ISSN 1977-0758

doi:10.3000/19770758.L_2013.105.nld

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 105

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

56e jaargang
13 april 2013


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 335/2013 van de Commissie van 12 april 2013 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1974/2006 van de Commissie tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo)

1

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 336/2013 van de Commissie van 12 april 2013 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1010/2009 wat betreft de administratieve regelingen met derde landen inzake vangstcertificaten voor producten van de zeevisserij

4

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 337/2013 van de Commissie van 12 april 2013 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

7

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

13.4.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 105/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 335/2013 VAN DE COMMISSIE

van 12 april 2013

houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1974/2006 van de Commissie tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) (1), en met name artikel 91,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1974/2006 van de Commissie (2) zijn uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1698/2005 vastgesteld.

(2)

Op 12 oktober 2011 heeft de Commissie een voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) (3) goedgekeurd. In dat voorstel is een nieuwe strategie voor plattelandsontwikkeling weergegeven, die is gebaseerd op de beleidsopties zoals beschreven in de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s inzake „Het GLB tot 2020: inspelen op de uitdagingen van de toekomst inzake voedsel, natuurlijke hulpbronnen en territoriale evenwichten” (4) en op de uitvoerige discussie die daaruit is voortgevloeid. Eenmaal goedgekeurd zal dit voorstel aanzienlijke veranderingen teweegbrengen in het plattelandsontwikkelingsbeleid, in het bijzonder met betrekking tot de inhoud van een aantal in Verordening (EG) nr. 1698/2005 vastgestelde en in de plattelandsontwikkelingsprogramma’s van de lidstaten vervatte maatregelen.

(3)

Het is belangrijk te garanderen dat de Elfpo-middelen voor de programmeringsperiode volgend op de programmeringsperiode 2007-2013 zo veel mogelijk worden geoormerkt voor de tenuitvoerlegging van die nieuwe strategie voor plattelandsontwikkeling. Er zal onvermijdelijk een periode van overlapping zijn tussen de toepassing van de plattelandsontwikkelingsprogramma’s en de bijbehorende wettelijke bepalingen van de programmeringsperiode 2007-2013 en die van de daaropvolgende programmeringsperiode. Bijgevolg dient te worden gewaarborgd dat maatregelen die zijn vastgesteld in de programmeringsperiode 2007-2013, onder zodanige voorwaarden worden toegepast dat ze geen onevenredig deel van de financiële middelen van de volgende programmeringsperiode in beslag nemen.

(4)

Daarom dient te worden vastgesteld dat de lidstaten geen nieuwe juridische verbintenissen ten aanzien van begunstigden aangaan voor meerjarige maatregelen die een groot deel van de looptijd van de volgende programmeringsperiode bestrijken en die als gevolg van de nieuwe strategie voor plattelandsontwikkeling waarschijnlijk zullen worden stopgezet of drastisch gewijzigd.

(5)

Uit hoofde van artikel 27, lid 12, en artikel 32 bis van Verordening (EG) nr. 1974/2006 dient de verlenging van de looptijd van lopende agromilieu-, dierenwelzijns- of bosmilieuverbintenissen af te lopen aan het einde van de premieperiode waarop de betalingsaanvraag voor 2013 betrekking heeft. Om te garanderen dat de continuïteit in de tenuitvoerlegging van het beleid niet in het gedrang komt als gevolg van mogelijke vertragingen in het indienings- of goedkeuringsproces van nieuwe plattelandsontwikkelingsprogramma’s, dient de mogelijkheid tot verlenging van deze verbintenissen te worden uitgebreid tot het einde van de premieperiode waarop de betalingsaanvraag voor 2014 betrekking heeft.

(6)

Aangezien het einde van de programmeringsperiode 2007-2013 nadert, dient de administratieve rompslomp voor de lidstaten die veranderingen aanbrengen aan hun plattelandsontwikkelingsprogramma’s, te worden beperkt, weliswaar met behoud van een adequate beoordeling door de Commissie. Daarom moeten de lidstaten, via een meldingsprocedure, makkelijker tijdig bedragen kunnen overdragen van bepaalde maatregelen waarvoor deze bedragen niet meer nodig zijn, naar andere maatregelen. Er moet dus een grotere flexibiliteitsmarge komen voor overdrachten tussen verschillende assen.

(7)

Continuïteit in de tenuitvoerlegging van het plattelandsontwikkelingsbeleid en een vlotte overgang van de ene programmeringsperiode naar de andere zijn belangrijk. Bijgevolg dient te worden verduidelijkt dat de uitgaven met betrekking tot de ex-ante-evaluatie van nieuwe programma’s en de kosten voor de voorbereiding van de ontwikkeling van plaatselijke ontwikkelingsstrategieën voor de programmeringsperiode volgend op 2007-2013 deel uitmaken van de voorbereidende activiteiten die moeten worden gefinancierd via technische ondersteuning. Bovendien zou het mogelijk moeten zijn andere voorbereidende activiteiten te financieren indien deze rechtstreeks verband houden met activiteiten van lopende plattelandsontwikkelingsprogramma’s en nodig zijn om de continuïteit en een vlotte overgang van de ene programmeringsperiode naar de andere te garanderen.

(8)

Indien de lidstaten de middelen van de programmeringsperiode 2007-2013 voor een bepaald programma en/of maatregel reeds hebben opgebruikt, mogen zij geen nieuwe juridische verbintenissen ten aanzien van begunstigden van dat programma en/of die maatregel aangaan. Voorts moet duidelijk worden bepaald tot en vanaf wanneer voor respectievelijk de programmeringsperiode 2007-2013 en de daaropvolgende programmeringsperiode juridische verbintenissen ten aanzien van begunstigden mogen worden aangegaan.

(9)

Verordening (EG) nr. 1974/2006 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(10)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor plattelandsontwikkeling,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 1974/2006 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 9, leden 2 en 4, wordt „1 %” vervangen door „3 %”.

2)

Aan artikel 14 wordt het volgende lid 5 toegevoegd:

„5.   Na 31 december 2013 worden geen nieuwe juridische verbintenissen ten aanzien van begunstigden aangegaan uit hoofde van artikel 23 van Verordening (EG) nr. 1698/2005.”.

3)

Aan artikel 21 wordt het volgende lid 3 toegevoegd:

„3.   Na 31 december 2013 worden geen nieuwe juridische verbintenissen ten aanzien van begunstigden aangegaan uit hoofde van artikel 31 van Verordening (EG) nr. 1698/2005.”.

4)

In artikel 27, lid 12, tweede alinea, wordt „2013” vervangen door „2014”.

5)

Aan artikel 31 wordt het volgende lid 5 toegevoegd:

„5.   Na 31 december 2013 worden geen nieuwe juridische verbintenissen ten aanzien van begunstigden aangegaan uit hoofde van artikel 43 van Verordening (EG) nr. 1698/2005, ook niet wanneer deze maatregelen overeenkomstig artikel 63, onder a), van die Verordening ten uitvoer worden gelegd door plaatselijke groepen.”.

6)

Aan artikel 32 wordt de volgende tweede alinea toegevoegd:

„Na 31 december 2013 worden geen nieuwe juridische verbintenissen ten aanzien van begunstigden aangegaan uit hoofde van artikel 45 van Verordening (EG) nr. 1698/2005, ook niet wanneer deze maatregelen overeenkomstig artikel 63, onder a), van die Verordening ten uitvoer worden gelegd door plaatselijke groepen.”.

7)

In artikel 32 bis wordt „2013” vervangen door „2014”.

8)

Het volgende artikel 41 bis wordt ingevoegd:

„Artikel 41 bis

1.   Voor de toepassing van artikel 66, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1698/2005 omvatten acties op het gebied van voorbereiding met betrekking tot de op grond van het programma verleende bijstand voor de programmeringsperiode volgend op de programmeringsperiode 2007-2013 onder andere:

a)

uitgaven die betrekking hebben op de ex-ante-evaluatie van de programma’s;

b)

kosten voor de voorbereiding van de ontwikkeling van plaatselijke ontwikkelingsstrategieën;

c)

kosten met betrekking tot andere voorbereidende activiteiten, op voorwaarde dat deze:

i)

rechtstreeks verband houden met de activiteiten van de lopende plattelandsontwikkelingsprogramma’s, en

ii)

nodig zijn om continuïteit in de tenuitvoerlegging van het plattelandsontwikkelingsbeleid en een vlotte overgang van de ene programmeringsperiode naar de andere te garanderen.

2.   Voor de toepassing van lid 1 dient een desbetreffende bepaling te worden opgenomen in plattelandsontwikkelingsprogramma’s.”.

9)

Het volgende artikel 41 ter wordt ingevoegd in hoofdstuk III, afdeling 2:

„Artikel 41 ter

1.   Wanneer het aan het programma en/of de maatregel toegewezen bedrag is opgebruikt vóór de in artikel 71, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1698/2005 vastgestelde einddatum van de subsidiabiliteit, gaan de lidstaten geen nieuwe juridische verbintenissen ten aanzien van begunstigden aan.

2.   De lidstaten gaan geen nieuwe juridische verbintenissen ten aanzien van begunstigden uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1698/2005 aan vanaf de dag waarop zij juridische verbintenissen ten aanzien van begunstigden uit hoofde van het juridische kader voor de programmeringsperiode 2014-2020 aangaan.

De lidstaten mogen de eerste alinea op programma- of op maatregelniveau toepassen.

3.   De lidstaten mogen lid 2 in het geval van Leader toepassen op het niveau van de in artikel 62 van Verordening (EG) nr. 1698/2005 bedoelde plaatselijke groepen.

4.   Lid 2 is niet van toepassing op voorbereidende steun en technische ondersteuning in het kader van Leader.”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 12 april 2013.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 277 van 21.10.2005, blz. 1.

(2)  PB L 368 van 23.12.2006, blz. 15.

(3)  COM(2011) 627 final/3 van 12.10.2011.

(4)  COM(2010) 672 final van 18.11.2010.


13.4.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 105/4


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 336/2013 VAN DE COMMISSIE

van 12 april 2013

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1010/2009 wat betreft de administratieve regelingen met derde landen inzake vangstcertificaten voor producten van de zeevisserij

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad van 29 september 2008 houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen (1), en met name artikel 12, lid 4, artikel 14, lid 3, artikel 20, lid 4, en artikel 52,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De administratieve regelingen met derde landen inzake vangstcertificaten voor visserijproducten zijn opgenomen in bijlage IX bij Verordening (EG) nr. 1010/2009 van de Commissie van 22 oktober 2009 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen (2). Bij deze regelingen is telkens een exemplaar gevoegd van het vangstcertificaat dat door de bevoegde autoriteiten van het betrokken derde land is gevalideerd.

(2)

De naam van de Nieuw-Zeelandse autoriteit die op de door dat land gevalideerde vangstcertificaten staat, zal met ingang van 1 maart 2013 wijzigen.

(3)

Bijlage IX bij Verordening (EG) nr. 1010/2009 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(4)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de visserij en de aquacultuur,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage IX bij Verordening (EG) nr. 1010/2009 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 maart 2013.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 12 april 2013.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 286 van 29.10.2008, blz. 1.

(2)  PB L 280 van 27.10.2009, blz. 5.


BIJLAGE

In afdeling 3 (Nieuw-Zeeland) van bijlage IX bij Verordening (EG) nr. 1010/2009 wordt aanhangsel 1 vervangen door:

Image

Image


13.4.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 105/7


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 337/2013 VAN DE COMMISSIE

van 12 april 2013

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 12 april 2013.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

José Manuel SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 157 van 15.6.2011, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

MA

59,7

TN

99,9

TR

127,0

ZZ

95,5

0707 00 05

JO

158,2

MA

116,3

TR

136,2

ZZ

136,9

0709 93 10

MA

91,2

TR

116,6

ZZ

103,9

0805 10 20

EG

50,3

IL

62,5

MA

68,5

TN

72,8

TR

61,4

ZZ

63,1

0805 50 10

TR

84,7

ZA

99,1

ZZ

91,9

0808 10 80

AR

101,4

BR

85,7

CL

110,7

CN

76,0

MK

31,8

NZ

151,6

US

184,2

ZA

98,4

ZZ

105,0

0808 30 90

AR

119,4

CL

136,8

CN

99,8

TR

204,5

US

182,0

ZA

115,5

ZZ

143,0


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.