ISSN 1977-0758

doi:10.3000/19770758.L_2012.328.nld

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 328

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

55e jaargang
28 november 2012


Inhoud

 

I   Wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

BESLUITEN

 

*

Besluit nr. 1104/2012/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 tot wijziging van Beschikking 2008/971/EG voor het opnemen van bosbouwkundig teeltmateriaal van de categorie gekeurd in het toepassingsgebied van die beschikking en voor het bijwerken van de namen van de voor de goedkeuring van en het toezicht op de productie verantwoordelijke autoriteiten

1

 

*

Besluit nr. 1105/2012/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 tot wijziging van Beschikking 2003/17/EG van de Raad, wat de verlenging van de toepassingsperiode en de bijwerking van de naam van een derde land en de namen van de voor de goedkeuring van en het toezicht op de productie verantwoordelijke autoriteiten betreft ( 1 )

4

 

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Verordening (EU) nr. 1106/2012 van de Commissie van 27 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 471/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende communautaire statistieken van de buitenlandse handel met derde landen, wat de bijwerking van de nomenclatuur van landen en gebieden betreft ( 1 )

7

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1107/2012 van de Commissie van 27 november 2012 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

16

 

 

BESLUITEN

 

 

2012/730/EU

 

*

Besluit van de Raad van 20 november 2012 inzake het standpunt dat namens de Europese Unie wordt ingenomen binnen de Internationale studiegroep voor jute in verband met de onderhandelingen over een nieuw mandaat na 2014

18

 

 

2012/731/EU

 

*

Besluit van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering overeenkomstig punt 28 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2012/003 DK/Vestas, Denemarken)

19

 

 

2012/732/EU

 

*

Besluit van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering overeenkomstig punt 28 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2012/002 DE/manroland, Duitsland)

20

 

 

2012/733/EU

 

*

Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 26 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EU) nr. 492/2011 van het Europees Parlement en de Raad voor wat betreft het tot elkaar brengen en de compensatie van aanbiedingen van en aanvragen om werk, en een nieuwe opzet van Eures (Kennisgeving geschied onder nummer C(2012) 8548)  ( 1 )

21

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Wetgevingshandelingen

BESLUITEN

28.11.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 328/1


BESLUIT Nr. 1104/2012/EU VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 21 november 2012

tot wijziging van Beschikking 2008/971/EG voor het opnemen van bosbouwkundig teeltmateriaal van de categorie „gekeurd” in het toepassingsgebied van die beschikking en voor het bijwerken van de namen van de voor de goedkeuring van en het toezicht op de productie verantwoordelijke autoriteiten

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Beschikking 2008/971/EG van de Raad van 16 december 2008 inzake de gelijkwaardigheid van in derde landen geproduceerd bosbouwkundig teeltmateriaal (3) stelt de voorwaarden voor de invoer in de Unie van in de in bijlage I bij die beschikking opgenomen derde landen geproduceerd bosbouwkundig teeltmateriaal van de categorieën „van bekende origine” en „geselecteerd” vast.

(2)

In de nationale voorschriften voor de certificering van bosbouwkundig teeltmateriaal in Canada, Kroatië, Noorwegen, Servië, Zwitserland, Turkije en de Verenigde Staten wordt voorzien in de uitvoering van een officiële veldkeuring tijdens de winning en de verwerking van zaaizaad en de productie van plantgoed.

(3)

Overeenkomstig deze voorschriften moeten de systemen voor de toelating en de registratie van uitgangsmateriaal en de aansluitende productie van teeltmateriaal uit dit uitgangsmateriaal de OESO-regeling voor de certificering van bosbouwkundig teeltmateriaal voor de internationale handel (OECD Forest Seed and Plant Scheme) volgen. Bovendien vereisen deze voorschriften dat zaaizaad en plantgoed van de categorieën „van bekende origine”, „geselecteerd” en „gekeurd” officieel worden gecertificeerd en de zaaizaadverpakkingen officieel worden gesloten overeenkomstig de OECD Forest Seed and Plant Scheme.

(4)

Een onderzoek van die voorschriften voor de categorie „gekeurd” heeft aangetoond dat de voorwaarden voor toelating van het uitgangsmateriaal voldoen aan de eisen van Richtlijn 1999/105/EG van de Raad van 22 december 1999 betreffende het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal (4). Met uitzondering van de voorwaarden met betrekking tot zaadkwaliteit, soortzuiverheid en plantgoedkwaliteit bieden de voorschriften van deze derde landen verder ten aanzien van de voorwaarden voor zaaizaad en plantgoed van de nieuwe categorie „gekeurd” dezelfde waarborgen als die welke in Richtlijn 1999/105/EG zijn vastgesteld. Daaruit volgt dat de voorschriften met betrekking tot de certificering van bosbouwkundig teeltmateriaal van de categorie „gekeurd” in Canada, Kroatië, Noorwegen, Servië, Turkije, de Verenigde Staten en Zwitserland, als gelijkwaardig aan die van Richtlijn 1999/105/EG moeten worden beschouwd, mits aan de in bijlage II bij Beschikking 2008/971/EG genoemde voorwaarden met betrekking tot zaaizaad en plantgoed wordt voldaan.

(5)

Een van die voorwaarden voor teeltmateriaal van de categorie „gekeurd” dient het geven van informatie over het al dan niet genetisch gemodificeerd zijn van de producten te zijn. Die informatie moet de toepassing vergemakkelijken van de eisen die zijn opgenomen in Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 maart 2001 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu (5) of, indien van toepassing, Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (6) en Verordening (EG) nr. 1830/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende de traceerbaarheid en etikettering van genetisch gemodificeerde organismen en de traceerbaarheid van met genetisch gemodificeerde organismen geproduceerde levensmiddelen en diervoeders (7).

(6)

Bovendien zijn de in bijlage I bij Beschikking 2008/971/EG vermelde namen van bepaalde voor de goedkeuring van en het toezicht op de productie verantwoordelijke autoriteiten gewijzigd.

(7)

Beschikking 2008/971/EG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Beschikking 2008/971/EG wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 1 wordt de eerste alinea vervangen door:

„Deze beschikking stelt de voorwaarden vast voor de invoer in de Unie van bosbouwkundig teeltmateriaal van de categorieën „van bekende origine”, „geselecteerd” en „gekeurd”, dat is geproduceerd in een derde land dat is opgenomen in bijlage I.”.

2)

Artikel 3, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   Zaaizaad en plantgoed van de categorieën „van bekende origine”, „geselecteerd” en „gekeurd” van in bijlage I bij Richtlijn 1999/105/EG opgenomen soorten, geproduceerd in de derde landen die zijn opgenomen in bijlage I bij deze beschikking en officieel gecertificeerd door de in die bijlage opgenomen autoriteiten van derde landen, worden beschouwd als gelijkwaardig aan zaaizaad en plantgoed dat aan Richtlijn 1999/105/EG voldoet, mits zij beantwoorden aan de in bijlage II bij deze beschikking vastgestelde voorwaarden.”.

3)

In artikel 4 wordt de eerste alinea vervangen door:

„Wanneer zaaizaad en plantgoed de Unie binnenkomt, stelt de leverancier die dit materiaal invoert de officiële instantie van die lidstaat van tevoren in kennis van de invoer. De officiële instantie geeft een op het officiële OESO-certificaat van herkomst gebaseerd basiscertificaat af voordat het materiaal in de handel wordt gebracht.”.

4)

De bijlagen I en II worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Het is van toepassing met ingang van 1 januari 2013.

Artikel 3

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Straatsburg, 21 november 2012.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

M. SCHULZ

Voor de Raad

De voorzitter

A. D. MAVROYIANNIS


(1)  PB C 351 van 15.11.2012, blz. 91.

(2)  Standpunt van het Europees Parlement van 23 oktober 2012 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 13 november 2012.

(3)  PB L 345 van 23.12.2008, blz. 83.

(4)  PB L 11 van 15.1.2000, blz. 17.

(5)  PB L 106 van 17.4.2001, blz. 1.

(6)  PB L 268 van 18.10.2003, blz. 1.

(7)  PB L 268 van 18.10.2003, blz. 24.


BIJLAGE

De bijlagen I en II bij Beschikking 2008/971/EG worden als volgt gewijzigd:

1)

Bijlage I wordt vervangen door:

„BIJLAGE I

Landen en autoriteiten

Land (1)

Voor de toelating en de controle van de productie verantwoordelijke autoriteit

CA

National Forest Genetic Resources Centre/Centre national des ressources génétiques forestières

Natural Resources Canada/Ressources naturelles Canada

Canadian Forest Service-Atlantic/Service canadien des forêts-Atlantique

P.O. Box 4000,

FREDERICTON, NB E3B 5P7

CH

Federal Office for the Environment (FOEN)

Department of the Environment, Transport, Energy and Communication (UVEK)

Forest Division

Federal Plant Protection Service

Zürcherstraße 111

CH-8903 BIRMENSDORF

HR

Croatian Forest Research Institute — CFI

Division of Genetics, Forest Tree Breeding and Seed Science

Cvjetno naselje 41

10450 Jastrebarsko

NO

Norwegian Forest Research Institute

Høgskoleveien 12

N-1432 AAS

Norwegian Forest Seed Station

P.O. Box 118

N-2301 HAMAR

RS

Group for Forest Reproductive Material and Genetic Resources Directorate for Forest

Ministry of Agriculture, Forestry and Water Management

Ministry of AFW — Directorate for Forest

Omladinskih brigada 1

Novi Beograd

TR

Ministry of Environment and Forestry

General Directorate of Forestation and Erosion Control

Bestepe 06560

Ankara

US

USA United States Department of Agriculture, Forest Service

Cooperative Forestry

National Seed Laboratory

5675 Riggins Mill Road

Dry Branch, Georgia 31020

OFFICIËLE STAATSCERTIFICERINGSAUTORITEITEN

(Gemachtigd tot het uitvaardigen van OESO-certificaten op grond van een samenwerkingsovereenkomst met de Dienst Bosbouw van het Ministerie van landbouw van de Verenigde Staten (USDA Forest Service)

Washington State Crop Improvement Association, Inc.

1610 NE Eastgate Blvd, Suite 610

Pullman, Washington 99163

2)

In bijlage II wordt het volgende deel toegevoegd:

„C.   Aanvullende voorwaarden waaraan in derde landen geproduceerd zaaizaad en plantgoed van de categorie „gekeurd” moet voldoen

Ten aanzien van zaaizaad en plantgoed van de categorie „gekeurd” moeten het OESO-etiket en het etiket of document van de leverancier vermelden of bij de productie van het uitgangsmateriaal genetische modificatie is toegepast.”.


(1)  CA — Canada, CH — Zwitserland, HR — Kroatië, NO — Noorwegen, RS — Servië, TR — Turkije, US — Verenigde Staten.”


28.11.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 328/4


BESLUIT Nr. 1105/2012/EU VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 21 november 2012

tot wijziging van Beschikking 2003/17/EG van de Raad, wat de verlenging van de toepassingsperiode en de bijwerking van de naam van een derde land en de namen van de voor de goedkeuring van en het toezicht op de productie verantwoordelijke autoriteiten betreft

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Beschikking 2003/17/EG van de Raad van 16 december 2002 betreffende de gelijkwaardigheid van in derde landen verrichte veldkeuringen van gewassen voor de teelt van zaaizaad en de gelijkwaardigheid van in derde landen voortgebracht zaaizaad (3) wordt bepaald dat in derde landen verrichte veldkeuringen van gewassen voor de teelt van zaaizaad van bepaalde soorten gedurende een beperkte periode worden beschouwd als gelijkwaardig aan veldkeuringen die overeenkomstig rechtshandelingen van de Unie worden verricht en dat in derde landen voortgebracht zaaizaad van bepaalde soorten wordt beschouwd als gelijkwaardig aan zaad dat overeenkomstig rechtshandelingen van de Unie wordt voortgebracht.

(2)

Het blijkt dat in derde landen verrichte veldkeuringen dezelfde garanties blijven bieden als veldkeuringen die door de lidstaten worden verricht. Zij moeten daarom nog steeds als gelijkwaardig worden beschouwd.

(3)

Aangezien Beschikking 2003/17/EG op 31 december 2012 verstrijkt, moet de periode waarvoor de gelijkwaardigheid krachtens die beschikking wordt erkend, worden verlengd. Het lijkt wenselijk dat die periode met tien jaar wordt verlengd.

(4)

De verwijzing naar Joegoslavië in Beschikking 2003/17/EG moet worden geschrapt. Servië, dat lid is van de OESO-programma’s voor de rassenkeuring van zaad dat is bestemd voor het internationale handelsverkeer, alsmede van de International Seed Testing Association wat de bemonstering en het testen van zaaizaad betreft, moet aan de lijst van derde landen in bijlage I bij Beschikking 2003/17/EG worden toegevoegd. Bovendien zijn de in bijlage I bij Beschikking 2003/17/EG vermelde namen van enkele voor de goedkeuring van en het toezicht op de productie verantwoordelijke autoriteiten gewijzigd.

(5)

De bepalingen van Beschikking 2003/17/EG die verwijzen naar Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (4) dienen te worden geschrapt aangezien hun toepassing in het kader van onderhavig besluit niet verenigbaar zou zijn met het door de artikelen 290 en 291 van het Verdrag ingevoerde systeem van gedelegeerde en uitvoeringsbevoegdheden.

(6)

Beschikking 2003/17/EG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Beschikking 2003/17/EG wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 4 wordt geschrapt.

2)

Artikel 5 wordt geschrapt.

3)

In artikel 6 wordt de datum „31 december 2012” vervangen door „31 december 2022”.

4)

Bijlage I wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Het is van toepassing met ingang van 1 januari 2013.

Artikel 3

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Straatsburg, 21 november 2012.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

M. SCHULZ

Voor de Raad

De voorzitter

A. D. MAVROYIANNIS


(1)  PB C 351 van 15.11.2012, blz. 92.

(2)  Standpunt van het Europees Parlement van 25 oktober 2012 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 13 november 2012.

(3)  PB L 8 van 14.1.2003, blz. 10.

(4)  PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.


BIJLAGE

„BIJLAGE I

LANDEN, AUTORITEITEN EN SOORTEN

Land (1)

Autoriteit

In de onderstaande richtlijnen bedoelde soorten

1

2

3

AR

Instituto Nacional de Semillas (INASE)

Av. Paseo Colón 922, 3 Piso

1063 BUENOS AIRES

66/401/EEG

66/402/EEG

2002/57/EG

AU

Australian Seeds Authority LTD.

P.O. BOX 187

LINDFIELD, NSW 2070

66/401/EEG

66/402/EEG

2002/57/EG

CA

Canadian Food Inspection Agency, Seed Section, Plant Health & Biosecurity Directorate

59 Camelot Drive, Room 250, OTTAWA, ON K1A 0Y9

66/401/EEG

66/402/EEG

2002/57/EG

CL

Ministerio de Agricultura

Servicio Agricola y Ganadero, División de Semillas

Casilla 1167, Paseo Bulnes 140 — SANTIAGO DE CHILE

2002/54/EG

66/401/EEG

66/402/EEG

2002/57/EG

HR

State Institute for Seed and Seedlings

Vinkovacka Cesta 63

31000 OSIJEK

2002/54/EG

66/401/EEG

66/402/EEG

2002/57/EG

IL

Ministry of Agriculture & Rural Development

Plant Protection and Inspection Services

P.O. BOX 78, BEIT-DAGAN 50250

66/401/EEG

66/402/EEG

2002/57/EG

MA

D.P.V.C.T.R.F.

Service de Contrôle des Semences et Plants,

B.P. 1308 RABAT

66/401/EEG

66/402/EEG

2002/57/EG

NZ

Ministry for Primary Industries,

25 „THE TERRACE”

P.O. BOX 2526

6140 WELLINGTON

2002/54/EG

66/401/EEG

66/402/EEG

2002/57/EG

RS

Ministry of Agriculture, Forestry and Water Management Plant Protection Directorate

Omladinskih brigada 1, 11070 NOVI BEOGRAD

Het Ministerie van Landbouw heeft aan de volgende instellingen machtiging verleend om OESO-certificaten af te leveren:

National Laboratory for Seed Testing

Maksima Gorkog 30 — 21000 NOVI SAD

Maize Research Institute „ZEMUN POLJE”

Slobodana Bajica 1

11080 ZEMUN, BEOGRAD

2002/54/EG

66/401/EEG

66/402/EEG

2002/57/EG

TR

Ministry of Agriculture and Rural Affairs,

Variety Registration and Seed Certification Centre

Gayret mah. Fatih Sultan Mehmet Bulvari No:62

P.O. BOX: 30,

06172 Yenimahalle/ANKARA

2002/54/EG

66/401/EEG

66/402/EEG

2002/57/EG

US

USDA — Agricultural Marketing Service

Seed Regulatory & Testing Branch

801 Summit Crossing, Suite C, GASTONIA NC 28054

2002/54/EG

66/401/EEG

66/402/EEG

2002/57/EG

UY

Instituto Nacional de Semillas (INASE)

Cno. Bertolotti s/n y Ruta 8 km 29

91001 PANDO — CANELONES

66/401/EEG

66/402/EEG

2002/57/EG

ZA

National Department of Agriculture,

C/O S.A.N.S.O.R.

Lynnwood Ridge, P.O. BOX 72981, 0040 PRETORIA

66/401/EEG

66/402/EEG — uitsluitend ten aanzien van Zea mays en Sorghum spp.

2002/57/EG


(1)  AR — Argentinië, AU — Australië, CA — Canada, CL — Chili, HR — Kroatië, IL — Israël, MA — Marokko, NZ — Nieuw-Zeeland, RS — Servië, TR — Turkije, US —Verenigde Staten, UY — Uruguay, ZA — Zuid-Afrika”.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

28.11.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 328/7


VERORDENING (EU) Nr. 1106/2012 VAN DE COMMISSIE

van 27 november 2012

tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 471/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende communautaire statistieken van de buitenlandse handel met derde landen, wat de bijwerking van de nomenclatuur van landen en gebieden betreft

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 471/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende communautaire statistieken van de buitenlandse handel met derde landen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1172/95 van de Raad (1), en met name artikel 5, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie van 13 december 2006 betreffende de nomenclatuur van landen en gebieden voor de statistieken van de buitenlandse handel van de Gemeenschap en van de handel tussen de lidstaten (2) is de vanaf 1 januari 2007 geldende versie van deze nomenclatuur vastgesteld.

(2)

Zuid-Sudan is een onafhankelijke staat geworden.

(3)

De Nederlandse Antillen zijn opgeheven.

(4)

Saint Barthélemy maakt niet langer deel uit van het douanegebied van de Europese Unie.

(5)

Er is een code nodig voor transacties met installaties in volle zee (olieplatforms, windparken, transoceanische kabels).

(6)

De lettercodering van de landen en gebieden moet in overeenstemming zijn met de geldende versie van de norm ISO alpha-2, voor zover die compatibel is met de eisen van de EU-wetgeving en de statistische behoeften van de EU.

(7)

Wegens deze nieuwe ontwikkelingen en de wijziging van bepaalde codes moet een nieuwe versie van de nomenclatuur worden vastgesteld.

(8)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de statistiek van het goederenverkeer met derde landen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De vanaf 1 januari 2013 geldende versie van de nomenclatuur van landen en gebieden voor de statistieken van de buitenlandse handel van de Unie en van de handel tussen de lidstaten is opgenomen in de bijlage.

Artikel 2

Verordening (EG) nr. 1833/2006 wordt met ingang van 1 januari 2013 ingetrokken.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2013.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 november 2012.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 152 van 16.6.2009, blz. 23.

(2)  PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19.


BIJLAGE

NOMENCLATUUR VAN LANDEN EN GEBIEDEN VOOR DE STATISTIEKEN VAN DE BUITENLANDSE HANDEL VAN DE UNIE EN VAN DE HANDEL TUSSEN DE LIDSTATEN

(Geldig met ingang van 1 januari 2013)

Code

Naam

Omschrijving

AD

Andorra

 

AE

Verenigde Arabische Emiraten

Abu Dhabi, Ajman, Dubai, Fujairah, Ras al Kaimah, Sharjah en Umm al Qaiwain

AF

Afghanistan

 

AG

Antigua en Barbuda

 

AI

Anguilla

 

AL

Albanië

 

AM

Armenië

 

AO

Angola

Met inbegrip van Cabinda

AQ

Antarctica

Gebied ten zuiden van 60° zuiderbreedte, met uitzondering van de Franse zuidelijke gebieden (TF), Bouveteiland (BV) en Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden (GS)

AR

Argentinië

 

AS

Amerikaans-Samoa

 

AT

Oostenrijk

 

AU

Australië

 

AW

Aruba

 

AZ

Azerbeidzjan

 

BA

Bosnië en Herzegovina

 

BB

Barbados

 

BD

Bangladesh

 

BE

België

 

BF

Burkina Faso

 

BG

Bulgarije

 

BH

Bahrein

 

BI

Burundi

 

BJ

Benin

 

BL

Saint Barthélemy

 

BM

Bermuda

 

BN

Brunei Darussalam

Gebruikelijke naam: Brunei

BO

Bolivia, Plurinationale staat

Gebruikelijke naam: Bolivia

BQ

Bonaire, Sint Eustatius en Saba

 

BR

Brazilië

 

BS

Bahama’s

 

BT

Bhutan

 

BV

Bouveteiland

 

BW

Botswana

 

BY

Belarus

Ook: Wit-Rusland

BZ

Belize

 

CA

Canada

 

CC

Cocoseilanden (of Keelingeilanden)

 

CD

Congo, Democratische Republiek

Voormalig Zaïre

CF

Centraal-Afrikaanse Republiek

 

CG

Congo

 

CH

Zwitserland

Met inbegrip van het Duitse gebied Büsingen en de Italiaanse gemeente Campione d’Italia

CI

Côte d’Ivoire

Gebruikelijke naam: Ivoorkust

CK

Cookeilanden

 

CL

Chili

 

CM

Kameroen

 

CN

China

 

CO

Colombia

 

CR

Costa Rica

 

CU

Cuba

 

CV

Kaapverdië

 

CW

Curaçao

 

CX

Christmaseiland

 

CY

Cyprus

 

CZ

Tsjechië

 

DE

Duitsland

Met inbegrip van Helgoland; met uitzondering van het gebied Büsingen

DJ

Djibouti

 

DK

Denemarken

 

DM

Dominica

 

DO

Dominicaanse Republiek

 

DZ

Algerije

 

EC

Ecuador

Met inbegrip van de Galapagoseilanden

EE

Estland

 

EG

Egypte

 

EH

Westelijke Sahara

 

ER

Eritrea

 

ES

Spanje

Met inbegrip van de Balearen en de Canarische Eilanden; met uitzondering van Ceuta (XC) en Melilla (XL)

ET

Ethiopië

 

FI

Finland

Met inbegrip van de Ålandeilanden

FJ

Fiji

 

FK

Falklandeilanden

 

FM

Micronesia, Federale Staten van

Chuuk, Kosrae, Pohnpei en Yap

FO

Faeröer

 

FR

Frankrijk

Met inbegrip van Monaco en de Franse overzeese departementen (Frans-Guyana, Guadeloupe, Martinique en Réunion) en het Franse noordelijke deel van Sint-Maarten

GA

Gabon

 

GB

Verenigd Koninkrijk

Groot-Brittannië, Noord-Ierland, de Kanaaleilanden en Man

GD

Grenada

Met inbegrip van de Zuid-Grenadinen

GE

Georgië

 

GH

Ghana

 

GI

Gibraltar

 

GL

Groenland

 

GM

Gambia

 

GN

Guinee

 

GQ

Equatoriaal-Guinea

 

GR

Griekenland

 

GS

Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden

 

GT

Guatemala

 

GU

Guam

 

GW

Guinee-Bissau

 

GY

Guyana

 

HK

Hongkong

Speciale Administratieve Regio Hongkong van de Volksrepubliek China

HM

Heard en McDonaldeilanden

 

HN

Honduras

Met inbegrip van de Zwaaneilanden

HR

Kroatië

 

HT

Haïti

 

HU

Hongarije

 

ID

Indonesië

 

IE

Ierland

 

IL

Israël

 

IN

India

 

IO

Brits Indische Oceaanterritorium

Chagoseilanden

IQ

Irak

 

IR

Iran, Islamitische Republiek

 

IS

IJsland

 

IT

Italië

Met inbegrip van Livigno; met uitzondering van de gemeente Campione d’Italia

JM

Jamaica

 

JO

Jordanië

 

JP

Japan

 

KE

Kenia

 

KG

Kirgizië

 

KH

Cambodja

 

KI

Kiribati

 

KM

Comoren

Anjouan, Grande Comore en Mohéli

KN

Saint Kitts en Nevis

 

KP

Korea, Democratische Volksrepubliek

Gebruikelijke naam: Noord-Korea

KR

Korea, Republiek

Gebruikelijke naam: Zuid-Korea

KW

Koeweit

 

KY

Kaaimaneilanden

 

KZ

Kazachstan

 

LA

Laos, Democratische Volksrepubliek

Gebruikelijke naam: Laos

LB

Libanon

 

LC

Saint Lucia

 

LI

Liechtenstein

 

LK

Sri Lanka

 

LR

Liberia

 

LS

Lesotho

 

LT

Litouwen

 

LU

Luxemburg

 

LV

Letland

 

LY

Libië

 

MA

Marokko

 

MD

Moldavië

 

ME

Montenegro

 

MG

Madagaskar

 

MH

Marshalleilanden

 

MK  (1)

de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië

 

ML

Mali

 

MM

Myanmar

Ook: Birma

MN

Mongolië

 

MO

Macau

Speciale Administratieve Regio Macau van de Volksrepubliek China

MP

Noordelijke Marianen

 

MR

Mauritanië

 

MS

Montserrat

 

MT

Malta

Met inbegrip van Gozo en Comino

MU

Mauritius

Mauritius, Rodrigues, Agalegaeilanden en Cargados Carajoseilanden (St. Brandoneilanden)

MV

Maldiven

 

MW

Malawi

 

MX

Mexico

 

MY

Maleisië

Maleisisch schiereiland en Oost-Maleisië (Labuan, Sabah en Sarawak)

MZ

Mozambique

 

NA

Namibië

 

NC

Nieuw-Caledonië

Met inbegrip van de Loyaliteitseilanden (Lifou, Maré en Ouvéa)

NE

Niger

 

NF

Norfolk

 

NG

Nigeria

 

NI

Nicaragua

Met inbegrip van de Maïseilanden

NL

Nederland

 

NO

Noorwegen

Met inbegrip van de Svalbardarchipel en Jan Mayen

NP

Nepal

 

NR

Nauru

 

NU

Niue

 

NZ

Nieuw-Zeeland

Met uitzondering van de onderhorigheid Ross (Antarctica)

OM

Oman

 

PA

Panama

Met inbegrip van de voormalige Kanaalzone

PE

Peru

 

PF

Frans-Polynesië

Marquesaseilanden, Genootschapseilanden (waaronder Tahiti), Tuamotu-eilanden, Gambiereilanden en Australeilanden

PG

Papoea-Nieuw-Guinea

Oostelijk deel van Nieuw-Guinea; Bismarckarchipel (waaronder New Britain, New Ireland, Lavongai en de Admiraliteitseilanden); Noordelijke Salomonseilanden (Bougainville en Buka); Trobriandeilanden, Woodlark, D’Entrecasteauxeilanden en de Louisiaden

PH

Filipijnen

 

PK

Pakistan

 

PL

Polen

 

PM

Saint-Pierre en Miquelon

 

PN

Pitcairn

Met inbegrip van Ducie, Henderson en Oeno

PS

Bezette Palestijnse gebieden

Westelijke Jordaanoever (met inbegrip van Oost-Jeruzalem) en Gazastrook

PT

Portugal

Met inbegrip van de Azoren en Madeira

PW

Palau

 

PY

Paraguay

 

QA

Qatar

 

RO

Roemenië

 

RU

Russische Federatie

Gebruikelijke naam: Rusland

RW

Rwanda

 

SA

Saudi-Arabië

 

SB

Salomonseilanden

 

SC

Seychellen

Mahé, Praslin, La Digue, Frégate en Silhouette; Amiranten (waaronder Desroches, Alphonse, Platte en Coëtivy); Farquhar (waaronder Providence); Aldabra en Cosmoledo

SD

Sudan

 

SE

Zweden

 

SG

Singapore

 

SH

Sint-Helena, Ascension en Tristan da Cunha

 

SI

Slovenië

 

SK

Slowakije

 

SL

Sierra Leone

 

SM

San Marino

 

SN

Senegal

 

SO

Somalië

 

SR

Suriname

 

SS

Zuid-Sudan

 

ST

Sao Tomé en Principe

 

SV

El Salvador

 

SX

Sint-Maarten (Nederlands deel)

Sint-Maarten bestaat uit een noordelijk Frans en een zuidelijk Nederlands deel.

SY

Syrië, Arabische Republiek

Gebruikelijke naam: Syrië

SZ

Swaziland

 

TC

Turks- en Caicoseilanden

 

TD

Tsjaad

 

TF

Franse Zuidelijke Gebieden

Met inbegrip van Kerguelen, Amsterdameiland, Saint Pauleiland, Crozeteilanden en verspreide Franse eilanden in de Indische Oceaan: Bassas da India, Europa, de Glorieuzen, Juan de Nova en Tromelin

TG

Togo

 

TH

Thailand

 

TJ

Tadzjikistan

 

TK

Tokelau-eilanden

 

TL

Oost-Timor

 

TM

Turkmenistan

 

TN

Tunesië

 

TO

Tonga

 

TR

Turkije

 

TT

Trinidad en Tobago

 

TV

Tuvalu

 

TW

Taiwan

Afzonderlijk douanegebied van Taiwan, Penghu, Kinmen en Matsu

TZ

Tanzania, Verenigde Republiek

Pemba, Zanzibar en Tanganjika

UA

Oekraïne

 

UG

Uganda

 

UM

Kleine afgelegen eilanden van de Verenigde Staten

Baker, Howland, Jarvis, Johnston, Kingman, Midway, Navassa, Palmyra en Wake

US

Verenigde Staten

Met inbegrip van Puerto Rico

UY

Uruguay

 

UZ

Oezbekistan

 

VA

Vaticaanstad

 

VC

Saint Vincent en de Grenadines

 

VE

Venezuela, Bolivariaanse Republiek

Gebruikelijke naam: Venezuela

VG

Britse Maagdeneilanden

 

VI

Amerikaanse Maagdeneilanden

 

VN

Vietnam

 

VU

Vanuatu

 

WF

Wallis en Futuna

Met inbegrip van Alofi

WS

Samoa

Voormalig West-Samoa

XC

Ceuta

 

XK

Kosovo

Zoals gedefinieerd in Resolutie 1244 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties van 10 juni 1999

XL

Melilla

Met inbegrip van Peñón de Vélez de la Gomera, Peñón de Alhucemas en de Chafarinas.

XS

Servië

 

YE

Jemen

Voormalig Noord-Jemen en Zuid-Jemen

YT

Mayotte

Grande-Terre en Pamanzi

ZA

Zuid-Afrika

 

ZM

Zambia

 

ZW

Zimbabwe

 

DIVERSEN

EU

Europese Unie

Code die in het kader van de handel met derde landen is voorbehouden voor de aangifte van de oorsprong van goederen overeenkomstig de voorwaarden in de EU-bepalingen ter zake. Deze code niet gebruiken voor statistische doeleinden.

QP

Volle zee

Zeegebied buiten de territoriale wateren.

QQ

Boordprovisie en -benodigdheden, alsmede bunkermateriaal

Facultatief

of

 

 

QR

Boordprovisie en -benodigdheden, alsmede bunkermateriaal, in het kader van het intra-EU-handelsverkeer

Facultatief

QS

Boordprovisie en -benodigdheden, alsmede bunkermateriaal, in het kader van het handelsverkeer met derde landen

Facultatief

QU

Niet nader bepaalde landen en gebieden

Facultatief

of

 

 

QV

Niet nader bepaalde landen en gebieden in het kader van het intra-EU-handelsverkeer

Facultatief

QW

Niet nader bepaalde landen en gebieden in het kader van het handelsverkeer met derde landen

Facultatief

QX

Om commerciële of militaire redenen niet nader bepaalde landen en gebieden

Facultatief

of

 

 

QY

Om commerciële of militaire redenen niet nader bepaalde landen en gebieden in het kader van het intra-EU-handelsverkeer

Facultatief

QZ

Om commerciële of militaire redenen niet nader bepaalde landen en gebieden in het kader van het handelsverkeer met derde landen

Facultatief


(1)  Deze code heeft geen invloed op de definitieve naam van het land, die aan het einde van de lopende onderhandelingen in het kader van de Verenigde Naties zal worden vastgesteld.


28.11.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 328/16


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1107/2012 VAN DE COMMISSIE

van 27 november 2012

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 november 2012.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

José Manuel SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 157 van 15.6.2011, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

AL

44,1

MA

50,0

MK

37,4

TN

73,5

TR

64,0

ZZ

53,8

0707 00 05

AL

64,5

MA

141,4

MK

58,4

TR

89,6

ZZ

88,5

0709 93 10

MA

88,6

TR

100,6

ZZ

94,6

0805 20 10

MA

76,3

ZZ

76,3

0805 20 30, 0805 20 50, 0805 20 70, 0805 20 90

CN

65,5

HR

35,6

TR

81,7

ZZ

60,9

0805 50 10

AR

68,7

TR

85,8

ZA

49,1

ZZ

67,9

0808 10 80

MK

38,5

NZ

138,3

US

125,4

ZA

113,0

ZZ

103,8

0808 30 90

CN

59,5

TR

116,3

US

136,8

ZZ

104,2


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.


BESLUITEN

28.11.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 328/18


BESLUIT VAN DE RAAD

van 20 november 2012

inzake het standpunt dat namens de Europese Unie wordt ingenomen binnen de Internationale studiegroep voor jute in verband met de onderhandelingen over een nieuw mandaat na 2014

(2012/730/EU)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, leden 3 en 4, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Overeenkomst inzake het mandaat van de Internationale studiegroep voor jute 2001 („de overeenkomst”) is namens de Europese Gemeenschap goedgekeurd bij Besluit 2002/312/EG van de Raad (1).

(2)

Het huidige mandaat verstrijkt op 30 april 2014 en het al dan niet openen van onderhandelingen over de verlenging ervan zal tijdens de 15e zitting van de Raad van de Internationale studiegroep voor jute in december 2012 worden besproken.

(3)

De verlenging van de overeenkomst dient het belang van de Unie niet,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het standpunt dat namens de Unie, vertegenwoordigd door de Commissie, wordt ingenomen binnen de Internationale studiegroep voor jute houdt in dat zij tegen de opening van de onderhandelingen voor de verlenging van het mandaat na 2014 stemt.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel, 20 november 2012.

Voor de Raad

De voorzitter

A. D. MAVROYIANNIS


(1)  PB L 112 van 27.4.2002, blz. 34.


28.11.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 328/19


BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 21 november 2012

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering overeenkomstig punt 28 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2012/003 DK/Vestas, Denemarken)

(2012/731/EU)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer (1), en met name punt 28,

Gezien Verordening (EG) nr. 1927/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot oprichting van een Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (2), en met name artikel 12, lid 3,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om extra steun te verlenen aan werknemers die ontslagen zijn als gevolg van door de globalisering veroorzaakte grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen en om hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt.

(2)

Krachtens het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 mag uit het EFG een jaarlijks maximumbedrag van 500 000 000 EUR beschikbaar worden gesteld.

(3)

Denemarken heeft op 14 mei 2012 een aanvraag ingediend om middelen uit het EFG beschikbaar te stellen met betrekking tot ontslagen in het bedrijf Vestas Group en heeft aanvullende informatie toegevoegd tot en met 10 juli 2012. Deze aanvraag voldoet aan de vereisten om financiële bijdragen vast te leggenovereenkomstig artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1927/2006. De Commissie stelt daarom voor om een bedrag van 7 488 000 EUR beschikbaar te stellen.

(4)

Er moeten derhalve middelen uit het EFG beschikbaar worden gesteld om een financiële bijdrage te leveren voor de door Denemarken ingediende aanvraag,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Ten laste van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2012 wordt een bedrag van 7 488 000 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten beschikbaar gesteld uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering.

Artikel 2

Dit besluit wordt in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt.

Gedaan te Straatsburg, 21 november 2012.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

M. SCHULZ

Voor de Raad

De voorzitter

A. D. MAVROYIANNIS


(1)  PB C 139 van 14.6.2006, blz. 1

(2)  PB L 406 van 30.12.2006, blz. 1.


28.11.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 328/20


BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 21 november 2012

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering overeenkomstig punt 28 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2012/002 DE/manroland, Duitsland)

(2012/732/EU)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer (1), en met name punt 28 hiervan,

Gezien Verordening (EG) nr. 1927/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot oprichting van een Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (2), en met name artikel 12, lid 3,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om extra steun te verlenen aan werknemers die ontslagen zijn als gevolg van door de globalisering veroorzaakte grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen en om hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt.

(2)

Het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 staat de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG toe binnen het jaarlijkse maximum van 500 000 000 EUR.

(3)

Op 4 mei 2012 heeft Duitsland een aanvraag ingediend om middelen uit het EFG beschikbaar te stellen in verband met gedwongen ontslagen bij het bedrijf manroland AG en twee van zijn dochterondernemingen, alsmede één toeleverancier; aan de aanvraag werd aanvullende informatie tot en met 10 juli 2012 toegevoegd. Deze aanvraag voldoet aan de vereisten om de financiële bijdragen vast te stellen, overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1927/2006. Bijgevolg stelt de Commissie voor om een bedrag van 5 352 944 EUR beschikbaar te stellen.

(4)

Er moeten derhalve middelen uit het EFG beschikbaar worden gesteld om een financiële bijdrage te leveren voor de door Duitsland ingediende aanvraag,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Ten laste van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2012 wordt een bedrag van 5 352 944 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten beschikbaar gesteld uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering.

Artikel 2

Dit besluit wordt in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt.

Gedaan te Straatsburg, 21 november 2012.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

M. SCHULZ

Voor de Raad

De voorzitter

A. D. MAVROYIANNIS


(1)  PB C 139 van 14.6.2006, blz. 1

(2)  PB L 406 van 30.12.2006, blz. 1.


28.11.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 328/21


UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 26 november 2012

tot uitvoering van Verordening (EU) nr. 492/2011 van het Europees Parlement en de Raad voor wat betreft het tot elkaar brengen en de compensatie van aanbiedingen van en aanvragen om werk, en een nieuwe opzet van Eures

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2012) 8548)

(Voor de EER relevante tekst)

(2012/733/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 492/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Unie (1), en met name artikel 38,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Sinds van start is gegaan met het Eures-netwerk, dat is opgericht bij Beschikking 93/569/EEG van de Commissie van 22 oktober 1993 ter toepassing van Verordening (EEG) nr. 1612/68 van de Raad betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap, met name wat Eures (European Employment Services) betreft (2), is veel vooruitgang geboekt met de uitvoering van Verordening (EEG) nr. 1612/68 van de Raad (3). Ten behoeve van de consolidatie en versterking ervan is het network hervormd en opnieuw opgezet bij Beschikking 2003/8/EG van de Commissie (4).

(2)

De Europese Raad van 17 juni 2010 heeft de Europa 2020-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei bekrachtigd en tegelijk opgeroepen tot volledige mobilisatie van de geëigende EU-instrumenten en -beleidsvormen ter ondersteuning van de verwezenlijking van de gemeenschappelijke doelstellingen, en heeft daarnaast de lidstaten gevraagd gecoördineerde actie te intensiveren.

(3)

De Europese Raad van 28 en 29 juni 2012 heeft besloten tot een „pact voor groei en werkgelegenheid” en heeft op basis van de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s getiteld „Naar een banenrijk herstel” van 18 april 2012 aangegeven dat het Eures-portaal moet worden omgevormd tot een effectief Europees instrument voor plaatsing en aanwerving.

(4)

Eures moet een betere werking van de arbeidsmarkten en betere voldoening aan de behoeften van de economie bevorderen door transnationale en grensoverschrijdende geografische mobiliteit van werknemers mogelijk te maken en er tegelijkertijd voor te zorgen dat die mobiliteit onder redelijke voorwaarden en met inachtneming van de geldende arbeidsnormen kan plaatsvinden. Het portaal moet zorgen voor meer transparantie op de arbeidsmarkt en moet zorgen voor uitwisseling en verwerking van aanbiedingen van en aanvragen om werk (d.w.z. het „bij elkaar brengen” en „afstemmen” in de zin van de verordening) en voor ondersteunende activiteiten op het gebied van werving, advies en begeleiding op nationaal en grensoverschrijdend niveau, teneinde zo bij te dragen aan de doelstellingen van de Europa 2020-strategie.

(5)

In het licht van de ervaringen die zijn opgedaan vanaf de start in 1993 en vanaf de hervorming van 2003, en gelet op de behoefte aan verdere versterking en uitbreiding van het netwerk opdat het volledig de doelstellingen van de Europa 2020-strategie ondersteunt, dienen de huidige opzet van het netwerk, de verdeling van taken en de besluitvormingsprocedures, evenals het aanbod van diensten, nu opnieuw te worden vastgesteld.

(6)

Daartoe is het noodzakelijk dat Eures beheerd wordt op basis van duidelijke doelstellingen en resultaatgericht opereert wat afstemming, plaatsing en aanwerving betreft. Binnen deze context moet plaatsing worden verstaan als het aanbieden van diensten door een bemiddelaar tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt, met als doel dat er aanwerving plaatsvindt, waarbij aanwerving het vullen van een vacature is.

(7)

Het afschaffen van monopolies heeft, in combinatie met andere ontwikkelingen, geleid tot de opkomst van een grote verscheidenheid aan aanbieders van arbeidsbemiddelingsdiensten op de arbeidsmarkt. Om zijn potentieel volledig te verwezenlijken moet Eures open worden gesteld voor de deelname van deze marktdeelnemers mits deze de geldende arbeidsnormen en wettelijke vereisten, evenals overige Eures-kwaliteitsnormen, volledig respecteren.

(8)

De Eures-diensten moeten duidelijk worden omschreven teneinde te waarborgen dat de verplichtingen die de verordening de lidstaten oplegt, namelijk te zorgen voor het tot elkaar brengen en de compensatie van aanbiedingen van en aanvragen om werk, evenals de uitwisseling en levering van informatie met betrekking tot de arbeidsmarkt, op efficiënte en doelmatige wijze worden vervuld. Daartoe is actieve betrokkenheid van verschillende actoren vereist, waaronder de sociale partners, waar dat zinvol is.

(9)

In het „PACT voor groei en werkgelegenheid” geeft de Europese Raad aan dat onderzocht moet worden of Eures kan worden uitgebreid tot leerling- en stageplaatsen. Om te zorgen voor synergie-effecten en om Eures in staat te stellen de doelstellingen van de Europa 2020-strategie ter verwezenlijken, met name die van het verhogen van de arbeidsparticipatie naar 75 % in 2020, zonder daarbij het toepassingsgebied van de verordening uit het oog te verliezen, moet Eures, voor zover de betrokken personen worden aangemerkt als werknemers in de zin van de verordening en achttien jaar of ouder zijn, ook kunnen bemiddelen in leerling- en stageplaatsen zodra het bij elkaar brengen van dergelijke informatie overeenkomstig de geldende normen uitvoerbaar wordt geacht.

(10)

Om zo doelmatig mogelijk de diensten te kunnen leveren, moet Eures worden geïntegreerd in en afgestemd op het algehele aanbod van diensten van de deelnemende organisaties, die eventueel financiering van het Europees Sociaal Fonds kunnen ontvangen voor nationale en grensoverschrijdende activiteiten.

(11)

Teneinde doeltreffend te kunnen bijdragen aan een betere werking van arbeidsmarkten met het oog op ontwikkeling van een Europese arbeidsmarkt moet Eures een prominentere rol spelen bij het invullen van knelpuntvacatures en het ondersteunen van specifieke groepen werknemers en werkgevers. Dit kan worden bereikt door de activiteiten van Eures uit te breiden met steun aan gerichte mobiliteitsactiviteiten op EU-niveau, met name om de uitwisseling van jonge werknemers te bevorderen.

(12)

Daarbij moet ten volle rekening worden gehouden met de mogelijkheden die worden geboden door nieuwe hulpmiddelen op het gebied van informatie- en communicatietechnologie, om de geleverde diensten verder te verbeteren.

(13)

De verzameling en verwerking van persoonsgegevens in het kader van dit besluit dient in overeenstemming te zijn met EU- en internationale wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens.

(14)

Met het oog op duidelijkheid is het wenselijk Eures een nieuwe opzet te geven en zijn samenstelling, structuur en taken preciezer te definiëren.

(15)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Raadgevend Comité voor het vrije verkeer van werknemers,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het Eures-netwerk

Teneinde te voldoen aan de verplichtingen die zijn vastgelegd in hoofdstuk II van Verordening (EU) nr. 492/2011 richten de Commissie en de lidstaten gezamenlijk een Europees netwerk van diensten voor de arbeidsvoorziening op, Eures genaamd, en beheren zij dit netwerk.

Artikel 2

Doelstellingen

In samenwerking met andere Europese diensten en netwerken werkt Eures ten behoeve van werkzoekenden, werknemers en werkgevers aan de bevordering van het volgende:

a)

de ontwikkeling van een open en algemeen toegankelijke Europese arbeidsmarkt, waarop de geldende arbeidsnormen en wettelijke vereisten volledig worden nageleefd;

b)

het tot elkaar brengen en de compensatie van aanbiedingen van en aanvragen om werk op transnationaal, interregionaal en grensoverschrijdend niveau door middel van de uitwisseling van aanbiedingen van en aanvragen om werk, en deelname aan gerichte mobiliteitsactiviteiten op EU-niveau;

c)

de transparantie en de uitwisseling van informatie over de Europese arbeidsmarkten, met inbegrip van informatie over de leef- en arbeidsomstandigheden en de mogelijkheden tot het verwerven van vaardigheden;

d)

de ontwikkeling van maatregelen ter stimulering en bevordering van de mobiliteit van jonge werknemers;

e)

de uitwisseling van informatie over stage- en leerlingplaatsen in de zin van Verordening (EU) nr. 492/2011 en, waar nodig, de plaatsing van stagiairs en leerlingen;

f)

de ontwikkeling van methoden en indicatoren hiervoor.

Artikel 3

Samenstelling

Eures omvat de volgende categorieën:

a)

het Europees bureau voor het coördineren van de compensatie van aanbiedingen van en aanvragen om werk, overeenkomstig de artikelen 18, 19 en 20 van Verordening (EU) nr. 492/2011;

b)

de Eures-leden, te weten de aangewezen gespecialiseerde diensten die overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) nr. 492/2011 door de lidstaten zijn aangewezen (de „nationale coördinatiebureaus”), zoals bepaald in artikel 5;

c)

de Eures-partners, overeenkomstig artikel 15, lid 1, van Verordening (EG) nr. 492/2011. De Eures-partners worden aangewezen door de respectieve Eures-leden en kunnen publieke of private dienstverleners omvatten die op het desbetreffende gebied van plaatsing en werkgelegenheid actief zijn, alsmede vakbonden en werkgeversorganisaties. Om in aanmerking te komen moet een Eures-partner toezeggen de in artikel 7 vastgelegde rollen en verantwoordelijkheden te zullen vervullen;

d)

de geassocieerde Eures-partners, die overeenkomstig artikel 6 beperkte diensten bieden onder toezicht en verantwoordelijkheid van een Eures-partner of het Europees coördinatiebureau.

Artikel 4

Taken en verantwoordelijkheden van het Europees coördinatiebureau

1.   De Commissie is verantwoordelijk voor het beheer van het Europees coördinatiebureau.

2.   Het Europees coördinatiebureau ziet toe op de naleving van de bepalingen van deel II van Verordening (EU) nr. 492/2011 en ondersteunt het netwerk bij het uitvoeren van zijn activiteiten.

3.   Dit omvat in het bijzonder:

a)

de formulering van een coherente allesomvattende aanpak en de levering van horizontale ondersteuning ten behoeve van het Eures-netwerk en de gebruikers daarvan, zoals:

1)

het beheer en de ontwikkeling van een Europees webportaal voor arbeidsmobiliteit („het Eures-portaal”) en bijbehorende IT-diensten, met inbegrip van systemen en procedures voor de uitwisseling van aanbiedingen van en aanvragen om werk in de vorm van sollicitatiebrieven, cv’s, vaardighedenpaspoorten en dergelijke, en overige informatie, in samenwerking met overige relevante Europese diensten of netwerken;

2)

voorlichtings- en communicatieactiviteiten met betrekking tot Eures;

3)

opleiding van bij Eures betrokken personeel;

4)

de bevordering van netwerken, uitwisseling van goede praktijken en wederzijdse leerprocessen tussen Eures-leden en -partners;

5)

de deelname van Eures aan gerichte mobiliteitsactiviteiten op EU-niveau.

b)

de analyse van geografische en beroepsmobiliteit, met het oog op de verwezenlijking van een evenwicht tussen vraag en aanbod, en de ontwikkeling van een algemene aanpak van de mobiliteit overeenkomstig de Europese werkgelegenheidsstrategie;

c)

het algemene toezicht op en de evaluatie van de activiteiten van Eures, de definitie van prestaties, plaatsing en overige resultaatindicatoren, evenals maatregelen om na te gaan of deze worden uitgevoerd overeenkomstig Verordening (EU) nr. 492/2011 en overeenkomstig dit besluit.

4.   Het bureau keurt de werkprogramma’s en de doelstellingen voor het Eures-netwerk goed in samenwerking met de Eures-coördinatiegroep en na overleg met de raad van bestuur van Eures.

Artikel 5

Taken en verantwoordelijkheden van de nationale coördinatiebureaus

1.   Elke lidstaat wijst een gespecialiseerde dienst aan, zoals bepaald in artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) nr. 492/2011, die tot taak heeft de werkzaamheden van het Eures-netwerk in de desbetreffende lidstaat te organiseren.

2.   Het nationale coördinatiebureau zorgt dat alle verplichtingen die voor de lidstaten gelden ingevolge Verordening (EU) nr. 492/2011, met name ten aanzien van de uitwisseling van informatie, zoals vastgelegd in de artikelen 12, 13 en 14, worden vervuld, door middel van:

a)

het opzetten en onderhouden van alle technische en functionele infrastructuur en systemen die nodig zijn om de Eures-partners en geassocieerde Eures-partners te laten deelnemen aan het uitwisselingssysteem;

b)

de verstrekking van de vereiste informatie, hetzij rechtstreeks dan wel via de Eures-partners onder zijn verantwoordelijkheid.

3.   In nauwe samenwerking met het Europees coördinatiebureau en de overige nationale coördinatiebureaus zorgt het nationaal coördinatiebureau met name voor het volgende:

a)

de aanwijzing van een of meer Eures-partners, op basis van het systeem voor selectie en aanwerving zoals vastgelegd in artikel 10, lid 2, onder b) vii), en het toezicht op hun activiteiten;

b)

de planning en de periodieke verslaglegging van de activiteiten en resultaten van het nationale Eures-netwerk aan het Europees coördinatiebureau;

c)

de coördinatie van de deelname van Eures aan de desbetreffende gerichte mobiliteitsactiviteiten op EU-niveau.

4.   Bij het benoemen van de Eures-partners streeft het nationaal coördinatiebureau naar optimale geografische spreiding en dekking van de arbeidsmarkt, evenals een optimale dienstverlening aan werkzoekenden, werknemers en werkgevers, door te zorgen voor een adequate deelname van de desbetreffende arbeidsbemiddelingsdiensten en deelnemers op de arbeidsmarkt.

5.   Uitgaande van een gezamenlijk overeengekomen operationele doelstellingen stelt het nationaal coördinatiebureau werkprogramma’s op voor zijn nationale netwerk, die moeten worden ingediend bij het Europees coördinatiebureau. In het werkprogramma wordt met name het volgende gespecificeerd:

a)

de voornaamste activiteiten die het nationaal coördinatiebureau, de Eures-partners en de geassocieerde Eures-partners onder verantwoordelijkheid van het bureau in het kader van het Eures-netwerk moeten ondernemen, met inbegrip van de transnationale, grensoverschrijdende en sectorale activiteiten zoals bedoeld in artikel 15 van Verordening (EU) nr. 492/2011;

b)

de personele en financiële middelen voor de uitvoering van hoofdstuk II van Verordening (EU) nr. 492/2011;

c)

de regelingen voor toezicht op en evaluatie van de geplande activiteiten.

De werkprogramma’s moeten ook een evaluatie omvatten van de activiteiten en de bereikte resultaten tijdens de voorafgaande periode.

De sociale partners en andere relevante Eures-stakeholders zullen op het passende niveau geraadpleegd worden over de werkprogramma’s.

6.   Het nationaal coördinatiebureau kan besluiten de Eures-diensten zelf direct aan de werkzoekenden en werkgevers te leveren en is in dat geval gehouden aan de voorschriften die gelden voor Eures-partners die vergelijkbare diensten verrichten. In een dergelijk geval dient het nationaal coördinatiebureau de accreditatie als Eures-partner aan te vragen bij het Europees coördinatiebureau.

7.   Elk lidstaat zorgt ervoor dat het nationaal coördinatiebureau over het personeel en de middelen kan beschikken die nodig zijn voor het verrichten van de taken.

8.   Het nationaal coördinatiebureau staat onder leiding van de nationale Eures-coördinator, zoals bepaald in artikel 10, lid 2, onder b) iii).

Artikel 6

Taken en verantwoordelijkheden van de Eures-partners

1.   Een organisatie die wil worden aangemerkt als Eures-partner dient zich aan te melden bij het nationaal coördinatiebureau, dat de organisatie als zodanig kan aanwijzen overeenkomstig artikel 3, onder b), op voorwaarde dat de organisatie toezegt onder toezicht van het nationaal coördinatiebureau op regionaal, nationaal en Europees niveau te zullen samenwerken binnen het Eures-netwerk en in ieder geval alle universele diensten te bieden, zoals bedoeld in artikel 7.

2.   Een Eures-partner wijst zelf dan wel in samenwerking met overige Eures- partners een of meer contactpunten aan, zoals arbeidsbemiddelings- en wervingsbureaus, telefooncentrales, hulpmiddelen voor selfservice en dergelijke, waardoor werkzoekenden, werknemers en werkgevers toegang kunnen krijgen tot deze diensten.

3.   Een Eures-partner geeft duidelijk aan welke diensten van het dienstenpakket van Eures hij biedt. Het niveau en de inhoud van de diensten kunnen variëren van het ene contactpunt tot het andere, zolang het dienstenpakket als geheel van een Eures-partner maar alle vereiste universele diensten omvat.

4.   Elk van de Eures-partners verklaart volledig deel te nemen aan de uitwisseling van aanbiedingen van en aanvragen om werk door werkzoekenden die geïnteresseerd zijn in werk in een andere lidstaat, overeenkomstig artikel 13, lid 1, onder a) en b), van Verordening (EU) nr. 492/2011 en artikel 4, onder a) i) van dit besluit. Zij zorgen ervoor dat al het personeel dat deelneemt aan de levering van de Eures-diensten volledige toegang heeft tot de IT- en overige communicatiemiddelen die het netwerk ter beschikking staan.

5.   Een Eures-partner die geen specifieke aanvullende diensten biedt die zijn opgenomen in het dienstenaanbod van Eures, zorgt ervoor dat verzoeken om een dergelijke dienst worden doorverwezen naar andere Eures-partners die de desbetreffende dienst wel bieden.

6.   Een Eures-partner mag de levering van diensten die waarde toevoegen aan zijn eigen diensten, uitbesteden aan een andere organisatie. Deze organisatie wordt in dit opzicht aangemerkt als geassocieerde Eures-partner, die opereert onder de volledige verantwoordelijkheid van de Eures-partner waarmee hij geassocieerd is.

7.   Om zijn taak te kunnen vervullen, kan een Eures-partner partnerschappen aangaan met een of meer Eures-partners in andere lidstaten.

8.   Van een Eures-partner of geassocieerde Eures-partner kan verlangd worden dat hij bijdraagt aan de in artikel 5, lid 2, onder a), bedoelde technische en functionele infrastructuur en systemen.

9.   Om zijn accreditatie te behouden, moet een Eures-partner blijven voldoen aan zijn verplichtingen en de overeengekomen diensten blijven bieden. Daarnaast dient hij periodiek te worden geëvalueerd zoals uiteengezet in het systeem voor selectie en aanwerving, zoals opgenomen in artikel 10, lid 2, onder b) vii).

Artikel 7

Eures-diensten

1.   Het volledige scala van Eures-diensten omvat de werving, het afstemmen van vraag en aanbod, en de plaatsing, hetgeen alle fasen van de plaatsing omvat van de voorbereidende werkzaamheden voorafgaand aan de werving tot de ondersteuning na plaatsing, alsmede de bijbehorende informatievoorziening en advies.

2.   Deze diensten worden verder gedetailleerd in het dienstenpakket van Eures, dat onderdeel uitmaakt van het Eures-handvest zoals bepaald in artikel 10, en omvatten de universele diensten die worden geleverd door alle Eures-partners alsmede de aanvullende diensten.

3.   Universele diensten zijn die diensten die zijn opgenomen in hoofdstuk II van Verordening (EU) nr. 492/2011, in het bijzonder artikel 12, lid 3, en artikel 13. Aanvullende diensten zijn niet verplicht ingevolge hoofdstuk II van Verordening (EU) nr. 492/2011, maar voldoen aan belangrijke behoeften op de arbeidsmarkt.

4.   Alle diensten aan werkzoekenden en werknemers worden gratis verstrekt. Als Eures-partners vergoedingen in rekening brengen voor diensten aan overige gebruikers, wordt er geen onderscheid gemaakt tussen vergoedingen die worden geheven voor Eures-diensten en vergoedingen die gelden voor vergelijkbare diensten die worden geleverd door die Eures-partner. Teneinde eventuele dubbele financiering te vermijden, dient bij het bepalen van de kosten rekening te worden gehouden met de alle andere financiering die wordt ontvangen van de Europese Unie ter ondersteuning van de levering van Eures-diensten.

Artikel 8

De raad van bestuur van Eures

1.   De raad van bestuur van Eures ondersteunt de Commissie, het Europees coördinatiebureau en de nationale coördinatiebureaus bij de bevordering van en het toezicht op de ontwikkeling van Eures.

2.   De raad van bestuur bestaat uit één vertegenwoordiger per lidstaat.

3.   In het geval dat de Eures-activiteiten in een lidstaat worden gefinancierd door een financieel instrument van de EU, zoals het Europees Sociaal Fonds, kan de nationale instantie die deze financiering verstrekt, waar nodig, bij de werkzaamheden van de raad worden betrokken.

4.   Vertegenwoordigers van de Europese sociale partners worden uitgenodigd om als waarnemer deel te nemen aan de vergaderingen van de raad van bestuur.

5.   De raad van bestuur stelt haar werkmethoden en reglement van orde vast. De raad van bestuur wordt in de regel tweemaal per jaar door de voorzitter bijeengeroepen. Adviezen worden bij eenvoudige meerderheid van stemmen uitgebracht.

6.   De raad van bestuur wordt voorgezeten door een vertegenwoordiger van het Europees coördinatiebureau, dat secretariële ondersteuning biedt.

7.   De Commissie raadpleegt de raad van bestuur van Eures over kwesties als de strategische planning, de ontwikkeling, de uitvoering, het toezicht en de evaluatie met betrekking tot de in dit besluit bedoelde diensten en activiteiten, met inbegrip van:

a)

het Eures-handvest, overeenkomstig artikel 10;

b)

strategieën, operationele doelstellingen en werkprogramma’s voor het Eures-netwerk;

c)

de verslagen van de Commissie zoals vereist op grond van artikel 17 van Verordening (EU) nr. 492/2011.

Artikel 9

Eures-coördinatiegroep

1.   Het Europees coördinatiebureau richt een coördinatiegroep op bestaande uit nationale Eures-coördinatoren, die elk een Eures-lid vertegenwoordigen. Deze werkgroep moet het coördinatiebureau bijstaan bij de ontwikkeling en uitvoering van en het toezicht op de Eures-activiteiten. Het Europees coördinatiebureau kan op de vergaderingen van de coördinatiegroep vertegenwoordigers van de Europese sociale partners en waar nodig vertegenwoordigers van andere Eures-partners en deskundigen uitnodigen.

2.   De coördinatiegroep neemt actief deel aan het opstellen van de werkprogramma’s en de coördinatie van de uitvoering daarvan.

3.   De coördinatiegroep kan tevens permanente of ad-hocwerkgroepen in het leven roepen, in het bijzonder voor de planning en uitvoering van horizontale ondersteuningsactiviteiten.

4.   Het Europees coördinatiebureau organiseert de werkzaamheden van de coördinatiegroep.

Artikel 10

Eures-handvest

1.   De Commissie keurt het Eures-handvest goed overeenkomstig de procedures van artikel 12, lid 2, artikel 13, lid 2, artikel 19, lid 1 en artikel 20 van Verordening (EU) nr. 492/2011, en na overleg met de bij artikel 8 van dit besluit opgerichte raad van bestuur van Eures.

2.   Uitgaand van het beginsel dat alle aanbiedingen van en aanvragen om werk die door een lid van Eures worden bekendgemaakt, in heel de Europese Unie beschikbaar moeten zijn, legt het Eures-handvest meer in het bijzonder het volgende vast:

a)

het Eures-dienstenaanbod, waarin de universele en aanvullende diensten worden beschreven die aan de leden en partners van Eures worden geboden, met inbegrip van diensten voor het op elkaar afstemmen van de vraag naar en het aanbod van arbeidsplaatsen, zoals persoonlijk beroepskeuzeadvies en klantenadvies, voor zowel werkzoekenden en werknemers als werkgevers;

b)

de ontwikkeling van innovatieve transnationale en grensoverschrijdende samenwerking tussen diensten voor de arbeidsvoorziening zoals gemeenschappelijke arbeidsbemiddelingsbureaus, met het oog op een beter functioneren van de arbeidsmarkten, de integratie daarvan en grotere mobiliteit; de samenwerking kan ook sociale diensten, de sociale partners en overige betrokken instellingen betreffen;

c)

de bevordering van gecoördineerd toezicht op en evaluatie van overschotten en tekorten aan vaardigheden;

d)

de operationele doelstellingen van het Eures-netwerk, de toe te passen kwaliteitsnormen, alsook de verplichtingen van de Eures-leden en -partners, hetgeen omvat:

i)

de interoperabiliteit van de relevante gegevensbanken van aanbiedingen van en aanvragen om werk met het Eures-systeem voor uitwisseling van vacatures en de toepasselijke dienstverleningsniveaus;

ii)

de aard van de informatie, zoals arbeidsmarktgegevens, leef- en arbeidsomstandigheden, werkaanbiedingen en -aanvragen, stages en leerlingplaatsen, maatregelen ter bevordering van de mobiliteit onder jongeren, de verwerving van vaardigheden, en hinderpalen voor mobiliteit, die in samenwerking met overige relevante Europese diensten of netwerken aan de klanten en de rest van het netwerk dient te worden verstrekt;

iii)

taakomschrijvingen en -criteria voor de aanstelling van nationale coördinators, Eures-adviseurs en overig belangrijk personeel op nationaal niveau;

iv)

de opleiding en de kwalificaties die vereist zijn voor het Eures-personeel, en de voorwaarden en procedures voor de organisatie van bezoeken en voor de taaktoewijzing van ambtenaren en gespecialiseerd personeel;

v)

het opstellen, het indienen bij het Europees coördinatiebureau en het uitvoeren van werkprogramma’s;

vi)

de gebruiksvoorwaarden van het Eures-logo door de leden en partners van Eures;

vii)

het systeem voor selectie en accreditatie van Eures-partners;

viii)

de principes voor het toezicht op en de evaluatie van de Eures-activiteiten;

e)

de procedures voor het opzetten van een uniform systeem en gemeenschappelijke modellen voor de uitwisseling van informatie die verband houdt met de arbeidsmarkt en mobiliteit binnen het Eures-netwerk, als bedoeld in de artikelen 12, 13 en 14 van Verordening (EU) nr. 492/2011, met inbegrip van informatie over banen en leermogelijkheden in de Europese Unie die deel moet gaan uitmaken van het Eures-portaal.

Artikel 11

Promotie van Eures

1.   De Eures-leden en -partners werken actief mee aan de promotie van Eures.

2.   Zij dragen bij aan een algehele communicatiestrategie die bedoeld is om te zorgen voor de consistentie en de samenhang van het netwerk voor de gebruikers, en nemen deel aan gemeenschappelijke voorlichtings- en promotieactiviteiten.

3.   Het letterwoord Eures mag alleen worden gebezigd voor activiteiten binnen Eures. Het wordt geïllustreerd door een standaardlogo in de vorm van een grafisch ontwerp, dat is goedgekeurd door het Europees coördinatiebureau.

4.   Om te zorgen voor een gemeenschappelijk visuele identiteit wordt het logo, dat als communautair handelsmerk geregistreerd staat bij het Harmonisatiebureau voor de Interne Markt (HBIM), door de Eures-leden en -partners gebruikt bij alle activiteiten met betrekking tot Eures.

Artikel 12

Samenwerking met andere diensten en netwerken

De Eures-leden en -partners werken op Europees, nationaal en regionaal niveau actief samen met andere Europese voorlichtings- en adviesdiensten en -netwerken teneinde te streven naar synergie-effecten en overlapping te vermijden.

Artikel 13

Intrekking

Besluit 2003/8/EG wordt ingetrokken. Het blijft echter van kracht voor activiteiten waarvoor een aanvraag is ingediend voordat dit besluit in werking treedt.

Artikel 14

Toepassingsdatum

Dit besluit is van toepassing met ingang van 1 januari 2014.

Artikel 15

Adressaten

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 26 november 2012.

Voor de Commissie

László ANDOR

Lid van de Commissie


(1)  PB L 141 van 27.5.2011, blz. 1.

(2)  PB L 274 van 6.11.1993, blz. 32.

(3)  PB L 257 van 19.10.1968, blz. 2.

(4)  PB L 5 van 10.1.2003, blz.16.