/EEG en artikel 62 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 aan de eisen van bijlage II bij die richtlijn voldoet.
2. In afwijking van lid 1 voeren de lidstaten op basis van een dossier conform bijlage III bij Richtlijn 91/414/EEG en rekening houdend met de kolom over de specifieke bepalingen van bijlage I bij deze verordening, overeenkomstig de uniforme beginselen, als bedoeld in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009, een nieuwe beoordeling uit voor elk toegelaten gewasbeschermingsmiddel dat geraniol bevat als enige werkzame stof of als een van een aantal werkzame stoffen die alle uiterlijk op 30 november 2013 in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 zijn opgenomen. Aan de hand van die beoordeling bepalen zij of het gewasbeschermingsmiddel voldoet aan de voorwaarden van artikel 29, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1107/2009.
Daarna zorgen de lidstaten ervoor dat:
|
a) |
als geraniol de enige werkzame stof in het gewasbeschermingsmiddel is, de toelating indien nodig uiterlijk op 31 mei 2015 wordt gewijzigd of ingetrokken; of |
|
b) |
als het gewasbeschermingsmiddel naast geraniol nog één of meer andere werkzame stoffen bevat, de toelating indien nodig uiterlijk op 31 mei 2015 of, als dat later is, op de datum die voor een dergelijke wijziging of intrekking is vastgesteld in de rechtshandelingen waarbij die stoffen aan bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG zijn toegevoegd of zijn goedgekeurd, wordt gewijzigd of ingetrokken. |
Artikel 3
Wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011
De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.
Artikel 4
Inwerkingtreding en toepassingsdatum
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 december 2013.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 17 juni 2013.
Voor de Commissie
De voorzitter
José Manuel BARROSO
(1) PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.
(2) PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1.
(3) PB L 114 van 4.5.2011, blz. 3.
(4) The EFSA Journal (2012) 10(11):2915. Online beschikbaar op: www.efsa.europa.eu
BIJLAGE I
|
Benaming, identificatienummers |
IUPAC-benaming |
Zuiverheid (1) |
Datum van goedkeuring |
Geldigheidsduur |
Specifieke bepalingen |
||||||||||||
|
Geraniol CAS-nr.: 106-24-1 CIPAC-nr.: 968 |
(E)-3,7-dimethyl-2,6-octadieen-1-ol |
≥ 980 g/kg |
1 december 2013 |
30 november 2023 |
Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over geraniol, inzonderheid de aanhangsels I en II, dat op 17 mei 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd. Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:
De gebruiksvoorwaarden moeten indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten. De aanvrager moet bevestigende informatie indienen wat betreft:
De aanvrager moet die informatie uiterlijk op 30 november 2015 indienen bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA. |
(1) Het evaluatieverslag bevat nadere gegevens over de identiteit en de specificatie van de werkzame stof.
BIJLAGE II
In deel B van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt de volgende vermelding toegevoegd:
|
Nummer |
Benaming, identificatienummers |
IUPAC-benaming |
Zuiverheid (*1) |
Datum van goedkeuring |
Geldigheidsduur |
Specifieke bepalingen |
||||||||||||
|
„46 |
Geraniol CAS-nr.: 106-24-1 CIPAC-nr.: 968 |
(E)-3,7-dimethyl-2,6-octadieen-1-ol |
≥ 980 g/kg |
1 december 2013 |
30 november 2023 |
Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over geraniol, inzonderheid de aanhangsels I en II, dat op 17 mei 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd. Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:
De gebruiksvoorwaarden moeten indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten. De aanvrager moet bevestigende informatie indienen wat betreft:
De aanvrager moet die informatie uiterlijk op 30 november 2015 indienen bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA. |
(*1) Het evaluatieverslag bevat nadere gegevens over de identiteit en de specificatie van de werkzame stof.”
|
20.6.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 168/23 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 571/2013 VAN DE COMMISSIE
van 19 juni 2013
tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),
Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt. |
|
(2) |
De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 19 juni 2013.
Voor de Commissie, namens de voorzitter,
Jerzy PLEWA
Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling
BIJLAGE
Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
|
(EUR/100 kg) |
||
|
GN-code |
Code derde landen (1) |
Forfaitaire invoerwaarde |
|
0702 00 00 |
MK |
43,1 |
|
TR |
61,2 |
|
|
ZZ |
52,2 |
|
|
0707 00 05 |
MK |
32,3 |
|
TR |
121,6 |
|
|
ZZ |
77,0 |
|
|
0709 93 10 |
MA |
106,4 |
|
TR |
148,0 |
|
|
ZZ |
127,2 |
|
|
0805 50 10 |
AR |
92,3 |
|
TR |
102,5 |
|
|
ZA |
101,6 |
|
|
ZZ |
98,8 |
|
|
0808 10 80 |
AR |
179,4 |
|
BR |
111,5 |
|
|
CL |
136,7 |
|
|
CN |
96,0 |
|
|
NZ |
133,3 |
|
|
US |
145,5 |
|
|
UY |
165,4 |
|
|
ZA |
118,6 |
|
|
ZZ |
135,8 |
|
|
0809 10 00 |
IL |
342,4 |
|
TR |
236,9 |
|
|
ZZ |
289,7 |
|
|
0809 29 00 |
TR |
376,9 |
|
US |
660,1 |
|
|
ZZ |
518,5 |
|
|
0809 30 |
IL |
214,0 |
|
MA |
207,9 |
|
|
TR |
179,1 |
|
|
ZZ |
200,3 |
|
|
0809 40 05 |
CL |
149,9 |
|
IL |
308,9 |
|
|
ZA |
118,0 |
|
|
ZZ |
192,3 |
|
(1) Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ ZZ ” staat voor „overige oorsprong”.
|
20.6.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 168/25 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 572/2013 VAN DE COMMISSIE
van 19 juni 2013
inzake de afgifte van invoercertificaten voor de aanvragen die tijdens de eerste zeven dagen van juni 2013 in het kader van de bij Verordening (EG) nr. 533/2007 geopende tariefcontingenten zijn ingediend voor vlees van pluimvee
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (integrale-GMO-verordening) (1),
Gezien Verordening (EG) nr. 1301/2006 van de Commissie van 31 augustus 2006 houdende gemeenschappelijke voorschriften voor het beheer van door middel van een stelsel van invoercertificaten beheerde invoertariefcontingenten voor landbouwproducten (2), en met name artikel 7, lid 2,
Gezien Verordening (EG) nr. 533/2007 van de Commissie van 14 mei 2007 houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van tariefcontingenten voor vlees van pluimvee (3), en met name artikel 5, lid 6,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 533/2007 zijn tariefcontingenten geopend voor de invoer van producten van de sector vlees van pluimvee. |
|
(2) |
De in de eerste zeven dagen van juni 2013 voor de deelperiode van 1 juli tot en met 30 september 2013 ingediende invoercertificaataanvragen hebben, voor bepaalde contingenten, betrekking op een hoeveelheid die groter is dan de beschikbare hoeveelheid. Bijgevolg dient door vaststelling van de op de aangevraagde hoeveelheden toe te passen toewijzingscoëfficiënt te worden bepaald in hoeverre de invoercertificaten kunnen worden afgegeven, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Op de invoercertificaataanvragen die op grond van Verordening (EG) nr. 533/2007 zijn ingediend voor de deelperiode van 1 juli tot en met 30 september 2013, worden de in de bijlage bij de onderhavige verordening vastgestelde toewijzingscoëfficiënten toegepast.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 20 juni 2013.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 19 juni 2013.
Voor de Commissie, namens de voorzitter,
Jerzy PLEWA
Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling
(1) PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.
BIJLAGE
|
Nummer van de groep |
Volgnummer |
Toewijzingscoëfficiënt voor de invoercertificaataanvragen die zijn ingediend voor de deelperiode van 1.7.2013-30.9.2013 (%) |
|
P1 |
09.4067 |
2,031859 |
|
P3 |
09.4069 |
0,379603 |
|
20.6.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 168/27 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 573/2013 VAN DE COMMISSIE
van 19 juni 2013
inzake de afgifte van invoercertificaten voor de aanvragen die tijdens de eerste zeven dagen van juni 2013 in het kader van het bij Verordening (EG) nr. 1385/2007 geopende tariefcontingent zijn ingediend voor vlees van pluimvee
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),
Gezien Verordening (EG) nr. 1301/2006 van de Commissie van 31 augustus 2006 houdende gemeenschappelijke voorschriften voor het beheer van door middel van een stelsel van invoercertificaten beheerde invoertariefcontingenten voor landbouwproducten (2), en met name artikel 7, lid 2,
Gezien Verordening (EG) nr. 1385/2007 van de Commissie van 26 november 2007 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 774/94 van de Raad, wat betreft de opening en vaststelling van de wijze van beheer van communautaire tariefcontingenten voor vlees van pluimvee (3), en met name artikel 5, lid 6,
Overwegende hetgeen volgt:
De in de eerste zeven dagen van juni 2013 voor de deelperiode van 1 juli tot en met 30 september 2013 ingediende invoercertificaataanvragen hebben, voor bepaalde contingenten, betrekking op een hoeveelheid die groter is dan de beschikbare hoeveelheid. Bijgevolg dient door vaststelling van de op de aangevraagde hoeveelheden toe te passen toewijzingscoëfficiënt te worden bepaald in hoeverre de invoercertificaten kunnen worden afgegeven,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Op de invoercertificaataanvragen die op grond van Verordening (EG) nr. 1385/2007 zijn ingediend voor de deelperiode van 1 juli tot en met 30 september 2013, worden de in de bijlage bij de onderhavige verordening vastgestelde toewijzingscoëfficiënten toegepast.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 20 juni 2013.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 19 juni 2013.
Voor de Commissie, namens de voorzitter,
Jerzy PLEWA
Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling
(1) PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.
BIJLAGE
|
Nummer van de groep |
Volgnummer |
Toewijzingscoëfficiënt voor de invoercertificaataanvragen die zijn ingediend voor de deelperiode van 1.7.2013-30.9.2013 (%) |
|
1 |
09.4410 |
0,271371 |
|
2 |
09.4411 |
0,276168 |
|
3 |
09.4412 |
0,333671 |
|
4 |
09.4420 |
0,373693 |
|
6 |
09.4422 |
0,375379 |
|
20.6.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 168/29 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 574/2013 VAN DE COMMISSIE
van 19 juni 2013
tot vaststelling van een toewijzingscoëfficiënt voor beschikbare hoeveelheden buiten het quotum geproduceerde suiker die tijdens het verkoopseizoen 2012/2013 tegen verlaagde overschotheffing op de markt van de Unie moeten worden verkocht
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),
Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 505/2013 van de Commissie van 31 mei 2013 tot vaststelling van buitengewone maatregelen inzake het tegen verlaagde overschotheffing op de markt van de Unie brengen van buiten het quotum geproduceerde suiker en isoglucose in het verkoopseizoen 2012/2013 (2), en met name artikel 5,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De hoeveelheden waarvoor certificaataanvragen voor buiten het quotum geproduceerde suiker zijn ingediend in de periode van 4 juni 2013 tot en met 11 juni 2013 en die aan de Commissie zijn gemeld in de periode van 11 juni 2013 tot en met 14 juni 2013, overschrijden de in artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 505/2013 vastgestelde grens. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 5 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 505/2013 is het derhalve noodzakelijk een toewijzingscoëfficiënt vast te stellen die de lidstaten moeten toepassen op de door elke gemelde certificaataanvraag gedekte hoeveelheden. |
|
(3) |
Met het oog op een efficiënt beheer van de maatregel dient deze verordening in werking te treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De hoeveelheden waarvoor overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) nr. 505/2013 certificaataanvragen voor buiten het quotum geproduceerde suiker zijn ingediend in de periode van 4 juni tot en met 11 juni 2013 en die aan de Commissie zijn gemeld in de periode van 11 juni 2013 tot en met 14 juni 2013, worden vermenigvuldigd met een toewijzingscoëfficiënt van 22,108861 %.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 19 juni 2013.
Voor de Commissie, namens de voorzitter,
Jerzy PLEWA
Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling
BESLUITEN
|
20.6.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 168/30 |
BESLUIT VAN DE COMMISSIE
van 19 september 2012
betreffende de staatssteun SA.31883 (2011/C) (ex N 516/2010) die Oostenrijk heeft verleend en voornemens is te verlenen aan Österreichische Volksbanken-AG
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2012) 6307)
(Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)
(Voor de EER relevante tekst)
(2013/298/EU)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 108, lid 2, eerste alinea,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 62, lid 1, onder a),
Na de belanghebbenden overeenkomstig de genoemde artikelen te hebben verzocht hun opmerkingen kenbaar te maken (1),
Overwegende hetgeen volgt:
1. PROCEDURE
|
(1) |
Op 9 december 2008 (2) heeft de Commissie de Oostenrijkse steunregeling voor banken goedgekeurd, die vervolgens vier maal werd verlengd (3) en uiteindelijk op 30 juni 2011 afliep. |
|
(2) |
In april 2009 ontving Österreichische Volksbanken-AG (hierna „ÖVAG“ genoemd) op grond van de Oostenrijkse steunregeling voor banken een kapitaalinjectie van 1 miljard EUR. Daarnaast deed de bank in het kader van de regeling op 9 februari, 18 maart en 14 september 2009 drie emissies van schuldtitels met overheidsgarantie van 1 miljard EUR elk. Oostenrijk trof deze steunmaatregelen in de veronderstelling dat ÖVAG een gezonde financiële instelling was en diende op 29 september 2009 een levensvatbaarheidsplan in. |
|
(3) |
Bij de beoordeling van de steun in het licht van de staatssteunregels kwam de Commissie evenwel tot de conclusie dat de bank, volgens de criteria die zijn opgenomen in de bijlage bij de Mededeling van de Commissie – Herkapitalisatie van financiële instellingen in de huidige financiële crisis: beperking van steun tot het noodzakelijke minimum en bescherming tegen buitensporige mededingingsverstoringen (4) (hierna „herkapitalisatiemededeling“ genoemd), op het moment van de kapitaalinjectie niet als gezond kon worden beschouwd in de zin van die mededeling. Daarom werd een herstructureringsplan geëist. Hoewel Oostenrijk van mening was dat ÖVAG een gezonde bank was, legde het niettemin op 2 november 2010 een herstructureringsplan voor (hierna „het oorspronkelijke herstructureringsplan“ genoemd). Dit plan werd later met een reeks aanvullende inlichtingen aangevuld. |
|
(4) |
De Commissie stelde Oostenrijk bij brief van 9 december 2011 (5) in kennis van haar besluit om de procedure van artikel 108, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna „VWEU“ genoemd) in te leiden naar aanleiding van de door Oostenrijk verleende kapitaalinjectie van 1 miljard EUR en de garantie van 3 miljard EUR, en zij verzocht Oostenrijk een gewijzigd herstructureringsplan in te dienen. |
|
(5) |
Het besluit van de Commissie betreffende de inleiding van de procedure (hierna „inleidingsbesluit“ genoemd) werd op 17 februari 2012 in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt. De Commissie verzocht belanghebbenden hun opmerkingen te maken. |
|
(6) |
De Commissie heeft geen opmerkingen van belanghebbenden ontvangen. |
|
(7) |
Op 28 maart 2012 diende Oostenrijk een herstructureringsplan in. Vóór de indiening van dit plan verstrekte Oostenrijk schriftelijk nadere inlichtingen, met name bij brieven van 16 december 2011 en van 1, 13 en 16 maart 2012. |
|
(8) |
Oostenrijk en de Commissie bespraken het nieuwe herstructureringsplan en de steunmaatregelen tussen april 2012 en augustus 2012 in het kader van talrijke bijeenkomsten, teleconferenties en andere vormen van informatie-uitwisseling. De definitieve versie van het nieuwe herstructureringsplan werd op 4 september 2012 ingediend (hierna „het nieuwe herstructureringsplan“ genoemd). |
|
(9) |
Op 4 september 2012 diende Oostenrijk een lijst met toezeggingen in, die in de bijlage bij dit besluit is opgenomen. |
2. BESCHRIJVING
2.1. De begunstigde instelling en haar moeilijkheden
|
(10) |
ÖVAG is de centrale instelling van de Oostenrijkse Volksbanken (lokale kredietcoöperaties), en verricht voor deze Volksbanken gecentraliseerde diensten op het gebied van back-office, liquiditeitenbeheer en financiële producten. Volksbanken zijn universele banken met lokale of regionale activiteiten. Zij vormen samen met de centrale instelling ÖVAG de Volksbanken-groep. ÖVAG is, middels een gemeenschappelijke holding, voor 60,2 % eigendom van de Volksbanken. Verdere eigenaars zijn DZ-Bank (23,8 %), ERGO-groep (9,5 %) en Raiffeisen Zentralbank Österreich AG (hierna „RZB“ genoemd, de centrale instelling van de Raiffeisengroep, de tweede Oostenrijkse coöperatieve groep (5,8 %). De overige 0,6 % bevindt zich in verschillende handen (6). Eind 2008 was ÖVAG de op drie na grootste bank van Oostenrijk met een balanstotaal van 52,9 miljard EUR (7), een Aa3-rating van Moody’s en een A-rating van Fitch (8). |
|
(11) |
De belangrijkste geografische markt van ÖVAG is Oostenrijk. Daarnaast was de bank nog in een aantal Midden- en Oost-Europese landen actief, zij het dat haar marktaandelen in deze landen gering waren, behalve in Roemenië. ÖVAG heeft ook een beperkte aanwezigheid in Duitsland, waar zij zich bezighoudt met bankdiensten voor ondernemingen en vastgoedfinanciering. |
|
(12) |
Tot voor kort was ÖVAG actief op vijf gebieden: corporate banking, retail banking, vastgoedfinanciering, financiële markten en bankboek/algemeen. In 2008 beëindigde ÖVAG haar activiteiten op het gebied van de financiering van publiekrechtelijke lichamen en infrastructuur, waarbij zij haar aandeel in Kommunalkredit Austria AG (hierna „KA“ genoemd) voor één euro (nominale waarde) aan de staat overdroeg. Verdere bijzonderheden over het vroegere businessmodel van ÖVAG worden in het inleidingsbesluit verstrekt (9). |
|
(13) |
De problemen van ÖVAG hadden velerlei oorzaken. Zoals in het inleidingsbesluit reeds is uiteengezet (10) speelden de volgende factoren hierbij een rol: de activiteiten van de bank in Midden- en Oost-Europese landen via haar bij VB International AG (hierna „VBI“ genoemd) ondergebrachte retaildochterondernemingen, haar activiteiten op het gebied van de kredietverlening aan gemeenten en de financiering van infrastructuur, haar vastgoedactiviteiten, de omstandigheid dat haar beleggingsportefeuille onder andere door Lehman Brothers en IJslandse banken uitgegeven instrumenten omvatte, en haar afhankelijkheid van herfinancieringen op de interbancaire markt. Deze factoren hadden tot gevolg dat ÖVAG in 2008 en 2009 grote verliezen leed en dat Oostenrijk in 2009 maatregelen nam om de bank te ondersteunen. |
|
(14) |
ÖVAG had reeds in 2009 een herstructureringsproces op touw gezet dat onder meer bedoeld was om de activiteiten die de voornaamste oorzaak van de problemen van de kredietinstelling vormden, van de bank af te splitsen. Bepaalde risico's uit de oude portefeuille stelden de bank echter in 2011 opnieuw voor problemen. Het ging hierbij vooral om:
|
|
(15) |
Naar aanleiding van de in overweging 14 genoemde verliezen heeft Oostenrijk andermaal een reddingsmaatregel vastgesteld, die op 27 februari 2012 met de oorspronkelijke aandeelhouders werd overeengekomen. Verder herzag ÖVAG haar oorspronkelijke herstructureringsplan en besloot de bank een ingrijpender herstructurering uit te voeren. |
2.2. De steunmaatregelen
2.2.1. Steunmaatregelen van 2009
|
(16) |
In 2009 werd de liquiditeits- en kapitaalpositie van ÖVAG op grond van de Oostenrijkse steunregeling voor banken versterkt met een kapitaalinjectie van 1 miljard EUR en een leninggarantie van de overheid van 3 miljard EUR. Dankzij de kapitaalinbreng steeg de tier 1-kapitaalratio van ÖVAG eind 2009 tot 9,2 % en de eigenvermogensratio tot 12,5 %. |
|
(17) |
In april 2009 tekende Oostenrijk in op participatiebewijzen van ÖVAG ten bedrage van 1 miljard EUR (hierna de "kapitaalinbreng van 2009" genoemd). Met dit instrument verwerft de overheid geen stemrechten, maar wel een preferente coupon en een conversierecht. Het instrument is van onbepaalde duur en wordt als tier-1-kapitaal geboekt. |
|
(18) |
In de Oostenrijkse steunregeling is bepaald dat de participatiebewijzen en voorkeurscoupon hebben van 9,3% per jaar. In het zesde en zevende volledige boekjaar na de intekening op de participatiebewijzen gaat de coupon jaarlijks met 50 basispunten omhoog, in het laatste jaar met 75 basispunten en vanaf het negende jaar met 100 basispunten per jaar, tot een maximale waarde van het twaalfmaands-EURIBOR plus 1 000 basispunten per jaar. De coupon wordt slechts uitbetaald indien de bank winst maakt en besluit tot uitbetaling over te gaan. Coupons die in een bepaald jaar niet zijn uitbetaald, worden niet naar een volgend jaar overgedragen. De participatiebewijzen delen evenredig in eventuele verliezen op basis van hun aandeel in het totale verliesabsorberende kapitaal. |
|
(19) |
De bank heeft het recht de participatiebewijzen te allen tijde ineens of in tranches terug te betalen. In de eerste tien boekjaren na de intekening op het participatiekapitaal bedraagt de terugbetaling 100 % van de nominale waarde van de participatiebewijzen, en vervolgens 150 % van die waarde (12). |
|
(20) |
De overheid heeft het recht de participatiebewijzen in te ruilen voor gewone aandelen van ÖVAG. Zij heeft daarvoor tot 1 januari 2019 de toestemming van de bank nodig, maar kan dit inruilrecht ook zonder haar toestemming uitoefenen:
|
|
(21) |
ÖVAG heeft in het kader van de Oostenrijkse steunregeling voor banken overheidsgaranties gekregen en heeft in 2009 schuldemissies met overheidsgarantie geplaatst voor een bedrag van 3 miljard EUR. Tabel 1 Schuldemissies van ÖVAG met overheidsgarantie in 2009
|
||||||||||||||||||||||||||||||
2.2.2. Steunmaatregelen van 2012
|
(22) |
Naar aanleiding van de omvangrijke verliezen van ÖVAG in 2011 werden verdere steunmaatregelen vastgesteld, en wel een kapitaalinbreng van de overheid van 250 miljoen EUR in de vorm van gewone aandelen (hierna de "kapitaalinbreng van 2012" genoemd) en de toekenning van een activagarantie, waardoor het kapitaal met 100 miljoen EUR werd verhoogd (hierna "activagarantie" genoemd). |
|
(23) |
De kapitaalverhoging moet in twee stappen worden uitgevoerd. Allereerst wordt het kapitaal van de bank met 70 % verminderd om de opgelopen verliezen te compenseren. Met deze kapitaalvermindering worden ook de door Oostenrijk in 2009 ingebrachte participaties proportioneel gereduceerd. Als tweede stap ontvangt ÖVAG nieuw kapitaal ten bedrage van in totaal 484 miljoen EUR. 250 miljoen EUR daarvan wordt door Oostenrijk gestort, het overige bedrag door de Volksbanken. Oostenrijk en de Volksbanken zullen deze aandelen kopen voor 2,181 EUR per aandeel. Hierdoor krijgt de overheid een belang van 43,4 % in ÖVAG en wordt zij na de Volksbanken (50,2 %) de grootste aandeelhouder. De aandelen van de andere aandeelhouders, die niet aan de kapitaalinbreng deelnemen, worden verwaterd: DZ-Bank: 3,8 %, ERGO: 1,5 %, RZB: 0,9 %, en kleinere aandeelhouders: 0,1 %. |
|
(24) |
Naast de kapitaalinbreng van 250 miljoen EUR zal Oostenrijk een activagarantie van 100 miljoen EUR verstrekken, waardoor het kapitaal van ÖVAG met hetzelfde bedrag wordt verhoogd. Voor deze verhoging moet een vergoeding van 10 % per jaar worden betaald (hetzelfde tarief als voor kapitaalinjecties). Met de activagarantie moeten de noodzakelijke voorzieningen respectievelijk afschrijvingen van de bank worden gereduceerd en haar kapitaalbasis worden versterkt. De maatregel onderscheidt zich van de gebruikelijke steunmaatregelen voor probleemactiva doordat de garantie op zodanige wijze geconstrueerd is dat zij van toepassing is op de voorzieningen voor kredietverliezen die de bank reeds vóór de verwachte verliezen op de gedekte activa had gevormd. De garantie wordt derhalve toegekend voor (boekhoudkundige) verliezen die reeds zijn ontstaan. |
|
(25) |
ÖVAG kan aanspraak maken op de garantie en de overheid (de garantiegever) om hulp vragen, wanneer zij aantoont dat een bestaande verplichting niet kan worden nagekomen of wanneer de schuldenaar aan een insolventieprocedure is onderworpen, doch dit geldt slechts indien van de garantie gebruik moet worden gemaakt om te voorkomen dat de Common Equity Tier 1-ratio (13) van de ÖVAG-groep (14) (hierna "CET1-ratio" genoemd) per 31 december 2015 tot beneden de 11 % zal dalen. Deze CET1-grenswaarde wordt verlaagd tot 10 % indien ÖVAG vóór de genoemde datum haar belang in Volksbank Romania S.A. (hiena "VBRO" genoemd) of in VB Leasing International Holding GmbH (hierna "VBLI" genoemd) volledig heeft afgestoten. |
|
(26) |
De garantie kan niet vóór 31 december 2015 worden ingeroepen. Ontvangen betalingen die betrekking hebben op de gedekte activa worden verrekend met eventuele vorderingen van de bank op de overheid indien deze de waarde van de activa, zonder waardevermindering en zonder garantie, overschrijden. |
|
(27) |
De betalingsverplichtingen van de overheid als gevolg van garantie-aanspraken worden uitgesteld tot 31 juli 2016 zonder dat voor dit uitstel rente verschuldigd is. Ingeroepen bedragen moeten aan de overheid worden terugbetaald zodra de financiële situatie van de bank dit toelaat. |
|
(28) |
Er moet een premie van 10% per jaar (15) worden betaald over het totale garantiebedrag dat tussen 30 september 2012 en 1 januari 2016 wordt toegekend. Voor de ingeroepen bedragen wordt deze premie vervangen door een vergoeding van 10% per jaar, te voldoen vanaf het tijdstip waarop de bedragen zijn ingeroepen tot het tijdstip waarop het ingeroepen bedrag volledig aan de overheid is terugbetaald. Deze vergoeding is verschuldigd op voorwaarde dat de bank winst behaalt en een CET1-ratio heeft van 10%; hij is niet cumulatief. |
|
(29) |
De aansprakelijkheid van de overheid in het kader van deze garantie vervalt op 1 januari 2016, behalve voor aanspraken die vóór deze datum zijn ingediend. |
2.3. Het nieuwe bedrijfsmodel
|
(30) |
Volgens het nieuwe herstructureringsplan streeft ÖVAG een sterke integratie met de Volksbanken na. Met dat doel is tussen ÖVAG en de Volksbanken een "verbondsmodel" (Verbundmodell) ingevoerd, waarbij de activiteiten van ÖVAG worden beperkt tot de taken van een centrale instelling die de leiding voert over de Oostenrijkse Volksbanken. Zij zal zich vooral richten op het verlenen van diensten voor de Volksbanken, zoals liquiditeitspooling, assistentie bij de toekenning van omvangrijke leningen en het aanbieden van treasury-producten voor de Volksbanken en hun cliënten. Hiermee worden zowel het balanstotaal als de complexiteit van het bedrijfsmodel van ÖVAG aanmerkelijk teruggebracht. De bedrijfsactiviteiten die de problemen van de bank hebben veroorzaakt of die niet tot de taken van een centrale instelling voor Volksbanken behoren, worden afgebouwd of afgestoten. De bank brengt deze activiteiten gezamenlijk onder in een intern afbouwsegment (niet-kernsegment). |
|
(31) |
Het balanstotaal wordt teruggebracht van 91 miljard EUR per eind september 2008 (16) tot 19 miljard EUR in 2017, waarvan [12-15] (*1) miljard EUR voor het nieuwe kernsegment bestemd is, en de rest voor de af te bouwen niet-kernactiviteiten. De risicogewogen activa zullen in geval van het basisscenario afnemen van 35,2 miljard EUR in 2008 tot [9-12] miljard EUR in 2017. |
|
(32) |
Het verbondsmodel houdt gemeenschappelijke aansprakelijkheid in evenals een gereguleerde liquiditeitsoverdracht tussen de deelnemers ("Liquiditätsverbund"), naast een wederzijdse financiële bescherming van de crediteuren van alle deelnemers aan het verbond ("Haftungsverbund"). De juridische onafhankelijkheid van de aangesloten banken blijft in het kader van het verbondsmodel gehandhaafd, en de deelnemers kunnen gebruik maken van de gemeenschappelijke organisatie-infrastructuur van het "netwerk". |
|
(33) |
ÖVAG heeft als centrale instelling tot taak, de solvabiliteit en liquiditeit van de tot het verbond behorende Volksbanken op basis van geconsolideerde besluiten te waarborgen en te controleren. Verder is ÖVAG onder meer belast met het vertegenwoordigen van de belangen van de groep als geheel, de public relations op het niveau van de groep en de ondersteuning bij bepaalde back-officetaken, zoals effectentransacties, logistiek, het opstellen van compliancenormen voor de groep en de bestrijding van witwaspraktijken. Daarenboven zullen taken aan de bank worden overgedragen ("Verbundfunktionen") die vanuit prudentieel oogpunt noodzakelijk zijn of om redenen van efficiëntie beter centraal kunnen worden uitgevoerd. Deze omvatten met name de verantwoordelijkheid voor de naleving van de gemeenschappelijke prudentiële regels (zoals bijvoorbeeld ten aanzien van solvabiliteit en liquiditeit, het intern proces inzake kapitaaltoereikendheid voor het verbond, interne audit). Verder omvatten zij de ondersteuning bij de afzet en marketing van (geïndividualiseerde) producten. |
|
(34) |
Volgens de Oostenrijkse wet op het bankwezen (17) is ÖVAG als centrale instelling binnen het verbondsmodel aansprakelijk voor alle verplichtingen van het verbond, terwijl de aansprakelijkheid van de afzonderlijke Volksbanken voor het verbond beperkt is tot dat deel van hun eigen vermogen dat het voor de dekking van de eigen risicogewogen activa vereiste prudentiële minimum overschrijdt. Het "kapitaaloverschot" van alle Volksbanken van het verbond bedroeg op 31 december 2011 circa [450-500] miljoen EUR indien bij de berekening wordt uitgegaan van een CET1-ratio van 8%, en circa [600-650] miljoen EUR wanneer wordt uitgegaan van een ratio van 7%. |
|
(35) |
Een ander belangrijk kenmerk van dit verbondsmodel is de samenwerking op het gebied van liquiditeit. Naar Oostenrijks recht houdt deze samenwerking onder meer in dat de Volksbanken verplicht zijn 14 % van hun deposito's als minimumreserve bij ÖVAG aan te houden. Verder kan ÖVAG zakelijke zekerheden van de Volksbanken (hypotheekleningen) samenvoegen, en die vervolgens voor herfinancieringen met gedekte obligaties gebruiken. Momenteel beschikken de Volksbanken over activa ter waarde van [2-5] miljard EUR, die onder bepaalde voorwaarden als dergelijke zakelijke zekerheden kunnen worden aangewend. Een andere belangrijke bijdrage aan de stabilisering van de liquiditeitspositie van ÖVAG vormde de overdracht van het online-bankingplatform Livebank van een van de plaatselijke Volksbanken naar ÖVAG in 2011. Hierdoor krijgt ÖVAG ten eerste rechtstreeks toegang tot particuliere deposito's, waardoor haar afhankelijkheid van herfinanciering op de interbancaire markt, één van de oorzaken van de problemen van de bank, afneemt. Ten tweede kunnen de Volksbanken hierdoor gebruik maken van een gecentraliseerd onlinebankingplatform, wat in overeenstemming is met het verbondsmodel. |
|
(36) |
Het kernsegment bestaat uit drie deelsegmenten: kredietverlening/consortiale leningen, financiële markten en bankboek/algemeen. ÖVAG schat dat de totale activa van het kernsegment in 2017 [12-15] miljard EUR zullen bedragen (16,8 miljard EUR eind 2012) en de risicogewogen activa eind 2017 [4-6] miljard EUR. |
|
(37) |
Het segment kredietverlening/consortiale leningen omvat de drie eenheden "Kredit Verbundbank", "VB Factoring" en "Mobilienleasing Österreich" (hierna "VBLF" genoemd). ÖVAG beschouwt deze activiteiten als onderdeel van haar kernactiviteiten met de Volksbanken. De activiteiten zijn vooral op Oostenrijk gericht. |
|
(38) |
De eenheid "Kredit Verbundbank" omvat de kredietverlening en consortiale leningtransacties met de banken die deel uitmaken van het verbondsmodel (18). Ook de verrichtingen van de beide dochterondernemingen VB Factoring en VBLF worden als centrale taken van het verbond beschouwd. VBLF behoort tot de grootste aanbieders van leasingdiensten in Oostenrijk op het gebied van personenauto's, vrachtwagens en kantoorautomatisering. Door zijn verbondenheid met de Volksbanken zal VBLF ook in de toekomst deel blijven uitmaken van de zakelijke strategie van ÖVAG. VB Factoring, een 100 % dochter van ÖVAG, neemt het grootste deel van de factoringactiviteiten voor de Volksbanken voor haar rekening. |
|
(39) |
Het segment financiële markten omvat met name "Profit-Center Group Treasury", "Volksbank Investments", "Immo KAG" en het bedrijfsonderdeel "Online Banking" (Livebank). Dit segment is verantwoordelijk voor de liquiditeitspositie op korte en lange termijn, de effecten- en deviezenhandel evenals het beheer van liquiditeits- en marktprijsrisico's. Bovendien fungeert het als productleverancier voor de Volksbankensector evenals voor institutionele cliënten in binnen- en buitenland. |
|
(40) |
Het segment bankboek/algemeen bestaat uit de onderdelen "Capital Markets" en "Asset Liability Management". Verder omvat het de activiteiten van "VB Services für Banken GesmbH" (een onderneming waaraan bankdiensten worden uitbesteed) en van verschillende holdings. |
|
(41) |
Het niet-kernsegment omvat alle deelnemingen en vroegere bedrijfsonderdelen die in de toekomst niet meer tot de kernactiviteiten van ÖVAG zullen behoren. De totale activa van dit segment worden geraamd op 11,7 miljard EUR (risicogewogen activa: 11,0 miljard EUR) in 2012 en [3-5] miljard EUR (risicogewogen activa: [3-5] miljard EUR) in 2017. ÖVAG wil de risicogewogen activa van dit segment uiterlijk in 2026 terugbrengen tot minder dan 1 miljard EUR. De portefeuilles die tot dit segment behoren, worden afgebouwd of moeten worden verkocht. |
|
(42) |
Het deel van het niet-kernsegment dat zal worden afgebouwd betreft met name de portefeuille van bedrijfsfinancieringen, dat grote delen van het huidige bedrijfsonderdeel "Lending Mittel- und Osteuropa" omvat, het gehele onderdeel "Leveraged Finance Österreich und Mittel- und Osteuropa", het onderdeel "Internationale Projektfinanzierungen", alsmede "Corporate Banking" voor zover dit onderdeel geen betrekking heeft op de consortiumtransacties met de Volksbanken. De vestiging in Frankfurt zal geen deel meer uitmaken van de kernportefeuille van ÖVAG. Verder wordt de volledige vastgoedportefeuille afgebouwd; deze zal in de toekomst geen deel meer uitmaken van het bedrijfsmodel van de bank. De vastgoedportefeuille van Europolis, een onderneming voor het beheer van vastgoedactiva, is reeds in 2010 afgestoten. |
|
(43) |
Tot dit segment behoort verder VBLI, een leasingdochter, die voor 50 % eigendom van ÖVAG is (19). De VBLI-groep verricht leasingdiensten in acht landen in Midden- en Oost-Europa en in Zuid-Europa. Verder heeft de onderneming een minderheidsdeelneming van circa 8 % in een leasingbedrijf in Hongarije, waarvan VR-Leasing de grootste aandeelhouder is. De activiteiten van VBLI vormen een aanvulling op het internationale kredietverleningsbedrijf van VBI. In het kader van de stopzetting van haar internationale bankactiviteiten is ÖVAG voornemens haar deelneming in VBLI vóór 31 december [2013-2017] af te stoten. Om deze desinvestering te vergemakkelijken heeft ÖVAG, volgens haar overeenkomstig de IFRS opgestelde jaarrekening, haar deelneming reeds met [30-60] % afgeschreven tot een bedrag van [50-70] miljoen EUR. Mocht afstoting vóór eind [2013-2017] niet realistisch blijken, dan zullen alle nieuwe activiteiten per 31 december [2013-2017] worden beëindigd en zal VBLI overeenkomstig de geldende wettelijke voorschriften worden geliquideerd (20). |
|
(44) |
Een ander onderdeel van het niet-kernsegment is VBRO, de bank die in 2010 van de verkoop van VBI werd uitgezonderd. Op basis van haar balanstotaal is VBRO de op zes na grootste bank van Roemenië. De bank is op de Roemeense markt actief met een sterke focus op door vastgoed gedekte, hoofdzakelijk in vreemde valuta luidende leningen aan particulieren en kleinere bedrijven. VBRO wordt momenteel door ÖVAG geherstructureerd. In 2011 werd de structuur van bijkantoren aangepast, waarbij het aantal bijkantoren sterk werd ingekrompen. Het aantal medewerkers van het bijkantorennetwerk werd met 25 % verminderd. Gezien het huidige klimaat werd prioriteit verleend aan het aantrekken van deposito's en dienstverlening op het gebied van het betalingsverkeer, terwijl het verstrekken van nieuwe leningen sterk werd ingeperkt. De nieuwe bedrijfsstrategie is erop gericht VBRO verder te ontwikkelen tot een universele bank met een meer evenwichtige productmix en het vergelijkenderwijs hoge percentage door vastgoed gedekte leningen in vreemde valuta terug te dringen. De bank moet minder afhankelijk worden van aandeelhoudersfinanciering en de verhouding leningen/deposito's moet worden verbeterd. Het plan omvat tevens een specifieke saneringsstrategie voor oninbare leningen. Hoewel VBRO gedurende de volledige herstructureringsperiode positieve resultaten denkt te bereiken, wordt in het herstructureringsplan terughoudend uitgegaan van neutrale resultaten. ÖVAG zal VBRO vóór eind [2013-2017] afstoten. Om deze desinvestering te vergemakkelijken heeft ÖVAG haar deelneming, volgens haar overeenkomstig de IFRS opgestelde jaarrekening, reeds tot [0-50] EUR afgeschreven. Mocht de afstoting van VBRO vóór eind [2013-2017] niet realistisch blijken, dan zullen alle nieuwe activiteiten op 31 december [2013-2017] worden beëindigd en wordt VBRO overeenkomstig de vigerende wettelijke voorschriften geliquideerd (21). In het andere geval kunnen delen van VBRO vóór 31 december [2013-2017] worden verkocht en enkel de resterende portefeuilles overeenkomstig de wettelijke voorschriften worden afgewikkeld (22). |
|
(45) |
Tenslotte moeten de bankactiviteiten in Malta vóór eind [2013-2017] worden afgestoten. Is dit vóór eind [2013-2017] niet mogelijk, dan worden alle nieuwe activiteiten op 31 december [2013-2017] beëindigd en worden de bedrijfsactiviteiten overeenkomstig de vigerende wettelijke voorschriften afgewikkeld (23). Ook de deelneming in RZB moet uiterlijk eind [2013-2017] worden afgestoten. Indien dit op het genoemde tijdstip niet is gebeurd, dan wordt een daartoe gemachtigde trustee met de verkoop belast (24). |
|
(46) |
De ÖVAG heeft gegevens inzake haar liquiditeitspositie overgelegd tot mei 2012 en heeft maatregelen voorgesteld met betrekking tot haar huidige en toekomstige financieringsbehoefte. |
|
(47) |
Wat haar vroegere afhankelijkheid van niet door zekerheden gedekte herfinancieringen op de interbancaire markt betreft, merkt ÖVAG op dat deze afhankelijkheid in de eerste plaats werd veroorzaakt door haar dochterondernemingen, die in hoge mate afhankelijk waren van de door ÖVAG beschikbaar gestelde middelen. Dit probleem werd in 2011 reeds tot op zekere hoogte aangepakt met de verkoop van VBI (vermindering van de financieringsbehoefte met 1,1 miljard EUR). Verder zouden de herstructurering en daaropvolgende verkoop van VBRO en de verkoop van VBLI nog eens een bedrag van 2,4 miljard EUR aan liquide middelen moeten vrijmaken. |
|
(48) |
De bank toonde aan dat zij maatregelen ten uitvoer heeft gelegd die haar toegang verschaffen tot verdere financieringsbronnen of die de dekking van haar liquiditeitsbehoeften vergemakkelijken. Dank zij de overname van Livebank (van één van de Volksbanken) kreeg ÖVAG toegang tot 470 miljoen EUR aan retailfinanciering, wat haar eerdere afhankelijkheid van herfinanciering via de interbancaire markt verminderde. Ook de door de minderheidsaandeelhouders toegezegde maatregelen (25) moeten ertoe bijdragen haar financieringsbehoefte te reduceren. Tenslotte kan ÖVAG haar financieringsbehoefte met 2,7 miljard EUR (26) terugdringen door samen met de regionale Volksbanken het verbondsmodel in te voeren. Verder zal zij bepaalde door de aangesloten Volksbanken gehouden activa eventueel als zakelijke zekerheid voor hypothecaire obligaties kunnen gebruiken (momenteel [2-4 miljard EUR]. |
2.4. Bijdrage van andere aandeelhouders en houders van hybride kapitaal
|
(49) |
DZ Bank, ERGO en RZB hebben niet aan de kapitaalinbreng deelgenomen, maar hebben wel toegezegd met de volgende maatregelen aan de redding en herstructurering van ÖVAG te zullen bijdragen:
|
|
(50) |
Verder delen alle oorspronkelijke aandeelhouders (27) in de in het verleden ontstane verliezen met een "haircut" van 70%. Tevens zijn hun aandelen bij de laatste kapitaalinbreng aanzienlijk verwaterd (28). Daarenboven dragen de Volksbanken aan de jongste kapitaalverhoging bij met nieuw kapitaal ten belope van 230 miljoen EUR. |
|
(51) |
Om ervoor te zorgen dat de aandeelhouders van de bank in de herstructureringsperiode een bijdrage leveren aan het herstel van een adequate kapitaalbasis, zal de bank geen dividend uitkeren en evenmin coupons op hybride kapitaalinstrumenten uitbetalen voor zover zij daartoe niet wettelijk verplicht is. Verder wordt het dividend dat gedurende de herstructureringsperiode door de Volksbanken moet worden uitgekeerd, strikt beperkt om de opbouw van kapitaal in het verbond te bevorderen. |
|
(52) |
ÖVAG heeft informatie verstrekt over de terugkoop van door twee dochterondernemingen van ÖVAG uitgegeven hybride instrumenten voor een totaalbedrag van 300 miljoen EUR. ÖVAG had aangeboden deze instrumenten tussen mei en juli 2012 voor circa 40 % van de nominale waarde van de beleggers terug te kopen. De aangeboden terugkoopprijs werd vastgesteld op basis van de marktwaarde van de instrumenten, plus een verhoging met maximaal 10 procentpunten om de beleggers over te halen aan de terugkoop deel te nemen. De transactie werd medio juli 2012 afgerond, waarbij nagenoeg 80 % van de nominale waarde van de instrumenten werd teruggekocht, en leverde ÖVAG een winst op van 129,9 miljoen EUR na aftrek van de transactiekosten. |
2.5. Financiële planning
|
(53) |
Oostenrijk heeft een uitvoerig bedrijfsplan voor ÖVAG ingediend voor de periode 2012-2017. Het plan omvat een basisscenario en een stress-scenario. Deze scenario's moeten aantonen dat ÖVAG in staat is haar levensvatbaarheid op lange termijn te herstellen. |
|
(54) |
Het nieuwe herstructureringsplan is, wat de ontwikkeling van de eurozone, de bbp-groei van de eurozone en de rentetarieven op korte en middellange termijn betreft, gebaseerd op aannames die grotendeels overeenkomen met de verwachtingen van grote marktdeelnemers en internationale instellingen zoals het IMF. Ook de inflatie in de eurozone, de olieprijzen en de wisselkoers EUR/USD en EUR/CHF zijn in aanmerking genomen. Het plan gaat uit van een gematigd herstel van de bbp-groei vanaf 2013. |
|
(55) |
Zoals in tabel 2 wordt weergegeven, wordt bij het basisscenario uitgegaan van een voortdurende verbetering van de resultaten van ÖVAG tot 2016. Tabel 2 Financiële kerngegevens van ÖVAG – Basisscenario (in miljoen EUR of %)
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(56) |
Het rendement op het eigen vermogen (RoE) van de bank stijgt in de loop van de herstructureringsperiode tot 8,00 % na belastingen. Volgens de bank is een RoE van 80 % na belastingen, gezien het lage risicoprofiel van de kernbank, een toereikende en marktconforme vergoeding voor ingebracht kapitaal. Met name zou de bank zich niet bezighouden met volatiele activiteiten zoals investmentbanking of handel voor eigen rekening, doch concentreerde zij zich vooral op haar rol als centrale instelling van de lokale Volksbanken. |
|
(57) |
ÖVAG diende tevens een stress-scenario op het niveau van de groep in, dat op minder gunstige marktprognoses gebaseerd is. Daarbij werd onder meer uitgegaan van een verdere stijging van de koers van de dollar ten opzichte van de euro en een koersverlies van de Roemeense leu ten opzichte van de euro, een tragere stijging van de rente als bij het basisscenario, een verdere verslechtering van de ratings van bepaalde deelstaten en een vertraging van de economische groei in de eurozone. Volgens de ramingen van de bank zouden deze ontwikkelingen als geheel leiden tot een extra kapitaalinbreng van maximaal [600-650] miljoen EUR en een daling van de CET1-ratio voor het totale risico tot [6,0-7,0]% in 2017. Tabel 3 Financiële kerngegevens van ÖVAG – Stress-scenario (in miljoen EUR of %)
|
|
(58) |
Verder diende de bank door een externe deskundige opgestelde gevoeligheidsscenario's in, waarin werd uitgegaan van de volgende bijkomende nadelige ontwikkelingen: vertraagde verkoop van VBRO voor een […] prijs van […] miljoen EUR en een stijging van de herfinancieringskosten van deze bank, het mislukken van de pogingen om VBLI te verkopen, een lagere kwaliteit van de activa in het niet-kernsegment (waardestijging van de risicogewogen activa met 20 %, verhoging van de risicovoorzieningen met 50 % en afschrijvingen op investeringen van 100 miljoen EUR), een waardestijging van de risicogewogen activa in het kernsegment met 10 %, geen stijging van de winst in 2016 en 2017. |
|
(59) |
Volgens de externe deskundige zou ÖVAG, indien al deze stressfactoren tegelijkertijd zouden optreden, in 2017-2018 een kapitaaltekort hebben van [150-200] miljoen EUR (31), dat evenwel gedekt zou worden door het ruime toetsingsvermogen van de Volksbanken (d.w.z. het "Haftungsverbund") dat in 2017/2018 [650-750] miljoen EUR bedraagt. De bank zou derhalve over het geheel genomen tegen dit ongunstige scenario zijn opgewassen. |
|
(60) |
Volgens de financiële prognoses van ÖVAG zullen de administratiekosten van de bank dalen van 166 miljoen EUR in 2012 tot 105,5 miljoen EUR in 2017, een afname met 36 %. Naast maatregelen om de kosten te optimaliseren (zoals het sluiten van de vestiging in Frankfurt en de vertegenwoordigingen van IK in de Midden- en Oost-Europese landen, synergieën dankzij de fusie van ÖVAG en IK, inkrimping van het personeel, de benutting van gebouwen, de uitgaven voor consultants en de uitbesteding van IT-infrastructuur) is in deze kostenverlaging ook het effect van de verkopen en het afbouwen van de bedrijfsactiviteiten in het niet-kernsegment begrepen. Daarom heeft de bank eveneens informatie verstrekt over de verwachte resultaten van de kostenverlagingsmaatregelen in het kernsegment. In dit segment zouden de maatregelen inzake kostenoptimalisatie tegen het einde van de herstructureringsperiode een verlaging van de jaarlijkse kosten met 15 miljoen EUR moeten opleveren (circa 12 % van de totale kosten in 2012). |
|
(61) |
In het kader van de "haircut" van 2012 werd het in 2009 door Oostenrijk verstrekte participatiekapitaal tot 300 miljoen EUR gereduceerd. De bank is voornemens 50 % van dit bedrag in 2017, en de overige 50 % begin 2018 terug te betalen. De Volksbanken zullen ÖVAG zonodig van de voor deze terugbetaling noodzakelijke middelen voorzien. |
3. REDENEN VOOR DE INLEIDING VAN DE FORMELE ONDERZOEKPROCEDURE
|
(62) |
De Commissie herinnert eraan dat zij de formele onderzoeksprocedure overeenkomstig artikel 108, lid 2, VWEU, heeft ingeleid om de verenigbaarheid van de herstructureringssteun voor ÖVAG met de interne markt te onderzoeken, omdat zij op grond van het oorspronkelijke herstructureringsplan ernstig betwijfelde of ÖVAG in staat zou zijn haar levensvatbaarheid op lange termijn te herstellen (32). Verder verklaarde de Commissie te betwijfelen of een passende lastenverdeling gewaarborgd was en of er voldoende maatregelen waren genomen om eventuele mededingingsverstoringen te beperken (33). |
4. OPMERKINGEN VAN OOSTENRIJK
|
(63) |
Oostenrijk benadrukt dat ÖVAG een systeemrelevante bank is waarvan de insolventie uiterst negatieve gevolgen zou hebben gehad voor het bankenstelsel en de economie van het land. Deze beoordeling werd door brief van de Nationale Bank van Oostenrijk bevestigd. |
|
(64) |
Oostenrijk betwist niet dat de in deel 2.2 beschreven maatregelen steun vormen. |
|
(65) |
Volgens Oostenrijk zijn de in deel 2.2.1 beschreven maatregelen in overeenstemming met de goedgekeurde Oostenrijkse steunregeling voor banken toegekend. Oostenrijk houdt staande dat ÖVAG op het moment van de kapitaalinbreng geen bank in moeilijkheden was in de zin van de herkapitalisatiemededeling. Toch heeft het land ermee ingestemd een herstructureringsplan voor de bank in te dienen. |
|
(66) |
Verder bestrijdt Oostenrijk niet dat de op 27 februari 2012 overeengekomen tweede kapitaalinbreng en de activagarantie (hierna "maatregelen van 2012" genoemd) staatssteun vormen in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU. Oostenrijk beschouwt de maatregelen echter als verenigbaar met de interne markt op grond van artikel 107, lid 3, onder b), VWEU, omdat zij noodzakelijk zijn om een ernstige verstoring in de economie van een lidstaat op te heffen en in overeenstemming zijn met de betreffende mededelingen van de Commissie. |
|
(67) |
Oostenrijk heeft met name informatie en vergelijkende marktgegevens voorgelegd op basis waarvan het aanvoerde dat de maatregelen van 2012 voldeden aan de voorwaarden van de herkapitalisatiemededeling en de mededeling van de Commissie betreffende de toepassing vanaf 1 januari 2012 van de staatssteunregels op maatregelen ter ondersteuning van banken in het kader van de financiële crisis (34) (hierna "verlengingsmededeling van 2011" genoemd). |
|
(68) |
Wat de kapitaalinbreng van 2012 betreft merkt Oostenrijk op dat de waarde van de (niet-beursgenoteerde) bank vóór de kapitaalinbreng van 2012 op grond van een passende marktgeoriënteerde waarderingsmethode was geraamd, die gebaseerd was op de verhouding tussen de aandelenkoers en de boekwaarde van een peergroup. Op grond van de waarneembare marktgegevens voor een geschikte peergroup (35) stelde Oostenrijk een koers-/boekwaardeverhouding vast op grond waarvan de ondernemingswaarde tussen de [270-300] miljoen EUR en de [320-360] miljoen EUR zou liggen. De kapitaalinbreng van de Volksbanken meegerekend, zou de ondernemingswaarde [500-530] miljoen EUR à [550-580] miljoen EUR belopen, wat zou neerkomen op een prijs per aandeel van [3-4] EUR. Daar Oostenrijk voor 2,2 EUR op de aandelen heeft ingeschreven bedraagt de effectieve korting [35 à 45%]. Volgens Oostenrijk wordt met de toepassing van deze korting voldaan aan de in punt 8 van de verlengingsmededeling van 2011 genoemde voorwaarde dat op kapitaalinjecties moet worden ingeschreven met een voldoende korting ten opzichte van de aandelenprijs (na correctie wegens het verwateringseffect). |
|
(69) |
Met betrekking tot de activagarantie betoogt Oostenrijk dat deze enkel en alleen tot doel had het kapitaal van ÖVAG met 100 miljoen EUR te verhogen. Aangezien deze activagarantie vergelijkbaar is met een kapitaalinjectie en er een vergoeding van 10 % per jaar voor wordt gevraagd, is zij in overeenstemming met de herkapitalisatiemededeling. |
|
(70) |
Volgens Oostenrijk waarborgt het herstructureringsplan dat ÖVAG op lange termijn haar levensvatbaarheid zal herstellen, dat zij een toereikende eigen bijdrage aan de herstructureringskosten levert en dat eventuele mededingingsverstoringen door vergaande structurele maatregelen en gedragsverplichtingen worden beperkt. |
|
(71) |
Oostenrijk heeft een reeks toezeggingen gedaan die in de bijlage zijn opgenomen en die een vast onderdeel van dit besluit vormen. Om ervoor te zorgen dat deze toezeggingen daadwerkelijk ten uitvoer worden gelegd, wordt voor de volledige herstructureringsperiode tot 2017 een "monitoring trustee" aangesteld. De toezeggingen omvatten een aantal gedragsverplichtingen voor ÖVAG, zoals een verbod op dividenduitkering en couponbetaling (36), een verbod om met ontvangen overheidssteun te adverteren en een verbod op prijsleiderschap voor het onlinebankingplatform Livebank (37), een acquisitieverbod (38) evenals de verplichting om de beloning van de leden van de raad van bestuur door te lichten ten einde een structuur tot stand te brengen die duurzame ontwikkeling stimuleert (39). Verder omvatten de toezeggingen de verplichte afstoting van VBLI vóór [2013-2017], van VBRO en de bankactiviteiten in Malta vóór [2013-2017], en van het belang in RZB vóór [2013-2017] (40). |
5. BEOORDELING IN HET LICHT VAN DE STAATSSTEUNREGELS
5.1. Aanwezigheid van staatssteun en steunbedrag
|
(72) |
Overeenkomstig artikel 107, lid 1, VWEU zijn steunmaatregelen van de staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of producties vervalsen of dreigen te vervalsen, onverenigbaar met de interne markt, voor zover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt. |
|
(73) |
Om als staatssteun te worden aangemerkt, moet een maatregel aan de volgende voorwaarden voldoen: zij wordt door de staat of met staatsmiddelen bekostigd, zij begunstigt bepaalde ondernemingen of bepaalde producties, zij vervalst de mededinging of dreigt deze te vervalsen, en zij kan het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloeden. |
|
(74) |
De Commissie heeft in haar besluiten inzake de Oostenrijkse steunregeling voor banken reeds vastgesteld dat de liquiditeitsgaranties en kapitaalinjecties die in 2009 in het kader van de regeling zijn verleend, staatssteun inhouden. Dit wordt door Oostenrijk niet betwist. |
|
(75) |
Ten aanzien van de op 27 februari 2012 overeengekomen steunmaatregelen is de Commissie van mening, dat ook de kapitaalinbreng van 250 miljoen EUR en de activagarantie van 100 miljoen EUR aan de in overweging 73 genoemde voorwaarden voldoen. |
|
(76) |
De maatregelen van 2012 zijn door Oostenrijk toegekend en kunnen derhalve rechtstreeks aan de staat worden toegerekend. De Commissie concludeert daarom dat zij met staatsmiddelen worden bekostigd. |
|
(77) |
De maatregelen van 2012 stellen ÖVAG in staat in een periode van financiële en economische crisis kapitaal te verwerven (de activagarantie verschaft de bank immers de facto kapitaal) dat zij onder dezelfde voorwaarden niet op de markt had kunnen opnemen. De Commissie stelt vast dat de minderheidsaandeelhouders van ÖVAG (ERGO-groep, RZB en DZ-Bank) hebben besloten niet aan de herkapitalisatie van ÖVAG deel te nemen. De Volksbanken hebben wel aan de kapitaalverhoging meegedaan. Als meerderheidsaandeelhouders, en gezien hun nauwe commerciële banden met ÖVAG, hebben zij echter op grond van andere economische overwegingen geïnvesteerd dan de staat. De insolventie van ÖVAG zou verstrekkende gevolgen voor de Volksbanken hebben gehad, waardoor onder bepaalde omstandigheden hun eigen voortbestaan in gevaar had kunnen komen. Zij hebben derhalve aan de redding van ÖVAG deelgenomen om hun eigen economische toekomst veilig te stellen. Daarom moet worden aangenomen dat de maatregelen van 2012 ÖVAG een voordeel verschaffen. Verder is dit voordeel selectief, omdat het slechts aan één bank wordt toegekend. |
|
(78) |
Daar ÖVAG actief is in een financiële sector die gekenmerkt wordt door hevige internationale concurrentie, moet worden verondersteld dat de voordelen die de bank met staatsmiddelen worden toegekend het handelsverkeer tussen lidstaten ongunstig kunnen beïnvloeden en de mededinging kunnen vervalsen. De maatregelen vormen derhalve staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU. Ook deze beoordeling wordt door Oostenrijk niet betwist. |
|
(79) |
De kapitaalmaatregelen van 2009 en 2012 belopen in totaal 1,35 miljard EUR en vertegenwoordigden eind 2008 3,5 % van de risicogewogen activa van de bank (35,2 miljard EUR). Daar bovenop heeft Oostenrijk de bank een garantie van 3,0 miljard EUR verleend. |
5.2. Rechtsgrondslag voor de beoordeling van de verenigbaarheid van de maatregelen met de interne markt
|
(80) |
Op grond van artikel 107, lid 3, onder b), VWEU, kunnen steunmaatregelen "om een ernstige verstoring in de economie van een lidstaat op te heffen" als verenigbaar met de interne markt worden beschouwd. De Commissie heeft erkend dat de wereldwijde financiële crisis een ernstige verstoring in de economie van een lidstaat kan inhouden en dat maatregelen ter ondersteuning van banken geschikt zijn om deze verstoringen op te heffen. Deze opvatting werd in de herkapitalisatiemededeling en in de mededeling van de Commissie betreffende het herstel van de levensvatbaarheid en de beoordeling van de herstructureringsmaatregelen in de financiële sector in de huidige crisis met inachtneming van de staatssteunregels (41) (hierna "herstructureringsmededeling" genoemd) bevestigd. Aangezien de situatie op de financiële markten opnieuw gespannen is, is de Commissie ook nu van mening dat aan de voorwaarden voor de goedkeuring van steun op grond van artikel 107, lid 3, onder b), VWEU is voldaan. De Commissie heeft deze opvatting in december 2011 bevestigd door de verlengingsmededeling van 2011 goed te keuren, waarmee de toepassing van de staatssteunregels op maatregelen ter ondersteuning van banken in het kader van de financiële crisis werd verlengd. |
|
(81) |
Met betrekking tot de Oostenrijkse economie heeft de Commissie, door de Oostenrijkse steunregeling voor banken (42) evenals de staatssteun die Oostenrijk aan afzonderlijke banken heeft toegekend (43) goed te keuren, erkend dat de Oostenrijkse economie ernstig dreigt te worden verstoord en dat overheidsmaatregelen ter ondersteuning van banken een geschikt middel zijn om deze verstoring op te heffen. Derhalve dient de beoordeling van de steunmaatregelen te geschieden op basis van artikel 107, lid 3, onder b), VWEU (44). |
|
(82) |
De verenigbaarheid van de kapitaalinjecties met de staatssteunregels dient, met name wat de hiervoor betaalde vergoeding betreft, allereerst aan de herkapitalisatiemededeling en de verlengingsmededeling van 2011 te worden getoetst. |
5.3. Verenigbaarheid met de herkapitalisatiemededeling en de verlengingsmededeling van 2011
|
(83) |
De toekenning van het participatiekapitaal in 2009 vond plaats overeenkomstig de regels die in de goedgekeurde Oostenrijkse steunregeling voor banken voor dergelijke instrumenten zijn vastgelegd. Verder stelt de Commissie vast dat dit ook geldt voor de rond dezelfde tijd toegekende herfinancieringsgaranties (45). |
|
(84) |
Ten aanzien van de kapitaalinbreng van 2012 moet worden opgemerkt dat kapitaalverhogingen voor niet-beursgenoteerde banken (zoals ÖVAG) in gevallen waarin er geen waarneembare marktprijs voorhanden is, volgens de bijlage van de herkapitalisatiemededeling en de verlengingsmededeling van 2011 aan de hand van een passende marktgebaseerde waarderingsmethode (zoals een op de koers/winstverhouding van een peergroup gebaseerde methode of een andere algemeen erkende waarderingsmethode) moeten worden gewaardeerd. |
|
(85) |
De Commissie merkt op dat Oostenrijk met het oog op de vaststelling van de ondernemingswaarde van ÖVAG vóór de kapitaalinbreng van 2012 berekeningen heeft voorgelegd die op een prijs/boekwaarde-methode waren gebaseerd. In de verlengingsmededeling van 2011 wordt enkel de methode van de koers/winst-verhouding met name genoemd, maar wordt ook naar andere, algemeen aanvaarde waarderingsmethoden verwezen. De Commissie beschouwt de toepassing van een op de koers/boekwaarde-verhouding gebaseerde methode in het onderhavige geval als gerechtvaardigd. Ten eerste kan worden vastgesteld dat deze methode een gebruikelijke marktgerichte waarderingsmethode is. Ten tweede lijkt de waardebepaling van de bank op een stabielere basis zinvol gezien de volatiliteit van de resultaten van ÖVAG in het verleden. |
|
(86) |
De Commissie heeft de door Oostenrijk geselecteerde peergroup en de bandbreedte van de toe te passen koers/boekwaarde-verhouding kritisch onderzocht, en beschouwt deze als passend. |
|
(87) |
De Commissie heeft vervolgens onderzocht of de aandeelhouders van ÖVAG ten tijde van de kapitaalinbreng een passend aandeel in de bank verworven hebben, waarbij zij uitging van een ondergrens van de bandbreedte van de ondernemingswaarde van [270-300] miljoen EUR. Indien kan worden vastgesteld dat de overheid, die aan de herkapitalisatie van ÖVAG heeft bijgedragen, ook een passend aandeel in de bank heeft verworven indien van de laagste ondernemingswaarde wordt uitgegaan, dan kan volgens de Commissie worden geconcludeerd dat de maatregelen ook aan de voorwaarden van de Commissie zouden voldoen indien de ondernemingswaarde in werkelijkheid hoger zou zijn dan de laagste waarde van de bandbreedte. In dit verband moet tevens in aanmerking worden genomen of de nieuwe investeerder een voldoende korting zou krijgen. |
|
(88) |
Volgens de punten 8 en 9 van de verlengingsmededeling van 2011 dient op kapitaalinjecties te worden ingeschreven met een voldoende korting ten opzichte van de, wegens het verwateringseffect reeds gewijzigde, aandelenprijs; deze korting kan op grond van algemeen aanvaarde markttechnieken worden gekwantificeerd (TERP (46)). Deze methode wordt op de kapitaalinbreng van 2012 toegepast. |
|
(89) |
De Commissie heeft in haar meest recente besluitvormingspraktijk een korting van ten minste 25 % als aanvaardbaar beschouwd (47). Dit niveau moet worden gecorrigeerd in het licht van de omvang van de kapitaalverhogende maatregelen ten opzichte van het kapitaal waarover de bank beschikt. De Commissie stelt in het onderhavige geval vast dat de overheid met een korting van [35% tot 45%] op het kapitaal heeft ingeschreven (48). |
|
(90) |
De Commissie heeft, op grond van de bandbreedte van de ondernemingswaarde, de theoretische aandeelhoudersstructuur van ÖVAG berekend na de kapitaalinbreng van 2012, en deze vergeleken met de aandeelhoudersstructuur van de bank die als gevolg van deze maatregel de facto werd overeengekomen. De Commissie stelt vast dat de overheid, die de grootste bijdrage aan de herkapitalisatie van de bank heeft geleverd, in de nieuwe, door de aandeelhouders overeengekomen aandeelhoudersstructuur van ÖVAG (49) een iets grotere deelneming heeft dan de Commissie in het licht van de staatssteunregels noodzakelijk achtte. De Commissie trekt daarom de conclusie dat de herkapitalisatie van ÖVAG in 2012 in overeenstemming is met de herkapitalisatiemededeling en de verlengingsmededeling van 2011. |
|
(91) |
Wat de verenigbaarheid van de activagarantie met de interne markt betreft, merkt de Commissie op dat de maatregel ÖVAG in staat stelt de reeds gevormde voorzieningen voor verliezen in verband met de kredietverlening weer op te heffen. Anders dan een gangbare maatregel ter ondersteuning van aan waardevermindering onderhevige activa, heeft deze maatregel door de structuur van de garantie slechts de vermindering van de voorzieningen voor verliezen in verband met de kredietverlening tot gevolg, en heeft zij geen invloed op de risicogewogen activa van de bank. Verder dekt de activagarantie het eerste verlies, waarmee zij zich eveneens onderscheidt van gebruikelijke maatregelen ter ondersteuning van aan waardevermindering onderhevige activa. Bovendien moeten alle ingeroepen bedragen aan de overheid worden terugbetaald. De garantie is derhalve zodanig gestructureerd dat de kapitaalbasis van ÖVAG voortdurend wordt verhoogd en beschermd; zij is daardoor vergelijkbaar met een kapitaalinbreng in ÖVAG en moet als zodanig worden beoordeeld. Gezien het bovenstaande is de maatregel volgens de Commissie vergelijkbaar met een kapitaalinbreng. |
|
(92) |
ÖVAG heeft een activagarantie van 100 miljoen EUR ontvangen, met een vergoeding van 10% per jaar op het tussen 30 september 2012 en 1 januari 2016 toegekende, maar niet ingeroepen totaalbedrag (minus annulaties). Bij de bedragen die wel zijn ingeroepen wordt deze vergoeding vervangen door een premie van 10% per jaar, te betalen vanaf het moment waarop het bedrag wordt ingeroepen tot het tijdstip waarop het bedrag weer volledig aan de staat is terugbetaald. Voorwaarde is wel dat de bank winst maakt en een CET1-ratio bereikt van 10%. De vergoeding is niet cumulatief. De Commissie stelt vast dat zowel de structuur als de omvang van de vergoeding vergelijkbaar zijn met de vergoedingen die gewoonlijk in het kader van de herkapitalisatiemededeling worden aangerekend voor kapitaalinjecties in noodlijdende banken. Verder is het niveau van de vergoeding in overeenstemming met overweging 29 van de Oostenrijkse regeling voor reddingssteun aan noodlijdende banken (50). |
5.4. Verenigbaarheid met de herstructureringsmededeling
|
(93) |
Alle maatregelen die als staatssteun zijn aangemerkt, zijn in verband met de herstructurering van ÖVAG vastgesteld. De herstructureringsmededeling bevat de regels die van toepassing zijn op de toekenning van herstructureringssteun aan financiële instellingen in het kader van de huidige crisis. Volgens de herstructureringsmededeling is de herstructurering van een financiële instelling in het kader van de huidige crisis slechts verenigbaar met de interne markt op grond van artikel 107, lid 3, onder b), VWEU wanneer deze de levensvatbaarheid van de bank herstelt, gepaard gaat met een toereikende eigen bijdrage en een passende lastenverdeling, en toereikende maatregelen omvat om de vervalsing van de mededinging te beperken. |
5.4.1. Levensvatbaarheid
|
(94) |
Een herstructureringsplan moet van dien aard zijn dat een financiële instelling, bij correcte uitvoering ervan, haar levensvatbaarheid op lange termijn kan herstellen (zie deel 2 van de herstructureringsmededeling). |
|
(95) |
Volgens de herstructureringsmededeling wordt levensvatbaarheid op lange termijn bereikt wanneer een bank zich op eigen kracht en in overeenstemming met de toepasselijke prudentiële voorschriften staande weet te houden in de concurrentiestrijd om kapitaal. De bank moet al haar kosten kunnen dekken en een passend rendement op het eigen vermogen kunnen genereren, rekening houdende met haar risicoprofiel. Het herstructureringsplan dient te vermelden wat de oorzaken van de problemen van de bank zijn, en dient aan te geven hoe de voorgenomen herstructureringsmaatregelen de onderliggende problemen van de bank kunnen oplossen. Een succesvolle herstructurering vereist met name een terugtrekking uit alle activiteiten die op middellange termijn structureel verliesgevend zouden blijven. |
|
(96) |
Overeenkomstig de punten 9 tot en met 11 van de herstructureringsmededeling heeft Oostenrijk een uitvoerig en gedetailleerd herstructureringsplan ingediend, dat volledige informatie over het bedrijfsmodel bevat. Bovendien wordt in het plan nader ingegaan op de oorzaken van de problemen van de bank. |
|
(97) |
Wat het bedrijfsmodel van ÖVAG betreft, zal de bank haar activiteiten beperken tot haar rol als centrale instelling van de lokale en regionale Volksbanken. Zij zal de aangesloten Volksbanken diensten aanbieden op het gebied van liquiditeitsbeheer, als tussenpersoon optreden bij de toegang van de Volksbanken tot de kapitaalmarkten, en verder producten aanbieden die de capaciteiten of de competentie van de Volksbanken te boven gaan, alsmede gemeenschappelijke back-officefaciliteiten, bijvoorbeeld op het gebied van compliance, marketing en IT. ÖVAG zal zich derhalve concentreren op haar statutaire activiteiten, haar belangrijkste vaardigheden benutten en zich terugtrekken uit de bedrijfsactiviteiten die haar financiële moeilijkheden hebben veroorzaakt of die niet tot de werkingssfeer van het nieuwe bedrijfsmodel behoren. Zo staakt ÖVAG haar vastgoedactiviteiten, verkoopt zij die onderdelen van haar bedrijfsfinancierings- en beleggingsportefeuille die voor haar rol als centrale instelling niet noodzakelijk zijn, en stoot zij alle dochterondernemingen af die niet tot de kernactiviteiten behoren. De Commissie is van mening dat het nieuwe bedrijfsmodel van de bank de levensvatbaarheid op lange termijn en de duurzaamheid van de bank kan waarborgen. |
|
(98) |
De moeilijkheden van ÖVAG kunnen in hoofdzaak op de volgende factoren worden teruggevoerd: haar risicoblootstelling in Midden- en Oosteuropese landen via haar bij VBI ondergebrachte retailbanking-dochterondernemingen, haar activiteiten op het gebied van kredietverlening aan gemeenten en infrastructuurfinanciering, haar vastgoedactiviteiten en delen van haar bedrijfsportefeuille, haar beleggingsportefeuille evenals haar afhankelijkheid van herfinanciering op de interbancaire markt. |
|
(99) |
De Commissie beschouwt het als een positief aspect dat ÖVAG al haar VBI-dochterondernemingen op één na (VBRO) in 2011 reeds verkocht heeft. De Commissie herinnert eraan dat zij, gezien de mislukte poging om VBRO te verkopen en de in 2011 geleden verliezen, in het inleidingsbesluit betwijfelde of de problemen van de bank met het oorspronkelijke herstructureringsplan konden worden opgelost. Zij stelt vast dat in het nieuwe herstructureringsplan wordt ingegaan op de oorzaken van de problemen van VBRO en dat als oplossing wordt voorgesteld de dochteronderneming zodanig te herstructureren dat zij de levensvatbaarheid van ÖVAG in de toekomst niet meer negatief beïnvloedt en aantrekkelijker wordt voor potentiële investeerders (51). In verband hiermee wijst de Commissie erop dat het herstructureringsplan verwacht dat VBRO in de komende jaren positieve resultaten zal boeken. Om de verkoop te vergemakkelijken heeft ÖVAG de waarde van de bank in haar jaarrekening afgeschreven tot [0-50 EUR]. De bank kan aldus geen potentieel verlies meer lijden wanneer VBRO niet voor een hoge prijs kan worden verkocht. ÖVAG en Oostenrijk hebben toegezegd dat VBRO, indien zij niet vóór [2013-2017] verkocht is, geen nieuwe activiteiten meer zal ontplooien en overeenkomstig de wettelijke voorschriften zal worden geliquideerd. (Een andere mogelijkheid is om delen van VBRO vóór 31 december [2013-2017] te verkopen en enkel de overige portefeuilles in overeenstemming met de wettelijke voorschriften af te wikkelen). De Commissie beschouwt dit als een bevestiging van haar veronderstelling dat de risico's die met VBRO zijn verbonden reeds zijn afgenomen en binnen afzienbare tijd beheersbaar zullen zijn. In dit verband stelt de Commissie vast dat VBRO het aantal bijkantoren en medewerkers reeds heeft teruggebracht en haar kredietverleningsactiviteiten heeft ingekrompen. |
|
(100) |
Wat de activiteiten van ÖVAG op het gebied van vastgoed, kredietverlening aan gemeenten en infrastructuurfinanciering betreft, wijst de Commissie erop dat de betrokken dochterondernemingen (KA, Europolis) verkocht zijn en dat ÖVAG de daarbij opgetreden verliezen in haar jaarrekening heeft verantwoord. De overige vastgoedactiviteiten van ÖVAG worden naar de portefeuille van niet-kernactiviteiten overgeheveld en geleidelijk afgebouwd. |
|
(101) |
De volledige stopzetting van de in de overwegingen 99 en 100 genoemde activiteiten vormt een noodzakelijke en dienstige maatregel om de bezwaren van de Commissie weg te nemen, omdat dankzij de desinvesteringen alle met deze dochterondernemingen verbonden toekomstige verliezen en risico's worden vermeden. Bovendien komen door deze maatregelen managementcapaciteiten vrij die voor de kernactiviteiten van de bank kunnen worden ingezet. |
|
(102) |
Ten aanzien van de onderdelen van de bedrijfsfinancierings- en beleggingsportefeuille die in het verleden tot verliezen hebben geleid, stelt de Commissie vast dat de bank de noodzakelijke verliezen in haar jaarrekening heeft verantwoord. Bovendien zijn de CDS-posities (52) genetteerd of afgedekt. De activiteiten die voor de rol van ÖVAG als centrale instelling niet van belang zijn, zijn bij de niet-kernportefeuille ondergebracht en worden geleidelijk afgebouwd. |
|
(103) |
Wat de vroegere afhankelijkheid van ongedekte herfinancieringen op de interbancaire markt betreft, constateert de Commissie dat ÖVAG en haar meerderheidsaandeelhouders momenteel maatregelen doorvoeren die een comfortabele liquiditeitspositie van de bank zullen waarborgen. Met name de oprichting van een liquiditeitspool met de regionale Volksbanken en de verkoop van sterk van herfinanciering via ÖVAG afhankelijke dochterondernemingen, moeten de financieringsbehoeften van de bank met 6,2 miljard EUR reduceren. Verder heeft ÖVAG, dank zij de overname van Livebank, toegang gekregen tot 470 miljoen EUR retailfinanciering, waardoor zij haar afhankelijkheid van herfinanciering via de interbancaire markt sterk heeft kunnen terugdringen. Op grond van de in het nieuwe herstructureringsplan verschafte inlichtingen is de Commissie van mening dat ÖVAG, ondanks de aanstaande vervaltermijn van de resterende lening met overheidsgarantie van 1 miljard EUR, in staat is een comfortabele financieringspositie te bereiken. |
|
(104) |
Volgens punt 13 van de herstructureringsmededeling moet de bank in staat zijn een passend rendement op haar eigen vermogen te genereren en tegelijkertijd alle kosten van haar normale bedrijfsuitoefening te dekken met inachtneming van de toepasselijke prudentiële voorschriften. De Commissie is van oordeel dat aan deze voorwaarde is voldaan; dit wordt in de overwegingen 105 tot en met 107 nader toegelicht. |
|
(105) |
Ten eerste heeft ÖVAG financiële vooruitzichten verstrekt voor de periode 2012-2017, welke gegevens bevatten over inkomsten, uitgaven, risicovoorzieningen, winst en de vermogenspositie van de bank. De Commissie is van mening dat de voorgelegde prognoses in het kader van het basisscenario op correcte macro-economische aannames berusten. Met uitzondering van het jaar 2014 (53) verwacht de bank in de herstructureringsperiode winst te behalen en haar jaarresultaten voortdurend te verbeteren. Bovendien zal het rendement op het eigen vermogen in 2017 8,0 % bereiken, wat voor een bank met een risicoprofiel als dat van ÖVAG een adequate vergoeding lijkt. De kapitaalratio's van de bank blijven gedurende de gehele herstructureringsperiode hoger dan de wettelijke minimumvereisten, waarbij de CET1-ratio stijgt van [9-10] % in 2012 tot [12-13 ] % (54) in 2017. |
|
(106) |
Ten tweede blijkt uit het nieuwe herstructureringsplan dat ÖVAG in staat is een stress-scenario te doorstaan. De premissen van het stress-scenario worden als redelijk beschouwd. Aangezien uit het stress-scenario blijkt dat ÖVAG haar prudentiële kapitaalvereisten zou overschrijden, kan worden aangenomen dat de bank aan de voorwaarden van punt 13 van de herstructureringsmededeling voldoet. |
|
(107) |
Ten derde zal ÖVAG haar niet-kernsegment intern afbouwen zonder tot een juridische splitsing over te gaan. In verband hiermee merkt de Commissie op dat ÖVAG opdracht heeft gegeven tot het uitvoeren van simulaties om na te gaan wat de maximale impact van de risico's van het niet-kernsegment op de kapitaalpositie van de bank kan zijn. Uit de door een externe deskundige ingediende gevoeligheidsanalyse (55) blijkt, dat ÖVAG in staat is ongunstige ontwikkelingen ten aanzien van haar niet-kernportefeuille op te vangen, zodat de inkrimping van de balans waarschijnlijk geen negatieve uitwerking zal hebben op de levensvatbaarheid van de bank op lange termijn. |
|
(108) |
Verder heeft ÖVAG een strategie voorgesteld om het overheidsbelang gedeeltelijk te verminderen, waarbij de activagarantie in 2015 afloopt en de helft van het participatiekapitaal van de overheid (150 miljoen EUR) in 2017, en de andere helft onmiddellijk na 31 december 2017 wordt terugbetaald. In verband hiermee zal ÖVAG haar winst gedurende de herstructurering behouden om haar kapitaalpositie uit te bouwen. Dit moet de bank in staat stellen de beëindiging van de activagarantie in 2015 te doorstaan en het participatiekapitaal van de overheid volgens het overeengekomen tijdschema, met inachtneming van de prudentiële kapitaalvereisten, met eigen middelen terug te betalen. De Commissie stelt vast dat de bank in het kader van de financiële vooruitzichten voor het basisscenario gegevens betreffende haar kapitaalpositie tot 2018 (56) heeft ingediend, waaruit blijkt dat deze exitstrategie tot een CET1-ratio van [12-13]% en een eigenvermogensratio van [14-15]% zal leiden. De Commissie is ingenomen met de toezegging van de aangesloten Volksbanken dat zij ÖVAG bij de tenuitvoerlegging van de exitstrategie met betrekking tot het participatiekapitaal van de overheid zullen steunen (57). Volgens de door de bank ingediende gevoeligheidsanalyse zouden de aangesloten Volksbanken in geval van ongunstige ontwikkelingen in het niet-kernsegment van ÖVAG over voldoende eigen vermogen beschikken om ÖVAG in staat te stellen het participatiekapitaal met inachtneming van de prudentiële kapitaalvereisten terug te betalen. De Commissie is van oordeel dat de exitstrategie en het toereikende rendement op het eigen vermogen dat tegen het einde van de herstructureringsperiode moet worden bereikt, garanderen dat een einde wordt gemaakt aan de aan ÖVAG toegekende staatssteun door middel van terugbetaling, het bereiken van de vervaldatum of een vergoeding tegen marktconforme voorwaarden. |
|
(109) |
De Commissie komt dan ook tot de conclusie dat het door Oostenrijk ingediende nieuwe herstructureringsplan voor ÖVAG voldoet aan de criteria van de herstructureringsmededeling inzake het herstel van de levensvatbaarheid op lange termijn en dat daarmee de mededingingsbezwaren die de Commissie in het inleidingsbesluit heeft geformuleerd, zijn weggenomen. |
5.4.2. Eigen bijdrage en lastenverdeling
|
(110) |
Volgens de herstructureringsmededeling dienen banken en hun aandeelhouders zoveel mogelijk aan de herstructurering bij te dragen om ervoor te zorgen dat de steun tot het noodzakelijke minimum beperkt blijft. Banken moeten derhalve hun eigen middelen gebruiken om hun herstructurering te financieren, bijvoorbeeld door activa te verkopen, terwijl de aandeelhouders de verliezen van de financiële instelling zoveel mogelijk moeten opvangen. De maatregelen waartoe ÖVAG zich heeft verplicht, waarborgen dat eigen middelen worden gebruikt en dat de oorspronkelijke aandeelhouders en particuliere beleggers die hybride kapitaalinstrumenten van de bank bezitten, aan de herstructurering bijdragen. |
|
(111) |
Het nieuwe herstructureringplan bevat geen elementen waaruit blijkt dat het steunbedrag de kosten van het herstel van de levensvatbaarheid overtreft. Met de toegekende steun moet ervoor worden gezorgd dat ÖVAG in het geval van het basisscenario over toereikende kapitaalbuffers beschikt die hoger zijn dan de in de CRD IV/CRR (58) voorgeschreven minimumvereisten, en dat zij ook bij het stress-scenario nog in staat is aan deze vereisten te voldoen. De door de bank en Oostenrijk gedane toezeggingen zorgen ervoor dat de omkeerbare steunmaatregelen (participatiekapitaal en activagarantie) vanaf eind 2015 worden stopgezet, zodra de kapitaalpositie van de bank dit toelaat (59). |
|
(112) |
De Commissie stelt vast dat ÖVAG reeds kostenverlagende maatregelen heeft genomen en nog zal nemen, en dat zij aldus met intern gegenereerde middelen een eigen bijdrage aan de herstructureringskosten levert (60). In het kernsegment zullen deze maatregelen leiden tot een verlaging van de jaarlijkse kosten met 15 miljoen EUR aan het einde van de herstructureringsperiode, wat neerkomt op circa 12 % van de totale kosten in 2012. Wat ÖVAG als geheel betreft (met inbegrip van het niet-kernsegment) zullen de kosten nog verder teruglopen (van 166 miljoen EUR in 2012 tot 105,5 miljoen EUR in 2017, een daling met 36 %) (61). |
|
(113) |
Bovendien worden de herstructureringskosten gefinancierd met de opbrengst van de verkoop van winstgevende deelnemingen van het niet-kernsegment (RZB, Oostenrijkse retailbanken (reeds in 2009-2010 afgestoten) en VBLI). |
|
(114) |
Volgens punt 24 van de herstructureringsmededeling kan de lastenverdeling ook worden bereikt door het betalen van een passende vergoeding voor de overheidssteun. In dit verband herinnert de Commissie aan de in overweging 90 vermelde vaststelling dat de overheid, die heeft bijgedragen aan de kapitaalinbreng van 2012, een dienovereenkomstige deelneming in de bank heeft verworven. Deze deelneming was gebaseerd op de ondernemingswaarde, die objectief berekend was via een marktgerichte methode op basis van de koers/boekwaarde-verhouding. Verder ging de herkapitalisatiemaatregel, zoals in overweging 89 is opgemerkt, gepaard met een voldoende korting, die neerkomt op een soort vooraf voor de kapitaalinbreng betaalde vergoeding. Bijgevolg beschouwt de Commissie de vergoeding als passend in samenhang met de overige lastenverdelingsmaatregelen. |
|
(115) |
Wat het overige participatiekapitaal van 300 miljoen EUR betreft, herinnert de Commissie eraan dat dit kapitaal door de overheid in het kader van de Oostenrijkse steunregeling voor banken ter beschikking is gesteld en dat de vergoeding voor dit instrument overeenkomstig die regeling is bepaald. De Commissie merkt op dat de coupon in het zesde en zevende volledige boekjaar na de inschrijving op de instrumenten met 50 basispunten per jaar stijgt, zodat de coupon in 2016 9,8 % en in 2017 10,3 % zal bedragen (62). Daarenboven stelt de Commissie vast dat het terugbetalingsbedrag voor deze instrumenten in 2017 en 2018 100% van de nominale waarde beloopt, vermeerderd met het aantal procentpunten waarmee het bij overeenkomst toegezegde coupon voor de participatiebewijzen werd onderschreden, voor zover de uit te keren jaarwinsten toereikend zijn voor de uitbetaling maar door de bank zijn ingehouden (63). Volgens de financiële vooruitzichten van de bank valt te verwachten dat het in 2017 en 2018 aan de overheid terug te betalen bedrag ook de vergoeding voor het participatiekapitaal van het laatste jaar van de herstructureringsperiode zal omvatten. Daarom is de Commissie van oordeel dat de vergoeding die ÖVAG voor dit participatiekapitaal zal betalen, in overeenstemming is met het risicoprofiel van de bank. |
|
(116) |
Wat de activagarantie betreft merkt de Commissie op dat de bank een vergoeding van 10% per jaar van het garantiebedrag (100 miljoen EUR) zal betalen. Deze vergoeding valt boekhoudkundig onder de lopende uitgaven en is niet afhankelijk van de winstgevendheid van de bank. Op de totale in verband met de garantie toegekende bedragen is een rente van 10% van toepassing, totdat deze bedragen volledig zijn terugbetaald. Gezien de betrouwbaarheid en de omvang van de premie is de Commissie van oordeel dat de vergoeding voor de activagarantie, die in feite neerkomt op een tijdelijke kapitaalverhoging, toereikend is. |
|
(117) |
Om ervoor te zorgen dat de aandeelhouders van de bank gedurende de herstructureringsperiode zoveel mogelijk bijdragen tot het herstel van een adequate kapitaalbasis, heeft Oostenrijk toegezegd dat de bank tot het einde van de herstructureringsperiode of zelfs nog daarna (indien het participatiekapitaal van de overheid tegen die tijd nog niet is terugbetaald) geen dividend zou uitkeren of coupons zou uitbetalen voor zover zij daartoe niet wettelijk verplicht is. Zo mag ÖVAG de staatssteun overeenkomstig punt 26 van de herstructureringsmededeling niet gebruiken om een vergoeding te betalen over het eigen vermogen wanneer onvoldoende winst wordt gegenereerd om deze betalingen te verrichten. |
|
(118) |
Verder wijst de Commissie erop dat ÖVAG heeft aangeboden om hybride instrumenten van particuliere beleggers terug te kopen voor 40 % van de nominale waarde (64). De aangeboden terugkoopprijs is op grond van de marktprijs van de instrumenten vastgesteld en omvat een premie van ten hoogste 10 procentpunten, toegevoegd om beleggers aan te moedigen aan de terugkoop deel te nemen. Dit aanbod werd voor bijna 80% van de totale nominale waarde van de instrumenten aanvaard, wat ÖVAG, na aftrek van de transactiekosten, een winst van 130 miljoen EUR heeft opgeleverd. Voor de nog uitstaande instrumenten geldt het in overweging 117 beschreven couponverbod. Daarom is de Commissie van mening, dat een passende bijdrage van de particuliere bezitters van hybride kapitaalinstrumenten gewaarborgd is en dat aan de voorwaarden van de herstructureringsmededeling op dit punt is voldaan. |
|
(119) |
Een ander aspect betreft ERGO-groep, RZB en DZ-Bank, de minderheidsaandeelhouders van ÖVAG. De Commissie wijst erop dat de aandelen van deze banken bij de kapitaalverhoging van 2012 sterk zijn verwaterd. Zoals in overweging 49 wordt beschreven, hebben zij toegezegd de herstructurering van ÖVAG te zullen steunen door de handhaving van de aan ÖVAG en haar dochterondernemingen, waarin zij eveneens een belang hebben, beschikbaar gestelde liquiditeitsfaciliteiten, de overname van activaportefeuilles en de ondersteuning van ÖVAG bij haar pogingen om haar dochterondernemingen, waarin zij eveneens een belang hebben (VBRO en VBLI), te verkopen waardoor de inkrimping van de niet tot het kernsegment behorende activiteiten wordt bespoedigd. |
|
(120) |
Derhalve vormen de kostenbeperkingen de verkoop van winstgevende, niet tot het kernsegment behorende dochterondernemingen en het betalen van een toereikende vergoeding voor de kapitaalmaatregelen en de activagarantie, een voldoende eigen bijdrage van ÖVAG aan de financiering van de herstructurering. Gezien de door de bezitters van hybride kapitaalinstrumenten gedragen verliezen, de verwatering van de aandelen van de oorspronkelijke aandeelhouders, de maatregelen waarmee deze een bijdrage aan de herstructurering van ÖVAG leveren, evenals de inhouding van de winst, is een passende lastenverdeling gewaarborgd. Het herstructureringsplan voorziet derhalve in een toereikende eigen bijdrage en een passende lastenverdeling, waardoor de in het inlieidingsbesluit naar voren gebrachte twijfels worden weggenomen. |
5.4.3. Maatregelen om de mededingingsvervalsing te beperken
|
(121) |
Volgens de herstructureringsmededeling moet het herstructureringsplan maatregelen bevatten om de mededingsvervalsing te beperken en te zorgen voor een concurrerende banksector. Bovendien moet het probleem van het morele risico worden aangepakt en ervoor worden gezorgd dat staatssteun niet wordt gebruikt voor de financiering van mededingingsvervalsende gedragingen. |
|
(122) |
Volgens punt 31 van de herstructureringsmededeling moet de Commissie bij de beoordeling van de omvang van de steun en de daardoor veroorzaakte mededingingsvervalsing rekening houden met zowel het absolute als het relatieve steunbedrag, de omvang van de lastenverdeling en de marktpositie van de financiële instelling na de herstructurering. In verband hiermee herinnert de Commissie eraan dat ÖVAG een kapitaalinjectie van de overheid heeft ontvangen die gelijk is aan 3,8 % van haar risicogewogen activa. Bovendien heeft ÖVAG liquiditeitsgaranties ontvangen ten belope van 5,4 % van haar balanstotaal. Het aan de begunstigde bank toegekende steunbedrag is derhalve aanzienlijk. Daarom zijn, ondanks de toereikende eigen bijdrage en de passende lastenverdeling tussen de begunstigde bank en haar aandeelhouders in de herstructureringsperiode verregaande maatregelen nodig om potentiële mededingingsdistorsies te beperken. |
|
(123) |
De voorgenomen verlaging van het balanstotaal valt in het nieuwe herstructureringsplan groter uit dan in het oorspronkelijke plan. ÖVAG will haar balanstotaal in vergelijking met haar activa per eind 2008 met 67 % verminderen, d.w.z. van 55,8 miljard EUR tot 18,4 miljard EUR in 2017. Wanneer uitsluitend de totale activa van het kernsegment in aanmerking worden genomen ([12-15] miljard EUR in 2017), dan bedraagt de vermindering van het balanstotaal [60-80] %. Wat de risicogewogen activa betreft streeft de bank naar een verlaging met 71 % (35,2 miljard EUR in 2008 tegen 10,1 miljard EUR in 2017). [4-6] miljard EUR van dit bedrag van 10,1 miljard EUR heeft betrekking op het kernsegment, wat neerkomt op een vermindering van de risicogewogen activa in het kernsegment met [70-90] %. |
|
(124) |
Met dit doel verkoopt ÖVAG momenteel een groot aantal binnen- en buitenlandse dochterondernemingen. Deze verkopen moeten zijn afgerond op de datum die in de toezeggingen in de bijlage wordt genoemd, anders moeten de desbetreffende dochterondernemingen hun nieuwe activiteiten staken. In tabel 4 wordt een overzicht gegeven van de voornaamste afstotingen: Tabel 4 Voornaamste afstotingen
|
|
(125) |
Deze desinvesteringen omvatten alle internationale dochterondernemingen van de bank. De Commissie is van oordeel dat de verkoop van KA, die in 2008 een beroep moest doen op reddingsmaatregelen van de overheid, heeft bijgedragen aan de stabilisering van ÖVAG. Daardoor kan de verkoop van KA niet als maatregel ter beperking van de mededingingsvervalsing worden beschouwd. Bovendien wordt KA noch in het balanstotaal noch in het volume van de risicogewogen activa, die als referentie zijn gebruikt om de beperking van de omvang van de bank te berekenen, in aanmerking genomen (65). |
|
(126) |
Voorts is ÖVAG voornemens haar vestiging in Frankfurt te sluiten. |
|
(127) |
Concluderend beschouwt de Commissie de vermindering van het balanstotaal van de bank met meer dan de helft als toereikend om de door de steun veroorzaakte mededingingsvervalsing afdoende te beperken. |
|
(128) |
Naast deze vergaande structurele maatregelen hebben Oostenrijk en ÖVAG ook een aantal gedragsbeperkingen toegezegd. De bank heeft zich ertoe verbonden een acquisitie- en advertentieverbod, een verbod op de handel voor eigen rekening evenals een verbod van prijsleiderschap voor haar onlinebankingplatform Livebank in acht te nemen. Dit moet voorkomen dat de staatssteun voor de financiering van concurrentieverstorende gedragingen wordt gebruikt (66). |
|
(129) |
Bovendien heeft Oostenrijk toegezegd dat ÖVAG, buiten het Volksbankenverbond en zijn cliënten, in eigen naam en voor eigen rekening geen activatransacties met derden zal afsluiten. Zij mag uitsluitend binnen het Volksbankenverbond actief zijn (67). Samen met de afstoting van winstgevende dochterondernemingen (VBLI, Oostenrijkse retailbanken) biedt de strikte beperking van de activiteiten van ÖVAG op haar voornaamste markten andere marktdeelnemers de gelegenheid hun aanwezigheid op de markt uit te breiden. |
|
(130) |
Gezien de opmerkingen die in de overwegingen 122 tot en met 129 zijn gemaakt, en gezien de conclusie dat de eigen bijdrage en de lastenverdeling passend zijn, stelt de Commissie vast dat de omvang en de aard van de door Oostenrijk en ÖVAG voorgestelde maatregelen voldoende zijn om de mededingingsvervalsing die een gevolg is van de aan ÖVAG verleende steun, te beperken. Daarmee wordt de twijfel die in het inleidingsbesluit terzake was geuit, weggenomen. |
5.5. Monitoring
|
(131) |
Volgens deel 5 van de herstructureringsmededeling moeten regelmatig verslagen aan de Commissie worden voorgelegd om haar in staat te stellen te beoordelen of het nieuwe herstructureringsplan naar behoren ten uitvoer wordt gelegd. Oostenrijk zal een monitoring trustee benoemen die de Commissie zal helpen bij haar taak toezicht te houden op de correcte uitvoering van het besluit. Deze trustee zal tweemaal per jaar een verslag indienen. Het eerste verslag dient ten laatste zes maanden na de goedkeuring van het herstructureringsplan te worden voorgelegd. Volgens de Commissie is een behoorlijk toezicht op de uitvoering van het herstructureringsplan daarmee gewaarborgd. |
6. CONCLUSIE
|
(132) |
De Commissie concludeert dat de maatregelen de in het nieuwe herstructureringsplan zijn vervat, samen met de in de bijlage opgenomen toezeggingen (68), ÖVAG in staat zullen stellen haar levensvatbaarheid op lange termijn te waarborgen, qua lastenverdeling en eigen bijdrage toereikend zijn, en de mededingingsverstorende effecten van de in het onderhavige besluit onderzochte steunmaatregelen naar behoren en op evenredige wijze opvangen. Het voorgelegde herstructureringsplan voldoet aan de criteria van de herstructureringsmededeling, zodat de herstructureringsmaatregelen als verenigbaar met de interne markt worden beschouwd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
1. De volgende door Oostenrijk genomen of voorgenomen maatregelen vormen staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie:
|
a) |
de kapitaalinjecties van Oostenrijk aan Österreichische Volksbanken-AG ten bedrage van 1 miljard EUR en 250 miljoen EUR; |
|
b) |
de door Oostenrijk aan Österreichische Volksbanken-AG toegekende liquiditeitsgarantie ten bedrage van 3 miljard EUR; |
|
c) |
de door Oostenrijk aan Österreichische Volksbanken-AG verleende activagarantie met een kapitaalondersteunend effect van 100 miljoen EUR. |
2. Mits aan de in artikel 2 genoemde voorwaarden wordt voldaan, is de in lid 1 bedoelde staatssteun verenigbaar met de interne markt overeenkomstig artikel 107, lid 3, onder b), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
Artikel 2
Oostenrijk draagt er zorg voor dat het op 4 september 2012 ingediende herstructureringsplan, met inbegrip van de in de bijlage bij dit besluit genoemde toezeggingen, volledig ten uitvoer wordt gelegd.
Artikel 3
Dit besluit is gericht tot de Republiek Oostenrijk.
Gedaan te Brussel, 19 september 2012.
Voor de Commissie
Joaquín ALMUNIA
Vicevoorzitter
(1) PB C 46 van 17.02.2012, blz. 3.
(2) Besluit van de Commissie van 9.12.2008 inzake steunmaatregel N 557/2008 – Maßnahmen nach dem Finanzmarktstabilitäts- und dem Interbankmarktstärkungsgesetz für Kreditinstitute und Versicherungsunternehmen in Österreich (PB C 3 van 8.1.2009, blz. 2).
(3) De eerste verlenging van de steunregeling, met inbegrip van bepaalde wijzigingen, werd op 30.6.2009 goedgekeurd (PB C 172 van 24.7.2009, blz. 4), de tweede op 17.12.2009 (PB C 28 van 4.2.2010, blz. 6), de derde op 25.6.2010 (PB C 250 van 17.9.2010, blz. 4) en de vierde op 16.12.2010 (PB C 20 van 21.1.2011, blz. 3).
(4) Zie punt 13 en de bijlage bij de mededeling van de Commissie (PB C 10 van 15.1.2009, blz. 2).
(5) Besluit van de Commissie van 9 december 2011 inzake steunmaatregel SA.31883 – Umstrukturierung des Österreichischen Volksbanken-AG (PB C 46 van 17.2.2012, blz. 3).
(6) Deze percentages geven de structuur van de stemrechten aan en omvatten niet de aandelen in eigen bezit van ÖVAG. Vóór de kapitaalvermindering met 70% en de voorgenomen kapitaalverhoging met 484 miljoen EUR bezat ÖVAG 1,63 % van haar eigen aandelen.
(7) Eind 2007 was dit nog 78,6 miljard EUR. Bron: jaarverslag 2009 van ÖVAG.
(8) Fitch houdt rekening met het feit dat ÖVAG onder de beschermingsregeling van de Vereniging van Volksbanken valt. Daarom heeft ÖVAG dezelfde Issuer Default Rating (IDR) (rating die het wanbetalingsrisico van de emittent weergeeft) op lange en korte termijn als de hele groep (respectievelijk „A“ en „F1“).
(9) Inleidingsbesluit, overwegingen 7 tot en met 12.
(10) Inleidingsbesluit, overwegingen 13 tot en met 19.
(11) Investkredit Bank AG is een dochteronderneming van ÖVAG, die diensten verricht op het gebied van bedrijfsfinanciering, factoring, projectfinanciering evenals handels- en exportfinanciering. Verdere bijzonderheden worden in overweging 7 van het inleidingsbesluit verstrekt.
(12) Het terugbetalingsbedrag wordt verhoogd met het verschil in procentpunten tussen het voor de participatiebewijzen daadwerkelijk uitgekeerde dividend en het bij overeenkomst toegezegde dividend, indien de uit te keren jaarwinst die voor de uitkering toereikend zou zijn geweest, werd ingehouden zonder dat de bank daartoe rechtens verplicht was of de toezichthoudende autoriteiten een besluit in die zin hadden genomen.
(13) Common Equity Tier 1 (CET1) volgens de definitie van het Bazels Comité voor bankentoezicht ("Basel III: A global regulatory framework for more resilient banks and banking systems“, december 2010 (Rev. juni 2011) http://www.bis.org/publ/bcbs189.htm).
(14) ÖVAG en haar dochterondernemingen/deelnemingen, met name VB Factoring Bank Aktiengesellschaft, VB Leasing Finanzierungsgesellschaft m.b.H. en Volksbank Invest Kapitalanlagegesellschaft m.b.H.
(15) Deze premie vormt een lopende kostenpost van de bank en is hoe dan ook verschuldigd, ongeacht of ÖVAG winst behaalt.
(16) Na de verkoop van haar dochteronderneming KA, die zich bezighield met kredietverstrekking aan gemeenten, aan de Staat beliep het balanstotaal van ÖVAG eind 2008 52,9 mrd. EUR.
(*1) Bedrijfsgeheimen; indien mogelijk worden bandbreedtes tussen vierkante haakjes vermeld.
(17) Bankwesengesetz.
(18) Met inbegrip van consortiale leningen, die samen met IMMO-bank worden verstrekt, de bank die binnen de Volksbankensecor gespecialiseerd is in woningfinanciering.
(19) De andere aandeelhouder is VR Leasing (een dochteronderneming van DZ Bank).
(20) Zie punt 6.3 van de bijlage.
(21) Zie punt 6.3. van de bijlage.
(22) Zie punt 6.3. van de bijlage.
(23) Zie punt 6.3. van de bijlage.
(24) Zie punt 6.4. van de bijlage.
(25) Zie overweging 49.
(26) […]
(27) Zie overweging 10.
(28) Zie overweging 23.
(29) rekening houdend met de effecten van het vervallen van de activagarantie;
(30) rekening houdend met de gevolgen van het vervallen van de activagarantie en de terugbetaling van het participatiekapitaal aan de overheid.
(31) In dit cijfer zijn de gevolgen van het verstrijken van de activagarantie in 2015 en van de terugbetaling van het participatiekapitaal ten bedrage van 300 miljoen EUR verdisconteerd.
(32) Inleidingsbesluit, overwegingen 58 tot en met 62.
(33) Inleidingsbesluit, overwegingen 65 t.e.m. 69, 73 en 74.
(34) PB C 356 van 6.12.2011, blz. 7.
(35) De selectie van de peergroep is gebaseerd op objectieve criteria, zoals een vergelijkbaar productassortiment en een vergelijkbaar geografisch gebied waarin deze banken actief zijn.
(36) Zie punt 8.2 en 8.3 van de bijlage.
(37) Zie punt 8.5 en 8.4 van de bijlage.
(38) Zie punt 8.1 van de bijlage.
(39) Zie punt 8.6 van de bijlage.
(40) Zie punten 6.1 - 6.4 van de bijlage.
(41) PB C 195 van 19.8.2009, blz. 9.
(42) Besluit van de Commissie van 9.12.2008 in zaak N 557/2008 – Maßnahmen nach dem Finanzmarktstabilitäts- und dem Interbankmarktstärkungsgesetz für Kreditinstitute und Versicherungsunternehmen in Österreich (PB C 3 van 8.1.2009, blz. 2), verlengd door het Besluit van de Commissie in zaak N 352/2009 van 30. 6.2009 (PB C 172 van 24.7.2009, blz. 4), opnieuw verlengd door het Besluit van de Commissie in zaak N 663/2009 van 17. 12.2009 (PB C 28 van 4.2.2010, blz. 6), opnieuw verleend door het Besluit van de Commissie in zaak N 241/2010 van 25. 6.2010 (PB C 250 van 17.9.2010, blz. 4) en opnieuw verlengd door het Besluit van de Commissie in zaak SA.32018 van 16.12.2010 (PB C 20 van 21.1.2011, blz. 3).
(43) Zie naast de besluiten inzake de Oostenrijkse steunregeling voor banken ook het Besluit van de Commissie in zaak N 698/2009 - Hypo Group Alpe Adria (PB C 85 van 31.3.2010, blz. 21), het Besluit van de Commissie in zaak N 261/2010 - Zweite Umstrukturierungsbeihilfe für BAWAG (PB C 250 van 17.9.2010, blz. 5) en het Besluit van de Commissie in zaak SA.32745 - Umstrukturierung der Kommunalkredit Austria AG (PB C 239 van 17.8.2011, blz. 2).
(44) In dit verband zij er ook op gewezen dat Oostenrijk de steun aan ÖVAG heeft verleend in het kader van de Oostenrijkse steunregeling voor banken, die op grond van artikel 7, lid 3, onder b), VWEU door de Commissie is goedgekeurd.
(45) Zie voetnoten 2 en 3 van dit besluit.
(46) Theoretical ex-rights price (theoretische prijs zonder inschrijvingsrechten).
(47) Besluit van de Commissie van 30.5.2012 in zaak SA.34055 – Nieuwe herkapitalisatieregeling voor kredietinstellingen in Portugal, nog niet gepubliceerd.
(48) Door de toepassing van de TERP-methode neemt deze korting het verwateringseffect reeds in aanmerking.
(49) Zie overweging 23.
(50) Zie voetnoten 2 en 3.
(51) Zie overweging 44.
(52) Credit Default Swaps.
(53) In de overeenkomstig de internationale standaarden voor jaarrekeningen opgestelde jaarrekening van de groep rekent ÖVAG voor 2014 op een verlies na belasting van [10-30] miljoen EUR, dat voornamelijk kan worden toegerekend aan één buitengewone post: de verkoop van VBLI voor een bedrag van [40-70] miljoen EUR, een bedrag dat beneden de IFRS-boekwaarde van [90-120] miljoen EUR ligt. In de afzonderlijke jaarrekening van ÖVAG, die in overeenstemming met de Oostenrijkse beginselen voor een correcte boekhouding is opgesteld, is de boekwaarde van VBLI reeds tot [40-70] miljoen EUR afgeschreven. Daarom zal het verwachte resultaat van ÖVAG voor 2014, dat overeenkomstig de Oostenrijkse beginselen inzake een correcte boekhouding is berekend, derhalve waarschijnlijk niet door de verkoopopbrengst worden beïnvloed en positief uitvallen.
(54) Rekening houdende met het aflopen van de activagarantie in 2015 en de terugbetaling van een tranche van het participatiekapitaal voor een bedrag van 150 miljoen EUR in 2017.
(55) Zie overwegingen 58 en 59.
(56) Zie overweging 55.
(57) Zie overweging 60.
(58) De afkorting "CRD IV/CRR" (Richtlijn kapitaalvereisten IV (Capital Requirements Directive IV)/Verordening kapitaalvereisten (Capital Requirements Regulation)) heeft betrekking op het voorstel van de Commissie betreffende de omzetting van de Bazel-III-regels in het recht van de Unie. In de Bazel-III-regels, die in reactie op de door de laatste financiële crisis aan het licht getreden zwakheden in de bankenregelgeving zijn opgesteld en overeengekomen, zijn de internationale prudentiële normen inzake de kapitaalvereisten van banken, stresstests en het marktliquiditeitsrisico vastgelegd. Zij bevatten met name zowel kwantitatief als kwalitatief strengere kapitaalvereisten voor banken. De geleidelijke inwerkingtreding van deze nieuwe vereisten moet in 2013 beginnen.
(59) Zie overwegingen 25 tot en met 27.
(60) Zie overweging 60.
(61) Rekening houdend met het effect van de desinvesteringen en de inkrimping van de bedrijfsactiviteiten in het niet-kernsegment.
(62) Zie overweging 18.
(63) Zie overweging 19.
(64) Zie overweging 52.
(65) Het betreft hier het balanstotaal en de risicogewogen activa van ÖVAG per 31 december 2008; KA werd echter reeds in november 2008 genationaliseerd.
(66) Livebank is het einige onderdeel van ÖVAG dat zich met het depositobedrijf bezighoudt, zodat voor geen enkel ander marktsegment een verbod op prijsleiderschap noodzakelijk is.
(67) Zie punt 4.1 van de bijlage.
(68) Indien de tekst van het besluit en die van de bijlage met elkaar in tegenspraak zijn, is de tekst van het besluit bindend.
BIJLAGE
Lijst van toezeggingen in steunzaak SA.31883 - Österreichische Volksbanken-AG
De Republiek Oostenrijk (hierna "Oostenrijk" genoemd) dient overeenkomstig artikel 7, lid 4, van Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad zoals gewijzigd, de volgende verbintenissen in met betrekking tot Österreichische Volksbanken-Aktiengesellschaft ("ÖVAG"), opdat de Europese Commissie middels een besluit overeenkomstig artikel 107, lid 3, onder b), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie kan concluderen dat de aan ÖVAG toegekende steun verenigbaar is met de interne markt.
Deze verbintenissen worden op de datum van de vaststelling van het besluit van kracht.
Deze tekst moet worden gelezen in de context van het algemene recht van de Unie, met inachtneming van Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad alsook met inaanmerkingneming van het besluit waaraan de toezeggingen als verbintenissen en/of voorwaarden en verplichtingen zijn gehecht.
1. Algemeen
|
1.1. |
Oostenrijk ziet erop toe dat het op 4 september 2012 ingediende herstructureringsplan voor ÖVAG (hierna "herstructureringsplan" genoemd) correct en volledig wordt uitgevoerd. |
|
1.2. |
Oostenrijk ziet erop toe dat de hieronder vermelde toezeggingen (hierna "toezeggingen" genoemd) bij de uitvoering van het herstructureringsplan volledig worden nagekomen. |
|
1.3. |
De herstructureringsperiode loopt op 31 december 2017 af. De volgende toezeggingen zijn van toepassing tijdens de herstructureringsfase, tenzij anders bepaald in afzonderlijke voorwaarden of verplichtingen. |
2. Kernsegment en afbouwsegment
|
2.1. |
ÖVAG heeft een intern afbouwsegment opgericht, waarin de af te bouwen activa worden ondergebracht. Dit afbouwsegment wordt als afzonderlijk segment beheerd, met gescheiden boekhouding en financiële verslaglegging. |
3. Reductie van het balanstotaal en de risicogewogen activa
|
3.1. |
[Reductie van het balanstotaal van de groep] Op basis van het door de accountant gecontroleerde balanstotaal van 48 116 miljoen EUR van ÖVAG op de peildatum 31 december 2009 worden de totale activa op de balans van de groep tegen 31 december 2013 verminderd tot [26 000-28 000] miljoen EUR, op 31 december 2014 tot [22 000-24 000] miljoen EUR, op 31 december 2015 tot [20 000-22 000] miljoen EUR, op 31 december 2016 tot [18 000-20 000] miljoen EUR, en op 31 december 2017 tot 18 390 miljoen EUR. |
|
3.2. |
[Reductie van de risicogewogen activa van de groep] Op basis van de som van de risicogewogen activa (het totale risico) van de groep van 29 505 miljoen EUR op de peildatum 31 december 2009 wordt de som van de risicogewogen activa van de groep tegen 31 december 2013 verlaagd tot [16 000-18 000] miljoen EUR, tegen 31 december 2014 tot [14 000-16 000] miljoen EUR, tegen 31 december 2015 tot [10 000-12 000] miljoen EUR, tegen 31 december 2016 tot [10 000-12 000] miljoen EUR, en tegen 31 december 2017 tot 10 081 miljoen EUR. |
|
3.3. |
[Reductie van het balanstotaal van het kernsegment] De som van de activa op de balans van het kernsegment wordt tegen 31 december 2013 verminderd tot [15 000-17 000] miljoen EUR, tegen 31 december 2014 tot [15 000-17 000] miljoen EUR, tegen 31 december 2015 tot [14 000-16 000] miljoen EUR, tegen 31 december 2016 tot [13 000-15 000] miljoen EUR, en tegen 31 december 2017 tot [13 000-15 000] miljoen EUR. Deze bedragen mogen met maximaal 2 % worden overschreden, voor zover deze overschrijding voortvloeit uit een groter volume van consortiumtransacties met het primaire niveau (de meerderheidsaandeelhouder van ÖVAG), strengere wettelijke liquiditeitsvereisten of een grotere herfinancieringsbehoefte van het primaire niveau. Dergelijke overschrijdingen moeten tegenover de monitoring trustee uitvoerig worden verantwoord. |
|
3.4. |
[Reductie van de risicogewogen activa van het kernsegment] De som van de activa op de balans van het kernsegment (het totale risico) wordt tegen 31 december 2013 verminderd tot [5 500-6 500], tegen 31 december 2014 tot [5 000-6 000] miljoen EUR, tegen 31 december 2015 tot [5 000-6 000] miljoen EUR, tegen 31 december 2016 tot [5 000-6 000] miljoen EUR, en tegen 31 december 2017 tot [5 000-6 000] miljoen EUR. Deze bedragen mogen met maximaal 2% worden overschreden, voor zover deze overschrijding voortvloeit uit een groter volume van consortiumtransacties met de primaire instellingen, strengere wettelijke liquiditeitsvereisten of een grotere herfinancieringsbehoefte van het primaire niveau. Dergelijke overschrijdingen moeten tegenover de monitoring trustee uitvoerig worden verantwoord. |
|
3.5. |
[Reductie van het balanstotaal van het afbouwsegment] De som van de activa op de balans van het afbouwsegment wordt tegen 31 december 2013 verlaagd tot [10 000-12 000] miljoen EUR, tegen 31 december 2014 tot [6 000-8 000] miljoen EUR, op 31 december 2015 tot [6 000-8 000] miljoen EUR, tegen 31 december 2016 tot [5 000-7 000] miljoen EUR, en tegen 31 december 2017 tot [4 000-6 000] miljoen EUR. |
|
3.6. |
[Reductie van de risicogewogen activa van het afbouwsegment] De som van de risicogewogen activa van het afbouwsegment (het totale risico) wordt tegen 31 december 2013 verlaagd tot [1 000-13 000] miljoen EUR, tegen 31 december 2014 tot [8 000-10 000] miljoen EUR, tegen 31 december 2015 tot [5 000-7 000] miljoen EUR, tegen 31 december 2016 tot [5 000-7 000] miljoen EUR en tegen 31 december 2017 tot [4 000-6 000] miljoen EUR. |
|
3.7. |
Verder zijn in het afbouwsegment verlengingen enkel toegestaan indien er een realistische, met feiten gestaafde en redelijke kans bestaat dat de schuldendienst of de liquideerbaarheid van de financiering in de toekomst door een dergelijke verlenging wordt verbeterd. Verlengingen worden niet vaker dan driemaal, en per verlenging voor maximaal één jaar toegekend; gerechtvaardigde uitzonderingen met langere verlengingstermijnen moeten per geval aan de monitoring trustee worden voorgelegd en naar behoren worden onderbouwd. Het gehele afbouwsegment moet na afloop van de herstructureringsperiode zo snel mogelijk worden opgeheven. |
|
3.8. |
Bij de berekening van de onder 3.1.-3.6. genoemde cijfers is geen rekening gehouden met eventuele wijzigingen als gevolg van een herziening van de wettelijke bepalingen naar aanleiding van de toepassing van CRD IV/CRR. |
4. Beperking van de bedrijfsactiviteiten
|
4.1. |
De kernactiviteiten omvatten uitsluitend activiteiten die betrekking hebben op het verbond. "Activiteiten met betrekking tot het verbond" houdt in dit verband in dat (i) ÖVAG als centrale instelling van de Volksbanken fungeert en als zodanig diensten aan de rechtstreeks aangesloten instellingen aanbiedt, en dat (ii) de bank producten aan de Volksbanken en hun cliënten ter beschikking stelt of hun dienstverlening aanbiedt. ÖVAG zal in eigen naam en voor eigen rekening geen activiteiten op het gebied van kredietverlening ontplooien of andere krediettransacties met derden sluiten. |
5. De opheffing van bedrijfsonderdelen
|
5.1. |
[De opheffing van bedrijfsonderdelen] ÖVAG zal het in het herstructureringsplan geschetste bedrijfsmodel ten uitvoer leggen en de in het plan beschreven opheffing van bedrijfsonderdelen doorvoeren, waarbij met name de volgende activiteiten volledig worden stopgezet:
|
|
5.2. |
[Handel voor eigen rekening] ÖVAG houdt zich in het vervolg niet meer bezig met Dedicated Proprietary Trading. Dit betekent dat de bank alleen nog handelsactiviteiten verricht die deel uitmaken van haar handelsportefeuille en die a) noodzakelijk zijn voor het aannemen, doorgeven en uitvoeren van koop- of verkoopopdrachten van haar cliënten (dat wil zeggen de handel met financiële instrumenten als dienstverlening, of b) noodzakelijk zijn voor het hedgen van activiteiten van cliënten of ten behoeve van liquiditeitenbeheer op treasurygebied, of c) noodzakelijk zijn om de overheveling van balansposities naar het afbouwsegment of naar derden mogelijk te maken. In elk geval moet worden gewaarborgd dat deze posities worden aangegaan tot een maximum, gemeten volgens Value at Risk (VaR), van drie miljoen EUR / één dag / betrouwbaarheidsniveau van 99%, en zij het risicodragend vermogen of de liquiditeitspositie van ÖVAG niet in gevaar kunnen brengen. In geen geval zal ÖVAG activiteiten uitoefenen die uitsluitend dienen om winst te maken voor andere doeleinden dan die welke onder a), b) en c) worden genoemd. |
6. Verkopen
|
6.1. |
[Verkopen] ÖVAG stoot de volgende eenheden ten laatste op het aangeduide tijdstip volledig af ("signing"):
|
|
6.2. |
De kopers van de onder 6.1.1 - 6.1.4 genoemde eenheden moeten zowel juridisch als economisch onafhankelijk zijn van de Oostenrijkse Republiek en VB Holding / de primaire instellingen. |
|
6.3. |
Indien de onder 6.1.1 tot en met 6.1.3 genoemde deelnemingen niet binnen de daarin genoemde termijnen worden afgestoten zal ÖVAG alles in het werk stellen om een einde te maken aan de nieuwe activiteiten van deze eenheden en die eenheden af te wikkelen. ÖVAG zal zich erop toeleggen tijdig tot overeenstemming met haar partners te komen (6.1.1 en 6.1.3), zodat de nieuwe activiteiten tegen de vastgestelde data kunnen worden beëindigd. |
|
6.4. |
Indien de onder 6.1.4 genoemde deelneming vóór het in dat punt vastgestelde tijdstip niet is verkocht, dan wordt een daartoe aangestelde gevolmachtigde met de verkoop belast. |
7. Door DZ Bank, ERGO en RZB te nemen maatregelen
|
7.1. |
Oostenrijk ziet erop toe dat Deutsche Zentral-Genossenschaftsbank (DZ Bank), ERGO-Gruppe en Raiffeisen Zentralbank Österreich AG (RZB) de maatregelen ten uitvoer leggen die in de op 26 april 2012 gesloten herstructureringsovereenkomst (hierna "herstructureringsovereenkomst" genoemd) tussen Oostenrijk, DZ Bank AG, ERGO Versicherung AG en ERGO Versicherungsgruppe AG, Raiffeisen Zentralbank Österreich AG, Volksbanken Holding eingetragene Genossenschaft, Österreichischer Genossenschaftsverband en ÖVAG zijn vastgelegd. |
8. Overige gedragsverplichtingen / Corporate Governance
|
8.1. |
[Verbod op acquisities] ÖVAG verbindt zich ertoe geen acquisities te doen. Dit betreft zowel het verwerven van ondernemingen met een eigen juridische structuur, aandelen in ondernemingen alsook gebundelde activa die een activiteit of bedrijfsonderdeel vertegenwoordigen. Dit verbod geldt niet voor acquisities die moeten worden gedaan met het oog op het behoud van de financiële stabiliteit en/of de stabiliteit van het verbond dan wel in het belang van een daadwerkelijke mededinging, voor zover zij vooraf door de Commissie zijn goedgekeurd. Het geldt evenmin voor acquisities die, met het oog op het beheer van bestaande verplichtingen van cliënten die in betalingsmoeilijkheden verkeren, tot de normale lopende werkzaamheden van een bank behoren. Dit verbod blijft tot het einde van de herstructuringsperiode van toepassing. |
|
8.2. |
[Verbod op dividend] ÖVAG keert geen dividend uit tot en met het boekjaar dat op 31 december 2017 afloopt. De onder 10 genoemde betalingen vallen niet onder dit verbod indien zij juridisch kunnen worden gescheiden. |
|
8.3. |
[Hybride instrumenten] Tot en met 31 december 2017 mag ÖVAG geen betalingen verrichten met betrekking tot winstafhankelijke vermogensinstrumenten (zoals hybride financieringsinstrumenten en winstbewijzen), voor zover deze betalingen niet op grond van overeenkomst of wetgeving verschuldigd zijn. Indien de balans van ÖVAG zonder liquidatie van voorzieningen en reserves een verlies zou vertonen, moeten deze instrumenten naar gelang van de prudentiële en civielrechtelijke mogelijkheden eveneens volledig aan die verliezen deelnemen. In verband hiermee zegt ÖVAG toe tot en met 31 december 2017 in geval van verliezen geen reserves te zullen opheffen. |
|
8.4. |
[Verbod op prijsleiderschap] Zonder voorafgaande toestemming van de Commissie biedt Live Bank tot en met 31 december 2015 op het gebied van depositodiensten geen betere rentevoorwaarden (voor alle termijnen) aan dan die welke de concurrent met de op twee na beste voorwaarden op de Oostenrijkse markt op het gebied van rechtstreekse onlinebanking aanbiedt. |
|
8.5. |
[Reclame] ÖVAG gebruikt de toekenning van de steun of de daaruit voortvloeiende voordelen niet voor advertentiedoeleinden. |
|
8.6. |
[Beloning van leden van beheersorganen, medewerkers en cruciaal uitvoerend personeel] ÖVAG onderzoekt haar beloningssystemen op hun stimulerende werking en hun passend karakter, en ziet er in het kader van de civielrechtelijke mogelijkheden op toe dat deze geen aanleiding geven tot het nemen van ongepaste risico's en dat zij toegespitst zijn op houdbare langetermijndoelstellingen van de onderneming en transparant zijn. |
|
8.7. |
[Overige gedragsregels] ÖVAG breidt de risicomonitoring en het risicotoezicht verder uit en voert een omzichtige, solide en op het houdbaarheidsbeginsel gerichte bedrijfspolitiek. |
9. ÖVAG en de primaire instellingen
|
9.1. |
[Vergoeding voor liquiditeitsreserve] ÖVAG betaalt de primaire instellingen voor hun deposito's uit de liquiditeitsreserve overeenkomstig § 25 Abs. 13 BWG (de Oostenrijkse wet op het bankwezen) een maximale vergoeding van 3-maands Euribor plus [40-70] basispunten ("bp"). Op 1 januari 2014 en 1 januari 2015 wordt de verrekeningsvoet steeds met [5-10] bp verlaagd, op 1 januari 2016 en 1 januari 2017 nogmaals met [3-7] bp, zodat de vergoeding vanaf 1 janauri 2017 3-maands Euribor plus [20-40] bp bedraagt. Eventueel kunnen, met uitdrukkelijke toestemming van de Commissie ook andere bestanddelen van "Fund-Transfer-Pricing" worden gebruikt, mits wordt aangetoond dat de opbrengst van de verlaging van de rente op de liquiditeitsreserve zoals hier beschreven, op zijn minst wordt bereikt. |
|
9.2. |
[Provisies] ÖVAG behoudt de provisies die zij aanrekent voor verrichtingen via het onlineplatform LiveBank. |
|
9.3. |
[Uitkeringen aan de primaire instellingen] Uitkeringen aan de primaire instellingen zijn in het kader van de herstructureringsovereenkomst mogelijk, mits de daarin onder 7.2 genoemde grens van [7-10] miljoen EUR wordt beperkt tot [5-8] miljoen EUR en slechts in zoverre voor uitkeringen overeenkomstig punt 7.2 voldoende winst wordt behaald en bovendien nieuw extern kernkapitaal is aangetrokken (netto, na aftrek van terugbetalingen), dat qua niveau tenminste even hoog is als het uitkeringsbedrag (aan verstrekkers van eigen vermogen en aan de federale overheid) als compensatie voor niet ingehouden winst. |
10. Vergoeding voor de steun
|
10.1. |
[Vergoeding van de activagarantie] De door Oostenrijk toegekende activa garantie van 100 miljoen EUR wordt vergoed met een niet-winstafhankelijke premie van 10% per jaar. |
|
10.2. |
[Vergoeding voor het participatiekapitaal] Het door de overheid ter beschikking gestelde participatiekapitaal moet worden vergoed zoals in de principe-overeenkomst is bepaald. |
11. Exitstrategie voor activagarantie, participatiekapitaal en aandelenkapitaal
|
11.1. |
[Verstrijken van de activagarantie] De door Oostenrijk toegekende activagarantie van 100 miljoen EUR is qua looptijd zodanig vormgegeven dat zij onmiddellijk na 31 december 2015 verstrijkt. |
|
11.2. |
[Terugbetaling van het participatiekapitaal] ÖVAG verbindt zich ertoe alle nodige maatregelen te nemen om Oostenrijk in het eerste halfjaar van 2017 voor de helft (150 miljoen EUR) en onmiddellijk na 31 december 2017 volledig te bevrijden van de last die het als verstrekker van participatiekapitaal op zich heeft genomen. De primaire banken zullen, voor zover de prudentiële minimumkapitaalvereisten dit toelaten, hierbij de helpende hand bieden. |
|
11.3. |
[Exitstrategie] Oostenrijk is niet voornemens langdurig eigenaar van ÖVAG te blijven en zal daarom trachten de aandelen waarop het heeft ingetekend, met inachtneming van de budgettaire belangen en de bepalingen van de wet op het bankwezen en § 2 Abs. 3 van de wet inzake de stabiliteit van de financiële markt, zo snel mogelijk weer te verkopen. |
12. Monitoring trustee
|
12.1. |
Oostenrijk ziet erop toe dat de volledige en correcte uitvoering van het herstructureringsplan van ÖVAG evenals de volledige en correcte nakoming van alle toezeggingen in deze lijst door een onafhankelijke, voldoende gekwalificeerde en tot geheimhouding gehouden monitoring trustee permanent worden gecontroleerd. |
|
12.2. |
Voor de benoeming, de taken en de plichten en de bevrijding van de trustee van zijn taken gelden de procedures zoals die in de bijlage over de trustee zijn beschreven. |
|
12.3. |
Oostenrijk waarborgt dat de Commissie of de trustee tijdens de tenuitvoerlegging van het onderhavige besluit onbeperkt toegang tot alle informatie hebben die voor het toezicht op die tenuitvoerlegging noodzakelijk is. De Commissie of de trustee kunnen ÖVAG om nadere verklaringen en toelichtingen verzoeken. Oostenrijk en ÖVAG zullen met de Commissie en met de in naam van de Commissie handelende monitoring trustee zeer nauw samenwerken bij alle kwesties verband houdende met het toezicht op de tenuitvoerlegging van dit besluit. |
Bijlage bij de lijst van toezeggingen – De monitoring trustee
A. Benoeming van de monitoring trustee
|
(i) |
Oostenrijk verbindt zich ervoor zorg te dragen dat ÖVAG een monitoring trustee benoemt die zal worden belast met de taken van een monitoring trustee (hierna "trustee" genoemd) als hieronder omschreven in punt C(x) van deze bijlage. Het mandaat strekt zich uit over de volledige herstructureringsperiode, dat wil zeggen tot en met 31 december 2017. Aan het eind van het mandaat moet de trustee een eindverslag indienen. |
|
(ii) |
De trustee moet onafhankelijk zijn van ÖVAG. Hij moet bijvoorbeeld als beleggingsbank, adviseur of accountant over de voor de uitoefening van zijn mandaat benodigde vakbekwaamheid beschikken. De trustee mag geen belangenconflict hebben. Hij ontvangt van ÖVAG een vergoeding die geen belemmering mag vormen voor de onafhankelijke en doeltreffende uitoefening van zijn mandaat. |
|
(iii) |
Oostenrijk verbindt zich ervoor zorg te dragen dat ÖVAG uiterlijk vier weken na de kennisgeving van het besluit van de Commissie twee of meer kandidaten voor de functie van monitoring trustee ter goedkeuring aan de Commissie voordraagt. |
|
(iv) |
Deze voorstellen voorstellen dienen voldoende informatie over de kandidaten te bevatten zodat de Commissie kan nagaan of de voorgedragen trustee voldoet aan de voorwaarden genoemd in punt A(ii), en moeten met name het volgende omvatten:
|
|
(v) |
De Commissie is bevoegd om de benoeming van de voorgedragen trustees goed te keuren of af te wijzen en om het voorgestelde mandaat, met eventuele wijzigingen die zij voor de vervulling van de taken van de trustee noodzakelijk acht, goed te keuren. Indien slechts één kandidaat wordt goedgekeurd, zal de betreffende persoon of instelling door of in opdracht van ÖVAG tot trustee worden benoemd met het oog op de uitoefening van het door de Commissie goedgekeurde mandaat. Indien meerdere kandidaten worden goedgekeurd, kan ÖVAG beslissen wie van de kandidaten tot trustee zal worden benoemd. De trustee wordt binnen een week na goedkeuring door de Commissie benoemd met oog op de uitoefening van het door de Commissie goedgekeurde mandaat. |
|
(vi) |
Indien alle voorgestelde trustees worden afgewezen, zal Duitsland ervoor zorg dragen dat ÖVAG binnen twee weken na kennisgeving van de afwijzing ten minste twee andere personen of instellingen voordraagt met inachtneming van de voorwaarden en overeenkomstig de procedure als bedoeld in punt A(i) en punt A(iv) van deze bijlage. |
|
(vii) |
Indien ook alle verdere voorgedragen trustees door de Commissie worden afgewezen, draagt de Commissie zelf een trustee voor die door of in opdracht van ÖVAG zal worden benoemd met het oog op de uitoefening van een door de Commissie goedgekeurd mandaat. |
B. Algemene taken en plichten
|
(viii) |
De trustee helpt de Commissie ervoor zorg te dragen dat ÖVAG aan haar verplichtingen voldoet, en neemt de in de lijst van toezeggingen genoemde taken van een monitoring trustee op zich. Hij vervult de taken zoals deze in het mandaat zijn vastgelegd overeenkomstig het werkplan en de bijgewerkte versies daarvan die door de Commissie zijn goedgekeurd. De Commissie kan de trustee op eigen initiatief of op verzoek van de trustee of van ÖVAG opdrachten of instructies geven om ervoor te zorgen dat de bij het besluit bijgevoegde toezeggingen worden nagekomen. ÖVAG is niet bevoegd de trustee instructies te geven. |
C. Taken en plichten van de trustee
|
(ix) |
De trustee heeft tot taak te waarborgen dat de verbintenissen voortvloeiende uit de gedane toezeggingen volledig en juist worden nagekomen en dat het herstructureringsplan van ÖVAG volledig en correct wordt uitgevoerd. De Commissie kan de trustee uit eigen beweging dan wel op verzoek van de trustee of van ÖVAG opdrachten en instructies geven om ervoor te zorgen dat de bij het besluit gevoegde toezeggingen worden nagekomen. |
|
(x) |
De trustee
|
D. Taken en plichten van ÖVAG
|
(xi) |
ÖVAG waarborgt de samenwerking, ondersteuning en informatievoorziening die voor de vervulling van de taken van de trustee redelijkerwijs nodig zijn, en verlangt dit ook van haar adviseurs. De trustee heeft onbeperkte toegang tot alle boeken, notities en documenten, tot alle leidinggevenden en andere personeelsleden en tot alle faciliteiten, filialen en technische informatie van ÖVAG die noodzakelijk zijn voor de vervulling van zijn taken in overeenstemming met de verbintenissen. ÖVAG verstrekt desgevraagd kopieën van documenten aan de trustee. ÖVAG stelt binnen haar vestigingen een of meer kantoorruimtes aan de trustee ter beschikking en stelt zich beschikbaar voor besprekingen met de trustee teneinde hem te voorzien van alle informatie die hij nodig heeft voor de vervulling van zijn taken. |
|
(xii) |
De trustee kan onder voorbehoud van goedkeuring door ÖVAG (welke goedkeuring niet zonder grond geweigerd of vertraagd mag worden) voor rekening van ÖVAG adviseurs benoemen (met name om te adviseren over ondernemingsfinanciering en juridische kwesties) indien de trustee het inschakelen van dergelijke adviseurs noodzakelijk of wenselijk acht voor een goede vervulling van zijn taken en plichten uit hoofde van het mandaat, voor zover de kosten en overige uitgaven in opdracht van de trustee redelijk zijn. Indien ÖVAG een door de trustee voorgedragen adviseur afwijst, kan de Commissie de benoeming van die adviseur, na ÖVAG gehoord te hebben, alsnog goedkeuren. Uitsluitend de trustee heeft het recht om adviseurs instructies te geven. |
E. Vervanging, bevrijding en herbenoeming van de trustee
|
(xiii) |
Indien de trustee de vervulling van zijn taken in overeenstemming met de verbintenissen afbreekt of indien er sprake is van andere gewichtige redenen, zoals een belangenverstrengeling aan de zijde van de trustee:
|
|
(xiv) |
Indien de benoeming van de trustee op basis van het bepaalde in punt E(xiii) wordt ingetrokken, kan hij worden verzocht zijn werkzaamheden zolang voort te zetten totdat een nieuwe trustee, aan wie de trustee alle relevante informatie zal verstrekken, zijn taken overneemt. De nieuwe trustee wordt overeenkomstig de procedure als bedoeld in punt A(i) tot en met A(vi) benoemd. |
|
(xv) |
Afgezien van de intrekking van een benoeming als bedoeld in punt E(xiii) eindigen de werkzaamheden van de trustee pas wanneer de Commissie hem van zijn taken heeft bevrijd. Een dergelijke bevrijding vindt plaats wanneer alle verplichtingen die aan de trustee zijn opgedragen, zijn nagekomen. De Commissie kan echter te allen tijde verlangen dat de toezichthoudende trustee wordt herbenoemd indien later blijkt dat de ondersteunende maatregelen niet volledig en correct zijn uitgevoerd. |
|
20.6.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 168/s3 |
BERICHT AAN DE LEZER
Verordening (EU) nr. 216/2013 van de Raad van 7 maart 2013 betreffende de elektronische publicatie van het Publicatieblad van de Europese Unie
Overeenkomstig Verordening (EU) nr. 216/2013 van de Raad van 7 maart 2013 betreffende de elektronische publicatie van het Publicatieblad van de Europese Unie (PB L 69 van 13.3.2013, blz. 1) zal, met ingang van 1 juli 2013, enkel de elektronische editie van het Publicatieblad authentiek zijn en rechtsgevolgen hebben.
Indien het door onvoorziene en uitzonderlijke omstandigheden niet mogelijk is de elektronische editie van het Publicatieblad te publiceren, zal de gedrukte editie authentiek zijn en rechtsgevolgen hebben overeenkomstig de bepalingen van artikel 3 van Verordening (EU) nr. 216/2013.