ISSN 1977-0758

doi:10.3000/19770758.L_2012.227.nld

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 227

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

55e jaargang
23 augustus 2012


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 762/2012 van de Commissie van 24 juli 2012 tot goedkeuring van een niet-minimale wijziging van het productdossier betreffende een in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen ingeschreven benaming [Langres (BOB)]

1

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 763/2012 van de Commissie van 22 augustus 2012 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

3

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 764/2012 van de Commissie van 22 augustus 2012 tot wijziging van de bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 971/2011 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor bepaalde producten uit de sector suiker voor het verkoopseizoen 2011/2012

5

 

 

RICHTLIJNEN

 

*

Richtlijn 2012/22/EU van de Commissie van 22 augustus 2012 tot wijziging van Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad teneinde DDA-carbonaat als werkzame stof in bijlage I bij die richtlijn op te nemen ( 1 )

7

 

 

BESLUITEN

 

 

2012/484/EU

 

*

Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 21 augustus 2012 overeenkomstig Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad, over de passende bescherming van persoonsgegevens door de Republiek ten oosten van de Uruguay wat de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens betreft (Kennisgeving geschied onder nummer C(2012) 5704)  ( 1 )

11

 

 

Rectificaties

 

*

Rectificatie van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 742/2012 van de Raad van 16 augustus 2012 houdende uitvoering van artikel 32, lid 1, van Verordening (EU) nr. 36/2012 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Syrië (PB L 219 van 17.8.2012)

15

 

*

Rectificatie van Uitvoeringsbesluit 2012/478/GBVB van de Raad van 16 augustus 2012 tot uitvoering van Besluit 2011/782/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Syrië (PB L 219 van 17.8.2012)

15

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

23.8.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 227/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 762/2012 VAN DE COMMISSIE

van 24 juli 2012

tot goedkeuring van een niet-minimale wijziging van het productdossier betreffende een in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen ingeschreven benaming [Langres (BOB)]

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad van 20 maart 2006 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name artikel 7, lid 4, eerste alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 9, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 510/2006 heeft de Commissie de door Frankrijk ingediende aanvraag onderzocht tot goedkeuring van een wijziging van het productdossier voor de benaming "Langres", die bij Verordening (EG) nr. 1107/1996 van de Commissie is geregistreerd (2).

(2)

Aangezien de betrokken wijziging niet minimaal is in de zin van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 510/2006, heeft de Commissie de wijzigingsaanvraag overeenkomstig artikel 6, lid 2, eerste alinea, van die verordening bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie  (3). Aangezien de Commissie geen enkel bezwaar overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 510/2006 heeft ontvangen, moet de wijziging worden goedgekeurd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakte wijziging van het productdossier met betrekking tot de in de bijlage bij deze verordening vermelde benaming wordt goedgekeurd.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 juli 2012.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

Dacian CIOLOȘ

Lid van de Commissie


(1)  PB L 93 van 31.3.2006, blz. 12.

(2)  PB L 148 van 21.6.1996, blz. 1.

(3)  PB C 247 van 25.8.2011, blz. 11.


BIJLAGE

In bijlage I bij het Verdrag genoemde landbouwproducten voor menselijke consumptie:

Categorie 1.3.   Kaas

FRANKRIJK

Langres (BOB)


23.8.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 227/3


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 763/2012 VAN DE COMMISSIE

van 22 augustus 2012

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 22 augustus 2012.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

José Manuel SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 157 van 15.6.2011, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

MK

57,4

ZZ

57,4

0707 00 05

MK

66,1

TR

91,2

ZZ

78,7

0709 93 10

TR

107,9

ZZ

107,9

0805 50 10

AR

93,9

CL

88,4

TR

95,0

UY

88,9

ZA

99,2

ZZ

93,1

0806 10 10

BA

61,1

CL

196,9

EG

199,0

TR

148,1

ZZ

151,3

0808 10 80

BR

88,1

CL

146,1

NZ

121,2

US

148,7

UY

68,3

ZA

107,8

ZZ

113,4

0808 30 90

AR

111,1

CN

61,3

TR

137,4

ZA

120,9

ZZ

107,7

0809 30

TR

163,7

ZZ

163,7

0809 40 05

BA

64,0

IL

106,3

ZZ

85,2


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.


23.8.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 227/5


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 764/2012 VAN DE COMMISSIE

van 22 augustus 2012

tot wijziging van de bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 971/2011 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor bepaalde producten uit de sector suiker voor het verkoopseizoen 2011/2012

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),

Gezien Verordening (EG) nr. 951/2006 van de Commissie van 30 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad wat betreft de handel met derde landen in de sector suiker (2), en met name artikel 36, lid 2, tweede alinea, tweede zin,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor witte suiker, ruwe suiker en bepaalde stropen voor het verkoopseizoen 2011/2012 zijn vastgesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 971/2011 van de Commissie (3). Deze prijzen en rechten zijn laatstelijk gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 759/2012 van de Commissie (4).

(2)

Naar aanleiding van de gegevens waarover de Commissie momenteel beschikt, dienen deze bedragen te worden gewijzigd overeenkomstig artikel 36 van Verordening (EG) nr. 951/2006.

(3)

Omdat ervoor moet worden gezorgd dat deze maatregel zo snel mogelijk na de terbeschikkingstelling van de geactualiseerde gegevens van toepassing wordt, moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 971/2011 voor het verkoopseizoen 2011/2012 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor de in artikel 36 van Verordening (EG) nr. 951/2006 bedoelde producten worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 22 augustus 2012.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

José Manuel SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 178 van 1.7.2006, blz. 24.

(3)  PB L 254 van 30.9.2011, blz. 12.

(4)  PB L 223 van 21.8.2012, blz. 53.


BIJLAGE

Gewijzigde bedragen van de representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor witte suiker, ruwe suiker en producten van GN-code 1702 90 95 die gelden met ingang van 23 augustus 2012

(in EUR)

GN-code

Representatieve prijs per 100 kg netto van het betrokken product

Aanvullend recht per 100 kg netto van het betrokken product

1701 12 10 (1)

38,09

0,00

1701 12 90 (1)

38,09

3,18

1701 13 10 (1)

38,09

0,00

1701 13 90 (1)

38,09

3,48

1701 14 10 (1)

38,09

0,00

1701 14 90 (1)

38,09

3,48

1701 91 00 (2)

44,19

4,21

1701 99 10 (2)

44,19

1,08

1701 99 90 (2)

44,19

1,08

1702 90 95 (3)

0,44

0,25


(1)  Vaststelling voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in bijlage IV, punt III, van Verordening (EG) nr. 1234/2007.

(2)  Vaststelling voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in bijlage IV, punt II, van Verordening (EG) nr. 1234/2007.

(3)  Vaststelling per procent sacharose.


RICHTLIJNEN

23.8.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 227/7


RICHTLIJN 2012/22/EU VAN DE COMMISSIE

van 22 augustus 2012

tot wijziging van Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad teneinde DDA-carbonaat als werkzame stof in bijlage I bij die richtlijn op te nemen

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden (1), en met name artikel 11, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het Verenigd Koninkrijk heeft, overeenkomstig artikel 11, lid 1, van Richtlijn 98/8/EG, op 17 januari 2007 een aanvraag van Lonza ontvangen voor de opneming van de werkzame stof DDA-carbonaat in bijlage I bij die richtlijn voor gebruik in productsoort 8 (houtconserveringsmiddelen), zoals gedefinieerd in bijlage V bij Richtlijn 98/8/EG. DDA-carbonaat was op de in artikel 34, lid 1, van Richtlijn 98/8/EG vermelde datum niet op de markt als werkzame stof van een biocide.

(2)

Na de uitvoering van een beoordeling heeft het Verenigd Koninkrijk het verslag van de bevoegde instantie samen met een aanbeveling op 11 november 2010 bij de Commissie ingediend.

(3)

Het verslag is op 2 maart 2012 door de lidstaten en de Commissie getoetst binnen het Permanent Comité voor biociden en de resultaten van die toetsing zijn in een beoordelingsverslag opgenomen.

(4)

Uit de onderzoeken blijkt dat van biociden die als houtconserveringsmiddelen worden gebruikt en DDA-carbonaat bevatten, kan worden verwacht dat ze aan de eisen van artikel 5 van Richtlijn 98/8/EG voldoen. Bijgevolg moet DDA-carbonaat in bijlage I bij die richtlijn worden opgenomen voor gebruik in productsoort 8.

(5)

Niet alle mogelijke toepassingen zijn op het niveau van de Unie beoordeeld. Het gebruik door niet-beroepsmatige gebruikers is bijvoorbeeld niet beoordeeld. Daarom is het passend voor te schrijven dat de lidstaten de toepassingen of blootstellingsscenario’s en de risico’s voor bevolkingsgroepen en milieucompartimenten beoordelen die bij de risicobeoordeling op het niveau van de Unie niet op een representatieve wijze aan bod zijn gekomen, en dat zij er bij de verlening van toelatingen voor producten zorg voor dragen dat passende maatregelen worden genomen of specifieke voorwaarden worden opgelegd om de gesignaleerde risico’s tot een aanvaardbaar niveau te beperken.

(6)

Gezien de gesignaleerde risico’s voor de gezondheid van de mens, is het voor industriële gebruikers passend te eisen dat veilige operationele procedures worden vastgesteld en dat producten met passende persoonlijke beschermingsmiddelen worden gebruikt, tenzij in de aanvraag tot toelating van het product het bewijs wordt geleverd dat de risico’s op een andere wijze tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden gereduceerd.

(7)

Gezien de risico’s die zijn vastgesteld voor het aquatische en het terrestrische compartiment, is het raadzaam te eisen dat het industrieel aanbrengen van het product wordt uitgevoerd binnen een afgesloten gebied of op een ondoordringbare harde ondergrond met afdamming, dat pas behandeld hout na de behandeling onder een afdak en/of op een ondoordringbare harde ondergrond wordt opgeslagen en dat verliezen bij het aanbrengen van producten die als houtconserveringsmiddel worden gebruikt en DDA-carbonaat bevatten met het oog op hergebruik of verwijdering worden opgevangen.

(8)

Er zijn onaanvaardbare risico’s voor het milieu gesignaleerd bij het gebruik van hout dat door middel van onderdompeling in DDA-carbonaat was behandeld en dat permanent aan de weersomstandigheden was blootgesteld of vaak nat was geworden (gebruiksklasse 3 als gedefinieerd door de OESO (2)) en bij het gebruik van met DDA-carbonaat behandeld hout in constructies in de openlucht nabij of boven water (gebruiksklasse 3 als gedefinieerd door de OESO (3), in het scenario „brug over vijver”) of in contact stond met zoet water (gebruiksklasse 4b als gedefinieerd door de OESO (4)). Het is bijgevolg passend te eisen dat producten alleen worden toegelaten voor de behandeling van hout dat voor dergelijke vormen van gebruik is bedoeld, wanneer gegevens zijn overgelegd die aantonen dat het product aan de eisen van artikel 5 en bijlage VI bij Richtlijn 98/8/EG zal voldoen, indien nodig door toepassing van passende risicobeperkende maatregelen.

(9)

De bepalingen van deze richtlijn dienen in alle lidstaten tegelijkertijd te worden toegepast teneinde op de markt van de Unie een gelijke behandeling van biociden die als werkzame stof DDA-carbonaat bevatten, te waarborgen en tevens het goede functioneren van de markt voor biociden in het algemeen te vergemakkelijken.

(10)

Er dient een redelijke periode te verstrijken voordat een werkzame stof in bijlage I bij Richtlijn 98/8/EG wordt opgenomen, teneinde de lidstaten de gelegenheid te geven de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking te doen treden om aan deze richtlijn te voldoen.

(11)

Richtlijn 98/8/EG moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(12)

De in deze richtlijn vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor biociden,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I bij Richtlijn 98/8/EG wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze richtlijn.

Artikel 2

1.   De lidstaten dienen uiterlijk op 31 januari 2013 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om aan deze richtlijn te voldoen.

Zij passen die bepalingen toe vanaf 1 februari 2013.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in de bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.   De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 3

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 4

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 22 augustus 2012.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 123 van 24.4.1998, blz. 1.

(2)  OECD series on emission scenario documents, Nr. 2, Emission Scenario Document for Wood Preservatives, deel 2, blz. 64.

(3)  Idem.

(4)  Idem.


BIJLAGE

Aan bijlage I bij Richtlijn 98/8/EG wordt de volgende vermelding toegevoegd:

Nr.

Triviale naam

IUPAC-naam

Identificatienummers

Minimale zuiverheid van de werkzame stof in het biocide zoals het op de markt wordt gebracht

Datum van opneming

Termijn voor de naleving van artikel 16, lid 3 (behalve voor producten die meer dan één werkzame stof bevatten; in dat geval is de termijn voor de naleving van artikel 16, lid 3, de termijn die wordt vastgesteld in het laatste besluit voor de opneming van de werkzame stoffen daarvan)

Datum waarop de opneming verstrijkt

Productsoort

Specifieke bepalingen (1)

„58

DDA-carbonaat

Reactieproduct van N,N-didecyl-N,N-dimethylammoniumcarbonaat en N,N-didecyl-N,N-dimethylammoniumbicarbonaat

EC-nummer: 451-900-9

CAS-nr.: 894406-76-9

Drooggewicht: 740 g/kg

1 februari 2013

Niet van toepassing

31 januari 2023

8

Op het niveau van de Unie zijn niet alle mogelijke toepassingen beoordeeld; bepaalde gebruiksvormen, zoals het gebruik door niet-beroepsmatige gebruikers, werd uitgesloten. Wanneer de lidstaten een aanvraag tot toelating van een product beoordelen overeenkomstig artikel 5 en bijlage VI, beoordelen zij, voor zover dit voor het product in kwestie relevant is, de toepassingen of blootstellingsscenario’s en de risico’s voor bevolkingsgroepen en milieucompartimenten die bij de risicobeoordeling op het niveau van de Unie niet op een representatieve wijze aan bod zijn gekomen.

De lidstaten zorgen ervoor dat bij toelating de volgende voorwaarden worden gesteld:

1.

voor industriële gebruikers moeten veilige operationele procedures worden vastgesteld en bij het gebruik van producten moeten passende persoonlijke beschermingsmiddelen worden gebruikt, behalve als in de aanvraag tot toelating van het product kan worden aangetoond dat de risico’s op andere manieren tot een acceptabel niveau kunnen worden teruggebracht;

2.

op de etiketten en zonodig op de veiligheidsinformatiebladen van toegelaten producten moet worden aangegeven dat industrieel aanbrengen van het product wordt uitgevoerd binnen een afgesloten gebied of op een ondoordringbare harde ondergrond met afdamming, dat pas behandeld hout na de behandeling onder een afdak en/of op een ondoordringbare harde ondergrond wordt opgeslagen en dat verliezen bij het aanbrengen van het product met het oog op hergebruik of verwijdering moeten worden opgevangen;

3.

producten worden alleen toegelaten voor de behandeling van hout dat in contact komt te staan met zoet water of gebruikt zal worden voor constructies in de openlucht nabij of boven water of voor het gebruik door middel van onderdompeling van hout dat permanent aan de weersomstandigheden zal worden blootgesteld of vaak nat kan worden, wanneer gegevens zijn overgelegd die aantonen dat het product aan de eisen van artikel 5 en bijlage VI zal voldoen, indien nodig door toepassing van passende beperkende maatregelen.”


(1)  Met het oog op de toepassing van de gemeenschappelijke beginselen van bijlage VI zijn de inhoud en de conclusies van de beoordelingsverslagen beschikbaar op de website van de Commissie: http://ec.europa.eu/comm/environment/biocides/index.htm.


BESLUITEN

23.8.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 227/11


UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 21 augustus 2012

overeenkomstig Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad, over de passende bescherming van persoonsgegevens door de Republiek ten oosten van de Uruguay wat de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens betreft

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2012) 5704)

(Voor de EER relevante tekst)

(2012/484/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (1), en met name artikel 25, lid 6,

Na raadpleging van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig Richtlijn 95/46/EG dienen de lidstaten te bepalen dat persoonsgegevens slechts naar een derde land mogen worden doorgegeven indien dat land een passend beschermingsniveau waarborgt en de wetgeving van de lidstaten die is vastgesteld ter uitvoering van de andere bepalingen van deze richtlijn al vóór de doorgifte wordt nageleefd.

(2)

De Commissie kan vaststellen dat een derde land waarborgen voor een passend beschermingsniveau biedt. In dat geval kunnen persoonsgegevens zonder aanvullende garanties vanuit de lidstaten worden doorgegeven.

(3)

Overeenkomstig Richtlijn 95/46/EG dient het gegevensbeschermingsniveau te worden beoordeeld met inachtneming van alle omstandigheden waarin een gegevensdoorgifte of een categorie gegevensdoorgiften plaatsvindt en dient in het bijzonder rekening te worden gehouden met een aantal elementen die van belang zijn voor de doorgifte en die in artikel 25 van de richtlijn zijn opgenomen.

(4)

Gezien de verschillende benaderingen van gegevensbescherming in derde landen dient het beschermingsniveau te worden beoordeeld en dienen besluiten op grond van artikel 25, lid 6, van Richtlijn 95/46/EG te worden vastgesteld en uitgevoerd op een wijze die geen willekeurige of onterechte discriminatie inhoudt tegen of tussen derde landen waar gelijksoortige voorwaarden gelden, noch een verkapte handelsbelemmering, rekening houdend met de geldende internationale verbintenissen van de Europese Unie.

(5)

In de grondwet van de Republiek ten oosten van de Uruguay, die sinds 1967 van kracht is, wordt het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en persoonsgegevens niet uitdrukkelijk erkend. De lijst van grondrechten is echter niet limitatief, aangezien overeenkomstig artikel 72 de vermelding van rechten, verplichtingen en garanties in de grondwet geen uitsluiting betekent van andere die inherent zijn aan de menselijke persoonlijkheid of die voortvloeien uit de republikeinse staatsvorm. In artikel 1 van Wet nr. 18.331 inzake de bescherming van persoonsgegevens en de habeas data-actie van 11 augustus 2008 staat uitdrukkelijk dat het recht op bescherming van persoonsgegevens inherent is aan de mens en derhalve onder artikel 72 van de grondwet van de Republiek valt. Volgens artikel 332 van de grondwet mag het ontbreken van specifieke regelgeving geen afbreuk doen aan de toepassing van de grondwettelijke bepalingen inzake de rechten van natuurlijke personen en betreffende de rechten en plichten van de autoriteiten; voor de toepassing dient te worden teruggegrepen op de onderliggende beginselen van soortgelijke wetten, de algemene rechtsbeginselen en algemeen aanvaarde uitgangspunten.

(6)

De rechtsnormen voor de bescherming van persoonsgegevens in de Republiek ten oosten van de Uruguay zijn grotendeels gebaseerd op de in Richtlijn 95/46/EG vervatte normen en zijn vastgelegd in Wet nr. 18.331 inzake de bescherming van persoonsgegevens en de habeas data-actie (Ley No 18.331 de Protección de Datos Personales y Acción de „Habeas Data”) van 11 augustus 2008. Deze wet geldt voor natuurlijke personen en rechtspersonen.

(7)

Deze wet wordt aangevuld door Besluit nr. 414/009 van 31 augustus 2009, dat is vastgesteld om de wet op verschillende punten te verduidelijken en de organisatie, bevoegdheden en werking van de toezichthoudende autoriteit voor gegevensbescherming nader te regelen. In de preambule van dit besluit wordt gesteld dat het wenselijk is de nationale rechtsorde op dit punt aan te passen aan de meest algemeen aanvaarde vergelijkbare wettelijke regeling, namelijk die welke door de Europese landen is ingesteld bij Richtlijn 95/46/EG.

(8)

Voorts zijn er gegevensbeschermingsbepalingen opgenomen in een aantal bijzondere wetten waarbij gegevensbanken worden opgezet en gereguleerd, namelijk wetten betreffende openbare registers (openbare akten, industriële eigendom en handelsmerken, persoonlijke akten, onroerend goed, mijnbouw of kredietregistratie). Overeenkomstig artikel 332 van de grondwet geldt Wet nr. 18.331 aanvullend voor zaken die niet onder specifieke wetgeving vallen.

(9)

De rechtsnormen voor de bescherming van persoonsgegevens in de Republiek ten oosten van de Uruguay omvatten alle basisbeginselen die noodzakelijk zijn voor een passend beschermingsniveau voor natuurlijke personen en voorzien tevens in de nodige uitzonderingen en beperkingen voor de bescherming van zwaarwegende algemene belangen. Deze rechtsnormen voor gegevensbescherming en de uitzonderingen weerspiegelen de beginselen vervat in Richtlijn 95/46/EG.

(10)

De toepassing van de rechtsnormen voor gegevensbescherming wordt gewaarborgd door bestuurlijke en rechtsmiddelen, in het bijzonder door de habeas data-maatregel, op grond waarvan een betrokkene de voor de verwerking verantwoordelijke voor het gerecht kan dagen om zijn recht van toegang, rectificatie en verwijdering af te dwingen, en door onafhankelijk toezicht door de toezichthoudende autoriteit, de Eenheid voor toezicht en controle op persoonsgegevens (Unidad Reguladora y de Control de Datos Personales, URCDP), die in overeenstemming met artikel 28 van Richtlijn 95/46/EG bevoegd is om onderzoek te verrichten, in te grijpen en sancties te treffen en die volledig onafhankelijk optreedt. Bovendien heeft iedere belanghebbende het recht om bij een rechterlijke instantie beroep in te stellen teneinde schadevergoeding te verkrijgen voor onrechtmatige verwerking van zijn persoonsgegevens.

(11)

De Uruguayaanse autoriteiten voor gegevensbescherming hebben verduidelijkingen en waarborgen inzake de interpretatie van de Uruguayaanse wetgeving verschaft en de verzekering gegeven dat de Uruguayaanse normen inzake gegevensbescherming overeenkomstig deze interpretatie worden uitgevoerd. De Uruguayaanse gegevensbeschermingsautoriteiten hebben met name uitgelegd dat Wet nr. 18.331 overeenkomstig artikel 332 van de grondwet aanvullend geldt voor zaken die niet onder specifieke wetgeving vallen waarbij gegevensbanken worden opgezet en gereguleerd. Voorts hebben zij uitgelegd dat de wet ook geldt voor de lijsten van artikel 9C van Wet nr. 18.331, betreffende verwerking waarvoor geen toestemming van de betrokkene nodig is; hierbij gaat het om de beginselen van evenredigheid en doelbinding, de rechten van betrokkenen en het toezicht hierop door de gegevensbeschermingsautoriteit. Wat het transparantiebeginsel betreft, hebben de Uruguayaanse gegevensbeschermingsautoriteiten laten weten dat de verplichting om de betrokkene de nodige informatie te verstrekken in alle gevallen geldt. Wat het recht van toegang betreft, heeft de gegevensbeschermingsautoriteit uitgelegd dat een betrokkene voor het indienen van een verzoek alleen het bewijs hoeft te leveren van zijn identiteit. De Uruguayaanse gegevensbeschermingsautoriteiten hebben verklaard dat de uitzonderingen in verband met het beginsel van internationale doorgiften die zijn vastgelegd in artikel 23, lid 1, van Wet nr. 18.331 niet kunnen aldus kunnen worden opgevat dat zij breder van toepassing zijn dan die van artikel 26, lid 1, van Richtlijn 95/46/EG.

(12)

Deze verduidelijkingen en waarborgen zijn in aanmerking genomen bij het opstellen van dit besluit en zij liggen eraan ten grondslag.

(13)

De Republiek ten oosten van de Uruguay is ook partij bij het Amerikaans Verdrag inzake de rechten van de mens (Verdrag van San José) van 22 november 1969, dat van kracht is sinds 18 juli 1978 (3). In artikel 11 van dat verdrag is het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer vastgelegd, terwijl artikel 30 bepaalt welke beperkingen die krachtens het verdrag kunnen worden gesteld aan het genieten of uitoefenen van de bij het verdrag erkende rechten of vrijheden alleen kunnen worden toegepast als zulks in overeenstemming is met wetten die om redenen van algemeen belang zijn vastgesteld en met het doel waarvoor dergelijke beperkingen zijn vastgesteld (artikel 30). Bovendien heeft de Republiek ten oosten van de Uruguay de bevoegdheid van het Interamerikaanse Hof voor de rechten van de mens aanvaard. Verder hebben de afgevaardigden van de ministers van de Raad van Europa op hun 1118e vergadering, van 6 juli 2011, de Republiek ten oosten van de Uruguay uitgenodigd om toe te treden tot het Verdrag tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens (ETS nr. 108) en het aanvullende protocol daarbij (ETS nr. 118) na een gunstig advies van het betrokken raadgevend comité (4).

(14)

Gezien het bovenstaande dient te worden aangenomen dat de Republiek ten oosten van de Uruguay een passend beschermingsniveau voor persoonsgegevens waarborgt, als bedoeld in Richtlijn 95/46/EG.

(15)

Dit besluit dient betrekking te hebben op de vraag of de bescherming die in de Republiek ten oosten van de Uruguay wordt geboden, passend is in de zin van artikel 25, lid 1, van Richtlijn 95/46/EG. Het besluit dient andere voorwaarden of beperkingen die tot uitvoering van andere bepalingen van die richtlijn strekken en betrekking hebben op de verwerking van persoonsgegevens in de lidstaten, onverlet te laten.

(16)

In het belang van de transparantie en om de bevoegde autoriteiten in de lidstaten in staat te stellen de bescherming van personen in verband met de verwerking van hun persoonsgegevens te waarborgen, moet nader worden geregeld in welke buitengewone omstandigheden de doorgifte van gegevens toch kan worden opgeschort, ook al is een passend beschermingsniveau vastgesteld.

(17)

De Commissie dient de werking van dit besluit te evalueren en alle relevante vaststellingen aan het bij artikel 31 van Richtlijn 95/46/EG ingestelde comité mee te delen. Deze evaluatie dient onder meer betrekking te hebben op de regeling van de Republiek ten oosten van de Uruguay voor doorgiften in het kader van internationale verdragen.

(18)

De bij artikel 29 van Richtlijn 95/46/EG ingestelde Groep voor de bescherming van personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens heeft over het niveau van de bescherming van persoonsgegevens een gunstig advies uitgebracht, waarmee bij de opstelling van dit besluit rekening is gehouden (5).

(19)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 31, lid 1, van Richtlijn 95/46/EG ingestelde comité,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Voor de toepassing van artikel 25, lid 2, van Richtlijn 95/46/EG wordt de Republiek ten oosten van de Uruguay geacht een passend beschermingsniveau te waarborgen voor vanuit de Europese Unie doorgegeven persoonsgegevens.

2.   De bevoegde autoriteit van de Republiek ten oosten van de Uruguay voor de toepassing van de wettelijke normen inzake gegevensbescherming in de Republiek ten oosten van de Uruguay wordt genoemd in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

1.   In onderstaande gevallen kunnen de bevoegde autoriteiten in de lidstaten gebruikmaken van hun bestaande bevoegdheden om gegevensstromen naar een ontvanger in de Republiek ten oosten van de Uruguay te onderbreken, teneinde personen ten aanzien van de verwerking van hun persoonsgegevens te beschermen, onverminderd de bevoegdheid van die autoriteiten om maatregelen te nemen voor de naleving van nationale bepalingen die zijn goedgekeurd ingevolge andere bepalingen dan artikel 25 van Richtlijn 95/46/EG:

a)

indien een bevoegde Uruguayaanse autoriteit tot de conclusie is gekomen dat de ontvanger in strijd met de toepasselijke normen voor gegevensbescherming handelt, of

b)

indien het zeer waarschijnlijk is dat niet aan de normen voor gegevensbescherming wordt voldaan, er goede redenen zijn om aan te nemen dat de bevoegde Uruguayaanse autoriteit niet tijdig passende maatregelen neemt of zal nemen om het probleem op te lossen, de voortzetting van de doorgifte een dreigend gevaar voor ernstige schade aan de betrokkene inhoudt en de bevoegde autoriteiten in de lidstaat gedaan hebben wat in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mogelijk is om de in de Republiek ten oosten van de Uruguay gevestigde organisatie die voor de verwerking verantwoordelijk is in kennis te stellen en de gelegenheid te geven te reageren.

2.   De opschortende maatregel blijft van kracht tot vaststaat dat de beschermingsnormen worden nageleefd en de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat of lidstaten hiervan in kennis is gesteld.

Artikel 3

1.   De lidstaten stellen de Commissie onverwijld in kennis wanneer op grond van artikel 2 maatregelen worden genomen.

2.   De lidstaten en de Commissie stellen elkaar in kennis van de gevallen waarin de instanties die in de Republiek ten oosten van de Uruguay verantwoordelijk zijn voor de naleving van de beschermingsnormen niet in staat zijn deze naleving te garanderen.

3.   Wanneer uit de overeenkomstig artikel 2 en de leden 1 en 2 van dit artikel verzamelde informatie mocht blijken dat een instantie die verantwoordelijk is voor de naleving van de beschermingsnormen in de Republiek ten oosten van de Uruguay haar taak niet naar behoren vervult, stelt de Commissie de bevoegde Uruguayaanse autoriteit hiervan in kennis en stelt zij zo nodig, volgens de procedure van artikel 31, lid 2, van Richtlijn 95/46/EG, ontwerpmaatregelen voor om dit besluit in te trekken of op te schorten dan wel het toepassingsgebied ervan te beperken.

Artikel 4

De Commissie evalueert de werking van dit besluit en deelt alle relevante vaststellingen aan het bij artikel 31 van Richtlijn 95/46/EG ingestelde comité mee, met inbegrip van alle gegevens die van invloed kunnen zijn op de vaststelling in artikel 1 van dit besluit dat het beschermingsniveau in de Republiek ten oosten van de Uruguay passend is in de zin van artikel 25 van Richtlijn 95/46/EG, alsmede, wanneer dit besluit op discriminerende wijze wordt uitgevoerd, alle gegevens waaruit dat blijkt.

Artikel 5

De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om aan dit besluit te voldoen binnen drie maanden na de kennisgeving ervan.

Artikel 6

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 21 augustus 2012.

Voor de Commissie

Viviane REDING

Vicevoorzitter


(1)  PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.

(2)  Brief van 31 augustus 2011.

(3)  Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), Treaty Series, nr. 36, 1144, U.N.T.S. 123, http://www.oas.org/juridico/english/treaties/b-32.html.

(4)  Raad van Europa: https://wcd.coe.int/wcd/ViewDoc.jsp?Ref=CM/Del/Dec(2011)1118/10.3&Language=lanEnglish&Ver=original&Site=CM&BackColorInternet=DBDCF2&BackColorIntranet=FDC864&BackColorLogged=FDC864

(5)  Advies nr. 6/2010 over de mate van bescherming van persoonsgegevens in de Republiek ten oosten van de Uruguay, beschikbaar op: http://ec.europa.eu/justice/policies/privacy/docs/wpdocs/2010/wp177_nl.pdf


BIJLAGE

Bevoegde toezichthoudende autoriteit bedoeld in artikel 1, lid 2, van dit besluit:

Unidad Reguladora y de Control de Datos Personales (URCDP),

Andes 1365, Piso 8

Tel. +598 29012929-1352

11.100 Montevideo

URUGUAY

E-mail: http://www.datospersonales.gub.uy/sitio/contactenos.aspx

Onlineklachten: http://www.datospersonales.gub.uy/sitio/denuncia.aspx

Website: http://www.datospersonales.gub.uy/sitio/index.aspx


Rectificaties

23.8.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 227/15


Rectificatie van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 742/2012 van de Raad van 16 augustus 2012 houdende uitvoering van artikel 32, lid 1, van Verordening (EU) nr. 36/2012 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Syrië

( Publicatieblad van de Europese Unie L 219 van 17 augustus 2012 )

Bladzijde 2, bijlage, tabel „Entiteit”, onder „Datum waarop de entiteit op de lijst is geplaatst”:

in plaats van:

„16.8.2012”,

te lezen:

„17.8.2012”.


23.8.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 227/15


Rectificatie van Uitvoeringsbesluit 2012/478/GBVB van de Raad van 16 augustus 2012 tot uitvoering van Besluit 2011/782/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Syrië

( Publicatieblad van de Europese Unie L 219 van 17 augustus 2012 )

Bladzijde 22, bijlage, tabel „Entiteit”, onder „Datum waarop de entiteit op de lijst is geplaatst”:

in plaats van:

„16.8.2012”,

te lezen:

„17.8.2012”.