ISSN 1977-0758

doi:10.3000/19770758.L_2013.139.nld

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 139

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

56e jaargang
25 mei 2013


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Verordening (EU) nr. 479/2013 van de Raad van 13 mei 2013 betreffende de vrijstelling van de vereiste om summiere aangiften bij binnenkomst en uitgang in te dienen voor Uniegoederen die via de corridor van Neum worden vervoerd

1

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 480/2013 van de Commissie van 24 mei 2013 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 788/2012 wat betreft de termijn voor analyse van bepaalde bestrijdingsmiddelen op vrijwillige basis ( 1 )

4

 

*

Verordening (EU) nr. 481/2013 van de Commissie van 24 mei 2013 tot aanpassing van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 788/2012 wat betreft het aantal monsters dat Kroatië moet nemen en analyseren voor de combinaties bestrijdingsmiddel/product ( 1 )

5

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 482/2013 van de Commissie van 24 mei 2013 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 206/2010 tot vaststelling van lijsten van derde landen en gebieden, of delen daarvan, waaruit bepaalde dieren en vers vlees in de Europese Unie mogen worden binnengebracht, en van de voorschriften inzake veterinaire certificering ( 1 )

6

 

*

Verordening (EU) nr. 483/2013 van de Commissie van 24 mei 2013 tot wijziging van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 1223/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende cosmetische producten ( 1 )

8

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 484/2013 van de Commissie van 24 mei 2013 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 718/2007 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1085/2006 van de Raad tot invoering van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA)

11

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 485/2013 van de Commissie van 24 mei 2013 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011, wat de voorwaarden voor goedkeuring van de werkzame stoffen clothianidin, thiamethoxam en imidacloprid betreft, en houdende een verbod op het gebruik en de verkoop van zaden die zijn behandeld met gewasbeschermingsmiddelen die deze werkzame stoffen bevatten ( 1 )

12

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 486/2013 van de Commissie van 24 mei 2013 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

27

 

 

BESLUITEN

 

 

2013/235/EU

 

*

Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 23 mei 2013 tot wijziging van Beschikking 2009/821/EG wat betreft de lijsten van grensinspectieposten en veterinaire eenheden in Traces (Kennisgeving geschied onder nummer C(2013) 2905)  ( 1 )

29

 

 

 

*

Bericht aan de lezer — Verordening (EU) nr. 216/2013 van de Raad van 7 maart 2013 betreffende de elektronische publicatie van het Publicatieblad van de Europese Unie (zie bladzijde 3 van de omslag)

s3

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

25.5.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 139/1


VERORDENING (EU) Nr. 479/2013 VAN DE RAAD

van 13 mei 2013

betreffende de vrijstelling van de vereiste om summiere aangiften bij binnenkomst en uitgang in te dienen voor Uniegoederen die via de corridor van Neum worden vervoerd

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien het Verdrag betreffende de toetreding van Kroatië, en met name artikel 3, lid 4,

Gezien de Akte betreffende de voorwaarden voor de toetreding van Kroatië, en met name artikel 43,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 9 december 2011 hebben de lidstaten van de Unie en Kroatië het Verdrag betreffende de toetreding van Kroatië tot de Europese Unie („het Toetredingsverdrag”) ondertekend. Krachtens artikel 3, lid 3, van het Toetredingsverdrag treedt het Verdrag in werking op 1 juli 2013 mits alle akten van bekrachtiging vóór die datum zijn neergelegd.

(2)

Overeenkomstig artikel 2 van de Akte betreffende de voorwaarden voor de toetreding van Kroatië en de aanpassing van het Verdrag betreffende de Europese Unie, het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie („de Akte betreffende de voorwaarden voor de toetreding”) zijn, vanaf de toetreding, de oorspronkelijke Verdragen en de door de instellingen vóór de toetreding genomen besluiten verbindend voor Kroatië onder de voorwaarden voorzien in die Verdragen en in de Akte betreffende de voorwaarden voor de toetreding.

(3)

Het Neum-gebied („corridor van Neum”) is een plaats waar het grondgebied van Bosnië en Herzegovina tot aan de Adriatische kust reikt, waardoor het gebied rondom Dubrovnik van de rest van het Kroatische grondgebied wordt afgescheiden. Het toerisme is van groot belang voor de lokale economie, die vooral bestaat uit kleine en middelgrote ondernemingen die voor hun bevoorrading afhankelijk zijn van het andere deel van het Kroatische grondgebied. Het betreft hier goederen waarvan de waarde doorgaans niet meer dan 10 000 EUR per zending bedraagt en waarvan 89 % de status heeft van goederen die in het vrije verkeer zijn op het grondgebied van Kroatië.

(4)

Overeenkomstig artikel 43 van de Akte betreffende de voorwaarden voor de toetreding, bepaalt de Raad, op voorstel van de Commissie, met een gekwalificeerde meerderheid, de voorwaarden waaronder vrijstelling kan worden verleend van de vereisten inzake summiere aangifte bij uitgang en bij binnenkomst voor Uniegoederen die via de corridor van Neum worden vervoerd.

(5)

Overeenkomstig artikel 36 bis, 36 ter,182 bis, 182 ter, van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (1) moeten goederen die het douanegebied van de Unie binnenkomen of verlaten, voorafgaandelijk daaraan, opgenomen zijn in een summiere aangifte die langs elektronische weg is ingediend en die de gegevens bevat die nodig zijn om een risicoanalyse te kunnen uitvoeren.

(6)

Gelet op de specifieke kenmerken van de lokale economie is het passend te voorzien in vrijstelling van de verplichting om summiere aangiften bij binnenkomst en bij uitgang in te dienen voor Uniegoederen die via de corridor van Neum worden vervoerd.

(7)

De douaneautoriteiten dienen doeltreffende risicoanalysen en douaneveiligheidscontroles te verrichten op basis van de gegevens die vermeld zijn op de factuur en de vervoersdocumenten bij de goederen.

(8)

Deze regeling wijkt af van het in het communautair douanewetboek neergelegde beginsel dat vóór het vertrek en de aankomst van de goederen, langs elektronische weg, veiligheidsgegevens moeten worden ingediend. Omwille van effectieve en efficiënte risicoanalysen en veiligheidscontroles moet Kroatië erop toezien dat de grensovergangen bij de corridor van Neum de noodzakelijke personele, materiële en controlemiddelen bezitten.

(9)

Wanneer wordt geconstateerd dat een zending niet voldoet aan de in deze verordening vastgelegde voorwaarden, mag deze zending niet opnieuw op het grondgebied van Kroatië worden toegelaten tenzij een evaluatie van het hiermee gepaard gaande risico is verricht en er doeltreffende en doelgerichte maatregelen, gebaseerd op een risicoanalyse, zijn vastgesteld.

(10)

Behalve de uitwisseling van inlichtingen voor veiligheidsdoeleinden overeenkomstig artikel 4 octies, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (2), moet Kroatië de Commissie op grond van de procedures van het gemeenschappelijke risicobeheerkader regelmatig informeren over geconstateerde onregelmatigheden en, waar van toepassing, over de vervolgens genomen maatregelen met betrekking tot het goederenvervoer via de corridor van Neum.

(11)

Uiterlijk twee jaar na de datum van toetreding van Kroatië, dient een evaluatie te worden verricht door de Commissie om na te gaan of deze verordening naar behoren wordt toegepast,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

Bij deze verordening worden de regels vastgesteld betreffende de voorwaarden waaronder:

a)

vrijstelling wordt verleend van de vereiste inzake een summiere aangifte voor Uniegoederen die het grondgebied van Kroatië verlaten voor doorreis over de corridor van Neum;

b)

vrijstelling wordt verleend van de vereiste inzake een summiere aangifte voor Uniegoederen die het grondgebied van Kroatië opnieuw binnenkomen na doorreis over de corridor van Neum.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1.   „Uniegoederen”: de in artikel 4, punt 7, van het communautair douanewetboek omschreven goederen;

2.   „gebied Dubrovnik”: Dubrovnik en het gebied daarrond in het Kroatische grondgebied dat door de corridor van Neum wordt afgescheiden van de rest van het Kroatische hoofdgrondgebied;

3.   „hoofdgrondgebied van Kroatië”: het grondgebied van Kroatië met uitzondering van het gebied Dubrovnik;

4.   „corridor van Neum”: het gebied dat deel uitmaakt van het grondgebied van Bosnië en Herzegovina en het gebied Dubrovnik scheidt van het hoofdgrondgebied van Kroatië;

5.   „douaneautoriteiten”: de douaneautoriteiten van Kroatië aan de grensovergangen van uitgang en wederbinnenkomst bij de corridor van Neum;

6.   „uitgang”: de uitgang van goederen, ofwel van het gebied Dubrovnik naar het hoofdgrondgebied van Kroatië via de corridor van Neum, ofwel van het hoofdgrondgebied van Kroatië naar het gebied Dubrovnik via de corridor van Neum;

7.   „wederbinnenkomst”: de binnenkomst van goederen in het gebied Dubrovnik vanuit het hoofdgrondgebied van Kroatië via de corridor van Neum, of in het hoofdgrondgebied van Kroatië vanuit het gebied Dubrovnik via de corridor van Neum.

Artikel 3

Vrijstelling van de vereiste om een summiere aangifte bij uitgang of bij binnenkomst in te dienen

1.   Er wordt geen summiere aangifte bij uitgang vereist bij de uitgang van Uniegoederen.

2.   Er wordt geen summiere aangifte bij binnenkomst vereist bij de wederbinnenkomst van Uniegoederen.

Artikel 4

Voorwaarden voor de vrijstelling

Artikel 3 is van toepassing als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de totale waarde van Uniegoederen die via de corridor van Neum worden vervoerd, bedraagt per zending niet meer dan 10 000 EUR of de tegenwaarde daarvan in de lokale munteenheid;

b)

de onder a) van dit artikel bedoelde goederen gaan vergezeld van facturen of vervoersdocumenten die:

i)

ten minste de in artikel 317, lid 2, eerste alinea, van Verordening (EEG) nr. 2454/93, bedoelde gegevens bevatten, alsook de totale waarde van de goederen;

ii)

bij uitgang van officiële merktekens zijn voorzien door de douaneautoriteiten;

iii)

bij wederbinnenkomst de douaneautoriteiten ter controle worden voorgelegd.

Artikel 5

Douanecontroles

1.   De risicoanalyse in verband met de douanecontroles op Uniegoederen die via de corridor van Neum worden vervoerd, mag door de douaneautoriteiten met andere dan geautomatiseerde gegevensverwerkingstechnieken worden verricht.

2.   Kroatië ziet erop toe dat de grensovergangen waar goederen die via de corridor van Neum worden vervoerd, zijn grondgebied verlaten of opnieuw binnenkomen, beschikken over alle noodzakelijke personele, materiële en controlemiddelen om de uitvoering van deze verordening op de datum van toetreding te garanderen.

3.   Bij uitgang dienen de douaneautoriteiten:

a)

een maximale reisduur vast te stellen waarbinnen het vervoer van Uniegoederen via de corridor van Neum moet afgerond zijn;

b)

deze maximale reisduur te vermelden, alsook de datum waarop de factuur of het vervoersdocument als bedoeld in artikel 4, onder b), ii), van officiële merktekens is voorzien;

c)

wanneer zij dat nodig achten, de ruimte waarin de goederen zich bevinden die via de corridor van Neum zullen worden vervoerd, of alle afzonderlijke colli van dergelijke goederen te verzegelen.

4.   Bij wederbinnenkomst dienen de douaneautoriteiten:

a)

een risicoanalyse te verrichten, hoofdzakelijk voor veiligheidsdoeleinden;

b)

de facturen of vervoersdocumenten bij de goederen te controleren;

c)

na te gaan of de in lid 3, onder a), van dit artikel, bedoelde maximale reisduur in acht is genomen;

d)

de goede staat van de verzegeling te controleren, wanneer deze overeenkomstig lid 3, onder c), van dit artikel, is aangebracht;

e)

in voorkomend geval de goederen aan een fysieke controle te onderwerpen;

f)

in voorkomend geval de verzegeling te verwijderen.

5.   Wanneer de douaneautoriteiten constateren dat niet is voldaan aan de in artikel 4 vastgestelde voorwaarden, staan zij toe dat de desbetreffende goederen toch opnieuw worden binnengebracht indien:

a)

er een doeltreffende risicoanalyse is verricht;

b)

de douaneautoriteiten op basis van de resultaten uit de in punt a) bedoelde risicoanalyse effectieve maatregelen hebben genomen die er specifiek op gericht zijn om veiligheidsrisico’s te voorkomen.

Artikel 6

Kennisgeving

Kroatië stelt de Commissie op om het even welk tijdstip na de inwerkingtreding van deze verordening, doch ten laatste op 1 maart 2014, in kennis van eventuele onregelmatigheden die zijn vastgesteld met betrekking tot de toepassing van deze verordening alsook van de concrete maatregelen die zijn genomen om deze onregelmatigheden te verhelpen.

Artikel 7

Verslag

De Commissie legt de Raad uiterlijk twee jaar na de datum van toetreding van Kroatië een verslag voor met een evaluatie van de toepassing van deze verordening.

Artikel 8

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking onder voorbehoud van, en vanaf de datum van inwerkingtreding van het Toetredingsverdrag.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 mei 2013.

Voor de Raad

De voorzitter

S. COVENEY


(1)  PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1.

(2)  PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1.


25.5.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 139/4


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 480/2013 VAN DE COMMISSIE

van 24 mei 2013

tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 788/2012 wat betreft de termijn voor analyse van bepaalde bestrijdingsmiddelen op vrijwillige basis

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong en houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (1), en met name de artikelen 28 en 29,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 788/2012 van de Commissie van 31 augustus 2012 inzake een in 2013, 2014 en 2015 uit te voeren gecoördineerd meerjarig controleprogramma van de Unie tot naleving van de maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen en ter beoordeling van de blootstelling van de consument aan bestrijdingsmiddelenresiduen in en op levensmiddelen van plantaardige en dierlijke oorsprong (2) voorzag onder meer in de analyse van bepaalde bestrijdingsmiddelen op vrijwillige basis in 2013, met name de middelen die bij die uitvoeringsverordening aan het programma werden toegevoegd en middelen met een erg complexe residudefinitie, zodat de officiële laboratoria de tijd zouden krijgen om de voor de analyse van die bestrijdingsmiddelen vereiste methoden te valideren. Aangezien de officiële laboratoria nog enige tijd nodig hebben om de voor de analyse van die bestrijdingsmiddelen vereiste methoden te valideren, moet in 2014 de analyse van deze bestrijdingsmiddelen op vrijwillige basis blijven plaatsvinden.

(2)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 788/2012 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(3)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 788/2012 wordt de tekst van voetnoot (g) vervangen door:

„(g)

Analyse op vrijwillige basis in 2013 en 2014.”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 mei 2013.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 70 van 16.3.2005, blz. 1.

(2)  PB L 235 van 1.9.2012, blz. 8.


25.5.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 139/5


VERORDENING (EU) Nr. 481/2013 VAN DE COMMISSIE

van 24 mei 2013

tot aanpassing van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 788/2012 wat betreft het aantal monsters dat Kroatië moet nemen en analyseren voor de combinaties bestrijdingsmiddel/product

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de toetreding van Kroatië, en met name artikel 3, lid 4,

Gezien de Akte van toetreding van Kroatië, en met name artikel 50,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Kroatië zal naar verwachting op 1 juli 2013 tot de Unie toetreden.

(2)

In bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 788/2012 van de Commissie van 31 augustus 2012 inzake een in 2013, 2014 en 2015 uit te voeren gecoördineerd meerjarig controleprogramma van de Unie tot naleving van de maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen en ter beoordeling van de blootstelling van de consument aan bestrijdingsmiddelenresiduen in en op levensmiddelen van plantaardige en dierlijke oorsprong (1) is het aantal monsters vastgesteld dat elke lidstaat overeenkomstig artikel 1 van die verordening moet nemen en analyseren.

(3)

Aangezien de gegevens over slechts een halfjaar niet volledig vergelijkbaar zijn met die van de andere lidstaten die gedurende het hele jaar 2013 worden verzameld, moet Kroatië deelnemen aan de gecoördineerde meerjarenprogramma’s van de Unie vanaf januari 2014.

(4)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 788/2012 dient derhalve dienovereenkomstig te worden aangepast,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In punt 5 van bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 788/2012 wordt de volgende rij ingevoegd na de rij voor Hongarije:

„HR

12 (*)

15 (**)”

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking onder voorbehoud van en op de datum van inwerkingtreding van het Verdrag betreffende de toetreding van Kroatië.

Zij is van toepassing vanaf 1 januari 2014.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 mei 2013.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 235 van 1.9.2012, blz. 8.


25.5.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 139/6


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 482/2013 VAN DE COMMISSIE

van 24 mei 2013

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 206/2010 tot vaststelling van lijsten van derde landen en gebieden, of delen daarvan, waaruit bepaalde dieren en vers vlees in de Europese Unie mogen worden binnengebracht, en van de voorschriften inzake veterinaire certificering

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2002/99/EG van de Raad van 16 december 2002 houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (1), en met name artikel 8, inleidende zin, artikel 8, lid 1, eerste alinea, en artikel 8, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EU) nr. 206/2010 van de Commissie (2) worden de voorschriften inzake veterinaire certificering vastgesteld voor het binnenbrengen in de Unie van bepaalde zendingen van levende dieren of vers vlees. Ook worden in die verordening de lijsten van derde landen en gebieden, of delen daarvan, vastgesteld waaruit die zendingen in de Unie mogen worden binnengebracht.

(2)

Verordening (EU) nr. 206/2010 bepaalt dat voor menselijke consumptie bestemde zendingen vers vlees alleen in de Unie mogen worden ingevoerd als zij afkomstig zijn uit derde landen of gebieden, of delen daarvan, die vermeld zijn in deel 1 van bijlage II bij die verordening en waarvoor in dat deel een model van het voor de zending te gebruiken veterinaire certificaat is opgenomen.

(3)

Vier delen van het grondgebied van Botswana zijn opgenomen in deel 1 van bijlage II bij Verordening (EU) nr. 206/2010 als gebieden waaruit de invoer van bepaalde soorten vers vlees in de Unie is toegestaan. Die gebieden bestaan uit een aantal „veterinary disease control zones”.

(4)

In maart 2013 voerde de Commissie in Botswana een audit uit ter beoordeling van het controlesysteem voor diergezondheid, met name wat betreft de controlemaatregelen voor mond- en klauwzeer. Uit de audit bleek dat het risico op invoering van het mond- en klauwzeervirus in „veterinary disease control zones” 6 en 4a op het grondgebied van dat derde land niet kan worden beschouwd als te verwaarlozen.

(5)

De aanwezigheid van het mond- en klauwzeervirus werd vastgesteld bij geiten en wild in het gebied met intensieve bewaking in „veterinary disease control zone” 6. Het is niet toegestaan vers vlees uit dit gebied met intensieve bewaking uit te voeren naar de Unie. De nabijheid van dit gebied ten opzichte van het gebied in „veterinary disease control zone” 6 waaruit dergelijke uitvoer wel is toegestaan, vormt echter een risico.

(6)

„Veterinary disease control zone” 4a grenst aan andere gebieden van Botswana waaruit de invoer van vers vlees in de EU niet is toegestaan. Tijdens de audit stelde de Commissie tekortkomingen vast wat betreft de bewaking van de diergezondheid in „veterinary disease control zone” 4a. Bovendien werd een aantal tekortkomingen vastgesteld wat betreft de afbakening van dit gebied ten opzichte van de gebieden waaruit de invoer van vers vlees in de EU niet is toegestaan. Deze tekortkomingen vormen een niet te verwaarlozen risico op mond- en klauwzeer.

(7)

Uit de audit van de Commissie bleek ook dat het systeem om de doeltreffendheid van officiële controles te toetsen in de rest van het grondgebied van Botswana goed is georganiseerd en dat de situatie ten opzichte van de vorige audit in 2011 is verbeterd.

(8)

Gezien het risico dat mond-en-klauwzeer in de Unie wordt binnengebracht via de invoer van vers vlees van ziektegevoelige diersoorten uit „veterinary disease control zones” 6 en 4a in Botswana, moet de toestemming voor de uitvoer van vers vlees naar de Unie uit die „veterinary disease control zones” echter tijdelijk worden opgeschort.

(9)

Verordening (EU) nr. 206/2010 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(10)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In deel 1 van bijlage II bij Verordening (EU) nr. 206/2010 worden de gegevens voor Botswana vervangen door:

„BW — Botswana

BW-0

Het hele land

EQU, EQW

 

 

 

 

BW-1

Veterinary disease control zones 3c, 4b, 5, 6, 8, 9 en 18

BOV, OVI RUF, RUW

F

1

11 mei 2011

26 juni 2012

BW-2

Veterinary disease control zones 10, 11, 13 en 14

BOV, OVI RUF, RUW

F

1

 

7 maart 2002

BW-3

Veterinary disease control zone 12

BOV, OVI RUF, RUW

F

1

20 oktober 2008

20 januari 2009

BW-4

Veterinary disease control zone 4a, behalve de bufferzone van 10 km met intensieve bewaking langs de grens met het gebied waar tegen mond-en-klauwzeer wordt ingeënt en natuurbeheergebieden

BOV

F

1

28 mei 2013

18 februari 2011

BW-5

Veterinary disease control zone 6, behalve het gebied met intensieve bewaking in zone 6 tussen de grens met Zimbabwe en de A1-snelweg

BOV, OVI RUF, RUW

F

1

28 mei 2013

26 juni 2012”

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 mei 2013.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 18 van 23.1.2003, blz. 11.

(2)  PB L 73 van 20.3.2010, blz. 1.


25.5.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 139/8


VERORDENING (EU) Nr. 483/2013 VAN DE COMMISSIE

van 24 mei 2013

tot wijziging van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 1223/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende cosmetische producten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1223/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 betreffende cosmetische producten (1), en met name artikel 31, lid 1,

Na raadpleging van het Wetenschappelijk Comité voor consumentenveiligheid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het Wetenschappelijk Comité voor consumentenproducten (WCC), dat bij Besluit 2008/721/EG van de Commissie van 5 september 2008 tot instelling van een adviesstructuur van wetenschappelijke comités en deskundigen op het gebied van consumentenveiligheid, volksgezondheid en het milieu en tot intrekking van Besluit 2004/210/EG (2) is vervangen door het Wetenschappelijk Comité voor consumentenveiligheid (WCCV), heeft in zijn advies van 2 oktober 2007 geconcludeerd dat de gegevens in het dossier aantonen dat polidocanol laagtoxisch is en bij gebruik tot maximaal 3 % in cosmetische producten die niet worden af-, uit- of weggespoeld, en tot maximaal 4 % in producten die wel worden af-, uit- of weggespoeld, geen gevaar voor de gezondheid van de consument oplevert. Bovendien stelde het WCC dat recent wetenschappelijk bewijsmateriaal het vermeende lokaal-anesthetische effect van polidocanol niet bevestigde. De aanwezigheid daarvan in cosmetische en huidverzorgingsproducten zal daarom het gevoel van de huid niet aantasten. Het moet daarom worden opgenomen in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 1223/2009.

(2)

Het WCCV heeft in een addendum van 13-14 december 2011 bij het advies van het WCC over polidocanol de conclusies van het WCC bevestigd.

(3)

Aangezien polidocanol in concentraties die zelfs lager waren dan de door het WCC als veilig beschouwde concentraties is aangetroffen in zowel injecteerbare als plaatselijk toe te dienen geneesmiddelen, heeft de Commissie het Europees Geneesmiddelenbureau om advies gevraagd over de indeling van plaatselijk toe te dienen producten die de stof bevatten. Het advies dat op 25 oktober 2011 door het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik is uitgebracht, concludeerde dat producten die polidocanol bevatten niet automatisch mogen worden beschouwd als producten die vallen onder de definitie van een geneesmiddel, als vastgesteld in artikel 1, lid 2, van Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik (3). Bovendien fungeert polidocanol in plaatselijk toe te dienen producten bij de voorgestelde concentraties en voor het voorgestelde plaatselijke gebruik (3 % in producten die niet worden af-, uit- of weggespoeld en 4 % in producten die wel worden af-, uit- of weggespoeld) als detergent of ionische oppervlakteactieve stof en hebben deze producten niet de kenmerken van geneesmiddelen.

(4)

Verordening (EG) nr. 1223/2009 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(5)

De toepassing van bovenvermelde beperkingen moet met twaalf maanden worden uitgesteld om de bedrijven in staat te stellen de nodige aanpassingen in hun productformuleringen aan te brengen.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor cosmetische producten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage III bij Verordening (EG) nr. 1223/2009 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing vanaf 1 april 2014.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 mei 2013.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 342 van 22.12.2009, blz. 59.

(2)  PB L 241 van 10.9.2008, blz. 21.

(3)  PB L 311 van 28.11.2001, blz. 67.


BIJLAGE

In bijlage III bij Verordening (EG) nr. 1223/2009 wordt de volgende vermelding ingevoegd:

Referentienummer

Identiteit van de stof

Beperkingen

Te vermelden gebruiksvoorwaarden en waarschuwingen

Chemische benaming/INN

Naam volgens de woordenlijst van gemeenschappelijke benamingen van ingrediënten

CAS-nummer

EG-nummer

Producttype, lichaamsdelen

Maximumconcentratie in het gebruiksklare product

Andere

a

b

c

d

e

f

g

h

i

„257

Polidocanol

Laureth-9

3055-99-0

221-284-4

a)

Producten die niet worden af-, uit- of weggespoeld

a)

3,0 %

 

 

b)

Producten die worden af-, uit- of weggespoeld

b)

4,0 %”


25.5.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 139/11


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 484/2013 VAN DE COMMISSIE

van 24 mei 2013

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 718/2007 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1085/2006 van de Raad tot invoering van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1085/2006 van de Raad van 17 juli 2006 tot invoering van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA) (1), hierna „de IPA-verordening” genoemd, en met name artikel 3, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 718/2007 van de Commissie van 12 juni 2007 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1085/2006 van de Raad tot invoering van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA) (2) worden nadere voorschriften voor de uitvoering van de IPA-verordening vastgesteld.

(2)

Voor het bereiken van de doelstellingen op het gebied van steun binnen de afdeling omschakeling en institutionele opbouw, is voor sommige operaties, zoals de oplossing van het huisvestingsprobleem van vluchtelingen en ontheemden in de Westelijke Balkan, de subsidiabiliteit van uitgaven voor aankoop van land en bestaande gebouwen absoluut noodzakelijk en een kerngegeven van de actie. Derhalve dient voor de aankoop van land en bestaande gebouwen te worden voorzien in een nieuwe afwijking.

(3)

Verordening (EG) nr. 718/2007 dient daarom dienovereenkomstig te worden gewijzigd.

(4)

De in deze verordening vastgestelde bepalingen zijn in overeenstemming met het advies van het IPA-comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In artikel 66, lid 3, van Verordening (EG) nr. 718/2007 wordt het volgende punt d) toegevoegd:

„d)

de aankoop van land en bestaande gebouwen indien de aard van de operatie dit rechtvaardigt”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 mei 2013.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 210 van 31.7.2006, blz. 82.

(2)  PB L 170 van 29.6.2007, blz. 1.


25.5.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 139/12


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 485/2013 VAN DE COMMISSIE

van 24 mei 2013

tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011, wat de voorwaarden voor goedkeuring van de werkzame stoffen clothianidin, thiamethoxam en imidacloprid betreft, en houdende een verbod op het gebruik en de verkoop van zaden die zijn behandeld met gewasbeschermingsmiddelen die deze werkzame stoffen bevatten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (1), en met name artikel 21, lid 3, eerste alternatief, artikel 49, lid 2, en artikel 78, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De werkzame stoffen clothianidin, thiamethoxam en imidacloprid zijn bij de Richtlijnen 2006/41/EG (2), 2007/6/EG (3) en 2008/116/EG (4) van de Commissie opgenomen in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (5).

(2)

Bij Richtlijn 2010/21/EU van de Commissie (6) zijn de specifieke bepalingen voor de neonicotinoïden clothianidin, thiamethoxam en imidacloprid in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG gewijzigd.

(3)

De in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG opgenomen werkzame stoffen worden geacht te zijn goedgekeurd bij Verordening (EG) nr. 1107/2009 en staan vermeld in de lijst van goedgekeurde werkzame stoffen in deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad (7).

(4)

In het voorjaar van 2012 werd nieuwe wetenschappelijke informatie gepubliceerd met betrekking tot de subletale effecten van neonicotinoïden op bijen. De Commissie verzocht de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, hierna „de EFSA” genoemd, in overeenstemming met artikel 21, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 om wetenschappelijke en technische bijstand bij het beoordelen van deze nieuwe informatie en om de risicobeoordeling van het effect van neonicotinoïden op bijen te herzien.

(5)

De EFSA presenteerde op 16 januari 2013 haar conclusies over de risicobeoordeling van clothianidin, thiamethoxam en imidacloprid voor bijen (8).

(6)

De EFSA stelde voor bepaalde gewassen vast dat gewasbeschermingsmiddelen die de werkzame stoffen clothianidin, thiamethoxam of imidacloprid bevatten, een hoog acuut risico voor bijen inhouden. De EFSA stelde met name vast dat bijen een hoog acuut risico lopen, bij diverse gewassen door blootstelling via stof, bij enkele gewassen door de opname van residuen in besmette pollen en nectar, en bij mais door blootstelling via guttatievloeistof. Daarnaast konden onaanvaardbare risico’s als gevolg van acute of chronische gevolgen voor het overleven en de ontwikkeling van kolonies voor meerdere gewassen niet worden uitgesloten. Voorts heeft de EFSA vastgesteld dat voor elk van de beoordeelde gewassen een aantal gegevens ontbraken. Dit betreft met name langetermijnrisico’s voor honingbijen van blootstelling via stof, van residuen in pollen en nectar en van blootstelling via guttatievloeistof.

(7)

In het licht van de nieuwe wetenschappelijke en technische kennis was de Commissie van mening dat er aanwijzingen zijn dat de goedgekeurde toepassingen van clothianidin, thiamethoxam en imidacloprid niet langer aan de in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 vastgelegde goedkeuringscriteria ten aanzien van hun gevolgen voor bijen voldoen en dat het hoge risico voor bijen slechts kon worden weggenomen door verdere beperkingen op te leggen. In afwachting van het oordeel van de EFSA inzake bladbehandeling achtte zij, wegens de systemische translocatie van de werkzame stoffen clothianidin, thiamethoxam en imidacloprid via de plant, met name het risico van bladbehandelingstoepassingen voor bijen vergelijkbaar met het door de EFSA vastgestelde risico van zaadbehandelingstoepassingen en bodembehandeling.

(8)

De Commissie heeft de kennisgevers uitgenodigd om hun opmerkingen te maken.

(9)

De conclusies van de EFSA zijn door de lidstaten en de Commissie in het kader van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid onderzocht en op 15 maart 2013 opgesteld in de vorm van addenda bij de evaluatieverslagen voor clothianidin, thiamethoxam en imidacloprid.

(10)

De Commissie heeft besloten dat een hoog risico voor bijen enkel kan worden uitgesloten door verdere beperkingen op te leggen.

(11)

Bevestigd wordt dat de werkzame stoffen clothianidin, thiamethoxam en imidacloprid geacht worden bij Verordening (EG) nr. 1107/2009 te zijn goedgekeurd. Om de blootstelling van bijen te minimaliseren, is het echter passend het gebruik van die werkzame stoffen te beperken, specifieke risicobeperkende maatregelen in te voeren om bijen te beschermen en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen die die werkzame stoffen bevatten, te beperken tot professionele gebruikers. Met name het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen die clothianidin, thiamethoxam of imidacloprid bevatten als zaad- of bodembehandelingsmiddel moet worden verboden voor voor bijen aanlokkelijke gewassen en voor granen, met uitzondering van gebruik in kassen en van wintergranen. Bladbehandeling met gewasbeschermingsmiddelen die clothianidin, thiamethoxam of imidacloprid bevatten, moet worden verboden voor voor bijen aanlokkelijke gewassen en voor granen, met uitzondering van gebruik in kassen en na de bloei. Gewassen die vóór de bloei worden geoogst, worden niet geacht aanlokkelijk te zijn voor bijen.

(12)

Ten aanzien van toepassingen van clothianidin, thiamethoxam of imidacloprid die krachtens de huidige verordening zijn goedgekeurd, is nadere bevestigende informatie vereist.

(13)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(14)

Er is met name vastgesteld dat bij diverse gewassen blootstelling via stof, bij enkele gewassen de opname van residuen in besmette pollen en nectar, en bij mais blootstelling via guttatievloeistof risico’s voor bijen inhouden. Rekening houdend met die aan het gebruik van behandelde zaden verbonden risico’s moeten het gebruik en het in de handel brengen van met clothianidin, thiamethoxam of imidacloprid bevattende gewasbeschermingsmiddelen behandelde zaden verboden worden voor zaden van voor bijen aanlokkelijke gewassen en voor zaden van granen, met uitzondering van wintergranen, en zaden voor gebruik in kassen.

(15)

De lidstaten moeten voldoende tijd krijgen om de toelating van gewasbeschermingsmiddelen die clothianidin, thiamethoxam of imidacloprid bevatten in te trekken.

(16)

Wanneer lidstaten, in overeenstemming met artikel 46 van Verordening (EG) nr. 1107/2009, een respijtperiode toekennen voor gewasbeschermingsmiddelen die clothianidin, thiamethoxam of imidacloprid bevatten, moet deze periode ten laatste op 30 november 2013 verstrijken. Binnen twee jaar na de datum van de inwerkingtreding van deze verordening stelt de Commissie onverwijld een beoordeling in van de nieuwe wetenschappelijke informatie die zij heeft ontvangen.

(17)

Op grond van artikel 36, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 kunnen de lidstaten onder bepaalde voorwaarden verdere risicobeperkende maatregelen opleggen of het op de markt brengen of gebruik van gewasbeschermingsmiddelen die clothianidin, thiamethoxam of imidacloprid bevatten, beperken. Aangaande het op de markt brengen en het gebruik van zaden die zijn behandeld met gewasbeschermingsmiddelen die clothianidin, thiamethoxam of imidacloprid bevatten, voorziet artikel 71 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 in de mogelijkheid dat de lidstaten noodmaatregelen nemen.

(18)

Het verbod op het in de handel brengen van behandelde zaden dient pas vanaf 1 december 2013 van kracht te worden, zodat er een voldoende lange overgangsperiode is. Nationale voorlopige beschermende maatregelen die reeds zijn genomen op grond van artikel 71 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 mogen overeenkomstig artikel 71, lid 3, van die verordening tot die datum worden gehandhaafd.

(19)

Zaden die zijn behandeld met gewasbeschermingsmiddelen die clothianidin, thiamethoxam of imidacloprid bevatten en onder de in artikel 1 van deze verordening bedoelde beperkingen vallen, mogen overeenkomstig artikel 54 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 worden gebruikt voor experimenten of proeven voor onderzoeks- of ontwikkelingsdoeleinden.

(20)

Het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid heeft geen advies uitgebracht. Een uitvoeringshandeling werd nodig geacht; de voorzitter heeft de ontwerpuitvoeringshandeling voor verder beraad aan het Comité van beroep voorgelegd. Het Comité van beroep heeft geen advies uitgebracht,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EG) nr. 540/2011 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening.

Artikel 2

Verbod op het in de handel brengen van behandelde zaden

Zaden van de in bijlage II vermelde gewassen, die behandeld zijn met gewasbeschermingsmiddelen die clothianidin, thiamethoxam of imidacloprid bevatten, mogen niet gebruikt of in de handel gebracht worden, met uitzondering van zaden voor gebruik in kassen.

Artikel 3

Overgangsmaatregelen

In overeenstemming met Verordening (EG) nr. 1107/2009 wijzigen de lidstaten zo nodig uiterlijk op 30 september 2013 bestaande toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die clothianidin, thiamethoxam of imidacloprid als werkzame stof bevatten, dan wel trekken zij deze toelatingen uiterlijk per dezelfde datum in.

Artikel 4

Respijtperiode

Een door de lidstaten overeenkomstig artikel 46 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 toegekende respijtperiode is zo kort mogelijk en verstrijkt uiterlijk op 30 november 2013.

Artikel 5

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op en is van toepassing met ingang van de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 2 is evenwel van toepassing met ingang van 1 december 2013.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 mei 2013.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.

(2)  PB L 187 van 8.7.2006, blz. 24.

(3)  PB L 43 van 15.2.2007, blz. 13.

(4)  PB L 337 van 16.12.2008, blz. 86.

(5)  PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1.

(6)  PB L 65 van 13.3.2010, blz. 27.

(7)  PB L 153 van 11.6.2011, blz. 1.

(8)  Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment for bees for the active substance clothianidin. EFSA Journal 2013; 11(1):3066. [58 blz.] doi: 10.2903/j.efsa.2013.3066.

Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment for bees for the active substance imidacloprid. EFSA Journal 2013; 11(1):3068. [55 blz.] doi:10.2903/j.efsa.2013.

Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment for bees for the active substance thiamethoxam. EFSA Journal 2013; 11(1):3067. [68 blz.] doi: 10.2903/j.efsa.2013.3067. Online beschikbaar op: www.efsa.europa.eu/efsajournal.htm


BIJLAGE I

Wijzigingen van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011

1)

De kolom „Specifieke bepalingen” van rij 121, Clothianidin, van deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt vervangen door:

„DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor professioneel gebruik als insecticide.

Het gebruik als zaadbehandeling of bodembehandeling mag niet worden toegelaten voor de volgende granen wanneer deze worden gezaaid van januari tot juni:

gerst, gierst, haver, rijst, rogge, sorghum, triticale, tarwe.

Bladbehandeling is niet toegelaten voor de volgende granen:

gerst, gierst, haver, rijst, rogge, sorghum, triticale, tarwe.

Het gebruik voor zaadbehandeling, voor bodembehandeling of voor toepassing op bladeren mag niet worden toegelaten voor de volgende gewassen, met uitzondering van het gebruik in kassen en bladbehandeling na de bloei:

 

Aardbeien (Fragaria spp.)

 

Aardnoten (Arachis hypogea)

 

Abrikozen (Prunus armeniaca)

 

Amandelen (Prunus amygdalus; P. communis; Amygdalus communis)

 

Anijs (Pimpinella anisum), badiaan of steranijs (Illicium verum), jeneverbessen (Juniperus communis), karwij (Carum carvi), komijn (Cuminum cyminum), koriander (Coriandrum sativum), venkel (Foeniculum vulgare)

 

Appelen (Malus pumila; M. sylvestris; M. communis; Pyrus malus)

 

Avocado’s (Persea Americana)

 

Bananen (Musa sapientum; M. cavendishii; M. nana)

 

Boekweit (Fagopyrum esculentum)

 

Bonen (Phaseolus spp.)

 

Bosbessen, blauwe bosbes (Vaccinium myrtillus); blauwe bes, trosveenbes (V. corymbosum)

 

Bramen (Rubus fruticosus)

 

Chilipeper (Capsicum frutescens; C. annuum); piment, jamaicapeper (Pimenta officinalis)

 

Citroenen en limoenen: citroen (Citrus limon); limoen (C. aurantiifolia); zoete citroen (C. limetta)

 

Cowpeas: zwarteogenbonen (Vigna unguiculata)

 

Dadels (Phoenix dactylifera)

 

Druiven (Vitis vinifera)

 

Erwten: erwt (Pisum sativum); voedererwt (P. arvense)

 

Frambozen (Rubus idaeus)

 

Hazelnoten (Corylus avellana)

 

Hennep (Cannabis sativa)

 

Sint-jansbrood, sint-jansbroodboom (Ceratonia siliqua)

 

Kaki’s (Diospyros kaki: D. virginiana)

 

Kastanjes (Castanea spp.)

 

Katoen (Gossypium spp.)

 

Kersen (Prunus avium)

 

Kikkererwten (Cicer arietinum)

 

Kiwi’s (Actinidia chinensis)

 

Klaver (Trifolium spp.)

 

Koffie (Coffea spp. arabica, robusta, liberica)

 

Komkommers (Cucumis sativus)

 

Koolzaad (Brassica napus var. oleifera)

 

Kruisbessen (Ribes uva-crispa)

 

Kweeperen (Cydonia oblonga; C. vulgaris; C. japonica)

 

Lijnzaad (Linum usitatissimum)

 

Linzen (Lens esculenta; Ervum lens)

 

Lupine (Lupinus spp.)

 

Luzerne (Medicago sativa)

 

Maanzaad (Papaver somniferum)

 

Mais (Zea mays)

 

Meloenen (Cucumis melo)

 

Mosterdzaad: witte mosterd (Brassica alba; B. hirta; Sinapis alba); zwarte mosterd (Brassica nigra; Sinapis nigra)

 

Okra’s (Abelmoschus esculentus); okers (Hibiscus esculentus)

 

Olijven (Olea europaea)

 

Pepermunt (Mentha spp.: M. piperita)

 

Peren (Pyrus communis)

 

Perziken en nectarines (Prunus persica; Amygdalus persica; Persica laevis)

 

Peulgewassen: esparcette, hanenkammetje (Onobrychis sativa); koedzoe (Pueraria lobata); lespedeza (Lespedeza spp.); rode hanenkop (Hedysarum coronarium); rolklaver (Lotus corniculatus); sesbania (Sesbania spp.)

 

Pistachenoten (Pistacia vera)

 

Pompelmoezen (C. paradisi)

 

Pompoenen en kalebassen (Cucurbita spp.)

 

Pruimen en sleepruimen: reine-claude, mirabellen, kwetsen (Prunus domestica); sleepruimen (P. spinosa)

 

Pyrethrum (Chrysanthemum cinerariifolium)

 

Rapen en raapzaad (Brassica rapa var. rapifera en oleifera spp.)

 

Ricinuszaad (Ricinus communis)

 

Rimpelrozen (Rosa rugosa)

 

Saffloerzaad (Carthamus tinctorius)

 

Schorseneren (Scorzonera hispanica)

 

Serradelle (Ornithopus sativus)

 

Sesamzaad (Sesamum indicum)

 

Sinaasappelen: zoete sinaasappelen (Citrus sinensis); pomeransen; bittere oranjeappelen (C. aurantium)

 

Sojabonen (Glycine soja)

 

Specerijen: dillezaad (Anethum graveolens); fenegriekzaad (Trigonella foenumgraecum); geelwortel (Curcuma longa); laurierbladen (Laurus nobilis); saffraan (Crocus sativus); tijm (Thymus vulgaris)

 

Tangerines (Citrus tangerina); mandarijnen (Citrus reticulata); clementines (C. unshiu)

 

Tuinbonen, paardenbonen, veldbonen (Vicia faba var. major; var. equina; var. Minor)

 

Veenbessen (Vaccinium macrocarpon); Europese veenbes (V. oxycoccus)

 

Vlierbessen (Sambucus nigra)

 

Walnoten (Jugland spp.: J. regia)

 

Watermeloenen (Citrullus vulgaris)

 

Wikke: voederwikke (Vicia sativa)

 

Zonnebloemzaad (Helianthus annuus)

 

Zwarte bessen (Ribes nigrum); rode en witte aalbessen (R. rubrum)

 

Siergewassen die in het jaar van de behandeling bloeien.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over clothianidin dat op 27 januari 2006 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II en de conclusies van het addendum bij het evaluatieverslag over clothianidin waarvan de definitieve versie op 15 maart 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

de bescherming van het grondwater, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

het risico voor zaadetende vogels en zoogdieren, wanneer de stof wordt gebruikt voor zaadbehandeling.

De lidstaten dragen er zorg voor dat:

de zaadcoating alleen plaatsvindt in professionele zaadverwerkingsinstallaties. Die installaties moeten de beste beschikbare technieken toepassen om ervoor te zorgen dat het vrijkomen van stof tijdens de toediening op het zaad, de opslag en het vervoer tot een minimum kan worden beperkt;

geschikte rijenzaaiapparatuur wordt gebruikt waardoor een hoge mate van inwerking in de bodem wordt bereikt en morsen tijdens de toediening en de emissie van stof tot een minimum worden beperkt;

de goedkeuringsvoorwaarden, indien nodig, risicobeperkende maatregelen ter bescherming van bijen omvatten;

monitoringprogramma’s worden opgezet om de daadwerkelijke blootstelling van bijen aan clothianidin in gebieden die extensief door bijen voor het fourageren of door bijenhouders worden gebruikt, zo nodig te verifiëren.

De gebruiksvoorwaarden moeten indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De kennisgever moet bevestigende informatie verstrekken over:

a)

het risico voor andere bestuivers dan honingbijen;

b)

het risico voor honingbijen die fourageren op nectar of pollen in volggewassen;

c)

de potentiële opname via wortels van bloeiend onkruid;

d)

het risico voor honingbijen die fourageren op door insecten geproduceerde honingdauw;

e)

de mogelijke guttatieblootstelling en het acute en langetermijnrisico voor het overleven en de ontwikkeling van de kolonie en het risico voor het bijenbroed als gevolg van deze blootstelling;

f)

de mogelijke blootstelling aan stofdrift na het inwerken en het acute en langetermijnrisico voor het overleven en de ontwikkeling van de kolonie en het risico voor het bijenbroed als gevolg van deze blootstelling;

g)

de acute en langetermijnrisico’s voor het overleven en de ontwikkeling van de kolonie en het risico voor het bijenbroed van honingbijen van ingestie van besmette nectar en pollen.

De kennisgever moet die informatie uiterlijk op 31 december 2014 bij de lidstaten, de Commissie en de EFSA indienen.”.

2)

De kolom „Specifieke bepalingen” van rij 140, Thiamethoxam, van deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt vervangen door:

„DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor professioneel gebruik als insecticide.

Het gebruik als zaadbehandeling of bodembehandeling mag niet worden toegelaten voor de volgende granen wanneer deze gezaaid worden van januari tot juni:

gerst, gierst, haver, rijst, rogge, sorghum, triticale, tarwe.

Bladbehandeling is niet toegelaten voor de volgende granen:

gerst, gierst, haver, rijst, rogge, sorghum, triticale, tarwe.

Het gebruik als zaadbehandeling, bodembehandeling of voor toepassing op bladeren is niet toegestaan voor de volgende gewassen, met uitzondering van gebruik in kassen en van bladbehandeling na de bloei:

 

Aardbeien (Fragaria spp.)

 

Aardnoten (Arachis hypogea)

 

Abrikozen (Prunus armeniaca)

 

Amandelen (Prunus amygdalus; P. communis; Amygdalus communis)

 

Anijs (Pimpinella anisum), badiaan of steranijs (Illicium verum), jeneverbessen (Juniperus communis), karwij (Carum carvi), komijn (Cuminum cyminum), koriander (Coriandrum sativum), venkel (Foeniculum vulgare)

 

Appelen (Malus pumila; M. sylvestris; M. communis; Pyrus malus)

 

Avocado’s (Persea Americana)

 

Bananen (Musa sapientum; M. cavendishii; M. nana)

 

Boekweit (Fagopyrum esculentum)

 

Bonen (Phaseolus spp.)

 

Bosbessen, blauwe bosbes (Vaccinium myrtillus); blauwe bes, trosveenbes (V. corymbosum)

 

Bramen (Rubus fruticosus)

 

Chilipeper (Capsicum frutescens; C. annuum); piment, jamaicapeper (Pimenta officinalis)

 

Citroenen en limoenen: citroen (Citrus limon); limoen (C. aurantiifolia); zoete citroen (C. limetta)

 

Cowpeas: zwarteogenbonen (Vigna unguiculata)

 

Dadels (Phoenix dactylifera)

 

Druiven (Vitis vinifera)

 

Erwten: erwt (Pisum sativum); voedererwt (P. arvense)

 

Frambozen (Rubus idaeus)

 

Hazelnoten (Corylus avellana)

 

Hennep (Cannabis sativa)

 

Sint-jansbrood, sint-jansbroodboom (Ceratonia siliqua)

 

Kaki’s (Diospyros kaki: D. virginiana)

 

Kastanjes (Castanea spp.)

 

Katoen (Gossypium spp.)

 

Kersen (Prunus avium)

 

Kikkererwten (Cicer arietinum)

 

Kiwi’s (Actinidia chinensis)

 

Klaver (Trifolium spp.)

 

Koffie (Coffea spp. arabica, robusta, liberica)

 

Komkommers (Cucumis sativus)

 

Koolzaad (Brassica napus var. oleifera)

 

Kruisbessen (Ribes uva-crispa)

 

Kweeperen (Cydonia oblonga; C. vulgaris; C. japonica)

 

Lijnzaad (Linum usitatissimum)

 

Linzen (Lens esculenta; Ervum lens)

 

Lupine (Lupinus spp.)

 

Luzerne (Medicago sativa)

 

Maanzaad (Papaver somniferum)

 

Mais (Zea mays)

 

Meloenen (Cucumis melo)

 

Mosterdzaad: witte mosterd (Brassica alba; B. hirta; Sinapis alba); zwarte mosterd (Brassica nigra; Sinapis nigra)

 

Okra’s (Abelmoschus esculentus); okers (Hibiscus esculentus)

 

Olijven (Olea europaea)

 

Pepermunt (Mentha spp.: M. piperita)

 

Peren (Pyrus communis)

 

Perziken en nectarines (Prunus persica; Amygdalus persica; Persica laevis)

 

Peulgewassen: esparcette, hanenkammetje (Onobrychis sativa); koedzoe (Pueraria lobata); lespedeza (Lespedeza spp.); rode hanenkop (Hedysarum coronarium); rolklaver (Lotus corniculatus); sesbania (Sesbania spp.)

 

Pistachenoten (Pistacia vera)

 

Pompelmoezen (C. paradisi)

 

Pompoenen en kalebassen (Cucurbita spp.)

 

Pruimen en sleepruimen: reine-claude, mirabellen, kwetsen (Prunus domestica); sleepruimen (P. spinosa)

 

Pyrethrum (Chrysanthemum cinerariifolium)

 

Rapen en raapzaad (Brassica rapa var. rapifera en oleifera spp.)

 

Ricinuszaad (Ricinus communis)

 

Rimpelrozen (Rosa rugosa)

 

Saffloerzaad (Carthamus tinctorius)

 

Schorseneren (Scorzonera hispanica)

 

Serradelle (Ornithopus sativus)

 

Sesamzaad (Sesamum indicum)

 

Sinaasappelen: zoete sinaasappelen (Citrus sinensis); pomeransen; bittere oranjeappelen (C. aurantium)

 

Sojabonen (Glycine soja)

 

Specerijen: dillezaad (Anethum graveolens); fenegriekzaad (Trigonella foenumgraecum); geelwortel (Curcuma longa); laurierbladen (Laurus nobilis); saffraan (Crocus sativus); tijm (Thymus vulgaris)

 

Tangerines (Citrus tangerina); mandarijnen (Citrus reticulata); clementines (C. unshiu)

 

Tuinbonen, paardenbonen, veldbonen (Vicia faba var. major; var. equina; var. Minor)

 

Veenbessen (Vaccinium macrocarpon); Europese veenbes (V. oxycoccus)

 

Vlierbessen (Sambucus nigra)

 

Walnoten (Jugland spp.: J. regia)

 

Watermeloenen (Citrullus vulgaris)

 

Wikke: voederwikke (Vicia sativa)

 

Zonnebloemzaad (Helianthus annuus)

 

Zwarte bessen (Ribes nigrum); rode en witte aalbessen (R. rubrum)

 

Siergewassen die in het jaar van de behandeling bloeien.

DEEL B

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over thiamethoxam dat op 14 juli 2006 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II, en met de conclusies van het addendum bij het evaluatieverslag over thiamethoxam waarvan de definitieve versie op 15 maart 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

de mogelijke verontreiniging van het grondwater, met name door de werkzame stof en de metabolieten NOA 459602, SYN 501406 en CGA 322704, wanneer de werkzame stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden;

de bescherming van in het water levende organismen;

het langetermijnrisico voor kleine herbivoren, wanneer de stof wordt gebruikt voor zaadbehandeling.

De lidstaten dragen er zorg voor dat:

de zaadcoating alleen plaatsvindt in professionele zaadverwerkingsinstallaties. Die installaties moeten de beste beschikbare technieken toepassen om ervoor te zorgen dat het vrijkomen van stof tijdens de toediening op het zaad, de opslag en het vervoer tot een minimum kan worden beperkt;

geschikte rijenzaaiapparatuur wordt gebruikt waardoor een hoge mate van inwerking in de bodem wordt bereikt en morsen tijdens de toediening en de emissie van stof tot een minimum worden beperkt;

de goedkeuringsvoorwaarden, indien nodig, risicobeperkende maatregelen ter bescherming van bijen omvatten;

monitoringprogramma’s worden opgezet om de daadwerkelijke blootstelling van bijen aan thiamethoxam in gebieden die extensief door bijen voor het fourageren of door bijenhouders worden gebruikt, zo nodig te verifiëren.

De gebruiksvoorwaarden moeten indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De kennisgever moet bevestigende informatie verstrekken over:

a)

het risico voor andere bestuivers dan honingbijen;

b)

het risico voor honingbijen die fourageren op nectar of pollen in volggewassen;

c)

de potentiële opname via wortels van bloeiend onkruid;

d)

het risico voor honingbijen die fourageren op door insecten geproduceerde honingdauw;

e)

de mogelijke guttatieblootstelling en het acute en langetermijnrisico voor het overleven en de ontwikkeling van de kolonie en het risico voor het bijenbroed als gevolg van deze blootstelling;

f)

de mogelijke blootstelling aan stofdrift na het inwerken en het acute en langetermijnrisico voor het overleven en de ontwikkeling van de kolonie en het risico voor het bijenbroed als gevolg van deze blootstelling;

g)

de acute en langetermijnrisico’s voor het overleven en de ontwikkeling van de kolonie en het risico voor het bijenbroed van honingbijen van ingestie van besmette nectar en pollen.

De kennisgever moet die informatie uiterlijk op 31 december 2014 bij de lidstaten, de Commissie en de EFSA indienen.”.

3)

De kolom „Specifieke bepalingen” van rij 216, Imidacloprid, van deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt vervangen door:

„DEEL A

Mag alleen worden toegelaten voor professioneel gebruik als insecticide.

Het gebruik als zaadbehandeling of bodembehandeling mag niet worden toegelaten voor de volgende granen wanneer deze gezaaid worden van januari tot juni:

gerst, gierst, haver, rijst, rogge, sorghum, triticale, tarwe.

Bladbehandeling is niet toegelaten voor de volgende granen:

gerst, gierst, haver, rijst, rogge, sorghum, triticale, tarwe.

Het gebruik als zaadbehandeling, bodembehandeling of voor toepassing op bladeren is niet toegestaan voor de volgende gewassen, met uitzondering van gebruik in kassen en van bladbehandeling na de bloei:

 

Aardbeien (Fragaria spp.)

 

Aardnoten (Arachis hypogea)

 

Abrikozen (Prunus armeniaca)

 

Amandelen (Prunus amygdalus; P. communis; Amygdalus communis)

 

Anijs (Pimpinella anisum), badiaan of steranijs (Illicium verum), jeneverbessen (Juniperus communis), karwij (Carum carvi), komijn (Cuminum cyminum), koriander (Coriandrum sativum), venkel (Foeniculum vulgare)

 

Appelen (Malus pumila; M. sylvestris; M. communis; Pyrus malus)

 

Avocado’s (Persea Americana)

 

Bananen (Musa sapientum; M. cavendishii; M. nana)

 

Boekweit (Fagopyrum esculentum)

 

Bonen (Phaseolus spp.)

 

Bosbessen, blauwe bosbes (Vaccinium myrtillus); blauwe bes, trosveenbes (V. corymbosum)

 

Bramen (Rubus fruticosus)

 

Chilipeper (Capsicum frutescens; C. annuum); piment, jamaicapeper (Pimenta officinalis)

 

Citroenen en limoenen: citroen (Citrus limon); limoen (C. aurantiifolia); zoete citroen (C. limetta)

 

Cowpeas: zwarteogenbonen (Vigna unguiculata)

 

Dadels (Phoenix dactylifera)

 

Druiven (Vitis vinifera)

 

Erwten: erwt (Pisum sativum); voedererwt (P. arvense)

 

Frambozen (Rubus idaeus)

 

Hazelnoten (Corylus avellana)

 

Hennep (Cannabis sativa)

 

Sint-jansbrood, sint-jansbroodboom (Ceratonia siliqua)

 

Kaki’s (Diospyros kaki: D. virginiana)

 

Kastanjes (Castanea spp.)

 

Katoen (Gossypium spp.)

 

Kersen (Prunus avium)

 

Kikkererwten (Cicer arietinum)

 

Kiwi’s (Actinidia chinensis)

 

Klaver (Trifolium spp.)

 

Koffie (Coffea spp. arabica, robusta, liberica)

 

Komkommers (Cucumis sativus)

 

Koolzaad (Brassica napus var. oleifera)

 

Kruisbessen (Ribes uva-crispa)

 

Kweeperen (Cydonia oblonga; C. vulgaris; C. japonica)

 

Lijnzaad (Linum usitatissimum)

 

Linzen (Lens esculenta; Ervum lens)

 

Lupine (Lupinus spp.)

 

Luzerne (Medicago sativa)

 

Maanzaad (Papaver somniferum)

 

Mais (Zea mays)

 

Meloenen (Cucumis melo)

 

Mosterdzaad: witte mosterd (Brassica alba; B. hirta; Sinapis alba); zwarte mosterd (Brassica nigra; Sinapis nigra)

 

Okra’s (Abelmoschus esculentus); okers (Hibiscus esculentus)

 

Olijven (Olea europaea)

 

Pepermunt (Mentha spp.: M. piperita)

 

Peren (Pyrus communis)

 

Perziken en nectarines (Prunus persica; Amygdalus persica; Persica laevis)

 

Peulgewassen: esparcette, hanenkammetje (Onobrychis sativa); koedzoe (Pueraria lobata); lespedeza (Lespedeza spp.); rode hanenkop (Hedysarum coronarium); rolklaver (Lotus corniculatus); sesbania (Sesbania spp.)

 

Pistachenoten (Pistacia vera)

 

Pompelmoezen (C. paradisi)

 

Pompoenen en kalebassen (Cucurbita spp.)

 

Pruimen en sleepruimen: reine-claude, mirabellen, kwetsen (Prunus domestica); sleepruimen (P. spinosa)

 

Pyrethrum (Chrysanthemum cinerariifolium)

 

Rapen en raapzaad (Brassica rapa var. rapifera en oleifera spp.)

 

Ricinuszaad (Ricinus communis)

 

Rimpelrozen (Rosa rugosa)

 

Saffloerzaad (Carthamus tinctorius)

 

Schorseneren (Scorzonera hispanica)

 

Serradelle (Ornithopus sativus)

 

Sesamzaad (Sesamum indicum)

 

Sinaasappelen: zoete sinaasappelen (Citrus sinensis); pomeransen; bittere oranjeappelen (C. aurantium)

 

Sojabonen (Glycine soja)

 

Specerijen: dillezaad (Anethum graveolens); fenegriekzaad (Trigonella foenumgraecum); geelwortel (Curcuma longa); laurierbladen (Laurus nobilis); saffraan (Crocus sativus); tijm (Thymus vulgaris)

 

Tangerines (Citrus tangerina); mandarijnen (Citrus reticulata); clementines (C. unshiu)

 

Tuinbonen, paardenbonen, veldbonen (Vicia faba var. major; var. equina; var. Minor)

 

Veenbessen (Vaccinium macrocarpon); Europese veenbes (V. oxycoccus)

 

Vlierbessen (Sambucus nigra)

 

Walnoten (Jugland spp.: J. regia)

 

Watermeloenen (Citrullus vulgaris)

 

Wikke: voederwikke (Vicia sativa)

 

Zonnebloemzaad (Helianthus annuus)

 

Zwarte bessen (Ribes nigrum); rode en witte aalbessen (R. rubrum)

 

Siergewassen die in het jaar van de behandeling bloeien.

DEEL B

Bij het beoordelen van aanvragen voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen die imidacloprid bevatten, moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan de criteria in artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en ervoor zorgen dat de vereiste informatie en gegevens worden verstrekt voordat de toelating wordt verleend.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het evaluatieverslag over imidacloprid dat op 26 september 2008 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd, en met name met de aanhangsels I en II, en met de conclusies van het addendum bij het evaluatieverslag over imidacloprid waarvan de definitieve versie op 15 maart 2013 door het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is goedgekeurd.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

de veiligheid van de toedieners en de werknemers en ervoor zorgen dat de gebruiksvoorwaarden de toepassing van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen voorschrijven;

de gevolgen voor in het water levende organismen, niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen, regenwormen en andere bodemmacro-organismen, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de toelatingsvoorwaarden zo nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De lidstaten dragen er zorg voor dat:

de zaadcoating alleen plaatsvindt in professionele zaadverwerkingsinstallaties. Die installaties moeten de beste beschikbare technieken toepassen om ervoor te zorgen dat het vrijkomen van stof tijdens de toediening op het zaad, de opslag en het vervoer tot een minimum kan worden beperkt;

geschikte rijenzaaiapparatuur wordt gebruikt waardoor een hoge mate van inwerking in de bodem wordt bereikt en morsen tijdens de toediening en de emissie van stof tot een minimum worden beperkt;

de goedkeuringsvoorwaarden, indien nodig, risicobeperkende maatregelen ter bescherming van bijen omvatten;

monitoringprogramma’s worden opgezet om de daadwerkelijke blootstelling van bijen aan imidacloprid in gebieden die extensief door bijen voor het fourageren of door bijenhouders worden gebruikt, zo nodig te verifiëren.

De gebruiksvoorwaarden moeten indien nodig risicobeperkende maatregelen omvatten.

De kennisgever moet bevestigende informatie verstrekken over:

a)

het risico voor andere bestuivers dan honingbijen;

b)

het risico voor honingbijen die fourageren op nectar of pollen in volggewassen;

c)

de potentiële opname via wortels van bloeiend onkruid;

d)

het risico voor honingbijen die fourageren op door insecten geproduceerde honingdauw;

e)

de mogelijke guttatieblootstelling en het acute en langetermijnrisico voor het overleven en de ontwikkeling van de kolonie en het risico voor het bijenbroed als gevolg van deze blootstelling;

f)

de mogelijke blootstelling aan stofdrift na het inwerken en het acute en langetermijnrisico voor het overleven en de ontwikkeling van de kolonie en het risico voor het bijenbroed als gevolg van deze blootstelling;

g)

de acute en langetermijnrisico’s voor het overleven en de ontwikkeling van de kolonie en het risico voor het bijenbroed van honingbijen van ingestie van besmette nectar en pollen.

De kennisgever moet die informatie uiterlijk op 31 december 2014 bij de lidstaten, de Commissie en de EFSA indienen.”.


BIJLAGE II

Lijst van zaden als bedoeld in artikel 2

Met gewasbeschermingsmiddelen die clothianidin, thiamethoxam of imidacloprid bevatten, behandelde zaden waarvan het gebruik en het op de markt brengen verboden is:

 

gerst, gierst, haver, rijst, rogge, sorghum, triticale, tarwe wanneer deze gezaaid worden van januari tot juni.

 

Aardbeien (Fragaria spp.)

 

Aardnoten (Arachis hypogaea)

 

Anijs (Pimpinella anisum), badiaan of steranijs (Illicium verum), jeneverbessen (Juniperus communis), karwij (Carum carvi), komijn (Cuminum cyminum), koriander (Coriandrum sativum), venkel (Foeniculum vulgare)

 

Boekweit (Fagopyrum esculentum)

 

Bonen (Phaseolus spp.)

 

Chilipeper (Capsicum frutescens; C. annuum); piment, jamaicapeper (Pimenta officinalis)

 

Cowpeas: zwarteogenbonen (Vigna unguiculata)

 

Erwten: erwt (Pisum sativum); voedererwt (P. arvense)

 

Hennep (Cannabis sativa)

 

Katoen (Gossypium spp.)

 

Kikkererwten (Cicer arietinum)

 

Klaver (Trifolium spp.)

 

Koffie (Coffea spp. arabica, robusta, liberica)

 

Komkommers (Cucumis sativus)

 

Koolzaad (Brassica napus var. oleifera)

 

Lijnzaad (Linum usitatissimum)

 

Linzen (Lens esculenta; Ervum lens)

 

Lupine (Lupinus spp.)

 

Luzerne (Medicago sativa)

 

Maanzaad (Papaver somniferum)

 

Mais (Zea mays)

 

Meloenen (Cucumis melo)

 

Mosterdzaad: witte mosterd (Brassica alba; B. hirta; Sinapis alba); zwarte mosterd (Brassica nigra; Sinapis nigra)

 

Okra’s (Abelmoschus esculentus); oker (Hibiscus esculentus)

 

Pepermunt (Mentha spp.: M. piperita)

 

Peulgewassen: esparcette, hanenkammetje (Onobrychis sativa); koedzoe (Pueraria lobata); lespedeza (Lespedeza spp.); rode hanenkop (Hedysarum coronarium); rolklaver (Lotus corniculatus); sesbania (Sesbania spp.)

 

Pompoenen en kalebassen (Cucurbita spp.)

 

Pyrethrum (Chrysanthemum cinerariifolium)

 

Rapen en raapzaad (Brassica rapa var. rapifera en oleifera spp.)

 

Ricinuszaad (Ricinus communis)

 

Saffloerzaad (Carthamus tinctorius)

 

Sesamzaad (Sesamum indicum)

 

Sojabonen (Glycine soja)

 

Specerijen: dillezaad (Anethum graveolens); fenegriekzaad (Trigonella foenumgraecum); geelwortel (Curcuma longa); laurierbladen (Laurus nobilis); saffraan (Crocus sativus); tijm (Thymus vulgaris)

 

Tuinbonen, paardenbonen, veldbonen (Vicia faba var. major; var. equina; var. minor)

 

Watermeloenen (Citrullus vulgaris)

 

Wikke: voederwikke (Vicia sativa)

 

Zonnebloemzaad (Helianthus annuus)

 

Siergewassen die in het jaar van de behandeling bloeien.


25.5.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 139/27


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 486/2013 VAN DE COMMISSIE

van 24 mei 2013

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 mei 2013.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

Jerzy PLEWA

Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 157 van 15.6.2011, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

AL

15,0

MA

61,6

TN

74,5

TR

54,4

ZZ

51,4

0707 00 05

AL

27,7

MK

45,5

TR

132,0

ZZ

68,4

0709 93 10

MA

110,7

TR

128,2

ZZ

119,5

0805 10 20

EG

54,2

IL

71,7

MA

77,9

ZZ

67,9

0805 50 10

AR

87,1

TR

71,0

ZA

109,7

ZZ

89,3

0808 10 80

AR

135,7

BR

109,6

CL

135,5

CN

80,7

MK

42,6

NZ

144,6

US

207,5

ZA

119,8

ZZ

122,0

0809 29 00

US

557,8

ZZ

557,8


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.


BESLUITEN

25.5.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 139/29


UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 23 mei 2013

tot wijziging van Beschikking 2009/821/EG wat betreft de lijsten van grensinspectieposten en veterinaire eenheden in Traces

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2013) 2905)

(Voor de EER relevante tekst)

(2013/235/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 90/425/EEG van de Raad van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en producten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (1), en met name artikel 20, leden 1 en 3,

Gezien Richtlijn 91/496/EEG van de Raad van 15 juli 1991 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor dieren uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht en tot wijziging van de Richtlijnen 89/662/EEG, 90/425/EEG en 90/675/EEG (2), en met name artikel 6, lid 4, tweede alinea, tweede zin,

Gezien Richtlijn 97/78/EG van de Raad van 18 december 1997 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor producten die uit derde landen in de Gemeenschap worden binnengebracht (3), en met name artikel 6, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Beschikking 2009/821/EG van de Commissie van 28 september 2009 tot opstelling van een lijst van erkende grensinspectieposten, tot vaststelling van bepaalde voorschriften voor door veterinaire deskundigen van de Commissie uitgevoerde inspecties en tot vaststelling van de veterinaire eenheden in Traces (4) is een lijst van overeenkomstig de Richtlijnen 91/496/EEG en 97/78/EG erkende grensinspectieposten vastgesteld. Die lijst is opgenomen in bijlage I bij die beschikking.

(2)

Denemarken heeft medegedeeld dat er een nieuw inspectiecentrum is toegevoegd aan de grensinspectiepost aan de haven van Esbjerg. De lijst van vermeldingen voor die lidstaat in bijlage I bij Beschikking 2009/821/EG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(3)

Na de mededelingen van Duitsland, Spanje, Frankrijk, Italië, Letland, Nederland en Portugal moeten de vermeldingen voor de grensinspectieposten in die lidstaten in de lijst van bijlage I bij Beschikking 2009/821/EG worden gewijzigd.

(4)

Het Voedsel- en Veterinair Bureau, de auditdienst (voorheen de „inspectiedienst”) van de Commissie, heeft een audit uitgevoerd in Spanje, en heeft daarop een aantal aanbevelingen aan de betrokken lidstaat gedaan. Spanje heeft meegedeeld dat de grensinspectieposten bij een haven en meerdere luchthavens tijdelijk moeten worden geschrapt. De vermeldingen voor die grensinspectieposten in bijlage I bij Beschikking 2009/821/EG moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(5)

Italië heeft meegedeeld dat de grensinspectiepost aan de haven van Brindisi van de lijst van vermeldingen voor die lidstaat moet worden geschrapt. Portugal heeft meegedeeld dat de grensinspectiepost aan de haven van Viana do Castelo van de lijst van vermeldingen voor die lidstaat moet worden geschrapt. De lijsten van vermeldingen voor die lidstaten in bijlage I bij Beschikking 2009/821/EG moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(6)

Het Verenigd Koninkrijk heeft meegedeeld dat de grensinspectiepost Hull tijdelijk moet worden geschrapt. De lijst van vermeldingen voor die lidstaat in bijlage I bij Beschikking 2009/821/EG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(7)

Na een audit met bevredigend resultaat door het Voedsel- en Veterinair Bureau in Litouwen kan de goedkeuring van grensinspectiepost langs de weg bij Kybartai, die op 21 mei 2013 officieel geopend wordt, uitgebreid worden tot alle categorieën levende dieren (U, E en O). De desbetreffende vermelding voor die lidstaat in bijlage I bij Beschikking 2009/821/EG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(8)

Bijlage II bij Beschikking 2009/821/EG stelt de lijst van centrale, regionale en lokale eenheden in het geïntegreerd veterinair computersysteem (Traces) vast.

(9)

Op grond van door Denemarken, Duitsland, Italië, Nederland, Oostenrijk en het Verenigd Koninkrijk verstrekte informatie moeten aan de in bijlage II bij Beschikking 2009/821/EG voor deze lidstaten vastgestelde lijst van centrale, regionale en lokale eenheden in Traces bepaalde veranderingen worden aangebracht.

(10)

Beschikking 2009/821/EG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(11)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlagen I en II bij Beschikking 2009/821/EG worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

De wijziging in punt 1), onder g), van de bijlage is van toepassing met ingang van 21 mei 2013.

Artikel 3

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 23 mei 2013.

Voor de Commissie

Tonio BORG

Lid van de Commissie


(1)  PB L 224 van 18.8.1990, blz. 29.

(2)  PB L 268 van 24.9.1991, blz. 56.

(3)  PB L 24 van 30.1.1998, blz. 9.

(4)  PB L 296 van 12.11.2009, blz. 1.


BIJLAGE

De bijlagen I en II bij Beschikking 2009/821/EG worden als volgt gewijzigd:

1)

Bijlage I wordt als volgt gewijzigd:

a)

in het deel betreffende Denemarken wordt de vermelding voor de haven van Esbjerg vervangen door:

„Esbjerg

DK EBJ 1

P

Intercargo Coldstores ApS

HC-T(FR)(1)(2), HC-NT(6), NHC-T(FR)(2), NHC-NT(6)(11)

 

E D & F Man Terminals Denmark ApS

HC-NT(6), NHC-NT(6)(11)”

 

b)

het deel over Duitsland wordt als volgt gewijzigd:

i)

de vermelding voor de haven in Cuxhaven wordt vervangen door:

„Cuxhaven

DE CUX 1

P

 

HC-T(FR)(2)(3)”

 

ii)

de vermelding voor de haven in Hannover-Langenhagen wordt vervangen door:

„Hannover-Langenhagen

DE HAJ 4

A

 

HC(2), NHC(2)

O (10)”

iii)

de vermelding voor de haven in Jade-Weser-Port Wilhelmshaven wordt vervangen door:

„JadeWeserPort Wilhelmshaven

DE WVN 1

P

 

HC, NHC-T(FR), NHC-NT”

 

c)

het deel over Spanje wordt als volgt gewijzigd:

i)

de vermelding voor de luchthaven in Almería wordt vervangen door:

„Almería(*)

ES LEI 4

A

 

HC(2)(*), NHC(2)(*)

O(*)”

ii)

de vermelding voor de luchthaven in Bilbao wordt vervangen door:

„Bilbao(*)

ES BIO 4

A

 

HC(2)(*), NHC(2)(*)

O(*)”

iii)

de vermelding voor de luchthaven in Gerona wordt vervangen door:

„Gerona(*)

ES GRO 4

A

 

HC(2)(*), NHC(2)(*)”

 

iv)

de vermelding voor de haven in Las Palmas de Gran Canaria wordt vervangen door:

„Las Palmas de Gran Canaria

ES LPA 1

P

Productos

HC, NHC

 

Animales(*)

 

U(*), E(*), O(*)”

v)

de vermelding voor de luchthaven in Madrid wordt vervangen door:

„Madrid

ES MAD 4

A

Iberia

HC-T(FR)(2), HC-NT(2), NHC(2)

U, E, O

Flightcare

HC(2), NHC-T(CH)(2), NHC-NT(2)

O

PER4

HC-T(CH)(2)

 

WFS: World Wide Flight Services

HC(2), NHC-T(CH)(2), NHC-NT

O”

vi)

de vermelding voor de haven in Málaga wordt vervangen door:

„Málaga

ES AGP 1

P

 

HC, NHC(*)

U(*), E(*), O”

vii)

de vermelding voor de luchthaven in Palma de Mallorca wordt vervangen door:

„Palma de Mallorca(*)

ES PMI 4

A

 

HC(2)(*), NHC(2)(*)

O(*)”

viii)

de vermeldingen voor de luchthaven en haven te Santander worden vervangen door:

„Santander(*)

ES SDR 4

A

 

HC(2)(*), NHC(2)(*)

 

Santander(*)

ES SDR 1

P

 

HC(*), NHC(*)”

 

ix)

de vermelding voor de luchthaven in Santiago de Compostela wordt vervangen door:

„Santiago de Compostela(*)

ES SCQ 4

A

 

HC(2)(*), NHC(2)(*)”

 

x)

de vermelding voor de luchthaven in Vigo wordt vervangen door:

„Vigo(*)

ES VGO 4

A

 

HC(2)(*), NHC(2)(*)”

 

xi)

de vermelding voor de luchthaven in Vitoria wordt vervangen door:

„Vitoria(*)

ES VIT 4

A

 

HC(2)(*), NHC-NT(2)(*), NHC-T(CH)(2)(*)

U(*), E(*), O(*)”

d)

In het deel betreffende Frankrijk wordt de vermelding voor de haven van Sète vervangen door:

„Sète

FR SET 1

P

 

HC(1)(2), NHC-NT”

 

e)

het deel over Italië wordt als volgt gewijzigd:

i)

de vermelding voor de haven van Brindisi wordt geschrapt;

ii)

de vermelding voor de haven van Livorno-Pisa wordt vervangen door:

„Livorno-Pisa

IT LIV 1

P

Porto Commerciale

HC, NHC-NT

 

Sintemar(*)

HC(*), NHC(*)

 

Lorenzini

HC, NHC-NT

 

Terminal Darsena Toscana

HC, NHC”

 

iii)

de vermelding voor de haven in Taranto wordt vervangen door:

„Taranto

IT TAR 1

P

 

HC, NHC-NT”

 

f)

In het deel betreffende Letland wordt de vermelding voor de haven in Riga (BFT) vervangen door:

„Riga (BFT)

LV RIX 1b

P

 

HC-T(FR)(2), HC-NT(2)”

 

g)

in het deel betreffende Litouwen wordt de vermelding voor de weg bij Kybartai vervangen door:

„Kybartai(13)

LT KBK 3

R

 

HC, NHC

U, E, O”

h)

in het deel betreffende Nederland wordt de vermelding voor de luchthaven van Amsterdam vervangen door:

„Amsterdam

NL AMS 4

A

Aviapartner Cargo bv

HC(2), NHC-T(FR), NHC-NT(2)

O(14)

Schiphol Animal Centre

 

U(8), E

KLM-2

 

U, E, O(14)

Freshport

HC(2), NHC(2)

O (14)”

i)

het deel over Portugal wordt als volgt gewijzigd:

i)

de vermelding voor de luchthaven in Porto wordt vervangen door:

„Porto

PT OPO 4

A

 

HC-T(CH)(2), NHC-NT(2)”

 

ii)

de vermelding voor de haven in Viana do Castelo wordt geschrapt.

j)

in het deel over het Verenigd Koninkrijk wordt de vermelding voor de haven in Hull vervangen door:

„Hull(*)

GB HUL 1

P

 

HC-T(1,3)(*), HC-NT (1,3)(*)”

 

2)

Bijlage II wordt als volgt gewijzigd:

a)

in het deel betreffende Denemarken wordt de vermelding voor de lokale eenheid „DK00100 RØDOVRE” vervangen door:

„DK00100

GLOSTRUP”,

b)

in het deel betreffende Duitsland wordt de vermelding voor de lokale eenheid „DE32403 Osnabrueck, Stadt” geschrapt;

c)

het deel over Italië wordt als volgt gewijzigd:

i)

de vermelding voor de lokale eenheid „IT00410 TERNI-AREA ORVIETANA” wordt vervangen door:

„IT00410

TERNI”

ii)

de volgende vermeldingen voor de regionale eenheid „IT00010 UMBRIA” worden geschrapt:

„IT00110

CITTA’ DI CASTELLO

IT00310

FOLIGNO”

d)

het deel over Nederland wordt als volgt gewijzigd:

i)

de vermelding voor de lokale eenheid „NL00000 VWA” wordt vervangen door:

„NL00000

NVWA”

ii)

de vermeldingen voor de huidige vijf regionale eenheden VWA NOORD, VWA NOORDWEST, VWA OOST, VWA ZUID en VWA ZUIDWEST worden vervangen door:

„NL00001

NVWA NOORD

NL00002

NVWA NOORDWEST

NL00003

NVWA OOST

NL00004

NVWA ZUID

NL00005

NVWA ZUIDWEST”

e)

het deel betreffende Oostenrijk wordt als volgt gewijzigd:

i)

de vermelding voor de lokale eenheid „AT00602 BRUCK AN DER MUR” wordt vervangen door:

„AT00602

BRUCK-MÜRZZUSCHLAG”

ii)

de vermelding voor de lokale eenheid „AT00604 FELDBACH” wordt vervangen door:

„AT00604

SÜDOSTSTEIERMARK”

iii)

de vermelding voor de lokale eenheid „AT00608 HARTBERG” wordt vervangen door:

„AT00608

HARTBERG-FÜRSTENFELD”

iv)

de volgende vermeldingen voor de regionale eenheid „AT00600 STEIERMARK” worden geschrapt:

„AT00605

FÜRSTENFELD

AT00615

MÜRZZUSCHLAG

AT00616

RADKERSBURG”

f)

in het deel over het Verenigd Koninkrijk wordt de vermelding voor lokale eenheid „GB07104 LARNE” vervangen door:

„GB07104

MALLUSK”


25.5.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 139/s3


BERICHT AAN DE LEZER

Verordening (EU) nr. 216/2013 van de Raad van 7 maart 2013 betreffende de elektronische publicatie van het Publicatieblad van de Europese Unie

Overeenkomstig Verordening (EU) nr. 216/2013 van de Raad van 7 maart 2013 betreffende de elektronische publicatie van het Publicatieblad van de Europese Unie (PB L 69 van 13.3.2013, blz. 1) zal, met ingang van 1 juli 2013, enkel de elektronische editie van het Publicatieblad authentiek zijn en rechtsgevolgen hebben.

Indien het door onvoorziene en uitzonderlijke omstandigheden niet mogelijk is de elektronische editie van het Publicatieblad te publiceren, zal de gedrukte editie authentiek zijn en rechtsgevolgen hebben overeenkomstig de bepalingen van artikel 3 van Verordening (EU) nr. 216/2013.