ISSN 1977-0758

doi:10.3000/19770758.L_2013.023.nld

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 23

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

56e jaargang
25 januari 2013


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Verordening (EU) nr. 39/2013 van de Raad van 21 januari 2013 tot vaststelling, voor 2013, van de vangstmogelijkheden voor EU-vaartuigen voor sommige visbestanden en groepen visbestanden waarvoor geen internationale onderhandelingen worden gevoerd of geen internationale overeenkomsten gelden

1

 

*

Verordening (EU) nr. 40/2013 van de Raad van 21 januari 2013 tot vaststelling, voor 2013, van de vangstmogelijkheden in de EU-wateren en, voor EU-vaartuigen, in bepaalde niet-EU-wateren, voor sommige visbestanden en groepen visbestanden waarvoor internationale onderhandelingen worden gevoerd of internationale overeenkomsten gelden

54

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

25.1.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 23/1


VERORDENING (EU) Nr. 39/2013 VAN DE RAAD

van 21 januari 2013

tot vaststelling, voor 2013, van de vangstmogelijkheden voor EU-vaartuigen voor sommige visbestanden en groepen visbestanden waarvoor geen internationale onderhandelingen worden gevoerd of geen internationale overeenkomsten gelden

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 3,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (1) moeten, met inachtneming van het beschikbare wetenschappelijke, technische en economische advies en met name van de verslagen van het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV), en van eventuele adviezen van regionale adviesraden, maatregelen inzake de toegang tot wateren en hulpbronnen en de duurzame uitoefening van visserijactiviteiten worden vastgesteld.

(2)

De Raad moet maatregelen voor de vaststelling en verdeling van de vangstmogelijkheden vaststellen, inclusief bepaalde voorwaarden die er functioneel verband mee houden. De vangstmogelijkheden moeten zo over de lidstaten worden verdeeld dat elke lidstaat een relatieve stabiliteit van de visserijactiviteiten per bestand of per visserij geniet en dat hierbij de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid in acht worden genomen die zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 2371/2002.

(3)

De totaal toegestane vangsten (total allowable catch - TAC's) moeten worden vastgesteld op basis van de beschikbare wetenschappelijke adviezen, met inachtneming van de biologische en sociaal-economische aspecten, waarbij een gelijke behandeling van de visserijsectoren moet worden gegarandeerd, en in het licht van de standpunten die naar voren zijn gekomen tijdens de raadpleging van de belanghebbenden, met name op de bijeenkomsten van de betrokken regionale adviesraden.

(4)

Voor bestanden waarvoor specifieke meerjarenplannen gelden, moeten de TAC's overeenkomstig de in die plannen vervatte voorschriften worden vastgesteld. Bijgevolg moeten de TAC's voor de bestanden van zuidelijke heek, langoustine en tong in het westelijke Kanaal, van haring in de wateren ten westen van Schotland en van kabeljauw in het Kattegat, de wateren ten westen van Schotland en de Ierse Zee worden vastgesteld overeenkomstig de voorschriften van Verordening (EG) nr. 2166/2005 van de Raad van 20 december 2005 tot vaststelling van maatregelen voor het herstel van de bestanden van zuidelijke heek en langoustines in de Cantabrische Zee en ten westen van het Iberisch Schiereiland (2), Verordening (EG) nr. 509/2007 van de Raad van 7 mei 2007 tot vaststelling van een meerjarenplan voor de duurzame exploitatie van het tongbestand in het westelijk Kanaal (3), Verordening (EG) nr. 1300/2008 van de Raad van 18 december 2008 tot vaststelling van een meerjarenplan voor het haringbestand in het gebied ten westen van Schotland en de visserijen die dat bestand exploiteren (4) en Verordening (EG) nr. 1342/2008 van de Raad van 18 december 2008 tot vaststelling van een langetermijnplan voor kabeljauwbestanden en de bevissing van deze bestanden (5) (het "kabeljauwplan"). Met betrekking tot de noordelijke heekbestanden (Verordening (EG) nr. 811/2004 (6)) en tong in de Golf van Biskaje (Verordening (EG) nr. 388/2006 (7)) zijn de minimumdoelstellingen voor het herstel en de beheersplannen evenwel bereikt en dienen derhalve de verstrekte wetenschappelijke adviezen te worden gevolgd om de TAC's op MSY-niveau te brengen of te handhaven, al naargelang van het geval.

(5)

Voor bestanden waarvoor onvoldoende gegevens of geen betrouwbare gegevens voorhanden zijn om ramingen van de omvang te kunnen maken, moeten de beheersmaatregelen en de TAC-niveaus worden vastgesteld volgens de voorzorgsaanpak van het visserijbeheer als omschreven in artikel 3, onder i), van Verordening (EG) nr. 2371/2002, waarbij rekening wordt gehouden met bestandsspecifieke factoren, waaronder met name de beschikbare gegevens over de ontwikkelingen van de bestanden en overwegingen betreffende de gemengde visserij.

(6)

Overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EG) nr. 847/96 van de Raad van 6 mei 1996 tot invoering van aanvullende voorwaarden voor het meerjarenbeheer van de TAC's en quota (8) moet worden bepaald voor welke bestanden de verschillende, in de verordening bedoelde maatregelen van toepassing zijn.

(7)

Wanneer voor een bepaald bestand een (TAC) aan één enkele lidstaat wordt toegewezen, is het dienstig deze lidstaat overeenkomstig artikel 2, lid 1, van het Verdrag te machtigen het niveau van deze TAC vast te stellen. Er moeten bepalingen worden vastgesteld om te garanderen dat de betrokken lidstaat bij het vaststellen van dit TAC-niveau volledig in overeenstemming met de beginselen en voorschriften van het gemeenschappelijk visserijbeleid handelt.

(8)

Voor sommige TAC's dienen de lidstaten de mogelijkheid te krijgen om aan vaartuigen die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, extra toewijzingen toe te kennen. Met die proeven wordt beoogd een vangstquotaregeling te testen, d.w.z. een regeling waarbij alle vangsten moeten worden aangeland en op de quota afgeboekt, teneinde teruggooi en de daarmee gepaarde gaande verspilling van anders bruikbare visbestanden te vermijden. Ongecontroleerde teruggooi van vis is een bedreiging voor de langetermijnduurzaamheid van vis als collectief goed en dus voor de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid. Inherent aan vangstquotaregelingen is dat zij vissers een stimulans bieden om de vangstselectiviteit van hun activiteiten te optimaliseren. Om tot een rationeel beheer van de teruggooi te komen, moet een volledig gedocumenteerde visserij betrekking hebben op elke activiteit op zee in plaats van op de aanlandingen in de haven. Daarom moeten de voorwaarden waaronder de lidstaten dergelijke extra toewijzingen verlenen, de verplichting inhouden te garanderen dat gebruik wordt gemaakt van aan een sensorsysteem gekoppelde camera's in een gesloten televisiecircuit (CCTV's) (gezamenlijk "CCTV-systeem" genoemd). Hiermee moeten alle behouden en teruggegooide delen van de vangsten in detail kunnen worden geregistreerd. Een regeling met menselijke waarnemers die in real time aan boord actief zijn, zou minder efficiënt, duurder en minder betrouwbaar zijn. Bijgevolg is het gebruik van CCTV-systemen vooralsnog een eerste vereiste voor het halen van de doelstellingen van de regelingen tot verlaging van de teruggooi, waaronder bijvoorbeeld de volledig gedocumenteerde visserij. Bij het gebruik van dit systeem dient te worden voldaan aan de eisen van Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (9).

(9)

Om te garanderen dat het potentieel van vangstquotaregelingen om de absolute visserijsterfte van de betrokken bestanden te beheersen, daadwerkelijk kan worden geëvalueerd aan de hand van proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, dienen alle in het kader van deze proeven gevangen vissen, inclusief die welke kleiner zijn dan de minimale aanlandingsmaat, in mindering te worden gebracht op de totale toewijzing voor het deelnemende vaartuig en dienen visserijactiviteiten te worden stopgezet wanneer deze totale toewijzing volledig is opgebruikt door dat vaartuig. Voorts is het passend overdrachten van toewijzingen tussen vaartuigen die deelnemen aan de proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij en niet-deelnemende vaartuigen toe te staan mits kan worden aangetoond dat teruggooi door niet-deelnemende vaartuigen niet toeneemt.

(10)

De maxima voor de visserijinspanning voor 2013 moeten worden vastgesteld overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EG) nr. 2166/2005, artikel 5 van Verordening (EG) nr. 509/2007 en de artikelen 11 en 12 van Verordening (EG) nr. 1342/2008, rekening houdend met Verordening (EG) nr. 754/2009 van de Raad van 27 juli 2009 tot uitsluiting van bepaalde groepen vaartuigen van de visserijinspanningsregeling die is vastgesteld in hoofdstuk III van Verordening (EG) nr. 1342/2008 (10).

(11)

Voor sommige soorten, zoals bepaalde haaisoorten, kan zelfs een beperkte vorm van visserijactiviteit een ernstig risico inhouden voor de instandhouding van de soort. Voor dergelijke soorten moet derhalve een volledige beperking van de vangstmogelijkheden worden opgelegd middels een totaalverbod op de visserij op deze soorten.

(12)

Aangezien de vier TAC-gebieden voor het noordelijke heekbestand overeenkomen met hetzelfde biologische bestand, is het voor een volledige benutting van de vangstmogelijkheden passend toe te staan dat er een flexibele regeling wordt toegepast voor de bij die visserij betrokken lidstaten tussen de TAC voor IIIa, EU-wateren van deelsectoren 22-32 en de TAC voor EU-wateren van IIa en IV.

(13)

De vangstmogelijkheden moeten in volledige overeenstemming met het toepasselijke recht van de Unie worden gebruikt.

(14)

De bij deze verordening voor EU-vaartuigen vastgestelde vangstmogelijkheden moeten worden gebruikt overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (11), en met name de artikelen 33 en 34 van die verordening betreffende de registratie van de vangsten en de visserijinspanning, respectievelijk de melding van gegevens over de uitputting van de vangstmogelijkheden. Derhalve dient te worden gepreciseerd welke codes de lidstaten moeten gebruiken wanneer zij gegevens met betrekking tot de aanlandingen van onder deze verordening vallende bestanden aan de Commissie doen toekomen.

(15)

Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering betreffende het verlenen aan een afzonderlijke lidstaat van de toestemming om te genieten van het systeem van beheer van de hem toegewezen visserijinspanning aan de hand van een kilowattdagensysteem, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend.

(16)

Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend met betrekking tot de toekenning van extra zeedagen voor de definitieve beëindiging van visserijactiviteiten en voor de versterkte aanwezigheid van wetenschappelijke waarnemers, alsmede met betrekking tot de spreadsheetformaten voor het verzamelen en doorsturen van informatie betreffende de overdracht van zeedagen tussen vissersvaartuigen die de vlag van dezelfde lidstaat voeren. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (12).

(17)

Met het oog op de continuïteit van de visserijactiviteiten en om het inkomen van de vissers in de Unie veilig te stellen, dient deze verordening met ingang van 1 januari 2013 van toepassing te worden, met uitzondering van de bepalingen betreffende de beperkingen van de visserijinspanning, die van toepassing moeten worden met ingang van 1 februari 2013. Gezien de urgentie dient deze verordening onmiddellijk na de bekendmaking ervan in werking te treden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

TITEL I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Onderwerp

1.   Bij deze verordening worden de vangstmogelijkheden vastgesteld voor EU-vaartuigen voor sommige visbestanden en groepen visbestanden waarvoor geen internationale onderhandelingen worden gevoerd of geen internationale overeenkomsten gelden.

2.   De in lid 1 bedoelde vangstmogelijkheden omvatten:

a)

de vangstbeperkingen voor 2013;

b)

de beperkingen van de visserijinspanning voor de periode van 1 februari 2013 tot en met 31 januari 2014.

Artikel 2

Toepassingsgebied

Deze verordening is van toepassing op EU-vaartuigen.

Artikel 3

Definities

Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende definities:

a)   "EU-vaartuig": een vissersvaartuig dat de vlag van een lidstaat voert en in de Unie is geregistreerd;

b)   "EU-wateren": wateren onder de soevereiniteit of jurisdictie van de lidstaten, met uitzondering van wateren die grenzen aan de in bijlage II bij het Verdrag genoemde landen en gebieden overzee;

c)   "totaal toegestane vangst (TAC)": de hoeveelheid die elk jaar van elk visbestand mag worden gevangen en aangeland;

d)   "quotum": een vast aandeel van de aan de Unie of een lidstaat toegewezen TAC;

e)   "internationale wateren": wateren die niet onder de soevereiniteit of jurisdictie van enige staat vallen;

f)   "maaswijdte": de maaswijdte van visnetten als vastgesteld overeenkomstig Verordening (EG) nr. 517/2008 (13);

g)   "EU-vissersvlootregister": het register dat door de Commissie is opgesteld overeenkomstig artikel 15, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2371/2002;

h)   "visserijlogboek": het logboek als bedoeld in artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1224/2009;

i)   "analytische evaluaties": een kwantitatieve evaluatie van trends in een bepaald bestand, op basis van gegevens over de biologie en de exploitatie van het bestand waarvan wetenschappelijk onderzoek heeft aangegeven dat zij van toereikende kwaliteit zijn om wetenschappelijke adviezen over opties voor toekomstige vangsten te verstrekken.

Artikel 4

Visserijzones

Voor de toepassing van deze verordening geldt de volgende afbakening van visserijzones:

a)

voor de ICES-zones (International Council for the Exploration of the Sea - Internationale Raad voor het onderzoek van de zee) de in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 218/2009 gespecificeerde geografische gebieden (14);

b)

voor het Skagerrak: het geografische gebied dat in het westen wordt begrensd door een lijn van de vuurtoren van Hanstholm naar die van Lindesnes, en in het zuiden door een lijn van de vuurtoren van Skagen naar die van Tistlarna en vandaar naar het dichtstbij gelegen punt op de Zweedse kust;

c)

voor het Kattegat: het geografische gebied dat in het noorden wordt begrensd door een lijn van de vuurtoren van Skagen naar die van Tistlarna en vandaar naar het dichtstbij gelegen punt op de Zweedse kust, en in het zuiden door een lijn van Kaap Hasenøre naar Kaap Gniben, van Korshage naar Spodsbjerg en van Kaap Gilbjerg naar Kullen;

d)

voor functionele eenheid 16 van ICES-deelgebied VII: het geografische gebied dat wordt begrensd door loxodromen die achtereenvolgens de punten met de volgende geografische coördinaten met elkaar verbinden:

 

53° 30′ NB 15° 00′ WL,

 

53° 30′ NB 11° 00′ WL,

 

51° 30′ NB 11° 00′ WL,

 

51° 30′ NB 13° 00′ WL,

 

51° 00′ NB 13° 00′ WL,

 

51° 00′ NB 15° 00′ WL,

 

53° 30′ NB 15° 00′ WL;

e)

voor de Golf van Cadiz: het geografische gebied van ICES-sector IXa ten oosten van 7° 23′ 48″ WL;

f)

voor de CECAF-zones (Committee for Eastern Central Atlantic Fisheries - Visserijcommissie voor het centraaloostelijke deel van de Atlantische Oceaan): de in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 216/2009 gespecificeerde geografische gebieden (15).

TITEL II

VANGSTMOGELIJKHEDEN

Artikel 5

TAC's en toewijzingen

De TAC's voor EU-vaartuigen in EU-wateren en bepaalde niet-EU-wateren en de toewijzing van deze TAC's aan de lidstaten, alsmede de voorwaarden die er functioneel verband mee houden, worden vastgesteld in bijlage I.

Artikel 6

Door de lidstaten vast te stellen TAC's

1.   Voor bepaalde visbestanden worden de TAC's door de betrokken lidstaat vastgesteld. Deze bestanden worden opgesomd in bijlage I.

2.   De door een lidstaat vast te stellen TAC's:

a)

zijn consistent met de beginselen en voorschriften van het gemeenschappelijk visserijbeleid, en met name met het beginsel van duurzame exploitatie van de bestanden; en

b)

zijn zodanig gekozen dat:

i)

indien er analytische evaluaties beschikbaar zijn, de exploitatie van het bestand met een zo groot mogelijke waarschijnlijkheid vanaf 2015 met de maximale duurzame opbrengst overeenstemt;

ii)

indien er geen of onvolledige analytische evaluaties beschikbaar zijn, de exploitatie van het bestand voldoet aan de voorzorgsaanpak van het visserijbeheer.

3.   Elke betrokken lidstaat verstrekt de Commissie uiterlijk op 15 maart 2013 de volgende gegevens:

a)

de vastgestelde TAC's;

b)

de door de lidstaat verzamelde en beoordeelde gegevens waarop de vastgestelde TAC's zijn gebaseerd;

c)

nadere gegevens over hoe de vastgestelde TAC's aan lid 2 voldoen.

Artikel 7

Extra toewijzingen voor vaartuigen die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij

1.   Voor bepaalde bestanden kan een lidstaat aan vaartuigen die zijn vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, een extra toewijzing toekennen. Deze bestanden worden opgesomd in bijlage I.

2.   De in lid 1 bedoelde extra toewijzing mag niet meer bedragen dan de algemene limiet die in bijlage I is bepaald als een percentage van het aan die lidstaat toegewezen quotum.

3.   De aan een vaartuig toegekende extra toewijzing als bedoeld in lid 1 voldoet aan de volgende voorwaarden:

a)

het vaartuig maakt gebruik van aan een sensorsysteem gekoppelde camera's in een gesloten televisiecircuit (CCTV's) (gezamenlijk "het CCTV-systeem" genoemd) waarmee alle visserij- en verwerkingsactiviteiten die aan boord van de vaartuigen plaatsvinden, worden geregistreerd;

b)

de extra toewijzing die wordt toegekend aan een individueel vaartuig dat deelneemt aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bedraagt niet meer dan:

i)

75 % van de teruggooi van het bestand zoals die door de betrokken lidstaat is geraamd voor het vaartuigtype waartoe het betrokken vaartuig behoort;

ii)

30 % van de individuele toewijzing van het vaartuig vóór de deelname aan de proeven;

c)

alle vangsten van het vaartuig uit het bestand waarvoor de extra toewijzing is toegekend, inclusief vissen die kleiner zijn dan de minimale aanlandingsmaat zoals vastgesteld in bijlage XII bij Verordening (EG) nr. 850/98, worden in mindering gebracht op de individuele toewijzing voor het vaartuig, die resulteert uit de krachtens dit artikel toegekende aanvullende toewijzingen;

d)

wanneer een vaartuig de individuele toewijzing voor een bestand waarvoor een extra toewijzing is toegekend volledig heeft opgebruikt, dienen alle visserijactiviteiten van dat vaartuig in het betrokken TAC-gebied te worden stopgezet;

e)

voor de bestanden waarvoor dit artikel kan worden toegepast, kunnen de lidstaten overdrachten van de individuele toewijzing of een deel daarvan van vaartuigen die niet deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij naar deelnemende vaartuigen toestaan mits kan worden aangetoond dat de teruggooi door de niet-deelnemende vaartuigen niet toeneemt.

4.   Onverminderd lid 3, onder b), punt i), kan een lidstaat bij wijze van uitzondering aan een vaartuig dat zijn vlag voert, een extra toewijzing toekennen van meer dan 75 % van de voor het vaartuigtype waartoe het betrokken vaartuig behoort, geraamde teruggooi toekennen op voorwaarde dat:

a)

het voor het betrokken vaartuigtype geraamde teruggooipercentage voor het betrokken bestand minder bedraagt dan 10 %;

b)

de opneming van dat vaartuigtype van belang is voor het evalueren van het potentieel van het CCTV-systeem voor controledoeleinden;

c)

een algemeen maximum van 75 % van de geraamde teruggooi door alle vaartuigen die aan de proeven deelnemen, niet wordt overschreden.

5.   Voor zover het bij de overeenkomstig lid 3, onder a), verkregen geregistreerde gegevens gaat om te verwerken persoonsgegevens in de zin van Richtlijn 95/46/EG, is deze richtlijn van toepassing op de verwerking van die gegevens.

6.   Wanneer een lidstaat vaststelt dat een vaartuig dat deelneemt aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, niet voldoet aan de voorwaarden van lid 3, trekt die lidstaat de extra toewijzing voor dat vaartuig onmiddellijk in en sluit hij dat vaartuig voor de rest van het jaar 2013 uit van deelname aan de proeven.

7.   Voordat een lidstaat de in de leden 1 tot en met 6 bedoelde extra toewijzing toekent, deelt hij de Commissie de volgende gegevens mee:

a)

de lijst van de vaartuigen die zijn vlag voeren en deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij;

b)

de specificaties van de elektronische systemen voor toezicht op afstand die aan boord van die vaartuigen zijn geïnstalleerd;

c)

de capaciteit, het type en de specificaties van het vistuig dat door die vaartuigen wordt gebruikt;

d)

de geraamde teruggooi voor elk vaartuigtype dat aan de proeven deelneemt;

e)

de hoeveelheden die in 2012 door aan de proeven deelnemende vaartuigen zijn gevangen uit het bestand waarvoor de betrokken TAC geldt.

8.   De Commissie kan iedere lidstaat die een beroep doet op dit artikel, verzoeken zijn beoordeling van de teruggooi per vaartuigtype ter evaluatie aan een wetenschappelijk adviesorgaan voor te leggen, teneinde toe te zien op de tenuitvoerlegging van de voorwaarden van lid 3, onder b), punt i). Bij ontstentenis van een beoordeling die deze teruggooi bevestigt, neemt de betrokken lidstaat passende maatregelen om aan die voorwaarde te voldoen en stelt hij de Commissie hiervan in kennis.

Artikel 8

Voorwaarden voor het aanlanden van vangsten en bijvangsten

Vis van bestanden waarvoor TAC's zijn vastgesteld, mag slechts aan boord worden gehouden of aangeland mits:

a)

die vis is gevangen met vaartuigen die de vlag voeren van een lidstaat die over een quotum beschikt, en dat quotum nog niet is opgebruikt; of

b)

de vangsten deel uitmaken van een EU-quotum dat niet in de vorm van quota aan de lidstaten is toegewezen, en dat EU-quotum nog niet is opgebruikt.

Artikel 9

Beperkingen van de visserijinspanning

Van 1 februari 2013 tot en met 31 januari 2014 zijn de visserijinspanningsmaatregelen die zijn vastgesteld in:

a)

bijlage IIA, van toepassing op het beheer van kabeljauwbestanden in het Kattegat, de ICES-sectoren VIIa en VIa en de EU-wateren van ICES-sector Vb;

b)

bijlage IIB, van toepassing op het herstel van heek en langoustine in de ICES-sectoren VIIIc en IXa, met uitzondering van de Golf van Cadiz;

c)

bijlage IIC, van toepassing op het beheer van het tongbestand in ICES-sector VIIe.

Artikel 10

Bijzondere bepalingen inzake de toewijzing van vangstmogelijkheden

1.   De vangstmogelijkheden worden overeenkomstig deze verordening aan de lidstaten toegewezen onverminderd:

a)

het ruilen van vangstmogelijkheden op grond van artikel 20, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002;

b)

nieuwe toewijzingen op grond van artikel 37 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 of op grond van artikel 10, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1006/2008 (16);

c)

het aanlanden van extra hoeveelheden op grond van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96;

d)

het inhouden van hoeveelheden op grond van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96;

e)

kortingen en verlagingen op grond van de artikelen 37, 105, 106 en 107 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

2.   Tenzij anders vermeld in bijlage I bij deze verordening is artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing op bestanden waarvoor voorzorgs-TAC's zijn vastgesteld, en zijn artikel 3, leden 2 en 3, en artikel 4 van die verordening van toepassing op bestanden waarvoor analytische TAC's zijn vastgesteld.

Artikel 11

Gesloten visseizoen

1.   Van 1 tot en met 31 mei 2013 is het verboden om de volgende soorten op de Porcupine Bank te vangen of aan boord te houden: kabeljauw, scharretongen, zeeduivels, schelvis, wijting, heek, langoustine, schol, pollak, koolvis, roggen, tong en doornhaai.

2.   Voor de toepassing van dit artikel omvat de Porcupine Bank het geografische gebied dat wordt begrensd door loxodromen die achtereenvolgens de punten met de volgende geografische coördinaten met elkaar verbinden:

Punt

Breedtegraad

Lengtegraad

1

52° 27′ NB

12° 19′ WL

2

52° 40′ NB

12° 30′ WL

3

52° 47′ NB

12° 39,600′ WL

4

52° 47′ NB

12° 56′ WL

5

52° 13,5′ NB

13° 53,830′ WL

6

51° 22′ NB

14° 24′ WL

7

51° 22′ NB

14° 03′ WL

8

52° 10′ NB

13° 25′ WL

9

52° 32′ NB

13° 07,500′ WL

10

52° 43′ NB

12° 55′ WL

11

52° 43′ NB

12° 43′ WL

12

52° 38,800′ NB

12° 37′ WL

13

52° 27′ NB

12° 23′ WL

14

52° 27′ NB

12° 19′ WL

3.   In afwijking van lid 1 is het vaartuigen toegestaan door de Porcupine Bank te varen met de in datzelfde lid genoemde soorten aan boord overeenkomstig artikel 50, leden 3, 4 en 5, van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

Artikel 12

Verbodsbepalingen

1.   Het is EU-vaartuigen verboden de onderstaande soorten te vangen, aan boord te houden, over te laden en aan te landen:

a)

reuzenhaai (Cetorinhus maximus) en witte haai (Carcharodon carcharias) in alle wateren;

b)

haringhaai (Lamna nasus) in alle wateren, tenzij in bijlage I, deel B, anders is bepaald;

c)

zee-engel (Squatina squatina) in de EU-wateren;

d)

vleet (Dipturus batis) in de EU-wateren van de ICES-sector IIa en ICES-deelgebieden III, IV, VI, VII, VIII, IX en X;

e)

golfrog (Raja undulata) en witte rog (Raja alba) in de EU-wateren van de ICES-deelgebieden VI, VII, VIII, IX en X;

f)

gitaarroggen (Rhinobatidae) in de EU-wateren van ICES-deelgebieden I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X en XII;

g)

reuzenmanta (Manta birostris) in alle wateren.

2.   Bij incidentele vangsten van de in lid 1 bedoelde soorten worden de vissen ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet.

Artikel 13

Gegevensverstrekking

Wanneer de lidstaten overeenkomstig de artikelen 33 en 34 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 gegevens met betrekking tot de aanlanding van hoeveelheden gevangen vis aan de Commissie doen toekomen, gebruiken zij daarvoor de in bijlage I bij deze verordening vermelde bestandscodes.

TITEL III

SLOTBEPALINGEN

Artikel 14

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het bij Verordening (EG) nr. 2371/2002 ingestelde Comité voor de visserij en de aquacultuur. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 15

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de dag na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2013.

Artikel 9 is evenwel van toepassing met ingang van 1 februari 2013.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 21 januari 2013.

Voor de Raad

De voorzitter

E. GILMORE


(1)  PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59.

(2)  PB L 345 van 28.12.2005, blz. 5.

(3)  PB L 122 van 11.5.2007, blz. 7.

(4)  PB L 344 van 20.12.2008, blz. 6.

(5)  PB L 348 van 24.12.2008, blz. 20.

(6)  Verordening (EG) nr. 811/2004 van de Raad van 21 april 2004 tot vaststelling van herstelmaatregelen voor het noordelijke heekbestand (PB L 150 van 30.4.2004, blz. 1).

(7)  Verordening (EG) nr. 388/2006 van de Raad van 23 februari 2006 tot vaststelling van een meerjarenplan voor de duurzame exploitatie van het tongbestand in de Golf van Biskaje (PB L 65 van 7.3.2006, blz. 1).

(8)  PB L 115 van 9.5.1996, blz. 3.

(9)  PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.

(10)  PB L 214 van 19.8.2009, blz. 16.

(11)  PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1.

(12)  PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.

(13)  Verordening (EG) nr. 517/2008 van de Commissie van 10 juni 2008 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 850/98 wat betreft de bepaling van de maaswijdte en de meting van de twijndikte van visnetten (PB L 151 van 11.6.2008, blz. 5).

(14)  Verordening (EG) nr. 218/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 inzake de verstrekking van statistieken van de nominale vangsten van lidstaten die in het noordoostelijke gedeelte van de Atlantische Oceaan vissen (PB L 87 van 31.3.2009, blz. 70).

(15)  Verordening (EG) nr. 216/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 inzake de verstrekking van statistieken van de nominale vangsten van lidstaten in bepaalde gebieden buiten de Noord-Atlantische Oceaan (PB L 87 van 31.3.2009, blz. 1).

(16)  Verordening (EG) nr. 1006/2008 van de Raad van 29 september 2008 betreffende machtigingen voor visserijactiviteiten van communautaire vissersvaartuigen buiten de communautaire wateren en de toegang van vaartuigen van derde landen tot de communautaire wateren (PB L 286 van 29.10.2008, blz. 33).


LIJST VAN BIJLAGEN

BIJLAGE I

:

TAC's voor EU-vaartuigen in gebieden waar TAC's gelden, per soort en per gebied:

Deel A

:

Algemene bepalingen

Deel B

:

Kattegat, ICES-deelgebieden I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV, EU-wateren van CECAF en wateren van Frans-Guyana

BIJLAGE IIA

:

Visserijinspanning voor vaartuigen in het kader van het beheer van de kabeljauwbestanden in het Kattegat, de ICES-sectoren VIa en VIIa en de EU-wateren van ICES-sector Vb

BIJLAGE IIB

:

Visserijinspanning voor vaartuigen in het kader van het herstel van bepaalde zuidelijke heekbestanden en langoustinebestanden in de ICES-sectoren VIIIc en IXa, met uitzondering van de Golf van Cadiz

BIJLAGE IIC

:

Visserijinspanning voor vaartuigen in het kader van het beheer van de tongbestanden in het westelijke Kanaal in ICES-sector VIIe

BIJLAGE I

TAC's VOOR EU-VAARTUIGEN IN GEBIEDEN WAAR TAC's GELDEN PER SOORT EN PER GEBIED

DEEL A

Agemene bepalingen

De tabellen in deel B van deze bijlage bevatten de TAC's en quota (in ton levend gewicht, tenzij anders vermeld) per bestand en, in voorkomend geval, de voorwaarden die er functioneel verband mee houden.

Alle in deze bijlage vastgestelde vangstmogelijkheden vallen onder het bepaalde in Verordening (EG) nr. 1224/2009, met name de artikelen 33 en 34 van die verordening.

Tenzij anders bepaald zijn de verwijzingen naar visserijzones verwijzingen naar ICES-zones. Per gebied staan de visbestanden vermeld in alfabetische volgorde op de Latijnse naam van de vissoort. Met het oog op de toepassing van deze verordening staat in de volgende tabel naast de Latijnse naam de gewone naam vermeld:

Wetenschappelijke naam

Drielettercode

Gewone naam

Amblyraja radiata

RJR

Sterrog

Ammodytes spp.

SAN

Zandspieringen

Argentina silus

ARU

Grote zilvervis

Beryx spp.

ALF

Beryx spp.

Brosme brosme

USK

Lom

Caproidae

BOR

Evervissen

Centrophorus squamosus

GUQ

Schubzwelghaai

Centroscymnus coelolepis

CYO

Portugese ijshaai

Chaceon spp.

GER

Rode diepzeekrabben

Champsocephalus gunnari

ANI

IJsvis

Chionoecetes spp.

PCR

Pacifische sneeuwkrabben

Clupea harengus

HER

Haring

Coryphaenoides rupestris

RNG

Grenadiervis

Dalatias licha

SCK

Zwarte haai

Deania calcea

DCA

Spitssnuitsnavelhaai

Dipturus batis

RJB

Vleet

Dissostichus eleginoides

TOP

Zwarte Patagonische ijsheek

Dissostichus mawsoni

TOA

Antarctische ijsheek

Engraulis encrasicolus

ANE

Ansjovis

Etmopterus princeps

ETR

Grote lantaarnhaai

Etmopterus pusillus

ETP

Gladde lantaarnhaai

Euphausia superba

KRI

Antarctisch krill

Gadus morhua

COD

Kabeljauw

Galeorhinus galeus

GAG

Ruwe haai

Glyptocephalus cynoglossus

WIT

Witje

Hippoglossoides platessoides

PLA

Lange schar

Hippoglossus hippoglossus

HAL

Heilbot

Hoplostethus atlanticus

ORY

Atlantische slijmkop

Illex illecebrosus

SQI

Kortvinpijlinktvis

Lamna nasus

POR

Haringhaai

Lepidonotothen squamifrons

NOS

Grijze zuidpoolkabeljauw

Lepidorhombus spp.

LEZ

Scharretongen

Leucoraja naevus

RJN

Grootoogrog

Limanda ferruginea

YEL

Geelstaartschar

Limanda limanda

DAB

Schar

Lophiidae

ANF

Zeeduivels

Macrourus spp.

GRV

Grenadiervissen

Makaira nigricans

BUM

Blauwe marlijn

Mallotus villosus

CAP

Lodde

Manta birostris

RMB

Reuzenmanta

Martialia hyadesi

SQS

Inktvis

Melanogrammus aeglefinus

HAD

Schelvis

Merlangius merlangus

WHG

Wijting

Merluccius merluccius

HKE

Heek

Micromesistius poutassou

WHB

Blauwe wijting

Microstomus kitt

LEM

Tongschar

Molva dypterygia

BLI

Blauwe leng

Molva molva

LIN

Leng

Nephrops norvegicus

NEP

Langoustine

Pandalus borealis

PRA

Noorse garnaal

Paralomis spp.

PAI

Krabben

Penaeus spp.

PEN

Peneïde garnalen

Platichthys flesus

FLE

Bot

Pleuronectes platessa

PLE

Schol

Pleuronectiformes

FLX

Platvissen

Pollachius pollachius

POL

Witte koolvis

Pollachius virens

POK

Koolvis

Psetta maxima

TUR

Tarbot

Raja alba

RJA

Witte rog

Raja brachyura

RJH

Blonde rog

Raja circularis

RJI

Zandrog

Raja clavata

RJC

Stekelrog

Raja fullonica

RJF

Kaardrog

Raja (Dipturus) nidarosiensis

JAD

Noorse rog

Raja microocellata

RJE

Kleinoogrog

Raja montagui

RJM

Gevlekte rog

Raja undulata

RJU

Golfrog

Rajiformes

SRX

Roggen

Reinhardtius hippoglossoides

GHL

Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot

Scomber scombrus

MAC

Makreel

Scophthalmus rhombus

BLL

Griet

Sebastes spp.

RED

Roodbaarzen

Solea solea

SOL

Tong

Solea spp.

SOO

Tongen

Sprattus sprattus

SPR

Sprot

Squalus acanthias

DGS

Doornhaai

Tetrapturus albidus

WHM

Witte marlijn

Thunnus maccoyii

SBF

Zuidelijke blauwvintonijn

Thunnus obesus

BET

Grootoogtonijn

Thunnus thynnus

BFT

Blauwvintonijn

Trachurus murphyi

CJM

Chileense horsmakreel

Trachurus spp.

JAX

Horsmakrelen

Trisopterus esmarkii

NOP

Kever

Urophycis tenuis

HKW

Witte heek

Xiphias gladius

SWO

Zwaardvis

De onderstaande concordantietabel van gebruikelijke Nederlandse namen en Latijnse namen wordt uitsluitend ter verduidelijking gegeven:

Ansjovis

ANE

Engraulis encrasicolus

Antarctische ijsheek

TOA

Dissostichus mawsoni

Antarctisch krill

KRI

Euphausia superba

Atlantische slijmkop

ORY

Hoplostethus atlanticus

Beryx ssp.

ALF

Beryx spp.

Blauwe leng

BLI

Molva dypterygia

Blauwe marlijn

BUM

Makaira nigricans

Blauwe wijting

WHB

Micromesistius poutassou

Blauwvintonijn

BFT

Thunnus thynnus

Blonde rog

RJH

Raja brachyura

Bot

FLE

Platichthys flesus

Chileense horsmakreel

CJM

Trachurus murphyi

Doornhaai

DGS

Squalus acanthias

Evervissen

BOR

Caproidae

Geelstaartschar

YEL

Limanda ferruginea

Gevlekte rog

RJM

Raja montagui

Gladde lantaarnhaai

ETP

Etmopterus pusillus

Golfrog

RJU

Raja undulata

Grenadiervis

RNG

Coryphaenoides rupestris

Grenadiervissen

GRV

Macrourus spp.

Griet

BLL

Scophthalmus rhombus

Grijze zuidpoolkabeljauw

NOS

Lepidonotothen squamifrons

Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot

GHL

Reinhardtius hippoglossoides

Grootoogrog

RJN

Leucoraja naevus

Grootoogtonijn

BET

Thunnus obesus

Grote lantaarnhaai

ETR

Etmopterus princeps

Grote zilvervis

ARU

Argentina silus

Haring

HER

Clupea harengus

Haringhaai

POR

Lamna nasus

Heek

HKE

Merluccius merluccius

Heilbot

HAL

Hippoglossus hippoglossus

Horsmakrelen

JAX

Trachurus spp.

IJsvis

ANI

Champsocephalus gunnari

Inktvis

SQS

Martialia hyadesi

Kaardrog

RJF

Raja fullonica

Kabeljauw

COD

Gadus morhua

Kever

NOP

Trisopterus esmarkii

Kleinoogrog

RJE

Raja microocellata

Koolvis

POK

Pollachius virens

Kortvinpijlinktvis

SQI

Illex illecebrosus

Krabben

PAI

Paralomis spp.

Lange schaar

PLA

Hippoglossoides platessoides

Langoustine

NEP

Nephrops norvegicus

Leng

LIN

Molva molva

Lodde

CAP

Mallotus villosus

Lom

USK

Brosme brosme

Makreel

MAC

Scomber scombrus

Noorse garnaal

PRA

Pandalus borealis

Noorse rog

JAD

Raja (Dipturus) nidarosiensis

Pacifische sneeuwkrabben

PCR

Chionoecetes spp.

Peneïde garnalen

PEN

Penaeus spp.

Platvissen

FLX

Pleuronectiformes

Portugese ijshaai

CYO

Centroscymnus coelolepis

Reuzenmanta

RMB

Manta birostris

Rode diepzeekrabben

GER

Chaceon spp.

Roggen

SRX

Rajiformes

Roodbaarzen

RED

Sebastes spp.

Ruwe haai

GAG

Galeorhinus galeus

Schar

DAB

Limanda limanda

Scharretongen

LEZ

Lepidorhombus spp.

Schelvis

HAD

Melanogrammus aeglefinus

Schol

PLE

Pleuronectes platessa

Schubzwelghaai

GUQ

Centrophorus squamosus

Spitssnuitsnavelhaai

DCA

Deania calcea

Sprot

SPR

Sprattus sprattus

Stekelrog

RJC

Raja clavata

Sterrog

RJR

Amblyraja radiata

Tarbot

TUR

Psetta maxima

Tong

SOL

Solea solea

Tongen

SOO

Solea spp.

Tongschar

LEM

Microstomus kitt

Vleet

RJB

Dipturus batis

Wijting

WHG

Merlangius merlangus

Witje

WIT

Glyptocephalus cynoglossus

Witte heek

HKW

Urophycis tenuis

Witte koolvis

POL

Pollachius pollachius

Witte marlijn

WHM

Tetrapturus albidus

Witte rog

RJA

Raja alba

Zandrog

RJI

Raja circularis

Zandspieringen

SAN

Ammodytes spp.

Zeeduivels

ANF

Lophiidae

Zuidelijke blauwvintonijn

SBF

Thunnus maccoyii

Zwaardvis

SWO

Xiphias gladius

Zwarte haai

SCK

Dalatias licha

Zwarte Patagonische ijsheek

TOP

Dissostichus eleginoides

DEEL B

Kattegat, ices-deelgebieden I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV, EU-wateren van CECAF en wateren van Frans Guyana

Soort

:

Grote zilvervis

Argentina silus

Gebied

:

EU-wateren en internationale wateren van I en II

(ARU/1/2.)

Duitsland

24

Analytische TAC

Frankrijk

8

Nederland

19

Verenigd Koninkrijk

39

Unie

90

TAC

90


Soort

:

Grote zilvervis

Argentina silus

Gebied

:

EU-wateren van III en IV

(ARU/34-C)

Denemarken

911

Analytische TAC

Duitsland

9

Frankrijk

7

Ierland

7

Nederland

43

Zweden

35

Verenigd Koninkrijk

16

Unie

1 028

TAC

1 028


Soort

:

Grote zilvervis

Argentina silus

Gebied

:

EU-wateren en internationale wateren van V, VI en VII

(ARU/567.)

Duitsland

329

Analytische TAC

Frankrijk

7

Ierland

305

Nederland

3 434

Verenigd Koninkrijk

241

Unie

4 316

TAC

4 316


Soort

:

Lom

Brosme brosme

Gebied

:

IIIa; EU-wateren van de deelsectoren 22-32

(USK/3A/BCD)

Denemarken

15

Analytische TAC

Zweden

7

Duitsland

7

Unie

29

TAC

29


Soort

:

Evervissen

Caproidae

Gebied

:

EU-wateren en internationale wateren van VI, VII en VIII

(BOR/678-)

Denemarken

20 123

Voorzorgs-TAC

Ierland

56 666

Verenigd Koninkrijk

5 211

Unie

82 000

TAC

82 000


Soort

:

Haring

Clupea harengus

Gebied

:

VIaS (1), VIIb, VIIc

(HER/6AS7BC)

Ierland

1 364

Analytische TAC

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Nederland

136

Unie

1 500

TAC

1 500


Soort

:

Haring

Clupea harengus

Gebied

:

VI Clyde (2)

(HER/06ACL.)

Verenigd Koninkrijk

Nog vast te stellen (3)

Voorzorgs-TAC

Unie

Nog vast te stellen (4)

TAC

Nog vast te stellen (4)


Soort

:

Haring

Clupea harengus

Gebied

:

VIIa (5)

(HER/07A/MM)

Ierland

1 300

Analytische TAC

Verenigd Koninkrijk

3 693

Unie

4 993

TAC

4 993


Soort

:

Haring

Clupea harengus

Gebied

:

VIIe en VIIf

(HER/7EF.)

Frankrijk

465

Voorzorgs-TAC

Verenigd Koninkrijk

465

Unie

931

TAC

931


Soort

:

Haring

Clupea harengus

Gebied

:

VIIg (6), VIIh (6), VIIj (6) en VIIk (6)

(HER/7G-K.)

Duitsland

191

Analytische TAC

Frankrijk

1 062

Ierland

14 864

Nederland

1 062

Verenigd Koninkrijk

21

Unie

17 200

TAC

17 200


Soort

:

Ansjovis

Engraulis encrasicolus

Gebied

:

IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

(ANE/9/3411)

Spanje

4 198

Voorzorgs-TAC

Portugal

4 580

Unie

8 778

TAC

8 778


Soort

:

Kabeljauw

Gadus morhua

Gebied

:

Kattegat

(COD/03AS.)

Denemarken

62 (7)

Analytische TAC

Duitsland

1 (7)

Zweden

37 (7)

Unie

100 (7)

TAC

100 (7)


Soort

:

Kabeljauw

Gadus morhua

Gebied

:

VIb; EU-wateren en internationale wateren van Vb ten westen van 12° 00′ WL en van XII en XIV

(COD/5W6-14)

België

0

Voorzorgs-TAC

Duitsland

1

Frankrijk

12

Ierland

16

Verenigd Koninkrijk

45

Unie

74

TAC

74


Soort

:

Kabeljauw

Gadus morhua

Gebied

:

VIa; EU-wateren en internationale wateren van Vb ten oosten van 12° 00′ WL

(COD/5BE6A)

België

0

Analytische TAC

Duitsland

0

Frankrijk

0

Ierland

0

Verenigd Koninkrijk

0

Unie

0

TAC

0 (8)


Soort

:

Kabeljauw

Gadus morhua

Gebied

:

VIIa

(COD/07A.)

België

4

Analytische TAC

Frankrijk

10

Ierland

188

Nederland

1

Verenigd Koninkrijk

82

Unie

285

TAC

285


Soort

:

Kabeljauw

Gadus morhua

Gebied

:

VIIb, VIIc, VIIe-k, VIII, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

(COD/7XAD34)

België

456

Analytische TAC

Artikel 11 van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

7 459

Ierland

1 479

Nederland

2

Verenigd Koninkrijk

804

Unie

10 200

TAC

10 200


Soort

:

Haringhaai

Lamna nasus

Gebied

:

Wateren van Frans Guyana, Kattegat; EU-wateren van het Skagerrak, I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV; EU-wateren van CECAF 34.1.1, 34.1.2 en 34.2

(POR/3-1234)

Denemarken

0 (9)

Analytische TAC

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Frankrijk

0 (9)

Duitsland

0 (9)

Ierland

0 (9)

Spanje

0 (9)

Verenigd Koninkrijk

0 (9)

Unie

0 (9)

TAC

0 (9)


Soort

:

Scharretongen

Lepidorhombus spp.

Gebied

:

EU-wateren van IIa en IV

(LEZ/2AC4-C)

België

6

Analytische TAC

Denemarken

5

Duitsland

5

Frankrijk

32

Nederland

25

Verenigd Koninkrijk

1 864

Unie

1 937

TAC

1 937


Soort

:

Scharretongen

Lepidorhombus spp.

Gebied

:

EU-wateren en internationale wateren van Vb; VI; internationale wateren van XII en XIV

(LEZ/56-14)

Spanje

385

Analytische TAC

Frankrijk

1 501

Ierland

439

Verenigd Koninkrijk

1 062

Unie

3 387

TAC

3 387


Soort

:

Scharretongen

Lepidorhombus spp.

Gebied

:

VII

(LEZ/07.)

België

470 (10)

Analytische TAC

Artikel 11 van deze verordening is van toepassing.

Spanje

5 216 (10)

Frankrijk

6 329 (10)

Ierland

2 878 (10)

Verenigd Koninkrijk

2 492 (10)

Unie

17 385

TAC

17 385


Soort

:

Scharretongen

Lepidorhombus spp.

Gebied

:

VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe

(LEZ/8ABDE.)

Spanje

950

Analytische TAC

Frankrijk

766

Unie

1 716

TAC

1 716


Soort

:

Scharretongen

Lepidorhombus spp.

Gebied

:

VIIIc, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

(LEZ/8C3411)

Spanje

1 121

Analytische TAC

Frankrijk

56

Portugal

37

Unie

1 214

TAC

1 214


Soort

:

Zeeduivels

Lophiidae

Gebied

:

VI; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV

(ANF/56-14)

België

177

Voorzorgs-TAC

Duitsland

202

Spanje

189

Frankrijk

2 179

Ierland

492

Nederland

170

Verenigd Koninkrijk

1 515

Unie

4 924

TAC

4 924


Soort

:

Zeeduivels

Lophiidae

Gebied

:

VII

(ANF/07.)

België

2 693 (11)  (12)

Analytische TAC

Artikel 11 van deze verordening is van toepassing.

Duitsland

300 (11)  (12)

Spanje

1 070 (11)  (12)

Frankrijk

17 282 (11)  (12)

Ierland

2 209 (11)  (12)

Nederland

349 (11)  (12)

Verenigd Koninkrijk

5 241 (11)  (12)

Unie

29 144 (11)

TAC

29 144 (11)


Soort

:

Zeeduivels

Lophiidae

Gebied

:

VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe

(ANF/8ABDE.)

Spanje

1 190

Analytische TAC

Frankrijk

6 619

Unie

7 809

TAC

7 809


Soort

:

Zeeduivels

Lophiidae

Gebied

:

VIIIc, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

(ANF/8C3411)

Spanje

2 063

Analytische TAC

Frankrijk

2

Portugal

410

Unie

2 475

TAC

2 475


Soort

:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Gebied

:

EU-wateren en internationale wateren van Vb en VIa

(HAD/5BC6A.)

België

5

Analytische TAC

Duitsland

6

Frankrijk

232

Ierland

690

Verenigd Koninkrijk

3 278

Unie

4 211

TAC

4 211


Soort

:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Gebied

:

VIIb-k, VIII, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

(HAD/7X7A34)

België

157 (13)

Analytische TAC

Artikel 11 van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

9 432 (13)

Ierland

3 144 (13)

Verenigd Koninkrijk

1 415 (13)

Unie

14 148 (13)

TAC

14 148


Soort

:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Gebied

:

VIIa

(HAD/07A.)

België

19

Analytische TAC

Frankrijk

86

Ierland

515

Verenigd Koninkrijk

569

Unie

1 189

TAC

1 189


Soort

:

Wijting

Merlangius merlangus

Gebied

:

VI; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV

(WHG/56-14)

Duitsland

2

Analytische TAC

Frankrijk

36

Ierland

87

Verenigd Koninkrijk

167

Unie

292

TAC

292


Soort

:

Wijting

Merlangius merlangus

Gebied

:

VIIa

(WHG/07A.)

België

0

Analytische TAC

Frankrijk

3

Ierland

49

Nederland

0

Verenigd Koninkrijk

32

Unie

84

TAC

84


Soort

:

Wijting

Merlangius merlangus

Gebied

:

VIIb, VIIc, VIId, VIIe, VIIf, VIIg, VIIh, VIIj en VIIk

(WHG/7X7A-C)

België

239

Analytische TAC

Artikel 11 van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

14 700

Ierland

6 812

Nederland

120

Verenigd Koninkrijk

2 629

Unie

24 500

TAC

24 500


Soort

:

Wijting

Merlangius merlangus

Gebied

:

VIII

(WHG/08.)

Spanje

1 270

Voorzorgs-TAC

Frankrijk

1 905

Unie

3 175

TAC

3 175


Soort

:

Wijting

Merlangius merlangus

Gebied

:

IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

(WHG/9/3411)

Portugal

Nog vast te stellen (14)

Voorzorgs-TAC

Unie

Nog vast te stellen (15)

TAC

Nog vast te stellen (15)


Soort

:

Heek

Merluccius merluccius

Gebied

:

IIIa; EU-wateren van de deelsectoren 22-32

(HKE/3A/BCD)

Denemarken

1 531 (17)

Analytische TAC

Zweden

130 (17)

Unie

1 661

TAC

1 661 (16)


Soort

:

Heek

Merluccius merluccius

Gebied

:

EU-wateren van IIa en IV

(HKE/2AC4-C)

België

28

Analytische TAC

Denemarken

1 119

Duitsland

128

Frankrijk

248

Nederland

64

Verenigd Koninkrijk

348

Unie

1 935

TAC

1 935 (18)


Soort

:

Heek

Merluccius merluccius

Gebied

:

VI en VII; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV

(HKE/571214)

België

284 (19)  (21)

Analytische TAC

Artikel 11 van deze verordening is van toepassing.

Spanje

9 109 (21)

Frankrijk

14 067 (19)  (21)

Ierland

1 704 (21)

Nederland

183 (19)  (21)

Verenigd Koninkrijk

5 553 (19)  (21)

Unie

30 900

TAC

30 900 (20)

Bijzondere voorwaarde:

Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande gebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

 

VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe

(HKE/*8ABDE)

België

37

Spanje

1 469

Frankrijk

1 469

Ierland

184

Nederland

18

Verenigd Koninkrijk

827

Unie

4 004


Soort

:

Heek

Merluccius merluccius

Gebied

:

VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe

(HKE/8ABDE.)

België

9 (22)

Analytische TAC

Spanje

6 341

Frankrijk

14 241

Nederland

18 (22)

Unie

20 609

TAC

20 609 (23)

Bijzondere voorwaarde:

Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande gebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

 

VI en VII; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV

(HKE/*57-14)

België

2

Spanje

1 837

Frankrijk

3 305

Nederland

6

Unie

5 150


Soort

:

Heek

Merluccius merluccius

Gebied

:

VIIIc, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

(HKE/8C3411)

Spanje

9 051

Analytische TAC

Frankrijk

869

Portugal

4 224

Unie

14 144

TAC

14 144


Soort

:

Blauwe leng

Molva dypterygia

Gebied

:

Internationale wateren van XII

(BLI/12INT-)

Estland

2 (24)

Voorzorgs-TAC

Spanje

739 (24)

Frankrijk

8 (24)

Litouwen

7 (24)

Verenigd Koninkrijk

7 (24)

Andere

2 (24)

Unie

774 (24)

TAC

774 (24)


Soort

:

Blauwe leng

Molva dypterygia

Gebied

:

EU-wateren en internationale wateren van II en IV

(BLI/24-)

Denemarken

4

Voorzorgs-TAC

Duitsland

4

Ierland

4

Frankrijk

23

Verenigd Koninkrijk

14

Andere (1) (25)

4

Unie

53

TAC

53


Soort

:

Blauwe leng

Molva dypterygia

Gebied

:

EU-wateren en internationale wateren van III

(BLI/03-)

Denemarken

3

Voorzorgs-TAC

Duitsland

2

Zweden

3

Unie

8

TAC

8


Soort

:

Leng

Molva molva

Gebied

:

IIIa; EU-wateren van IIIbcd

(LIN/3A/BCD)

België

6 (26)

Analytische TAC

Denemarken

50

Duitsland

6 (26)

Zweden

19

Verenigd Koninkrijk

6 (26)

Unie

87

TAC

87


Soort

:

Langoustine

Nephrops norvegicus

Gebied

:

EU-wateren van IIa en IV

(NEP/2AC4-C)

België

908

Analytische TAC

Denemarken

908

Duitsland

13

Frankrijk

27

Nederland

467

Verenigd Koninkrijk

15 027

Unie

17 350

TAC

17 350


Soort

:

Langoustine

Nephrops norvegicus

Gebied

:

VI; EU-wateren en internationale wateren van Vb

(NEP/5BC6.)

Spanje

34

Analytische TAC

Frankrijk

135

Ierland

226

Verenigd Koninkrijk

16 295

Unie

16 690

TAC

16 690


Soort

:

Langoustine

Nephrops norvegicus

Gebied

:

VII

(NEP/07.)

Spanje

1 384 (27)

Analytische TAC

Artikel 11 van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

5 609 (27)

Ierland

8 506 (27)

Verenigd Koninkrijk

7 566 (27)

Unie

23 065 (27)

TAC

23 065 (27)


Soort

:

Langoustine

Nephrops norvegicus

Gebied

:

VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe

(NEP/8ABDE.)

Spanje

234

Analytische TAC

Frankrijk

3 665

Unie

3 899

TAC

3 899


Soort

:

Langoustine

Nephrops norvegicus

Gebied

:

VIIIc

(NEP/08C.)

Spanje

71

Analytische TAC

Frankrijk

3

Unie

74

TAC

74


Soort

:

Langoustine

Nephrops norvegicus

Gebied

:

IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

(NEP/9/3411)

Spanje

62

Analytische TAC

Portugal

184

Unie

246

TAC

246


Soort

:

Peneïde garnalen

Penaeus spp.

Gebied

:

Wateren van Frans Guyana

(PEN/FGU.)

Frankrijk

Nog vast te stellen (28)  (29)

Voorzorgs-TAC

Unie

Nog vast te stellen (29)  (30)

TAC

Nog vast te stellen (29)  (30)


Soort

:

Schol

Pleuronectes platessa

Gebied

:

VI; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV

(PLE/56-14)

Frankrijk

9

Voorzorgs-TAC

Ierland

261

Verenigd Koninkrijk

388

Unie

658

TAC

658


Soort

:

Schol

Pleuronectes platessa

Gebied

:

VIIa

(PLE/07A.)

België

42

Analytische TAC

Frankrijk

18

Ierland

1 063

Nederland

13

Verenigd Koninkrijk

491

Unie

1 627

TAC

1 627


Soort

:

Schol

Pleuronectes platessa

Gebied

:

VIIb en VIIc

(PLE/7BC.)

Frankrijk

11

Voorzorgs-TAC

Artikel 11 van deze verordening is van toepassing.

Ierland

63

Unie

74

TAC

74


Soort

:

Schol

Pleuronectes platessa

Gebied

:

VIId en VIIe

(PLE/7DE.)

België

1 047 (31)

Analytische TAC

Frankrijk

3 491 (31)

Verenigd Koninkrijk

1 862 (31)

Unie

6 400

TAC

6 400


Soort

:

Schol

Pleuronectes platessa

Gebied

:

VIIf en VIIg

(PLE/7FG.)

België

46

Analytische TAC

Frankrijk

83

Ierland

197

Verenigd Koninkrijk

43

Unie

369

TAC

369


Soort

:

Schol

Pleuronectes platessa

Gebied

:

VIIh, VIIj en VIIk

(PLE/7HJK.)

België

9

Analytische TAC

Artikel 11 van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

18

Ierland

61

Nederland

35

Verenigd Koninkrijk

18

Unie

141

TAC

141


Soort

:

Schol

Pleuronectes platessa

Gebied

:

VIII, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

(PLE/8/3411)

Spanje

66

Voorzorgs-TAC

Frankrijk

263

Portugal

66

Unie

395

TAC

395


Soort

:

Witte koolvis

Pollachius pollachius

Gebied

:

VI; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV

(POL/56-14)

Spanje

6

Voorzorgs-TAC

Frankrijk

190

Ierland

56

Verenigd Koninkrijk

145

Unie

397

TAC

397


Soort

:

Witte koolvis

Pollachius pollachius

Gebied

:

VII

(POL/07.)

België

420

Voorzorgs-TAC

Artikel 11 van deze verordening is van toepassing.

Spanje

25

Frankrijk

9 667

Ierland

1 030

Verenigd Koninkrijk

2 353

Unie

13 495

TAC

13 495


Soort

:

Witte koolvis

Pollachius pollachius

Gebied

:

VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe

(POL/8ABDE.)

Spanje

252

Voorzorgs-TAC

Frankrijk

1 230

Unie

1 482

TAC

1 482


Soort

:

Witte koolvis

Pollachius pollachius

Gebied

:

VIIIc

(POL/08C.)

Spanje

208

Voorzorgs-TAC

Frankrijk

23

Unie

231

TAC

231


Soort

:

Witte koolvis

Pollachius pollachius

Gebied

:

IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

(POL/9/3411)

Spanje

273 (32)

Voorzorgs-TAC

Portugal

9 (32)

Unie

282 (32)

TAC

282


Soort

:

Koolvis

Pollachius virens

Gebied

:

VII, VIII, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

(POK/7/3411)

België

6

Voorzorgs-TAC

Artikel 11 van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

1 245

Ierland

1 491

Verenigd Koninkrijk

434

Unie

3 176

TAC

3 176


Soort

:

Roggen

Rajiformes

Gebied

:

EU-wateren van IIa en IV

(SRX/2AC4-C)

België

211 (33)  (34)  (35)

Voorzorgs-TAC

Denemarken

8 (33)  (34)  (35)

Duitsland

10 (33)  (34)  (35)

Frankrijk

33 (33)  (34)  (35)

Nederland

180 (33)  (34)  (35)

Verenigd Koninkrijk

814 (33)  (34)  (35)

Unie

1 256 (33)  (35)

TAC

1 256 (35)


Soort

:

Roggen

Rajiformes

Gebied

:

EU-wateren van IIIa

(SRX/03A-C.)

Denemarken

41 (36)  (37)

Voorzorgs-TAC

Zweden

11 (36)  (37)

Unie

52 (36)  (37)

TAC

52 (37)


Soort

:

Roggen

Rajiformes

Gebied

:

EU-wateren van VIa, VIb, VIIa-c en VIIe-k

(SRX/67AKXD)

België

806 (38)  (39)  (40)

Voorzorgs-TAC

Artikel 11 van deze verordening is van toepassing.

Estland

5 (38)  (39)  (40)

Frankrijk

3 615 (38)  (39)  (40)

Duitsland

11 (38)  (39)  (40)

Ierland

1 165 (38)  (39)  (40)

Litouwen

19 (38)  (39)  (40)

Nederland

3 (38)  (39)  (40)

Portugal

20 (38)  (39)  (40)

Spanje

974 (38)  (39)  (40)

Verenigd Koninkrijk

2 306 (38)  (39)  (40)

Unie

8 924 (38)  (39)  (40)

TAC

8 924 (39)


Soort

:

Roggen

Rajiformes

Gebied

:

EU-wateren van VIId

(SRX/07D.)

België

72 (41)  (42)  (43)

Voorzorgs-TAC

Frankrijk

602 (41)  (42)  (43)

Nederland

4 (41)  (42)  (43)

Verenigd Koninkrijk

120 (41)  (42)  (43)

Unie

798 (41)  (42)  (43)

TAC

798 (42)


Soort

:

Roggen

Rajiformes

Gebied

:

EU-wateren van VIII en IX

(SRX/89-C.)

België

8 (44)  (45)

Voorzorgs-TAC

Frankrijk

1 441 (44)  (45)

Portugal

1 168 (44)  (45)

Spanje

1 175 (44)  (45)

Verenigd Koninkrijk

8 (44)  (45)

Unie

3 800 (44)  (45)

TAC

3 800 (45)


Soort

:

Tong

Solea solea

Gebied

:

IIIa; EU-wateren van de deelsectoren 22-32

(SOL/3A/BCD)

Denemarken

470

Analytische TAC

Duitsland

27 (46)

Nederland

45 (46)

Zweden

18

Unie

560

TAC

560


Soort

:

Tong

Solea solea

Gebied

:

VI; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV

(SOL/56-14)

Ierland

46

Voorzorgs-TAC

Verenigd Koninkrijk

11

Unie

57

TAC

57


Soort

:

Tong

Solea solea

Gebied

:

VIIa

(SOL/07A.)

België

36

Analytische TAC

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Frankrijk

0

Ierland

58

Nederland

11

Verenigd Koninkrijk

35

Unie

140

TAC

140


Soort

:

Tong

Solea solea

Gebied

:

VIIb en VIIc

(SOL/7BC.)

Frankrijk

6

Voorzorgs-TAC

Artikel 11 van deze verordening is van toepassing.

Ierland

36

Unie

42

TAC

42


Soort

:

Tong

Solea solea

Gebied

:

VIId

(SOL/07D.)

België

1 588

Analytische TAC

Frankrijk

3 177

Verenigd Koninkrijk

1 135

Unie

5 900

TAC

5 900


Soort

:

Tong

Solea solea

Gebied

:

VIIe

(SOL/07E.)

België

32 (47)

Analytische TAC

Frankrijk

337 (47)

Verenigd Koninkrijk

525 (47)

Unie

894

TAC

894


Soort

:

Tong

Solea solea

Gebied

:

VIIf en VIIg

(SOL/7FG.)

België

688

Analytische TAC

Frankrijk

69

Ierland

34

Verenigd Koninkrijk

309

Unie

1 100

TAC

1 100


Soort

:

Tong

Solea solea

Gebied

:

VIIh, VIIj en VIIk

(SOL/7HJK.)

België

33

Analytische TAC

Artikel 11 van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

67

Ierland

181

Nederland

54

Verenigd Koninkrijk

67

Unie

402

TAC

402


Soort

:

Tong

Solea solea

Gebied

:

VIIIa en VIIIb

(SOL/8AB.)

België

51

Analytische TAC

Spanje

9

Frankrijk

3 758

Nederland

282

Unie

4 100

TAC

4 100


Soort

:

Tongen

Solea spp.

Gebied

:

VIIIc, VIIId, VIIIe, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

(SOO/8CDE34)

Spanje

403

Voorzorgs-TAC

Portugal

669

Unie

1 072

TAC

1 072


Soort

:

Sprot

Sprattus sprattus

Gebied

:

VIId en VIIe

(SPR/7DE.)

België

26

Voorzorgs-TAC

Denemarken

1 674

Duitsland

26

Frankrijk

361

Nederland

361

Verenigd Koninkrijk

2 702

Unie

5 150

TAC

5 150


Soort

:

Doornhaai

Squalus acanthias

Gebied

:

EU-wateren van IIIa

(DGS/03A-C.)

Denemarken

0

Analytische TAC

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Zweden

0

Unie

0

TAC

0


Soort

:

Doornhaai

Squalus acanthias

Gebied

:

EU-wateren van IIa en IV

(DGS/2AC4-C)

België

0 (48)

Analytische TAC

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Denemarken

0 (48)

Duitsland

0 (48)

Frankrijk

0 (48)

Nederland

0 (48)

Zweden

0 (48)

Verenigd Koninkrijk

0 (48)

Unie

0 (48)

TAC

0 (48)


Soort

:

Doornhaai

Squalus acanthias

Gebied

:

EU-wateren en internationale wateren van I, V, VI, VII, VIII, XII en XIV

(DGS/15X14)

België

0 (49)

Analytische TAC

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 11 van deze verordening is van toepassing.

Duitsland

0 (49)

Spanje

0 (49)

Frankrijk

0 (49)

Ierland

0 (49)

Nederland

0 (49)

Portugal

0 (49)

Verenigd Koninkrijk

0 (49)

Unie

0 (49)

TAC

0 (49)


Soort

:

Horsmakrelen

Trachurus spp.

Gebied

:

VIIIc

(JAX/08C.)

Spanje

22 409 (50)  (52)

Analytische TAC

Frankrijk

388 (50)

Portugal

2 214 (50)  (52)

Unie

25 011

TAC

25 011


Soort

:

Horsmakrelen

Trachurus spp.

Gebied

:

IX

(JAX/09.)

Spanje

7 762 (53)  (54)

Analytische TAC

Portugal

22 238 (53)  (54)

Unie

30 000

TAC

30 000


Soort

:

Horsmakrelen

Trachurus spp.

Gebied

:

X; EU-wateren van CECAF (55)

(JAX/X34PRT)

Portugal

Nog vast te stellen (56)  (57)

Voorzorgs-TAC

Unie

Nog vast te stellen (58)

TAC

Nog vast te stellen (58)


Soort

:

Horsmakrelen

Trachurus spp.

Gebied

:

EU-wateren van CECAF (59)

(JAX/341PRT)

Portugal

Nog vast te stellen (60)  (61)

Voorzorgs-TAC

Unie

Nog vast te stellen (62)

TAC

Nog vast te stellen (62)


Soort

:

Horsmakrelen

Trachurus spp.

Gebied

:

EU-wateren van CECAF (63)

(JAX/341SPN)

Spanje

Nog vast te stellen (64)

Voorzorgs-TAC

Unie

Nog vast te stellen (65)

TAC

Nog vast te stellen (65)


(1)  Bedoeld is het haringbestand in VIa ten zuiden van 56° 00′ NB en ten westen van 07° 00′ WL.

(2)  Clyde-bestand: haringbestand in het zeegebied ten noordoosten van een lijn tussen: Mull of Kintyre en Corsewall Point.

Mull of Kintyre (55° 19′ NB, 05° 48′ WL);

een punt op positie (55° 04′ NB, 05° 23′ WL); en

Corsewall Point (55° 01′NB, 05° 10′ WL).

(3)  Artikel 6 van deze verordening is van toepassing.

(4)  Wordt vastgesteld op dezelfde hoeveelheid als die welke overeenkomstig voetnoot 2 is bepaald.

(5)  Deze zone wordt verkleind met het gebied dat wordt begrensd:

in het noorden door de breedtegraad 52° 30′ NB,

in het zuiden door de breedtegraad 52° 00′ NB,

in het westen door de kust van Ierland,

in het oosten door de kust van het Verenigd Koninkrijk.

(6)  Deze zone wordt uitgebreid met het gebied dat wordt begrensd:

in het noorden door de breedtegraad 52° 30′ NB,

in het zuiden door de breedtegraad 52° 00′ NB,

in het westen door de kust van Ierland,

in het oosten door de kust van het Verenigd Koninkrijk.

(7)  Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan.

(8)  De bijvangst van kabeljauw in het gebied waarvoor deze TAC geldt, mag worden aangeland op voorwaarde dat zij per visreis niet meer dan 1,5 % uitmaakt van het levend gewicht van de totale aan boord gehouden vangsten.

(9)  Als vissen van deze soort incidenteel worden gevangen, wordt hun geen kwaad berokkend. Zij worden onmiddellijk teruggezet.

(10)  De lidstaten mogen vaartuigen die hun vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum een extra toewijzing toekennen voor een hoeveelheid die niet groter is dan 1 % van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, zulks overeenkomstig artikel 7 van deze verordening.

(11)  Bijzondere voorwaarde: hiervan mag tot 5 % in VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe worden gevangen (ANF/*8ABDE).

(12)  De lidstaten mogen vaartuigen die hun vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum een extra toewijzing toekennen voor een hoeveelheid die niet groter is dan 1 % van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, zulks overeenkomstig artikel 7 van deze verordening.

(13)  De lidstaten mogen vaartuigen die hun vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum een extra toewijzing toekennen voor een hoeveelheid die niet groter is dan 5 % van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, zulks overeenkomstig artikel 7 van deze verordening.

(14)  Artikel 6 van deze verordening is van toepassing.

(15)  Wordt vastgesteld op dezelfde hoeveelheid als die welke overeenkomstig voetnoot 1 is bepaald.

(16)  Binnen een totale TAC van 55 105 ton voor het noordelijke heekbestand.

(17)  Van deze quota mogen overdrachten plaatsvinden naar EU-wateren van IIa en IV. Deze overdrachten worden evenwel vooraf aan de Commissie gemeld.

(18)  Binnen een totale TAC van 55 105 ton voor het noordelijke heekbestand.

(19)  Van deze quota mogen overdrachten plaatsvinden naar de EU-wateren van IIa en IV. Deze overdrachten worden evenwel vooraf aan de Commissie gemeld.

(20)  Binnen een totale TAC van 55 105 ton voor het noordelijke heekbestand.

(21)  De lidstaten mogen vaartuigen die hun vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum een extra toewijzing toekennen voor een hoeveelheid die niet groter is dan 1 % van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, zulks overeenkomstig artikel 7 van deze verordening.

Bijzondere voorwaarde:

Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande gebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

 

VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe

(HKE/*8ABDE)

België

37

Spanje

1 469

Frankrijk

1 469

Ierland

184

Nederland

18

Verenigd Koninkrijk

827

Unie

4 004

(22)  Van deze quota mogen overdrachten plaatsvinden naar zone IV en de EU-wateren van IIa. Deze overdrachten worden evenwel vooraf aan de Commissie gemeld.

(23)  Binnen een totale TAC van 55 105 ton voor het noordelijke heekbestand.

Bijzondere voorwaarde:

Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande gebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

 

VI en VII; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV

(HKE/*57-14)

België

2

Spanje

1 837

Frankrijk

3 305

Nederland

6

Unie

5 150

(24)  Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan.

(25)  Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan.

(26)  Dit quotum mag uitsluitend in de EU-wateren van IIIa en de EU-wateren van IIIbcd worden gevangen.

(27)  Bijzondere voorwaarde: hiervan mogen in VII (Porcupine Bank - Eenheid 16) (NEP/*07U16) niet meer dan de onderstaande quota worden gevangen:

Spanje

543

Frankrijk

340

Ierland

653

Verenigd Koninkrijk

264

Unie

1 800

(28)  Artikel 6 van deze verordening is van toepassing.

(29)  Vissen op garnalen van de soorten Penaeus subtilis en Penaeus brasiliensis is verboden in wateren met een diepte van minder dan 30 m.

(30)  Wordt vastgesteld op dezelfde hoeveelheid als die welke overeenkomstig voetnoot 1 is bepaald.

(31)  De lidstaten mogen vaartuigen die hun vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum een extra toewijzing toekennen voor een hoeveelheid die niet groter is dan 1 % van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, zulks overeenkomstig artikel 7 van deze verordening.

(32)  Bijzondere voorwaarde: hiervan mag tot 5 % worden gevist in de EU-wateren van VIIIc (POL/*08C).

(33)  Vangsten van grootoogrog (Leucoraja naevus) (RJN/2AC4-C), stekelrog (Raja clavata) (RJC/2AC4-C), blonde rog (Raja brachyura) (RJH/2AC4-C), gevlekte rog (Raja montagui) (RJM/2AC4-C) en sterrog (Amblyraja radiata) (RJR/2AC4-C) worden afzonderlijk gemeld.

(34)  Bijvangstquotum. Deze soorten mogen per visreis niet meer dan 25 % levend gewicht van de totale aan boord gehouden vangsten uitmaken. Deze voorwaarde geldt enkel voor vaartuigen met een lengte over alles van meer dan 15 meter.

(35)  Niet van toepassing op vleet (Dipturus batis). Als vissen van deze soorten incidenteel worden gevangen, wordt hun geen kwaad berokkend. Zij worden onmiddellijk teruggezet. De vissers worden aangemoedigd technieken en apparatuur te ontwikkelen en te gebruiken voor een snelle en behouden terugzetting van deze dieren.

(36)  Vangsten van grootoogrog (Leucoraja naevus) (RJN/03A-C.), blonde rog (Raja brachyura) (RJH/03A-C.), gevlekte rog (Raja montagui) (RJM/03A-C.) en sterrog (Amblyraja radiata) (RJR/03A-C.) worden afzonderlijk gemeld.

(37)  Niet van toepassing op vleet (Dipturus batis) en stekelrog (Raja clavata). Als vissen van deze soorten incidenteel worden gevangen, wordt hun geen kwaad berokkend. Zij worden onmiddellijk teruggezet. De vissers worden aangemoedigd technieken en apparatuur te ontwikkelen en te gebruiken voor een snelle en behouden terugzetting van deze dieren.

(38)  Vangsten van grootoogrog (Leucoraja naevus) (RJN/67AKXD), stekelrog (Raja clavata) (RJC/67AKXD), blonde rog (Raja brachyura) (RJH/67AKXD), gevlekte rog (Raja montagui) (RJM/67AKXD), kleinoogrog (Raja microocellata) (RJE/67AKXD), zandrog (Raja circularis) (RJI/67AKXD) en kaardrog (Raja fullonica) (RJF/67AKXD) worden afzonderlijk gemeld.

(39)  Niet van toepassing op golfrog (Raja undulata), vleet (Dipturus batis), Noorse rog (Raja (Dipturus) nidarosiensis) en witte rog (Raja alba). Als vissen van deze soorten incidenteel worden gevangen, wordt hun geen kwaad berokkend. Zij worden onmiddellijk teruggezet. De vissers worden aangemoedigd technieken en apparatuur te ontwikkelen en te gebruiken voor een snelle en behouden terugzetting van deze dieren.

(40)  Bijzondere voorwaarde: hiervan mag tot 5 % worden gevist in de EU-wateren van VIId (SRX/*07D). Vangsten van grootoogrog (Leucoraja naevus) (RJN/*07D.), stekelrog (Raja clavata) (RJC/*07D.), blonde rog (Raja brachyura) (RJH/*07D.), gevlekte rog (Raja montagui) (RJM/*07D.), kleinoogrog (Raja microocellata) (RJE/*07D.), zandrog (Raja circularis) (RJI/*07D.) en kaardrog (Raja fullonica) (RJF/*07D.) worden afzonderlijk gemeld.

(41)  Vangsten van grootoogrog (Leucoraja naevus) (RJN/07D.), stekelrog (Raja clavata) (RJC/07D.), blonde rog (Raja brachyura) (RJH/07D.), gevlekte rog (Raja montagui) (RJM/07D.), kleinoogrog (Raja microocellata) (RJE/07D.), en sterrog (Amblyraja radiata) (RJR/07D.) worden afzonderlijk gemeld.

(42)  Niet van toepassing op vleet (Dipturus batis) en golfrog (Raja undulata). Als vissen van deze soorten incidenteel worden gevangen, wordt hun geen kwaad berokkend. Zij worden onmiddellijk teruggezet. De vissers worden aangemoedigd technieken en apparatuur te ontwikkelen en te gebruiken voor een snelle en behouden terugzetting van deze dieren.

(43)  Bijzondere voorwaarde: hiervan mag tot 5 % worden gevist in de EU-wateren van VIa, VIb, VIIa-c en VIIe-k (SRX/*67AKD). Vangsten van grootoogrog (Leucoraja naevus) (RJN/*67AKD), stekelrog (Raja clavata) (RJC/*67AKD), blonde rog (Raja brachyura) (RJH/*67AKD), gevlekte rog (Raja montagui) (RJM/*67AKD), kleinoogrog (Raja microocellata) (RJE/*67AKD), en sterrog (Amblyraja radiata) (RJR/*67AKD) worden afzonderlijk gemeld.

(44)  Vangsten van grootoogrog (Leucoraja naevus) (RJN/89-C.), blonde rog (Raja brachyura) (RJH/89-C.) en stekelrog (Raja clavata) (RJC/89-C.) worden afzonderlijk gemeld.

(45)  Niet van toepassing op golfrog (Raja undulata), vleet (Dipturus batis) en witte rog (Raja alba). Als vissen van deze soorten incidenteel worden gevangen, wordt hun geen kwaad berokkend. Zij worden onmiddellijk teruggezet. De vissers worden aangemoedigd technieken en apparatuur te ontwikkelen en te gebruiken voor een snelle en behouden terugzetting van deze dieren.

(46)  Dit quotum mag uitsluitend in de EU-wateren van IIIa en van de deelsectoren 22-32 worden gevangen.

(47)  De lidstaten mogen vaartuigen die hun vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum een extra toewijzing toekennen voor een hoeveelheid die niet groter is dan 5 % van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, zulks overeenkomstig artikel 7 van deze verordening.

(48)  Vangsten met beuglijnen van ruwe haai (Galeorhinus galeus), zwarte haai (Dalatias licha), spitssnuitdoornhaai (Deania calcea), schubzwelghaai (Centrophorus squamosus), grote lantaarnhaai (Etmopterus princeps), gladde lantaarnhaai (Etmopterus pusillus), Portugese ijshaai (Centroscymnus coelolepis) en doornhaai (Squalus acanthias) zijn inbegrepen. Als vissen van deze soorten incidenteel worden gevangen, wordt hun geen kwaad berokkend. Zij worden onmiddellijk teruggezet.

(49)  Vangsten met beuglijnen van ruwe haai (Galeorhinus galeus), zwarte haai (Dalatias licha), spitssnuitdoornhaai (Deania calcea), schubzwelghaai (Centrophorus squamosus), grote lantaarnhaai (Etmopterus princeps), gladde lantaarnhaai (Etmopterus pusillus), Portugese ijshaai (Centroscymnus coelolepis) en doornhaai (Squalus acanthias) zijn inbegrepen. Als vissen van deze soorten incidenteel worden gevangen, wordt hun geen kwaad berokkend. Zij worden onmiddellijk teruggezet.

(50)  Waarvan niet meer dan 5 % levend gewicht van de totale aan boord gehouden vangsten mag bestaan uit horsmakrelen van 12 tot 14 cm, ongeacht het bepaalde in artikel 19, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 850/98 (). Voor de controle op die hoeveelheid wordt het gewicht van de betrokken aanvoer vermenigvuldigd met 1,20.

(51)  Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad van 30 maart 1998 voor de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen (PB L 125 van 27.4.1998, blz. 1).

(52)  Bijzondere voorwaarde: tot 5 % van dit quotum mag worden gevangen in VIIIc (JAX/*08C).

(53)  Waarvan niet meer dan 5 % levend gewicht van de totale aan boord gehouden vangsten mag bestaan uit horsmakrelen van 12 tot 14 cm, ongeacht het bepaalde in artikel 19, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 850/98. Voor de controle op die hoeveelheid wordt het gewicht van de betrokken aanvoer vermenigvuldigd met 1,20.

(54)  Bijzondere voorwaarde: tot 5 % van dit quotum mag worden gevangen in IX (JAX/*09.).

(55)  Wateren grenzend aan de Azoren.

(56)  Waarvan niet meer dan 5 % levend gewicht van de totale aan boord gehouden vangsten mag bestaan uit horsmakrelen van 12 tot 14 cm, ongeacht het bepaalde in artikel 19, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 850/98. Voor de controle op die hoeveelheid wordt het gewicht van de betrokken aanvoer vermenigvuldigd met 1,20.

(57)  Artikel 6 van deze verordening is van toepassing.

(58)  Wordt vastgesteld op dezelfde hoeveelheid als die welke overeenkomstig voetnoot 3 is bepaald.

(59)  Wateren grenzend aan Madeira.

(60)  Waarvan niet meer dan 5 % levend gewicht van de totale aan boord gehouden vangsten mag bestaan uit horsmakrelen van 12 tot 14 cm, ongeacht het bepaalde in artikel 19, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 850/98. Voor de controle op die hoeveelheid wordt het gewicht van de betrokken aanvoer vermenigvuldigd met 1,20.

(61)  Artikel 6 van deze verordening is van toepassing.

(62)  Wordt vastgesteld op dezelfde hoeveelheid als die welke overeenkomstig voetnoot 3 is bepaald.

(63)  Wateren grenzend aan de Canarische eilanden.

(64)  Artikel 6 van deze verordening is van toepassing.

(65)  Wordt vastgesteld op dezelfde hoeveelheid als die welke overeenkomstig voetnoot 2 is bepaald.

BIJLAGE IIA

VISSERIJINSPANNING VOOR VAARTUIGEN IN HET KADER VAN HET BEHEER VAN DE KABELJAUWBESTANDEN IN HET KATTEGAT, DE ICES-SECTOREN VIa EN VIIa EN DE EU-WATEREN VAN ICES-SECTOR Vb

1.   Toepassingsgebied

1.1.

Deze bijlage is van toepassing op EU-vaartuigen die één van de in punt 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1342/2008 bedoelde vistuigen aan boord hebben of gebruiken, en aanwezig zijn in één van de in punt 2 van deze bijlage gespecificeerde geografische gebieden.

1.2.

Deze bijlage is niet van toepassing op vaartuigen met een lengte over alles van minder dan 10 meter. Deze vaartuigen hoeven niet in het bezit te zijn van een vismachtiging die is afgegeven overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1224/2009. De betrokken lidstaten beoordelen de visserijinspanning voor deze vaartuigen aan de hand van de inspanningsgroep waartoe zij behoren, en gebruiken daarvoor adequate bemonsteringsmethoden. In 2013 verzoekt de Commissie om wetenschappelijk advies teneinde de door deze vaartuigen verrichte inspanning te beoordelen en de betrokken vaartuigen later in de inspanningsregeling op te nemen.

2.   Gereglementeerd tuig en geografische gebieden

Voor de toepassing van deze bijlage gelden de in punt 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1342/2008 vermelde vistuigcategorieën ("gereglementeerd tuig") en de in de punten 2 a), 2 c) en 2 d) van die bijlage vermelde groepen geografische gebieden.

3.   Machtigingen

Lidstaten die zulks passend achten om de duurzame uitvoering van de onderhavige visserijinspanningsregeling te versterken, verlenen de vaartuigen die hun vlag voeren, geen machtiging om in de onder deze bijlage vallende geografische gebieden te vissen met gereglementeerd vistuig, indien deze vaartuigen niet eerder dergelijke visserijactiviteiten hebben bedreven, tenzij zij ervoor zorgen dat in het betrokken gebied een gelijkwaardige capaciteit, gemeten in kilowatt, aan de visserij wordt onttrokken.

4.   Maximaal toegestane visserijinspanning

4.1.

De voor de beheersperiode 2013, d.w.z. van 1 februari 2013 tot en met 31 januari 2014, geldende maximaal toegestane visserijinspanning als bedoeld in artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1342/2008, per inspanningsgroep en per lidstaat, wordt vastgesteld in aanhangsel 1 van deze bijlage.

4.2.

De overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1954/2003 (1) vastgestelde maximumniveaus voor de jaarlijkse visserijinspanning laten de in deze bijlage bepaalde maximaal toegestane visserijinspanning onverlet.

5.   Beheer

5.1.

De lidstaten beheren de maximaal toegestane visserijinspanning overeenkomstig de voorwaarden van artikel 4 en de artikelen 13 tot en met 17 van Verordening (EG) nr. 1342/2008 en de artikelen 26 tot en met 35 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

5.2.

Een lidstaat mag beheersperioden vaststellen voor de toewijzing van de volledige maximaal toegestane inspanning, of delen daarvan, aan individuele vaartuigen of groepen vaartuigen. In dat geval wordt het aantal dagen of uren tijdens welke een vaartuig gedurende een beheersperiode in het betrokken gebied aanwezig mag zijn, door de betrokken lidstaat zelf vastgesteld. Tijdens dergelijke beheersperioden kan de betrokken lidstaat de inspanning herverdelen tussen individuele vaartuigen of groepen vaartuigen.

5.3.

Lidstaten die de aanwezigheid van vaartuigen die hun vlag voeren, in een gebied per uur vaststellen, moeten de benutting van de dagen blijven meten overeenkomstig de in punt 5.1 bedoelde voorwaarden. Op verzoek van de Commissie moet de betrokken lidstaat aantonen welke voorzorgsmaatregelen hij heeft genomen ter voorkoming van excessieve benutting van de inspanning in het gebied wanneer een vaartuig zijn aanwezigheden in het gebied beëindigt vóór het einde van een periode van 24 uur.

6.   Visserijinspanningsverslag

Artikel 28 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 geldt voor vaartuigen die binnen het toepassingsgebied van deze bijlage vallen. Het in dat artikel bedoelde geografische gebied is, voor kabeljauwbeheer, elk van de in punt 2 van deze bijlage bedoelde groepen geografische gebieden.

7.   Mededeling van relevante gegevens

De lidstaten dienen bij de Commissie de gegevens in over de visserijinspanning van hun vaartuigen overeenkomstig de artikelen 33 en 34 van Verordening (EG) nr. 1224/2009. De gegevens worden toegezonden via het systeem voor de uitwisseling van visserijgegevens (Fisheries Data Exchange System) of een ander door de Commissie in te voeren systeem voor de verzameling van gegevens.


(1)  Verordening (EG) nr. 1954/2003 van de Raad van 4 november 2003 betreffende het beheer van de visserijinspanning voor bepaalde vangstgebieden en visbestanden van de Gemeenschap (PB L 289 van 7.11.2003, blz. 1).

Aanhangsel 1 van bijlage IIA

Maximaal toegestane visserijinspanning in kilowattdagen

Geografisch gebied

Gereglementeerd vistuig

DK

DE

SE

a)

Kattegat

TR1

197 929

4 212

16 610

TR2

830 041

5 240

327 506

TR3

441 872

0

490

BT1

0

0

0

BT2

0

0

0

GN

115 456

26 534

13 102

GT

22 645

0

22 060

LL

1 100

0

25 339


Geografisch gebied

Gereglementeerd vistuig

BE

FR

IE

NL

UK

ICES-sector VIIa

TR1

0

48 193

33 539

0

339 592

TR2

7 624

558

356 737

0

816 179

TR3

10 166

744

475 649

0

1 088 238

BT1

0

0

0

0

0

BT2

843 782

0

514 584

200 000

111 693

GN

0

471

18 255

0

5 970

GT

0

0

0

0

158

LL

0

0

0

0

70 614


Geografisch gebied

Gereglementeerd vistuig

BE

DE

ES

FR

IE

UK

ICES-sector VIa en EU-wateren van ICES-sector Vb

TR1

0

9 320

0

1 057 828

428 820

1 033 273

TR2

0

0

0

34 926

14 371

2 972 845

TR3

0

0

0

0

273

16 027

BT1

0

0

0

0

0

117 544

BT2

0

0

0

0

3 801

4 626

GN

0

35 442

13 836

302 917

5 697

213 454

GT

0

0

0

0

1 953

145

LL

0

0

1 402 142

184 354

4 250

630 040

BIJLAGE IIB

VISSERIJINSPANNING VOOR VAARTUIGEN IN HET KADER VAN HET HERSTEL VAN BEPAALDE ZUIDELIJKE HEEKBESTANDEN EN LANGOUSTINEBESTANDEN IN DE ICES-SECTOREN VIIIc EN IXa, MET UITZONDERING VAN DE GOLF VAN CADIZ

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

1.   Toepassingsgebied

Deze bijlage is van toepassing op EU-vaartuigen met een lengte over alles van 10 meter of meer, die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2166/2005 trawls, Deense zegennetten of soortgelijk vistuig met een maaswijdte van 32 mm of meer en kieuwnetten met een maaswijdte van 60 mm of meer of grondbeugen aan boord hebben of gebruiken, en aanwezig zijn in de ICES-sectoren VIIIc en IXa, met uitzondering van de Golf van Cadiz.

2.   Definities

Voor de toepassing van deze bijlage wordt verstaan onder:

a)   "vistuiggroep": de groep die bestaat uit de volgende twee vistuigcategorieën:

b)   "gereglementeerd tuig": vistuig van de twee vistuigcategorieën die tot de vistuiggroep behoren;

c)   "gebied": de ICES-sectoren VIIIc en IXa, met uitzondering van de Golf van Cadiz;

d)   "beheersperiode 2013": de periode van 1 februari 2013 tot en met 31 januari 2014;

e)   "bijzondere voorwaarden": de in punt 6.1 genoemde bijzondere voorwaarden.

3.   Activiteitsbeperkingen

Onverminderd artikel 29 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 zorgen de lidstaten ervoor dat EU-vaartuigen die hun vlag voeren, niet langer dan het in hoofdstuk III van deze bijlage bepaalde aantal dagen aanwezig zijn in het gebied wanneer zij gereglementeerd vistuig aan boord hebben.

HOOFDSTUK II

MACHTIGINGEN

4.   Gemachtigde vaartuigen

4.1.

Een lidstaat verleent vaartuigen die zijn vlag voeren, geen toestemming voor visserijactiviteiten met gereglementeerd vistuig in het gebied wanneer deze vaartuigen in dat gebied in de jaren 2002 tot en met 2012 geen visserijactiviteiten van die aard - de visserijactiviteiten ingevolge een overdracht van dagen tussen vissersvaartuigen niet meegerekend - hebben bedreven, tenzij hij ervoor zorgt dat een gelijkwaardige capaciteit, gemeten in kilowatt, aan de visserij in het gebied wordt onttrokken.

4.2.

Een vaartuig dat de vlag voert van een lidstaat die geen quota heeft in het gebied, mag in dat gebied niet vissen met gereglementeerd vistuig, tenzij het vaartuig na een overdracht een quotum krijgt toegewezen uit hoofde van artikel 20, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 en zeedagen krijgt overeenkomstig punt 11 of punt 12 van deze bijlage.

HOOFDSTUK III

AAN EU-VAARTUIGEN TOEGEWEZEN AANTAL DAGEN VAN AANWEZIGHEID IN HET GEBIED

5.   Maximumaantal dagen

5.1.

Het maximumaantal zeedagen waarvoor een lidstaat tijdens de beheersperiode 2013 een onder zijn vlag varend vaartuig mag toestaan om in het gebied aanwezig te zijn met gereglementeerd vistuig aan boord, staat vermeld in tabel I.

5.2.

Wanneer een vaartuig kan aantonen dat zijn heekvangsten minder bedragen dan 4 % van het totale levende gewicht van de tijdens een bepaalde visreis gevangen vis, wordt aan de vlaggenlidstaat van het vaartuig toegestaan de met die visreis gepaard gaande zeedagen niet in mindering te brengen op het van toepassing zijnde maximumaantal zeedagen als vastgesteld in tabel I.

6.   Bijzondere voorwaarden voor de toewijzing van dagen

6.1.

Voor de vaststelling van het maximumaantal zeedagen aanwezigheid in het gebied waartoe een EU-vaartuig door zijn vlaggenlidstaat mag worden gemachtigd, gelden de onderstaande bijzondere voorwaarden overeenkomstig tabel I:

a)

de totale aanlanding van heek door het betrokken vaartuig in 2010 of 2011 bedraagt minder dan 5 ton volgens de aanlanding in levend gewicht; en

b)

de totale aanlanding van langoustine door het betrokken vaartuig in 2010 of 2011 bedraagt minder dan 2,5 ton volgens de aanlanding in levend gewicht.

6.2.

Wanneer een vaartuig een onbeperkt aantal dagen geniet omdat het voldoet aan de bijzondere voorwaarden, mag de aanlanding van het vaartuig in de beheersperiode 2013 niet meer bedragen dan 5 ton van de totale aanlanding in levend gewicht van heek en 2,5 ton van de totale aanlanding in levend gewicht van langoustine.

6.3.

Wanneer een vaartuig niet aan de betrokken bijzondere voorwaarde(n) voldoet, verliest het met onmiddellijke ingang het recht op de toewijzing van het aantal dagen dat met die bijzondere voorwaarde overeenstemt.

6.4.

De toepassing van de in punt 6.1 genoemde bijzondere voorwaarden kan worden overgedragen naar één of meer andere vaartuigen die dat vaartuig in de vloot vervangen, mits het vervangende vaartuig soortgelijk vistuig gebruikt en nog niet eerder grotere dan de in punt 6.1 vermelde hoeveelheden heek en langoustine heeft aangeland.

Tabel I

Maximumaantal dagen per jaar waarop een vaartuig in het gebied aanwezig mag zijn, per vistuig

Bijzondere voorwaarde

Gereglementeerd vistuig

Maximumaantal dagen

 

Bodemtrawls, Deense zegennetten en soortgelijke trawls met een maaswijdte ≥ 32 mm, kieuwnetten met een maaswijdte ≥ 60 mm en grondbeugen

ES

141

 

FR

134

 

PT

140

6.1 a) en 6.1 b)

Bodemtrawls, Deense zegennetten en soortgelijke trawls met een maaswijdte ≥ 32 mm, kieuwnetten met een maaswijdte ≥ 60 mm en grondbeugen

Onbeperkt

7.   Kilowattdagensysteem

7.1.

De lidstaten mogen de hun toegewezen visserijinspanning beheren aan de hand van een kilowattdagensysteem. Op grond van dat systeem mogen zij een vaartuig, met betrekking tot de in tabel I opgenomen soorten gereglementeerd vistuig en bijzondere voorwaarden, toestaan om gedurende een maximumaantal dagen dat verschilt van het in die tabel vastgestelde aantal, aanwezig te zijn in het gebied, mits het totale aantal kilowattdagen dat met het gereglementeerde vistuig en de bijzondere voorwaarden overeenstemt, in acht wordt genomen.

7.2.

Het totale aantal kilowattdagen is de som van alle individuele visserijinspanningen die zijn toegewezen aan de vaartuigen die de vlag van die lidstaat voeren en in aanmerking komen voor het gereglementeerde vistuig en, in voorkomend geval, de bijzondere voorwaarden. Deze individuele visserijinspanningen worden berekend in kilowattdagen door het motorvermogen van elk vaartuig te vermenigvuldigen met het aantal zeedagen waarover het betrokken vaartuig overeenkomstig tabel I zou beschikken als punt 7.1 niet werd toegepast. Zolang het aantal dagen overeenkomstig tabel I onbeperkt is, bedraagt het aantal dagen waarover het vaartuig zou beschikken, 360.

7.3.

Lidstaten die gebruik wensen te maken van het in punt 7.1 bedoelde systeem, dienen bij de Commissie een verzoek in met elektronische verslagen waarin voor de in tabel I vermelde vistuiggroep en bijzondere voorwaarden de gegevens worden vermeld voor de berekening op basis van:

a)

de lijst van vaartuigen die mogen vissen, met vermelding van hun nummer in het EU-vissersvlootregister (CFR) en hun motorvermogen;

b)

de vangstcijfers van die vaartuigen voor 2010 en 2011, waaruit de in de bijzondere voorwaarden als bedoeld in punt 6.1, onder a) of b), vastgestelde vangstsamenstelling blijkt, indien deze vaartuigen aan deze bijzondere voorwaarden voldoen;

c)

het aantal zeedagen dat elk vaartuig overeenkomstig tabel I oorspronkelijk had mogen vissen en het aantal zeedagen waarover elk vaartuig bij toepassing van punt 7.1 zou beschikken.

7.4.

Op basis van dit verzoek gaat de Commissie na of aan de in punt 7 bedoelde voorwaarden is voldaan en kan zij, indien van toepassing, de betrokken lidstaat toestemming verlenen om gebruik te maken van het in punt 7.1 bedoelde systeem.

8.   Toewijzing van extra dagen voor de definitieve beëindiging van visserijactiviteiten

8.1.

De Commissie kan een lidstaat extra zeedagen toekennen gedurende welke een vaartuig toestemming van zijn vlaggenlidstaat kan krijgen om in het gebied aanwezig te zijn met gereglementeerd vistuig aan boord, en wel op basis van de definitieve beëindiging van visserijactiviteiten tussen 1 februari 2012 en 31 januari 2013 overeenkomstig artikel 23 van Verordening (EG) nr. 1198/2006 (1) of Verordening (EG) nr. 744/2008 (2). Definitieve beëindigingen ingevolge andere omstandigheden kunnen door de Commissie per geval in overweging worden genomen na een schriftelijk en naar behoren gemotiveerd verzoek van de betrokken lidstaat. In dat schriftelijk verzoek wordt vermeld om welke vaartuigen het gaat en wordt voor elk daarvan bevestigd dat zij niet opnieuw visserijactiviteiten zullen beginnen.

8.2.

De in kilowatt gemeten visserijinspanning die vaartuigen waarvan de activiteiten zijn beëindigd, in 2003 met het gereglementeerde vistuig hebben geleverd, wordt gedeeld door de inspanning die alle vaartuigen in 2003 met dat vistuig hebben geleverd. Het aantal extra zeedagen wordt vervolgens berekend door de aldus verkregen ratio te vermenigvuldigen met het aantal dagen dat overeenkomstig tabel I zou zijn toegewezen. Het resultaat van die berekening wordt afgerond op de dichtstbijzijnde hele dag.

8.3.

De punten 8.1 en 8.2 zijn niet van toepassing wanneer een vaartuig overeenkomstig punt 3 of punt 6.4 is vervangen of wanneer de onttrekking reeds in de voorgaande jaren is benut om extra zeedagen te krijgen.

8.4.

Lidstaten die gebruik wensen te maken van de in punt 8.1 bedoelde toewijzingen, dienen uiterlijk op 15 juni 2013 bij de Commissie een verzoek in, vergezeld van elektronische verslagen waarin voor de in tabel I vermelde vistuiggroep en bijzondere voorwaarden de gegevens worden vermeld voor de berekening op basis van:

a)

de lijst van vaartuigen waarvan de activiteiten zijn beëindigd, met vermelding van hun nummer in het EU-vissersvlootregister (CFR) en hun motorvermogen;

b)

de in 2003 door die vaartuigen verrichte visserijactiviteit, berekend in zeedagen volgens vistuiggroep en, zo nodig, volgens de bijzondere voorwaarden.

8.5.

Op basis van het verzoek van een lidstaat kan de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen aan die lidstaat een aantal dagen bovenop het in punt 5.1 bedoelde aantal dagen toekennen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

8.6.

Tijdens de beheersperiode 2013 mag een lidstaat deze extra zeedagen herverdelen tussen alle of sommige vaartuigen die nog steeds deel uitmaken van de vloot en die voldoen aan de voorwaarde betreffende het gereglementeerde vistuig. Overdracht van extra dagen van een vaartuig waarvan de activiteiten zijn beëindigd en dat aan een in punt 6.1, onder a) of b), genoemde bijzondere voorwaarde voldeed, naar een actief vaartuig dat niet aan een bijzondere voorwaarde voldoet, is niet toegestaan.

8.7.

Wanneer de Commissie extra zeedagen toewijst wegens de definitieve beëindiging van visserijactiviteiten in de beheersperiode 2013, wordt het in tabel I vermelde maximumaantal dagen per lidstaat of vistuig dienovereenkomstig aangepast voor de beheersperiode 2014.

9.   Toewijzing van extra dagen voor versterkte aanwezigheid van wetenschappelijke waarnemers

9.1.

De Commissie kan op basis van een programma voor versterkte aanwezigheid van wetenschappelijke waarnemers in het kader van een partnerschap tussen wetenschappers en de visserijsector een lidstaat drie extra dagen van aanwezigheid in het gebied toewijzen voor vaartuigen met gereglementeerd vistuig aan boord. Dergelijke programma's hebben met name betrekking op teruggooiniveaus en vangstsamenstelling en gaan inzake gegevensverzameling verder dan de vereisten voor nationale programma's die zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 199/2008 (3) en de uitvoeringsbepalingen daarvan.

9.2.

De wetenschappelijke waarnemers zijn onafhankelijk van de eigenaar, van de kapitein en van de bemanning van het vaartuig.

9.3.

Een lidstaat die gebruik wenst te maken van de in punt 9.1 bedoelde toewijzingen, dient bij de Commissie ter goedkeuring een beschrijving van zijn programma voor versterkte aanwezigheid van wetenschappelijke waarnemers in.

9.4.

Op basis van die beschrijving en na overleg met het WTECV kan de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen aan de betrokken lidstaat een aantal dagen toekennen bovenop het in punt 5.1 bedoelde aantal dagen voor die lidstaat en, voor de vaartuigen, het gebied en het vistuig waarvoor het programma voor versterkte aanwezigheid van wetenschappelijke waarnemers geldt. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

9.5.

Wanneer een door een lidstaat ingediend programma voor versterkte aanwezigheid van wetenschappelijke waarnemers reeds in het verleden door de Commissie werd goedgekeurd en de betrokken lidstaat dit programma ongewijzigd wil blijven toepassen, stelt deze de Commissie vier weken vóór het begin van de periode waarvoor dit programma van toepassing is, in kennis van de voortzetting ervan.

HOOFDSTUK IV

BEHEER

10.   Algemene verplichting

De lidstaten beheren de maximaal toegestane visserijinspanning overeenkomstig de voorwaarden van artikel 8 van Verordening (EG) nr. 2166/2005 en de artikelen 26 tot en met 35 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

11.   Beheersperioden

11.1.

Een lidstaat mag het in tabel I vermelde aantal dagen van aanwezigheid in het gebied verdelen over beheersperioden met een duur van één of meer kalendermaanden.

11.2.

Het aantal dagen of uren tijdens welke een vaartuig gedurende een beheersperiode in het betrokken gebied aanwezig mag zijn, wordt door de betrokken lidstaat vastgesteld.

11.3.

Lidstaten die de aanwezigheid van vaartuigen die hun vlag voeren in een gebied per uur vaststellen, blijven de benutting van de dagen meten overeenkomstig punt 10. Op verzoek van de Commissie toont de lidstaat aan welke voorzorgsmaatregelen hij heeft genomen ter voorkoming van een excessieve benutting van dagen in het gebied wanneer een vaartuig aanwezigheden in het gebied beëindigt voordat een periode van 24 uur is afgelopen.

HOOFDSTUK V

UITWISSELING VAN TOEGEWEZEN VISSERIJINSPANNINGEN

12.   Overdracht van dagen tussen vissersvaartuigen die de vlag van dezelfde lidstaat voeren

12.1.

Een lidstaat kan vissersvaartuigen die zijn vlag voeren, toestaan om dagen tijdens welke zij in het gebied aanwezig mogen zijn, voor hetzelfde gebied over te dragen aan een ander vaartuig dat zijn vlag voert, mits het product van het door een vaartuig ontvangen aantal dagen en het motorvermogen in kilowatt van dat vaartuig (kilowattdagen) gelijk is aan of kleiner is dan het product van het door het overdragende vaartuig overgedragen aantal dagen en het motorvermogen in kilowatt van dat vaartuig. Als motorvermogen in kilowatt van een vaartuig geldt het voor dat vaartuig in het EU-vissersvlootregister geregistreerde vermogen.

12.2.

Het product van het overeenkomstig punt 12.1 overgedragen totale aantal dagen van aanwezigheid in het betrokken gebied en het motorvermogen in kilowatt van het overdragende vaartuig mag niet groter zijn dan het product van het geregistreerde gemiddelde aantal dagen per jaar dat het overdragende vaartuig in 2010 en 2011 in het gebied heeft doorgebracht, zoals bevestigd in het visserijlogboek, en het motorvermogen in kilowatt van dat vaartuig.

12.3.

Het overdragen van dagen overeenkomstig punt 12.1 is toegestaan tussen vaartuigen die werken met gereglementeerd vistuig en gedurende dezelfde beheersperiode.

12.4.

Het overdragen van dagen is alleen toegestaan voor vaartuigen waaraan visdagen zijn toegewezen zonder toepassing van de bijzondere voorwaarden.

12.5.

Op verzoek van de Commissie verstrekken de lidstaten informatie over de overdrachten die hebben plaatsgevonden. Het spreadsheetformaat voor het verzamelen en doorsturen van de in dit punt bedoelde informatie kan door de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen worden opgesteld. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

13.   Overdracht van dagen tussen vissersvaartuigen die de vlag van verschillende lidstaten voeren

Elke lidstaat mag vissersvaartuigen die zijn vlag voeren, toestaan om dagen van aanwezigheid in het gebied binnen dezelfde beheersperiode en binnen hetzelfde gebied over te dragen aan een vissersvaartuig dat de vlag van een andere lidstaat voert, mits de punten 4.1 en 4.2 en 12 van overeenkomstige toepassing zijn. Wanneer een lidstaat besluit toestemming voor een dergelijke overdracht te verlenen, stelt hij de Commissie, voordat de overdracht plaatsvindt, in kennis van gedetailleerde gegevens over de overdracht, met name van het aantal over te dragen dagen, de visserijinspanning en, in voorkomend geval, de quota waarop de overdracht betrekking heeft.

HOOFDSTUK VI

RAPPORTAGEVERPLICHTINGEN

14.   Visserijinspanningsverslag

Artikel 28 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 geldt voor vaartuigen die binnen het toepassingsgebied van deze bijlage vallen. Het in dat artikel bedoelde geografische gebied is het in punt 2 van deze bijlage bedoelde gebied.

15.   Verzameling van relevante gegevens

Op basis van de gegevens die worden gebruikt voor het beheer van de dagen van aanwezigheid in het gebied overeenkomstig deze bijlage, verzamelen de lidstaten voor ieder kwartaal de gegevens betreffende de totale visserijinspanning in het gebied voor gesleept vistuig en staand vistuig, de inspanning van vaartuigen die verschillende soorten vistuig gebruiken in het gebied, en het motorvermogen van deze vaartuigen in kilowattdagen.

16.   Mededeling van relevante gegevens

Op verzoek van de Commissie delen de lidstaten de in punt 15 gespecificeerde gegevens in het in de tabellen II en III bedoelde formaat aan de Commissie mee door toezending van een spreadsheet aan het juiste e-mailadres, dat door de Commissie aan de lidstaten wordt meegedeeld. Op verzoek van de Commissie doen de lidstaten de Commissie gedetailleerde gegevens toekomen over de toegewezen en verrichte visserijinspanning voor het geheel of voor gedeelten van de beheersperioden 2012 en 2013, in het in de tabellen IV en V bedoelde gegevensformaat.

Tabel II

Rapportageformaat voor informatie betreffende de kW-dagen, per jaar

Lidstaat

Vistuig

Jaar

Aangifte van de cumulatieve inspanning

(1)

(2)

(3)

(4)


Tabel III

Gegevensformaat voor informatie betreffende de kW-dagen, per jaar

Naam van het veld

Maximumaantal letters/cijfers

Richting (4) L(inks)/R(echts)

Definitie en opmerkingen

(1)

Lidstaat

3

 

Lidstaat (ISO-drielettercode) waar het vaartuig is geregistreerd

(2)

Vistuig

2

 

Eén van de volgende vistuigtypes:

TR

=

trawlnetten, Deense zegens en soortgelijk vistuig ≥ 32 mm

GN

=

kieuwnetten ≥ 60 mm

LL

=

grondbeugen

(3)

Jaar

4

 

2006, 2007, 2008, 2009, 2010, 2011, 2012 of 2013

(4)

Aangifte van de cumulatieve inspanning

7

R

Cumulatieve visserijinspanning in kilowattdagen vanaf 1 januari tot en met 31 december van het betrokken jaar


Tabel IV

Rapportageformaat voor vaartuiggerelateerde informatie

Lidstaat

CFR

Externe kernmerken

Duur van de beheersperiode

Aangegeven vistuig

Bijzondere voorwaarde voor het aangegeven vistuig

Aantal dagen waarop het aangegeven vistuig is gebruikt

Overgedragen dagen

Nr. 1

Nr. 2

Nr. 3

Nr. 1

Nr. 2

Nr. 3

Nr. 1

Nr. 2

Nr. 3

(1)

(2)

(3)

(4)

(5)

(5)

(5)

(5)

(6)

(6)

(6)

(6)

(7)

(7)

(7)

(7)

(8)


Tabel V

Gegevensformaat voor vaartuiggerelateerde informatie

Naam van het veld

Maximumaantal letters/cijfers

Richting (5) … L(inks)/R(echts)

Definitie en opmerkingen

(1)

Lidstaat

3

 

Lidstaat (ISO-drielettercode) waar het vaartuig is geregistreerd.

(2)

CFR

12

 

Nummer in EU-vissersvlootregister (CFR)

Uniek identificatienummer van het vissersvaartuig

Lidstaat (ISO-drielettercode) gevolgd door een identificatiereeks (9 tekens). Wanneer een reeks minder dan 9 tekens telt, worden aan de linkerkant nullen toegevoegd.

(3)

Externe kentekens

14

L

Overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 1381/87 (6).

(4)

Duur van de beheersperiode

2

L

Duur van de beheersperiode in maanden.

(5)

Aangegeven vistuig

2

L

Eén van de volgende vistuigtypes:

TR

=

trawlnetten, Deense zegens en soortgelijk vistuig ≥ 32 mm

GN

=

kieuwnetten ≥ 60 mm

LL

=

grondbeugen

(6)

Bijzondere voorwaarde voor het aangegeven vistuig

2

L

Geef aan of, en zo ja welke van de in punt 6.1, onder a) of b), van bijlage IIB genoemde bijzondere voorwaarden van toepassing zijn.

(7)

Toegewezen aantal dagen voor het aangegeven vistuig

3

L

Aantal dagen dat overeenkomstig bijlage IIB aan het vaartuig is toegewezen voor het aangegeven vistuig en de aangegeven beheersperiode.

(8)

Aantal dagen waarop het aangegeven vistuig is gebruikt

3

L

Aantal dagen dat het vaartuig daadwerkelijk in het gebied heeft doorgebracht met gebruikmaking van het aangegeven vistuig gedurende de aangegeven beheersperiode.

(9)

Overgedragen dagen

4

L

Vermeld voor overgedragen dagen "- aantal overgedragen dagen" en voor ontvangen dagen "+ aantal overgedragen dagen".


(1)  Verordening (EG) nr. 1198/2006 van de Raad van 27 juli 2006 inzake het Europees Visserijfonds (PB L 223 van 15.8.2006, blz. 1).

(2)  Verordening (EG) nr. 744/2008 van de Raad van 24 juli 2008 tot instelling van een tijdelijke specifieke actie ter bevordering van de herstructurering van de door de economische crisis getroffen vissersvloten van de Europese Gemeenschap (PB L 202 van 31.7.2008, blz. 1).

(3)  Verordening (EG) nr. 199/2008 van de Raad van 25 februari 2008 betreffende de instelling van een communautair kader voor de verzameling, het beheer en het gebruik van gegevens in de visserijsector en voor de ondersteuning van wetenschappelijk advies over het gemeenschappelijk visserijbeleid (PB L 60 van 5.3.2008, blz. 1).

(4)  Relevante informatie voor de verstrekking van gegevens volgens een formaat met vaste lengte.

(5)  Relevante informatie voor de verstrekking van gegevens volgens een formaat met vaste lengte.

(6)  Verordening (EEG) nr. 1381/87 van de Commissie van 20 mei 1987 inzake uitvoeringsbepalingen met betrekking tot kentekens voor vissersvaartuigen en met betrekking tot documenten aan boord van die vaartuigen (PB L 132 van 21.5.1987, blz. 9).

BIJLAGE IIC

VISSERIJINSPANNING VOOR VAARTUIGEN IN HET KADER VAN HET BEHEER VAN DE TONGBESTANDEN IN HET WESTELIJKE KANAAL IN ICES-SECTOR VIIe

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

1.   Toepassingsgebied

1.1.

Deze bijlage is van toepassing op EU-vaartuigen met een lengte over alles van 10 meter of meer, die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 509/2007 boomkorren met een maaswijdte van 80 mm of meer en staande netten met inbegrip van kieuwnetten, schakelnetten en warrelnetten, met een maaswijdte van maximaal 220 mm aan boord hebben of gebruiken en aanwezig zijn in ICES-sector VIIe. Voor de toepassing van deze bijlage wordt onder de beheersperiode 2013 verstaan de periode van 1 februari 2013 tot en met 31 januari 2014.

1.2.

Vaartuigen die vissen met staande netten met een maaswijdte van 120 mm of meer en die volgens hun visserijgegevens in de drie voorgaande jaren minder dan 300 kg levend gewicht aan tong per jaar hebben gevangen, zijn vrijgesteld van de toepassing van deze bijlage, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

deze vaartuigen vangen tijdens de beheersperiode 2013 minder dan 300 kg levend gewicht tong;

b)

deze vaartuigen laden op zee geen vis over op een ander vaartuig;

c)

elke betrokken lidstaat dient uiterlijk op 31 juli 2013 en 31 januari 2014 bij de Commissie een verslag in over de op tong betrekking hebbende vangstcijfers voor deze vaartuigen voor de laatste drie jaar, en over de tongvangst in 2013.

Wanneer aan één van deze voorwaarden niet is voldaan, zijn de betrokken vaartuigen met onmiddellijke ingang niet meer vrijgesteld van de toepassing van deze bijlage.

2.   Definities

Voor de toepassing van deze bijlage wordt verstaan onder:

a)   "vistuiggroep": de groep die bestaat uit de volgende twee vistuigcategorieën

b)   "gereglementeerd tuig": vistuig van de twee vistuigcategorieën die tot de vistuiggroep behoren;

c)   "gebied": ICES-sector VIIe;

d)   "beheersperiode 2013": de periode van 1 februari 2013 tot en met 31 januari 2014.

3.   Activiteitsbeperkingen

Onverminderd artikel 29 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 zorgen de lidstaten ervoor dat EU-vaartuigen die hun vlag voeren en in de Unie zijn geregistreerd, niet langer dan het in hoofdstuk III van deze bijlage bepaalde aantal dagen aanwezig zijn in het gebied wanneer zij gereglementeerd vistuig aan boord hebben.

HOOFDSTUK II

MACHTIGINGEN

4.   Gemachtigde vaartuigen

4.1

Een lidstaat mag vaartuigen die zijn vlag voeren, geen toestemming verlenen voor visserijactiviteiten in het betrokken gebied met gereglementeerd vistuig, als deze vaartuigen in de jaren 2002 tot en met 2012 nog niet eerder dergelijke visserijactiviteiten in het betrokken gebied hebben bedreven, tenzij hij ervoor zorgt dat een gelijkwaardige capaciteit, gemeten in kilowatt, aan de visserij in het gebied wordt onttrokken.

4.2

Aan vaartuigen die wel met gereglementeerd vistuig hebben gevist, kan evenwel toestemming worden verleend om een ander vistuig te gebruiken, mits het aantal dagen dat voor het laatstgenoemde vistuigtype is toegewezen, gelijk is aan of groter dan het aantal voor het gereglementeerde vistuig toegewezen dagen.

4.3

Een vaartuig dat de vlag voert van een lidstaat die geen quota heeft in het gebied, mag in dat gebied niet vissen met gereglementeerd vistuig, tenzij het vaartuig na een overdracht een quotum krijgt toegewezen uit hoofde van artikel 20, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 en zeedagen krijgt overeenkomstig punt 10 of punt 11 van deze bijlage.

HOOFDSTUK III

AAN EU-VAARTUIGEN TOEGEWEZEN AANTAL DAGEN VAN AANWEZIGHEID IN HET GEBIED

5.   Maximumaantal dagen

Het maximumaantal zeedagen waarvoor een lidstaat tijdens de beheersperiode 2013 een onder zijn vlag varend vaartuig mag toestaan om in het gebied aanwezig te zijn met gereglementeerd vistuig aan boord, staat vermeld in tabel I.

Tabel I

Maximumaantal dagen waarop een vaartuig in het gebied aanwezig mag zijn, per categorie gereglementeerd vistuig en per jaar

Gereglementeerd vistuig

Maximumaantal dagen

Boomkorren met een maaswijdte ≥ 80 mm

164

Staande netten met een maaswijdte ≤ 220 mm

164

6.   Kilowattdagensysteem

6.1.

Tijdens de beheersperiode 2013 mogen de lidstaten de hun toegewezen visserijinspanningen beheren aan de hand van een kilowattdagensysteem. Op grond van dat systeem mogen zij een vaartuig, met betrekking tot de in tabel I opgenomen soorten gereglementeerd vistuig, toestaan om gedurende een maximumaantal dagen dat verschilt van het in die tabel vastgestelde aantal, aanwezig te zijn in het gebied, mits het totale aantal kilowattdagen dat met het gereglementeerde vistuig overeenstemt, in acht wordt genomen.

6.2.

Het totale aantal kilowattdagen is de som van alle individuele visserijinspanningen die zijn toegewezen aan de vaartuigen die de vlag van die lidstaat voeren en voldoen aan de voorwaarde betreffende het gereglementeerde vistuig. Deze individuele visserijinspanningen worden berekend in kilowattdagen door het motorvermogen van elk vaartuig te vermenigvuldigen met het aantal zeedagen waarover het betrokken vaartuig overeenkomstig tabel I zou beschikken als punt 6.1 niet werd toegepast.

6.3.

Lidstaten die gebruik wensen te maken van het in punt 6.1 bedoelde systeem, dienen bij de Commissie een verzoek in, vergezeld van elektronische verslagen waarin voor de in tabel I vermelde vistuiggroep de gegevens worden vermeld voor de berekening op basis van:

a)

de lijst van vaartuigen die mogen vissen, met vermelding van hun nummer in het EU-vissersvlootregister (CFR) en hun motorvermogen;

b)

het aantal zeedagen dat elk vaartuig overeenkomstig tabel I oorspronkelijk had mogen vissen en het aantal zeedagen waarover elk vaartuig bij toepassing van punt 6.1 zou beschikken.

6.4.

Op basis van dit verzoek gaat de Commissie na of aan de in punt 6 bedoelde voorwaarden is voldaan en kan zij, indien van toepassing, de betrokken lidstaat toestemming verlenen om gebruik te maken van het in punt 6.1 bedoelde systeem.

7.   Toewijzing van extra dagen voor de definitieve beëindiging van visserijactiviteiten

7.1.

De Commissie kan een lidstaat extra zeedagen toekennen gedurende welke een vaartuig toestemming van zijn vlaggenlidstaat kan krijgen om in het gebied aanwezig te zijn met gereglementeerd vistuig aan boord, en wel op basis van de definitieve beëindiging van visserijactiviteiten sinds 1 januari 2004 overeenkomstig artikel 23 van Verordening (EG) nr. 1198/2006 of Verordening (EG) nr. 744/2008. Definitieve beëindigingen ingevolge andere omstandigheden kunnen door de Commissie per geval in overweging worden genomen na een schriftelijk en naar behoren gemotiveerd verzoek van de betrokken lidstaat. In dat schriftelijk verzoek wordt vermeld om welke vaartuigen het gaat en wordt voor elk daarvan bevestigd dat zij niet opnieuw visserijactiviteiten zullen beginnen.

7.2.

De in kilowattdagen gemeten visserijinspanning die vaartuigen waarvan de activiteiten zijn beëindigd, in 2003 met de betrokken vistuiggroep hebben geleverd, wordt gedeeld door de inspanning die alle vaartuigen in 2003 met die vistuiggroep hebben geleverd. Het aantal extra zeedagen wordt vervolgens berekend door de aldus verkregen ratio te vermenigvuldigen met het aantal dagen dat overeenkomstig tabel I zou zijn toegewezen. Het resultaat van die berekening wordt afgerond op de dichtstbijzijnde hele dag.

7.3.

De punten 7.1 en 7.2 zijn niet van toepassing wanneer een vaartuig overeenkomstig punt 4.2 is vervangen of wanneer de onttrekking reeds in de voorgaande jaren is benut om extra zeedagen te krijgen.

7.4.

Lidstaten die gebruik wensen te maken van de in punt 7.1 bedoelde toewijzingen, dienen uiterlijk op 15 juni 2013 bij de Commissie een verzoek in, vergezeld van elektronische verslagen waarin voor de in tabel I vermelde vistuiggroep de gegevens worden vermeld voor de berekening op basis van:

a)

de lijst van vaartuigen waarvan de activiteiten zijn beëindigd, met vermelding van hun nummer in het EU-vissersvlootregister (CFR) en hun motorvermogen;

b)

de in 2003 door die vaartuigen verrichte visserijactiviteit, berekend in zeedagen per betrokken vistuiggroep.

7.5.

Op basis van het verzoek van een lidstaat kan de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen aan die lidstaat een aantal dagen bovenop het in punt 5 bedoelde aantal dagen toekennen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

7.6.

Tijdens de beheersperiode 2013 mag een lidstaat deze extra zeedagen herverdelen tussen alle of sommige vaartuigen die nog steeds deel uitmaken van de vloot en die voldoen aan de voorwaarde betreffende het gereglementeerde vistuig.

7.7.

Extra dagen die eerder door de Commissie waren toegewezen wegens de definitieve beëindiging van visserijactiviteiten, mogen in de beheersperiode 2013 niet opnieuw door de lidstaten worden toegewezen, tenzij de Commissie heeft besloten deze extra dagen opnieuw te evalueren op basis van de huidige vistuiggroepen en beperkingen van het aantal zeedagen. Wanneer een lidstaat een verzoek indient om het aantal dagen opnieuw te evalueren, wordt hij in afwachting van het besluit van de Commissie voorlopig gemachtigd om 50 % van het extra aantal dagen te herverdelen.

8.   Toewijzing van extra dagen voor versterkte aanwezigheid van wetenschappelijke waarnemers

8.1.

De Commissie kan op basis van een programma voor versterkte aanwezigheid van wetenschappelijke waarnemers in het kader van een partnerschap tussen wetenschappers en de visserijsector de lidstaten tussen 1 februari 2013 en 31 januari 2014 drie extra dagen van aanwezigheid in het gebied toewijzen voor vaartuigen met gereglementeerd vistuig aan boord. Dergelijke programma's hebben met name betrekking op teruggooiniveaus en vangstsamenstelling en gaan inzake gegevensverzameling verder dan de vereisten voor nationale programma's die zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 199/2008 en de uitvoeringsbepalingen daarvan.

8.2.

De wetenschappelijke waarnemers zijn onafhankelijk van de eigenaar, van de kapitein en van de bemanning van het vaartuig.

8.3.

Een lidstaat die gebruik wenst te maken van de in punt 8.1 bedoelde toewijzingen, dient bij de Commissie ter goedkeuring een beschrijving van zijn programma voor versterkte aanwezigheid van wetenschappelijke waarnemers in.

8.4.

Op basis van die beschrijving en na overleg met het WTECV kan de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen aan die lidstaat een aantal dagen toekennen bovenop het in punt 5 bedoelde aantal dagen voor die lidstaat en voor de vaartuigen, het gebied en het vistuig waarvoor het programma voor versterkte aanwezigheid van waarnemers geldt. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

8.5.

Wanneer een door een lidstaat ingediend programma voor versterkte aanwezigheid van wetenschappelijke waarnemers reeds in het verleden door de Commissie werd goedgekeurd en de betrokken lidstaat dit programma ongewijzigd wil blijven toepassen, stelt deze de Commissie vier weken vóór het begin van de periode waarvoor dit programma van toepassing is, in kennis van de voortzetting ervan.

HOOFDSTUK IV

BEHEER

9.   Algemene verplichting

De lidstaten beheren de maximaal toegestane visserijinspanning overeenkomstig de artikelen 26 tot en met 35 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

10.   Beheersperioden

10.1.

Een lidstaat mag het in tabel I vermelde aantal dagen van aanwezigheid in het gebied verdelen over beheersperioden met een duur van één of meer kalendermaanden.

10.2.

Het aantal dagen of uren tijdens welke een vaartuig gedurende een beheersperiode in het betrokken gebied aanwezig mag zijn, wordt door de betrokken lidstaat vastgesteld.

10.3.

Lidstaten die de aanwezigheid van vaartuigen die hun vlag voeren in een gebied per uur vaststellen, blijven de benutting van de dagen meten overeenkomstig punt 9. Op verzoek van de Commissie toont de lidstaat aan welke voorzorgsmaatregelen hij heeft genomen ter voorkoming van een excessieve benutting van dagen in het gebied wanneer een vaartuig aanwezigheden in het gebied beëindigt voordat een periode van 24 uur is afgelopen.

HOOFDSTUK V

UITWISSELING VAN TOEGEWEZEN VISSERIJINSPANNINGEN

11.   Overdracht van dagen tussen vissersvaartuigen die de vlag van dezelfde lidstaat voeren

11.1.

Een lidstaat kan vissersvaartuigen die zijn vlag voeren, toestaan om dagen tijdens welke zij in het gebied aanwezig mogen zijn, voor hetzelfde gebied over te dragen aan een ander vaartuig dat zijn vlag voert, mits het product van het door een vaartuig ontvangen aantal dagen en het motorvermogen in kilowatt van dat vaartuig (kilowattdagen) gelijk is aan of kleiner is dan het product van het door het overdragende vaartuig overgedragen aantal dagen en het motorvermogen in kilowatt van dat vaartuig. Als motorvermogen in kilowatt van een vaartuig geldt het voor dat vaartuig in het EU-vissersvlootregister geregistreerde vermogen.

11.2.

Het product van het overeenkomstig punt 11.1 overgedragen totale aantal dagen van aanwezigheid in het gebied en het motorvermogen in kilowatt van het overdragende vaartuig mag niet groter zijn dan het product van het geregistreerde gemiddelde aantal dagen per jaar dat het overdragende vaartuig in 2001, 2002, 2003, 2004 en 2005 in het gebied heeft doorgebracht, zoals bevestigd in het visserijlogboek, en het motorvermogen in kilowatt van dat vaartuig.

11.3.

Het overdragen van dagen overeenkomstig punt 11.1 is toegestaan tussen vaartuigen die werken met gereglementeerd vistuig en gedurende dezelfde beheersperiode.

11.4.

Op verzoek van de Commissie verstrekken de lidstaten informatie over de overdrachten die hebben plaatsgevonden. Spreadsheetformaten voor het verzamelen en doorsturen van de in dit punt bedoelde informatie kunnen door de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen worden opgesteld. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

12.   Overdracht van dagen tussen vissersvaartuigen die de vlag van verschillende lidstaten voeren

Elke lidstaat mag vissersvaartuigen die zijn vlag voeren, toestaan om dagen van aanwezigheid in het gebied binnen dezelfde beheersperiode en binnen hetzelfde gebied over te dragen aan een vissersvaartuig dat de vlag van een andere lidstaat voert, mits de punten 4.2, 4.4, 5, 6 en 10 van overeenkomstige toepassing zijn. Wanneer een lidstaat besluit toestemming voor een dergelijke overdracht te verlenen, stelt hij de Commissie, voordat de overdracht plaatsvindt, in kennis van gedetailleerde gegevens over de overdracht, met name van het aantal over te dragen dagen, de visserijinspanning en, in voorkomend geval, de quota waarop de overdracht betrekking heeft.

HOOFDSTUK VI

RAPPORTAGEVERPLICHTINGEN

13.   Visserijinspanningsverslag

Artikel 28 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 geldt voor vaartuigen die binnen het toepassingsgebied van deze bijlage vallen. Het in dat artikel bedoelde geografische gebied is het in punt 2 van deze bijlage bedoelde gebied.

14.   Verzameling van relevante gegevens

Op basis van de gegevens die worden gebruikt voor het beheer van de dagen van aanwezigheid in het gebied overeenkomstig deze bijlage, verzamelen de lidstaten voor ieder kwartaal de gegevens betreffende de totale visserijinspanning in het gebied voor gesleept vistuig en staand vistuig, de inspanning van vaartuigen die verschillende soorten vistuig gebruiken in het gebied, en het motorvermogen van deze vaartuigen in kilowattdagen.

15.   Mededeling van relevante gegevens

Op verzoek van de Commissie delen de lidstaten de in punt 14 vermelde gegevens in het in de tabellen II en III bedoelde formaat aan de Commissie mee door toezending van een spreadsheet aan het juiste e-mailadres, dat door de Commissie aan de lidstaten wordt meegedeeld. Op verzoek van de Commissie doen de lidstaten de Commissie gedetailleerde gegevens toekomen over de toegewezen en verrichte visserijinspanning voor het geheel of voor gedeelten van de beheersperioden 2012 en 2013, in het in de tabellen IV en V bedoelde gegevensformaat.

Tabel II

Rapportageformaat voor informatie betreffende de kW-dagen, per jaar

Lidstaat

Vistuig

Jaar

Aangifte van de cumulatieve inspanning

(1)

(2)

(3)

(4)


Tabel III

Gegevensformaat voor informatie betreffende de kW-dagen, per jaar

Naam van het veld

Maximumaantal letters/cijfers

Richting (1)

L(inks)/R(echts)

Definitie en opmerkingen

(1)

Lidstaat

3

 

Lidstaat (ISO-drielettercode) waar het vaartuig is geregistreerd

(2)

Vistuig

2

 

Eén van de volgende vistuigtypes:

BT

=

boomkorren ≥ 80 mm

GN

=

kieuwnetten < 220 mm

TN

=

schakelnetten of warrelnetten < 220 mm

(3)

Jaar

4

 

2006, 2007, 2008, 2009, 2010, 2011, 2012 of 2013

(4)

Aangifte van de cumulatieve inspanning

7

R

Cumulatieve visserijinspanning in kilowattdagen vanaf 1 januari tot en met 31 december van het betrokken jaar


Tabel IV

Rapportageformaat voor vaartuiggerelateerde informatie

Lidstaat

CFR

Externe kentekens

Duur van de beheersperiode

Aangegeven vistuig

Toegewezen aantal dagen voor het aangegeven vistuig

Aantal dagen waarop het aangegeven vistuig is gebruikt

Overgedragen dagen

Nr. 1

Nr. 2

Nr. 3

Nr. 1

Nr. 2

Nr. 3

Nr. 1

Nr. 2

Nr. 3

(1)

(2)

(3)

(4)

(5)

(5)

(5)

(5)

(6)

(6)

(6)

(6)

(7)

(7)

(7)

(7)

(8)


Tabel V

Gegevensformaat voor vaartuiggerelateerde informatie

Naam van het veld

Maximumaantal letters/cijfers

Richting (2)

L(inks)/R(echts)

Definitie en opmerkingen

(1)

Lidstaat

3

 

Lidstaat (ISO-drielettercode) waar het vaartuig is geregistreerd.

(2)

CFR

12

 

Nummer in EU-vissersvlootregister (CFR)

Uniek identificatienummer van het vissersvaartuig

Lidstaat (ISO-drielettercode) gevolgd door een identificatiereeks (9 tekens). Wanneer een reeks minder dan 9 tekens telt, worden aan de linkerkant nullen toegevoegd.

(3)

Externe kentekens

14

L

Overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 1381/87.

(4)

Duur van de beheersperiode

2

L

Duur van de beheersperiode in maanden.

(5)

Aangegeven vistuig

2

L

Eén van de volgende vistuigtypes:

BT

=

boomkorren ≥ 80 mm

GN

=

kieuwnetten < 220 mm

TN

=

schakelnetten of warrelnetten < 220 mm

(6)

Bijzondere voorwaarde voor het aangegeven vistuig

3

L

Aantal dagen dat overeenkomstig bijlage IIC aan het vaartuig is toegewezen voor het aangegeven vistuig en de aangegeven beheersperiode.

(7)

Aantal dagen waarop het aangegeven vistuig is gebruikt

3

L

Aantal dagen dat het vaartuig daadwerkelijk in het gebied heeft doorgebracht met gebruikmaking van het aangegeven vistuig gedurende de aangegeven beheersperiode.

(8)

Overgedragen dagen

4

L

Vermeld voor overgedragen dagen "- aantal overgedragen dagen" en voor ontvangen dagen "+ aantal overgedragen dagen".


(1)  Relevante informatie voor de verstrekking van gegevens volgens een formaat met vaste lengte.

(2)  Relevante informatie voor de verstrekking van gegevens volgens een formaat met vaste lengte.


25.1.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 23/54


VERORDENING (EU) Nr. 40/2013 VAN DE RAAD

van 21 januari 2013

tot vaststelling, voor 2013, van de vangstmogelijkheden in de EU-wateren en, voor EU-vaartuigen, in bepaalde niet-EU-wateren, voor sommige visbestanden en groepen visbestanden waarvoor internationale onderhandelingen worden gevoerd of internationale overeenkomsten gelden

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 3,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (1) moeten, met inachtneming van het beschikbare wetenschappelijke, technische en economische advies en met name van de verslagen van het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV), en van eventuele adviezen van regionale adviesraden, maatregelen van de Unie inzake de toegang tot wateren en hulpbronnen en de duurzame uitoefening van visserijactiviteiten worden vastgesteld.

(2)

De Raad moet maatregelen voor de vaststelling en de verdeling van de vangstmogelijkheden vaststellen, inclusief bepaalde voorwaarden die er functioneel verband mee houden. De vangstmogelijkheden moeten zo over de lidstaten worden verdeeld dat elke lidstaat een relatieve stabiliteit van de visserijactiviteiten per bestand of per visserij geniet en dat hierbij de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid in acht worden genomen die zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 2371/2002.

(3)

Voor sommige totaal toegestane vangsten (total allowable catch - TAC's) dienen de lidstaten de mogelijkheid te krijgen om aan vaartuigen die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, extra toewijzingen toe te kennen. Met die proeven wordt beoogd een vangstquotaregeling te testen, d.w.z. een regeling waarbij alle vangsten moeten worden aangeland en op de quota afgeboekt, teneinde teruggooi en de daarmee gepaarde gaande verspilling van anders bruikbare visserijhulpbronnen te vermijden. Ongecontroleerde teruggooi van vis is een bedreiging voor de langetermijnduurzaamheid van vis als collectief goed en dus voor de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid. Inherent aan vangstquotaregelingen is dat zij de vissers een stimulans bieden om de vangstselectiviteit van hun activiteiten te optimaliseren. Om tot een rationeel beheer van de teruggooi te komen, moet een volledig gedocumenteerde visserij betrekking hebben op elke activiteit op zee in plaats van op de aanlandingen in de haven. Daarom moeten de voorwaarden waaronder de lidstaten dergelijke extra toewijzingen verlenen, de verplichting inhouden te garanderen dat gebruik wordt gemaakt van aan een sensorsysteem gekoppelde camera's in een gesloten televisiecircuit (CCTV's) (gezamenlijk "CCTV-systeem" genoemd). Hiermee kunnen alle behouden en teruggegooide delen van de vangsten in detail worden geregistreerd. Een regeling met menselijke waarnemers die in real time aan boord actief zijn, zou minder efficiënt, duurder en minder betrouwbaar zijn. Bijgevolg is het gebruik van CCTV-systemen vooralsnog een eerste vereiste voor het halen van de doelstellingen van de regelingen tot verlaging van de teruggooi, waaronder bijvoorbeeld de volledig gedocumenteerde visserij. Bij het gebruik van dit systeem dient te worden voldaan aan de eisen van Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (2).

(4)

Om te garanderen dat het potentieel van vangstquotaregelingen voor de beheersing van de absolute visserijsterfte van de betrokken bestanden daadwerkelijk kan worden geëvalueerd aan de hand van proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, dienen alle in het kader van deze proeven gevangen vissen, inclusief die welke kleiner zijn dan de minimale aanlandingsmaat, in mindering te worden gebracht op de totale toewijzing voor het deelnemende vaartuig en dienen de visserijactiviteiten te worden stopgezet wanneer deze totale toewijzing volledig is opgebruikt door dat vaartuig. Voorts is het aangewezen overdrachten van toewijzingen tussen vaartuigen die deelnemen aan de proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij en niet-deelnemende vaartuigen toe te staan mits kan worden aangetoond dat teruggooi door niet-deelnemende vaartuigen niet toeneemt.

(5)

De TAC's moeten worden vastgesteld op basis van de beschikbare wetenschappelijke adviezen, met inachtneming van de biologische en sociaaleconomische aspecten, waarbij een gelijke behandeling van de visserijsectoren moet worden gegarandeerd, en in het licht van de standpunten die naar voren zijn gekomen tijdens de raadpleging van de belanghebbenden, met name op de bijeenkomsten van de betrokken regionale adviesraden.

(6)

Voor bestanden waarvoor specifieke meerjarenplannen gelden, moeten de TAC's overeenkomstig de in die plannen vervatte voorschriften worden vastgesteld. Bijgevolg dienen de TAC's voor de bestanden van tong in de Noordzee, schol in de Noordzee, kabeljauw in de Noordzee, het Skagerrak en het oostelijke deel van het Kanaal, blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee en haring in het gebied ten westen van Schotland te worden vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in respectievelijk Verordening (EG) nr. 676/2007 van de Raad van 11 juni 2007 tot vaststelling van een beheersplan voor de bevissing van de schol- en tongbestanden in de Noordzee (3), Verordening (EG) nr. 1300/2008 van de Raad van 18 december 2008 tot vaststelling van een meerjarenplan voor het haringbestand in het gebied ten westen van Schotland en de visserijen die dat bestand exploiteren (4), Verordening (EG) nr. 1342/2008 van de Raad van 18 december 2008 tot vaststelling van een langetermijnplan voor kabeljauwbestanden en de bevissing van deze bestanden (5) ("het kabeljauwplan"), en Verordening (EG) nr. 302/2009 van de Raad van 6 april 2009 betreffende een meerjarig herstelplan voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee (6).

(7)

Voor bestanden waarvoor onvoldoende gegevens of geen betrouwbare gegevens voorhanden zijn om ramingen van de omvang te kunnen maken, moeten de beheersmaatregelen en de TAC-niveaus worden vastgesteld volgens de voorzorgsaanpak van het visserijbeheer als omschreven in artikel 3, onder i), van Verordening (EG) nr. 2371/2002, waarbij rekening wordt gehouden met bestandsspecifieke factoren, waaronder met name de beschikbare gegevens over de ontwikkelingen van de bestanden en overwegingen betreffende de gemengde visserij.

(8)

Op grond van artikel 2 van Verordening (EG) nr. 847/96 van de Raad van 6 mei 1996 tot invoering van aanvullende voorwaarden voor het meerjarenbeheer van de TAC’s en quota (7) moet worden bepaald op welke bestanden de verschillende in die verordening bedoelde maatregelen van toepassing zijn.

(9)

Voor sommige soorten, zoals bepaalde haaisoorten, kan zelfs een beperkte vorm van visserijactiviteit een ernstig risico inhouden voor de instandhouding van de soort. Voor dergelijke soorten moet derhalve een volledige beperking van de vangstmogelijkheden worden opgelegd middels een totaalverbod op de visserij op deze soorten.

(10)

Volgens het advies van de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (International Council for the Exploration of the Sea - ICES) is het dienstig een systeem te handhaven, met de mogelijkheid tot herziening, voor het beheer van zandspieringen in de EU-wateren van de ICES-sectoren IIa en IIIa en ICES-deelgebied IV.

(11)

De maxima voor de visserijinspanning voor 2013 moeten worden vastgesteld overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EG) nr. 676/207, de artikelen 11 en 12 van Verordening (EG) nr. 1342/2008 en de artikelen 5 en 9 van Verordening (EG) nr. 302/2009, rekening houdend met Verordening (EG) nr. 754/2009 van 27 juli 2009 tot uitsluiting van bepaalde groepen vaartuigen van de visserijinspanningsregeling die is vastgesteld in hoofdstuk III van Verordening (EG) nr. 1342/2008 (8).

(12)

De Unie heeft, volgens de procedure die is vastgesteld in de overeenkomsten of protocollen inzake de visserijbetrekkingen met Noorwegen (9), de Faeröer (10) en IJsland (11) overleg over de visserijrechten gepleegd met deze partners. Het overleg met Noorwegen is nog niet afgerond en de overeenkomsten voor 2013 zullen naar verwachting slechts begin 2013 worden gesloten. Om te voorkomen dat de visserijactiviteiten van de Unie worden onderbroken en tevens de nodige flexibiliteit mogelijk te maken voor het sluiten van deze overeenkomsten begin 2013, moet de Unie de vangstmogelijkheden voor onder die overeenkomsten vallende bestanden voorlopig vaststellen. Het overleg met de Faeröer, respectievelijk met IJsland over de visserijovereenkomsten voor 2013 kon niet worden afgesloten. In overeenstemming met de in de overeenkomst en het protocol inzake de visserijbetrekkingen met Groenland (12) bepaalde procedure, heeft het Gemengd Comité de concrete vangstmogelijkheden voor 2013 voor EU-vaartuigen in Groenlandse wateren vastgesteld. Overeenkomstig het besluit van het Gemengd Comité zullen de quota voor lodde die in de Groenlandse wateren van de ICES-deelgebieden V en XIV voor de Unie beschikbaar zijn, automatisch worden verhoogd indien een vangstniveau van 70 % van het initiële quotum van de Unie wordt bereikt.

(13)

De Unie is verdragsluitende partij bij verscheidene visserijorganisaties en neemt aan andere organisaties deel als samenwerkende niet-verdragsluitende partij. Voorts worden de visserijovereenkomsten die de Republiek Polen vóór de toetreding tot de Europese Unie heeft gesloten, zoals de Overeenkomst voor de instandhouding en het beheer van de koolvisbestanden in het centrale gedeelte van de Beringzee, krachtens de Toetredingsakte van 2003 sinds de datum van toetreding beheerd door de Unie. De visserijorganisaties hebben aanbevolen om voor 2013 een aantal maatregelen in te voeren, waaronder vangstmogelijkheden voor EU-vaartuigen. Deze vangstmogelijkheden moeten in Unierecht worden omgezet.

(14)

Regionale organisaties voor visserijbeheer (ROVB's) kunnen overdrachten en uitwisselingen van quota tussen verdragsluitende partijen toestaan. Teneinde dergelijke overdrachten en uitwisselingen van quota tussen de Unie en andere verdragsluitende partijen te vergemakkelijken, dienen de lidstaten te worden gemachtigd besprekingen te voeren met andere verdragsluitende partijen bij de ROVB en, in voorkomend geval, mogelijke lijnen uit te zetten voor geplande overdrachten of uitwisselingen van quota. De Commissie wisselt met de andere verdragsluitende partij de mededeling uit dat ermee wordt ingestemd gebonden te zijn door dergelijke overdrachten of uitwisselingen, en brengt de overdracht of uitwisseling van quota ter kennis van de ROVB. De vangstmogelijkheden die in het kader van een overdracht of uitwisseling van quota worden ontvangen of overgedragen, moeten worden beschouwd als vangstmogelijkheden die aan de betrokken lidstaat worden toegewezen, respectievelijk in mindering worden gebracht op de toewijzing van die lidstaat, inclusief wat betreft de toepassing van de relevante bepalingen van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (13). Een dergelijke ad hoc overdracht of uitwisseling van quota mag evenwel de bestaande verdeelsleutel voor de toewijzing van vangstmogelijkheden aan lidstaten overeenkomstig het beginsel van de relatieve stabiliteit niet wijzigen.

(15)

Tijdens haar 34ste jaarlijkse vergadering in 2012 heeft de Visserijorganisatie voor het noordwestelijke deel van de Atlantische Oceaan (North West Atlantic Fisheries Organisation - NAFO) een aantal vangstmogelijkheden voor 2013 vastgesteld voor bepaalde bestanden in de deelgebieden 1-4 van het NAFO-verdragsgebied. De NAFO heeft in dit verband een procedure ingesteld om de voor 2013 vastgestelde TAC voor witte heek in NAFO-deelsector 3NO te verhogen indien is voldaan aan bepaalde voorwaarden met betrekking tot de toestand van dit bestand. Een verdragsluitende partij bij de NAFO kan de uitvoerend secretaris van de NAFO melden dat voor het bestand van witte heek in NAFO-deelsector 3NO hogere vangsten per inspanningseenheid dan normaal werden vastgesteld. Wordt de in de loop van het jaar 2013 toegepaste TAC-verhoging door de NAFO bevestigd, dan moet deze in Unierecht worden omgezet.

(16)

Tijdens haar 83ste jaarlijkse vergadering in 2012 heeft de Interamerikaanse Commissie voor tropische tonijn (Inter-American Tropical Tuna Commission - IATTC) instandhoudingsmaatregelen voor geelvintonijn, grootoogtonijn en gestreepte tonijn vastgesteld. Voorts heeft de IATTC een resolutie betreffende de instandhouding van Oceanische witpunthaaien aangenomen. Deze maatregelen moeten in Unierecht worden omgezet.

(17)

Tijdens haar jaarlijkse vergadering in 2012 heeft de Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen (International Commission for the Conservation of Atlantic Tunas - ICCAT) een herzien meerjarig herstelplan voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee aangenomen; in overeenstemming met dat plan is het quotum van de Unie verhoogd. Voorts is het gesloten visseizoen vervangen door een open seizoen dat tien dagen eerder begint. Bovendien is een verlenging met een jaar aangenomen van de bestaande TAC's en quota voor zwaardvisbestanden in het zuidelijke deel van de Atlantische Oceaan, alsmede een nieuw plan voor het herstellen van de bestanden van blauwe marlijn en witte marlijn. Het resultaat daarvan is dat het quotum van de Unie voor zwaardvis in het zuidelijke deel van de Atlantische Oceaan hetzelfde blijft als in 2012, terwijl het quotum van de Unie voor blauwe marlijn dienovereenkomstig is verhoogd teneinde rekening te houden met de ambachtelijke visserij in de ultraperifere gebieden van de Unie. Het quotum van de Unie voor witte marlijn blijft stabiel. Deze maatregelen moeten in Unierecht worden omgezet.

(18)

Tijdens haar jaarlijkse vergadering in 2012 heeft de Commissie voor de tonijnvisserij in de Indische Oceaan (Indian Ocean Tuna Commission - IOTC) haar maatregelen betreffende vangstmogelijkheden, zoals omgezet in Unierecht, niet gewijzigd. De momenteel geldende, door de IOTC vastgestelde maatregelen moeten in Unierecht worden omgezet.

(19)

De eerste jaarlijkse vergadering van de Regionale Organisatie voor het visserijbeheer in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan (South Pacific Regional Fisheries Management Organisation - SPRFMO) wordt van 28 januari tot en met 1 februari 2013 gehouden. Tot die tijd dienen de huidige overgangsmaatregelen, zoals ten uitvoer gelegd bij Verordening (EU) nr. 44/2012, te worden gehandhaafd.

(20)

Tijdens haar jaarlijkse vergadering in 2012 heeft de Visserijorganisatie voor het zuidoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (South East Atlantic Fisheries Organisation - SEAFO) de TAC's voor zwarte Patagonische ijsheek, Atlantische slijmkop, Beryx spp. en rode diepzeekrabben die zij tijdens haar jaarlijkse vergadering van 2010 was overeengekomen voor 2011 en 2012, niet gewijzigd. De momenteel geldende maatregelen zoals vastgesteld door de SEAFO moeten in Unierecht worden omgezet.

(21)

In het licht van het meest recente wetenschappelijke advies van de ICES en overeenkomstig de internationale verbintenissen in het kader van het Verdrag inzake de visserij in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan (NEAFC) dient de visserijinspanning op bepaalde diepzeesoorten te worden beperkt.

(22)

De 9de jaarlijkse vergadering van de Commissie voor de visserij in de westelijke en centrale Stille Oceaan (WCPFC) in 2012 heeft geen wijzigingen aangebracht in de maatregelen met betrekking tot de vangstmogelijkheden die momenteel in het Unierecht zijn omgezet, met uitzondering van het aanscherpen van de voorwaarden betreffende het gesloten gebied voor de visserij met visconcentratievoorzieningen (FAD's). De herziening van dit gesloten gebied voor de visserij met FAD's vereist dat de Unie als verdragsluitende partij bij de WCPFC kiest voor een van de twee beschikbare mogelijkheden voor bijkomende maatregelen voor het aanscherpen van de voorwaarden voor het gesloten gebied. Totdat daarover een besluit is genomen, dienen de momenteel geldende maatregelen die door de WCPFC zijn aangenomen, verder te worden omgezet in het Unierecht.

(23)

Op hun jaarlijkse vergadering in 2012 hebben de partijen bij de Overeenkomst voor de instandhouding en het beheer van de koolvisbestanden in het centrale gedeelte van de Beringzee hun maatregelen betreffende vangstmogelijkheden niet gewijzigd. Deze maatregelen moeten in Unierecht worden omgezet.

(24)

Tijdens hun jaarlijkse vergadering in 2012 hebben de partijen bij de Commissie voor de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren (Commission for the Conservation of Antarctic Marine Living Resources - CCAMLR) vangstbeperkingen voor zowel doelsoorten als bijvangstsoorten aangenomen. Deze maatregelen moeten in Unierecht worden omgezet.

(25)

Bepaalde internationale maatregelen waarbij vangstmogelijkheden voor de Unie worden ingesteld of beperkt, worden door de betrokken ROVB's op het einde van het jaar vastgesteld en worden van kracht vóór de inwerkingtreding van deze verordening. De bepalingen tot omzetting van deze maatregelen in Unierecht dienen derhalve met terugwerkende kracht van toepassing te zijn. Aangezien het visseizoen in het verdragsgebied van de CCAMLR (Commission for the Conservation of Antarctic Marine Living Resources - Commissie voor de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren) loopt van 1 december tot en met 30 november en bepaalde vangstmogelijkheden of -verboden in het CCAMLR-verdragsgebied derhalve worden vastgesteld voor een periode die ingaat op 1 december 2012, dienen de relevante bepalingen van deze verordening vanaf die datum van toepassing te zijn. Deze toepassing met terugwerkende kracht laat het beginsel van het gewettigd vertrouwen onverlet, aangezien CCAMLR-leden niet zonder machtiging in het CCAMLR-verdragsgebied mogen vissen.

(26)

Overeenkomstig de verklaring van de Unie ten overstaan van de Bolivariaanse republiek Venezuela ("Venezuela") over het toekennen van vangstmogelijkheden in EU-wateren aan vissersvaartuigen die onder de vlag van Venezuela varen in de exclusieve economische zone voor de kust van Frans-Guyana (14), moeten voor Venezuela vangstmogelijkheden worden vastgesteld voor het vissen op snappers in EU-wateren.

(27)

De bij deze verordening voor EU-vaartuigen vastgestelde vangstmogelijkheden moeten worden gebruikt overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1224/2009, en met name de artikelen 33 en 34 van die verordening betreffende de registratie van de vangsten en de visserijinspanning, respectievelijk de melding van gegevens over de uitputting van de vangstmogelijkheden. Derhalve dient te worden gepreciseerd welke codes de lidstaten moeten gebruiken wanneer zij gegevens met betrekking tot de aanlandingen van onder deze verordening vallende bestanden aan de Commissie doen toekomen.

(28)

Met het oog op de continuïteit van de visserijactiviteiten en om het inkomen van de vissers in de Unie veilig te stellen, dient deze verordening met ingang van 1 januari 2013 van toepassing te zijn, met uitzondering van de bepalingen betreffende de beperkingen van de visserijinspanning, die van toepassing moeten zijn vanaf 1 februari 2013, en specifieke bepalingen voor bijzondere gebieden, waarvoor een specifieke datum van toepassing moet gelden zoals aangegeven in overweging 23. Gezien de urgentie dient deze verordening onmiddellijk na de bekendmaking ervan in werking te treden.

(29)

De vangstmogelijkheden moeten in volledige overeenstemming met het toepasselijke recht van de Unie worden gebruikt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

TITEL I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Onderwerp

1.   Deze verordening voorziet in vangstmogelijkheden in de EU-wateren en, voor EU-vaartuigen, in bepaalde niet-EU-wateren, voor sommige visbestanden en groepen visbestanden waarvoor internationale onderhandelingen worden gevoerd of internationale overeenkomsten gelden.

2.   De in lid 1 bedoelde vangstmogelijkheden omvatten:

a)

de vangstbeperkingen voor 2013 en, waar dit gespecificeerd is in de onderhavige verordening, voor 2014;

b)

de beperkingen van de visserijinspanning voor de periode van 1 februari 2013 tot en met 31 januari 2014;

c)

de vangstmogelijkheden voor de periode van 1 december 2012 tot en met 30 november 2013 voor bepaalde bestanden in het CCAMLR-verdragsgebied; en

d)

de vangstmogelijkheden voor bepaalde bestanden in het IATTC-verdragsgebied voor de in artikel 27 genoemde periodes voor het jaar 2013 en, waar dit gespecificeerd is in de onderhavige verordening, in 2014.

3.   In deze verordening worden ook voorlopige vangstmogelijkheden vastgesteld voor bepaalde visbestanden of groepen visbestanden die vallen onder de bilaterale visserijovereenkomsten met Noorwegen, in afwachting van de afloop van het overleg over de overeenkomsten voor 2013.

Artikel 2

Toepassingsgebied

Deze verordening is van toepassing op de volgende vaartuigen:

a)

EU-vaartuigen;

b)

vaartuigen van derde landen in EU-wateren.

Artikel 3

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a)   "EU-vaartuig": een vissersvaartuig dat de vlag van een lidstaat voert en in de Unie is geregistreerd;

b)   "vaartuig van een derde land": een vissersvaartuig dat de vlag voert van en is geregistreerd in een derde land;

c)   "EU-wateren": wateren onder de soevereiniteit of jurisdictie van de lidstaten, met uitzondering van wateren die grenzen aan de in bijlage II bij het Verdrag genoemde landen en gebieden overzee;

d)   "totaal toegestane vangst" (total allowable catch - TAC): de hoeveelheid die elk jaar van elk visbestand mag worden gevangen en aangeland;

e)   "quotum": een gedeelte van de TAC dat is toegewezen aan de Unie, aan een lidstaat of aan een derde land;

f)   "internationale wateren": wateren die niet onder de soevereiniteit of jurisdictie van enige staat vallen;

g)   "maaswijdte": de maaswijdte van visnetten zoals vastgesteld overeenkomstig Verordening (EG) nr. 517/2008 (15).

Artikel 4

Visserijzones

Voor de toepassing van deze verordening geldt de volgende afbakening van visserijzones:

a)   voor de ICES-zones (International Council for the Exploration of the Sea - Internationale Raad voor het onderzoek van de zee): de in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 218/2009 (16) gespecificeerde geografische gebieden;

b)   voor het Skagerrak: het geografische gebied dat in het westen wordt begrensd door een lijn van de vuurtoren van Hanstholm naar die van Lindesnes, en in het zuiden door een lijn van de vuurtoren van Skagen naar die van Tistlarna en vandaar naar het dichtstbij gelegen punt op de Zweedse kust;

c)   voor het Kattegat: het geografische gebied dat in het noorden wordt begrensd door een lijn van de vuurtoren van Skagen naar die van Tistlarna en vandaar naar het dichtstbij gelegen punt op de Zweedse kust, en in het zuiden door een lijn van Kaap Hasenøre naar Kaap Gniben, van Korshage naar Spodsbjerg en van Kaap Gilbjerg naar Kullen;

d)   voor de CECAF-zones (Committee for Eastern Central Atlantic Fisheries - Visserijcommissie voor het centraaloostelijke deel van de Atlantische Oceaan): de in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 216/2009 (17) gespecificeerde geografische gebieden;

e)   voor de NAFO-zones (Northwest Atlantic Fisheries Organisation - Visserijorganisatie voor het noordwestelijke deel van de Atlantische Oceaan): de in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 217/2009 (18) gespecificeerde geografische gebieden;

f)   voor het SEAFO-verdragsgebied (South-East Atlantic Fisheries Organisation - Organisatie voor de visserij in het zuidoostelijke deel van de Atlantische Oceaan): het in het Verdrag inzake de instandhouding en het beheer van de visbestanden in het zuidoostelijke deel van de Atlantische Oceaan (19) omschreven geografische gebied;

g)   voor het ICCAT-verdragsgebied (International Commission for the Conservation of Atlantic Tunas - Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen): het in het Internationaal Verdrag voor de instandhouding van Atlantische tonijnen (20) omschreven geografische gebied;

h)   voor het CCAMLR-verdragsgebied (Commission for the Conservation of Antarctic Marine Living Resources - Commissie voor de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren): het in artikel 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 601/2004 (21) omschreven geografische gebied;

i)   voor het IATTC-verdragsgebied (Inter American Tropical Tuna Commission - InterAmerikaanse Commissie voor tropische tonijn): het in het Verdrag ter versterking van de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn opgericht bij het Verdrag van 1949 tussen de Verenigde Staten van Amerika en de Republiek Costa Rica (22) omschreven geografische gebied;

j)   voor het IOTC-verdragsgebied (Indian Ocean Tuna Commission - Commissie voor de tonijnvisserij in de Indische Oceaan): het in de Overeenkomst tot oprichting van de Commissie voor de tonijnvisserij in de Indische Oceaan (23) omschreven geografische gebied;

k)   voor het SPRFMO-verdragsgebied (South Pacific Regional Fisheries Management Organisation - Regionale organisatie voor het visserijbeheer in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan): het gebied op open zee ten zuiden van 10° noorderbreedte, ten noorden van het CCAMLR-verdragsgebied, ten oosten van het SIOFA-verdragsgebied zoals vastgesteld in de Visserijovereenkomst voor de Zuid-Indische Oceaan (24), en ten westen van de gebieden die onder de visserijjurisdictie van de Zuid-Amerikaanse staten vallen;

l)   voor het WCPFC-verdragsgebied (Western and Central Pacific Fisheries Commission - Commissie voor de visserij in de westelijke en centrale Stille Oceaan): het in het Verdrag inzake de instandhouding en het beheer van over grote afstanden trekkende visbestanden in het westelijke en centrale deel van de Stille Oceaan (25) omschreven geografische gebied;

m)   voor de volle zee van de Beringzee: de geografische zone van de volle zee van de Beringzee vanaf 200 zeemijlen van de basislijnen vanwaar de breedte van de territoriale zee van de aan de Beringzee gelegen kuststaten wordt gemeten.

TITEL II

VANGSTMOGELIJKHEDEN VOOR EU-VAARTUIGEN

HOOFDSTUK I

Algemene bepalingen

Artikel 5

TAC's en toewijzingen

1.   De TAC's voor EU-vaartuigen in de EU-wateren of bepaalde niet-EU-wateren en de toewijzing van deze TAC's aan de lidstaten, alsmede de voorwaarden die er functioneel verband mee houden, worden vastgesteld in bijlage I.

2.   EU-vaartuigen mogen, met inachtneming van de in bijlage I vastgestelde TAC's en de voorschriften van artikel 14 en bijlage III van de onderhavige verordening en van Verordening (EG) nr. 1006/2008 (26) en de uitvoeringsbepalingen daarvan, vissen in de wateren die onder de visserijjurisdictie van de Faeröer, Groenland, IJsland en Noorwegen vallen, en in de visserijzone rond Jan Mayen.

Artikel 6

Extra toewijzingen voor vaartuigen die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij

1.   Voor bepaalde bestanden kan een lidstaat een extra toewijzing toekennen aan vaartuigen die zijn vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij. Deze bestanden worden opgesomd in bijlage I.

2.   De in lid 1 bedoelde extra toewijzing mag niet meer bedragen dan de algemene limiet die in bijlage I is bepaald als een percentage van het aan die lidstaat toegewezen quotum.

3.   De extra toewijzing als bedoeld in lid 1 voldoet aan de volgende voorwaarden:

a)

het vaartuig maakt gebruik van aan een sensorsysteem gekoppelde camera's in een gesloten televisiecircuit (CCTV's) (gezamenlijk "het CCTV-systeem" genoemd) waarmee alle visserij- en verwerkingsactiviteiten die aan boord van de vaartuigen plaatsvinden, worden geregistreerd;

b)

de extra toewijzing die wordt toegekend aan een individueel vaartuig dat deelneemt aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bedraagt niet meer dan:

i)

75 % van de teruggooi van het bestand zoals die door de betrokken lidstaat is geraamd voor het vaartuigtype waartoe het betrokken vaartuig behoort;

ii)

30 % van de individuele toewijzing waarover het vaartuig vóór de deelname aan de proeven beschikte;

c)

alle vangsten van het vaartuig uit het bestand waarvoor een extra toewijzing is toegekend, inclusief vissen die kleiner zijn dan de minimale aanlandingsmaat zoals vastgesteld in bijlage XII bij Verordening (EG) nr. 850/98, worden in mindering gebracht op de individuele toewijzing voor het vaartuig, die resulteert uit de krachtens dit artikel toegekende aanvullende toewijzing;

d)

wanneer een vaartuig de individuele toewijzing voor een bestand waarvoor een extra toewijzing is toegekend, volledig heeft opgebruikt, dienen alle visserijactiviteiten van dat vaartuig in het betrokken TAC-gebied te worden stopgezet;

e)

wat betreft de bestanden waarvoor dit artikel kan worden toegepast, kunnen de lidstaten overdrachten van de individuele toewijzing of een deel daarvan van vaartuigen die niet deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij aan deelnemende vaartuigen toestaan, op voorwaarde dat kan worden aangetoond dat de teruggooi van de niet-deelnemende vaartuigen niet toeneemt.

4.   Onverminderd lid 3, onder b), punt i), kan een lidstaat bij wijze van uitzondering aan een vaartuig dat zijn vlag voert, een extra toewijzing toekennen van meer dan 75 % van de voor het vaartuigtype waartoe het betrokken vaartuig behoort, geraamde teruggooi, op voorwaarde dat:

a)

het voor het betrokken vaartuigtype geraamde teruggooipercentage voor het betrokken bestand minder bedraagt dan 10 %;

b)

de opneming van dat vaartuigtype van belang is voor het evalueren van het potentieel van het CCTV-systeem voor controledoeleinden;

c)

een algemeen maximum van 75 % van de geraamde teruggooi door alle vaartuigen die aan de proeven deelnemen, niet wordt overschreden.

5.   Voor zover het bij de overeenkomstig lid 3, onder a) verkregen geregistreerde gegevens gaat om te verwerken persoonsgegevens in de zin van Richtlijn 95/46/EG, is deze richtlijn van toepassing op de verwerking van dergelijke gegevens.

6.   Wanneer een lidstaat vaststelt dat een vaartuig dat deelneemt aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, niet voldoet aan de voorwaarden van lid 3, trekt die lidstaat de extra toewijzing voor dat vaartuig onmiddellijk in en sluit hij dat vaartuig voor de rest van het jaar 2013 uit van deelname aan de proeven.

7.   Voordat een lidstaat de in de leden 1 tot en met 6 bedoelde extra toewijzing toekent, deelt hij de Commissie de volgende gegevens mee:

a)

de lijst van de vaartuigen die zijn vlag voeren en deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij;

b)

de specificaties van de elektronische systemen voor toezicht op afstand die aan boord van die vaartuigen zijn geïnstalleerd;

c)

de capaciteit, het type en de specificaties van het vistuig dat door die vaartuigen wordt gebruikt;

d)

de geraamde teruggooi voor elk vaartuigtype dat aan de proeven deelneemt;

e)

de hoeveelheden die in 2012 door aan de proeven deelnemende vaartuigen zijn gevangen uit het bestand waarvoor de betrokken TAC geldt.

8.   De Commissie kan iedere lidstaat die een beroep doet op dit artikel, verzoeken zijn beoordeling van de teruggooi per vaartuigtype ter evaluatie aan een wetenschappelijk adviesorgaan voor te leggen, teneinde toe te zien op de tenuitvoerlegging van de voorwaarde van lid 3, onder b), punt i). Bij ontstentenis van een beoordeling die deze teruggooi bevestigt, neemt de betrokken lidstaat passende maatregelen om aan die voorwaarde te voldoen en stelt zij de Commissie hiervan in kennis.

Artikel 7

Voorwaarden voor de aanlanding van vangsten en bijvangsten

Vis van bestanden waarvoor TAC's zijn vastgesteld, mag slechts aan boord worden gehouden of aangeland mits:

a)

die vis is gevangen met vaartuigen die de vlag voeren van een lidstaat die over een quotum beschikt, en dat quotum nog niet is opgebruikt; of

b)

de vangsten deel uitmaken van een EU-quotum dat niet in de vorm van quota aan de lidstaten is toegewezen, en dat EU-quotum nog niet is opgebruikt.

Artikel 8

Beperkingen van de visserijinspanning

Van 1 februari 2013 tot en met 31 januari 2014 zijn de visserijinspanningsmaatregelen die zijn vastgesteld in bijlage IIA, van toepassing op het beheer van bepaalde kabeljauw-, schol- en tongbestanden in:

a)

het Skagerrak;

b)

het deel van ICES-sector IIIa dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort;

c)

ICES-deelgebied IV;

d)

de EU-wateren van ICES-sector IIa; en

e)

ICES-sector VIId.

Artikel 9

Vangst- en inspanningsbeperkingen voor de diepzeevisserij

1.   Artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2347/2002 (27), op grond waarvan vaartuigen in het bezit moeten zijn van een diepzeevisdocument, is van toepassing op Groenlandse heilbot (ook wel "zwarte heilbot" genoemd). Voor het vangen, aan boord houden, overladen en aanlanden van Groenlandse heilbot gelden de voorwaarden van dat artikel.

2.   De lidstaten zorgen ervoor dat de voor 2013 geldende visserijinspanningsniveaus, gemeten in kilowattdagen buitengaats, van vaartuigen met diepzeevisdocumenten als bedoeld in artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2347/2002, niet meer bedragen dan 65 % van de gemiddelde jaarlijkse visserijinspanning die de vaartuigen van de betrokken lidstaat in 2003 hebben geleverd op reizen tijdens welke deze vaartuigen over diepzeevisdocumenten beschikten of diepzeesoorten, als opgesomd in de bijlagen I en II bij die verordening, hebben gevangen. Dit lid is alleen van toepassing op visreizen tijdens welke meer dan 100 kg andere diepzeesoorten dan grote zilvervis is gevangen.

Artikel 10

Bijzondere bepalingen inzake de toewijzing van vangstmogelijkheden

1.   De vangstmogelijkheden worden overeenkomstig deze verordening aan de lidstaten toegewezen onverminderd:

a)

geruilde vangstmogelijkheden op grond van artikel 20, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002;

b)

nieuwe toewijzingen op grond van artikel 37 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 of op grond van artikel 10, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1006/2008;

c)

het aanlanden van extra hoeveelheden op grond van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96;

d)

de op grond van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 naar het volgende jaar overgedragen hoeveelheden;

e)

kortingen en verlagingen op grond van de artikelen 37, 105, 106 en 107 van Verordening (EG) nr. 1224/2009;

f)

overdrachten en uitwisselingen van quota overeenkomstig artikel 15 van deze verordening.

2.   Tenzij anders vermeld in bijlage I bij deze verordening is artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing op bestanden waarvoor voorzorgs-TAC's zijn vastgesteld, en zijn artikel 3, leden 2 en 3, en artikel 4 van die verordening van toepassing op bestanden waarvoor analytische TAC's zijn vastgesteld.

Artikel 11

Gesloten visseizoen

1.   Van 1 mei tot en met 31 mei 2013 is het verboden om de volgende soorten op de Porcupine Bank te bevissen of aan boord te houden: lom, blauwe leng en leng.

2.   Voor de toepassing van dit artikel omvat de Porcupine Bank het geografische gebied dat wordt begrensd door loxodromen die achtereenvolgens de punten met de volgende geografische coördinaten met elkaar verbinden:

Punt

Breedtegraad

Lengtegraad

1

52° 27′ NB

12° 19′ WL

2

52° 40′ NB

12° 30′ WL

3

52° 47′ NB

12° 39,600′ WL

4

52° 47′ NB

12° 56′ WL

5

52° 13,5′ NB

13° 53,830′ WL

6

51° 22′ NB

14° 24′ WL

7

51° 22′ NB

14° 03′ WL

8

52° 10′ NB

13° 25′ WL

9

52° 32′ NB

13° 07,500′ WL

10

52° 43′ NB

12° 55′ WL

11

52° 43′ NB

12° 43′ WL

12

52° 38,800′ NB

12° 37′ WL

13

52° 27′ NB

12° 23′ WL

14

52° 27′ NB

12° 19′ WL

3.   In afwijking van lid 1 is het vaartuigen toegestaan door de Porcupine Bank te varen met de in datzelfde lid genoemde soorten aan boord overeenkomstig artikel 50, leden 3, 4 en 5, van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

Artikel 12

Verbodsbepalingen

1.   Het is EU-vaartuigen verboden de onderstaande soorten te bevissen, aan boord te houden, over te laden en aan te landen:

a)

reuzenhaai (Cetorhinus maximus) en witte haai (Carcharodon carcharias) in alle wateren;

b)

haringhaai (Lamna nasus) in alle wateren, tenzij in bijlage I, deel B, van Verordening (EU) nr. 39/2013 (28) anders is bepaald;

c)

zee-engel (Squatina squatina) in de EU-wateren;

d)

vleet (Dipturus batis) in de EU-wateren van ICES-sector IIa en de ICES-deelgebieden III, IV, VI, VII, VIII, IX en X;

e)

golfrog (Raja undulata) en witte rog (Raja alba) in de EU-wateren van de ICES-deelgebieden VI, VII, VIII, IX en X;

f)

gitaarroggen (Rhinobatidae) in de EU-wateren van de ICES-deelgebieden I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X en XII;

g)

reuzenmanta (Manta birostris) in alle wateren.

2.   Incidenteel gevangen vissen van de in lid 1 bedoelde soorten worden ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet.

Artikel 13

Gegevensverstrekking

Wanneer de lidstaten overeenkomstig de artikelen 33 en 34 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 gegevens met betrekking tot de aanlanding van hoeveelheden gevangen vis aan de Commissie doen toekomen, gebruiken zij daarvoor de in bijlage I bij de onderhavige verordening vermelde bestandscodes.

HOOFDSTUK II

Vismachtigingen in wateren van derde landen

Artikel 14

Vismachtigingen

1.   Het maximumaantal vismachtigingen voor EU-vaartuigen in wateren van derde landen wordt vastgesteld in bijlage III.

2.   Indien een lidstaat quota in de in bijlage III genoemde visserijzones op basis van artikel 20, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 aan een andere lidstaat overdraagt (ruil of "swap"), worden daarbij ook de overeenkomstige vismachtigingen overgedragen en wordt de Commissie hiervan in kennis gesteld. Het in bijlage III vastgestelde totale aantal vismachtigingen per visserijzone mag echter niet worden overschreden.

HOOFDSTUK III

Vangstmogelijkheden in wateren van regionale visserijorganisaties

Artikel 15

Overdrachten en uitwisselingen van quota

1.   Wanneer volgens de voorschriften van een regionale organisatie voor visserijbeheer (ROVB) overdrachten en uitwisselingen van quota tussen de verdragsluitende partijen van een ROVB zijn toegestaan, kan een lidstaat (hierna "de betrokken lidstaat" genoemd) met een verdragsluitende partij bij de ROVB besprekingen aanknopen en, in voorkomend geval, mogelijke lijnen uitzetten voor een geplande overdracht of uitwisseling van quota.

2.   De betrokken lidstaat brengt de mogelijke lijnen voor een geplande overdracht of uitwisseling van quota die hij met de betrokken verdragsluitende partij bij de ROVB heeft besproken, ter kennis van de Commissie, die daaraan haar goedkeuring kan hechten. Vervolgens wisselt de Commissie onverwijld met de betrokken verdragsluitende partij bij de RVO de mededeling uit dat ermee wordt ingestemd gebonden te zijn door de overdracht of uitwisseling van quota. De Commissie brengt dan de overeengekomen overdracht of uitwisseling van quota ter kennis van het secretariaat van de ROVB overeenkomstig de voorschriften van deze organisatie.

3.   De Commissie brengt de lidstaten op de hoogte van de overeengekomen overdracht of uitwisseling van quota.

4.   De vangstmogelijkheden die in het kader van de overdracht of uitwisseling van quota worden ontvangen van of overgedragen aan de betrokken verdragsluitende partij bij de ROVB moeten worden beschouwd als quota die aan de betrokken lidstaat worden toegewezen, hetzij in mindering worden gebracht op de toewijzing van de betrokken lidstaat, vanaf het tijdstip dat de overdracht of uitwisseling van quota in werking treedt overeenkomstig de bepalingen van de overeenkomst die tussen de betrokken verdragsluitende partijen bij de ROVB is gesloten, of, in voorkomend geval, overeenkomstig de voorschriften van de betrokken ROVB. Een dergelijke toewijzing mag evenwel de bestaande verdeelsleutel voor de toewijzing van vangstmogelijkheden aan lidstaten overeenkomstig het beginsel van de relatieve stabiliteit niet wijzigen.

Afdeling 1

ICCAT-Verdragsgebied

Artikel 16

Beperkingen van de vangst-, kweek- en mestcapaciteit voor blauwvintonijn

1.   Het aantal met de hengel of de sleeplijn vissende EU-vaartuigen dat in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm mag vissen, wordt beperkt overeenkomstig punt 1 van bijlage IV.

2.   Het aantal in het kader van de ambachtelijke kustvisserij vissende EU-vaartuigen dat in de Middellandse Zee actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm mag vissen, wordt beperkt overeenkomstig punt 2 van bijlage IV.

3.   Het aantal EU-vaartuigen dat in de Adriatische Zee voor kweekdoeleinden actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm mag vissen, wordt beperkt overeenkomstig punt 3 van bijlage IV.

4.   Het aantal en de in brutoton uitgedrukte totale capaciteit van de vissersvaartuigen die in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee op blauwvintonijn mogen vissen, deze aan boord mogen houden en mogen overladen, vervoeren of aanlanden, worden beperkt overeenkomstig punt 4 van bijlage IV.

5.   Het aantal tonnara's dat in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee wordt gebruikt bij de visserij op blauwvintonijn, wordt beperkt overeenkomstig punt 5 van bijlage IV.

6.   De capaciteit voor het kweken en mesten van blauwvintonijn, alsmede de maximale hoeveelheid in het wild gevangen blauwvintonijn die wordt toegewezen aan kweek- en mestbedrijven in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee, worden beperkt overeenkomstig punt 6 van bijlage IV.

Artikel 17

Recreatie- en sportvisserij

De lidstaten kennen een specifiek quotum van de hun in bijlage ID toegekende quota voor blauwvintonijn toe aan de recreatie- en sportvisserij.

Artikel 18

Haaien

1.   In alle visserijtakken geldt een verbod op het aan boord houden, overladen en aanlanden van delen van of volledige karkassen van grootoogvoshaaien (Alopias superciliosus).

2.   Het is verboden gericht te vissen op voshaaisoorten van het geslacht Alopias.

3.   In verband met de visserij in het ICCAT-verdragsgebied geldt een verbod op het aan boord houden, overladen en aanlanden van delen van of volledige karkassen van hamerhaaien van de familie Sphyrnidae (met uitzondering van Sphyrna tiburo).

4.   In alle visserijtakken geldt een verbod op het aan boord houden, overladen en aanlanden van delen van of volledige karkassen van witpunthaaien (Carcharhinus longimanus).

5.   In alle visserijtakken geldt een verbod op het aan boord houden van zijdehaaien (Carcharhinus falciformis).

Afdeling 2

CCAMLR-Verdragsgebied

Artikel 19

Verbodsbepalingen en vangstbeperkingen

1.   Gerichte visserij op de in bijlage V, deel A, vermelde soorten is verboden in de daarin aangegeven zones en perioden.

2.   Voor experimentele visserij worden de beperkingen van de TAC's en de bijvangsten per deelgebied vastgelegd in bijlage V, deel B.

Artikel 20

Experimentele visserij

1.   Alleen lidstaten die lid zijn van de CCAMLR, mogen in 2013 deelnemen aan de experimentele visserij met de beug op Dissostichus spp. in de FAO-deelgebieden 88.1 en 88.2 en de FAO-sectoren 58.4.1, 58.4.2 en 58.4.3a buiten gebieden onder nationale jurisdictie. Lidstaten die aan die voorwaarde voldoen en die voornemens zijn om aan die visserij deel te nemen, stellen het CCAMLR-secretariaat daarvan overeenkomstig de artikelen 7 en 7 bis van Verordening (EG) nr. 601/2004 uiterlijk op 1 juni 2013 in kennis.

2.   De TAC's en de bijvangsten in de FAO-deelgebieden 88.1 en 88.2 en de FAO-sectoren 58.4.1, 58.4.2 en 58.4.3a en de verdeling daarvan over de kleine onderzoeksvakken (Small Scale Research Units - SSRU's) in elk gebied worden vastgesteld in bijlage V, deel B. De visserijactiviteiten in een SSRU worden stopgezet zodra de gemelde vangsten de geldende TAC hebben bereikt, waarna dit vak voor de rest van het seizoen voor de visserij wordt gesloten.

3.   De visserijactiviteiten vinden plaats in een zo groot mogelijk geografisch gebied en op zoveel mogelijk verschillende diepten om de nodige informatie te verzamelen voor het bepalen van het visserijpotentieel en om overconcentratie van vangsten en visserijinspanning te voorkomen. In de FAO-deelgebieden 88.1 en 88.2 en de FAO-sectoren 58.4.1, 58.4.2 en 58.4.3a is het echter verboden om te vissen op diepten van minder dan 550 m.

Artikel 21

Visserij op Antarctisch krill in het visseizoen 2013/2014

1.   Alleen de lidstaten die lid zijn van de CCAMLR, mogen tijdens het visseizoen 2013/2014 in het CCAMLR-verdragsgebied op Antarctisch krill (Euphausia superba) vissen. Lidstaten die lid zijn van de CCAMLR en die voornemens zijn om in het CCAMLR-verdragsgebied op Antarctisch krill te vissen, stellen het CCAMLR-secretariaat, overeenkomstig artikel 5 bis van Verordening (EG) nr. 601/2004, en de Commissie uiterlijk op 1 juni 2013 in kennis van:

a)

hun voornemen om op Antarctisch krill te vissen, waarbij zij gebruik maken van het formulier in bijlage V, deel C;

b)

de netconfiguratie, waarbij zij gebruik maken van het formulier in bijlage V, deel D.

2.   De in lid 1 van dit artikel bedoelde kennisgeving omvat de in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 601/2004 bedoelde informatie voor elk vaartuig dat van de lidstaat toestemming krijgt om aan de visserij op Antarctisch krill deel te nemen.

3.   Een lidstaat die voornemens is om in het CCAMLR-verdragsgebied op Antarctisch krill te vissen, geeft alleen kennis van dit voornemen voor gemachtigde vaartuigen die ten tijde van de kennisgeving zijn vlag voeren of die de vlag van een ander CCAMLR-lid voeren, maar naar verwachting ten tijde van de genoemde visserijactiviteit de vlag van de lidstaat zullen voeren.

4.   De lidstaten mogen toestaan dat een ander vaartuig dan de overeenkomstig de leden 1, 2 en 3 van dit artikel aan het CCAMLR-secretariaat gemelde vaartuigen deelneemt aan de visserij op Antarctisch krill, wanneer een gemachtigd vaartuig om legitieme operationele redenen of vanwege overmacht niet aan die visserij kan deelnemen. De betrokken lidstaten brengen in dat geval het CCAMLR-secretariaat en de Commissie onverwijld op de hoogte, met opgave van:

a)

alle bijzonderheden over het vervangende vaartuig (of de vervangende vaartuigen), inclusief de in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 601/2004 bedoelde informatie;

b)

een volledig overzicht van de redenen voor de vervanging, alsmede van alle relevante ondersteunende bewijsstukken of referenties.

5.   De lidstaten staan niet toe dat een vaartuig dat voorkomt op één van de door de CCAMLR vastgestelde lijsten van vaartuigen die illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserijactiviteiten verrichten (IOO-vaartuigen), aan de visserij op Antarctisch krill deelneemt.

Afdeling 3

IOTC-Verdragsgebied

Artikel 22

Beperking van de vangstcapaciteit van vaartuigen die in het IOTC-verdragsgebied vissen

1.   Het maximumaantal EU-vaartuigen dat in het IOTC-verdragsgebied op tropische tonijn vist, en de overeenkomstige in brutotonnage uitgedrukte capaciteit, worden vastgesteld in punt 1 van bijlage VI.

2.   Het maximumaantal EU-vaartuigen dat in het IOTC-verdragsgebied op zwaardvis (Xiphias gladius) en witte tonijn (Thunnus alalunga) vist, en de overeenkomstige in brutotonnage uitgedrukte capaciteit, worden vastgesteld in punt 2 van bijlage VI.

3.   De lidstaten kunnen vaartuigen die zijn toegewezen aan één van de twee in de leden 1 en 2 bedoelde visserijtakken, toewijzen aan de andere visserijtak, mits zij ten genoegen van de Commissie kunnen aantonen dat deze wijziging niet tot een stijging van de visserijinspanning voor de betrokken visbestanden leidt.

4.   De lidstaten zorgen er bij een voorgestelde overdracht van capaciteit naar hun vloot voor dat de over te dragen vaartuigen voorkomen in het vaartuigenregister van de IOTC of van andere regionale tonijnvisserijorganisaties. Voorts mogen vaartuigen die voorkomen op de door een ROVB bijgehouden lijst van vaartuigen die illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserijactiviteiten verrichten (IOO-vaartuigen), niet worden overgedragen.

5.   Teneinde rekening te houden met de uitvoering van de bij de IOTC ingediende ontwikkelingsplannen, mogen de lidstaten hun vangstcapaciteit slechts binnen de in die ontwikkelingsplannen bepaalde grenzen verhogen tot boven de in de leden 1 en 2 bedoelde maxima.

Artikel 23

Haaien

1.   In alle visserijtakken geldt een verbod op het aan boord houden, overladen en aanlanden van delen van of volledige karkassen van alle voshaaisoorten van de familie Alopiidae.

2.   Incidenteel gevangen vissen van de in lid 1 bedoelde soorten worden ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet.

Afdeling 4

SPRFMO-Verdragsgebied

Artikel 24

Pelagische visserij - capaciteitsbeperking

De lidstaten die in 2007, 2008 of 2009 actief pelagische visserijactiviteiten hebben uitgeoefend in het SPRFMO-verdragsgebied, beperken de totale brutotonnage van de vaartuigen die hun vlag voeren en die in 2013 op pelagische bestanden vissen, tot het niveau van in totaal 78 610 brutotonnage in dat gebied, en wel op zodanige wijze dat de duurzame exploitatie van de pelagische visbestanden in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan is gewaarborgd.

Artikel 25

Pelagische visserij - TAC's

1.   Alleen de lidstaten die in 2007, 2008 of 2009 actief pelagische visserijactiviteiten hebben uitgeoefend in het SPRFMO-verdragsgebied, zoals gespecificeerd in artikel 24, mogen in dat gebied op pelagische bestanden vissen met inachtneming van de in bijlage IJ vastgestelde TAC's.

2.   De lidstaten stellen de Commissie maandelijks in kennis van de naam en de kenmerken, met inbegrip van de brutotonnage, van vaartuigen die hun vlag voeren en die betrokken zijn bij de in dit artikel bedoelde visserij.

3.   Voor de monitoring van de in dit artikel bedoelde visserij sturen de lidstaten de Commissie, ter toezending aan het interim-secretariaat van de SPRFMO, gegevens van satellietvolgsystemen voor vissersvaartuigen (VMS-gegevens), maandelijkse vangstaangiften en, indien voorhanden, gegevens over aanloophavens, uiterlijk de vijftiende dag van de maand na die waarop de gegevens betrekking hebben.

Artikel 26

Bodemvisserij

Lidstaten met een geregistreerde activiteit in de bodemvisserij of uit die visserij voortkomende vangsten in het SPRFMO-verdragsgebied in de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 december 2006 beperken hun inspanning of vangsten tot:

a)

de gemiddelde vangsten of inspanningsparameters in die periode; en